De zoektocht naar een antwoord op deze vragen heeft zich over verscheidene
duizenden jaren afgespeeld en is nog niet ten einde. In iedere tijd en iedere
cultuur ontwikkelt de mens een visie op de wereld en het transcendente, dit
wil zeggen op de wereld en op de wereld achter de zichtbare verschijnselen.
De visies van ongeveer tweeduizend à drieduizend jaar geleden kunnen
we lezen in oude scheppingsmythes. Volgens een Babylonische scheppingsmythe
ontstond de wereld door een grillig machtsspel tussen verschillende concurrerende
goden, volgens de gnostische stroming was de materiële wereld het resultaat
van een dwaze, onvolmaakte schepper die de wereld geschapen had zonder toelating
van de opperste God. Deze God gaf aan de mensen een niet-aardse, goddelijke
substantie die men nu eens Ziel en dan weer Geest of Vonk noemt. Hierdoor
waren mensen in staat het werk van de inferieure schepper van de materie te
doorzien. Zij konden nu op het spoor komen van het ware doel van de mensheid:
een terugkeer naar hun werkelijke bestemming.
Ook
het scheppingsverhaal van joden en christenen, geschreven rond 586 vóór
Christus, biedt een bepaalde visie op de wereld en op God. De wereld wordt
geschapen door een God in zeven dagen met als bekroning de mens.
Maar...
Deze vragen zijn voorbeelden van vragen waarmee je in de studie in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen geconfronteerd zal worden in de cursussen:
Tijdens je studie verwerf je competenties om op verantwoorde wijze teksten van meer dan tweeduizend jaar oud te interpreteren en op hun relevantie te bevragen vanuit concrete hedendaagse probleemstellingen. Bovendien leer je de grens trekken tussen een verantwoorde en een fundamentalistische bijbelinterpretatie.