De opleiding Godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen is opgedeeld in vijf subdisciplines of onderzoeksterreinen: namelijk Bijbelwetenschappen, Systematische theologie, Theologische ethiek, Geschiedenis van kerk en theologie en Pastoraaltheologie. Deze vijf disciplines houden verband met elkaar in die zin dat ze deel uitmaken van de theologie, maar ze bestuderen de theologie elk vanuit hun eigen specifieke invalshoek. Hierdoor is het aanbod aan vakken in de studie in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen erg breed. Je volgt vakken uit elke subdiscipline; dit wil zeggen ethische vakken, dogmatische vakken, vakken uit de pastoraaltheologie et cetera.
In de master in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen kies je een major; dit is een vakgebied waarin je je wilt verdiepen. In dit vakgebied volg je minstens drie vakken en ook je thesisonderwerp sluit bij deze discipline aan. Hieronder volgt meer inhoudelijke informatie per subdiscipline.
Ondanks onze geseculariseerde westerse maatschappij en cultuur maakt de bijbel nog altijd deel uit van onze geschiedenis en cultuur. De bijbel is doorheen de geschiedenis een bron voor kunst, literatuur en cultuur. Hieronder volgen enkele illustraties.
Onze gewoonten zijn doordrongen van bijbelse elementen:
In onze taal gebruiken we steeds bijbelse uitdrukkingen:
Ook voor kunst is de bijbel een belangrijke inspiratiebron: poëzie, liederen, romans, beeldhouwwerken, schilderijen en iconen zijn pas te verstaan tegen de achtergrond van de tijd van de kunstenaar en de toenmalige houding ten aanzien van de bijbel.
Enkele voorbeelden:
1. De film "The prince of Egypt" is een vertolking van het Exodusverhaal. In de videofragmenten kan je enkele belangrijke stukken uit de film bekijken.
- De slavenarbeid van het volk Israël in Egypte.
Het volk Israël is in ballingschap in Egypte en is verplicht om slavenarbeid te verrichten. Ze hopen op een bevrijding vanwege hun God Jahweh.
Het eerste fragment uit de film 'The prince of Egypt' (1'29")
Hoge kwaliteit: 4,65Mb
Lage kwaliteit: 1,82Mb
- Jahweh geeft tekenen: de Nijl verandert in bloed.
Jahweh geeft tekenen aan zijn volk dat hij hen niet in de steek laat. Verscheidene plagen treffen Egypte zodat de farao het volk zal vrijlaten. De farao blijft echter halsstarrig en gelooft niet in de waarachtigheid van de God van de Israëlieten.
Het tweede fragment uit de film 'The prince of Egypt' (1'53")
Hoge kwaliteit: 5,88Mb
Lage kwaliteit: 2,30Mb- Farao Ramses laat de Israëlitische slaven vrij nadat Jahweh een plaag in Egypte stuurde waarbij alle eerstgeborenen stierven (ook de zoon van de farao). Het volk Israël trekt naar het beloofde land.
Het derde fragment uit de film 'The prince of Egypt' (0'59")
Hoge kwaliteit: 3,10Mb
Lage kwaliteit: 1,22Mb
2. Het lied: "When you believe" van Maria Carey en Withney Houston uit de film:"The Prince of Egypt" is gebaseerd op het Exodusverhaal waarin Mozes het volk Israël uit Egypte leidt.
Beluister dit nummer
Met snelle verbinding (
)
Met trage verbinding ()
WHEN YOU BELIEVE |
ALS JE GELOOFT |
| Many nights we pray With no proof anyone could hear And our hearts a hopeful song We barely understood Now we are not afraid Although we know there's much to fear We were moving mountains long Before we know we could |
Verscheidene nachten baden we zonder dat er een bewijs was dat iemand ons kon horen onze harten zongen een hoopvol lied we begrepen er nauwelijks iets van nu is onze angst verdwenen hoewel we weten dat er veel te vrezen is we hadden bergen verzet voor we begrepen waartoe we in staat waren |
| There can be miracles When you believe Though hope is frail It's hard to kill Who knows what miracles You can achieve Somehow you will You will when you believe |
Er kunnen wonderen ontstaan als je gelooft hoewel hoop broos is is ze moeilijk uit te roeien wie weet welke wonderen jij tot stand kan brengen je zal op een of andere manier iets bereiken als je gelooft |
In this time of fear |
In deze tijden van angst wanneer het gebed zo vaak bewijst zinloos te zijn lijkt hoop op zomerse vogels die veel te vroeg wegvliegen en nu ik hier sta is mijn hart zo vol, een gevoel dat ik niet kan verklaren ik zoek geloof en spreek woorden waarvan ik nooit dacht dat ik ze zou uitspreken |
| There can be miracles When you believe Though hope is frail It's hard to kill Who knows what miracles You can achieve Somehow you will You will when you believe |
Er kunnen wonderen ontstaan als je gelooft hoewel hoop broos is is ze moeilijk uit te roeien wie weet welke wonderen jij tot stand kan brengen je zal op een of andere manier iets bereiken als je gelooft |
| They don't always happen when you ask And it's easy to give in to your fear But when you're blinded by your pain Can't see your way safe through the rain Thought of a still resilient voice Says love is very near |
Wonderen gebeuren niet altijd als je erom vraagt en het is makkelijk om toe te geven aan je angsten maar wanneer je verblind bent door pijn en je je weg niet meer klaar ziet door de regen heen denk dan aan een stille stem die je vertelt hoe dichtbij de liefde is |
| There can be miracles When you believe Though hope is frail It's hard to kill Who knows what miracles You can achieve Somehow you will You will when you believe |
Er kunnen wonderen ontstaan als je gelooft hoewel hoop broos is is ze moeilijk uit te roeien wie weet welke wonderen jij tot stand kan brengen je zal op een of andere manier iets bereiken als je gelooft |
3. Kunstenaars laten zich ook nog in de 20ste - 21ste eeuw door bijbelse verhalen inspireren. Marjon Wit maakte in 1992 met acrylverf een modern schilderij gebaseerd op het zondvloedverhaal waarin Noach, een rechtschapen man, opdracht krijgt van God om een ark te maken voor hemzelf, zijn familie en alle diersoorten zodat zij in leven blijven tijdens de zondvloed die het zondige volk uitroeit.

4. Verhalen in boeken of strips zijn vaak gebaseerd op bijbelse elementen. Hieronder kan je een fragment uit de bijbel vergelijken met een fragment uit de strip "De kale kapper" van Suske en Wiske. De schrijver van het stripverhaal heeft zich duidelijk laten inspireren door de bijbel.
Bijbelfragment:
"Als mijn haren worden afgeschoren verlies ik mijn kracht en ben ik even zwak als ieder ander." Delila begreep dat hij nu de waarheid gesproken had. Zij liet de vorsten van de Filistijnen roepen en zei hun: "Nu moet u komen, want nu heeft hij de waarheid gesproken." Zij kwamen naar haar toe en hadden het geld bij zich. Zij liet Simson op haar knieën inslapen, en riep toen iemand binnen om de zeven vlechten van zijn hoofdhaar af te scheren. Zo slaagde zij erin hem machteloos te maken; hij was zijn kracht kwijt. Zij riep: "Simson! Daar zijn de Filistijnen!" Hij werd wakker en dacht: "Ik kom er wel uit, net als de vorige keren; ik schud ze wel van mij af." Hij wist echter niet dat de Heer hem verlaten had. De Filistijnen grepen hem, staken hem de ogen uit, brachten hem naar Gaza en legden hem met twee bronzen kettingen vast (Re 16, 16-21a).
Stripverhaal:


5. Het is duidelijk dat de bijbel een belangrijke bron is voor woord, beeld en muziek, maar de bijbel speelt ook nog steeds een rol in de ontwikkeling van ethiek, politiek en maatschappij. Vaak worden bijbelse motieven (zoals: niet doden, geen echtbreuk plegen en andere) aangehaald in debatten over euthanasie, abortus, bio-ethiek, seksuele ethiek et cetera.
De subdiscipline Bijbelwetenschappen omvat de studie op het terrein van de bijbel: dit is het Oude en het Nieuwe Testament. Centraal staat de interpretatie van de oude bijbelteksten die soms ver van onze tijdsgeest en cultuur afstaan. Hierdoor doet de discipline Bijbelwetenschappen een beroep op verschillende vaardigheden om deze teksten wetenschappelijk te bestuderen:
Een wetenschappelijke studie van de bijbel vereist kennis van de grondtalen waarin de bijbel geschreven is. Dit is het Hebreeuws (voor het Oude Testament) en het Grieks (voor stukken uit het Oude Testament en het gehele Nieuwe Testament), maar ook het Latijn omdat verschillende belangrijke kerkvaders in het Latijn gezaghebbende commentaren op de bijbel schreven. De K.U.Leuven biedt de student de mogelijkheid om deze talen te studeren, maar het is geen verplichting om al deze klassieke, bijbelse talen te leren. Iedere student moet verplicht één basiscursus van één taal naar keuze volgen. Deze basiscursussen zijn bedoeld om een elementaire kennis van de klassieke taal te verwerven. Je leert met behulp van een basiskennis aan grammatica en woordenschat en met behulp van werkinstrumenten zoals een woordenboek of een grammaticahulp zelfstandig kleine stukken bijbeltekst vertalen. Slechts voor bepaalde doctoraten binnen de kerkgeschiedenis en de Bijbelwetenschap waarbij er een studie op de grondteksten nodig is, zal kennis van deze klassieke talen noodzakelijk zijn.
Studie van bijbels Hebreeuws
In de basiscursus bijbels Hebreeuws begin je met het alfabet en woorden te leren. (Bekijk de Hebreeuwse schrijfwijze, de uitspraak van de woorden en de vertaling van enkele uitdrukkingen binnen het joodse geloof op: Hebreeuwse woorden. Als je de vertaling aanklikt, krijg je tevens informatie over de woorden.) Ook de basisgrammatica komt aan bod. Het is de bedoeling om een klein stukje bijbels Hebreeuws zelfstandig te leren vertalen met behulp van een woordenboek.
Het Hebreeuws alfabet bestond aanvankelijk slechts uit medeklinkers. Klinkers werden wel uitgesproken, maar niet neergeschreven. Vanaf de Middeleeuwen voegden de massoreten (joodse tekstcritici) een klinkersysteem toe aan de consonantenteksten (dit zijn teksten die uitsluitend bestaan uit medeklinkers) bestaande uit puntjes en streepjes onder en boven de medeklinkers zodat de correcte uitspraak overgeleverd kon worden nu het Hebreeuws geen volkstaal meer was. Hieronder kan je het Hebreeuwse alfabet eens bekijken. Hebreeuws (en dus ook dit alfabet) wordt gelezen van rechts naar links.

Studie van bijbels Grieks

In de basiscursus bijbels Grieks begin je met het alfabet en woorden te leren. Ook de basisgrammatica komt aan bod. Het is de bedoeling om een klein stukje bijbels Grieks zelfstandig te leren vertalen met behulp van een woordenboek.

Het studiegebied van het Oude Testament concentreert zich op de ontstaansgeschiedenis en de interpretatie van het Oude Testament. Specifieke aandacht gaat uit naar de archeologie, de godsdienst van Oud-Israël en de theologie van het Oude Testament.
a. Archeologie
In de studie van het Oude Testament zal een aanzienlijk gedeelte van de cursus toegespitst zijn op de archeologie; bijbelverhalen worden bevraagd op hun historiciteit. Over welke verhalen weten we op historisch vlak niets? Indien er wél een archeologisch gegeven (opgraving van een ruïne, een voorwerp,…) is, legitimeert dit gegeven dan het hele relaas van het bijbelverhaal? Zijn buitenbijbelse bronnen meer betrouwbaar dan de bijbel? Wat doen wetenschappers als een buitenbijbelse bron een tegengestelde visie geeft op het relaas van de bijbel?
De aartsvaderverhalen, het verblijf in Egypte, de uittocht, de intocht in Kanaän en de verschillende perioden van overheersing in Israël, worden in de studie van het Oude Testament bestudeerd op hun historiciteit. Ook de verschillende pogingen tot wetenschappelijke verklaring worden aangehaald. Hoe interpreteert men vandaag de dag bijvoorbeeld de tien plagen op naturalistische, wetenschappelijke wijze? Doet zulke wetenschappelijke verklaring geen onrecht aan de bedoeling van de tien plagen in de bijbel? Deze vragen komen aan bod in de cursus 'Inhoud en theologieën van het Oude Testament'.
b. Cultuur en godsdienst van Oud-Israël en omringende gebieden
Een studie van de teksten van het Oude Testament is slechts mogelijk binnen een studie van de toenmalige context. Zonder begrip van de context waarin een bijbeltekst tot stand is gekomen, is een juist verstaan van de tekst onmogelijk. Israël was een gebied, gelegen tussen grootmachten, dat voortdurend overheerst werd door andere volkeren. Grieken, Perzen en Romeinen hebben de cultuur en de godsdienst van Oud-Israël beïnvloed. Uit verscheidene buitenbijbelse bronnen blijkt dat de visie op de eenheid onder de joden in de bijbel (de joden als één volk) ideologisch is. Het blijkt dat er onder de joden verschillende bewegingen leefden: Zeloten, Essenen, Farizeeërs, Sadduceeën, doopbewegingen en andere. Door de ontdekking van de grotten van Qumran (zie foto), gelegen nabij de Dode Zee, tussen 1947 en 1956, verwierven wetenschappers meer kennis over het leven voor en tijdens het leven van Jezus. De papyrusrollen die er gevonden werden (men noemt deze vondsten: De Dode Zeerollen), bieden een beter zicht op de toenmalige context. Deze vondsten in Qumran zijn dan ook van een groot belang voor de Bijbelwetenschap. Foto's en informatie over Qumran vind je op Dead Sea Scrolls: Qumran.
c. Theologie van het Oude TestamentIn de studie van het Oude Testament is het voor theologen belangrijk om na te gaan welke theologische visie er in de bijbelse teksten naar voren komt. Hoe wordt God voorgesteld in de verschillende teksten van het Oude Testament? Welke theologische visie zit er achter het verhaal van de tien plagen van Egypte? Hoe stelt men God voor in het scheppingsverhaal? Wat is het verband tussen de theologische visie en de context waarin de verhalen werden neergeschreven?
Er wordt bijvoorbeeld frequent gezegd dat de God van het Oude Testament wreed is en deze van het Nieuwe Testament de liefde betuigt (het contrastmodel waarbij het Oude Testament in schril contrast wordt gezien met het Nieuwe Testament). Deze visie doet onrecht aan het Oude Testament waarbij God ook als een positiva optreedt; bijvoorbeeld als schepper en bevrijder. Deze en andere gevaarlijke veralgemenende uitspraken worden in de cursus 'Inhoud en theologieën van het Oude Testament' op wetenschappelijke wijze bestudeerd.
In de studie van het Nieuwe Testament bestudeert men het christendom door middel van bijbelse en buitenbijbelse geschriften. In welke mate komen de bijbelse teksten overeen met buitenbijbelse bronnen? Wat wordt er door niet-christelijke auteurs over Jezus geschreven?
Overigens wordt er veel aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament, de historische context waarin dit Testament tot stand kwam en de inhoud van de geschriften. Zonder kennis van deze aspecten is het onmogelijk het Nieuwe Testament op een verantwoorde manier te lezen.
a. Geschiedenis en vorming van de teksten van het Nieuwe Testament
Het probleem in de studie van het Nieuwe Testament is dat we niet beschikken over een originele tekstversie, maar wel over een enorme hoeveelheid kopieën van teksten waarbij er een enorme diversiteit is tussen de teksten onderling. Er zijn ontelbare verschillen tussen de verschillende tekstversies, waarbij sommige verschilpunten klein, doch andere zeer groot zijn. Centraal staat de vraag: "Welke weg heeft de tekst afgelegd voor hij in onze handen terecht gekomen is?" Met deze vraag houdt de tekstkritiek zich bezig: ze zoekt naar de meest oorspronkelijke versie van de teksten. In de studie in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen leer je over welke tekstversies wetenschappers beschikken. Sommige versies dateren van de tweede tot de vierde eeuw en zijn op papyrus geschreven, andere tekstversies zijn op perkament geschreven en dateren van de vierde tot de negende eeuw. Daarenboven beschikken we ook nog over tekstfragmenten tot de zestiende eeuw. Uit deze enorme hoeveelheid aan tekstgetuigen blijkt hoe gunstig we geïnformeerd zijn over het Nieuwe Testament. De oudste, bewaarde manuscripten dateren immers van 120 na Christus wat wil zeggen dat ze slechts een paar decennia na het ontstaan van de bijbel zijn geschreven. Ter vergelijking: de oudste kopieën van de werken van Plato (427-347 voor Christus) dateren van 895 na Christus!
In de cursus Inhoud en theologieën van het Nieuwe Testament kom je te weten over welke tekstversies wetenschappers beschikken en hoe ze de wetenschappelijke tekstkritische methode toepassen om te bepalen welke teksten de originele tekstversie weerspiegelen en welke teksten veranderingen ondergaan hebben.
b. Historische context
De teksten van het Nieuwe Testament zijn ontstaan in een wereld die grondig verschilt van de onze. Kennis over die wereld waarin het Nieuwe Testament is ontstaan, is onontbeerlijk om de bijbelse boodschap te verstaan. Centraal in deze nieuwtestamentische wereld staan het jodendom en het hellenisme.
Het christendom ontstond uit het jodendom aanvankelijk als een sekte, maar groeide in de loop van de eeuw uit tot een zelfstandige religie die een plaats verwierf in de Grieks-Romeinse cultuur. Hierdoor is het van belang ook het jodendom en de Grieks-Romeinse cultuur te bestuderen om het groeiproces van het christendom in zijn context te begrijpen.
c. De inhoud van de geschriftenDe inhoud van de geschriften wordt bestudeerd met behulp van allerlei inzichten en methoden die afkomstig zijn van de hedendaagse literaire en historische wetenschappen. Hoe zijn de teksten ontstaan? Hoe komt het dat de drie eerste evangeliën (synoptische evangeliën) zoveel gelijkenissen vertonen met elkaar? En waarom vertoont het evangelie van Johannes meer verschillen? Hoe is de structuur van de teksten? Welke literaire genres komen er aan bod? En hoe moeten deze literaire genres geïnterpreteerd worden?
Een fragment uit de film 'Jésus de Montréal' (1'56")
Hoge kwaliteit: 6,08Mb
Lage kwaliteit: 2,37Mb
In het filmfragment uit Jésus de Montréal wandelt Jezus over het meer terwijl zijn apostelen toekijken. Petrus beslist hem te volgen, maar zinkt onder water omdat hij begint te twijfelen. Jezus kijkt naar Petrus om en noemt hem een kleingelovige. Terug op het land wandelt Jezus naar een blinde vrouw toe en wrijft met zijn handen over haar ogen. De blinde vrouw opent haar ogen en zegt: "Ik kan u zien". Tenslotte wekt Jezus een dode man op.
Wat we in het filmfragment zien, is gebaseerd op diverse verhalen uit de evangeliën. Jezus wordt op de allereerste plaats als wonderdoener voorgesteld. De wonderen zijn het teken dat de lang verwachte "Messias" gekomen is. Deze gedachte blijkt duidelijk uit de vraag van Johannes de Doper die in de gevangenis over de daden van de Messias hoort spreken en door zijn leerlingen aan Jezus laat vragen: "Bent U het die komen zou, of hebben we een andere te verwachten?" (Mt 11,3). Daarop antwoordt Jezus: "Ga aan Johannes vertellen wat ge hoort en ziet: Blinden zien weer en kreupelen lopen, melaatsen worden rein, en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd. Gelukkig degene die geen aanstoot aan mij neemt" (Mt 11,4-6).
Deze verhalen, neergeschreven tussen 70 en 100 na Christus vertellen ons wie de persoon Jezus was. Er is echter een grote cultuur-historische kloof tussen het jaar 70 van de eerste eeuw van onze jaartelling en het jaar 2003: wij leven in een andere maatschappij, kennen andere gewoonten, hebben een andere wereldvisie, gebruiken een andere taal enzovoort. Net zoals wij in onze taal gebruik maken van literaire genres (bijvoorbeeld een ironisch verhaal, een sarcastische mop en andere) en bewust en onbewust verwijzen naar elementen uit onze cultuur en onze maatschappij, werden in het neerschrijven van verhalen over Jezus in de eerste eeuw van onze jaartelling ook literaire genres (het wonderverhaal, de parabel, de allegorie, de mythe enzovoort) en culturele referenties gebruikt (de referentie naar het einde der tijden of de eschatologie).
In de Bijbelwetenschappen bestudeert men onder andere de literaire vorm van de genezingsverhalen, de duiveluitdrijvingen of exorcismeverhalen, de dodenopwekkingen en de natuurwonderen zoals het lopen over water en het vermenigvuldigen van het brood. Er wordt onderzocht hoe we bijvoorbeeld het lopen over het meer moeten interpreteren.
Verschillende interpretaties worden kritisch onder de loep genomen:
Ook de woorden die Jezus ons gebood worden onderzocht. Hoe moeten we bijvoorbeeld de uitspraak interpreteren: "Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: U zult uw naasten liefhebben en uw vijanden haten. Maar ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen." (Mt 5, 43-44) Moeten we deze uitspraken letterlijk opvatten en in elke situatie te pas en te onpas gebruiken? Wat bedoelde Jezus met deze uitspraak in zijn tijd? En hoe is wat hij bedoelde in onze tijd toe te passen? In de colleges Bijbelwetenschappen zal je kennis maken literaire genres, met de structuur van verhalen, de Sitz im Leben of de context waarbinnen een tekst tot stand kwam en de godsdienst-historische achtergrond van de evangelische verhalen. Je zal verschillende interpretatiemethodes bestuderen en hierdoor leren om de grens te trekken tussen een verantwoorde en een fundamentalistische interpretatie van de bijbel.
"De geschiedenis herhaalt zich. Ze moet wel, want de eerste keer luistert er niemand."
(Woody Allen)
"Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd deze te herhalen."
(George Santayana)
![]() |
De menselijke cultuur is in leven door verhalen. Geen mens kan zonder geschiedenis om een stuk uit zijn levensverhaal te vertellen. Wie je bent, ben je geworden en er participeren vele mensen aan je levensverhaal evenals vele gebeurtenissen. Hetzelfde geldt voor een groep, een volk, een land, een cultuur, een godsdienst.
|
Ook in de master onder de major Geschiedenis van kerk en theologie is er een keuze om een periode uit de kerkgeschiedenis uit te diepen:
Zoals blijkt is de geschiedenis opgedeeld in 3 verschillende perioden: 1. de Oudheid, 2. de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd en 3. de Nieuwste tijd.
Het christendom is ontstaan in het Romeinse Rijk, vanuit een joodse achtergrond en in een cultuur die hellenistisch gekleurd was. Hoe hebben de vroege christelijke gemeenschappen zich in deze veelzijdige context ontwikkeld? Ondanks soms erge vervolgingen slaagden de eerste christenen erin zich als een dynamische religie in het rijk door te zetten. In 313 werd de vervolgde religie getolereerd en korte tijd later werd het christendom de staatsgodsdienst van het rijk. Het verspreidde zich over heel de toenmalige beschaving met twee centra: het Byzantijnse oosten en het Romeinse westen. Het ontplooide een intense religieuze dynamiek, onder meer door het ontstaan van het monnikendom, en creëerde een eigen christelijke theologie, die de grondslag vormde van wat christenen tot op heden als hun gemeenschappelijk geloof erkennen. Door dit blijvend gezag worden de oudste teksten van het christendom ook in de tegenwoordige theologische opleiding intensief bestudeerd. In de cursus Geschiedenis van kerk en theologie: Oudheid worden de ontwikkelingen van het vroege christendom uiteengezet.
In de Middeleeuwen verschoof het zwaartepunt van het christendom van de mediterrane naar de Atlantische wereld. Na de val van het Romeinse Rijk en de grote volksverhuizingen werd de kerk de motor van de culturele heropleving en werkte ze zich op tot het fundament van de middeleeuwse samenleving. In de cursus 'Geschiedenis van kerk en theologie: Middeleeuwen - Nieuwe Tijd' worden de grote lijnen van deze ontwikkeling geschetst, met bijzondere aandacht voor het interne kerkelijke leven. Op zijn hoogtepunt in de 13e eeuw kreeg de middeleeuwse, van religie doordrenkte cultuur gestalte in de gothische kathedralen en werd de wetenschap beoefend aan de universiteiten, waarin theologische faculteiten een scholastieke theologie ontwierpen. Daarnaast kwam ook een intens mystiek leven tot bloei, die bijvoorbeeld in de Middelnederlandse literatuur haar neerslag vond. Naast grootsheid kende de middeleeuwse kerk ook veel conflicten, zoals de spanningen tussen geestelijke en wereldlijke macht en de tragische breuk tussen het westers en het oosters christendom. Daarbij is er de confrontatie met de islam, die vanaf de 11e eeuw in de kruistochten tot gewelddadige conflicten leidde. Tegen het eind van de Middeleeuwen raakten kerk en samenleving in een crisis, maar dienden ook nieuwe perspectieven zich aan, zoals het opkomende humanisme.
De nieuwe, moderne tijd begint op religieus gebied met de Reformatie. Martin Luther verwoordde op een uitdagende manier de afkeer van kerkelijke wantoestanden, maar vertolkte ook een vernieuwd inzicht in de kern van het christelijke geloof. Uitvoerig wordt in de cursus 'Geschiedenis van kerk en theologie: Middeleeuwen - Nieuwe Tijd' de opkomst en verspreiding van dit nieuwe, protestantse geloof beschreven, dat tot een dramatische scheuring in de westerse christenheid leidde. Welke waren de nieuwe visies van het protestantisme op geloof en christendom? Hoe organiseerden deze nieuwe kerkgemeenschappen zich? De katholieke kerk reageerde op de Reformatie met een Contra-Reformatie, die tegelijk een dynamische hervorming inhield en bijvoorbeeld tot uiting kwam in de barokcultuur. De scheuring ging gepaard met talloze conflicten en gaf aanleiding tot bittere godsdienstoorlogen. Moeizaam groeide in deze context het besef van de noodzaak van wederzijdse tolerantie. In de zeventiende eeuw brak een revolutie in het denken door, die in de achttiende-eeuwse Verlichting haar hoogtepunt bereikte. De gevestigde waarden en waarheden van kerk en theologie werden ter discussie gesteld. Tegelijk begonnen nieuwe politieke en sociale ideeën door te dringen, die de christelijke kerken ertoe dwongen hun plaats in de samenleving te herdenken.
Na de revolutionaire gebeurtenissen van eind 18e eeuw stond de kerk voor de opdracht haar positie te bepalen tegenover de moderniteit, die tot uitdrukking kwam in een liberale, seculaire, industriële samenleving (met nieuwe stromingen als het socialisme), in de opkomst van de wetenschappen, in de tanende invloed van de kerk in de maatschappij. De cursus Geschiedenis van kerk en theologie: Nieuwste Tijd onderzoekt de invloed van deze processen op het kerkelijk leven en beschrijft de manier waarop de kerk op deze uitdagingen reageerde. In de 19e eeuw leidde de confrontatie vaak tot conflicten tussen machtsaanspraken van kerk en staat. Ook binnenkerkelijk waren er spanningen tussen stromingen die een tegenstrijdige positie van de kerk tegenover de moderne wereld nastreefden. In de katholieke kerk werd een overwegend conservatieve positie afgezworen op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Uitvoerig wordt nagegaan hoe op dit concilie getracht werd de kerk te vernieuwen en haar een aan de tijd aangepaste gestalte te geven, zodat ze een inspirerende rol in de moderne wereld kon vervullen. Door inzicht te verwerven in de strategieën die het kerkelijk leven sindsdien geleid hebben, kunnen we tot een beter begrip van de actuele situatie van de kerk in de samenleving komen.
Een fragment uit de film 'Daens' (1'37")
Hoge kwaliteit: 5,07Mb
Lage kwaliteit: 1,98Mb
In Vlaanderen werd de 19e eeuw gekenmerkt door schrijnende sociale wantoestanden ten gevolge van de industrialisatie. De fabriekseigenaars willen zoveel mogelijk winst maken op een zo kort mogelijke tijd en zetten arbeiders - ook kinderen - in die voor hen werken: zwaar onbetaald werken deze arbeiders twaalf uren per dag in mensonwaardige en soms zelfs gevaarlijke omstandigheden. In Aalst, een kleine industriestad, komen de gebroeders Daens tegen deze schrijnende sociale toestand op. Pieter Daens reageert door het uitgeven van kranten, Adolf Daens reageert als priester tegen de sterk elitair gerichte kerk. In zijn preken reageert priester Daens tegen de hypocrisie van de rijken. Ze luisteren naar het woord van de bijbel, maar passen het niet toe in het dagelijkse leven. In de kerk luisteren ze naar verhalen over de omgang van Jezus met de armen, in hun fabrieken buiten ze de arme massa uit. Samen met gelijkgezinden willen de gebroeders Daens de situatie veranderen, met steun van de pauselijke encycliek Rerum Novarum geschreven door paus Leo XIII (1891), die de sociale problematiek erkent en hierin ook daadwerkelijk verandering wil brengen. (Klik hier om de volledige encycliek Rerum Novarum te lezen op de website van het Vaticaan)
In de subdiscipline Geschiedenis van kerk en theologie wordt de geschiedenis van de Rooms-katholieke kerk bestudeerd. Belangrijke personen, documenten (zoals onder andere de encycliek Rerum Novarum), concilies en gebeurtenissen uit het verleden worden bestudeerd in de toenmalige context en er wordt een link gelegd naar vandaag toe. Kennis over de geschiedenis van de kerk geeft ons meer zicht op de kerk en de rol en functie van religie van vandaag.
Als je in de master in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen (tweede licentie) de major Geschiedenis van kerk en theologie wil volgen, dan moet je minimum de basiscursus Latijn 1A gevolgd hebben.
Basiscursus Latijn 1A
In de basiscursus bijbels Latijn verwerf je voldoende basiskennis om op het einde van de cursus zelfstandig een tekst in het Latijn te lezen met behulp van een woordenboek en een grammaticaboek.

Volledig overzicht van de basiscursus 'Christelijk Latijn'.
Wat is geloven voor christenen? En wat geloven christenen? Wat is voor hen religieuze waarheid? Wat houden zij als waar? En tenslotte: hoe gaan zij met deze waarheid om?
De discipline van de systematische theologie concentreert zich op deze vragen. Ze bestudeert het christelijk geloof vanuit twee perspectieven: (1) de wijze waarop christenen geloven en (2) de inhoud en uitdrukking van dit geloof. Ze doet dit op verantwoord wetenschappelijk-kritische wijze. Geloven is niet zomaar van alles aannemen wat we niet zeker weten, maar heeft met een levenswijze en -keuze te maken. Geloofsuitdrukken, en hieronder vallen ook de 'dogma's', worden niet alleen bestudeerd om ze te verduidelijken, maar worden ook bevraagd op hun geloofwaardigheid voor christenen van vandaag. Want het uiteindelijke doel van de systematische theologie is te komen tot een hedendaagse verantwoording en synthese van het christelijke geloof, in antwoord op de vragen van onze tijd, cultuur en samenleving.
Recente vragen uit de systematische theologie zijn:
In de vakken systematische theologie wordt aan de K.U.Leuven onder meer aandacht besteed aan de fundamentele theologie, schepping en heilsgeschiedenis, christologie en bevrijdingstheologie.
In de christelijke traditie hebben theologen, concilies, pausen, maar ook gewone gelovigen en geloofsgemeenschappen getracht hun geloof uit te drukken in taal en teken. Vaak gebeurde dit als antwoord op zeer specifieke vragen in zeer specifieke situaties (interne discussies, vervolgingen, contact met filosofen, wetenschappers en andere godsdiensten, revoluties, schrijnende armoede en onrecht, enzovoort). Binnen de fundamentele theologie doet men onderzoek naar de wijze waarop dit gebeurde. Dit doet men niet vanuit een louter historische interesse, maar om na te gaan hoe christenen dit vandaag opnieuw kunnen doen. Want ook vandaag staan christenen voor de vraag wat geloven werkelijk is en hoe ze aan dit geloof in handelen, taal en teken gepast gestalte kunnen geven.
Een college dat hierop verder ingaat, is bijvoorbeeld Fundamentele theologie: geloof en openbaring.
In de scheppingsleer probeert men de wereld te duiden in verhouding tot God. De wereld als schepping aanzien, betekent erkennen dat God de wereld als wereld mogelijk maakt. De ontwikkeling van de wereld en de geschiedenis van mensen wordt benaderd als heilsgeschiedenis. Hoezeer een harde en bedreigende werkelijkheid dit ook lijkt tegen te spreken, de uiteindelijke toekomst is er één van harmonie en welzijn. Deze voltooiing van de wereld proberen christenen te realiseren door een menswaardige gemeenschap uit te bouwen in het spoor van Jezus. De inspanning die christenen leveren - met vallen en opstaan - wordt 'kerk' genoemd.
De eerste christenen hebben na Jezus' dood blijkbaar een bijzondere ervaring opgedaan, zodat ze gaan belijden zijn dat Jezus verrezen is, dat hij de Christus (Gezalfde, Messias) is, ja zelfs dat hij de Zoon van God is - meer nog: tegelijk God en mens. Vandaag vinden we dergelijk spreken niet zo evident. We hebben niet alleen moeite met de taal maar ook met de inhoud. Vandaar dat het nodig is om na te gaan in welke historische context, als antwoord op welke precieze vragen, in welke taal, en met welke bedoeling deze eerste christenen dat gedaan hebben. Slechts dan kunnen we gaan nadenken wat dit vandaag kan betekenen: bij welke ervaringen van christenen dit verrijzenisgeloof en de belijdenis dat Jezus de Christus is, aansluiten. Pas dan ook kan gezocht worden naar een taal die aan dit geloof voor hedendaagse christenen gepast uitdrukking kan geven. Hetzelfde geldt voor de leer van de drie-eenheid: God is Vader, Zoon en heilige Geest. Hoe is deze trinitaire visie tot stand gekomen? En hoe kan dit geloof vandaag nog betekenis hebben?
Deze en andere vragen komen aan bod in de cursus Christologie en triniteit.
Illustratie: The Passion (A Mel Gibson film)
De trailer van de film 'The Passion' (1'45")
Hoge kwaliteit: 5,51Mb
Lage kwaliteit: 2,28Mb'The Passion' is een levendige verfilming van de laatste twaalf (en dus niet de laatste vierentwintig) levensuren van Jezus van Nazareth. De film is gesproken in het Aramees en het Latijn en wordt niet ondertiteld om het verhaal van Jezus zo getrouw mogelijk weer te geven.
Waarom is Christus gestorven?
Wie is er verantwoordelijk voor de moord op Jezus?
Was Jezus' lijden op het kruis echt?
Waarom heeft Jezus niet geprobeerd om zich te redden van de kruisdood?
Wat maakt zijn lijden en dood uniek?
Hoe kan Jezus tegelijk mens en God zijn?
Wat betekent het dat Christus voor onze zonden gestorven is aan het kruis?
Is Jezus werkelijk verrezen?
Wat betekent verrijzen?
Wat heeft Jezus veranderd in de wereldgeschiedenis?
![]()
De film 'The Passion' van Mel Gibson veroorzaakt tegenstrijdige meningen. Gibson reageert op de kritiek: "Iedere keer als je zo'n onderwerp behandelt, krijg je nu eenmaal een boel vijanden."
Onder de vele critici heeft het ad hoc-comité van het Secretariaat voor Oecumenische en Interreligieuze zaken van de Amerikaanse bisschoppen een rapport aan de film gewijd (van achttien bladzijden) op basis van uitsluitend het script. Het comité, bestaande uit negen joodse en christelijke academici, bekritiseert uiteenlopende zaken zoals:
- de afmetingen van het kruis
- de talen die men spreekt
- de armzalige ontwikkeling van de personages
- de kledij van de personages
- enzovoort
Joodse groepen vrezen dat de film tot jodenhaat zou kunnen aanzetten (omdat ze in het passieverhaal opnieuw zouden aangeduid worden als de moordenaars van Christus), maar een groep protestantse leiders die onlangs een "ruwe" montage zagen van de film, spreken over het meest aangrijpende Jezusportret uit de filmgeschiedenis.
Uit het Vaticaan kwamen zowel lovende als relativerende commentaren op de kwaliteit en de betekenis van de film.
De acteur Caviezel, die de rol van Jezus vertolkt, stond telkens om twee uur voor dag en dauw op en at nauwelijks om het lijden van Christus zo getrouw en zo aangrijpend mogelijk weer te geven...
- Is de Jezus van 'The Passion' een getrouwe weergave van Jezus van Nazareth?
- Geeft deze film het lijden van Christus reëel weer?
- Lijkt de Jezusfiguur werkelijk op Jezus of zag Jezus er anders uit?
- Was Jezus een blanke man? Als Jezus geen blanke man was, waarom wordt hij dan bijna altijd als een blank persoon afgebeeld?
- Is het eigenlijk wel mogelijk om een historisch beeld van Jezus te maken? Weten we daarvoor genoeg van Jezus?
- Is het zo belangrijk dat Jezus historisch precies wordt weergegeven? Of mag de kunstenaar ook zijn eigen geloof leggen in de beelden die hij van Jezus maakt?
- Weerspiegelt het Jezusbeeld in de film niet altijd in de eerste plaats het Jezusbeeld van de persoon die de film maakt?
Deze en andere vragen zijn voorbeelden van vragen die de dogmaticus binnen het terrein van christologie en triniteit onderzoekt.
Bevrijdingstheologieën confronteren zich met urgente problemen zoals extreme armoede, lijden, vervolging en onderdrukking. De vorm van deze theologiebeoefenig wordt vaak contextuele theologie genoemd. Dit houdt in dat ze gericht is op de concrete context van een uitgebuit of een vervolgd volk. Centrum van deze theologiebeoefening zijn dan ook niet de theologen, maar het volk zelf. Het volk is het subject van de theologie, het volk is de verkondiger van de heilsboodschap tegen structuren van onrecht, armoede en verdrukking in. Met andere woorden: bevrijdingstheologie is in eerste instantie ingaan op de praxis van het volk en in tweede instantie theologisch reflecteren. In de bevrijdingstheologische reflectie is er een combinatie van twee elementen: bevrijdende bijbellezing en een kritische maatschappij-analyse om inzicht te verwerven in de mechanismen van de onderdrukking.
De tweede golfoorlog in Irak (2003) was een oorlog waarin verwijzingen naar God een vooraanstaande rol spelen. God werd zowel aanroepen door Bush en Sadam toen ze hun volkeren het begin van de strijd aankondigden. En ook wie tegen de oorlog was, zoals Johannes Paulus II, deed dat op Gods gezag. Wat deed het Opperwezen aan het front van deze 21e eeuw?
"God met ons" zegden zowel Bush als Sadam in hun 'ten-oorlog'-speeches, alsook in de verdere rechtvaardiging ervan. Enkele illustraties:
Religieuze uitspraken van Bush
"Landgenoten, de gevaren voor ons land en de wereld zullen worden overwonnen. Wij zullen deze tijd van levensgevaar doorkomen en doorgaan met vredeswerk. Wij zullen onze vrijheid verdedigen. Wij zullen anderen vrijheid brengen. En wij zullen zegevieren. Moge God ons land en allen die het verdedigen zegenen."
"Terwijl we troepen sturen en allianties aangaan om de wereld veiliger te maken, mogen we niet vergeten dat we als gezegend land ook geroepen zijn om de wereld beter te maken."
"Amerika is een vrij volk en beseft dat iedereen recht heeft op vrijheid, dat de toekomst van elk land gebaseerd is op vrijheid. De vrijheid die ons zo dierbaar is, is geen geschenk van Amerika aan de wereld, maar van God aan de mensheid.
Wij Amerikanen, wij geloven in onszelf, maar niet alleen in onszelf. Wij beweren niet dat we alle wegen van de Voorzienigheid kennen, maar we geloven erin en we kunnen ons verlaten op de liefhebbende God, de vader van alle leven en van de geschiedenis.
Moge Hij ons leiden in deze moeilijke tijden en moge God de Verenigde Staten van Amerika blijven zegenen."Religieuze uitspraken van Sadam
"O, Irakezen en moedige mannen in onze natie. Voor jullie, voor onze glorierijke natie, onder het vaandel van de jihad (heilige oorlog) en de nationale godsdienst, voor onze dierbare waarden, familie en kinderen. Ik wil niet meer herhalen wat er moet en zal gebeuren om ons geliefde land en alles wat heilig is te verdedigen, maar ik zal dit zeggen: ieder van ons uit de familie van het trouwe, geduldige en door kwaadaardige vijanden onderdrukte Irak moet zich herinneren en niet vergeten dat deze dagen bij zullen dragen tot de eer en glorie die jullie zullen verdienen voor God. Dat de ongelovigen, de vijanden van God en van de mensheid zich mogen schamen. Jullie zullen overwinnen, o Irakezen, en met jullie de zonen van jullie natie. Door Gods wil zullen jullie zegevieren en zullen jullie vijanden worden beschaamd en onteerd."
"God is groot. Lang leve Irak en Palestina. Lang leve onze glorierijke natie en zij die houden van vrede, veiligheid en het recht van mensen om vrij te leven op basis van gerechtigheid. Lang leve de jihad . Lang leve Palestina."
In oren van godsdienstwetenschappers en theologen in Europa klinken dergelijke uitspraken als godslastering. In de Verenigde Staten en de islamwereld raken dergelijke oproepen echter een nog steeds zeer aanwezige religiositeit. Professor J. Kerkhofs SJ, emeritus-hoogleraar en socioloog spreekt over de religiositeit van Bush en Sadam: "Voor zover een mens in het hart van een ander kan kijken, die hij alleen van tv-beelden kent, lijkt mij de geloofsijver van president Bush authentiek. Het is geworteld in een protestantse theologie van de persoonlijke verandering. Bush benadrukt het telkens weer: het geloof heeft ervoor gezorgd dat hij zijn leven niet heeft verknoeid. Bush is er blijkbaar van overtuigd dat God hem persoonlijk heeft uitgekozen voor zijn missie als president. De bekering van Sadam is dan weer een politiek verhaal. Hij is een volmaakt atheïst die religie gebruikt als het in zijn kraam past. Toen hij aan de macht kwam in 1979 had hij sinds zijn kindertijd geen moskee meer van binnen gezien. Tijdens de eerste golfoorlog in 1991 ging hij zich plots opwerpen als verdediger van het geloof en gebruikte hij voor het eerst de term jihad (heilige oorlog). Steeds vaker liet hij zich afbeelden als trouw volgeling van de profeet, van wie hij beweert af te stammen."
Het komt er dan niet op aan of je in God gelooft, maar in welke God je gelooft. God kan gebruikt worden in dienst van het kwaad. Men beroept zich op God om onaanvaardbare daden te legitimeren: Bush en Sadam gebruikten God om een oorlog te legitimeren.
Maar God kan ook worden aangehaald om te protesteren tegen het kwaad, men beroept zich dan op God als vraag naar het goede, naar rechtvaardigheid.
Kardinaal Danneels en bisschop Schruers sloten zich aan bij de afkerige houding van het Vaticaan tegenover de tweede golfoorlog:
"God laat veel dingen zeggen. Alleen, God maakt geen oorlog! Ze misbruiken God. Hij blijft een gemakkelijke paraplu." (kardinaal Danneels)
SOLO LE PIDO A DIOS
Onderstaand lied "Solo le pido a Dios" (vertaling: Ik wil alleen maar aan God vragen) is een oproep tot de mens om geen onverschillige houding aan te nemen ten opzichte van het lijden. In het lied spreekt men Gods naam uit in functie van het goede, in functie van de rechtvaardigheid en de liefde. Het is in deze godsvisie niet mogelijk om lijden of onrecht te legitimeren op basis van God, integendeel, deze God protesteert tegen het kwaad. Godsdienst kan zowel heil als onheil brengen. Godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen gaan over godsdienst én over godsdienstkritiek, over verkeerd en gevaarlijk gebruik van godsdienst. Niet elke vorm van godsdienst is zonder meer aanvaardbaar. In de studie aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen leer je kritisch omgaan met religiositeit en leer je de grens trekken tussen het aanvaardbare en het onaanvaardbare.
Met snelle verbinding
Met trage verbinding
Solo le pido a Dios Ik wil alleen maar aan God vragen Solo le pido a Dios
Que el dolor no me sea indiferente
Que la reseca muerte no me encuentre
Vacio y solo sin haber hecho lo suficiente
Ik wil alleen maar aan God vragen dat ik
niet onverschillig zou zijn voor het lijden
dat de dode droogte mij niet overvalt, de
leegte die mij het levensnoodzakelijke niet
meer geeft.
Solo le pido a DiosQue lo injusto no me sea indiferente
Que no me abofetee la otra mejilla
Despues de que una garra me arano esta
Suerte
Ik wil alleen maar aan God vragen dat het
onrecht mij niet onverschillig laat, dat ze
niet op mijn andere wang slaan als dit
verlangen mij met een klauw wordt ontrukt
Solo le pido a Dios
Que la guerra no me sea indiferente
Es un monstruo grande y pisa fuerte
Toda la pobre inocencia de la gente
Ik wil alleen maar aan God vragen dat de
oorlog mij niet onverschillig laat, het is een
groot monster dat de arme onschuld van
het volk met geweld vertrappelt
Solo le pido a Dios
Que lo injusto no me sea indiferente
Si un traidor puede mas que unos cuantos
Que esos cuantos no lo olviden facilmente
Ik wil alleen maar aan God vragen dat het
onrecht mij niet onverschillig laat, als een
verrader méér dan één keer toeslaat, die
vele keren vergeet men niet gemakkelijk
Solo le pido a Dios
Que el futuro no me sea indiferente
Desahuciado esta el que tiene que marchar
A vivir una cultura diferente
Ik wil alleen maar aan God vragen dat de
toekomst mij niet onverschillig laat, dat de
hoop niet ontnomen wordt aan hem die op
weg is naar een andere cultuur
Solo le pido a Dios
Que la guerra no me sea indiferente
Es un monstruo grande y pisa fuerte
Toda la pobre inocencia de la gente
Ik wil alleen maar aan God vragen dat het
onrecht mij niet onverschillig laat; het is
een groot monster dat de arme onschuld
van het volk met geweld vertrappelt.
De ethiek houdt zich bezig met maatschappelijke problemen. Het is de studie die nagaat wat wenselijk en haalbaar is, d.w.z welke handeling gezien de context (= de situatie) en de intentie (= de bedoeling van diegene die handelt) moreel goed is. Om tot een adequaat oordeel te komen in een concrete situatie, moet de ethicus beschikken over denkmodellen. Deze denkmodellen leer je in de fundamentele ethiek: het betreft verschillende perspectieven van waaruit een probleem benaderd kan worden. In de andere cursussen ethiek worden de inzichten van de fundamentele ethiek toegepast op concrete domeinen: milieu-ethiek, bio-ethiek, vredesethiek, seksuele en relationele ethiek, biomedische ethiek, business-ethiek enzovoort.
Voorbeelden van ethische kwesties zijn bijvoorbeeld de maatschappelijke discussies rond het toepassen van abortus, nieuwe fertilisatietechnieken, euthanasie, de doodstraf, genetische screening en andere. Is het geoorloofd geweld te gebruiken? Of is geweldgebruik altijd immoreel? In elke context krijgt de handeling immers een andere betekenis. Mag een zwangere vrouw die lijdt aan baarmoederkanker abortus laten uitvoeren om haar eigen leven te redden? Wat is een geoorloofde of ethische verantwoorde straf voor een dader? Wat is het verschil tussen wraak, vergelding en verzoening? Is doden uit zelfverdediging van eenzelfde gewicht als een bewuste, koelbloedige moord? Mag je de waarheid geweld aandoen? Moet je alles tolereren? Is het soms geoorloofd om iets te ontvreemden?
Over deze en andere problemen debatteren ethici. Sommige casussen zijn helder en makkelijk te analyseren, andere casussen zijn ingewikkeld en moeilijk te doorgronden.
Vroeger werd de moraal opgelegd door de religie. Het christendom was in het westen de traditionele godsdienst waardoor alle problemen vanuit christelijk standpunt benaderd werden. Binnen onze pluriforme maatschappij bestaan er echter meerdere denkmodellen - en zelfs binnen het christendom bestaat meer dan één denkwijze - van waaruit we ethische problemen kunnen benaderen. Traditioneel verdedigt men vanuit christelijke hoek een mensgericht of antropocentrisch standpunt. Dit houdt in dat men ervan uitgaat dat de mens centraal staat in de schepping en dus belangrijker is dan de dieren en ecosystemen. In onze postmoderne maatschappij zijn er mensen die dit standpunt niet delen: dieren zijn volgens hen evenwaardig aan mensen: dit is een zoöcentrische redenering. Proefdiergebruik kan volgens zoöcentristen niet langer. Apen mogen niet meer gebruikt worden als proefmateriaal om chirurgen op te leiden of hersenonderzoek te verrichten, omdat ze een intrinsieke en geen instrumentele waarde hebben. Er zijn nog andere factoren die van groot belang zijn voor de ethiek. Dit is één voorbeeld van een verschillend standpunt om een ethische discussie te voeren. Antropocentristen zullen vlugger geneigd zijn om een dier instrumenteel te benaderen en zijn voorstander van dierlijke productie. Zoöcentristen benadrukken dat dieren thuishoren in een natuurlijke omgeving en hun natuurlijke eigenschappen moeten kunnen beoefenen: een kip moet kunnen scharrelen, fladderen, pikken en een nest bouwen en hoort niet thuis op een legbatterij.
De cursus Geloof en ethiek biedt een inleiding in de fundamentele principes en de methodiek van voornamelijk de christelijke ethiek. De idee van een christelijk geïnspireerde verantwoordelijkheidsethiek wordt systematisch aangebracht tegen de achtergrond van de christelijke traditie.

Ethiek en theologie zijn immers nauw met elkaar verbonden. Als we bijvoorbeeld de mens als beeld van God (Imago Dei) beschouwen heeft dit consequenties voor de omgang met medemensen. We respecteren de andere in zijn anders-zijn, zélfs de vreemde azielzoeker, de moordenaar of onze vijand. De ethiek dwingt de theologie om zich bewust te worden van morele implicaties van bepaalde theologische uitspraken. Vele eigentijdse ethische vragen bevatten theologische componenten. Om de vraag naar de verhouding van de mens tot de niet-menselijke natuur te beantwoorden, moet men zich de vraag stellen naar de plaats van de mens in de wereld. Ook stellen we ons de vraag of christenen andere verplichtingen hebben dan niet-christenen. Wat maakt een christelijke ethiek specifiek christelijk? In welke mate verschilt een christelijke ethiek van een niet-christelijk ethiek? Hoe kan een christelijke ethiek in dialoog treden met een joodse, boeddhistische of islamitische ethiek?
In de ethiek worden de fundamentele denkmodellen toegepast op concrete, individuele of maatschappelijke vragen. In de toekomst zullen er ongetwijfeld nog meer ethische debatten gevoerd worden op diverse terreinen omdat de verscheidenheid in opvattingen nog zal toenemen. Toepassingsgebieden van de ethiek in de tweede en de derde bachelor (de tweede kandidatuur en de eerste licentie) zijn:
Op masterniveau in de major Theologische ethiek zijn de diverse toepassingsterreinen:
Na de moord op een tienerkoppel door moordenaar Eddie Sonnier, krijgt zijn medeplichtige broer, Patrick, de doodstraf. Helen Prejean, een zuster, begeleidde Patrick tijdens zijn laatste levensmaanden. Wanneer ze spreekt over Patrick en de anderen die ze nadien tot hun dood begeleidde, doet ze dit liefdevol. Ze praat niets goed, de moorden waren immers gruwelijk, maar ze gaat niet akkoord met de doodstraf. Integendeel, het aantal misdrijven is gestegen sinds de doodstraf opnieuw is goedgekeurd. Immers, wanneer een staat ook mensen doodt, zegt men impliciet dat doden geoorloofd is. Het probleem is volgens Prejean dat onze maatschappij geweld met geweld beantwoordt, dat we moordenaars aandoen wat zij hun slachtoffers hebben aangedaan. Op deze manier maken we er een gedragslijn van. We legitimeren wraak en dat verhindert ons om te genezen. Een jongetje, Patrick Quigly, stelde tijdens een executie zijn vader de vraag: "Paps, wie gaat dan hen weer doden omdat zij hem gedood hebben?". Prejean besluit dat een kind een scherpere blik heeft voor wat immoreel is dan wie ook.
Zuster Prejean komt op tegen de doodstraf. Ze probeert de dader niet te vereenzelvigen met de daad. Ze probeert de mens achter de daad te zien en kan daarom de doodstraf niet aanvaarden. "Een executieproces is één lange meedogenloze poging om de gevangenen hun waardigheid af te nemen. Men zegt als het ware dat ze uitschot zijn dat verdelgd moet worden. De doodstraf geeft ons het valse gevoel dat een moordenaar geen mens is als wij en we hem bijgevolg kunnen doden. Maar zo werkt het niet. Ik kan niet zeggen: 'Ja, die moordenaars verdienen het om te sterven!' Ik gebruik graag het beeld van het christendom, namelijk het kruis dat twee armen heeft. Het is niet makkelijk om het christendom ook werkelijk te beleven. Jezus zou één arm om de ter dood veroordeelde leggen en zeggen: 'Ook deze is mijn welbeminde zoon; hij heeft iets verschrikkelijks gedaan, maar hij heeft recht op zijn waardigheid, hij mag niet gedood worden.' De andere arm zou Jezus om de nabestaanden van het slachtoffer leggen en zeggen: 'Laat hen niet alleen met hun pijn en hun verdriet.' De verleiding is groot om één arm weg te laten. Spiritualiteit brengt ons altijd naar diepere lagen, naar een wereld waar onverzoenlijke tegenstellingen verzoend worden."
FILMFRAGMENT waarin je 2 visies ziet over de doodstraf
Fragment 1 uit de film 'Dead Man walking' (2'36")
Hoge kwaliteit: 8,16Mb
Lage kwaliteit: 3,19Mb
Fragment 2 uit de film 'Dead Man walking' (3'13")
Hoge kwaliteit: 10,08Mb
Lage kwaliteit: 3,93Mb
In de film Dead man walking worden twee visies over de doodstraf bijeengebracht. De advocaten van de ouders van de vermoorde kinderen pleiten voor de doodstraf van Patrick Sonnier (in de film heet de moordenaar Poncelet). Ze willen de moordenaar ter dood veroordelen omdat hij een onmenselijke daad heeft begaan en hierdoor zijn menselijke waardigheid heeft verloren. De dader is de incorporatie van het kwade en moet uitgeroeid worden. De ouders vinden het moreel verantwoord om de dader te executeren.
Helen Prejean pleit tegen de doodstraf omdat ze een distinctie maakt tussen de daad en de dader. De moord op het tienerkoppel was een gruwelijke daad, maar achter de daad schuilt een mens die zijn waardigheid niet verloren is. Ze keurt de daad niet goed, maar benadrukt de immoraliteit van de weerwraak door de doodstraf toe te passen.
In ethische discussies debatteren ethici over wat moreel en immoreel is. Is het moreel verantwoord om een moordenaar te vermoorden? Ethici analyseren casussen via denkmodellen om te besluiten wat kan en wat niet kan. Deze debatten spelen zich af op diverse terreinen: de doodstraf, abortus, euthanasie, een scheiding enzovoort.
Zie ook de trailer van de film Dead man walking.
Klik op 'Watch trailer' (300K)
In de theologische deeldisciplines (Bijbelwetenschappen, Geschiedenis van kerk en theologie, Pastoraaltheologie enzovoort) worden erg verschillende methoden gehanteerd. De exegeet of bijbelwetenschapper beroept zich op de inzichten van de literaire wetenschappen, de kerkhistoricus hanteert inzichten van de historische wetenschappen, de praktisch-theoloog gebruikt inzichten uit de menswetenschappen, bijvoorbeeld uit de filosofie, de psychologie, de pedagogie of de sociologie. Hieruit blijkt dat een theologische faculteit bestaat uit een mozaïek van wetenschappen. Ze doet immers een beroep op zeer verscheidene disciplines en methoden. De vraag rijst dan ook of er een verband is tussen de verschillende theologische disciplines.
In zekere zin kan de pastoraaltheologie een antwoord bieden op deze vraag. Ze heeft immers een verbindende functie. De pastoraaltheologie herinnert theologen eraan dat er een praktijk bestaat waar de kennis van alle domeinen benut wordt. Theologie mag niet beperkt blijven tot een louter academische studie, maar ze moet gericht zijn op de praktijk van mensen in de kerk en in de maatschappij en hen helpen om de openbaring te begrijpen en te beleven in de huidige tijd.
De pastoraaltheologie kunnen we opdelen in drie grote luiken:
1) rituelen, 2) geloofsopvoeding en 3) pastorale zorg en begeleiding.
De studie van rituelen is gericht op de liturgie (verzameling van liederen, handelingen en gebeden die bij de eredienst gebruikt worden) en de sacramentenleer. De betekenis van sacramenten zoals de eucharistie, het doopsel, de wijding tot de ambten, de ziekenzalving worden in verleden en heden duidelijk gemaakt. Wat is de betekenis van het doopsel? Is het sacrament van de ziekenzalving een sacrament van leven of een sacrament van de dood? Hoe komen we in het christendom aan deze rituelen? Wat zijn symbolen en symboolhandelingen en wat is hun functie in de liturgie? Hoe is het liturgische jaar in het christendom opgebouwd?
Deze en andere vragen komen aan bod in de cursus Liturgiewetenschappen en sacramentenleer.
Een goede site over de zeven sacramenten is:
http://www.katholieknederland.nl/catechese/zevensacramenten/
Geloofsopvoeding bestaat uit catechetiek en godsdienstdidactiek. Deze twee vormen van geloofsopvoeding vertonen gelijkenissen maar ook zeer veel verschillen. Centraal staat dan ook de vraag in welke mate een kerkelijke catecheseles verschilt van een godsdienstles op school.
De catechetiek bestudeert de kerkelijke visie op de catechese in verleden en heden waarbij verschillende stromingen in de catechese van de 20e eeuw toegelicht worden. Ook bestudeert de catechetiek meer concrete items uit de catechese: Welke criteria worden gebruikt om kinderbijbels te beoordelen? Hoe gebeurt een huwelijksvoorbereiding- en catechese in Vlaanderen? Waarom laten mensen hun kind wel of niet dopen? Op welke manier wordt er aan volwassencatechese gedaan? Op welke manier kunnen kunstwerken een plaats binnen de catechese krijgen? Wat zijn de mogelijkheden van bibliodrama tijdens een catecheseles?
De didactiek is letterlijk "de kunst van het onderwijzen". In de cursus Vakdidactiek godsdienst verwerf je vaardigheden die je in staat stellen zelfstandig godsdienstlessen voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren. Het vak godsdienstdidactiek is gekaderd binnen de Academische lerarenopleiding, een opleiding die je vanaf de 3e bachelor kan volgen om een pedagogisch getuigschrift te behalen. Het vak omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte. In het theoretische gedeelte verwerf je basiscompetenties die je in staat zullen stellen om in het praktische gedeelte stagelessen in de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs tot een goed einde te brengen.
Een interessante, didactische site voor het godsdienstonderricht is de Thomassite van de K.U.Leuven waarin onder andere over diverse onderwerpen lesmateriaal en lessuggesties aan godsdienstleerkrachten worden aangereikt.
Pastorale zorg richt de aandacht op de hele mens, maar centraal staat de geestelijke en spirituele dimensie. Deze zorg voor mensen komt tot stand door een ontmoeting in een gesprek of in een ritueel. In deze ontmoeting ervaren mensen ondersteuning, worden ze geheeld en begeleid naar vergeving en/of verzoening. Pastorale zorg realiseert zich in verschillende contexten en iedere context vraagt een aangepaste professionele instelling (de begeleiding van een gevangene, een kankerpatiënt of een kind loopt erg verschillend en vraagt een degelijke scholing). De hoofddomeinen van de pastorale zorg zijn: het individuele pastoraat (in een persoonlijk gesprek), gemeenschapsopbouw (bijvoorbeeld op een parochie) en pastoraat in instellingen (bijvoorbeeld in ziekenhuizen, in een gevangenis, op school). Naast deze individuele en gemeenschappelijke dimensie heeft pastorale zorg ook een breed maatschappelijk perspectief. Zorg richt zich ook op de bevrijding van onderdrukte groepen, (bijvoorbeeld in de bevrijdings- en vierde wereldbewegingen of in de vrouwenbeweging). In de pastoraaltheologie worden al deze vormen van pastorale zorg op een wetenschappelijke wijze bestudeerd. Naast de hoofdvakken pastoraaltheologie (Pastoraaltheologie en Pastoraaltheologie: gemeenschapsopbouw), vind je vakken als:
Maar ook vakken die de vraag naar de christelijke identiteit stellen (Pastoraaltheologie: ontwikkeling van een christelijke identiteit) of die de gesprekstechnieken onder de loep nemen (Psychologische begeleiding: counseling en consultatie) komen aan bod.
Pastoraaltheologie is dus vooral gericht op mensen die in de pastoraal aan de slag willen gaan. Heel wat godsdienstwetenschappers en theologen zijn tewerkgesteld als pastor in een ziekenhuis of een instelling voor bejaarden, in een gevangenis, als schoolpastor of als parochie-assistent, in het jeugdwerk of in de gezinspastoraal.
Naast de universitaire opleiding in de pastoraaltheologie bestaat er ook een navormingsprogramma voor mensen die geen universitaire opleiding volgen: de permanente vorming pastoraaltheologie.
In het boek: "De kunst van het afscheid nemen" vertaalt Claire vanden Abbeele afscheid nemen in kunst. Claire begeleidt ook mensen tijdens hun stervensproces. Ze begint daarmee op het moment dat andere mensen geneigd zijn weg te blijven, weg te gaan of een andere richting in te slaan. We zijn vaak bang voor de confrontatie met het sterven van anderen, het herinnert ons immers op een pijnlijke wijze aan onze eindigheid. We zijn ook bang omdat we geen woorden hebben om die andere kant te raken.
Claire heeft vele werken gemaakt rond afscheid en rouwverwerking. Op de literatuurlijst van boeken over rouwverwerking vind je titels van werken van Claire van den Abbeele en andere kunstenaars en schrijvers over dit thema.
Hou me (niet) vast, acryl op doek, 100 x 130
"Sterk als de dood is de liefde,
Onverbiddelijk als het dodenrijk de hartstocht,
Haar vlammen zijn vuurvlammen
En vuurgloed van Jahwe.
Vele wateren kunnen de liefde niet blussen
En rivieren spoelen haar niet weg."
Hooglied
Ik ben in de stilte aan het schilderen. Al schilderend neem ik voor de laatste keer afscheid. Het zachte licht van de maan valt op mijn doek. Jij verdwijnt in de eeuwigheid. Ik zoek troost in jouw opstanding. Is dit voltooiing: ik die jou in vrijheid laat gaan?
Hou me (niet) vast
Vanaf hier
Heb ik alleen te gaan
Ik zal altijd
- ergens -
bij je zijn
we zijn tochtgenoten
maar hier neem ik afscheid
ik neem je lach en speelsheid mee
je warme liefde ook
maar hou me niet vast
want
ik wil zoals altijd
in vrijheid
mijn eigen weg kunnen gaan.
| Wat is Godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen? | Terug naar algemeen overzicht | Religiestudie |