Om met de Post-Kritische Geloofsschaal aan de slag te gaan bieden wij docenten van de Specifieke Lerarenopleiding alsook leerkrachten godsdienst van het 6de jaar Secundair Onderwijs dit didactisch hulpmiddel aan.
In dit pakket kan u het volgende vinden:
|
de didactische suggestie die een mogelijke leidraad wil bieden bij het gebruik van het dossier 'De Post-Kritische Geloofsschaal (PKG)' en de PowerPoint, |
|
een Worddocument met het dossier 'De Post-Kritische Geloofsschaal (PKG)', |
|
een bijhorende PowerPoint waar de verschillende dia's die u kan gebruiken in verzameld zijn. |
Citaat
Prof. Dirk Hutsebaut, in: Van den Broek, G., De verloren zoon, Caleidoscoop 6, p. 59.
“Ik wilde onderzoeken wat,
voor mensen van deze tijd,
een volwassen manier van geloven kon zijn,
zodat niet alleen ik, maar ook godsdienstleraars en ouders
meer zicht zouden kunnen krijgen op de zin van religieuze overdracht.”
Achtergrond
Bij de ontwikkeling van de PKG-schaal (1996-1997) gingen prof. Dirk Hutsebaut en collega’s uit van het model van de Amerikaanse godsdienstpsycholoog David M. Wulff (1991).
Wulff is in zijn typologie beïnvloed door het denken van de Franse filosoof Paul Ricoeur (de ‘tweede naïviteit’).
Hutsebaut zal niet langer theorieën in het denkkader gaan plaatsen maar individuen. Accepteert men het transcendente? Welke houding(en) nemen individuen aan ten aanzien van religieus geloof?
De Post-Kritische Geloofsschaal is een empirisch instrument in de vorm van een vragenlijst (33 items, op een 7-punten Likert Scale) dat peilt naar het al dan niet accepteren van het transcendente (1ste dimensie & horizontale as: geloof – ongeloof) en naar de manier waarop men het geloof en de geloofsinhouden interpreteert (2de dimensie & verticale as: letterlijk – symbolisch).
Het doel van de PKG-schaal is om de verhouding van de vier cognitieve geloofsstijlen die uit de twee kruisende assen voortkomen (letterlijk geloof, externe kritiek, relativisme en tweede naïviteit) bij een individu of in een populatie in kaart te brengen.
Voor meer uitgebreide duiding bij de PKG-schaal surf je naar:
http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/pkg/
In het artikel ‘Hoe aan onze (klein)kinderen uitleggen dat Sinterklaas (niet) bestaat’ licht prof. Didier Pollefeyt o.a. de PKG-schaal nader toe.
Verder vind je ook twee Engelstalige filmpjes waarin prof. Dirk Hutsebaut en prof. Lieven Boeve hun visie op de PKG-schaal toelichten.
Reflectievragen
Waar kom ik vandaan?
Waar ga ik heen?
Waar geloof ik werkelijk in?
Durf ik nadenken over mijn bestemming?
Geloof ik? Hoe sta ik tegenover God?
Ben ik blijven steken in infantiele projecties?
Heb ik voortijdig afscheid genomen van Hem?
De keuze van de geloofspositie
Wanneer kiezen mensen op welke manier ze met het religieuze zullen omgaan?
De leeftijd van de laatadolescentie speelt hierin een belangrijke rol. Op dat moment maken mensen meestal een impliciete keuze. De leeftijd van 15-16 jaar is cruciaal voor een verdere religieuze ontwikkeling.
Waarom in de adolescentie?
In die levensfase – tussen 14 en 21 jaar – voltrekken er zich belangrijke ontwikkelingsprocessen.
Enerzijds wordt het formeeloperationeel denken volop doorbroken. Adolescenten kunnen nu ten volle denken in termen van hypotheses en mogelijkheden. Er wordt over het eigen denken gereflecteerd en ze worden zich bewust van de gedetermineerdheid van dit denken. Hun manier van zien is één van de vele mogelijkheden van zien.
Anderzijds is er het proces van de identiteitsvorming, het antwoord geven op de vraag ‘Wie ben ik?’. Dit is geen abstract proces, maar een concreet gebeuren waarin allerlei keuzes gemaakt moeten worden (studie, beroep, samenlevingsvormen, politieke ideologie, gelovige of niet-gelovige levensinstelling)
Adolescenten kiezen voor een groot deel dezelfde manier van omgaan met religie en geloof als hun ouders. Uitzondering zijn die adolescenten of jongvolwassenen die duidelijk hoger gevormd zijn dan hun ouders. De gelijkenis is in ieder geval veel groter dan het verschil.
Opdracht
Surf naar: http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/pkg/
Noteer je score voor:
a) Orthodoxie (letterlijk geloof)
b) Externe kritiek (letterlijk ongeloof)
c) Relativisme (symbolisch ongeloof)
d) Tweede naïviteit (symbolisch geloof)
Kan je jezelf vinden in deze scores?
Waarom of waarom niet?
Vergelijk met je medestudenten.
Twee dimensies
horizontale as: geloof – ongeloof &verticale as: letterlijk – symbolisch
Horizontale as: geloof – ongeloof
De eerste dimensie die de PKG-schaal meet is de mate waarin men wel of niet het bestaan van een transcendente werkelijkheid in de levensbeschouwelijke structuur aanneemt.
Deze dimensie kan men ook inclusie of exclusie van het transcendente noemen.
De positie die men aanneemt wordt weergegeven op een continuüm. De uiterste posities van het continuüm zijn: uiterste affirmatie van het geloof in een persoonlijke God en uiterste negatie van elke transcendente werkelijkheid; humanistisch atheïsme.
Het continuüm laat toe om nuances aan te brengen en tussenposities te bepalen.
Het ‘ietsisme’ (de comfortabele middenpositie) kunnen we typeren als de meest minimale vorm van ‘inclusie van het transcendente’. Met een ‘iets’ kan men toch moeilijk een persoonlijke relatie aangaan.
Verticale as: letterlijk – symbolisch
De tweede dimensie die de PKG-schaal meet is de mate van het letterlijk of het symbolisch karakter van de levensbeschouwelijke positie die men heeft ingenomen.
In de mate dat iemand overtuigd is van de letterlijke waarheid van zijn (a)religieuze proposities (letterlijke interpretatie), zal hij naar boven schuiven op het continuüm; in de mate dat iemand overtuigd is van de symbolische betekenis (metaforische interpretatie), zal hij naar beneden schuiven.
De combinatie van deze twee dimensies geeft vier manieren om met (a)religieuze proposities om te gaan; er dienen zich vier cognitieve geloofsstijlen aan. Deze vier geloofsstijlen sluiten elkaar onderling niet uit. Het doel van de PKG-schaal is de onderlinge verhouding van de vier geloofsstijlen bij een individu of bij een groep in kaart te brengen.
Met andere woorden: de PKG-schaal maakt de effecten van het al dan niet religieus-zijn los van de wijze van interpretatie.
Vier cognitieve geloofsstijlen
verschillen in de terminologie
Letterlijk geloof
Orthodoxie
Objectivisme
Letterlijk ongeloof
Externe kritiek
Symbolisch ongeloof
Relativisme
Contingentiebewustzijn
Subjectivisme
Symbolisch geloof
Tweede naïviteit
Post-kritisch geloof
Hermeneutiek
De vier verschillende stijlen mogen niet herleid worden tot vier verschillende types waar mensen in kunnen worden geclassificeerd.
Iemand kan tegelijkertijd getypeerd worden door meerdere geloofsstijlen. Wel is er altijd één type dat duidelijk dominant aanwezig is.
Vier geloofsstijlen
Met andere woorden
|
“Naar mijn mening is godsdienst het enige dat echt betekenis kan geven aan het leven in al zijn aspecten. God, die ik Vader noem, is eens en voor altijd onveranderlijk bepaald. Ik denk dat er op elke religieuze of godsdienstige vraag maar één juist antwoord is. Dit antwoord wordt ons gegeven door de Kerk. De teksten uit de Bijbel moet je begrijpen, zoals ze er staan, ook al gaat de inhoud soms in tegen onze moderne vormen van denken.” |
Vier geloofsstijlen
Externe kritiek
► Filmpje over externe kritiek (Don Bosco College Hechtel)
Met andere woorden
|
“Geloven is moeilijk voor mij, omdat het me zo weinig zekerheid biedt. Voor mij is God slechts een naam die gegeven wordt aan het onverklaarbare. De wetenschappelijke vooruitgang zal de religieuze verklaringen uiteindelijk overbodig maken. De Bijbelverhalen zijn zo lang geleden geschreven dat ze nu maar weinig relevant zijn voor mij. Ik denk dat godsdienst een illusie is. God werd ook zo dikwijls gebruikt om mensen te onderdrukken.” |
Vier geloofsstijlen
Relativisme
► Filmpje over relativisme (Don Bosco College Hechtel)
Met andere woorden
|
“Ik ben er mij van bewust dat elke uitspraak over God bepaald is door de tijd waarin ze geformuleerd werd. Elke uitspraak over het absolute maar ook een dogma is altijd een uitspraak die door mensen werd gedaan in een bepaalde tijd en is daardoor relatief. In die zin is God veranderlijk en groeit Hij mee met de menselijke geschiedenis. Geloven in God is dan voor mij altijd een engagement zonder absolute zekerheid: het is een mogelijkheid naast zoveel andere mogelijkheden.” |
Vier geloofsstijlen
Tweede naïviteit
► Beeld over de tweede naïviteit
De ongelovige Tomas komt tot geloof.
Deze heilige wordt gevierd op 3 juli.
Jezus zei: ‘Omdat je Me gezien hebt geloof je?
Gelukkig zij die zonder gezien te hebben
toch tot geloof komen.’
Johannes 20,29
Tom Franssen 1977,
Acryl-schilderij op glas
220 x 160 cm
Euregio-project glasschilderkunst,
gefinancierd door EU, Provincie Limburg,
Nordrhein-Westfalen, Forschungsstelle Glasmalkunst
© 2004 Stiftung Forschungsstelle Glasmalerei
des 20. Jh. e.V., Winkeln 66, D-41068 Mönchengladbach
Met andere woorden
|
“Voor mij is de Bijbel niet zozeer een historisch verslag dan wel een hulpmiddel in mijn zoektocht naar God. Ondanks het feit dat de Bijbel in een geheel andere historische context is geschreven, verbergen deze teksten een diepere waarheid die ik door mijn eigen zoeken zelf moet onthullen. Voor mij is geloven in God niet zozeer nodig of nuttig, dan wel zinvol. ” |
Opdracht
Hoe geeft prof. Didier Pollefeyt invulling aan de symbolisch gelovige positie (tweede naïviteit)? In welk opzicht wordt deze cognitieve geloofsstijl voor jou begrijpelijker?
Wat roept bij jou (nog) vragen op?
Cf. ‘Hoe aan onze (klein)kinderen uitleggen dat Sinterklaas (niet) bestaat’
http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/pkg/
Opdracht
Welke geloofsstijl(en) vind je terug in het antwoord van prof. Mia Leijssen?
“Het cultiveren van goedheid, waarheid, schoonheid is richtinggevend voor mijn leefwijze. Ik geloof dat wij als mens veel kunnen doen om ‘het goddelijke’ in het dagelijkse leven op te merken en gestalte te geven. Voor mij zit dat in eenvoudige dingen zoals vriendelijkheid, dienstbaarheid, samen plezier maken; niet nodeloos iemand kwetsen, oprecht en betrouwbaar zijn; oog hebben voor kleine dingen die getuigen van zorg of creativiteit; genieten van humor, muziek, natuur. Voor een magisch moment, een authentiek moment van verrassing of verbondenheid, ben ik bereid veel inspanning te doen en er banale momenten en miserie bij te nemen. Ik ben geboeid door de onvoorstelbare potentialiteiten van het menselijk organisme. Ik koester de hoop dat vrouwelijke wijsheid meer gewicht krijgt in onze samenleving. Ik geloof in de kracht van de geest. Ik heb dat zelf vaak ervaren. Stilaan beginnen ook onderzoeksgegevens aan te tonen dat gedachten bijvoorbeeld in het lichaam stoffen kunnen vrijmaken die eenzelfde uitwerking hebben als chemische middelen. Ik denk dat onze cultuur zich blind staart op het materiële en wat met de zintuigen waarneembaar is.
Daardoor is er een onderschatting van een realiteit die – momenteel nog – grotendeels ontsnapt aan onze empirisch wetenschappelijke onderzoeksmethoden. Ik geloof dat we over een aantal decennia ons wereldbeeld grondig zullen moeten bijsturen. Wat nu nog door sommigen met scepsis onthaald wordt, kan in een meer gevorderde fase van de wetenschap misschien zo ‘natuurlijk’ worden als de zwaartekracht. Ik vind positief denken en het goede wensen geen naïeve levenshouding, maar een krachtig middel om levenskwaliteit te verbeteren. Ik heb een grote openheid voor het bestaan van verschillende waarheden en diverse wegen waarlangs mensen het goede leven en goed sterven kunnen realiseren. Ik ben enkele keren nauw in contact geweest met de dood en heb er uit geleerd daar niet bang voor te zijn. Het moeilijkste aan sterven is voor mij het loslaten van geliefden; de dood op zich is alleen de uitdaging van het onbekende. Ik ben niet zo gehecht aan dit lichaam dat ik het onverdraaglijk vind om het achter te laten op een gegeven moment. Ik vertrouw erop dat als mijn tijd gekomen is, ik de overgang zal maken naar een andere dimensie waarvan wij ons als mens geen voorstelling kunnen maken. Ik ben geen aanhanger van bepaalde theorieën; ik geloof dat het inherent is aan het ‘bovennatuurlijke’ dat het ontsnapt aan wat wij daarover kunnen bedenken.”
Uit: Mia Leijssen, Waar gelooft u nog in?, De vraag van Knack, 2006.
Citaat
Prof. Dirk Hutsebaut, in: Boeve, L. (ed.), God. Hoe voelt dat?, p. 92.
Het proces van religieus worden op een volwassen manier is niet afgesloten op het moment dat de leerlingen de school verlaten.
Maar men kan een aanzet geven waarop zij verder kunnen bouwen.
Dit leren denken in termen van alternatieve mogelijkheden heeft niet alleen effect op het leren denken en omgaan met godsdienst,
maar speelt ook een rol in alle andere levensgebieden die bijdragen tot het vormen van een identiteit.
Zou het dan toch niet een van de belangrijkste doelstellingen van het onderwijs kunnen zijn leerlingen te helpen antwoord geven op de vraag ‘Wie ben ik?’.
Een antwoord dat een groot stuk hun verdere leven zal bepalen.
Opdracht
Kan je een lijn tekenen op de PKG-schaal die deze evolutie weergeeft?
Kan je aangeven wanneer of in welke periode van je leven de omslag(en) gebeurd is (zijn)? Was er een concrete aanleiding?
Waarom?
Test je zelf – bespreek met elkaar
Citaat

Prof. Dirk Hutsebaut, in: Van den Broek, G., De verloren zoon, Caleidoscoop 6, p. 60.
Leidt religie tot intolerantie?
Het is inderdaad zo dat de orthodoxen die neiging hebben, maar dat geldt evengoed voor de ongelovige letterlijke denker.
Het is niet het geloof dat leidt tot intolerantie, maar de manier waarop iemand met
denkkaders omgaat.
Anders gezegd: Intolerantie heeft dus niet op de eerste plaats te maken met geloof, maar met de cognitieve stijl die mensen hanteren wanneer ze met geloof en geloofsinhouden geconfronteerd worden: staat iemand open voor diversiteit en verscheidenheid of niet?
Een gesprek over (on)geloof
‘Geloof je in God?’ OF ‘In welke God geloof je?’










Literatuur
Duriez, B. & Hutsebaut, D., A Slow and Easy Introduction to the Post-Critical Belief Scale: Internal Structure and External Relationships, departement psychologie, K.U.Leuven.
Duriez, B., Dezutter, J., Neyrinck, B. & Hutsebaut, D., An Introduction to the Post-Critical Belief Scale. Internal Structure and External Relationships, Psyke & Logos 28 (2007), 767-793.
Hutsebaut, D., Leidt godsdienst tot onverdraagzaamheid?, in: Pattyn & J. Wouters (red.), Schokgolven, Terrorisme en fundamentalisme, Leuven, Davidsfonds, 2002, p. 214-220.
Hutsebaut, D., Open of gesloten geloof. Geloof als betekenishorizon of als onzekerheidsreductie, in: Boeve, L. (ed.), God. Hoe voelt dat?, Leuven, Davidsfonds, 2003, p. 92.
Lodewyckx, S., Onuitgegeven cursus godsdienst, Don Bosco College Hechtel, 2009.
Pollefeyt, D. & Baeke, G., Measuring the Catholicity of Catholic Schools, Interim Report January 2007, Leuven, 2007.
Pollefeyt, D. & Bouwens, J., De Postkritische Geloofsschaal for dummies, PowerPoint, Centrum Academische Lerarenopleiding, Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven, 2009.
Pollefeyt, D. & Lombaerts, H., Hermeneutics and Religious Education,Leuven, 2004.
Pollefeyt, D. et al, Caleidoscoop. Handleiding godsdienst 6 ASO, Mechelen, Wolters Plantyn, 2008, p. 200-216.
Pollefeyt, D., Hoe aan onze (klein)kinderen uitleggen dat Sinterklaas (niet) bestaat. Over levensbeschouwelijke en religieuze maturiteit, in: H-ogelijn tijdschrift 17-1 (2009), 31-35.
Van den Broek, G., De verloren zoon, in: Pollefeyt, D. et al, Caleidoscoop. Leerboek godsdienst 6 ASO, Mechelen, Wolters Plantyn, 2008, p. 54-55 en 59-60.
Bij deze didactische suggestie horen twee onderdelen:
Deze instrumenten zijn bedoeld voor docenten en studenten in de Specifieke Lerarenopleiding alsook voor leerkrachten en leerlingen van het 6de jaar Secundair Onderwijs. Het dossier ‘De Post-Kritische Geloofschaal’ en de bijhorende PowerPoint bieden u het nodige materiaal om met de PKG-schaal te werken. Aan de hand van de ‘knip- en plakfunctie ’ kan u voor uw studenten/leerlingen een evenwichtig (zelf)studiepakket samenstellen, aangepast aan de eigen les- en leercontext. Omwille van deze optie hebben we de lay-out van het dossier zo sober mogelijk gehouden.
Mogelijke instap/Probleemstelling en doelstelling
Als introductie kan u stilstaan rond de vraag ‘wat is een volwassen geloof’?
Dia 3 en 4
Bij wijze van verdieping kan u de keuze van de geloofspositie verder toelichten.
Dia 5
Aanbrengen van het onderwerp
De Post-Kritische Geloofsschaal (PKG) kan op verschillende manieren worden aangebracht.
A. Doceren
U kan er voor kiezen om klassikale instructie te geven waarbij u:
Ieder onderdeel wordt verder uitgediept
(theoretisch, illustratief d.m.v. beeld, persoonlijke verwoording door een leerling):
Bij wijze van besluit kan u dia 13 (kader) hernemen en de volgende reflectieoefening geven:
Laat de studenten of leerlingen deze opdracht persoonlijk en schriftelijk voorbereiden. Nadien kan u een (klas)leergesprek houden over het feit dat de vier verschillende geloofsstijlen niet herleid mogen worden tot vier verschillende types waarin mensen kunnen worden geclassificeerd. We kunnen tegelijkertijd getypeerd worden door meerdere geloofsstijlen. Eén geloofsstijl is altijd duidelijk dominant aanwezig.
B. Didactisch groepswerk, leergesprek
U kan de PKG-schaal aanbrengen door middel van een didactisch groepswerk. U geeft aan de
studenten/leerlingen één van de dertig citaten die u terug kan vinden in het dossier over de PKG.
Deze citaten zijn opgenomen op het einde van de PowerPoint, dit kan handig zijn voor een klassikale
visualisatie van de betreffende citaten tijdens het leergesprek.
Dia 32 - 45
U ondersteunt het didactisch groepswerk door met de studenten/leerlingen een leergesprek te houden over de inhoud van de verschillende citaten.
Al de uitspraken zijn in 4 categorieën (de vier cognitieve geloofsstijlen) onder te brengen. U kan in het verdere verloop van het leergesprek het schema van de PKG-schaal stap voor stap visueel zichtbaar maken aan de hand van een bordschema.
C. Zelfstandige oefening
Als voorbereiding op een klassikale instructie kan u opteren om u studenten/leerlingen de PKG-schaal te
laten exploreren door een zelfstandige oefening.
Deze zelfstandige oefening kan gegeven worden als thuisopdracht of als studieopdracht in een ICT-lokaal.
U stelt voor hen aan de hand van de volgende dia’s een ‘PPT-zelfstudiepakket’ samen:
Dia 6, 7, 8, 9, 10
Indien aangewezen kan u ook de dia’s met de uitdieping per onderdeel toevoegen
(Dia 14 – 25).
Aanknopen bij de vorige les
Na een inleiding over de PKG-schaal krijgen de studenten van de SLO bij wijze van herhaling een
‘PPT-zelfstudiepakket’ met (keuze)opdracht(en). Deze zelfstandige oefening kan gegeven
worden als thuisopdracht of als studieopdracht in een ICT-lokaal.
U kan bij wijze van voorbeeld de volgende dia’s selecteren als herhalingsleerstof:
Dia 7, 8, 9, 11, 12, 14, 17, 20, 23
De volgende dia’s voegt u toe bij wijze van (keuze)opdracht(en):
Dia 26, 27, 30
Aanknopen bij de vorige les & proces van de levensbeschouwelijke identiteit
U kan een onderwijsgesprek houden over het proces van de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke
identiteit.
Dia 28
Dit wordt verder aangevuld met een (klas)leergesprek.
Dia 29 (6)
Aanknopen bij de vorige les & ‘tolerantie’
U kan een (klas)leergesprek houden over de vraag: ‘leidt religie tot intolerantie’?
Dia 31
Evaluatie