facebook-logo
google-plus-logo
twitter-logo
email

Advent en kerstmis in de eerste graad van het basisonderwijs

node-header

Inleiding

Wat gebeurt er op 25 december?’ Als je deze vraag stelt aan kinderen dan krijg je al snel het antwoord: Kerstmis. ‘Wat vieren wij met Kerstmis?’ Bij deze vraag haken al enkele kinderen af. Je krijgt antwoorden zoals: de kerstman, ik weet het niet maar dan krijg ik veel geschenken…Ook al komt de symboliek en de boodschap van elk verhaal aan bod in de klas, toch wordt de kern van het kerstverhaal door sommige kinderen en volwassenen vergeten. De oorzaak moeten we wellicht zoeken in onze hedendaagse samenleving. Het Joods-Christelijke verhaal behoort niet meer tot de leefwereld van vele kinderen en volwassenen. De symbolische betekenis en de boodschap van het kerstverhaal is niet altijd duidelijk voor leerkrachten waardoor het moeilijk is om dit begrijpelijk te maken voor de leerlingen. Toch is dit kerstverhaal zeer actueel. Het kerstverhaal kan net vandaag van betekenis zijn in onze huidige maatschappij. Daarom is het belangrijk op zoek te gaan naar manieren om de symbolieken en de boodschappen uit het verhaal duidelijk te maken en aanknopingspunten te zoeken met de leefwereld van de kinderen. Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te starten met lessen die aanknopingspunten zoeken met de leefwereld van de kinderen en die symbolieken en boodschappen verankeren. Vandaar mijn keuze om lessen uit te werken voor de eerste graad.

In een poging om dit doel te bereiken, beantwoordt dit eindwerk volgende vragen.

  • Hoe zijn de feesten uit de kerstkring ontstaan?
  • Welke symbolieken zitten verscholen achter de verhalen?
  • Hoe breng je de feesten uit de kerstkring aan in een eerste graad? Welke leerplandoelen kan je hieraan linken ?
  • Hoe werken de bestaande handleidingen aan de stappen van de godsdienstdidactiek (het verkennen, verdiepen en verankeren)?
  • Welke werkvormen kunnen we gebruiken om de betrokkenheid van de leerlingen te verhogen en meer aanknopingspunten te zoeken met hun leefwereld? Welke materialen/voorwerpen kunnen we gebruiken?

Om de symboliek duidelijk te maken en nog een betekenis te geven in onze huidige maatschappij moeten volwassenen zelf de symboliek begrijpen. In het eerste hoofdstuk wordt de kerstkring toegelicht met het ontstaan en de symboliek van de feesten. Leerkrachten die nog meer informatie willen, kunnen de boeken uit de literatuurlijst raadplegen. De meest gebruikte boeken zijn: Al de dagen van ons leven, Cursus Module school en maatschappij – Leereenheid Godsdienst en het feestenboek voor de jeugd.

De didactische aanpak van de lessen godsdienst is gebaseerd op de godsdienstdidactiek zoals omschreven in het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs (Licap 2000). De meeste leerkrachten zijn vertrouwd met deze didactische aanpak maar het is belangrijk deze toch nog even door te nemen alvorens aan de slag te gaan met de lesfiches. Ook de leerplandoelen worden even geschetst. Deze leerplandoelen, uit het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor lager onderwijs, vormen de basis voor de lessen.

In een bachelorproef is het de bedoeling vernieuwend te werken. Daarom is het nodig om het verloop van de lessen rond de advent en Kerstmis te schetsen uit bestaande handleidingen. Dit kan je in een schematisch overzicht terugvinden: het is kort en bondig maar tegelijkertijd ook duidelijk waar de nadruk op ligt. Pas nadat deze informatie opgezocht en uitgeschreven was, was het tijd voor de praktijk.

De lesfiches voor de eerste graad zijn gebaseerd op enkele ideeën uit de handleidingen maar bevatten ook vernieuwende elementen. Met deze lessen wordt getracht meer aanknopingspunten te vinden met de leefwereld van de kinderen zodat de kinderen ontdekken dat de Bijbelverhalen ook nog iets kunnen betekenen voor ons vandaag! Bij de lesfiches horen ook enkele materialen/voorwerpen die aanwezig moeten zijn in de klas maar ook die ook een functie hebben nl. de kinderen helpen om de soms abstracte betekenis concreet te maken.

DEEL 1: Betekenis van de Kerstkring

Elke opvoeder die kinderen iets wil bijbrengen over de advent en Kerstmis moet de boodschap en symboliek van de verhalen begrijpen. Als ze op zoek gaan naar extra informatie, moeten ze al snel vaststellen dat het moeilijk is om die te vinden. Daarom is het aan te raden om deze achtergrondinformatie eens grondig door te nemen. 

1.1 Liturgisch en pastoraal jaar

De advent en Kerstmis hebben  een vaste plaats in het liturgisch en pastoraal jaar (LPJ). Dit LPJ heeft niet hetzelfde verloop als een schooljaar. Het LPJ  start namelijk de eerste zondag van de advent. De advent is tevens ook de start van de Kerstkring.  Naast de Kerstkring bestaat het LPJ ook uit de Paaskring en de tijd door het jaar. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2 De Kerstkring

Hoewel de Kerstkring het begin vormt van het LPJ, is het toch niet eerst ontstaan. Dat gebeurde pas in de 4de eeuw na Christus. Vierden de christenen de geboorte van Jezus niet? Of werd het feest dan pas bekend onder de volkeren? (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.1 Kerstmis

1.2.1.1 Ontstaan en betekenis

De meeste mensen kennen Kerstmis als de geboorte van Jezus. Maar hoe het ontstaan is, is voor sommigen een raadsel. Toch is het belangrijk om meer te weten te komen over het ontstaan omdat er verschillende symbolieken terug te vinden zijn in de huidige rituelen.

De exacte geboortedag van Jezus is niet bekend. In de 4de eeuw toen keizer Constantijn regeerde, wou hij de macht behouden over het groeiende aantal christenen. Onder zijn invloed besliste de kerk om enkele heidense feesten te ‘verchristelijken’. Waarom koos de kerk ervoor om de geboorte van christus te vieren op 25 december en bijvoorbeeld niet op 25 januari?

In het Middellandse zeegebied herdachten de volkeren op 25 december de geboorte van de Onoverwinnelijke Zon (= de zonnegod Mithras). Ook de Romeinen vereerden deze zonnegod. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Janssen, K., Een jaar vol kleuren, 2001)

Niet alleen de Romeinen maar ook de Germanen en andere volkeren vierden feest rond 25 december namelijk het Joelfeest (vond plaats tussen 13 december en 6 januari). Een joel is een ander woord voor een wiel. Dat wiel staat symbool voor de cyclus van de seizoenen. De seizoenen keren steeds terug in dezelfde volgorde. Bij het joelfeest stond de vruchtbaarheid centraal dat gepaard ging met enkele rituelen bv. het slagen met takken en zwepen op bomen zodat ze een overvloedige oogst zouden voortbrengen.

Op 25 december was voor de Germanen de dag van de winterzonnewende. Dan is de dag het kortst en de nacht het langst. Als het zolang donker was, had dit heel wat nadelen voor de bevolking: er was weinig eten te vinden, er waren meer roofdieren…Vanaf 25 december werden de dagen langer en vierden men dus de komst van het licht.

Omdat Christus in het Nieuwe Testament vaak beschreven werd als ‘het Licht’ was het maar een kleine moeite om de heidense feesten (die allemaal iets te maken hebben met licht) te ‘verchristelijken’. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.1.2 Symboliek

Iedereen weet welke attributen aanwezig moeten zijn bij Kerstmis. Maar welke symboliek erachter schuilt, is soms moeilijk te achterhalen. In onderstaande paragraaf kan je de symboliek van de verhalen te weten komen.

  • De kerststal: Het gebruik van de kerststal is gebaseerd op de legende van Franciscus van Assisi.

    "De dagen voor Kerstmis, in 1223, dacht Franciscus na over het feit dat Jezus in armoedige omstandigheden geboren was. Dat wou hij aan de mensen duidelijk maken. Daarom zou hij de middernachtmis niet doen in de kerk, maar in een grot, midden in het bos. Hij plaatste een tafel als altaar in de grot en net ervoor zette hij een voederbak in steen voor de dieren – een os en een ezel – die de boeren hadden meegebracht.

    Tijdens de mis dacht Franciscus na over de geboorte van Jezus. Terwijl hij aan het bidden was, keek hij naar de kribbe en zag hij plots op het stro een kindje liggen, dat zijn armpjes naar hem uitstrekte. Franciscus nam het kindje in zijn armen en streelde het zacht. De mensen er rond zagen het kindje niet."


    Ze waren verwonderd over wat Franciscus daar deed. Ze kwamen onder de indruk van wat hij vertelde: hoe God in de wereld gekomen was als een kind van arme mensen.” (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

    In de kerststal staan verschillende figuren. Centraal staat de kribbe omringd door Maria en Jozef. Het zijn arme mensen die net zoals vele ouders nu, blij zijn met de komst van hun kind.

    Maar wat doen de os en de ezel in de kerststal? Deze zijn door de christenen eraan toegevoegd, gebaseerd op een tekst van Jesaja 1, 2-3 én omdat Lucas Jezus laat geboren worden in een stal. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij Z.j.)

    Hoor, hemelen! Luister, aarde, want de Heer neemt het woord. ‘Ik heb zonen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn tegen Mij in opstand gekomen. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets; mijn volk heeft geen begrip’.”(Jes 1, 2-3). (KBS, De Bijbel uit de grondtekst vertaald, 1995)

    Voor de kerststal staan meestal de drie wijzen. Zij hebben drie geschenken bij namelijk goud, wierook en mirre. Goud verwijst naar Jezus als Koning, wierook symboliseert zijn ‘goddelijkheid’ en mirre (heeft een sterke geur en wordt gebruikt in olie, werd vroeger gebruikt bij de zalving van een koning) verwijst naar Jezus’ menselijkheid. Bij de wijzen hoort natuurlijk ook de ster: de ster leidde de wijzen uit het Oosten naar het Westen waar Jezus geboren werd. De ster staat symbool voor Jezus, het Licht, dat geboren werd.

    De herders en de engel ontbreken soms aan de kerststal nochtans verdienen ook zij er een plaats (gebaseerd op het kindheidsverhaal van Lucas 2, 8-17). Het woord ‘engel’ is afkomstig van het Griekse ‘angelos’ en betekent boodschapper van God. De engel uit het Bijbelverhaal verkondigt aan de herders dat een Redder is geboren in de stad van David. Deze engel geeft meer uitleg over Jezus (het pasgeboren kind, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe): God brengt via de engel deze boodschap over. De herders staan symbool voor de armen in de maatschappij. Zij komen als eerste het nieuws over de Messias te weten. Ook de ster boven de stal hoort bij de kerststal.

    Natuurlijk hoort Jezus ook in de kerststal. Normaal leg je deze op 25 december in zijn kribbe. Maar dan genieten de kinderen al van de kerstvakantie. Wanneer je het verhaal aanbrengt van de geboorte van Jezus, kan je Hem in de kribbe leggen. Wijs de kinderen er dan wel op dat, volgens het verhaal, Jezus geboren wordt op 25 december maar dat ze dan niet op school zijn. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

     
    Kritische noot paus Benedictus XVI

    Volgens paus Benedictus XVI waren er geen os, ezel en drie koningen in de buurt toen Jezus geboren werd in Bethlehem. Hij zegt dat er in geen enkel evangelie gesproken wordt over een os, ezel schapen en kamelen. Volgens de paus zijn deze figuren in de kerststal geplaatst ten gevolge van een Hebreeuwse mythe uit de zevende eeuw. De paus schreef in zijn derde biografie over Jezus van Nazareth dat de herders de geboorte van Jezus niet te weten kwamen door engelengezang: de engelen vertelden de boodschap.  En dat is nog niet alles. Jezus zou nooit bezoek hebben gehad van wijzen of vorsten. Zij zijn ontstaan uit het idee dat de hele wereld Jezus verwelkomde.

    Toch wil paus Benedictus XVI benadrukken dat deze figuren in of aan de kerststal mogen staan: het is dan geen waarheidsgetrouwe voorstelling van de kerststal maar zo is er wel plaats voor de christelijke traditie.[1]
  • De kerstboom is een groene spar of den waarvan het gebruik gebaseerd  is op de winterzonnewende (Joelfeest bij de Germanen). Bij dit feest zagen de mensen de groene naaldbomen als het enige leven in de winter. De naaldboom stond ook symbool voor het leven en de hoop. In de winter wanneer alles dood lijkt te zijn (dieren houden hun winterslaap, geen gekleurde bladeren of bloemen…), zorgt het groen van de naaldbomen nog voor kleur en leven. Het leven overwint dus de winter. Uit observatie blijkt dat sommige leerkrachten de kerstboom rijkelijk versieren met verschillende kleuren: de verschillende kleuren zijn aangename prikkels voor jonge kinderen. Toch is het aan te raden om de oorspronkelijke kleuren te gebruiken voor de kerstballen en kerstslingers namelijk rood en goud. Rood staat symbool voor warmte, liefde, vuur en leven. Het goud verwijst naar Jezus als Licht. De lichtsymboliek kan je uitbreiden door lichtjes in de kerstboom te hangen. Op sommige kerstbomen prijkt bovenaan een piek. Deze symboliseert de ster die de drie koningen naar Jezus bracht. Vele leerkrachten zetten een plastiek kerstboom in de klas omwille van praktische redenen: allergieën, vuil… Toch spreekt een authentieke kerstboom meer aan, ook bij de kinderen. Ze kunnen eraan ruiken en voelen. De natuur komt echt de klas binnen. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • De liturgische kleur is wit met goud. Leerkrachten vermelden dit meestal wel tijdens de lessen maar het wit met goud kan je niet altijd terugvinden in de godsdiensthoek of in de klas. Toch kan je op een subtiele manier deze kleuren in de klas brengen bv. in de kerstboom. Wit staat symbool voor alles wat goed is, zuiverheid en onschuld. Goud wordt geassocieerd met rijkdom (goud voor de Koning) maar is ook de kleur van het licht. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

Het is aan te raden om voor de kerstvakantie nog een sobere viering te houden in de klas. Je kan het geboorteverhaal van Jezus nog eens vertellen, enkele mooie teksten voorlezen maar laat zeker ook de leerlingen aan het woord. De viering kan extra kleur krijgen door liedjes te zingen rond de adventskrans.

1.2.2 Advent

1.2.2.1 Begripsomschrijving

De Paaskring ontstond voor de Kerstkring. Aangezien Pasen een voorbereidingstijd had nl. de veertigdagentijd, kreeg ook Kerstmis een voorbereidingstijd: de advent. Deze start op zondag, vier weken voor Kerstmis. Tijdens de advent kijken de christenen uit naar de komt van Christus in de duisternis. Vandaar ook de naam ‘advent’ afkomstig van het Latijnse woord ‘adventus’ dat komst betekent. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

In de kerk schenkt men vooral aandacht aan de teksten van de profeten en aan het verhaal van Johannes de Doper: zij verkondigen de komst van een Messias (de Verlosser die vrede en gerechtigheid brengt). Door deze teksten voor te lezen benadrukken geestelijken hoe bijzonder de komst van Christus is: Hij zal voor vrede en gerechtigheid zorgen. Kerstmis is dan ook het feest van de vrede! Maar er is ook aandacht voor Maria: zij draagt namelijk het kind en bereidt zich voor op de komst van haar kind. Zo krijgt de geboorte van Jezus een menselijke dimensie: elke moeder (en vader) kijkt uit naar de komst van haar (zijn) kind.

Ook in onze maatschappij is er nog aandacht voor dit pleidooi van gerechtigheid en vrede. Denk maar aan de campagne van Welzijnszorg, ‘music for life’ en vele andere pastorale initiatieven. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

1.2.2.2 Symboliek

Tijdens de advent herdenken de christenen de laatste vier weken van de zwangerschap van Maria. Het voorwerp dat centraal staat om deze laatste vier weken uit te kijken naar de geboorte van Jezus is de adventskrans. Ook deze bevat een overvloed aan symboliek.

  • De adventskrans heeft een ronde vorm.  Deze verwijst naar het Joelfeest van de Germanen waarbij het ‘joel’ (= wiel) symbool staat voor de eeuwige cyclus van dood en leven, het einde en begin en de kringloop der seizoenen. Dit is moeilijk uit te leggen aan kinderen van een eerste graad maar je kan er hen op wijzen dat de ronde krans geen einde heeft: elk jaar opnieuw vieren we Kerstmis en kijken we uit naar de geboorte van Jezus. De krans kan ook symbool staan voor overwinning en een koning. In de oudheid kreeg de winnaar een krans op het hoofd. Net zoals de kerstboom bestaat uit levende takken is het ook aan te raden een adventskrans te maken van levend materiaal. De groene en rode kleur hebben dezelfde symbolische betekenis als bij de kerstboom. Groen staat symbool voor hoop en leven. Het rood verwijst naar warmte, vuur, liefde en leven. De rode kleur kan je vinden in de vier kaarsen en het lint dat rond de adventskrans gebonden wordt. Elke week steek je een kaars aan: zo komt er elke week meer licht en kijkt men hoopvol uit naar de geboorte van Christus. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.); Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • De liturgische kleur is paars (symbool voor boete, inkeer en bezinning). Deze kleur vind je terug in het gewaad van de pastoor en in het altaardoek. (Richard, T., Symboliek in kerken en kathedralen - oorsprong en betekenis, 2005)

1.2.3 Epifanie = de Openbaring van Jezus Christus of Driekoningen

1.2.3.1 Begripsomschrijving

Nog voor de Kerstkring ontstond, vierden de mensen in het Oosten op 6 januari Epifanie, ook wel de Openbaring van Jezus Christus aan alle volkeren genoemd. Dit feest is gebaseerd op het kindheidsevangelie van Mattëus: ‘De wijzen uit het Oosten’. Omdat deze wijzen drie geschenken meebrachten én omdat ze zich op een tactvolle manier gingen voorstellen bij koning Herodes spraken de Westerse volkeren van ‘drie koningen’.  Vanaf de 9de eeuw krijgen de drie koningen ook een naam nl. Caspar, Melchior en Balthasar. Deze staan symbool voor alle mensen van verschillende leeftijden en van verschillende werelddelen: Caspar (Afrika), Melchior (Europa) en Balthasar (Azië). (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

1.2.3.2 Symboliek
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/2(1).png

Driekoningenommegang Wondelgem (Gent). http://www.feestelijkvlaanderen.be

  • Het driekoningenfeest wordt in sommige streken van Vlaanderen uitbundig gevierd. De optochten en de taart met de boon, worden niet zomaar georganiseerd. Integendeel, in elk ritueel zit een mooie symboliek verscholen. Driekoningenstoet: de mensen zijn verkleed als koningen en herders. Soms zijn er zelfs enkele schapen en/of ezels bij. Sommigen maken ook drie reuzen die de drie wijzen voorstellen (bv. in Wondelgem, een deelgemeente van Gent: figuur 1). De steden die zo’n grote stoeten organiseren, schenken de opbrengst aan een goed doel. In kleinere steden vind je zo’n optochten niet, maar daar gaan kinderen verkleed als wijzen van deur tot deur om een ‘driekoningenlied’ te zingen. Zij proberen zo een beetje geld of snoep te verdienen. De drie wijzen hebben meestal ook een ster bij (sterzingen). Deze ster verwijst naar de ster die de drie wijzen tot bij Jezus gebracht heeft. Sommigen nemen ook lampionnen mee. Dit gebruik verwijst naar een ritueel bij de Germanen: ze gebruikten licht om de boze geesten te verdrijven. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)
  • Driekoningentaart: in zo’n taart zit een boon verstopt. Ieder krijgt een stuk van deze taart. Wie de boon vindt, wordt voor één dag koning. Soms mocht de koning dan een koningin kiezen of moest hij allerlei opdrachten uitvoeren. De familieleden/vrienden eerden de koning door hem drie keer omhoog te tillen. De keuze om een boon in een koek te verstoppen, moeten we gaan zoeken bij de Germanen: volgens hen was een boon een heilige groente. Er bestaan verschillende varianten van de driekoningentaart. Zo kan je de boon ook verstoppen in een koek of oliebol. (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

1.2.4 Lichtmis

1.2.4.1 Begripsomschrijving
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/3(1).png

Dit feest vieren we op 2 februari. We herdenken dat Maria en Jozef naar de tempel van Jeruzalem gingen om Jezus op te dragen aan God.  Dit is een fragment uit het kindheidsevangelie van Lucas. Hierbij vermeldt Lucas twee wetten: een reinigingswet en de cultuswet. De reinigingswet houdt in dat de moeder 40 dagen na haar bevalling zich laat zuiveren. Hierbij  moet ze ofwel een schaap ofwel twee duiven (of tortels) offeren. Dan is er ook nog de cultuswet of de ‘vrijkoping van de eerstgeborene’. Dat wil zeggen dat alle gezinnen met hun eerstgeboren kind (als het een jongen is) naar de tempel moeten gaan. Daar moeten ze hun kind vrijkopen: ze betalen hiervoor vijf sikkels. Dit ritueel verwijst naar een verhaal in Exodus waarin JHWH alle mannelijke eerstgeborene (zowel mens als dier) opeist. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

“Alles wat de moederschoot opent behoort Mij toe, ieder eerstgeboren mannelijk dier van uw kudde, van de runderen en de schapen. Het eerstgeboren jong van een ezel moet u vrijkopen met een lam. Wilt u  het niet vrijkopen, dan moet u  het de nek breken. Iedere eerstgeboren zoon moet u  vrijkopen. Niemand mag met lege handen voor Mij verschijnen.” (Ex 34, 19-20) (KBS, De Bijbel uit de grondtekst vertaald, 1995)

Wanneer Maria en Jozef naar de tempel gaan, ontmoeten ze Simeon en Hanna. Beiden spreken ze vol lof over Jezus (zie bijlage 1). Lucas wil met de woorden van Simeon en Hanna duidelijk maken dat de God van het Verbond (= De Tora, de Wet) de Messias (= Jezus Christus) gezonden heeft.

Oorspronkelijk heette het feest Maria-Lichtmis of Lichtmis maar omdat Jezus meer in de belangstelling kwam te staan, wijzigden men de naam in ‘Opdracht van de Heer’ (1969). Dit feest betekent ook het einde van de Kerstkring. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.4.2 Symboliek

Lichtmis, de dag waarop vele kinderen en volwassenen pannenkoeken eten. Maar is dat het enige ritueel van Lichtmis?

  • Het is de traditie dat we op Lichtmis pannenkoeken eten. Dit zou voortkomen uit een oud ritueel bij de boeren. Lichtmis betekende voor hen dat het werk terug moest hervat worden. Voor de nieuwe boerenknechten bakten ze (pannen)koeken. Deze gewoonte kan je ook nog terugvinden in het gezegde “Er is geen vrouwke zo arm, of ze maakt met Lichtmis haar panneke warm”. (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • In de kerk worden kaarsen gewijd en men houdt een lichtprocessie. Op deze dag herdenkt men dat Simeon de Messias het Licht genoemd heeft. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)
  • Het is ook de gewoonte dat de pastoor op 2 februari (of de eerstvolgende zondag) de pasgeboren kinderen en hun ouders uitnodigt in de kerk. Uiteraard zijn dan alle kinderen en hun ouders welkom maar meestal gaat het om kinderen die het voorbije jaar gedoopt zijn. De pastoor spreekt dan een zegen uit over deze kinderen. In sommige parochies krijgen de ouders van deze kinderen een gewijde kaars mee. Deze kaars betekent dat Jezus voor de kinderen Licht zal zijn. (Janssen, K., Een jaar vol kleuren, 2001) [3]

DEEL 2: De Kerstkring in de eerste graad

Achtergrondinformatie is belangrijk voor de leerkracht zelf, maar het is de bedoeling dat je deze informatie vereenvoudigd uitlegt aan kinderen van een eerste graad. Als je de kinderen op een didactisch verantwoorde manier kennis wil laten maken met de Kerstkring moet je rekening houden met enkele basiselementen én daarbij het leerplan niet uit het oog verliezen. 

2.1 Bijbelverhalen in de klas

Als leerkrachten Bijbelverhalen introduceren in de klas moet je rekening houden met drie basisprincipes. Pas dan krijgt het verhaal de nodige waardigheid én kan het verhaal een rol spelen in het (geloofs)leven van de kinderen. 

2.1.1 Geen historische feiten

Het is van groot belang de Bijbelverhalen niet te vertellen als historische gebeurtenissen, dingen die echt gebeurd zijn. Het is net de symbolische taal waar je als lezer rekening moet mee houden: je moet tussen de lijnen lezen. Dat is het moeilijkste aan het lezen van de verhalen: je moet er genoeg tijd aan besteden. Ook al zijn de verhalen niet echt gebeurd, toch kunnen ze een waarheid bevatten. Het begrip waarheid betekent veel meer dan het begrip juistheid. Het citaat hieronder kan je een duidelijk beeld geven van het verschil tussen juistheid en waarheid. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Stel je voor dat een dichter, een wetenschapper en een schilder naar een zonsondergang zouden gaan kijken. De dichter schrijft mooie poëtische zinnen neer over dit gebeuren. De wetenschapper geeft een juiste, wetenschappelijke verklaring en de schilder zet wat hij ervaart op doek. Deze drie mensen vertellen vanuit hun perspectief iets over de waarheid. Het is dus niet enkel het wetenschappelijke (= het juiste) dat waar is. Het begrip “waarheid” is véél breder dan “juistheid”. Ook de dichter en de schilder vertellen een stukje van de waarheid.

Stel je voor dat je het boek van “Als de olifanten vechten” van Dirk Bracke gelezen hebt. Dit boek handelt over het leven van kindsoldaten in Oeganda. Het boek vertelt het verhaal van Isaac en Richard. Dit zijn fictieve personages en het is dus niet juist (= niet wetenschappelijk correct). Maar in dit boek zit er veel waarheid over het leven van kindsoldaten. Dirk Bracke heeft zich verdiept in de verhalen van de kindsoldaten en kreeg hulp van de journaliste Els De Temmerman om een realistisch beeld te schetsen. Ook al zijn de personages in het boek fictief, het is wel waar. Voor vele kindsoldaten is het verhaal dat beschreven wordt, dagelijkse realiteit.

Stel dat je in een gedicht aan je geliefde schrijft dat hij of zij de mooiste ter wereld is. Letterlijk gezien zal dit niet juist zijn. Er loopt hier op de aardbol iemand rond die puur objectief gezien mooier zal zijn dan jouw geliefde.

Wil dit dan zeggen dat wat jij in jouw gedicht schrijft niet waar is? Neen, hoewel het niet letterlijk juist is, is het wél waar. Als jij zo verliefd bent en je vindt je liefste de mooiste ter wereld, dan is het waar. Het is jouw waarheid. Iemand anders zal de werkelijkheid anders ervaren en zijn of haar geliefde de mooiste vinden.

Zo is het ook met de Bijbel. Het is niet omdat de verhalen in de Bijbel niet echt gebeurd zijn, dat er geen waarheid in schuilt. Een Bijbelverhaal lezen en interpreteren vraagt tijd. Het zal niet onmiddellijk lukken. Een gedicht moet je ook soms ook drie keer lezen alvorens je het verstaat. Misschien valt er je nog iets anders op als je het de vierde keer leest. Het kan ook zijn dat je het gedicht in je opneemt en laat bezinken. En plots, terwijl je met iets heel anders bezig bent, begrijp je waar het over gaat. Zo gaat het ook met de Bijbel. Het vraagt geduld. Bovendien betekent ‘de Bijbel lezen’ : ‘de Bijbel laten spreken’. Dit wil zeggen dat je jezelf afvraagt of die oude Bijbeltekst ook voor jou vandaag nog iets kan betekenen.

De mensen die de Bijbelse verhalen geschreven hebben, leefden in een heel andere tijd en context dan wij. Ze gebruikten ook andere beelden dan wij.

Daarom is het soms zo moeilijk om te begrijpen waar het over gaat. We hebben nood aan een gids die de beelden kan uitleggen en toelichten." (De Decker, K., De Bijbel… Een bron om van te leven?, 2006)

Als leerkracht of opvoeder is het jouw taak om de waarheid uit het verhaal te halen en duidelijk te maken aan de kinderen. Zo kunnen zowel kinderen als volwassenen de verhalen begrijpen (er greep op krijgen) en zichzelf erin herkennen. 

2.1.2 Een leerproces in drie stappen

De opvoeder zal steeds drie essentiële stappen doorlopen in de lessen godsdienst.

De eerste stap is verkennen. Dat houdt in dat kinderen kennismaken met elementen uit het verhaal. Deze elementen kunnen personages zijn die echt in het verhaal voorkomen maar dat kan ook een personage zijn uit een gekend verhaal dat iets gelijkaardig ervaart (brugverhaal). Men gaat op zoek naar aanknopingspunten. Het verkennen kan je uitlokken door verschillende werkvormen te gebruiken bv. een inleefspel, prenten, een kijkdoos, een lied, een kringgesprek… Het belangrijkste is de betrokkenheid van de kinderen te verhogen zodat ze niet afhaken bij de volgende stap en dit kan je alleen bereiken door beeld- en/of geluidmateriaal te gebruiken. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Het verdiepen is de tweede stap. Je confronteert de kinderen met het nieuwe en laat het hen interpreteren. Beperk deze fase niet tot het vragen stellen aan de kinderen. Integendeel, breng muzische elementen aan: dramatiseer het verhaal, vertel vanuit verschillende standpunten (bv. vanuit het personage Maria of Jozef), laat kinderen een vervolg verzinnen... Het is essentieel dat de kinderen een herkenningspunt vinden: ‘Ik heb dit ook al meegemaakt’. Als de kinderen iets herkenbaar vinden in het verhaal zullen ze ook sneller de boodschap van het verhaal begrijpen. Daarom is het zo belangrijk dat de leerkrachten zelf de symbolische taal herkennen: zij moeten de herkenningspunten zoeken voor de kinderen en deze op een eenvoudige wijze duidelijk maken. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Ten slotte is er nog één stap namelijk het verankeren. Hierbij stelt het kind zich de volgende vragen: ‘Wat betekent dit verhaal nu voor mij? Wat heb ik eruit geleerd?...’. Vooral de eerste vraag is zeer belangrijk. Laat de kinderen niet alleen een tekening maken bij het verhaal of het verhaal reconstrueren, maar daag hen ook uit op zoek te gaan naar wie voor hen een herder is, wie een lichtje is in donkere tijden… Pas dan hebben de leerlingen de symbolische taal begrepen en zal het verhaal iets betekenen voor hun in de huidige maatschappij. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Het is niet noodzakelijk deze drie stappen te doorlopen in één les. Je kan ook twee lessen voorzien over hetzelfde onderwerp waarbij je in de eerste les vooral aandacht schenkt aan het verkennen en in de tweede les aan het verdiepen en verankeren. Dus als je ervoor wil zorgen dat de kinderen de boodschappen kunnen linken aan hun wereld, dan moet je niet alleen werken aan het verankeren maar moet je er ook voor zorgen dat de kinderen betrokken zijn bij het verkennen en het verdiepen. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

2.1.3 De inleiding van het verhaal

Sommige leerkrachten hebben een Bijbel in de klas staan maar als ze een verhaal uit de Bijbel willen voorlezen, nemen ze een blad papier met de tekst erop. Zo geef je het Bijbelverhaal een mindere waarde: het Bijbelverhaal wordt een ‘gewoon verhaal’.

Als je een Bijbelverhaal wil voorlezen, toon dan steeds de Bijbel aan de kinderen. Vertel dat er twee delen zijn namelijk het Oude Testament geschreven door de voorouders van Jezus en het Nieuwe Testament geschreven door de vrienden van Jezus. Zeg hen dan uit welk deel je het verhaal voorleest, in dit geval het Nieuwe Testament. Als je dit een paar keer uitvoert voor je het verhaal begint te lezen, zullen de kinderen al snel de algemene structuur begrijpen. Het is ook een aanrader om een Bijbelritueel in te voeren bij het begin van het schooljaar. Zo kan je net voor je een Bijbelverhaal voorleest een kaarsje aansteken en het even stil maken.  (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

2.2 De Kerstkring gesitueerd in het leerplan

Alle achtergrondinformatie uit hoofdstuk één vertel je natuurlijk niet aan de kinderen van een eerste graad. Om een duidelijk beeld te scheppen van wat aan bod moet komen en wat niet, wordt het leerplan rooms-katholieke godsdienst geraadpleegd.  

2.2.1 De leerplandoelen

Al vanaf de eerste graad brengt het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen (Licap), de advent en Kerstmis in kaart bij het liturgisch en pastoraal jaar (5.2.1.11).

Kinderen verkennen de betekenis van de advent en Kerstmis vanuit de verhalen over de geboorte van Jezus. Dit houdt in dat ze:

  • K: De advent leren kennen als de tijd waarin christenen zich voorbereiden op Kerstmis.
  • K: De symboliek van de adventskrans verkennen: krans, groen, rood, licht.
  • K: Maria leren kennen als de moeder van Jezus.
  • K: Aandacht hebben voor de adventscampagne Welzijnszorg.
  • K: Werken rond het geboorteverhaal van Lucas (Lc.2).
  • K: De kans krijgen om te bidden bij advent en Kerstmis.
  • U: Het contrast tussen donker en licht beleven.
  • U: Het verhaal beluisteren over de eerste kerststal (van Franciscus).
  • U: Het verhaal over de traditie van de kerstboom leren kennen.
  • U: Zich met de klas inzetten voor een project van de adventscampagne Welzijnszorg.

Ook in de tweede en derde graad vind je het thema advent en Kerstmis terug in het liturgisch en pastoraal jaar (5.2.2.11 en 5.2.3.11). Maar men legt andere accenten als in de eerste graad. In de tweede graad staat ‘licht’ centraal.

Kinderen verkennen advent en Kerstmis als een groeien naar licht en leven.

In de derde graad gaan de leerlingen zich nog meer verdiepen in de betekenis en rituelen in verband met de advent en Kerstmis.

Kinderen kunnen de advent duiden als tijd van voorbereiding op Kerstmis.

Kinderen begrijpen Kerstmis als het feest waarin christenen hun ervaring van ‘God wordt mens’ vieren.

2.3 De kerstman

2.3.1 Ontstaan

Santa Claus of de kerstman is een Amerikaanse versie van Sinterklaas. In het begin van de 19de eeuw brachten Nederlandse kolonisten het feest van Sinterklaas naar Amerika, waardoor Santa Claus ontstond. Er zijn nog enkele gelijkenissen tussen de kerstman en Sinterklaas maar de uiterlijke verschillen zijn des te groter. Sinterklaas was een heilige maar omdat Amerikanen, protestantse migranten, geen katholieke heilige wouden vereren, verdween de mijter en het bisschopsgewaad. In 1881 maakte Thomas Nast, een Amerikaanse cartoonist, een tekening van Santa Claus. Toch bestond er nog geen stereotiep beeld van de kerstman: de ene keer was hij heel dik, de andere keer heel dun. Een vast beeld van de kerstman ontstond onder invloed van de Amerikaanse reclametekenaar Haddon Sundblom. Hij ontwierp reclame voor ‘Coca-Cola’: de kerstman kreeg een dikke buik met een vriendelijk uitzicht, een witte baard en rode kledij. Via deze reclame is het beeld van de kerstman, zoals we hem vandaag nog steeds kennen, bij ons gekomen.[4] (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

2.3.2 De kerstman in de klas?

De kerstman hoort niet thuis in de lessen over de advent en Kerstmis! Toch schenken sommige leerkrachten hier aandacht aan: ‘De kerstman is het eerste begrip dat de kinderen opsommen bij het horen van Kerstmis dus waarom de kerstman niet aan bod laten komen in de lessen?’.

Er zijn verschillende redenen waarom de kerstman niet thuis hoort in de lessen over de advent en Kerstmis. (Verhelst, M., Cursus Godsdienst 1, 2009)

In het kindheidsevangelie van Lucas is er geen sprake van de kerstman.
Het leerplan verwijst niet naar de kerstman.
De kerstman is een kopie van Sinterklaas. Maar zo gaat de boodschap van Kerstmis verloren. Jezus deed een oproep voor vrede en het ‘geven’. Maar voor de kinderen staat de kerstman centraal en ze vragen steeds duurdere geschenken.

Net om deze redenen, is het aan de leerkrachten om de kerstman achterwege te laten en de echte boodschap van Kerstmis te verkondigen.

DEEL 3: Bestaande handleidingen onder de loep

Het is belangrijk om bestaande handleidingen onder de loep te nemen zodat we wat meer te weten komen over hoe zij de lessen over de advent en Kerstmis aanpakken. ‘Wat komt er aan bod? Hoe pakken zij de leerstof aan? Worden de kinderen voldoende betrokken? Verankeren ze de boodschap?’. Dit zijn enkele vragen die beantwoord worden.  

3.1 De handleidingen

3.1.1 Tuin van Heden

Deze methode wil de kinderen op een kwaliteitsvolle manier, gebaseerd op het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen (1999), onderrichten. De methode bevat een handleiding met een jaaroverzicht, lesfiches, uitbreidingslessen, achtergrondinformatie, Bijbelverhalen op kinderniveau en tips voor de leerkracht, een mooie prentenset… Door middel van de prenten kunnen de leerlingen zich het abstracte meer concreet voorstellen. De lessen dagen uit tot communicatie en differentiatie. Om de lessen uitdagend te maken gebruiken ze verschillende werkvormen. In de eerste graad komen vooral volgende werkvormen aan bod: rituelen, vertellen, bibliodrama, kringgesprek, filosofisch gesprek, het rollenspel en de seizoenstafel. [5]

3.1.1.1 Tuin van Heden 1

In het eerste leerjaar voorziet men twee kernlessen en twee uitbreidingslessen voor de advent. Voor Kerstmis brengt men twee kernlessen en één uitbreidingsles aan. In elke kernles schenkt men aandacht aan de drie fases: verkennen, verdiepen en verankeren. (Cerstiaens, P. e.a., Handleiding Tuin van Heden 1)

Kernles 1 advent: Wachten en verwachten

Verkennen

- Observeren kerstversiering à Kinderen vertellen over hun ervaring met de voorbereiding op het kerstfeest.

- Bekijken prent adventskrans à Hoe ziet de adventskrans eruit?

Verdiepen

- Lln. maken klassikaal een krans (d.m.v. een doorschuifsysteem).

- Bespreking van de adventskrans: groen (teken van leven en hoop) + 4 kaarsen.

Verankeren

- Adventskrans tekenen op werkblad + toonmoment

- Lied advent

Kernles 2 advent: Op weg gaan

Verkennen

- Prent zwangere vrouw

Verdiepen

- Vragen i.v.m. de prent: 'Hoe kijkt de mama? Wie staat er nog op de prent? Hoe kijkt hij?...'

Verankeren

- Vragen i.v.m. een geboorte: 'Wat doen mama's en papa's als ze een kind verwachten?...'

- Adventsverhaal: verhaal van de volkstelling (aankomen in Bethlehem).

Uitbreidingsles 1 advent: De kleine spar

Verkennen

- Licht en donker: donker in de klas (Hoe voel jij je?), licht in de klas (Hoe voel jij je nu?). à Aandacht vestigen op de donkere kerstboom.

Verdiepen

- Verhaal kleine spar + inhouds- en gevoelsvragen bv. 'Hoe zou de spar zich voelen?'

Verankeren

- Kerstboom in de klas versieren

- Lied advent

Uitbreidingsles 2 advent: Adventsspel

Spel

- Spel met 5 soorten opdrachten (ganzenbord): zing een lied, noem een goede eigenschap bij een persoon, wat neem je mee op reis, zoek de ezel en het grote geschenk openen.

- Het grote geschenk is een kerststal met dieren. De lln. zetten de stal met dieren bij de boom

- Lied

Kernles 1 Kerstmis: Geboorte van Jezus

Verkennen

- Zingen rond adventskrans

- Lln. herhalen het verhaal over de volkstelling a.d.h.v. prenten.

Verdiepen

- Vertellen het geboorteverhaal a.d.h.v. prenten.

- Lln. reconstrueren het verhaal met de beelden uit de kerststal + bespreking ('Wie is Maria? Waarom plaats je Jozef daar?...').

Verankeren

- Spel: lkr. beschrijft een personage, lln. vertellen over wie het gaat.

- Lied 'Kling klokjes'

Kernles 2 Kerstmis: Wijzen uit het oosten

Verkennen

- Lied 'Kling klokjes'

- Prent kerststal: lln. vertellen wat ontbreekt in hun kerststal à de wijzen.

Verdiepen

- Lkr. vertelt het verhaal van de wijzen.

- Aan de hand van vragen het verhaal herhalen + beelden in stal plaatsen.

- Uitleg geschenken

Verankeren

- Lln. tekenen wat zij zouden geven aan Jezus + toonmoment

Uitbreidingsles 1 Kerstmis: Kerstfeest

Feest

- Op voorhand: bespreek met kinderen wat je kan doen bv. versiering…

- Doe de kaarsen branden + wijs hen op de sfeer.

- Zing adventslied

- Kerstverhaal opnieuw vertellen

- Cake eten + zelfgemaakte geschenken uitdelen

- Lied 'Kling klokjes'

(Cerstiaens, P. e.a., Handleiding Tuin van Heden 1)

3.1.1.2 Tuin van Heden 2

In het tweede leerjaar voorziet men twee kernlessen en één uitbreidingsles voor de advent. Voor Kerstmis brengt men twee kernlessen en één uitbreidingsles aan. In elke kernles schenkt men aandacht aan de drie fases: verkennen, verdiepen en verankeren. (Cerstiaens, P. e.a. Handleiding Tuin van Heden 2)

Kernles 1 advent: Adventskrans

Verkennen

- Raadsel à adventskrans
- Activeren voorkennis: ‘Wat weten de lln. over de advent en Kerstmis?’.

Verdiepen

- Bespreking symboliek krans: krans, groen, rood, 4 kaarsen en licht.
- Adventslied

Verankeren

- Knutselen adventsdoos of –krans + toonmoment
- Bidden rond de krans.

Kernles 2 advent: Welzijnszorg

Verkennen

- Prenten Robby: donker en licht (blij ↔ droevig)

Verdiepen

- Vragen i.v.m. Kerstmis (‘Vieren alle mensen Kerstmis? Zouden alle mensen op dezelfde manier Kerstmis vieren?...’).
- Verhalen: droevig verhaal à rood kaartje, vrolijk verhaal à groen kaartje.

Verankeren

- Vragen welzijnszorg (begripsverklaring, ‘Welke mensen uit de verhalen hebben iemand nodig die hen helpt ‘wel’ te voelen?’)
- Vertellen wat welzijnszorg doet.

Uitbreidingsles 1 advent: De kerstboom

Verkennen

- Waarneming donkere boom
- Lied ‘O denneboom’

Verdiepen

- Vragen over het lied (‘Waarover gaat het lied? Waar staat de boom? ...’)
- Verhaal ‘Waar komt de kerstboom vandaan?’ + inhoudsvragen.

Verankeren

- Werkblad (spel): Lln. gooien met een dobbelsteen (met symbolen erop). Het symbool dat de leerling gooit, mag hij/zij kleuren. ‘Wie zijn boom is als eerste versierd?’

Kernles 1 Kerstmis

Verkennen

- Klasgesprek: ‘Wat doen mensen als er een kindje geboren wordt?’ + bespreking geboortekaart.

Verdiepen

- Vertellen kerstverhaal
- Lln. linken klassikaal 6 prenten aan de stukjes tekst.
- Lln. vertellen zelf het verhaal a.d.h.v. de prenten.

Verankeren

- Lied ‘O denneboom’
- Werkblad ‘Jezus is geboren’: zinnen linken aan de juiste prent.

Kernles 2 Kerstmis: Wijzen uit het oosten

Verkennen

- Lied ‘Kling klokjes’
- 3 wijzen: lln. krijgen pakje met verhaal à lln. vertellen waarover het verhaal gaat.
- Linken verhaal aan prenten. 

Verdiepen

- Verhaal ‘Geschenk Mira’ + verdiepingsvragen

Verankeren

- Werkblad ‘Geschenk voor Jezus’: lln. tekenen wat ze aan Jezus zouden geven + toonmoment.

Uitbreidingsles 1 Kerstmis: De eerste kerststal

Verkennen

- Prent van Franciscus (lln. vertellen wie deze persoon is en wat hij deed)

Verdiepen

- Verhaal ‘De eerste kerstnacht van Franciscus’
- Reconstructie verhaal a.d.h.v. inhouds- en gevoelsvragen.

Verankeren

- Werkblad ‘Vind de weg naar de stal en ontcijfer de code à ‘Franciscus maakt het kerstverhaal levend. Zalig Kerstfeest.’

(Cerstiaens, P. e.a., Handleiding Tuin van Heden 2)

3.1.2 TOV

‘Tov’ is een Hebreeuws woord en betekent ‘goed’. Hiermee verwijst de handleiding naar het scheppingsverhaal waarbij ‘God zag dat het goed was'. De handleiding kreeg deze naam omdat de auteurs hoopten dat deze achterliggende betekenis ook bij de kinderen een belangrijke plaats zou krijgen: toffe godsdienstlessen. De methode heeft vijf dimensies voorzien waaraan de leerkracht zoveel mogelijk moet werken tijdens het lesgeven nl. bewustworden, communiceren (niveaus van communicatie: ervaring, betekenisverlening en reflectie), symboliseren, verbinden en kiezen. De handleiding en de verschillende werkvormen zorgen ervoor dat leerkrachten genoeg input krijgen om deze dimensies in de klas te brengen. Enkele werkvormen zijn: inleefspel, muzikaal pak, vertelwandeling, pop, stoelenvertelling, foto-analyse en de kijkcirkel. De methode bevat een handleiding met verschillende thema’s onderverdeeld in enkele lessen, een Jezusboek, een cd, video, Jezusverhalen, kijkplaten, rituelendoos… (Verhelst, M. e.a, Handleiding TOV1, 2006)

3.1.2.1 TOV 1

Twee lessen gaan over de advent, vier lessen gaan over Kerstmis. Bij de lessen over de advent gaat alle aandacht naar de adventskrans en  de campagne van welzijnszorg. Bij de lessen over Kerstmis schenkt de methode één les aan elk fragment over de geboorte van Jezus (van de zwangerschap tot de bevalling). (Verhelst, M. e.a, Handleiding TOV1, 2006)


Les 1 advent: De adventskrans

Verkennen

- Waarnemen materiaal adventskrans

Verdiepen

- Vragen adventskrans: ‘Welke kleur hebben de bomen buiten? Zien ze er altijd zo uit?...’
- Lln. maken een adventskrans
- Kaars kleuren in groeiboek + foto zoeken die hoort bij advent.

Verankeren

- Op rood papier schrijven/tekenen kinderen hoe ze zich kunnen voorbereiden op Kerstmis. Papiertjes in krans steken.
- Bezinning: adventslied, gedicht, aandachtspunt voor de rest van de week…

Les 2 advent: Welzijnszorg

Basisideeën

- Kennismaken met vormen van kansarmoede die herkenbaar zijn in hun eigen school.
- Geen clichés: arm kindje met gescheurde kleren.
- Positieve kijk op mensen in armoede.
- Vertrekken vanuit gelijkenissen tussen arm en rijk.

Les 1 Kerstmis: Een engel en Maria

Verkennen

- Beeldanalyse: kijkplaat over Maria bespreken.

Verdiepen

- Verhaal ‘Maria en de engel’ (eventueel vertellen vanuit het standpunt van Maria).
- Klasgesprek: inhouds- en gevoelsvragen.

Verankeren

- Lln. kunnen vragen stellen aan ‘Maria’. Lln. vertellen hoe het voelde om in de schoenen van Maria te staan.
- Tekening maken van de engel en Maria (glasraam).

Les 2 Kerstmis: Maria en haar nicht

Verkennen

- Beeldanalyse: vertellen over vorige les a.d.h.v. de prent.
- Tekeningen over Maria en de ontmoeting met haar nicht, bespreken.

Verdiepen

- Verhaal ‘Maria en haar nicht’ (eventueel vertellen vanuit het standpunt van Maria).
- Klasgesprek: inhouds- en gevoelsvragen.

Verankeren

- Lln. kunnen vragen stellen aan ‘Maria’. Lln. vertellen hoe het voelde om in de schoenen van Maria te staan.
- Tekening maken over de ontmoeting van Maria en haar nicht (glasraam).

Les 3 Kerstmis: Maria en de herders

Verkennen

- Klasgesprek: ‘Volgende week is het vakantie. Waarom?’.
- Beeldanalyse: tafereel van de geboorte van Jezus.

Verdiepen

- Verhaal ‘Maria en de herders’ (eventueel vertellen vanuit het standpunt van Maria).
- Klasgesprek: inhouds- en gevoelsvragen.

Verankeren

- Lln. kunnen vragen stellen aan ‘Maria’. Lln. vertellen hoe het voelde om in de schoenen van Maria te staan.
- Tekening maken over Maria en de herders (glasraam).
- Foto’s zoeken die horen bij Kerstmis

Les 4 Kerstmis: Kerstviering

kerstviering

- In een kring zitten ronde lege kerststal bij de kerstboom
- Lied
- Oorspronkelijk geboorteverhaal voorlezen. Lln. vertellen wat ze mooi vinden aan het verhaal.
- Beeldjes kerststal: ‘Wie is dit? Wat weet je erover? Waar plaatsen we het beeld in de stal?’.

(Verhelst, M. e.a, Handleiding TOV1, 2006)

3.1.2.2 TOV 2

In het tweede leerjaar verlopen de lessen over de advent zoals in het eerste leerjaar. In plaats van een adventskrans maken de leerlingen nu een adventshuisje. Ook de campagne van Welzijnszorg krijgt een plaatsje in dit lessenpakket. In het tweede leerjaar wordt er verder gebouwd op het eerste leerjaar: er komen nog twee fragmenten bij nl. ‘Op naar Bethlehem’, ‘Maria en de wijzen en ‘Het bezoek van de wijzen’. (Verhelst, M. e.a., Handleiding TOV 2, 2006)

Les 1 advent: Adventshuisje

Verkennen

- Onderste deel van een huis op tafel zetten à Lln. vertellen wat ze zien.

Verdiepen

- Gesprek over muren: ‘Waarom zijn muren belangrijk?’.
- Gesprek over een dak op het huis: ‘Waarom is een dak belangrijk? Wat ontbreekt opdat het huis een thuis zou zijn?...’. à Deur en luiken: anderen zijn welkom. Elke week een raam meer openen zodat er meer licht komt in het huisje.

Verankeren

- Elke leerling krijgt ‘baksteen’. Als ze gedaan hebben wat er op de baksteen staat, kleuren ze dat. Wie 4 of 5 bakstenen gekleurd heeft, krijgt een raam met een open luik: daarin noteren kinderen dingen i.v.m. Welzijnszorg
- Bezinningsmoment: adventslied, gedicht, aandachtspunt voor de rest van de week…

Les 2 advent: Welzijnszorg

Basisideeën

- Kennismaken met vormen van kansarmoede die herkenbaar zijn in hun eigen school.
- Geen clichés: arm kindje met gescheurde kleren.
- Positieve kijk op mensen in armoede.
- Vertrekken vanuit gelijkenissen tussen arm en rijk.

Les 1 Kerstmis: Maria bezoekt haar nicht

Verkennen

- Beeldanalyse: vertellen wie/wat er op de prent staat.

Verdiepen

- Lln. vertellen het verhaal dat wordt voorgesteld op de prent.

Verankeren

- Kijkdoos: lln. kleuren Maria en plakken deze in de doos. Lln. schilderen de doos zodat deze eruitziet als een grot.
- Luisteren naar lied.

Les 2 Kerstmis: Op naar Bethlehem

Verkennen

- Beeldanalyse: het gebeuren van de volkstelling: ‘Wat zie je? Waar zouden de mensen naartoe gaan?...’.

Verdiepen

- Verhaal volkstelling
- Plaatbespreking: ‘Vinden jullie Maria en Jozef? Wat gebeurt er in het huis?...’.
- Vervolg verhaal (In Bethlehem is het druk, Jozef vindt geen plaats om te slapen).

Verankeren

Kijkdoos: lln. kleuren Jozef en ezel en plakken deze in de doos.

Les 3 Kerstmis: Geboorte Jezus

Verkennen

- Lln. mogen vragen stellen aan Jozef en Maria.
- Favoriete stuk tekst voorlezen (Lc. 1-20)

Verdiepen

- Vertellen verhaal: vervolg = bezoek van de herders.
- Verdiepingsvragen

Verankeren

- Werkblad: lln. schrijven hoe ze feest vieren.
- Lln. tekenen verhaal ‘geboorte van Jezus’.
- ‘Kerstmis’ noteren bij de juiste foto.

Les 4 Kerstmis: Kerstviering

Kerstviering

- Lln. zitten in kring rond het adventshuisje
- Lied zingen
- Vertellen over beelden uit de kerststal
- Oorspronkelijk geboorteverhaal (Lc. 1-20) voorlezen
- Weesgegroet

Les 5 Kerstmis: Maria en de wijzen

Verkennen

- Activeren voorkennis: lln. geven boon door, als muziek stopt vertelt de leerling met de boon een stuk van het geboorteverhaal van Jezus.

Verdiepen

- Verhaal vertellen over de wijzen
- Verdiepingsvragen

Verankeren

- Tekenen wat ze zouden meenemen voor Jezus (niet enkel materiële dingen).
- Lln. schrijven ‘Driekoningen’ bij de juiste foto.
- Verhaal ‘Maria en de wijzen herhalen + lln. vertellen wat zij zouden meenemen voor Jezus.

Les 6 Kerstmis: Bezoek van de wijzen

Verkennen

- Lln. vertellen verhaal over de geboorte van Jezus opnieuw + bespreking beeldjes.

Verdiepen

- Vertellen verhaal van de wijzen
- Herhaling verhaal a.d.h.v. de prenten

Verankeren

- ‘Driekoningen’ schrijven bij de juiste foto.

Verkennen + verdiepen

- Gesprek: tafereel koning Herodes (Welke plaats krijgt hij in het kersttafereel?).

(Verhelst, M. e.a., Handleiding TOV 2, 2006)

3.1.3 Jezus leeft!

Deze handleiding spreekt de leefwereld van het kind aan waardoor men optimale kansen creëert om te groeien in levensbeschouwing en religie. Ze schenken ook aandacht aan open communicatie (openstaan voor meningen/ideeën van anderen, inzien dat jouw visie niet dezelfde is als de visie van anderen) en diversiteit. De methode bevat een handleiding met verschillende thema’s onderverdeeld in stappen en bijhorende activiteiten, werkboeken, een ‘ik groei’-boek, kijkplaten, een cd, een dvd, een figurenplaat…Bij de verschillende thema’s heeft men ook oog voor ICT: in de handleiding kunnen leerkrachten terugvinden hoe de leerlingen ICT kunnen inzetten om hun ideeën op een creatieve manier naar voor te brengen. (Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!1)

3.1.3.1 Jezus Leeft! 1

In de handleiding besteedt men één stap aan de advent, vijf stappen aan Kerstmis en nog een laatste stap aan het bezoek van de wijzen. Bij de les over de advent staat het licht centraal. De lessen over Kerstmis vertellen de leerlingen iets meer over Maria die moeder wordt, het plaatsgebrek, de vrede voor alle mensen en het vieren van Kerstmis. (Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!1)

Stap 1: Heel veel licht

Verkennen

- Beschrijving adventskrans + uitleg.

Verdiepen + verankeren

- Uitleg: Jezus is zoon van God + lln. vertellen over wat opvalt in hun omgeving tijdens de kerstperiode (lichtjes, versiering…).
- Uitleg: Jezus is zoon van Maria + lln. vertellen hun ervaringen over het wachten op de komst van een baby.
- Lege kerststal tonen + lkr. vertelt fragment uit de bijbel over de kerststal à drie figuren: Maria, Jozef en Jezus.

Verankeren

- Werkboek: zoeken naar voorwerpen die licht geven.
- Luisteren naar lied over licht + tekening maken over ‘het licht’/
- Op zoek naar voorwerpen die licht geven of prenten waarop ‘licht’ staat afgebeeld.

Stap 2: Maria wordt mama

Verkennen

- Aansteken adventskaars + beluisteren lied + os in kerststal plaatsen.

Verdiepen

- Geboorteverhaal vertellen + kijkplaat.
- Maria denkt na over geboorte + bezoek aan haar nicht.
- ‘Weesgegroet Maria’
- Vertellen over de volkstelling.
- Lln. steken eigen kaarsen aan: ‘Ik verlang naar…’ + gebed.

Verdiepen +
verankeren

- Werkblad ‘Maria wordt mama’
- Mogelijke verwerkingen: tekenen over de verhalen, wenskaart maken over ‘blij nieuws brengen’, zwangere persoon uitnodigen, kerstproject, ‘Magnificat’ beluisteren en licht en donker beleven.

Stap 3: Oei, er is geen plaats

Verkennen

- Adventskaarsen aansteken + vertellen over de omgeving i.v.m. Kerstmis.

Verdiepen

- Vertellen over de reis naar Bethlehem + figuren in kerststal plaatsen.
- Kerstverhaal navertellen + dramatiseren.
- Vertellen over campagne Welzijnszorg.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: er is geen plaats.
- Mogelijke verwerkingen: fotoverhaal van gedramatiseerde kerstverhaal (ICT) of kerstliederen beluisteren.

Stap 4: Welkom Jezus

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + beschrijven figuren in kerststal.

Verdiepen + verankeren

- Aanbrengen geboortejaar Jezus.
- Vertellen verhaal herders + navertellen + dramatiseren à Engel in de kerststal.
- Symboliek herders + hoe kan Jezus licht zijn voor herders?
- Voorbeelden zoeken bij de wens van Jezus bv. zich inzetten… + wens bedenken voor een baby en Jezus
- Sfeerbeelden over Kerstmis bekijken op dvd.

Verdiepen +
verankeren

- Werkboek: ‘Welkom Jezus’ à knipblad
- Mogelijke verwerkingen: dramatiseren m.b.v. vingerpoppen, verder werken rond verhaal van engel en herders, kerstgeschenk maken en afgeven aan bejaarden, kerstliederen beluisteren + zingen.

Stap 5: Vrede voor alle mensen

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + bespreking ‘engel’ aan de kerststal.

Verdiepen + verankeren

- Woorden van de engel in ‘het licht’ zetten + bouwstenen vrede bespreken.
- In groep: groeperen prenten ‘mensen die elkaar pijn doen’ en ‘mensen die goed zijn voor elkaar’.
- Lln. bespreken hoe zij vrede kunnen brengen + maken vredeskroon.
- Dramatiseren illustratie ‘mensen die goed zijn voor elkaar’ + eigen vredesboodschappen.

Verdiepen + verankeren

- Mogelijke verwerkingen: Kerstlied zingen + beluisteren, vredessituaties verder uitwerken, verhaal dramatiseren met vingerpoppen, mijmeren bij adventskrans, ritueel bij adventskrans en opdracht werkboek.

Stap 6: Kerstmis vieren

Kerstviering

- Aansteken adventskaarsen + kaarsen lln. + symboliek ‘verlangen naar Kerstmis’.
- Sterrenkroon: lln. vertellen de vredesboodschap + wierook + beluisteren en zingen ‘Maria wordt mama’.
- Mama (zwanger) vertelt kerstverhaal: af en toe pauze voor een lied.
- Presenteren kerstgeschenken.
- Kerstwensen uitwisselen + vertellen hoe ze Kerstmis zullen vieren.
- Werkblad

Stap 7: Kijk, de wijzen volgen een ster

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + ‘Weesgegroet’ + lied.
- Uitleg wijzen

Verdiepen + verankeren

- Verhaal van de ‘Wijzen + uitleg geschenken + vertellen over hun geschenken.
- Uitleg symboliek van de ster + ‘Hoe kunnen wij een ster zijn?’.
- Datum van het feest à kalenderblaadje

Verdiepen +
verankeren

- Werkboek: ‘Wie is een ster in de ogen van Jezus?’.
- Mogelijke verwerkingen: vertellen over actie ‘Sterzingen’, sterren laten uitdelen, verjaardagskroon met sterren maken en taart met bonen.
- Evaluatie thema.

(Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!1)

3.1.3.2 Jezus leeft! 2

In het tweede leerjaar is er één stap voorzien voor de advent, vier stappen voor Kerstmis en één stap voor het bezoek aan de wijzen. In het eerste leerjaar werd de klemtoon gelegd op het licht in de advent, in het tweede leerjaar benadrukt men het wachten op de komst van Jezus. Bij Kerstmis leren de leerlingen iets meer over Maria en het grote nieuws, de komst van Jezus en de verwelkoming van Jezus. Bij de les over de wijzen krijgen de leerlingen ook meer uitleg over de symboliek van de ster. (Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!2)

Stap 1: Advent is wachten op Jezus

Verkennen

- Aanschouwen adventskrans + woordveld opbouwen ‘advent’ (+ lied).

Verdiepen + verankeren

- Prenten tonen uit kinderbijbel over aankondiging van de geboorte van Jezus à reacties lln.
- Situering verhaal in de kinderbijbel + verhaal vertellen.
- Navertellen verhaal + dramatiseren + ‘Weesgegroet’.
- Woordveld ‘verwachten’: ‘Waar kijken de lln. naar uit?’.
- U: mama laten vertellen over de verwachtingen van haar kind en dromen/voor het kind.
- Uitleg Kerstmis + advent (vier weken uitkijken naar geboorte Jezus).
- Symboliek ‘Jezus is licht’ voor alle mensen.

Verdiepen  + verankeren

- Werkboek: ‘Advent is wachten op Jezus’.
- Mogelijke verwerkingen: lied ‘Maria wordt mama’, kerstzuil creëren, godsdiensthoek aankleden, dramatiseren verhaal, materiaal zoeken om elkaar te begroeten en adventsdoos.

Stap 2: Maria heeft groot nieuws

Verkennen

- Adventskaarsen aansteken + ervaren meer licht.
- Dramatiseren verhaal ‘aankondiging van de geboorte van Jezus’ + lln. begroeten elkaar (zie vorige les).

Verdiepen +  verankeren

- Getuigenissen door moeders over hun zwangerschap.
- Illustraties tonen ‘Maria vertelt het blije nieuws aan haar nicht’.
- Situering verhaal + verhaal vertellen + navertellen +dramatiseren   
- ‘Weesgegroet’ : eerste deel opzeggen, tweede deel beluisteren.
- Inleving: engel Gabriël spelen: ‘Wat zou je aan de wereld zeggen?’.
- Komst van Jezus herdenken: gebed.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: ‘Maria heeft groot nieuws’.
- Mogelijke verwerkingen: verhalen dramatiseren, boodschap formuleren (gezonden door God), ‘Weesgegroet’ of ‘Magnificat’ kopiëren, aanbrengen joods vredeslied en juichen tijdens ‘Weesgegroet’

Stap 3: Maak je klaar voor Jezus

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + ervaren meer licht.
- Symboliek adventskrans.
- Lln. vertellen waarom ze verlangen naar Kerstmis.

Verkennen + verdiepen + verankeren

- Ervaringen delen: voorbereiden op de geboorte.
- Hoe kan je zien dat het geboortefeest in zicht is? à omgeving.
- Dramatiseren: Maria ontmoet haar nicht Elisabeth.
- Verdiepen symboliek van ‘het licht’.
- Actie Welzijnszorg: uitleg + meewerken.

Verdiepen + verankeren

- Werkblad: ‘Maak je klaar voor Jezus’.
- Mogelijke verwerkingen: kerstliederen zingen, dramatiseren verhalen, actie Welzijnszorg, logboek ‘licht en donker’, adventsdoos, Weesgegroet + gebed van de week om  af te sluiten.

Stap 4: Jezus komt

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + Weesgegroet en gebed van de week.
- Actueel: ‘Hoeveel dagen tot Kerstmis? Hoe vieren de christenen? Welzijnszorg…’.
- Kerststal: ‘Waar zien ze die? Wat betekent dit voor hen?’.

Verdiepen + verankeren

- Vertellen over kerstsfeer in de klas + liederen zingen + klas verder aankleden.
- Vertelronde: verwachtingen, kerstversiering thuis…
- Betekenis kerstfeest voor de christenen
- Illustraties geboorte Jezus + situeren + verhaal vertellen (volkstelling + geboorte Jezus).
- Figuren plaatsen in de kerststal + navertellen + verhaal dramatiseren.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: ‘Jezus komt’.
- Mogelijke verwerkingen: afbeeldingen over de geboorte bekijken (boeken, bijbels, ICT), Kerstmis op websites, informatieve clip bekijken, dvd, kerststal knutselen, kerstverhaal dramatiseren en adventsdoos.

Stap 5: Welkom Jezus

Verkennen

- Aansteken adventskaarsen + bespreking kerstsfeer
- Herhaling namen die de christenen aan Jezus geven.
- Vertellen: je droomt over een wereld waar Jezus welkom is + ervaringen lln.
- Weesgegroet + gebed + lied ‘Sjaloom’.

Verdiepen + verankeren

- Illustratie geboorte van Jezus + situeren + verhaal vertellen (herders).
- Navertellen + dramatiseren + lied ‘Herders, hij is geboren’.
- Praten met Jezus: betekenis Maria als moeder (Koran), eerste kerststal, Jezus als vriend voor de armen en het gezang van de engelen à Vrede en vreugde voor alle mensen.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: ‘Welkom Jezus’.
- Mogelijke verwerkingen: kerstverhaal dramatiseren + foto’s (gesprek), kerstkoekjes bakken, kerstwensen noteren + verzenden, engelen beschouwen, kerstversiering in de klas/school aanbrengen en adventsdoos.

Stap 6: De wijzen volgen de ster

Verkennen

- Vertellen over Kerstmis.
- Navertellen verhaal van de engelen en de herders.

Verdiepen + verankeren

- Bespreking symboliek ster + ‘Hoe kunnen de lln. licht zijn voor anderen + uitdrukkingen bv. jij bent een ster.
- Situeren verhaal van de wijzen + verhaal vertellen + navertellen en dramatiseren.
- Bespreking a.d.h.v. verdiepingsvragen.
- Uitleg ‘Sterzingen’.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: ‘De wijzen volgen de ster’.
- Mogelijke verwerkingen: ster knutselen,  vertellen over driekoningentradities, kerstverhalen nalezen en adventsdoos.
- Evaluatie van het thema

(Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!2)

3.1.4 Manna

‘Manna’ vinden wij terug in de bijbel nl. het ‘brood uit de hemel’ dat Jahwe schonk aan zijn volk in de woestijn. Hiermee wou Jahwe duidelijk maken dat hij er voor zijn volk was. De auteurs hebben deze naam gekozen met de visie dat ook nu God ons ‘leven’ wil schenken. Concreet wil dat zeggen dat de verhalen en de boodschappen van die tijd ook nu nog een betekenis hebben voor de kinderen: we moeten hen ermee laten kennismaken. De methode bevat een handleiding met thema’s onderverdeeld in lessen, klassikale kijkplaten, film, cd, werkboek…De handleiding sluit nauw aan bij het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs (1999). (Bels, K. e.a., Handleiding Manna 1, 2001)

3.1.4.1 Manna 1

Eén thema gaat over de advent en Kerstmis, het andere thema gaat over ‘Drie koningen’. Het thema over de advent en Kerstmis heeft men nog eens onderverdeeld in acht verschillende lessen nl. een adventskrans maken, vergeten mensen (= Welzijnszorg), Jozef en Maria verlangen naar een redder, de boodschap van Maria en het bezoek aan Elisabeth, de geboorte van Jezus, blij nieuws voor de herders, knutselen voor het kerstgebeuren en een kerstviering. Het thema over de ‘Drie Koningen’ bevat drie lessen: het verhaal van de ‘Drie Wijzen, Driekoningen: sterzingen en de gebroken ster. (Bels, K. e.a., Handleiding Manna 1, 2001)

Les 1: De adventskrans: een droom vol verwachtingen

Verkennen

- Klasgesprek: vragen a.d.h.v. foto’s à mama verwacht een baby.
- Ervaringen delen i.v.m. wachten en geduldig zijn.

Verdiepen + verankeren

- Bespreking kerstsfeer
- Betekenis Kerstmis toelichten.
- Bespreking adventskrans + betekenis adventskaarsen.
- Aanbrengen woord ‘advent’ + zoeken naar zinnen waarin de betekenis van de advent centraal staat.

Verankeren

- Adventshart knutselen (vier ramen: achter elk raam één kaars).

Les 2: Vergeten mensen

Verkennen

- Adventskaarsen aansteken + bespreking vorige les.
- Verhaal ‘Overschotje’ m.b.v. stokpop + bespreking a.d.h.v. enkele vragen.

Verdiepen

- Foto’s met personen erop. Lkr. vertelt het verhaal van deze personen + bespreking a.d.h.v. enkele verdiepingsvragen.
- Stellingenspel ‘Welzijn’ (groep): Situaties à Wat kan je (niet) missen? + nabespreking: ‘Wat betekent rijk zijn?’.

Verankeren

- Bespreking: ‘Hoe kunnen wij ons goede hart tonen? à afspraken.

Les 3: Jozef en Maria verlangen naar een Redder

Verkennen + verdiepen

- Aansteken adventskaarsen.
- Lkr. vertelt over Jozef en Maria: lln. volgen stripverhaal in werkboek.
- Bekijken afbeeldingen over het leven in Palestina + bespreking.

Verdiepen

- Lkr. vertelt verhaal ‘Jezus en Maria dromen van een Redder + reacties lln.

Verankeren

- Werkboek: boekrol kleuren + aanvullen.
- Samenvatting verhalen + lln. verwoorden kerstverwachtingen bij de eerste kaars.
- Gebed bij de adventskrans (één kaars): fragment van de boekrol.

 

Les 4: De boodschap aan Maria – Het bezoek aan Elisabeth

Verkennen

- Herhalingsvragen: ‘Wie weet nog iets over Maria? Waarnaar verlangen Jozef en Maria? Wie vertelt in één zin iets over de advent?’.

Verdiepen + verankeren

- Verhaal ‘De engel Gabriël’+ bespreking a.d.h.v. ‘lege stoel’: lln. stellen vragen aan de personages.
- Actualiteit: ‘Voor wie hebben wij vandaag een goed woord over? Zijn wij engeltjes voor elkaar?...’.
- Bespreking tekening werkboek.
- Verhaal ‘Maria bezoekt haar nicht’.
- Werkboek: ‘Weesgegroet’ aanduiden + eerste deel opzeggen.

Verankeren

- Engel zijn voor elkaar: lln. zijn een engel voor een klasgenoot.
- Gebed bij de adventskrans (twee kaarsen): ‘Weesgegroet’ opzeggen.

Les 5: De geboorte van Jezus

Verkennen + verdiepen

- Verhaal ‘Het bevel van de keizer’ op papierrol.
- Bespreking verhaal a.d.h.v. kijkplaat + dramatiseren

Verkennen + verdiepen

- Verhaal ‘Jozef en Maria gaan naar Bethlehem + ezel uit de kerststalà lied ‘Sjok, sjok, sjok, liep het ezeltje’: eerste strofe.
- Verhaal ‘Er is geen plaats in de herberg’ à lied: tweede strofe.
- Verhaal ‘Geboorte van Jezus’ à lied: derde strofe + bespreking verhaal a.d.h.v. kijkplaat.

Verankeren

- Beluisteren kerstlied
- Werkboek: ‘Je mag er niet in’ en ‘vrede’ aanduiden + kribbe kleuren.
- Aanzet kerststal knutselen.

Les 6: Blij nieuws voor de herders

Verkennen

- Tekening herders: lkr. vertelt verhaal ‘De herders’.

Verdiepen + verankeren

- Verhaal ‘De boodschap aan de herders in het veld’ + bespreking: reacties lln. en verdiepingsvragen.
- Uitleg symboliek herders.
- Rollenspel: verhaal uitbeelden

Verankeren

- Werkboek: ‘Redder aanduiden’ + verhaal vertellen a.d.h.v. stripverhaal.
- Kerstlied zingen + beluisteren
- Gebed bij de adventskrans (drie kaarsjes).

Les 7 +8: Knutselen voor het kerstgebeuren

Knutselen

- Verhaal ‘Kerststal’.
- Kerststal knutselen.
- Kerstverhaal vertellen.

Les 9: Kerstviering – voortaak

Kerstviering

- Voorbereiding in groepen: schapen en sterren knutselen, cake snijden en de tafel dekken. à Klas feestelijk versieren + Kinderen verkleden zich.
- Viering: lichtstoet (kinderen komen met lichtjes de klas binnen), kinderen begroeten, kerstlied zingen, verhaal ‘Het schaap dat niet geschoren wil worden’, schapen in de kerststal zetten, kerstwensen formuleren, lied ‘Vrede voor alle mensen’, gebed en eten en drinken. Lln. nemen sterren met kerstwens mee naar huis.

Les 1: Het verhaal van de drie wijzen

Verkennen

- Verhaal ‘De nachtelijke sterrenhemel’ + bespreking a.d.h.v. enkele vragen.
- Lln. vertellen waar zij kerststerren gezien hebben bv. winkelstraat, thuis…

Verdiepen

- Verhaal ‘De ster wijst de weg naar Jezus’.
- Lln. bekijken prent in stripverhaal + reacties.
- Bespreking a.d.h.v. enkele inhoudsvragen bv. ‘Wat betekent zo’n ster aan de hemel?’.

Verdiepen + verankeren

- Uitleg Driekoningen + symboliek a.d.h.v. de figuren uit de kerststal.
- Gebruiken uitleggen.
- Koningsliederen zingen.

Les 2: Driekoningen: sterzingen

Verkennen

- Herhaling: lln. vertellen wat ze weten over de vorige les + lied: ‘Melchior en Balthazar’.
- Zingen bekende driekoningsliederen + bespreking a.d.h.v. vragen bv. ‘Wie hoorde dit lied al eens? Waarom zingen de kinderen dat?...’.

Verdiepen +
verankeren

- Vergelijking ‘Sterzingen’ vroeger en nu + reacties. Eventueel sterzangers in de klas laten komen.

Verankeren

- Lln. worden driekoningen: ster maken + kroon + verkleden. Elke groep mag een driekoningenlied zingen voor elkaar.

Les 3: De gebroken ster – voortaak

Voortaak

- Kinderen maken een zwarte ster met een boos gezicht op en een gele ster met een lachend gezicht erop. De lln. knippen de punten van het middenstuk van de gele ster. Ze maken een staart die past bij de gele ster. De lln. maken ook twee tranen.

Verkennen + verdiepen

- Inkleding: zwarte ster in het midden op de grond, gele ster er bovenop. Het middendeel met lachend gezicht ligt naar onder.
- Verhaal ‘De gebroken ster’.
- Verhaal ‘We maken de gebroken ster terug heel’ + bespreking: ‘Weten jullie waarom de ster nu nog mooier is dan voorheen?’.
- Verhaal ‘De gebroken ster wordt een nieuwe ster en krijgt een staart’.

Verdiepen + verankeren

- Kinderen nemen ster mee naar huis: verwoorden hoe zij een staartster kunnen zijn voor anderen.
- Kinderen tekenen staartster. In de ster tekenen ze voor wie zij een lichtje kunnen zijn. à Alle sterren krijgen een plaats in de klas.

(Bels, K. e.a., Handleiding Manna 1, 2001)

3.1.4.2 Manna 2

In het eerste leerjaar besteedt men twee thema’s (samen elf verschillende lessen) aan de Kerstkring, in het tweede leerjaar heeft de handleiding maar één thema van zes verschillende lessen voorzien voor de advent, Kerstmis en het bezoek van de wijzen. Volgende lessen komen aan bod: drie verhalen van kansarm zijn, aandacht voor kansarmen (=Welzijnszorg), advent… en nu actie!, het kerstverhaal en het verhaal van de ‘Drie Wijzen’, Franciscus’ eerste kerstfeest en het kerstverhaal: een miniproject.   (Bels, K. e.a., Handleiding Manna 2, 2001)

Les 1: Advent: drie verhalen over kansarm zijn

Verkennen + verdiepen

- In groep: drie verhalen lezen + opdrachten in het werkboek invullen.

Verdiepen

- Bij elk verhaal: appreciatie + herkenbare situaties voor de lln.? + bespreking opdracht + bespreking verhaal a.d.h.v. enkele inhouds- en verdiepingsvragen

Les 2: Aandacht voor kansarmen – Welzijnszorg

Verkennen

- Vertellen over mensen die in nood zijn of hulp kunnen gebruiken.
- Kalender: eerste zondag van de advent + vragen naar lessen vorig jaar.
- Op bord: ‘advent’: lln. dicteren zinnen waarin betekenis duidelijk wordt.
- Aanschouwen adventskrans + gebed

Verdiepen + verankeren

- Affiche en documentatie tonen + bespreking: logo, slogan… (kleven in werkboek) + kernwoorden op bord noteren.
- Vergelijking: Jezus zet zich in voor mensen met beperkte mogelijkheden à christenen zetten zich ook in.
- Brainstorm ‘Welzijnszorg’: lkr. noteert zinvolle kernwoorden + toepassen op verhalen vorige les.

Verdiepen + verankeren

- Werkboek: bespreking tekening
- Op zoek naar acties waar de lln. kunnen aan mee werken.
- Gebed bij de adventskrans

Les 3: Advent… en nu: actie !

Inzetten voor mensen met minder kansen

- Bezoek aan een rust- en verzorgingstehuis: kerstwensen brengen, wenskaarten afgeven, een kerstoptreden…
- Andere mogelijk  activiteiten: wenskaart maken, bloemstuk maken, ballonwedstrijd met kerstboodschap organiseren, kerstboom versieren…

Les 4 + 5: Het kerstverhaal en het verhaal van de Drie Wijzen

Verkennen

- Lied ‘O denneboom’ zingen
- Gesprek kerstgebeuren (kerstboom, commerciële elementen…).

Verdiepen + verankeren

- Kerstverhaal vertellen + verwerking: fragmenten in de juiste volgorde kleven in het werkboek.
- Verhaal ‘De Drie Wijzen’+ driekoningenliedjes en een lied over sterzingen zingen.
- Op bord: ‘Kerstmis is…’ à gesprek ‘Wat is voor jou Kerstmis?’. Lkr. noteert enkele elementen op bord + waardering en gevoelens à verslag in godsdiensthoek

Afsluiter

- Stilte en bezinning bij de adventskrans.

Les 6: Franciscus’ eerste kerstfeest

Verkennen + verdieping + verankeren

- Verhaal over de eerste kerststal vertellen + bespreking a.d.h.v. enkele verdiepingsvragen bv. ‘Weet jij een kerststal staan (met levende figuren)?
- Betekenis kerststal.

Verankeren

- Zingen en beluisteren kerstliedjes.
- Stilte en bezinning bij de adventskrans.

Les 7 + 8 + 9: Het kerstverhaal: een miniproject

Les 7

- Bedoeling van miniproject uitleggen + spel opstarten.

Les 8

- Verder inoefenen + opvoeren voor de eigen klas.

Les 9

- Opvoeren voor publiek bv. RVT, andere klassen…

Nabespreking

- Bespreken van de gevoelens en de appreciaties van de leerlingen.

(Bels, K. e.a., Handleiding Manna 1, 2001)

3.1.5 Land in zicht

De schrijvers van ‘Land in zicht’ beseften dat het steeds moeilijker wordt voor de leerkrachten om godsdienst te geven als gevolg van de toenemende diversiteit. Ze bieden de leerkrachten een ‘reisgids’ aan waarbij er telkens aandacht is voor drie stappen: kaart lezen (=aan boord gaan met eigen ervaringen: verkennen), koers varen (= de blik verruimen: verdiepen) en land in zicht (= ervaringen van op de reis een plaats geven in hun leven: verankeren). Om de verschillende koersen te doorlopen heeft de handleiding oog voor verschillende werkvormen nl. actie (knutselen, bibliodrama…), werken met een verhaal, gebed of gedicht, werken met muziek of animaties, praten (kringgesprek, theologiseren, brainstorm…), een schrijf- of tekenopdracht en werken met foto’s of prenten.  De methode bevat een handleiding die bestaat uit verschillende boekjes, een leerwerkboek, een prentenset, een groeimapje, een cd en een bordboek. Bij elk thema biedt men drie alternatieven aan. Sommige alternatieven zijn verplicht, anderen niet. Zo kan elke leerkracht zelf op zoek gaan naar het alternatief dat zijn/haar voorkeur draagt en het meest haalbare/aangename is voor de leerlingen.

Als je de koers één keer doorloopt (één alternatief van ‘kaart lezen’, één alternatief van ‘koers varen’ en één alternatief van ‘land in zicht’), dan werk je op een oppervlakkig niveau aan de doelstellingen. Als je de koers twee of drie keer doorloopt dan krijgt de leerstof meer diepgang en zo ook de te bereiken doelstellingen. (Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’1, 2010).

3.1.5.1 Land in zicht 1

Er zijn twee routes om te varen nl. ‘Een lichtje dat komen gaat’ en ‘Jezus is geboren’. Route één bestaat uit drie delen: het wensen van licht (kaart lezen), de advent brengt licht (koers varen) en hoop op licht (land in zicht). De tweede route bestaat ook uit drie delen: de verschillen bij het vieren van Kerstmis (kaart lezen), Jezus is licht (koers varen) en het licht van Kerstmis vieren (land in zicht). Elk deel, zowel bij route één als bij route twee, bestaat uit drie alternatieven die hieronder beschreven staan. Bij route twee ‘koers varen’ ben je verplicht alternatief één uit te voeren in de klas, je bent ook verplicht alternatief twee of drie aan bod te laten komen. (Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’1, 2010).

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 1: Een straaltje licht

Verkennen

- Leerwerkboek: licht tekenen + bespreking bv. een kampvuur geeft warmte maar ook licht.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele vragen: ‘Waarom licht nodig?’ Wat gebeurt er als er geen licht meer zou zijn?...’.

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 2: Wat kunnen we wensen?

Verkennen

- Brainstorm ‘wensen’ à rangschikken materieel en niet-materieel + woordkaarten in de juiste kolom kleven in het leerwerkboek.
- Bespreking a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Welke woorden heb je in de eerste kolom gekleefd? Waarom? Waarom komen niet al onze wensen uit?...’.
- Verband leggen met de advent: ‘Welke wensen kan je bij Kerstmis plaatsen?’.

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 3: Een zakje vol hoop

Verkennen

- ‘Hoop’ en ‘angst’ op bord noteren. Lln. verwoorden welke gevoelens deze woorden bij hen oproepen + richtvragen: ‘Waarvoor hopen mensen in de toekomst? Waarvoor zijn mensen bang in de toekomst?’.
- Kringgesprek: lln. geven zakje met afbeeldingen door. Om de beurt trekken lln. een afbeelding uit het zakje en vertellen wat het te maken heeft met hoop + bespreking a.d.h.v. enkele richtvragen bv. ‘Wanneer kan hoop ook valse hoop zijn?’.
- Verband leggen met de advent: ‘Welke hoopvolle dingen kan je bij Kerstmis plaatsen?’.

Route 1: Koers varen: Alternatief 1: De boodschap van de engel aan Maria

Verdiepen

- Bijbelverhaal ‘De boodschap van de engel aan Maria’ vertellen m.b.v. platen of de animatie tonen.
- Bibliodrama: kinderen leven zich in à Maria: houdingen aannemen + verdiepingsvragen bv. ‘Waarom neem jij deze houding aan? Hoe zou jij je voelen?…’.
- Uitleg advent: wachten op de geboorte van Jezus.
- Leerwerkboek: Maria tekenen in de houding die zij aangenomen hebben + tekstballon invullen.

Route 1: Koers varen: Alternatief 2: Adventskrans

Verdiepen

- Adventskrans maken + bespreking kleuren, vormen en materialen.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele verdiepingsvragen bv. ‘Waarvoor gebruiken christenen een adventskrans? Wat zullen wij doen met de gemaakte krans?...’.
- Variant: lln. mogen in kleine groepjes adventskrans maken.

Route 1: Koers varen: Alternatief 3: Welzijnszorg

Verdiepen

- Affiche Welzijnszorg bespreken a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wat zie je op de affiche? Hoe zouden wij voor deze mensen een lichtje kunnen zijn in het donker?’….
- Dieper ingaan op de inhoud van de campagne (actueel).

Route 1: Land in zicht: Alternatief 1: Ik leef in hoop

Verankeren

- Bezinningsmoment à lkr. leest tekst ‘Ik leef in hoop’ voor.
- Bespreking: ‘Wat zijn de verwachtingen van de leerlingen.

Route 1: Land in zicht: Alternatief 2: Een krans van hoop

Verankeren

- Lln. zoeken in tijdschriften naar afbeeldingen die volgens hen te maken hebben met hoop (voor zichzelf, de mensen rondom hen en de wereld).
- Lln. kleven deze afbeeldingen op hun adventskrans in het leerwerkboek + lint en kaarsen tekenen.
- Lln. stellen hun krans aan elkaar voor.

Route 1: Land in zicht: Alternatief 3: Mijn affiche

 

Dit alternatief bouwt verder op alternatief drie uit ‘koers varen’.

Verankeren

- Affiche maken die past bij de campagne van Welzijnszorg à duidelijk zijn waarop de mensen hopen.
- Lln. bedenken slogan bij hun affiche.
- Voorstellen affiche + toelichten hoe hun affiche bij de campagne past.
- Variant: in groepjes affiche maken.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 1: Het kerstkwartet

Verkennen

- Kwartetspel: groepjes van vier lln. Elke groep krijgt een kwartetspel + spelen spel.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele vragen: ‘Waarom horen die vier kaarten die één kwartet vormen samen? Waarom vieren niet alle mensen Kerstmis?....’.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 2: Op kerstavond

Verkennen

- Verhaal ‘Op kerstavond’ voorlezen + reacties + bedenkingen.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wat vinden mama en de kinderen van zijn reactie? Wat vind jij van zijn reactie? Waarom?...’.
- Leerwerkboek: brief schrijven aan papa De Vries.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 3: Kerstballen over de hele wereld

Verkennen

- Leerwerkboek: kerststallen van over de hele wereld bekijken + reacties.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Welke kerststal spreekt je het meest/minst aan? Wie zet er thuis een kerststal?...’.

Route 2: Koers varen: Alternatief 1: Het geboorteverhaal van Jezus

Verdiepen

- Vertellen geboorteverhaal Jezus of animatie tonen.
- Klasgesprek a.d.h.v. (inhouds)vragen bv. ‘Waarom gaan ze naar Bethlehem? Wie komt er op bezoek  in de stal?...’.
- Verhaal reconstrueren: zinnen plaatsen bij de afbeelding.
- Uitleg Kerstmis: 25 december herdenken christenen geboorte van Jezus.

Route 2: Koers varen: Alternatief 2: De drie Wijzen

Verdiepen

- Vertellen Bijbelverhaal ‘De drie Wijzen’ of animatie tonen.
- Kringgesprek a.d.h.v. verdiepingsvragen bv. ‘Hoe verloopt de reis? Wat zou jij zeggen? Waarom?...’.

Route 2: Koers varen: Alternatief 3: De drie Wijzen

Verdiepen

- Lln. verdelen in vier groepen. Elke groep krijgt pion à start op spelbord.
- Vertellen Bijbelverhaal ‘De drie Wijzen’.
- Spel: elke groep gooit om de beurt met de dobbelsteen. Vier mogelijke vakjes: vraag oplossen bv. ‘Hoeveel wijzen kwamen Jezus bezoeken’, doe-opdracht bv. ‘Beeld de wijzen uit die op weg zijn naar Jezus’, een kaart trekken bv. ‘De wijzen willen snel bij Jezus geraken, gooi nog een keer’ en een weetje bv. ‘De wijzen brachten geschenken mee voor Jezus. Deze hadden een bijzondere betekenis. Goud is kostbaar en enkel bestemd voor een grote koning.’

Route 2: Land in zicht: Alternatief 1: Ik wens je met Kerstmis…

Verankeren

- Kerstwensen schrijven en op kerstballen kleven.
- Kerstballen verspreiden over de hele school.

Route 2: Land in zicht: Alternatief 2: Als het morgen Kerstmis is

Verankeren

- Lied ‘Als het morgen Kerstmis is’ beluisteren + zingen.
- Bespreking a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wat wordt bedoeld met de duisternis? Hoe zij jij de laatste zin aanvullen?...’.

Route 2: Land in zicht: Alternatief 3: Een lichtje

Verankeren

- Sfeer: één lichtbron bv. zaklamp.
- Bezinningstekst ‘Een lichtje’ voorlezen.
- Bespreking a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wat betekent het om een lichtje te zijn voor iemand? Voor wie zou jij een lichtje kunnen zijn?...’.
- Leerwerkboek: schrijven voor wie zij een lichtje kunnen zijn.

(Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’1, 2010).

3.1.5.2 Land in zicht 2

Er zijn opnieuw twee routes om te varen nl. ‘Advent, waarop wacht ik?’ en ‘De christelijke betekenis van Kerstmis’. Route één bestaat uit drie delen: ‘Kan ik wachten?’ (kaart lezen), ‘Christenen wachten in de advent’ (koers varen) en ‘Waarop wacht ik in de advent?’ (land in zicht). Route twee bestaat ook uit drie delen: ‘Hoe vieren mensen Kerstmis?’ (kaart lezen), ‘Wat vieren christenen met Kerstmis  (koers varen) en ‘De betekenis van Kerstmis voor de leerlingen’ (land in zicht). Elk deel, zowel bij route één als bij route twee, bestaat uit drie alternatieven die hieronder beschreven staan. Bij route twee ‘koers varen’ zijn alternatief één en drie verplicht. Er zijn ook nog drie uitbreidingslessen voorzien die aandacht hebben voor licht en donker, de eerste kerststal en de kerstboom. (Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’2, 2010).

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 1: Een groot pak

Verkennen

- Pak + vragen bv. ‘Wat denken jullie dat er in het pak zit?’
- Lln. maken pak open.
- Kringgesprek a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wanneer heb jij nog eens moeten wachten? Hoe voelde jij je toen?...’.

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 2: Memory ‘wachten

Verkennen

- Leerwerkboek: memorykaarten à kaartjes die bij elkaar horen, verbinden.
- Gesprek over ‘wachten’ a.d.h.v. enkele vragen: ‘Welke kaartjes heb je bij elkaar geplaatst? Waarom?...’.
- Variant: memorykaarten kopiëren en spel spelen.

Route 1: Kaart lezen: Alternatief 3: Prenten kerstmarkt

Verkennen

- Leerwerkboek: prent kerstmarkt bekijken + vertellen wat ze zien.
- Figuren omcirkelen die te maken hebben met Kerstmis.
- Bespreking: ‘Wat hebben de lln. aangeduid en waarom?’.

Route 1: Koers varen: Alternatief 1: Bijbelverhaal ‘De boodschap van de engel aan Maria

Verdiepen

- Bijbelverhaal ‘De boodschap van de engel aan Maria’ vertellen of ‘fundel’ tonen.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele vragen: ‘Welke boodschap krijgt Maria? Hoe zou Maria dit ‘wachten’ beleven?...’.
- Uitleg advent: wachten op de geboorte van Jezus.

Route 1: Koers varen: Alternatief 2: Adventskrans knutselen

Verdiepen

- Adventskrans maken + bespreking kleuren, vormen en materialen.
- Klasgesprek a.d.h.v. enkele verdiepingsvragen bv. ‘Wat zullen wij doen met de gemaakte krans? Wie heeft er thuis ook een krans...’.
- Variant: lln. mogen in kleine groepjes adventskrans maken.

Route 1: Koers varen: Alternatief 3: Affiche van Welzijnszorg

Verdiepen

- Affiche Welzijnszorg bespreken a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Wat zie je op de affiche? Ziet de affiche er vrolijk uit?’….
- Dieper ingaan op de inhoud van de campagne (actueel).

Route 1: Land in zicht: Alternatief 1: Ik wacht op…

Verankeren

- Lln. vertellen waarop ze wachten.
- Klasgesprek ‘wachten’ a.d.h.v. enkele vragen: ‘Kan ik wachten op iets? Vind ik dit wachten moeilijk?...’.
- Klasgesprek Kerstmis a.d.h.v. enkele vragen: ‘Ben jij al bezig met de voorbereiding van Kerstmis? Wat doe je daarvoor?...’.

Route 1: Land in zicht: Alternatief 2: Lied advent

Verankeren

- Lied ‘advent’ beluisteren + zingen

Route 1: Land in zicht: Alternatief 3: Mijn eigen affiche

 

Dit alternatief bouwt verder op alternatief drie uit ‘koers varen’.

Verankeren

- Affiche maken die past bij de campagne van Welzijnszorg à duidelijk zijn waarop de mensen hopen.
- Lln. bedenken slogan bij hun affiche.
- Voorstellen affiche + toelichten hoe hun affiche bij de campagne past.
- Variant: in groepjes affiche maken.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 1: Kerststallententoonstelling

Verkennen

- Kerststallen tentoonstellen: kerststallen aanschouwen.
- Bespreking a.d.h.v. vragen bv. ‘Wie zet er thuis een kerststal? Welke verschillen zie je met de andere kerststallen?...’. + vertellen over hun kerststal.
- Variant: tentoonstelling met de hele school.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 2: Muzikaal pak – Wie viert er Kerstmis?

Verkennen

- Muzikaal pak laten rondgaan: als de muziek stopt, scheurt een leerling één papier van het pak. Bespreking afbeelding + gesprek a.d.h.v. enkele vragen bv. ‘Waarom zetten mensen een kerstboom? Zetten jullie thuis een kerststal? Aan wie geef je een pakje? Wie viert er op Kerstmis feest? Waarom verlicht men de straten? Waarom gaan christenen naar de kerk?...’.

Route 2: Kaart lezen: Alternatief 3: Spel reis rond de wereld

Verkennen

- Gesprek ‘op reis gaan’ a.d.h.v. vragen bv. ‘Wie gaat er soms op reis? Waar ga je dan naar toe?...’.
- Inleving: lln. leggen parcours af. Af  en toe halt houden om vragen te stellen:  ‘Waarom ga je naar die plaats? Hoe vind je de weg? Wat ga je doen wanneer je geen slaapplaats vindt?...’.

Route 2: Koers varen: Alternatief 1: Het geboorteverhaal van Jezus

Verdiepen

- Het geboorteverhaal van Jezus vertellen of ‘fundel’ tonen.
- Navertellen verhaal a.d.h.v. platen in de prentenset + bespreking a.d.h.v. verdiepingsvragen bv. ‘Waarom gaan ze naar Bethlehem? Waar wordt Jezus geboren?...’.
- Uitleg Kerstmis: 25 december de geboorte van Jezus herdenken en vieren.

Route 2: Koers varen: Alternatief 2: Het geboorteverhaal van Jezus

Verdiepen

- Het geboorteverhaal van Jezus vertellen, afgewisseld met bibliodrama à beeldhouwwerk: beeldhouwer kiest figuranten en maakt een beeldhouwwerk. Lkr. begeleidt a.d.h.v. vragen bv. ‘Welk moment wil je uitbeelden? Waar moeten figuranten staan?...’.
- Beeldhouwwerk is klaar als beeldhouwer plaats inneemt in het beeldhouwwerk.
- ‘Fundel’ tonen.

Route 2: Koers varen: Alternatief 3: De drie Wijzen

Verdiepen

- Bijbelverhaal ‘De drie Wijzen’ vertellen of ‘fundel’ tonen.
- Kringgesprek a.d.h.v. de plaat en verdiepingsvragen bv. ‘Waar komen de drie wijzen vandaan? Hoe weten ze waar ze naartoe moeten?...’.

Route 2: Land in zicht: Alternatief 1: Kerststal tekenen

Verankeren

- Leerwerkboek: kerststal ontwerpen + voorstelling + bespreking bv. ‘Hoe ziet hun kerststal eruit? Voor wie hebben ze een plaatsje vrijgehouden?’.
- Variant: echte kerststal maken gebaseerd op de inbreng van de lln.

Route 2: Land in zicht: Alternatief 2: Een kerstkaart knutselen

Verankeren

- Kerstkaart maken die ze kunnen opsturen.
- Lln. die willen, mogen kerstwensen opschrijven.

Route 2: Land in zicht: Alternatief 3: Lied ‘Tingeling’

Verankeren

- Lied ‘Tingeling’ beluisteren + zingen.
- Bespreking

Uitbreidingsles 1: Licht en donker

Verkennen + verdiepen

- Sfeer: adventskrans à Telkens één kaarsje aansteken + bespreking: als er vier kaarsjes branden dan weet je dat Jezus’ geboorte dichtbij is.
- Lichtdans: lln. ‘dragen’ lichtbron bv. zaklamp. Lln. staan in kring en doen lichtdans. Ondertussen liedje zingen.
- Nabespreking a.d.h.v. vragen bv. ‘Vond je het een leuke dans? Waarom wel/niet? Hoe vond je het om met zijn allen samen te dansen?...’.

Verankeren

- Theologiseren: ‘Kan er in jou licht zijn? Kan er in jou duisternis zijn? Kun jij licht zijn? Kun jij duisternis uitstralen?...’.

Uitbreidingsles 2: De eerste kerststal

Verkennen + verdiepen

- Verhaal ‘De eerste kerststal’ vertellen.
- Klasgesprek a.d.h.v. vragen bv. ‘Wie is Franciscus? Is hij rijk of arm?...’.
- Variant: verhaal vertellen a.d.h.v. poppenspel of lln. laten uitbeelden.

Uitbreidingsles 3: De kerstboom

Verkennen + verdiepen

- Kerstboom in de klas plaatsen + klasgesprek a.d.h.v. vragen bv. ‘Wie heeft er thuis een kerstboom staan? Wat hangt er allemaal in jullie kerstboom?...’.

Verankeren

- Lln. versieren de kerstboom
- Lln. kunnen zelf versiering meebrengen of maken bv. kerstwensen.

(Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’ 2, 2010).

3.2 Verankeren van de boodschap

In de godsdienstles is het de bedoeling dat kinderen meer te weten komen over de Bijbelverhalen. Maar het is minstens even belangrijk om te weten wat deze Bijbelverhalen voor ons vandaag kunnen betekenen. Als leerkrachten dat laatste willen bereiken dan moeten ze aandacht besteden aan de drie stappen van de godsdienstdidactiek: het verkennen, verdiepen en verankeren. Kritisch omgaan met de leermiddelen die we aangeboden krijgen, is dus noodzakelijk. ‘Bieden de handleidingen goede, gevarieerde werkvormen aan zodat de betrokkenheid hoog blijft? Is er voldoende aandacht besteed aan wat de Bijbelverhalen kunnen betekenen voor deze jonge kinderen?’ De handleidingen worden onder de loep genomen. Hieronder wordt kort omschreven hoe elke handleiding de lessen rond de advent en Kerstmis uitwerkt. 

3.2.1 Tuin van Heden

Bij deze handleiding gebeurt het verkennen meestal a.d.h.v. prenten of een klasgesprek, af en toe eens a.d.h.v. een lied. Men maakt  slechts één keer gebruik van een spel.

De handleiding werkt zeer visueel. Dit is een pluspunt want zo is het gemakkelijker voor de kinderen om iets heel abstract concreet voor te stellen. Het verdiepen gebeurt als volgt: het verhaal wordt verteld, daarna worden vragen gesteld of wordt het verhaal gereconstrueerd a.d.h.v. prenten. Toch zouden de kinderen nog aandachtiger en concreter kunnen werken, als er één deel van de prent in de kijker wordt gezet. Dit kan bijvoorbeeld met een kijkcirkel of een ‘zaklamp’. Bij de meeste lessen moeten de leerlingen tekenen. Dit tekenen houdt verschillende opdrachten in bv. teken de adventskrans, kleur de kerstboom… Deze opdracht kan men plaatsen bij verankeren maar het zou méér uitgediept kunnen worden. In de handleiding wordt wel dieper ingegaan op de betekenis van de kerstverhalen voor de mens vandaag. (Cerstiaens, P. e.a., Handleiding Tuin van Heden 1,Z.j.; Cerstiaens, P. e.a. Handleiding Tuin van Heden 2, Z.j.)

3.2.2 TOV

TOV heeft bij het verkennen vooral oog voor visueel materiaal namelijk prenten. Prenten zijn een goede manier om kinderen op een eenvoudige manier iets concreet te laten waarnemen. Het kan voor kinderen wel leuk zijn om de les eens te starten met een lied, een gedicht, een interview… Het verdiepen gebeurt door het vertellen van een verhaal, door tekeningen te reconstrueren… Het vertellen gebeurt op een creatieve manier. Het verhaal wordt soms verteld vanuit een ander standpunt bv. Maria die het verhaal vertelt. Op die manier komen kinderen op een niet-alledaagse manier in contact met het vertellen van een verhaal. De verwerking gebeurt meestal door het tekenen/inkleuren van een tafereel (eenvoudige verankerende opdracht) of door het stellen van vragen aan de personages. Vooral deze laatste manier is een creatieve werkvorm. Kinderen kunnen zich inleven in een personage en dit kan voor aanknopingspunten zorgen met hun eigen leven, ze kunnen te weten komen wat het verhaal in onze huidige samenleving betekent. (Verhelst, M. e.a, Handleiding TOV1, 2006; Verhelst, M. e.a., Handleiding TOV 2, 2006)

3.2.3 Jezus leeft!

De instap van de lessen is steeds dezelfde: de adventskaarsen aansteken. Bij het verkennen laat men de leerlingen vertellen over voorwerpen bv. de adventskrans, de kerststal, kerstversiering of over een verhaal van de vorige les. Men vertrekt vanuit de leefwereld van de kinderen. Bij het verdiepen vertelt men de verhalen, vooraf gegaan door uitleg en ervaringen van de leerlingen. Zo schenkt men ook al aandacht aan het verankeren: ‘Wat kan dit voor de leerlingen betekenen?’. Bij het verwerken van het verhaal in de eerste graad ligt de nadruk aanvankelijk op de kerstfiguren: bespreking en plaatsen in de kerststal. Naarmate de lessen vorderen en ook in het tweede leerjaar staat dramatiseren centraal. Op die manier kunnen de leerlingen zich inleven in situaties en personages waardoor ze aanknopingspunten vinden met hun eigen leefwereld.

Bij het vertellen van de verhalen, spreekt de handleiding amper over het gebruik van prenten. Voldoende prenten gebruiken is wel een must zodat leerlingen een concrete voorstelling krijgen van het abstracte.

Bij deze lessen probeert men dit wel te doen a.d.h.v. concreet materiaal of door te dramatiseren. Bij de verwerking start men altijd met een werkblad en daarna biedt de handleiding verschillende mogelijkheden aan. Deze mogelijke verwerkingen zijn ofwel muzisch ofwel leergebiedoverschrijdend zoals ICT.  Soms is deze verwerking eerder verdiepend, soms ook verankerend: bv. ‘Teken een ster voor diegene die licht is voor jou’. (Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!1, Z.j.; Hallemans, I. e.a., Handleiding Jezus leeft!2, Z.j.)

3.2.4 Manna

Bij deze lessen voorziet men niet altijd een inleiding of een herhalingsmoment: de leerkracht begint onmiddellijk met het vertellen van het verhaal. Bij het verkennen, richt men zich vooral op de reacties van de leerlingen. De handleiding voorziet ook enkele vragen bij de verhalen maar deze blijven beperkt: het is vooral de leerkracht die moet inspelen op de reacties van de leerlingen. Het verdiepen gebeurt op allerlei manieren: vragen stellen, groepswerken… Maar er is ook tijd voorzien voor de leerlingen om zich te kunnen inleven bv. stellingenspel en rollenspel. Zo gaan de kinderen gemakkelijker aanknopingspunten vinden met hun leven. Het verankeren gebeurt af en toe via het werkboek: kleuren van kernwoorden of voorwerpen, soms is er ook ruimte voorzien om fragmenten te ordenen of voor opdrachten. Dit wordt vooral in het tweede leerjaar gecompenseerd met concrete activiteiten bv. kerstviering, op zoek gaan naar activiteiten rond Welzijnszorg, wenskaarten maken… (Bels, K. e.a., Handleiding Manna 1, 2001; Bels, K. e.a., Handleiding Manna 2, 2001)

3.2.5 Land in zicht

De handleiding reikt verschillende mogelijkheden aan om de lessen over de advent en Kerstmis aan te pakken. Sommige alternatieven zijn gericht op gesprekken voeren, bij andere alternatieven gaat het er heel muzisch aan toe bv. bibliodrama, muzikaal pak… De leerkrachten kunnen kiezen welke alternatieven ze uitwerken maar het is belangrijk dat ze in ‘één koers’ verschillende soorten alternatieven kiezen bv. vertelronde, een muzische verwerking… zodat de betrokkenheid hoog blijft en verankering mogelijk wordt. Bij ‘kaart lezen’, prikkelt men de leerlingen door beeld- en of geluidsmateriaal te gebruiken. Bij ‘koers varen’ geeft men de leerkracht de mogelijkheid om zelf het verhaal te vertellen of een animatie/fundel te tonen. Daarna volgt er ook steeds een verdieping aan de hand van inhouds- en verdiepingsvragen. Het navertellen van het verhaal gebeurt op een traditionele manier: leerwerkboek invullen, verhaal reconstrueren of een verhaal dramatiseren. Bij ‘land in zicht’ komen enkele activiteiten meerde keren aan bod bv. bezinningstekst voorlezen, lied beluisteren en zingen en een gesprek voeren. Sommige activiteiten zijn eigen aan het onderwerp bv. kerstwensen schrijven, affiche voor Welzijnszorg maken…Sommige activiteiten kunnen nog meer uitgediept worden bv. kerstwensen schrijven voor oudere mensen of mensen in nood, affiche opsturen naar ‘Welzijnszorg’…(Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’1, 2010; Pollefeyt, D. e.a., Handleiding ‘Land in zicht’2, 2010)

3.3 Conclusie

Alle handleidingen hebben aandacht voor de drie fases: verkennen, verdiepen en verankeren. Toch zijn sommige opdrachten die horen bij het verankeren te oppervlakkig bv. teken/kleur een tafereel. Op die manier zullen de leerlingen zich het verhaal wel langer herinneren maar wat het nog betekent voor de leerlingen in de huidige maatschappij blijft soms achterwege. Toch geven alle handleidingen enkele goede lesimpulsen zowel bij het verkennen, verdiepen als verankeren waardoor de betrokkenheid van de leerlingen zal stijgen én de leerlingen zich goed kunnen inleven in de verhalen. Dat heeft dan als gevolg dat de leerlingen aanknopingspunten zullen vinden met hun leven én dat ze de boodschappen en symboliek uit de verhalen kunnen meenemen en gebruiken in hun dagelijkse leven: onze huidige diverse maatschappij. Door een combinatie van handleidingen te gebruiken en nieuwe, creatieve ideeën eraan toe te voegen, kunnen leerkrachten grondiger aan deze doelstelling werken. 

DEEL 4: Lesfiches

4.1 Inleiding

Na het theoretisch gedeelte is het tijd voor de praktijk. Wat volgt zijn enkele lesfiches geschikt voor de eerste graad. De zelfgemaakte lessen zijn gebaseerd op de handleidingen maar bevatten ook vernieuwende elementen. Alle prenten en verhalen zijn afkomstig uit de Kijkbijbel met illustraties van Kees de Kort. Ik heb gekozen voor deze Bijbel omdat het mooie illustraties zijn die de gevoelens van de personages weergeven: het zijn eenvoudige prenten geschikt voor de eerste graad. Natuurlijk is elke leerkracht vrij in het kiezen van een Bijbel: je kan dus gerust een andere Bijbel raadplegen.

4.2 Structuur lesfiches

Elke lesfiche is op dezelfde manier opgebouwd. Het bestaat uit een voorblad en een uitgewerkte les in agendavorm. Het voorblad geeft een duidelijk overzicht van wat er in de les aan bod zal komen, hoeveel tijd je voor deze les moet vrijmaken, aan welke leerplandoelen er gewerkt wordt... Ook de bijlagen staan vermeld op dit voorblad. Na elke lesfiche vind je de bijlagen terug. De Bijbelverhalen en prenten kan je ook terugvinden in de bijlage van elke lesfiche. Maar zoals eerder vermeld in het theoretisch gedeelte is het aan te raden om een Bijbel aan te schaffen zodat je het verhaal kan situeren en voorlezen.

4.3 De lesfiches

DEEL 5: Advent- en kerstkoffer

Om de lessen uit te werken, heb je didactisch materiaal nodig bv. handpoppen, een kerststal… Deze materialen kan je op verschillende manieren presenteren bv. met behulp van een koffer. De koffer is een hulpmiddel voor de leerkracht want het bevat onder andere de lesfiches maar is ook een middel om de leerlingen te prikkelen: op een speelse manier kennismaken met allerlei attributen in verband met de advent en Kerstmis. Het didactisch materiaal zal de betrokkenheid verhogen wat een positieve invloed zal hebben op het verankeren van de boodschap. 

5.1 Inhoud koffer

In de koffer zitten de didactische materialen die je kan gebruiken bij het geven van de lessen. Volgende materialen kan je terugvinden in de koffer:

  • 8 lesfiches + bijlagen
  • Aftelkalender + opdrachten
  • Gevoelsmeter
  • Handpoppen: Maria, Elisabet en de engel
  • Engel gemaakt van klei
  • Beelden kerststal: herders, wijzen, os en ezel
  • Kerststal
  • Ster
  • Brief volkstelling

Je kan ook nog extra materiaal in de koffer leggen dat de sfeer van Kerstmis oproept bv. kerstversiering.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/4(1).png

‘De verhalen i.v.m. de advent en Kerstmis worden geopend’

5.2 Afbeeldingen

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

Bijlagen

Bijlage 1 - Jezus in de tempel: Simeon en Hanna

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd, en om een offer te brengen, volgens de wet van de Heer: een koppel tortels of twee jonge duiven.

Daar in Jeruzalem woonde een zekere Simeon; het was een rechtvaardige en vrome man; hij verwachtte de vertroosting van Israël en op hem rustte de heilige Geest. Door de heilige Geest was hem geopenbaard dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van de Heer had gezien. Door de Geest geleid, ging hij naar de tempel. Toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij Hem in zijn armen en loofde God met de woorden:

‘Nu, Meester, laat U,
zoals U gezegd hebt,
uw knecht in vrede gaan;
want mijn ogen hebben uw heil gezien,
dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid,
een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen
en een glorie voor uw volk Israël.’

Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem gezegd werd. Simeon zegende hen en zei tegen zijn moeder Maria: ‘Deze jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.’
Ook was daar de profetes Hanna, een dochter van Penuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; na haar meisjesjaren was ze zeven jaar getrouwd geweest en daarna weduwe gebleven; nu was ze vierentachtig. Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden. Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten. Toen zij alles hadden gedaan wat de wet van de Heer bepaalt, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. De jongen groeide op en werd steeds sterker, omdat Hij vervuld werd van wijsheid en door God rijkelijk werd begunstigd.[6]

Bijlage 2 - Interview met pastoor Vermeir uit Oudegem

Dag meneer pastoor,

Bedankt dat u even tijd voor mij wil vrijmaken. Het is mijn laatste jaar in de opleiding ‘Bachelor lager onderwijs’. Het onderwerp van mijn bachelorproef is ‘advent en Kerstmis’. Momenteel ben ik op zoek naar achtergrondinformatie over de Kerstkring. Mijn vraag is of u mij wat meer kan vertellen over de symboliek van ‘Lichtmis’.

Op Lichtmis herdenken wij dat Maria en Jozef met Jezus naar de tempel gingen waar ze Jezus moesten vrijkopen. Dit staat vermeld in het evangelie van Lucas.  In vele parochies nodigen de pastoors de ouders uit met hun pasgeboren kinderen (de kinderen die het afgelopen jaar geboren zijn) op de eerstvolgende zondag na Lichtmis. Andere ouders zijn natuurlijk ook welkom in de kerk maar deze krijgen geen echte uitnodiging. Ik spreek dan een zegen uit over de kinderen en ze krijgen een gewijde kaars mee naar huis. Deze gewijde kaars wil zeggen dat Jezus voor de kinderen Licht zal zijn. In sommige steden/dorpen houdt men ook lichtprocessies maar dat is hier in Oudegem niet het geval. Ook het eten van pannenkoeken is een ritueel dat vele mensen uitvoeren op Lichtmis.

Ik hoop dat dit een antwoord is op je vraag? Ja, dit heeft mij zeker geholpen. Bedankt voor de informatie en om tijd vrij te maken.

Geen probleem en nog veel succes met je bachelorproef. 

Voetnoten

[1] De Buck, W. (22 november 2012). Paus Benedictus: ‘Os en ezel horen niet thuis in kerststal’. Geraadpleegd op 21/03/2013, van http://www.nieuwsblad.be en www.standaard.be

[2] Feestelijk Vlaanderen (2013). Driekoningenommegang Wondelgem (Gent). Geraadpleegd op 21/03/2013, van http://www.feestelijkvlaanderen.be

[3] Vermeir A. (Interview). Oudegem, 21 september 2012.

[4] Historiek (12 december 2012). De Kerstman, van Odin tot Santa Claus. Geraadpleegd op 24/12/2012, van http://historiek.net/overige/4025-de-kerstman-van-odin-tot-santa-claus

[5] VAN IN (2011). De visie van Tuin van Heden. Geraadpleegd op 11/01/2013, via http://www.vanin-methodes.be/tuin-van-heden/index.html

[6] KBS (1969-2013). Jezus in de tempel – Simeon en Hanna, evangelie volgens Lucas. Geraadpleegd op 23/12/2012, van http://www.willibrordbijbel.nl/index.php?p=page&i=65828,65846.

Literatuurlijst

Boeken

  • Aubinais, M. (2005). Zo kun je bidden – Op weg naar Kerstmis. Baarn: Adveniat Geloofseducatie B.V.
  • De Decker, K.(2012). Cursus Godsdienst 1. Aalst: KaHo Sint-Lieven.
  • Deleu, P. (1986). Al de dagen van ons leven - een boek voor gelovige gezinnen. Averbode: Altiora Averbode.
  • Desodt S.(1999). Even stil- bidden met kinderen (6 tot 8 jaar). Averbode: Altoria Averbode.
  • Eerste graad bijbel: BBG (1994). Kijkbijbel. Brussel: Belgisch Bijbelgenootschap.
  • Erkende instantie r.-k. godsdienst (2000). Leerplan rooms-katholieke godsdienst VOOR HET LAGER ONDERWIJS IN VLAANDEREN. Brussel: Licap.
  • Janssen, K. (2001). Een jaar vol kleuren. Averbode: Altiora Averbode.
  • KBS (1995). De Bijbel uit de grondtekst vertaald. ’s-Hertogenbosch: Katholieke Bijbelstichting.
  • Lauvrijs, B. (2006). Het feestenboek voor de jeugd. Antwerpen: Berghmans Uitgevers.
  • Richard, T. (2005). Symboliek in kerken en kathedralen - oorsprong en betekenis. Rijswijk: Elmar B.V.
  • Verhelst, M. (2009). Cursus Godsdienst 1. Aalst: KaHo Sint-Lieven.
  • Verhelst, M. Cursus Module School en Maatschappij Leereenheid Godsdienst –R-K Godsdienst openbare eredienst. Aalst: KaHo Sint-Lieven.

Handleidingen

  • Bels, K., Dauwe, J.C., Demeulenaere, K. e.a. (2001). Handleiding Manna 1. Brugge: Die Keure.
  • Bels, K., Dauwe, J.C., Demeulenaere, K. e.a. (2001). Handleiding Manna 2. Brugge: Die Keure.
  • Cerstiaens, P. e.a. (Niet gekend).Tuin van Heden 1. Wommelgem: VAN IN.
  • Cerstiaens, P. e.a. (Niet gekend).Tuin van Heden 2. Wommelgem: VAN IN.
  • Hallemans, I. e.a. (Niet gekend). Handleiding Jezus leeft!1. Brugge: Die Keure.
  • Hallemans, I. e.a. (Niet gekend). Handleiding Jezus leeft!2. Brugge: Die Keure.
  • Pollefeyt, D., Vercammen, A., Geyskens E. e.a. (2010). Handleiding ‘Land in zicht’ 1. Mechelen: Plantyn.
  • Pollefeyt, D., Vercammen, A., Geyskens E. e.a. (2010). Handleiding ‘Land in zicht’ 2 . Mechelen: Plantyn.
  • Verhelst, M. e.a (2006). Handleiding TOV 1. Kalmthout: Pelckmans.
  • Verhelst, M. e.a (2006). Handleiding TOV 2. Kalmthout: Pelckmans.

Interview

  • Vermeir A. (Interview). Oudegem, 21 september 2012.

Tijdschrift

  • De Decker, K. (2006). De Bijbel… Een bron om van te leven? (pp. 1-5).

Websites

Andere

  • De Block E. (2012). Jong zkt. oud : een solidariteitsproject voor de basisschool bij de Welzijnszorgcampagne van 2012: 'Armoede verjaart niet'. Antwerpen: Spoor ZeS.

Auteur: Katrijn Verstraeten 
Promotor: Katrien De Decker

^ bovenkant pagina
session