Advent en kerstmis in de eerste graad van het basisonderwijs

node-header

Dit dossier is een bijdrage van de Odisee hogeschool, campus Dirk Martens
Auteur: Katrijn Verstraeten (verstraetenkatrijn@hotmail.com
Promotor: Katrien De Decker

Inleiding

Wat gebeurt er op 25 december?’ Als je deze vraag stelt aan kinderen dan krijg je al snel het antwoord: Kerstmis. ‘Wat vieren wij met Kerstmis?’ Bij deze vraag haken al enkele kinderen af. Je krijgt antwoorden zoals: de kerstman, ik weet het niet maar dan krijg ik veel geschenken…Ook al komt de symboliek en de boodschap van elk verhaal aan bod in de klas, toch wordt de kern van het kerstverhaal door sommige kinderen en volwassenen vergeten. De oorzaak moeten we wellicht zoeken in onze hedendaagse samenleving. Het Joods-Christelijke verhaal behoort niet meer tot de leefwereld van vele kinderen en volwassenen. De symbolische betekenis en de boodschap van het kerstverhaal is niet altijd duidelijk voor leerkrachten waardoor het moeilijk is om dit begrijpelijk te maken voor de leerlingen. Toch is dit kerstverhaal zeer actueel. Het kerstverhaal kan net vandaag van betekenis zijn in onze huidige maatschappij. Daarom is het belangrijk op zoek te gaan naar manieren om de symbolieken en de boodschappen uit het verhaal duidelijk te maken en aanknopingspunten te zoeken met de leefwereld van de kinderen. Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te starten met lessen die aanknopingspunten zoeken met de leefwereld van de kinderen en die symbolieken en boodschappen verankeren. Vandaar mijn keuze om lessen uit te werken voor de eerste graad.

In een poging om dit doel te bereiken, beantwoordt dit eindwerk volgende vragen.

  • Hoe zijn de feesten uit de kerstkring ontstaan?
  • Welke symbolieken zitten verscholen achter de verhalen?
  • Hoe breng je de feesten uit de kerstkring aan in een eerste graad? Welke leerplandoelen kan je hieraan linken ?
  • Hoe werken de bestaande handleidingen aan de stappen van de godsdienstdidactiek (het verkennen, verdiepen en verankeren)?
  • Welke werkvormen kunnen we gebruiken om de betrokkenheid van de leerlingen te verhogen en meer aanknopingspunten te zoeken met hun leefwereld? Welke materialen/voorwerpen kunnen we gebruiken?

Om de symboliek duidelijk te maken en nog een betekenis te geven in onze huidige maatschappij moeten volwassenen zelf de symboliek begrijpen. In het eerste hoofdstuk wordt de kerstkring toegelicht met het ontstaan en de symboliek van de feesten. Leerkrachten die nog meer informatie willen, kunnen de boeken uit de literatuurlijst raadplegen. De meest gebruikte boeken zijn: Al de dagen van ons leven, Cursus Module school en maatschappij – Leereenheid Godsdienst en het feestenboek voor de jeugd.

De didactische aanpak van de lessen godsdienst is gebaseerd op de godsdienstdidactiek zoals omschreven in het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs (Licap 2000). De meeste leerkrachten zijn vertrouwd met deze didactische aanpak maar het is belangrijk deze toch nog even door te nemen alvorens aan de slag te gaan met de lesfiches. Ook de leerplandoelen worden even geschetst. Deze leerplandoelen, uit het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor lager onderwijs, vormen de basis voor de lessen.

In een bachelorproef is het de bedoeling vernieuwend te werken. Daarom is het nodig om het verloop van de lessen rond de advent en Kerstmis te schetsen uit bestaande handleidingen. Dit kan je in een schematisch overzicht terugvinden: het is kort en bondig maar tegelijkertijd ook duidelijk waar de nadruk op ligt. Pas nadat deze informatie opgezocht en uitgeschreven was, was het tijd voor de praktijk.

De lesfiches voor de eerste graad zijn gebaseerd op enkele ideeën uit de handleidingen maar bevatten ook vernieuwende elementen. Met deze lessen wordt getracht meer aanknopingspunten te vinden met de leefwereld van de kinderen zodat de kinderen ontdekken dat de Bijbelverhalen ook nog iets kunnen betekenen voor ons vandaag! Bij de lesfiches horen ook enkele materialen/voorwerpen die aanwezig moeten zijn in de klas maar ook die ook een functie hebben nl. de kinderen helpen om de soms abstracte betekenis concreet te maken.

DEEL 1: Betekenis van de Kerstkring

Elke opvoeder die kinderen iets wil bijbrengen over de advent en Kerstmis moet de boodschap en symboliek van de verhalen begrijpen. Als ze op zoek gaan naar extra informatie, moeten ze al snel vaststellen dat het moeilijk is om die te vinden. Daarom is het aan te raden om deze achtergrondinformatie eens grondig door te nemen. 

1.1 Liturgisch en pastoraal jaar

De advent en Kerstmis hebben  een vaste plaats in het liturgisch en pastoraal jaar (LPJ). Dit LPJ heeft niet hetzelfde verloop als een schooljaar. Het LPJ  start namelijk de eerste zondag van de advent. De advent is tevens ook de start van de Kerstkring.  Naast de Kerstkring bestaat het LPJ ook uit de Paaskring en de tijd door het jaar. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2 De Kerstkring

Hoewel de Kerstkring het begin vormt van het LPJ, is het toch niet eerst ontstaan. Dat gebeurde pas in de 4de eeuw na Christus. Vierden de christenen de geboorte van Jezus niet? Of werd het feest dan pas bekend onder de volkeren? (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.1 Kerstmis

1.2.1.1 Ontstaan en betekenis

De meeste mensen kennen Kerstmis als de geboorte van Jezus. Maar hoe het ontstaan is, is voor sommigen een raadsel. Toch is het belangrijk om meer te weten te komen over het ontstaan omdat er verschillende symbolieken terug te vinden zijn in de huidige rituelen.

De exacte geboortedag van Jezus is niet bekend. In de 4de eeuw toen keizer Constantijn regeerde, wou hij de macht behouden over het groeiende aantal christenen. Onder zijn invloed besliste de kerk om enkele heidense feesten te ‘verchristelijken’. Waarom koos de kerk ervoor om de geboorte van christus te vieren op 25 december en bijvoorbeeld niet op 25 januari?

In het Middellandse zeegebied herdachten de volkeren op 25 december de geboorte van de Onoverwinnelijke Zon (= de zonnegod Mithras). Ook de Romeinen vereerden deze zonnegod. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Janssen, K., Een jaar vol kleuren, 2001)

Niet alleen de Romeinen maar ook de Germanen en andere volkeren vierden feest rond 25 december namelijk het Joelfeest (vond plaats tussen 13 december en 6 januari). Een joel is een ander woord voor een wiel. Dat wiel staat symbool voor de cyclus van de seizoenen. De seizoenen keren steeds terug in dezelfde volgorde. Bij het joelfeest stond de vruchtbaarheid centraal dat gepaard ging met enkele rituelen bv. het slagen met takken en zwepen op bomen zodat ze een overvloedige oogst zouden voortbrengen.

Op 25 december was voor de Germanen de dag van de winterzonnewende. Dan is de dag het kortst en de nacht het langst. Als het zolang donker was, had dit heel wat nadelen voor de bevolking: er was weinig eten te vinden, er waren meer roofdieren…Vanaf 25 december werden de dagen langer en vierden men dus de komst van het licht.

Omdat Christus in het Nieuwe Testament vaak beschreven werd als ‘het Licht’ was het maar een kleine moeite om de heidense feesten (die allemaal iets te maken hebben met licht) te ‘verchristelijken’. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.1.2 Symboliek

Iedereen weet welke attributen aanwezig moeten zijn bij Kerstmis. Maar welke symboliek erachter schuilt, is soms moeilijk te achterhalen. In onderstaande paragraaf kan je de symboliek van de verhalen te weten komen.

  • De kerststal: Het gebruik van de kerststal is gebaseerd op de legende van Franciscus van Assisi.

    "De dagen voor Kerstmis, in 1223, dacht Franciscus na over het feit dat Jezus in armoedige omstandigheden geboren was. Dat wou hij aan de mensen duidelijk maken. Daarom zou hij de middernachtmis niet doen in de kerk, maar in een grot, midden in het bos. Hij plaatste een tafel als altaar in de grot en net ervoor zette hij een voederbak in steen voor de dieren – een os en een ezel – die de boeren hadden meegebracht.

    Tijdens de mis dacht Franciscus na over de geboorte van Jezus. Terwijl hij aan het bidden was, keek hij naar de kribbe en zag hij plots op het stro een kindje liggen, dat zijn armpjes naar hem uitstrekte. Franciscus nam het kindje in zijn armen en streelde het zacht. De mensen er rond zagen het kindje niet."


    Ze waren verwonderd over wat Franciscus daar deed. Ze kwamen onder de indruk van wat hij vertelde: hoe God in de wereld gekomen was als een kind van arme mensen.” (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

    In de kerststal staan verschillende figuren. Centraal staat de kribbe omringd door Maria en Jozef. Het zijn arme mensen die net zoals vele ouders nu, blij zijn met de komst van hun kind.

    Maar wat doen de os en de ezel in de kerststal? Deze zijn door de christenen eraan toegevoegd, gebaseerd op een tekst van Jesaja 1, 2-3 én omdat Lucas Jezus laat geboren worden in een stal. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij Z.j.)

    Hoor, hemelen! Luister, aarde, want de Heer neemt het woord. ‘Ik heb zonen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn tegen Mij in opstand gekomen. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets; mijn volk heeft geen begrip’.”(Jes 1, 2-3). (KBS, De Bijbel uit de grondtekst vertaald, 1995)

    Voor de kerststal staan meestal de drie wijzen. Zij hebben drie geschenken bij namelijk goud, wierook en mirre. Goud verwijst naar Jezus als Koning, wierook symboliseert zijn ‘goddelijkheid’ en mirre (heeft een sterke geur en wordt gebruikt in olie, werd vroeger gebruikt bij de zalving van een koning) verwijst naar Jezus’ menselijkheid. Bij de wijzen hoort natuurlijk ook de ster: de ster leidde de wijzen uit het Oosten naar het Westen waar Jezus geboren werd. De ster staat symbool voor Jezus, het Licht, dat geboren werd.

    De herders en de engel ontbreken soms aan de kerststal nochtans verdienen ook zij er een plaats (gebaseerd op het kindheidsverhaal van Lucas 2, 8-17). Het woord ‘engel’ is afkomstig van het Griekse ‘angelos’ en betekent boodschapper van God. De engel uit het Bijbelverhaal verkondigt aan de herders dat een Redder is geboren in de stad van David. Deze engel geeft meer uitleg over Jezus (het pasgeboren kind, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe): God brengt via de engel deze boodschap over. De herders staan symbool voor de armen in de maatschappij. Zij komen als eerste het nieuws over de Messias te weten. Ook de ster boven de stal hoort bij de kerststal.

    Natuurlijk hoort Jezus ook in de kerststal. Normaal leg je deze op 25 december in zijn kribbe. Maar dan genieten de kinderen al van de kerstvakantie. Wanneer je het verhaal aanbrengt van de geboorte van Jezus, kan je Hem in de kribbe leggen. Wijs de kinderen er dan wel op dat, volgens het verhaal, Jezus geboren wordt op 25 december maar dat ze dan niet op school zijn. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

     
    Kritische noot paus Benedictus XVI

    Volgens paus Benedictus XVI waren er geen os, ezel en drie koningen in de buurt toen Jezus geboren werd in Bethlehem. Hij zegt dat er in geen enkel evangelie gesproken wordt over een os, ezel schapen en kamelen. Volgens de paus zijn deze figuren in de kerststal geplaatst ten gevolge van een Hebreeuwse mythe uit de zevende eeuw. De paus schreef in zijn derde biografie over Jezus van Nazareth dat de herders de geboorte van Jezus niet te weten kwamen door engelengezang: de engelen vertelden de boodschap.  En dat is nog niet alles. Jezus zou nooit bezoek hebben gehad van wijzen of vorsten. Zij zijn ontstaan uit het idee dat de hele wereld Jezus verwelkomde.

    Toch wil paus Benedictus XVI benadrukken dat deze figuren in of aan de kerststal mogen staan: het is dan geen waarheidsgetrouwe voorstelling van de kerststal maar zo is er wel plaats voor de christelijke traditie.[1]
  • De kerstboom is een groene spar of den waarvan het gebruik gebaseerd  is op de winterzonnewende (Joelfeest bij de Germanen). Bij dit feest zagen de mensen de groene naaldbomen als het enige leven in de winter. De naaldboom stond ook symbool voor het leven en de hoop. In de winter wanneer alles dood lijkt te zijn (dieren houden hun winterslaap, geen gekleurde bladeren of bloemen…), zorgt het groen van de naaldbomen nog voor kleur en leven. Het leven overwint dus de winter. Uit observatie blijkt dat sommige leerkrachten de kerstboom rijkelijk versieren met verschillende kleuren: de verschillende kleuren zijn aangename prikkels voor jonge kinderen. Toch is het aan te raden om de oorspronkelijke kleuren te gebruiken voor de kerstballen en kerstslingers namelijk rood en goud. Rood staat symbool voor warmte, liefde, vuur en leven. Het goud verwijst naar Jezus als Licht. De lichtsymboliek kan je uitbreiden door lichtjes in de kerstboom te hangen. Op sommige kerstbomen prijkt bovenaan een piek. Deze symboliseert de ster die de drie koningen naar Jezus bracht. Vele leerkrachten zetten een plastiek kerstboom in de klas omwille van praktische redenen: allergieën, vuil… Toch spreekt een authentieke kerstboom meer aan, ook bij de kinderen. Ze kunnen eraan ruiken en voelen. De natuur komt echt de klas binnen. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • De liturgische kleur is wit met goud. Leerkrachten vermelden dit meestal wel tijdens de lessen maar het wit met goud kan je niet altijd terugvinden in de godsdiensthoek of in de klas. Toch kan je op een subtiele manier deze kleuren in de klas brengen bv. in de kerstboom. Wit staat symbool voor alles wat goed is, zuiverheid en onschuld. Goud wordt geassocieerd met rijkdom (goud voor de Koning) maar is ook de kleur van het licht. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

Het is aan te raden om voor de kerstvakantie nog een sobere viering te houden in de klas. Je kan het geboorteverhaal van Jezus nog eens vertellen, enkele mooie teksten voorlezen maar laat zeker ook de leerlingen aan het woord. De viering kan extra kleur krijgen door liedjes te zingen rond de adventskrans.

1.2.2 Advent

1.2.2.1 Begripsomschrijving

De Paaskring ontstond voor de Kerstkring. Aangezien Pasen een voorbereidingstijd had nl. de veertigdagentijd, kreeg ook Kerstmis een voorbereidingstijd: de advent. Deze start op zondag, vier weken voor Kerstmis. Tijdens de advent kijken de christenen uit naar de komt van Christus in de duisternis. Vandaar ook de naam ‘advent’ afkomstig van het Latijnse woord ‘adventus’ dat komst betekent. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

In de kerk schenkt men vooral aandacht aan de teksten van de profeten en aan het verhaal van Johannes de Doper: zij verkondigen de komst van een Messias (de Verlosser die vrede en gerechtigheid brengt). Door deze teksten voor te lezen benadrukken geestelijken hoe bijzonder de komst van Christus is: Hij zal voor vrede en gerechtigheid zorgen. Kerstmis is dan ook het feest van de vrede! Maar er is ook aandacht voor Maria: zij draagt namelijk het kind en bereidt zich voor op de komst van haar kind. Zo krijgt de geboorte van Jezus een menselijke dimensie: elke moeder (en vader) kijkt uit naar de komst van haar (zijn) kind.

Ook in onze maatschappij is er nog aandacht voor dit pleidooi van gerechtigheid en vrede. Denk maar aan de campagne van Welzijnszorg, ‘music for life’ en vele andere pastorale initiatieven. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

1.2.2.2 Symboliek

Tijdens de advent herdenken de christenen de laatste vier weken van de zwangerschap van Maria. Het voorwerp dat centraal staat om deze laatste vier weken uit te kijken naar de geboorte van Jezus is de adventskrans. Ook deze bevat een overvloed aan symboliek.

  • De adventskrans heeft een ronde vorm.  Deze verwijst naar het Joelfeest van de Germanen waarbij het ‘joel’ (= wiel) symbool staat voor de eeuwige cyclus van dood en leven, het einde en begin en de kringloop der seizoenen. Dit is moeilijk uit te leggen aan kinderen van een eerste graad maar je kan er hen op wijzen dat de ronde krans geen einde heeft: elk jaar opnieuw vieren we Kerstmis en kijken we uit naar de geboorte van Jezus. De krans kan ook symbool staan voor overwinning en een koning. In de oudheid kreeg de winnaar een krans op het hoofd. Net zoals de kerstboom bestaat uit levende takken is het ook aan te raden een adventskrans te maken van levend materiaal. De groene en rode kleur hebben dezelfde symbolische betekenis als bij de kerstboom. Groen staat symbool voor hoop en leven. Het rood verwijst naar warmte, vuur, liefde en leven. De rode kleur kan je vinden in de vier kaarsen en het lint dat rond de adventskrans gebonden wordt. Elke week steek je een kaars aan: zo komt er elke week meer licht en kijkt men hoopvol uit naar de geboorte van Christus. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.); Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • De liturgische kleur is paars (symbool voor boete, inkeer en bezinning). Deze kleur vind je terug in het gewaad van de pastoor en in het altaardoek. (Richard, T., Symboliek in kerken en kathedralen - oorsprong en betekenis, 2005)

1.2.3 Epifanie = de Openbaring van Jezus Christus of Driekoningen

1.2.3.1 Begripsomschrijving

Nog voor de Kerstkring ontstond, vierden de mensen in het Oosten op 6 januari Epifanie, ook wel de Openbaring van Jezus Christus aan alle volkeren genoemd. Dit feest is gebaseerd op het kindheidsevangelie van Mattëus: ‘De wijzen uit het Oosten’. Omdat deze wijzen drie geschenken meebrachten én omdat ze zich op een tactvolle manier gingen voorstellen bij koning Herodes spraken de Westerse volkeren van ‘drie koningen’.  Vanaf de 9de eeuw krijgen de drie koningen ook een naam nl. Caspar, Melchior en Balthasar. Deze staan symbool voor alle mensen van verschillende leeftijden en van verschillende werelddelen: Caspar (Afrika), Melchior (Europa) en Balthasar (Azië). (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.; Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

1.2.3.2 Symboliek
  • Het driekoningenfeest wordt in sommige streken van Vlaanderen uitbundig gevierd. De optochten en de taart met de boon, worden niet zomaar georganiseerd. Integendeel, in elk ritueel zit een mooie symboliek verscholen. Driekoningenstoet: de mensen zijn verkleed als koningen en herders. Soms zijn er zelfs enkele schapen en/of ezels bij. Sommigen maken ook drie reuzen die de drie wijzen voorstellen (bv. in Wondelgem, een deelgemeente van Gent: figuur 1). De steden die zo’n grote stoeten organiseren, schenken de opbrengst aan een goed doel. In kleinere steden vind je zo’n optochten niet, maar daar gaan kinderen verkleed als wijzen van deur tot deur om een ‘driekoningenlied’ te zingen. Zij proberen zo een beetje geld of snoep te verdienen. De drie wijzen hebben meestal ook een ster bij (sterzingen). Deze ster verwijst naar de ster die de drie wijzen tot bij Jezus gebracht heeft. Sommigen nemen ook lampionnen mee. Dit gebruik verwijst naar een ritueel bij de Germanen: ze gebruikten licht om de boze geesten te verdrijven. (Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)
  • Driekoningentaart: in zo’n taart zit een boon verstopt. Ieder krijgt een stuk van deze taart. Wie de boon vindt, wordt voor één dag koning. Soms mocht de koning dan een koningin kiezen of moest hij allerlei opdrachten uitvoeren. De familieleden/vrienden eerden de koning door hem drie keer omhoog te tillen. De keuze om een boon in een koek te verstoppen, moeten we gaan zoeken bij de Germanen: volgens hen was een boon een heilige groente. Er bestaan verschillende varianten van de driekoningentaart. Zo kan je de boon ook verstoppen in een koek of oliebol. (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006; Deleu, P., Al de dagen van ons leven, 1986)

1.2.4 Lichtmis

1.2.4.1 Begripsomschrijving
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/3(1).png

Dit feest vieren we op 2 februari. We herdenken dat Maria en Jozef naar de tempel van Jeruzalem gingen om Jezus op te dragen aan God.  Dit is een fragment uit het kindheidsevangelie van Lucas. Hierbij vermeldt Lucas twee wetten: een reinigingswet en de cultuswet. De reinigingswet houdt in dat de moeder 40 dagen na haar bevalling zich laat zuiveren. Hierbij  moet ze ofwel een schaap ofwel twee duiven (of tortels) offeren. Dan is er ook nog de cultuswet of de ‘vrijkoping van de eerstgeborene’. Dat wil zeggen dat alle gezinnen met hun eerstgeboren kind (als het een jongen is) naar de tempel moeten gaan. Daar moeten ze hun kind vrijkopen: ze betalen hiervoor vijf sikkels. Dit ritueel verwijst naar een verhaal in Exodus waarin JHWH alle mannelijke eerstgeborene (zowel mens als dier) opeist. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

“Alles wat de moederschoot opent behoort Mij toe, ieder eerstgeboren mannelijk dier van uw kudde, van de runderen en de schapen. Het eerstgeboren jong van een ezel moet u vrijkopen met een lam. Wilt u  het niet vrijkopen, dan moet u  het de nek breken. Iedere eerstgeboren zoon moet u  vrijkopen. Niemand mag met lege handen voor Mij verschijnen.” (Ex 34, 19-20) (KBS, De Bijbel uit de grondtekst vertaald, 1995)

Wanneer Maria en Jozef naar de tempel gaan, ontmoeten ze Simeon en Hanna. Beiden spreken ze vol lof over Jezus (zie bijlage 1). Lucas wil met de woorden van Simeon en Hanna duidelijk maken dat de God van het Verbond (= De Tora, de Wet) de Messias (= Jezus Christus) gezonden heeft.

Oorspronkelijk heette het feest Maria-Lichtmis of Lichtmis maar omdat Jezus meer in de belangstelling kwam te staan, wijzigden men de naam in ‘Opdracht van de Heer’ (1969). Dit feest betekent ook het einde van de Kerstkring. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)

1.2.4.2 Symboliek

Lichtmis, de dag waarop vele kinderen en volwassenen pannenkoeken eten. Maar is dat het enige ritueel van Lichtmis?

  • Het is de traditie dat we op Lichtmis pannenkoeken eten. Dit zou voortkomen uit een oud ritueel bij de boeren. Lichtmis betekende voor hen dat het werk terug moest hervat worden. Voor de nieuwe boerenknechten bakten ze (pannen)koeken. Deze gewoonte kan je ook nog terugvinden in het gezegde “Er is geen vrouwke zo arm, of ze maakt met Lichtmis haar panneke warm”. (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)
  • In de kerk worden kaarsen gewijd en men houdt een lichtprocessie. Op deze dag herdenkt men dat Simeon de Messias het Licht genoemd heeft. (Verhelst, M., Cursus Module School en Maatschappij, Z.j.)
  • Het is ook de gewoonte dat de pastoor op 2 februari (of de eerstvolgende zondag) de pasgeboren kinderen en hun ouders uitnodigt in de kerk. Uiteraard zijn dan alle kinderen en hun ouders welkom maar meestal gaat het om kinderen die het voorbije jaar gedoopt zijn. De pastoor spreekt dan een zegen uit over deze kinderen. In sommige parochies krijgen de ouders van deze kinderen een gewijde kaars mee. Deze kaars betekent dat Jezus voor de kinderen Licht zal zijn. (Janssen, K., Een jaar vol kleuren, 2001) [3]

DEEL 2: De Kerstkring in de eerste graad

Achtergrondinformatie is belangrijk voor de leerkracht zelf, maar het is de bedoeling dat je deze informatie vereenvoudigd uitlegt aan kinderen van een eerste graad. Als je de kinderen op een didactisch verantwoorde manier kennis wil laten maken met de Kerstkring moet je rekening houden met enkele basiselementen én daarbij het leerplan niet uit het oog verliezen. 

2.1 Bijbelverhalen in de klas

Als leerkrachten Bijbelverhalen introduceren in de klas moet je rekening houden met drie basisprincipes. Pas dan krijgt het verhaal de nodige waardigheid én kan het verhaal een rol spelen in het (geloofs)leven van de kinderen. 

2.1.1 Geen historische feiten

Het is van groot belang de Bijbelverhalen niet te vertellen als historische gebeurtenissen, dingen die echt gebeurd zijn. Het is net de symbolische taal waar je als lezer rekening moet mee houden: je moet tussen de lijnen lezen. Dat is het moeilijkste aan het lezen van de verhalen: je moet er genoeg tijd aan besteden. Ook al zijn de verhalen niet echt gebeurd, toch kunnen ze een waarheid bevatten. Het begrip waarheid betekent veel meer dan het begrip juistheid. Het citaat hieronder kan je een duidelijk beeld geven van het verschil tussen juistheid en waarheid. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Stel je voor dat een dichter, een wetenschapper en een schilder naar een zonsondergang zouden gaan kijken. De dichter schrijft mooie poëtische zinnen neer over dit gebeuren. De wetenschapper geeft een juiste, wetenschappelijke verklaring en de schilder zet wat hij ervaart op doek. Deze drie mensen vertellen vanuit hun perspectief iets over de waarheid. Het is dus niet enkel het wetenschappelijke (= het juiste) dat waar is. Het begrip “waarheid” is véél breder dan “juistheid”. Ook de dichter en de schilder vertellen een stukje van de waarheid.

Stel je voor dat je het boek van “Als de olifanten vechten” van Dirk Bracke gelezen hebt. Dit boek handelt over het leven van kindsoldaten in Oeganda. Het boek vertelt het verhaal van Isaac en Richard. Dit zijn fictieve personages en het is dus niet juist (= niet wetenschappelijk correct). Maar in dit boek zit er veel waarheid over het leven van kindsoldaten. Dirk Bracke heeft zich verdiept in de verhalen van de kindsoldaten en kreeg hulp van de journaliste Els De Temmerman om een realistisch beeld te schetsen. Ook al zijn de personages in het boek fictief, het is wel waar. Voor vele kindsoldaten is het verhaal dat beschreven wordt, dagelijkse realiteit.

Stel dat je in een gedicht aan je geliefde schrijft dat hij of zij de mooiste ter wereld is. Letterlijk gezien zal dit niet juist zijn. Er loopt hier op de aardbol iemand rond die puur objectief gezien mooier zal zijn dan jouw geliefde.

Wil dit dan zeggen dat wat jij in jouw gedicht schrijft niet waar is? Neen, hoewel het niet letterlijk juist is, is het wél waar. Als jij zo verliefd bent en je vindt je liefste de mooiste ter wereld, dan is het waar. Het is jouw waarheid. Iemand anders zal de werkelijkheid anders ervaren en zijn of haar geliefde de mooiste vinden.

Zo is het ook met de Bijbel. Het is niet omdat de verhalen in de Bijbel niet echt gebeurd zijn, dat er geen waarheid in schuilt. Een Bijbelverhaal lezen en interpreteren vraagt tijd. Het zal niet onmiddellijk lukken. Een gedicht moet je ook soms ook drie keer lezen alvorens je het verstaat. Misschien valt er je nog iets anders op als je het de vierde keer leest. Het kan ook zijn dat je het gedicht in je opneemt en laat bezinken. En plots, terwijl je met iets heel anders bezig bent, begrijp je waar het over gaat. Zo gaat het ook met de Bijbel. Het vraagt geduld. Bovendien betekent ‘de Bijbel lezen’ : ‘de Bijbel laten spreken’. Dit wil zeggen dat je jezelf afvraagt of die oude Bijbeltekst ook voor jou vandaag nog iets kan betekenen.

De mensen die de Bijbelse verhalen geschreven hebben, leefden in een heel andere tijd en context dan wij. Ze gebruikten ook andere beelden dan wij.

Daarom is het soms zo moeilijk om te begrijpen waar het over gaat. We hebben nood aan een gids die de beelden kan uitleggen en toelichten." (De Decker, K., De Bijbel… Een bron om van te leven?, 2006)

Als leerkracht of opvoeder is het jouw taak om de waarheid uit het verhaal te halen en duidelijk te maken aan de kinderen. Zo kunnen zowel kinderen als volwassenen de verhalen begrijpen (er greep op krijgen) en zichzelf erin herkennen. 

2.1.2 Een leerproces in drie stappen

De opvoeder zal steeds drie essentiële stappen doorlopen in de lessen godsdienst.

De eerste stap is verkennen. Dat houdt in dat kinderen kennismaken met elementen uit het verhaal. Deze elementen kunnen personages zijn die echt in het verhaal voorkomen maar dat kan ook een personage zijn uit een gekend verhaal dat iets gelijkaardig ervaart (brugverhaal). Men gaat op zoek naar aanknopingspunten. Het verkennen kan je uitlokken door verschillende werkvormen te gebruiken bv. een inleefspel, prenten, een kijkdoos, een lied, een kringgesprek… Het belangrijkste is de betrokkenheid van de kinderen te verhogen zodat ze niet afhaken bij de volgende stap en dit kan je alleen bereiken door beeld- en/of geluidmateriaal te gebruiken. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Het verdiepen is de tweede stap. Je confronteert de kinderen met het nieuwe en laat het hen interpreteren. Beperk deze fase niet tot het vragen stellen aan de kinderen. Integendeel, breng muzische elementen aan: dramatiseer het verhaal, vertel vanuit verschillende standpunten (bv. vanuit het personage Maria of Jozef), laat kinderen een vervolg verzinnen... Het is essentieel dat de kinderen een herkenningspunt vinden: ‘Ik heb dit ook al meegemaakt’. Als de kinderen iets herkenbaar vinden in het verhaal zullen ze ook sneller de boodschap van het verhaal begrijpen. Daarom is het zo belangrijk dat de leerkrachten zelf de symbolische taal herkennen: zij moeten de herkenningspunten zoeken voor de kinderen en deze op een eenvoudige wijze duidelijk maken. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Ten slotte is er nog één stap namelijk het verankeren. Hierbij stelt het kind zich de volgende vragen: ‘Wat betekent dit verhaal nu voor mij? Wat heb ik eruit geleerd?...’. Vooral de eerste vraag is zeer belangrijk. Laat de kinderen niet alleen een tekening maken bij het verhaal of het verhaal reconstrueren, maar daag hen ook uit op zoek te gaan naar wie voor hen een herder is, wie een lichtje is in donkere tijden… Pas dan hebben de leerlingen de symbolische taal begrepen en zal het verhaal iets betekenen voor hun in de huidige maatschappij. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

Het is niet noodzakelijk deze drie stappen te doorlopen in één les. Je kan ook twee lessen voorzien over hetzelfde onderwerp waarbij je in de eerste les vooral aandacht schenkt aan het verkennen en in de tweede les aan het verdiepen en verankeren. Dus als je ervoor wil zorgen dat de kinderen de boodschappen kunnen linken aan hun wereld, dan moet je niet alleen werken aan het verankeren maar moet je er ook voor zorgen dat de kinderen betrokken zijn bij het verkennen en het verdiepen. (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

2.1.3 De inleiding van het verhaal

Sommige leerkrachten hebben een Bijbel in de klas staan maar als ze een verhaal uit de Bijbel willen voorlezen, nemen ze een blad papier met de tekst erop. Zo geef je het Bijbelverhaal een mindere waarde: het Bijbelverhaal wordt een ‘gewoon verhaal’.

Als je een Bijbelverhaal wil voorlezen, toon dan steeds de Bijbel aan de kinderen. Vertel dat er twee delen zijn namelijk het Oude Testament geschreven door de voorouders van Jezus en het Nieuwe Testament geschreven door de vrienden van Jezus. Zeg hen dan uit welk deel je het verhaal voorleest, in dit geval het Nieuwe Testament. Als je dit een paar keer uitvoert voor je het verhaal begint te lezen, zullen de kinderen al snel de algemene structuur begrijpen. Het is ook een aanrader om een Bijbelritueel in te voeren bij het begin van het schooljaar. Zo kan je net voor je een Bijbelverhaal voorleest een kaarsje aansteken en het even stil maken.  (De Decker, K., Cursus Godsdienst 1, 2012)

2.2 De Kerstkring gesitueerd in het leerplan

Alle achtergrondinformatie uit hoofdstuk één vertel je natuurlijk niet aan de kinderen van een eerste graad. Om een duidelijk beeld te scheppen van wat aan bod moet komen en wat niet, wordt het leerplan rooms-katholieke godsdienst geraadpleegd.  

2.2.1 De leerplandoelen

Al vanaf de eerste graad brengt het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen (Licap), de advent en Kerstmis in kaart bij het liturgisch en pastoraal jaar (5.2.1.11).

Kinderen verkennen de betekenis van de advent en Kerstmis vanuit de verhalen over de geboorte van Jezus. Dit houdt in dat ze:

  • K: De advent leren kennen als de tijd waarin christenen zich voorbereiden op Kerstmis.
  • K: De symboliek van de adventskrans verkennen: krans, groen, rood, licht.
  • K: Maria leren kennen als de moeder van Jezus.
  • K: Aandacht hebben voor de adventscampagne Welzijnszorg.
  • K: Werken rond het geboorteverhaal van Lucas (Lc.2).
  • K: De kans krijgen om te bidden bij advent en Kerstmis.
  • U: Het contrast tussen donker en licht beleven.
  • U: Het verhaal beluisteren over de eerste kerststal (van Franciscus).
  • U: Het verhaal over de traditie van de kerstboom leren kennen.
  • U: Zich met de klas inzetten voor een project van de adventscampagne Welzijnszorg.

Ook in de tweede en derde graad vind je het thema advent en Kerstmis terug in het liturgisch en pastoraal jaar (5.2.2.11 en 5.2.3.11). Maar men legt andere accenten als in de eerste graad. In de tweede graad staat ‘licht’ centraal.

Kinderen verkennen advent en Kerstmis als een groeien naar licht en leven.

In de derde graad gaan de leerlingen zich nog meer verdiepen in de betekenis en rituelen in verband met de advent en Kerstmis.

Kinderen kunnen de advent duiden als tijd van voorbereiding op Kerstmis.

Kinderen begrijpen Kerstmis als het feest waarin christenen hun ervaring van ‘God wordt mens’ vieren.

2.3 De kerstman

2.3.1 Ontstaan

Santa Claus of de kerstman is een Amerikaanse versie van Sinterklaas. In het begin van de 19de eeuw brachten Nederlandse kolonisten het feest van Sinterklaas naar Amerika, waardoor Santa Claus ontstond. Er zijn nog enkele gelijkenissen tussen de kerstman en Sinterklaas maar de uiterlijke verschillen zijn des te groter. Sinterklaas was een heilige maar omdat Amerikanen, protestantse migranten, geen katholieke heilige wouden vereren, verdween de mijter en het bisschopsgewaad. In 1881 maakte Thomas Nast, een Amerikaanse cartoonist, een tekening van Santa Claus. Toch bestond er nog geen stereotiep beeld van de kerstman: de ene keer was hij heel dik, de andere keer heel dun. Een vast beeld van de kerstman ontstond onder invloed van de Amerikaanse reclametekenaar Haddon Sundblom. Hij ontwierp reclame voor ‘Coca-Cola’: de kerstman kreeg een dikke buik met een vriendelijk uitzicht, een witte baard en rode kledij. Via deze reclame is het beeld van de kerstman, zoals we hem vandaag nog steeds kennen, bij ons gekomen.[4] (Lauvrijs, P., Het feestenboek voor de jeugd, 2006)

2.3.2 De kerstman in de klas?

De kerstman hoort niet thuis in de lessen over de advent en Kerstmis! Toch schenken sommige leerkrachten hier aandacht aan: ‘De kerstman is het eerste begrip dat de kinderen opsommen bij het horen van Kerstmis dus waarom de kerstman niet aan bod laten komen in de lessen?’.

Er zijn verschillende redenen waarom de kerstman niet thuis hoort in de lessen over de advent en Kerstmis. (Verhelst, M., Cursus Godsdienst 1, 2009)

In het kindheidsevangelie van Lucas is er geen sprake van de kerstman.
Het leerplan verwijst niet naar de kerstman.
De kerstman is een kopie van Sinterklaas. Maar zo gaat de boodschap van Kerstmis verloren. Jezus deed een oproep voor vrede en het ‘geven’. Maar voor de kinderen staat de kerstman centraal en ze vragen steeds duurdere geschenken.

Net om deze redenen, is het aan de leerkrachten om de kerstman achterwege te laten en de echte boodschap van Kerstmis te verkondigen.

DEEL 3: Lesfiches

3.1 Inleiding

Na het theoretisch gedeelte is het tijd voor de praktijk. Wat volgt zijn enkele lesfiches geschikt voor de eerste graad. De zelfgemaakte lessen zijn gebaseerd op de handleidingen maar bevatten ook vernieuwende elementen. Alle prenten en verhalen zijn afkomstig uit de Kijkbijbel met illustraties van Kees de Kort. Ik heb gekozen voor deze Bijbel omdat het mooie illustraties zijn die de gevoelens van de personages weergeven: het zijn eenvoudige prenten geschikt voor de eerste graad. Natuurlijk is elke leerkracht vrij in het kiezen van een Bijbel: je kan dus gerust een andere Bijbel raadplegen.

3.2 Structuur lesfiches

Elke lesfiche is op dezelfde manier opgebouwd. Het bestaat uit een voorblad en een uitgewerkte les in agendavorm. Het voorblad geeft een duidelijk overzicht van wat er in de les aan bod zal komen, hoeveel tijd je voor deze les moet vrijmaken, aan welke leerplandoelen er gewerkt wordt... Ook de bijlagen staan vermeld op dit voorblad. Na elke lesfiche vind je de bijlagen terug. De Bijbelverhalen en prenten kan je ook terugvinden in de bijlage van elke lesfiche. Maar zoals eerder vermeld in het theoretisch gedeelte is het aan te raden om een Bijbel aan te schaffen zodat je het verhaal kan situeren en voorlezen.

3.3 De lesfiches

DEEL 4: Advent- en kerstkoffer

Om de lessen uit te werken, heb je didactisch materiaal nodig bv. handpoppen, een kerststal… Deze materialen kan je op verschillende manieren presenteren bv. met behulp van een koffer. De koffer is een hulpmiddel voor de leerkracht want het bevat onder andere de lesfiches maar is ook een middel om de leerlingen te prikkelen: op een speelse manier kennismaken met allerlei attributen in verband met de advent en Kerstmis. Het didactisch materiaal zal de betrokkenheid verhogen wat een positieve invloed zal hebben op het verankeren van de boodschap. 

4.1 Inhoud koffer

In de koffer zitten de didactische materialen die je kan gebruiken bij het geven van de lessen. Volgende materialen kan je terugvinden in de koffer:

  • 8 lesfiches + bijlagen
  • Aftelkalender + opdrachten
  • Gevoelsmeter
  • Handpoppen: Maria, Elisabet en de engel
  • Engel gemaakt van klei
  • Beelden kerststal: herders, wijzen, os en ezel
  • Kerststal
  • Ster
  • Brief volkstelling

Je kan ook nog extra materiaal in de koffer leggen dat de sfeer van Kerstmis oproept bv. kerstversiering.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/4(1).png

‘De verhalen i.v.m. de advent en Kerstmis worden geopend’

4.2 Afbeeldingen

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

Bijlagen

Bijlage 1 - Jezus in de tempel: Simeon en Hanna

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd, en om een offer te brengen, volgens de wet van de Heer: een koppel tortels of twee jonge duiven.

Daar in Jeruzalem woonde een zekere Simeon; het was een rechtvaardige en vrome man; hij verwachtte de vertroosting van Israël en op hem rustte de heilige Geest. Door de heilige Geest was hem geopenbaard dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van de Heer had gezien. Door de Geest geleid, ging hij naar de tempel. Toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij Hem in zijn armen en loofde God met de woorden:

‘Nu, Meester, laat U,
zoals U gezegd hebt,
uw knecht in vrede gaan;
want mijn ogen hebben uw heil gezien,
dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid,
een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen
en een glorie voor uw volk Israël.’

Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem gezegd werd. Simeon zegende hen en zei tegen zijn moeder Maria: ‘Deze jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.’
Ook was daar de profetes Hanna, een dochter van Penuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; na haar meisjesjaren was ze zeven jaar getrouwd geweest en daarna weduwe gebleven; nu was ze vierentachtig. Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden. Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten. Toen zij alles hadden gedaan wat de wet van de Heer bepaalt, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. De jongen groeide op en werd steeds sterker, omdat Hij vervuld werd van wijsheid en door God rijkelijk werd begunstigd.[6]

Bijlage 2 - Interview met pastoor Vermeir uit Oudegem

Dag meneer pastoor,

Bedankt dat u even tijd voor mij wil vrijmaken. Het is mijn laatste jaar in de opleiding ‘Bachelor lager onderwijs’. Het onderwerp van mijn bachelorproef is ‘advent en Kerstmis’. Momenteel ben ik op zoek naar achtergrondinformatie over de Kerstkring. Mijn vraag is of u mij wat meer kan vertellen over de symboliek van ‘Lichtmis’.

Op Lichtmis herdenken wij dat Maria en Jozef met Jezus naar de tempel gingen waar ze Jezus moesten vrijkopen. Dit staat vermeld in het evangelie van Lucas.  In vele parochies nodigen de pastoors de ouders uit met hun pasgeboren kinderen (de kinderen die het afgelopen jaar geboren zijn) op de eerstvolgende zondag na Lichtmis. Andere ouders zijn natuurlijk ook welkom in de kerk maar deze krijgen geen echte uitnodiging. Ik spreek dan een zegen uit over de kinderen en ze krijgen een gewijde kaars mee naar huis. Deze gewijde kaars wil zeggen dat Jezus voor de kinderen Licht zal zijn. In sommige steden/dorpen houdt men ook lichtprocessies maar dat is hier in Oudegem niet het geval. Ook het eten van pannenkoeken is een ritueel dat vele mensen uitvoeren op Lichtmis.

Ik hoop dat dit een antwoord is op je vraag? Ja, dit heeft mij zeker geholpen. Bedankt voor de informatie en om tijd vrij te maken.

Geen probleem en nog veel succes met je bachelorproef. 

Voetnoten

[1] De Buck, W. (22 november 2012). Paus Benedictus: ‘Os en ezel horen niet thuis in kerststal’. Geraadpleegd op 21/03/2013, van http://www.nieuwsblad.be en www.standaard.be

[2] Feestelijk Vlaanderen (2013). Driekoningenommegang Wondelgem (Gent). Geraadpleegd op 21/03/2013, van http://www.feestelijkvlaanderen.be

[3] Vermeir A. (Interview). Oudegem, 21 september 2012.

[4] Historiek (12 december 2012). De Kerstman, van Odin tot Santa Claus. Geraadpleegd op 24/12/2012, van http://historiek.net/overige/4025-de-kerstman-van-odin-tot-santa-claus

[5] VAN IN (2011). De visie van Tuin van Heden. Geraadpleegd op 11/01/2013, via http://www.vanin-methodes.be/tuin-van-heden/index.html

[6] KBS (1969-2013). Jezus in de tempel – Simeon en Hanna, evangelie volgens Lucas. Geraadpleegd op 23/12/2012, van http://www.willibrordbijbel.nl/index.php?p=page&i=65828,65846.

Literatuurlijst

Boeken

  • Aubinais, M. (2005). Zo kun je bidden – Op weg naar Kerstmis. Baarn: Adveniat Geloofseducatie B.V.
  • De Decker, K.(2012). Cursus Godsdienst 1. Aalst: KaHo Sint-Lieven.
  • Deleu, P. (1986). Al de dagen van ons leven - een boek voor gelovige gezinnen. Averbode: Altiora Averbode.
  • Desodt S.(1999). Even stil- bidden met kinderen (6 tot 8 jaar). Averbode: Altoria Averbode.
  • Eerste graad bijbel: BBG (1994). Kijkbijbel. Brussel: Belgisch Bijbelgenootschap.
  • Erkende instantie r.-k. godsdienst (2000). Leerplan rooms-katholieke godsdienst VOOR HET LAGER ONDERWIJS IN VLAANDEREN. Brussel: Licap.
  • Janssen, K. (2001). Een jaar vol kleuren. Averbode: Altiora Averbode.
  • KBS (1995). De Bijbel uit de grondtekst vertaald. ’s-Hertogenbosch: Katholieke Bijbelstichting.
  • Lauvrijs, B. (2006). Het feestenboek voor de jeugd. Antwerpen: Berghmans Uitgevers.
  • Richard, T. (2005). Symboliek in kerken en kathedralen - oorsprong en betekenis. Rijswijk: Elmar B.V.
  • Verhelst, M. (2009). Cursus Godsdienst 1. Aalst: KaHo Sint-Lieven.
  • Verhelst, M. Cursus Module School en Maatschappij Leereenheid Godsdienst –R-K Godsdienst openbare eredienst. Aalst: KaHo Sint-Lieven.

Handleidingen

  • Bels, K., Dauwe, J.C., Demeulenaere, K. e.a. (2001). Handleiding Manna 1. Brugge: Die Keure.
  • Bels, K., Dauwe, J.C., Demeulenaere, K. e.a. (2001). Handleiding Manna 2. Brugge: Die Keure.
  • Cerstiaens, P. e.a. (Niet gekend).Tuin van Heden 1. Wommelgem: VAN IN.
  • Cerstiaens, P. e.a. (Niet gekend).Tuin van Heden 2. Wommelgem: VAN IN.
  • Hallemans, I. e.a. (Niet gekend). Handleiding Jezus leeft!1. Brugge: Die Keure.
  • Hallemans, I. e.a. (Niet gekend). Handleiding Jezus leeft!2. Brugge: Die Keure.
  • Pollefeyt, D., Vercammen, A., Geyskens E. e.a. (2010). Handleiding ‘Land in zicht’ 1. Mechelen: Plantyn.
  • Pollefeyt, D., Vercammen, A., Geyskens E. e.a. (2010). Handleiding ‘Land in zicht’ 2 . Mechelen: Plantyn.
  • Verhelst, M. e.a (2006). Handleiding TOV 1. Kalmthout: Pelckmans.
  • Verhelst, M. e.a (2006). Handleiding TOV 2. Kalmthout: Pelckmans.

Interview

  • Vermeir A. (Interview). Oudegem, 21 september 2012.

Tijdschrift

  • De Decker, K. (2006). De Bijbel… Een bron om van te leven? (pp. 1-5).

Websites

Andere

  • De Block E. (2012). Jong zkt. oud : een solidariteitsproject voor de basisschool bij de Welzijnszorgcampagne van 2012: 'Armoede verjaart niet'. Antwerpen: Spoor ZeS.
^ bovenkant pagina

Over Thomas

Thomas is een interactief platform voor actieve samenwerking tussen alle leerkrachten (r.-k.) godsdienst van alle onderwijs- netten in Vlaanderen.

Partners

Katholiek Onderwijs Vlaanderen IDKG Faculteit Theologie en Religiewetenschappen logo

session