Bruikbaarheid van de niet-autobiografische romans in het godsdienstonderwijs
Woord Vooraf
Graag wil ik Mr. Lepers bedanken voor zijn deskundige begeleiding en zijn advies bij de opmaak en de controle van mijn bachelorproef. Daarnaast wil ik ook Mr. Scheyving bedanken als tweede lezer. Met deze bachelorproef sluit ik een bijzonder moeilijke periode af. De drie voorbije studiejaren waren helemaal niet vanzelfsprekend door de combinatie met mijn baan en mijn gezin. Toch ben ik erin geslaagd om deze periode positief te beëindigen. Maar dit is niet enkel mijn verdienste. Mijn man en mijn drie dochters zijn er steeds voor mij geweest en hebben heel veel water bij de wijn gedaan. Ik zal hen dan ook altijd dankbaar blijven dat ze dit voor mij mogelijk gemaakt hebben.
1. Inleiding
Ik heb het voorstel van mijn docent godsdienst, de heer Lepers, aanvaard om voor mijn bachelorproef te werken rond de niet-autobiografische romans van Amélie Nothomb. Deze Franstalige schrijfster schrijft over thema's die nauw aansluiten bij de leefwereld van onze jongeren. Aangezien mijn toekomstige taak als lerares godsdienst vooral een levensbeschouwelijk karakter heeft heb ik besloten om mij in deze materie te verdiepen.
In mijn werk komen volgende zaken aan bod:
- Biografie, werk en bibliografie van Amélie Nothomb
- Analyse van tien niet-autobiografische romans. Per behandeld boek geef ik een bespreking waarin volgende aspecten aan bod komen:
- Korte inhoud van het verhaal
- Poging om de betekenis van het boek te vatten
- Keuze van een tekstfragment
- Aanduiding bij welk terrein van het leerplan het gekozen tekstfragment kan aansluiten
- Suggestie voor het concreet gebruik in de godsdienstles aan de hand van een tekstfragment uit het boek dat de lezer doet reflecteren over een welbepaalde levensvraag
2. Amélie Nothomb
Amélie Nothomb (Kobe-Japan, 13 augustus 1967) is een Franstalige Belgische schrijfster, die afwisselend in Parijs en Brussel woont en werkt.
2.1 Biografie
Wegens het feit dat haar vader, Patrick Nothomb, Belgisch diplomaat is brengt Nothomb haar jeugd achtereenvolgens door in Japan, China, de Verenigde staten, Laos, Birma en Bangladesh, waar ze vaak geconfronteerd wordt met de gruwel van oorlog en armoede.
Als zij op 17-jarige leeftijd voor het eerst naar België komt, voor haar studie Romaanse filologie aan de Vrije Universiteit Brussel voelt zij zich daar alleen en onbegrepen. Om de eenzaamheid te verdrijven begint ze te schrijven.
Na haar universiteitsdiploma te hebben behaald keert Nothomb terug naar Tokio, waar ze tolk Japans wil worden.
Ze gaat werken bij een grote Japanse onderneming, maar het wordt geen succes. De onaangename en bizarre ervaringen die zij daar opdoet schrijft ze van zich af in haar roman Stupeur et tremblements (1999), waarvoor ze de Grand Prix van de Académie Française ontvangt en internationale bekendheid krijgt. Eenmaal terug in Brussel, besluit ze het manuscript van haar debuutroman Hygiène de l’assassin (1992) te publiceren. Het wordt een groot succes voor de dan 25-jarige Nothomb. Sindsdien publiceert ze, volgens een vast ritme, elk jaar een nieuwe roman. De oorzaak van deze grote productie ligt, zoals Nothomb zelf zegt, aan het feit dat ze last heeft van de schrijfziekte (“la maladie de l’écriture”). Ze zegt elk jaar wel drie romans te schrijven, waarvan ze er dan vervolgens slechts één laat publiceren.
2.2 Werk
De constant veranderende omgevingen uit haar kinderjaren drukken hun stempel op Nothomb en haar oeuvre. Men zou kunnen spreken van een soort vervreemding die in haar romans doorklinkt. De verhalen van Nothomb zijn vaak kort en fantasievol en lijken op sprookjes, maar dan met een duistere en ironische ondertoon. Haar stijl, woordkeuze, onderwerpkeuze, bitsige en conflictueuze dialogen en voortdurende zelfspot zijn haar handelsmerken.
Deze schrijfster blaast bovendien een nieuwe wind door het literaire landschap. De taal die ze hanteert is onschuldiger dan de themata die ze ontwikkelt. Deze zijn overigens niet zelden klassiekers. Zo komen we een psychoananalyserende dr. Jeckyl en mr. Hyde tegen (Cosmetica van de vijand), een tegelijk luchtige en beklemmende Huis Clos (Filippica’s) en een inversie van La Belle et la Bête (Aanslag op de goede smaak). Deze clichés zet ze echter meesterlijk naar haar eigenzinnige hand.
Wanneer Nothomb haar misantropie voor haar romans reserveert, kan ze best een innemend persoon zijn. De beste hypothese is dat ze die misantropie, resultaat van structurele eenzaamheid tijdens de kinderjaren (in interviews is ze daar openhartig over, onder meer met P. Noble in “Menslievende verhalen zijn altijd oneerlijk”), sublimeert tot kunst. Ze verkiest bovendien de literaire, in plaats van de dagelijkse omgang met het vreemde in het mensenras. Dat levert haar in plaats van enkele berispingen sterrenstatus op. Nothomb schrijft zich weg uit de conventionele wereld, offert die wereld op voor ons. Haar boeken zijn de teksten van haar onbewuste, secundair bewerkt.
Zelf noemt ze zich vaak, maar wel met lichte spot, een erfgename van het Belgisch surrealisme: ze wil haar lezers schokken, vermaken en verbazen door realiteit en fantasie door elkaar te halen en te spotten met conventies. Ze is gefascineerd door schoonheid, lelijkheid, gemeenheid en voedsel en munt uit in het schilderen van karikaturale portretten. Dikwijls herkennen we onder het mistgordijn van zwarte humor een moralistische ondertoon. In haar springerige stijl hamert ze genadeloos in op de dubbele moraal en hypocrisie van de goegemeente. Nothomb zou een cultauteur genoemd kunnen worden. Sommige critici vinden haar gemaakt en verwaand, onder meer doordat ze in haar romans vaak refereert aan andere romans en auteurs (intertekstualiteit). Ook zouden haar romans te simpel zijn en vaak een vaste reeks ingrediënten bevatten. In Frankrijk wordt ze veelal niet als literair auteur gezien, maar vooral als schrijfster van bestsellers; het is vooral aan buitenlandse universiteiten dat haar oeuvre wordt bestudeerd.
2.3 Bibliografie
Naast haar autobiografische(*) en niet-autobiografische werken schrijft Nothomb ook fictieve verhalen waarin ze zichzelf opvoert, zonder dat het gehele werk een duidelijk autobiografisch karakter heeft (**).
- Hygiène de l'assassin (Hygiëne van de moordenaar), 1992
- Le Sabotage amoureux* (Vuurwerk en ventilators), 1993
- Légende un peu chinoise (Menslievende verhalen zijn altijd oneerlijk), 1993
- Les Combustibles, toneel, 1994
- Les Catilinaires (Filippica's), 1995
- Péplum** (Peplos), 1996
- Attentat (Aanslag op de goede smaak), 1997
- Mercure (De spiegel van Mercurius), 1998
- Stupeur et tremblements* (Met angst en beven), 1999
- Le Mystère par excellence, novelle, 1999
- Métaphysique des tubes* (Gods ingewanden), 2000
- Brillant comme une casserole, verhalen met illustraties, 2000
- Cosmétique de l'ennemi (Cosmetica van de vijand), 2001
- Aspirine, novelle, 2001
- Sans nom, novelle, 2001
- Robert des noms propres** (Plectrude), 2002
- Antéchrista** (Antichrista), 2003
- L'Entrée du Christ à Bruxelles, novelle, 2004
- Biographie de la faim* (De hongerheldin), 2004
- Acide sulfurique (Zwavelzuur), 2005
- Journal d’Hirondelle (Dagboek van Zwaluw), 2006
- Ni D'Eve Ni D'Adam*, 2007
- Le Fait du Prince (Champagne), 2008
- Le voyage d’hiver (De winterreis), 2009
- Une forme de vie (Een vorm van leven), 2010
3.Tien niet-autobiografische romans in functie van de godsdienstles.
Hygiëne van de moordenaar (1992)
1. Inhoud
Dit bizarre verhaal gaat over een 83-jarige schrijver die de Nobelprijs voor literatuur gewonnen heeft. Prétextat Tach krijgt te horen dat hij nog maar twee maanden te leven heeft. Er werd kraakbeenkanker bij hem vastgesteld. De man heeft zijn hele leven in afzondering doorgebracht. De enkelingen waar hij contact mee heeft zijn zijn secretaris Ernest Gravelin en de verpleegster die hem dagelijks komt verzorgen.
Nu het nieuws over zijn nakende dood bekend raakt willen journalisten uit de hele wereld een interview afnemen van de beroemde schrijver. Er worden uiteindelijk slechts vijf ‘gelukkigen’ geselecteerd. De eerste vier journalisten verlaten vol afschuw en weerzin het interview. Ze slagen er niet in welke dialoog dan ook op gang te krijgen. Telkens opnieuw antwoordt Tach naast de kwestie of ridiculiseert hij de vragen die hem gesteld worden. De eerste journalist wordt letterlijk de deur gewezen als hij de literaire kwaliteiten van Prétextat in vraag begint te stellen. De tweede ongelukkige ondergaat dezelfde martelgang als zijn voorganger. De derde journalist probeert zijn twee voorgangers te overtreffen, maar ook hij wordt verbaal verpletterd door de sarcastische grijsaard. Uiteindelijk probeert Tach de vierde journalist ervan te overtuigen dat zijn succes te maken heeft met het feit dat niemand zijn boeken leest. Hij is er ook van overtuigd dat slechts weinigen ‘echt’ een boek kunnen lezen. Volgens hem zijn er een aantal categorieën: diegene die niet lezen; diegene die lezen, maar niet begrijpen en diegene die begrijpen, maar ook weer vergeten. Tijdens het vierde interview blijkt ook overduidelijk dat Prétextat Tach een misantroop en vrouwenhater van formaat is. De enige menselijke wezens die zijn voorkeur wegdragen zijn kinderen. De kindertijd is volgens hem een gezegende leeftijd.
De laatste kandidaat is een vrouwelijke journaliste, Nina, die ook de enige is die de 22 boeken van Tach gelezen heeft. Eerst weigert Tach met haar te praten, maar als hij gaandeweg merkt dat zij zijn werk goed kent, besluit hij om toch met haar te praten. Zij probeert heel subtiel aan te tonen dat het laatste boek van Tach een autobiografische roman is. In dit boek vermoordt een 18-jarige jongen zijn nichtje. Beetje bij beetje reconstrueert Nina dit verhaal en toont aan dat de 18-jarige in feite Prétextat is. Ze laat hem de tijd van toen herbeleven en probeert hem de moord op Léopoldine te doen bekennen. Hij bekent ten slotte, maar is ervan overtuigd dat hij haar gered heeft van de verdoemenis. De dag dat Léopoldine haar eerste menstruatie kreeg, heeft hij haar gewurgd. Door haar te vermoorden, wilde hij verhinderen dat ze zou opgroeien. Zowel Léopoldine als Prétextat hadden namelijk gezworen om nooit groot te worden. De vraag blijft natuurlijk of Léopoldine deze fysische verandering daadwerkelijk met haar leven wou bekopen.
Uiteindelijk neemt het verhaal een rare wending wanneer Prétaxtat erin slaagt om Nina zover te krijgen dat ze er zelf van overtuigd raakt dat iemand wurgen niet zoveel voorstelt. Zo lezen we op het einde van deze roman dat Nina op heel kalme wijze een eind maakt aan het toch al doodse leven van de oude man.
2. Beschouwing
Het is niet eenvoudig om in dit boek een duidelijke betekenis te detecteren. Toch vallen twee zaken wel op.
Ten eerste is het boek één groot vraag- en antwoordspel. De antwoorden van de man in kwestie zijn telkens opnieuw zwartgallig en sarcastisch tot in het absurde toe. De protagonist houdt noch van het leven noch van iets of iemand. De enige die hem ooit beroerd heeft is zijn nichtje Léopoldine.
Dit boek is wel een prachtig voorbeeld van hoe communicatie tussen mensen kan verkeerd lopen. Normaalgezien is er bij communicatie sprake van tweerichtingsverkeer. We richten ons tot de ander omdat we iets te vertellen of te vragen hebben en dan verwachten we een zinvolle repliek, een waardig antwoord. Als we een gesprekspartner ‘kiezen’, willen we ook iets meedelen. In dit verhaal heeft de protagonist echter niets te zeggen. Hij wil helemaal niet praten met mensen die hij eigenlijk te min acht voor iemand van zijn kaliber. Wat hem vooral stoort bij zijn gesprekspartners is het gebrek aan kennis over zijn boeken. De interviews werden hem eigenlijk ook opgedrongen door zijn secretaris en daardoor maakt hij er een spelletje van om telkens naast de kwestie te antwoorden of om zijn interviewer te doen walgen bij het horen van zoveel wansmakelijke en onfatsoenlijke verhalen. Het boek doet dus duidelijk nadenken over wat echte communicatie zou moeten zijn.
Een tweede facet is het volgende:
Iemand graag zien, iemand volledig toegewijd zijn kan er in extreme gevallen toe leiden dat men die persoon, zogezegd uit liefde, de dood in stuurt.
Als men het leven of de levensomstandigheden te min vindt of te zwaar om te dragen, dan kan men beslissen om die persoon als het ware ‘te bevrijden’ van het ‘slechte’. Men kiest er dan voor om het leven te laten eindigen op een hoogtepunt. Hier in dit boek is Prétextat Tach ervan overtuigd dat hij zijn nichtje een dienst bewijst door haar eeuwig te laten voortleven als kind. Hij vindt de overgang van het mythische naar het hormonale leven of met andere woorden de overgang van het tijdloze naar het cyclische leven ondraaglijk en daarmee beweert hij haar niet vermoord, maar gered te hebben.
We kunnen verder ook even stilstaan bij de bizarre naam van onze protagonist. Wat betekent die naam? Misschien bedoelt Amélie Nothomb dat de boeken slechts een voorwendsel zijn (prétexte) en dat het hoofdpersonage vond dat het zijn taak (tâche) was om Leopoldine te redden van de vergankelijkheid?
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘Wat zijn de voorwaarden om met een ander tot een goed gesprek te komen?’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- Het uittreksel uit Klasse voor leraren - De eerste lijn - communicatie wordt gelezen.
- De leerlingen bereiden kort de vragen voor en ze worden klassikaal besproken.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche: Hygiëne van de moordenaar
Inhoud
Een 83-jarige schrijver krijgt te horen dat hij terminaal ziek is. Aangezien het om eens schrijver van formaat gaat willen journalisten van over de hele wereld een laatste interview afnemen. Slechts enkelen worden geselecteerd. De man is een echte misantroop en sarcast en hij slaagt er telkens opnieuw in om zijn interviewers weg te jagen. De laatste en enige vrouwelijke journaliste kent de romans van de schrijver beduidend goed en ze probeert op een sublieme manier aan te tonen dat zijn laatste roman een autobiografisch werk is. In dit boek vermoordt de protagonist zijn nichtje Léopoldine als ze haar eerste menstruatie krijgt. Het verhaal krijgt een bizarre wending als de journaliste op het eind het recht in eigen handen neemt. In het fragment zien we een voorbeeld van de manier waarop de schrijver zijn interviewers aanpakt.
Tekstfragment (p. 12)
De journalist wist dat hij een voor de zwaarlijvige schrijver belangrijk onderwerp had aangesneden.
‘Ja, ik herinner me dat ik tijdens die jaren heel slecht gegeten heb.’
‘Ziet u wel!’
‘Maar ik zag niet echt af. Ik hield al wel van veel eten, maar ik was nog geen echte fijnproever. Bovendien beschikte ik over een immense voorraad sigaren.’
‘Wanneer werd u dan fijnproever?’
‘Toen ik ophield met schrijven. Tevoren had ik daar de tijd niet voor.’
‘En waarom hield u op met schrijven?’
‘Op mijn negenenvijftigste verjaardag merkte ik dat ik uitgeschreven was.’
‘Waaraan merkte u dat?’
‘Dat weet ik niet. Het was alsof ik ineens in de overgang was gekomen. Ik heb mijn laatste roman nooit afgewerkt. Dat is goed zo: een geslaagd schrijver moet, om geloofwaardig te blijven, nog een onvoltooid werk hebben liggen. Anders wordt hij als een prulschrijver beschouwd.’
‘U had dus zesendertig jaar lang onafgebroken geschreven en van de ene dag op de andere schreef u geen woord meer?’
‘Inderdaad.’
‘Wat voerde u de volgende vierentwintig jaar dan uit?’
‘Zoals ik al zei, ik werd fijnproever.’
‘Was dat dan een volledige dagtaak?’
‘Laten we liever zeggen “een volledig menu”.’
‘En daarbuiten?’
‘Lekker eten vergt veel tijd, weet u. Daarbuiten voerde ik niet veel uit. Ik herlas de klassieken. O ja, ik schafte me ook een televisie aan.’
‘Kijkt u dan graag naar de tv?’
‘Naar de reclamespotjes, dat is alles. Reclamespotjes, daar ben ik dol op.’
‘En de andere programma’s interesseren u niet?’
‘Nee, voor de rest heb ik een hekel aan de tv.’
‘Wat vreemd. De voorbije vierentwintig jaar hebt u uitsluitend gegeten en voor de buis gezeten?’
‘Nee, ook geslapen, gerookt en af en toe wat gelezen.’
Uittreksel uit Klasse voor leraren – De eerste lijn - Communicatie
Wat?
Communicatie is geen proces van actie en reactie maar van interactie, van wederzijdse en gelijktijdige beïnvloeding. We beïnvloeden en worden beïnvloed. Meestal zijn we ons wel sterk bewust van de invloed die anderen op ons hebben, maar zeer weinig van de invloed die wijzelf hebben op de anderen.
Goede communicatie zorgt ervoor dat informatie wordt uitgewisseld zodanig dat betrokkenen niet alleen een beter inzicht verwerven in wat er wordt gecommuniceerd, maar ook een open relatie behouden en groter respect voor elkaar krijgen.
Hoe?
Vier niveaus
Bij elke communicatie gaat het om uitwisselen van informatie: de inhoud. Tegelijkertijd tonen de gesprekspartners hoe ze hun onderlinge relatie beleven. Ze interpreteren wat de andere doorgeeft en er ontstaat een vorm van waardering. Communicatie verloopt over vier niveaus:
- Inhoudsniveau: de eerste functie van communicatie is doorgeven van informatie. Hoe helderder
je de boodschap brengt, hoe groter de kans dat de communicatie (schoolreglement, rapport, brief,
slecht nieuws) lukt. - Relatieniveau: de wijze waarop iemand een inhoud communiceert, toont hoe hij naar zichzelf, de
boodschap en de ontvanger kijkt. Het relatie- en inhoudsniveau zijn onafscheidelijk verbonden. We
gebruiken vooral non-verbale signalen om onze relatie duidelijk te maken. - Perceptieniveau: iedereen geeft betekenis aan wat hij waarneemt. Iedereen heeft daarvoor zijn
referentiekader (gezinsregels, opvoedingswaarden, culturele en sociale normen). Afhankelijk van
onze achtergrond en ervaringen, van onze regels en gewoonten selecteren en interpreteren we
verschillend. Wat de ene leerkracht een levendig geïnteresseerd kind vindt, noemt de ander een
lastpak. Communicatieproblemen ontstaan als we denken dat iedereen hetzelfde ziet als wij, als we
niet (willen) weten dat er ook een andere werkelijkheid kan bestaan dan de onze. Elkaars
referentiekader aftasten is dus belangrijk. Goede communicatie begint bij 'Begrijp ik voldoende hoe
de anderen naar deze feiten kijken'. - Waarderingsniveau: waardering heeft te maken met het gevoel dat je erkend wordt. Elk mens
heeft het fundamenteel recht om aanvaard te worden zoals hij is met al zijn gebreken en
kwaliteiten. Wat moet een leerling met uitspraken als «Je bent te dom om te helpen donderen» of
«Kijk wat je nu weer gedaan hebt»? Communicatie lukt pas als de gesprekspartners zich erkend
voelen.
Meer dan woorden
- Een mens communiceert niet enkel digitaal: via woorden of tekens. Gesproken taal wordt altijd
begeleid door analoge taal (gebaren, mimiek, volume, snelheid, stemkleur en afstand lichaamstaal).
Analoge taal bevindt zich op het relatieniveau, digitale taal op het inhoudsniveau. - Analoge taal (non-verbaal gedrag) is niet eenduidig. Wat betekent het als iemand geeuwt in de
klas? Non-verbaal gedrag is vaak geloofwaardiger. Als een leerkracht bijvoorbeeld tegen een
leerling snauwt: «Maar ik heb helemaal niets tegen jou», dan is de kans groot dat de leerling
veeleer de afwijzing dan de goedkeuring begrijpt.
Levensvraag
‘Wat zijn de voorwaarden om met een ander tot een goed gesprek te komen?’
Verwerking
Vraag 1: Wat gebeurt er tijdens het communicatieproces?
Vraag 2: Leg met je eigen woorden uit dat woorden alleen niet volstaan om tot een goed gesprek te komen.
Vraag 3: Geef een concreet voorbeeld uit je eigen leefwereld dat aantoont dat communicatie wel eens verkeerd kan lopen.
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Les Combustibles (1994)
1. Inhoud
Het verhaal speelt zich al in de woonst van een professor literatuur. Het is oorlog. De stad is belegerd. De professor laat in eerste instantie de oorlog voor wat hij is en probeert zijn leven tussen de boeken verder te zetten. Hij biedt bovendien onderdak aan zijn assistent Daniël en een laatstejaarsstudente, Marina, de nieuwe vriendin van Daniël.
De oorlog eist zijn tol. Het is bovendien winter en de stookmiddelen raken opgebruikt. Iedereen heeft het koud; vooral de tengere Marina. Zij stelt plotseling voor de boeken uit de bibliotheek te verbranden om het toch gedurende enkele uurtjes per dag warm te hebben. Initieel stoot dit voorstel op hevige weerstand van de professor en Daniël. Hun leven betekent immers niets zonder hun dierbare boeken. Uiteindelijk zwichten ze voor het gesmeek van Marina.
Maar nu blijft de grote vraag welke boeken eerst door het vuur mogen verteerd worden en welke werken het verdienen om gespaard te blijven tot op het laatst. Zowel de professor en Marina blijken niet bestand tegen de aanhoudende oorlog en de voortdurende kou. Hun menselijke aard verdwijnt geleidelijk aan en neemt beetje per beetje een meer dierlijke vorm aan. Uiteindelijk heeft Marina er alles voor over om het warm te hebben. Daniël blijft de hele tijd blind voor het overspelige kat- en muisspelletje tussen zijn vriendin en de professor.
Als er uiteindelijk nog een tiental boeken overblijven wordt de keuze haast onmogelijk. Kiezen ze ervoor om de grote klassieker te sparen of het liefdesverhaal? De meningen blijven verdeeld. Het voortdurende gekibbel tussen Daniël en Marina zorgt ervoor dat de professor spijt krijgt van zijn eerdere beslissing om zich over de twee jongeren te ontfermen. Bovendien wil hij de laatste warmte helemaal voor zichzelf houden. Marina, die al eerder liet uitschijnen dat het leven voor haar geen zin meer zou hebben zonder boeken en zeker niet zonder haar geliefde boek dat nu ook in de vlammen is opgegaan, doet wat haar te doen staat. Ze rent de markt op en bepaalt hiermee zelf haar levenseinde. Daniël loopt haar achterna en ondergaat zo hetzelfde lot.
De professor besluit om nog even verder te genieten van het vuur. Rest hem nog de allerlaatste stoelen op te branden. Als er uiteindelijk niets meer overblijft om op te stoken zal hij op zijn beurt gaan wandelen op de grote markt.
2. Beschouwing
Wat heel duidelijk naar voren komt in het boek is de problematiek van het maken van keuzes. Hoe bepaal je je keuze? Waardoor laat je je keuze beïnvloeden? Als het erop aankomt om te kiezen tussen zaken die voor jou heel veel betekenen, wat bepaalt dan je beslissing? Welke waarde schrijf je eraan toe? Laat je je leiden door emoties of door intellect? Mensen lijken zeer ver te willen gaan als hun leven in het gedrang komt.
Het boek laat ons nadenken over het belang van boeken en de plaats van literatuur in ons leven. Wat is belangrijker? Zich cultiveren of zich verwarmen?
Verder gaat het volgens mij ook om ethiek en moraal. De mens is kwetsbaar, ook de meest geleerde soort. Als uiteindelijk de “natuurlijke habitat” van de mens in gevaar is of verstoord en bedreigd wordt, dan verandert hij, zelfs ongewild. De rationele mens kan heel plotseling een irrationeel en emotioneel wezen worden dat zich laat leiden door primitieve instincten. Dan neemt zo iemand beslissingen die hij anders misschien niet zou nemen. In dit specifieke verhaal telt uiteindelijk enkel nog het overleven en het bevredigen van primitieve behoeften. Mensen blijken uiteindelijk tot alles bereid te zijn om hun leven “leefbaar” te houden. Vroegere waarden en normen vervallen. Men verlaagt zich of men wordt een totaal ander iemand. Ook de meest geciviliseerde mens wordt uiteindelijk herleid tot een angstig en in het nauw gedreven dier. Maar heiligt het doel uiteindelijk wel de middelen?
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘In welke mate moeten wij ons in ons leven houden aan algemene morele voorschriften en regels?’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- In een kringgesprek worden een aantal vragen besproken. De leerlingen beoordelen ook een tweetal stellingen. Ze verantwoorden hun keuze.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Het is oorlog. De stad is belegerd. Een professor literatuur zet zijn leven verder tussen de boeken. Hij biedt onderdak aan Daniël, zijn assistent en een laatstejaarsstudente. De oorlog eist zijn tol, de stookmiddelen raken opgebruikt. Marina stelt voor om enkele boeken te verbranden. De aanhoudende kou zorgt ervoor dat ze er alles voor over heeft om het even warm te hebben. Dit voorstel stoot eerst op hevige weerstand, maar uiteindelijk zwichten beide mannen. De vraag is welke boeken het eerst door het vuur mogen verteerd worden en welke gespaard blijven tot op het laatst…
Tekstfragment (p. 54 – 55)
Marine: Ik dacht dat ik te mager was om begeerd te worden.
De professor: Inderdaad. Maar merkwaardig genoeg begeer ik u er nog meer om.
Marina : Ik verlang niet naar u.
De professor: Dat zal u niet meer zeggen als u in mijn armen ligt.
Marina : Ik zal er niet in liggen.
De professor: Heeft de oorlog u nog steeds niet het recht van de sterkste geleerd? U bent bij mij, u hebt het te koud om te vertrekken, u weet heel goed dat er geen uitweg is (tot dan stapte hij op haar af en ging zij achteruit maar op dat ogenblik stopte ze).
Marina: Goed. Alles welbeschouwd heb ik ongelijk om te weigeren. Er bestaat geen betere remedie om zich te verwarmen.
De professor: En deze cynicus noemt zich dan verliefd!
Marina : Ik ben verliefd. Dat wat u met mij zal doen heeft daar dan ook niets mee te maken.
De professor: Ja, natuurlijk. “Meneer, u krijgt mijn lichaam, maar mijn ziel krijgt u niet”, nietwaar?
Marina : Het laat me koud wat u zult krijgen. Ik zal het warm hebben en dat is het enige dat telt (ze stapt op hem af met kleine pasjes). Ik kan haast niet wachten om in uw armen te liggen en de warmte van uw lichaam te voelen. U bent niet diegene die mij zal misbruiken, ik ben het die zal misbruik maken van u.
De professor: U zult misbruik maken van mij? En hoe denkt u dit te doen?
Marina : Ik zal mij laten doen. U zult zien, van bij de eerste seconde zal ik genieten en het zal net echt zijn. Maar het zal niet voor die reden zijn dat u veronderstelt. Ziet u, professor, als u me in uw armen neemt zal ik het niet meer koud hebben, ik zal ophouden met lijden want uw buik zal lauw zijn…
Levensvraag
‘In welke mate moeten wij ons in ons leven houden aan algemene morele voorschriften en regels?’
Verwerking
Vraag 1: Vind je het oké dat iemand zich leent voor seks met een ander alleen maar om het even warm te hebben?
Vraag 2: Toon aan aan de hand van volgend stellingenspel dat dit tekstfragment geen alleenstaand geval is, maar een voorbeeld van een algemeen probleem. Beoordeel dus volgende stellingen. Je hebt de keuze uit:
- Geoorloofd
- Geoorloofd gezien de omstandigheden (ethisch verantwoord)
- Niet geoorloofd
Stelling 1: Een werkloze, alleenstaande vader breekt in bij de apotheek. Hij steelt het enige geneesmiddel dat zijn ziek kind kan redden.
Stelling 2: De schooldirectie beslist om geen warme maaltijd meer te geven aan een 8-jarige jongen tot zijn moeder de openstaande facturen betaalt. Zij beweert dat ze hem zelf geen warm eten kan geven, want ze leeft van het OCMW. Volgens de directie moet de grens ergens getrokken worden. Trouwens, door het grote aantal openstaande facturen verminderen hun subsidies ieder jaar.
Vraag 3: In wat voor omstandigheden hoeven we ons volgens jou niet te houden aan de bestaande normen en waarden?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Filippica's (1995)
1. Inhoud
Een koppel besluit om het hectische bestaan de rug toe te keren en zich af te zonderen op het platteland.
Tijdens hun zoektocht naar de perfecte woonst raken ze in de ban van een afgelegen huis. Er staat nog één huis aan de overkant van de rivier.
Kort nadat Juliette en Emile hun intrek hebben genomen in hun droomhuis krijgen ze bezoek van hun buurman. Ze veronderstellen dat het om een beleefdheidsbezoekje gaat maar al vlug merken ze dat hun overbuur er bizarre gewoontes op nahoudt. Hij praat niet tenzij er vragen gesteld worden en dan antwoordt hij bovendien enkel met ja of nee. Vanaf dan komt hij elke dag op exact hetzelfde uur langs. En hij blijft telkens 2 uur zonder ook maar één iets te zeggen. Het koppel beslist om het echtpaar Bernardin uit te nodigen voor het diner. Misschien zal er meer duidelijk worden als ze hun buurvrouw ontmoeten.
Hun buurvrouw blijkt een buitengewoon afzichtelijk gedrocht te zijn. Ze ziet eruit als een vleesklomp en ze brengt rare geluiden voort. Het koppel laat hun verontwaardiging niet zien en probeert de avond in zo goed mogelijke banen te leiden. De volgende dagen krijgen ze telkens opnieuw de vervelende man over de vloer. Eventjes speelt Emile met de gedachte om de dokter te vermoorden, maar dat is niet echt legaal dus verdringt hij die gedachte.
Een van volgende nachten kan Emile de slaap niet vatten. Hij meent een monotoon geluid te horen dat lijkt op een generator. Blijkbaar komt het geluid van bij het huis van Palamède. In de garage van Bernardin ziet hij door het raam de draaiende auto met de dokter erin. Hij slaat een raam kapot en redt de bewusteloze man van de dood. Maar waarom wou de rare man dan zelfmoord plegen?
Na de zelfmoordpoging zien ze de man niet meer terug.
Naarmate Emile het levensverloop en de geestestoestand van Palamède beter begint te begrijpen raakt hij er meer en meer van overtuigd dat de man echt dood wil. Hij is diegene die hem belet heeft om zelfmoord te plegen en dus voelt hij zich schuldig. Emile zoekt de man opnieuw op en maakt hem duidelijk dat het zijn volste recht is om uit het leven te stappen als hij dat zelf echt wil. De enige reactie hierop is een huiveringwekkende lach. Iets in Emile zegt hem dat Palamède nooit een tweede poging tot zelfmoord zal ondernemen. Maar als hij noch om het leven noch om de dood geeft kan er hem ook helemaal niets kwalijk genomen worden als hij het lot een handje helpt.
Emile kiest er uiteindelijk voor om tijdens de nacht van de zonnewende zijn plan uit te voeren. Niemand zal zich vragen stellen bij het overlijden van een zeventiger. Als hij in de kamer van de man komt ligt hij wakker, net alsof hij op zijn verlosser aan het wachten is. Opnieuw zegt hij geen woord, maar voor de eerste keer kijkt hij niet misnoegd. Emile neemt een kussen en duwt het op het gezicht van Bernardin.
Er is inderdaad niemand die zich vragen stelt. Emile echter is niet meer de man van een jaar tevoren. Hij komt tot het besef dat hij een mysterie is voor zichzelf. Toch kan hij met zijn daden leven want hij heeft de man een dienst bewezen ook al zou zijn medemens daar anders over denken.
2. Beschouwing
Dit boek geeft volgens mij aanleiding tot twee verschillende discussies.
Enerzijds is er het feit dat mensen deel uitmaken van een groep. Mensen leven niet alleen. Het zijn de anderen die grotendeels ons leven bepalen en beïnvloeden. Bovendien leven heel wat mensen een geroutineerd leventje zonder er zich veel vragen bij te stellen. Ze lopen in de pas, doen wat hoort en leven braafjes de regels na. Vaak stelt men zich geen vragen omdat dit de normale gang van zaken blijkt te zijn en omdat het nu eenmaal ‘zo hoort’. Dikwijls is dit wel de makkelijkste manier om te ‘overleven’. Maar het leven staat niet stil. Bovendien neemt het verschillende wendingen. Is dit in positieve zin dan evolueren we eveneens op een positieve manier. Maar dit is niet altijd het geval. Het leven van sommigen wordt op een zodanig negatieve manier beïnvloed zodat men zijn houvast dreigt te verliezen. Het evenwicht wordt verstoord en men raakt het noorden kwijt. Vroegere waarden en normen dreigen plotseling te vervagen. De twijfel slaat toe. Men begint zich vragen te stellen over de eigen persoonlijkheid en ingesteldheid. Plots blijken die niet meer zo vanzelfsprekend. Het zijn dit soort negatieve ervaringen die van iemand een ander mens kunnen maken. Om zich hiertegen te wapenen of om zich hiertegen te verzetten hanteert men dan soms een verkeerde aanpak.
Een tweede facet in dit boek doet ons toch wel nadenken over het belang van een ‘menswaardig bestaan’. Wat is een menswaardig bestaan? Wanneer heeft het leven geen zin meer? Mag het leven enkel maar beëindigd worden als het lichaam of de geest het laten afweten? Of hebben mensen het recht om uit het leven te stappen als ze vinden dat het leven hen niets meer te bieden heeft en ze levensmoe zijn? Maar misschien nog belangrijker is de vraag of iemand anders, ook al is dit met toestemming van de betrokkene, het recht heeft om het leven een halt toe te roepen? Het is belangrijk dat we ons de vraag stellen of bepaalde omstandigheden sommige daden rechtvaardigen? Mogen we het recht in eigen handen nemen? Wanneer kan er sprake zijn van verzachtende omstandigheden? Dit lijkt mij een moeilijke ethische kwestie die zeker aanzet tot nadenken!
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘Hoe moeten we ons verhouden ten opzichte van ondraaglijk lijden, van onszelf en van anderen?’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- Er wordt gekeken naar een uitzending van Phara (12’) waarin Kristien Hemmerechts haar visie op de dood vertelt, zoals ze die ook beschreef in haar boek ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’. Zij gebruikt de term “levensafronding”.
- De leerlingen bereiden per twee een aantal vragen voor.
- De vragen worden klassikaal besproken.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Een koppel keert het hectische bestaan de rug toe en zondert zich af op het platteland. Wat voor Emile en Juliette altijd hun grote droom was, blijkt al vlug hun ergste nachtmerrie te worden. Er staat nog één huis aan de overkant van de rivier. Hun buurman blijkt er een rare gewoonte op na te houden. Elke dag op exact hetzelfde uur klopt de man bij hen aan. Hij blijft dan exact twee uur zitten, zonder iets te zeggen, wat enorm op de zenuwen werkt. Enige tijd later probeert de bizarre man zelfmoord te plegen maar Emile kan dit verhinderen. Emile wordt zich bewust van het feit dat de man echt dood wilde en dat hij niet gered wilde worden. Omdat hij zich schuldig voelt beslist Emile de man te helpen en hij vermoordt hem…
Tekstfragment (p. 124-126)
‘Als een dikkerd van zeventig in zijn bed sterft, vindt iedereen dat normaal.
Ik vroeg aan de agent of Juliette en ik voor de vrouw van de overledene mochten zorgen. Daar was geen bezwaar tegen. Ze zeiden ons zelfs dat we brave mensen waren. Op de begrafenis was Bernadette een erg toonbare weduwe.
Niets dat zo lang op zich laat wachten als rekeningen voor verplegingskosten. Eind september kwam de nota voor de behandeling die Palamède begin april, na zijn zelfmoordpoging, had gekregen. Ik had zelf mijn naam ingevuld op de papieren en ze ondertekend; bijgevolg moest ik het geld ophoesten.
Ik betaalde met de glimlach. Ik vond het niet meer dan billijk: als ik niet zo dom was geweest hem uit de garage te halen, waren er immers geen verplegingskosten geweest.
Bovendien voelde ik een postume sympathie voor mijn buurman. Het syndroom is bekend: je houdt van mensen die je een dienst hebt bewezen. In de nacht van twee op drie april meende ik meneer Bernardin het leven te hebben gered. Wat een vergissing – wat een egocentrische vergissing!
Op eenentwintig juni was ik daarentegen in stilte te werk gegaan, had ik andermans leven niet naar mijn maatstaven beoordeeld en geen heldendaad verricht waarvoor ik de achting van normale mensen zou genieten; integendeel, ik was tegen mijn natuur ingegaan, had het geluk van mijn medemens voor het mijne laten gaan, zonder enige kans op waardering vanwege mijn soortgenoten, ik had mijn eigen overtuigingen geweld aangedaan, wat niet veel voorstelt, maar ook mijn aangeboren passiviteit laten varen, wat van fundamenteel belang is, om de wens van een stakker te vervullen – opdat zijn wil, niet de mijne, geschiede.
Kortom, ik had me edelmoedig gedragen: echte edelmoedigheid is per definitie onbegrepen. Goedheid die bewondering afdwingt, is geen goedheid.
Want in de loop van die midzomernacht had ik, in de diepere betekenis van de uitdrukking, het leven van meneer Bernardin gered…’
Levensvraag
‘Hoe moeten we ons verhouden ten opzichte van ondraaglijk lijden, van onszelf en van anderen?’
Verwerking
Videofragment: Kristien Hemmerechts over “levensafronding” in het programma Phara
Vraag 1: Wat te doen in het geval dat iemand een hels bestaan leidt?
Vraag 2: Mag zo iemand zelfmoord plegen?
Vraag 3: Getuigt een dergelijke daad niet van egoïsme tegenover de nabestaanden?
Vraag 4: Kan zo iemand aanspraak maken op euthanasie?
Vraag 5: Zou je zo iemand mogen vermoorden als je vindt dat hem dat uit zijn lijden zou verlossen?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Peplos (1996)
1. Inhoud
A.N. is ervan overtuigd dat de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n. Chr. geen toeval was. Als ze voor een spoedoperatie in het ziekenhuis wordt opgenomen, ontwaakt ze na de ingreep niet in haar ziekenhuiskamer maar in een basiliek. Bovendien blijkt ze terechtgekomen te zijn in het jaar 2580.
Als ze de basiliek wil verlaten ontmoet ze een zekere Celsius die haar niet laat vertrekken. Bovendien blijkt ze volledig naakt te zijn. Celsius kan haar enkel een peplos (gewaad uit het oude Griekenland dat met een speld rond de schouders werd bevestigd) geven die gebruikt wordt tijdens toneelvoorstellingen. Andere kleren bestaan niet meer. In hun tijdperk draagt men een hologram. Dit groeit mee en vergt geen onderhoud. Kleren produceren en onderhouden vraagt teveel energie en aangezien er een groot energietekort is heeft men zich moeten aanpassen. A.N. werd ontvoerd uit haar tijd omdat ze het grote mysterie van Pompeii heeft ontrafeld. Bovendien houdt Celsius haar en haar tijdgenoten verantwoordelijk voor de situatie waarin zij nu beland zijn. De wereld kreeg in het verleden steeds meer te kampen met energieproblemen waardoor de mensheid ‘anders’ moest gaan leven. Daarom bedachten ze alternatieven. Celsius legt uit dat ze geen kippen meer houden maar struisvogels omdat die grotere eieren produceren. Koeien werden vervangen door walvissen. Maar de veranderingen beperken zich niet enkel tot de productie van levensmiddelen.
Er werd in de 22ste eeuw beslist om het zuiden van de kaart te vegen. Het was gewoonweg onmogelijk geworden om nog tegemoet te komen aan de energiebehoefte van de wereld in zijn totaliteit, dus moest er wel 1 bevolkingsgroep opgeofferd worden. Er is ook geen sprake meer van landen. Er is enkel nog een oosten en een westen. AN. is verontwaardigd bij het horen van die uiteenzetting en ze probeert zich te verdedigen maar Celsius is doof voor haar argumenten.
Om zijn verhaal aannemelijk te maken schetst Celsius de politieke situatie. Er is een energetische oligarchie en één tiran. Enkel de elite heeft recht op energie. Celsius zelf is een oligarch. Om toegelaten te worden tot de energetische oligarchie moet je toelatingsproeven ondergaan die je evalueren op intelligentie, persoonlijkheid en gezondheidstoestand (inclusief schoonheid). Hijzelf scoorde uitermate hoog en kon op die manier toetreden tot die selecte groep. In die periode ontdekte hij dat er ooit een zuiden is geweest. Dat zuiden bleek een prachtig stuk natuur te zijn en meer dan de moeite waard. Op een gewiekste manier probeerde hij toen zijn collega-oligarchen te overtuigen om de Vesuvius te laten uitbarsten zodat Pompeii bewaard zou blijven. Zo kon er iets moois uit de oudheid voor het nageslacht bewaard blijven.
A.N. probeert eerst tevergeefs om Celsius ertoe te bewegen om haar terug te sturen naar haar wereld. Volgens Celsius kan ze onmogelijk terugkeren omdat ze de waarheid ontdekt heeft. Als ze er geleidelijk aan in slaagt om Celsius te overtuigen dat ze een boek over hem zal schrijven belooft hij uiteindelijk om haar toch te laten gaan. Ze vraagt om haar te laten ontwaken in haar eigen huis in plaats van in het ziekenhuis. Zo zal ze weten dat ze niet gedroomd heeft. Die wens gaat in vervulling en bovendien draagt ze bij het ontwaken nog steeds de peplos. Kort nadien schrijft ze haar boek.
2. Beschouwing
Een aantal aspecten komen duidelijk naar voor in dit futuristische boekje.
Een eerste niet onbelangrijke thematiek is die van de energie. Er is een tekort aan energie en die tekorten zijn ontstaan door het onverantwoorde gedrag van de mensen uit ons huidige tijdperk. We worden op nietsontzeggende wijze geconfronteerd met het feit dat het hoog tijd is dat we anders gaan leven. Als we onze houding nu niet veranderen dreigt de wereld onleefbaar te worden. Amélie Nothomb luidt de alarmbel en neemt opnieuw de rol van moraalridder op zich. Ongelijk heeft ze niet want we zijn inderdaad niet zo goed bezig!
Verder doet Nothomb een poging om ons te wijzen op onze hypocriete, onverschillige houding tegenover de Derde Wereld. Wij laten die hele bevolkingsgroep gewoon aan hun lot over. Dagelijks sterven er talloze mensen maar wij kijken de andere kant uit. We beseffen de ernst van de zaak maar al te goed maar het is ons eigenbelang dat het haalt van ons medelijden. In het boek reageert A.N. verontwaardigd als ze geconfronteerd wordt met de onmenselijke Celsius. Hij is in haar ogen een monster. De bedoeling is net om ons hier met de neus op de feiten te drukken: wij zijn even schuldig! Onze egoïstische houding veroorzaakt een collectieve, tergend langzame uitroeiing. Misschien is dit wel nog erger!
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘In welke mate maken wij ons schuldig aan het in stand houden of het bevorderen van het lijden van onze medemens?’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- We houden een debat waarin een aantal vragen besproken worden en we proberen tot een consensus te komen.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Een schrijfster wordt ontvoerd uit de twintigste eeuw door een wetenschapper uit de toekomst omdat ze er achter is gekomen dat de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 n. Chr., die de stad Pompeii met een laag as bedekte en zo nagenoeg intact hield tot in onze tijd, geen toeval was. Ze komt terecht in het jaar 2580. A.N. en haar ontvoerder raken in een verhitte discussie als ze ontdekt dat het zuiden zomaar werd geliquideerd naar aanleiding van de steeds groter wordende kloof tussen rijken en armen.
Tekstfragment (p.110)
‘Dat heeft niets met hypocrisie, maar alles met zelfbehoud te maken. U schijnt niet te beseffen dat die liquidatie onvermijdelijk was. Daarnet sloeg u de spijker op de kop, toen u zei dat de Noord-Zuidproblematiek het grootste probleem vormde: weet u, de kloof tussen rijken en de hongerlijders werd steeds problematischer. De toestand werd onhoudbaar. De volksverhuizing van de armen vormde niet eens meer een dreiging, maar was numeriek onafwendbaar.’
‘Probeert u het gebeurde goed te praten, of lijkt dat maar zo?’
‘Nee, ik leg uit hoe het gegaan is. In de loop van de tweeëntwintigste eeuw stond de mensheid voor de keuze: welke groep zou opgeofferd worden? De gehandicapten waren niet talrijk genoeg. De Chinezen waren te machtig. Foeilelijke mensen? Het criterium was nogal vaag. De intellectuelen waren te vermakelijk. De dikkerds? We mochten hen te graag. En waarom het ons moeilijk maken, als er zo’n ergerlijke soort als de armen voorhanden was? De armen: bah! Wat een verwerpelijk slag mensen. Weet u waarom de armen verfoeilijk waren? Omdat ze de anderen een slecht geweten bezorgden. Als je een trut of een geesteszieke tegenkomt, voel je je niet schuldig: een trut is nu eenmaal een trut en een geesteszieke is geestesziek geboren. Maar als je oog in oog staat met een arme, denk je automatisch: ”Als ik hem de helft van mijn bezit gaf, zou hij niet meer arm zijn.” Ook dat is een kwestie van logica.’
Levensvraag
‘In welke mate maken wij ons schuldig aan het in stand houden of het bevorderen van het lijden van onze medemens?’
Verwerking
Debat:
Vraag 1: Wat vind je van het feit dat men het zuiden gewoon uitgeroeid heeft?
Vraag 2: Zijn wij niet net hetzelfde aan het doen? Indien ja, toon dit aan aan de hand van enkele concrete voorbeelden.
Vraag 3: In welke zin moeten we ons gedrag veranderen om dit een halt toe te roepen?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Aanslag op de goede smaak (1997)
1. Inhoud
Epifanius Otos is een afzichtelijke jongeman. Hij wordt ook wel Quasimodo genoemd. Als kind van zes jaar werd hij al gepest vanwege zijn uiterlijk. Hij is zo lelijk dat de mensen hun blik afwenden als hij in hun buurt verschijnt. Hij heeft zich echter al lang met zijn uiterlijk verzoend en hij is er zelfs genoegen in beginnen te scheppen om anderen te choqueren.
Als Epifanius solliciteert voor een rol in een kunstfilm leert hij Ethel kennen. Zij speelt de hoofdrol en voor die rol kruipt ze in de huid van een stier. Om haar vertolking kracht bij te zetten draagt ze een diadeem met stierenhoorns. Terwijl Epifanius rondhangt op de set wordt hij herinnerd aan een gelijkaardige scène uit zijn kindertijd. Als elfjarige heeft hij ‘Quo vadis?’ gelezen. Dit verhaal gaat over de vervolging van christenen in de tijd van de Romeinen. Een maagdelijke, christelijke prinses wordt als slavin verkocht. Haar meester wordt verliefd op haar maar Nero besluit om de christenen te vervolgen. Tal van christenen worden voor de leeuwen gegooid en de mooie prinses wordt bewaard voor het laatst. Zij wordt naakt op de rug van een stier gebonden en lijkt de dood tegemoet te gaan, maar wordt gered door haar verliefde meester. Epifanius had zich destijds al geërgerd aan wat volgens hem een cliché-einde was. Hij veranderde in gedachten het verloop van het verhaal en kroop zelf in de huid van de stier. In zijn fantasie maakte hij zich meester van de jonge vrouw en hij doorboorde haar met zijn hoorns. Zo hoorde volgens hem het verhaal te eindigen.
Ethel en Epifanius leren elkaar beter kennen en al vlug worden ze beste vrienden. Epifanius koestert diepere gevoelens maar om zijn vriendin niet kwijt te raken zwijgt hij. Ondertussen raakt hij aan een job en dan nog wel in de modellenwereld. Hij dient als afschrikmiddel om zo de schoonheid van de modellen nog meer te accentueren. Stilaan wordt hij een echte ster. Ondertussen blijft hij worstelen met zijn gevoelens voor Ethel. Ethel wordt op haar beurt verliefd op een kunstschilder. In plaats van open kaart te spelen met Ethel helpt Epifanius haar wanneer ze bij hem te rade gaat m.b.t. de betrouwbaarheid van haar vriend.
Als Ethel de ware aard van haar vriend begint te begrijpen raadt Epifanius haar uiteindelijk aan om haar relatie te verbreken. Maar net op dat ogenblik moet hij voor een opdracht naar Japan. Tijdens de dagen van afwezigheid blijft hij zijn vriendin steunen en hij stuurt haar non-stop faxberichten. In een vlaag van zinsverbijstering faxt hij een brief door waarin hij zijn gevoelens openbaart.
Bij zijn terugkeer blijkt zijn oprechtheid niet het gewenste effect te hebben gehad. Ethel voelt zich verraden en wil niets meer met hem te maken hebben. Als Epifanius vraagt om een laatste aandenken doorboort hij zijn geliefde met de stierenhoorns. Zo blijft ze voor eeuwig en altijd van hem.
In de gevangenis denkt hij terug aan wat er gebeurd is. Hij voelt zich helemaal niet opgesloten. Hij zit op zijn plaats. Hier hoort hij thuis. Alleen in zijn cel is er niemand meer die zich stoort aan zijn lelijkheid. En nog belangrijker is dat hij nu alle tijd heeft om alleen te zijn met zijn teergeliefde.
2. Beschouwing
Er komen in dit boek een drietal aspecten duidelijk naar voren.
Enerzijds is er de tegenstelling tussen schoonheid en lelijkheid, waarbij de nadruk komt te liggen op het belang van het uiterlijke. Bovendien is de eerste indruk die men opdoet doorslaggevend.
Anderzijds is er de kritiek op de wereld van de mode waarin alles opnieuw rond uiterlijkheden draait en waar het innerlijke en dikwijls ook zaken zoals bekwaamheid, oprechtheid en authenticiteit helemaal niet meer aan bod komen. De modewereld is volgens mij perfect vergelijkbaar met die van de media. Daar staat immers alles in het teken van kijkcijfers en consumptie. En hoe kan men de consumptie het beste stimuleren? Door mensen te verblinden, dingen te verbloemen en loze beloftes te doen.
In de twee vorige punten zien we dat de rol van uiterlijkheden heel groot is in onze maatschappij.
Een derde thema is dat van de onmogelijke liefde. De ‘afzichtelijke man’ die verliefd wordt op de ‘beeldschone vrouw’. In het verhaal worden duidelijk allusies gemaakt op sprookjes als ‘De klokkenluider van Notre-Dame’ en ‘De schone en het beest’. Bij A.N. lijkt er steeds een zekere spanning te bestaan tussen ‘het schone en het goede’. Hier is het goede de liefde, die in contrast staat met de lelijkheid. De liefde lijkt er niet in te slagen te zegevieren, tenzij door in immoraliteit om te slaan.
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘In welke mate speelt het uiterlijke een rol in ons leven en wat is het aandeel van de maatschappij in deze problematiek?
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- De leraar toont aansluitend een foto van een verminkte vrouw.
- De leraar polst naar de reactie van de leerlingen.
- De leraar legt vervolgens een case voor aan de leerlingen.
- Er wordt een debat gehouden naar aanleiding van die case.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Epifanius Otos is een afzichtelijke jongeman. Zijn bijnaam is Quasimodo. Tijdens een sollicitatie leert hij Ethel kennen. Ook zij solliciteert diezelfde dag voor een rol in een kunstfilm. Voor die rol draagt ze een diadeem met stierenhorens. Otos leert Ethel beter kennen. Hij zal in het geniep verliefd worden op haar, maar haar –geïnspireerd door een verhaal uit zijn kindertijd- met de stierenhorens doden als zij afwijzend reageert op zijn gevoelens als hij die uiteindelijk toch toont.
Tekstfragment (p. 48)
‘Stelt u zich voor dat ik me tijdens een modeshow onder de mannequins begeef: als weerzinwekkende dissonant zou ik de harmonie van hun schoonheid beter doen uitkomen, zodat de noodzaak ervan eindelijk volkomen duidelijk wordt. Als je het sacrale openbaart, wordt het triviaal. Wel, voor dat fenomeen ben ik het ideale tegengif. U en uw collega’s profaneren de schoonheid onophoudelijk – maar u hoeft mijn lelijkheid maar één keer in te zetten en de schoonheid krijgt onmiddellijk haar oorspronkelijke zuiverheid terug.’
‘Dat is wat ze een offer noemen’, mompelde Ethel.
‘Precies. En het armzalige visuele vermogen van de mens kan best een offer gebruiken!’ betoogde ik vol vuur.
‘Weet u waar u beiden me doet aan denken? Aan een sekte!’ zei een van de kerels.
‘Precies. De Vestaalse maagd met haar stierenhoorns en de afzichtelijke goeroe die de verlossing predikt’, verduidelijkte de ander.
Ik lachte.
‘Reden te meer om me in dienst te nemen. Jullie willen toch geld maken? Nou, sekten zijn lucratief. Wees maar niet bang, ik geloof nergens in, behalve in schoonheid.’

Levensvraag
‘In welke mate speelt het uiterlijke een rol in ons leven en in welke mate wordt dit beïnvloed door de maatschappij?
Verwerking
Case:
‘Je bent een weddenschap aangegaan met een aantal vrienden dat je het knapste meisje van de klas kan versieren. Enige tijd later zijn jullie een koppel en je ontwikkelt ook echte gevoelens voor haar. Na een auto-ongeval raakt haar gezicht verminkt. Laat je haar vallen of ga je samen de uitdaging aan?’
Debat:
Vraag 1: Is uiterlijk doorslaggevend bij het aangaan van relaties?
Vraag 2: Welke rol speelt uiterlijk en meer bepaald uiterlijke schoonheid in jullie leven?
Vraag 3: Is dit een typische houding van de mens?
Vraag 4: Welke rol speelt de maatschappij in onze manier van denken over schoonheid?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
De spiegel van Mercurius (1998)
1. Inhoud
Hazel raakt zwaar gewond tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kapitein Loncours redt haar van de dood, maakt haar wijs dat ze een zwaar verminkt gezicht heeft en neemt haar mee naar zijn afgelegen eiland waar geen speigels zijn. Op het moment dat het verhaal zich afspeelt is dit vijf jaar geleden. Als Hazel plotseling erg ziek wordt doet de kapitein beroep op een verpleegster. De twee jonge vrouwen kunnen het onmiddellijk goed met elkaar vinden.
De nachtelijke bezoeken van de kapitein zorgen ervoor dat Hazel zich erg ongemakkelijk voelt. Françoise, de verpleegster, lijkt tegen die bezoeken geen bezwaar te hebben, ondanks het grote leeftijdsverschil tussen de kapitein en zijn beschermelinge. Hazel voelt zich in de steek gelaten maar ze weet niet dat Françoise de kapitein probeert te misleiden. Ze verdenkt hem ervan de kamer van Hazel af te luisteren.
Op het vasteland probeert Françoise meer te weten te komen over Loncours. Dertig jaar geleden heeft hij een jonge vrouw meegebracht met zijn boot. Niemand kreeg haar ooit te zien. Enkele jaren later pleegde ze zelfmoord. Françoise doorzoekt ook het bureau van de man. Daarin vindt ze een foto van een jonge vrouw die Adèle heet. Ze schat de leeftijd van de jonge vrouw op 18 jaar. Misschien was dit wel zijn minnares?
Tijdens het volgende bezoek wordt Françoise tegengehouden door de kapitein. De kapitein verdenkt haar ervan een spiegel te willen maken voor Hazel. Françoise besluit hem te confronteren met de dood van de jonge vrouw. De kapitein geeft toe dat hij verliefd was op haar en dat hij het huis voor haar heeft laten bouwen. Françoise vraagt hem of hij beseft dat zijn toenmalige gedrag tot haar zelfmoord geleid heeft. Ze probeert hem ook duidelijk te maken dat de situatie zoals die nu is Hazel ook misschien tot zelfmoord zal aanzetten. Vanaf dat ogenblik mag de verpleegster het eiland niet meer verlaten.
De kapitein staat erop te vertellen hoe hij Adèle heeft ontmoet. Haar schoonheid betoverde hem. Tijdens een bal brak er brand uit en hij redde de jonge vrouw van de dood. Toen ze opnieuw bij bewustzijn kwam loog hij dat ze verminkt was in haar gezicht door de brand. Hij liet haar dit geloven door haar te laten kijken in een spiegel die een vervormd beeld geeft. Adèle smeekte hem om haar voorgoed voor alle blikken te verbergen. Voor haar liet hij het huis zonder ramen bouwen op het verlaten eiland. Tien jaar later gooide Adèle zich in zee. Pas toen hij in 1918 Hazel van tussen de doden en gewonden heeft geraapt kon hij zijn verloren liefde vervangen. En opnieuw liet hij het jonge meisje geloven dat ze verminkt was.
Volgens de kapitein zijn Adèle en Hazel één en dezelfde persoon. Hazel is volgens hem bovendien de verbeterde versie van Adèle. Ze is opgewekter en levenslustiger dan Adèle was.
Eerste slot:
De volgende nacht beslist Françoise om te ontsnappen maar ze wil Hazel niet achterlaten.
Als ze haar wil overtuigen om mee te gaan moet ze haar proberen duidelijk te maken dat ze niet verminkt is en dat haar verhaal een identieke kopij is van dat van Adèle.
Hazel laat zich uiteindelijk overhalen om het eiland te verlaten. De kapitein pleegt nadien zelfmoord.
Tweede slot:
Françoise wordt zich plotseling echt bewust van de buitengewone schoonheid van Hazel. In plaats van de waarheid te onthullen besluit ze te zwijgen. Bovendien belooft ze om voor altijd bij Hazel te blijven. De kapitein, die het verlies van zijn geliefde niet aankan, werpt zich in zee. Françoise, die erin geslaagd is om het perfecte misverstand in scène te zetten, neemt de rol van Loncours over. 50 jaar later besluit Françoise de waarheid te onthullen. Hazel, die zich geen beter leven kon wensen, neemt het haar vriendin niet kwalijk. Door de waarheid te verzwijgen bleef ze gespaard van de problemen die schoonheid al te vaak veroorzaakt.
2. Beschouwing
In dit boek zien we hier opnieuw het conflict tussen ‘ethiek en esthetiek’. Hoe ver mag een mens gaan in zijn zoektocht naar het schone? Is alles dan gepermitteerd? In welke mate moet ‘de mens’ het schone opofferen om toch maar ethisch te blijven? Bestaat de slechtheid van de kapitein er niet juist in dat hij de jonge vrouw laat denken dat ze een monster is, terwijl ze in realiteit beeldschoon is. Op die manier kan hij als enige profiteren van haar schoonheid. Hazel sluit zich door haar vermeende uiterlijk letterlijk en figuurlijk van de wereld af. De mensheid zal volgens haar niet kunnen omgaan met haar uiterlijk.
Hier krijgen we volgens mij een krachtig signaal over het belang van schoonheid en uiterlijkheden in onze samenleving. Het is vooral de media die ons dit schoonheidsideaal opdringt. In onze maatschappij wordt schoonheid sterk geprezen. We worden ook dikwijls op onze schoonheid beoordeeld en niet op onze goedheid. Wie niet aan ‘de normen’ voldoet, wordt afgeschreven. Dit is een vorm van onrechtvaardigheid die volgens mij brandend actueel is.
Een ander aspect dat mij is opgevallen is de haat-liefde verhouding tussen Loncours en Hazel. Zij blijft het voor hem opnemen, ook als ze weet wat hij haar heeft aangedaan. Ook al denkt ze vol afgrijzen aan de nachten die ze samen met hem moet doorbrengen, toch ziet ze hem als een soort beschermheer. Loncours heeft haar belogen, ontvoerd, misbruikt en opgesloten. Maar juist door al die leugens is ze hem ook als toeverlaat gaan beschouwen. Hij liet haar geloven dat ze door haar verminkte uiterlijk zou verstoten worden en tegelijk gaf hij de indruk dat hij haar tegen ‘de rest’ kon beschermen. Dit fenomeen constateert men bij slachtoffers van ontvoeringen of gijzelingen. Dit verschijnsel wordt ook wel het Stockholmsyndroom genoemd. Het verschijnsel houdt in dat de gegijzelde of ontvoerde sympathie krijgt voor de gijzelnemer. Destijds zagen Sabine en Laetitia Dutroux ook als hun beschermer ook al lijkt dit voor buitenstaanders een paradoxale situatie. Hij gaf zijn slachtoffers de indruk dat hij de enige was die hen kon beschermen tegen een netwerk (dit boek werd trouwens gepubliceerd in 1998 en in die tijd haalde Dutroux nog geregeld het nieuws met zijn perverse praktijken).
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘In welke mate beïnvloeden emoties het rationele denken en handelen? ’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- Het lied ‘Stockholm Syndrome’ van de Britse popgroep Muse wordt beluisterd. De songtekst wordt besproken.
- De leerlingen bereiden per twee een aantal vragen besproken voor.
- De vragen worden klassikaal besproken.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Op een verlaten eiland houdt de oude kapitein Loncours al jarenlang een beeldschone jonge vrouw, Hazel, gevangen in een kasteel zonder spiegels, zoals hij ook al vroeger met een zekere Adèle had gedaan. Hij heeft haar wijsgemaakt dat ze een afzichtelijk, door de oorlog verminkt gezicht heeft en haar wil beschermen tegen de boze buitenwereld. Tegen de zin van de jonge vrouw koestert hij echter ook minder vaderlijke gevoelens voor haar. Elke nacht komt hij namelijk naar haar kamer... Françoise, een ingehuurde verpleegster, slaagt er in Hazel de ware toedracht te doen kennen. De jonge vrouw dreigt vervolgens met een pistool een eind aan haar leven te maken…
Tekstfragment (p. 132-134)
‘Ze is niet goed snik’, zei Loncours.
‘Let op uw woorden! Ik hou mijn vinger aan de trekker!’
‘Niet schieten, Françoise, u begrijpt er niets van.’
‘U wilt me toch niet weer vertellen dat ik te dom ben om het fijne van de zaak te snappen?’
‘Dierbare vriendin, zusjelief…’
‘Nee, daar hoeft u bij mij niet meer mee aan te komen! Ik trap er niet meer in!’
Het meisje viel op haar knieën en zei met trillende stem:”Françoise, u mag me dom vinden en me zelfs doodschieten als u dat wilt, maar denk alstublieft niet dat ik geprobeerd heb u te manipuleren of voor de gek te houden. Ik hou meer van u dan van wie ook.’
‘Nee, u houdt het meest van hem!’
‘Hoe kunt u zulke totaal verschillende gevoelens vergelijken? Hij is mijn vader, u bent mijn zus.’
‘Fraaie vader, zeg!’
‘Daar hebt u gelijk in. Ik weet best dat hij me onheus heeft behandeld. Hij heeft talloze, onvergeeflijke fouten begaan, maar één ding is zeker: hij houdt van me.’
‘Mooi is dat!’
‘Ja, zo’n immense liefde is heel mooi! Ik heb me in dit huis intens bemind gevoeld.’
‘Zo mooi als u bent zou u door elke man hartstochtelijk bemind worden.’
‘Dat is niet waar. Mannen die zoveel liefde kunnen opbrengen zijn bijzonder dun gezaaid.’
‘Wat weet u daarvan? Toen u hier terechtkwam, had u totaal geen ervaring op dat vlak.’
‘Ik ben er heel zeker van. Je hoeft geen licht te zijn of veel levenservaring te hebben om te constateren dat de mensen van liefhebben geen kaas gegeten hebben.’
‘Ik denk veeleer dat u zichzelf daar graag van wilt overtuigen. Alleen zo kunt u de gedachte aan die vijf afschuwelijke jaren verdragen.’
‘Ik heb hier evengoed gelukkige ogenblikken gekend. Ik heb nergens spijt van: ik betreur niet dat ik de kapitein heb ontmoet, noch dat ik door u ben gered. U kwam op het juist moment. Aan die vijf jaar op Mortes-Frontières heb ik veel gehad, maar het zou verkeerd afgelopen zijn, als u niet door de hemel gezonden was.’
‘Ik begrijp u niet. Als ik hetzelfde had moeten verduren als u, zou ik Loncours vermoorden.’
‘Ik zei u eerder al dat u moet accepteren dat u de handelswijze van uw vrienden niet altijd begrijpt. Ik begrijp u ook niet altijd, maar ik hou daarom niet minder van u. En ik zal u eeuwig dankbaar blijven, omdat u me hebt doen inzien dat mijn gevangenis alleen in mijn hoofd bestond. Als ik met die walging verder had moeten leven, was ik wellicht geëindigd zoals Adèle.’
‘Eindelijk een verstandig woord! Ziet u wel dat u goede redenen had om die oude schurk te haten?’
‘Absoluut.’
Stockholm Syndrome
I won't stand in your way Ik zal niet in je weg staan
Let your hatred grow Laat je haat groeien
And she'll scream En ze zal schreeuwen
And she'll shout En ze zal roepen
And she'll pray En ze zal bidden
And she had a name En ze had een naam
Yeah she had a name Ja ze had een naam
And I won't hold you back Ik zal je niet tegenhouden
Let your anger rise Laat je woede opkomen
And we'll fly En we zullen vliegen
And we'll fall En we zullen vallen
And we'll burn En we zullen branden
No one will recall Niemand zal het zich herinneren
No one will recall Niemand zal het zich herinneren
This is the last time I'll abandon you Dit is de laatste keer dat ik je zal verlaten
And this is the last time I'll forget you En dit is de laatste keer dat ik je zal vergeten
I wish I could Ik wou dat ik het kon
Look to the stars Kijk naar de sterren
Let hope grow in your eyes Laat hoop in je ogen branden
And we'll love En we zullen liefhebben
And we'll hate En we zullen haten
And we'll die En we zullen sterven
All to no avail Allemaal zonder uitzondering
All to no avail Allemaal zonder uitzondering
This is the last time I'll abandon you Dit is de laatste keer dat ik je zal verlaten
And this is the last time I'll forget you En dit is de laatste keer dat ik je zal vergeten
I wish I could Ik wou dat ik het kon
This is the last time I'll abandon you Dit is de laatste keer dat ik je zal verlaten
And this is the last time I'll forget you En dit is de laatste keer dat ik je zal vergeten
I wish I could Ik wou dat ik het kon
I wish I could Ik wou dat ik het kon
Levensvraag
‘In welke mate beïnvloeden emoties het rationele denken en handelen? ’
Verwerking
Stockholm syndrome is een liefdeslied, maar niet het soort dat wij gewoon zijn. Er is iets ‘raars’ aan dit lied.
Vraag 1: Wat is er volgens jou zo ‘raar’ aan dit lied?
Vraag 2: Welke boodschap spreekt uit dit lied?
Vraag 3: Kunnen haat en liefde volgens jou samengaan?
Vraag 4: In het begin is in een relatie meestal alles koek en ei (grenzeloze verliefdheid). Na een tijdje komen er haast altijd problemen opduiken (relationele problemen). Hoe gaat het dan verder?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Cosmetica van de vijand (2001)
1. Inhoud
Jérôme Angust, zakenreiziger, wordt op de luchthaven aangeklampt door een vervelende medereiziger. De man staat erop om zijn levensverhaal te vertellen aan de ongeïnteresseerde Angust. Hij doet dit omdat hij er gewoon plezier in heeft om mensen lastig te vallen. Hij vindt dit bovendien zijn recht aangezien praten niet verboden is. Dan blijkt dat Textor Texel, zo heet de opdringerige man, al twee ‘moorden’ op zijn geweten heeft. Daar is hij toch van overtuigd. Vroeger was hij diepgelovig, maar toen hij ontdekt heeft dat er een duistere kracht in hem schuilt die machtiger is dan God heeft hij zijn ontzag voor God verloren.
Zijn eerste zogenaamde moord heeft hij gepleegd toen hij acht jaar was. De populairste jongen van de klas, die Textor niet kon uitstaan, overlijdt aan een onverklaarbare hartaanval. Aangezien Textor urenlang tot God gebeden had om het jongetje te doden, denkt hij nu verantwoordelijk te zijn voor diens dood.
Zijn geloof in God verliest Textor uiteindelijk op twaalfjarige leeftijd. Hoewel hij het mengsel dat hij aan zijn katten voerde walgelijk vond heeft hij het om de een of andere duistere reden plotseling zelf opgegeten. Dat voorval heeft hem zijn geloof gekost en een innerlijke vijand bezorgd.
Nadat Textor Jérôme verteld heeft over zijn ‘eerste moord’ probeert hij hem duidelijk te maken dat hij een missie te vervullen heeft. Zijn missie bestaat erin om Angust ziek te maken. Enkel een ‘ziek’ iemand kan genezen worden. Textor herneemt ondertussen zijn verhaal en vertelt zonder enig gevoel van schuld over de verkrachting van een jonge vrouw op een kerkhof in Parijs. Opnieuw vindt hij zijn daad niet verkeerd. Hij deed dit uit liefde voor haar en hij vond het bovendien ook fijn.
Tien jaar lang heeft hij gezocht naar zijn ‘grote liefde’. Textor probeert zijn slachtoffer terug te vinden in Parijs, maar zonder succes. Tot op die ene dag. Hij ziet haar terug en maakt haar wijs een kennis te zijn. Zij herkent hem niet en ze nodigt hem uit op de koffie. Het is pas door zijn doordringende lach dat ze zich realiseert wie haar bezoeker echt is. Hij probeert de vrouw ervan te overtuigen hem te doden uit wraak voor de verkrachting. Zij weigert. Uiteindelijk vermoordt hij haar. Haar naam weet hij dan nog steeds niet. Het is pas de volgende dag in de krant dat hij verneemt dat ze Isabelle heet.
Jérôme wordt niet enkel en alleen gedwongen om naar het lugubere verhaal te luisteren, maar bovendien blijkt het over zijn eigen vermoorde vrouw te gaan. Plotseling neemt het verhaal een rare wending als de vervelende man probeert duidelijk te maken dat hij en Angust één en dezelfde persoon zijn. Textor is de duistere, innerlijke macht van Jérôme. Dus Jérôme zou zelf zijn vrouw vermoord hebben en probeert dat al de hele tijd te verdringen.
Jérôme kan dit niet geloven en blijft ontkennen dat hij en de zwakzinnige man één en dezelfde persoon zijn. Om dat te bewijzen is er uiteindelijk maar één manier: Textor doden. Als Jérôme dat overleeft is hij niet de moordenaar van zijn vrouw. Die dag, op 24 maart 1999, 10 jaar na de dood op Isabelle, zijn de passagiers van de vlucht die al uren vertraging heeft, getuige van een verschrikkelijke zelfmoord. Een man bonkt zijn hoofd net zolang tegen de muur tot hij er dood bij neervalt.
2. Beschouwing
Bij het lezen van dit boek denk ik onmiddellijk aan Freud. Ondanks mijn weinige kennis over de psychoanalyse durf ik wel stellen dat er toch enige aanknopingspunten zijn. In zijn theorie heeft Freud vooral aandacht voor het onbewuste van de mens. Freud deelt trouwens de psyche van de mens op in drie delen: het Es (de lusten en driften), het Ich (de realiteit) en het Über-ich (het geweten). Deze drie elementen proberen onderling het evenwicht te bewaren.
Het menselijke handelen wordt ook vooral gestuurd door driften.
Het zijn volgens mij vooral dat ‘onbewuste’ en die ‘driften’ die onder de aandacht komen in dit boek. Ook de rol van het geweten wordt hier extra in de verf gezet. Misschien kunnen we het geweten zien als een soort ingebouwd remsysteem dat ervoor zorgt dat de mens beschaafd blijft.
De nadruk ligt hier klaar en duidelijk op de gevoelens en gedachten waar we als mens niet mee omkunnen. Daardoor verdringen we die in eerste instantie om te kunnen verder leven. We verbieden die gedachten als het ware om door te dringen tot ons bewustzijn. Soms kan het geweten beginnen te knagen en komt alles terug naar boven. Dit is volgens mij het geval in dit boek. De verdrongen gedachten van de protagonist borrelen terug op. De man heeft in het verleden zijn vrouw vermoord, maar hij heeft die gebeurtenis naar zijn onderbewustzijn verdrongen en hij heeft al die tijd verder geleefd alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Zijn geweten zorgt er uiteindelijk voor dat hij onmogelijk met die leugen kan verder leven. Hij krijgt wroeging en straft zichzelf.
Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Sommige daders zien niet in dat ze een misdaad gepleegd hebben, zelfs als de feiten bewezen worden. Dit fenomeen is volgens mij veel gevaarlijker. In zo’n geval zouden we kunnen veronderstellen dat die mensen geen geweten hebben en op die manier ook over geen enkele rem beschikken.
Soms heeft men het ook over personen met een ‘gespleten persoonlijkheid’. In dit geval is het alsof er twee verschillende personen in één lichaam zitten. Dit soort mensen zijn ziek en horen dan ook niet thuis in een gewone gevangenis. Zij moeten geïnterneerd worden.
Amélie Nothomb lijkt de namen van haar personages trouwens niet zomaar te kiezen. In het Spaans betekent ‘angustia’ ‘beklemming’. In dit geval zou men kunnen zeggen dat Jérôme inderdaad ‘klem’ zit.
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘Hoe staan we als mens tegenover de ontspoorde medemens? In welke mate hebben ook zij recht op begrip, hulp en begeleiding? ’
- De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- De klas wordt in twee groepen opgedeeld. De ene groep neemt de taak van advocaat van de misdadiger op zich. Zij moeten de verdediging van hun cliënt voorbereiden. De andere groep vormt het team van psychiaters dat bepaalt wat er met de ‘patiënt’ moet gebeuren.
- De beide teams verdedigen hun standpunt.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Jérôme Angust, zakenreiziger, wordt op de luchthaven aangeklampt door een vervelende medereiziger. De man schept er genoegen in om mensen lastig te vallen. Hij dwingt Jérôme om naar hem te luisteren en vertelt dat hij twee moorden gepleegd heeft. Een van zijn slachtoffers blijkt de vrouw te zijn van Angust. Het verhaal neemt een rare wending als de vervelende passagier en Angust één en dezelfde persoon blijken te zijn…
Tekstfragment (p. 75-76)
‘U bent mij niet, meneer. U heet Textor Texel, u bent een Hollander en een ongelooflijke kleefpleister.’
‘Waarom zouden die fraaie hoedanigheden niet samengaan met het feit dat we één en dezelfde persoon zijn?’
‘Een identiteit, een nationaliteit, een eigen levensgeschiedenis, een aantal fysieke en psychische eigenschappen… Dat alles maakt dat u iemand anders bent.’
‘Je maakt je er wel makkelijk vanaf, ouwe jongen, als je jezelf definieert aan de hand van zulke onbenullige kenmerken. Dat is overigens typisch voor de menselijke geest: je toespitsen op kleinigheden, zodat je je niet in het wezenlijke hoeft te verdiepen.’
‘Kom nou, uw geleuter over kattenvoer en uw mystieke gedoe, dat staat allemaal mijlenver van mij af.’
‘Natuurlijk. Je moest me totaal andere eigenschappen toedichten, zodat je jezelf wijs kon maken dat jij in geen geval je vrouw kon hebben vermoord.’
‘Hou toch op!’
‘Sorry, maar ik zwijg niet langer. Ik heb al veel te lang mijn mond gehouden. En de jongste tien jaar is dat stilzwijgen ronduit onhoudbaar geworden.’
‘Ik wil geen woord meer horen.’
‘Je dwingt me anders zelf tot spreken. Die ondoordringbare scheidingsmuren die je in je hoofd hebt opgetrokken, staan niet meer keurig overeind, maar zijn het aan het begeven. Wees blij dat je nog tien jaar in de onwetendheid hebt verkeerd. Je bent vanmorgen opgestaan en je hebt je gereedgemaakt om naar Barcelona te vertrekken. Je hebt een blik geworpen op de kalender: vierentwintig maart 1999. Er ging geen belletje rinkelen in je hoofd om je te waarschuwen dat je exact tien jaar geleden een moord had gepleegd. Voor mij bleef dat echter niet verborgen.’
‘Ik heb mijn vrouw niet verkracht!’
‘Dat klopt. Je hebt er alleen ontzettend veel zin in gehad, toen je haar twintig jaar geleden, op het kerkhof van Montmartre, voor het eerst zag. Je droomde er ’s nachts van. Bij het begin van dit gesprek zei ik je dat ik altijd precies doe waar ik zin in heb. Ik ben het gedeelte van je persoonlijkheid dat zichzelf niets ontzegt. Die droom had je aan mij te danken. Fantasieën zijn nog steeds niet bij de wet verboden. Enige tijd later heb je Isabelle teruggezien op een soiree en toen heb je voor het eerst met haar gepraat.’
‘Hoe weet u dat?’
‘Omdat jij en ik één zijn, Jérôme. Je vond het gek dat je beschaafd stond te converseren met een vrouw die je in je dromen had verkracht. Ze vond je charmant. Vrouwen vinden je charmant, zolang je erin slaagt om mij te verdringen.’
Levensvraag
‘Hoe staan we als mens tegenover de ontspoorde medemens? In welke mate hebben ook zij recht op begrip, hulp en begeleiding? ’
Verwerking
Er worden twee groepen gevormd die enerzijds de rol van advocaat en anderzijds de rol van psychiater op zich nemen.
1. De advocaat bereidt zijn verdediging voor en brengt argumenten aan om zijn cliënt vrij te pleiten:
2. De psychiater probeert de jury te overtuigen dat het in deze zaak om een zieke persoonlijkheid gaat die niet thuishoort in de gevangenis maar aangepaste hulp en begeleiding nodig heeft:
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
Antichrista (2003)
1. Inhoud
Blanche is een zeer introverte puber. Ze trekt met niemand op, maar er is ook niemand die met haar wil optrekken. Toch raakt ze gefascineerd door een medestudente en dus probeert ze de vriendschap van Christa voor zich te winnen.
De joviale Christa is afkomstig uit de Oostkantons. Blanche stelt aan Christa voor om op maandagavond bij haar te blijven logeren. Christa toont onmiddellijk haar ware aard en probeert Blanche te domineren en te manipuleren. Tegenover de ouders van Blanche stelt Christa zich op als een verwaarloosde tiener die zelf haar studies moet bekostigen waardoor die zich onmiddellijk laten inpalmen.
Blanche kan die eerste avond de slaap niet vatten. Ze vraagt zich af of ze Christa niet verkeerd heeft ingeschat. Misschien is haar irrationele gedrag wel te wijten aan haar moeilijke gezinssituatie? Ze besluit dat ze haar mening moet herzien. Maar de volgende ochtend doet Christa opnieuw alsof Blanche lucht is voor haar. Sinds haar tienerjaren heeft Blanche het steeds moeilijker met haar lichamelijkheid en nu ze door Christa werd gewezen op de onvolmaaktheden van haar lichaam kijkt ze er met nog meer afschuw naar.
Blanche voelt zich bijzonder eenzaam. Als kind werd er ook al geen aandacht aan haar geschonken. Ze is het bovendien gewend om op haar eentje door het leven te gaan. Het is net die eenzaamheid die van Blanche een gewillig slachtoffer maakt voor mensen als Christa. Die voelen haar angst en onzekerheid en daar komen ze op af.
Als Blanches ouders aan Christa voorstellen om de hele week bij hen te logeren wordt Blanche vanaf dat ogenblik gedegradeerd tot weeskind. Blanche wordt van haar vrijheid beroofd in naam van een vriendschap die niet eens bestaat en haar ouders blijken verdoofd door de valse charme van Christa. Blanche besluit om haar hypocriete vriendin Antichrista te noemen. Antichrista is de afzichtelijke, slechte versie van de beeldige, meeslepende Christa. Christa toont trouwens enkel haar ware aard in het bijzijn van derden. Blanche moet het echter telkens doen met Antichrista.
De weekends zijn voor Blanche een ware bevrijding want elke vrijdagavond vertrekt Christa terug naar Malmédy. Blanche krijgt het hoe langer hoe moeilijker om met de situatie om te gaan en besluit om op onderzoek te trekken naar Malmédy. Daar ontdekt ze dat Christa uit een rijke familie komt terwijl ze iedereen altijd het omgekeerde wijsmaakt. Blanche besluit haar ouders in te lichten. Haar moeder ziet onmiddellijk in dat ze bedrogen zijn geweest, maar Blanches vader blijft partij kiezen voor Christa, zelfs als hij verneemt dat Christa zogezegd een enorme huur betaalt aan het gastgezin. Ze besluiten Christa na de vakantie met de feiten te confronteren. Christa reageert woedend. Ze voelt zich verraden door diegenen die haar graag zagen. Ze probeert de rollen om te draaien en wringt zich in de rol van het slachtoffer. Als ze het uiteindelijk niet kan halen pakt ze haar koffers en vertrekt.
Daarop begint er een ware lastercampagne tegen zowel de ouders van Blanche als Blanche zelf. Als Blanche op een dag de aula binnenkomt spreekt Christa de groep toe. Ze zwijgt als ze Blanche opmerkt. Blanche raapt al haar moed bijeen en stapt op Christa af. De confrontatie waar Christa nu al die weken op zit te wachten blijft uit. Blanche neemt Christa’s gezicht tussen haar handen en kust haar op de mond. Christa kan geen woord meer uitbrengen. Hierna ziet men haar niet meer terug aan de universiteit. Ook de lastercampagne houdt op.
2. Beschouwing
Dit verhaal toont aan dat de relatie tussen jongeren dikwijls niet van een leien dakje loopt. Soms wordt er een ware machtsstrijd geleverd. Erbij horen is in de adolescentie heel belangrijk. Het gevaar van deze overtuiging is dat men blind wordt voor de potentiële gevaren die hieraan verbonden zijn. Soms heeft dit verstrekkende gevolgen. Jongeren die onvoldoende weerbaar zijn kunnen door dit soort gedrag lichamelijke en geestelijke problemen krijgen maar dikwijls zien we ook een achteruitgang van de schoolse prestaties, een toename van ziekteverzuim en in extreme gevallen zelfmoord.
Op die leeftijd zien we ook dat jongeren nog niet klaar zijn om een eigen standpunt in te nemen en er ook niet voor durven uit te komen. Blanche is niet de doorsnee puber. Ze is anders dan de rest en ze wil eigenlijk ook niet veranderen. Ze heeft het moeilijk om sociale contacten te leggen en ze voelt zich heel eenzaam en onbegrepen. Daardoor doet ze zoveel moeite om ook mee te tellen. Door het feit dat ze zich zo inspant, wordt ze een gewillig slachtoffer voor Christa.
Blanche noemt haar vriendin de ‘antichrist’. De antichrist staat in de christelijke leer symbool voor wat gepaard gaat met het kwaad. Hij laat zich leiden door satan en door deze persoon probeert satan de mensheid te verleiden en er absolute macht over te verwerven. Deze vergelijking maakt duidelijk hoe erg Blanche zich gemanipuleerd voelt door Christa. A.N. probeert misschien en meteen ook duidelijk te maken wat ‘antichristelijk’ of extreem onethisch gedrag inhoudt.
Wat we hier vaststellen is eveneens te vergelijken met pestgedrag. Bij pestgedrag onderscheiden we ook duidelijk verschillende actoren. Passieve slachtoffers zijn dikwijls angstig, onzeker en hebben een negatief zelfbeeld (dit is ook het geval bij Blanche). De daders hebben vaak verschillende motieven om tot pesten over te gaan. Soms is dit uit pure verveling. In andere gevallen kan het een frustratie zijn die ze willen afreageren, of jaloezie. Soms werd de dader vroeger zelf gepest of is hij bang gepest te worden en probeert hij door iemand anders te pesten de aandacht van andere potentiële pesters af te leiden van zichzelf (De eerste lijn – Pesten – “Ze spuwen op me” – Klasse voor leraren).
Christa komt uit een welstellende familie en uit een beschermd milieu en is bang om hierop afgerekend te worden.
Wat we wel zien is dat het gedrag van Christa op het einde ook een positieve invloed heeft op Blanche. Ze wordt meer zelfzeker en durft anderen te benaderen en respect af te dwingen. Ze dwingt dit respect af door Christa op de mond te kussen. Die kus doet denken aan de judaskus maar dan in een soort omgekeerde zin. Blanche overwint Christa, niet door zich tegen haar te verzetten (Christa lokte dit nochtans uit en dit had tot dan toe telkens niets uitgehaald), maar door haar ‘positief’ (de kus) te benaderen. Misschien wil A.N. ons hier meegeven dat we het kwade enkel kunnen overwinnen als we ons niet laten verleiden door zelf het kwade met het kwaad te bestrijden, maar wel resoluut voor het goede te kiezen?
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvragen:
‘In welke mate beïnvloedt ons gedrag het creëren of in stand houden van minderheden?’
‘Wat betekent het voor een mens om tot een groep of tot een minderheid te behoren?’ - De samenvatting en het tekstfragment worden gelezen.
- De leerlingen schrijven elk 1 tip op een blaadje. Deze tip is bedoeld voor mensen die gepest worden. De blaadjes worden in een doos gestopt.
- Elke leerling neemt terug 1 tip uit de doos en leest de tip voor.
- De tip wordt besproken.
- De leerlingen maken hun eigen top-5 op. Na een drietal weken kom je even terug op deze kwestie en pols je bij de leerlingen of ze moeite hadden om zich aan hun eigen top-5 te houden.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Blanche is nooit het doorsnee kind geweest. Ook als puber verschilt ze van de rest. Ze is het gewoon om nergens bij te horen. De joviale Christa is haar tegenpool. Blanche probeert vriendschap met haar te sluiten maar Christa heeft onmiddellijk door dat Blanche een makkelijke prooi is en ze maakt hier gretig misbruik van. Toch slaagt Blanche erin om al haar moed bijeen te rapen en in de tegenaanval te gaan…
Tekstfragment (p. 63-65)
‘Met Christa was er iets raars aan de hand. Hoewel ze een prachtig lijf had, viel over haar gezicht onmogelijk iets te zeggen. In het begin maakte ze zo’n overweldigende indruk dat er niet de minste twijfel bestond: ze moest wel het mooiste meisje van de wereld zijn, want haar ogen schitterden uitbundig, haar glimlach werkte aanstekelijk, ze had een enorme uitstraling, de hele mensheid was verliefd op haar. Als een mens zoveel charmes in zich verenigt, denkt iedereen vanzelf dat hij of zij mooi is. Behalve ik. Als enige in mijn soort was ik voortaan op de hoogte van een geheim dat Christa me dagelijks openbaarde, zonder het zelf te beseffen: het gezicht van Antichrista, een meisje dat allerminst wilde behagen, maar mij behandelde als een stuk vuil. Wanneer we onder elkaar waren, viel het me op dat ze er heel anders uitzag: haar lege blik liet duidelijk uitkomen hoe klein haar fletse ogen waren, haar nietszeggende gelaatsuitdrukking vestigde de aandacht op haar samengeknepen lippen, haar lusteloze gezicht toonde hoe lomp haar trekken waren, hoe weinig sierlijk haar hals was en hoe onzuiver het ovaal van haar gezicht, hoezeer haar smalle voorhoofd de beperkingen van haar schoonheid en haar geest illustreerde.
Eigenlijk gedroeg ze zich in mijn gezelschap als een echtgenote die zich na een lang huwelijk niet meer geneert om in het bijzijn van haar man in een groezelige ochtendjas rond te lopen, met krulspelden en een zuur gezicht, terwijl ze haar fraaie krullen, flatteuze kleren en verleidelijke blikken voor een ander bewaart. Bitter bedacht ik dat zo’n oude echtgenoot tenminste nog troost kon vinden in zijn herinneringen aan de tijd dat zijn eega een bekoorlijke vrouw was, die hem voor zich probeerde te winnen, terwijl Christa hooguit twee keer vluchtig naar me had geglimlacht – waarom zou je je uitsloven voor een trut als ik?
Kwam er iemand anders bij, dan veranderde ze in een mum van tijd in een ander mens. Het was spectaculair. Meteen begonnen haar ogen te stralen, gingen haar mondhoeken omhoog, werden haar opklarende gelaatstrekken fijner. Meteen verdween de smoel van Antichrista om plaats te maken voor het verrukkelijke, frisse, beschikbare, idyllische jonge meisje, het archetype van het pas ontloken maagdeken, even bijdehand als kwetsbaar, dat ideaalbeeld dat door de beschaving is geschapen bij wijze van troost voor de lelijkheid van de mensen.‘
Levensvraag
‘In welke mate beïnvloedt ons gedrag het creëren of in stand houden van minderheden?’
‘Wat betekent het voor een mens om tot een groep of tot een minderheid te behoren?’
Verwerking
1. Welke tip zou jij iemand geven die gepest wordt? Schrijf de tip op een blaadje en steek die in de doos.
2. Neem één tip uit de doos en lees die voor.
3. Wat denk je van de tip. Ga je hiermee akkoord of niet? Waarom?
4. Stel je eigen top-5 op en probeer gedurende enkele weken expliciet deze regels na te leven.
Download deze werkfiche
Zwavelzuur (2005)
1. Inhoud
Dit verhaal speelt zich al in een geïmiteerd concentratiekamp. Mensen kunnen zomaar opgepakt en opgesloten worden in het kamp. Raar maar waar, het gaat over een ‘reality soap’. De makers van het programma ‘concentratie’ willen de kijker entertainen met hun programma, alsof er nog niet genoeg leed in de wereld is. Zo komt ook Pannonique terecht in de handen van de ‘slechteriken’. Zij is een beschaafde, intelligente twintiger. Ook om het even wie kan als bewaker geselecteerd worden. Dit is het geval bij Zdena. Zij is echter niet zo snugger en heeft van haar leven nog niet veel terecht gebracht. Het publiek is superenthousiast over de nieuwste uitzending. Zdena vinden ze al gauw een wijsneus, maar Pannonique weet het publiek voor zich te winnen. De camera’s zijn dan ook vooral op haar gericht.
Pannonique weet niet enkel de kijker te bekoren, ook Zdena voelt zich geïntrigeerd door haar. Haar onverklaarbare schoonheid ergert kapo Zdena en het meisje moet het eerst hoe langer hoe meer ontgelden. De gevangenen krijgen een hongerrantsoen en verliezen gewicht. Ook Pannonique wordt steeds magerder en dit ontgaat Zdena niet, dus besluit ze haar extraatjes toe te stoppen. Zo blijft haar schoonheid onaangeroerd. Onder druk van haar medegevangenen aanvaardt Pannonique de chocolade.
Elke gevangene wordt trouwens met zijn nummer aangesproken. Zo wordt hen ook hun laatste beetje menselijkheid ontnomen. Er is werkelijk niemand die de gevangen helpt. Ook God blijkt afwezig. Dat gevoel zorgt ervoor dat Pannonique besluit om zelf die rol op zich te nemen. Dan kan de haat toch tegen iemand gericht worden. Toch blijkt dit geen eenvoudige taak. De tussenkomst van de ‘almachtige Pannonique’ leidt er trouwens toe dat een meisje veroordeeld wordt. Dan ziet ze in dat ze niet goed bezig is en ze geeft haar rol op.
Als de gevangenen discussiëren over wie schuldig is aan deze wandaden, komt Pannonique tot het besluit dat het publiek hiervoor verantwoordelijk is. Zdena begint plotseling in te zien wat er gaande is en ze sluit zich aan bij het oordeel van het meisje dat haar hart sneller doet slaan. Ze is zelfs bereid om Pannonique te helpen ontsnappen. Pannonique aanvaardt dit voorstel niet zomaar. Er is 1 voorwaarde: als Zdena niet alle gevangenen helpt, dan hoeft het voor CKZ114 niet.
Als de kijkcijfers plotseling niet meer stijgen, besluiten de organisatoren om iets ‘nieuws’ te verzinnen. Vanaf nu zal de kijker kunnen beslissen wie ‘geselecteerd’ wordt. Eerst lijkt de buitenwereld geschokt. De presentatoren roepen op tot een algemene boycot, maar jammer genoeg vindt het publiek hun nieuwe rol fantastisch. Vanaf dan wordt er massaal gestemd. Aangezien Zdena geen hulp zoekt, beslist Pannonique om een oproep te doen aan het publiek. Ze vraagt hen om haar te selecteren. Uit schrik voor de dood van Pannonique besluit Zdena iets te ondernemen.
Op de dag van de eliminatie van Pannonique en MDA802 dreigt Zdena het hele kamp op te blazen als de regering deze hel geen halt toeroept. Het leger valt het kamp binnen en bevrijdt de gevangenen. Het programma wordt afgevoerd. Er wordt officieel bepaald dat dergelijk kwaad nooit meer zal kunnen gebeuren. Toch voelt Zdena zich geen held, want zij heeft haar doel niet bereikt. Ze wilde de liefde van Pannonique en ze is hier niet in geslaagd.
2. Beschouwing
In dit boek wordt volgens mij duidelijk dat mensen steeds onverschilliger worden. We zijn blind geworden voor andermans leed of leven. We zien het meer en meer als een ver-van-ons-bedshow.
Maar het gaat ook nog een stuk verder. We worden de dagelijkse berichten over het leed in de wereld en rondom ons gewoon en beu. Daardoor gaan we op den duur naar meer snakken. Als het niet spectaculair is, dan kijken we er niet meer van op. Het ‘gewone’ leed interesseert ons niet meer. We liggen er niet meer wakker van. Als we geconfronteerd worden met buitensporige ellende, dan wordt die honger in ons weer gevoed. We zijn als het ware verslaafd aan ellende. Een mens kan zonder enig probleem leven met de ‘miserie’ van de ander. Zolang het ons eigen beschermde wereldje niet treft trekken we er ons niets van aan. Gebeurtenissen verliezen steeds meer hun betekenis en alles komt onder dezelfde noemer te staan.
Dikwijls is ook al gebleken dat ‘de één zijn dood de ander zijn brood is’. Mensen hebben iets hards en onverschilligs in zich, vind ik. Misschien komt dit eveneens door het steeds toenemende individualisme dat ontstaan is na de opkomst van de burgerlijke klasse. Het is ons profijt dat telt. Wij willen iets van ons leven maken en we laten ons doel door niemand in gevaar brengen. Of iemand anders evenveel kansen krijgt laat ons koud.
Waarom zouden we bovendien reageren tegen onrecht waar we zelf niets mee te maken hebben? Dat betekent dat we zelf onze nek moeten uitsteken. Dat houdt risico’s in, dus zwijgen we liever, ook al zijn we soms getuige van dingen die illegaal zijn of immoreel. Als we dan al enige interesse tonen voor de ellende of de situatie van de ander, is het meestal een manier om ons geweten te sussen, ook al proberen we onszelf iets anders wijs te maken. Hier kunnen we ons de vraag stellen of we soms nog wel iets ‘gratuit’ doen? En weten we wel nog wat empathie betekent?
In dit boek gaat het natuurlijk om een fictief verhaal, maar we zijn allemaal vertrouwd met tal van programma’s die in zekere zin het leven van onze medemens ‘opensmeren’. Dikwijls gaat het om tegenslagen uit het leven van die mensen (Het leven zoals het is: OCMW, Bouwen aan geluk, Een hart voor elkaar…) We hebben wel kortstondig medelijden met die mensen en de volgende dag op het werk hebben we het er even over hoe erg we het vinden, maar daarna kraait er geen haan meer naar. Mensen zijn fan van reality-tv. We vermaken ons op kosten van de ‘miserie’ van de ander.
In realiteit zal een situatie als die in het boek zich natuurlijk nooit voordoen, maar het principe waar alles rond draait komt toch sterk overeen met datgene waar onze maatschappij op steunt, namelijk onverschilligheid en sterk individualisme waardoor we elke voeling met de mens en de wereld om ons heen dreigen te verliezen.
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘Hoe gaan wij om met het lijden van onze medemens?
- De inhoud en het tekstfragment worden gelezen.
- Het artikel ‘Twitter maakt onverschillig voor leed’ uit EOS magazine wordt gelezen.
- De vragen worden klassikaal behandeld.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Tv-makers hebben een nieuwe reality-show ‘Concentratie’ gelanceerd om de kijker te entertainen. Het concept gaat als volgt: mensen worden lukraak van straat geplukt en komen als gevangene of bewaker in een geïmiteerd concentratiekamp terecht. De ongelukkigen worden mishandeld en op willekeurige basis geliquideerd. Gevangene CKZ114 valt op door haar schoonheid en ook bewaakster Zdena is hier niet niet ongevoelig voor. Als de kijkcijfers plotseling niet meer stijgen besluiten de organisatoren om de kijker te laten beslissen over leven en dood. En dan komt het leven van de mooie Pannonique in gevaar…
Tekstfragment (p. 149-151)
Het was een rechtstreekse uitzending en het publiek wist dat – er stond ‘live’ in een hoekje van het scherm.
Concentratie haalde een maximum aantal kijkers: de voltallige bevolking.
Letterlijk iedereen keek naar de uitzending: blinden, doven, kluizenaars, religieuzen, volksdichters, kleine kinderen, jonggehuwden, huisdieren. Op de concurrerende zenders waren de programma’s zelfs onderbroken om de presentatoren de kans te geven naar de uitzending te kijken.
Politici zaten voor hun toestel, schudden vertwijfeld het hoofd en zeiden: ’Het is verschrikkelijk. We hadden moeten ingrijpen.’
In de kroegen hadden zwaar op de toog leunende kerels, met hun ogen strak op de buis gericht, hun oordeel al klaar: ’Ze gaat eraan, zeg ik je. Een gore schande is’t. Waarom hebben de politici zich er niet mee bemoeid? Ze moesten dat soort vuilnis verbieden. Onze leiders hebben geen moraal meer, dat is het probleem.’
Weldenkende mensen gaven hardop uiting aan hun weldenkendheid, terwijl ze met treurig gebogen hoofd voor hun toestel zaten: ’Wat een ellende! Wat een zwarte dag voor de mensheid! We kunnen ons niet permitteren om niet te kijken: we zullen moeten getuigen van deze gruwel, we zullen verantwoording moeten afleggen. Op dat moment zullen we niet zeggen dat we nergens van wisten.’
De gedetineerden in de gevangenissen keken en sneerden: ’En dan te bedenken dat ze ons als misdadigers beschouwen! Ons stoppen ze in de lik en de organisatoren van die rotzooi gaan vrijuit.’ Maar ze keken wel.
Onschuldige geliefden, tegen elkaar aangevlijd in zachte, warme bedden, hadden het toestel aan hun voeteneinde gezet. ‘Kijk eens hoe weinig wij met die afschuwelijke wereld gemeen hebben! Onze liefde beschermt ons!’ De dag ervoor hadden ze allemaal van een kleine boodschap van hun partner gebruikgemaakt om zich meester te maken van de afstandsbediening en hun keuze in te toetsen.
De karmelietessen keken in stilte.
Ouders lieten hun kinderen naar de uitzending kijken, om hen duidelijk te maken wat het kwaad was.
De patiënten in de ziekenhuizen keken, wellicht in de overtuiging dat hun kwalen hun vrijpleitten.
Het toppunt van de hypocrisie werd bereikt door degenen die geen televisie hadden, zichzelf uitnodigden om bij de buren naar Concentratie te gaan kijken en hun verontwaardiging de vrije loop lieten: ’Nu ik dit zie, ben ik blij dat ik geen televisie heb!’
EOS magazine 15 april 2009
Twitter maakt onverschillig voor leed
Snelle nieuwsstromen en updates op sociale netwerksites zoals Twitter of facebook kunnen ons onverschillig maken voor menselijk leed. Dat geeft een studie van de University of Southern California aan.
Volgens onderzoekster Mary Helen Immordino-Yang volgen de updates die we zien elkaar te snel op waardoor het brein ze niet goed kan verwerken. Ons brein is vaak nog het ene bericht aan het verwerken als er al een nieuw verschijnt. Ons ‘moreel kompas’ krijgt daardoor geen tijd om zich te oriënteren en volgens de onderzoekers kan dit de emotionele ontwikkeling van jongeren schaden.
‘Als zaken te snel gebeuren, krijgt je brein niet de kans zich in te leven in de emoties van de betrokkenen, en beleef je bepaalde emoties dus onvoldoende. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de emotionele ontwikkeling’, aldus Yang.
De studie onderzocht hoe vrijwilligers reageerden op waargebeurde verhalen die bewondering voor kwaliteiten of vaardigheden stimuleren of die medeleven voor fysieke of sociale pijn bevorderen. Hersenscans tonen aan dat mensen heel snel tekenen van pijn bij anderen kunnen analyseren, maar er langer over doen om bewondering of medelijden te tonen.
‘Om over morele vraagstukken te beslissen – sociale en psychologische situaties van anderen – moeten we onszelf genoeg tijd geven om erover na te denken’, zegt Yang.
De studie roept vragen op over de emotionele kostprijs, vooral bij jongeren en kinderen, van een stortvloed aan nieuwsfeiten, die via televisie, online nieuwsstromen of sociale netwerksites zoals Twitter of facebook gegeven worden.
Levensvraag
‘Hoe gaan wij om met het lijden van onze medemens?
Verwerking
Vraag 1: Hoe ga jij om met de stroom van gegevens en berichten die dagelijks op ons afkomen?
Vraag 2: Bestaat er volgens jou wel zoiets als een ‘moreel kompas’?
Vraag 3: Hoe zou je de houding typeren van de kijkers van het programma ‘Concentratie’?
Vraag 4: Schrijf de naam op van iemand (figuur uit de media, politiek, muziekwereld,…) die volgens jou helemaal anders zou reageren op dit soort wreedheden. Leg daarna uit waarom die persoon volgens jou ‘anders’ is.
Vraag 5: Geef een voorbeeld uit je eigen leefwereld dat aantoont dat ook in jouw nabije omgeving soms echt onverschillig gereageerd wordt.
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
De winterreis (2009)
1. Inhoud
Een man besluit om een aanslag te plegen op een Boeing 747. Tegelijkertijd is dit zelfmoord, want hij zal zelf op het vliegtuig zitten. Het is uit haat dat Zoïlus de aanslag zal plegen. Maar het is een ander soort haat dan de haat van terroristen. Zoïlus haat meerbepaald de haat. Hij doet het niet om religieuze, nationalistische of politieke redenen. Het gaat om een persoonlijk verlangen om de dingen op een rijtje te zetten.
De problemen zijn begonnen toen hij beroepshalve de woonst bezocht van een schrijfster. In het vervallen appartement wonen twee vrouwen. De schrijfster blijkt een zwakzinnige vrouw te zijn. Ze lijdt aan de ziekte van Pneux, ook wel goedaardig autisme genoemd. De andere vrouw is knap en heeft de voogdij over de schrijfster. Het is de knappe vrouw die hem onmiddellijk overweldigt.
Hij besluit haar uit te nodigen voor een drankje. Tijdens dit gesprek ontdekt hij dat Astrolabe, zo heet ze, zich over Aliénor is gaan ontfermen toen ze ontdekte dat zij door haar uitgever werd uitgebuit en misbruikt. Ze wilde de geniale schrijfster niet aan haar lot overlaten en besloot de voogdij van Aliénor op zich te nemen. Het is dus deze bijzondere vrouw die de reden is van de vliegtuigkaping. Had ze hem niet afgewezen, dan zou dit nooit gebeurd zijn.
In het begin houdt Astrolabe de boot af maar uiteindelijk gaat ze ermee akkoord om Zoïlus te zien. Er is wel één voorwaarde: Aliénor blijft op de eerste plaats komen. Telkens ontmoet Zoïlus dus zijn geliefde in aanwezigheid van Aliénor. Die gaapt hen voortdurend aan en verliest hen geen moment uit het oog. Tot grote ergernis van Zoïlus die dit echter niet laat blijken uit schrik om Astrolabe te irriteren.
Zoïlus belooft aan de twee jongedames om hen tijdens een volgend bezoek op wat lekkers te trakteren. Met ‘lekkers’ bedoelt hij dat ze samen enkele paddo’s zullen nemen die hen voor eventjes naar een andere wereld zullen brengen. Zoïlus is natuurlijk maar op één iets uit en dat is de liefde bedrijven met Astrolabe. Maar dit plan verloopt niet zoals hij hoopt.
Astrolabe was in de ogen van Zoïlus het meest hoogstaande wezen van het hele universum. Maar als ze hem afwijst beslist hij dat hij de wereld maar beter kan vernietigen. Nog steeds onder invloed van de paddo’s besluit hij dat hij evenveel schade wil verrichten als op 11 september 2001. Om zeker te zijn dat hij Astrolabe treft met zijn terreurdaad vraagt hij haar welk Parijs’ gebouw het meeste voor haar betekent. Zij antwoordt hem dat dit de Eiffeltoren is.
Astrolabe merkt dat Zoïlus na haar afwijzing afstandelijker geworden is en ze schrijft hem een brief waarin ze haar ware gevoelens duidelijk maakt. Zoïlus besluit dat deze toenadering te laat komt.
Om zijn plan correct uit te voeren moet hij het hoofd zien koel te houden. Daarom zal hij aan ‘Die Winterreise’ van Schubert denken. De daad en die muziek hebben helemaal niets met elkaar te maken hebben en zo heeft hij meer kans op slagen.
Als hij de besturing van het vliegtuig overneemt zal hij koers zetten richting doelwit: de Eiffeltoren.
Enkele minuten later treedt hij aan boord van het vliegtuig en zij die gaan sterven groeten hem.
2. Beschouwing
Wat zijn de ingrediënten voor een evenwichtige, gezonde relatie? De meningen hierover zijn verdeeld. ‘Graag zien’ is niet zo eenvoudig als men geneigd is te veronderstellen. Er bestaat ook geen handleiding die ons stapsgewijs uitlegt ‘hoe je moet graag zien’. Het zou misschien makkelijker zijn als er een universele code zou bestaan die ons toelaat om een relatie aan te gaan wanneer we aan die code voldoen.
Het is net omdat iedereen een andere interpretatie heeft over ‘een relatie’ dat er problemen kunnen ontstaan. Sommigen gaan heel ver in hun engagement, misschien soms iets té ver.
We moeten volgens mij duidelijk een onderscheid maken tussen ‘gezonde’ en ‘ongezonde’ relaties. In ons boek is er zonder twijfel sprake van een ‘ongezonde’ relatie. In een relatie moet er evenwicht zijn. Het is ook belangrijk om even stil te staan bij het feit dat mensen soms vergeten om hun eigen geluk af te wegen tegenover dat van de andere. Moet je werkelijk alles overhebben voor de ander? Moet je dingen opofferen? Kan het zijn dat we daar soms te ver in gaan?
Mensen blijken soms heel veel (té veel) te willen opofferen voor een bepaalde zaak. In sommige gevallen wordt zelfs de liefde overboord gegooid.
3. Terrein
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
4. Concreet
- De bedoeling van deze les is dat de leerlingen stil staan bij volgende levensvraag: ‘In welke mate moeten of mogen mensen hun eigen geluk opofferen om iets bij te dragen aan een of andere ‘grote zaak’?
- De inhoud en het tekstfragment worden gelezen.
- In een kringgesprek worden een aantal vragen behandeld.
- Er wordt een algemene conclusie geformuleerd bij de levensvraag.
5. Werkfiche
Inhoud
Een man raakt vervult van haat nadat zijn geliefde Astrolabe hem afwijst. Zelfs de poging om haar onder invloed van paddo’s te verleiden is mislukt. Het leven heeft vanaf dan geen zin meer. Zijn haat is zodanig sterk dat hij niet enkel zijn geliefde maar ook de grote massa wil treffen. Hij beraamt een vliegtuigkaping en zal het vliegtuig laten neerstorten op de Eiffeltoren. Dat was volgens Astrolabe het mooiste gebouw van Parijs…
Tekstfragment (p. 91 - 92)
Aangezien Aliénor zojuist met luide stem had aangekondigd dat ze zich zou terugtrekken voor haar ‘grote boodschap’, greep ik de gelegenheid met beide handen aan om mijn geliefde eindelijk te zeggen wat me dwarszat: ’Als ze slaapt, heeft ze je niet nodig. Dan zou je naar me toe kunnen komen.’
‘Daar hebben we het al eerder over gehad.’
‘Weet ik. Maar intussen is het verlangen ondraaglijk geworden, of niet soms?’
‘Dat was te verwachten. Ik had je gewaarschuwd.’
‘Als jij naar mij verlangde zoals ik naar jou, zou je niet op die manier tegen me praten.’
Ze slaakte een zucht. Op zulke momenten haatte ik haar evenveel als ik van haar hield.
‘Zeg dan iets!’ protesteerde ik.
‘Ik zal het nog maar een keer herhalen: we zullen altijd samen zijn met Aliénor.’
‘Mij best. Laten we ons bij haar voegen op de plee.’
‘Doe niet zo vulgair, Zoïlus.’
‘Ik probeer je alleen maar duidelijk te maken hoe absurd jouw regel is.’
‘Dura lex sed lex.’ (de wet is hard, maar het is de wet)
‘Niets belet je om die regel te veranderen.’
‘Ik heb Aliénor gezworen dat ik haar nooit alleen zou laten.’
‘Duizend tegen één dat ze je eed vergeten is.’
‘Ik ben hem niet vergeten.’
Levensvraag
‘In welke mate moeten of mogen mensen hun eigen geluk opofferen om iets bij te dragen aan een of andere ‘grote zaak’?
Verwerking
Kringgesprek:
Vraag 1: Geef enkele voorbeelden van mensen die veel opofferen voor een grote zaak.
Vraag 2: Kennen jullie voorbeelden van mensen die té veel opofferen voor een bepaalde zaak?
Vraag 3: Wanneer gaan mensen juist te ver?
Vraag 4: Hoe moeten we staan tegenover mensen die daarin te ver gaan?
vraag 5: Moeten we ze bewonderen, hun gang laten gaan of ingrijpen?
Conclusie bij de levensvraag:
Download deze werkfiche
4. Besluit
Toen ik destijds het voorstel aanvaard heb om te werken rond de niet-autobiografische romans van Amélie Nothomb was dit enigszins met gemengde gevoelens. Ik ben nooit een grote boekenwurm geweest maar om dit werk op een deskundige manier uit te werken zou ik dus achtereenvolgend tien romans moeten lezen. Dikwijls bleek één leesbeurt ook niet voldoende omdat het net belangrijk was om de dieperliggende betekenis van het boek te achterhalen. Naarmate het werk geleidelijk aan een wat meer concrete vorm aannam kreeg ik dan toch de smaak te pakken. Ik heb dan ook geprobeerd om een werkstuk te creëren dat als impuls kan dienen in een concrete lessituatie. Deze opdracht werd voor mij wel bemoeilijkt in die zin dat het toch wel de bedoeling was om variatie in de werkvormen te voorzien. Mijn enige leservaring tot nog toe is die van tijdens de stages en ik ben me er zeker van bewust dat ik het gebruik van de verschillende werkvormen nog onder de knie moet krijgen.
Het oeuvre van Amélie Nothomb was mij wel niet helemaal onbekend aangezien ik al enkele van haar romans had gelezen in functie van het vak Frans. Ik heb haar op een andere manier leren kennen door mijn poging om een betekenis toe te schrijven aan de themata waar zij in haar boeken op een meesterlijke manier over schrijft. Amélie Nothomb heeft het over onrecht in al zijn vormen en dus lenen deze onderwerpen zich uitstekend om te gebruiken in het godsdienstonderwijs. De levensbeschouwelijke noot is nooit ver te zoeken.
5. Epiloog
1.5 Aangepaste werkvormen en groeperingsgroepen bepalen.
Bij de verwerking van de boeken heb ik geopteerd om zoveel mogelijk verschillende werkvormen te gebruiken. Er werden opdrachten voorzien die zowel individueel, per twee, in groepjes of met de hele klas (kringgesprek, debat, stellingenspel, de advocaat en de verdediging) dienen gemaakt te worden.
Zie werkfiche p. 10-15-19-23-27-32-37-41-45-50
1.8 Doelstellingvalide, gedifferentieerde en aangepaste vragen, taken en opdrachten onder diverse vormen kiezen en eventueel opstellen.
De werkfiches van de boeken werden telkens volgens dezelfde vorm opgemaakt maar de vragen en opdrachten die door de leerlingen moeten verwerkt worden werden aangepast aan het thema.
Zie werkfiche p. 10-15-19-23-27-32-37-41-45-50
1.11 Teksten beoordelen en schriftelijk en mondeling toegankelijk maken door ze te bewerken op het vlak van taal en door een aangepaste didactiek.
Elk behandeld boek wordt via een beknopte samenvatting gepresenteerd. De leerlingen hoeven de boeken niet te lezen om te weten waar het over gaat. Via een tekstfragment kunnen ze zich inleven in de thematiek. Van hieruit wordt de link gelegd met levensbeschouwelijke thema’s die verwant.
Zie p. 11-16-20-24-28-33-38-42-46-51
2.2 De leerlingen leren omgaan met diversiteit.
Bij de verwerking van het boek Antichrista zien we dat de pestproblematiek duidelijk aan bod komt. De bedoeling is dat de leerlingen stilstaan bij wat dit kan teweegbrengen en bovendien worden ze aangespoord om aan zelfreflectie te doen. De leerlingen moeten bv. tips opschrijven om een gepeste persoon te helpen.
Zie p. 42
2.4 Maatschappelijke gebeurtenissen aan de leerinhouden koppelen. Leerlingen kritisch en zinvol leren omgaan met informatie van en beïnvloeding door de media.
Bij het opstellen van de werkfiches heb ik telkens geprobeerd om die af te stemmen op de leefwereld van de jongeren. Actuele ontwikkelingen werden gebruikt om de inhoud duidelijk te maken. Zo krijgen ze bv. een recent artikel met foto te zien wanneer het gaat over de rol van het uiterlijke.
Zie p. 28
10.1 Actuele maatschappelijke thema’s en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen op het levensbeschouwelijke domein.
Bij de verwerking van de tien niet-autobiografische romans kwamen voortdurend actuele maatschappelijke thema’s aan bod. De bedoeling was om deze thema’s in een vorm te gieten die voor de leerlingen toegankelijk en bespreekbaar is.
Zie p. 8-51
6. Literatuurlijst
Bergmans, E. (2011). In de spiegel zacht ik een monster. De Standaard, 16-17.
Eos-magazine, (2009-04-15). Twitter maakt onverschillig voor leed. Internet, 2011-04-03
(http://www.eosmagazine.eu/language/nl-BE/home/ctl/Detail/mid/485/xmid/781/xmfid/12.aspx)
Michel, (2000-06-01). Communicatie. Internet, 2011-03-15 (http://www.klasse.be/leraren/eerstelijn.php?id=7411)
Michel, (2008-10-28). Ze spuwen op me. Internet, 2011-03-15 (http://www.klasse.be/leraren/eerstelijn.php?id=10742)
Muse, (2003-07-14). Stockholm Syndrome. Internet, 2011-04-03
Nothomb, A. (1992). Hygiëne van de moordenaar. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (1994). Les Combustibles. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (1995). Filippica’s. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (1996). Peplos. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (1997). Aanslag op de goede smaak. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (1998). De spiegel van Mercurius. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (2001). Cosmetica van de vijand. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (2003). Antichrista. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (2005). Zwavelzuur. Parijs: Editions Albin Michel.
Nothomb, A. (2009). De winterreis. Parijs: Editions Albin Michel.
Phara, (2010-03-09). Kristien Hemmerechts over « Levensafronding ». Internet, 2011-04-12 (http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/2.9494/2.9495/1.733263)
Thomas godsdienstonderwijs
(http://www.kuleuven.be/thomas/)
Wikipedia, de vrije encyclopedie
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina)
Door Corinne Clauw in opdracht van P. Lepers (KATHO)











