email
node-header

Ik liep naast het bos wilde de bomen graag ontmoeten Sprakeloos stond ik Zij waren het die naar me toe kwamen mijn handen om hen heen legden en openhartig vertelden Dichterbij de bomen was ik nooit j.a.

Inleiding

"Toen sloeg Abraham zijn tent op
en ging wonen bij de eik van More."
Gn. 13,18.

"En in mijn droom, zie, er stond een wijnstok voor mij
aan die wijnstok zaten drie ranken
die begonnen uit te lopen,
kregen bloesems en
trossen druiven
"
Gn.40,9

Impulsen

Impuls A: Beleving van een boom

1. Situering en leeplandoelen bij impulsen A en B en C

Impuls A wil een reeks eerste verkennende activiteiten aanbieden om beleefde ontmoetingen met bomen mogelijk te maken. De meeste activiteiten op zich kunnen door kinderen van diverse leeftijden gedaan worden. De manier van uitvoeren, de aard van belevingsniveau en de wijze van begeleiding verschilt uiteraard wel. Er is in wat volgt duidelijk aangegeven wat eerder voor jongere dan wel voor oudere kinderen bedoeld is. Toch kunnen meerdere idee√ęn bij elkaar ontleend worden en mits kleine aanpassingen door beide leeftijdscategorie√ęn beleefd en ervaren worden.

De activiteiten in impulsen B en C zijn een verdere doorwerking en uitdieping van impuls A. Ze zijn duidelijk opgedeeld naar leeftijd. Er is in impuls B gekozen om bij jongere kinderen de boom zoveel mogelijk als geheel te behandelen. We leggen de nadruk op een vertrouwenwekkende totaalervaring en op ontwikkeling en groei. Dit wil echter niet zeggen dat de beleving van onderdelen van bomen, bijvoorbeeld werken met boombladeren, onmogelijk is. Voor concrete activiteiten kunnen mits aanpassing suggesties ontleend worden bij impuls C voor oudere kinderen. Elementen uit impulsen A en B en/of C kunnen indien gewenst met elkaar verbonden worden.

Wat verder hieronder volgt, nog voor de concrete activiteiten beschreven worden, is een korte bijkomende duiding van het opzet en de betekenis van deze impulsen (naast de algemene inleiding). De activiteiten worden gesitueerd binnen de levensbeschouwelijke en religieuze groei van kinderen en geduid vanuit een christelijk perspectief. De doelen zoals die te vinden zijn in het werkplan godsdienst voor kleuters en het leerplan godsdienst van Lager Onderwijs worden kort aangegeven.

Kinderen verkennen hun leefwereld.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kinderen_-in_-het_-park.jpg

Kinderen zijn doorgaans ge√Įnteresseerd in hun omgeving. Ze gaan als peuter en kleuter al op ontdekkingsreis: ze maken bijvoorbeeld kennis met de tuin achter hun huis, het bos, het strand, bergen, rivieren en allerlei andere natuurlijke omgevingen. Ze leren op die manier de wereld en hun plaats daarin kennen. Dat stimuleert hun vertrouwen dat de natuur 'goed' is voor de mens, zoals het scheppingsverhaal van christenen aangeeft: 'en God zag dat het goed (tov) was', ook al is die natuur soms gevaarlijk of bedreigend.

De natuurervaringen die ze 'meekrijgen', in de eigen woonomgeving be√Įnvloeden sterk of de kinderen er zich later thuis gaan voelen en hoe ze die natuur beleven en beschouwen. Ook al is deze basisinteresse bij elk kind aanwezig, toch is het belangrijk om die houding verder te voeden, zin en betekenis te geven. Deze didactische impulsen willen helpen bij het stimuleren van de ontdekkende houding van kinderen en hun verwonderend (religieus) in de wereld staan.

Verbondenheid met de natuur
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/pachamama.jpg

Vele kinderen leven vandaag niet meer in directe verbondenheid met de natuur. Soms leven zij er ronduit van verstoken. Kinderen dienen dan uitgenodigd te worden om stap voor stap de natuur (opnieuw) te verkennen. Ze dienen positief gestimuleerd te worden, zeker wanneer de mogelijkheden thuis in mindere mate voorhanden zijn. Als leerkracht ga je met kinderen op weg om de natuur opnieuw te ontmoeten.. Ontmoeten wil zeggen: meermaals en op velerlei wijzen opnieuw contact maken met de natuur. Dit vraagt om concreet voelen, tasten, aanraken, strelen pakken, grijpen, vasthouden…. Tastbare lijfelijke verbindingen maken met bomen is wezenlijk noodzakelijk wil er verbondenheid en betekenisgeving ontstaan bij kinderen. Zo kunnen kinderen zichzelf leren ervaren als een deel van de natuur. In hun verdere ontwikkeling kan dan langzaam het besef groeien dat ze verbonden leven met de natuur en dat ze gegroeid zijn uit de natuur, zoals een kind uit haar moeder. Mensen spreken soms van 'Moeder Aarde', Andes-indianen in Latijns- Amerika zeggen 'Pachamama'.

Met de impulsen A, B en C willen we kinderen helpen ervaren dat wij als mens uit de natuur zijn voortgekomen en deze 'aangetroffen hebben'.

We herkennen de bomen (de natuur) als een gegevenheid, mogelijk als een 'gave'. Christenen, joden en moslims noemen dit een 'gave Gods'. Dit is geen wetenschappelijke uitspraak, maar een 'beleefde ervaring' die betekenis geeft aan ons (be)staan in en tegenover de natuur. De natuur met zijn bomen is geen product van de mens, maar wordt beleefd als een gave die uit Gods hand de mens wordt gegeven. Ze wordt schepping genoemd omdat ze door gelovigen wordt gezien als uit God voortgekomen. De ervaring en de taal van 'gave en schepping Gods', leren kinderen pas door concrete beleefde en verdiepte ervaringen heen. Je kan christelijke en andersgelovige kinderen 'Dank U God voor de Schepping' leren zeggen. Maar dat betekent niets wanneer er geen heel concrete 'beleefde' ervaringen aan voorafgaan of aan gekoppeld worden. Deze impuls wil elementen daartoe aanreiken.

Verwondering leren.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kinderen_onderzoeken_-bomen.jpg

Kinderen die dagelijks met de natuur in aanraking komen, zijn zich niet altijd bewust van de betekenis van die natuur in hun leven. Ze beschouwen het als vanzelfsprekend, als iets doodgewoons. Hen weer met vernieuwde blik leren kijken, zoals de 'rijke bramenplukker' in het verhaal van G. Bomans, is een uitdagende opdracht in de basisschool. (zie inleiding)

De impuls wil kinderen leren kijken met nieuwe ogen. Het wil het buitengewone van een gewone boom, het onvanzelfsprekende van het blijkbaar vanzelfsprekende op diverse wijzen verkennen. De te beleven ervaringen zijn er op gericht om vijfzintuiglijk een boom te verkennen. Niet alle opdrachten zijn vanzelfsprekend. Ze lijken mogelijk zelfs belachelijk in de ogen van kinderen en volwassenen die deze vormen van natuur ervaringen in de diepte niet gewoon zijn. Realiseer jezelf als leerkracht wat het je doet. Kan je zelf ook met deze 'nieuwe ogen' naar bomen kijken? Probeer het zelf even uit met de nodige rust en geduld. Dat helpt om straks de kinderen beter te begeleiden.

Verwondering is een gebeuren dat je niet 'vast' kan plannen. Het kan wel of niet ontstaan bij kinderen. Als leerkracht kan je alleen je best doen om zoveel mogelijk omstandigheden te cre√ęren waardoor de ervaring een zo goed mogelijke bodem kan vinden. Verwondering is leren stilstaan bij de dingen zoals ze zijn. Je open stellen voor de werkelijkheid zoals die zich aan je laat zien. Het is een ontmoeting waarin een ander zich laat kennen. In de ontmoeting onthult de ander zich beetje bij beetje, wordt kenbaar en beminbaar. Tegelijk blijft de ander ook 'een mysterievol geheim' dat om verdere en nadere ontmoeting vraagt.

Samen met kinderen het 'mysterievol geheim' van bomen stapje voor stapje een beetje leren kennen, daar willen deze impulsen een hulp bij zijn. Misschien kunnen kinderen daardoor ook iets van een groter Geheim vermoeden.

Doelen

Bij Kleuters in het Werkplan Godsdienst
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/children_by_tree.jpg

Centraal staat het stimuleren van het vertrouwvol leren omgaan met de werkelijkheid, de verbondenheid met zichzelf en de natuur leren ontwikkelen en het wonderlijke en mysterievolle van de natuur weten te ervaren, mogelijk als Schepping Gods. Zie Werkplan Godsdienst (WP) p. 47.

Kleuters contact leren maken met de eigen 'gevoelde betekenissen' en deze leren betekenis geven in functie van de ontwikkeling van levensbeschouwelijke en religieuze groei van kinderen. Zie verder WP p. 61.

Concreet betekent dit:

  • Aanknopingspunten zoeken in de leefwereld…: Contact maken met, stilstaan bij, voelen, ruiken, horen zien luisteren, aanvoelen, meevoelen, in zich opnemen, herkennen, bewust worden. WP p. 76.
  • Kansen tot verdieping cre√ęren: ontdekken, zich inleven, gevoelig worden voor, kennis maken, aandacht opbrengen, het nieuwe laten doordringen, confronteren, vergelijken, zich een beeld vormen, taal vinden om zich uit te drukken. WP p.76.
In het Leerplan Lager Onderwijs (LP)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boom_kind.jpg

Onderstaande doelen sluiten aan bij diverse thema's van het leerplan godsdienst in de onderscheiden cycli of graden.

  • De natuur spelend beleven als een wonderlijk landschap. LP. 1 ste graad p. 117.
  • Eigen ervaringen en belevingen in de natuur uitdrukken in direct contact met de natuur LP. 2 de graad p. 160.
  • Ervaren dat bezig zijn met de aarde (bomen) allerlei gevoelens kan oproepen. LP. 2 de graad p. 172.
  • Leren uiten wat hen treft en verwondert in de ontmoeting met een boom LP. 1 ste graad p. 117.
  • Verwonderd zijn over de natuur en haar vele aspecten LP. 2 de graad p.160. LP. 3 de graad p. 212.
  • Zich laten uitdagen door de natuur LP. 3 de graad p. 212.
  • Spelelementen in de natuur ontdekken LP. 3 de graad p. 212.
  • Aanvoelen hoe ze op vele wijzen verbonden zijn met de natuur. LP. 2 de graad p. 160.
  • Stil leren worden bij een boom LP. 1 ste graad p. 117.
  • Het heilzame van een boom ervaren LP. 1 ste graad p. 117.
  • Gevoelig worden voor het wonder van de vruchtbaarheid. LP. 2 de graad p. 172.
  • De natuur ervaren als niet door mensenhanden gemaakt LP. 1 ste graad p. 117.
  • Natuur ervaren als geschapen, als Gave, als Gave Gods LP. 1 ste graad p. 117.
  • Dankbaarheid voor de vruchtbare rijkdom van de aarde tot uitdrukking brengen LP. 2 de graad p. 173.
  • Ontdekken dat voorwerpen een symbolische betekenis hebben. 2 de graad LP p. 177.
  • Ontdekken dat symbolen hevige gevoelens kunnen opwekken. 2 de graad LP p. 177.
  • In een symbool tot expressie kunnen brengen wat diep in hen leeft. 2 de graad LP p. 177.
  • Gedichten en teksten lezen over de vruchtbaarheid van de aarde LP. 2 de graad p. 172.

2. Een reeks activiteiten bij het beleven van een boom

2.1. Aandachtspunten bij de belevingsactiviteiten
  • De oefeningen en suggesties van deze impuls zijn gericht op een eerste verkennende totaalervaring van een boom of bomen. In volgende impulsen wordt diepgaander stilgestaan bij diverse onderdelen of aspecten van een boom. Het is mogelijk om elementen van beide impulsen te verbinden.
  • Zoek naar een goede omgeving voor deze belevingservaring: bomen in een park of in een aangenaam bos. Het is de bedoeling dat kinderen de opdrachten (in schijfjes) zelfstandig uitvoeren. Een stapsgewijze opbouw daar naar toe is wenselijk. Overdenk op voorhand goed wat je klas nodig heeft. Moet de opdracht eerst duidelijk worden voorgedaan? Moet de eerste opdrachtbeleving samen met heel de groep gebeuren? Na hoeveel zelfstandige opdrachten kan er best een uitwisseling gebeuren?…
  • Vertel goed op voorhand wat je met de kinderen wil gaan doen en beleven, zodat ze zich duidelijk kunnen voorstellen wat er van hen verwacht wordt. Geef duidelijke instructies aan. Geef ook voorbeelden. Doe als leerkracht ook enkele opdrachten voor. Bijvoorbeeld: tegen een boom gaan zitten, je rug eraan wrijven, de wortels strelen… Geef aan kinderen een ondersteunende opdrachtkaart mee. Zo zorg je voor voldoende vertrouwen en veiligheid.
  • Spreek een teken af om weer te verzamelen. Liefst geen snerpende fluit eerder een klankschaal, een windgong, een djemb√©… Het geeft kinderen veiligheid om steeds teruggeroepen te worden, te spreken, herkenning te vinden bij de anderen en een nieuwe opdracht te krijgen.
  • Loop rond om kinderen positief te ondersteunen. De oefeningen zijn niet vanzelfsprekend. Het is iets wat kinderen nog moeten leren. Wees dus geduldig. Verwacht niet de meest diepe reacties en belevingen in het begin. Doe de oefeningen met mate, niet alles achter elkaar.
  • Kies die activiteiten die voor je eigen leeftijdsgroep haalbaar zijn. Je kan enkele activiteiten meer centraal leiden als leerkracht. (zie verder punt 2, de opdrachten voor jongere kinderen zijn ook doenbaar en zinvol voor oudere kinderen)
  • Na de eerste twee oefeningen terug samenkomen en even uitwisselen aan elkaar. Uiteraard verschilt je vraagstelling naargelang de leeftijd van de kinderen.
  • Bij oudere kinderen is onderstaande vraagstelling mogelijk.
    • Op niveau van de activiteitsbeleving en op het niveau van de inhoud. Wat lukte al een beetje? Wat ging er moeilijk? Vertel eens aan elkaar. Wat heb je dan gedaan of geprobeerd? Kan er iemand een goede suggestie hiervoor geven? Het is niet erg dat het nog niet goed lukt, we proberen nu iets anders, misschien gaat het daarmee beter.
    • Op het niveau van de inhoud. Wat heb je beleefd, gevoeld, gedacht? Welke herinneringen kwamen er bij je op? Wat voelde prettig, raar, vreemd, deugddoend aan… en verdere vragen aangepast aan de concrete inhoud van de activiteit. Zie daarvoor bij elke opdracht zelf en de vragen die er gesteld worden.
  • Bij jongere kinderen focus je op de initiatieven van de kinderen. Wat heb je gedaan? Vertel eens. Focus hierbij vooral op de positieve betekenissen: Wat is prettig, plezierig en wat maakt je blij. Hierdoor versterk je hun vertrouwen in de ervaring met bomen.
2.2. Stilstaan bij de 'beleefde' verandering van omgeving.

Zorg voor een stapsgewijze toeleving naar de belevingservaringen. Het helpt de kinderen in de juiste sfeer te komen. Als je met de kinderen vanuit de klas naar een bos of park trekt, kom je door verschillende 'omgevingen' die telkens veranderen. Neem even de tijd om die verandering bewust te beleven, te voelen en er even iets van te verwoorden. Hoe is de sfeer? Wat roept de plaats op? Wat houdt je daar bezig? Wat voel je daar? Waar gaat je aandacht naar toe? Wat voor een effect heeft die plaats op je? Welke gedachten, beelden of herinneringen komen in je naar boven?

We denken aan volgende plaatsen om even bij stil te staan: De klasruimte en klassfeer 'voor' je vertrekt. Buiten op de speelplaats. Bij het toekomen in het (open) veld. Stop bij elke plaats en stel de vragen. Zo worden kinderen gewoon stil te staan bij hun gevoel, bij hun associaties en beelden, bij herinneringen… Ze eigenen zich de vraagstelling toe en leren belevingen van elkaar kennen. Zo vinden ze bij elkaar herkenning en steun. Waardeer hun inbreng.
Sta zeker met hen stil bij de benadering van het bos, het park of een boom.
Vraag de kinderen wat er bij hen aan belevingen gebeurt terwijl ze er naar toelopen.
Wanneer ervaren ze het bos, de boom het sterkst, het best?

2.3. Een boom beleven
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kind_kijkt_omhoog.gif

e meeste activiteiten zijn beschreven in functie van oudere kinderen. Met jongere kinderen beleef je een aantal van de onderstaande opdrachten samen met hen. Niet alle opdrachten zijn voor kleuters mogelijk. Even verder in deze impuls vind je activiteiten die meer op de jongste kinderen gericht zijn.

Voor oudere kinderen werk je met zelfstandige ervaringsopdrachten die je mogelijk op opdrachtkaarten zet of die je telkens mondeling grondig toelicht. Doe regelmatig een opdracht voor waarvan je denkt dat kinderen hierbij hulp kunnen gebruiken. Doe het zeker bij opdrachten die je zelf wat bevreemdend vindt. Het geeft heel veel vertrouwen als ze zien dat hun juf of meester deze opdrachten zelf blijkbaar heel gewoon vindt en ook zelf doet. Het is belangrijk kinderen goed te focussen op de opdracht. De neiging bestaat in het begin dat ze wat onwennig en onzeker reageren. Ze verliezen wat concentratie en kijken naar de anderen, maken contact en haken mogelijk af. Positieve, ondersteunende commentaren zijn hier aangewezen.

Licht de opdrachten en hun betekenis goed toe. Geef de kinderen mogelijk een opdrachtkaart mee, zodat ze nog kunnen nakijken wat er verwacht wordt. Spreek af na welke opdracht ze weer samen komen. Geef aan of de kinderen iets van hun belevingen mogen, kunnen, moeten, opschrijven. Zorg voor een stevige schrijfondergrond.

Maak een kring en zorg voor aandacht en stilte. Nodig de kinderen uit om rustig te ademen en te kijken. Richt hun aandacht niet op elkaar maar op de bomen rondom hen. Start een eerste opdracht.

  1. Wandel zo natuurlijk mogelijk in het bos of park en tussen de bomen. Tracht de bomen met zoveel mogelijk zintuigen waar te nemen. Kies een boom op je gevoel of intu√Įtie. Een boom van dichterbij ontmoeten kan een wonderlijke ontdekking zijn.
  2. Ga op een beginafstand van de boom staan waar jij voelt dat je moet gaan staan voor je aan de verdere oefeningen begint. Dichtbij of wat verder af. Tracht contact te maken met deze boom.
  3. Ga voor de boom staan maar zo dat je hem kunt aanraken en bekijk hem. Staat hij daar goed? Tegen welke achtergrond, struiken, lucht, weide? Hoe ziet hij eruit aan de voet, wat ligt en groeit er? De boom heeft wortels. Besef dat ze onder je doorlopen en zich (mogelijk) vermengen met de wortels van andere bomen. Word je ervan bewust dat al de bomen gegroeid zijn in dezelfde aarde. De wortels graven diep of heel ver in de aarde. Ze doen een boom stevig staan. Houdt de aarde de boom vast? Of houden de wortels de aarde vast? Hoe stevig sta jij? Probeer eens te voelen alsof jezelf ook wortels hebt. Hoe vast of los sta je? Hoe voelt het?
  4. Ga heel dicht tegen de stam staan en kijk er langs omhoog. Wieg even mee met de top van de boom, of met een tak. Steek je armen in de lucht als waren het takken die verder vertak­ken zoals je vingers. Kan je de boom horen suizen of zijn bladeren horen ritselen? Let eens op je adem, ook een boom ademt. Wij ademen zijn zuurstof in en koolzuurgas uit. Hij ademt onze koolzuurgas in en geeft zijn zuurstof weer aan ons. Ademt de boom met jou mee? Kan jij met de boom mee ademen? Kan dat wel, ademen met een boom?
  5. Eigenlijk lijken mensen wel bomen, ze ademen als een boom, ze hebben ook een voet en staan rechtop, soms stevig, soms wankel, en vaak reiken wij onze armen wijd omhoog als willen we de hemel raken.... Doe eens even alsof jij een boom bent. Hoe groot, hoe klein ben je, is de boom? Hoe voelt het om je armen als takken omhoog te steken? Waar reik je naar? Wat zou je willen, kunnen aanraken? Hoe sterk moet een boom zijn om dag in dag uit met zijn armen in de lucht te staan? Vertel aan jezelf wat je denkt, voelt, fantaseert,…
  6. Omarm de boom. Wie houdt wie vast? Leg je hoofd eens vertrouwelijk tegen de stam. Hoe voelt dat een boom omarmen? Hoe voelt zo'n stam aan? Stevig, hard, vertrouwvol, stoer, zacht, wiegend… Wat doet je dat? Hoor je z'n sappen stromen? Kan je ze misschien vermoeden? Streel eens zacht zijn huid, zijn schors. Hoe voelt die aan, ruw, korrelig, glad...? Hoe ruikt je boom, besnuffel hem eens, snuif zijn geur diep in je op.
  7. Kun je in de boom klimmen? (niet verder dan de onderste tak) Hoe voelt het als de takken je dragen? Voelt het prettig, uitdagend... voel je wat angst, hoogtevrees? Kan je ver(der) kijken als je hoger zit of zitten de bladeren in de weg?
  8. Kan je niet in de boom klimmen? Hoe komt het dat je er niet in kan? Is de stam te hoog, of te dik? Zijn er onvoldoende takken? Heb je hoogtevrees of angst om te vallen? Zou je graag in de boom willen klimmen of liever niet? Wat hoop je te ervaren als je in de boom klimt? Hoe voel je je nu je niet in de boom kan?
  9. Vertel eens iets tegen de boom, een boom voelt misschien van buiten wel hard maar binnen is die zachter, … wat denk je? Vertel maar, wie weet vertelt hij wel iets terug. "Een boom vroeg me een eindje mee te lopen; Dat kan niet, zei ik, bomen kunnen niet lopen. Dan ook niet spreken, zei de boom. Toen was alles weer stil" (Hans Bouma).
  10. Aan een boom kan je van alles zien, zijn onderdelen, zijn eigenschappen, zijn geldelijke waarde... maar geeft hij jou ook de indruk van nog meer te betekenen dan wat er zo direct aan te zien is? Wat betekent deze boom voor jou?
  11. Zet je neer aan de voet van de boom met je rug tegen de stam. Voel de boom met je rug, tot je goed en lekker zit. Hoe voelt dat nu tegen een boom zitten? Je zit nu boven op de wortels van de boom? Hoe voelt dat? Zit je nu bij wijze van spreken op de 'schoot' van de boom? Beschrijf eens hoe het voelt. Schrijf terwijl je zo aan zijn stam zit wat je allemaal hebt gevoeld, ervaren, gedacht, geassocieerd.
  12. Mensen zitten graag bij een boom, op een bankje of in het gras. Ze vinden er rust of gezelligheid, ze komen op adem of luisteren naar de stilte. Wat voel jij? Wat heb je ervaren? Vertel er iets over en schrijf het op.
  13. Geblinddoekt je boom terugvinden.
  14. Neem afscheid van je boom. Wat draag je allemaal van hem mee? Zou je een boom kunnen bedanken? Waarom ben je de boom mogelijk dankbaar?

Na de reeks oefeningen wisselen kinderen hun totale belevingen aan elkaar uit. Aan elkaar vertellen wat je hebt beleefd. Hoe anders is het om een boom zo te ervaren dan gewoon? Wat draag je allemaal mee van de boom?

Kinderen kunnen hun indrukken, ervaringen en belevingen samen met wat ze tijdens de oefeningen opgeschreven hebben, weergeven en verwerken in hun groeiboek of boomboek. (Suggesties zie algemene inleiding).

3. Jonge kinderen beleven bomen op (nog) andere wijzen

Niet alle activiteiten zijn voor kleuters op dezelfde wijze ervaarbaar zoals de hierboven beschreven activiteiten. Maar een aantal zijn op geleide wijze samen rond één boom wel haalbaar. We geven aanvullend nog enkele andere activiteiten die verwondering en beleving kunnen opwekken.

3.1. Met driejarige kinderen

Voor heel jonge kinderen (twee, drie-jarigen) is gewoon wandelen, spelen, lopen in een park of bos al voldoende belevingsactiviteit. Spelen onder een boom, zitten op en bankje, vertellen onder een boom, onder en tussen de bomen lopen, om de bomen heen draaien, klopjes geven aan bomen… Het kind doet onbewust indrukken van sfeer, rust, stilte, frisheid, gezonde lucht, beweging en geluid op en leert dit als positief en vertrouwenwekkend ervaren. Als leidster kan je een rustige haven zijn waar kinderen kunnen toekomen. Je kan gaan zitten aan de voet van een boom, of op een bankje, een deken spreiden waar kinderen kunnen komen bijzitten. Misschien kan je een appeltje schillen of beukennootjes pellen of andere vruchten van bomen met de kinderen delen en proeven…

Kijkplaten van Bollebeer
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/bollebeer1_groot.jpg

In het boekje Bollebeer staan prachtige tekeningen van bomen waaronder Bollebeer verschijnt. Het verhaal zelf is minder bruikbaar. Maar de kijkplaten zijn uitstekend om te vertellen wat Bollebeer bij de bomen doet. Daardoor kunnen kinderen zoals Bollebeer gedragingen onder en bij een boom gaan benoemen en zelf doen. Deze kijkplaten kan je gebruiken als ori√ęnterende activiteit vooraf of als verdiepende activiteit achteraf in de klas.

Ivan Gantschev, Achim Bröger, Bollebeer, Salzburg, Verlag Neugebauer Press, 1986.

Kijkplaten
afbeelding-bollebeer2_groot.jpg

bollebeer2_groot.jpg

afbeelding-bollebeer3_groot.jpg

bollebeer3_groot.jpg

afbeelding-bollebeer5_groot.jpg

bollebeer5_groot.jpg

afbeelding-bollebeer6_groot.jpg

bollebeer6_groot.jpg

afbeelding-bollebeer7_groot.jpg

bollebeer7_groot.jpg

afbeelding-bollebeer8_groot.jpg

bollebeer8_groot.jpg

Voor kinderen van vier jaar staat het beleven met de vijf zintuigen van allerlei activiteiten rond bomen voorop alsook het uitdrukken van ervaringen. Bij vijf- en zesjarigen mag de taal, de beelden en vergelijkingen samen met het filosoferen over aspecten van bomen, naast het beleven, nog meer op de voorgrond komen. De onderstaande activiteiten kunnen voor verschillende leeftijdsgroepen. De meer beschouwende vragen passen beter bij vijf- en zesjarige kinderen.

3.2. Met oudere kleuters en kinderen van het eerste leerjaar

3.2.1. Bomen verbinden.

Kijk eens naar de boom. Je ziet de grote stam van de boom en daarboven de takken en de bladeren. Hoe ver gaan de takken? Zullen we eens meten? Hoeveel stappen kunnen we zetten van de stam tot aan de verste rand van de takken? Kunnen we een kring vormen juist onder de verste rand van de takken? Wie kan van bij de stam tot aan de rand van de verste takken gaan staan?

Kijk er zijn vele bomen in het park, het bos. Bij sommige bomen raken de takken elkaar aan. Zullen we eens even doen zoals de bomen? Met onze armen proberen we zover te reiken als we kunnen. Laten we elkaar even aanraken zoals de takken van de bomen. Ze lijken elkaar bij de hand te houden. Staan wij nu ver van elkaar of dichtbij? En de bomen, staan die verder van elkaar of dichterbij? Hoeveel stappen moeten wij zetten van de ene stam naar de andere? Hoeveel kinderen kunnen de stammen weer bij elkaar brengen door een ketting van kinderen? Hoeveel kinderen zijn er nodig die elkaar bij de hand houden om de bomen te verbinden? Bomen zijn toch wel groot, vind je niet?

3.2.2. De stammen van de bomen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kinderen_tegen_boomstam.gif

Stammen van bomen zijn heel verschillend. Er zijn dunne en kleine stammen waar een kind met één of twee handen rond kan. Zoek eens zo'n boom. Probeer eens? Hoe voelt het om de boom zo vast te houden?

Bij sommige bomen kan je met je handen én met je armen maar net rond de stam. Welke boom kan je helemaal omarmen? Welke boom niet? Is het prettig om een boom vast te houden? Een boom lijkt wel op een knuffel. Voelt hij ook als een grote knuffel? Vertel eens. Kan een boom een knuffel voor je zijn? Lijkt hij meer op een papa of een mama?

Er zijn ook bomen waar je met vele kinderen moet zijn om de boom te kunnen omarmen. Zullen we eens zo'n boom zoeken? Wie denkt dat zij zo'n boom weet staan? Wie denkt dat hij die boom alleen kan omarmen? Probeer eens? Hoeveel kinderen zijn er nodig denk je? Wie wil eens proberen? Welke boom zou de grootste knuffelboom zijn? Ik heb hier een foto waarop kinderen staan bij een boom. Vertel eens wat je ziet? Wat doen de kinderen? De boom steunen, de boom omduwen, proberen zelf boom te worden, een stukje van de stam zijn, steun zoeken bij de boom…? Zouden ze het prettig vinden? Waaraan zie je dat? Kunnen we ook een beetje mee stam zijn met de boom? Met hoeveel kinderen kunnen we stam zijn. Zijn we dan samen zo sterk als een boom? Nog sterker of minder sterk? Samen met de boom nog sterker? Waarom denk je dat?

3.2.3. Bomen hebben wortels.

Wie weet waar de wortels van de bomen zijn? Wie kan ze aantonen? Kan je deze wortels eten? Wat denk je? Bij veel bomen kan je de wortels niet zien. Bij sommige bomen een beetje. Hoe komt dat? Wie kan daarover vertellen? Toch zijn er bomen met hele lange wortels. Sommigen gaan heel diep in de grond. Die kunnen we niet zien. Sommige wortels gaan zo diep in de grond als de boom hoog is. Er zijn bomen waarvan de wortels heel wijd gaan. Zo wijd als de takken ver reiken. Soms nog veel verder. Wat doen de wortels van een boom allemaal? Vertel eens. Houden de wortels de boom ook goed recht?

Soms kunnen we de wortels een eindlang zien omdat ze tegelijk boven en onder de grond zitten. Zullen we eens kijken hoever de wortels gaan? Gaan de wortels heel recht of lopen ze krom? Hoeveel stappen kunnen we zetten tot we de wortel niet meer zien? Zullen we eens over de wortels stappen, wie kan dat? Is het makkelijk, moeilijk? We kunnen elkaar helpen en vasthouden bij het lopen over de wortels. Zullen we nog eens op een andere manier meten hoe lang de wortels zijn? Hoeveel kinderen moeten achter elkaar gaan liggen om samen zo lang als een wortel te zijn? Zullen we dat eens doen?

Bomen hebben meerdere wortels. heel veel eigenlijk. Hoeveel wortels kan je zeker al zien als we rond de boom lopen? Zullen we ook de vele wortels van een boom die we kunnen zien proberen te zijn? Samen met alle kinderen doen alsof we als de wortels van de boom zijn. We leggen ons zoals de wortels van de stam van de boom naar de aarde toe. Zullen we samen proberen om de boom goed vast te houden zodat hij niet omvalt, want dat doen wortels toch? Hoe voelt het om wortels van een boom te zijn?

3.2.4. De schors van bomen ziet er soms erg verschillend uit.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/schors_hand.jpg

Bij dezelfde soort bomen zien we toch nog kleine of soms grote verschillen. Zullen we eens naar de schors van bomen gaan kijken? Welke kleuren heeft de schors, welke zie je? Groen en bruin? Toch zie je verschillende kleuren groen en bruin. Licht groen of donkergroen? Groen als gras, als een kikker, groen als de deur van de stal, groen als een krokodil of een draak? En bruin, hoe bruin ziet deze schors van de boom? Bruin als chocolade, als teddybeer als…? Zijn er nog ander kleuren van stammen van bomen? Wie vindt een boom met een witte stam? Wie vindt de donkerste? Hoeveel verschillende kleuren van stammen kunnen we vinden?

De schors van een boom is ook heel speciaal om te voelen. Soms voelt die heel sterk en hard, soms is de schors heel dun en lijkt wel te kunnen scheuren. Soms is de schors heel dik, soms met hele diepe groeven. Zullen we eens voelen? Hoe voelt nu de schors van een boom. Zacht, hard, sterk, ruw, fijn, grof… Kan je je vingers tussen de schors steken? Zullen we eens ruiken? Ruikt een boom op alle plaatsen het zelfde? En proeven? Zou een boom lekker zijn?

3.2.5. De schors tekenen.

De kinderen kunnen een blad papier tegen de stam van de boom leggen en met pastelkrijtjes of dikke kleurpotloden of krijt er overheen wrijven. De tekening van de boom komt goed zichtbaar tot uiting. De kinderen kunnen kleuren kiezen zoals de kleuren van de boom of juist de boom schilderen in een kleur die ze zelf graag zien. Ze vertellen wat er zo mooi is aan de tekening van hun boom.

4. Ervaringen van kinderen

Kinderen van het derde leerjaar uit Nederhasselt, Voorde en Appelterre schreven hun ervaringen met bomen kort neer in een gedicht of verwerkten hun woorden tot een meer creatief geheel.

Doe het zelf ook. Schrijf een kort gedicht met korte zinnen over wat je hebt beleefd in de ontmoeting met de boom. De gedichten kunnen in een boom worden ophangen. En aan elkaar worden voorgelezen. Je kan als leerkracht voordrachtoefeningen houden of oefenen in creatief schrijven.

Ik en de boom
De boom betekent kracht
Een boom is alles voor mij
Ik stond precies stokstijf als een tak
En ik voelde ook vanonder aan mijn voeten
dat ik wortels kreeg
En ik vond dat leuk
Linsy De Valck 3 de lj.

De boom vol bladeren en ik
De boom geeft vruchten,
Liefde en schaduw
Dat maakt me reuzeblij
En als je hem aanraakt,
Dan geeft hij jou een raar gevoel.
Je kan ook een boom nadoen,
Dan is het precies dat je een boom bent
Imke 3 de lj.

De boom en ik
Jij bent voor mij meer dan alles waard
Jij geeft leven
Door jouw kracht voel ik me goed
Reinhout 3 de lj.

De boom en ik
De boom is een heel goede vriend Hij geeft me kracht en energie
Ik groet hem en vraag hem dingen
En ik krijg een groet terug en antwoord op mijn vraag
Sybren 3de lj.

5. Boombelevingen aan de hand van foto's

Wanneer je met kinderen echt niet naar een boom, park of bos toe kan gaan, kan je gebruik maken van foto's van bomen. Bied aan kinderen in de vorm van een tentoonstelling een grote reeks foto's van bomen in grote verscheidenheid van kleuren en vormen. Kies voor grote foto's, liefst A3 formaat. Dit vergroot de contactname met de werkelijkheid. Laat hen een boom uitkiezen die hen aanspreekt. De foto wordt op hun bank (of elders in de klas) op een groot wit blad gelegd en kinderen kunnen aan de hand van een aantal gerichte vragen hun eigen indrukken en belevingen bij de boom met wasco's, kleurkrijt of potloden uitdrukking geven.

  • Wat spreekt je aan in de boom?
  • De vorm, de kleur, de soort, de bekendheid, het vreemde… ?
  • Wat roept dit bij je op aan belevingen, gevoelens, herinneringen, gedachten, verbeelding…?
  • Wat vind je mooi, verwonderlijk, sprekend aan deze boom?
  • Wat zijn de sterke kanten van een boom volgens jou?
  • Zie je gelijkenissen tussen jezelf en de boom?
  • Ben je ook groot, sterk, soepel, lang, klein, dik…
  • Teken jezelf eens als boom naast de foto.
  • Wat zou je aan deze boom willen zeggen?
  • Wat vertelt deze boom aan jou? Teken eens woordwolkjes tussen de foto van de boom en je tekening en voer eens een gesprek van elk een vraag en elk een antwoord.

6. Creatief verwerken van het gedicht

Laat kinderen hun eigen boomgedicht op een creatieve wijze tot uitdrukking brengen.

Kinderen versieren graag hun teksten met tekeningen, sprekende foto's, omkaderingen enz. Suggesties kunnen zijn: versieren met boommaterialen, stukjes woorden uit bladeren van bomen knippen en opplakken. Je kan ook gebruik maken van je computer en elementen van het internet plukken. Je kan de kinderen de woorden in de vorm van een boom laten schrijven…

Enkele voorbeelden van kinderen uit het derde leerjaar zoals zij er thuis spontaan mee aan de slag gingen. Deze activiteit kan voorgang vinden in muzische vorming. Zie doelen muzisch taalgebruik.

Gedichten
afbeelding-boom_en_ik2.gif

boom_en_ik2.gif

afbeelding-boom_en_ik3.gif

boom_en_ik3.gif

afbeelding-boom_en_ik4.gif

boom_en_ik4.gif

afbeelding-boom_en_ik.jpg

boom_en_ik.jpg

7. Gedicht beluisteren en vergelijken met eigen woorden

Bomen zijn werkelijk
hun bladeren praten werkelijk
met woorden veelzeggend en letterloos

Hun toppen zingen
Hun stammen zwijgen
hoorbaar

Hun wortels houden
van de aarde

Bij een boom
staande moet ik wel
ademen als een boom

Naar een boom
ziende zie ik
hemel en aarde in elkanders
armen

Want een boom
een boom is een bruiloft

Hans Andreus

  • Vertel aan elkaar welke zinnen je aanspreken.
  • In welke zinnen heb je zelf herkend in je eigen beleving van de boom?
  • Staan er zelfde woorden in je eigen gedicht dat je hebt gemaakt?
  • Neem enkele woorden of zinnen uit dit gedicht en maak er een nieuw gedicht mee?
  • Sta even stil bij betekenissen die kinderen uit het gedicht halen. Vraag hen naar vergelijkbare ervaringen of belevingen met bomen of in de natuur. Het kan niet de bedoeling zijn om de vele mogelijke betekenissen van het gedicht aan kinderen duidelijk te maken. Het opzet is wel de kinderen met mondjesmaat leren vertrouwd worden met echte po√ęzie, eerder dan hen rijmelarijen van mindere kwaliteit voor te schotelen of te laten opdreunen.

8. Het boom zijn zelf beleven.

In hun verbeelding kunnen kinderen zich voorstellen welke boom ze zouden willen zijn. Als leerkracht kan je helpen hun verbeelding stapsgewijze gestalte te geven. Je reikt hen daarbij vragen aan die ze zelf kunnen overdenken. Je geeft een veelheid aan suggesties waaruit de kinderen kunnen kiezen. Zo ontwikkelt zich in hun verbeelding een boom die verwantschap toont met henzelf. In de boom die ze vorm geven, krijgt ook hun persoon zijn gestalte. Je zet met hen stappen in hun (levensbeschouwelijke) identiteitsontwikkeling en verbeeldend (symboliserend) vermogen.

  • Welke boom zou je willen zijn?
  • Welke vorm trekt je aan: een ronde kruin, een kegelvorm, een langwerpige met opstaande of afhangende takken, afgeronde vorm of meer wild met uitstekende takken, kleine hoge kruin, een dikke en brede ….?
  • Hoe zou je willen uitgroeien, klein, fijn, sterk, groot, robuust, slank, beweeglijk…?
  • Kies uit deze bijhorende reeks tekeningen van bomen drie bomen uit die dicht overeenkomen met jouw beeld van een aantrekkelijke boom. Kies er daaruit weer √©√©n. Welke woorden komen er bij je op als je naar deze boom kijkt: bijvoorbeeld groot, dik, stoer, rank, slank, dun, vol, grillig, speels, lief, eenvoudig, gewoon.
  • Welk gevoel past er bij deze boom? Wat associeer je verder nog?
  • Zijn er bestaande bomen die bij je passen? Kijk eens naar het bijhorend lijstje. Welke boom past het best bij jou? Vergelijk jezelf met de kenmerken die een van deze bomen heeft. Wat van de boom herken je ook bij jezelf? Zie je ergens gelijkenissen?
  • Waarom zou deze boom bij jou passen? Zoek eens naar mogelijke overeenkomsten.
  • Teken voorwerpen in de boom die bij je passen alsof het vruchten van de boom zijn.

Ontwikkel een tekening of collage waarin je deze boom in je verbeelding gestalte geeft. Zoek er hier en daar ook passende woorden bij.

Bomen
afbeelding-Appelboom

Appelboom

afbeelding-Berk

Berk

afbeelding-Ceder

Ceder

afbeelding-Cipres

Cipres

afbeelding-Denneboom

Denneboom

afbeelding-Eik

Eik

afbeelding-Es

Es

afbeelding-Esdoorn

Esdoorn

afbeelding-Haagbeuk

Haagbeuk

afbeelding-Hazelaar

Hazelaar

afbeelding-Kastanjeboom

Kastanjeboom

afbeelding-Lijsterbesboom

Lijsterbesboom

afbeelding-Linde

Linde

afbeelding-Olijfboom

Olijfboom

afbeelding-Olm

Olm

afbeelding-Pijnboom

Pijnboom

afbeelding-Populier

Populier

afbeelding-Treurwilg

Treurwilg

afbeelding-Vijgenboom

Vijgenboom

afbeelding-Walnotenboom

Walnotenboom

Boom dankritueel

Dank - krans om de stam.

Kies een boom met een ongelijke schors. Laat kinderen bij deze boom dank betuigen voor alle bomen in het park of bos. Laat hen iets zoeken dat onder de bomen ligt en dat klein genoeg is om aan de boom terug te geven. Kinderen zoeken een blaadje, een takje, wat mos, een pit, stukje vrucht, bloempje… Ze duwen dit voorzichtig tussen de openingen van de schors in als een krans van dankbaarheid.

Als de krans af is vormen de kinderen ook een kring rond de boom zoals de krans rond de stam. Elk kind om beurt zegt iets waarvoor waarvoor het dankbaar is. De juf of meester drukt de dankbaarheid samenvattend uit en elk kind roept 'dank u wel' terwijl ze wuiven. Als leerkracht maak je hier ook ruimte voor gelovige kinderen om ook God dankbaar te zijn voor de gave van de boom. Je kan mogelijk zelf voorgaan in gebed. Zorg er evenwel voor dat ook niet-gelovige kinderen aan dankbaarheid kunnen toekomen en een rituele handeling hier rond kunnen stellen.

Impuls B: Doorleefde ervaringen met bomen voor jonge kinderen

1. Situering en leeplandoelen bij impulsen B en C

De activiteiten van deze impuls zijn een verdere verdieping van impuls A. Toelichting, duiding en leerdoelen bij deze leeractiviteiten zijn bij het begin van impuls A samengebracht onder "Situering en leerplandoelen bij impulsen A , B en C".

Deze activiteiten willen een verder verdieping aanreiken van de waarnemingen, verkenningen en de belevingen van de boom van impuls A.

We staan stil bij de delen van een boom zoals bladeren, takken, bloemen of vruchten die naar de boom als geheel kunnen verwijzen. Een kind treft de werkelijkheid aan zoals die zich aan hem of haar presenteert: appel, tak, blad… Het roept daarbij niet de gehele werkelijkheid boom op. We willen met kinderen de verbinding maken tussen de delen en het geheel en ook tussen het geheel en de delen. De bedoeling is om de beleving en doorleving van verbondenheid te bevorderen. De kinderen kunnen leren hoe in de delen iets van het grote geheel verschijnt en mogelijk vertrouwvol aanwezig komt en hoe de delen zichzelf als deel van het geheel kunnen ervaren. We bedoelen niet dat dit voor jonge kinderen tot een bewust inzichtelijk proces moet leiden, uiteraard niet. Het gaat hier om een aantal activiteiten en belevingen waarin dit gegeven aanwezig treedt zodat kinderen er stapsgewijze vertrouwd mee worden en er mogelijk ook taal bij leren.

In een tweede deel willen deze activiteiten ook de groei en groeikracht beschouwen, zodat kinderen het eigen groeien mee kunnen beleven aan de groei van bomen. Het gaat hier niet zozeer om het leggen van bewuste relaties maar om ontdekkenderwijs en spelenderwijs de wereld van bomen te verkennen en daar zelf, waarnemend en groeiend, deugd aan te beleven en zich betrokken te weten.

Wanneer er bij de kinderen een duidelijke belangstelling ontstaat rond de verschillende 'delen' van de boom kan je voor eenvoudige activiteiten te rade gaan bij activiteiten van impuls C die ook voor jongere kinderen tal van idee√ęn bevatten.

2. Verkennen van delen van een boom in de natuur

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/parkbezoek_groot.gif

Volgende activiteit kan plaatsvinden aansluitend bij het bos of parkbezoek.

Naar aanleiding van wat kinderen oprapen in het bos en spontaan mee spelen: een tak, een denappel, schors, afgevallen bladeren, kastanjes… kan je kinderen opmerkzaam maken van het feit dat deze voorwerpen deel uitmaken van een boom. Je toont bijvoorbeeld een denappel die kinderen op de grond vonden en je wijst omhoog naar een denappel aan een tak. Je houdt een stukje stok waarmee een kind rondloopt naast een vaste tak van een boom. Je neemt een afgevallen blad en houdt dit vast aan een tak naast andere bladeren en laat dit neerdwarrelen. Laat kinderen dit nadoen en ander afgevallen materiaal zoeken en op de diverse plaatsen bij de boom houden en laten vallen. Verwoord als leerkracht telkens wat er gebeurt en laat kinderen dit ook doen. Laat de verbanden zien en spreek ze uit. Een relatie die voor volwassenen vanzelfsprekend lijkt, is dat niet altijd voor kinderen. Als wij geen heldere verbindingen formuleren dan vullen de kinderen deze op met eigen fantasie√ęn. Laat kinderen voorwerpen die ze als deel van een boom herkennen, meenemen naar de klas. Het is ook belangrijk kinderen daarop te corrigeren, want niet alles wat onder een boom te vinden, is hoort ook daadwerkelijk bij een boom. Laat hen bij deze opdracht enkele onderdelen van bomen meebrengen. Het met zich meedragen van voorwerpen versterkt de identificatie, de begripsvorming en de verbondenheid.

Meegebrachte voorwerpen een plaats geven.

Schilder op behangpapier een grote boom. Maak in papiermaché een grote boom of breng een tak als een boom mee naar de klas. Laat kinderen de delen van de boom benoemen en aanwijzen waar hun meegebracht stukje boom thuishoort. Bevestig het voorwerp op de plaats waar het thuishoort.

Voeldoos

Leg takken, bladeren, zaden, schors, bloemen van bomen in een voeldoos

Knip in twee zijkanten van de doos een gat. Laat de verschillende delen aan de kinderen zien en laat ze vertellen wat het zijn. Leg er een deel van in de doos zonder dat de kinderen dit kunnen zien. Laat een kind voelen wat er in de doos ligt, hardop beschrijven wat het kind voelt en zeggen wat het is. Laat, als het kind de naam niet weet, de andere kinderen mee raden op basis van de beschrijving of nadien meevoelen.

Een kind dat het voorwerp raad mag het bevestigen aan de grote getekend boom (zie vorige activiteit).

3 . Een stilleven van een boom en z'n delen

Een stilleven maken en er meditatief bij aanwezig zijn

Maak in het klaslokaal een mooi ogend stilleven, van takken, wortels, bladeren, vruchten, schors enzovoort. Je kan beter kiezen voor enkele beperkte sprekende delen dan voor een onoverzichtelijke veelheid. Schik diverse jonge takken en oude afgebroken of verzaagde boomstammetjes en wat schors, noten, zaden. Zorg voor een rustige, verzorgde achtergrond. Hang een sober doek als achtergrond ( balenkatoen). Een boekenkast, bord of schoolbanken als achtergrond kunnen storend werken.

Laat de kinderen de ruimte in stilte binnenkomen. Ze nemen plaats in een halve cirkel of U-vorm, op stoelen of op de grond. Vraag hen aandachtig te kijken naar wat er te zien is. Met aandacht met hun ogen uit te gaan naar de voorwerpen toe. We doen dit in stilte. De essentie van meditatie is 'stille getuige zijn'. Wanneer we in stilte alles aanschouwen is het alsof het voor de kinderen optreedt als in een theater. "De kern van alle dingen is stil en eindeloos, alleen de dingen zingen... ons lied is kort en broos" (Felix Timmermans).

Mogelijk kan je zachte bosgeluiden, het waaien en ritselen van bladeren, het suisen van de wind als klankenspel of als muziek laten horen, tijdens of na het 'toeschouwen'.

Je kan het moment van stil zijn bij de delen van een boom ook beginnen en afronden met een klein, helder, belletje, met een klankschaal of met het geluid van een windgong. Maak er een kort klein moment van stil zijn, betrokken zijn, nabij zijn of aandachtig zijn van.

Laat kinderen kort vertellen hoe het voelde om zo stil te kijken naar de stukjes van de boom.

Wat voel je als je kijkt? Hoe voelt het als het stil is? Waar gaat je aandacht naar, naar welk voorwerp het meest? Kan je er iets over vertellen? Wat zou je willen vastnemen en beter willen voelen? Wat zou je willen strelen? Wat wil je liever niet aanraken?

Een meditatief moment maken tot een dagelijks ritueel

Je kan ditzelfde ritueel herhalen met de diverse onderdelen van bomen gedurende de duur van het thema. Telkens maak je een kleine toontafel waar heel sober en eenvoudig enkele aspecten van de boom worden ten toongesteld. Je kan er telkens weer je dag mee beginnen. Zo wordt een klein, kort, meditatief ritueel aangeleerd.

4 . Boommandala kleuren

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/mandala_groot.gif

Een mandala kleuren kan dienen als verwerkingtijd. Een meditatieve manier om de indrukken die zijn opgedaan tijdens een activiteit in zichzelf op te nemen en een plaats te geven in het eigen leven. Kinderen kunnen zo verdere stappen zetten op onbewuste en bewuste wijze in de ontwikkeling van de eigen religieuze groei.

Het woord mandala betekent cirkel. Het zijn cirkelvormige voorstellingen die in vele culturen en godsdiensten op symbolisch, beeldende wijze heelheid, volmaaktheid of ook eeuwigheid uitdrukken. Het verwijst naar het alomvattende, het heilige of het goddelijke. Elke cultuur brengt een eigen stijl en traditie voort, die overeenkomt met de daar geldende levensomstandigheden. Het is in de eerste plaats een meditatiemiddel om dicht bij jezelf uit te komen of om op het wezenlijke of het goddelijke gericht te worden. Er zijn voorgetekende mandala's die je zelf kan inkleuren bij wijze van meditatie en verinnerlijking. Er zijn mandala tekensuggesties om eigen mandala's te ontwerpen.

Sfeervolle omkadering

Het is de bedoeling dat kinderen doorheen het tekenen en kleuren mogelijk meer innerlijk tot rust te komen en stilstaan, ook al gebeurt dit onbewust, bij het waardevolle van hun ervaringen met bomen. Ook meer pijnlijke ervaringen kunnen ze zo in zichzelf een plaats te geven.

5. Een boom uit het niets

Kijken naar zaden

Maak een mooie opstelling met diverse zaden in allerlei vormen soorten en maten. Kijk met de kinderen naar de meegebrachte zaden. Vergelijk de diverse zaden, grote en kleine. Verken de wondere verscheidenheid. Vergelijk eik, linde, beuk, kastanje… vergeet de gevleugelde esdoornzaden niet en bekijk wat er kenmerkend is aan mosterdzaad…! Voer een gesprek met de kinderen over wat ze zelf weten over de werking en betekenis van zaden. Vertel dat er ook zaden zijn die we amper met het blote oog kunnen zien. Zaden die door de lucht honderden, duizenden kilometers ver worden meegenomen. Als de lucht (de wind) de aarde streelt dan blijven er overal zaadjes achter die kunnen ontkiemen en groeien.

De lucht lijkt zwanger van zaad, van nieuw leven. In vele culturen wordt de lucht, de levensadem, de levengever genoemd en verbonden met God, bijvoorbeeld bij de Germanen. Ook in het christendom wordt God de zaaier genoemd.

Verhaal van een klein zaadje

In de bijbel (Nieuwe Testament) vinden we een verhaal over een mosterdzaadje. Hieronder geven de tekst weer zoals hij in de Nieuwe Bijbelvertaling staat:

Mc 4, 30-34
30 En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
33 Met zulke en andere gelijkenissen maakte hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen; 34 hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.

Bekijk met de kinderen mosterdzaadjes. Weet je wat er zo verwonderlijk aan zo'n zaadje is?

Lees onderstaand verhaal dat gebaseerd is op de tekst uit de bijbel.
Vertel nadien aan de kinderen hoe Jezus aan zijn leerlingen over mosterdzaadjes vertelde en zei dat het Koninkrijk van God te vergelijken is met zo'n zaadje. Wat zou Jezus daarmee kunnen bedoelen? Heb jij zelf wel eens een voorstelling gemaakt van het 'Koninkrijk van God'. Vind je het beeld van het mosterdzaadje een mooi beeld, of zou je zelf nog andere beelden gebruiken?

Vertel het verhaal dat een navertelling is uit de bijbel naar aanleiding van het bekijken van heel kleine zaadjes zoals mosterdzaad. Kijk naar de zaadjes in het bijhorend zakje. Het zijn mosterdzaadjes. Weet je wat er zo verwonderlijk aan zo'n zaadje is?

Vertel het verhaal van 'het kleine zaadje' en kijk naar de getekende plaatjes.

Verhaal: Het kleine zaadje
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/verhaal2.gif

Jos komt thuis.
Hij zegt: 'Raad eens wat ik in mijn hand heb?
Ik zal het vertellen.
Ik heb een boom in mijn hand!
Vind je dit geen prachtig mooie boom?
Daar kunnen veel vogels in wonen.
Of geloof je me niet?
Dit is een zaadje,
het komt van een mosterdboom.
Als ik het in de grond stop,
krijgt het piepkleine sliertjes,
dat worden worteltjes.
Als er regen is geweest
en als de zon gaat schijnen gaat het groeien.
Het krijgt een piepklein blaadje.
Dat blaadje wordt een takje, dat takje krijgt zijtakjes.
De worteltjes worden wortels, dat takje wordt een stam,
De zijtakjes worden takken met overal blaadjes.
Daar kunnen vogels zich in verstoppen. Ze kunnen daar nestjes in maken
en ze gaan daar wonen en ze krijgen kinderen.
Die boom is begonnen als klein zaadje, maar klein kan veel.'

Eykman, K., Hoor eens even. Verhalen van Jezus, Antwerpen. 1999.

Gesprek over het verhaal

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/verhaal1.gif

Als je naar zo'n klein zaadje kijkt, geloof je dan dat er zo'n boom uit groeien kan? Zou dat waar zijn of juist niet? Waarom denk je dat? Ga eens naar een grote boom kijken. Bekijk de foto's van de bomen. Kijk dan eens terug naar het mosterdzaadje. En naar de zaden van een beuk, eik, den….Lijkt je dit heel gewoon? Is het een beetje speciaal? Vind je dit ongelooflijk? Vertel er over aan elkaar.

Verhaal: Uit het verborgene
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zaad.gif

Er was eens een wijze man, en een kind, dat erg nieuwsgierig was. Ze liepen samen door een groot bos. Telkens vroeg het kind aan de wijze: "Wat is dit? Wat is dat?" De wijze man zei dan vaak: "Kijk nog maar eens goed, beste kind." Op zekere dag stonden zij samen bij de een machtig grote boom. "Hé", zei het kind, "die grote boom heeft ook veel takken zonder bladeren." "Ja", zei de wijze, "kijk nog maar eens. Het kind keek en ontdekte: wortels, zomaar in de lucht. Ze keken een poos en ze zeiden niets. Dan sprak de wijze: "Pak eens een vrucht van de boom en breng die eens hier. En het kind bracht een vrucht van de boom. Toen zei de wijze: "Maak de vrucht eens open." Het kind deed het. "Kijk, ze is open." "Wat zie je nu?", vroeg de wijze man. "Heel kleine zaden", zei het kind, "heel veel zaadjes." "Splijt er eens een", zei de wijze man. Het kind spleet een zaadje en zei: "Het is gespleten." "Wat zie je nu?", vroeg de man. "Helemaal niets", zei het kind. "Weet je, beste kind", zei de wijze, "uit dat niets, ja, uit dat niets, rijst deze machtige boom op. "En het kind herhaalde: "Uit het niets, het ijle, rijst deze machtige boom op."

Zaden openbreken
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zaad2.gif
  • Doe samen met de kinderen wat het bovenstaande verhaal aangeeft.
  • Doe eens na wat het kind doet en tracht zo'n zaadje over te breken.
  • Wat merk je allemaal? Wat valt je op?
  • Wat bedoelt de wijze man in het verhaal met: 'uit het niets rijst deze machtige boom'?

6 . Zaden planten en zien groeien

Zaden planten op vele wijzen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zaad3.gif

Het is voor vele kinderen een heel gebeuren om zaden te zien groeien. Niet alleen voor heel jonge kinderen maar ook oudere kinderen vinden dit vaak een fascinerend proces. Omdat groeien onder de grond gebeurt , zien we er zo weinig van. Toch is het mogelijk om de groei van meer nabij te volgen. Plaats de zaden in vochtige watten op glazen schaaltjes in een warme omgeving. Water en warmte zijn wezenlijk voor hun ontwikkeling. Let op dat ze niet uitdrogen door een tekort en niet verrotten door een teveel aan water. Een andere manier is om grote glazen potten of vazen met aarde te vullen en de zaden maar tegen de rand van het glas in de aarde te duwen. Zo blijven ze goed zichtbaar voor het oog en kan je het hele onderaardse proces goed volgen. Veel boomzaden ontkiemen pas na een koude periode. Bewaar deze zaden een paar dagen in de koelkast voordat je ze zaait. De zaden moeten door de koude 'besterven' vooraleer ze kunnen groeien en vrucht dragen. Er is een bijbels uitspraak die mogelijk van dit fenomeen gebruik maakt. "Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht." Johannes 12, 24.

We geven hieronder de context van deze uitspraak weer:
Johannes 12, 20-26

"Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden. Zij gingen naar Filippus uit Betsa√Įda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten. Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus. Jezus zei: "De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het √©√©n graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader ge√ęerd worden."

Jezus spreekt hier over zijn dood. Hij geeft aan dat zijn dood voor vele mensen 'leven' kan betekenen. Kan je begrijpen wat hij daarmee bedoelt? Is 'sterven' dan iets goeds? Of is de dood van Jezus iets heel bijzonders? Spreek met de kinderen over Jezus' dood aan het kruis, die niet los kan gezien worden van zijn leven, dat erop gericht was ten einde toe goed te doen voor anderen. Bespreek met de kinderen verschillende manieren waarop mensen 'vrucht' kunnen dragen.

Voor het planten van zaden, en het bekijken van het proces van het ontkiemen, maak je best gebruik van snelgroeiend zaad, ook al zijn het geen boomzaden. Maak de kinderen opmerkzaam dat boomzaden langere tijd nodig hebben dan sommige andere zaden om te ontkiemen.

De kinderen kunnen de groei en de ontwikkeling van de diverse zaden verder mee opvolgen en de verschillen in groeitijden meten. Plaats allerlei meetstokjes naast de opgroeiende planten. Er zijn prachtige natuurboeken in de bibliotheek en in de handel die het groeien van zaden op schitterende wijzen in beeld brengen.

Groei van een zaadje uitbeelden

"Zaadjes kun je niet zien. Ze slapen binnen in de aarde totdat één van hen zin krijgt om wakker te worden. Dan rekt het zich uit en strekt, eerst bedeesd, een mooi klein sprietje naar de zon toe."
Uit : De kleine prins, Antoine de Saint-Exup√©ry

Inleefoefening

Door zich in te leven in een zaad(je) kunnen kinderen zich de werkelijkheid beter voorstellen, maar vooral leren zij verbindingen maken met de eigen werkelijkheid van hun persoon zijn. Door traag en rustig het proces van groeiend zaad te vertellen help je de kinderen dit helder voor de geest te halen. Daardoor kunnen kinderen zich inleven alsof ze dit zaad zelf zijn.

Zorg voor voldoende stilte, sfeer, concentratie. Geef de kinderen een boomzaad in hun handen. Laat hun de ogen dicht doen en zich op het zaadje concentreren.

Onderstaande woorden kunnen een hulp zijn. Selecteer hieruit in functie van de leeftijd van de kinderen.

Sluit je hand nu stevig rond dat zaadje dat ik jullie gegeven heb. Denk nu heel hard aan dat zaadje. Je wordt zelf dit zaadje. Jij bent zo een heel klein zaadje. Doe het eens allemaal na. We rollen ons in een klein bolletje alsof we zaadjes zijn. Je bent zopas in de aarde gevallen. Je komt op de grond terecht. W at gebeurt er nu met jou? Het regent, je wordt nat en zakt in de grond weg. Je wordt helemaal onder de aarde bedolven, helemaal niet prettig. Het is er zo donker onder de grond. Dan wordt het ook nog koud. Het wordt winter. Het sneeuwt en het vriest. Het wordt verschrikkelijk koud en je kruipt heel dicht, helemaal in elkaar. Het is net alsof je gaat sterven van de kou. Maar plots voel je binnen in jou iets groeien. Je bent niet dood. Er is iets aan het gebeuren. Je groeit binnen in. H et lijkt alsof je gaat barsten; je breekt uit, barst open. Je begint te groeien, naar boven te groeien. De grond komt weer los. Het wordt weer warmer.Je voelt de zon boven je. Je wil naar de zon toe. Je groeit naar de zon toe, omhoog. Je wil alsmaar hoger. Je duwt jezelf omhoog in de aarde, naar de zon toe. Doe het even na met je handen. Je steekt je handen beetje bij beetje in de lucht. Je groeit verder en breekt door de aarde heen. Je gaat iets worden. Je weet nog niet goed wat en hoe? Wat wil je worden? Wie wil je zijn? Hoe wil je groeien? … Wie wil er allemaal een boom worden? Zullen we verder groeien tot een grote boom? Eerst is de boom nog heel dun en nog helemaal niet sterk. Maar de boom groeit en er komen takjes bij. We komen meer en meer rechtop zitten en onze handen gaan naar boven, naar het licht. Uit het takje groeien nog meer takjes en blaadjes en onze boom wordt groter en groter. We gaan al recht staan en steken onze armen heel hoog en wijd uit elkaar. Kijk eens wat voor een grote boom we al geworden zijn. Kijk ook eens naar de andere bomen en laat hen zien hoe groot jouw boom gegroeid is.

Gesprekje
  • Is het prettig om je als een zaadje te voelen? Hoe was het om als zaadje in de aarde te liggen? Vind je het groeien tot een boom aangenaam, of vermoeiend. Ging het groeien snel of eerder traag? Vertel eens?
  • Is het met mensen ook zo dat er uit kleine zaadjes kinderen groeien?
  • En dat kinderen alsmaar groter worden? Is groeien een prettig gevoel?
  • Voel jij je ook groeien? Vertel daar eens over aan elkaar.
Het groeien van het zaad tot ritueel maken

Herhaal met de kleuters regelmatig deze belevingsactiviteit. Je kan dit met hen elke ochtend doen tijdens het thema bomen. Kleuters vinden dit ongelooflijk prettig en zalig om te doen. Het werkt tegelijkertijd als onbewust meebeleven van de eigen groei en ontwikkeling en hierdoor ook aan hun religieuze groei en zingevoeligheid.

Een boom vol zaadjes
  • Maak samen met de kinderen met de zaden van een boom een boom vol zaad.
  • Zo lijkt het dat er uit de kleine zaadjes een grote boom groeit.
  • Zaag een ronde cirkelvormige schijf van dunne triplex. Zoek een kort stuk tak van een boom, dat moet dienst doen als stam van het te maken boompje. Zaag een stukje van de bovenkant van de tak weg en bevestig het ronde plankje met lijm en kleine nageltjes op het stukje tak. Je hebt nu de ruwe vorm van de zadenboom die de kinderen met zaden gaat bekleden. Kinderen kunnen dit individueel doen of je kan een grotere boom met een themagroepje samen doen.
Verhaal : Hansje en de wonderboom

Een trekvogel brengt uiteen ver warm land een zaadje mee. Hij legt het zaadje op grond. De vogel is in het dorp waar hij de zomer wil doorbrengen. Het zaadje ontkiemt door de regen. Het wordt een klein plantje. Hansje, een jongen uit het dorp, ziet het plantje eerst niet. Maar enkele dagen later, als hij naar school gaat, ziet hij het ineens staan. Hij vindt het een leuk plantje. Dat plantje wil hij best laten groeien. Hij maakt iedere dag een omweg. Als het plantje droog staat, geeft hij het water. Als de andere planten er overheen groeien, doet hij ze opzij. Hij zorgt dat het plantje kan groeien. De mensen uit het dorp zien de plant pas als het zomer wordt. Ze vragen zich af wat die plant daar moet. Die plant hebben ze niet geplant en ze vinden dus dat hij maar weg moet. De man van het plantsoen moet hem weg doen, maar die vergeet het. Ondertussen verzorgt Hansje zijn plant en trekt zich niets van de mensen aan. Het plantje is een boompje geworden en het wordt steeds mooier en groter. Maar als het herfst begint te worden, wil Hansje zijn boompje tegen de kou beschermen. Hij graaft het boompje uit. Plant het in een pot en brengt het naar zijn kleine huisje waar hij met z'n papa en mama woont. Het boompje mag binnen staan. Maar als het weer lente wordt, moet het boompje weer naar buiten. Dat heeft Hansje zijn papa en mama moeten beloven. Maar het boompje groeit ere hard. De goede zorgen van Hansje en zijn papa en mama maken dat het boompje snel een grote boom wordt. En als het lente wordt, is niemand sterk genoeg om de boom uit het kleine huisje te tillen. Want het hele huis is vol met boom. En overal bloeien de prachtigste bloemen. Dat is toch wel heel bij­zonder. De kinderen van de school komen kijken en ook de burgemeester. De gemeenteraad gaat praten met de ouders van Hansje. Maar ze weten eigenlijk niet wat ze met de boom moeten doen. En de boom blijft maar groeien. Er worden muren uitgebroken, want de boom heeft steeds meer ruimte nodig. De ramen worden opengezet en de takken groeien al door het dak naar buiten. Het huisje is veel te klein. De meubels moeten naar buiten worden gebracht. Hansje moet in de openlucht gaan slapen. Maar hij is blij dat zijn boom de mooiste van het dorpje is. De boom is al van ver te zien. Er komen veel mensen kijken en allerlei vogels zoeken er een plaatsje. Op een dag zit de boom van Hansje helemaal vol met heerlijke vruchten. Ze smaken naar perziken, abrikozen en druiven tegelijk. De burgemeester, de kinderen van de school en de mensen uit het dorp mogen er naar hartelust van eten. De boom mag blijven staan. In het huis. Het is een wonderboom vinden de mensen. En om Hansje en z'n ouders te bedanken voor alle zorg, bouwen de mensen uit het dorp een nieuw huis voor hen. Dat is een goed plan want het begint weer winter te worden. De trekvogel gaat weer naar een warm land. Maar hij weet dat hij bij terugkeer een goed plaatsje zal vinden in de wonderboom van Hansje.

7. De jongen en de boom

Het verhaal van de jongen en de boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gevendeboom1.jpg

Lang geleden was er eens een hele grote appelboom. Een klein jongetje genoot er erg van om elke dag bij de boom te spelen. Hij klom tot de boomtop, at de appels van de boom, schommelde aan een groot touw en soms sliep hij zelfs in de schaduw van de boom. Hij hield van de boom en de boom vond het erg leuk dat de jongen met hem speelde. De tijd ging voorbij... Het kleine jongetje werd groter en hij speelde niet meer elke dag bij de boom. Op een mooie dag, kwam hij weer terug naar de boom en hij keek bedroefd. "Kom je met me spelen?" vroeg de boom aan het jongetje ." Ik ben geen klein kind meer, ik speel niet meer met bomen" zei de jongen "Ik wil nu speelgoed maar ik heb geld nodig om die te kopen" "Sorry, ik heb geen geld" zei de boom....." maar je kan al mijn appels plukken en verkopen, zodat je wel geld hebt". Het jongetje was erg blij. Hij plukte alle appels van de boom en ging met een glimlach op zijn gezicht weg. Vanaf de dag dat alle appels van de boom geplukt waren kwam de jongen niet meer terug. De boom voelde zich verdrietig. Op een dag kwam de jongen weer terug, en de boom was erg blij "Kom met me spelen" zei de boom. "Ik heb geen tijd om te spelen" antwoordde de jongen, Ik ben verliefd op een meisje en ik wil graag bij haar zijn en ik zoek een gezellige plek om met z'n twee te zijn. “Kom hier zitten” zei de boom, “ Ik kan je schaduw geven, een gezellige sfeer en mijn stam is een goede steun in de rug. Je kan zelfs liefdesbrieven schrijven in mijn schors. De jongen was blij, kwam met zijn lief en bleef enkele uren, tekende een hartje op de boom en ging blij en gelukkig weg. Maar de jongen kwam niet terug en de boom voelde zich verdrietig. Op een dag kwam de jongen weer terug, en de boom was erg blij. "Kom met me spelen" zei de boom. "Ik heb geen tijd om te spelen", antwoordde de jongen, "ik moet nu werken voor mijn gezin, we hebben namelijk een huis nodig, kun je me helpen?" "Sorry, maar ik heb geen huis" zei de boom, "maar je kunt mijn takken eraf hakken om een huis te bouwen". De jongen deed dat en ging vervolgens weer weg met een glimlach op zijn gezicht. De boom was blij dat hij de jongen gelukkig kon maken, maar de jongen kwam daarna niet meer terug. De boom werd daar eenzaam en verdrietig door. Op een hete zomerdag kwam de jongen terug naar de boom. "Kom met me spelen" zei de boom. "Ik ben verdrietig en ik word ouder. Ik wil gaan varen, daardoor ontspan ik mezelf. Boom, kun jij me een boot geven?". "Weet je wat jongen, je kunt mijn boomstam gebruiken om daar een boot van te maken, je kunt dan ver weg gaan varen en gelukkiger worden". Dus dat is wat de jongen deed. Hij hakte de boomstam uit, om een boot te maken waarmee hij ver weg kon gaan varen. Sindsdien duurde het erg lang voordat de jongen weer terugkwam. Eindelijk, nadat er vele jaren voorbij waren gegaan ging de jongen weer eens op bezoek bij de boom. "Het spijt me jongen, verontschuldigde de boom, maar ik heb niks meer voor jou, mijn appels zijn op". "Appels? Die kan ik toch niet eten, ik heb geen tanden meer" zei de jongen. "Ik heb ook geen boomstam voor je om in te klimmen" zei de boom. "Klimmen? Daar ben ik nu te oud voor geworden" zei de jongen. ”Ik kan je echt niets meer geven", zei de boom met tranen in zijn ogen, "het enige wat er nog van mij over is zijn mijn stervende wortels". "Ik heb niet veel meer nodig", antwoordde de jongen "alleen een plekje om uit te rusten, ik ben moe geworden na al die jaren". "Goed!" riep de boom ineens, "oude boomwortels zijn gemaakt om op te leunen en uit te rusten, kom lekker bij me zitten en rust lekker uit!". De jongen ging zitten en de boom was zo blij dat er naast zijn glimlach ook nog eens een traan op zijn gezicht verscheen.

Het verhaal 'de jongen en de boom' brengt de betekenis van de verschillende delen van een boom in verband met de levensfasen van de mens. De kinderen leren vertrouwd worden met de meervoudige betekenissen van een boom. Ze leren de verschillende betekenissen van een boom kenen en leren de relatie tussen mens en boom in aanzet te bespreken.

Afbeeldingen van het verhaal uitvergroten.

Het verloop van het verhaal bestaat in tekeningen. Er is een overzicht van alle tekeningen en elke tekening is afzonderlijk uit te vergroten. Maak voor de kinderen kaartjes met de getekende afbeeldingen van het verhaal. Deze kaartjes vind je bij de in de kijker 'Dragen en gedragen worden', deel 2 impuls J.

Het verhaal aan kinderen vertellen, mogelijk aan de hand van de kijkplaten.

Een gesprek met de kinderen.

Organiseer een kringgesprek met kinderen naar aanleiding van dit verhaal over:

  • wat hen persoonlijk het meest raakt, treft, aanspreekt in het verhaal. (vraag dus 'niet' naar de kern, het mooiste, het beste..)
  • wat de boom allemaal geeft aan de jongen. Zoek tussen de kaartjes naar de kaartjes (tekeningen) die daar naar verwijzen.
  • wat de boom nog meer voor de jongen betekent.
  • wat kinderen zelf al aan/met een boom beleefd hebben
  • wat het voor de jongen kan betekenen om op te groeien met/bij de boom
  • wat het voor de boom mogelijk betekent om gebruikt te worden door de jongen
Tekenactiviteiten

Laat de kinderen uit de kaarten (die de fragmenten uit het verhaal aangeven) één kaart uit kiezen die ze herkennen, omdat een boom ook hen iets gelijkaardigs gegeven heeft en/of omdat het uitdrukt wat een boom voor hen betekent. Laat kinderen het gekozen kaartje met tekening inkleuren en er de eigen associaties en betekenisgeving bijtekenen.

De tekenplaten kunnen ook gebruikt worden als een mandala.

Naspelend in hoeken herbeleven en her-inneren van het verhaal
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/hartjes.gif

Al spelend en dramatiserend herbeleven kinderen het verhaal. Tegelijkertijd herinneren ze zich de betekenis uit het verhaal en herhalen al doende aspecten die hen aanspreken. Ze stellen nieuw gedrag of herhalen vroegere houdingen.

Deel het verhaal op in fragmenten. Bekijk bij een aantal fragmenten wat je aan activiteiten en materialen in je klas kan doen. Maak verschillende hoeken in de klas zodat kinderen in de diverse hoeken de scènes uit het verhaal kunnen spelen.

Zorg dat de hoeken echt als een boomhoek kunnen beleefd worden door te werken met grote boomtekeningen met doeken met bomen op getekend, takken en houtmaterialen.

  • Appels van de boom eten (plekje onder een boomtak om een stukje appel te eten).
  • In de schaduw van de boom spelen (wat speelgoed onder een boomtak met veel groen).
  • In de takken van de boom klimmen (klimrek met groen, bruine doeken en takken doorweven).
  • Schommelen aan een touw (een touw aan de muur of het plafond bekleed met takken) .
  • Appels plukken (appelen aan haakjes aan een boomtak, een mand om in te zamelen).
  • Verliefd zijn en hartjes in een boom tekenen (zachte groene kussens aan de voet van een geschilderde stam op ruw behangpapier om hartjes op te tekenen).
  • Takken en hout verzamelen om een huis te bouwen (soorten klein ruw hout of blokkendoos om een huisje mee te bouwen) .
  • Een boot om in te varen (stukken hout om een bootvorm mee te leggen, met roeiriemen en iets om op te zitten).
  • Een boomwortel, een stronk om op te zitten (grote wortelstronk uit het bos).

Maak ruimten in de klas waar kinderen al experimenterend de diverse verhaalelementen verder kunnen exploreren.

Je kan als afronding het verhaal samen met en door de kinderen (laten) hervertellen terwijl in elke hoek een groepje kinderen een fragment uitbeelden.

Impuls C: Doorleefde ervaringen met bomen voor oudere kinderen

C1: Meditatieve en beschouwende verkenningen bij een boom en zijn delen

1. Situering en leerplandoelen bij impulsen C

De activiteiten van deze impuls zijn een verdere verdieping van impuls A. De verschillende onderdelen van bomen worden in onderscheiden deelimpulsen behandeld. Toelichting, duiding en leerdoelen bij deze leeractiviteiten zijn bij het begin van impuls A samengebracht onder 'situering en leerplandoelen bij impulsen A, B en C'.

De activiteiten bij dit impulsonderdeel C.1. kunnen dienst doen als aanloopactiviteit naar de verdieping van de verschillende onderdelen van de boom toe en de relatie met het leven van kinderen.

2. Toeschouwend en meditatief aanwezig zijn bij een boom en zijn delen.

2.1. Een stilleven van een boom.

Wanneer een kunstenaar een 'stilleven' schildert, presenteert hij/zij de dingen in hun eenvoud, een steen, een kruik, een glas, wat brood, bloemen. Het is alsof de kunstenaar probeert de banalisering van de werkelijkheid tegen te gaan door de eenvoud van het al-ene aan te geven. Als je naar zo'n schilderij kijkt, dan lijken de voorwerpen je te vragen hen aan te kijken. Als je de tijd neemt om dat te doen, dan is het of er iets ontijdelijks verschijnt in het tijdelijke.

Maak in het klaslokaal een mooi ogend stilleven van takken, wortels, bladeren, vruchten, schors enzovoort. Je kan beter kiezen voor enkele beperkte sprekende delen dan voor een onoverzichtelijke veelheid. Schik diverse jonge takken en oude afgebroken of verzaagde boomstammetjes en wat schors, noten, zaden. Zorg voor een rustige, verzorgde achtergrond. Hang een sober doek als achtergrond (balenkatoen). Een boekenkast, bord of schoolbanken als achtergrond kunnen storend werken. Geef duidelijk de doelen en de werkwijze van de oefening aan.

Je kan als aanloop en duiding ook het verhaal 'De juffrouw die een museum bezocht' vertellen.

Er was eens een juffrouw die een museum bezocht. Ze had een grote lijst in haar hand want er waren veel schilderijen in dat museum. Ze vroeg aan de mijnheer bij wie ze een kaartje kocht: ”Heeft u iemand die mij alles uit kan leggen?” "Ja", zei de mijnheer en hij riep de uitlegger om met de juffrouw langs de schilderijen te gaan. "Dit is schilderij √©√©n", zei de uitlegger…"Dit is schilderij twee",… "Dit is schilderij drie", … en zo ging het maar door tot schilderij vijftien toe. "Maar mijnheer", zei de juffrouw "u legt niets uit!". "Neen", zei de man "dat kan ik ook niet. Er ligt zoveel in…". De juffrouw keek machteloos naar schilderij vijftien. Het schilderij begon te lachen en zei heel zachtjes "Mijnheer heeft gelijk. Ik vertel toch niet wat ik te zeggen heb als je niet rustig de tijd neemt om goed naar mij te kijken en te luisteren." Toen nam de juffrouw een stoel en bleef heel lang bij schilderij vijftien zitten.

Daarna is ze heel stil weggegaan.

Laat de kinderen de ruimte in stilte binnenkomen en plaats nemen in een halve cirkel of U-vorm, op stoelen of op de grond (kussen). Vraag hen aandachtig te kijken naar wat er te zien is. Onbewust hebben we de neiging om de dingen te benoemen, dat is een blad, tak, stronk of wortelstok, een eikenblad, een krulwilgtak… We vragen de kinderen dit niet teveel te doen want als we dingen benoemd hebben, houden we ze vaak voor bekeken. De essentie van meditatie is 'stille getuige' zijn.

2.2. Toeschouwen en aanwezig zijn

Vraag de kinderen waar te nemen, zonder taal, betekenis, oordeel of voorkeur. Vraag hen aan alle elementen die er te zien zijn, wat van hun aandacht te geven. Er zijn onderdelen die hen meer zullen aanspreken dan andere. Toch vragen we de kinderen (ook) getuige te zijn van het geheel en alles in stilte te aanschouwen alsof het voor hen optreedt als in een theater. "De kern van alle dingen is stil en eindeloos, alleen de dingen zingen... ons lied is kort en broos" (Felix Timmermans).

Mogelijk kan je zachte bosgeluiden, het waaien en ritselen van bladeren, het suisen van de wind als klankenspel of als muziek laten horen, tijdens of na het 'toeschouwen'.

2.3. Aandacht geven aan (eigen) belevingen bij het aanwezig zijn.

Je kan dit eerste deeltje kort onderbreken en even nabespreken. Het is niet echt nodig maar het kan erg wenselijk zijn, zeker als kinderen dit niet gewoon zijn. De onwennige gevoelens kunnen worden geuit. Ze kunnen herkenning vinden bij elkaar, hetgeen een steun kan betekenen in het verder verloop.

Wat voel je als je kijkt? Hoe voelt het als het stil is? Waar gaat je aandacht naar, naar welk voorwerp het meest? Kan je er iets over vertellen? Bij wat voel je je het meest verbonden? Welke sfeer hangt er bij de boomdelen, welke sfeer hangt er bij jou en welke sfeer voel je in de klas? Zijn er onwennigheden, dingen die je storen? Wil je hiermee verder doen? Wat heb je daarvoor nodig?

2.4. Toeschouwen en meer nabij kijken

Je kan de kinderen vragen na te gaan wat het sterkst hun aandacht trekt en zich vooral daarop te concentreren. De kinderen gaan met hun zintuigen die voorwerpen om zeer nauwkeurig te bestuderen: kleuren, randen, vormen, lijnen. Vraag de kinderen om woorden in zichzelf te laten geboren worden die zo juist mogelijk aangeven wat ze zien. Niet alle woorden passen. Vraag hen zelf te voelen wat wel of niet past, als je met het woord in gedachten weer naar het voorwerp kijkt. Woorden die passen, schrijf je op. Voorbeeld: geelgroene plek, gekarteld en diepgegroefd, bruine buiging, blinkend glans... Wanneer kinderen een vijftal van die woorden bij elkaar gesprokkeld hebben, mogen ze deze met elkaar verbinden, aan elkaar rijgen als een snoer, vb. gekarteld en diepgegroefd boven op de bruine buiging verschijnt de geelgroene plek als een blinkende glans. De kinderen kunnen de zinnetjes verwoorden naar het voorwerp toe alsof ze hen aanspreken. Ondertussen wordt zoveel mogelijk de stilte bewaard.

2.5. Metaforen en haiku's

In plaats van aaneengeregen woorden kunnen kinderen ook metaforen maken. Ze vergelijken aspecten van het voorwerp met andere voorwerpen en kenmerken. Oudere kinderen kunnen ook een echte 'haiku' maken. Een haiku is een oosterse dichtvorm die ontstaan is uit een meditatieve, schouwende aanwezigheid bij de werkelijkheid. Haiku gedichten zijn van oorsprong Japans en gaan altijd over de natuur. Ze bestaan uit drie regels van 5 - 7 - 5 lettergrepen. De woorden zijn eenvoudig en gewoon, het is geen mooischrijverij. Dat maakt het voor kinderen erg toegankelijk. Een haiku wint aan kracht wanneer deze in de laatste zin toch een wat verrassende kijkwijze op het voorwerp laat zien. Enkele voorbeelden:

Een oude rotte
holte in een brave boom
een nest geboren.

Groen en groen en groen
Drie blaadjes maar, in mijn klas
Droomde van duizend.

2.6. Belevingen

De volgende oefening geeft aandacht aan de eigen belevingen, gevoelens, herinneringen en associaties van de kinderen bij het beschouwen van de opstelling. Ze schrijven kort op wat er hen allemaal door de geest gaat wanneer ze naar het gekozen voorwerp kijken. Losse woorden, gedachtensprokkels, een geur, een kleur een indruk… Even later kunnen ze met de verzamelde woorden een tekst of gedicht maken en erover aan elkaar vertellen of voorlezen. De kinderen kunnen de tekst in een creatieve schrijfoefening bewerken, inkleuren, bijtekenen en kleven en dit alles tot een woordenschildering of woordbeeldcollage verwerken.

Cre√ęer voldoende rust waarmee je dit alles begeleidt. Heb aandacht voor zorgzaamheid, vriendelijkheid, sfeer, mogelijk zachte of passende muziek op de achtergrond… Je kan het geheel inleiden en afronden bijvoorbeeld met een kaars of een lichte gongslag...

Door kinderen te oefenen in het aandacht geven aan gewone dingen die we in de klas meer op de scène brengen, leren ze mogelijk meer aandacht geven aan het alledaagse. Zo kunnen ze makkelijker getroffen worden door de schoonheid van het gewone. (Toevoeging Annemie: het heilige in het alledaagse)

Naast de ervaring van bomen kan ook de ervaring van een door de lucht scherende vogel of de verrassende snelheid van wegvluchtend wild als verwonderlijk ervaren worden. De kinderen leren staren naar de eindeloze lucht en turen naar het uitzicht van op een heuvel. Ze beleven het in gedachten verzonken zijn bij een kabbelend beekje of sfeervolle muziek en kunnen de aangename stilte ervaren na een geslaagde samenwerking. Ze kunnen proeven van het wegdromen bij het haardvuur of het bekijken van een schilderij. Ze leren aandacht hebben en de tijd nemen. Kinderen leren verwondering opbrengen en dankbaarheid uiten om wat de mens genadevol toevalt.

"Elke ontdekking is in zoverre mysterieus, dat zij onthult wat zo verrassend voor de hand ligt, wat zo dichtbij is en al zolang bekend en vertrouwd"(Arthur Miller).

2.7. Boommandala kleuren
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/mandala_groot.gif

Een mandala kleuren kan dienen als verwerkingstijd. Een meditatieve manier om de indrukken die zijn opgedaan tijdens een activiteit in zichzelf op te nemen en een plaats te geven in het eigen leven. Kinderen kunnen zo verdere stappen zetten op onbewuste en bewuste wijze in de ontwikkeling van de eigen religieuze groei.

Het woord mandala komt uit het Sanskriet en betekent cirkel. Een mandala is een cirkelvormige voorstelling. De cirkel drukt in vele culturen en godsdiensten op symbolische, beeldende wijze heelheid, volmaaktheid of ook eeuwigheid uit. Het verwijst naar het alomvattende, het heilige of het goddelijke. Elke cultuur brengt een eigen stijl en traditie voort, die overeenkomt met de daar geldende levensomstandigheden. Het is in de eerste plaats een meditatiemiddel om dicht bij jezelf te komen of op het wezenlijke of het goddelijke gericht te worden. In de christelijke traditie vinden we cirkelvormige mandala's terug in de roosvensters van oude kathedralen in Europa. Deze vensters golden als spiegel voor de ziel waarmee de gelovige in verbinding kon treden met God. Maar mandala's zijn vooral bekend geworden door de belangstelling in het westen voor oosterse godsdiensten. Mandala's komen zowel in hindoe√Įsme als het boeddhisme uitgebreid voor. Maar ook in onze eigen Keltische geschiedenis werden vele mandalavormen en tekeningen teruggevonden. Er zijn bestaande geschilderde mandala's om bij te mediteren. Er zijn voorgetekende mandala's die je zelf kan inkleuren bij wijze van meditatie en verinnerlijking. Er zijn mandala tekensuggesties om eigen mandala's te ontwerpen.

Sfeervolle omkadering

Volgende suggestie kan een hulp zijn bij het inkleuren of tekenen van een mandala.

Maak je los van de dingen van de dag. Zoek een plek waar je niet kan worden gestoord en leg je tekenmateriaal voor je neer. Zorg voor een brandend kaarsje en een boomtakje in een glas water. Dit ritueel helpt je om te verinnerlijken en om dingen los te laten. Laat het thema of de ervaring weer toe in je gedachten, laat het op je inwerken en ga tekenen in de cirkel. Houd vast aan het uitgangspunt dat alles wat je doet goed en zinvol is. Er hoeft niets te worden gepresteerd, wat je invalt mag getekend worden. Het belangrijkste is dat je uitdrukking geeft aan wat je beweegt. Altijd geldt het principe dat het proces zelf voorop staat en zich laat zien.


Ga zolang door tot je het gevoel krijgt dat de tekening naar je eigen gevoel klaar is.

Het is de bedoeling dat kinderen doorheen het tekenen en kleuren mogelijk meer innerlijk tot rust komen en zich bezinnen op het waardevolle van hun ervaringen met bomen. Ook meer pijnlijke ervaringen kunnen ze zo in zichzelf een plaats geven. Het tekenen heeft een helend effect op de ziel van de tekenaar. De Zwitserse arts C.G. Jung zag hoe mensen die van slag waren geraakt, zichzelf door het tekenen binnen de cirkel terugvonden en weer in evenwicht kwamen.

Http://www.kinderpleinen.nl/godsdiensten.html

Instructie bij het tekenen van een mandala na de boommeditatie.

Bekijk goed deze tekening. Zo'n tekening noemen we soms een kleurplaat. Dit is een speciale kleurplaat. Deze kleurplaat heeft een naam: een mandala. Een mandala is een tekening in een cirkel waarbij je doorheen vorm en kleur dichter komt bij je ervaring van de boom en de ervaring van jezelf. Deze mandala is een kleurplaat waar je zelf niet alleen de kleuren mag kiezen maar er ook tekenend wat aan mag toevoegen. Kies een kleur die past bij het gevoel als je in stilte zit te kijken naar de boomdelen van de opstelling van het 'boomstilleven'. Kies die kleur om de grond onder de boomwortels in te kleuren. Geef aandacht aan de wijze waarop je kleurt: in strepen, golfjes, puntjes, rondjes… Volg je hand, volg je gevoel op je eigen wijze.

Denk nu terug aan wat de 'sterkste beleving bij het stilleven' was en kies een onderdeel uit de tekening uit om in kleur naar keuze in te kleuren.

Kinderen mogen verder al tekenend elementen naar eigen inzicht toevoegen om aan hun ervaring uitdrukking te geven. Ze mogen alle onderdelen van de mandala een kleur geven maar kunnen ook slechts enkele onderdelen inkleuren.

Het doel hier is: het gevoel, het contact, de gewaarwording, de sfeer weergeven en tijdens het kleuren zelf aanwezig treden bij de boom in z'n vele aspecten en in relatie tot hun eigen persoon zijn.

3. De jongen en de boom

Het verhaal 'de jongen en de boom' brengt de betekenis van de verschillende delen van een boom in verband met de levensfasen van de mens. Het kan dienst doen om de meervoudige betekenissen van een boom aan te geven. Het kan gebruikt worden om wezenlijke delen van een boom aan te geven en om de relatie tussen mens en boom in aanzet te bespreken.

3.1. Het verhaal van de jongen en de boom.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gevendeboom1.jpg

Tekst van het verhaal: zie impuls B

3.2. Afbeeldingen van het verhaal en uitvergrotingen.

Het verloop van het verhaal bestaat in tekeningen. Er is een overzicht van alle tekeningen en elke tekening is afzonderlijk uit te vergroten. Maak voor de kinderen kaartjes met de getekende afbeeldingen van het verhaal. Maak daarnaast twee pagina's met het overzicht van heel het verhaal.

In de kijker 'Dragen en gedragen worden', deel 2 impuls J.

Je kan het verhaal aan kinderen vertellen, mogelijk aan de hand van de kijkplaten.

3.3. Een gesprek met de kinderen.

Organiseer een kringgesprek met kinderen naar aanleiding van dit verhaal over:

  • wat hen persoonlijk het meest raakt, treft, aanspreekt in het verhaal. (vraag dus 'niet' naar de kern, het mooiste, het beste..)
  • wat de boom allemaal geeft aan de jongen. Zoek tussen de kaartjes naar de tekeningen die daar naar verwijzen.
  • wat de boom nog meer voor de jongen betekent.
  • wat het voor de jongen kan betekenen om op te groeien met de boom.
  • wat het voor de boom mogelijk betekent om gebruikt te worden door de jongen.
3.4. Tekenactiviteiten

Laat de kinderen uit de kaarten (die de fragmenten uit het verhaal aangeven) één kaart kiezen die ze herkennen, omdat een boom ook hen iets gelijkaardigs gegeven heeft en/of omdat het uitdrukt wat een boom voor hen betekent. Laat kinderen het gekozen kaartje met tekening inkleuren en er de eigen associaties en betekenisgeving bijtekenen.

De tekenplaten kunnen ook gebruikt worden als een mandala.

Bespreek de tekeningen met de kinderen. Wie wil er vertellen over zijn/haar tekening? Welk fragment in het verhaal heeft je aangesproken? Laat je tekening eens zien aan iedereen. Vertel er eens wat over. Wat heb je bij het verhaalfragment nog geassocieerd, gevoeld, gedacht of herinnerd? Heeft er iemand een gelijkaardig fragment gekozen? Toon eens. Kunnen diegenen met eenzelfde verhaalfragment (die al verteld hebben) nu even bij elkaar gaan zitten? Heeft er nog iemand dit fragment gekozen? Wie heeft een ander deel van het verhaal gekozen? Wie heeft een andere tekening gemaakt van hetzelfde fragment? Vertel eens wat je hebt getekend. Op welke plaats in de kring gaat jullie groepje zitten ten opzichte van de eerste groep? Waar in het verhaal past jullie tekening?

Als slot, als afrondend gebeuren, kunnen de kinderen het gehele verhaal opnieuw vertellen. De leerkracht vertelt de bindende factoren van het verhaal en de ontbrekende fragmenten van het verhaal. De verschillende kinderen vertellen het verhaal zelf verder telkens hun fragment en tekening aan de beurt is. Ze tonen de persoonlijk ingekleurde kaart en lichten deze heel kort, met één zin, toe. Zo wordt het hele verhaal door de kinderen opnieuw herverteld en geactualiseerd met de nieuwe betekenissen van de kinderen zelf. Er ontstaat een nieuw en verrijkt verhaal. De tekeningen worden nadien volgens de verhaallijn in de klas opgehangen. Het vernieuwde verhaal van de kinderen krijgt de nodige waardering en blijft meeleven in het klasgebeuren.

C2. Zaden en boom uit het niets

1. Kijken naar zaden

Kijk met de kinderen naar meegebrachte zaden. Vergelijk de diverse zaden, grote en kleine. Verken de wondere verscheidenheid. Vergelijk eik, linde, beuk, kastanje… vergeet de gevleugelde esdoornzaden niet en bekijk wat er kenmerkend is aan mosterdzaad. Er zijn zaden die we amper met het blote oog kunnen zien. Zaden die door de lucht honderden, duizenden kilometers ver worden meegenomen. Voer een gesprek met hen over de werking en betekenis van zaden. De lucht lijkt zwanger van zaad, van nieuw leven. De lucht wordt levensadem genoemd en doet overal waar deze 'wind' langskomt nieuw leven ontstaan. In vele culturen wordt de lucht de levensadem, de levengever genoemd en verbonden met de godheid, bijvoorbeeld bij de Germanen. Ook in het christendom wordt God de zaaier genoemd.

Onderstaande tekening en schilderingen kunnen een inspiratiebron zijn om de eigen kijk of mogelijke verwondering over zaden op een eigen wijze tot uitdrukking te brengen.

 

Zaden
afbeelding-zaad4_groot.jpg

zaad4_groot.jpg

afbeelding-zaad5_groot.jpg

zaad5_groot.jpg

afbeelding-zaad6_groot.jpg

zaad6_groot.jpg

afbeelding-zaad7_groot.jpg

zaad7_groot.jpg

afbeelding-zaad8_groot.jpg

zaad8_groot.jpg

afbeelding-zaad9_groot.jpg

zaad9_groot.jpg

afbeelding-zaad10_groot.jpg

zaad10_groot.jpg

afbeelding-zaad11_groot.jpg

zaad11_groot.jpg

2. Uit het verborgene

Verhaal

Betekenis van zaad openbreken in gesprek

Doe met de kinderen even na wat het kind in het verhaal doet en tracht zo'n zaadje over te breken. Laat hen vertellen wat ze zien. Kies verschillende zaden waarmee je dit doet. Vergelijk de grootte van de zaden met de grootte van de bomen.

Mogelijke vraagstelling: selecteer naar leeftijd.

  • Ga eens naar een grote boom kijken. Bekijk de foto's van de bomen.
  • Kijk dan eens terug naar het mosterdzaadje.
  • En naar de zaden van een beuk, eik, den….
  • Wat merk je allemaal? Wat valt je op? Hebben grote bomen altijd grote zaden? Welk zaad maakt de grootste bomen?
  • Wat zit er in de zaden? Veel of weinig? Vind je het vreemd, verwonderlijk, verbazingwekkend… dat uit kleine zaden grote bomen kunnen groeien? Lijkt je dit heel gewoon? Is het een beetje speciaal of ongelooflijk? Vertel er over aan elkaar.
  • Wat bedoelt de wijze man in het verhaal met: uit het niets rijst deze machtige boom? Groeit er iets uit het 'niets'? Of is het eerder 'iets van niets'? Of zo weinig dat iets eigenlijk niets is?
  • Als je naar zo'n klein zaadje kijkt. Geloof je dan dat er zo'n boom uit groeien kan?
  • Zou dat waar zijn of juist niet? Waarom denk je dat?
  • Kan dat eigenlijk wel dat uit zo'n zaadje een hele boom groeit?
  • Wat zegt dit over groeikracht van zaden?
  • Zit alle groeikracht in het zaad?
  • Is dat bij mensen ook zo?

Een hindoe verhaal

Het verhaal 'uit het verborgene' is een godsdienstig verhaal. Het komt uit de Upanishad Chandogya, één van de heilige boeken van de Hindoes. De commentaar die aan dit verhaal soms wordt toegevoegd, verbindt het groeien van de boom met de kracht en de steun die het zaad en de boom krijgt van God. God wordt vergeleken met de kracht van het zaad. Net zoals in het zaad is ook de steun en aanwezigheid van God in de groei van een boom niet te zien.

Wat vertelt dit over het geloof van Hindoes? Hoe beleef jij dit? Heeft God iets met de groeikracht van een boom te maken? Waarom denk je dat? Is dat in het christendom ook zo?
Lied: Wil je wel geloven dat het groeien gaat

Wil je wel geloven het begin is klein,
maar het zal een wonder boven wonder zijn.
Als je het gaat wagen, met Gods woord alleen,
dan gebeuren wonderen om je heen

Wil je wel geloven dat je vrede wint,
als je vol vertrouwen leeft zoals een kind.
Als je geloof hebt als een mosterdzaad,
groeit de liefde uit boven de haat.

3. De gelijkenis van het mosterdzaadje in de bijbel.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/mosterd3.gif

'Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. Dat is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan de struiken en wordt het een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.'

Mattheus 13, 31-32

Vraagstelling bij het verhaal
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/vogels_groot.gif

Als je op de tekening klikt, dan verschijnt een grotere versie van de tekening.

  • Wat vertelt dit verhaal over groeikracht?
  • Wat wil deze gelijkenis vertellen over 'het rijk der hemelen'?
  • Wat doen de vogels in het verhaal?
  • Welke betekenis roepen vogels op?
  • Wat vertelt dit alles over bomen?
  • Wat vertelt deze boom over God?
  • Vind je dit een mooi, passend beeld over God? Vertel eens.
Kleurplaat voor 2 de graad
  • Wat valt je op als je naar deze kleurplaat kijkt?
  • Wat zegt dit over een boom? Wat zegt dit over God? Over het 'rijk der hemelen'.
  • Vind je dit daarvoor een gepaste tekening?
  • Kleur die aspecten van de boom die daar het best uitdrukking aan geven.
Het mosterdzaadje en de mosterdboom? (derde graad)

Bekijk met de kinderen na het beluisteren van het verhaal de getekende kijkplaat voor de jongere kinderen hierboven.
Wat vertelt deze tekening over de groei en ontwikkeling van een mosterdzaadje?
Geef opdracht aan de kinderen om op het internet op zoek te gaan naar de ontwikkeling van mosterdzaad en naar een mosterdboom. Laat hen de resultaten meebrengen naar de klas wanneer er geen internetlijnen beschikbaar zijn. Bespreek met hen de resultaten en vul deze aan met eigen materialen.

De kinderen zullen geen mosterdboom vinden.
Mosterdzaden groeien normaal uit tot ongeveer anderhalve meter hoogte. Meestal worden ze uitgezaaid als een heel veld. Mosterdzaad kan hooguit twee tot drie meter groot worden als je het laat doorgroeien.

  • Wat betekent dit voor het bijbelverhaal?
  • Het verhaal vertelt iets anders dan wat in de natuur mogelijk is.
  • Wat zou het dan willen zeggen? Wil het verhaal ons iets wijsmaken?
  • Is dit verhaal dan een soort 'wonder' verhaal?
  • Is het zoals: hopen dat iets wat onmogelijk lijkt toch mogelijk wordt?
  • Wat kan dit betekenen voor mensen die naar het verhaal luisteren?
  • Wat vertelt het verhaal dan over God?
  • Vind je dit verhaal nog de moeite waard of juist niet? Waarom denk je dat?
  • Fantaseren en verbeelden (over bomen) kan dat waardevol zijn? Waarom wel of niet?
4. Zaden planten en laten groeien
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zaden3.gif

Het is voor vele kinderen een heel gebeuren om zaden te zien groeien. Niet alleen voor heel jonge kinderen maar ook oudere kinderen vinden dit vaak een fascinerend proces. Omdat groeien onder de grond gebeurt , zien we er zo weinig van. Toch is het mogelijk om de groei van meer nabij te volgen. Plaats de zaden in vochtige watten op glazen schaaltjes in een warme omgeving. Water en warmte zijn wezenlijk voor hun ontwikkeling. Let op dat ze niet uitdrogen door een tekort en niet verrotten door een teveel aan water. Een andere manier is om grote glazen potten of vazen met aarde te vullen en de zaden maar tegen de rand van het glas in de aarde te duwen. Zo blijven ze goed zichtbaar voor het oog en kan je het hele onderaardse proces goed volgen. Veel boomzaden ontkiemen pas na een koude periode. Bewaar deze zaden een paar dagen in de koelkast voordat je ze zaait. De zaden moeten door de koude 'besterven' vooraleer ze kunnen groeien en vrucht dragen. Er is een bijbels uitspraak die mogelijk van dit fenomeen gebruik maakt. "Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht." Johannes 12, 24.

In de lessen wereldori√ęntatie kan je de groei en de ontwikkeling verder mee opvolgen en de verschillen in groeitijden meten. Zie verder doelen wereldori√ęntatie. Er zijn prachtige natuurboeken in de bibliotheek en in de handel die het groeien van zaden op schitterende wijzen in beeld brengen.

Lied van alle zaad
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/lied2.gif

2. Hij gaat de weg van alle aardse dingen, hij leeft het lot met hart en ziel van alle stervelingen.
3. Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven, het kleinste zaad in weer en wind moet sterven om te leven.
4. De mensen moeten sterven voor elkander, het kleinste zaad wordt levend brood zo voedt de een de ander.
5. En zo heeft onze God zich ook gedragen en zo is Hij het leven zelf voor iedereen op aarde.

Dit lied heeft een oude volkse melodie en is erg prettig om te zingen. Laat kinderen vertellen wat ze zelf van het lied begrijpen. Welke betekenissen herken je in dit lied? Als je iets over dit lied wil zeggen, wat zou dat dan zijn? Je kan inhaken op de vragen van de kinderen. Wat in dit lied begrijp je niet goed en wil je er toch de betekenis van weten? Wie kan uitleggen of voorbeelden geven van wat 'sterven om te leven ' kan betekenen? De tekst verwijst naar een bijbelse uitspraak (Johannes 12,24). Wat kan dit mogelijk betekenen? Zijn er situaties in het leven die gelijken op: Iets sterft af en daaruit ontstaat iets nieuws?

De hele liedtekst is wel erg beeldend en moeilijk voor kinderen evenals het context van de bijbeluitspraak. Het heeft weinig zin om heel de tekst aan kinderen uit te leggen.

Niet alle zaden komen voldoende tot groei.

Niet uit elk boomzaad groeit een boom. Zaden worden opgegeten of vertrapt, ze verrotten of ze verdrogen. Van de duizenden zaadjes die op de grond vallen, krijgt maar een enkel zaadje de kans uit te groeien tot een grote boom.
Mensen en dieren eten boomzaden, denk maar aan tamme kastanjes, walnoten, hazelnoten, enzovoort. Dieren eten vaak zaden die mensen niet lekker vinden. Dieren eten in de herfst veel omdat ze een groot deel van de zomer hun jongen hebben gevoed en zelf nogal wat tekort zijn gekomen. Door in de herfst veel te eten kunnen ze de winter beter doorkomen. Het lijkt wel of er zaden moeten sterven opdat anderen bijvoorbeeld dieren en mensen meer tot leven kunnen komen. Het lijkt op het lied: de weg van alle zaad.

Toch is het niet tot groei komen iets wat veel gebeurt in het leven van boomzaden. Misschien wacht je nog altijd op zaadjes die je geplant hebt in de klas en die niet te voorschijn komen. Bepaalde zaden blijven gesloten en in sommige zaadjes zit zo weinig kiemkracht, dat ze niet ver uitlopen of geen wortels vormen… Vaak worden zaden vertrapt of verdrogen ze… Bij mensen gebeuren soms gelijkaardige dingen.

Een gebeurtenis waar je lang naar hebt uitgekeken, gaat niet door. Je wil graag iets leren en het wil maar niet lukken. Een wens, iets van wat je droomt, gebeurt maar niet. Je wil iets tonen van wat je goed kan, en het mislukt voor ieders ogen. Je wil graag meedoen met de grote meiden, maar ze wijzen je af.

Kunnen jullie aan elkaar zulke belevenissen vertellen? Belevenissen zoals bij een zaadje dat maar niet tot groeien komt. Hebben jullie al iets gelijkaardigs meegemaakt? Vertel er eens over. Hoe heb je dat beleefd? Wat is er aan gevoelens, gedachten of aan verbeelding door je heen gegaan? Zijn er kinderen die iets gelijkaardigs hebben meegemaakt en hetzelfde gevoeld hebben of daarbij iets helemaal anders gevoeld hebben? Vertel eens.

5. Groei van een zaadje uitbeelden

"Zaadjes kun je niet zien. Ze slapen binnen in de aarde totdat één van hen zin krijgt om wakker te worden. Dan rekt het zich uit en strekt, eerst bedeesd, een mooi klein sprietje naar de zon toe."
Uit : De kleine prins, Antoine de Saint-Exup√©ry

Inleefoefening

Door zich in te leven in een zaad(je) kunnen kinderen zich de werkelijkheid beter voorstellen, maar vooral leren zij verbindingen maken met de eigen werkelijkheid van hun persoon zijn. Leren symboliseren is leren gelijkenissen ervaren tussen het eigen leven en dat van de wereld buiten de persoon, in de hoop dat dit het eigen bestaan helpt verhelderen.

Door traag en rustig het proces van groeiend zaad te vertellen help je de kinderen dit helder voor de geest te halen. Daardoor kunnen kinderen zich inleven alsof ze dit zaad zelf zijn. Zorg voor voldoende stilte, sfeer, concentratie. Geef de kinderen een boomzaad in hun handen. Laat hun de ogen dicht doen en zich op het zaadje concentreren.

Onderstaande woorden kunnen een hulp zijn.

Sluit je hand nu stevig rond dat zaadje dat ik jullie gegeven heb. Denk nu heel hard aan dat zaadje. Je wordt zelf dit zaadje. Jij bent zo een heel klein zaadje. Je bent zopas van een korenaar gevallen. Je komt op de aarde terecht. W at gebeurt er nu met jou? Het regent, je wordt nat en zakt in de grond weg. Nu komt de boer met zijn ploeg voorbij en je wordt helemaal onder de aarde bedolven. Dit is helemaal niet prettig. Het is er zo donker onder de grond. Dan wordt het ook nog koud. Het wordt winter.

Het sneeuwt en het vriest. Je voelt het aan de grond boven jou. Het wordt verschrikkelijk koud en je kruipt heel dicht in elkaar. Het lijkt wel of het nog kouder wordt. Je maakt je nog kleiner. Het is net alsof je gaat sterven van de kou. Maar plots voel je binnen in jou iets groeien. Je bent niet dood en niet dood. Er is iets aan het gebeuren. Je groeit binnen in. En het lijkt alsof je gaat barsten; je breekt uit, barst open. Je begint te groeien, naar boven te groeien. De grond komt weer los. Het wordt weer warmer.Je voelt de zon boven je. Je wil naar de zon toe. Je groeit naar de zon toe, omhoog. Je wil alsmaar hoger. Je duwt jezelf omhoog in de aarde, naar de zon toe. Je groeit verder en breekt door de aarde heen. Je gaat iets worden. Je weet nog niet goed wat en hoe? Wat wil je worden? Wie wil je zijn? Hoe wil je groeien? …

Klasgesprek

De opgedane belevingen tijdens de oefening verwoorden naar elkaar en proberen te verbinden met aspecten uit de eigen realiteit.

Vraagstelling

Was het gemakkelijk om je in te beelden dat je een zaadje bent? Waren er sommigen die zich niet in dat zaadje konden inleven? Vertel eens. Vond je het (on)prettig om een zaadje te zijn? Welk moment was het sterkst in je beleving? Zou dat een prettige ervaring voor het zaadje zijn, denk je? Voelde je echt de kou van de winter, de sneeuw? Voelde je ook binnen in jou plots iets veranderen, iets gebeuren toen het zaadje begon te groeien? Wat voelde je dan? Ging het groeien gemakkelijk? Kon je goed door de aarde heen breken of had je daar moeite mee? Voel je soms gelijkenissen met je eigen groeien. Heb je soms momenten dat je iets voelt beginnen groeien? Dat iets moeite kost om uit te groeien. Momenten van koude? Momenten van warmte? Hoe ervaar je het groeien dan? Mensen zeggen soms dat gedachten, idee√ęn, wensen als zaden zijn. Welke zaden ontkiemen er bij jou ? Welke groeien goed, welk minder? Wat hebben ze nodig om beter te groeien?

6. Uitgestorven dadelpalm gekweekt uit oud zaadje

Een recente ontdekking vertelt over de groeikracht van zaden.

Lees het krantenartikel hierover met de kinderen

  • Wat bedenk je bij dit artikel?
  • Wat zegt dit over zaden, groeikracht, bomen?

In de koran en andere moslimverhalen wordt zeer respectvol gesproken over de dadelboom.
Zie impuls C: het verhaal van de jongen die stenen naar de bomen gooide. (nog linken)

De dadelpalm speelt een belangrijke rol in het leven van de moslim en de islam. Volgens de overleveringen vormde Allah naast de kameel ook de dadelpalm uit de rest van dezelfde aarde waaruit hij de mens schiep en hij gaf de aldus geschapen boom aan de mens mee toen deze het paradijs verliet.In de Arabische po√ęzie wordt de dadelpalm dikwijls vergeleken met de mens wegens zijn slanke gestalte en grote schoonheid. De dadelpalm is de gezegende boom die in de Koran op 20 plaatsen genoemd wordt. De profeet Mohammed zei: 'De Adschaw (dadelpalm) stamt uit het paradijs en geneest vergiftigingen.'

De dadelpalm is de boom die de Arabieren al lang kennen. Het is de boom, waaronder Jezus, volgens de woorden van Allah, geboren werd. Jezus is ook voor moslims van grote betekenis. Hij wordt aanzien als een heel groot profeet. De naam Jezus klinkt bij de moslims als Isa, zo wordt hij bij hen genoemd. In de Koran wordt de betekenis van de dadelpalm bij de geboorte van Jezus (Isa) uit Maria (Myriam) als volgt beschreven.

'En de wee√ęn van de geboorte dreven haar naar de stam van een dadelpalm. Zij riep: O, was ik maar eerder gestorven en helemaal vergeten! Toen riep Jezus: Wees niet verdrietig, want de Heer heeft een beekje laten stromen. Schud de stam van de palm in jouw richting, dan zullen verse, rijpe dadels naar beneden vallen. Eet, drink en laat het je goed gaan!' ( Koran: 19 Soera M√®ryem (Myriam): 2233)

Meer informatie hierover

Wetenschappers willen de legendarische geneeskrachtige werking van de boom onderzoeken
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/krantenartikel.gif

Isra√ęlische onderzoekers zijn erin geslaagd een tweeduizend jaar oud zaadje van de dadelpalm te laten ontkiemen. Het zaadje werd gevonden tijdens een expeditie in een eeuwenoud fort in het Masadagebied rond de Dode Zee. De wetenschappers gaan ervan uit dat het zaadje het oudste is dat ooit is uitgebot. Zij hebben het jonge boompje, inmiddels 30 centimeter groot, Metuselach genoemd, naar de bijbelse figuur die 969 jaar oud werd. De palm is van een soort die in de Middeleeuwen uitgestorven raakte. In lang vervlogen tijden stond hij bekend voor zijn krachtige medische werking. Een van de bladen van de boom is naar een laboratorium gestuurd voor verder onderzoek. Onderzoekster Sarah Sallon van het Louis Borick natuurstudie¬≠centrum in Jeruzalem verklaart: "Vroeger werd de dadelpalm vaak gebruikt als geneesmiddel tegen infecties en tumoren. Onze bedoeling is om planten, die sinds oudsher bekendstaan voor hun helende krachten, onder de loep te nemen. Vaak blijken ze heel effici√ęnt te zijn bij bepaalde aandoeningen. Volgens ons zijn de medicijnen van vroeger ook de medicijnen van de toekomst." Als de plant blijft groeien, hopen de onderzoekers de geheimen van zijn verleden te kunnen achterhalen. In de Middeleeuwen dichtte men de dadelpalm een bijzondere verwantschap met de mens toe, vanwege zijn zelfde levensritme. De meeste types dadelpalmen groeien, rijpen en sterven ongeveer gelijk met een mens. Net als de vijgenboom heeft de dadelpalm ook mannelijke en vrouwelijke bomen. De vruchten werden vroeger niet alleen gebruikt bij infecties of kwaadaardige gezwellen, maar ook tegen een slechte spijsvertering, miskramen, diarree en overmatig littekenweefsel.

Vraagstelling

Wat betekent een dadelboom voor moslims? Kan iemand hier nog meer over vertellen? Zijn dadels, lekker, gezond, voedzaam…? Wanneer worden ze gegeten? Om welke redenen zou een dadelboom een 'gezegende' boom kunnen genoemd worden? Hoeveel redenen kan je zelf aanhalen? Wie gaat op zoek naar nog meer redenen bij ouders, in bibliotheek, op het internet? Zijn er goede redenen waarom de dadelpalm in het paradijs thuishoort? Is het een goed beeld in de Koran dat Jezus (Isa) onder een dadelpalm geboren wordt? Waarom denk je dat? Een boom en God (Allah) worden met elkaar verbonden, met elkaar in relatie gebracht. Is dat zinvol?

7. Levensboom van zaden

Een verwerkingsactiviteit met zaden dat in het leergebied muzische opvoeding een doorwerking kan vinden zorgt voor een blijvende indruk van de verschillende belevingactiviteiten. Het is een symbolisch bijeenbrengen van indrukken en deze expressie geven. Het helpt later het bestaande weer op te roepen en levendig te houden.

Maak met de zaden van een boom een kleine boom vol zaad. Zo lijkt het dat er uit de kleine zaadjes een grote boom groeit. De kinderen kunnen dit doen naar eigen inzicht en verbeelding. Ze kunnen het doen zoals het voorbeeld.

Zaag een ronde cirkelvormige schijf van dunne triplex. Zoek een kort stuk tak van een boom, dat moet dienst doen als stam van het te maken boompje. Zaag een stukje van de bovenkant van de tak weg en bevestig het ronde plankje met lijm en kleine nageltjes op het stukje tak. Je hebt nu de ruwe vorm van de zadenboom die je met zaden gaat bekleden.

Mooie zaden om mee te werken: beukennootjes in een geopende bolster, eikels in hun pijpenhouder, zaden van de lork, hazelnoten,…

Strijk de bovenste rand van de vorm in met lijm. Plak de zaden van de den of sparappel rondom rond als kruin. Daarna het nog open middengedeelte met houtlijm instrijken en volplakken met zaden, naar eigen inzicht en oog voor schoonheid.

Als alles gedroogd is met een beetje bruine verf de witgrijze lijmvlekjes tussen de zaden even bijkleuren en het geheel vernissen of bespuiten met wat haarlak.

C3. Wortels van bomen en mensen

Bomen hebben wortels.
Ze zijn de onzichtbare helft van de boom.
Wortels zorgen voor voedsel en sappen.
Wortels helpen bomen overeind te blijven.
Wortels houden de aarde vast.
De aarde houdt de wortels vast.
Wie houdt wie vast?
Wie houdt de mensen vast?
Ze hebben geen wortels.
Of hebben ze er toch?

"Reeds voor kinderen zijn de knoestige wortels van een boom in het bos een mysterie dat aantrekt en bevreesd maakt. Soms half blootgelegd door het water van een beekje of een moddersloot, wijzen ze, zo heel anders dan de takken in de heldere lucht, naar de geheimzinnige donkere aarde. En wanneer dan nog grote diepe gaten in de pezige stronk verlokken om even naar binnen te kijken, als naar het huisje van een fee of een kabouter, dan voelen kinderen zich wonderlijk verbonden met het leven, groeiend en gevaarlijk tegelijk. Aan de wortels ervaren ze iets van de oorsprong, van de oergrond. En sommigen zien al hoe de wortels een oude schatkist omvingeren of het graf van een dode prins toedekken. Kinderen worden bekoord door het geheim van de wortels."

Jan Kerkhofs s.j.

1. Uit wortels groeien bomen…

Met kinderen uitgaan van de waarneming van een stukje onzichtbare werkelijkheid is altijd een uitdaging,vooral als de werkelijkheid dan ook zeer verscheiden lijkt en heel verrassend. Bekijk met de kinderen een opstelling met allerlei soorten wortels of kijk naar een aangeboden reeks foto’s. Welke wortels spreken je aan? Welke gevoelens roepen ze op? Welke beelden komen in je naar boven?

Kijken naar wortels doet vermoeden welke bomen daaruit groeien.

Bekijk de foto’s van de wortels van bomen en kies er √©√©n uit.

Bekijk de foto grondig. Welke kenmerken hebben de wortels? Kunnen ze iets vertellen over de boom er boven? Aan de hand van de foto kan je vermoeden hoe de boom die er boven uitgroeit er uit ziet. Hoe denk je dat de stam er uit ziet, de kruin, de bladeren of naalden, de vruchten…

  • Leg de foto aan de onderzijde van een tekenblad en teken van af de onderzijde hoe de boom verder groeit.
  • Laat je fantasie, je verbeeldingskracht zijn gang gaan.
  • Teken vanuit je gevoel.
  • Vertel er over aan elkaar. Schrijf vijf kenmerken op van de boom.
  • Kijk bij jezelf welke kenmerken je bij jezelf herkend.
  • Vertel er over aan elkaar.
  • Welk kenmerk van de boom en van jezelf wil je graag verder laten groeien?
Foto's
afbeelding-wortels1_groot.jpg

wortels1_groot.jpg

afbeelding-wortels2_groot.jpg

wortels2_groot.jpg

afbeelding-wortels3_groot.jpg

wortels3_groot.jpg

afbeelding-wortels4_groot.jpg

wortels4_groot.jpg

afbeelding-wortelsvg_groot.jpg

wortelsvg_groot.jpg

2. Voelen als wortels

Inleefoefening

Elk kind zoekt een plaats in de ruimte om even vrij van de drukte te kunnen stil staan.

De leerkracht begeleidt het proces of geeft grotere kinderen een opdrachtkaart mee. De opdracht is een hulp bij het voelen. Wat kinderen voelen en ervaren is belangrijker dan wat er aangegeven wordt.

Ga goed rechtop staan. Je voeten een beetje uit elkaar. Zodat je goed staat. Doe je ogen dicht en voel hoe je staat. Je kan hierbij je schoenen en of kousen uit doen, dan voel je intenser. Voel hoe je voeten op de grond staan. Hoe maken je voeten, (schoenen, kousen, voeten) contact met de grond? Welke tenen meer, welke minder? De bal van je voet? Je hiel? Sta je stevig of eerder een beetje wankel? Hel je wat naar voor of naar achter of opzij? Hoe voelt dat? Veilig, onzeker, spannend, vreemd, zalig, sterk…? Welke gevoelens en gedachten gaan er door je heen als je zo stil staat? Wat wil je hiervan onthouden?

Beeld je in dat je een boom bent en dat je voeten de wortels zijn. Neem daar even de tijd voor om het je voor te stellen. In je fantasie kan je verbeelden dat je voeten wortels worden. Probeer dat eens. Hoe worden die wortels van jou? Kort, lang, groot, dun fijn, diep, ver, slank, mooi, knoestig…? Groeien ze aan de oppervlakte, tussen rots en steen, in losse grond, zand, heel diep, in het water ….? Zit er sap in je wortels, voel je de sapstroom…? Hoe draag je nu als wortels de boom? Hoe voelt dat ? Kan je de boom recht houden? Of groeit hij wat scheef? Welke beelden gaan er door je heen? Wat wil je onthouden?
Kom weer terug uit je verbeelding naar de realiteit.

Ga met de kinderen bij elkaar zitten en vertel aan elkaar iets van wat je ervaren hebt.
Overloop in het gesprek de onderdelen van de oefening.

Laat de kinderen met waskrijt (wasco’s) de wortels tekenen zoals zij ze in hun verbeelding gevoeld en gezien hebben. Teken de wortels alsof ze een beeld van jezelf zijn. Het zijn jouw eigen wortels. Kan je dat ergens aan zien? Schrijf bij de tekening, wat zo eigen aan je wortels is. Noteer wat je uit deze oefening vooral wil onthouden. Noteer √©√©n ding van wat de ander gezegd heeft.

3. Mensen hebben wortels, ze kunnen niet zonder.

3.1. Gedicht over de wortels van bomen en mensen

Bomen hebben wortels
blad en tak en stam….
Bomen groeien langzaam
en hun weg is lang.
Hun wortels vinden voedsel
in de aarde, sap.
De stam die geeft het door aan
vrucht en blad en tak.
Mensen hebben wortels
in het verleden ver.
Vinden daar hun oorsprong
komen langzaam her.
Mensen geven leven
aan hun takken door.
Nieuwe mensen leven:
zo gaat het steeds maar voort.
Bomen kunnen nooit
zonder grond bestaan.
Raken ze ontworteld
is het snel met hen gedaan.
Mensen zijn als bomen
Leven niet alleen.
Zonder grond en wortels
Leeft geen mens, niet één.

3.2. Wortelstammen: waar hebben mensen hun wortels?
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/bladeren.gif

Kinderen komen voort uit hun ouders en hun grootouders. Ze leren heel veel van hen. De voorouders lijken wel de wortels waaraan de kinderen hun boom-zijn ontlenen. Ze leven dankzij die wortels. Bovenstaand gedicht geeft dit beeldend weer.

In vele culturen wordt de stam, de familie voorgesteld als een boom. Men spreekt dan van stamboom. In de stam en de takken de nog levende familieleden. In de wortels de overledenen en de voorouders.

  • Laat kinderen op zoek gaan naar kenmerken die ze hebben van mensen uit hun familie. Op wie lijken ze een beetje?
  • Laat hen niet alleen naar uiterlijke kenmerken zoeken, maar ook naar karakter, vaardigheden, interesses en andere eigenschappen.
  • Laat ze ook op zoek gaan naar andere mensen dan hun familie in hun omgeving waarvan ze dingen leren of meedragen.
  • Vraag of ze ook mensen kennen die overleden zijn en waar ze een eigenschap hebben van onthouden.
  • Misschien zijn er ook grotere, bekende en minder bekende figuren waar ze zich verbonden mee voelen, waar ze bewondering voor hebben en waar ze wat van leren of meedragen? Mensen van nu en mensen van vroeger.

In het christendom vereerden de mensen belangrijke figuren op speciale wijze. Ze werden 'heiligen'genoemd. Ze wilden verbonden zijn met de waarde en betekenis van deze mensen. Ze wilden ze herinneren. Ze wilden er door groeien in mens zijn. De heiligen zijn de 'wortels'van deze mensen. Hebben kinderen ook zulke wortels?

In de bijbel spreekt men over God als: de God van Jacob, de God van Isaak en de God van Abraham. Daarmee geven ze aan dat ze vertrouwen hebben in de God van deze mensen. Ze weten uit ervaring dat God mensen heel concreet nabij is in hun leven. Ze zeggen dat ze in de voetsporen van deze mensen willentreden. Ze geven aan dat deze mensen hun 'wortels'zijn. Tegelijk zeggen ze dat zij hun wortels in God hebben. Kunnen mensen hun wortels in God hebben? Hoe moeten we dit begrijpen? Heb je zelf ook één van je wortels of meerdere in God? Vertel er eens over? Vertel ook als je geen voeling met God hebt.

Vraag de kinderen een tekening te maken waarin ze de eigen wortels in beeld brengen. Laat hen er namen en woorden bijschrijven, kenmerken eigenschappen dromen…

3.3. Wortelwijsheid

Uitspraken

"Als je terugkeert naar de wortels vind je de zin, de bron van het leven"
"Bomen groeien niet door aan jonge scheuten te trekken, maar door de wortels water te geven"
"Geduld is een boom met bittere wortels, maar zoete vruchten"
"Is de wortel heilig, dan ook de takken". Rom. 11,16

Gesprek

Het kan verrassend boeiend zijn om met kinderen na te denken over bovenstaande zinnen of er met hen rond te filosoferen. Met hen samen de zinvolheid, of zinloosheid van deze beschouwingen over wortels van bomen en mensen overwegen.

Na een gesprek van deze uitspraken in originele , aangepaste of gewijzigde vorm door groepjes kinderen op eigen wijze laten bewerken en vormgeven. Ze kunnen in navolging zelf spreuken over wortels van bomen en mensen bedenken. Deze ontwerpen kunnen dienst doen als spreuken om in de school op te hangen, als artikel in het schoolkrantje of om op de website van de school te zetten.

3.4. Ik zie de mensen als bomen, met wortels
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/schoen.gif

Bekijk met de kinderen onderstaande tekening en laat hen vertellen wat ze erbij associ√ęren. Laat hen de twee onderstaande teksten lezen en vragen of ze verbindingen tussen de tekening en de tekst waarnemen.

De bomen hebben wortels,
de bomen mogen stevig staan
maar mensen moeten verder gaan.
De bomen hebben wortels
Maar mensen gaan voorbij.

Huub Oosterhuis

Een blinde ziet weer scherp

Ze kwamen in Betsa√Įda. Er werd een blinde bij hem gebracht, en men smeekte hem om de man aan te raken. Hij pakte de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Hij deed wat speeksel op zijn ogen, legde er zijn handen op en vroeg: 'Ziet u iets?' Hij begon weer te zien en zei: 'Ik zie mensen, het zijn net bomen, maar ze lopen rond.' Daarna legde hij weer zijn handen op de ogen van de blinde. Deze sperde zijn ogen open en genas; hij zag alles nu heel helder. Hij stuurde hem naar huis met de waarschuwing: 'Ga het dorp niet in!'

(Marcus 8, 22-26)

C4. De stam verbindt wortels en takken

Foto's
afbeelding-stam1.jpg

stam1.jpg

afbeelding-stam2_groot.jpg

stam2_groot.jpg

afbeelding-stam3_groot.jpg

stam3_groot.jpg

afbeelding-stam4_groot.jpg

stam4_groot.jpg

afbeelding-stam5_groot.jpg

stam5_groot.jpg

afbeelding-stam6_groot.jpg

stam6_groot.jpg

afbeelding-stam7_groot.jpg

stam7_groot.jpg

afbeelding-stam8_groot.jpg

stam8_groot.jpg

afbeelding-stam9_groot.jpg

stam9_groot.jpg

1. Boomstammen verkennen.

Ga samen met de kinderen naar het bos of naar een park om naar de boomstammen te kijken. Bekijk met hen ook foto's van allerlei boomstammen die in de omgeving niet te bekijken zijn. Het is ook boeiend om de stammen van bomen uit andere culturen te tonen zoals een olijfboom, een baobab, een sequoia… Kijk met de kinderen naar de verscheidenheid, de aard, de kleuren, de tekeningen en vooral de vormen. Er zijn bomen die van onder tot boven stam zijn, zoals populieren of sparren. Er zijn bomen met een heel korte stam en bomen waarvan de stam bestaat uit vele stammen. Je ziet bomen met meerdere stammen die in of uit elkaar gegroeid zijn. Wat roepen ze bij de kinderen op?

Boomstammen ervaren, voelen, omarmen, alleen en met velen.
Impuls A onderdeel 2 voor kleuters en jonge kinderen.

Een reeks korte activiteiten om te doen met kinderen

  • De eigenschappen van boomstammen opsommen.
  • Zitten bij een boomstam, op een boomstam, rond een boomstam.
  • Laat kinderen een boomstam voor zichzelf uitkiezen en er op eigen wijze een plaatsje bij zoeken.
  • Laat hen vergelijkingen maken: Een boomstam is als….
  • Vraag de kinderen welke eigenschappen van een boomstam ze zelf hebben.
Zitbankjes van boomstammen

Laat kinderen aan elkaar vertellen wat er zo leuk is aan: zitten op boomstammen, over boomstammen lopen, bruggetjes van boomstammen….

Foto's

afbeelding-stammenlopen.gif

stammenlopen.gif

afbeelding-zitbank.gif

zitbank.gif

afbeelding-zitbank2.gif

zitbank2.gif

afbeelding-boombrug.jpg

boombrug.jpg

afbeelding-boomhuis.jpg

boomhuis.jpg

Bomen hebben sterke stammen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/auto.gif

Wat vertelt deze foto over de kracht en stevigheid van bomen?

Boodschappen in boomstammen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/jean.gif

Mensen schrijven allerlei boodschappen in bomen. Vaak zie je ook namen in bomen gegrift. Soms zie je namen van mensen die elkaar graag zien. Ze tekenen dan een hartje tussen hun twee namen. Welke boodschappen kan je op deze foto ontcijferen? Waarom doen mensen dat, boodschappen in bomen krassen? Wat willen ze daarmee uitdrukken? Wat hopen ze daarmee te bereiken? Hoe sta je daar tegenover?

"Laatst kwam ik mijn naam tegen, in een boom gekerfd. Ik was verrast, blij, onthutst en ik schaamde mij tegelijkertijd. Ik was verrast om mijn naam op een boom tegen te komen. Ik was blij want ik voelde mij via de boom plots verbonden met een naamgenoot die ook in dit bos geweest was. Ik was onthutst omdat die naamgenoot zijn naam in een boom gekerfd had, dat zou ik nooit doen uit respect voor de boom. Wie ben ik wel tegenover een boom, die zoveel ouder is dan ik. Beschaamd was ik in de plaats van mijn naamgenoot. Het was alsof ikzelf de naam in de boom had gekrast, terwijl ik wilde dat het niet gebeurd was..."

Hoe zou jij dit beleven? Kan je daar ook meerdere gevoelens bij hebben? Wil je daar wat meer over vertellen? Kan het waardevol zijn om boodschappen in bomen te griffen? Kan je daar voorbeelden van geven?

Sommige mensen vinden dit een beschadiging van een boom

. Wat denk jij hierover?
Boodschappen krassen in geschilderde bomen.

Laat de kinderen een boomstam schilderen op een met waskrijt ingestreken karton.

In de geschilderde boomstam kunnen ze een kort bericht krassen over de waarde, de betekenis van een boom. Ze kunnen er bij wijze van variatie ook een boodschap voor iemand op tekenen. Geef de tekening aan elkaar door en reageer heel kort op de neergeschreven boodschap door er een nieuwe boodschap in te krassen. Zo ontstaat er een kort gesprek over de waarde en de betekenis van een boom.

Breng deze korte gesprekken in een tentoonstelling samen. Laat kinderen de verschillende boodschappen van elkaar lezen. Voer met hen een kringgesprek over wat hen opvalt, treft, aanspreekt of stoort in de boodschappen op de boomstammen.

2. Boomschors
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/kinderenboomschors.gif

De schors van bomen is erg verschillend. Ga samen met kinderen op verkenning naar de schors van bomen. Ga op verkenning in het bos of in het park. Gebruik zoveel mogelijk zintuigen. Wat zie je, ruik je, tast je, proef je…? Wat bedenk je, voel je, fantaseer je, associeer je, herinner je…? Vertel er over aan elkaar.

Verzamel allerlei stukjes schors van veel verschillende bomen. Breng het samen op een toontafel. Laat kinderen de stukken schors bekijken, betasten, strelen. Laat hen een stukje schors uitkiezen dat hen aanspreekt. Geef hen even wat persoonlijke tijd om zich goed te concentreren op het gekozen stuk schors.

Maak gebruik van foto’s van bomen uit diverse culturen. Maak uitvergrotingen en stel ze doorheen de klas ten toon. Laat kinderen rondlopen en onder de indruk komen van de verscheidenheid.

Je kan de kinderen volgende suggesties aanreiken. (Deze activiteit is te verbinden met doelen van taal)

Zoek woorden die bij die schors passen, woorden bij de kleuren, vormen, vergelijkingen….Kies woorden uit je eigen herinneringen en associaties.
Vertel of schrijf welke gevoelens komen boven drijven. Rijg de losse woorden aan elkaar tot een kort gedicht. Twee regels is al voldoende, maar langer mag ook.

Foto's
afbeelding-schors1_groot.jpg

schors1_groot.jpg

afbeelding-schors2_groot.jpg

schors2_groot.jpg

afbeelding-schors3_groot.jpg

schors3_groot.jpg

afbeelding-schors4_groot.jpg

schors4_groot.jpg

afbeelding-schors6_groot.jpg

schors6_groot.jpg

afbeelding-schors7_groot.jpg

schors7_groot.jpg

afbeelding-schors8_groot.jpg

schors8_groot.jpg

afbeelding-schors9_groot.jpg

schors9_groot.jpg

afbeelding-schors10_groot.jpg

schors10_groot.jpg

Gesprek

De schors van een boom lijkt wel op de huid van de mens. Is dat zo? Kan je ze vergelijken met je eigen huid? Waar zie je gelijkenissen en waar merk je verschillen op? Welke boomhuid zou je willen hebben? Op welk stukje schors, op welke foto moet het dan gelijken? Vertel even waarom je dit wenst. Schrijf de kenmerken van deze schors op. Welke kenmerken komen er met jezelf overeen? Welke niet? Zijn dat kenmerken die je graag zou hebben of juist helemaal niet?

3. Belevingsoefening: boomstam tussen hemel en aarde.

De kinderen kunnen doorheen deze oefening trachten zichzelf te voelen als een boomstam en trachten zichzelf te vergelijken met de stam van een boom. Aandacht wordt gegeven aan de verbinding die de stam vormt tussen de wortels en de takken van de boom en tegelijk tussen de hemel waarnaar de takken reiken en de aarde waarin de wortels grijpen. Vraag aan de kinderen recht te staan in de klas of zoek met hen buiten een plek in het gras. Reik daarbij volgende suggesties ter beleving aan.

Adem rustig even in en uit op je eigen ritme. Sluit je ogen en tracht stap voor stap te voelen wat de volgende woorden aangeven.
Stel je voor dat je een boomstam bent. Probeer te voelen hoe groot of klein, dik of dun, jong of oud je bent. Tracht je ook voor te stellen hoe je er uit ziet. Voel jezelf staan als die boomstam. Hoe voelt dat aan? Sta daar even bij stil. Als boomstam heb je wortels. Tracht te voelen alsof voeten wortels zijn. Met de wortels voel je de aarde. Uit de aarde zuigen de wortels water en voedingstoffen naar boven, naar de stam toe. Probeer dat even in stilte te voelen. Kan je iets van de sapstroom voelen komen? Misschien voel je wel meer dan de sapstroom alleen. Misschien voel je iets van de stroom van het leven. Misschien voel je iets van de geest van het leven? Het is niet erg als je dit niet goed kan voelen. Probeer je wel goed in te leven. Stel je voor dat het sap van de wortels door je heen stroomt, door je stam stroomt, naar de takken. Wordt je bewust dat je als boomstam doorstroomd wordt van sapstromen, van levensstromen. Voel hoe alles door je heen stroomt naar de takken van de boom. Voel je armen en je hoofd als de takken, als de kruin van de boom die boven jou staan. Je mag ook je handen en je hoofd even naar boven reiken zoals de takken van een boom. Misschien kan je de sapstroom voelen die naar de takken van de boom stroomt. Misschien heb je als boomstam ook bladeren en bloemen. Voel je ook de sapstroom tot daar door lopen? Sta er even bij stil hoe dit voelt. De sapstroom loopt van de wortels door je stam heen, door jou heen, naar de takken en naar de toppen van de boom. Wordt je daarvan bewust. Voel dit en de stilte even.

Onderbreek de inleefoefening even door de kinderen te vragen langzaam het boomstam zijn van zich af te leggen en weer te worden wie ze zijn. Vraag hun de ogen te openen en weer in deze realiteit te treden en even bij elkaar te gaan zitten.

Bespreek de activiteit door aan de kinderen te vragen hoe ze dit beleefd hebben en welke beelden, voorstellingen en gedachten er door hen heen zijn gegaan. Ga ook even na of er kinderen zijn voor wie het inleven moeilijk was. Breng er begrip voor op. Geef aan dat je inleven in iets anders ook iets is wat je stap voor stap kan leren en dat niet iedereen het daar even gemakkelijk mee heeft. Ook voor andere vakken is het zo dat de ene vaak iets vlugger kan dan de andere. Stel de kinderen gerust en zeg dat de oefening gewoon meedoen al heel erg goed is.

Start dan het tweede deel van de oefening op gelijke wijze als het eerste deel. Geef daarna de volgende instructies.
Ga met je aandacht naar je stam zijn en voel hoe de takken uit je groeien. Voel hoe ook de bladeren en de bloemen groeien. Voel hoe je takken naar boven en naar buiten reiken. Je takken reiken naar de lucht, de zon en de hemel. Je mag dit met je armen proberen uit te beelden en trachten te voelen. De levensadem van de lucht, de warmte van de zon en de geest van de hemel kunnen worden opgevangen door de bladeren. Denk daar even aan en tracht daar iets van te voelen. Laat iets van de levensadem, de warmte en/of de geest door de takken naar beneden stromen, door je stam heen. Kan je iets van deze stroming voelen, iets van de evensadem, van de warmte en van de geest? Laat het door je stam heen stromen naar de wortels toe in de aarde. Je kan misschien voelen hoe je stam de verbinding is tussen de hemel en de aarde. Sta daar even bij stil. Je geeft de hemel aan de aarde door. Denk ook even terug aan de oefening van daarnet. Toen gaf je de aarde aan de hemel door. Wordt je bewust hoe het voelt om de hemel en de aarde door je heen te voelen stromen.
Kom zachtjes weer terug tot de realiteit en kom in de kring zitten voor de uitwisseling van elkaars belevingen.

Geef de kinderen kansen tot verwerking via het maken van een tekening, het kleuren van een mandala of het neerschrijven in taal of dichtvorm.

Gebed

God,
Leer mij 'zijn'
Als je boomstam
Rechtop
Of hoe hij er ook staat
Dik of dun
Groot of klein
Leer mij
Wortelen in de aarde
Reiken naar de hemel
De stroming voelen
Van beneden naar boven
Van boven naar beneden
Door mijn leden
Verbonden
Met zo velen
Verbonden door
De stroom van leven
Wie weet
Sta ik ten diepste
In jou
God
Van het leven
En voel me
Opgenomen

C5. Takken lopen uit in bladeren en vruchten

1. Takken van dichterbij bekijken
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/takkenkind3.gif

Breng takken van verschillende bomen mee in de klas en zet ze in water. Bekijk met de kinderen de takken. Hebben de takken van de verschillende bomen en struiken dezelfde kleur? Voelen ze hetzelfde aan? Vergelijk de bladeren met elkaar. Hoe zitten ze aan de tak vast? Kun je de bladeren gemakkelijk van de takken afhalen? Kun je nog zien waar de bloesem aan de tak heeft gezeten? Heeft de tak kleine vruchtjes? Kijk ook waar de knoppen voor het volgende jaar zitten. Het kan gebeuren dat sommige takken wortels vormen. Takken van wilgen vormen vrij vlot wortels. Bekijk het proces van wortelvorming met de kinderen. Deze takken kun je later buiten planten in de schooltuin of meegeven met de kinderen.
Takken in de winter hebben geen bladeren maar wel knoppen. Welke kleur hebben de knoppen? Voel voorzichtig aan de knoppen. Hoe voelen ze aan? Zijn de knoppen kleverig? Waarom is dat?

Haal een knop van een tak en probeer de knop open te peuteren. Gaat dat gemakkelijk? Wat zie je? Je kan een grote knop open snijden. Je ziet dan heel goed de opgevouwen bladeren in de knop zitten. Zet de takken in een pot met water op een zonnige plek neer. Na een paar dagen gaan de knoppen open en komen de bladeren uit. Volg met de kinderen nauwgezet het proces. Je kan dit verbinden met doelen uit wereldori√ęntatie.

Bekijk en experimenteer met takken. Wat is hun draagkracht, hun buigzaamheid, hun taaiheid of hardheid. Bekijk de grote verscheidenheid. Wat wordt van eikenhout gemaakt? Wat maakt men van wilgentakken? Door wie is het hout van de linde gegeerd?

Verken de kracht van takken aan de bomen in het bos of het park. Hoe lang kunnen takken wel zijn. Met hoeveel kinderen kan je aan een tak hangen tot hij buigt? Zijn er takken waaraan je kan zwieren? Zijn er takken die speciale groeivormen hebben? Zijn er bomen met veel of weinig takken die van de stam vertrekken. Waarom schieten bepaalde takken recht naar boven en andere niet?

2. De vertakkingen van je eigen stamboom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/stamboom2.gif

In de lessen wereldori√ęntatie kan je leren over stambomen. Ze geven aan hoe je familie is samengesteld. In een 'genogram' vind je uitleg over hoe je een stamboom van familie kan tekenen. Daarbij wordt (voor de leerkracht) uitgelegd hoe een dergelijk genogram, een schets van de familierelaties, een aanzet kan zijn tot een gesprek over geloven.

Maak een stamboom van de kinderen in je klas. Hoe beleef je zelf de samenstelling van de klas. Teken jezelf als stam en je dichtste vrienden of vriendinnen als dikke takken. Kinderen die een beetje minder je vrienden zijn of gewoon speelkameraad, die teken je als dunnere tak wat verder van de stam.

Laat kinderen iemand van de klas kiezen waarmee ze over hun stamboom spreken. Voer met kinderen een kringgesprek. Laat kinderen vrijwillig kiezen wat ze over hun stamboom van de klas willen vertellen.

Laat kinderen een stamboom maken van hun diverse relatiegroepen. Doe het op dezelfde wijze als hierboven is aangegeven. Het kind zelf vormt de stam met aan de stam diverse dikke takken met daaraan weer fijnere takken. Voorbeeld: familie, klas (school), vrienden, buren, jeugdbeweging, sportclub, hobbyclub… In de stamboom wordt dus een vorm van sociogram van het kind gemaakt. Laat kinderen deze boom inkleuren en vormgeven zodat ook de sterkte en de frequentie van de relatie op een eigen manier uitgetekend wordt door de kracht van de lijnen of de kleurkeuze, de dikte en vormgeving van de takken.

Op de tekening zien we Jezus op het kruishout afgebeeld als een levensboom. Aan de uiteinden van de doorgroeiende takken van de boom, staan de gezichten van de profeten uit het eerste testament. Je kan zeggen dat deze profeten de inspiratiebronnen waren van Jezus. Hij beschouwde ze als personen waar Hij heel dicht bij stond, als takken van eenzelfde boom. Zijn er ook 'gelovige' mensen die in jouw stamboom voorkomen? Je kan ze op een eigen wijze inkleuren. Vertel er over aan elkaar bij het kringgesprek.

Inhoudelijke uitdieping: zie suggesties bij 'wortels'.

3. Verhaal: Bomen met lage takken

4. Bomen en hun bladeren

Verzamel via de kinderen een grote hoeveelheid van verschillende soorten bladeren in de klas. Verken de bladeren van de bomen in hun diversiteit. Laat kinderen hun belevingen hierbij uiten. Bekijk de vormgevingen. Vraag de kinderen welke bladeren of kleuren het meest bij hen passen. Activiteiten, inhouden en doelen van lessen wereldori√ęntatie kunnen hiermee verbonden worden.

Foto's
afbeelding-blad1_groot.jpg

blad1_groot.jpg

afbeelding-blad2_groot.jpg

blad2_groot.jpg

afbeelding-blad3_groot.jpg

blad3_groot.jpg

afbeelding-blad4_groot.jpg

blad4_groot.jpg

afbeelding-blad5_groot.jpg

blad5_groot.jpg

afbeelding-blad6_groot.jpg

blad6_groot.jpg

5. Korte verkennende activiteiten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/spelen.gif
  • Bladeren verzamelen.
  • Bladeren selecteren naar kleur, naar grootte, naar vorm.
  • Kleine boeketten maken van bladeren.
  • Een boom spelen die de blaadjes laat vallen.
  • Een lied zingen over vallende blaadjes, vb. 'Blaadjes vallen van de bomen'.
  • Vallend blad spelen.
  • Spelen met afgevallen bladeren in het park.
  • Op allerlei wijzen jezelf bedekken met afgevallen bladeren.
  • ...
Compositietekeningen met bladeren

Verzamel bladeren van verschillende soorten bomen en droog ze tussen de bladzijden van een boek. Leg een blad onder het vel papier en ga met waskrijt over de plek waaronder het blad ligt. De vorm en de nerven van het boomblad komen vanzelf te voorschijn. Doe hetzelfde met bladeren die een andere vorm hebben. Laat ook gedeelten van bladeren over elkaar heen vallen. Werk met verschillende kleuren en tinten.

Boombladeren afdrukken
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/afdrukken.gif

Verf grote vellen papier vol met bruine verf. Maak kleurnuances door met witte en zwarte verf de bruine kleur lichter of donkerder te maken. Laat de verf goed drogen. Scheur van de vellen lange stroken. Leg op een nieuw vel stroken zo neer dat ze een boom vormen. Plak de stroken vast als ze goed liggen. Smeer groene verf aan de kant van de boombladeren waar de nerven zitten. Maak met deze bladeren afdrukken op de boom of de plant die je met de stroken hebt gemaakt.

Een tekening met een blad als uitgangspunt.

Zoek een mooi boomblad uit en plak dat op het papier. Bekijk de vorm van het blad goed en verzin waarop het lijkt. Maak met het blad als uitgangspunt met kleurpotloden of viltstiften een tekening.
Maak uitgaande van het blad een tekening dat iets vertelt over jezelf.

6. Afscheid van een beukenblad

Het verhaal

Ik weet nog hoe het begon in een verre lentenacht. Ik lag samengerold van de koude, in een puntige knop. Het was geleidelijk wat warmer om me heen geworden. Ik voelde behoefte me te rekken en knap! Een knop schoot los. Ik rolde open. Mijn muts viel af. Ik rook een zachte geur van lenteregen. Een druppel vocht viel op mijn kop. Ik draaide me verder uit de plooi. Het was of ik wakker schrok.
Mijn schubben vielen één voor één af en los was ik. Ik ademde waarlijk. Zo bleef ik luisteren naar het ruisen van de regen, heel de nacht.
't Werd licht. Ik zag het bos. En ook al mijn zusjes die zich los gewenteld hadden die nacht. Stil en verbaasd voelden wij het zonlicht over ons schijnen. Eén voor één streken we de plooien glad van ons kleed: heel lichtgroen, zacht en vol fijne haartjes. De zon werd warmer en wij voelden ons sterker worden. Stemmen zegden: kijk, de beuk is uitgelopen! Trots spreidde ik me nog gladder uit!
Heerlijk waren die lentedagen ! Groener, steeds groener kleurde de zon mij. Sterker werd ik. Vogels praatten met elkaar in de takken en ik leerde veel. Overdag was het werken. Het zonlicht en het water werkten in ons en ik ademde maar.
Niet altijd was de lucht lekker! Soms vies en vuil! Dan deed ik mijn mond dicht en liet me slap hangen. Maar dan drong moeders stem tot me door! Kinderen! Niet opgeven! Wij zijn er om het vuil uit de lucht te halen! We houden het bos fris en schoon! Voor onze vrienden de dieren! En ook voor de mensen!
Dan deden wij weer ons best: alle vijfduizend zusjes aan onze moederboom en alle andere 'buurbomenblaadjes'.

O wat waren die zomernachten met het gezicht van de maan, groot en vriendelijk opkomend, oranje boven de heiderand, zo mooi. En een fluisteren liep door het bos. Dan zagen we nevelsluiers en daarin elfjes die in het maanlicht dansten. Stil schouwden we toe tot de maan verdween en achter het bos, in roodgouden gloed, de zon verscheen, omstuwd door het vogelgezang. Dan trilden wij mee in een roes van vreugde!

Nu is dat voorbij. De vogels zijn stil geworden. Velen zijn weg gegaan. Langzaam wordt het nu 's morgens licht in een kille mist. Ik voel dat ik verander. De beukennoten heb ik zien rijpen. Nu springen hun huisjes open en tik tik vallen de nootjes en bezaaien de bosgrond. De eekhoorntjes zijn nu heel bedrijvig. Moeder is klaar met haar werk voor dit jaar. Ik voel me nu zwak en geel. Waar bleef mijn groene kleur? De flauwe zon brengt geen hulp. Maar ze betovert mijn kleed: het wordt droog en gelig naar goud, zo goud als de zomerzon!
Als ik haar zie aan de blauwe herfstlucht, dank ik haar dat ik zo goud als de zon mag heengaan.

Nu voel ik dat mijn uur gekomen is. Ik ritsel van droogte als de wind langs mij strijkt. Mijn steeltje laat bijna los. Dag moederboom. Ik ga heen. Ik zal vallen op het mos en langzaam veranderen in aarde. De wind zal me opdwarrelen en weer neervlijen. Maar ik zal 't niet weten, want ik ga slapen. Slapen zoals ik sliep in de knop. De nevel komt op. Als nu de nachtwind wij wiegelt, zal mijn steeltje loslaten. Moeder vaarwel.

(Uit: Plantenzielen van Mellie Uyldert)

Gesprek met kinderen

Bespreek met de kinderen het groei- en stervensproces van boombladeren.

Poppenkast

Maak met de kinderen met herfstbladeren figuren om poppenkast mee te spelen. Bekleed rolletjes of kleine doosjes in karton met herfstbladeren. Maak een hoofd in klei en gebruik kleine stukjes blad en steeltjes om het hoofd verder vorm te geven. Ook vruchten en noten lenen zich daartoe. Je kan met de kinderen een fragment uit √©√©n van de verhalen over boombladeren naspelen. Bijvoorbeeld: het verhaal van het beukenblad. Laat kinderen duidelijk de verschillende groeifasen uit het verhaal benoemen. Vraag hen daarbij iets te vertellen over hoe het voelt. Wat is prettig, zalig, beangstigend, vervelend, moeilijk, pijnlijk…

7. Boombladeren als handen

Bladeren hebben vele eigenschappen. Het is prettig om die kenmerken met kinderen te verkennen en op te sommen.

Bladeren van bomen zijn de zachte en fijne onderdelen van bomen. Ze wuiven bij de minste wind. Ze voelen vaak zacht aan. Ze maken samen een scherm om te beschutten tegen zon en regen. Met hun schaduw wuiven ze je koelte en frisheid toe. Ze zorgen vooral voor verse lucht. De bladeren van bomen laten de omgeving zalig ruiken. Ze kleuren het landschap groen en in de herfst in vele soorten geel, oranje, rood en bruin. Ze geven ook kevers en rupsen te eten en kleine dieren kunnen zich bij hen goed verschuilen. Als de bladeren van de boom afvallen, dekken ze de grond als een deken toe.

Laat kinderen een aantal van deze eigenschappen met allerlei bladeren in hun handen naspelen. Wuiven, strelen, koelte toewaaien. Samen met enkele kinderen een scherm van schaduw maken. De klas, het bord, de juf versieren en kleur geven. Iemand toedekken.
Welke zalige dingen kunnen we van bladeren van bomen leren?

8. Mandala kleuren
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/mandala1_groot.jpg

Werkwijze zie impuls C.1

9. Mythische oorsprongsverhalen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boomherfstkleuren.jpg

Waarom de bomen in de herfst geel worden

Heel lang geleden, toen de aarde nog niet zolang bestond en de bomen altijd groen waren, ging een man op weg naar het noorden. Daar kwam hij in een prachtig sprookjesland. In dat land kwam de zon maar een klein stukje boven de horizon en ging heel vroeg weer onder. Door zijn stralen kreeg de wereld allerlei kleuren. De bomen hadden de meeste kleuren. Ze waren niet altijd groen, zoals bij hem in het zuiden, nee ze schitterden in verschillende kleuren geel, rood en bruin. Toen de man na enige tijd terugging naar het zuiden en aan de mensen in zijn dorp vertelde wat hij gezien had, wilde niemand hem geloven. De man moest zijn verhaal maar bewijzen en daarom vroegen ze hem een tak van zo'n rode, gele en bruine boom mee te nemen. Dus ging de man opnieuw de lange weg naar het noorden. Er verstreek een hele tijd en de man was nog steeds niet terug. Op een goede dag kwam in het dorp een prachtige vogel aanvliegen die in zijn snavel een tak had met gele, rode en bruine kleuren. De vogel wierp de tak in een boom en op hetzelfde ogenblik werd de boom helemaal geel, rood en bruin. De gekleurde vogel was de man die naar het noorden was gegaan. Toen de mensen allemaal kwamen kijken, krijste de vogel, alsof hij hen uitlachte en vloog weg. Maar de tak met de herfstbladeren liet hij liggen. Vanaf die tijd waren de bomen niet altijd meer groen. In de herfst kregen ze prachtige gele, rode en bruine blaadjes.

In natuurverklarende sprookjes worden eigenschappen en kenmerken van bomen in het algemeen of van bepaalde boomsoorten verklaard. Omdat voor mensen de zin, betekenis of het waarom der dingen niet altijd duidelijk was, zocht men naar mogelijke verklaringen. Deze werden in verhalen doorverteld. Heel wat natuurfenomenen hebben door de wetenschap andere verklaringen gekregen.

Kunnen deze verhalen vandaag nog iets betekenen? Hebben zij nog waarde? Waarom wel of waarom niet. Is deze conclusie bij alle verhalen en sprookjes dezelfde? Licht even toe.
Hoe sta je tegenover onderstaande verhalen? Bevestigen die je vorige denkbeelden?
Wat vertellen deze sprookjes nog meer dan de verklaring die ze geven? Wat willen ze nog bijkomend vertellen? Is dat ook van waarde? Waarom wel of niet?
Waarom het eikenblad zo uitgesneden is
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/eikenblad.jpg

Er was eens een arme boer die grote geldzorgen had. Op een dag ontmoette hij een man bij wie hij zijn beklag deed. Deze man, die in werkelijkheid de duivel was, gaf de boer een zak met geld op voorwaarde dat de boer zijn ziel aan de duivel zou geven. Daar voelde de boer niets voor. Maar toen hij aan zijn vrouw en kinderen dacht die hij bijna niet meer te eten kon geven, begon hij te twijfelen. Bovendien hoefde hij zijn ziel niet direct af te staan, had de man gezegd, dus gaf hij toe.
'Pas als alle blad van de bomen is, kom ik terug en haal ik jouw ziel.' De boer nam het geld aan, want hij dacht dat de man het tegen die tijd wel vergeten zou zijn. De zomer verliep en de boer werd onrustig. Het blad werd geel en begon te vallen.Toen kwam de duivel terug en zei tegen de boer: 'Het is tijd dat je jouw ziel afstaat.' 'Neen,' zei de boer, 'kijk maar eens rond, daar zit nog wel blad aan de boom.
Hij wees op een els die nog groen blad had. De duivel werd boos en zei dat hij spoedig terug zou komen. Toen kwam er een nachtvorst en een storm en ook de els verloor zijn blad. De duivel kwam terug en zei: 'Nu is het jouw tijd, alle bladen zijn verdord.' 'Nee,' zei de boer, 'dat hebben we niet afgesproken. Het blad zou er afgevallen zijn, dat was de afspraak.' De boer wees op de wintereik die nog al zijn verdorde blad had. De duivel liet daarop grote stormen door de bomen razen, maar de eik behield zijn blad. En ook een sneeuwstorm hielp niet. Maar de boer kreeg het toch benauwd en hij vertelde aan zijn vrouw wat hij had afgesproken.
Toen zei de vrouw: 'Ga naar de kerk en biecht het op.' Onderweg naar de kerk kwam de boer weer een man tegen die hem aansprak. De boer vertelde ook hem zijn verschrikkelijke afspraak. Toen zei de man, die Onze Lieve Heer was, dat hij zich geen zorgen behoefde te maken. En zie, toen de duivel weer kwam, omdat nu ook van de wintereik het blad gevallen was, zaten er al weer nieuwe groene knoppen aan die lieten zien dat de eik niet dood was, maar alweer nieuw leven had. Toen werd de duivel zo boos, dat hij, toen de eik weer in blad stond, met zijn klauwen door het blad griste en als een dolleman erin te keer ging. En daarom is het blad van de eik zo diep ingesneden en heeft het geen gave rand.

Waarom de berk de blaadjes heeft, die hij heeft
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/berkenblad.jpg

De berk was ontevreden over de schepping. Hij vond zijn blaadjes te klein. Toen kwam er een fee langs die vroeg wat de berk dan wilde. 'Ik zou graag gouden blaadjes willen hebben.' 'Goed,' zei de fee. En de berk kreeg gouden blaadjes. Maar dat duurde niet lang, want de mensen plukten al snel die berk helemaal kaal. Toen die fee weer eens langs kwam en die kale berk zag, vroeg ze: 'Wat is er nu aan de hand?' 'Ze hebben me helemaal kaal geplukt,' klaagde de berk. 'Wat wil je dan?' vroeg de fee. 'Ik zou graag van die mooie glazen blaadjes willen hebben, die glinsteren in het zonlicht.' 'Goed,' zei de fee, 'je wens is vervuld.' En zie de berk straalde in het zonlicht als een kristallen boom. Maar toen kwam er een fikse hagelbui en alle glazen blaadjes braken en vielen op de grond. En weer was de berk diep bedroefd.
De fee kwam weer en zag de ravage. 'Je mag nu nog een keer één wens doen,' zei de fee. 'Geef mij dan toch maar weer die kleine blaadjes, die een gouden kleur hebben in de herfstzon, maar die de mensen niet meer plukken,' zei de berk. En zo geschiedde het. En de berk was heel gelukkig met zijn mooie kleine blaadjes en zijn gele kleur in de herfst.

10. Vruchten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/vruchten2.gif

Dit onderdeel laten we geheel en al aan uw creativiteit en vindingrijkheid over.
Met een verhaal als opstapje moet dat lukken.

Hoe de vruchten op de wereld zijn gekomen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/vruchten3.gif

Toen de aarde nog niet zo lang bestond, waren er geen vruchten. De mensen wisten niet wat een banaan was en kenden geen ananas, peer of appelen. De mensen hadden toen honger en ook de dieren hadden niets te eten. Alleen de tapir zag er goed doorvoed uit. Iedere morgen ging hij ergens heen en iedere avond kwam hij met een volle maag terug. De mensen en dieren kregen dit in de gaten en ze zeiden: 'De tapir heeft zeker een plekje gevonden, waar genoeg te eten is. Iemand moet hem volgen. De muis kan het beste achter hem aanlopen, die is klein en slim. Dat zal de tapir niet merken.'

De volgende dag ging de muis stilletjes de tapir achterna, tot midden in het oerwoud. Daar was een heuvel en op die heuvel stond een grote boom. Het was een wonderboom. Er hingen allerlei soorten vruchten aan de takken. Bananen, ananas, peren en appelen, perziken, sinaasappelen, bessen en meloenen. Kortom: alles wat mensen en dieren tegenwoordig graag eten.

De tapir ging onder de boom staan en verzamelde alles wat er naar beneden viel. Hij at tot hij zijn buik vol had. Toen ging hij liggen en viel in slaap. Hij had niet gemerkt dat de muis hem was gevolgd en hij hoorde ook niet dat de muis begon te eten. De muis at tot haar buikje kogelrond was. Toen ze helemaal vol zat, haastte ze zich naar de andere dieren en de mensen om te vertellen waar de tapir naartoe was gegaan om zich vol te eten. Als bewijs had ze een kleine bes meegenomen.

De mensen en dieren waren dolblij. De volgende dag gingen ze allemaal met het muisje mee. Ze moesten een heel eind lopen tot de muis in het oerwoud bij een hoge boom stilstond. De boom stond boven op een heuvel en aan zijn takken hingen allerlei soorten vruchten. En wat rijp geworden was, viel naar beneden. De mensen en dieren aten tot ze niet meer konden. Toen probeerden ze in de boom te klimmen. Ze wilden er allemaal een tak afbreken om die in hun eigen dorp te planten. Maar de boom was te hoog, te dik en te glad. De mensen en dieren konden er niet in klimmen en ze zeiden: 'We moeten de boom omhakken.'

Tien dagen lang probeerden ze de boom te vellen, maar hij bleef overeind staan. Twintig dagen hanteerden de mensen en dieren de bijl, maar de boom bewoog niet één keer. Er waren dertig dagen voor nodig om de boom eindelijk om te krijgen. Toen kon iedereen nemen wat hij wilde. De één nam bananen, de ander ananas, een derde de peren, de vierde appelen en weer een ander nam bessen en meloenen. En ze namen ieder hun deel mee naar hun eigen dorp. Daar plantten ze het in vruchtbare aarde. En zo zijn de vruchten op de wereld gekomen.

C6. Een boom ontmoet de lucht

1. Als de takken wijzen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/lucht_groot.jpg

Als je door de takken van de bomen naar boven kijkt, dan zie je de lucht. Sommige bomen, zoals de populier en de spar, lijken op een wijsvinger die recht naar de hemel wijst. Het hele wezen van de boom is naar de hemel gericht, naar het licht. Het lijkt dan alsof de bovenste takken de hemel raken. De boom is in de meeste culturen het teken van verbinding tussen hemel en aarde. De verbinding tussen de wereld van het dagdagelijkse, het materi√ęle, het gewoon menselijke en de wereld van het spirituele, de dromen, het goddelijke.

Bomen doen de mens opkijken naar wat hem te boven gaat en wat boven het leven van elke dag uitstijgt. Bomen laten de mens vermoeden dat er misschien nog meer is dan verworteld zijn in het gewone leven.

Als je op de tekening klikt, dan verschijnt een grotere versie van de tekening.

Je kan samen met de kinderen dit schilderij bekijken. Volgende suggesties kunnen een hulp zijn. Wat zie je allemaal? Benoem eens even wat er nog meer te zien is. Wat roept dit bij je op aan sfeer, aan gedachten, aan gevoel, aan verbeelding? Welke titel zou je aan dit schilderij geven? Wie kan in één zin zeggen wat het voor je betekent?

Het is duidelijk dat de takken van de bomen naar boven, naar buiten wijzen. Zoek met de kinderen waar de bomen kunnen naar verwijzen.

Laat kinderen dit tekenen of verwoorden in 'gedachten of droomwolken'. Vergroot de foto van het schilderij en kleef de wolken er boven. Bespreek de diverse wolken van de kinderen.

2. Boomkruinen en hun verbondenheid met de lucht

Samen met kinderen kijken langs de stammen van de bomen doorheen de kruin naar de lucht erboven, is wel een vermoeiende activiteit die echter wel de moeite loont. Kies na een korte tijd een andere houding uit. Bijvoorbeeld gewoon met je rug in het gras naar boven kijken. Alle kinderen zitten in een kring met een boom in het midden, de hoofden naar de boomstam toegewend. Laat kinderen vertellen wat ze zien, wat ze associ√ęren, fantaseren, voelen… Voor een verdere vraagstelling: zie even verder bij 'uitdiepend gesprek'.

Wanneer je met de kinderen niet naar buiten kan om bovenstaande ervaring aan de lijve te beleven, kan je gebruik maken van bijhorende foto's. Selecteer een aantal foto's uit het aanbod en vergroot ze in zwart-wit of kleur.

Bekijk met de kinderen de uitvergrootte foto's in de vorm van een tentoonstelling. Laat hen stilstaan bij de foto die hen het meest aanspreekt. Vraag hen op een bijhorend blad iets te schrijven over wat hen daarin raakt en treft. Laat de kinderen opnieuw rondlopen en bij nog meer foto's korte commentaren schrijven over wat hen raakt. Bespreek de opgedane indrukken bij de foto's.

Foto's
afbeelding-boomlucht4_groot.gif

boomlucht4_groot.gif

afbeelding-boomlucht1_groot.jpg

boomlucht1_groot.jpg

afbeelding-boomlucht2_groot.jpg

boomlucht2_groot.jpg

afbeelding-boomlucht3_groot.jpg

boomlucht3_groot.jpg

afbeelding-boomlucht5_groot.jpg

boomlucht5_groot.jpg

afbeelding-boomlucht6_groot.jpg

boomlucht6_groot.jpg

afbeelding-boomlucht7_groot.jpg

boomlucht7_groot.jpg

afbeelding-boomlucht8_groot.jpg

boomlucht8_groot.jpg

afbeelding-boomlucht9_groot.jpg

boomlucht9_groot.jpg

afbeelding-boomlucht10_groot.jpg

boomlucht10_groot.jpg

3. Uitdiepend filosofisch en godsdienstig gesprek.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/satelliet.gif

Als je naar de bomen en hun takken kijkt, lijken ze naar de hemel te reiken alsof ze de hemel willen aanraken. Zouden bomen dat willen? Zouden ze naar de hemel wuiven? Veronderstel dat de bomen en hun kruinen naar de hemel zouden wuiven. Waarom zouden ze dat dan doen? Wie kan er een reden bedenken? Als je door de takken van de bomen naar de lucht kijkt dan lijkt het alsof ze de lucht raken. Zouden de takken van de bomen de hemel op één of andere wijze strelen of kietelen? Hoe zou jij de aanraking van de takken van de bomen met de lucht of met de hemel beschrijven?

Boomtakken en bladeren horen bij de eersten die alles opvangen wat uit de hemel komt. Wat vangen ze allemaal op uit de hemel? Regen, sneeuw, hagel, bliksem, de zonnestralen, de vervuiling…. Wat nog? De insecten, de vogels… Zouden de bomen nog meer uit de lucht, uit de ether, uit de hemel kunnen opvangen? Geluiden, Radiogolven, doorgestraalde Tv-beelden…..? Waarom denk je dat, waarom wel of niet?

De lucht wordt ook altijd verbonden met wolken en dromen. Welke dromen zouden bomen kunnen voelen? Zouden bomen zelf ook dromen? Zouden ze dromen kunnen vangen? Zou je dat een prettig, leuk, grappig, wenselijk, idioot, stom idee vinden? Waarom? Zouden de verschillende soorten bomen, verschillende soorten dromen hebben, vangen? Als jij door de takken van een boom naar de lucht zou kijken, waar begin jij dan van te dromen? Probeer eens? Probeer het eens te verbeelden met één van de foto's naar keuze.

Als mensen naar de hemel kijken dat denken ze soms ook aan de overledenen, aan heiligen zoals Maria, aan God, aan de Hemelvaart van Jezus en van de profeet Mohammed en die van …

Is dat bij jou soms ook zo? Gebeurt het ook dat je in een boom klimt om meer op jezelf te zijn? Om meer tot rust te komen? Om los te komen van wat er beneden allemaal gebeurt. Om dichter bij de hemel te zijn? Om dichter bij personen in de hemel, dichter bij God te zijn?

Vroeger wijdde men bomen toe aan God. Bij de Germanen wijdde men de eik aan Wodan en de linde aan Freya toe. In het christendom werden kruisbeelden aan bomen opgehangen en ook kapelletjes voor Maria en andere heiligen werden aan bomen opgehangen of onder bomen gebouwd. Er zijn ook bijbelverhalen waarin bomen de aanwezigheid van God verbeelden. Wat denken jullie? Hebben bomen mogelijk iets te maken met God? Hebben bomen speciale eigenschappen waardoor ze een eigen relatie met God hebben?

Wat denk je van deze uitspraak van een indiaans opperhoofd?
"Bomen zijn de handen van God, die hij door de aarde naar ons uitsteekt en waarmee hij naar ons wuift."
Wat wil hij daarmee zeggen denk je? Betekent het voor jou iets? Kan je daar wat over vertellen?

Kijk eens terug naar het kunstwerk van de boom met de vele pijlen of wijzers. Misschien heb je ondertussen nog aan elementen gedacht waar bomen naar kunnen verwijzen? Teken opnieuw wolken bij de boom en schrijf of teken er desgevallend nog nieuwe elementen bij.

4. Boomgedicht van Tagore

'Groot ben ik' zegt de boomkruin, 'jij bent klein.'
De wortel zegt : 'broederlief, laat het zo zijn.
Jij leeft daarboven, jouw trots stijgt hemelhoog.
Ik heb je groot gebracht, de trots waarop ik boog.'

De boom is de vruchten niets schuldig.
Hij schenkt ze menigvuldig.
Die gave, aan de wereld gegeven,
Maakt deel uit van zijn eigen leven.

De wandelaar die langs loopt
En er een handvol van plukt,
Verdiend heeft hij ze niet,
Ze vallen hem toe door geluk.

De aarde houdt door haar voeding
De boom aan zich gebonden.
Door het licht van de hemel
Heeft hij de vrijheid gevonden.

Woudreus, het heilige woord bot uit
In je bladeren, bloesems en twijgen,
Dat is ook mijn wezen eigen
En klinkt in de klank van mijn lied bij de luit.

5. Activiteiten ter afronding van de gehele impuls.

1. Teken je eerste levensboom

De wortels: Maak een stevige verbinding met je familie, vrienden, kennissen, je verleden en al haar wijsheden. Schrijf in de wortels wat je het sterkst van hen meedraagt.

De stam: Geef aandacht aan hoe je jezelf voelt staan. Maak de stam zoals je zelf bent: recht, groot, slank, lenig, gebogen, met knoesten, e.d. Schrijf er de meest kenmerkende elementen in.

De takken: Maak een bladerdak met kruininformatie. Zet daarin waar je heen wilt, wat je wil worden.


Teken een boom en schrijf in zijn kruin (in verschillende compartimenten) je levenswensen.

2. Meditatieteksten bij boommomenten

Ik ben de boom. Met hem strek ik mij naar de hemel, doorsta met moed weer en wind, kan voor velen nuttig zijn. Net als hij put ik de kracht en het sap uit mijn diepe wortels. Ik voel me verbonden met de aarde, hou van de mensen en de plaats waar ik leef. Ik omhels de grond stevig, graaf mijn wortels in de aarde maar ik kleef me aan niets of niemand vast. Dat is wat me sterk, zeker, vrij, ontvankelijk en robuust maakt. Ik wijs de hemel aan voor anderen en voor mezelf.

O God, ik ben de boom en jij bent mijn aarde. Jij houdt me vast en stuurt me telkens hoger. Je bent de bries die van ver komt, de adem van de dingen. Niemand weet waar je vandaan komt of waar je heen gaat. Je blaast en stuurt me, je geeft me vorm. Draag me, houd me met je aarde vast. Ik ben de boom en jij bent de kern van mijn leven. Trek mijn wortels naar je toe en doe mij groeien als een wegwijzer. Maak van mij een rustplaats voor wie troost en richting zoeken. Help en versterk me. Draag me God, want slechts met mijn wortels in je aarde voel ik voldoende vertrouwen om te doen wat ik moet en wil doen, namelijk wegwijzer zijn van uw hoogte en diepte.

Ik omhels de boom en adem mee met de boom. Tussen zijn bladeren ruist de wind.
Zijn wortels reiken diep in de aarde. Ik omarm de stam en voel het verhaal van de boom dat zich tussen de ringen ontvouwt. Zijn strijd…zijn pijn….zijn geluk…zijn groei…
Ik kan naar de boom luisteren en met hem praten.
Over het zaad, de vonk van zijn gedachten.
De boom spreekt kalm, kalme gedachten die zich uitzetten in de tijd.
Een tijd die langer duurt dan mijn leven.

Impuls D: Leven in en om de boom

1. Planten en dieren in en op en rond een boom

Een boom is als een huis
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/impulsd_1.gif

Een boom zit vol leven. Een boom is leven op zich: de groei en bloei, ontknoppende bladeren, sapstromen, vruchten, verkleuringen, vallend bladeren… Een bijna onophoudelijk proces van leven en sterven.

Maar een boom is ook een hele samenleving. Een boom heeft gastbewoners. Eerst zijn er de plantaardige: korstmossen, schimmels, zwammen, maretakken, paddestoelen, wingerds allerhande.

Daarnaast leven er in een boom wel duizenden dieren van verschillende soorten tegelijk: duizenden bladluizen, tientallen lieveheersbeestjes, honderden mieren, tientallen spinnen, tientallen tot honderden rupsen en kevers, tientallen tot honderden wespen, een tiental muizen tussen de wortels, een nest konijnen, een verscholen pad, een egel, soms enkele, soms tientallen vogels zoals de uil, een houtduif, een Vlaamse gaai, een ekster, een pimpelmees, de boomklever, de specht. Enkele vleermuizen, een enkele eekhoorn of een boommarter… Een boom dat is een huis, meer nog, een boom lijkt wel een hele stad.

Foto's
afbeelding-dieren1.gif

dieren1.gif

afbeelding-dieren2.gif

dieren2.gif

afbeelding-dieren4.gif

dieren4.gif

afbeelding-dieren6.gif

dieren6.gif

afbeelding-dieren8.gif

dieren8.gif

afbeelding-planten1.gif

planten1.gif

afbeelding-planten2.gif

planten2.gif

afbeelding-planten4.gif

planten4.gif

afbeelding-dieren3.jpg

dieren3.jpg

afbeelding-dieren5.jpg

dieren5.jpg

afbeelding-dieren7.jpg

dieren7.jpg

afbeelding-dieren9.jpg

dieren9.jpg

Gesprek

In de schaduw van een boom leven vele dieren. Voor elk van deze dieren betekent een boom iets anders.

Welke dieren wonen er in een boom?
Weet iemand waarom deze dieren in een boom wonen?
Wat geeft een boom aan de dieren?
Wat is voor jouw het meest verwonderlijk dat een boom betekent voor een dier?
Als al deze dieren een plaats kunnen hebben in een boom, wat vertelt dat over bomen?
Maak een lijstje van wat een boom betekent voor dieren en voor welke dieren een boom allemaal iets kan betekenen.

Ga eens kijken

Ga onder een boom vlakbij de wortels eens op je hurken zitten en trek een vierkant van twee handpalmen groot op de grond. Kijk naar de levende wezentjes die door je afgebakend stukje grond heen kruipen. Ze komen ongevraagd binnen buiten gelopen...

Neem een vergrootglas en bekijk de stam van een boom nauwkeurig. Welke dieren kan je ontdekken?
Leg een wit laken onder een boom. Schud eens stevig aan de boom. Kijk welke dieren uit de boom vallen. Welke dieren ken je, welke dieren zie je voor het eerst?
Schrijf je belevingen en ervaringen op en wissel ze uit.

Een boom vol dieren

Plaats een grote tak als een boom in je klas en hang de foto's van de dieren die in een boom leven op in de boom, eerst de dieren waar de kinderen wat over weten te vertellen. Later de dieren waar kinderen iets over opgezocht hebben. Stilaan ontstaat er een groter weten over het samenleven in een boom.

De kleine boom

Een mooi boekje voor jonge kleuters is uitgegeven bij de Katholieke Bijbelstichting.

Het past in een valiesje met suggesties rond gelovig opvoeden van jonge kinderen thuis.: 'Beginnen maar. Geloven thuis helpt ouders thuis op een speelse manier met geloven om te gaan.'

De kleine boom is een verhaal over een jonge boom die past begint te groeien. De dieren in de omgeving van de boom volgen het gebeuren en kijken bezorgd en meelevend toe, ze willen heel graag de kleine boom in z’n groeiproces bijstaan. De vlinder, de mol, het konijn enzovoort… Hoe het verder gaat, kan je lezen in dit boekje. Enkele prenten als voorsmaakje.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_small/kleine_boom1_groot.jpg
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_small/kleine_boom2_groot.jpg
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_small/kleine_boom3_groot.jpg
De boompoppenkast
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/poppenkast_groot.gif

Je kan een poppenkast zoals op de foto éénvoudig zelf maken. Teken de poppenkast op de foto na op een grote houten triplex plaat of projecteer de foto er op en teken de lijnen na. Uitzagen met een wipzaagje. Met verschillende kleuren houtbeits (twee soorten is voldoende vb. lichte en donkere eik) de rimpels, de schors, de wortels en de mond kleur geven. Een stuk mooie tak, recht afgezaagd kan met één houtschroef als neus bevestigd worden. De mond wordt de grote opening waarin gespeeld wordt. Maar ook naast en onder de boom en in z'n takken kan gespeeld worden. Maak eventueel ook deuren en gaatjes naar keuze in de boom waarlangs dieren kunnen tevoorschijn treden. Zaag de vorm van de opening uit de boom en herbevestig met een scharnier zodat alles weer open en dicht kan.

De boom schilderen op een groot doek en dit aan een stok ophangen in de klas is ook een goede mogelijkheid. Je kan gewoon een grote boomtak in de klas halen waar rond poppenkast gespeeld wordt. De spelers zijn dan wel altijd zichtbaar. Maar ook in het moderne theater speelt men poppenkast met zichtbare acteurs. Dit geeft tegelijkertijd ook een mogelijke meerwaarde, want naast de dieren in de hand kan ook de acteur meespelen in het spel.

Zorg voor een valies vol dierenpoppen. Handpoppen of knuffeldieren. Laat kinderen allerhande dieren, die in of op of rond een boom te vinden zijn, uit hun verzameling meebrengen.

Laat kinderen om beurt een dierenpop uit de valies kiezen. Vraag hen ermee achter de poppenkast te gaan zitten en laat hen dier te voorschijn halen en iets te laten doen waar het in of op of rond de boom doet. Vraag hen het dier iets te laten zeggen waardoor het aan de ander die kijkt duidelijk wordt wat de boom voor het dier betekent. Dan laat je hen om beurt een dier kiezen en er iets over vertellen. Als iemand niet weet wat de betekenis van een boom is voor een bepaald dier, dan mag hij/zij het gaan vragen aan iemand anders. Als iemand nog een dier weet waarvoor een boom iets te betekenen heeft en er is geen pop van dat dier, dan mag hij/zij het dier zelf spelen.

Zelfde oefening maar laat meerdere kinderen achter de poppenkast plaatsnemen en elk een dier kiezen. Laat de dieren aan elkaar vertellen wie ze zijn en wat ze doen in de boom.

Nodig, tijdens het spel of in een tweede spelronde, de kinderen uit om als dier ook iets te vertellen over de mogelijke belevingen van het dier in de boom.

Hoe beleven ze het leven in de boom? Hoe ervaren ze het samenleven? Kennen ze elkaar als dier? Hebben ze ontmoetingen? Speel de ontmoetingen uit. Hoe verlopen de contacten? Zijn er vriendschappen, conflicten, groepen… in de boom?

2. Leven in een boom

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/teken_boom.gif

In een boom is er veel leven van kleine en grotere dieren. Niet alleen dieren maar ook mensen maken nieuw leven in een boom.

Bekijk met de kinderen de kleurplaat nauwkeurig en laat hen aan elkaar vertellen wat ze zien: Welk natuurleven hoort er thuis in een boom? Welk gedrag stellen de dieren in de realiteit wel en welk gedrag niet? Waarom denk je dat? Wat soort leven voegen de mensen er allemaal aan toe? Welke situatie spreekt je het meest aan? Vertel aan elkaar waarom dat zo is.

Vraag aan de kinderen wat zij willen doen in een boom?

Als jij leven aan een boom zou toevoegen, wat zou dat dan zijn?

Laat hen dit uittekenen in een boom. Gebruik een zwart-wit uitvergroting van de foto van een boom met vele takken

Laat kinderen aan elkaar vertellen wat ze getekend hebben en wat dit voor hen betekent. Laat de tekening in hun groeischrift kleven en erbij schrijven waarom ze dit belangrijk vinden en dit een stukje leven toevoegt aan de boom.

Mandala kleuren en bijtekenen

Toelichting bij mandala's

Bekijk goed deze tekening. Zo'n tekening noemen we soms een kleurplaat. Dit is een speciale kleurplaat. Deze heeft een naam: een mandala. Deze mandala is een kleurplaat waar je zelf niet alleen de kleuren mag kiezen maar ook wat aan toevoegen. Laten we er eerst naar kijken. Wat is er op te zien? Er zijn bomen te zien. Meer dan één? Hoeveel? Hoe zijn ze geplaatst? Ik heb een tweede mandala en daar is nog iets meer op te zien. Wat kan je herkennen? Achter de bomen verschijnt een dier. Welke delen van het dier zijn er te zien? Ken je dit dier? Waaraan kan je dit dier goed herkennen?Welke dieren kunnen zich nog achter een boom verschuilen? Welke dieren leven er nog in een boom?Waarom vertoeven de dieren zo dicht bij de boom? Wat betekent de boom voor hen? Is de boom hun huisje? Kan je wonen in een boom? Zou jij ook zo dicht willen leven bij een boom? Waarom? Welk dier zou je willen tekenen? Op welke mandala zou je dit willen tekenen? De mandala met de bomen met de vos of degene zonder vos?

Gesprek bij mandala

Vertel aan elkaar wat je getekend hebt en wat het voor je betekent.

De wortels van de bomen in de tekening komen samen in het midden. Er is dus een kale plek in deze mandala. Wat zou in het midden kunnen thuishoren? Welk soort leven zou daar kunnen thuishoren? Wie kan daarvoor wat bedenken? Kunnen we nog andere dingen voor het midden verzinnen? Wat zou jij in het midden plaatsen en waarom? Wat zou het voor de boom kunnen betekenen? Vertel er over aan elkaar.

De takken van de bomen wijzen naar buiten. Welk leven zou er buiten de cirkel nog kunnen zijn? Wat zou jij buiten de cirkel nog kunnen tekenen? Welk leven van buiten de boom kan je aan deze tekening toevoegen? Is dat belangrijk voor de boom? Waarom denk je dat? Vertel er over aan elkaar.

Wat wil je hiervan aan je eigen tekening toevoegen?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_small/mandala4_groot.jpg
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_small/mandala42_groot.jpg

3. Klimmen in bomen

Met een klas de boom in

Hoe groot en sterk een boom is, kan je het best ervaren door in z'n takken te klimmen.

Kan je met alle kinderen van de klas in één boom. Hoe kan je elkaar in de boom helpen. Hoe zorg je ervoor dat iedereen er in kan? Hoe zorg je dat je er niet uitvalt? Hoe kan je elkaar beveiligen? Hoe help je kinderen het best die niet goed in een boom kunnen of niet goed durven omdat ze angst hebben? Wat kan je bedenken dat kinderen toch in de boom zijn ook al kunnen of durven ze er niet in klimmen.

Een boom lijkt dan op een grote hand die alle kinderen dragen kan.

Kan je dat voelen, dat een boom je draagt, dat een boom een hele klas draagt? Wie of wat is vergelijkbaar met een boom die mensen draagt? Zoek eens voorbeelden.

Foto's
afbeelding-klimmen1.gif

klimmen1.gif

afbeelding-klimmen3.gif

klimmen3.gif

afbeelding-klimmen4.gif

klimmen4.gif

afbeelding-klimmen5.gif

klimmen5.gif

afbeelding-klimmen6.gif

klimmen6.gif

afbeelding-klimmen7.gif

klimmen7.gif

4. 'Het laantje met de lindeboom'

Het verhaal van Leonie Kooiker

Er was een dorp en dat was een keurig dorp. De straatjes waren recht, de huisjes even groot en ieder huisje had een tuintje met een paadje erdoorheen en een hekje ervoor. In het dorp was ook een kerk, en een gemeentehuis, en een caf√©; alles wat er hoorde te zijn: een keurig dorp. Er was geen jeugdhuis. De mensen in de gemeenteraad vonden dat er een jeugdhuis moest komen en ze wilden er een laten bouwen. Maar waar? 'In het laantje,' zei iemand. 0 ja, dat is waar ook, er was nog een laantje in het dorp. Het was klein en krom en er groeide vlier en sleedoorn en twee lange popu¬≠lieren die er het hele jaar over kibbelden wie van hun twee√ęn het eerste boven zou zijn. Helemaal aan het eind stond een oude schuur en een nog veel en veel oudere lindeboom. Hij was helemaal hol van onderen en een gedeelte van de takken was doodgegaan, want iemand had er eens een hoop puin onder gegooid en daardoor waren de wortels van de boom verstikt. Iedereen kwam er graag. Klein Lietje speelde huisje onder de boom. Kleine Tommie liet de kniptor springen: tok! van zijn hand in het gras. Evert sneed fluitjes van vliertakken. Janneke plukte kattenstaarten voor de juf. De bakker reed elke dag door het laantje en hij veegde de kruimels uit zijn kar voor de merel en de muis. Meneer Van Dam haalde paardebloembladeren voor zijn konijn. Het oude mevrouwtje Van Duin zocht klavertjes vier. En het hondje van de notaris kon 's nachts niet slapen, als hij niet een plasje gedaan had tegen de stenen paal die midden op het laantje stond, omdat er geen auto's mochten rijden. De grote jongens en meisjes kwamen er ook, 's avonds als de maan scheen en de kleintjes al naar bed waren. En hoe stond het met de linde en de schuur?

De oude boom was eigenlijk een gezellige grote stad. Daar woonden: één sombere uil, twee eigenwijze eekhoorns, drie pasgeboren spechtjes in een diep gat in een oude tak, vier kleine egels onder een holle wortel, vijf, nee wel tien ondeugende kauwen, honderd koerende duiven, en duizend bedrijvige vogeltjes gingen op drukke dagen op jacht, want er waren wel een miljoen kleverige luizen, om nog niet eens te praten van alle insecten en larven onder de schors, in donkere hoekjes of vergroeide blaadjes verborgen. 'Het laantje moet maar weg,' zeiden ze in de gemeenteraad, 'we gaan de hele boel opruimen. We maken het lekker glad en dan bouwen we een prachtig jeugdhuis. Het is een heel geschikte plaats, want er woont toch niemand' Maar dat was niet waar... Er woonde wél iemand in het laantje. Weet je wie? Onder de sleedoorn in een warm holletje in de grond woonde een muis met zijn gezin. In de vlier in een zacht nestje vol donzige veertjes woonde een merel met zijn gezin. In de populier in een rommelig nest van stro en touwtjes woonde een oude kraai helemaal alleen. In een klein geelzwart gestreept huisje woonde een slak die glinsterstrepen schreef als hij over de weegbreeblaren liep. In een kloddertje wit schuim in het fluitenkruid woonde een spuugbeestje. En er zat een kniptor in een paardenstaart en twee hommels in een kattenstaart. Het was een machtig gezellig laantje. In de schuur huisden ratten: magere, haastige ratten, even grauw als de vochtige vloer. Er zaten ontzettend veel spinnenkoppen, maar de meeste waren al jarenlang dood en verdroogd. En van de vleermuizen die hoog tegen het dak aanhingen wist je nooit zeker of het alleen maar stoffige zakjes waren of dat er binnenin toch nog een levend hartje klopte. De schuur was niet erg aantrekkelijk. Maar dat het laantje opgeruimd moest worden vond iedereen erg. Daarom gingen ze allemaal samen naar het gemeentehuis om te protesteren.

Lietje en Tommie kwamen met hun vriendjes en de juffrouw van de kleuter­klas. Evert en Janneke kwamen met alle kinderen van de grote school en ze droegen borden waarop geschreven stond: LEVE HET LAANTJE. De bakker droeg ook een bord: VOOR HET BESTAAN VAN DE LAAN. En de notaris en mevrouwtje Van Duin hadden samen een spandoek gemaakt: WIJ STRIJDEN VOOR LEVENDE BOMEN EN BLOEMEN. Helemaal voorop liepen de grote jongens en meisjes. Ze droegen ook borden en vlaggen, maar ze kwamen ook iets vragen: 'Mogen wij zelf een jeugdhuis maken van de oude schuur?' Er waren mensen die niet goed konden begrijpen, waarom ze liever zo'n vieze oude schuur wilden hebben dan een mooi nieuw gebouw, maar ze vonden het heerlijk om zelf alles schoon te maken en op te knappen en het was natuurlijk veel goedkoper, dus het mocht. De timmerman maakte dat het dak niet meer lekte, de schilder zette nieuwe ruiten in, iedereen gaf banken en tafels en kachels cadeau en de jongens zaagden, timmerden en verfden en de meisjes deden ook mee. Ze maakten alles paars en oranje en geel en rood. Niemand had ooit zo'n prachtig jeugdhuis gezien. Maar hoe ging het nu met de linde? Die zielige oude, oude lindeboom met de dode takken en het zwarte gat binnenin. Die boom waar niemand van hield. Maar de kinderen hielden van hem. Niet alleen omdat je er fijn spelen kon: wegkruipen tussen de takken of schommelen en zwaaien aan een heel lang touw, maar ze hielden van hemzelf, zoals hij was: knoestig en geheimzinnig, eeuwen en eeuwen oud.

'De boom is ons jeugdhuis,' zeiden de kleine kinderen, 'en hij mag nooit weg.' Toen werd de bomendokter geroepen; die wist precies wat er gebeuren moest om de linde weer gezond en mooi te maken. De dode takken moesten eruit en de levende moesten elkaar zoveel mogelijk steun geven. De rommel eronder moest allemaal weg en in het najaar mochten de afgevallen bladeren niet worden opgeruimd. De kinderen konden bergen maken en erin rollen, zoveel ze wilden. Het duurde niet eens zo lang, toen zagen meer mensen dat het een mooie boom was en omdat het de oudste linde was ver in de omtrek, werd er een stuk over in de krant geschreven en overal vandaan kwamen mensen om hem te bekijken. Ze liepen door het laantje, want er mochten nog steeds geen auto's rijden en ze zeiden: 'Wat een aardig laantje is dit.' Ze stonden onder de boom en zeiden: 'Wat indrukwekkend.' Ze zagen ook het jeugdhuis en zeiden: 'Wat fleurig.' Dan gingen ze gauw weer weg, want de jongens en meisjes maakten vreselijk veel lawaai. Maar 's avonds, als ze in de maneschijn door het laantje naar huis gingen, waren ze net zo stil als alle kleine diertjes die er woonden en sliepen.

In de hoge populier kon de kraai rustig zijn oude dag doorbrengen, heen en weer zwaaiend in de wind. De merel kon ongestoord zijn jongen leren vliegen. De kleine muisjes leerden de kruimels van de bakker te zoeken zonder dat iemand het merkte. De slak kroop tussen de struiken en de hommels zoemden druk van de kattenstaarten naar de vlier en van de paardebloemen naar de klaver. Geen van allen hebben ze er iets van gemerkt dat ze bijna uit hun huis gezet waren.

Het verhaal vertellen en stilstaan bij de betekenis van de bomen in het verhaal.
De kinderen vertellen ervaringen die ze zelf hebben met het leven in en rond bomen.
Ze maken een opsomming van de betekenissen die bomen voor het samenleven kunnen hebben.

Hierop aansluitend kan ook het verhaal 'Gelijkenis van een vijgenboom zonder vruchten' gelezen worden, Lc 13,1-9.

5. Een boom met lage takken

Het verhaal 'Een boom met lage takken'.

Er was eens een vogel met slappe vleugels… Het was geen hoogvlieger. Het ontbrak hem de moed en de kracht en hij voelde zich minderwaardig. Want de anderen slierden in hoge scheervluchten doorheen de azuurblauwe hemel.
De vogel met slappe vleugels pikte in de grond, trippelde wat, vloog eens op, enkele meters en plofte terug op de grond…
Zijn hart werd een spons die al het verdriet opzoog. Hij voelde zich verloren. De andere vogels vlogen ver tot in de takken van de hoogste bomen.
Hij trippelde verder… tot het hem ineens te machtig werd: Hij verzamelde al zijn krachten en vloog…maar zijn krachten begaven en gelukkig kon hij zich neerzetten op een boom die nog een tak had heel laag bij de grond… "Om vogels met slappe vleugels te dragen, heeft God gelukkig bomen geschapen met lage takken…"

Vertel aan elkaar welke zin uit het verhaal je treft en waarom. Zouden de vogels met slappe vleugels blij zijn met een boom met lage takken? Kan je ook zeggen waarom dat zo is?

Spel met de vogels

Vorm met kleurige doeken op de vloer een boom met hoge en lage takken.
Kies uit een mand met speelgoed poppen een vogel uit die volgens jou een vogel met slappe vleugels is. Vertel even hoe dat komt of waarom dat zo is ( ziek, pijn, lam, moe, lui….). Leef je in alsof jij die vogel bent. Plaats de vogel in de boom en zeg of je wel of niet (of waarom) blij ben met een boom met lage takken.

Spel: De vogels en God

Gesprek

Wat is eigenlijk een boom met lage takken? Kunnen mensen soms als bomen met lage takken zijn? Wanneer, in welke situaties, hoe? Ken je zulke situaties? Vertel erover aan elkaar. Mensen vertellen dat God lijkt op een boom met lage takken. Hij zorgt dat ook zieke vogels en vogels die pijn hebben of moe zijn een plaatsje krijgen om te zitten. Wie zorgt er voor jou als je ziek bent of moe bent of pijn hebt? Zijn die mensen dan ook als een boom met lage takken? Wie zorgt er dan voor jou?

Speel dat even na

Jij bent God en de vogels komen in jouw armen zitten zoals bij de boom met de lage takken. Wat zeg je tegen de vogels?

Iemand speelt God en een ander kind speelt vogel. De vogel vliegt naar God toe en vertelt waarom hij blij is met God (als boom met lage takken)

Kijk eens naar de prenten waarop kinderen die pijn hebben door iemand gedragen worden. Speel dat even met een pop. De pop is het kindje op de foto dat een beetje lijkt op die vogel met slappe vleugels en jij bent dan de mamma, papa, opa, oma, juffrouw op de foto die voor het kindje zorgt. Of nog: jij bent God en een kindje dat pijn heeft komt in jouw armen zitten.

Construeer samen met de kinderen in kleine groepjes een boom met lage takken in de vorm van patchwork (plakwerk met stukjes gescheurd stof of papier) met kleurvlakken uit tijdschriften. Zoek met hen in kranten en tijdschriften mensen, dieren, dingen die een boom met lage takken nodig heeft en laat hen dat uitknippen. Plak met hen deze knipsels in de patchwork-boom en ontwerp samen een mooie constructie. Vertel aan elkaar waarom je de knipsels een plaats in de boom geeft. Overleg met elkaar daarover als je samenwerkt

Schrijf in je groeischrift welke zin in het verhaal je het meest treft.
Schrijf van drie voorwerpen, dieren, mensen uit je boom, die je graag wil onthouden waarom die in de boom een plaats kregen.

Foto's

afbeelding-troosten.gif

troosten.gif

afbeelding-troosten2.gif

troosten2.gif

afbeelding-troosten3.gif

troosten3.gif

afbeelding-troosten4.gif

troosten4.gif

6. Als een boom en zijn omgeving

Een boom bestaat niet alleen. Een boom staat in een omgeving. Overloop even met kinderen in welke soort omgevingen bomen voorkomen. In een bos tussen andere bomen, alleen op een weide, in een weide met koeien, paarden, varkens, kippen… Hoog op een berg, in een park, een stad. Bij een rivier, een huis, een kerk of kapel, op een kruispunt, 'n kerkhof, een dorpsplein, speelplaats, speelplein…

Foto's
afbeelding-omgeving.gif

omgeving.gif

afbeelding-omgeving2.gif

omgeving2.gif

afbeelding-omgeving3.gif

omgeving3.gif

afbeelding-omgeving4.gif

omgeving4.gif

afbeelding-omgeving5.gif

omgeving5.gif

afbeelding-omgeving6.gif

omgeving6.gif

afbeelding-omgeving7.gif

omgeving7.gif

afbeelding-omgeving8.gif

omgeving8.gif

Inleefoefening
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kunstwerk.gif

Vraag de kinderen zich in te leven in een boom en aan de hand van de gestelde vragen en suggesties zich in stilte een eigen beeld te vormen. Zorg voor voldoende sfeer. Laat hen de ogen sluiten.

Welke soort boom ben je:, eik, berk, populier, appelaar…? Hoe zie je er uit: groot, klein, dik, dun, gebogen, jong…? Waar sta je, in welke omgeving: woestijn, grasland, bos, park, tuin, berg …(reik de kinderen wat suggesties uit voorgaand gesprek of elementen uit de inleiding)? Probeer je die omgeving goed voor te stellen. Kijk als boom eens rond je heen, wat zie je dan allemaal? Wie en wat leeft er allemaal in de omgeving van jouw boom?

Wat leeft er in je: vruchten, insecten, vogels, kinderen…?
Wat leeft er onder je: dieren, mensen, kapelletje, speeltuintje…?
Wat leeft er rond je: dieren, mensen…?

Word je goed bewust van de boom die je bent.
Wat zou je als boom willen zeggen aan je omgeving?
Wat zou de omgeving tegen of over jou zeggen als boom?

Kom heel traag weer tot bewustzijn en neem rustig de tijd om daarover een tekening te maken. Kies die elementen uit je inleving die van belang zijn voor je. Teken een tekstballon vanuit de boom en schrijf er in wat je als boom aan je omgeving zou willen zeggen. Teken nu ook een tekstballon vanuit een voorwerp, mens of dier uit de omgeving en schrijf wat de omgeving zegt over jou als boom. Vertel er over aan elkaar.

Ga eens na wat deze tekening mogelijk over jezelf vertelt.
Kan je dingen op deze tekening herkennen die ook in jouw leven zo zijn?

Kunstwerk: Leven in een boom

Een kunstenaar brengt de boom en zijn omgeving op een eigen wijze in beeld.

Hoe zou de kunstenaar, Edward Narkiewiczs, zijn omgeving beleven? Waaruit maak je dat op. Wat brengt de kunstenaar allemaal samen? Wat roept dat aan betekenissen op? Welke gelijkenissen en tegenstellingen vind je erin? Welke titel zou je dit geven? Geeft dit schilderij iets weer over het leven in en om de boom. Hoe brengt de kunstenaar dat in beeld. Hoe beleef je dit alles zelf? Kan je inspiratie opdoen voor je eigen kunstwerk?

7. Vele sporen naar één boom

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/sporen_groot.gif

Uit het boek: Yann Arthus-Bertrand, De aarde vanuit de hemel, pp. 72-73, Tielt. 2002.

Bekijk de foto samen met de kinderen heel nauwkeurig en vertel aan elkaar wat je ziet en wat je treft en voelt. De foto lijkt wel een kunstwerk van één of andere kunstenaar. Toch is het een foto van een plaats op deze aarde. Waar kan deze foto genomen zijn? Vertel aan elkaar hoe je die plek voorstelt, wat je voor een leven er op deze plek plaats vindt. Hoe zijn de levensomstandigheden. Wie leeft er?

Als je goed gekeken hebt zie je in het midden een boom. De enige boom in een zeer wijd en dor landschap. De boom is een acacia, die met de wortels heel diep in de grond gezocht heeft naar water. Deze foto is genomen in Afrika in een nationaal park in Kenia. De lijnen op de foto zijn allemaal spoortekens van dieren die naar deze boom toelopen. Wat zouden de dieren er gezocht hebben? Waarom lopen de dieren naar deze boom toe en waarom lopen ze ervan weg? Als je naar deze boom kijkt temidden van de vele sporen die er naar toe en ervan weg leiden, wat denk je dan, wat voel je dan?

8. De boom van het dorp

De geschiedenis van de dorpslinde
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/linde3.gif

In vele dorpen in Noord-, West- en Midden-Europa stonden ooit oude linden op het dorpsplein. Het was de plaats van ontmoeting en samenzijn, een plaats van communicatie en uitwisseling, een plaats waar de leden van een gemeenschap elkaar vonden. De linde was er voor jong en oud, het was een speelplaats voor de kinderen en trefpunt voor de jongeren of een vergaderplaats voor de volwassenen. Rond de linde viel het dorpsgebeuren samen. Bij feesten werd er rond de linde gedanst. Tot op vandaag vind men eeuwenouden linde bomen in dorpskernen zoals in Westerlo en Retie.

De Germanen hebben de linde aan Freya toegewijd, de godin van de liefde en de vruchtbaarheid. In veel tuinen kreeg de lindeboom een plek als blijvend symbool voor de eerstgeborene. In sommige streken bestond de gewoonte om bij de geboorte van het kind een lindeboom te planten. Bij het planten begroef men onder de wortels van de nieuwe boom de moederkoek van de nageboorte van het kind als uitdrukking van dankbaarheid, hoop op vruchtbaarheid en liefde voor de toekomst.
De linde werd ervaren als een vrouwelijke boom bij uitstek. Ze werd symbool van de vruchtbaarheid en gemeenschap, de moeder van de aarde. Zij symboliseert het vrouwelijke in haar reinste vorm. Toch was het niet beperkt tot het vrouwelijke alleen. De boom werd ook gepland bij het huis. Telkens als twee geliefden trouwden met elkaar en gingen samenwonen plantte men een linde bij het huis. Ook de vorm van het blad van de linde waarin een hart te herkennen is heeft mede deze betekenisgeving bepaald.

De linde werd een schutsboom voor de familie of werd geplaatst in het centrum van de nederzetting ter bescherming van de gemeenschap. Germaanse verhalen vertellen dat de godin Freya af en toe kwam uitrusten in de lindeboom en dan fluisterde ze daar haar geheimen in het oor van onze voorouders. De wijsheid van de goden kom waargenomen worden onder de linde. In de zomer bracht Freya haar zoete, kalmerende geur mee. Alleen al van de geur kwam je helemaal tot rust en verscheen er een glimlach op je gezicht.

De dorpslinde werd vaak gesnoeid in de vorm van een "etagelinde".

Deze bijzondere snoeivorm symboliseerde het opklimmen naar hogere levensvormen. Meestal waren er drie etages. In de bovenste etages woonden de goden, in de middelste huisde het wereldlijke gezag en in de onderste het gewone volk. Hoe meer etages, hoe meer standen de samenleving telde. Bij feestelijkheden bracht men op het niveau van het volk een dansvloer aan, waar ook het orkest een plaats vond. Jonggeliefden spraken af onder de linde want daar mocht gekust worden. Een dansje onder (of in) de linde werd vaak aanzien als een huwelijksbelofte. Men danste er als het ware in Freya's armen. Het christendom heeft in onze streken deze Germaanse gebruiken proberen uit te roeien. Vaak sneed men uit wilgenhout (modelhout voor houtbewerkers en kunstenaars) een Mariabeeld en plaatste men Mariakapelletjes onder de vereerde lindebomen die men aldus tot "Mariabomen" uitriep. Maar of de dorpelingen Maria dan wel Freya in de beeltenis herkenden was niet steeds duidelijk.

De Dorpslinde Basisschool Bredene
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/schoollinde.jpg

Bredene-Dorp, waar onze school gelegen is, is nogal landelijk van uitzicht. Wij genieten nog van de frisse landbouwlucht en van het vele groen rondom ons. In het midden van de speelplaats staat een oude lindeboom. Vroeger stond op de speelplaats ook nog een kastanjeboom, maar jammerlijk genoeg werd die in de loop der jaren verwijderd. Die moest wijken voor parkeerplaats op de speelplaats !!! Gelukkig werd de lindeboom daarvan gespaard. Vorig schooljaar werd het idee geopperd (door de inmiddels overleden pastoor) een naam te bedenken voor de school, en af te stappen van de naam VBS Bredene-Dorp. Daar werd een wedstrijd aan verbonden. De naam werd dus De Dorpslinde. Dorp komt dus van Bredene-Dorp en linde van de boom die in het midden van de speelplaats staat. Vanaf vorig schooljaar (2004-2005) zijn we dan van start gegaan met deze naam.

Omdat de boom zich in het midden van de speelplaats bevindt, vormt die ook een belangrijk onderdeel van het leven op school.  'Ga door tot aan de boom!' en 'wachten aan de boom!' zijn dan ook uitdrukkingen die men dagelijks te horen krijgt op school. Ook in het najaar, als de blaadjes van de bomen vallen, laat de boom van zich horen : dan moeten er blaadjes geraapt worden!

Ook vogels zoeken zich een plaatsje op de boom : met alle gevolgen vandien.

In de (weinige) dagen dat er zon is, zorgt onze boom voor de nodige afkoeling.

Rondom de boom liggen ook wat balken die door de kinderen met graagte gebruikt worden om even op uit te rusten

  • Welke betekenissen van de school 'De lindeboom' vind je zelf de moeite waard.
  • Zou de boom nog meer kunnen betekenen voor de kinderen en voor de school?
  • Wat kan je zelf allemaal bedenken?
  • Welke kenmerken van een boom zijn er belangrijk voor een klas, voor je school?

Teken en schilder jouw school als een boom zodat die betekenissen van je school die jij het waardevolste vindt er in tot uiting komen...

Liefde bij een boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/cartoon(2).gif

Liefde en bomen gaan vaak samen. Hartjes worden in bomen gegrift. Koppeltjes spreken af bij bomen, groepjes jongeren komen vaak samen bij een opmerkelijke boom. En soms groeien bomen dermate samen op dat het lijkt of ze zelf ook wel verliefd kunnen worden op elkaar. Laat kinderen aan elkaar vertellen wat ze hierover weten en meemaken, wat ze hiervan denken, dromen, wensen…

Een oud Grieks verhaal over liefde tussen mensen en hoe ze wensen te worden als bomen:

De goden Zeus en Hermes, vermomden zich als reizigers. Ze wilden wel eens zien wat de mensen op aarde zo al uitvoerden en onderzoeken hoe ver de gastvrijheid van de mensen ging. Ze klopten daarom op alle deuren die ze op hun wandeling zagen. Maar niemand wilde opendoen. Uiteindelijk kwamen ze bij een armoedige hut. Daar woonden de oude Philemon en zijn al even oude vrouw Baucis. Ze verwelkomden de twee reizigers. Philemon haastte zich om een bank bij de open haard te schuiven en Baucis legde er een vacht over, zodat de heren gemakkelijker konden zitten. Philemon blies kuchend de haard aan en legde er nog wat schamele stukjes hout op. Zijn vrouw haalde enkele groenten in de schrale tuin en maakte er een soepje van. Philemon hielp haar en nam de zoute spek, die in de schoorsteen te roken hing. Hij sneed er een goed stuk vanaf. Volgens oud gebruik mochten de bezoekers eerst hun voeten wassen in een kom water die Philemon had klaargezet.

Philemon probeerde het schamele tafeltje in het midden van het vertrek te zetten. Hij legde een scherf onder een poot, want anders waggelde het. De twee goden lieten zich het armelijke maal smaken. Toen ze klaar waren, merkten de twee oudjes vol verbazing dat de aarden schotels en houten bekers zich weer vanzelf vulden. Er ging hen stilaan een licht op. Omdat zij het goddelijk gezelschap wilden eren, liep Philemon achter hun enige gans aan en wilde die offeren. Toen hij de gans bijna te pakken had, vluchtte die onder de bank van Zeus. Die kreeg medelijden met de arme gans en verhinderde het offer. "Jullie hebben het bij het rechte eind, wij zijn inderdaad goden. Kom maar eens kijken naar het lot van uw ongastvrije buren," zei Zeus. Zij gingen naar buiten en zagen de rivier over zijn oevers treden. Heel het land liep in een mum van tijd onder water. De huizen werden met het water meegesleurd. Alleen het huis van Philemon en Baucis bleef overeind. Toen ze weer naar binnen gingen, veranderde hun huisje in een indrukwekkende tempel. "Vraag nu maar wat jullie graag zouden hebben,” zei Zeus. "Uw wens wordt vervuld." "Voor de korte tijd dat we nog leven, willen we priesters in uw tempel laten wonen en laat ons dan samen sterven," prevelden Philemon en Baucis. Zeus zegende hen en de oudjes bleven nog een hele tijd leven. Meer nog! Op een dag, toen ze samen voor de ingang knielden, schoten uit hun hoofden groene twijgen, hun voeten veranderden in wortels die stilaan in de grond drongen. En zie, na een tijd werden ze indrukwekkende bomen.

Vrij naar Metamorphoses VIII, 626-720 van Ovidius

Vragen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/hartjes2.gif
  • Wat betekent gastvrijheid?
  • Geloof jij dat als mensen slecht handelen ze gestraft worden? Speelt God daar een rol in? Hoe?

Hierop aansluitend, kan het verhaal 'De heer op bezoek bij Abraham' Gn 18, 1-10 gelezen worden.
Zie ook impuls E: 'Wijze mensen onder een boom'

9. Nesten in bomen

Vogelnesten allerhande

Vogels bouwen nesten in bomen. Ze wonen en ze groeien in bomen op. De nesten hebben vele vormen. Sommige zijn klein en goed verborgen tussen de takken, anderen zijn groot en opzichtig boven in de boom. Bekijk op foto's van de nesten in vele vormen. Welke spreekt je het meest aan? Waar in een boom zou jij je nest willen? Sommige mensen bouwen nestkastjes voor de vogels. Zou jij in zo'n nestkastje willen wonen als je een vogel was? In welk soort nestkastje zou dat dan zijn? Zou jij nestkastjes bouwen voor vogels? Hoe zou het er uitzien? Waar zou je nestkastjes hangen in bomen? Voor welke vogels zou het nestkastje geschikt zijn? Probeer eens nieuwe nestkasten voor vogels te maken.

Wat is de betekenis van een nest in een boom voor de vogels? Wat zegt dit over bomen? Kan een nest ook een beeld zijn voor heel de boom? De boom is een bruiloft volgens Hans Andreus. De boom is een huis, een dorp, een hele wereld zeggen weer andere wijzen. Hoe denk jij daarover?

Foto's
afbeelding-nest.gif

nest.gif

afbeelding-nest2.gif

nest2.gif

afbeelding-nest3.gif

nest3.gif

afbeelding-nest4.gif

nest4.gif

afbeelding-nest5.gif

nest5.gif

afbeelding-nest6.gif

nest6.gif

afbeelding-nest7.gif

nest7.gif

afbeelding-nest8.gif

nest8.gif

afbeelding-nest9.gif

nest9.gif

Activiteiten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/nestmaterdei.gif

Nesten van vogels bekijken. Gelijkenissen en verschillen ontdekken?
Eigen nest tekenen, schilderen of zelf bouwen.

Kunstenaars brengen nesten en bomen in beeld

Ga eens op tocht met een aantal kunstenaars die wat willen vertellen over leven in en om de bomen. Hierbij vind je een aantal kunstenaars die op een eigen wijze met samenleving en bomen aan de slag zijn gegaan. Wat kan je hier allemaal uit opsteken?

In het begin lijken kunstwerken vreemd. Ze lijken vaak eerder ons te verstoren dan te boeien. Dat komt omdat kunstenaars ons 'gewone' denken willen doorkruisen met nieuwe gedachten. Omdat het ons verstoort willen we het vaak snel kwijt. We wuiven onze ontmoeting met het kunstwerk weg of bestempelen het als gek of onverstaanbaar. We zeggen: 'dat kan iedereen' of 'wat is daar nu aan'.

Probeer toch even de moeite te doen om 'stil' te staan en te kijken, zie het verhaal 'Schilderij vijftien'.

Verhalen vertellen vaak vele dingen tegelijkertijd. Wat vertelt dit verhaal allemaal over kijken naar kunst? Hoe kan het jou helpen om naar kunst te kijken?

Enkele bijkomende hulpvragen als handreiking

  • Wat is er allemaal waar te nemen. Beschrijf, benoem, vertel aan elkaar.
  • Wat treft je het meest, wat stoort je, wat trekt je aan? Hoe komt dat denk je?
  • Wat associeer je, voel je, bedenk je, herinner je… bij het waarnemen van het geheel of bij de afzonderlijke elementen?
  • Welke gelijkenissen en tegenstellingen, welke verbanden en verbrekingen zijn er waar te nemen? Waar doen die je aan denken. Wat hoort er wel of niet thuis? Waar hoort het dan wel (niet) thuis. Waarom is dat zo en in het kunstwerk anders denk je?
  • Welk aspect of onderdeel zou je zelf willen zijn? Waar wil je deel van uitmaken en wat zeker niet? Waarom is dat zo? Zou je jezelf kunnen inpassen in het kunstwerk? Neem er eens een houding bij aan die daarbij past.
  • Wat zou jij zelf met deze elementen uit het kunstwerk kunnen of willen vertellen, duidelijk maken. Wat zou de kunstenaar willen vertellen?
  • Welke verschillende betekenissen ben je al kijkend, pratend associ√ęrend… samen op het spoor gekomen? Zitten daar zinvolle, rijke, boeiende, wijze, kritische, grappige… gedachten tussen? Welke? Maak eens een inventaris aan betekenissen die je er samen in gezien hebt.
Vogelvriendelijke witte keukenkast in een boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/keukenkast.gif

Wat denk je van de kunstenaar, Gert Robijns die een "vogelvriendelijke witte keukenkast" in een boom heeft opgehangen? Wat zou de kunstenaar daarmee bedoelen? Welke betekenissen kan je hierbij verzinnen? Welke betekenis zou jij er aan geven?

Tentoonstelling Delicious St Struiden tot 30 oktober 2005, www.delicious.be

Het nest van Edward Narkiewiczs

Bekijk samen met de kinderen grondig het schilderij. Wat is er allemaal op te zien? Wat roept het aan bedenkingen, gevoelens, associaties, beelden, herinneringen bij je op. Welke betekenissen kan je er mogelijk in ontdekken en waarom denk je dat. Waar leid je deze betekenissen uit af.

Stel vragen over het schilderij en probeer samen of in groepjes elkaars vragen op te lossen. Bijvoorbeeld: Waarom zit er een hert, een giraf en een krokodil in het nest? Waarom heeft de boom geen wortels en komt er een worm uitgekropen? Waarom een boom in de lucht tussen de vele vogels?

Het nest van Benjamin Verdonck
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nestflat.gif

De kunstenaar woonde een tijdje midden in de stad in een boomhut. Nu woont hij een week in een zwaluwnest op 31 meter boven de grond, aan een torengebouw aan de drukke Anspachlaan te Brussel

Waarom zou iemand een nest bouwen aan een torengebouw midden in de stad en er in gaan leven? Welke tegenstellingen merk je op? Een nest hoort…. waar ergens thuis? Een mens hoort waar te leven? Wat roept dit bij je op over wat belangrijk of waardevol is? Maar de kunstenaar plaats het nest in de stad aan een torengebouw. Wat kan dit betekenen?

Wat zou jij doen in zo'n nest. Zou jij een week in zo'n nest willen leven? Wat is daar zalig, prettig, leerrijk, uitdagend… aan? Wat zou jij doen de hele dag? De kunstenaar trachtte met de mensen beneden op straat gesprekken aan te knopen. Waarover zou jij met de kunstenaar spreken, welke vragen zou je stellen? Wat zou je zelf als kunstenaar tegen de mensen willen vertellen moest jij in het nest zitten?

Maak per twee een mogelijk gesprek tussen kunstenaar en toeschouwer over wat het kunstwerk betekent. Beeld dit uit voor de klas.

10. Boomhutten bouwen

Vele kinderen vinden het heel erg aantrekkelijk om bij of in een boom een hut te bouwen. Waarom is dat zo?

Ga met de kinderen op zoek naar wat zo aantrekkelijk is aan het wonen in een hut in een boom. Laat kinderen vertellen over hun dromen, wensen en fantasie√ęn. Laat kinderen vertellen over hun ervaringen met boomhutten.

Bekijk foto's van boomhutten, bestudeer de bouwwijze, de soorten…

Kinderen kunnen in groepjes boomhutten bouwen in hun vrije tijd in de bomen op school, thuis, in het dorp… Begeleid als leerkracht de ervaringen die ze opdoen vooral de aspecten die met communicatie, beleving, samenwerking, conflicten enz. te maken hebben. Het thema 'samenleven in en om de boom staat hier centraal

Foto's
afbeelding-boomhut1.gif

boomhut1.gif

afbeelding-boomhut2.gif

boomhut2.gif

afbeelding-boomhut3.gif

boomhut3.gif

afbeelding-boomhut4.gif

boomhut4.gif

afbeelding-boomhut5.gif

boomhut5.gif

Boomhuthotel

Een droom van vele kinderen en ook volwassenen is werkelijkheid geworden. In Duitsland kan je overnachten in een boomhuthotel. Het is een ontwerp in Kulturinsel Einsiedel project van J√ľrgen Bergmann in Zentendorf in het midden van Duitsland.

www.kulturinsel.de

Foto's
afbeelding-boomhuttenhotel.gif

boomhuttenhotel.gif

afbeelding-boomhuttenhotel2.gif

boomhuttenhotel2.gif

afbeelding-boomhuttenhotel3.gif

boomhuttenhotel3.gif

afbeelding-boomhuttenhotel4.gif

boomhuttenhotel4.gif

afbeelding-boomhuttenhotel5.gif

boomhuttenhotel5.gif

Een boek over het leven rond en in een boomhut
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boek.gif

BONJE OM DE BOOMHUT
Greet Beukenkamp

Mark en Bertje nemen hun kans waar als ze ontdekken dat de boomhut leeg staat. De vorige eigenaars zijn verhuisd en natuurlijk is de boomhut nu van hen! Samen met Julia en Yvette maken ze al grote plannen. Maar zij zijn niet de enigen! Ook Bruno en Jeffrey, de broer van Julia, maken aanspraak op de boomhut en zij zijn ouder en sterker.

ISBN 90 6249 218 5

11. De boom met de gele linten

Het verhaal van de boom met de gele linten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gelelinten2.gif

Enkele maanden geleden zat ik in de bus.
Vooraan zat een man die na een tijdje
begon te praten met de bestuurder.
De man vertelde dat hij net was vrijgelaten.
Hij had drie jaar in de gevangenis gezeten.
Toen hij opgesloten werd,
had hij aan zijn vrouw gezegd
dat ze hem best mocht vergeten.
Gedurende die 3 jaar heeft zijn vrouw
niets van haar laten horen.
Maar enkele dagen voordat hij vrij zou komen
uit de gevangenis
had hij zijn vrouw geschreven.
"Ik kom vrij, indien ik nog welkom ben bij jou,
hang dan een geel lint aan de dikke eik
op het dorpsplein.
Ik zal er met de bus voorbijrijden.
Wanneer het lint er hangt, zal ik uitstappen."
Veel mensen in de bus hadden het verhaal gehoord.
Het was heel stil geworden
toen de bus het dorp naderde.
De man zelf durfde niet te kijken
en vroeg aan de bestuurder of hij hem
wilde verwittigen als hij een teken zag in de eik.
Toen de bus het dorpsplein binnenreed,
hoorde de man een luid gejuich in de bus.
Er hingen wel honderden linten in de boom.
De man stormde wenend naar buiten
en vond onder de eik zijn vrouw
met een geel lint in haar haar.

Gesprek
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gelelinten3.gif
  • Wat treft je in het verhaal? Waarom is dat zo? Wat wil je zelf uit het verhaal onthouden? Wat zeker niet. Waarin gelijk je daarin op de anderen van de groep, waarin verschil je?
  • Opnieuw ergens welkom zijn is dat belangrijk? Kan je daar voorbeelden van geven? Vragen om terug te mogen komen, om opnieuw te beginnen, is dat moeilijk? Wanneer wel of niet? Vertel er eens over hoe je dat zelf beleefd hebt.
  • Hoe beleef je de mensen in de bus, die samen uitkijken naar de boom? Zou dat belangrijk zijn voor de man die terug naar huis gaat? Waarom is dat zo (niet), denk je? Is dat samen kijken ook belangrijk voor de mensen zelf?
  • Aan de lindeboom, de dorpsboom werd vroeger ook recht gesproken. Is de boom met de gele linten een soort gerechtsboom? Waarom denk je dat wel of niet?
  • Wat vertelt dit verhaal over een boom als ontmoetingsplaats?
  • Wat is de waarde en betekenis van een ontmoetingsplaats in een dorp, gemeente, school…?
Activiteiten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gelelinten.gif
  • Op een lint schrijven waar je zelf weer welkom wil zijn of weer opnieuw wil beginnen.
  • Op een lint schrijven dat iemand bij jouw weer welkom is.
  • De linten in een boom(tak) hangen.
  • Boom als een groeiboom beschouwen waarin doorheen het jaar linten kunnen opgehangen worden door wie ergens wel welkom wil zijn en wie iemand weer welkom wil heten.

Hierop aansluiten kan het verhaal 'Gelijkenis van een vader met twee zonen', gelezen worden

Lc 15, 11-32.
Boom met witte linten

Bekijk de foto's. Er zijn honderden witte linten met oproepen voor vrede opgehangen aan een boom. Het zijn protesten tegen de onaflatende oorlogssituaties in de wereld.

Is deze boom met witte linten te vergelijken met het verhaal van de de boom met gele linten? Waarom wel of waarom niet? Vertel eens?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_medium/wittelinten.gif
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_medium/wittelinten2.gif
Boom van rode linten

Waarom heeft deze kunstenaar een boom gecre√ęerd die volledig bestaat uit rode linten? Waarom een boom maken bestaande uit linten? Wat roepen linten op? Wat roepen linten die met elkaar verbonden zijn op? Waar doet rood je aan denken? Welke gevoelens geeft dat?

12. Evaluatiemomenten

Een kunstboom van kinderen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boomkunst2.gif

In de Mater Dei basisschool van Woluwe werd er een jaarthema ontwikkeld rond bomen. In de laatste maand van het project maakten de kinderen met kleine stukjes touw een heel netwerk rond de boom op hun speelplaats.

Vraag aan de kinderen of ze op het einde van deze impuls zoveel mogelijk betekenissen kunnen aangeven die met deze foto van hun kunstwerk in beeld gebracht worden. Wat kunnen ze na het de verkenning van deze impuls 'leven in en om de boom' verbinden met dit kunstwerk?

De boomkandelaar of de hand van de boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boomkandelaar.gif

Bekijk de bijhorende foto van de boom. Zijn stam en takken lijken op een geopende hand of ook wel op een kandelaar. Zowel de hand als de kandelaar hebben zoals een boom takken en een stam die samenbrengt of samenhoudt en kunnen dus uitstekend het 'samenleven in en om een boom' in beeld brengen.

In een hand kan iets worden gelegd, in bewaring gegeven of met zorg omgeven.
Op een kandelaar kunnen lichtende elementen worden geplaatst.

Vraag aan de kinderen welke ervaringen tijdens deze impuls voor hen verrijkend of tekenend zijn geweest dat ze deze willen bewaren, in bewaring willen geven, in handen leggen of koesteren.

Welke ervaringen zijn voor de kinderen oplichtend geweest: een beleving, een idee, een aanvoelen, een gesprek een moment van deugd of inzicht. Wat willen de als lichtend element op de kandelaar plaatsen?

Kopieer de tekening voor elk kind op een blad en laat kinderen met woorden of in tekeningen enkele deugddoende elementen van deze impuls uitdrukken door ze aan de tekening toe te voegen.

De gekoesterde ervaringen die ze willen bewaren in de (boom)hand tekenen.

De oplichtende elementen als kaarsen of lampen op de boomkandelaar uitbeelden.

Laat kinderen hierover aan elkaar vertellen (eventueel in kleine groepen en slechts één element naar keuze).

Maak ook een grote boomhand of kandelaar voor heel de klas.

Welke elementen waren voor heel de klas het bewaren waard of waren oplichten voor het gebeuren rond het 'leven in en om de boom'.

Maak van deze uitwisseling een afronden sfeermoment warbij de diverse elementen waarmee gewerkt werd nog even, beeldend onder de aandacht worden geplaatst bijvoorbeeld via een sfeervolle opstelling in het midden van de klaskring.

Impuls E: (Wijze) mensen onder een boom

1. Mensen allerhande onder een boom

Mensen zitten vaak onder een boom. Wat doen ze daar? Wat hopen ze te vinden? Poseren ze onder een boom? Waarom doen ze dat juist onder een boom? Wat willen ze daarmee tonen? Zoeken ze schaduw en rust? Of meer dan dat?

Kinderen onder een boom

Bekijk de foto's van kinderen die zich laten fotograferen onder een boom. Waarom doen ze dat 'onder een boom' denk je? Zijn daar redenen voor? Zou jij je onder of bij een boom laten fotograferen? Waarom juist onder een boom? Onder een gewone boom? Een speciale? Welke? Vertel er over aan elkaar.

Foto's
afbeelding-kinderen2.gif

kinderen2.gif

afbeelding-kinderen3.gif

kinderen3.gif

afbeelding-kinderen4.gif

kinderen4.gif

afbeelding-kinderen5.gif

kinderen5.gif

afbeelding-kinderen6.gif

kinderen6.gif

Een knuffelbeer onder een boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/knuffelbeer.gif

Ook deze knuffel staat bij een boom op de foto. Houden knuffels ook van bomen? Waarom wel of niet en waarom denk je dat? Vertel er eens over.

Volwassenen onder een boom

De tweede reeks foto's gaat over verschillende grote mensen die onder een boom zitten. Wat zitten ze daar te doen denk je? Wat hopen ze te vinden? Wat beleven ze? Wat ervaren ze? Kan je dat als kind ook ervaren? Wil je dat ook graag beleven?

Foto's
afbeelding-volwassenen.gif

volwassenen.gif

afbeelding-volwassenen2.gif

volwassenen2.gif

afbeelding-volwassenen3.gif

volwassenen3.gif

afbeelding-volwassenen4.gif

volwassenen4.gif

afbeelding-volwassenen5.gif

volwassenen5.gif

afbeelding-volwassenen6.gif

volwassenen6.gif

afbeelding-volwassenen7.gif

volwassenen7.gif

afbeelding-volwassenen8.gif

volwassenen8.gif

Zelf onder een boom zitten

Voer met kinderen een gesprek over het aanwezig zijn onder een boom.

Zit jij soms alleen onder een boom? Wanneer wel, niet? Waarom wel, niet? Zit je daar lange of korte tijd? Wat vind je, wat ervaar je onder de boom? Voelt dat prettig? Wat fantaseer je, bedenk je? Vertel erover aan elkaar. Hoe zit je, lig je daar dan bij de boom? Voel je dan ook contact met de boom?

Mensen uit andere culturen onder een boom.

Waarom zitten zij onder een boom, denk je? Wat voelen ze? Wat vinden zij onder een boom...? Is dat hetzelfde als wij hier? Of is dat verschillend? Waarom denk je dat?

Vraag aan de kinderen een boom te tekenen waaronder zij graag willen zitten.

Wie zou je willen uitnodigen onder de boom? Wat zou je er willen ontdekken? Welke vragen zou je er willen stellen? Wat zou je willen weten? Welke antwoorden zou je te horen willen krijgen? Noteer deze bij de boom.

Foto's
afbeelding-andere_culturen.gif

andere_culturen.gif

afbeelding-andere_culturen2.gif

andere_culturen2.gif

afbeelding-andere_culturen3.gif

andere_culturen3.gif

afbeelding-andere_culturen4.gif

andere_culturen4.gif

2. De wandelende tak en de eekhoorn

Lees het licht humoristische verhaal van Toon Tellegen over de wandelende tak en een eekhoorn die bij een boom aan het nadenken en het filosoferen zijn.

'Weet je,' zei de wandelende tak tegen de eekhoorn in de top van de beukenboom, 'als je helemaal alleen bent kun je niet goed nadenken.'
De eekhoorn keek hem vragend aan en wist niet goed wat hij zeggen moest.
'Ja,' zei hij toen, een beetje aarzelend.
'Nou ja, ik bedoel,' ging de wandelende tak verder, 'dat je dan steeds hetzelfde denkt.'
'Ja,' zei de eekhoorn.
'En niet nàdenkt.'
'Nee.'
'Zoals nu.'
'Ja,' zei de eekhoorn. Hij deed zijn ogen dicht en bedacht dat hij daar goed zat en dat hij de wandelende tak graag hoorde nadenken.
'Ik denk nu nà over nàdenken, omdat ik nu niet alleen ben.'
'Nee.'
'En er echt met iemand samen over kan nàdenken;'
'Ja.'
De wind blies langs de top van de boom en de wandelende tak ritselde even. Of rilde hij, of schudde hij iets van zich af?
'Weet je,' zei hij.
'Ja,' zei de eekhoorn.
'Ik vind nadenken heel belangrijk.'
'Ja.'
'Belangrijker dan wat ook.'
'Ja.'
'En ik ben heel blij dat ik dat nu heb bedacht.'
'Ja.'
Het was even stil. De eekhoorn opende zijn ogen tot een spleetje en zag dat er een droevige glimlach speelde rond de mond van de wandelende tak.
'Weet je,' zei de wandelende tak.
'Ja.'
'Ik ben heel vaak heel alleen.'
Dat zijn we allemaal wel eens, wilde de eekhoorn zeggen, maar hij bedacht dat dat lelijk klonk en zei: 'Ja.'
De wandelende tak zuchtte diep.
'Kom,' zei hij. 'Ik ga maar weer.'
'Ja,' zei de eekhoorn en ook hij zuchtte diep want hij wist niets mooiers te zeggen.
Voorzichtig wandelde de wandelende tak langs een tak naar de stam van de beukenboom, en wandelde toen langzaam naar omlaag.
'Weet je,' riep hij nog.
'Ja,' riep de eekhoorn.
'Dank je wel.'
'Ja,' zei de eekhoorn.
En peinzend keek hij het magere groene wezen aan dat hem voor het eerst was komen opzoeken en over wie nooit iemand nadacht, zover de eekhoorn wist.

Uit: Toon Tellegen; 'Misschien wisten zij alles'; Querido, 1998

Gesprekje

De wandelende tak komt eekhoorn voor het eerst opzoeken in de boom.

Tot welke ontdekking komen ze beide? Wat ervaren ze? Zou de boom daarin een rol spelen? Zou de ander daarin een rol spelen? Heb je zelf wel eens zoiets ervaren? Waar? Wanneer? Vertel aan elkaar.

3. De koran lezen onder een boom

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/koran.gif

Een koranschool is een kring van leerlingen die de koran leren lezen.
Ze leren er hele teksten uit het hoofd. Ze leren ze op een mooie wijze opzeggen.
Dat opzeggen noemen ze reciteren. Ze doen dat in de moskee, in huiskamers op het tapijt.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/koran2.gif

In westelijk Afrika gebeurt dat onder een boom zoals op de tekening

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/afrika.gif

Hiernaast in India zie je dat het koran lezen vlakbij een boom gebeurt.

Op de foto zijn moslimkinderen te zien die samen onder een boom de koran lezen. Zouden zij meer ontdekken, meer begrijpen van de koran wanneer zij onder een boom zitten dan wanneer ze er niet onder zitten? Wat dan wel/niet? Waarom wel/niet? Welke meerwaarde zou het zitten onder de boom de kinderen bieden? Zou de boom hen meer kunnen vertellen over de koran? Zouden ze beter kunnen denken onder de boom? Spelen de kinderen daarin zelf ook een rol? Wissel jullie gedachten hierover uit aan elkaar.

4. Wijze mensen onder een boom

Er zijn vele verhalen over grote figuren in de geschiedenis van mensen, religieuze figuren, filosofen, wijzen die bij een boom zaten of mediteerden, gesprekken hielden, mensen ontmoetten enzovoort.

Isaac Newton onder de boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/newton.gif

Werkkamer van Isaac Newton met symbolisch daarvoor een appelboom die aan zijn baanbrekende zwaartekrachtswet moet herinneren.

Bekijk de afbeelding en het verhaal van Newton onder de boom. Hij krijgt inzicht. Is dat door de boom? Waarom wel, waarom niet? Waaruit leid je dat af?

Sir Isaac Newton, Brits natuurkundige, filosoof, wiskundige en alchemist. Newton werd geboren op 4 januari 1643 te Lincolnshire en stierf hij op 31 maart 1727 te Londen. Op zijn achttiende jaar ging hij, na een vrij onregelmatige vooropleiding, naar de universiteit van Cambridge en reeds voor zijn vijfentwintigste jaar had hij zijn drie belangrijke ontdekkingen gedaan. Ook had hij toen reeds de eerste spiegeltelescoop geconstrueerd. Hij schreef van 1684-1686 de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica. Hierin beschrijft hij de zwaartekrachtwet en de wetten van Newton. Ook werd hij bekend door zijn experimenten met lichtbreking. Behalve verschillende wetten is ook de eenheid van kracht, de Newton, naar hem vernoemd.

Het verhaal gaat dat Newton zijn belangrijkste ontdekking deed toen hij onder een appelboom lag. Door het zien vallen van een appel kwam hij tot het inzicht dat er zoiets moest zijn als aantrekkingskracht door de aarde. Een nieuw inzicht in de wetenschap werd geboren onder een boom.

Newton's werk betekende een belangrijke aanzet tot de wetenschappelijke revolutie en Newton wordt dan ook algemeen erkend als één der zeer groten in de wetenschap, in dezelfde klasse als Archimedes en eigenlijk de belangrijkste natuurkundige tot Einstein. Interessant is daarom dat hij een groot deel van zijn leven meer bezig was met theologie en andere bijbelse disciplines dan met exacte wetenschappen. Naar eigen zeggen lag daar zelfs zijn grootste liefde. Overigens was dat in zijn tijd niet abnormaal want andere geleerden hadden vaak ook zeer uiteen lopende interesses. Ook in zijn persoonlijke leven was hij bepaald een zonderling.

Antonius van Padua
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/antonius.gif

De Heilige Antonius in de notenboom
Padua, Scuola del Santo.

De heilige Antonius van Padua (1195-1231), is een Franciscaanse monnik die zeer hoog vereerd wordt. Antonius is een van de grootste volksheiligen van de katholieke Kerk. Ook buiten de grenzen van de christelijke kerk wordt hij vereerd. Antonius werd in 1195 geboren als zoon van een rijke adellijke familie in Lissabon. Hij werd Augustijner koorheer maar het getuigenis van een groep Franciscaanse martelaren in Noord-Afrika deed hem in 1222 van ordekleed wisselen. Een onstuimige zeereis bracht hem naar Noord-Itali√ę en daar werd hij tot de grootste volksprediker van zijn dagen. Door zijn indrukwekkende preken liet hij velen de weg naar het ware geloof terugvinden. In de geestelijke strijd met de Katharen legde hij in zijn preken grote nadruk op het waarlijk mens zijn van Jezus Christus. Hij predikte in zijn laatste dagen graag vanuit een notenboom. Antonius stierf op 13 juni 1231 en werd reeds na elf maanden heilig verklaard. De Paus gaf hem de eretitel "Ark van het Verbond".

De profeet Mohammed en de bomen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/mohammed.gif

Er zijn vele verhalen uit het leven van de profeet Mohammed die over bomen gaan. Een verhaal vertelt over de nachtelijke reis van Mohammed naar het paradijs. Voor hij het paradijs binnen gaat ziet hij een boom: “Toen nam de engel Djibri√ęl (Gabri√ęl) mij mee tot we bij 'Sidrat ul Moentaha', de boom aan de uiterste grens van de Hemel, aankwamen, die was gesluierd in kleuren, onbeschrijfbaar.” (Hoewel in de moslimwereld de schroom om Mohammed af te beelden erg groot is, durven we, zonder te willen choqueren of respectloos te zijn, toch een afbeelding, gemaakt door moslims, tonen.)

Wat over Sidraul Muntaha' nog meer wordt verteld is het volgende: De boom van het paradijs is de lotusboom van de eindbestemming, een boom waarvan de bladeren op de oren van olifanten lijken en de vruchten op kannen. Deze boom werd plotseling bedekt met een gouden laag. Allah, de Verhevene, verhulde de boom zodat geen mens meer de schoonheid ervan zou kunnen beschrijven."

Volgens weer een andere legende zag de vader van Mohammed in een droom voor diens geboorte een boom achter zijn zoon groeien. Deze groeide omhoog naar de hemel tot zijn top het overweldigende licht bereikte. De meeste moslims vatten deze legende op als symbool voor het licht van de Islam, door Mohammed op aarde verspreid.

De olijfboom

Belangrijk is ook de olijfboom, waarvan het volgende gezegd wordt:

'Hij toonde mij de zuivere rivier van het levenswater, helder als kristal, voortkomend uit de troon van God en het Lam. In het midden van de weg en aan de overkant van de rivier groeide de Levensboom die iedere maand twaalf manden vol vruchten droeg. En de bladeren van deze boom dienden der genezing van het volk.'

Volgens de overlevering zou deze olijfboom op de foto een boom zijn waaronder de profeet Mohammed beschutting zocht.

Abraham onder een boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/abraham.gif

Lees de tekst "Abraham onder de boom". Het verhaal vertelt dat Abraham God ontmoet onder de boom. Zou dat bij de anderen op de prenten ook zo zijn?

Eens verscheen Jahwe aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe; hij boog diep en zei: 'Wees zo welwillend, heer, uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal water laten halen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Nu u bij uw dienaar bent zal ik brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis.' Zij zeiden: 'Heel graag.' Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: 'Neem gauw drie schepel fijn meel, kneed het en bak er koeken van.' Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel klaar te maken. Toen bracht hij hun wrongel en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden en zette hun dat alles voor; terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: 'Waar is Sara, uw vrouw?' Hij antwoordde: 'Daar, in de tent.' Toen zei Hij: 'Over een jaar kom ik weer bij u terug; dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.'

Gesprek

Welke van deze figuren vind je zelf boeiend? Warom is dat zo? Zou je er meer willen over weten, kennen? Wat vinden deze mensen onder een boom? Kan je dat beschrijven? Vinden al deze mensen hetzelfde onder de boom? Of is dit verschillend? Wat spreekt jou het meest aan? Waarom is dat zo? Wat zou jij willen vinden, ervaren onder de boom? Vertel erover aan elkaar? Vinden jullie hetzelfde onder de boom? Waarin verschillen jullie van elkaar? Hoe zou dat komen?

Hierop aansluitend kan ook het boek Jona gelezen worden.
Op Thomas staat een lespakket over Jona op maat van kleuters.

Abraham en God in en om de boompoppenkast
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/abraham3.gif

Vertel het verhaal uit de bijbel of een versie uit de kinderbijbel. Zie suggesties hieronder.

Kinderen vinden het boeiend om een verhaal met enkele poppen na te spelen in de boompoppenkast of bij de sfeerboom. Laat hen in de klas met enkele bestaande poppen naar keuze het gesprek tussen Abraham en God doorspelen. Doorspelen betekent hier meer uitdiepend en meer doorleefd het korte verhaal naspelen en verder spelen op eigen wijze. Het is van belang om dit spel inhoudelijk leiding te geven zonder zelf de concrete inhoud voor te geven. Stel open vragen en zie hoe kinderen eigen antwoorden formuleren. Laat meerdere kinderen dit spel op eigen wijze spelen. Er zal een veelheid van mogelijke antwoorden ontstaan. Zoek nadien samen welke antwoorden die in de verschillende spelen zijn naar voren gekomen ze voor zichzelf willen bewaren en welke antwoorden echt wel goede antwoorden waren en waarom dat zo was. Als leerkracht kan je als deelnemer van het gesprek (naast en tussen de kinderen) ook aangeven wat jij goede antwoorden vindt en waarom je dat vindt. (deelnemen en getuigenis geven).

Laat de kinderen zich inleven in de poppenrol en vertellen hoe het is voor God om bij Abraham onder een boom op bezoek te komen en omgekeerd. Laat kinderen vertellen hoe het voelt om als Abraham of als Sara het bezoek van God onder een boom te ontvangen. Laat kinderen dit fragment spelen en stel, als toeschouwer tussen de andere kinderen, vragen aan de spelende figuren, die het spel kunnen verdiepen.

Vragen die het (poppen)spel kunnen richting geven en verdiepen.

God, waarom ben je bij Abraham op bezoek gekomen? Kom je zomaar of heeft je bezoek een reden? Ben jij spontaan op bezoek bij Abraham of heeft Abraham jou uitgenodigd? Hoe voelt het om nu bij Abraham te zijn? Is het gezellig, spannend, vervelend? Wat vind je van de plaats van ontmoeting? Is het goed om bij of onder een boom iemand te ontmoeten, God? Heb je een voorkeur voor bomen? Waarom wel of niet? Heb je een lievelingsboom? Waarom wel/niet? Bij het afscheid nemen zei je nog iets tegen Abraham, waarom zei je dat? Zou dat Abraham gelukkig maken? Vertel eens waarom je dit denkt, God? Waarom zat Sara niet mee onder de boom? Ben je niet voor haar gekomen? Waarom wel of niet?

Abraham, ben je blij met dit bezoek? Vertel eens hoe je je hierbij voelt? Vind je deze plek uitstekend? Waarom wil God je (hier) ontmoeten denk je? Hoort God thuis onder een boom? Zou een boom een goed ‘huis van God‘ zijn? Vertel eens hoe het is om samen met God onder een boom te zitten. Vertel eens hoe het voelt wat God tegen je zegt. Is het bezoek van God belangrijk voor je? Heb je er lang naar uitgekeken? Waarom zit Sara niet bij je onder de boom? Hoort Sara hier niet thuis? Waarom wel of niet?

Sara, God is bij Abraham op bezoek onder de boom. Is die boom een plek waar Abraham graag zit? Wat doet hij onder die boom? Waarom denk je de God juist onder die boom Abraham komt ontmoeten? Zit jij soms ook onder die boom? Waarom wel of niet? Wat doe jij dan als je onder die boom zit? Zou je graag samen met Abraham onder de boom zitten? Zou je graag bij de ontmoeting tussen God en Abraham zijn? Waarom wel of niet? Waarom blijf je in de tent? Wat denk je van die uitspraak van God over een kind krijgen?

We geven enkele andere spelsuggesties:

  • De boom vertelt over hoe hij de ontmoeting tussen Abraham en God beleefd heeft.
  • De boom vertelt waarom hij denkt dat hij (g)een goede plaats (voor Abraham) is om God te ontmoeten.
  • Abraham en Sara gaan samen zitten en vertellen hoe ze die ontmoeting tussen God en Abraham elk afzonderlijk hebben beleefd.
Actualiserend collagegesprek

Laat kinderen op zoek gaan naar een foto van een boom die hen aanspreekt en die naar hun inzicht een prima boom zou zijn om de ontmoeting tussen Abraham en God te laten plaatsvinden. Vraag de kinderen om deze boom op een blad te plakken en er de figuren uit het verhaal bij te tekenen of foto’s van figuren uit te knippen die voor Abraham, Sara en God zouden kunnen doorgaan. Je kan de kinderen ook vragen tekstballonnen bij de collage bij te tekenen en de boom te laten vertellen waarom hij een goede plek voor een Godsontmoeting. Daarbij kan je God (in de persoon van de drie mannen) iets laten zeggen over de ontmoeting met Abraham onder de boom: een uitspraak waarin ook de boom voorkomt. Abraham en Sara iets laten zeggen over de godsontmoeting onder de boom. (hulpvragen: zie hoger)

Kinderbijbelfragmenten bij het verhaal van de ontmoeting onder de boom.

Abraham en God

Abraham zat in de opening van zijn tent, die onder de eikenbomen van Mamre stond. Misschien had hij wel een tukje gedaan, want hij had de drie mannen, die aan kwamen wandelen, eerst niet gezien. Maar toen hij hen zag, ging hij hen meteen tegemoet en hij nodigde de mannen met oosterse gastvrijheid uit. Het reizen door de woestijn was geen pretje en nog gevaarlijk ook.

"Kom," zei Abraham, "verfris u en dan zal ik wat eten laten maken." Hij liet een knecht water brengen. Weer een ander moest een kalf slachten en zelf liep hij gauw naar Sara in de tent. "We hebben drie gasten," zei hij. "Bak vlug wat brood!" Spoedig werd een heerlijke maaltijd opgediend. Abraham stond er tevreden bij en bediende hen als een ober, die blij is met tevreden klanten. Toen vroeg één van de mannen: "Waar is uw vrouw Sara?" 'Hoe weet die man dat mijn vrouw Sara heet?' vroeg Abraham zich af en opeens herkende hij de stem. Het was de stem van God. "Ze is in de tent," antwoordde hij. "Als ik over een jaar weer langskom," zei de man, "dan heeft uw vrouw Sara een zoon." Toen wist Abraham het zeker. Dit was de stem van God die tot hem sprak en die zijn belofte herhaalde.

Uit: Het verhaal. Bijbel voor de jeugd, geschreven door Henk Barnhard met illustraties van Reintje Venema . Dl.1,. Amsterdam, 1984, p. 107-108.

Hoog bezoek

Negenennegentig was mijn vader toen God opnieuw aan hem verscheen en Zijn belofte herhaalde. Mijn vader lachte toen God zei dat Sara, zijn vrouw, een zoon zou krijgen. Hij was zelf bijna honderd en Sara was negentig. Hoe kan iemand van negentig nog een zoon baren? Maar God zei: "Je zult straks nog lachen van blijdschap. Sara, je vrouw, zal een zoon ter wereld brengen en jij zult hem Isaak noemen, dat betekent: hij lacht." Toen Rebekka dat hoorde, lachte ze. 'Dus zo ben jij geboren.' 'Ja, maar voor het zover was, kregen mijn ouders nog hoog bezoek', ging Isaak verder.' Op een dag zat mijn moeder in de tent bij de eiken van Mamre. Ze hoorde dat mijn vader die voor de tent zat, opstond en begon te praten. "Mijn heer, mijn heer, mijn heer, alstublieft, ga toch met mij mee naar de schaduw van die boom. Ik zal water halen, zodat u uw voeten kunt wassen en onder de boom kunt uitrusten. Ik zal wat eten voor u klaar laten maken, zodat u weer opgeknapt verder kunt gaan." "Graag' zeiden de gasten en mijn moeder binnen in de tent knikte instemmend: vreemdelingen moet je altijd gastvrij ontvangen. Mijn vader kwam de tent in en zei: "Haal gauw een zak fijn meel, kneed het en bak er koeken van." Daarna liep hij vlug naar buiten om een mals kalf uit te zoeken en klaar te laten maken. Terwijl de mannen aten, bleef Abraham bij hen onder de boom staan. Ze vroegen: "Waar is Sara, je vrouw?" "Daar, in de tent”: antwoordde Abraham. Toen zei √©√©n van hen: "Over een jaar kom ik terug. Dan zal je vrouw een zoon hebben."

Red. H. van Dorssen, Het hoogste woord. Bijbel voor kinderen , Baarn, 2003, p.42.

De drie mannen

Op een snikhete dag zag Abraham eens in de verte drie mannen aankomen. Hij ging naar ze toe en nodigde ze uit, zoals dat toen hoorde, voor een maaltijd. Hij liet zijn knechten meteen een kalf slachten. Hij liet Sara brood bakken en toen ten slotte alles op een grote schotel werd voorgezet, bleef Abraham op een afstand staan, terwijl zijn gasten mochten eten. Zo hoorde het en zo deed Abraham het ook. Toen vroeg een van de mannen: 'Waar is uw vrouw?' Abraham zei: 'Sara is daar verderop.' (Dat was niet waar. Sara was veel te nieuwsgierig. Ze stond achter het tentdoek te luisteren.) Toen zei de tweede man: 'De manier waarop u leeft, dat moet na u door kunnen gaan. Uw God wil dat zo graag. Volgend jaar zult u een zoon hebben van Sara, uw vrouw.'

K. Eykman, B.Bouman,

Woord voor woord

, Wageningen,1975, p. 22-23

Luther en het appelboompje
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/appelboom2.gif

Maarten Luther, de stichter van het protestantisme, hield zich in zijn vrije tijd graag in de tuin op en beleefde veel plezier beleefde aan bomen en bloemen. Over Luther en bomen werden meerdere verhalen verteld. Verschillende bomen kregen de naam van Luther. Zo zijn er Luthereiken, Lutherbeuken en Lutherlinden. In de verhalen werd de kracht van bomen en die van Luther met elkaar verbonden.

Een van de bekendste is de Luthereik in Wittenberg (Duitsland) waarover ook meerdere verhalen in omloop zijn. De plaats, waar zich tegenwoordig in Wittenberg de Luthereik bevindt, geeft de plek aan, waar Maarten Luther op de 10e december van het jaar 1520 het kerkelijke wetboek, de ontvangen pauselijke bul waarin stond dat hij in de ban van de katholieke kerk geslagen werd en boeken van zijn tegenstanders, verbrandde. De oorspronkelijke Luthereik in Wittenberg - door wie of wanneer deze ook geplant is - velde men tijdens de Napoleontische oorlog, om het brandstofgebrek op te lossen. De huidige Luthereik werd in 1830 geplant en werd in 1904 door een onbekende ingezaagd. Heden lijdt de eik het meest onder de luchtvervuiling, maar ook onder de late gevolgen van deze 'aanslag'.

Een bekende uitspraak van Luther was: "Als ik wist, dat morgen de wereld ten onder ging, zou ik vandaag een appelboompje planten!" Deze uitspraak wordt Luther in de mond gelegd. Het mag echter te denken geven, dat de eerste schriftelijke vermelding van deze uitspraak pas in 1944 werd aangetroffen...

Gesprek

Hoe versta jij deze uitspraak? Wat zou ze allemaal kunnen betekenen? Wat zegt dit over een appelboom? Is dit terecht. Waarom wel of waarom niet? Zijn er andere bomen die beter gepland zouden worden dan een appelboom? Waarom? Vertel eens. Waarom zou deze uitspraak aan een wijs man toegeschreven worden? Wat zegt dit over een boom en wat zegt dit over een wijs iemand?

5. Mediteren onder de boom

Wat is mediteren

De term mediteren is een heel veelzijdig begrip. We willen die veelzijdigheid even aangeven. Je kan daaruit kiezen hoe je mediteren voorstelt aan je klasgroep.

Mediteren is met zorg stilstaan bij wat hier en nu gebeurt. Mediteren is zich openstellen voor wat er in uw innerlijk omgaat. Mediteren is invoelend luisteren naar jezelf, de ander, de omgeving. Mediteren is een gebeurtenis overdenken. Mediteren is inzicht verwerven in wie je bent en waar het met je leven naar toe gaat. Mediteren is ergens goed over nadenken. Mediteren is je ontspannen. Mediteren is alle gedachten loslaten. Meditatie is gericht op zelfaanvaarding, op tot rust komen in jezelf. Mediteren is aandacht geven aan je (levensbeschouwelijke) identiteit. Mediteren is gewoon zitten en zijn. Mediteren is zitten in uiterste rust en verzonken zijn. Mediteren is met heel je wezen aanwezig zijn. Mediteren kan al lachend, al dansend, al zingend, al gaand... Mediteren is je geest leeg maken. Mediteren is je lichaam, je geest, je ziel in harmonie brengen. Mediteren is handelen volgens je ziel en uitdrukking geven aan je creativiteit. Mediteren is nieuwe energie opdoen. Mediteren is zichzelf verwonderen. Mediteren is de wereld op zijn onvanzelfsprekendheid beschouwen. Mediteren is in om het even welk voorwerp, dier of mens de wereld zien zoals deze is, namelijk oneindig. Mediteren is zich openstellen voor het mysterieuze in en van het leven. Mediteren is achter de sluier der zichtbare dingen de onzicht­bare wereld zien. Mediteren is 'n zoektocht naar verlichting, naar het heilige, naar God...

Verkennend gesprek

Zijn er kinderen die het woord mediteren kennen? Weet je wat het kan betekenen? Heb je ervaring met mediteren? Heb je dat ooit gezien? Heb je dat al ooit gedaan? Wanneer, waar, hoe? Zijn er kinderen die op een heel andere wijze mediteren? Die dat woord helemaal anders verstaan? Vertel eens.

Siddhartha Gautama, de Boeddha onder een boom

Siddhartha Gautama, de Boeddha zat vaak onder een boom te mediteren, te bezinnen. Siddharta Gautama leefde ongeveer 500 jaar voor Christus in het huidige India. Hij leefde er als hindoe. Maar stilaan ontwikkelde hij een eigen leer en ontstond het Boeddhisme. Het streven van mensen naar 'verlichting'. Daarom wordt Siddharta later 'boeddha' genoemd wat 'verlichte' betekent. Volgende verhalen handelen over het mediteren van deze boeddha onder een boom.

Bekijk met de kinderen de afbeelding en vertel aan elkaar wat je ziet. Bekijk eerst de Boeddha. Wat valt je op? Kijk dan naar alles om de Boeddha heen. Wat zie je allemaal?

Waarom is dit een goede plaats om te mediteren denk je? Waarom niet? Is de boom hierbij van belang denk je? Waarom? Zou jij op zo'n plaats kunnen mediteren? Waarom wel of niet?

Lees het verhaal over de meditatie van Boeddha onder de bodi-boom.

Tijdens de zoektocht van Siddartha Gautama naar verlichting mediteerde hij 49 dagen 49 nachten onder de Bodhi-boom in Bodh Gaya. Toen zocht hij een goed plekje uit om te gaan zitten. Siddharta nam plaats onder een mooie grote bodhi-boom. Onderweg naar de boom had hij vers gemaaid gras meegenomen. Siddharta maakte van het gras een kussentje en ging toen met zijn gezicht naar het oosten onder de bodhi-boom zitten. Het was heerlijk stil. De takken van de bodhi-boom bogen naar Siddharta toe om hem meer schaduw te geven. Siddharta kruiste zijn benen en legde zijn handen in zijn schoot. Hij sprak met zichzelf af dat hij niet meer van de boom vandaan zou gaan totdat hij wist hoe hij een einde kon maken aan al het lijden in de wereld. Alle luchtgeesten waren blij. Mara was niet zo blij met Siddharta. Mara was volgens de mensen in India een kwade geest die ervoor zorgde dat de mensen zich rot voelden. Mara zorgde voor woede, jaloezie en boosheid onder de mensen. Mara werd woedend toen hij Siddharta onder de bodi-boom zag zitten. Hij zou de mensen niet meer kunnen pesten als hij Siddharta zijn gang liet gaan. Daarom probeerde Mara van alles om Siddharta te storen. Hij maakte een angstaanjagende storm en gooiden met bliksemstralen. Maar onder de takken van de boom bleef alles rustig en stil. Mara riep toen al zijn demonen en kwade geesten op om Boeddha aan te vallen met pijlen. Maar als de pijlen in de buurt van Siddharta kwamen, veranderden ze in lotusblaadjes. Toen probeerde Mara Siddharta af te leiden door hele mooie lieve meisjes op hem af te sturen. Dat hielp ook niets. Mara kon niet van Siddharta winnen.Mara deed ook een storm opsteken om hem uit zijn meditatie te halen. De prins werd tegen het onweer beschermd door Mucilinda, een slang met zeven koppen. Boeddha wees de aarde als getuige aan, hij wees met zijn vinger naar beneden. De aarde trok partij voor Boeddha en beefde hard, bij wijze van protest. Mara was verslagen en verdween als een enge droom.
Toen verschenen de herten en de andere dieren om hem eer te bewijzen.

Bekijk samen de bijhorende kijkplaat en vertel aan elkaar wat je ziet. Wat herken je uit het verhaal? Wat herken je niet? Wat zou dat kunnen betekenen. Zoek samen naar de betekenissen.

Als je probeert stil te zijn of te mediteren, word je vaak gestoord, zoals Boeddha gestoord werd door Mara. Als jij probeert stil te zijn en/of te mediteren, wordt je dan ook door dingen gestoord? Vertel aan elkaar.

Ga op een kussen zitten en neem zo'n beetje de houding van Boeddha aan. Probeer eens enkele minuten stil te zijn. Kijk bij jezelf na door wat je mogelijk gestoord wordt.

Hoe lukt het jou om stil te zijn om te mediteren op deze plaats? Vertel er over aan elkaar. Zou je het op een andere plaats willen proberen? Waar? Als je wil mag je het op die plaats gaan uit proberen. Je kan met elkaar het op elkaars plaats gaan uitproberen.

Wil je het zoals Boeddha ook eens onder een boom proberen? Zoek eens per twee een boom op. Iemand gaat zitten aan de ene zijde van de boom, de ander aan de achterkant. Schrijf de belangrijkste dingen op die je bij het stil zijn hebt ervaren.

Is er een verschil bij het mediteren onder een boom met het mediteren in een andere ruimte? Waar heeft het mee te maken denk je? Heeft een boom speciale kenmerken die het mediteren positief of negatief kunnen be√Įnvloeden? Welke kenmerken kunnen dat zijn?

Foto's
afbeelding-boeddha.gif

boeddha.gif

afbeelding-boeddha2.gif

boeddha2.gif

afbeelding-boeddha3_groot.gif

boeddha3_groot.gif

De wijze Jan Ruusbroec
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ruusbroec.gif

Lees het verhaal van De wijze Jan Ruusbroec. Hoe begrijp je dit verhaal? Vertel er over aan elkaar. Als je naar de abeeldingen van beukenbomen kijkt, kan je je dit dan (beter) voorstellen? Waarom wel of niet? Heft een boom iets van God, denk je?

Jan Ruusbroec was een Vlaamse wijze uit de middeleeuwen. Hij leefde samen met zijn medemonniken in een klooster bij Brussel. Hij mediteerde veel. Hij zocht stille plaatsen op om beter te voelen wat nu eigenlijk goed was om voor te leven. Daarom probeerde hij te luisteren naar de stem van God. Niet dat hij die hardop hoorde, maar hij voelde die soms wel. Hij bleef niet altijd in het klooster om God te voelen. Hij trok er vaak op uit, het Zoni√ęnwoud in. Op een avond was de wijze Jan Ruusbroec niet op tijd in zijn klooster. Ongerust gingen zijn medebroeders hem zoeken. Ze zochten overal omheen het klooster maar vonden hem niet. Ook zochten ze in het grote bos en vonden ze hem niet. Toen dachten ze aan zijn liefste plek, diep in het woud. Daar stond een reusachtige beuk, met zijn stevige wortels diep in de aarde. Zijn takken gingen hoog uit naar de lucht. Zij holden heuvel op en af door het donkere bos op zoek naar de grote beuk. Daar aangekomen vonden zij hun medebroeder Jan op zijn geliefde plek in het woud. Hij zat onder de grote beuk, die helemaal omstraald was met een krans van licht. Jan Ruusbroec was verzonken in bezinning. Hij zat daar in alle stilte, geheel onbewogen. Zijn medebroeders werden er zelf helemaal stil van en geroerd, durfden ze geen woord te spreken. Toen Jan Ruusbroeck zag dat zijn medebroeders naar hem op zoek waren, knikte hij vriendelijk, stond op en ging met hen mee naar het klooster terug.

In stilte zitten bij een boom, verzonken in stilte, geheel onbewogen… zoals bij Jan Ruusbroec, kan jij jezelf zo voorstellen? Wie houdt er van om in stilte te zitten? Waar doe je dat dan? Doe je dan iets of zit of lig je dan roerloos? Waarom is dat zo? Kan je ook zo bij een boom zitten? Is de plaats belangrijk denk je? Zou de plaats voor Ruusbroec belangrijk zijn geweest? Waarom denk je dat?

Als wijze mensen onder een boom gaan zitten om te mediteren zoals Boeddha en Ruusbroeck, vinden ze dan ook wijze gedachten en wijze woorden? Wat denk je?
Kan je als gewone mens ook wijze gedachten en woorden vinden bij het mediteren onder een boom? Heb je dat zelf al meegemaakt?

6. Ontmoeting van wijze godsdienstmannen onder een boom

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/wijze_mannen_groot.gif

Bekijk met de kinderen de prent heel nauwkeurig. Wat zie je en wat valt je op? Wie zijn deze mensen? Wat doen zij daar? Kijk nauwkeurig naar de gelijkenissen en verschillen. Wat valt je op en wat bedenk je er allemaal bij? Vertel het aan elkaar.

Vraagstelling
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kinderen_groot.gif

Er brandt een vuur. Zou dit een bijzondere betekenis hebben? Zouden zij de takken van de boom gebruiken om het vuur aan te steken? Waarom denk je dat (niet)? Heeft dit belang denk je?

Zeven mannen onder een boom met zeven luchtwortels. Zou dat een bijzondere betekenis hebben? Welke? Wat denk je?

Vijf mannen zijn nogal naakt gekleed. Waarom is dat zo, denk je? Is dat omdat ze arm zijn? Is daar een andere reden voor? Wat denk je?

De twee geklede mannen rechts op de prent lijken moslims te zijn. Dat is mogelijk aan hun klederdracht te zien. Ze lijken op bezoek bij de vijf hindoe mannen.

Waarom zouden moslims op bezoek gaan bij hindoes? Wat zouden zij denken, willen, doen? Wat komen zij zoeken, vragen, brengen...? Welke antwoorden zouden de hindoe mannen hen geven? Is het belangrijk dat mensen van verschillende godsdiensten bij elkaar op bezoek gaan? Waarom is dat (niet)?

Moest jij onder die boom zitten wat zou jij willen vragen? Wat zou je willen zeggen? Kan je zelf een antwoord bedenken? Wissel dit uit aan elkaar. Waarin verschillen jullie vragen en antwoorden, waarin vinden jullie elkaar?

Geef de kinderen een zwart-wit afdruk van de prent. Bekijk de foto opnieuw en laat hen vertellen wat er tijdens het bekijken en bevragen van de tekening is bijgebleven.

Laat hen van daaruit, vanuit het standpunt van één van de mannen op de tekening of vanuit één van de luchtwortels, een vraag stellen. Laat hen ook een mogelijk en zinvol antwoord op geven. Teken tekstballonnen op de tekening. Schrijf vraag en antwoord in de tekstballonnen.

Bekijk de foto met de kinderen onder een boom. Waarom zitten zij onder een boom? Wat zouden zij beleven en ervaren? Wat zouden zij als gesprekken voeren? Vertel er over aan elkaar. Voeren kinderen ook gesprekken over godsdienst? Voeren kinderen uit verschillende godsdiensten ook gesprekken met elkaar? Vertel eens.

Impuls F: Een vredesboom in een vredesweek

1. Vredesbomen wereldwijd

De olijfboom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/paus_olijfboom.gif

Paus Johannes Paulus II wijdt een olijfboom

De olijfboom is een altijd groene bladhoudende boom. Zo is hij een blijvend teken van hoop en leven. Hij kent zijn oorsprong rond 3500 v.C in het oostelijke deel van de Middellandse zee. Hij speelt een belangrijke rol zowel in het Oude als Nieuwe Testament. Hij wordt gebruikt als voedsel (de olijf en de olijfolie) omwille van de uitzonderlijke hoge voedingswaarde en hun goede bewaarbaarheid, hij wordt gebruikt als medicijn en schoonheidsmiddel maar ook als lampenolie en voor de zalving en balseming. Als geen ander weten de wortels van de boom door te dringen in zeer diverse ondergronden op zoek naar het diepste water. De wortels brengen levend water boven van op 150 meter onder de grond. Een oude Hebreeuwse wet verbiedt de vernietiging van vruchtdragende olijfbomen, ook als die toebehoren aan een vijand. Begin 1987,toen de Isra√ęlische overheid een olijfgaard wilde rooien op de door Isra√ęl bezette Westelijke Jordaanoever, verenigden Arabieren en Joden -onder wie de joodse burgemeester van Jerusalem- zich in een fel protest tegen schending van het symbool. Het hout van de veerkrachtige olijfboom is hard en sterk. Met zijn gele tint en forse, zwarte of donkerbruine tekening is het geliefd bij houtbewerkers en meubelmakers. De oude Romeinen verboden zelfs het verbranden van olijfhout anders dan voor gebruik op de altaren voor de goden. Uit het hout van olijfbomen werden godenbeelden gesneden; het heilige bos in Olympia bestond uit olijfbomen, en takken daaruit werden overhandigd aan overwinnaars bij de spelen. En bij uitstek was de olijftak in het oude Rome het symbool van de vredesgodin Pax (Pax= vrede), De waarde en betekenis van deze boom voor het leven van mensen die er mede voorzorgde dat het leven er zoveel beter en zaliger door werd, zorgde ervoor dat deze boom symbool werd van het leven en de vrede. De olijfboompartij in Itali√ę is vandaag een partij die vele gezindten verenigd en sterk de vredesgedachte in haar vaandel voert.

In de Bijbel heeft de olijfboom een belangrijke plek. De duif die door Noach vanuit de Ark uitgezonden werd, keerde terug met een olijfblad in zijn snavel ten teken dat het land droog was gevallen en er weer vrede was tussen God en de mens. In de psalmen wordt de mens vergeleken met een groene olijfboom die in het huis van God staat. In de beeldende kunst van de Renaissance komt de relatie tussen de olijfboom en Christus tot uitdrukking in de annunciatie, de verkondiging van de aartsengel Gabriel aan Maria dat zij een kind zal baren. De engel heeft naast een lelie ook vaak een olijftak in de hand. Jezus lijdensverhaal speelt zich af op de Olijfberg. Bij doop, vormsel, priesterwijding en ziekenzalving wordt hiermee gezalfd. Ook bij kroningsceremoni√ęn had sinds de zevende eeuw een zalving met olijf olie plaats.Gezagsdragers van de katholieke kerk hebben de olijfboom, als symbool van de vrede, vaak op hun reizen geplant

In de Koran staat de olijfboom beschreven als een gewijde boom. De naam van de boom wordt ongeveer 200 mal vernoemd. Het licht van de brandende olijfolie staat symbool voor het licht van de hemel.

"God is het Licht van de hemelen en de aarde. Een gelijkenis van Zijn Licht is als een pilaar, waarop een lamp is; de lamp is in een glas, (en) het glas is als het ware een schitterende ster, aangestoken van een gezegende olijfboom, die noch van het Oosten noch van het Westen is, waarvan de olie schier licht geeft, hoewel geen vuur ze aanraakt - licht op licht - God leidt tot Zijn Licht wie Hij wil en God stelt de mensen gelijkenissen voor, en God is bekend met alle dingen." (Koran Soera 24:35)

Vrede tussen indiaanse volkeren en blanken in Amerika
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/pinetree.gif

In het jaar 1701 werd in Montreal het Verdrag van de Grote Vrede ondertekend. Dit verdrag zou de conflicten tussen de verschillende indianenstammen en de Canadese overheid be√ęindigen.

Ter bekrachtiging en als symbool werd een Weymouthden (Pinus strobus), White Pine, geplant met de woorden:

Ik plant de boom van de vrede
een grote den
onder hem begraaf ik alle oorlogsinstrumenten.
Hij heeft takken, die zich ontvouwen
en steeds verder groeien,
en de witte wortels strekken zich over de hele wereld uit.

Sindsdien worden over de hele wereld vredesbomen geplant, gekoppeld aan geweldloosheidprojecten.

Sri Chinmoy Vredesboom BRUSSEL (Beliardstraat - Leopoldpark)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/peacerun.gif

Deze boom werd geplant ter gelegenheid van de Sri Chinmoy Oneness Home Peacerun in 1991.

Hij is bedoeld als symbool voor het verlangen van de mens naar vrede, zowel innerlijke vrede als ook vrede onderling. Deze boom werd geplant met de wens dat hij moge groeien zoals de wereldvrede.

Vredesbomen in Afrika
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/drakenbloedboom.gif

De boom, als symbool van vrede, is ook in Afrika bekend.

In Kameroen is de Dracaena (nkeng ou yap sfeguem), de Drakenbloedboom de Vredesboom. Dracaena kennen we alleen als kamerplant. Maar in zijn oorsprongland ziet hij er zo uit: als op bijgaande foto.

In Kameroen worden deze bomen door moeders die tweelingen geboren hebben, geschud. Op deze manier worden fouten die de gemeenschap gemaakt heeft, hersteld.

Baobab

Deze bomen worden 5 tot 25 m hoog wat in de savannen van Oost Afrika echt wel groot is. De boom kan een omtrek van 20 meter krijgen en kan heel oud worden, wel duizenden jaren wordt er beweerd. Een andere naam is de Apebroodboom, vanwege de grote vruchten die door apen gegeten worden en hebben een uitzonderlijk grote stamomtrek (tot 11 m). Tijdens het korte, ongeveer drie maanden durende natte seizoen slaat de Baobab grote hoeveelheden water op in zijn dikke, vezelachtige, brandbestendige stam en in zijn wortels en bladeren. Mede hierdoor vervult de Baobab een belangrijke functie in het ecosysteem.

Vrijwel alle delen van de boom worden door mens en dier gebruikt. Vogels en kleine apen als galago's of 'bush-baby's' leven in de kruin van de boom en gebruiken die als speel- en nestplaats. Olifanten eten de bladeren en onttrekken vocht en voedsel aan de schors. De bladeren zijn rijk aan suikers en vitamine C. Ze worden soms gekookt als groente gegeten. In Noord-Afrika wordt het fijngemalen blad als smaakmaker (lalo) toegevoegd aan de koeskoes, een gerecht bereid uit pap van zwarte gierst. Uiteraard zijn er de lekkere vruchten, daarvan maakt de plaatselijke bevolking een verfrissende drank van het 'apenbrood', door het vruchtvlees te vermengen met water of melk,. Ook bavianen en andere dieren, zijn verzot op de vruchten. De zaden van de Baobab worden soms geroosterd en dan gebruikt als vervanger voor koffie.

Omwille van al deze functies en om het feit dat planten dieren en mensen door deze boom worden samengebracht in een vredevolle samenleving wordt deze boom ook aanzien als vredesboom.

Kijk ook eens bij de actie Boabab wereldklas http://www.bevrijdewereld.be/site/baobab.php

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/palmboom2.gif

Op andere plaatsen in Afrika, waar geen Drakenbloedbomen of Apenbroodbomen groeien, symboliseren de bladeren van de Palmboom de vrede.

Vredesbomen in Azi√ę
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gingko2.gif

Naast de bekende olijfboom in het Middenoosten staat de Ginkgo-boom in Japan bekend als vredesboom. Deze boom heeft de kenmerken van een loofboom en een naaldboom, waardoor hij een teken van sterk leven bij uitstek is. De Ginkgo's schors schijnt een beschermende werking te bieden tegen vuur en daarom plant men hem ook bij tempels aan. Bij de grote brand in Tokio in 1923 overleefden veel Ginkgo's terwijl andere bomen dood gingen. De Ginkgo wordt van oudsher geplant in China en Japan in tempeltuinen, bij kastelen en heilige plaatsen, waarschijnlijk om o.a. zijn voedzame zaden, geneeskrachtige kwaliteiten, bescherming tegen vuur  en schoonheid. Door zijn natuurlijke weerstand tegen ziekten, insectplagen, luchtvervuiling, vuur en zelfs radioactieve straling wordt de Ginkgo toegepast als straatboom in stedelijke omgevingen. Hij staat ook in parken, langs boulevards etc. vanwege zijn unieke vorm en goudgele bladkleur in de herfst.

Oude Ginkgobomen worden in Japan als een god vereerd. Daar bindt men een shimenawa (rijstkoord) om de enorme boomstam, waarmee men ook boze geesten denkt te weren en hoopt men op een vredevol leven ver weg van het kwade.

Bekendheid verwierf deze boom doordat hij als herinnering aan de atoombom aanslag in Wereldoorlog II op de stad Hirochima als symbool van vrede werd geplant. Volgens de verhalen gebeurde dit door een kind dat zaden van deze boom in de grond stopte op een plaats waar alle vegetatie verdwenen was. Andere verhalen zeggen dat de Grinkgo bomen de eerste bomen waren die zich langzaam van deze catastrofe herstelden en zij zo teken waren van hernieuwing en verrijzenis, van, nieuw beginnend leven en de hoop op vrede. Een Ginkgo die ongeveer 1 km van de plaats van de bominslag naast een tempel stond werd zwaar beschadigd, maar bleek daarna  weer uit te lopen zonder belangrijke vergroeiingen. De tempel zelf werd wel vernietigd. Deze boom is nu beschermd en daarom heeft men de trap van de nieuw gebouwde tempel eromheen gebouwd. Een plaat erop heeft als opschrift: "No more Hiroshima". Hierom ziet men de Ginkgo als een symbool van de hoop.

Lees meer over de Gingko http://www.xs4all.nl/~kwanten/nedindex.htm

Vredesstappers met vredesboom op weg naar Kleine Brogel
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/vredesstappers.gif

Een dertigtal vredesactivisten trok deze zomer door ons land. Met hun voettocht, zestig jaar na de atoombom op Hiroshima, roepen ze op voor een wereldwijd verdrag tegen kernwapens. De vredesstappers begonnen vorige week aan hun 250 kilometer lange tocht door Belgi√ę. De eindbestemming is de Amerikaanse legerbasis van Kleine-Brogel. In deze legerbasis zijn kernraketten opgesteld die kernkoppen kunnen vervoeren en atoombommen kunnen afschieten. Daarom wilden de actievoerders daar de bombardementen op Nagasaki en Hiroshima herdenken. Yoshio Sato (74), een overlevende van Hiroshima, was er ook bij. ,,Ik was veertien jaar toen een atoombom onze stad verwoestte'', vertelt hij. ,,Op enkele ogenblikken tijd verloor ik mijn moeder, broer en zus. Toch heb ik geluk gehad, want duizenden mensen werden voor het leven verminkt.''

Bij het bereiken van de legerbasis in Kleine Brogel werd een vredesboom uit Japan als uitdrukking van 'Nooit meer oorlog' en 'Geen nucleaire wapens meer' aan de legercommandant afgegeven door Yoshio Sato.

Activiteiten

Laat kinderen in groepen een bepaalde vredesboom uitkiezen en laat hen op zoek gaan naar meer informatie, gegevens, foto's verhalen, gedichten over deze bomen in de media. Ze kunnen op zoek gaan naar kleine exemplaren (bonsai). Kinderen kunnen ook een boom in de gemeente uitkiezen als vredesboom of een bepaalde andere boom naar keuze en motivatie verkiezen als vredesboom en deze planten bij de school, in √©√©n of andere tuin… Kinderen kunnen een boom tot vredesboom maken via versiering (witte linten met vredesboodschappen), gedichten (haiku's). omkaderingen (steencirkel, bloemperken)…

Als kunstwerk zelf een vredesboom ontwerpen waarin betekenissen van vrede in beeld worden gebracht.

Vredesboom

Zou er een vredesboom bestaan
die niet door rottigheid is vergaan
een prachtige boom met dikke stam
altijd bloeit als een eeuwige vlam.

Mooie vruchten en bladeren draagt
door niets kan worden omgezaagd
met diepe wortels en sterke takken
door geen enkele storm te knakken.

Janneke Koster-Baas

2. Vredesbomen in de kunst

Chagall 'La Paix'/De Vrede (glasraam in Sarrebourg Frankrijk)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/chagall_groot.jpg

Vergroot de foto en bekijk (zoals vele kinderen en klassen in Frankrijk) het geschilderde glasraam van Chagall, één van de grootste religieuze kunstenaars van onze eeuw. Geef vooral aandacht aan de boom in het midden van het schilderij.

Waarom zou deze boom een beeld van vrede kunnen zijn? Zoek met de kinderen naar hetgeen uit deze boom spreekt en wat hen op de één of andere wijze aan vrede doet denken.

Er is een bijbeluitspraak waar deze boom mogelijk naar verwijst:

"Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn." Apocalyps 22, 1-5.

Vraag aan de kinden:

  • Wat roept deze uitspraak op?
  • Welke beelden woorden zijn te verbinden met 'vrede'? Waarom?
  • Welke kan je verbinden met het beeld van de boom van Chagall?

Laat kinderen de andere aspecten van het schilderij verkennen. De boom van vrede en leven van Chagall is omgeven door kleinere fragmenten die, positief of negatief, ook iets zeggen over vrede. Roepen ze voor jou iets op dat mogelijk met vrede te maken heeft? Vertel aan elkaar.

Kan je bepaalde scènes thuisbrengen? Het zijn uitbeeldingen van de kunstenaar van bijbelse taferelen, welke kan je herkennen?

Het is niet nodig of zelfs niet wenselijk dat kinderen deze bijbelfragmenten moeten kunnen herkennen, leren kennen of de betekenis ervan verbinden met de boom. We geven bijkomende info enkel voor de leerkracht.

Een hedendaagse levensboom van Chagall

Kleef een zwart-wit kopie van de levensboom van Chagall op een blad en teken er hedendaagse situaties bij die de droom naar vrede in beeld brengen. Dit kan ook in de vorm van een collage met situaties en foto's uit kranten en weekbladen.

Kinderen kunnen ook trachten de boom via hun computer thuis vorm te geven. In verbinding met het vakgebied muzische vorming is het maken van een glasmoza√Įek (in kalk) een uitdaging. Samen wordt gewerkt aan de levensboom, in kleine groepjes aan het maken van kleine vredersc√®nes om rond de boom aan te brengen.

Millennium boom als vredesboom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/milleniumboom_groot.gif

Deze boom werd geschilderd bij de overgang naar het jaar tweeduizend. De boom wil een boodschap van hoop, broederschap en vrede uitzenden.

Bekijk met de kinderen deze boom en zie op welke wijze de kunstenares Josephine Wall dit in beeld heeft willen brengen. Van welke symbolen wordt er allemaal gebruik gemaakt.

Nodig kinderen uit om zelf ook schilderend of kleurend een boom van vrede gestalte te geven.

3. Vredesbomen planten in de vredesweek

De Vlaamse Vredesweek

De vredesweek vindt elk jaar opnieuw plaats in Vlaanderen eind september-begin oktober. Ze wordt gedragen door allerhande organisaties die ook diverse levensbeschouwingen en godsdiensten samenbrengen. Door samen te organiseren maken ze elk jaar weer opnieuw meer vrede in Vlaanderen.

De organisaties zijn:

De ondersteunende organisaties zijn:

ACW-nationaal - Animo - Bond Beter Leefmilieu - Caritas Catholica Vlaanderen - Chirojeugd Vlaanderen - Federatie van Vlaamse Vrouwengroepen - Groen! - Humanistisch Vrijzinnig Vormingswerk - KAV - KVG - KVLV - Memisa-Belgi√ę - N-VA - SP.A - Spirit - Umivo - Vredesgemeenten Bornem, Kapellen en Sint-Truiden - VVKSM - YWCA Antwerpen - Zij-kant - vzw Zijn

Welke organisaties kennen de kinderen? Wat weten ze er over? Waarom zouden die organisaties meewerken aan de vredesweek?

Plant een vredesboom

Zo klinkt de oproep van de Vredesweek

Campagne voeren we samen met jou!
23 september tot 2 oktober 2005

http://www.vredesweek.be/

We planten tijdens de Vlaamse Vredesweek 32 000 vredesbomen in Vlaanderen! De uitdaging die de Vlaamse Vredesweek zich stelt dit jaar is om met alle vredessympathisanten samen minstens 32 000 bomen in Vlaanderen te planten. Elke boom staat voor een kernkop in de wereld! Je kan op de straatacties tijdens de vredeskaravaan je vredesboom individueel kopen, maar je kan ook symbolisch een vredesboom voor het grote vredesbos kopen via de website www.vredesweek.be

Vind je ook dat onze planeet beter verdient? Dat de luchtkwaliteit een beetje hulp kan gebruiken om het hoofd te bieden tegen de afbraak van het milieu veroorzaakt door o.m. de exploitatie van kernwapens? Plant dan met de Vlaamse Vredesweek een vredesboom. Versier de bomen met witte vredeslintjes en vredesklokjes. Zo maak je kenbaar dat je samen met tienduizenden anderen aan de vrede werkt. Je toont zo dat je de 32 000 kernwapens uit de wereld wil.
Dat kan tellen als uitdaging! 32 000 vredesbomen in Vlaanderen! Je kan tijdens de vredeskaravaan op de straatacties je zelf kopen en een vredesboom zelf in je eigen tuin planten. Daarnaast kan je ook symbolisch een vredesboom voor het grote vredesbos kopen via de bestelbon.
Bestel je voor de actie vredesboom liever 32 000 bomen dan bommen (graag vóór 15 september 2005):

  • Je hebt geen plaats voor een boom maar je steunt de aanplanting van een vredesbos i.s.m. de Vereniging voor Bos in Vlaanderen en je ontvangt een betaal– en plantbewijs na betaling van de factuur. Prijs: € 1, 00
  • Je wenst zelf vredesbomen te planten met je organisatie en bestelt m√©√©r dan 19 vredesbomen. Prijs: € 1, 00
  • Je wenst als individu een boom te planten. Je kan je afhalen aan vredesboom de Vredesweek-stand tijdens de straatactie Prijs: € 2, 00
Werken in de klas rond de vredesweek

De organisatie Pax Christi (de vrede van Christus) die samenwerkt met andere organisaties van verschillende levensbeschouwelijke aard aan de Vredesweek, heeft een brochure uitgegeven rondom vrede. De brochure bevat een vredesspel geconcentreerd rondom de vredesboom. De brochure noemt: 'Liever bomen dan bommen.' Kostprijs € 6. Te bestellen bij Pax Christi Vlaanderen, Itali√ęlei 98A, B-2000 Antwerpen

Meedoen met andere acties tijdens de Vredesweek
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/herbos.gif

Je kan als school of als klas zelf acties voeren. Je kan dit alleen doen maar heel leerrijk voor de kinderen is wanneer je dit samen met andere organisaties opzet. Neem contact op met de organisatie van Vredesweek om te vernemen hoe je het best actief in je eigen streek kan meedoen. Overal zijn er diverse bestaande organisaties die hierop inspelen. We geven een voorbeeld

Lappersfortbos

Op 2 oktober eindigt de vredesweek en begint de Week van het Bos. In of aan het Lappersfort zullen we met de bosdichters een vredesboom planten. Uw zichtkaart hoort daaronder? Doen!

http://www.vbv.be/vakantie.htm

(Herbos jezelf) kom naar hut bos (2/10)

Datum: zondag 2 oktober 10u30 (einde vredesweek & start week van het bos)
Lokatie: Lappersfortbos, Wilgendreef Vaartdijkstraat tegenover oude brug Steenbrugge
Bos en stad verbinden & vredesboom planten

http://www.vbv.be/weekvanhetbos

Vredesgemeenten en burgemeesters voor vrede

De actie Vredesweek werkt vanuit de VN-resolutie 53/25. Gemeentebesturen onderschrijven deze resolutie waarin ze verklaren dat ze werk maken van vrede in de gemeente. De oproep 'Mayors for Peace' of burgemeesters voor Vrede is ontstaan in Hiroshima. De burgemeester van Hiroshima reist de wereld rond om andere burgemeesters voor vrede te zoeken.

Je kan als klas en als school met de kinderen de burgemeester van het dorp oproepen om hieraan mee te doen.

Technisch Instituut Heilige Familie Ieper plant een vredesboom

Een vredesboom in de school planten. Een school in Ieper deed het voor.

Onze vredesboom staat in bloei!
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/schoolboom2.gif

In het kader van de vredesweek werd er aan leerlingen en leerkrachten gevraagd hoe zij vrede bekomen in hun eigen leefwereld. De 1000 mensen noteerden hun vredestip op een wit lintje dat opgehangen werd in de grootste boom op onze speelplaats. Met een hoogtewerker knoopten onze 2 werkmannen de vredeslintjes in de vredesboom. Het resultaat mag gezien worden. Op deze manier willen we onze eigen jonge mensen in de vredesweek en lang daarna confronteren met hun eigen hoop op vrede. Onze vredesboom is ook een link naar dé vredesboom (de Ginkgo), die de atoombom van Hiroshima heeft overleefd.

Impuls G: De zorg om bomen en de week van het bos

De week van het bos nodigt uit om het leven in het bos met meer verwondering en bewondering te ontmoeten. Leren kennismaken met het leven van bomen en alles wat er met hen meeleeft, betekent voor kinderen een opstap naar verwonderd kijken naar de bomen en hun samenhang met de natuur als geheel. Daarnaast staan de kinderen ook stil bij de betekenis van het bos voor de mens en de mens voor het bos. De verkenning van het bos gebeurt in het lager onderwijs voornamelijk vanuit de invalshoek van wereldori√ęntatie. De vorige impulsen bieden tal van mogelijkheden om ook de levensbeschouwelijke accenten en doelen van het leerplan wereldori√ęntatie gestalte te geven en naadloos te verbinden met de doelen van het vak godsdienst. De week van het bos houdt een uitnodiging in om tegelijkertijd ook vanuit andere leergebieden de bomen en het bos te benaderen, via het zingen en dansen door het bos, het cre√ęren van kunstwerken in het bos, doorheen het lezen en schrijven van gedichten en verhalen, speels mythische woudfiguren tot leven laten komen, sport en spel activiteiten te ontwikkelen en zo meer.

De vorige impulsen hebben wegen aangereikt om meer diepgaand het leven en de betekenis van bomen te verkennen. Activiteiten in het kader van de week van het bos kunnen vanuit de reeds aangereikte impulsen en suggesties verruimd en verdiept worden. Zo leren kinderen stilstaan bij de betekenis van bomen en de waarde die ze hebben voor de mens, voor de natuur als geheel, maar ook om zichzelf. Door een meer uitgediept kennismaken met bomen ontstaat en groeit bij kinderen het respect en de eerbied voor bomen mogelijk uit tot een erkenning van de eigenheid van bomen. Ze kunnen verkenning gaan beleven als een 'ontmoeting', als een 'contact'. Contact wil zeggen, wederzijds aanraken. Als mens raak je de bomen aan maar je wordt ook door de bomen zelf (aan)geraakt. Deze ontmoeting kan uitgroeien tot respectvolle omgang, betrokkenheid, koestering en zorg. Dit zijn belangrijke waarden in de religieuze ontwikkeling van het kind. In dit eerste deel wordt aandacht gegeven aan wat die 'ontmoeting' mogelijk voor kinderen kan betekenen en worden er kansen aangereikt om over deze vormen van respect en verbondenheid met elkaar van gedachten te wisselen in meer filosoferende beschouwingen.

In een verder deel wordt er diepgaander aandacht besteed aan de zorg voor het bos, de verantwoordelijkheid en de strijd om het behoud van de bomen.

1. Bomen van nabij ontmoeten

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/volwassenen2.gif

Bekijk samen met de kinderen de prent. Wat zie je? Zou dit een bijzondere boom zijn? Waarom zou deze vrouw bij de boom staan? Zou zij de eigenaar van deze boom zijn? Ze lijkt wel in gesprek met de boom. Zou dat kunnen? Waarom wel of waarom niet? Wat zou ze willen? Welk gevoel roept ze bij je op? Wil zij iets van de boom? Wil de boom iets van haar?

Een boom vroeg

Lees of vertel het korte verhaal en voer hierover een gesprek met de kinderen.
Lees ook het gedicht van een kind op de foto. Bespreek de eigen ervaringen van de kinderen in de klas naar aanleiding van deze twee teksten.

Een boom vroeg

Een boom vroeg me
een eindje mee te lopen
Hij wilde me iets zeggen
Dat kan niet, zei ik:
bomen kunnen niet lopen.
Dan ook niet spreken,
zei de boom.
Toen was alles weer stil.

Hans Bouma

Wat bedenk je hierbij? Is het stil tussen mensen en bomen? Of is er een vorm van contact mogelijk? Hoe denk je daarover?

Een boom met een gezicht
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/sprekende_boom_groot.gif

Bekijk de foto van de boom met een wonderlijk gezicht. Wat roept die bij je op aan belevingen en gevoelens? Trekt die boom je aan of eerder omgekeerd? Vertel eens. Stel dat deze boom voorbijgangers aan wil spreken maar dit toch niet goed durft. Wat zou je dan de boom aanraden? Als je de boom zou helpen wat zou jij dan tegen de voorbijgangers zeggen?

Neem een bord karton en noteer hierop wat de boom aan een voorbijganger zou willen zeggen of vragen. Lees elkaars vragen. Speel bij elk van die vragen voorbijganger en probeer op de vragen van de boom te antwoorden.

Wat zegt de boom hierop terug denk je?

Speel boom en geef terug een antwoord aan de voorbijganger.

Film: Het levende bos
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/levende_bos2.gif

Het levende bos brengt de enten en sprekende bomen uit Tolkiens 'In de ban van de ring' nog verder tot leven in de eerste Europese 3D-animatiefilm. Regisseurs √Āngel de la Cruz en Manolo G√≥mez baseerden hun debuut op het in Spanje klassieke kinderboek 'El bosque animado' uit 1943 van Wenceslao Fern√°ndez Fl√≥rez, dat in een voor kinderen toegankelijk verhaal z'n zorg uitspreekt over de teloorgang van de fraga's van Cecebre, de Atlantische bossen in Galici√ę. Wilgen, berken, dennen, kastanjes en eiken groeien hier naast elkaar. In het levende bos hoor je ze ruzie√ęn, zingen, mopperen en elkaar pesten, als oude mannetjes op het plein: een eik met een knobbelneus, een slanke den en een ernstige berk. De planten en dieren in het bos begroeten elkaar met: "Dat de mens je met rust laat." Dat geeft al aan waar de verwikkelingen in het hoofdverhaal over de twee mollen Fourie en Linda op uit zullen komen: een triomf voor de natuur, die al die gekke en kortzichtige mensen die het bos betreden met veel humor een lesje leert. De kleurrijke animaties zijn lieflijk en realistisch. De mensen en dieren blijven net fantasievol genoeg om aan te geven dat dit een andere wereld is, terwijl de achtergrondanimaties van de landschappen uitnodigen om je in neer te vleien. 'El bosque animado' kan de concurrentie met een vergelijkbare Hollywoodproductie als Shreck best aan.
Bespreking: Dana Linssen

Bomen respectvol bejegenen zoals Franciscus

Er zijn mensen die heel goed weten hoe belangrijk bomen zijn voor de natuur en voor de mensen. Zo vinden de bomen zo wezenlijk en belangrijk dat ze er veel respect voor krijgen. Ze hebben dan zoveel respect voor een boom dat ze deze soms wel belangrijker achten dan een mensenleven.

Hij sprak van ''broeder zon en zuster maan'. De leerkracht kan de kinderen verhalen vertellen over hoe Franciscus sprak met planten en dieren.

Lang geleden woonde Franciscus met zijn vrienden en vriendinnen in de bergen bij Assisi. Ze hadden geen huizen en geen spullen en ze hadden alleen wat ze aan hadden om zich tegen de warmte, de regen en de kou te beschermen. Alles wat ze met hun eigen handen maakten gaven ze weg aan arme en zieke mensen. Zelf hielden ze alleen maar wat ze het meest nodig hadden om te kunnen leven. Helemaal zonder geld trokken ze de bergen in en leefden daar als bedelaars. Ze wandelden over groene heuvels en door dalen. Ze wilden graag alle mensen en dieren helpen, omdat ze veel van ze hielden. En ze vertelden aan iedereen die wilde luisteren van Gods liefde voor alles wat leeft. Ze sliepen in de veilige beschutting van rotsen en bomen.Op een morgen, toen de eerste zonnestralen de kou en het donker van de nacht lieten verdwijnen, werd Franciscus door een kleine zonnestraal wakker gemaakt. Tussen de takjes en de ritselende bladeren van de boom waaronder Franciscus lag, zongen zwaluwen hun trillertjes. De merels floten, de lijsters zongen een spotlied en de eekhoorntjes piepten blij. Ook de nachtegaal zong haar mooiste lied. Rondom de plek kwaakten kikkers en tsjirpten krekels.

De leeuwerik zong hoog in de lucht, wolven huilden, eenden snaterden druk, en een haan kraaide. De hele natuur was vol geluiden. Overal klonk er muziek. Alle beestjes fluisterden, of brulden, huilden, piepten of zongen. Elk in zijn eigen taal. Franciscus stemde vrolijk in met het lied van zijn vrienden en vriendinnen. Ze bedankten God voor alles wat hij gemaakt had. Alle planten, alle dieren en de kinderen die elkaar tegenkwamen bij het aanbreken van de morgen, zongen het zonnelied:

Goeie dag, zus zon, jouw stralen voelen als een kus op mijn gezicht. Elke morgen maak je ons weer wakker, fel en stralend maak je ons warm met jouw licht. Wij bewonderen je, broer maan! Je geeft ons licht in het donker van de nacht. En daar boven, helder en heel erg mooi is het jouw stralende sterrenhemel die schittert en naar ons lacht.

Fragment uit: Margret Bernard-Kress, Het Zonnelied, Baarn, 1992
Het vervolg is te lezen in het kinderboek met tekeningen.

Het lied gaat dus nog verder. Fransiscus begroet nog andere natuur elementen. Vraag de kinderen of ze een vervolg van het lied kunnen bedenken als ze de boom zou aanspreken. Wat zouden ze over de boom willen zingen? Laat hen alleen een korte tekst maken. Samengevoegd kan dit een soort 'litanie' worden van de boom.

Te gebruiken bij een bezinning, meditatie of gebedsmoment.

Contact met bomen

Sommige mensen respecteren bomen zo sterk dat ze er een persoon in zien met wie ze contact kunnen hebben. Er zijn mensen die met bomen communiceren. Dit lijkt enigszins op innerlijk horen, maar het verschil ligt erin, dat ze niet met je binnenste communiceren, maar met een boom buiten jouw. Wanneer ze spreken, maken ze contact met het bewustzijn van de boom. Ze horen dan de boom in hun hoofd en niet in hun oren. Ze vertalen het dan zelf in woorden.

Het is zo'n beetje als spreken met je knuffel. Soms zegt die niets terug, soms heb je het gevoel dat ie iets zegt ook al hoor je niks en zie je z'n mond niet bewegen. Soms weet je wel zeker dat je knuffel je iets heeft teruggezegd. Er zijn mensen die zoveel respect hebben voor bomen dat ze de boom groeten, hem toespreken, strelen of omarmen... Sommigen geloven dat de boom een ziel heeft.

Geloof jij dat ook? Waarom wel, waarom niet? Vertel hierover aan elkaar. Geloof je dat bomen iets uitstralen? Kan je tot bomen aangetrokken worden? Kan je ze als een vriend beleven? Wanneer wel of wanneer niet? Waarom is dat zo? Hoe denk je hierover?

Geloof je dat bomen kunnen voelen? En dat bomen met je mee kunnen voelen? Geloof jij dat bomen pijn kunnen voelen? Durf jij bomen iets toevertrouwen? Zou jij aan bomen iets kunnen vertellen? Welk gevoel roept dit bij je op? Kan je wel/geen respect opbrengen voor mensen die dit wel doen? Kan je hen begrijpen? Sommige mensen zien in bomen iets van God verschijnen. Ze ervaren de boom als zo mooi, en indrukwekkend en levenskrachtig en… dat ze in deen boom een beeld, een voorstelling van God zien. Denk je bij een boom soms ook eens aan God? Zou je een vergelijking kunnen maken tussen een boom en God? Probeer eens vergelijkingen te zoeken tussen wat je van God en van bomen afweet.

Lees met de kinderen onderstaande uitspraken en breng ze in relatie met bovenstaand gesprek.

"Een boom is Gods hand, die hij ons toesteekt vanuit de aarde. God heeft vele handen. Elke boom, elk grasje de zee, de hemel, de wolken, dat zijn alle handen van God"


Uit

De Papalagi, De redevoeringen van het Zuidzeeopperhoofd Tuiavii uit Tiavea.

p. 51. Weesp. 1980.

2. Zorg om bomen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/zorg_om_bomen.gif

Je bewust zijn van de betekenis van bomen heeft als gevolg dat je leert de natuur om je heen te waarderen. Vanuit dat gevoel ontstaat het besef dat we bomen moeten respecteren en er goed voor moeten zorgen. Veel kinderen vinden dat vanzelfsprekend. Zij voelen een natuurlijke beschermingsdrang voor alle levende wezens en zijn bijvoorbeeld begaan met het lot van bomen die worden bedreigd. De activiteiten zijn gericht op de bewustwording van het gedrag van kinderen ten aanzien van de bomen. Ze kunnen de kinderen tot nadenken aanzetten over de bomen om hen heen en de rol die de mens daarin speelt. Van belang in de ontwikkeling is dat kinderen de kans krijgen om uit verschillende gedragsmogelijkheden te kiezen en dat ze ruimte krijgen om gedragingen te oefenen, op meerdere wijzen te herhalen, sprekend, al doende, al verhalend of schilderen, uitbeeldend en/of via rituelen.

De jongen die stenen naar bomen gooide

In Medina woont een kleine jongen. Op een dag gaat de jongen naar een oase, net buiten de stad. Die oase is lekker koel. In de schaduw groeien dadelpalmen, waar veel dadels aan hangen. Zodra hij ze ziet, raapt de jongen een paar stenen op en gooit ze naar de bomen. De stenen raken de dadelpalmen en de dadels vallen in het zand.

Na een tijdje stopt de jongen met stenen gooien. Hij begint de dadels op te eten. Daar houdt hij ook erg veel van! De dadels smaken heerlijk en de jongen eet ze allemaal op. Hij denkt er helemaal niet aan, dat hij de bomen beschadigt. Ook denkt hij niet aan de eigenaar van de bomen.

Als die ontdekt, wat de jongen heeft gedaan, wordt hij heel erg boos. Hij vermoedt wel, dat het een kwajongen is, die de dadels uit zijn bomen slaat. Nu hij dit plekje kent, zal hij vast weer komen, denkt de eigenaar. Daarom wacht hij de jongen op. Ja hoor, daar komt de jongen weer. Hij gooit stenen naar de bomen, en raapt de dadels op die gevallen zijn. Daar heeft de eigenaar op gewacht. Hij rent op de jongen af en grijpt hem in zijn nekvel. De jongen schrikt zich een hoedje. Als hij het boze gezicht van de man ziet, wordt hij erg bang. Maar hoe hard hij ook schreeuwt en tegenspartelt, de eigenaar laat hem niet los.

De jongen wordt meegenomen naar de profeet. Daar vertelt de eigenaar, wat de jongen heeft gedaan. De jongen is bang. Hij denkt, dat de profeet heel erg boos op hem zal zijn. Maar de profeet is helemaal niet boos. Hij spreekt op een rustige, zachte toon met hem. 'Waarom gooi jij stenen tegen bomen?' informeert de profeet. 'Om dadels te krijgen', antwoordt de jongen. 'Als ik niet met stenen gooi, hoe moet ik dan aan die dadels komen?'

De profeet begrijpt meteen, dat de jongen nog maar klein is en nog veel moet leren. Hij vindt dat de jongen niet echt ondeugend is geweest. Alleen maar onnadenkend en een beetje dom. Daarom aait de profeet de jongen over zijn hoofd om hem gerust te stellen. Hij spreekt hem vriendelijk toe. 'Gooi geen stenen tegen de bomen', zegt hij tegen de jongen. 'Want als de bomen beschadigd zijn, dan geven ze geen nieuw fruit meer. Eet alleen de dadels, die vanzelf op de grond gevallen zijn.' Daarna zegent de profeet de jongen. Hij vraagt Allah, of de jongen snel wijs en verstandig mag worden.

Murad, K., De grote kindervriend en andere islamitische verhalen, p.69-71, Zoetermeer 1993.

Vertel het verhaal aan kinderen of lees het verhaal voor.

Gesprek naar aanleiding van het verhaal

Wat valt je op in het verhaal? Wat vind je spannend, tof…? Wat is saai, stom, vervelend? Welke zin spreekt je het meest aan? Welke het minst? Vertel er over aan elkaar. Wat wil dit verhaal zeggen over bomen? Wat wil dit verhaal zeggen over hoe mensen moeten omgaan met bomen. Wat vindt je daar zelf van?

Bij het verhaal stond de volgende toelichting:

De jongen heeft die dag een belangrijke les geleerd. Hij heeft geleerd, dat hij geen bomen kapot mag maken, om aan dadels te komen. De bomen geven hun dadels zelf, door ze te laten vallen als ze rijp zijn. Nu is de jongen al een stuk wijzer dan daarvoor. Hij voelt zich ook een stuk gelukkiger. Want hij heeft gemerkt, dat de profeet aardig voor hem was. Ja, de profeet houdt van alle kinderen.

Wat vindt je daar zelf van?
Vertel aan elkaar een situatie hoe jij omgegaan bent met bomen.
Hoe sta jij tegenover zorgzaam omgaan met bomen. Wat vind je ervan dat de islam uitspraken doet over bomen? Doet de christelijke godsdienst dat ook?
Kan je daar iets van vertellen?
Is het belangrijk dat godsdiensten zich met de zorg voor de bomen bemoeien? Waarom wel of waarom niet?
Zijn er nog mensen, organisaties, bewegingen die zich met de bomen bemoeien? Waarom doen ze dat? Vertel er over aan elkaar.

Hansje en de wonderboom voor kleuters

Een trekvogel brengt uit een ver warm land een zaadje mee. Hij legt het zaadje op grond. De vogel is in het dorp waar hij de zomer wil doorbrengen. Het zaadje ontkiemt door de regen. Het wordt een klein plantje. Hansje, een jongen uit het dorp, ziet het plantje eerst niet. Maar enkele dagen later, als hij naar school gaat, ziet hij het ineens staan. Hij vindt het een leuk plantje. Dat plantje wil hij best laten groeien. Hij maakt iedere dag een omweg. Als het plantje droog staat, geeft hij het water. Als de andere planten er overheen groeien, doet hij ze opzij. Hij zorgt dat het plantje kan groeien. De mensen uit het dorp zien de plant pas als het zomer wordt. Ze vragen zich af wat die plant daar moet. Die plant hebben ze niet geplant en ze vinden dus dat hij maar weg moet. De man van het plantsoen moet hem weg doen, maar die vergeet het. Ondertussen verzorgt Hansje zijn plant en trekt zich niets van de mensen aan. Het plantje is een boompje geworden en het wordt steeds mooier en groter. Maar als het herfst begint te worden, wil Hansje zijn boompje tegen de kou beschermen. Hij graaft het boompje uit. Plant het in een pot en brengt het naar zijn kleine huisje waar hij met z'n papa en mama woont. Het boompje mag binnen staan. Maar als het weer lente wordt, moet het boompje weer naar buiten. Dat heeft Hansje zijn papa en mama moeten beloven. Maar het boompje groeit erg hard. De goede zorgen van Hansje en zijn papa en mama maken dat het boompje snel een grote boom wordt. En als het lente wordt, is niemand sterk genoeg om de boom uit het kleine huisje te tillen. Want het hele huis is vol met boom. En overal bloeien de prachtigste bloemen. Dat is toch wel heel bij­zonder. De kinderen van de school komen kijken en ook de burgemeester. De gemeenteraad gaat praten met de ouders van Hansje. Maar ze weten eigenlijk niet wat ze met de boom moeten doen. En de boom blijft maar groeien. Er worden muren uitgebroken, want de boom heeft steeds meer ruimte nodig. De ramen worden opengezet en de takken groeien al door het dak naar buiten. Het huisje is veel te klein. De meubels moeten naar buiten worden gebracht. Hansje moet in de openlucht gaan slapen. Maar hij is blij dat zijn boom de mooiste van het dorpje is. De boom is al van ver te zien. Er komen veel mensen kijken en allerlei vogels zoeken er een plaatsje. Op een dag zit de boom van Hansje helemaal vol met heerlijke vruchten. Ze smaken naar perziken, abrikozen en druiven tegelijk. De burgemeester, de kinderen van de school en de mensen uit het dorp mogen er naar hartelust van eten. De boom mag blijven staan. In het huis. Het is een wonderboom vinden de mensen. En om Hansje en z'n ouders te bedanken voor alle zorg, bouwen de mensen uit het dorp een nieuw huis voor hen. Dat is een goed plan want het begint weer winter te worden. De trekvogel gaat weer naar een warm land. Maar hij weet dat hij bij terugkeer een goed plaatsje zal vinden in de wonderboom van Hansje

Renaille, M., Boland, S., Hansje en de wonderboom 1973.

Gesprekken bij het verhaal

Welke mensen kom je allemaal tegen in het verhaal? Wat doen die mensen allemaal? Vind je het fijn wat deze mensen doen? Wat vind je fijn en wat niet? Kan je daar iets over vertellen? Zou jij dat ook (graag) doen? Wanneer wel of niet?

Bij de mensen van het dorp in het verhaal gebeurt er iets, de mensen veranderen precies. Heb jij iets zien veranderen? Wat was dat? Wat vind je daarvan?

Wat vonden de mensen van het dorp van de plantjes? Wie zorgde er allemaal voor het plantje? Vind jij zorgen voor een plant belangrijk. Help je soms mee planten verzorgen? Wat doe je dan, beschrijf eens.

De handelingen door kinderen aan elkaar beschrijven en voordoen of naspelen is belangrijk in de ontwikkeling van waardeopvoeding, gedragstoe-eigening en identiteit. Het herhalend kinderen laten deelnemen aan zorgend gedrag en dat op velerlei wijzen beleven zijn mijlpalen in de religieuze ontwikkeling.

Activiteiten bij het verhaal

De groei en ontwikkeling van de boom in stapjes en onderdelen visueel samen met de kinderen ontwikkelen, via schilderen, kleven, kleuren, plakken. Zo het verhaal stap voor stap, doorheen de week, tot leven wekken. Telkens opnieuw de zorg voor de boom ter sprake brengen. Deze zorg verbinden met concrete doe-activiteiten die te maken hebben met zorgen voor bomen (en planten) Maak gebruik van de creatieve suggesties in impulsen A,B,C. Zorg die zich uitstrekt door aarde in potten te doen voor het zaaien of bij het verplanten van kleine opgroeiende boompjes. Water geven, voeding geven, snoeien, tegen teveel zon beschermen, goed in het licht zetten, omzien naar het geplante, dorre blaadjes wegnemen, stam versterken... Dit alles tegelijkertijd met het met zorg kleven, schilderen en plakken van de groeiboom uit het verhaal. In plaats van het huis, de school er rond tekenen. Takken van de groeiboom door de vensters naar buiten laten groeien… Deze activiteiten verbinden met activiteiten uit impulsen A, B en C.

Lied: Hansje en de wonderboom
EHBOom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ehboom.gif

Bomen en bossen vragen om respect en een zorgzame behandeling. Toch horen we vaak berichten over ziekten van bomen doordat ze te weinig zorg hebben gekregen of door de luchtverontreiniging zijn aangetast. Een boom heeft onze hulp nodig. Zoek met kinderen (in de lessen wereldori√ęntatie) naar aspecten van zorg voor bomen. Bezoek een tuincentrum en bevraag een boomverzorger over hoe bomen verzorgd moeten worden en wat de bijdrage van kinderen kan zijn.

In de week van het bos kan je een boswachter aanspreken over de grote en de kleine zorgen van bomen en hoe kinderen daar een bijdrage aan kunnen doen.

Boombosspel

Je kan met de collega's een bosspel in elkaar steken waar kinderen stapsgewijze via allerlei bosverhaalfiguren veel te weten kunnen komen over boom verzorging. Je kan hier allerhande externe figuren bij betrekken.

Trollen vertellen wat een boom zo al nodig heeft om gezond te zijn. Boomgeesten vertellen verhalen waarin ze vertellen wat ze als boom nodig hebben om goed te kunnen leven. Boomwetenschappers doen proeven. Kruidenvrouwen laten geneeswijzen van bomen zien. Kabouters vertellen over de binnenkant van bomen …

www.boomverzorging.be

Foto's
afbeelding-boombosspel.gif

boombosspel.gif

afbeelding-boombosspel2.gif

boombosspel2.gif

afbeelding-boombosspel3.gif

boombosspel3.gif

afbeelding-boombosspel4.gif

boombosspel4.gif

afbeelding-boombosspel5.gif

boombosspel5.gif

afbeelding-boombosspel6.gif

boombosspel6.gif

Week van het bos
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/herbos(1).gif

"Herbos jezelf" is de uitdagende titel van deze Week van het Bos. En dat klopt, we moeten onszelf herbossen, herbronnen. Bossen spelen een belangrijke rol in onze gezondheidsevolutie. Zijn bossen immers niet de groene long van de wereld? Maar zijn bossen zelf nog wel voldoende gezond? Hoe staat het met de bosvitaliteit? Gedurende de aanloop naar deze Week van het Bos zal u op de website van De Week van het Bos elke maand wat meer informatie vinden.

We staan eerst stil bij de loop van de geschiedenis. Hoe werd de link tussen bos en gezondheid gezien van de Middeleeuwen tot nu?

Bossen zetten ons aan tot bewegen . Ze nodigen ons uit om te wandelen, fietsen, joggen, spelen, ... m.a.w. actief te bewegen. En bewegen is goed voor onze gezondheid. Niet alleen onze fysieke conditie, ook het psychisch welzijn vaart er bij: minder stress, geen hoofdpijn, betere bloedsomloop, ...

Boomplantacties door kinderen van de basisscholen.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boomplantactie2.gif

Kinderen van de Basisschool Bloemendaal in Schoten aan het werk tijdens een grote boomplantactie. Meer foto's www.bloemendaal.be/bloemendaal/f_boom.html

"Een bos vol verbeelding"

Om de waarde van het bos stevig in de kijker te zetten, hebben kunstenaars vaak aandacht en respect voor bomen en bossen gevraagd. Vaak worden er kunstwerken in en rondom bomen ontwikkeld die de aandacht willen vestigen op de rijkdom van de betekenis van bomen voor de natuur en voor mensen. Ze willen tegelijkertijd een groter respect teweegbrengen en een uitgebreide zorg realiseren voor de bomen en het bos.

We bekijken een aantal kunstwerken en zoeken welke aandacht de kunstenaar wil teweeg brengen en wat zijn boodschap zou kunnen zijn.

Kunstwerken
afbeelding-boomkunst3.gif

boomkunst3.gif

afbeelding-boomkunst4.gif

boomkunst4.gif

afbeelding-boomkunst5.gif

boomkunst5.gif

afbeelding-boomkunst6.gif

boomkunst6.gif

afbeelding-boomkunst7.gif

boomkunst7.gif

afbeelding-kunstboom8_groot.jpg

kunstboom8_groot.jpg

afbeelding-kunstboom9_groot.jpg

kunstboom9_groot.jpg

afbeelding-kunstboom10_groot.jpg

kunstboom10_groot.jpg

afbeelding-kunstboom11_groot.jpg

kunstboom11_groot.jpg

afbeelding-kunstboom12_groot.jpg

kunstboom12_groot.jpg

3. Bomen bedreigd: acties voor het behoud van bomen

Bomen weg van de weg?
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boom_van_weg.gif

Gemeenteraadslid De Vries wil dat de bomen in de gemeente die te dicht bij de weg staan worden weggehaald. Hij vraagt zich af waarom er eigenlijk bomen langs een weg moeten staan. Op sommige wegen in de gemeente ontstaan regelmatig gevaarlijke situaties omdat weggebruikers geen goed zicht hebben in de bochten. 'Haal bomen weg uit de gevaarlijke bochten'. Hij wil dat de wildgroei van bomen wordt aangepakt. Bomen kunnen bijzonder gevaarlijk zijn wanneer ze omvallen. Verschillende recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat bomen dan in geduchte moordenaars kunnen veranderen.

Een monumentje voor een verkeersslachtoffer. Bomen langs een tweebaansweg getuigen door schade en herdenkingsplaatjes aan de doden die hier zijn gevallen. De bomen staan in een flauwe bocht van een weg waar het 's nachts erg donker is en hard gereden word.

Schepen Boorsma ziet niks in het plan van De Vries. Volgens hem staan de bomen er juist voor de verkeersveiligheid. Heeft u ooit een boom een automobilist zien doden? Nee, de automobilist moet zich aanpassen aan de weersomstandigheden, aan de weg, de dag of nacht. De bomen zorgen ervoor dat men minder hard gaat rijden. Ze moeten de bestuurders ervoor behouden al te wild tekeer te gaan in het verkeer. De gemeente heeft een onderzoek laten uitvoeren, waaruit blijkt dat bomen langs de weg helpen om de luchtverontreiniging veroorzaakt op die weg te verminderen: "Tot zo'n 30% van de luchtverontreiniging door auto's kan worden opgenomen door bomen en andere planten langs de weg."Bomen blijken bovendien ook het gehalte fijne stofdeeltjes in de lucht te verminderen".

Gesprek

Welke gedachtegang volg jij het meest? Welke redenen haal je daarvoor aan? Welk argument komt het sterkst bij je over? Waarom is dat zo? Welk argument van de tegenpartij is eigenlijk wel stevig en de moeite waard om te overdenken? Waarom? Welke gedachten of ervaringen wil je daaraan toevoegen?

Hoe moeten we over de zorg om bomen denken in relatie tot de zorg om mensen?

Speel een gemeenteraad na die dit probleem behandelt. Voor- en tegenstanders bij de gemeenteraadsleden van verschillende politieke partijen. Maak er een openbare zitting van waarbij ook mensen van de bevolking aanwezig mogen zijn. Dat kunnen mensen zijn die familie zijn van het slachtoffer, of die in de straat wonen, die boomvriendelijk zijn enz.

Puk van de Petteflet "De dag van het gevaar"

..."Het was donderdagmorgen, de dag van het 'gevaar'! In het park, bij de zakken cement en bij de stapels tegels, stond een grote bulldozer te wachten.
Pluk van de Petteflet en meneer Pen stonden samen met Dikke Dollie bij het kleine plantje, dat ze gisterenavond geplant hadden. 'Hartstikke dood!' riep Dollie. 'Ja, 't is doodgegaan,' zuchtte meneer Pen. 'Ik weet nog steeds niet waarom de kluizenaar ons een plantje heeft gegeven...Ik hoopte dat het een wonderplant was...Maar ja, wat hebben we aan een dooie wonderplant?'


'We moeten nu maar gauw alle dieren uit de Torteltuin in veiligheid brengen,' zei Pluk. 'We hebben nog een half uur de tijd. Om acht uur komen de werkmannen; dan gaat de bulldozer alles platrijden...kom mee!' Ze stapten in het kraanwagentje en reden over het smalle paadje naar de Torteltuin. Daar, bij de kikkerpoel, zaten alle dieren angstig bij elkaar. Vogels en muizen en egeltjes. Mollen en konijnen. Vier dikke ratten en een eekhoorntje. En dan nog het kleingoed zoals rupsen en kevers en krekels, maar die zaten wat achteraf in het hoge gras. 'Daar is Pluk!' riepen ze. 'Pluk zal ons beschermen! Hij zal de boze mannen wegjagen met z'n machtige rode kraanwagen!' Pluk schudde bedroefd z'n hoofd en zei: 'Nee, ik kan ze niet wegjagen. Maar ik kan jullie wel helpen vluchten. Ik zet jullie in m'n wagen, allemaal behalve de vogels. Die kunnen gewoon wegvliegen.' 'Ho, ho!' riep een klein vogeltje. 'En m'n nest dan? Ik heb een nestje!' 'Ik kan alle nesten meenemen,'zei Pluk. 'En wij?' riep de muizenvader. 'Wat moet er met mijn gezin? M'n arme kleine blote kindertjes?' 'Alles gaat mee,' zei Pluk. 'Ik rij wel een paar keer heen en weer. Maar we moeten opschieten want zo dadelijk beginnen ze! Kom op.' Nu stapte het eekhoorntje naar voren en zei: 'Ken je me nog?' 'Het is Duizeltje!' riep meneer Pen. 'Het eekhoorntje dat hoogtevrees had!' 'Ja,' zei Duizeltje. 'Ik woon hier. En ik heb een nest met jonkies. En ik wil hier niet weg. We willen geen van allen hier weg!' 'Juist, zo is het...,' riepen de andere dieren. 'We blijven hier, wat er ook gebeurt. Dan maar liever overreden worden!' ' Jullie zijn gek!' riep Dollie. 'Denk toch aan je kindertjes. Alles wordt hier vernield...er blijft geen boom meer staan...' 'En ik zal voorzichtig zijn met jullie nesten,' zei Pluk. Maar hoe ze ook smeekten en dreigden, het hielp geen zier. Wat een koppig volkje. En toen drong het gebrom van een zware vrachtauto tot hen door. 'Daar zijn ze!' riep Pluk. 'Nu gaat het beginnen! Wie wil er gered worden?' Maar de dieren stoven uiteen en waren in een oogwenk gevlucht naar hun holen en nesten, om daar sidderend de ramp af te wachten. 'Kom mee,' zei meneer Pen en hij sleurde Pluk aan z'n arm over het paadje, terug naar het park."...

Uit : Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt, 1971

Activiteiten bij het verhaal

Het verhaal spelend herbeleven op eigen wijze via de poppenkast met dieren of in de boomhoek.

Het verhaal verder fantaseren. Wat gaat er gebeuren met de dieren en met de boom? Via het maken van een vervolgtekening, via uitbeelding en toneel, via poppenkast….

De dieren organiseren een protestmanifestatie tegen het verwijderen van de boom. Kinderen maken spandoeken waarop de waarde en de betekenis van d boom wordt in beeld gebracht en spelen een protestactie na.

De dieren moeten op zoek gaan naar een andere woning. Waar kunnen ze terecht nu de boom wordt omgehakt? Wie wil voor welk dier een nieuwe woning zoeken? Welke woning zou zo goed zijn als een boom of beter? Schilder of knutsel of fantaseer een nieuwe plek voor de dieren? Spreek met elkaar over de gevonden oplossingen. Bespreek de voor en nadelen? Kunnen alle dieren dan in een zelfde woning of moet ieder op een andere plaats gaan wonen en worden ze van elkaar gescheiden? Is dat prettig of niet? Is het een definitieve oplossing of een tijdelijke. Welke andere oplossingen zijn er mogelijk?

4. Kinderen en hun bezorgdheid om de natuur

Vanuit het gegroeide respect voor bomen leren kinderen hun eigen visie verwoorden, de eigen zorg en bezorgdheid meedelen en hun verantwoordelijkheid opnemen. Volgende activiteiten getuigen daarvan en kunnen een inspiratiebron zijn voor de eigen klas of school.

Lied: Mijn boom, Letty Kosterman, Kinderen voor kinderen

Bij ons in het dorp staat een prachtige boom
Ze zeggen al honderden jaren
Misschien is het raar
Maar die boom is m'n vriend
Hij mag m'n geheimen bewaren
Hij staat heel alleen op het plein bij de kerk
Ik kan hem verstaan als 'ie fluistert
De anderen hebben nog nooit iets gehoord

Maar ik denk dat niemand goed luistert
Ik ken hem nou al zoveel jaar
We zwaaien altijd naar elkaar
Als ik naar bed ga, kijk ik even
Dag lieve boom, lang zal je leven
De mooiste boom van alle bomen
Mijn boom

Het dorp wordt maar groter
En soms is het vol
Met mensen die komen kamperen
De straat wordt wat breder, eenrichtingsverkeer
Zodat ze ook kunnen parkeren
M'n boom ziet 't aan op z'n plek bij de kerk
Het lijkt of 'ie zacht staat te praten
Hij zucht en het klinkt als een angstig geluid
Hij heeft het al lang in de gaten
Hij kent ons nou al zoveel jaar
Hij weet het al, er dreigt gevaar
Ik zou hem graag bescherming geven
Dag lieve boom, lang zal je leven
De mooiste boom van alle bomen
Mijn boom

Bij ons in het dorp stond een boom in de weg
Die boom bij de kerk moest verdwijnen
Ze kwamen met zagen, met bijlen en touw
Ik riep nog: "Blijf af, 't is de mijne"
Maar niemand die 't hoorde, er kwam zo'n lawaai
Van al die gemene motoren
Hij kraakte, hij schreeuwde, ik hoorde zijn stem
Die klonk nog lang na in mijn oren
Om bomen heb je geen verdriet
Om bomen huilen doe je niet
Toch voel ik telkens tranen komen
Ik zal nog vaak eng van hem dromen
De mooiste boom van alle bomen
Mijn boom

Cartoons vertellen over de bedreigingen voor de bomen
afbeelding-cartoon2.gif

cartoon2.gif

afbeelding-cartoon3.gif

cartoon3.gif

afbeelding-cartoon4.gif

cartoon4.gif

afbeelding-cartoon5.gif

cartoon5.gif

afbeelding-cartoon_boom.jpg

cartoon_boom.jpg

Bekijk kort even de reeks cartoons

Welke spreken je het meest aan?
Kies er één of twee uit die je het meest treft.
Bekijk deze heel goed aan alle kanten.
Wat zie je allemaal?
Beschrijf dit even.
Wat bedenk je, associeer je daarbij?
Wat gaat er door je heen aan belevingen, gevoelens, fantasie√ęn?
Druk dat uit met een korte, krachtige uitspraak.
Schrijf die op een blad bij de cartoon: een schreeuw, oproep, vermaning, juichkreet, binnenpretje, knipoog, vloek….

Wat is er gebeurd op de tekening?
Wat staat er verder nog te gebeuren?
Waar ervaar je de humor?
Is die humor grappig, flauw, kritisch, relativerend, wrang, cynisch, meerzinnig...?

Vraag je af wat één of ander personage uit die cartoon zou zeggen of bedenken en schrijf deze uitspraak neer in een tekstballon naast de cartoon.

Wat zegt dit over bomen?
Wat zegt het over de mensen, de omgeving, de maatschappij, de actualiteit…?
Hoe sta je zelf tegenover de betekenissen die je er in ziet?

Vertel er over aan elkaar.

Afscheid van een boom
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/afscheid.gif

Bekijk samen met de kinderen de grote foto waarop een vrouw te zien is in een boom. Voor aan de hand van de foto een gesprek met kinderen over wat er te zien is en welke associaties ze allemaal hebben.

Wat associeer je bedenk je en voel je als je naar deze foto kijkt? Welke belevingen komen er bij je op?

Wat zit die persoon daar te doen denk je? Hoe ziet die er uit? Is het een man of vrouw? Waarom denk je dat? Hoe houdt die persoon de boom vast? Wat is daaruit af te lezen. Een boom vast houden wat kan dat allemaal betekenen. Lijkt het op vasthouden of eerder op omarmen? Waaraan kan je dat zien? Vertel erover aan elkaar.

Wat is het gebeuren dat zich rond deze foto mogelijk afspeelt? Vertel eens hoe jij je voorstelt wat er voordien gebeurd is en wat er op dit moment of verder in de toekomst mogelijk staat te gebeuren?

Je ziet op de foto, onder de vrouw, vele touwen. Waarvoor zouden die er zijn? Wat zouden die betekenen? Zeggen die ook iets over vasthouden, zorgen? Waarom wel (niet)?
De tekst van het krantenartikel

De titel van het krantenartikel dat bij deze foto hoort luidt: 'Afscheid van een boom'. Bespreek met de kinderen wat de titel kan beteken, voor de vrouw en voor de boom.

Lees met de kinderen het krantenartikel 'Afscheid van een boom' en spreek er met elkaar over.

Wat bedenk je daarbij? Wat voel je hierbij? Vertel er over aan elkaar. Zou je zelf ook met zo'n actie willen meedoen? Waarom wel of juist niet? Is het zinvol om zo voor de bomen te willen zorgen? Waarom denk je dat? Is het de moeite waard om voor bomen in de bres te springen?
Afscheid van een boom

Vier groene, halfnaakte nimfen in een boom, dat was wat de politie donderdagmorgen zag in het Hofke, het Antwerpse bos waar het nieuwe justitiepaleis moet komen. De vier nimfen hielden de mannen die de bomen kwamen omzagen tegen, zij het maar voor even. Na de middag was het hofje van Eden verleden tijd. "Het was onze laatste actie", zegt Trijn Janssens van de Groene Vingers, één van de groene vrouwen die uit protest tegen de inplanting van het nieuwe justitiepaleis in de boom geklommen was. 'We weten dat we de bouw niet meer kunnen tegenhouden. De bouwvergunning ligt er. Maar door met vier vrouwen halfnaakt en beschilderd met groene klei in een boom te gaan zitten, willen we de mensen even doen stilstaan bij het feit dat dit prachtige stukje natuur, dat van groene zone tot zone voor openbaar nut is omgetoverd, nu definitief verdwijnt. En dat het niet het eerste, maar het zoveelste stuk natuur is dat moet wijken voor de aanleg van nieuwe wegen, nieuwe gebouwen."

In het Hofke, dat naast een ander bosje ligt dat bij de Ant­werpenaars bekend staat als de Konijnenwei, zaten niet alleen konijnen. We hadden hier in het Hofke tuintjes aange­legd samen met kansarme kinde­ren en kinderen van vluchtelingen uit Kosovo. De bedoeling was een soort kinderboerderij te maken, waar de kinderen voor de dieren en planten konden zorgen en het geweld en de armoede konden vergeten. Zo wilden we zo ook van straat houden en eigenlijk voorkomen dat ze in de crimina­liteit belanden, waardoor in de toekomst nog grotere justitiepaleizen zouden moeten gebouwd worden. Dat is het doel van onze actie: duidelijk maken dat justi­tiepaleizen bouwen alleen niet genoeg is. We wilden nog een laatste keer eer betonen aan de bomen. En ook een beetje afscheid nemen van het Hofke, een plaats die als symbool veel voor ons betekent, maar ook voor vele kinderen belangrijk was."
De boomvrouw/Julia Butterfly
De bezetting van het Lapperfortbos
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/lappersfortbos3.gif

Bekijk met de kinderen de foto's over het Lappersfortbos en lees de teksten die erbij horen.

Hoe begrijp je dit? Vind jij zo'n actie zinvol? Waarom (niet)? Zou jij aan zo'n actie willen meedoen? Waarom wel of niet? Wat denk je van de ontruiming van het bos, het politieoptreden…? Vertel aan elkaar. Er zijn mensen die niet akkoord zijn met de bezetters van het bos. Ze willen het bos weg en willen industrieterreinen in de plaats. Weet je waarom mensen dat willen? Wat denk je dat hun redenen zijn? Wat bedenk jij daarbij.

Maak een spandoek voor één van beide partijen. Voor of tegen het behoud van het bos. Wat ga je er op zetten om anderen te overtuigen?

Ten zuiden van Brugge ligt zowat 30 ha grote bos. Het genaamde Lappersfortbos. Het werd door wapenfabriek FN lange tijd gebruikt als opslagplaats en was in die tijd ontoegankelijk. Vandaag is Fabricom de eigenaar van de grond, een bedrijf gespecialiseerd in technische en metalen constructies. Fabricom heeft echter nooit iets met het terrein gedaan, omdat er geen behoorlijke toegangsweg is. Het verwilderde gebied ken zeven verschillende biotopen en omdat het dicht bij het kanaal ligt gebruiken vele trekvogels als rustplaats: in het moeras broeden verschillende soorten vogels, in het bos leven 3 soorten uilen. Het loofbos telt vele eiken, beuken, tamme en wilde kastanjes, en aangeplante populieren om destijds het moeras droog te leggen.

 Het bos dreigt nu grotendeels te verdwijnen hoewel een deel van het bos al 25 jaar beschermd is. Sinds 1977 is een stuk ervan ingekleurd als parkgebied. Maar het grootse stuk van het bos zou bedoeld zijn als industrie en bedrijventerrein waar allerlei kleine ondernemingen zich kunnen vestigen. De partij VLD is uiteraard voorstander van de in het bos geplande KMO-zone.

Heel wat jonge mensen willen niet dat het bos verloren gaat en willen het koste wat het kost bewaren. Ze besluiten het bos te bezetten en gaan er met steeds meer in wonen.

De eigenaar van het Lappersfortbos, Fabricom, heeft zich tot het begin van de zomer van 2002 ook zeer tolerant getoond ten opzichte van de boskrakers. De holding heeft de stad laten weten dat ze geen bezwaar heeft tegen de bezetting, zolang er geen werken op het stuk grond in zicht zijn. Maar de bezetting blijkt minder tijdelijk te zijn dan Fabricom had gedacht en op 18 juli 2002 laat Fabricom de krakers een brief bezorgen met de vraag hun actie binnen de twee weken te be√ęindigen en het bos te verlaten. Zogezegd om veiligheids- en hygi√ęnische redenen. Fabricom wil nog niet onmiddellijk overgaan tot een uitdrijving via juridische weg.

Het Groene Gordel Front roept Fabricom en het Lapperfront op tot een gentlemen's agreement: een minnelijke en vreedzame schikking. Aan de procureur vraagt het Groene Gordel Front geen uitdrijving toe te staan. En aan de politici via een BPA-wijziging het bos te sparen: "De kleinkinderen van deze cultuurstad zullen het stadsbestuur eeuwig dankbaar zijn en zelfs een natuur-monument oprichten voor hun wijze burgemeester van het begin van deze eeuw."

Het Lappersfortbos - We laten het bos niet los
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/lappersfortbos5.gif

Op 14 oktober 2002 maakte een indrukwekkende politiemacht met hoogtewerkers, bulldozers en overvalwagens een einde aan veertien maanden vreedzame bezetting van het Brugse Lappersfortbos. Zo'n 35 jonge actievoerders hadden ruim een jaar in zelfgemaakte boomhutten geleefd, in de hoop het bos zo te redden van de hakbijl. Een tweede winter in het nog steeds bedreigde bos komt er niet. Geen lampjes en lichtjes te bekennen tijdens deze kerst. Maar de bewoners laten hun vroegere stekje nog niet los.

Twee maanden na de hardhandige ontruiming door de politie, hangen de vroegere bewoners nog steeds rond in de buurt van het Brugse Lappersfortbos. Ze logeren er bij vrienden, hokken in een bestelwagen of een gekraakt pand, maar smeden nog even enthousiast nieuwe actieplannen "Elke zondag houden we ook geleide wandelingen met verenigingen in de buurt. Dat is opnieuw toegelaten. "Wij hebben ons zelf altijd aan geweldloos verzet gehouden. Zonder wapens of wat dan ook. We waren ervan overtuigd dat de politie ons uiteindelijk wel zou losmaken, maar op een zachtaardige manier. We waren na√Įef, beseffen we nu. De politie maakte er een pure blitzactie van. Met veel onnodige risico's zijn mensen uit boomhutten gesleurd, op tien meter boven de grond, en zonder veiligheidstouwen. Het is een wonder dat niemand ernstig gewond raakte."

Jullie hebben er geen spijt van?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/lappersfortbos2.gif

"Zeker niet. Het is toch ongelooflijk hoeveel we met die bezetting in één jaar bereikt hebben. We hebben een Groene Gordel Front opgericht, waar ruim 70 verenigingen zich bij hebben aangesloten. Het WWF en Greenpeace raakten eveneens gecharmeerd door onze strijd. Zij zagen mee hierdoor in dat lokale actie even belangrijk is en hebben hun steun toegezegd.

Missen jullie dat leven in het bos nog? Of is er toch wat opluchting dat je dit keer een warmere winter kan meemaken?

"We missen dat leven enorm. Dat is veel meer geworden dan een gewoon actiekamp. Het was een heel natuurlijk bestaan. Opstaan, zelf je eten bij elkaar zoeken, water halen. Samen ontbijten met een potje koffie bij het vuur. De eerste weken na de actie, had ik het moeilijk om weer te wennen aan dat andere levensritme en opnieuw tussen vier muren te leven. De meeste vroegere bewoners missen het bos. Bijna iedereen is min of meer in de buurt blijven plakken. Sommigen wonen bij vrienden, in een boerderijtje of in een huis dat ze ter beschikking kregen." Praktisch was het een enorme leerschool. We leerden klimmen, hutten sjorren en flikten zelf onze verwarming in elkaar. We werden rasechte doe-het-zelvers en overlevers. In dit land kan je in elk bos gemakkelijk overleven. De afvalmaatschappij produceert zoveel dat we de dagelijks geschooide restjes zelfs niet opkregen! Momenteel ben ik continu bezig met het bos. We stellen dossiers samen, zoeken knipsels bijeen en houden vergaderingen met het gordelfront. En ik hoop ook nog wat actiekampen in het buitenland mee te doen."

De kinderen van Appelterre
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/appelterre.gif

De kinderen van de basisschool in Appelterre hebben tijdens de lessen godsdienst bij juf Ann Van Canegem het thema natuur en cultuur uit het leerplan uitgewerkt. Met enkele kinderen samen werd een creatie ontwikkeld waarbij hun visie op het thema tot uitdrukking werd gebracht. Hier geven de foto's van de werkstukken en wat de kinderen erbij schreven ideeên voor activiteiten rondom de zorg van bomen.

Mater Dei school
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/affiche2.gif

Een jaar lang waren in de Mater Dei school 'bomen' de rode draad voor het hele leergebeuren van de school met speciale aandacht voor muzische vorming en godsdienst.. Onder de stimulerende werking van Aagje Ingels veranderden de leerkrachten en de kinderen de school in een boomwezen met vele gestalten.

De zorg voor bomen en het actie voeren stonden mee op het voorplan, getuige de affiches, spandoeken en boomkunstwerken.

Achtergrondinformatie

Bomen

afbeelding-APPELBOOM (Liefde)

APPELBOOM (Liefde)

afbeelding-BERK (Inspiratie)

BERK (Inspiratie)

afbeelding-BEUKEBOOM (Creativiteit)

BEUKEBOOM (Creativiteit)

afbeelding-CEDER (Zelfvertrouwen)

CEDER (Zelfvertrouwen)

afbeelding-CIPRES (Trouw)

CIPRES (Trouw)

afbeelding-DENNENBOOM (Mysterieus)

DENNENBOOM (Mysterieus)

afbeelding-EIK (Moed)

EIK (Moed)

afbeelding-ES (Ambitie)

ES (Ambitie)

afbeelding-ESDOORN (Onafhankelijkheid van geest)

ESDOORN (Onafhankelijkheid van geest)

afbeelding-HAAGBEUK (Smaakvol)

HAAGBEUK (Smaakvol)

afbeelding-HAZELAAR (Buitengewoon)

HAZELAAR (Buitengewoon)

afbeelding-KASTANJEBOOM (Eerlijkheid)

KASTANJEBOOM (Eerlijkheid)

afbeelding-LIJSTERBES (Gevoeligheid)

LIJSTERBES (Gevoeligheid)

afbeelding-LINDEBOOM (Twijfel)

LINDEBOOM (Twijfel)

afbeelding-OLIJFBOOM (Wijsheid)

OLIJFBOOM (Wijsheid)

afbeelding-OLM (Grootmoedigheid)

OLM (Grootmoedigheid)

afbeelding-PIJNBOOM (De speciale)

PIJNBOOM (De speciale)

afbeelding-POPULIER (Onzekerheid)

POPULIER (Onzekerheid)

afbeelding-TREURWILG (Melancholie)

TREURWILG (Melancholie)

afbeelding-VIJGENBOOM (Gevoelig)

VIJGENBOOM (Gevoelig)

afbeelding-(WAL)NOTENBOOM (Passie)

(WAL)NOTENBOOM (Passie)

Leeromgeving

Nuttige links

Op deze pagina worden nuttige links verzameld, naast de vele links die al in deze IDK opgenomen zijn.
U kan altijd interessante links mailen naar ons.

^ bovenkant pagina

Over Thomas

Thomas is een interactief platform voor actieve samenwerking tussen alle leerkrachten (r.-k.) godsdienst van alle onderwijs- netten in Vlaanderen.

Partners

IDKG VSKO Faculteit Theologie en Religiewetenschappen logo

session