Gezin, school en samenleving

Inleiding

Het lesgebeuren op school staat niet los van een bredere context. De kinderen en jongeren gaan daarbuiten om met ouders, broers of zussen, grootouders en familieleden, vriend(inn)en, leeftijdsgenoten, oppassers, enzovoort. Ook binnen de bredere context speelt levenbeschouwing een rol.

Op dit onderdeel van Thomas willen we uitdrukkelijk aandacht besteden aan de context van jongeren en aan geloofscommunicatie in gezin en samenleving. Leerlingen die het vak godsdienst krijgen op school, hebben reeds op basis van invloeden uit gezin en samenleving bepaalde levensbeschouwelijke visies ontwikkeld. Het is niet enkel belangrijk om zicht te krijgen op deze context (zie recent empirisch onderzoek en het onderdeel 'bibliografie'), maar ook om de dialoog aan te gaan tussen verschillende actoren in levensbeschouwelijke opvoeding van kinderen en jongeren.

Daarom voorzien we op dit luikje van Thomas een onderdeel 'ouders aan het woord'. Hier kunnen ouders van kinderen en jongeren zelf vragen stellen en antwoorden te geven, onder andere in verband met de (godsdienstige) opvoeding van kinderen in het gezin, maar ook in verband met godsdienstonderwijs en andere mogelijke (levensbeschouwelijke) thema's. Geregeld wordt ook een getuigenis van ouders gegeven.

Bij het onderdeel 'Forum' zal het voor iedereen mogelijk zijn om te reageren op een aantal stellingen in verband met gezin en samenleving en het bredere veld van godsdienstige opvoeding.

We voorzien ook 'praktische info', waarbij een aantal links naar interessante websites gegeven worden en waarbij concreet materiaal voor godsdienstige opvoeding in het gezin en in samenwerking met gezinnen, wordt voorgesteld.
Daarnaast is er een uitgebreide bibliografie voorzien, waarin Nederlandstalige werken over thema's als de verhouding ouders-school en over gezinnen in het algemeen worden voorgesteld.

Links naar andere discussie-sites

Getuigenissen

U vindt hier regelmatig een andere getuigenis, die een aanzet kan bieden tot gesprek over uw eigen opvattingen over geloofsopvoeding.

Ter overweging:
In welke uitspraken kan u zichzelf vinden? Wat ziet u zelf anders en waarom?

1. Een ouder van een vormeling

Dirk Jans

Vind je het belangrijk dat je kinderen hun vormsel doen? Waarom?

Ik vind het zelf belangrijk, maar het belangrijkste daarin is hoofdzakelijk hun eigen keuze. Ik denk dat door ze hun vormsel te laten doen, ze de weg naar God kiezen. En daarmee bedoel ik: leven, toch plus minus, in de mate van het mogelijke, volgens het evangelie omdat ik denk dat dat een goede weg is.
(…) Waar ik bewust niet aan heb meegedaan, is de cadeautjes. Want vormsel betekent: ‘ach, lekker leuk, cadeautjes krijgen’. We hebben het bewust heel sober gehouden. Die cadeaustroom, die ik zelf persoonlijk nooit in mijn tijd heb gekend, daar hebben we dus niet aan meegedaan.

Heb je je kind opgevolgd? Bijvoorbeeld samen met haar over de thema’s gesproken, met haar gepraat over de betekenis van het vormsel?

Ik moet er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik dat eigenlijk niet zo heel goed heb gevolgd, hoofdzakelijk uit tijdsgebrek. Ik heb er wel op gedrukt van ‘kindje, volg je de agenda van je catechese?’ (…)

Heeft het sturen van je kind naar de catechese je zelf aangespoord om zelf met het geloof bezig te zijn? Ben je daar zelf meer over beginnen nadenken?

(…) Ik denk dat ik die dag voor mijn dochter wel belangrijk heb gemaakt door er wel degelijk haar feestdag van te maken en niet noodzakelijk die van ons. (…) Mijn besluit is dat ik denk dat kinderen van elf, twaalf, dertien jaar, spiritueel inzicht missen. En waarom ik het dan wel doe, ik denk dat ik daardoor toch een stimulans kan geven, ook omdat de lessen godsdienst op school dan blijven voortgaan. Ik ben van plan om mijn kinderen naar een katholieke school te blijven sturen, omdat inzicht te laten groeien , te laten rijpen. Want als zij dan inderdaad dan toch op een rijpere leeftijd komen, adolescent, volwassen, dat zij dan toch dat beeld krijgen dat inderdaad een evangelische levenswijze een heel goede manier van leven kan zijn. Ik weet niet of ze dat ook effectief gaan doen. Daarvoor zullen ze later ook hun eigen weg moeten zoeken. (…)

2. Een jongere

"Ook mijn leven is getekend door de scheiding [van mijn ouders] (...). Door dit alles heen bleef voor mij zeker één keuze overeind: het zoeken naar wat het evangelie vandaag mag te betekenen hebben en vooral hoe je dit bij jongeren, zelfs bij kinderen laat aankomen. Ik heb dan ook de kaart getrokken die me lief was: de theaterwereld. Ik heb namelijk theaterwetenschappen gestudeerd. En daarin ontdekte ik boeiende mogelijkheden voor kinderen. Het werd voor mij een uitdaging om de liturgie, die toch ooit een vernieuwde aanleiding heeft gegeven tot theaterontwikkeling, opnieuw als scène te zien. Niet enkel om iets nieuws te brengen, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat de inleefmogelijkheden voor de (gelovige) toeschouwer bij een opgevoerd stuk groter zijn dan bij een gelezen tekst. Het kerstgebeuren leek me zich daartoe heel goed te lenen. Mijn eerste ontwerp deed het al meteen. De kinderen die meededen, ontdekten de diepere zin van het gebeuren; ze waren erdoor geraakt. De volwassenen liet het evenmin onberoerd. Ik was gewoon blij dat die vorm van boodschapper-zijn de mensen iets deed. Het experiment zette me aan om jaar na jaar een nieuw stuk te schrijven, een andere creatie te maken. Ook voor mezelf was dit vormend en verdiepend.

Zoiets bereik je niet alleen. Mijn ma heeft nogal wat uren doorgebracht met het uitwerken van bepaalde decorstukken zoals ik die voor me zag. En de parochiepriester gaf me de ruimte om het kerstspel telkens opnieuw in een nieuw kleedje te steken. Met de jaren kreeg het project ook de goedkeuring van een breder publiek in de parochie en dat doet deugd. Dat ik op die manier van die boodschap kon en kan leven en dat zij er konden in opgaan: kun je je nog geëngageerder opstellen in de kerk?

Maar mijn enthousiasme was te klein voor de kerk. Ik zette mijn studies verder met een bepaald doel. Ik wilde een diploma halen dat me zou toelaten in de sociaal-culturele sector ook het diepere leven wakker te roepen bij maatschappelijk minder gegoeden. Dit betekent niet dat ik per se bij het evangelie moet uitkomen. Voor mij is er al veel aan menselijkheid gewonnen, als we jonge mensen tot creativiteit aanzetten, tot nadenken stimuleren en vooral doen samenwerken. De eerste beweging bestaat erin hen in hun diepste kern aan te spreken, hun verlangens bij naam te laten noemen, zodat ze van daaruit de ander kunnen ontdekken. Daaraan koppel ik ook de tweede beweging: dat ze via de ander en de creativiteit die ze samen ontwikkelen ook zichzelf ontdekken en zich op hun diepste waarde aangesproken weten. Mocht dit lukken, dan kan ik tevreden zijn. Binnen en buiten de kerk zijn dan kleine haarden van hoop getekend, waarin mensen elkaar iets gunnen, en zelfs op de beste momenten het beste van zichzelf geven."

(Uit: G. FASEUR, Opvoeden in geloof. Hoe doe je dat?, Leuven, 2003, p. 112-113)

Praktische info

A. Adressen

Zie ook de brochure: "Pastorale wegwijzer voor huwelijksbegeleiding, relatie- en gezinsondersteuning én verliesverwerking". De Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal (IDGP) en het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (IPB) verspreiden samen een "Pastorale wegwijzer voor huwelijksbegeleiding, relatie- en gezinsondersteuning én verliesverwerking". Bestellen kan via het IPB-secretariaat, 02/509 96 87; e-mail IPB@interdio.be of via IDGP, tel. 016/32 84 29 of 30 of IDGP@kerknet.be. Kostprijs: 0,60 euro exclusief verzendingskosten.

Verwijzingen naar heel wat diensten die informatie kunnen bieden over de thematiek 'gezin' vind je op de volgende website: http://www.gezinspastoraal.be/296/.

Adres:
Telefoon:
Email: veronique.punie@ler.khlim.be

Adres:
Telefoon:
Email: viviane.jacobs@mechelen.lessius.eu

Adres:
Telefoon:
Email: willy.jans@vti-leuven.be

Adres:
Telefoon:
Email: wouter.vandekerckhove@katho.be

Adres:
Telefoon:
Email: yves.vanbilsen@groept.be

Adres:
Telefoon:
Email: frans.crols@telenet.be

Adres:
Telefoon:
Email: boscolen@hotmail.com

Weduwen en Weduwnaars

Anne-Marie Kok-Rommel
Simpsonstraat 44, 1083 Brussel
Tel. 02 428 49 83

De Koster Jan
Dekenijstraat 98 bus 2, 1180 Brussel
Tel. & fax: 02/345 14 69

Gescheidenen (groep: Horizon - samenwerking tussen gezinspastoraal Vlaams-Brabant-Mechelen en Brussel)

Hilde Desmedt
Plasstraat 7, 1860 Meise
Tel. 02 269 90 14

Peters Tjeu
S. Gisleinsstraat 42, 1000 Brussel
Tel.: 02/513 53 48
Fax: 02/513 13 03

Andere groepen i.v.m. huwelijk, gezin en relaties

Gezinnenweekends K.A.J., contact opnemen met verantwoordelijken

Annemie en Werner Van Mighem-Pycke, 02/660 01 92
Johan en An Van Assches-Huysmans, 052/30 07 96
Rita en Pascal Barbé-Vanderheyden, 02/356 66 96

Gelovige Gezinsgroepen

André en Chris Maes-Knockaert
Gemeneweideweg Noord 1, 8310 Brugge 3
Tel.: 050/35 24 56
Secretariaat: Tel/Fax:050/35 70 95
E-mail: gezinsgroepen@freegates.be

Marriage Encounter, weekends voor gehuwden

Leon en Tinneke Vranken-Deckers
Hollandse Tuin 12 bus 3, 2640 Mortsel
Tel.: 03/449 44 20
E-mail: vranken.deckers@pi.be

Fritz en Monique Peeters-Vercauteren
Tel.: 056/50 00 54

Jos en Gerda Craemers-Linssen
Tel.: 011/22 89 26

Groepen voor mensen uit gemengde huwelijken

El-Kalima, Centrum voor islamitisch-christelijke dialoog (individuele religieuze ondersteuning voor islamitisch-christelijke partners, maandelijkse franstalige gespreksgroep)
Zuidstraat 69, 1000 Brussel
Tel.: 02/511 82 17

Collage, Vriendenkring gemengde gezinnen (uitwisselen van ervaringen via informele activiteiten)
Peter Gevers
Otterstraat 204, 2300 Turnhout
Tel.: 014/43 95 75

Cemuvo, Centrum voor Mundiale Vorming, De zevende wereld (ontmoetingsgroep voor vrouwen in gemengde relaties)
Liliane Van Heers
Stationsstraat 135, 3570 Alken
Tel.: 011/31 32 16

KAV, Werkgroep voor vrouwen in bi-culturele relaties en hun kinderen (activiteiten voor vrouwen in bi-culturele relaties)
Brigitte Goemare
Nationalestraat 111, 2000 Antwerpen
Tel.: 03/220 12 30

Huwelijksvoorbereiding

KLJ-verloofdenwerking, Waversebaan 99, 3050 Oud-Heverlee, tel.: 016/47 99 99, fax: 016/47 99 95

KAJ-relatiewerking (West-Vlaanderen)

  • Didier en Nancy Verheye, Ten Broucken 22, 8700 Kanegem, tel.: 051/68 89 93
  • Jan en Els Herman, Kasteelstraat 172, 8700 Tielt, tel.: 051/40 72 99
  • Geert Dedecker(proost), Vredestraat 3, 8800 Roeselare, tel. 051/24 15 13

Marriage Encounter, verloofdenwerking

  • Herman en Hilde Moerman-Van Uytfancq, E. Derooverlaan 69, 1501 Buizigen
    Tel: 02/356 33 70
    E-mail: herman.moerman@pandora.be
  • Marc en Mieke Luypaert-Beeckman, Schoolstraat 62, 9255 Buggenhout
    Tel: 052/33 76 11
    E-mail: m.luypaert@wol.be

Echtscheiding

HORIZON - Verwerkingsgroepen bij relatiebreuk
Vlasfabriekstraat 14, 1060 Brussel
Tel.: 02/533 29 30
E-mail: gezinspastoraal.brussel@pi.be
http://www.gezinspastoraal.be

Varkensstraat 6, 2800 Mechelen
Tel.: 015/28 94 54
e-mail: desire.vlaamsbrabant@kerknet.be

KAV - Adviesdienst vrouwen en echtscheiding
Pletinckxstraat 19, 1000 Brussel
Tel.: 02/508 88 44
Fax 02/508 88 41

Begeleiding na abortus, relatievorming, ...

Centrum voor relatievorming en zwangerschapsproblemen, Leuven
Tel.: 016/33 69 54
E-mail: crz@cc1.kuleuven.ac.be

Rouwen

'Leven zonder jou'
Weekends en nazorggroep
Lode Delanghe, tel.: 03/568 83 98 (17-18u30, ma-di-wo)
Sien Bourguillioen, Leugstraat 165, 2630 Aartselaar, tel.: 03/887 70 77

Vele adressen van organisaties die relaties bezig zijn, kan u vinden op de website van het CGSO

B. Internetsites

www.geloventhuis.be

Religieuze opvoeding in het gezin (en algemeen)
(via het linkensysteem van Thomas)

Werkvormen & Boeken

Werkvormen voor geloofsopvoeding in het gezin, boeken over geloof en sacramenten

Opvoeden in geloof. Hoe doe je dat?

G. Faseur, Opvoeden in geloof. Hoe doe je dat?, Leuven, Davidsfonds, 2003.
Een toegankelijk boek over geloofsopvoeding in gezinnen, met vele getuigenissen en praktische tips.

Je geloof doorgeven, hoe doe je dat?

S. Desodt, Je geloof doorgeven, hoe doe je dat?, Averbode, 2003.
Een boek waarin op een zeer heldere manier wordt ingegaan op de inhoud van het christelijk geloof en waarbij een hele lijst 'veel gestelde vragen' in verband met geloof en geloofsopvoeding een antwoord krijgen.

Gezinskaarten

Gezinskaarten, te bestellen bij Dienst gezinspastoraal bisdom Mechelen-Brussel
Kaarten voor elke maand met suggesties voor creatieve opdrachten en geloofsgesprekken in het gezin.
Gezinspastoraal, Varkensstraat 6, 2800 Mechelen
Tel.: 015/29 84 54 of 015/29 84 69, Fax: 015/29 84 13, E-mail: desire.vlaamsbrabant@kerknet.be

De wieg van het geloof staat in een warme thuis.

Boekje voor ouders van jonge kinderen, om zichtbaar in huis te zetten: De wieg van het geloof staat in een warme thuis.
Uitgave Diocesaan team voor gezinspastoraal, deelgroep 'gezinnen met jonge kinderen'.
Bisdom Brugge, tel. 051/26 56 13

God die het grassprietje bedacht

Driessen I., God die het grassprietje bedacht. Gebeden voor kinderen en biddende gezinnen , Tielt, Lannoo, 1999.
Gebeden voor kinderen en biddende gezinnen. De gebeden werden geschreven op verschillende plaatsen en door heel verscheiden mensen: kinderen en heiligen, wijzen en zoekers, bisschoppen en dichters, vaders en moeders, priesters en religieuzen.

Ik doe mee: mijn kerkboekje

De Leeuw L., Ik doe mee: mijn kerkboekje, Averbode, 1999.
Dit boek kan niet lopen, het heeft geen voet en geen been. Als jij het niet wilt dragen, kan het nergens heen. Het heeft geen stem, maakt geen geluid. Als jij het niet wilt lezen, komt er geen woordje uit. Maar als het kon praten, zei het zachtjes in je oor: "Mag ik mee naar de kerk"? Want daar dien ik voor! Links vind je de grote-mensenwoorden, die moeilijk zijn voor een kind. Rechts staan versjes die makkelijker zijn voor kinderen.

Het boek van mijn eerste communie: 't Is feest vandaag'

De Belder J., Het boek van mijn eerste communie: 't Is feest vandaag'. Uitgeverij Averbode.
Een geschenk- en doeboek waarmee kinderen hun eerste communie intens kunnen beleven. Verhalen, liedjesteksten, gebeden e.d. helpen het kind om zich bewust te worden van de betekenis van die feestelijke dag. Ook praktische gegevens komen aan bod: in het boek kan het kind iets schrijven over zichzelf en zijn familie, kaartjes en foto's kleven...Na de communie vormt het een mooi herinneringsalbum!

Ik word gedoopt

Debroey L., Vandenhoeck, A., Ik word gedoopt , Averbode, 2001.
Een ideaal geschenk bij de geboorte en het doopsel van een kindje. De voornaamste symbolen of kernmomenten van het doopsel komen aan bod. Het boek biedt ruimte voor eigen foto's en gegevens, zodat het een persoonlijk aandenken wordt.

Mijn eerste kerkboekje

De Leeuw L., Mijn eerste kerkboekje. Uitgeverij Averbode.
Op een eenvoudige manier wordt uitgelegd hoe een mis verloopt en wat de betekenis is van termen, symbolen en rituelen in de katholieke kerk.

Alle dagen feest

De Sterck M. & Verplancke K., Alle dagen feest , Tielt: Lannoo, 1997.
Alle godsdiensten over de wereld proberen een antwoord te geven op belangrijke levensvragen. In dit boek gaan we op een wereldreis, langs scheppingsverhalen en gewijde gezangen, langs feesten en eeuwenoude boeken en vooral langs mensen die op zoek zijn naar de betekenis van de dingen. De kern van elke godsdienst is dezelfde: zoeken naar betekenis. De vorm verschilt omdat het telkens past in een bepaalde cultuur, een bepaalde manier van samenleven en denken.

Ik vier met Jezus

Redactie Zonnekind, Ik vier met Jezus. Het doe-boek voor mijn eerste communie, Averbode, 2002.
Voorbereiding op de eerste communie. Met dit werkboekje kan elke leerling in uw klas vertrouwd raken met de boodschap van Jezus en groeien in zijn of haar geloof. Schrijf-, teken-, denk- en vertelopdrachten zetten elk kind aan om zelf te ontdekken wat 'geloven' voor hem betekent. Met op kindermaat geschreven bijbelverhalen, speelse activiteiten, een gebedje en een specifieke bladzijde voor de leerkracht. Gelinkt aan de 12 onderwerpen van het nieuwe leerplan godsdienst van de eerste cyclus.

Gebedenboekjes: Even stil met kinderen

Janssen K., Gebedenboekjes: Even stil met kinderen, Averbode, 1999.
Deze boekjes willen een hulp zijn om samen met kinderen in de klas of in het gezin te bidden. De auteurs gaan uit van de eigen taal van kinderen, hun ervaringen, hun gevoelens en relaties. Er verschenen gebeden voor kinderen van 3 tot 5 jaar, van 6 tot 8 jaar, van 8 tot 10 jaar en van 10 tot 12 jaar.

Een jaar vol kleuren

Janssen K., Een jaar vol kleuren, Averbode, 2001.
Het christelijk geloof is rijk aan feesten en gebruiken. Kinderen zijn dol op tradities die elk jaar terugkomen. Ze genieten er nog meer van als ze weten wat erachter zit. Dit boek volgt het dagelijks leven van een gezin doorheen een kerkelijk jaar. Het legt uit hoe elk feest een eigen betekenis heeft. Hoe tradities kunnen helpen om mensen dichter bij God te brengen. Hoe gebruiken vaak aanknopen bij oeroude symbolen. Hoe geloof aansluit bij de levenservaring van jong en oud.

Ik en de anderen

Janssen K., Ik en de anderen , Averbode, 2001.
Samenleven met andere mensen: het lijkt vanzelfsprekend, want we hebben elkaar nodig. In dit boek benadert de auteur verschillende aspecten van het leven met elkaar vanuit de realiteit van elke dag. Kinderen en jongeren zullen zichzelf in de verhalen herkennen. De voorgestelde oefeningen en toepassingen zijn geknipt materiaal voor ouders, leerkrachten en opvoeders.

De zevensprong. De zeven sacramenten

Janssen K., De zevensprong. De zeven sacramenten, Averbode, 2000.
Voor vele kinderen zijn de sacramenten vrij onbegrijpelijke gebeurtenissen, waar ze wat onwennig tegenaan kijken. De zeven sacramenten, die katholieken al eeuwenlang vieren, worden in dit boek duidelijk uitgelegd..

Ik geloof dat ik geloof

Janssen K. & Verplancke K., Ik geloof dat ik geloof, Averbode, 1997.
Vanuit de vragen van kinderen tussen 9 en 12 jaar legt Kolet Janssen uit hoe de bijna geheime boodschap van de geloofsbelijdenis ontcijferd kan worden tot een prachtige geloofsschat voor onze tijd.

De droom van God

Janssen K. & Vercruysse T., De droom van God, Averbode, 1998.
Vanuit interviews over hoe de tien geboden een leidraad kunnen zijn.

Het spannende verhaal

Stannard R. & Davies T., Het spannende verhaal van God, Averbode, 1999.
Je weet hoe het gaat als je iemand nieuw ontmoet. Je hebt een eerste indruk van hem, maar na een tijdje leer je hem beter kennen. Je krijgt een idee van hoe hij echt is. Dit boek vertelt het spannende verhaal hoe christenen hun God leerden kennen.

God uitgelegd aan mijn kinderen.

Keshavjee S., God uitgelegd aan mijn kinderen.
In dit boek probeert de auteur aan jonge en minder jonge mensen uit te leggen wie God is.

Met je kinderen praten over God

Osborne R., Met je kinderen praten over God.
Een onmisbare gids geschreven voor ouders die willen voorbereid zijn op de moeilijk te beantwoorden vragen over God. En boek vol handige tips en raadgevingen.

Dag God

Roosen E., Dag God (vanaf 10 jaar). Uitgeverij Averbode.
Het boek wil jonge mensen uitnodigen om elke dag even te bidden en 'dag' te zeggen tegen God. Als vertrekpunt wordt telkens een korte zin uit het evangelie genomen, waarbij een passend gebedje wordt aangeboden.

God of een Ferrari

Roosen E., God of een Ferrari, Pastoraal Informatiecentrum Hasselt, 2000.
Dromen van en gebeden voor jonge tieners.

Verhalen en liederen doorheen het liturgisch jaar

Schmidt H. & Joly M., Verhalen en liederen doorheen het liturgisch jaar. (vanaf 10 jaar). Uitgeverij Averbode.
Dit boek volgt de zondagen van het kerkelijk jaar en brengt voor elke periode een aangepast verhaal of lied. De belangrijkste hoogtepunten van het liturgisch jaar komen uitgebreid aan bod. Met een cd en partituren met eenvoudige pianobegeleiding en gitaarakkoorden.

Levensbeschouwingen

Levensbeschouwingen, Baarn, Gooi en Sticht, 1997.
Deze serie leidt jonge kinderen binnen in de wereld van de grote wereldreligies. Vraaggesprekjes en knutselwerkjes dragen bij tot een levendig beeld van een levensbeschouwing en laten nieuwe kanten zien bij het leren kennen van de mensen hun dagelijkse leven en de geschiedenis van de religie. Reeds verschenen: Hindoeïsme, Boeddhisme, Jodendom, Islam, Christendom.

Waarom? Eerlijke antwoorden op moeilijke vragen

Janssen K., Waarom? Eerlijke antwoorden op moeilijke vragen, Averbode, 2002.
Een boekje waarin zeer veel vragen over de wereld aan bod komen, onder andere ook over levensbeschouwelijke kwesties.

Kinder- en jeugdbijbels

Inleiding

Wat is een kinderbijbel?

Een sluitende definitie voor 'de kinderbijbel' bestaat eigenlijk niet. De verscheidenheid in kinderbijbels is groot qua inhoud, stijl en vorm. Het gaat dan ook om een verzamelbegrip voor verschillende typen van bijbelverkortingen en -bewerkingen voor kinderen. Kinderbijbels verschillen naargelang de omvang van de geselecteerde bijbelstof - er bestaan kinderbijbels die in ruime mate bijbelverhalen uit het Eerste en het Tweede Testament weergeven, en er zijn boekjes die zich op één verhaal concentreren, al dan niet in serie verschenen - , de ordening van die stof (al dan niet themagebonden), de mate waarin afgeweken wordt van de oorspronkelijke tekst en ook dikwijls in functie van het gebruik (op school, in de kerk of thuis, als 'goede-nachtboek', eerste communieboek, etc.)
(Zie J. Braun, Literaturtheoretische Betrachtung von Bibelbearbeitungen für Kinder und Jugendliche. Anzatzmöglichkeiten zur Typologisierung und begrifflichen Differenzierung, in G. Adam. & R. lachmann, Kinder- und Schulbibeln. Probleme ihrer Erforschung, Göttingen, 1999, p. 237-251)

De term 'kinderbijbel' wordt doorgaans gebruikt voor een bewerking van de bijbel voor een lezersgroep van kinderen tussen 6 en 12 jaar, waarbij afwijkingen van de oorspronkelijke tekst gerechtvaardigd en soms zelfs noodzakelijk kunnen zijn in functie van het begrijpbaar maken van de tekst voor het lezerspubliek. Hier gebruiken we het woord 'kinderbijbel' ook in uitgebreide zin, namelijk als verzamelbegrip voor kleuter-, kinder- en jeugdbijbels. De leeftijdscategorie wordt dan verruimd: het gaat over 'kinderen' van ongeveer drie tot ongeveer vijftien jaar. Het doel van een kinderbijbel is de thema's, de ideeën, de christelijke boodschap van de oorspronkelijke tekst voor lezers van deze leeftijd toegankelijk maken.
(Naar Trui Verhaegen, Wonderverhalen in kinderbijbels. Kritische evaluatie van vier recente bijbels voor kinderen tussen 6 en 12 met aandacht voor de benadering van wonderverhalen, Onuitgegeven scriptie in de godsdienstwetenschappen en de godgeleerdheid, Leuven, 2002, p. 16)

Probleemstelling

Met het oog op (christelijke) geloofscommunicatie met kinderen zijn kinderbijbels van groot belang. Toch ligt het gebruik ervan niet voor de hand. We stellen vast dat slechts in weinig gezinnen een kinderbijbel aanwezig is. Het gebeurt niet zo veel dat ouders hun kinderen uit de kinderbijbel voorlezen. Kinderen vragen wel af en toe zelf achter een kinderbijbel en vooral op hun vraag kopen sommige ouders een kinderbijbel. Maar dan begint de moeilijkheid: welke bijbel koopt men best? Het aanbod is enorm groot. Dat maakt de keuze er niet gemakkelijker op. Hieronder bieden we een aantal criteria aan die kunnen helpen bij de keuze van een kinderbijbel. We beoordelen zelf ook een aantal kinderbijbels en bieden besprekingen aan. Ook voor leerkrachten en catechisten kan dat een handige leidraad zijn. Binnen eerste communie- en vormselcatechese, in kindernevendiensten en gezinsvieringen, in het godsdienstonderwijs, ... kunnen kinderbijbels een belangrijke rol spelen. Maar daar stoten we op een tweede moeilijkheid. Eens men een kinderbijbel gekozen heeft, rijst de vraag hoe men ermee omgaat. We bieden geen inhoudelijke bespreking van bijbelverhalen aan, dat komt elders op Thomas aan bod. Wel geven we een algemeen overzicht van werkvormen voor ieder die met kinderen en jongeren met de bijbel werkt. Daarbij geven we ook een aantal links naar andere sites.

Informatie in verband met beoordelingscriteria voor kinderbijbels

We bieden hier verschillende lijsten van beoordelingscriteria voor kinderbijbels. Ze zijn complementair en overlappen elkaar gedeeltelijk. Toch kiezen we ervoor om niet één lijst te geven, aangezien we duidelijk willen maken dat verschillende interpretaties mogelijk zijn.

1a) In het Leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen (1999) worden criteria ter beoordeling van kinderbijbels aangereikt (Deel 2 invalshoeken onder 2.4.4. op blz. 53, paragraaf drie). Zie hiervoor ook de lijst van O. Van Outryve, weergegeven in J. Bulckens, Zoals eens op weg naar Emmaüs. Handboek voor catechetiek , Leuven, 1994, p. 335-336.

In haar (onuitgegeven) scriptie Kinderbijbels. Criteria ter evaluatie. Exemplarische kritische evaluatie, Leuven, 2002, breidt Linda Delande de lijst die hier gegeven wordt met criteria ter beoordeling van kinderbijbels nog enigszins uit en komt tot elf richtvragen.

  1. Liggen de omschrijvingen en de toevoegingen in de lijn van de bedoelingen van de oorspronkelijke tekst? Bevorderen ze het begrijpen van de inhoud?
  2. Wordt het literair genre van het bijbels origineel geëerbiedigd en verloopt de vertelling volgens de ervaringsdynamiek die aan de basis ligt van de tekst?
  3. Worden vreemde uitdrukkingen, begrippen, instellingen, toestanden en namen 'vertaald' of verklaard? Staat men stil bij een eventuele symbolische betekenis ervan?
  4. Hoe worden wonderverhalen behandeld? Worden in de verwoording en/of de illustraties niet-historiserende interpretatiesleutels aangereikt?
  5. Kan elk verhaal als een bouwsteen bijdragen tot de opbouw van een juist Godsbeeld en een juist Jezusbeeld bij de kinderen?
  6. Welk beeld van God en Jezus en de Geest wordt opgebouwd? Hoe verhouden zij zich tot elkaar?
  7. Komen het Oude en het Nieuwe Testament voldoende tot hun recht in hun eigenheid?
  8. Voldoen de illustraties op analytisch, zintuiglijk emotioneel en inhoudelijk vlak en stimuleren zij tot creativiteit?
  9. Is de aard van de opgewekte gevoelens verantwoord?
  10. Vormt de kinderversie geen belemmering voor de omgang met de originele bijbelteksten op latere leeftijd?
  11. Is de keuze van de bijbelteksten verantwoord voor de specifieke doelgroep van het boek?

1b) Linda Delande wijst er in haar scriptie (p. 10) op dat vele criteria die gegeven worden ter beoordeling van een kinderbijbel vooral handelen over bepaalde delen van de bijbel en niet over de kinderbijbel als dusdanig. Ze wijst erop dat in het godsdienstonderwijs (lager onderwijs) ook aandacht zou moeten besteed worden aan doelstellingen die de keuze van en het zich geboeid weten door een kinderbijbel op het oog hebben.

Enkele bijkomende aspecten waarmee men bij de keuze van een kinderbijbel rekening kan houden.

  • Doelgroep
  • Papier: kwaliteit, dikte, formaat
  • Vorm
  • Inhoud
  • Keuze teksten
  • Hoeveelheid teksten
  • Hoeveelheid tekst per verhaal
  • Verhouding tussen hoeveelheid teksten Eerste en Tweede Testament
  • Komen er verhalen uit Handelingen in voor, Brieven, Openbaring?
  • Hoeveel bladzijden per verhaal
  • De onderlinge verhouding van de lengte van de verhalen in het boek
  • De verhouding van de tekst ten opzicht van de illustraties, per verhaal en in het geheel
  • Bladspiegel
  • Leesbaarheid
  • Beeldveld (ruimte ingenomen door het beeld)
  • Beeldomgeving (ruimte rondom het beeld)
  • Beeldinhoud (wat stelt het beeld voor)

2. Hieronder geven we de criteria weer zoals die door Trui Verhaeghen in haar (onuitgegeven) scriptie (kandidatuur in de Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen) over kinderbijbels worden aangereikt vanuit het taalmodel van Ides Callebaut. (T. Verhaeghen, p. 16-19)

1. Iemand: auteur

a) Niveau van de oorspronkelijke bijbeltekst

De kinderbijbelauteur vermeldt wie de schrijvers zijn van het oorspronkelijke bijbelverhaal en wat hun achtergrond en bedoeling was. Dat maakt het voor de lezer gemakkelijker zich in te leven in de tekst en die te begrijpen in zijn context.

b) Niveau van de kinderbijbel
  • De auteur van de kinderbijbel is bevoegd zowel op theologisch als op antropologisch (m.b.t. de ontwikkelingspsychologie) niveau. Zij is vertrouwd met de materie.
  • Zij hanteert eventueel een bepaald denkmodel, zonder daarbij eigen ideeën op te leggen aan de bijbeltekst. De auteur moet zich bewust zijn van het gevaar van - soms onbewust - binnensluipende stereotypen die als passe-partouts zomaar op elk bijbelverhaal worden toegepast. De kinderbijbeltekst moet een vertaling blijven van wat de oorspronkelijke auteurs ons willen zeggen.

2. Vertelt iets: verhaal

  • De kinderbijbelauteur maakt een evenwichtige verhalenkeuze uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament en heeft geen voorkeur voor bepaalde verhalen (bv. moeilijkere teksten zoals psalmen, brieven van het Nieuwe Testament, teksten van de profeten, ... worden niet gemeden en krijgen ook de aandacht). Op die manier krijgt de lezer een zo volledig en eerlijk mogelijk beeld van de bijbel.
  • De kinderbijbelverhalen sluiten aan bij het oorspronkelijke bijbelverhaal. Waar sprake is van veranderingen, toevoegingen, weglatingen,... zijn die aanvaardbaar en te motiveren vanuit de psychologie en de leefwereld van het kind.

3. Over iets: boodschap, thema

a) Niveau van de kinderbijbel: Welke (impliciete) boodschap geeft de auteur mee?

Soms suggereert de titel van het bijbelverhaal reeds een bepaalde interpretatie. Hiermee worden de lezers echter al op een bepaald spoor gezet, dikwijls dat wat de auteur vooropstelt, en is er geen ruimte meer voor de eigen creativiteit. Om die manipulatie te vermijden pleiten we voor een zo neutraal mogelijke titel.

bv. "De parabel van de vader en zijn zonen" i.p.v. "De verloren zoon": het accent wordt niet eenzijdig op de verloren zoon gelegd, waardoor de aandacht van een kind bijvoorbeeld ook kan uitgaan naar de tweede zoon, wat de herkenningsmogelijkheden van het verhaal vergroot.

"De parabel van de man langs de weg" i.p.v. "De barmhartige Samaritaan": het woord "barmhartig" wijst al op een interpretatie en laat weinig mogelijkheid voor een andere invalshoek.

Dikwijls worden onbedoelde boodschappen meegegeven (bv. rond vrouwen of Joden - deze laatste worden bijvoorbeeld vaak afgeschilderd als mensen die verworpen zijn omdat ze Jezus niet hebben aanvaard). Van belang is dat de auteur zich bewust is van zijn impact op dit gebied en zijn woorden dus wikt en beschikt.

In het Godsbeeld dat wordt meegegeven is er ruimte voor zowel positieve als minder positieve godservaringen. Er wordt geen selectie gemaakt met de bedoeling de negatieve kantjes, waar men het vaak zo moeilijk mee heeft, weg te moffelen. Hetzelfde geldt voor het Jezusbeeld .

b) Niveau van de oorspronkelijke tekst

Een goede kinderbijbel sluit in zijn visie aan bij de oorspronkelijke christelijke boodschap of traditie en vermijdt vervalsing, bijvoorbeeld door harmoniseren (poging tot wegwerken van de tegenstellingen of moeilijkheden in de oorspronkelijke tekst).

4. Aan iemand anders: kindgericht

a) Niveau van de kinderbijbel

De auteur houdt rekening met de leeftijd, de ontwikkelingsfase en de sociale context van het lezerspubliek m.b.t. de belangstellingssferen, ervaringen en voorkennis (afhankelijk van het milieu waarin het kind opgroeit), Gods- en Jezusbeeld, symboolgevoeligheid.

In haar vertaling geeft de auteur blijk van een open visie op het kind waarin het vragen mag stellen, kritisch mag zijn, bewust leert worden van eigen gedragingen en gevoelens en waarin zij ruimte laat voor spel en fantasie. Kortom, door haar kinderbijbel bevordert de auteur mondigheid bij het kind.

5. In bepaalde omstandigheden

De auteur heeft hier de moeilijke taak aandacht te besteden aan enerzijds de concrete ontstaansgeschiedenis van het bijbelverhaal en anderzijds de hedendaagse, geseculariseerde maatschappij waarin haar lezers opgroeien. Om het verhaal verstaanbaar te maken dient zij voldoende informatie mee te geven rond de ontstaansgeschiedenis, de Sitz-im-Leben van de tekst (n.a.v. welke concrete situatie of welk specifiek probleem werd het verhaal geschreven? (zie 1: auteur en 4: oorspronkelijke lezers)). Hierbij ervaren kinderen dat de bijbel een grote bibliotheek is vol verhalen die in hun ontstaanscontext heel sterk van elkaar verschillen. De bijbel is geen monoliet, maar "als een stad, in de loop van de eeuwen gegroeid, met oude en nieuwe wijken, in verschillende stijlen gebouwd, sommige straten druk begaan, andere met slechts enkele voorbijgangers, maar steeds een stad waar mensen bij betrokken zijn" (Bron: G.J. Marseille , Een paar kenmerken van een zg. 'kinderbijbelgeloof' , in G. J . Marseille , De ene kinderbijbel is de andere niet , Driebergen, s.d., p. 16.). Ook verklaring of vertaling van begrippen, gebruiken en symbolen die voor kinderen van vandaag onbekend zijn is soms noodzakelijk.

6. Op een bepaalde manier: stijl

Bij voorkeur hanteert de auteur van de kinderbijbel een schrijfstijl die aansluit bij die van het literair genre van het oorspronkelijk verhaal. Waar dit echter niet of weinig toegankelijk is voor het lezerspubliek is aanpassing aanvaardbaar en zelfs wenselijk.

7. Langs een bepaalde weg: middelen om bijbeltekst over te brengen

We wijzen op het belang van het geven van achtergrondinformatie omtrent auteur, doelgroep en context van het bijbelverhaal. Verklaringen, vertalingen, inleidende uitleg, etc., allemaal zijn het middelen om die oorspronkelijke bijbeltekst dichter bij het kind te brengen. Ze reiken interpretatiesleutels aan. Hierbij staat de auteur voor de moeilijke, maar belangrijke opdracht een balans te vinden tussen het vertellen en verklaren. De bijbel is en blijft een boek met teksten die voor zich willen spreken en mag niet herleid worden tot een verklarend woordenboek, bij manier van spreken.

De gehanteerde taal is dan ook een belangrijk hulpmiddel. Er dient een evenwicht gevonden te worden tussen de oorspronkelijke taal en de taal van het kind, tussen vakjargon en opsmuk, tussen de symbolische en te verklarende taal.

Ook de illustraties, voor kinderen even invloedrijk als de tekst zelf, spelen een grote rol in de kinderbijbel. We opteren voor suggestieve tekeningen, die oproepen tot creativiteit en nieuwe inzichten stimuleren (bv. d.m.v. kleurensymboliek). Een letterlijke afbeelding kan gevaarlijk zijn, aangezien die historische juistheid impliceert, terwijl er juist heel weinig historisch geweten is en het in de bijbel bovendien meestal niet gaat om het "echt gebeurd" zijn, maar wel om de betekenis. Welke scènes men kiest te illustreren is hier ook belangrijk. Aangezien het niet gaat om een precieze, letterlijke weergave van feiten in de illustraties, kan het interessant zijn juist die passages waarin het gaat om een diepere betekenis, een onderliggende symboliek in de tekeningen aan bod te laten komen. We moeten echter realistisch blijven: niet alle kinderen zien zomaar de symboliek in de tekeningen. Daarom is volwassenbegeleiding bij het lezen wel bevorderlijk.

Een ander middel dat in sommige kinderbijbels gehanteerd wordt is het vertelschema. Het verhaal wordt er geïntegreerd in een thema, wat de lezer op weg helpt naar een bepaalde interpretatie. Dit kan positief zijn, aangezien op die manier ook moeilijke verhalen voor kinderen toegankelijk kunnen worden gemaakt. We wijzen erop dat sommige verhalen onder meerdere thema's zouden kunnen worden geplaatst en dat hier - net als bij de betiteling - maar één perspectief wordt aangereikt vanwaaruit het verhaal kan worden gelezen, wat tot een verarming van het oorspronkelijk bijbelverhaal leidt (zie 3: De titel van het bijbelverhaal suggereert reeds een bepaalde interpretatie).

8. Met een bepaalde bedoeling

Het hoofddoel van een kinderbijbel is het kind naar de bijbeltekst voeren, het voorbereiden op de latere omgang met de originele bijbeltekst.

De bijbel is echter geen doel op zich, maar een middel om God en de christelijke boodschap te leren kennen. Het leerplan schrijft in dit verband dat de bijbel bedoeld is om communicatie op gang te brengen op drie niveaus: het belevingsniveau van het bijbelverhaal, het niveau van de betekenisverlening en het niveau van de reflectie (zie Leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen , 2000, Brussel, p.48-51). In een goede kinderbijbel moet volgens mij dan ook die oorspronkelijke bedoeling samenvallen met het opzet van de auteur. De verhalen hebben dus een appellatieve, niet moraliserende (!) functie. Ze bieden kansen tot zelfherkenning, associatie en betekenisverlening, die in gesprek en omgang met anderen (ouders, leerkracht, leeftijdsgenoten, ...) kunnen worden bevorderd.

9. Daarop komt een reactie van de lezer

Samenhangend met punt 8 kunnen we stellen dat een goede kinderbijbel zijn lezers niet onberoerd laat: de lezer leert de bijbel kennen, niet zomaar als een verzameling spannende verhalen zonder meer, maar als stukjes uit een groot verhaal, namelijk dat van God en mensen. Dit wekt door herkenning en associatie bepaalde gevoelens op die uitnodigen tot een diepere reflectie en een persoonlijk antwoord.

Wat is een goede kinderbijbel?

“Een goede kinderbijbel is een mooi, aantrekkelijk, prachtig geïllustreerd boek dat een goede keuze aan teksten bevat – representatief voor de bijbel zelf en voor de leeftijdsgroep waarvoor het bedoeld is – in een aangepaste maar niet vlakke taal en dat recht doet aan de geloofs-boodschap en aan het mysterie van Gods omgaan met mensen in de bijbel.” (Guido Debonnet)

Vier methodes bij het schrijven van een kinderbijbel

  1. Doorvertalen : de tekst omzetten in omgangstaal
    • vereenvoudigen van stijl
    • vreemde en moeilijke woorden vervangen
    • moeilijke passages weglaten
      vb. : Goliath = kampioen-vechter met harnas van ongeveer 55 kg (i.p.v. 5000 sikkel)
  2. Parafraseren of omschrijven : breder en uitvoeriger beschrijven
    • om de betekenis en bedoeling van de oorspronkelijke tekst verstaanbaar te maken
    • maakt het mogelijk om dicht aan te sluiten bij oorspronkelijke tekst
      vb. : Satan die Jezus op de proef stelt = de duivel probeerde Jezus aan het twijfelen te brengen of aan God ongehoorzaam te zijn
      vb. : een heel zwaar harnas van ongeveer 5000 sikkel
  3. Navertellen : ingrijpende bewerking om lezer rechtstreeks aan te spreken, actualiserend, vaak met aparte commentaar
    • om kinderen zelf een rol te laten spelen in het verhaal
    • om te vertrekken vanuit de eigen ervaring
    • om historische achtergronden toe te lichten
    • om inzicht te geven in het ontstaan van de bijbelboeken
    • Gevaar : de eigenlijke boodschap verdwijnt tussen pedagogische en godsdienstige uitwijdingen
      vb. K. Eykman, Woord voor woord, p. 89 : de parabel van de talenten
      vb. : (aparte commentariëren) : T. de Vries, Om te beginnen; T. de Vries, Om door te vertellen, M. Roolfs, Verhalen over God, de mensen en de wereld, Roelofs, Amersfoort, 1984.
  4. Spiegelverhalen
    • eerst doorvertalen of parafraseren
    • daarna wordt een eigentijds verhaal toegevoegd met dezelfde boodschap
    • om indruk te wekken : dit kan ook mij overkomen
      vb. : T.M. Gilhuis, Vertel mij toch… Bijbelse verhalen nieuw gehoord, Kok, Kampen, 1988.

Wat doet een kinderbijbel best niet?

  1. Niet moraliseren
  2. Niet historiseren
  3. Niet psychologiseren
  4. Niet esthetiseren
  5. Niet dogmatiseren

Criteria om de teksten te beoordelen

  1. Bijbelse inhoud begrijpen en bevorderen
    • de bijbel is geen spannend jeugdboek (daarom is stripvorm niet aan te raden)
    • toegevoegde info enkel in dienst van echte boodschap die centraal moet staan
      vb. : K. Eyckman, Woord voor woord, p. 12-13 : zinvolle info over keizer landvoogd in het kerstverhaal
      J.L. Klink , Bijbel voor de kinderen, OT , p. 126 over de hebreeërs.
  2. Het literair genre en de dynamiek respecteren
    • niet elk literair genre is geschikt voor elke leeftijd
    • een psalm kan je niet samenvatten of vertellen, alleen maar bidden
    • een parabel brengt geen historische gebeurtenis, ook geen aanschouwelijke les, bevat wel een strik die je confronteert met je eigen houding tegenover Jezus of Zijn Boodschap
      vb.: K. Eykman, Woord voor woord , p. 206 over de schepping : "...nadenken over hoe het begonnen was met God en de aarde en over hoe het toch kan dat mensen slecht kunnen zijn terwijl ze door God goed bedoeld zijn. Daarover vertelden de mensen elkaar verhalen. Dat zijn niet verhalen die vertellen wat er echt gebeurd was; het zijn verhalen om iets uit te leggen van de manier waarop God met de mensen om wil gaan."
      vb.: K. Eykman, Woord voor woord , p. 91, slot van de parabel van de talenten. 
  3. Mythische verhalen en wonderverhalen respecteren
    • echt gebeurd is niet hetzelfde als waarheid bevatten
    • ontmythologiseren zonder de boodschap overboord te gooien
      vb.: "God spreekt" als in een droom of als een innerlijke stem
      vb.: testcase : doortocht door de Rode zee (muren van water)
      vb.: G. Fussenegger, Bijbelverhalen opnieuw verteld , Zomer & Keuning, Wageningen, 1982, p. 355 (engel daalt neer bij Jezus met beker...) = slecht voorbeeld
      vb.: K. Eyckman, Woord voor woord , p. 9 : boodschap aan Maria = slecht voorbeeld 
  4. Oog hebben voor de historische context waarin bijbel ontstond
    • ander wereldbeeld (platte schijf met boven hemel en onder aarde)
    • ontmythologiseren zonder boodschap te verdraaien
    • respect voor de ontstaansgeschiedenis van de bijbelboeken vb in de volgorde
    • bijbel is een Joods boek : OT is geen voorbereiding op NT, wel volwaardig boek
      vb.: hemelvaart (zie voorbeelden bij illustraties)
      vb.: O. Van Outryve, De bijbel voor de jeugd , OT , p. 208 : schepping in het midden van OT.
      vb.: K. Eykman : Woord voor woord , p. 9 Abraham, p. 35 Jacob en Esau, p. 57 Jozef, p. 80 Mozes, p. 127 Jozua, p. 135 Saulus, p. 144 David, p. 163 Salomo, p. 165 Achab, p. 173 Profeten, p. 206 Schepping, ...
      vb.: K. Eykman : Woord voor woord , p. 206 over schepping : hoe verhalen ontstonden. 
  5. Vreemde woorden verklaren
    • rekening houden met beoogde leeftijd
    • geheel moet begrijpelijk zijn in functie van de boodschap
      vb.: Rijk Gods, Messias, bekering, gerechtigheid, sabbat, synagoge, tempel, ark, farizeeër,...
      vb.: S. Van der Land, De bijbelverhalen , Kok-Lannoo, Kampen-Amsterdam, 1977, p. 46 : "...waren de twee tegels van de tien geboden opgeborgen in een kist. Die ark was ..." 
  6. Recht doen aan het kind
    • aansluiten bij leefwereld, (anders irreëel dat niets betekent voor het leven, verzameling gedragsnormen overgeseind van andere planeet, bijbelse gebeurtenissen kunnen net zo goed aan het kind zelf gebeuren)
      vb.: D.A. Cramer-Schaap, Bijbelse verhalen voor jonge kinderen , p. 240 : "Jezus hield van God, zoals jullie van je vader houden. Hij besprak alles met Hem."
    • de auteur heeft zelf een gelovige situatie voor ogen (vb. : milieu waarin de persoonlijke godsverhouding met God vooropstaat) vooral te zien in spiegelverhalen
      vb.: J. Chabert, Kleurrijk bijbellezen met kinderen : afgestemd op kinderen die al redelijk vertrouwd zijn met bijbels woordgebruik
    • beeld van de auteur over opvoeding van kind (beschermen tegen boze wereld, stimuleren tot kritische vraagstelling of juist niet, rollenpatronen, spel, fantasie...)
      vb.: M. Batchelor, Kinderbijbel in 365 vertellingen , Kok, Kampen, 1995, p. 76, 78 : de verhouding tussen God en mensen als model voor verhouding tussen ouders en kinderen. Kind moet naar ouders luisteren, dus volk moet gehoorzaam zijn aan God (zoals kip en kuikentjes). 
  7. Apelleren van de lezer door de boodschap
    • bijbel verplicht, engageert lezer, roept op, apelleert. Je wordt anders van bijbellezen. Ook van kinderbijbel.
    • daarom : boodschaparme delen weglaten (vb. Simson, Jozef)
    • geen opvoedende moraalles (gevaar in publicaties voor jongsten), wel geloof voeden
    • lezer met God confronteren en met Jezus die God centraal stelt en met Zijn woord verandering beoogt
      vb.: J.L. Klink, De bijbel voor de kinderen. NT , p. 161-163 : over de goede herder : persoonlijke houding tegenover Jezus. 
  8. Aandacht hebben voor het Gods- en Jezusbeeld
    • in het OT werden ervaringen van mensen met God neergeschreven
    • niet straffende God, wel trouwe, universele, verborgen en ervaarbare God
    • de evangeliën drukken uit hoe het leven op God is betrokken dankzij de ervaring met Jezus, nl. hoe Jezus' woorden en daden licht werpen op godsdienstige omgang met mensen en wereld
      vb. : God voorstellen als almachtige schepper levert onoplosbare vragen als : "Waarom houdt Hij dan de oorlog niet tegen ?" Beter is : "Ieder mens draagt iets goddelijks in zich (geschapen naar Zijn beeld) en God zag dat het goed was. Hij gaf hen levensadem."
      vb. : Jezus voorstellen als meester genezer levert probleem : "Waarom geneest Hij mijn zieke oma niet ?"
      vb. : Theofanie op de Sinaï : niet : God vaardigt geboden uit, maar : God verplicht zichzelf tot verbondheid met Zijn volk
  9. Een verantwoorde keuze maken uit de bijbelteksten
    • representatief voor bijbel én leeftijd van de lezer
    • boodschaparme verhalen weglaten (vb. Simson en Jozef)
    • niet baseren op spectakelgehalte (vb. Simson, David en Goliath)
    • historische continuïteit respecteren (vb. Makkabeeën)
    • volledige Gods- en Jezusbeelden (Mozaïsche wet, profetische messiasverwachting)
    • reëel mensbeeld   (vb. in Job en Jezus Sirach)
    • alle aspecten van het godsdienstig leven van mens (actie én gebed vb. Psalmen)
    • recht doen aan de plaats van vrouwen in de bijbel
      vb. : Van der Land, Eykman, Klink maken goede keuze.
    • Cramer-Schaap, Fussenegger, Hillman geven een te beperkte keuze aan teksten.
      vb. : Kijkbijbel: p. 226-237 : goede inleiding en afsluiting van het verhaal van de barmhartige Samaritaan (gesprek tussen Jezus en wetgeleerde). Maar het tweede antwoord op de oorspronkelijke vraag nl. het verhaal van Martha en Maria wordt weggelaten. 
  10. Voorbereiden op latere omgang met de bijbeltekst zelf
    • leesplezier, aantrekkelijkheid
    • info over ontstaans- en wordingsgeschiedenis van de bijbel
    • doorvertalen maar ook letterlijke woorden en begrippen opnemen
    • begeleiders lezen in echte bijbel
    • inhoudstafel met verwijzing naar echte bijbelpassages
      vb. O. Van Outryve, De bijbel voor de jeugd : uitleg (in cursieve tekst) + soort verhalen (in tekeningen)
      vb. J. L. Klink, Bijbel voor kinderen : aandacht voor ontstaansgeschiedenis en verklaring van bijbels jargon

Criteria om de illustraties te beoordelen

  1. Bijbelse inhoud begrijpen en bevorderen
    • aandacht niet afleiden van kernboodschap
    • onderscheid tussen echt gebeurd en waar
    • symbolische tekeningen zijn vaak beter dan precieze afbeeldingen om de boodschap te ontsluieren (tenzij de tekening informatief bedoeld is)
      vb.: O. Van Outryve, De bijbel voor de jeugd: weerkerende figuren geven teksttype aan
      vb.: R. Poortvliet, Hij was een van ons, Kok, Kampen, 1978, laatste pag.: Hemelvaart : sterk contrast tussen licht en duisternis met een groepje apostelen. Jezus wordt niet afgebeeld. De tekst verwijst naar het voortzetten van Jezus’ levenswerk : hemelvaart ontsnapt aan tijd en ruimte (beter dan bvb. vliegende Jezus in Jager, De nieuwe kinderbijbel in kleuren, Zomer & Keuning, Wageningen, 1969, p. 250) 
  2. Mythische verhalen en wonderverhalen respecteren
    • opletten met elementen uit Semitische beeldtaal : engelen, demonen, duifjes
    • respect voor genre!
      vb.: G. Fussenegger, Bijbelverhalen opnieuw verteld, Zomer& Keuning, Wageningen, 1982, p.122 (muren van water bij doortocht door de Rode Zee) = slecht voorbeeld.
      vb.: Storm op het meer : beter slapende Jezus tussen paniekerige leerlingen afbeelden i.p.v. Jezus die met opgeheven hand de storm stilt. Kern van het verhaal : “Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen?” Vb.: Kijkbijbel, p. 208-209, jammer op p. 210. 
  3. Aansluiten bij de ervaringen van het kind
    • meer kinderen op tekeningen dan in de oorspronkelijke tekst (vb. A. Timmermans, Bijbelverhalen voor kinderen van 6 tot 10 jaar, Altiora, Averbode, 1978)
    • gevaar: speeltuin
    • geen ‘derde wereld’ creëren: ofwel volledig actualiseren, ofwel volledig sfeer van toen oproepen. Geen verkleedpartij in het heden (zoals bvb. bij Poussie, Timmermans, Jager, de Vries, Eykman) 
  4. Apelleren van de lezer door de boodschap
    • geen faits divers, wel sacraal getinte sfeer
    • kernboodschap moet lezer aanspreken
      vb.: A. Bergers, Lannoo kinderbijbel, Lannoo, Tielt, 1966-1968; A. Pokrandt, Ik lees in de bijbel, K.B.S. Emmaüs, Boxtel, Brugge, 1976-1978. 
  5. Aandacht hebben voor het Gods- en Jezusbeeld
    • God is niet te vatten in een tekening, wel in symbolen die het geheel transcenderen
    • Jezus was mens tussen de mensen én Zoon van God (moeilijk te vatten in een tekening)
      vb.: Thomas Zacharias: herder in de duisternis op weg naar verloren schaap. Wolven bedreigen zijn leven, de omheining rond de andere schapen is als een doornenkroon. Boodschap : Jezus riskeert Zijn leven voor de verloren mens
      vb.: Vuurzuil voorop en donkere wolk achter volk i.p.v. twee muren water van de rode zee : Boodschap : God leidt Zijn volk
      vb.: G. de Vries, Jezus is gekomen, Jezus bij ons, Jezus blijft bij ons, Altiora, Averbode, 1977: tekening van Joudiou over roeping van Paulus: diep gebogen man voor een vuurbol : mysterie van godsontmoeting wordt ervaarbaar. 
  6. Historisch, archeologisch en geografisch verantwoord zijn
    • enkel bij informatieve tekeningen (niet als tekening actualiserend is of symbolisch)
    • kledij, woningen, tempel, Romeinse en Joodse details, geografische ligging van reisroutes, …
    • eventueel beroep doen op fotografie (vb. Steinwede, Over God, De Schepping, Kerstmis met Lucas, Jezus van Nazareth, K.B.S., Boxtel, Brugge, 1978)
      vb.: J.L. Klink, Bijbel voor de kinderen, Pokrandt, Ik lees in de bijbel, K.B.S. Emmaüs, Boxtel, Brugge, 1976-1978. 
  7. Aard en graad van de opgewekte gevoelens moeten verantwoord zijn
    • godsbeeld respecteren
    • het gaat om een Blijde Boodschap
    • testen bij: verdrijving uit paradijs, Kaïn en Abel, theofanie op Sinaï, kindermoord te Bethlehem, dood van Johannes de Doper, farizeeërs, Judas, tempelreiniging, lijdensverhaal
      vb.: gefolterde Jezus aan het kruis (meelijwekkend); bloedende Abel; woedende Kaïn; toornige God verdrijft Adam en Eva… (niet kernboodschap, onjuist Gods- en Jezusbeeld) 
  8. Voldoende suggestief zijn
    • genoeg ruimte laten voor verbeelding van het kind
    • niet alles willen uitbeelden (beperkt verbeelding)
    • uitnodigen om zelf te actualiseren in eigen kinderbestaan
      vb. : Timmermans, Cramer-Schaap, Poussin, Van der Land, Eykman
      vb. : niet suggestief : Jager, De nieuwe kinderbijbel in kleuren, Zomer & Keuning, Wageningen, 1969. 
  9. Creativiteit stimuleren
    • verwerkingstips voor kinderen en begeleiders
    • ook i.v.m. zelf tekenen
      vb.: J.L. Klink, Bijbel voor de kinderen met zingen en spelen, Het wereldvenster, Baarn, 1975.
      vb.: Startbijbel: met bijhorend Werkboek bij de startbijbel, NBG, VGB, 1997.
      vb.: T. de Vries, Om door te vertellen: verwerkingstips en liedjes. 
  10. Pedagogisch en artistiek verantwoord zijn (tekening en kleur)
    • maar over kleur en smaak valt niet te discussiëren
      vb.: A. Pokrandt, Ik lees in de bijbel, K.B.S. Emmaüs, Boxtel, Brugge, 1976-1978 : met toelichting bij de tekening (voor de begeleider)
      vb.: Drie deeltjes van G. De Vrieze, Jezus is gekomen; Jezus bij ons; Jezus blijft bij ons, Altiora, Averbode, 1977: speciale illustratietechniek (door Joudiou): collage van gescheurde stukjes gekleurd papier, schilderijtjes, enz.

Criteria ter beoordeling van kinderbijbels

Nog enkele citaten over 'bijbelverhalen vertellen voor kinderen':

"Een goede verteller laat de luisteraar de vrijheid en smeert het verhaal niet dicht met moralen en boodschappen"

W . Wikkers & A. Mesch , Het Verhaal, het kind en de verbeelding, handboek kind en liturgie (Narratio en Landelijke Hervormde Jeugdraad, 1994) (citaat in: K . Deurloo, H. van Dorssen, K. Eykman, En dat is zeven! Zeven manieren om kinderen uit de Bijbel te vertellen , Kampen, 2001, p. 31).

"Een open kinderbijbel geeft het kind de kans om er mee op zijn eigen manier aan de slag te gaan in spel en tekenen en muziek en praten. Want bijbellezen is niet om het spelen even stil te leggen, het is aanleiding tot spelen. Het is niet om het gesprek stil te leggen, het is aanleiding tot gesprek. Het is inherent aan dat boek."

K. Eykman, Preken in verhaalvorm, in Theologie op de groei, Publivorm, 1984 (citaat in K . Deurloo, H. van Dorssen, K. Eykman, En dat is zeven! Zeven manieren om kinderen uit de Bijbel te vertellen, Kampen, 2001, p. 31).

"Bijbelteksten leveren geen verhaaltjes voor het slapen gaan, maar verhalen om wakker te worden en wakker te blijven. Het zijn teksten die de luisteraar uitdagen om op te staan. Een ieder die die uitdaging aangaat, willen zij een hart onder de riem steken."

K. Deurloo, H. van Dorssen, K. Eykman, En dat is zeven! Zeven manieren om kinderen uit de Bijbel te vertellen, Kampen, 2001, p. 32

Overzicht kinderbijbels

Het grote avontuur van God en mens

K. Janssen & T. Tjong-Khing, Het grote avontuur van God en mens. Kinderbijbel met meer dan 150 verhalen, Leuven, 2004.

Een overzicht van een aantal oudere kinderbijbels is te vinden in de 'Keuzelijst' van het Leesweb (M. Marissen, Kinderbijbels in woord en beeld, Antwerpen, 1998). Daarin worden een heel aantal kinder- en jeugdbijbels voorgesteld, per doelgroep. De lijst is het resultaat van een selectieproces. Het eerste criterium was daarbij de beschikbaarheid in de boekhandel en/of bibliotheek. Het tweede criterium was een positieve recensie van minstens twee specialisten in de vakpers. Deze lijst bevat bijbels uitgegeven voor 1998.

Deze lijst is ook te bestellen via info@leesweb.be, 03/272 21 46

Achtergrondinfo over goede kinderbijbels

  • H. VAN DORSSEN & J POSTHUMUS (red.), Kinderbijbels vergeleken, Nederlands en Belgisch bijbelgenootschap, 1991.
  • M. MARISSEN, Kinderbijbels in woord en beeld, KCLB, 1998.
  • E. VAN OUTRIJVE, Hoe een kinderbijbel beoordelen?, in Collationes nr. 2, 1979, 168-191.
  • H. APPEL, De bijbel als kinderboek. Een adaptatieonderzoek naar acht kinderbijbels, Nijmegen, 1989.
  • W. BROUWER, Kinderbijbelillustraties, Kampen, 1989.
  • N. TER LINDEN, Het land onder de regenboog. Verhalen uit het Oude Testament (I), Balans, Amsterdam, 2006.
  • N. TER LINDEN, De profeet in de vis. Verhalen uit het Oude Testament (II), Balans, Amsterdam, 2007.

Een bespreking van 11 kinderbijbels, tips voor het kiezen van een kinderbijbel en online-bestelmogelijkheid van kinderbijbels is te vinden op de volgende website.

Waar zijn kinderbijbels te verkrijgen?

Kinderbijbels kan men ontlenen in een bibliotheek. Als men zelf een kinderbijbel wil kopen, kan men meestal terecht bij een gewone boekhandel. Een ruimer aanbod, kan men vinden bij een aantal gespecialiseerde centra.

Bisdom Brugge

  • De Wijngaard, Diocesaan Centrum voor Bijbel, Godsdienst, Liturgie en Pastoraal, Oud Begijnhof, 8000 Brugge, tel. 050 33 84 52, begijnhof.brugge@yucom.be
  • Benedictusheem, St. Andriesabdij Zevenkerken, 8200 Brugge, tel. 050 38 03 91, fax 050 34 68 70, benedictusheem@advalvas.be
  • Pastoraal Centrum De Bron, Marktstraat 88, 8530 Harelbeke, tel. 056 73 70 72 , fax 056 73 70 74, bestellen via info@detalentade.be
  • De Branding, Kerkstraat 22, 8400 Oostende, tel. 059 23 67 44 , fax 059 23 68 64, bestellen via info@detalentade.be

Bisdom Gent

Bisdom Antwerpen

  • Diocesane liturgische dienst Antwerpen, Groenenborgerlaan 149, 2020 Antwerpen
  • De Oude Linden nv, Abdijboekhandel, Centrum voor Liturgie en Pastoraat, Abdijstraat 40c, 2260 Tongerlo, tel. 014 53 82 10, oude.linden@tongerlo.org
  • De drie leliën, Leopoldstraat  59, 2000 Antwerpen, tel. 03 231 03 39, fax 03 233 47 66

Vicariaat Vlaams-Brabant & Brussel

  • Castrum (Liturgisch Centrum), Abdij Keizersberg, Mechelsestraat 202, 3000 Leuven, tel. 016 31 00 65, fax 016 31 00 66
  • Licap, Guimardstraat 1, 1040 Brussel, tel. 02 509 96 70, fax 02 509 96 06
  • Religieus Centrum- Abdij van Affligem 1790 Affligem, tel. 053 67 31 55
  • De drie provinciën - Abdij van Averbode 3271 Averbode, tel. 013 78 04 60, fax 013 78 04 59
  • Liturgisch centrum De Peerle - Diocesaan pastoraal centrum, Varkensstraat 6, 2800 Mechelen tel. 015 29 84 62

Bisdom Hasselt

  • Pastoraal Informatie Centrum, Tulpinstraat 75, 3500 Hasselt, tel. 011 21 29 46, fax 011 23 16 54
  • Zie ook de verschillende verkoopplaatsen van 'Het goede boek', evangelische boek- en muziekwinkel

Omgaan met kinderbijbels: verschillende werkvormen

Hieronder geven we een algemeen en beperkt overzicht van verschillende werkvormen met de bijbel. Het is vooral een aanzet tot en een hulp bij het zoeken naar verdere informatie en het ontdekken van nieuwe creatieve vormen van omgaan met de bijbel. Suggesties zijn steeds welkom (thomas@kuleuven.be).

Algemene info

Lezen, voorlezen, (na)vertellen

Zie onder andere: K. Deurloo, H. van Dorssen, K. Eykman, En dat is zeven! Zeven manieren om kinderen uit de Bijbel te vertellen, Kampen, 2001.

Achtergrondinfo bij de bijbel & werkboeken bij de bijbel

  • Atlas van de Bijbel: vanaf 12 jaar - Vlaams Bijbelgenootschap en Licap Brussel.
    De wereld van de bijbel, duidelijk beschreven en uitgebeeld in tientallen foto's, tekeningen en landkaarten, met losse poster van satellietopname van Israël.
  • Yes, de Bijbel: vanaf 12 jaar - Vlaams Bijbelgenootschap.
    Dit flitsend boekje helpt jongeren bij de zoektocht naar de betekenis van de bijbel in hun leven. Het geeft inzicht in de inhoud, en legt bijbelse woorden en begrippen vlot uit.
  • Wegwijs in de Bijbel. - Vlaams Bijbelgenootschap.
  • Wilson E. & Jones S., Geïllustreerde Bijbelatlas voor kinderen.
    Deze bijbelatlas laat kinderen op speelse manier van alles ontdekken over fascinerende gebeurtenissen en personen uit bijbelse tijden. Boordevol kleurrijke kaarten, tekeningen en cartoons die laten zien hoe mensen toen leefden. Ideaal voor kinderen vanaf 8 jaar om te bekijken en in te lezen.
  • Evrard, G., Berghmans, H., Het verhaal van God en de mensen - Uitgeverij Averbode.
    Een ringmap met 16 verhalen uit het Oude Testament op handige zwart-wit kopieerbladen. Met prachtige kleurenillustraties op A4-formaat en een handleiding voor de leerkracht.
  • Evrard, G., Berghmans, H., Het leven van Jezus - Uitgeverij Averbode.
    Een unieke map met 18 bijbelverhalen over Jezus, volledig uitgewerkt in tekst en prenten. In totaal ruim 120 losse prenten met grote, kleurrijke afbeeldingen. Een ideaal werkinstrument voor leerkrachten om de bijbelverhalen te vertellen en te verwerken met jonge kinderen. Met de kopieerbladen kan elk kind actief bezig zijn.
  • De Bijbel als boek:(vanaf 9 jaar) - Vlaams Bijbelgenootschap.
    Hoe zit de bijbel in elkaar? Via opdrachten kom je erachter, samen met informatie over hoe de bijbel is ontstaan. Zeer leerrijk voor catechese en godsdienstles.
  • De bijbel als vertaling - Vlaams Bijbelgenootschap.
  • Nieuw bijbels puzzelboek:(vanaf 9 jaar) - Vlaams Bijbelgenootschap
    Dit doe-boek vormt een grote uitdaging voor kinderen en jongeren om op speelse wijze hun kennis over de bijbel te testen en spelenderwijs nieuwe kennis op te doen. Uitstekend voor op school en thuis.
  • Werkboek bij de Startbijbel:vanaf 9 jaar - Vlaams Bijbelgenootschap.
    Dit sluit aan bij de Startbijbel. Vanuit elk bijbelboek wordt een bepaald thema behandeld. Met verwerking, puzzels en zoekopdrachten. Een goede handleiding voor leerkrachten en vormingswerk.
  • Werkwijzer bij de Kijkbijbel:tot 8 jaar - Vlaams Bijbelgenootschap en Licap Brussel.
    Een handreiking voor leerkrachten van het kleuter-, eerste graad- en bijzonder- lager onderwijs. Met volledig lesplan en verwerking bij de 28 verhalen.
  • Bob en de bijbel; knutselboek:(tot 8 jaar) - Vlaams Bijbelgenootschap.
    Bob en zijn vriendinnetje Nizanna zijn op trektocht doorheen de bijbelverhalen. Kinderen kunnen met ze mee. Ze helpen hen bij het vinden van de oplossing bij de zoekopdrachten en puzzels.

Bibliodrama

  • Communicatievormen in het vak godsdienst: dans en drama
    Meer info over opleidingen in Vlaanderen: ccv.antwerpen@kerknet.be
  • Enkele Duitstalige websites

  • http://www.bibliodrama.ch/HTML/bibliodrama/biblio-fram.htm
  • http://www.bibliodrama-gesellschaft.de/
  • http://www.justbooks-zeitschriften.de/bibliodrama_im_religionsunterricht/1679235.htm
  • http://www.absk.ch/bibliodrama/wasnoch.htm
  • Een niet-volledige bibliografische lijst over bibliodrama

  • Agten, J.,Bibliodrama met een parabel, in Catechetische Informatie 24 (1996) nr. 3, 37-43.
  • Agten, J., Bibliodrama, een kennismaking, in Pedagogisch Informatief Tijdschrift 6 (1992) nr. 4, 16-20.
  • Agten, J., De (onwillige) genodigden aan de maaltijd. Met bijbelverhalen het (klas)leven bevruchten en omgekeerd, in School en Godsdienst 47 (1993) nr. 4-5, 69-81.
  • Agten, J., Bibliodrama met Marcus, in G. Van Oyen (red.), De tijd is rijp: Marcus en zijn lezers toen en nu, Leuven, 1996, p. 189-213.
  • Andriessen, H., Bibliodrama als verhaal in beweging, in School en Godsdienst 47 (1993) nr. 4-5, 82-87.
  • Andriessen, H., Bibliodrama en de religieuze ervaring, in Leren in Groepen 26 (1987) 1-19.
  • Andriessen, H., Derksen, N., Nolet, M, Stem en tegenstem. Ontwikkeling van een model, Utrecht, 1995.
  • Andriessen, H., Derksen, N., Nolet, M., Is hij nu in ons midden of niet?, Kampen, 1995.
  • De Kesel, A., Bibliodrama, een vorm van ervaringsgericht omgaan met de bijbel, in Pedagogisch Informartief Tijdschrift 46 nr. 2.
  • De Witte, S., De bijbel een drama? Een werkmap voor bibliodrama met kinderen, Aalst, 1996.
  • Derksen, N. & Andriessen, H., Bibliodrama en pastoraat, Den Haag, 1985.
  • Derksen, N., Wie is Jezus voor mij? Een vorm van bibliodrama, in Opstap (1983) nr. 3, 180-193.
  • Goeden, R., Zoek de farao in jezelf… hoe werkt bibliodrama?, in Praktische Theologie 10 (1983) 173-177.
  • Hogerzeil, C. & Van den Berg, B., Verhalen in beweging. Werkboek voor bibliodrama, Zoetermeer, 1996.
  • Kuiper, F.H., Spelen met de bijbel. Enkele kanttekeningen, in Praktische Theologie 10 (1983) nr. 2, 178-185.
  • Lap, J., Bibliodrama. Actief op weg naar religieuze groei, in Schrift 14 (1982) nr.84, 226-229.
  • Lap, J., Bibliodrama, catechese door deelname, in Korrel 11 (1989) nr.2, 110-115.
  • Lap, J., Bibliodrama maakt school, in School en Godsdienst 60 (1986) 101-104.
  • Lap, J., Bibliodrama. Inspelen op Gods tegenspel, in Praktische Theologie 10 (1983) 163-171.
  • Lap, J., Religiodrama-bibliodrama, actief op weg naar religieuze groei (onuitgegeven scriptie Theologische Faculteit, Tilburg), Tilburg, 1979.
  • Martin, G.M., Bibliodrama als Spiel, Exegese und Seelsorge in Wissenschaft und Praxis, in Kirche und Gesellschaft (1979) 135-144.
  • Metzlar, M., Verhalen verbeeld. Een verkennende studie van bibliodrama met behulp van psychologische en hermeneutische theorieën (onuitgegeven doctoraatsscriptie, Rijksuniversiteit Groningen), Groningen, 1990.
  • Scheers, J. & Debacker, H., Bibliodrama met kinderen, Averbode, 1992.
  • Streur, M., Bibliodrama met kinderen. Verslag van een studiedag, in School en godsdienst (1986) 105-107.
  • Van Gool, P., Onder de dekmantel van een verhaal. Een onderzoek naar gerechtigheidsbeleving via bibliodrama, in Opstap 10 (1990) nr.2, 58-61.
  • Vanspringel, K., Bibliodrama:samen bijbel spelen,in Korrelcahiers Supplement (1992) 18-32.
  • Vanspringel, K., Bibliodrama in de klas, in Catechetische Service 19 (1991) nr.4, 3-20.

Gebruik van multimedia (CD-Rom, internet, …)

Diareeksen, video's

Heel wat audiovisueel materiaal i.v.m. de bijbel en het bijbelse milieu, kan u vinden op de site van avimo.

Kunst

Werken met de illustraties van een kinderbijbel kan zeer boeiend zijn. Enkele suggesties: de kinderen vrij laten associëren bij de tekening, zelf een tekening laten maken, een tekening laten aanvullen (dingen erbij tekenen), aan de hand van tekeningen het verhaal vertellen, tekeningen laten uitkiezen en ieder over zijn/haar tekening laten vertellen.

Voor een overzicht van bijbelse kunst, zie o.a. P. Schmidt, In de handen van mensen. 2000 jaar Christus in kunst en cultuur, Leuven, 2000. Onder andere werken van Marc Chagall kunnen tot verdere reflectie aanzetten en zijn heel bruikbaar in godsdienstonderwijs.

Bijbelse liederen

Bijbelse spelen & meer alternatieve, creatieve werkvormen

Bijbels openluchtmuseum, Nijmegen

Achtergrondinformatie

1) Onderzoek naar levensbeschouwing bij jongeren en geloofsopvoeding in gezinnen

Op de volgende website wordt een overzicht van resultaten van recent empirisch onderzoek in verband met geloof bij jongeren weergegeven. Ook gegevens in verband met de ervaringen van godsdienstige opvoeding in gezinnen kunnen op deze site gevonden worden.

2) Informatie over godsdienstonderwijs voor ouders

Over de inhoud en de methode van godsdienstlessen op school: links naar het leerplan.

  • Informatie over de nieuwe leerplannen godsdienst: de visietekst.
  • Het leerplan r.k.-godsdienst voor het secundair onderwijs vindt u op deze site.

Algemene informatie in verband met godsdienst en godsdienstonderwijs is te vinden via de linkensite.

3) Leerlingen uit niet-traditionele gezinnen

1. Kinder- en jeugdboeken en niet-traditionele gezinnen

Een overzicht van kinder- en jeugdboeken met kinderen uit niet-traditionele gezinnen in de hoofdrol kan besteld worden via www.leesweb.be. De titel van de publicatie luidt: Mijn gezin: anders, dan anders: boeken met kleuters, kinderen en jongeren uit niet-traditionele gezinnen in de hoofdrol / Martine Cammaert en Marina Marisssen. - Antwerpen: Leesweb (voorheen KCLB), 2003. - 84 p.

2. Aanbevelingen voor een goede relatie tussen school en gezin

Deze aanbevelingen zijn een korte samenvatting van de aanbevelingen zoals ze geformuleerd werden in het onderzoeksrapport ‘Nieuwe gezinsvormen en onderwijsparticipatie in Vlaanderen’ (Promotoren: H. Colpin, J. P. Verhaeghe, L. Vandemeulebroecke, P. Ghesquière, onderzoeksters: K. Janssen, V. Amelinckx, E. Cocquyt, H. De Vos), K.U.Leuven en Universiteit Gent, augustus 2001.

Achtergrond
  • De school staat er niet alleen voor. CLB’s, pedagogische begeleidingsdiensten van de onderwijsnetten en van de overheid en ouderverenigingen kunnen elk op een eigen wijze bijdragen tot een goede relatie tussen school en gezin

  • Kinderen uit eenoudergezinnen en nieuwsamengestelde gezinnen rapporteren een significant lager welbevinden op school en in de klas dan klasgenoten uit ‘traditionele’ gezinnen

  • Deze verschillen zijn niet zo groot, maar toch ook niet te verwaarlozen. Ze worden bovendien niet louter verklaard vanuit een mogelijk minder goed gezinsklimaat of ondersteuning in eenoudergezinnen of nieuwsamengestelde gezinnen.

  • Ouderlijke steun is een factor die ook los van de samenstelling van het gezin een positieve invloed heeft op het welbevinden van leerlingen in school. De school kan ook indirect bijdragen tot deze ouderlijke steun indien er een goede samenwerking is tussen school en ouders.

Ondersteuning aan kinderen uit nieuwe gezinsvormen

Wat kan de leerkracht doen?

  • Open en begripvol zijn voor sociaal-emotionele gevoeligheden bij het kind, aanvaarden van de variëteit aan gezinsvormen
  • Concrete werkvormen gebruiken die ondersteuning kunnen bieden bij het verwerkingsproces (bv. laten vertellen over de thuissituatie, gevoelensbarometer, klasdagboek, complimentendoosje, …)
  • Kinderen de kans geven om af te wijken van het gangbare patroon bij praktische zaken zoals knutselwerkjes voor vader- en moederdag, nieuwjaarsbrieven, rapporten, schoolfeesten, etc. (bijvoorbeeld: rapport langer laten bijhouden, letten op aanspreektitels, begrip hebben wanneer een kind materiaal vergeten is bij één van de ouders, …)
  • In de verschillende vakken de realiteit van verschillende gezinsvormen ter sprake brengen.
  • Bereid zijn om zich te informeren over de leefwereld en behoeften van leerlingen uit nieuwe gezinsvormen en om vaardigheden te ontwikkelen om hier adequaat op te reageren.

Wat kan de school doen?

  • Open en begripvol zijn ten aanzien van ondersteuningsvragen van ouders en kinderen uit nieuwe gezinsvormen, en deze houding stimuleren bij andere leerlingen en ouders. Deze houding ook duidelijk communiceren naar buiten toe (via brochure, website, info-avond, …)
  • Leerkrachten de kans geven om soepel in te spelen op noden van kinderen.
  • Curriculummateriaal en leesboeken aankopen waarbij de verscheidenheid van gezinsvormen aan bod komt.
  • Een efficiënt en discreet systeem van informatie-uitwisseling ontwikkelen, zodat leerlingen nauw opgevolgd kunnen worden doorheen hun schoolloopbaan. Bijvoorbeeld elk jaar opnieuw gezinsgegevens laten invullen door de ouders.
  • Leerkrachten de kans geven zich te informeren (nascholing, extra uren vorming, etc.) over deze thematiek.
  • Een goede samenwerking uitbouwen met het CLB

Wat kan het CLB doen?

  • Een houding van openheid en begrip aannemen ten opzichte van kinderen en ouders uit nieuwe gezinsvormen
  • Professionele, inhoudelijke en sociaal-emotionele begeleiding voorzien en deskundigheid ter beschikking stellen voor leerkrachten, directie, ouders en kinderen.
  • Materiaal, documentatie, projecten opvolgen en doorspelen

Wat kunnen ouderverenigingen doen?

  • Sensibiliseren rond de thematiek van gezinnen

Wat kunnen pedagogische begeleidingsdiensten doen?

  • Begeleid en informeren, diversiteit en heterogeniteit aan bod laten komen in curriculummateriaal en leerplannen.

Wat kan de overheid doen?

  • Structuren en middelen voorzien voor scholen en CLB’s om de hierboven opgesomde taken te kunnen vervullen
  • Sensibiliseringscampagnes opzetten (o.a. via Klasse)
  • Scholen aanzetten tot het voeren van een gezinsbeleid
Ondersteuning aan ouders in nieuwe gezinsvormen

Wat kunnen leerkrachten doen?

  • Kinderen ondersteunen
  • Luisterend oor zin voor ouders
  • Discreet omgaan met de verkregen informatie
  • Samen met ouders zoeken naar mogelijke oplossingen of doorverwijzen naar een CLB of andere hulpverlening.
  • Duidelijk aangeven waar de grenzen van de beschikbaarheid liggen

Wat kan de school doen?

  • Informatie geven aan ouders (nieuwsbrief, contactpersoon, leerkrachten goed informeren)
  • Geen partij kiezen voor één van de ouders
  • Betrokkenheid van ouders aanmoedigen (oudercontacten, info-avonden, … aan beide ouders meedelen)
  • Meedelen wat ouders aan ondersteuning kunnen verwachten en ook aan leerkrachten een kader geven waarbij ze hun grenzen en hun beschikbaarheid naar ouders toe kunnen aangeven

Wat kan het CLB doen?

  • Zich naar de school en naar ouders toe duidelijk profileren en het takenpakket voorstellen
  • Informatie en deskundigheid ter beschikking stellen

Wat kunnen oudervereningingen doen?

  • Het perspectief van ouders binnen brengen bij de uitbouw van een schoolbeleid

Wat kunnen de pedagogische begeleidingsdiensten doen?

  • Concrete suggesties geven hoe scholen organisatorisch communicatie en participatie van ouders kunnen regelen

Wat kan de overheid doen?

  • Scholen ondersteunen op administratief vlak met het oog op efficiënte communicatie en informatie-uitwisseling
  • Juridische info aan scholen verschaffen i.v.m. rechten en plichten van ouders en kinderen in nieuwe gezinsvormen.

3. Een studiedag over echtscheiding

Zie ook: Dillen A., Niet te verwaarlozen. Echtscheiding als problematiek binnen de school, in Rondom Gezin 24 (2003) nr. 1, 52-54.

Op woensdag 20 november 2002 vond aan de K.U.Leuven een studiedag plaats met als thema ‘School en echtscheiding’, georganiseerd door het Vliebergh-Senciecentrum. De dag was in de eerste plaats bedoeld voor mensen die beroepshalve betrokken zijn bij de (middelbare) school, bijvoorbeeld als leerkracht, directie, leerlingbegeleider. De interesse vanuit dit werkveld was aanzienlijk, wat bleek uit het feit dat de organisatoren vele geïnteresseerden moesten ontgoochelen, omdat de limiet van 200 inschrijvingen snel bereikt was. Echtscheiding is dan ook een problematiek waar leerkrachten meer en meer mee geconfronteerd worden.

In haar inleiding gaf Hilde Seymus enkele cijfers: 1 op 10 gezinnen is een eenoudergezin en de helft van de kinderen die in België zullen geboren worden, zal niet meer de volledige kindertijd bij de beide biologische ouders doorbrengen. De realiteit van echtscheiding doet binnen de schoolcontext ook heel wat vragen rijzen en vraagt om aandacht en een adequate aanpak.

Patrick Senaeve, professor ‘personen- en familierecht’ aan de K.U.Leuven, verhelderde de wetgeving van 1995 in verband met het ouderlijk gezag. Wanneer ouders samenwonen, oefenen ze gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. Onder ‘ouderlijk gezag’ verstaat men de bevoegdheid om beslissingen met betrekking tot het kind te nemen, o.a. over schoolkeuze en medische ingrijpen, de opvoedkundige verantwoordelijkheid en zorg, levensbeschouwelijke keuzes, enzovoort. Door uit te gaan van het principe dat ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, worden beide ouders in grote mate geresponsibiliseerd, wat zeer positief is. In de praktijk is het echter niet haalbaar om voor elke beslissing, zoals een schooluitstap, de toestemming van beide ouders te vragen. Daarom kunnen derden (zoals leerkrachten) er ter goeder trouw van uit gaan dat als één ouder optreedt, de andere ouder akkoord is. Het is echter mogelijk dat die derde op de hoogte is van het feit dat dit niet zo is, bijvoorbeeld doordat ouders duidelijk te kennen geven dat de andere ouder het niet eens is met hun beslissing of doordat ze tegenstrijdig handelen. In dat geval moet daar rekening mee gehouden worden en draagt de derde, bijvoorbeeld de leerkracht, verantwoordelijkheid wanneer één van de ouders naar de rechtbank zou stappen om het conflict tussen beide ouders op te lossen. Wanneer ouders niet samenwonen, geldt in principe ook de gezamenlijke uitoefening van ouderlijk gezag. Wanneer over co-ouderschap, een sociologische en geen juridische term, gesproken wordt, gaat het hier over. Co-ouderschap verwijst naar de regeling over het ouderlijk gezag en heeft niets te maken met waar een kind hoeveel verblijft. Dat valt onder de term ‘verblijfsregeling’ (en niet ‘hoederecht’ of ‘omgangsrecht’). In bepaalde gevallen kan een rechter beslissen om op vraag van ouders de ‘uitsluitende uitoefening van het ouderlijk gezag’ aan één ouder toe te kennen. In dat geval is er voor de andere ouder mogelijk ‘omgangsrecht’, of eventueel zelfs nog de mogelijkheid om het ouderlijk gezag op bepaalde terreinen wel uit te oefenen. In alle omstandigheden hebben beide ouders, of ze nu gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen of niet, recht van toezicht op de manier waarop de andere de opvoeding uitoefent. Derden kunnen ouders die inzicht vragen in de schoolresultaten dus niet zonder meer verwijzen naar de andere ouder onder het voorwendsel dat die ouder geen ouderlijk gezag zou hebben, en zeker niet met het excuus dat het kind niet bij hem of haar woont.

Echtscheiding is niet enkel een juridische kwestie, maar brengt ook heel wat gevolgen met zich mee. Diana Evers, gastdocente binnen de opleiding ‘bemiddeling in familiezaken’ aan de K.U.Leuven, wees op het proces dat echtscheiding inhield en op de emotionele beleving hiervan bij partners. Ze gaf een aantal tips, met het oog op omgaan met echtscheiding binnen het onderwijs. Een klein overzichtje: (1) Blijf openstaan voor mensen, ook al reageren ze anders dan jij van hen verwacht, (2) Wees mild: wat ‘abnormaal’ gedrag lijkt voor jou, is binnen het kader van het echtscheidingsproces vaak niet zo vreemd. (3) Trek geen partij voor één van beide partners. Mensen trachten bij familie en vrienden een groep die ‘aan hun kant staat’ te creëren. Ga niet mee in dit sympathie/antipathie denken. (4) Appelleer mensen op hun ouderschap en let erop dat conflicten over het partnerschap niet te zwaar doorwegen naar het ouderschap (5) Laat kinderen merken dat je respect hebt voor beide ouders. Op die manier ben je betrouwbaar voor het kind.

Echtscheiding brengt niet enkel bij (ex-)partners een heel rouw- en verwerkingsproces op gang, maar heeft ook heel wat gevolgen voor de kinderen. Daar ging Lieve Vandemeulebroecke, professor ‘gezinspedagogiek’ aan de K.U.Leuven, op in. Ze wees op de vele onderzoeksresultaten die aangeven dat kinderen uit gescheiden gezinnen op vele vlakken een grotere ‘risicogroep’ vormen dan anderen, bijvoorbeeld op het vlak van gedrags- en leerproblemen, tienerzwangerschappen, verminderde tevredenheid met het leven. Hiervoor zijn vier grote verklaringen te geven: (1) echtscheiding als proces en de hele reorganisatie die dit vraagt op praktisch en emotioneel vlak (2) het belang en de betekenis van het uiteengaan van de ouders zelf, de loyaliteitsconflicten en de mogelijk verstoorde balans van geven en nemen in de relaties (3) risicofactoren die gepaard gaan met echtscheiding, zoals het mogelijk verbrokkelen van het relationeel netwerk, de komst van een stiefouder, financiële moeilijkheden, enzovoort. (4) opvoeding tijdens en na de echtscheiding. Dat laatste is een cruciaal element. De opvoeding in het gezin wordt weliswaar beïnvloed door de verschillende andere risicofactoren, maar indien een goede gezinsopvoeding gegeven wordt, worden de risicofactoren van de echtscheiding ook verminderd. De school biedt daarin een ondersteunende rol, en is vooral effectief indien er een democratische cultuur en een zorgzaam klimaat heersen.

Aan het einde van de voormiddag sprak Jan Van Damme, professor aan het ‘Leuvens Instituut voor Onderwijsonderzoek’ van de K.U.Leuven, over de verhouding tussen prestaties op school en echtscheiding. Vooral echtscheiding voor de aanvang van het secundair onderwijs heeft negatieve effecten. Professor Van Damme wees op een duidelijk effect van echtscheiding op schoolprestaties, maar relativeerde dit ook. Het al dan niet opgroeien in een gescheiden gezin verklaart slechts voor 3 % de verschillen in schoolprestaties.

In de namiddag konden de deelnemers aan deze studiedag in één van de vier werkgroepen ingaan op concrete mogelijkheden om in een schoolcontext met de problematiek van echtscheiding om te gaan.

Het verslagboek van deze studiedag kan besteld worden via: vsc@avl.kuleuven.ac.be. Rond dit thema verscheen ook een brochure D. Evers & H. Seymus, Uit elkaar. Brochure over kinderen en echtscheiding voor leerkrachten, directies en opvoeders, Mechelen, Jeugd en Seksualiteit, 36 blz, (te bestellen via jeugd.en.seksualiteit@jeugdwerknet.be). Interessant is ook het onderzoek ‘Nieuwe gezinsvormen en onderwijsparticipatie in Vlaanderen’ dat aan de K.U.Leuven en de Universiteit Gent werd uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Minister van Onderwijs en Vorming (augustus 2001). Dit onderzoek kan besteld worden via linda.vleugels@ped.kuleuven.ac.be.

Annemie Dillen
Aspirant F.W.O.-Vlaanderen
Centrum Academische Lerarenopleiding, Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven

(Voor een samenvatting, zie ook: http://www.ond.vlaanderen.be/schooldirect/BL0203/echtscheiding.htm)

4) Geweld in gezinnen

1. Colloquium

Wanneer ‘liefde’ toeslaat. Over geweld en onrecht in gezinnen.
Woensdag 9 februari 2005 & donderdag 10 februari 2005, telkens vanaf 9u30 tot 17u30, met avondlezing op 9 februari 2005 (20u.)

2. Achtergrondinfo

Zie ook de ‘in de kijker’ over seksueel geweld tegen kinderen (Voorbij het zwijgen)

Om de thematiek van huiselijk geweld bespreekbaar te maken, kunnen scholen een theatervoorstelling organiseren. Bijvoorbeeld: ‘Vuil spel’. Zie: http://www.educatieftheaterantwerpen.be/pages/thema5.html

Er bestaat een uitgewerkt lessenpakket bij deze voorstelling. Van deze theatervoorstelling is een video-opname gemaakt, die tegen verzendingskosten kan besteld worden bij Sensoa Gent.

Meersstraat 138d, 9000 Gent
Tel.: 09/221.07.22, fax: 09/220.84.06
http://www.sensoa.be

Het theaterproject ‘Tiranniesoe’ gaat over geweld in partnerrelaties en biedt aanknopingspunten om te focussen op de eigen relationele context van leerlingen.
Voor meer info, zie http://www.mishandeling.info/pandora_hasselt.htm (bij ‘project’)

Jana, een meisje van 16 jaar, en Rob, een jongen van 19 jaar, hebben samen een relatie. Ze zitten in dezelfde klas.

Samen maken ze een eindwerk over geweld. Rob is omwille van familiale omstandigheden een paar jaar blijven zitten.
Ondanks hun grote verliefdheid loopt hun relatie allesbehalve op wieltjes. Hoe meer persoonlijke vragen Jana begint te stellen, hoe stroever Rob reageert. Een eerste breuk wordt nog makkelijk gelijmd, hun eindwerk krijgt stillaan vorm, hun relatie bloeit open. Tot Jana, mede dankzij de inzichten die ze via haar eindwerk verwerft, de eigen relatie opnieuw in vraag stelt ... en het Rob allemaal teveel wordt.

Ook bij dit project hoort een werkmap voor in het onderwijs, die kan gedownload worden op de website.

Enkele literatuurlijsten over huiselijk geweld:

5) Contextuele aanpak van leerlingbegeleiding

NIEUW: A. Dillen, Ongehoord vertrouwen. Ethische perspectieven vanuit het contextuele denken van Ivan Boszormenyi-Nagy, Antwerpen-Apeldoorn, Garant-uitgevers, 2004.

Waarom keren patronen uit de relatie tussen ouders en kinderen soms terug in de relatie tussen de kinderen en hun eigen kinderen? Kan de 'roulerende rekening' van het doorgegeven onrecht gestopt worden? Welke rol speelt rechtvaardigheid in familierelaties? Moeten kinderen hun ouders vergeven voor het onrecht dat hen mogelijk is aangedaan? Waar halen mensen de kracht vandaan om te blijven liefde en zorg geven aan anderen? Deze en vele andere vragen staan in dit boek centraal en worden aan de hand van het contextuele denken van de Hongaars-Amerikaanse psychiater en therapeut Ivan Boszormenyi-Nagy toegelicht.

Na een analyse van het ontstaan, de begrippen en de werkwijze van de contextuele therapie wordt in een tweede deel een kritische balans opgemaakt van het contextuele denken. Daarbij wordt onder andere de vraag gesteld in welke mate 'veelzijdig gerichte partijdigheid' als therapeutische houding recht kan doen aan daders en aan slachtoffers. Ook de ethische dynamiek in relaties, zoals Nagy deze beschrijft, wordt onder de loep genomen.

Het derde deel van het boek handelt vervolgens over het begrip 'exoneratie' dat Nagy gebruikt in de plaats van vergeving. Dit begrip wordt geconfronteerd met de term 'vergeving' en christelijke invullingen daarvan. Het boek biedt een herinterpretatie van het concept 'exoneratie' en een zinvolle samenhang tussen de begrippen exoneratie, vergeving en verzoening. Vervolgens Daarnaast komt de uitdaging aan bod die het contextuele denken stelt voor kwesties op macro-ethisch vlak, betreffende onder andere de Noord-Zuidverhoudingen en de rechten van minderheden.

Dit boek is bedoeld als inleiding in het contextuele denken van Nagy en wil tevens bijdragen tot meer inzicht in de complexiteit en de rijkdom van dit gedachtegoed. Het Dit boek richt zich tot psychotherapeuten, sociaal werk(st)ers, hulpverleners, pastoraal werk(st)ers theologen, ethici en andere geïnteresseerden die meer inzicht willen krijgen in de dynamiek van verwantschapsrelaties.

Dit boek kan besteld worden via de website van Garant uitgevers of via de auteur: Annemie Dillen.

Speciaal voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders wordt een vorming aangeboden over de driehoek ouders-kind-school. Daarbij wordt uitgegaan van de theorie van Ivan Boszormenyi-Nagy. Meer info hieronder en via de website van de vzw Leren Over Leven (Zie bij workshops op hun website).
Zie ook de website van de vereniging van contextueel werkers.

DRIEDAAGSE: Tussen thuis en school

Vanuit het contextueel denkkader kijken naar het gedrag van leerlingen werkt zeer verhelderend.
Leerlingen zijn immers allen verbonden met hun context, in de eerste plaats met hun ouders, maar daarna ook met de school, de medeleerlingen en de leerkrachten.
Ouders geven aan de school een gedelegeerde opvoedingsverantwoordelijkheid. Hoe gaan we daarmee om als leerkrachten, als leerlingbegeleiders, als school ? Hoe ver reikt die opdracht ?
In deze driedaagse vorming verkennen we de dynamische driehoek tussen ouders, kind en school. In deze tijd zijn we meer dan ooit bewust dat we niet enkel werken met leerlingen, maar zeker ook rekening dienen te houden met zijn/haar loyaliteiten naar de ouders. Hoe praten we met kinderen over hun ouders ? Hoe praten we met ouders over hun kinderen ?
We gaan oefenen om vanuit meerzijdige partijdigheid de context van een leerling te bekijken. Hoe komt het dat deze leerling met al zijn capaciteiten niet tot presteren komt ? Welk onrecht heeft hij/zij meegemaakt ? Hoe kunnen we deze leerling en zijn ouders erkenning geven?
In deze vorming worden de contextuele begrippen theoretisch gekaderd. Maar we gaan vooral methodieken inoefenen aan de hand van concrete klassituaties.

Doelgroep

Voor (jeugd)hulpverleners, die regelmatig met het spanningsveld tussen thuis en school te maken hebben: leerlingbegeleiders, leraren, CLB-medewerkers, opvoeders, enz.. Er is geen contextuele basiskennis vereist.

Literatuur

"Tussen thuis en school: over contextuele leerlingbegeleiding"
Wim van Mulligen, Ard Nieuwenbroek en Piet Gieles, Uitg. Acco, 2001.

Deze vorming kan ook ‘op maat’ geleverd worden in een school of scholengemeenschap. Zie hiervoor: www.lerenoverleven.be (bij ‘programma’s op maat’).

Ook in Nederland worden vormingen georganiseerd over contextuele leerlingenbegeleiding.

Bij Acco (Leuven) werden twee boeken uitgegeven die voor leerkrachten en directies met oog voor de gezinscontext van leerlingen en leerkrachten zeer interessant zijn.

Tussen thuis en school

Wim van Mulligen, Piet Gieles, Ard Nieuwenbroek, € 18,50

Iedere leerkracht weet het: elk kind heeft ouders. In school is dat bij voortduring duidelijk. Soms is dat heerlijk, een andere keer lastig. In dit boek wordt vanuit de dynamische driehoek kind/ouder(s)/school het thema "tussen thuis en school" grondig verkend. Dit gebeurt vanuit een contextuele visie, gebruikmakend van ettelijke praktische voorbeelden. Iedere leerkracht zal deze onmiddellijk uit de dagelijkse praktijk herkennen. Het boek is bedoeld voor leerkrachten en begeleiders uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

Contextueel leidinggeven in het onderwijs

Ard Nieuwenbroek, Piet Gieles en Wim van Mulligen. ACCO, 2003. Kost: € 22,00.

Wie leiding geeft in het onderwijs draagt een aparte verantwoordelijkheid voor collega's. Dat wordt vooral duidelijk als het misloopt. Als leraren burn-out raken, buitensporig veel weerstand geven of onvoldoende kwaliteit leveren wordt van de schoolleider verwacht daarmee om te kunnen gaan en een preventief klimaat te scheppen. Dit boek geeft schoolleiders en andere schoolfunctionarissen een aanvullende kijk op leidinggeven: de contextuele benadering. Deze benadering zegt vooral dat ieder mens is ingeweven in een netwerk van relaties. Deze eigen context omvat niet alleen de actuele relaties in gezin, school en maatschappij, maar ook de eigen geschiedenis, en daarin vooral de loyaliteitsbanden in het gezin van herkomst. Met de lusten en lasten vanuit zijn wortels stapt de leraar het onderwijs binnen en die bagage heeft invloed op zijn functioneren als mens en als leraar. Het werkt verhelderend en constructief als de leidinggevende de collega behalve als leerkracht vooral ook als een mens met een eigen context benadert. Wie de contextuele visie weet te integreren in het geven van leiding, verhoogt volgens de auteurs de effectiviteit van zijn persoonlijk leiderschap. Dit nieuwe boek brengt leidinggevenden in het onderwijs in aanraking met de contextuele visie en geeft hen concrete handvatten hoe er in de dagelijkse praktijk mee om te gaan.

6) Bibliografie Gezin, School en Samenleving

We geven hier voornamelijk Nederlandstalige literatuur.

Indien u op zoek bent naar een tekst over een bepaald thema, kan u steeds contact opnemen met de interdiocesane dienst gezinspastoraal (idgp@kerknet.be)

U kan ook terecht op OBED

1. Jeugdpastoraal & geloof bij jongeren

a) Jongeren en geloof

Nederlandstalig

  • Aerts, L., Hedendaagse spiritualiteit bij de jeugd, in G. Danneels et al. (red.), Vernieuwde aandacht voor innerlijkheid. Een bundeling inspirerende teksten, Gent, 2000, p. 117-133.
  • Alma, H.A., Geloven in de leefwereld van jongeren, Kampen, 1993.
  • Alma, H.A. & G. Heitink, Religious Belief and the Experiential World of Young People, in A. Ploeger & C. Sterkens (red.), Search for Meaning. Education into Realms of Meaning in a Plural Society (Theologie & Empirie, 31), Kampen, 1998.
  • Ardui, J., Populaire muziek: de religieuze ervaring van hedendaagse jongeren?, in L. Boeve (red.), God. Hoe voelt dat?, Leuven, 2003, p. 137-161.
  • Berkien, P., Loop maar eens met ons mee. Over jongeren en zingeving, in Mensen onderweg 103 (2001) nr. 7, 17-21.
  • De Brauwer, K., Moeder, waarom leven wij? Tieners en zingeving, in Tijdschrift voor welzijnszorg en christelijke zingeving (1998) nr. 3, 14-27.
  • De Haardt, M., Breek de kast open. Het heilige in het alledaagse, in TGL 57 (2001) nr. 2, p. 121-138.
  • De Witte, H. et al. (red.), Openheid of leegte? Over zingeving bij jongeren, Leuven, 2001.
  • De Witte, P., Kunnen jongeren (het geloof) leren geloven?, in Mensen onderweg (2002) nr. 1, 29-32.
  • Fuchs-Heinritz, W., Jeugd als statuspassage of geïndividualiseerde jeugdbiografie?, in Jeugd en samenleving 20 (1990) 451-473.
  • Stappaerts, P., God tussen kerk en discotheek. Jongeren en geloof, Leuven, 1993.
  • Verhelst, M., Ik wil wel geloven, maar wat, Antwerpen, 51990.
  • Vermassen, J.-P., Heeft God nog een kans bij laatmoderne jongeren? Enkele diepzinnige stellingen, in Collationes 26 (1996) 282-302.
  • Verschueren, J., De wereld van jongvolwassenen vandaag, in Kultuurleven 67 (2000) nr. 1, 62-69.
  • Zie ook het dossier over 'het heilige in het alledaagse' in Areopaag 2 (2002) nr. 1 (in het bijzonder de artikels van Annekatrien Depoorter en Tom Vandermarliere).

Duitstalig

  • C. Zöller, Rockmusik als jugendliche Weltanschauung und Mythologie (Religion und Biographie, 2), Münster, LIT, 2000.
b) Jeugdpastoraal

Nederlandstalig
  • Aerts, L., Over geloofsoverdracht bij jongeren. "Goede wijn behoeft geen krans", in Communio 26 (2001) nr. 5, 335-348.
  • Arts, H., Geloofsoverdacht aan jongeren tegen de stroom in, in Communio 26 (2001) nr. 5, 349-359.
  • Bral., L., (red.), Jeugdbeweging vandaag. Identiteit en plaats in de samenleving, Deurne, Kluwer, 1987, 163 p.
  • Bral., L., Jeugd in beweging. Een jeugdbewegingsonderzoek bij groepen, leiding en 15-jarigen, Brussel, K.J.R., 1991, 168 p.
  • Broeder Benoit, Evangelisatie bij jongeren, in Communio 26 (2001) nr. 5, 384-393.
  • Burggraeve, R., Christelijke waardenopvoeding drie-dimensioneel: emotionaliteit, rationaliteit en zingeving, in Collationes 24 (1994) 3, p. 227-257.
  • Bulckens, J., Geloofsopvoeding van jongeren in een wereld van toenemende religieuze onverschilligheid, in Verbum 54 (1987) 8, 145-159.
  • Bulckens, J., Vormselpastoraal en -catechese in de Vlaamse bisdommen sinds de Interdiocesane Beleidnota van 1972, in K. Dobbelaere, L. Leijssen en M. Cloet (red.), Levensrituelen. Het vormsel (Kadoc-Studies 12), Leuven, Universitaire Pers, 1991, p. 135-165.
  • Bulckens, J. & H. Lombaerts (red.), Jeugd tussen religieuze aanspreekbaarheid en levensbeschouwelijke onverschilligheid, Leuven/Amersfoort, Acco, 1990, 219 p.
  • Cromphout, F., Jongeren geloven - anders. Over geloofscommunicatie met jongeren, Tielt, Lannoo, 1991, 129 p.
  • De Dijn, H., Hoe overleven we de vrijheid? Modernisme, postmodernisme en het mystiek lichaam, Kapellen/Kampen, Pelckmans/Kok-Agora, 1993 (hoofdstuk 2: Postmodernisme, zingeving en jongerencultuur).
  • Dumon, J., Weerstanden in de jongerenpastoraal, in Collationes 24 (1994) nr. 3, 313-333.
  • Mariën, J., Kom en zie! Hoe spreken over God met jongeren?, in J. Govaerts & P. Hendrix (red.), Met God op de tong. Ver-antwoord spreken over God, Averbode, 1996, p. 95-100.
  • Mariën, J., "En Hij gaf hem aan zijn moeder terug..." Jeugdpastoraal, een geschenk om thuis te komen in het verhaal van het leven vanuit het christelijke verhaal (brochure), Mechelen, s.d., 20 p.
  • Schippers, K., Kerk, waar is dat goed voor? Ontwerp van een jeugdpastoraat (Pastoraat en gemeenteopbouw 2), Kampen, 1995.
  • Stappaerts, P., Geen blijde boodschap zonder helende pastoraal, in L. Leijssen, H. Lombaerts & b. Roebben (red.), Geloven als toekomst. Godsdienstpedagogische visies en bijdragen aangeboden aan Professor Jozef Bulckens bij zijn emeritaat, Leuven/Amersfoort, Acco, 1995, p. 299-307.
  • Stappaerts, P. God tussen kerk en discotheek, Leuven, Davidsfonds, 1993, 143 p.
  • Van den Bossche, S., Jeugdpastoraal -- een oriëntatie, in Collationes 24 (1994) nr. 3, 385-412.
  • van der Ven, J.A., Het religieuze bewustzijn van jongeren en de crisis van het jongerenpastoraat, in Praktische Theologie 22 (1995) nr. 3, 342-364
  • Van der Ven, J.A., Een verloren generatie, een verloren kerk, in L. Leijssen, H. Lombaerts & B. Roebben (red.), Geloven als toekomst. Godsdienstpedagogische visies en bijdragen aangeboden aan Professor Jozef Bulckens bij zijn emeritaat, Leuven/Amersfoort, Acco, 1995, p. 267-284.
  • Van der Ven, J.A., Het religieus bewustzijn van jongeren en de crisis van het jongerenpastoraat, in Praktische theologie 22 (1995) 3, 342-364.
  • Van Echelpoel, J., Jeugd en geloven, in Collationes (1976) 107-121.
  • Vercammen, J., Jeugd en geloof, (Bijdragen tot de jeugdpastoraal 3), Leuven/Amersfoort, Acco, 1988.
  • Vercammen, J., Jeugd en pastoraal (Bijdragen tot de jeugdpastoraal 5), Leuven /Amersfoort, Acco, 1989, 87 p.
  • Verhelst, M., Omgaan met jong geloof. Jeugdpastoraal stap voor stap, Averbode, 1994.
  • Verhelst, M., Ik wil wel geloven, maar wat? Antwerpen, Patmos, 1987, 121 p.
  • Verhelst, M., e.a., Tov. Een geloofsboek voor jongeren, Kapellen, Patmos/Pelckmans, 1989, 248 p.
  • Vermassen, J.-P., Dat is pas leven. Leefboek voor jongeren, Tielt, 2000.
Engelstalig
  • Cusick, J.C., Bridging the Generational Divide. Church Structures that Invite and Welcome Young Adults Are a Necessary Means of Evangelisation, in The Living Light, 46-55.
  • Dean, K.C., C. Clark, D. Rahn (red.), Starting Right, 2001.
  • Dillon, J.J., Repairing Broken Faith in Early Adulthood: Three Paths from the Catechism of the Catholic Church, in The Living Light 33 (1997) nr. 3, 12-22.
  • Dinges, W.D., The Next Generation of Catholics: Needs, Opportunities, and Risks, in The Living Light 33 (1997) nr. 3, 6-11.
  • Doherty, T., Service: the Meeting of High School, Parish and Confirmation, in The Living Light 25 (1988) nr. 2, 173-175.
  • Forde, W., The Faith of Young Adults: Pastoral Reflections, in Doctrine and Life (2002) (February),
  • Foster, C.R., The High School and Youth Ministry: A Critical Perspective, in The Living Light 25 (1988) nr. 2, 132-144.
  • Hagan, C.H., How Does the Tradition Present Values to 'Generation X'?, in The Living Light 33 (1997) nr. 3, 23-27.
  • Harkness, A.G.,Intergenerational and Homogenous-Age Education: Mutually Exclusive Strategies for Faith Communities?, in Religious Education 95 (2000) nr. 1, 51-63.
  • LaConte M. & P.L. Romanick, Personal Learning Groups: An Appropriate Aspect of Youth Catechesis, in The Living Light 23 (1987) nr. 3, 207-214.
  • Lealman, A., Young People, Spirituality and the Future, in Religious Education 86 (1991) nr. 2, 265-274.
  • Martinson, R., Youth Ministry and Theological Education: An Agenda for Change, in The Living Light 25 (1988) nr. 2, 122-131.
  • Roebben, B., Youth Ministry in and beyond the Church? The Sacrament of Confirmation in the Roman Catholic Church as a Testacase, in Journal of Beliefs and Values 20 (1999) 1, 51-59.
  • Roebben, B., Shaping a Playground for Transcendence. Postmodern Youth Ministry as a Radical Challenge, in Religious Education 92 (1997) 332-347.
  • Rossiter, G., Reasons for Living. Religious Eduation and Young People's Search for Spirituality and Identity, in B. Roebben & M. Warren (red.), Religious Education as a Practical Theology. Essays in Honor of Professor Herman Lombaerts, Leuven, 2001, p. 55-104.
  • Warren M., (red.), Readings and Resources in Youth Ministry, Winona, Saint Mary's Press, 1987.
  • Warren, M., Youth and the Future of the Church. Ministry with Youth and Young Adults, New York, Seabury Press, 1982.
  • Warren, M., Youth, Gospel and Liberation, San Francisco, Harper and Row, 1987.
  • Warren, M., Youth and Religious Nurture, in M.J. Taylor (red.), Changing Patterns of Religious Education, Nashville, 1984, p. 244-255.
  • Warren, M., The Bottom Line of Youth Ministry: Fostering Self-Esteem, in The Living Light 36 (2000) nr. 3, 53-66.
  • Warren, M., The Young Adult's Dilemma: Making Life Decisions, in The Living Light 33 (1997) nr. 3, 48-59.
  • Wyckoff, D. C., & D. Richter, Religious education ministry with youth, Birmingham, 1982.
  • Youth Ministry (themanummer), in Currents in Theology and Mission 22 (1995) 4, p. 242-299.
Duitstalig
  • Affolderbach, M. & H. Steinkamp (Hrsg.), Kirchliche Jugendarbeit in Grundbegriffen. Stichworte zu einer ökumenischen Bilanz, Düsseldorf-München, 1985, 416 p.
  • Biemer, G., Der Dienst der Kirche an der Jugend. Grundlegungen und Praxisorientierung (Handbuch kirchlicher Jugendarbeit 1), Freiburg-Bazel-Wenen, 1985.
  • Bleistein, R., Kundschafter des Volkes Gottes. Erinnerungen und Traüme im Blick auf 50 Jahre Jugendpastoral, in Stimmen der Zeit 121 (1996) 1, p. 3-15
  • Bleistein, R. & G. Casel (Hrsg.), Lexikon der kirchlichen Jugendarbeit, München, Kösel, 1985, 190 p.
  • Bopp, K., Wozu kirchliche Jugendarbeit? Überlegungen zu einer lebensweltbezogenen Jugendarbeit, in Stimmen der Zeit 120 (1995) 6, p. 401-411.
  • Esser, K., Art. Jugendseelsorge, in F.-X. Arnold e.a., Handbuch der Pastoraltheologie (Band III), Freiburg/Baze/Wenen, Herder, 1964, p. 385-405.
  • Lechner, M., Der Moderne begegnen. Praktisch-theologische Anmerkungen zur aktuellen Situation katholischer Jugendarbeit und Jugendpastoral, in Diakonia 23 (1992) 6, p. 386-394.
  • Lechner, M., Jugendpastorale Handlungstheorie und die Situation der Jugend, in Katechetische Blätter 116 (1991) 10, p. 704-707.
  • Lechner, M., Jugendpastoral in der Diskussion, in Lebendige Seelsorge 42 (1991) 3-4, p. 164-170.
  • Lechner, M., Pastoraltheologie der Jugend (Studien zur Jugendpastoral 1), München, Don Bosco-Verlag, 1992, 391 p.
  • Mette, N., "Jugend begreifen". Religionspädagogische Anmerkungen, in Katechetische Blätter 116 (1991) 10, p. 696-703.
  • Tzscheetzsch, W., Kirchliche Jugendarbeit im Wandel, in H.-G. Ziebertz & W. Simon (Hrsg.), Bilanz der Religionspädagogik, Düsseldorf, Patmos, p. 448-466.
  • Tzscheetzsch, W., Identität durch Kommunikation. Kirchliche Jugendarbeit als Ort interkultureller Wertekommunikation, in T. Schreijäck (red.), Religion im Dialog der Kulturen. Kontextuelle religiöse Bildung und interkultureller Kompetenz, Münster, 2000, p. 251-260.
  • Ziebertz, H.-G., Jugendforschung und Religionspädagogik, in Katechetische Blätter 116 (1991) 10, p. 708-712.
  • Jugendseelsorge (themanummer), in Lebendige Seelsorge 42 (1991) 3-4, p. 153-225.
  • Zwischen 15 und 30 (themanummer), in Diakonia 23 (1992) 6, p. 364-432.
c) Bezinningsdagen

Nederlandstalig

  • Hennion, J., Bezinningsdagen op katholieke scholen in Vlaanderen. Niet-uitgegeven licentiaatsverhandeling Godsdienstwetenschappen, Leuven, 1998.
  • Strynck, E., Evaluatie van bezinningsdagen georganizeerd door V.I.V.O.: een empirisch onderzoek bij de leerlingen van het zesde en zevende middelbaar, niet-uitgegeven licentiaatsverhandeling Godsdienstwetenschappen, Leuven, 1992.
  • Tuerlinckx, T., Bezinningsdagen op katholieke secundaire scholen in Vlaanderen: een godsdienstpedagogische analyse. Niet-uitgegeven licentiaatsverhandeling Godsdienstwetenschappen, Leuven, 2000.
  • Vandenbroeck, L., Jongeren tussen communicatie en weerloosheid: een onderzoek vanuit bezinningsdagen naar de leefwereld van jongeren, niet-uitgegeven licentiaatsverhandeling, Leuven, 1998.

Aanbod vanuit jeugd-en jongerenbewegingen:

2. School en gezin

  • Busch, F.W. & W.-D. Scholz, Wandel in den Beziehungen zwischen Familie und Schule, in R. Nave-Herz (red.), Kontinuität und Wandel der Familie in Deutschland. Eine zeitgeschichtliche Analyse, Stuttgart, 2002, p. 253-276.
  • Camerlinckx, H.  & B. Smeets, Omgaan op school met lijdenservaringen van jongeren, in D. Pollefeyt & J. Bulckens (red.), Niet lijdzaam toezien! Godsdienstige verwerking van lijden in de huidigejongerencultuur, Leuven, 1995, p. 114-132.
  • Cleiss, P., W. Schwendemann, J. Walter (Hsrg), Familie im Wandel- Schule in Entwicklung, Überlegungen zu Schulentwicklung un Religionsunterricht, Munster, 2000, p. 26-68
  • Corsius, M., W. Mennen & J. Nellen (red.), Ouderparticipatie in godsdienstonderwijs. Het gesprek tussen opvoeders thuis en op school, Hilversum, 1989.
  • Hermans, C.A.M., J.A. Van der Ven, M. Scherer-Rath, Ouders en de identiteit van katholieke basisscholen, 's Gravenhage, 1997
  • Hitchinson, F., Kinderen van gescheiden ouders in de basisschool, in Rondom Gezin 20 (1999) nr. 3, p. 115-128.
  • Jansen, K., V. Amelinckx, E. Cocquyt, H. Colpin, Nieuwe gezinsvormen en onderwijsparticipatie in Vlaanderen. Onderzoeksproject, K.U.Leuven, 2001.
  • Kummeling, J., K. Harry, A. Nieuwenbroek, Loyaliteit en het begeleiden van leerlingen, Lisse, 1987.
  • Nieuwenbroek, A., Loyaliteit en het begeleiden van leerlingen, in Tijdschrift voor leerlingbegeleiding 11 (1988) nr. 1, 17-21.
  • Nieuwenbroek, A., Faalangst en loyaliteit, in Tijdschrift voor leerlingbegeleiding jg. 18, nr. 5, p. 1-4.
  • Nieuwenbroek, A., Loyaliteit en het begeleiden van leerlingen, in Tijdschrift voor leerlingbegeleiding 18 (1988) 5, p. 17-21.
  • Nieuwenbroek, A., School, kind en ouders, in N. Deen & R. Fiddelaaers, Handboek leerlingbegeleiding, Samson, 1989, p. 2454,1-2454,21.
  • Nieuwenbroek, A., Leerlingbegeleiding en gezin, 's-Hertogenbosch-Nijmegen, 1989.
  • Scharnberg, C. & H.-G. Ziebertz, Religiöse Bildung an öffentlichen Schulen aus Elternsicht. Ergebnisse einer qualitativ-empirischen Pilotstudie, in Religionspädagogische Beiträge 48 (2002), 69-82.
  • Schmälzle, U., Schüler, Lehrer, Eltern, Wie wirksam ist die Kooperation?, Opladen, 1985.
  • Schmälzle, U., The Importance of Schools and Families for the Identity Formation of Children and Adolescents, in International Journal of Education and Religion II (2002) nr. 1, 27-42
  • Smeets, B., Counselen van leerlingen: een mogelijkheid voor de school, in D. Pollefeyt & J. Bulckens (red.), Niet lijdzaam toezien! Godsdienstige verwerking van lijden in de huidigejongerencultuur, Leuven, 1995, p. 133-157.
  • van Mulligen, W., P. Gieles & A. Nieuwenbroek, Tussen thuis en school. Over contextuele leerlingbegeleiding, Leuven, 2001, p. 87-103.

3. Godsdienstige opvoeding in het gezin

a) Boeken
  • Andree, T., Gelovig word je niet vanzelf. Godsdienstige opvoeding van r.k. jongeren tussen 12 en 20 jaar, Nijmegen, 1983, p. 132-257.
  • Biesinger, A., Geloven met kinderen. Aanwijzingen voor moeders en vaders (uit het Duits vertaald door N. Stienstra), Tielt, 1998.
  • Bos-Meeuwsen & H. van Dam (red.), Met kinderen onderweg. Wegwijzer voor geloofsopvoeding in het gezin, Zoetermeer, 2001. (protestants)
  • Bulckens, J. et al. (red.), Al de dagen van ons leven. Een boek voor gelovige gezinnen, Averbode, 2000.
  • De Haan, I., Klein beginnen. Onderzoek onder ouders met jonge kinderen over geloven en opvoeden, Amsterdam, 1999.
  • Deleu, P., De kinderen zijn vrij. Over gezin, kerk en geloofsopvoeding, Tielt, 1988.
  • Desodt, S., Je geloof doorgeven, hoe doe je dat?, Averbode, 2003.
  • Devijver, J., Geloven en gelukkig zijn. Naar een geloofsdialoog met kinderen, Averbode, 1998.
  • Hutsebaut, D., Een zekere onzekerheid. Jongeren en geloof (Nikè-reeks: Didachè), Leuven-Amersfoort, 1995.
  • Faseur, G., Opvoeden in geloof. Hoe doe je dat?, Tielt, 2003.
  • Monden, L., Benut de gunstige gelegenheid. Opvoeden tot christelijk geloven in het gezin, Mechelen, 1988.
  • Ploeger, A., Lessen over God. Leren geloven door ervaren, voor kinderen, jongeren en ouders, Kampen, 1997.
  • Van der Vloet, J., God thuis. Geloofsopvoeding in het gezin, Leuven, 1992.
b) Artikels in tijdschriften en verzamelwerken
  • Arens, A., Grootouderschap en geloofsopvoeding. Een pleidooi voor een catechese met grootouders, in Rondom gezin 15 (1994) nr. 2, 87-94.
  • Arnauts, P., Geloven en opvoeden, in Vrouw en wereld (2002) nr. 2, 48-49.
  • Bulckens, J., Het gezin als godsdienstig opvoedingsmilieu, in Tijdschrift voor geestelijk leven 39 (1983), 145-154.
  • Cornu, I., Geloofscommunicatie in het gezin, in Mensen onderweg 101 (1999) nr. 4 (info 239), 1-8.
  • Dehaene, T. & P. Deleu, Aanzetten tot kerugmatische elementarisering van het geloof. Enkele consequenties voor de geloofsopvoeding thuis, in L. Leijssen, H. Lombaerts & B. Roebben (red.), Geloven als toekomst. Godsdienstpedagogische visies en bijdragen aangeboden aan Professor Jozef Bulckens bij zijn emeritaat, Leuven-Amersfoort, 1995, p. 259-265.
  • Dillen, A., "Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar": hedendaagse gezinnen als subject van geloof?, in Rondom Gezin 23 (2003) nr. 4, 188-203.
  • Fahey, M.A., Het christelijk gezin als huiskerk in Vaticanum II, in Concilium. Internationaal tijdschrift voor theologie 31 (1995) nr. 4, 102-109.
  • Govaerts, J., Als kinderen spreken over God. Een korte beschouwing bij  het spreken over God met kinderen, in J. Govaerts & P. Hendrix (red.), Met God op de tong. Ver-antwoord spreken over God, Averbode, 1996, p. 101-104.
  • Hutsebaut, D., Geloven als kinderen in participatie aan het geloven van volwassenen, in C. Leterme, N. van Loo & H. Verkest (red.), Het paradijs voorbij. Geloven met kinderen (Korrelcahier), Brussel, 1995, p. 6-15.
  • Kuiper, F.H., Jonge kinderen grootbrengen met geloof. Op zoek naar een meervoudige oriëntatie van de godsdienstige opvoeding van jonge kinderen, in Praktische theologie 19 (1992) 127-145.
  • Luysterman, A., Gezin en Kerk, in Rondom Gezin 17 (1996) nr. 2, 69-78.
  • Maas, J. & H.-G. Ziebertz, Over breukvlakken en bruggenhoofden: Religieuze opvoeding in het gezin, in Tijdschrift voor theologie 57 (1997) nr. 4, 384-404.
  • Van der Lans, J. & L. Vergouwen, Onderzoek naar godsdienstige opvoeding, in Praktische theologie 13 (1986), 116-126.
  • van der Slik, F., 'Over jonge mensen en de dingen die voorbijgaan'. Geloofsoverdracht in een geseculariseerde samenleving, in C. Leterme, N. van Loo & H. Verkest (red.), Het paradijs voorbij. Geloven met kinderen (Korrelcahier), Brussel, 1995, p. 46-53.
  • van der Slik, F.W.P. & P. Scheepers, Religieuze socialisatie in het ouderlijke gezin: een sibling-analyse, in Sociale wetenschappen 40 (1997) nr. 1, 44-62.
  • Van de Wiele, M., Het gezin. De bakermat van elke geloofsopvoeding, in J. Govaerts & P. Hendrix (red.), Met God op de tong. Ver-antwoord spreken over God, Averbode, 1996, p. 77-82.
  • Vanmol, A., Omdat Gij het zijt, Groter dan ons hart, die mij hebt gezien, Eer ik werd geboren, in Rondom Gezin 21 (2000) nr. 4, 274-280.
  • Verhack, I., Geloofsopvoeding in het gezin, op zoek naar een nieuw vertrekpunt, in Rondom gezin 19 (1998) nr. 3, 140-151.
  • Waegeman, C., Socialisatie en christelijke initiatie in hedendaagse gezinnen, in H. Lombaerts & L. Boeve (red.), Traditie en initiatie. Perspectieven voor de toekomst, Leuven, 1996, p. 147-161.
c) Tijdschriften
  • Kiezels. Steentjes voor geloofsopvoeding thuis. (Nederlands protestants tijdschrift)
    Uitgave van: SGO Hoevelaken, Postbus 20, 3870 CA Hoevelaken, 0031/33/2541070, fax: 0031/33/2538139, www.sgonet.nl

4. Gezinspedagogiek

a) Boeken
  • Bouverne-De Bie, M. et al. (red.), Het gezin en de rechten van het kind (Diroo-Cahiers), Leuven-Amersfoort, 1999.
  • Van Crombrugge, H., Verwantschap en verschil. Over de plaats van het gezin en de betekenis van het ouderschap in de moderne pedagogiek, Leuven-Apeldoorn, 1999.
  • Vandemeulebroecke, L., H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 203-218.
b) Artikels
  • Colpin, H., De gezinsopvoeding: een conceptueel kader, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & j. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 53-64.
  • Gerris, j., Gezinsopvoeding: op weg naar een interdisciplinaire benadering?, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 19-51.
  • Gerris, J.R.M., Gezin: Eenheid en platform, in Gezin. Tijdschrift voor primaire leefvormen 1 (1989) nr. 1, 1-4.
  • Goris, R., Een nieuw-samengesteld gezin. Loyaliteit die moet groeien, in Vrouw en Wereld (2002) nr. 2, 44-49.
  • Heymans, P.G., Is de bijdrage van gezinsopvoeding aan de ontwikkeling wel bemerkbaar aan haar resultaten?, in Tijdschrift voor ontwikkelingspsychologie 21 (1994), 318-325.
  • Lacroix, X., Gezin in meervoud. Een pastoraal-theologische oriëntatie (uit het Frans vertaald door K. Vanhoutte & C. Mertens), in Rondom gezin 18 (1997) nr. 1, 29-39.
  • Laga, B., De 'afwezige vader', in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 89-99.
  • Vandemeulebroecke, L., Pedagogisch perspectief op de gezinsveranderingen, in W. Dumon et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995, p. 47-58.
  • Vandemeulebroecke, L., H. Van Crombrugge & J. Gerris, Gezinspedagogiek: vraagstelling en identiteit, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 9-15.
  • Vandemeulebroecke, L., A. De Munter, N. Moeyaert & L. Van den Bosch, Zorg in de gezinsopvoeding, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 99-120.

5. Gezinssociologie

  • du Bois-Reymond, M., Pluraliseringstendensen en onderhandelingsculturen in het gezin, in Amsterdams sociologisch tijdschrift 19 (1993) nr. 3, 113-144.
  • Dumon, W., Enkele kenmerken van gezinsverandering in Vlaanderen in de jaren negentig, in W. Dumon et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995, p. 17-33.
  • Kerkhofs, J., Gezin en relaties: stabiliteit en groeiende verscheidenheid, in K. Dobbelaere et al. (red.), Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt, 2000, p. 55-76.
  • Matthijs, K., Vernieuwingsdrang, bindingsangst en statusstrijd in de postmoderne private ruimte, in R. Burggraeve,M. Cloet, K. Dobbelaere & L. Leijssen et al. (red.), Levensrituelen: het huwelijk, Leuven, 2000, p. 104-122.
  • Nuelant, T., Surveygegevens over gezinnen, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 237-251.
  • Vandoorne, J, L. Decaluwe & L. Vandemeulebroecke, Het gezin, in H. De Witte, J. Hooge, L. Walgrave (red.), Jongeren in Vlaanderen: gemeten en geteld. 12- tot 18-jarigen over hun leefwereld en toekomst, Leuven, 2000, p. 59-79.
  • Walravens, E., Postmodernisme en gezin, in Streven 62 (1995) nr. 6, 493-506.

6. Gezin in theologie, ethiek en pastoraal

a) Boeken
  • Bouckaert, L. & R. Ghesquière, Het gezin, een bewuste keuze, Leuven, 1991.
  • Bulckens, J. et al. (red.), Al de dagen van ons leven. Een boek voor gelovige gezinnen, Averbode, 2000.
  • Danneels, G., Het gezin. Licht en schaduw. Een woord bij…Pasen 1989, Mechelen, 1989.
  • Dumon, W. et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995.
  • Nationale Raad voor Gezinspastoraal, Gezin in meervoud, Mechelen, 1997.
  • Raes, K., Het moeilijke ontmoeten. Verhalen van alledaagse zedelijkheid, Brussel, 1997, p. 121-187. (vanuit humanistisch perspectief)
  • Van den Berg, M., Het gezin gezien. Omgaan met verscheidenheid, Kampen, 1994.
  • Anckaert, L., Het nieuwe gezin. Een veelvormige hoeksteen, Averbode, 2004.
b) Artikels
  • Zie alle nummers van het tijdschrift 'Rondom Gezin' (uitgave Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal). Zie www.gezinspastoraal.be
  • Bouckaert, L., Emancipatie en gemeenschap. Stapstenen voor een gezinsethiek, in J.A. Selling et al. (red.), Christenen en samenleving. Bijdragen tot een christelijke sociale ethiek, Kampen, 1991, p. 63-80.
  • Bouverne-De Bie, M., K. Nys & G. Verschelden, Ontwikkelingen en krachtlijnen binnen het gezin(sleven). Enkele empirische gegevens, ook vanuit het perspectief van kinderen, in M. Bouverne-De Bie et al. (red.), Het gezin en de rechten van het kind, Leuven-Amersfoort, 1999, p. 59-96.
  • Campanini, G., Veranderingen in het gezin en de uitdagingen van de hedendaagse cultuur, in Concilium. Internationaal tijdschrift voor theologie 31 (1995) nr. 4, 50-55.
  • De Dijn, H., Vertrouwen in het gezin, in W. Dumon et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995, p. 129-143.
  • Dillen, A., 'Vader, moeder zult gij eren': vloek of zegen? Bespreking van het vierde gebod vanuit het contextuele denken van Ivan Boszormenyi-Nagy, in Rondom gezin 21 (2000) nr. 4, 260-273.
  • Fabri dos Anjos, M., Naar een spiritualiteit van het gezinsleven, in Concilium. Internationaal tijdschrift voor theologie 31 (1995) nr. 4, 116-127.
  • Mertens, C., Solidariteit en familie. Eerste bumper of laatste vluchtheuvel?, in Rondom gezin 17 (1996) nr. 4, 213-222.
  • Mette, N., Het gezin in de officiële verkondiging van de kerkelijke leer, in Concilium. Internationaal tijdschrift voor theologie 31 (1995) nr. 4, 91-101.
  • Raes, K., Afzonderlijk wonend samenleven. Naar een ethiek van plurale leefverbanden, in L. Boeykens & K. François (red.), Familie. Een humanistische benadering, Brussel, 1994, p. 223-243. (vanuit humanistisch perspectief)
  • Roosens, E., Familie en verwantschap als bron van goed en kwaad, in W. Dumon et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995, p. 98-107. (cultureel-antropologische invalshoek)
  • Van Crombrugge, H. & M. Heylen, Een ethisch-relationeel perspectief op de ouder-kindrelatie, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 65-86.
  • Van Crombrugge, H., Het ge(dis)kwalificeerde gezin. Over de noodzaak van een ethiek van het goede gezinsleven, in Tijdschrift voor welzijnswerk 22 (1998) nr. 212, 20-36.
  • Vidal, M., Waarden en idealen van het gezin, in Concilium. Internationaal tijdschrift voor theologie 31 (1995) nr. 4, 128-137.

7. Kerkelijke documenten

  • Johannes-Paulus II, Het gezin. Apostolische exhortatie 'Familiaris Consortio' van paus Johannes-Paulus II, Brussel, 1981.
  • Johannes-Paulus II, Een sleepnet dat niet scheuren mag! Over het Rijk Gods en het christelijk gezin, in Johannes-Paulus II, Gezin, word wat je bent!, Roermond, 1984, p. 5-11.
  • Johannes-Paulus II, Handvest van de rechten van het gezin. Voorgelegd door de heilige Stoel aan alle personen, instellingen en gezagsdragers die betrokken zijn bij de zending van het gezin in de wereld van vandaag, 22 oktober 1983, in Johannes-Paulus II, Gezin, word wat je bent!, Roermond, 1984, p. 32-40.
  • Johannes-Paulus II, Children are Supreme Gift of Married Life. Sunday Homily: Jubilee of Families, in L'Osservatore Romano, 18 oktober 2000, p. 1.
  • Johannes-Paulus II, Children Are Not an Accessory or Option for Married Life, but Its Supreme Gift, in L'Osservatore Romano, 18 oktober 2000, p. 8.
  • Pountifical Council for the Family, Family, Marriage and 'De Facto' Unions, in Origins 30 (2001) nr. 30, 473-488.

8. Gezinsvormen

Huwelijk

a) Boeken

  • Burggraeve, R., M. Cloet, K. Dobbelaere & L. Leijssen (red.), Levensrituelen: het huwelijk, Leuven, 2000.
  • Nationale Raad voor Gezinspastoraal, Over huwen in de kerk. Visie en beleidsopties, Brugge, 1993.
  • L. Verstricht (ed.), Liefde is... een reuzensprong van geloof (Verslagboek van het IPB-beraad over het christelijke huwelijk), Antwerpen, Halewijn, 2004.

b) Artikels

  • Burggraeve, R., Gaan wij naar een ontkenning van het huwelijk als fundament van de samenleving?, in Rondom gezin 22 (2001) nr. 1, 2-33.
  • Cornu, I. & S. Van den Bossche, Spirituele beleving van het christelijk huwelijk, in R. Burggraeve, M. Cloet, K. Dobbelaere, L. Leijssen (red.), Levensrituelen: het huwelijk, Leuven, 2000, p. 239-259.
  • Cornu, I., Mag het iets meer zijn? Samenwonen? Trouwen? Voor de Kerk?, in Rondom gezin 22 (2001) nr. 1, 35-44.
Echtscheiding
  • Cosijns, H., Tot vrede heeft God u geroepen. Echtscheiding pastoraal bekeken, Mechelen, 1990.
Hertrouw
  • Dedecker, G., K. Vanhoutte & D. Hoedt, 'Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent' (Gen 32,27). Gebedsvieringen met burgerlijk hertrouwde echtgescheidenen, Roeselare, 2000.
Nieuw-samengestelde gezinnen
  • Molinski, W., Stiefgezinnen - nieuw samengestelde gezinnen. Ethische en theologische beschouwingen (uit het Duits vertaald door V. Jonckheere & K. Vanhoutte), in Rondom gezin 15 (1994) nr. 3, 133-152.
  • Thery, I., Nieuw samengestelde gezinnen: redenen van onzekerheid (uit het Frans vertaald door A. Wuyts, C. Mertens & K. Vanhoutte), in Rondom gezin 17 (1996) nr. 4, 201-212.
  • Van Bavel, J., Het gezin als eenheid: een beeld met barsten. Nieuwe stiefgezinnen als anomalie en uitdaging, in Tijdschrift voor sociologie 16 (1995) nr. 3, 219-250.
  • Vandemeulebroecke, L., De opvoedingssituatie in nieuw-samengestelde gezinnen, in L. Vandemeulebroecke, H. Van Crombrugge & J. Gerris (red.), Gezinspedagogiek. Deel I: Actuele thema's in onderzoek en praktijk, Leuven-Apeldoorn, 1999, p. 175-185.
Eenoudergezinnen
  • Colpin, H., L. Vandemeulebroecke & A. De Munter, Opvoeding in eenoudergezinnen. Een overzicht van de onderzoeksliteratuur, in Tijdschrift voor orthopedagogiek, kinderpsychiatrie en klinische kinderpsychologie 25 (2000), 31-44.
Ongehuwd samenwonen
  • Bressoud, P.-O., De katholieke Kerk en ongehuwde koppels. Suggesties met het oog op een theologische herwaardering, in Rondom gezin 21 (2000) nr. 3, 216-222.
  • Cornu, I., Mag het iets meer zijn? Samenwonen? Trouwen? Voor de Kerk?, in Rondom gezin 22 (2001) nr. 1, 35-44.
Singles
  • Van den Broek, G., Leven zonder lief. De liefdes van de single, Leuven, 2001.

9. Liefde, relaties en seksualiteit

a) Boeken
  • Burggraeve, R., Zinvolle seksualiteit. Een integraal-relatinele achtergrondvisie in christelijk perspectief (Nikè-reks: Didachè), Leuven-Amersfoort, 1985.
  • Burggraeve, R., Zinvol seksueel leven onderweg. Concrete probleemvelden en belevingswijzen: een dynamisch-ethische benadering in christelijk perspectief (Nikè-reeks: Didachè), Leuven-Amersfoort, 1992.
  • Deleu, P. et al. (red.), In liefde wonen. Samen door het leven, Averbode, 1994.
  • Dumez, C; M. Kesters, P. Van Ham, Relatie(v)aardig: over kinderen en jongeren, relaties, seksualiteit en misbruik, preventie en hulpverlening (Jongeren en school 2), Leuven, 1998.
  • Vansteenwegen, A., Liefde na verschil. De ongedroomde eenheid, Tielt, 1995.
  • Vansteenwegen, A., Liefde is een werkwoord. Spelregels voor een relatie, Tielt, 1989
  • Vansteenwegen, A., Liefde vraagt tijd. Spelregels voor het paar onder tijdsdruk, Tielt, 1999
  • Verstraeten, D., E. Walravens, J. Clarysse (red.), Het gelaat van de liefde, Brussel, 2000.
  • Willi, J., De partnerrelatie, Rotterdam, 1996.
  • Willi, J., Duurzame liefde. Hoe samen groeien in een partnerrelatie, Tielt, 1996.
b) Artikels
  • Lacroix, X., Liefde, seksualiteit, verbond, in W. Dumon et al. (red.), Gezien het gezin. Feiten en waarden, Leuven, 1995, p. 235-255.
  • Van Den Troost, A., De relationele markt anno 2000. Een exploratie van waardeoriëntaties en vormgeving, in Tijdschrift voor sociologie 21 (2000) nr. 2, 132-158.
  • Verstraeten, D., Liefde in beweging, bewogen liefde, in Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Het gelaat van de liefde, Brussel, 2000, p. 3-20.

10. Homoseksuele en lesbische relaties

a) Artikels in kranten en weekbladen

  • Vande Vyvere, P., 'Huwelijk is meer dan middel tot emancipatie'. Ethicus Roger Burggraeve over homohuwelijk, in Tertio, 17 oktober 2001, p. 3.
  • Vande Vyvere, P., Kanttekeningen bij homohuwelijk, in Tertio, 17 oktober 2001, p. 1.
  • Vande Vyvere, P., 'Homohuwelijk stelt individu boven gemeenschap'. Fernand Van Neste over huwelijk en samenleving, in Tertio, 23 januari 2002, p. 15.

b) Artikels in tijdschriften en boeken

  • Amerikaanse bisschoppenconferentie, Voor altijd onze kinderen. Pastorale boodschap aan ouders van homoseksuele kinderen, in Rondom Gezin 19 (1998) nr. 2, 88-100.
  • Burggraeve, R., Homoseksuele levenskeuze, in Id., Zinvol seksueel leven onderweg. Concrete probleemsvelden en belevingswijzen, Leuven, 1992,41996139-193.
  • Meijers, T., Canonieke huwelijksjurisprudentie en homoseksualiteit, in A.-M. Korte, F. Vosman & T. de Wit (red.), De ordening van het verlangen. Vriendschap, verwantschap en (homo)seksualiteit in joodse en christelijke tradities, Zoetermeer, 1999, p. 138-147.
  • Salemink, T., Mannenadel en vrouweneer. Homoseksualiteit als ordeverstoring in de katholieke zuil, in A.-M. Korte, F. Vosman & T. de Wit (red.), De ordening van het verlangen. Vriendschap, verwantschap en (homo)seksualiteit in joodse en christelijke tradities, Zoetermeer, 1999, p. 123-137.

c) Websites

11. Gemengde huwelijken

  • Schaper, D.E., Raising Interfaith Children: Spiritual Orphans or Spiritual Heirs?, New York, 1999, 157 p.
  • Nelsen, H.M., The Religious Identification of Children from Interfaith Marriages, in Review of Religious Research 32 (1990), 122-134.
  • Williams, L.M. & M.G. Lawler, Religious Heterogamy and Religiosity. A Comparison of Interchurch and Same-Church Individuals, in Journal for the Scientific Study of Religion 40 (2001) nr. 3.
  • Colpaert, E., Gemengd verbonden, 2000.
  • Temmerman, R. & F., Interchurch Families and the Quest for Unity, in The Living Light 36 (2000) nr. 3, p. 28-39.
  • Truitt, G.E., Planning Interfaith Weddings, in The Living Light 36 (2000) nr. 3, , 40-46.
  • Van Eycken, J., Koffie met melk. Als belgen trouwen met vreemdelingen, Berchem, Epo, 1992.
  • Luyckx, K. (red.), Liefst een gewoon huwelijk? Creatie en conflict in levensverhalen van jonge migrantenvrouwen, Leuven, Acco, 2000.
  • Van den Eeckhout, V., (red.), Interculturele huwelijken. Verslagboek van de studiedag rond interculturele huwelijken, Brussel, Federatie van Centra voor Levens- en Gezinsvragen, 1992.
  • HONDIUS, D., Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens : aanvaarding en ontwijking van etnisch en religieus verschil sinds 1945, Den Haag, 1999.
  • Speelman, G., Muslim-Christian Couples and Interreligious Dialogue, Meinema, 2001.
  • Zie interview met de auteur: J. Koehler & M. Wagenaar, Interreligieuze communicatie. Partners in gemengde huwelijken en de interreligieuze dialoog, in Fier 5 (2002) nr. 1, 9-11.
  • Website: www.aifw.org
  1. Inleiding
  2. Forum
  3. Praktische info
  4. Werkvormen & Boeken
  5. Opvoeden in geloof. Hoe doe je dat?
  6. Je geloof doorgeven, hoe doe je dat?
  7. Gezinskaarten
  8. De wieg van het geloof staat in een warme thuis.
  9. God die het grassprietje bedacht
  10. Ik doe mee: mijn kerkboekje
  11. Het boek van mijn eerste communie: 't Is feest vandaag'
  12. Ik word gedoopt
  13. Mijn eerste kerkboekje
  14. Alle dagen feest
  15. Ik vier met Jezus
  16. Gebedenboekjes: Even stil met kinderen
  17. Een jaar vol kleuren
  18. Ik en de anderen
  19. De zevensprong. De zeven sacramenten
  20. Ik geloof dat ik geloof
  21. De droom van God
  22. Het spannende verhaal
  23. God uitgelegd aan mijn kinderen.
  24. Met je kinderen praten over God
  25. Dag God
  26. God of een Ferrari
  27. Verhalen en liederen doorheen het liturgisch jaar
  28. Levensbeschouwingen
  29. Waarom? Eerlijke antwoorden op moeilijke vragen
  30. Kinder- en jeugdbijbels
  31. Achtergrondinformatie
^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas