1. Beginsituatie

1.1. Het getijdengebed

Jongeren groeien op in een cultuur waarin tijdsdruk een zeer grote factor speelt en ze aldus uitgedaagd worden een goede tijdsmanagement als een belangrijke waarde te ontwikkelen. Dit maakt het haast onhaalbaar voor jongeren om tijd vrij te maken voor bezinning of (zelf)reflectie, laat staan voor gebed.
Het getijdengebed klinkt hen daarom ook meestal vreemd en zelfs contraproductief in de oren. Waar de oudere generatie sprak over een ‘degelijk gebedsleven’ wanneer men op de voorgeschreven momenten van de dag het brevier ter hande nam, zullen jongeren dit eerder ervaren als een extreme vorm ervan. Van een gebedsleven is voor de jonge generatie al sprake wanneer men bijvoorbeeld elke avond voor het slapen gaat een gebedsmoment (of zelfs bezinningsmoment) houdt.
Aan de gedachte van het werkelijk regelmatig bidden op vaste momenten, zullen de jongeren wel nog het kloosterleven kunnen koppelen. Maar meestal hebben ze geen besef van het precieze aantal gebedsmomenten van religieuzen, en dus al helemaal niet over de inhoud ervan. Het kan wel zijn dat sommigen ooit nog in contact gekomen zijn met een klooster of abdij (misschien via ‘bezinningsdagen’) en waardoor ze toch een zeker beeld hebben van religieuze gebedsmomenten. Zo kan het zeer reëel zijn dat de meeste jongeren, zelfs zij die nooit een religieuze orde van dichtbij zagen, het gregoriaanse gezang als typisch element in het gebed van religieuzen zullen erkennen.

1.2. Het gregoriaans

De meeste jongeren zullen niet direct weten wat de term ‘gregoriaans’ precies inhoudt. Indien ze het concept eenmaal herkennen, kent elk van hen wel een lied – hoewel wellicht niet bij naam – dat in gregoriaanse stijl gezongen wordt. Welke jongere herkent nu niet een van de gregoriaanse kerstliederen, een klassiek muziekstuk waarin gregoriaans verwerkt werd of een moderner lied in gregoriaanse stijl? Denken we in dit verband aan het kerstlied Gloria in Excelsis Deo dat wel altijd ergens klinkt in de kerstperiode. Maar ook het vrouwelijke jongerenkoor Scala kent groot succes – tot ver in de Verenigde Staten – sinds het inzingen van de trailer van ‘The Social Network’ (de verfilming over het ontstaan van Facebook).

Toch is de beleving van het gregoriaans drastisch veranderd in de voorbije decennia. Jongeren kunnen misschien nog enige appreciatie vertonen voor deze muziekstijl , maar ze zijn meestal geneigd om het gebruik ervan in liturgische context als passé of saai te omschrijven.
Ondanks dit gegeven, moeten we toch erkennen dat er een nieuwe interesse is voor gregoriaanse muziek. In elke muziekwinkel lijkt er wel een aanbod te zijn van gregoriaanse muziek. Sommige groepen gebruiken een deel gregoriaanse muziek ter versterking van hun eigentijdse muziek, maar ook de eerder klassiekere gregoriaanse gezangen hebben een nieuw publiek wanneer het bijvoorbeeld door ‘The Priests’ opnieuw wordt uitgebracht. De omkadering bij het beluisteren ervan is weliswaar uitzonderlijk nog liturgisch van aard, maar toch kan het voor sommigen bijdragen tot een soort van transcendente ervaring, waarbij men geen nood meer aanvoelt van een uitgesproken christelijke identiteit om van deze muziek te kunnen genieten.

1.3. Taizé

Ondanks het feit dat gregoriaanse muziek binnen de liturgie minder snel op appreciatie kan rekenen, zijn er toch gemeenschappen zoals Taizé die proberen te voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Enigszins in contrast met de soms zeer imposante gregoriaanse gezangen van de vorige generaties christenen, heeft de gemeenschap een eerder eenvoudige, maar zeer krachtige vorm van het gregoriaans een plaats gegeven in hun muzikale repertoire. De gemeenschap toont niet enkel dat het gregoriaans nog een waardevolle plaats kan innemen in de liturgie, maar het is juist haar liturgie dat de jongeren, die in contact gekomen zijn met de spiritualiteit van Taizé, als haar hoogste troef ervaren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de liturgie van de gemeenschap van Taizé ook haar weg heeft gevonden in lokale kerkgemeenschappen, waarin jongeren meestal een voortrekkersrol in spelen. Wanneer jongeren bovendien in contact gekomen zijn met eerder lokale abdijen – zoals de abdij van Averbode, waar het gregoriaans duidelijk present is in de liturgie evenals in het getijdengebed – zullen ze reeds een zeker besef hebben dat deze zangstijl op spiritueel vlak mensen kan raken.

1.4. Jongerenkoren

Uiteraard hebben moderne, succesvolle christelijke liederen, zoals vele Taizé-liederen, een weg gevonden naar het repertoire van verschillende jongerenkoren. Hoewel jongeren die deelnemen aan een jongerenkoor in eerste instantie minder te vinden zijn voor de eerder klassieke kerkliederen, kunnen ze door hun engagement in een koor appreciatie weten te ontwikkelen hiervoor. Bovendien ervaren vele koorleden een rijkdom aan de regelmatige ontmoetingen waardoor ze in enige weg een vriendengroep ter beschikking hebben waarin ieder zichzelf kan zijn en waarin praten over geloof dan ook geen taboe hoeft te zijn. Zoals Taizé, kan dus ook een jongerenkoor een verdieping bieden aan jongeren. Een probleem is dat jongeren hoe dan ook een eerste stap moeten durven zetten. En hoewel de meeste jongeren niet meer geïnteresseerd lijken in zulke plaatsen van ontmoeting, zou het voor sommigen toch enige nieuwsgierig kunnen opwekken.

2. Hermeneutische knooppunten

  1. Heeft het Gregoriaans toekomst? Kan deze ‘goddelijke muziek’ jongeren nog raken en zelfs bijdragen tot een diepere ervaring van transcendentie? Of kent het vandaag enkel enigszins succes wanneer het in een hedendaags jasje uitgevoerd wordt?
  2. Durven jongeren de christelijke liturgie zien als een moment dat bijdraagt tot geloof of zelfs als de kiem van een geloofsleven? Of is het veeleer zo dat de liturgie voor hen hedendaagse, ‘wereldlijke’ elementen (popmuziek of moderne teksten) bevatten alvorens het hen kan raken?
  3. Jongeren beleven hun vrije tijd in de hedendaagse (technologische) samenleving vaker geïsoleerd en gebruiken media zoals gsm en internet (MSN, Twitter & Facebook) om een zekere verbondenheid met anderen te behouden. Maar durven jongeren nog een stap te zetten in de richting van (hedendaagse) christelijke gemeenschappen , zoals bijvoorbeeld Taizé, of in de richting van christelijk geïnspireerde groepen, zoals een christelijk jongerenkoor? En erkennen ze daarin nog de kracht van het authentieke samen-zijn of samen-leven?
  4. De huidige samenleving wordt gekenmerkt door tijdsdruk, waarin goed tijdsmanagement uitgegroeid is tot een positieve waarde. Kunnen jongeren heden ten dage het getijdengebed omschrijven als een ‘waardevolle bezigheid’? Kunnen ze bovendien aannemen dat het getijdengebed een bijdrage kan leveren tot een betere beleving van ‘christen-zijn’ in de hedendaagse pluralistische maatschappij?
  5. De 150 psalmen in de Bijbel drukken op een emotionele manier iets uit over de relatie tussen God en zijn volk. Bijbelse teksten vormen ook vandaag nog inspiratie in hedendaagse muziek. Staan jongeren evenwel nog open voor de betekenis van deze ‘songteksten’? Of is het juist omwille van hun gedateerdheid dat ze de psalmen zien als irrelevant en oubollig?
  6. Ook vandaag zijn er jongeren die zich durven engageren in een jongerenkoor om muzikale versterking te bieden tijdens bepaalde liturgische diensten. Is een (christelijk) koor voor jongeren not done in de huidige samenleving? Mogen koren nog enige appreciatie verwachten van de jongere generatie?
  7. Moet de christelijke liturgie zich muzikaal aanpassen aan de moderne muziekstijlen? Moeten ‘wereldlijke’ liederen een plaats krijgen in de liturgie? En zou dat volgens de jonge generatie sneller leiden tot meer diepgang in de liturgie dan eerder traditionele of meer modernere, maar expliciet kerkelijke liederen? Of hebben jongeren toch nog besef van de kracht en noodzakelijkheid van de kerkelijke liederen en Bijbelse teksten in de christelijke liturgie? Kan er misschien een gulden middenweg tussen beide gevonden worden?

3. Leerplan

Iemand zijn iemand worden

Leerplan SO < 1B en BVL < BVL < Terrein

Groepen/Gemeenschappen

Leerplan SO < Eerste graad < Eerste jaar

Innerlijkheid

Leerplan SO < Eerste graad < Tweede jaar

Bronnen van leven

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein

Een cultuur van ontmoeten

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein

Leven als Christen

Leerplan SO < ASO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein

Wat geeft je leven (bronnen van leven)

Leerplan SO < BSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein

Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin)

Leerplan SO < BSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein

Bronnen van leven

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein

Omgaan met verschil

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein

Grondervaring en geloof

Leerplan SO < TSO/KSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein

gevoelens als blij, boos, verdrietig, angstig

Leerplan SO < 1B en BVL < BVL < Terrein < Iemand zijn iemand worden < Ingredienten

vormen van communicatie met de eigen binnenkant: bezinning, mijmering, dagdromen, muziek, bidden, vluchten, dagboek e.a.

Leerplan SO < 1B en BVL < BVL < Terrein < Iemand zijn iemand worden < Ingredienten

levensbeschouwing als veruitwendiging en verinnerlijking

Leerplan SO < 1B en BVL < BVL < Terrein < Iemand zijn iemand worden < Ingredienten

verwoorden en beluisteren wat het betekent bij een groep te behoren

Leerplan SO < Eerste graad < Eerste jaar < Groepen/Gemeenschappen < Doelen

het 'eigene' van een christelijke gemeenschap opsporen en verwoorden

Leerplan SO < Eerste graad < Eerste jaar < Groepen/Gemeenschappen < Doelen

het toebehoren tot een groep als een keuze of als gegeven

Leerplan SO < Eerste graad < Eerste jaar < Groepen/Gemeenschappen < Doelen < verwoorden en beluisteren wat het betekent bij een groep te behoren < Ingredienten

de 'familiekenmerken' van enkele concrete christelijke gemeenschappen

Leerplan SO < Eerste graad < Eerste jaar < Groepen/Gemeenschappen < Doelen < het 'eigene' van een christelijke gemeenschap opsporen en verwoorden < Ingredienten

aangeven hoe mensen leven van innerlijkheid en hoe ze bronnen van leven zoeken

Leerplan SO < Eerste graad < Tweede jaar < Innerlijkheid < Doelen

luisteren en openstaan voor wat mensen beroert

Leerplan SO < Eerste graad < Tweede jaar < Innerlijkheid < Doelen

verschillende lagen van innerlijkheid: begrippen als emoties, sentimenten, gewaarwordingen, drijfveren, fascinatie, geraakt worden, ziel, gevoel, binnenkant, innerlijkheid, hart

Leerplan SO < Eerste graad < Tweede jaar < Innerlijkheid < Doelen < aangeven hoe mensen leven van innerlijkheid en hoe ze bronnen van leven zoeken < Ingredienten

verschillende expressievormen, o.a. het dagboek

Leerplan SO < Eerste graad < Tweede jaar < Innerlijkheid < Doelen < luisteren en openstaan voor wat mensen beroert < Ingredienten

omschrijven en bespreken welke vormen van religiositeit en godsdienstbeleving jongeren aanspreken

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen

openheid vertonen voor het gebruik van symbolen, rituelen en tweede taal

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen

kerkervaringen in 'kleine' groepen

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen < omschrijven en bespreken welke vormen van religiositeit en godsdienstbeleving jongeren aanspreken < Ingredienten

rituelen, symbolen, feiten- en beeldtaal, sacramenten.

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen < openheid vertonen voor het gebruik van symbolen, rituelen en tweede taal < Ingredienten

geloven als een ontmoetingsgebeuren omschrijven

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten < Doelen

de ontmoetingscultuur in de jeugdculturen bespreken

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten < Doelen

bidden als vormgeving van een unieke ontmoeting

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten < Doelen < geloven als een ontmoetingsgebeuren omschrijven < Ingredienten

de christelijke ontmoetingscultuur te midden van andere ontmoetingsculturen

Leerplan SO < ASO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten < Doelen < de ontmoetingscultuur in de jeugdculturen bespreken < Ingredienten

door bespreking op het spoor komen van de eigenheid van verschillende levensstijlen

Leerplan SO < ASO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen < Doelen

expliciteren welke betekenis christelijke gemeenschappen hebben voor christenen en voor de wereld

Leerplan SO < ASO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen < Doelen

(teksten van) getuigenissen vanuit humanistische/christelijke invalshoek

Leerplan SO < ASO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen < Doelen < door bespreking op het spoor komen van de eigenheid van verschillende levensstijlen < Ingredienten

verschillende (vormen van) basisgemeenschappen (Ark, Taizé ...).

Leerplan SO < ASO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen < Doelen < expliciteren welke betekenis christelijke gemeenschappen hebben voor christenen en voor de wereld < Ingredienten

verhalen beluisteren en bespreken van mensen die 'van God' leven

Leerplan SO < BSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven (bronnen van leven) < Doelen

aangeven hoe bidden voor mensen een bron van leven is

Leerplan SO < BSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven (bronnen van leven) < Doelen

verbondenheid met elkaar en met God

Leerplan SO < BSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven (bronnen van leven) < Ingredienten

bronnen waar christenen van leven?

Leerplan SO < BSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven (bronnen van leven) < Ingredienten

aangeven hoe gelovigen de geschiedenis en hun leven als de plaats van Gods aanwezigheid en openbaring ervaren

Leerplan SO < BSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin) < Doelen

accenten van hedendaagse geloofsbeleving aangeven

Leerplan SO < BSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin) < Doelen

aandacht voor wat 'mooi' is: kunst als iets dat je leven meer waarde geeft

Leerplan SO < BSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin) < Ingredienten

aangeven en illustreren hoe een groep, groot of klein, bron van leven of rem op leven kan zijn voor een persoon

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen

de dragende kracht van een groep

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Bronnen van leven < Doelen < aangeven en illustreren hoe een groep, groot of klein, bron van leven of rem op leven kan zijn voor een persoon < Ingredienten

aangeven hoe gelovigen God als de gans Andere benaderen

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Omgaan met verschil < Doelen

communiceerbaarheid van de 'Onnoembare' in kunst (beeld, poëzie, ...).

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Omgaan met verschil < Doelen < aangeven hoe gelovigen God als de gans Andere benaderen < Ingredienten

het belang omschrijven van plaatsen en momenten voor rust, inspiratie, ontmoeting,...

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Op weg < Doelen

pleisterplaatsen : over kerken als plaatsen van ontmoeting en asiel voor 'mensen op weg', over stoppen, stilstaan, bidden, zoals Jezus af en toe de berg opgaan.

Leerplan SO < TSO/KSO < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Op weg < Doelen < het belang omschrijven van plaatsen en momenten voor rust, inspiratie, ontmoeting,... < Ingredienten

concrete uitdrukkingen van christelijk geloven bespreken als een inspirerend omgaan met grondvragen van mens en cultuur

Leerplan SO < TSO/KSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Grondervaring en geloof < Doelen

hedendaagse geloofsgetuigenissen

Leerplan SO < TSO/KSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Grondervaring en geloof < Doelen < concrete uitdrukkingen van christelijk geloven bespreken als een inspirerend omgaan met grondvragen van mens en cultuur < Ingredienten

een veelheid van geloofsuitdrukkingen (literatuur, plastische kunsten, e.a.).

Leerplan SO < TSO/KSO < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Grondervaring en geloof < Doelen < concrete uitdrukkingen van christelijk geloven bespreken als een inspirerend omgaan met grondvragen van mens en cultuur < Ingredienten

Spoor 1: Het persoonlijk uitgedaagd worden door de maatschappij: Wat vraagt de maatschappij van mensen, van?

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend maatschappelijk engagement: vragen en problematiek vanuit het maatschappelijk functioneren

kritisch bevragen van verschillende veormen van engagemente naar hun mensbevorderend en mensverdrukkend krakter

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend maatschappelijk engagement: vragen en problematiek vanuit het maatschappelijk functioneren < Spoor 1: Het persoonlijk uitgedaagd worden door de maatschappij: Wat vraagt de maatschappij van mensen, van? < Doelen

een (christelijke) spiritualiteit als voeding voor maatschappelijk engagement

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend maatschappelijk engagement: vragen en problematiek vanuit het maatschappelijk functioneren < Spoor 1: Het persoonlijk uitgedaagd worden door de maatschappij: Wat vraagt de maatschappij van mensen, van? < Ingredienten

Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd

het belang van rituelen voor gemeenschappen opsporen en verduidelijken

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd < Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd < Doelen

tijdsbesteding, tijdsbeleving en tijdsdruk vroeger en nu, hier en elders

Leerplan SO < Vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd < Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd < Ingredienten

4. Achtergrondinformatie

4.1. Motu Proprio: Tra Le Sollecitudini - Paus Pius X (22-11-1903)

Deze eigenschappen [gewijd, ware kunst en algemeen] worden in de hoogste mate aangetroffen bij de gregoriaanse zang, die bijgevolg de eigen zang der Roomse Kerk is; de enige zang, die zij van de oude Vaderen heeft overgeërfd, die zij in de loop der eeuwen naijverig heeft bewaard in haar liturgische boeken, die zij als haar eigen bezit rechtstreeks aan de gelovigen voorhoudt, die zij in sommige gedeelten van haar liturgie uitsluitend voorschrijft, en die door de jongste onderzoekingen op zo gelukkige wijze is hersteld in zijn oorspronkelijke gaafheid en zuiverheid.
Om deze redenen is de gregoriaanse zang altijd beschouwd als het volmaaktste voorbeeld van gewijde muziek, zodat men zeer terecht de volgende algemene wet kan opstellen:
Een kerkelijke compositie draagt des te meer een gewijd en liturgisch karakter, naarmate zij in bouw, opvatting en klank het gregoriaans meer benadert; en zij is de Kerk des te meer onwaardig, naarmate zij zich van dat allerhoogste model meer verwijdert.
De oude, overgeleverde gregoriaanse zang moet daarom op ruime schaal hersteld worden bij de plechtigheden van de eredienst, en een ieder moet goed weten, dat een kerkelijke plechtigheid niets verliest van haar luister, als zij alleen maar door deze muziek begeleid wordt.
Geheel in het bijzonder zorge men er voor het gregoriaans meer bij het volk in zwang te brengen, opdat de gelovigen opnieuw, evenals vroeger, aan de kerkelijke diensten meer actief deelnemen.

4.2. Constitutie: Sacrosanctum Concilium - Tweede Vaticaans concilie (4-12-1963)

De Kerk erkent de Gregoriaanse zang als de eigen zang van de Romeinse liturgie; deze moet daarom, waar geen bijzondere factoren anders vereisen, in de liturgische handelingen de voornaamste plaats innemen. (…) Andere soorten van gewijde muziek, vooral de polyfonie, worden bij de viering van de heilige diensten volstrekt niet uitgesloten, mits ze beantwoorden aan de geest van de liturgische handeling.
De officiële uitgave van de boeken van de Gregoriaanse zang moet worden voltooid; men moet zelfs een meer kritische uitgave voorbereiden van de boeken, die na de vernieuwing van de heilige Pius X reeds zijn uitgegeven. (…) Ook verdient het aanbeveling om een uitgave te maken van meer eenvoudige melodieën ten behoeve van kleinere kerken.”

4.3. Congregatie voor de Riten - Musicam sacram (5-3-1967)

Men mag verwachten, dat zielzorgers, musici en gelovigen deze richtlijnen bereidwillig zullen aanvaarden en in praktijk zullen brengen, en dat zij eensgezind zullen streven naar de verwezenlijking van het werkelijke doel van de gewijde muziek, "nl. de verheerlijking van God en de heiliging van de gelovigen".

  1. Onder gewijde muziek wordt hier verstaan de muziek, die is gecomponeerd voor de viering van de goddelijke eredienst en die zich onderscheidt door heiligheid en schoonheid van vormen.
  2. De benaming gewijde muziek omvat hier: het Gregoriaans, de oude en moderne gewijde polyfonie in haar verschillende vormen, de gewijde muziek voor orgel en andere goedgekeurde instrumenten en de gewijde volkszang, d.w.z. de volkszang met liturgisch en godsdienstig karakter.

4.4. Het getijdengebed en het gregoriaans

Officium divinum

Het officiële gebed van de Katholieke Kerk heet 'officium divinum': 'goddelijk officie', ook wel 'heilig officie' genoemd. Het officie is volgens oude christelijke traditie zo ingericht, dat heel de loop van dag en nacht door de lofprijzing van God wordt geheiligd.

Vroegchristelijke gebedstijden

Het officie is onderverdeeld in acht gebedsuren. Drie van die uren waren al in de vroegchristelijke gemeenschappen bekend. Allereerst waren er de metten. De term 'metten' komt van het Latijnse woord matutinus, wat 'in het vroege uur' betekent. De metten werden inderdaad vroeg, namelijk in de vroege ochtend of zelfs nog in de nacht gebeden. De dageraad werd gevierd met de lauden, letterlijk: 'lofzangen', - ter ere van God. De vroegchristelijke gemeenschappen kenden verder een avonddienst, in het Latijn noemt men deze dienst de 'vespers'.

Kloosters

In het christelijke kloosterleven was behoefte aan een strikt gebedsritme om dag en nacht te structureren. De metten, lauden en vespers werden daarom met andere gebedsuren aangevuld. Van de nieuwe gebedsuren werden de priem en de completen in het officie opgenomen.

Horae Canonicae

Het officie bestaande uit – metten, lauden, priem, terts, sext, noon, vespers en completen – werden tot canon voor de hele Kerk verklaard. Zo ontstonden de 'horae canonicae' oftewel 'geregelde uren' van de Katholieke Kerk. De namen die vandaag gebruikt worden voor deze gebedsmomenten zijn respectievelijk ‘lezingendienst’ – ‘ochtendgebed’ – ‘middaggebed’ – ‘avondgebed’ en ‘dagsluiting’.
De precieze volgorde van de getijden was als volgt: in de nacht werden de metten gebeden, bij de dageraad de lauden, bij de aanvang van het werk de priem, om negen uur 's ochtends de terts, om twaalf uur de sext, om drie uur de noon, bij zonsondergang de vespers, en voor het slapen gaan de completen.

Horae canonicae of het getijdengebed

Hoewel de term 'getijden' strikt genomen staat voor de tijdstippen waarop gebeden wordt, is de term zeker zo gangbaar voor het bijhorende gebed. Dat gebed, en aldus ook de horae canonicae, wordt daarom ook wel 'getijdengebed' genoemd. Ook wordt de term koorgebed hiervoor gebruikt.

Koorgebed

Al in de zesde eeuw werd door de gelovigen dagelijks het getijdengebed gebeden of gezongen, meestal in groepsverband. In de kloosters of abdijen wordt het getijdengebed tot vandaag de dag onderhouden in het koor van de kloosterkerk. Het zogenaamde ‘koor’ van het kerkgebouw, waar deze gebeden gezongen werden,  zorgde ervoor dat het getijdengebed de alternatieve naam ‘koorgebed’ meekreeg. Het gregoriaans heeft een sterke rol gespeeld in het zingen van het getijdengebed.

 

Psalmen, lezingen, gebeden en gezangen

Het koorgebed is samengesteld uit verschillende elementen: Psalmen, schriftlezingen, gebeden en gezangen (Responsoria , Antifonen, en Hymnen). Voor al die verschillende onderdelen waren afzonderlijke boeken in gebruik. Voor de pastoor van een dorpsparochie was dat uiterst onpraktisch. Er bestond met andere woorden behoefte aan een verzameling van het hoognodige in een enkele band.

Liber horarum - getijdenboek

Door selecties, uit de voor het koorgebed benodigde boeken, onder te brengen in een enkel boekwerk, werd het eenvoudiger om het koorgebed in afzondering te bidden. De oorspronkelijke naam van een dergelijk boekwerk was liber horarum: 'boek van de (gebeds)tijden', kortweg 'getijdenboek'.
In het liber horarum werden onder meer enkele praktische wenken verzameld. Zij vormden het 'kort overzicht': het 'Breviarium'. De aanduiding breviarium ging na verloop van tijd over op het gehele liber horarum. De oudste bekende brevierboeken dateren uit de negende eeuw.
In het Nederlands werd 'breviarium' al snel afgekort tot 'brevier'. Voor het bidden van het brevier kwam de uitdrukking 'brevieren' tot stand.

Herziening van het Officie

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft in de constitutie over de heilige liturgie (Sacrosanctum Concilium) een apart hoofdstuk gewijd aan het officie. Een vernieuwing van het officie kwam tot stand, die ook gevolgen had voor het tijdstip van de gebedsuren:
"a. De lauden zijn als morgengebed en de vespers als avondgebed krachtens eerbiedwaardige traditie van geheel de Kerk de twee spillen van het dagelijks officie; daarom moeten zij als de voornaamste uren worden beschouwd en zo ook worden gevierd.
b. De completen moeten zo worden ingericht, dat zij goed passen bij het eind van de dag.
c. De zogenaamde metten behouden bij het koorgebed het karakter van nachtelijke lofprijzing. Overigens moeten zij zodanig worden aangepast, dat zij op elk uur van de dag kunnen worden gebeden en uit minder psalmen en langere lezingen bestaan.
d. De priem moet vervallen.
e. Bij het koorgebed moeten de kleine uren van terts, sext en noon behouden blijven. Buiten het koorgebed mag men er uit deze drie één kiezen die het best past bij het tijdstip van de dag." (Sacrosanctum Concilium,
89).

Het gebed van de Kerk

Vaticanum II heeft nog eens benadrukt dat het getijdengebed het gebed van de hele Kerk is: "Het verdient aanbeveling, dat ook de leken het goddelijk officie bidden, ofwel samen met de priesters, ofwel onder elkaar, of zelfs ieder voor zich" (Sacrosanctum concilium, 100). Alle gelovigen worden dus nadrukkelijk uitgenodigd het officie mee te bidden. De wens van het Concilie is voor een deel praktijk geworden. Dagelijks wordt over de hele wereld door kloosterlingen, priesters en pastores, maar ook door de gelovigen, alleen of in groepsverband, het door het concilie vastgestelde getijdengebed gebeden.

4.5 Jongerenkoren en -liturgie

God of Pop?

De identiteit van de jongeren wordt in de jongerenliturgie op twee wijzen gevormd en bevestigd: door het eigen karakter van de gekozen teksten en door het repertoire. Vanuit de formele regels kunnen we de muziek van jongerenkoren, in elk geval ten dele, typeren als een afgeleide van de popmuziek. Populaire muziek in algemene zin kan omschreven worden als de muziek die een centrale plaats inneemt in onze cultuur. Tussen het repertoire voor jongerenkoren en bepaalde genres uit de popmuziek, met name de soft popmuziek, zijn overeenkomsten aan te wijzen in de gehanteerde vormen, akkoorden, schema’s en ritmes. Belangrijk is dat de muziek in de beleving van de jongeren ‘eigentijds’ klinkt en aansluit bij de muziek die zij via de massamedia te horen krijgen. Er zijn echter ook verschillen met de popmuziek. De muziek is aangepast aan de mogelijkheden van het koor (bestaande uit amateurs) en er is een dirigent die koor en combo leidt. Het repertoire mag dan wel op popmuziek lijken, het is geen popmuziek. De formele kenmerken van de popmuziek worden als het ware in een nieuwe context opgenomen, waardoor deze kenmerken veranderen.

4.6. Taizé: De verrijzenis van het gregoriaans?

De liturgie van Taizé is één van de meest aansprekende facetten van de communauteit. Het creëert namelijk een gevoel van eenheid. De liturgie bestaat grotendeels uit het zingen van refreinen, die telkens herhaald worden. Een gedeelte van deze refreinen worden nog in het Latijn gezongen, maar uiteraard wordt er eveneens gebruik gemaakt van andere ‘volkstalen’. Hierbij mag men misschien stellen dat het Engels (als eenheidsbindende taal) voor een stuk het Latijn vervangen heeft. Een van de grote voordelen van het repetitief zingen is dat het toegankelijker is om te participeren aan het gezang. Niemand moet, uit vrees voor rellen, playbacken. Of men kan zingen of niet, elke stem wordt gedragen door het welklinkende gezang van de menigte. Dit versterkt het eenheidsgevoel in die mate dat iedereen, beladen met overtuigingen of met vragen, wordt mee gedragen in een transcenderend gevoel van één verzoende familie. Vele van hun liederen verraden bovendien nog een zekere invloed van de Gregoriaanse zangstijl.

De liturgie van Taizé functioneert in die mate, dat het voor iedereen mogelijk wordt om actief eraan deel te nemen. De refreinen die herhaald worden in de liederen uit Taizé, zijn echter niet alleen een groot voordeel om de participatie aan de liturgie te bevorderen. Doordat men de refreinen, die bijna allemaal bestaan uit Bijbelcitaten, veel herhaalt, gaat men als het ware automatisch over tot een vorm van meditatie. De sfeer die de kerk uitstraalt evenals het samenhorigheidsgevoel dat er ontstaat, draagt bij tot ons persoonlijk gebed. Elke gebedsdienst kent in principe twee belangrijke momenten: het moment dat er uit de Schrift wordt voorgelezen en de stilte die kort daarna volgt. Gedurende deze stilte, ongeveer zeven minuten lang, zou men bijna een speld kunnen horen vallen. Ook dit gevoel en besef, dat zoveel mensen onder één dak op zulke wijze stilte kunnen creëren, geeft een overstijgend gevoel van vrede en een verzoenende verbondenheid met God en met de rest van de menigte.

4.7. Verdere interessante websites

5. Lesimpulsen

5.1. artikel Erik Buys: 'Popmuziek, film en de Bijbel' VS artikel Nieuwsblad: 'Oostenrijkse monniken doen beter dan Regi of Madonna'

5.1.1. Artikel Erik Buys Popmuziek, film en de bijbel

5.1.2. Oostenrijkse monniken doen beter dan Regi of Madonna

Gregoriaans koor scoort vreemdste hit van het jaar(donderdag 21 augustus 2008)

'De hand van God is voelbaar in dit succes.' Ze mogen dan al hoog in de hitparade staan, het zijn en blijven monniken. Met meer dan 400.000 verkochte cd's zorgen de Oostenrijkse monniken van Stift Heiligenkreuz in heel Europa voor de bizarste hit van het jaar.
Ze staan op vijf in de ultratop en hun Gregoriaanse gezangen doen het beter dan de popsongs van Regi, Carla Bruni of Madonna. Meer dan 15.000 stuks gingen er hier al over de toonbank van Chant - Music for paradise . Goed voor een gouden plaat.

'Er zit iets kalmerends in de gezangen', verklaart Karl Wallner (45) het succes. Hij reist als de spreekbuis van zijn kloostergenoten de wereld rond. 'Ik ben niet zo naïef om te denken dat iedereen die naar deze muziek luistert plots een gelovige wordt, maar het geeft mensen wel het idee dat er iets moois bestaat dat niet van deze aarde is.'

Het verhaal van het opmerkelijke succes begon bij platenfirma Universal, die merkte dat er een groeiende vraag was naar platen met Gregoriaanse muziek. Het ging in de katholieke gemeenschap op zoek naar een koor. Op de allerlaatste dag schreef Wallner zijn klooster in, via - jawel - een filmpje op YouTube.

'In mijn ogen begon heel dit verhaal bij de paus, die in september vorig jaar bij ons op bezoek was. In zijn preek zei hij dat wij de wereld een getuigenis moesten geven van het feit dat het mooi is om God lief te hebben zoals wij dat doen. Dat is voor mij deze cd. We hebben ook niets gedaan om de gezangen te polijsten. Deze muziek klinkt zoals je die elke dag bij ons kunt horen. Het verschil? Vroeger zongen we ze voor een lege kerk, nu voor een volle.'

Nog een leuk detail: vader abt, die over het contract met de platenfirma onderhandelde, heeft een MBA op zak en werkte vroeger in een scheepvaartbedrijf. Hij bedong dat de monniken niet op tour moeten gaan en dat de muziek ook nooit gebruikt mag worden in videospelletjes. De opbrengsten gaan naar de opleiding van jonge monniken uit derdewereldlanden. Monnik of niet, een commerciële geest heeft hij zeker: eind dit jaar komt er een cd met Heiligenkreuz-kerstgezangen.

Chant
youtube

Music for paradise

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

5.2. Psalm 137: oud, maar niet verouderd?

Filmpje met verschillende zangmethoden van psalm 137*:

  • Hebreeuwse versie
  • Gregoriaanse versie van G. Palestrina: Super flumina Babylonis
  • Bony M: ‘By the rivers of Babylon’
  • Psalmen Voor Nu: Aan de Rivier in Babel

* Deze psalm kwam tot stand in 586vC, nadat de joden door Nebuchadnessar meegenomen waren naar Babel om daar in ballingschap te vertoeven.

Latijnse versie
van Psalm 137

Nederlandse versie:
Nieuwe Bijbelvertaling

Engelse versie
van Psalm 137

Super flumina Babylonis illic sedimus et flevimus, cum recordaremur Sion. In salicibus in medio ejus suspendimus organa nostra: quia illic interrogaverunt nos, qui captivos duxerunt nos, verba cantionum; et qui abduxerunt nos : Hymnum cantate nobis de canticis Sion. Quomodo cantabimus canticum Domini in terra aliena? Si oblitus fuero tui, Jerusalem, oblivioni detur dextera mea. Adhæreat lingua mea faucibus meis, si non meminero tui; si non proposuero Jerusalem in principio lætitiæ meæ. Memor esto, Domine, filiorum Edom, in die Jerusalem : qui dicunt : Exinanite, exinanite usque ad fundamentum in ea. Filia Babylonis misera! beatus qui retribuet tibi retributionem tuam quam retribuisti nobis. Beatus qui tenebit, et allidet parvulos tuos ad petram.

Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied, daar vroegen onze beulen: 'Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.' Hoe kunnen wij zingen een lied van de HEER op vreemde grond? Als ik jou vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn hand de snaren vergeten. Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet meer denk aan jou, als ik Jeruzalem niet stel boven alles wat mij verheugt. Gedenk, HEER, de dag van Jeruzalems val, toen het volk van Edom zei:
'Neer met die stad, neer, maak haar met de grond gelijk.' Babel, weldra word je verwoest. Gelukkig hij die wraak zal nemen en jou doet wat jij ons hebt gedaan. Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert.

Upon the rivers of Babylon, there we sat and wept: when we remembered Sion. On the willows in the midst thereof we hung up our instruments. For there they that led us into captivity required of us the words of songs. And they that carried us away, said: Sing to us a hymn of the songs of Sion. How shall we sing the song of the Lord in a strange land? If I forget you, O Jerusalem, let my right hand be forgotten. Let my tongue cleave to my jaws, if I do not remember you: If I make not Jerusalem the beginning of my joy. Remember, O Lord, the children of Edom, in the day of Jerusalem: Who say: Rase it, rase it, even to the foundation thereof. O daughter of Babylon, miserable: blessed shall he be who shall repay you your payment which you have paid us. Blessed be he that shall take and dash your little ones against the rock.

Psalmen Voor Nu - Aan de rivier in Babel

Bony M - By the rivers of Babylon

Aan de rivier in Babel zaten wij. De handen in het haar, ver weg van onze stad. De instrumenten hingen in een boom. Wij huilden. Niemand die nog zin in zingen had. Die ons gevangen hielden vroegen ons
Hen te vermaken met iets vrolijks. Met een lied.
Zij sloegen ons, wij maakten geen muziek: want zingen, zingen voor de Heer. Dat lukt hier niet.
De dag dat ik Jeruzalem vergeet. Vergeet ik ook mijn hand, mijn eigen rechterhand: mijn tong, val droog en stil, als ik niet steeds moet huilen: nooit krijg ik die stad meer uit mijn hoofd. Houdt U, mijn Heer, de rekeningen bij? Het volk van Edom heeft geroepen om het hardst: wat ons betreft mag heel Jeruzalem verbranden: maak die stad maar met de grond gelijk
Jij, Babels dochter, die niet lang meer heeft, de dag komt dat er met je afgerekend wordt.
Gelukkig hij, die doet wat jij ons deed:
Hij gooit je kinderen kapot tegen de rots.

By the rivers of Babylon, there we sat down
ye-eah we wept, when we remembered Zion.
By the rivers of Babylon, there we sat down
ye-eah we wept, when we remembered Zion.

When the wicked
Carried us away in captivity
Required from us a song
Now how shall we sing the lord's song in a strange land
When the wicked
Carried us away in captivity
Requiering of us a song
Now how shall we sing the lord's song in a strange land
Let the words of our mouth and the meditations of our heart
be acceptable in thy sight here tonight
Let the words of our mouth and the meditation of our hearts
be acceptable in thy sight here tonight
By the rivers of Babylon, there we sat down
ye-eah we wept, when we remembered Zion.
By the rivers of Babylon, there we sat down
ye-eah we wept, when we remembered Zion. (3x)

Psalm 137

youtube

Verschillende zangmethoden van psalm 137

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

5.3. Het Gregoriaans en het monastieke leven

Into Great Silence

youtube

trailer 'Into Great Silence'

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Bij de bespreking van dit thema is het misschien interessant om – bijvoorbeeld ter afronding van de les – gebruik te maken van een moderne versie van gregoriaanse muziek:

Masters of chant

Losing my religion
youtube

Gregorian version of R.E.M.'s losing my religion.

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen
Clocks
youtube

Gregorian version of Coldplay's Clocks

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen
Nothing else matters
youtube

Gregorian version of Metallica's Nothing else matters

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Rosa

youtube

Gregoriaanse versie van Mia van Gork

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

5.4. Interview met Wim Simons

In dit interview buigt Wim Simons, seminarist van het bisdom Hasselt, zich over het gregoriaans. Hij betrekt dit in eerste instantie kort op het seminarieleven, waarin het getijdengebed een grote rol speelt. Als dirigent van een jongerenkoor, haalt hij vervolgens het gebruik van gregoriaanse liederen in hun repertoire aan. Tot slot bespreekt hij kort de gemeenschap van Taizé om ook hier de gregoriaanse invloed op de liederen uit Taizé te duiden.

Het gregoriaans:

  • in het getijdengebed en de liturgie
  • in zijn jongerenkoor Lindelé
  • in Taizé

http://www.lindele.be

Interview

youtube

Interview met Wim Simons

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

6. Didactische suggesties

6.1. Artikel Buys VS artikel Heiligenkreuz

Deze impuls houdt rekening met beginsituatie 1 (Getijdengebed) en 2 (Gregoriaans) en omvat daarbij in deverwerking de hermeneutische knooppunten 1, 2 en 7.

  • Klassikale verwerking
    • Met het artikel van Erik Buys kan dan gepeild worden naar de wenselijkheid van populaire muziek binnen de liturgie. Ook hier kan men de klas in twee groepen verdelen: de ene groep formuleert enkele argumenten pro en een andere groep argumenten contra het gebruik van 'wereldse muziek' binnen de liturgie.
    • Men kan ook de muziekclip van de Oostenrijkse monniken laten afspelen en aan de hand van dit muziekfragment een klassikaal gesprek aangaan naar de relevantie van zulke gregoriaanse liederen binnen zowel het dagelijkse leven als binnen de liturgie. Om deze 'hit' te beluisteren: http://www.youtube.com/watch?v=UiRpXsWlZK4
    • Met het artikel van Erik Buys kan dan gepeild worden naar de wenselijkheid van populaire muziek binnen de liturgie. Ook hier kan men de klas in twee groepen verdelen: de ene groep formuleert enkele argumenten pro en een andere groep argumenten contra het gebruik van 'wereldse muziek' binnen de liturgie.
    • Voor het beroepsonderwijs zou de leerkracht enkele stellingen hieromtrent kunnen formuleren, waarbij de jongeren gevraagd worden om een groen (= akkoord) of een rood (= niet akkoord) stuk papier omhoog te steken.
  • Individuele verwerking
    • Men kan de jongeren vragen naar de liederen die zij zouden gebruiken in een liturgische viering.
    • Ook kan de vraag gesteld worden om in enkele zinnen neer te schrijven waarom gregoriaanse muziek toch nog enige populariteit zou winnen volgens hen.
    • Ze kunnen ook bij elk artikel in een aantal zinnen een korte reflectie schrijven op de visie die in elk artikel ontsloten ligt.
  • Suggesties voor evaluatie
    • Men kan de jongeren de opdracht geven om in eerste instantie zelf op zoek te gaan naar een kerklied/gregoriaans muziekstuk die hen nog raken kan of waar ze een bepaalde herinnering aan hebben. Een tweede opdracht hierbij zou kunnen zijn dat ze ook een modern/populair lied presenteren waar zij een bepaalde waarde aan hechten en dat ze graag een plaats zouden willen geven in hun huwelijksviering of op hun begrafenis zouden. Het gebruik van dit lied in een bepaalde liturgische dienst moeten ze aldus enigszins kunnen verdedigen.
    • Voor een herhalingsondervraging zou het mogelijk zijn om hen een korte essay te laten schrijven over muziek en liturgie, waarin ze duidelijk formuleren wat hun positie ten aanzien van 'liturgische muziek' inhoudt.

6.2. Psalm 137: "By the rivers of Babylon"

Deze impuls houdt rekening met beginsituatie 1 (Getijdengebed) en 2 (Gregoriaans) en omvat daarbij in de verwerking de hermeneutische knooppunten 1, 2, 4, 5 en 7.

  • Klassikale verwerking:
    • In een eerste instantie kan stilgestaan worden bij de Nederlands tekst van psalm 137. De leerkracht kan toelichten wat precies het doel is van een psalm, waarna de leerlingen worden uitgedaagd om bepaalde ‘gevoelens’ in de psalm aan te duiden.
    • In het beroepsonderwijs kan het interessant zijn om hierbij ‘Coolio – Gangsters paradise’ (http://www.youtube.com/watch?v=N6voHeEa3ig) te gebruiken – dat gedeeltelijk refereert naar psalm 23 – om de emotionele lading van psalmen te ontdekken.
    • Aansluitend kan kort klassikaal stilgestaan worden bij een tekstfragment over de relevantie van de psalmen doorheen verschillende culturen. à Bron: Artikel ‘Psalmen multicultureel lezen’ uit ‘Catechetische Service 2005-4’.
  • Individuele verwerking:
    • De leerlingen wordt gevraagd vanuit de verschillende muziekfragmenten hun ‘favoriete keuze’ aan te duiden en hun keuze te onderbouwen in een vijftal zinnen. Nadien kunnen klassikaal enkele leerlingen hun keuze en tekst meedelen voor de rest van de klasgroep.
    • Er kan hen gevraagd worden of de leerlingen het wenselijk vinden dat een oudtestamentische tekst gebruikt wordt in een hedendaags lied. En vinden de studenten dat het nog een boodschap kan hebben vandaag?
    • Men kan ook dieper ingaan op de inhoud van de psalm. Vinden studenten alle verzen van de psalm gepast? Hoort een zin als “Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert” thuis in een gebed, volgens hen?
  • Suggesties voor evaluatie:
    • De leerlingen kunnen uitgedaagd worden om zelf op zoek te gaan naar een psalmtekst die hen raakt. Hierover kunnen ze dan eventueel een korte reflectie schrijven.
    • Bij een ondervraging kan een andere psalmtekst voorgelegd worden waarop de leerlingen uitgedaagd worden om zelf een analyse te maken van de gevoelens die in deze psalm vervat liggen. Tevens kunnen ze dan uitgedaagd worden om deze tekst zelf proberen te ‘recontextualiseren’. Psalm 49 – ‘een rijke houdt geen stand’ – zou hiervoor bijvoorbeeld een ideale psalmtekst zijn.

6.3. Powerpoint: gregoriaans, getijdengebed & monastieke leven

Deze impuls houdt rekening met beginsituatie 1 (Getijdengebed) en 2 (Gregoriaans) en omvat daarbij in de verwerking de hermeneutische knooppunten 2, 4 en 5.

  • Klassikale verwerking:
    • In een gesprek kan gepeild worden naar de kennis en/of ervaringen die leerlingen hebben met het ‘bidden op regelmatige tijden’. Voor moslimleerlingen zal dit minder snel onbekend zijn. Ook kan men hierbij peilen naar leerlingen die ooit op eender welke manier in contact zijn gekomen met het monastieke leven of een religieuze orde.
    • De leerkracht kan ook een discussie op gang brengen over de (ir)relevantie van het getijdengebed. Desnoods kan de groep kort in twee gedeeld worden om zo de pro’s en de contra’s te verdedigen. Bij het beroepsonderwijs kan ook hier gebruik gemaakt worden van stellingen waarop zij moeten duidelijk maken of ze daar akkoord of niet akkoord mee zijn.
  • Individuele verwerking:
    • In de vorm van een korte reflectiepaper (of binnen de context van een logboek) kan de leerling gevraagd worden naar zijn of haar gebedsleven. Ze kunnen dan ook weergeven of ze een zekere ‘regelmaat’ hebben in hun gebedsleven. Indien ze beweren niet te bidden, kan gepeild worden naar de wijzen waarop zij dan ‘stilvallen bij het leven’. Uiteraard kan (spirituele) muziek hier misschien een rol spelen voor de jongeren.
    • De leerkracht kan ook een gregoriaans lied laten horen (in een ontspannen omgeving/sfeer) en vragen dat elke leerling achteraf formuleert hoe hij/zij dit kort ‘meditatief’ moment ervaren heeft. Uiteraard gebeurt dit dan best schriftelijk.
  • Suggesties voor evaluatie:
    • De leerling wordt gevraagd thuis zelf eens een (gregoriaans) lied op te zoeken dat hen aanspreekt en hierover een reflectie neer te schrijven. Ook zou elke leerling een lied kunnen presenteren voor de klas dat hen al vaker aangesproken heeft.

6.4. Interview met Wim Simons

Deze impuls houdt rekening met beginsituatie 1 (Getijdengebed), 2 (Gregoriaans), 3 (Taizé) en 4 (Jongerenkoren) en omvat daarbij in de verwerking de hermeneutische knooppunten 2, 3, 4 en 6.

  • Klassikale verwerking:
    • In de klasgroep kan er een gesprek aangegaan worden over koren en jongerenkoren. De leerlingen kunnen gezamenlijk reflecteren of ze muziek van (jongeren-)koren al dan niet appreciëren. De populariteit van het jongerenkoor Scala kan hierbij als voorbeeld genomen worden om aan te tonen dat dergelijke muziek zeker nog in de smaak kunnen vallen. Vooral de trailer van de film over het ontstaan van Facebook – ‘The social network’ – kan hierbij een extra impuls bezorgen.
    • De leerkracht kan de leerlingengroep op voorhand ook enkele vragen meegeven die zij aan de hand van het interview moeten invullen. In het beroepsonderwijs zouden deze vragen in drie delen verdeeld kunnen worden over drie gevormde groepen in de klas. Achteraf kan er dan een gezamenlijke bespreking volgen.
    • Gezamenlijk kan met na de vertoning ook eens samen nagaan in welke mate het gregoriaans binnen de drie delen van het interview aan bod kwam.
  • Individuele verwerking:
    • Tijdens de vertoning van het interview kan hen achteraf ook individueel gevraagd worden neer te schrijven welk van de drie delen van het interview hen het meest aansprak en waarom.
    • Het interview kan ook na elk van de drie delen worden stopgezet, waarna de leerlingen een cijfer moeten geven op tien om zo aan te duiden hoezeer elk deel hun interesse opgewekt heeft. Hierbij kunnen ze dan kort weergeven waarom wel/niet.
  • Suggesties voor evaluatie:
    • De leerling wordt gevraagd thuis zelf eens meer informatie over Taizé op te zoeken door bijvoorbeeld de website te bekijken. Ook kan men hen vragen om via youtube een Taizé-lied op te zoeken die hen het meest aanspreekt. Hierbij zouden ze dan eventueel een korte motivering kunnen schetsen.

Scala Creep

youtube

De Scala versie van Radiohead's creep, werd gebruikt in The Social Network

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

7. Tien kernwoorden

  1. Gebed / Bezinning
  2. Gemeenschap
  3. Kunst (Zang)
  4. Tijd
  5. Rituelen
  6. Kijk op het leven
  7. Innerlijkheid
  8. Samenlevingsverbanden
  9. Inspiratie
  10. Deugd
^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas