email

Hoor wie klopt daar kinderen...

node-header

Sinterklaas in levensbeschouwelijk perspectief.

Draaiboek

Hoe werken met deze in de kijker?

Er zijn vele manieren om te werken met het materiaalaanbod van een IDK. Hier geven we een werkwijze aan, waardoor de IDK optimaal kan benut worden, zowel op teamniveau als op klas- en op schoolniveau. Deze optimale benadering vraagt wel enige tijdsinvestering. Als de tijdsinvestering te hoog ligt, zal men zelf een vereenvoudigd en haalbaar parcours eruit moeten selecteren.

Hier volgt een mogelijk stappenplan:

  1. Vertrek van een bevraging rond het thema binnen het team van leerkrachten en in de klassen bij de diverse leeftijdsgroepen van de kinderen.
  2. Welke gegevens uit de bevraging houden volgens jullie verband met de zin en betekenis van het sinterklaasfeest? Duid ze aan.
  3. Vergelijk de bevraging op teamniveau met hoofdstuk drie van de introductie voor de leerkracht: 'reflecties over het gekozen onderwerp' en op niveau van de klasgroepen kan men de resultaten van de bevraging vergelijken met de 'oriƫntatie in de leefwereld van de kinderen'. Dit is het eerste hoofdstuk van het deel 'klaspraktijk'. Deze hoofdstukjes zijn gemakkelijk uit te printen.
  4. Duid in de uitprint van deze twee hoofdstukken met een markeerstift aan, welke reflecties en oriƫntaties herkenbaar zijn voor jullie als team en voor wat er leeft bij de kinderen.
  5. Ga op teamniveau dieper in op wat iedereen belangrijk vindt in verband met een sinterklaasproject, maar ook wat men zeker niet wil. Op dit punt kunnen de citaten in het eerste deel van de introductie voor de leerkracht een bijkomend hulpmiddel zijn: hierin zijn verschillende manieren van 'geloven' terug te vinden. In welke benaderingswijze herkent men zichzelf goed, in welke helemaal niet? Bijvoorbeeld ziet men in de sinterklaasfiguur vooral een 'heilige' die, in navolging van Jezus 'wonderen' heeft verricht? (cfr eerste citaat). Of beschouwt men het hele sinterklaasgebeuren als Ć©Ć©n grote grap en heeft men er veel plezier in om kinderen eens ferm bij de neus te nemen (cfr de vader in het citaat uit 'de shock van sinterklaas'). Of ziet men in het sinterklaasgebeuren een kans om een mooi en diepzinnig spel te spelen met kinderen, waarin heel wat diepere levenswaarden kunnen ontdekt worden (het citaat uit 'sinterklaas op school'). Of zijn er leerkrachten die er nog anders tegenaan kijken?
  6. Nog op teamniveau: Hoe wil men de figuur van sinterklaas overbrengen naar kinderen? Welk 'verhaal' gaat men over hem vertellen? Ook in de achtergrondinformatie is er heel wat te lezen en te ontdekken om de beeldvorming rond sinterklaas als figuur en het sinterklaasfeest als gebeuren uit te klaren en te verrijken.
  7. Wat leeft er zoal bij ouders? Kan men inschatten welke ouders wel en welke niet achter de viering van sinterklaas staan? Kan men hierover met hen overleggen? Misschien kan het project aan hen voorgesteld worden via een schooltijdschriftje of een mededeling?
  8. In deze IDK is er veel aandacht voor aansluiting bij het leerplan r.k.-godsdienst en wereldoriƫntatie. In het deel 'introductie voor de leerkracht' staan onder hoofdstuk 4 en 5 verwijzingen naar de doelen van de beide leerplannen. Voor het leerplan godsdienst is een lijst van doelen per graad voorzien. Voor W.O. wordt de link gelegd met de zeven kapstokken van het leerplan en met de overkoepelende doelen en de doelen bij de negen dimensies. Ook van de verwijzing naar beide leerplannen kan men een uitprint maken en aanduiden welke doelen men zeker wil realiseren in het aanbod rond sinterklaas. Bij de doelen voor godsdienst en W.O. is telkens aangegeven via welke kijkwijzers ze kunnen bereikt worden. In hoofdstuk 6 staan enkele verwijzingen naar mondiale vorming en welzijnszorg. Deze zijn niet uitvoerig uitgewerkt, hoewel hier ook mooie kansen voor bestaan. In deze IDK hebben we vooral geopteerd voor een rijk aanbod op vlak van intercultureel en interreligieus leren. (zie kijkwijzer 5).
  9. Bij elke kijkwijzer staan impulsen met een aanduiding erbij voor welke leeftijdsgroep ze geschikt zijn. Soms krijgt men onder de rubriek 'impulsen' maar een zeer korte aanduiding van een impuls. Dan is het belangrijk om direct even door te klikken naar het didactisch luik bij de impuls. Daar zijn verdiepingskansen en didactisch suggesties bij de impulsen te vinden. Op basis daarvan kan men zich een goed beeld vormen van de concrete mogelijkheden die schuilen onder zo'n impuls.
  10. Kijkwijzer 5 verdient speciaal aandacht voor scholen waar islamitische kinderen aanwezig zijn in de klassen. Deze kijkwijzer biedt een ruim pallet aan mogelijkheden om het interreligieus leren te bevorderen. Ook in de achtergrondinformatie is een volledig hoofdstuk gewijd aan kennismaking met het islamitische suikerfeest.
  11. Men kan ervoor kiezen om rond sinterklaas een aanbod te doen op klasniveau. De IDK biedt kansen voor een leergebiedoverschrijdende benadering, vooral voor godsdienst en W.O. Men zou bijvoorbeeld kunnen opteren om gedurende enkele weken, enkele namiddagen te besteden aan het sinterklaasproject, met bijzondere aandacht voor de levensbeschouwelijke component. Niets belet om gedurende andere momenten meer het accent te leggen op het muzische en het spel. Er zijn hiervoor heel wat bronnen te raadplegen, zie bijvoorbeeld de vele websites rond sinterklaas met een overweldigend aanbod aan liedjes, versjes, verhalen, activiteiten, interactief spelmateriaal enz...
  12. Het is belangrijk oog te hebben voor de verschillende fasen van het leerproces dat men met de kinderen wil doorlopen. In het deel 'klaspraktijk' zijn suggesties te vinden voor verkenning, verdieping, verwerking en verankering. De bedoeling is, om met de kinderen deze verschillende fasen te doorlopen binnen het totale sinterklaasproject.
  13. In de jaarplanning kan het sinterklaasproject verbonden worden met de advent. Hierover meer tips bij de didactische suggesties.
  14. Het is ook mogelijk om met heel de school toe te werken naar een schoolviering rond sinterklaas. Dit bijvoorbeeld naar aanleiding van een bezoek van sinterklaas. Wil men meer informatie over samen met de kinderen toegroeien naar een bezoek van de sint, dan is de volgende uitgave een aanrader: J.BEKE & P. VAN HASSELT, Sinterklaas op school, praktijkboek voor de viering van het sinterklaasfeest, Zwijsen, '98. Hierin is alle info te vinden om zulk een bezoek goed te laten verlopen, met aandacht voor de verschillende leeftijdsgroepen van de kinderen. In de IDK vindt u bij de didactische suggesties voor verankering enkele suggesties voor klasvieringen maar ook voor een schoolviering, met bijzondere aandacht voor een interreligieuze inkleuring in scholen met islamitische kinderen.
  15. Voor wat de evaluatie betreft, keert men best terug naar de uitprinten van de reflecties en oriƫntaties bij het onderwerp. (zie hierboven punt 4,5 en 6). De belangrijkste evaluatievraag is of men in de uitwerking van het project voldoende leerkransen gecreƫerd heeft om een proces van levensbeschouwelijk leren te stimuleren, zowel bij zichzelf als leerkracht, als bij de leerlingen. Via de geselecteerde doelen voor godsdienst en W.O. kan men verder meer systematisch nagaan waar en wanneer de aangestipte doelen gerealiseerd werden. Waar dat mogelijk kan men evaluatie-instrumenten aanmaken om na te gaan of de doelen gerealiseerd werden.

Uitleg bij de introductie voor de leerkracht

Vele perspectieven op het thema als uitgangspunt en werkinstrument bij uitstek

Leren uit de veelheid aan gevoeligheden, standpunten en overtuigingen die leven rond een thema. Door confrontatie van verschillende standpunten en overtuigingen komen tot uitzuivering en verdieping van de eigen levensbeschouwelijke kijk op het thema en groeien in begrip voor het standpunt van anderen en voor de keuzes die van daaruit gemaakt worden.

Dit leerproces wordt gevoed en verrijkt door expliciete dialoog met de geloofstradities die voor de participanten als relevant en betekenisvol ervaren worden. In een katholieke school zal vooral de christelijke geloofstraditie in de communicatie betrokken worden, met bijzonder oog voor de diepmenselijke geloofservaringen die aan de grondslag ervan liggen, maar ook andere religies en godsdiensten kunnen een plaats krijgen in het communicatieproces. Dit is zelfs uitdrukkelijk aan te raden als er op school mensen zijn die bijzondere affiniteit met een bepaalde geloofstraditie (bijvoorbeeld de Islam) hebben.

De bedoeling is dat de eigenheid van een geloofstraditie op zodanige wijze belicht wordt dat duidelijk wordt hoe participatie aan de betreffende geloofstraditie het denken en doen van mensen beĆÆnvloedt en oriĆ«nteert. Door zo concreet te werken kan men zichzelf ook gemakkelijk concreet positioneren ten aanzien van een traditie. Op die manier groeit een houding van 'levensbeschouwelijke bedachtzaamheid': men leert zichzelf en anderen kennen en begrijpen op levensbeschouwelijk vlak. En men leert meer oog te krijgen voor de band tussen iemands levensbeschouwing en de concrete keuzes die gemaakt worden. En dat is precies het belangrijkste streefdoel van een in de kijker: kansen creĆ«ren om als individu en als groep te groeien in een houding van levensbeschouwelijke bedachtzaamheid.

Waarom een IDK bij een thema?

Uitgangspunt voor de ontwikkeling van een in de kijker.

  • Het thema moet een zinvol ervaringsgegeven zijn voor kinderen of verband houden met een voor hen betekenisvolle gebeurtenis in hun omgeving of in de actualiteit...

  • Het thema moet voldoende aanknopingspunten voor levensbeschouwelijke communicatie en verdieping bevatten...

  • En de keuze van het thema moet mee geĆÆnspireerd vanuit verhalen of getuigenissen van christelijk geloven.

Reflectie over het gekozen onderwerp, op niveau van de leerkracht

Oriƫntatie in het onderwerp, als volwassene
Mogelijke vragen:

  • Hoe sta je als leerkracht(en) tegenover het onderwerp? Wat zijn voor jou (jullie) in dit onderwerp aandachtspunten, 'ankerplaatsen', spanningspunten, vragen (informatieve, levensbeschouwelijke, godsdienstige...)?

  • De bedoeling is om een ruime ervaringswereld bij het onderwerp te verkennen: hoe kunnen mensen meerdere aspecten van het onderwerp zoal beleven? Hoe kunnen ze er tegenaan kijken?

    Het is belangrijk om van meet af aan oog te hebben voor de pluraliteit die leeft rond het onderwerp. De bedoeling is te ontdekken dat elk onderwerp, elke ervaring op meerdere manier zinvol beleefd en geduid kan worden.
    Deze verkenning legt een basis om nadien met de leerlingen te kunnen komen tot reƫle levensbeschouwelijke communicatie.

Band met het leerplan r.k. Godsdienst

Beknopte, schematische omschrijving van het thema op basis van enkele invalshoeken. De bedoeling is om het thema te belichten vanuit deze invalshoeken. Daardoor komt de levensbeschouwelijke relevantie van het thema scherper in het vizier.

Opsomming van doelen uit het leerplan godsdienst waar de uitwerking van de IDK bij kan aansluiten. De opsomming gebeurt per cyclus en per onderwerp. De doelen kunnen ook opgevraagd worden per kijkwijzer. De bedoeling is dat de leerkrachten zelf bepalen aan welke doelen zij willen werken vanuit het thema sinterklaas. Op basis van de selectie uit de doelen, zal een selectie van kijkwijzers en impulsen kunnen volgen. Nog een bemerking bij de samenhang met de doelen voor r.k.-godsdienst: De doelen in het leerplan zijn geformuleerd in samenhang met onderwerpen per graad, die op hun beurt een concretisering inhouden van de componenten van groei per graad. De onderwerpen zijn als zodanig niet bindend, de doelen wel. Maar door het feit dat de doelen geformuleerd zijn in functie van de onderwerpen, hebben ze ook een inhoudelijk luik. Kiest men een ander onderwerp (in dit geval sinterklaas) om een component van groei op een andere manier te concretiseren, dan werkt men wel aan dezelfde doelen, maar met een andere inhoudelijke invulling. Vandaar het besluit: de lessen rond sinterklaas bieden op een aanvullende manier ontwikkelingskansen voor de levensbeschouwelijke en religieuze componenten van groei en vragen om een vakoverschrijdende benadering.

Band met het leerplan Wereldoriƫntatie

Er is een situering van het thema te vinden ten aanzien van de zeven kapstokken van het leerplan.

De aansluitende overkoepelende doelen en de doelen behorende bij de 9 bestaansdimensies worden opgesomd. Ook hier zullen de leerkrachten een selectie moeten maken om van daaruit kijkwijzers en impulsen te selecteren.

Verwijzingen naar mondiale vorming en welzijnszorg

Als een thema duidelijke linken heeft met een vorm van christelijk sociaal en maatschappelijk engagement, dan zal dit steeds vermeld worden in de IDK. Het is belangrijk om de band te zien tussen levensbeschouwelijke keuzes en concrete houdingen en gedragingen van mensen en groeperingen. Kennismaking met de christelijke geloofstraditie zal zeer vaak mede gebeuren vanuit kennismaking met mensen en groeperingen die zich inzettenvoor hun medemensen, geĆÆnspireerd door hun geloof in de God van Jezus Christus.

Uitleg bij het deel voor de klaspraktijk:

Oriƫntatie van het thema in de leefwereld van kinderen

Mogelijke vragen: Wat zouden onze leerlingen beleven m.b.t. dit onderwerp, wat zijn voor hen wellicht gevoelige punten, welke vragen kunnen we verwachten, waarvoor moeten we kansen bieden, welke duiding (vanuit christelijk geloven, vanuit de pluraliteit) kan hun inzicht verhelderen, hun blik verruimen, hun groei bevorderen, welke basistaal staat centraal?

Werken met kijkwijzers en impulsen

Binnen de nieuwe visie in het leerplan godsdienst staat communicatie centraal. De uitdaging in de basisschool bestaat erin om kinderen zo maximaal mogelijk te stimuleren om actief en vanuit hun eigenheid en verscheidenheid kansen te geven om volwaardig communicatiepartner te zijn.
Hiertoe willen we concrete mogelijkheden scheppen door te werken vanuit kijkwijzers en impulsen. We verkennen hier de begrippen 'kijkwijzer', 'impuls' en 'levensbeschouwelijke impuls':

Wat is een kijkwijzer?

Een kijkwijzer staat voor een benaderingswijze van het thema, die terug te vinden is in het aanbod van impulsen die behoren tot deze kijkwijzer. In het geval van sinterklaas kan men de thematiek vanuit vele hoeken benaderen en bekijken. Wij kozen voor vijf kijkwijzers, die elk op een eigen manier aansluiten bij de reflecties bij het thema op volwassen niveau en bij de oriƫntaties van het thema in de leefwereld van kinderen:

  • Een eerste kijkwijzer zoemt in op herkenbare gebruiken en rituelen rond het sinterklaasfeest. Deze komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze gaan terug op een complexe geschiedenis van vermenging van verschillende geloofstradities. Uit deze geschiedenis willen we elementen naar boven halen die ook nu nog zinvol en betekenisvol kunnen zijn voor kinderen. Zij kunnen zich inleven in wat onze voorouders beleefd en ervaren hebben en van daaruit eigen ervaringen op een diepere en verrijkte manier beleven.
  • Een tweede kijkwijzer geeft een aanbod van impulsen die het mogelijk maken om belevingen, gevoelens en spanningen rond de sinterklaasfiguur en het sinterklaasgebeuren ter sprak te brengen. Ook hier werd bij de keuze van de impulsen vertrokken vanuit de reflecties bij het thema en de oriĆ«ntatie van het thema in de leefwereld van de kinderen. Voor wat deze impuls betreft is het belangrijk om de keuze van de impulsen zo te doen, dat ze aansluiten bij wat er reĆ«el leeft bij deze concrete kinderen in deze concrete klas.
  • Een tweede kijkwijzer geeft een aanbod van impulsen die het mogelijk maken om belevingen, gevoelens en spanningen rond de sinterklaasfiguur en het sinterklaasgebeuren ter sprak te brengen. Ook hier werd bij de keuze van de impulsen vertrokken vanuit de reflecties bij het thema en de oriĆ«ntatie van het thema in de leefwereld van de kinderen. Voor wat deze impuls betreft is het belangrijk om de keuze van de impulsen zo te doen, dat ze aansluiten bij wat er reĆ«el leeft bij deze concrete kinderen in deze concrete klas.
  • Een derde kijkwijzer gaat in om de band tussen de figuur van sinterklaas en Nicolaas, bisschop van Myra. Hier komt de christelijke benadering sterk naar voor. Uit het verhaal over Nicolaas en de legenden die over hem verteld werden kan gemakkelijk afgeleid worden dat Nicolaas een diepgelovig man was die geleefd heeft in navolging van Jezus Christus. Door stil te staan bij deze figuur, kunnen kinderen ontdekken hoe het geloof in Jezus Christus invloed heeft op levenskeuzes die iemand maakt.
  • Via deze kijkwijzer leren kinderen ook een specifieke vorm van geloofstaal kennen, namelijk de legende. Het is interessant om met hen stil te staan bij de waarde en de betekenis van zulke legenden.
  • Een vierde kijkwijzer geeft een ruim aanbod aan identificatiemogelijkheden voor kinderen: ze kunnen zich inleven in verhaalpersonages, waardoor ze spelenderwijs meerdere perspectieven ontdekken ten aanzien van het sinterklaasgebeuren. Zich leren inleven in verschillende rollen en benaderingswijzen is een belangrijke oefening om het inlevingsvermogen te ontwikkelen. Een goed ontwikkeld vermogen tot inleving legt een stevige basis voor het groeien in levensbeschouwelijke bedachtzaamheid.
  • Een vijfde kijkwijzer geeft kansen tot interreligieus leren en zal vooral interessant zijn voor scholen waar islamitische kinderen aanwezig zijn. De bedoeling is om stil te staan bij de gelijkenissen en de verschillen tussen het suikerfeest en het sinterklaasfeest. Uit deze vergelijking kunnen enkele opmerkelijke overeenkomsten ontdekt worden. Op basis hiervan is uitwisseling en gesprek tussen kinderen vanuit verschillende geloofstradities mogelijk. Als kroon op het werk kan een interreligieus uitgewerkte viering aan bod komen. Zo kan verbondenheid en wederzijds begrip groeien.
Wat is een impuls?

Een impuls is iets (een beeld, een tekst, een lied, een prent...) wat je in de klas binnenbrengt, van waaruit een leerproces kan ontstaan.
Een impuls zet kinderen aan tot nieuwsgierigheid, drang om te verkennen, zich in te leven, er zich mee te confronteren... M.a.w. een impuls werkt betrokkenheidverhogend.

Wat is een levensbeschouwelijk impuls?

Een levensbeschouwelijke impuls wil een thema ontsluiten: wil meerdere ervaringen en zingevingperspectieven bij het onderwerp open maken. Om het negatief uit te drukken: het is niet de bedoeling om op voorhand het voelen en denken van kinderen over het onderwerp 'dirigeren'.

Bijvoorbeeld door een moraliserende ondertoon of door bij voorbaat al Ć©Ć©n zingevingperspectief als het enige juiste voor te stellen.

Een levensbeschouwelijke impuls opent meerdere zingevingperspectieven (christelijke traditie en andere godsdiensten/levensbeschouwingen) en stimuleert levensbeschouwelijke communicatie.

Levensbeschouwelijke impulsen bieden kansen tot een leerproces op drie niveaus.
We spreken hier over drie vormen van communicatie die door de impulsen op gang kunnen gebracht worden:

  • het leren tot expressie brengen van ervaringen en belevingen;
  • het leren aanvoelen en begrijpen dat mensen zin en betekenis kunnen ontdekken in wat ze meemaken;
  • het leren reflecteren vanuit eigen gevoeligheid en denkkracht op ervaringen en manieren van zingeving.

Deze drie leerprocessen zijn van elkaar te onderscheiden, maar niet van elkaar te scheiden: kinderen denken en voelen al doende: iets krijgt maar betekenis als ze er als mens deel van uitmaken: ze kunnen niet abstract denken over waarden en levensbeschouwelijke standpunten. Daarom is het nodig om aandacht te hebben voor een goede samenhang tussen deze drie soorten communicatie.

Goede levensbeschouwelijke impulsen zijn impulsen die:

  • fundamentele ervaringen aanraken en bevragen:

    Hoe raken concrete gebeurtenissen mensen in de diepte?
    Een goede belevingsimpuls werkt minstens in een van de volgende drie richtingen:

    • Focus op belevingsdiepte: mogelijkheden tot inleving, identificatie;
    • Focus op perspectiefwisseling: rolverkenning, rolname, meerdere standpunten en invalshoeken van beleving;
    • Focus op contrastervaring: kinderen voelen dat er iets niet klopt, niet hoort, niet rechtvaardig is;

    Mogelijkheden: allerlei kinderervaringen, nieuwsfragment, krantenkop, verhaal, film, poƫzie, kijkplaten, interview...

  • Impulsen die meervoudige zingevingperspectieven aanbieden:

    In welke zinperspectieven kan je het ervaringsgegeven plaatsen, welke betekenis geven mensen eraan?

    • Christelijk duidingperspectief
    • Andere levensbeschouwingen, religies, godsdiensten.
    • Allerlei soorten van beĆÆnvloeding die niet onmiddellijk gekoppeld zijn aan een uitgebouwde levensbeschouwing.

    Mogelijkheden: beschouwende teksten, kunstwerken, getuigenissen, gebeden, bezinningsteksten, liederen, verhalen, bijbelteksten, geloofsverhalen en –rituelen, maar ook reclameslogans, T.V.-programma's, computerspelletjes,...

  • Impulsen die vragen en reflecties stimuleren:

    Hoe krijgen we samen meer inzicht, door verder te bouwen op elkanders inbreng en door te vertrouwen in de eigen denkkracht?
    Mogelijkheden: open verhalen, beelden, liederen die kiemen van zinvragen bevatten, maatschappijkritische vragen, filosoferen...

Uitleg bij didactische suggesties, gericht op levensbeschouwelijke communicatie

Concrete suggesties bij de kijkwijzers en de impulsen:

De bedoeling van dit onderdeel is om suggesties aan te reiken om een levensbeschouwelijk leerproces mogelijk te maken op basis van de betreffende impuls. Het is belangrijk om als leerkracht aan te voelen welke mogelijkheden in een impuls schuilen om levensbeschouwelijk mee aan de slag te gaan. Daarom wordt bij een groot aantal impulsen verrokken vanuit de verdiepingskansen die erin vervat liggen. Die verdiepingskansen worden aangeduid met behulp van het schema van de componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei uit het leerplan r.k. godsdienst. Daarnaast worden bij elke impuls ook concrete didactische suggesties gegeven. Deze geven een concreet beeld van hoe men met de impuls aan het werk kan gaan inde klas. Het is mogelijk dat men de voorgestelde manier van werken moet bijsturen en aanpassen vanuit de eigen beginsituatie en de doelen die men wil realiseren op basis van de betreffende impuls.

Suggesties, gericht op verkennen, verdiepen, verwerken, verankeren:

Het is belangrijk oog te hebben voor een vorm van fundamenteel en duurzaam leren bij kinderen. Ze moeten kans krijgen om iets mee te dragen vanuit het thema; ze zouden een stapje vooruit geraakt moeten zijn op vlak van levensbeschouwelijke bedachtzaamheid. Als leerkracht heeft men dit leren in de diepte niet volledig in handen, maar men kan wel alles doen om er kansen voor te creƫren door oog te hebben voor een aangepaste opbouw van het thema. De suggesties voor verkennen, verdiepen, verwerken en verankeren zijn bedoeld om een vorm van fundamenteel leren mogelijk maken. Voor de suggesties voor verdieping en verwerking wordt terug verwezen naar de verdiepingskansen en de concrete didactische suggesties bij elk van de impulsen. Naargelang van de keuze van de impulsen zullen dus andere verdieping- en verwerkingskansen gecreƫerd worden.
Men dient ook voldoende oog te hebben voor differentiatie: niet alle kinderen leggen dezelfde leerweg af. Er kan verschil zijn op vlak van beginsituatie op vlak van openheid voor bepaalde kijkwijzers en impulsen en voor de didactische verwerking ervan. En er kan verschil zijn op vlak van verankering: niet alle kinderen hoeven hetzelfde mee te dragen vanuit het thema: naargelang de eigen mogelijkheden zal elk kind een eigen leerweg doorlopen. Maar voor alle kinderen moeten er kansen aangereikt worden om te verkennen, te verdiepen en te verwerken en om te verankeren.

Suggesties voor de jaarplanning:

Vermits sinterklaas een feest is dat kan aansluiten bij het liturgisch - pastoraal jaar gaan de suggesties voor de jaarplanning ook duidelijk in die richting.Het is de bedoeling om kinderen zo in aanraking te brengen met het geloofsleven dat zij van binnen uit kunnen aanvoelen en beleven welk impact dit heeft op de verschillende dimensies van het leven. In dit geval staat de verbondenheid met de katholieke geloofsgemeenschap doorheen de sterke liturgische tijden centraal.

Klaspraktijk

Oriƫntatie van het onderwerp in de leefwereld van kinderen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/1633.jpg

Mogelijke vragen: Wat zouden onze leerlingen beleven m.b.t. dit onderwerp, wat zijn voor hen wellicht gevoelige punten, welke vragen kunnen we verwachten, waarvoor moeten we kansen bieden, welke duiding (vanuit christelijk geloven, vanuit de pluraliteit) kan hun inzicht verhelderen, hun blik verruimen, hun groei bevorderen?

Ook hier vindt u weer een lijstje van mogelijke gevoelige punten voor leerlingen. De bedoeling is dat u die items aankruist die volgens u waarschijnlijk van toepassing zijn voor de kinderen in uw klas/school. U kan hierover ook in gesprek gaan met kinderen of met een 'werkgroepje' van kinderen rond sinterklaas. Hoe het ook zij, het is belangrijk om een realistisch beeld te vormen van de gevoeligheden die leven bij kinderen rond het sinterklaasfeest. Op basis daarvan zal immers een keuze uit de aangeboden impulsen moeten gebeuren.

  • Het thema biedt kansen om de thematiek van 'geven en krijgen' met kinderen uit te diepen: de kinderen zijn degene die iets krijgen, dat sluit goed aan bij hun egocentrische ingesteldheid. De overvloed, de rijkelijkheid van het feest spreekt tot hun verbeelding, de volheid van het leven krijgt voor hen concreet vorm, ze kunnen er zich helemaal aan overgeven.
  • Echter niet alle kinderen krijgen iets van de sint en het is zeker niet zo, dat alle kinderen evenveel krijgen. Hoe in het reine komen met deze ongelijkheid, die als 'onrechtvaardig' kan worden aangevoeld. Andere gevoelige punten voor kinderen: omgaan met teleurstellingen, dankbaar of niet dankbaar kunnen zijn, begrijpen of niet begrijpen waarom je iets niet krijgt, enz...
  • Het "verlengen" (of ver-langen) van de wil om te hebben wordt geoefend: van onmiddellijk willen hebben naar uitkijken naar iets, geduldig zijn, iets of iemand verwachten, verlangen naar iets/iemand.
  • De spanning tussen het mateloze (je mag naar hartelust vragen) en de 'maat' die de realiteit oplegt: je kan niet alles krijgen, je moet kiezen, je moet afwegen,...
  • Het thema van de 'grenzeloze liefde': opgaan in de zalige overvloed, voelen dat je als kind 'gewenst' bent en dat deze liefde af en toe grenzeloos hoogtij viert. Kortom het vieren van momenten waarin de liefde en het leven even intenser kunnen samen vallen.
  • Er wel of niet in geloven: aan sommige jongere kinderen wordt gezegd dat sinterklaas niet bestaat, bij anderen heerst er juist een hele aparte sinterklaassfeer en gaat iedereen erin op. De kinderen beleven het in hun eerste, de ouders in hun tweede naĆÆviteit. Deze kinderen zitten samen in de klas. Dan zijn er nog kinderen uit andere culturen waar geen sinterklaas gevierd wordt. Wat betekent dit verschil voor hen? Voelen ze dit zelf aan als een onoverbrugbaar verschil?
  • Op school spelen jongere en oudere kinderen samen: hoe verhouden zich de 'weters' tot de 'niet-weters'? Zijn er oudere kinderen die de neiging hebben om jongere kinderen te pesten of te kleineren omdat ze in sinterklaas geloven? Of voelen oudere kinderen zich verantwoordelijk voor de jongere kinderen? Kunnen de oudere kinderen respect opbrengen voor het sinterklaasfeest of mondt hun teleurstelling uit in agressie?
  • Loyaliteitsbekommernissen van kinderen: kinderen staan uiterst loyaal tegenover hun ouders: ze zullen zich ervoor hoeden om hun ouders teleur te stellen. Ze voelen soms aan, dat hun ouders graag willen dat ze geloven in sinterklaas.

    Zie ook: citaat 3 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.

  • Oudere kinderen kunnen zich bewust worden van het feit dat er nog heel wat mensen met een hart zoals dat van sinterklaas te vinden zijn in hun eigen omgeving, in de wereld rondom hen. Hier kunnen ze zich mee leren identificeren.

Kijkwijzers en impulsen

Inleiding

Bij elke kijkwijzer vindt u impulsen die geschikt zijn voor jongere kinderen tot 7 Ć  8 jaar, deze worden aangeduid met

 

De impulsen die geschikt zijn voor kinderen van 8 tot 10 jaar, zijn aangeduid met


De impulsen voor oudere kinderen met

 

De verdiepingskansen en de didactische uitwerking van een impuls zijn te vinden bij hoofdstuk 3: didactische suggesties. Hier vindt u per impuls verdiepingskansen en didactische suggesties. In een tweede punt worden suggesties voor verkenning, verdieping, verwerking en verankering aangereikt en tot slot in een derde punt worden suggesties voor de jaarplanning gedaan.

Kijkwijzer 1: Gebruiken, gewoonten, rituelen

Impuls A: De kinderen stellen snoepzakjes samen op basis van Sints verleden
Impuls B: De leerkracht vertelt

Over de twee tradities waarop sinterklaasgebruiken terug gaan:

De essentie wordt hieronder aangegeven maar meer informatie verwerven in het achtergronddossier is nodig. Wil de betekenis van het snoepgoed voor kinderen duidelijk worden is er een goede informatieve basis nodig. De zin en de betekenis van het Sinterklaasgebeuren moet kunnen oplichten in de gesprekken over het snoepgoed.

De Christenen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nick.jpg

Sint Nicolaas werd rond 270 geboren in Pataras (Klein-Aziƫ). Hij stierf als bisschop Nicolaas van Myra ergens rond het jaar 340 in Myra en werd later vanwege zijn vele goede daden heilig verklaard. Ongeveer tweehonderd jaar na zijn dood ontstaan de eerste legenden over de Heilige Nicolaas. Legenden die vermengd werden met nog een andere toonaangevende Nicolaas uit die tijd. Zo ontstonden er al snel een 150tal legenden rond zijn persoon. Al voor het jaar 1000 was hij ƩƩn van de meest algemeen vereerde heiligen in de oosterse en westerse kerk, een soort afspiegeling van de Christusfiguur. In de 11 de eeuw werd zijn naamdag op 6 december op de kalender gezet.

Hier past het om enkele Nicolaaslegenden te vertellen

Vanaf de middeleeuwen ontwikkelt de herdenking van zijn sterfdag in het Westen van Europa zich tot het kinderfeest zoals we het nu kennen. Het begon met het kiezen van een kinderbisschop en assistenten uit de arme kinderen van een stad. Deze kinderen kregen tot 'Onnozele Kinderen' (28 december) eten en cadeaus (onder meer schoenen). Langzaam maar zeker groeit het trakteren van kinderen uit tot een algemeen volksgebruik. Lange tijd was er grote weerstand tegen dit gebruik, met name vanwege de rooms-katholieke kerk alsook vanuit bepaalde protestantse kerken.

Pas in de 19e eeuw duikt de bisschop weer in het openbaar op. Uit deze tijd stammen ook de meeste van de Sinterklaasliedjes ('Zie ginds komt de stoomboot' staat bijvoorbeeld in 1851 in de versjesbundel 'St.-Nicolaas en zijn knecht' van J. Schenkman).

De Germanen

Naast de christelijke elementen die we kunnen herkennen in de figuur, van Sinterklaas en de gebruiken en rituelen rondom zijn feest, zijn vele gebruiken pas echt te verklaren vanuit de Germaanse levensbeschouwing. Toen het christendom in onze streken verspreid werd, vermengde deze zich met de bestaande Germaanse godsdienst. Zo werden elementen van het Germaanse geloof opgenomen in christelijke gebruiken en omgekeerd. Dit gebeurde dus ook met de figuur van de heilige Nicolaas.

De winterperiode die na de herfst komt, met al zijn rijkdom aan vruchten en zaden, is een tijd van dood en duisternis, het levende groen is verdreven evenals het licht en de warmte. Om hun hoop op de terugkeer van de zon en de vruchtbaarheid van het land in de lente uit te drukken offerden de Germanen hun vruchten van het veld (wortelen, bieten noten e.a. zaden) Zo hoopten ze dat de god Wodan hen overvloedig zou zegenen met levenszaden en een goede oogst De Germaanse god Wodan reed, volgens de mythologische verhalen op een witte schimmel hoog door de lucht. (wat verwijst naar het paard van de Sint op het dak) Als god van het leven, de levensadem, de lucht, strooide Wodan de levenszaden uit samen met zijn helper Oel of Norwi (Zwarte Piet die (peper)noten gooit). Veldvruchten werden geofferd in de hoop dat Wodan voor een goede oogst zou zorgen. (De biet en wortel voor het paard van de Sint). Zoals de rook van de offers door het rookgat omhoog kringelde, zo hoopte men dat de goede gaven van Wodan over de mensen heen zouden komen (de latere schoorsteen en de geschenken van de Sint)

Impuls C: Info voor de leerlingen i.v.m. de snoepzakjes: betekenis van de voorwerpen en het snoepgoed
 
Sinterklaas en Zwarte Piet
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ezel.jpg
  • Stoomboot: Volgens een legende redde Sint Nicolaas in nood verkerende zeelieden zo werd hij naast beschermheer van zeelieden ook patroon van kooplieden en reizigers.

  • Spanje: Het heiligdom van Sint Nicolaas werd vanuit Myra in Turkije naar Bari in ItaliĆ« verplaatst. Dat deel van ItaliĆ« was vroeger Spaans gebied. Zeelieden uit onze streken die handel dreven in het Middellands zeegebied brachten dus verhalen van Nicolaas uit Spanje mee. Daarnaast brachten zij ook meer exotische producten mee waaronder de sinaasappel en de amandelnoten waarvan de marsepein wordt gemaakt.
    Twee elementen die we sterk in de Sinterklaasgebruiken terugvinden.

  • Schimmel: De achtpotige witte schimmel Sleipnir van de Germaanse god Wodan die door de lucht kon reizen werd verbonden met de Nicolaaslegenden.
    Sindsdien is het Sinterklaas die met zwarte Piet over de daken rijdt en snoep en geschenken door de schoorsteen gooit. Onder invloed van de druk bekeken TV1 reeks 'Dag Sinterklaasje' van Bart Peeters kreeg het paard een nieuwe naam in Vlaanderen nl. "Slechtweervandaag".

  • De ezel van Sinterklaas: De ezel is een lastdier van de armen, de kleine boeren. Een ezel draagt dus de lasten van de armen. De h. Nicolaas kwam op voor de arme mensen van zijn streek, hij droeg dus, zoals een ezel, de lasten van de armen en nu draagt de ezel de pakjes voor de kinderen.

  • Mijter: waarschijnlijk een 'verbastering' van een Frygische muts (een oosterse, godsdienstige hoofdbedekking), onder meer gedragen door bisschoppen. Nu vast ereornaat van een bisschop.

  • Staf: symbool van de herdersstaf en kerkelijke macht . De krul van de staf is eigenlijk een jonge frisse twijg en verwijst naar het bijbelse beeld van Jesaja: aan een oude stronk zal een nieuwe twijg ontspruiten. Een nieuwe toekomst, nieuw leven kondigt zich aan.

  • 'Goedheiligman': Een verbastering van "goet-hylik man" (= "goed-huwelijks man"), Wodan was niet alleen de god van de natuurlijke vruchtbaarheid maar ook van de menselijke. Heel wat gebruiken zoals het geven van koeken, de roede van zwarte Piet enz. hebben te maken met oude vruchtbaarheid gebruiken en gewoonten. Ook vanuit christelijke invalshoek mag Nicolaas een huwelijksmakelaar genoemd worden. De legende van de drie meisjes zonder bruidschat is daar getuige van. Vandaar dat Nicolaas ook patroonheilige van de jeugd en de jonggehuwden is geworden.

  • Zwarte Piet: Mogelijk komt zijn figuur van de begeleider van Wodan namelijk de god Oel die de zaden strooit en de zak vasthoudt waar de maan in gaat slapen volgens de Germaanse mythologie. Ook de god Norwi komt in aanmerking. Vroeger was Zwarte Piet eigenlijk de duivelse tegenpool van Sint en boeman voor kleine kinderen, tegenwoordig Sints onmisbare rechterhand, zwart geworden door al dat geklauter in schoorstenen. Er is ook een Nicolaaslegende waarbij Nicolaas een jonge zwarte slaaf vrijkoopt. Die zich vrijwillig in dienst stelt van de Sint. Al deze mythologieĆ«n en legenden komen samen in onze Zwarte Piet

  • Roe: Berkentakken, jonge twijgen die de levenskracht en vruchtbaarheid symboliseren. Meisjes werden vroeger door jongens met de twijgen aangeraakt om hen tot vruchtbaarheid uit te nodigen. Later toen deze gebruiken verdwenen waren herkende men de roede niet langer als een vruchtbaarheidssymbool maar werd er een strafinstrument in herkend waarmee men de kinderen dreigde zoals in het liedje 'wie zoet ik krijgt lekkers, wie stout is de roe'.

  • Schoorsteen: Vroeger een rookgat in een hut Verbinding tussen de 'mensenwereld' en de 'bovenwereld' waar geesten en goden wonen.. Mensen offerden vruchten van het veld (raap, biet, wortel, appelen...) in de hoop op een rijke oogst volgend jaar. Die rijke oogst werd geschonken door Wodan die levenszaden uitstrooide.

Zie het achtergronddossier voor meer informatie

Snoepgoed
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/marzipan-2.jpg
  • Speculaaspoppen: ... (zie verder op de "snoepgoed-pagina")

  • Speculaas harten en Peperkoeken harten: Verwijzen net als bovenstaande speculaaspoppen naar de liefde en de vruchtbaarheid.

  • Hartjes van suiker met een wens in gedrukt: Net als de Vrijerkoeken verwijst het naar vruchtbaarheid en liefde van een aanbidder.

  • Onze-lieve-vrouwtjes: Wellicht zijn ook de zoete onze-lieve-vrouwtjes een eerder verwijzing naar de godin Freya de gemalin van Wodan. Later werd in de plaats daarvan het een christelijke betekenis gegeven en werd Maria, de moeder van Jezus, ook wel Onze Lieve Vrouw genoemd, in de plaats gezet.

  • Hazelnoten okkernoten, amandelnoten en paranoten: Noten zijn vruchten en zaden tegelijk. Ze verwijzen naar de god Wodan die de levenszaden uitstrooit voor de mensen. Ze zijn tekens van leven en vruchtbaarheid en tegelijk zeer voedsel rijk voor mensen en kunnen in de winter heel lang bewaard worden.

  • Pepernoten: Vooral in Nederland een gebruik en wederom een symbool van vruchtbaarheid.

  • Het strooien van noten en snoepgoed: Een teken van vrijgevigheid en gulheid. Verwijst naar het strooien van de levenszaden door Wodan en Oel. Ook weer te verbinden met de legende van de drie huwbare meisjes waar Nicolaas met geld strooit. Het zegt ook dat het leven gratis is, gegeven voor iedereen. Als een gave van God.

  • Varken, vruchten, groenten,... in marsepein: ... (zie verder op de "snoepgoed-pagina")
  • Appeltjes van oranje en chocoladen munten: ... (zie verder op de "snoepgoed-pagina")

  • Chocoladeletters en letters van banket: Wodan was naast de god van het leven ook de god van het woord, de taal, het schrift. Met name de Germaanse runetekens. Germaanse kinderen kregen een runeteken cadeau bij hun geboorte, een teken van geluk. Ook deze traditie wordt gezien als voorloper van de chocoladeletter en de kleine of grote letterkoekjes. Door het eten van deze koekjes werd men deelachtig aan de goddelijke wijsheid. Ook te verbinden met het evangelieboek van Sinterklaas: Johannes 1.1: "In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Goddelijke wijsheid, gegeven aan mensen."

  • Chocoladen beelden van Sinterklaas ... (zie verder op de "snoepgoed-pagina")

  • Chocoladen beeld van Zwarte piet met de zak en de roede: zie hoger "Zwarte Piet"

  • Chocoladen beeld van de ezel van de Sint: zie hoger "De ezel van Sinterklaas"

  • Chocoladen beeld van de maan, een klomp, katten, een varken met klavertje vier: ... (zie verder op de "snoepgoed-pagina")

  • Een chocoladen eekhoorn: Een eekhoorn verzamelt zaden voor de winter zoals ook mensen de zaden verzamelen die Wodan uitstrooit of kinderen de snoepen verzamelen die de Sint uitstrooit.

  • Paddestoelen in chocolade. Is eveneens met z'n sporenzaden een vruchtbaarheidssymbool. Maar meer nog dan bij sinterklaas vinden we de paddestoel met kerstmis terug.

  • Trol of kabouter, een sneeuwman en een eskimo in chocolade: zijn minder sterke verwijzingen naar Sinterklaas, het zijn heel algemene verwijzingen naar de winter.

  • Een chocolade autootje, een beer, een pop, een moto... en zo meer hebben niets meer met de oorsprong van de Sint te maken het zijn veel latere verwijzingen naar het door de Sint gebrachte speelgoed.
Impuls D: Snoepzakjes krijgen en bekijken

Kijkwijzer 2: Belevingen, gevoelens, spanningen

Vele sinterklaasliedjes, zowel de klassieke als meer actuele drukken gevoelens uit van kinderen rond het sinterklaasgebeuren. Door samen deze liedjes te zingen en te beluisteren ontstaat er een sfeer van verbondenheid: de ik-gerichte beleving wordt opgenomen in en gemilderd door een wij-gevoel. Dat geldt trouwens voor het hele sinterklaasproject: door er een schoolproject van te maken breekt de ik-gerichtheid open en komt er plaats voor een ruimere sociale en spirituele dimensie.

Impuls A: J. Stevenson, De avond na sinterklaas

Antwerpen, 1983 (engelstalige ed. The night after Christmas, New York, 1981)

Samenvatting

De avond na Sinterklaas worden twee stukken speelgoed gedumpt bij het vuilnis. Teddie, een beer en Annie een pop. Ze worden voorlopig van de ondergang in de vuilniswagen gered door Joepie, een straathond zonder thuis. Hij zorgt voor een voorlopige vorm van onderdak Drie thuislozen in 'n armoedige situatie. Hoe gaan ze daarmee om? Teddie probeert zichzelf te veranderen om weer aantrekkelijk te worden. Annie wil gewaardeerd worden om zichzelf en wil geen toegevingen doen op dat vlak. Joepie gaat zwervend voor beide op zoek naar een oplossing. Dat lukt verrassend genoeg. En wat blijkt op het laatste blad van het boek als je goed kijkt, dat er ook voor Joepie een thuis gevonden is.

Geschreven versie

Het was de avond na Sinterklaas. Teddie lag bij de vuilnis. "Pang pang pang, jager Wannes, hei, de haasjes op de Brechtse hei, die dansen o, zo blij," zong hij.

"Waarom zing jij?" vroeg een pop, die in de vuilnisbak van de buurman lag. "Ik weet het eigenlijk niet," zei Teddie. "Maar het is veel leuker dan dat je niet zingt." "Dus jou hebben ze er ook uitgegooid?" zei de pop. "Ja, dat zie je," zei Teddie. "Het jongetje van wie ik was heeft een ruimtegeweer gekregen van sinterklaas."

"Ik heet Annie," zei de pop. "Ik ben Teddie," zei Teddie. "Prettige feestdagen," wenste Annie. "Jij ook, Annie," zei Teddie.

"Het kind van wie ik was," zei Annie, "heeft een pop gekregen met haar dat je in de krul kunt zetten. Je kunt haar andere kleren aantrekken. Ze heeft zelfs een bikini."
"Zullen we 'Heer Wannes ging op jacht' zingen?" vroeg Teddie. "Nu liever niet," zei Annie.
"Mag ik ook iets zeggen?" zei een stem. "Het eerste wat ze morgenochtend doen is de vuilnis ophalen." Het was een bruine hond die ook op straat was gezet en geen thuis meer had.
"Maar waar kunnen we heen?" vroeg Annie. "Je mag met mij meegaan, klim maar op mijn rug. Ik heet Joepie," zei de hond. "Graag, dank je," zei Teddie.
Hij bracht hen naar een vervallen pakhuis. "Het is hier wel niet zo mooi," zei Joepie, "maar het is ten minste warm."
Ze gingen allemaal slapen.
De volgende ochtend zei Teddie : "Wat gaan we nu doen? Er is niemand om mee te spelen." "Ik zal wel met je spelen," zei Joepie. "Dat is heel lief van je," zei Teddie, "maar ik bedoelde kinderen."
"Je moet er niet boos om worden, Joepie," zei Annie. "Hindert niets, hoor," zei Joepie. "Ik ben toch niet zo dol op spelletjes. Ik ren en ik blaf en ik kwispel met mijn staart. Dat is ongeveer alles." Joepie liep naar buiten om wat eten op te snorren.

"Weet je wat we moesten doen ?" zei Teddie. "Wat ?" zei Annie. "We zouden ons een beetje moeten opknappen, zodat we er weer als nieuw uitzien. Daar houden kinderen van." "Ik ben wat ik ben," zei Anny. "Ik kan niets anders zijn."
"Ik kan dat wel," zei Teddie. "Ik zou op televisie kunnen komen. Dat vinden kinderen enig." "Neen, dat kan je niet," zei Annie. "Let maar eens op," zei Teddie. "Als je 't leuk vindt moet je in de handen klappen."
Teddie kroop in een doos. "Iedereen houdt van Joemi!" zei Teddie. "Vraag aan moeder of ze een grote doos wil kopen. Vandaag nog. Het is voedzaam en lekker."
"Je hebt niet geklapt," zei Teddie. "Ik vond het ook niet erg leuk," zei Annie. "Ik weet iets beters," zei Teddie. En hij ging even weg.

Hij zette een doos onderste boven op z’n hoofd. "Wat stelt dĆ t nu weer voor ?" zei Annie. "Ik ben een computer," zei Teddie. "Vraag maar eens iets." "Hoe kan je nou zo stom zijn ?" zei Annie.
En Teddie ging weer even weg en kwam met veel oud ijzer op z’n hoofd terug.
"Wat krijgen we nou ?" vroeg Annie. "Herken jij geen marsmannetje als je er een ziet?", vroeg Teddie.
Toen kwam Joepie terug.

"Hebben jullie 't gezellig gehad ?" vroeg hij. "Neen," zei Teddie. "Helemaal niet," zei Annie. "0," zei Joepie, "dat went wel."

De volgende twee dagen liepen Teddie en Annie zomaar wat rond en ze werden steeds maar droeviger.
Teddie begon heen en weer te lopen, heen en weer, heen en weer. "Wat heb je toch?" vroeg Joepie. "Ik kan er niet aan wennen dat ik er aan wen," zei Teddie.

"Hmmmm," zei Joepie en hij maakte zich klaar om weg te gaan. "Waar ga je heen ?" zei Annie. "Mogen we mee ?" zei Teddie. "Neen," zei Joepie. Hij bleef heel lang weg.

Toen Joepie terug was wou hij niet zeggen waar hij was geweest! "Morgen zullen jullie 't wel zien," zei hij.
De volgende dag nam hij hen mee."Je zal ervan opkijken," zei hij.

Bij een groot gebouw bleven ze staan. "Wat is er zo speciaal aan?" vroeg Annie.
"Jij moet hier gaan zitten, Annie;" zei Joepie, "en jij daar, Teddie." "Ik hoor een bel gaan," zei Annie.
Plotseling begonnen kinderen, uit de deuren van het gebouw naar buiten te stromen.
Ze maakten veel drukte en het duurde lang.
Toen alle kinderen weg waren.
Waren Annie en Teddie ook weg.

Bekijk het verhaal:

De Avond na Sinterklaas

youtube

Filmpje

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

De Avond na Sinterklaas

youtube

Plaatjes

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen
Impuls B: Videofragment van Toon Hermans over sinterklaas

Bekijk het verhaal

Toon Hermans - Snieklaas
youtube

Fragment van Toon Hermans

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen
Geschreven versie: "Snieklaas":
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/toon.jpg

Ik ben niet opgevoed in weelde, met cadeaus en geschenken. Dat heb ik nooit gekend. In mijn hele jeugd kreeg ik nooit cadeaus, kan ik me niet herinneren. Ik ben niet opgegroeid in weelde.Ook niet met december, ook niet met Snieklaas. Ik heb nooit iets van de man gehad. Hij deed of ik niet bestond. Ik vind het een rare man. Ik hou er helemaal niet van. Een rare man, met z'n schimmel! Ik kan die man niet uitstaan. een rare man. Ik mag hem niet. Onsympathiek individu. En die knecht vind ik ook zo'n zak. Hoogst irritant. Staat altijd te lachen. Staat in het liedje "zijn knecht staat te lachen". Idioot! Op 6 december, buiten hartstikke koud, staat hij op het dak te lachen. Raar stelletje! Dom koppel! Ik mag ze niet! Allebei! Ik heb nooit iets van hen gekregen. Ik zette mijn schoen. Ik was al heel blij als die er 's morgens nog stond. En dan die stomme liedjes zingen. Hoor wie klopt daar kinderen... Geen hond! "En strooit wat lekkers in Ć©Ć©n of andere hoek" Wat is dat voor waanzin. Waarom zegt hij niet in welke hoek. Kan je nog lopen zoeken ook. Ik mag die man niet. Oneerlijk!!!
Er waren kinderen die kregen zoveel cadeaus. Daar liepen de treinen door de kamer. Bij ons liep er niets door de kamer. Alleen wijzelf. Ik was de locomotief. Met een zootje armoedzaaiers achter me aan. Gelukkig hadden we een groot gezin. Anders was het nog een treintje van niets geweest ook. "Snieklaas kapoentje"! Een stokoude vent die ze nog kapoentje noemen ook. Dom feest. Zit je bij de kachel je bewusteloos te zingen. Met die vieze kolendamp. Opeens wordt er op de deur geklopt. Zoiets armoedigs had ik nog nooit gezien. Had een sprei om. En ik kende die sprei. Die was uit de voorkamer, die lag daar altijd op tafel.
Je kon op de rug precies zien waar de assenbak had gestaan. 'Ik kom uit Spanje' zei die gek. Met mijn sprei om kwam hij uit Spanje! Uit de kroeg kwam die, dat zag ik meteen. En naast hem stond Pietermanknecht. Het was geen Pietermanknecht. Het was tante Jo. Die had een paar dingen die ik nog nooit bij Pietermanknecht gezien had. Van Snieklaas had ik niks. Er waren kinderen die hadden meccanodozen en autopetten. Had ik ook wel graag willen hebben. Maar ik had niks.

Fragment: Toon Hermans, One man show 1974.

Impuls C: Een kringgesprek over speelgoedfolders

Belevingsthema's: kiezen is moeilijk; aanvaarden van wat je (maar) krijgt is soms moeilijk. Het verlengen van iets willen hebben tot een verlangen naar iets. Het mateloze verlangen en de realiteit die zijn grenzen oplegt.

Impuls D: De "weters" in actie voor de "niet-weters"
Impuls E: Kinderen spelen sinterklaas voor hun ouders

Kijkwijzer 3: Nicolaas van Myra

Op basis van Quadflieg, R. Fuhrmann, Nicolaas van Myra, Averbode, '94

Impuls A: Een vertelling over het leven van Nicolaas
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/sv-nikol(1).jpg

Door de landstreek van Lyciƫ, in wat nu Turkije heet, stroomt het riviertje de Myros. Niet ver van de plaats waar de Myros uitmondt in de Middellandse Zee ligt de stad Patara. Daar leefde, heel lang geleden, een rijke familie. Ze woonden in een groot huis met kostbare meubelen en prachtige tapijten. De kaste stonden vol juwelen en gouden spullen. In het gezin was maar ƩƩn kind, een jongen. Zijn ouders hadden hem bij zijn doop de naam Nicolaas gegeven. "Nicolaas" betekent: "de zegevierende held van het volk" of zoals vele mensen zeggen, "overwinning van het volk van God".
Toen Nicolaas zestien jaar was, stierven zijn vader en moeder. Van toen af woonde hij alleen in het grote huis in Patara, en al het goud en het geld dat eerst van zijn ouders was, was nu van hem. Op een avond liep Nicolaas over de markt van Patara en kwam in een stille straat. Daar woonde een man met zijn drie dochters.
Net toen Nicolaas langs het raam liep, hoorde hij de vader zeggen:"Ik ben ten einde raad, lieve kinderen. Ik bezit geen rooie cent. Ik kan geen kleren meer komen voor jullie en zelfs geen eten. Morgen, in de vroegte, zal ik jullie alle drie naar de stad brengen. Dan moet je zelf maar zien hoe je in leven blijft. Misschien kunnen jullie in een herberg werken. Of je kunt meegaan met de matrozen aan de haven, en de hele nacht met hen drinken en dansen. Dan geven ze je geld omdat je jong en mooi bent." De meisjes huilden hartverscheurend, maar de vader zei:"Het helpt allemaal niets, ik blijf bij wat ik gezegd heb." Toen Nicolaas dit gehoord had, liep hij snel naar huis. Hij nam drie dikke, ronde appelen die in de schatkist van zijn ouders lagen; ze waren helemaal van goud. Midden in de nacht sloop hij naar het huis van de arme meisjes. Hij keek goed rond of niemand hem zag, en gooide de gouden appelen door het raam in de slaapkamer. 's Morgens vroeg, toen de vader zijn dochters ging wekken om ze naar de stad te brengen, vond hij in hun kamer de drie gouden appelen. Hij loofde God en was dolblij, want nu hoefde bij zijn kinderen niet weg te brengen. Ze liepen de straat op om degene te bedanken die hun dit kostbare geschenk gegeven had. Maar Nicolaas had zich allang uit de voeten gemaakt. Er was een vrouw die 's nachts vanuit de verte gezien had wat er gebeurd was. 's Morgens liep ze naar haar buren om het te vertellen. Het duurde niet lang of iedereen in de stad wist wat Nicolaas gedaan had. Toen kwamen de arme mensen uit Patara en uit de hele buurt naar Nicolaas en smeekten hem om hulp. Nicolaas verdeelde alles wat hij had en niemand ging met lege handen naar huis.

Nicolaas werd priester en later bisschop van Myra.
Als bisschop had Nicolaas in Myra nog meer werk dan daarvĆ³Ć³r. In de vroege ochtend, terwijl hij in zijn kamer geknield het morgengebed aan het bidden was, werd er al op de deur geklopt. Mannen, vrouwen en kinderen kwamen bedelen om een stuk brood of een paar koperen muntstukken. Nicolaas riep zijn dienaar en zei: "Vlug, ga de deur voor hen openmaken en haal hen binnen!" De mensen mochten in de keuken aan tafel gaan zitten. Door de week gaf Nicolaas hun brood en warme melk, maar 's zondags kregen ze gierstesoep met zoete, gedroogde stukjes appel. Op een dag ging Nicolaas bij zonsopgang door zijn tuin naar de kerk om de dienst te houden. Daar vond hij vier mannen die onder de sierstruiken lagen te slapen,'omdat ze dakloos waren. Nicolaas wekte hen, keerde met hen terug naar het bisschopshuis en zei: "Warm je maar aan mijn haard!". Hij liet eten brengen en zorgde ervoor dat de ene een jas, de andere een vest, de derde wollen ondergoed en de vierde een paar sandalen kreeg. Toen liep hij snel terug naar de kerk, waar de mensen al ongeduldig zaten te wachten tot de dienst eindelijk begon. Van het geld dat Nicolaas in zijn reistas uit Patara had meegebracht, liet hij voor de armste mensen van Myra een armenhuis inrichten. Op de kelderverdieping was een werkplaats voor nettenmakers; op de binnenplaats stonden werktuigen waarmee je koorden kon vlechten en scheepstouwen draaien. De armen mochten daar werken en kregen een klein loon, waarmee ze voor zichzelf en hun gezinnen eten konden kopen. Ouders die ontzettend arm waren, deden soms iets vreselijks: ze stopten hun pasgeboren kind in een zak en zetten die 's nachts buiten op straat. Veel kinderen hadden geluk en werden 's morgens levend gevonden; anderen stierven 's nachts van honger en kou. De dode kinderen liet Nicolaas begraven; voor de baby's die nog leefden, bouwde hij naast de kerk twee weeshuizen. In deze weeshuizen werden de vondelingen door vrome vrouwen verzorgd en grootgebracht, tot ze volwassen waren en in de stad werk konden zoeken. In de haven liet bisschop Nicolaas een ziekenhuis bouwen en vlak daarnaast een tehuis voor oude vissers en matrozen die te zwak waren om nog te werken. Geen wonder dat de mensen van Myra zeiden: "Nicolaas is een goede man!" Enkelen zeiden zelfs: "Nicolaas? Hij is een heilige!" Ze vertelden overal hoe goed en vrijgevig hij was. De kooplieden vertelden het aan de matrozen, en, de matrozen vertelden het in de verre landen aan de overkant van de zee, waar zij met hun schepen kwamen. De verhalen over Nicolaas werden van jaar tot jaar en van eeuw tot eeuw talrijker en wonderlijker. Men noemt de verhalen over Nicolaas ook "legenden". Wie die Nicolaaslegenden leest, voelt dat hij een goed man moet zijn geweest, en dat de mensen heel veel van hem hielden. Anders zouden ze nooit zulke mooie verhalen over hem bedacht hebben en zulke mooie afbeeldingen van hem geschilderd.

Impuls B: Legenden, verteld en overgeleverd rond de figuur van Nicolaas
 
Legende van het graanwonder (Verwijzing naar de brooddeling: Lc 10b-17)

Een van de mooiste en meest bekende legenden vertelt hoe Nicolaas de mensen van Myra tijdens een hongersnood geholpen heeft:
In de tijd toen Nicolaas bisschop was van Myra, was er eens hongersnood in het land Lyciƫ. Drie jaar lang was er geen regen gevallen; de koeien vonden geen gras, ze gaven geen melk meer en ze stierven zomaar op de verdroogde weiden. Het graan op de akkers verdorde, zodat men geen brood meer kon bakken. De mensen werden mager en waren uitgeput van honger. Met veel moeite sleepten ze zich 's avonds naar de kerk, om samen met bisschop Nicolaas Gods hulp af te smeken. Op een dag liep een schip met graan uit Egypte binnen in de haven van Myra. De mensen waren blij en wilden bij de schippers graan kopen om hun honger te stillen. Maar de kapitein zei: "Mensen van Myra, luister! Het graan is niet voor jullie bestemd, maar voor de markt van Constantinopel. Morgenvroeg, zo gauw als we onze zeilen versteld hebben, moeten we afvaren naar Constantinopel." De mensen jammerden, gingen naar bisschop Nicolaas en vertelden wat ze in de haven gezien en gehoord hadden. Nicolaas daalde af naar de kade en riep de kapitein bij zich. De kapitein zei: "Wat de mensen vertellen, is waar. Het graan is niet te koop. Ik moet het afleveren aan mijn heer in Constantinopel. Hij is vreselijk streng. Als hij de zakken telt en het graan naweegt, en er ontbreekt zelfs maar een paar gram, werpt hij mij zonder aarzelen in zee." Nicolaas antwoordde: "Je hoeft niets te vrezen. Geef ons enkele zakken van het graan, en je zult zien dat geen haar op je hoofd gekrenkt wordt!" Toen kreeg de kapitein medelijden en zei: "Goed, ik wil je vertrouwen." Hij gaf de matrozen bevel twaalf zakken af te laden en ze neer te leggen voor de voeten van de bisschop. Nicolaas omhelsde de kapitein en dankte hem. Toen liet Nicolaas elf zakken naar de molen brengen om het graan te laten malen. Met het meel bakten de mensen brood en ze aten tot ze verzadigd waren. De twaalfde zak gaf Nicolaas aan de boeren. Het duurde niet lang of er viel weer regen, en de boeren konden het graan op hun velden zaaien voor de oogst van het volgende jaar. Toen de kapitein met zijn schip in Constantinopel aankwam, telde de rijke handelaar de zakken en liet het graan zorgvuldig nawegen. Alles klopte en er ontbrak niets. Daarop vertelde de kapitein wat er in Myra gebeurd was, en iedereen stond versteld over de wonder -macht van bisschop Nicolaas.

Legende van het stillen van de storm (verwijzing naar storm op het meer Lc 8,22-25)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/school-vatican-wmaster.jpg

Er voer van Myra eens een zeilschip af dat een grote vracht naar Athene moest brengen: boomstammen, potten van aardewerk die zorgvuldig in stro verpakt waren, en 42 ezels. De kapitein loodste het schip handig tussen de eilanden die voor de kust lagen. En de vaart zou ook verder goed verlopen zijn, als niet kort na de middag een zwakke noordoostenwind was komen opzetten. "Ik ken deze verraderlijke kerel", zei de kapitein tegen de matrozen, en hij bedoelde de noordoostenwind. In minder dan een uur zal hij aangroeien tot een storm en dan tot een orkaan. Ervaren zeelieden noemen hem 'Eurakylon' en ze zijn er zo bang voor als voor de ondergang van de wereld. Hij zal ons schip uit de kust wegdringen en ons naar open zee drijven! Als we er niet in slagen onze koers te veranderen en het schip snel in een veilige haven te brengen, zijn we verloren." Te laat! De Eurakylon haalde hen in, scheurde de zeilen aan flarden, slingerde het schip omhoog alsof het een notendop was, duwde het weer onder water en wierp het genadeloos nu eens op de linker-, dan weer op de rechterzijde. "Heilige Nicolaas!" schreeuwden de matrozen, "jij hebt al zoveel mensen geholpen. Help ons alsjeblieft ook en red ons uit het geweld van de storm." Plots stond er een man bij hen. Hij nam het roer in handen en laveerde het schip zo handig door de storm dat ze nog diezelfde dag - erg gehavend maar heelhuids - aankwamen in de haven van Myra. En hoewel de Eurakylon het schip erg beschadigd had, hadden ze niet Ć©Ć©n boomstam, niet Ć©Ć©n aarden pot en zelfs niet Ć©Ć©n ezel verloren. De onbekende man stapte van het schip, schudde het zeewater uit zijn kleren en ging weg alsof er niets gebeurd was. En niemand waagde het zijn naam te vragen. De volgende morgen ging de kapitein met zijn mannen naar de kerk van Myra, om God te danken voor de wonderbare redding. Zoals elke morgen stond bisschop Nicolaas aan het altaar en hield een dienst met zijn gemeente. Op het einde keerde hij zich naar de mensen in de kerk en sprak de zegen - wens uit. Toen de kapitein en zijn mannen het gezicht van de bisschop zagen, waren ze onthutst en fluisterden tegen elkaar: "Is dat niet de man die vannacht met sterke hand ons schip door de storm geloodst heeft?" Ze gingen naar buiten en wachtten voor de kerkdeur op bisschop Nicolaas. Toen hij de trap afkwam, bogen ze diep en dankten hem uitbundig. Maar Nicolaas zei: "Mij moet je niet danken, want ik ben een zwak mens, zoals jullie. Maar dank God, want door zijn macht en goedheid zijn jullie gered."

Kijkwijzer 4: Identificatie

Deze kijkwijzer is gericht op zich identificeren met sinterklaas en/of zwarte piet. Als kinderen de kans krijgen om zich te verkleden, kunnen ze opgaan in allerlei soorten rollenspel en fantasiespel rond deze figuren. Het verkleden speelt een belangrijke rol. Maar het zijn de volwassenen die sinterklaas en zwarte piet spelen, die de aanzet en de stimulans geven aan kinderen om hun voorbeeld te volgen: door hun manier van het sinterklaasspel te spelen roepen ze een sfeer op die kinderen sterk kan aanspreken. In het boek J.BEKE & P. VAN HASSELT, Sinterklaas op school, praktijkboek voor de viering van het sinterklaasfeest, Zwijsen, Tilburg, 1998 wordt een toegankelijk en gedetailleerd portret geschreven van hoe Sinterklaas en zwarte pieten eruit moeten zien en hoe ze zich behoren te gedragen. Er wordt ingegaan op het belang van elk detail in de beleving van jonge kinderen: de manier waarop de personages optreden moet ruimte scheppen voor kinderen om vol overgave te kunnen opgaan in het spel.

Impuls A. Wat moet een beertje met sinterklaas?

'Wat fijn, hĆØ,' zei Maarten, 'dat het al zo gauw Sinterklaas is.' Het beertje Birro zei niets. 'Vind jij dat dan niet fijn, Birro?' vroeg Maarten. 'Och,' zei Birro. 'voor jou is het wel leuk natuurlijk. Maar ik heb er niet zoveel aan, hĆØ. Sinterklaas is voor kinderen en niet voor beren.' Daar moest Maarten even over nadenken. 'ja, dat is wel zo,' zei hij toen. Hij dacht nĆ²g even na en probeerde zijn beertje te troosten: 'Maar jullie hebben DierendĆ”g,' zei hij. 'Ik niet,' zei Birro. 'Dierendag, dat is voor poezen en honden en misschien nog voor een ezeltje of een paard - en hĆ©Ć©l misschien voor een ĆØchte beer wanneer een ĆØchte dierenvriend die net toevallig tegenkomt. Maar ik ben een speelgoedbeer en daar heb je geen dag voor. Speelgoedberendag, dat bestaat niet, en een Sinterklaasavond voor speelgoedberen, dat bestaat Ć³Ć³k niet.' Het beertje Birro keek nu werkelijk wat verdrietig en Maarten zei: 'Als ik cadeautjes krijg - en die krijg ik vast wel want zolang het nog geen Sinterklaas geweest is, doe ik niks ondeugends meer, nou, die cadeautjes die ik dus krijg, daar mag jij er Ć©Ć©n van uitzoeken. Heb jij ook wat.' 'Reuze aardig van je,' zei Birro, 'maar daar gaat het me niet om. Ik hoef helemaal geen cadeautjes. Maar ik zou er zo graag een beetje bijhoren als het Sinterklaas is, snap je. Een beetje meedoen.' 'Hoe, meedoen?' vroeg Maarten. 'ja, dat weet ik niet. Maar wat ik wĆØl weet: als het 5 december is en er wordt 's avonds op de deur geklopt en iedereen denkt: 0, dat is misschien Sinterklaas zĆØlf - wie let er dan op mij? Niemand. Zelfs Sinterklaas niet als ie binnenkomt, want die heeft het dan veel te druk met cadeautjes uitdelen.' 'Nou, zo erg zal het niet zijn,' zei Maarten, 'maar ik begrijp wat je bedoelt. Maar wacht eens, waarom schrijf je geen briefje aan Sinterklaas? Dat doen wij kinderen allemaal. Dan schrijf je bijvoorbeeld: Lieve Sinterklaas, Ik ben een beertje en Sinterklaas is niet voor beren, maar mag ik toch een beetje meedoen?' 'Zou dat helpen?' vroeg Birro twijfelend. 'O, vast wel. Sinterklaas is heel wijs, hoor. Die weet overal wat op.'Het is te proberen,' zei Birro. En hij schreef een briefje naar Sinterklaas. precies zoals Maarten 't hem gezegd had. Maar de dagen gingen voorbij en er kwam maar helemaal geen antwoord op dat briefje. 'Hij heeft het druk, natuurlijk,' zei Maarten, 'met al die cadeautjes kopen - en 's nachts steeds maar over de daken met z'n paard - wanneer slaapt die Sinterklaas eigenlijk? - maar hij zal heus wel wat verzinnen, Birro.' De dag vĆ³Ć³r Sinterklaas had Birro echter nĆ²g geen antwoord gehad. Het beertje deed net of 't hem niet veel kon schelen, maar je kon aan hem merken dat hij 't toch niet leuk vond dat Sinterklaas hem had vergeten. En toen Maarten en hij naar bed gingen, zei Birro: 'Zie je wel, Sinterklaas denkt niet aan beren. Nogal wiedes, want al die kinderen die cadeautjes willen, dat is natuurlijk om tureluurs van te worden. Maar hij had tĆ²ch wel even iets terug kunnen schrijven of anders had ie 't Zwarte Piet laten doen. Nou ja, ik ga morgen maar in een hoekje zitten en daar blijf ik zitten tot alles voorbij is.' Maar toen het de volgende morgen en 5 december was, was Birro niet te vinden. Hij zat niet in een hoekje, hij zat niet op zolder en niet in de kelder, hij zat nergens. 'Hij zal toch niet weggelopen zijn?' zei Maarten. 'Nou, dat denk ik niet,' zei zijn moeder. 'Niet echt. Maar misschien is hij er voor een dagje tussenuit. Naar Groteberenland of zo. Hij denkt zeker: laten de kinderen en grote mensen nu eerst maar Sinterklaas vieren, dan kom ik wel terug als het wat rustiger is.' 'Maar dan zeg ik vanavond tegen Sinterklaas,'zei Maarten, 'dat ik 't gemeen vind dat hij Birro niet eens een briefje terug heeft geschreven! En als hij dan boos wordt en mij geen enkel cadeautje geeft, kan het me niet eens schelen ook!' Toen die avond echter op de deur werd geklopt en Moeder zei: 'Zou dat misschien Sinterklaas zijn?' was het jongetje Maarten helemaal niet zo flink meer. En wat erger was, hij was zijn beertje gewoon even glad vergeten. Hij wist niet eens meer dat Birro bestond, waar die nu dan ook mocht wezen - hij staarde maar naar die deur met een raar bibberig gevoel in zijn maag.

Vader deed de deur open en zei: 'ja, werkelijk, het is Sinterklaas. Komt U binnen, Goede Sint.' Sint Nicolaas schreed binnen, gevolgd door zijn Zwarte Piet. Maar wat was dat voor iets, dat daar achter die Zwarte Piet aan kwam buitelen? Dat was een heel klein Zwart Pietje! Het had een klein Zwarte Pietenmutsje op met een veertje eraan en het droeg een klein Zwarte Pietenpakje en Zwarte Pietenkousen en Zwarte Pietenschoenen. Maar tussen die kleren en op zijn hele snoet zag je zwarte krulletjes, kleine zwarte krulletjes, bƩrenkrulletjes. Maartens mond viel open van verbazing. 'Dat, dat...,' stamelde hij, 'dat is een beertje! Dat is een ZwartePietbeertje! En als het niet zwart was, dacht ik vast dat het mijn Birro was.' Sinterklaas begon te lachen. 'Natuurlijk is het Birro,' zei bij. 'Hij had mij toch een briefje geschreven dat hij zo graag een beetje mee wou doen als 't Sinterklaas was. Wel, daarom hebben we hem vannacht hier maar even afgehaald en een ZwartePietbeertje van hem gemaakt. Zo kan hij hƩlemaal meedoen, als de knecht van mijn knecht, als het Zwarte Pietje van Zwarte Piet. En hij helpt ons reusachtig, hoor!' En dat leek ook wel zo want Birro kwam naar Maarten toe en gromde dreigend: 'Ik hoop maar dat jij zoet geweest bent, jongetje, want anders stop ik je in de zak!' Waarbij hij een heel klein zakje liet zien waar nog geen muis in kon. Het werd een hele fijne Sinterklaasavond. Iedereen kreeg cadeautjes, van Sinterklaas, van Zwarte Piet en dat waren de kleinste maar lang niet de slechtste cadeautjes - van het Zwarte Pietbeertje. Toen Sinterklaas en Zwarte Piet weer eens opstapten om andere kinderen te bezoeken, ging Birro natuurlijk mee, want, zei hij: 'Ik heb nog veel te doen vanavond.' Dat was ook zo, want pas de volgende morgen kwam Zwarte Piet hem hoogstpersoonlijk terugbrengen. 'Tot volgend jaar,' zei Zwarte Piet. En daarna wou Birro vertellen van al zijn avonturen als ZwartePietbeertje, maar Moeder zei: 'Eerst in bad, Birro, en ik hoop maar dat ik dat zwarte spul van je vacht afkrijg.'En Birro zuchtte en zei: 'Nou is 't net Sinterklaas geweest, maar wat willen Moeders? Moeders willen weer wassen. Bah!'

(Uit Hans ANDREUS, De beer die op zijn kop stond, Haarlem, 1970).
Het verhaal is interessant om mee te werken met eerder jonge lagere schoolkinderen, bijvoorbeeld, het tweede of het derde leerjaar.

Impuls B. Het enige echte sinterklaasteam

Vandaag is het 15 november. Speciale dag? Neen, niks bijzonders.
Of toch. Vanmorgen ben ik op zolder mijn oude, vertrouwde koffer gaan halen. EĆ©n keer per jaar haal ik hem naar beneden. Dat doe ik al vele, vele jaren. En voor mij is het telkens een bijzondere dag als ik hem, steeds met wat meer moeite, naar beneden sleur.
Wat erin zit, in die koffer? Dat zullen jullie snel weten. Maar eerst stel ik mezelf even voor:
Mijn naam is Gregoor. Ik ben oud, draag geen lange baard, geen mijter en geen staf. Tenminste elf maanden van het jaar niet. Dan ben ik gewoon Gregoor met een kale kop en stramme spieren. Ik woon in een piepklein huisje met een grote boom in de tuin en een bank eronder. Daar zit ik vaak mijn pijpje te roken en te mijmeren.
Weet je, voor mij was het leven niet altijd als een glimlach. Mijn lieve vrouw, HĆ©lĆØne is lang geleden gestorven, toen onze kinderen, Diebe en Mattias nog klein waren. Jezus Christus, wat hebben we toen veel verdriet gehad...
Ik maakte me veel zorgen om Mattias en Diebe: twee kleine kinderen zonder moeder, wat moest daarvan terecht komen?

Maar ondertussen zijn het twee flinke kerels geworden. Zalig als ze zomaar op 't onverwachte binnen vallen met hun vrouw en kinderen. Op schoot zitten, vertellen, rijmpjes maken, liedjes zingen, spelen en soms veel getoeter en getier, die peuters houden mij wel bezig, ik krijg er soms een punthoofd van. Al goed denk ik dan, dat ik al stilletjes aan wat doof begin te worden...
In de tijd van ons groot verdriet wilde ik Diebe en Mattias opvrolijken. Vooral in de donkere winterperiode, want dan hadden we het soms toch echt te kwaad.
Op een dag kwam ik op een leuk idee. Dan kwam zo:
Telkens als ze over Sinterklaas vertelden, gingen Mattias en Diebe hun ogen stralen.
Wat ik van hen zoal te horen kreeg over Sinterklaas?
Die man woonde ergens heel ver weg. Sommigen zegden dat hij recht uit de hemel kwam en een heilige was. Maar Ć©Ć©n keer per jaar kwam hij naar hier, met een boot, vol met speelgoed en suikergoed, voor alle kinderen, speciaal om hen gelukkig en blij te maken.
Mattias schreef brieven naar deze Sint en Diebe dramde maar door, dat hij Sinterklaas zooo graag eens zou willen ontmoeten. 'Misschien kent hij mama wel', zei hij dan, 'die woont toch ook in de hemel?'

Ik ging op zoek naar sinterklaaskleren. En het moesten er mooie zijn. Niet zo'n rood gordijnstofje omgehangen met een koord en watten aan mijn kin. Nee, nee, ik wilde een echte mooie sinterklaas worden. Ik wilde zo goed mogelijk lijken op deze zeer bijzondere heilige man, die diep in het hart van kinderen kon kijken en begreep, nog voor zij het zelf begrepen hadden, wat ze nodig hadden om sterk en gelukkig te zijn, ook al hadden ze dan geen mama meer. Ik was ervan overtuigd dat ik hiervoor het geheim bij deze wijze man kon vinden.
En ik vond de kleren. De kleren die nu nog in deze koffer zitten, die ik net naar beneden gehaald heb! Een prachtige rode mantel met gouddraad erdoor, een plechtige mijter met een groot kruis erop en een mooi versierde goudkleurige staf. En een lange witte baard en snor. Net echt. Zelfs nu nog: als ik in de spiegel kijk met alles erop en eraan, ken ik mezelf nauwelijks. Dan zie ik de heilige Sint!

Een karrenvracht speelgoed en snoep, daar kon ik in die tijd niet aangeraken. Ik was een sinterklaas met een kleine bankrekening en in de winkels deden ze er geen persentje af, ook al vertelde ik dat ik iets bijzonders had met de Sint.
Ik ging boeken lezen over sinterklaas en ontdekte dat hij ooit lang geleden bisschop was in Myra. Ik zag hem op een afbeelding staan: een bisschop met een grote bisschopsring en een boek. Dat zal dan wel de bijbel geweest zijn, dacht ik. Dat schafte ik mij ook nog aan: een indrukwekkende oude ring van op de rommelmarkt en een bijbel.

Zo ging ik op een avond zo rond 5 september in de zetel zitten niet als papa Gregoor, maar als Sinterklaas. Van top tot teen uitgedost, met de ring, de staf, de mijter en een bijbel op mijn schoot. Geduldig zat ik daar zo te wachten – een beetje zenuwachtig, want zelf wist ik ook niet goed wat gebeuren zou...- tot Diebe en Mattias binnen zouden komen, na een dagje buiten spelen in de sneeuw... Ondertussen las ik wat in dat grote vreemde boek. Ik stond verwonderd over wat er zoal in stond... Sinds die avond ligt dat boek op mijn nachtkastje, nog steeds, een beetje versleten van al het geblader en de ezelsoren erin.

Maar terug nu naar die avond: reken maar dat het een bijzondere avond geworden is in dat kleine huisje van ons...
De kinderen kwamen binnen gestormd, maar toen ze mij zagen, bleven ze pal stil staan hun mond viel zowat open van verbazing.
'Potverdorie, wat gebeurt er nu!?' riep Mattias. 'Papa ben jij dat, waarom zit je hier zo?' 'Nee' zei Diebe, enkele jaartjes jonger, 'dat is papa niet, dat is... Sinterklaas!'
'Inderdaad jongeman', zei ik met plechtige, zware stem, 'ik ben Sinterklaas. Ik dacht zo, ik breng maar eens een bezoekje aan Mattias en Diebe, want ik geloof dat deze kinderen graag eens met mij willen praten'.
Ze keken mij allebei ongelovig aan.
'Neem een stoel', zei ik 'en kom hier bij mij zitten. Maak haast, want veel tijd heb ik niet, ik heb nog vele bezoekjes te doen vanavond...'
Mattias en Diebe keken mekaar aan, proestten het uit, want ondertussen was mijn snor een beetje losgekomen en die hing zo half over mijn lip. IJverig probeerde ik hem terug vast te plakken, maar hij viel steeds weer een stukje naar beneden.
Met fonkelende pretoogjes gingen ze elk een stoel halen en kwamen ze erbij zitten.
'Zeg eens, jonge heren', zei ik 'Wat willen jullie graag weten'
En ze vuurden vragen op mij af. De gekste het eerst! Of ik kon vliegen over de daken, door schoorstenen naar beneden kwam, of ik mezelf onzichtbaar kon maken, of ik eigenlijk dood was, hoeveel cadeautjes ik wel bij had voor hen, hoe dat het zat met de zwarte pieten en of ik kon opstijgen naar de hemel en of ik eigenlijk wel echt bestond. Daarbij moesten ze zo hard lachen, dat Diebe van zijn stoel viel en over de grond ging rollen.
Plezier hadden we genoeg.
Na de eerste pret, vroeg ik, of ze naar mij wilden luisteren, want dat ik hun toch wel iets bijzonders te vertellen had.
Ik had per slot veel moeite gedaan om zo goed mogelijk zoals Sinterklaas te zijn en ik had dat gedaan om een hele bijzondere rede.
Ze werden stil.
En ik vertelde over de zorgen die ik me maakte over hun verdriet en over hoe dolgraag ik hen weer blij zou willen maken. En hoe ik gelezen had over die bisschop van Myra, die het telkens weer had opgenomen voor weeskinderen en vele andere kinderen in nood. En hoe ik zo op het idee gekomen was om dan maar zelf even Sinterklaas te worden voor hen. En dat ik daarom hier zo nu zat: om met hen te praten over hun grote verdriet en dat Sinterklaas in de hemel mij wel zou helpen als het wat moeilijk zou worden...

Zo zaten we lang bij elkaar. En Mattias vroeg 'Papa, geloof jij werkelijk dat er een hemel is, met Sinterklaas erin en misschien ook met mam erin?'
En ik zei uit de grond van mijn hart, dat ik niet anders kon, dan daarin geloven, omdat ik voelde dat ik er kracht door kreeg en goesting om goeie dingen te doen en te gekke dingen te bedenken om weer een glimpje hoop te vinden, door alle verdriet heen...

Die avond hebben Diebe, Mattias en ik samen besloten dat we een team gingen vormen: een team van een Sinterklaas en twee ruige zwarte pieten. En dat we op bezoek zouden gaan, bij kinderen in jeugdbewegingen, ziekenhuizen, in tehuizen, in parochiezalen, op markten. We werden met de jaren echte experts in sinterklaas en zwarte piet. We kregen aanvragen van overal... We hebben sindsdien gekke en avontuurlijke dingen beleefd, maar er waren ook wondermooie ontroerende momenten...

Maar in winkels kwamen we niet. We wilden persƩ geen winkel sinterklaasteam worden. Wij als sinterklaasexperts wisten maar al te best, dat hij daar niet thuishoorde.
Ik kan wel zeggen dat deze heilige man ons leven sindsdien grondig op z'n kop gezet heeft, elk jaar, van midden november tot 6 december.

En vandaag beginnen we er opnieuw aan. Hier staat mijn koffer met de kleren, ik strijk ze mooi en netjes op. Straks komen Mattias en Diebe als twee groot geworden zwarte pieten aan mijn deur bellen en dan vertrekken we in ons Fiatje. Afspraak voor vanavond...
Kan jij ons een adres bezorgen, van iemand die we blij kunnen maken met een bezoekje van dit unieke Ć©chte Sinterklaasteam???

Onuitgegeven verhaal van Reinhilde Henckens

Impuls C. Sinterklaastoneel
 
Korte Samenvatting

Het toneelstuk vertrekt van enkele kinderen die een briefje schrijven aan sinterklaas met wat ze allemaal willen hebben. In het speelgoedfabriek van sinterklaas ontspint zich een dialoog tussen de sint en de pieten als reactie op de briefjes: de pieten staan kritisch tegenover de 'gulzigheid' van de kinderen, de sint ziet vooral de goede kanten van de kinderen en vindt dat ze het verdienen. Als ze op pad zijn ontdekt een zwervertje, een kind zonder thuis, dat een onderkomen zoekt voor de nacht, bij toeval het speelgoedfabriek. Hij kent al dat nieuwe speelgoed niet en prutst het een en het ander stuk. De pieten ontdekken dit en gaan op zoek naar de inbreker. Uiteindelijk vinden ze de jongen, de sint luistert naar zijn verhaal en vergeeft hem. Voortaan wordt hij als 'witte piet' opgenomen in de groep. De humoristische, gulle, warmhartige, vergevingsgezinde ondertoon afgewisseld met de verschillende karakters van de pieten, gaande van kritische, soms wat gewelddadige en hard tot zacht, meegaand en begrijpend maakt het een interessant toneelstuk om te laten opvoeren door 12-jarigen: de veelheid van gevoelens en houdingen maakt dat ze zich enerzijds goed kunnen identificeren en anderzijds ook uitgedaagd worden tot het verkennen van nieuwe rollen en te oefenen in perspectiefwissel.

Uitgeschreven versie

Sinterklaastoneel: De droom van Mike

(Het doek is gesloten. Voor het doek bevinden zich drie kinderen. Zij hebben een pyjama of een japon aan. Hun schoentjes staan vooraan de scĆØne. Ze schrijven een briefje aan de sint.)

Greetje: Beste...

Jantje: ... sint...

Karintje: ... en piet...

Greetje: Graag had ik...

Jantje: ... van u...

Karintje: ... dit jaar...

Greetje: ... een voetbal, een doos Lego en een computerspelletje...

Jantje: ... een pop, een doos pareltjes en een kleurboek...

Karintje: ... een auto op afstandsbediening, een set Power Rangers en een tennisracket...

Greetje, Jantje en Karintje: ...gekregen!

Greetje: Bedankt op voorhand...

Jantje: ... en veel liefs...

Karintje: ... van uw kapoentjes

Greetje: Greetje

Jantje: Jantje

Karintje: Karintje

(De briefjes worden in de schoentjes gestopt. De kinderen verlaten de scĆØne. Er kan een sinterklaasliedje gezongen worden. Even later komen de sint en zijn zwartepieten op. Een van de zwartepieten leest in het grote boek van sinterklaas. De anderen lezen de briefjes.)

Sint: Pieten, lees eens even wat al deze brave kinderen aan de sint vragen.

Piet 1: Dat Greetje Van Daele durft nogal wat vragen.

Piet 2: Een voetbal, een doos Lego en een computerspelletje.

Piet 3: (Hij leest het boek) In het grote boek van de sint staat dan nog dat ze teveel babbelt.

Sint: Niet zeuren, pieten, nu en dan eens babbelen is zo erg niet.

Piet 4: Dat Jantje De Mulder is ook een gulzig kereltje.

Piet 5: Zeg dat wel, hij vraagt een pop, een doos pareltjes en een kleurboek.

Piet 3: In het boek staat dat Jantje vaak iets vergeet.

Sint: Zo nu en dan eens iets vergeten is niet zo erg. Dat gebeurt bij mij ook.

Piet 3: Ja, sinterklaas, maar u bent al een oude man.

Sint: Wat? Jij durft mij zomaar een oude man te noemen. Ik ben niet oud, nog lang niet. Ik kan nog jaren mee, wat zeg ik. Ik kan nog eeuwen mee.

Piet 6: Moet je eens horen hoe gulzig Karintje Lens is.

Piet 7: Een auto op afstandsbediening, een set Power Rangers en een tennisracket.

Piet 3: Die heeft lef. Moet je horen wat er in het boek van de sint staat!
Karintje Lens lacht zo hard dat ze iedereen hoofdpijn bezorgt.

Sint: Wat is dat nu voor flauwe kul! Wie lacht is toch niet stout. Integendeel, lachen is gezond. Vooruit, pieten, neem die briefjes en schoentjes maar mee. We zullen die brave kinderen eens flink belonen. Niet treuzelen! We hebben nog een heleboel werk.

(De pieten nemen alles mee en verlaten met de sint de scĆØne. Deze is even leeg. Er kan weer een sinterklaasliedje gezongen worden. De namen Jantje De Mulder, Karintje Lens en Greetje Van Daele kunnen natuurlijk ook door andere namen, typisch voor de plaatselijke situatie, vervangen worden.)

(Dan komt Mike op. Hij is armzalig gekleed.)

Mike: Dag, allemaal! Ik ben Mike. Waarschijnlijk vragen jullie je af wat ik nog zo laat op straat doe. Ik ben op zoek naar een plaats om te slapen. Ik wilde in het station gaan slapen, maar de stationschef heeft me weggestuurd. Waarschijnlijk vragen jullie je af waarom ik niet naar huis ga. Ik heb geen thuis. Ik zwerf zomaar rond. Ik eet op wat ik in de vuilnisbakken vind. Och, ik heb het zo koud. Ik vraag me af wat voor een gebouw dit is. Misschien kan ik hier wel overnachten. (Mike piept even door het gordijn)

Nee maar, dat is ongelooflijk.

Onvoorstelbaar! (Hij kijkt nog eens)

Zou ik dromen? Willen jullie ook eens kijken? Ja? Wacht even!

(Mike opent de gordijnen. We bevinden ons nu in de speelgoedfabriek van sinterklaas. Tegen de muren staan er rekken boordevol speelgoed. Zwartepieten lopen druk over en weer met hun handen vol speelgoed. Andere pieten vullen zakken met speelgoed. Mike kijkt toe aan de zijkant. Tijdens die bedrijvigheid komt sinterklaas op. Er kan misschien weer een strofe van een sinterklaaslied gezongen worden.)

Sint: Zwartepieten, opgelet! Het is tijd om te vertrekken. Iedereen klaar?

Pieten: Ja, sinterklaas!

Sint: Heeft iedereen zijn zak met speelgoed bij?

Pieten: Ja, sinterklaas!

Sint: Goed zo, pieten! Waarop wachten jullie nog?

Pieten: Op u, sinterklaas!

Sint: Ach, natuurlijk! Vooruit pieten, op pad en niet treuzelen. Het speelgoed voor Greetje Van Dael, Jantje De Mulder en Karintje Lens moet zeker nog deze avond bezorgd worden. En er worden dit jaar geen grapjes uitgehaald. De kinderen zijn een heel jaar braaf geweest. Zij verdienen dit speelgoed.

(Hij verlaat de scĆØne)   

Pieten: Zeker, sinterklaas! (De zwartepieten gooien de zakken speelgoed naar elkaar en tuimelen ermee)

Sint: (De sint draait zich om. De zwartepieten staan plots stokstijf stil.)

Voorzichtig met het speelgoed, pieten!

(Af)

Pieten: Zeker, sinterklaas! (Ze doen echter duchtig verder. Een van de Pieten vergeet zijn zak.)

(Wanneer de scĆØne even leeg is, komt Mike opgeslopen.)

Mike: Ongelooflijk! Dit is precies een droom. De speelgoedfabriek van sinterklaas... Wat een raar speelgoed hebben ze hier! De meeste dingen heb ik nog nooit gezien.

(Hij neemt een pop van een rek. Plots begint die te wenen.)

Help! Wat is dat nu? Hoe krijg ik dat ding weer stil? Straks hoort iemand mij.

(In paniek trekt hij een been van de pop. Het geschrei stopt.)

Oef, dat was op het nippertje! (Achter de scĆØne klinkt gestommel.)

Oei, daar is iemand. Ik moet me vlug verstoppen.

(Mike af en een zwartepiet op.)

Piet 1: Ik ben de zak worteltjes voor ons paard vergeten. De sint was woedend. Voor al die kinderen is hij ontzettend lief, maar voor zijn helpers is hij allesbehalve een heilige man.

(Stil tegen het publiek) Soms is hij een echte zeurpiet. En ik ben liever een zwartepiet dan een zeurpiet.

(Piet wil weg gaan en Mike wil zijn schuilplaats reeds verlaten. Zwartepiet keert echter op zijn stappen terug.)

Piet 1: Niet aan de sint verklappen dat ik hem zeurpiet genoemd heb, hƩ!

(Af)

Mike: Amai, dat was twee keer op het nippertje. (Weer rondkijkend) Ik wist niet dat er zoveel soorten speelgoed waren.

(Nu neemt hij een computerspelletje en drukt op enkele knopjes. We horen de typische weliswaar versterkte, computergeluidjes.)

Wat is dat nu weer? Maakt alle speelgoed tegenwoordig dan lawaai? (Hij drukt op enkele knopjes.)

Hoe zet ik dat ding af? Straks hoort iemand mij.

(Hij begint op het spelletje te trommelen tot de geluidjes stoppen.)

Amai, die rijke kinderen moeten sterke oren hebben. Nu hoor ik weer iets. Ik kan me maar beter weer vlug verstoppen.

(Mike verbergt zich.)

Piet 2: Nu was ik mijn zak met speelgoed toch niet vergeten, zeker! En kwaad dat sinterklaas was. De sint is misschien wel een kindervriend, maar voor zijn zwartepieten is hij niet altijd even vriendelijk. Ik zal me maar haasten, want als er een van de brave kinderen zijn speelgoed niet heeft gekregen, dan is de sint heel de dag slecht gehumeurd.

(Af met zak.)

Mike: Amai, ik wist niet dat sinterklaas zo streng was voor zijn knechten. Waar ga ik nu mee spelen? Dit ziet er ook iets leuk uit. (Hij neemt een auto op afstandsbediening.) Tof, zeg! Die rijke kinderen leiden wel een lekker leventje. Vergis ik me? Nee hoor, ik hoor weer iets. Het is hier drukker dan in het Wijnegem Shoppingscenter.

(Hij verstopt zich. De sint en de pieten komen op.)

Sint: Vooruit, pieten, vul de zakken snel met nieuw speelgoed.

Piet 4: Pff, slavendrijver!

Sint: Ik zal maar doen alsof ik dat niet gehoord heb. Jullie schijnen te vergeten dat al die brave kinderen dat speelgoed dubbel en dik verdiend hebben.

Piet 5: Ja, en wij hebben een beetje vakantie dubbel en dik verdiend.

Sint: Ach, zeurpieten, voor die twee maanden op het jaar dat jullie moeten werken.

(De pieten laden hun zakken vol speelgoed.)

Trouwens, jullie zijn nog jong. Ik zou mogen zeuren, ja. Ik ben tenslotte al enkele honderden jaren oud.

(Op dat moment komt piet 2, die daarnet zijn zak vergeten was en dus wat later is, binnengestormd.)

Piet 2: Jullie hadden wel even op mij kunnen wachten. Ik heb me verschrikkelijk gehaast en dat is levensgevaarlijk op die glibberige daken.

(Op dat moment struikelt de zwartepiet over de nog rondslingerende auto op afstandsbediening.)

Au! Oh, dat doet pijn!

Piet 6: Wat een grap! Op een glibberig dak kan hij beter lopen dan op de grond.

Piet 2: Jullie kunnen er misschien om lachen, maar ik had evengoed dood kunnen zijn!

Sint: Het is jullie eigen schuld. Jullie laten altijd alles rondslingeren. Had ik jullie trouwens niet verboden om met speelgoed dat voor de kinderen bestemd is te spelen?

Piet 7: Ik heb er niet mee gespeeld.

Piet 1: Ik ook niet

Piet 4: Ik ook niet!

Sint: Hoe is die auto hier dan terecht gekomen?

Piet 2: Ik heb er niet mee gespeeld, ik ben er alleen over gevallen.

Sint: De knechten van een heilige man die liegen. Foei!

Pieten: Wij liegen helemaal niet!

Sint: Ik wil er niets meer over horen. We hebben al tijd genoeg verloren.

Piet 5: Niet alleen tijd, ik ben ook mijn kluts kwijt.

Piet 2: En ik ben een stukje van mijn knie (of iets dergelijks) kwijt.

Sint: Hou op! Werken geblazen! Vooruit, piet, lees nog eens wat Greetje Van Daele gevraagd heeft!

Piet 3: Een voetbal, een doos Lego en een computerspelletje.

(Alle pieten stormen naar de ene bal die op een rek ligt.)

Piet 6: Geef hier die bal!

Piet 7: Ik had hem eerst!

Piet 1: Het is mijn bal!

Piet 2: Au, en het is mijn teen!

Sint: Hou op, jullie zijn nog erger dan kleine kinderen. Jij (wijst naar piet 4), steekt een voetbal, een doos Lego en een computerspelletje in je zak. Dat bezorg je bij Greetje Van Daele.

Piet 4: En waar woont dat Greetje?

Sint: Weet je dat dan al niet meer? Je bent er daarnet nog geweest.

Net voorbij het derde dak, sla je rechts af. Vier schoorstenen verder woont Greetje Van Daele.

(Piet laadt het speelgoed in. Hij prutst even aan het computerspelletje.)

Jij, jij stopt een pop, een doos pareltjes en een kleurboek in je zak voor Jantje De Mulder.

Piet 5: Waar woont Jantje De Mulder nu weer, sinterklaas?

Sint: Over het water! Derde veld links. Het kan niet missen, er staat maar Ć©Ć©n huis.

(Ook hij laadt het speelgoed in. Hij bestudeert de pop met het ene been.)

Jij, jij stopt een auto op afstandsbediening, ...

Piet 2: (Hij wrijft over zijn pijnlijke knie of iets dergelijks.) Daar zal ik niet lang moeten naar zoeken.

Sint: Onderbreek me niet! Ik zei dus... een pop op afstandsbediening ... euh ... een auto op afstandsbediening, een set Power Rangers en een tennisracket. Dit alles moet je bezorgen bij Karintje Lens.

Piet 2: Waar woont Karintje Lens?

Sint: Na de vierde lantaarnpaal, beklim je het eerste dak dat je tegenkomt. Twee schotelantennes verder woont Karintje Lens.

(Piet laadt het speelgoed in zijn zak. Hij prutst even aan de auto op afstandsbediening.)

Sint: (Hij ziet piet aan het computerspelletje prutsen.)

Hoeveel keer heb ik al gezegd dat je niet met dat speelgoed mag spelen?

Piet 4: Ik speel er niet mee, sint, ik probeer het alleen eens uit. En ... er is een probleem, sint. Dit computerspelletje doet het niet meer. Arm Greetje!

Sint: Dat is een ramp, en ik kan zoiets niet herstellen. Een oude man als ik kent niets van al die moderne spullen.

Piet 6: (Hij heeft een doos in zijn handen en leest.)

Mens, erger je niet!

Sint: Ik erger me wel! Ik kan er niet tegen dat alles in het honderd loopt.

Piet 6: Misschien kunnen we Greetje Van Daele "Mens, erger je niet!" geven in plaats van dat computerspelletje.

Sint: "Mens, erger je niet!" is een gezelschapsspelletje. Gezelschapsspelletjes en computerspelletjes zijn totaal iets anders.

Piet 2: Sint, ik vrees dat die auto op afstandsbediening het ook niet doet.

Sint: Hoe is dat mogelijk?

Piet 5: En ik vrees, sint, dat dat Jantje De Mulder met deze pop ook niet blij zal zijn.

Sint: Dit is een echte ramp. Wat zullen al die brave kinderen teleurgesteld zijn.

Piet 6: Volgens mij is hier iets niet pluis, sint.

Piet 1: Iemand moet onze speelgoedfabriek binnengedrongen zijn.

Piet 4: Misschien is hij ...

Piet 7: ... of zij...

Piet 5: ... hier nog.

Piet 6: Vreselijk, ik ben bang.

Piet 3: Je hoeft niet bang te zijn. Tenslotte zijn wij met meer dan hij.

Piet 7: Of zij...

Piet 4: Misschien is hij ...

Piet 7: ... of zij...

Piet 5: ... niet alleen.

Piet 1: Misschien hebben we wel te maken met een bende speelgoedhooligans.

Sint: Dat zullen we snel weten. Vooruit pieten, zoek hem.

Piet 7: ... of haar.

Piet 6: Een inbreker zoeken? Nee, bedankt!

Piet 2: Ik durf het ook niet.

Piet 4: Ik ben mijn leven nog niet beu.

Sint: Wij kunnen toch moeilijk heel onze speelgoedfabriek laten leegroven.

Piet 5: Daar heeft u gelijk in, sint.

Sint: Lieve hemel, ik hoop maar dat die gemene inbreker mijn kluis niet leeggeroofd heeft. Snel even controleren!

(De sint wil de scĆØne verlaten.)

Piet 6: Bent u dan niet bang, sinterklaas?

Sint: De eerste rover die mij wil overvallen, spies ik aan mijn staf. Daarna is hij ...

Piet 7: ... of zij...

Sint: ... alleen nog goed om in boetseerklei verwerkt te worden.

(Af)

Piet 6: De sint is wel erg dapper.

Piet 2: Alleszins dapperder dan wij.

Piet 3: Zeg dat wel!

Piet 4: Zie ons hier nu staan!

Piet 6: Beter bange piet dan dode piet!

Piet 5: Alhoewel, wat kan Ć©Ć©n inbreker beginnen tegen ons allemaal?

Piet 1: We gaan eerst naar de afdeling wapens. Daar zoeken we het nodige materiaal om ons te verdedigen.

Piet 4: Een schitterend idee! Als die boef ziet dat wij tot de tanden gewapend zijn, dan geeft hij zich misschien wel over.

Piet 3: Vooruit, we hebben geen tijd te verliezen!

Piet 7: Nee, want straks is het 6 december.

(De pieten verlaten vlug de scĆØne. Het wordt donkerder.)

Mike: Amai, dat ziet er hier niet goed uit voor mij. Ik dacht nochtans dat sinterklaas en zijn knechten graag kinderen zagen. Ik moet hier zien weg te geraken. De vraag is alleen hoe. Het is hier ontzettend groot en alle gangen lijken zo goed op elkaar.

Wacht eens even, volgens mij ben ik van daar gekomen. Ik herinner mij nog dat ik voorbij de gezelschapsspelen en de puzzels gekomen ben. Of kwam ik van daar? Heb ik nu eerst de gezelschapsspelen en puzzels gezien of ben ik eerst het kleuterspeelgoed tegen gekomen?

Hier blijven staan helpt natuurlijk ook niets. Oei, ik hoor iets. Ik kan me maar beter weer verstoppen.

(Mike verstopt zich achter wat speelgoed.)

Piet 6: Het gaat er daar wild aan toe. Ik zou niet graag in de plaats van die inbreker zijn. Eigenlijk hou ik helemaal niet van geweld. Daarom ga ik me verstoppen tot die boef ingerekend is. Waar kan ik me hier het best verbergen? Aha, ik zie het al. Dat lijkt mij een goed plekje. (Hij wil zich verstoppen op de plaats waar Mike zit. Ze botsen tegen elkaar.)

Piet 6: Au, kan jij niet uitkijken wat je doet?

Mike: Dat moet jij zeggen! Ik zat hier eerst.

Piet 6: Wie ben jij eigenlijk?

Mike: Ik ben Mike De Keersmaecker.

Piet 6: Aangenaam, zwartepiet. Wat doe jij hier?

Mike: Ik zocht een plaats om te slapen.

Piet 6: Is dat alles? Alle zwartepieten denken dat jij een inbreker bent.

Mike: Ik ben misschien arm, maar ik ben wel eerlijk.

Piet 6: Ik geloof je. We zullen dit dringend aan de andere zwartepieten vertellen, want zij willen je met geweld overmeesteren. (Op dat moment horen we lawaai.) Te laat! Ze zijn er al. Verstop je vlug!

Mike: Waar?

Piet 6: Daar!

Mike: Dat is geen goede plaats. Jij had me daarnet tenslotte ook dadelijk gevonden.

Piet 6: Wees gerust! Ik zal de zwartepieten uit je buurt houden. Hou je wel muisstil!

(de zwartepieten komen opgestormd. Ze zijn tot de tanden gewapend met baseball-bats, speelgoedzwaarden, -helmen, handboeien, speelgoedpistolen, waterrevolvers en dergelijke.)

Piet 4: (Tot piet 6) Heb je al een spoor van onze inbreker ontdekt?

Piet 6: Nee... euh... ja toch! Ik dacht dat ik daar iets hoorde. (Hij stuurt de pieten ver weg van Mikes schuilplaats. Zij sluipen behoedzaam naar de aangewezen plek.)

Piet 1: (Tot piet 5) Jij, piet, onderzoek deze plek. Jij bent de slimste.

Piet 5: (Tot piet 3) Anders moet jij gaan kijken, jij bent tenslotte de sterkste.

Piet 5: Weet je wat! We zullen stemmen. Wie is er voor dat deze piet gaat kijken? (Ze steken, op het slachtoffer na, allemaal hun hand op.)

Piet 1: Ziezo, dat is dan beslist.

Piet 2: Jamaar, ik wil...

Piet 1: Niet zeuren! We hebben eerlijk gestemd.

(De pieten duwen het slachtoffer naar voren. Deze gaat tegen zijn zin heel even kijken.)

Piet 2: Niemand!

Piet 4: Misschien zit hij daar wel.

(Hij wijst naar Mikes schuilplaats.)

Piet 6: Nee, daar zit hij niet.

Piet 5: We kunnen toch eens gaan kijken.

Piet 6: Ik zou dat niet doen.

Piet 4: Waarom niet?

Piet 6: Ik... euh... ik heb daar enkele dagen geleden een muis gezien. (Op dat ogenblik moet Mike niezen.)

Piet 1: Die muis heeft blijkbaar een verkoudheid. (Pieten 7 en 3 stappen naar Mike en brengen hem naar het midden van de scĆØne.)

Piet 6: Ik had nog zo gezegd dat je muisstil moest zijn.

Piet 1: Waarom heb jij al dat speelgoed stuk gemaakt?

Mike: Ik... euh... ik...

Piet 4: Je weet weer van niets, zeker?

Piet 1: We zullen je geheugen eens opfrissen.

Piet 4: Hoe komt het dat die pop nog maar Ć©Ć©n been heeft?

Mike: Een fabrieksfout misschien?

Piet 4: Hoe komt het dat dit computerspelletje niet meer werkt?

Mike: Een fabrieksfout misschien?

Piet 5: Die auto op afstandsbediening die plots niet meer werkt, is waarschijnlijk ook een fabrieksfout?

Mike: Het is misschien gewoon tijd voor een grondig nazicht in de garage.

Piet 1: Jij vindt het blijkbaar nog grappig ook. Wat moeten we nu met al dat kapot speelgoed doen?

Mike: Voor die kapotte auto kan je altijd de VAB of Touring Wegenhulp bellen.

Piet 5: Heb je er al eens over nagedacht hoeveel verdriet je de kinderen, die deze spullen moesten krijgen, aangedaan hebt?

Mike: (Even stilte, dan zacht) Ik... euh... ik heb dat niet opzettelijk gedaan.

Piet 1: Aha, je geeft dus toe dat je het gedaan hebt.

Sint: Wat is dat hier in hemelsnaam voor een lawaai?

Piet 4: We hebben die inbreker te pakken, sinterklaas.

Sint: (Bekijkt Mike goed) Is dit een inbreker? Mij lijkt het meer een onschuldige, brave jongen.

Mike: Dat ben ik ook, sinterklaas.

Piet 2: Onschuldig? Hij heeft al dat speelgoed kapot gemaakt.

Sint: Hebben jullie dat gezien?

Pieten: Nee maar...

Sint: Dan kunnen jullie niet bewijzen dat hij de dader is.

Pieten: Nee maar...

Sint: Jullie moesten je schamen. Knechten van de heilige man die een arme, kleine jongen vals beschuldigen.

Piet 3: Maar hij heeft zelf gezegd dat hij het gedaan heeft.

Sint: Heeft hij dat gezegd?

(De pieten knikken heftig ja. Mike houdt het bij een bescheiden knikje.)

Mike: Ik heb het niet opzettelijk gedaan, sinterklaas.

Sint: Natuurlijk niet, brave jongen.

Mike: Ik ben maar een arme jongen, sinterklaas. Ik had zo'n moeilijk speelgoed nog nooit gezien.

Sint: Ik begrijp het, brave jongen.

Mike: Ziet u, sinterklaas, ik heb geen ouders meer. Ik heb ook geen thuis. Ik zocht een plaats om deze nacht te slapen en zo ben ik hier toevallig terecht gekomen.

Sint: Pieten toch, deze jongen heeft al zoveel problemen en jullie maken het hem alleen nog moeilijker.

Pieten: Maar sint...

Sint: Niets te maren! Jullie hebben een fout gemaakt en jullie gaan die fout weer goed maken.

Pieten: Maar sint...

Sint: Niets te maren! Deze brave jongen mag hier voortaan komen wonen en jullie, jullie moeten zijn beste vrienden worden.

Pieten: Maar sint...

Sint: Niets te maren!

Piet 4: Maar sint, laat ons nu toch eens uitspreken.

Piet 1: Wij vinden het een schitterend idee. (De pieten beamen dat.)

Mike: Hoera, dan ben ik de eerste wittepiet in dienst van sinterklaas.

Sint: Vooruit, pieten, we moeten dringend aan het werk. We kunnen Greetje Van Daele, Jantje De Mulder en Karintje Lens niet langer laten wachten. Het is al bijna tijd om weer naar Spanje te vertrekken.

(De pieten nemen hun zakken met speelgoed en vertrekken. Het doek wordt door enkele pieten gesloten. De andere pieten zetten het speelgoed voor de drie kinderen op de scĆØne. Er kan ondertussen weer een liedje gezongen worden. De pieten zwaaien naar het publiek en verdwijnen dan. Even later komen de drie kinderen op.)

Greetje, Jantje en Karintje: Joepie, de sint is geweest.

Greetje: Waw, een voetbal en een doos Lego.

Jantje: Een puzzel en een kleurboek, tof zeg!

Karintje: Een set Power Rangers en een tennisracket.

Greetje: Wel geen computerspelletje.

Jantje: Geen pop.

Karintje: Geen auto op afstandsbediening.

(Nadat de kinderen deze zinnetjes gezegd hebben, gaan ze naar voor. Hun laatste zin richten ze tot het publiek.)

Greetje: We mogen echter niet zeuren.

Jantje: We hebben veel gekregen van de sint.

Karintje: Dan weten we wat we volgend jaar moeten vragen.

(De sint en de pieten komen erbij staan.)

Allen: Tot volgend jaar!

EINDE!!

 

D. DOBBELEERS, De droom van Mike, uit: De opvoeder, oktober 1997.

Kijkwijzer 5: Interreligieuze dialoog

Goed om weten vooraf
  • Eid ul Fitr of het verbreken van de vasten.

    Het feest van het verbreken van de vasten Eid ul Fitr wordt ook wel 'het kleine feest' genoemd (Eid es Seghir) of zoals in Turkije: Seker bayrami of Suikerfeest. De vasten is niet een voorbereiding op het feest Eid ul Fitr, maar het feest is een afsluiting van de vasten. Bij het begin van het 'kleine feest' doen moslims na wat Mohammed ook deed. Vroeg opstaan, zich baden, nieuwe kleren aantrekken, iets kleins eten zoals melk met dadels, naar buiten gaan naar de moskee om het feestgebed te bidden. Ook vrouwen en kinderen nemen deel aan het gebed. Iedereen draagt nieuwe kleren en handen worden versierd met henna. De moslimkinderen kussen de handen van hun ouders en vragen om vergeving. Ook volwassen moslims vragen om vergeving bij elkaar en bieden hun verontschuldigingen aan.

    Tijdens de drie feestdagen van het verbreken van de vasten gaat men uitgebreid bij familie en vrienden op bezoek. Men wordt op allerlei zoete lekkernijen onthaald, die belangrijk zijn om snel weer op krachten te komen en men is overal welkom. Men omhelst elkaar en wenst elkaar een goed, gezegend feest (beƫindiging van de vasten) toe. Ook worden er wenskaarten naar elkaar gestuurd. Uitgebreid worden er geschenken uitgedeeld aan elkaar in navolging van de profeet Mohammed woorden : "Geef geschenken aan elkaar, omdat geschenken de kwaadwilligheid wegnemen". Ook de armen zijn van harte welkom en krijgen allerhande giften (zakaat al fitr).

  • Het vasten in de maand Ramadan.

    Moslims willen zich lichamelijk en geestelijk zuiveren tijdens de vasten door zich doorheen de dag, van zonsopgang tot zonsondergang te onthouden van voedsel, drank en genot zoals roken en seks. Zich niet laten binden door het materiƫle en de wereldse verleidingen. Ze doen dit tijdens de negende maand van de islamitische kalender m.n Ramadan. Men mag bovendien ook geen kwaadspreken, liegen, of kwetsen met woorden.

    Het vasten (saum) is geen doel op zich. Vasten is gericht op gezamenlijkheid en solidariteit. Zich tijdens de dag onthouden van het teveel en van het kwaad, in functie van nieuwe verhoudingen, nieuwe omgangswijzen. Die wederzijdse betrokkenheid op elkaar uit zich ook in het in familieverband samen zijn en samen maaltijd houden. Men nodigt familie en vrienden uit, men maakt veel en lekker eten klaar.

    Naast nieuwe verhoudingen met elkaar, gaat het in de vasten in wezen om de verhouding tot Allah(God). Zich overgeven in de handen van Allah (God) de Barmhartige en Genadevolle om zo meer vrede (salaam) te vinden.

  • De openbaring van de Koran.

    Volgens de Koran is het in de maand Ramadan dat Mohammed de openbaring van de Koran ontving, althans de eerste delen. De Koran bevat al de openbaringen van de profeet Mohammed en is voor moslims een 'heilig' boek. Tijdens ƩƩn van de laatste nachten van de vasten, de Lailatoel-Qadr, wordt de eerste openbaring van Mohammed door de engel Gibriƫl (Gabriƫl) op een nacht in een grot in het jaar 609 na Christus herdacht.
    Aan de kinderen worden tijdens de vasten stichtende verhalen uit het leven van de profeet Mohammed verteld.

Goed om weten vooraf: Gevoelige punten voor moslims
  • Het varken
  • Bij het snoepgoed dat door de Sint wordt aangeboden zien we vaak marsepeinen varkentjes. Voor ons een symbool van rijkdom en geluk. Voor moslims een walging want er is voor hen een religieus verbod op het eten van varkensvlees.

  • De grafresten in Myra en Bari
  • Historisch is omstreeks de negende eeuw een strijd geweest tussen moslims en christenen om de resten van het stoffelijk overschot van Nicolaas waarbij christelijke zeelieden zich gewapenderhand toegang hebben verschaft tot Myra en de grafresten hebben meegenomen naar Bari. Deze kleine strijd staat natuurlijk in het licht van de grotere strijd die er tussen moslims en christenen tijdens de middeleeuwen heeft plaatsgevonden. Mogelijk krijgen hierdoor de conflicten tussen christenen en moslims nog een duwtje in de rug.

Impuls A: Ayse komt te laat - een verhaal over het suikerfeest

Nog een paar minuutjes dan is het half negen. 'Als ik het maar haal: denkt Ayse. Zo hard als ze kan loopt ze naar school. Het is stil op straat. De winkels zijn nog gesloten. In haar jas voelt Ayse de snoepjes die ze gisteren van haar oom kreeg. Daar is het schoolplein al. Maar de deur is al dicht. Ayse drukt heel zachtjes op de bel. Luid schalt de bel door de gangen van de school. Ayse schrikt en stapt achteruit. Haar hart klopt in haar keel. Dan hoort ze voetstappen achter de deur. De deur zwaait open en daar staat Diana een meisje uit haar klas. Diana zegt: 'Ben je daar slome, we zijn allang begonnen!'Ayse weet dat ze te laat is. Ze kan er niks aan doen. Gisteren was het feest en ze is pas laat naar bed gegaan.

Samen met Diana holt Ayse door de gang naar de klas. Ze gaan snel op hun plaats zitten. Dan roept de juf. Ayse krijgt een kleur. Als ze naar de juf loopt, flitst er van alles door Ayse's hoofd. Het wordt doodstil in de klas. Iedereen wacht met spanning af wat er komen gaat. De juf heeft een stoel voor de klas gezet. Ze zegt: 'Je bent laat, het was gisteren feest bij jullie nietwaar?' Ayse heeft het er warm van gekregen. Ze kijkt verlegen naar de grond. De klas is muis-stil. 'Willen jullie Ayse eens helpen om over haar feest te vertellen: vraagt de juf dan aan de klas. Ayse zegt verlegen 'We hebben Seker Bayram gevierd:'Wat zeg je: roept de klas in koor. De juf schrijft het met grote letters op het bord SEKER BAYRAM. 'Dat is Turks: zegt Ayse 'Het betekent suikerfeest in het Nederlands: 'Dus daar staat suikerfeest in het Turks: zegt de juf. 'We mogen lekker snoepen op het suikerfeest: gaat Ayse verder 'en lekker veel eten ook. Dat smaakt goed na de Ramadan' Weer klinkt geroezemoes in de klas. De juf schrijft ook Ramadan op het bord. 'Wat heeft Ramadan met suikerfeest te maken?' vraagt de juf. 'Ramadan is de tijd dat we overdag niet mogen eten en drinken: zegt Ayse. 'maar 's avonds mogen we dan wel eten. De Ramadan duurt een hele maand. En als de Ramadan voorbij is vieren we het suikerfeest: vervolgt Ayse. 'We gaan dan bij onze familie op bezoek. Daar eten we en dan krijgen de kinderen snoep en suikerbrood.' 'En geld: roept Mustafa. die op het puntje van zijn stoel zit en meeluistert met Ayse. 'Toen wij in Turkije woonden,' zegt Mustafa. 'vierden we elk jaar het suikerfeest. Een paar dagen voor het feest begon riep mijn moeder ons bij elkaar. Er lagen dan altijd pakjes op de grond. En we kregen allemaal zo'n pakje. En daar zat een prachtig kledingstuk in voor het feest. Het was altijd spannend of de kleren pasten. Als het te klein was maakte mijn moeder het nog groter voor het feest begon. Ze kan dat heel goed.' 'En ging mijn moeder ook boodschappen met ons doen en een heleboel voor het eten kopen. Want op het feest kwamen altijd allemaal vrienden en bekenden langs en die aten altijd met ons mee.' 'En wat deden jullie op de feestdag?' vraagt Karel aan Mustafa.
'Eerst gingen we altijd naar de moskee om God te bedanken. En daarna gingen we meestal eerst naar mijn opa. Die woont nog steeds in Turkije. Mijn ooms en tantes kwamen dan ook altijd. Ze dronken dan thee met baklava, dat is gebak. En dan kregen alle kinderen wat geld en snoep van mijn opa en ooms en tantes. Mijn tante schonk dan limonade voor ons in.'
'En dan gingen we heerlijk schapenvlees eten met rijst: vervolgt Mustafa 'en bij alle vrienden en familie langs. En daar speelden we met onze vriendjes en neefjes. En dan kregen we van iedereen snoep en soms ook wat geld'

'Vieren jullie hier in Nederland ook zo uitgebreid feest?' vraagt de juf. 'Nee: zegt Mustafa, 'hier kennen we niet zoveel mensen nog. En al mijn ooms en mijn opa wonen in Turkije. Maar volgend jaar gaan we als het suikerfeest is met vakantie naar Turkije!' Dan gaat de bel voor de pauze. De juf zegt: 'Als jullie je spullen opgeruimd hebben mag je naar buiten.'

Impuls B: Overeenkomsten en verschillen tussen de beide feesten

Hier volgen een aantal vergelijkingspunten. U vindt telkens een aanduiding voor de leeftijdsgroep waar dit punt mogelijk kan besproken worden. Om met deze vergelijkingspunten goed te kunnen werken is het belangrijk om in het dossier met achtergrondinformatie wat meer te lezen over het suikerfeest en het sinterklaasfeest. Dat zal het gesprek met de kinderen naar aanleiding van de vergelijkingspunten vergemakkelijken. Het is natuurlijk ook mogelijk, dat u islamitische kinderen zelf – of Ć©Ć©n van hun ouders – laat komen vertellen over het suikerfeest. Het spreekt voor zich dat daardoor de betrokkenheid van de islamitische kinderen nog zal toenemen. Bij elk vergelijkingspunt staan enkele suggesties om verdiepend te werken.

Van buiten af lijkt er weinig meer gelijkenissen te zijn dan het uitdelen van snoepgoed en geschenken aan de kinderen, maar er is verwonderlijk veel meer...

Spanning tussen licht en duisternis
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ramadan3.jpg

Tijdens de islamitische vastentijd is er het dagelijkse spel tussen zonsopgang en ondergang, het verschijnen van het licht en het verdwijnen ervan. De dageraad begint wanneer met een witte draad van een zwarte onderscheiden kan. Het maanlicht kondigt begin en einde van de vasten aan. Moslims staan bij het einde van de vasten midden in de nacht op en kijken uit om een glimp van de volle maan op te vangen bij het begin van de nieuwe maand die het vasten afkondigt en het feest inluidt.

De situering van het Sinterklaasfeest tegen het aanschijn van de midwinter zonnewende laat het spel toe van licht en duisternis, van warmte en koude. Het is tegelijkertijd op symbolische wijze de uitdrukking van wat als positief en negatief, als levengevend of dodend ervaren wordt. Sinterklaasintochten, fakkeltochten, Sinte Mettenvuren, liederen over de duisternis en het licht van de maan, het gezellig samenzijn in huiselijke kring bij de open haard enz. zijn allen uitdrukking (soms eeuwenoud) van het levend houden van het lichtende in het bestaan, van het verdrijven angsten, van uitdrukking van hoop in een gezamenlijke weerbaarheid tegen de bedreiging van het leven door de duisternis en de koude.

Kinderen zingen in het avondduister van de maan die schijnt en die Sinterklaas aankondigt. 'Zie de maan schijnt door de bomen, makkers staakt uw wild geraas, 't heerlijk avondje is gekomen 't avondje van Sinterklaas. Vol verwachting klopt ons hart...'. Ze staan vroeg op om te kijken of Sinterklaas het verhoopte gebracht heeft. En roepen en danken Sinterklaas. "Dank u Sinterklaasje, dank, dank, dank u wel."

Moslimkinderen staan vroeg op en kijken uit naar het verschijnen van het licht en de maan Ze brengen in alle vroegte een bezoek aan de moskee en bidden in de moskee of op open ruimten het feestgebed. En noemen Allah de Barmhartige en de Genadevolle. Ook zij verwachtingsvol uit naar geschenken en snoepgoed.

Verdiepingskansen
Bij dit vergelijkingspunt kunnen allerlei spelvormen rond licht en duister aansluiten. Dit is mogelijk voor alle leeftijdsgroepen.
De strijd om goed en kwaad

De hoofdfiguren van het Sinterklaasfeest zijn uitbeeldingen van de persoonlijke en maatschappelijke strijd tussen goed en kwaad. Zowel dreiging als belofte, straf en beloning, leemte en genade komen aan de orde. Zwarte Piet verbeeldt de duistere, negatieve, kwade, demonische krachten van het bestaan. Sinterklaas symboliseert de lichte, positieve, goede, rechtvaardige kant van het leven. In de vroegere, oude, maar haast helemaal verwenen, Sinterklaasrituelen die Zwarte Piet als een boze, kwade kracht, als duivel ten tonele voeren blijkt de Sint (het goede) baas te zijn over het kwade. Dat kwade is getemd geworden en ten dienste gesteld aan het goede, want Zwarte Piet deelt snoep- en speelgoed uit aan de kinderen. Het goede overwint het kwade. De legenden van Sinterklaas staan bol van zijn strijd tegen het kwade en het opkomen voor armen en misdeelden.

Tijdens de maand Ramadan zijn moslims heel sterk betrokken op het afleggen van het kwade en het zich richten op het goede. Ze willen meer persoonlijke en sociale rechtvaardigheid. Ze willen wat kwaad is, vergoeden, wat krom is rechten, wat fout is herstellen. Ook de politieke strijd van moslims verhevigt tijdens de vasten. De roep om herstel van gerechtigheid is dan groot evenals de bereidheid tot actie.

Verdiepingskansen
Gesprek met leerlingen over de strijd tussen goed en kwaad: de manier waarop deze strijd opgevoerd wordt in kinderfilms en computerspelletjes vergelijken met de manier waarop ze in hun eigen leven de strijd tussen goed en kwaad gewaar worden. De leerkracht kan stilstaan bij het feit dat het streven naar het goede een belangrijk kenmerk is van alle wereldgodsdiensten. Hierbij kan ook aandacht geschonken worden aan de gewoonte van de Katholieke Kerk om mensen 'heilig' te verklaren.

Zie hiervoor ook:

HeiligenNet
Aandacht voor de armen en de zwakkeren in de gemeenschap

De Sinterklaaslegenden zijn toonbeelden van zorg voor de armen. Christelijke sociale organisaties organiseren Sinterklaasfeesten in instellingen van kansarme kinderen, gehandicapten enz. Kinderen verzamelen soms speelgoed (in scholen en parochies). Ze delen van hun eigen speelgoed met kansarmen. In de kerken verbindt men de eerste zondag van de advent met het Sinterklaasgebeuren, ook daar worden dan soms inzamelacties gehouden voor minderbedeelde kinderen.

Bijzondere aandacht gaat tijdens de vasten en tijdens Eid ul Fitr uit naar de armen die ook met giften overladen worden (zakaat-al-Fitr). "Geeft aan verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan bedelaars en voor de vrijkoop van de slaven Soera 2:17. Vrij worden van bezit (Zakaat) en de zorg voor de armen gaan hand in hand en is Ć©Ć©n van de vijf basispijlers van de Islam.

Verdiepingskansen
Op zoek gaan via internet of andere kanalen naar sinterklaasorganisaties die aandacht hebben voor kansarme kinderen.
Zakaat-getuigenissen verzamelen: moslimgelovigen die vertellen wat zakaat voor hen betekent.
Zelf een gezamelijke zakaat-sinterklaasactie bedenken.
Een tijd van verhalen

Aan kinderen wordt in de aanloop naar Sinterklaas waar een maand lang (vaak meer) naar wordt uitgekeken, regelmatig voor ogen gehouden wat als goed en nastrevenswaardig ervaren wordt. Aan kinderen worden stichtende Sinterklaasverhalen verteld waarin verteld wordt over zijn opkomen voor gerechtigheid en voor het lot van de armen en de zwakken. Zij zeggen ook uit wat hen spijt over wat ze uitgespookt hebben en wat ze willen veranderen in een brief aan de Sint. Wanneer de Sint op bezoek komt geeft hij aan wat gewenst en ongewenst gedrag is. Het boek van Sinterklaas waarin zgn. wordt opgeschreven wat ze goed en kwaad hebben gedaan is eigenlijk de Bijbel, die richtinggevend voor het leven is, waarin goed en kwaad worden onderscheiden.

Tijdens de maand Ramadan wordt aan kinderen stichtende verhalen over de profeet Mohammed verteld, uit de Haddieth en de Siera. Verhalen die aangeven wat nastrevenswaardig gedrag is en wat niet hoort. Tegelijk staat heel de Koran in een bijzonder licht omdat volgens de overleveringen de eerste openbaringen van de Koran aan Mohammed in die negende maand zijn gebeurd. Die Koran is de richtwijzer bij uitstek voor een goed leven.

Verdiepingskansen
Stilstaan bij de dreiging met straf sinterklaasliedjes en de beloning voor het goede die doorklinkt in heel wat liedjes. Nagaan hoe de figuren van sinterklaas en zwarte piet volgens de traditionele verhalen reageren op goed en slecht gedrag van kinderen.
Een filosofische vraag: geldt in het echte leven ook : beloning van het goede, bestraffing van het kwade? In welk zin wel, in welke zin niet?
Een verhaal over Mohammed, de profeet voorlezen. Stilstaan bij de oproep tot het goede, die erin doorklinkt.
 

De maat der dingen

ijdens de maand Ramadan staat onthechting voorop. Afstand nemen van het wereldlijke. Zich iets leren ontzeggen. Zich onthouden van het overtollige, het teveel... en zich richten op het goede. Kinderen mogen hier aan meedoen en zich stapsgewijze oefenen in het zich leren onthouden van voedsel en drank.

In de aanloop van het Sinterklaasfeest moeten de kinderen leren omgaan met de maat der dingen. Kinderen leren hun verwachtingen realistisch te houden, niet alles te willen en toch verwachtingsvol uit te kijken. Uit de veelheid van het aanbod moeten zij selectief enkele cadeautjes kiezen en vragen om de genadevolle goedheid van de Sint. Zo leren kinderen kiezen voor wat goed voor hen is. Is speelgoed en snoepgoed ook goed om mee te spelen en van te snoepen. Het bijbelse omgaan met het materiƫle is gekleurd door de regel: ieder naar zijn eigen maat. Zodat wie veel nodig heeft ook niet te kort komt en wie weinig nodig heeft niet teveel heeft. Zo krijgen kinderen met Sinterklaas ook geschenken, ieder op z'n eigen maat, ieder naar eigen behoeften en eigen aard.

Verdiepingskansen
Hoe komt het dat mensen zich iets ontzeggen en regels te aanvaarden, ook al kost het hen moeite om zich eraan te houden? Zou je als mens gelukkiger zijn als je alles kon krijgen wat je maar kon wensen? Waarom wel, waarom niet?
Het feestelijk karakter

Als de Sint iets brengt is dat altijd overvloedig en in grote verscheidenheid. Het feestelijke, vierende surpluskarakter van het Sinterklaasgebeuren laat ons iets van het leven in z'n volheid vermoeden. Het laat ons niet alleen hopen op maar ook daadwerkelijk proeven van het deugddoende, de (uiteindelijke) zaligheid van het leven, er mag dan wat anders niet mag of kan. Vaak is er ook een toemaat die soms letterlijk en figuurlijk uit de lucht komt vallen. Het gooien van noten of snoepgoed symboliseert het leven als gave. De gave die van Sinterklaas komt , de heilige in de hemel, vertegenwoordiger van het goddelijke. Maar het is tegelijk ook een overgave aan de Sint die uiteindelijk bepaald wat ze krijgen. Ze leren na het bezoek van de Sint om met mate en spaarzaam met het gekregene om te gaan.

Bij moslims is het ook niet om het vasten te doen, wel om het realiseren van een optimaler levensgebeuren. Bij het uitgebreide avondlijke eten is dat te zien in de rijkdom van de maaltijd en in het gezellig menselijk samenzijn. Door de vrouwen wordt met heel veel zorg in een uitgebreide maaltijd voorzien waarin vele soorten hapjes aanwezig zijn. Bij het feest van het beƫindigen van de vasten is dat nog veel meer het geval. Vooral de veelheid aan koekjes symboliseert het belang van de rijkelijke verscheidenheid van het leven. Idem wat de geschenken aan de kinderen betreft. De dankbaarheid om het gekregen richt zich tot Allah, de Barmhartige en Genadevolle.

Verdiepingskansen
Laat de moslimkinderen vertellen over de gezellige avonden...
Laat de mooiste sinterklaasherinneringen boven halen.
Dit kan eventueel aan de hand van een verrassingspak: het pak wordt doorgegeven tot de muziek stopt. Degene die het pak heeft mag een opdracht halen uit een envelop die erop gekleefd is. De opdracht luidt: 'vertel een mooie sinterklaasherinnering of vertel over een fijne ramadan-avond.
Het familiale karakter
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/ramadan2.gif

De tijd van de vasten staat volledig in het licht van het bijeenbrengen van de familie en het in gemeenschap samenzijn met anderen. Samen maaltijd houden, samen sociale activiteiten doen. Evenals het feest Eid ul Fitr waar men zich dan nog meer op de grotere familie richt en met cadeautjes naar buiten komt.

Ook bij het Sinterklaasfeest is er een grote wederzijdse, familiale betrokkenheid en intensiteit. Het feest wordt meestal in familieband gevierd maar ook daarbuiten in scholen, sociale organisaties, jeugdbewegingen...In Nederland maakt men vriendelijke versjes voor elkaar. Nadat de kinderen het gekregene bewonderd hebben en alles verkend, gaan ze naar buiten en zoeken hun vrienden op om te vertellen wat ze gekregen hebben en te vernemen wat anderen gekregen hebben.

Verdiepingskansen
Alle activiteiten die een gevoel van samenhorigheid en verbondenheid creƫren: vriendenbriefjes schrijven, elkaar met iets kleins verrassen via spelvormen rond de typische sinterklaasrituelen: vb de schoen zetten in de klas, elk kind legt bij een ander kind iets in de schoen, een briefje, een koek, een muntje, ... Naargelang het accent wat men legt kan men hier een sterk contactspel van maken: elk kind in de klas krijgt op voorhand de naam op van een ander kind, waarbij het iets in de schoen moet leggen. De bedoeling is dat de verrassing zo gekozen wordt, dat ze goed past bij het kind waar de schoen van is. Het is een oefening in 'zich inleven' in anderen.
Het leven als gave en overgave

Sinterklaas is vrijgevig en overstijgt een 'voor wat, hoort wat' moraal waarbij ook de zgn. stoute kinderen delen in de gaven. Hij strooit de levensgaven (zoals Wodan de levenszaden) rond. Het leven valt de kinderen toe. De heilige Nicolaas in de hemel verwijst naar het genadevolle karakter van God.
Ook tijdens de vasten en bij het feest staat de overgave aan Allah centraal en bidden de kinderen en de volwassenen uit dankbaarheid om het gekregene en richten zich tot Allah, de Barmhartige en Genadevolle.

Verdiepingskansen
Samen uiting geven aan dankbaarheid: elk op een eigen wijze: in symboolhandelingen, gebed, tekeningen, stillevens,...
Het vergevende karakter

In de maand Ramadan zijn moslims erg betrokken op het herstel van pijn en onrecht die anderen is aangedaan. Tijdens het feest van het verbreken van de vasten kussen de moslimkinderen de handen van hun ouders en vragen om vergeving. Ook volwassen moslims vragen om vergeving bij elkaar en bieden hun verontschuldigingen aan.

De heilige Nicolaas geeft mensen die van zijn goedheid misbruik maken toch nog kansen op herstel. Ook kinderen die niet aan de gestelde verwachtingen hebben beantwoord worden door de Sint niet ontzien. Zelfs al worden ze op het matje geroepen, ze worden ook dan nog met een geschenk bedeeld en vergeving geschonken.

Verdiepingskansen
Het toneelstuk "De droom van Mike" van Dirk Dobbeleere (zie hoger) opvoeren.
Verschillen en knelpunten

Als je op enige afstand deze feesten beschouwd dan lijken ze zeer erg van elkaar te verschillen zowel in wezen als in hun verschijningsvormen. Alle verschillen opsommen zou onbegonnen werk zijn. Temeer dat ons uitgangspunt, het zoeken naar wat we allemaal met elkaar gemeen hebben, is. We staan wel even stil bij een aantal verschillen die knelpunten kunnen vormen.

Een godsdienstig feest

Bij moslims is Eid ul Fitr een uitgesproken religieus feest. Dat ook zo beleefd en gevierd wordt. Het Sinterklaasfeest is dat almaar minder. Mede door de ontkerkelijking en de commercialisering zijn de christelijke roots bijna geheel verdwenen. Dit feest lijkt voor hen, in het uitgeholde beeld dat wij nog van Sinterklaas presenteren, van een heel andere orde dan hun eigen feest. De verwijzingen naar de menselijke verbondenheid met God zijn voor hen en voor de meeste van ons onzichtbaar geworden. Hoewel die er duidelijk en uitgesproken wel zijn. Deze twee feesten met elkaar vergelijken zou op wederzijds onbegrip kunnen stoten.

Verdiepingskansen
De religieuze kerngegevens benoemen. Stilstaan bij de tendens tot oppervlakkigheid en commercialisering in onze samenleving.
De commercialisering

Het westers kapitalisme heeft handig gebruik gemaakt van het volkse feest om de marktaandelen uit te breiden. Huisgezinnen worden overspoeld met reclamefolders en het sinterklaasfeest is uitgegroeid tot een consumptiefeest bij uitstek. De Nicolaas die zijn naam gaf aan dit gebeuren zou zich omdraaien in zijn graf, vermits hij zelf de kant van de armen koos. Voor moslims die de maand Ramadan o.a. beleven als een zich ontzeggen van wereldlijk goed is dit een doorn in het oog.

Zwarte Piet

Zwarte Piet wordt als hulp, als dienaar van Sinterklaas beschouwd. Toegepast op onze maatschappij kan men er een verbeelding in zien van een blanke man die de zwarte of bruin gekleurde medemens overheerst. Een vorm van racisme dus. Ook moslims voelen zich mogelijk met het optreden van deze figuren geviseerd en gekleineerd.

Verdiepingskansen
Er is een merkwaardige evolutie in de manier waarop 'zwarte piet" gespeeld wordt: de huidige tendens is om vele soorten van pieten in te voeren met allerlei kleuren en allerlei karakters. Zo krijg je ook een beeld van veelheid en verscheidenheid, die dreigt uiteen te vallen in chaos, maar die bijeen gehouden wordt door de onverstoorbare wijsheid van de sint. Voor meer informatie J.BEKE & P. VAN HASSELT, Sinterklaas op school, praktijkboek voor de viering van het sinterklaasfeest, Zwijsen, Tilburg, 1998.

Impuls C: Tanja en Naima, een verhaal over de Ramadan

Tanja: 'Hallo, Naima. Laatst hoorde ik over moslims en Koran. Wat betekenen die woorden eigenlijk?'
Naima: 'Nou, dan moet je eerst weten wat Allah en Mohammed betekenen.'
Tanja: 'Allah dat is toch hetzelfde als God bij ons.'
Naima: 'ja, en Mohammed was zijn profeet, zeg maar de boodschapper van God. Jezus heeft ook de boodschap van God doorgegeven, maar voor ons is Mohammed de belangrijkste boodschapper. Wij heten moslims en onze godsdienst heet de islam.'
Tanja: 'Zijn er veel moslims op de wereld?'
Naima: 'Ja, miljoenen. De meeste Turken en Marokkanen zijn moslim. Maar in Indonesiƫ en Suriname wonen ook veel moslims.'
Tanja: 'Maar wat betekent nou Koran?'
Naima: 'Dat is ons heilige boek. Alles wat God tegen Mohammed heeft gezegd staat in de Koran. In de Koran staan de woorden van God.'
Tanja: 'Staat in de Koran ook iets over de Ramadan? Laatst vertelde de juf daarover, dat moslims een maand niet mogen eten en drinken. Dat lijkt me niet gezond, een hele maand niet eten.'
Naima (lacht): 'We mogen wel eten en drinken hoor, maar alleen niet overdag. 's Avonds mag je wel eten en drinken. We staan vroeg op als het nog donker is om te ontbijten. En 's avonds eten we pas als het meer donker is.'
Tanja: 'Dus jij doet ook mee met de Ramadan?'
Naima: 'Nee hoor, ik niet. Kinderen hoeven nog niet te vasten, dat is veel te moeilijk. Zieke mensen hoeven ook niet te vasten. Maar soms doe ik wel een dagje mee. Als het dan warm is, dan krijg je heel erge dorst.'
Tanja: 'Is het moeilijk om te vasten?'
Naima: 'Nou, mijn broer moest een keer voetballen en het was heel warm. Het was een heel spannende wedstrijd. Mijn broer had ontzettende dorst. maar ja hij moest vasten. Mijn vader ging toen met een bekertje water naar hem toe, hij had zo'n medelijden met hem. Maar mijn broer heeft er toch niet van gedronken. Hij was daar heel erg trots op.'
Tanja: 'Ik zou 's avonds wel erg honger hebben en dan lekker willen eten en drinken. Gaan jullie dan snel eten als het donker is?'
Naima: 'Nou eerst drinken we een glas melk als de zon is ondergegaan. We eten pas na het bidden. Mijn moeder maakt vaak hƩƩl lekker eten klaar, en vaak komt ook mijn lievelingsoom eten. En dan gaan we fijne spelletjes doen. Maar in Turkije is het erg leuk op straat tijdens de Ramadan. Alle winkels zijn open en er is van alles te doen op straat. En dan kom je al je vriendjes tegen. Iedereen doet mee met de Ramadan. Dan is wel makkelijker. Want hier krijg je van iemand een snoepje of zo, en dan heb je daar toch wel zin in. De Vlamingen eten natuurlijk gewoon door als wij vasten. En dat is toch wel moeilijker dan wanneer iedereen niet eet zoals in Turkije.
Tanja: 'Mogen je vriendjes ook mee-eten als je moeder wat lekkers kookt?'
Naima: 'Ja, als je wilt mag je wel een avond met ons mee-eten. Het is heel erg gezellig en we eten 's avonds lekker. Mijn vader en moeder eten ook nog midden in de nacht. Dan ben je wel moe als je weer vroeg op je werk moet zijn. Als de Ramadan voorbij is, is er groot feest. Het suikerfeest. Kom je dan?'
Tanja: 'Suikerfeest? Dan gaan we snoepen zeker!'
Naima: 'Ja, en mijn moeder is dan de hele dag aan het koken. En we gaan bij familie en vrienden op bezoek. We krijgen dan cadeautjes en geld van hen en snoep. En we mogen dan vrij van school.
In Turkije heeft iedereen dan vrij. Alle winkels zijn dicht. niemand hoeft dan te werken. of naar school. We vieren allemaal het suikerfeest.'

Impuls D: Verhaal over de openbaring van Mohammed

De openbaring van Mohammed wordt gevierd tijdens de ramadan. Misschien verwijzen moslimkinderen hiernaar. Dan kan dit verhaal verteld worden:

Nadat Mohammed terug was gekeerd van een lange reis vroeg hij aan Chadiedja, zijn vrouw, of ze het goed vond dat hij een paar dagen wegging. Hij wilde alleen zijn, zoals vroeger toen hij schapen hoedde, onder de sterrenhemel bij het rustgevende water van de oase. Alleen daar bij de eenvoudige, zachtmoedige schapen, kwamen zijn gedachten tot rust. Mohammed vastte vaak. Chadiedja begreep niet goed waarom: "Waarom vast je op een werkdag? Waarom maak je het jezelf zo moeilijk?" Hij antwoordde: "Het is juist makkelijker als ik niet eet. Dan kan ik helder nadenken."

Op sommige dagen verliet Mohammed de stad. Het was heel gewoon in die tijd dat mensen een tijdje buiten de stad verbleven om in alle rust na te kunnen denken. Pas bij de berg Hira kon Mohammed het werk uit zijn hoofd zetten. Hij bracht er steeds meer tijd door. Hij probeerde antwoorden te vinden op zijn vragen. Als hij langere tijd op de berg Hira bleef, liet Chadiedja hem eten voor een paar dagen brengen.

Het was een ongewone dag op het einde van de maand Ramadan. Mohammed bracht die dag vastend en de nacht biddend door. Later die nacht, in het pikkedonker, net voor de dag begon, hoorde hij een stem. De stem werd steeds luider en leek uit alle richtingen te komen: vanaf de berg, uit de nacht rondom hem en vanuit zijn eigen binnenste. Hij keek om zich heen. Voor hem verscheen een engel die een doek van groen brokaat vasthield. In geborduurde letters stonden er woorden op geschreven. "Lees op!" beval de engel. Mohammed was verbaasd: "Ik kan niet lezen."De engel omarmde hem stevig en liet hem weer los. "Lees op!" beval de engel opnieuw."Ik kan niet lezen." sprak Mohammed dit keer iets luider.Opnieuw omarmde de engel hem. De omhelzing was steviger dan de eerste keer. "Lees op!" beval de engel voor de derde keer. "Wat moet ik oplezen?" riep Mohammed. Hij was bang voor nog zo'n omhelzing.

"Lees, in de Naam van jouw Heer, die geschapen heeft.
Geschapen heeft Hij de mens uit een bloedklonter.
Lees op! Jouw Heer is de edelmoedigste,
die de mens onderwezen heeft met de pen
en hem leerde wat hij niet wist..."

Mohammed herhaalde de woorden, woord voor woord. Even later was Mohammed weer alleen. De engel was verdwenen. Maar de woorden bleven voor altijd in zijn geheugen gegrift. Hij had een wonderlijk gevoel in zijn lichaam. Hij was onder de indruk van wat er gebeurd was.
"Wat is er aan de hand?!" zei hij tegen zichzelf. "Is deze grot behekst? Ben ik bezeten door de duivel?" Hij stond op en voelde hoe hij trilde. Onzeker liep hij de grot uit. Hij daalde langs het bergpad naar het dal. Langzaam drong het tot hem door dat hij iets heel ongewoons had meegemaakt. Het maakte hem bang. Opnieuw riep een stem -dezelfde stem- hem vanuit de hemel toe: "Mohammed! Jij bent de boodschapper van God. Ik ben Zijn engel, Gabriƫl."

Mohammed keek omhoog en zag de engel als een reusachtige figuur in de hemel. Mohammed keek angstig naar hem op. Hij draaide zich om en wilde vluchten. Maar waar hij ook keek, de engel was overal! Hulpeloos stond Mohammed daar. Hij kon zich niet bewegen. De engel verdween net zo snel als hij gekomen was. Toen pas kon Mohammed, in het licht van de nieuwe dag, de berg afdalen naar zijn huis. Vanaf nu zullen we Mohammed "de profeet" of "de boodschapper van God" noemen.

Tarantino, M.A ., Prachtige verhalen uit het leven van Mohammed, Zoetermeer, 1994, p 37-40.

Didactische suggesties

Concrete suggesties bij de kijkwijzers en impulsen

Bij elke kijkwijzer volgt hier een analyse van de levensbeschouwelijke ontwikkelingskansen die de impulsen in zich dragen, meestal aan de hand van het schema van de componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei (schema 1) uit het leerplan r.k.-godsdienst voor het Lager onderwijs in Vlaanderen (zie leerplan: schema 3: p. 72-73). Voor sommige impulsen is dit een te omslachtige benadering. In dat geval volgt er na de impuls een opsomming van 'verdiepingskansen'.

Uitdieping kijkwijzer 1:
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zakje.jpg

Impuls A, B en C: snoepzakjes samenstellen op basis van Sints verleden

 De zakjes met snoepgoed die aan de kinderen van de school met Sinterklaas worden uitgereikt worden samengesteld door de kinderen van de derde graad in plaats van door het schoolbestuur of leerkrachtenteam. Er mag enkel snoepgoed gebruikt worden wat betekenisvol is met Sinterklaas en wat met zijn ontstaansgeschiedenis te maken heeft.

De kinderen moeten in groepjes op zoek naar diverse soorten Sinterklaasgoed bij bakkers en in groot warenhuizen en naar de geschiedenis van de Sint.

Nadat de leerkracht een korte inleiding gegeven heeft over de ontstaansgeschiedenis van de Sinterklaasgebruiken (zie impuls B) kan de rest van de informatie (zie impuls C) tezamen met de afbeeldingen op voorhand te beschikking gesteld worden van de kinderen. Dit alles kan in groepjes verdeeld worden om door de kinderen bestudeerd te worden. De kinderen stellen de ingewonnen informatie aan elkaar voor. Dan kunnen de kinderen op zoek gaan naar wat er in de omliggende winkels daarvan nog te vinden is. Ze kunnen ook met hun ouders nog verder op zoek gaan in het weekend en een exemplaar van de gevonden materialen meebrengen en aan elkaar voorstellen.

Bekijk hier de "snoepgoed-pagina"

Daarna wordt in overleg met elkaar gezocht naar een evenwichtige keuze voor de samenstelling van de snoepzakjes voor de kinderen van de school.

Deze opdracht kan verbonden worden met wiskunde (budget berekenen).

Het schoolbestuur of leerkrachtenteam kan dan beslissen hoe de aankoop gaat gebeuren en op welke wijze de snoepzakjes worden gevuld. Daarbij kan bekeken worden hoe de kinderen van de derde graad daarbij kunnen betrokken worden. Door kinderen van de derde graad een grote betrokkenheid te geven, zijn ze minder geneigd het Sinterklaasgebeuren te ridiculiseren en krijgen ze oefenkansen om hier op een respectvolle manier mee om te gaan. Zo zetten ze verdere stappen in hun identiteitsontwikkeling en verwortelen, verankeren zich in deze cultuur. Zo dreigt ook minder de verwaaiing in de consumptiemaatschappij. Tegelijk een vroege oefening op hun taak van Sinterklaas die ze later als ouder op moeten nemen. De kinderen van het zesde leerjaar kunnen ook dienst doen als hulp-Zwarte Pieten en knechten. Zo leren ze ook die rol met waardigheid te vervullen. Zo wordt de mogelijke minachting die ze vaak door stoer doen ten toon spreiden gekanaliseerd en omgebogen in een positieve houding naar de jongste kinderen toe.

Door als school te kiezen voor snoepgoed dat de zin en betekenis van het Sinterklaasgebeuren weergeeft, opteert men ervoor om op onbewust – bewuste wijze de levensbeschouwelijke en godsdienstige betekenissen van het Sinterklaasfeest weer in het vizier te brengen. Bewust voor de kinderen van de derde graad. Onbewust voor de andere kinderen. Door dat deze kinderen, door die bewuste keuze van de school, authentieke betekenissen te zien krijgen, ook al begrijpen ze die (nog) niet, gaan ze zich die als kind later ook herinneren. Door ook de ouders in het spel te betrekken, leren deze op hun beurt, de zin en betekenissen kennen, zodat ze deze mogelijk weer in de eigen gebruiken kunnen invoegen. Zo dreigt het wezenlijke van de traditie niet verder verloren te gaan, maar integendeel weer verlevendigd te worden. Zo neemt de school haar maatschappelijke en levensbeschouwelijke functie op.

Naar aanleiding van deze taak kunnen de kinderen in een kringgesprek over de betekenissen aan elkaar vertellen en demonstreren.

Door samen te overleggen wordt bepaald wat in de snoepzakjes komt: het snoepgoed, waarbij de band met Sints verleden het mooist en het duidelijkst is, krijgt de voorkeur. De klasgroep beslist hierover.

Impuls D: Ontvangen en bekijken van de snoepzakjes

De leerkracht bekijkt samen met de leerlingen de inhoud van de snoepzakjes. De leerkracht vertelt enkele sinterklaaslegenden en laat de kinderen uitzoeken wat ze herkennen in de snoepzakjes uit de verhalen en legenden van de sint (zie ook kijkwijzer 3: Nicolaas van Myra).

Nog enkele legenden over Sint-Nicolaas kort samengevat.

  • De legende van de jongens in de vleeskuip: vaak terug te vinden in chocoladen afbeeldingen van sinterklaas met drie jongetjes in een ton.
  • De legende van de bruidschat: de gouden centen, ook de appels en mandarijntjes (gouden bollen)
  • De legende van het graanwonder: de koeken
  • De legende van de schipbreuk: de boot

De foto's van het snoepgoed kunnen erbij gehaald worden: hier zijn elementen uit de legenden duidelijk op te herkennen

Uitdieping kijkwijzer 2:

Impuls A: de avond na sinterklaas

Verdiepingskansen:

  • Bij: Niet meer meespelen

Teddie en Annie zijn als speelgoed niet langer van tel. Ze zijn niet meer van waarde en mogen niet meer meespelen. Ze worden gedumpt en meteen bij het vuilnis gezet. Ze worden vervangen door een ruimtegeweer (beeld van geweld) en een andere pop met meer mogelijkheden. Ze dreigen vermalen te worden door de vuilniswagen die er aan komt. (de maalmolen van de maatschappij?) De verhalen over Sinterklaas beginnen vaak vanuit de noodsituatie van mensen die niet van tel zijn.

  • Met kinderen stilstaan rond het eigen speelgoed dat niet meer van tel is, waar niet meer mee gespeeld wordt en dus niet meer mee mag spelen.

  • Speelgoed dat niet meer van tel is meebrengen naar de klas...
  • ... om het te tonen aan elkaar en er over te vertellen.
    ... om anderen ermee te laten spelen
    ... om er zelf weer mee te gaan spelen
    ... om weg te geven voor een Sinterklaasactie voor kinderen
          in de kansarmoede

  • Kinderen laten vertellen over situaties waarin ze zelf niet mogen meespelen. Situaties waarin ze uitgesloten worden, of niet meer van tel zijn.

  • De verhaalsituatie naspelen (zie hieronder: didactische suggesties)

 

  • Bij: Iemand ziet naar je om

Teddie en Annie worden door een straathond zonder eigen thuis aangetroffen en gered van de definitieve ondergang door een aankomende vuilniswagen. Redding komt meestal niet van bovenuit maar vaak van soortgenoten, mensen die de situatie van binnenuit kennen. Armen helpen elkaar. Uitgeslotenen zien en ontmoeten elkaar vaak sneller dan mensen die niet in dezelfde situatie zitten. Ook Sinterklaas is door het wegschenken van zijn bezittingen een arme onder de armen geworden. In de naam van Sinterklaas (bevrijder van en voor het volk) klinkt de hoop op. Ook in de naam van de straathond Joepie klinkt de vreugdevolle oplossing door.

  • Met kinderen stilstaan rond het mogelijke leven van een straathond.

  • Stilstaan bij de mogelijke gevoelens van Joepie als hij ook door Teddie te min wordt geacht om mee te spelen.

  • Hoe Joepie ondanks dat toch op zoek gaat naar eten en naar een oplossing voor Teddie en Annie

 

    • Bij: jezelf mogen zijn

Bij Teddie en Annie rijst de vraag naar wat ze nog te betekenen hebben nu ze door hun vorige eigenaars gedumpt zijn geworden. Als je bij het vuilnis wordt gezet beteken je eigenlijk niets meer. Als er enkel een straathond, die de vuilnisbakken afloopt naar je omkijkt, betekent dat al even veel. Beiden gaan daar anders mee om. Teddie vindt dat hij zich moet opknappen, veranderen een andere bestaanswijze moet aannemen om weer aantrekkelijk te worden. Hij is daar ook actief mee bezig. Hij houdt vol ook al wil het niet echt lukken. Annie wil om zichzelf, om wat ze nu is, bemind worden. 'Ik kan niets anders zijn', zegt ze. Ze doet ook verder niets aan haar situatie. Twee wijzen van omgaan met de situatie van niet meer van tel zijn. De ene situatie vind men zichzelf niet meer goed (omdat men gedumpt is zal het wel met jezelf te maken hebben) en wil men anders worden. Men leeft van de hoop, men heeft mogelijk toekomst. In de andere situatie geeft men de eigen waardigheid niet op. Maar men blijft hier wel zitten in de uitzichtloosheid zonder iets meer te doen dan wachten op verbetering.

  • Kinderen leven zich in, in Ć©Ć©n van beide situaties die hen aantrekt. Ze vertellen wat ze zouden voelen, denken, willen en doen als ze Teddie of Annie zouden zijn.

  • Met kinderen situaties zoeken uit hun leven, waarbij zich deze bovenstaande aspecten voordoen.

 

    • Bij: een nieuwe thuis

Joepie brengt Annie en Teddie naar een plaats waar mogelijk een nieuw bestaan voor hen wenkt. Ze worden door Joepie aan de schoolpoort gezet en na de schooltijd blijkt dat ze meegenomen zijn. Iemand heeft naar hen omgezien. Iemand heeft hen de moeite waard gevonden. Op de laatste tekening kunnen we daar een vermoeden van krijgen. Daaruit blijkt ook dat onze straathond ook een nieuwe thuis gekregen heeft. Ook al tel je als mens niet meer mee, toch blijken er mensen te zijn die wel naar je omzien. Mensen als Joepie en Sinterklaas. Zo krijgen mensen weer waarde, worden opnieuw naar waarde geschat. Krijgen opnieuw een plaats in de maatschappij. Tellen weer mee, mogen weer meespelen. Ook in Sinterklaasverhalen treffen we dit regelmatig aan. Ze drukken die hoop, die zekerheid, die boodschap uit.

  • Kinderen fantaseren de diverse verhaaleinden. Ze verbeelden zich hoe het verhaal van ieder van hen is afgelopen. Ze schrijven er een kort opstel over

  • Kinderen gaan per twee samen zitten en fantaseren een verhaaleinde en spelen dit na in de klas.

  • Kinderen vertellen aan elkaar over situaties waarin ze niet mee telden maar er terug naar hen werd omgekeken. Situaties waarin ze getroost werden, geholpen, door anderen gezien en opgenomen.

  • Kinderen spelen deze situaties na. Ze oefenen het gedrag van iemand weer naar waarde schatten en mee opnemen in het eigen bestaan.

 

Didactische suggesties:

  • Een tekening kiezen en inkleuren
    • Het verhaal vertellen aan de hand van uitvergrote tekeningen.
      • Bij het vertellen de liedjes uit de verhaaltekst vervangen door liederen die de kinderen kennen.
         
    • De kinderen worden uitgenodigd uit het hele verhaal Ć©Ć©n verhaalfragment te kiezen dat hen aangesproken heeft, dat hen erg getroffen of geraakt heeft.
      • De leerkracht kan hen een blad aanbieden waarop de verkleinde tekeningen van het verhaal bij elkaar staan. Daarvan kunnen ze de verhaalscĆØne die hen aansprak kleuren. Terwijl ze zich ondertussen proberen bewust te worden wat hen juist aangesproken heeft.
      • De leerkracht voert een kringgesprek met de kinderen over wat hen geraakt en aangesproken heeft in het verhaal.
      • Vragen kunnen zijn:
      • Vertel eens over je tekening?
      • Wat is er eigenlijk gebeurd?
      • Wat gaat er nog gebeuren?
      • Wat voel je, denk je daarbij?
      • Wat voelt Teddie, Annie of Joepie op dit moment, denk je?
      • Kan je zeggen waarom dat zo is?
      • Moest jij in hun plaats zijn wat zou jij dan voelen, denken, willen, doen?
      • Zou zoiets nog gebeuren denk je? Vertel daar eens over.
         
    • Na het kringgesprek vraagt de leerkracht wat hen uit het gesprek is bijgebleven. De kinderen kunnen daarvan iets opschrijven op hun blad met tekeningen.
       
  • Dramatiseren
     
    • ScĆØne 1: Teddie en Annie in en aan de vuilnisbak.
       
      • De scĆØne wordt voorbereidend eerst met de klas even doorgesproken over wat er is gebeurd en hoe dat mogelijk gekomen is. En verder wat Teddie en Annie daar mogelijk bij zouden voelen, denken willen...
      • Een grote vuilnisbak wordt vooraan in de klas geplaatst. Twee kinderen kiezen welke rol ze willen spelen en leven zich in, in de rol van Teddie en Annie. Deze scĆØne kan meermaals herspeeld worden waarbij er tekens verdere uitdiepende spelsuggesties kunnen aangereikt worden zonder dat die verplichtend zijn.
      • De leerkracht interviewt de kinderen.
      • Wie ben jij?
      • Hoe ben je hier terecht gekomen?
      • Vertel eens wat er is gebeurd?
      • Vertel het eens aan elkaar
      • Wat voel je nu, denk je, zou je willen?
      • De vuilniswagen gaat straks komen om jullie op te laden. Wat gaat er dan met jullie gebeuren?
      • Wat moet er nu gebeuren?
         
         
    • ScĆØne 2: Joepie verschijnt.
       
      • De voorgaande scĆØne wordt gekoppeld aan de volgende. Eerst word scĆØne 1 gespeeld daarna scĆØne 2. Eerst worden Annie en Teddie kort geĆÆnterviewd daarna Joepie. Dan gaat het spel volgens scĆØne 1 weer verder. Als dat ten einde is gaat het spel met Joepie verder.
      • Een kind leeft zich in, in de rol van Joepie en wordt geĆÆnterviewd.door de leerkracht. Zie o.a. bovenstaande vragen
      • Bijkomende vragen na scĆØne 1 kunnen zijn:
      • Heb je die pop en die beer gezien?
      • Wat is er met hen gebeurd?
      • Wat gaat er nog verder met hen gebeuren denk je?
      • Wat denk je, voel je, zou je willen doen?
      • Zouden zij dat goed vinden?
      • Probeer maar eens.
      • De scĆØne door kinderen verder laten spelen. Zien wat er gebeurt.
      • De scĆØnes nabespreken door kinderen en toeschouwers te laten vertellen wat ze gezien, gedacht en gevoeld hebben tijdens het spel.
         
         
    • SpelscĆØne 3: Teddie en Annie in gesprek
       
      • De verhaalscĆØne kort bespreken met de kinderen onderling. Als leerkracht kan je aspecten die de kinderen niet opmerken mede onder de aandacht brengen. (zie levensbeschouwelijke thema's punt 3)
      • De verhaalscĆØne wordt gespeeld op de volgende wijze:
      • De kinderen kiezen, volgens eigen aanvoelen, om Annie of Teddie te spelen.
      • Ze plaatsen zich op twee rijen tegenover elkaar op een afstand van twee tot drie meter van elkaar.
      • Het maakt niet echt uit of er meer of minder Tedddies dan Annies zijn.
      • De leerkracht schets bij het begin van het spel nog even de situatie waarin de kinderen zich inleven.
      • EĆ©n van de Teddies zegt tegen Annie: We zouden ons een beetje moeten opknappen, zodat we er weer als nieuw uitzien. Daarbij zegt hij dan (in) wat hij zou willen veranderen. Dat kan ook met elementen uit het verhaal of met elementen die bij het kind zelf opkomen. Zo komt het eigen leven bewust of onbewust doorheen het verhaal ter sprake
      • EĆ©n van de Annies moet daarop reageren. Op de wijze van het verhaal of (liefst) op een eigen wijze. Waardoor eigen reactiewijzen van kinderen erdoorheen komen.
      • Dan is het weer de beurt aan Ć©Ć©n van de Teddies om iets voor te stellen, waarna Ć©Ć©n van de Annies weer reageert.
      • Nadat iedereen aan de beurt is geweest (mogelijk hier en daar ook een tweede keer) wordt het spel stilgelegd en stapt iedereen bewust uit de rol die men heeft opgenomen. De kinderen vertellen aan elkaar wat hen is bijgebleven, of opgevallen. Ze vertellen situaties uit het (eigen)leven die ze herkennen. Ze kunnen ook aangeven welke reacties ze als zinvol en betekenisvol ervaren hebben en welke dat voor hen minder waren.
      • Daarna wordt het spel hernomen maar verwisselt iedereen van rol. Zo leren de Annies de belevingen en de motieven van de Teddies verstaan en omgekeerd.
      • Nadien is er weer een uitwisseling van ervaringen zoals hierboven aangegeven.
         
         
    • SpelscĆØne 4: Annie, Teddie en Joepie krijgen een nieuwe thuis.
       
      • De verhaalscĆØne wordt besproken aan de hand van het laatste blad van het boek. Wat zien ze. Wat bedenken ze over wat er gebeurd is bij de drie afzonderlijke tekeningen. De leerkracht vraagt de kinderen zich te verbeelden welk kind Annie en welk kind Teddie zou meegenomen hebben en waarom ze dat denken. Meerder mogelijkheden kunnen besproken worden. Daarna wordt het verhaal gespeeld. Kinderen kunnen zich daarbij bedienen van elementen uit het gesprek of nog andere, eigen elementen toevoegen.
      • Een pop, een beer en een pluchen hond worden op een bepaalde plaats in de klas neergezet. Twee kinderen uit de klas spelen de rol van de kinderen die uit de school komen en Annie en Teddie zien en Ć©Ć©n van beide meenemen naar huis. De kinderen vertellen wie ze zijn. Wat ze zien, voelen en bedenken bij het zien van Annie en Teddie en wat ze gaan doen. Waarna ze het verhaal op eigen wijze verder spelen.
      • De leerkracht kan na elke spelscĆØne vragen hoe het voelde om dat te doen en hoe ze het beleefd heeft.
      • Meerdere kinderen kunnen dit spel spelen.
      • Later kan het zelfde gebeuren met de hond Joepie.
      • Nadien kan gevraagd worden om ook weer Annie, Teddie en Joepie te spelen en te fantaseren wat zij zouden voelen, denken, wensen als ze meegenomen worden.
      • Het kan ook dat in plaats van met een pop een beer en een pluchen hond te spelen, je die rollen ook door kinderen laat spelen.
      • Eindigen met wat de kinderen opgestoken, onthouden, geleerd hebben.

Impuls B: videofragment Toon Hermans

Verdiepingsvragen:
 

  • Welke zin uit dit stukje theatershow treft je het meest? Kan je aangeven waarom? Wat ervaar je als grappig?

  • Als je kijkt naar hoe de Sint wordt genoemd. Wat bedenk je dan?
    Een rare man.. Een rare man, met z'n schimmel!. Een rare man.. Onsympathiek individu. En die knecht vind ik ook zo'n zak. Hoogst irritant.. Idioot! Raar stelletje! Dom koppel! Oneerlijk!!!Een stokoude vent die ze nog kapoentje noemen Dom feest. Een gek.

  • Toon Hermans schrijft over zijn belevingen, kan je dat begrijpen?
    Zijn er nog kinderen die gelijkaardige belevingen hebben met Sinterklaas?
    Hij deed of ik niet bestond. Ik hou er helemaal niet van. Ik kan die man niet uitstaan. Ik mag hem niet. En die knecht vind ik ook zo'n zak. Ik mag ze niet! Ik mag die man niet.
    Wat zijn jouw belevingen met Sinterklaas?

  • Omschrijf de situatie waarin dit verhaal zich afspeelt. Beschrijf de probleemstelling.
    Ken je actuele situaties die vergelijkbaar zijn?
    Ik ben niet opgevoed in weelde, met cadeaus en geschenken. Dat heb ik nooit gekend. In mijn hele jeugd kreeg ik nooit cadeaus, kan ik me niet herinneren. Snieklaas. Ik heb nooit iets van de man gehad.

  • De zinsnede over Snieklaas: 'Hij deed of ik niet bestond'. Is schrijnend, maar ook grappig. Kan je in beide gevallen zeggen waarom?

  • Sinterklaas wordt 'oneerlijk' genoemd. Kan je dat verstaan? Hoe bekijk je het zelf.
    Ik heb nooit iets van hem gekregen. Er waren kinderen die kregen zoveel cadeaus. Daar liepen de treinen door de kamer. Bij ons liep er niets door de kamer. Alleen wijzelf. Er waren kinderen die hadden meccanodozen en autopetten...Had ik ook wel graag willen hebben. Maar ik had niks.

 

Vergelijking met het fragment uit: Het dagboek van Zwarte Piet van Marc De Bel:
Voorlezen:

Vooreerst was er het meisje met de vlechtjes en haar klein broertje. Ze waren er gisteren en eergisteren ook al, maar pas vandaag zijn ze bij ons gekomen, op een moment dat het nogal rustig was. Haar verhaal is triest, maar ik vind toch dat ik het moet vertellen. Zij heet Alsa en haar broertje Bas. Hun ouders komen pas om zes uur thuis van het werk. De kinderen hebben wel een sleutel, maar ze wachten liever hier dan thuis.
- Hier is er veel meer licht en het is ook veel warmer, zei ze. En ik voel me goed tussen al dat speelgoed. Ik denk dan dat het allemaal van Bas en mij is. We mogen wel niets aanraken van de verkoopster, maar dat geeft niet. Ik beeld me dan in dat ik ermee speel...
De Sint zei dat hij zich haar brief niet herinnerde en toen bij vroeg wat ze graag had gekregen, antwoordde ze dat ze geen brief had geschreven, dat ze niets had gevraagd.
- Papa en mama zeggen dat al dat speelgoed veel te duur is, dat we al blij mogen zijn met wat snoep, dat er kindjes zijn in de arme landen, die sterven van de honger...
- Dat is helaas zo...knikte de Sint...maar wat zou je willen als je toch iets zou mogen vragen? Hij trok het tweetal dicht tegen zich aan.
- De brandweerwagen met die rode pinklichtjes en die sirene, op de vierde rij bovenaan rechts, antwoordde Alsa in Ć©Ć©n adem en nam ondertussen met haar zakdoek een snottebel van onder haar broertjes neus.
De Sint zette eventjes verbaasde ogen op.
- ...daar sleurt Bas me elke dag naartoe, vervolgde het meisje.
De Sint knikte begrijpend.
- En voor jezelf?
Ze haalde de schouders op.
- ...Een stuk kaas voor Piet, zei ze toen stilletjes.
- Voor Piet? schrok ik.
- Onze muis..., verduidelijkte Alsa. Hij woont in het holletje onder de kast op onze kamer. Hij is dol op kaasrestjes...Die eet hij zomaar uit mijn hand...En 's avonds kruipt hij altijd bij ons in bed. Dan spelen we 'huisgezinnetje'. Piet is vader, ik moeder en Bas is kindje...
Ze lachte, voor het eerst. Maar toen kreeg ze weer die droeve blik in haar ogen.
- ...Maar wij maken nooit ruzie, zoals mama en papa...
- Ach zo..., kuchte de Sint.

Opdracht: Schrijf een brief aan de Sint waarin je een eigen standpunt aangeeft m.b.t. situaties waarnaar bovenstaande teksten verwijzen. Wat zou je de Sint aanraden. Wat stel je voor dat de Sint zou moeten doen. Hoe kan je zelf de Sint hierbij een handje toesteken.

Klasgesprek: Christenen geloven dat God naar iedereen omziet. Dat iedereen recht van bestaan heeft. Sinterklaas is zo'n beetje als God. Hij kijkt naar elk kind om. Elk kind heeft recht van bestaan. Als Toon Hermans over Sinterklaas zegt: 'Hij deed of ik niet bestond'. Dan staat er echter dat Sinterklaas niet naar iedereen omkijkt. Zou dat met God ook zo zijn? Als je een brief aan God zou schrijven, wat zou daar nog anders instaan dan in je brief aan Sinterklaas?

Activiteit: Kennis maken met vele mensen en organisaties met een hart als dat van sinterklaas. Er zijn vele verenigingen en jeugdbewegingen die zich richten tot kansarme kinderen. Het is interessant om op zoek te gaan naar plaatselijke verenigingen die zulks doen. Hierbij kan aansluiting gezocht worden met het schoolproject rond sinterklaas. Zulke interessante initiatieven in uw omgeving mag u steeds doormailen naar Reinhilde Henckens en Jean Agten. Deze info kan dan ter beschikking gesteld worden aan andere scholen.

Impuls C: Speelgoedfolders

  • Sinterklaasfolders laten meebrengen.
     
    Stil staan bij hoe die folders bij hen overkomen: welke gevoelens roepen die bij hen op? Opwinding om wat er allemaal in te vinden is? Spanning bij wat kan ik wel wat kan ik niet vragen? Zich verloren voelen in de veelheid, gewoon niet weten wat kiezen; weten dat het er allemaal fantastisch uit ziet op de folders, maar als je het Ć©Ć©n keer thuis hebt valt het meestal een beetje tegen,...

  • Kiezen is moeilijk: hoe ga je tewerk?
     
    Een sinterklaaslijstje opmaken? Hier kunnen bij jonge kinderen 'hindernissen' ingebouwd worden: eerst kiezen, dan het gekozene uitknippen (maar knippen is moeilijk; er zal al daarom al heel wat wegvallen) het uitgeknipte opplakken op een brief voor sinterklaas en daarbij een brief schrijven waarin de kinderen iets 'vragen' aan sinterklaas en uitleggen waarom ze dit of dat zo graag zouden willen. Dit 'hindernissenparcours' doet kinderen nadenken bij hun keuzes, het helpt hen om hun keuzes uit te zuiveren en om een keuze te verbinden aan het schrijven van een brief, het stellen van een vraag die vertrekt van hun eigen persoontje: dit ritueel gaat de verspintering in vele 'ikjes' die van alles willen tegen. Het is een oefening in 'identiteitsopbouw'.

  • Per slot voor de hogere klassen.
     
    Het gesprek aangaan over: iemand anders beslist uiteindelijk over wat je krijgt. Zo zit het spel in elkaar. Niet het kind zelf beslist wat het wordt maar sinterklaas doet dat (of bij oudere kinderen: de ouders). Hij (of zij) geeft volgens eigen inzicht, draagkracht en vermogen. Het gaat om leren omgaan met wat een ander (en in geloofsperspectief ook De Ander, God) jouw wil geven, jouw toewerpt, jouw in de schoot of in de schoen legt... Deze thematiek is een basisgegeven in de christelijke spiritualiteit: kunnen aanvaarden en dankbaar zijn met wat je 'krijgt'; met wat je zomaar ongevraagd gratuit toegeworpen wordt: dat kunnen gemakkelijke dingen zijn ,maar dat kunnen ook zeer moeilijke dingen zijn. In de twee gevallen moet je ermee op weg en is het de bedoeling dat je eraan groeit als mens...

Impuls D: 'weters' en 'niet weters': 

  • Het vullen van de snoepzakjes: zie kijkwijzer 1

  • Laat de kinderen van de hogere klassen een toneelstuk opvoeren voor de kinderen van de lagere klassen waarin ze zich kunnen identificeren met de sint en de zwarte pieten. Hier is "De droom van Mike" goed bruikbaar. (kijkwijzer 4)

  • Verder kunnen er nog kansen gegeven worden aan de "weters" om het gegeven dat ze het weten constructief in te bouwen in het sinterklaas project: omdat ze het weten, kunnen ze op vele punten mee denken en voorbereiden rond het sinterklaasproject.

  • Het is ook mogelijk om met de oudere groep in gesprek te gaan over bittere of cynische incidenten die zich kunnen voordoen op school of daarbuiten: Bijvoorbeeld een krantenbericht over een sinterklaas die op weg is met speelgoed en die overvallen wordt door jongeren, of oudere kinderen die jongere kinderen uitlachen of kleineren,...

Impuls E: Kinderen spelen sinterklaas voor hun ouders

Kinderen willen loyaal zijn naar hun ouders:
Laat kinderen iets doen voor hun ouders, een week na sinterklaas. Bij de jongere klassen kan het ingebouwd worden in het fantasiespel rond sinterklaas: 'stel dat jij sinterklaas was, wat zou je je oma, of je papa of ... dan willen geven?' We kunnen hier in onze klas elk een 'sinterklaascadeautje' maken voor iemand die we heel graag zien... Bij de hogere klassen kan het meer als attentie uit dankbaarheid functioneren. Op deze manier komt er iets van een evenwaardigheid in het spel rond sinterklaas.

Uitdieping kijkwijzer 3 :

Impuls A en B: Nicolaas van Myra, leven en legenden

Werken met het boek: Quadflieg, J. Fuhrmann, R. Nicolaas van Myra, Averbode, '94

Dit boek is opgebouwd als volgt: men vertrekt van een vertelling over het leven van Nicolaas van Myra. Hoewel deze versie niet historisch exact is - er is reeds veel verhaalstof uit legenden in verwerkt – biedt dit verhaal voor kinderen toch enkele aanknopingspunten om zich een beeld te vormen van de reĆ«le figuur; Nicolaas, bisschop van Myra. Het tijdskader is correct en in die zin kan een link gelegd worden met de dimensie 'tijd' in WO. Wat vooral belangrijk is: uit het verhaal blijkt waarom mensen legenden zijn beginnen vertellen over Nicolaas: je voelt dat hij de hem toegedragen verering verdient heeft op basis van een groot christelijk engagement.

In het boek wordt de ontstaansgeschiedenis van die legenden ook verteld en dit is een interessant deeltje voor gebruik in de derde graad . Hierbij is het als leerkracht interessant om te weten dat in de tijd van Nicolaas, de 4de eeuw n.c., legenden kapstokken waren voor theologische tractaten: het waren manieren om 'de zuivere leer' van de kerk te verkondigen. Verder zitten er heel wat verwjizingen in naar wonderverhalen uit het N.T. Het was natuurlijk ook de bedoeling om via die legenden de band tussen Jezus en Nicolaas stevig in de verf te zetten. Het zou interessant zijn om leerlingen van 5 en 6 zelf te laten onderzoeken op welke bijbelverhalen de hier opgenomen legenden terug gaan. En dan is er een dieptelezing van de teksten mogelijk. Bijvoorbeeld: door de legende van het graanwonder te leggen naast het N.T.-isch verhaal van de brooddeling (Lc8, 10b-17), kan de typische structuur en betekenis van de legende en het wonderverhaal ontdekt worden: de leerlingen kunnen zelf op zoek gaan naar opvallende gelijkenissen en stilstaan bij de betekenis ervan.

Nog enkele legenden over Sint-Nicolaas kort samengevat.

Uitdieping op basis van de componenten van groei:

SCHEMA 1:

COMPONENTEN VAN MENSELIJKE EN RELIGIEUZE GROEI

Deze componenten zijn voorwaarden en aspecten van menselijke groei van kinderen en in het bijzonder voor hun religieuze en godsdienstige ontwikkeling. Het zijn   vindplaatsen van gelovig leven.

A.

Vanuit fundamentele bestaanscondities

A.1. Vertrouwen versus wantrouwen

 

 

De figuur van Nicolaas van Myra, zoals ze uit de overgeleverde legenden naar voor komt is iemand die moed, kracht en vertrouwen put uit het geloof. Dit vertrouwen is anders dan bij voorbeeld dat van de vader van de drie meisjes, waar de jonge Nicolaas het gesprek afluistert: deze man is in zijn armoede de wanhoop nabij en omwille van die wanhoop kan hij de verantwoordelijkheid voor zijn kinderen niet meer aan. Hij wil eraan ontsnappen. Nicolaas wordt door zijn vertrouwen juist gedreven om wel verantwoordelijkheid op te nemen en radicale keuzes te maken in zijn leven.   

De legenden vertellen wonderverhalen, waarin de boodschap doorklinkt dat het geloof en vertrouwen van Nicolaas reddend, bevrijdend en heilzaam werkt voor mensen die hem ontmoeten. Dat roept verwondering op, daarom vertellen ze zulke ver-wonder-ingsverhalen over hem.  

Het kan boeiend zijn om met leerlingen te zoeken naar vormen van vals geloof en vertrouwen (op zand gebouwd) en krachtige vormen van geloof en vertrouwen (op rots gebouwd).

A.2. Mogelijkheden versus beperkingen

B.

In verbondenheid met...

 

 

 

B.1. ...zichzelf

Nicolaas wil in de voetsporen van Jezus treden; dat moet erg opvallend geweest zijn, want de legenden die over hem verteld worden, doen stuk voor stuk denken aan verhalen over Jezus: de hier opgenomen legende van het 'graanwonder' doet aan de 'broodvermenigvuldiging' denken, en de legende van de storm, doet aan het stillen van de storm denken, wat eveneens een Jezus-wonder is. Mensen zien in Nicolaas klaarblijkelijk een evenbeeld van Jezus: Nicolaas beleeft zijn verbondenheid met zichzelf door zijn verbondenheid met Jezus  

B.2. ...anderen

Net zoals Jezus past Nicolaas de typisch christelijke wet van de naastenliefde toe in zijn leven. Hij doet dit op een radicale manier, met bijzondere aandacht voor de kansarmen. In die zin lijkt hij op vele andere 'heiligen' die vanuit hun geloof komen tot een sterk sociaal engagement. Hoewel de geschiedenis van het christendom ook zijn schaduwzijden gekend heeft, vormen zulke figuren toch een sterke rode draad doorheen de geschiedenis. Het kan interessant zijn om met de leerlingen op de tijdslijn in W.O. foto's of namen te plakken van 'heiligen' of bijzonder verdienstelijke christenen die toen geleefd hebben. Ze kunnen deze figuren dan koppelen aan andere bekende figuren of evenementen. Zo kan Nicolaas van Myra gekoppeld worden aan Keizer Constantijn, die zich bekeerd heeft tot het christendom - terwijl de periode voordien een hevige periode van christenvervolging was -   en die van het christendom de officiĆ«le staatsgodsdienst gemaakt heeft    
B.3 .... gemeenschap
B.4. ...natuur / cultuur

C.

En groeien in

Gevoeligheid voor goed en kwaad

De sinterklaaslegenden kunnen vergeleken worden met andere heldenverhalen, waarin de held opkomt voor het goede.   In heel wat verhalen lijkt het alsof zulke helden 'een hand boven het hoofd' gehouden wordt, alsof ze geleid worden door een sterkere, goddelijke kracht. Vergelijkingsvoorbeelden 'In de ban van de ring', 'Harry Potter'

Toch zijn er ook opmerkelijke verschillen tussen heldenverhalen en christelijke legenden:   bij deze laatste is het nooit de held zelf die centraal staat, wel het bijzonder sterke geloof en het vertrouwen van die held en dat is in principe bereikbaar en toegankelijk voor elke mens die er zich aan durft over te geven: "niet mij, maar God moet gij danken, want door zijn macht en goedheid zijn jullie gered."    Zulke vergelijkingen kunnen ook verhelderend werken voor leerlingen.

D.

Open komen

Voor:

Symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen

De typische eigen vaste structuur en opbouw van een wonderverhaal leren doorzien, zowel bij de Jezus-wonderverhalen als in de legenden over Nicolaas.

Zien hoe wonderverhalen in wezen een verwonderingverhalen zijn en geen 'observatierapporten'.

Didactische suggestie:

  • een vergelijking maken tussen de legenden en de wonderverhalen waar ze op geĆÆnspireerd zijn.
Uitdieping kijkwijzer 4 :

Impuls A: "wat moet een beertje met sinterklaas"

Uitdieping op basis van de componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei:

COMPONENTEN LEVENSBESCHOUWELIJKE / RELIGIEUZE GROEI

Opsomming van belevingen, duidingperspectieven en filosofische thema's in het verhaal 'wat moet een beertje met sinterklaas?'

A.

Vanuit fundamentele bestaanscondities

A.1. Basisvertrouwen

Het beertje Birro zou er graag een beetje bijhoren. Hij hoeft niets te krijgen, daar gaat het hem niet om, maar hij wil niet genegeerd, buitengesloten worden: juist dit gevoel herkennen kinderen, waar thuis geen materiƫle of geestelijke ruimte is voor sinterklaas. Deze kinderen voelen zich wat aan de kant gezet. (beleving) Wie is sinterklaas eigenlijk voor hen? Kan sinterklaas iets voor hen betekenen, ook als ze nauwelijks wat van hem krijgen? Misschien staat sinterklaas toch op ƩƩn of ander manier aan hun kant? (duiding) Hoe denken de kinderen over de oplossing van sinterklaas voor Birro? (reflectie) Dat is de open vraag, waar dit hele verhaal rond draait.

A.2. Mogelijkheden versus beperkingen Het beertje Birro botst op grenzen: Hij beleeft het sinterklaasgebeuren op afstand, immers, de sint komt niet voor hem (deze beleving klinkt erg vertrouwd voor kinderen die het thuis niet breed hebben). Eigenlijk is er nooit echt een dag, speciaal voor hem. Dat maakt hem wat verdrietig. (beleving) Wat doet Birro met zijn negatief gevoel, hoe gaat hij ermee om? (duiding) Zijn er nog voorbeelden te bedenken van kinderen die niet veel krijgen, maar toch leuk het sinterklaasfeest kunnen vieren? (reflectie)

B.

In verbondenheid met...

 

 

 

B.1. ...zichzelf

Maarten denkt na over het sinterklaasgebeuren in dialoog met zijn beertje. Af en toe slaagt hij erin zijn egocentrische manier van beleven te overstijgen, door de dingen te bekijken vanuit het perspectief van het beertje. Daardoor relativeert hij zijn eigen verwachtingspatroon tegenover sinterklaas en hij ontdekt door Birro, dat je het sinterklaasfeest ook kan meemaken vanuit de kant van degene die geeft,en dus niet enkel vanuit het perspectief wie krijgt. Op dit punt biedt het verhaal de mogelijkheid om verdiepend en oriƫnterend te werken. Het is een nieuw perspectief voor Maarten, naast dat van hemzelf (uitzien naar wat hij krijgt) , zijn moeder (opruimen) enz. (duiding)

B.2. ...anderen

De dialoog tussen Maarten en Birro zet Maarten ertoe aan zich in te leven in het standpunt van Birro. Ook dit is een houding waar kinderen zich door inleving in het verhaal, mee kunnen identificeren.(ervaring) Door rolverkenning doen ze ervaring op met perspectiefwissel.
B.3. ...gemeenschap Enkele rituelen en gewoonten rond sinterklaas komen ter sprake. Het verhaal is reeds wat ouder, dus het zou best kunnen dat kinderen deze rituelen niet meer zo goed herkennen, of misschien toch juist wel? Er kan een vergelijking gemaakt worden tussen wat Maarten meemaakt en wat zij meemaken, onderlinge verschillen enz. (reflectie). Dit kan in een gesprek rond de toontafel.
B.4. ...natuur / cultuur Er kan nog verder gekeken worden, naar andere landen en andere religieuze tradities, zoals het suikerfeest in de islam, dat ook een kinderfeest is en rond die tijd gevierd wordt.(reflectie)

C.

En groeien in

Gevoeligheid voor goed en kwaad

Maarten wil een cadeautje afstaan aan Birro. Maar, hoe komt het dat dit eigenlijk geen oplossing is voor Birro? (reflectie)

Maarten is er zeker van dat hij iets gaat krijgen, vermits hij 'niks ondeugends meer gaat doen' tot de sint geweest is: Als je 'braaf' bent om iets te krijgen, ben je dan eigenlijk wel echt 'braaf'? Immers je doet het dan niet om 'goed' te doen, maar wel om de beloning die eraan vast hangt. Als er geen beloning aan vast hangt, zou Maarten dan extra stout zijn, of hoe zit dat dan eigenlijk? (reflectie)

D.

Open komen

Voor:

Symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen

Sinterklaas staat symbool voor goedheid en de bekommernis om het welzijn van kinderen. De christelijke gedrevenheid komt tot uiting in legenden en verhalen over Nicolaas van Myra. Het sinterklaasbeeld van kinderen is voor hen , vaak onbewust, een weerspiegeling van wie Jezus / God is. De hamvraag is: wat is de grote droom van sinterklaas voor alle kinderen en hoe kunnen wij samen die droom een stukje waar maken? Deze benadering werkt perspectiefverruimend.

Ook de symboliek in de Germaanse rituelen is mooi om te vertellen. Het zoeken naar verbinding tussen 'hemel' en 'aarde' is een interessant religieus thema.

Didactische suggesties:

  • Stil staan bij 'iets vertellen aan je beer'. Maarten vertelt dingen waar hij diep over moet nadenken aan zijn beer. Hij voelt aan hoe zijn beertje wil reageren op wat hij vertelt. Dat komt omdat hij zijn beer heel, heel goed kent; het is net of beer een plaatsje heeft in zijn hart, waar Maarten hem kan verstaan, ook zonder dat beer kan spreken...
  • Vragen aan de kinderen of ze ook soms iets vertellen aan een beer of een knuffel...
  • Het verhaal vertellen tot aan: 'En hij schreef een briefje aan sinterklaas, precies zoals Maarten het hem gezegd had.'
  • De kinderen verzinnen per vier een einde aan het verhaal. Ze tonen eventueel hun vervolg in een rollenspel, waarbij volgende rollen verdeeld worden: Maarten, Birro, Sinterklaas, Zwarte Piet.
  • Na elke versie volgt een reflectie: hoe was dit verhaaleinde voor Maarten? Voor Birro? Voor de Sint? Voor Zwarte Piet? Wie zou het anders gewild hebben? Waarom?
  • Het verhaal wordt verder verteld. Daarna wordt dezelfde reflectievragen herhaald. Indien nodig vertelt de leerkracht het verhaal nogmaals in zijn geheel.
  • De kinderen kiezen nu voor een personage in het verhaal. De leerkracht speelt 'reporter' en doet een interview bij enkele personages. De leerlingen zijn volledig vrij om de vragen te beantwoorden vanuit hun beeld en aanvoelen van het personage.
    • Vertel eens over wat je hebt meegemaakt?
    • Hoe voelde je je toen je dat of dat meemaakte?
    • Wat zal je niet snel weer vergeten?

Deelmoment:

Hoe was het om beertje, jongetje Maarten, sinterklaas, zwarte piet te zijn? Wat vond je leuk? Wat vond je moeilijk? Heb je iets bijzonders beleefd of geleerd door in de schoenen van ... te gaan staan?

Impuls B: "het enige echte sinterklaasteam"

Uitdieping op basis van de componenten van levensbeschouwelijke en religieuze groei:

SCHEMA 1:

COMPONENTEN VAN MENSELIJKE EN RELIGIEUZE GROEI

Deze componenten zijn voorwaarden en aspecten van menselijke groei van kinderen en in het bijzonder voor hun religieuze en godsdienstige ontwikkeling. Het zijn vindplaatsen van gelovig leven.

A.

Vanuit fundamentele bestaanscondities

A.1. Vertrouwen versus wantrouwen

Het sterven van Helena, de moeder van Mattias en Diebe maakt hen en hun papa Gregoor angstig en verdrietig. Het vertrouwen in het leven is erdoor geschokt. Gregoor zoekt naar een manier om het vertrouwen te herstellen. Hij laat zich hierbij leiden door de vragen die bij zijn kinderen leven. Hij vindt aanknopingspunten in het gebeuren rond de figuur van sinterklaas: hij speelt het sinterklaasspel als een groot kind: hij verkleedt zich en doet net alsof hij sinterklaas is. Daardoor ontstaat er een diepe gevoelsband tussen hem en de kinderen die de cirkel van angst en wantrouwen doorbreekt. Dat is het moment waarop een helend geloofsgesprek met de kinderen mogelijk wordt. Het geloof heeft voor Gregoor te maken met kracht vinden om zich opnieuw vol overgave toe te vertrouwen aan het leven. De symboliek van de hemel en de sinterklaasfiguur zijn tastbare aanknopingspunten om dit geloof voor zijn kinderen tot uitdrukking te brengen. En dat laat bij hen diepe sporen na. Werkvragen voor de kinderen: kan je nog 'geloven' in sinterklaas, ook als je weet dat hij hier niet ergens rondloopt? Wat bedoelt Gregoor als hij zegt dat hij niet anders kan dan geloven in sinterklaas? Wat vind je van het idee van Gregoor om raad te vragen aan sinterklaas over het probleem van zijn kinderen?

A.2. Mogelijkheden versus beperkingen Ook al zet het leven Gregoor en zijn gezin voor een muur van wanhoop, toch lukt het hen om opnieuw zin en betekenis aan het leven te geven. Het spel en de lach nemen de zwaarte van de wanhoop weg. Zo kunnen kinderen ook allerlei soorten van rollenspel of andere spelvormen rond sinterklaas verzinnen, waarin grenzen verlegd worden. Bijvoorbeeld: laat de kinderen een opbeurend sinterklaasspel verzinnen voor een kind dat ziek of verdrietig is. Hierbij kan de link gelegd worden met de oude legenden rond de persoon van Nicolaas van Myra.

B.

In verbondenheid met...

 

 

 

B.1. ...zichzelf

Gregoor herstelt de verbondenheid met zijn diepste persoonskern door zich over te geven aan een, op het eerste gezicht kinderlijk geloof in sinterklaas. Voor hem toont de heilige Nicolaas wie God is of wil zijn voor kinderen. Door zich te verdiepen in de overgeleverde legenden ontdekt hij uiteindelijk wie hij zelf wil zijn: hij wil zoals Nicolaas aan zijn eigen kinderen het gelaat van God tonen. Het mooie is, dat Gregoor zijn manier van geloven niet dwingend oplegt aan de kinderen. Hij beantwoordt hun geloofsvragen vanuit een persoonlijk levens aanvoelen, maar hij zegt niet wat zij moeten geloven. Hij laat hen vrij. De kinderen mogen in alle omstandigheden zichzelf zijn: in hun verdriet, hun plezier, hun ernst en in hun hunker naar verbondenheid.

Ook in de klas kunnen zich kansen voordoen om via identificatie met verhaalfiguren (zoals sinterklaas en zwarte piet)zichzelf beter te leren kennen.

B.2. ...anderen

 

B.3. ...gemeenschap
Door samen een 'sinterklaasteam' te vormen wordt het kleine cirkeltje van isolement waarin het gezin dreigde terecht te komen na de dood van de moeder open gebroken. Door iets te doen, iets te betekenen voor anderen als sinterklaasteam, ontstaat opnieuw geloof en vertrouwen in het leven. Dit gegeven is heel herkenbaar voor 11-12-jarigen: ze zijn gevoelig voor 'heldendaden'.
B.4. ...natuur / cultuur Kinderen krijgen in het verhaal elementen aangereikt die verwijzen naar een vorm van culturele overlevering: de sinterklaasfiguur wordt letterlijk als bisschop' aangekleed'.de mantel, de mijter, de staf, de ring, het boek,... het is belangrijk om te leren zin en betekenis te geven aan deze uiterlijke dingen:het zijn sterke herkenningspunten voor kinderen: door in te gaan op de betekenis ervan zet hen dat op het spoor van symboolgevoeligheid

C.

En groeien in

Gevoeligheid voor goed en kwaad

Er zijn vele vormen van goedheid, die aangeraakt worden in dit verhaal. Sommige vormen van goedheid zijn heel vanzelfsprekend, andere vragen wat meer durf en moed. Het is interessant om met 11-12-jarige jongeren in te gaan op realistische vormen van heldhaftigheid die voortkomen uit een gedrevenheid voor het goede. Op deze leeftijd staan ze open voor identificatie met zulke figuren.

Het is interessant om hen de vraag voor te leggen of ze vinden dat Gregoor 'een held' is? Waarom wel waarom niet? En verder doordenkend: kunnen ouders helden zijn voor hun kinderen? Was Nicolaas van Myra een held in zijn tijd?

D.

Open komen

Voor:

Symboliek: geloofstaal, rituelen, vieringen

De attributen en kleren van sinterklaas vormen in dit verhaal een goed aanknopingpunt voor de ontwikkeling van symboolgevoeligheid.

Ook het gesprek tussen Gregoor en de kinderen over het al of niet echt zijn van sinterklaas en van de hemel opent mogelijkheden om te begijpen hoe geloofstaal werkt. Bijvoorbeeld de vraag kan voorgelegd worden aan de kinderen: wat betekent de hemel in dit verhaal voor Diebe? Voor Mattias? Voor Gregoor? Wat zou het willen zeggen als iemand zegt te 'geloven' in de hemel, ook al weet die persoon perfect dat er negens in de ruimte een letterlijke poort is waarlangs je in die hemel binnen kan?

Impuls C: "De droom van Mike"

Dit toneel kan gespeeld worden door 13 kinderen. De bedoeling is, dat het toneel gespeeld wordt met publiek. Het publiek kan bestaan uit jongere kinderen, kleuters en eerste graad. In die zin kan het toneelstuk goed passen in een kader van een overkoepelend schoolproject rond sinterklaas.

Uitdieping kijkwijzer 5 :

Impuls A en B : het suikerfeest

Verdiepingskansen:

In de impuls zelf zijn reeds een aantal verdiepingskansen verwerkt.

Vasten meebeleven
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/eid2.jpg

Kinderen hoeven voor de puberteit niet te vasten, maar zij worden daar wel toe uitgenodigd. Als zij dat willen mogen zij voor een korte tijd meedoen. Geleidelijk aan vasten de kinderen enige dagen mee met de volwassenen. om er later beter op voorbereid te zijn. Zo komt het dus voor dat moslim kinderen op de basisschool voor enige tijd. bijvoorbeeld enkele dagen, vasten. De schoolprestaties van de leerlingen kunnen door de verstoring van het slaapritme beĆÆnvloed worden. Het valt veel kinderen moeilijk om zich te concentreren op hun schooltaken tijdens de Ramadan.

In Marokko vasten de jonge kinderen Ć©Ć©n dag mee met hun ouders. Dat gebeurt op de dag van de Ramadan, die vooraf gaat aan de heilige nacht, wanneer de 'hemel openstaat'. 's Avonds is het feest voor de kinderen. Zij mogen kiezen wat er die avond gegeten wordt. Na de maaltijd gaan zij gekleed als volwassene op de boulevard of de straat flaneren.

Een moslimkind uit de klas dat een dag vast, wat extra aandacht en ondersteuning en bewondering geven en het laten vertellen hoe ze het vasten beleeft tussen de andere kinderen van de school.

Kinderen uit de klas, die willen, kunnen proberen met Ć©Ć©n van de moslim kinderen mee te voelen door ook een bepaalde periode van de dag mee te vasten. Of eventueel zelfs heel de dag. Aan elkaar en aan de klas laten vertellen hoe ze dat beleven. Stilstaan bij het feit dat er zoveel hongerende kinderen zijn in de wereld, die sterven van honger. Later laten vertellen hoe het eten smaakte na zo'n korte tijd van niet eten.

Kort aangeven wat vasten voor christenen betekent.

Feestbeelden

In beeld brengen van de verschillende onderdelen van het feest Eid ul Fitr:
Het feest van het verbreken van de vasten tijdens de maand Ramadan

Nieuwe kleren voor Eid ul-Fitr

Op deze foto's staan islamitische kinderen in Cairo die hun mooiste kleren hebben aangetrokken Eid ul-Fitr, omdat de Profeet toen ook nieuwe kleren droeg die tijdens de maand Ramadan voor hem waren genaaid. Er worden ook kleren weggegeven aan minderbedeelden om het karakter van Eid -samen delen- te benadrukken.

fotos

afbeelding-image002.jpg

image002.jpg

afbeelding-image006.jpg

image006.jpg

afbeelding-ramadan.jpg

ramadan.jpg

Samen bidden

Het familiefeest begint 's morgens in alle vroegte. Ze doen zoals Mohammed, de profeet.Vroeg opstaan, zich baden, nieuwe kleren aantrekken, iets kleins eten zoals melk met dadels, naar buiten gaan naar de moskee om het feestgebed te bidden. Alle mannen en alle vrouwen naar de moskee om te bidden. Ook de kinderen groot en klein gaan vaak mee. Of komen samen in een aparte ruimte en schrijven wenskaarten voor het feest.

fotos

afbeelding-eit.jpg

eit.jpg

afbeelding-image008.jpg

image008.jpg

afbeelding-image010.jpg

image010.jpg

afbeelding-story.india.ramadan.jpg

story.india.ramadan.jpg

Kinderen krijgen geschenken

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image014(2).jpg

De Profeet zei ooit: "Geef geschenken aan elkaar omdat geschenken de kwaadwilligheid wegnemen."

Uit de Hadith blijkt duidelijk dat de Profeet vaak cadeaus weggaf en ontving. De vrouw op deze foto volgt de islamitische traditie door een cadeau te geven aan haar buurmeisje. Oudere mensen geven kinderen vaak snoepgoed en geld tijdens de Eid ul Fitr-vieringen. Dat soort geschenken laat zien dat moslims bereid zijn hun geluk en bezittingen met anderen te delen.

Wenskaarten voor verre familie

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image016.gif

Tijdens het feest kloppen de mensen op de deuren van hun buren om hen "Eid Moebarak" zalig Eid toe te wensen. Vrienden of kennissen die ver weg wonen, wordt een Eid-wenskaart gestuurd.

Kaarten kunnen ook via het internet besteld en verstuurd worden.

Vergeving vragen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/eid11.jpg

De moslimkinderen kussen de handen van hun ouders en vragen om vergeving. Ook volwassen moslims vragen om vergeving bij elkaar en bieden hun verontschuldigingen aan.

Zoete lekkernijen

afbeelding-image022.jpg

image022.jpg

afbeelding-image024.jpg

image024.jpg

afbeelding-image026.jpg

image026.jpg

Halva

afbeelding-halvah.gif

halvah.gif

afbeelding-halva.jpg

halva.jpg

afbeelding-image028.jpg

image028.jpg

Turks fruit of lokum

afbeelding-image030.jpg

image030.jpg

afbeelding-image032.jpg

image032.jpg

afbeelding-image034.jpg

image034.jpg

afbeelding-image036.jpg

image036.jpg

afbeelding-lokum.jpg

lokum.jpg

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image038(3).jpg

In Kenia zijn kinderen dol op kaimati, een kleine donut met suiker of kokos.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image046.jpg

Kinderen worden getrakteerd op snoeperijen, vooral dadels horen thuis op Eid ul Fitr.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image054.jpg

Bij de viering van Eid ul Fitr horen ook kleurrijke ballonnen met de wens Eid Moebarak op (zalig Eid).

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image058(1).jpg

Samen maaltijd houden

Samen Harirasoep maken

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/harira.jpg

Deze soep wordt gegeven bij het suikerfeest. Door mee deel te nemen aan een ritueel of ritueel onderdeel worden kinderen deelachtig aan de religieuze aspecten die samengaan met het grotere geheel

Naar aanleiding van de beelden in dit document vertellen de moslimkinderen wat ze weten over dit feest en hoe ze het thuis vieren. Ook de onderlinge verschillen van het vieren zijn belangrijk. De gebruiken en gewoonten bij Turkse en Marokkaanse families zijn verschillend. Maar in de beide groepen zijn er ook nog onderlinge verschillen.

  • Voorwerpen en verhalen na het feest

Moslim kinderen brengen na het feest de geschenken mee die ze gekregen hebben, laten hun (nieuwe) feestkleren zien, kunnen wat snoepgoed meebrengen. En vertellen aan de hand daarvan over de inhoud van het feest en hun belevingen daarbij. Er wordt voor munt en appelthee gezorgd

  • Wenskaarten maken

Tijdens het feest kloppen de mensen op de deuren van hun buren om hen 'Eid Moebarak' zalig Eid toe te wensen. Vrienden of kennissen die ver weg wonen, wordt een Eid-wenskaart gestuurd.

Kaarten kunnen ook via het internet besteld en verstuurd worden. De populaire e-card sites zoals deze hebben vaak een Eid-wenskaart rubriek.

Kerkwerk Multicureel Samenleven (Huidevetterstraat, 1000 Brussel, 02/502.11.28) nodigt christenen of anders gelovigen uit om hun moslimburen het beste toe te wensen door middel van een wenskaart bij het einde van de Ramadan.

Kinderen kunnen zelf wenskaarten maken voor de moslimkinderen. Expressief schrijven en versieringen bedenken met manen en sterren of met bloemen en plantenmotieven. Met daarop de wens 'Eid Moebarak' d.w.z. Zalig Eid. En bezorgen aan de moslimouders en kinderen.

  • Proeven van de vele lekkernijen.

Kinderen leren de snoeperijen van de moslimkinderen kennen door naar afbeeldingen ervan te kijken en ervan te proeven. Het snoepgoed kan meegebracht worden na het feest of gekocht in de specifieke winkels zoals in kruidenierszaken en bij bakkers.

  • Zelf maken van...
    • ...amandelkoekjes
    • ...kaneelkoekjes
    • ...harirasoep
    • ...kaimati

Impuls C en D: de Ramadan

Verdiepingskansen:

Toelichting over de Ramadan. Kinderen vertellen hoe hun ouders en zijzelf de Ramadan beleven.

Daarna impuls C: het verhaal van Tanja en Naim, een gesprek tussen twee kinderen over de ramadan kan als opstart dienen. De moslimkinderen leggen hun eigen ervaringen hierbij. De leerkracht licht verder de zin en betekenis toe.

Betekenis van de ramadan.

 

Impuls D: In de klas kan het verhaal van de openbaring van Mohammed verteld worden

Het verhaal van de openbaring van Mohammed.

De heilige berg Hira waar Mohammed z'n openbaringen kreeg wordt hier door gelovige moslims bezocht tijdens de periode van de bedevaart naar Mekka.

 

Suggesties gericht op verkenning, verdieping, verwerking, verankering

Verkennen

Een 'toontafel' rond het sinterklaasfeest: een mijter, een staf, afbeeldingen van de sint, zwartepiet, een schoen, een wortel, noten en vruchten, een liedjesbundel rond sinterklaas,... Deze dingen kunnen verzameld worden door leerlingen en leerkracht met behulp van een voortaak en een bespreking wie wat meebrengt. Deze toontafel kan ook geleidelijk aan opgebouwd worden naargelang de kijkwijzers die men binnen brengt.

Voor verdere ontwikkeling, zie: Kijkwijzer 1.

Verdiepen

Zie concrete suggesties bij kijkwijzers en impulsen.

Verankeren

Suggesties om te vieren en om samen te doen in klas- of schoolverband: inzet, engagement.

  • Een klasviering

Overleggen hoe met het materiaal een klasviering kan opgebouwd worden: dit praktisch voorbereiden: wie doet wat, wat hebben we nodig, enz. Tijdens de viering komen alle leerlingen met hun eigen inbreng aan bod.

  • Sinterklaas aan het woord: een leerling die meegedaan heeft aan het opzoekwerk rond 'wie is sinterklaas' krijgt enkele herkenbare attributen van sinterklaas (vb mijter en staf). Via de techniek van de 'open stoel' verwelkomd in de klas. Tijdens het spel kunnen nog andere kinderen de rol van sinterklaas innemen, indien zij als sinterklaas nog andere dingen willen vertellen: op die wijze krijgt men een brede verkenning van het sinterklaasbeeld dat leeft in de klas. Het groepje leerlingen die interviewvragen bedachten, kunnen deze nu stellen.
     
  • Een scharing rond het spel: hoe was het om sinterklaas te zijn? Wat vond je goede vragen, welke antwoorden vond je wel mooi? ...
     
  • Enkele liederen
     
  • Zelfgekozen of zelf gemaakte verhalen of tekeningen presenteren
     
  • De toontafel rond sinterklaas aanpassen: dingen toevoegen, wegnemen, van plaats veranderen op basis van nieuwe ideeĆ«n die ontstaan zijn over de sint.
     
  • Als er moslimkinderen zijn: een toontafel rond het suikerfeest en ingaan op verhalen die daar verband mee houden.
     
  • Een schoolactie:

Speelgoed verzamelen dat nog in goede staat is, maar dat we niet meer gebruiken omdat we er te groot voor zijn geworden. Dit komt terecht in een 'spelotheek': het speelgoed kan dan gratis ontleent worden: zo spelen we een heel jaar 'sinterklaas' voor elkaar; Hieraan gekoppeld een schoolviering met een bezoek van sinterklaas die wat meer over zichzelf vertelt (diepere betekenis van het sinterklaasfeest, verwoord door sinterklaas).
 

  • Een interreligieuze schoolviering rond sinterklaas en het suikerfeest:
     
    • Twee feesten in elkaars buurt

    Vieren doe je met z'n allen. Feestvieren is een blijde gebeurtenis, waarin samen beleven, betrokken zijn bij elkaar en samen ervaren centraal staan. De twee feesten dicht in elkaars buurt vormen een unieke kans om elementen die in beide feesten terug te vinden zijn, te combineren. Waarom zou je niet de overeenkomsten van beide feesten kunnen samenvoegen, zonder de eigenheid van het oorspronkelijke feest te kort te doen?

    Het hart van alle kinderen klopt op 24 november en op 5 december vol verwachting. Allemaal wachten ze vol spanning op de volgende dag: het betekent voor hen lekker veel snoepen, met de familie een feest vieren, cadeautjes en surprises geven en uitpakken. Betrokkenheid bij elkaar en samen vieren is dus mogelijk. Het sinterklaas- en het suikerfeest zijn allebei feesten van geven en nemen – zowel in materieel als in sociaal-emotioneel opzicht –, van anderen uitnodigen en van aandacht voor elkaar hebben. Beide feesten roepen gevoelens van spanning, verwachting, hoop en blijdschap op.

    • Bekend maakt bemind

    U kunt ook nog een extra doel kiezen voor de gecombineerde viering: de kinderen (en ouders) onderling laten kennismaken met de overeenkomstige elementen in de feesten. In onze huidige samenleving bestaan verschillende religies naast elkaar. De laatste tijd staat de moslimgemeenschap regelmatig in het centrum van de aandacht. Maar bij de Vlamingen bestaat veel onwetendheid over de islam. En onbekend maakt onbemind. Door kinderen en ouders uit verschillende groeperingen met elkaar hun feest te laten kennen en mogelijk ook te vieren vervult de school een rol van informant voor de ouders. En is er tegelijk kans tot wederzijds begrip en verstaan.

    • Spirituele en levensbeschouwelijke socialisatie

    Door feesten en vieringen samen te verkennen en te (deels) beleven, activeer je de spirituele dimensie bij elkaar. Met 'spiritueel' bedoelen we datgene dat een mens uittilt boven het alledaagse. Het behoort tot de pedagogische opdracht van elke school kinderen ook die dimensie van het leven te laten delen. Vieringen verbreden of verdiepen je belevingswereld en brengen je in contact anderen. Voor de spirituele ontwikkeling is het vermogen van de mens om zich te verwonderen en te fantaseren een veel sterkere motor dan zijn vermogen om te beschouwen. Door te praten met kinderen over een feest als het Eid ul Fitr (suikerfeest), ook met jonge kinderen, door het vertellen van de verhalen die daarbij horen en door deelachtig te worden aan gebruiken en gewoonten die bij het feest horen zoals het maken van versieringen, het bakken van koekjes, je verkleden en zomeer leren kinderen de spirituele en levensbeschouwelijke kant van feesten te vermoeden, te proeven, te doorgronden.

Leerkracht

Sinterklaas in veelvoud: een sfeerbeeld a.h.v. citaten

Uiteenlopende perspectieven op sinterklaas:

In onderstaande citaten klinken diverse manieren van aankijken tegen sinterklaas door. Daarmee samenhangend kan je onderhuids ook verschillende manieren van 'geloven' of 'niet geloven' in sinterklaas aanvoelen. Deze IDK is gericht op het naar boven halen van de vele manieren van aankijken tegen sinterklaas. En daarmee samenhangend: de vele manieren van geloven of niet geloven in sinterklaas. En dit zowel bij kinderen als bij volwassenen.

Hierbij gaat het er niet zozeer om gelijk halen, het gaat veeleer om leren aan elkaar; iets nieuws ontdekken bij elkaar en bij een lange geloofstraditie via dewelke we iets kunnen leren van de manieren van geloven van onze voorouders.
Wat we willen is: stimulansen geven om met elkaar te spreken over diepe dingen die met de zin van het leven te maken hebben. Het opvallende aan onze huidige tijdsgeest is, dat er een grote verscheidenheid aan gevoeligheden, houdingen en gezindheden leven bij mensen. Wij gaan ervan uit dat dit een boeiend uitgangspunt kan vormen om 'geloofs'gesprekken te voeren: in de zin van: met elkaar aan de praat gaan over wat raakt, boeit, angstig maakt, bevrijdt; of over datgene waar we op durven hopen en vertrouwen, of over overtuigingen waar we ons leven op bouwen...

Een ander woord daarvoor is: levensbeschouwelijke communicatie. Het is communicatie op basis van geloofsovertuigingen die aan de basis liggen van een veelheid aan gevoeligheden, houdingen en gezindheden.
Verscheidenheid op dit vlak krijgt wel eens een negatieve bijklank, omdat het lijkt alsof het spoor naar waarheid daardoor onvindbaar geworden is. Maar, is dat wel zo? Misschien leidt verscheidenheid slechts dan tot chaos, als er geen bruggen kunnen gebouwd worden of als er taboes ontstaan, als wederzijdse onverzettelijkheid of onverschilligheid een muur opwerpt tussen mensen. Verscheidenheid leidt tot verrassing, vernieuwing, ontdekking, tot 'levenslang leren' als het een onuitputtelijk bron van dialoog en communicatie mag zijn. Het samen op zoek gaan naar het ware, het heilige, het goede is boeiend en constructief als het kan gebeuren vanuit een besef dat geen enkel mens en geen enkele geloofstraditie daar definitief beslag op kan leggen. Al wie met authentieke gedrevenheid deelneemt aan de communicatie doet mee aan het openen van vensters op de meest ultieme zijnsgrond, die voor gelovigen 'goddelijk' is (in andere religies krijgt deze grond een andere naam). Ieder mens en iedere geloofstraditie heeft eigen toegangspoorten tot die ultieme werkelijkheid en die komen open door communicatie...
Die poorten willen we openen, ook op school. Opdat katholieke scholen levensbeschouwelijk-gevoelige scholen mogen zijn. Omdat je er geestig-heid kan voelen waaien.

Deze In de kijker wil daar al vast op bescheiden wijze een impuls toe geven.
Sinterklaas leek ons een goede aandrager te zijn voor levensbeschouwelijke communicatie op school: wie staat er nu geheel onverschillig tegenover deze 'goedheilige man'? Wij denken, weinigen; we hebben er uiteindelijk allemaal wel iets mee. We zitten ermee verveeld, of we voelen kriebels bij het spel dat gespeeld mag/moet worden...

Van de heilige Nicolaas weten wij weinig. Hij is geboren in Patara in Lycie,een vroegere provincie van Klein-Azie en verloor op jeugdige leeftijd zijn ouders.Hij was rond het jaar 300 bisschop van Myra in Klein-Azie en nam als zodanig deel aan het Concilie van Nicea (325). In deze periode begon de christenvervolging weer onder keizer Calerius Valerius Maximus. De heilige Nicolaas kwam ook in de gevangenis terecht en werd zwaar gefolterd. Toch wist hij onder erbarmelijke omstandigheden en met veel pijn deel te nemen aan het Concilie van Nicea (325)

Op een zeereis stilde hij, door gebed, een zware storm; daarom wordt hij als patroon van de zeelieden vereerd. In het Oosten wordt de heilige Nicolaas buitengewoon vereerd als grote wonderdoener en als verkondiger van Gods Woord. In 1087 werden zijn relieken door Italiaanse kooplieden gestolen en overgebracht van Myra naar Bari in Italie. Vanaf die tijd is zijn verering in het westen verder uitgebreid. Hollandse koopvaarders hebben de populariteit van Sint Nicolaas overgebracht naar de stad Amsterdam, waarvan 'Sinterklaas' de patroon is.

Veel legendes worden over hem verteld; het uitdelen van de bruidschat voor drie dochters die, door geldgebrek, verkocht zouden worden om de bruidschat te kunnen opbrengen; het redden van drie kleine kinderen, tijdens een hongersnood, die vermoord waren en in een vat ingepekeld lagen; het redden van mensen die ter dood veroordeeld waren, door hun onschuld te bewijzen.

  • Patroon van: Rusland, misdienaars, kinderen, jonge vrouwen, pelgrims, reizigers, advocaten, rechters, notarissen, kooplui, apothekers, waarden, wijnhandelaren, parfumfabrikanten, parfumhandelaars, zeelui, matrozen, vissers, vlotschippers, molenaars, bakkers, korenhandelaars, zaadhandelaars, slagers, bierbrouwers, jeneverstoker, boeren, wevers, stoffenverkopers, kanthandelaren, steengroevenarbeiders, kuipers, steenhouwers, kaarsenmakers, brandweer, gevangenen, knopenmakers.

  • Patroon tegen: watersnood, zeegevaar, dieven.

  • Patroon voor: gelukkig huwelijk, terugkrijgen van gestolen goederen.

Wij als volwassenen dragen sinterklaas mee van in onze kindertijd en we zijn zelf veranderd, naargelang we 'anders' tegen hem zijn gaan aankijken. Sinterklaas heeft te maken met het geheim van onze kindertijd...
En de kinderen op school kunnen er al evenmin naast kijken: ze worden overspoeld door een hele sinterklaasindustrie. Maar voor kinderen is sinterklaas ook veel meer dan dat...

Citaten:

Veel ineens
(fragment uit: Simon Carmiggelt, We leven nog), opgenomen in:
Riekje BOSWIJK-HUMMEL, De shock van sinterklaas, Gameren, 1988

Die avond - het was begin december - had het kleine meisje bij de schoorsteen gezongen.
Toen ze op weg was naar bed, hoorde ze de stem van haar vader, die riep: 'Kom eens gauw helpen!'
Ze ijlde terug naar de kamer. 'Wat is er?' 'Ik heb die ouwe bij z'n poot,' riep hij.
Bij het vuur stond hij, uit alle macht trekkend aan een been, dat uit de schouw kwam. 'Help nou eens!'
Hij had een rood hoofd van inspanning.
Maar het kind stond als verlamd van schrik en zag hem opeens achterovertuimelen,
met een hoge laars in zijn hand.
'Hij is me ontsnapt,' hijgde hij. En overeind krabbelend:
'Maar z'n schoen heb ik.
Die geef ik niet meer terug.'
'Dat mag niet,' zei het meisje, 'nou is Sinterklaas heel boos op u.
Misschien komt hij u wel halen vannacht.'
'Ik ben helemaal niet bang, hoor,' riep de vader. Hij was een liefhebber van grappen - dat zei ik al.
Rillend van angst vluchtte het kind naar de slaapkamer en kroop in bed.
Haar moeder kwam en zag meteen dat er iets aan de hand was.
'Wat scheelt je?' vroeg ze. En het meisje vertelde hoe vader de woede van Sinterklaas had getrotseerd.
Somber luisterde de vrouw naar het verhaal. Toen zei ze: 'Wees maar niet bang.
Vader maakte maar een grapje.'
'Maar als Sinterklaas nou kwaad is?' 'De echte is al lang dood. Die bestaat niet meer.'
't Was een hele brok om zo ineens door te slikken.
'En de ooievaar?' vroeg het kind, 'die vind ik Ć³Ć³k griezelig.
Pa zegt dat ik tegen de kuiten van de ooievaar hing.'
'Dat is ook maar een grapje,' antwoordde de moeder, die in Ć©Ć©n moeite door schoon schip wilde maken.
'De ooievaar brengt de kinderen niet. Jij komt gewoon van mij.'
'O,' zei het meisje. Ze kreeg een nachtzoen op haar bleek, peinzend gezicht.
De moeder liep naar de deur. 'Zeg moeder,' vroeg het meisje. 'Ja?'
'En God - bestaat die ook niet echt?' klonk het voorzichtig.
'God bestaat Ć©cht,' zei de moeder. En ze doofde het licht.

Citaat uit J.BEKE & P. VAN HASSELT, Sinterklaas op school, praktijkboek voor de viering van het sinterklaasfeest, Zwijsen, '98

"Het spel van Sint en Piet vraagt om precisie en perfectie, maar het meest om geloof van de spelers in de waarde van het spel. De ernst waarmee jonge kinderen de acteurs beleven, doet bijna vergeten dat er een act wordt opgevoerd. En zo behoort het natuurlijk ook te gaan. Het kind gelooft in het spel en het is de taak van de organisatie en spelers om voor het kind de mythe dat het leven goed en gul is, dat het leven steeds weer opnieuw kansen biedt, aanschouwelijk te maken."

Citaat 1 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.

"...Nu echter kwam ze met vragen en het zou kunnen gebeuren dat ik Sinterklaas uit al die verschillende sprookjesachtige figuren zou pikken en het predikaat van 'echt' zou geven. Ik zou haar kunnen zeggen dat Sinterklaas werkelijk bestaat en dat hij alles van ieder kind afweet, al of niet dankzij een wereldomvattend brein dat alles kan zien en horen of door middel van een onafzienbaar leger van Zwarte Pieten die overal stonden te gluren en te spionneren. Ik zou haar kunnen wijsmaken dat hij cadeautjes door de schoorsteen gooit die dan op wonderbaarlijke manier in je schoen terechtkomen. Enzovoort. Ik zou haar het hele verhaal over Sinterklaas kunnen vertellen en als ik haar erbij zou zeggen dat het wƔƔr was, zou ze het ook allemaal geloven! Sinterklaas zou dan niet meer thuishoren in de rij van praalwagens, optochten en carnavalsstoeten, maar hij zou 'echt' worden. Dat wil zeggen dat hij niet meer bij de vermommingen, verkleedpartijen, kortom het spel zou horen, maar dat hij omhoog gestoten zou worden tot 'waarheid', 'werkelijkheid'."

Citaat uit Youp van 't Hek, Ik Schreeuwlelijk, Ino Bos, blz. 40)

Ino Bos, de zoon van de fietsenmaker aan de Bussumse Stationsweg,
vertelde mij dat Sinterklaas niet bestond en ik geloofde hem niet.
Ik kwam thuis, vertelde aan mijn moeder wat Ino gezegd had
en zij zei dat ik maar eens even rustig moest gaan zitten.
Toen vertelde ze dat Ino gelijk had. Sinterklaas bestaat niet.
Woedend was ik.
Vol kokende tranen verdween ik naar mijn kamer.
Al die jaren was ik dus belazerd, bedot, bedonderd en bedrogen
en dat nog wel door mijn eigen ouders, broers en zusjes.
Schoften waren het.
Maar mijn moeder had gelijk.
Ik was inmiddels twintig en het was mooi geweest.

Citaat 2 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.,van Godfried Bomans, Een mooie tijd.

"Geloven en weten zijn twee rails, die evenwijdig lopen en elkaar nooit ontmoeten. Elk kind beweegt zich in die dagen op beide voort. Zijn linkerkant weet dat het onzin is en zijn rechterzijde gelooft het. Ik heb bevend voor Sinterklaas gestaan en tegelijk gezien dat het onze buurman was. Alle twee wist ik zeker. En toch waren ze niet met elkaar in tegenspraak. Er kwam geen onderlinge verbinding tot stand. De spoorstaven hadden geen dwarsliggers. Op een keer - en dat is in het leven van elk mens toch eigenlijk een belangrijke gebeurtenis, die al evenmin aandacht krijgt - verdwijnt deze wonderlijke schizofrenie. Het kind 'weet' dan alleen. Er breekt echter niet een nieuw inzicht door, want de bewustheid van de leugen is er altijd geweest. De daaraan parallel lopende lijn wordt eenvoudig opgeheven. Het is voor mij altijd een raadsel dat het kind hier geen rancune uit overhoudt."

Citaat 3 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.

"Zo bekeken kun je het Sinterklaasfeest beschouwen als een feest voor volwassenen. Het is een spel dat door de kinderen wordt gespeeld en door de volwassenen wordt geregisseerd omdat de volwassenen dat leuk vinden. Omdat het hen uit de sleur haalt, omdat het hun de illusie geeft dat het sprookje werkelijkheid wordt en omdat ze er hun verloren gegane religieuze gevoelens weer in kunnen terugvinden. Er zijn kinderen die dat in de gaten hebben. Zij houden voor hun ouders verborgen dat ze allang weten dat Sinterklaas niet meer bestaat. Zij zien hoezeer hun ouders ervan genieten dat zij het spel meespelen en dat ze iets van 'geloof' uitstralen. Ze willen de verrukking van het mee-geloven niet verstoren!"

'Onze Els gelooft niet meer, want ik hoorde haar laatst tegen een vriendinnetje zeggen dat Sinterklaas niet bestaat. 'Maar,' zei ze, 'ik zeg het niet tegen mijn ouders, want die vinden het zĆ³ erg als ik niet meer geloof!' (vrouw, 36 jaar)

Fragment: "Het uiterlijke gedrag van de Sint kenmerkt zich op de eerste plaats door waardigheid en ouderdom. Beide facetten laten zich zien in de manier van doen. De Sint 'schrijdt'. Hij loopt niet, hij haast zich niet, hij beweegt zich voetstaps in kaarsrechte houding plechtig voorwaarts. Daarbij 'overziet' hij de kinderen die naar hem kijken. Hij kijkt een beetje over hun hoofden heen. Zijn rechterhand maakt afwisselend een wuivend en zegenend gebaar (links draagt hij zijn staf als hij naar zijn zetel schrijdt of afscheid neemt. Lichtjes nijgt hij zijn hoofd naar de kinderen. Soms buigt hij zich wat traag voorover om een hand op het hoofd van een kind te leggen of op het voorhoofd van het kind een kruisje te geven. Zo doet een bisschop. Alles wat hij doet is vertraagd, rustig, onthaast. Zo gaat hij rechtop in zijn stoel zitten (nooit onderuit gezakt). Bruuske bewegingen kent hij niet en altijd langzaam draait hij zijn hoofd in de richting vanwaar de vraag komt of naar het punt waar men hem gevraagd heeft te kijken. Hij heeft de tijd, een eeuwigheid. Want Sinterklaas is niet van deze wereld, hij is niet 'aards'. Hij doet geen wereldse dingen. Het Boek wordt door ƩƩn van de Pieten gedragen. De Sint zƩlf 'sjouwt' nooit de mappen met ontvangen tekeningen of andere producten van inspannende schoolvlijt mee de klas uit en aan eten en drinken heeft hij geen behoefte (een Sinterklaas die met een rietje zijn koffie opzuigt, verliest op slag zijn waardigheid)."

Waarom een IDK rond sinterklaas?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/sintkomen.jpg
  • Het sinterklaasfeest is een ervaringsgegeven van kinderen, het is een voor hen betekenisvolle gebeurtenis die jaarlijks terugkeert. Het is een feest, speciaal voor kinderen, het roept bij hen allerlei gevoelens en verwachtingen op. Elk kind in onze samenleving is ermee vertrouwd, hoewel de betrokkenheid op het feest sterk kan verschillen naargelang de houding en visie van mensen in de omgeving van het kind. 
  • Aanknopingspunten voor levensbeschouwelijke communicatie
     
    • Belangrijke levensthema's zijn aan de orde, zoals: 'geven en krijgen', 'wachten, uitkijken naar, verlangen', 'geloven en/of niet geloven', 'mysterie en realiteitszin', 'overvloed en beperking', 'maat en mateloosheid'.

    • Voor kinderen is er een nauwe band tussen de manier waarop ze geloven in sinterklaas en in God. Als ze niet meer kunnen geloven in sinterklaas, komt hun geloven in God ook sterk onder druk te staan. Wie kinderen wil begeleiden in hun geloofsgroei zal aandacht moeten besteden aan de manier waarop kinderen hun sinterklaaservaringen verwerken.

    • Kinderen kunnen via de ontstaansgeschiedenis van het sinterklaasfeest inzicht krijgen in de wortels van onze cultuur: Het feest gaat terug op twee verschillende religieuze tradities; van christelijke en van Germaanse oorsprong. Twee zeer verschillende tradities smolten in het verleden samen: de vraag of het sinterklaasfeest een christelijk dan wel een Germaans feest is, is niet eenduidig te beantwoorden. Die dubbelheid is nu nog duidelijk te herkennen in tal van gebruiken en gewoonten.

    • Sinterklaas en het suikerfeest (islamitisch feest) vallen bepaalde jaren vrij dicht bij elkaar op de feestkalender. Het is mogelijk een vergelijking te maken tussen beide feesten.

     

  • Mee geĆÆnspireerd vanuit verhalen of getuigenissen van christelijk geloven: 'sint'-erklaas: een 'heilig' man: waarom kreeg Nicolaas van Myra het statuut van 'heilige'? Welke band is er tussen Sint Nicolaas en sinterklaas? Welk belang heeft het voor de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen om deze band op te helderen?

Reflecties over het gekozen thema: levensbeschouwelijke verscheidenheid, ook als het sinterklaas betreft... Meerdere standpunten en zienswijzen tegenover sinterklaas

Oriƫntatie in het onderwerp, als volwassene
Mogelijke vragen: hoe sta je als leerkracht(en) tegenover het onderwerp? Wat zijn voor jou (jullie) in dit onderwerp aandachtspunten, 'ankerplaatsen', spanningspunten, vragen (informatieve, levensbeschouwelijke, godsdienstige...)?
U kan onderstaand lijstje raadplegen om er uw eigen vragen en houdingen tegenover sinterklaas aan af te wegen. Het is belangrijk om bewust te zijn van de eigen houding en gevoelens en al even belangrijk is het om erover in gesprek te gaan met collega's. De verscheidenheid aan gevoeligheden – van eerder kritisch tot enthousiast – geeft de gelegenheid om oog te hebben voor een realistische meervoudige benadering van het sinterklaasfeest. Juist deze verscheidenheid geeft te denken, zowel voor volwassenen als voor kinderen.

Sommige mensen staan wantrouwig tegenover het sinterklaasfeest op basis van uiteenlopende argumenten:

  • Eerst maakt men kinderen iets wijs, daarna voelen ze zich in het ootje genomen: waarom de realiteit naar kinderen toe anders voorstellen dan ze is? Mag je hen zomaar een verhaaltje opdissen? Is het te verantwoorden dat je hen iets voorliegt?
  • Zie ook: citaat 1 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.

  • De moeder, uit het verhaal van Simon Carmiggelt aan het begin van deze 'in de kijker' kan blijkbaar met een zeer gerust hart onderscheid maken tussen sinterklaas, die niet bestaat en God, die wel bestaat. In onze tijd leven we niet meer met zulke zekerheden. Hoe met je omgaan met het geloof van kinderen? Ze stellen honderden vragen, ze 'geloven' op een diepe, onvoorwaardelijk manier. Hoe ga je als volwassene om met deze eerste naĆÆviteit van kinderen? Mag je je eigen geloof of ongeloof aan kinderen opleggen?
  • Zie ook: (fragment uit: Simon Carmiggelt, We leven nog), opgenomen in:
    Riekje BOSWIJK-HUMMEL, De shock van sinterklaas, Gameren, 1988

  • Voor volwassenen betekent het sinterklaasfeest ook een confrontatie met hun eigen kindertijd. Hoe heb je je als volwassene gevoeld, toen je tot het besef kwam dat sinterklaas niet echt bestond?

    Zie ook: citaat uit Youp van 't Hek, Ik Schreeuwlelijk, Ino Bos, blz. 40

  • Het feest focust zo sterk op cadeautjes: het is eigenlijk een feest van de speelgoedhandelaars. Het past perfect in de consumptiemaatschappij waarin we leven: moet je zoiets ondersteunen?

    'Vroeger hoorde ik van de kinderen dat de sint bijna op komst was, nu zie ik het aan de folders in mijn brievenbus.'
    (De morgen, december 2001)

  • Uiteindelijk draait het vooral uit op een bevestiging van kinderen die al altijd veel bevestiging krijgen: de brave, sociaal goed aangepaste kinderen waar men thuis op meerdere vlakken iets te bieden heeft. Wat met de kansarme kinderen? Wat met de kinderen met gedragsproblemen? Wat moeten zij met beloften zoals: 'wie zoet is krijgt lekkers?' Of nog verder: 'Wie stout is de roe!'

Anderen zien in het feest kansen op levensbeschouwelijk vlak:

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/sinterklaasgeschenken.jpg
  • Vanuit een maatschappelijke invalshoek: Door aandacht te besteden aan het feest en vooral aan de oorsprong ervan, leert men kritisch kijken naar de commerciĆ«le sfeer rond dit feest: door bewuste reflectie de schaduwkanten ervan constateren: juist die (kansarme) kinderen vallen vaak uit de boot, waar Nicolaas van Myra aandacht aan wilde schenken.

  • Vanuit een religieuze invalshoek: Verbinding maken met gevarieerde, religieus gekleurde tradities: het feest zoals wij het kennen is resultaat van een samensmelting van twee levensbeschouwelijke tradities: de Germaanse verering van de God 'Wodan' en de christelijke heiligenverering van 'Nicolaas van Myra'.

  • Vanuit een interreligieuze invalshoek: Een vergelijking maken met het islamitische 'suikerfeest': zo kan er interreligieuze dialoog groeien.

  • Vanuit (pedagogische) levensbeschouwelijke invalshoek: Uitdiepen van fundamentele kwesties die oriĆ«ntatie geven aan het leven van mensen.

  • Bij jonge kinderen gaat het vooral om het leren omgaan met de spanning tussen geven en nemen, omgaan met iets willen hebben, iets wensen, ergens naar verlangen, geduldig kunnen zijn, omgaan met teleurstellingen, jaloezie, dankbaar kunnen zijn, begrijpen waarom je iets niet krijgt, enz... de spanning tussen "hebben en zijn" is hier aan de orde.

  • Bij oudere kinderen komt de spanning tussen geloven en niet geloven en weten en niet-weten aan de orde: sinterklaaservaringen vormen een concreet aanknopingspunt om hierover te communiceren met kinderen.

    Zie ook: Citaat 2 uit Riekje Boswijk-Hummel, o.c.,van Godfried Bomans, Een mooie tijd.

  • Vanuit spirituele invalshoek: sinterklaas is ook het feest, waar de grenzeloze liefde van (vooral) ouders en grootouders voor hun kinderen uitdrukking vindt in het geschenk van een 'paradijselijke' dag, een dag van 'spel in overvloed'.Twee ingrediĆ«nten zijn hier belangrijk:
     
    • De grenzeloze liefde, die m.n. voor Ć©Ć©n keer de grenzen van de redelijkheid en de matigheid doorbreekt. En juist dat doorbreken is belangrijk.

    • Het spel. (Is er iets erger dan van sinterklaas iets nuttigs te krijgen: wintersokken of een inktpatroon voor de printer...) Sinterklaas onderstreept het belang van het spel in het leven van kinderen (en dus ook van die grote kinderen die zich volwassenen noemen).

Dat die grenzeloze liefde van ouders en grootouders ook een bodemloze liefde kan worden, is natuurlijk waar. Maar dat hoeft niet persƩ, en het gevaar hiervan mag de waardering voor de grenzeloze liefde (en haar concrete vormgeving in de pakjes) toch niet overstemmen.
Is het niet goed dat dit feest van grenzeloze liefde, dat gestalte krijgt in het kinderlijke cadeau - en spelparadijs, in gesprek te brengen met de christelijke traditie, en zo de traditie anders te belichten? Bv: Kan dit gulle feest ook gebeuren in een 'tweede naĆÆviteit', die zich wel bewust is van de complexiteit en van de onvolmaaktheid van het (samen)leven, maar niet toelaat dat deze de eenvoud van het samenspel verplettert?
Het zou dus een uitdaging kunnen zijn om met kinderen doorheen de pakjes (groot of klein) te kijken, en te zoeken naar de grondtoon van het feest:

"Je bent geliefd, en in je cadeau (h)erkend als een bijzonder iemand,
met een eigenheid (eigen interesse, aanleg...).
Het is goed te genieten van datgene wat je krijgt, te spelen, gelukkig te zijn."

 

Misschien hebt u ook nog andere bedenkingen. U mag ze ons altijd mailen, naar:
Reinhilde Henckens of Jean Agten

Sinterklaas en de invalshoeken en doelen uit het leerplan r.k. godsdienst

Invalshoeken

Door het sinterklaasthema te koppelen aan de invalshoeken uit het leerplan r.k.-godsdienst voor het Lager Onderwijs wordt de levensbeschouwelijke relevantie van het onderwerp nog eens extra belicht. De band met het leerplan r.k.-godsdienst wordt er ook door verduidelijkt; maar er zijn ook linken met andere leergebieden en vakoverschrijdende eindtermen te leggen. Voor deze 'in de kijker' kozen we voor een aanbod dat vooral kansen biedt voor r.k.-godsdienst en wereldoriƫntatie.

Hoe kinderen sinterlaas beleven, heeft vele raakpunten met de manier waarop kinderen Jezus en God zien en beleven: kinderen zijn tot pakweg 8 Ơ 9 jaar geneigd om God en Jezus te denken 'volgens de logica van sinterklaas': het zijn mysterieuze figuren die overal tegelijk aanwezig kunnen zijn, hun woonplaats is niet de aarde, maar wel de hemel en ze zijn alle drie in staat om dingen te doen, die gewone mensen niet kunnen. Je kan aan alle drie iets vragen, op voorwaarde dat je je zo goed mogelijk houdt aan de regels die ze voorop stellen. Over elk van deze drie figuren vertellen volwassenen allerlei verhalen, waaruit je vooral kan onthouden dat ze het goed voor hebben met de mensen, en vooral met de kinderen. Kinderen hebben tussen de leeftijd van 4, 5 en 7 Ơ 8 jaar een uitgesproken interesse in figuren die beantwoorden aan hun almachtsfantasieƫn: ze geloven dat God en Jezus en sinterklaas in staat zijn om in te gaan op hun vragen, verwachtingen, verlangens. Voor de verdere religieus godsdienstige ontwikkeling van het jonge kind is het van groot belang om een dieper en zuiverder beeld te krijgen van de betekenis van het sinterklaasfeest in symbolische zin. Als ze de zin en betekenis van het sinterklaasfeest blijven zien, ook nadat ze tot het besef zijn gekomen dat sinterklaas 'niet 'echt' bestaat, in de zin van levend rondloopt', zal hen dat op weg zetten om ook rond God en Jezus op een andere manier te leren denken dan enkel vanuit een behoefte aan figuren waar ze hun almachtsfantasieƫn op kunnen projecteren. Vandaar dat ontwikkelingspsychologisch gezien het zeer belangrijk is, dat men op een uitzuiverende manier tot communicatie komt met kinderen over het hele sinterklaasgebeuren.
 

  • Invalshoek 'fundamentele ervaringen':
  • Kijkwijzer 2: omgaan met grenzen en beperkingen: enerzijds het mateloze, anderzijds het keuzeproces, de mogelijke teleurstellingen vanuit te grote verwachtingen: zie ook: OriĆ«ntatie in de leefwereld van de kinderen.
     

  • Invalshoek 'verscheidenheid':
  • Kijkwijzer 5 (maar ook kijkwijzer 1 en kijkwijzer 2): omgaan met verschillen in ervaringen met het sinterklaasfeest: wel of niet meedoen aan het feest, veel of weinig cadeautjes krijgen,...: zie ook oriĆ«ntatie in de leefwereld van kinderen.
     

  • Invalshoek 'beĆÆnvloedingsystemen':
  • Kijkwijzer 2 (maar ook kijkwijzer 1 en kijkwijzer 4): kritisch staan tegenover de manipulerende invloed van de 'sinterklaasindustrie'.
     

  • Invalshoek: 'christelijk geĆÆnspireerd handelen':
  • Kijkwijzer 3: Nicolaas van Myra, een 'heilige' in de voetsporen van Jezus.
     

  • Invalshoek: 'bijbel':
  • Kijkwijzer 3: De legende van het graanwonder vergelijken met het wonder van de brooddeling; de legende van de het schip in de storm vergelijken met de stormstilling; de legende van de kinderen in de ton vergelijken met de dodenopwekking van de jongeling van NaĆÆn.

Doelen LP godsdienst bij IDK Sinterklaas

  • Eerste graad:
  • 5.2.1.3.Grenzen en werkelijkheidsbesef
    Kijkwijzer 1 en kijkwijzer 2: Spanning tussen de maat van de realiteit en het mateloze verlangen:
    Kinderen zien grenzen en beperkingen in hun leven
    Kinderen zien dat er naast beperkingen ook mogelijkheden zijn

  • Kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4: Nicolaas van Myra en identificatie
    Kinderen weten hoe gelovige mensen verder kijken dan grenzen:
    Het leven van gelovige mensen leren kennen, die zich inzetten voor kleine en zwakke medemensen, vb Sint-Nicolaas

  • Kijkwijzer 5: Vergelijking met het suikerfeest
    Ontdekken dat ook in godsdiensten buiten het christendom (islam) mensen in hun geloof kracht en inspiratie vinden om ieder medemens als evenwaardig te beschouwen.

  • 5.2.1.5.: dragen en gedragen worden
    Kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4:
    Kinderen kennen christenen die 'dragers' zijn:
    Christenen leren kennen die mensen dragen en zorg dragen voor mensen, door beelden en/of verhalen van vroeger en nu, van dichtbij en wereldwijd

  • 5.2.1.8.: Ik wil het goede doen
    Kijkwijzer 3, kijkwijzer 4 en kijkwijzer 5:
    Kinderen erkennen dat liefde voor de ander basis is voor het goede:
    Blij en dankbaar kunnen zijn voor het goede dat zij ondervinden, en dit op een eigen manier ook kunnen uitdrukken of vieren
    Beseffen dat 'het goede doen' niet altijd lukt:
    Beseffen dat ze veel goede dingen doen, maar dat ze ook fouten maken
    Mogen ondervinden dat ze ook mƩt hun fouten door mensen bemind worden
    Kinderen ontdekken dat gelovige mensen het goede willen doen vanuit hun geloof in God:
    Voorbeelden zien van christenen die vanuit hun geloof in God goed willen doen, christenen uit de geschiedenis, christenen vandaag .

  • Tweede graad:
  • 5.2.2.1.: Vergeving en verzoening
    Kijkwijzer 1, kijkwijzer 2 en kijkwijzer 4:
    Kinderen voelen aan en begrijpen wat vergeving is:
    De mogelijkheid van vergeving in hun eigen leven als waardevol aanvoelen en ervaren

  • 5.2.2.4.: Anders zijn, ontmoeting
    Kijkwijzer 1, kijkwijzer 2 en kijkwijzer 5:
    Kinderen ontdekken dat er verschillen zijn tussen mensen:
    Vormen van 'anders zijn' van mensen verkennen waarmee ze geconfronteerd worden
    Vragen stellen over het anders zijn van anderen
    Kinderen voelen zich uitgenodigd om zelf de verscheidenheid van mensen als een rijkdom te beleven:
    Kern en uitbreiding volledig

  • 5.2.2.7. gewetensvol handelen
    Kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4:
    Kinderen geven voorbeelden van wat zij als goed en kwaad ervaren in hun omgeving:
    Zien en bespreken hoe volgens hen mensen goed of kwaad handelen
    Kinderen ontdekken wat mensen in beweging zet om goed of kwaad te handelen:
    Ontdekken dat het geweten in elke mens aanwezig is als impuls tot goed handelen
    Ontdekken dat ook in hen een geweten hen aantrekt om goed te handelen
    Verhalen beluisteren van mensen die gewetensvol handelen
    Kinderen denken na hoe men gewetensvol en verantwoord kan handelen:
    Kennis maken met mensen bij wie duidelijk wordt hoe zij gewetensvol handelen
    Ontdekken hoe gelovige mensen proberen hun handelen af te stemmen op hun geloof in God, die voor elke mens het goede wil. 
  • Derde graad:
  • 5.2.3.1. Wat maakt mij gelukkig, wie wil ik worden?
    Kijkwijzer 2, kijkwijzer 3, kijkwijzer 4 en kijkwijzer 5:
    Kinderen stellen vragen bij de vele manieren waarop mensen - ook zijzelf - in hun leven geluk nastreven:
    Onderscheid maken tussen louter ik-betrokken waarden en sociale waarden
    Kinderen zien hoe christenen het geluk zoeken in Jezus' visioen van het Rijk van God
    Dieper ingaan op het levensverhaal van christenen uit de geschiedenis
    Kinderen gaan op weg om stilaan zelf vorm te geven aan hun eigen leven met bouwstenen die ze als zinvol en waardevol ontdekken:
    Begrijpen dat ze pas gelukkig kunnen worden door liefde en solidariteit
    Weten dat liefde en solidariteit ook risico's inhouden

  • 5.2.3.2. Grenzen van het leven
    Kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4:
    Kinderen komen tot het besef dat christenen vroeger en nu tot engagement komen omdat ze gehoor geven aan het roepen van 'mensen aan de rand'
    Mensen leren kennen uit de geschiedenis van de kerk, die ingegaan zijn op het roepen van mensen in grenssituaties
    Kennismaken met een christenen die zich vandaag inzetten voor de 'minsten': cfr. allerlei speelgoedacties rond sinterklaas
    Uitgedaagd worden om zich hier ook voor te engageren.
    Kinderen ontdekken bij zichzelf en bij elkaar waardoor ze bewogen worden en hoe ze in beweging komen:
    De bijbels-christelijke uitdrukking 'roeping' in verband kunnen brengen met bewogen worden
    Ervaren en verwoorden hoe bewogenheid een gevoel geeft van echt leven
    Kinderen leren spreken over de heilige Geest van God als bron van christelijke bewogenheid:
    Mensen leren kennen die Jezus willen navolgen

  • 5.2.3.5. Kerk, andere godsdiensten
    Kijkwijzer 5:
    Kinderen ontdekken hoe een verscheidenheid aan godsdiensten en levensbeschouwingen aan het leven van mensen zin wil geven:
    Op zoek gaan naar tekenen van aanwezigheid van andere geloofsgemeenschappen in hun omgeving en zich hierover informeren.
    De beleving en enkele rituelen van de islam verkennen.
    Verwoorden wat ze aanspreekt en wat ze vreemd vinden in godsdiensten en levensbeschouwingen.

  • 5.2.3.8. Verantwoordelijkheid en engagement
    Kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4:
    Kinderen ontdekken dat elk engagement in christelijk perspectief een vorm van zelfgave inhoudt:
    De beleving van liefdevolle zelfgave herkennen in het sacrament van het priesterschap (cfr priesterwijding van Nicolaas van Myra).

  • 5.2.3.10. De Bijbel
    Kijkwijzer 1 en kijkwijzer 3:
    Kinderen zien in dat mensen in hun verhaaltradities een godsdienstige kijk op het leven verwoorden en doorgeven:
    Ontdekken hoe mensen in allerlei culturen verhalen vertellen om hun levenswijsheid door te geven van generatie op generatie.
    Kinderen ontdekken de bijbel als bron van kerkelijk leven en van cultuur:
    Ontdekken dat mensen in de bijbel inspiratie vinden voor hun dagelijks leven.
    Enkele bijbelse symbolen in de christelijke cultuur en iconografie herkennen.

  • Voor de drie graden:
  • Aansluiting bij het liturgisch pastoraal jaar (onderwerp 11):
    Kijkwijzer 1, kijkwijzer 2, kijkwijzer 3 en kijkwijzer 4:
    Sinterklaas als adventsfiguur aanbrengen:
    De band ontdekken tussen advent, Kerstmis en de inzet van christenen voor mensen die het moeilijk hebben.

Band met het leerplan W.O.

Het leergebied Wereldoriƫntatie kunnen we ophangen aan zeven kapstokken.

1.

In het eerste hoofdstuk van het leerplan Wereldoriƫntatie wordt de eerste kapstok toegelicht. Daarin lezen we dat het aanbod dat we doen vanuit dit leergebied een geƫngageerd aanbod is. Het is niet vrijblijvend, want het heeft te maken met onze opvattingen over mens, wereld en onderwijs.

Het thema Sinterklaas schetst een bepaald mensbeeld en biedt allerlei kansen om die krachtlijn gestalte te geven.

  • Het mensbeeld
    Alle verhalen die over deze man de ronde doen, belichten zijn optimistische visie op de menswording. Het lichtend voorbeeld is voor hem Jezus, die ons oproept om van elkaar te houden.
    De centrale figuur voelt zich verbonden:
  • met zijn eigen Ik (zijn rijkdom, zijn talenten ontwikkelen - zich oriĆ«nteren op een zingevend doel - constructief omgaan met eigen beperkingen en mislukkingen - verantwoordelijkheid opnemen.)

  • met de anderen (openheid naar andere culturen, naar andere godsdiensten en levensbeschouwingen - kiezen voor de waarden die Jezus heeft voorgeleefd: rechtvaardigheid, solidariteit, zorg voor de zwakken...)

  • met het mysterie (bewust zijn van goede en minder goede oplossingen, voor het goede kiezen, ontvankelijk zijn voor de liefde van en onder mensen, zich oriĆ«nteren op wat ons overstijgt)

 

  • Het wereldbeeld

Ook in verband met de visie op de samenleving, op de wereld, gooit dit thema hoge ogen. Dat wereldbeeld omvat verschillende actiepunten, waarvan volgende een plaats krijgen in het besproken thema:

  • werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen geeft opdat iedereen zijn identiteit kan ontwikkelen
  • werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, constructief en vreedzaam wordt omgegaan met verschillen en veranderingen
  • werken aan een samenleving die voorrang geeft aan de zwakkeren
  • werken aan een samenleving die meer gericht is op welzijn dan op welvaart
  • werken aan een samenleving waarin geloven in een persoonlijke God zinvol wordt beleefd

De uitwerking van het thema beantwoordt ook zeer goed aan het vormingsconcept. Noch het wetenschapsgerichte, noch het kindgerichte, noch het maatschappijgerichte, noch het bestaansgerichte halen elk afzonderlijk de bovenhand. Die vier accenten worden in evenwichtige verhoudingen aan de orde gesteld in het thema Sinterklaas zoals het hier werd uitgewerkt.

2.

Het thema rond de figuur van Sinterklaas wordt vanuit verschillend invalshoeken benaderd die onderling met elkaar samenhangen en waarvoor het uitgewerkte thema de context biedt. In ons leerplan huldigen we het principe van multiperspectiviteit. Datzelfde principe staat ook centraal in de uitwerking van het thema. Welke bestaansdimensies aan de orde gesteld worden, zullen we verder uitdiepen in de paragraaf over de leerinhouden en Ā­doelen.

3.

Allerlei maatschappelijk problemen worden door specifieke organisaties in het daglicht gesteld met de bedoeling om die problemen zo niet op te lossen, dan toch bespreekbaar te maken en indien mogelijk er concreet wat aan te doen. Het (basis)onderwijs is dan ook een terrein bij uitstek waar al die 'educaties' (aspecten die in de 'opvoeding' en dus in ons onderwijs dienen aanwezig te zijn) een goede voedingsbodem vinden. We denken in verband met het hier besproken thema bijvoorbeeld onmiddellijk aan mondiale vorming dat een overkoepelende term is voor vredeseducatie, mensenrechten, ontwikkeling, interculturele opvoeding en zo meer. Maar ook gezondheidseducatie (snoepen), relationele vorming (omgaan met gevoelens, met anderen...), consumenteneducatie... krijgen met dit thema een forum.

4.

Het feit dat Sinterklaas als een thema of beter nog, projectmatig (horizontale samenhang tussen verschillende leergebieden realiseren) uitgewerkt wordt, beantwoordt volledig aan de optie 'vooral thematisch, soms cursorisch' werken. Dat is tegelijk ook de vierde kapstok waaraan het leergebied Wereldoriƫntatie wordt opgehangen. In de uitwerking van het thema worden momenten voorzien waarop meer cursorisch wordt ingezoomd op een aantal aspecten zoals symbolen, metaforen, achtergronden en andere 'leerinhouden' die het best ook eens op een rijtje gezet worden zodat de kinderen ze in een duidelijk structuur voor zich krijgen. Door alzo meer nadruk te leggen op het leren van kaders en vaardigheden zoals ordenen, prioriteiten bepalen, verbanden leggen... krijgt het leren beheren van kennis en informatie als een aspect van "leren leren" meer kansen en ligt het accent niet zinloos op het memoriseren van allerlei weetjes. De kennis staat in functie van het leren op een hoger niveau.

5.

In dit thema wordt wel degelijk rekening gehouden met de beginsituatie van de kinderen. Hun ideeƫn en voorstellingen omtrent dit thema dient als uitgangspunt, doorheen de drie doelgroepen heen. Daarbij wordt in de mate van het mogelijke rekening gehouden met de 'vragen' waarmee kinderen zitten. Vele vragen zijn een uiting van hun zoektocht naar meer structuur en houvast in de wereld. Maar willen we dat kinderen zich ontwikkelen tot een persoon waarbij alle aspecten tot wasdom zijn gekomen, zijn we er op bedacht om hen voortdurend prikkels te geven om hun denkwijze over de wereld op een hoger niveau te brengen. Vertrekkend van hun persoonlijke ervaringen die meestal gebaseerd zijn op het hier en nu, zullen we hen stimuleren daar gaandeweg van los te komen. Het doelbewust inschakelen van verhalen biedt de mogelijkheid rekening te houden met de belevingswereld van de kinderen. Verhalen die hen de gelegenheid geven het denken, handelen en voelen van de personages te herkennen vanuit hun eigen ervaringen maar waarbij ze uitgenodigd worden ook een nieuw standpunt in te nemen, zijn zeer leer-rijk. De verhalen die in dit thema aangeboden worden beantwoorden zeker aan dit criterium.

De kleine wereld van het kind is gesitueerd in die grotere wereld van de volwassenen. Die wereld wordt sterk bepaald door de beeldcultuur en een enorm aanbod van visuele informatie via reclame en de media. In Wereldoriƫntatie dienen we daarvan uit te gaan, wat in het thema Sinterklaas zeker het geval is.

Daarop aansluitend kunnen we ook de evaluatie plaatsen omdat we op die manier twee meetpunten hebben om de evolutie van de leerlingen te kunnen evalueren. De bedoeling daarbij is dat we datgene wat we in het leerplan als doelen geformuleerd hebben, ook zo bij de leerlingen is overgekomen. Sommige leerplandoelen zullen we enkel via observatie kunnen evalueren, andere door hen een werkstuk of een (leer)verslag te laten maken, nog andere door hen op de 'klassieke' manier te toetsen. Aldus creƫren we een nieuwe beginsituatie voor de leerlingen.

6.

Met een thema als Sinterklaas zoals het hier werd uitgewerkt, krijgen kinderen kansen om zich te oefenen in een heel aantal doelen voor Wereldoriƫntatie. Daarbij ligt de nadruk voornamelijk op inzicht, vaardigheden, attitudes en beperken we de kennis - op een paar uitzonderingen na - tot functionele kennis in dienst van die inzichten, vaardigheden en attitudes. We lijsten ze hier op voor zover ze volgens onze interpretatie aan bod komen in ƩƩn van de voorgestelde activiteiten van het uitgewerkte thema. We houden daarbij de indeling van de verschillende bestaansdimensies aan (cf. krachtlijn 2: mulitperspectiviteit) en voegen er ook de overkoepelende doelen aan toe.

Overkoepelende doelen:

Meer willen weten (0.1)

Kijkwijzer 3: Wie was de historische figuur Sinterklaas?

Kijkwijzer 1: Welke gebruiken en hun betekenis?

Verbonden leven (0.3)

Kijkwijzer 1 en 5: Vieren van het feest

Samen zoeken naar de zin en betekenis van het feest

Waardegericht leven (0.4)

Kijkwijzer 2, 3 en 5: Vriendschap - goedheid - genegenheid - solidariteit - dankbaarheid - ...

Kwalitatief en kwantitatief vergelijken (0.11)

Kijkwijzer 5: Suikerfeest en sinterklaasfeest

Mens en levensonderhoud:

Zorg voor het dagelijks bestaan (1.1)

Kijkwijzer 3: Het verhaal van de man met zijn drie dochters

Ongelijke verdeling (0.8)

Kijkwijzer 3 en 4: Armen en zieken krijgen geschenken (kleding, voeding)

ConsumptiebeĆÆnvloeding (0.11)

Kijkwijzer 1 en 2: Omgaan met het overaanbod vanuit de reclame en de media

Belangeloos handelen (0.13)

Kijkwijzer 3 en 4: Het gedrag van de sint en de navolging die hij vindt bij ouders en zij die sinterklaas 'spelen'

Wereldhandel (0.15)

Achtergrondinfo: De info voor mondiale vorming over kinderarbeid in China

Mens en zingeving:

Elke mens gelooft (2.1)

Kijkwijzer 3: Geloven en weten

Mensen geloven in ... (2.2)

Kijkwijzer 1: Rituelen en gebruiken

Nadenken over grote levensmomenten (2.3)

Kijkwijzer 2: Momenten van intens geluk bij het krijgen van speelgoed...

Mensen verschillen (2.4)

Kijkwijzer 2: Verschil in verlangen, in waarderen, in zin geven aan, in genegenheid betonen...

Voortleven in de herinnering (2.5)

Kijkwijzer 3: De relieken die overgebracht zijn naar Italiƫ, de verering doorheen de verhalen, het feest...

Levensverhalen (2.6)

Kijkwijzer 3, 4 en 5: Gebeurtenissen beĆÆnvloeden ons denken, ons manier van leven, ons kijken tegen het verhaal van Sinterklaas...

Zijn leven in handen nemen (2.7)

Kijkwijzer 2: Eigen mogelijkheden en beperkingen onderkennen

Belang van kennis (2.8)

Kijkwijzer 1: Kennis neemt angst weg (geklop, zwarte kleur...)

Keuzes maken (2.10)

Kijkwijzer 1, 2 en 4: Wie ben ik? Hoe denk ik over...? Wat wil ik? Hoe ga ik om met...? Hoe reageer ik op...? ...

Inspirerende persoonlijkheden (2.11)

Kijkwijzer 3 en 4: Zich identificeren met mensen met een levenshouding die sterk evangelisch geĆÆnspireerd is.

Mens en het muzische:

Genieten van de omgeving (3.1)

Kijkwijzer 1: De schoonheid van dingen die mensen maken (speelgoed, suikergoed...)

Het schone bewust beleven (3.2)

Kijkwijzer 1 en 2: Gevoelens van bewondering, verwondering, ontroering, trots, vreugde... laten blijken als ze nieuw speelgoed krijgen

Schoonheidsaspecten opmerken (3.3)

Kijkwijzer 1: Het speelgoed   en snoepgoed... bewonderen naar vorm, lijn, patroon, harmonie, kleur, textuur...

Het relatieve van het schone (3.4)

Kijkwijzer 1: Mode, stijl, trends, tijdsgeest... onderkennen in de geschenken

Kijkwijzer 5: De verschillende criteria om iets mooi te vinden in andere culturen onderkennen en respecteren

Rekening houden met schoonheidsaspecten als ze iets maken (3.5)

Kijkwijzer 1 en 4: Een brief schrijven, een tekening maken, kostumering voor een rollenspel...

Muzische expressievormen (taal, beeld, muziek, drama, beweging) combineren om rond een thema te communiceren. (3.6)

Didactische suggesties bij 'verankeren': De opzet van een sinterklaasfeest muzisch uitbouwen aan de hand van de vijf expressievormen.

Een eigen mening vormen (3.7)

Kijkwijzer 4: Allerhande voorwerpen, ... kunstuitingen in verband met dit thema kunnen onder de loep genomen worden en dienen om er een eigen mening over te formuleren.

Mens en medemens:

Een gedifferentieerd zelfbeeld opbouwen (4.1)

Kijkwijzer 2: Geven, krijgen, omgaan met spanningen en verwachtingen...

Vertrouwen in eigen mogelijkheden (4.2)

Kijkwijzer 2: Groeien in dat omgaan met geven, krijgen, verwachtingen...

Mijn gevoelens (4.3)

Kijkwijzer 2 en 4: Omgaan met gevoelens en die ook uiten

Zich inleven in gevoelens van anderen (4.5)

Kijkwijzer 2, 3, 4 en 5: Een thema als Sinterklaas biedt daarvoor allerhande mogelijkheden.

Zich present stellen (4.6)

Kijkwijzer 1 en 4: Zich bijvoorbeeld aan de sint voorstellen

Respect en waardering opbrengen (4.7)

Kijkwijzer 5: Het interculturele aspect tussen de twee feesten biedt hiervoor een aantal kansen.

Behoefte van lichamelijk contact (4.8)

Didactische suggesties: sinterklaasbezoek: Kinderen kunnen uiting geven aan hun afkeer of juist hun plezier dat ze beleven aan een echte ontmoeting, hand geven... met de Sint.

Leiding volgen (4.9)

(Kan aan bod komen tijdens groepswerk)

Leiding geven (4.10)

(Kan aan bod komen tijdens groepswerk)

Zich dienstbaar opstellen (4.11)

Didactische suggesties bij 'verkennen, verdiepen, verankeren': Bij het organiseren van allerhande activiteiten rond het thema...

Hulp vragen en zorg aanvaarden (4.12)

Didactische suggesties bij 'verkennen, verdiepen, verankeren': Bij het organiseren van allerhande activiteiten rond het thema...

Constructief kritisch zijn (4.13)

Didactische suggesties bij 'verkennen, verdiepen, verankeren': Bij het organiseren van allerhande activiteiten rond het thema...

Zich weerbaar opstellen (4.14)

(Kan aan bod komen tijdens groepswerk)

Zich discreet opstellen (4.15)

Kijkwijzer 1: De weters tegenover de niet-weters.

Ongelijk of onmacht toegeven (4.16)

Kijkwijzer 2: De Sint weet alles... en dus

Mens en samenleving:

Bij een of meerdere groepen behoren (5.1)

Kijkwijzer 1 en 5: De believers en de anderen, het sinterklaasfeest wel of niet vieren, het sinterklaasfeest of het suikerfeest vieren,

Conflicten (5.2)

Kijkwijzer 1 en 2: Bij het opzetten van een programma voor de Sint , als weters tegenover niet-weters...

Symbolen en kentekens (5.3)

Kijkwijzer 3: Allerlei symbolen en kentekens komen ter sprake binnen dit thema: de staf, de roe, de mijter...

De multiculturele samenleving (5.4)

Kijkwijzer 5: Het suikerfeest wordt vergeleken met het sinterklaasfeest.

De levenswijze van mensen in een land met een andere cultuur (5.5)

Kijkwijzer 5: Het suikerfeest wordt vergeleken met het sinterklaasfeest.

Afspraken en regels (5.6)

Kijkwijzer 1, 2 en 4: De kinderen worden afgerekend op wat ze al dan niet goed of fout doen...

Regels die gelden voor alle mensen (5.8)

Alle kijkwijzers: Cf. 0.4: waardegericht leven

Instellingen (5.10)

Band met welzijnszorg en mondiale vorming

Macht en gezag (5.11)

Kijkwijzer 3: De figuur van de Sint die gezag uitstraalt...

Vormen van machtsmisbruik (5.16)

Kijkwijzer 1 en 5: Stereotypen, vooroordelen, discriminatie ...

Mens en techniek:

Materialen en grondstoffen (6.1)

Kijkwijzer 1: Cf. alle voorwerpen die van ver of dichtbij in het thema ter sprake komen: snoepgoed, speelgoed, kledij...

Energiegebruik (6.2)

Kijkwijzer 1: Om met het speelgoed te spelen...

Energiebronnen (6.3)

Kijkwijzer 1: Om het speelgoed te laten 'werken'.

Evolutie in de instrumenten (6.5)

Kijkwijzer 1: Het speelgoed van vroeger vergelijken met dat van nu.

Technische principes zoals verbindingen, hechtingen... (6.6)

Kijkwijzer 1: De constructie van het speelgoed, zelf constructies   maken...

Informatieverwerking (6.7)

Kijkwijzer 1: Al het speelgoed dat op die basis werkt.

Nieuwe uitvindingen (6.8)

Kijkwijzer 1: Het nieuwe speelgoed dat vorig jaar nog niet op de markt was...

Relatieve waarde (6.9)

Kijkwijzer 1 en 2: Al dat technisch vernuftig speelgoed... heeft ook een tweede kant (afval, kostelijk, fragiel...)

Distributie (6.10)

Kijkwijzer 1: Hoe wordt ervoor gezorgd dat al dat speelgoed en snoepgoed op de juiste plaatsen terecht komt...

Eisen formuleren (6.11)

Kijkwijzer 1 en 5: Bij het zelf maken van speelgoed en gerechten...

Ontwerpen (6.12)

Kijkwijzer 1 en 5: Bij het zelf maken van speelgoed en gerechten...

Juist en veilig uitvoeren (6.13)

Kijkwijzer 1 en 5: Bij het zelf maken van speelgoed en gerechten...

Constructies (de)monteren (6.14)

Kijkwijzer 1 en 5: Bij het zelf maken van speelgoed en gerechten...

Product of bereiding evalueren (6.15)

Kijkwijzer 1 en 5: Bij het zelf maken van speelgoed en gerechten...

Mens en natuur:

Verscheidenheid in kenmerken van planten en dieren (7.4)

Kijkwijzer 1 en 5: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker...en de koekjes en gerechten van het suikerfeest

Gelijkenissen (7.5)

Kijkwijzer 1 en 5: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker... en de koekjes en gerechten van het suikerfeest

Mensen, planten en dieren trachten in leven te blijven (7.6)

Kijkwijzer 1: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker...

Aangepaste levenswijze (7.7)

Kijkwijzer 1 en 5: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker... en de koekjes en gerechten van het suikerfeest

De waardering van mensen voor planten en dieren (7.10)

Kijkwijzer 1: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker...

Afhankelijkheid van planten en dieren voor voeding, kleding, gezondheid... (7.11)

Kijkwijzer 1 en 5: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker... en de koekjes en gerechten van het suikerfeest

Verzorging van planten en dieren (7.12)

Kijkwijzer 1: Het paard, de wortel, de sinaasappel, de amandelnoten, suiker...

Gezonde leefgewoonten (7.14)

Kijkwijzer 1: snoepen, tanden verzorgen, vrijetijdsbesteding ...

Experimenteren (7.19)

Kijkwijzer 1: Allerlei speelgoed is ontworpen om daar op in te spelen.

Eigenschappen van materialen (7.20)

Kijkwijzer 1: Waarom wordt dat materiaal gebruikt voor ... dit speelgoed?

Natuurkundige verschijnselen onderzoeken (7.21)

Kijkwijzer 1: Allerlei speelgoed is ontworpen om daar op in te spelen.

Toepassingen van natuurkundige principes (7.22)

Kijkwijzer 1: Allerlei speelgoed is ontworpen om daar op in te spelen.

Mens en tijd:

De subjectieve tijdsbeleving (8.1)

Didactische suggesties bij 'verkennen, verdiepen, verankeren': Tijd hebben voor, tijd maken voor, de tijd vliegt... als we met dat thema bezig zijn (of juist niet).

Factoren die de tijdbeleving bepalen (8.2)

 

Kijkwijzer 1, 2 en 4: Een antwoord formuleren op de vraag waarom vliegt de tijd (spelen), kruipt de tijd traag vooruit (wachten op)?

Tijd inschatten (8.3)

 

Didactische suggesties bij 'verkennen, verdiepen, verankeren': Tijd gebruikt voor het spel, het opruimen...

Ritmisch karakter van tijd (8.4)

 

Didactische suggesties voor de jaarplanning: Het jaarlijks weerkeren van het feest voor Sinterklaas...

Het leven is een opeenvolging van gebeurtenissen (8.5)

Kijkwijzer 1 en 2: Basisbegrippen, morgen overmorgen vanavond, eerst, dan...

De opeenvolging van een aantal activiteiten kunnen weergeven

Planning maken in de tijd (8.7)

 

Kijkwijzer 1 en 2: Vooruitblikken, plannen, uitvoeren

Kalenders gebruiken (8.9)

 

Kijkwijzer 1 en 2: Hoeveel nachten nog wachten?

In de tijd ordenen (8.10)

 

Kijkwijzer 1 en 2: Een levenslijn opstellen, chronologisch ordenen van al het reeds gekregen speelgoed...

Op een eeuwenband of tijdband kunnen situeren (8.11)

Kijkwijzer 3: De historische data die in de verhalen en toelichtingen aan bod komen.

Evolutie in de tijd (8.12)

 

Kijkwijzer 1: Hoe werd het   feest vroeger gevierd en is het langzaam geĆ«volueerd in de loop der eeuwen en jaren.

De voorgeschiedenis van ... (8.13)

 

Kijkwijzer 1: Speelgoed, het feest

Het besef van verleden, heden en toekomst (8.14)

 

Kijkwijzer 1 en 3: Voorbij, moet nog komen, historische achtergrond van feesten...

Verband tussen verschijnsel en tijdsomstandigheden (8.15)

Kijkwijzer 1 en 3: Onderzoeken waarom het veranderd is.

Onvolledige bronnen (8.16)

Kijkwijzer 3: De legendes, een feit en een mening over een historisch feit...

Mens en ruimte:

Mee helpen inrichten van ruimten (9.5)

Didactische suggesties voor verankering: Het lokaal mee schikken waar de sint zal ontvangen worden.

Plaatsen en gebeurtenissen op een passende kaart terugvinden (9.10)

Kijkwijzer 3 en 4: De plaatsen en gebeurtenissen waarvan sprake in de verhalen...

Situeren op kaart en globe (9.11)

Kijkwijzer 3: De plaatsen en gebeurtenissen waarvan sprake in de verhalen...

7.

Didactische suggesties

Om al die doelen zo goed mogelijk te bereiken, stappen we af van het eenvormige frontale, klassieke les geven. We maken het best gebruik van een waaier van werkvormen, liefst dan nog de meer actieve of zelfs interactieve werkvormen. We denken aan leeruitstappen, rollenspelen, inleefspelen, simulaties, kringgesprekken, interviews, ontdekhoeken en -dozen, vieringen, gasten ontvangen of bezoeken, musea bezoeken, verhalen, voorlezen, schrijven, tekenen, collages maken, demonstreren, tentoonstellingen bezoeken of zelf opzetten...   Een vrij groot aantal vinden we terug in de uitwerking van het thema.

Die werkvormen maken deel uit van een algemeen krachtig onderwijsklimaat. Daarbij staat de aanpak centraal:

  • het gebruik van media en didactische hulpmiddelen allerhande,
  • flexibel groeperen (van individueel werken, over partnerwerk en groepswerk - met hooguit 3 Ć  5 leerlingen per groep - tot zowel klas- en schoolgebonden als klas- en schooloverstijgende projecten),
  • aandacht hebben voor horizontale (cf. leergebiedoverstijgende thema's en projecten) en verticale lijnen (eenzelfde thema voor verschillende doelgroepen),
  • mikken op een brede zorg waarbij elke leerling zich 'goed voelt' en tot leren komt op de wijze die haar/hem het best ligt (cf. welbevinden en betrokkenheid)
  • de beleving centraal stellen en uitgaan van realistische situaties
  • rijke, exemplarische thema's op maat van het kind uitwerken

Vaststelling

Zowel krachtlijn 1, 3 , 5 als 7 is in wezen telkens een algemeen geldende didactische component van het huidig basisonderwijs en die alle vier toepassingen (zouden moeten) vinden in het brengen van alle leergebieden.

Verwijzingen naar mondiale vorming en welzijnszorg

Mondiale vorming

Zie achtergrondinformatie: Hoofdstuk 5: Sinterklaas in de knoei, commercialisering. Artikel uit Humo van 17 november 1998, redacteur: Hans Van Scharen: In China groeit de angst voor Sinterklaas.

Deze info is bruikbaar in de derde graad.
 

Welzijnszorg:

Zie kijkwijzer 2, impuls B: videofragment Toon Hermans

Interessante initiatieven mag u steeds doormailen naar Reinhilde Henckens of Jean Agten. Deze info kan dan ter beschikking gesteld worden aan andere scholen.

Achtergrondinformatie

Sint Nicolaas: een populaire heilige

Historische gegevens

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/myra-fresco.jpg

Sinterklaas is de volksnaam voor de heilige Nicolaas, Sint Nicolaas. Er zijn niet veel feitelijke gegevens over deze heilige bewaard. Wat wel met geschiedkundige betrouwbaarheid werd vastgesteld is dat Nicolaas geboren werd in de laatste helft van de 3e eeuw (rond 270) in de havenstad Patara, een stad in LyciĆ«, aan de zuidwestkust van Klein AziĆ«, het huidige Turkije. Hij was bisschop van Myra, een havenstad niet ver van Patara, tijdens de eerste helft van de 4e eeuw. Er zijn talrijke overblijfselen van de stad Myra, waaronder een theater, Lycische graven en de ruĆÆnen van de St.-Nicolaaskerk. Deze ruĆÆnen van Myra liggen in het huidige Demre (Kale). Myra kende een bloeiperiode tijdens de Romeinse tijd. Zowel Nicolaas' geboortestad Patara als zijn verblijfstad Myra zijn ons bekend uit de Handelingen van de Apostelen, want reeds vanaf het jaar 44 bezocht de apostel Paulus die streken.

In het jaar 58 eindigt Paulus' derde reis als volgt: "Nadat wij ons van hen hadden losgerukt en waren weggevaren, koersten wij rechtstreeks naar Kos, de volgende dag naar Rodos en vandaar naar Patara. Nadat wij hier een schip gevonden hadden dat zou oversteken naar Feniciƫ, gingen wij aan boord en kozen zee.", - Hand. 21, 1 en 27.
In de herfst van het jaar 60 reisde Paulus als gevangene van Caesarea naar Rome: "We gingen aan boord van een schip uit Adramyttium, dat de kustplaatsen van Asia zou aandoen, en staken in zee... De volgende dag liepen we Sidon binnen... Vandaar weer uitgevaren zeilden we, omdat de wind tegen zat, dicht langs Cyprus, voeren langs de kust van Ciliciƫ en Pamfyliƫ en landden te Myra in Lyciƫ.", - Hand. 27, 2 en 5.

Tijdens het leven Nicolaas waren er spanningen zowel buiten als binnen de Kerk. Er heerste van 303 tot 313 kerkvervolging onder keizer Diocletianus (284-305), zijn zoon Galerius (305-311) en diens opvolger Maximinus DaĆÆa (307-312). Er zijn historische getuigenissen van Nicolaas' openlijke afkeer voor de Romeinse heersers. Daarom werd hij gevangen genomen, maar later door keizer Constantijn weer bevrijd. Bisschop Nicolaas stierf als grijsaard in het jaar 341. Behalve 341 worden ook 342, 343, 345 en 351 als overlijdensdata genoemd. Hij werd te Myra begraven. Na de dood van Nicolaas kwamen vele mensen bidden op zijn graf. Nadien bouwde men op deze plaats een heiligdom dat een bedevaartsoord werd. De verering werd steeds groter. In de 9e eeuw stak Nicolaas in de Oosterse Kerk boven alle andere heiligen uit. zijn roem was bijna even groot en zijn cultus bijna even verbreid als die van Maria, de moeder van Jezus.

Door wetenschappelijk onderzoek kwam men tot de bevinding dat de talrijke Sinterklaaslegenden van verschillende herkomst zijn en rond zijn bisschopsgestalte werden samengebracht. Zo is het mogelijk dat een gedeelte ervan oorspronkelijk op naam van een andere bisschop stond, met name de bisschop van Pinara uit de 6e eeuw, die genezingen verrichtte en duivels uitdreef. Deze verhalen zouden later aan Nicolaas toegeschreven worden en kwamen zo vanuit hun oorspronkelijke sfeer terecht in legenden waarvan hij de hoofdpersoon is geworden. Tegen deze achtergrond van de beschrijving van het wezen van de heilige Nicolaas is het nu beter te begrijpen waarom hij zo populair kon worden en waarom de verspreiding zich nu verder kan zetten.

Verspreiding van de verering van Sint-Nicolaas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nicolas.jpg

De verering begint zich te verspreiden vanaf de 6e eeuw. Er werden Nicolaaskerken gebouwd, lofredes en gedichten over hem geschreven en men schreef vertalingen van een levensbeschrijving die al in het Grieks bestond. In de 7e eeuw werd Nicolaas in een lofrede "de loods van hen die varen op de wijde zee" genoemd. In de 8e eeuw weken talrijke monniken uit naar Zuid-Italiƫ en brachten de Nicolaas-verering mee. Paus Nicolaas I (858-867) verspreidde de verering in Rome.

In de 10e eeuw bouwde de Slavische wereld ter ere van Nicolaas een kerk in Kiev. Van hieruit verspreidde de verering zich over heel Rusland tot in Siberiƫ toe. Vele andere kerken werden nog aan hem gewijd. Nicolaas werd erg populair in Rusland, waarvan hij dan ook de patroon werd. In vele Russische huizen hangen iconen van de heilige Nicolaas. De mooiste vinden wij echter in de Russische musea, kerken en kloosters. De Nicolaas verering is in de oosterse kerken dan ook even sterk te noemen dan de Mariaverering in het westen. Talloze kerken dragen zijn naam. Ook zijn er honderden nieuwe volkse sinterklaaslegenden geschreven.

Verspreiding van de verering naar West-Europa

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/stniklaaskerkgent.jpg

De verspreiding naar Zuid-Italiƫ was reeds gebeurd door de monniken die de vervolging in het Oosten ontvluchtten, maar vanaf 1087 kwam de grote doorbraak. Dit kwam door het feit dat in de 11e eeuw Klein-Aziƫ overspoeld werd door de Turkse stam der Seidsjoeken, zo genoemd naar hun leider Seidsjoek. De Seidsjoeken waren een ruitervolk uit de steppen van Centraal-Aziƫ. Onder invloed van de Arabieren waren ze al eerder overgegaan tot de Islam. Gaandeweg nam de bevolking van Klein-Aziƫ de Turkse taal en de Islamitische godsdienst van hen over.

In 1071 brachten de Seidsjoeken de Byzantijnen een zware nederlaag toe; ze vestigden hun heerschappij over Klein-Aziƫ. Vele christelijke heiligdommen werden vernield. Ook het heiligdom waar Nicolaas vereerd werd, dreigde vernield te worden. Daarom hebben Italiaanse zeelieden in 1087, kort voor de eerste kruistocht tegen de Turken in 1096, het graf van de heilige Nicolaas opengebroken, het gebeente weggenomen en per schip overgebracht van Myra naar Bari, een havenstad in Zuid-Oost Italiƫ. Eerst werden de relieken bijgezet in de St. Stefanuskerk. Nadien werd tussen 1087 en 1132 te Bari een basiliek gebouwd ter ere van San Nicola. Vanaf die tijd werd Bari druk bezocht door pelgrims die van het Heilig Land kwamen en later door de kruisvaarders. Het zijn deze beide groepen die bijdroegen tot grote verspreiding van de verering. Zo werd Bari ƩƩn van drukst bezochte pelgrimsoorden. De overbrenging van het gebeente van de H. Nicolaas (1087) wordt nu nog jaarlijks, op 9 mei, met een geweldig botenfeest herdacht.

Mede door deze overbrenging van de relieken door de zeevaarders werd Nicolaas in Italiƫ als patroon van de schippers en de kooplieden vereerd. Op de afbeeldingen zien wij hem dan verschijnen met een anker of een schip op de achtergrond. In dezelfde periode schreef de diaken Johannes van Napels naar oude Griekse gegevens het leven van de heilige Nicolaas in het Latijn. Hij smukte het op met vele legenden waaronder vooral de scheepslegenden rijkelijk vertegenwoordigd waren.

Vanaf het ogenblik dat de heilige Nicolaas de patroon van de schippers en de kooplieden werd, begon er een nieuw tijdperk in de geschiedenis van zijn verering. De Hanze, een Middeleeuwse handsvereniging, bracht de verering van de heilige Nicolaas over van het in de 11e eeuw zeer belangrijke handelscentrum Italiƫ, naar de Westeuropese kustlanden en naar de noordelijke landen. Deze verering ontwikkelde zich eerst in de Hanzesteden en de handelscentra. Via Napels, Rome, Spanje en Frankrijk werd de verering verspreid naar Vlaanderen en Nederland en via Engeland, naar Scandinaviƫ en IJsland.

In vele havensteden vinden wij in het havenkwartier een Sint-Nicolaaskerk. Zo staat in Gent de Sint-Niklaaskerk vlak bij de oude haven. Ze was altijd bij uitstek de kerk van het handelscentrum. Ook Amsterdam kreeg zijn Nicolaaskerk en zijn Nicolaasparochie. Matrozen die schipbreuk geleden hadden en gered waren, hadden de gewoonte in zo'n kerk hun natte kleren op te hangen uit dankbaarheid voor de redding. Op IJsland getuigen meer dan 40 heiligdommen van een intense verering van de heilige Nicolaas. In Tirol is Nicolaas de patroon van herbergen en hospitalen. Daarom vindt men vaak Sinterklaaskapellen op de bergpassen.

Naarmate de verering en de legenden rond de persoon van Nicolaas zich verspreidden werden kerken, kloosters, gasthuizen en andere instellingen naar hem genoemd. Ook prijkt hij op gemeentewapens.
Wij, Vlamingen, hebben de naam van de heilige Nicolaas gegeven aan de stad Sint-Niklaas. Deze stad werd al in 1241 uitgeroepen tot hoofdstad van het Land van Waas. In het centrum staat een grote Nicolaaskerk uit de 13e eeuw. Vele kunstschatten in deze kerk zijn een herinnering aan de heilige Nicolaas. Officieel werd de feestdag van de heilige Nicolaas in de liturgie van het Westen in de 13e eeuw vastgesteld op 6 december. Van die tijd af moet de viering in onze landen hebben plaatsgevonden.

Legenden van Sint-Nicolaas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/s_nicolas_bari1.jpg

De onderzoeker die het geheim van Nicolaas van Myra wil achterhalen heeft weinig historisch houvast om de kloof van twee eeuwen tussen de feiten en de verhalen te overbruggen. Toch is de receptiegeschiedenis interessant omdat ze aantoont hoe geleidelijk aan het tekstmateriaal aangroeit.
De studie van de oude Nicolaasteksten verwijst verder naar de lange traditie van de Nicolaascultus. In het Oosten gaat die terug tot de zesde eeuw, in het Westen tot in de negende eeuw. Oost en West leggen vanaf het begin eigen accenten.

Zo is de legende van de drie veldheren, de belangrijkste Nicolaastekst uit het Oosten, relatief weinig bekend in het Westen. Omgekeerd circuleert het verhaal van de drie kinderen in het zoutvat slechts in het Westen. In het Westen kent de productie van Nicolaasteksten vooral een hoogtepunt in de twaalfde en dertiende eeuw. Opvallend is daarbij de diversiteit van genres, de grote complexiteit en moeilijkheidsgraad van bepaalde teksttypes. Dit wijst erop dat de Nicolaasverering in die periode niet tot een volkse devotie herleid kan worden. De schrijvers probeerden het bijzonder heilige van Nicolaas te accentueren door steeds overtuigender details aan hun verhalen toe te voegen. Ook de schilders werden geĆÆnspireerd tot het weergeven van zijn persoon en zijn wondere werken.

De Nicolaasteksten, waaronder zo'n 150 tal legenden zijn vooral belangrijk voor de beeldvorming. In alle verhalen dient Nicolaas van Myra zich aan als een diepgelovig en rechtschapen man, die onrecht (de drie veldheren) en ongeloof (arianisme, Dianaboom) aanklaagt. Hij is diep bewogen door het lot van de armen en lenigt hun noden (de drie meisjes, de hongersnood). Hij treedt expliciet op in naam van de Heer. Hij brengt het kwade aan het licht, dreigt, maar straft niet. Zo was Nicolaas niet alleen een bisschop die de juiste leer omtrent Jezus bevestigde, maar die tegelijk de juiste christelijke levenswijze toonde. Hij maakt de betekenis van zijn naam waar: bevrijder van het volk.

Het steeds terugkerend cijfer drie (drie veldheren, drie meisjes, drie kinderen) heeft volgens Zananiri (1982) een symbolische betekenis. Het verwijst naar het mysterie van de heilige Drievuldigheid, dat in het arianisme verworpen werd en bevestigt mogelijk de strijd van Nicolaas tegen deze ketterij en zijn geloof in de Drie-eenheid.

De teksten hebben een duidelijk religieus karakter. Dat geldt ook voor de verhalen. Ze bevatten expliciet verwijzingen naar de bijbel, bevestigen de tussenkomst van God en eindigen vaak met een gebed.

Heiser (1978) beschouwt Nicolaas van Myra als Ć©Ć©n van de meest authentieke religieuze figuren. Hij is een icoon van Christus, wat duidelijk blijkt uit een aantal wonderverhalen zoals het stillen van de storm, het lenigen van de hongersnood en een dodenopwekking, die sterk gelijkende evangelieteksten oproepen. Nicolaas kan dan begrepen worden als de ideale gelovige die het evangelie in daden omzet. Hij is een zeer herkenbare figuur die dicht bij de mensen staat en dit verklaart volgens Heiser zijn grote populariteit.

Het lijkt ons dat uit de analyse van de teksten en ook van de eerste tekenen van Nicolaasverering in het Westen blijkt dat het om een godsdienstige beweging gaat. In het Oosten behoudt Nicolaas zijn oorspronkelijke religieuze betekenis, in het Westen zal de volkse verering die religieuze betekenis uithollen.

Betekenisvolle gegevens uit legenden over Nicolaas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/glasraam(1).jpg
  • Nicolaas is het enige kind van moeder Johanna (ook Anna) en vader Epifanius (ook Euphenios of Eleutherius). Reeds als kind valt Nicolaas op door een buitengewone vroomheid en een hoge graad van begaafdheid. Zijn ouders brengen hem naar een oom van moeders kant, de monnik Nicolaas, (ook wordt de aartsbisschop van Myra genoemd) die hem zal onderwijzen op de kloosterschool van Akalissos. Met grote zorg geschiedt de opvoeding van Nicolaas. Gods zegen rust op hem, zodat hij snel toeneemt in wijsheid.

  • Op jeugdige leeftijd verliest Nicolaas zijn ouders door een pestepidemie. Daarom gaat hij naar de stad terug en verzorgt er dag en nacht de zieken. Het geld dat hij van zijn ouders erfde, geeft hij aan de armen. Vooral de arme kinderen krijgen zijn aandacht.

  • Hij vertrekt per schip naar Palestina - het Heilige Land - en naar Egypte waar reeds monniken leefden. Onderweg steekt er een hevige storm op. De reizigers vrezen dat het schip zal vergaan, maar Nicolaas berispt de storm, waardoor deze bedaart. Ook zou hij op diezelfde reis een schepeling die overboord was gevallen, voor dood uit het water hebben gehaald en opnieuw tot leven gewekt.

  • Eveneens wordt vermeld dat kort na zijn priesterwijding een vreselijke hongersnood in Myra uitbrak. Er bevinden zich op dat ogenblik in de haven Myra schepen geladen met graan. Nicolaas vraagt aan de kapiteins of zij een gedeelte van de lading willen lossen ter bestrijding van de hongersnood. De kapiteins weigeren dit omdat de lading, bestemd voor de Romeinse keizerlijke graanschuren, bij aankomst gecontroleerd zal worden. De kapiteins schenken een gedeelte van het graan aan de stad. En inderdaad kunnen de complete ladingen toch kort daarop te Constantinopel gelost worden. Toen de bemanning tijdens de terugreis in nood geraakte, werd Nicolaas van Myra aangeroepen om bescherming en kwam het schip veilig thuis. Dit verhaal zou een historische grondslag hebben. Daardoor is Nicolaas ook de beschermheilige van schippers en zeelieden geworden.

  • Wanneer zijn oom, de bisschop van Myra, sterft wordt Nicolaas tot bisschop gekozen. Hij ontvangt dan de waardigheidstekens: de schoudermantel, de stola met de zwarte kruisen en het evangelieboek.

  • Vol toewijding viert Nicolaas als bisschop van Myra de eucharistie. Hij leest in het evangelie het fragment van de tekst Lc. 6, 17-19: "Hij daalde af, maar bleef staan op een vlak terrein...er ging van hem een kracht uit die allen genas". Evenals voor Jezus was deze tekst ook voor Nicolaas als bisschop de aanzet om op treden als wonderdoener.

Enkele voorbeelden hiervan
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/per_p1d2.jpg
  • Een 6e eeuwse Griekse tekst vertelt dat Nicolaas in een droom aan keizer Constantijn de Grote verschijnt. Nicolaas beveelt hem drie onschuldige officieren vrij te laten die, door jaloezie aan het keizerlijk hof, ten onrecht van landverraad waren beschuldigd. Hij redt hen van de executie.

  • Als bisschop heeft Nicolaas het recht tussenbeide te komen bij een vonnis van de plaatselijke rechtbank en aan te dringen bij het keizerlijk hof. Zo kan hij op het laatste moment, de terechtstelling van drie onschuldige burgers voorkomen. Wanneer de beul zijn zwaard reeds geheven heeft, kan Nicolaas de dood nog afwenden.

  • Drie meisjes bezitten geen bruidsschat. Zij worden door hun vader naar de stad gestuurd om prostituee te worden en zo in hun onderhoud te voorzien en de bruidsschat te vergaren. Nicolaas werpt echter ongezien een welgevulde beurs met goud door het venster bij de schoenen van de meisjes. In dit verhaal liggen aanknopingspunten om op Sinterklaasavond allerlei te strooien en geschenken in schoenen te verbergen.

  • Een veel latere en niet in het Oosten bekende legende is deze van de drie kinderen in de kuip. Volgens het oudste verhaal zijn het drie jongelingen die gaan studeren. Ze vragen overnachting bij een herbergier in wiens streek hongersnood heerst. De man berooft hen niet alleen van hun geld, maar doodt hen tijdens de nacht en steekt hen bij ander vlees in een ton met pekel. Nicolaas komt dat te weten, gaat er naar toe en spreekt een gebed uit over de ton. De jongens staan op en de herbergier bekeert zich.

  • De jonge Basileios, was door de Arabieren geroofd, is nu slaaf van de Sultan. Zijn ouders aanroepen de heilige Nicolaas. Er gebeurt een wonder: een windvlaag neemt Basileios op en brengt hem terug bij zijn ouders.

  • De kleine Dimitri gaat uit varen op de Dnjepr. Het begint te stormen en het bootje slaat om. Schreiend verdrinkt Dimitri. Men bidt tot de heilige Nicolaas. Deze komt ter hulp, maar de jongen is reeds gestorven. Met de hulp van God wekt Nicolaas hem in de kathedraal te Kiev weer tot leven.

Russische iconen
afbeelding-Geboorte en leven van Nicolaas

Geboorte en leven van Nicolaas

afbeelding-Fragmenten uit zijn leven

Fragmenten uit zijn leven

afbeelding-Detail van een icoon

Detail van een icoon

De oudste kern: het verhaal van de drie veldheren

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nicholas.jpg

Onderstaande legende is een goed voorbeeld van het feit dat legenden diepgaande godsdienstige boodschappen bevatten waarbij evangelische elementen in een nieuwe, toen actuele, context werden geplaatst. De grondige uitwerking toont ook aan dat de verhalen die vandaag nog over Nicolaas worden verteld veel kortere en volkse afleidingen zijn.

In de tijd van Keizer Constantijn brak er in PhrygiĆ« een opstand uit onder de Taiphalen. Daarover werd de godvrezende keizer geĆÆnformeerd. Dadelijk zond hij drie veldheren, Nepotianos, Ursos en Herpylion, met hun soldaten daarheen. Ze rukten vanuit het bloeiende Constantinopel op en voeren per schip naar de provincie LykiĆ« en landden in de havenstad Andriake, de haven van de hoofdstad Myra, drie mijlen ervan verwijderd. Daar gingen ze omwille van de woelige zee van boord want het weer was ongunstig om verder te zeilen. Enkele soldaten verlieten het schip. Ze wilden zich vermaken en bevoorraden. Ze waren op roven uit. Zo kwam het dat ze beschimpt werden en zelf ook de mensen bedreigden, hoewel ze soldaten waren. Schermutselingen en lawaai verbreidden zich in het plaatsje Plakoma zodat men het tot in de hoofdstad hoorde. Gods heilige bisschop, de herder en leraar van de plaatselijke kerk, hoorde het eveneens. Hij kalmeerde het volk en maande het aan niet ondoordacht of overhaast te handelen. Zelf begaf hij zich aanstonds naar Andriake. Zodra men hem zag, groette eenieder hem daar met knieval en passende eerbied. De veldheren maakten kennis met hem; ze begroetten hem en waren heel vriendelijk. Hij vroeg hun wie ze waren, vanwaar en waarom ze kwamen. Ze antwoordden: "Wij zijn mannen van vrede en werden door onze godvrezende keizer naar PhrygiĆ« gestuurd. We trekken te velde tegen opstandige volksgroepen. Dat uwe heiligheid voor ons bidde dat we een zegenrijke tocht tegemoetgaan". De bisschop nodigde hen uit om met hem naar de stad te gaan en daar zijn zegen te ontvangen. Eerbied en terughoudendheid toonden de veldheren voor de aanwezigheid van de heilige en voor zijn rechtschapenheid. Ze bevalen daarom dat eenieder de vrede zou bewaren en dat geen van de soldaten het zou wagen iemand te bedreigen of zich ongedisciplineerd te gedragen.

Toen kwamen er juist enkele mensen uit de stad aan; ze begroetten de heilige en spraken tot hem: "Heer, als U in de stad geweest waart, zouden niet drie terechtstellingen onrechtvaardig voltrokken zijn. De stadhouder heeft namelijk steekpenningen aangenomen en het bevel gegeven drie burgers door het zwaard te laten ombrengen. De hele stad beklaagt zich ten zeerste dat U niet aanwezig waart".
Toen de bisschop dit vernam, was hij ontsteld. Terstond nodigde hij de veldheren uit en begaf zich snel met hen naar de stad. Toen hij op de Leeuwenplaats kwam, vroeg hij aan diegenen die daar stonden of de veroordeelden nog in leven waren. Men antwoordde hem dat ze nog leefden en zich bevonden op de weg naar de zogenaamde dioskuren. Toen haastte hij zich naar het martyrion van de heilige Kriskes en Dioskerides; nog eenmaal informeerde hij en hij vernam dat ze juist langs de stadsmuren trokken. Toen hij de toren bereikte zeiden de mensen daar dat ze op weg naar Berras waren. Dat was de terechtstellingsplaats voor wie de doodstraf kreeg.

Hij liep snel verder en trof daar veel mensen aan onder wie de rechter die reeds het zwaard in de hand hield om hen terecht te stellen; ook hij bemerkte de heilige. Toen de heilige man zich naar voren gedrongen had, zag hij juist dat het vonnis aan de drie burgers voltrokken zou worden; hun ogen waren geblinddoekt, ze zaten op de knieƫn en strekten de nek om onthoofd te worden. De heilige sprong toen snel naar voren, ontnam het zwaard aan de beul en slingerde het weg. Hij bevrijdde de gevangen van hun boeien en bracht ze terug naar de stad en zie: "Ik ben bereid in de plaats van deze onschuldigen te sterven!". Niemand echter van de wachters waagde het hem tegemoet te treden of hem tegen te spreken, omdat ze zijn liefde tot God en zijn onverschrokkenheid kenden. Want waarlijk naar de Schrift "heeft een gerechtige een vast vertrouwen zoals een leeuw". (Spr. 28,1).

Nu holde hij naar de ambtswoning van de stadhouder en eiste toegang, terwijl hij luid op de poort klopte. Toen de wachter van de provincieprefect Eusthatios, de aanwezigheid van de heilige gemeld had, kwam de prefect snel naar buiten en begroette hem met een knieval. Maar de heilige stootte hem van zich af en kloeg hem met rake woorden aan: een tempelrover, een bloedzuiger, een wetsbreker, een godsvijand noemde hij hem en hij zei: "Hoewel je geen godsvrees bezit en meedogenloos onschuldigen laat doden, kom je mij onder ogen. Omdat je zulke grote fouten begaan hebt, zal ik je niet verschonen. Want de boosaardige bereidt God boosaardige wegen (Spr. 21,8; Septuag). Wat gij u veroorlooft zal ik de godvrezende keizer melden; hoe gij uw ambt uitoefent, erger nog, hoe gij deze provincie plundert, en wederrechterlijk en zonder rechtspraak mensen afslacht uit haat en ongeoorloofd winstbejag."

Toen viel de provincieprefect op de knieƫn en smeekte hem: "Vertoorn U toch niet tegen mij, mijn heer en vader. Erken dat niet ik schuldig ben maar de hoge ambtenaren van de stad, Eudoxios en Simonides, die met beschuldigingen tegen hen opgetreden zijn. Maar de bisschop antwoordde: "Niet Eudoxios en Simonides maar om het waarheidsgetrouw te zeggen, goudroes en zilverhand hebben u met hun bezit bekoord en u ertoe verleid u met deze zaak in te laten." Het was hem namelijk ter ore gekomen dat de prefect tweehonderd gouden ponden ontvangen had om die mannen op gemene wijze uit de weg te ruimen. Veel andere dingen kwam de heilige man nog van de veldheren te weten over de stadhouder. Hij bracht hem ertoe toe te geven dat dit zijn vergrijp was en hij verklaarde de door hem onrechtmatig getroffen maatregelen tegen de drie eerder vermelde mannen onrechtsgeldig.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/constantiopel.jpg

De veldheren aten met de heilige bisschop en verzochten mem dan voor hen een gebed te doen. Nadat ze zijn zegen ontvangen hadden, namen ze afscheid van hem en zeilden af. Ze trokken Phrygiƫ binnen en bevrijdden daar de dorpen, doordat ze alle opstandelingen en rebellen verdrongen. Nadat ze de vrede in het vaderland verzekerd hadden, keerden ze naar het keizerlijke Constantinopel terug. De daar gelegerde manschappen, de bond der stoottroepen en de voltallige senaat bereidden hen een feestelijke ontvangst voor, waarbij overwinningsvlaggen gehesen werden en trofeeƫn getoond. Ze brachten de keizer hun eerbetuigingen en deelden mee hoe ze de vrede hersteld hadden. Ze werden buitengewoon eervol in het paleis ontvangen.

Onder invloed van de duivel ontstond er afgunst onder de officieren. Ze overtuigden de politiecommissaris Ablabios dat die mannen heimelijk naar de keizerlijke macht dongen en slechts met huichelarij en bedrog over vrede praatten. "Wanneer voor hen het gunstige ogenblik komt, zal hun gemeenheid aan het licht komen. Daarom is het beter tijdig het befrog van onze vredevolle staat af te weren. We hebben U dit laten weten, opdat U er bij uw besprekingen van dit plan uw aandacht aan zou schenken en U het in het geheim, vooraleer ze het bewerken, aan de gebieder van de wereld voordraagt, om hen kortweg en zonder opzien te vernietigen."

Dit verklaarden ze en ze beloofden tegelijk hem duizend zevenhonderd gouden ponden ten geschenke te geven. Toen de commissaris dit vernomen had en zich van de toezegging van de geschenken verzekerd had; ging hij naar de keizer en sprak: "Gebieder en Heerser, in godsvreze en liefde tot Christus regeert U over uw rijk en de hele wereld leeft in vrede in onze rustige tijden; maar de duivel misgunt ons zulk een geluk en liet daarom vijanden opstaan. Hij sloop in de harten van de veldheren die naar Phrygiƫ uitgetrokken zijn en nu terugkeerden. Ze plannen een samenzwering tegen uwe heerschappij en willen een omwenteling doorvoeren in onze vredevolle staat. Diegenen die zich bij hen aansluiten en ernstig meewerken beloven ze een bevordering, geschenken en vermeerdering van bezit. De vijand en tegenstander van onze vrede, de duivel, is er altijd ijverig op bedacht door zijn listen zoiets in het werk te stellen. De mensenlievende God, die waakt over ons godvrezend rijk, liet evenwel niet toe dat de aanslag lang verborgen zou blijven. Hij bewoog de harten van mannen, die in het complot ingewijd werden om bij mij te komen en mij de bijzonderheden van het plan toe te vertrouwen. Toen ik dit vernam, kon ik onmogelijk zwijgen, dar ik anders de straf van God en de toorn van uw ontstemming zou minachten. Liever bracht ik uwe goddelijke hoogheid verslag uit, zodat U kan bepalen wat U juist vindt.

Toen de keizer dat gehoord had, vooral dat men tegen hem en zijn rijk een samenzwering beraamde, werd hij buitengewoon toornig. En omdat hij geloofde dat de commissaris de waarheid sprak, liet hij de veldheren dadelijk en ter plekke, zonder onderzoek, als gevangenen in de kerker werpen. Door goddelijke voorzienigheid gebeurde het dat hij in die dagen over dringende staatszaken juist zeer geƫrgerd was. Toen enige tijd verstreken was, kwamen hun lasteraars, de vijanden van de waarheid weer naar de commissaris. Ze brachten hem het beloofde geld en drongen aan het doodsvonnis tegen de gevangenen te laten uitspreken. Ze zeiden: "Op wiens gunst steunt het, dat U tot nog toe hen in leven houdt, en hen niet, nu ze toch reeds gevangen zijn, berecht? Ze zullen indien mogelijk nog ontkomen en, hoewel in de gevangenis, met hulp van hun vrienden vrijkomen en ontsnappen. En tevergeefs, zo zal men vinden, hebben wij ons voor de vrede ingespannen."

Door hen aangezet ging de commissaris naar de keizer en sprak: "Gebieder, we hebben die misdadigers die tegen onze heerschappij een samenzwering op het getouw gezet hebben, nog in leven gelaten. Maar zie, ze hebben van hun voornemen niet afgezien; buiten hebben ze handlangers, zoals ik zo pas vernomen heb." Toen de keizer vernam dat ze ook in de gevangenis nog plannen tegen hem beraamden, gaf hij het bevel, hen 's nachts door het zwaard te berechten. De commissaris die hiermee belast was, liet de gevangenisopziener komen en deelde hem mee: "De drie mannen die je in bewaring hebt, zijn schuldig; tref alle voorbereidselen om ze in de nacht terecht te stellen."

Toen de gevangenisopziener Hilarion dit vernam, werd hij zeer treurig: onder tranen sprak hij tot de gevangenen: "Geƫerde mannen, mijn vrienden. Vrees en angst hebben me getroffen en ik beef om uw lot. Ik zie ertegen op om met u te spreken maar de nood dwingt mij u te informeren. Had ik u niet leren kennen! Ik til er zwaar aan en het bedrukt me als ik met U spreek, omdat we reeds spoedig van elkaar gescheiden zullen worden. Het bevel kwam dat u de volgende nacht terechtgesteld wordt. Wanneer u voor uw persoonlijke aangelegenheden nog iets moet doen, tref dan regelingen. Wat de politiecommissaris mij heeft meegedeeld, heb ik aan u overgebracht."

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/time325.jpg

Toen de veldheren dit vernomen hadden, weenden ze bitter, verscheurden hun kleren (als teken van ontsteltenis) en rukten zich de haren uit. Ze aten stof, jammerden en klaagden en waren vertwijfeld over de onverwachte dood. Ze riepen: "Wat is de reden, welke misdaad hebben we begaan dat wij niet voor onderzoek en rechtspraak gedagvaard worden, zij het dan als misdadigers?"
Nepotianos echter herinnerde zich wat de heilige Nicolaas, de bisschop van de stad Myra, gedaan had. En onder tranen en zuchten, klaagde en bad hij: "Heer, God van uw knecht Nicolaas, heb wegen uw goedhartigheid en wegens de voorspraak van uw waardige dienaar Nicolaas medelijden met ons. Zoals U, door hem aan die drie mannen die onschuldig veroordeeld werden, barmhartigheid getoond hebt, en hen aan het doodsgevaar onttrokken hebt, roep zo ook ons tot leven terug; want door de voorbede van hem, uw heilige priester, wordt U goedgunstig gestemd. Wij vertrouwen erop, dat hij persoonlijk, indien niet lijfelijk, dan toch geestelijk aanwezig is en uw goedheid ook voor ons ter hulp roept, daar hij de benauwdheid en de kwelling van onze ziel doorziet.

En luid riepen ze samen: "Heilige Nicolaas, ook al bent U ver, dat Uw voorspraak voor ons nabij weze: smeek voor ons bij de mensvriendelijke God, want Hij vervult het verlangen van hen die hem vrezen en hun smeekbeden verhoort Hij (Ps. 145,19). Zo zullen wij door uw voorspraak uit het levensgevaar dat ons bedreigt, gered worden, en door uw grootmoedigheid zal ons de mogelijkheid geboden worden persoonlijk tot bij U te reizen om Uwe heiligheid te eren, geprezene Vader." Zo baden drie mannen, en als uit Ć©Ć©n mond zonden ze hun beden tot God; daarbij begeleidde hen de hoop dat ze hulp en bijstand van de hemel zouden bekomen.

Door de genaden van God, "die zich over allen erbarmt" (Wijsh. 11,23) en die zich snel en beschermend opstelt voor "wie hem met het hart zoeken" (Ps. 119,2) en die altijd hen "tot eer brengt, die hem eren" (1 Sam. 2,30) en die heelt, wiens hart teneergedrukt is" (Ps 34,19), verscheen in diezelfde nacht die heilige Nicolaas aan de keizer en sprak tot hem: "Constantijn, sta op en laat die drie veldheren die u in de gevangenis hebt, vrij; want ze worden ten onrechte belasterd. In geval gij niet naar mij wilt luisteren, zal ik u in Dyrrhachion een oorlog bezorgen en uw lichaam aan wilde dieren en vogels tot eten geven (Jer. 7,33), nadat ik tot de grote Koning Christus tegen u gebeden heb. Toen vroeg de keizer: "Wie bent U en hoe bent U op dit uur in mijn paleis gekomen?" De stem antwoordde hem: "Ik ben Nicolaas, de zondige bisschop van Myra, de hoofdstad van Lykiƫ." Met deze woorden verdween hij.
Daarop ijlde hij naar de commissaris en verscheen hem; hij sprak tot hem: "Ablabios, beschadigd aan verstand en zinnen, sta op en maak de drie veldheren die je gevangen houdt en die je uit geldzucht wil vernietigen, vrij. Als je ze niet wil vrijlaten, zal ik tegen u bij de grote Koning, Christus pleiten; een vreselijke ziekte zal je overkomen, en je zal tot voedsel voor de wormen worden (Apg. 12,23). Je ganse familie zal op een vreselijke wijze te gronde gaan! " Toen vroeg de commissaris: "Wie bent U, dat U zoiets uitspreekt?" Hij antwoordde: "Nicolaas ben ik, de zondige bisschop van de hoofdstad Myra." Met deze woorden verdween hij.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/nicolas-detail.jpg

Toen de keizer uit de slaap gewekt werd, riep hij zijn eerste ijlbode en droeg hem op: "Ga snel en meld de politiecommissaris wat ik gezien heb; deze dingen zag ik in mijn droom". Tegelijkertijd zond ook de commissaris zijn ijlbode naar de keizer, om hem te melden wat hij gezien had. Hoewel het nog vroeg in de morgen was, liet de keizer de gevangenen voorleiden; de senaat en de commissaris waren aanwezig. Toen ze binnengekomen waren, sprak de keizer tot hen: "Vertel me: met welke tovenarijen hebt gij ons zulke dromen gestuurd?" Zij zwegen echter. Toen dit hen een tweede maal gevraagd werd, antwoordde Nepotianos: "Gebieder en heerser, wij verstaan de kunst van tovenarij niet. Mocht men echter ontdekken dat wij zoiets beoefenen of een ander boosaardig middel ook al maar in gedachten tegen u overwogen hebben, dan zullen wij als straf onthoofd worden, heerser." Toen vroeg de keizer hen: "Is u een zekere Nicolaas bekend?" Toen ze naam Nicolaas hoorden, kwamen ze vol vertrouwen. Ze baden: "Heer, God van de heilige Nicolaas, eens hebt U door hem drie mannen gered die ten onrechte veroordeeld zouden worden. Bevrijd ook ons van dit dreigende gevaar, daar wij onschuldig zijn". Nog eenmaal sprak de keizer: "Zeg mij, wie is deze Nicolaas en wat betekent hij voor u?" Toen verklaarde Nepotianos, wie hij was en welk ambt hij uitoefende en wat hij voor hun ogen gedaan had, hoe hij die drie burgers voor de terechtstelling behoed had; dat vertelde hij hem. "wij hebben, Gebieder, in onze nood en ellende, zijn heilige gebeden ontboden en hem gesmeekt onze voorspreker te willen zijn bij de mensvriendelijke God".

Toen sprak de keizer: "Kijk, gij zijt vrij, en spreek deze man uw dankbaarheid uit! Want niet ik schenk u het leven, maar God en Nicolaas, die gij ter hulp geroepen hebt. Begeef u naar Myra en laat u daar het haar snijden, dat in de gevangenis gegroeid is; betuig hem uw dank en meld hem ook vanwege mij: "Zie uw bevel heb ik uitgevoerd; bedreig mij niet meer, maar bid voor mij en mijn rijk. Kom op voor de vrede op de hele wereld bij God, de Gebieder en Waker van alles! Kostbare geschenken gaf hij hen mee, een met goud belegd evangelieboek, twee gouden luchters en ander gereedschap met goud en edelstenen versier; dat moesten ze de heilige man, samen met een schrijven overbrengen.
Met die geschenken kwamen ze naar Lykiƫ; ze betoonden de bisschop hun hoogachting en vertelden wat ze meegemaakt hadden. Dan overhandigden ze hem de brief van de keizer en de waardevolle geschenken. Ze lieten zich de haren scheren en deelden aan noodlijdenden hun eigen geld uit. Daarover verheugde zich ook de heilige Nicolaas: hij zegende hen en stuurde hen weg met een brief en een zegen voor de keizer. Nadat ze zo hun dank betuigd hadden en afscheid genomen hadden, keerden de drie mannen in blijde stemming naar huis. Ze prezen de mensvriendelijke God voor hun wonderbare redding. Hem is roem en macht tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Meest bekende legenden kort verteld

Meest bekende legenden kort verteld
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/story-mariners.jpg

Vlak voor de kust van Myra wordt een scheepje overvallen door een hevige storm. De zeilen scheuren, de masten breken af. In grote paniek vlucht de bemanning hals over kop in de sloep. Juist op tijd, want het scheepje maakt slagzij, raakt vol water en zinkt.

In Ć©Ć©n van de boten is Johannes terechtgekomen in de hoop dat hij zo nog veilig de kust zal kunnen bereiken. Maar de storm is zo hevig dat de hoge golven de sloep omslaan. Ook Johannes wordt in de woedende zee geworpen. Voordat hij naar de bodem van de zee wordt getrokken schreeuwt hij nog: "Sint Nicolaas, help!"

Op hetzelfde ogenblik voelt hij hoe iemand zijn hand vastgrijpt en hem uit het water trekt. Nauwelijks weet hij wat er met hem gebeurt. Terwijl hij de reddende hand vastklemt, loopt hij over het water. Hij kijkt niet op of om, blind laat hij zich leiden, totdat hij de veilige grond van de kust onder zijn voeten voelt. Dan komt Johannes tot rust en herkent hij zijn redder: Sint Nicolaas!

Legende van de bruidschat
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/st-nicholas-saving-girls.gif

Nicolaas zal een jaar of twintig zijn geweest. Een rijke jongen, want hij had zojuist nogal wat geld geƫrfd van zijn pas overleden ouders. Vlak bij de woning van Nicolaas woonde een arme koopman. De zaken gingen slecht en daardoor had hij geen cent in huis. Hij had drie dochters die oud genoeg waren om te trouwen maar hij kon hen geen bruidschat geven zodat ze niet konden trouwen. Als vrouwen moesten ze dan gaan bedelen of in de havenkroegen om de gunsten van de zeelieden gaan smeken. Nicolaas die de situatie begreep, kreeg medelijden met de drie meisjes. "Hier moet geholpen worden, maar hoe? Ik kan mijn buurman niet zomaar geld geven, want dan voelt hij zich een bedelaar. Ik zal het ongemerkt moeten doen. Het beste is als ik het 's nachts doen, als iedereen slaapt. Ik gooi het geld gewoon naar binnen."En zo gebeurde het. Midden in de nacht sluipt Nicolaas over straat naar het huis van de koopman. Hij gooit de eerste zak met goudstukken door het open raam naar binnen. Vlug, voor iemand iets merkt, keert hij naar huis terug. De volgende nacht doet hij het weer. Hij fluistert erbij: "Dit is om jullie van de armoede te verlossen; Ik doe het uit naam van God".

Maar als hij het de derde nacht weer probeert, ligt de koopman op de loer. Hij wil wel eens zien wie de geheimzinnige strooier van de nacht eigenlijk is. Terwijl Nicolaas de derde beurs met goud naar binnen werpt, gaat ineen de voordeur open. De koopman vliegt naar buiten en grijpt Nicolaas vast aan de slip van zijn jas. Onder tranen bedankt hij Nicolaas, maar hij wil hem het geld teruggeven.

Nicolaas smeekt hem het geld te houden. "Ik heb genoeg", zegt hij, "geef het aan je dochters zodat ze kunnen trouwen met de jongens die ze willen. En zeg vooral niet tegen ze van wie je deze zakjes met goudstukken hebt gekregen".

De koopman knikt en gaat terug naar huis. "Hoe kom je ineens aan al dat goud, vader?" vragen de meisjes. "Dat heb ik gekregen van een vreemdeling die in onze stad verdwaald was zeker", zegt hij. "Het is allemaal voor jullie". Zo hielp Nicolaas de koopman uit de nood en zorgde ervoor dat de drie meisjes een goed huwelijk konden sluiten.

Het graanwonder
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/story-grainb-wmaster.jpg

Toen Sint-Nicolaas bisschop was, kwam er een grote hongersnood over het land; nergens was maar enig voedsel te vinden. Toen werd aan Sint-Nicolaas verteld dat er schepen vol met tarwe de haven waren binnengelopen. Hij ging naar de haven en vroeg de kapiteins uit ieder schip honderd korenmaten te geven om de hongerenden te redden. Zij antwoordden: "Dat kunnen wij niet doen, want het graan is in Alexandriƫ gemeten en als het in de schuren van de keizer komt, moeten wij het verantwoorden". Sint-Nicolaas sprak: "Doe zoals ik u vraag en ik zweer u, bij de kracht van God, dat de hoeveelheid graan voor de keizerlijke korenmeters niet verminderd zal zijn". De kapiteins volgden zijn gebod op. En als zij voor de keizerlijke korenmeters kwamen;, hadden zij net zoveel graan als zijn in Alexandriƫ hadden ingenomen. Zij spraken met iedereen over dit wonder en prezen de Heer en zijn knecht. Ondertussen deelde Sint-Nicolaas het graan onder het volk uit, ieder kreeg naar zijn behoefte. Van dit graan werd het hele land twee jaar gevoed en er bleef nog genoeg over om uit te zaaien.

De legende van de drie kinderen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/heilige-200.jpg

Drie scholieren, bijna kinderen nog, trokken rond door de wijde wereld. Op een dag toen ze moe waren, gingen ze naar een herberg. De herbergier was ook slager.
"Kunnen we hier overnachten?" vroegen ze.
"Kom maar vlug binnen, jongens", antwoordde de herbergier. Maar hij had de deur nog niet dicht of hij pakte zijn grote slagersbijl en sloeg de drie kinderen dood, want hij had een enorme hekel aan kinderen. Beneden in de kelder had hij een flinke grote inmaakpot staan. Hij sneed de jongens in stukken en gooide ze in het pekelvat.

Niemand wist waar de drie jongens gebleven waren en er was niemand die de slager verdacht van zo'n vreselijke moord.
Zeven jaren gingen voorbij. Op zekere dag kwam Sint-Nicolaas door de streek. Ook hij, de grote kindervriend, klopte bij de herberg aan en vroeg of hij er de nacht kon doorbrengen. "Natuurlijk, natuurlijk, Sint-Nicolaas, kom binnen. Er is wel een bed voor u vrij. Wat kan ik nog meer voor u doen?"

"Ik heb wel honger van de lange wandeling", zei Sint-Nicolaas. "Wilt u misschien een stuk ham?" "Nee, zei Sint-Nicolaas, nee, die is niet goed".
"Wilt u misschien een stuk ham?"
"Nee, antwoordde Sint-Nicolaas, nee, die is bedorven". De slager stond wel even vreemd te kijken van zo'n vreemde gast. "Weet je wat ik wil hebben?" sprak Sint-Nicolaas, terwijl hij brommend opstond. "Ik wil een stuk van het pekelvlees dat al zeven jaren in de kelder staat!"

Toen de slager dat hoorde, schrok hij enorm en probeerde naar buiten te vluchten. "Blijf hier en vlucht niet", gebod Sint-Nicolaas. Hij greep de verbleekte slager bij zijn arm. "Toon berouw over wat je deed. God zal het je vergeven. Laten we de kelder ingaan". Daar stond de kuip. "Haal het planken deksel er eens af."

Toen zag Sint-Nicolaas daar de drie in stukken gesneden kinderen en er kwamen tranen in zijn ogen. Toen bad hij even en zei: "kleine kinderen, jullie slapen. Kom. Hier is Sint-Nicolaas, jullie vriend". En ondertussen stekte hij drie vingers uit over de kuip.
Het wonder gebeurde. Er kwam beweging in de kuip. De drie kinderen werden wakker. "Ik heb lekker geslapen", zei de eerste terwijl hij uit de ton kroop. "Ik heb gedroomd van het paradijs", zei de tweede. "Ik zal u eeuwig blijven bedanken", zei de derde.

En de slager vouwde zijn handen en begreep vanaf die dag de grote macht van Sint-Nicolaas.

De bekerbelofte

Er was eens een edelman, die bad vurig tot Sint-Nicolaas dat god hem een zoon zou schenken. Hij zou het kind in de Sint-Nicolaaskerk brengen en tevens een gouden beker offeren. Sint-Nicolaas schonk hem een jongen. Het kind groeide op en de vader liet de beloofde beker maken. Toen deze af was, vond hij hem zo mooi, dat hij de beker hield. Hij liet een tweede beker maken, gelijk aan de eerste. Daarmee ging hij over zee om zijn kind naar de kerk van Sint-Nicolaas te brengen. Op zee gebood de vader zijn zoon water te scheppen met de beker die hij eerst had laten maken. Het kind viel in het water en zonk naar beneden. De vader weende bitter; hij hield wel zijn belofte en offerde de tweede beker op het altaar. Nauwelijks had hij de beker op het altaar gezet, of hij viel er af, alsof hij eraf werd gestoten. Hij pakte de beker op en zette hem ten tweede male neer, maar wederom werd de beker weggeslingerd. Iedereen stond nog versteld van dit wonder, toen het kind ongedeerd en met de beker in de handen te voorschijn kwam. Hij vertelde dat de heilige Sint-Nicolaas meteen bij hem was toen hij in het water viel en hem gered had. De vader was zeer verheugd en offerde beide bekers aan Sint-Nicolaas.

Het ontvoerde kind (de Basilea)

Er was eens een rijke man, die door de genade van Sint-Nicolaas een zoon had gekregen, die hij Adeodatus noemde. Deze man had ter ere van Sint-Nicolaas in zijn huis een kapel gebouwd; hij vierde de feestdag van Sint-Nicolaas in zijn huis ieder jaar met veel vreugde. Het huis lag niet ver van het land der Agaren. En zo geschiedde het dat Adeodatus door deze landslieden gevangen werd genomen. Zij brachten hem als dienaar naar hun koning. Het jaar daarop vierde de vader van het kind de dag van Sint-Nicolaas met grote vroomheid. Op hetzelfde ogenblik stond de jongen voor de koning en hief een prachtige beker omhoog; hij dacht daarbij aan zijn gevangenschap, de droefenis van zijn ouders en de vreugde die zijn thuis altijd hadden op deze dag. Daardoor zuchtte hij diep. Toen sprak de koning: "Die Nicolaas van jou kan doen wat hij wil, maar jij blijft hier, bij ons".

Meteen daarop woei een wervelstroom door het paleis, die de jongen met de beker opnam en hem voor de kapel neerzette waar zijn ouders net het feest van Sint-Nicolaas vierden.

Nicolaas en Diana
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nicolaas_van_myra.jpg

In hetzelfde land vereerde men volgens oud gebruik nog afgoden en met name het beeld van de duivelin Diana. Zo was het ook ten tijde van Sint-Nicolaas: sommige boeren beleden dit geloof onder een boom, die speciaal aan deze afgod gewijd was; daar brachten zij hun heidense offers. Aan deze kwade gewoonte maakte Sint-Nicolaas een einde; hij liet de boom omhakken. Dit maakte de boze geest zeer kwaad en zij bedacht hoe zij zich op Sint-Nicolaas zou wreken. Zij bereidde een olie, mydiacon genaamd, die zo krachtig was, dat hij tegen de natuur in, op steen en in water kon branden. Toen nam zij de gestalte aan van een vrome vrouw en verscheen aan lieden die in een bootje op zee voeren, op weg naar de kerk van Sint-Nicolaas. Zij zei: "Ik was graag meegegaan naar deze heilige van God, maar ik kan dat niet; daarom vraag ik u of u deze olie wilt meenemen naar zijn kerk en er de wanden van het voorhof mee wilt bestrijken, ter mijner nagedachtenis". Meteen daarop was het vrouwtje verdwenen. Op datzelfde moment zagen de mensen een bootje aankomen, waarin eerbare lieden zaten. EĆ©n van hen leek, wat de gestalte betrof, heel sterk op Sint-Nicolaas. Hij sprak: "Wat heeft die vrome vrouw met jullie besproken en wat heeft zij jullie gegeven?" Daarop vertelden zij hem alles. Toen sprak de man: "Weet dan, deze vrouw was de verfoeilijke Diana. Gooi deze olie in het water en je zult zien dat wat ik zeg, waar is." Aldus werd gedaan. Het water brandde, tegen zijn natuur in; de vlammen sloegen hoog op en het vuur bleef lang branden. De mensen trokken verder, tot zij bij de kerk van Sint-Nicolaas kwamen. Toen zij Sint-Nicolaas zagen, zeiden zij: "Waarlijk, u bent het die ons op zee verschenen is en ons verlost heeft van de listen van de duivel".

De jood en de christen (de holle stok)

Een christen leende van een jood een som geld: omdat hij geen borgen kon krijgen, zwoer hij op het altaar van Sint-Nicolaas, dat hij het geld zo gauw hij kon, zou teruggeven. De schuld werd almaar niet betaald; op het laatst eiste de jood zijn geld terug. De christen zei dat hij hem het geld al gegeven had. de jood bracht de zaak voor het gerecht. Daar werd de schuldenaar opgelegd te zweren. De christen nam een holle staaf, vulde die met goudstukken en nam die mee naar de rechtszitting. Hij deed of hij de stok nodig had. Toen hij moest zweren, liet hij de jood de stok vasthouden en zwoer dat hij de man meer had gegeven dan hij hem schuldig was. Toen de eed was afgelegd, eiste hij de stok van de jood terug. De jood, die van de list niets vermoedde, gaf hem de stok terug. Toen de bedrieger naar huis ging, overviel hem een grote vermoeidheid en hij sliep op straat in, vlak bij een kruisweg. Met grote vaart kwam er een wagen aan die hem doodreed en de staf waarin het goud zat, vermorzelde, waardoor al het goud eruit rolde. Toen de jood dat vernam, kwam hij snel naar de plek en ontdekte de list. De mensen raadden hem aan het goud te nemen, maar hij sprak: "Dat doe ik niet, behalve als de christen door de genade van Sint-Nicolaas weer opstaat; als dat gebeurt zal ik mij laten dopen en christen worden". Daarop stond de dode op en leefde; de jood liet zich dopen en werd christen.

De legende van Nicolaas en Cassianus
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/pic_art_nicolas.jpg

Sint Nicolaas was gestorven. Heel gewoon, zoals de meeste mensen sterven op bed. Opstijgend ten hemel kwam hij de heilige Cassianus tegen, prachtig rood gekleed, in het erekleed der martelaren. Terwijl ze samen omhoog stegen, dacht Nicolaas bij zichzelf: Cassianus in het rood en ik in het wit..."Is het moeilijk om als martelaar te sterven, meneer?" vroeg hij.
"Nou, dat is me niet meegevallen", zei de heilige Cassianus. "Maar alla, voorbij is voorbij. We zijn op weg nar de eeuwige beloning... Tussen haakjes, zou ik misschien mogen weten hoe u aan uw einde gekomen bent"
"O, heel gewoon. Ziek, pijn en dan dood. U kent dat". Ja, ja, dat kende Cassianus. Hij vond die dood van Nicolaas maar ordinair.

Opeens klonk van heel ver, van de diepe bodem van de aarde, een stem omhoog. Je kon het bijna niet horen, zover waren de twee heiligen al van de wereld verwijderd.
"Nicolaas..., Nicolaas..., Nicolaas help me! Nikolajewitsj!"
"Hoor je dat...Er wordt geroepen". Opeens hing Nicolaas stil tussen hemel en aarde en zonder het te weten hield hij ook zijn medereiziger aan zijn rode martelarenmantel vast, waardoor deze geen metertje hoger meer kon stijgen. "Er wordt geroepen. Ik moet naar beneden!" Hij schoot naar beneden als een pijl uit een boog en Cassianus moest gewoon mee. En daar stonde ze samen in het eindeloze Russische land naast een boer, die alle krachten inspande om zijn wagen uit de modder te trekken. "O, Nicolaas, help me", en hij veegde met zijn vuile handen de tranen uit zijn ogen.

"Pas op, Nicolaas!" sprak Cassianus plechtig, "u draagt het hemelwitte kleed van de genade en wie zijn kleed besmeurt kan onmogelijk voor Gods aanschijn geraken".
Maar Nicolaas zag het ernstige gezicht van Cassianus al niet meer; hij hoorde zijn dreigende woorden niet. Hij stond tot aan zijn enkels in de donkerbruine modder en zijn mooie gewaad leek wel een ongewassen droogdoek. Cassianus was niet blijven toekijken. Hij was in geen velden of wegen meer te bekennen. Die had gedacht: dan maar zonder Nicolaas naar boven.

Zo kwam hij alleen aan de hemelpoort, ja, voor de troon van God. Engelen zongen "alleluja" en alle heiligen bogen diep voor hun nieuwe collega in zijn koninklijke mantel. En God sprak: "Kom binnen, Cassianus, jij hoort thuis in mijn rijk".
Cassianus kreeg de palmtak van de overwinning en voelde zich zo trots als een pauw. Hij dacht niet meer aan de pijnen van zijn martelaarschap en hij was Nicolaas helemaal vergeten.

Die was intussen net aan de hemelpoort verschenen na zijn zwaar karwei in de Russische modder. Plotseling begonnen de engelen te lachen en sloegen de heiligen hun handen in elkaar van plezier. "Moet je zien. Wat ziet die man eruit!"
De vieze vuile Nicolaas kwam binnen en kreeg een vuurrood hoofd toen hij al die hemelse mensen naar zijn kleren zag wijzen. Hij probeerde nog gauw wat vuiligheid weg te vegen, maar zijn zwarte handen maakten de toestand alleen nog maar erger!"

"Hoe durf je zo voor mij verschijnen?" vroeg God. Daar kon hij niets op zeggen. hij stotterde iets van: "Een kar...modder...hulp...", maar hij raakte zo in zijn woorden verstrikt, dat het plotseling heel stil werd in de hemel. zelfs een aartsengel, die nog "alleluja" wilde zingen, kreeg een por van een cherubijn om zijn mond te houden. "Het wordt menens", fluisterde hij.

Toen sprak God: "Nicolaas, luister naar mijn oordeel. Omdat jij die man in Rusland belangrijker vindt dan je mooie witte kleed, omdat het geluk van mensen je meer waard was dan een dagje langer hemel, zal jouw feest elk jaar door de mensen gevierd worden. Omdat je precies lijkt op mijn zoon, zullen de mensen meer van je houden dan van welke heilige ook". Het werd even stil. Tot Nicolaas begon te lachen. Alle heiligen lachten mee en de engelen en de aartsengelen hadden nog nooit zo gelachen in de hemel.

Het wondere Nicolaasbeeld

Er was eens een joodse man, die zag welke wonderen Sint-Nicolaas bewerkstelligde. Daarom liet hij een beeld van Sint-Nicolaas maken en zette dat in zijn huis. Hij beval het beeld zijn have en goed te bewaken als hij op reis moest. Hij sprak: "Sint-Nicolaas, al mijn have en goed beveel ik in uw hoede aan; als u het niet goed bewaakt, zal ik mij met harde slagen op u wreken."

Op en dag ging de man op reis en liet Sint-Nicolaas op zijn huis passen. Er kwamen dieven, die alles wat in het huis stond stalen, alleen het beeld lieten zij staan. Toen de man thuiskwam en zag dat hij bestolen was, sprak hij tot het beeld: "Heer Nicolaas, ik heb u in mijn huis gezet om het voor rovers te behoeden. Waarom hebt u dat dan niet gedaan en de dieven geweerd? Ik zag u in plaats van de dieven die nu pijn lijden. Ik zal mij op u wreken voor de schade en met zweepslagen zak ik mijn woede op u koelen". Daarom pakte de man het beeld, sloeg het met een zweep en geselde het. Toen voltrok zich een groot wonder: Sint-Nicolaas verscheen bij de dieven, die de buit onderlang aan het verdelen waren; hij zag eruit of hij de slagen van de jood aan den lijve gevoeld had. Hij sprak tot hen: "Ziet hoe har ik om uwentwil geslagen en gegeseld ben, welke martelingen ik heb moeten doorstaan; zie hoe mijn lijf gestriemd is en rood van het bloed. Ga snel op weg en geef alles terug wat je gestolen hebt; zo niet, dan zal God zich wreken door jullie misdaad openbaar te maken en dan zullen jullie allemaal opgehangen worden".

De rovers spraken: "wie zijt gij, dat gij zo tot ons spreekt?" Sint-Nicolaas antwoordde: "Ik ben Nicolaas, Gods knecht, die door een jood geslagen is omwille van zijn bezit." Vol schrik gingen de dieven terug naar de jood, vertelden hem het wonder en gaven hem zijn bezit terug. Toen vertelde de jood wat hij met het beeld gedaan had. Hierdoor werden de dieven rechtschapen en werd de jood christen.

Enkele legenden uit de oosterse kerk

Nikola de heilige
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/sv-nikola.jpg

Eens zag Nikola een heel vreemd visioen: er verscheen voor hem een engel des Heren. Hij zat op een paard en hield sikkels in zijn handen. "De oogsttijd is aangebroken, word wakker, sta op en ga naar uw land!" Door angst bevangen, ontwaakte Nikola. Hij maakte een diepe buiging voor het Graf des Heren, waar hij onvermoeid voor alle Christenen der Aarde gebeden had, en over de zee als over het land lopend, begaf hij zich naar het Russische land. Nikola herkende zijn eigen land niet. Verwoest, verbrand, door de vijand platgetrapt, lag Rusland als en woestijn voor hem. Alleen de wind woei over de verlaten steppen en er was geen spoor van recht in het land te vinden.

Dit schouwspel verdroot de bisschop zeer. Hij hief zijn staf op en, als steeds verlangend te helpen, aanvaardde hij zijn tocht door Rusland. Hij liep van de ene stad naar de andere, uit het ene dorp naar het andere, van de rivier de Wolga trok hij naar de rivier de Moskwa, van de Dnjepr naar het land aan de Witte Zee in het hoge noorden - hij tuchtigde de onverlaten - de onrechtvaardige regeerders, die Gods woord hadden vergeten. Hij strafte de dagdieven, klaplopers en verkwisters, die zich niet bekommerden over het lot van hun vaderland; hij bevrijdde de onschuldig-veroordeelden uit de gevangenissen, hij hield het zwaard tegen, dat reeds opgeheven was boven het hoofd van heb, die ten onrechte ter dood waren veroordeeld; hij deed twee knapen, die in stukken waren gehakt, uit de dood verrijzen; hij begiftigde de kinderen der armen met speelgoed; hij wandelde langs alle de zomen der akkers; hij wendde het onstuimig groeiende winterkoren nar de milde zon, deed de groene uitlopers van het zomergraan harder groeien, bedekte de door de zon verwarmde grond met gras: waar het te vochtig was liet hij wat opdrogen, waar de planten last van droogte haddeqn, lmiet hij regenen; op een plaats zag hij, dat de paarden zich verveelden, omdat zij op de binnenplaats opgesloten waren; toen dreef hij hen naar buiten, naar de wei, voor de gehele nacht, laat ze ook maar plezier hebben!

En toen het herfst werd, dreef de Heilige de paarden terug naar het dorp, naar hun stal; daarna trok hij verder in de regen over de doorweekte wegen en zie: op een plek is een wagen in de modder blijven steken, ergens anders is het paard zo diep in de modder weggezakt, dat het arme dier dreigt om te komen, - overal is er hulp nodig!
Zonder Nikola zou elke boer hulpeloos zijn, zou hij nooit in staat zijn al zijn werkzaamheden te verrichtten. Hij is de enige, die goed ziet, wie in nood verkeert.
Vraag hem - hij zal steeds helpen, hij zal alles de Verlosser vertellen, zelfs Elias weet hij te vermurwen: hij zorgt er voor dat de rogge niet door de hagel kapotgeslagen wordt - leef, rogge, vrees niet!
In basten schoenen, met een staf in de hand, zo liep Nikola de Barmhartige, grijs en oud, door het Russische land van af vroeg in het voorjaar, de gehele lente en zomer, tot de Sint-Nicolaasdag in de winter.

Een geschenk van Nikola
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/h-nicolaas.gif

Er leefde eens een arme man, die Iwan heette. Zijn bedrijf was maar heel klein, want hij had weinig land; zijn leven was hard - hij was moederziel alleen gebleven, hij had zijn gehele gezin verloren. Maar hij beklaagde zich niet over zijn lot - hij aanvaardde Gods wil, was altijd opgewekt en zong liederen, zo was hij nu eenmaal van aard.

Eens was Iwan bezig zijn akker te ploegen - hij wilde tarwe zaaien. Hij heeft zijn akker bezaaid, daarna heeft hij weer geploegd en toen wilde hij met zijn eg naar huis terugkeren. Hij reed en zong een vrolijk liedje. Zo kwam hij bij de weg en bleef staan.

Op de weg liepen twee mannen: Ć©Ć©n was al oud en grijs en steunde op een staf, de ander was oud noch jong, maar zag er streng uit. Het waren de heilige Nikola en Elias. Elias zei tegen Nikola: "Kijk eens, Nikola, die man is wat al te vrolijk, waarom zou hij zo zingen?" "Ik denk, dat zijn paarden, God zij dank, goed werken, dat hij geen nood kent, waarom zou hij dan niet zingen?"

De reizigers kwamen bij de boer, die op zijn plaats bleef staan. "God helpe u, beste Iwan, zei Nikola. "Wees welkom, lieve ouwelui!" antwoordde Iwan en nam zijn muts af. Elias zei toen: "Hoe komt het dat ge zo vrolijk bent?" "Waarom zou ik niet blij zijn? Mijn paardjes zijn gezond en kunnen werken - en ik heb verder niets meer nodig; alles waar ik om vraag is, dat het vadertje Nikola moge behagen mij een goede tarweoogst te geven". De twee voetgangers vervolgden hun weg. De heilige mannen liepen door de velden, door de heerlijkheid van het voorjaar. Toen zei Elias tegen Nikola: "Wat heeft die man nou gezegd? Zijt gij het dan, die er voor zorgt, dat de tarwe groeit? Dat doet gij immers niet! Ik ben degene die hiervoor moet zorgen!"
"Ge moet hem niet al te streng beoordelen," nam Nikola de boer in bescherming: "hij is een eenvoudige man: hoe kan hij nou zulke dingen precies weten?"
"Goed, ik zal hem leren. Ik zal er eerst voor zorgen, dat zijn tarwe tot de knie zo hoog groeit, daarna zal ik de oogst door hagel vernietigen!" De strenge Elias deed als hij gezegd had, de tarwe groeide zo hard: als je er naar keek, dan vervulde zich het hart des mensen met vreugde. "Wat een oogst! God heeft mij een waar geluk gezonden, Nikola was mij genadig. Wat zal ik nu veel graan hebben, ik weet niet eens waar ik al dat graan opbergen moet."

's Avonds ging Iwan naar buiten, liep uit het dorp en bleef staan. Als steeds zong hij een lied. Daar zag hij: over het door de lente versierde veld liep een oud, grijs mannetje met een staf in zijn hand. "Goeden avond, grootvader," begroette Iwan hem. Nikola had medelijden met de arme boer: alles zou toch te gronde gaan, vernietigd worden! "Luister eens, beste Iwan, verkoop jij je tarwe waar." "Hoe zo?" vroeg Iwan, die van de woorden van de oude man geschrokken was. "Hoe kan iemand nou zulke heerlijke tarwe verkopen? En welke prijs moet ik er voor vragen?" "Je kunt gerust zo veel vragen als je wilt, voor dit graan zal men elke prijs graag betalen. Denk er aan, verkoop de tarwe!" En hij ging heen. Iwan volgde de raad op en verkocht de tarwe: een rijke buurman betaalde er zonder meer honderd roebel voor. Doch nog voordat de dag voorbij was verscheen boven de aarde een reusachtige wolk; kort daarop rolde de donder vervaarlijk een vreselijk onweer barstte los - hagel als stenen viel neer en al de tarwe was neergeslagen - het was als had iemand het graan met een mes afgesneden. Nikola liep door het veld en keek naar de aangerichte schade. Elias liep hem tegemoet. "Ziet ge nu wel, ik heb gedaan, wat ik gezegd had: kijk eens zelf, wat er van Iwan zijn akker is terecht gekomen!"
"Maar dat is niet meer de akker van Iwan," zei Nikola. "Weet ge dan niet, dat Iwan zijn oogst aan Goendjajew verkocht heeft? Het is de oogst van Goendjajew. Ge hebt een man geruĆÆneerd, die tegenover u niet gezondigd heeft. Wat zal die arme man zijn lot nu beklagen""
"Dat heb ik niet geweten," zei Elias. "Maar dat is niets, ik zal er voor zorgen, dat alles weer in orde komt. Hij zal van dit veld, dat door de hagel zo geteisterd is, zo veel tarwe oogsten als nog nooit een akker opgeleverd heeft."

Laat in de avond kwam Nikola bij het raam van Iwan: het speet hem om die arme kerel, die nu de prachtige oogst zou moeten missen. Iwan stond toen voor de icoon van Sint Nicolaas en bad. Hij dankte de heilige, dat hij die oude man naar hem gezonden had met zulk een goede raad. Hij keek op en daar zag hij voor het raam diezelfde oude man staan. Dat verheugde hem zeer: hij haastte zich de oude man uit te nodigen bij hem te overnachten. Doch Nikola kon die uitnodiging niet aannemen,- hij had nog een verre reis voor de boeg.

"Weet je wat, Iwan, nu moet je die tarwe kopen."
"Wat voor zin heeft dat nou, grootvader? De tarwe is toch geheel vernietigd!"
"Dat doet er niet toe. Koop de oogst. Je kunt zeggen, dat je het graan als veevoeder zult gebruiken. Je zult er geen spijt van hebben."
Iwan bedankte de oude man voor zijn raad. De volgende dag, zodra het licht werd, ging hij naar zijn buurman en stelde hem voor, hem de oogst te verkopen.

Goendjajew was zeer verheugd toen hij dat voorstel hoorde - de tarwe had toch geen enkele waarde meer, je kon ze voor niets weggeven - en zij werden het eens voor de helft van de prijs, die Goendwajew aan Iwan betaald had. Goendjajew was verheugd over zijn overeenkomst met Iwan, doch weldra ontdekte hij, dat hij zich vergist had. Tot grote verbazing van iedereen richtte de tarwe zich op en groeide welig. Het werd een veld met tarwe zoals niemand ooit te voren gezien had; de aren stonden opeengepakt, elke aar was lang en bevatte zo veel korrels, dat ze zich tot de grond bukte. - het was zichtbaar een zegen des Heren!

Toen de oogsttijd was gekomen, kon Iwan wel twee duizend garven binden. Op het veld ontmoetten Nikola en Sint Elias elkaar weer: de gestrenge keek vrolijk om zich heen. "Ziet ge nu wel, Nikola. Ik heb de onschuldige eerst met mijn hagel gestraft, maar nu heb ik hem beloond. Kijk eens zelf, hoeveel garven hij op zijn akker heeft staan!"

"Maar ge vergist u weer. Geoogst heeft dezelfde man, die de tarwe gezaaid heeft. Iwan heeft toch immers de tarwe teruggekocht."
"Wat zegt ge nou, hoe zo!?"
"Heel eenvoudig, hij heeft de tarwe gekocht."
En toen vertelde Nikola aan Elias, hoe de rijke buurman Goendjajew, die geschrokken was voor de aangerichte ravage, bereid was de oogst aan Iwan voor de helft van de prijs te verkopen.
"Dan zorg ik er nu voor, dat hij zijn oogst niet kan dorsen!" En woedend ging Elias heen.
Nikola liet echter de arme boer niet in de steek: laat in de avond kwam hij voor zijn raam en keek naar binnen. Toen Iwan zijn gast zag, dacht hij niet meer aan slapen; hij riep hem binnen en dankte hem voor zijn goede raad.

"Als je gaat dorsen," zei de onbekende oude man tegen Iwan, "dan moet ge telkens niet meer dan vijf garven binnen halen: in elke hoek zet ge Ć©Ć©n garf neer en de vijfde zet ge voor het raam, dat men van buiten niet zou kunnen zien, wat er binnen gaande is."
Iwan deed zoals de oude man hem aangeraden had. Iwan heeft lang moeten werken, maar tenslotte was al de tarwe gedorst. Toen zag hij, dat hij per garf Ć©Ć©n poed tarwe had. EĆ©n poed per garf! Zo iets heeft nog nooit iemand gehoord, zulke oogsten komen nooit voor.
Elias keek in de korenkisten van Iwan, in zijn graanschuren - alles was volgepropt met tarwe. Wat werd Elias toen woest! Gelukkig voor Iwan was het al laat, de dag van Sint Nicolaas zou al spoedig gevierd worden.

"Goed, zei Elias, als hij zijn tarwe naar de molen brengt, dan zorg ik er wel voor, dat hij weinig meel krijgt".
En hij deed, zoals hij gezegd had. Iwan bracht drie poed graan naar de molen, maar toen het graan gemalen was, bleken er slechts twee poed meel te zijn. Waar was de derde poed?(hij wist niet, dat Elias de derde had weggenomen). Iwan peinsde er lang over, maar hij kon niets bedenken.

's Nachts klopte de oude man weer aan het raam. Iwan was zeer verheugd, toen hij hem zag, en vertelde hem alles, wat er gebeurd was.
"Weet je, wat je doen moet, beste Iwan? Bak van dit tarwemeel twee lekkere pasteien. Bij het bakken moet je goed bidden! Wanneer ze klaar zijn, breng ze naar de kerk: een pastei leg je op je hoofd - die is bestemd voor Elias de Gestrenge; de andere houd je onder je rechterarm - die is voor Nikola de Genadige".

De volgende ochtend - het was de dag van Sint Nicolaas - stond Iwan heel vroeg op; de sterren waren nog aan de hemel te zien, maar hij liep al door de lege straat, in de koude prille ochtend naar de kerk. Onderweg ontmoette hij een voetganger -hij zag er noch oud, noch jong uit, maar zijn blik was streng.
"Waarheen breng je die lekkere pasteien?"
"De pastei op mijn hoofd is voor vadertje Elias de Machtige, en onder mijn rechterarm heb ik een pastei voor Nikola de Genadige," antwoordde Iwan. Toen Elias dat wijze antwoord hoorde, bedaarde hij en gaf zijn voornemen op Iwan nog meer te straffen.
Van af die dag hoefde Iwan niets meer te vrezen en kon hij rustig zijn: hij bracht nu telkens twee poed tarwe naar de molen en hij kreeg steeds even veel meel van de molenaar - het geschenk van Nikola is steeds mild.

Van Nicolaas naar sinterklaas

Toen de verering van de heilige Nicolaas in onze streken doordrong, werden onze levensgewoonten nog sterk bepaald door oude Germaanse volksgebruiken. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat het beeld dat wij nu nog hebben van Sinterklaas door deze traditie werd beĆÆnvloed. We gaan nu nader in op deze Oud-Germaanse aspecten in de westerse Nicolaasverering en zoeken ook telkens naar de oorspronkelijke betekenis van deze gebruiken.

De Germaanse wereldopvatting

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ring31ss.gif

De Germaanse natuurmens voelde zich klein ten overstaan van de krachten van de natuur en de oneindigheid van het heelal. Hij koesterde hoop, maar meestal ervaarde hij angst. Aan deze heel fundamentele ervaringen wilde hij uiting geven. Zo is er de wind die alles doordringt als de "adem" van het leven van alle levende wezens. Hij omhult de hele aardbol, draagt de wolken, doet ze trekken en als vruchtbare regendruppels neervallen. Als de zomer voorbij is en de oogst is binnengehaald, als de bladeren neerdwarrelen en de koude zijn intrede doet, rukt diezelfde wind aan onze venster en rijdt hij niet altijd zo braaf over onze daken.

De Noordgermaanse volkeren aanzagen de wind als een goddelijk wezen en noemden hem "Wodan", d.w.z. "Adem". Zij symboliseerden Wodan als een persoon van grote waardige gestalte. Hij droeg een breedgerande hoed, die diep over het hoofd was gedrukt. Hij had een grauwe baard. Hij was gehuld in een wijde mantel, in zijn hand hield hij een speer - ook toverlans. En hij zat op een schimmel Sleipnir, waarmee hij door het luchtruim scheerde.

De windgod streelt de aren en het land en verleent ze vruchtbaarheid - 'veel wind veel oogst', zegt het spreekwoord - zo is hij de beschermheer van de oogst omdat hij de stormwinden kan afwenden van de velden en misoogsten voorkomen. De wind neemt de zaden mee en strooit ze uit. Wodan schenkt de mensen rijkdom via goede oogsten, brengt letterlijk de wind in de zeilen. Wodan is ook de god van de runen, de god van het woord en het schrift en de helper in de strijd. Van op een afstand helpt hij door list en sluwheid zijn gunstelingen naar de zege. Hij brengt ook de zielen van de overledenen met zijn paard naar de onderwereld.

Een attribuut van Wodan is de speer Gugnir die verwijst naar de strijd, maar ook naar de rechtspraak. wanneer de speer in het midden van de Diongplaats in de aarde wordt geplant, creĆ«ert men de ruimte voor de rechtspraak. Wodan werd vooral vereerd in het najaar en in het voorjaar wanneer de stormen het krachtigst zijn. Ook de twaalf donkerste dagen rond de winterzonnestilstand horen hem toe (cf. Weihnachten = gewijde nachten). Dan trekt hij met het 'wilde Heer' (wĆ¼tige Heer of Wodenheer), de schare van gestorven zielen, door het land. Dit wilde heer kon ziekte en onheil (b.v. blind maken) brengen of zelfs de dood.

Tijdens de herfst- en winterdagen zaten de mensen bij de grote haard. Die haard had een heel bijzondere betekenis. Hij was het middelpunt van het huis waar men zich warmde, het voedsel kookte, de kinderen bakerde en verhalen vertelde. Door de brede schoorsteen hoorden de mensen Wodan met zijn wild demonenleger door de lucht scheren en zag men de sterren fonkelen aan het oneindige heelal. Die schoorsteen had een bijzondere betekenis: hij was de verbindingsweg tussen de aarde en de hemel met zijn hogere wezens. Langs die weg trad de geestenwereld onze leefwereld binnen.

In hun angst en hun onzekerheid tegenover dat overmachtige gebeuren deden de Germanen alles wat ze konden om Wodan mild te stemmen en om het kwade van hen te weren. Aan de open haard, langs de schoorsteen, brachten zij een offer: het symbool van overeenkomst. Zij legden veldvruchten zoals haver, hooi, wortelen, bieten of deegkoeken in hun klomp voor de schimmel waarop Wodan reed. Zo hoopten zij weldaden te bekomen. De rook van de offers kringelt omhoog naar de lucht toe. En de mensen verhopen dat uit de lucht weer nieuwe levenszaden op de akkers gestrooid zullen worden.

Voor Wodan liet men de laatste schoof op het veld staan, of men hing hem op bij de haard om in het volgende jaar mosoogsten te voorkomen. De kinderen legden een bundel hooi of gras voor het paard Sleipnir tijdens de herfststormen en de donkere dagen van de jaarwisseling om onheil af te wenden. Ook huwelijksbeloften werden vaak bij Wodan afgelegd.

Restanten van deze oer-religie vond men in Westfalen waar de boeren altijd Ć©Ć©n korenschoof op het veld lieten staan voor het paard van Wodan, en in Meckelenburg waar men bij het oogsten Ć©Ć©n bos koren ongemaaid liet staan. Ook werden korenoffers gebracht in de vorm van een koek die van de laatste schoof van het veld was gebakken, omdat die de 'korengeest' zou bevatten.

Een germaans-christelijk inculturatiegebeuren

Sinterklaas: een samenvloeiing van Wodan en Sint-Nicolaas
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/historisch03.jpg

De gelijkenissen tussen Wodan en Nicolaas zijn opmerkelijk. Beiden worden aangeroepen als beschermheren van de scheepvaart en de handel. Ze beschikken over wondere krachten en zijn milde schenkers: Wodan schenkt de zaden voor de oogst. Nicolaas beschermt z'n volk tegen hongersnood. Zowel Nicolaas als Wodan worden in verband gebracht met gerechtigheid en met het huwelijk. De het woord, de dichtkunst en de runentekens van Wodan, de god van de wijsheid vinden dan weer een equivalent in het evangelieboek en het woord van God. Waarschijnlijk hebben juist deze opvallende gelijkenissen het mogelijk gemaakt dat een aantal voor-christelijke elementen in de Nicolaasverering een onderkomen vonden.

De sinterklaasfiguur zoals wij hem vandaag kennen uit de gebruiken, rituelen en verhalen is bepaald door elementen van beide culturen. De hoge gestalte, de lange, witte baard, de schimmel Sleipnir, het achtvoetige paard dat door de lucht ijlt en de wijde mantel zijn kenmerken van Wodan die we in weinig gewijzigde vorm terugvinden als we de tegenwoordige Sinterklaas beschouwen. De mijter, het ereteken van kerkelijke gezagsdragers sinds de 8e - 10e eeuw, de witte albe, de bisschopsmantel en de herderstaf zijn kenmerken van een bisschop.

De raaf, een attribuut van Wodan, krijgt in sommige steken de naam Nicolaasvogel. In andere streken is die naam gereserveerd voor de ijsvogel die van oudsher bliksem afleidt, stormen stilt en rijkdom brengt. (Meisen 1931: 343-4)

Later heeft men het boek als attribuut aan Sinterklaas toegekend, die ondanks zijn alwetendheid over het gedrag der kinderen toch nog aantekeningen maakt. Het boek waarin goed en kwaad staat opgetekend is duidelijk afgeleid van het bijbelboek. De alziendheid van Sinterklaas verwijst naar de alziendheid van God. Aan de aan Wodan toegeschreven uitvinding der runen (germaanse lettertekens) doen heden ten dage de chocolade-, boter- en banketletters nog denken. Door het eten van deze tekens van wijsheid maakt men zich die wijsheid eigen.

Sinterklaas als huwelijksmakelaar
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/nicolaas_sinaasappels.jpg

Aan het einde van de Middeleeuwen kreeg een vrouw ten teken dat men haar ten huwelijk vroeg op 5 of 6 december een speculaashart, "vrijer" genoemd. Ook kregen kinderloze vrouwen met Sinterklaas een zakje pepernoten of strooide men noten om hen vruchtbaarheid toe te wensen. Men verwachtte van Nicolaas dat hij de onverwachte gelukkige wending zou brengen, dat hij huwelijksmakelaar of vruchtbaaarheidsgever zou zijn.

Pepernoten herinneren aan noten en erwten, die als erotische zinnebeelden aan Donar waren gewijd. Bij sommige volkeren gelden noten en erwten nog als symbool van liefde en vruchtbaarheid. De Japanners strooien om demonen te verjagen bij de aanvang van het jaar bonen op de vloer. De noot met zijn stevig omhulsel is een zinnebeeld voor het verborgene dat eens geopenbaard of geboren zal worden.

Freir werd vooral door jonge meisjes vereerd. Zij baden hem in de gewijde nachten van de midwinter-zonnewende haar een vrijer te schenken of haar het beeld van de aanstaande man te tonen. Het woord speculaas is daarom volgens sommigen afgeleid van speculum (spiegelbeeld), omdat de koekvorm het spiegelbeeld is van de in de koekplank ingesneden vorm. Volgens anderen is het woord afkomstig van het Latijnse speculator, dat zowel veldheer als de schouwende betekent en daarom wel op Wodan kan duiden.

De traditie heeft ons veel gebruiken overgeleverd waar wij de zin nauwelijks meer van inzien. Zo zou de roe - voor kinderen een dreiging - het symbool zijn van het nieuwe leven, van vruchtbaarheid. Een goede roe is gemaakt van jonge twijgjes, buigzaam en vol sap. In vroegere tijden werd die gebruikt om jonge vrouwen mee aan te raken opdat zij het komend jaar vruchtbaar zouden zijn. Dit gebruik is op Ameland (Hollum) bijvoorbeeld nog in gebruik. De traditie heeft de gebruiken vervormd omdat ze niet meer werden begrepen.

Zo zingen we van 'sinterklaas goedheiligman'. Een eeuw geleden luidde de tekst echter nog 'goedheilikman', waarmee bedoeld werd goede huwelijksmaker (heilik = huwelijk). Want vele eeuwen lang gold Sint Nicolaas als patroon bij uitstek voor een meisje dat een man zocht. Vooral in Frankrijk werd in die zin tot hem gebeden (zie de legende van de bruidsschat). Je kon dan ook een vrijer in je schoen vinden. Het is een speculaaspop die de gever voorstelt. Zo van 'ik ben om op te vreten'. Vaak werd hij verguld, dan was hij nog mooier. De uitdrukking 'een houten klaas' staat waarschijnlijk hiermee in verband als we denken aan de stijve koekplankfiguren die niet uit de vorm wilden vallen.

Sinterklaas goedheiligman
Trek je beste tabberd an
Rijd ermee naar Amsterdam
Van Amsterdam naar Spanje
Appeltjes van Oranje
Appeltjes van de bomen
Sinterklaas zal komen.

Ongetwijfeld worden in dit lied sinaasappels bedoeld. Maar wat heeft sinterklaas met sinaasappels te maken? En wat met Spanje? Hij moet toch in Myra gelokaliseerd worden? De stad Bari, de bedevaartplaats van Sint Nicolaas, die in Zuid Italiƫ ligt, maakte een lange tijd deel uit van het Spaanse rijk. Met dat Spanje zijn natuurlijk de sinaasappels geassocieerd. Die de zeelieden vanuit het Middellandse-Zeegebied meebrachten naar onze streken en een wel Een Sint-Nicolaasbeeld in de kerk van Helvoirt toont de heilige met een boek waarop drie gouden sinaasappels liggen: heeft de maker, die ongetwijfeld naar ander beelden van Sint Nicolaas heeft gekeken, niet meer begrepen dat de voorwerpen op het boek de drie gouden zakjes zijn geweest die Nicolaas zo hulpvaardig bij de drie arme, huwbare dochters naar binnen wierp?

Het betekent dus eigenlijk: Sinterklaas, goed huwelijks-man. Sint-Nicolaas gaf de meisjes immers de kans om te gaan trouwen! Daarom gaat hij nar een trouwpartij 'met zijn beste tabberd an', in zijn beste pak om op het feest goed voor de dag te komen. En hij heeft het huwelijks-cadeau al bij zich: 'appeltjes van oranje'. Maar oranje appels, zijn eigenlijk de beursjes met goudstukken voor de bruidsschat.

Zwarte piet
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/historisch04.jpg

We kunnen natuurlijk niet om Zwarte Piet heen. Zijn achtergrond is zeer gecompliceerd, zijn huidige rol is sterk in discussie gekomen. We geven hier slechts enkele aanduidingen.

Een laatste belangrijk gegeven dat in de legenden van Nicolaas ontbreekt, is de knechtfiguur. In ons taalgebied kreeg hij de naam Zwarte Piet, in Duitsland spreekt men van Knecht Ruprecht of van Nickel, in Frankrijk van le pĆØre Fouettard of Croque Mitaine. Voorlopers van de zwarte knecht zijn misschien Hoder (Hother) de wintergod, of nog de grimmige knecht van Thor: Loki. Hoder is de god van de duisternis en de tegenstrever van Balder. Loki heeft als attribuut een mispel- of maretak terwijl Piet een roedqe draagt. Van Gilst vindt in de Yggadrasil of wereldbouw, een Germaanse kosmogonie (Heyting 1936), de figuur van Nƶrwi, de winterreus en vader van de nacht, die met Wodan uitrijdt. Ook hij draagt de gard of levensroede en zou een voorloper van onze zwarte Piet kunnen zijn. Sommigen hebben in de Duitse benaming Knecht Ruprecht een verbastering gezien van Hruod Perath, een epitheton van Wodan, de van roem stralende. Deze interpretatie steunt op het demoniseringsbeginsel en werpt een scherp licht op de ambiguĆÆteit van de sinterklaasfiguur. Zowel Nicolaas als de knecht zouden dan in een bepaald stadium van hun ontwikkeling herleid kunnen worden tot twee facetten van dezelfde figuur: Nicolaas: de 'gekerstende' geĆÆntegreerde Wodan; de knecht: de gedemoniseerde, verworpen en geknechte Wodan.

Een andere figuur waarvan mogelijk onze Zwarte Piet is afgeleid is ongetwijfeld Wodans begeleider en boodschapper, Oel. Oel speurde in de rookgaten naar offers voor Wodan en strooide mede de levenszaden uit. Volgens de Germanen verdween de maan bij zonsopgang in een zak, waaruit hij de volgende avond weer door Oel werd losgelaten. Zwarte Piet draagt de zak; hij is de niet zichtbare maan, zwart, naast de witte volle maan, Sinterklaas. In sommige streken in Vlaanderen worden steenkolen nog 'oelen' genoemd en is een oeleman een schoorsteenveger.

De roe van Zwarte Piet is oorspronkelijk helemaal geen strafwerktuig. Het bosje jonge twijgen dient ertoe om bij inwijdingsrituelen de 'nieuwe' volwassenen de levenskracht van de natuur mee te geven. Door hen er stevig mee te meppen, hoe meer tikken je krijgt, hoe sterker je wordt. De roedes waarmee jonge mannen vrouwen achterna zaten om hen met deze symbolen van vruchtbaarheid te tikken symboliseren het verlangen om met hun mannelijke 'roede' (fallus) de vrouwen te beroeren en vruchtbaar te maken. Het is mede ook mogelijk dat het wijst op het feit dat Wodan vaak vergezeld was van de rijm- of winterreus Nƶrwi, de zwarte vader van Nott, de nacht (het feest is een nachtfeest gebleven): deze zwarte Nƶrwi werd voorgesteld met een roede, een vruchtbaarheidssymbool! Deze laatste voorstelling ontlenen wij aan het grote gedicht 'Yggdrasil of Wereldbouw'; een Germaanse cosmogonie dl. 2, blz. 117, ca. 1936) door August Heyting, uit welk gedicht wij hier ter illustratie van het Wodanfeest een kort fragment laten volgen:

't Was in duistere wintermaand,
En nog immer ordent Odin
Deze dag tot dag des gevens
Vol van guitige elvengrillen....
In gestalte des schimmelruiters,
Winterwit van baard, eerwaardig
In zijn wijde flappermantel,
Vergezeld van konkeren Nƶrwi,
Rauen-reus, maar goden-bevriende,
Diep in avond over bossen,
Over daken rijdende....
Geurig rieken hooi en haver,
Het ros gezet tot een versnapering.
Brave kinderen beloont hij
Maar beschaamt, bestraft de ondeugenden
Nƶrwi's koek en Nƶrwi's gard;
Odins gulle winterhagel,
Noten strooit hij rond te grabbel.
Dus waakt Odin voor de toekomst,
Leidt en adelt nieuw geslacht.
Geest en vaardigheid en blijdschap
Zijn gezellen van dien avond.
En ter ere van den Zorger
Die het toverschrift der runen
Uit het IJuulrad las, verlichtende
Als een nieuwe zon, bereidt men
Tot geschenken fijn banket;
Runenstaven, even voedzaam
Voor het lichaam als zijn woord,
Als zijn runen voor de geest.

In Oostenrijk en Hongarije vinden we bij Nicolaas een monsterlijke begeleider, Krampus, uitgedost als duivel, met zwart masker, lange rode tong en staart. We herkennen hier de polariteit goed-kwaad. Met dien verstande, dat het kwaad is geknecht, en niet echt kwaad kan aanrichten. Ook in Limburg was de Zwarte Piet een echte duivel die met opgeblazen varkensblazen de kinderen te lijf ging en door de Sint aan banden werd gelegd. Het kwade werd omgevormd tot het goede, want de zwarte Pieten moesten het speel en snoepgoed uitdelen aan de kinderen. Doorheen het ritueel werd duidelijk, dat het goede het wint van het kwade en het kwade ten goede wordt. De angstaanjagende kwade macht werd tijdens de kerstening van onze streken voorgesteld door de in ketenen geboeide duivel in de nabijheid van een heilige. De geketende duivel symboliseerde dat God in zijn heiligen het kwade overwint. De 13e eeuw was het hoogtepunt van het geloof aan de duivel. Deze beleving viel samen met de sterk opbloeiende verering van de heilige Nicolaas. Een middeleeuwse legende vertelt dat een kind op de dag van Sint Nicolaas hout ging sprokkelen. De duivel verscheen als een zwarte jongen die het kind in het water wilde gooien. Het kind maakte een kruisteken waarop de duivel brullend verdween. Toen verscheen de heilige Nicolaas om het geschrokken kind bij te staan. Zo groeide het geloof dat de heilige op zijn feestdag de duivel in ketenen sloeg en geboeid met zich meevoerde. De duivel, zwart van het roet van de hel, moest hem gehoorzamen. Maar de goede Sint maakte hem niet alleen onschadelijk, hij stelde hem ook in zijn dienst als Pietje Pek of Zwarte Piet. Soms voerde hij zelfs een heel stel zwarte Pieten met zich mee. De Pieten hadden als taak aan de schoorsteen te gaan luistervinken naar het goede en het kwade van de grote mensen en de kinderen. Ze deelden dit mee aan de Sint en hij kon dan recht spreken. Hij bood de garantie dat het goede werd beloond en het kwade gestraft. De bestraffing gebeurde met 'roede' en 'zak' als men niet op 'hemelse' wijze had geleefd. Maar de Sint had steeds het laatste woord.

Mythisch bekeken is dit een rijke symboliek. De angstaanjagende macht wordt hier gesymboliseerd door de Pieten met de zak. De zak is het symbool van de straf, van de dood. In de Middeleeuwen voerde de duivel de zielen op zijn rug in een zak naar de hel. Maar zover ging het hier niet. Hier werd de straf door de Sint in toom gehouden en men kon er steeds uitkomen door de bemiddeling van de Sint. Hij is de plaatsbekleder van Christus hier op aarde. Daarmee heeft hij het recht op oordeel, hij beloont het goede en straft het kwade. Iedereen en alles staat opgetekend in zijn boek. Gelukkig is hij een milde oordelaar; niemand gaat in de zak. Iedereen krijgt een nieuwe kans. Vergeving en vergiffenis zijn bij uitstek christelijke deugden. Een vermanend woord, zo karakteristiek voor iedere sinterklaas, is niet zijn laatste woord. Dat is zijn opdracht aan zijn dienaar, de duivelse boeman die hij geknecht heeft om de geschenken aan te reiken.

We zien aan zijn uitmonstering ('Spaanse edelman') dat onze Zwarte Piet relatief jong is. Zijn rol is zelfs nog niet uitgekristalliseerd. Hij wordt steeds minder dreigend, bijvoorbeeld, en we zijn nog niet aan het einde. Rationeel kunnen we Zwarte Piet misschien wel plaatsen, emotioneel ligt de zwart-wit, meesterknecht verhouding velen terecht zwaar op de maag. Het slechtste alternatief is wel, om Pieterbaas weg te saneren. De inherente goedheid, waar het in dit feest toch om gaat, kan pas reliƫf krijgen in aanwezigheid van de tegenpool - hoe machteloos die ook is.

Er bestaan ook minder diepgaande interpretaties van het Pieterverschijnsel.
Men dacht dat de goede bisschop van Myra uit Spanje kwam en omdat Spaanse edelen vaak Moorse bedienden hadden, ontstond het begrip: Sint-Nicolaas - Spanje - Zwarte Piet. De samenvoeging Sint-Niklaas-Spanje is te verklaren doordat Zuid-Italiƫ waarin Bari gelegen is, geruime tijd Spaans bezit is geweest. Het lied "Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan", moet zo begrepen worden.

Een legende vertelt dat de Sint eens langs een slavenmarkt ging. Daar was ook een Ethiopische wees te koop. De Sint sprak met het kind en het luisterde naar de naam Pieter, afkomstig van Petrus. Uit dankbaarheid voor de vrijkoop bleef het knaapje met zwartbruine huid als knecht bij Nicolaas. Zo werden Sint en Piet een uitgebeelde legende.

Sinterklaasgebruiken en hun betekenissen

In de folklore en ook in latere bewerkingen van de legenden, in de fantasieverhalen en in iconografische voorstellingen duiken elementen op in de oorspronkelijke Nicolaaslegenden ontbreken: het paard en de ezel, de schoorsteen, de schoen, de koeken, speculaas en marsepein, het varken enz..

Het witte paard en de ezel
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/donkey.jpg

De schimmel Sleipnir, het achtvoetige paard dat Wodan door de lucht op zijn tochten begeleidt is beeld geworden van het witte paard van de Sint. Een wit paard heeft trouwens een sterke symbolische waarde. Niet alleen in de Germaanse, doch ook in de Indogermaanse mythologie speelt de schimmel een belangrijke rol. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotos beschouwden de Perzen witte paarden als heilige dieren. De Indische mythologie kende de leer van de laatste Avatara of incarnatie van de zonnegod Vischnoe in schimmelgedaante. Van de zonnegod Mithras zei men: aan zijn wagen trekken vier rossen, witte, hemels voer, genietend en onsterfelijk. De natuursymbolische betekenis van de schimmel blijkt o.a. uit de betekenis van dit woord: 'lichtende' of 'glanzende'. De zonnegod komt in de mythologie vaak op een wit paard naar de woningen der mensen gereden. Bij Homerus en later ook bij Ovidius heten de rossen "de lichtende" en "de stralende", terwijl in de derde Orphische hymne het licht als paard verschijnt. De Ierse god O'Donoghue bestijgt op de eerste mei een melkwit ros met hoogstaande manen, terwijl de Noordgermaanse mythologie het "glansmanige" paard Skinfaxi en Balders rijdier Silfrinntoppr (zilverpruik) als schimmel kent. Ook de Walkuren reden op schimmels.

De bijzondere plaats van het witte paard uit de mythologie en de heldensage is in latere tijden blijven bestaan. Legeraanvoerders en koningen hielden in de middeleeuwen vaak hun intocht op schimmels gezeten. Ook van Albertus Magnus zegt men dat hij op een schimmel reed. Mythe en geschiedenis zijn vermengd in het verhaal over Karel de Grote, wiens sneeuwwitte schimmel bij de plaats Gudensberg (d.w.z. Wodansberg) met zijn hoef een bron uit de rotsen slaat, zodat de krijgslieden hun dorst kunnen lessen. Hier zijn duidelijk de trekken van de Wodanmythe op Karel de Grote overgedragen. Van Widukinds paard wordt eveneens gezegd dat door het slaan met zijn hoeven een bron opwelde. Ook Napoleon bereed bij voorkeur een schimmel. Wit is de kleur van geluk, van licht en van het goede. Misschien vindt men juist daarom vaak een wit paard afgebeeld op uithangborden van herbergen. In Engeland is geen dorpje of er is een herberg The White Horse.

In tegenstelling tot het paard is een ezel geen machtsdier waarop de groten der aarde gezeten gaan. Het is een lastdier van de armen, de kleine boeren. Een ezel draagt dus de lasten van de armen. In die zin is het een tegenbeeld van het paard. Jezus op een ezel in het verhaal van de intocht in Jeruzalem is dus een karikatuur van de macht van de vorsten die op paarden de stad binnenkomen. In die zin is de ezel van Sinterklaas een christelijke metafoor voor het gedrag van Nicolaas met name de zorg voor de armen.

De koeken en de marsepein in gedaanten van vruchten, dieren of mensen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/speculaas.jpg

Deze voorwerpen liggen in de lijn van de vroeger heidense offergaven. Dieren en beenderoffers werden immers reeds in de voorchristelijke tijd vervangen door offerbroodvormen, dat wil zeggen deegfiguren die in de vorm een gelijkenis vertonen met de vroegere offergaven.

De geschenken van Sinterklaas, de appels en de noten sluiten hierbij aan. Appels en noten zijn niet alleen herfstvruchten die passen bij Wodan, het zijn ook oude symbolen van vruchtbaarheid en levenskracht. Pas in de zestiende eeuw zullen de sinaasappels, 'de appeltjes van oranje', een belangrijke aanvulling vormen. Het hooi en de wortels voor het paard vinden dan weer een oorsprong in het oude gebruik van de laatste schoof, een offer voor de god van de vruchtbaarheid.
Om de Sint gunstig te stemmen, leggen de kinderen op 5 december 's avonds naast de schoorsteen wat hooi en wortelen in een klomp, schoen of bord voor het paard van de Sint. Zij hopen dat hij er 's nachts speculaas, snoep, fruit of speelgoed in zal leggen.

De verwijzing naar de bekende legende van de drie meisjes die 's nachts een bruidsschat kregen toegeworpen is voelbaar. Mythisch gezien is ook dit gegeven heel rijk: de goede Sint hoort thuis in de hoger hemelse sferen. Maar zijn aandacht gaat naar de aarde. Als verbindingsweg tussen hemel en aarde kiest hij de schoorsteen boven de haard, het centrale punt van het huis. Daar wil hij aanwezig komen waar mensen zich verzamelen, waar men verhalen vertelt en kinderen bakert. In het gegeven van hooi en wortelen en in het ontvangen van speculaas grijpt een ruil plaats. Het is een symbool van overeenkomst. Het paard van de Sint eet een deel van onze natuur en wij krijgen langs de gaven deel aan het heilige hemelse wezen van de Sint.

De chocolade-, boter- en banketletters. Ze zijn duidelijke verwijzingen naar de runetekens van Wodan. Door daarvan te eten, krijgt men als het ware deel aan de wijsheide en de levenskracht van de goden. Je kan het verbinden met het christelijk Woord van God dat is vleesgeworden (Johannes).

Dat deze geschenken langs de schoorsteen komen, past in het kader van de mythologische interpretatie. De schoorsteen, een uitvinding in de elfde eeuw vervangt het rookgat dat steeds de verbindingsweg vormde tussen de geesten en de mensen.

Het schoen zetten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/schoentje.jpg

De gewoonte bestond in de middeleeuwen aan sommige Italiaanse hoven om geschenken en schoenen te leggen in de Sint-Niklaasnacht. Deze gewoonte werd Zopata genoemd, naar een Spaans woord voor schoen. In Italiƫ en verschillende streken van Frankrijk bestond de gewoonte in sommige kloosters dat de kloosterzusters een zijden kous hingen aan de deur van de kamer van de abdis met een papier met een aanbeveling aan Sint Nikolaas. De volgende morgen vonden ze de kousen gevuld met lekkernijen. In Engeland hangen de kinderen hun kous aan de stijl van hun ledikant voor de kerstman. Wellicht herinneren dergelijke gebruiken aan de legende der drie maagden die bij het ontwaken telkens een schat in hu kamer vonden. Dat dergelijke gebruiken tot onze streken zijn doorgedrongen en met de inheemse gewoonte om voedsel voor Wodans paard klaar te zetten of aan Wodan te offeren, zijn gecombineerd, is onwaarschijnlijk. Aannemelijker lijkt ons de opvatting dat het schoenzetten ook in onze streken moet zijn voorgekomen. Hiervan getuigen nog enkele sprookjes over het vullen van laarzen met goud. Grimm verhaalt van een boer die 's avonds bij het huiswaarts keren een lange man op een schimmel zag; de schimmelrijder spreekt: "Neem deze ketting en laat ons trekken wie het sterkst is". De boer pakt de ketting aan en slingert deze daarna om een eik. Deze boom kan het trekken van Wodan op zijn steigerende schimmel bolwerken en de boer ontvangt een beloning: hij moet zijn laarzen uittrekken en ontvangt daarin het bloed van een pas geschoten hert. Thuisgekomen ontdekte de boer dat zijn laarzen niet met bloed, maar met goud waren gevuld. Naar aanleiding van dit verhaal zij terloops opgemerkt, dat Wodans ketting in de Sinterklaasfolklore een rol is blijven spelen. In Hohenzollern gaan mannen en vrouwen door de straten, rinkelend met bellen en met kettingen. Uit oudere Sinterklaasliederen blijkt dat het feest met belgerinkel werd aangekondigd.

Marsepeinen varkens
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/freyr.jpg

Het zwijn speelt in die symboliek een belangrijke rol. Het is het zinnebeeld van de lente en de zonneschijn waar men in deze midwintertijd naar uitkijkt. Een varken in de winter houden, was voor de mensen in onze streken heel belangrijk om de winter goed door te komen. Een varken leeft van restafval en was goedkoop om te houden. Als de mensen door de voedselvoorraad heen waren konden ze door het varken gezond en wel de winder doorkomen. De varkens(koppen) van marsepein doen denken aan geluksvarkens die men aan de god Freyr offerde. In de mythologische verhalen reeds Freyr op een wild zwijn. De Duitse uitdrukking "Schwein haben" (geluk hebben, boffen,) herinnert nog aan het oude volksgeloof. Het varken was aan Freyr gewijd en op het Sinterklaasfeest (dat misschien als 'verschoven' winterfeest is te beschouwen) zijn de zwijnen door marsepeinen varkens vervangen. Aan Freyr als god van rijkdom herinneren nog de spaarvarkens. Marsepein is van amandelnoten gemaakt en verwijst dus ook naar de vruchtbare levenszaden.

Chocolade snoepgoed
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/chocolade_fig.gif

De chocolade figuren met Sinterklaas zijn zeer verscheiden van aard. Een heel aantal kan men duiden vanuit de legenden van Sinterklaas en de Germaanse wortels van dit feest. Zoals de Sint afgebeeld met de drie kinderen in de ton. Of de chocolade centen. De Sint op het paard en op het dak. Zwarte piet met roede en zak. De ezel die de pakjes draagt. De stoomboot waarmee de Sint uit Spanje komt. Maar je vindt ook een afbeelding van de maan, die bij de nacht hoort en naar de zak en Zwarte Piet (de god Oel in de Germaanse mythologie) verwijst zoals in het Sinterklaaslied 'Zie de maan schijnt door de bomen". Een eekhoorn die zaden en noten verzamelt verwijst opnieuw naar de vruchtbaarheid en de zorg van de mensen om zich goed te voorzien om de winter door te komen. Een varken met een klavertje vier al dan niet met een schoorsteenveger (oeleman) op de rug (zie hoger). Een oude vrouw kom je ook vaak tegen. Als ze lijkt op een heks symboliseert ze de donkere en bedreigende kant van de komende winter, tegelijk met het negatieve, het duivelse karakter waarvan sprake bij Zwarte Piet. Maar ze kan ook een afbeelding zijn van Wodans gemalin Freya (soms Frigga genoemd) ook wel geheten Perchta (= de glanzende). Aan deze naam herinneren in de folklore de perchten die in sommige streken van Europa rond gaan ter ere van de komende lente. De naam luidt soms: Bertha.Een herinnering aan Wodans gemalin leeft wellicht nog in Limburg voort, waar Sinte Berb (afgeleid van Sint-Barbara, 4 dec.) als huishoudster van Sinterklaas wordt beschouwd. Ook zij deelt geschenken uit. Freya wordt vaak vereenzelvigd met de godin Holda (vgl. vrouw Holle), die vruchtbaarheid aan de akkers verleent. Wellicht zijn ook de zoete onze-lieve-vrouwtjes een verchristelijking van Freya.

Ook chocolade katten zijn met Sinterklaas te vinden. Ze zijn in vruchtbaarheidculturen aanbeden dieren omwille van het sterke vruchtbaarheid. Niet alleen bij de Germanen maar ook bij de Egyptenaren. Een ander teken van vruchtbaarheid wat we in chocolade vorm kunnen tegenkomen zijn paddestoelen. Maar meer nog dan bij sinterklaas vinden we de paddestoel met kerstmis terug.

Er zijn ook figuren bijgekomen die naar de winter verwijzen zoals een trol of kabouter, een sneeuwman en een eskimo. Daarnaast zijn er nog talloze andere figuurtjes op de markt verschenen die vooral verwijzingen naar het door de Sint gebrachte speelgoed zijn. Een autootje, een beer, een pop, een moto... en zo meer.

Evolutie van Sinterklaasvieringen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/stn01015.jpg

Vanaf de 13e eeuw groeiden 5 en 6 december uit van een volksfeest, tot een echt kinderfeest bij uitstek.

Vanuit de middeleeuwen

Op Franse kloosterscholen en later in Noord- en Midden-Europa kwamen er Nicolaasvieringen op gang waarbij kloosterlingen of leraren zich verkleedden als Nicolaas. Zij deelden lof en straf uit en lieten zich begeleiden door knapen met zwartgemaakte gezichten. Vanaf de 14e eeuw vinden wij ook het gebruik van kinder-bisschopjes terug in Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Engeland en Vlaanderen. Hoe het in deze eeuw verliep in Dordrecht geven we hier weer. De koorknapen vierden het feest van de heilige Nicolaas met een ommegang. Zij waren die dag vrij en kregen wat geld om feest te vieren. EĆ©n van hen werd tot bisschop gekozen. Hij kreeg een mijter op het hoofd en een staf in de hand. Samen trokken ze door de straten en vroegen aan de voorbijgangers een kleinigheid. Van wat ze rond haalden, kochten ze voor de helft kaarsen. Met de andere helft maakten ze plezier. De stedelijke en geestelijke overheid schonk bij deze gelegenheid kleren, schoenen of iets lekkers. Deze kinderommegang ontaardde in bedelarij. Daarom werd, in de 17e eeuw, het bedelen met mijter en staf verboden! Toen de overheid geen geschenken meer gaf, werd Sinterklaas de gever. Dit gebeurde voornamelijk in de kloosterscholen waarvan hij de patroon was. EĆ©n van de leraren of kloosterlingen verkleedde zich als Sinterklaas en ondervroeg de kinderen. De braven en de ijverigen kregen wat lekkers, maar de stouten werden door de Zwarte Pieten bestraft met de roede, het onmisbare instrumenten bij de toenmalige opvoeding. In Engeland schafte de protestantse koningin Elisabeth (1558 - 1603) de Sinterklaasviering met andere katholieke gebruiken af.

Zo omstreeks 1600 kwamen in veel steden in de Nederlanden de protestanten aan de macht. Zij moesten niets hebben van allerlei katholieke en andere gebruiken. En ze vonden het sinterklaasfeest het ergst van alles! "Wat moeten we met die roomse bisschop?" riepen ze kribbig. "En met die vrijers! Weg met al die popperijen"; Daarmee bedoelden ze natuurlijk de suikerbeesten en de koeken waarop Sinterklaas en ander figuren stonden afgebeeld. Want ze waren de Bijbel weer heel zorgvuldig gaan lezen. En ze wisten dat God tegen Mozes had gezegd: "Jullie mogen geen beelden en afbeeldingen meer maken. Anders zullen de mensen daarvoor bidden. Dan maken ze er afgoden van en zo vergeten ze Mij."

Hieronder volgt een gedeelte van de oorspronkelijke tekst van de keur uit 1607:

SINT NICLAES AVONT VERBODEN OPTE MARCT MET WAREN VOOR TE STAEN
Alsoo mijn Heeren de Magistraten dezer Stadt Delft, bemercken datt opten vyftden Decemb, twelck genoempt wortdt Nicolaesavont, hett marctvelt mett veel craemen wordt besedt, in welcke craemen vercoft worden verschydqen goeden, die men den cleynen kinderne diets maeckt datt den selftden Nicolaes henluyden geeft, twelck een saecke is, nyet alleen strydende tegens alle goede ordre ende poliye, maer oock de luyden affleydende van de ware Godesdyenste ende steckende tot waengelooff ende affgoderye.
Soo ist dat mijn Heeren Schodt ende Schepenen met advys van mijn Heeren de Burgemeesteren keuren datt voortaen myemant wije dye sij Inwoonder ofte wtheemstge sall vermoghen met eenighe craemen ende waeren opten selven Nicolaes avondt ofte voor ofte nae openlick opt marctvelt oft elders voor te staen.
Verbyeden ende interdicqeren voorts, van nu voortaen gheen broot, couck, suycker ofte andere eetwaeren te vercopen, ofte te coope te stellen, hebbende tfacoen van eenige beelden, ofte daer eenich beelt ofte beelden an ofte op gebacken ofte gestelt sijn op verbeurte van dijen.
Aldus gepubliseert mette grote clocke vant stadt huijs opten 25e novemb. 1607.

Eerlijk gezegd vonden de protestanten het sinterklaasfeest Ć©Ć©n grote afgoderij. Bedenk zelf maar eens hoeveel poppen, en afbeeldingen van Sint-Nicolaas je rond 5 december tegenkomt in de winkels. De hele santenkraam moest dus verdwijnen. De markten het eerst! Er werden wetten gemaakt tegen het sinterklaasfeest. Die wetten heetten keuren, waarin van alles werd goedgekeurd en afgekeurd. Welnu, het sinterklaasfeest werd in ieder geval keihard afgekeurd!

VERBODEN OP SINT-NICOLAASAVOND MET KOOPWAAR OP DE MARKT TE STAAN.
De Autoriteiten van de Stad Delft hebben gemerkt dat op 5 december, de zogenaamde sinterklaasavond, de markt bezet is met veel kramen. Daar worden verschillende goederen verkocht waarvan men de kleine kinderen wijs maakt dat Nicolaas die aan hen geeft. dat is een zaak die niet alleen in strijd is met de goede orde en het gezag, maar het leidt de mensen ook af van de ware godsdienst. Zo krijgen we hier ongeloof en afgoderij.
Daarom hebben Schout en Schepenen, samen met de Burgemeesters besloten dat voortaan niemand, inwoner van Delft of niet, op Nicolaas-avond met marktkramen, goederen of artikelen op de markt mag gaan staan of waar dan ook Bovendien wordt verboden om voortaan brood, koek, suiker of andere etenswaren te verkopen of uit te stallen, waarop iets staat afgebeeld. Koeken met afbeeldingen worden meteen in beslag genomen!

Bekendgemaakt bij het luiden van de grote klok van het Stadhuis, 25 november 1607.

 

Nicolaas: patroon van vele Broederschappen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/walsham-norfolk.jpg

Maar zij vierden niet alleen het Nicolaasfeest in de kerk. Naarmate de verering en de legenden - o.a. via de mirakelspelen - inspirerend doorwerkten, ontstonden er Broederschappen te Gent, te Antwerpen, te Ieper en in vele ander steden. Zo'n Broederschap onderhield een speciale relatie met de heilige en men vroeg hem raad en steun via de gebeden van de Broederschap. Gilden en Ambachtslieden kozen Nicolaas vaak als patroon. Ook andere groeperingen kregen hem als beschermheilige. De inhoud van de vertellingen rond zijn persoon heeft dit patroonschap sterk in de hand gewerkt. Door de medeburgers van de hongersnood te redden door het graanwonder werd hij de patroon van de graanhandelaars, de kruideniers, de wijnbouwers. De geschiedenis van de drie meisjes heeft hem tot patroon gemaakt van de huwbare dochters, de verloofden, de ongehuwde moeders. De recentere legende van de vleeskuip heeft de kinderen, de studenten, de spekslagers, de kaasboeren, de brouwers en de kuipers onder zijn bescherming geplaatst. De scheepslegenden hadden van hem voordien al de patroon van de schippers, de matrozen, de handelaars, de poldergasten en droogleggers van polders gemaakt...Aan deze patronaten moeten noga andere toegevoegd worden die geen enkel verband hebben met de nicolaĆÆsche legenden, maar die de grote verering bevestigen. Zo was Nicolaas de patroon van de kramers en lakenwevers, uitdragers en kleermakers, ijzerhandelaars, wasbewerkers en kaarsenmakers, apothekers, laarzenmakers en schoenlappers. In Engeland gaf men hem de naam "de beschermer der zeeĆ«n". In Zwitserland - en eveneens in Polen - werd hij de patroon van de schippers en de matrozen. De naam Nicolaas wordt in vele vormen door mannen en vrouwen gedragen. We geven er hier maar enkele bekende weer: Klaas, Nico, Nicole, Colette, Nikita.

Sinterklaas en Santa Claus
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/santaclaus.jpg

Santa Claus is nauw verbonden met verschillende literaire creaties. In Diedrich Knickerbocker's History of New York (1809), een geschrift dat Washington Iving grote bekendheid verleende, vinden we de kiem van de Santa-Claus-saga. Volgens Father Knickerbocker kwam in 1613 een schip, Goede Vrouw genaamd, met een grote groep kolonisten vanuit Nederland en Duitsland naar de Nieuwe Wereld. Op de boeg was een beeld van Nicolaas aangebracht. De beschrijving van de figuur - met breed gerande hoed en kniebroek - wijst erop dat het om een Duitse voorstelling van Nicolaas gaat. Knickerbocker vertelt verder hoe een zekere Oloffe Van Kortlandt, een Nederlander, dank zij een droom waarin Nicolaas aan hem verschijnt, een geschikte nederzettingsplaats vindt. De pioniers noemen de plaats Nieuw-Amsterdam. Na de korte Nederlandse periode krijgt dit stadje de naam New York. New York telt nog steeds verschillende Nicolaaskerken, -straten en -pleinen, maar ze zijn allen van vrij recente datum (Pauli 1984, Nettel 1957, Jones 1978, Bendix 1986).

Zo bewaarden de Nederlanders hun sinterklaasfeest ook in Amerika, en de Duitsers vierden 'Weihnachten' met het Kerstkind en Knecht Ruprecht (Nettel 1957, Pauli 1954). Hieruit ontstond dan een eigen feest. Santa Claus is een amalgaam van verschillende oudere tradities. Het feest verschuift naar 24 december, wat sterker aansluit bij de Duitse traditie, maar de Nederlandse naam blijft herkenbaar.

Hij is rond en dik van gestalte, meer gezellig dan statig. Santa Claus heeft geen knecht, maar neemt als het ware de vrolijke trekjes van de gezel in zich op. Hij klimt zelf door de schouw en vult de kousen van de kinderen. Hij verplaatst zich niet met een paard, maar met een slede, getrokken door acht rendieren. Santa Claus mist elke verwijzing naar zijn religieus katholieke afkomst, ook in de uiterlijke voorstelling. Wel werd de rode kleur bewaard, en de Duitse kaboutermuts. De Hollandse pijp is een nieuw ingrediƫnt. Santa Claus heeft niet het belerende en dreigende karakter dat we in de Europese kinderliteratuur zullen aantreffen. Hij lacht en knipoogt en rond hem zweeft een aura van vrolijkheid. Veel sneller nog dan Sinterklaas in Europa, werd Santa Claus in het welvarende Amerika gecommercialiseerd.

Het Sinterklaasgebeuren: een inhoudelijke benadering

De religieuze dimensie van het Sinterklaasgebeuren

We bedoelen die aspecten uit de (Germaanse en christelijke) wortels van het Sinterklaasfeest die rechtstreeks of symbolisch raakvlakken vertonen met de 'algemeen' menselijke zoektocht naar (uiteindelijke) waarheid, levenszin en heelwording.

Algemene menselijke waarden en concrete leefgewoonten
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/xmas_santa01lg.jpg
  • Het feestelijke, vierende en overvloedige surpluskarakter van het Sinterklaasgebeuren laat ons iets van het leven in zijn volheid vermoeden. Laat ons niet alleen hopen op maar ook daadwerkelijk proeven van het deugddoende, de (uiteindelijke) zaligheid van het leven. Er zijn altijd extra's, er is meer, teveel soms van het goede, het houdt blijkbaar niet op, er is geen grens meer, er mag dan wat anders niet mag of kan. Er is een grote wederzijdse, familiale betrokkenheid en intensiteit.

  • Het leven in al zijn aspecten wordt herinnerd, vooral datgene wat als goed en nastrevenswaardig ervaren wordt. Aan kinderen worden stichtende Sinterklaas ervaringen verteld. Zij zeggen ook uit wat hen spijt en wat ze willen veranderen.

  • Het leren omgaan met de maat der dingen en de toe-maat die soms letterlijk en figuurlijk uit de lucht komt vallen. Kinderen leren hun verwachtingen realistisch te houden, niet alles te willen en toch verwachtingsvol uit te kijken. Ze leren om met mate en spaarzaam met het gekregene om te gaan. Het gooien van noten of snoepgoed symboliseert het leven als gave.

  • Het eigen leven als vrij en verantwoordelijk ervaren als een ononderbroken proces van kiezen. Het leren kiezen van kinderen wat goed voor hen is. Is speel- en snoepgoed ook goed om mee te spelen en van te snoepen.

De strijd tussen goed en kwaad

De hoofdfiguren zijn (genuanceerde) uitbeeldingen van de persoonlijke en maatschappelijke strijd tussen goed en kwaad. Ze laten de menselijke on- en overmacht zien alsmede diens kansen tot verantwoord handelen. Zwarte Piet verbeeldt de duistere, negatieve, kwade, demonische krachten van het bestaan. Sinterklaas symboliseert de lichte, positieve, goede, rechtvaardige kant van het leven.

De ervaring van menselijke beperkingen i.r.t. mensoverstijgend verlangen:
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/h.nicolaas.jpg
  • De ervaring van eigen onwaarde, het niet geteld zijn en de verwachting zich toch gezien en gewaardeerd te weten (door mensoverstijgende machten en krachten, het leven zelf, goden...) Ik weet mij als kind gezien (vanuit de hemel) door Sint Nicolaas en sta in zijn boek vermeld.

  • De ervaring van fundamentele ongerechtigheid en het verlangen naar uiteindelijke gerechtigheid (in een hiernu-hiernamaals). Het goede en kwade staat in het boek van Sinterklaas.

  • De ervaring van contact met mensoverstijgende (kinderen schrijven een brief naar de Sint).

  • Het stellen van (magische) handelingen en rituelen om de hoop op levensnoodzakelijke behoeften uit te drukken en deze ook daadwerkelijk te verweren. Kinderen zingen liedjes, zijn braaf, offeren gaven.

  • Het uitdrukken van dankbaarheid omwille van het leven en zijn vruchtbaarheid. Kinderen zeggen dank, leren afwachten en blij zijn met wat er (maar) is, het leven geeft niet altijd wat er wordt verhoopt.

Spanning tussen licht en duisternis

De situering van het feest tegen het aanschijn van de midwinter zonnewende laat het spel toe van licht en duisternis, van warmte en koude. Het is tegelijkertijd op symbolische wijze de uitdrukking van wat als positief en negatief, als levengevend of dodend ervaren wordt. Sinterklaastochten, fakkeltochten, Sinte Mettenvuren, liederen over de duisternis en het licht van de man, het gezellig samenzijn in huiselijke kring bij de open haard enz. zijn allen uitdrukking (soms eeuwenoud) van het levend houden van het lichtende in het bestaan, van het verdrijven van het kwaad en de eigen angsten, van uitdrukking van hoop in een gezamenlijke weerbaarheid tegen de bedreiging van het leven door de duisternis en de koude.

Het spel van slapen gaan en (verwachtingsvol) opstaan:

Het is de uitdrukking van: zich kunnen neerleggen, het laten rusten, het uit handen geven en uitzien nar wat komt, naar wat (op) mij toekomt. Het is ook in actie rechtkomen en de toekomst (dankbaar) aanvatten.
Het symboliseert verder datgene wat op onbewuste wijze bij de mens leeft (wat een sluimerend bestaan leidt) en wat daaruit meer bewust naar voor treedt. Dus ook datgene wat de mens bewust of onbewust al dan niet (ge)weten wil (hebben). Ook hier komt de spanning tussen dood en leven (voor altijd inslapen of (n)ooit weer opstaan) naar voor.

Zo leggen de kinderen zich op de vooravond van Sinterklaas ongerust neer in wat bange tegelijk hoopvol verlangen naar wat de toekomst (de Sint) brengen zal. Door het venster reikhalzend uitgekeken naar een beweging in de nacht die reeds een hoopvol teken is naar wat de ochtend (hopelijk) brengen zal. De uitdrukking van hun wensen in de vorm van een brief is tegelijkertijd een zich bewust worden van de eigen noden en behoeften en zicht krijgen op wat hun ware verlangen zijn. De ochtend wordt meestal (te) vroeg aangevat. Met het gekregene gaat men onmiddellijk aan de slag. Gaven worden op-gaven, het geworpene wordt ont-werp.

Joods-christelijke perspectieven op het Sinterklaasfeest

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/childrenkorea.jpg
  • Sint Niklaas als bevrijder van het volk
    NikĆØ (overwinning) Laos (volk): overwinnaar, bevrijder voor en van het volk. Hij wordt als heilige, als heelmaker vereerd. Hij komt op voor maatschappelijke en religieus-godsdienstige bevrijding uit de gevolgen van de uitbuiting en onderdrukking van de Romeinse machten.

  • De evangelische keuze voor de zwakke, de arme, de onderdrukte mens.
    De legenden van de heilige Nicolaas verhalen van zijn solidair handelen met de zwaksten van de samenleving (vb. de vrouwen zonder bruidschat, het hongerige Myra, de drie kinderen in het pekelvat, de boer in nood...)

  • De strijd tegen overheersende, structurele machten van het kwade.
    De legenden verhalen over zijn strijd tegen bedrog en onrecht. Verhalen ook over zijn optreden tegen onrechtvaardige rechtspraak.

  • De ervaring van het leven als gave en de keuze voor een levenshouding waarin pure goedheid om niet (gratuit) centraal staat.
    Sinterklaas is vrijgevig en overstijgt een 'voor wat, hoor wat' oraal waarbij ook de zgn. stoute kinderen delen in de gaven. Hij strooit de levensgaven (zoals Wodan de levenszaden) rond. Het leven valt de kinderen toe.

  • Het vergevende karakter, waarbij telkens opnieuw kansen gegeven worden en een leven niet van goede gaven verstoken blijft.
    De heilige Nicolaas geeft mensen die van zijn goedheid misbruik maken toch nog kansen op herstel. Ook kinderen die niet aan de gestelde verwachtingen hebben beantwoord worden door de Sint niet ontzien. Zelfs al worden ze op het matje geroepen, ze worden ook dan nog met een geschenk bedeeld.

  • Bevrijding uit de macht van het hebben en beheersen en uit de verleiding van het al, om alles te willen.
    Nicolaas wordt als vrijgevig beschreven, solidair met de armen. Hij kritiseert eveneens de materiƫle uitbuiting van de bevolking door de Romeinen. Ook individuen die bezit vergaren staan onder kritiek. Het bijbelse omgaan met het materiƫle is gekleurd door de regel: ieder naar zijn eigen maat. Zodat wie veel nodig heeft ook niet te kort komt en wie weinig nodig heeft niet teveel heeft. Zo krijgen kinderen met Sinterklaas ook geschenken, ieder op zijn eigen maat, ieder naar zijn eigen behoeften en eigen aard.

  • De overtuiging dat het goede het wint van het kwade.
    Waarbij de zachte krachten het winnen van het sterke. Zo dat zelfs het kwade zich keert en zich ten dienste stelt van het goede.
    Vele legenden verhalen dat mensen die door ongeluk of onrecht gestorven zijn weer ten leven worden gewekt. In Sinterklaasrituelen die Zwarte Piet als een boze, kwade kracht, als duivel ten tonele voerden blijkt de Sint (het goede) baas te zijn over het kwade. Dat kwade is getemd geworden en ten dienste gesteld aan het goede, want Zwarte Piet deelt snoep- en speelgoed uit aan de kinderen.

  • De allesziende Sint die oog heeft voor iedereen.
    Als heilige wordt Nicolaas in de hemel gesitueerd en krijgt hij goddelijke kenmerken. Hij kent iedereen bij naam, elkeen krijgt daardoor waarde en betekenis.

  • Beeld van God, volgeling van Jezus van Nazareth.
    De meeste legenden bevatten rechtstreekse verwijzingen naar evangelische verhalen. Het stillen van de storm, de broodvermenigvuldiging, genezingen en ten dode opwekkingen. Dit laat zien dat we deze legenden eerder als uitdrukkingen van een geloof, als theologische traktaten moeten lezen dan als waar gebeurde geschiedenissen. Het boek van Sinterklaas is de bijbel, die richtinggevend voor het leven is, waarin goed en kwaad worden onderscheiden.
  • Het gevecht tegen de magie en bijgeloof.
    De heilige Nicolaas bestrijdt bijgeloof, maar de verhalen over hem tekenen hem evenzeer als een felle bestrijder van bepaalde randvisies (ook wel ketterijen genoemd) op de christelijke levensbeschouwing vb. Arianisme. Ook zijn er legenden over hem waarin niet-christelijke (heidense) godsdiensten zoals de Romeinse godencultus en het jodendom fel besteden worden of waar bekeringen worden vermeld.

Sinterklaas in de knoei

Sinterklaas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/devil.jpg

Enkele vragen waarbij je als leerkracht een keuze moet maken:

  1. Kan je om het even wat vertellen over Sinterklaas of bouw je een sinterklaasbeeld op uit ingrediƫnten uit de christelijke en/of de Germaanse traditie?
  2. Sinterklaas of de Heilige Nicolaas in de godsdienstles?
  3. Wat met de Oud-Germaanse ingrediƫnten en rituelen, wil je verwijzen naar Wodan?
  4. Komt sinterklaas uit de hemel, van Spanje of uit Turkije? Wat vertel je aan kinderen en waarom vertel je het op die wijze? Gebruik je het onderscheid tussen de legenden over Nicolaas en de geschiedkundige feiten als aanzet om na te denken over de zin en betekenis van geloofstaal (legenden zijn uitdrukkingswijzen die behoren tot 'geloofstaal')?
  5. Vele Sinterklazen: Ć©Ć©n echte en vele helpers of is hij overal tegelijk? Of zeg je: echte sinterklazen zijn sinterklazen die in hun hart willen zijn zoals sinterklaas?
  6. Het kinderlijk geloof en de 'echte' sinterklaas? Hoe ga je daarmee om? Kan je met hen het sinterklaasspel spelen zonder fixatie op het al of niet echt zijn van de sint in de ogen van de kinderen? Iets in de zin van: het doet er niet toe of een kind nu gelooft dat hij echt is of niet, het is fijn om met hen het feest van de grote kindervriend te mogen beleven.

De stok achter de deur

Ouders vertellen over Sinterklaas:

  • dat de Sint alles ziet en afhankelijk daarvan zal hij je belonen of straffen
  • dat de Sint een groot boek heeft en daar alles in opschrijft
  • dat de Pieten een zak hebben waar hij alle stoute kinderen in steken
  • dat de Pieten een roe hebben waar ze de stoute kinderen mee meppen
  • dat je weinig krijgt als je stout bent, enzovoort.

De ouders spelen een spel met hun kinderen en zijn in dit spel buitengewoon machtig. Zij kunnen het gedrag van Sinterklaas en de Pieten besturen en daarmee hebben zij de totale macht over hun kinderen. De Sint ziet alles. Dit maakt veel kinderen bang. Ze vinden het zeker niet geruststellend dat er iemand een oogje in het zeil houdt en kijkt of het wel goed met hen gaat. Het is een angstaanjagend idee dat Sinterklaas, net als God van boven af naar ons kijkt. Maar God is ver weg en zal zich pas over ons uitspreken bij de dood. Daarentegen komt Sinterklaas ieder jaar om ons te belonen of te straffen voor de dingen die we in de loop van het jaar hebben gedaan. Dit maakt Sinterklaas echter ook angstaanjagend.

Het grote boek van Sinterklaas vertegenwoordigt niets anders dan de stem van het eigen geweten. Het boek is vergelijkbaar met de stem van God die je, evenals de stem van je geweten, nooit met rust laat, waar je ook bent, wat je jezelf ook probeert wijs te maken. Een mens kan en hoeft uiteindelijk alleen maar te gehoorzamen aan zijn eigen geweten en om die reden is het belangrijk dat ieder mens, ieder kind, een innerlijk sturend geweten ontwikkelt Dit geweten dient in uiterste instantie als leidraad voor zijn gedrag en zorgt ervoor dat hij zich niet hoeft te laten intimideren, bedreigen of leiden door allerlei stemmen van buiten af.

De zak en de roe van Zwarte Piet dienen niet om kinderen te straffen. Vroeger waren er pluimpjes geknoopt aan de roe. Die pluimpjes dienden om de bloesems van de fruitbomen te bevruchten. Vaak maken ouders gebruik en/of misbruik van Sinterklaas door hem te pas en te onpas ten tonele te voeren wanneer ze hun kinderen niet meer in het gareel kunnen houden.

Het is nergens goed voor om het kind zo bang te maken dat het niet meer alleen door het huis durft te lopen, gaat bedplassen, nachtmerries krijgt, enz. Het heeft geen zin hen tot gehoorzaamheid te dwingen op grond van zo'n overdreven machtsvertoon. Want dit is wat je doet wanneer je Sinterklaas gebruikt om kinderen tot gehoorzaamheid te dwingen: je maakt gebruik van hun angst en je vervormt Sinterklaas tot een machtsmiddel. Op die manier degradeer je de gulle kindervriend tot een boeman. Natuurlijk moet een kind leren hoe het zich moet gedragen. Het is goed het te vertellen en te laten merken wat het goed gedaan heeft en wat het beter had kunnen laten. Natuurlijk staat de stem van Sinterklaas voor het eigen geweten en het is belangrijk om dat te ontwikkelen. Maar juist omdat het geweten binnen elke mens huist, is het van belang om die stem ook steeds binnen te laten weerklinken. Door met je kinderen te praten, hen te laten zien wat de gevolgen zijn van zijn daden, te vertellen wat het jou doet als hij iets uithaalt, kun je binnen in hen een ervaring van 'het was goed of het was slecht wat ik deed' en eventueel een daarbij horend gevoel van spijt opwekken. Wanneer men echter steeds de bestraffende vinger van Sinterklaas ('of van God') buiten zich voelt doordat hij zo overdonderd wordt door dreigingen van buitenaf.

Het kan ook anders: in vele verhalen is de sint iemand die vooral het goede ziet en zich weinig stoort aan fouten die kinderen maken: hij ziet, meer dan zijzelf, wat ze waard zijn en wil dat naar boven halen. Hij 'gelooft' in de groeikansen van elk kind.

De zwarte pieten

bij zwarte piet:

  • Een 'zwarte' Piet en knecht en daarnaast een autoritaire sint?
     
  • Een lieve patriciĆ«r die kinderen heen helpt over hun schrik voor sinterklaas?
     
  • Een kwade duivel die voortdurend tot de orde geroepen wordt door de sint? De sint als figuur die het goede incarneert en zwarte piet die aangetrokken is door het kwade, maar zich uiteindelijk toch steeds laat overtuigen door de sint: 'het goede overwint het kwade'.
     
  • Zwart als roet?
     
  • Veelkleurig?
Een ondertoon van racisme vermijden

Sommigen zien het Sinterklaasfeest als een uiting van racisme: de blanke die baas speelt over de zwarte. Zwarte Piet wordt aanzien als de mindere, het domme ventje, de slaaf. Het is dus heel normaal dat mensen uit Suriname en de Antillen bij ons volksfeest vraagtekens zetten: begrijpelijk als je het vanuit hun standpunt bekijkt. Zo werd er door een Surinaamse moeder het voorstel gedaan in de school wel de Sint uit te nodigen, maar Zwarte Piet geen toegang tot de school te verlenen. Ze vertelde gemerkt te hebben dat nogal wat Surinaamse kinderen voor "Zwart Piet" werden uitgescholden. Daardoor durfden sommigen van hen rond begin december zelfs niet naar school te gaan. Je kan hierbij de vraag stellen: 'Is de buurt rondom de school al niet racistisch genoeg zonder dat de school er ook niet nog een schepje bovenop moet doen?', maar ook "Gaat er dan geen deel verloren van dit volksfeest?".

Toch vinden wij het belangrijk dat men rekening houdt met de situatie in en rond de school. Het Sinterklaasfeest moet een feest blijven voor alle kinderen en geen aanleiding geven tot scheldpartijen, minderwaardigheidsgevoel,... tot racisme.

In hedendaagse sinterklaasverhalen zie je dat de vroegere 'zwarte' piet veel meer een veelzijdige en veelkleurige figuur geworden is. Verschillende pieten krijgen verschillende taken en verantwoordelijkheden en vormen samen de bonte veelkleurigheid die goed past is een multiculturele samenleving.

De shock van Sinterklaas

Vrijwel ieder kind komt omstreeks zijn zevende jaar tot een schokkende ontdekking: wat tot die tijd een vreugdevol (of angstaanjagend) mysterie was, verbleekt soms binnen een seconde tot de naakte waarheid: Sinterklaas bestaat niet.

Wat betekent die ontdekking voor een kind? Hoe verwerkt het deze informatie? Wat doet het emotioneel? Hoe kijkt het naar zijn ouders die kennelijk jarenlang het kind voor de gek hebben gehouden? Heeft deze ontluistering van zijn geloof in Sinterklaas ook consequenties voor zijn geloof in God? Wie is Sinterklaas eigenlijk? Waar komt hij vandaan? Is hij misschien te beschouwen als een soort god? Hoe komt het dat alle doorgans toch zeer waarheidlievende ouders ertoe komen om hun kinderen zo lang voor de gek te houden? In 'De shock van Sinterklaas' gaat Riekje Boswijk-Hummel op deze en dergelijke vragen in.

Door de talloze 'illustraties' in de vorm van citaten uit brieven die ze als antwoord op een kleine enquĆŖte kreeg toegestuurd, is het boek gemakkelijk en vlot te lezen. Het boek is geschreven uit verwondering over een feestelijke gewoonte die bij nadere beschouwing helemaal niet zo gewoon blijkt te zijn.

Er zijn kennelijk twee werelden: de wereld van de volwassenen die weten wat waar is en wat niet, en de wereld van de kinderen die niet weten wat waar is en die afgaan op wat hen wordt verteld. Op het moment dat kinderen horen dat Sinterklaas niet bestaat, ontdekken ze de twee werelden. Ze stellen dit op een pijnlijke manier vast, namelijk door in te zien dat ze jarenlang hebben geloofd wat hen werd verteld en dat ze bij nader inzien voor de gek zijn gehouden. Hoewel ze de shock van de ontdekking vaak nog maar nauwelijks hebben verwerkt en emotioneel nog behoorlijk in de war zijn, zien ze opeens in dat ze op dat moment deel uitmaakten van een wereld die dan opeens kinderachtig, naĆÆef en dom lijkt.

Hier volgen enkele getuigenissen van vijfdeklassers in verband met de ontdekking.

Hoe ontdekte ik dat de Sint niet echt bestaat en wat ik ervan vond.
  • Ik moest naar bed gaan. Ik hoorde heel veel lawaai beneden. En ik zei in mijn eigen: "Dat is zeker mijn mama die de afwas doet". Daarna hoorde ik dat weer. En ik zei weer in mijn eigen: "Dat is zeker Sinterklaas"! Toen wou ik zien hoe hij was. Ik ging naar beneden. En deed de deur stilletjes open; En ik zag dat het mijn mama was die Sinterklaas speelde. En ik was verdrietig.
     
  • Op een avond had ik gezien dat de schouw altijd toe was en ik vroeg hoe dat hij erdoor kwam. Mijn vader zei: "Hij doet de schouw open". Op de avond van Sinterklaas bleef ik lang op en ik zag dat de schouw nog toe was. Dan heb ik nog eens gevraagd hoe dat kwam en hij zei dat de Sint niet bestond. Ik vond dat niet erg.
     
  • Ik had een fles wijn klaargezet en er was er zo maar Ć©Ć©n. Ik zette ook een schoentje klaar. 's Morgens na het ontbijt, ging ik een stukje chocolade nemen en toen zag ik juist dezelfde fles wijn staan. Dan hebben ze mij het hele verhaal uitgelegd. Ik vond het heel erg dat mijn ouders gelogen hadden.
     
  • Toen ik op zijn schoot ging zitten vroeger, keek ik nar zijn snor en zijn baard maar daar achter zag ik iets bruin, ik denk dat het een soort lijm was. Ik vond het heel erg dat mijn ouders tegen mij logen en nu liegen ze nog maar ik weet dat Sinterklaas niet echt bestaat.
     
  • Ik kwam thuis van school en de Sint was geweest.. Mama en papa zaten beneden en ze zeiden: "Oh, dat wist ik niet". En ik geloofde hen niet. Ik ging naar Dries zijn kamer en ik vroeg het. Dries zei: "Nee Sinterklaas bestaat niet". Ik vond het een echte ramp.
     
  • Toen ik ging slapen zei mijn papa: "Wacht effen". Toen mocht ik naar boven gaan en ik had ze in de living bezig gehoord. Toen ik mijn bed lag, kroop ik er rap weer uit en ging naar beneden. Daar stond mijn cadeau in de zetel. Toen wist ik dat mijn mama en papa dat waren. En ik vond dat heel vervelend dat ze tegen mij hadden gelogen.
     
  • Op een dag stond ik op en ging naar beneden. En ik ging naar de keuken en ik ging op een stoel zitten en ik zag de geschenkjes mar dat geloofde ik niet. En een paar dagen (of uren) later kreeg ik een boekje van Christiaensen en ik las daar de prijzen en ik vond dat niet leuk dat mijn ouders tegen mij logen.
Oorzaken van het al of niet geschokt zijn:

Veel kinderen zijn dus geschokt wanneer ze horen dat Sinterklaas niet bestaat, maar hoe komt het nu eigenlijk dat ze zo geschokt zijn? De oorzaak is individueel verschillend.

  • Voor vele kinderen blijkt het een grote shock hun geloof zo plotseling te verliezen. Voor een kind is er een vaag onderscheid tussen Sinterklaas en God. Het is daarom niet verwonderlijk dat het die twee met elkaar verwart. Niet dat kinderen denken dat Sinterklaas God is, maar het feit dat ze beiden bovenmenselijke eigenschappen bevatten is verwarrend. Geen wonder dat het kind, toen het aan de weet kwam dat Sinterklaas niet bestond, een enorm wantrouwen kreeg naar alles en iedereen die ook maar iets met kerk en gezag te maken had.

    Voor mij waren opeens alle gezagsdragers die bepaalde kleding droegen om het gezag dat ze hadden aan te tonen, volstrekt ongeloofwaardig. Alle bisschoppen in de kerk zag ik als verklede mannen, net als Sinterklaas. Maar ook de schoolmeester leek mij iemand die je niet kon vertrouwen. Alle mensen die ook mar iets van gezag vertegenwoordigden wantrouwde ik uit het diepst van mijn hart en ik wilde niets met ze te maken hebben.

    man van 46 jaar

     
    En toch: vanaf dat moment heb ik de pastoor anders bekeken; anders naar zijn holle, niks zeggende en bangmakende woorden geluisterd

    vrouw van 40 jaar

     
    Al mijn vertrouwen was weg. 'Dan bestaat God natuurlijk ook niet! ze hebben me bedrogen!!! Het was vreselijk. Ik denk dat mijn hele leven erdoor veranderd is.

    vrouw van 42 jaar

  • Voor een andere groep kinderen blijkt het feit dat hun ouders tegen hen hebben gelogen een enorme shock te zijn. De waarheid die hun ouders tot op dit moment zonder blikken of blozen hebben verteld en die ze vaak door middel van talloze argumenten en verzinsels hebben verdedigd, blijkt op dit moment te hebben ontmaskerd als een leugen; dus zijn ouders leugenaars! Ik heb heel hard gejankt. Al mijn vertrouwen was weg. ze hebben me bedrogen!!! Het was vreselijk.
     
  • Nog andere kinderen worden door hun ouders regelmatig voor het lapje gehouden, omdat ze dat leuk vinden of omdat ze denken dat die kinderen dat leuk vinden. Kinderen van dergelijke ouders tonen zich niet erg geschokt wanneer ze horen dat die ouders hun alweer voor de gek gehouden hebben. Het zat er vanaf het begin af aan al in: kennelijk is dit de zoveelste grap.

    Ik heb het mijn ouders niet kwalijk genomen. Ik denk omdat ze (voor mij) wel vaker oneerlijk overkwamen; zoals fantasierijke verhalen van mijn vader, ontkenningen van mijn zusters naar elkaar, terwijl ik had gezien dat het gebeurde. De schuld op iemand anders schuiven. Enzovoort. Dit vond ik altijd erg gemeen, maar je raakt eraan gewend.

    vrouw van 41 jaar

De vercommercialiseerde sint

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/coke_sint.gif
  • Kinderen zijn enorm gevoelig voor het goede dat hen omringt. Kinderen hebben een zeer grote gevoeligheid voor het ontvangen van het goede in zijn vele normen: geborgenheid, genegenheid, huiselijkheid, waardering, aanmoediging, bevestiging, begrip, verzoening,...

  • Sterk beheerst door het egocentrische geluksverlangen. Kinderen zijn in de Sinterklaasperiode begaan met dingen die zij zullen krijgen. De welvaart en de instelling van de ouders en grootouders spelen vaak in op deze krijgshouding. "Als je braaf bent, krijg je ...! Hoe braver, hoe mĆ©Ć©r geschenken! Hoe meer geschenken, hoe gelukkiger!!?

  • Ook winkeliers en fabrikanten, gedreven door commercieel winstbejag, beginnen reeds vanaf eind oktober met hun uitstalramen in een Sinterklaaskleedje te steken. Hoe meer geldzuchtig, hoe meer tijd er uitgesmeerd wordt aan Sinterklaas. En hij is nog wel hun patroon! De kinderen worden erdoor gefascineerd en willen hebben.

  • Kinderen vinden het vanzelfsprekend dat ze veel krijgen! Het verwondert ons dan ook niet dat ze onrustiger, zenuwachtiger en agressiever worden naarmate het kinderfeest nadert. Ze kunnen vaak niet meer zwijgen over wat ze allemaal zullen krijgen of reeds gekregen hebben. Wie veel krijgt, verwacht bevestiging en wie niets of weinig krijgt, voelt zich tekort gedaan.

  • Uiteindelijk is het de tijdsgeest van het materialisme en de consumptie die de krijg- en hebsfeer opdrijft en die onze voor het goede zo ontvankelijke kinderen aantrekt. Vele ervaren onze welvaarts- en consumptiewereld als Ć©Ć©n grote 'Sinterklaasautomaat', waar je je wens insteekt en de vervulling onmiddellijk moet uitkomen. En als dat niet gebeurt omdat de voorraad opgeraakt, wordt de hedendaagse mens agressief, zoals een kind dat niet meteen krijgt wat het vraagt.

  • Een scheef getrokken interpretatie van de Sinterklaaslegenden kan deze egocentrische ingesteldheid nog in de hand werken, want volgens die interpretatie is Sinterklaas iemand die inspeelt op de individuele noden, wensen en verwachtingen van de mens: een gelukkig en vruchtbaar huwelijk: leven in materiĆ«le welvaart, zonder pijn, angst, dood,... Sinterklaas wordt een middel tot het voldoen aan egocentrisch geluksverlangen.

  • De commercie vervult een belangrijke rol bij het in stand houden van het Sinterklaasfeest of het Sinterklaasfeest wordt beĆÆnvloed door de commercie. De handel maakt gebruik van de wensen bij het kooppubliek. Verlokkende folders en etalages brengen de sfeer die nodig is om ons op te warmen. Die commerciĆ«le bedrijvigheid wordt bezwaarlijk wanneer zij ons de indruk geeft dat een geschenk pas van grote liefde getuigt als het kostbaar is.

  • 'Decembermaand – geluksmaand'. In zo'n slogan is de ontluistering te zien van de diepere betekenis van de decemberfeesten. De leze wordt ingefluisterd dat hij de koper moet worden; Sinterklaas – maar het geldt ook voor de kerstman – wordt een materiĆ«le Sint. De negatieve invloed die de commercie op het Sinterklaasfeest heeft is daarmee aangegeven: het wordt een feest waarin het materiĆ«le de boventoon voert.

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan.

Jullie kennen ongetwijfeld dat Sinterklaasliedje. Maar Sinterklaas haalt zijn speelgoed al lang niet meer uit Spanje. Barbiepoppen bijvoorbeeld worden gemaakt in Thailand. Door de ongezonde werkomstandigheden in de fabrieken verliezen vele arbeidsters hun haar.

Uit China komen dan weer veel van onze computerspelletjes. daar is het al niet veel beter om te werken. Vorig jaar ontstond brand in Ć©Ć©n van de fabrieken. Door de slechte veiligheid kwamen tientallen arbeiders om.

Speel je graag voetbal? Wist je dat de voetballen gemaakt worden door kinderen van 7 of 8 jaar in Pakistan? Hun vingers zijn smal genoeg voor het moeilijke naaiwerk. Vele kinderen worden opgesloten omdat ze anders zouden vluchten. Zo weinig verdienen ze.

Als je voetbalt, draag je misschien sportschoenen... In Vietnam maken ze die aan een hongerloontje van 6 frank per uur... Hier in de winkel kosten ze echter 3000 frank. Reken eens uit hoeveel winst dat opbrengt!

Thailand, China, Pakistan en Vietnam zijn landen in Aziƫ. Hier ver vandaan zal je misschien denken. Maar veel van de zaken waarmee je dagelijks speelt, of kleren die je draagt, of eten dat je smakelijk verorbert, komen daar vandaan. Uit landen waar er nog kinderarbeid bestaat of waar de lonen extreem laag zijn. Landen waar de arbeidsomstandigheden erbarmelijk zijn of waar er geen veiligheid is voor de arbeiders. Of waar nooit rekening gehouden wordt met de gevolgen voor het milieu.

In China groeit de angst voor Sinterklaas.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/childlabour1.jpg

Uit Humo van 17 november 1998
Redacteur: Hans Van Scharen

Sinterklaas en de kerstman zullen binnenkort, als ze de materiƫle behoeften van onze kinderen bevredigen, weer flink last van hun geweten krijgen. De tonnen speelgoed die zij weldra overal door de schoorsteen wurmen, worden namelijk voor zo'n zeventig procent gemaakt door honderdduizenden jonge, slecht opgeleide plattelandsvrouwen, onder erbarmelijke omstandigheden in China's 'socialistische arbeidersparadijsjes'. Te weten: benauwende fabrieken met tralies voor de ramen waar je als jonge vrouw, onder terreur van gefrustreerde managers, 10 tot 16 uur per dag voor een aalmoes teletubbies en barbiepoppen in elkaar mag zetten. Na vier jaar campagnes tegen die speelgoedindustrie is er volgens May Wong, onderzoekster van het onderzoekinstituut Asia Monitor Resource Center (AMRC) in Hongkong, bitter weinig veranderd. Dank u, Sinterklaasje.

Door de talloze fabrieksbranden in 1993 verloor de speelgoedindustrie in Aziƫ voorgoed haar ongerepte imago. De eerste ophefmakende brand vond plaats op 10 mei 1993 in de Kader-fabriek in Thailand, waar 188 arbeiders het leven lieten. Werkneemster Lampan Taptim overleefde de ramp.

'Er werd geschreeuwd dat er brand was. Ik probeerde te maken dat ik wegkwam, maar de afdelingschef zei dat ik weer aan het werk moest. Mijn zus drong erop aan weg te gaan. De trappen waren ingestort. In paniek renden we terug de afdeling op, naar de ramen. Er hing al een dikke rook in het gebouw. Ik koos de beste plaats uit om te springen, in een stapel dozen. Mijn zus sprong ook, zij overleefde de sprong niet. (Uit: 'Made in China, Made in misery', Novib 1998).

Na die ramp kwam er in Aziƫ een campagne op gang tegen de uitbuiting in de speelgoedindustrie. Dertig procent van het speelgoed dat in het Westen over de toonbank gat, komt uit Aziatische landen als Thailand, Korea en Taiwan. De overige zeventig procent wordt in opdracht van grote speelgoednationals als Mattell (onder ander Barbie), Disney, McDonalds, Tyco (onder ander Bert en Ernie) en Hasbro (onder andere Teletubbies) gemaakt in China. Daar is het met de arbeidsomstandigheden en het brandgevaar mogelijk nog erger gesteld. Volgens officiƫle Chinese cijfers vonden in 1993 alleen al 28.000 fabrieksbranden plaats, met een trieste balans van 1480 doden. Het probleem is dat de spaarzame uitgangen vaak op slot zitten, en de ramen getralied zijn om diefstal van materiaal en het wegglippen van personeel te voorkomen. De meeste fabrieken werden gebouwd volgens het drie-in-ƩƩn-principe: de productieafdeling, het magazijn en de slaapzalen voor de arbeiders bevinden zich onder hetzelfde dak. In de zuidelijke kustprovincie Guangdong, het hart van de speelgoedindustrie, stonden zo zesduizend fabrieken. Regionale autoriteiten zien zulke onwettige praktijken graag door de vingers, om mar geen buitenlandse investeringen mis te lopen. Volgens May Wong is de enige verbetering na vier jaar actie voeren dat er iets meer aan brandpreventie wordt gedaan en de drie-in-ƩƩn-fabrieken veel minder voorkomen.

China heeft goede arbeidswetten, alleen worden ze niet nageleefd. Grote speelgoedmultinationals besteden de productie via hun vestigingen in Hongkong uit aan 'kleine' producenten in China. De onderlinge concurrentie is zo sterk dat zij proberen te besparen op de toch al belachelijk lage lonen en slechte arbeidsvoorzieningen. Ook binnen China verhuizen de fabrieken omdat het in de ene regio net weer iets goedkoper kan. Een citaat uit een recent dossier van het onderzoeksinstituut AMRC en de Hong Kong Toy Coalition: 'In een Chinese fabriek die Disney-speeltjes maakt, verdient een zeventienjarig meisje iets meer dan een pond per dag (ongeveer zestig frank, hvs). Gemiddeld werkt ze elf uur per dag, zeven dagen per week. Als haar dagtaak erop zit, slaapt ze met elf collega's in een kamer van iets meer dan elf vierkante meter. Een privƩ-toilet is er niet. Een Chinese speelgoedarbeider zou drie maanden moeten werken om evenveel te verdienen als wij met kerstmis voor ƩƩn kind aan speelgoed uitgeven'. 'China als laatste grote socialistisch bastion in de wereld is een grap', zegt May Wong, drijvende kracht achter de Hong Kong Toy Coalition.


Hoeveel mensen werken in het totaal in de speelgoedindustrie?

We schatten dat het aantal speelgoed-arbeiders is gestegen van vijf miljoen mensen in 1994 tot ruim zes miljoen nu. De lonen zijn meestal extreem laag, tussen 62 en 75 dollar (2300 en 2800 frank) per maand. Let wel, dat tarief geldt voor de drukke seizoenen en is inclusief overwerk en nachttoeslag. In het laagseizoen ligt het gemiddelde loon rond de veertig dollar (1500 frank), ver onder het minimumloon. Arbeiders van de Mattel-leverancier Tri-S (onder andere Fisher Price en Tyco-speelgoed) vertelden onze researchers dat nieuwe werknemers in bepaalde periodes niet meer dan vijf dollar per maand kregen. Van alle arbeiders wordt het loon van de eerste maand ingehouden als borg of soms moeten ze zelfs een borg betalen als ze in dienst treden, om te voorkomen dat ze zouden weglopen. Werknemers van de Disney-leverancier Laxo kregen hun loon van de eerste maand pas na drie maanden werken. Bovendien houden veel fabrieken allerlei boetes in, soms bedragen die tot 10% van het salaris. Het gaat dan om vergrijpen als vertrekken zonder toestemming of je legitimatiebewijs verliezen.

In extreme gevallen krijgen de arbeiders maar een halve dag vrij per maand om hun salaris te gaan ophalen bij de bank. De arbeidswetten bepalen wel dat een arbeider maximaal acht uur per dag of 44 uur per week mag werken, maar in drukke periodes zoals nu, zijn ze tien tot zestien uur per dag in de weer, zes tot zeven dagen per week. Hasbro-leverancier Dor Lok (Teletubbies) dwingt de arbeiders soms tot midden in de nacht door te werken. Veel arbeiders klagen over te weinig slaap.


En dan slapen ze vaak ook samengepakt in slaapzalen?

Soms delen ze een kamer met twaalf, met genoeg ruimte voor zes stapelbedden die ze huren van de fabriek voor twee tot drie dollar per maand. Maar werknemers van Mattel-producent Tri-S vertelden dat ze met driehonderd mensen in een voormalige productiehal sliepen, waar het vuil en lawaaierig is en ze totaal geen privacy hebben. Dat is onwettig en bovendien is het brandrisico erg groot. Er is wel een verbetering na de vele branden van enkele jaren geleden. Niet omdat de producenten geven om de veiligheid van de werknemers, maar omdat ook hun producten, grondstoffen en de fabriek in vlammen opgaan. En er is het voorbeeld van de manager van de Zhili-fabriek die in Hongkong werd veroordeeld na de brand. Inmiddels is hij al weer vrij en kan hij zijn business weer opstarten.


Als er iets verbeterd moet worden aan de veiligheid van het speelgoed zelf ten behoeven van westerse kinderen kan dat vaak wel snel. Hoe zit het precies met die slechte werkomstandigheden?

Uit ons laatste onderzoek bij twaalf fabrieken in de provincie Guangdong bleek opnieuw dat het met de veiligheidsmaatregelen en gezondheidsvoorzorgen slecht is gesteld. zo klagen vele arbeiders bijvoorbeeld over de sterke stank in de productiehal en het gebrek aan verse lucht , vooral in de verfafdelingen. Er zijn maar enkele ventilatoren in een grote hal, het is er dan ook veel te heet. Werknemers van de Mattel-leverancier Jifu en de McDonald's-fabrikant Keyhinge zeiden dat als het buiten regende, het hunniet was toegestaan de ventilatoren aan te zetten omdat het management bang was dat de kleuren van de producten zouden veranderen. Er zijn veel meldingen van mensen die flauwvallen. Veel arbeiders hebben griep, oog- en huidaandoeningen, bloedingen, ademhalingsproblemen, jeuk, allergie en huidschilfers. Toen onze veldwerkers met de arbeiders spraken, konden ze die symptomen zelf vaststellen. We hebben geen keihard bewijs dat de chemische stoffen en de luchtverontreiniging de oorzaak zijn van al die symptomen. Maar alle arbeiders zeggen dat ze die pas hebben sinds ze in de fabriek werken. Het lijkt ons dus vrij zeker dat er een verband is.


Ik las dat Mattell de onderaannemers intussen wel verplicht om de arbeiders bijvoorbeeld te voorzien van maaltijden. Dat is toch positief?

De meeste werknemers klagen erover dat het eten dat ze krijgen zeer slecht is. Het bestaat soms uit opgewarmd eten van de vorige dagen. Het is al voorgekomen dat werknemers voedselvergiftiging opliepen.


Hoe oud zijn de arbeiders? Er zijn al jarenlang berichten dat er ook veel kinderen in deze fabrieken werken.

Uit ons onderzoek blijkt dat bijna alle werknemers alleenstaande jonge vrouwen van 18 tot 23 jaar zijn, afkomstig van het platteland. Maar eigenlijk is het moeilijk hun echte leeftijd vast te stellen. Velen zien er zo jong uit dat je zou zeggen dat ze minderjarig, dus jonger dan zestien, zijn. Vele vrouwen gebruiken valse identiteitskaarten om een job te krijgen. Als we hun vragen of ze jonger dan zestien zijn, durven ze dat vaak niet toe te geven, omdat ze bang zijn. De security guards in de fabrieken schreeuwen namelijk de hele dag naar de arbeiders en soms is eer ook sprake van fysiek geweld.

Maar ik denk dat kinderarbeid voor deze sector niet het belangrijkste thema is. Zeker in de stedelijke gebieden neemt de werkgever liever niet het risico dat hij een boete moet betalen. Bovendien zijn de lonen al zo laag dat de werkgever niet het risico moet lopen om minderjarigen voor nog lagere lonen aan te nemen. En er is toch al een groot aantal arbeiders beschikbaar op het platteland, men schat ruim honderd miljoen mensen, en tegelijk zijn door het faillissement van zeventig procent van de staatsbedrijven al zeker twintig miljoen mensen werkloos.


Is het echt zo dat het speelgoed in de winkel veel duurder zou worden als het loon pakweg zou worden verdubbeld?

Nee. Een Barbie kost in de winkel 9,99 dollar (370 frank). Hiervan gaat 7,99 dollar of 300 frank naar transport, marketing, verkoop en winst in de Verenigde Staten, 1 dollar gaat naar transportkosten en het management in Hongkong. 65 cent is voor de aankoop van de grondstoffen en slechts 35 cent (13 frank) gaat naar China. Daar moet dus alles van betaald worden: de infrastructuur van de fabriek, elektriciteits- en productiekosten en op de laatste plats de arbeiders. De arbeidskosten zijn dus maar een klein deel van de 3,5 procent die China op elke geproduceerde Barbie verdient.


De afgelopen jaren hebben de multinationals allerlei gedragscodes opgesteld, mar dat lijkt volgens u weinig te helpen. Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de consument? Moeten we teletubbies en barbies dan maar gaan boycotten?

Ik ben niet tegen een boycot. Maar het is niet de belangrijkste strategie. Onze indruk is dat de consumenten in het Westen toch nog niet goed geĆÆnformeerd zijn, dus als wij zouden oproepen geen teletubbies of barbies meer te kopen, zouden mensen dat niet direct begrijpen. Onze stelling is dat consumenten eerst moeten weten wat er gaande is en vervolgens hun eigen beslissing moeten nemen. Als consumenten dan beslissen om die producten niet meer te kopen zou dat natuurlijk goed zijn. Ze zouden hun macht gebruiken en dat zou de multinationals echt schrik aanjagen en onder druk zetten.

Het feest van Sinterklaas & Het feest van het verbreken van de vasten

Het islamitische feest van 'het verbreken van de vasten' m.n Eid ul-Fitr, vindt plaats op het einde van de maand Ramadan. Die datum ligt meestal niet zover uit de buurt van het sinterklaasfeest. Een kans voor de beide culturen om mekaars feest van dichterbij te leren kennen. Temeer omdat deze feesten heel wat gemeenschappelijke kenmerken bevatten zowel uiterlijke als inhoudelijke. Het is interessant om de gegevens die u hier vindt over Eid ul Fitr te leggen naast de informatie over sinterklaas die u vindt in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 van dit achtergronddossier.

Om het feest Eid ul Fitr goed te kunnen plaatsen is het belangrijk de diepere godsdienstige betekenis van de Ramadan te begrijpen. Daardoor moeten we ons een beeld kunnen vormen van enkele aspecten van het leven van Mohammed, met name vooral zijn 'eerste openbaring' wordt herdacht tijdens de Ramadan. De diepmenselijke betekenis van deze godsdienstige feesten en rituelen willen we doen oplichten, omdat op dat niveau pas echt 'interreligieuze dialoog' mogelijk wordt. Daarom bestende we hier in een eerste punt aandacht aan de Ramadan, dan vertellen we in een tweede punt iets over de eerste openbaring van Mohammed en tot slot zoemen we in een derde punt in op de betekenis van het feest 'Eid ul Fitr' in deze context.

Met deze (beperkte) kennis van de feesten gaan we op verkenning uit met de kinderen in kijkwijzer 5. Moge deze zoektocht een aanzet zijn tot verder verdieping.

De maand Ramadan

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/ramadan.gif

Moslims, mannen en vrouwen, vasten Ć©Ć©n maand in het jaar, in de maand Ramadan. Ramadan is de negende maand van de islamitische jaarkalender. Overdag ontzegt men zich eten, drinken en genot, zoals roken en seks. In feite eet of drinkt men niet minder, maar wordt op andere tijden gegeten. Door te vasten voelt men zich solidair met de armen in de samenleving. Zich onthouden van voedsel is gericht op het ontstaan van nieuwe verhoudingen t.o.v. elkaar. Vandaar dat men 's avonds samenkomt met familie en vrienden om samen te eten. Iedereen is welkom. Vasten is dus gericht op nieuwe vormen van samenzijn en gemeenschap. Op nieuwe deugddoende vormen van leven. Vasten is gericht op feesten. Want feestend is de mens op z'n best. Elke dag opnieuw als een ritueel herinnert de moslim zich de honger en de armoede en keert zich tegen het einde van de dag op nieuwe verhoudingen. Vandaar dat tijdens de maand Ramadan er speciaal naar de armen wordt omgezien.

In de maand Ramadan mag men bovendien geen kwaad spreken, liegen of dingen zeggen die anderen ergeren of verdriet doen. Ook met de tong wordt gevast. Ruzies worden bijgelegd. Men vraagt elkaar om vergeving voor de gemaakte fouten. De gelovige hoort zich los te maken van elke zondige gedachte. Vasten betekent eigenlijk het zich onthouden van alles dat in strijd is met geloof en godsvrucht. Het vasten heeft een louterende en reinigende werking voor de gelovige. Het verdiept het geestelijk leven.Veel moslims kijken verheugd uit naar de vastenperiode. Het vasten is niet alleen een godsdienstige plicht. Hoewel het in het westen niet altijd even gemakkelijk is om te vasten, is de Ramadan ook een aangenaam sociaal gebeuren. 's Avonds ontmoet men vrienden aan de gezamenlijke maaltijd.

EĆ©n van de pijlers

Het vasten in de maand Ramadan is Ć©Ć©n van de pijlers of zuilen van de islam. De 5 zuilen zijn het minimum om God te dienen. De pijlers zijn:

  1. Sjahada: de getuigenis "Er is geen God dan Allah. Mohammed is Zijn dienaar en boodschapper";
  2. Salaat: het rituele gebed vijf maal per dag op vastgestelde tijden. Er zijn voorschriften over de reinheid van het lichaam, de kleding en de gebedshouding;
  3. Zakaat: de godsdienstige vermogensbelasting. Een klein deel van het vermogen dient in principe te worden afgestaan voor de moslims die hiervoor in aanmerking komen;
  4. Sawm: Het vasten in de negende maand Ramadan;
  5. Hadj: Eens in het leven dient de moslim de bedevaart naar de heilige plaatsen in en rond Mekka te maken, Voorwaarde is dat de moslim er voldoende middelen voor heeft.
Versterking van het geloof

Het vasten versterkt de moslim in het geloof. Door te vasten laten islamitische mannen en vrouwen zien dat Allah dienen belangrijker is dan de wereldse verleidingen. Geestelijke reinheid en deugd staan boven materiƫle zaken. De geestelijke vooruitgang en de morele verheffing van de mens worden beoogd met het vasten in de islam. De vastenmaand kan als volgt worden omschreven: Ramadan is in wezen niets anders dan een praktische demonstratie van zelfbeheersing, opoffering en sociaal gevoel met als fundamenteel doel: Gods welbehagen en het kweken van Godbewustzijn.

De openbaring van de Koran
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/koran.jpg

Ramadan is de gezegende maand. Volgens de Koran ontving Mohammed in deze maand het eerste gedeelte van de openbaring van de Koran. De Koran is het belangrijkste boek van de islam. Het woord koran stamt van het Arabische koer'an wat betekent "het reciet. hetgeen voorgedragen wordt", De Koran omvat alle openbaringen die de profeet Mohammed heeft ontvangen.

Op een nacht in het jaar 609 na Christus bracht de profeet Mohammed de nacht door in een grot op de 'Berg van het licht' bij Mekka. Er verscheen een gestalte die zei:
"Ik ben Gabriƫl, de engel die U door Allah gezonden is, om U mee te delen dat U door Allah bent aangewezen om aan de mensheid Zijn boodschap, Zijn openbaring, mee te delen."
EĆ©n van de laatste nachten van de maand Ramadan, de Lailatoel-Oadr, is de belangrijkste nacht. Het is de nacht waarin de eerste openbaring van de Koran wordt herdacht. Welke nacht deze heilige nacht is, is niet bekend. Moslims brengen de laatste nachten vaak wakend met elkaar door in gebed in de moskee. Zij zijn "op zoek" naar deze heilige, bijzondere nacht.

Ontmoeting in gebed

De Ramadan is een periode van gebed. De moskeeƫn zijn tijdens de gehele vastenperiode 's avonds opengesteld. De moslims ontmoeten elkaar in gebed en gesprek in de moskee. De mannen en vrouwen bidden er gescheiden van elkaar. Vaak ook bidden de vrouwen thuis.De moslims besteden veel aandacht aan het reciteren van de Koran. Elke dag van de Ramadan wordt ƩƩn van de dertig delen van de Koran gelezen. Zo wordt de Koran in de maand Ramadan in zijn geheel gelezen.

De koran over de vasten

De islam is een manier van leven, die veel regelt zowel in het privƩ-bestaan als in het openbare leven. Voor moslims is de Koran een gids voor het leven op aarde, zowel in wereldlijk als in geestelijk opzicht. Naast een gebedenboek bevat de Koran allerlei regels hoe de moslim dient te leven. Er zijn onder andere regels over rechtspraak. belasting, kleding, opvoeding, en het huwelijk.
Een deel van deze regels heeft betrekking op (de bereiding van) het voedsel. In de Koran zijn ook voedsel regels opgenomen, naast de voorschriften over het vasten.

Wie behoort te vasten?

Alle gezonde volwassen moslims, mannen en vrouwen, behoren te vasten in de negende maand van het islamitische jaar. Volwassen ben je in de zin van de Koran als meisje na de eerste menstruatie en als jongens na de eerste zaadlozing. De kinderen hoeven dus vĆ³Ć³r de puberteit niet te vasten.

Ontheffing van de vastenplicht

Zieken. reizigers, bejaarden, zwangere vrouwen en zogende moeders zijn vrijgesteld van de vastenplicht wanneer deze plicht nadelig is voor de gezondheid. Ook mensen die niet over hun verstandelijke vermogens beschikken zijn vrijgesteld.
Het vasten wordt doorbroken door de menstruatie. en het vasten is in deze periode niet toegestaan. Ook het bewust verrichten van handelingen die het vasten verbreken. zoals eten. drinken, seks. Het innemen van medicijnen die ook op andere momenten ingenomen kunnen worden, verbreken het vasten.

De verzuimde vastendagen moeten later worden ingehaald zodra de omstandigheden dat toelaten. In sommige andere gevallen kunnen niet vastende moslims elke dag dat zij niet vasten naar vermogen een arme voeden.

De islamitische kalender
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/ramadan-1.gif

De islamitische jaartelling begint in het jaar 622 na Christus. In dat jaar verhuisde de profeet Mohammed van Mekka naar Medina Vanuit Medina verspreidde de islam zich over de wereld.

De islamitische kalender is gebaseerd op de cyclus van de maan. Deze maankalender kent net als de westerse zonkalender twaalf maanden. Elke maand begint met het verschijnen van de nieuwe maan. Het islamitische jaar staat daarmee gelijk aan twaalf banen van de maan rond de aarde. De maanden duren wisselend 29 of 30 dagen. Een jaar duurt ongeveer 354 dagen. tien of elf dagen korter dan het westerse zonnejaar. dat ongeveer 365 dagen duurt. De Ramadan begint dus ten opzichte van het westerse jaar elk jaar tien of elf dagen eerder. en schuift dus langzaam in het jaar naar voren.

De Ramadan kan in alle seizoenen vallen, omdat deze maand ten opzichte van het zonnejaar elk jaar eerder begint. In het zonnejaar vallen de maanden altijd in hetzelfde seizoen. De islamitische maanden maken een "tijdreis" door het jaar en dus ook door de seizoenen. door elk jaar 10 of 11 dagen naar voren te schuiven.In landen die ver ten noorden of ten zuiden van de evenaar liggen is deze "tijdreis" van belang. Wanneer de Ramadan in de zomer valt is het vasten voor moslims moeilijker, omdat de dagen langer duren. In de korte dagen van de winter is het vasten eenvoudiger.

Begin van de vastenperiode

De vasten periode begint als de eerste nieuwe maan "te zien is" in ode negende maand van het islamitische jaar. Bij een bewolkte hemel begint de vasten 30 dagen na de laatste nieuwe maan. Overigens komt de nieuwe maan niet in alle landen op dezelfde nacht op. door het verschil in de geografische ligging. In enkele landen kondigt een religieuze rechtbank de vasten periode aan. In andere culturen is het waarnemen van de nieuwe maan in de negende maand het begin van de Ramadan.
Zo kan een alleen levende schaapherder zelf het begin van het vasten bepalen. Het waarnemen van de nieuwe maan kan in Vlaanderen een probleem zijn doordat de hemel veel bewolkt is.

Begin van de dag: een zwarte en een witte draad

Bij het aanbreken van de dageraad begint voor die dag het vasten. In figuurlijke zin spreekt men wel van het kunnen onderscheiden van een zwarte van een witte draad. De dag wordt begonnen met een gebed waarin om Gods hulp gevraagd wordt: "Oh. Allah. ik neem mij voor de komende dag van Ramadan te vasten. Oh. Allah help mij deze plicht te vervullen, om Uw welbehagen te winnen."
Na zonsondergang verbreekt men het vasten met het avondgebed: "0. mijn Allah! Ik heb voor U gevast en met Uw voorziening verbreek ik mijn vasten."

De afsluiting van het vasten

De voorlaatste vastendag is de dag van de nieuwe maan in de tiende maand. De vastenperiode wordt afgesloten met de Eid ul Fitr, het feest van het verbreken van het vasten. Dit feest komt nog ter sprake. Het vasten is geen voorbereiding op de Eid ul- Fitr. Het feest is de afsluiting van de vasten periode.

Oefening in zelfbeheersing

Een belangrijk doel van het vasten is de oefening in zelfbeheersing, of 'taqwa', Taqwa betekent jezelf beschermen tegen het lijden, het kwaad en de zonde. Wie tijdens het vasten de aardse verleiding kan weerstaan, groeit in de kracht om het kwaad te bestrijden en om beter bestand te zijn tegen moeilijkheden waarvoor men komt te staan. Het vasten brengt dus ook volharding en waakzaamheid tegenover het kwaad bij. naast vroomheid en het nakomen van verplichtingen. Wanneer je in staat bent te vasten, ben je ook beter in staat om later de verleidingen van het leven te weerstaan.

In het rijke westen is het weerstaan van de verleiding geen gemakkelijke opgave. Niet alleen is het westen gericht op het streven naar consumptie, er is ook geen sociale controle op het naleven van de regels van het vasten. In islamitische landen is de sociale controle daarop vrij groot. In het openbaar wordt overdag niet gegeten en is in veel landen zelfs bij wet verboden tijdens de maand Ramadan. Ook toeristen wordt verzocht overdag niet in het openbaar te eten.

Versterking van de solidariteit

De versterking van de solidariteit tijdens het vasten is een belangrijke sociale functie van de Ramadan. De rijken voelen tijdens de vasten wat het is om h6nger te hebben.Wanneer je zelf ervaren hebt wat honger is, ben je wellicht eerder geneigd anderen te helpen. Het uitoefenen van liefde voor de medemens is voor een gelovige een overgave aan God Mannen, vrouwen, rijk of arm, er wordt door vele miljoenen moslims op de wereld gevast. De honger verbindt de vastende moslims met elkaar.

Gezamenlijkheid
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/ramadan-2.jpg

's Avonds bidden de moslims samen in de moskee en spreken zij ook veel met elkaar. Men nodigt elkaar uit om als het donker is de vasten te breken en gezamenlijk te eten. Meestal verbreekt men het vasten met water of melk en dadels voor het avondgebed omdat de profeet dat zo deed.

Na het gebed eet men uitgebreider. vaak maakt men dan. Op dezelfde tijd en in dezelfde overtuiging vervullen velen deze plicht iets extra lekkers klaar. Ook worden gerechten klaargemaakt die alleen tijdens de Ramadan gegeten worden. In Marokko eten de moslims bijvoorbeeld de harira, dat is een bepaald soort soep. De buren, familie of arme mensen worden voor de maaltijd uitgenodigd en men maakt het extra gezellig in huis. Het is vooral de sfeer van gezamenlijkheid en vriendschap die het vasten dragelijk vaak aangenaam maakt.

De sfeer van de Ramadan

Veel moslims in Europa missen de sfeer van de Ramadan uit de eigen streek. Bovendien missen velen de vrienden en de familieleden waarmee zij de gezellige avonden van de Ramadan doorbrengen.

In de islamitische landen wordt het sociale en economische leven getekend door de vastenmaand. Vanaf de minaret klinkt de oproep voor het gebed. In sommige streken worden kanonnen afgeschoten ten teken dat het avondgebed plaats gaat vinden. Om aan te geven dat er nog gegeten kan worden wordt 's nachts op de trom geslagen, om mensen te wekken.

De minaretten van de moskee zijn verlicht en versierd. Er worden spandoeken opgehangen met teksten die verband houden met de Ramadan. 's Avonds zijn veel mensen op de been, er is muziek op straat en men ziet veel groepen mensen met elkaar in gesprek. De koffiehuizen zijn nog laat open.
Ook de sluitingstijden van een aantal winkels zijn aangepast aan het vasten. Het geld dat men gespaard heeft voor de Ramadan. wordt in de winkels vaak besteed aan de duurdere luxe eetwaren.

Veel studenten en scholieren slapen uit, als je slaapt heb je immers geen honger. De schooldagen zijn in de maand Ramadan korter dan in de andere maanden.
Ook het arbeidsleven ondergaat veranderingen. Het werktempo ligt tijdens de vasten lager dan in de andere maanden. Het openbare leven ondergaat een algehele vertraging. Het is verstandig de officiĆ«le zaken vĆ³Ć³r de Ramadan te regelen.

Begrip voor het vasten

In het westen schort het nogal eens aan het begrip voor de inspanning die het vasten vereist. Talip Demirhan, moslim vertelde daarover: 'Toen ik tijdens de Ramadan in de haven werkte, waren er altijd wel collega's die een sigaret opstaken en er mij ook een aanboden. Ze zeiden: 'God ziet dat toch niet'. Of tijdens de schaft: 'Eet toch een hapje, wat zou dat nu, je kunt anders niet goed werken.'

De arbeidsomstandigheden in het westen kunnen het vasten bemoeilijken. Het werk in de hoogovens bijvoorbeeld, waar de temperatuur hoog is en het werk zwaar, maakt het de moslim buitengewoon moeilijk om tijdens het werk niet wat te drinken.

Verstoring van het levensritme

Ook de gezamenlijke nachtelijke maaltijden en gebeden eisen hun tol. De nachtrust wordt erdoor ingekort. Slaapgebrek en het vasten overdag beĆÆnvloeden de stemming, het gedrag en de lichaamsgesteldheid. Naarmate de maand vordert wordt het vasten voor de moslims wat makkelijker. De stemming kan er echter in negatieve zin door beĆÆnvloed worden.

Het leven van Mohammed

Moslims geloven dat Mohammed de laatste en belangrijkste profeet van Allah was. Ze hebben veel respect voor Mohammed, en voegen aan zijn naam als ze die uitspreken meestal de woorden 'Vrede zij met hem' toe. In zijn jeugd wees niets er echter op dat hij een grote godsdienstleider zou worden, die het leven van miljoenen mensen over de hele wereld met zijn leer zou beĆÆnvloeden.

De jeugd van Mohammed

Mohammed werd in Mekka geboren in ongeveer 570. Op de twaalfde dag van de derde maand van de islamitische kalender wordt dit volgens de overleveringen herdacht. Zijn moeder Amina behoorde tot de clan van' de zonen van Hashim', die deel uitmaakte van de stam van Koeraisj. Zijn vader Abdullah behoorde eveneens tot de stam van de Koeraisj en was de zoon van Abdul Muttalib, het hoofd van de raad van ouderen in Mekka in die tijd. De Koeraisj behoorden tot de belangrijkste stammen in Arabiƫ, omdat zij verantwoordelijk waren voor het toezicht op de Ka'ba . De Ka'ba zou de allerheiligste plaats worden van de islam, maar ten tijde van Mohammed's geboorte bevatte het nog de beelden van heel veel verschillende goden van de woestijnvolken.

Ondanks zijn belangrijke familie bracht Mohammed zijn eerste jaren door in armoede omdat zijn vader stierf voordat hij geboren werd en zijn moeder een slechte gezondheid had. Amina handelde volgens de Arabische tradities om pasgeboren baby's te laten voeden door een voedster en zond Mohammed weg om grootgebracht te worden in de woestijn rond Mekka in het gezin van een BedoeĆÆenenvrouw, Halimah genaamd. In de woestijn leerde Mohammed alles over het belang van gastvrijheid tegenover vreemdelingen en over het helpen van zieken, weduwen en wezen. Hij werd een expert in het overleven in moeilijke omstandigheden, soms met een minimum aan eten en drinken. Hij leerde er waarschijnlijk ook paardrijden en hoe hij een zwaard moest gebruiken. Op rustige ogenblikken luisterde hij naar de gedichten over liefde. oorlog en geschiedenis waar de BedoeĆÆenen befaamd om waren.

Toen Mohammed zes jaar oud was stierf zijn moeder Amina. De daaropvolgende twee jaar werd hij opgevoed door zijn grootvader, Abdul Muttalib. Toen stierf ook zijn grootvader en ontfermde een oom van Mohammed, Abu Talib, zich over de achtjarige jongen.
Zodra hij oud genoeg was hielp Mohammed bij het hoeden van de schaapskuddes van zijn nomadische familieleden. Vanaf zijn twaalfde jaar ging hij met Abu Talib mee op diens handelsreizen naar het noorden, naar Syriƫ. Mohammed en zijn oom bezochten waarschijnlijk de steden Damascus en Gaza, die allebei drukbezochte markten hadden waar zij graan en andere goederen verhandelden.

Mohammed werkte voor zijn oom tot hij 25 jaar was en stond bekend om zijn eerlijkheid en wijsheid. De mensen noemden hem AI-Amin, hetgeen 'de eerlijke' betekent, en zijn mening werd bij allerlei problemen op hoge prijs gesteld. Bijvoorbeeld toen reparatiewerkzaamheden noodzakelijk waren aan de Ka'ba en de Zwarte Steen verwijderd moest worden voor de werkzaamheden. Toen de tijd gekomen was dat de Zwarte Steen verplaatst moest worden ontstond er onder de verschillende stammen een meningsverschil over wie de steen zou moeten dragen. Mohammed loste het probleem op door een mantel uit te spreiden op de grond en de Zwarte Steen daar op te leggen.Vervolgens stelde hij voor dat de hoofden van elke stam een punt van de mantel op zouden nemen, zodat ze met elkaar de Zwarte Steen konden dragen.

Zijn huwelijk met KHADIDJAH
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/mohd6.jpg

De reputatie die Mohammed genoot ten aanzien van zijn eerlijkheid kwam Khadidjah, de weduwe van een rijke koopman in Mekka, ter ore. Ze vroeg hem een van haar karavanen te vergezellen waarmee goederen naar Syriƫ werden vervoerd om daar te worden verhandeld. Mohammed nam haar aanbod aan en keerde uit Syriƫ terug met goede winst. Hiervan was Khadidjah dusdanig onder de indruk dat ze hem, hoewel ze bijna vijftien jaar ouder was, voorstelde met haar te trouwen. Mohammed stemde toe en ze kregen zes kinderen, waarvan echter maar ƩƩn dochter, Fatimah, lang genoeg leefde om zelf te trouwen en kinderen te krijgen.

Hoewel Mohammed gelukkig getrouwd was en een succesvol bedrijf had samen met Khadidjah, waren er soms ogenblikken dat hij graag alleen was. Hij was een bedachtzaam mens en ging graag naar de woestijn om te mediteren over het leven en alles wat er in de wereld rondom hem gebeurde. Zijn favoriete p1ek hiervoor was een grot in de berg Hira in de buurt van Mekka. Toen hij ongeveer 40 jaar oud was had Mohammed de eerste van zijn vele visioenen waarin een engel naar hem toe kwam in de grot met een boodschap van god, of Allah. Mohammed kon niet lezen en schrijven en dus moest hij de boodschappen uit zijn hoofd leren. Later vertelde hij deze boodschappen aan zijn volgelingen, en uiteindelijk werden ze opgeschreven in de koran, het heilige geschrift van de islam. De belangrijkste van deze boodschappen was dat er slechts Ć©Ć©n god was, wiens naam Allah was.

Drie jaar lang vertelde Mohammed alleen zijn familie en enkele goede vrienden over deze visioenen. Maar toen zond Allah hem de boodschap dat hij tot het volle van Mekka moest spreken, om hen te overreden hun oude goden op te geven en daarvoor in de plaats Allah te aanbidden.

Mohammed in Yathrib
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kaaba.jpg

Mohammed werd hartelijk welkom geheten in Yathrib en besloot al snel zich daar te vestigen en een huis te bouwen. Hij en Abu-Bakr lieten hun gezinnen ook overkomen en Mohammed trouwde met Ayesha, de dochter van Abu-Bakr. Veel mensen kwamen naar zijn boodschap luisteren en werden volgeling van de nieuwe godsdienst. De godsdienst werd zo populair. dat Yathrib bekend werd als 'Madinat-ul-Rasul' (Stad van de Profeet), of 'Madina AI-Munawwara' (Verlichte Stad). Later werden deze namen afgekort tot Medina en werd deze naam gebruikt in plaats van Yathrib.

De bevolking van Mekka was niet blij met de groei van de nieuwe godsdienst en ze deden er alles aan om het Mohammed en zijn volgelingen moeilijk te maken. Verschillende keren was er een handgemeen tussen beide partijen. en ook twee grotere gevechten. De eerste veldslag was in Badr in 624 n.Chr. en betekende een overwinning voor de moslims. De twee partijen ontmoetten elkaar opnieuw het volgende jaar in Uhud, en deze strijd eindigde in een impasse.

De terugkeer naar Mekka
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/pelgrims_mekka.jpg

Hoewel Mohammed zijn naaste familie en vrienden bij zich had in Medina, wilde hij soms toch terugkeren naar Mekka. Maar hij wist dat veel mensen daar hem vijandig gezind waren en hem zouden doden als ze de kans kregen. Maar in 628 vertelde Allah hem dat hij spoedig in triomf zou terugkeren naar Mekka. Mohammed besloot nog dat jaar terug te gaan, samen met een groep volgelingen. De inwoners van Mekka sloten een verdrag met hen waarin stond dat het moslims was toegestaan hun stad te bezoeken, en Mohammed keerde terug naar Medina. De inwoners van Mekka verbraken dit verdrag echter in 630, zodat Mohammed een groot leger op de been bracht en naar Mekka marcheerde. Toen zij het enorme leger zagen gaven de inwoners van Mekka zich zonder slag of stoot over en kon Mohammed de stad innemen voor de moslims. Hij wierp de afgodsbeelden uit de Ka'ba en bekeerde de mensen in Mekka tot de islam.

Hierna ging Mohammed nogmaals terug naar Medina, waar hij de volgende twee jaar doorbracht met prediken en mensen bekeren tot de islam. Maar uitgeput door het harde werken viel hij ten prooi aan koorts en op de 12de dag van de maand Rabi' al-Awwal in 11 AH stierf hij. (Deze datum staat gelijk aan 7 juni 632). Hij werd begraven bij het huis van zijn vrouw Ayesha en later werd er een moskee gebouwd boven zijn graf.

Eid ul Fitr, het feest van het verbreken van de vasten

De betekenis van de saum (vasten) in de maand Ramadan

Moslims willen zich lichamelijk en geestelijk zuiveren tijdens de vasten door zich doorheen de dag, van zonsopgang tot zonsondergang te onthouden van voedsel, drank en genot zoals roken en sex. Zich niet laten binden door het materiĆ«le en de wereldse verleidingen. Ze doen dit tijdens de negende maand van de islamitische kalender m.n Ramadan. Het is een oefening in zelfbeheersing (taqwĆ¢) die zeker in de zomermaanden niet gemakkelijk is. Men mag bovendien ook geen kwaadspreken, liegen, of kwetsen met woorden. Jezelf beschermen tegen kwaad, lijden en zonden. Zo oefent men zich volharding om beter bestand te zijn tegen moeilijkheden in het leven.

Het vasten (saum) is geen doel op zich. Vasten is gericht op gezamenlijkheid en solidariteit. Zich tijdens de dag onthouden van het teveel en van het kwaad, in functie van nieuwe verhoudingen, nieuwe omgangswijzen. Ruzies moeten bijgelegd, conflicten uitgeklaard. "Als je haat en vijandschap niet kan opgeven, heeft het geen zin om eten en drinken op te geven" Een richtlijn van Mohammed (Hadieth). Die wederzijdse betrokkenheid op elkaar uit zich ook in het in familieverband samen zijn en samen maaltijd houden. Men nodigt familie en vrienden uit, men maakt veel en lekker eten klaar. Vb. harirasoep. Uit alles klinkt vriendelijkheid, gezelligheid en warmte. Dit geeft aan waar het in wezen op aankomt m.n. gemeenschap vormen (Oemma) en gerechtigheid laten gebeuren onder andere door bezit af te staan aan de armen. Tijdens de maand ramadan zijn er dan ook vele sociale en culturele ontmoetingen. De nachten bruisen van leven.

Naast nieuwe verhoudingen met elkaar, gaat het in de vasten in wezen om de verhouding tot Allah(God). Zich overgeven in de handen van Allah (God) de Barmhartige en Genadevolle om zo meer vrede (salaam) te vinden. Om de dag van vasten goed door te komen bidden moslims in de ochtend: "O Allah, ik neem mij voor de komende dag te vasten. Oh Allah help mij deze plicht te vervullen om uw welbehagen te winnen".

De openbaring van de Koran
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/koran.gif

Volgens de Koran is het in de maand Ramadan dat Mohammed de openbaring van de Koran ontving, althans de eerste delen. De Koran bevat al de openbaringen van de profeet Mohammed en is voor moslims een 'heilig' boek. Een boek waaruit moet gereciteerd worden.
De meeste moslims kennen hele stukken uit de Koran uit het hoofd. Vrome moslims de gehele Koran. Tijdens ƩƩn van de laatste nachten van de vasten, de Lailatoel-Qadr, wordt de eerste openbaring van Mohammed door de engel Gibriƫl (Gabriƫl) op een nacht in een grot in het jaar 609 na Christus herdacht.

De Koran is richtinggevend voor goed en kwaad. Maar ook de Soenna met daarin de voorschriften van de profeet (Hadieth) en de verhalen over het leven van de profeet (Siera). Aan de kinderen worden tijdens de vasten stichtende verhalen uit het leven van de profeet Mohammed verteld.

Eid ul Fitr of het verbreken van de vasten.
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/eid1.jpg

Het feest van het verbreken van de vasten Eid ul Fitr wordt ook wel 'het kleine feest' genoemd (Eid es Seghir) of zoals in Turkije: Seker bayrami of Suikerfeest. De vasten is niet een voorbereiding op het feest Eid ul Fitr, maar het feest is een afsluiting van de vasten. Bij het begin van het 'kleine feest' doen moslims na wat Mohammed ook deed. Vroeg opstaan, zich baden, nieuwe kleren aantrekken, iets kleins eten zoals melk met dadels, naar buiten gaan naar de moskee om het feestgebed te bidden. Ook vrouwen en kinderen nemen deel aan het gebed. Iedereen draagt nieuwe kleren en handen worden versierd met henna. De moslimkinderen kussen de handen van hun ouders en vragen om vergeving. Ook volwassen moslims vragen om vergeving bij elkaar en bieden hun verontschuldigingen aan.

Tijdens de drie feestdagen van het verbreken van de vasten gaat men uitgebreid bij familie en vrienden op bezoek. Men wordt op allerlei zoete lekkernijen onthaald en men is overal welkom. Men omhelst elkaar en wenst elkaar een goed, gezegend feest (beƫindiging van de vasten) toe. Ook worden er wenskaarten naar elkaar gestuurd. Uitgebreid worden er geschenken uitgedeeld aan elkaar in navolging van de profeet Mohammed woorden : "Geef geschenken aan elkaar, omdat geschenken de kwaadwilligheid wegnemen". Ook de armen zijn van harte welkom en krijgen allerhande giften (zakaat al fitr).

Nieuwe kleren voor Eid ul-Fitr
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ramadan.jpg

Op deze foto's staan islamitische kinderen in Cairo die hun mooiste kleren hebben aangetrokken Eid ul-Fitr, omdat de Profeet toen ook nieuwe kleren droeg die tijdens de maand Ramadan voor hem waren genaaid. Er worden ook kleren weggegeven aan minderbedeelden om het karakter van Eid -samen delen- te benadrukken.

Samen bidden
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/story.india.ramadan.jpg

Het familiefeest begint 's morgens in alle vroegte. Ze doen zoals Mohammed, de profeet.Vroeg opstaan, zich baden, nieuwe kleren aantrekken, iets kleins eten zoals melk met dadels, naar buiten gaan naar de moskee om het feestgebed te bidden. Alle mannen en alle vrouwen naar de moskee om te bidden. Ook de kinderen groot en klein gaan vaak mee. Of komen samen in een aparte ruimte en schrijven wenskaarten voor het feest.

Kinderen krijgen geschenken
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image014(3).jpg

De Profeet zei ooit: "Geef geschenken aan elkaar omdat geschenken de kwaadwilligheid wegnemen."

Uit de Hadith blijkt duidelijk dat de Profeet vaak cadeaus weggaf en ontving. De vrouw op deze foto volgt de islamitische traditie door een cadeau te geven aan haar buurmeisje. Oudere mensen geven kinderen vaak snoepgoed en geld tijdens de Eid ul Fitr-vieringen. Dat soort geschenken laat zien dat moslims bereid zijn hun geluk en bezittingen met anderen te delen.

Wenskaarten voor verre familie
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image018(1).jpg

Tijdens het feest kloppen de mensen op de deuren van hun buren om hen "Eid Moebarak" zalig Eid toe te wensen. Vrienden of kennissen die ver weg wonen, wordt een Eid-wenskaart gestuurd.

Kaarten kunnen ook via het internet besteld en verstuurd worden.

Kerkwerk Multicureel Samenleven
Huidevetterstraat
1000 Brussel
02/502.11.28

Nodigen christenen of andersgelovigen uit om hun moslimburen het beste toe te wensen door middel van een wenskaart bij het einde van de Ramadan.

Bronnen

  • 'Van Nicolaas van Myra tot sinterklaas' (Acco/Davidsfonds 1989)
  • Marie-JosĆ© Wouters, Sinterklaaslexicon. sinterklaas van A tot Z. Haarlem: J.H.Gottmer/ H.J. Becht BV, 2009.
  • Riekje Boswijk-Hummel. De Shock van Sinterklaas. Een boek voor ouders en andere ongelovigen. Haarlem: Uitgeverij De Toorts. 2003.
^ bovenkant pagina

Reacties op deze pagina

Bedankt voor de goede ideeën en leuke verwerkingsopdrachten!


 

03/03/2009

rozezwart@live.nl
session