Een theoloog aan het woord
Het leven van de Bijbelse Lot in het oudtestamentische boek Genesis is getekend door de begrippen ‘achterlaten’ en ‘opnieuw beginnen’. Opvallend daarbij is dat Lot er nooit zelf voor kiest om een nieuwe wending aan zijn leven te geven, maar door anderen wordt gedwongen afscheid te nemen van het vertrouwde en het onbekende tegemoet te treden. Op Gods aanstoken verlaat Lot zijn geboorteland Ur om samen met zijn oom Abraham naar het onbekende Kanaän te trekken. In Kanaän aangekomen moet Lot noodgedwongen afscheid nemen van Abraham en zich in de buurt van Sodom en Gomorra vestigen, aan de oever van de Dode zee. In het ‘Lied van Lot’ bezingt Stef Bos het derde scharniermoment in Lots leven. Samen met zijn familie moet Lot, deze keer in opdracht van Gods engelen, nu ook Sodom en Gomorra achter zich laten. God zal deze steden verwoesten omwille van de slechtheid van hun inwoners. Wanneer Lot en zijn vrouw Sodom en Gomorra ontvluchten, verbieden de engelen van God hen uitdrukkelijk om achterom te kijken. Hoewel het Bijbelse verhaal de vrouw van Lot slechts terloops vermeldt – ze krijgt zelfs geen naam – toch wordt op dat moment alle aandacht op haar gevestigd. Tegen Gods verbod in kijkt ze toch om naar de verwoeste stad. Terstond verandert ze in een zoutklomp. De etiologische bedoeling van het verhaal is overduidelijk: het verhaal wil ‘verklaren’ waarom dingen zijn zoals ze zijn. De zoutzuilen bij de Dode Zee zijn de restanten van de vrouw van Lot...
Stef Bos bezingt deze episode in Lots leven vanuit een enigszins onverwacht perspectief. Niet de vrouw van Lot stelt hij centraal, maar de vraag hoe Lot zelf zijn gedwongen vertrek ervaart. Bos evoceert daarbij de gevoelens van Lot, die zich gevangen voelt tussen verleden en toekomst. Ook al heeft Lot Sodom vervloekt – de Sodomieten wilden zich vergrijpen aan Lots bezoekers – toch valt het afscheid nemen van deze fase in zijn leven hem zwaar. Niettemin staat Sodom verlaten gelijk met een tocht van een hopeloos verleden naar een hoopvolle toekomst, ook al is die toekomst onbekend. Refererend aan het omkijken van Lots vrouw slaagt Bos erin om op sublieme wijze de levensboodschap van het Bijbelse verhaal naar de oppervlakte te brengen. Leven is steeds opnieuw afscheid nemen van de veilige haven om tegemoet te treden wat nog onbekend is. Staande op die grens tussen verleden en toekomst, kan omkijken verworden tot stilstaan: “Als ik nu omkijk, blijf ik hier stilstaan”. Daarvan is de vrouw van Lot het versteende bewijs. Als dusdanig maakt Bos met zijn ‘Lied van Lot’ duidelijk hoe de Bijbelse teksten puur menselijk zijn en, elk op hun eigen manier, ’s mensen lot-gevallen proberen te verwoorden.
Prof. dr. Hans AUSLOOS (Bijbelwetenschappen)

.jpg)

.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)




.jpg)
.jpg)
.jpg)


.jpg)

.jpg)


.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)





.jpg)





.jpg)



