In een ander licht

Startpagina

In 2011 toerde Stef Bos doorheen België en Nederland met zijn project 'In een ander licht'. Thomas interviewde Stef Bos rond zijn project 'In een ander licht' en woonde tevens de soundcheck van één van zijn optredens bij.

Downloads

Bijlage 4

Inleiding

De 21e eeuw is nog maar pas begonnen en we zien nu reeds een massieve weerlegging van de oude hypothese van de secularisatie dat religie uit het publieke domein zou verdwijnen. Dit geldt op vele fronten: de rol van religie op het publieke forum, de relatie tussen religie en politiek (soms gewelddadig, soms vredestichtend), de groei van belangstelling voor levensbeschouwing en spiritualiteit, et cetera. Ook in de wereld van de kunst zien we deze nieuwe belangstelling voor religie. In de kunstwereld wemelt het van referenties naar religieuze tradities, en zien we ook hoe de Bijbel inspireert. Figuren en/of verhaallijnen uit de Bijbel komen voor in de beeldende kunst, de filmwereld, klassieke muziek, popmuziek, literatuur, poëzie en theater. De taal en inhoud van de Bijbel worden doorheen deze kunstvormen opnieuw tot leven gewekt in heel verscheiden gedaanten: van seculier tot heilig, van bespottend tot aanbiddend, van ongelovig tot gelovig, van traditioneel tot vernieuwend, van deconstructie tot gerecontextualiseerde Bijbelse kunst. Dat het Bijbels erfgoed hedendaagse kunstenaars veelvuldig inspireert, blijkt eens te meer uit het recent verschenen boek De Bijbel cultureel. De Bijbel in de kunsten van de twintigste eeuw. Beeldende kunst, film, theater, klassieke muziek, popmuziek, literatuur1. Doorheen dit naslagwerk, dat maar liefst 694 pagina’s telt, ligt de focus op kunst na 1900. Het boek maakt duidelijk dat het Bijbelse erfgoed niet weg te denken is uit de kunstzinnige verbeelding van afgelopen eeuw. Kunst en religie gaan ook in een seculier tijdperk vaak nog met elkaar op weg…

In een Ander Licht, een recent verschenen muziekalbum van Stef Bos (november 2009), volledig Bijbels geïnspireerd, is van deze tendens een sterk voorbeeld. Bij het album hoort een kunstzinnig boekje met liedteksten, bedenkingen van Stef Bos bij de bijbelfiguren, kleine kunstwerken van de Zuid-Afrikaanse kunstenares Varenka Paschke, en uitleg door theoloog Yko Van der Goot.

Dit materiaal biedt heel wat kansen om in het godsdienstonderwijs aan de slag te gaan met Bijbelse verhalen, Bijbelse vertolkingen in muziek en kunst en hedendaagse interpretaties en actualisaties van de Bijbel.

Project 'In een ander licht'

Aan Stef Bos werd de vraag gesteld een album met de titel ‘De Twaalf Bevlogenen’ te maken rond twaalf bijbelfiguren ter gelegenheid van het 85-jarige jubileum van de NCRV (Nederlandse Christelijke Radio Vereniging). Spontaan ging hij hier enthousiast op in, maar de titel ‘De Twaalf Bevlogenen’ wilde hij wijzigen omdat deze hem teveel zou beperken in de keuzes van de personages voor de liederen. Hij wilde immers ruimer gaan dan geloofshelden zoals Mozes en Elia omdat anders alle figuren volgens hem teveel op elkaar zouden lijken. De titel ‘In een ander licht’ bood kansen om de menselijke kant van bijbelpersonages te laten zien.

Stef Bos vond het een heel avontuur om liedteksten te schrijven vanuit een boek dat zoveel reacties bij mensen kan oproepen, en voor sommigen ook niet bepaald het meest ‘populaire’ boek is. Hij zegt over het project het volgende: “Ik neem vaak eerst een beslissing en overzie pas daarna de consequenties. Dus toen de NCRV mij benaderde met het idee van een cd over bijbelse figuren zei ik: ‘dat wil ik heel graag doen. Zolang ik maar alle vrijheid heb. Ik wil geen onderdeel zijn van een evangelisatieproject’. En ook wist ik voor mijzelf: ‘het moet niet goedkoop worden, niet tegen de kerk aanschoppen. Ik ga mensen niet vertellen dat God niet bestaat, dat is even pretentieus dan zeggen dat hij wel bestaat. Fanatiek atheïsme is voor mij net zo onbegrijpelijk als fanatieke religiositeit, omdat ik denk dat de waarheid ten diepste niet te kennen is. Waarachtigheid dat kan ik bevatten, maar de waarheid is te groot’”2.

In een ander licht kwam tot stand in samenwerking met het Metropole Orkest en kan gezien worden als een vervolg op andere bijbelgerelateerde jubileumprojecten met het Metropole Orkest: De Tien Geboden (1999) en Zeven Dagen van de Schepping (2004). Ook toen lieten verschillende artiesten zich door de bijbel inspireren. Echter, van een eenmalig radioprogramma is het project In een ander licht uitgegroeid tot een concert, drie radio-en televisieprogramma’s, een website met een dagboek van Stef Bos en een CD. Begin september 2009 nam Stef Bos samen met het Metropole Orkest o.l.v. Jules Buckley, de twaalf nummers op. Met medewerking van drie artiesten: Frank Boeijen (het lied van Prediker), de Portugese zanger/componist Fernando Lameirinhas (het lied van Noach) en de Vlaamse zangeres Jackobond (het lied van Maria Magdalena).

Bijbelse inspiratie

Stef Bos wilde de bijbelfiguren ‘in een ander licht’ plaatsen, waarbij vooral hun menselijke kant belicht zou zijn, maar toch wilde hij ook de band met de oorspronkelijke bijbelteksten behouden. Met in het achterhoofd de bijbelse verhalen en context, associeerde hij vrijelijk om de figuren in zijn teksten ‘hedendaags’ leven in te blazen. Hij wilde dat de liederen, los van de bijbel, op zichzelf konden staan, maar dat – voor wie de oorspronkelijke verhalen kent – de bijbelse personages ook zichtbaar zouden zijn tussen de lijnen. Hij wilde de bijbelse figuren zien als karakters van alle tijden en momenten van hun leven proberen vast te leggen in taal en muziek. Hij wilde weg van alle exegese en al het ‘proberen uit te leggen’, terug naar de verhalen. Bij het schrijven van de liedteksten heeft hij ook vaak terug gedacht aan de geloofsopvoeding die hij van thuis meegekregen heeft en in het bijzonder aan zijn 86-jarige gereformeerde vader. Het project ‘In een ander licht’ ziet hij zelf ook als een terugkijken op zijn eigen christelijke opvoeding. Dit kadert in de analyse die in de inleiding van het boek ‘De Bijbel cultureel’ gemaakt wordt. Hier wordt gesteld dat hedendaagse kunstenaars bijbelse onderwerpen naar zich toe trekken, er vaak op zeer persoonlijke wijze invulling aan geven door de Bijbel te relateren aan de actualiteit of te verbinden met andere, vooral oosterse religies (ook dit doet Stef Bos, met name enkele linken naar het Boeddhisme, zie interview met Stef Bos).3

Wat betreft het ‘andere licht’ is één van de favoriete nummers van Stef Bos ‘het lied van Petrus’, precies omwille van zijn herkenbaar menselijk gezicht. Reeds als kind had Stef Bos een grote bewondering voor de visser die discipel werd. Hij zegt hierover het volgende: “Tuurlijk ga je je vriend niet verraden en tuurlijk dat je onder druk wordt gezet daar buiten het sanhedrin. En dan denkt hij: ‘moet ik nu voor mijzelf kiezen, voor mijn eigen hachje’? En dat ook beseffen: ‘ik heb iemand laten vallen’. Ik vond Petrus als jongetje al een indrukwekkende, struikelende man met veel kracht die hij niet goed kon focussen. Bij hem is een mooie worsteling van een mens met zijn onvermogens te zien”4. In Job ziet Stef Bos het geloof van iemand die op een nulpunt in zijn leven zit. In Lea ziet hij de vrouw die bedrogen wordt door haar man. In Ruth de vreemdeling die wil assimileren, “een mooi tegengeluid voor onze tijd”, stelt Bos5 .

De keuze welke bijbelfiguren vertolkt zouden worden was niet evident. Heel bewust ging Stef Bos niet dadelijk in de bijbel lezen. Intuïtief blikte hij eerst terug naar zijn eigen kindertijd en vroeg zich af welke beelden nog in zijn hoofd leefden, welke bijbelse figuren indruk op hem gemaakt hadden. Hij had als kind immers levendige voorstellingen van personen zoals Elia, David, de apostel Petrus, en andere. Vervolgens bestudeerde hij Bijbelse meesterwerken uit de schilderkunst van onder andere Leonardo Davinci, Velasquez, Rembrandt en Chagall. De eerste woorden die hij daarna las, kwamen uit een kinderbijbel van vroeger om de verhalen weer te laten leven in zijn hoofd. Erna bladerde Stef Bos tevens doorheen enkele bijbels: een studiebijbel, een Zuid-Afrikaanse vertaling en de oude Statenvertaling. Over de nieuwe Bijbelvertaling zegt Stef Bos het volgende: “tsja ik begrijp wel waarom dat gebeurt, maar ik vind ook dat er van mensen verwacht mag worden dat ze het bestuderen. Je moet niet altijd de Bijbel willen brengen naar mensen, maar je moet mensen naar de Bijbel brengen. Het blijft een beetje de ziekte van deze tijd door te zeggen van: ‘ja maar de mensen gaan het niet begrijpen’. Ik denk dat daarmee de mens verschrikkelijk onderschat wordt en je ze de kans ontneemt om een mooi woord bij te leren. Dat is geen conservatisme, maar ik ben meer gecharmeerd van het oudere werk. ‘De liefde zij ongeveinsd’ staat er ergens (Romeinen 12 red.). ‘Ongeveinsd’, wat een mooi woord!”.6

Een paar maanden was hij volledig bezig in zijn hoofd voor hij ook maar één woord geschreven had, omdat hij op tournee was met een ander project. De eerste woorden die uiteindelijk op papier verschenen waren schetsen van ideeën wat Stef Bos precies wilde vertellen. Vervolgens plaatst Stef Bos daar zinnen omheen en komt er een muzikale omlijsting omheen waardoor de tekst wordt aangepast. Muziek en taal smelten in elkaar. Een aantal ideeën zijn na een eerste schifting afgevallen. Het nummer ‘Elia’ viel af omdat de muziek niet klopte met de tekst; ‘David’ viel af omdat de tekst inhoudelijk te dicht aanleunde bij het oorspronkelijk bijbelverhaal en ‘Johannes (De openbaring)’ viel af omdat het nummer niet in het geheel van de album paste. Het lag van stijl mijlenver af van de andere nummers en daarom werd besloten dit nummer op een ander moment ooit uit te geven.

De 12 liederen

  1. Lied van Lot: ruïnes en spoken
  2. Lied van God: wat ik niet ben
  3. Lied van Ruth: my land is jou land
  4. Lied van Lea: wat doe ik hier nog
  5. Lied van Prediker: alles is lucht
  6. Lied van Job: nulpunt
  7. Lied van Noach: de ark
  8. Lied van Maria Magdalena: zoals licht
  9. Lied van Christus en de duivel: duel
  10. Lied van Jezus en Judas: de judaskus
  11. Lied van de moeder: pietà
  12. Lied van Petrus: vlees en bloed
  13. Gesneuvelde nummers

Enkele interessante links

Bekijk het concert: ‘In een ander licht’ Songs worden afgewisseld met korte uitleg door Stef Bos op locaties die voor hem als inspiratiebron hebben gediend. Hiervoor ging hij met een tv-ploeg op stap en sprak hij over het project In een ander licht, over zijn cd met dezelfde titel, over het hoe en waarom hij doet wat hij doet, schrijft wat hij schrijft en zingt wat hij zingt en over nog veel meer zaken. Bezoek ook de persoonlijke website van Stef Bos en zijn website rond ‘in een ander licht’. Bezoek ook de persoonlijke website van kunstenares Varenka Paschke.

1. LIED VAN LOT: RUÏNES EN SPOKEN

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.” (Genesis 19,17)

Bijbelse context

Albrecht Dürer,
Lot en zijn gezin verlaten Sodom

Lot is een figuur uit het boek Genesis van het Oude Testament. Hij verschijnt voor het eerst op het toneel in een genealogie in Gn 11. In Gn 13 wordt verhaald hoe Lot op weg is met zijn oom Abram naar het land Kanaän. Omwille van een hongersnood wijken ze uit naar Egypte. Beide mannen beschikken over een grote rijkdom en veel vee. De mannen krijgen onenigheid over het gebruik van het land en besluiten elk hun eigen weg te gaan. Lot krijgt van Abram de eerste keuze naar waar hij wil gaan. Hij kiest voor de vruchtbare vlakte van de Jordaan. In Gn 14 wordt het verhaal verteld hoe Lot tijdens de oorlog in zijn woonplaats Sodom gevangen wordt genomen. Het is Abram die Lot bevrijdt. In Gn 19 krijgt Lot bezoek van twee mannen, die omschreven worden als ‘engelen’. Hij nodigt deze mannen bij hem thuis uit om bij hem te overnachten. De mannen van Sodom vragen aan Lot om beide mannen aan hen uit te leveren, met de kennelijke bedoeling hen tot seks te dwingen. Lot wil dit niet en biedt zijn beide dochters aan. De mannen van Sodom gaan daar niet op in en proberen het huis van Lot met geweld binnen te dringen. Echter de ‘engelen’ slagen de indringers met blindheid en adviseren Lot en zijn familie om de stad te verlaten. Immers God zou de stad vanwege de slechtheid van zijn inwoners verwoesten. Lot probeert zijn schoonzonen nog te overtuigen mee te gaan, maar deze lachen hem uit. Wanneer Lot begint te twijfelen, nemen de engelen hem, zijn vrouw en beide dochters bij de hand en dwingen hen de stad te verlaten. Zodra ze de stad uit waren, drukten de engelen hen op het hart dat ze tijdens hun vlucht niet achterom mochten kijken. De vrouw van Lot kijkt toch achterom en verandert in een zoutpilaar. Het volgende citaat uit Gn. 19 inspireerde Stef Bos voor ‘het lied van Lot: Ruïnes en spoken’: “Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.” (Genesis 19,17)

Stef Bos aan het woord

Ik wilde eerste een nummer over de vrouw van Lot maken, als kind intrigeerde me dat. Een vrouw die omkijkt, stilstaat, en verandert in een zoutpilaar. En toen ik voor de eerste keer in Israël was, zag ik in het Zuiden van de Dode Zee ook al die zoutpilaren en begreep ik de beeldspraak ook. Toen begon ik het verhaal te herlezen en dan wordt het een technisch verhaal hoe je liedjes schrijft, want ik dacht: iedereen zal al raden als ik het lied start over de vrouw van Lot dat ze zal stilstaan op het einde van het liedje. En toen zag ik het beeld voor me van de brandende stad waaruit ze weg vluchten en opeens dacht ik: zou Lot zelf ook niet de behoefte gehad hebben om achterom te kijken en is dat niet interessanter om een lied over te schrijven, want dat blijft spannend. En ik vond het een hele mooie metafoor voor wat elk van ons soms meemaakt in het leven. Soms moet je dingen in het leven achter je laten en dat kan pijn doen. Je moet niet omkijken, want dan verlang je terug vanwaar je vandaan kwam, maar je moet eigenlijk vooruit. God zegt tegen Lot: je moet niet omkijken en ik vond dat zo’n mooie beeldspraak dat ik dacht: dáár moet ik een lied over schrijven.7

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Op ’n kruispunt staan: iemand wat wil vasklou aan die verlede, maar wat weet hy moet vorentoe… onsekerheid.

Een theoloog aan het woord

Het leven van de Bijbelse Lot in het oudtestamentische boek Genesis is getekend door de begrippen ‘achterlaten’ en ‘opnieuw beginnen’. Opvallend daarbij is dat Lot er nooit zelf voor kiest om een nieuwe wending aan zijn leven te geven, maar door anderen wordt gedwongen afscheid te nemen van het vertrouwde en het onbekende tegemoet te treden. Op Gods aanstoken verlaat Lot zijn geboorteland Ur om samen met zijn oom Abraham naar het onbekende Kanaän te trekken. In Kanaän aangekomen moet Lot noodgedwongen afscheid nemen van Abraham en zich in de buurt van Sodom en Gomorra vestigen, aan de oever van de Dode zee. In het ‘Lied van Lot’ bezingt Stef Bos het derde scharniermoment in Lots leven. Samen met zijn familie moet Lot, deze keer in opdracht van Gods engelen, nu ook Sodom en Gomorra achter zich laten. God zal deze steden verwoesten omwille van de slechtheid van hun inwoners. Wanneer Lot en zijn vrouw Sodom en Gomorra ontvluchten, verbieden de engelen van God hen uitdrukkelijk om achterom te kijken. Hoewel het Bijbelse verhaal de vrouw van Lot slechts terloops vermeldt – ze krijgt zelfs geen naam – toch wordt op dat moment alle aandacht op haar gevestigd. Tegen Gods verbod in kijkt ze toch om naar de verwoeste stad. Terstond verandert ze in een zoutklomp. De etiologische bedoeling van het verhaal is overduidelijk: het verhaal wil ‘verklaren’ waarom dingen zijn zoals ze zijn. De zoutzuilen bij de Dode Zee zijn de restanten van de vrouw van Lot...

Stef Bos bezingt deze episode in Lots leven vanuit een enigszins onverwacht perspectief. Niet de vrouw van Lot stelt hij centraal, maar de vraag hoe Lot zelf zijn gedwongen vertrek ervaart. Bos evoceert daarbij de gevoelens van Lot, die zich gevangen voelt tussen verleden en toekomst. Ook al heeft Lot Sodom vervloekt – de Sodomieten wilden zich vergrijpen aan Lots bezoekers – toch valt het afscheid nemen van deze fase in zijn leven hem zwaar. Niettemin staat Sodom verlaten gelijk met een tocht van een hopeloos verleden naar een hoopvolle toekomst, ook al is die toekomst onbekend. Refererend aan het omkijken van Lots vrouw slaagt Bos erin om op sublieme wijze de levensboodschap van het Bijbelse verhaal naar de oppervlakte te brengen. Leven is steeds opnieuw afscheid nemen van de veilige haven om tegemoet te treden wat nog onbekend is. Staande op die grens tussen verleden en toekomst, kan omkijken verworden tot stilstaan: “Als ik nu omkijk, blijf ik hier stilstaan”. Daarvan is de vrouw van Lot het versteende bewijs. Als dusdanig maakt Bos met zijn ‘Lied van Lot’ duidelijk hoe de Bijbelse teksten puur menselijk zijn en, elk op hun eigen manier, ’s mensen lot-gevallen proberen te verwoorden.

Prof. dr. Hans AUSLOOS (Bijbelwetenschappen)

2. LIED VAN GOD: WAT IK NIET BEN

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Ik ben die ik ben” (Exodus 3, 14)

Bijbelse context

William Blake,
God antwoordt Job

In Genesis wordt beschreven dat God in het begin hemel en de aarde geschapen heeft. Tevens wordt gemeld dat God de mens maakte naar zijn evenbeeld. God zegt ook wie hij is: “Ik ben, die er zal zijn” (Ex 3, 14).

Doorheen de Bijbel komen erg verscheiden Godsbeelden aan bod: God is vader, herder, koning, rechter, heerser, strijder. Maar God is ook liefde, geest en bron. God heeft in het Oude Testament veel menselijke eigenschappen: hij praat, hij kan boos zijn of teleurgesteld, hij eist onderwerping en gehoorzaamheid, hij schreeuwt, troost, straft, wreekt, beloont en zegent.

In het Nieuwe Testament zegt Jezus: “Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Alleen door mij heeft men toegang tot de Vader. Als jullie Mij hebben leren kennen, zul je ook mijn Vader leren kennen. Sterker: nu al kennen jullie Hem en heb je Hem gezien” (Joh 14,6-7). “Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij” (Joh 14, 11a). Jezus is hierdoor een Godsbeeld: God is mens geworden in Christus.8

Stef Bos aan het woord

Marc Chagall,,
Mozes voor het brandende braambos

Het lastigste lied was het lied van God want toen dacht ik: nu kijkt hij over mijn schouders mee. Of je nu wel of niet gelooft doet er niet eens toe, maar als je een lied schrijft over het opperwezen kun je je er nooit gemakkelijk vanaf maken. In eerste instantie wilde ik die buiten beschouwing laten, er geen lied over maken. Maar op een nacht lag ik op bed en schoot de zin door mijn hoofd, bijna van boven gegeven: “er is te veel van mij gemaakt dat ik helemaal niet ben”. Dat is de kernzin en toen wist ik eigenlijk al dat de rest er was, want als je kern hebt – en dan wordt liedjes schrijven ook een ambacht – moet je proberen daarrond te bouwen zodat het spannend blijft. Ik dacht ook God is eigenlijk een beroemdheid waarvan iedereen een beeld heeft, maar niemand weet nog hoe menselijk hij is. Ik kom uit een nest met het idee dat we de essentie niet weten. Dat is voor mij ook zo: je kan liedjes schrijven maar hét zeggen wat je zou willen zeggen in het diepst van je hart zal je nooit kunnen, maar proberen is misschien wel het mooiste wat er is. Wanneer wij als mensen de pretentie hebben om (een) God uit te leggen, gaat het eigenlijk meer over ons dan over de godheid. 9

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Die lig en donker van die bestaan: God is ’n netwerk van konneksies wat alles in die heelal met mekaar verbind en ook die lig wat alles ophelder… maar ’n bietjie sosiale kommentaar ook: ’n mensgemaakte  netwerk van telekommunikasie as simbool van hoe ons in godsdiens staatmaak op God en alle verantwoordelikheid op hom afstoot: ons neem nie self verantwoordelikheid vir ons eie dade nie.

Een theoloog aan het woord

De naam “Jezus” wordt in dit liedje niet vermeld. Voor Christenen die over God spreken ligt dat natuurlijk moeilijk ... tenzij ze in de zanger de mens God, Jezus herkennen. Geloven dat God zelf zich in een mens, Jezus van Nazareth, de zoon van Jozef en Maria, als dé Christus (de gezalfde, omdat hij ons goed doet en heil brengt) aandient, bergt een spanning die men moet laten werken om het liedje kans te geven. Enerzijds is die Jezus Christus, als een eigenaardige andere mens die wij volgen maar nooit ten volle kunnen volgen, ons vreemd nabij. Anderzijds is hij ook Adam, een mens zoals wij allen: Jezus is ons aller geheim. We zijn hem. Christenen durven nauwelijks de plaats van de vreemde Jezus innemen, en toch kennen ze ook een dwingende arrogantie om als hem, in zijn plaats, te spreken. In de teksten die over Jezus spreken herkennen ze zich niet alleen in de rol van de toehoorders, maar ook in de Heer zelf. Zo spreken wij niet alleen over God, maar ook als God ... zo kwetsbaar ligt die mensgeworden God in onze stem.

Omwille van die dubbele kern is het liedje van Stef Bos zo aangrijpend. Hij kent de kwetsbaarheid: de naam “God” is zo dikwijls misbruikt, in dienst van onze eigen interesses en bestrevingen. Stef Bos zegt dus: wees toch maar voorzichtig als je het woord “God” in de mond neemt. Maar in zijn liedje lijkt hij dan toch ten prooi te vallen aan die arrogantie die hij terecht zo gevaarlijk vindt. Hij spreekt zelf als God, neemt Gods woorden in de mond: ik ben niet ..., ik ben wel ... . Stef Bos wordt pleitbezorger voor God, meer nog: hij heeft het lef te spreken alsof hij God is. Op die manier doet hij wat hij aanklaagt en komt zelf onder de kritiek te staan van wat hij zingt. Misbruikt hij dan zelf niet de naam van God, misschien om succes te boeken, misschien uit verzet ...? Stef Bos is arrogant op een wijze die hij zelf aanklaagt. Hoe onderscheiden we of hij het bij het rechte eind heeft? Mag hij zo spreken? Is zijn levenservaring sterk genoeg opdat hij zou weten wie God is ... gelijkt hij voldoende op Jezus? Tot waar mag hij zich dat Jezusrecht toeëisen om in naam van God, als God te spreken? We zullen in gesprek moeten treden met Stef Bos, door ons kwetsbaar open te stellen voor iemand die zich in een liedje kwetsbaar openstelt. De schriftgeleerden en farizeeën kloegen Jezus aan omdat hij als God sprak en we kunnen dat begrijpen ... maar was hun aanklacht ook niet een manier om God als mens de mond te snoeren of om de roep van God niet te moeten horen? Soms moeten mensen als God spreken om het als God op te nemen voor medemensen: de arrogantie wordt dan getemperd door Gods eigen inzet voor gebroken mensen.

Wanneer mensen als God spreken en de grenzen van een pleitbezorger, advocaat of profeet lijken te overschrijden, dan klinkt de vraag naar onderscheiding. En die vertrekt bij de vaststelling hoe God dan in die menselijke woorden spreekt ... is dit herkenbare taal voor mensen die doorheen lange tradities God hebben leren kennen? Hoe spreekt dus Stef Bos over God in de naam van God? Het valt op dat hij het heeft over immanente en sterke natuurtrekken van God, metaforen die voor een krachtige Geestwerking in ons en in de wereld pleiten: aarde, wolken, wind, stromen, vuur, ... God is geen doetje dat men zomaar voor zijn kar kan spannen, en toch trekt die God met kracht aan de kar van deze wereld. Dit zegt veel over Stef Bos, over wie hij als mens is, wat hem kwaad maakt en wat hij nodig heeft om te leven. Hij weet dat God zo kwetsbaar en broos is, dat we God kunnen misbruiken en dat het niet bij dat “kunnen” blijft ... Hij weet ook dat God zo krachtig is dat de vergelijking met sterke krachten past, die soms op onverwachte manieren werken. Dat zijn bijbelse beelden, dat zijn ook menselijke godservaringen.

Er is meer. God heeft humor, wat God zingt kan blasfemisch klinken, verontrustend – wie dat niet herkent, heeft het evangelie niet gelezen: het lied raakt de godservaring van Jezus zelf, laat iets zien van God doorheen het leven van Jezus. Het lijkt inderdaad dat je Jezus hoort zingen, op zijn arrogante en tegelijk ook open manier. Die God van Jezus is een God die ons weet te ontmaskeren en dat kan pijn doen, zodanig veel pijn dat we wie in Gods naam spreken arrogant noemen om maar niet naar God te moeten luisteren. Tegelijkertijd wordt hier niet alles gezegd: het liedje is een liedje om mee te neuriën en om strofes aan toe te voegen op die speelse wijze van een bluesritme waarop je je eigen verhaal, je eigen godsontmoeting mag vertellen. Wanneer je Jezus leert kennen, hem ontmoet, dan treed je binnen in het nooit uitgeputte mysterie van diepgaande ontmoetingen, dan ontdek je steeds nieuwe manieren waarop God in het leven van mensen speelt en er zich openbaart. Het liedje is in die zin “bescheiden” – de zanger heeft niet het laatste woord en er is nog een eeuwigheid te gaan om doorheen de woede bij het misbruik dat gemaakt wordt van God en doorheen de energie die doet veranderen, te ontdekken hoe onvoorspelbaar God dan wel is. Stef Bos is arrogant, ja ... maar dan arrogant op die bescheiden manier die ruimte geeft aan een kwetsbare, mensgeworden God. Dat is deugddoende, bescheiden arrogantie.

Prof. dr. Jacques HAERS (Dogmatische theologie)

3. LIED VAN RUTH: MY LAND IS JOU LAND

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Vraag me niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.” (Ruth 1,16)

Bijbelse context

Het boek Ruth ontleent zijn naam aan de hoofdpersoon Ruth. Deze Bijbelse Novelle staat onmiddellijk in verband met het koningshuis van David. Het verhaal speelt zich af in de tijd van de Rechters, dus vóór de instelling van het koningschap. Juda wordt geteisterd door hongersnood. Elimelech, zijn vrouw Noömi en hun twee zonen vertrekken daarom vanuit Betlehem naar Moab. Beide zonen huwen daar met Moabitische vrouwen: Orpa en Ruth. Na de dood van Elimelech besluit Noömi terug te keren naar haar geboorteland. Ruth, inmiddels ook weduwe, besluit met haar schoonmoeder mee terug te gaan, ondanks het feit haar schoonmoeder liever heeft dat ze blijft. Terug in Juda voorziet Ruth in het onderhoud van haar schoonmoeder. Door Gods voorzienigheid leert ze Boaz kennen, een familielid van haar overleden man. Als rechtsgetrouwe jood neemt deze de leviraatsplicht op zich door te huwen met de kinderloze weduwe Ruth. Ze krijgen samen een zoon Obed, de vader van Isaï, en op zijn beurt de vader van David. Hier ligt de kern en bedoeling van het boek Ruth: de Moabitische vreemdelinge Ruth wordt de overgrootmoeder van koning David. 10

Pieter Lastman, Ruth zweert trouw aan Naomi

Stef Bos aan het woord

Marc Chagall,
Ruth Gleaning

Nu ik er zelf naar terug luister, is het voor mij een van de meest persoonlijke liederen op de plaat. Ik heb Ruth gekozen omdat ik eigenlijk in Zuid-Afrika aan een collega-zangeres, Amanda Strydom, vroeg: “over wie zou jij uit de bijbel een lied maken?” En toen zei ze: “Ruth” en direct daarna kwam de zin “my land is jou land” en dat sloeg op mij in. Een half jaar later herinnerde ik me dat omdat ik zelf als Nederlander van boven de rivieren naar België ben gegaan, inmiddels voor de helft in Zuid-Afrika woon en altijd geconfronteerd ben geweest met het feit dat je je over moet geven. Als je ergens als vreemdeling komt, blijf je altijd iets houden van waar je vandaan komt, maar je moet je overgeven aan het land waar je bent, anders heeft het geen zin. Mensen die niet assimileren missen een kans, om zichzelf te verzilveren in een andere cultuur. Toen ik het boek Ruth las, herkende ik dat punt, dat ik dat eruit heb gelicht. Ik ben ook getrouwd met een Zuid-Afrikaanse vrouw, dus het was voor mij ook een soort liefdeslied. Daar is het heel persoonlijk. Zij verwoordt het zo mooi; als je kan zeggen “mijn land is jouw land” … dan moet je het wel ook terughoren, want anders kom je bedrogen uit. Het komt van twee kanten. Het is bijna een huwelijksverklaring: “jouw leven is mijn leven; jouw dood is mijn dood”.11

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

’n Vrou wat nie bang is vir die onbekende nie. Heldhaftigheid en sterkte wou ek uitbeeld.

Een theoloog aan het woord

Tot de dynamiek van het bijbelverhaal Ruth behoort het zoeken naar een leefbare toekomst. Ruths migratie is de tweede migratie in het verhaal, na de eerdere migratie van een Judees gezin naar Moab, wegens hongersnood. Pas als alle mannelijke gezinsleden gestorven zijn, en de hongersnood voorbij is, keert Naomi terug naar Juda, en haar schoondochter met haar. Het treft mij dan ook dat er in het Lied van Ruth sprake is van “jou droom is my droom”. De schoonmoeder keert immers terug zonder veel dromen. Ze verandert zelfs haar naam van ‘de lieflijke’ in ‘de bittere’ omdat God zo hard voor haar is geweest. Wat Ruth doet, doorheen het verhaal, is haar schoonmoeder terug toekomst geven. Met een zegen die lijkt op deze van de stammoeders van het volk bekrachtigen de oudsten hoe Ruth mee het Judese volk opbouwt, en zelfs aan de basis ligt van een koningshuis, waaruit eens de messias verwacht zal worden. Dit ruimere aspect van mee opbouwen aan een samenleving waar het goed is om te leven, mis ik in het lied van Stef Bos, waar solidariteit vooral een kwestie van een één op één relatie blijft (en enkel de vreemdelingenangst op het gemeenschapsniveau speelt).

Het Lied van Ruth weerspreekt een retoriek van de “profiteursmentaliteit” die men migranten in sommige middens toedicht. Wie het Bijbelverhaal kent, beseft dat wie thuisblijft in Moab vermoedelijk een veiligere toekomst heeft. De schoonmoeder die naar haar eigen land Judea teruggaat, loopt grote risico’s. De ‘toekoms is onseker’, de toekomst van een vrouw zonder man om haar te beschermen, de familieband te zwak om vanzelfsprekend een beroep op te kunnen doen, het deel van Naomi is iets dat eerst bevochten moet worden, zelfs met slinkse middelen en niet zonder lijfelijk risico. Zonder Ruth is het nog maar de vraag of Naomi temidden van haar eigen volk standhoudt. In het Lied van Ruth wordt het onvanzelfsprekende van wat Ruth doet, nog versterkt door het motief van de heimwee (aanwezig ook bij wie bewust voor migratie koos) en de vreemdelingenangst (waardoor de last van het ‘bruggen bouwen’ bij de vreemdeling wordt gelegd). Sterk uitgedrukt in het Lied van Ruth is daarom volgens mij de één op één solidariteit tussen Ruth en haar schoonmoeder: “my brood is jou brood”. “ek wil naas jou staan, al sal dit moeilyk wees” Zonder die solidariteit zou haar schoonmoeder nooit overleven.

De Zuid-Afrikaanse liedtekst bootst voortdurend de korte, bondige wijze van spreken na die de bijbelse belofte van Ruth aan haar schoonmoeder kenmerkt. Dit heeft een dubbel effect: het geeft heel het lied diezelfde plechtige, zich verbindende toon als de bijbelse belofte, én herinnert aan de soms hakkelende wijze waarop een anderstalige naar woorden zoekt in onze taal. Ondanks het eenvoudige taalgebruik en de ogenschijnlijk simpele zinsbouw schetst het lied zo de complexe situatie van de medemens die “niet woont in het land waar hij geboren is” zoals de zanger het in zijn introductie zo beeldend verwoordt.

Dr. Ine VAN DEN EYNDE (KHKempen)

4. LIED VAN LEA: WAT DOE IK HIER NOG

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Lea’s ogen hadden geen glans maar Rachel was mooi en aantrekkelijk” (Genesis 29,17)

Bijbelse context

Het bekende verhaal van Jakob en zijn vrouwen Lea en Rachel staat in Genesis 29 en 30. Lea is hier geen belangrijke figuur, het gaat vooral om Jakob. In vorige hoofdstukken heeft Jakob zijn vader en zijn broer bedrogen en zo het eerstgeboorterecht verworven. Hier wordt verhaald hoe Jakob zelf bedrogen wordt. Hij werkt voor zijn oom Laban om met diens mooie dochter Rachel te kunnen trouwen. Na zeven jaar werken krijgt Jakob echter de oudste en lelijkste dochter Lea in zijn huwelijksbed. Een list van Laban, waar Lea het slachtoffer van is. Ze wordt uitgehuwelijkt aan een man die niet van haar houdt. Jakob moet nogmaals zeven jaar werken om zijn eigenlijke liefde, de jongste dochter Rachel, tot vrouw te kunnen krijgen. Over Lea vinden we maar één beschrijving in de Bijbel: “Lea’s ogen hadden geen glans maar Rachel was mooi en aantrekkelijk” (Genesis 29,17). Overigens wordt in verschillende verzen duidelijk vermeld dat Jacob niet van Lea hield zoals van Rachel: “Van Rachel hield hij echt, meer dan van Lea”; “Toen de heer zag dat Jakob minder van Lea hield, opende hij haar moederschoot, terwijl Rachel kinderloos bleef”; “Lea werd zwanger en bracht een zoon ter wereld, die ze Ruben noemde, ‘want’, zei ze, ‘de Heer heeft gezien dat ik het zwaar te verduren heb. Nu zal mijn man van mij houden”; “De Heer heeft gehoord hoe weinig mijn man van me houdt; daarom heeft hij mij er nog een zoon bij gegeven”; “Nu ik hem drie zonen heb gebaard, zal mijn man zich eindelijk aan mij hechten”. Niets blijkt minder waar: ook met kinderen wint Lea haar man niet voor zich…

Het verhaal van Jakob kadert in de geschiedenis van de grote aartsvaders en aartsmoeders van Israël (Gen 12-50). Hier worden familiesagen verhaald, die laten zien hoe God de geschiedenis van zijn volk leidt en begeleidt met zegeningen, opdrachten en beloften. Jakob is hier een zeer centrale figuur. Immers zijn twaalf zonen zijn de stamvaders van de twaalf stammen van Israël.12

Hugo van der Goes, Rachel en Jakob

Stef Bos aan het woord

Rachel en Lea

Ik wilde iets met Jacob doen omdat hij de aartsvader is van Israël en een belangrijke schakel is in het hele Oude Testament. En ik lees het verhaal hoe hij zijn broer belazert en zijn vader belazert en bij zijn Oom Rachel wil hebben en dan een koekje van eigen deeg krijgt omdat hij door zijn oom belazerd wordt als hij Lea, de oudste lelijke dochter, krijgt. En ik dacht: Je zult Lea maar zijn. Toen kwam ik ook op het punt van gearrangeerde huwelijken of dat je soms in een situatie terecht kan komen in een liefdesleven waarbij je denkt dat je voor de maatschappij bij deze vrouw of man blijven, maar dat je jezelf totaal ondergraaft. En ik dacht, ik wil Lea een stem geven, want ze komt er bekaaid af in het Oude Testament. Jacob mag dan nog uitverkoren zijn, maar ik sta meer aan de kant van Lea.

De muziek is met de band bij mij thuis ontstaan. Oorsprong lag bij een gitaarrif die René (van Mierlo) speelde waardoor de muziek direct een Arabische richting insloeg en Martin (De Wagter) met drums een Noordafrikaanse weg insloeg. Daarna waren het de ideeën van ons allen die over elkaar heen vielen en uiteindelijk een vorm vonden: Het lied van Lea – Wat doe ik hier nog. 13

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

’n Vrou wat haar kwesbaarheid agter haar gelaat het en sterk opstaan teen die onreg wat haar aangedoen is in haar lewe.

Een theoloog aan het woord

Wie Lea zegt, denkt Jakob. En wie de Bijbelse Jakob kent, weet van bedrog. Jakob wordt in het boek Genesis pas aartsvader omdat hij zijn broer Esau en hun vader Isaak, met de hulp van zijn moeder Rebecca, bedriegt. Het prille begin van de ‘heilsgeschiedenis’ begint met leugens. En verdere leugens in zijn leven blijven niet uit.

Lea wordt zijn eerste vrouw. Zij is in het Oude Testament één van die vrouwen die niet genoemd wordt in het rijtje van ‘sterke vrouwen’ uit de Bijbel die al vaker het thema werden van allerlei boeken en bijdragen, al dan niet vanuit feministisch perspectief. Lea valt niet op in schoonheid, in kracht of heldenmoed. Alles wat over Lea gezegd wordt is dat haar ogen geen glans bezitten, dat ze lang niet zo mooi is als haar zus Rachel, en dat ze tegen wil en dank van Jakob, door toedoen van een list van haar vader, zijn vrouw wordt. En verder heeft ze zelf ook niets of niet veel te zeggen.

Jakob wordt nu zelf bedrogen: niet de beloofde Rachel, op wie hij verliefd was, maar Lea vindt hij ’s morgens in zijn huwelijksbed. En vanaf die eerste morgen verlangde hij opnieuw naar Rachel, die hij uiteindelijk na zeven nieuwe jaren arbeid mag huwen. Lea was de oudste, verklaarde haar vader: zij moest eerst huwen. Misschien moest het hem doen nadenken: zijn eigen broer Esau was eigenlijk ook de oudste… Hij was in feite degene die hun vaders zegen had moeten krijgen. Recht moest geschieden? Maar ten koste van wie?

Wat er ook van is, Lea wordt de ongelukkige vrouw van Jakob. Al wat het verhaal verder vertelt is dat ze haar uiterste best doet opdat haar man van haar zou houden. Ook zonder liefde, en ook nadat hij al met Rachel getrouwd is, eigent Jakob zich zijn eerste vrouw blijkbaar toe. Keer op keer wordt ze zwanger en keer na keer hoopt ze dat Jakob daardoor van haar zal gaan houden. Ze schenkt hem zeven kinderen, omdat tenminste God haar genadig was en ‘haar moederschoot opende’. Niettemin kan ook deze ‘zegen’ Jakobs hart niet keren. Lea blijft wie ze is, de ongewenste echtgenote in een ‘gearrangeerd’ huwelijk. In het ‘lied van Lea’ weerklinkt, op een wijze die alleen Stef Bos beheerst, in kernachtige, herhaalde woorden die spelen met klank en ritme de eindeloze eenzaamheid en weerkerende moedeloosheid van Lea’s bestaan. Er gaat niets vooraf aan haar geschiedenis, net zoals ze in het Bijbelse verhaal plots echtgenote wordt zonder dat er haar iets gevraagd werd. Zonder dat er, zelfs na het bedrog door haar vader, één reactie verhaald wordt. Het enige wat verteld wordt is haar koppige poging de liefde van haar man te winnen. “Vanaf de eerste dag heb jij je rug gekeerd”, laat Stef Bos haar zeggen. Jakob werd wakker, die eerste ochtend, en keerde zich af. En jaren “leven ze langs elkaar, al lijkt het ook van buitenaf dat ze nog samengaan”: zes zonen kunnen geen liefde opwekken. “Tegen beter weten in geloven dat deze leegte ooit verdwijnt”, zucht ze. “Gevochten en gezocht”, heeft Jakob, maar vooral voor zichzelf, “doen en laten wat hij wil”, zijn eigen leugens, waar hij zo goed in was, gelovend. En wat rest er Lea? Dat is haar vraag in het lied van Stef Bos: “er is hier niets meer, maar we blijven bij elkaar”. “Ik moet hier weg. Ik moet gaan”, klinkt het, maar Lea is gebleven, tot het einde, tot de volgende zoon, tot een zevende kind, de dochter die later verkracht wordt… Waarom bleef ze? “Om de lieve vrede” die er nooit was, zelfs niet meer in de band met haar zus, “om de kinderen” die het tij niet konden keren. Het antwoord blijft uit, al was er één zekerheid van het prilste begin: het was “niet om de liefde”. En hoewel het Bijbelse relaas in zijn vervolg verder focust op de lotgevallen van Jakob en zijn hele familie en bezit, waarin Lea haar plaats lijkt in te nemen, eindigt Stef Bos’ lied met de vraag: “wat doe ik hier nog?” Lea’s onpeilbare verdriet of gelaten berusting? In elk geval, een heel menselijk verhaal over heel menselijke intriges en gevoelens. Heel Bijbels dus…

Prof. Dr.Bénédicte LEMMELIJN (Bijbelwetenschappen)

5. LIED VAN PREDIKER: ALLES IS LUCHT

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Voor alles wat er gebeurt, is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.” (Prediker 3,1)

Bijbelse context

Gustave Doré,
Ecclesiastes

Prediker is een poëtisch Bijbelboek vol wijsheid. Het is moeilijk vast te stellen wanneer en door wie het boek geschreven is. In het opschrift wordt het boek toegeschreven aan koning Salomo, zoon van Koning David, maar het is ook een klassieke truc dat een belangrijk persoon als auteur wordt voorgesteld, om het belang van het boek te onderstrepen.

Het boek Prediker behoort tot de zogeheten wijsheidsliteratuur, evenals de boeken Job en Spreuken. Waarschijnlijk is deze literatuur ontstaan in kringen van professionele schrijvers die in dienst waren van paleizen en tempels. Het doel van de teksten is de lezer of toehoorder kennis, praktische levenswijsheid en moreel besef bij te brengen op verschillende vlakken.

Het boek lijkt een nabeschouwing door een ‘wijze’ die het leven en de gang van zaken in de wereld goed heeft gevolgd en die tot de conclusie komt dat alles “lucht en leegte” is.

Een belangrijk motief in het boek is de kringloop van de tijd en de natuur. Ook de vorm van de tekst is cyclisch: de woorden van het begin van het boek keren op het einde van het boek terug. Belangrijke poëtische passages zijn: “Lucht en leegte”; “Alles heeft zijn tijd”; “Gedenk je schepper in je jeugd”.14

Commentaar van Stef Bos

Salvador Dali,
vanitas vanitatum

Spreuken, hooglied en Prediker zijn de meest geruststellende boeken in de bijbel omdat ze zoveel open laten. Prediker is zo mooi, en dat kon ik ook in het lied gebruiken, zeker als je het met z’n tweeën zingt (met Frank Boeijen), dat waarheid op zich niet bestaat en wij er niet dicht bij in de buurt kunnen komen. Prediker is voor mij een Taoïstisch boek: aan de ene kant stuurt het je de richting uit ‘geniet van het leven’ en aan de andere kant ‘gedenk al in je jeugd dat je later oud zult worden en dat je alles wat je nu doet mee zult nemen in je hoofd’, en ik hou daar enorm van. Ik vind Prediker een wijs man. We hebben vaak grote dromen in ons hoofd, vaak willen we bij wijze van spreken God zijn, ook al durven we het niet toe te geven. En waar hij ons de kans toe geeft in het boek is om menselijk te zijn. Dat je de dingen misschien wel als zinloos ervaart, maar dan in elk geval de schoonheid van de zinloosheid te zien en dat vind ik prachtig in dat boek.15

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Die definisie van die wetenskaplike konstante van die heelal, PI: 0= Niks, eenheid of God, Ø= Niks gedeel deur eenheid is PI = die konstante van die skepping. Dit verteenwoordig vir my die alfa en omega van bestaan.

Een theoloog aan het woord

In het nummer ‘Alles is lucht’ bekijkt Stef Bos de wereld door de bril van het boek Prediker en vat de essentie van het boek als volgt samen: alles verandert voortdurend en kan altijd vanuit meerdere perspectieven bekeken worden, en daarom leent de wereld zich niet tot grote woorden over ‘waarheid’. De samenzang met Frank Boeijen is een welgekozen uitdrukking van deze visie, en ook de muziekstijl van dit nummer sluit goed aan bij de toon van het boek. De auteur beschrijft immers met een zekere gelatenheid wat hij heeft gezien en ervaren in de wereld zonder daarbij God ter verantwoording te willen roepen, zoals het geval is in het boek Job, dat andere kritische Bijbelboek uit de oudtestamentische wijsheidstraditie. Zijn leidmotief daarbij luidt, in de versie van de oecumenische Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), ‘alles is lucht’. Met de keuze voor deze vertaling van het Hebreeuwse hebel sluit Stef Bos aan bij een recente tendens in de exegese van Prediker om de metaforische betekenis van dit woord te benadrukken en niet te opteren voor een abstract woord zoals ‘ijdel’, dat nog prominent aanwezig is in de Willibrordvertaling van Prediker. Net zoals een mens geen greep kan krijgen op de ijle lucht, zo zal hij/zij er nooit in slagen om de diepere betekenis te doorgronden van een leven dat bol staat van de tegenstellingen.

Om deze reden brengt Stef Bos in zijn beknopte commentaar in het begeleidende liedboekje Prediker in verband met de filosofische stromingen van het Taoïsme en het existentialisme. Terecht benadrukt hij deze parallellen en biedt aldus een herkenbaar aanknopingspunt voor hedendaagse lezers van het boek, maar de keerzijde van deze vergelijking is dat de eigenheid van het boek voor een stuk verloren gaat. Wellicht verklaart dit interpretatieperspectief ook de selectie van teksten die aan de grondslag van de liedtekst liggen: wie het lied aandachtig beluistert en naast de Bijbeltekst legt, merkt al snel dat de schrijver zich vooral heeft laten leiden door het openingsgedicht (Pr 1,3-11) en het welbekende gedicht over de tijd (Pr 3,1-8), twee perikopen die bij uitstek geschikt zijn om Prediker in verband te brengen met, respectievelijk, het existentialisme en het Taoïsme. Dit heeft echter tot gevolg dat geen van de talloze wijsheidsinstructies en spreuken waarmee het boek doorspekt is een plaats gekregen hebben in het lied, en dat is jammer, want ook zij bevatten heel wat verrassende inzichten.

Niettemin brengt Stef Bos op een treffende wijze de grondgedachte van het boek tot uitdrukking door de auteur van Prediker “een soort existentialist die ons niet moedeloos maakt” te noemen. De kritische overwegingen van het boek Prediker resulteren niet in een schouderophalend relativisme, maar lopen uit op een pleidooi om ten volle te genieten van de mogelijkheden die het menselijke bestaan biedt zonder zichzelf op dezelfde hoogte als God te willen plaatsen. De auteur houdt de lezer de spiegel van zijn/haar menselijkheid voor door aldoor te wijzen op de beperktheden van het mens-zijn, maar tegelijkertijd geeft hij aan dat het leven van de mens ‘onder de zon’ heel wat mogelijkheden tot genieten biedt. Dit aspect van zijn denken blijft onderbelicht in het lied van Stef Bos, en daarom verdient het aanbeveling om ook één of meerdere teksten uit het boek zelf te lezen ter aanvulling op het lied, zoals de verwerping van het leven na de dood die resulteert in een oproep om de dag te plukken (Pr 9,1-10), of de uitdrukkelijke aanmaning om te genieten van een leven waarin er meer dan voldoende donkere dagen zullen zijn (Pr 11,7-10). Dat neemt niet weg dat Stef Bos met dit lied de opdracht waarmaakt waarin de kritische bijbelwetenschap al te vaak te kort schiet: hij slaagt erin om de eeuwenoude Bijbeltekst op nauwelijks enkele minuten tijd bevattelijk voor te stellen aan de hedendaagse lezer. Dat maakt het lied ‘Alles is lucht’ uitermate geschikt als kennismaking met het boek Prediker in de context van het godsdienstonderwijs of de pastoraal.

Hans DEBEL (Bijbelwetenschappen)

6. LIED VAN JOB: NULPUNT

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de Heer, ook Satan bevond zich onder hen.” (Job 1,7)

Bijbelse context

Marc Chagall,
Job in gebed

Het boek Job ontleent zijn naam aan de hoofdpersoon, Job. Job behoort tot de zogenaamde wijsheidsliteratuur, net zoals de boeken Spreuken en Prediker. Het boek Job gaat vooral over de vraag naar de zin van het lijden en naar de rol van God daarbij. De ervaringen van Job vormen het kader waarbinnen deze vraag aan de orde komt. Hoewel Job een rechtschapen en deugdzaam man is, wordt hij getroffen door veel onheil en ellende. De vrienden van Job verklaren zijn lijden in het licht van traditionele theologische opvattingen: God beloont het goede handelen van de mens en bestraft het kwade: Job moet dus wel ernstig gezondigd hebben. Job betwist deze verklaring. Hij verdient zoveel ellende niet, want hij is een vroom man en heeft altijd onberispelijk geleefd. Hij kan niet begrijpen dat God juist hem zo treft. Daarom verlangt hij van God zelf duidelijkheid en dringt hij erop aan dat God zelf zijn onschuld vaststelt. 16

Stef Bos aan het woord

Marc Chagall,
Jobs wanhoop

Job, wat een sukkelaar. Weet je wat me het meest verbaasde toen ik het teruglas? In mijn hoofd zat het verhaal hoe Job alles verliest, maar dat het eigenlijk voor een groot deel een filosofisch discours is tussen een paar vrienden over de vraag of Job het zelf heeft uitgelokt, het ergens aan te danken heeft dat hij alles heeft verloren en hij die tegen de stroom ingaat en probeert voor zichzelf te zoeken: wat heb ik verkeerd gedaan? Het is een ongelofelijk mooi gesprek tussen mensen die daarover van gedachten wisselen. Maar voor het lied wilde ik teruggaan naar het eerste stukje hoe Job alles verliest en wat dat voor een moment kan zijn in een leven, want ik denk dat dat doorgaans de meest louterende momenten zijn, het moment dat je iemand die je liefhebt verliest of iets wat je belangrijk vindt. Als je daar doorheen komt ga je als mens een stadium verder, ga je het leven beter leren kennen en de dingen beter leren zien. Het lied heet ‘nulpunt’ en het is bijna een klassiek werk geworden. En het is bijna positief, want als je op het nulpunt staat, kun je alleen nog maar omhoog en job geeft dat toe. Hij zegt in het refrein: “ik geef me beter over”. Eigenlijk is dat dan inherent aan iets wat groter is dan jezelf, bij wijze van spreken aan God, maar dat hoefde ik niet meer te zeggen in het lied.17

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Iemand wat materieël alles verloor het, die dan die kans kry om tot die essensie van die lewe te gaan: ’n moeilke pad, maar waaruit jy biae waardevolle lesse gaan leer.

Oldrich Kulhánek,
Job

Een theoloog aan het woord

“Ieder mens beleeft momenten waarop de wereld lijkt in te storten, waarop je alles verliest. Toch blijken dat achteraf de meest louterende ogenblikken te zijn als je erdoorheen komt. Daarna ga je alles anders zien, leer je het leven beter kennen.” In een interview vertelt Stef Bos dat hij vanuit deze gedachte zijn “Lied van Job” heeft geschreven, zijn lezing van het gelijknamige bijbelboek. Bos baseert zijn lied daarom ook niet op de lange, beschouwende dialogen tussen Job en zijn vrienden die het grootste deel van het boek uitmaken, maar op het eerste, inleidende deel van het boek, waarin Job alles verliest en alleen achterblijft. We horen in het lied een Job aan het woord die alles is verloren, alles los moet laten en die in het refrein herhaalt:

Ik sta hier in de open vlakte, weet niet wat nog te geloven; En ik heb niets meer te verliezen, dus ik geef me beter over.

Bos vertelt er ergens bij wat zijn moeder hem steeds zei: “Als je bij het zwemmen in een draaikolk terechtkomt, moet je je niet verzetten maar je overgeven en dan kom je er in het diepste punt vanzelf weer uit.” Dit beeld komt ook in zijn lied terug:

Nu ik zie hoe op het nulpunt, ik door de leegte wordt gered, En verbaasd ben hoeveel liefde zich altijd weer naar buiten vecht,

Het nulpunt, de leegte wordt zo de plek waar alles alleen maar beter kan worden, is Bos’ hoopvolle boodschap, en dan kan je je het beste maar overgeven aan wat je overstijgt. Je mag hier gerust God in lezen, zo vertelt de zanger, ook al staat Zijn naam nergens in dit lied. In een ander interview gaf Bos aan dat deze overgave wat hem betreft de kern is van geloven: “een ruimte binnengaan die je niet kent, maar er toch binnengaan, zonder angst”. Momenten waarin je alles verliest kunnen keermomenten zijn, waarop je je – ook al weet je niet meer te geloven – toch kan overgeven, vertelt Stef Bos in dit lied.

Hoe anders klinkt de Job van het bijbelboek. In de eerste twee hoofdstukken onderwerpt hij zich inderdaad aan Gods wil, die hij verder niet begrijpt: “De Heer geeft, de Heer neemt, geprezen de naam van de Heer” (Job 1,21). Vanaf het derde hoofdstuk verandert de toon echter totaal: Job vervloekt de dag waarop hij is geboren, en gaat vervolgens flink tekeer tegen de vrienden die hem proberen te overtuigen de oorzaak voor zoveel lijden bij zichzelf te zoeken. Job houdt zijn onschuld staande en deinst er zelfs niet voor terug God zelf voor het gerecht te dagen: als hijzelf onschuldig is, waarom laat God hem dan zo afzien? En aangezien God garant hoort te staan voor de morele orde van deze wereld, moet Hij zich dus maar verantwoorden, zo denkt Job. Zoals een bekend exegeet ooit zei: “In het boek Job is God zelf problematisch geworden.” Met een God die verantwoordelijk zou zijn voor het lijden dat mensen overkomt, heeft Stef Bos in ieder geval geen probleem. Dat hoeft ook niet te verwonderen: zoals vele Godzoekers in onze tijd, ziet hij God niet als iemand die aan de knoppen van de werkelijkheid zit en aan ieder zijn eigen loon geeft, straf of zegen. God is dus ook niet degene die voor het lijden van de wereld ter verantwoording moet worden geroepen. Wanneer we zien hoezeer mensen gebukt kunnen gaan onder de opvatting dat alle lijden straf van God is, dan is het godsbeeld van Bos in ieder geval winst. Wat Stef Bos echter tegelijk wel mist, is een God tot wie je je kan richten. De bijbelse Job gaat razend tegen God tekeer. En hoewel hij zich naderhand schromelijk blijkt te hebben vergist, het feit dat hij zich tot God bleef wenden, is wel het begin van zijn redding geworden. God zelf ging zich tot Job richten, en, hoe moeilijk diens antwoord ook te begrijpen is, het bracht Job wel tot een nieuwe kijk op het leven en op zichzelf. Het verschil in taal is opmerkelijk: waar de bijbelse Job wordt gered door een goddelijke stem in een stormwind (Job 38,1), zingt de Job van Stef Bos dat hij “door de leegte is gered”. Waar het bijbelboek Jobs nieuwe inzicht laat voortkomen uit een ontmoeting met een Ander, komt Job in het lied vooral zelf tot inzicht, nu “ik mezelf heb teruggevonden daar waar ik dacht dat ik niet was”.

Hoe verschillend hun taal ook is, de bijbelse Job en Stef Bos staan wellicht niet ver van elkaar. Beiden zijn ze het erover eens dat wie door de ervaring van verlies en verdriet is gegaan, met nieuwe ogen gaat kijken, de dingen anders ziet (Job 42,1-6). Beiden zijn ze het er ook over eens dat in zo’n momenten niet veel overeind blijft van wat je eerder had geloofd. Wat dat betreft zou de bijbelse auteur het helemaal eens zijn met wat Bos God in een ander lied laat zeggen: “Er is teveel van mij gemaakt dat ik helemaal niet ben” (Het lied van God). De bijbelse Job heeft tot zijn schande moeten erkennen dat God helemaal niet de boekhouder van geluk en lijden was waarvoor hij Hem had gehouden. Beiden zijn het tenslotte eens dat in momenten van diep verlies uiteindelijk alleen overgave – als toewijding, niet als capitulatie – rest. De weg die de bijbelse Job naar dit punt aflegt is lang en moeizaam, en ik vermoed dat ook Stef Bos het eens is dat het langer duurt dan de tijd van zijn lied voor je als mens zover komt.

Stef Bos vertelt hoe hij zijn liedjes heeft geschreven uit liefde voor de bijbelse personages, en ik denk dat de genegenheid tussen hem en Job wederzijds zou zijn. Mochten die twee elkaar kunnen ontmoeten, het zouden boeiende gesprekken worden.

Prof. dr. Pierre VAN HECKE (Bijbelwetenschappen)

7. LIED VAN NOACH: DE ARK

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Toen dacht God weer aan Noach en aan alle wilde dieren en het vee bij hem in de ark. Op zijn bevel begon er een wind over de aarde te waaien, waardoor het water daalde. (Genesis 8,1)

Bijbelse context

Het verhaal van Noach wordt beschreven in Genesis 6 tot en met 9. De verhalen van Genesis 1 tot en met 11 bestaan uit materiaal, afkomstig uit mythen en sagen, dat theologisch verwerkt is. Doorheen deze verhalen wordt verteld hoe God de wereld en de mens als goed geschapen heeft. Maar in hun hoogmoed zondigen de mensen telkens weer. Nooit heeft de zonde echter het laatste woord. Steeds is er het reddende en genadevolle antwoord van God, die ondanks alles trouw blijft aan wat hij met de mens begonnen is en die telkens weer een nieuwe toekomst mogelijk maakt.

Noach is een rechtschapen man. Op aanraden van God maakt hij een ark om met zijn familie te schuilen wanneer God zijn schepping zal vernielen door middel van de zondvloed. Van elke diersoort moet hij er ook twee onderbrengen in de ark. Nadat de aarde lange tijd onder water staat, laat God een wind over de aarde waaien waardoor het water afneemt. Met Noach wordt nu een tweede maal het leven op aarde opgebouwd. In hoofdstuk 9 start een soort tweede scheppingsverhaal waarbij God een verbond sluit met de mens.

Michelangelo Buonarroti, De zondvloed, Fresco, Sixtijnse Kapel, Vaticaanstad

Stef Bos aan het woord

Marc Chagall,
Noach en de regenboog

We hadden besloten dat ik sowieso iets samen zou maken met Fernando Lameirinhas. Noach stond op mijn lijstje maar toen ik dacht: waar wil ik met Fernando naartoe? Fernando is iemand die zingt zoals hij is: een waarachtig man en zo iemand is Noach ook, daar begint alles opnieuw. Het is eigenlijk een tweede schepping, de schepper klikt op delete en dan zoekt hij een nieuw beginpunt. Noach wordt in de bijbel beschreven als iemand die er nog geen potje van maakte. Het is iemand die gelooft tegen de stroom in, in een soort integriteit en zodra hij het gevoel krijgt dat alles misgaat, bouwt hij een schip om te leven op zee. En om te gaan wonen op zee moet je heel veel vertrouwen hebben in iets dat groter is dan jezelf. En toen dacht ik ook: het is het lied geworden van iemand die de wereld wil verbeteren maar begint bij zichzelf.18

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Wassily Kandinsky,
Improvisatie Zondvloed

’n Eenvoudige man,  maar iemand wat baie aards is en die breë prentjie verstaan as dit kom by die ekologie van die wêreld terwyl die res van die mensdom dit nie snap nie.

Een theoloog aan het woord

Deze liedtekst is geïnspireerd op het zondvloedverhaal in Genesis 6–9. De ik-figuur (Noach) hoort een stem die hem opdraagt ‘een huis te bouwen zoals een schip’ en weg te varen ‘naar waar de stroom hem brengt’, in het vertrouwen ‘dat aan het einde alles weer opnieuw begint’. Zo gezegd, zo gedaan, hij bouwt een schip en neemt mee ‘wie hem lief is’. In zijn dromen ziet hij de vloedgolf die heel de aarde overstroomt. Om hem heen ziet hij de leegte, mensen die alleen nog overleven, de aarde moegestreden. Het lied eindigt met een hoopvol: ‘Het land zal ooit ontstijgen aan de zee’.

Stef Bos geeft een eigen interpretatie aan het zondvloedverhaal. De oorspronkelijke context – het kwaad dat toeneemt onder de mensen en JHWH die besluit mensen en dieren te vernietigen – is grotendeels verdwenen. Over God wordt in het lied niet expliciet gesproken, ook niet over het verbond met Noach en zijn nageslacht op het einde van het verhaal. Waar in het bijbelverhaal God aan Noach de opdracht geeft om van alle dieren een paar mee te nemen in de ark, neemt de ik-figuur in het lied zelf het initiatief om mee te nemen ‘wie hem lief is’.

Toch zijn enkele belangrijke krachtlijnen van het bijbelverhaal terug te vinden in het lied. Er is het besef van het kwade waaruit je weg moet trekken: leegte, mensen ‘die alleen nog overleven’, en vanuit een hedendaagse ecologische gevoeligheid: ‘de aarde moegestreden omdat ze alles had gegeven’. Er is de overtuiging dat je de kans krijgt om ‘opnieuw te beginnen’. En het vertrouwen op een goede toekomst: ‘Het land zal ooit ontstijgen aan de zee’.

Dat laatste is zelfs een zeer bijbels beeld. De zee is in de Bijbel vaak het symbool van de kwade machten waarin je ten onder kunt gaan. Om menselijk leven mogelijk te maken, moet ‘het droge’ te voorschijn komen: zie Genesis 1,9-10 (scheppingsverhaal), 8,13-14 (einde zondvloedverhaal), Exodus 14,21-22 (doortocht door de Rietzee). Zie ook Apokalyps 21,1: het visioen van ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, en ‘de zee (= het kwade) bestond niet meer’. Dat is de bijbelse versie van ‘het land dat ontstijgt aan de zee’!

Dr. Paul KEVERS (Vlaamse Bijbelstichting)

8. LIED VAN MARIA MAGDALENA: ZOALS LICHT

Bijbelcitaat

“Houd me niet vast, zei Jezus, ik ben nog niet opgestegen naar de Vader.”

Bijbelse context

Titiaan,
Noli Me Tangere

De informatie die we vanuit de Bijbel over Maria Magdalena kunnen vinden is gering:

  • Ze was afkomstig van het Galileanse dorp Magdala, aan de westkust van het meer van Galilea.
  • Ze was een van diegenen die Jezus al tijdens zijn publiekelijk optreden vergezelden, van in Galilea tot in Jeruzalem. (Mc 15, 41; vergelijk Mt 27,55; Lc 8,1-3)
  • Ze is een volgelinge van Jezus (Mc 15,40-41), ze spreekt Jezus aan als 'Raboenni' (meester, wat van haar een leerlinge maakt, Joh 20, 17)
  • Ze is één van de vrouwen die aanwezig waren bij de kruisiging (Mc 15,40-41; Lc 23,49 [impliciet]; Mt 27,55-56; Joh 19,25); toekijken hoe Jezus in het graf wordt gelegd (Mc 15,47; Mt 27,61; Lc 23,55 [impliciet]), de volgende dag naar het graf gaan (Mc 16,5; Mt 28,1; Lc 24,1).
  • Bij het (lege) graf krijgt Maria samen met andere vrouwen een verschijningservaring: van een engel en/of van Christus (Mc 16,5-6 [jongeman]; 16,9 [Jezus, het slot van Marcus is een later toegevoegd stuk] Mt 28,5-7 [engel].9-10 [Jezus]; Lc 24,5-7 [twee mannen]. Volgens Johannes gaat Maria Magdalena (alleen? met anderen, zie het "wij" in haar verhaal?) naar het graf. Zij ziet daar engelen en is de eerste die de verrezen Christus ziet (Joh 20,1.15-18).
  • Maria Magdalena krijgt een zendingsboodschap van Jezus (volgens Joh 20,18 is ze alleen, volgens Mt 28,9-10 samen met de andere Maria).
  • Volgens Lc 8,1-3 verdreef Jezus zeven demonen uit haar. Men kan zich echter afvragen of dit wel historisch betrouwbaar is, aangezien we niet over meerdere onafhankelijke bronnen beschikken (Mc 16, 9-20 is later aan het Marcusevangelie toegevoegd en vermoedelijk op Lucas gebaseerd). Sommige auteurs zien in Lc 8,1-3 een bewuste poging van de auteur om Maria Magdalena in discrediet te brengen. Het beeld van Maria die Jezus vergezelt, tot zijn leerlingen behoort en verschijningservaringen heeft, vinden we ook terug in het (apocriefe) Evangelie volgens Maria (3e eeuw).

Doorheen de kerk- en kunstgeschiedenis werd Maria Magdalena als een prostituee voorgesteld. Historisch is dit niet correct, maar hoe is een dergelijk beeld dan ontstaan? In het kader van de verkondiging harmoniseerden predikers dikwijls de evangelieverhalen. Hierbij werd het verhaal over Maria van Bethanië die Jezus' voeten met haar haren afdroogt (Joh 12,1-8) samengevoegd met het verhaal van een anonieme zondares in Lc 7, die hetzelfde gebaar maakt. Hierdoor wordt de anonieme zondares een Maria. Omdat na dit verhaal Maria Magdalena bij Lucas voor het eerst genoemd wordt als volgelinge van Jezus (Lc 8,1-3), gaat men haar identificeren met de zondares uit het voorgaande verhaal. Hierdoor wordt Maria Magdalena een zondares. Omdat deze 'zonde' als 'seksuele zonde' wordt ingevuld, is zij de traditie ingegaan als prostituee. Hierbij heeft ook een preek van Gregorius de Grote te Rome (591), waarbij hij Maria Magdalena identificeert als de zondares uit Lucas, een rol gespeeld.19

Stef Bos aan het woord

Noli me tangere (Thomasevangelie)

Ik heb er lang over zitten nadenken en als je zo’n project doet moet je verschillende elementen aan bod komen. Waar zit een echt liefdeslied in dat ik met overtuiging kan schrijven? Toen vond ik Maria Magdalena het mooiste want liefde moet voorbij gaan aan het fysieke of de verliefdheid of de erotiek. Het moet gaan over dat iemand iets wezenlijk in jouw leven heeft betekend. Tussen mij en mijn ouders was het ook liefde, omdat ze iets wezenlijks aan mijn leven hebben gewijzigd dat ik zelf nooit had kunnen doen. En dat was voor mij de basis voor het lied van Maria Magdalena. Zij zingt een liefdeslied voor Christus en of zij nu een relatie hebben gehad zoals allerhande theorieën beweren interesseert mij eigenlijk niet, want dan kom je weer op een platter niveau. Ik denk dat voor haar in het verhaal Christus van essentiële waarde is geweest want zij heeft bij hem haar waarde teruggevonden. Dat is volgens mij de grondlegging van liefde: dat je elkaar niet alleen respecteert, maar ook iets toevoegt aan elkaar. Als je dat in een verhouding kunt bereiken, dan praat je over liefde.20

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

’n Meisie met ’n gebroke hart wat in die Bybel as ’n prostituut beskryf word. Maar ek glo dit nie.

Marlene Dumas,
Magdalena

Een theoloog aan het woord

De ontmoeting van Jezus en Maria Magdalena na de  kruisiging in de tuin waar Jezus’ lichaam begraven was, heeft een enorme aantrekkingskracht uitgeoefend op de verbeelding van de Westerse cultuur. Op het hoogtepunt van het verhaal roept Jezus de naam van Maria en geeft zij te kennen dat zij hem herkent door hem met Rabboeni (leraar) aan te spreken. Op hetzelfde moment zegt Jezus tegen Maria: “Raak Me niet aan, want ik ben nog niet opgestegen naar de Vader” (Johannes 20,17). In de meeste hedendaagse Bijbels vindt men de vertaling: “Houd Me niet vast”. In de schilderkunst wordt Johannes 20,17 onder de Latijnse titel “Noli me tangere” honderden keren uitgebeeld.

Deze scène vormt de achtergrond van het Lied van Maria Magdalena van Stef Bos, met als titel “Zoals licht”. Dit is een “liefdeslied” van Maria in zes strofen, geadresseerd aan Jezus. In dit lied zien we Jezus door de ogen van Maria Magdalena, leren we Jezus kennen in de getuigenis van de vrouw die hem beminde. In de eerste strofe vertelt Maria hoe ze Jezus ontmoette en hij haar uitdaagde “opnieuw te beginnen” door “recht uit het hart” te leven. De tweede strofe karakteriseert Jezus als iemand die de wereld benaderde met verwondering, openheid, trouw aan dromen, liefde voor iedereen. Hij haalde Maria uit haar isolement en leerde haar verbondenheid en gemeenschap (“Jij liet mij zien / Dat samen bestaat”). In de derde strofe vertelt Maria Magdalena dat Jezus haar bevrijdde. Met de woorden “Maar jij vloog te hoog / Te dichtbij de zon” maakt Maria een allusie op het tragische einde van Jezus’ leven. Ze beklemtoont tegelijk dat dit zijn liefde niet kon ongedaan maken. In de eerste drie strofen is er geen referentie naar bijbelse teksten. In een interview zegt Stef Bos dat Maria Magdalena bij Jezus “haar waarde [heeft] teruggevonden”. Dit zou kunnen betekenen dat Bos met een deel van de Westerse traditie veronderstelt dat Maria vóór haar ontmoeting met Jezus een prostitué was. Maar hiervoor is er geen enkele aanwijzing in de bijbelse bronnen. De visie op Maria Magdalena als bekeerde prostitué wordt sinds bijna vijftig jaar niet meer door de katholieke kerk verdedigd. Over de vraag hoe de ontmoeting met Jezus Maria veranderde zegt alleen het Lucasevangelie iets, met name dat uit haar zeven demonen waren uitgegaan (8,2).

In de vierde strofe ontmoeten we Maria Magdalena na de dood van Jezus. Ze heeft al een zekere afstand van Jezus (“De sporen vervagen”), maar ze voelt zich door “onzichtbare armen” vastgehouden. Dit is het omgekeerde van Johannes 20,17 waar volgens de gangbare vertalingen Jezus aan Maria Magdalena verbiedt hem vast te houden. In de volgende zin in de vierde strofe verschuift het perspectief iets meer in de richting van Johannes 20,17: “Het wordt tijd om jou / Los te laten”. Maar hier is de interne logica van de verhaallijn doorbroken. Als Maria door onzichtbare armen (ik neem aan dat dit niet haar eigen armen zijn) wordt vastgehouden, kan zij niet veel bereiken als ze zelf Jezus loslaat. Ook de laatste twee regels “Sluit je ogen en / Slaap zacht” die omwille van de herhaling de klemtoon dragen, zijn verwarrend omdat men tot nu toe de indruk had dat Maria Magdalena na Jezus dood niet kon loslaten. Hoe komt het dan dat Jezus nog moet sterven? Of moeten we “Sluit je ogen en / Slaap zacht” figuurlijk verstaan als bereidheid om Jezus los te laten en hem ook in haar herinnering te laten sterven? Maar het is weinig waarschijnlijk dat hedendaagse luisteraars dit zo zouden begrijpen.

De vijfde strofe die als zesde strofe nog eens letterlijk herhaald wordt, is een reflectie van Maria Magdalena over de betekenis van Jezus voor haar na zijn dood. Hier wordt het unieke van Jezus in de verf gezet (“Ik heb niemand gekend”). Maria Magdalena voelt zich door hem ontwapend en “verwond”. Wat ze daarmee bedoelt, blijft enigszins onduidelijk, maar is misschien terug te vinden in haar summiere woorden: “Ik heb mezelf / In jou achtergelaten”. Ontwapend en verwond door Jezus, verliest ze in de ontmoeting met hem haar zelf. Als iemand zou denken dat dit negatief bedoeld is, dan wordt dit in de afsluitende zin gecorrigeerd: “Maar het was goed / Dat jij bestond”. Ondanks het pijnlijke van het ontwapend en verwond worden en van het zichzelf achterlaten in Jezus, wordt deze ervaring positief beoordeeld. Het is tenslotte dezelfde ervaring die in de eerste strofen als de ervaring van verlicht worden, van bevrijding en trouwe liefde werd beschreven. Het is duidelijk dat Jezus volgens Stef Bos in Maria Magdalena een weliswaar pijnlijk, maar uiteindelijk heilzaam proces van zelfverlies en authentieke zelfvinding heeft bewerkstelligd dat haar gelukkig maakt. Volgens zijn eigen zeggen op NCRV interesseert het hem niet of er tussen Jezus en Maria Magdalena het fysieke, verliefdheid of erotiek een rol hebben gespeeld. In zijn “liefdeslied” wenst hij veeleer uit te drukken dat liefde tussen twee mensen betekent dat mensen wezenlijk iets voor elkaar betekenen, dat er wezenlijk iets aan de koers van hun leven verandert in de ontmoeting met elkaar. En deze doelstelling van Stef Bos is op een krachtige wijze gerealiseerd in het lied.

Het hedendaagse lied heeft echter bitter weinig te maken met het bijbelse verhaal van Johannes 20,11-18, ondanks de allusie op het vasthouden. Want de openheid naar de toekomst, naar het leven na de dood die in het Johanneïsche verhaal centraal staat, wordt in de tekst van Stef Bos gereduceerd tot een vage herinnering aan en een grote waardering van wie Jezus was. Jezus lijkt alleen verder te leven in datgene wat hij door zijn liefde in Maria Magdalena heeft veranderd. In het Johanneïsche verhaal richt Jezus door de befaamde woorden “Raak Mij niet aan” (of Houd Mij niet vast) de aandacht van zich weg tot God, zijn Vader. “Ik stijg op naar mijn Vader en jullie Vader, naar mijn God en jullie God” (20,17). Door zijn dood, verrijzenis en hemelvaart opent Jezus de toegang tot zijn God en Vader voor iedereen. In het hedendaagse lied van Stef Bos is God de grote afwezige.

Prof. Dr. Reimund BIERINGER (Bijbelwetenschappen)

9. LIED VAN CHRISTUS EN DE DUIVEL: DUEL

Bijbelcitaat

“Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel te worden beproefd”.

Bijbelse context

Gustave Doré,
De verzoeking van Jezus door de Duivel

De duivel komt voor in 39 verzen van de Bijbel en wordt daarin geassocieerd met jaloezie, dood (Wijsheid 2, 24); op de proef stellen (Mt 4,1;5;8, Lc 4,2;3;5;6;9;13); de vijand (Mt 13,39); het eeuwige vuur (Mt 25, 41); één van de apostelen is de duivel (Joh 6,70), de duivel neemt bezit Judas (Joh 13, 2;27); macht (Hnd 10,38); bedrieger, oplichter, vijand van elke vorm van gerechtigheid (Hnd 13,10). Listen (Ef 6,11), verblinden (1Tim 3,6), valstrik (2Tim 2,26), heerser over de dood (Hebr 2,14), diegene waartegen je je moet verzetten (Jak 4,7), de vijand rondzwervend als een brullende leeuw (Petr 5,8), zonde (Joh 3,8), de slang (Apk 12,9), de draak (Apk 20,2), misleiding (Apk 20,10). In het Nieuwe Testament wordt ook Jezus ‘op de proef gesteld’ door de duivel. Zowel in Mateus als in Lucas wordt verhaald hoe Jezus veertig dagen in de woestijn verblijft en de verleidingen van de duivel weerstaat. Jezus heeft grote honger en de duivel biedt eten aan: stenen kunnen brood worden. Ook alle macht en roem kan van Jezus worden, en Engelen zullen hem dragen. Maar Jezus is de duivel telkens te slim af met zijn antwoord en de duivel ging voor een tijd bij hem vandaan.

Stef Bos aan het woord

Ivan Kramskoi,
Christus in de woestijn

Toen het hele project aan de orde kwam en ik besloot om bijbelse figuren als uitgangspunt voor liederen te nemen, moet ik eerlijk zeggen dat dat het makkelijkst is vanuit het Oude Testament omdat de personages technisch gezien meer vlees en bloed hebben. Christus of de duivel als figuren zijn bijna metaforen voor goed en kwaad. Maar je komt er eigenlijk niet zo heel veel van te weten op menselijk vlak. Om een tekst te schrijven moet je vaak grote thema’s nemen en de vraag stellen wat weet ik van de figuren? Toen dacht ik: wat vond ik als kind het mooiste in het Nieuwe Testament? Voor mij gaat het in het Nieuwe Testament over ‘zuiverheid’. De Bijbel als cultuurboek komt misschien uit het Oude Testament, maar hoe ik gevormd ben in denken en hoe ik ook met muziek bezig ben, komt vooral uit het Nieuwe Testament. Je moet proberen een soort zuiverheid te zoeken in wat je doet. Nooit makkelijk, maar die intentie is belangrijk. En een van de eerste dingen waar je op stuit in het Nieuwe Testament is het duel van Christus en de Duivel in de woestijn. Ik vond dat geweldig als kind. Je voelt dat iemand wordt getest. Misschien is het ook maar een deel van hem dat de verleiding voelt, wat je ook in muziek kan voelen als je denkt: ‘als ik zo’n nummer maak, dan ga ik succes hebben’. Maar daarin ben ik hard voor mijzelf: het moet om de inhoud gaan. Je kan maar muziek maken, die waarde heeft. Zoals mijn vader vroeger altijd zei: ‘jongen, dat je naar de toneelschool gaat, daar ben ik niet zo’n grote voorstander van, maar je moet wel iets te vertellen hebben, anders zou ik het verschrikkelijk vinden’.21

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Die twee kante van bestaan: die goeie en die kwaad: twee kante van dieselfde munt. Die een kan nie sonder die ander een bestaan nie. ’n Simbool van die innerlike stryd wat ons daagliks met onsself moet voer.

Een theoloog aan het woord

De bijbelverzen die het uitgangspunt van het lied vormen zijn de volgende: “Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel te worden beproefd”.

Het lied neemt het standpunt in van Jezus, of beter, Stef Bos verkiest de meer verheven naam Christus, die de duivel uitdaagt voor een duel. De muziek lijkt te suggereren dat het gaat om een fysiek schermen met een sabel of een zwaard. Het ritme is immers een tango en de bewegingen van deze dans vertonen overeenkomsten met de bewegingen in de gevechtsport schermen.

De kwetsbare menselijkheid van Jezus staat voorop: hij is alleen, ongewapend, in een open, donkere en koude vlakte. Jezus kent de verleidingen van het kwaad: de duivel zit hem al jaren op de hielen, de duivel belooft hem de hemel maar hij wil blijven aan de verleidingen weerstaan: zo lang hij leeft, wil hij blijven vechten en desnoods tot de bodem gaan. Hij wil het kwaad niet langer ontlopen, maar roept de duivel uit de duisternis.

In het lied van Stef Bos wordt een hele sfeer rond de duivel opgeroepen: er is een kille sfeerschepping in het begin van het lied (het is nacht, koud, de noorderwind waait) en de duivel heeft een (vaag) gezicht gekregen (marmerbleek met stalen holle ogen) dat beschreven wordt als ‘onzichtbaar in het donker’, wat erop wijst dat de duivel de mens kan verrassen.

Plots wordt ook de kwetsbaarheid van Jezus duidelijk: de duivel heeft hem slag na slag verslagen, maar niet definitief, niet volledig. Jezus vraagt om een ultieme confrontatie. Jezus kent de sterkte van de duivel: oorlog, dood en tijd en het risico dat hij alles kwijt raakt. Het is jij of ik!

Maar dan komt in de laatste strofe de grote wende, een echte verrassing, de climax:

Misschien ben jij een deel van mij
De keerzij van het licht
Maar laat je zien
Kom uit het donker
En toon
Jouw marmerbleek gezicht

De duivel is geen persoon, maar de ommezijde van het licht. Het kwaad is geen uitwendig iets, het is een deel van ieder van ons. De duistere kant in elk van ons. Het kwaad is daarmee geen eigenschap van bepaalde wezens, maar verbonden aan ons mens-zijn zelf, een permanente uitdaging aan elk van ons gesteld, ook aan Jezus.

Stef Bos bedoelde met dit lied goed en kwaad precies niet tegenover elkaar te plaatsen als twee tegenstrijdige krachten. Hij zegt hierover het volgende: “Ik vind het heel gevaarlijk om iemand als Adolf Hitler te diaboliseren en daar een duivel van te maken, want het was ook een mens. We moeten juist zo’n figuur leren verstaan en kijken waarom het zo’n waanzinnige geworden is en hem niet dadelijk afschrijven als duivels, want dan komt de duivel pas naar boven als mensen denken dat hij aan hun kant zit”.

Het kwaad kan daarom verstaan worden als een negatieve mogelijkheid verbonden aan het menselijke bestaan, zoals de schaduw dat verbonden is met elke persoon. Geen licht, maar duisternis, geen liefde, maar de ontkenning van de liefde: duister, donker en dood. Bos’ Christus gaat die uitdaging met het kwaad in zichzelf niet uit de weg, maar weet dat alleen doorheen deze confrontatie het volle leven mogelijk is.

Prof. dr. Didier POLLEFEYT & Ellen DE BOECK (Centrum Academische Lerarenopleiding)

10. LIED VAN JEZUS EN JUDAS: DE JUDASKUS

Bijbelcitaat

“Degene die ik kus, had hij gezegd, die is het, die moet je gevangen nemen.”

Bijbelse context

Subirachs, De Judaskus,
Sagrada Familia, Barcelona

Judas Iskariot. Eén van de twaalf discipelen die volgens het Nieuwe Testament met Jezus rondtrok door Galilea, Judea en omstreken. Zijn bekendheid heeft hij vooral verworven door zijn verraad aan Jezus. Voor een bedrag van dertig zilverstukken levert Judas Jezus uit aan de Romeinse autoriteiten, die Jezus arresteren en tot de kruisdood veroordelen. “’Degene die ik kus’, had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangen nemen’. Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Nergens wordt verhaald waarom Judas Jezus uitlevert. Wel wordt in Matteüs vermeld dat Judas berouw krijgt en zich verhangt. Maar voor altijd zal zijn naam verbonden blijven met het verraad aan zijn meester…

Stef Bos aan het woord

Judas (Judasevangelie)

Voor mij gaat het hier over vriendschap tussen twee mannen. Dat is een vriendschap waar veel kan, maar vertrouwen is essentieel. En vaak speelt een competitie-element een rol. Ik heb soms het gevoel gehad in het verhaal dat ook op het einde hij nog steeds een grote liefde heeft voor Jezus maar op de een of andere manier kan hij niet tegen de ongenaakbare zuiverheid van Jezus. Judas was een van de meest edele discipelen volgens mij, maar hij wist ook: ‘dat kan ik niet’. Op dat moment is het scheef gegaan. Voor mij kan dat in vriendschappen tussen mannen ook echt gebeuren; dat er een element een rol begint te spelen dat confronterend is voor de een en dan verwijder je van elkaar.22

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Twee vriende wie se paaie skei en ’n eerlike aanvaarding daaarvan eerder as ’n konfrontasie: dIt is moeiliker om te sluk vir iemand soos Judas want dit sou selfkonfrontasie beteken: iets baie moeiliker as om die blaam op iemand anders te rig.

Een theoloog aan het woord

LIED VAN JUDAS: JUDASKUS

De liedjestekst van Jezus en Judas is erg persoonlijk. Het is geschreven vanuit het perspectief van Jezus die Judas naar hem toe ziet komen, vermoedelijk in de tuin van Gethsemane. Alle woorden zijn doordrongen van een diepe en pijnlijke droefheid. Het is alsof we getuige zijn van Jezus’ innerlijke gedachten als zijn ogen die van Judas ontmoeten. Het moment van de waarheid. Het moment van een gefaalde vriendschapsrelatie. Het is de mens Jezus die de pijn ervaart van een echte metgezel te verliezen. Het vertrouwen is weg. Een goede vriend is nu een genadeloze tegenstander. Hoewel de woorden kort en eenvoudig zijn, zijn ze genuanceerd en complex. Er is een weigering om Judas te diaboliseren. De climax van het lied is ironisch genoeg het gemeenschappelijk wachten op de kus. Ook Judas wacht op de kus, evenzeer als Jezus. Een vluchtig moment van verbondenheid dat het wederkerig gevoel van verraad bedekt en toch onthult.

Stef Bos is erin geslaagd om deze gekende passage uit het leven van Jezus nieuw leven in te blazen. De muzikale begeleiding draagt bij tot de gespannen en sombere sfeer. In de trillende violen voel je de emotionele nervositeit van het lied, en in het kloppende ritme weerklinkt het bonzende hart van zowel Jezus en Judas. De tekst speelt met thema’s van het zien en niet zien, nabijheid en afstand, ontgoocheling en pijn, een gedeeld verleden en toch de keuze voor een verschillende toekomst. Wat het meest opvalt is de pure menselijkheid van alles. Dit lied weet zowel de tragedie als de aantrekkelijkheid van het mens-zijn te vatten.

David BOLTON (Bijbelwetenschappen)

11. LIED VAN DE MOEDER: PIÈTA

Online luisterversie

Demo, Lied van de moeder

Beluister tevens een klassiek nummer uit “Stabat Mater” van de componist Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736) dat geheel anders is van toon rond dezelfde thematiek.

Beluister Stabat Mater in de jukebox

Bijbelcitaat

“Hij zal een teken van tegenspraak zijn en door uw hart zal een zwaard gaan.” (Lucas 2,35)

Bijbelse context

Marc Chagall,
Rode Pièta

De moeder van Jezus is de vrouw van Jozef en komt voor in de geboorteverhalen die verhaald worden in de Bijbelboeken Matteüs en vooral Lucas. De Engel Gabriël wordt gezonden naar een meisje in Nazaret en kondigt de geboorte van Jezus aan. Het kind zal heilig worden genoemd en Zoon van God. Op weg naar Bethlehem tijdens een volkstelling baart Maria haar kind en legt het in een voederbak. Aan de herders wordt door een Engel bericht dat een redder is geboren, de Messias. De herders vertellen aan Maria en Jozef wat ze gehoord hebben over het kind. “Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken” (Lc 19). Maria weet dan nog niet welk lijden haar zoon te wachten staat: verraden, bespot, bespuugd, gegeseld en gekruisigd worden. Wel wordt haar gemeld dat Jezus “een teken zal zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden” (Lc 2,35). In het Johannesevangelie wordt gemeld dat Jezus van aan het kruis zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield. Hij zei tegen zijn moeder: “Dat is uw zoon” en daarna tegen de leerling: “Dat is je moeder.” Vanaf dat moment nam die leerling haar bij hem in huis (Joh. 19,27).

Stef Bos aan het woord

Michelangelo Buonarroti, Pietà,
Sint-Pietersbasiliek, Vaticaanstad

Toen ik aan het hele project begon, ben ik naast de kinderbijbel ook kunstboeken gaan bekijken omdat ik wilde weten wat er doorheen de geschiedenis gemaakt was: Chagall, Bach, maar ook Michelangelo en Davinci. Ik stootte op het prachtige beeld van Michelangelo: De Pièta (zie afbeelding) en daar wilde ik iets mee doen. Maar het is zo’n moeilijk thema: de moeder die haar kind verliest. Ik denk dat er geen groter verdriet in de wereld is dan ouders die hun kind verliezen en ik wil niet in het melodramatische terecht komen. Toen hebben we met de band gezocht naar bijna iets lichtvoetigs, waarbij een moeder (in dit geval ging het over Christus die een soort held geworden is, maar die verafschuwt werd door het Sanhedrin, maar dat vermeld ik allemaal niet letterlijk) op het moment dat ze haar zoon in de armen heeft haar kindje wil terug zien van toen het klein was en speelde, toen het nog geen naam had, toen het nog niet ‘de weg, de waarheid en het leven’ werd genoemd. 23

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Om iemand aan die dood af te staan is erg, maar die ergste is dalk as ’n ouer ’n kind moet afstaan: Moeder Maria het haar seun verloor, nie net ’n redder soos ander hom gesien het nie.

Een theoloog aan het woord

“Met het lied van de moeder Maria heb ik een lange weg afgelegd. Vertrekpunt was het beeld van Michel Angelo’s de Pietà, waarin Maria het dode lichaam van haar zoon in de armen houdt. Maar bij het schrijven van de eerste schetsen voelde ik dat de thematiek van een moeder die een kind verliest zo loodzwaar kan worden dat een lied er aan ten onder kan gaan na twee coupletten. Na een paar pogingen koos ik ervoor om haar te laten terugkijken naar de tijd dat haar zoon een klein jongetje kon zijn zonder missie, zonder noodlot dat hij uitdaagt, zonder volgelingen en vijanden. Op die manier kon ik het een ogenschijnlijke lichtheid geven die zo’n onderwerp nodig heeft. Samen met Ton Snijders heb ik er muziek op gezet die dat karakter ondersteunt, een bijna lichtvoetige rechtlijnige pianopartij was het vertrekpunt….proberen het sentiment te ontwijken zonder het gevoel te verliezen.”

“Ook door uw ziel zal een zwaard gaan”. Amper veertig dagen na de geboorte van haar zoon moet Maria al horen uit de mond van de oude Simeon dat haar zoon, Jezus, een omstreden teken zal zijn. Hij zal verdeeldheid zaaien, en velen ten val brengen (Lc 2,34-35). Haar kind zal pijn en lijden brengen. In het evangelie volgens Lucas is er aanvankelijk nog wel plaats voor enkele lieflijke en blijmoedige geboortescènes. In het evangelie volgens Matteüs echter, wordt er vanaf het begin veel aandacht aan het lijden geschonken: allereerst aan Maria en Jozef in hun radeloze nood, vervolgens aan de moeders van Bethlehem. Gekwetst in zijn eigenliefde en ongerust in zijn heerschappij laat koning Herodes alle mannelijke kinderen doden. De ouders van Jezus zijn gedwongen om te vluchten en in ballingschap te gaan. Reeds als kwetsbaar kind wordt Jezus verworpen en vervolgd door een niet begrijpende en vijandige wereld. In het evangelie volgens Johannes was Maria erbij toen haar zoon voor het eerst een teken verrichtte en water in wijn veranderde op een bruiloft (Joh 2,1-12). Nu, op het einde van zijn leven is ze opnieuw dicht bij hem onder het kruis, als stille getuige. Maria deelt in het lijden van haar zoon.

Een lied van de moeder van Christus zou een heel zwaarmoedig en donker lied kunnen zijn. Immers, geen pijn is erger dan die wanneer je het levenloze lichaam van je kind in je armen houdt. En het is op dat moment dat we de moeder in het lied aantreffen, met haar dode kind, gebroken en uitgedoofd, in de armen. Ze is radeloos. Ze is haar “thuis” kwijt, weet niet waar ze nog kan slapen. Maar niet alleen het lijden en de dood van haar kind doen de moeder pijn. Ze hebben hem tijdens zijn leven geen moment serieus genomen, zijn bestaan miskend. Een bedelaar noemden ze hem, een dromer, een tovenaar. En nu blijft ze alleen achter, met haar herinneringen. Alles doet de moeder herinneren aan haar kind: waar ze woont, elke kamer in het huis. Haar eigen leven zou ze opofferen om het licht weer te zien in de ogen van haar eigen kind. Maar anders dan men zou verwachten, is het lied niet zwaarmoedig. Op de tonen van een lichtvoetige pianopartij laat Stef Bos de moeder met heimwee terugkijken naar de tijd toen haar zoon nog gewoon kastelen bouwde, veel te klein om heel de wereld te veroveren. Op deze wijze wilde Stef Bos het thema “een ogenschijnlijke lichtheid geven die zo’n onderwerp nodig heeft”. De spanning tussen de muziekpartij en de situatie die wordt bezongen, is enorm. Kan je een situatie als deze dan wel begeleiden met zo’n speelse en zelfs vederlichte muziek? De gewrongenheid tussen heel veel verschillende emoties komt sterk naar voor in dit lied. Mooie en goede herinneringen doen verschrikkelijk pijn als een dierbare overlijdt. Ze zijn als een “een val in het verleden, in een bodemloze leegte”.

Maar misschien laat de muziek net in haar frivoliteit ook ruimte voor hoop, voor nieuw jong leven. In het Johannesevangelie omsluit de moeder het begin en het einde van het leven van haar zoon. Onder het kruis, in de voltrekking van het uur, krijgt ze een belangrijke rol toebedeeld. Ze symboliseert iedereen die zich richt tot de koning van Israël (Joh 19,19). De geliefde leerling krijgt haar toegewezen als zijn moeder. Hij draagt voortaan zorg voor al diegenen die op zoek zijn naar troost en verlossing. Onder het kruis brengt Jezus zijn nieuwe gemeenschap samen. Zijn boodschap van liefde wordt doorgegeven en zal vruchten dragen. “Maar in elke straat van deze stad, waar ik ook ben, in alle mensen die jij kende, hoor ik nu jouw stem”. De moeder symboliseert zo ook nieuw leven.

Martijn STEEGEN (Bijbelwetenschappen)

 

Robert Hupka,
Michelangelo’s Pieta

12. LIED VAN PETRUS: VLEES EN BLOED

Online luisterversie

Bijbelcitaat

“Hij zei: Kom! Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang.”

Bijbelse context

Rembrandt,
Storm op het Meer

Petrus is één van de twaalf discipelen van Jezus. In het Nieuwe Testament wordt over Petrus gezegd dat zijn oorspronkelijke naam Simon is en dat hij een broer Andreas heeft. Ook wordt gemeld dat hij visser is van beroep. Voor Jezus is Petrus een belangrijke leerling: “ Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven.” Petrus is aanwezig bij Jezus’ lijden, dood en opstanding en speelt een grote rol tijdens het pinkstergebeuren. Na de uitstorting van de Heilige Geest is het Petrus die het woord neemt en zijn toespraak de opstandinig van Jezus centraal stelt. Petrus roept de mensen op om zich te laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van hun zonden. Diezelfde dag laten nog drieduizend mensen zich dopen. De eerste christelijke gemeente wordt gevormd. Naast het feit Petrus als prominente leerling wordt voorgesteld, wordt er tevens een menselijk beeld van hem beschreven. Het is ook Petrus die door Jezus “kleingelovig” wordt genoemd wanneer hij angst krijgt als hij uit de boot stapt, over het water naar Jezus loopt, maar voelt hoe sterk de wind was. Ook is het Petrus die bij het kraaien van de haan Jezus driemaal zal verloochenen, zoals Jezus al had aangekondigd tijdens het laatste avondmaal. Stef Bos probeerde van de bijbelse figuren in zijn liederen mensen ‘van vlees en bloed’ te maken. In de figuur van Petrus herkent hij dit vooral. Hij plaatste dit lied op het einde van de album als een soort overkoepelend ‘themalied’ voor de gehele album.

Stef Bos aan het woord

Rafaël, De opdracht van Christus aan Petrus

Dat is mijn held. Daar herkende ik mijzelf vanaf de eerste dag dat ik dat verhaal hoorde in. Hoe hij bij het laatste avondmaal zegt: “ik zal u nooit verraden” en nog uur later hoort hij de haan driemaal kraaien. Ik zag hij altijd voor mij als een Esau-figuur: een behaarde, onbeholpen man, met een verschrikkelijk goed hart, een mens optima forma. Voor mij achteraf gezien was dit het lied dat het hele project moest overkoepelen omdat het allemaal gaat over mensen van vlees en bloed. Dat is het thema van Petrus. Hij zingt dit ook: “ik ben een mens van vlees en bloed”. Neem me zoals ik ben, ik doe mijn best, maar ik maak ook kemels van fouten. Het gaat over de kleinheid van de mens. Door Petrus centraal te stellen gaat het over ons ‘falen’, in de mooie zin van het woord, want we zijn zo mooi als faalbare mens.24

Kunstenares Varenka Paschke aan het woord

Petrus was ’n hartstogtelike ne passievolle man, het nie altyd die regte besluit geneem nie, maar neem wel altyd ’n besluit eerder as om niks te doen of te durf nie.

Morgan Weistling, Our refuge and our strength

Een theoloog aan het woord

Ik ben bekend met het werk van Stef Bos door wellicht één van zijn meest bekende liederen “Tussen de liefde en de leegte”. Het “lied van Petrus” deed me in vele opzichten aan dit lied denken: melancholisch, zelfs wat treurig, en met een tekst die doet nadenken. Het muziekgenre van het “lied van Petrus” draagt bij tot een retrospectieve sfeer. De tekst op zichzelf – zonder de titel – gaat over een man die de liefde van zijn leven achterlaat (“wie ik liefhad nog één keer gekust”), misschien om op oorlog te trekken (“want beter een oorlog dan gewapende vrede”) en dan spijt heeft zijn liefde verloren te zijn (“beter de liefde verloren dan nooit liefgehad”). De vereenzelviging van dit verhaal met de apostel Petrus door de titel (“Lied van Petrus”) is de hermeneutische sleutel waardoor we vanuit de liedtekst verscheidene associaties leggen met bijbelverzen van Petrus en het lied daardoor een andere dimensie krijgt: Petrus kijkt terug op het leven dat hij achter gelaten heeft om Jezus te volgen, zijn gedrevenheid van de vroegere dagen als volgeling, en ervaart nu zijn eigen falen omdat hij Jezus heeft verraden ((“mijn dromen verraden/een vriend laten vallen”). Voor mij is de Bijbelpassage die het best past bij de stemming van het lied van Stef Bos de laatste ontmoeting tussen Petrus en Jezus in de epiloog van het evangelie van Johannes (Joh 21), wanneer Jezus aan Petrus driemaal de vraag stelt: “heb je mij lief?”, naar analogie met de drie keren dat Petrus ontkende dat hij Jezus kende. Petrus voelt een diepe pijn dat Jezus hem driemaal deze vraag moet stellen en zegt bijna schreeuwerig – zoals een gekwetste partner – tegen Jezus: “Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd” (Joh 21,17). Jezus op zijn beurt vertrouwt aan Petrus toe over zijn kudde te hoeden. Dit laatstgenoemde punt, namelijk dat aan Petrus het leiderschap van de kerk is toevertrouwd, ontbreekt in het lied van Stef Bos. Dit doet me denken aan het doel van Stef Bos om de Bijbelse figuren “in een ander licht” te plaatsen, “los van geloof, kerk en dogma’s”. We doen er goed aan dit in het achterhoofd te houden omdat het Nieuwe Testament, hoewel niet totaal afkerig aan de voorstelling die Stef Bos maakt, ook een andere Petrus voorstelt, namelijk de “rots” waarop Jezus koos om de kerk te bouwen (cf. Mt 16,18). De Vroege Kerk zag Petrus zeker in dit gezaghebbende licht (zie bijvoorbeeld het portret van Petrus in het boek Handelingen) en ook de brief, die vermoedelijk door Petrus zelf geschreven is, (1 Petrus) toont een brief schrijvende apostel, zoals Paulus, die zich als kerkleider richt tot gemeenschappen in diaspora. Het portret dat Stef Bos maakt van Petrus als feilbare man van ‘vlees en bloed’, daagt – misschien zelfs terecht – het te mooie beeld uit van het heiligenleven van Petrus die de Katholieke Kerk later zou erkennen als de eerste stedehouder van Christus. Als ik heel nauwgezet zou mogen zijn, zou ik het lied zelfs een andere titel geven: “het lied van Simon”. Ik zeg dit omdat, ook al zijn de namen van Simon en Petrus verwisselbaar in de evangelies, ik de indruk heb dat Simons naamwisseling in Petrus aantoont dat Petrus heel erg de man was waarvoor Simon hard moest vechten om deze te zijn, niet altijd met succes. Het is een gevecht dat erg doet terugdenken aan een andere Bijbelse figuur – de aartsvader Jacob die met zijn leven worstelde om ‘Israel’ te worden (zie Gen 32:22-32). Zo ook, voor mij, was het Simon die de feilbare man ‘van vlees en bloed’ was, die zijn hele leven worstelde om de naam Petrus waard te zijn die zijn Heer, en vriend, hem gegeven had. Tegelijk ben ik Stef Bos dankbaar om dit reflectieproces op gang te brengen met het ‘lied van Petrus’.

Emmanuel Nathan (Bijbelwetenschappen)

13. GESNEUVELDE NUMMERS

Stef Bos wilde twaalf nummers hebben voor het project ‘In een ander licht’, omdat hij twaalf als een mooi en heilig getal beschouwt: er zijn immers twaalf stammen van Israël,  twaalf apostelen et cetera. Hij schreef echter meer nummers om de vrijheid te hebben te kiezen welke nummers het best waren. Enkele nummers vielen af om diverse redenen: het lied van David lag volgens Bos inhoudelijk nog te dicht bij het oorspronkelijke relaas uit de Bijbel. Geleidelijk aan had hij immers een schrijfstijl ontwikkeld die de Bijbelfiguren ‘in een ander licht’ voorstelde, er figuren van vlees en bloed van maakte van alle tijden. Het lied van David was (naast het lied van Mozes) één van de eerste nummers die Stef Bos schreef en had nog een andere schrijfstijl.
Het nummer Elia was het favoriete nummer van Stef Bos, maar ook dit nummer sneuvelde omdat het niet werkte met het arrangement van het orkest. Stef Bos wilde een heel wild, Oost-Europees nummer hiervan maken, maar dit kwam er met het orkest niet uit.
Tot slot viel ook het Lied van Johannes af, omdat het te complex was van muziek en tekst. Het nummer week teveel af van stijl van de overige nummers. 
In de finale live voorstelling van het project kwamen deze liederen er weer bij.

Voor deze “gesneuvelde” nummers, vertrok Stef Bos niet vanuit een specifiek Bijbelvers, maar vanuit het algemeen beeld dat hij had rond deze personages.

Het lied van David

Online luisterversie
Commentaar van Stef Bos

David was één van de eerste liederen die ik had geschreven en het zat inhoudelijk nog heel dicht bij het verhaal van koning David. En ik voelde al heel snel als ik Ruth aan het schrijven was of Petrus, dat het vertrekpunt wel een Bijbelpersonage kon zijn, maar dat als je dat niet zou weten, je dat helemaal niet zou zien. Dus die liederen stonden op zichzelf. Dus daarom viel David eigenlijk af. Uiteindelijk is dit lied wel terug in de voorstelling opgenomen en misschien wel als één van de sterkste stukken omdat die David voor mij over een thema gaat dat ik in deze tijd heel erg herken, bijvoorbeeld bij de politiek of bij de muziek. Het gaat over mensen die verliefd worden op de macht. David begint als een muzikant, begint als een mannetje dat harp speelt en psalmen schrijft, dan een held wordt en zelfs koning wordt, en dan gecorrumpeerd geraakt.  Hij stuurt één van zijn beste kameraden in de frontlinies zodat deze zou sterven en hij zijn vrouw kan krijgen. Dit is een fenomenaal thema want het is van alle tijden. Het gaat over mensen die met een droom beginnen en de droom verliezen omdat ze succes krijgen. In de muziek kan het ook gebeuren dat je de liefde voor muziek verliest omdat je het succes wil vasthouden. Dit vind ik zo’n schoon thema en het is uiteindelijk het thema van David.

Een theoloog aan het woord

Tussen dankbaarheid en spijt: het lied van David

Stef Bos schetst David in zijn oudere jaren, terugdenkend aan de dagen van zijn jeugd. De figuur David is bij de meeste mensen bekend als de eenvoudige schaapsjongen die koning Saul verlichting bracht met zijn muziek (1 Sam 16:23) en het uiteindelijk zelf tot koning schopt. Een verhaal dat sterk tot de verbeelding spreekt, is het verhaal van David en Goliath. Daarin wordt de machtige reus overwonnen met slechts een slinger en een steen (1 Sam 17:50). Typerend voor het Bijbelse verhaal is dat God een onverwachte keuze maakt door niet de oudste zoon – Eliab – maar de jongste zoon van Isaï uit te verkiezen (1 Sam 16:12-13), een verhaal dat herinnert aan het verhaal van Jacob en Esau (cf. Gen 25:23). God verkiest David, een eenvoudige herders-jongen. Zoals hij zorg draagt voor zijn schapen, zo zal hij de 12 stammen van Israel moeten leiden en behoeden. David is de gezalfde koning. Vol dankbaarheid danst voor het aangezicht des Heren (2 Sam 6:21).

Stef Bos stelt echter een ander gedeelte van David’s leven centraal. In het lied van David, komt een oude koning naar voren, mijmerend over vroeger, terugdenkend aan het begin van zijn koningschap. Hij herinnert zich hoe veelbelovend alles begon, en hoe verdriet zijn deel werd, doordat hij een verkeerde weg insloeg, een koning die zowel dankbaarheid als berouw voelt. Het vierde couplet geeft sprekend weer hoezeer David spijt heeft van zijn daden:

Ik werd gezalfd en uitverkoren,
maar ik verloor waarom het gaat.
Verloor mezelf, verloor mijn dromen,
verloor degene die ik was.
En alles wat ik heb verraden,
houdt mij nu wakker in de nacht

In het Bijbelse verhaal komt David naar voren als een complex personage. Hij is niet alleen de uitverkoren koning die gesteund wordt door Gods Geest (1 Sam 16:13), de koning die vijandige volkeren verslaat (2 Sam 7) en begint met de bouw van de tempel (1 Kron 22ff), maar ook de man die verkeerde keuzes maakt. David komt bovenal naar voren als een door en door menselijk personage. Hij is rechtvaardig en doortastend, maar ook passioneel.
Verblind door begeerte pleegt hij ontucht met Batseba, de vrouw van Uria. De Bijbel leert ons dat oneerlijke daden zoals overspel leiden tot verdriet en onheil. Het boek Spreuken typeert overspel als “een tweesnijdend zwaard”, een ‘pad dat naar de dood zal leiden’ (Spr 5:4-6). En zo is het ook met David. Hij wil Batseba voor zichzelf en besluit Uria naar de frontlinie te sturen (2 Sam 11). Het oordeel van de profeet Nathan, die spreekt namens God, is hard en onverbiddelijk. Nathan legt David een parabel voor waarin een rijke het bezit van een arme afneemt. David velt zijn eigen oordeel: “een man des doods is de man die dat heeft gedaan”, hij zal het viervoudig vergoeden” (2 Sam 12:5-6). Dood is inderdaad zijn deel, viermaal zal hij een zoon verliezen.
De eerste zoon die sterft is de pasgeboren zoon van David en Batseba. De dood van zijn zoon komt niet onverwachts en David reageert gelaten, Nathan had zijn sterven immers aangekondigd (2 Sam 12:14). Het kwaad staat op tegen David, vanuit zijn eigen huis (2 Sam 12:11-12). Zijn zoon Amnon, wiens naam ironisch genoeg ‘getrouw’ betekent, kan net als zijn vader zijn begeerte niet bedwingen, en verkracht zijn halfzusje Tamar. Wanneer David hiervan hoort ontbrandt hij in woede, maar doet niets (2 Sam 13:21). David is blind voor Absalom’s woede en kan niet voorkomen dat hij zijn zusje wreekt. Een tweede zoon sterft.
Absalom’s woede keert zich tenslotte ook tegen David. Hij komt tegen hem in opstand en eist het koningschap. David moet vluchten, weg van Absalom’s aanschijn (2 Sam 15:14). Absalom slaapt met David’s vrouwen (2 Sam 16:22) en Nathan’s voorspelling komt uit (2 Sam 12:11-12). Absalom komt ironisch genoeg ten val door zijn schoonheid (cf. 2 Sam 14:25), wanneer zijn prachtige haardos verstrikt raakt in een boom en door Joab, David’s dienaar, gedood wordt (2 Sam 18:9,14-15).
David huilt om het verlies van zijn zoon, jammerend roept hij “mijn zoon Absalom, mijn zoon Absalom”! (2 Sam 19:1) David moet nu leven met het verlies van drie kinderen. Wanneer Adonijah, de zoon van David en Haggith, vlak na Davids dood ter dood wordt gebracht (1 Kon 2:23-25) omdat hij het koningschap van Salomo wil afnemen, is de profetie van Nathan compleet. David heeft zijn misdaden viervoudig betaald.

Jannica de Prenter (Bijbelwetenschappen)

Lied van Elia

Online luisterversie
Commentaar van Stef Bos

Het lied van Elia was eigenlijk mijn favoriet. Het sneuvelde omdat het arrangement niet te bespelen was. We hadden een gast uit Macedonië benaderd voor dit nummer en ik wilde een Oost-Europees en wild stuk hebben. Ik zag Elia als een soort terrorist, maar één waar ik wel sympathie voor heb. Iemand die de grens opzoekt. Maar het arrangement werkte niet en dus viel het nummer af. Elia en David zijn misschien uiteindelijk wel de krachtigste figuren van de voorstelling omdat ik ze tegenover elkaar zet: iemand die begint met een droom, maar deze verliest en iemand die durft dingen te zeggen.

Een theoloog aan het woord

Elia de profeet. Man van God in tijden van afgoderij, man van het rechte pad in tijden van dwaling. Elia, die koning Achab grote droogte aankondigt en bij gebrek aan voedsel door raven van brood voorzien wordt. Die wonderen doet en doden tot leven wekt, die met vuur uit de hemel water doet ontbranden en die honderden profeten van Baäl laat doden om het na drie jaar opnieuw te laten regenen. Elia, die met wagens van vlammen en paarden van vuur in de hemel wordt opgenomen om later de weg voor de Messias te bereiden.

Stef Bos bezingt een man die bewonderd wordt om zijn ijver voor een waarachtige wereld. Een man die daad bij woord voegt, die geen twijfel kent, die er bewust voor kiest om de wereld in zwart en wit te zien. Leven is een kwestie van alles of niets, van liefde of haat. Er is geen middenweg en er is geen excuus om niet altijd en overal het goede te doen; leven is passie, leven is storm, leven is bliksem en vuur. Met het lied van Elia roept Stef Bos het beeld op van mensen die strijden voor rechtvaardigheid. Mensen die durven opstaan tegen geïnstitutionaliseerd onrecht. Die oog hebben voor onderdrukking, die tegen de stroom inzwemmen, die roepen tegen de heersende opinie. Denk aan Jezus, aan Gandhi, aan Martin Luther King. Aan klokkenluiders, aan mensenrechtenactivisten. Maar guerillastrijders? Terroristen? Zelfmoordcommando's? Waar ligt de grens?

Voor Stef Bos gaat Elia te ver: "Een figuur als Elia bijvoorbeeld is voor mij zeer boeiend maar ook nogal discutabel wanneer hij tweehonderd priesters van Baäl om zeep helpt. Ik heb ervoor gekozen om van hem een soort terrorist te maken met een harde maar eerlijke opvatting die de daad bij het woord voegt en daarin ver gaat." "Hij doet mij denken aan de Duitse terroristische Baader-Meinhof-Groep. Van die mensen voor wie je eigenlijk wel sympathie hebt, maar die middelen gebruiken waar je niet achter kunt staan. Die zich vergalopperen aan hun goede intenties."

Na de slachting van de valse profeten zint koningin Izebel -vrouw van koning Achab, aanbidster van Baäl- op wraak. Elia trekt zich terug in de woestijn. Het is hem genoeg: "laat mij sterven want ik ben niet beter dan mijn voorvaders" (1Kon 19:4). "De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood; ik alleen ben overgebleven en mij staan ze naar het leven" (1Kon 19:10). De onverbiddelijke strijd voor waarachtigheid eist zijn tol en eindigt in een impasse. In het geval van Elia maakt God een eind aan deze toestand. Hij geeft Elia zijn laatste opdrachten als profeet en laat hem een opvolger zalven. Volgens sommige rabbijnen is het overigens niet op verzoek van Elia, maar op verzoek van God dat Elia's carrière als profeet ten einde loopt. Zij zeggen dat Elia voor God een eindpunt had bereikt, omdat hij alleen maar oog had voor zonde en straf en niet in staat was om zich als een onbevooroordeeld middelaar tussen God en volk op te stellen; dat er daarom, wegens gebrek aan empathie, een opvolger moest worden aangesteld. Immers: als de middelaar tot vervolger wordt, valt het rechtssysteem en is iedereen vogelvrij verklaard.

Elia weet dat hij over een grens gegaan is. Dat hij uiteindelijk ten hemel vaart met wagens van vlammen en paarden van vuur doet daar niet aan af. Hoeveel sympathie strijders voor een betere wereld ook mogen oproepen, goede bedoelingen zijn geen garantie voor goede daden. Een vurige gedrevenheid maakt de grens tussen goed en slecht gevaarlijk dun en waar goede daden in wezen slecht zijn, wint haat het van rechtvaardigheid. Guerillastrijds, terroristen en zelfmoordcommando's: in naam van God en de waarheid verzaken ze de grenzen van hun menszijn te erkennen en de waarachtigheid van hun eigen waarheid te onderzoeken. Als in een tragedie brengt het idee van het ware en goede hen uiteindelijk tot niets anders dan een groter kwaad.

Hanneke van Loon (Bijbelwetenschappen)

Interview met Stef Bos

  1. Waarom ben je ingegaan op een Bijbels project?
    Wat trok je erin aan?

    Ik vond het een geweldige idee omdat de Bijbel, of je nu gelooft of niet, een belangrijk geschrift is voor onze westerse cultuur en altijd een inspiratie is geweest voor veel kunstenaars. Ik ben zelf ook met de Bijbel grootgebracht op een manier die niet dwingend was waardoor ik nooit het kind met het badwater heb weggegooid.

    Veel mensen van mijn generatie hebben de uitwassen van machtspolitiek van de kerk op één hoop gegooid met de Bijbel zelf en dat is jammer… alsof je de Faust van Goethe niet mag lezen omdat deze in het Duits is en Duits door de recente geschiedenis een beladen taal is.

  2. Op welke wijze heb je de Bijbel gelezen? Hoe vaak heb je teksten gelezen? Hoe heb je de betreffende Bijbelcitaten gekozen uit de teksten?

    Ik wilde vooral de Bijbel en figuren daaruit als vertrekpunt nemen… niet te letterlijk werken uit tekst… meer de geest van een figuur of een moment vatten.

    In de eerste stukken die ik schreef over ‘David’ en ‘Mozes’ bleef ik wel dicht bij het verhaal en de tekst maar toen ik stuitte op de figuur van Ruth ontwikkelde zich een stijl van schrijven die voor mij interessanter was …. Waardoor ik het gevoel had de Bijbel naar deze tijd te halen door er personen van nu van te maken… mensen die op een bepaald punt in hun leven staan zoals Lot die iets achter moet laten maar nog op de drempel staat.

  3. Welke moeilijkheden heb je (eventueel) ondervonden met de teksten in de Bijbel? 

    Ik heb de moeilijkheden als mogelijkheden gezien. Een figuur als Elia bijvoorbeeld is voor mij zeer boeiend maar ook nogal discutabel wanneer hij tweehonderd priesters van Baäl om zeep helpt.

    Ik heb ervoor gekozen om van hem een soort terrorist te maken met een harde maar eerlijke opvatting die de daad bij het woord voegt en daarin ver gaat.

    (Jammer genoeg is die song niet op de cd gekomen omdat het arrangement niet werkte met orkest…. Het was wel één van mijn favorieten)

  4. Heb je ook andere bronnen gehanteerd om de teksten te schrijven: Schrijvers? Kunst? Bijbelse interpretatoren? Eigen inspiratie?

    Ja… ik ben eigenlijk eerst begonnen mijn eigen verbeelding en herinnering uit te kammen.

    Teruggegaan naar hoe ik vroeger als kind die verhalen hoorde en welke figuren toen tot mijn verbeelding spraken. Daar is mijn eerste verzameling persona’s ontstaan.

    Vervolgens vond ik twee boeken die het Oude en Nieuwe Testament volgen via kunstwerken door de tijd heen. Zo stuitte ik bijvoorbeeld op de Pieta van Michelangelo waaruit het lied van de Moeder Maria is ontstaan… Vrouw die een zoon verliest en het lichaam in haar armen heeft. Ook bij andere songs zoals Lot en Noach speelde kunstwerken een rol.

  5. Is de bijbel anders dan een ander stuk wereldliteratuur en zo ja of neen, waarom?

    Ja, het is in die zin anders omdat het de basis is voor twee grote religieuze stromingen.

    Voor mij zelf zie ik het meer als één van de boeken die het collectief onderbewustzijn van de mens vertegenwoordigen… een boek waarin “de Mythes”, zoals Joseph Campell ze beschrijft, een grote rol spelen. Een boek ook dat nog lang niet af is… er zou nog zoveel poëzie in opgenomen moeten worden want daar wringt bij mij wel de schoen met de Bijbel… alsof de goddelijke inspiratie 2000 jaar geleden opeens gestopt is.

  6. In welke mate heb je de Bijbel benaderd als bron van levenswijsheid of als Heilig Boek?

    Als Bron van levenswijsheid.

  7. Waarom heb je gekozen voor deze specifieke Bijbelse figuren? Op basis van welk criterium heb je de keuze gemaakt? 

    Zoals eerder geschreven heb ik eigenlijk nogal intuïtief gekozen. Ik moest er iets menselijks in kunnen herkennen waardoor ik geraakt werd.

    Zo ben ik bijvoorbeeld bij Lea uitgekomen terwijl ik eigenlijk een lied over Jacob wou schrijven en het moment dat hij vecht met de engel.

    Bij het herlezen van het verhaal begon ik eerlijk gezegd een beetje een hekel aan hem te krijgen… Ik begreep als kind ook al niet hoe een man die zijn broer (die ik veel stoerder vond) en zijn vader bedriegt dan nog de zegen van boven krijgt … Ik stuitte toen verder in het verhaal op Lea die er wel erg bekaaid afkomt en beschreven wordt als lelijk en met een man moet trouwen die eigenlijk haar zuster wil hebben. Toen ging het roer om en koos ik voor Lea omdat zij me meer raakte dan Jacob….. en zo heb ik eigenlijk indirect iets over hem geschreven waarbij hij minder mooi verschijnt.

  8. Welke Bijbelse figuur was het moeilijkst te vertolken in een lied? Waarom?

    God… omdat de essentie van dat wat goddelijk is door mensen niet te vatten is… daar gaat het ook doorgaans mis met godsdienst… mensen menen te weten wat het opperwezen bezielt en wat er door zijn of haar hoofd gaat…

    Ik heb daarom het lied van God gebruikt om dat element inhoudelijk te vatten: “er wordt teveel van hem gemaakt wat hij helemaal niet is”.

  9. Heb je een voorkeur voor een bepaald boek uit de Bijbel?

    Ja… ik vind Prediker fenomenaal mooi.

  10. Heb je na het schrijven van de liederen een andere blik op de Bijbelse figuren en verhalen?

    Ja… het heeft voor mij de Bijbel weer een plek in mij gegeven, los van godsdienst en exegese, waardoor ik de schoonheid en het belang ervan weer ontdekt heb.

  11. Hoe heb je zelf als kind de bijbel geleerd en wat heb je daarin wel of niet gewaardeerd?

    Als een spannend en soms onbegrijpelijk boek. Het is voor mij, zeker het Nieuwe Testament, altijd een morele richtlijn gebleven.

  12. Hoe zou je zelf de bijbel ter sprake brengen bij je eigen kinderen?

    Zoals reeds gezegd… als een spannend boek en Christus als een morele richtlijn.

  13. Waarom denk je dat jongeren vandaag soms zo’n afkeer hebben van de bijbel?

    Omdat dat de mode is. Omdat de Bijbel wordt gelinkt aan de Kerk. Omdat de Kerk in het algemeen een slecht imago heeft opgebouwd en er volstrekt achterhaalde ideeën op nahoudt. (Terwijl ik reizend door Afrika veel goede kanten van individuen in de kerk gezien heb waar NGO’s het dikwijls lieten afweten.) Omdat diezelfde anti-kerk mode (politiek correcte atheïsme) zich ook weer als een kerk gaat gedragen met een morele code die ze mensen oplegt om erbij te mogen horen waardoor ze iets gaan denken wat ze zelf niet bedacht hebben. Omdat….omdat….omdat…..omdat…. omdat er over het algemeen te weinig genuanceerd gedacht wordt over dingen zeker in deze tijd van media geschreeuw en politieke populisten.

  14. Waarom heb je gekozen voor de titel: ‘In een ander licht’ (toen je afweek van de titel ‘De twaalf bevlogenen’)? 

    Daar zit nog een stadium tussen. Eerste idee was inderdaad ‘de twaalf bevlogenen’,maar ik wilde een andere richting uit… ik wilde niet alleen schrijven over persona’s uit de Bijbel die een bevlogenheid hadden in verband met hun geloof/overtuiging maar ook gewone voorbijgangers kunnen kiezen.

    Toen kwam ik via de figuur van Mozes (wanneer hij vlak voor zijn dood het beloofde land ziet maar er niet in mag) op de titel ‘Onbereikbaar dichtbij’… maar die vonden we na verloop van tijd wat te tragisch… Ik zocht iets lichters en kwam toen op de uiteindelijke titel… ook omdat duidelijk werd dat ik de Bijbel wilde proberen los te maken van godsdienst en dogma.

  15. Welk lied vind je zelf het best geslaagd en waarom?

    Moeilijk hoor.

    Het lied van Ruth… denk ik… Omdat tekst en muziek samenvallen op een manier waardoor het lijkt alsof het zichzelf geschreven heeft.

  16. Eventueel: Welk lied vind je zelf het minst geslaagd en waarom?

    Het lied van Christus en de Duivel is teveel een doorslag van een Tango geworden…

    Het had spannender gekund… misschien ook in de tekst.

  17. Heb je een bepaalde chronologie gehanteerd van de liederen op het album?

    Ja… ik heb de testamenten gevolgd maar voor de rest heb ik gekeken naar welke volgorde voor de songs het beste werkte. Afsluiten wilde ik sowieso met Petrus omdat dat lied een beetje het vlaggenschip is… omdat het alle persona’s omvat.

  18. Op welke wijze zijn de muziekgenres voor de liederen bepaald?

    Puur door de inhoud. Het uithuwelijken van Lea en de positie van de vrouw daarin bracht mij snel op het idee om daar een noordafrikaans ritme onder te zetten omdat in die streken de vrouw nou niet bepaald een sterke positie heeft.

  19. In welke mate wilde je een specifieke boodschap overbrengen bij het publiek?

    Het idee van het hele project was om de Bijbel ‘In een ander licht’ naar voren te schuiven.

  20. Is er een personage waarin je jezelf herkent?

    Ja… in Petrus. Man van vlees en bloed… goede intenties maar ook falend bij tijd en wijle.

  21. Waarom vergelijk je in het boekje bij de CD de levenswijze van Christus met het boeddhisme?

    Omdat Christus in dezelfde lijn als Bhoedda kijkt naar de wereld… Met liefde.

    Verder zijn er natuurlijk veel overeenkomsten in de levensfilosofie… wat gij niet wilt dat u geschied doe dat ook de ander niet, onderdrukking van begeerte, et cetera.

  22. Waarom heb je gekozen voor het volgende refrein bij het lied van Petrus: “want beter een oorlog dan gewapende vrede, beter op zoek gaan dan altijd gewacht, beter gevallen dan nooit gesprongen, beter de liefde verloren dan nooit liefgehad.” 

    De eerste zin … Puur om de tegenstelling… om de grens op te zoeken van wat kan, want hij streeft niet bepaald een oorlog na, maar tekstueel is het wel een sterk beeld. Uiteindelijk is de laatste zin het belangrijkste: “Beter de liefde verloren dan nooit liefgehad”.

    Zo’n refrein heeft zijn eigen dynamiek… het begint met een heftige stelling die de aandacht trekt en dan uiteindelijk opbouwen naar wat je wezenlijk wil vertellen… in de laatste zin.

    In het geheel is het een grote uitnodiging om te leven…..

  23. Waarom laat je Christus zwaar twijfelen aan zijn overwinning op de duivel? (cf. “Misschien dat ik geen schijn van kans maak, en raak ik alles kwijt”)

    Omdat het voor mij om een zelfconfrontatie gaat… en als je wezenlijk geconfronteerd wordt met jezelf kan het lijken alsof je jezelf kwijt zou kunnen raken.

    Ik ga er ook vanuit dat het meer de Duivel in hem is dan een externe kracht.

Interview met Varenka Paschke

  1. Op welke wijze bent u van start gegaan om de 12 kunstwerken rond figuren uit de Bijbel te ontwerpen?

    Ek het oor en oor na Stef Bos se liedjies geluister om so vir elkeen ’n gepaste persona te vind.

  2. Zijn de kunstwerken gemaakt bij de teksten van de liederen of bij de oorspronkelijke Bijbelteksten en -boeken? Heb je ook andere bronnen gehanteerd? Andere kunstwerken?

    Die kunswerke is na die liedjies se tekste gemaak, aangesien dit ’n projek was wat nie evangelies uit die bybel is nie en eerder konsentreer op die menslike aspek van elke figuur. Ja-ek het baie ander bronne gebruik – veral visuele bronne, nes ek altyd navorsing doen vir watse projek ek ookal aan begin.

  3. Heeft Stef Bos inspraak gehad in de samenstelling van de kunstwerken? Hoe is dat gegaan?

    Inspraak nee, maar eerder riglyne soos hoe hy die spesifieke persona sien en sy opinie gee hy altyd, net soos ek met sy werk doen.

  4. Zijn de kunstwerken illustraties bij de liederen of hebben ze ook een eigen dynamiek en voegen ze iets toe aan de liederen, laten ze nieuwe dimensies zien?

    Albei, sou ek sê. Hulle het as bypassende illustrasies by die liedjies begin maar het opgeeindig met hul eie dinamika. Kunswerke is so, dis onmoontlik om nie iets toe te voeg  by die liedjies nie. Ek kan nie ’n kunswerk maak sonder dat my opinie of manier van kyk na dinge daarin agterbly nie.

  5. Zijn de kunstwerken soms kritisch voor de bijbel en/of voor Stef Bos?

     Hulle is nie opsetlik krities nie, maar die beelde gaan gepaard met hoe ek na die lewe kyk en dit stem nie altyd ooreen met die Bybel en ’n konvensionele siening van religie nie.

  6. Wat opvalt is het mooie licht en de vrolijkheid in de kunstwerken, terwijl de liederen soms veel zwaarder zijn (bvb lied van Job, Jezus en Judas)? Klopt dit? Valt dit te rijmen? Zit hier een strategie achter van de kunstenaar? Zit er betekenis in het kleurgebruik?

    Om beelde in kleur uit te druk is my styl. Kleur is vir my soos die note vir musiek is.
    Die lewe is altyd vol teenstellings en hoe ek dit sien, bestaan daar geen kwaad sonder die goeie van die ligkant nie en andersom. Die lewe is nie grys nie – selfs die moeilikste dae is met kleur besprinkel: dit hang net af hoe jy daarna kyk.

  7. Welk Bijbelpersonage was voor u persoonlijk het moeilijkst in een kunstwerk te vertolken?

    Prediker was nie vir my vanselfsprekend nie: die teks is tog baie lig en positief, maar dit was vir my moeilik om die intelektuele met die visuele saam te smelt.

  8. Welk kunstwerk vindt u zelf het best geslaagd?

    Konseptueel gesien: God, Visueel gesien: Lea en: Dramaties gesien: Elia (die liedjie het dit nie gemaak tot op die cd nie)

  9. Had u voor u van start ging met dit project affiniteit met de Bijbel? Is de Bijbel voor u een bron van levenswijsheid of een Heilig Boek?

    . Die Bybel is ’n interesasnte boek as geskiedkundige bron. Ek het daarmee grootgeword, dus maak dit ’n deel uit van my kultuur en my verwysingsraamwerk. Ek glo nie dat dit ’n sogenaamde helige boek is, soos wat doktrines en gelowe dit sien nie: daar is veels te veel onsamehangende dele daarin…wat ’n duidelike aanwyser is dat daar baie menslike en kerklike ingrepe deur die eeue heen was: wat die storie of geskiedenis verander het om hul eie ideale te ondersteun. Maar daar is ook pragtige simboliek in die boek, veral die nuwe testament met waarhede van Jesus, dus kan mens die boek ook nie afskryf nie. ’n Strawwende en wraaklustige God soos hy uitgebeeld word in die ou testament is vir my geen realiteit nie: dit gaan teen die grein van hoe die natuur werk…

  10. Heeft u na het maken van de kunstwerken een andere blik op de Bijbelse figuren en verhalen uit de bijbel?

    Die projek het my weer laat nadink oor die fugure in die bybel in baie meer diepte as tevore.

  11. Eventuele eigen opmerkingen?

    In een ander licht het my die moontlikheid gegee om die Bybel as kulturele boek te benstudeer. Dit was vir my interessant en ook die beste manier om die boek te benader, aangesien spiritualiteit vir my iets veel vryer is as om die riglyne van ’n boek te volg; maar eerder jou hart te volg. Om werklik jou eie hart te volg vat baie meer durf as om ’n trop skape te volg net omdat dit so voorgeskryf word.

Didactische suggesties

Reflectie op het interview met Stef Bos

  1. Wat vind jij van de idee liederen te maken over de Bijbel?
  2. Op welke wijze heeft Stef Bos de Bijbelfiguren en –verhalen waarover hij zou zingen geselecteerd? Wat vind je van zijn keuze?
  3. Welke Bijbelfiguren of –verhalen zou jij kiezen voor een lied? Waarom?
  4. Op welke wijze heeft Stef Bos de Bijbelfiguren en –verhalen vertolkt doorheen zijn liederen?
  5. Zijn de Bijbelse figuren en/of verhaallijnen voor jou herkenbaar doorheen de liederen?
  6. Op welke wijze kijkt Stef Bos naar de Bijbel? Wat vind je van deze zienswijze?
  7. Komt zijn eigen levensbeschouwing tot uiting in zijn liederen? Geef voorbeelden.
  8. Vind je de titel van het album goed gekozen? Waarom wel/ niet?
  9. Welke titel zou jij het Bijbels geïnspireerde album geven?

Reflectie op het interview met de Zuid-Afrikaanse kunstenares Varenka Paschke

  1. Op welke wijze heeft Varenka Paschke de Bijbelfiguren en –verhalen vertolkt doorheen haar kunstwerken?
  2. Op welke wijze komt de levensbeschouwelijke visie van de kunstenares tot uiting doorheen de kunstwerken? Geef voorbeelden.
  3. Wat is het verband tussen de kunstwerken van Varenka Paschke, de liederen van Stef Bos en de oorspronkelijke Bijbelteksten?
  4. Op welke wijze kijkt Varenka Paschke naar de Bijbel? Wat vind je van deze zienswijze?

Reflectie bij de liederen en de kunstwerken

  1. In welke mate herken je het lied als ‘Bijbels’?
  2. Lees het Bijbelboek of de betreffende passage en ga na welke gelijkenissen en verschillen er zijn.
  3. Welke interpretatie van de Bijbeltekst brengt dit lied?
  4. Welke visie heeft de Leuvense theoloog op het lied van Stef Bos? 
  5. In welke mate herken je in het kunstwerk van Varenka Paschke de Bijbelse figuren?
  6. Hoe verhoudt zich volgens jou het kunstwerk tot de Bijbelse tekst?
  7. Bedenk een passende ondertitel (zoals ‘licht’, ‘nulpunt’ of ‘duel’) bij het kunstwerk van Varenka Paschke waarmee je haar werk typeert.
  8. Geven liedtekst en kunstwerk eenzelfde of een verschillende interpretatie van het Bijbels personage weer?

Een kunstwerk in een ander licht…

Zoek zelf één Bijbels geïnspireerd kunstwerk (schilderkunst, beeldende kunst, muziekstuk) en schrijf één pagina commentaar op dit werk aan de hand van o.a. volgende reflectievragen:

  • Vind je het kunstwerk of lied mooi gemaakt?
  • Vind je het kunstwerk origineel?
  • Welke elementen van het oorspronkelijke Bijbelverhaal herken je in het kunstwerk?
  • Welke elementen zijn door de kunstenaar zelf bedacht? Waarom zou hij/zij deze elementen erin verwerkt hebben?
  • Welke interpretatie geef jij aan dit kunstwerk?
  • Kan het kunstwerk jouw appreciatie dragen? Waarom wel/ niet?

De Bijbel creatief...

Kies zelf één Bijbelfiguur of –verhaal (vertrek vanuit een centraal Bijbelcitaat als kerngedachte) en vertolk het in een kunstvorm: een liedtekst, een poëzietekst, een haiku, een schilderwerk…

Hoe schrijf je een Bijbels geïnspireerd liedje?

youtube

Stef Bos verteld hoe je zelf een liedje kan schrijven, met de bijbel als inspiratiebron.

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Voetnoten

1 M. BARNARD & G. VAN DE HAAR, De Bijbel cultureel. De Bijbel in de kunsten van de twintigste eeuw. Beeldende kunst, film, theater, klassieke muziek, popmuziek, literatuur, Meinema/Peckmans, Zoetermeer/Kapellen, 2009.

2 Persarchief Stef Bos, Stef Bos is een soort Petrus,
zie: http://www.stefbos.nl/page/Persarchief/detail/717/Stef_Bos_is_een_soort_Petrus, (toegang: 26/03/2010).

3 Ibid, p. XXII

4 Persarchief Stef Bos, ‘In een ander licht’: http://www.stefbos.nl/page/Persarchief/detail/718/In_een_ander_licht, (toegang: 26/03/2010).

5 Ibid

6 Ibid

7 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Het lied van Lot,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

8 Gebaseerd op: Kerkcongres 2006, Godsbeelden, http://209.85.129.132/search?
q=cache:R3JuBxWnytsJ:www.vkk.nl/literatuur/Godsbeelden.doc+godsbeelden+bijbel
&cd=3&hl=nl&ct=clnk&gl=be,
(toegang: 21/04/2010).

9 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Lot,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

10 Gebaseerd op Inleiding op het boek Ruth, De Nieuwe Bijbelvertaling, Vlaamse Bijbelstichting, Leuven, 2004.

11 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Ruth,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

12 Gebaseerd op: Inleiding op het boek Genesis, De Nieuwe Bijbelvertaling, Vlaamse Bijbelstichting, Leuven, 2004.

13 http://ineenanderlicht.ncrv.nl/blog/lied-van-lea

14 Gebaseerd op: Inleiding op het boek Prediker, De Nieuwe Bijbelvertaling, Vlaamse Bijbelstichting, Leuven, 2004.

15 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Prediker,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

16 Gebaseerd op: Inleiding op het boek Job De Nieuwe Bijbelvertaling, Vlaamse Bijbelstichting, Leuven, 2004.

17 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Job,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

18 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Noach,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

19 Zie ook: Bijbelfiches, Maria Magdalena, http://www.kuleuven.be/thomas/algemeen/actualiteit/lesimpulsen/bijbel/bijbelfiches/fiche.php?id=35, (toegang 21/04/2010).

20 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Maria Magdalena,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

21 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Christus en de duivel,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

22 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Jezus en Judas,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

23 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van de moeder,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

24 Stef op radio en TV, Schepper en Co, Lied van Petrus,
zie http://ineenanderlicht.ncrv.nl/radiotv?page=1, (toegang: 29 maart 2009).

^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas