De job van het leven

De Godsdienstleerkracht

BEGEESTERD

BEZIELD

BEWOGEN

Godsdienstwetenschappen studeren

youtube

De nieuwe promofilm 'Godsdienstwetenschappen studeren'
aan de Faculteit Godgeleerdheid, K.U.Leuven.

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Vragen die jou als zesdejaars nu misschien bezighouden: ‘Wie ben ik?’, ‘Wie wil ik worden?’, ‘Welke idealen wil ik in mijn beroep realiseren?’, ‘Waarom kies ik deze studie en dat beroep?’, ‘Hoe zie ik mezelf functioneren in mijn latere beroepspraktijk?’ Voor dit soort vragen is er plaats in een vak als godsdienst. Ze zijn zeker zo belangrijk als de kennis en de vaardigheden waaraan je werkt. Deze vragen verwijzen naar je identiteit en je talenten, ook naar een levensbeschouwelijke identiteit. Zowel tijdens je studie als later op de werkvloer. Als je weet waarvoor je staat, zal je betere keuzes maken in het leven, en zal je ook steviger en gelukkiger in de beroepspraktijk staan. Tijdens de godsdienstles krijg je de kans om je hier bewust van te worden – en van zoveel meer.

Misschien lijkt het je wel iets om zelf jongeren te begeleiden bij het zoeken van antwoorden op dergelijke vragen. Om samen met hen na te denken over en te getuigen van je eigen geloof en waarden, jongeren referentiekaders en competenties aanreiken om te werken aan hun eigen identiteit, en dat op je persoonlijke, creatieve manier. Het kan... als godsdienstleerkracht. Maar nu even eerst over de jouwe... (want hij of zij maakte deze keuze – Waarom in Godsnaam?).

  • Dit parcours helpt je een beeld vormen van de godsdienstleerkracht. Diegene die je nu voor je hebt staan, een leraar uit je vroegere schoolcarrière, of wie weet: van jezelf binnenkort.
  • Maak groepjes van max. 4 personen. Leer de/ je godsdienstleerkracht kennen aan de hand van onderstaande vragen. Je kan starten bij de vraag van je keuze. Het enige waar je voor moet zorgen, is dat je de drie vragen verkend hebt m.b.v. de opdrachten die erbij horen.
  • Wie (is hij)?*
  • Wat (doet hij)?*
  • En vooral) waarom?*

* We schrijven in mannelijk enkelvoud, maar natùùrlijk gaat het evengoed over de vrouwelijke godsdienstleerkracht.

Opdracht: Wie is hij? Of wie wou hij worden?

  • Dé leerling bestaat niet, dé leerkracht ook niet.
  • Wat is jouw ideale godsdienstleerkracht? Doe de test en vorm je een beeld van deze ideale leerkracht. Vergelijk achteraf jullie resultaten. Een andere mogelijkheid: hou een van je godsdienstleerkrachten in gedachten. Diegene die nu voor jou staat, of eentje uit het verleden. Achterhaal welk type godsdienstleerkracht er in hem schuilt.Je kan meerdere antwoorden aanduiden.
  • Enquête hieronder + de sleutel (bij je leerkracht)
  • 15 min.

Stel je voor, je ideale godsdienstleerkracht:

Deze leerkracht besteedt in de lessen het meeste aandacht aan…
  1. … het trachten te verkondigen van het christelijk geloof.
  2. … het onder kritiek plaatsen van kerk en godsdienst.
  3. … sociale kwesties en problematieken van onze tijd, maar ook van Jezus’ tijd.
  4. … klasgesprekken en het praten over emoties.
  5. … vergelijkende godsdienstwetenschap en godsdienst als cultureel fenomeen.
  6. … op een originele manier bepaalde vooronderstellingen van leerlingen in vraag te stellen en te bereflecteren.
De les begint meestal als volgt:…
  1. … met een mooi gebed of een bijbeltekst.
  2. … met een kritische beschouwing op religie.
  3. … met het voorlezen van een artikel uit de krant.
  4. … met de vraag hoe het met de leerlingen gaat en of ze iets bijzonders hebben meegemaakt.
  5. … met een wijsheid uit één van de grote wereldreligies.
  6. … met een mop die evenwel verband houdt met de thematiek van de les.
Als een leerling duidelijke interesse vertoont in een stroming als wicca…
  1. … beschouw ik dat als zeer problematisch en probeer ik hem of haar te overtuigen van de meerwaarde van het christelijk geloof.
  2. … zal ik hem of haar trachten duidelijk te maken dat dit systeem in zekere zin even verknechtend is als het christendom.
  3. … wil ik aan deze leerling toch duidelijk maken dat het hier gaat om een vrij individualistische stroming, waarbij het sociale toch wat op de achtergrond komt.
  4. … tracht ik te achterhalen of er persoonlijke of familiale factoren meespelen in deze interesse.
  5. … probeer ik dit te bekijken in het licht van een aantal culturele evoluties, waarbij een persoonlijke beleving van een zelfgekozen geloof centraal staat.
  6. … zal ik op een ludieke manier de draak steken met een aantal inconsequenties in deze stroming.
De bijbel wordt gelezen wanneer…
  1. … we de les beginnen (soms) en in het kader van de geloofsverkondiging aan de leerlingen.
  2. … het echt moet, maar liever niet, want dat boek bevat veel te veel verdrukkende ideeën.
  3. … we lezen over Jezus’ omgang met de sociale kwesties van zijn tijd. Soms kunnen bijbelteksten een licht werpen op sociale problematieken van vandaag.
  4. … we nood hebben aan teksten over vriendschap, omgaan met verdriet en ruzie, …
  5. … we de vergelijking maken met heilige teksten uit andere religies (rond een bepaalde thematiek) of wanneer we de bijbel in zijn cultuur plaatsen.
  6. … er verbazende verhalen instaan die ingaan tegen alle verwachtingen.
Ik gebruik films en muziek in mijn lessen om…
  1. … bepaalde christelijke rituelen of geloofsstellingen te verduidelijken of om getuigenissen binnen te brengen van christelijke gelovigen.
  2. … de uitwassen van (misbruik van) het christendom duidelijk te maken.
  3. … sociale en ethische kwesties als aids, abortus, homoseksualiteit, werkloosheid, asielzoekers,… vanuit een nieuw perspectief te bekijken.
  4. … een bepaalde stemming op te wekken in de klas of de gemoederen (bijvoorbeeld door middel van zachte muziek) te bedaren.
  5. … de christelijke oorsprong van bepaalde rituelen en gewoontes te duiden en om de grote tradities en minder gekende religies dichter bij de klas te brengen.
  6. … leerlingen op een nieuw spoor te zetten wanneer ze oogkleppen op hebben voor de argumentatie van anderen.
Ik stel me als volgt op tegenover de Kerk…
  1. … loyaal onder alle omstandigheden. Je bent immers katholiek of je bent het niet.
  2. … uiterst kritisch en zelfs soms een beetje vijandig. De Kerk heeft het verlichtingsdenken op vele vlakken immers nog altijd niet willen aanvaarden.
  3. … in zekere zin loyaal en positief wanneer het bijvoorbeeld gaat om de voortrekkersrol van de Kerk met betrekking tot de arbeidsrechten van mensen maar ook kritisch wanneer het gaat om het verouderde standpunt van de Kerk rond bepaalde ethische kwesties.
  4. … begripvol. Voor het Magisterium is het ook niet eenvoudig om in de spanning tussen geloof en maatschappij te staan. We moeten als godsdienstleerkracht proberen de breuklijnen tussen de Kerk en de gelovigen te herstellen.
  5. … eerder neutraal. De Kerk is een organisatie zoals een andere.
  6. … kritisch loyaal: ook binnen de Kerk moeten de schijnwaarden doorprikt worden en dat moeten ook de leerlingen weten.
Wanneer een leerling in de klas uitkomt voor zijn of haar homoseksuele geaardheid…
  1. … sta ik hier eerder afkeurend tegenover. Ik maak aan de leerlingen duidelijk dat dit lijnrecht ingaat tegen de leer van de Kerk.
  2. … gebruik ik dit om de conservatieve houding van de Kerk onder kritiek te plaatsen.
  3. … plaats ik het verhaal van de leerling in het maatschappelijk debat rond homoseksualiteit.
  4. … peil ik naar de gevoelens van de betreffende leerling hieromtrent.
  5. … probeer ik te verklaren in welke zin het christendom en andere religies een invloed hebben gehad op het beeld dat wij vandaag hebben van homoseksualiteit.
  6. … grijp ik dit misschien wel aan om de vooroordelen van andere leerlingen tegenover homoseksualiteit in vraag te stellen.
Wanneer er één of meerdere moslims in de klas zitten…
  1. … zal ik toch ook proberen om hen de superioriteit van het christelijk geloof te doen inzien.
  2. … zal ik hen wijzen op de uitwassen binnen hun religie, zoals ik dat ook bij het christendom doe.
  3. … tracht ik vooral te focussen op de sociale aspecten van de islam en de overeenkomsten daarvan met het christendom. De moslimleerlingen kunnen dan elementen aanbrengen uit het eigen leven.
  4. … probeer ik er vooral voor te zorgen dat zij goed kunnen opschieten met de rest van de klas en niet ‘verstoten’ worden.
  5. … grijp ik de gelegenheid aan om het debat over de islamisering van onze cultuur te bespreken.
  6. … zal ik ook hun vooronderstellingen (bijvoorbeeld over het christendom) in vraag stellen, evenwel op een respectvolle manier.

Illustratie: Wat zeggen de volgende beelden over de identiteit van de godsdienstleerkracht?

 

Bijhorende creatieve taken:

  • Beeldende kunst: Brainstorm rond een aantal vooroordelen over godsdienstleerkrachten. Probeer vanuit deze brainstorm en de vorige oefeningen te zoeken naar een onbevooroordeeld idee over de godsdienstleerkracht. Zoek of maak hierbij een sprekend beeld van de godsdienstleerkracht op internet en beschrijf hoe het beeld voor jou een sprekend voorbeeld is van ‘de godsdienstleerkracht’.
  • Marketingbureau: ‘De job van het leven’ Stel, je werkt op een advertentiebureau dat de opdracht krijgt een campagne uit te werken voor godsdienstleerkrachten. Brainstorm... Welke leuke slogan(s) bedenk je? Stem voor de leukste en stuur hem door naar thomas@kuleuven.be

Opdracht: Wat doet hij? Welke idealen wil/moet hij in zijn beroep realiseren?

  • De godsdienstleerkracht werkt enerzijds met mensen, met jongeren. Hij is pedagogisch bezig. Anderzijds geef hij ook les, dus kent hij de (godsdienst)didactiek. Uiteraard is er een leerplan dat hem helpt met dit pedagogisch-didactische. Maak kennis met enkele grondopties uit dat leerplan. (En kom te weten in hoeverre je leerkracht deze opties in praktijk brengt ;) Keep in mind: niemand is perfect…)
  • Verken de grondopties, zoek uit en bediscussieer of ze aansluiten bij de idealen en acties die jij belangrijk vindt bij je leerkracht.
    Liever puzzelen? Kies voor discussieforum A
    Liever een schrijfgesprek? Kies voor discussieforum B
  • Mogelijkheid A:Onderstaande grondopties en grondhoudingen
    + de 2 volgende pagina’s met beelden en tekstfragmenten

    Mogelijkheid B: Gekleurde pennen, één per persoon; de bladen die bij
    Dit forum horen. De grondopties + kernwoorden hierbij
  • 15 min.

Denk- en associatieopdracht - Discussieforum A:

Verbind de grondopties (1) met de stukjes tekst of figuren op de volgende bladzijden. De bijgevoegde kernwoorden kunnen je daarbij helpen. Bespreek aan de hand van het resultaat bij welke grondhouding (2) ze horen en zet de nummers van de grondopties in de kolommen. Er zijn meerdere mogelijkheden. Overleg!

1. De grondopties:

  1. eerbied voor de persoon van de leerling:

    respect (au serieux nemen) | gelijkheid | nabijheid - betrokkenheid | aanvaarding | beeld van de verscheidenheid die leeft in de groep | ontmoeting | goed beeld van de leerling (op cognitief, affectief en sociaal vlak) | mogelijkheid tot persoonlijke verwerking

  2. de rijkdom en de kracht van het christelijk geloven

    het christelijk geloof leren kennen als ‘bron van leven’ | Jezus’ leven als bron, inspiratie en norm, als spreekbuis van God | verhalen en getuigenissen | plaats voor de bijbel en de X traditie

  3. Gerichtheid op een (plurale) context

    bewust maken van de veelheid in onze plurale én geseculariseerde wereld | oefening in dialoog met gelovigen, anders- of niet gelovigen | in de actualiteit | in geestelijke stromingen en levensbeschouwingen | de meerstemmigheid in de omgeving | religieuze vorming (plaats voor verwondering, symboliek, verhaal, ...) | godsdienstige vorming (inleiding in de X traditie)

  4. een sleutelrol voor de leraar

    Getuige (zonder de vrijheid van de leerling in te perken, integendeel - met authenticiteit) | Specialist (correcte informatie en aandacht voor het waarheidszoeken en - spreken van elke leerling)| Moderator (zorgzaam en bedachtzaam begeleiden van een levensbeschouwelijk communicatieproces: open houding, nederigheid, geduld)

  5. een communicatief proces

    relationeel (ontvangen en geven) | coöperatief (samen leren) | inhoudelijk| gesprek dat het leerproces bevordert | nabijheid | overbrengen van een levenshouding | de kracht van het Woord | drager van het Woord | dieper en meer dan de ‘social talk’ | didactisch | realisme

  6. ruimte voor actualiteit

    aandacht voorlevensvragen in klas, kerk en samenleving | meer dan handboekenwijsheid of veel praterij | spontaneïteit (gebeurteniskarakter)

2. Grondhoudingen:

 Begeesterd
Hoofd (gedachte)
 Bezield
Hart (gevoel)
 Bezield
Hart (gevoel)
     
   De job van het leven: een zinvolle job…
 …in de juiste geest, met kennis van zaken, met diepe overtuiging, spiritualiteit  …met hart en ziel, betrokken  …die beweegt en doet bewegen, met christelijk engagement
     

Het leerplan godsdienst maakt duidelijk dat de actualiteit, of beter het aanvoelen van wat in de maatschappij en in het leven van de jongeren van tel is, een belangrijke rol speelt in de godsdienstles. Als godsdienstleerkracht is het dan ook belangrijk dat men een zekere feeling heeft voor die actualiteit en dat men rekening houdt met wat leerlingen hier en nu bezighoudt en met wat op maatschappelijk vlak in het geding is. Omwille van de aard van de levensbeschouwelijke vragen die in het vak godsdienst aan bod komen, kan men heel gemakkelijk die actualiteit in de lessen betrekken, zonder er evenwel een actualiteitenshow van te maken

Afbeeldingen

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Afbeelding 8

Doorgeefronde: Een schrijfgesprek in stilte. - Discussieforum B

  • Kies elk een andere kleur
  • Kies je eigen godsdienstleerkracht van dit ogenblik of kies een godsdienstleerkracht uit de vorige jaren die jullie bijzonder waarderen en die op een unieke manier gestalte gaf aan het beroep van godsdienstleerkracht. Bedenk daarbij dat het niet gaat over de beoordeling van een persoon maar om het inzicht krijgen in leerkrachtenstijlen.
  • Start met aan te kruisen wat bij je leerkracht past en schrijf erbij waarom en hoe dit tot uiting komt in de lessen en/of daarbuiten.
  • Je geeft dit blad dan door aan je buurman, - vrouw die jouw keuze en motieven leest en daarop kort mag reageren: in hoeverre klopt dit voor hem of haar? Waarom (niet)?
  • Ondertussen kreeg je een ander blad waarop je buur zijn/ haar keuze schreef. Je kunt zelf op dit blad schriftelijk reageren in hoeverre die keuze past. Je doet dit natuurlijk niet anoniem.
  • Daarna wordt het blad weer binnen het groepje doorgegeven. Na enkele beurten krijg je zo je eigen blad terug, met de bedenkingen van de andere groepsleden.

Naam: .............................................

De grondopties:
  • eerbied voor de persoon van de leerling

     

  • de rijkdom en de kracht van het christelijk geloven

     

  • gerichtheid op een (plurale) context

     

  • een sleutelrol voor de leraar

     

  • een communicatief proces

     

  • ruimte voor actualiteit

Opdract: Waarom: wat drijft hem? Waarom koos hij voor deze 'job van het leven' ?

  • Het waarom... de drijfveer van alles. Variatie troef voor je godsdienstleerkracht: in het takenpakket, menselijke contacten, werkvormen,... Mogelijkheden en kansen: andere leerkrachten getuigen.
  • Neem de getuigenissen door, streep in elke getuigenis de dingen aan die volgens jou bij je leerkracht passen. Vergelijk onderling en controleer bij je leerkracht. Wie kent hem het best? Met een andere kleur kan je aanduiden wat je zelf ook zou willen in je beroep, of waar jij je in herkent, al gaat het maar om woorden. Vb. ‘ik voel me een tikkeltje bijzonder’.
  • de getuigenissen hieronder, 2 markeerkleuren
  • 15 min.

Getuigenissen:

Lees onderstaande getuigenissen en markeer zoals hierboven beschreven. Bespreek achteraf gelijkenissen en verschillen binnen de groep.

Ik wou heel graag met jonge mensen werken. Mijn droom was vooral om het met jongeren te hebben over de dingen van elke dag, over hoe geloof daarin een plaats kan hebben. Wat mij ook boeit is te achterhalen hoe het komt dat geloven voor jongeren niet langer vanzelfsprekend is. Ik wilde ontdekken waar zij in geloven en welke waarden zij vandaag belangrijk vinden. Ik doe mijn beroep heel graag hoewel het vrij vermoeiend kan zijn. Leerlingen kunnen motiveren voor dit vak is een grote uitdaging. Wanneer dit lukt is een lesuur zo voorbij, boeiend is ook dat ik elke dag ervaar dat leerkracht en leerling van mekaar leren. (Daan)
Mijn motivatie om godsdienstleerkracht te worden is eerlijk gezegd de werkzekerheid geweest. Ik heb eerst een andere studie gevolgd, maar vond na mijn afstuderen niet meteen werk in die richting. Toen vatte ik het plan op om een enige kandidatuur godsdienstwetenschappen te volgen om op die manier mijn kansen te vergroten in het onderwijs. Na het beëindigen van die bijkomende studie ben ik dan meteen kunnen starten met een interimbaan op een middelbare school, en het jaar daarna kon ik terecht in een andere school, waar ik drie jaar later nog steeds les geef. Ik heb het me nog niet beklaagd, al ben ik niet zeker of ik voor heel mijn leven godsdienstleerkracht zal zijn. Later zou ik mischien toch nog iets willen doen in het verlengde van mijn eerste studie(en echte passie). (anoniem)
Misschien beeld je het je zo in: Als de juf op de lagere school vroeg: ‘wat wil je later worden?’, dat ik dan luisterde naar al mijn vrienden die brandweerman, astronaut, politieagent, piloot, enz... wilden worden, om dan vervolgens vol trots en beladen met een aureool te zeggen: ‘ik word godsdienstleerkracht’. Het tegendeel is waar... eerlijk gezegd stond het beroep zelfs niet in mijn lijstje van jobs die ik mogelijk heb geacht. Maar om verder te studeren zocht ik iets dat me lang zou kunnen boeien, iets dat me bezighield, iets dat me fascineerde, iets waarin ik thuis kon komen. Godsdienst leek dat onderwerp te zijn. Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe meer ik me verwonderde. De richting werd me langzaam aan op mijn lijf geschreven. Als ik vervolgens moest kiezen wat ik met de richting wou gaan doen... dan was leerkracht zijn een mogelijkheid die me wel aansprak. Niet enkel het lesgeven maar alles wat de job inhoudt. En nu enkele jaren later blijft het me fascineren: dagelijkst op weg gaan met een bende jonge gasten om de wereld van godsdienst te ontdekken en te verkennen, er vragen bij te stellen, ons soms erin herkennen en soms ook niet, ... Dan weer ga ik voorop in de les, soms laat ik me leiden door de leerlingen,... maar bijna iedere dag kom ik thuis met het gevoel dat de reis van de dag me weer iets verder heeft gebracht in het verstaan van ‘godsdienst vandaag’. En als ze me nu vragen ‘Wat wil je later worden?’ Dan zeg ik: ‘Ik weet het nog niet, maar de komende jaren kan je me zeker in de klas vinden…’. (Hans)
Ik ben met veel meer enthousiasme aan lesgeven begonnen. Ik had een priesterleraar godsdienst gehad, de laatste jaren van haar humaniora. Deze man had mij enkele keren hard aangepakt wegens mijn kritische vragen omtrent godsdienst, die hij interpreteerde als vervelend en ongepast gedrag, terwijl ik het bedoelde als echt dieper nadenken als jong meisje over het fenomeen godsdienst. Toen ik op het einde van de humaniora kwam, wist ik het: dit kan ik beter dan hij ! Met dergelijke, strijdlustige instelling heb ik de universiteit doorlopen. (Hilde)
Ik was eigenlijk nooit van plan godsdienstleerkracht te worden. Ik dacht eerder aan werken in de jeugdpastoraal of verder 'ziekenhuisbeleid' studeren. Dit kwam vooral omdat ik zelf mijn secundair onderwijs zonder veel enthousiamse doorlopen heb en zeker geen ‘brave’ student was. Een job als godsdienstleerkracht sprak me helemaal niet aan. Todat… de directrice van de school in de buurt heel dringend op zoek was naar en interim godsdienstleerkracht voor slechts enkele uren. Ze smeekte bijna om het toch eens te proberen en toen is het gebeurd… De microbe van het lesgeven kreeg me te pakken en heeft me niet meer losgelaten. De school, die ik eens zo verafschuwde, werd mijn nieuwe biotoop en ondertussen is dat al bijna 20 jaar zo. De directrice is inmiddels op pensioen, de school is vernieuwd, de studenten zijn niet meer zoals in het begin en ook ikzelf ben veranderd maar het enthousiasme is er nog steeds en hopelijk nog heel lang. (Joke)

Illustratie

Wat zeggen de volgende woorden over de identiteit van de godsdienstleerkracht?

Zegt het je iets?
  • Vertrouwenspersoon
  • Ordehouder
  • Evaluator
  • Contactpersoon naar ouders toe
  • Een bijzondere rol in het schoolteam
  • Werkzekerheid verzekerd (én een goed loon)
  • In contact zijn en brengen met... jezelf, een school, mensen, natuur, ...
  • Boeiende onderwerpen
  • Leven en werk dicht bij elkaar
  • Met de essentie bezig zijn
  • Met andere ogen leren kijken
  • Iets betekenen in het leven van jonge mensen
  • Interdisciplinair en als specialist werken
  • Betrokken op de actualiteit
  • ..................................................................................................

Ik zie het ook al helemaal zitten! En nu?

  • Surf naar godsdienstwetenschappenstuderen.be voor een brede opleiding aan de universiteit… 1 adres: godsdienstwetenschappenstuderen.be
  • Informeer je bij een aantal hogescholen, ga luisteren, kijken, voelen en schrijf je als de bliksem in voor een opleiding tot godsdienstleerkracht in de school van je dromen…
  • Behaal een bijkomend getuigschrift via een diocesane instelling…
  • Ga voor extra info naar idkg.be of godsdienstleerkrachtworden.be

Zie je het helemaal niet zitten? Dan hopen wij dat je toch je godsdienstleerkracht een beetje beter hebt leren kennen en weet dat de vragen: ‘Wie is hij, waarvoor staat hij en waarom wil hij dat bepaalde beroep beoefenen’ ook voor jou van toepassing zijn. Maak de oefening voor jezelf en zie hoe deze vragen je helpen in je zoektocht naar een studie/ job die wel bij je past. Waar dit vak al niet goed voor is ;)

Sleutel enquête

Vul in de tweede kolom in hoeveel keer je a, b, c, d, e, f geantwoord hebt.
Zoveel van elke leerkracht schuilt er dus in jou... In de laatste kolom zie je hoeveel procent van de leerkrachten tot deze categorie behoort.

a. de catecheet

      keer

 

De catechismus-onderwijzer, de vertegenwoordiger van de kerk op school
‘De godsdienstleerkracht moet vooral de leer van de kerk verkondigen.’

3,69%

b. de anti-catecheet

      keer

 

De godsdienstcriticus met een emancipatiepedagogiek, soms erg wervend voor een andere ideologie (Verlichting, Marxisme, etc.)
‘De godsdienstleerkracht leert ons alles in vraag te stellen en heel kritisch te zijn t.o.v. de Kerk.’

0,55%

c. de sociale voorman

      keer

 

De uitdrager van een sociaal-kritische boodschap

‘Een godsdienstleerkracht moet ook altijd in de pastoraal betrokken zijn en bij alle sociale projecten op school.’

33,93%

d. de therapeut

      keer

 

De ideale vertrouwenspersoon, de grote heler

‘Het is vooral belangrijk dat een leerkracht godsdienst goed kan luisteren.’

23,26%

e. de cultuurwetenschapper

      keer

 

Vindt godsdiensten belangrijk om de (Westerse) cultuur te begrijpen

‘Een leerkracht godsdienst moet altijd kunnen antwoorden op vragen omtrent geloof en wereldreligies.’

6,83%

f. de blikopener

      keer

 

Leerlingen anders leren kijken naar de werkelijkheid; doorprikker van schijnwaarden
‘De godsdienstleerkracht moet met passie over zijn geloof kunnen vertellen, heeft respect voor het geloof van een ander, maar leert ons altijd kritisch te zijn en iets van alle kanten te bekijken.’

31,74%

Hulp bij creatieve taken

Vooroordelen?

Volgens LEERLINGEN is een godsdienstleerkracht…

  • …een zacht persoon.
  • …iemand die praat over onderwerpen van het dagelijkse leven.
  • …iemand die goed met leerlingen overweg kan en goed met hen kan praten, over alles.
  • …iemand die een heel klein beetje anders is dan een gewone leerkracht, maar die de aandacht echt besteedt aan zowat alles wat met godsdienst te maken heeft.
  • …iemand die echt over gevoelens kan praten en die u begrijpt en die veel opdrachten geeft waarbij er wordt gepraat en waarbij je jezelf kan zijn.
  • …iemand die gelooft, maar ook iemand die een betere kijk heeft op het leven, iemand die meer over het leven nadenkt.
  • …iemand die sociaal is en niet enkel de les aframmelt en over niets anders kan praten.
  • …iemand die veel praat over wat er gebeurt in de wereld en in de school en die dingen over het geloof zegt en gebeden laat lezen.
  • …iemand die rekening moet houden met het feit dat ik moslim ben (bij de mijne is dat het geval) en die open is en over alle kan praten.
  • …iemand die de feeling heeft om leerlingen iets bij te leren, en dit niet al aflezend van een tekst maar spontaan vertellend voor de klas.
  • …iemand die de klasgroep moet kunnen vertrouwen en die moet kunnen luisteren, geduld moet hebben en de mening van de leerlingen moet respecteren.
  • …iemand met wie je een betere band hebt en die gerust een babbeltje met je wil doen, het is iemand die je meer beziet als een leerling die je goed ken, de godsdienstleerkracht kent je positieve kanten en negatieve kanten.
  • …iemand die vooral moet praten met de leerlingen over het leven en alles dat er rond hangt en hoe we met bepaalde situaties moeten omgaan.
  • …iemand die spontaan is en leuke lessen geeft en waarbij je leuke klassikale gesprekken kan voeren.
  • …iemand die zijn mening goed kan uitleggen.
  • …een normaal persoon.
  • …iemand die verder nadenkt over godsdienstige dingen.
  • …voor mij iemand die weinig verschilt van andere leerkrachten (ze moeten nog steeds hun lessen geven), maar die ook moet kunnen luisteren en meningen respecteren omdat godsdienst ook een vak is waarin je kunt praten en je mening kunt vertellen.
  • …iemand die de bijbel heeft gelezen en deze symbolisch gelovig opneemt. Hij of zij heeft ook al veel levenservaring en kent veel van mensen.
  • …iemand die op een losse manier les geeft en les geeft met liedjes, films,…
  • …iemand die je niet wijst op de slechte dingen maar mee naar een oplossing probeert te zoeken.
  • …iemand die enthousiast verhalen kan vertellen.
  • …een mens die een stom vak geeft en onzin vertelt.
  • …iemand met wie je een vertrouwelijk gesprek kan voeren zonder dat ze je niet serieus nemen.
  • …niet anders dan andere leerkrachten.
  • …iemand die je moet kunnen vertrouwen (vaak is deze meer te vertrouwen dan anderen) en ook een les leuk kan presenteren want deze lessen zijn vaak leuker dan de rest.

Verbetersleutel denk- en associatieopdracht

  • Afbeelding 1: 5,1
  • Afbeelding 2: 3
  • Afbeelding 3: 4
  • Afbeelding 4: 6
  • Afbeelding 5: 5
  • Afbeelding 6: 2
  • Afbeelding 7: 6,3
  • Afbeelding 8: 5,1
^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas