U bent hier: Thomas - Algemeen - Lesimpulsen - Bijbel - Jona

Jona

node-header

Een bijbelverhaal op maat voor de allerkleinsten

Deel 1

1. Het verhaal

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/jonas1_1.jpg

Het verhaal kort verteld…

Jona is een profeet en de zoon van Amittai. Op een dag wordt hij geroepen door de Heer.

Jona krijgt de opdracht om het volk van Ninevé te waarschuwen voor hun slecht gedrag. Het volk moest zijn levensstijl verbeteren, want anders zal de Heer hun stad verwoesten. Ninevé is een grote stad in het oude Mesopotamië, de hoofdstad van het uitgestrekte Assyrische Rijk. De Assyriërs waren machtig en krijgshaftig. Ze staan bekend om hun wreedheid en hun gebrek aan medelijden. Hierdoor werd Jona bang voor de opdracht die God hem gaf en besloot hij precies de andere richting uit te vluchten dan van hem gevraagd werd.

Maar de Heer had alles gezien en liet een hevige storm losbreken boven de zee. De zeelieden werden bang, en ieder riep zijn eigen god aan. Om het schip lichter te maken, gooiden ze de lading in zee. De Kapitein ging naar het ruim, waar Jona lag te slapen, wekte Jona en vroeg hem waarom hij in deze toestand kon slapen. "Sta op en bid tot je God ", zei de kapitein, dan blijven we misschien gespaard.

De zeelieden wierpen een lot om te zien wiens schuld het was dat hun die ramp overtrof. Het lot viel op Jona en Jona biechtte alles op: "Ik ben een Hebreeër en ik vrees de Heer, de God van de Hemel, die de zee en het land gemaakt heeft". Hij vertelde hen ook hoe hij voor zijn Heer gevlucht was. De zeelieden vroegen Jona wat ze nu moesten doen, nu de zee steeds stormachtiger werd. Daarop antwoordde Jona: "Gooi mij in de zee. Dan blijven jullie levens gespaard. Ik moet boeten." Dit was tegen de wil van de kapitein, maar enkele zeelieden hadden hem al overboord gegooid...

Toen Jona in de stormachtige zee viel spaarde de Heer zijn leven omdat hij zich opgeofferd had voor de zeelieden. De Heer liet Jona opslokken door een grote vis waar hij drie dagen en drie nachten in de maag verbleef. Jona was de Heer zeer dankbaar omdat hij zijn leven gespaard had en bad daarom tot de Heer. Jona's gebeden werden gehoord en de Heer sprak tot de vis en de vis spuwde Jona op het land.

Eén maal op het droge sprak de Heer weer tot Jona: "Sta op en ga naar Ninevé, kondig aan wat ik je reeds verteld heb". Jona voerde het bevel van de Heer nu wel uit en ging naar Ninevé. Daar aangekomen vertelde hij het volk wat de Heer hem opgedragen had.

Het volk geloofde hem en zocht steun bij de Heer: ze riepen een vasten uit en trokken boetekleren aan. Het woord van Jona kwam ook tot bij de Koning van Ninevé. Ook Hij trok een boetekleed aan en liet het volgende omroepen: "Mensen en dieren, grootvee en kleinvee mogen niets eten, zij mogen niet grazen en geen water drinken. Mensen en dieren moeten zich in boetekleren hullen en uit alle macht tot de Heer roepen. Iedereen moet zijn slechte gedrag en het geweld dat aan zijn handen kleeft inzien. Wie weet komt de Heer Ninevé dan niet vernietigen". En de Heer zag wat het volk deed en kreeg spijt van zijn dreigement en voerde het niet uit.

Dit wekte woede op bij Jona omdat een volk dat zo wreed was uiteindelijk niet werd gestraft. Hij bad tot de Heer: "Daarom ben ik naar Tarsis gevlucht. Ik wist immers dat u een liefdevolle en genadige God bent. Laat mij maar sterven. Zo kan ik niet leven".

Nadat Jona Ninevé verlaten had ging hij aan de oostkant van de stad zitten. Vandaar keek hij toe. De Heer liet een wonderboom over Jona groeien in één dag. Jona wist dit te waarderen, omdat hij door de boom in de schaduw zat, maar de volgende dag was de boom verschroeid. Een worm had de wortels van de boom aangetast. Opnieuw werd Jona kwaad. God zei: "Als jij verdrietig bent om een boom waar je geen moeite voor gedaan hebt, mag ik dan niet verdrietig zijn om een hele stad waar zoveel mensen en dieren wonen"?

Het verhaal in de bijbel…

Willibrordvertaling: Het verhaal van Jona

http://www.willibrordbijbel.nl

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

2. Beginsituatie

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/walvis.jpg

Indrukken bij het verhaal …

Toen ik het verhaal voor de eerste keer las, wist ik er geen weg mee. Er waren dingen in het verhaal die ik niet begreep. Daarom heb ik er verschillende versies bij gehaald: kinderversies, de bijbel, de schoolbijbel, het internet,… Toen ik al deze versies eens rustig doorgelezen had, werd alles veel duidelijker.

Het verhaal is voor mij vergelijkbaar met een sprookje: de held wordt opgeslokt door een vis. Dat deed me denken aan roodkapje of de zeven geitjes. Ook zij worden opgegeten door een wolf, maar op het einde komt alles toch goed. Dit gevoel had ik ook bij het verhaal van Jona.

Maar tot mijn grote verbazing herkende ik ook dingen van mezelf in het verhaal zoals:

  • Een smoes zoeken om ergens onderuit te komen, in plaats van gewoon de waarheid te zeggen of me ook eens inzetten voor de anderen en niet enkel aan mezelf te denken.
  • Nood hebben om even alleen te zijn en terug te kijken op wat er allemaal gebeurd is of vooruit te kijken op wat nog moet komen.

Het verhaal gaf mij ook een beeld van God en liet mij inzien:

  • Dat we God niet kunnen ontvluchten, wat we ook proberen;
  • Dat God een goede God is en dat hij barmhartig is;
  • Dat God geen onderscheid maakt tussen de mensen. God heeft alle mensen lief.

Ik voelde me aangesproken door het verhaal. Ik had het gevoel dat het een oproep was om zelf iets te doen. Dit werd nog eens benadrukt door de open vraag die God aan Jona stelt op het einde van het verhaal: 'Als jij snottert om een plant die uit zichzelf in één dag is opgekomen en in één nacht is verwelkt, hoe kun je dan denken dat ik ongelijk heb om me in een volk te interesseren dat meer dan 120 000 mensen telt!' Deze vraag blijft onbeantwoord en wordt dus eigenlijk aan de lezers gesteld. De lezers worden op deze manier bij het verhaal betrokken, niet om passief te luisteren, maar om actief na te denken over welk antwoord zij zouden geven op deze vraag…

Aanknopingspunten bij de leefwereld van kleuters

A. Fundamentele bestaanscondities

1. Basisvertrouwen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kind.jpg

Jona heeft het niet gemakkelijk met 'vertrouwen': hij wantrouwt zowel de Ninevieten als God en hij wantrouwt God zowel aan het begin als op het einde van het verhaal. Eerst is Jona bang voor de taak die God hem oplegt en tot slot is Jona boos omdat God de straf niet uitvoert zoals Hij aangekondigd had.
Jona is dus zeker geen naïef, goedgelovig iemand. Hij schenkt niet gemakkelijk zijn vertrouwen. Er zijn ook kleuters die moeite hebben met vertrouwen. Zij kunnen zich identificeren met Jona's weigeringen, angsten en kwaadheid.
Maar eigenaardig genoeg stelt God blijkbaar wel vertrouwen in Jona en ook de Ninevieten blijken hem te vertrouwen.

2. Mogelijkheden en beperkingen

Het verhaal gaat over 'keuzes maken', waarbij duidelijk wordt dat elke keuze mogelijkheden en beperkingen heeft. God roept Jona op om de Ninevieten te wijzen op het feit dat ze met hun levenswijze op een doodlopend spoor zitten. Jona is degene die hen op de mogelijkheid moet wijzen om het anders aan te pakken. Hij moet hen wijzen op hun verantwoordelijkheden: ze moeten zich opnieuw bewust worden dat het ook anders kan, dat ze zich kunnen bekeren. Hij weet dat hij dat zou moeten doen, maar hij ziet er tegen op, hij durft het niet. Maar ook hij moet ondervinden hoe zijn 'vlucht voor de goddelijke stem' uitloopt op een doodlopend spoor: vluchten leidt tot niets.
Jona blijft tot op het einde van het verhaal een probleem ervaren met zijn godsbeeld: hij wil een God die zijn macht toont, maar ondervindt ter plekke dat God niet is zoals hij denkt dat Hij is. Jona heeft moeite om zijn vastgeroest godsbeeld los te laten. Ook kleuters zien God gemakkelijk als een superheld die alles kan. Ze moeten gestimuleerd worden om anders te leren denken over God.

B. Verbondenheid

1. Met zichzelf

De buik van de vis staat symbool voor de plaats waar Jona teruggeworpen is op zichzelf. Afgesneden van het licht, dobbert hij rond in het donker, opgeslokt door vertwijfeling en angst. Juist in het diepste donker komt hij God opnieuw op het spoor. Ontdaan van alle illusies komt hij terug aan wal: hij weet nu welke richting hij moet kiezen in zijn leven.
Via het symbool van de buik van de walvis kunnen kleuters contact leren maken met zichzelf, met hun gevoelens, maar ook met hun ontluikend geweten. Ze leren door dit symbool hoe een gewetensonderzoek werkt.

2. Met anderen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/verbondenheid.jpg

Het verhaal laat zien dat verbonden leven met anderen niet alleen 'rozengeur en maneschijn' is. Soms moet je ook een 'havik' zijn en kritiek durven uiten, om eerlijk te blijven met jezelf en met anderen. Dat vraagt moed. Je weet op voorhand dat je tegen de haren in moet strijken en dat je onsympathiek gaat overkomen. Dat Jona wegloopt van zulke moeilijke confrontatie, is heel herkenbaar. Kleuters kunnen zich zeker inleven in deze gemoedstoestand van Jona.

3. Met gemeenschappen

Opvallend is dat er in het verhaal steeds gesproken wordt over 'de Ninevieten' als groep. Hun gemeenschappelijke levensstijl deugt niet: ze hebben als volk verkeerde gewoonten, ze onderhouden de juiste wetten niet en daardoor brengen ze zichzelf en anderen ten val.
Vanuit dit verhaal kan de waarde van goede gewoonten en regels in een gemeenschap (bijvoorbeeld de klas- en schoolgemeenschap waar de kleuters deel van uitmaken) benadrukt worden.

4. Met natuur en cultuur

Een prachtig symbool in het verhaal is de boom waaronder Jona kan schuilen tegen de brandende zon. De natuur en vooral de boom, wordt meer dan eens gebruikt als symbool voor innerlijk dood of levend zijn. De vergelijkingen in het tweede testament over levende en verdorde bomen kunnen naast dit fragment uit het Jona verhaal geplaatst worden.

C. Groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad

Centraal in het verhaal staat de gevoeligheid voor goed en kwaad en het groeien in deze gevoeligheid. Jona is gevoelig voor goed en kwaad, maar probeert weg te vluchten van zijn eigen gevoeligheid. Ook het bekeringsproces van de Ninevieten is boeiend om te bekijken met kleuters. De Ninevieten willen boete doen voor het kwaad dat ze hebben aangericht en hun boete helpt hen om het verleden achter zich te laten en opnieuw te beginnen met een schone lei. De Ninevieten erkennen schuld en willen vrijwillig boeten doen om opnieuw te kunnen beginnen. Voor kleuters wordt het verhaal herkenbaar als je met hen nadenkt over iets verkeerd doen, straf aanvaarden en dan blij zijn om opnieuw een kans te krijgen.

3. Informatie over het verhaal

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/nineve2.gif

Het boek Jona is het vijfde boek van de verzameling van de zogeheten Twaalf Profeten. Deze verzameling van profetenboeken is vermoedelijk in de vierde of derde eeuw v.Chr. totstandgekomen. Het boek is genoemd naar de hoofdpersoon, de profeet Jona. Zijn naam wordt ook vermeld in 2 Koningen 14:25, een passage die verwijst naar de tijd dat Jerobeam II regeerde in Israël (achtste eeuw v.Christus). Veelal wordt aangenomen dat het boek Jona dateert uit een veel latere periode (vijfde-derde eeuw v.Christus).

Het boek Jona is een kort profetenverhaal in proza met daarin opgenomen een poëtisch gebed in de vorm van een psalm. Het verhaal is goed gecomponeerd: het wordt eenvoudig en rechtlijnig verteld, maar het zit vol herhalingen en contrasten. De stijl is eenvoudig, met levendige dialogen; het taalgebruik in de psalm is wat verhevener.

Het centrale thema van het boek is Gods onbeperkte macht en zijn grote barmhartigheid, die zich zelfs uitstrekt tot andere volken dan alleen het volk Israël. In contrast daarmee staat de kleinzieligheid van Jona. De bedoeling van het boek kan geweest zijn de hoorders te bemoedigen door het voorbeeld van Ninevé: als God zelfs deze heidense stad genadig was, hoeveel te meer dan zijn eigen volk.

In het boek Jona zijn twee delen te onderscheiden. In hoofdstuk 1 en 2 geeft Jona geen gehoor aan Gods bevel om tegen de heidense stad Ninevé te profeteren. Hij neemt de boot naar Tarsis. Als hij aan boord is van de boot, komt er een hevige storm en wordt Jona – op eigen vraag – van de boot gezet. Hij wordt gered doordat een grote vis hem opslokt. Vanuit de vis bidt hij tot God. In hoofdstuk 3 en 4 gaat Jona, na het nieuwe bevel van God, wel naar Ninevé om de ondergang van de stad aan te kondigen. Hij wil de verwoesting gadeslaan, maar de inwoners komen tot inkeer en God spaart de stad. Wanneer Jona zijn teleurstelling daarover toont, wijst God hem terecht.

Bronnen

  • K. de Kort, Kijkbijbel – Verhalen uit het oude en het nieuwe testament - Werkwijzer, Vlaams Bijbelgenootschap, Beernem, in samenwerking met Stichting Docete, Utrecht, 2000
  • K. de Kort, Kijkbijbel – Verhalen uit het oude en het nieuwe testament - Leeswijzer, Vlaams Bijbelgenootschap, Beernem, in samenwerking met Stichting Docete, Utrecht, 2000
  • H. Bouma, Symbolen van je leven, Uitgeverij KOK, Kampen, 2003
  • C.J. den Heyer, Symbolen in de Bijbel – Woorden en hun betekenis, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2000
  • T.M. Gilhuis, Vertel mij toch… - Bijbelse verhalen nieuw gehoord, Uitgeversmaatschappij J.H. KOK, Kampen, 1988
  • S. Price en vertaald uit het Engels door T. Jong, 100 eenvoudige knutselideeën rond de Bijbel, Uitgeverij MERWEBOEK, Sliedrecht, 2002

4. Bruikbare elementen en knooppunten in het verhaal

4.1. Relatiewijzen in het verhaal

De axenroos
 
1. Ninivé
afbeelding-Havik -> slecht gemutst Havik -> slecht gemutst

Kernwoorden van een slecht gemutste havik zijn: brutaal optreden, vernietigen, wegjagen, kleineren, geweld plegen, uitdagen, stukslaan, kwellen, pesten, misbruiken,…  Ninevé stond bekend om zijn wreedheid en zijn gebrek aan medelijden ten opzichte van andere volken. In het begin van het verhaal kunnen we de stad plaatsen onder de slecht gemutste havik.

afbeelding-Kameel -> goed gemutst Kameel -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste kameel zijn: gehoorzamen, zich schikken naar, advies opvolgen, zich laten inlichten, bevel uitvoeren,…

Ninevé volgt het advies op van Jona en boet vrijwillig voor zijn slechte daden.

afbeelding-Poes -> goed gemutst Poes -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste poes zijn: danken voor iets, genieten, kopen of ruilen, enzovoort…

Ninevé is God dankbaar omdat het niet van de kaart geveegd wordt. De stad kan een nieuw soort vreugde vinden in het leven.

2. Jona
afbeelding-Kameel -> goed gemutst Kameel -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste kameel zijn: gehoorzamen, involgen, zich schikken naar, advies opvolgen, zich laten inlichten, bevel uitvoeren,…

Nadat Jona door de vis terug op het land gespuwd werd, zag hij maar één oplossing: zich schikken naar de wil van God. Jona gaat naar Ninevé en deelt er de boodschap van God mee.

afbeelding-Schildpad -> goed gemutst Schildpad -> goed gemutst

Kernwoorden van een goedgemutste schildpad zijn: ondergaan, relatie lossen omdat je het even niet meer ziet zitten.

In de buik van de walvis moet Jona zijn eigen plannen loslaten. Hij moet met zichzelf in het reine proberen te komen, tot bezinning komen. Hij is in de buik van de walvis volledig op zichzelf terug gevallen. In die eenzaamheid wordt hij terug gevoelig voor wat God van hem wenst. 

afbeelding-Steenbok -> goed gemutst Steenbok -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste steenbok zijn: afstand nemen, protesteren, zich niet akkoord verklaren, zich niet laten doen, verzetten tegen de regels, verdedigend optreden,…

Jona is boos op God. Hij gaat er niet mee akkoord dat God de Ninevieten niet straft. Volgens Jona mag een volk dat jarenlang "slecht" geweest is, niet gespaard worden omdat het zich nu plots even bekeerd heeft.

afbeelding- Uil -> slecht gemutst Uil -> slecht gemutst

Kernwoorden van een slecht gemutste uil zijn: zich volledig afsluiten, zich isoleren, niet helpen in nood, niet ingaan op vragen, zich terugtrekken,…

Jona gaat niet in op de vraag van God. In tegendeel, hij vlucht weg per schip. Daar sluit hij zich volledig af in het scheepsruim.

3. God
afbeelding-Bever -> goed gemutst Bever -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste bever zijn: iets schenken, iets uitlenen, iets ter beschikking stellen, zorgen, verzorgen, nuttige diensten verlenen, hulp bieden,…

Jona heeft ervoor gekozen om het schip te verlaten en in zee terecht te komen. God biedt Jona hulp aan door een grote vis te sturen die Jona opslokt en redt van de verdrinkingsdood. God zorgt ook voor de Ninevieten. Omdat ze zich bekeerd hebben, verleent hij hun gratie: Ninevé wordt niet van de kaart geveegd.

afbeelding-havik -> goed gemutst havik -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste havik zijn: kritisch zijn, onrechtvaardige dingen aanklagen,…

Wanneer Jona boos aan de rand van de stad zit omdat deze niet verwoest wordt, dicteert God hem de wet. Dit doet hij door een boom te laten groeien en verdwijnen in één dag en één nacht. Op het einde van het verhaal stelt God de volgende vraag aan Jona: "Als jij snottert om een plant die uit zichzelf in één dag is opgekomen en in één nacht is verwelkt, hoe kun je dan denken dat ik ongelijk heb om me in een volk te interesseren dat meer dan 120 000 mensen telt!" Deze vraag wordt niet beantwoord, het is een open vraag die eigenlijk gesteld wordt aan de lezers van het verhaal.

afbeelding-Leeuw -> goed gemutst Leeuw -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste leeuw zijn: meedelen, verslag geven, vertellen, inlichtingen geven, regels toepassen, de wet dicteren, nieuws brengen, grenzen bepalen, opdrachten geven, bevelen, raad geven, normen formuleren, uitleg geven, toezicht houden,…

God geeft Jona de opdracht om naar Ninevé te gaan. Wanneer Jona dat niet doet, past God zijn regels toe en laat een storm over zee razen. God geeft ook de vis de opdracht om Jona terug op het land te spuwen, Hij zorgt ervoor dat de boom verdort,…

4. De zeemanslui
afbeelding-Kameel -> goed gemutst Kameel -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste kameel zijn: gehoorzamen, involgen, zich schikken naar, advies opvolgen, zich laten inlichten, bevel uitvoeren,…

Uiteindelijk voeren de zeelieden toch de opdracht van Jona uit: ze gooien hem overboord, zoals hij zelf gevraagd heeft.

afbeelding-Schildpad -> goed gemutst Schildpad -> goed gemutst

Kernwoorden van een goedgemutste schildpad zijn: ondergaan, relatie lossen omdat je het even niet meer ziet zitten.

De zeelieden zijn onzeker wanneer Jona hen vraagt om hem overboord te gooien. Ze weten niet goed of ze dat wel mogen doen, ze twijfelen. Ze vragen God dan ook om vergeving vooraleer ze Jona overboord gooien.

5. De vis
afbeelding-Bever -> goed gemutst Bever -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste bever zijn: iets schenken, iets uitlenen, iets ter beschikking stellen, iets aanbieden, zorgen, verzorgen, nuttige diensten verlenen, hulp bieden,…

In de eerste plaats is de vis een bever. Hij biedt hulp aan Jona op vraag van God.

afbeelding-Kameel -> goed gemutst Kameel -> goed gemutst

Kernwoorden van een goed gemutste kameel zijn: gehoorzamen, involgen, zich schikken naar, advies opvolgen, zich laten inlichten, bevel uitvoeren,…

De vis gehoorzaamt aan God wanneer Hij hem vraagt om Jona van de verdrinkingsdood te redden. De vis gehoorzaamt een tweede maal aan God wanneer Hij hem vraagt om Jona na drie dagen en drie nachten weer op het land te spuwen.

Besluit van de axenroos

De axen die voorkomen in dit verhaal zijn: volgen, leiden, zorgen, genieten, aanvechten, houden, lossen en weerstaan. De axen die het meest voorkomen zijn: leiden, volgen en genieten.

De belangrijkste verschuivingen zijn:

  • Ninevé: aanvechten -> volgen -> genieten
  • Jona: houden -> volgen -> weerstaan -> genieten
  • God: leiden -> zorgen -> leiden

4.2. Spanningsvelden in het verhaal

Driemaal vluchten

1ste vlucht

In plaats van oostwaarts naar Ninevé te gaan, trekt Jona westwaarts af. Hij betaalt daarvoor zijn aftocht naar Tarsis. Hij denkt op deze manier aan Gods vraag te ontvluchten.

2de vlucht

Nu God hem nog eens roept via een storm zakt hij af naar het scheepsruim. Bovendien valt hij daar nog eens in een diepe slaap. Zo probeert Jona weer te vluchten van God.

3de vlucht

Nu de bemanning van het schip weet wie de oorzaak is voor alle problemen, blijft Jona bij zijn besluit. Hij volhardt in zijn weigering de taak die God om opgaf te volbrengen. Hij wil echter ook niet dat het schip met man en muis vergaat. 'Gooi me maar in zee.' Jona wil nog liever verdrinken in de zee dan gehoorzamen op het droge.

Oosten <-> Westen

Jona denkt dat hij door het land van God te ontvluchten ook aan de God van dat land kan ontwijken. In plaats van oostwaarts naar Ninevé 'op te gaan' (= opbouwende houding) daalt hij westwaarts af naar Jafo (= wegkijken van wat moet gebeuren). Daar betaalt hij voor een schip dat naar Tarsis vaart.

Land <-> zee (kalme/woeste)

Als Jona op de boot naar Tarsis zit, wordt de zee woest. Het is God die Jona roept door een storm op zee te laten woeden. Jona denkt aan een "storm" te kunnen ontsnappen en volhardt in zijn weigering, hij wil de taak van God niet uitvoeren. Wat hij ook niet wil is dat het schip met man en muis vergaat en daarom laat hij zich overboord gooien. Jona wil anderen niet meesleuren in zijn eigen onheil. Hij komt door zijn vlucht in een impasse terecht. Hij gooit zich in de storm van het leven, maar het water is ook de plaats waar nieuw leven uit geboren wordt of waar je 'als nieuw' uit tevoorschijn kunt komen (zie ook water in de doopsymboliek in de in de kijker "Het kind bij zijn naam noemen. Geboorterituelen" ).

Slapen (kalm) <-> paniek

Tijdens de storm heerst er paniek op het schip. De zeelieden (heidenen) bidden elk tot hun eigen God. Maar Jona hoort/wil God niet horen roepen. Hij zakt af naar het scheepsruim en valt er in een diepe slaap. Jona gaat de strijd niet aan met het leven, maar houdt zich afzijdig tot de kapitein hem komt wekken en hem beveelt om tot zijn God te bidden.

Weinig bekommernis <-> veel bekommernis

Jona zet al een eerste stapje in de richting van zelfinzicht. Hij geeft toe dat hij de oorzaak is van de storm op zee. Jona wil niet toegeven aan God, maar hij wil ook niet dat het schip vergaat. Daarom vraagt hij de zeelieden om hem overboord te gooien. Maar de zeelieden schrikken ervoor terug om hun passagier overboord te gooien. Zo weinig bekommernis als Jona toonde met de weerspannige heidenen van Ninevé, zo veel bekommernis tonen de heidense zeelieden met de weerspannige profeet.

Dood ( onderwereld ) <-> leven ( hemel )

Uiteindelijk gooien de zeelieden Jona in zee. Jona zonk en zonk, hij daalde af in de diepte van de dood. De dood betekent hier impasse, uitzichtloosheid. Boven hem offerden de zeelieden een dankoffer aan de Heer. Ze dankten hem voor het leven en ze deden geloften.

In alles wat ze doen en zeggen merk je dat de zeelieden recht in hun schoenen staan. Ze proberen er het beste van te maken, ook al moeten ze soms moeilijke beslissingen nemen. Ze zijn eigenlijk een voorbeeld voor Jona terwijl Jona eigenlijk de profeet is die een voorbeeld zou moeten zijn voor anderen. Precies dit maakt het boek Jona zo mooi: God spreekt ook mensen aan die alles behalve ideale mensen zijn. God gaat met veel geduld, telkens weer de dialoog met hen aan. Op elk punt, hoe uitzichtloos het ook lijkt (dood), schuilt er een mogelijkheid voor een nieuw begin (leven).

Licht <-> donker

Nadat Jona in zee belandde, zorgde God ervoor dat hij opgeslokt werd door de vis. Drie dagen en drie nachten zit Jona vast in de maag van de vis. Daar komt Jona tot het besluit dat geen mens ooit zo diep "gezonken" is als hij. In het donker bidt Jona tot God. Hij bidt voor het licht.

Gevangen <-> bevrijd

Jona’s gevangenschap in de maag van de vis betekent, staat symbool voor een impasse. Jona kan op eigen initiatief niets meer veranderen. Hij is overgeleverd aan bevrijding die van God komt. Geloven houdt altijd ergens een moment van overgave in.

Liefdevol <-> liefdeloos

Na de bevrijding van God, keert Jona naar Ninevé. De toorn van de Heer over het weerspannige Ninevé zal in die woorden doorklinken, maar ook zijn trouw en zijn genade, zoals de weerspannige Jona die zojuist zelf heeft ervaren. De roep van Jona zal een aanklacht zijn, maar wij mogen erop vertrouwen dat deze aanklacht in ontferming zal worden gesproken. Jona zal, zoals het een profeet in Israël betaamt, Ninevé liefdevol de waarheid zeggen.

Maar in plaats van dit liefdevol mee te delen zei Jona: "Nog veertig dagen en Ninevé gaat ondersteboven!" Jona spreekt alsof de catastrofe onafwendbaar is, alsof de veertig dagen niet een leertijd kunnen zijn.

Straf en vergeving

De machtige, krijgshaftige en heidense Ninevieten geloofden wel in de genade van God. Daarom gingen ze vasten en droegen ze boetekleren. De koning riep iedereen op tot inkeer in de hoop op vergeving van God.

Zwijgen <-> spreken

Niet alleen God, maar ook Jona zag dat de Ninevieten zich bekeerden en dat was niet tot zijn vreugde. Hij had liever gezien dat de grote stad ondersteboven ging. Volgens Jona hadden de heidenen dit verdiend. Gods liefde was volgens Jona alleen bestemd voor Israël. Daarom sprak Jona tot God: "Ach Heer, heb ik het u niet al gezegd toen ik nog op mijn geboortegrond was. Ik las dat gij een genadige en barmhartige God zijt, lankmoedig en trouw, die berouw heeft over het kwaad". Maar Jona had niets gezegd. Hij was er in een weerspanning zwijgen vandoor gegaan. Nu hij het vertelt, wordt de reden van zijn verzet ons duidelijk.

Onrechtvaardig <-> rechtvaardig

Geheel onbegrijpelijk is de opstandigheid van Jona niet. Immers de God die tot Jona spreekt is anders dan de God waar hij over geleerd heeft. Jona heeft nooit anders gehoord dan dat de god van Israël de ongerechtigheid van de mensen niet ongestraft voorbij laat gaan.

Groeien/leven/vreugde (schaduw) <-> sterven/woede (zon)

God liet een wonderboom opschieten net boven Jona’s hoofd om hem te behoeden van een zonneslag. Jona was verheugd om de boom, maar bij het opkomen van de volgende dag tastte een worm de wortels aan en liet God de zon schijnen als nooit tevoren. De boom stierf af en Jona werd woedend. Ook hier treedt weer de spanning op tussen leven (dat uit liefde voortkomt) en dood (gevolg van liefdeloosheid). Het is een kernthema in dit verhaal.

Zie ook de boom als symbool van groeikracht in de indekijker

'Dragen en gedragen worden, deelthema 2, impuls G'

.

Groot (aan anderen denken) <-> klein (aan zichzelf denken)

God stelde de vraag aan Jona: "als jij bekommerd mag zijn om een boom waar je niet eens hebt voor moeten zorgen, mag ik dan niet bekommerd zijn om een miljoenenstad?".

Jona kan zo groot niet denken, hij wil het klein houden. Jona is begaan met het lot van een boom omwille van zichzelf; God is begaan met het lot van Ninevé omwille van mensen en  dieren. God is bekommerd om de wereld.

4.3. Bijbelse symbolen en beelden

Zee

De zee reikt in de diepte tot de afgrond, soms is het oppervlak bedrieglijk rustig, soms wordt de zee brullend opgezweept. Het is geen wonder dat de zee al van oudsher de bewoners van land angst inboezemt. De in duister gehulde oerzee is de symbolische uitdrukking van de chaotische nog ongeordende en lege wereld. Maar in die oerzee lagen de kiemen voor de ontplooiing van de kosmos te wachten op Gods scheppend woord.

Zee in het boek Jona 2

Door het plaatsen van de afscheiding (tussen land en zee ) wordt het weer samenstromen van hemelwater en aardwater en daarmee de terugkeer naar chaos verhinderd. Het hebreeuwse woord voor oerzee, tehom, heeft ook de betekenis van onderwereld gekregen. Toen Jona door de grote vis in de diepe zee verzwolgen was, bad hij tot God: "Uit de schoot van de onderwereld schreeuw ik: Luister naar mijn stem. Gij hebt mij in de afgrond geworpen, in het hart van de zee; stromen water omgeven mij, al uw brekers, al uw golven slaan over mij heen… Tot aan het grondvlak van de bergen ben ik in de onderwereld afgedaald; haar grendels zijn achter mij dichtgegaan, voor eeuwig. Trek mij levend omhoog uit de grafkuil, Jahwe, mijn God! "

Vis

Vis in het boek Jona 2
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/jona5.jpg

De vis speelt een eigen belangrijke rol in de bijbel. Jahwe zond een grote vis om Jona te verzwelgen. En Jona zat in de buik van de vis, drie dagen en drie nachten en hij bad tot God. Toen sprak Jahwe tot de vis en de vis spuwde Jona op het droge. De buik van de vis is een beeldrijke uitdrukking om duidelijk te maken dat Jona niet overspoeld werd door het water en dus niet kon verdrinken.  

Buik

Van oudsher zetelen in de beeldspraak de lagere driften in de buik. Het begint al in Genesis: als de slang na de verleiding vervloekt wordt, luidt de vervloeking: "op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten." De slang wordt gerekend tot de lagere helft van lijf en leven; al wat op de buik kruipt, geldt als onrein: alle kruipende dieren behoort gij te verafschuwen; zij mogen niet gegeten worden.
De buik van de vis staat voor een grote dreiging. Zal de vis zijn mond voorgoed sluiten?

Buik in het boek Jona 2,1

Buik en aarde gaan in de beeldspraak samen. Als Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de vis verblijft, dan is dat een beeld voor zijn dood en de uitzichtloosheid.

Drie in het boek Jona 2,1

Het cijfer drie staat symbool voor de grootste bedreiging. Drie dagen en drie nachten verbleef Jona in de buik van de vis.

Kleding

De kleding voltooit het beeld van de uiterlijke mens. Kleding is niet iets toevalligs maar weerspiegelt iets van het innerlijk van een mens. Vroeger geloofde men zich door het aantrekken of omhangen van bepaalde kleren te kunnen veranderen; door een leeuwenhuid om te hangen hoopt men op de kracht van een leeuw te krijgen. Het kleed werd gezien als een soort alter ego; met andere kleren aan was men een ander mens. Toen reeds maakte kleren de man.
Volgens een oud Babylonische ritueel moest een zieke zijn kleed uitdoen om van zijn ziekte bevrijd te worden. Nieuwe kledij aandoen, betekende een nieuw mens worden. Hetzelfde zien we ook in de Griekse cultuur: voor het betreden van de tempel moesten de Grieken in stromend water baden en nieuwe kleren aandoen.

Kleding in het boek Jona 3,8

Ook boetvaardigheid drukt men wel eens in beelden van kledij uit: Jona liet in Ninevé omroepen: "mensen en dieren moeten zich in boetekleren hullen".

Ninevé
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/nineve.gif

Ninevé was een grote stad in het oude Mesopotamië, aan de oevers van de Tigris. Het was de hoofdstad van het uitgestrekte Assyrische Rijk. De Assyriërs, die machtig en krijgshaftig waren, stonden bekend om hun wreedheid en hun gebrek aan medelijden met de veroverde volken.

Ninevé in het boek Jona

Ninevé staat hier symbool voor het buitenland, voor de vreemde wereld van de heidenen, waar men de Heer niet kent.

Jona

Is een profeet.

Jona in het boek Jona

Jona staat voor Israël, de uitverkorene, geroepen om de geest van God op aarde gestalte te geven. Zijn gebrek aan moed en zijn 'verstoktheid van het hart' maakt hem tot een mens, waarin iedereen zich kan herkennen. Blijkbaar moet je niet 'volmaakt' zijn om door God goed genoeg gevonden te worden om in zijn naam te spreken.

God

God wil Ninevé niet loslaten en doet hiervoor beroep op Jona.
God staat voor barmhartigheid, trouw en vergevingsgezindheid.

5. Reacties en ervaringen: band tussen verhaal en leven

Els Bellens

Wanneer er aan mij iets gevraagd wordt en ik heb er geen zin in, durf ik wel eens een smoesje te gebruiken om er onderuit te komen. Ik zou beter de waarheid vertellen waarom ik daar geen zin in heb. Echter, soms vind ik dat ik ook wel eens iets tegen mijn zin mag doen, aangezien niet alles in het leven rozengeur en maneschijn is. Bovendien vraag ik anderen ook wel eens om een gunst en weet ik ook dat ze dat niet zo graag doen. Maar vaak doen ze dat toch. Zij denken dus niet enkel aan zichzelf maar ook wel eens aan mij. (Jona die wegvlucht naar Tarsis omdat hij bang is om naar Ninevé te gaan. Dit is zijn smoesje ten opzichte van God )

Ik heb vaak de behoefte om even alleen te zijn. In die tijd blik ik even terug op wat er allemaal gebeurd is de voorbije uren, dagen, weken, maanden. Ik denk dan vooral na over mijn eigen handelen (positief/negatief) en hoe anderen daar op reageren. Ik stel mezelf de vraag of ik goed gehandeld heb en vraag me af hoe ik in dezelfde situatie zou reageren. Maar ik kan er ook van genieten om me even af te sluiten van de rest van de wereld, te genieten van de rust en even de drukte te vergeten. (In de buik van de walvis denkt Jona na over de afgelopen dagen/de gebeurtenissen.)

Als mensen me kwetsen, maar zich verontschuldigen, kan ik daarmee leven. Dit is echter niet zo wanneer ze me echt diep gekwetst hebben. Dan klap ik helemaal dicht en ga ik in een hoekje zitten. De mensen moeten zich dan niet komen verontschuldigen, want dan aanvaard ik het niet. Ze kunnen me dan even best met rust laten. Wanneer ik voldoende afstand heb kunnen nemen van mijn gevoelens, kan ik dan langzaamaan verder gaan. Wanneer ze mij de nodige ruimte en tijd niet geven, word ik alleen maar kwaad. Dan geldt bij mij: vergeven maar nog lang niet vergeten. Misschien moet ik in deze situaties ook vergevingsgezinder zijn.

Kijk maar naar de media. Daar verschijnen dagelijks mensen in die iets mispeuterd hebben. Soms durf ik dan wel eens te denken: dat die maar hard genoeg gestraft wordt. Maar dat zou ik eigenlijk niet mogen zeggen. Ik ken trouwens alle feiten niet en de media zorgt ook voor de nodige sensatie. Wanneer ik in de mensen hun schoenen zou staan, zou ik ook wel willen dat ze meer begrip voor mij toonde. (Jona die vergevingsgezind moet worden ten opzichte van Ninevé)

Wanneer ik iemand kwets en me ervan bewust ben, zal ik mijn excuses aanbieden. Maar soms gebeurt het ook dat ik mensen kwets zonder dat dit de bedoeling was. Als die mensen dan eerlijk zijn met mij en me vertellen dat ik hen gekwetst heb, stel ik me even in hun plaats. Meestal hebben ze gelijk en ook dan bied ik mijn excuses aan. Ook als ik me er niet in kan vinden, bied ik mijn excuses aan. Want op de ene of andere manier voelt die persoon zich nu niet goed door wat ik gedaan heb (onbewust). (Oprecht berouw tonen zoals Ninevé ten opzichte van God. Ninevé wordt hierdoor niet gestraft.)

Zit er voor mij waarheid/waarden in het verhaal?

Ik zie het zo

Het verhaal van Jona is ontstaan rond de derde eeuw en is een verzonnen verhaal. De stad Ninevé was toen al twee eeuwen verwoest. Maar ook verzonnen symbolische verhalen kunnen een rijke boodschap verkondigen:

  • Het verhaal van Jona kan een voorbeeld zijn voor je eigen leven. Als iemand vraagt om iets te doen dat onmogelijk lijkt, probeer dan niet vals te spelen of er onderuit te komen zoals Jona. Doe wat men vraagt en leg anders eerlijk uit waarom je het niet kan.
  • In de buik van de vis heeft Jona een paar dagen de tijd om zich te bezinnen en berouw te tonen. Ook jij hebt misschien behoefte om af en toe eens een tijdje rustig alleen in een hoekje te zitten.
  • Jij zou soms ook wel eens willen dat 'slechte' mensen wat harder gestraft worden… Toch moet je, net als Jona, beseffen dat je niet harder voor anderen moet zijn dan je zelf wil behandeld worden.

Deel 2

1. Kinderversie

Een herwerking van H.Vogel, G. Spee, Een ark vol verhalen. De bijbel verteld aan kleuters, Amsterdam, 2000

Jona en de walvis

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/zinken.gif

In een klein dorp woonde Jona.
Hij dankte God iedere dag voor wat hij hem gegeven had.
Toen vroeg God op een keer aan hem: "Jona, wil je naar Ninevé gaan? De mensen daar leven niet goed.
Ze feesten elke nacht en drinken te veel wijn..
Ze pesten mekaar en maken veel ruzie.
's Morgens kunnen ze niet uit hun bed komen.
Ze letten niet meer op hun kinderen.
Ze zorgen niet goed meer voor hun dieren. Het gaat daar helemaal mis."

"Ik heb daar geen zin in," dacht Jona. "Ninevé is een grote stad. Er wonen zoveel mensen. Ik kan ze toch niet allemaal vertellen dat het niet goed is wat ze doen. Ik vertrouw ze niet. Misschien gaan ze me uitschelden of pijn doen…"
Hij pakte zijn rugzak en vluchtte. Hij ging zo ver mogelijk van Ninevé vandaan.
En hij voer met een schip de zee over. Maar midden op zee begon het te stormen.
Er kwamen hoge golven en het schip schudde heen en weer. De schipper zag Jona in een hoekje zitten en vroeg:
"Heb jij soms iets verkeerds gedaan dat het zo gaat stormen?"

"Ja, ik ben ongehoorzaam geweest.
Ik moest van God naar Ninevé gaan, en daar had ik geen zin in."
"Zeg dan aan God dat het je spijt, en vraag hem meteen of hij de storm laat ophouden."
Jona deed dat, maar het bleef stormen. ,"Gooi mij maar in zee, zei Jona."
"We proberen eerst zo snel mogelijk aan land te komen," zei de schipper.
Maar er kwamen zulke hoge golven dat het schip bijna omsloeg. Toen gooide de schipper Jona in zee omdat hij echt niet anders kon.

Meteen hield het op met waaien en de zee werd rustig. Jona lag niet lang in het water, want er kwam een grote walvis. Die hapte hem op en slikte hem door. Drie dagen en nachten zat Jona in de buik van de vis. Het was er akelig donker. Alleen als de vis zijn bek opendeed, kon Jona naar buiten kijken. Als de zon scheen, wist Jona dat het dag was. Als hij de sterren zag, was het nacht. Jona had veel tijd om na te denken over zichzelf, daar in die buik van de vis… Iedere dag en iedere nacht vroeg hij: "Alstublieft, God, red me uit deze vis. Ik zal doen wat u gevraagd heeft." Na drie dagen zwom de vis naar het strand en spuugde Jona uit.

De stad wordt gered.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/uitspugen.gif

Toen Jona door de vis op het strand was gespuugd, zei God: "Nu ga je naar Ninevé. En je vertelt de mensen daar dat over veertig dagen hun hele stad wordt verwoest." Ninevé was zo groot dat je drie dagen moest lopen om van de ene naar de andere kant te komen. Jona ging dus eerst naar de belangrijke mensen in de stad om hun het nare nieuws te vertellen.

Toen de koning ervan hoorde, zei hij: "Iedereen moet z’n mooie kleren uittrekken. Er mag geen feest meer worden gevierd. Niemand mag voorlopig meer drinken of eten. We moeten aan God laten zien dat we spijt hebben van wat we hebben gedaan."
Na veertig dagen gebeurde er niets. Jona zei tegen God: "U was boos omdat ik niet deed wat u zei. En nu doet u niet wat ik de mensen heb gezegd. Waarom verwoest u de stad niet? De mensen denken dat ik een leugenaar ben. Ik ben vanmorgen onder een boom gaan zitten om te kijken hoe die stad in elkaar zou donderen. En er gebeurde niets!" Boos ging Jona slapen.

De volgende morgen was de boom waaronder hij sliep dood. "Nu is de boom ook nog dood," zei Jona kwaad. "Waarom hebt u die laten doodgaan, God?" "Jona", zei God, "Een dode boom is niet zo erg als een dode stad. Als ik Ninevé had verwoest, waren er honderdduizenden mensen en kinderen doodgegaan. De mensen hebben laten zien dat ze spijt hadden. En ze hebben zich daarna heel netjes gedragen. Daarom heb ik de stad gered en de boom laten doodgaan."


Toen begreep Jona waarom God het zo gedaan had.

De inhoud van het boekje

Het boekje geeft heel het verhaal van Jona weer. De symbolen komen aan bod en worden juist gebruikt. Het verhaal is zeer direct.

Voorstellingswijze

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/einde.gif

De prenten in het boek zijn zeer duidelijk en leuk voorgesteld. Het verhaal is eenvoudig voorgesteld aan de hand van drie prenten. Er zijn niet veel details gebruikt, de prenten ondersteunen het verhaal en ze stimuleren de fantasie van de kinderen.

Taalgebruik

Het taalgebruik in het boekje is duidelijk. Men probeert om alles zo goed mogelijk te formuleren. Bijvoorbeeld:

"Ik heb daar geen zin in," dacht Jona. "Ninevé is een grote stad. Er wonen zoveel mensen. Ik kan ze toch niet allemaal vertellen dat het niet goed is wat ze doen". Hij pakte zijn rugzak en vluchtte. Hij ging zo ver mogelijk van Ninevé vandaan.

Dit is voor de kleuters zeer duidelijk. Je herkent duidelijk de ongehoorzaamheid van Jona ten opzichte van God.

Leeftijd van de kleuters

Voor mij is het boekje eerder geschikt voor de oudste kleuters. De jongste kleuters hebben nog problemen met de prenten en ook met de duur van het verhaal. Het verhaal is redelijk lang en vraagt ook een grote concentratie omdat het op verschillende locaties plaatsvindt.
Met jongere kleuters is het wel mogelijk om het verhaal Jona te vertellen, maar dan zou het raadzaam zijn om een kortere versie te kiezen met kinderlijke en kleurrijke prenten.

2. Kadervertelling

Kijk eens wat ik bij me heb. Wat is het? Een oude koffer. Wie wil er eens kijken wat er in de koffer zit? Een boek.

De kleuters nemen het boek uit de koffer en bekijken het aandachtig. Daarna kunnen ze vertellen wat voor boek het is, welke verhalen erin staan en hoe we het boek noemen. De leid(st)er kan ook vragen of de kleuters nog een verhaal uit de Bijbel kennen. Als de kleuters zich de verhalen niet meer kunnen herinneren, kan de leid(st)er enkele prenten laten zien van de verhalen die ze al verteld heeft. Aan de hand van de prenten kunnen de kleuters het verhaal misschien terug oproepen en plaatsen binnen de verhalen van de Bijbel.

De leid(st)er vertelt dat het verhaal bij het oude testament hoort. Dat wil zeggen dat het verhaal al erg oud is: zelfs de papa van Jezus vertelde dit verhaal al aan hem toen hij een kleine jongen was.

Inlevingsspelletje: bang zijn

Jona is bang in de buik van de vis en bidt tot God. Hij vertrouwt op God dat hij uit de vis geraakt. Het volk is bang dat God hen van de kaart veegt en doet boete. Het vertrouwt op God en hoopt dat God hen niet vernietigt.

De leid(st)er maakt een eenvoudig parcours in de klas, bijvoorbeeld: een bank om over te stappen, een tafel om onderdoor te kruipen en enkele kleine spullen om tussen te slalommen. Om het gemakkelijker te laten verlopen, kan je ook een groot parcours in de zaal maken waar de kleuters op verschillende plaatsen kunnen vertrekken. Zo voorkom je een lange wachtrij.

De kleuters trekken een kaartje uit de hand van de juf. Op het kaartje staat een gekleurde stip. De kleuters moeten een vriendje zoeken met dezelfde stip. Wanneer de kleuters hun vriendje gevonden hebben spreken ze af wie van hen geblinddoekt wordt. Het is de bedoeling dat de ene kleuter de geblinddoekte kleuter veilig door het parcours begeleidt.

De geblinddoekte kleuter ervaart zo:
Angst voor hetgeen gaat komen
Angst omdat hij/zij niet kan zien
Vertrouwen hebben in de persoon die je begeleidt

Is het spel afgelopen dan worden de rollen omgedraaid.

Na het spel volgt er een bespreking in de zithoek:
Vonden jullie het leuk en waarom?
Wie was er bang en waarom?
Wie was er niet bang en waarom?

De leid(st)er zorgt voor stilte in de kring. Daarna steekt ze een kaarsje aan. Terwijl de leid(st)er het kaarsje aansteekt, kunnen de kleuters ondertussen een liedje zingen: kaarsje aan, er brandt een kaarsje in onze klas,

"Jullie weten dat er in de Bijbel verhalen staan die de papa van Jezus aan Jezus vertelde toen hij klein was. Wel, ik ga een verhaal vertellen dat de papa van Jezus aan Jezus vertelde toen hij klein was. Het is dus al een heel oud verhaal, maar het is niet echt gebeurd. Toch is het een verhaal waar we vele ware dingen in kunnen ontdekken."

Enkele vragen:

  • Het verhaal gaat over Jona en Jona is een profeet. Wie weet wat dat is, een profeet?
  • Jona komt ook nog terecht in een storm. Wie weet wat dat is, een storm?

3. Weekthema's

 Hieronder zie je een brainstorm waarin zoveel mogelijk verhaalgegevens opgesomd worden.

Mogelijke weekthema's

Gevoelens

  • Bang zijn
  • Boos zijn
  • Eenzaam zijn ( alleen zijn )

Beroepen/taken

  • Profeten
  • Boodschapper zijn
  • Vissers

Water

  • Drijven en zinken

Zee

  • Vissen
  • Boten
  • Strand

Natuurgeweld

  • Storm

Mondiaal werken

  • Bestuderen van een andere cultuur: waarden, wetten en gewoonten

Waarden

  • Eerlijkheid
  • Gehoorzaamheid
  • Spijt
  • Vergeving

4. Parallel- en brugverhalen

Suske en Wiske - 'De Gulden Harpoen', Willy Vandersteen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/rikki.gif

Dit boek kan eigenlijk gewoon in de boekenhoek gezet worden. De kleuters kunnen er dan op eigen initiatief in kijken.
Het boek 'De Gulden Harpoen' is geïnspireerd op het verhaal van Jona. De kleuters kunnen het uiteraard nog niet lezen, maar ze kunnen het wel inkijken en zullen de elementen uit het boek van Jona erin herkennen.

Bang zijn

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/bang.jpg

In het verhaal van Jona is Jona bang wanneer hij in de grote vis zit. Hij bidt tot God. Kleuters kunnen zich dit moeilijk voorstellen omdat deze situatie helemaal niet kan (niemand van hen in opgeslokt door een vis). De volgende boekjes geven allemaal heel herkenbare situaties weer, waar kleuters mee te maken kunnen krijgen. Deze verhaaltjes zijn dus meer herkenbaar voor de kleuters omdat ze aansluiten bij hun alledaagse leven. . Op deze manier kunnen ze makkelijker vorm geven aan het begrip 'bang zijn'.

  •  Guido van Genechten, Rikki durft, Amsterdam, Calvis, 2001
  • Jettie Elias, Bang of boos, Mechelen, Bakermat, 1995
  • Shirley Hughes, Alfie geeft een hand, Antwerpen, De Vries – Brouwers, 1989
  • Klaas Verplancke , Bang, boos ,blij, De eenhoorn, 1999
  • Marjolein Hof, Alleen donker, Haarlem, Gottmer, 2002
  • Fionna Bottema, Bange muis, Breda, 2004
  • Gregie de Maeyer , Bang in bed, Hasselt, Afijn 2002
  • Cerda Wagener, Een beetje Held, Tielt, Liannoo, 1996
  • Lieve Beaten, Riet Wille, Bibberbang, Hasselt, Calvis,1997
  • Mosses Brain, Je gevoelens als je bang bent, Dijkstra, 1995
  • Brigitte Minne , Brr, een monster op de kamer, Aarselaar, Deltas, 2001

Boos zijn

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/ogen.jpg

Op het einde van het verhaal is Jona boos op God omdat hij de stad Ninevé niet straft. Kleuters zijn ook wel eens boos. De volgende boekjes sluiten aan bij de leef- en belevingswereld van kleuters en leren hen verschillende dingen:
Waarom worden we boos?
Hoe zie je aan iemand dat hij boos is?
Hoe gaan we er op een gepaste manier mee om?

De kleuters krijgen een breed beeld van het begrip 'boos zijn'.

  • Hiawyn Oran, Ben is boos, Rotterdam, 1998
  • Steven Kroll, Dan wordt ik boos, Westende, 2002
  • Dorotheo Lachner, Ben je boos,… pluk een roos, Vier windstreken, 1995
  • Nick Butterworth, Konijn is boos, Heemstede, 1996
  • Gie Laenen, Het blije, bange boze boek, Houten 1990
  • Gey Danniels , Ik zie het aan je ogen, Amsterdam, Calvis, 2004
  • Gregie de Maeyer, Boos aan tafel, Hasselt, Afijn 2002
  • Moritz Dets , Een slecht humeur, Vier windstreken, 2004
  • Mosses Brain, Je gevoelens als je boos bent, Dijkstra, 1995

Boos

Marian Van Gog
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/boos.gif

Hoevelaken, 1999

In dit boek staan zes voorleesverhalen en vier liedjes over kinderen die om verschillende redenen boos worden.

'Bloe' is een serie prentenboeken over het herkennen van eigen emoties en die van anderen. Bij de prentenboeken hoort de handpop Bloe en een cd met liedjes.
Andere delen zijn: Verkikkerd, Verdrietig, Verrast, Bang en Blij.

Een serie over het herkennen van emoties. Deel 1. Boos. Met Cd 8500 en pop

, 1e druk, SGO, , 36 blz.

Ongehoorzaam zijn

Hier worden kleuters dagelijks mee geconfronteerd. Kleuters moeten voortduren luisteren naar de ouders, oppas, leidster,… Wanneer ze dit niet doen, zijn ze ongehoorzaam en worden ze terecht gewezen. De situaties in de boekjes zijn herkenbaar voor de kleuters, zowel op school als thuis. Kleuters maken kennis met de gevolgen van ongehoorzaamheid, net zoals Jona.

  • Jacqueline East, Dat eet ik niet, Antwerpen, De Vries, 1997
  • Bart Demyttenaere, Ik doe het toch, Antwerpen, 2002
'Ik staak', Amelie Couture
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/ik_staak.gif

Lucie heeft vakantie, maar ze heeft er geen zin in. Bij haar geboorte is haar moeder overleden en nu is ook haar oma overleden en woont ze bij haar vader en zijn nieuwe vrouw. Het nieuwe broertje krijgt alle aandacht. Als ze op zomerkamp moet, wil ze niet en besluit te staken. Ze sluit zich op in haar kamer en wil met niemand praten. Maar ze komt er wel achter dat dit niet de goede oplossing is. Misschien dat een gesprek met haar vader haar probleem op kan lossen…

In dit boek komt voornamelijk de rol van Jona naar voren. Net zoals Jona, wil dit meisje ook niet doen wat er van haar verwacht wordt. Ze besluit dan ook om te staken. Ze vlucht van haar opdracht weg, net zoals Jona.

Eerlijkheid

Eerlijkheid duurt het langst! Toch gebruiken kleuters ook wel een smoesje. In het volgend verhaal maken de kleuters kennis met de gevolgen van smoesjes: ze komen altijd uit.
Als je één smoes gebruikt, volgen er nog meer en alles wordt alleen maar erger.

Richard Backers, Oneerlijk,

Maretak, 2001

5. Materiaal

Andere kinderversies van het verhaal

  • Mackanzie Carine, Jona de vluchteling, Kampen 1990
  • Kees De Kort, Jona, Serie: wat de bijbel ons vertelt, Haarlem N.B., 1990
  • Heater Amery, Jona en de Walvis, Den Haag, 1997
  • Lahbrook Marilijn, Ik wil niet, Hoornaar, 1996
  • Michell Vic, Bekende verhalen uit de bijbel, caleidoscoopboek, Amsterdam, 1987
  • Asdot Jan, Hap zei de vis, Witte duifjes nr 2, Werkse, Westland
  • Spier Peter, Jonas, Rotterdam, 1994
  • Verpoorte Drs Saskia S., Waar is Jona, Amsterdam, 1997
  • John Strecjan, Jona: mini diorama boekje, Ark boeken
  • Katy Rhooles, Jona in de grote vis, Oyster Books, 1995
  • Pat Alexander, Mijn eerste bijbel, Barneveld, 1997
  • Bermerthlo Adam, Mijn eigen lees - en kleurbijbel, Barneveld, 1997
  • Bley Marijke, Een klein goudvisboekje: Jona, Gordon 1990
  • Bley Marijke, Speel - en kijkboekje, Het avontuur van Jona: jona en de grote vis, Amsterdam 1993

Visuele ondersteuning

afbeelding-Afbeelding 1

Afbeelding 1

afbeelding-Afbeelding 2

Afbeelding 2

afbeelding-Afbeelding 3

Afbeelding 3

afbeelding-Afbeelding 4

Afbeelding 4

afbeelding-Afbeelding 5

Afbeelding 5

afbeelding-Afbeelding 6

Afbeelding 6

Illustraties 'Jona wil niet'

afbeelding-

Je kan deze prenten uitvergroten en gebruiken bij het vertellen. Het verhaal kan zo ook gemakkelijk door de kleuters zelf verteld worden.

Bij elke prent hoort ook een kort tekstje.

afbeelding-Prent 1 Prent 1

Wat loopt Jona hard.
Hij wil nog met dat schip mee.
Weet je waarom?
De Heer God heeft Jona
gevraagd naar de grote stad Ninevé te gaan.
Hij moet daar de mensen
vragen anders te gaan leven.
Maar Jona wil niet naar Ninevé.

afbeelding-Prent 2 Prent 2

Nu is het schip midden op de zee.
Het wordt slecht weer met storm en regen. De mannen aan boord van het schip zijn bang.
Jona zegt: "Het is mijn schuld. Gooi mij maar overboord."

afbeelding-Prent 3 Prent 3

Dat is Jona weer.
Hij is opgeslokt door een grote vis en die brengt hem weer terug naar het land.

afbeelding-Prent 4 Prent 4

Daar ligt Ninevé.
Jona gaat de poort door en loopt door de stad.
De mensen luisteren naar hem.
Ze zeggen tegen elkaar: "Ja, het is zo.
We zullen ons veranderen."
Dat spreken ze af en dat doen ze ook.

afbeelding-Prent 5 Prent 5

Alles wordt anders in de stad.
De mensen leven anders.
Ze zijn blij en het lijkt of alles goed is geworden.
Zou Jona nu ook niet blij zijn? Nee, Jona is niet blij. Maar de Heer God wel!

Prent: 'Tegenstelling'

Op deze prent wordt duidelijk de tegenstelling in het verhaal weergegeven: 'Jona in de vis en Jona die uitgespuwd wordt op het droge'.

  • Je kan de kleuters bij de prent laten vertellen wat ze zien.
  • Je kan ze de link laten zoeken met het verhaal.
  • Je kan zelf vragen stellen bij de prent.

Kortom, je kan van alles met deze prent doen. Ze is vooral geschikt om een activiteit rond prentkijken te doen, omdat er veel op de prent te zien is. Ze is ook mooi getekend en spreekt de kleuters enorm aan.

Prentjes: Vertelplaten (Dia's)

afbeelding-Afbeelding 1

Afbeelding 1

afbeelding-Afbeelding 2

Afbeelding 2

afbeelding-Afbeelding 3

Afbeelding 3

afbeelding-Afbeelding 4

Afbeelding 4

afbeelding-Afbeelding 5

Afbeelding 5

afbeelding-Afbeelding 6

Afbeelding 6

afbeelding-Afbeelding 7

Afbeelding 7

afbeelding-Afbeelding 8

Afbeelding 8

afbeelding-Afbeelding 9

Afbeelding 9

Je kan kaartjes maken van deze prentjes en ze in de juiste volgorde laten zetten door de kleuters.

Wat je ook kan doen is de prenten gebruiken om ze op dia (powerpoint) te zetten. Zo kan je het verhaal vertellen via geprojecteerde dia’s.

Liedjes

De storm
 
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied1.gif

Jan D. Van Laar, Bijbelliederen voor jonge kinderen. Deel 2, Uitg.: Boekencentrum B.V., Zoetermeer, 1992

Jona in de grote vis
 
Het schip in de storm
 
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied3.gif

Jan D. Van Laar, Bijbelliederen voor jonge kinderen. Uitg.: Boekencentrum B.V., ’s Gravenhage

Jona is overboord
 
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied4.gif

Jan D. Van Laar, Bijbelliederen voor jonge kinderen. Deel 2., Uitg.: Boekencentrum B.V., ’s Gravenhage, 1989

Jona uit de grote vis
Midden op de oceaan
komt zijn schip in een orkaan.
Jona wordt van boord gezet,
maar een vis heeft hem gered.
Want de Heer zegt:
'Nee, nee, nee,
Jona moet naar Ninevé!’'
Na drie dagen duisternis
komt hij heelhuids uit de vis.
Jona gaat nu wél op pad,
naar die goddeloze stad.
Want de Heer zegt:
'Nee, nee, nee,
Jona moet naar Ninevé!'
 
Ninevé hoort Jona aan
en de mensen zijn ontdaan;
zitten neer in zak en as,
dagenlang wordt er gevast.
En de Heer zegt:
'Nee, nee, nee,
sparen zal ik Ninevé!'
Jona uit de grote vis
ziet dat God vol liefde is.
O, wat is die Jona kwaad,
dat de stad haar straf ontgaat.
Maar de Heer zegt:
'Nee, nee, nee,
wees toch blij om Ninevé!'
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied5.gif

Hanna Lam en Wim ter Burg, Verzamelbundel, Alles wordt nieuw, Bijbelliederen voor de jeugd, Uitg.: G.F. Callenbach bv, Nijkerk, 1983

Toen Jona in de walvis zat
Jona weet, dat God hem ziet,
maar hij roept: 'Ik ben er niet!
Kies maar iemand anders uit.'
Jona blijft bij zijn besluit.
Jona vlucht van God vandaan
naar de grote oceaan.
Tot hij daar zijn bootje mist
en God hem uit ’t water vist.
 
God roept: 'Jona, ben je daar?'
Jona zucht: 'Vooruit dan maar.
Ninevé, het loopt voor straf
slecht met al jouw mensen af.'
Ninevé zegt: 'Inderdaad,
’t gaat niet goed zoals het gaat.'
Ninevé gaat in de weer
voor de grote ommekeer.
 
Jona ziet het allemaal
en hij roept: 'Ik sta voor paal!
Wat ik zei, gaat mooi niet door.
Ach, waar leef ik nu nog voor?'
God zegt: 'Jona, mopperpot,
waarom moest die stad kapot?
Al die dieren, al dat vee?
Ik ben blij om Ninevé.'
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied7.gif

Bette Westera en Mies Westera –Franke, Met de muziek mee, Speelse bijbelliedjes voor kinderen van 3 tot 12 jaar, Uitg.: Narratio, 1997

Je bent een dochter Israëls
De Heer wilde, dat Ninevé
gered werd door jouw woord,
maar jij, je vluchtte naar de zee,
men wierp je overboord.
Toch heeft God jou verkoren
om over alle grenzen
zijn boodschap te doen horen:
'Liefde voor alle mensen.'
Je bent uit grenzeloze trouw
naar Israël gekomen,
om daar als vreemde, jonge vrouw
in Bethlehem te wonen.
Maar jou heeft God verkoren
om over alle grenzen
zijn boodschap te doen horen:
'Liefde voor alle mensen.'
 
Je moeder was een vreemdeling
die eens uit Moab kwam.
Maar zij werd Gods beschermeling
en Boaz werd haar man.
Uit haar werd jij geboren
om over alle grenzen
Gods boodschap te doen horen:
'Liefde voor alle mensen.'
Je sluimert in een voederkrib,
je lijkt maar zo gewoon,
maar toch ben jij een koningskind,
want je bent Davids zoon.
En jou heeft God verkoren
om over alle grenzen
zijn boodschap te doen horen:
'Vrede voor alle mensen.'
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/lied8.gif

Bette Westera en Mies Westera – Franke, Met de muziek mee, Speelse bijbelliedjes voor kinderen van 3 tot 12 jaar, Uitg.: Narratio, 1997

Cd's

  • Hanna Lom, Alles wordt nieuw, Callenbach BV – Nijkerk
  • Robin Leek, Bang in het donker (griezelkwieten), Weston 1999
  • Mie Cools, Niet bang zijn, Eufoda
  • Elly Nieman, Een boom vol liedjes, Bovema

Gebedjes

  • Jeannette van Wuijkhuijse, Ziet u mij, Boekencentrum
  • Rabijs Bob, Ik praat met God, Averbode 2002
  • De Keyser Miriam, Even Stil, Averbode 1999
  • Pia Biehl,Lieve God ik wil je iets vertellen, Averbode
Een voorbeeld

Lieve God,
Het spijt me,
dat ik soms probeer niet te doen wat ik moet doen, net zoals Jona.
Help me om ook moeilijke dingen te doen als dat nodig is om mensen gelukkig te maken.

Amen.

Knutselideeën

Idee nr. 1: Jona en de walvis
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/idee1b.gif

Elk kind heeft het volgende nodig:

  • een vel blauw karton van 50 x 20 cm
  • drie kartonnen stroken: 30 x 0,5 cm, 4 x 0,5 cm en 6 x 2 cm
  • bruin en grijs papier, beide stukken ongeveer 15 x 10 cm
  • schaar, plakband, lijm en viltstiften

Vóór de vertelling van het verhaal

  • Knip een gleuf in het blauwe karton, begin rechts onderaan (2 cm vanaf de onderkant) en eindig links bovenaan, 10 cm van de bovenkant en 15 cm van de linkerkant van het vel.
  • Gebruik een stukje plakband (ongeveer 4 cm) om de bovenkant van de gleuf dicht te plakken, zodat het karton niet verder uitscheurt.
  • Knip een eenvoudig bootje uit het bruine papier (ongeveer 15 cm lang) en een walvisvorm met open bek uit het grijze papier (ongeveer 15 x 10 cm).
  • Plak de boot aan de linkerkant en aan de onderste rand vast aan de bovenkant van de gleuf, zo’n 2 cm over de opening heen (niet erboven!).
  • Plak de vis rechts onderaan vast, zodat de gleuf in zijn mond eindigt. Plak de vis alleen langs de randjes vast, de bek moet helemaal los blijven.
  • Teken Jona op het stuk karton van 6 x 2 cm, rond de bovenste hoeken van het karton af. Plak de lange strook karton schuin aan Jona’s achterkant, in ongeveer dezelfde hoek als de kleine wijzer van de klok wanneer hij 7 uur aangeeft (zie illustratie).
  • Plak de kortere strook karton op de achterkant van het blauwe karton, ongeveer 2 cm naast de bovenkant van de gleuf. Plak alleen de onderkant en de bovenkant vast, zodat er een lusje overblijft om uw vinger door te steken en zo het plakwerk vast te houden.
Tijdens de vertelling

Steek Jona (die vastzit aan een lange strook) bij het begin van het verhaal (door de gleuf) in de boot zodat hij rechtop in de boot staat. Duw Jona, terwijl het verhaal verdergaat (met behulp van de strook) langzaam omver. Laat Jona op het juiste moment vanuit de boot in de bek van de vis verdwijnen.

Idee nr 2: Visvijver
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/idee3.gif

Elk kind heeft het volgende nodig:

  • twee velletjes gekleurd papier van 12 x 9 cm
  • twee paperclips
  • schaar en viltstiften

De groep heeft ook minstens één 'hengel' nodig, met aan de lijn geen haakje maar een magneet.

  • Teken op beide stukjes papier de vorm van een vis, zo realistisch mogelijk met ogen, schubben, vinnen en een staart.
  • Knip de vissen uit.
  • Schuif de paperclip over de bek van de vis.
  • Maak op de achterkant van de vis een tekeningetje van een bijbelverhaal dat kort geleden in de groep verteld is. (Het is belangrijk dat u de tekeningetjes controleert, zodat u zeker weet dan de andere kinderen in de groep het bijbelverhaal zullen herkennen.)

Het spelen van het spel

Leg alle vissen op een stapel op de vloer. Het doel van het spel is dat de kinderen een vis vangen die ze niet zelf gemaakt hebben en dat ze in het plaatje op de achterkant het bijbelverhaal proberen te herkennen. De kinderen proberen om de beurt een vis te vangen. Als ze één van hun eigen vissen vangen, moeten ze die teruggooien en de beurt voorbij laten gaan. Als ze een vis gevangen hebben maar het verhaal niet herkennen, moet de vis ook teruggegooid worden. Als het kind het juiste verhaal noemt, mag het de vis houden. De winnaar is diegene die aan het eind van het spel de grootste ‘vangst’ heeft.

Bron

100 Eenvoudige knutselideeën rond de Bijbel
Auteur: Sue Price
Vertaald uit het Engels door: Tobya Jong
Uitgeverij: MERWEBOEK, Sliedrecht
Jaar van uitgave: 2002

Idee nr 3
  • De twee tekeningen inkleuren en uitknippen, alsook de cirkel in de vis.
  • Vervolgens de lijn onder de zwarte cirkel inknippen en de vis erin schuiven.
 
Puzzel

Werkwijzer bij kijkbijbel

Ook de puzzel vind je terug in de werkwijzer rond de serie: wat de bijbel ons vertelt. Je hebt twee soorten puzzels

  1. De kleuters krijgen een plaat die ze kunnen inkleuren. Daarna knippen ze de puzzel uit en schudden ze die door elkaar. De kleuters kunnen nu de puzzel maken.
  2. De kleuters krijgen weer een plaat die ze kunnen inkleuren. Nu is het niet echt een puzzel, maar het zijn de verschillende stappen van het verhaal. De kleuters knippen de afzonderlijke prentjes uit en schudden ze door elkaar. Nu kunnen ze het verloop van het verhaal terug in de juiste volgorde opbouwen.
Kijkprenten

De tweede puzzel (zoals hierboven beschreven staat) bestaat ook uit grote prenten die ingekleurd zijn. Deze kan je tevens gebruiken om met de kleuters prenten te kijken. De prenten vind je terug in de map die aansluit bij de werkwijzer voor de Kijkbijbel in de dienst.

Kleurplaten

Je kan de platen uit het boekje kopiëren. Zo kunnen de kleuters de platen zelf inkleuren.

Enkele voorbeelden

afbeelding- 

 

afbeelding-

afbeelding- 

 

Memory

je kan ook een geheugenspel maken waarbij je op de kaartjes personages of situaties afbeeldt. De kleuters kunnen dan met deze kaartjes een memory spelen. Maar ze kunnen de kaartjes ook in de juiste volgorde leggen zoals ze in het verhaal voorkomen. De personages die je kan voorzien zijn de volgende:

  • Jona
  • God
  • De zeemanslieden
  • De (wal)vis
  • De mensen uit Ninevé
Prentenband

Je kan de prenten weer inkleuren en uitknippen. Kleef ze daarna op een grote rol behangpapier. De rol papier kan je bevestigen aan een oude televisiekast. De kleuters kunnen nu de prentenband zelf in beweging brengen en het verhaal zelf aflezen of de leidster kan het gebruiken als een vertelvorm

Stokfiguurtjes

Je kan de hoofdfiguren uit de prenten knippen en inkleuren. Bevestig ze daarna op een stokje.

  1. Je kan met de stokfiguurtjes in de poppenkast spelen. Je kan samen met de kleuters nog achtergronden maken om in de poppenkast te gebruiken: zee, schip, stad, wonderboom,…
  2. Je kan er ook een schimmenspel mee doen. Zo wordt het contrast tussen licht en donker duidelijk dat aanbod komt in het verhaal.
Een verkleedkoffer

Je kan een verkleedkoffer aanbieden zodat de kleuters het verhaal op hun eigen manier kunnen verwerken door het na te spelen:

  1. Jona: een kleed van een misdienaar en sandalen. Eventueel ook nog een geldbeugel met speelgoed geld om de kapitein van het schip te betalen
  2. Kapitein en matrozen: ook deze kledij kan je aanbieden samen met roer om het schip te besturen.
  3. De inwoners van Ninevé: dit kunnen verschillende soorten kledij zijn:
    • De koning
    • De boeren
    • Boetekleren: alles in het zwart
Voorwerpen

Je kan volgende voorwerpen aanbrengen in de klas:

  • Een waterbak
  • Een zandbak
  • Een vis in een bokaal
  • Verkleedkledij
  • Materiaal om een donker hoekje te maken (cf. Jona in de walvis = donker)
  • Een schip (bij de waterbak)
  • Een boodschappenbus (duif – Jona als boodschapper)
  • Een vergeefbus (de kleuters kunnen er briefjes met hun naam of stempel instoppen wanneer ze iemand vergeven hebben. Achteraf kan er over verteld worden indien ze dit willen.)
  • Verschillende materialen die ze in de waterbak kunnen gebruiken. Hierbij leren ze wat er kan drijven en wat er zinkt in water. (In het verhaal gooien ze ook de zware lading van het schip uit veiligheid, zodat het schip dus niet zal zinken.)
  • Voorwerpen die je vindt aan de zee en in het water.
  • Een grote vis uit karton waar ze kunnen gaan inzitten. Zo zitten zijzelf als Jona in de walvis. (zie foto)

6. Weekschema

A. Geleid aanbod

  • Het verhaal wordt ingeleid met de kadervertelling en wordt daarna klassikaal voorgelezen in de zithoek. Tijdens het verhaal zorg je voor voldoende inbreng van de kleuters. Achteraf volgt er een gesprek.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Om het verhaal te verwerken, kunnen de kleuters een schilderwerkje maken. Je kan de kleuters vrij laten schilderen over het verhaal, maar je kan ze ook over een bepaald gedeelte van het verhaal laten schilderen, bijvoorbeeld: wanneer Jona in de vis zit of onder de wonderboom,… Je kunt ook knutselopdrachten geven, gecombineerd met tekenen bij het verhaal (zie bij de rubriek materiaal: knutselideeën).
    -> Ontwikkelingsondersteunend en zelfstandig spelen
  • Als afsluiter kan je de kleuters een themaliedje aanleren dat als rode draad gebruikt kan worden tijdens deze week. Ook bij het aanbrengen van het liedje, kan je speelse momenten voorzien waar de nadruk ligt op bepaalde waarden die in het verhaal aan bod komen (zie bij de rubriek materiaal: liedjes).
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Na het vrij spelen, komen de kleuters terug in de hoek zitten om gezamenlijk de dag af te sluiten. Nu gaan we het verhaal heropnemen aan de hand van grote prenten. Dit kunnen eventueel andere prenten zijn dan het eerder vertelde verhaal. Het is de bedoeling dat de kleuters naar de prent (of prenten) kijken en vertellen wat ze zien en ook hun eigen ideeën, fantasieën en associaties bij het verhaal verwoorden.
    -> Explorerend beleven
  • Het verhaal kan aan de hand van prenten ook stap voor stap terug opgebouwd worden. Hier ligt het accent op een zo nauwkeurig mogelijk navertellen van het verhaal.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Na het ochtendritueel volgt er een kringgesprek rond bang zijn. De leid(st)er toont een groot boek met een groot slot erop. In dat boek heeft de leid(st)er iets getekend, geschilderd,… waar ze bang voor is. Ze toont het aan de kleuters. Daarna kunnen de kleuters vertellen waar zij bang voor zijn en hoe ze zich dan voelen. Ze kunnen zelf ook iets in het boek tekenen. Daarna gaat het boek toe. Dit staat symbool voor: alles zit in het boek en kan er niet uit. We hoeven er dus niet bang voor te zijn. De kleuters kunnen het boek aanpassen wanneer ze dat zelf willen.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • De leid(st)er biedt na het kringgesprek materiaal aan voor het maken van een donkere hoek, waarbij de link wordt gelegd met de buik van de walvis. Vele kinderen zijn wel eens bang in het donker en nu kunnen ze in de hoek op verkenning gaan, hun angsten overwinnen. Na een tijdje kan je de kleuters ook laten zien dat donker heel mooi kan zijn door lichtgevende sterren in het donker te kleven, kaarsjes aan te steken,…
    -> Explorerend beleven
  • De kleuters kleuren een blad met verfkrijt. Daarna schilderen we er met zwarte verf over. Als het geheel droog is, kunnen de kleuters er iets in krassen, met een naald of een stokje, waar ze zelf bang voor zijn.
    -> Zelfstandig spelen
  • Het verhaal rond bang zijn is de afsluiter van de dag. Ook dit is herkenbaar voor de kleuters..
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Het is de bedoeling een visser uit te nodigen in de klas. In de tijd van Jona waren zeelieden meestal vissers. De kleuters kunnen kennis maken met het beroep maar ook met de verschillende materialen.
    -> Explorerend beleven
  • Nu ze meer hebben geleerd over vissen en het beroep visser, kunnen de kleuters zelf een vis maken, met eventueel Jona in de buik. De gebruikte techniek kan papier-maché zijn en een ballon, of papier en een pompon.
    ->Zelfstandig spelen
  • Een liedje over het verhaal is een goede afsluiter voor de dag.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Na het ochtendritueel volgt er een kringgesprek rond het thema boos zijn. Ook nu kijkt de leidster terug op het verhaal van Jona en bespreekt ze samen met de kleuters waar, wanneer en waarom Jona boos is. Daarna geeft ze impulsen om de kleuters te laten praten over hun ervaringen met boos zijn.
    -> Ontwikkelingsondersteunend + Ontmoeten
  • De kleuters kunnen op de ene kant van het doosje een boos gezicht knutselen en op de andere kant een blij gezicht. Ze geven het gezichtje nog wat haar en zetten het op een stokje. Zo kunnen ze aangeven hoe ze zich voelen: boos/blij. Dit gezichtje kan gebruikt worden wanneer de leidster enkele stellingen formuleert tijdens een opvulmomentje.
    ->Zelfstandig spelen
  • De leidster biedt de kleuters verschillende materialen aan: kussens, boksbal, bokshandschoenen, een krijtbord of boek waarin ze kunnen tekenen waarom ze boos zijn… Zo kunnen de kleuters de hoek inrichten naar hun eigen noden en kunnen ze zich uitleven.
    -> Explorerend beleven
  • Een gedichtje rond boos zijn geeft de kleuters ook een beter beeld van wat boos zijn nu eigenlijk is.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Het verhaal rond blij zijn: kies een verhaal dat herkenbaar is voor de kleuters. Zorg tijdens het verhaal voor voldoende inbreng van de kleuters en blik na het verhaal nog een keertje terug.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Over gehoorzaam zijn: De leidster heeft een deel van het verhaal geschreven, maar plots stopt het verhaal. De kleuters maken het verhaal verder af. Zo krijgt de leidster ook al een beeld over hoe de kleuters denken over gehoorzamen.
    -> Ontwikkelingsondersteunend
  • Een poppenspel rond gehoorzamen. Zo wordt deze waarde voor kleuters duidelijk op een speelse en aangename manier.
    ->
    Ontwikkelingsondersteunend
  • Als laatste stap hebben we nog een kringgesprek dat terugblikt op het hele verhaal van Jona, maar ook op de gevoelens en waarden die in het verhaal voorkomen.
    ->
    Ontwikkelingsondersteunend
  • Kringgesprek rond gehoorzamen. Als opstart wordt er weer verwezen naar het boekje. Daarna geeft de leidster voldoende impulsen zodat de kleuters hun zegje kunnen doen over gehoorzamen.
    -> Ontwikkelingsondersteunend + Ontmoeten

B. Nevenaanbod

Eerste dag

Voormiddag

boekjes -> verhaal van Jona

Namiddag

Memorie: over het verhaal
Ontwikkelingsondersteunend + zelfstandig spelen

Kleurplaten
Zelf een boekje maken
De kleuters kunnen de prentjes inkleuren en uitknippen. Ze kunnen er dan een eigen boekje van maken. Het is dan hun eigen Bijbelverhaaltje.

Een grote vis uit karton bestempelen: De leidster heeft een vis uit karton meegebracht naar de klas. De buik van de vis is open. De kleuters mogen de vis bestempelen met vormpjes van allemaal kleine visjes. Achteraf kan de vis in de klas worden gezet zodat ze er nog vrij mee mogen spelen.

Vergeefbus: De vergeefbus wordt in het begin van de week gemaakt. Zo krijgen de kleuters de ganse week de tijd om hiervan gebruik te maken. Ze mogen, telkens wanneer ze iemand vergeven hebben, een briefje met hun naam of stempel in de bus stoppen. De laatste dag, vrijdag, wordt deze bus opengedaan en worden de briefjes eruit genomen. De kleuters mogen dan iets over hun eigen briefje vertellen indien ze dit willen. Dit is natuurlijk geen verplichting.
Zelfstandig spelen

Puzzel: Volgorde verhaal en 'gewone' puzzel
Zelfstandig spelen

Poppenkast: met stokfiguurtjes van de verhaalfiguren
Ontwikkelingsondersteunend + zelfstandig spelen

Luisterhoek: verhaaltjes, liedjes, versjes rond Jona
Zelfstandig spelen

Tweede dag

Gesloten boek: zie geleid aanbod punt 6
Ontwikkelingsondersteunend

Donkere hoek: geleid, daarna nevenaanbod
Je kan samen met de kleuters een donker hoekje maken. Dit hoekje stelt dan de buik van de vis voor. Je kan dit hoekje maken met behulp van donkere lakens en dingen die de kleuters zelf meebrengen van thuis. Je kan hierbij de fantasie van de kleuters laten werken. Hoe zou een buik van een walvis er kunnen uitzien?
Ontwikkelingsondersteunend + zelfstandig spelen

Boekenhoek: boekjes rond bang zijn
Zelfstandig spelen

Gevoelenspel:
Dit is een ganzenbordspel. Wanneer de kleuters op een blauw vakje komen, moeten ze een kaartje nemen. Op dit kaartje staat een prentje dat een bepaald gevoel weergeeft. De kleuter moet vertellen wat er opstaat en vertellen wanneer hij dat gevoel al eens gehad heeft en waarom. Dat kaartje mag dan in de juiste gevoelsdoos gestopt worden.
Ontwikkelingsondersteunend + zelfstandig spelen

Luisterhoek: verhaaltjes, liedjes en versjes rond bang zijn
Zelfstandig spelen

Derde dag

Watertafel: ontdekdoos rond drijven en zinken
Explorerend beleven + zelfstandig spelen

Verkleedkoffer: dramatiseerkledij
Strand maken met zand, lijm en verf
De kleuters kunnen met behulp van zand, lijm en verf en allerlei materialen van aan de zee een eigen strand maken. Zelfstandig spelen

Boekenhoek: rond thema visser
Zelfstandig spelen

Domino: materiaal van visser
Zelfstandig spelen

Vierde dag

Boekenhoek: boekjes rond het thema boos zijn
Zelfstandig spelen

Luisterhoek: versjes, liedjes en verhaaltjes rond boos zijn
Zelfstandig spelen

Boksbal en bokshandschoenen
Kussens (kussengevecht)
Zelfstandig spelen

Vijfde dag

Tekeningen maken voor boekje
Zelfstandig spelen

Luisterhoek: versjes, liedjes en verhaaltjes rond ongehoorzaam zijn
Zelfstandig spelen

Boekenhoek: boekjes rond ongehoorzaamheid
Zelfstandig spelen

Poppenspel: ongehoorzaam zijn
Ontwikkelingsondersteunend + zelfstandig spelen

^ bovenkant pagina

Over Thomas

Thomas is een interactief platform voor actieve samenwerking tussen alle leerkrachten (r.-k.) godsdienst van alle onderwijs- netten in Vlaanderen.

Partners

IDKG VSKO Faculteit Theologie en Religiewetenschappen logo

Omslagfoto door Duca

session