Het fenomeen van de (kinder)kruistochten van naderbij bekeken. "Het hart van een kind is zo warm en los, zo buiten de wereld en roekeloos, dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen" (Martinus Nijhoff)
Beginsituatie
Op woensdag 15 november 2006 komt de film "Kruistocht in spijkerbroek" uit in de Vlaamse bioscopen. Dit kan de gelegenheid vormen om in de klas stil te staan bij het omstreden fenomeen van de (kinder)kruistocht. De film "Kruistocht in spijkerbroek", die vooral bestemd is voor jongeren, is gebaseerd op het razend populaire boek van de in 2004 overleden Nederlandse schrijfster Thea Beckman, die met haar historische romans heel wat jongeren heeft bereikt.
Meer informatie over de film: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kruistocht_in_spijkerbroek_%28film%29/.
Heen en terug naar de middeleeuwen
De première van "Kruistocht in spijkerbroek" is een spannende gebeurtenis: het is de verfilming van een heilig boek. Sinds Thea Beckman het in 1973 uitbracht, was het generatie na generatie een favoriet. Hoe kan zoiets?
THEA Beckman was veertig, moeder van twee kinderen en beginnende jeugdauteur toen Lemniscaat in 1973 haar boek uitgaf over Dolf Wega, een Nederlandse jongen die via een "materie-transmitter" terechtkomt in 1212, midden in een kinderkruistocht. Kruistocht in spijkerbroek werd onderscheiden met een Gouden Griffel, maakte van Lemniscaat een onklopbaar kwaliteitsmerk en kroonde Beckman, die daarna nog een twintigtal bestsellers zou schrijven, tot de koningin van de historische jeugdroman.
Drieëndertig jaar na die doorbraak en twee jaar na Beckmans overlijden zijn er van Kruistocht in spijkerbroek meer dan een half miljoen exemplaren verkocht. De 79ste druk verschijnt dezer dagen in de boekhandel met een filmbeeld op het omslag. "Al hebben we in al die jaren gemerkt dat de originele cover uit 1973 het het best doet", zegt Merel de Vink van uitgeverij Lemniscaat. "Het is altijd een goed lopende titel geweest en we nemen hem nog altijd mee naar buitenlandse beurzen. Het boek werd al in vijftien talen vertaald en nog eens drie landen tonen interesse."
Hoe verklaar je dat succes? "Dat is een vraag die geen enkele uitgever kan beantwoorden", zegt de jeugdboekenschrijver en -criticus Ed Franck (65). "Thea Beckman werd literair niet eens zo hoog aangeslagen. Maar ze kon heel kleurrijk en vlot een verhaal neerpennen en dat is toch de basis van alles. Of het nu literair is of niet, dat zal de jeugdige lezers worst wezen. Dat Beckman zich niet aan vormexperimenten waagde, was allicht net haar troef."
Misschien had ze haar succes ook deels te danken aan de heersende mode, denkt Franck. "De middeleeuwen hebben het een tijd lang erg goed gedaan, denk maar aan boeken als "De waanzinnige veertiende eeuw" van Barbara Tuchman (dat uitkwam in 1978, red.). Beckman kon zo schrijven dat je het gevoel kreeg in die middeleeuwen rond te lopen. Dat is haar grote verdienste."
Teletijdmachine
Kathleen Vereecken (43), ook schrijfster van historische jeugdboeken, las "Kruistocht in spijkerbroek" als tiener. "Ik was er wild van. Ik denk dat het boek zo populair was dankzij die teletijdmachine. Veel kinderen fantaseren daarover. Het komt tegemoet aan een verlangen om in het verleden te stappen, om te zien hoe mensen vroeger leefden en dachten. Het personage van Dolf Wega, een hedendaagse jongen, vormt een mooie brug naar de middeleeuwen en maakt de geschiedenis toegankelijk."
"Thea Beckman heeft met dit boek de historische jeugdroman populair gemaakt, ze vond er helemaal de juiste toon voor", zegt Vereecken. "Ze stapte af van het expliciet belerende: in plaats van een boodschap over te brengen, dompelde ze de lezer onder in haar wereld. Andere historische romans waren destijds ook zo expliciet op jongens gericht. Dat was anders bij Beckman. Kinderen zijn vandaag nog altijd door haar verhalen gebeten."
Dat beaamt Danny Theuwis, jongerenbibliothecaris van de Bibliotheek Tweebronnen in Leuven. "We hebben het boek in meerdere exemplaren, die altijd allemaal zijn uitgeleend. Vooral bij de twaalf- en dertienjarigen is het populair. Zij verkiezen nog vaak een historisch verhaal boven hedendaagse problemen à la Dirk Bracke. Ze kiezen vrij traditioneel en laten zich leiden door mondreclame, bijvoorbeeld de leestips van leerkrachten."
De volgende generatie heeft dergelijke mondreclame zelfs niet nodig: die komt vanaf morgen enthousiast de bioscoop uit en krijgt het boek met zijn nieuwe omslag voor Kerstmis. Zo blijft de materie-transmitter zijn werk doen.
In De Standaard, 14 november 2006Dorien Knockaert
Hermeneutische knooppunten
Knooppunt 1: Islam en christendom
Islam en christendom. Hoe moeten we in een klimaat waarin er tegelijk spanningen en toenaderingen zijn tussen islam en christendom de actualisering van de thematiek 'kruistochten' begrijpen? Vormen films als deze een gelegenheid om op een breed maatschappelijk en hedendaags thema ter sprake te brengen? Hoe kan binnen deze context schuldbekentenis van Johannes Paulus II voor de misdaden van de kerk in naam van de waarheid in het Jubeljaar 2000 begrepen worden?
Knooppunt 2: De verhouding tussen religie en geweld
De kruistochten zijn een historisch voorbeeld van hoe godsdiensten in naam van de waarheid geweld kunnen plegen. Behoort het geweld tot het wezen van de religie of wordt religie maar gewelddadig wanneer de religie verkeerd begrepen, uitgelegd en verkondigd wordt, zoals we ook zien in 'Kruistocht in spijkerbroek'? Is omgekeerd een religie die niet meer op komt voor zichzelf niet gedoemd om te verwateren? En hoe kan men dan op een weerbare manier voor het geloof opkomen zonder gewelddadig te worden?
Knooppunt 3: Kruistocht of pelgrimstocht?
Moeten we de 'kinderkruistocht' niet eerder zien als een pelgrimstocht naar het Heilig Land dan als een echte kruistocht? De kinderen gebruikten tijdens hun tocht immers geen geweld. Er waren in die tijd ook andere pelgrimstochten zoals naar Rome en Compostella. Situeerde de 'kinderkruistocht' zich niet eerder in die beweging en werd deze beweging niet later tot een 'kruistocht' omgevormd?
Knooppunt 4: Zijn de kinderkruistochten een legende of een historische werkelijkheid?
Hoe gaan we om met het feit dat we de geschiedenis niet meer perfect kunnen reconstrueren? Hoe kunnen we binnen de geschiedenis feit, constructie en fictie van elkaar onderscheiden?
Knooppunt 5: Kruistochten, een fenomeen van het verleden?
Zijn de kruistochten een fenomeen dat definitief tot het verleden behoort of zien we vandaag de dag nieuwe kruistochten de kop opsteken? Is er een verschil tussen de kruistochten van vroeger en die van vandaag?
Knooppunt 6: Hoe is het destijds tot zo een verschrikkelijke kinderkruistocht kunnen komen?
Lag hieraan een werkelijke religieuze roeping ten grondslag, of is deze kruistocht eerder ontstaan radeloosheid door armoede en uitzichtloosheid, of was er sprake van geestelijke manipulatie? Hoe kunnen we een echte roeping onderscheiden?
Leerplan
Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel
Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan
Door op een trefwoord te klikken, komt u op het resultatenvenster van de zoekopdracht in het leerplan met de bijhorende zoekterm.
Achtergrondinformatie
1. De historische gegevens over de kruistochten
1. Omschrijving
Het woord 'kruistocht' gaat terug op het woord croisade, dat verwijst naar een kruis dat van stof werd gemaakt en als embleem werd gedragen op de kledij van hen die aan de kruistochten deelnamen. Nadat de strijder een heilige eed had gezworen, kreeg deze een kruis van de paus of zijn legaat en werd de strijder beschouwd als een soldaat van de Kerk. Deelnemers aan de kruistocht kregen allerlei privileges, waaronder onschendbaarheid en aflaten.
- In enge zin heeft men het over de verschillende heroveringstochten die westerse legers van de 11e tot de 13e eeuw ondernamen tegen de islamitische invasies, voor de herovering en het behoud van de 'heilige plaatsen' in Palestina.
- In ruime zin worden onder de kruistochten alle middeleeuwse religieus gemotiveerde militaire ondernemingen verstaan die vanuit het westerse christendom gericht waren tegen niet-christenen of ketters.
- In zeer ruime zin past men het begrip kruistocht toe op elke 'Heilige oorlog' (die onder de goedkeuring van God zou staan).
Een definitie van Dr. Jonathan Riley-Smith, een autoriteit op het gebied van de kruistochten:
"Een kruistocht is een heilige oorlog, geautoriseerd door de Paus, die deze oorlog heeft afgeroepen in naam van God of Christus. Het is een defensieve reactie tegenover onrecht of agressie of een poging om christelijk territorium terug te winnen uit de handen van de barbaren en beantwoordt zo aan de noden van de hele Kerk, meer dan aan de noden van een specifieke natie." (een kruistocht heeft dus in principe de Kerk als begunstigde en staat niet in het teken van de veroveringsdrang van een bepaald land)
2. Voorgeschiedenis en motivaties
Voorgeschiedenis
Toen in de zevende eeuw de Islam ontstond, werd aan de volgelingen van de Islam gevraagd om de wereld onder de politieke controle van de Islam te plaatsen. Deze idee werd met het zwaard verspreid. De Islam nam dan ook al snel de controle over het Midden-Oosten over. Vooral in Byzantium en Perzië woedde een groot conflict. Perzië werd volledig veroverd door de Islam en de christelijke Byzantijnse legers werden verslagen en vernietigd in 636. In 638 viel Jeruzalem. Gedurende de rest van de zevende eeuw, trokken de Arabische legers noord- en westwaarts. In het begin van de achtste eeuw, stootten Arabische machten door tot in Spanje en Frankrijk. Gedurende de komende 300 jaar waren christenen en moslims verwikkeld in een zwaar gevecht, waarbij de moslims onder andere Constantinopel innamen in 717-718.
In het midden van de elfde eeuw waren de Arabieren niet langer de leiders van de Islam, maar wel de Turken. Deze hadden het niet zo begrepen op westerse pelgrims. Voordien, onder de Arabische regeerders, konden zij nog Heilige Plaatsen bezoeken, maar de Turken maakten dit erg moeilijk. In de tweede helft van de elfde eeuw gingen de meeste pelgrims alleen nog naar het Heilige Land in grote, gewapende bendes, en achteraf gezien lijken deze bendes wel voorbereidingen van de kruistochten. Het echte keerpunt kwam er eigenlijk al voor de overmacht van de Turken. In 1009 had de kalief van Cairo bevolen om de kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem te vernietigen, wat bij christenen kwaad bloed zette. Zijn opvolger gaf wel de toestemming om de kerk te herbouwen, maar het kwaad was dan al geschied. In het westen ging de ronde dat moslims wreed waren tegenover christelijke pelgrims, tot groot ongenoegen van de christenen.
De Turken vormden een grote bedreiging voor de Byzantijnen. Het Byzantijnse keizerrijk stond er niet goed voor en keizer Alexius Comnenus vroeg het Westen, en in het bijzonder de paus, om hulp. Die vraag om hulp werd aanhoord door paus Urbanus II (let wel, Alexius had eigenlijk om huurlingen gevraagd en zeker niet om wat de paus ervan maakte), die in november van dat jaar een toespraak gaf waarbij hij vroeg om expedities naar het oosten. De paus vroeg echter niet alleen om het Byzantijnse rijk te helpen, maar ook om Jeruzalem opnieuw in te nemen. Urbanus II had immers zijn eigen motieven: hij wilde het christendom verenigen, het pausdom verstevigen en misschien zelfs het oosten onder zijn controle brengen.
Concrete motivaties
- Bevrijding (herovering) van Jeruzalem
- Pelgrimage naar heilige plaatsen opnieuw mogelijk maken
- Tegenhouden van de gebiedsuitbreiding van de islam
- Hereniging van de Oosterse Kerk met de Rooms-Katholieke Kerk.
- Uitbreiding van de wereldse macht naar het oosten.
- Eigenbelang: nobelen en ridders wilden land en/of geld
- Uitlaatklep voor de interne problematiek van Europa
Extra: De betekenis van Jeruzalem en het Heilig Land
De inzet van vele kruistochten was Jeruzalem, dé Heilige plaats bij uitstek voor christenen. Dit is immers de stad waar Jezus leefde en werkte, gekruisigd werd en verrees. Voor moslims heeft Jeruzalem echter ook veel betekenis: op de Tempelberg staan de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Voor joden is de Westmuur (ook de Klaagmuur genoemd; dit is de Westelijke muur van de voormalige Tweede Tempel, die verwoest werd in 70 na Chr.), de stenen expressie van hun religieuze traditie.
In de middeleeuwen werd door christenen gepelgrimeerd naar Jeruzalem. Zij gingen daar bidden bij de begraafplaats van Jezus en ondernamen daarvoor soms wel twee jaar. Vandaag de dag is Jeruzalem, hoofdstad van de staat Israël vooral het strijdtoneel van Israëlische joden en Palestijnse moslims.
Extra: De betekenis van Jeruzalem en het Heilig Land
De inzet van vele kruistochten was Jeruzalem, dé Heilige plaats bij uitstek voor christenen. Dit is immers de stad waar Jezus leefde en werkte, gekruisigd werd en verrees. Voor moslims heeft Jeruzalem echter ook veel betekenis: op de Tempelberg staan de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Voor joden is de Westmuur (ook de Klaagmuur genoemd; dit is de Westelijke muur van de voormalige Tweede Tempel, die verwoest werd in 70 na Chr.), de stenen expressie van hun religieuze traditie.
In de middeleeuwen werd door christenen gepelgrimeerd naar Jeruzalem. Zij gingen daar bidden bij de begraafplaats van Jezus en ondernamen daarvoor soms wel twee jaar. Vandaag de dag is Jeruzalem, hoofdstad van de staat Israël vooral het strijdtoneel van Israëlische joden en Palestijnse moslims.
3. Datering en overzicht
Eerste kruistocht (1096-1099)
Paus Urbanus II (1088–1099) pakte het plan van de voorgaande paus, Gregorius VII, om een oorlog tegen de ongelovigen te starten, weer op. De Kerk zou voorzien in de sterke motivering terwijl de seculiere machten de daadwerkelijke uitvoering van het plan zouden verzorgen. Voorafgaand hadden de Normandische ridders al strijd tegen de ongelovigen gevoerd en het idee van een kruistocht tegen de Saracenen (deze naam met negatieve bijklank gaven de middeleeuwse christenen aan de moslims) was dus geen nieuwigheid voor de westerse landen.
Wanneer Keizer Alexius I van Byzantium Urbanus II in 1094 om huurlingen tegen de Turken vroeg, trof hij in het Westen een ambitieuze Kerk, een algemeen (en onverwacht) religieus enthousiasme en een zin in avontuur en verovering aan. Op 26 november 1095 preekte Urbanus II voor het eerst de kruistocht in woorden die niet meer bekend zijn, maar die de massa tot een uitzinnig enthousiasme bewogen.
De eerste kruistocht was ook de meest 'succesvolle', geleid door de Franken (waaronder heel wat Vlamingen) van Godfried van Bouillon. Veroveringen in Klein-Azië werden overgedragen aan de Oost-Romeinse keizer. De kruisvaarders veroverden ook Antiochië waar zij een koninkrijk stichtten waar 60.000 mensen deel van uit maakten. 40.000 kruisvaarders trokken daarna door naar Jeruzalem en heroverden deze stad op de Saracenen in 1099. De leider van de kruisridders, Godfried van Bouillon, wilde hier geen koningskroon dragen en werd 'beschermer van het Heilige Graf'. Hij werd het eerste hoofd van het Koninkrijk Jeruzalem. Godfried van Bouillon was ook de eerste leider van een kruistocht die het onverwachte verzoek van keizer Alexius kreeg om een eed van trouw te zweren aan de keizer. Daar had hij het moeilijk mee maar hij besefte dat hij de steun nodig had voor het vervolg van de expeditie en legde de eed af. Zo stelde hij het voorbeeld voor hen die na hem kwamen. De eed bestond erin dat in ruil voor Byzantijnse steun voor de inspanningen van de kruisvaarders, de kruisvaarders de veroverde landen die ooit onder de autoriteit van het Byzantijnse rijk hadden gestaan, zouden teruggeven aan Alexius.
Tweede kruistocht (1147-1149)
Met de eerste islamitische reactie op de kruistocht viel het rijkje rond Edessa (in het huidige Turkije). De monnik Bernard van Clairvaux riep op tot een nieuwe kruistocht. Deze kruistocht, begonnen in 1147, eindigde in 1149 voor Damascus.
In 1181 verbrak Reynault de Châtillon de wapenstilstand. Deze tweede wapenstilstand was gesloten tussen Saladin en Boudewijn IV van Jeruzalem in 1180. Saladin trok ten strijde tegen de christelijke heersers in het Heilige Land en veroverde in 1187 Jeruzalem en had toen binnen drie maanden heel het Heilige Land in handen. Datzelfde jaar kwam er een oproep voor een derde kruistocht.
Derde kruistocht (1189-1192)
De derde kruistocht werd afgekondigd door Paus Clemens III. Deze kruistocht stond onder leiding van de Engelse koning Richard Leeuwenhart, de Duitse keizer Frederik Barbarossa en de Franse koning Philippe II Auguste. Om deel te kunnen nemen aan deze derde kruistocht staakten de Franse en Engelse koning tijdelijk hun vijandigheden. Ook graaf Willem I van Holland nam deel aan de kruistocht. Het eerste doel was om een plaats te veroveren in Palestina en die plaats werd Akko. De Duitse keizer ging over land naar Akko.
Leeuwenhart en Auguste gingen over zee. Toen de vloot van Leeuwenhart in een storm kwam en er drie schepen afdreven, ging Leeuwenhart op zoek naar zijn drie schepen en vond ze op het eiland Cyprus en veroverde daarom Cyprus, omdat ze door de keizer van Cyprus gevangen waren genomen. Ook was hij een bondgenoot van Saladin. De Franse en Engelse koningen veroverden Akko in 1191.
Wegens aanhoudende wrijvingen met Richard Leeuwenhart trok Filips August zich terug. Daarna kon Leeuwenhart zich niet meer verweren tegen Saladin. Jeruzalem werd niet heroverd, en Leeuwenhart kreeg van Saladin alleen maar vrije toegang voor christelijke pelgrims tot de heilige plaatsen. Richard veroverde wel een deel van de kuststreek dat het koninkrijk Akko zou vormen.
Vierde kruistocht (1202-1204)
De vierde kruistocht 1204 haalde Palestina niet eens: in plaats daarvan veroverden de kruisvaarders Constantinopel, de hoofdstad van het christelijke Byzantijnse rijk.
De kruisvaarders vormden te Constantinopel een Latijns keizerrijk, met Boudewijn van Vlaanderen als keizer: de Kerk kwam onder Rome te staan. Deze kruistocht zorgde ervoor dat de toch al moeilijke relatie tussen het Oosters orthodoxe christendom en het Westerse christendom nog problematischer werd. Het Oost-Romeinse rijk werd zwak, maar de Oost-Romeinse keizer kon in 1261 zijn hoofdstad heroveren.
Extra: De betekenis van de kruistochten voor de relatie tussen de katholieke en de orthodoxe kerk
De westerse kruisvaarders streden aanvankelijk aan de kant van de orthodoxe christenen, tegen de Saracenen. Toen de kruisvaarders echter Constantinopel, het centrum van het orthodoxe Byzantijnse rijk en in feite een bondgenoot van de kruisvaarders, innamen en volledig plunderden, schoot dat bij de orthodoxe christenen in het verkeerde keelgat. Een westers keizerrijk verving immers het oosterse, orthodoxe keizerrijk. Orthodoxe christenen nemen het de Kerk tot op de dag van vandaag kwalijk dat zij destijds het orthodoxe christendom zo heeft behandeld. Enkele verzoeningspogingen, onder andere in 1439, werden door de orthodoxe christenen afgewezen. De inname van Constantinopel doet vele oosterse orthodoxen ertoe besluiten dat de kruistochten een barbaarse onderneming waren. Heel wat relieken en andere voorwerpen die destijds door de kruisvaarders werden meegenomen tijdens de verovering van Constantinopel, zijn trouwens nog steeds in het westen, onder andere in het Vaticaan.
Vijfde kruistocht (1218-1221)
Kruisvaarders uit Hongarije, Oostenrijk en Beieren veroverden Damietta in Egypte, maar moesten zich na een mislukte aanval op Caïro weer terugtrekken.
Zesde kruistocht (1228-1229)
Toen de Duitse keizer Frederik II zijn belofte aan paus Honorius III waargemaakt had om een kruistocht op te richten, ondernam hij een eerste poging tot een kruistocht in 1227. Door ziekte keerde hij echter voortijdig naar huis. De paus, die dacht dat dit een excuus was, excommuniceerde Frederik II. Frederik II trok in 1228 echter terug op, zonder toestemming van de paus (en zette zo de trend voor kruistochten zonder goedkeuring van de paus). In 1229 sloot hij een tienjarige vrede met de Egyptische sultan. Hij bereikte (onverwacht) dat de sultan hem Jeruzalem, Bethlehem, Nazareth en de kuststreek afstond. Hij gaf christenen ruimte in Palestina, en kroonde zichzelf in 1229 tot koning van Jeruzalem. Jeruzalem viel in 1244 echter weer in de handen van de sultan van Egypte.
Zevende kruistocht (1248-1254)
De Franse koning Lodewijk IX 'de Heilige' trachtte de staatjes van de kruisvaarders te helpen. Hij deed een aanval op Cyprus, Egypte en Syrië, maar zonder succes. Voor de zevende kruistocht liet Lodewijk de Heilige in Zuid-Frankrijk een haven aanleggen: Aigues-Mortes.
Achtste kruistocht (1270)
In 1270 was het weer Lodewijk IX de heilige die het voortouw nam in een nieuwe kruistocht. Onderweg naar het Heilige Land werd hij echter gevraagd om zijn broer te helpen met zijn strijd tegen Tunis. Uiteindelijk gaf hij hieraan gehoor, wat zijn dood zou betekenen. Toen het leger zijn tenten opsloeg bij Tunis, brak daar de pest uit en Lodewijk overleed samen met een groot deel van zijn leger. Zijn dood heeft het einde betekend van de grote kruistochten.
Negende kruistocht (1271-1272)
Eduard I van Engeland was toen al op weg om zich bij het leger van Lodewijk IX te voegen. Na de dood van Lodewijk IX trok Eduard I zelf naar het Heilige Land, om te strijden tegen sultan Baibars. Na 1270 waren het alleen nog kleine legertroepen die zo nu en dan een stad veroverden op de Turken. Maar die aanvallen hadden weinig succes en de Turken rukten steeds verder op. Zo ver zelfs dat in 1453 de stad Constantinopel viel.
4. Eindresultaat en effecten
Het Byzantijnse Keizerrijk wist uiteindelijk in 1261 Constantinopel terug te veroveren, maar haar macht keerde nooit volledig terug en het rijk viel uiteindelijk in 1453 in handen van de islamitische Turken, de Ottomanen. Ironisch genoeg speelden de kruisvaarders dus uiteindelijk de moslims in de kaart, door de Byzantijnse macht te verzwakken. De kruisvaardersstaten zijn langzamerhand allen weer verloren gegaan, de laatste was Akko in 1291.
De kruistochten brachten zowel negatieve als positieve gevolgen met zich mee:
Negatieve effecten
- De kruistochten hadden zeer veel jodenvervolgingen tot gevolg in heel Europa.
- Er vielen veel slachtoffers aan beide zijden.
- Het werd bijna onmogelijk voor christenen om over land naar Jeruzalem te reizen.
- Er kwam een voortdurende breuk tussen de Orthodoxe en de Rooms-Katholieke Kerk.
- Op de lange termijn hebben de kruistochten voor veel vijandigheid gezorgd binnen de islamitische wereld ten opzichte van christenen.
- Vele streken in Europa bleven tot zelfs 200 jaar later volledig ontvolkt doordat de vorige bewoners in Jeruzalem bleven wonen of gewoon stierven op de slagvelden.
Positieve effecten
- De ridders brachten vele boeken mee met oude Griekse kennis via het Oosten.
- De kruistochten gaven de West-Europese christenheid een afleiding van haar binnenlandse problemen en een gemeenschappelijke doelstelling.
- Door de kruistochten kwam er een grotere eenheid wegens de oorlogsverdragen en was er een tijd van relatief weinig oorlog.
Bronnen:
2. De kinderkruistocht
Het historische fenomeen van de kruistochten werd opgetekend en beschreven in de geschriften van middeleeuwse kroniekschrijvers. In heel wat latere historische studies werd het fenomeen van de kinderkruistocht omschreven als een intermezzo binnen de andere kruistochten.
Het klassieke verhaal
Het klassieke verhaal dat men uit de verschillende fragmentaire middeleeuwse bronnen kan destilleren, is het volgende.
Omdat de vierde kruistocht slecht geëindigd was, lag het vertrouwen niet langer bij koningen en ridders om het Heilige Land te redden van de Saracenen. Men ging daarentegen steeds meer vertrouwen stellen in de zachtmoedigen en armen en het is in deze context dat de twaalfjarige Steven uit Cloyes in 1212 de beweging zou hebben ingezet. Deze Steven meende dat Christus aan hem verschenen was in de gedaante van een pelgrim, hem om brood had gevraagd en hem een brief had gegeven die bestemd was voor de Franse koning, met daarin een oproep tot een nieuwe kruistocht. Samen met een grote groep kinderen zou Steven aan het hof van de koning zijn aangekomen. Die laatste was echter weinig enthousiast en wilde de kinderen naar huis sturen. Steven liet zich echter niet uit zijn lood slaan en begon te prediken. Samen met een kinderleger wilde hij het Heilige Land ongewapend gaan bevrijden. Een massa kinderen, volgens sommige bronnen waren het er dertigduizend, zou dan vanuit de Vendôme in Frankrijk, richting zuiden vertrokken zijn, en dit eind juni 1212. Onder deze kinderen bevonden zich zowel arme als rijke jongens en meisjes, zowel vanuit herderlijk, adellijk als religieus milieu. Tijdens deze tocht maakte de hitte echter ettelijke slachtoffers en toen men uiteindelijk Marseille bereikte, bleef men maar wachten op het droogvallen van de zee (Christus zou immers aan Steven beloofd hebben dat de Middellandse Zee zou droogvallen, zodat zij gemakkelijk de overtocht zouden kunnen makken). Vervolgens zouden enkele mannen aangeboden hebben de kinderen op zeven schepen gratis over te zetten. Twee van deze schepen vergingen echter in een storm en van de overlevenden werd achttien jaar lang niets meer gehoord.
Intussen begon een Duitse jongen, Nicolaas, dezelfde boodschap te verkondigen in het Rijnland. Hierop verzamelde zich een menigte kinderen in de omgeving van Keulen. Ook deze Nicolaas was ervan overtuigd dat de zee zich zou openen en dat hij de Saracenen zonder bloedvergieten kon bekeren. Deze menigte kinderen zou zich in twee groepen hebben gesplitst, waarvan een eerste groep via de Mont Cenis Genua bereikte, waar men alweer tevergeefs wachtte op het droogvallen van de zee. Toen zij in een later stadium in Rome waren, zou paus Innocentius III hen hebben aangeraden om naar huis terug te keren. Ook in deze tocht werden talloze slachtoffers gemaakt. De andere groep zou dan via de St-Gotthardpas in Ancona zijn aangekomen om dan uiteindelijk Brindisi te bereiken.
Er is weinig geweten over hen die dan toch de Landen van Overzee bereikten. In 1230 zou er in Frankrijk een priester zijn aangekomen met vreselijk nieuws over het lot van de Franse kinderen die de overkant hadden bereikt. Zij zouden daar in de handen gevallen zijn van slavenhandelaars en daar voor de rest van hun leven als slaaf hebben geleefd. Een deel van hen zou zelfs vermoord zijn omdat ze hun geloof niet wilden afzweren.
Kritische bedenkingen
Of dit verhaal historisch volledig correct is, is moeilijk te zeggen, want de meeste bronnen waarin over de kinderkruistocht wordt verhaald, zijn eerder vulgariserend van aard en zijn misschien eerder een versmelting van een aantal losse gegevens en feiten. Enkele bedenkingen:
- De kinderkruistocht zou zeker niet aangemoedigd en ondersteund geweest zijn door een oproep van de Kerk.
- De menigte die Steven van Cloyes volgde, zou niet het Heilige Land als doel gehad hebben. Waarschijnlijk is zijn verhaal later in verband gebracht met dat van Nicolaas die wel Jeruzalem voor ogen had.
- Sommige historici spreken liever over een volkskruistocht, gezien er niet alleen kinderen maar ook (en misschien vooral) volwassen vrouwen en mannen uit de arme bevolkingsklasse aan deelnamen, mensen die deze kruistocht als een uitweg zagen uit hun troosteloze, armoedige bestaan (sommige auteurs menen immers dat het woord pueri, waarover in de bronnen sprake is, en dat meestal vertaald wordt als kinderen, ook kan verwijzen naar een bevolkingsklasse van armen).
- Het aantal deelnemers zou zeker overdreven zijn.
- Veel van wat wij vandaag over deze zogenaamde kinderkruistocht weten, zou grotendeels het resultaat zijn van legendevorming en romantisering, wat ons ertoe dwingt om de feiten met een korrel zout te nemen.
- Het is hier eigenlijk niet juist om over een kruistocht te spreken, vermits het bij de kinderkruistocht niet ging om een gewapende beweging en er ook geen sprake was van een antwoord op een oproep door de paus, twee essentiële elementen van de kruistocht.
In ieder geval is het vrijwel zeker dat er iets als een kinderkruistocht is geweest. In onafhankelijke geschriften worden immers gelijkaardige feiten en data vermeld. De proporties en de toedracht van de gebeurtenis zijn echter vaak zwaar overdreven. Waarschijnlijk gaat het hier om een vermenging van legende en waarheid.
Bron: V. Dehandschutter, De kinderkruistocht in een aantal historische jeugdverhalen, Leuven, 1989.
Literatuur
- V. DEHANDSCHUTTER, De kinderkruistocht in een aantal historische jeugdverhalen, Leuven, 1989.
- F. G. DROSTE, Het verhaal van de kinderkruistocht, 2003.
Deze historische roman is gedeeltelijk gebaseerd op authentieke teksten (de verslagen zoals die te vinden zijn in de oude handschriften van kloosters en abdijen) over een kruistocht van kinderen of armen die in 1212 plaatsgevonden moet hebben. De fictieve hoofdpersonen, onder wie de eenvoudige, ietwat bijgelovige pastor Jacob en zijn krachtdadige vriendin Anna, begeleiden de kinderen uit hun parochie op deze kruistocht en ervaren naast de ontberingen onderweg relationeel verdriet. Beiden ontdekken dat deze kruisvaart niet werd georganiseerd door twee van godswege geïnspireerde jongeren, maar een machinatie is van de Benedictijnen en de paus om een voorbeeld te stellen aan de volwassenen christenheid, die weinig voor een kruistocht voelt. Het is een realistisch geschreven, indrukwekkend verhaal vol avontuurlijke en pikante verwikkelingen en met opvallend kritische uitlatingen over wereldse ambities en gebrek aan herderlijke kwaliteiten bij veel katholieke geestelijken in die tijd. In het boek worden getuigenissen verwerkt uit Trier, Speyer, Schäftlarn aan de Isar, maar ook uit Piacenza en andere plaatsen, van mensen die nauwkeurig hebben opgetekend wanneer het leger daar doortrok. De auteur van het boek (Arnhem, 1928) is emeritus-hoogleraar Algemene Taalwetenschap aan de Leuvense universiteit, die naast vele publicaties op zijn vakgebied, nog enkele historische romans heeft geschreven.
- P. KUSTERMANS, De langste weg, 1984. Wouter van Outegem, de zoon van een heer, belandt in de volkskruistocht van 1096. In het gezelschap van Hilleke trekt hij mee met deze ordeloze bende pelgrims, avonturiers, dieven, moordenaars en prostituees. Hij geraakt gewond in de strijd met de Turken, maar wordt verzorgd door Anna Comneni, de dochter van de Byzantijnse keizer. Daarna sluit hij aan bij het ridderleger van Godfried van Bouillon en maakt de afgrijselijke inname van Jeruzalem mee.
- K. VONNEGUT, Slaughterhouse-Five, 1969. In deze cultroman, van een van Amerika's bekendste hedendaagse schrijvers, wordt er verwezen naar de kinderkruistochten en Vonnegut gebruikt 'de kinderkruistocht' als ondertitel van zijn werk.
- D. GEORGE, The Crusade of Innocents, 2006. In deze roman wordt verhaald hoe de kinderkruistocht misschien wel beïnvloed werd door de gelijktijdige kruistocht tegen de Katharen in Zuid-Frankrijk en hoe beide kruistochten elkaar ontmoetten.
- C. D. BAKER, Crusade of Tears, A Novel of the Children's Crusade, 2004.
* Een interview over de kinderkruistocht met de auteur van dit boek.
* Het eerste hoofdstuk van het boek kan online gelezen worden.
De Nederlandse uitgeverij ThiemeMeulenhoff heeft een vakoverschrijdend project rond 'Kruistocht in spijkerbroek' ontwikkeld, dat men kan bestellen via de hun website.
Op www.cbn.com/special/kingdomofheaven is een panelgesprek te vinden over de kinderkruistochten (waar onder andere gesproken wordt over of de kruistochten militaire missies of pelgrimstochten waren en over het effect van de kruistochten op de Arabische wereld). Het gesprek is te vinden onder Video Features: The Children's Crusade; Pilgrimages; St. Francis' Meeting with Saladin.
Lesimpulsen
1. Over de film
De vijftienjarige Dolf komt in het jaar 1212 terecht, nadat hij gebruik heeft gemaakt van een prototype van een tijdmachine. Wanneer hij wordt neergeslagen door overvallers, wordt hij gered door Jenne, een mooi en stoer middeleeuws meisje. Jenne maakt deel uit van een kinderkruistocht van achtduizend kinderen die op weg zijn naar Jeruzalem om de Heilige Stad te redden van de Arabieren. Dolf besluit om mee te gaan met de kruistocht en helpt – mede dankzij zijn 21ste eeuwse kennis – de kinderen om bergen te trotseren, ziekten te overwinnen en te vechten tegen rovende ridders. Langzamerhand ontdekt Dolf dat het gevaar niet zozeer in de obstakels onder de weg zit, maar in de kruistocht zelf. Vader Anselmus, de geestelijke leider van de kinderkruistocht, heeft immers verschrikkelijke plannen met de kinderen die deelnemen aan de kruistocht, en Dolf zal er alles aan doen om zijn plannen te verijdelen.
De film"Kruistocht in spijkerbroek" is gebaseerd op het gelijknamige razend populaire boek van Thea Beckman dat in 1973 verscheen en waarvan sindsdien al ontelbare exemplaren zijn verkocht.
De website van de film: www.kruistochtinspijkerbroek.be
Personages
Dolf
'Ik wist wie ik voor Dolf moest hebben', vertelt regisseur Ben Sombogaart. 'Een nog vrij naïeve jongen met lef die open in het leven staat. De gebeurtenissen in de middeleeuwen overkomen hem. Een goede acteur kan dat spelen, maar het moet ook in zijn uitstraling zitten.' De hoofdrol in Kruistocht in spijkerbroek, de rol van Dolf Wega, de jongen die in de eerste scènes in de film uitgescholden wordt voor 'arrogante klootzak', maar zich in het jaar 1212 opwerpt als beschermer van de jonge kruisvaarders, de jongen die structuur aanbrengt in de ongeorganiseerde kindermassa – die rol was voor de 23-jarige Joe Flynn.
Jenne
In het boek is het vergeefs zoeken naar Jenne. Ze komt voort uit het hoofd van de scenarioschrijvers. Ze is een samensmelting van twee personages, namelijk Leonardo en Mariecke. Jenne heeft de behulpzaamheid van Leonardo, de interesse van Marieke én iets extra's: ze wordt Dolfs eerste grote liefde. Regisseur Ben Sombogaart: 'Ik heb ongeveer tien meisjes gezien voor de rol van Jenne, maar Stephanie sprong er echt uit. Door haar ogen, haar aanwezigheid, haar persoonlijkheid. Ze straalt zelfvertrouwen uit en dat was precies wat ik bij Jenne zocht.'
De moeder van Dolf
'In het scenario hebben we de rol van Dolfs moeder groter gemaakt dan in het boek. Daar komen zijn ouders alleen aan het begin en einde voor. Dat werkt niet bij een film. Het publiek zou zich voortdurend afvragen waarom Dolf nooit aan thuis denkt en wat zijn moeder doet om hem terug te halen', aldus regisseur Ben Sombogaart. Terwijl Dolf meetrekt met de kruistocht, zien we zijn moeder verwoede pogingen doen om hem terug te halen. Haar rol wordt gespeeld door Emily Watson. Voor haar hoofdrollen in Breaking the Waves en Hilary & Jackie kreeg ze Oscarnominaties.
Dom Anselmus
Nicolaas hoeft de kruistocht niet in zijn eentje te leiden: hij wordt bijgestaan door Dom Anselmus, een Duitse monnik. In het boek zijn er twee monniken, maar Dom Johannis werd uit het scenario gelaten – de gladde huichelachtigheid van de twee monniken moest dus belichaamd worden door één acteur. Met zijn doordringende, uitpuilende ogen en kwabbige gezicht was Michael Culkin een uitstekende keuze. Hij speelde in Engeland diverse rollen in kleinere films en tv-series.
Enkele commentaren bij de film
"In vergelijking met het boek heeft regisseur Sombogaart de vrijheid genomen om veel te veranderen. Zo was Jenne bijvoorbeeld niet in het boek. Maar al deze veranderingen zijn meer dan geslaagd. De Dolf van het boek was bijna een superwezen, maar in de film is hij veel menselijker: hij is bang, eerbiedwaardig en fysiek niet zo sterk. Als je alle scènes van het boek zou verfilmen, zou je eindigen met een film van om en bij de vier uur. Nu is de film iets langer dan twee uur. Ik werd aangenaam verrast door de film. Er waren enkele scènes met special effects waardoor de film een zeker episch karakter krijgt, maar het grootste deel van de film hield Sombogaert de film eerder ingetogen. En dat werkte heel goed, omwille van de manier waarop de acteurs speelden. Was het een foutloze film? Nee, sommige dingen konden echt wel beter. De opbouw naar het einde mocht bijvoorbeeld met wat meer suspense gepaard gaan en de aanblik van de middeleeuwse straten was net iets te proper. Maar het einde was echt ontroerend. Het verschilt sterk van dat van het boek, waardoor nog eens beklemtoond wordt dat boek en film twee verschillende dingen zijn." (fragmenten uit een commentaar bij de film om www.imdb.com)
"Heb het boek van Beckman nooit gelezen. Misschien een voordeel, misschien ook niet. In ieder geval kon ik zo met een onbevooroordeelde blik naar de film kijken en ik heb -behoudens het ietwat moeizame begin genoten. Kruistocht in Spijkerbroek is een mooie en spannende avonturenfilm die zichtbaar met veel liefde en betrokkenheid gemaakt is door Ben Sombogaart. Het gegeven van een hedendaagse jongen die terecht komt in de middeleeuwen levert zowel komische, warme als ontroerende momenten op.
Visueel een schitterende productie, prachtige fotografie en beelden (slechts enkele effecten ogen iets minder), dito muziek en mooie muzikale (sfeer)begeleiding door Ozark Henry. De debuterende Joe Flynn is, net als de zeer getalenteerde Stephanie Leonidas, voortreffelijk (vooral Leonidas staat een gouden toekomst te wachten). Mooiste scènes zijn die waar ze door middel van bepaalde blikken/gezichtsuitdrukkingen emoties tonen.
De voortgang van het verhaal is soms iets te makkelijk en snel (zie bijv. het begin in het heden) en de montage laat op een aantal momenten te wensen over. Het is soms nogal abrupt en kort. Hierdoor hapert het soms even en benut de film niet alle mogelijkheden die het zichzelf creëert. Sommige emoties en gebeurtenissen krijgen (hierdoor?) net iets te weinig ruimte en tijd om een blijvende en diepe indruk achter te laten. Al zitten er nog steeds een aantal scènes in die wat met me deden, het hadden er meer kúnnen zijn.
De film heeft alles wat een goede familiefilm moet hebben, maar het had op een aantal punten net wat beter gekund. Gelukkig is het geen zoetsappige jeugdfilm geworden, maar een spannend, meeslepend en soms ook hard avontuur. Het is een film die elke doelgroep iets te bieden heeft en elke doelgroep zal boeien." (fragmenten uit een commentaar bij de film op http://www.dvd.nl/forum/)
'De middeleeuwen zijn onze mythologie'
In gesprek met de scenarioschrijvers van 'Kruistocht in spijkerbroek'
Er was eerst een ander scenario, maar niemand was er echt tevreden over. Daarom werd aan ons gevraagd of we het wilden herschrijven.' Uiteindelijk schreef het duo een compleet nieuw script. 'Eerst hebben we het boek herlezen. Alles wat ons interessant leek voor de film hebben we genoteerd en daarna hebben we het hele verhaal opnieuw verteld.' En dat hervertellen ging dan zo: 'Meestal schrijven we elk een eigen versie, dan voegen we daaruit de beste stukjes samen en corrigeren we elkaar. Het is persoonlijk, maar ook weer niet. Je legt er voor een stuk je ziel in. Aan het schrijven zelf hebben we, verspreid over een half jaar, ongeveer anderhalve maand gewerkt, maar daarnaast hebben we ook maanden research gedaan. We hebben tientallen ridderromans en naslagwerken over de middeleeuwen gelezen. Alles samen heeft het ongeveer een jaar in beslag genomen.'
Wat is er precies zo moeilijk aan het schrijven van een scenario?
'Het moeilijkst is om een boek van driehonderd bladzijden samen te ballen tot twee uur film. Je bent gedwongen om personages te laten vallen en stukken uit het boek over te slaan of in te korten. Je kunt je niet goed inleven in een film als er te veel personages zijn.
Vooral de actiescènes zijn leuk om te schrijven. We hebben er veel humor in gestoken, en we hebben geprobeerd het zo scherp en modern mogelijk te maken en toch de geest van het boek te volgen. Wij geloven niet dat een professor zomaar toestaat dat een veertienjarige jongen naar de middeleeuwen wordt teruggeflitst. Daarom hebben wij van Dolf in de film een nogal etterige tiener gemaakt, die zichzelf vanuit het jaar 2004 per ongeluk naar de middeleeuwen flitst met een tijdmachine. Die tijdmachine is door zijn moeder uitgevonden en dus niet door een bevriende professor. Dolfs plan was om naar de toekomst te gaan om dé voetbalmatch van zijn dromen te kunnen spelen. Zijn moeder verbiedt het hem, maar koppig als hij is, besluit Dolf toch te gaan en zelf de machine te bedienen. Hij stelt de verkeerde code in en belandt niet in de toekomst maar in het jaar 1212 met geen andere bagage dan zijn voetbaluitrusting, een aansteker en een walkman. Het eerste wat hij vraagt aan een voorbijkomende middeleeuwer is: "Waar is het stadion?"
In het scenario werd de romance tussen Dolf en de middeleeuwse Marieke door de twee scenarioschrijvers verder uitgediept. 'In het boek voel je als lezer wel dat er iets gaande is tussen die twee, maar er wordt niet echt dieper op ingegaan. We vonden dat het een extra dimensie aan de film zou geven als Dolf verliefd zou worden op Marieke. Daardoor vindt Dolf het aan het eind van de film ook veel moeilijker om terug te gaan naar zijn eigen tijd. Hij heeft leren houden van de middeleeuwen en van zijn nieuwe vrienden, en hij heeft enorm veel bijgeleerd tijdens zijn tijdreis. Wanneer Dolf terugkomt in de eenentwintigste eeuw is er niet veel meer over van de vervelende, verwende tiener die hij was vóór zijn vertrek.'
Andere films over de kruistochten
- Een film over de kinderkruistocht
De film 'Lionheart' (1987) met Eric Stoltz en Gabriel Byrne is lichtjes gebaseerd op de kinderkruistocht en vertelt het verhaal van een jonge ridder die in ballingschap is en die een groep wezen leidt die deelnamen aan de kruistocht van Richard Leeuwenhart. Hij beschermt de kinderen tegen de Zwarte Prins, een gedesillusioneerde kruisvaarder die nu handelt in kinderslaven. (http://www.imdb.com/title/tt0093424/)
- Een film over de kruistochten in het algemeen: 'Kingdom of heaven' (2005) is een epos over tolerantie, eer en menselijkheid. Het verhaal, met Orlando Bloom in de hoofdrol, speelt zich af ten tijde van de turbulente, emotioneel geladen Kruistochten, die mee vorm gaven aan onze moderne wereld. Deze film van de hand van meester-regisseur Ridley Scott vertelt het verhaal van Balian, een gewetensvol man van gewone komaf die geridderd wordt en een tocht aanvat op zoek naar vrede en een betere wereld. De film begint bij Balian, een jonge Franse smid, die rouwt om het verlies van zijn vrouw en zijn jonge zoon. Hij krijgt bezoek van Godfrey of Ibelin. Balian verdringt zijn verdriet en vergezelt Godfrey op zijn heilige missie. Wanneer zijn vader voortijdig overlijdt, erft Balian grond en een eigen titel in Jeruzalem, een stad waarin christenen, moslims en joden vreedzaam samengeleefd hebben gedurende de korte wapenstilstand tussen de 2e en 3e Kruistocht. We schrijven 1186. In Jeruzalem wordt Balian verliefd op de mysterieuze zus van de koning, princes Sibylla en zal Balian uitgroeien tot één van de meest eervolle en heldhaftigste ridders, die zijn volk moet beschermen tegen overweldigende krachten." (Guy van Ingelgom) (http://www.imdb.com/title/tt0320661/)
2. Over het boek
Fragmenten uit het boek
Met de materie-transmitter naar de twaalfde eeuw geflitst
"En dit", zei dr. Simiak, "is dan de materie-transmitter." Dolf Wega was behoorlijk onder de indruk. Hij keek met ontzag naar het geweldige apparaat dat de gehele achterwand van het laboratorium besloeg. Overal op de vloer lagen dikke, goed afgeschermde kabels. Dolf zag ook nog een hoog paneel met lampjes, knoppen, hendels – alles voorzien van onbegrijpelijke cijfers en tekens. Tegenover de machtige machine, waarmee je contact met het verleden kon zoeken, voelde Dolf zich opeens heel klein worden.
"Ik zou een volmaakt proefkonijn zijn," sprak hij. "Met het juiste gewicht en een goed stel ogen in mijn hoofd. Desnoods neem ik een wapen mee. O, ik snap wel dat er gevaar aan verbonden is, maar ik kan me goed redden in gekke omstandigheden. En het is toch maar voor een paar uur, net genoeg om… Weet u, ik heb thuis een boek waarin een riddertoernooi wordt beschreven, dat op de veertiende juni 1212 in Montgivray, in midden-Frankrijk werd gehouden door de hertog van Dampierre. Als u mij daar nu eens heenflitste? Ik zou dat dolgraag zien. (p. 9)
Een optocht van kinderen
Nu pas drong het geluid, dat hij al langer had gehoord, zonder het werkelijk te horen, tot hem door. Kinderstemmen, zuiver zingend. Daardoorheen het slepende geluid van duizenden kindervoeten die het stof van de weg deden opwervelen. Verbijsterd keek hij van de hoogte af neer op een oneindig aantal kinderkopjes, die de weg aan zijn oog onttrokken. Een optocht van kinderen trok daar voorbij, van zingende, lopende kinderen – honderden! Neen, duizenden! Onafzienbaar was hun aantal. Niets dan voortschrijdende kinderen zag hij, die de weg vulden, van de ene berm tot de andere. Hij keek naar rechts, tot aan de bocht. Niets dan kinderen die zingend voortliepen. (p. 22)
Door God gestuurd…
"Wat hebben de engelen tegen Nicolaas gezegd?" informeerde hij verder. "God wilde dat Nicolaas zo veel kinderen verzamelde als hij maar vinden kon. Ze moesten allemaal nog maagd zijn. Dan zou God hen naar het Heilige Land leiden, eerst over de bergen en dan naar de zee. En de zee zal wijken als Nicolaas de handen er naar uitstrekt. Zo kunnen we dan naar het Heilige Land lopen, zonder nat te worden of te verdrinken. Nicolaas zal ons dan bij Jeruzalem brengen en…"
"Maar daar zitten de Turken!"
"God heeft ons gestuurd, God zal ons beschermen. Hij zal de Saracenen met blindheid slaan en verzengen met zijn bliksem. Hij zal de aarde doen splijten om hen te verzwelgen, want zij zijn duivels en kinderen van de duivel. En wij zullen altijd in dat mooie, witte Jeruzalem mogen wonen en nooit meer honger en kou lijden. En we zullen altijd gelukkig zijn. We zullen bloemen plaatsen op Jezus’ graf en de heilige plaatsen verzorgen. We zullen de pelgrims ontvangen en te eten geven…" Zo ongeveer luidde het verhaal van Mariecke. Het was duidelijk dat ze woorden herhaalde die haar tot in den treure waren voorgezegd. Dolf knipperde met de ogen. Wat waren dit voor kinderen die men zulke baarlijke nonsens kon wijsmaken? Wie had Nicolaas die krankzinnige onderneming ingefluisterd? Was Nicolaas een bedrieger of een waanzinnige die stemmen meende te horen en aan hallucinaties leed?
"Wie zijn de monniken?" vroeg hij streng. "Dom Anselmus en Dom Johannis. Twee heilige mannen die met Nicolaas naar Keulen kwamen. Zij zeiden dat Nicolaas een heilige jongen was en Gods boodschap had gehoord. Ze vertelden dat Nicolaas, toen hij op een dag in de lente over de schaapskudde waakte, een groot schitterend kruis had gezien, hoog in de lucht. Uit het kruis klonken de stemmen der engelen. Dat hebben ze ons verteld, dus is het waar." "Is het waar omdat ze het zèggen?" vroeg Dolf dringend. Verwonderd keek Mariecke hem aan. "Ze zijn gewijde priesters… die kunnen niet liegen!" (p. 45-46)
De Scharlaken Dood
"Er dreigt een epidemie," fluisterde Dolf wanhopig. "Kunt u me helpen, vader?" "Wat dreigt?" "Een gevaarlijke, besmettelijke ziekte die de kleine kinderen doet sterven." "Toon mij die zieken, mijn zoon." "Kom dan." Samen klommen ze in de huifkar. "Wat is het?" De kindertjes lagen in stof en stro. Ze ijlden, met rode opgezette hoofdjes. Het leek of de hitte van hun vurige lijfjes sloeg. De monnik keek naar hen en knikte. "Ja," sprak hij droevig. "Dit is erg. Het is de Scharlaken Dood." "De… de pest?" haperde Dolf ontsteld. O nee, dàt niet, smeekte hij inwendig. De priester bekruisigde zich en keek hem aan. Een wereld van goedheid sprak uit zijn blauwe ogen. "Niet de pest, mijn zoon. De Scharlaken Dood. Die kinderen zijn vuurrood, zie je wel?" Dolf knikte. Het merkwaardige symptoom was hem ook opgevallen. Hij had gedacht dat het van de koorts kwam. "Zullen ze sterven?" "Dat ligt in Gods hand. De sterken blijven misschien leven – en zij, die zorgvuldig verpleegd worden, hebben ook een kans." (p. 87)
Gezant van de duivel of van God?
"Rudolf van Amstelveen is schuldig. Hij heeft een verbond met de duivel gesloten. Hij brengt heimelijk in de nacht offers aan zijn gruwelijke meester. Hij heeft zich vermomd als een kind, als een der onzen, en hij wekt de schijn dat hij ons wil helpen. Maar in werkelijkheid heeft hij niets anders gedaan dan ons tegenwerken en ophouden. Hij is schuldig, schuldig, schuldig, driewerf schuldig is hij! En ik Nicolaas, de gezant van de engelen, ik veroordeel de ketter Rudolf van Amstelveen tot de dood! (…)
Dom Thaddeus wierp zijn kap af, zodat het licht op zijn geschoren schedel speelde. "Verdwaasden," sprak hij luid en langzaam. "Domoren en verdwaasden zijt gij! Herkent ge een goddelijke afgezant niet wanneer ge hem ziet? Want dat is hij, deze Rudolf van Amstelveen."
"Gij beweert maar iets. Gij wilt Rudolf van Amstelveen beschermen. Maar ge kunt niets bewijzen." "Dat kan ik wel," riep Thaddeus uit. "Jullie kunnen alleen maar beschuldigen. Ik heb een bewijs. Een zeer zichtbaar bewijs." Hij vatte Dolf weer bij de linkerhand, stroopte de mouw van diens trui enigszins op en toonde het 'bewijs'. Een litteken. Als klein kind was Dolf gebeten door een hond. Diep waren de tanden van de bouvier in zijn onderarm gezonken en hadden drie bloedende gaten veroorzaakt. De wonden waren snel genezen, al bleven er littekens achter. "Dit is het teken dat God hem opdrukte toen hij Rudolf van Amstelveen Zijn zending bekendmaakte. Het teken van de Heilige Drievuldigheid. Durft ge nu nog twijfelen, gij dwazen? Kent ge dan Gods merkteken niet?" Dom Thaddeus' ingrijpen maakte een onbeschrijfelijke indruk. De kinderen persten zich naar voren om het ook te kunnen zien. Dolfs arm werd bijna uit zijn lichaam gerukt. Ze knielden voor hem neer, kusten zijn schoenen, de gerafelde zoom van zijn broek, zijn handen en vooral het litteken. Ze drukten hem bijna plat in hun geestdrift. Zij die het hardste geschreeuwd hadden van: Dood hem! kropen nu over de grond om hem maar even te kunnen aanraken. (p 141-142)
Een vreselijk complot
Wat de jongen het meest verbaasde was toch dat volwassen machtige mannen als de graaf van Marburg en de aartsbisschop van Keulen en wie weet welke intriganten nog meer, gelóófden in het succes van de Kinderkruistocht! Kennelijk had de aartsbisschop de zaak georganiseerd in samenwerking met Anselmus en Johannis. Hij had Nicolaas een huifkar, een span ossen en een legertent geschonken. De Heer van Marbug had niet geaarzeld zijn dochtertje en één van zijn schildknapen mee te sturen… Hadden ze dan geen verstand? Maar wellicht hadden de beide heren zelf ook een hard hoofd in de onderneming en geloofden ze nauwelijks dat de kinderen het Heilige Land zouden bereiken. Maar je kon niet weten… Stel dat het lukte, stel dat de beloofde wonderen plaatsvonden, dan hadden die beide heersers een stevige vinger in de pap! Zo ongeveer moest hun gedachtegang geweest zijn. En dat de hele Kinderkruistocht kon uitlopen op de ondergang van achtduizend kinderen – ach, wie zou zich daarover druk maken? Misschien was hun bijgedachte wel geweest: onze streek raakt overbevolkt, er zijn te veel loslopende weeskinderen en zwervertjes, dit is een mooie manier om ze voorgoed kwijt te raken. (p. 190)
Kinderen of krijgers?
Het was waar. De kinderen die de zware tocht door de bergen hadden gemaakt, stonden voor niets meer. Ze wilden eten! Ze wilden water! En als ze het niet kregen, dan namen ze het. Het leven in de open lucht, de niet aflatende strijd tegen honger en gevaren, hadden de kinderen gehard en roekeloos gemaakt. (…) Wat uit Keulen was vertrokken: vroom, met gevouwen handen, zingend en biddend, was na twee maanden uitgegroeid tot een grote troep rovers en stropers, tot zelfbewuste, voor niets terugdeinzende krijgers. (p. 200-201)
De leugen van Anselmus ontmaskerd
"Dom Anselmus heeft gelogen." Algemene ontsteltenis en diep verontwaardigd gegrom. "Want," vervolgde Dolf snel, "Anselmus is geen echte priester, zelfs geen monnik. Hij is een avonturier, een rover, een zeeschuimer." (…) "Nicolaas heeft de stemmen van de engelen gehoord en een brandend kruis gezien." "Ja dat weet ik en Nicolaas heeft niet gelogen. Nicolaas was heel eerlijk. Hij werd zelf bedrogen, net als wij allemaal." "God bedriegt niemand," riep Frank. "Luister kinderen, ik zal jullie vertellen hoe het gebeurd is. Het brandende kruis dat Nicolaas zag, was een gewoon houten kruis dat door Anselmus was getimmerd en in brand gestoken en dat hij boven een heuveltje liet zweven. (…) En de stemmen van de engelen waren ook bedrog. Anselmus had een herdersjongen nodig die voor heilige kon doorgaan. Nicolaas moest geloven dat hij uitverkoren was. Daarom fluisterde Anselmus hem 's nachts, als hij sliep, allerlei dingen in het oor. Nicolaas dacht dat de engelen tot hem spraken."
"Luister dan goed, Anselmus had een mooi plan. Hij ging naar de Duitse landen om kinderen te ronselen voor de slavenmarkten van Noord-Afrika. Natuurlijk zou geen kind zo dom zijn om met de man mee te gaan naar de haven van Genua, als het van te voren wist, dat het op een schip zou worden gezet om naar Afrika te worden gebracht en daar aan de heidenen zou worden verkocht. Daarom verzon Anselmus dit bedrog. Als de kinderen dachten dat ze naar Jeruzalem gingen, zouden ze hem wel volgen. Om het bedrog echt te doen lijken, had hij een herdersjongen nodig die zou denken dat hij een heilige zending had gekregen. Begrijpen jullie het nu?" (p. 235-236)
"Wijk terug, gij wilde zee"
Nicolaas hief de armen op. "Machtige zee, ik gebied je te wijken voor Gods kinderen." Stilte. Zesduizend kinderen durfden nauwelijks te ademen. De simpele woorden, het innig geloof dat uit Nicolaas' houding sprak, hadden hen betoverd. Het was werkelijk ontroerend die jongen daar te zien staan en zijn stem over de golven te horen schallen. Maar de zee bleef die zij was: onafzienbaar, met felle lichtschitteringen, deinende boten. Een zee vol vissen, krabben, geheimen. "God, ik smeek u, laat de zee wijken voor de heilige kinderen die Jeruzalem komen bevrijden." Diepe stilte. Zachte geklots van golfjes tegen de rotsen, van water dat ritselde over grind en wier. Het zachte suizen van diep-ademhalende kinderen. Niets. De zee bewoog zich niet, de zee bleef groot en breed en glinsterend liggen waar zij lag. (…) Nog hoger richtte Nicolaas zich op. Het was of zijn vingertoppen de strakke blauwe hemel wilden raken. "Wijk terug, gij wilde zee. Wijk terug voor Gods kinderen. Laat ons door. God wil het!" (p. 245-246)
Terug in het heden
De vreemde taal gonsde om hem heen en hij verstond elk woord. Duizelig schudde hij het hoofd. "Laat hem even bijkomen." "God wat ziet hij er uit!" "Het is de schok…" "Dolf…mijn eigen lieve Dolf…" Hij besefte opeens dat hij daar stond met een mes in de handen, dreigend opgeheven. De vrouw snikte, naderde hem voorzichtig en raakte even zijn arm aan. Toen drong, langzaam en onherroepelijk, de waarheid tot hem door. Hij stond in het laboratorium van dr. Simiak. De vrouw met de mooie grijze ogen was zijn moeder. De stank in zijn neus was de geur van een half gesmolten materie-transmitter. En de man, die hem zacht op een stoel neerdrukte, was zijn bloedeigen vader. Het mes viel uit zijn krachteloze hand en bleef trillend in de vloer steken. Rudolf van Amstelveen was teruggekeerd in zijn eigen eeuw. (p. 307)
Over Thea Beckman en haar andere werken
Biografie
Thea Beckman werd geboren op 23 juli 1923 in Rotterdam. Ze was enig kind en kon niet gaan studeren omdat haar ouders geen geld hadden om haar studies te betalen. Op latere leeftijd heeft ze echter nog een doctoraat in de psychologie behaald. Beckman begon met schrijven in 1947. Eerst verhalen en journalistieke stukjes en daarna boeken. Pas in de jaren zeventig begon ze echter met datgene waarmee ze het meest bekend is geworden: het schrijven van jeugdboeken. Deze jeugdboeken waren voornamelijk historisch en Beckman documenteerde zich steeds uitvoerig. Om alles te weten te komen over de kledij, de gebruiksvoorwerpen en andere historische gegevens van een welbepaalde tijd deed ze soms wel anderhalf jaar lang voorbereidend werk voor ze aan een roman begon.
Pas in de jaren zeventig, toen haar kinderen al wat ouder waren, kwam haar schrijverscarrière echt op gang. Een boek dat ze las over kinderkruistochten, leidde ertoe dat ze zich in de Middeleeuwen ging verdiepen. Ze reisde naar relevante locaties in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië en las veel over het dagelijks leven in die tijd. Het verschijnen van Kruistocht in Spijkerbroek in 1973 betekende voor Beckman de doorbraak. Van dit boek verscheen in 2003 de zeventigste druk, er werden in totaal meer dan een half miljoen exemplaren van verkocht. Na Kruistocht in Spijkerbroek volgden de boeken elkaar in hoog tempo op. Tussen 1976 en 1978 schreef ze de succesvolle trilogie over de honderdjarige oorlog in Frankrijk: Geef me de ruimte!, Triomf van de verschroeide aarde en Het Rad van Fortuin. Voor die boeken deed Thea Beckman uitgebreid archiefonderzoek. Eind jaren tachtig verliet Beckman het verleden om aan een serie over de toekomst te werken. De trilogie over Thule bestond uit drie delen: De kinderen van Moeder Aarde, Het Helse paradijs en Het gulden vlies van Thule. Het boek had, zoals veel eerdere boeken van Beckman, een uitgesproken feministisch karakter. Zeshonderd jaar na de Derde Wereldoorlog hebben de vrouwen de macht in Thule, omdat mannen hebben aangetoond dat zij machtswellustelingen zijn. Beckman heeft zich tussendoor ook nog aan een aantal andere genres gewaagd: eigentijdse verhalen over gebroken gezinnen als Wij zijn wegwerpkinderen en Mijn vader woont in Brazilië en voor jonge kinderen Een bos vol spoken.
Beckman verkocht tijdens haar leven 1,75 miljoen boeken en werd in vele talen vertaald. Ze won een groot aantal prijzen, waaronder de Gouden Griffel in 1974 voor Kruistocht in Spijkerbroek. Thea Beckman, één van de meest bekende en meest geliefde Nederlandstalige jeugdschrijvers, overleed op 5 mei 2004 aan de gevolgen van kanker.
Een interview met Thea Beckman
Waarom is schrijven zo leuk?
'Ik houd van schrijven omdat ik het leven zo prachtig vind. Schrijven is voor mij een soort toevluchtsoord. En het is leuk als mensen je boeken graag lezen. Ik wil graag boeiende, leesbare boeken schrijven waaraan mijn lezers machtig veel plezier beleven. Kinderboeken schrijven is extra leuk omdat ik dol op kinderen ben en omdat ik nu zelf de boeken kan schrijven die ik vroeger graag als kind had willen lezen.' Bijna de helft van Thea Beckmans boeken zijn historische romans.
Hoe kwam u ertoe om uw eerste historische roman te schrijven?
'Op een gegeven las ik in een boek over kinderkruistochten. Ik vond het meteen een prachtig onderwerp en ben me erin gaan verdiepen. Zo ontstond Kruistocht in spijkerbroek. Een historisch boek schrijven is wel een hoop werk. Ik ben soms wel anderhalf jaar bezig met de voorstudie. Daarvoor ga ik vaak op reis. Voor Kruistocht ben ik naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië gereisd. Ik wilde alles zien zodat ik precies wist hoe ik de plaatsen moest beschrijven. Ook bestudeer ik voor mijn historische romans veel geschiedenisboeken, snuffel ik in archieven en bekijk ik plattegronden - ik wil geen geschiedkundige blunders maken. Mijn speurtocht levert me soms zoveel historisch materiaal op dat ik er meerdere boeken mee kan vullen. Zo schreef ik bijvoorbeeld drie boeken over Kampen: Hasse Simonsdochter, De Stomme van Kampen en Het wonder van Frieswijck.'
In veel van uw historische romans spelen 'gewone mensen' de hoofdrol. Waarom is dat?
'In de geschiedenisboeken gaat het bijna altijd over veldheren, koningen, geleerden en andere belangrijke mensen die grote daden in hun leven hebben verricht. Maar over het gewone volk lees je bijna nooit wat, terwijl die mensen toch ook hun dromen en verlangens hadden en van alles meemaakten. Bovendien heeft over 'gewone mensen' schrijven ook nog een praktisch voordeel voor mij; omdat die mensen niet beroemd waren en niet in de geschiedenisboeken beschreven zijn, kan ik van alles over hen fantaseren terwijl je je met bestaande figuren altijd aan de feiten moet houden.'
Hoe gaat het schrijven verder in zijn werk?
'Een goed boek schrijft zichzelf. Je moet het niet helemaal willen sturen, dan wordt het maakwerk. Ik weet als ik begin ook meestal niet hoe een verhaal gaat aflopen, en soms gaan de personages met me op de loop. Zij weten beter wat ze willen dan ik, zij zijn de baas en daarom laat ik ze altijd hun gang gaan. Zo ging Dolf uit Kruistocht in spijkerbroek tegen mijn wil in de ontvoerde kinderen terughalen.
Maar verder is schrijven geen avontuurlijk beroep. Het is zelfs nogal saai. Je zit achter je schrijfmachine en je doet en beleeft niets anders dan wat je schrijft. Het is ook eigenlijk een heel eenzaam beroep. Alles gaat langs je heen, zelfs op de momenten dat je niet zit te schrijven, want dan luister je, bestudeer je, pluis je uit - allemaal voor dat ene boek waar je mee bezig bent. Zelfs tijdens het boodschappen doen of het stofzuigen ben ik er nog mee bezig!'
En hoe voelt het als het boek éénmaal af is?
'Dat is een akelig gevoel! Anderhalf jaar heb ik aan niets anders lopen denken, van niets anders gedroomd, en opeens is het voorbij. Dan val ik in een diep gat.'
Bron: http://www.schrijversnet.nl/beckmanint.htm
Over de boeken van Thea Beckman
Thea Beckman is gefascineerd door de geschiedenis. Ze heeft boeken geschreven over een groot aantal verschillende periodes - van de middeleeuwen tot de achttiende eeuw. In haar historische romans komen vaak (bekende) mensen voor die echt hebben bestaan, maar haar hoofdpersonen bedenkt ze altijd zelf, omdat ze anders als schrijfster te weinig vrijheid heeft. Daarnaast heeft ze een aantal eigentijdse boeken geschreven en enkele fantasieverhalen voor jongere kinderen.
In haar verhalen komt een aantal thema's steeds weer terug. Zo gaan veel boeken over:
- de invloed die avonturen op een mens kunnen hebben
- de positie van gewone mensen vroeger
- kinderen die om de één of andere reden voor zichzelf op moeten komen
- de strijd van meisjes en vrouwen voor gelijke behandeling als mannen
Een overzicht
- 1970 Met Korilu de Griemel rond: Jasper is een heel slim jongetje. Op een dag ontmoet hij Korilu die zegt dat hij een domoor is en niets van de wereld weet. Samen reizen ze de wereld rond.
- 1972 Mickey en de Fiebeldewiebels
- 1973 Kruistocht in spijkerbroek
- 1974 Mijn vader woont in Brazilië: Moniques moeder is niet getrouwd - haar vader woont in Brazilië. Op een dag komt hij terug naar Nederland en wil met haar moeder trouwen…
- 1975 Geef me de ruimte!: Eerste deel van een trilogie over de Honderdjarige Oorlog. De delen kunnen los van elkaar gelezen worden. Frankrijk is verwikkeld in de Honderdjarige Oorlog met Engeland. Marije redt de troubadour Berton de Fleur van de dood en trekt met hem door het door oorlog geteisterde Frankrijk.
- 1977 Triomf van de verschroeide aarde: Tweede deel van de trilogie over de Honderdjarige Oorlog.
- 1978 Het rad van fortuin: Derde deel van de trilogie over de Honderdjarige Oorlog.
- 1979 Stad in de storm: 1672: Een jonge vrouw bewijst in Oudewater geen heks te zijn. Haar en haar dochtertje wordt gastvrijheid verleend in het gezin van een Utrechtse drukker. Samen beleven ze de roerige tijd tijdens het beleg van de Fransen.
- 1980 Wij zijn wegwerpkinderen: Yvonne en haar broertjes Marcus en Benito denken dat ze wezen zijn, maar dat blijkt helemaal niet waar te zijn. Samen gaan ze op zoek naar hun ouders.
- 1981 Zwerftocht met Korilu
- 1982 De gouden dolk: Een oude vrouw voorspelt Jiri dat hij eens eigenaar zal zijn van de Gouden Dolk. Op zoek naar de dolk trekt Jiri mee met een kruistocht tegen de Saracenen.
- 1983 Hasse Simonsdochter: De vrijgevochten Hasse trouwt met Jan van Schaffelaar die aan het hoofd van een troep huurlingen staat. Als jongen verkleed doet ze mee aan de overvallen. Op een dag worden ze belegerd…
- 1984 Wonderkinderen: Tom en Wijntje kunnen zo goed leren dat ze als tienjarigen al naar de brugklas gaan. Wijntje gaat naar het gymnasium, maar Tom moet van zijn ouders naar de lts. Hoe kan hij hun overtuigen dat hij ook naar het gymnasium wil?
- 1985 Kinderen van Moeder Aarde: Eerste deel van een trilogie over Thule. De delen kunnen los van elkaar gelezen worden. Tien eeuwen na de Derde Wereldoorlog. De aarde is door een kernoorlog gekanteld en de polen hebben zich verplaatst. Thule, het vroegere Groenland, is een prachtig en vredelievend land waar vrouwen aan de macht zijn. De rust wordt echter wreed verstoord als de Badeners het land ontdekken.
- 1987 Het Helse Paradijs: Tweede deel van een trilogie over Thule.
- 1988 Een bos vol spoken: Juultje gaat met het kleine mannetje Troekel mee naar het bos om zijn kat Senta terug te halen. In het bos komen ze veel vreemde wezens tegen.
- 1988 De val van de Vredeborch: Tijdens de Spaanse overheersing in de zestiende eeuw proberen de burgers van Utrecht Alva en zijn soldaten te verdrijven. De burcht van Utrecht, de Vredeborch, speelt hierbij een belangrijke rol.
- 1989 Het Gulden Vlies van Thule: Derde deel van een trilogie over Thule.
- 1990 Het geheim van Rotterdam: Rotterdam 1483. Caspar ontmoet de chirurgijn Melchior en raakt betrokken bij zijn geheimzinnige praktijken.
- 1992 De Stomme van Kampen: Hendrick Avercamp wordt doof geboren. In die tijd dachten ze dat doofstomme mensen niets konden. Maar Hendrick kan wel degelijk wat - hij ontwikkelt zich tot een talentvol schilder.
- 1993 De verloren schat: Het is paasvakantie en Mickey verveelt zich. Maar als ze Arnold ontmoet en ook nog een geheimzinnige advertentie in de krant leest over een schat, kan de vakantie niet meer stuk.
- 1994 De doge-ring van Venetië: De novice Thomas maakt samen met de monnik Matthias een lange reis naar Venetië om een belangrijke relikwie te kopen die hun klooster meer aanzien zal geven.
- 1996 Saartje Tadema: 1712. De zevenjarige Saartje moet naar het Amsterdamse Burgerweeshuis. Ze is slim en houdt van leren, maar daar is in het weeshuis weinig tijd en ruimte voor.
- 1998 Vrijgevochten: Jasper de Bonte monstert aan op een schip. Hij hoopt op grote avonturen, maar binnen een week staat hij als koopwaar vastgeketend op de slavenmarkt van Tunis.
Daarnaast heeft Thea Beckman nog een aantal verhalen en boeken geschreven die niet door uitgeverij Lemniscaat zijn uitgegeven, en publiceerde zij een aantal verhalen in verhalenbundels:
- 1957 De ongelooflijke avonturen van Tim en Holderdebolder Uitgeverij Ploegsma
- 1964 Bertus en het wonderkrijtje Kris Kras
- 1966 Mickey en de vreemde rovers Kris Kras
- 1973 Heremijntijd… wat een lastpost! Uitgeverij Unieboek
- 1991 Het wonder van Frieswijck, kinderboekenweekgeschenk Stichting CPNB
Waar Thea Beckman de mosterd haalde voor haar 'Kruistocht'
Uit een studie is gebleken welk werk als bron diende voor het jeugdboek "Kruistocht in spijkerbroek". Thea Beckman (1923-2004) liet zich voor het verhaal van haar bekendste boek, Kruistocht in spijkerbroek (1973), inspireren door Memoirs of extraordinary popular delusions and the madness of crowds van de Engelse schrijver Charles Mackay (1814-1889). Dat concludeert Veerle Simons, een 23-jarige student geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, in haar bachelorscriptie.
Kruistocht in spijkerbroek vertelt het verhaal van de jongen Dolf uit Amstelveen die met een tijdmachine naar de dertiende eeuw wordt geteleporteerd en in een kinderkruistocht terechtkomt. "In een interview heeft Beckman ooit gezegd dat Slaughterhouse five van Kurt Vonnegut haar op het idee voor het verhaal had gebracht", zegt Simons. "Dat ben ik gaan lezen, en al op pagina negen wordt er verwezen naar Mackays boek."
Bij Mackay stuitte Simons op opvallende overeenkomsten met Beckmans verhaal. "Hij schrijft over twee monniken die een leger van kinderen bij elkaar zoeken in Duitsland en Frankrijk", vertelt Simons. "Ze houden de kinderen voor dat ze naar het Heilige Land zullen gaan. Totdat ze in Marseille aankomen."
Op pagina 125 schrijft Mackay dat "het doel van de monniken" was om hen op schepen te zetten en "aan de Afrikaanse kust als slaven te verkopen". De details kloppen niet helemaal - zo komen de kinderen in Beckmans boek aan in Genua in plaats van Marseille - maar de verwantschap tussen het boek van Mackay uit 1841 en dat van Beckman uit 1973 is zo groot, dat Simons denkt Beckmans inspiratiebron te hebben gevonden. "Ik vond het jammer dat Dolf in het boek zo'n negatief beeld heeft van de middeleeuwers, als zouden het domme mensen zijn. Dat achterhaalde beeld heeft ze dus gebaseerd op Mackays boek."
Uit De Standaard, 15 november 2005
3. Kerkelijke documenten en uitspraken over de kruistochten
"Laat ons vergeven en vergiffenis vragen! Terwijl we God eren die, in zijn genadevolle liefde, in de Kerk een wonderlijke oogst van heiligheid, missionaire ijver en volledige toewijding aan Christus en anderen, kunnen we niet anders dan erkennen dat sommige van onze broeders ontrouw zijn geweest aan het Evangelie, vooral tijdens het tweede millennium. Laat ons vergiffenis vragen voor de verdeeldheid die er is geweest tussen christenen, voor het geweld dat sommigen hebben gebruikt in dienst van de waarheid en voor de wantrouwige en vijandige houding die soms werd aangenomen ten opzichte van de aanhangers van andere religies."
Uit een homilie van Johannes Paulus II op zondag 12 maart van het Jubeljaar 2000, "dag van vergiffenis"
"Voor de meesten onder ons in het Westen, hebben de gebeurtenissen van 1204 weinig betekenis en zelfs minder emotionele resonantie. Maar voor sommige van onze Orthodoxe broeders en zusters bezorgt de gedachtenis aan de inname van Constantinopel door een christelijk leger vanuit het Westen nog steeds diepe pijn, die geheeld moet worden.
Op een aantal gelegenheden heeft de Heilige Vader [Johannes Paulus II] geappelleerd aan Gods vergeving, voor de misdaden die begaan werden tijdens de vierde kruistocht. Tijdens zijn memorabel bezoek aan Griekenland in mei 2001, verzekerde hij Christodoulos, de aartsbisschop van Athene en van heel Griekenland, het volgende: "Bepaalde herinneringen zijn bijzonder pijnlijk en sommige gebeurtenissen in het verleden hebben tot op vandaag diepe wonden nagelaten in de gedachten en harten van de mensen. Ik denk hierbij aan de rampzalige inname van de keizerlijke stad Constantinopel, die zo lang het bastion van het christendom in het Oosten was… Aan God alleen behoort het oordeel en daarom vertrouwen we de zware last van het verleden aan zijn eindeloze genade toe, terwijl we hem vragen om de wonden te helen die nog steeds verdriet doen aan de Griekse mensen.""
4. Woorden over de kruistochten
De kinderkruistocht (Martinus Nijhoff)
Zij hadden een stem in het licht vernomen:
"Laat de kinderen tot mij komen."
Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
ernstig op weg naar het Heilige Land,
dwalende zonder gids, zonder held,
als een zwerm witte bijen over het veld.
In de armen van een der kinderen lag
een wolkewit lam en een kruis met een vlag.
De mensen gaven hun warme pap
en brood en vruchten en melk in een nap,
en kusten hen, wenend om het woord
dat de kinderen lachend hadden gehoord.
Want iedereen blijven Gods woorden vreemd,
behalve hem die ze van God zelf verneemt. -
Zij zijn bij de haven op schepen gegaan
en sliepen op 't dek tegen elkander aan.
De grootste der sterren schoof met hen mee
en wees de stuurman de weg over zee.
Soms schreide er één in zijn droom en riep
over het water totdat hij weer sliep.
Met een dunne hand voor haar gezicht
dempte de maan de helft van haar licht.
Zij voeren voorbij de horizon
waar de dag in een hoek van de hemel begon.
Toen stonden ze zingend voorop het schip
en zagen in zee een wit huis op een klip.
Wie alles verlaat vindt in vaders huis
dat vele woningen heeft, zijn thuis.
Het anker rinkelde en viel in zee.
- Domine infantium libera me -
Het hart van een kind is zo warm en los,
- Pater infantium liberet vos -
zo buiten de wereld en roekeloos,
- Domine infantium libera nos -
dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen.
- Libera nos a malo. Amen.
Relaas van drie kindertjes
" Wij drieën, Nicolaas die niet kan spreken, Alain en Denis, zijn weggetrokken, de straatwegen op, om naar Jeruzalem te gaan. Wij lopen al een hele tijd. Witte stemmen riepen ons in de nacht. Ze riepen alle kindertjes. Ze waren als de stemmen der ‘s winters omgekomen vogels. En eerst hebben we veel arme vogels gezien die op de bevroren grond lagen, veel vogeltjes met een rode borst. Daarna hebben we de eerste bloemen gezien en de eerste bladeren en hebben we er kruisen van gevlochten. We hebben aan de ingang van de dorpen gezongen, zoals we gewoon waren met nieuwjaar te doen. En alle kinderen liepen naar ons toe. En we zijn voortgetrokken met een hele troep. Er waren mannen die ons vervloekten, omdat ze de Heer niet kenden. Er waren vrouwen die ons aan onze armen tegenhielden en ons vragen stelden, en ons gezicht onder de zoenen bedekten. En dan waren er goede zielen die ons houten nappen brachten, lauwe melk en vruchten. En iedereen had meelij met ons. Want zij weten niet waar we heengaan en zij hebben de stemmen niet gehoord. Er zijn dichte wouden op de wereld, en rivieren, en bergen en paden vol doornstruiken. En aan het eind van de wereld ligt de zee, die we binnenkort zullen overgaan. En aan het eind van de zee ligt Jeruzalem."
M. Schwob,
De kinderkruistocht, p. 22-23, Amsterdam, s.d., p. 22-23.
5. Verzoeningswandeltochten
"Wanneer hebben christenen liefde getoond aan moslims en joden? We zijn naar hen gegaan met zwaarden en geweren. We zijn naar hen gegaan met racisme en haat. We zijn naar hen gegaan met gevoelens van culturele superioriteit en economische dominantie. We zijn naar hen gegaan met kolonisatie en exploitatie. We zijn naar hen gegaan met het evangelie dat gehuld werd in argumenten van superioriteit. Slechts enkelen zijn gegaan met de boodschap van Calvarie… We moeten meer doen dan de boodschap dragen, we moeten de boodschap zijn."
De Verzoeningswandeling is een interdenominationele beweging van Westerse christenen die de route van de Eerste Kruistocht heropnemen en zich verontschuldigen tegenover moslims, joden en Oosterse christenen voor de gruwelen van de Kruistochten en voor het misbruik van de naam en de boodschap van Jezus.
De eerste kruisvaardigers vertrokken in 1096 in Keulen vanaf de kathedraal en exact 900 jaar later vertrokken ongeveer 150 wandelaars van dezelfde kathedraal. Heel wat individuele wandelaars sloten zich aan bij de groep, soms maar enkele dagen, soms maandenlang. Eén team ging door Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Slovenië, Kroatië, Albanië, Macedonië en Griekenland. Een ander team ging vanuit Duitsland langs Slovakije, Hongarije en Bulagrije. Beide teams ontmoetten elkaar in Istanbul in Turkijke op 10 oktober 1996. De Mufti van Istanbul, de hoofdrabbijn en de vertegenwoordiger van de patriarch van de orthodoxe kerk verwelkomden de wandelaars met warmte en waardering. In 1996 en 1997 bezochten de wandelaars ontelbare steden en dorpen in Turkije. Ongeveer tweeduizend christenen van 27 landen hebben deelgenomen aan de wandeling. De meeste van hen zijn evangelische protestanten. Sommigen onder hen droegen T-shirts en petjes met het opschrift "ik verontschuldig me" in het Arabisch of het Hebreeuws.
De verontschuldigings-statement van de Verzoeningswandeling gaat als volgt:
"Negenhonderd jaar geleden hebben onze voorouders in naam van Jezus Christus een gevecht ondernomen tegen het Midden-Oosten. Door vrees, hebzucht en haat vervuld, hebben zij de naam van Christus verraden door zichzelf op een manier te gedragen die ingaat tegen Zijn wensen en persoonlijkheid. De kruisvaarders hebben de vaandel van het Kruis boven uw volk geheven. Door deze daad hebben zij de ware betekenis van het kruis, met name verzoening, vergeving en onzelfzuchtige liefde, bevuild.
Op de verjaardag van de Eerste Kruistocht, dragen wij ook de naam van Christus mee. We willen in de voetstappen van de kruisvaarders trekken en ons verontschuldigen voor hun daden, om zo de ware betekenis van het Kruis te tonen. We betreuren ten zeerste de misdaden die door onze voorgangers gepleegd zijn inde naam van Christus. We keren ons af van hebzucht, haat en vrees en veroordelen alle geweld dat gedaan wordt in de naam van Jezus Christus.
Waar zij gemotiveerd werden door haat en vooroordelen, bieden wij liefde en broederlijkheid. Jezus de Messias kwam om leven te geven. Vergeef ons dat wij hebben toegelaten dat Zijn naam werd geassocieerd met dood. Aanvaard alstublieft opnieuw de ware betekenis van de woorden van de Messias: "De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen."
Zie hierbij ook de In de kijker over pelgrimage: Wie zul je er in Godsnaam ontmoeten? Jongeren op stap met zichzelf, de ander en hun geloof: over het pelgrimeren van jongeren.
6. Hedendaagse kinderkruistochten
"Children's Crusade" (Sting)
|
Young men, soldiers, Nineteen Fourteen Pawns in the game are not victims of chance The children of England would never be slaves Corpulent generals safe behind lines The children of England would never be slaves Fixing in doorways, opium slaves Poppies for young men, such bitter trade All of those young lives betrayed All for a Children's Crusade |
Jonge mannen, soldaten, 1914 Pionnen in het spel zijn geen slachtoffers van toeval De kinderen van Engeland zouden nooit slaven worden Corpulente generaals zitten veilig beschut De kinderen van Engeland zouden nooit slaven worden Druggebruik in steegjes, opiumslaafjes Klaprozen voor jonge mannen, zo’n bittere ruil Al die jonge levens verraden Allemaal voor een kinderkruistocht |
Recrutering van jongeren voor het Amerikaanse leger
In Amerika recruteert het leger intensief op middelbare scholen - gesanctioneerd door het No Child Left Behind Act van het ministerie van Onderwijs. Sinds 2002 zijn scholen verplicht om namen, adressen en telefoon-nummers van leerlingen door te geven aan het ministerie van Defensie.
Maar het recruteren van jongeren voor het leger beperkt zich niet alleen tot middelbare scholen. Op 19 april bracht Golf veteraan en ontwerper van oorlog in Afganistan Generaal Tommy Franks een bezoek aan Logan Street basisschool in Los Angeles om daar een "motiverende presentatie" te geven voor groep 8. De video die hij daar heeft laten zien is daarna door het schoolbestuur vernietigd, dus dat blijft speculeren.
Een publicatie in In These Times bericht over dit soort programma's op basisscholen: leerlingen moeten leren hoe in de houding te staan, marcheren, salueren, rondlopen met nepgeweren en als straf moeten ze push-ups doen. "Maar 10 hoor," verklaarde een medewerker.
In de Chuck E. Cheese ('Where a Kid can be a Kid!') pizzaketen worden kinderfeestjes georganiseerd voor 2 tot 10-jarigen. Er is een babyspeelplek, spel, taart, muziek en Chuck E. Cheese TV, met een grappig programma met mensen verkleed als dieren en moeders met baby’s op de arm. Een moeder vertelt: "Daarna kwamen er andere beelden. Die lieten gelukkige lachende soldaten in Irak zien die snoep en speelgoed uitdeelden aan blije Irakese kinderen. Daarop volgde een serie beelden met militaire vliegtuigen, tanks en nog meer lachende soldaten. Dit nam 5 van de 15 minuten van de video in beslag. Gedurende dit gedeelte is er een knuffeldier in beeld dat met grote geanimeerde ogen van het beeld naar de kinderen kijkt en vice versa, terwijl het knikt en applaudisseert." De Chuck E. Cheese video wordt standaard vertoond op feestjes in haar 500 pizza restaurants.
Bron: http://eindpunt.blogspot.com/2005/09/kinderkruistocht.html
Zie hierbij ook de hele problematiek van kindsoldaten die uitvoerig wordt besproken in de In de Kijker: "Wapens als speelgoed. Het moeilijk gevecht tegen de inzet van kindsoldaten"
7. Verhalen over de relatie tussen christendom, jodendom en islam
Op een gegeven moment, tijdens de kruistochten, wou de vreedzame Sint-Franciscus de wijze sultan Saladin ontmoeten, die op dat moment verwikkeld was in een reactie tegen de kruistochten. Franciscus trok, als ongewapende christen, naar het kamp waar Saladin aanwezig was en vroeg of hij bij Saladin mocht gelaten worden voor een gesprek. Dit werd toegestaan en toen Franciscus bij Saladin kwam, verkondigde hij het evangelie aan hem. Saladin gaf toe dat dit zeer mooi was. Daarop vroeg Franciscus waarom Saladin zich niet bekeerde. Wanneer moslims zich immers tot het christendom zouden bekeren, zou de oorlog immers meteen over zijn. Saladin zei hierop dat hij Sint-Franciscus gerust zou willen geloven, maar dat hij eerst de christelijke kruisvaarders had bezig gezien. Pas wanneer de kruisvaarders zich zouden willen bekeren tot hun eigen godsdienst, tot de Christus waarin ze geloven en dit ook zouden tonen door een verandering in hun gedrag en hun leven, dan zou Saladin zich bekeren.
n het jaar 1200 heerst sultan Saladin, een moslim, over de stad Jeruzalem. Op een dag vraagt hij aan Nathan, een Joodse zakenman die bekend stond als de Wijze: "Welke godsdienst is de beste: het Jodendom, het Christendom of de Islam? Van deze drie kan er toch maar één de ware zijn?" Nathan de Wijze antwoordt met een verhaal:
Er was eens een man die een ring bezat met een wonderlijke kracht. De ring maakt de drager ervan tot een goed en wijs mens, geliefd bij God en bij mensen. Hij wil hem doorgeven aan de zoon van wie hij het meeste houdt. Maar hij heeft drie zonen die hem alledrie even lief zijn. Wie zou nu de beste drager van de ring kunnen zijn? Aan wie moet hij de ring toevertrouwen? Hij weet het niet.
Wanneer hij zijn einde voelt naderen, laat hij een goudsmid bij zich komen. Hij laat hem de ring zien en zegt: Maak er twee bij die er precies op lijken. De goudsmid is een meester in zijn vak en slaagt er zó goed in, dat niemand het onderscheid meer kan maken. Op een dag laat de vader zijn drie zonen bij zich komen. Eén voor één geeft hij ze zijn zegen en één voor één schuift hij ze een ring om de vinger.
Na hun vaders dood willen de broers toch weten wie de echte ring heeft. Men ruziet, men twist, men klaagt, maar tevergeefs. Ze komen uiteindelijk bij de rechter terecht. De rechter sprak hen toe: "De ring waar jullie vader het over hadden, bestaat niet of is verloren gegaan. Geen van jullie draagt deze ring. Zie jullie gedrag! Wie nu de echte ring draagt weet niemand. Maar dit is mijn opdracht aan jullie alle drie. Beschouw je eigen ring als echt. Mijn raad is dat ieder van jullie zijn ring voor de ware aanhoudt. Leef zo alsof jij de drager bent van de echte ring. Doe je best om de echtheid van de ring te bewijzen door liefde, door verdraagzaamheid en barmhartigheid. Jullie vader hield van jullie drie evenveel. Streef ernaar om zijn voorbeeld na te volgen en kom na duizenden jaar terug. Dan zal een wijzer rechter op deze stoel zitten en de uitspraak doen wanneer Gods liefde zich vertoont bij jullie kleinkinderen."
Nathan zwijgt. De sultan staat op en zegt: "Dus als ik het goed begrijp moeten Joden, Christenen en Moslims zelf bewijzen dat hun godsdienst de ware is door daden van goedheid en vrede". "Precies", zegt Nathan.
(naar Gotthold Lessing)
Didactische suggesties
1. Over de film
* De leerlingen kunnen indien mogelijk naar de film gaan kijken. Indien dit niet mogelijk is, bezoeken ze de website van de film, waar ze de trailer kunnen bekijken en informatie kunnen vinden.
* Vragen bij de film:
- Zou je zelf naar deze film gaan?
- Sporen de commentaren bij de film je aan om zelf naar deze film te gaan?
- Is dit een genre van film dat je interessant vindt?
- Welk personage spreekt aan of schrikt af?
- Zou je het zelf zien zitten om eens enkele dagen naar een andere tijd geflitst te worden? Zo ja, welke tijd verkies je dan zelf?
- Welke aanpassingen denk je dat je zou moeten maken als je ineens in de Middeleeuwen zou zitten?
- Wat en wie zou je moeten missen? Welk comfort zou je moeten opgeven?
- Wat zou je kunnen leren uit de Middeleeuwen? Wat zou in de Middeleeuwen misschien leuker zijn dan nu?
- Wat zou je meedoen naar de Middeleeuwen als je één voorwerp mocht meenemen? Waarvoor zou je het gebruiken?
- Wat denk je in de Middeleeuwen aan te treffen? Probeer een omschrijving te geven van wat je zou zien en ervaren.
* Bij het gesprek met de scenarioschrijvers
De leerlingen maken een lijstje met de moeilijkheden waarmee men zou kunnen geconfronteerd worden bij het omzetten van een boek naar een film en geven weer hoe ze er zelf aan zouden beginnen. Ze gaan na wat hun eigen favoriete boek is en of het mogelijk zou zijn om dit boek op het witte doek te brengen, en wat de beperkingen en mogelijkheden zouden zijn van een dergelijke verfilming.
De leerlingen kunnen ook bij andere verfilmingen van boeken gaan kijken hoe men dit concreet heeft gedaan (bijvoorbeeld: De Da Vinci Code, The Last Temptation of Christ).
2. Over het boek
* De leerlingen lezen de fragmenten en geven hier hun indruk over, op basis van vragen als: Is het een realistisch verhaal? Kon je je inleven in dit verhaal? Welke personages maken indruk? Wat was spannend? Geloof je zelf in de complottheorie...
* Aan de leerlingen kan de opdracht gegeven worden om in de teksten op zoek te gaan naar het volgende:
- argumenten van de kinderen pro kruistochten
- argumenten van Dolf tegen de kruistochten
- de clash tussen Dolf en het middeleeuwse gedachtegoed
- het godsgeloof in de middeleeuwen (en hoe dat verschilt van een hedendaags geloof)
- de overeenkomsten en verschillen tussen het verhaal en de historische informatie (die in de achtergrondinformatie gevonden kan worden)
* Bij de informatie over Thea Beckman:
- Er kan eerst en vooral de vraag gesteld worden of de leerlingen haar kennen en van waar ze haar kennen. Hebben ze al een boek gelezen van haar en waarover ging dat dan?
- Bij het interview kan de opdracht gegeven worden aan de leerlingen om aan te tonen of het in het geval van ‘Kruistocht in spijkerbroek’ al dan niet klopt dat Beckman steeds gewone mensen als hoofdrolspelers neemt. Ze proberen ook weer te geven hoe zij staan tegenover Beckmans benadering van literatuur en van het schrijfproces.
- De thema’s die bij Beckman steeds terugkomen en die weergegeven worden, kunnen de leerlingen terugzoeken in het overzicht van de boeken van Thea Beckman.
- Bij het artikel uit de Standaard. Maakt het feit dat Beckman haar boek waarschijnlijk op een ander boek heeft gebaseerd het boek minder waard? Denk je dat een boek de macht heeft om het beeld van mensen (in dit geval op de Middeleeuwen) bij te sturen? Zou een film in dat opzicht krachtiger of minder krachtig zijn? Waaraan ligt dat?
3. Kerkelijke documenten en uitspraken over de kruistochten
* De leerlingen krijgen de opdracht om op zoek te gaan naar hoe deze documenten passen in:
a. het jaar 2000
b. een reeks andere vragen naar vergeving en verzoening van de kerk in 2000
c. het pontificaat van Johannes Paulus II
d. de bereidheid van paus Johannes Paulus II om vergeving voor de kerk te verkrijgen en om de dialoog met de wereld en de andere godsdiensten aan te gaan
4. Woorden over de kruistochten
* Bij het gedicht 'De kinderkruistocht'
- Waarnaar verwijst de zin "Laat de kinderen tot mij komen"?
- Wat is het Heilige Land?
- Kan men woorden van God zelf vernemen?
- Waaraan zie je dat het hier over de kinderkruistocht gaat? Haal er verschillende elementen uit die hiernaar verwijzen.
- Wat betekent het dat de kinderen gingen en zelfs geen afscheid namen?
* Bij ‘Relaas van drie kindertjes’
- Is dit een realistische weergave van de gedachtegang van Middeleeuwse kinderen?
- Kan je begrijpen dat die kinderen stemmen hoorden?
- Is dit waanzin of hadden die kinderen ware visioenen?
* De leerlingen gaan op zoek naar de gelijkenissen tussen beide teksten.
Bijvoorbeeld: de verwijzing naar Jeruzalem, de verwijzing naar de stemmen, de idee dat mensen de kinderen vruchten en melk in een nap brengen en dat ze hen kussen,...
5. Verzoeningswandeltochten
* Bij de verzoeningswandeltochten kan men onder andere de volgende vragen stellen:
- Zou je als christen aan dit initiatief deelnemen?
- Heeft dit initiatief eigenlijk zin?
- Kan dit de relatie tussen christenen en andersgelovigen verbeteren?
- Is de verontschuldigings-statement beter dan de officiële verontschuldiging?
- Men spreekt over misdaden… Vind jij zelf dat de kruistochten misdaden waren?
- Komt dit initiatief eigenlijk niet te laat?
- Als je zelf een t-shirt zou moeten ontwerpen voor de deelnemers aan deze tocht, wat zou je er dan op zetten?
* Op http://crusades.boisestate.edu/vpilgrim/ kunnen de leerlingen een virtuele pelgrimage doen en zich op die manier inleven in de wereld van de pelgrims.
6. Hedendaagse kinderkruistochten
* In deze voorbeelden wordt het woord kinderkruistocht op een figuurlijke manier gebruikt. De leerlingen kunnen op zoek gaan in welke andere contexten het woord kruistocht op een overdrachtelijke manier gebruikt wordt. Ze kunnen ook zoveel mogelijk zinnen proberen te maken met het woord kruistocht erin, in verschillende betekenissen. Ze gaan na in welke gevallen dit woord toch nog een religieuze betekenis behoudt.
* Bij het lied van Sting
- Waar verwijst het jaartal 1914 naar?
- Hoe staat Sting tegenover oorlog?
- Wat is de dubbele betekenis van klaprozen in de tekst?
- vooral in het Verenigd Koninkrijk staan deze bloemen symbool voor de Eerste Wereldoorlog (cf. in Flander’s fields, the poppies grow: een beroemd gedicht van John McRae over de Eerste Wereldoorlog en over oorlogsslachtoffers)
- klaprozen worden gebruikt om de drug opium van te maken
- Waar zie je de analogie en de verschillen met de kinderkruistocht van 1212?
- Wat is de betekenis van de zin dat de kinderen van Engeland nooit slaven zouden worden? (de kinderen zullen niet als slaafjes verkocht worden zoals in de kinderkruistocht, maar sterven nog voor ze slaaf zouden kunnen zijn; de kinderen van 1984 zijn daarentegen wel slaven: ze zijn slaaf van de opium)
- Waarop slaat de rode wijn waarover sprake is? (verwijst naar bloed, maar ook naar de gezagshebbers die wijn drinken terwijl de gewone jongens sterven op het slagveld)
- Waarom is er hier sprake van een hedendaagse kruistocht?
- Wat is de boodschap van dit lied?
* Bij de recrutering van jongeren voor het Amerikaanse leger
- Wat is de boodschap van dit lied?
- Hoe sta je tegenover dit initiatief?
- Hoe zou je je zelf voelen als je wist dat jouw naam aan het leger werd doorgegeven?
- Zijn de videoboodschappen een goede manier om kinderen warm te maken voor het leger?
- In welke zin is er hier sprake van manipulatie? Wat is er pervers aan deze praktijk?
- Welke gevoelens roept de jongen op de foto op? Zie je jezelf al in een dergelijke outfit?
* De leerlingen kunnen op het internet en vooral in de In de Kijker over kindsoldaten opzoeken waar en in welke omstandigheden kinderen worden ingezet in oorlog. Hier formuleren ze enkele ethische bedenkingen bij.
7. Een verhaal over de relatie tussen christendom, jodendom en islam
* Vragen:
- Wat is de boodschap van beide verhalen? In welke zin komen beide verhalen met elkaar overeen?
- Wat leren beide verhalen ons over de verhouding tussen verschillende religies?
- Waarnaar verwijzen de drie zonen? (de drie monotheïstische godsdiensten)
- Wat betekent het dat de drie zonen de vader alledrie even lief zijn?
- Maakt het uit of men de echte ring heeft?
- Het ruziën in naam van de echte ring: hoe zien we dit in de kruistochten en ook nog vandaag terug?
- Wat vind je van de uitspraak van de rechter?
Extra
* Men kan de leerlingen op het internet of in een encyclopedie het woord kruistocht of kinderkruistocht laten opzoeken.
* Men kan de leerlingen laten zoeken naar afbeeldingen op het internet, over de kruistochten en meer specifiek over de kinderkruistochten. Hierbij kan men de volgende vragen als richtlijn opgeven:
- Welke informatie kan je uit deze afbeelding halen?
- Hoe worden de kruisvaarders hier voorgesteld (triomferend; angstig; overwonnen;…)?
- Als er kinderen op de afbeelding staan, hoe worden ze dan voorgesteld (als echte kinderen, als mini-volwassenen?)
- Zie je twee kampen op de foto (voor- en tegenstanders van de kruistochten)? Hoe worden beide kampen voorgesteld?
- Zie je op deze afbeelding referenties naar het religieuze, het geloof?
Reacties op deze pagina
Hallo
Ik ben een kleine maand geleden met mijn hele klas beginnen lezen aan het boek. Het grootste gedeelte heb ik en mijn duo-collega voorgelezen. Al onze leerlingen zijn superenthousiast. Hoewel het boek nogal moeilijk is voor sommige kinderen ( hebben nog niet allemaal genoeg leeservaring en zijn grotendeels anderstalig thuis) hebben vele toch een exemplaar gekocht en lezen vaak thuis nog een hoofdstuk verder ! Ik vind dit een prima manier om aan leesbevordering te doen. De suggesties die ik hier vond, zullen dus wel nog van pas komen.
Bedankt !
Ik ben vol verwachting naar de film gaan zien, maar eerder ontgoocheld naar huis gekeerd. Een mooie kinderfilm ? Maar welk beeld blijft over? Bij mij hoe 'sommige' priesters zoals Anselm, kinderen 'gebruiken' of zeg ik beter misbruiken? Uiteindelijk worden ze voorgelogen, iets voorgesteld wat helemaal niet realistisch is, ze worden uitgeput en sterven... Maar 'de zogezegde priester en de 'uitverkorene' Nicolas worden voorgesteld als egoïsten, die vooral om zichzelf bekommerd zijn. Gelukkig is Dolf de 'goede' die zorg draagt. De film geeft een negatief beeld over sommige priesters en er is al zoveel negatiefs... Er is wel één en ander mee te doen, maar het geheel ontgoocheld mij, Marleen Debrock
Ik vind deze site heel interessant. Wij gaan met de 1ste graad BSO en TSO naar de film in januari 2007. Dit materiaal kan ik eventueel gebruiken voor de bespreking. Kan ik dit materiaal downloaden en opslaan? Zo ja, hoe , zo nee, hoe kan ik hieraan komen?
Met vriendelijke groeten
Diane Aerts
leerkracht VTST Turnhout
Het is steeds mogelijk om de inhoud van een indekijker te kopiëren en te plakken in een Word-document.
Mogelijks komt er in de toekomst per pagina nog een knop die je in staat stelt om de huidige pagina te downloaden, maar deze functionaliteit is nog niet volledig afgewerkt.
Ik vond het een hele mooie film.
Er was een open einde dus mischien (ik hoop het) komt er nog een deel 2.
Een heel interessante 'In de kijker'. De link naar de problematiek rond kindsoldaten en de recruteringsmethodes van het Amerikaanse leger zorgt bij de leerlingen voor een schokeffect. De Middeleeuwen zijn plots niet ver meer, of barbaars. Ze werden bevolkt door mensen die helemaal niet ver van ons af staan. Nu is plots heel wat minder superieur. Stemt tot nadenken.
Bedankt!
Ik vind dat Thea Beckman een heel goede schrijfster is. Ik doe zelf, omdat het boek zo goed is, mijn spreekbeurt erover en ik ben pas 9.
Ik ben enorme fan van Thea Beckman en Simone van Der Vlugt ( en Hartman ook)
Ik ben de enige in mijn klas die graag historische boeken leest , erg he! Ik ben 13 en ik ben beginnen lezen door kinderen van moeder aarde. Kruistocht in spijkerbroek heb ik ook gelezen en de film gezien. Het boek vind ik persoonlijk veel mooier omdat het over samenwerken gaat, in de film word daar bijna niet van gesproken en niet iedereen zou kunnen volgen in de film. ( maar ik ben een leesfreak) en ik ben nu op zoek naar het boek 'de stomme van Kampen' in de bib. Thea Beckman is een heel goede schrijfster en spijtig dat ze er niet meer is. ook omdat ik gek ben op de Middeleeuwen, het is de donkerste zwaarste tijd die er al geweest is, pest, machtsmisbruik van de kerk enzo, oorlogen, veldslagen, hongersnood,.... en toch vind ik het de mooiste tijd. Ik lees over niets anders dan de middeleeuwen en ik ben ook begonnen met lezen als ik 9 jaar was, heel wat jaren en boeken verder ben ik er nog altijd aan verslaafd. Ik ben nu bezig in het boek 'Bloedgeld' van Van der Vlugt. Ik ben nog geen enkel boek tegengekomen dat me niet aanstaat, ik ga stoppen, want straks is er geen plaats meer voor andere mensen !!!
Groetjes,
Liesl
Beste Lore en Liesl,
Fijn om te merken dat jullie zo genoten hebben van het boek van Thea Beckman. Niks is leuker dan helemaal opgeslorpt worden door de spanning in een goed boek en het is inderdaad erg jammer dat veel van jullie klasgenoten dat soms vergeten. Af en toe een goed boek aanraden aan je vrienden of vriendinnen kan misschien wel een leuke manier zijn om prettige leeservaringen te delen!
Groetjes!


.gif)

.gif)

.gif)
.gif)
.gif)
.gif)

.gif)

.gif)
.gif)
.gif)


.gif)



.gif)
.gif)

.gif)
.gif)
.gif)
.gif)

.gif)

