Of je Christen, Zen-boeddhist bent, Islamiet of Jood, er is leven, er is leven na de dood.

"Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven " (1 Kor 15:22)

Beginsituatie

Beginsituatie bij de leerlingen

Deze in de kijker wil leerlingen op een heel specifieke wijze laten kennismaken met de veelheid van religies. Meerbepaald willen we via de thematiek van het leven na de dood de leerlingen toegang verschaffen tot de rijkdom van religieuze diversiteit. Het thema van het leven na de dood is erg geladen, omdat het een grenservaring betreft, die gepaard gaat met verdriet en gemis. De meeste leerlingen zijn wellicht reeds geconfronteerd geweest met een sterven en het onherroepelijke afscheid dat daaraan verbonden is. Vaak hebben ze zich in de loop der jaren een beeld gevormd over het einde van het leven en wat daarna mogelijk volgt. Dit beeld zal sterk variëren van leerling tot leerling, en zal wellicht erg persoonlijk gekleurd zijn (zie hermeneutisch knooppunt 1). Sommige leerlingen wijzen elke vorm van leven na de dood af. Dood is dood en daar is dan meteen alles mee gezegd. Anderen hopen op en geloven in een leven na de dood, maar de wijze waarop verschilt sterk. Enerzijds zijn er leerlingen die geloven in een lichamelijk leven na de dood, wat dan meteen tal van vragen oproept zoals: 'Groeien mensen nog na de dood? Verouderen mensen nog? Blijven ze getrouwd? Wat met verminkingen?', enzovoort. Anderzijds hanteren andere leerlingen een erg dualistisch mensbeeld en menen zij dat enkel de ziel verder leeft. De twee laatste visies zijn het sterkst aanwezig in de zogenaamde monotheïstische godsdiensten, met name jodendom, christendom en islam. Er zullen echter ook erg veel leerlingen zijn die zich aangetrokken voelen tot de oosterse religies en de idee van reïncarnatie. Interessant daarbij is dat de leerlingen, zonder het te beseffen, een typisch westerse invulling hanteren van reïncarnatie.
Zo brengt het thema van het leven na de dood een vandaag de dag quasi algemeen geldende trend aan het licht; met name het feit dat jongeren in hun 'spirituele' zoektocht -in hun vragen omtrent leven en dood- op zoek gaan bij de verschillende wereldgodsdiensten en een eigen persoonlijke visie samenstellen. Daarbij zijn ze zich doorgaans niet bewust van het feit dat ze bepaalde facetten uit de oosterse traditie op een zodanige wijze verwesteren dat deze niet langer herkenbaar is voor een hindoe of boeddhist. Het mooiste voorbeeld is de westerse invulling van reïncarnatie (zie hermeneutisch knooppunt 2).

Beginsituatie bij de leerkracht

Deze in de kijker wil geen oordeel vellen over de wijze waarop jongeren omgaan met religie en een antwoord zoeken op zingevingsvragen. Wat we wel willen doen, en dat lijkt ons de taak te zijn van de godsdienstles, is een aantal kritische vragen stellen, zodat ze op een bewuste wijze keuzes kunnen maken en zich een bepaald beeld kunnen vormen. Als er één thema is dat altijd sterk persoonlijk gekleurd zal zijn, dan is het wel het denken over het leven na de dood. In deze in de kijker willen we de leerlingen er graag attent op maken dat elke visie steeds verbonden is met een bepaald mens- en wereldbeeld. Hetzelfde geldt voor de verschillende religieuze tradities. Daarom willen we de aandacht van leerling en leerkracht vestigen op het feit dat voor de gelovige religie een allesomvattend patroon vormt, waarin wereldbeeld, mensbeeld en godsbeeld met elkaar verbonden zijn. De wijze waarop men denkt over leven na de dood en over verlossing en bevrijding zijn ingebed in dit patroon, evenals de regels en praktijken die men als gelovige moet voltrekken om dit doel te bereiken. Het lijkt ons, met deze gedachte in het achterhoofd, van zeer groot belang dat het lesgeven over het leven na de dood en de verschillende religieuze tradities, voorbij de louter neutrale en afstandelijke voorstelling van de religies gaat. Het is belangrijk in het lesgeven over de verschillende religieuze tradities om de verschillende godsdiensten niet louter naast elkaar te plaatsen en te vergelijken op een neutrale en niet-geëngageerde wijze, maar dat men de leerlingen ook tracht binnen te laten treden in de wereld van de religies en hen toont hoe verschillend de wereld er uitziet als boeddhist, hindoe, christen, jood of moslim.

Om in dit opzet te slagen, moet men de verbeelding van de leerlingen op gang brengen. In tegenstelling tot wat doorgaans over de verbeelding wordt aangenomen is dit geen instrument dat enkel leidt tot fictie en fantasie, maar vormt de verbeelding ook een weg naar dieper inzicht. Stel de religies niet voor als theoretische entiteiten, want daarmee wek je inderdaad de idee dat religies louter reservoirs zijn van losse ideeën. Lesgeven over religieuze diversiteit wordt pas echt boeiend wanneer men zich probeert in te leven in de verschillende godsdiensten en de wereld eens probeert te zien door de ogen van een boeddhist, moslim of hindoe. Hoe anders ziet de wereld er uit!

Hermeneutische knooppunten

  1. Uiteenlopende visies omtrent het leven na de dood
    De thematiek van het leven na de dood is vaak een erg geladen thematiek omdat het de vraag naar grenservaringen betreft en hoe mensen daar naar kijken. Sommige leerlingen zullen niet geloven in een leven na de dood, anderen wel, maar de wijze waarop zij geloven kan erg uiteenlopend zijn: er zullen leerlingen zijn die geloven in een lichamelijk leven na de dood; anderen hanteren -zonder dat ze zich er vaak van bewust zijn- een dualistisch mensbeeld waardoor zij geloven dat enkel de ziel verder leeft en nog andere leerlingen zullen veeleer de gedachte van een vorm van hergeboorte in het hart dragen. Op het dieperliggende niveau brengen deze verschillende visies op het leven na de dood ook verschillende visies op mens, wereld en God aan het licht (zie lesimpuls 2 en lesimpuls 3).
     
  2.  Believers en non-believers
    Sommige leerlingen zullen elke visie op een leven na de dood afwijzen vanuit een sterke gerichtheid op het nu, het kenbare en het zichtbare. Zij beschouwen waarheid als een aantoonbaar en bewijsbaar gegeven. Omdat niemand kan beweren dat er leven na de dood is, is deze uitspraak volgens hen niet waar. Er zullen leerlingen zijn die ofwel vanuit een wetenschappelijke ingesteldheid niet geloven ofwel op grond van mogelijke bewijzen net wel geloven in een leven na de dood. Deze laatsten verwijzen dan naar het 'bewijs' van de bijnadoodervaringen. Deze wetenschappelijke ingesteldheid verschilt heel erg van een geloofshouding die niet steunt op bewijzen (zie lesimpuls 5).
     
  3. Pluralisme versus diversiteit
    Het is een quasi algemeen geldende regel dat religies worden voorgesteld als verschillende 'historisch-cultureel bepaalde interpretaties van het ultieme, het mysterie, het goddelijke'. Hoewel ze formeel verschillend, hebben de verschillende religies toch allemaal hetzelfde doel: namelijk hun gelovigen en volgelingen 'verlossen of bevrijden'. In lijn met deze voorstelling van de verschillende godsdiensten ligt de stelling dat religies voortvloeien uit verlangens en angsten van mensen, zoals bijvoorbeeld het verlangen naar rechtvaardigheid en een betere wereld, angst voor het kwade en de dood, enzovoort. Als antwoord op deze algemeen menselijke vragen treffen we verschillende religieuze systemen aan. Hoewel deze systemen duidelijk van elkaar onderscheiden zijn, gaan ze fundamenteel over hetzelfde. De eenheid van de verschillende godsdiensten is dan ook groter dan hun verschillen.

    Deze interpretatie, die we vaak terugvinden in de godsdienstles, maakt de situatie van religieuze verscheidenheid en pluralisme een stuk toegankelijker voor leerlingen: omdat ze uitgaat van een aantal algemeen menselijke vragen, is het gemakkelijker om aansluiting te vinden bij de klas. Hoewel deze visie doorgaans ingegeven wordt door een groot verlangen naar tolerantie en diepe afkeer van al wat naar fanatisme ruikt (soms ook door onverschilligheid), mondt deze houding ten opzichte van de religieuze traditie toch uiteindelijk uit in haar tegengestelde: met name het voorbijgaan aan de eigenheid en particulariteit van de verschillende godsdiensten.
    Natuurlijk kunnen we vanuit een bepaald perspectief de religies met elkaar vergelijken en op zoek gaan naar een mogelijke definiëring. Religies doen zich dan bijvoorbeeld voor als zingevingsystemen die in de loop van de geschiedenis een antwoord hebben geformuleerd op grenservaringen en sleutelmomenten in het leven, zoals geboorte, lijden, dood, onrechtvaardigheid, ervaring van transcendentie, ….
    Een mogelijke definitie van religie vinden we bij Catherine Cormille. Zij omschrijft religie als volgt: "De ervaringen, handelingen, inzichten en instellingen die uitdrukking geven aan de relatie van de mens tot een transcendente werkelijkheid."

    Eigen aan deze benadering is het feit dat deze een buitenperspectief hanteren. Deze benadering is zeer verdienstelijk en heeft reeds veel kennis omtrent de verschillende godsdiensten opgeleverd. Het schoentje gaat -wat ons betreft- pas knellen wanneer men meent, vanuit een dergelijk 'objectief en neutraal' buitenperspectief, alles te kunnen zeggen over religie. Wanneer men met andere woorden voorbij gaat aan de heel eigen beleving van de gelovigen van de respectievelijke traditie, voor wie het onmogelijk is religie samen te vatten in een definitie. Wanneer men in de studie van religie enkel 'wetenschappers' aan het woord laat en niet de betrokken gelovigen, gaat men voorbij aan de heel eigen grammatica van religieuze tradities en de zeer specifieke plaats en rol die een religie inneemt in het leven van een gelovige en zijn gemeenschap.

    De gelovige werkt niet met generaliserende termen, zoals de religie, of het ultieme, of de verlossing of het leven na de dood. Voor hem/haar krijgen die concepten juist een heel concrete invulling. Reïncarnatie is een totaal ander concept dan verrijzenis. Deze tegenstellingen kunnen duidelijk gemaakt worden aan de hand van lesimpulsen 3 en 4. Uit elk van de teksten spreekt een ander mensbeeld, wereldbeeld en Godsbeeld.
    Deze voorstelling van de religieuze diversiteit staat haaks op de wijze waarop jongeren tolerantie vaak invullen, met name door de stelling: 'het maakt allemaal geen verschil.' Voor een gelovige maakt het een wereld van verschil of je christen, zenboeddhist bent, islamiet of jood (zie lesimpuls 3 en 4).
     
  4. De westerse hoop op reïncarnatie en het oosters verlangen naar bevrijding uit de cyclus van hergeboorte
    Er speelt zich een interessante evolutie af in onze hedendaagse maatschappij. Terwijl jongeren zich enerzijds afkeren van de christelijke traditie, voelen ze zich anderzijds vaak aangetrokken tot oosterse religies, zoals het hindoeïsme en het boeddhisme. Jongeren van christelijke afkomst moeten doorgaans niet veel van kerkelijke instituties weten, maar hun interesse voor religie, ook hindoeïsme en boeddhisme, is groot.

    De grote aantrekkingskracht van het boeddhisme is niet uniek voor Nederland; het volgt hiermee landen zoals Duitsland, Engeland en Frankrijk. Er is zelfs een woord bedacht voor het westerse boeddhisme: 'navayana' ofwel 'het nieuwe voertuig'. Voor de stijgende populariteit bestaan diverse verklaringen. De secularisatie en ontkerkelijking zijn er twee. Volgens Ria Kloppenborg, hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht, "lag het boeddhisme voor de hand toen de westerling op zoek ging naar een andere zingeving dan de christelijke". Volgens haar spreekt het boeddhisme aan omdat het de persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu centraal stelt. "Anders dan de kerkelijke instituten waarop veel gelovigen kritiek hebben omdat deze met allerlei regels greep op hen trachten te houden, kent het boeddhisme geen dogma's." Het boeddhisme benadrukt ook dat iemand de ideeën van de boeddha pas kan accepteren nadat hij er kritisch over heeft nagedacht.

    Zie: Het nieuwe voertuig voor andere zingeving

    Jongeren weten zich ook vaak aangetrokken tot de wijze waarop het boeddhisme en hindoeïsme, volgens hen, denken over verlossing (nirvana, verlichting) en het leven na de dood (reïncarnatie). Het is inzake deze thematiek een uitgelezen kans om het ideaalbeeld dat jongeren hebben van reïncarnatie te confronteren met het tragische wereldbeeld van karma en samsara waarmee de reïncarnatie binnen het boeddhisme en hindoeïsme verbonden wordt. We vinden een tegenstelling tussen enerzijds westerse jongeren die geloven in en hopen op reïncarnatie en anderzijds de hindoe en boeddhist die verlangt naar de uiteindelijke verlossing van de cyclus van leven en dood.

    Het beeld dat westerse jongeren hebben van reïncarnatie toont heel duidelijk dat zij willens nillens zijn opgegroeid in een cultuur die verworteld is in de joods-christelijke traditie, welke uitgaat van een relationeel mensbeeld: de mens staat als een vrije persoon in relatie met anderen en zijn identiteit vormt in en door die relaties. De gehechtheid aan deze identiteit, de vraag 'wie ben ik?', de hoop ook dat de dood niet het einde is van onze relaties en dat de dood niet de definitieve breuk is, dit zijn allemaal bekommernissen die duidelijk de verworteling in de joods-christelijke traditie tonen. De visie op leven na de dood en verlossing zijn onlosmakelijk verbonden met mensbeeld, wereldbeeld en godsbeeld. Wat we vandaag zien is dat jongeren dwepen met bepaalde aspecten van oosterse religies, maar deze –zonder het vaak zelf te beseffen-invullen vanuit hun eigen westerse mens-en wereldbeeld. Daar waar het individu vandaag de dag vaak zijn identiteit meent te moeten vinden in bezittingen, stellen het hindoeïsme en het boeddhisme het ideaal van de onthechtheid voorop. Daar waar het Westen uitgaat van een sterk individu, pleit het boeddhisme voor het anatman (niet-zelf). Daar waar reïncarnatie, slechts het herboren worden is van het karma, menen westerlingen dat het het herboren worden is van het individu (zie lesimpuls 5c).

    Maar het Boeddhisme houdt zich daar uiteindelijk niet mee bezig. Dat is geïnteresseerd in het opheffen van het ultieme lijden. Dat is het existentiële lijden. Dus het lijden aan het bestaan, alles wat met geboorte, ziekte, ouderdom, dood te maken heeft. Het Boeddhisme wenst de zaak bij de wortel aan te pakken. Het gaat om het bevrijden van de menselijke geest uit de illusie van de egocentrische werkelijkheid.
     
  5. De mens als symboolscheppend wezen
    Het thema van het hiernamaals, maar ook van een vorm van eindtijdelijke verlossing in een ‘andere wereld’ kan erg botsen met de 'nu'-gerichtheid van de leerlingen. De weerstand richt zich voornamelijk tegen de traditionele voorstellingen van het leven na de dood, met name tegen de concepten van hemel, vagevuur en hel. Elke religie heeft bepaalde symbolen waarin een hele werkelijkheid en waarheid wordt uitgedrukt. De kracht van het lesgeven bestaat nu net in het voorbijgaan aan de gemakkelijke oplossing, met name het stellen dat deze symbolen geen enkele betekenis meer hebben en dus maar beter moeten afgeschaft worden en het samen zoeken met de leerlingen naar een hernieuwde betekenis voor vandaag. Wat betekent de hel voor jongeren? En wat de hemel. En waarom zou men vroeger ook over het vagevuur gesproken hebben (zie lesimpuls 6)?

    Hemel, hel, vagevuur zijn traditionele christelijke symbolen betreffende het leven na de dood. Het zijn echter niet de enige mogelijke symbolen om over leven en dood te spreken. De mens is een symboolscheppend wezen. Hij leeft van beelden en symbolen. Als mens kent hij zijn lichaam en geest alleen doorheen zijn imaginair vermogen. Om zijn menselijkheid te vatten, moet de mens deze beelden structureren in metaforen en modellen. Dit is een universeel proces waartoe schrijvers, kunstenaars en visionairen, maar ook wetenschappers, filosofen en theologen een essentiële bijdrage leveren.

    Ook het menselijk verlangen om aan de onontkoombaarheid van de dood een plaats in het bestaan te geven, heeft zich in de loop van de geschiedenis uitgedrukt in een aantal krachtdadige (onsterfelijkheids)symbolen.
  6. Zie: cursus Prof. Pollefeyt: Symbolen van onsterfelijkheid.

  7. Het hiernumaals versus hiernamaals
    Volgens sommigen moet religie zich uitsluitend focussen op het hiernamaals en moet de politiek zich buigen over het hiernumaals. Deze visie ondervindt echter heel sterke kritiek, voornamelijk vanuit de zogenaamde bevrijdingstheologie, die stelt dat het streven naar de hemel en naar bevrijding zich niet moet situeren in het hiernamaals, maar in de eerste plaats een streven moet zijn naar het opheffen van de hel op aarde. De hemel moet hier en nu gerealiseerd worden door het bevrijden van menselijk lijden, het wegnemen van sociale wantoestanden en het rechttrekken van onrecht (zie lesimpuls 7).

Leerplan

Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel

Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan

Door op een trefwoord te klikken, komt u op het resultatenvenster van de zoekopdracht in het leerplan met de bijhorende zoekterm.

Achtergrondinformatie

1. Theologische basisliteratuur

  • CORNILLE C., De wereldgodsdiensten over schepping, verlossing en het leven na de dood, Leuven, Davidsfonds, 1997.
  •  CORNILLE C., Het christelijk godsgeloof en de oosterse religies in Collationes 2, 1996.
  • MACKEN P., Reïncarnatie of de vraag: wie is ik?, in Mensen onderweg, 1997.
  • S. N., Leven en sterven... Godsdiensten over lijden, dood en levenszin in Catechetische Service, 1993.
  • VANDIKKELEN J., Religie zonder God. Gesprek met zenleraar Ton Lathouwers in TGL, 2001.
  • WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997.

3. Inleiding in de wereldgodsdiensten

Algemeen

Inleiding in het boeddhisme

Inleiding in het hindoeïsme

Inleiding in het jodendom

  • /

Inleiding in het christendom

  • /

Inleiding in de islam

  • /

 

4. Andere

Lesimpulsen

1. Er is leven na de dood: Freek De Jonge

Beluister dit nummer in de jukebox

Website Freek De Jonge

Of je Christen, Zen Boeddhist bent, Islamiet of Jood
Er is leven, er is leven na de dood
Rij dus rustig door oranje en geef extra gas bij rood
Er is leven, er is leven na de dood

Refr.:
Na de dood, (na de dood), na de dood, (na de dood)
Er is leven, er is leven na de dood

Eet gerust wat Engels rundvlees bij je groente of op brood
Er is leven, er is leven na de dood
Als je weg wilt uit Tirana, pak eens voor de gein de boot
Er is leven, er is leven na de dood

Refr.

Volgens m'n vader in de hemel is het alle dagen feest
En m'n vader kan het weten, want die is er geweest
Wat kon Seedorf nou gebeuren toen hij van elf meter schoot
Er is leven, er is leven na de dood
Steek je snikkel zonder rubber in een hetero of een poot
Er is leven, er is leven na de dood

Refr.

Heb je je doodsangst overwonnen
Wordt het alle dagen feest
Dus vandaag maar vast begonnen
Voor je 't weet, ben je er geweest

Refr.(2x)

Er is leven, er is leven na de dood (2x)

(Tekst: Freek de Jonge, Muziek: Bob Dylan)

 

Zie ook: didactische suggestie 1

2. Verschillende visies op het leven na de dood (+vragenlijst & quiz)

  • Ik geloof dat de dood het definitieve eindpunt is van ons leven. Dood is dood. Na de dood komt er niets meer. Ik geloof dus niet in een eeuwige ziel die zich na de dood losmaakt van ons lichaam en verder leeft. Evenmin geloof ik in de hemel of in de hel. Dat zijn achterhaalde begrippen. Religie is noch meer noch minder dan een verhaal door de mensen geconstrueerd om een antwoord te geven op de dood. Religieuze mensen zijn vaak bang voor de dood en daarom geloven ze in God, die hen een leven na de dood verzekert.

  • Ik geloof in een leven na de dood. De dood kan niet het einde zijn:

    • Ik geloof in een persoonlijk leven na de dood
    • Ik geloof in een eeuwige ziel die verder leeft
    • Ik geloof in reïncarnatie
    • Ik geloof dat er een leven na de dood is, alleen weet ik niet hoe dit zal zijn
    • Ik heb een andere persoonlijke visie op het leven na de dood

Zie ook: didactische suggestie 2

 

3. De verschillende godsdiensten en het leven na de dood

Een samenvatting van de visie bij de drie monotheïstische godsdiensten.

"Toen het begrip 'onsterfelijke ziel' via de oude Egyptenaren en Grieken doordrong tot de joodse cultuur, en de westerse cultuur in het algemeen, leidde dat tot verzoening van twee tegengestelde principes. Je blijft voortleven na de dood en je verrijst met de opstanding. Meteen na de dood werd er een oordeel uitgesproken en ging de afgestorvene naar een paradijselijke omgeving, de hemel, of naar een eindeloos voortbestaan in erbarmelijke omstandigheden. Wie niet helemaal boosaardig was, maar toch wat meer zijn best had mogen doen, diende een louteringsfase in het vagevuur te ondergaan."

Dit geldt zeker voor de christenen. Na het einde der tijden, bij het laatste oordeel, worden alle mensen nog eens op het appel geroepen, voorzien van een nieuw lichaam. Joden en getuigen van Jehova die er bij het leven een potje van hebben gemaakt, gaan dan wel definitief dood. Ze komen er, in vergelijking met christenen en islamieten nog goedkoop van af, aangezien die voor altijd in de hel worden gestort."
(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)

Het jodendom en het leven na de dood

De naam van Jahweh houdt in dat Hij absoluut soeverein is over het leven en de dood en dat Hij hun -die aan Hem vasthouden- onvoorwaardelijk trouw is, dus ook tot over het graf heen. De grenzen waarop de levenden stoten, zijn geen grenzen voor Hem. Indien de macht en de trouw van Jahweh borg staan voor leven over de dood heen, is dat wel steeds in onverbrekelijk verband met de Torah. Israël heeft dit niet in de zin opgevat dat het onderhouden van de Torah de voorwaarde is voor de gave van het uiteindelijke leven, maar de Torah is zelf het leven en bijgevolg betekent de afwijzing van haar de dood. De Schrift gaat hierin een heel eigen weg, vergeleken met de omringende cultuur. Niet de fysieke dood betekent de grootste bedreiging voor de mens, maar wel geen gehoor geven aan de Torah. Daardoor verspeelt de mens immers de gemeenschap met God. Het absolute kwaad is dus niet de dood, maar wel een leven buiten de Torah. Bijgevolg verschuiven de begrippen leven en dood: leven buiten de Torah is reeds dood en dood-in-verbondenheid-met-Jaweh is waarachtig leven. Hiermee worden leven en dood niet meer beschouwd als een allesoverheersend lot over de mens, maar worden leven en dood gezien als een persoonlijke en vrije keuze van de mens om wèl of niet te luisteren naar Gods Woord.
(Bron: BEUKEN W., Dood en leven in het Oude Testament: een andere taal in LAMBRECHT J.EN KENIS L., Leven over de dood heen, Leuven, Amersfoort, Acco, 1990, 287-293)

Het leven na de dood volgens het boeddhisme

Natuurlijk werd ook in de boeddhistische traditie een visie ontwikkeld op de dood en het hiernamaals. In een boeddhistisch verhaal hanteert Nagasena, die tegenover een Indisch-Griekse koning Menadros of Milinda de leer van de Boeddha uiteenzet, de volgende vergelijking:

"Wanneer iemand een lamp aansteekt,
blijft deze dan niet de hele nacht branden?
Is nu de vlam in de eerste nachtwake
identiek met de vlam in de middelste of de laatste nachtwake,
of zijn ze verschillend?'
De koning moest beide vragen negatief beantwoorden.
'Zo ook', zei Nagasena,
'voegt de keten van gegevenheden van het bestaan zich aaneen:
het ene ontstaat, het andere vergaat.
Zonder begin, zonder einde voegt het zich aaneen:
daarom is het noch hetzelfde wezen noch een ander wezen
dat de laatste trap van zijn inzicht bereikt."
(Milindhapana 40)

Enkele maanden voor zijn dood, zei de Boeddha tot zijn oppasser Ananda:
"Over drie maanden zal ik heengaan.
Vandaag heb ik bewust en vrijwillig ervan afstand gedaan om verder te leven.'
toen hij zo gesproken had,
sprak de eerbiedwaardige Ananda de Gezegende aan en zei:
'Blijf leven, Heer, zolang de wereld bestaat,
voor het goede, het nut en het welvaren van goden en mensen."
Maar de Boeddha antwoordde:
"Wat nu, Ananda?
Heb ik u vroeger niet verklaard
dat de natuur van al wat ons nabij en dierbaar is, zo is,
dat wij ervan moeten scheiden,
het moeten achterlaten, ons ervan moeten losmaken?
Alles wat geboren wordt, ontstaat of samengesteld is,
draagt in zichzelf de noodzaak van ontbinding.
Hoe kan het dan, Ananda, mogelijk zijn,
dat een dergelijk wezen niet zou ontbonden worden?
Een dergelijke toestand kan toch niet bestaan!"
(Uit de Maha-Parininn ana Soetra uit Roeach voor het zesde jaar)

De dood is alleen maar het begin van nieuw leven en lijden... tot de uiteindelijke oorzaak, namelijk begeerte, vernietigd wordt.
Boeddha zegt dat de wedergeboorte kan vergeleken worden met een vlam die men van lamp tot lamp doorgeeft. De vlam van de laatste lamp is niet dezelfde als die van de vorige. Boeddhisten ontkennen een ziel, een persoon, een ik, als een zelfstandige entiteit en blijvende realiteit over de dood heen. Elke mens is immers afhankelijk, sterfelijk en vergankelijk. Slechts het karma wordt overgedragen op de volgende incarnatie. Deze dient te streven naar een volkomen onthechting, bevrijding en verlichting in het Nirwana.
Ofwel handelt de mens vanuit zijn gehechtheid aan zijn begeerte, hetgeen lijden in een nieuw bestaan tot gevolg heeft. Ofwel handelt de mens vanuit een onthechte houding, waardoor hij het nirwana kan bereiken en niet langer vastkleeft aan vergankelijke aardse dingen.
Wat er precies na de dood gebeurt, interesseerde de Boeddha minder. Speculeren over wat er na de dood volgt, vond hij zelfs ketterij. De mens moet zich vrij maken van alle verlangens, van het verlangen om te bestaan, van het verlangen om niet te bestaan. Voor de boeddhist volstaat het te weten dat er bevrijding mogelijk is uit de eindeloze cyclus van wedergeboorten en lijden.
(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten)

Het leven na de dood volgens het hindoeïsme

"Hindoes geloven dat elk mens een ziel heeft. Hindoes noemen die ziel het atman. Hindoes geloven dat het atman na de dood terugkeert op aarde. Het atman wordt herboren in een nieuw lichaam. Soms als mens en het kan ook als dier. Soms wordt het een godheid. De dood is dus niet het einde, maar een nieuw begin. Een nieuw leven. Dood en geboorte volgen elkaar steeds op. Dat wordt reïncarnatie genoemd.
Toch hopen hindoes dat het atman ooit bevrijd wordt van het leven op aarde. Want leven op aarde brengt altijd leed met zich mee. Om het atman te bevrijden moet je je aan je godsdienstige plichten houden. Het atman kan daarna moksha bereiken. Het keert niet terug op aarde, maar bereikt de eeuwige gelukzaligheid."

(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)

Het leven na de dood volgens de islam

"Moslims geloven dat God op de laatste dag zal oordelen over jouw leven. Je gaat naar de hemel of naar de hel. Dat hangt af van hoe je geleefd hebt. De doden zullen op de laatste dag opstaan uit de dood. Zij worden daarom niet gecremeerd (verbrand).

Familieleden wassen het lichaam van een overleden moslim driemaal. De imam (voorganger) leest stukken uit de koran (heilige boek). Daarna wikkelen zij het lichaam in witte doeken. Iedereen is in de dood gelijk. Dure kleding is dus niet toegestaan. Na de wassing regelen moslims de begrafenis zo snel mogelijk.

Moslims geloven dat twee engelen de dode in het graf zullen ondervragen. De imam fluistert de antwoorden in. Dat is talkien. Hij zegt, dat de overledene een moslim was. Dat hij gelooft in één God. En dat hij gelooft dat Mohammed de boodschapper van God is."
(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)

"De dood is in de islam geen eindpunt. Alles is in de handen van God: zowel de tijd, de plaats als de manier waarop iemand sterft. Na de dood gaat de ziel naar een tussenwereld waar ze wacht. Dan komt het grote oordeel dat de beloning of straf van het lichaam en de ziel zal bepalen. Iedereen zal krijgen wat hij of zij verdient, naargelang de handelingen die hier op aarde verricht werden.
Het kan pijn of angst zijn of een voorsmaak van het eeuwige leven. Op een dag zal de aarde vergaan en die eindtijd noemt men in de islam de 'Dag des Oordeels'.
Op die dag zullen de zielen terugkeren naar het lichaam in het graf. En op die dag zal Allah elk van ons verhoren en beslissen wie Hij naar de hemel of de hel zal zenden.
Dus de dood heeft voor de moslims veel te betekenen: ze is dan eigenlijk het begin van een nieuw leven.
'Moge Hij ons beschermen en behoeden voor het kwade'."
(Bron: Islam over ziekte, dood en geboorte)

"De koran stelt hemel en hel heel beeldrijk voor. De beschrijvingen van het paradijs hebben met permissie gezegd veel weg van de natte droom van een puber. Terwijl de gedetailleerd beschreven folteringen in de hel in tegenstrijd zijn met de oneindig goede en vergevingsgezinde God uit de aanhef van de koran. Later poneerden de islamitische theologen en mystici dat deze beelden slechts functioneerden als metaforen voor het opperste geluk en ongeluk. En net als in het christendom zijn er theologen die twijfelen aan het bestaan van de hel. Zij voeren de hel niet terug tot een lichamelijke foltering, maar tot de knagende spijt om alle gemiste kansen tot goedheid of ook tot de staat van verstokte boosaardigheid."
(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)

De materialistische benadering van de dood

"In de materialistische opvatting betekent de dood het einde van een bestaan. Punt uit. Dat is dan de dood benaderd vanuit de volgende invalshoek: 'wat ik zie, is de werkelijkheid en wat ik niet zie, bestaat niet.' Zo geredeneerd, liggen de zaken simpel. De strikt objectieve waarneming van de dood gebiedt maar één conclusie. Dood is dood. Nadien komt er niets meer."
(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)

"In elke cultuur en in alle tijden zijn er niet allen individuen, maar ook groepen geweest die leefden vanuit de overtuiging dat de dood het absolute einde is van de mens. Een dergelijk geloof vindt men nu ook terug bij personen of groepen die zich humanistisch noemen. Het geloof dat de dood het einde is, hangt vaak samen met de idee van de radicale verbondenheid of identiteit van lichaam en geest. Bij de dood sterft de geest dus samen met het lichaam en blijft er niets over van de mens. Deze voorstelling van de radicale eindigheid van de mens gaat meestal gepaard met een hedonistische levenshouding. Zolang we leven moeten we zoveel mogelijk genieten en elke vorm van lijden vermijden."
(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten, p. 115)

"Voor humanisten is de dood een ondoorgrondelijke gebeurtenis waarover verschillende opvattingen kunnen bestaan. Aangezien de dood in de ogen van humanisten in ieder geval het einde van het menselijk leven in de huidige vorm is, richten zij zich op de eerste plaats op de kwaliteit van het leven.
De angst voor de dood wordt door humanisten beantwoord met het streven naar aanvaarding. De dood is een niet te veranderen gegeven dat je onder ogen moet zien en waarmee je moet leren leven, zeggen zij. Daarom stimuleren zij mensen om tijdens hun leven al wensen over hun uitvaart vast te leggen."
(Bron: Uitvaart voor humanisten)

Zie ook: didactische suggestie 3

4. Een holistische benadering van de wereldgodsdiensten

Religie
Jodendom
Christendom
Islam
Hindoeïsme
Boeddhisme
Godsbeeld Jahweh God geeft zich te kennen in de geschiedenis en sluit een verbond met Israël.

Jezus leert ons God kennen als liefdevolle vader, abba.

God is drie in één, relationeel in wezen.

Allah, absolute transcendentie, almachtig en alwetend. Brahman Geen god
Wereld-beeld

Lineair. De wereld is geschapen door God.

Lineair. De wereld is geschapen door God.

Lineair. De wereld is geschapen door God. cyclisch, samsara, karma. cyclisch, samsara, karma
Mens-beeld

Imago dei.

Climax van de schepping, vrijheid.

Imago dei.

Climax van de schepping, vrijheid.

Onwillige, ondergeschikte, mens als onderworpen.

 

Atman

Anatman: niet-zelf.

Het 'ik' is een naam: een verzonnen constructie die niet overeenkomt met wat er werkelijk aan de hand is.

Heilsvisie Torah + eind-tijdelijke Schepping + verrijzenis Christus: einde der tijden, laatste oordeel, nieuwe schepping + verrijzenis Volledige overgave aan Allah: eindtijdelijke schepping + verrijzenis. Moksha: Einde van de cyclus van hergeboorte. Nirvana: Einde van de cyclus van hergeboorte.
Leven na de dood Hemel/ hel (vagevuur) Hemel, vagevuur, hel Hemel, vagevuur, hel Reïncarnatie Reïncarnatie
Leef

De 10 geboden uit Exodus en Deuteronomium.

Algemeen gebod uit Leviticus: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf."

Er is geen rangorde in de geboden, alles moet worden nageleefd.

De 10 geboden (zie jodendom).

Uitbreiding begrip "naaste" uit Leviticus tot niet-volksgenoten.

Relativering van de Joodse wetten en verbreding in de Bergrede (Mattheus).

Algemeen: het goede doen (wel afwijzing alcohol en kanspelen).

De 5 zuilen zijn:
1. reciteren belijdenis
2. dagelijks ritueel gebed
3. verplichte armenbijdrage
4. vasten = ramadan
5. bedevaart Mekka

Sterk bepaald door het dharma.

Respecteer de regels van de kaste en volg plicht tot liefdadigheid na.

Koester geen verlangens.

Volg gevoelen van algemeen medeleven met mens, mensheid en schepping.

Schakel verlangens uit.

Er gelden geen beperkingen door het kastenstelsel.

5. Believers en non-believers

a) Bijnadoodervaringen

Bijnadoodervaringen zijn een hevig bediscussieerd thema, dat twee kampen kent, met name de believers en de non-believers. De believers halen doorgaans allerlei getuigenissen aan van mensen die uit hun lichaam zijn getreden of die zich in een tunnel bevonden met licht op het einde,... De non-believers zijn doorgaans wetenschappers die aan de hand van de wetenschappelijke tegenargumenten trachten aan te tonen dat bijnadoodervaringen te wijten zijn aan psychologische of fysiologische processen die bijvoorbeeld optreden door het het toedienen van morfine, bij gebrek aan zuurstof of het gevoelig zijn voor parapsychologie...

Hieronder vindt u twee citaten van believers en een website met een wetenschappelijke tekst over bijnadoodervaringen.

"Ik was vreselijk ziek en lag, omdat mijn hart slecht functioneerde, op het randje van de dood. Op dat zelfde moment lag in een ander deel van het ziekenhuis mijn zus, in een diabetische coma, op sterven. Ik verliet mijn lichaam, ging naar een hoek van de kamer en zag hoe ze daar beneden met me bezig waren. Plotseling merkte ik dat ik aan het praten was met mijn zus: zij was ook bij me daarboven. Ik was erg aan haar gehecht, en we hadden een geweldig gesprek over wat daar beneden gebeurde, totdat ze van me weg begon te glijden. Ik wilde met haar meegaan, maar ze bleef maar zeggen dat ik moest blijven waar ik was. 'Het is je tijd niet,' zei ze. 'Je kunt niet met me mee, omdat het je tijd niet is.' Vervolgens verdween ze in de verte door een tunnel en ik bleef alleen achter. Toen ik wakker werd, vertelde ik de arts dat mijn zus was overleden. Hij ontkende het, maar op mijn verzoek stuurde hij een verpleegster om te kijken of het waar was. Ze was inderdaad overleden, precies zoals ik al wist."

(Bron: De tunnel en het licht (R. Moody), p. 143 (bevestigd door behandelende artsen)

"... op 13-jarige leeftijd. De harmonieuze kinderjaren veranderden in een klap door een auto-ongeluk samen met mijn moeder. Zij is hierbij meteen overleden. Ik zag van bovenaf onze lichamen in de auto, de mensen die erop afkwamen en we namen afscheid. Mijn moeder ging verder en ik moest terug, was nog niet klaar, zoals ze 'zei'."

(Bron: Tijdschrift van Merkawah, bijnadoodervaringen, postbus 348, 2900 AH Capelle a.d. IJssel)

b) Reïncarnatie

Wat betreft de reïncarnatie vinden we een gelijkaardige discussie als bij de bijnadoodervaringen.

Enkele getuigenissen die in het voordeel pleiten van zij die geloven in de reïncarnatie.

"Een voorbeeld: Een kind herinnert zich dat hij een ander leven geleefd heeft met genoeg details erover (namen, plaatsen, gebeurtenissen) om onderzoekers in staat te stellen de vroegere persoonlijkheid te identificeren. Die persoonlijkheid stierf aan een schotwond en medische of gerechtelijke verslagen bevestigen de locatie van de wonden waar de fatale kogel het lichaam binnendrong en weer verliet. Het kind dat zich het vroegere leven herinnert, heeft moedervlekken op plaatsen die overeenkomen met de wonden van de vroegere persoonlijkheid. Bovendien is de moedervlek die overeenkomt met de uitgaande wond groter dan de moedervlek die overeenkomt met de inkomende wond, net zoals de wonden zelf waren, daar dit het normale patroon is van schotwonden. Dit is slechts één geval van vele die betrekking hebben op moedervlekken en defecten."

(Bron: Reïncarnatie: het bewijs)

Bram Vermeulen maakte een programma over reïncarnatie (door Marc Coppens)

"Ik was een Waalse officier in de oorlog"

Er is leven na de dood, zong Freek de Jonge bij Neerlands Hoop. Zijn voormalige kompaan Bram Vermeulen gaat nog een dimensie verder: hij gelooft in reïncarnatie. Aan de hand van persoonlijke ervaringen -Vermeulen vermoedt dat hij aan de IJzer heeft gestreden- probeert de liedjesschrijver aan een breed publiek uit te leggen hoe dat inzicht een mensenleven kan veranderen. 'Zweverig? Niets van, ik ben een benieuwd mens.'

Wanneer ben je bewust geworden van je reïncarnatie?
Bram Vermeulen: "In Nederland is de Grote Oorlog aan zowat iedereen voorbijgegaan en toch heb ik er zelf altijd een fascinatie voor gehad. De allereerste gewaarwording kreeg ik in de loopgraven van Diksmuide. Je kunt stellen dat dit normaal is, net zoals je een klap krijgt als je Hiroshima zou bezoeken om je ervan te vergewissen wat daar is gebeurd. Niettemin wou ik van die gewaarwording een film maken."
"Toen kreeg ik een tweede klap. Tot mijn verbazing kende ik in de streek zomaar de weg -ik was er nochtans nooit geweest- en er waren nog tal van niet direct te verklaren aanwijzingen. Dan ga je nadenken: wat gebeurt er met me?"

Jij gaat er dan vanuit dat je in een vorig leven aan de IJzer hebt gevochten?
"Ik ging er in het begin vanuit dat ik een Vlaamse soldaat was die in de handen van de bezetter was gevallen. Allemaal heel correct. Maar ik ben er nu achter dat ik wellicht eerder een Waalse officier was en helemaal niet gesneuveld. Je denkt altijd het beste van je vorige leven, hé. Is het niet vreemd dat er zo weinig mensen zijn die denken dat ze keuterboeren waren en nog minder die in een vorig leven Duitse soldaten waren?"

Vrees je niet dat de kritische Bram Vermeulen voortaan als 'zweverig' zal worden bestempeld?
"Interessant, maar laten we reïncarnatie eens wetenschappelijk benaderen. De eerste wet van de thermodynamica is het behoud van energie. Een lichaam in leven heeft energie. Waar gaat die energie volgens jou naartoe als het lichaam sterft? Ik denk niet dat ik zweverig ben. Mensen die genoegen nemen met het onlogische zijn zweverig. Ik vind het belangrijk om kritische noten te geven bij het christengeloof."

Heeft reïncarnatie voor jou een religieuze dimensie?
"Neen, dat denk ik niet, misschien eerder een kwantumdimensie (lacht). Het is wel zo dat reïncarnatie tot zo ongeveer 400 na Christus deel uitmaakte van het christendom. Omdat het de macht van de kerk -er is één aards leven en één leven na de dood- in de weg stond, werden die opvattingen geschrapt."

Geloof je ook in voorbestemming? Dat je als zanger meer erkenning kreeg in Vlaanderen dan in Nederland, heeft je misschien wel in Diksmuide doen belanden?
"In Nederland was ik een cultfiguur, in Vlaanderen werd ik breder geaccepteerd. Ik denk daar wel eens over na, en dan worden wel meer dingen begrijpelijk. Zo vermoed ik dat voetbalhooligans de reïncarnatie van Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog zijn. Onbewust zijn ze daarmee nog niet klaar. Ik geloof dus ook dat reïncarnatie op een bepaald moment ophoudt. Dan zijn alle issues op."

(Daar ben ik weer, Nederland 3, om 21 uur)
(Het Volk, pagina 29, 226 woorden, 2003, Het Volk)

Over reïncarnatie
Een belangrijke vraag, die aan zij die in de reïncarnatie geloven, moet gesteld worden, betreft de bevolkingsgroei. Hoe kan de reïncarnatie verklaard worden in het licht van de bevolkingsgroei?

Eén van de argumenten die de mensen het meest gebruiken om de onmogelijkheid van wedergeboorte (reïncarnatie) te bewijzen, is het volgende: "De bevolking op de wereld neemt altijd toe. Als reïncarnatie bestaat dan is zoiets toch onmogelijk? Dan moet er toch altijd hetzelfde aantal mensen zijn? Er kunnen er toch niet méér terugkomen dan er geweest zijn?"

Zie ook: Wie was je in je vorige leven?

Didactische suggestie 5

c) De westerse invulling van oosterse religieuze concepten

"Het Westen raakt gewend aan de idee van wedergeboorte. Dat blijkt uit de talrijke groepjes die de vorige levens trachten te achterhalen. Het is bijzonder grappig dat de geïnteresseerden zich meestal herinneren dat zij in een vorig leven een Egyptisch priester of een Tibetaans Lama waren!"

"Als je het aan je klasgenoten vraagt, zullen de meesten zeggen dat ze in reïncarnatie geloven. Ik weet niet of je daar al eens goed bij stil gestaan hebt. Een christen uit de derde eeuw, Irenaeus van Lyon, vindt dat wie in reïncarnatie gelooft, consequent moet zijn en dus geen vlees mag eten, want je bent misschien je overgrootvader aan het oppeuzelen. Het idee van reïncarnatie vind ik helemaal niet aangenaam. Je bent dan maar een nummer in de rij. Vroeger was je Jan, nu Stijn en volgende keer Mieke. Maar je bent zeker niet jezelf!"

"Moet men al zijn bezittingen opgeven om gehechtheid te bestrijden?
Vaak wordt de grote meester Naropa geciteerd, die eens heeft gezegd: 'Zoon, niet de verschijnselen zelf zijn rampzalig, maar de gehechtheid eraan.'
Als men niet meer aan goederen gehecht is, dan kan het bezit ervan geen negatieve resultaten meer opleveren. Bezittingen hoeven niet te worden opgegeven. Ze kunnen gebruikt worden en zelfs goed verzorgd worden. Alleen is het beter er niet aan gehecht te zijn."
(Bron: LAMA KARTA, Inleiding tot het boeddhisme, Kunchab publicaties schoten, 1994)

In onderstaand videofragment verwoordt de spirituele leider Sogyal Rinpoch dat de westerse mens zich concentreert op het leven hier en nu en probeert zo weinig mogelijk aan de dood te denken: hij verdringt de dood uit angst.

Zie ook: didactische suggestie 6

6. Een herdenken van traditionele begrippen: hel, vagevuur en hemel

Didier Pollefeyt herdenkt de begrippen van hemel, hel en vagevuur op een wijze begrijpelijk voor mensen vandaag, doch nog steeds verworteld in de joods-christelijke gedachte van de mens als persoon in relatie. De hel is dan verbonden met "de toestand waarin de geslotenheid het op een gegeven moment blijkbaar gehaald heeft van de principiële en meest fundamentele menselijke bestaansdynamiek, met name de ontvankelijkheid van de mens voor het andere dan zichzelf." Het betreft hier dan een "toestand waar geen sprankeltje hoop meer is. De dood van de individuele mens kan dan inderdaad de definitieve bezegeling betekenen van de toestand van geslotenheid. Christenen geloven dat de ethiek zich in een eschatologisch verlossingsperspectief situeert. Het fundament van het christelijk geloof is dat de genade oppermachtig is, ook over de zonde. In het leven na de dood is de mens veel ontvankelijker voor de alteriteit. In het licht van het eschatologisch perspectief kan het 'vagevuur' geïnterpreteerd worden als groeien in de richting van de openheid en de ontvankelijkheid (de hemel). De 'hel' kan dan geïnterpreteerd worden als de diepe pijn waarmee de ontmaskering van elk zelfbedrog en het zichtbaar worden van alle gemiste groeikansen onvermijdelijk gepaard gaat."
(Bron: POLLEFEYT D., Religie, zingeving en levensbeschouwing, acco Leuven, 2003, p. 46-47)

"Er bestaan echter ook andere symbolen om de eindigheid van het leven te overstijgen. De mens probeert immers op zeer verscheiden wijze aan de eindigheid en sterfelijkheid te ontsnappen. Deze kunnen we omschrijven als symbolen van onsterfelijkheid. De mens heeft het immers moeilijk met de gedachte eindig te zijn.
Een eerste en wellicht meest verspreide belevingsvorm van de onsterfelijkheid is de socio-biologische modus. Wij leven voort in en door onze zonen en dochters en zo in een lange, eindeloze keten. Deze modus is zeer belangrijk in de Oostaziatische cultuur, maar blijkt toch een universeel gegeven te zijn. Deze categorie is niet louter biologisch, maar omvat ook een sociale dimensie: men leeft voort in zijn stam, organisatie, volk of natie.

Een tweede modus van onsterfelijkheid noemt Lifton de creatieve modus. Men kan een gevoel van onsterfelijkheid ontlenen aan het geven van onderwijs, het voortbrengen van kunstwerken, bouwen of herstellen, schrijven, genezen, uitvindingen doen, enzovoort. Op deze wijze oefent men op de wereld een invloed uit die zich over het individu heen tot de ganse mensheid kan uitstrekken.

Een derde modus van onsterfelijkheid is de theologische modus. In verschillende religies vinden we de idee terug van een leven na de dood of op zijn minst het algemeen theologisch principe van de overwinning van de geest op de dood. Zo transcenderen zowel Boeddha, Mozes, Jezus als Mohammed elk op hun wijze door diverse combinaties van morele kundigheden en openbaring de individuele dood.

 

Een vierde modus betreft het gevoel van onsterfelijkheid dat men beleeft door de continuïteit met en in de natuur. Men heeft de ervaring verder te leven in de elementen van de natuur. Dit is bijvoorbeeld typisch voor het animisme, de Europese romantiek of het Japans natuurgevoel.

De vijfde en laatste modus verschilt van de voorgaande omdat deze geheel berust op een inwendige toestand. Het is de modus van de transcendente ervaring. Deze toestand omvat de ervaringen van verlichting of vervoering waarbij de tijd weg schijnt te vallen. Het zijn ervaringen waarbij men het dagelijks leven, ook de dood overstijgt. Zij zijn te vinden in een religieuze ervaring, maar ook in muziek, dans, strijd, atletiek, contemplatie van het verleden, geslachtelijke liefde, kinderen krijgen, kameraadschap, enz. Het ontstaan wordt bevorderd door feesten en plechtigheden, waarbij het dagelijks leven wordt onderbroken en de deelnemers de tijd kunnen vergeten. Zij worden ervaren als een buitengewone psychologische eenheid, als een intense lichamelijkheid of als een onuitsprekelijke verlichting. Zij kunnen geassocieerd worden met het Dionysische principe van grensoverschrijding, het mystieke gevoel van eenheid met het universum en met Freuds omschrijving van het "oceanisch gevoel".
Wanneer de mens een van deze symbolische uitdrukkingsvormen in zijn doodsbeleving kan integreren, verwerft hij een gevoel van onsterfelijkheid dat het actieve, vitale leven doorgaat."
(Bron: Symbolen van onsterfelijkheid)

7. Het hiernumaals versus het hiernamaals

De thematiek van het leven na de dood en de religieuze voorstelling van het hiernamaals kan bij leerlingen een weerstand oproepen tegen religie en de kritische vraag oproepen of religies zich niet beter zouden richten op het hiernumaals.

 Gelooft u in een leven voor de dood ?
Minstens 73 miljoen kinderen werken als slaafjes in tapijtweverijen, steenbakkerijen, textielarbeiders. Ze plukken thee, poetsen schoenen of raken in de prostitutie verzeild.
In 1995 stierven in de derde wereld 13 miljoen kinderen jonger dan 5 jaar. De grote meerderheid had met eenvoudige middelen gered kunnen worden.
Op dezelfde wereld verdienen 358 superrijke families samen evenveel als 2 miljard mensen.
Op dezelfde wereld krijgen basketvedetten als Michael Jordan 800 miljoen fr. per jaar om reclame te maken voor sportschoenen van Nike.
De arbeidsters die in Indonesië deze Nike-schoenen maken, krijgen 54 fr. voor een werkdag van 10 uur. Ook hun kinderen moeten werken om te overleven.

11.11.11 LEGT ZICH NIET NEER BIJ DEZE FEITEN.
De vrouwen in de Nike-fabrieken trouwens ook niet. Zij organiseren zich en voeren actie voor eerlijke lonen. De bewoners van de krottenwijken van Lima en de boeren op de heuvels va Kivu... overal zijn groepen te vinden die werken aan verandering, die een leven willen voor hun kinderen. 11.11.11 steunt hun strijd. Van kleine projecten tot grote politieke acties. Herverdelen. Er is genoeg voor iedereen.
11.11.11 GELOOFT IN EEN LEVEN VOOR DE DOOD

(Bron:11 11 11 Campagnes)

Didactische suggesties

Bij lesimpuls 1

Bij aanvang van het thema 'Leven na de dood in de verschillende wereldgodsdiensten' kan het liedje van Freek de Jonge 'Er is leven na de dood' beluisterd worden. Daarbij is het interessant een aantal vooronderstellingen in de tekst op te merken. De zanger gaat er duidelijk van uit dat het, in tegenstelling tot wat wij in deze in de kijker beweren, uiteindelijk geen verschil maakt of 'je christen, zenboeddhist bent, Islamiet of Jood', want er is 'leven na de dood'. Dit is een pluralistische noot, die het belang van de godsdiensten en de rol die de verschillende tradities spelen in het leven van hun gelovigen erg onderschat. Het liedje van Freek de Jonge betekent zo niet enkel een mogelijke instap in het thema leven na de dood, maar kan ook een aanzet zijn om na te gaan hoe de leerlingen denken over de verhouding tussen de verschillende godsdiensten.

  • Wat denken de leerlingen van de voorstelling van de wereldgodsdiensten in dit liedje?
  • Maakt het geen verschil of je christen, zenboeddhist bent,...
  • Leiden alle godsdiensten tot hetzelfde?
  • Ziet het leven na de dood er voor iedereen hetzelfde uit?
  • Hoe denken de leerlingen over het leven na de dood?
  • Zijn er verschillende meningen in de klas?
  • Denken zij dat deze verschillende visies slechts interpretaties zijn van hetzelfde?
  • Of is er maar één waarheid? Is er slechts één visie waar, en zullen we wel zien in het hiernamaals wie er gelijk heeft gekregen?

Bij lesimpuls 2

Bij aanvang van dit thema kan het interessant zijn te werken met een klasgesprek. Omdat het 'leven na de dood' niet meteen een onderwerp is waarmee leerlingen elke dag geconfronteerd worden, is het best het klasgesprek op voorhand een beetje te sturen aan de hand van enkele vragenlijsten. Dit geeft de leerlingen de mogelijkheid in alle rust en stilte even na te denken. Moedig leerlingen ook aan om voorbij de richtvragen in hun eigen woorden hun voorstelling omtrent het einde van het leven te omschrijven.

  • Wie gelooft er in een leven na de dood?
  • Waarom geloven ze dat er wel een leven na de dood is, waarom niet?
  • Gaan mensen die geloven in een leven na de dood anders om met het levenseinde dan zij die niet geloven?
  • Zijn er leerlingen die wel eens praten tegen de mensen die overleden zijn?
  • Hoe stellen ze zich het leven na de dood voor?
  • Het is interessant om bij elke voorstelling te peilen naar het Gods-, mens- en wereldbeeld dat aanwezig is in de visie op het leven na de dood.

In de tweede vragenlijst vinden we sterk de veronderstelling dat zij die niet geloven in een leven na de dood, er een hedonistische levenstijl op na houden. Dat is een gedachte die vaak door niet-humanisten wordt geopperd. Zij die niet geloven in God en in een leven na de dood, richten hun leven volledig op het nu en willen enkel ongehinderd genieten. Zij die geloven in een leven na de dood en in een mogelijk oordeel (dat is in alle religies aanwezig), moeten toch hun 'hemel verdienen'. Zijn de leerlingen het eens met deze voorstelling? Waarom wel of niet? Gaat ongeloof sowieso gepaard met hedonisme? En gaat geloof in God altijd gepaard met een zeer ethisch leven, met het oog op het hiernamaals? Gaat geloof in God sowieso gepaard met geloof in een leven na de dood? En omgekeerd gaat geloof in een leven na de dood sowieso gepaard met een geloof in God?

De quiz kan gebruikt worden als toets.

Bij lesimpuls 3

Hier kan gewerkt worden met de teksten, op een zodanige manier, dat het voor de leerlingen duidelijk wordt dat het behoren tot een religie uiteindelijk betekent dat je instapt in een allesomvattend levenspatroon dat je leven ten grond tekent. Het maakt wel degelijk een verschil om Christen, Zenboeddhist bent, Islamiet of Jood.
Laat de leerlingen in groepjes samenwerken rond de verschillende wereldgodsdiensten en hun respectievelijke visie op het leven na de dood.

  • Vinden ze een Godsbeeld, wereldbeeld, mensbeeld? (Het is belangrijk deze termen op voorhand uit te leggen)
  • Welke visie op het leven na de dood vinden ze in deze teksten?
  • Heeft dit gevolgen voor hun leven hier op aarde? Welke regels moeten ze volgen?

Nadien zal het belangrijk zijn de verschillende groepjes hun bevindingen in de klas te laten bespreken. Waar liggen de verschillen en de gelijkenissen?
Om deze analyse verder te brengen dan louter theorie, kan het interessant zijn de leerlingen te confronteren met een aantal concrete ethische casussen en de vraag te stellen hoe de hindoe, boeddhist,... daarop reageert. (Gebruik hiervoor ook materiaal uit de achtergrondinformatie over schepping,...)

Voorbeeld: dit is een website over dierenmishandeling: Hoe denkt een boeddhist of een hindoe hierover? Waarom? (Brahman, hergeboorte). Hoe denkt men over deze site binnen de joods-christelijke traditie? Verwijs naar het scheppingsverhaal (ontgoddelijking van de natuur en de schepping). Maar wil dit zeggen dat joden en christenen zomaar alles mogen doen met de schepping?

Geen dieren doden

"Sinds mijn reis naar India kom ik regelmatig in een boeddhistisch studie- en meditatiecentrum. Ik heb geen geld voor cursussen, maar eens per maand werk ik een weekend in de tuin; dan kan je een deel van het weekendprogramma gratis volgen. Ik help soms ook met het oprollen van mantrarollen, die we daarna in boeddhabeelden stoppen. De cursussen komen wel als ik afgestudeerd ben. Volgens mijn beste vriendin ben ik veranderd. De afgelopen tijd zijn vier van mijn huisdieren doodgegaan, maar ik kon het best snel van me afzetten. Omdat ik nu verder kan kijken dan mijn verdriet. Ik dood ook geen dieren meer voor mijn studie. We stoppen vaak insecten in de stikpot, om ze daarna te determineren. Dat vind ik onnodig. De leraar maakt grapjes over mijn standpunt, maar hij kan me niet dwingen."
(Bron: Profiel: Boeddhisme )

Over de theologische accenten van de discussie rond dierenwelzijn.

"In jodendom, christendom en islam ligt de nadruk op de gedachte dat dieren net als mensen schepselen van God zijn. Ook zij hebben het leven gekregen en het is niet aan de mens daarover te beschikken. Binnen de hindoeïstische en jaïnistische tradities wordt beklemtoond dat het leven een emanatie is van het Goddelijke. Alle levende wezens hebben bewustzijn en energie en zij hebben allen evenveel recht op leven. Het boeddhisme vestigt de aandacht op de onderlinge afhankelijkheid van alle levende wezens en leert dat zelfs het allerkleinste wezen boeddha-natuur heeft. Ook binnen westerse religieuze stromingen met een mystieke inslag, al dan niet binnen een geïnstitutionaliseerde traditie, wordt de verbondenheid van al wat leeft benadrukt."

Bij lesimpuls 5

  • Waarom geloven leerlingen in een leven na de dood en waarom niet?
  • Wat denken ze over de argumenten die worden aangevoerd om een leven na de dood te bewijzen?
  • Kennen ze zelf iemand die al een bijnadoodervaring heeft gehad?
  • Hoe zouden ze een dergelijke ervaring verklaren?
  • Wat met de bewijzen die worden aangevoerd voor de reïncarnatie?
  • Kennen ze tegenbewijzen? Zijn er redenen om niet te geloven in de hergeboorte? (bv. hoe te verklaren dat het bevolkingsaantal steeds stijgt?)

Bij lesimpuls 5b

Het kan echt leuk zijn, (niet meteen leerrijk, maar wel echt grappig) om eens met de leerlingen naar de website te surfen die berekent wie je was in je vorige leven.

Klopt daar iets van? Herkennen ze zich in deze beschrijving? Dit kan misschien eens een leuke opdracht zijn voor thuis

Bij lesimpuls 5c

  • Toets de visie die leerlingen hebben van de reïncarnatie aan de boeddhistische visie van de reïncarnatie (zie ook lesimpuls 2).
  • Waar liggen de overeenkomsten en wat zijn de verschillen? Wisten de leerlingen dat het mensbeeld van de boeddhisten zo anders is?
  • En waarom vinden boeddhisten en hindoes de cyclus van hergeboorte zo tragisch?
  • Vraag aan leerlingen wat ze hopen te bereiken in hun leven.
  • Wat betekent voor hen gelukkig zijn? Peil in hoeverre dit ook materialistisch wordt ingevuld, bv: ik wil graag een lieve man en kinderen, in een groot huis en vaak op vakantie kunnen gaan... . Wie heeft er allemaal een GSM in de klas? Zijn dit ook leerlingen die geloven in reïncarnatie? Vinden zij net zoals de boeddha dat dit een vorm is van egocentrische gehechtheid aan artificiële zaken? Geloven de leerlingen dat het mogelijk is zo onthecht te leven? Vinden zij dit nastrevenswaardig?
  • Wat vinden ze van de stelling van de jongen die de 'hergeboorte maar niets vindt, omdat je dan slechts een nummer bent'? Hebben ze er al bij stilgestaan dat een cyclische visie op de wereld en het geloof in reïncarnatie inderdaad de eis van een vegetarische levenstijl inhoudt.
  • Confronteer ook eens het westerse vooruitgangsdenken met het cyclische wereldbeeld van de oosterse religies. Als de geschiedenis niet vooruitgaat, maar telkens opnieuw begint, hoe kan men dan werken aan verbetering?

Je kan hier ook werken met de getuigenis van Mark Heim, die vertelt over zijn contacten met een hindoe monnik.

getuigenis van Mark Heim

"Gedurende twee maanden waren we elke zondag samengekomen, een groep moslims, hindoes en christenen, om te luisteren naar presentaties en deel te nemen aan discussies. De campus waar we steeds verzamelden was een oase van rust en kalmte in de drukte van het Zuiden van India. Op een welbepaalde middag wandelden we met een groep in de tuin en praatten we met het monastieke hoofd van een lokale 'vashnavite ashram' over de betekenis van 'moksha', 'bevrijding' of 'verlossing' voor de hindoes. In zijn voorstelling benadrukte hij ook de favoriete metafoor voor deze toestand van voltooiing, 'ontwaken'.

Een droom, zo zei hij ons, kan zeer levendig zijn. We kunnen de objecten voelen, we bewegen ons in de wereld van de droom. Echter op het moment dat we ontwaken, realiseren we ons pas dat de droom slechts een sluier was voor onze feitelijke plaats en het echte zijn. Welnu dat is precies de wijze waarop onze wereld ook zal blijken te zijn, wanneer we het moksha bereiken. Eén van de moslim studenten was verbijsterd en vroeg hem: als deze wereld slechts een droom is, wat zijn wij dan voor jou? Zijn wij slechts illusies, verzinsels van onze verbeelding. De hindoe antwoordde hem: 'wij zijn dromen die praten tegen dromen'.

De monnik bleef een ogenblik stil en glimlachte terwijl hij dacht aan de schoonheid van dit beeld. 'Maar natuurlijk zullen jullie mij vragen 'wie er droomt'. En ik zal jullie vertellen dat het de brahman is die deze droom heeft en ieder van ons is brahman wanneer hij ontwaakt'.
Terwijl we verder wandelden beantwoordde de hindoe monnik al onze vragen met eenzelfde geamuseerde concreetheid. Ik vroeg me ondertussen af hoe het zou zijn te leven in een wereld als de zijne."

 

  • Wat vinden de leerlingen van deze getuigenis?
  • Denken de leerlingen ook dat deze wereld slechts een droom is?
  • Geloven zij ook dat mensen illusies zijn, dromen die omgaan met andere dromen?
  • Wie gelooft er in een wereldziel zoals de Brahman? En hoe verschilt dit Godsbeeld van de joods-christelijke traditie? En van de islam?
  • Zien de leerlingen het verschil tussen het immanente wereldbeeld dat hier wordt omschreven en de transcendentie van God in de monotheïstische godsdiensten?

Bij lesimpuls 6

1.
Peil naar de wijze waarop leerlingen denken over de traditionele concepten van hemel, hel en vagevuur. Zijn deze concepten achterhaald? Hoe stellen zij zich de hemel en de hel voor? Vinden ze iets van die voorstelling terug in de traditie?
Bijvoorbeeld: de hel, afgesneden zijn van je geliefden of pijn hebben? De hemel, gezond zijn, in vrede kunnen verder leven in aanwezigheid van naasten? Zijn het begrippen die herdacht kunnen worden of moeten we ze gewoon afvoeren?
Waarom vinden de verschillende religieuze tradities het zo belangrijk dat er een leven na de dood is? En waarom mag niet iedereen naar de hemel? In elk van die visies speelt de idee van rechtvaardigheid mee en de gedachte dat er een oordeel komt over dit leven. Als insteek op de gedachte van onrecht en rechtvaardigheid kan het interessant zijn te werken met de tekst 'dood van een onschuldige'.

2.
Mensen hebben het vanouds moeilijk met eindigheid en sterfelijkheid. Ze zoeken naar manieren om die eindigheid te overstijgen en de onsterfelijkheid te bereiken. Mensen willen niet vergeten worden en verder leven. Ze willen ook niet geconfronteerd worden met vergankelijkheid.
Zoek samen met de leerlingen naar manieren waarop mensen de eindigheid kunnen overstijgen. Hoe kan je de vergetelheid van de tijd ontwijken? Hoe bereiken mensen een gevoel van onsterfelijkheid? (kinderen, kunst, religie, kicks, de natuur ... )

Bij lesimpuls 7

Deze lesimpuls kan een hele discussie op gang brengen betreffende de rol van religies in de 'publieke sfeer'. Hierover bestaan zeer tegenstrijdige ideeën. Is religie er om de hemel op aarde te brengen of moet ze zich enkel richten op het hiernamaals? Of vinden leerlingen net dat religies te weinig doen hier op aarde, omdat ze net te veel bezig zijn met hiernamaals?

Volgens sommigen is de kerk te politiek, volgens anderen te weinig geëngageerd. En wat te denken van de stelling dat het cyclische wereldbeeld echte vooruitgang uitsluit?

^ bovenkant pagina

Reacties op deze pagina

Interessant materiaal, over veel religies.... Van bijna alle strekkingen wordt een algemene 'officiële' visie gegeven over 'na de dood' (geen persoonlijke interpretatie van een lid van dat geloof), behalve voor het christendom. Misschien was ik niet aandachtig genoeg, maar een raadpleger (b.v. leerlingen voor een opdracht of wijzelf) vinden er de syntheses van alle godsdiensten, behalve van de onze.... Voor het christendom enkel een eigen poging tot actualisatie van vrij onbekende begrippen door een prof  en in een schema de 3 begrippen 'Hel', 'vagevuur' en 'hemel'.

Het valt me trouwens op dat dit op het internet ook niet zo eenvoudig te vinden is: veel beschrijvingen van wat andere religies geloven (door buitenstaanders geschreven?), maar weinig in eenvoudige woorden over wat christenen geloven. Een gat in de markt?

04/09/2007
Anoniem


Een aanvulling:
Ik werk af en toe met het lied 'Als ik doodga' van Urbanus. Daarin heb je de vertolking van verschillende visies omtrent leven na de dood.

14/10/2003
Anoniem


Moet dat niet 'Testament' van Bram Vermeulen zijn? Dat begint ook met "En als ik doodga..."
Jan Maes

21/10/2003
Anoniem


Het lied 'En als ik doodga' van Bram Vermeulen ken ik ook. Het lied van Urbanus is toch wel een ander lied.

23/10/2003
Anoniem


Begin de jaren negentig was er een uitzending rond 'leven na de dood' binnen de serie van 'Buiten de zone' vaak beter bekend onder "de jongerenfoon". Op dit moment worden die uitzendingen trouwens heruitgezonden.
De troeven van deze uitzending:

  1. een overzicht van al dan niet helpende houdingen bij verdriet (nodigt uit tot communicatie over hoé omgaan met verdriet bij vrienden, kennissen)
  2. een kennismaking met diverse visies op 'leven na de dood', ook visies uit de grote religies zitten hier in een groter geheel naast 'eeuwige jachtvelden', 'de sky is de limit'en 'level 4'.
  3. verkennende beelden hoe de dood in onze samenleving aanwezig is: oorlog, verkeer, de bagatellisering van dood en leven in computerspelletjes, enz..
  4. zinvolle citaten over de dood.

Dit zijn m.i. boeiende impulsen die uitnodigen tot gesprek... ook al zijn ze al 10 jaar oud.
In bijlage zend ik het documentje waarin ik destijds (toen ik nog lesgaf in het secundair onderwijs) de belangrijkste elementen van de uitzending bij elkaar heb gezet.

09/11/2003
Anoniem


Hoi,

Deze "In de kijker" nog maar vluchtig bekeken, vergeef me dus als het toch door de mazen van het net gesukkeld is, maar met alle respect voor de zeer grappige en best intelligente tekst van Freek, toch niet vergeten dat de Meester zelf aan de oorsprong van de idee staat: Dylan zingt (zong, want zover ik weet nauwelijks live gebracht...) op Down in the Groove "Death is not the end".

May you stay forever young!

Groetjes en succes

Joris

14/11/2003
Anoniem


Ook in het 5de BSO vind ik deze leerstof heel bruikbaar. In het handboek Link 5 is een hoofdstuk gewijd aan omgaan met rouwenden en een thema leven met de dood. Daarbij geef ik een aanvullend deel: ALS JE TRANEN OP ZIJN IS JE VERDRIET NIET OVER... Graag stuur ik het door in bijlage. Ook in de leerprojectfiches voor 5de Bso is het terug te vinden.

19/11/2003
Anoniem


Het lied van Freek De Jonge vind ik wel plezant, maar wat spottend. "Als ik dood ga" staat op een cd van Kleinkunst in Vlaanderen. Ik was die eens aan het beluisteren en hoorde dus dat liedje. "Tiens die stem komt mij bekend voor. Ochgod 't is den Urbanus." Dat kwam mij heel vreemd over. Als ge zijn liedjes, films en optredens kent... Maar hier, niets spottend, niets lachend, neen: zachtjes, ingetogen, hoopgevend een beetje: 'ja als ik doodga zou ik dat liedje graag laten spelen tijdens de mis.'

27/11/2003
Anoniem


Bart Lauvrijs (red.) heeft een boekje met als titel 'De dood. Pluralistische/gelovige benadering, hindoe, boeddhist, moslim, jood, christen en humanist', uitgegeven bij Garant. Het is een zeer toegankelijk boekje dat gaat over de verschillende levensvisies en hun impact op sterven en afscheid nemen. Zingeving en beleving van leven en sterven, en de concrete uitingen in symbolen en rituelen worden in het boekje aangereikt.

01/03/2004
Anoniem


Is deze LP met dit lied nog verkrijgbaar. Bestaat er misschien ook een CD van in de handel?
Ik wil dit lied gebruiken bij een voordracht.
Met vriendelijke groeten.

08/04/2005
Anoniem


Ik geef o..les in 2TSO en gebruik Respons T2. In het eerste thema, van kop tot teen, is een exursie rond omgaan met het dode lichaam. Hierbij sta ik even stil met mijn leerlingen rond sterven. Het is heel dankbaar om hier met de leerlingen te werken rond sterven. Elk jaar zijn er leerlingen in mijn klassen die reeds een ouder verloren hebben of een broer of zus. Ik ervaar een grote nood om over omgaan met de dood te spreken. Het lied van Urbanus spreekt mijn leerlingen erg aan, het is eenvoudig en brengt hen tot nadenken. Wat ook mooi is, is het lied van Willem Vermandere uit de CD 'Onderweg', 'Die laatste dag'. Ik stuur dit mee. Meestal vertrek ik van een bordgesprek om alles wat leeft rond dood, op te roepen. Dit werkt ook goed. Bedankt voor de 'in de kijker'. Ik zal er zeker nog gebruik van maken.

08/04/2005
Anoniem


Allereerst mijn complimenten voor deze informatieve site. De wijze waarop over de dood wordt gepraat past helemaal in de opzet die wij als werkgroep tentoonstellingen ook vorm willen geven. Wij zijn helaas nog in de fase van het verzamelen van de bidprentjes uit de verschillende tijden, maar willen ook bij deze tentoonstelling de jeugd betrekken.
Daarnaast willen we ook een brochure samenstellen over de geschiedenis van de bidprentjes, aangevuld met herinneringen van mensen die bij ons hun bidprentjes hebben ingeleverd.
Mijn vraag aan u is, of u ons kunt voorzien van didactische suggesties en misschien ook fondsen die we kunnen benaderen om onze tentoonstelling te kunnen voorzien van financiele middelen. We werken zelf pro deo, maar hebben toch financien nodig voor leermateriaal, vitrines, brochure etc.
Hoop gauw van u te horen.

Met vriendelijke groet,

Therese Tiddens
Vrijwilligster bij de St.Eloy te Beverwijk in de wijkparochie H.Jozef.
Tevens vrijwilligster vanuit de Raad van Kerken in het Thomasproject Broekpolder.

21/06/2005
Anoniem


Deze week in de media

Nieuw op Thomas