Maria: vol van genade?

Beginsituatie

De aandacht voor de bijbelse Maria in onze huidige tijd is dermate groot dat wel eens wordt gesproken van het ‘Mariale tijdperk’. Regelmatig wordt melding gemaakt van verschijningen, boodschappen en visioenen. Bedevaartplaatsen - waarvan verschillende door de Kerk zijn erkend en een plaats hebben gekregen in haar liturgie - trekken vele gelovigen (zie http://www.pastoralezorg.be/153). Maria bekleedt - als belangrijkste heilige binnen de rooms-katholieke traditie - een prominente plaats in de volksdevotie, voor vele gelovigen het kloppende hart van het religieuze leven. Wellicht situeert haar belang zich daarbij op het snijvlak van het menselijke en het goddelijke. Als mens is ze voor veel gelovigen nabij en toegankelijk. Als moeder van God en onbevlekt door de erfzonde, bemiddelt ze rechtstreeks bij Jezus en God (Maria middelares).

In de context van de volksdevotie is er binnen de jongerencultuur recent een soort van vernieuwde interesse voor Maria. Christelijke devotionalia kennen een duidelijke opmars. In een tijd waarin de kerken leeglopen, zijn religieuze hebbedingetjes zoals polsbandjes met heiligenprentjes plots 'hot' (zie: De Standaard, Gelovigen met spulletjes, woensdag 30 maart 2011).

Justin Bieber en Jasmine Villegas dragen passende bidpolsbandjes

Hoe dat zich juist verhoudt tot de mariologie als wetenschap is een groot vraagteken. Maria blijkt (en blijft) voor jongeren vaak een vaag gegeven, hetgeen misschien nog het best kan worden geïllustreerd langs de occasionele verwarring met haar naamgenoot uit Magdala. Feit is wel dat ze niet volledig uit het beeld is verdwenen. Jongeren ontmoeten haar vaak nog via de grootouders, of op vakantie in een bedevaartsoord, op bezoek in een kerk, of tijdens een doopviering. Voorts figureert ze prominent in reclame, media, videoclips en oude en nieuwe kunst.

Eigenlijk weten we niet zoveel over Maria die in het rooms-katholieke geloof als moeder van God en moeder van de kerk wordt vereerd. De getuigenissen over haar zijn zo schaars dat het niet mogelijk is om op basis van de Bijbel een soort ‘historisch leven' van Maria samen te stellen. En zelfs daar waar het Nieuwe Testament over haar vertelt, hebben we nooit te maken met zuiver historische feiten. De interesse van de nieuwtestamentische schrijvers in Maria lijkt voornamelijk theologisch. Net zoals bij Jezus bestaan er van Maria verschillende portretten (denk hierbij aan het op zangbijeenkomsten immens populaire ‘Liefde gaf u duizend namen’ of nog: ‘Onze lieve Vrouw van Vlaanderen’ op tekst van E.H. Cuppens en met muziek van Lodewijk De Vocht). En net als bij Jezus geldt dat de veelzijdigheid niet overstegen moet worden, maar precies wijst op het veelgelaagde karakter van de persoon in kwestie.

Annunciatie (Maria Boodschap), Gentile da Fabriano, ca. 1419

Aanvankelijk verschijnt Maria in de christelijke traditie als de Moeder-Maagd aan wie volgens Lucas de geboorte van een goddelijke Zoon is aangezegd. Drie eeuwen later zijn maar liefst vier Mariafeesten bekend: Maria Boodschap op 25 maart, Maria ten Hemelopneming op 15 augustus, Maria Geboorte op 8 september en Maria Lichtmis op 2 februari. De oorsprong van deze feesten ligt grotendeels in de apocriefe evangeliën (bepaalde boeken die aanspraak maken om als onderdeel van de Bijbel te worden beschouwd, maar die niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen). Apocriefe auteurs interesseren zich van meet af aan voor de ondergewaardeerde Moeder. Ze staat altijd op het achterplan, wordt onrechtvaardig bejegend en aan het graf van Jezus draait alles om ene Maria van Magdala. De indruk dringt zich op dat de ontstane Mariafeesten voorzien in de behoefte aan een 'godin' naast de zo mannelijk georiënteerde kerk van Rome. Waar blijft de vrouw tenslotte in deze mannenwereld? Waar is het 'gevoel' tussen al dat 'verstand' en 'intellectuele geweld'? Het lijkt erop dat het volk de bisschoppen op een bepaald moment tot de orde heeft geroepen en uiteindelijk zijn zin heeft gekregen. Dit terwijl haar bijbelse positie niet overweldigend is. We ontmoeten Maria in de Schrift op haar driedaagse zoektocht naar de zoon, die onder de tempeldienaars verkeert en leert. Fel stelt hij haar onwetendheid aan de kaak. Eerst omdat ze niet schijnt te beseffen dat hij de werken van zijn Vader doet en later als hij haar toeroept: 'Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen’, omdat zij niet weet dat hij in staat is water in wijn te veranderen. Als volstrekt onbelangrijk verdwijnt zij tussen de coulissen van de bijbel, een pretentieloze figurant op het zijtoneel van de godsdiensthistorie. Maar is zij werkelijk zo nietig? De loop van de geschiedenis heeft ons geleerd dat Maria zich niet laat wegretoucheren. Met zachte drang is zij door een achterdeurtje het theologisch bouwwerk binnengekomen en heeft ze de kerkvaders gedwongen hun mannenverbond ook voor vrouwen toegankelijk te maken.

Assumption of the Virgin (Maria-Tenhemelopneming), Peter Paul Rubens, 1626.

In de ogen van velen is Maria eerder een hinderpaal dan een hulp voor de eigentijdse geloofsbeleving. Haar naam evoceert beelden van God, Christus, spiritualiteit en vroomheid die eerder irriteren dan stimuleren. Maria roept iets op van een zoetsappige en wereldvreemde vroomheid; van een enkel voor ingewijden gekende ruimte waarbinnen een wondergeloof de boventoon voert; van een weeïge romantiek die niet met beide benen op de grond kan staan; van een wereld vol van vreemde wensdromen en fantasieën. In deze context is Mariadevotie de ontmoetingsplaats van frustraties en complexen. Haar figuur wekt naast verwondering ook vervreemding. Haar maagdelijkheid heeft iets kwezelachtigs, haar onbevlektheid iets wereldvreemds, haar goddelijke moederschap iets fantastisch, haar lichamelijke tenhemelopneming iets van een verouderde kosmologie. Op deze manier lijkt Mariaverering een geloofsbeleving uit de voortijd, ontsproten uit volksdevoties vol verdachte sentimenten, verlangens en verdringingsmechanismen die thuishoren in een kerk die goedkope doekjes voor het bloeden aanbiedt (zie: Wiel Logister, Maria een uitdaging, Averbode, 2009). Anderzijds is Maria heel actueel een mede-arme en lotgenote voor verdrukten over gans de wereld. Met name in Latijns-Amerika heeft de Mariaverering een duidelijk emancipatorische kracht en daagt ze de kerk uit tot bevrijdend handelen. Feministen en bevrijdingstheologen herinneren eraan dat de zoon van God geboren is uit een jonge Palestijnse vrouw, die geen dak boven haar hoofd had. Ze doorprikken de geromantiseerde beeldvorming rond de kerststal en roepen de kerk op tot solidariteit met de armen in hun strijd tegen onderdrukking. Maria is hierbij hun metgezellin.

Hermeneutische knooppunten

De drie Maria's bij het graf, Hubert Van Eyck, ca. 1410-1420.

1. Onze huidige tijd wordt enerzijds gekenmerkt door een grote aandacht voor Maria maar anderzijds ook door een grote onwetendheid. Zo kan het gebeuren dat jongeren de trotse eigenaar zijn van christelijke parafernalia van de Madonna, zonder dat ze veel zicht hebben op de heilige die ze juist met zich meetorsen. In werkelijkheid blijkt de kennis omtrent Maria al te vaak beperkt en onderhevig aan verwarring. Zo worden bepaalde aspecten omtrent afkomst, levensweg en betekenis van bijvoorbeeld de Maagd Maria en Maria Magdalena onderling uitgewisseld of zelfs over het hoofd gezien. Spreken over Maria als insteek tot het spreken over de Kerk en de rol van de vrouw kan dan ook niet worden losgekoppeld van het spreken over haar bijbelse positie.

2. Maria is een contrastfiguur die zeer tegenstrijdige gevoelens en reacties oproept: haar nederigheid contrasteert met de huidige reflex tot zelfontplooiing, haar gehoorzaamheid contrasteert met de neiging tot zelfaffirmatie, haar dienstbaarheid met het verlangen naar superioriteit, haar maagdelijkheid met de accentuering van de eros, haar openheid voor het onbekende met de mathematische berekening binnen de grenzen van het bekende. Betekenen deze spanningen dat de figuur van Maria vandaan geen betekenis meer kan hebben? Of kan haar averechtse profiel vandaag juist te denken geven? En zo ja, op welke wijze?

Cover Playboy Magazine, Mexico, December 2008.

De figuur van Maria figureert prominent in reclame, media, videoclips en oude en nieuwe kunst (zie beginsituatie). De beeldvorming gaat daarbij vaak uit van een dubbel gezicht: enerzijds een verwijzing naar het beeld van de nederige, dienstbare en devote Maagd (zie hermeneutisch knooppunt 6); anderzijds een explicitering van de krachtige, strijdvaardige en geëmancipeerde vrouw en Moeder van alle Volkeren (zie hermeneutisch knooppunt 7); . Dit laatste aspect wordt geregeld in de verf gezet met provocerende en erotiserende beelden (zie impuls 4). De cover van het blootblad Playboy is hiervan slechts één voorbeeld. De omslag veroorzaakte dermate veel deining in het katholieke Mexico dat de top van het blootblad zich genoodzaakt zag publiekelijk zijn verontschuldigingen aan te bieden. Als verklaring werd gegeven dat het bedrijf de bewuste cover niet goedkeurt en dat de Mexicaanse editie door een licentiehouder wordt gepubliceerd. Voorts luidde het dat Playboy Mexico niemand wilde beledigen, maar dat het erkende dat de cover voor sommigen beledigend was. Bij Playboy Mexico zelf werd ontkend dat het naaktmodel Maria Florencia Onori de Maagd Maria of een ander religieus figuur moest uitbeelden (Zie Gazet van Antwerpen, Playboy verontschuldigt zich voor naakte "Maagd Maria", 17 december 2008).

Annunciatie (Maria Boodschap), Rogier van der Weyden, ca. 1440.

3. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Hieruit mogen we afleiden dat ze dus nog maagd was, hetgeen ook wordt beleden in de twaalf artikelen van het geloof (credo). Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. Dit geloofspunt roept wellicht nog meer dan andere geloofspunten weerstand op. Het is ongeloofwaardig en haast lachwekkend. Onze modern wetenschappelijke kijk op de wereld maakt het bijzonder moeilijk om nog waarde te hechten aan dit verhaal. Dat de Kerk de maagdelijke geboorte als geloofsdogma beleidt (iets dat overal, altijd en door iedereen geloofd wordt), voelt in deze context aan als natrappen. Kan/moet er een symbolische betekenis ontdekt worden in de maagdelijkheid? Of moeten we ze letterlijk begrijpen en ze daarna/daarom verwerpen?

La chiesa riconosce le apparizioni de Amsterdam, Osservatore Romano, 28 mei 2002.

4. De indruk dringt zich op dat de lange lijst van Mariafeesten in de rooms-katholieke traditie tot stand is gekomen om de gewone mens te voorzien in zijn behoefte aan een 'godin' naast de erg mannelijk georiënteerde Kerk van Rome. Maria lijkt haast een soort van ‘tegemoetkoming’ of ‘correctie’ op de erg patriarchale structuren van de Kerk. Ze is de belangrijkste heilige en vervult in de rooms-katholieke (maar ook in de Oosters-orthodoxe) Kerk als Moeder van God een voorname rol in het geloofsleven. Toch moeten we ook vaststellen dat ondanks haar positie qua gedachtenisfeesten, de eigenlijke gebeden en het Offer tijdens de Heilige Eucharistie steeds tot God de Vader worden gericht, met het smeken tot Jezus Christus. De vraag die zich stelt, is of Mariaverering meer is dan een vorm van geloofsbeleving die thuishoort in een Kerk die goedkope doekjes voor het bloeden aanbiedt. Een groot aantal, vaak orthodoxe katholieken vindt alvast dat de Mariaverering verder zou moeten gaan, zo ver zelfs dat haar status zou moeten worden verhoogd langs de afkondiging van een vijfde dogma. Het gaat hier om de dogmatisering van de theologisch precaire Mariatitels ‘Medeverlosseres’, ‘Middelares’ en ‘Voorspreekster’. Deze oproep is uiterst omstreden. Vooreerst lijkt het in de huidige oecumenische tijd onwenselijk om een nieuw dogma af te kondigen dat de richting gaat van reformatie en orthodoxie. Bovendien worden de titels ook binnen de katholieke theologie van na het Tweede Vaticaans Concilie bewust gemeden of tussen haakjes geplaatst. Een dogmatisering van de titel ‘Medeverlosseres’ is tenslotte taalkundig onhelder (vanwege het ‘mede’ dat zowel neven- als onderschikkend kan worden gebruikt en zo dus een schaduw kan werpen op het unieke middelaarschap van Christus ) en doet bovendien geen recht aan de rol van de Heilige Geest (die werkelijk medeverlosser genoemd mag worden).

'Vrouwe van alle Volkeren' is een titel van de Maagd Maria. Zij zou tussen 1945 en 1959 zesenvijftig maal zijn verschenen aan zieneres Ida Peerdeman te Amsterdam. Sommige verschijningen vonden in Duitsland plaats. In deze verschijningen zou Maria zich de "Vrouwe van alle Volkeren" hebben genoemd en twee dingen centraal hebben gesteld: ten eerste een gebed dat dagelijks voor het kruis gebeden dient te worden, ten tweede de afkondiging door de Kerk van het vijfde mariale dogma. Wordt dat dogma uitgesproken, dan zal - aldus de boodschappen van Amsterdam - de positie van de Kerk sterker worden, en daardoor zal ook de vrede komen.

5. Het aantal pelgrims dat Mariabedevaartplaatsen aandoet, blijft groeien en ook de plaatsen van bijzondere verering voor Maria worden door vele duizenden mensen bezocht. Het fenomeen heeft vaak een dubbel karakter. Aan de ene kant is er de hoop op genezing en het mysterie van het geloof dat een bedevaartoord tot magneet voor pelgrims maakt. Aan de andere kant is er de commercie, het bijgeloof en vaak ook de hypocrisie van vrijwilligers die hun eigen motieven hebben voor het ‘goede’ werk dat ze leveren. In combinatie tonen bedevaartoorden zich vaak als goed geoliede ‘hoopfabrieken’ waar alles en iedereen is ingesteld op de pelgrims die worden aangetrokken. Niemand kijkt er op van de strakke planning of plaatselijke zeden en gewoonten, maar toch sluimert steeds de hoop op een onderbreking van dit ritueel door het geschieden van een wonder. De vraag die hierbij leeft is hoe je een wonder kan verdienen en hoe je de meeste kans maakt om genezen te worden. Zit daar een logica achter? Als je om een onverklaarbare reden getroffen wordt door een ziekte, waarom zou er dan een reden zijn voor een wonder? Bedevaartsoorden zijn synoniem voor hoop, troost en herstel voor de wanhopigen en stervenden. Maar is het niet absurd dat mensen op het randje van de dood nog hopen op langdurig geluk? Wat drijft mensen naar (miraculeuze) bedevaartoorden? Wat zijn hun verwachtingen en teleurstellingen? Wat geloven en hopen zij? En hoe oordelen zij over anderen? Wat is geloof, wat bijgeloof? Wat is offer, wat offerbereidheid? Wat is zinvol, wat zingeving? Waarom genas de profeet Elisa wel de Syriër Naäman en niet de melaatsen in Israël (2 Kon 5,1-27)? En waarom werd Job door ziekte getroffen, terwijl hij bekend stond als de godvruchtigste man van Us? Kan het wonder als wonder ons in deze tijd van technische beheersing en kennis aan het denken zetten over de kern van geloof? En over het instituut Kerk? Wat heeft het te betekenen dat de meeste bezoekers aan Mariabedevaartplaatsen mensen zijn die in de kerk minder belangrijke posities innemen (zie: Hermkens, A., W. Jansen, and C. Notermans (eds.), Moved by Mary. The Power of Pilgrimage in the Modern World, Aldershot, Ashgate, 2009)? Gebruiken vrouwen, kinderen, zieken, ouderen en mensen die tot een etnische minderheid behoren hun bezoek aan een Mariabedevaartsoord om de machtsongelijkheid in de kerk aan de orde te stellen? Welke functie vervult de figuur van de Maagd Maria hierin?

Soasig Chamaillard, Apparitions, Nouvelle bible 2 , Nantes, 2008.

6. Maria als Moeder Gods belichaamt een ‘ideaalbeeld’ van de moeder dat tegen de borst stuit: zo devoot, zo onderdanig, zo volgzaam. Is dit niet precies het beeld waar veel vrouwen zich vandaag terecht tegen verzetten? Alsof vrouw-zijn helemaal opgaat in het moederschap? Ook in dit verband is de maagdelijkheid van Maria problematisch: alsof seksualiteit iets onreins is. Vanuit onze hedendaagse beleving van menselijke relaties lijkt het belijden van Jezus’ geboorte uit de maagd Maria een anachronisme. Of kan het beeld van Maria ook bepaalde beelden corrigeren die wij vandaag soms kritiekloos aannemen rond vrouwelijkheid, moederschap en relationaliteit?

Apparitions, of Verschijningen, is een serie sculpturen van de Franse Soasig Chamaillard. Ze mixt in deze reeks het aloude icoon van de heilige Maria met moderne iconen als My Little Pony, Superman, Dracula, Hello Kitty, Barbie, ... Ze doet dit naar eigen zeggen niet om een katholiek publiek te choqueren. Ze ziet haar kunst veeleer als een spelen met iconen - zoals een kind speelt met zijn speelgoed - in een poging om de omliggende wereld te begrijpen. "J’élève mon enfant" van Laurence Pernoud (1965) is in Frankrijk één van de babyboeken met de hoogste oplage. Het boek spitst niet toe op het zuivere medische weten maar wel op de psychologie van het kind. Pernoud is een jonge moeder die - niet belerend of vanuit de hoogte - haar persoonlijke moeder-ervaring weergeeft. Wat maakt een jonge moeder mee tijdens haar zwangerschap? Nieuw in vergelijking met vorige babyboeken is dat de zwangerschap vanuit het gezichtspunt van de moeder wordt benaderd. De zwangerschap is hierbij niet langer een taboe.

7. Kan Maria voor arme en gemarginaliseerde mensen hoop betekenen, in plaats van hen te verplichten tot onderdanige gehoorzaamheid zelfs aan verdrukkende en mensonterende structuren? Wat kan mariale vroomheid en marialogie aan belofte inhouden voor arme mensen, in het bijzonder voor arme vrouwen? Kan Maria vrouwen toerusten om een actieve rol op te nemen in de kerkelijke koinonia en gemeenschapsopbouw?

Leerplan

Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel

Achtergrondinformatie

1. Het Nieuwe Testament over Maria, moeder van Jezus

Paolo de Matteis, The Annunciation (Maria Boodschap), 1712.

Het evangelie volgens Lucas vertelt dat God de engel Gabriël naar de stad Nazareth in Galilea zond naar een joods dat verloofd was met een man, genaamd Jozef. Aan dit joodse meisje, dat vermoedelijk van een priesterlijk geslacht afstamde, kondigde de engel de geboorte van Jezus aan: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’Maria schrok erg van deze boodschap en vroeg zich af hoe dit zou gebeuren, aangezien ze nog geen gemeenschap had gehad met een man. De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.'

Fra Giovanni da Fiesole, The Visitation (Maria Visitatie, 31 mei), ca. 1432-1434.

Op aanraden van de engel Gabriël bezoekt Maria vervolgens haar nicht Elisabeth, die op hoge leeftijd onverwacht in verwachting raakte. Elisabeth, die zwanger is van Johannes de Doper raakte vervuld van de heilige geest bij deze ontmoeting met Maria. Daarop riep ze met luide stem: `Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan' (Lc. 1,40-45). Het evangelie volgens Lucas vervolgt met het verhaal over de volkstelling Keizer Augustus had een decreet afgekondigd waarin stond dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Daarom trekken Jozef en Maria naar Bethlehem, de stad van David, voorvader van Jozef. Daar wordt Jezus in een stal geboren. Ze worden bezocht door de herders en de drie wijzen uit het Oosten. Acht dagen na zijn geboorte werd Jezus besneden.

Volgens Matteus, keerden Jozef en Maria niet terug naar Nazareth maar vluchten naar Egypte, nadat Jozef in een droom gewaarschuwd werd dat koning Herodes alle pasgeboren baby’s zou doden. Herodes werd gedreven door de vrees door de ‘koning der joden’ van zijn troon gestoten te worden (Matt 2). Maria en Jozef keerden pas na de dood van Herodes terug naar Nazareth. Jezus groeide op binnen de joodse traditie. Hij gaat naar de tempel en studeert de torah. Hij leerde wellicht het beroep van zijn vader, timmerman.

Tijdens het openbare leven van Jezus vernemen we niet veel meer over Maria. Maria treedt op de achtergrond. We weten dat ze aanwezig was op de bruiloft van Kana. Ook Jezus' arrestatie en kruisiging maakt ze mee. In het Johannesevangelie is een korte conversatie tussen beiden (Joh 19,25-27): "Intussen stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: `Vrouw, daar is nu je zoon.' Vervolgens zei Hij tegen de leerling: `Daar is je moeder.' Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op."

Volgens het christendom wordt Maria vanaf dan beschouwd als moeder van alle christenen. Waarschijnlijk heeft ze Jezus zijn dode lichaam na de kruisafname ontvangen.

Maria komt nog eenmaal in beeld tijdens Pinksteren. Volgens het boek Handelingen zijn de apostelen samengekomen om te bidden om de Heilige geest. Ook Maria is daar aanwezig. Zij worden allen vervuld van de heilige geest. (Hnd 1,12-14; 2,1-4). Volgens sommige bronnen gaat Maria na de kruisdood van haar zoon met Jezus lievelingsapostel Johannes naar Efese en zou ze daar gestorven zijn. Andere aanwijzingen geven aan dat Maria in Jeruzalem bleef en daar is overleden.

Wouter Biesbrouck & Kristof Struys, Geboren uit de maagd Maria, Antwerpen, 2011.
Jan Hendriks, Maria. Inleiding tot de katholieke leer over de moeder van de verlosser, Assen 2008.
W. Logister, Maria, een uitdaging Baarn, 1995.
P. Pas, Maria, Leuven 2003.
Jaroslav Pelikan, Een geschiedenis van Maria, Baarn, 1997.
Edward Schillebeeckx & Catherina Halkes, Maria. Gisteren, vandaag en morgen, Baarn, 1992.
P. van Geest, Het rooms-katholicisme, Kampen,20032

2. Historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament

De vraag naar de historische betrouwbaarheid van bijvoorbeeld Lucas’ schets van Maria kan nauwelijks beantwoord worden. Het gaat Lucas om Maria als geloofs- of vroomheidstype. Dat iemand zo’n type was of is, is voor Lucas een reële mogelijkheid. En in zoverre acht hij zijn schets een legitieme expressie van de historische Maria, zoals zij hem enkele tientallen jaren later voor ogen staat in zijn reflectie op geloven in woord en daad. Maar we kunnen met Lucas in de hand niet doordringen in de pure feitelijkheid en reconstrueren wat er precies gezegd en gebeurd is. Het bekende onderscheid tussen de historische Jezus en de Christus van het geloof keert analoog bij Maria terug. Zoals de historische Jezus wordt beschreven in het licht van het paasgeloof, zo gebeurt het ook met Maria. Haar persoon en leven worden beschreven in het licht van verdiept inzicht, met steeds meer aandacht voor de dieptedimensies die men er geleidelijk in heeft ontdekt. Dat Maria tegen de achtergrond van het Oude Testament wordt geduid als ‘Moeder van het volk Gods’ of in het licht van het evangelie als 'Moeder van de Heer' en als gelovige, betekent niet dat haar historische gestalte verdampt tot louter een idee. Het gaat om Maria als een historisch-concrete vrouw, uit Nazareth, moeder van Jezus, lid van de oergemeente. Maar zoals bij andere mensen gaat ook haar ‘binnenkant’ boven de exact verifieerbare feiten en gebeurtenissen uit. Dergelijke feiten raken haar ziel of kloppend hart niet. Omdat het in de Schrift gaat om deze ziel, is de historische Maria er slechts aanwezig binnen gelovige duidingen. Hier en daar komt een historische herinnering aan het daglicht, maar telkens wordt doorverwezen naar de dieptebetekenissen die veel belangrijker worden gedacht. Deze worden wel geschiedkundig beschreven, maar zijn niet bedoeld als pure historische informatie. Omdat de evangelisten vooral een schets willen geven van het mysterie in Maria’s leven, ontstaat er een verhalend-beschouwend vertoog dat door de gaten valt van het net waarin de moderne historische methode de werkelijkheid wil vangen.

Maria krijgt niet in alle evangelies evenveel aandacht en niet overal dezelfde kleur. Dan hangt samen met de eigen aard en intenties van de verschillende evangelies. Zoals in de christologie, zijn ook in de verbeelding van Maria aandacht en inkleuring afhankelijk van de teneur die in een bepaald evangelie overheerst. Marcus heeft heen plaats voor een Maria dicht bij Jezus, omdat hij juist wil wijzen op de moeilijkheid om Jezus te volgen. Matteüs heeft zoveel aandacht voor Jezus als de vervulling van de profetieën en voor het van Godswege geschonken inzicht in deze heilslijn, dat zijn voorkeur uitgaat naar Jozef als de door dromen gestimuleerde rechtvaardige. Of daarbij ook zijn visie op vrouwen en op hun positie een rol speelt, is een open vraag. Lucas daarentegen past in zijn beschrijving van Jezus’ Messiaanse geladenheid een schets van Maria in als type van Israël dat zich bereid verklaart om het lied van de Messias mee te zingen. Johannes ten slotte ziet Maria de Vrouw die vol zorg is voor de gemeente van het Woord.

Het is niet vreemd dat Maria’s persoonlijkheid pas geleidelijk in het volle daglicht treedt. Zoals de reflectie op het persoonsgeheim van Jezus niet op de eerst paasmorgen volledig ontplooid was, maar zich geleidelijk ontvouwde, zo is dat blijkbaar ook bij Maria gegaan. Iemands waarde en betekenis worden niet volledig onderkend bij de eerste ontmoeting, zelfs niet wanneer er sprake is van liefde op het eerste gezicht. De historische Maria wordt steeds meer gezien als een vrouw waarin zich een dynamiek van Godswege heeft doorgezet en in wier nabijheid anderen tot geloof kunnen komen en in geloof kunnen rijpen. Dit heeft consequenties voor de interpretatie van de nieuwtestamentische Mariaschetsen. Het Nieuwe Testament kent vrijmoedige bijbelse grondtonen aan Maria toe en ontwikkelt de Mariafiguur in dat licht. Marialeer en mariale vroomheid moeten in dat spoor blijven. Meer dan dat ze verantwoord moeten worden bij de meesters van de moderne kritiek, is het de vraag of en hoe zij in het spoor blijven van de aanzetten in het geheel van de bijbelse tradities. De Mariateksten zijn gehuld in poëzie, vol van impressies met dubbele bodems, in flitsen die veel onbepaald laten, met suggestieve beelden die zich verzetten tegen de vertaling in heldere en klare ideeën. Een verschrikking voor hen die slechts kunnen kijken en denken vanuit de eis dat iedere uitspraak historisch-kritisch geverifieerd moet worden (zie: Wiel Logister, Maria, een uitdaging, 34-35).

3. Ave Maria (zie: Wikipedia)

Het Weesgegroet (Latijn: Ave Maria) is een gebed gericht aan de Heilige Maagd Maria, de moeder van Jezus Christus. Het eerste gedeelte van het gebed komt uit Lucas 1,28 (de begroetingswoorden van de aartsengel Gabriël). Het tweede gedeelte van het gebed komt uit Lucas 1,42 (de bezegeningswoorden van Elisabeth, de nicht van Maria). Het derde gedeelte van het gebed komt van de Gemeenschap van gelovigen en is ter gelegenheid van het Concilie van Efeze (431) goedgekeurd en aan de Evangelische verzen toegevoegd. In de vijfde eeuw van onze jaartelling verkondigde bisschop Nestorius dat het streng verboden zou moeten zijn om Maria de "moeder van God" te noemen. De inwoners van Constantinopel waren hierover hevig verontrust en beschouwden deze uitspraak als lastering. De gehele stad was bedroefd en vol onwil; men was diep gekwetst door deze belediging aan het adres van de moeder van God. Naar aanleiding van deze affaire werd er te Efeze een concilie belegd, onder leiding van Cyrillus, de patriarch van Alexandrië. Tot grote vreugde van het volk, dat zich in ongeduldige afwachting voor de conciliekerk had verzameld, werd Nestorius in het ongelijk gesteld door de aanhangers van Cyrillus, die het Concilie van Efese hadden geopend voordat Nestorius en zijn aanhangers er waren gearriveerd. De meer dan tweehonderd aanwezige bisschoppen werden uitbundig toegejuicht en er volgde een groot feest ter verheerlijking van Maria. Het was ter gelegenheid van dit concilie, dat men aan de evangelische begroetings- en bezegeningsverzen toevoegde: 'Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood, Amen.' Zo is het gebed ontstaan dat we een weesgegroet noemen. Dit gebed is later tevens een belangrijke rol gaan spelen in het rozenkransgebed. De tekst van het 'weesgegroet' luidt in het Latijn als volgt:

Ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum.
Benedicta tu in mulieribus,
et benedictus fructus ventris tui, Iesus.
Sancta Maria, Mater Dei,
ora pro nobis peccatoribus,
nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

De Nederlandse vertaling die in Vlaanderen gebruikt wordt:

Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van Uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods,
bid voor ons, arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

4. De drie Maria's (zie: Wie is wie in het Nieuwe Testament, Haarlem, Becht, 1994)

Maria, moeder van Jezus is in het Nieuwe Testament een godvruchtig joods meisje, verloofd met jozef, een timmerman in Nazareth, Galilea. Ze werd door God uitgekozen als moeder van Jezus. Door haar bereidwillige gehoorzaamheid aan Gods wil en verlossingsplan, wordt zij beschouwd als belangrijkste heilige. Volgens de Handelingen van de apostelen was Maria, de moeder van Jezus, bij de apostelen met Pinksteren, na de tenhemelopneming van Jezus. Maria neemt een unieke plaats in de liefde en devotie van veel christenen in, zowel in het oosten als in het westen. Maria is voor hen wat Abraham is voor de joden en moslims: de persoon van wie de gehoorzaamheid aan en de aanvaarding van Gods roep en opdracht, zegen aan zijn volk bracht. Voor christen is Maria diegene door wie God onder zijn volk kwam, in de persoon van Jezus.

Maria van Magdala wordt door de synoptische evangelies beschreven als één van de vrouwen uit Galilea die Jezus en zijn leerlingen financieel steunden en hielpen, en die aanwezig was bij de kruisiging en de begrafenis van Jezus. Het vierde evangelie zegt dat Maria Magdalena als eerste de verrezen Christus heeft gezien. Vanaf de vroegste tijd heeft de Kerk Maria Magdalena vereenzelvigd met de vrouw die in de stad een immoreel leven leidde. Terecht of onterecht, Maria Magdalena is voor alle christenen het type van de berouwvolle zondares geworden.

Maria, moeder van Jakobus is voortdurend in het gezelschap van Maria Magdalena te vinden. Het is één van de vrouwen die Jezus en zijn groep leerlingen financieel steunden en hielpen tijdens hun intensieve zendingswerk. Ze was met hen ook getuige van de kruisiging en begrafenis van Jezus; en ze was ook verbaasd en geschokt toen ze op de eerste dag van de week zagen dat de steen voor het graf was weggerold. Toen de sabbat voorbij was kochten Maria Magdalena en Maria moeder van Jakobus balsems om daarmee het lichaam van Jezus te zalven. Heel vroeg op de eerste dag van de week , toen de zon opkwam, gingen ze op weg naar het graf. Het vierde evangelie noemt Maria van Magdala die alleen op Paasmorgen naar het graf gaat, maar vermeldt als toeschouwer bij het kruis van Jezus: ‘zijn moeder met haar zuster, Maria Magdalena en Maria vrouw van Klopas’. Als deze figuren dezelfde zijn als die in de synoptische evangelies, is de vrouw van Klopas Maria moeder van Jakobus.

5. Mary Don't You Weep (negro spiritual)

Negrospirituals zijn traditionele religieuze volksliederen van de Noord-Amerikaanse zwarte slaven, waarin westerse en Afrikaanse elementen versmelten. De teksten zijn christelijk geïnspireerd, vaak met verwijzingen naar de Schrift. De melodieën zijn eenvoudig en verlopen in een swingend ritme. Oorspronkelijk werden deze liederen a capella (in open lucht) uitgevoerd met onderscheid tussen een solist en een (meerstemmige) groep, waarbij een vraag en antwoordpatroon gehanteerd wordt. De uitvoering laat heel wat spontane muzikaliteit en betrokkenheid van de gemeenschap toe in de vorm van kreten, gejuich en handgeklap. Door het zingen van negrospirituals vonden de zwarte slaven troost voor de situatie waarin zij leefden. De stijl van de negrospirituals wordt later overgenomen in de gospelmuziek.

Mary Don't You Weep is een Negro spiritual van voor de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) die thuishoort in een lange rij van slavenliederen die gaan over de oorsprong van onderdrukking en een boodschap van hoop en verzet. Het is één van de voornaamste Negro spirituals. Algemeen wordt aangenomen dat het lied alludeert naar het bijbelse verhaal van de opstanding van Lazarus (Johannesevangelie), de broer van Martha en Maria van Bethanië. Deze Maria wordt aangespoord om niet langer te treuren om de dood van haar broer vanuit het rotsvaste vertrouwen dat hij zal worden opgewekt/verlost. In bepaalde buiten-Bijbelse bronnen (en in de rooms-katholieke traditie) wordt Maria van Bethanië vereenzelvigd met Maria Magdalena. Ook voor deze lezing valt iets te zeggen: Maria Magdalena ontsnapt omwille van haar berouw aan Satan (Lc. 8,2):

Well, old Mr. Satan he got mad
Missed that soul that he thought he had

De aansporing om niet langer te treuren kan dan geplaatst worden in de context van de kruisdood van Jezus. Treuren is niet nodig omdat Jezus het verbond tussen God en mens tot vervulling brengt en zo instaat voor verlossing. Eenzelfde lezing kan worden gemaakt vanuit het oogpunt van de maagd Maria. Ook zij wordt in de setting van kruis en graf opgeroepen niet te treuren. Zoals het oude verbond stand hield (de andere verhaallijn in dit lied verwijst naar het exodusverhaal en de passage door de Rode Zee) zal ook het nieuwe verbond stand houden. De Maagd Maria speelt hierin een opmerkelijke rol. Dat Satan zich hierover zou kwaad maken strookt met de belijdenis van Maria als moeder van God, van haar onbevlekte ontvangenis (vrij van erfzonde) en haar tenhemelopneming. Wat haar is te beurt gevallen (genade, de Heer is met haar, zie Lc. 1,28) is ook Mozes te beurt gevallen: God die oneindig dichtbij komt (zie Ex 33,21: Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan).

Well if I could I surely would
Stand on the rock where Moses stood

Mary Don't You Weep (Bruce Springsteen)

Well if I could I surely would
Stand on the rock where Moses stood
Pharaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Chorus
O Mary, don't you weep, don't mourn
O Mary, don't you weep, don't mourn
Pharaoh's army get drownded
O Mary, don't you weep

Well Mary wore 3 links of chain
on every link was a Jesus' name
Pharaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Chorus

Well one of these nights bout 12 o'clock
this old world is gonna rock
Pharaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Well Moses stood on the Red Sea shore
And smote the water with a two by four
Pharaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Chorus

Well, old Mr. Satan he got mad
Missed that soul that he thought he had
Pharaoh's army get drownded
O Mary, don't you weep

Brothers and sisters don't you cry
they'll be good times by and by
Pharaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Chorus x3

God gave Noah the rainbow sign
Said, "No more water, but fire next time"
Prahaoh's army got drownded
O Mary don't you weep

Chorus x3

Mocht ik kunnen dan zou ik zeker
Op de rots staan waar Mozes stond
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Refrein
Maria huil toch niet en rouw niet,
Maria huil toch niet en rouw niet,
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Maria droeg drie ketens
En op elke schakel stond Jezus’ naam
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Refrein

Eén van deze nachten om twaalf uur
Zal de wereld schudden
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Mozes stond op de kust van de Rode Zee
En sloeg het water neer met zijn staf
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Refrein

Wel de oude satan werd woest
Want hij verloor de ziel die hij dacht te hebben
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Broeders en zusters stop met wenen
De goede tijden komen onophoudelijk
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Refrein

God gaf Noach het teken van de regenboog
Zei: volgende keer geen water maar vuur
Het leger van de farao werd verzwolgen
Maria huil toch niet

Refrein

 

6. Madonna en Lady Gaga

Madonna

Madonna, volledige naam Madonna Louise Veronica Ciccone (16 augustus 1958) is een Amerikaanse zangeres, actrice en regisseuse. Madonna wordt ook wel de almaar transformerende Queen of Pop genoemd en is de best verkopende vrouwelijke artiest aller tijden. Volgens Warner Bros Records heeft Madonna meer dan 200 miljoen albums verkocht. Haar videoclip van Like a Prayer (1989) is één van de meest controversiële in de muziekgeschiedenis. In de video is te zien dat Madonna getuige is van moord en verkrachting. Een toevallige voorbijganger wordt hiervoor ten onrechte gearresteerd. Hierna bezoekt Madonna een kerk waar een beeld van de heilige Martinus van Porres tot leven komt om haar te kussen. Madonna wijst hierna de echte dader aan. De onschuldige man wordt weer vrijgelaten. Ook ontvangt Madonna de stigmata, de vijf wonden van Jezus, die in de loop van de geschiedenis bij een aantal grote mystici op wonderbaarlijke wijze zijn verschenen. In de clip vormen erotiek en katholicisme samen één geheel, waardoor de reactie van de christelijk-religieuze groeperingen te verwachten is: seksualiteit dient voorzichtig behandeld te worden, zeker wanneer in verband gebracht met religie. Zelfs het Vaticaan bemoeide zich ermee, aanleiding hiervoor waren de brandende kruisen, die meerdere malen tijdens het lied te zien zijn. De clip werd in 2004 door MTV gekozen als de meest taboedoorbrekende clip aller tijden (zie: Wikipedia).

Lady Gaga

Stefani Joanne Angelina Germanotta (28 maart 1986), beter bekend als Lady Gaga, is een Amerikaanse zangeres. Ze schrijft haar eigen teksten en ontwerpt haar eigen videoclips. In 2010 won ze twee Grammy's voor het nummer Poker Face en voor haar debuutalbum The Fame. Bij de Grammy Awards van 2011 won zij nog eens 3 van de 6 genomineerde Grammy's. Lady Gaga ziet zichzelf als een levend kunstwerk. Haar artistieke kledingstijl is volgens haar een eerbetoon aan de kunstenaar Andy Warhol. Door haar extravagante look wordt ze wel eens vergeleken met new wave-acts uit de jaren 1980. Lady Gaga heeft maar liefst 8 tatoeages, allemaal op de linkerkant van haar lichaam. Dit doet ze op verzoek van haar vader opdat ze aan één kant 'redelijk normaal' zou blijven (zie: Wikipedia).

7. Een tegendraadse lezing van het boodschapverhaal

Een onbevangen lezing van het boodschapsverhaal graaft naar zijn antropologische, ethische en religieuze zinlagen, zonder zich van de schokkende boodschap te ontdoen. Zo zal blijken hoe het verhaal niet enkel gaat over de roeping van Maria, maar over elke roeping, sterker nog over het mens-zijn zelf als roeping en zending. Zo zal tevens de betekenis van de ‘menswording’ oplichten, niet enkel van God in Jezus maar ook in elke mens.

Ondanks zichzelf geroepen

Het valt onmiddellijk op hoe Maria letterlijk een ‘geroepene’ is. Haar bestemming begint niet bij haarzelf, maar bij een ander, de radicaal Andere, die haar ‘van elders’ - roept tot iets wat haar huidige situatie en concrete levensplannen doorkruist. Dit is vergelijkbaar met de profetische roepingsverhalen in het Oude Testament waar we telkens weer lezen: “Het Woord van Jahwe kwam tot...”. De geroepene roept zichzelf niet, maar wordt geroepen. De roeping begint in een radicale heteronomie en niet in het menselijk initiatief. Het toegesproken Woord is eerst, het gaat aan de vrijheid van de geroepene vooraf. Het woord van de engel, met name het Woord van God tot Maria, doorkruist haar persoonlijk bestaansproject. In dit opzicht is de Bijbelse idee van roeping in het algemeen, en van Maria’s roeping in het bijzonder, onherleidbaar tot wat vandaag ideaal heet. In onze westerse cultuur, zoals deze sedert de Verlichting tot onze tweede natuur - ons cultureel lichaam - uitgroeide, wordt ‘ideaal’ begrepen als uitdrukking en realisatie van het ‘zelf’. Als bewust en vrij wezen ontwerp ik, op grond van mijn dromen en verlangens, mijn kunnen en niét-kunnen, een eigen taak of levenskeuze, die maar betekenis heeft als ze het beste van mezelf waarmaakt... De mens is geroepen trouw te zijn aan zijn eigen ‘zelf’, niet zijn oppervlakkige of versplinterde zelf maar zijn ware zelf. En dat kan hij alleen maar door zijn allerindividueelste mogelijkheden en gaven te ontplooien en uit te drukken. Het Bijbelse roepingsidee valt buiten het perspectief van het idee van autonomie en zelfverwerkelijking. En dat is geen troostende gedachte die onze (laat)-moderne oren streelt. Vandaar dat het verhaal van Maria boodschap ons zo tegen de borst stoot. Vanuit zijn eigen perspectief legt de Bijbel zonder schroom de klemtoon op het heteronome karakter van de roeping, zowel wat betreft haar oorsprong als haar doel. De roeping ontstaat niet uit mezelf, noch uit een of andere voorbestemming of aanleg vanuit mijn eigen wezen, maar uit het ‘andere’ dan mezelf dat mij opvordert ‘ondanks mezelf’. Volgens het boodschapsverhaal komt de richting of zin van mijn bestaan op ons toe vanuit de gans Andere die ons onder zijn appellerend, letterlijk ‘roepend’, Woord stelt.

Geen roeping zonder zending

De bovengaande visie op roeping is een radicale en harde visie op roeping. Daarom roept ze onwillekeurig de vraag op of haar heteronomie geen vervreemding en zelfs ontkenning van de menselijke vrijheid inhoudt. De paradox is echter dat Maria’s roeping haar vrijheid niet uitschakelt, maar juist oproept en inschakelt. De roeping richt zich tot Maria als ‘ik’ in persoonlijke zin. Sterker nog: haar heteronome roeping stelt juist haar singulariteit en uniciteit in. Met Kierkegaard kunnen we het een ‘verenkeling’ dankzij haar roeping noemen. Dankzij haar heteronome oorsprong moeten wij de roeping beschouwen als een uitverkiezing, ook al valt ze mij ongevraagd te beurt. Ik ben uitverkoren zonder mijn uitverkiezing te kiezen, maar toch word ik persoonlijk aangesproken. Dat is precies de paradox van Maria’s roeping, en van elke roeping: ze laat me niet los, maar viseert me persoonlijk. Nu mag deze uitverkiezing niet begrepen worden als een voorrecht, waarop men zich beroept om zich van zijn ‘heil’ te kunnen verzekeren. Ze is immers zending. Het heteronome van de roeping richt het zelf buiten zichzelf, naar de ander. Dat geeft ook het verhaal van Maria te zien. Haar zending bestaat erin moeder te worden van Jezus. Het ‘vreemde’ Woord, dat haar langs de engel Gabriël van Godswege overkomt, luidt immers: “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus geven moet” (Lc 1,31). In dit opzicht is Jezus geen resultaat van bewust of ‘verantwoord ouderschap’, dat op een ‘voorzienige’ manier, gebaseerd op allerlei motieven en rekening houdend met allerlei persoonlijke en sociale factoren, een zwangerschap plant. Maria krijgt integendeel een zwangerschap opgedragen, zonder dat zij die nu reeds voorzien en overwogen heeft. Het moederschap wordt haar letterlijk ‘aan-gedaan’: ondanks zichzelf wordt ze ertoe ‘bestemd’. Onderscheiden van de verantwoordelijkheid in de eerste persoon is hier sprake van een verantwoordelijkheid in de tweede persoon, en dit zowel wat het vertrekpunt als het doel betreft. We wezen reeds op het heteronome vertrekpunt: de verantwoordelijkheid komt ‘van elders’ op me af, ze wordt door een ‘ander’ aangedaan. Ondanks mezelf word ik verantwoordelijk gesteld. Maar ook het voorwerp van deze verantwoordelijkheid is het ‘andere dan mezelf’. De zorg die ik op te nemen heb is niet meer de zorg om mezelf, maar de zorg om de ander, in enkelvoud of meervoud. In het moderne westerse denken veronderstelt men dat de verantwoordelijkheid in het verlengde van de vrijheid ligt. Er kan blijkbaar geen verantwoordelijkheid zijn als ze niet op het vrij initiatief teruggaat. Het verhaal van Maria openbaart echter een andere vorm van verantwoordelijkheid. Ondanks zichzelf wordt ze - door het Woord van de gans Andere - verantwoordelijk gemaakt voor een zending ‘buiten eigen huid’. Lapidair: door en voor de ander. Maria krijgt de verantwoordelijkheid voor een ander opgedragen. Via haar ‘uit-zonderlijk’ moederschap krijgt ze de opdracht het heil van de wereld mogelijk te maken. Daar Maria ook staat voor élke mens, betekent dit dat élke mens geroepen en gezonden wordt om de ‘mensenzoon’, de ándere mens te dragen en ter wereld te brengen. Dit kunnen we bestempelen als ‘ethisch moederschap’: de ander in zichzelf te dragen krijgen tot hij geboren wordt (zie: Roger Burggraeve, Hoe zal dat geschieden, in: Wouter Biesbrouck & Kristof Struys, Geboren uit de maagd Maria, Antwerpen, 2011).

8. Wat betekenen de vier Mariale dogma's?

Zie ook achtergrondinformatie 13

Mariologie is de leer aangaande de maagd Maria, de moeder van Jezus Christus. Binnen de rooms-katholieke kerk zijn er vier zogenaamde mariale dogma’s. Bij deze dogma’s gaat het uiteindelijk niet om Maria zelf. Telkens weerklinkt de sterke betrokkenheid op Gods heilswerk in Christus. De mariale dogma’s hebben met andere woorden een sterke christologische dimensie. Ze kunnen niet los worden gezien van de geloofsuitspraken over het wezen en de werkzaamheid van Christus.

Maria als moeder van God (Concilie van Efese, 431) 1 januari, hoogfeest.

Het concilie van Efese, ook wel het derde oecumenisch concilie genoemd, werd samengeroepen tijdens door keizer Theodosius de Jongere († 450) op verzoek van Nestorius, de patriarch van Constantinopel, tijdens het pontificaat van Paus Celestinus I. Tijdens dit concilie beraadden de tweehonderd aanwezige bisschoppen zich over het Nestorianisme. Volgens Nestorius kon over Maria wel gezegd worden dat ze moeder van Christus was, maar niet dat ze moeder Gods was. Nestorius beklemtoonde zo de scheiding tussen Jezus' goddelijke en menselijke natuur, zodat er sprake was van twee personen in de Christus. De bisschoppen verwierpen het nestoriaanse denken en verklaarden dat aan Maria de eretitel van theotokos toekwam (God-barend). Eigenlijk is het eerste mariale dogma dus een christologische uitspraak, die bevestigt dat de zoon van God, werkelijk mens geworden is. Dat dit concilie te Efese werd gehouden is geen toeval. Efese was de plaats waar de Griekse godin Artemis (Diana) bijzonder vereerd werd.

De maagdelijkheid van de moeder van Christus - o.a. 25 maart, hoogfeest van Maria Boodschap

Dit dogma leert dat Maria maagd was voor, tijdens en na de geboorte van Christus (ante partum, in partu, post partum). De meest fundamentele waarheid die besloten ligt in dit dogma slaat op de maagdelijke ontvangenis van de heilige geest. Indien Christus niet maagdelijk ontvangen zou zijn, dan zou hij afstammen van twee menselijke ouders. Met de maagdelijkheid wordt in de kerk dus een fysieke integriteit bedoeld. De maagdelijkheid wordt gezien als een teken voor het feit dat de Zoon van God, tweede persoon van de triniteit, de menselijke natuur heeft aangenomen (KKK496). Ook wordt hier bevestigd dat het initiatief voor de menswording bij God ligt, en niet bij een man, een mens (KKK503). Het geloof in de maagdelijkheid van Maria maakte reeds heel vroeg deel uit van de christelijke geloofsbelijdenis (tweede eeuw) en werd officieel bevestigd tijdens de concilies van Nicea (325) en Constantinopel (381).Vaak wordt dit dogma verward met het dogma van de onbevlekte ontvangenis. Deze leer ligt aan de oorsprong van het gezegde ‘een Jozefshuwelijk’, dit is een huwelijk dat zich kenmerkt door een geestelijke, niet-seksuele gemeenschap. De gedachtenis van de Annunciatie werd in Constantinopel een Mariafeest. In de achtste eeuw kreeg het ook in Rome een sterk Mariaal karakter. Na de liturgische hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie werd bepaald dat 25 maart op de eerste plaats een Christusfeest is en pas in tweede instantie een Mariafeest. Het Missaal en het Getijdenboek van de huidige Romeinse Ritus leiden het feest als volgt in: “Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt.1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen' (Heb.10,5-7).”

De onbevlekte ontvangenis (Paus Pius IX, 1854) 8 december, hoogfeest.

Het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria werd in 1854 door paus Pius IX afgekondigd. Hoewel de orthodoxe kerken dit dogma niet erkennen, bevestigen ze toch ook de heiligheid en zuiverheid van Maria. Orthodoxe christenen verkiezen het over Maria de ‘geheel heilige’ te spreken. Volgens dit dogma is Maria zonder erfzonde geboren. Dit betekent ook dat ze vrij is gebleven van iedere persoonlijke doodzonde of dagelijkse zonde. Zie bijvoorbeeld Lumen Gentium 56: “Met geheel haar hart en door geen enkele zonde weerhouden, heeft zij de goddelijke heilswil aanvaard.” Vaak wordt de zondeloosheid van Maria samen met haar maagdelijkheid besproken om te bevestigen dat ze ook in geestelijke zin maagd is gebleven. Ze heeft altijd geleefd met de bedoeling om zuiverheid na te streven in elk aspect van haar leven. Ze was vrij van begeerlijkheid en van begeerte.

Maria-tenhemelopneming (Paus Pius XII, 1950) 15 augustus, hoogfeest.

In 1950 voegde paus Pius XII aan de reeds bestaande dogma's toe dat Maria in de hemel was opgenomen. Maria’s hemelvaart wordt gezien als de ultieme consequente van haar nauwe betrokkenheid bij Gods heilswerk. Als men ziet hoe Maria reeds van bij haar eigen conceptie, via haar maagdelijk jawoord en haar goddelijk moederschap, tot onder het kruis en tot na de verrijzenis ten volle en reëel verbonden was met haar Zoon - zij was altijd ten volle waar Hij was - dan kan men binnen de theologica van het geloofsverhaal zeggen dat zij ook naar haar dood ten volle is waar haar Zoon is.

In het protestantisme is steeds vastgehouden aan het oudchristelijk geloof, zoals verwoord in het eerste dogma. De laatste twee dogma’s werden niet aangenomen, omdat door de nadruk op Maria in een verzelfstandigde mariologie en Mariaverering het verlossingswerk van Christus op de achtergrond zou kunnen raken. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is het oudchristelijk geloof in Maria als voorbeeld voor alle gelovigen weer geïntensiveerd; vanwege haar onbaatzuchtigheid en geloof, en als moeder van alle leden van de kerk. Door alle eeuwen heen werd zij vanwege haar betrokkenheid op God ook als middelares tussen God en mens aangeroepen. In de islam is Maria een belangrijke persoon, zowel in de koran als in de volksdevotie. In de koran zijn meer woorden gewijd aan Maria dan in de Schrift (zie: G. Harinck (et. al.), Christelijke Encyclopedie, Kampen, 2005).

9. Feministische bedenkingen bij Mariale spiritualiteit

Vanuit feministische hoek klinkt kritiek op bepaalde vormen van mariale spiritualiteit. Onder andere de focus op nederigheid en gehoorzaamheid wordt in een kritisch licht geplaatst. Heel wat vrouwen hebben immers steeds geleerd om te gehoorzamen en zich onderdanig op te stellen. De mariale beelden drukken deze heersende culturele opvattingen vaak uit, maar kunnen tegelijk ook een bestendiging van deze klassieke beelden bevorderen. De christelijke theologie weerspiegelt vaak culturele en contextgebonden opvattingen, maar houdt deze niet zelden ook mee in stand. In dat opzicht is het goed om kritisch te kijken naar hoe bepaalde religieuze opvattingen werken en zie ik een taak voor de theologie weggelegd in het zoeken naar hoe beelden mensen vandaag kunnen vooruithelpen in dialoog met de traditie, zonder er halsstarrig aan te moeten vasthouden. De aankondiging van de engel Gabriël aan Maria is niet zelden gezien als voorbeeld voor Maria’s dienstbaarheid en haar gehoorzaamheid. Dienstbaarheid en gehoorzaamheid zijn als dusdanig zinvol, maar in bepaalde contexten kunnen ze ook nefast werken. Denken we aan vrouwen die mishandeld worden, die steeds het onderspit moeten delven bij elke beslissing thuis of elders, en die vanuit hun mariaal geloof weliswaar kracht kunnen vinden om vol te houden, maar tegelijk weinig ondersteund worden om te streven naar een andere situatie. Het is goed om de aandacht voor de nederigheid van Maria steeds te bekijken in het licht van haar kracht en haar strijdvaardigheid. De dienstbaarheid van Maria zoals uitgedrukt in het annunciatieverhaal (Lc 1,26-38) verwijst naar het openstaan voor God, in dit geval door het dragen van het kind Jezus. Het gaat niet over eender welke vorm van dienstbaarheid, maar om een specifieke, ethisch gekwalificeerde vorm. In de genoemde voorbeelden van negatieve doorwerking van mariale vroomheid rond dienstbaarheid opgebouwd, ontbreekt deze ethische kwalificatie. Een klassieke kritiek op bepaalde vormen van mariale spiritualiteit en theologie betreft de combinatie van het beeld van ‘moeder’ en ‘maagd’, die vrouwen in bepaalde stereotype rollen kan vastzetten. Niet alle vrouwen zijn moeder en het moeder-zijn omvat niet alle betekenissen van vrouw-zijn. Deze kritiek klinkt door in seculier-feministische literatuur waarin gereageerd wordt tegen het hedendaagse moederschapsideaal waarbij moeders onder druk van de samenleving het kind zeer centraal plaatsen en zichzelf als het ware wegcijferen. Ook in feministisch-theologische literatuur vinden we heel wat kritische vragen bij een te sterke nadruk op Maria als moeder, als beeld voor de vrouw. Het beeld van Maria als maagd heeft zijn waarde, maar kan in bepaalde contexten ook een eerder negatieve doorwerking hebben. Maagdelijkheid heeft binnen het christendom de associatie van ‘kuisheid’ gekregen. Hoewel dit een zeer belangrijke deugd is die verwijst naar het respect voor de andere, heeft de focus op ‘kuisheid’ en ‘maagdelijkheid’ soms ook verdrukkend gewerkt voor vrouwen en hun lichaamsbeleving. Het beeld van Maria als moeder en maagd is op zichzelf waardevol, maar wanneer uitsluitend op deze twee aspecten gefocust wordt, blijven andere elementen soms buiten beeld. Ik denk dan aan Maria’s aandacht voor sociale rechtvaardigheid zoals blijkt uit het Magnificat (Lc 1,46-55). Maria is ook een krachtige vrouw, die sociaal onrecht aan de kaak stelt. De verhalen over Maria in de Bijbel laten ons eveneens zien hoe God kiest voor gewone mensen, die zich niet eerst moeten bewijzen met rang of stand (zie: Annemie Dillen, Aanzetten tot een mariale spiritualiteit voor het dagelijkse gezinsleven, in: Wouter Biesbrouck & Kristof Struys, Geboren uit de maagd Maria, Antwerpen, 2011).

10. Maria en de voorkeursoptie voor de armen en verdrukten (ecclesiologische overschouwingen)

Nuestra Señora de Guadalupe

De diepere vraag die door bevrijdingstheologen wordt gesteld, klinkt eenvoudig, maar is uitermate kritisch: kan Maria voor arme en gemarginaliseerde mensen hoop betekenen, in plaats van hen te verplichten tot onderdanige gehoorzaamheid zelfs aan verdrukkende en mensonterende structuren. Wat kan mariale vroomheid en marialogie aan belofte inhouden voor arme mensen, in het bijzonder voor arme vrouwen. Kan Maria vrouwen toerusten om een actieve rol op te nemen in de kerkelijke koinonia en gemeenschapsopbouw? Vele feministische theologen, kwamen tot de vernederende ontdekking dat zelfs Bijbelse teksten soms tot onderdrukking aanleiding gaven of gebruikt werden om onderdrukking te legitimeren. Het was daarom belangrijk om te leren zien dat diezelfde bijbel ook subversief tegen die onderdrukking kan ingaan, dat vrouwen er een actieve rol spelen, en dat Jezus in zijn verhoudingen tot armen, gemarginaliseerden en vrouwen veel ontvankelijker was dan vele van zijn medemensen. Het werd belangrijk om een Bijbelse hermeneutiek te ontwikkelen die deze subversieve lagen blootlegt.

Bevrijdingstheologen proberen te leren van de ervaring van arme vrouwen voor wie Maria een mede-arme en lotgenote is, die door haar relatie tot Christus hoop doet ontwaken. Zij stellen ook kritische vragen over hoe Maria’s rol als moeder meer dan als jonge vrouw benadrukt wordt: daarin herkennen zij de situatie van vrouwen die het slachtoffer worden van machismo. En toch is de arme Maria, ondanks het misbruik dat soms van haar naam gemaakt werd en wordt, voor vele armen een solidaire tochtgenote, die hen toerust om hun wereld te veranderen en niet alleen te ondergaan. Is Maria immers niet diegene die door God verheerlijkt wordt en die de Zoon baart? Ze stellen zich ook vragen over de rol van vrouwen in de kerkelijke gemeenschapsopbouw: wat maakt hen hier zo waardevol? In het spoor van de armen die zich op Maria beroepen, proberen theologen te vertolken dat Maria een baken van hoop is tot gemeenschapsveranderende navolging van Christus. Zo worden de vier grote mariologische dogma’s op een bemoedigende wijze beschreven. Als moeder van God, spoort een voor de armen zeer herkenbare Maria de Kerk aan tot steeds grotere dienst aan de armen. Als maagd baart ze in arme en verstoten mensen de machtige God, die van verwaarloosde stenen hoekstenen maakt. Als onbevlekte toont ze dat het Rijk Gods voor deze wereld bedoeld is en dat God een voorkeursliefde betoont voor hen die uit dit Rijk verstoten lijken te worden. De ten-hemel-opname van de arme en eenvoudige Maria betekent voor de armen in deze wereld hoop en opent een visioen dat hen toerust om nu reeds hun geschiedenis in eigen handen te nemen in de richting van grotere rechtvaardigheid. Maria trekt diepe sporen in de vroomheid van eenvoudige en arme vrouwen, die soms in haar de moed vinden om in te gaan zelfs tegen een hiërarchische kerk die de verwijzing naar haar Heer - naar de Zoon van Maria - gebruikt om het status quo van de eigen macht te vrijwaren. Zo leert de Kerk onderscheiden dat zij leeft van de aandacht voor en de creativiteit van de armen. Het is niet verwonderlijk dat Maria’s Magnificat dikwijls aangehaald wordt in deze context.

Virgilio Elizondo geeft ons het mooie voorbeeld van de Maagd van Guadalupe. De ontmoeting van Maria met de eenvoudige indio Juan Diego biedt de ruimte tot creatieve verwerking van de gewelddadige ontmoeting tussen de bestaande en de koloniserende culturen. Maria wordt zo de moeder van een nieuwe schepping, mestizaje tussen culturen. Hier wordt de mestizo, de tot zwijgen veroordeelde arme, bron van creativiteit en leven in een snel en radicaal veranderende wereld. Elizondo stelt ons voor de uitdaging om de vrome Maria-ervaring van verwaarloosde mensen als Juan Diego niet te herleiden tot naïeve volksreligiositeit, maar om haar als creatieve kracht theologische waardigheid te schenken. Bevrijdingstheologen, die oor hebben naar de ervaringen van de armen en verdrukten, benadrukken de subversieve kracht van het God-menselijke mysterie in Maria. In het gelaat van arme en gekruisigde medemensen wordt de creativiteit van God gewaardeerd als de bron voor Kerk en theologie (zie: Jacques Haers, Maria, Moeder van de Kerk. Over fatsoen in de Kerk, in: Wouter Biesbrouck & Kristof Struys, Geboren uit de maagd Maria, Antwerpen, 2011).

11. Maria in de religieuze volkscultuur

Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijk, Hanswijkprocessie (Mechelen, zondag voor Onze Heer Hemelvaart)

Maria wordt de koningin van de heilige genoemd. Er is zelfs een hele maand aan haar toegeweid: mei. Mariabeelden worden massaal klaargemaakt voor de Mariaprocessies en mogen weer even hun vertrouwde bergplaats in de kerk, kapel of gebedsruimte verlaten. De verering van Maria leeft! Hoe komt het toch dat haar devotie de tijd doorstaat en dat zij nog steeds in al haar glorie en onder grote belangstelling langs Vlaamse wegen wordt gedragen?

De Mariaverering wordt sterk gekleurd door twee bronnen: de evangelieën en het proto-evangelie van Jacobus. In het Nieuwe Testament komen kenmerken als ‘eerste’ en ‘meest voorbeeldige gelovige’ naar voren. Maria is niet enkel moeder van Jezus, maar ook van de kerk. Die vooraanstaande positie maakt haar niet enkel tot wegwijzer van christelijk leven, maar ook tot voorspreekster en later zelfs middelares van alle genaden (die laatste titel is haar evenwel nog niet officieel door de kerk toegekend). Terwijl ze in de dogmageschiedenis vooral titels krijgt die Bijbels geïnspireerd zijn - zoals Moeder Gods en altijd maagd - krijgt ze in devotiegeschiedenis titels en functies die eerder gebaseerd zijn op het proto-evangelie. Daarin lezen we over haar ouders, Anna en Joachim, haar kindertijd die ze doorbrengt als tempeldienares (daar weeft ze een nieuw voorhangsel - zoals afgebeeld op vele middeleeuwse schilderijen), haar gelofte van maagdelijkheid, haar verloving met Jozef enzovoort.

De Mariadevotie kan gelinkt worden aan de eeuwenoude en wijd verspreide verering van de moedergodin vanaf de prehistorie tot vandaag. De moedergodin wordt traditioneel in verband gebracht met de groei van alle leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat reeds bij de eerste christenen de moeder van Christus een belangrijke plaats innam. Ze werd beschouwd als de Moeder Gods. De Mariadevotie werd pas officieel erkend dankzij het Concilie van Efeze in 431. Tijdens de Middeleeuwen kende de Mariaverering een grote bloei door de invoering van het rozenkransgebed, dat zou leiden naar een dieper geloof. Het gebed is ook bedoeld om Maria om hulp te vragen of om haar te bedanken. De eenvoud van het gebed maakt de kracht ervan uit. De huidige Mariadevotie, waarin Maria eerder vereerd wordt als middelares tussen de mens en God, is ontstaan tijdens de periode van contrareformatie. De vernieuwde perceptie van Maria bracht haar dichter bij het volk, ze werd bereikbaarder. De feestdag van Maria Middelares - ook wel Maria Visitatie genoemd - is 31 mei. Sinds de 18de eeuw is de maand mei toegewijd aan de viering van Maria. Deze toewijding is ontstaan in Zuid-Europa, waar Maria in deze maand met litanieën en gebeden werd vereerd. Het is dan ook geen toeval dat ook Moederdag in de meimaand valt. Het belangrijkste en oudste Mariafeest is echter Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart of Maria Tenhemelopneming, dat valt op 15 augustus. De feestdag van Maria, Moeder Gods valt op 1 januari, acht dagen na de geboortedag van Christus. Doorheen het kerkelijk jaar wordt het leven van Maria op nog heel wat andere dagen herdacht. De volksdevotie rond Maria wordt in Vlaanderen op verschillende manieren door de gelovigen beleefd. Enerzijds zijn er de stoeten en processies waarbij de gelovigen aandachtige toeschouwers zijn en zo even stilstaan bij de betekenis van Maria en de geëvoceerde taferelen. Anderzijds zijn er de talrijke gebedstochten en kaarsenprocessies waarin de gelovigen mee opstappen achter het Mariabeeld en zo actief hun persoonlijke intenties verwoorden in gebed en samenzang.

In een processie worden verschillende objecten of voorwerpen meegedragen, die onder de noemer processieattributen kunnen worden samengevat. Zo zijn er de processiebeelden die de heiligen voorstellen die op die dag worden vereerd en die speciaal voor een bepaalde processie worden gemaakt, soms met bijbehorende beeldkleding. Bij een Mariaprocessie hoort een aangekleed (staak)beeld van Maria met kind Jezus op de arm. Het beeld wordt gedragen op een draagbaar, voorzien van een beschermend baldakijn. Wanneer het baldakijn en de draagbaar één geheel vormen, spreekt men van een processietroon. Het baldakijn kan rijkelijk versierd zijn, net als de kledij van het beeld, dat meestal bestaat uit een witte zijden jurk, een wijde blauwe fluwelen mantel en een kanten sluier. Het beeld wordt ook gedecoreerd met enkele sieraden en waardigheidstekenen. Maria draagt een bladkroon, scepter, paternoster en talrijke juwelen geschonken door parochianen (oorringen, broches, halskettingen met een kruisje...). Het Jezuskindje draagt twee machtssymbolen: een beugelkroon en een rijksappel. Getooid met die prachtige kledij en schitterende juwelen volgt het beeld, getorst door de sterke schouders van de beelddragers nog steeds hetzelfde parcours als eeuwen geleden. Het processiebaldakijn wordt omringd door geestelijken, misdienaars en figuranten elk met hun eigen gewaden of processiekledij. Leden van broederschappen of verenigingen dragen processievaandels of schilden mee, voorzien van herkenningstekens of symbolen. Muzikanten luisteren het hele gebeuren op met een processiemars in een traag tempo.

Vanaf de contrareformatie winnen sacramentsprocessies aan belang. Dit zijn processies waarin het H. Sacrament (Lichaam van Christus in de vorm van een grote gewijde hostie) in een monstrans wordt meegedragen, beschermd door een processiehemel met vier draagstokken. Heiligen en ook Maria kregen een plaats in die processies. Niet elke processie waarin een Mariabeeld wordt meegedragen, mag dus een Mariaprocessie worden genoemd. Een optocht met een Mariabeeld is dus meer dan een stukje toneel op straat. Het is naast folklore en traditie ook een uiting van volksdevotie, religie, geloof en vertrouwen in Maria. Het behouden en verder ontsluiten van dit religieus erfgoed is in dit opzicht voor de christelijke gemeenschap van groot belang. Maria wordt door Vlaanderen gedragen... (zie: Hans Geybels, Onze-lieve-vrouw bid voor ons. Maria in de religieuze volkscultuur, in: Wouter Biesbrouck & Kristof Struys, Geboren uit de maagd Maria, Antwerpen, 2011).

[http://www.religieuserfgoed.be/site/680.html]
[http://www.pastoralezorg.be/144/themas/meimaand--mariamaand]

12. Heiligen in de rooms-katholieke Kerk

Martelaar

Het woord heilig is afgeleid van het woord heil dat geluk betekent. Het begrip heilig kon worden gebruikt voor mensen, dieren, planten en dingen. Een heilig mens (m/v) was dus iemand die geluk bracht. Aanvankelijk bestond er geen relatie met het bovennatuurlijke of goddelijke. Dat gebeurde pas na de kerstening van het 'Germaanse' Europa. Het woord heilig werd gebruikt als vertaling van het Latijnse sanctus, dat via het Franse saint het Nederlandse sint heeft opgeleverd. Zowel sanctus als heilig worden gebruikt voor personen en zaken die iets met God te maken hebben. Een heilige is dus iemand die zich in de gunst van God mag verheugen. Op voorspraak van een heilige kan God stervelingen helpen. Op die manier kan een heilige toch nog iemand gelukkig maken. Naast heiligen kent de rooms-katholieke Kerk ook zaligen. Een zalige (in het Latijn beatus) is op grond van zijn of haar exemplarische leven zonder enige twijfel opgenomen in de hemel.

In de eerste eeuwen van het christendom werden alleen die mensen als heiligen vereerd die in navolging van Christus en de apostelen hun bloed vergoten hadden: de martelaren. Nadat de christenvervolgingen waren opgehouden en de Kerk bovengronds verder kon gaan, begon men ook mensen die niet de marteldood waren gestorven als heiligen te vereren. Tot het einde van het eerste millennium waren er geen formele procedures om iemand heilig te verklaren. Het was voldoende dat een gemeenschap (parochie, klooster, bisdom) vond dat een man of een vrouw heilig was. Gedurende de elfde en twaalfde eeuw kreeg de paus enkele malen het verzoek zo'n heiligverklaring te sanctioneren. Maar pas in de loop van de dertiende eeuw werd het steeds gebruikelijker om voor nieuwe heiligen bij de Heilige Stoel officieel erkenning aan te vragen. De paus stelde een commissie samen die getuigen ondervroeg over de levenswandel van de kandidaat en over de wonderen die tijdens en na zijn leven hadden plaatsgevonden. Hoewel de pausen hun greep op de verering van nieuwe heiligen wisten te verstevigen, veranderde er voor de - meestal lokaal vereerde - oude heiligen niets. In altaren van kerken en kapellen werden relikwieën ingemetseld. Daardoor kon de handel in relieken welig tieren. Op 31 oktober 1517 had Maarten Luther (1483-1546) er genoeg van. Omdat er met Allerheiligen vele pelgrims werden verwacht in de slotkapel in Wittenberg waar Frederik de Wijze (1486-1525) een reliektentoonstelling inrichtte in combinatie met de handel in aflaten, timmerde Luther op de vooravond van het feest zijn 95 stellingen op de deuren van de slotkapel. Met deze daad begon de Hervorming. Luther wilde onder andere protesteren tegen de uit de hand gelopen vorm van heiligenverering. Paus en kardinalen waren op hun tenen getrapt en eisten op hoge toon dat Luther zijn stellingen terugnam. Dat deed hij niet, zodat hij op 3 januari 1521 officieel in de kerkelijke ban werd gedaan. Daarmee was de kerkscheuring een feit. Luthers actie had echter wel tot gevolg dat Rome zich ernstig ging bezinnen op de cultus van al die heiligen. Onder leiding van enkele Jezuïeten werden de levensverhalen of vitae kritisch tegen het licht gehouden.

Slotkapel Wittenberg

Ondertussen had paus Urbanus VIII (1623-1644) het proces van heiligverklaring of canonisatie aan strenge regels gebonden. In grote lijnen verloopt een canonisatieproces als volgt. Wanneer een bisschop van mening is dat in zijn diocees een heilige is overleden, probeert hij zoveel mogelijk informatie over die persoon in te winnen bij mensen die de kandidaat-heilige persoonlijk hebben gekend: familie, vrienden, kennissen en vooral de biechtvader. Op grond van die informatie kan de bisschop bij 'Rome' een proces tot canonisatie aanhangig maken. In de decreten van Urbanus VIII zijn drie criteria voor heiligverklaring opgenomen: [1] zuiverheid in de rooms-katholieke leer: men moet nagaan of de kandidaat geen uitspraken heeft gedaan die tegen de officiële kerkelijke leer indruisen; [2] buitengewone, heroïsche deugdzaamheid: de kandidaten Zijn ondanks zware martelingen niet van hun geloof afgevallen of ze hebben een voorbeeldig leven geleid; [3] wonderbaarlijke tussenkomsten van de heilige na zijn of haar dood. Meestal gaan er tientallen jaren overheen, voordat het proces-met-gesloten-deuren in Rome wordt beëindigd. Mocht het Vaticaan positief beslissen, dan tekent de paus het decreet waarmee de toekomstige heilige wordt bijgeschreven in de canon van de heiligen. Vaak gaat die canonisatie gepaard met een grote plechtigheid (zie: Ludo Jongen, Heilig in de Lage Landen. Herschreven Levens, Ten Have, Davidsfonds, Leuven, 2005).

Protestanten bidden niet tot Maria omdat zij God niet is en ook niet goddelijk. De bijbelse boodschap stelt zeer nadrukkelijk dat enkel God aanbeden mag worden. De afwijzing van de aanbidding van Maria betekent echter niet dat Protestanten Maria niet hoogachten in lijn met de oud-christelijke kerk van de eerste eeuwen, die ook nadrukkelijk bepaalde dat Maria wel venerabilis (eerbied-waardig) is maar niet adorabilis (aanbid-waardig). Volgens de rooms-katholieke priester Antoine Bodar hebben protestanten te weinig benul van de verering van heiligen en de leer omtrent Maria. Het hardnekkige misverstand schuilt in de verwarring van vereren en aanbidden. God alleen wordt aanbeden. Dat in de rooms-katholieke Kerk heiligen worden vereerd en in het bijzonder de Maagd Maria heeft zo zijn redenen. Over de dood heen blijft de christenheid één enkele gemeenschap. De heiligen zijn al bij God. Wij kunnen hen vragen onze voorspreker te zijn bij God. Bovendien hebben heiligen hun strijd gestreden en in hun wijze van leven kunnen zij ons tot voorbeeld dienen. Zij zijn na te volgen door ons. Hun leven is stichtend. De meest uitverkoren mens is Maria. Zij is de meest heilige mens. De Kerk leert niet alleen dat zij bij haar geboorte al was gevrijwaard van de erfzonde, maar de kerk leert ook dat zij nu reeds met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen. Wat haar nu al is geschied, zal ons pas kunnen gebeuren op het einde der tijden op de jongste dag, wanneer onze ziel zal worden verenigd met ons verheerlijkt lichaam. Maar al is Maria de grootste heilige, zij zal altijd naar Jezus verwijzen (zie: Gerrit Morren, In alle eenvoud, Antoine Bodar, Kampen, 2009).

13. Mariafeesten

Maria Moeder van God (1 januari, octaaf van Kerstmis, hoogfeest);
Maria Lichtmis (2 februari, feest);
Onze Lieve Vrouw van Lourdes (11 februari, vrije gedachtenis);
Maria Boodschap (Annunciatie) (25 maart, 9 maanden voor Kerstmis, hoogfeest);
Maria-Visitatie of Maria Middelares (31 mei, feest);
Onbevlekt Hart van Maria (derde zaterdag na Pinksteren, vrije gedachtenis);
Heilige Maagd Maria van de berg Karmel (16 juli, vrije gedachtenis);
Maria-Tenhemelopneming (15 augustus, het belangrijkste en oudste Mariafeest, hoogfeest);
Maria Koningin (22 augustus, gedachtenis);
Maria Geboorte (8 september, feest);
De naam van de Heilige Maagd Maria (12 september, vrije gedachtenis);
Onze-Lieve-Vrouw van Smarten (15 september, gedachtenis)
Heilige Maagd Maria van de Rozenkrans (7 oktober, gedachtenis)
Opdracht van Maria in de tempel (21 november, gedachtenis) en
Maria Onbevlekt Ontvangen (8 december, 9 maanden voor Maria Geboorte, hoogfeest).
Maria wordt ook bijzonder herdacht in mei (mariamaand) en oktober (rozenkransmaand).

Impulsen

1. Motivatiefase (enkele impulsen)

Ave Maria (Herman van Veen)

youtube

Ave Maria (Herman van Veen, Nederlanders in Carré, 2010)

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Ave Maria (Bobby McFerrin)

youtube

Live in Montreal, 2005

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Ave Maria (Dolores O'Riordan, Luciano Pavarotti)

youtube

For the Children of Bosnia, 1995

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Ave, Maria, gratia plena, Dominus tecum.
Benedicta tu in mulieribus,
et benedictus fructus ventris tui, Iesus.
Sancta Maria, Mater Dei,
ora pro nobis peccatoribus,
nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met U.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van Uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods,
bid voor ons, arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

Zie achtergrondinformatie 1

Zie achtergrondinformatie 2

Zie achtergrondinformatie 3

2. De drie Maria's

De drie Maria's

youtube

Herman van Veen

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

3. Mary don't you weep

Mary don't you weep (Bruce Springsteen)

youtube

Liveversie Mary Don't you weep van Bruce Springsteen

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

4. Madonna, Lady Gaga

Poster van de theaterproductie Onze-Lieve-Vouw van Vlaanderen

 

Slaan de Katholieken terug?

youtube

Fragment uit Frontlijn

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Platenhoes van de single 'Like a Prayer' getekend door Madonna's broer Christopher (1989)

 

Videoclip, Madonna, Like a Prayer, 1989

youtube

Videoclip Madonna, Like a Prayer, 1989.

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

The Immaculate collection, titel van Madonna's eerste verzamelalbum (1990)

 

R. Burggraeve (et al.), Van madonna tot Madonna, Leuven, Davidsfonds, 2002.

 

Madonna zingt 'Live to Tell' van op het kruis tijdens haar Confessions tournee (2006)

 

ady Gaga praat over haar voornemen om een tatoeage van de Maagd Maria te laten zetten

 

Lady Gaga kruipt in de video bij haar nummer Judas in de huid van bijbelfiguur Maria Magdalena

 

5. Maria Boodschap (annunciatie)

The nativity story, Reclamebureau Excentric, Lissabon, December 2010.

youtube

Hoe de sociale media, het web en het mobiele telefoonverkeer het geboorteverhaal van Jezus reconstrueren. Het kerstverhaal verteld langs Facebook, Twitter, YouTube, Google, Wikipedia, Google Maps, GMail, Foursquare, Amazon. Het Portugese reclamebureau wou haar klanten een kerstkaartje sturen met een zekere ‘wil ik delen’ factor. Het filmpje werd op de feestdag online geplaatst en de Facebookmeldingen en Tweets gingen door het dak. Ook de engelstalige versie ging al spoedig viraal.

Zie achtergrondinformatie 1

Zie achtergrondinformatie 2

Zie achtergrondinformatie 7

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

6. Maria, moeder van Jezus

Maria, Moeder van Jezus. Bericht van boven, KRO, Radio 5, zondag 11 mei 2008.

Het is het Pinksteren. En moederdag. En meimaand. Het lag dus voor de hand dat ik gevraagd werd vandaag iets tot u te zeggen. Dat is een eervolle uitverkiezing, maar eerlijk gezegd houd ik er niet zo van om op de voorgrond te treden. Het was meer gepast geweest als mijn Zoon, Jezus zelf, hier achter de microfoon had gezeten.

Toen Hij in de hemel was opgenomen, liet Hij bij ons op aarde een lege plek achter. Het was de bedoeling dat die opgevuld zou worden door ons, zijn leerlingen. Ja, ook ik, zijn moeder, reken mij tot zijn leerlingen. Misschien realiseert u zich dat niet zo, maar ik heb echt veel moeten leren. In het begin van zijn optreden liepen de mensen in drommen achter hem aan. Hij had het er zo druk mee dat Hij soms aan eten niet toe kwam. Toen het te gek werd, heb ik zijn broers bij elkaar geroepen en zijn we erop uit gegaan om Hem naar huis terug te halen. We hadden de indruk dat hij niet goed bij zijn hoofd was. (Geloof het of niet: ik kan mij goed inleven in al diegenen die moeite met Hem hebben.) Maar om mijn verhaal af te maken: toen ze tegen Hem zeiden: “Uw moeder en uw broers staan daar en vragen naar u,” keek Hij in onze richting en zei tegen de mensen om Hem heen: “Weet u wie mijn echte moeder en broeders zijn? Degenen die doen wat God wil.”

Ik weet niet of u, luisteraar, ooit door uw kind bent afgewezen, maar dit deed pijn. Dagen, weken lang bleven die woorden in mij rondspoken. Tot ik begreep wat Hij bedoelde en inzag dat Hij gelijk had. Iemand die de wil van God doet, moet je niet voor gek verklaren. Want de wil van God: dat is immers naastenliefde, barmhartigheid, vergevingsgezindheid, vrede? Dat is het belangrijkste op de hele wereld. Veel belangrijker dan familiebanden, om nog maar te zwijgen van goede schoolprestaties, economische belangen of verkiezingsoverwinningen. De wil van God: dat is de Heilige Geest. Vandaag vieren wij dat die Heilige Geest een geschenk uit de hemel is. Ik zou u dus willen uitnodigen eens om u heen te kijken, waar u die Heilige Geest aantreft. U herkent ze aan oprechte, onbaatzuchtige naastenliefde; aan spontane goedheid en vriendelijkheid. Grote kans dat u eerder moet zoeken bij eenvoudige mensen uit uw omgeving dan bij de groten der aarde, de publiekstrekkers, de t.v.-sterren. Die willen zelf graag gezien worden.

Uw kunstenaars hebben heel vaak het pinksterfeest afgebeeld. Ze stellen zich twaalf mannen voor met vurige tongen boven hun hoofd: de apostelen. (Dat is een vergissing: die vurige tongen zaten in hun mond: daar verkondigden zij mee dat Jezus gelijk had: het gaat om naastenliefde en vergeving). Veel van die afbeeldingen laten zien dat ikzelf daarbij was, bij dat Pinkstergebeuren. Grappig eigenlijk, want in het Heilige Boek staat bij het Pinksterverhaal helemaal niet te lezen dat ik erbij was. Maar uw kunstenaars hebben het goed aangevuld. Ook ik ontving een vurige tong. Daar heb ik veel mee gebeden. En Jezus’ leerlingen - ‘mijn jongens’ ben ik ze gaan noemen - gestimuleerd. Zij trokken de wereld in en ik bleef thuis. Wás er altijd, als ze terugkwamen met hun verhalen. Zo ben ik voor hen allemaal een moeder geworden. Ik meen dat Hij dat bedoelde toen Hij aan het kruis tegen zijn geliefde leerling zei: “Ziedaar uw moeder.” Ik nam mij voor er altijd voor hen te zijn. Zo kon Ik beeld zijn van de Eeuwige die immers heet ‘Ik ben er altijd’. Beeld van Hem ook. Zijn laatste woorden vóór zijn definitieve heengaan waren immers: ‘Ik ben met jullie alle dagen van je leven...’ Dat was míjn manier om de lege plek die Hij had achtergelaten, op te vullen.

En, luisteraar, mag ik vragen: Wat is uw manier om de plek van Jezus op te vullen?

Zie achtergrondinformatie 1

Zie achtergrondinformatie 2

Zie achtergrondinformatie 8

Zie achtergrondinformatie 9

Zie achtergrondinformatie 12

7. Lourdes, Jessica Hausner, 2009, 96 min.

Titel: Lourdes
Genre: Drama
Land: Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland
Jaar: 2009
Regie: Jessica Hausner

zie filmfiche Lourdes

Zie achtergrondinformatie 11

Zie achtergrondinformatie 12

Lourdes

youtube

Fragment uit de film Lourdes

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

Fragment 1: [03:04-08:21] (5'16”)

[00:03:04] Het schema verandert.
[00:03:07] We stellen het bezoek aan de grot uit tot morgen.
[00:03:11] Het spijt me.
[00:03:14] Onze reis was nogal vermoeiend,
[00:03:16] We hebben allemaal hiernaar uitgekeken,
[00:03:20] maar het is al erg laat.
[00:03:21] Dus morgen,
[00:03:23] is ons schema nog drukker.
[00:03:28] Daarom vraag ik jullie om allemaal je best te doen,
[00:03:32] zodat we alles gedaan krijgen,
[00:03:35] op een plezierige manier en, nog belangrijker,
[00:03:38] dat we open staan voor elkaar.
[00:03:42] Ieder van ons zou alles moeten willen halen uit deze mogelijkheid.
[00:03:46] Wij, de vrijwilligers,
[00:03:49] maar ook jullie natuurlijk, de pelgrims.
[00:03:52] Jullie kwamen hier om te helpen
[00:03:55] vooral diegenen onder ons die ziek zijn,
[00:03:57] die behoeftig zijn.
[00:04:00] Het is aan hen om zich beter te voelen,
[00:04:03] al is het maar voor een paar dagen.
[00:04:06] Ze zullen hun eenzaamheid vergeten
[00:04:09] en zullen hier wat geluk en verlichting vinden.
[00:04:14] Aan het einde van ons verblijf,
[00:04:16] zullen we een prijs uitreiken aan de beste pelgrim,
[00:04:21] als een beloning voor de goede daden.
[00:04:25] Informatie over Lourdes en de verschijningen
[00:04:29] kun je in dit boekje vinden.
[00:05:08] Geniet je ervan?
[00:05:10] Ja.
[00:05:17] het is een beetje toeristisch,
[00:05:20] maar dat is bij elke pelgrimstocht zo.
[00:05:23] Ben je al met veel meegeweest?
[00:05:25] Ja. het is de enige manier voor mij om erop uit te gaan.
[00:05:28] Reizen is niet makkelijk in een rolstoel.
[00:05:54] Pak je de benen.
[00:06:00] Een, twee, drie...
[00:06:22] Kijk hier.
[00:06:33] De rolstoel, alsjeblieft.
[00:06:46] Ok?
[00:06:47] Een beetje hoger.
[00:06:51] Dat is goed, dank je.
[00:07:04] Wees gegroet Maria, vol van genade.
[00:07:07] De Heer is met u.
[00:07:09] Gezegend zijt gij onder de vrouwen,
[00:07:11] en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot.
[00:07:14] Heilige Maria, Moeder van God,
[00:07:17] bid voor ons zondaars,
[00:07:19] nu en in het uur van onze dood. Amen.
[00:07:34] Goedenacht.
[00:08:08] Wat vind je van haar?
[00:08:13] Prachtig is ze, nietwaar?
[00:08:21] De maagd Maria kijkt naar ons.

Fragment 2: [18:33-19:52] (1'19”)

[00:18:33] Eigenlijk,
[00:18:37] hou ik meer van culturele reizen.
[00:18:42] Het is overal anders.
[00:18:45] Ja.
[00:18:53] Wil je wat Lourdes water?
[00:18:56] Nee, bedankt.
[00:19:07] Excuseer me, vader.
[00:19:09] - Mag ik u wat vragen? - Natuurlijk.
[00:19:13] Ik heb gehoord dat men hier soms zelfs fysiek geneest.
[00:19:17] Dat gebeurt...
[00:19:20] Een miraculeuze genezing.
[00:19:22] Ja.
[00:19:24] Ik wil u vragen... Wat moet ik daarvoor doen?
[00:19:30] Ik geloof natuurlijk dat God wonderen kan verrichten.
[00:19:35] Maar alleen als we ons hart volledig openstellen voor Zijn genade.
[00:19:40] We moeten "Ja" tegen Hem zeggen.
[00:19:43] En wat moeten we precies doen?
[00:19:48] In de eerste plaats moet onze ziel genezen.
[00:19:52] Dan alleen kan het lichaam genezen.

Fragment 3: [25:40-26:48] (1'08”)

[00:25:40] - Goedemorgen. Voel je je goed? - Ja, dank je.
[00:25:48] Is ook alles met jou goed?
[00:25:51] Heb je het naar je zin hier?
[00:25:54] Ik had een vreemde droom.
[00:25:58] Ik droomde dat ik verlamd was
[00:26:01] en dat de maagd Maria aan me verscheen.
[00:26:04] Ze zei iets,
[00:26:06] maar ik verstond niet goed wat ze zei.
[00:26:10] Dus stond ik op om dichterbij te komen.
[00:26:16] En toen realiseerde ik me dat ik niet meer verlamd was.
[00:26:20] Ik weet dat het niet makkelijk is.
[00:26:23] maar we moeten ons lot accepteren in nederigheid.
[00:26:27] We bidden voor de genezing van de ziel,
[00:26:30] niet voor de genezing van het lichaam.
[00:26:33] En het lijden dat je draagt kan een diepere betekenis hebben.
[00:26:37] Paulus zei,
[00:26:39] "Ik verheug me in mijn lijden om uwentwil"
[00:26:43] "en in mijn vlees voltooi ik wat ontbreekt in de verdrukkingen van Christus"
[00:26:48] "omwille van Zijn lichaam, dat wil zeggen, de kerk"

Fragment 4: [40:51-41:21] (0'30”)

[00:40:51] De Heilige Geest, Jezus
[00:40:52] en de maagd Maria zitten op een wolk,
[00:40:55] te discussiëren over hun vakantieplannen.
[00:40:57] De Heilige Geest zegt, "Laten we naar Bethlehem gaan. "
[00:41:00] Jezus zegt, "Bethlehem? Nee, daar zijn we al zo vaak geweest. "
[00:41:04] De Heilige Geest denkt na en zegt, "Wat dacht je van Jeruzalem?"
[00:41:09] Jezus zegt, "Jeruzalem? Nee, daar zijn we al zo vaak geweest. "
[00:41:14] De Heilige Geest denkt na en zegt, "Ik heb het!
[00:41:17] "Laten we naar Lourdes gaan. "
[00:41:19] De maagd Maria zegt, "Ja, leuk!
[00:41:21] "Daar ben ik nog nooit geweest!"

Fragment 5: [1:17:14-1:32:59] (15'45”)

[01:17:14] - Moet ik je helpen? - Nee, bedankt.
[01:17:19] Ik ben blij voor haar.
[01:17:21] Ze heeft zo haar best gedaan.
[01:17:24] Ik vraag me af waarom zij, en niet... Ik weet niet, laten we zeggen...
[01:17:27] Mr Hruby?
[01:17:29] Waarom Mr Hruby?
[01:17:31] Of het meisje in de rolstoel.
[01:17:34] Haar moeder komt hier elk jaar.
[01:17:37] Dat telt blijkbaar niet.
[01:17:42] Ja, teveel doen helpt ook niet. Dat is zeker.
[01:17:47] Kijk wat er met Cécile gebeurd is.
[01:17:50] Ze was er non stop mee bezig.
[01:17:53] Ja, maar Mrs Carré trok er ook aan.
[01:18:00] Ze lijkt niet erg vroom, ons wondermeisje.
[01:18:18] Kan ik u storen, vader.
[01:18:21] Ik zou u iets willen vragen
[01:18:22] waar we allemaal mee zitten.
[01:18:24] Waarom is zij genezen en niet...
[01:18:27] Mr Hruby, bijvoorbeeld?
[01:18:34] God is vrij.
[01:18:38] Zijn wegen zijn vaak mysterieus voor ons,
[01:18:40] als we verwachten dat alles verklaard kan worden.
[01:18:45] waarom wordt deze persoon genezen en de ander niet?
[01:18:49] Zo is het leven.
[01:18:53] De ene persoon kan piano spelen, de ander niet.
[01:18:55] De ander heeft een gave voor talen, de ander niet.
[01:18:58] De ene is rijk, de ander niet.
[01:19:06] Dank je.
[01:19:23] Ben je helemaal alleen?
[01:19:29] Ik denk na.
[01:19:34] Dit is allemaal...
[01:19:37] erg...
[01:19:42] Het zit me dwars.
[01:20:09] In de winter kun je hier goed skiën.
[01:20:13] Ik zou graag weer willen skiën.
[01:20:47] Ze zal er moeten aan wennen.
[01:21:43] Je bent heel speciaal.
[01:21:46] Echt waar?
[01:21:49] Echt waar.
[01:21:51] Zo maar opstaan, en lopen.
[01:21:58] Hoe deed je het?
[01:22:13] Ik ben zo...
[01:22:24] Ik zou zo graag...
[01:22:29] Ik ben bang je te kwetsen.
[01:23:04] Een, twee, een, twee.
[01:23:10] Een, twee.
[01:23:11] Moge de Heer met u zijn.
[01:23:13] En met uw geest.
[01:23:22] Iets miraculeus is gebeurd.
[01:23:27] God heeft ons een krachtig teken gezonden,
[01:23:31] een teken van Zijn genade
[01:23:34] en Zijn liefde.
[01:23:40] We kunnen het met onze eigen ogen zien.
[01:24:00] De hemel heeft zich uitgestrekt naar aarde.
[01:24:05] En wat zegt ons dit allemaal?
[01:24:09] Dat God ons niet verlaten heeft,
[01:24:12] dat Hij over ons waakt,
[01:24:15] Dat Hij van ons houdt.
[01:24:18] Door dit teken heeft Hij Zijn aanwezigheid gemanifesteerd.
[01:24:23] Hij zegt ons,
[01:24:25] "Je bent niet alleen."
[01:25:10] Hartelijk dank.
[01:25:15] Ik ben erg dankbaar. Dit is een eer voor mij.
[01:25:20] Ik ben ook dankbaar voor het wonder,
[01:25:24] dat ik degene was die genezen is.
[01:25:27] Het heeft me iets gegeven om over na te denken.
[01:25:29] Waarom ik en niet... ?
[01:25:33] Maar ik denk dat er een reden is. Nou ja...
[01:25:37] Voor mij tenminste. Wat ik bedoel is,
[01:25:40] ik hoop dat ik de juiste persoon ben.
[01:25:54] Ik ben blij je te mogen overhandigen
[01:25:56] de prijs voor dit jaars beste pelgrim.
[01:26:24] Het is goed geweest, toch?
[01:26:27] Ja, maar morgen ben ik weer alleen.
[01:26:31] We zijn niet alleen.
[01:26:34] Dat zijn we.
[01:27:41] - Wil je dansen? - Ja.
[01:29:21] Ik ben zo blij.
[01:30:10] Is alles in orde?
[01:30:12] Ja.
[01:30:15] - Wil je je stok? - Nee, bedankt.
[01:30:32] Kom en ga zitten.
[01:30:34] Nee, het is goed.
[01:31:43] Ik heb het niet nodig.
[01:32:01] - Ik ben zo terug. - OK.
[01:32:18] Jammer.
[01:32:20] Ik geloofde het bijna.
[01:32:22] Wat bedoel je?
[01:32:24] Ze struikelde, dat is alles.
[01:32:30] Stel je voor dat het niet blijvend is.
[01:32:33] Dat zou hardvochtig zijn.
[01:32:36] Hoe kan God dat doen?
[01:32:40] Als het niet blijvend is, is het geen echt wonder.
[01:32:46] Dus Hij is niet de baas.
[01:32:52] Wie dan?
[01:32:59] Denk je dat er een toetje is?

Estepona - Virgen del Carmen

youtube

Fragment uit de film Estepona - Virgen del Carmen

*Klik op de afbeelding om de video af te spelen

9. Beeldmateriaal

FOTO_I12.jpg

FOTO_I13.jpg

FOTO_I14.jpg

FOTO_I15.jpg

FOTO_I16.jpg

Didactische suggesties

1.

Het peilen naar de beginsituatie, interpretaties en vooroordelen m.b.t. de maagd Maria als Moeder van God, kan gebeuren in de context van de motivatiefase. Onder impuls 1 worden voor zo’n motivatiefase enkele suggesties gedaan. Het gaat telkens om de Latijnse versie van het Ave Maria. Aan leerlingen kan worden gevraagd om Vlaamstalige variant te construeren. De driedeling van het weesgegroetje kan gebruikt worden om tijdens het lesproces ten gepaste tijde terug te koppelen.

1. Maria Boodschap, kerkelijk jaar, uitverkiezing, roeping, godsbeeld
2. Zegeningswoorden, genade, sterke betrokkenheid op Gods heilswerk in Christus
3. Moeder Gods, Maria vs. mensheid (onbevlekte ontvangenis vs. erfzonde), voorspraak, bemiddeling

De impuls uit de conférence van Herman Van Veen biedt zijdelings een interreligieuze insteek (verhouding protestantisme en rooms-katholicisme) die kort kan worden aangehaald in de context van de problematiek rond heiligenverering, kerkelijk jaar, dogma’s, celibaat.

De impuls uit het optreden van Bobby McFerrin biedt zijdelings een interreligieuze insteek (verhouding jodendom en rooms-katholicisme) die kort kan worden aangehaald in de context van de problematiek rond de menswording van God. De Joden geloven hier niet in en beschouwen Maria derhalve niet als Moeder Gods. McFerrin alludeert hier op met een knipoog: Oy Vey Maria in plaats van Ave Maria. Ave is Latijns voor wees gegroet. Oy Vey is Jiddisch (een Germaanse taal die door ongeveer drie miljoen joden over de hele wereld gesproken wordt) en wordt gebruikt om ongeloof, verdriet of wanhoop uit te drukken: O wee (het kan niet waar zijn).

2.

Langs een associatiespel kan de leerkracht gegevens (kennis, gevoelens, meningen, feiten) verzamelen over Maria die bij de individuele leden van de groep bewust of onbewust aanwezig zijn. Het doel hiervan is minstens drieledig: beeldvorming (wat leeft er over dit thema), beginsituatie (verkennen), motivatie. Tijdens de associatieoefening kan blijken of/dat leerlingen een onvolledig beeld hebben van de bijbelse Maria.

Impuls 2 uit de conférence van Herman Van Veen werkt in dit opzicht verhelderend. Niet minder dan drie Maria’s behoorden tot de naaste kring van Jezus voor zijn sterven. Deze impuls kan worden getoond en gevolgd door een vraaggesprek en associatieoefening.

Welke zijn de actoren in dit mediafragment?
Wat weet je over deze figuren? (kennis, gevoelens, meningen, feiten)
In welke context plaats je de conversatie tussen de drie Maria’s?
Waarom breken ze zich het hoofd over een ‘bonte was van bloed en zweet’? (Passie van Jezus)
Waarom weet de engel Ariël raad? (wasmiddelmerk, “zuiver schoon, stralend schoon”)

3.

De negro spiritual Mary don't you weep in impuls 3 maakt duidelijk dat het Nieuwe Testament niet kan worden verstaan (zou bestaan) zonder het Oude Testament. Ook is het Oude Testament niet zomaar de belofte of voorspelling van wat in het Nieuwe Testament tot vervulling komt. Integendeel, de beelden die we in het Nieuwe Testament aantreffen zijn ontleend aan Gods droom zoals die in het Oude Testament aan de orde is  en worden ten dienste gesteld van de verkondiging van Jezus als ‘een koning naar Gods hart’. De verhaallijnen uit het Nieuwe Testament rond Maria zus van Lazarus (Joh. 11, 1-45), Maria Magdalena (Lc 8,2; Joh 20,11-18) en Maria moeder Gods (Mt 27,55-61) zijn tot op zekere hoogte spiegelverhalen van het Oude Testament.

De leraar kan een onderwijsleergesprek aangaan met de leerlingen rond deze gegevens. Hierbij wordt de uitleg niet zomaar gegeven, maar zijn het de leerlingen die de gewenste antwoorden vinden. Bedoeling is om door middel van gerichte vragen de in het lied aangehaalde problematiek uit te diepen. Van de leerlingen wordt actieve en geconcentreerde deelname gevraagd zodat bepaalde inzichten en ervaringen kunnen worden geordend en veralgemeend: de overeenkomst tussen twee vervolgde volken (de zwarte bevolking in Amerika (19de eeuw) en het Joodse volk in Egypte); de overeenkomst tussen roeping en uitverkiezing van Maria en Mozes; de overeenkomst tussen nieuwe en oude verbond; de functie van hoop in de christelijke traditie.

4.

et beeldmateriaal bij impuls 4 kan selectief worden aangewend. Bedoeling is om vooral het thema van Maria als contrastfiguur te belichten. Dit kan in eerste instantie zeker ook vanuit de eigen Vlaamse context. Denk hierbij aan de hetze rond het toneelstuk ‘Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen’ en met name de affiche. Vanuit dit voorbeeld kan een klasdiscussie worden opgestart omtrent Maria als contrastfiguur. De bedoeling hierbij is helderheid te verschaffen over onduidelijkheden, gelijkaardige opmerkingen te groeperen, een samenvattend beeld te schetsen, ingebrachte tegenstellingen aan te wijzen en nieuwe gedachten eruit te halen. Vraag de leerlingen te reageren op verschillende stellingen. De leerlingen moeten zich een mening kunnen vormen, voor hun mening durven uitkomen en hun mening kunnen verantwoorden.

Er is lang genoeg gelachen met het geloof.
Het katholiek geloof is te laks.
Men mag niet spotten met de symbolen van de Katholieke Kerk.
Tolerant zijn dat is met zich laten lachen, dat zou bij de islam niet waar zijn..
Wat godslasterend is doet pijn aan God.

De leraar kan in deze context verwijzen naar de commotie die in 2008 uitbrak naar aanleiding van een controversiële cover van de Mexicaanse editie van het blootblad Playboy. Daarop stond een naaktmodel afgebeeld als de Maagd Maria, met de tekst "We houden van je, Maria" (zie hermeneutisch knooppunt 2).

De leraar kan beide beelden (Playboy of het beeld van de poster van de theaterproductie Onze-Lieve-Vouw van Vlaanderen) contrasteren met het hedendaagse kunstwerkje van Soasig Chamaillard (zie hermeneutisch knooppunt 6) en de leerlingen naar hun indrukken vragen.

Welk beeld vat voor jou het best de betekenis van Maria?
Wat stoort je eventueel aan het andere beeld?
Wat spreekt je er in aan?
Kan voor beide beelden een zaak worden gemaakt?

Van hieruit kan de brug worden geslagen naar bijvoorbeeld het doen en laten van popsterren als Madonna en Lady Gaga. Het contrast in de beleving en rol van Maria/de hedendaagse vrouw wordt in hen duidelijk.

Bij Madonna is er in eerste instantie de artiestennaam die niet de lading van het origineel lijkt te dekken. Toch zinspeelt de zangeres hier expliciet op. Denk aan de cover van Like a Prayer (waarin de madonna wordt afgebeeld) en de titel van haar verzamelalbum (Immaculate Collection) die naar het ‘onbevlekte’ karakter van Maria verwijst. Madonna lijkt te suggereren dat zij in de manier waarop ze in het leven staat juist een wezenlijk aspect van de madonna belichaamt (vrouwelijkheid, lichamelijkheid, zondigheid i.p.v. louter het devote moederschap). Getuige ook de naam van haar recente tour (Confessions Tour: zonden opbiechten).

5.

Impuls 5 handelt rond het boodschapsverhaal en kerstverhaal. Het is een impuls op maat van de jongeren vandaag: het verhaal verteld langs Facebook, Twitter, YouTube, Google, Wikipedia, Google Maps, GMail, Foursquare, Amazon. De impuls brengt het gebeuren van Maria Boodschap volgens wat het pretendeert te zijn: een verhaal. Aan de hand van concrete en voor jongeren herkenbare beelden uit het dagdagelijkse leven wordt duidelijk waar het om te doen is dit verhaal. Met aandacht voor het doelpubliek worden vreemde begrippen die niet de onze zijn op die manier toegelicht. Hierbij wordt op een speelse manier aandacht geschonken aan het valse dilemma waar nog steeds veel mensen mee kampen in hun benadering van bijbelse teksten, namelijk de tweestrijd tussen historisch gebeurd en waar. Bijbelse verhalen zijn gedichten, het is poëzie, het is verhaaltaal, het zijn beelden. Met die beelden willen de vertellers van vroeger ons een waarheid vertellen, hun waarheid. Als je wilt weten waar hun verhalen over gaan, dan moet je dus hun beelden kennen. Na het bekijken van de impuls en een bespreking van wat de leerlingen er leuk/opvallend aan vonden, kan via een onderwijsleergesprek/klasdiscussie worden stilgestaan bij het onderscheid tussen een letterlijk en symbolisch begrip van geloofsinhouden achter het Boodschapsverhaal.

6.

De woorden uit de bezinnende tekst in impuls 6 over “Maria, Moeder van Jezus. Bericht van boven” zijn niet ‘echt’ afkomstig van Maria, maar zijn haar ‘op het lijf geschreven’ en kunnen in die zin als ‘waar’ worden beschouwd. Ook hier speelt dus het verschil tussen een orthodoxe benadering van geloofspunten en een postkritische (symbolische) herinterpretatie ervan. Het komt er op aan om als leraar het onderscheid tussen beide scherp af te lijnen en het misverstaan van de woorden als historisch relaas bij voorbaat uit te sluiten.

De idee van een perspectiefverschuiving (hetzelfde ánders kunnen zien) staat ook centraal binnen de dynamiek van het kerkelijke jaar. Naast te maken beschouwingen over rol en betekenis van Maria, is de impuls dan ook bruikbaar om dit gegeven breder te kaderen. Door het ritme van het kerkelijk jaar, door het volgen en vieren van de kerkelijke feesten, stellen mensen zich open voor een invloed, een werking, een dynamiek, in bijbeltermen: voor de werking van de Geest van God. Het feest waarvan sprake in de bezinnende tekst (Pinksteren) is uitermate geschikt om deze dynamiek te duiden. Waar we het hebben over de specifieke rol van Maria doet deze impuls in bijzondere mate recht aan zowel het unieke middelaarschap van Christus als aan de rol van de Heilige Geest.

7.

De compilatie van fragmenten uit impuls 7 biedt een unieke kijk op de vele knooppunten die zich opwerpen in verband met Mariaverering en Mariabedevaarten. Afhankelijk van de beschikbare accommodatie en het niveau van de groep kan de leraar ervoor opteren om te werken met het beeldfragment en/of de transcriptie van de bewuste passages. Bijkomende voorbeeld naast dat van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (verschijning aan Bernadette Soubirous, 1858) is dat van Onze-Lieve-Vrouw van Fátima in Portugal (verschijning aan drie herderskinderen Lucia Dos Santos, Francesco Marto en Jacinta Marto, 1917).

Fragment 1
geloof vs. commercie
belangeloosheid vs. eigenbelang
pragmatisme vs. bezieling
hoop vs. vergankelijkheid

Fragment 2
mirakels vs. realiteit
maakbaarheid vs. genade
spirituele genezing vs. lichamelijke genezing

Fragment 3
fatalisme vs. hoop
defaitisme vs. optimisme
genezing van ziel vs. genezing van lichaam
zinloosheid van het lijden vs. zingeving

Fragment 4
feit vs. fictie
wetenschap vs. geloof

Fragment 5
wonder verdienen vs. wonder ontvangen
zin lijden vs. onzin lijden
geloof vs. bijgeloof
offer vs. offerbereidheid
Gods almacht vs. Gods goedheid
God is er vs. God is dood

8.

Impuls 8 dient als illustratie van de hedendaagse Mariaverering (Virgen del Carmen, Estepona). Dorpeling Dori Ortiz Fernadéz vertelt met aanstekelijk enthousiasme over het verloop van de processie en vooral over wat de kroning van het Mariabeeld voor haar persoonlijk betekent. Wel een minuut lang kijken we alleen naar het gezicht van de Spaanse vrouw die de kroning van het beeld van de H. Maagd in extase beleeft. Je ziet hoe tientallen dragers die dichtopeengepakt lijf-aan-lijf het enorme beeld door Estepona zeulen, de dag van hun leven beleven. In het fragment wordt voelbaar wat Mariadevotie betekent voor hedendaagse katholieken.

Een belangrijke vraag die zich opwerpt is in welke mate ondergeschikte groepen de macht van Maria in objecten, verhalen en rituelen hebben gebruikt om dominante machtsstructuren en sociale ongelijkheid uit te dagen. Deze vraag is gebaseerd op historische, sociologische en theologische observaties dat Maria vaak verschijnt aan de minder machtigen in de religieuze of sociale hiërarchie: vrouwen en kinderen, zieken, ouderen, en etnisch en religieus gemarginaliseerden. Het zijn ook vooral deze groepen die naar Lourdes, Fátima of andere Maria-bedevaartsoorden gaan. Dit aandachtspunt moet in de klasbespreking/discussie worden opgenomen teneinde niet te vervallen in een roomse verheerlijking van de vrome (zelfs kwezelachtige) maagd Maria die het voorspel vormt van een verheerlijking van de mannelijke voorrangspositie in de kerk. Maria als ideaalbeeld van de vrouw die naar Paulus’ voorschrift in de kerk haar mond houdt (1 Kor.14,34-35). De moderne katholiek moet tot een oecumenisch beeld van Maria:

Maria/Mirjam is de fysieke moeder van Jezus
Maria is het voorbeeld van een christelijk geloof met ups en downs
De zaak van Maria is niets anders dan de zaak van Jezus, de zaak van God.
Maria en Jezus hebben nooit gesproken over de zwijgplicht of subordinatie van de vrouw

9.

Impuls 9 schetst het succesverhaal van het Argentijnse Católicas opor el Derecho a Decidir, dat aantoont dat het katholieke geloof en de verering van de maagd Maria niet noodzakelijk gepaard moet gaan met een verheerlijking van de mannelijke voorrangspositie in de kerk. Maria is niet het ideaalbeeld van de vrouw die naar Paulus’ voorschrift in de kerk haar mond houdt (1 Kor.14,34-35) en onderdanig gehoorzaamt aan verdrukkende en mensonterende structuren. Ze is in tegendeel een opvorderende factor en rust vrouwen toe om een actieve rol op te nemen in de kerkelijke koinonia en gemeenschapsopbouw. De twee campagneposters dragen de knooppunten m.b.t. mariadevotie in zich en bieden derhalve een uitstekend uitgangspunt voor discussie.

^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas