Hier en daar hoor je zelfs mensen die hun relatie met de (katholieke) kerk definitief willen verbreken door zich te laten ‘ontdopen’. Of dit terecht is of niet, is een geheel persoonlijke aangelegenheid. Niettemin lijkt het mij relevant om toch enkele bedenkingen, of beter gezegd opmerkingen, te formuleren bij het zogenaamde ‘ontdopen’.
Eerst en vooral is er de terminologische kwestie. Het doopsel vervult binnen de rooms-katholieke kerk in feite een tweevoudige functie. Ten eerste gelooft men dat het doopsel een noodzakelijke voorwaarde vormt om Gods genade te ontvangen. Dankzij het doopsacrament zou de gedoopte naast vergiffenis van eerder begane zonden (inclusief de erfzonde) en een onuitwisbaar merkteken op de ziel, een heiligmakende genade ontvangen. Ten tweede vervult het de rol van een formele toetreding tot de rooms-katholieke kerk (merk op dat dit niet bij alle geloofsgemeenschappen het geval hoeft te zijn), men spreekt soms ook van het “lid worden van het lichaam van Christus”. De twee moeten echter duidelijk van elkaar worden onderscheiden omdat het eerste – althans voor de gelovige – in zekere zin onomkeerbaar is, in tegenstelling tot het tweede. Wanneer men het heeft over ‘ontdopen’ doelt men in feite steeds op het ongedaan maken van de tweede functie van de doopgelofte, namelijk het lidmaatschap tot de rooms-katholieke kerk. De juiste benaming voor het ongedaan maken van dit lidmaatschap is dan ook ‘kerkuittreding’. Ontdopen is – gezien vanuit de rooms-katholieke geloofsleer – niet mogelijk, kerkuittreding is dat wel. Daarnaast kan men zich terecht de vraag stellen waarom een ongelovige zich, als on-gelovige, überhaupt zou willen laten ontdopen (in de eerste betekenis/functie van het woord). Als men niet gelooft in Gods genade, waarom (en hoe?) zou men deze dan willen ongedaan maken? Handelt de ongelovige dan niet in tegen zijn/haar eigen overtuiging? Uiteraard wil men slechts afstand doen van dit geloof, maar dan hoeft men niet verder te gaan dan een kerkuittreding.
Waarom zou men uit de kerk willen treden? Zoals ik eerder aanhaalde, is het in de eerste plaats een persoonlijke kwestie. Talloze jonge Vlaamse kinderen worden reeds kort na hun geboorte gedoopt. Dat betekent dat er van vrije keuze geen sprake kan zijn. Toetreding tot de rooms-katholieke kerk reflecteert dus in de meeste gevallen enkel de voorkeur van de ouders (hoewel hun motivatie hiervoor veeleer geïnspireerd wordt door traditie dan door overtuiging). Velen nemen later echter (al dan niet expliciet) afstand van dit geloof en haar instelling. De redenen daarvoor lopen uiteen. Of die redenen gegrond zijn of niet, doet volgens mij niet zo ter zake. Lidmaatschap van een groep moet gebaseerd zijn op vrije keuze en wanneer men – om welke reden dan ook – niet langer deel wenst uit te maken van de groep, moet die wens ten allen tijde worden gerespecteerd. Mijn eigen kerkuittreding was vooral gemotiveerd uit de (groeiende) discrepantie tussen mijn eigen overtuigingen en die van de rooms-katholieke kerk. Ik geloof niet in een God, ik geloof niet in het bovennatuurlijke statuut van Jezus, ik veracht dogma’s en de gewelddadige geschiedenis van de kerk en de godsdiensten in het algemeen etc. Om deze en andere redenen wil ik niet langer aanzien worden als lid van deze groep. Ik wou een duidelijk signaal geven dat ik de principes en overtuigingen van de rooms-katholieke kerk niet deel. Is een formele uittreding daarvoor noodzakelijk? Misschien niet, maar het bezorgde me wel een vorm van gemoedsrust. Mijn kerkuittreding gaf me een bevrijdend gevoel, eindelijk werd ik niet langer aanzien als één van de 81% rooms-katholieken uit de statistieken (zie bijvoorbeeld de website van de Leuvense faculteit voor Godgeleerdheid over het katholicisme).
Rest mij nog de volgende belangrijke opmerking: kerkuittreding heeft – in tegenstelling tot wat velen misschien menen – geen enkele invloed op de financiëring van de rooms-katholieke kerk in België. Om historische (en politieke) redenen wordt de rooms-katholieke kerk gefinancierd op basis het aantal inwoners. Een maatregel die nog dateert uit de tijd dat katholiek-zijn gelijkstond met mens/burger-zijn. Andere erkende levensbeschouwingen daarentegen worden gefinancierd op basis van het aantal leden. Het resultaat is een ongelijke behandeling waarbij de rooms-katholieke kerk tot 97% van de overheidsfinanciëring ontvangt (terwijl het aantal kerkgangers nog nauwelijks 15% bedraagt). Wanneer wordt deze scheve situatie eindelijk rechtgetrokken? Ik heb de (misschien nogal naïeve) overtuiging dat een massale kerkuittreding alvast een maatschappelijk debat zou kunnen openen.
Mensen die uit de kerk willen treden, kunnen dat steeds doen door een brief te schrijven naar het bisdom van de parochie waar u bent gedoopt. Daarin geef je aan dat je afstand wenst te doen van het katholieke geloof. Daarnaast moet je ook enkele administratieve gegevens vermelden zoals je naam, huidige woonplaats, adres van je moeder op het moment van je doopsel en de plaats van je doopsel. Je vraagt misschien ook best naar een officiële bevestiging van je uittreding. Adressen van de bisdommen en verdere informatie vind je op de website van de UVV. Uw uittreding wordt dan geregistreerd door een vermelding in het doopregister (schrappen is niet mogelijk). Ter volledigheid wil ik daarbij nog opmerken dat men als gevolg van zijn/haar uittreding uiteraard geen sacramenten (zoals een kerkelijk huwelijk of begrafenis) meer kan ontvangen. Dat hoeft echter niet noodzakelijk een groot euvel te vormen. Wanneer u namelijk later alsnog spijt zou krijgen van uw beslissing is een ‘teken van inkeer’ voldoende om uw uittreding ongedaan te maken.
Bron: Cliff Beeckman - Kerkuittreding vs ontdopen
Zie ook: Rorate: Media spelen spelletje mee


.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)

.jpg)


.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)




