Misbruik in de kerk

Inleiding

Eind april 2010 kwam aan het licht dat Roger Vangheluwe, op dat moment de bisschop van Brugge, zijn minderjarige neef jarenlang had misbruikt, in de jaren voorafgaand aan en volgend op zijn aanstelling tot bisschop. De bekentenissen zorgden voor grote consternatie binnen en buiten de katholieke Kerk. In de nasleep van de bekentenissen kwamen nog heel wat meer verhalen van slachtoffers van misbruik door priesters en religieuzen aan de oppervlakte. Deze situatie roept bij heel wat mensen vragen op over de legitimiteit en geloofwaardigheid van de Kerk als instituut en zelfs van de christelijke boodschap als zodanig. Zo hebben een aantal mensen zich laten ontdopen, omdat zij niet langer deel willen uitmaken van de katholieke Kerk.

Ook leerlingen worden met dit nieuws geconfronteerd en stellen zich vragen bij de gebeurtenissen. Pijnlijker wordt het nog wanneer leerlingen, of mensen in hun omgeving, zelf slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik. Op het internet, en vast en zeker ook in de klas, komen vaak zeer hevige reacties naar boven. Ook onder collega’s op school stelt men dezelfde reacties vast. Het is niet altijd evident om als (godsdienst)leerkracht deze reacties te duiden op een manier die aan de ene kant kritisch is en met recht en reden deelt in de verontwaardiging, maar die anderzijds toch getuigt van een loyaliteit ten aanzien van Kerk en geloof. Deze kritische loyaliteit ligt volledig in de lijn van het leerplan godsdienst. In de visietekst op p. 14 vinden we de volgende bewoordingen: “Godsdienstleerkrachten zijn christenen. Zij zoeken voor de leerlingen leraar te zijn vanuit hun geloof in God, de Vader, in Jezus, de Christus en in de H. Geest. Dit geloof beleven zij in verbondenheid met de kerkgemeenschap. Liefde voor de Kerk en kritische loyaliteit sluiten elkaar daarbij in.” Om leerkrachten te helpen bij het omgaan met vragen en bedenkingen van leerlingen, werd door Thomas een dossier ontwikkeld, met als leidraad een tiental stellingnames die het gesprek rond deze thematiek kunnen verhelderen en nuanceren.

10 perspectieven in tijden van crisis

10 perspectieven in tijden van crisis

  1. Wij zijn zeer verontwaardigd door de gebeurtenissen in de Kerk precies omdat alles wat gebeurd is, zo sterk in tegenspraak is met de kern van het christelijk geloof.
  2. De geloofwaardigheid van de christelijke boodschap hangt nauw samen met de geloofwaardigheid van haar boodschappers maar valt er ook niet mee samen.
  3. De kwestie van misbruik binnen de Kerk mag er niet voor zorgen dat alle lichamelijkheid tussen mensen als negatief gezien wordt.
  4. Macht is op zich geen synoniem van machtsmisbruik. Seksuele relaties mogen sowieso niet op macht gebaseerd zijn.
  5. Kindermisbruik verjaart emotioneel, moreel en religieus gezien nooit.
  6. De slachtoffers van seksueel misbruik hebben recht op waarheid, erkenning, herstel en rust.
  7. Vergeving mag nooit een instrument zijn om onrechtvaardigheden te bedekken of te vergoelijken.
  8. Niet elk celibatair leven is inauthentiek.
  9. Er zijn precedenten in de geschiedenis waar de Kerk, begrepen als instituut, haar schuld heeft bekend.
  10. Gelovigen kunnen te midden van de crisis de nederigheid van de klaag- en boetepsalmen herontdekken.

Houdingen en aandachtspunten

  1. HERBRONNING
  2. GELOOFWAARDIGHEID
  3. AANRAAKBAARHEID
  4. MACHTSVRIJ
  5. BESCHERMING
  6. ERKENNING
  7. RECHTVAARDIGHEID
  8. AUTHENTICITEIT
  9. BEROUW
  10. NEDERIGHEID
 

De publieke opinie: een onontwarbaar kluwen van emoties en meningen

Het is zo dat de kerk (en niet alleen de katholieke kerk) afstand neemt van deze ernstige vergrijpen (niet alleen door de eigen leden, maar ook door de andere mensen). Er zijn natuurlijk mensen, die graag hun verontwaardiging uitschreeuwen over de fouten van anderen, grotendeels om de eigen fouten niet te moeten zien. Het is goed dat de katholieke kerk verplicht werd ook voor eigen deur te borstelen. Deze herbronning sterkt het geloof.

Dirk Troost

Terwijl hij een kind misbruikte liet hij zich tussendoor tot bisschop wijden. Iets wat hij onmogelijk kon zijn en dus nooit was. Men zag geen bisschop maar een verklede pedofiel die zich daarvoor uitgaf, dat speelde genietend van macht en aanzien. Een crimineel die heel de kluit zat te belazeren en iedereen liggen had. Is daar door de wet een pensioen voor voorzien ? Dat zou nog het strafste zijn.

Florence

Anders dan u schijnt te denken, is "gelovig" zijn iets helemaal anders dan stellingen die anderen je hebben aangepraat als absolute waarheid beschouwen. Het is leven in een relatie met de medemens waarin de ervaring van de sterke en hartverwarmende aanwezigheid van een opperwezen dag aan dag je doen en laten inspireert. Ontsporingen van bedienaars van de eredienst kunnen die levenshouding nauwelijks verstoren.

‘Andreas Vesalius’

Herinnert u zich de schreeuwende mensen aan de nadarhekken nog toen Dutroux naar buiten gebracht werd? "Want aan de kinderen raakt men niet!" ... De mensen waren FURIEUS! Nu deze Vangheluwe voor mij net hetzelfde heeft gedaan, kinderen opsluiten in uw macht en er dan misbruik van maken, zwijgt men stil. Waar zijn nu de mensen die kwaad zijn? Wanneer zal men voor hen de nadarhekken opstellen.

Raf Vorsselmans

Waarom er zo veel woorden aan vuilmaken ? Niet dat ik de ernst van de feiten ontken, in tegendeel, maar indien ik bvb een crèche uitbaat en 1 van mijn medewerkers bepotelt kinderen, dan bel ik toch gewoon de politie. Het feit dat de Kerk dat niet doet, toont gewoon aan dat de Kerk niet ten dienste staat van het Geloof, niet ten dienste van God, niet ten dienste van de Mensen, maar enkel en alleen ten dienste van de Kerk.

Frank Van Hoecke

1. Wij zijn zeer verontwaardigd door de gebeurtenissen in de Kerk precies omdat alles wat gebeurd is, zo sterk in tegenspraak is met de kern van het christelijk geloof.

Dat er vandaag de dag zoveel reactie komt, ook vanuit christelijke hoek, op het seksueel misbruik dat binnen kerkelijke context is gebeurd, heeft te maken met het feit dat het fundament van het christelijk geloof bestaat in het opkomen voor de slachtoffers en de armen. In navolging van Jezus heeft de boodschap van de Kerk er altijd in bestaan om positie te kiezen voor de zwakkeren en de slachtoffers in onze samenleving. Daarom is het ook des te schrijnender dat dit misbruik binnen de Kerk heeft plaatsgevonden. Ook al kan kindermisbruik binnen alle contexten plaatsvinden (het leger, de sportclub, enzovoort), toch is de Kerk de plaats bij uitstek waar het niet had mogen plaatsvinden. De Kerk is dan ook dringend aan herbronning toe.

Nieuwe cultuur benadert fundament christendom

Bij de aankondiging van het nieuwe ‘centrum voor erkenning, heling en verzoening’, verklaarden de bisschoppen uitdrukkelijk de ze de slachtoffers centraal willen zetten. De filosofen Guido Vanheeswijck en André Cloots menen dat die houding niet zozeer een kwestie is van ‘nieuwe cultuur’, maar fundamenteel is voor het christendom. De fijnzinnige ‘open brief’ van drie West-Vlaamse geëngageerde katholieken, Geert Dedecker , Jef Ravelingien en Marijke Deconinck, en het moedige ‘mea culpa’ van kardinaal Godfried Danneels brachten vorige week al de kern van de christelijke ethiek scherp in beeld. Voor christenen staat de zwakke in het centrum, het slachtoffer, de verschoppeling, de zondebok. Het christendom verkiest aandacht voor het slachtoffer boven het vrijwaren van het imago, hoe moeilijk dat soms ook mag zijn. In nagenoeg alle omstandigheden, schrijft de Franse antropoloog René Girard, zoeken samenlevingen naar eenheid en rust via de uitschakeling – moord of karaktermoord – van een zondebok, op wie alle schuld wordt geladen. Het christendom wil dat zondebokmechanisme doorbreken, door het perspectief van het slachtoffer te kiezen. Daarin schuilt zijn revolutionaire kracht, een kracht die paradoxaal genoeg verbonden is met fijngevoeligheid en inlevingsvermogen.

Communicatie en transparantie

Van de katholieke kerk verwachten gelovigen (en ongelovigen) dat ze die kern van het christendom uitdragen. Doet ze dat niet, dan spreekt men van de ‘oude cultuur’. Die ‘oude cultuur’ – doofpotoperaties, zorg voor het imago van het instituut – wordt dan in schril contrast geplaatst met de ‘nieuwe cultuur’ – aandacht voor het slachtoffer, openheid, communicatie, transparantie, zoals Herman De Dijn in De Standaard van 4-5 september schreef. De vraag is of zo’n zwart-wittegenstelling recht doet aan de feiten. Is de hedendaagse werkelijkheid niet genuanceerder? Laten we even bij de plaats van de christelijke inspiratie in de huidige samenleving stilstaan.

Achter de zogenaamde transparantie en open communicatie van de manager en de spindoctor in de nieuwe cultuur gaat vaak hetzelfde mechanisme schuil dat men terecht aan de oude cultuur verwijt, namelijk het zo goed mogelijk verdedigen van de ‘organisatie’, eventueel om grotere schade te voorkomen, zoals De Dijn en Tom Naegels in dezelfde krant suggereren. In dat perspectief dient het offeren van zondebokken – iets wat we recentelijk ook met Kim Geybels zagen gebeuren – om de eenheid naar buiten te herstellen en het imago op te krikken. Het vreemde is nu dat ongeveer iedereen zo’n houding vanuit het economische standpunt van de manager of het politieke standpunt van een ‘organisatie’ verwacht en zelfs toejuicht. Dat het imago van instituten, zoals partijen, bedrijven en scholen, voorgaat op de concrete nood van individuen: dat is iets wat velen blijkbaar ‘normaal’ vinden.

Aandacht voor de zwakkere

Maar dat geldt – terecht – niet als het gaat om de kerk. Natuurlijk is het verdedigen van de eigen groep een menselijke, begrijpelijke en soms zelfs gerechtvaardigde reactie. Maar niet als het gaat om het christendom, dat juist de aandacht voor de zwakkere als zijn ‘corebusiness’ heeft, vanuit een geloof in de liefde van de ‘Abba van wie allen de kinderen zijn’. De kerk is dus niet zomaar een instituut. Ze belichaamt de inspiratie van Jezus Christus, een profetische inspiratie, die gaat over het koninkrijk van God, dat juist een uitdaging is voor – en zelfs een omkering van – onze menselijke, vaak al te menselijke spontane reacties. En de centrale – zo vreselijk moeilijke – uitdaging is: op de plaats gaan staan van het slachtoffer. Dat is de levensader van het instituut. Niet op die uitdaging ingaan, dát ondermijnt het instituut en ontneemt het zijn geloofwaardigheid. Dat is wat mensen zowel van buiten als binnen de kerk heel goed aanvoelen.

In zijn mooie boekje A Catholic Modernity? merkt de katholieke Canadese filosoof Charles Taylor terecht op dat vele christelijke idealen zich pas in hun volle radicaliteit hebben kunnen ontwikkelen wanneer ze zijn losgekomen van het klerikale establishment van de ‘christenheid’: mensenrechten, democratie, de scheiding tussen kerk en staat, de gelijkheid tussen man en vrouw of de rechten van hen die niet beantwoorden aan wat de christelijke morele code lijkt te zijn, bijvoorbeeld homoseksuelen. Misschien geldt dat ook hier, waar het gaat om de aandacht voor het slachtoffer. Dat ideaal, zonder enige twijfel een centraal ideaal van het christendom, laat zich niet in zijn onvoorwaardelijkheid toepassen omwille van ‘het belang van het instituut’. Misschien is de ‘nieuwe cultuur’ in haar ‘aandacht voor het slachtoffer’ méér christelijk dan vele christenen binnen het instituut willen erkennen. In zekere zin is dat voor christenen een verheugende vaststelling, want dat betekent dat het christendom zeer diep in onze cultuur is doorgedrongen, tot buiten de eigen christelijke grenzen.

Ethische principes

 

Toch wordt onze samenleving gekarakteriseerd door harde concurrentie en competitie, de ‘nieuwe dogma’s’ die nauwelijks onder kritiek worden geplaatst. De westerse cultuur die het respect voor elk individu – de hedendaagse vertaling van de Bijbelse naastenliefde – hoog in het vaandel voert, zit tegelijk in de greep van een systeem waarin de ander als concurrent moet worden beschouwd in de ‘ratrace’ van een wereldwijde competitie. In zijn recente boek, De ontregeling van de wereld, merkt Amin Maalouf terecht op dat in het Westen verwijzingen naar het ethische alomtegenwoordig zijn, maar dat die ethische principes selectief worden aangewend en voortdurend worden geperverteerd met het oog op economische en politieke doeleinden. Niet alleen toppolitici en bedrijfsleiders zien zich voor deze dubbelzinnigheid geplaatst. We leven allen met die spanning. De vraag is dan ook welke ethische houding uiteindelijk zal overwinnen: de harde houding, verbonden met de nauwelijks gecontesteerde dominantie van een markteconomisch denken, of de zachte houding, die zich laaft aan de Bijbelse inspiratie?

Geldt dat ook niet voor de aandacht voor het slachtoffer? Schandalen – vreselijk genoeg ook pedofilieschandalen – komen in alle milieus voor, niet alleen in de kerk. Wat de meeste gelovigen (en ongelovigen) kwetst, is dat de kerk er op de gewone, ‘oude’ manier mee omgaat, in plaats van er een kans in te zien om de eigen idealen in al hun profetische kracht te belijden. Alleen op die manier kan de kerk haar ‘oude’ cultuur afwerpen en tegelijk – vanuit een minderheidspositie – de dominante ‘nieuwe cultuur’ vanuit haar “aandacht voor het slachtoffer” amenderen en verdiepen. Alleen is de vraag of die gevoeligheid in de ‘nieuwe cultuur’ – die minstens evenzeer als de oude cultuur aan ‘imagologie’ lijdt – ook echte kansen krijgt.

Imagoschade

Een treffend voorbeeld van de profetische kracht van de kerk om de cultuur aan kritiek te onderwerpen was de reactie van de abt van Westvleteren, toen hij, na het pedofilieschandaal rond de ex-bisschop van Brugge, hem toch gastvrijheid in zijn abdij aanbood en daarom de – voorspelbare – journalistieke vraag kreeg of zijn imago daardoor geen grote schade had opgelopen. Zijn antwoord was even verfrissend als onmodieus: “Dat is dan erg voor mijn imago, maar ik val niet samen met mijn imago”. Het zou een verademing zijn indien wij zulke woorden ook konden beluisteren in onze kerken, scholen, universiteiten, bedrijven en op krantenredacties.

Guido Vanheeswijck en André Cloots zijn hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen en aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven.

Uit Tertio, 13 september 2010

De Bijbelse voorkeursoptie voor de zwakken en de slachtoffers

[20] Vreemdelingen mag je niet uitbuiten of onderdrukken, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. [21] Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. [22] Doe je dat toch en smeken zij mij om hulp, dan zal ik zeker naar hen luisteren: [23] ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees.
[24] Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. [25] Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, [26] want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij mij om hulp smeekt, zal ik naar hem luisteren, want ik ben een genadige God.

(Ex 22,20-26)

[16] Was je, reinig je,
maak een eind aan je misdaden,
ik kan ze niet meer zien.
Vermijd alle kwaad
[17] en leer goed te doen.
Zoek het recht, houd tirannen in toom,
bied wezen bescherming, sta weduwen bij.

(Jes 1,1617)

[46] Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. [47] Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ [48] De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [49] Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’ [50] Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. [51] Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’ [52] Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.

(Mc 10,46-52)

[1] Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. [2] Hij nam het woord en onderrichtte hen:
[3] ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
[4] Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
[5] Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
[6] Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
[7] Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
[8] Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
[9] Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

(Mt 5,1-9)

[31] Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. [32] Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; [33] de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. [34] Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. [35] Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, [36] ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” [37] Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? [39] Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” [40] En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” [41] Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. [43] Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” [45] En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.” [46] Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’

(Mt 25,31-46)

Het christendom trekt open wat gesloten is

Als het christendom ons iets voorhoudt, dan is het dat we steun dienen te geven aan wie niet gezien wordt, aan de vreemdeling die je niet kent en die je spontaan misschien als de vijand van de stabiele samenleving ziet. Het christendom trekt wat mij betreft juist open wat gesloten is: ik moet met andere mensen gemeenschap vormen dan met wie ik al verbonden ben. Het christendom trekt ons uit de geslotenheid, juist ook als het om het gezin gaat. Je moet van Jezus je moeder en je vader verlaten, je huis en haard, en in de gemeenschap rondom hem je ware moeders en broeders vinden.

Erik Borgman in Trouw, 19 mei 2010

2. De geloofwaardigheid van de christelijke boodschap hangt nauw samen met de geloofwaardigheid van haar boodschappers maar valt er ook niet mee samen.

De christelijke boodschap wordt steeds vertolkt en gecommuniceerd door mensen. In welke mate die boodschap geloofwaardig overkomt, hangt uiteraard af van deze boodschappers. In tijden waarin getwijfeld wordt aan de boodschappers (enerzijds aan het instituut Kerk, maar anderzijds ook aan mensen als Vangheluwe, in wie gelovigen heel wat vertrouwen hadden), beginnen mensen ook aan de boodschap van het christelijk geloof te twijfelen. Mensen willen niets meer met het christelijk geloof te maken hebben en laten zich ontdopen. Terwijl de christelijke boodschap natuurlijk steeds weer in nieuwe contexten hertaald moet worden, heeft deze boodschap een geldigheid en geloofwaardigheid die door zondigheid van de boodschappers niet teniet gedaan kan worden. Als het christelijk geloof werkelijk een goede boodschap is, zal deze uiteindelijk sterker blijken te zijn dan de slechte boodschappers ervan.

Ontdopen

Aantal 'ontdopingen' stijgt spectaculair

Het aantal mensen dat zich laat uitschrijven uit het doopregister stijgt spectaculair in heel Vlaanderen. Het zou gaan om een vertienvoudiging, tot vijftig aanvragen per week.

In het Antwerpse bisdom is sprake van 711 alleen al tijdens de laatste vijf maanden van dit jaar. In 2008 ging het nog om 79. ‘We dachten dat 2009 met 132 aanvragen al een zwaar jaar zou zijn, maar dit slaat alles’, zegt Paul Smets. ‘Sinds 23 april (de dag waarop Roger Vangheluwe bekende dat hij jarenlang zijn neef had misbruikt en ontslag nam als bisschop, red.) zijn de aanvragen nauwelijks bij te houden.’

In het bisdom Brugge, de regio waar Vangheluwe vroeger als bisschop werkte, is de leegloop ook begonnen. Twee jaar geleden waren daar slechts 65 mensen die zich wilden laten ontdopen. Voor 2010 ligt dat aantal al op 468.

Gelijkaardige geluiden vallen te horen in de bisdom van Gent en Hasselt en het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

Uit De Standaard, 15 september 2010

Pak meer Vlamingen kiest voor ontdopen.

Sinds de affaire-Vangheluwe losbarstte, willen steeds meer Vlamingen zich laten ontdopen. De tendens is te merken in elk bisdom, zo leert een rondvraag van De Morgen.

Niet geheel toevallig begon het aantal afvalligen dit jaar spectaculair toe te nemen vanaf eind april, rond de periode dat bisschop Roger Vangheluwe zijn ontslag indiende nadat hij had bekend een minderjarige te hebben misbruikt.

Diegenen die een dossier hebben ingediend zullen het nodige geduld moeten oefenen: de hele procedure moet opgestart worden met een handgeschreven brief aan het bisdom waar men gedoopt is. Pas dan start de behandeling van de aanvraag. Bijkomend probleem: volgens kerkjuristen kan de kerk het doopsel helemaal niet ongedaan maken en is ontdopen louter symbolisch. "Het sacrament is onuitwisbaar", zegt Rik Torfs. De ontdopers zijn het daar niet mee eens. "Ontdopen is een heel sterk signaal: een aanklacht tegen de aanmatigende houding van de kerk, die denkt zomaar in jouw naam te mogen spreken vanwege die paar druppels water."

Uit De Morgen, 5 juli 2010

Kerkuittreding vs ontdopen

Hier en daar hoor je zelfs mensen die hun relatie met de (katholieke) kerk definitief willen verbreken door zich te laten ‘ontdopen’. Of dit terecht is of niet, is een geheel persoonlijke aangelegenheid. Niettemin lijkt het mij relevant om toch enkele bedenkingen, of beter gezegd opmerkingen, te formuleren bij het zogenaamde ‘ontdopen’.

Eerst en vooral is er de terminologische kwestie. Het doopsel vervult binnen de rooms-katholieke kerk in feite een tweevoudige functie. Ten eerste gelooft men dat het doopsel een noodzakelijke voorwaarde vormt om Gods genade te ontvangen. Dankzij het doopsacrament zou de gedoopte naast vergiffenis van eerder begane zonden (inclusief de erfzonde) en een onuitwisbaar merkteken op de ziel, een heiligmakende genade ontvangen. Ten tweede vervult het de rol van een formele toetreding tot de rooms-katholieke kerk (merk op dat dit niet bij alle geloofsgemeenschappen het geval hoeft te zijn), men spreekt soms ook van het “lid worden van het lichaam van Christus”. De twee moeten echter duidelijk van elkaar worden onderscheiden omdat het eerste – althans voor de gelovige – in zekere zin onomkeerbaar is, in tegenstelling tot het tweede. Wanneer men het heeft over ‘ontdopen’ doelt men in feite steeds op het ongedaan maken van de tweede functie van de doopgelofte, namelijk het lidmaatschap tot de rooms-katholieke kerk. De juiste benaming voor het ongedaan maken van dit lidmaatschap is dan ook ‘kerkuittreding’. Ontdopen is – gezien vanuit de rooms-katholieke geloofsleer – niet mogelijk, kerkuittreding is dat wel. Daarnaast kan men zich terecht de vraag stellen waarom een ongelovige zich, als on-gelovige, überhaupt zou willen laten ontdopen (in de eerste betekenis/functie van het woord). Als men niet gelooft in Gods genade, waarom (en hoe?) zou men deze dan willen ongedaan maken? Handelt de ongelovige dan niet in tegen zijn/haar eigen overtuiging? Uiteraard wil men slechts afstand doen van dit geloof, maar dan hoeft men niet verder te gaan dan een kerkuittreding.

Waarom zou men uit de kerk willen treden? Zoals ik eerder aanhaalde, is het in de eerste plaats een persoonlijke kwestie. Talloze jonge Vlaamse kinderen worden reeds kort na hun geboorte gedoopt. Dat betekent dat er van vrije keuze geen sprake kan zijn. Toetreding tot de rooms-katholieke kerk reflecteert dus in de meeste gevallen enkel de voorkeur van de ouders (hoewel hun motivatie hiervoor veeleer geïnspireerd wordt door traditie dan door overtuiging). Velen nemen later echter (al dan niet expliciet) afstand van dit geloof en haar instelling. De redenen daarvoor lopen uiteen. Of die redenen gegrond zijn of niet, doet volgens mij niet zo ter zake. Lidmaatschap van een groep moet gebaseerd zijn op vrije keuze en wanneer men – om welke reden dan ook – niet langer deel wenst uit te maken van de groep, moet die wens ten allen tijde worden gerespecteerd. Mijn eigen kerkuittreding was vooral gemotiveerd uit de (groeiende) discrepantie tussen mijn eigen overtuigingen en die van de rooms-katholieke kerk. Ik geloof niet in een God, ik geloof niet in het bovennatuurlijke statuut van Jezus, ik veracht dogma’s en de gewelddadige geschiedenis van de kerk en de godsdiensten in het algemeen etc. Om deze en andere redenen wil ik niet langer aanzien worden als lid van deze groep. Ik wou een duidelijk signaal geven dat ik de principes en overtuigingen van de rooms-katholieke kerk niet deel. Is een formele uittreding daarvoor noodzakelijk? Misschien niet, maar het bezorgde me wel een vorm van gemoedsrust. Mijn kerkuittreding gaf me een bevrijdend gevoel, eindelijk werd ik niet langer aanzien als één van de 81% rooms-katholieken uit de statistieken (zie bijvoorbeeld de website van de Leuvense faculteit voor Godgeleerdheid over het katholicisme).

Rest mij nog de volgende belangrijke opmerking: kerkuittreding heeft – in tegenstelling tot wat velen misschien menen – geen enkele invloed op de financiëring van de rooms-katholieke kerk in België. Om historische (en politieke) redenen wordt de rooms-katholieke kerk gefinancierd op basis het aantal inwoners. Een maatregel die nog dateert uit de tijd dat katholiek-zijn gelijkstond met mens/burger-zijn. Andere erkende levensbeschouwingen daarentegen worden gefinancierd op basis van het aantal leden. Het resultaat is een ongelijke behandeling waarbij de rooms-katholieke kerk tot 97% van de overheidsfinanciëring ontvangt (terwijl het aantal kerkgangers nog nauwelijks 15% bedraagt). Wanneer wordt deze scheve situatie eindelijk rechtgetrokken? Ik heb de (misschien nogal naïeve) overtuiging dat een massale kerkuittreding alvast een maatschappelijk debat zou kunnen openen.

Mensen die uit de kerk willen treden, kunnen dat steeds doen door een brief te schrijven naar het bisdom van de parochie waar u bent gedoopt. Daarin geef je aan dat je afstand wenst te doen van het katholieke geloof. Daarnaast moet je ook enkele administratieve gegevens vermelden zoals je naam, huidige woonplaats, adres van je moeder op het moment van je doopsel en de plaats van je doopsel. Je vraagt misschien ook best naar een officiële bevestiging van je uittreding. Adressen van de bisdommen en verdere informatie vind je op de website van de UVV. Uw uittreding wordt dan geregistreerd door een vermelding in het doopregister (schrappen is niet mogelijk). Ter volledigheid wil ik daarbij nog opmerken dat men als gevolg van zijn/haar uittreding uiteraard geen sacramenten (zoals een kerkelijk huwelijk of begrafenis) meer kan ontvangen. Dat hoeft echter niet noodzakelijk een groot euvel te vormen. Wanneer u namelijk later alsnog spijt zou krijgen van uw beslissing is een ‘teken van inkeer’ voldoende om uw uittreding ongedaan te maken.

Bron: Cliff Beeckman - Kerkuittreding vs ontdopen

Zie ook: Rorate: Media spelen spelletje mee

Ik begrijp dat mensen een statement willen maken door zich te laten 'ontdopen', maar toch vind ik het een fout signaal. Door te vragen ontdoopt te worden maak je je 'status' terug afhankelijk van de kerk. Als je niets meer met de kerk te maken wil hebben, dan toch ook niets met hun regels en procedures? Stel gewoon dat je nooit gedoopt geweest bent, aangezien je de waarde van dat sacrament niet erkent. Als de kerk niet akkoord is, dan is dat hun zaak. Dan zijn enkel hun gegevens niet up to date.

Fides ex auditu en fides quaerens intellectum

Vanaf het begin is binnen de christelijke gemeenschappen de fides ex auditu (het geloven van horen zeggen) heel belangrijk geweest in de geloofsverkondiging. De betrouwbaarheid van de christelijke boodschap werd ook steeds gekoppeld aan de getrouwheid van de boodschapper. In het verhaal van de storm op het meer (Mt 14,22-23) lezen we hoe Petrus tot Jezus zegt: “Heer als Gij het zijt, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen”. Waarop Jezus antwoordt: “Kom”. Petrus stapt uit de boot en loopt het over het water naar Jezus toe.

 

Tot twee keer toe overwint Jezus de rationele twijfel en de angst van Petrus precies omdat Petrus zich toevertrouwt aan het woord van Hem die hij lief heeft. Hieruit blijkt eens te meer hoe uiteindelijk de moed en de durf tot geloof berusten op het vertrouwen wekkende en doorleefde woord en voorbeeld van geliefden die daarin God aanwezig stellen. Op die manier ontmoeten mensen de concrete God van Abraham, Isaak, Jacob en Jezus in hun grootouders, hun ouders, hun vrienden, hun priester, hun leerkracht, hun partner, hun kinderen,… Geloven op die manier is alleen mogelijk wanneer mensen in hun medemensen ook een reisgezel en soms een betrouwbare gids durven te zien in de tocht naar steeds meer menselijkheid.

Dit fides ex auditu heeft zeker ook risico’s. Gelovigen moeten ook de omgekeerde weg gaan en het geloof toetsen aan de ervaring. Beide wegen mogen nooit gescheiden worden. Geen fides ex auditu zonder fides quaerens intellectum (het geloof dat zoekt te begrijpen), evenmin als omgekeerd. Het geloof mag immers geen machtsverhouding worden (‘jij moet mij geloven’). Voortdurend moeten mensen ook het geloof van hun (voor-)ouders, tijdgenoten en gemeenschap op een persoonlijke, kritische manier heropnemen én bevragen. Wanneer het geloof of de geloofsboodschap misbruikt wordt ten voordele van de boodschapper(s), dan moet dit aangeklaagd worden. Het fides ex auditu kan en mag nooit de legitimatie vormen van het perverteren van de christelijke boodschap door diegene die getuigt van die christelijke boodschap.

Naar Ilse Cornu en Didier Pollefeyt,

Religieus opvoeden tussen openheid en geslotenheid. Bijbels geloof in een Babelse wereld

, in Didier Pollefeyt (ed.),

Leren aan de werkelijkheid. Geloofscommunicatie in een wereld van verschil

, Leuven, 2003

Anders dan u schijnt te denken, is "gelovig" zijn iets helemaal anders dan stellingen die anderen je hebben aangepraat als absolute waarheid beschouwen. Het is leven in een relatie met de medemens waarin de ervaring van de sterke en hartverwarmende aanwezigheid van een opperwezen dag aan dag je doen en laten inspireert. Ontsporingen van bedienaars van de eredienst kunnen die levenshouding nauwelijks verstoren.‘Andreas Vesalius’

3. De kwestie van misbruik binnen de Kerk mag er niet voor zorgen dat alle lichamelijkheid tussen mensen als negatief gezien wordt.

Relaties tussen mensen ontwikkelen zich altijd in zekere zin aan de leidraad van het lichaam. Mensen zijn elkaar altijd in zekere zin vanuit het lichaam nabij. Lichamelijk contact is ook goed voor mensen. Aanrakingen doen goed en bevestigen mensen in hun identiteit. Er zijn echter ook aanrakingen die niet geoorloofd zijn, bijvoorbeeld wanneer zij gebeuren in een relatie van machtsmisbruik, of wanneer de aanraker of de aangeraakte deze aanraking niet wil. Vanuit de realiteit van kindermisbruik (niet alleen binnen de Kerk) zijn mensen (en met name mannen) vaak bang om anderen, en meerbepaald kinderen, aan te raken, omdat dit als een teken van kindermisbruik gezien zou kunnen worden. Het is goed om voorzichtig te zijn, maar aan de andere kant mag de realiteit van kindermisbruik niet alle vertrouwen ondermijnen in relaties. Gepaste aanrakingen kunnen zeer zin- en betekenisvol zijn, ook wanneer ze gebeuren tussen volwassenen en kinderen.

Een kleuterleider vertelde me dat hij vroeger een huilend meisje op de schoot nam om haar te troosten. Nu durft hij dat niet meer. Van een vrouw uit de zorgsector hoorde ik dat ze oplet wanneer ze veertien-, vijftienjarige jongens met een lichte mentale handicap controleert op hun persoonlijke hygiëne. Ze haalt er een mannelijke collega bij, of zeker een tweede collega.

Mieke Van Hecke, in De Standaard, 20 september 2010

Een getuigenis van een leerkracht

Vorig jaar kwam een andere school in ons dorp in het nieuws, omdat een leerkracht kinderen had misbruikt. Dat was een grote schok. Dat het ook in je eigen dorp kan gebeuren, bij een collega die je goed kent, met wie je samenwerkt! Ik geloofde het eerst niet. Dacht dat er een misverstand was, of dat iemand erop uit was hem kapot te maken. Maar het bleek echt waar. Sindsdien is iedereen er heel alert op. Je merkt het ook aan ouders. Je voelt je gewoon bekeken als je even met de kinderen stoeit of ze een aai over hun bol geeft. Laatst was een meisje hard gevallen op het plein, en ze kwam brullend bij me. Gevoelsmatig zou ik een arm om haar heen slaan en lieve woordjes zeggen. Nu heb ik alleen gezegd dat het over zou gaan. Ik was bang dat er een verkeerde indruk zou ontstaan. Maar ik heb wel het gevoel dat ik haar in de kou heb laten staan. Het speelt nog steeds door mijn hoofd. Je moet een kind toch kunnen troosten?

Uit H. Bakker, Voorzichtig met angst. Over seksueel misbruik van kinderen, Utrecht, 2000

Een opinie

Beste mensen, ik heb jullie verhalen en reacties gelezen. Er is, vind ik, een onderscheid tussen bloot en seks. Het gewoon bloot zijn met elkaar en bij elkaar, blijf ik gewoon principieel juist vinden. Kom eens in Zweden en als je daar de mensen ziet omgaan met het bloot zijn, dat is gewoon fantastisch. Niet beladen, nee gewoon niet meer dan bloot. Gewoon bloot zoals je geboren bent. Iedereen weet hoe een ander er uit ziet. Dan moet bloot zijn ook geen probleem zijn.

Ik kan me heel erg goed voorstellen dat mensen met een incestverleden allergisch reageren en altijd op de hoede zijn voor hun kinderen. Dat is goed en zo hoort het ook te zijn. Altijd de controle op de partner of hij of zij het goed en niet te ver gaan in iets. Als ik te ver zou gaan met mijn kinderen dan mag mijn vrouw mij aangeven bij de politie, dat heb ik haar ook gezegd. En ik zeg het ook tegen mijn kinderen. Of als een ander bekende dit zou doen. Geef het aan.

Maar lieve mensen, maak er alsjeblieft geen hetze van. Mannen worden vaak allemaal gezien als een potentiële pedofiel. Vorig jaar op de vakantiebeurs, mijn vrouw en kinderen zaten in het restaurant, liep ik nog even door de exotische landen door. Nou meteen allerlei campagnes tegen reizen en vakanties met jongensseks. Ik was snel weg, want ik voelde de blikken op mij van de anderen beursbezoekers van goh daar heb je weer zo'n viezerik. Dat vond ik, ondanks de beste bedoelingen, gewoon te ver gaan op deze beurs.

Een ander voorbeeld is het besluit van een zwembad in Soest om alleenstaande mannen en jongens niet meer toe te staan tijdens bepaalde uren. Want dit zou volgens het zwembad wel eens pedofielen kunnen zijn. Dit gaat me dus echt te ver. In Nederland is elke burger onschuldig tot dat het tegendeel bewezen. Maar in Soest ben je dus alleenstaande man, of je komt alleen zwemmen, een pedo.

Nee, het gaat volgens mij soms wat te ver in Nederland. Maar voor alle duidelijkheid wil ik wel zeggen, dat elke man of vrouw met zijn poten van zijn kinderen af moeten blijven. Het is het meest erge en gore wat je een kind kan aandoen. Het kind is beschadigd voor de rest van zijn of haar leven en daar heeft zij of hij geen recht op. Maar wel op een liefdevolle aandacht en verzorging van de ouders.

Sorry lieve mensen, het is wel een heel verhaal geworden, maar ja soms moet dat nou eenmaal.

Groetjes, Rick.

“Aanrakingen zijn per definitie meer-zinnig. En dat is niet alleen de bron van de onuitputtelijke en diepe betekenisrijkdom van lichamelijke aanrakingen, maar vormt tevens de basis voor de mogelijke pervertering van de lichamelijkheid. Aanrakingen liggen immers ‘gevoelig’. De huid is het doorgeefluik van de diepste menselijke emoties. De huid is het meest uitgestrekte menselijke zintuig. Als tastzintuig vormt het een uitgebreid speelterrein waar mensen minder controle over hebben dan over bijvoorbeeld het horen of zien, en waarin ze dan ook bijzonder manipuleerbaar zijn.”

Uit Didier Pollefeyt, Intimiteit in de pastoraal. Ethische kanttekeningen bij het gebruik van macht binnen de pastorale begeleiding, in Collationes 28 (1998) 227-245

Het volledige artikel, waarin verder ingegaan wordt op het gebruik en misbruik van macht binnen de pastorale context, kan hier gedownload worden.

Lichaam en aanraking

Wanneer mensen verliefd zijn, raken zij elkaar vaak aan. Met de handen en met de mond willen de verliefden elkaar ontdekken. Eigenlijk gaat men, op dezelfde manier als baby’s dat doen, via de tast, het voelen, de ander leren kennen. Wanneer men verliefd is, wil men het lichaam van de ander voelen en verkennen. Terwijl het lichamelijke contact met de geliefde de laatste tijd misschien te vaak geseksualiseerd wordt (in de media, in videoclips,…), heeft dit contact ook heel andere dimensies. Struycker Boudier omschrijft het als volgt: “Strelen is de fysieke bevestiging van de goedheid, het genot, de vreugde van dit belichaamde bestaan als er-zijnde en als er-voor-elkaar-zijnde. Streling bewerkt dat wij ons fijn, thuis voelen in ons eigen vel. Liefkozen is niet alleen maar aaien, maar het is een vormgeven.” Dit strelen is niet alleen iets wat zich tussen geliefden afspeelt: aanraken is iets wat essentieel is in het omgaan met anderen en het opbouwen van een positief lichaamsbeeld.

Kleine kinderen worden vaak gestreeld, geaaid en vastgehouden en hebben hier ook nood aan. Het is essentieel in het opbouwen van een basisgevoel van veiligheid en basisvertrouwen ten opzichte van de wereld en in hun ontwikkeling. Het positief aangeraakt worden is voor baby’s van levensbelang, gezien aanrakingen de basis vormen van waaruit kinderen een zelfgevoel ontwikkelen. Doorheen de aanraking krijgt het kind het sterkst de ervaring van ‘er te zijn’ en ook ‘er te mogen zijn’. Op een gegeven moment in de ontwikkeling, wanneer de kinderen iets ouder zijn, worden zij plots niet meer gestreeld en aangeraakt, omdat dit maatschappelijk gezien niet echt meer ‘done’ is, omdat men vindt dat de kinderen er te oud voor geworden zijn. Hierdoor missen kinderen vaak lange tijd in hun lichaam intiem en lichamelijk contact. Verschillende psychologen menen dat kinderen hierdoor in een soort van lichamelijk isolement komen. Therapeute Liesbeth Woertman stelt dat de steeds jongere leeftijd waarop jongeren seksueel contact hebben met elkaar misschien wel te maken kan hebben met dat gebrek aan lichamelijke intimiteit. Om, vanuit de breuk in het lichamelijk aangeraakt worden, dat gemis zo kort mogelijk te laten duren gaan zij tot seksueel contact over. Dat seksueel contact dient dan vooral geduid te worden vanuit de behoefte aan lichamelijke nabijheid en aanraking en niet in de eerste plaats vanuit het seksuele element op zich.

Naast het feit dat er een breuk plaatsvindt in het aanraken en het lichamelijk contact bij kinderen en jongeren (ze worden niet meer door hun ouders vastgehouden en ze hebben nog geen partner) is het ook zo dat aanraken in onze cultuur sowieso wat moeilijk ligt. Wij leven in een soort van niet-aanrakingscultuur waarbij mensen sorry zeggen wanneer ze elkaar per ongeluk aanraken in het sociale verkeer en waarbij heel wat aanrakingen louter functioneel zijn. Het lijkt wel alsof aanrakingen sterk gereglementeerd zijn (zo mogen twee vriendinnen wel arm in arm over straat lopen, terwijl dit van twee mannen niet echt aanvaard wordt). Hierdoor lijkt het aangeraakt worden en aanraken eerder schaars te worden. Liesbeth Woertman stelt dat onder andere vanuit deze context de schoonheidsspecialisten zo populair zijn. Vanuit het aanrakingstekort ervaren mensen het (onbewust) als fijn dat hun gezicht en hun lichaam met zorg aangeraakt wordt (en niet op een seksuele manier) tijdens zo’n schoonheidsbehandeling.

Het feit dat mensen zoveel moeite hebben met aangeraakt worden, heeft ook te maken met het feit dat men zich moeilijk aan een ander kan overgeven. Vanuit de angst om gekwetst te worden hebben zij angst voor lichamelijke aanraking. En terwijl zij uitstralen dat ze niet aangeraakt willen worden, schreeuwt hun lichaam tegelijkertijd een hunkering om wél aangeraakt te worden uit. Terwijl overgave voor veel mensen verbonden is met afhankelijkheid, kwetsbaarheid en machteloosheid, kan het aangeraakt worden door een ander juist ook een enorme bron van vitaliteit zijn, vanuit de idee dat mensen altijd relationele wezens zijn en altijd afhankelijk zijn van elkaar, wat op zich helemaal niet erg hoeft te zijn.

Woertman meent dat de aanraking de moeder is van alle zintuigen. Eigenlijk is het aanraken de taal van de liefde en vanuit het aanraken van je lichaam (door anderen en door jezelf) ontstaat liefde voor je lichaam want het is moeilijk om een lichaam te haten dat je met liefde aanraakt.

Uit D. Pollefeyt, E. De Bruyne, T. Grolus e.a., Handleiding Caleidoscoop 1, Mechelen, 2010.

4. Macht is op zich geen synoniem van machtsmisbruik. Seksuele relaties mogen sowieso niet op macht gebaseerd zijn.

Terwijl macht vandaag de dag vrij negatief bekeken wordt, is dit op zich geen negatief gegeven. In bepaalde relaties, zoals de relatie tussen ouders en kinderen, is een zekere vorm van macht nodig. Macht is echter niet hetzelfde als machtsmisbruik, wat wél bestreden moet worden. Aan macht hangt altijd een risico van misbruik ervan vast (voor mensen is het soms verleidelijk om hun macht te misbruiken). Net binnen de Kerk zou macht niet misbruikt mogen worden, omdat Jezus in zijn leven zijn macht net gebruikte om op te komen voor de machtelozen en om machtsmisbruik tegen te gaan. Op het gebied van seksualiteit is macht sowieso uit den boze. Macht en authentieke seksualiteit sluiten elkaar uit, omdat seksuele relaties net gebaseerd dienen te zijn op gelijkwaardigheid en de vrijheid om zelf te beslissen wat men wel of niet geoorloofd vindt binnen de seksuele relatie.

Macht en machtsmisbruik

Macht lijkt in onze tijd vaak een vies woord te zijn geworden, en macht en machtsmisbruik wisselbare begrippen. Toch worden vele menselijke relaties (ouder-kind, leraar-leerling, wergever-werknemer, arts-patiënt, politie-burger, enzovoort) onvermijdelijk door een machtsasymmetrie gekenmerkt. Op zich is dit gegeven een mogelijkheidsvoorwaarde voor het goed functioneren van elke samenleving. Macht kan echter ook verkeerd gehanteerd worden. Deze situaties van machtsmisbruik zijn echter slechts de schaduwzijde van een veel grotere en positieve werkelijkheid, met name de dagdagelijkse praktijk van ontelbare relaties die met macht te maken hebben en die gebeuren met grote zorgzaamheid, ernst en verantwoordelijkheidszin. (…)

Het seksueel machtsmisbruik is wel de meest schokkende, want meest verregaande vorm van machtsmisbruik, waarbij de andere in zijn meest intieme en kwetsbare vorm van lichamelijkheid kan worden aangeraakt en aangetast. Seksueel machtsmisbruik hoeft echter niet noodzakelijk te bestaan uit lichamelijke aanrakingen. Soms komt het tot stand door allerlei insinuaties, subtiele vleierijen of alleen al door de manier waarop men de andere aankijkt. (…) Seksueel machtsmisbruik is de meest op onze morele gevoeligheid appellerende vorm van een veel breder fenomeen.

Naar Didier Pollefeyt, Intimiteit in de pastoraal. Ethische kanttekeningen bij het gebruik van macht binnen de pastorale begeleiding, in Collationes 28 (1998) 227-245

Het volledige artikel, waarin verder ingegaan wordt op het gebruik en misbruik van macht binnen de pastorale context, kan hier gedownload worden.

Seks is machtig

Seks is machtig en geheimzinnig.
Het schijnt wel een heel eigen kracht te hebben,
Sterk genoeg om wilskracht en eigen verstand
De baas te zijn en de mensen een warboel
Van hun leven te laten maken.

Seks is fascinerend
Ik houd ervan er met vrienden over te praten.
Seks is opwindender dan welk ander onderwerp ook.
Maar ’t is ook vreesaanjagend.
Ik weet wel iets van seks
Door mijn ouders, vrienden en onderwijzers.
Maar ik kan niet altijd uit maken wat waar is.
En ik geneer me ervoor om het aan iemand te vragen.

Help me seks te begrijpen, Heer,
En geef dat ik de juiste houding op dat gebied zal vinden.
Help me te bedenken dat er niets smerigs
Of beschamends of grappigs aan seks is,
Maar dat het een van uw gaven is.
Juist omdat dit geschenk zo machtig is
Hebt U er grenzen aan gesteld, zodat we
Seks niet zullen gebruiken om onszelf en anderen
Te benadelen.

Help me in te zien wat voor mij die grenzen zijn
In deze periode van mijn leven.
Help me van dit machtige geschenk te genieten
Binnen de grenzen die U gesteld hebt.

P-loog: Gedichten

5. Kindermisbruik verjaart emotioneel, moreel en religieus gezien nooit.

Waar (seksueel) misbruik tussen volwassenen al ongehoord is, is dit zeker het geval wanneer het misbruik ten aanzien van kinderen betreft. Kinderen zijn immers heel kwetsbaar en beïnvloedbaar en dienen in onze samenleving net extra beschermd te worden (vandaar ook dat de Rechten van het Kind in leven zijn geroepen). Wanneer men als kind misbruikt wordt, heeft dit bovendien vaak nog meer verregaande persoonlijke gevolgen dan wanneer dit bij volwassenen gebeurt. Vanuit de idee dat kinderen tot de groep van kwetsbare mensen in de samenleving behoren, voor wie Jezus opkwam, en voor wie de Kerk ook dient op te komen, is de bescherming van kinderen des te meer een ethische imperatief. Voor wie in God gelooft, verjaart kindermisbruik dan ook nooit.

Een Titanic vol kinderen (Philippe Robrecht)

We hebben allemaal te weinig tijd
we denken dat er heel wat is veranderd,
maar dicht bij ons verliest een kind de strijd
gehoorzaam aan de leugens van een ander.
Een leven zonder dwang en zonder pijn
voor velen onder ons slechts een droom.
Het zonlicht kan behoorlijk duister zijn
voor wie niet bij de juiste mensen woont.
We hebben niets gezien, we hebben niets gehoord.
Maar aan de overkant wordt een kinderdroom vermoord.
Vergeef ons dat er niemand voor je was.
Vergeef ons dat er niemand heeft geluisterd.
Ik hoop dat je van wantrouwen genas,
dat je wat licht mocht vinden in het duister.
Je hebt een eigen stem, dus schreeuw het luid,
het is tijd dat je van onmacht wordt verlost,
want zwijgen helpt je ook geen stap vooruit,
we weten goed dat het veel moeite kost.
We hebben niets gezien,
we hebben niets gehoord.
Maar aan de overkant
wordt een kinderdroom vermoord.
Zie ons hier staan, schippers aan de wal,
machteloos tegen oneerlijkheid.

De onschuld (Philippe Robrecht)

Je gelooft het niet
je begrijpt het niet
het menselijk verstand zakt in elkaar.
Je aanvaardt het niet
woede en verdriet
je wordt opstandig en je vergaat van haat.
Dat kan toch niet het lot zijn
van een kind zonder meer.
Er moet toch wel een God zijn
die dit onrecht niet meer neemt.
Hoe vertel je dan
aan je eigen kind
hoe een mens z'n evenbeeld niet kent.
Zo onwezenlijk
't wordt steeds moeilijker
te zeggen dat de Duivel niet bestaat.
De onschuld van de kind'ren
daar raak je toch niet aan.
Als ik het kon verhind'ren
zou ik op de bres gaan staan.
Ik schreeuw voor alle kind'ren
dat ze kind'ren mogen zijn,
en dat de grote mensen
'mensen' mogen zijn.
… en dat de grote mensen
'mensen' mogen zijn.

Je kan de muziek van de CD 'Een Titanic vol kinderen' beluisteren op de website van Philippe Robrecht.

De rechten van het kind

Wat is het Kinderrechtenverdrag?

Op 20 november 1989 werd het Kinderrechtenverdrag door de Verenigde Naties aangenomen. Daarom is 20 november benoemd tot internationale kinderrechtendag. Er zijn 193 landen lid van het Kinderrechtenverdrag en is daarmee het mensenrechtenverdrag met de meeste landen die lid zijn. Alleen de Verenigde Staten en Somalië zijn nog geen lid. Nederland is sinds 1995 lid van het VN-Kinderrechtenverdrag. Het Kinderrechtenverdrag bevat 54 artikelen die in drie delen zijn ondergebracht. In het eerste deel (1-41) bestaat uit de eigenlijke rechten voor de kinderen zelf, het tweede deel (artikel 42-45) gaat over toezicht en rapportage en deel drie (artikel 46-54) gaat vooral over procedures.

Enkele toepasselijke rechten

Artikel 3 Belang van het kind
Het belang van het kind moet voorop staan bij alle maatregelen die kinderen aangaan. De overheid moet het welzijn van alle kinderen bevorderen en houdt toezicht op alle voorzieningen voor de zorg en bescherming van kinderen.

Artikel 6 Recht op leven en ontwikkeling
Ieder kind heeft het recht op leven. De overheid waarborgt zoveel mogelijk het overleven en de ontwikkeling van het kind.

Artikel 12 Participatie en hoorrecht
Het kind heeft recht om zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan. De overheid zorgt ervoor dat het kind die mening kan uiten en dat er naar hem of haar wordt geluisterd. Dit geldt ook voor gerechtelijke en bestuurlijke procedures.

Artikel 19 Bescherming tegen kindermishandeling
Het kind heeft recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid neemt maatregelen ter preventie en signalering hiervan en zorgt voor opvang en behandeling.

Artikel 34 Seksueel misbruik
Het kind heeft recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik. De overheid moet maatregelen nemen om kinderprostitutie en kinderpornografie te voorkomen.

Uitleg over dit kinderrecht

Verschillende soorten seksueel misbruik
Soms worden kinderen seksueel misbruikt door een familielid, bijvoorbeeld door een vader, moeder, broer, neef of oom. Dat heet incest. Er zijn ook kinderen die geld verdienen door seks te hebben met volwassenen. Dat heet kinderprostitutie. Dit zijn vaak arme kinderen, kinderen die zijn weggelopen van huis of kinderen zonder ouders. Er worden ook kinderen ontvoerd of er wordt tegen ze gezegd dat ze een goede baan krijgen in een rijker land. In plaats daarvan wordt er geld aan ze verdiend door ze seksueel te laten misbruiken. Soms worden foto’s gemaakt van het seksueel misbruik en op internet gezet. Dat heet kinderporno. Als mensen naar een ander land reizen om daar seks te hebben met kinderen, heet dat kindersekstoerisme.

Gevolgen van seksueel misbruik
Kinderen die seksueel zijn misbruikt hebben vaak grote problemen. Ze schamen zich en voelen zich vies en minderwaardig. Vaak gaan ze aan de drugs om hun problemen te vergeten. Velen hebben slaap-, eet- of concentratieproblemen, zijn depressief en sommmige proberen zelfs zelfmoord te plegen. Ook lopen ze het risico op een seksueel overdraagbare aandoening (soa), zoals aids. Meisjes lopen daarbij nog het risico om zwanger te worden. Seksueel misbruik heeft levenslange gevolgen voor een kind. Daarom moeten volwassenen die seks hebben met kinderen gestraft worden. Het Kinderrechtenverdrag zegt dat de regering kinderen moet beschermen tegen elke vorm van seksueel misbruik.

Praat erover!
Ook al is het moeilijk, als een volwassene seks met je wil, moet je het tegen iemand vertellen. Als je het tegen niemand durft te zeggen, kan je altijd de Kindertelefoon bellen en er anoniem over praten.

Wanneer is seks wel goed?
Iedereen moet zelf ervoor kiezen om seks te hebben. Seks tussen een kind en een volwassene is niet goed omdat de verhouding tussen hen ongelijk is. Een kind is door zijn of haar leeftijd en onervarenheid altijd de mindere en de zwakkere. Als jongeren van ongeveer dezelfde leeftijd experimenteren met seks, is dat iets anders. Zij zijn aan elkaar gelijk. Het hoort bij hun ontwikkeling. Seks is alleen goed wanneer beide jongeren het leuk vinden en het allebei graag willen.

http://www.kinderrechten.nl

6. De slachtoffers van seksueel misbruik hebben recht op waarheid, erkenning, herstel en rust.

Wanneer er sprake is van (seksueel) misbruik, dient de grootste aandacht te gaan naar de slachtoffers daarvan. Slachtoffers van (seksueel) misbruik moeten erkend worden als slachtoffer en de kans krijgen om het misbruik te verwerken. Belangrijk hierbij is het dat, met name in de kwestie van misbruik in de Kerk, de waarheid niet onder tafel geveegd of geminimaliseerd wordt. Ook, of beter zeker, binnen de Kerk moeten slachtoffers veilig kunnen zijn. Ook de overheid dient dit te respecteren.

Het verwerkingsproces bij slachtoffers is niet evident, en wordt door elk slachtoffer op een andere manier doorlopen. Dat mensen misbruikt zijn, betekent trouwens niet dat zij niet meer in staat zijn om hun leven op een positieve manier verder uit te bouwen. Hiervoor is het wel belangrijk dat zij het misbruik hebben kunnen verwerken.

Geen enkel onderzoek wijst uit dat geld heelt. Mensen herstellen niet als ze een schadevergoeding krijgen, integendeel: ze voelen zich vaak bekocht. Ze herstellen wel als ze erkend worden als slachtoffer.

Peter Adriaenssens

De helende kracht van de waarheidscommissie

Jacques Haers en Kris Vanspauwen openen 'derde weg'. Haers sj is professor theologie aan de KU Leuven. Vanspauwen is criminoloog. Hij verrichtte voornamelijk onderzoek naar post-conflict justitie, waarheidscommissies en victimologie. Ze vinden een missing link in het debat over het seksueel misbruik in de kerk: die van het herstelrecht.

Een waarheidscommissie opent de mogelijkheid tot 'herstelgericht handelen' waarbij het gesprek tussen de verschillende betrokken partijen bevorderd wordt, ook tussen slachtoffers en daders

Voor de slachtoffers van kerkelijk seksueel misbruik kwam de commissie-Adriaenssens geen dag te vroeg. Daarvan getuigen de bijna 500 dossiers die haar werden voorgelegd. De meeste slachtoffers zijn al jaren op zoek naar erkenning en een betrouwbare plaats waar ze hun pijn, hun woede, hun verdriet kunnen delen. De daders en hun bestraffing zijn niet altijd hun eerste zorg. Ze willen vooral hun eigen trauma helen. Ze kunnen ook wraakgevoelens voelen jegens ongestrafte daders, of verdriet omdat ze in hun omgeving niet gehoord werden. Sommigen hebben onterechte schuldgevoelens: was het misbruik misschien een verdiende straf of werd het door hen zelf uitgelokt? Wanneer het trauma onverwerkt blijft, wordt hun hele leven aangetast.

De wonden worden nog dieper door het grove verzuim van kerkelijke gezagsdragers die uit onwetendheid, angst of institutioneel behoud, deze misdaden wegmoffelden, soms met het akkoord van familie en gerechtelijke instanties. Daarom was de commissie-Adriaenssens zo belangrijk voor de slachtoffers, in de lijn van de hulpverlening die zeker sinds de jaren '90 reeds geboden werd. Vele slachtoffers zullen beamen dat ze een luisterend oor vonden bij de centra voor algemeen welzijnswerk, bij hun huisdokter, of elders.

In deze zoektocht slagen slachtoffers er echter niet altijd in om dit hoofdstuk uit hun verleden af te sluiten, omdat de daders buiten schot blijven. Er ontbreekt dikwijls gerechtigheid. Naast het feit dat slachtoffers erkend en beluisterd worden, is het belangrijk dat daders en verzuimende omstanders hun verantwoordelijkheid opnemen door schuld te bekennen. Verder hebben slachtoffers ook recht op herstel. Ze verwachten ook dat alles in het werk zal worden gesteld opdat deze misdrijven niet meer zullen plaatsvinden.

De commissie-Adriaenssens heeft op korte tijd verdienstelijk werk geleverd om het pad naar gerechtigheid en herstel te effenen. Zij heeft als forum voor slachtoffers een dubbel perspectief geopend. Ze bood ruimte voor de slachtoffers om hun verhaal te vertellen en ze maakte het mogelijk om aan de hand van de individuele geschiedenissen een dossieroverschrijdende analyse te maken van het probleem van seksueel misbruik binnen de kerk.

Hoe gaan we vandaag verder? Welk klimaat kunnen we scheppen voor de slachtoffers, maar ook voor ons allen en voor die belangrijke instituties die zwaar tekortgeschoten zijn. Vooreerst zal het vertrouwen hersteld moeten worden tussen de slachtoffers, de kerk, justitie en de samenleving. Dat vraagt een serene aanpak.

Structureel kwaad

Heling betekent vooreerst aandacht voor het trauma van de slachtoffers, vervolgens ook voor de ruimere wonden in de omgeving van het slachtoffer. Verder vraagt heling ook aandacht voor daders en hun geschiedenissen, en voor het structurele kwaad. Tenslotte moet ook licht geworpen worden op de vergissingen en fouten die gemaakt werden op vele niveaus. Heling beperkt zich niet tot de slachtoffers.

Groeiend vertrouwen in een serene en helende sfeer sterkt het proces van waarheidsvinding en herstel. Hierbij denken wij in de eerste plaats aan de voortzetting of opstart van individuele gesprekken met de slachtoffers, die uiteindelijk kunnen uitmonden in een breder maatschappelijk gesprek waarin het systematische patroon van misbruik in de kerk aan bod komt. Deze manier van werken vindt men sinds de jaren '90 terug in de context van postconflict situaties, onder de vorm van waarheidscommissies.

In de eerste plaats biedt een waarheidscommissie de kans om de moeilijke vraag te stellen naar 'verzoening'. Een waarheidscommissie opent ook de mogelijkheid tot 'herstelgericht handelen' waarbij het gesprek tussen de partijen bevorderd wordt, ook tussen slachtoffers en daders. Het is cruciaal dat de commissie wordt gedragen door alle spelers: slachtoffers, daders, kerk en staat. Voorop staat het engagement om de waarheid in al haar facetten te onderzoeken. Een waarheidscommissie moet onafhankelijk kunnen werken, met duidelijke afspraken omtrent eventueel op te starten gerechtelijke procedures. Een waarheidscommissie zal open en transparant werken. Dat wil zeggen dat een publiek karakter zullen krijgen. Een waarheidscommissie gaat uit van de individuele verhalen van slachtoffers en misbruikers en diept deze gaandeweg in hun complexiteit uit.

Uit de individuele gesprekken zal duidelijk worden of de wens bestaat om met andere partijen in gesprek te treden. Om de ontmoeting tussen slachtoffers, misbruikers, en andere betekenisvolle partijen te vergemakkelijken, zal de waarheidscommissie werken volgens herstelgerichte benaderingen, waarbij partijen in vertrouwen over de gevolgen van hun feiten met elkaar in communicatie kunnen treden.

Een waarheidscommissie zal op evenwichtige manier worden samengesteld. Hier moeten groepen vanuit een eigen expertise of ervaring vertegenwoordigd worden. Een waarheidscommissie zal haar bevindingen in een publiek rapport bekendmaken, dat een accurate weergave biedt van individuele dossiers van seksueel misbruik waarin het trauma van de slachtoffers officiële erkenning krijgt, en waarin de verantwoordelijkheid van individuele misbruikers enerzijds en van systemen of instellingen anderzijds wordt gedocumenteerd. Een waarheidscommissie zal voorstellen doen met betrekking tot een herstelbeleid voor slachtoffers.

Het is moeilijk om in de huidige omstandigheden naar een gepast antwoord te zoeken. Maar het is de moed van de slachtoffers die hun verhaal openbaar maakten die ons allen oproept om na te denken over constructieve stappen in de richting van gerechtigheid, en herstel. Als dit in de juiste sfeer kan plaatsvinden, dan krijgt de commissie-Adriaenssens een waardige opvolger.

Uit De Morgen, 23 september 2010

Liederen over seksueel misbruik tegenover kinderen

Sullen Girl (Fiona Apple)

Days like this, I don't know what to do with myself
All day -- and all night
I wander the halls along the walls and under my breath
I say to myself
I need fuel -- to take flight --
And there's too much going on
But it's calm under the waves, in the blue of my oblivion
Under the waves in the blue of my oblivion

Is that why they call me a sullen girl -- sullen girl
They don't know I used to sail the deep and tranquil sea
but he washed my shore and he took my pearl
And left an empty shell of me

And there's too much going on
But it's calm under the waves, in the blue of my oblivion
Under the waves in the blue of my oblivion
Under the waves in the blue of my oblivion
It's calm under the waves in the blue of my oblivion

Wash Away Those Years (Creed)

She came calling
One early morning
She showed her crown of thorns
She whispered softly
To tell a story
About how she had been wronged
As she lay lifeless
He stole her innocence
And this is how she carried on
Well I guess she closed her eyes
And just imagined everything's alright
But she could not hide her tears
'Cause they were sent to wash away those years
They were sent to wash away those years
My anger's violent
But still I'm silent
When tragedy strikes at home
I know this decadence Is shared by millions
Remember you're not alone
For we have crossed many oceans
And we labor in between
In life there are many quotients
And I hope I find the mean

Ask Me (Amy Grant)

I see her as a little girl, hiding in her room.
She takes another bath and she sprays her mama's perfume.
She tries to wipe away the sent he left behind.
But it haunts her mind.
Now she's this little rag. Nothing more than just a waif.
And she's mopping up his need. She is tired and afraid.
Maybe she'll find a way through these awful years.
To disappear.

Ask me if I think, there's a God up in the Heaven.
Where did He go in the middle of her shame?
Ask me if I think, there's a God up in the Heavens.
I see no mercy and no one down here's naming names.
Nobody's naming names.

Now she's looking in the mirror at a lovely woman face.
No more frightened little girl. Like she's gone without a trace.
But still she leaves a light, burning in the hall.
It's hard to sleep at all.
Now she crawls up in her bed, acting quiet as a mouse.
Deep inside she's listening for a creaking in the house.
But no one's left to harm her. She's finally safe and sound.
There's a peace she's found.

Ask her how she knows, there's a God up in the Heaven.
Where did He go in the middle of her shame?
Ask her how she knows, there's a God up in the Heavens.
She says, His mercy is bringing her life again.
Ask me how I know, there's a God up in the Heaven.
Where did He go in the middle of her shame?
Ask me how I know, there's a God up in the Heavens.
She says, His mercy is bringing her life again.
She's coming to life again.

She's in the middle of her shame.
Ask me how I know.
Ask me how I know.
There's a God up in the Heaven.

Child (The Paul Field Band)

Theirs is a child with tears in her eyes
Staring down the war torn street
The burned out tanks and empty shells
Lie all around her feet

Friend and family, home all gone, her world is torn apart
She pays for someone else's politics by the scars upon her heart
See this child with tears in her eyes

Theirs is a child with pain on his face
Looking out across the hills
The withered trees and hard-baked ground
Are silent, lifeless, still
His last meal long forgotten and his next may never come
Someone stole away his future, before his life begun
See this child with pain on his face

Angels cry in Heaven tonight for the children of the world
The Kingdom's gates are open wide for every boy and girl
They're searching for a Saviour but who will show the way
So the children of tomorrow
Can find the Father's love today

There is a child with fear in its mind
In twisted dreams she's caught
Where love and hurt go side-by-side
And she feels it is all her fault
Because daddy said he loved, but he left her just the same
Her innocence lies shattered by confusion and by shame
See this child with fear in her mind

There is a child with hope in his heart
Through the tears and pain and fear
All because somebody told him, of the Kingdom always near
Because he knows the King , who gave up His heavenly throne
For little ones like these, because He loves them as His own

Angels cry in Heaven tonight for the children of the world
The Kingdom's gates are open wide for every boy and girl
Let them come, let them come, you can't stand in their way
These children of tomorrow need the Heavenly Fathers' love today

Bad Wisdom (Suzanne Vega)

Mother the doctor knows something is wrong
Cause my body has strange information
He's looked in my eyes and knows I'm not a child
But he doesn't dare ask the right question

Mother my friends are no longer my friends
And the games we once played have no meaning
I've gone serious and shy and they can't figure why
So they've left me to my own daydreaming

What price to pay
For bad wisdom
What price to pay
For bad wisdom
Too young to know
Too much too soon
Bad wisdom
Bad wisdom

Mother you've taught me the laws are so fine
If I'm good that I will be protected
I've fallen through the crack and there's no getting back
And I'll never trust whoever gets elected

Mother your eyes have gone suddenly cold
And it wasn't what I was expecting
Once I did think that I'd find comfort there
And instead you've gone hard and suspecting

What price to pay
For bad wisdom
What price to pay
For bad wisdom
Too young to know
Too much too soon
Bad wisdom
Bad wisdom

Mother I'm cut at the root like a weed
Cause there's no one to hear my small story
Just like a woman who walks in the street
I will pay for my life with my body

What price to pay
For bad wisdom
What price to pay
For bad wisdom
Too young to know
Too much too soon
Bad wisdom
Bad wisdom

Gedichten

Mijn leven, mijn jeugd...

hoe zwaar heb ik geleden?
mijn angst,mijn verdriet.
ik heb gebeden,
maar helaas,god was er niet.

mijn leven was nog zo pril,
zo onschuldig en zo mooi.
niet onderworpen aan een wil
niet gevangen in een kooi.

ik leef met de gedachten,
wat ik allemaal heb doorstaan,
mijn dagen bleven nachten,
die uit de hel waren ontstaan
een leven zo verscheurd,
hoe waanzinnig is het idee
in de ellende meegesleurd
mijn gevoelens telde niet meer mee..

verzwakt en moe gestreden tegen een gewetenloze strijd.
ik heb gebeden, maar god was niet op tijd
hoe hard heb ik zitten smeken,mijn gebeden zijn niet verhoord
mijn hele jeugd vergooid ,het kind zijn is vermoord.
en niemand die zich daar nu nog aan stoort..

ik leef met de gedachte wat ik heb doorstaan .mijn dagen werden nachten
die uit de hel werden ontstaan

een leven zo verscheurd
aan wat ik zit te denken tijdens dit gruwelijk leed
een kinderhart zo te krenken,
en slechts jij ,jij alleen die dit allemaal weet..
de waarden overschreden,jouw schuld
we hebben allemaal geleden,
toen de waarheid werd onthuld

niemand die geloofde in mijn leed
de pijn die nu nog steeds in mij ziel snijd

de daders weten de waarheid en leven door..
maar een kinderziel is verscheurd, heeft geen liefde gekend,
weet zich niet te plaatsen in de maatschappij,
zeg me,
waarom ? waarom was er geen heerlijke jeugd voor mij?
nooit kind kunnen wezen ,altijd angstig en verward,
zouden de gene die dit veroorzaakt hebben zich verbonden voelen aan wat ik hier verwoord
nooit zal ik het komen te weten, maar ik weet wel ik zal er mee moeten leren leven..

Belinda

EINDhalte

Onder een trein van herinneringen
stroomt de laatste halte door mijn hoofd,
tussen gedachterails lig ik levenloos
te wachten, want er is vertraging

Het spoor van hoop is diep bevroren
en mijn hersenkabels afgeknapt,
er is geen treinverkeer door staking
en ook de machinist is opgestapt

De stilte overheerst in mijn illusie
en nodeloze bitterheid,
dus valt de nacht over niemandsland,
enkel het licht in het station, dat brandt.

Anoniem

Veroordeeld tot levenslang? Over de veerkracht van mensen na traumatische ervaringen:

"Het vermogen om het leven positief uit te bouwen in moeilijke omstandigheden noemen we resilience. De term is ontleend aan de fysica en verwijst naar de eigenschap van materialen om terug te keren naar hun oorspronkelijke vorm, nadat ze blootgesteld werden aan externe krachten. De realiteit van de 'menselijke resilience' is genuanceerder: het gaat om het vermogen om zich doorheen moeilijkheden verder te ontwikkelen. Hier is geen sprake van een terugkeer naar de oorspronkelijke toestand zoals bij een veertje.

De realiteit van resilience is te lang miskend. Binnen ons therapeutisch werk, binnen onze sociale en juridische diensten, hebben we op de eerste plaats oog voor wat verkeerd loopt bij hen die niet uit de problemen raken. Maar wie blijk geeft van resilience en zich dus goed ontwikkelt, bevindt zich juist dikwijls buiten de reikwijdte van genoemde diensten, buiten de horizon van de professionele hulpverleners.

Maar er loopt nog meer verkeerd in onze perceptie van de werkelijkheid. Uit het feit dat vele volwassenen die hun kinderen mishandelen zelf mishandeld werden, trekken we de conclusie dat alle mishandelde volwassenen automatisch hun latere kinderen mishandelen. Deze conclusie bevat een dubbele vergissing: ze is niet logisch en wordt door de feiten tegengesproken. Het komt zeker voor dat mishandelde kinderen later als volwassenen hun eigen kinderen mishandelen. Maar de meeste mishandelde kinderen doen dat niet. Op collectief niveau en in statistische termen kunnen we stellen dat de kans op kindermishandeling door de ouders hoger is wanneer zij als kind zelf slachtoffer waren. Maar het is erg moeilijk om hieruit conclusies te trekken m.b.t. individuele situaties. Het kwade plant zich niet automatisch voort van generatie op generatie. Telkens opnieuw zijn er mensen die dit mechanisme doorbreken.

Tot het bewijs van het tegendeel geleverd is, zijn de conclusies glashelder: moeilijke situaties scheppen voor veel kinderen en jongeren problemen, maar dat is een statistische vaststelling, op collectief niveau. Je mag dit niet verwarren met de individuele geschiedenis van elk kind. Een verrassing: ongeveer een derde van die kinderen ontwikkelt zich niettemin normaal. Als ze eenmaal volwassen zijn, engageren ze zich in stabiele relaties, sommigen onder hen huwen, ze vinden werk, ze zetten zich in voor anderen, in de gemeenschap... Deze vaststelling verwerpt elk fatalisme of determinisme op het vlak van het individu. Het gaat niet om uitzonderlijke, superbegaafde of geprivilegieerde kinderen.

We komen hier terug op de uitspraak van professor Freidrich Lösel: we constateren een realistische hoop. Zowel de lichtzinnige illusies van oppervlakkige hoop als het bedrieglijke cynisme dat zich soms als heel intellectueel en realistisch voordoet, worden ontmaskerd als verdraaiingen van de werkelijkheid. Want de illusie is hoop zonder realisme, het cynisme is realisme zonder hoop of perspectief. Uiteindelijk zijn beide onrealistisch en... zonder toekomstperspectief." (p. 13-15.)

"Jonge meisjes die seksueel misbruikt werden, slagen er bijvoorbeeld soms in om een gelukkig gezin te stichten. Jonge vluchtelingen kunnen elders een nieuw leven beginnen, straatkinderen kunnen opgroeien tot prima straathoekwerkers... Hoe we aankijken tegen de verrijzenis van Jezus, wat de evangelieverhalen ons vertellen ligt in de lijn van een dynamiek, die ons vertrouwd is vanuit het leven, en brengt die dynamiek tot vervulling. Het staat heel dicht bij resilience. Om even van perspectief te wisselen: resilience is als een voorgevoel in onze menselijke ervaring, dat verrijzenis mogelijk is. En dan kunnen we zeggen dat het hele gebeuren en de dynamiek van de verrijzenis eigenlijk niet te vatten zijn, maar dat ze al bij al toch wel logisch zijn!" (p. 64-65)

"Wanneer we nu resilience samenvatten als 'een realistische hoop', dan wijst de verrijzenis ons op een andere nuance, die nog iets verder gaat. We kunnen de hoop van de verrijzenis niet op precies dezelfde wijze 'realistisch' noemen als resilience. Maar alles welbeschouwd kunnen we wel zeggen dat de hoop van de verrijzenis helemaal niet zo gek is, want ze ligt strikt genomen in het verlengde van onze levenservaring, zelfs meer dan een of ander paradijs." (p. 66)

Uit S. Vanistendaal, Toch in het leven geloven. Het realisme van de spiritualiteit, Mechelen, 2003.

Oproep aan de kerken: wat is er voor nodig om kerk te zijn waar slachtoffers veilig zijn?

Wat nodig is, is een erkenning van het slachtoffer. Recht doen aan wie onrecht is aangedaan. Stem geven aan wie het zwijgen is opgelegd. Recht doen. Geen wraak. Want daarmee doet ook Absalom - vol van vrede - afbreuk aan zijn naam. De weg die Absalom gaat is uiteindelijk even heilloos als de weg van David, die machteloos aan de zijlijn blijft. Erkenning van het slachtoffer betekent dat we ondubbelzinnig kiezen om aan hun kant te staan. Dat we ruimte scheppen waar mensen veilig zijn. Dat we het mogelijk maken dat mensen die zo beschadigd zijn hulp en misschien een beetje herstel vinden.

In de eerste plaats moet er ondubbelzinnig gekozen worden voor recht. We zijn gewend om zaken die mensen elkaar aan doen onder de noemer van de vergeving te brengen. Daarmee worden echter de slachtoffers met hun schuldgevoel extra in de klem gezet, en het wordt daders wel erg makkelijk gemaakt hun plaats in de kerk te behouden. Verzet, recht en opstand zijn in dit kader misschien eerder aan de orde als christelijke norm dan vergeving.

In de tweede plaats moet er duidelijkheid geboden worden - in preken, catechisaties, kerkbodes - dat ervaringen van seksueel misbruik bespreekbaar zijn. Dat er ruimte is om gehoord te worden. Alleen als vanuit de kerk en de predikanten expliciet erkenning en begrip worden aangeboden, is er kans dat het verhaal boven water komt. De tijd van zwijgen is voorbij. We zullen als gemeente van Jezus Christus de gebrokenheid die er onder ons is onder ogen moeten zien. Nog altijd is er veel te weinig oog voor de tientallen, duizenden die in stilte lijden, omdat hopelijk goedbedoelende omstanders zeggen: 'zwijg er over'. Dat zou plezierig zijn voor daders, en voor omstanders. Dan zouden we de illusie in stand kunnen houden dat onze gezinnen, kerken en scholen veilig, warm en betrouwbaar zijn. Maar de prijs daarvoor wordt betaald door mensen die geen helper hebben.

 

In de derde plaats zal het nodig zijn dat we onze preken, leerstellingen en opvattingen niet alleen beoordelen op de vraag of het een zuivere weergave van de oude boodschap is. We zullen ook moeten vragen of het een weergave is die heil of onheil brengt aan mensen die geschonden zijn in het diepst van hun ziel. Als de juiste boodschap bij hen de pijn en beschadiging verergert, dan klopt er iets niet, hoe dogmatisch juist het ook mag wezen, en hoe fijn de rest van de gemeente het ook mag vinden. Om hier oog voor te krijgen zouden predikanten en kerkenraden zich grondig moeten laten informeren over seksueel misbruik en de gevolgen, al is het maar om zich niet te laten misleiden door de manipulaties van daders. Wat dat betreft zou het goed zijn als er ook in onze kerken een werkgroep kwam die echt goed op de hoogte is, kerkenraden en predikanten kan informeren, aan de bel kan trekken, en ook kan adviseren hoe een goed pastoraal beleid op dit punt kan worden opgezet.

Ik pleit niet voor een heksenjacht tegen mensen die over de grens gaan. Ook daar is pastorale zorg nodig die in eerste instantie vooral helder en confronterend is. Ik vraag (...) om een kerk waar het recht, de waarheid en de liefde zegevieren. Waar verhalen van pijn en onrecht werkelijk gehoord worden. Waar niets wordt toegedekt en niets gewroken. Waar kinderen worden beschermd, slachtoffers in ere hersteld en daders worden aangesproken. Ik vraag om een kerk van Jezus Christus, die anders dan Amnon de betrouwbare en Absalom vol vrede haar naam eer aandoet. Ik vraag niets meer dan een kerk waar iets van Gods Koninkrijk zichtbaar wordt.

Uit R.R. Ganzevoort, Seksueel misbruik en de kerk..., in Opbouw 42 (14) (1998) 273-276.

De oude cultuur van Danneels

Stel nu dat kardinaal Danneels de pedofiele bisschop Vangheluwe meteen de laan uit had gestuurd, zou dat dan zoveel beter geweest zijn? HERMAN DE DIJN twijfelt.
In het debat rond de ‘Danneels Tapes’ beweren zowel de medestanders als de tegenstanders van kardinaal Danneels - de een verontschuldigend, de ander beschuldigend - dat zijn houding te maken zou hebben met het feit dat hij een product is van de oude cultuur die vroeger aanwezig was in vele instellingen en spijtig genoeg nog altijd in de Rooms-Katholieke Kerk. Indachtig het adagium van filosoof Spinoza non flere, non ridere, sed intelligere (niet beklagen, niet beschimpen, maar begrijpen) probeer ik in wat volgt enigszins afstandelijk wat meer greep te krijgen op wat hier eigenlijk gaande is.

De kardinaal had de nieuwe cultuur moeten volgen en invoelen: de cultuur van de aandacht en het kiezen voor het slachtoffer; de cultuur ook van de communicatie en de transparantie. Die cultuur lijkt zoveel beter dan de hier en daar nog voortlevende oude manier van reageren, waarin zelfs erge zaken toegedekt worden ter wille van de goede naam (en de macht) van de instelling, waarin men zich afschermt tegenover de gevaarlijke of vijandige buitenwereld.

Het goede is alleen te vinden in de identificatie met het slachtoffer, met zijn pijn en zijn gevoelens van onmacht en vernedering. Het goede is eveneens te vinden in de openheid en de uitwisseling.

Goede faam

Twee vragen dringen zich hier op: ligt het goede inderdaad exclusief in de identificatie met de gevoelens van slachtoffers, ligt het effectief in de radicale openheid voor en uitwisseling met de rest van de maatschappij? Wat moet die man toch geleden hebben onder die praktijken van zijn schijnheilige oom. Moet niet alles wijken om hem tegemoet te komen, ook de goede faam van een instelling? Hoe diep men ook de gevoelens van het slachtoffer kan respecteren, betekent dat inderdaad dat alles daarvoor moet wijken, dat er geen andere waarden in het spel kunnen zijn? Waarom zou een derde partij, de familie (of een deel ervan) bijvoorbeeld, niet kunnen vinden dat de goede naam van de familie ook een waarde is waarmee rekening moet worden gehouden? Waarom zou een verantwoordelijke niet ook of ten dele begaan mogen zijn met de erge gevolgen voor zijn instelling die te verwachten zijn wanneer men het slachtoffer zonder meer genoegdoening probeert te geven?

Zeker wanneer men van oordeel is dat het diskrediet van de instelling negatieve gevolgen kan/zal hebben voor vele mensen (priesters en gelovigen)? Wanneer een politieke partij een van haar kopstukken laat vallen, op het moment dat (nog) niet duidelijk is dat die persoonlijk erge schuld treft, is dat toch ook het vrijwaren van de partij ten koste van iemand die wellicht zelf (ten dele) slachtoffer is?

Ook al begrijpt men de frustratie en woede van het slachtoffer die er hem toe brachten een vertrouwelijk gesprek stiekem op te nemen en aan de media door te spelen, daarom hoeft men die handelwijze nog niet goed te keuren, of het protest van de in vertrouwen genomen partij compleet wegwuiven?

Wij leven sinds geruime tijd in een cultuur waarin het slachtoffer centraal staat, waarin de empathie met slachtoffers de hoogste deugd is. We voelen ons in zekere zin allemaal slachtoffers.

Daarbij gaat het vandaag, zoals de Franse filosoof Alain Finkielkraut heeft aangetoond, niet zozeer om de erkenning van het slachtoffer als persoon, maar om de identificatie met de gevoelens van het slachtoffer. Dat hangt samen met een nieuwe idee van ethiek. Ethiek bestaat niet langer in het respecteren van de objectieve waarde van de andere persoon, of van zijn leven, of zijn werk, maar in het meeleven met de gevoelens van de ander (zelfs van het dier).

Deze nieuwe figuur van de ethiek betekent dat alles wat niet in gevoelsmatige termen te vatten valt niet meer ethisch relevant kan zijn. Het kwaad kan alleen nog bestaan wanneer het iets te maken heeft met pijn en lijden; al de rest is aanvaardbaar. De kardinaal heeft gefaald in bekwaamheid tot communicatie en bereidheid tot transparantie. Nogal eigenaardig voor iemand die zogezegd heel goed beslagen was in communicatie (maar - noteer hoe erg - veel minder in ‘empathie’). Veronderstel dat de kardinaal (nog) beter geleerd had hoe het moest, zou hij dan ethisch juister gehandeld hebben?

Verdedigen

Managers behorend tot de nieuwe cultuur schatten veel beter dan gezagsdragers van de oude stempel in dat transparantie en open communicatie de beste of zelfs de enige goede weg zijn. Een dergelijke manager zou met spoed Vangheluwe tot aftreden hebben gedwongen. Wat schuilt er echter achter die bereidheid tot transparantie en communicatie van de manager? Is het echt tegemoet komen aan het slachtoffer, of gaat het niet veeleer om wat men aan de oude cultuur verwijt: het zo goed mogelijk verdedigen van de ‘organisatie’, eventueel om grotere schade te voorkomen? Zelfs wie de grenzen van de communicatie als tool begrijpt en adviseert dat men soms de handdoek in de ring moet gooien en niet moet reageren, heeft primair het belang van de organisatie op het oog.

Dat men, zoals de kardinaal, koppig ook de eigen eer en goede faam wil verdedigen, is iets wat in dat managementdenken haast onbegrijpelijk is geworden. Transparantie - alles mag gezien worden - lijkt een nieuw ethisch ideaal dat fel contrasteert met de beslotenheid van de vroegere paternalistische instelling. Transparantie is echter doorgaans maar een schijnopenheid, een louter pragmatisch instrument dat toch weer dient om zijn doeleinden te bereiken.

Zoals de Britse filosofe Onora O’Neill heeft geargumenteerd is wat we vandaag nodig hebben niet méér transparantie, die immers perfect kan samengaan met subtiel bedrog (deception), maar vertrouwen en ouderwetse eerlijkheid en verantwoordelijkheid. Het zal wel nooit echt helemaal lukken in menselijke aangelegenheden.

Uit De Standaard, 4 september 2010

7. Vergeving mag nooit een instrument zijn om onrechtvaardigheden te bedekken of te vergoelijken.

Binnen de controverse rond het misbruik binnen de Kerk, werd de christelijke idee van vergeving vaak naar boven gehaald. Terwijl vergiffenis, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan (waaronder oprecht berouw, erkenning en herstel van de kant van de dader) bevrijdend kan zijn voor zowel slachtoffer als dader, wordt vaak al te gauw naar vergiffenis gegrepen als instrument om onrechtvaardigheden toe te dekken of gebeurde feiten te minimaliseren. Dit is echter niet wat vergiffenis betekent. Vergiffenis kan en mag bovendien nooit afgedwongen worden. Enkel het slachtoffer kan aangeven of hij of zij klaar is voor vergiffenis. Vergiffenis veronderstelt ook dat gerechtigheid gebeurt, wat echter niet hetzelfde is als wraak.

Vergeving is niet goedkoop. Excuses bij trauma's zijn nooit genoeg.

'Ge kunt ook vergiffenis vragen', zei kardinaal Danneels tegen het slachtoffer van de pedofiele bisschop Vangheluwe (DS 28 augustus). ILSE CORNU en JOHAN VAN DER VLOET vinden dat te gemakkelijk. Vergiffenis krijg je niet met simpele excuses.

De Danneels-tapes en het antwoord van advocaat Fernand Keuleneer (DS 1 september) laten zien hoe het woord vergeving of vergiffenis in hun spreken centraal staat. ‘Vergeving is wel degelijk het katholieke en overigens het correcte antwoord dat wordt geboden aan een berouwvolle zondaar', schrijft Keuleneer. Net daarover vallen nogal wat mensen: in deze context vindt men het woord vergeving beledigend voor het slachtoffer. Ze kunnen zich wellicht beter vinden in de gedachte van de filosoof Nietzsche die een bepaalde opvatting van christelijke vergeving een onding noemde: het slachtoffer riskeert immers twee keer aan de beul overgeleverd te worden, een eerste keer door het aangedane onrecht, een tweede keer door de al dan niet subtiele morele druk om genoegen te nemen met excuses en voorbij te gaan aan zijn of haar eigen lijden. In deze bijdrage willen we geen standpunt innemen over concrete personen. Wel vinden we het wezenlijk dat woorden als vergeving of vergiffenis en herstel op een juiste manier worden gehanteerd en begrepen.

We stellen vast dat het woord vergeving in een bepaalde pastorale context veel te snel valt. Zeker wanneer het gaat over misbruik en andere trauma's die door significante personen (ouders, vertrouwenspersonen, priesters, religieuzen, dominante figuren) worden veroorzaakt, is het voor het slachtoffer wezenlijk dat het kwaad dat hem of haar is aangedaan, in al zijn intensiteit en dimensies, in zijn gevolgen en impact erkend wordt en er onvoorwaardelijke ruimte geboden wordt om de ravage die het kwaad heeft aangericht te verwoorden, te uiten en te exploreren. Deze pijn tot expressie brengen, is een helingsproces op zich waarvoor ruim tijd, soms vele jaren, moet genomen worden. Uit de psychologie weten we hoe het slachtoffer niet zelden zichzelf in de daderrol duwt en zichzelf de schuld geeft van wat hem of haar overkomen is, met zelfdestructieve neigingen en vele psychosomatische klachten als mogelijk gevolg. Het is dan ook niet aangewezen — ook al is het met de beste bedoelingen — om vergeving te suggereren in een fase waarin het slachtoffer nog onvoldoende erkenning ervaren heeft voor het aangedane en geleden onrecht en dus voor zijn slachtofferschap. Geconfronteerd worden met een voorstel om aan de dader vergeving te schenken en in zichzelf de onmacht daartoe ervaren, riskeert het slachtoffer te bevestigen in zijn getraumatiseerde perceptie dat hijzelf schuldig of medeplichtig is. Het riskeert bovendien dat massaal veel emotionele energie geïnvesteerd moet worden in het managen van de nogmaals verhoogde schuldangst en machteloosheid. Op die manier wordt de levensenergie die broodnodig is om te kunnen helen, geroofd en wordt het slachtoffer bijkomend getraumatiseerd. Het komt erop aan het slachtoffer te helpen om zich los te maken van de vloek die de dader op hem legde. Hij of zij is immers in zijn of haar leven afhankelijk geworden van de dader. In de ‘tapes' zien we ook dat de neef van Vangheluwe voortdurend zegt: ‘Doen jullie maar.'

De protestantse theologe Lytta Basset, die wereldfaam verwierf door haar werk over vergeving, zegt dat het slachtoffer zich moet differentiëren van de dader door woede toe te laten. Ze noemt deze woede zelfs ‘heilige woede': een woede die je als het ware samen met God zelf laat protesteren tegen het onrecht dat je is aangedaan. ‘Sommige christelijke milieus hebben het daar heel moeilijk mee en worden zelfs kwaad van dit idee', zegt ze, ‘maar deze woede is wezenlijk om je af te scheiden van de dader en je te onttrekken aan zijn macht.' Deze woede als gerechtvaardigd erkennen en ze niet ‘sussen', is net zo essentieel als het slachtoffer erkennen in zijn gekwetstheid.

Berouw

Er is dus geen vergeving mogelijk zonder spijt (wat ook Keuleneer aangeeft). Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn: wat is spijt of berouw bij de dader? Het is veel meer dan excuses, die bij het slachtoffer en zijn omgeving al te vaak overkomen als minimalisering en banalisering. Berouw tonen is mee lijden en mee rouwen met de ander die je hebt getroffen en zelfs gebroken, en beseffen dat jij daarvoor verantwoordelijk bent. Het veronderstelt nederigheid en diepe erkenning van de pijn die je veroorzaakte bij het slachtoffer en van zijn of haar gerechtvaardigde woede. Excuses zijn bij trauma's nooit genoeg. Het betekent ook herstellen wat kan hersteld worden en straf aanvaarden als signaal dat je het toegebrachte onrecht daadwerkelijk wil goedmaken. Daarom is het inderdaad onbegrijpelijk dat Vangheluwe zijn ambt eerst aanvaardde en daarna zo bleef vasthouden aan zijn ambt. Gerechtigheid doen aan het slachtoffer betekent ook erkennen dat je het als dader in sommige gevallen nooit volledig goed kunt maken, dat de gevolgen van het geleden onrecht nooit volledig uitgewist kunnen worden en dat je wat onherstelbaar is in de ogen moet kijken.

Vergeving verschijnt pas als een mogelijkheid wanneer het slachtoffer voldoende door de pijn en de woede heen is gegaan. Enkel het slachtoffer kan aangeven wanneer die tijd is aangebroken en óf hij tot vergeving in staat is.

Advocaat Jef Vermassen verwoordt het in een andere context zo: ‘Van mij hoef je niet te vergeven, dat is een rijpingsproces. Maar wat je misschien wel kunt doen, is zeggen: hij blijft die centrale rol in mijn leven niet meer krijgen. Ik schud hem uit mijn nek, zodat ik dat gewicht op mijn schouders kwijt ben en zodat ik weer een beetje mijn eigen leven kan leven!'

Dat betekent niet dat vergeving geen groot goed is. Vergeving is in christelijk perspectief zelfs een centraal thema. Het betekent dat het slachtoffer niet langer hoeft samen te vallen met zijn slachtofferschap en dat de dader niet langer hoeft samen te vallen met zijn daderschap. Vergeving vragen, vergeving schenken en vergeving ontvangen kunnen dan een grote bevrijding betekenen en nieuwe levenskansen bieden aan beiden afzonderlijk. Er is voor slachtoffer en dader, vaak onafhankelijk van elkaar, een nieuwe vorm van leven mogelijk na het geleden en toegebrachte onrecht. Ook christelijk gezien blijft vergeving de vrucht van een heel proces tussen en in dader en slachtoffer. Toch zijn sommige vormen van onrecht te verpletterend en te verwoestend om als mens en zelfs als gelovige te kunnen vergeven. Christenen geloven dat ze in dat geval niet krampachtig moeten proberen om te vergeven. Ze mogen het uiteindelijke oordeel en de vergeving aan God overlaten. Christelijke vergeving is dus veel complexer dan het simpele fout-vergeving-schema zoals dat vaak gezien en gehanteerd wordt, zowel in de publieke opinie als in sommige christelijke middens.

De auteurs schrijven deze bijdrage in hun eigen naam. De citaten komen uit het magazine ‘Tussen goed & kwaad. Over kwaad, schuld, herstel en vergeving' waarvan ze de redacteurs zijn en dat in september verschijnt bij uitgeverij Halewijn.

Zie ook de website van halewijn

Uit De Standaard, 7 september 2010

Abt van abdij West-Vleteren: "Wij doen gewoon onze plicht voor mens in nood"

De paters van Westvleteren krijgen negatieve reacties omdat ze de ontslagen bisschop Vangheluwe opvangen. In kwade telefoons en mails laten mensen hun ongenoegen blijken, en dat raakt de broeders heel diep. “Wij doen gewoon onze plicht voor een mens in nood,” zeggen de paters. “Hem onderdak geven is absoluut geen goedkeuring van zijn daden”. Je kan het volledige interview hier on line bekijken, klik op video.

De bisschop zit meestal op zijn kamer, maar eet wel samen met de paters en gaat ook naar de gebedsdiensten. Een krant kon hiervan een foto nemen. Vangeluwe in het zwart, zonder kruisje of witte priesterboord. Hij volgt het strenge regime in de abdij. Hoe lang de bisschop in Westvleteren blijft, is niet bekend. Het parket van Brugge is alleszins van plan om hem te ondervragen over zijn bekentenissen van vorige week.

Klik op video om het volledige interview te bekijken.

Wat is vergeving?

Cruciaal in het omschrijven van 'vergeving' is het verband met 'verzoening'. Deze twee begrippen hebben een nauwe samenhang, maar ook een duidelijk verschil. Het voorbij zien aan die verschillen leidt tot de blokkades die bij de geïnterviewde mannen te herkennen zijn. Het onderscheid tussen de twee begrippen is in de ondertitel van mijn artikel - 'rol en recht van het slachtoffer' - aangeduid. Bij vergeving leg ik alle nadruk op het recht van het slachtoffer, bij verzoening op zijn rol. Nadat ik die twee heb onderscheiden en tegenover elkaar gezet heb, zal ik op de samenhang nader ingaan. Voor de helderheid is het goed eerst aan te geven wat vergeving niet is:

  • Vergeving is niet vergeten of ontkennen wat er gebeurd is
  • Vergeving is niet de dader excuseren
  • Vergeving is niet de schuld doen verdwijnen
  • Vergeving is niet de gevolgen religieus bagatelliseren
  • Vergeving is niet het slachtoffer (jezelf) vernederen
  • Vergeving is niet de dader vertrouwen

Vooralsnog zie ik vergeving als het - met erkenning van de schuld van de dader - afzien van wraak door het slachtoffer. Hier worden twee elementen bij elkaar en tegenover elkaar gehouden, die in de praktijk veelal vermengd worden en daardoor schade doen. Enerzijds wordt de schuld volledig erkend, anderzijds wordt de straf / wraakactie niet voltrokken. Het vermengen van de twee betekent dat de schuld wordt weggenomen, ontkend of gebagatelliseerd. Daardoor is straf zinloos en vergeving onmogelijk geworden. De schade daarvan wordt door het slachtoffer gedragen. Werkelijke vergeving - zoals ik die hier omschreven heb - heeft de connotatie van losmaken (...). De band tussen schuld en wraak wordt doorgesneden. Tegelijk wordt de beknellende relatie tussen slachtoffer en dader, waardoor het slachtoffer levenslang in geheimhouding gebonden blijft aan de macht van de dader, doorgesneden. Vergeving is daarmee het eindstadium van een proces, dat sterk lijkt op een rouw- en verwerkingsproces.

Vergeving heeft dan vooral te maken met het recht van het slachtoffer. De schuldige mag geen vergeving eisen of afdwingen. De machtspositie die hij of zij zichzelf verworven heeft door het misbruik betekent zelfs dat elke vraag om vergeving gewantrouwd moet worden als een mogelijke manipulatie waardoor geen werkelijke vergeving plaats vindt. De enige die kan beslissen en beschikken over deze intermenselijke vergeving is het slachtoffer. Door dit recht te benadrukken wordt ook de macht van het slachtoffer hersteld. Alleen in dat geval kan vergeving bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van het seksueel misbruik.

Ook op een andere wijze gaat het om het recht van het slachtoffer. Niet alleen is hij degene die beslist om al dan niet te vergeven, werkelijke vergeving gaat uit van het erkennen van de schuld. Het onrecht wordt bij werkelijke vergeving niet verdoezeld, maar aan de kaak gesteld. Dat maakt duidelijk dat vergeving op geen enkele wijze in tegenstelling is met een confrontatie met de dader of een aanklacht tegen de dader. Met het afzien van de straf of wraakactie door het slachtoffer is dan ook bedoeld dat hij die niet zelf (innerlijk of daadwerkelijk) voltrekt. Wel kan hij die overgeven aan juridische instanties, of in handen leggen van God (Rom. 12:19). Terzijde, maar wel van belang, zij daarbij opgemerkt dat ook daarover alleen het slachtoffer mag beslissen.

Verzoening is een andere categorie. Hierbij gaat het om herstel van de relatie en van de rechtsorde. Binnen de klassieke theologie is daarvoor een offer noodzakelijk, en alleen al de term 'slachtoffer' maakt het verleidelijk om hem daarvoor verantwoordelijk te maken. Zoals ik eerder heb laten zien is de loyaliteit van kinderen zo groot dat veel slachtoffers er als vanzelf voor kiezen de verantwoordelijkheid voor de verzoening op zich te nemen. Voor dat doel offeren zij zichzelf op, met alle schadelijke gevolgen van dien. Het mislukken van de verzoening draagt vervolgens dan ook nog bij aan de 'schuld' van het slachtoffer.

Werkelijke verzoening, als relationele categorie, veronderstelt een bereidheid en inzet van beide partijen. Van de kant van de schuldige is erkenning van de schuld en oprecht berouw nodig. Dat moet zichtbaar worden in de inspanning om de schade te verminderen, te compenseren en het heil van het slachtoffer te zoeken. Van de kant van het slachtoffer is vergeving (in de hierboven omschreven zin) nodig. Waar één van beiden niet in staat of bereid is tot deze bijdrage kan er geen werkelijke verzoening ontstaan, al is een vorm van oppervlakkig herstel van de relatie soms mogelijk.

Werkelijke verzoening betekent ook dat de machtsverhouding waarin de schuldige het slachtoffer gevangen hield doorbroken wordt. Om die reden moet de argwaan bij elk verzoek om vergeving hier herhaald worden. Werkelijk berouw zal veelal geformuleerd worden als een verzoek om vergeving. Tegelijk is iemand die werkelijk berouw heeft er van doordrongen geraakt dat die vergeving niet verdiend is, en niet geëist mag worden. Daarom ligt het bij werkelijk berouw meer voor de hand niet om die vergeving te vragen, omdat daar niet op gerekend mag worden. Werkelijk berouw laat ook de mogelijkheid van straf en vergelding volledig open.

Waar vergeving benadrukt, dat het gaat om het recht van het slachtoffer (in de zin van beslissingsrecht en van aanklagen van het onrecht), daar gaat het hier om de rol van het slachtoffer als sociale categorie. Verzoening betekent dat het slachtoffer niet langer in de rol van slachtoffer wordt gehouden omwille van de schuldige, maar de ruimte krijgt. Zelfs dat de schuldige zichzelf uitlevert aan de vrijheid van het slachtoffer om de relatie te herstellen. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid voor de beschadigde relatie bij de schuldige gelegd en de macht van het slachtoffer over zijn leven en relaties hersteld.

 

Verzoening heeft dus ook te maken met de rechtsorde. Er kan geen verzoening plaats vinden zonder dat de geschonden rechtsorde wordt hersteld. Dat kan inhouden dat er genoegdoening plaats vindt, hetzij in de vorm van schadeloosstelling van het slachtoffer, hetzij in de vorm van bestraffing van de dader. Genoegdoening en verzoening sluiten elkaar niet uit; eerder zijn ze te zien als verschillende aspecten van hetzelfde proces. Zonder gerechtigheid wordt verzoening een loos begrip.

Wanneer duidelijk onderscheiden is tussen vergeving en verzoening, kan ook de samenhang worden aangegeven zonder het risico dat kleeft aan een vermenging van de twee. Gelijkschakeling van vergeving en verzoening houdt de slachtoffers in de greep van de schuldige, en maakt hen machteloos, zoals uit de weergave uit de interviews en vragenlijsten bleek. Het onderscheid geeft hen hun stem, recht en macht terug. Daardoor worden zowel vergeving als verzoening mogelijk.

In een ideale situatie is er dan sprake van werkelijk berouw, ongelimiteerde vergeving en volledige verzoening. De bijvoeglijke naamwoorden geven aan hoe utopisch dit is. Bij seksueel misbruik en alle gevolgen van dien is er praktisch nooit sprake van een dergelijke ideale situatie. De meeste slachtoffers moeten leven met de gevolgen, terwijl de dader vrijuit gaat. In veel gevallen is het seksueel misbruik niet bespreekbaar met de dader, terwijl vaak ook de omstanders/familieleden en de kerk (wellicht onbewust!?) partij kiezen voor de dader. Ook komt het vaak voor dat de dader onbereikbaar of inmiddels gestorven is, bijvoorbeeld omdat het slachtoffer pas decennia later toe is aan het erkennen van het misbruik.

De geïnterviewde mannen geven aan dat het dan moeilijk is om te vergeven. Dat is voluit begrijpelijk, maar kan een gevolg zijn van een onduidelijke invulling van de begrippen 'vergeving' en 'verzoening'. Bij een afwezige dader of één die niet tot berouw bereid is, is verzoening geen haalbaar doel. Herstel van de relatie kan alleen tot stand komen door medewerking van de partners in die relatie.

Vergeving echter is niet afhankelijk van de dader. Het behoort tot de autonomie en autoriteit van het slachtoffer om de schuld van de dader te erkennen en (toch) af te zien van wraak. Het slachtoffer heeft het recht om te vergeven, of dat niet te doen. Of de schuldige daar iets aan heeft is voor mij principieel bijzaak. De keuze van het slachtoffer om te vergeven, en het proces waarin dat gebeurt, kunnen bevorderd worden bijvoorbeeld door inzicht in de zwakheden en achtergronden van de dader, door begrip voor diens situatie, of door tekenen van berouw. Dat doet echter allemaal niets af aan het erkennen van de schuld van de dader en aan het recht van het slachtoffer om al dan niet af te zien van de wraak.

Uit R.R. Ganzevoort, Klem tussen schuld en vergeving. Rol en recht van het slachtoffer, in C. Houtman (ed.), Ruimte voor vergeving, Kampen, 1998, p. 147-158.

8. Niet elk celibatair leven is inauthentiek.

Het verplichte celibaat voor priesters binnen de katholieke Kerk staat al een hele tijd ter discussie. Binnen het debat zijn er voor- en tegenstanders, elk met hun eigen argumenten. Het misbruik binnen de katholieke Kerk doet velen vragen stellen naar het nut van het verplichte celibaat. De Vlaamse bisschoppen van Brugge, Gent, Hasselt en Antwerpen hebben zich uitgesproken om het gesprek te openen over het verplichte celibaat. Voor vele mensen is het misbruik binnen de Kerk in een aantal (en dus niet alle) gevallen in verband te brengen met een verwrongen celibaatsbeleving. Los van de discussie of het verplichte celibaat al dan niet afgeschaft te worden, is het belangrijk te beseffen dat niet iedereen die celibatair is, daarom ook pedofiel is, of tot kindermisbruik zal overgaan. Niet elk celibatair leven is met andere woorden inauthentiek. Priesters alsook religieuzen kunnen in hun celibataire levenswijze vervulling vinden.

Het celibaat: ongehuwd en geen seks

Volgens velen is het celibaat niet van deze tijd en ook tegennatuurlijk. Ook helpt het celibaat niet tegen het priestertekort. Waarom is dat celibaat er nu en wat zijn de voor- en nadelen?

Om priester te kunnen worden in een rooms-katholieke kerk is het celibaat verplicht, net als voor mensen die intreden in een kloosterorde. De leidende gedachte is, dat iemand die zich niet aan een ander bindt, zich beter kan wijden aan God en de mensen. Of, zoals het in de kerkelijke leerboeken (KKK) staat:

Alle gewijde bedienaars van de Latijnse kerk worden gewoonlijk gekozen onder gelovige mannen die celibatair leven en de wil hebben het celibaat te onderhouden 'omwille van het rijk der hemelen' (Mt. 19,12). Geroepen om zich onverdeeld te wijden aan de Heer en aan 'zijn zaak', geven zij zich geheel aan God en de mensen. Het celibaat is een teken van dit nieuwe leven waaraan de bedienaar van de kerk zich wijdt; met een blij hart aanvaard, straalt het de boodschap van het rijk Gods uit.

In de pauselijke brief Pastores dabo vobis (Ik zal u herders geven) schrijft paus Johannes Paulus II dat priesters geen vrouw hebben, maar wel een echtgenote: de Kerk, de bruid van Christus. In die zin kan een priester de Kerk liefhebben zoals Christus de kerk liefheeft, analoog aan een huwelijk waarin man en vrouw een echtelijke relatie hebben.

Voordelen

Hierboven is al genoemd, dat niet gebonden priesters beter hun taak kunnen uitoefenen. Het is een teken van solidariteit met alleenstaanden, en in de Bijbel komt Jezus voor als een ongetrouwde, celibitatair levende man. Er zijn daarnaast verschillende praktische redenen. Bijvoorbeeld:

  • Een vrijgezelle priester kan, zonder rekening te houden met een gezin, zich volledig wijden aan de geloofsgemeenschap.
  • Een celibataire priester is veel flexibeler: hij kan gaan en staan waar de kerk hem nodig vindt.
  • Er ontstaan geen priesterfamilies, waarbij het kerkelijk bezit van vader op zoon over wordt gedragen.

Nadelen

Een nadeel van het celibaat kan zijn, dat eenzaamheid voorkomt. Zeker als een priester niet uit een grote(re) familie komt, kan tijdens feestdagen en vakanties het gevoel van een eenzaam beroep opkomen. Een ander nadeel is, dat partners elkaar kunnen steunen, adviseren, corrigeren en stimuleren. Celibatair levende priesters moeten het zonder zo’n levenspartner stellen. Het komt voor dat dit voor gewijde priesters een te grote opgave is, en het werk als priester neerleggen.

Voor- en tegenstanders

Om uiteenlopende redenen is het celibaat een onderwerp van discussie. Bijvoorbeeld:

 
  • Theologen voeren aan, dat het celibaat niet werd vereist van de apostelen. Petrus had een vrouw ten tijde van Jezus – Jezus genas Petrus’ vrouw van hoge koorts (Mt. 8,14). Anderen geven aan dat apostelen vrijwillig hun vrouw achterlieten en dus kozen voor het celibaat.
  • Tegenstanders zeggen dat het tegenhouden van de natuurlijke seksuele impuls onrealistisch en schadelijk is voor een gezond seksleven. Anderen vinden dat seksuele onthouding een gave en genade is van de God die Liefde is.
  • Tegenstanders van het celibaat geven aan, dat de recente seksschandalen waar priesters bij betrokken zijn, het gevolg zijn van de verplichte seksuele onthouders. Voorstanders brengen daar tegenin, dat het een breuk is met de discipline en niet het resultaat van het celibaat, met name omdat het om een klein percentage priesters en religieuzen gaat.
  • Voorstanders vinden, dat het celibaat het morele gezag versterkt, omdat priester zichzelf wegcijferen voor Christus en zo Hem navolgen. Tegenstanders vinden dat het morele gezag juist verzwakt: een priester kan onvoldoende pastorale zorg geven. Bijvoorbeeld: hoe kan een priester seksuele voorlichting geven, als hij zelf geen seks mag hebben?

Geen seks en toch seksueel misbruik?

Een ongehuwde priester mag geen seks hebben. De katholieke geloofsleer gaat er vanuit dat seks buiten het huwelijk not done is. Toch komen de laatste tijd relatief veel berichten naar buiten van seksueel misbruik in de kerk: priesters die hun handjes niet kunnen thuishouden van kinderen bijvoorbeeld. Zonder enige twijfel zijn dit excessen die geen plaats verdienen in een kerksamenleving. Het is weerzinwekkend, schaamteloos en niet goed te praten.

Het aantal priesters dat van kindermisbruik wordt beschuldigd is zo’n 2 tot 3 procent van alle priesters. Recent komt het vaak in het nieuws, met name in de V.S. De meeste gevallen van kindermisbruik vindt plaats in een gezin, in 75% van de gevallen door een van de ouders, meestal de man. In Nederland behandelt het Openbaar Ministerie tussen de 2.050 en 2.350 zaken per jaar. Bijna 40% van alle vrouwen heeft voor hun 16e jaar een of meerdere negatieve ervaringen met seksueel misbruik. Daarmee is seksueel misbruik is algemeen maatschappelijk probleem, dat geen onderscheid maakt in geloof, ras of leeftijd.

Elk geval van pedofilie of seksueel misbruik in de kerk is er één te veel. Daarom is het aan de kerk om degenen die zich schuldig maken aan dit ernstige misdrijf te ontheffen van hun priesterlijke taken en uit het ambt te zetten.

Publieke opinie en onderzoeken

Onderzoek binnen en buiten de kerk hoe mensen naar het celibaat kijken geeft een objectiever beeld. Eind 2006 gaf een enquete van de Vlaamse dagbladen Gazet van Antwerpen en Het belang van Limburg aan, dat 80% van de ondervraagde Vlaamse priesters voor opheffen van de celibaatsgelofte zijn. In 2005 werd een soortgelijke vraag in Oostenrijk gesteld, en daaruit komt een ander beeld naar voren: 61% van de priesters staat positief tegenover het celibaat.

http://www.isidorusweb.nl/asp/default.asp?t=show&id=3399

Verschillende visies op de verhouding tussen celibaat en pedofilie

Het celibaat produceert pedofielen

Filosoof Lieven De Cauter heeft een remedie tegen de pedofilie in de kerk. "Schaf het celibaat af. Het probleem van de pedofilie in de kerk is meteen afgeschaft (althans naar de toekomst toe). Niet dat daarmee het probleem van de pedofilie is afgeschaft, begrijp me niet verkeerd. Maar wel als structureel, eeuwenoud endemisch probleem in de Kerk."

Laat ik proberen om een ietwat filosofisch licht te werpen op deze hele heisa rond pedofilie in de Kerk. Iemand moet het toch doen. Dringend. Jezus! C’est le cas de le dire. Beginnen we bij het begin. Iedereen kent de spreuk ‘kom eens naar mijn kamer’. Dus het hele gedoe over verstomming en verbazing en weet ik al niet meer, is nonsens.

Niet alleen de Kerk draagt een verpletterende verantwoordelijkheid voor een van de grootste en vooral langstdurende doofpotoperaties uit de wereldgeschiedenis (niet alleen de Belgische Kerk, men mag vooral niet vergeten dat de schandaalgolf begon in de VS en vervolgens zowat overal oversloeg: van Ierland tot zelfs Polen), maar ook de vele stille getuigen gaan niet vrijuit (de ouders, de leraars, de directeurs, enzovoort).

Ik zou meer zeggen: de hele bevolking keek de andere kant op. Want iedereen kende die spreuk. Dus met een paar ‘duiveluitdrijvingen’ her en der à la Vangheluwe zal het niet volstaan. En ik weet waarover ik spreek, vraag mij maar eens als getuige, ik kan zowel getuigen van het probleem zelve als van de dekmanteloperaties (ook door een pater, hoofd van de hoe heet die orde ook weer, die bijvoorbeeld enkele weken terug nog een ferm opiniestuk schreef, maar alles in het werk stelde om het zware misbruik van een mentaal gehandicapt kind van 11 door een van zijn ondergeschikten te verdoezelen). Dus call my bluff. Anytime.

Maar er is ook een andere spreuk die hier van pas komt: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Iedereen kent ook die spreuk, iedereen begrijpt die spreuk. Dus? Heel simpel: werp een dam op tegen de begeerte (de behoefte, het verlangen, de drift of hoe je het ook noemen wil) en het (hij/zij) zal toch, hoe dan ook, hoe dan ook, ik wil het nog eens zeggen: Hoe Dan Ook, een uitweg of uitlaatklep vinden. Voilà. Freud volgens het boekje. Moet ik nog meer zeggen?

Schaf het celibaat af. Het probleem van de pedofilie in de kerk is meteen afgeschaft (althans naar de toekomst toe). Niet dat daarmee het probleem van de pedofilie is afgeschaft, begrijp me niet verkeerd. Maar wel als structureel, eeuwenoud endemisch probleem in de Kerk. Waarom? Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat weet elk mens (of toch, minstens, elke man) die eerlijk is met zichzelf.

Een serieus percentage (ik schat de helft) van de mannen, en zij het in mindere mate ook van de vrouwen, heeft pedofiele of pseudopedofiele fantasieën (wat geen misdaad is, de gedachte is vrij, trouwens oncontroleerbaar, ook voor degene die fantaseert). Dus, onze maatschappij moet de ogen openen. Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen. Wat niet wil zeggen dat de schuldigen niet gestraft moeten worden. Gestraft, maar niet gestenigd. Diaboliseren is altijd zichzelf zand in de ogen strooien.

Laat ons daarom even dieper ingaan op Freud. Volgens Freud is het verlangen een pompsysteem van lustenergie: libido - eeuwig aangedreven door de drift die zich uitdrukt in aandriften (om het even aanschouwelijk te maken). Als je die lavastroom van het verlangen - it is hot in there - tegenhoudt, dan zoekt ie elders een uitweg. Niet altijd fraai. Ik ben de laatste om het te ontkennen.

Wat gebeurt als de volwassen, genitale seksualiteit van buitenaf (door verboden) of van binnenin (door inhibities, neuroses, trauma’s etc) wordt geblokkeerd? Men zoekt zijn heil in wat Freud Partialtriebe noemde, deeldriften die in principe allemaal in min of meerdere mate tot synthese moeten komen in die voornoemde volwassen genitale seksualiteit, maar die bij blokkering als perversies op zich zelf komen te staan.

Of zelfs totaal misgroeien. Het is de hele catalogus: voyeurisme, exhibitionisme, sadisme, etc. maar ook zoöfilie, necrofilie en pedofilie. Perversies worden meestal in al dan niet vage fantasieën uitgeleefd, maar soms ook echt ongeremd uitgeleefd, bijvoorbeeld binnen de bescherming van een instituut. Vandaar die gruwelverhalen.

Conclusio? Het celibaat produceert pedofielen. Anderen zullen zeggen: het celibaat trekt pedofielen aan. Dat is geen contradictie, integendeel. Maar dat er in geen enkele andere monotheïstische religie een structureel pedofilieprobleem bestaat, bewijst dat het probleem hoe dan ook rechtstreeks gecorreleerd is aan het celibaat. Of in Bijbelse taal: 'De sabbat is gemaakt voor de mens, de mens niet voor de sabbat”. De instituties zijn gemaakt voor de mens, de mens niet voor de instituties.

Het celibaat was misschien wel de grootste theologische en om zo te zeggen ‘biopolitieke’ vergissing van de Katholieke Kerk in haar lange, indrukwekkende, zij het niet altijd fraaie geschiedenis. Afschaffen die handel. Anders dreigt de Kerk zichzelf af te schaffen. Nu, voor mij niet gelaten. Ik wou alleen aan de hand van Freud enig licht laten schijnen op deze zaak, Monseigneur.

Ik zou nog verder durven gaan. Ook de leken en zelfs de overheden moeten hun stem krachtiger dan ooit laten horen. Pedofilie kan niet bestendigd worden in naam van de godsdienstvrijheid. Net zomin als het stenigen van vrouwen.

Lieven De Cauter is cultuurfilosoof aan Kuleuven, RITS en Berlage Institute.

Het Celibaat produceert pedofielen

Geen drogreden

'Weet u wat dat betekent, als je afstand moet doen van je seksualiteit? Ik blijf erbij dat het niet gezond is om geen seks te hebben. Het verdringen van je seksueel leven is moeilijk. Zeker in mijn geval heeft dat ertoe geleid dat ik een zware fout begaan.' (Pastoor Luc Pirong, Het Nieuwsblad, 15 september)

'Er heerste een abnormale, negatieve, ongezonde afwijzing van alles wat met lichamelijkheid te maken had, met als kern seksualiteit. Maar als je alle kanalen afsluit, krijg je deze explosies.' (Pater S. op Netwerk TV, 19 maart 2010)

Ik heb mijn mening over het celibaat herzien, geeft Karlijn Demasure grootmoedig toe. 'Na de vele dadergesprekken binnen de Commissie ben ik ervan overtuigd geraakt dat de verplichte seksuele onthouding een grotere rol speelt dan ik na mijn doctoraatstudie had besloten.'

In 2001 doctoreerde de Vlaamse theologe op misbruik binnen de kerk. De conclusie van haar onderzoek luidde dat misbruik niet meer voorkomt bij celibatairen dan bij gehuwden.

'Seksuele verlangens hoeven niet verdrongen te worden', zegt Demasure. 'Ze kunnen ook gesublimeerd worden. Er zijn veel mensen, ook niet-religieuzen, die een perfect evenwichtig leven leiden zonder seksuele betrekkingen. Ik kon me toen niet voorstellen dat frustraties wegens het celibaat een priester naar jongeren doen grijpen. Een geheime relatie, of bezoek aan prostitués, dat wel, maar jongeren of zelfs kinderen? Nu ben ik ervan overtuigd dat het wel invloed heeft. Heel veel religieuzen hebben dat ook bij de commissie verklaard. Het celibaat deed hen ontsporen. Sommige collega's in de commissie noemen dat een drogreden. Ik denk het niet. Zoals iedereen kent ook een priester hoogtes en laagtes in zijn seksuele gevoelens. Combineer die frustratie met grote eenzaamheid. Daar komt dan drankgebruik bij, en het eindigt bij seks met jongeren.'

Uit De Standaard, 18 september 2010

Wat zullen ze in Rome denken?

De crisis over het kindermisbruik in de Kerk had aanleiding kunnen geven tot een open discussie over kerkelijke machtsstructuren. PATRICK LOOBUYCK betreurt dat de Kerk het zover niet laat komen.

Eindelijk was het dan zover. Nu zowat de hele Belgische bevolking, inclusief de hoofdredacteur van het katholieke weekblad Tertio vraagtekens plaatst bij het verplichte celibaat voor priesters, hebben ook een aantal bisschoppen een opening gemaakt om het celibaat in vraag te stellen. Voor velen is het de redelijkheid zelf dat in de huidige context en na het verschijnen van het rapport-Adriaenssens hierover een discussie plaatsvindt. Toch is dit absoluut geen goed idee, zo klinkt het bij aartsbisschop André Léonard en professor Kurt Martens (DS 21 september).

Hun reacties laten niets aan de verbeelding over: slechte timing, misplaatste kritiek en verkeerde prioriteit. Léonard zal het onderwerp nooit aankaarten in Rome en Martens vindt dat duidelijk de meest verstandige keuze. Bij monde van zijn woordvoerder vraagt Léonard zich hardop af waar men het toch vandaan haalt om het celibaat aan verwrongen seksualiteit te verbinden en naar aanleiding van de pedofilieschandalen ter discussie te stellen? Hoe wereldvreemd kan men zijn?

Zelfcensuur

Kurt Martens hield daarbovenop een openlijk, maar hemeltergend pleidooi voor zelfcensuur. Het zou het juiste moment niet zijn om de discussie over het celibaat aan te kaarten. Wie nu de discussie opent, geeft de indruk dat pedofilie en het celibaat geen afzonderlijke feiten zijn. En bovendien: wat zal Rome wel niet van onze kerkprovincie denken? We mogen toch op geen enkele manier de indruk geven dat de Belgische Kerk in diepe crisis is?

Weet professor Martens, die in de VS werkt, dan niet dat de Kerk hier inderdaad in een diepe crisis zit? Veel dieper kan men mijns inziens niet meer gaan. Rome is hiervan natuurlijk ook al lang op de hoogte, wat voor zin heeft het dan om die crisis naar Rome toe te verdonkeremanen? En dan die blinde vrees, zowel bij Léonard als bij Martens, om het celibaat aan het kindermisbruik in de kerk te koppelen. Natuurlijk is er geen oorzakelijk verband en natuurlijk zijn er ook getrouwde mannen die kinderen misbruiken, maar ontkennen dat het celibaat een stuk van het probleem is waar de Belgische kerk zich nu mee geconfronteerd weet, is het zonlicht ontkennen. Hoe blind kan en wil men zijn? Spreek eens met de mensen die met priesterdaders hebben gesproken, of beter, leg uw oor te luisteren bij die daders zelf, zoals theologe Karlijn Demasure deed (DS 18 september). En terwijl u toch aan het luisteren bent, leg uw oor ook eens te luisteren bij de vele priesters die gedwongen zijn tot hypocrisie inzake hun relationeel en seksueel leven door dat verplichte celibaat. En probeer ook eens te spreken met een vrouw of man die als verdoken partner van een priester door het leven moet gaan.

Meteen is echter duidelijk dat 'de progressieve christenen' zich geen illusies hoeven te maken. De discussie wordt van hogerhand beëindigd nog voor ze goed en wel geopend is. Dit is de zoveelste kaakslag voor mensen die al jaren strijden voor een meer menselijke kerk(structuur). Hun hoop dat de huidige crisis zou aangewend worden om het tij te keren, om ten gronde na te denken over de misplaatste macht die priesters en religieuzen zich op tal van domeinen hebben toegeëigend, over het achterhaalde concept van het verplicht celibaat voor priesters en religieuzen, over de vastgeroeste seksuele moraal van de kerk, en over de rol die de kerk als instituut zou moeten spelen ter ondersteuning van die mensen die zich door de blijde boodschap van Jezus van Nazareth laten leiden, wordt na het eerste ballonnetje dat over het celibaat wordt opgelaten, krachtdadig de kop ingedrukt.

De huidige crisis zal niet tot een fundamentele ommekeer leiden. Laat ons in dat verband ook maar eens kijken naar de brief die Paus Benedictus XVI schreef aan de katholieken van Ierland. In deze brief 'Over de gevallen van seksuele misbruik van kinderen' van 19 maart 2010 lezen we onder meer dat men strenger moet zijn met de procedures om de geschiktheid te bepalen van kandidaat-priesters en dat de morele, intellectuele en geestelijke vorming van priesters moet verbeteren. Kurt Martens schrijft letterlijk hetzelfde. Bovendien ontkent Martens dat er een roepingencrisis is. Hij verwacht blijkbaar veel van die paar seminaristen die Vlaanderen nog telt.

Rotte appels

Het meest storende echter vind ik dat de paus en Martens op die manier volhouden dat de misbruikcrisis draait rond een paar rotte appels in een fruitmand, zonder de fruitmand zelf in vraag te willen stellen. Het probleem moet volgens hen opgelost worden door priesters beter met de (traditionele) kerkelijke leer vertrouwd te maken. Misschien was er in hun theologieopleiding een gebrek aan sociologie, sociale psychologie en moraalwetenschap, anders hadden deze mensen misschien toch enige voeling gehad met sociaal-structurele verklaringen van menselijk gedrag en zouden ze weten dat mensen in ongezonde institutionele en sociale omstandigheden tot heel rare dingen in staat zijn.

PATRICK LOOBUYCKWie? Moraalfilosoof aan de Universiteit van Antwerpen en de Universiteit van Gent. Wat? De progressieve katholieken krijgen weer het deksel op de neus. Waarom? Ze hoopten dat de Kerk de misbruikcrisis zou bezweren met meer openheid, maar vangen bot.

Uit De Standaard, 22 september 2010

Homoseksualiteit en niet het celibaat

Het seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk heeft te maken met homoseksualiteit en niet met het celibaat. Dat heeft de tweede man van het Vaticaan, kardinaal Tarcisio Bertone, maandag gezegd op een persconferentie in Chili.

Een van de misbruikschandalen in Chili draait om een priester die seks had met jonge meisjes. Maar volgens Bertone heeft het misbruik door priesters louter te maken met homoseksualiteit.

'Veel psychologen en psychiaters hebben aangetoond dat er geen verband bestaat tussen het celibaat en pedofilie. Maar veel anderen hebben aangetoond, naar mij onlangs is verteld, dat er wel een verband bestaat tussen homoseksualiteit en pedofilie. Dat is de waarheid. Dat is het probleem', aldus Bertone.

Bertone’s uitspraken leidden tot woedende reacties, vooral onder Chileense homo’s. 'Dit is een perverse strategie van het Vaticaan om zich te ontdoen van zijn eigen ethische en morele verantwoordelijkheid', zei Rolando Jimenez, de voorzitter van de Beweging voor de Integratie en Bevrijding van Homoseksuelen in Chili.

Uit De Standaard, 13 april 2010

Kolle: geen verband tussen het celibaat en misbruik

Oswalt Kolle (81), voormalig 'hoofd seksuele voorlichting van de natie' ziet geen verband tussen het celibaat en seksueel misbruik. Nadat Welt am Sonntag hem deze vraag voorlegde, antwoordde hij: "Nee! Het celibaat is niet de in de grond de oorzaak van de pedofilie." Iedere seksuoloog weet dat dit onzin is, zei Kolle. Pedofilie is een "ernstige eigenaardigheid". Wel dient de Kerk zich af te vragen of pedofielen het priesterschap niet aangrijpen "om betere kansen te hebben". Kolle noemde het maatschappelijk debat over het thema misbruik belangrijk. Daarin mag de Kerk geen uitzonderingspositie innemen.

Kolle:_geen_verband_tussen_het_celibaat_en_misbruik

9. Er zijn precedenten in de geschiedenis waar de Kerk, begrepen als instituut, haar schuld heeft bekend.

De klassieke theologie gaat ervan uit dat de Kerk, die gezien wordt als het mystiek lichaam van Christus, niet kan zondigen, maar dat alleen haar leden dat kunnen. Volgens deze theologische opvatting blijft de Kerk zonder zonde, hoe hard de individuele leden ook zondigen. Deze klassieke visie wordt echter binnen de hedendaagse theologie onder kritiek geplaatst. Zo stelde de Duitse bisschoppenconferentie dat niet alleen de christenen als individu schuld treft (in dit geval aan de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog) maar dat de Kerk ook door zonde getekend is en dat het instituut Kerk ook schuld treft . Deze visie hangt samen met het feit dat de Kerk, die steeds door mensen gemaakt wordt (en mensen zijn altijd in zekere zin door zonde getekend) niet het Rijk Gods op aarde is, maar steeds ten dienste staat van de realisatie van dat Rijk Gods.

Duitse bisschoppenconferentie bekende schuld van kerk als instituut (28 oktober 2005)

Der Rückblick auf die damaligen Geschehnisse und das Verhalten der Christen und Kirche [tijdens de Tweede Wereldoorlog] erinnerte die Bischöfe daran, "dass die Kirche, die wir als heilig bekennen und als Geheimnis verehren, auch eine sündige und der Umkehr bedürftige Kirche ist". Damit betrifft das Versagen und die Schuld der damaligen Zeit die Kirche als Institution und ist nicht nur das oft betonte und beklagte Versagen einzelner Christen.

Vertaling:

De terugblik op de toenmalige geschiedenis en de houding van de christenen en de kerk [tijdens de Tweede Wereldoorlog] herinnert de bisschoppen eraan dat “de kerk, die wij belijden als heilig en vereren als een Mysterie, ook een zondige kerk is die op bekering aangewezen is”. Daarom betreft het verzaken en de schuld van de toenmalige tijd de Kerk als institutie en betreft het niet alleen vaak vertoonde en aangeklaagde tekortschieten van individuele christenen”.

Bron: JC relations - Nostra Aetate - ein folgenreicher Konzilstext

Droeve vrijdag

(…) Uiteraard is het een normale reactie dat het vertrouwen in de kerk als instituut wordt geschokt. En toch, blijven steken in de negativiteit of in het veroordelen en beschuldigen, zijn onchristelijke houdingen. De kerk en de maatschappij worden opgeroepen hun verantwoordelijkheid op te nemen en de nodige zorg te dragen zowel voor het slachtoffer van dit misbruik als voor Vangheluwe zelf. In plaats van te blijven hangen in het negatieve worden we uitgenodigd mensen te herstellen in hun waardigheid. Door haar tussenkomst blijkt dat de Belgische kerk dit opneemt: ze wil zowel slachtoffer als dader herstellen in zijn waardigheid. In plaats van louter te veroordelen, worden we uitgedaagd een nabije houding aan te nemen. Ook daar zie ik de Belgische kerk haar taak opnemen: ze hoorde het slachtoffer en ondernam actie, was luisterend oor en meer dan dat. Ook voor Vangheluwe hoor ik dat de kerk nabij is dankzij de niet louter veroordelende houding van de medebisschoppen en de zorg om zijn psychische begeleiding.

Met pijn in het hart hoor ik mensen reageren: “Ik ga niet meer naar de kerk als ik hoor wat zelfs een bisschop doet.” Daarin klinkt de pijn van mensen door, terecht. Toch wil ik twee kanttekeningen maken. Ten eerste is de kerk in handen van mensen. Of ze nu paus zijn, bisschop, priester of leek: mensen zijn gebrekkig. Elke mens heeft zijn zwakheid, ook mensen die een voorbeeldfunctie hebben. Omdat de kerk in mensenhanden is, is ze inderdaad gebrekkig. Maar het blijft doorheen die gebrekkigheid de opdracht om, ondanks alles, de liefde erin te zien en waar te maken. Dat vraagt een groot geloof, zeker de dag van vandaag waar de kerk extra wordt beproefd.

Ten tweede zou ik willen uitnodigen om ons niet blind te staren op de fouten van priesters. Ook leken kunnen brokken maken in de kerk, soms vergeten we dat in alle media-aandacht die naar de seksschandalen van priesters gaat. We vergeten wel eens dat we allen samen kerk vormen. De kerk bestaat niet alleen uit priesters. Het Tweede Vaticaans Concilie benadrukte ook zoiets als ‘het algemeen priesterschap’, wat betekent dat elke gedoopte geroepen en gezonden is om priesterlijk te leven. Kerk zijn betekent Gods volk zijn. Het woordje ‘kerk’ komt van het Griekse ekklèsia, wat betekent ‘geroepen worden’. Ieder van ons is geroepen, uitgenodigd om zijn of haar steentje bij te dragen aan Gods kerk en dat met ieders beperkte mensenhanden. Elk van ons is verantwoordelijk voor de kerk!

Lezersbrief van Heidi De Clercq, Oostakker op www.tertio.be

Penitentie, in de katholieke zin

Mark Van de Voorde is raadgever van premier Yves Leterme en van vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere. Hij is gewezen perschef van het bisdom Brugge en oud-hoofdredacteur van het weekblad Kerk en Leven. Hij hervindt in de jongste uitspraken van de paus, op bezoek in Groot-Brittannië, 'de goede wil van de kerk'.

De paus zegt dat de kerk afscheid neemt van haar verleden van miskenning. Wie nu nog twijfelt aan de goede wil van de kerk-de pers? -is van kwade wil 'A moment of penitence", een tijd van boete, zo noemde de paus het moment waarin de kerk is aanbeland, na de onthullingen van kindermisbruik door priesters en religieuzen. Of hij daarmee aan ons land dacht, weet ik niet. Dat doet ook niet ter zake. Kindermisbruik is geen louter Belgisch fenomeen (ook geen louter kerkelijk fenomeen, overigens). Maar als de paus, als eerste onder de bisschoppen, een tijd van boete aankondigt of voorstelt, doet hij dat voor de 'catholica', dit wil letterlijk zeggen voor de hele wereld, wat dit woord trouwens betekent. Hij stelt het ten andere niet voor, het kondigt het niet aan, hij stelt het vast. Er bestaat geen twijfel meer over, zo is het.

Het woord 'penitence' is belangrijk. Penitentie, in de katholieke zin, is de straf die de biechteling opgelegd krijgt na het uitspreken van een berouwvolle biecht en de vergeving. De paus legt de kerk een penitentie op. 'Je zonden zijn je vergeven, maar je hebt wel wat goed te maken, wat recht te zetten bij God en bij de mens.' Wie niet in de katholieke traditie staat, begrijpt wellicht niet de zwaarte van dit woord. Het is geen semantiek, maar de omkering van het hart: bekering. Het is dan ook niet het moment om daarmee te lachen of te spotten of het te kleineren of te minimaliseren.

Dat is het christelijke geloof ten gronde: 'ik ben een zondaar maar ik keer mij af van de zonde'. Definitief, want een biechteling die geen definitief besluit neemt tot bekering, is zijn absolutie kwijt (zijn vergeving). De paus zegt dus dat de kerk afscheid neemt van haar verleden van miskenning. Wie (de pers?) nu nog twijfelt aan de goede wil van de kerk, is van kwade wil.

Penitentie zegt twee dingen. Ten eerste, er is een streep getrokken onder het verleden (want de penitentie komt pas na de belijdenis en de vergeving). De zondaar valt niet meer samen met zijn zonde; wie die identificatie blijft maken, is niet eerlijk. Maar er is een ten tweede: de vergeving vraagt een boetedoening. En ook nog een ten derde: we pakken de zaken anders aan.

Wat is de schuld van de kerk? Natuurlijk niet de pedofiele daden zelf. Deze zijn de schuld van de daders, in casu priesters en religieuzen. Aangezien elke mens, vanuit de uniciteit van zijn persoon en zijn eigen geweten, verantwoordelijk is voor zijn eigen daden, kan het instituut waarvoor of waarbinnen hij werkt, niet schuldig bevonden worden aan de daden van zijn individuele leden, tenzij het daartoe een opdracht zou hebben gegeven: de kerk heeft nooit pedofilie bevolen, aangeprezen of goedgekeurd (andere groepen waren eertijds wel meegaander; ik heb ter zake een dikke bundel teksten verzameld). Wel, en dat siert uiteindelijk de paus, wijst hij op het kwaad van onvoldoende waakzaamheid en onvoldoende maatregelen.

Zijn uitspraak, "ik ben bereid om de slachtoffers materiële, psychologische en spirituele hulp te bieden", kan begrepen worden als een penitentie. Voor het feit dat de kerk niet waakzaam genoeg is geweest. Wat dat "materiële" betekent, weet ik niet, maar het zou kunnen betekenen: tussenkomen in de kosten van therapie (hoewel eigenlijk de dader zou moeten opdraaien voor dat herstel, indien het nodig is). Wanneer iemand een diefstal opbiecht, bestaat de penitentie niet alleen uit gebed en boete, maar ook, in de mate van mogelijke, uit de teruggave van het gestolene. Een pedofiel berooft een kind zijn psychologisch evenwicht. Om die mens terug te brengen tot harmonie met zichzelf is therapie het geëigende middel. Als de kerk dat kruis opneemt in de plaats van de zondaars, dan doet ze wat Christus heeft gedaan.

Op zijn eerste dag in Engeland heeft de paus het ook gehad over "agressieve vormen van secularisme" en "atheïstische extremisme" die de vrijheid van meningsuiting van gelovigen aan banden willen leggen. Dat had niets te maken met de kindermisbruikaffaire, maar met onsmakelijke aanvallen tegen het christendom, de jongste tijd in het Verenigd Koninkrijk. In het licht van het kindermisbruik binnen de kerk mag er misschien toch even op gewezen worden dat wie van het kerkelijke schandaal gebruik wil maken om de kerk te vernietigen (schadeclaims die niets te maken hebben met herstel, de organisatie van ontdopingsacties) in dat rijtje van "atheïstisch extremisme" thuishoort.

Een tijd van boete, de kerkgeschiedenis heeft er vele gekend. En daardoor heeft ze zich altijd hersteld. Hersteld omdat ze is teruggekeerd naar de bron. Het kan nu ook.

Uit De Morgen, 17 september 2010

10. Gelovigen kunnen te midden van de crisis de nederigheid van de klaag- en boetepsalmen ontdekken.

Het nieuws van het misbruik binnen de (Vlaamse) katholieke Kerk heeft vele mensen, en niet in het minst vele geloven, gechoqueerd. In hun verslagenheid, ontgoocheling en getroffenheid weten mensen vaak niet hoe ze met dit nieuws om moeten gaan. Pater Benoît Standaert stelt voor om terug te keren naar de Bijbelse psalmen, die een bevrijdende kracht kunnen uitoefenen. Niet alleen in de psalmen, maar ook op andere plaatsen in de Bijbel en binnen de christelijke traditie, vinden we aanknopingspunten om met dit verdriet te leren omgaan.

Terug naar de psalmen

Als kerk in West-Vlaanderen zijn we allemaal diep getroffen door het nieuws met onze bisschop. We hebben geen woorden.

Tijd is het om onze armoede te bekennen en boete te doen. Abt Poimên zou zeggen: ‘Wenen! Onder het Kruis gaan staan met de Moeder Gods en wenen!’ Afdalen tot ons hart breekt en in rouwmoedigheid voor God staan. Hij alleen is heilig en Hij is het die zijn kerk weer tot een ‘heilige kerk’ kan omvormen.

Terug naar de psalmen, de gebedssnoer van de monnik, dat woord van God dat tussen God en mens ons tot nederigheid brengt en ons kan bevrijden. Ik nodig u daarom ook uit een week lang elke dag de zeven boetepsalmen te bidden (Psalm 6, 32, 38, 51, 102, 130, 143). Op het einde van elke psalm kun je vrij een psalmoratie formuleren met een voorspraak voor het slachtoffer, voor de dader en voor de hele Kerk. Heer, ontferm U; Christus, ontferm U; Heer, ontferm U.

Het “ik” van de psalm is het diep getekende slachtoffer, het “ik” is ook de stem van degene die gebukt gaat onder schuld, het “ik” is Christus zelf die slachtoffer en dader op zijn schouders neemt en meetrekt, en in zijn voorspraak beiden kan helen. Ja, Christus in ons bidt de psalm mee en geeft aan heel zijn kerk de ware schoonheid die van God komt onder de werking van de heilige Geest. Hij is het Lam dat ons in onschuld weidt naar de bronnen van zuiver en levend water.

Heer,
U kent ons en doorschouwt ons.
Aanzie onze ellende
Ontvang onze armoede
en bekleed ons met uw vergeving.
Herschep het gebrokene
Schenk de genade van de verzoening
Laat ons met Jezus weer opstaan
in het licht dat onvergankelijk leven is. Amen.

Pater Benoît Standaert, monnik van de Sint-Andriesabdij Zevenkerken, Brugge en bezieler van de ‘laura van abt Poimên (www.lauravanabtpoimen.be)

http://www.tertio.be/vangheluwe/

Psalm 22

[1] Voor de koorleider. Op de wijs van De hinde van de dageraad. Een psalm van David.
[2] Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
[3] ‘Mijn God!’ roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.
[4] U bent de Heilige,
die op Israëls lofzangen troont.
[5] Op u hebben onze voorouders vertrouwd;
zij hebben vertrouwd en u verloste hen,
[6] tot u geroepen en zij ontkwamen,
op u vertrouwd en zij werden niet beschaamd.
[7] Maar ik ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht.
[8] Allen die mij zien, bespotten mij,
ze schudden meewarig het hoofd:
[9] ‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’
[10] U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd,
[11] bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,
van de moederschoot af bent u mijn God.
[12] Blijf dan niet ver van mij,
want de nood is nabij
en er is niemand die helpt.
[13] Een troep stieren staat om mij heen,
buffels van Basan omsingelen mij,
[14] roofzuchtige, brullende leeuwen
sperren hun muil naar mij open.
[15] Als water ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was,
het smelt in mijn lijf.
[16] Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
u legt mij neer in het stof van de dood.
[17] Honden staan om mij heen,
een woeste bende sluit mij in,
zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
[18] Ik kan al mijn beenderen tellen.
Zij kijken vol leedvermaak toe,
[19] verdelen mijn kleren onder elkaar
en werpen het lot om mijn mantel.
[20] HEER, houd u niet ver van mij,
mijn sterkte, snel mij te hulp.
[21] Bevrijd mijn ziel van het zwaard,
mijn leven uit de greep van die honden.
[22] Red mij uit de muil van de leeuw,
bescherm mij tegen de horens van de wilde stier.
U geeft mij antwoord.
[23] Ik zal uw naam bekendmaken,
u loven in de kring van mijn volk.
[24] Loof hem, allen die de HEER vrezen,
breng hem eer, kinderen van Jakob,
wees beducht voor hem, volk van Israël.
[25] Hij veracht de zwakke niet,
verafschuwt niet wie wordt vernederd,
hij wendt zijn blik niet van hem af,
maar hoort zijn hulpgeroep.
[26] Van u komt mijn lofzang in de kring van het volk,
mijn geloften los ik in bij wie u vrezen.
[27] De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.
Voor altijd mogen jullie leven!
[28] Overal, tot aan de einden der aarde,
zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.
Voor u zullen zich buigen
alle stammen en volken.
[29] Want het koningschap is aan de HEER,
hij heerst over de volken.
[30] Wie op aarde in overvloed leven,
zullen aanzitten en zich voor hem buigen.
Ook zullen voor hem knielen
wie in het graf zijn neergedaald,
wie hun leven niet konden behouden.
[31] Een nieuw geslacht zal hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de Heer;
[32] aan het volk dat nog geboren moet worden
zal het van zijn gerechtigheid verhalen:
hij is een God van daden.

Psalm 10

[1] Waarom, HEER, bent u zo ver
en verbergt u zich in tijden van nood?
[2] In hun hoogmoed vervolgen zondaars de zwakken –
maak hen gevangenen van hun eigen plannen!
[3] De mens zonder God prijst wat hij najaagt,
en als hij rijk is, vervloekt en veracht hij de HEER.
[4] Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap.
Er is geen God, maakt hij zich wijs.
[5] Het gaat hem goed, wat hij ook onderneemt,
maar uw verheven oordelen raken hem niet.
Zijn tegenstanders beticht hij van leugens.
[6] Hij denkt bij zichzelf: Ik kom niet ten val,
nooit kan het kwaad mij deren.
[7] Zijn mond vloekt en liegt, dreigt met geweld,
zijn tong brengt misdaad en onrecht voort.
[8] Op stille plaatsen ligt hij in hinderlaag,
op verborgen plekken doodt hij onschuldigen,
zijn ogen spieden naar weerloze mensen.
[9] Hij loert, verborgen als een leeuw in het struikgewas,
hij loert naar een prooi en tracht hem te vangen,
hij vangt zijn prooi in een net en sleurt hem mee –
[10] die buigt, krimpt ineen,
en valt in zijn klauwen, weerloos.
[11] Hij denkt bij zichzelf: God vergeet het,
wendt zijn blik af, ziet het niet.
[12] Sta op, HEER, hef uw hand, God,
vergeet de armen niet.
[13] Hoe kan de zondaar u verachten
en denken: God vraagt geen rekenschap.
[14] Toch ziet u de pijn en het verdriet,
u merkt het op en weegt het in uw hand.
Op u vertrouwen weerloze mensen,
de wezen, u komt hun te hulp.
[15] Breek de macht van de goddelozen,
eis rekenschap en ban het kwade uit.
[16] De HEER is koning voor eeuwig en altijd:
vijandige volken verdwijnen uit zijn land.
[17] U, HEER, verhoort de wens van de nederigen,
u bemoedigt hen en luistert met aandacht,
[18] u doet recht aan wezen en verdrukten.
Geen mens kan hen nog uit het land verjagen.

Didactische suggesties

Actualiteit, nu eens een donkere tunnel dan weer een prachtige brug ….

De actualiteit kan en moet in verschillende vakken aanbod komen. Onderwijs wil immers het boek van het leven openen om te leren. ‘Heden’ is naast de hoofdstukken ‘verleden’ en ‘toekomst’ een belangrijk hoofdstuk. Bij dit levensboek staat elke mens een beetje ‘paf’, met grote ogen en grote oren, vol verwondering, vol verontwaardiging. Het boek van het leven is een ‘paf’-boek, past, actuality en future zijn er inhoud en onderwerp.

Belangrijk in een wereld van onderwijs en opvoeding is dat de hele optiek van het boek een rol speelt en ook de hele waaier van gevoelens tussen verwondering en verontwaardiging. ‘Heden’ geprangd tussen ‘verleden’ en ‘toekomst’ ingebed in een brede waaier gevoelens tussen verwondering en verontwaardiging. Het kan nooit de bedoeling zijn een hoofdstuk of een grondgevoel weg te snijden. Verleden, heden en toekomst zijn bovendien zo rijk aan dynamiek en gegevens dat één mens, één vak te arm zijn om dit alles te vatten. Het kan nooit volmenselijk zijn in de ‘bon ton’ van één gevoel te verdrinken.

Het onderwijs, het onder-elkaar-wijs, zet juist vele vakken en mensen/professionelen in, om dit alles te ‘vatten’.  Juist de rijkdom en verscheidenheid van vakken (en vakleerkrachten) is zo nodig om telkens weer alle nodige puzzelstukjes bijeen te kunnen schuiven. Soms is nu eens dit vak aan zet omdat het meer puzzelstukjes in handen heeft, soms eens beter een ander vak. Soms alle vakken of de hele school omdat de actualiteit alles en iedereen kan beroeren of choqueren.
Of het nu een lekvervuilende oliebron betreft diep onder het zee-oppervlak of een slotvervuilende incestgekleurde doofpot-pedofilie-kwestie diep onder het kerk- en samenlevingsoppervlak, of de ontdekking van een nieuwe levenssoort diep verscholen in de buik van moeder universum … de (vak)leerkrachten staan telkens weer voor de uitdaging te vertellen uit het verleden-heden-toekomst-boek, en dit in verwondering-verontwaardiging, zonder het loslaten van de eigen professionaliteit. Een professionaliteit die niet alleen expertise is, maar ook opvoedingsverantwoordelijkheid en die daarom de leerkrachten uitdaagt te overleggen én binnen het vakgebied én binnen het schoolteam wie best aan zet is en hoe!

Volgens mij kan in het vak PAV bvb. bij de pedofiliekwestie de optiek zijn: de leerlingen uitdagen om te reflecteren over hoe bijvoorbeeld een samenleving via o.a. de media mensen kraakt en ophemelt. Het gaat daarbij niet om het “proces” over te doen in klas… maar zien welke verschillende brillen worden opgezet: er zijn journalisten die kijken naar het gebeuren, er zijn gedragswetenschappers, er zijn communicatiespecialisten, er zijn gelovigen en niet-gelovigen, er zijn dicht betrokkenen en onverschillige buitenstaanders, er is de macht van het woordgebruik …

De leerkracht hoeft zeker niet het laatste woord over die actualiteit te zeggen,  maar moet wel de leerlingen uitdagen tot een breder en dieper kijken. Een leerkracht hoeft zeker niet te denken in plaats van zijn leerlingen. Hij kan hen begeleiden in het komen tot een evenwichtig en geargumenteerd standpunt. De valkuil voor elke vakleerkracht is in het oppervlakkige discours van feiten en vermeende feiten stappen en oordelen... De leerkracht die zichzelf ervaart als explosief betrokken in de actualiteit wacht beter tot de eerste storm binnenin haarzelf gaan liggen is.

Soms is de ‘bon ton’ in de wandelgangen een populisme dat raak en wijs is, soms een populisme dat dom en mis is. Een leerkracht die voorbij de ‘bon ton’ de grondtoon van mens-zijn, van ‘gelovig zijn’ weet te raken verdiept en verbreedt elk menselijk denken en voelen.
Soms kan actualiteit op school of in die specifieke klas ook zo veel emoties losweken of is ze zo koortsig actueel dat het beter is ze even gerust te laten.  Een leerkracht moet –eventueel na overleg - kunnen inschatten vanuit zijn/haar professionaliteit of dit het geval is.

Altijd weer zijn er bij elke aangesneden problematiek enkele let-opjes, puzzelstukjes (vanuit verschillende vakken?). Inzake de pedofile-kwestie denken we aan:

1. alle leerlingen de kans geven om hun gevoelens naar aanleiding van het gebeurde te ventileren, zonder daar een verbloemend of vergoelijkend discours tegen aan te kleven. Daarbij is belangrijk eerst af te tasten of er wel nood is om dit onderwerp gethematiseerd aan bod te laten komen. Dus niet zoals de media veronderstellen dat iedereen hier nood aan heeft.

2. zeer duidelijke informatie geven over wat pedofilie is en welk type (mannelijke) pedofiel (eerder het gefixeerde dan het regressieve of asociale type) vooral kans gezien heeft om zich achter kerkelijke structuren te verbergen. En tegelijk wijzen op de gevaren van veralgemening, de eerste fase van discriminatie, de populaire psychologie.

3. zeer duidelijk aan te geven hoe en waar jongeren met dergelijk ervaringen terecht kunnen. Hen duidelijk maken dat dergelijke ervaringen bespreekbaar zijn met de godsdienstleerkracht of met vertrouwensleerkrachten (maar ook wijzend op de relativiteit, nml. de grenzen van de meldingsplicht) op school of anderen. En tegelijk als leerkracht getraind zijn in het opvangen van signalen rond seksueel misbruik en weten welke de beste handelingswijze is en welke niet. Weet hebben van zinvol doorverwijzen, bvb naar www.kindermishandeling.be  en zelfs voor kinderen en jongeren te bellen of te chatten met www.kjt.org .

4. hen duidelijk te maken waarom verzet, gerechtigheid en opstand in deze beter de christelijke normgeving benaderen dan een discours van vergeving. Dit is duidelijk ondersteund vanuit Schrift en leerplan. Er moet over deze aangelegenheid 'getheologiseerd' worden als een nieuwe bevrijdingstheologie die radicaal kiest voor promotie van de zwakke en bescherming van de integriteit van zijn persoon.

5. zeer duidelijk te maken dat de kerk radicaal daders aangeeft bij het gerecht, zonder te verbloemen dat ze dit veel te lang niet heeft gedaan en strafrechtelijke zaken intern heeft willen oplossen – al of niet in medeweten van familieleden. Van zodra een feit bekend is, is dit een zaak voor justitie en voor niemand anders. Dit ontslaat de kerk echter niet van haar zorg én voor het slachtoffer én voor de dader.

6. zeer duidelijk te maken dat de kerk een zwaar structureel probleem heeft en de vragen die er zijn over mannenkerk, celibaat en ambt niet goedkoop loskoppelen van deze problematiek. Niet wegmoffelen dus dat de kerk voor de uitdaging staat om te breken met vastgeroeste ideeën en gebruiken en om in een open denkcultuur te zoeken naar een actuele benadering in trouw aan evangelie.

7. de recente gebeurtenissen in de kerk niet als louter op zichzelf staande feiten zien maar ze ook tijdruimtelijk situeren:
            - het gaat veelal over lang geleden gebeurtenissen
            - pedofilie is jammer genoeg ook een probleem in het gezin en in de brede samenleving.

8. de kerk zien als én een gemeenschap rond Christus én een instituut met een overheid ..

9. leerlingen en/of leerkrachten zijn mensen, geseksueerde wezens die geconfronteerd met deze problematiek ook in eigen binnenste kijken en zichzelf bevragen omtrent hun eigen identiteit. Zoiets kan argeloos of zeer onrustig gebeuren. Misschien zijn er die zichzelf als slachtoffer of mogelijke pedofiel in de ogen moeten kijken én het niet zien of er geen weg mee weten! Vandaag kan dit – als die identiteit al erkend wordt - bijna niet anders dan een pijnlijk rusteloze ervaring zijn die moeilijk in een lesomgeving aan bod kan komen. Dit vraagt dan eerder om een meer pedagogisch gedragen kader dat de bredere relationeel-seksuele opvoeding beoogt en begeleidt. Er is niet alleen werk voor de vakleerkracht, er is heel wat vakoverschrijdend opvoedingswerk voor school, gezin, dorp en samenleving.

Elk vak heeft haar eigen focus geactualiseerd in een leerplan volgestouwd met doelen, of activiteiten en inhouden. Die focus is veelal bepaald door kernwoorden. Voor het vak r.-k. godsdienst zijn die kernwoorden gedragen door een Godsbesef, bewogen kijken naar ‘leven’-‘dood’-‘verrijzenis’.
Een meer uitgebreide checklist van kerngegevens is te vinden via: http://www.dpbbrugge.be/rkgodsdienst/DVG%202009/0%20Checklist%20Christelijke%20Terminologie.pdf
Uiteraard heeft elk vak haar eigen bronnen om onder-elkaar-wijs om te gaan met de actualiteit, om exploderend leven toch een beetje te ‘vatten’. Voor het vak r.-k. godsdienst denken we bij het inbedden van de actualiteit aan vakoverleg, aan ‘kerk en leven’, aan Tertio, aan THOMAS (www.godsdienstonderwijs.be en de vele verdere linken en theologische tijdschriften die daar worden aangegeven.)

Een inspectie-begeleidingstandpunt  r.-k. godsdienst
September 2010-09-28

Een uitgeleide:

De kast

In het halfduister klim ik de molmige trap boven de kerk op naar één van de zeven zolders die een eeuw volgestouwd werd met rommel van mijn voorgangers. Overmorgen komen ze alles opruimen in een zoveelste poging om klaarheid te scheppen in het dossier van dit gammele kerkgebouw. Nooit voorheen was ik hier. Achteraan tegen de wand zie ik de contouren van een geweldige linnenkast. Ze moet haast vier meter op drie zijn. Ik baan me doorheen ontvleugelde engelen, onthoofde heiligen en processietabernakels tot bij de kast en open langzaam de onwijs grote deur. De kast is alleen maar gevuld met schimmeldamp. De achterwand volkomen weggerot. Ik kijk pal doorheen een schietgat waar de kast tegen aan geschoven staat. Omdat het glas eruit gedonderd is, zie ik recht op een naakte boom die glimt van natte regen. De vroege herfst geeft hem een winters gezicht. Toen ik kind was heb ik geweldig over deze kast gedroomd. Mijn vader gaf me toen we in Engeland woonden het kinderboek van C.S. Lewis “The lion, the witch and the wardrobe”, het betoverde land achter de kleerkast. Een verhaal over vier kinderen die tijdens de oorlog voor de bombardementen weggestoken worden op het platteland in het huis van een professor en tijdens het verkennen van het huis op zolder een kast ontdekken. Wanneer ze door de deur stappen komen ze in Narnia, in een donker besneeuwd woud. Het wintert er altijd omdat de boze witte heks er regeert die kerstmis verbiedt en kinderen lokt. Met de hulp van de leeuw Aslan, de bevers, eenhoorns, faunen en adelaars slagen de kinderen erin de heks te doen verstenen en zet de dooi in. Lewis schreef in de tijd van Tolkien en werd door hem bekeerd tot het christendom. De leeuw in zijn sprookje is een metafoor voor de Leeuw van Juda, Christus, die de witte heks, het kwaad overwint en de lente terug haalt. Al zijn spannende boeken gaan over hetzelfde: er is een andere werkelijkheid heel dichtbij.  De kerk is vandaag één groot winterlandschap waarin talrijke heksen kinderen hebben gelokt. Hoe zullen leerkrachten die godsdienst geven aan jongeren nog iets vertellen over een dynamische kerk die veilig is klopt met wat ze zegt? Om dat voor elkaar te krijgen hebben ze drie dingen nodig: evenveel verbeelding als Lewiss, de stellige overtuiging dat ze zelf die werkelijkheid zijn heel dichtbij jongeren en een groot vertrouwen op de leeuw die de lente terug haalt. (Ronald Sledsens)

Inleidend

  • Extra achtergrondinformatie en aanvullende impulsen zijn te vinden in de In de Kijker ‘Voorbij het zwijgen. Over seksueel geweld op kinderen en jongeren’.
  • Men kan ervoor kiezen om te werken rond het integrale dossier of om, op basis van vragen die leerlingen stellen of knooppunten die zich in het klasgesprek voordoen, één of meerdere van de tien stellingnames dieper uit te werken.
  • Wanneer men als leerkracht beslist om een aantal lessen aan de thematiek te wijden, kan men bij wijze van inleiding in de thematiek in de klas peilen, in zover de leerlingen nog niet zelf tijdens de lessen hierover hun visie hebben gegeven, naar hoe de leerlingen staan tegenover de recente gebeurtenissen binnen de Kerk. Heeft dit hun visie op de Kerk veranderd? Is dit volgens hen de schuld van de Kerk in haar totaliteit? Hoe moet hiermee omgegaan worden? Enzovoort…
  • Eventueel kan men de leerlingen de getuigenissen uit de publieke opinie laten lezen en hen één getuigenis laten kiezen die het dichtst bij hun eigen visie aansluit. De leerlingen geven ook aan waarom.

1. Wij zijn zeer verontwaardigd door de gebeurtenissen in de Kerk precies omdat alles wat gebeurd is, zo sterk in tegenspraak is met de kern van het christelijk geloof.

  • De leerlingen lezen de tekst ‘Nieuwe cultuur benadert fundament christendom’ en beantwoorden de volgende vragen.
    • Wat wordt precies bedoeld met de nieuwe cultuur?
    • Waarom is deze nieuwe cultuur fundamenteel voor het christendom?
    • Wat is de eigenlijke kern van het christendom?
    • Kan je een voorbeeld geven van het zondebokmechanisme?
    • Waarom en hoe wordt dat zondebokmechanisme in het christendom doorbroken?
    • Wat bedoelen de auteurs met ‘de Kerk is niet zomaar een instituut’?
    • Denk je zelf dat het christendom diep in de cultuur is doorgedrongen?
    • Waarom moet volgens de auteurs de Kerk minder met haar imago bezig zijn?
    • Waarom zou je kunnen stellen dat misbruik binnen de Kerk nog schrijnender is dan binnen een andere context, zoals de sportschool?
  • De leerlingen lezen de Bijbelteksten en geven aan hoe in deze teksten de voorkeursoptie voor de slachtoffers en zwakken duidelijk wordt. Eventueel kan men aan de leerlingen de opdracht geven om zelf naar een andere Bijbeltekst op zoek te gaan waaruit dit duidelijk wordt.
  • Op basis van de uitspraak van Erik Borgman dat het christendom opentrekt wat gesloten is, krijgen de leerlingen de opdracht om zelf na te denken over wat het concreet kan betekenen om open te trekken wat gesloten is.

2. De geloofwaardigheid van de christelijke boodschap hangt nauw samen met de geloofwaardigheid van haar boodschappers maar valt er ook niet mee samen.

  • De leerlingen lezen de tekst en de getuigenissen rond het ontdopen en proberen aan te geven wat motivaties zijn van mensen om zich te laten ontdopen. Aan de andere kant verwoorden zij ook de argumenten die mensen zouden kunnen inbrengen tegen ontdopen. Ook kan aan de leerlingen gevraagd worden of zij, vanuit hun verontwaardiging, aan zich laten ontdopen gedacht hebben.
  • Binnen de context van het werken rond deze stelling, kan men aan leerlingen vragen wat de uitdrukking “het kind niet met het badwater weggooien” betekent en of zij daar enkele voorbeelden van kunnen geven.
  • Op basis van de idee dat de boodschap van het christelijk geloof niet helemaal samenvalt met de Kerk en de boodschappers, kan men aan leerlingen vragen wat zij onder geloven verstaan en wat zij zelf zien als de boodschap van het christelijk geloof. Men kan aan hen ook de vraag stellen of die (Bijbelse) boodschap volgens hen aan betekenis inboet door de recente gebeurtenissen. Hierbij kan men de getuigenis van ‘Andreas Vesalius’ als inspiratiebron nemen.
  • De leerlingen lezen de tekst over fides ex auditu en fides quaerens intellectum en verwoorden wat het verschil is tussen de twee, en waarom de twee vormen van geloof eigenlijk altijd nodig zijn en elkaar dienen te bevragen. Zij geven een voorbeeld van hoe het fides ex auditu misbruikt kan worden en een voorbeeld van hoe het fides quaerens intellectum misbruikt kan worden. Eveneens geven de leerlingen aan in welke zin de spanning tussen die twee vormen van geloof duidelijk maakt dat de christelijke boodschap wel samenhangt met maar niet samenvalt met de boodschappers ervan.

3. De kwestie van misbruik binnen de Kerk mag er niet voor zorgen dat alle lichamelijkheid tussen mensen als negatief gezien wordt.

  • De leerlingen lezen de getuigenissen en opinies over lichamelijkheid en aanraking en geven aan waarom aanrakingen binnen de huidige context zo moeilijk liggen. Eveneens zoeken zij naar elementen uit de tekstjes die erop wijzen dat dit ook problemen met zich meebrengt (bijvoorbeeld dat men kinderen niet langer op een adequate manier kan troosten).
  • De getuigenissen en de tekst over aanraking kunnen de aanleiding vormen om het klassikaal te hebben over het belang van positieve aanrakingen. Daarbij kan men de leerlingen bijvoorbeeld zelf allerlei vormen en voorbeelden van positieve aanrakingen aan bod laten brengen. Eventueel kan men zelfs een soort van collage maken met afbeeldingen, tekeningen, gedichten,… waaruit de positieve kracht van de aanraking blijkt.
  • Op basis van de tekst van Pollefeyt en de tekst rond lichaam en aanraking kan men de leerlingen nog een aantal extra vragen stellen.
    • Wat wordt er bedoeld met de uitspraak dat aanrakingen meer-zinnig zijn?
    • Wat zijn de risico’s van die meerzinnigheid?
    • Waarom raken mensen elkaar graag aan?
    • Wat wordt bedoeld met ‘liefkozen is een vormgeven’?
    • Wat is de relatie tussen aanraking, basisvertrouwen en lichaamsbeeld?
    • In welke zin zouden ongepaste aanrakingen (zoals bij seksueel misbruik) het basisvertrouwen en het lichaamsbeeld bij kinderen kunnen ondermijnen?
    • Waarom gaan volgens Woertman jongeren steeds eerder seksueel om met elkaar?
    • Kan je zelf een aantal voorbeelden geven van de niet-aanrakingscultuur?
    • Hoe ziet Woertman overgave? Heb jij hier zelf moeite mee?

4. Macht is op zich geen synoniem van machtsmisbruik. Seksuele relaties mogen sowieso niet op macht gebaseerd zijn.

  • De leerlingen geven op basis van de teksten aan wat het verschil is tussen macht en machtsmisbruik. Zij geven drie voorbeelden van relaties die met macht te maken hebben, en hoe die macht nodig is binnen die relatie, en ze geven aan hoe bij elk van die drie voorbeelden macht kan verworden tot machtsmisbruik.
  • De leerlingen beantwoorden de vraag waarom precies binnen de context van het christendom machtsmisbruik zo pervers is.
  • De leerlingen lezen het gedicht ‘Seks is machtig’ en halen er de elementen uit waaruit blijkt dat seks niet met macht gepaard mag gaan. De leerlingen zoeken ook naar andere argumenten waarom seks nooit met macht gepaard mag gaan. Hiervoor is het misschien nodig om dieper in te gaan op de betekenis van seksualiteit binnen menselijke relaties.

5. Kindermisbruik verjaart emotioneel, moreel en religieus gezien nooit.

  • De leerlingen bekijken de afbeeldingen met als opschrift ‘It should not hurt to be a child’ en geven aan waarom het niet pijn zou mogen doen om kind te zijn.
  • Men kan klassikaal naar de liederen van Philippe Robrecht luisteren en aangeven welke elementen in de liederen verwijzen naar kindermisbruik en de impact daarvan op een kinderleven. Heel concreet kan men ingaan op de uitspraak ‘De onschuld van de kinderen, daar raak je toch niet aan’, vanuit de vraag of de leerlingen het op zich erger vinden wanneer een kind wordt misbruikt dan wanneer dit gebeurt bij een volwassene en waarom wel of niet.
  • Het recht op bescherming tegen seksueel misbruik is een kinderrecht. Van hieruit kan men dieper ingaan op de idee van Kinderrechten en waarom deze rechten nodig zijn. Eventueel kan men de leerlingen zelf een aantal fundamentele rechten van het kind laten formuleren. Ook vanuit het kinderrecht kan men wat extra informatie verschaffen over wat seksueel misbruik is en wat de gevolgen ervan zijn.

6. De slachtoffers van seksueel misbruik hebben recht op waarheid, erkenning, herstel en rust.

  • Vanuit de tekst ‘De helende kracht van de waarheidscommissie’ geven de leerlingen aan wat het belang is van herstelgericht handelen voor slachtoffers. Wat is de plaats van gerechtigheid hierin? Hoe kan heling tot stand komen en wat heeft dit met waarheid (en een waarheidscommissie, in het geval van het misbruik in de Kerk) te maken?
  • De leerlingen bekijken de liedteksten en gedichten en/of beluisteren de liederen en geven aan in welke zin duidelijk wordt dat het hier gaat om gevallen van seksueel misbruik. Welke elementen in de teksten geven dit? De leerlingen zoeken naar welke elementen aantonen hoe de personages waarover sprake is hiermee omgaan? Hoe wordt duidelijk dat omgaan met seksueel geweld iets heel moeilijks is? Welke verwijzingen naar (de af- en aanwezigheid van) God vinden we in de teksten terug?
  • Uit de songs en gedichten halen de leerlingen twee gedachten die hen in het bijzonder raken of hen een beter inzicht geven in hoe erg het moet zijn voor slachtoffers van seksueel misbruik en ze geven aan waarom ze voor deze twee gedachten gekozen hebben.
  • De leerlingen lezen de tekst over de veerkracht van mensen na traumatische ervaringen en geven aan wat precies met veerkracht bedoeld wordt. In welke zin is de idee van veerkracht een hoopvol en realistisch gegeven? De leerlingen zoeken zelf naar een aantal voorbeelden (eventueel in het eigen leven- van hoe mensen veerkrachtig kunnen zijn.
  • Ganzevoort heeft het in zijn tekst over een Kerk waar slachtoffers veilig zijn. De leerlingen geven in eigen woorden weer wat hiervoor nodig is. Zij geven ook aan waarom het belangrijk is dat slachtoffers ook juist binnen de Kerk die veiligheid vinden.
  • Vanuit de tekst van De Dijn kan men aan de leerlingen de volgende vraag stellen: Is de transparantie en openheid waarvoor de media pleit en die ze eist, wel iets waar bedrijven en organisaties op in gaan omwille van de slachtoffers of in de eerste plaats ook omwille van hun eigen imago? Met andere woorden, in welke mate heeft die openheid met de slachtoffers te maken?
  • Men  kan met de leerlingen discussiëren over de vraag of het zinvol is om ook in andere instituten zoals scholen, opvoedingsinstellingen, tehuizen, jeugd- en sportclubs op een gelijkaardige manier onderzoek te verrichten naar seksueel misbruik.

7. Vergeving mag nooit een instrument zijn om onrechtvaardigheden te bedekken of te vergoelijken.

  • Allereerst is het belangrijk dat leerlingen begrijpen dat vergeving binnen het christendom een heel belangrijke categorie is. Toch is het ook belangrijk dat leerlingen beseffen wat vergeving precies is en dat het niet iets is dat afgedwongen mag worden of zomaar voorgesteld kan worden. Daartoe lezen leerlingen de tekst van Cornu en van der Vloet, waarbij leerlingen de belangrijkste gedachten onderlijnen.
    Enkele vragen bij de tekst:
    • Waarom had Nietzsche zo’n problemen met een bepaalde opvatting van vergeving?
    • Waarom vinden de auteurs dat het woord vergeving soms te snel valt?
    • Waarom is vergeving iets dat niet zomaar snel kan gebeuren?
    • Wat bedoelt Lytta Basset met heilige woede?
    • Wat is er nodig van de kant van de dader om vergeven te kunnen worden?
    • Waarom kan je als dader nooit aanspraak maken op vergeving en waarom moet dit uit het slachtoffer komen?
    • Waarom is vergeving uiteindelijk wel heel belangrijk, met name voor het slachtoffer?
  • Om dieper in te gaan op het concept vergeving en bovenstaande vragen nog genuanceerder te beantwoorden, kunnen de leerlingen ook de tekst ‘Wat is vergeving?’ lezen. Naar analogie met de voorbeelden van wat vergeving niet is, kunnen leerlingen in drie puntjes aangeven wat vergeving dan wel is. Belangrijk is het ook dat de leerlingen het onderscheid weten te maken tussen vergeving en verzoening.

8. Niet elk celibatair leven is inauthentiek.

  • Het verplichte celibaat zet aan tot verschillende reacties. Om zicht te krijgen op uiteenlopende standpunten lezen de leerlingen de theoretische tekst. Hierbij focussen zij op de visies van de voorstanders en die van de tegenstanders. Binnen dit debat proberen de leerlingen ook een eigen genuanceerde visie te verwoorden.
  • Binnen het debat rond pedofilie en celibaat zijn de gemoederen vaak nog meer verhit. Ook hier bekijken de leerlingen de verschillende visies en proberen ze die visies in eigen woorden weer te geven. Zij krijgen de opdracht om zelf uit te drukken waarom lang niet alle mensen die leven volgens het celibaat tot kindermisbruik overgaan. Ook dit proberen ze op een zo genuanceerd mogelijke manier te doen.

9. Er zijn precedenten in de geschiedenis waar de Kerk, begrepen als instituut, haar schuld heeft bekend.

  • Op basis van de idee van de Kerk die als instituut kan zondigen, kan men met de leerlingen eerst een gesprek hebben over hoe zij Kerk eigenlijk zien. Is de Kerk een soort van afstandelijk instituut of is de Kerk een verzameling van gelovigen? Wat is het doel van de Kerk? Waar werkt zij naartoe?
  • De idee dat de Kerk ten dienste staat van het Rijk Gods kan verhelderd worden door even dieper in te gaan op het concept Rijk Gods. Voor leerlingen is dit niet altijd even duidelijk.
  • De leerlingen lezen de tekst ‘Droeve vrijdag’ en geven aan in welke zin de auteur vindt dat de Kerk haar taak opneemt. De leerlingen geven ook aan in welke zin de auteur vindt dat de Kerk gebrekkig is. Eveneens zoeken de leerlingen in de tekst naar welke visie op Kerk de auteur heeft. Vanuit de discussie over wat Kerk is, geven leerlingen aan of ze het hier mee eens zijn of niet.
  • De tekst ‘Penitentie, in de katholieke zin’ kan ingeleid worden door leerlingen zelf te laten aangeven of zij het woord penitentie kennen en wat zij hieronder verstaan. Dit begrip wordt dan geconfronteerd met hoe de auteur in de tekst het concept penitentie uittekent. Speciale aandacht hebben leerlingen hier voor hoe penitentie met bekering te maken heeft.
  • Ook Mark van de Voorde stelt dat de Kerk schuld treft. De leerlingen zoeken in de tekst op welke manier van de Voorde vindt dat de Kerk schuld heeft.
  • In de tekst wordt ook gesproken over mensen die het kerkelijke schandaal gebruiken om de Kerk te vernietigen. Ook hierover kan men het met de leerlingen hebben, in die zin dat het toch belangrijk is om duidelijk te maken dat de kwestie van het misbruik binnen de Kerk vaak ook – en uiteraard niet geheel ten onrechte – wordt aangegrepen om de Kerk in diskrediet te brengen, waarbij men alleen het negatieve ziet en voorbijgaat aan de positieve boodschap van het christelijk geloof.

10. Gelovigen kunnen te midden van de crisis de nederigheid van de klaag- en boetepsalmen ontdekken.

  • Benoît Standaert roept op om terug te keren naar de psalmen. Vanuit zijn getuigenis kan men aan de leerlingen vragen waarom de psalmen precies zo’n goede manier zouden kunnen zijn om tot nederigheid te komen.
  • Klassikaal kan men een aantal psalmen lezen, in de vorm van bezinning of gebed, en met de slachtoffers van het misbruik in het achterhoofd.

Zie ook he dossier 'sexueel misbruik in de kerk' op onze zusterwebsite Elisabeth

  1. Inleiding
  2. 10 perspectieven in tijden van crisis
  3. Didactische suggesties
^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas