U bent hier: Thomas - Algemeen - Dossiers - Missio 2008

Missio 2008

De nieuwe campagne van Missio

"Vrede op maat"

1. Beginsituatie

Oktober is traditiegetrouw missiemaand, en dus ook de maand waarin Missio (dit is een internationale kerkorganisatie die de wereldwijde solidariteit bevordert en ontmoetingen met andere culturen en religies promoot) haar nieuwe campagne voorstelt. Dit jaar staat die in het teken van muziek. Onder de titel ‘Vrede op maat’ wil men de relatie tussen muziek en vrede onder de loep nemen. Daartoe worden op de tot de campagne horende cd-rom (die bij Missio besteld kan worden aan 10 €) thematieken als muziek en vrede in de bijbel, muziek en vrede in de liturgie en muziek en vrede in kerk en wereld verkend. Om de thematiek van deze campagne en de doelen van Missio concreter te maken, wordt gewerkt met drie instaplanden, Bolivia, Ivoorkust en Roemenië.

“In Bolivia ontdekken we dat je tot innerlijke vrede kan komen via dansprocessies. Een vermenging van het christendom en de indiaanse rituelen vormen een sterke cultuur waarin de bevolking offers brengt aan Maria en Pachamama. Ivoorkust is een land dat jarenlange conflicten kent. De muziek gaf de bevolking een uitlaatklep en hoop op een betere toekomst. Met muziek op weg naar vredesopbouw. Roemenië kent een sterke muzikale traditie, meestal opgebouwd door de Roma, een etnische minderheid die nergens in Europa een plaats vindt. Toch biedt de zigeunermuziek een weg naar verzoening, aanvaarding en dialoog.”

Met het campagnemateriaal van Misso kan men meteen aan de slag in de klas. De cd-rom bevat immers, naast rijk gestoffeerde achtergrondinformatie en materiaal dat bruikbaar is in de pastoraal, een onderdeel met lesdossiers, waarmee men een desgewenst hele maand lang kan werken rond Missio en de campagne.

Het eerste dossier voor het secundair onderwijs (er zijn trouwens ook dossiers voor het lager onderwijs) gaat dieper in op de werking van Missio en staat stil bij de betekenis van het woord engagement, zowel voor de organisatie Missio als voor hedendaagse jongeren. Een tweede dossier over muziek en vrede in de bijbel vertrekt vanuit het bijbelverhaal over David. In een derde lesdossier wordt toegespitst op de thematiek van oorlog en vrede in de wereld, terwijl het vierde dossier didactische suggesties aanbiedt om aan het werk te gaan rond muziek en vrede in de wereld. In een laatste dossier komen muziek en geloof aan bod, vanuit heel uiteenlopende invalshoeken, zoals psalmen, Taizé, U2 en Pink.

In dit dossiertje wordt het campagnemateriaal van Missio extra ondersteund door middel van het aanbieden van een aantal hermeneutische knooppunten waaruit duidelijk wordt welke spanningen er in de klas kunnen leven met betrekking tot het brede veld van muziek en vrede. Verder worden ook aanknopingspunten bij het leerplan godsdienst aangeboden.

Voor meer info en voor het bestellen van de cd-rom:
Missio nationaal secretariaat
Vorstlaan 199
1160 Brussel
Tel: 02/6790630   Fax: 02/6725569
Email: info@missio.be

2. Hermeneutische knooppunten

  • Zijn Missio en missionering een ver-van-mijn-bedshow die bovendien aan (oude) missionarissen doet denken die in verre landen helpen, of is het iets dat veel concreter en dichterbij gebeurt, waarbij iedereen eigenlijk een soort van missionaris kan zijn, met name iemand die gezonden is om – in Gods naam - anderen te helpen?
  • Wat betekent het als mensen een engagement opnemen? Heeft iedereen een engagement in zijn of haar leven? Hoe kunnen mensen die engagement concreet invullen?
  • Kan iedereen meewerken aan vrede? Is vrede iets dat zich voornamelijk op wereldniveau afspeelt, of kan je ook vrede realiseren in je eigen microkosmos? Betekent vrede de afwezigheid van oorlog, of is vrede meer dan dat?
  • Hebben de wereldreligies de plicht om zich in te zetten voor het realiseren van vrede op maatschappelijk vlak of dienen zij zich niet met ‘aardse’ bezigheden in te laten?
  • Is religie de motor van heel wat oorlogen, of is elke oorlog per definitie een politieke oorlog, waarbij men religie gaat misbruiken voor het eigen gelijk?
  • Kan je door middel van muziek vrede bereiken, of heb je daarvoor krachtiger ‘instrumenten’ nodig?
  • Kan muziek een vorm van vredevol verzet betekenen tegen onmenselijke omstandigheden, en steun en troost bieden wanneer men het moeilijk heeft (in de vorm van klaagliederen, verzetssongs,…) of  wiegt die muziek net mensen in slaap, waardoor ze bij de pakken blijven neerzitten en niets concreets doen om hun situatie te veranderen?
  • Staan (rock)muziek en geloof haaks op elkaar of gaan ze hand in hand; kan de klemtoon op het ‘hiernu’ in hedendaagse muziek verzoend worden met de focus op het ‘hierna’ dat vaak centraal staat in het geloof?
  • Kan men überhaupt muziek aan bod brengen in de (godsdienst)lessen? Is muziek niet eerder iets waar in de vrije tijd dient van genoten te worden?
  • Kan het beluisteren van muziek een manier zijn om innerlijke vrede te realiseren of heeft muziek eerder een oppeppende doelstelling?
  • Is christelijk geïnspireerde muziek alleen van belang voor christenen of kunnen ook anderen zich erdoor laten inspireren? Wat moeten we verstaan onder christelijke muziek: muziek gemaakt door christenen, muziek die in een christelijke setting (zoals een kerk) wordt afgespeeld of uitgevoerd of muziek met een, al dan niet expliciete, christelijke boodschap?

3. Aanknopingspunten bij het leerplan

Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel

4. Achtergrondinformatie

Enkele items ter aanvulling bij het dossier van Missio.

Rockin' in the Free World - een doctoraat over God, rock en de roep om bevrijding.

Doctoraat beschrijft rock en christendom als concurrerende vrijheidservaringen

God knows I want to break free

In de bronnenlijst van het doctoraat van Johan Ardui staat de essaybundel Dialektik der Aufklärung van de filosofen Adorno en Horkheimer broederlijk naast het nummer De Do Do Do, De Da Da Da van The Police. Ardui schreef aan de Faculteit Godgeleerdheid een proefschrift met de titel ‘Rockin’ in the Free World. God, rock en de roep om bevrijding’. Daarin toont hij aan hoe de rockmuziek met haar poging om een ervaring te realiseren die absoluut vrij is in religieus vaarwater terechtkomt. Of, in de woorden van het reeds ten hemel gerezen rockicoon Freddie Mercury: “God knows I want to break free”.

Omschrijf je rock als een streven naar een vrijheidservaring, dan is Elvis Presley volgens de traditionele rockgeschiedschrijving de eerste grote vrijheidsstrijder. Maar in zijn doctoraat situeert Johan Ardui de ideologische roots van de rock verrassend genoeg heel wat vroeger, in de nasleep van de Franse Revolutie en in de Romantiek: “Toen de Fransen een jaar na de bestorming van de Bastille de revolutie wilden vieren, wilden ze dat als kersverse vrije individuen niet doen in één of ander gebouw of instituut. Uiteindelijk werd een lege zandvlakte gekozen als locatie. Met enige zin voor overdrijving zou je die manifestatie het eerste rockfestival kunnen noemen. Want ook in de rock zou die viering van het zelf, van het vrije individu centraal staan.”
“In 1954, het jaar waarin Elvis Presley doorbrak, omschreef zijn manager Sam Philips hem als ‘a white boy who sings like a nigger’. Zoals de onderdrukte zwarten in hun muziek een zekere emotionele vrijheid realiseerden, zo zou Elvis te midden van de kleinburgerlijke idealen van een moderne maatschappij een gevoel van vrijheid creëren voor de toenmalige gefrustreerde jeugd. Diezelfde idealisering van de zwarte zie je ook in de Romantiek, toen het moderne subject in de spontaneïteit en driftmatigheid van de zwarte primitieveling een tegengewicht vond voor de rationaliteit van de Verlichting.”

Maskers

“Tonight is Halloween, and I got my Bob Dylan mask on.” Deze oneliner, door folklegende Dylan uitgesproken tijdens een optreden in 1964, gebruikt Ardui om aan te tonen hoe rockmuzikanten met de dubbelzinnigheid van hun vrijheidsstreven omspringen. “Telkens er een nieuwe trend opgang maakt in de rock, wordt die gelegitimeerd in termen van authenticiteit, subversiviteit, spontaneïteit, en eerlijkheid. Maar die claim is dubbelzinnig, omdat de rock sinds haar ontstaan onlosmakelijk verbonden is met de logica van de kapitalistische entertainmentindustrie.”
“Rockers zijn zich bewust van deze paradox en gaan er op twee manieren mee om: via de mythe en de pose. De mythe ‘doet alsof’ en gelooft vervolgens haar eigen leugen: er wordt een imaginaire wereld gecreëerd waarin de dubbelzinnigheden van de industrie niet meer bestaan. In de pose blijft de rock zich bewust van deze ambiguïteit, en gaat ze die bewust ensceneren, zoals Bob Dylan in het voorbeeld. In die zin vond ik de maskers van Lordi ook veel interessanter dan die hele rel rond het satanisme.”
De podiumact van de groep U2 tijdens haar Vertigo-tour illustreert dan weer een ander cruciaal kenmerk van de vrijheidservaring die de rock aanbiedt. Ardui: “Achter de groep werd op een bepaald moment het woord ‘coexist’ geprojecteerd, waarin symbolen van verschillende religies verwerkt waren. In die projectie is de pantheïstische claim van de rock perfect zichtbaar: de verlossing van de rock moet voor iedereen bereikbaar zijn en mag dus niet afhankelijk zijn van de persoonlijke keuze tot een welbepaalde religieuze identiteit. Die verlossing is een zaak van het lichaam, van het ‘hier en nu’ en van het zelf: er is geen God boven of buiten mij, alleen maar een god die ik in mezelf beleef.”
“Als de christelijke theologie haar verlossingsclaim met succes wil verdedigen tegenover de rock, dan moet ze kunnen aantonen dat haar claim ook een lichamelijke dimensie heeft. En ze moet duidelijk kunnen maken dat de openbaring en de incarnatie — anders gezegd: de stelling dat God binnenbreekt in de geschiedenis — een volwaardig alternatief is voor de vrijheidservaring van het zelf.”

Rock ‘n’ Ratzinger

Met dat juiste antwoord op de uitdaging van de rock worstelt de theologie volgens Ardui nog steeds: “Aan de ene kant van het spectrum heb je de reactie van conservatieve theologen. De huidige paus Joseph Ratzinger bijvoorbeeld heeft de rock in een aantal van zijn vroegere geschriften veroordeeld als een valse verlossingservaring. Daar kwamen telkens verontwaardigde reacties op, in de trant van: ‘zie je wel, de kerk heeft geen voeling meer met de leefwereld van de jongeren’. Vanuit een christelijk perspectief lijkt een veroordeling van de rock me nochtans wel degelijk op zijn plaats: een vrijheidservaring die alleen vanuit de mens zelf vertrekt, botst nu eenmaal radicaal met de boodschap van het christendom, die de relatie met God als de Ander centraal plaatst. Wél problematisch is de manier waarop Ratzinger rock afwijst: onterecht ontzegt hij de rockmuziek het vermogen tot kritische zelfreflectie. Dat maakt elke vorm van dialoog onmogelijk. Het komt erop neer dat je zegt: het christendom is de enige verlossing, en daarmee uit. Zo creëer je een patstelling: je kan alleen maar wachten tot iedereen tot dat ware inzicht komt, en dan kan je lang wachten.”
Progressieve theologen proberen dan weer om de rockmuziek te omarmen en ze te presenteren als de uitdrukking van een hedendaagse spiritualiteit. Maar daarvoor moeten ze, zegt Ardui, te veel water bij de wijn doen: “Terwijl Ratzinger de kritische capaciteit van de rock negeert, miskent een theoloog als Hubert Treml de uniciteit van het christendom. Om een dialoog met de rock mogelijk te maken, moet hij vanuit een softe, gereduceerde vorm van het christendom vertrekken. Rock en christendom zijn voor hem gelijkwaardige uitingen van een ‘spiritualiteit van het subject’. Hij relativeert daarmee de radicale claim van de christelijke transcendentie, waardoor die ook haar meerwaarde verliest. Eén van de basisvoorwaarden voor een zinvolle dialoog — namelijk dat het christendom de rock iets te zeggen heeft — wordt dan niet vervuld.”
Ardui zoekt in zijn doctoraat een uitweg uit de impasse, een oplossing die zowel de rock als de theologie in haar waarde laat. “Het christendom moet haar eigen verlossingsboodschap radicaal durven presenteren, en daarbij inspelen op die elementen die de rock net gebruikt om afstand te nemen van het christendom. Het enige dat volgens de rock verlossend werkt, is het lichamelijk uitleven van het ‘hier en nu’. Net daarom lijkt de theologische categorie van de ‘verrijzenis van het lichaam’ me een veelbelovend aanknopingspunt. Het is een concept dat die elementen in naam waarvan de rock breekt met het christendom wel degelijk een plaats geeft, en dat tegelijkertijd verwijst naar een boodschap die bevrijdend tegemoet komt aan de rock.”
Ardui beseft dat deze piste een ‘tentatieve conclusie’ is en nog om verdere uitwerking vraagt: “Alleszins fundeert dit concept de dialoog op het radicale verschil tussen de twee ervaringen en niet zozeer op de aanname van een vage gelijkenis. Het laat de theologie toe om trouw te blijven aan haar eigen boodschap én om tegelijk de dialoog aan te gaan met de ervaring van de rock.”
(Reiner van Hove in Campuskrant)

Leidt religie tot onverdraagzaamheid?

Naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september verschijnen er in alle kranten opiniestukken waar nogal eens heel algemene en naar onze mening heel ongenuanceerde uitspraken worden gedaan over godsdienst. Godsdienst zou bijna per definitie leiden tot fanatisme, onverdraagzaamheid en intolerantie.
We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de schrijvers van deze stukken de gelegenheid aangrijpen om hun eigen ongeloofshouding te rechtvaardigen vanuit deze situatie. Maar hoewel wat er gebeurd is enkel en alleen maar afschuw kan opwekken, willen we toch enkele kanttekeningen maken bij deze opiniestukken.
Eerst en vooral wensen wij te benadrukken dat zoiets als ‘de’ godsdienst niet bestaat. Het gaat altijd om een specifieke en historisch bepaalde traditie, die evolueert doorheen de tijd. De manier waarop mensen in de middeleeuwen met het christelijk geloof omsprongen, is bijvoorbeeld niet meer de manier waarop mensen dat heden ten dage doen. Het is belangrijk dit in te zien, en nog belangrijker is het om hier op een gepaste wijze mee om te gaan. Niet alleen wat betreft het verstaan van godsdienstige fenomenen, maar ook voor de manier waarop men zelf met geloof omgaat.
Ongetwijfeld het belangrijktste probleem waar men zich sinds de vorige eeuw in de godsdienstpsychologie en -sociologie over heeft gebogen, is de discrepantie tussen de waarden die elke grote wereldreligie verkondigt (universele broederliefde, e.d.) en talloze wreedheden in naam van God gericht tegen mensen die er een andere cultuur, ideologie, religie, seksuele voorkeur, of huidskleur op nahielden die doorheen de geschiedenis plaats vonden (de kruistochten, de inquisitie, ...). Heel wat filosofen, historici, psychologen en sociologen concludeerden hieruit dat religie als een belangrijk producent van allerlei vooroordelen en onverdraagzaamheden kon worden beschouwd. Psychologisch en sociologisch onderzoek wees daarenboven ook uit dat er een duidelijke samenhang is tussen geloven en intolerantie. Wat wil zeggen dat er een zeker waarschijnlijkheid is dat iemand die gelooft ook intolerant is, maar nog niet wil zeggen dat iedereen die gelooft ook intolerant is, en al evenmin dat mensen intolerant zouden zijn omwille van hun geloof.
Gordon Allport, één van de grootmeesters in het godsdienstpsychologisch onderzoek, was de eerste die een oplossing te probeerde vinden voor deze paradoxale bevindingen. Vanuit zijn persoonlijkheidstheorie ontwikkelde hij het onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek gelovigen. Intrinsiek gelovig zijn betekent dat men gelovig is omwille van het geloof zelf. Intrinsiek gelovigen hechten met andere woorden daadwerkelijk belang aan de boodschap die verkondigd wordt door de religie die ze aanhangen. Extrinsiek gelovigen daarentegen geloven om niet religieuze motieven. Zij hangen een geloof aan omdat de maatschappij dat verwacht, en omdat ze door zich hieraan te conformeren aanzien en macht kunnen verwerven. Allport observeerde dat extrinsieke gelovigen (die veel talrijker waren) inderdaad neigden tot onverdraagzaamheid. Voor intrinsiek gelovigen was dat niet het geval. Met deze bevindingen
gaf Allport het startschot voor een genuanceerdere kijk op de zaak. Uiterst belangrijk is dat de aandacht hierdoor verschoof van louter het al dan niet geloven naar de manier waarop men met geloof en geloofsinhouden omspringt. Dit betekent uiteraard niet dat de inhoud van het geloof plotseling als onbelangrijk werd afgedaan, maar wel dat dat op zich geen goede graadmeter was om na te gaan wat er zich in de hoofden van mensen afspeelde. En dit kan erg verschillend zijn.
Het onderzoek van Allport situeert zich echter in het overwegend protestants Amerika van midden vorige eeuw, en zoals iedereen wel weet, verschilt die culturele context grondig van de huidige Europese context. Niet in het minst met betrekking tot de mate waarin het geloof aanwezig is in de samenleving. In het huidige Europa is gelovig zijn niet langer iets wat mensen van elkaar verwachten. Eerder integendeel.
Zelf doen wij daarom sinds een tiental jaren onderzoek vanuit een ietwat andere invalshoek. Wij hebben een onderzoeksinstrument ontworpen dat het mogelijk maakt de invloed van het al dan niet accepteren van transcendentie (geloof vs. ongeloof) te onderscheiden van de manier waarop met dit geloof en de bijhorende geloofsinhouden wordt omgesprongen: hetzij op een letterlijke, dogmatische manier, hetzij op een symbolische en open manier. Deze twee dimensies werden uitvoerig in verband gebracht met andere variabelen zoals onverdraagzaamheid. In totaal werden over de jaren heen reeds een kleine 6000 mensen rond deze zaken bevraagd. Wij geven hier een korte beschrijving van de resultaten van onze onderzoeksinspanningen. Wat wij hier beschrijven, hebben wij keer op keer geobserveerd, zowel in België als in andere landen. Het gaat dus niet om eendagstreffers, maar over heel stabiele fenomenen.
Wie is nu intolerant? Mensen die op een letterlijke manier met geloof omgaan neigen naar intolerantie. Wat nog niet wil zeggen dat alle mensen die op een letterlijke manier met geloof omgaan ook intolerant en onverdraagzaam zijn. Dit geldt niet alleen voor gelovigen die op een letterlijke manier met geloof en geloofsinhouden omgaan, of anders gezegd voor orthodoxe gelovigen, maar eveneens voor ongelovigen die op een letterlijke manier met geloof en geloofsinhouden omgaan (die met andere woorden bijvoorbeeld geloof verwerpen
omdat wat in de bijbel staat historisch of wetenschappelijk gezien niet klopt). Mensen die op een symbolische, hoogst eigen manier en ondogmatische manier met geloof omgaan, daarentegen, laten zich eerder kenmerken door een tolerante houding naar mensen toe die er andere opvattingen, gebruiken en gewoontes op nahouden. Ook dit geldt zowel voor mensen die niet geloven als voor mensen die ondanks alle kritiek op religie (bijv. religie als een illusie, als opium voor het volk) toch tot geloof komen. Intolerantie heeft dus niet op de eerste plaats te maken met geloof, maar met de cognitieve stijl die mensen hanteren wanneer ze met geloof en geloofsinhouden geconfronteerd worden: staat iemand open voor diversiteit en verscheidenheid of niet.
Hoewel geloof dus voor sommige mensen zeker en vast een uitweg biedt voor de onzekerheden inherent aan het menselijke bestaan, is die onzekerheidsreductie dat voor een groot aantal gelovigen niet de ultieme drijfveer. Voor die mensen blijft geloven een open zoektocht die hen moet helpen betekenis te geven aan het leven. Deze mensen zijn er zich dan ook van bewust dat die betekenis strikt persoonlijk is, en deze mensen kunnen er dan ook perfect mee leven dat andere mensen op een totaal andere manier met de zingevingskwestie omspringen. Zij staan open voor andere opvattingen, en kunnen leven met deze verscheidenheid. Een gelijkaardig onderscheid kan echter ook gemaakt worden voor ongelovigen. Ook onder ongelovigen vind je mensen die wel en het nodige respect en de nodige waardering kunnen opbrengen voor andere opvattingen en geloofsovertuigingen. Ook onder ongelovigen vind je mensen die ervan overtuigd zijn dat ze "het grote gelijk" in petto hebben. En waarschijnlijk is dit nu net één van de grote uitdagingen waar we jammer genoeg nog steeds voor staan: het leren leven met verschillen en verscheidenheid. Niet in het minst inzake levensbeschouwelijke opvattingen. Temeer daar deze zaken de kern van het menselijke bestaan raken.

(Bart Duriez & Dirk Hutsebaut, http://ppw.kuleuven.be/religion/adobe/onverdraagzaamheid.pdf)

5. Impulsen

Enkele afbeeldingen rond muziek en vrede

9.jpg

10.jpg

11.jpg

12.gif

13.jpg

6. Didactische suggesties

Voor verdere achtergrondinformatie, impulsen en didactische suggesties verwijzen wij u door naar de cd-rom “Vrede op maat” van Missio.  Hierop vindt u een rijkdom aan achtergrondinformatie en didactisch materiaal, voor gebruik in het onderwijs en in het pastorale werkveld.  De referenties om de cd-rom te bestellen, vindt u bij de beginsituatie.

De inhoudstafel van de cd-rom

  1. Inleiding
    1. Vrede op maat
  2. Muziek en vrede in de bijbel
    1. Muziek en vrede in de Bijbel
  3. Muziek en vrede in de liturgie
    1. Inleiding
    2. Muziek en zang in de liturgie
    3. Muziek in de parochies
    4. Zingen in verbondenheid
    5. Geef ons de vreugde om christen te zijn
    6. Interview met broeder Xavier (Taizé)
    7. Interview met pater Jos Bielen (Averbode)
  4. Muziek en vrede in kerk en wereld
    1. Inleiding
    2. Muzikale steun in onrustige tijden
    3. Muziek als bron voor spirituele ‘reiniging’
    4. Gaan rock en geloof hand in hand?
    5. Interview met CX Flood
    6. Het geloof van U2
  5. Instaplanden
    1. Inleiding
    2. Bolivia
    3. Roemenië
    4. Ivoorkust
  6. Getuigenissen
    1. Getuigenis muziek en vrede
  7. Basisonderwijs (educatief)
    1. Inleiding lesdossiers
    2. Missio-campagne en engagement
    3. Muziek en vrede in de bijbel
    4. Oorlog en vrede in de wereld
    5. Psalmen
  8. Secundair onderwijs (educatief)
    1. Inleiding lesdossiers
    2. Missio-campagne en engagement
    3. Muziek en vrede in de Bijbel
    4. Oorlog en vrede in de wereld 
    5. Muziek en vrede
    6. Muziek en geloof
  9. Pastoraal luik
    1. Inleiding
    2. Bezinning Bouwen aan Vrede
    3. Bezinning Erbij willen horen
    4. Bezinning De wereld rond
    5. Bezinning onthaasten
    6. Het Missio slang- en ladderspel
    7. Sacraal dansen
    8. Stellingenspel
    9. Where is the love in de krant
    10. Zing, bid, huil, ...
    11. Gebeden en bezinningsteksten
    12. Taizé
    13. Toneel-Missio
    14. Bezinning PowerPoint 
    15. Missio-liedjes
  10. Wereldwijde Missiosteun
    1. Missio-steun in drie stappen 
    2. Missio, de wereld rond 
    3. Actie! 
    4. filmpje, inzamelen geld
  11. Fotogalerie
    1. Algemeen
    2. Bolivia
    3. Ivoorkust
    4. Projecten Missio
    5. Roemenië
  12. Contact
    1. Missio vzw

^ bovenkant pagina

Deze week in de media

Nieuw op Thomas