Het recht om mens te worden Een onderzoek naar de hermeneutische visie van de Duitse godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer op religieuze opvoeding vanuit het kind
Centraal in deze verhandeling staat de visie van Friedrich Schweitzer op de hermeneutiek in de religieuze opvoeding in het bijzonder van kinderen. Zijn visie is verwant met het hermeneutisch-communicatief model van het Onderzoekscentrum Academische Lerarenopleiding Faculteit Godgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven.
Als leermeester rooms-katholieke godsdienst in het lager officieel gesubsidieerd onderwijs ben ik dagelijks bezig met de geloofsopvoeding van kinderen. Het is een vreugde leerlingen te begeleiden in hun religieuze en levensbeschouwelijke groei. Dankzij het nieuwe leerplan rooms-katholieke godsdienst en de daarop gebaseerde leermiddelen krijgen kinderen de ruimte om te bouwen aan hun religieuze en levensbeschouwelijke persoonlijkheidsontwikkeling.
Als onderwerp voor de scriptie van de kandidatuur in de Godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen heb ik de implementatie onderzocht van het nieuwe leerplan rooms-katholieke godsdienst door de inspectiebegeleiding en de nieuwe leermiddelen.
Deze verhandeling tot verkrijging van de graad van Licentiaat in de Godsdienstwetenschappen is op het domein van de religiepedagogiek niet alleen een verlengstuk van de scriptie, het is vooral een uitdieping van de krachtlijnen van een hedendaagse religiepedagogiek in de visie van de Duitse godsdienstpedagoog Friedrich Schweitzer.
Biografie Friedrich Schweitzer
Schweitzer (°1954) is opgegroeid vanuit een sterk piëtistische burgerlijke achtergrond. In de lijn van de familietraditie ligt een studie in de geneeskunde of de theologie voor de hand. In 1973 doet Schweitzer zijn eindexamen en gaat hij aan het werk in een kleuterschool. Daar heeft zijn blijvende interesse voor de religieuze ontwikkeling van kinderen een aanvang genomen. Maar het werk bij de kleuters bevredigt hem niet. Hij studeert theologie, pedagogiek, psychologie en sociologie aan de universiteiten van Tübingen en Zürich. Daarna zet hij zijn studie verder aan de universiteit van Harvard te Cambridge-Massachusetts in de Verenigde Staten van Amerika. Hij behaalt aan de Harvard University in 1979/80 zijn Master of Theology. Schweitzer leert in Amerika zijn echtgenote kennen. Zijn ervaringen in Amerika op het einde van de jaren zeventig hebben zijn denken bepaald. Hij ontdekt dat de theologie in Amerika een grotere contextuele en empirische inslag heeft dan in Duitsland. Tevens treft hem de diversiteit van de kerken. In zijn werk brengt hij de Amerikaanse en de Duitse theologie dichter bij elkaar. Zijn religiepedagogische en sociologische uitgangspunten zijn terug te brengen op zijn ervaringen in Amerika. Terug in Duitsland werkt hij te Tübingen gedurende twee jaar (1982-1984) als onderzoeksassistent bij pedagoog Andreas Flitner en later is hij gedurende zeven jaar (1984-1991) assistent aan de leerstoel van theoloog en pedagoog Karl Ernst Nipkow. In 1983 promoveert Schweitzer in de sociologie en hij behaalt in 1991 zijn theologische habilitatie. Momenteel is hij als praktisch theoloog decaan aan de protestantse theologische faculteit aan de universiteit van Tübingen.
Samenvatting van de visie van Friedrich Schweitzer op de hermeneutiek in de religieuze opvoeding
Friedrich Schweitzer zoekt naar een model voor een hedendaagse religieuze opvoeding die de confrontatie aankan met de kloof tussen het christelijke geloof en de hedendaagse cultuur. Mensen ervaren spanningen en conflicten tussen de leefwereld en de context van de traditie.
De praktische theologie gaat deze uitdaging niet uit de weg en neemt zowel de traditie als de levenservaring op in het wetenschappelijke model. Om de verhouding tussen de levenservaring en de traditie te laten functioneren, zal het werk van de praktische theologie bestaan op drie terreinen: het terrein van de empirie, de hermeneutiek en de religiepedagogiek. De empirie focust zich op het levensverhaal. De hermeneutiek zoekt naar verklaringen voor de levenservaring en de traditie. Op het terrein van de ideologiekritiek gebeurt de confrontatie tussen de ervaring en de traditie. Zo ontstaan er verschillende interpretaties die overeenkomsten, spanningen en conflicten blootleggen. Van daaruit zal de praktische theologie een handelingsplan uitstippelen waarbij verandering wordt beoogd.
Als handelingsveld van de praktische theologie heeft de religiepedagogiek het wetenschappelijke model nodig van de praktische theologie. Het uitgangspunt voor de religiepedagogiek is de contextuele levenservaring. De religieuze begeleiding start vanuit het kind. Het kind heeft recht op een religieuze begeleiding omwille van de ervaring van een diepere dimensie in het leven. Vanuit het leven dringen er zich religieuze levenservaringen op. De begeleiding zal met en vanuit het kind de ervaringen interpreteren. Op die manier leert het kind religie. In de religieuze begeleiding wordt de traditie binnen gebracht die een perspectief kan bieden op de existentiële ervaring van het kind en omgekeerd. Het belang van de interpretatie in de menswording sluit de noodzakelijkheid en de voorwaarde in van de hermeneutiek in de religieuze opvoeding. Voor de menswording is het interpreterende kind het actieve subject. Maar wat waar is voor het kind, is waar voor elke mens. De religieuze begeleiding mag niet stoppen bij de volwassenheid. In de religieuze begeleiding gaat om de wording van de mens, en niet alleen om de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind.
Maar met hermeneutiek alleen is er nog geen religieuze opvoeding. Wel is de visie op de hermeneutiek bepalend voor de didactiek. De didactiek zal het interpreterend leren moeten mogelijk maken waardoor de mens zichzelf kan worden. Schweitzer kiest voor het model van de elementarisering. De elementarisering is een open didactisch model dat communicatie beoogt tussen de inhoud van het religieonderricht, de beleving van de leerlingen en de leerkracht. In het leerproces staat de dialoog en de communicatie centraal.
Het leren van communicatie is belangrijk wanneer mensen in contact komen met diverse confessies en religieuze bewegingen. De ervaring met een multireligieuze wereld stelt de traditionele aanpak van het confessionele religieonderricht in vraag. De visie van Schweitzer op het confessionele onderricht is helemaal gestoeld op het model van de hermeneutiek. Het traditionele confessionele onderricht draagt nauwelijks bij tot het reflectieve bewustzijn van de religieuze persoonlijkheidsontwikkeling. Dit nadeel van het confessionele religieonderricht buigt hij om tot een voordeel in het confessioneel coöperatief onderricht. Daarin wordt de confrontatie, het conflict en de conformiteit met de andere religies duidelijker, wat leidt tot een groter bewustzijn van de persoonlijke confessionaliteit. De communicatie met andere religies en levensbeschouwingen leidt tot een grotere verdraagzaamheid en vrede.
Om de religieuze en levensbeschouwelijke communicatie mogelijk te maken, is er ondersteuning nodig van de kerk, de staat en de school. Het is niet goed indien Europa een neutraliteitspolitiek zou voeren waardoor de religie wordt gemarginaliseerd. De school is de leer- en ervaringsruimte, de uitgelezen plaats om de dialoog te voeren. Daarbij moet de kerk betrokken blijven op de maatschappelijke vragen en problemen. De kerk moet zich daarom oriënteren op de dialoog met andere religies. Ze kan de ontmoetingsplaats worden van religieuze communicatie.
Omdat Schweitzer zijn religiepedagogiek niet fundeert vanuit de traditie maar vanuit de ervaring, zou kunnen inhouden dat de Bijbel in het onderricht maar een secundaire rol meer speelt. Niets is minder waar. Schweitzer stelt dat de bijbel wel geen kinderboek is, maar zeker plaats moet krijgen in de religieuze begeleiding. Bijbelverhalen vertellen, lezen en leren interpreteren moet gebeuren in een rijke leeromgeving. Dit betekent dat het verhaal zo sterk moet zijn dat de kinderen in het verhaal kunnen stappen om voor zichzelf te beslissen of dit verhaal zin heeft of niet voor zijn menswording.
Bijlages


