Rouwen op school
Voorwoord
Een goede begeleiding van rouwende leerlingen op school kan ervoor zorgen dat deze leerlingen niet geïsoleerd raken, geen vertraging oplopen in hun schoolloopbaan en niet terechtkomen in een gecompliceerd rouwproces.Een gepaste omkadering maakt dat ook leerlingen met een litteken kunnen uitgroeien tot sterke volwassenen.
'Rouw op school' probeert u en de leerlingen steunend en ondersteunend nabij te zijn wanneer de dood zich aandient op school.'Rouw op school' biedt achtergrondinformatie over de eigenheid van rouwprocessen bij autochtone jongeren en bij migrantenjongeren.
Een uitgewerkt draaiboek helpt de school, de leerkrachten en de leerlingen bij elk aspect van het rouwproces.De algemene werkvormen die voorgesteld worden, leren de leerlingen omgaan met rouw en verdriet.Curatieve werkvormen kunnen op school heel nuttig zijn in een rouwgroep.
Daarnaast biedt 'Rouw op school' nog een waaier aan didactisch en meditatief materiaal.
Deze informatie vervangt natuurlijk geenszins een goede plaatselijke begeleiding met alle betrokken partijen, maar hoopt daartoe wel een aantal nuttige instrumenten en perspectieven aan te reiken.
Achtergrondinformatie
Gedicht
Ineens
plots
hield je op
met ademen
leven
bestaan
maar niet met zijn
want zijn
mama
zal je altijd zijn.
Kaat Bollen
1. Rouw bij jongeren
1.1 Betekenis van dood en sterven voor pubers
Binnen een palliatieve setting is het duidelijk dat de patiënt stervende is. Maar hoe bereid je pubers voor op een bezoek bij de stervende? Hoe ga je om met hun verdriet? Hoe vertel je hun de waarheid? Hoe denken pubers over de dood?
Wat betekenen sterven en dood voor pubers?
Pubers hebben een volwassen doodsbesef. De onvermijdelijkheid en universaliteit van de dood is bij hen doorgedrongen. Hun intellectuele vaardigheden laten toe om de dood als het onvermijdelijke einde van het leven te zien. Er is nog een grote persoonlijk-emotionele afstand met de dood. Iedereen kan sterven behalve mensen uit hun eigen omgeving.
In deze fase zetten ze dan ook vraagtekens bij het leven. Ze vragen zich af wat de zin is van het leven en waarvoor we op aarde zijn. Ze zijn intensief bezig met de zinvragen over lijden en dood.
Cognitieve ondersteuning
Je beschermt jongeren best niet tegen het onvermijdelijk verlies in hun leven. Maar je kan open praten met de jongere over het verlies. Open praten veronderstelt zorgvuldig praten, de informatie gedoseerd geven, zodat ze niet overdonderd worden. Jongeren hebben recht om de oorzaak van het ziek zijn en sterven van hun ouder te kennen. Op verstandelijk vlak kan je het sterven, de dood en de vragen daarover goed beantwoorden. (link suggesties voor school)
Emotionele ondersteuning
Pubers voelen zich vaak hulpeloos. De sociale verwachtingen dwingen hen zich als een volwassene te gedragen. Ze vertonen volwassen reacties maar deze zijn gecombineerd met typische adolescentieproblemen. Weerstand om met volwassenen te communiceren, overbezorgdheid om door anderen aanvaard te worden, vervreemding van vrienden en volwassenen.
Het kan gebeuren dat de jongeren hun rouwproces uitstellen tot er terug voldoende veiligheid is in het gezin. Voor jongeren is het belangrijk dat ze de geruststelling krijgen van volwassenen dat ze papa niet zullen vergeten.
Als papa op de palliatieve ligt, maar ook daarna, gaan de jongeren vaak de ouderrol willen opnemen. De jongeren mogen een paar extra taken opnemen, maar maak hen duidelijk dat ze jong mogen blijven. Identificeer hen niet met de overleden ouder. De jongeren moeten de kans krijgen om hun eigen leven te leiden en te lijden. Je kan hen daarmee helpen door een duidelijk omlijnd kader te geven zodat ze zich veilig weten in de veranderende gezinssituatie.
Oudere pubers hebben vaak schuldgevoelens omdat ze vaak ruzie maakten met hun mama. Ze kunnen zich ook schuldig voelen omdat ze een gevoel van opluchting hadden bij het overlijden van mama. Dit maakt het rouwproces extra moeilijk. Het is voor de jongeren belangrijk dat je hen het gevoel geeft dat je hen steunt en de tijd neemt om hun gevoelens te beluisteren.
Het is goed dat de ouder hen in de mate van het mogelijke een gevoel van vertrouwen en veiligheid geeft. De aanwezigheid en beschikbaarheid van de ouder geeft hen de mogelijkheid steeds met hun vragen, gevoelens en verdriet terecht te kunnen.
1.2 Rouwmodel van Worden + vertaling naar jongeren
Ook voor kinderen en pubers is het belangrijk dat ze hun emoties en gevoelens kunnen uiten, want ook zij moeten het sterven verwerken. Bovendien moeten ze ook beschermd worden tegen de neiging zichzelf te overvragen.
De rouwende leerling moet vier rouwtaken volbrengen. Deze verschillende taken worden in het rouwmodel van Worden uitgewerkt. De rouwende moet deze taken volbrengen om het verwerkingsproces te voltooien. Vervolgens wordt dit model vertaald naar jongeren.
Dit model wordt in verschillende werkvormen (algemeen en curatief) gebruikt.
Takenmodel van dr. J.W. Worden
De beschrijving van rouw in 'taken' geeft duidelijk aan dat de rouwende zelf het belangrijkste werk moet doen. De term rouwarbeid maakt duidelijk dat iemand die een dierbare verloren heeft, werk moet verzetten om hiervan te herstellen.
De 4 rouwtaken
Rouwtaak 1: De realiteit van het verlies accepteren
Als iemand sterft, is er altijd een gevoel van ontkenning. De eerste taak is te komen tot het besef dat de overledene werkelijk dood is en niet zal terug komen. Dit betekent ook dat hereniging niet mogelijk is. Het gaat niet alleen om een rationele aanvaarding van de dood, maar ook om een emotionele aanvaarding. Deze aanvaarding vraagt tijd. Het is een moeizaam proces van het erkennen van het verlies.
Een laatste groet brengen kan helpen om de realiteit van het verlies onder ogen te zien.
Rouwtaak 1 vertaald naar kinderen en pubers
Kinderen zien de realiteit niet op dezelfde manier onder ogen als volwassenen. Veel kinderen reageren schijnbaar onverschillig of met een ogenschijnlijk gebrek aan gevoelens. Kinderen kunnen niet lang met de trieste realiteit bezig zijn, ze doen dit met tussenpozen en in beperkte hoeveelheden. Kinderen zijn verdrietig op hun manier en in hun tempo. Het duurt gemiddeld een jaar tot kinderen beseffen dat ze alleen verder moeten 52.
Bij jongeren wordt het rouwproces soms uitgesteld. Het kan soms enkele maanden of jaren duren voor de rouw doorbreekt. De ontwikkelingstaken zijn voor de pubers zo al zwaar genoeg dat rouwen er niet meer bij kan. Ogenschijnlijk leven ze 'normaal' verder. Wanneer de overblijvende ouder terug wat energie heeft, komen de rouwreacties verlaat op gang. Volwassenen (ouder, leerkrachten, trainers, …) zien dan vaak geen verband meer tussen het verlies van de jongere en het gedrag. Op school krijgen ze dan al vlug de stempel van lastige leerlingen, maar ze vinden geen gehoor voor hun verdriet.
Hoe kinderen met deze rouwtaak helpen?
Je helpt kinderen door zo open mogelijk te zijn over wat er gebeurd is. Geef een nauwkeurige uitleg hoe mama gestorven is, maar leg ook aan jonge kinderen uit wat dood zijn precies betekent. Het slechte nieuws wordt het best verteld door de ouder. Kinderen hebben vaak heel concrete vragen. Je helpt kinderen deze eerste taak af te werken door rustig op deze vragen te antwoorden.
Laat kinderen persoonlijk afscheid nemen van hun overleden papa. Het is heel belangrijk dat men voor het groeten van de overledene heel precies uitlegt wat ze zullen te zien krijgen.: 'Papa ziet heel wit en voelt koud aan…'. Soms willen kinderen geen persoonlijk afscheid nemen, dwing hen niet maar moedig hen wel aan. Wel is het goed om foto's te maken van de overleden ouder, voor het geval kinderen kind later spijt krijgen van de beslissing. Betrek kinderen zoveel mogelijk bij alles wat moet geregeld worden. Als je op rouwbezoek gaat in een gezin, praat niet alleen met de ouder, maar maak ook tijd vrij voor de kinderen. Schrijf als leerkracht, vriend,…niet alleen een kaartje naar de ouder, maar stuur ook een kaartje naar de kinderen. Geef hen de gelegenheid om erover te praten, telkens opnieuw. Door erover te praten, beseffen ze de realiteit steeds beter.
Als leerkracht help je leerlingen hun eerste taak te voltooien door aandacht te hebben voor hun verdriet, door met hen te praten, te schrijven en te tekenen over de gebeurtenis.
Rouwtaak 2: Het toelaten van de pijn van het verlies
De tweede taak is het herkennen en ervaren van de pijn van het verlies. Er is geen weg om de pijn heen. De enige weg is recht door de pijn heen te gaan. Om het rouwwerk te kunnen doen, gaat men doorheen de fysieke en emotionele pijn die met het verlies verbonden is. Niet iedereen beleeft de pijn even intensief. Mensen die deze pijn proberen te onderdrukken (alcohol, medicijnen), lopen later het risico om een depressie te ontwikkelen.
Men helpt rouwenden in het opnemen van de tweede taak als men de confrontatie met de pijn niet voortdurend vermijdt, maar mensen de kans geeft de pijn te ervaren in een zorgzame omgang met een meelevende omgeving.
Rouwtaak 2 vertaald naar kinderen en pubers
Kinderen herkennen het verlies door de pijn die ze voelen. Maar ze houden niet van pijn en proberen die pijn dan ook te vermijden. Hun pijntolerantie is laag, daarom wisselen kinderen verdriet en pijn af met spelen. De tweede rouwtaak gaat om het uitdrukken van en het omgaan met gevoelens. Dit lukt kinderen niet altijd. Het lichaam verwoordt de gevoelens die kinderen niet kunnen uitspreken in hoofdpijn, buikkrampen of andere lichamelijke klachten. Niet alle kinderen voelen hetzelfde. Het gaat niet alleen om pijn en verdriet maar ook om veel andere emoties zoals boosheid, agressie, schuld en jaloezie. Belangrijk is dat kinderen hun gevoelens kunnen ervaren en uiten, want geblokkeerde energie wordt opgeslagen en komt eens tot uitbarsting, meestal niet in verhouding tot de situatie op dat moment.
Kinderen proberen deze onprettige gevoelens te ontlopen en zoeken afleiding. Ze vinden die in school, sport,… Dergelijke afleidingspogingen zijn niet fout. Meer dan volwassenen maken kinderen hier gebruik van. Kinderen rouwen met onderbrekingen, soms zijn ze intens bezig met het verlies en andere momenten helemaal niet.
Veel mensen denken dat er onherstelbare schade wordt aangericht als kinderen de confrontatie met hun gevoelens niet aangaan. Maar het omgekeerde is waar. Kinderen moeten er zelf aan toe zijn. Kinderen kunnen allerlei redenen hebben waardoor ze het moeilijk hebben om met hun gevoelens om te gaan. Ze houden veel rekening met anderen. Zeker wanneer één van de ouders overlijdt, houden ze rekening met het verdriet van de overblijvende ouder. De omgeving is dan vaak niet veilig genoeg om de gevoelens te uiten.
Hoe kinderen en pubers met deze rouwtaak helpen?
Kinderen voelen net zoveel als volwassenen, maar ze kunnen de gevoelens minder goed onderscheiden dan de 'doorsnee' volwassene. Zo kunnen ze verdrietig zijn en dit als boosheid uiten. Je kan kinderen helpen door de gevoelens te benoemen, zodat ze zelf leren het onderscheid te maken tussen de verschillende gevoelens.
Kinderen kunnen ook geholpen worden door een klimaat te creëren waarin ze zich veilig genoeg voelen om hun gevoelens naar buiten te brengen. De basis hiervoor is dat volwassenen hun eigen gevoelens niet ontkennen en ze ook uitspreken. Boosheid, opstandigheid, schuldgevoelens, schaamtegevoelens en woede zijn gevoelens die bij rouw kunnen horen. Het is nodig dat men dit kinderen ook duidelijk maakt. Zoek naar vormen waarin kinderen hun agressie kwijt kunnen zonder zichzelf of anderen te kwetsen (bijvoorbeeld: een boksbal, een matras). Kinderen kunnen vaak beter hun gevoelens op een andere manier uiten dan met woorden. Er zijn veel manieren om samen te rouwen. Kleine kinderen kan je voorlezen uit een boek, best voor het slapen gaan. Bij tieners en adolescenten kan je naar een film over de dood gaan kijken en daarna iets gaan drinken terwijl je napraat. Er kan heel veel zolang je de jongere maar niet dwingt om te vertellen over wat er in hem omgaat. (link naar films)
Spreek de naam van de overleden ouder regelmatig uit, zwijg hem zeker niet dood. Maar breng de overledene ook niet te pas en te onpas ter sprake.
Volwassenen vergeten best ook niet dat kinderen zich niet alleen bang, boos, verdrietig,…voelen maar dat ze ook blij kunnen zijn. Het is belangrijk dat blijheid wordt toegelaten. Volwassenen moeten kinderen niet alleen de kans geven om de pijn te ervaren die het verlies meebrengt. Even belangrijk is het dat ze zorgen voor een goede lichamelijke, emotionele en spirituele ondersteuning.
Rouwtaak 3: Het aanpassen aan een situatie waarin de overledene afwezig is
De derde taak is zich aanpassen aan een nieuw leven zonder de overledene. Iedereen moet deze taak doormaken, maar ze is voor iedereen verschillend. Het verschil wordt bepaald door de relatie die men met de overledene had en welke rollen hij vervulde. Deze aanpassing betekent niet altijd alleen maar een vervanging zoeken voor bepaalde functies en taken. Het kan ook een statusverlies betekenen.
Men helpt de rouwende met deze derde taak door telkens opnieuw te luisteren hoe hij zich probeert aan te passen aan deze nieuwe situatie en welke moeilijkheden dat met zich meebrengt.
Rouwtaak 3 vertaald naar kinderen en pubers
De kinderen verkennen in deze taak hoe het leven nu verder moet. De eerste periode zijn er voortdurend gebeurtenissen die kinderen confronteren met het verlies: de verjaardag van mama, moederdag, eerste kerst zonder mama,…Verder leven zonder dat mama lichamelijk aanwezig is, is een zware taak. Hoe zwaar deze taak is, hangt af van de relatie die de kinderen met de overleden mama hadden. Kinderen moeten nu verder zonder hun lieve mama. Dit betekent dat ze dingen die ze vroeger altijd samen deden met hun mama, nu alleen moeten doen. Bijvoorbeeld: Wie gaat met mij mee naar de voetbal? Wie gaat met mij een beha kopen?
Mama die overleden is, had bepaalde rollen en functies. Zij die zorgde, kookte, waste, streek, knuffelde, luisterde,…is weg. Wie neemt dat nu over? Gaat papa meer zorgtaken op zich nemen en meer knuffelen? Misschien moeten kinderen meer gaan meehelpen in het huishouden nu papa het alleen moet doen. Dat betekent nieuwe vaardigheden ontwikkelen om het verlies te compenseren.
Geleidelijk ontdekken de kinderen dat ze meerdere soorten verlies hebben. Vriendinnen komen niet meer zo graag langs, een deel van het inkomen is weggevallen, soms haken familie en vrienden af.
Kinderen beseffen plots dat ze zich mama's stem niet meer herinneren. Men kan de herinnering levend houden door gebruik te maken van videobanden, foto's, brieven,…Herinneringen zijn in deze rouwtaak belangrijk. Rouwen is het herbeleven van herinneringen zowel de leuke als de minder leuke. Zowel op school als thuis kan je op bepaalde dagen extra aandacht besteden aan herinneringen. Rituelen kunnen daarbij helpen. Bijvoorbeeld: 'Op de overlijdensverjaardag van mama gaan we eerst samen naar de jaarmis, daarna legt papa een roos op het graf van mama en ik maak een tekening voor mama die ik dan altijd op het graf mag leggen'. Kinderen willen herinneringen een plaats geven in hun leven, dat kan door belangrijke voorwerpen (een juweel van mama) te bewaren.
Hoe kinderen met deze rouwtaak helpen?
Bij deze taak is het goed om naar de kinderen te luisteren en hen telkens weer op verhaal te laten komen. Een aangename manier om met herinneringen bezig te zijn, is het maken van een herinneringsboek. Kinderen plakken in dit boek foto's van papa, schrijven anekdotes over papa, plakken brieven in van papa, bewaren hierin de rouwbrief en reacties die ze gekregen hebben. Een variant van een herinneringsboek is een bewaardoos maken samen met je kinderen. Als de stervende ouder iets aan de kinderen kan meegeven in woorden of in de vorm van een voorwerp, heeft dat een blijvende waarde.
Als volwassene moet je je kinderen het perspectief geven dat er een moment gaat komen dat het verlies niet meer allesoverheersend gaat zijn. Ze worden dan 's morgens wakker en denken niet onmiddellijk aan papa, die er niet meer is. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de kinderen papa vergeten zijn. Vergeten doen ze hem nooit.
Als volwassene moet je een middenweg zoeken waarin de overledene regelmatig ter sprake komt. Doodzwijgen is niet goed, maar het andere uiterste is evenmin goed voor kinderen.
Bij het overlijden van een ouder, komt het vaak voor dat jongeren de taken en verantwoordelijkheden van de ouder overnemen. Het is niet goed dat de zoon de plaats van de papa gaat innemen. Dat is teveel gevraagd. Jongeren moeten ondanks het verlies van hun papa jong kunnen zijn met verantwoordelijkheden die bij hun leeftijd passen. Dit wil niet zeggen dat ze geen extra taakjes mogen doen.
Door het overlijden van een ouder is de omgeving van de jongere veranderd. Door het verkennen van die nieuwe omgeving, leert de jongere verder te leven zonder de lijfelijke aanwezigheid van de ouder. Het is niet verstandig om de jongere te overtuigen om al de banden met de overledene op te geven. Met de dood stopt het leven, maar niet de relatie die men met deze ouder had.
Rouwtaak 4: De overledene emotioneel een plaats geven en de draad van het leven weer oppakken
De vierde rouwtaak bestaat erin zich emotioneel los te maken van de overledene en de emotionele energie in andere relaties en dingen te investeren. Veel nabestaanden hebben het gevoel dat dit loslaten een vorm van ontrouw is aan de overledene. Nabestaanden die deze taak niet afwerken, zijn niet in staat om van anderen te (durven) houden.
Een rouwproces is voltooid als de vier taken zijn afgewerkt. Een afgewerkt rouwproces is merkbaar als men terug kan genieten van alledaagse dingen, de problemen van het leven terug aankan en men minder in beslag genomen wordt door het verdriet. Het eindresultaat van verwerking is de integratie van het verlies en niet het vergeten van het verlies.
Rouwtaak 4 vertaald naar kinderen en pubers
Kinderen staan voor de taak de overleden mama een plaats te geven in hun emotionele leven. Dit betekent verder leven met de dode in het hart. De overleden mama is op deze manier heel dicht bij het kind en kan op deze manier haar kracht doorgeven aan het kind. Sommige kinderen hebben het gevoel dat de overleden mama er is op momenten dat dat nodig is. Wanneer kinderen de aanwezigheid van de overleden mama voelen, is er een verbinding tot stand gebracht en komt er ruimte vrij voor nieuwe dingen en relaties.
Hoe kinderen met deze rouwtaak helpen ?
Ook na lange tijd blijft het belangrijk om te luisteren naar kinderen, hoe vaak ze het verhaal ook al verteld hebben. Kinderen moeten zich veilig blijven voelen om altijd weer hun gevoelens te kunnen uiten.
Het leven gaat verder zonder de overleden papa, toch blijft het belangrijk om zijn naam te blijven noemen en herinneringen op te halen. Als het de gewoonte is om samen in een gezin te bidden, kan men regelmatig eens voor papa bidden.
Ook al heeft mama een nieuwe partner, de overledene is en blijft de papa; dat gevoel mag het kind niet ontnomen worden.
Besluit
Rouw is als een schaduw die men meedraagt en af en toe torenhoog voor het kind staat. Het gemis komt steeds terug. Als kinderen naar de universiteit gaan, als ze trouwen, als ze kinderen krijgen,…Toch kunnen kinderen op een gezonde manier met het rouwen bezig geweest zijn zodat ze weer min of meer verder kunnen met leven. Dit kan je zien als kinderen weer kunnen genieten van de dagelijkse dingen, als ze de problemen van het dagelijkse leven weer aankunnen en minder in beslag genomen worden door hun verdriet.
1.3. Rouwen is: psychische, sociale, fysische en spirituele pijn
Rouwen is een totale pijn. De pijn overrompelt en palmt de mens totaal in. Er is geen dimensie in het bestaan of ze wordt er radicaal door aangetast. De rouwende mens lijdt op fysisch vlak, maar ook op emotioneel, sociaal en spiritueel vlak. Pubers zien de dood anders dan volwassenen. Hun visie op de dood beïnvloedt de verschillende pijnen.Vooraleer de psychische, sociale, fysische en spirituele pijn te omschrijven, is het zinvol na te gaan wat men onder rouw verstaat.
Wat is rouw?
De dood van een ouder wordt gezien als de belangrijkste verlieservaring die een puber kan meemaken. In het reine komen met dit verlies is een zeer moeilijk proces. Houden van en rouw zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het rouwen van pubers is een worsteling met een onbegrijpelijk en pijnlijk verlies.
Het verwerken van het verlies kost tijd en vraagt veel energie. Het is hard werken. Dit werk is de rouwarbeid. Rouwen is een proces waarin de puber het verlies een plaats geeft, het gaat van pijn zijn en pijn hebben. Rouwen betekent veel verdriet en pijn hebben. Rouw is veelvormig. Niet iedereen rouwt op dezelfde manier en in hetzelfde tempo. Pubers rouwen in dezelfde mate als volwassenen maar tonen hun verdriet en rouw op een andere manier. Pubers reageren eerst als pubers dan als volwassenen.
Pubers rouwen en geven verlies een plaats op voorwaarde dat volwassenen hen daarbij helpen. Als het om het verlies van een ouder gaat, staat de partner voor een dubbele en bijzonder zware taak om het eigen rouwproces aan te gaan en tevens de kinderen te ondersteunen.
Hoelang rouwen pubers? Dit verschilt van puber tot puber. Door het overlijden van een ouder, heeft een puber een litteken. We kunnen dit litteken niet uitwissen, ongedaan maken. Het litteken zal meegroeien voor altijd. Het zal onderhevig zijn aan warmte en koude. De golven van intens verdriet en pijn zullen in de loop der jaren afnemen. Het verdriet zal minder hevig worden en zich meer spreiden over de dagen. Maar het litteken blijft. Er zal altijd een 'voor en na' blijven. Pubers leren ermee leven, raken eraan gewoon, maar hun huid en hart zullen altijd de littekens van de verwondingen blijven dragen. Na verloop van jaren slagen ze erin om de overleden papa/mama een plaats te geven in hun hart en de draad van het eigen leven weer op te nemen. Al zullen er momenten komen waarop het verlies van papa weer torenhoog voor hen staat.
Psychische pijn
De psychische ontwikkeling
Pubers zijn geen afgewerkt product. Volwassenen hebben hun psychische ontwikkeling grotendeels doorlopen en kunnen zich permitteren om een pauze te nemen om te rouwen. Pubers zitten midden in een psychische en emotionele ontwikkeling en kunnen daarmee niet stoppen of een pauze inlassen om te rouwen. Dus moeten het rouwen en de psychische ontwikkeling tegelijkertijd plaatsvinden. Dit is vaak een zware en verwarrende taak waarbij één van deze twee in de knel kan komen.
Wanneer het verlies een ouder betreft, zijn pubers gedwongen verder te gaan met hun psychische ontwikkeling in afwezigheid van de overleden ouder. Pubers zijn een stukje van zichzelf kwijt. Dit beïnvloedt hun identiteitsontwikkeling.
Er kan een stilstand in de ontwikkeling zijn, pubers kunnen in een fase blijven steken of ze kunnen juist vroegtijdig in een volgende ontwikkelingsfase terechtkomen. Uit onderzoek blijkt dat pubers bij de dood van een ouder versneld volwassen worden.
Verlieservaringen hebben invloed op de wijze waarop een persoon zich ontwikkelt, zeker als deze verliezen plaatsvinden op jonge leeftijd. Spilfiguren zijn daarin de ouders, zeer vaak de moeder. Als op jonge leeftijd een sleutelfiguur wegvalt, heeft dit grote invloed op de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Zelfvertrouwen en vertrouwen in het leven worden dan ernstig geschaad. Het kan de verwerking van verliezen op latere leeftijd moeilijker maken.
Gevolgen van de psychische pijn
De jonge mens wil voluit leven
Jonge mensen doen aan het begin van hun puberteit veel nieuwe ontdekkingen. Ze krijgen andere behoeftes: lichamelijk en emotioneel. Psychisch en emotioneel zijn pubers in ontwikkeling. Ze zijn bezig hun zelfstandigheid en persoonlijkheid te ontwikkelen. Ze willen ontdekken wie ze zijn. Ze zoeken naar tijd en ruimte voor gesprekken met vrienden. Ze willen bij de groep horen. Ze zijn op zoek naar manieren om op eigen benen te staan. Ze willen voluit leven en willen dit ook na het overlijden weer zo vlug mogelijk doen. Dit leidt vaak tot onbegrip bij de overgebleven ouder.
Pubers twijfelen aan hun identiteit
Dit alles maakt het pubers niet gemakkelijk. Ze zijn op zoek naar hun identiteit en tegelijk rouwen ze. Praten met de overgebleven ouder zien ze als kinderachtig. Jongeren staan precies tussen de leeftijd van kind en volwassene. Ze willen volwassen zijn en onafhankelijk en tegelijk roept het verlies soms een sterke behoefte aan geborgenheid en veiligheid op. De eigen identiteit is volop in ontwikkeling. Sommige pubers gaan na het verlies van papa twijfelen aan wie ze werkelijk zijn. Wie ben ik, nu papa er niet meer is? Ze willen geen kind meer zijn en betutteld worden door hun mama, maar af en toe willen ze zich weer helemaal thuis voelen bij hun mama. Het is lastig voor hen om een normaal ontwikkelingsproces voort te zetten. Men spreekt van een versnelde groei naar volwassenheid waarbij belangrijke aspecten in de ontwikkelingsfasen overgeslagen worden.
Wees alert voor depressies
Een vermindering van schoolprestaties komt dan ook regelmatig voor in deze omstandigheden. Pubers zijn door het overlijden verward en triest. Ze vinden hun draai niet, ze zijn moe en tegelijkertijd kunnen ze niet slapen. Het gevolg hiervan is dat ze zich moeilijk kunnen concentreren in de klas en op hun huistaken. In deze leeftijdsfase zijn jongeren dikwijls gevoelig voor depressies. Ze isoleren zich en hebben geen interesse meer in studeren. Hun vriendengroep zegt hen nog weinig. Het is belangrijk dat je als ouder en leerkracht waakzaam bent voor dit gedrag en ook hulp zoekt, zeker wanneer een puber meerdere signalen tegelijk uitzendt. Signalen die genoemd of gezien kunnen worden zijn concentratieproblemen, slaapproblemen, nachtmerries, onverschilligheid en niet aanspreekbaar zijn.
Afleiding en uitstel
Andere pubers zoeken afleiding in hun studies. Zij gaan juist abnormaal hard studeren om de pijn niet te voelen. Op deze manier moeten ze niet denken en niet voelen. Het lijkt dan alsof er geen gevoelens van verdriet zijn. Alle gevoelens lijken stevig ingepakt in een kluisje te zitten. (link suggesties voor school)
Sociale pijn
Het gezin zoals het voor het overlijden functioneerde, verandert. Er is een gat gekomen en dit is enorm voelbaar in de alledaagse dingen. Al de gewone dingen hebben niet meer dezelfde betekenis. Mama is veranderd, maar ook de plek die de puber in het gezin had, is niet meer dezelfde. Er kan ook een verlies van status optreden wanneer een ouder een belangrijke positie had in de gemeenschap.
Bij het overlijden van een ouder hebben jongeren vaak het gevoel anders te zijn en krijgen ze moeilijker aansluiting bij de groep. Hun vrienden zijn vaak niet in staat hen te ondersteunen.
Pubers vertellen via hun gedrag wat er in hen omgaat. Hun gedrag is soms moeilijk, vaak onbegrijpelijk of onaanvaardbaar. Hun doen en laten is de taal waarmee jongeren duidelijk maken hoe moeilijk ze het hebben. Hiermee vertellen ze over hun verdriet en zeggen ze ons dat ze rouwen. Dit inzien is een zware opgave voor de omgeving.
Gevolgen van de sociale pijn
De puber krijgt soms een zware rol
Pubers kunnen zich ineens veel volwassener gaan gedragen en hun jeugd in één klap achter zich laten. Ze krijgen in een gezin soms een aantal extra taken die ze niet willen of kunnen opnemen. Ze worden in een rol geduwd die te veel verantwoordelijkheid meebrengt. Adolescenten kunnen beter niet de vervanger van papa/mama zijn. Het is wenselijk jongeren niet te belasten met opdrachten die ze niet aankunnen.
Terugtrekgedrag
Pubers hebben regelmatig de behoefte zich terug te trekken op hun kamer en willen vooral geen gezeur van volwassenen die vragen hoe ze zich voelen. Ze hebben meer nood aan leeftijdsgenoten dan aan een ouder. Maar leeftijdsgenoten die in staat zijn om rouw te delen zijn zeldzaam. Als gevolg hiervan kunnen ze zich ook echt gaan isoleren, niet alleen door zich op hun kamer terug te trekken, maar ook door niet deel te nemen aan activiteiten en in ontmoeting met anderen geen werkelijk contact toe te laten. Ze hebben nergens zin in, sluiten zich af en gedragen zich apathisch. Het kan in deze omstandigheden voorkomen dat pubers gaan spijbelen. Vaak komen beide vormen van isolatie, van zichzelf en van anderen, samen voor. Om te kunnen rouwen is het nodig dat een puber weer contact gaat maken.
Camouflagegedrag
Pubers willen geen uitzondering zijn. Ze willen 'in' zijn en een uiterlijk dat niet anders is dan hun leeftijdsgenoten. Als mama zwaar ziek is en sterft, voelen ze zich een uitzondering. Daarom gedragen ze zich vaak alsof er niets aan de hand is, om niet buiten de groep te vallen. Ze willen niet afwijken en zich zeker niet afhankelijk tonen. Maar van binnen is er een grote innerlijke verwarring en ze weten niet hoe hiermee om te gaan. Deze verwarring kan naar buiten komen in onhandelbaar gedrag.
Zorgwekkend gedrag
Als leerkracht en ouder is het belangrijk dat je waakzaam bent bij rouwende kinderen. Belangrijk als leerkracht is dat je nagaat wat de oorzaak is bij een plotse gedragsverandering. Volgende gedragingen zijn verontrustend en worden best opgevolgd door een pedagoog of psycholoog. Het is niet de taak van school om een zorgwekkend rouwproces van leerlingen te begeleiden. De leerkracht kan optreden als bemiddelaar. Als er signalen zijn dat het kind hulp nodig heeft, kan hij samen met de ouder hulp zoeken.
- Beginnen stelen, drugs gaan gebruiken, dingen vernielen
- Regelmatig dreigen met zelfdoding
- Nergens meer plezier in hebben
- Buitensporig boos of verdrietig zijn
- Zich gaan isoleren en contact vermijden
- Zichzelf verwijten blijven maken
Fysische pijn
Bij het overlijden van een ouder ontstaat er een grote verwonding bij jongeren. Ze lijden dan niet alleen emotioneel, maar ze gaan vaak ook psychosomatische klachten ontwikkelen. Het verdriet tast niet alleen het welzijn van deze jongeren aan, maar ook de gezondheid. In de gezondheidszorg wordt steeds meer erkend dat pijnlijke gevoelens zich kunnen vastzetten in het lichaam.
Pubers zijn soms nog niet in staat om via woorden hun gevoelens te uiten. Deze gevoelens komen dan via het gedrag naar buiten. Maar ze kunnen ook zichtbaar worden via het lichaam. Het verdriet wordt vertaald in lichamelijke klachten. Waar de mond niet kan spreken, spreekt het lichaam. Het lichaam verwoordt de gevoelens. Het is dan ook belangrijk dat wanneer pubers bij de dokter komen, hij aandacht besteedt aan hun verleden om te zien of ze geen grote verlieservaring gehad hebben.
Gevolgen van de fysische pijn
Ook pubers hebben psychosomatische klachten
Het lukt jongeren niet altijd om hun gevoelens uit te drukken omdat ze het gezin als niet veilig genoeg ervaren. Bij vrienden kunnen ze met hun verdriet vaak niet terecht. Daar willen ze vooral cool zijn en erbij horen, zeker niet anders zijn. Ze uiten hun emoties dan vaak in psychosomatische klachten. Hier gaat het lichaam de gevoelens verwoorden: hoofdpijn, buikkrampen, maagpijn en dergelijke zijn het gevolg.
Ook bij de pubers krijgen we vaak symptomen die betrekking hebben op de terminale ziekte van de overledene.
Nood aan lichamelijke ondersteuning
Ongeacht de leeftijd van jongeren stelt men vast dat wanneer ze met een intens verlies geconfronteerd worden, de pijn van dit verlies zich vaak vertaalt in lichamelijke klachten. De meest voorkomende symptomen in het begin van het rouwproces zijn: slaapstoornissen, huilen, verlies van eetlust en moeite om zich te concentreren.
Het is belangrijk dat pubers de kans krijgen om de pijn te ervaren die het verlies meebrengt. Maar dit is slechts één aspect. Tegelijk hebben ze ook behoefte aan lichamelijke ondersteuning. Lichamelijk hebben jongeren behoefte aan gezonde voeding, voldoende rust, slaap en regelmatige lichamelijke activiteiten. Probeer als ouder zo vlug mogelijk te voldoen aan deze behoeften van hen. Wanneer de overblijvende ouder deze behoeften tijdelijk niet kan vervullen, is het zinvol dat hij/zij hulp vraagt.
Spirituele pijn
Het ziek zijn en sterven een plaats geven
Als jongeren geconfronteerd worden met het ziek zijn en sterven van een ouder, staan zij vaak stil bij de zin van het leven. Ze hebben dan niet alleen behoefte aan een lichamelijke en emotionele ondersteuning, maar ook aan een spirituele ondersteuning. Op spiritueel vlak hebben pubers behoefte aan gesprekken over de levens- en zingevingsvragen die dit gebeuren meebrengt. Ze proberen het ziek zijn en dood gaan van hun mama te begrijpen en vragen zich af waarom dit met haar gebeurt. Zelfs als er geen antwoorden zijn, is het belangrijk dat ze deze vragen mogen stellen. Het zoeken naar zin en betekenis, naar antwoorden op vragen waarop geen antwoorden te geven zijn, is een onderdeel van een normaal rouwproces.
Vragen zijn belangrijker dan antwoorden
Zoeken naar zin doet vragen stellen over de rechtvaardigheid in het leven en over waarden. Naast papa verliest men ook vaak het eigen perspectief in het leven. Toch is het stellen van deze vragen een belangrijk onderdeel van de verwerking van het verlies. Het niet stellen van deze vragen, kan lijden tot het verlies van het geloof in het leven. Het verwerken bestaat uit het stellen van de vragen en niet het vinden van de antwoorden. Er is hier een bijzondere taak weggelegd voor de godsdienstleerkracht, pastor of parochiepriester om deze vragen te begrijpen en te ondersteunen zonder dat men ze probeert te beantwoorden. Aandachtig luisteren helpt jongeren om hun religieuze en spirituele waarden te verkennen, om hun kijk op het leven te herzien en opnieuw zin te vinden in het leven. Als men goed luistert naar hen, hoort men hoe ze voor zichzelf een aantal antwoorden vinden, waarmee ze verder kunnen leven.
Gevolgen van de spirituele pijn
Op zoek naar waarden en betekenissen van het leven
Als men pubers helpt met hun spirituele pijn, leert men hen iets over de kracht, het mysterie en de waarde van menselijke relaties. Men leert hen hun eigen prioriteiten in het leven te onderzoeken, om effectiever met het verdriet van anderen om te gaan. Momenten van rouw zijn een krachtige uitnodiging tot het mysterie van het leven. Tieners helpen betekent deze uitdaging met hen aangaan. Want in deze leeftijdsfase zijn de jongeren heel erg op zoek naar de betekenissen en de waarden van het leven en de dood.
De puberteit maakt de worsteling met zingevingvragen extra moeilijk
In het rouwproces van jongeren geeft de zingeving extra moeilijkheden. De pubers zijn bezig om zelfstandig te worden en nu worden ze buiten hun wil om ineens los geworpen. Dat veroorzaakt verwarring bij hen. Ze stellen zich vragen: 'Waarom overkomt mij dit? Welk nut heeft het leven als mensen waar je het meest van houdt, ziek worden en sterven? Welke zin heeft het leven als het ineens afgelopen kan zijn? Wie ben ik en wat wil ik nu?', zijn vragen die hen bezighouden en die de zin en betekenis van hun leven raken. In dit rouwproces hebben pubers behoefte aan liefde en bescherming, wat haaks staat op het losmakingproces. In deze worsteling hebben de jongeren het gevoel alleen te staan.
Vervreemd van religie
Heel het zingevingproces wordt nog bemoeilijkt doordat pubers en adolescenten het vaak moeilijk hebben met religie. Ze zijn dikwijls vervreemd van gelovige tradities, hebben een hekel aan instituten en worstelen bovendien met het mysterie van leven en dood.
Besluit
Het besluit is een fragment uit het boek van J. Snoeck 'Dit doe je kinderen niet aan'. Het verwoordt op een schitterende wijze dat je pubers kan helpen met hun sociale, psychische, fysische en spirituele pijn door zorgzaam nabij te zijn, door te luisteren en de pijn niet te verdringen. Doorheen de verschillende pijnen hervinden kinderen terug de levenskracht om als een rijker mens met een blijvend litteken verder te kunnen leven.
“Als je jongeren observeert, zul je zien hoe kwetsbaar (en gekwetst) velen rondlopen. Net als een oester, met een harde buitenkant, maar zo week van binnen. En dan gebeurt het dat er bij die oester iets binnendringt wat er niet thuishoort, een zandkorrel bijvoorbeeld. Deze zandkorrel kan de pijn en het verdriet zijn om een verlies en de dood van iemand van wie het zoveel houdt. Een dergelijk verlies is een blijvend litteken, en zal nooit meer verdwijnen uit het leven van het kind, net zomin als de zandkorrel nog uit de oester geraakt. Maar dan komt het paarlemoer. Flinterdun, laagje voor laagje, begint het paarlemoer zich af te zetten rondom de verontreiniging. Uiteindelijk is die kwetsbare oester in staat om de zandkorrel te transformeren tot haar grootste innerlijke rijkdom: een parel. Als het rouwende puber zich mag omgeven door mensen die echt om hem geven, als mensen omhullend nabij zijn bij de jongere in rouw, dan kan het kind bij zijn eigen levenskracht komen en de innerlijke pijn ombuigen tot de grootste bron van leven. Zo krijgen parels van jongeren een nog grotere en mooiere parel.”
1.4 Begeleiding van pubers
Begeleiden betekent 'op weg vergezellen'. Begeleiding heeft een meer persoonlijke betekenis dan helpen. Het betekent niet de problemen voor de anderen oplossen, maar hen zodanig steunen dat ze zelf hun problemen aankunnen. De begeleiding bestaat er vooral in aandacht en ondersteuning te geven aan kinderen, omdat ze de situatie van hun stervende mama/papa tijdelijk niet alleen kunnen verwerken. Het begeleiden bestaat erin kinderen te helpen om tot een verantwoorde en persoonlijke beslissing (bijvoorbeeld: breng ik nog een laatste groet?) te komen. Men moet wel opletten dat men het eigen normenstelsel en visie niet tot norm maakt voor anderen.
Het belang van het afscheid nemen
Om na het overlijden van de papa het rouwproces goed te kunnen aanvangen, moet men de werkelijkheid van het verlies onder ogen zien (rouwtaak 1). Jongeren die afscheid konden nemen, hebben het later makkelijker met deze eerste rouwtaak. (rouwtaak 1)
Het is voor een gezin goed om samen in het ziekenhuis tijd door te brengen bij de stervende ouder. Dit geeft een goede basis voor het gezin om later steun bij elkaar te vinden. Geef als leerkracht, pastor of ouder eerlijk antwoord op de vragen van jongeren.
Niet alleen een bezoek bij de stervende papa is helend, ook de aanwezigheid van de kinderen bij de eventuele ziekenzalving. Het is een dankbaar moment voor het gezin dit samen te beleven. Ze voelen zich dan door elkaar gedragen. Jongeren voelen op zulke momenten dat ze niet alleen staan met hun verdriet, dat er mensen zijn die van hen houden.
Omgaan met de waarheid
Wanneer mama te horen krijgt dat ze ongeneeslijk ziek is, vragen papa en mama zich vaak af of de kinderen de waarheid wel kunnen dragen. Toch leert de praktijk dat eerlijke info de minste problemen oplevert. Kinderen krijgen dan het gevoel dat ze ernstig genomen worden. Als je kinderen niets vertelt, worden ze ongerust en kunnen ze psychosomatische klachten ontwikkelen. Het verhaal van Marie illustreert deze psychosomatische klachten.
De mama van Marie, een meisje van zestien, was terminaal ziek. De ouders waren er niet in geslaagd om dit zelf te aanvaarden Ze bleven in de fase van de ontkenning zitten. Marie voelde dat het niet goed ging met haar mama. De ouders bespraken het ziek zijn van de mama niet met Marie. Het gevolg was dat Marie een paar keer per week op school flauw viel. Later vertelde ze me dat ze zo graag met haar mama nog een aantal dingen had willen bespreken. Een gemiste kans voor haar.
Wie vertelt de waarheid?
De waarheid wordt het best verteld door de stervende ouder of diens partner. De ouders doen dit best thuis waar de kinderen zich veilig voelen. De ouders kunnen dit aan alle kinderen tegelijk vertellen, daarna praten ze met elk kind afzonderlijk. Wanneer ouders dit te moeilijk vinden, kan dat best door een externe hulpverlener gebeuren waar de kinderen een band mee hebben opgebouwd. Misschien is het goed dat de ouders aanwezig zijn, zodat zij het gesprek verder kunnen zetten als de hulpverlener weg is.
Als ouders praten moeilijk vinden, zoeken jongeren vaak een vertrouwd iemand op om over het ziek zijn en sterven van mama/papa te praten. Probeer als hulpverlener de ouders daarin te betrekken. Onderstaand praktijkvoorbeeld illustreert hoe jongeren ouders proberen te ontlasten met hun zorgen.
Samen met de ouders van Daan werd besproken dat ik hem wekelijks zou spreken. De vertrouwensrelatie was zo groot dat ik samen met Daan zijn mama ben gaan bezoeken tijdens haar laatste levensdagen. Tijdens de gesprekken die ik met Daan had, had hij heel wat zingevingsvragen.
Hoe een bezoek voorbereiden?
Nadat de ouder het goedvindt dat de kinderen op bezoek komen, moet deze vraag ook aan de kinderen gesteld worden. Papa legt best uit wat de kinderen te zien krijgen op de ziekenkamer, hoe mama eruit ziet, met welke apparaten ze verbonden is, wat mama nog kan. Als papa het bezoek niet kan voorbereiden, doet dit best een hulpverlener. Dit kan de pastor, de verpleegkundige, een psycholoog, de leerkracht… zijn, iemand waar de kinderen zich veilig bij voelen. Best blijf je als hulpverlener niet aanwezig bij het bezoek, maar vertel je wel waar ze je kunnen vinden. Indien mogelijk geeft de stervende mama aan de kinderen een herinnering mee bijvoorbeeld: een juweel, afscheidsbrieven,…. Deze herinnering zullen de kinderen later koesteren.
De zorgverlener heeft niet alleen aandacht voor de patiënt, maar zeker ook voor de kinderen. Het is goed om tijd vrij te maken, om te luisteren naar hun vragen en emoties. Ook hier kan de godsdienstleerkracht of klasleraar een belangrijke rol spelen in het luisterend aanwezig zijn, zodat de jongeren nog eens op verhaal kunnen komen.
Na het bezoek kan het zijn dat papa en mama zelf teveel verdriet hebben. Raad ouders dan aan om tijdelijk een opvang te zoeken die de kinderen de warmte en de aandacht kan geven die ze nodig hebben.
Emoties van het kind
Volwassenen hebben vaak moeite met verdriet van jongeren. Het is niet goed om het verdriet van jongeren te minimaliseren, het weg te stoppen of niet toe te laten. De eerste en beste troost is dat pubers verdrietig mogen zijn. Jongeren leer je omgaan met verdriet door zelf te vertellen hoe jij je als ouder of hulpverlener (leraar, pastor) daarbij voelt.
Omgaan met schuld
Jongeren kunnen het soms moeilijk hebben met het veranderde uiterlijk van de zieke ouder. Ze hebben moeite om bij mama op bezoek te gaan, haar te knuffelen, een kus te geven. Het is goed dat je dit gevoel bij hen erkent, dat kinderen over hun schuldgevoel kunnen spreken. Je kan ze duidelijk maken dat mama uiterlijk veranderd is, maar innerlijk nog altijd dezelfde mama is die haar kinderen heel graag ziet en knuffelt. Na het overlijden van mama hebben jongeren vaak nog schuldgevoelens. Ze vragen zich af of ze wel voldoende van mama gehouden hebben. Ze voelen zich soms schuldig omdat ze boos en opstandig geweest zijn tegenover hun mama.
Omgaan met kwaadheid
Kwaadheid is een reactie op gevaar. Bij gevaar hoort een vijand. De vijand is de eigen innerlijke pijn. Jongeren willen de pijn niet voelen en worden kwaad, gaan vechten. Bij jongeren ontstaat kwaadheid wanneer ze gekwetst zijn en niet de kans gekregen hebben om hun gekwetstheid te uiten. Jongeren worden vaak minder ernstig genomen. Je kan boze pubers helpen door ze even liefdevol vast te nemen. Dit is een eerste stap om hun boosheid te kanaliseren. Belangrijk is dat ze het gevoel hebben niet afgewezen te worden, maar net begrepen worden in deze agressieve gevoelens. Voor een hulpverlener is het belangrijk dat je dit gevoel (h)erkent, er begrip voor opbrengt en het benoemt. Omgaan met kwaadheid als hulpverlener betekent jongeren terecht wijzen als het gedrag niet toelaatbaar is. Vraag steeds aan jongeren waarom ze zich zo gedragen. Deze antwoorden brengen ons dichter bij de hun gevoelens. Kwaadheid kan dan begrepen worden en samen kan er gezocht worden naar een aanvaardbare manier om agressie te kanaliseren
Onderstaand praktijkvoorbeeld illustreert hoe kwaadheid werd opgevangen.
Jan (zestien jaar) reageerde in de klas heel agressief tegenover een aantal leerkrachten. Als leerlingenbegeleidster wees ik hem op zijn onbeleefd gedrag tegenover mijn collega's. Ik vroeg hem waarom hij dit deed. Hij vertelde me dat zijn mama nog maar één maand te leven had en dat hij op alles en iedereen heel kwaad was. Onmiddellijk ontstond er begrip voor zijn reactie. We spraken af dat ik mijn collega's zou informeren. Telkens als hij het heel moeilijk kreeg in de klas, mocht hij buiten even een rondje gaan lopen en tot rust komen. We spraken ook af om elkaar wekelijks te spreken.
Jongeren kunnen een boosdoos of een boze muur maken.
Curatieve werkvormen, rouwtaak 2
Omgaan met angst
Angst ontstaat wanneer bij jongeren een centrale figuur, de mama/papa, dreigt weg te vallen of wegvalt. Met deze angst maken ze hun verlangen naar geborgenheid en veiligheid kenbaar. Het is uiterst belangrijk om jongeren eerlijke informatie te geven.
Als hulpverlener (parochiepriester, pastor of leerkracht) kan je aan de ouders de raad geven om zo snel mogelijk voor een thuis te zorgen, waar rust, geborgenheid en veiligheid aanwezig zijn. Je kan samen met de ouder(s) zoeken naar een tijdelijke opvang. De school kan in deze periode een bijzondere rol vervullen. De school is een plek waar niets veranderd is, de school geeft een houvast aan jongeren. Sommige jongeren willen op school juist daarom niet spreken over het dreigende verlies van hun papa of het verlies van papa. Met pubers kan dit samen besproken worden, want een leerkracht kan juist in deze omstandigheden de jongeren proberen op te vangen, naar hun emoties luisteren. Het is belangrijk als hulpverlener oog te hebben voor het gedrag van jongeren, want de angstgevoelens zullen zich vaker via het lichaam vertalen dan wel in woorden.
Als leerkracht kan je jongeren hun angsten laten uittekenen. Deze tekeningen verzamelt de leerkracht in een bangdoos. (rouwtaak 2)
Meeleven via je lichaam
Jongeren met verdriet hebben behoefte aan knuffels en aandacht. Een hand op de schouder leggen of de hand vasthouden zijn tekens van warme verbondenheid. Je zal als leerkracht en pastor de grens die jongeren aangeven niet overschrijden. Je kan zelfs vragen: 'Mag ik een hand over je heen leggen?'.
Onopvallend verdriet
Jongeren uiten hun emoties vaak langs hun lichaam en via hun gedrag. Wanneer er een veranderd gedragspatroon voorkomt bij een leerling is een gesprek aangewezen met de waarom-vraag. Meestal krijgen deze leerlingen straf, nota's in de agenda en negatieve opmerkingen. Hun gedrag wordt bestempeld als storend en onbeleefd. Deze jongeren vragen net op een onhandige manier aandacht. Volgend praktijkvoorbeeld illustreert het belang van de waarom-vraag.
Op school is Lotte van een heel rustige leerling een babbelzieke leerling geworden. Ze heeft tengevolge van haar gedrag al heel wat strafwerk gekregen. In het gesprek wijs ik haar op de gedragsverandering en vraag haar waarom ze nu zoveel praat tijdens de les. Lotte vertelt me dat haar papa haar mama vermoord heeft toen ze kleuter was. Tot het derde middelbaar had Lotte geen last van haar verleden, maar nu denkt ze voortdurend aan wat ze gezien heeft. Als ze in de klas stil zit, ziet ze telkens opnieuw wat er gebeurde. Lotte lost haar probleem op door te praten in de klas.
1.5 Bruikbare suggesties voor de school
Onderstaande suggesties zijn bedoeld voor elke leerkracht. Toch komt uit het empirisch onderzoek naar voor dat rouwende leerlingen begeleiden vaak de taak is voor de godsdienstleerkracht. Toch lijkt het wenselijk dat niet enkel de godsdienstleerkracht de rouwende leerling nabij is. Rouwende kinderen hebben het moeilijk. Als een leerkrachtenteam deze leerlingen samen helpt dragen, wordt het voor de rouwende leerlingen dragelijker.
Suggesties
- Iedereen rouwt op zijn manier, rouw kan lang duren. Ga er niet te vlug vanuit dat het rouwproces over is.
- Ga de ontmoeting met de rouwende niet uit de weg. Je steun is belangrijk. Ben je er bewust van dat de rouwende leerling onredelijk en vreemd kan reageren.
- Blijf aandachtig luisteren, ook al hoor je het verhaal voor de tiende keer.
- Heb begrip als de leerling tussen het overlijden en de uitvaart naar school wil komen. Hij/zij zoekt een veilige en vertrouwde plek, even weg van de droevige sfeer.
- Het sturen van een kaartje naar de leerling, een huisbezoek waar de leerling centraal staat, aanwezigheid bij de uitvaart, zijn belangrijk voor de rouwende leerling.
- Bespreek met de leerling hoe hij na de uitvaart terug komt in de groep.
- Bereid de klasgroep voor op de terugkomst.
- Erken als leerkracht het verlies van het kind, deze erkenning is nodig om de verbinding met de school weer te maken.
- Vaak is de verdrietige ouder niet in staat om het kind te ondersteunen. De leerkracht kan dan als vertrouwenspersoon heel belangrijk zijn.
- Steun de rouwende leerling door regelmatig individueel met hem te praten.
- Door op een subtiele manier aandacht te geven en respect te tonen, weet de rouwende leerling zich erkend en herkend.
- Let op signalen van de rouwende leerling, die krijg je soms onverwacht in het spel. Ga in op signalen of begin er zelf over. Vraag af en toe hoe het gaat.
- Besteed op bepaalde momenten expliciet aandacht aan het overlijden: vader-/moederdag
- Zorg dat de rouwende leerling bij je terecht kan. Veroordeel het gedrag niet, maar bied de leerling de veiligheid om het verdriet op een aanvaardbare manier te uiten.
- Schrik niet als de kleuter spelletjes speelt met de dood als thema. Op deze manier probeert de kleuter het verlies een plaats te geven.
- De jonge mens in rouw wil feesten, muziek beluisteren, gek doen. Hij/zij heeft dit nodig om te kunnen ventileren. Veroordeel deze leerling niet als je ze de week na het overlijden tegenkomt op een fuif.
- Het is als leerkracht niet nodig om steeds over de dood met deze leerling te praten, wat wel belangrijk is dat je regelmatig samen praat.
- Geef niet te pas en te onpas goede raad. De rouwende voelt zich dan niet begrepen.
- Luister naar de vraag achter de vraag, leef je in in hun wereld en spreek hun taa1.
- Geef de rouwende leerling ruimte om te huilen, om opstandig te zijn. Hevige huilbuien zijn een signaal. Een signaal dat zegt: zie me, troost me, help me.
- Realiseer je dat een kind dezelfde gevoelens heeft als een volwassene, maar het uit ze op een andere manier.
- Dwing een kind niet om te praten.
- Vertel nooit aan een kind dat het zich sterk moet houden en niet moeten huilen.
- Moedig de puber aan te praten met zijn/haar vrienden of vriendinnen.
- Stimuleer collega's om aandacht op te brengen voor deze rouwende leerling.
- Let op alarmerende signalen die kunnen wijzen op abnormale rouw.
- Laat het kind weten dat verdriet heel lang kan duren en nooit verdwijnt.
- Maak goede afspraken met het rouwende kind.
- Zorg voor een ruimte in de school waar iemand met verdriet zijn/haar verhaal kan doen.
- Maak geen uitzonderingspositie voor een kind in rouw. Het liefst blijft een kind tot de groep van zijn leeftijdsgenoten behoren. Specifieke voorrechten en nadrukkelijke uitzonderingen kunnen maken dat het kind wordt beschouwd als niet meer echt behorend tot de groep. Men moet extra aandacht, begrip en warmte geven en de eisen temperen die men aan een leerling in rouw stelt.”
- Zorg voor erkenning van verdriet en voor hartelijke aanwezigheid, maar zorg wel dat de jongere als lid van de groep blijft functioneren.
Besluit
Willen we jongeren goed begeleiden voor en na het overlijden van een ouder, vraagt dit een open en eerlijke communicatie. Het is belangrijk de gevoelens van jongeren te erkennen en ruimte aan kinderen te geven om hun gevoelens te uiten. Jongeren zullen het rouwproces beter doorlopen als ze rustig afscheid hebben genomen. De parochiepriester, godsdienstleerkracht of pastor kan de rouwende jongeren begeleiden in hun geestelijke crisis. Ze helpen mee het verdriet dragen van deze jongeren door nabij te zijn en de schoolgemeenschap op te roepen om troostend aanwezig te zijn.
2. Rouw bij vluchtelingen en migranten (moslilms)
Zonder papieren
in een land
dat het mijne niet is
zonder haar
die mijn moeder was
in een land
dat ook het hare niet was
dubbel zo leeg
ons beloofde land...
Kaat Bollen
2.1. Supplementaire complicaties bij vluchtelingen en migranten
Dit deel beperkt zich tot de rouw bij de moslims en de vluchtelingen.
In tegenstelling tot de vluchtelingen zijn de meeste moslimjongeren in Vlaanderen, jongeren van de tweede of derde generatie. Dit betekent dat verhuizing, in tegenstelling tot de vluchtelingen, geen invloed meer heeft op hun rouwproces. Wel blijft de islam een grote rol spelen in hun leven. Deze jongeren leven in twee culturen wat het rouwproces beïnvloedt.
Inleiding
Naargelang de godsdienstige overtuiging en cultuur beleven jongeren de dood op een andere manier. De cultuur of achtergrond van jongeren bepaalt in hoeverre ze laten zien dat ze pijn hebben. De cultuur speelt ook een belangrijke rol bij het invullen van de rouwtaken. In bepaalde culturen wordt van mensen verwacht dat ze ingetogen huilen maar in andere culturen wordt dan weer verwacht dat ze heftig huilen. De cultuur geeft bijna altijd betekenis aan het overlijden en heeft zo invloed op de aard van de reacties en het verwerkingsproces. Elke cultuur heeft zijn eigen rituelen. Ze zijn meestal bedoeld om de overgang van de ene levensfase naar de andere gestalte te geven. Deze rituelen bevestigen niet alleen de onderlinge relaties van een gemeenschap, maar helpen de nabestaanden met de rouwverwerking. Wil men migrantenleerlingen of vluchtelingen begeleiden in hun rouwproces, dan is kennis over hun rouwrituelen belangrijk.
Over het algemeen zijn rouwrituelen in andere godsdiensten rijker en meer uitgewerkt dan onze katholieke rituelen op de dag van vandaag. Bovendien beslaan ze een langer traject en is er een duidelijk afgelijnde fase waarin de rouw officieel wordt afgesloten.
Invloed van migratie op rouw
Migratie heeft invloed op het rouwen, op de verwerking van het verlies. Migrantenjongeren leven in België in twee culturen. Deze twee culturen veroorzaken tegenstrijdige gevoelens. Vaak mogen ze geen afscheid nemen van de overleden ouder of niet naar de begrafenis gaan wat voor hen het rouwproces bemoeilijkt.
Vluchtelingenjongeren zijn ontheemden die eveneens in twee culturen leven. Bovendien kunnen hun ouders vermist zijn of bestaat het vermoeden dat hun ouders overleden zijn. Zij kunnen geen definitief afscheid nemen. Het rouwproces bij vluchtelingen is nog complexer dan bij migranten.
Vluchtelingen – migranten
Vluchtelingen zijn een bijzondere groep migranten. Ze onderscheiden zich van migranten doordat ze zich vaak gedwongen voelen hun thuisland te verlaten en de voorbereiding van hun vertrek vaak erg beperkt is.
Overeenkomsten tussen vluchtelingen- en migrantenjongeren zijn dat beide groepen naar België zijn gemigreerd en als culturele minderheidsgroep in een dominante cultuur leven. Zowel migrantenjongeren van de eerste generatie als vluchtelingen hebben hun bekende en vertrouwde omgeving achtergelaten om naar België te komen. Door deze migratie hebben kinderen en jongeren verliezen geleden die van invloed kunnen zijn bij een rouwverwerking van de dood van een ouder. Ze hebben afscheid moeten nemen van hun huis, land, school, familie en vrienden. Men kan spreken van ontheemding. Jongeren worden losgemaakt en soms losgerukt van hun omgeving. Ze zijn ontworteld. Vroeger opgedane kennis lijkt in België van weinig nut. Taken, gewoonten en rollen zijn veranderd. De geleerde sociale codes van het herkomstland werken vaak niet of maar gedeeltelijk in de omgang met volwassenen of leeftijdsgenoten. In het Nederlands kunnen deze jongeren zich niet zo goed uitdrukken als in de moedertaal. Adolescenten moeten vanuit ontwikkelingspsychologisch standpunt een aantal stappen terug zetten. Dit is voor hen heel pijnlijk omdat ze juist de stap naar de volwassenheid willen maken.
Gedwongen migratie
Migratie is de belangrijkste overeenkomst tussen vluchtelingen en migranten, maar de subjectieve beleving is het grootste verschil. Migranten reizen ergens naar toe, vluchtelingen vluchten ergens vandaan.
Vertrekken met een positieve verwachting over een betere toekomst verschilt van vertrekken zonder enige verwachting. Je land kunnen bezoeken tijdens vakanties, verschilt van niet zeker weten of je ooit nog terug kunt. Bewust kiezen voor België als nieuw thuisland, welkom geheten door familie en landgenoten, verschilt van gedumpt worden door de reisagent in een vreemd land. Vluchtelingen komen vaak toevallig terecht in België. Het hangt vaak van de reisagent af in welk land ze uiteindelijk terecht komen. Van veel vluchtelingen is bekend dat ze de intentie hadden om naar Groot-Brittannië door te reizen. Tussen vertrek uit het eigen land en aankomst in België kunnen maanden soms jaren liggen waarin de jongere onbeschermd in een relatief onveilige omgeving heeft geleefd.
Contact met familieleden in het herkomstland kan gevaarlijk zijn voor de achterblijvers of is soms niet mogelijk omdat er geen telefoonverbinding meer is. Sommige kinderen en jongeren weten niet waar hun familie verblijft, ze zijn elkaar tijdens de vlucht kwijtgeraakt. Het is ook voor veel gevluchte kinderen en jongeren de trieste realiteit dat familieleden zijn omgekomen. Veel vluchtelingenjongeren verblijven zonder familie in België. Deze alleenstaande minderjarige asielzoekers wonen meestal in kleinschalige wooneenheden samen met lotgenoten.
In hun herkomstland kunnen vluchtelingenjongeren ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt. Ze kunnen familie hebben verloren of slachtoffer, getuige of dader zijn geweest van geweld. Een aantal heeft als soldaat of helper deel uitgemaakt van het leger. Jonge vluchtelingen kunnen daardoor met ambivalente gevoelens terugdenken aan hun land.
Het kan lang duren voordat de jongeren zich niet meer richten op het verleden, maar op de toekomst en accepteren dat zij misschien niet meer terug kunnen naar hun eigen land. Ze hebben vaak tijd nodig om hun schokkende ervaringen te verwerken. Migratie naar België is een stuk verlies, gedwongen migratie betekent een extra verlies.
Voor vluchtelingen kan het wegvallen van een ouder dus een gebeurtenis zijn in een reeks van schokkende gebeurtenissen. Er kan sprake zijn van cumulatieve verliezen. Dit kan betekenen dat jongeren zich kwetsbaarder voelen, maar ook het omgekeerde is mogelijk dat ze zich heel macho gaan gedragen. Jongeren moeten leren omgaan met deze verliezen. De vaardigheden die zij zich eigen hebben gemaakt door het leren omgaan met eerdere verliezen, kunnen hen helpen bij de verwerking van de dood van een ouder. ( link film: In this world)
Migratiegeschiedenis en gezinssamenstelling
De gezinssamenstelling van vluchtelingen en migranten kan erg verschillen. Gemeenschappelijk is wel dat mensen uit niet-westerse culturen in een groter gezinsverband dan alleen het kerngezin leven. Grootouders, tantes en ooms spelen een belangrijke rol bij de opvoeding. Traditioneel spelen anderen, bijvoorbeeld buren, eveneens een rol.
Vluchtelingen waren soms welgesteld en hadden soms huispersoneel. Eenmaal in België zijn de sociale netwerken van familie en buren flink uitgedund. Het overlijden van een van de ouders kan, als andere gezinsleden ontbreken, de situatie voor de kinderen drastisch veranderen. Kinderen kunnen zelfs teruggestuurd worden naar het land van herkomst. Als de ouders zich voor het overlijden al alleen voelden staan in de opvoeding, zal dit gevoel na het overlijden van de partner toenemen.
Seksespecifieke opvoeding
Het overlijden van de vader kan voor de kinderen andere gevolgen hebben dan dat van de moeder. Jongens en meisjes zullen na het overlijden van vader of moeder andere taken krijgen.
De taken tussen de ouders zijn vaak bij vele allochtone gezinnen op traditionele wijze verdeeld. De belangrijkste taak van de man is de kost te verdienen en de eer van zijn gezin beschermen. De vrouw zorgt voor het huishouden en de kinderen. Vaak wordt de vader als de 'baas' van het gezin gezien.
In de opvoeding worden jongens voorbereid op een bestaan als kostwinner en gezinshoofd; ze hebben meer vrijheid dan de meisjes. Meisjes worden geacht te trouwen en kinderen te krijgen.
De traditionele taakverdeling tussen mannen en vrouwen kan voor veel moeilijkheden zorgen als een van beiden overlijdt en er geen ondersteunende omgeving is. De overgebleven ouder moet taken op zich nemen die niet in zijn/haar traditionele rol passen. Als in een Turks of Marokkaans gezin de moeder overlijdt, kan de oudste dochter de taken van haar overleden moeder overnemen. Als er voor de jongere geen ruimte overblijft voor een eigen leven, kan dit tot spanningen leiden.
Belemmeringen in de rouw ten gevolge van migratie
Geen afscheid kunnen nemen
Migrantenouders geven hun kinderen niet altijd de mogelijkheid om naar de begrafenis te gaan in het land van herkomst, geldgebrek speelt hier een belangrijke rol. In een aantal gevallen hebben ze geen afscheid kunnen nemen van hun ouder. Dit kan ertoe leiden dat zij de dood moeilijk accepteren en fantaseren dat hun ouder nog leeft. De eerste rouwtaak wordt hierdoor belemmerd.
Voor vluchtelingenkinderen is het niet altijd mogelijk om hun vader of moeder te begraven in het land van herkomst. Kinderen van wie de ouders langdurig vermist zijn en het vermoeden bestaat dat ze overleden zijn, hebben het erg moeilijk. Zij kunnen geen definitief afscheid nemen. Deze kinderen rouwen om het verlies van hun ouders, maar weten niet of dit verlies voor altijd is. Dit bemoeilijkt ernstig het rouwproces.
Godsdienst en traditie kunnen belastend werken
Traditie en de wijze waarop de voorschriften uit de koran geïnterpreteerd worden, staan soms haaks op de persoonlijke gevoelens van jongeren. Jongeren kunnen er behoefte aan hebben om te huilen en te praten over de overledene, maar dit is verboden volgens hun gemeenschap. Godsdienst en traditie worden ervaren als een steun, maar ook als een belasting. Dit bezorgt jongeren innerlijke conflicten, problemen met andere gezinsleden en schuldgevoelens. Omdat zij niet mogen huilen waar anderen bij zijn, kunnen jongeren bang zijn dat Belgische vrienden geloven dat zij niet meer rouwen. Hierdoor kunnen ze zich erg eenzaam voelen.
De tweede rouwtaak 'het toelaten van de pijn van het verlies' is voor moslimjongeren duidelijk veel moeilijker. Deze taak bestaat uit het erkennen en ervaren van de pijn van het verlies. De enige weg is recht door de pijn heen te gaan, zowel doorheen de fysieke als de emotionele pijn, die met het verlies verbonden is. Moslimjongeren leven in België in twee culturen. Dit betekent dat ze soms tegenstrijdige gevoelens hebben over het rouwen. Enerzijds willen ze hun gevoelens uiten, anderzijds moeten ze hun gevoelens onderdrukken. Als gevolg hiervan verslechtert vaak de relatie met de overgebleven ouder omdat de jongeren niet over hun gevoelens mogen praten. De ouder staat er vaak niet voor open en laat alleen op een indirecte manier zijn gevoelens zien. Jongeren krijgen dan het gevoel dat ze twee keer in de steek gelaten zijn: een keer door de overledene en een keer door de achtergebleven ouder. De meeste kinderen kunnen wel terecht bij hun oudere broer of zus. Met hen kunnen ze praten over de overleden ouder en hun gevoelens delen.
Afwezigheid van een graf
Bij vluchtelingenkinderen kunnen de ouders langdurig vermist zijn. Er is bijgevolg ook geen graf. Vaak hebben jongeren geen foto of een ander aandenken van hun ouders. Deze jongeren kunnen dus de overledene(n) of de vermiste(n) letterlijk geen plaats geven. Terwijl in een goed rouwproces de vierde rouwtaak erin bestaat de overledene emotioneel een plaats te geven en de draad van het leven weer op te pakken.
In zo'n situatie kan men met de jongeren gaan zoeken naar een vervangend ritueel. Maar niet alle kinderen zijn geholpen met een vervangend ritueel. De islam verbiedt om een plaatsvervangend iets te vereren, zoals een steen of een foto.
Toch gaat het leven verder zonder de vermiste of overleden ouder. Men kan deze kinderen helpen door de naam van de overleden of vermiste mama/papa te blijven vernoemen en herinneringen op te halen.
2.2. Overlijden in de islam
De moslims in Vlaanderen zijn voornamelijk afkomstig uit Marokko en Turkije, elk met een eigen culturele identiteit. Ze vormen een heterogene bevolkingsgroep met verschillen in culturele tradities en geloofsopvattingen. Het is vandaag niet meer zo duidelijk in hoeverre de moslims het geloof naleven. Maar bij de rite de passages, waaronder het begraven, voldoen vrijwel alle moslims aan de islamitische rituele voorschriften, ongeacht de mate van hun gelovigheid.
De moslims kennen naast de officiële islam tal van aanvullende religieuze opvattingen en volksgebruiken, die per land en streek kunnen verschillen. Deze komen met name tot uiting bij de rituelen rond dood en begraven. Wat voor de ene groepering vanzelfsprekend is, geldt soms voor de andere als taboe.
Het overlijden in de islam
Het bezoeken van zieken en stervenden behoort tot de algemene plicht en geldt als soenna (Soenna zijn de leefregels van de moslims die niet in de koran zijn opgenomen, maar als norm aanvaard zijn.) waardoor men later voorspraak krijgt in het hiernamaals.
Als het stervensmoment nadert
Het lijden tijdens de stervensfase wordt gezien als een reiniging van de ziel en als een beproeving van het vertrouwen in Allah. Als het levenseinde daadwerkelijk in zicht komt, moet de stervende met zijn gezicht naar Mekka gelegd worden. Het is de soenna voor de stervende om zijn geloof in Allah nog een keer uit te spreken. Als de stervende dat niet kan, fluistert een lid van de familie of de imam hem de woorden zachtjes in.
De traditie zegt dat op het stervensmoment zelf de persoon een onlesbare dorst zal ervaren. Op dat moment verschijnt de duivel aan het voeteinde van het bed en tracht hij in ruil voor water de stervende gelovige tot ongeloof te brengen. Om die reden biedt men meestal de stervende geregeld een glas water te drinken aan, waarbij men telkens de geloofsbelijdenis uitspreekt.
Materiële en geestelijke schulden worden afgelost
De islam schrijft voor dat een moslim na zijn dood schuldenvrij voor Allah moet kunnen verschijnen. Daarom dienen in de laatste uren de materiële en geestelijke schulden afgelost te worden. Financiële schulden worden daarom voor de begrafenis afgelost of door familieleden overgenomen. Maar ook de geestelijke schulden moeten vereffend worden, wil de geest van de overledene rust vinden door schuldeloos voor Allah te verschijnen. Tot de geestelijke schulden behoren het niet vervuld hebben van de bedevaart naar Mekka of de religieuze armenbelasting (zakaat). De geestelijke schuld kan worden afgekocht door een schenking aan de armen of een goed doel.
Reinigen en opbaren
De rituele wassing maakt het lichaam rein
Vanaf het moment dat de stervende de laatste adem heeft uitgeblazen en de ziel het lichaam heeft verlaten, spreekt men bepaalde verzen uit. Daarna bindt men de voeten samen, legt de armen gestrekt langs het lichaam en bindt een doek rond het hoofd van de overledene zodat de mond niet meer kan openvallen. Men ontkleedt het lichaam en bedekt het met een laken. Op de buik legt men iets zwaars, zodat die niet door gasvorming gaat opzwellen. Het lichaam van de gestorvene is volgens de islam ritueel onrein. Wil de overledene in reine staat voor Allah verschijnen, dan is een rituele wassing verplicht. De rituele wassing mag alleen worden uitgevoerd door moslims van hetzelfde geslacht als de dode met andere woorden het lichaam van een man moet gewassen worden door mannen, dat van een vrouw door vrouwen. Ook mag een echtgenoot het lichaam van zijn vrouw wassen. In principe is het een taak van de naaste familie, maar vanwege de emoties en de schaamte die dat teweeg kan brengen, zijn het vaak vrijwilligers of beroepswassers van de moskee die deze onder leiding van de imam uitvoeren.
Elke moslim wordt in eenvoudige witte doeken gewikkeld
De wassers moeten in ritueel reine staat zijn. Vooraf voeren ze daarom zelf een rituele wassing uit. Tijdens de wassing moet de overledene met het gezicht naar Mekka liggen. Het naakte lichaam blijft van de navel tot de knieën bedekt. Het is een gebruik om het lichaam een oneven aantal keren met water te begieten. Na de rituele wassing worden mannen in drie doeken gewikkeld en vrouwen in vijf. De islam leert dat met het overlijden een einde komt aan het verschil in sociale status: na de dood zijn allen één voor Allah. Elk onderscheid in uiterlijk vertoon is daarom verboden. Daarom worden de moslims na de wassing gewikkeld in een eenvoudige lijkwade van witte katoenen doeken die niet genaaid mogen worden.
Gebeden voor de overledene
Het rituele dodengebed: de salaat al-djanaazah
Nadat de overledene in de kist is gelegd, vindt het rituele dodengebed plaats, de salaatal-djanaazah. Dit gebed voor de overledene wordt rechtopstaand en buiten de moskee gebeden. Tijdens het gebed moeten de mannen in staat van rituele reinheid zijn en staan ze met het gezicht richting Mekka. Hoe meer moslims aan het gebed deelnemen, des te beter het voor het zielenheil van de overledene is. Hoewel het niet verplicht is, treedt er vrijwel altijd een imam op als voorganger. Soms houdt de imam eerst een korte toespraak over de verdiensten van de overledene en altijd memoreert hij het gezag van Allah over leven en dood. Meestal bidt men niet alleen voor de overledene, maar voor alle overledenen. Na afloop van het gebed stellen de mannen zich op in een rij om de aanwezige familieleden te condoleren. Turken en Marokkanen laten de kist daarbij vrijwel altijd dicht; bij andere moslims wordt de kist van een overleden man wel geopend en het gezicht ontbloot. Allen lopen dan voor een laatste afscheid langs de kist. Bij een gestorven vrouw blijft de kist altijd dicht; het is immers verboden dat mannen een 'vreemde' vrouw zien.
Vrouwen nemen niet deel aan het dodengebed
Het wordt vrouwen afgeraden deel te nemen aan de gebeden voor de overledene. Dat verbod kwam tot stand omdat vrouwen traditioneel te emotioneel werden bevonden voor het serene verloop van dat gebed .
Vrouwelijke familieleden komen meestal apart afscheid nemen. In de islamitische cultuur was het de gewoonte dat vrouwen de dode luid bewenen, soms onder leiding van gehuurde klaagvrouwen. Veel jammeren en weeklagen verhoogt het aanzien van de gestorvene. Volgens de islam verstoort dit gedrag de rust van de dode en is daarom afkeurenswaardig. Dit leidde ertoe dat vrouwen van deelname aan het dodengebed en de begrafenis werden uitgesloten. De vrouwen blijven daarom meestal thuis. Soms laat men vrouwen wel meedoen, mits ze zich ingetogen gedragen. Vanwege de strikte scheiding naar sekse verblijven ze daarbij in een aparte ruimte of op gepaste afstand van de mannen.
Begrafenisplechtigheid
Moslims begraven hun doden omdat zij het lichaam zo ongeschonden mogelijk willen houden. Bij het laatste oordeel zal het lichaam immers weer tot leven worden gewekt, dit geloven zowel christenen als moslims.
De begrafenisprocessie
Overleden moslims dienen zo snel mogelijk begraven te worden. Dat wil zeggen zo snel mogelijk na het overlijden en liefst voor zonsondergang van de dag nadat de dood is ingetreden. Tijdens de processie met de kist naar de begraafplaats moet de kist volledig omringd zijn door mensen. De dragers moeten stevig doorstappen omdat een rechtvaardige dan sneller de hemelse sferen bereikt. Elke moslim mag voor, naast of achter de kist lopen. Over de kist ligt meestal een groen baarkleed (heilige kleur van de islam) dat met koranteksten is bedrukt. Enkele handelingen zijn verboden tijdens de begrafenisprocessie, zoals het verheffen van de stem, gaan zitten voordat de kist op de grond wordt gezet en toelaten dat vrouwen deelnemen aan een begrafenisprocessie.
Twee soorten grafkuilen
Moslims kennen twee soorten grafkuilen: de shaqq en de lahd. Het zijn allebei diepe kuilen. Een shaqq is een smalle uitholling in de bodem van de grafkuil, waarin het dode lichaam gelegd wordt. Een lahd is een nis in de wand van de grafkuil, aan de kant van Mekka. Beide worden afgedekt met een platte steen.
Het lichaam wordt met de voeten eerst in de grafkuil gelaten. Vervolgens wordt het lichaam geplaatst met het gezicht richting Mekka. De mannen scheppen om de beurt het graf dicht. Iedereen pakt daarbij de schop zelf op, omdat het dichtscheppen als een religieuze daad geldt. Vanaf dat ogenblik worden geen teksten meer gereciteerd.
De imam spreekt de talqien uit
Na de begrafenis is het aangewezen om voor vergeving van de overledene te bidden, omdat hij/zij op dat moment het kleine verhoor ondergaat. Na afloop van de ceremonie blijft er meestal één persoon achter, bijvoorbeeld de imam, die de talqien uitspreekt. De bedoeling van de spreuk is dat de overledene weet wat hij moet zeggen als twee engelen hem bezoeken en vragen stellen over het geloof. Het hangt van de antwoorden af of de overledene gestraft of beloond wordt in zijn graf. Men wordt het liefst zittend begraven zodat men de engelen gemakkelijker te woord kan staan.
Begraafplaatsen
Het graf moet zelf één hand hoog boven de grond zichtbaar zijn. Een steen of stuk hout mag als merkteken ter herkenning op het graf gelegd worden. Het is voor moslims verboden om graven terug te openen en lichamen weer op te graven. Dit maakt het voor hen problematisch om begraven te worden in het land van migratie. In België mag een graf maximaal 50 jaar blijven liggen en is het niet evident in de richting van Mekka begraven te worden. Daarom kiezen Turken en Marokkanen ervoor om in hun moederland begraven te worden.
De nieuwe wet van 16 januari 2004 op begraafplaatsen en begraafwijzen, bepaalt dat het gebruik van de doodskist niet langer verplicht is. Men mag gebruik maken van lijkwaden om het lijk in te wikkelen. In Limburg zijn er moslimbegraafplaatsen in Beringen en Genk.
Islamitische visie op de dood
De moslims geloven in Allah die Heer en Meester is over leven en dood. De dood is het moment waarop de ziel van de mens het lichaam verlaat. Het is de 'engel van de dood' die de ziel van de overledene meeneemt. De ziel van de overledene blijft zich bewust van wat er met het lichaam gebeurt en kan toekijken op de begrafenis.
De tussentoestand van de ziel (barzakh)
De ziel komt hierop in een tussentoestand (barzakh) terecht. In die tussentoestand bevindt de ziel zich in de buurt van Allah en heeft ze geen besef van tijd. In deze tussenfase wordt de ziel door de engel Djibriel begeleid door de zeven lagen van de hemelse sferen. Het doel van de reis is de godsaanschouwing.
Na de godsaanschouwing komen twee engelen de ziel onderwerpen aan het 'kleine verhoor'. Als de ziel de juiste antwoorden weet te geven, mag ze in afwachting van een opstanding op een verzekerde plaats wachten. Een wezenlijk verschil met de christelijke visie is dat de tussenfase niet in de eerste plaats dient om de ziel te beoordelen, maar wel om haar te bewaren tot op de dag van de wederopstanding. De wederopstanding gebeurt op het einde der tijden.
De boeken en de weegschaal beoordelen het leven van de mens
De beoordeling van het leven van de mens, die op de opstanding volgt, berust op zijn gelovigheid en godsvrucht. Om de mensen te beoordelen staan God twee middelen ter beschikking: de boeken en de weegschaal. In de boeken hebben de beschermengelen de dagelijkse handelingen van de mensen opgetekend. De opgestane zielen worden uitgenodigd om hier persoonlijk uit voor te lezen. Op de weegschaal worden de bladzijden van de boeken gelegd; de bladzijden met de goede daden aan de ene kant en die met de slechte daden aan de andere. De aartsengel Djibriel interpreteert de stand van de weegschaal.
De sirat is de ultieme beproeving
Als ultieme beproeving moet elke mens de sirat oversteken. De sirat is de brug die gespannen is over de diepte van de hel. Ze is scherp als een zwaard en haarfijn. De gelovigen glijden er zonder problemen over, de ongelovigen storten in de diepte van de hel. Op dit punt van het oordeel helpt geen berouw of bekeringsdrang.
Wie in het paradijs terechtkomt, ziet de goddelijke beloften vervuld. De koranbeschrijvingen van het paradijs zijn zeer zintuiglijk en lichamelijk, de beschrijving van de hel is zeer kleurrijk.
De rouwperiode
Drie dagen om te condoleren
Men condoleert op de begraafplaats. Kan men niet aanwezig zijn bij de begrafenis, dan condoleert men zo snel mogelijk na de begrafenis. Voor de achtergebleven partner duurt de rouwperiode vier maanden en tien dagen. De andere familieleden rouwen drie dagen. Na deze drie dagen is condoleren ongepast omdat men de nabestaanden niet aan het verlies mag blijven herinneren.
Het rouwbezoek is een religieuze daad
Deze rouwperiode is bedoeld om naaste familieleden te troosten en te condoleren. Dit bezoek geldt als een religieuze daad. Het is traditie dat rouwbezoekers levensmiddelen geven om bij te dragen in de kosten die de vele gasten met zich meebrengen. De islamitische gastvrijheid vereist dat bezoekers altijd een uitgebreide maaltijd krijgen opgediend. Die maaltijd wordt verzorgd door buren en kennissen. Bij moslims zitten de mannen en vrouwen die op bezoek komen, meestal in aparte ruimtes.
Geen opvallende kleding tijdens de rouwperiode
Tijdens de rouwperiode mag men zich niet opvallend kleden, geen parfum gebruiken of juwelen dragen. Moslimmeisjes dragen een zwarte hoofddoek of een band om hun hoofddoek. Veel jongeren dragen als teken van rouw zwarte of donkere kleding.
Verlenging van rouwperiode tot veertig dagen
Na het overlijden wordt drie nachten uit de koran voorgelezen. Veel moslims verlengen de rouwperiode tot veertig dagen. Volgens strenge moslims mag dit niet, omdat het niet in de koran staat. In die periode worden er meestal op vrijdag bijeenkomsten georganiseerd waarop men uit de koran leest en samen eet. Rond de veertigste dag wordt de rouwperiode afgesloten met een bijeenkomst in het huis van de overledene. Een jaar na het overlijden wordt er soms nog een laatste rouwceremonie gehouden.
Aalmoezen geven is een religieuze plicht
De directe familie heeft de religieuze plicht om in naam van de overledene aalmoezen te geven aan een goed doel. Daarmee worden de zonden van de dode kwijtgescholden en maakt hij meer kans om in het paradijs te komen. In islamitische landen is het traditie om op de derde en de veertigste dag na het overlijden geld en eten te geven aan de armen. In België geeft men meestal geld aan de moskee en ondersteunt men daarmee goede doelen. Er worden op die dagen ook rouwmaaltijden thuis gehouden om de rouwperiode af te sluiten.
Het is een manier om de gasten te bedanken voor hun aanwezigheid. Als een overledene in het land van herkomst is begraven, vindt er meestal zowel daar als in België een rouwmaaltijd plaats.
Bezoek aan het graf
Veel moslims bezoeken het graf tijdens de rouwperiode op de zevende en veertigste dag. Bij het graf worden gebeden uit de koran gelezen. Sommigen gaan wekelijks naar het graf, meestal op donderdag en vrijdag. Vooral tijdens de ramadan en het offerfeest bezoeken veel moslims de begraafplaats. Vrouwen mogen het graf meestal niet tegelijk met mannen bezoeken.
2.3 Rouwende moslimjongeren op school
Ook bij moslimjongeren helpt het aanwezig zijn en afscheid nemen van de stervende bij de verliesverwerking. Als jongeren voor hun stervende ouder hebben kunnen bidden, helpt dit om het overlijden te accepteren. Door te bidden bewerkstelligen ze dat de overleden ouder het nog beter krijgt in het paradijs. Net als christenen geloven moslims dat hun dode ouder naar de hel of naar de hemel (bij moslims het paradijs) gaat.
Hulp bij de rouwtaken
Rouwmodel van Worden + vertaling naar jongeren
Aanwezigheid bij de wassing
De eerste rouwtaak is de realiteit van het verlies accepteren. Het verlies aanvaarden is van belang voor een goede verwerking. Als jongeren dit zelf willen, is aanwezig zijn of helpen bij de wassing een tastbare manier om zich te realiseren dat de ouder gestorven is. Zonen mogen aanwezig zijn bij de rituele wassing van de papa, dochters bij de mama. De fysieke taken van het wassen van het koude lichaam of het klaarmaken van de kist zorgen ervoor dat jongeren het verlies moeten erkennen.
Het rouwbezoek
Jongeren ervaren het rouwbezoek vaak als belastend. Dochters zien hun moeder, tantes en oudere zussen flauwvallen, gillen en hun haren uittrekken. De meisjes beseffen vaak niet wat er aan de hand is, maar huilen toch mee. Er is geen speciale aandacht voor hen, waardoor ze deze situatie vaak als bedreigend ervaren. Volwassenen sturen de jongeren niet weg bij een rouwbezoek, maar geven ook vaak weinig uitleg. Toch is het juist noodzakelijk om jongeren voor te bereiden op de rituelen en hen uit te leggen wat ze mogen verwachten. Als jongeren aanwezig zijn bij het rouwbezoek, maar er wordt niets uitgelegd, ervaren de jongeren deze situatie doorgaans als heel bedreigend.
Jongeren ervaren deze invasie van mensen en de stampvolle kamers als een moeilijk gegeven. Ze hebben op dat moment behoefte om alleen te zijn met het gezin, zonder dat ze voor de gasten moeten zorgen.
De begrafenis
Vrouwen en dochters mogen niet meegaan naar de begrafenis. Als kinderen geen afscheid kunnen nemen van de overledene, kan dit zorgen voor problemen bij de verwerking van het verlies, maar ook bij de verwerking van toekomstige verliezen.
Jongens krijgen vaak wel een actieve rol bij het regelen van de begrafenis en tijdens de begrafenis. De oudste zoon mag voorop lopen naar de begraafplaats met een foto van de vader.
Aanpassen aan de situatie waarin de overledene afwezig is
Bij veel moslimjongeren verandert de band met de achtergebleven ouder, meestal verslechtert zelfs hun relatie. Het is voor jongeren moeilijk om als volwaardige partner te worden beschouwd wanneer het gaat over opvoeding van de jongere kinderen, terwijl ze op andere momenten als kind moeten gehoorzamen. De oudste zoon wordt bij het overlijden van de vader verantwoordelijk voor de rest van het gezin. Vaak leggen familieleden of landgenoten die verantwoordelijkheid op. Niet alle jongeren zijn hier blij mee. Voor de meisjes betekent de dood van hun moeder vaak een verzwaring van de huishoudelijke taken.Vooral van de oudste dochter wordt verwacht dat zij taken op zich neemt. Zowel de jongens als de meisjes moeten nieuwe vaardigheden ontwikkelen om het verlies te compenseren. Dit geldt ook voor autochtone jongeren, maar het is nog duidelijker zichtbaar bij de allochtone jongeren.
Soms voelt de ouder zich na het overlijden van de partner onzeker over de opvoeding van de kinderen en is bang voor slechte invloeden. Dit kan ertoe leiden dat de kinderen streng worden opgevoed. Jongeren zonder vader worden als kwetsbaarder gezien voor slechte invloeden van buitenaf.
De belangrijkste reden voor de verslechtering van de relatie met de achtergebleven ouder is dat ze niet over hun gevoelens kunnen praten. De ouder staat er vaak niet voor open en laat alleen op een indirecte manier zijn gevoelens zien.
Rouwen in meerdere culturen
Jongeren leven in twee culturen
Moslimjongeren leven in België in twee culturen. Dit betekent dat ze soms tegenstrijdige gevoelens hebben over de rouwrituelen. Zij vinden de rouwbezoeken (die ook als ritueel beschouwd kunnen worden) belastend, maar dat wil niet zeggen dat de rituelen hiermee hun waarde verliezen. Achteraf blijken de jongeren het rouwbezoek waardevol te vinden. Jongeren zeggen niet in alle rituelen te geloven, maar geven aan dat zij deze wel belangrijk vinden.
Jongeren waarderen het over het algemeen als hun Belgische klasgenoten, vrienden en bekenden hen thuis komen condoleren.
Jongeren vervreemden van bepaalde rituelen
Jongeren die in België geboren zijn, begrijpen niet altijd waarom bepaalde rituelen worden uitgevoerd. Ze verstaan de taal van hun ouders en van de religieuze teksten vaak niet goed en weten daarom niet altijd wat er tijdens de rouwbijeenkomsten gezegd wordt. Jongeren gaan vraagtekens plaatsen bij de vanzelfsprekendheid van het geloof (dit geldt ook voor autochtone jongeren). De geestelijken beseffen dat ze meer bij de beleving van de jongeren moeten gaan aansluiten, zodat ze zich betrokken gaan voelen bij het geloof en de rituelen. Dit kan door de taal aan te passen, want volgens de imam willen de jongeren die in België geboren zijn, over het algemeen liever in het Nederlands worden aangesproken. Maar ze willen ook een antwoord op hun vragen over het geloof.
Het belang van school en vrienden
Afleiding tijdens het rouwen
Net zoals autochtone kinderen hebben allochtone kinderen afleiding nodig en rouwen ze niet constant. Deze afleiding vinden ze vaak in de omgang met vrienden. Samen leuke dingen doen, leidt de aandacht af van hun verdriet. Het omgaan met vrienden steunt hen bij de verwerking van de dood van hun ouder. Vrienden vormen een belangrijke bron van afleiding die hard nodig is.
Een andere belangrijke afleiding is de school. Kinderen vinden het, net zoals Belgische kinderen, moeilijk om zich te concentreren, toch zijn ze blij dat ze naar school kunnen.
Jongens zien sport als een belangrijke afleiding. Tijdens de sportactiviteiten maken ze nieuwe vrienden, bovendien worden ze er moe van waardoor ze beter slapen. Maar het geeft hen ook de mogelijkheid om hun boosheid te uiten op een manier die geaccepteerd wordt.
Het huisbezoek
Net zoals bij autochtone kinderen is het belangrijk dat de school op huisbezoek gaat. Leerkrachten voelen vaak een weerstand om op huisbezoek te gaan. Ze weten niet of de nabestaanden wel op hen zitten te wachten. Vraag daarom of het gelegen komt. Pas je als leerkracht aan aan die cultuur en ga niet als man bij de vrouwen zitten. Ook al is het moeilijk, probeer toch vragen te stellen hoe zij omgaan met rouw, de rouwperiode, wat er van de school verwacht wordt. De meeste mensen stellen dat erg op prijs. Al praten de mensen slecht Nederlands, dit hoeft geen bezwaar te zijn; voor medeleven heb je geen woorden nodig. Informatie kun je misschien via de imam verkrijgen. Maar je kan als leerkracht naar het huis gaan en laten zien dat het je raakt.
Blijvende aandacht van leerkrachten
De leerkrachten zeggen tegen rouwende leerlingen dat ze bij hen terecht kunnen als ze over hun problemen willen praten. Leerkrachten houden deze leerlingen best in de gaten. Ze kunnen deze leerlingen laten merken dat ze er zijn voor hen. Ze nemen zelf af en toe initiatief door te informeren hoe het met hen gaat. Leerlingen krijgen dan het gevoel dat ze op de leerkrachten kunnen steunen, dat ze bij hen op verhaal kunnen komen..
2.4. Suggesties voor school
Rol van de school in het bijzonder
Contact opnemen met nabestaanden
Van de school mag men verwachten dat ze contact opneemt met de nabestaanden, niet alleen om te condoleren maar ook later. Bovendien wordt het bijwonen van de uitvaart door klasgenoten en leerkrachten meestal erg gewaardeerd. Hiermee tonen ze hun medeleven en het geeft hun de mogelijkheid tot een beter contact met de nabestaanden. Bovendien kunnen ze er later op terugkomen bij het kind en zo een gesprek beginnen.
Aandacht besteden aan omgaan met verlies
Omgaan met verlies in verschillende culturen komt op veel scholen nog onvoldoende structureel aan bod. Er komt best een structurele opbouw vanaf de eerste kleuterklas. Scholen kunnen in preventieve zin meer doen. Ze hebben een belangrijke opvoedkundige taak om dood en verlies als onderdeel van het dagelijks leven te leren accepteren en dit is best niet afhankelijk van een plotseling incident. De leerkracht kan lessen geven over de dood en rouwverwerking bij verschillende culturen.
Als leerkrachten onvoldoende kennis hebben over rouwen in andere culturen, worden ze hiermee best in aanraking gebracht door bijscholingen. Dit betekent echter niet dat de leerkracht op de hoogte moet zijn van alle Marokkaanse en Turkse gebruiken rond rouw. Maar ze moeten wel de gebruiken kennen, dit wil zeggen dat de familie in de eerste plaats de kinderen opvangt en ondersteunt. De school heeft een belangrijke taak in het signaleren van problemen of verdriet aan de familie. Als de gemeenschap niet kan helpen, kan de school inspringen. Belangrijk is dat de school en gemeenschap respect voor elkaar hebben 188.
Suggesties
- Laat merken dat religie een belangrijke steun kan zijn en spreek hier met de jongere over.
- Gebruik informatie van sleutelfiguren of ga bijvoorbeeld op zoek naar andere achtergrond-informatie.
- Er kunnen regels gelden met betrekking tot het uiten van rouw die voor anderen onbekend zijn. Ga niet in tegen wat er thuis gebruikelijk is, zonder met de jongere te overleggen.
- Laat de jongere kiezen met wie hij wil praten.
- Adviseer de jongere om een dagboek bij te houden. Zo kan een jongere die niet met anderen kan of wil praten toch zijn/haar gevoelens kwijt.
- Ga samen met de jongere na of hij/zij voldoende mogelijkheden heeft voor het zoeken van afleiding.
- Houd er rekening mee dat de taken van de jongere in het huishouden verzwaard zijn na het overlijden van een ouder. Probeer zowel de jongere als zijn familie te laten inzien dat er een balans moet zijn tussen de verantwoordelijkheden van een jongere voor zijn familie en die van zijn eigen leven.
- Breng de jongere in contact met lotgenoten als zij dat willen.
- Scholen met veel vluchtelingenleerlingen moeten voorbereid zijn op indringende verhalen. Zij hebben best kennis van trauma's en rouw in andere culturen.
- Probeer zware gesprekken af te wisselen met lichtere momenten waarbij de jongere over positieve herinneringen kan verhalen.
- Vraag of leerkrachten en leerlingen welkom zijn bij de uitvaart.
- Laat de ouder weten dat de school kan helpen bij de begeleiding van de jongere; doe dit echter altijd in overleg met de jongere en zijn ouder of verzorger.
- Neem regelmatig contact op met de verzorger van de leerling-vluchteling om de begeleiding zo goed mogelijk af te stemmen.
- Een leerkracht moet duidelijk maken dat een jongere bij hem of haar terecht kan als hij/zij wil praten over zijn/haar problemen rond de dood van de ouder. Laat het van de jongere afhangen of hij/zij hierover wil praten, maar bied hier voldoende gelegenheid voor.
- Wijs de jongere op informatie in boeken, op internet, bij sleutelfiguren als hij/zij behoefte heeft aan informatie over bepaalde culturele gebruiken of rouw.
Besluit
Welke cultuur of achtergrond kinderen ook hebben, wanneer ze te maken krijgen met het verlies van iemand die belangrijk voor hen is, doet dat pijn. De beleving door vluchtelingen- en migrantenjongeren en hun emotionele behoefte aan ondersteuning lijken grotendeels overeen te komen met die van Belgische jongeren. Verdriet en andere emoties zijn universeel. Wel bepalen culturele codes en religieuze voorschriften de wijze waarop die geuit mogen worden. Er zijn een aantal belemmeringen in de verlieservaring bij migranten- en vluchtelingenkinderen. Deze belemmeringen lijken gecompenseerd te worden door de rijkdom aan rituelen die in veel migrantengroepen aanwezig zijn. Ook blijkt dat culturen in transitie zijn. Gebruiken worden aangepast, rituelen krijgen een andere vorm. Kinderen en jongeren zijn in staat om de verschillende leefwerelden waarin ze zich bevinden, ook op deze moeilijke momenten met elkaar te verbinden.
3. Rouwen met kinderen voor het basisonderwijs
3.1. Verlies en rouw bij kinderen en jongeren met een mentale beperking
3.1.1 Het verlies erkennen
Het erkennen van het verlies is geen evidente taak. Er is een groot verschil tussen het "weten" en het "voelen". Een duidelijk voorbeeld hiervan is een kind dat zegt: "Ik weet wel dat mama dood is, maar...". Er is enerzijds de werkelijkheid en anderzijds de hoop, de fantasie, kortom de eigen belevingswereld.
Kinderen en jongeren zijn pas in staat het verlies te erkennen als ze de pijn hiervan kunnen doorvoelen.
3.1.2 Ervaren van de pijn van het verlies
Een kind of jongere uit zijn ontspoorde emoties vaak in signaalgedrag (woede, hyperventilatie,...). Signaalgedrag is gedrag dat niet 'gewoon' is, het zijn ontaarde gevoelens.
Rouwreacties manifesteren zich op verschillende vlakken. Op lichamelijk vlak krijgen de jongeren allerlei klachten zoals buikpijn, vermoeidheid,... Op gevoelsvlak ervaren kinderen en jongeren zéér veel gemis, eenzaamheid, woede,... Op mentaal vlak kan het gebeuren dat kinderen en jongeren zich moeilijker kunnen concentreren, dat ze lijden aan geheugenverlies,...
3.1.3 Een plaats geven aan het verlies
In deze fase groeit het besef van de gevolgen van het verlies. Men moet zich aanpassen aan een omgeving zonder de overledene. Veel is afhankelijk van de relatie die het kind of de jongere had met de overledene en de betekenis die de overledene in zijn leven vervulde.
Kinderen en jongeren stellen dan ook heel wat concrete vragen om zich aan een nieuwe situatie aan te passen of om zich weer veilig te voelen. Ze zoeken vervanging voor allerlei functies.
3.1.4 Herinrichting, herorganiseren en investeren in nieuwe relaties
Dit betekent niet dat het verlies vergeten is, maar dat men de draad van het leven weer kan opnemen zonder overspoeld te worden door emoties. Als het kind of de jongere de kans heeft gekregen zijn verdriet te doorwerken, zal het in staat zijn om, ondanks het gemis, met een goed gevoel verder te gaan. Als het verdriet doorwerkt is, betekent dit niet dat het verdwenen of vergeten is. Toch denken kinderen en jongeren soms dat ze degene die dood is onrecht aandoen door bijvoorbeeld nieuwe banden aan te gaan.
Als alles zijn plaats heeft gekregen, kan het kind een nieuwe situatie en nieuwe relaties aan en kan het emotioneel evenwichtig verder.
Bron: Verlies en rouw bij kinderen en jongeren met een mentale beperking, Perspectieven, jaargang 68 nr 3, mei 2007. Martine Van Dun & Lut Celie
3.2. Afscheid nemen: Educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar
De provincie West-Vlaanderen heeft een educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar: 'afscheid nemen'. Dit pakket bevat o.a. een draaiboek dat de verschillende stappen aangeeft wanneer een basisschool met de dood geconfronteerd wordt.
Ook het netwerk Palliatieve Zorg van Oost-Vlaanderen heeft een dergelijk werkpakket samengesteld 'groeien na verlies' waarin (onder andere) een aantal draaiboeken bij verliessituaties zijn opgenomen.
Wanneer een katholieke basisschool in West-Vlaanderen met de dood wordt geconfronteerd, wordt dankbaar gebruik gemaakt van de provinciebrochure. Het draaiboek is een goede hulp bij de praktische aanpak van het gebeuren. Naast het draaiboek bevat het pakket: een visietekst op rouwen, tips en suggesties, een literatuurlijst, werkvormen, de verwijzing naar de rouwkoffer... Allemaal zeer bruikbaar materiaal in deze moeilijke dagen en weken.
Vanuit onze christelijke inspiratie zoeken we echter ook naar woorden om het gebeuren te duiden, om te bidden, om ons gelovig uit te drukken.
Bron: Afscheid nemen, educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar, 2de editie, Provincie West-Vlaanderen.
Een gelijkaardig pakket werd gemaakt door het netwerk voor Pastoraal met jongeren:
'Door het zure heen. Met kinderen en jongeren werken rond verlies en rouw', Netwerk voor Pastoraal met jongeren, Lannoo, 2004
3.3. Pastorale aandacht bij een sterfgeval
Onderstaande informatie verwijst naar de brochure 'Afscheid nemen, educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar'.
Elk van de stappen uitgewerkt in deel 4 van de brochure: 'draaiboek' vullen we aan met een pastoraal accent. Daarna bieden we bij elk accent enkele voorbeelden van uitwerking
3.3.1. De melding
In het draaiboek is sprake van een crisisteam. Hierbij denkt men aan: iemand van de directie, de interne zorgbegeleider, iemand van het CLB.
Als lid van dit crisisteam denken wij ook aan de persoon die de school, het korps, de kinderen... de volgende dagen pastoraal zal begeleiden: de verantwoordelijke van de pastorale werkgroep, de schoolpastor, de parochiepriester...
De brief die aan de ouders wordt bezorgd, vertelt van onze onmacht, maar ook van ons geloof in Gods zorg voor wie gestorven is.
Uitwerking:
teksten en gedachten voor de brief aan de ouders - zie 4.1., 4.2. en 4.3.
3.3.2. Eerste opvang
In het draaiboek is sprake van de kinderen in groeps- en klasverband.
Nadat de melding is gebeurd en de kinderen de nodige tijd kregen om er over te spreken, vragen te stellen, op verhaal te komen... wordt bij de overgang naar de normale activiteiten van de dag, een moment van gebed gehouden.
Bij de verwijzing naar verschillende hulpverleners wordt naast het CLB en anderen, ook de pastoraal verantwoordelijke(n) vermeld.
Uitwerking:
gebeden bij een 1ste klasgesprek na het melden van een overlijden - zie 4.4.
gebed en ritueel in de dagen tussen melding van het sterven en de uitvaart - zie 4.5.
3.3.3. Verdere contacten en afspraken
In het draaiboek is sprake van 'afspraken voor de begrafenis'.
Hierbij is de eerste afspraak wie van het crisisteam daartoe de contacten legt met de familie en de parochie.
Het crisisteam zal overwegen of de aanwezigheid als klasgroep en/of als school wel of niet zinvol of haalbaar is, al dan niet georganiseerd wordt.
Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn: de leeftijd van de kinderen, de wens van de familie, het tijdstip (schooldag, zaterdag, vakantie...), de omstandigheid van het sterven, de aard van de uitvaart (in intimiteit, mogelijkheid tot kindvriendelijke elementen), de band met de overledene, ...
Het draaiboek spreekt van 'een herdenkingsdienst op een meer vertrouwde plaats'. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om niet met de gehele school naar de uitvaart te gaan, - bijvoorbeeld wanneer de directeur sterft -, maar om een gebedsmoment binnen de eigen school te organiseren. Het is aangewezen dat de pastorale werkgroep wordt aangesproken om deze dienst voor te bereiden.
Wanneer de gehele school bij deze gebedsdienst wordt betrokken, kunnen er kansen worden geboden om met de kinderen vooraf in de klas iets voor te bereiden. Terecht spreekt het draaiboek bij dergelijke herdenkingsdienst over 'napraten'.
Het draaiboek spreekt van 'schriftelijke contacten (wat schrijf je op een deelnemingskaartje?)'
Kinderen hebben het soms gemakkelijker dan volwassenen om in situaties van rouw over 'God' en ' de hemel' te spreken en te tekenen. De pastoraal verantwoordelijke kan het korps behulpzaam zijn met enkele voorbeelden - zie hiervoor naar de uitwerking.
Uitwerking:
gebedsmoment met de school bij het afscheid van een kleuter - zie 4.6.
gebedsmoment met de school bij het afscheid van de directeur - zie 4.7.
teksten van kinderen voor kinderen - zie 4.8.
teksten van volwassenen voor kinderen - zie 4.9.
3.3.4. Verdere verwerking op school
Het draaiboek spreekt van 'bij belangrijke gebeurtenissen in de klas'.
Naast de genoemde momenten, denken we ook aan de Eerste Communie en het Vormsel. Naast de vermelding in het schoolkrantje is de vermelding in de eerste schoolviering na de uitvaart even belangrijk, alsook in de viering op het eind van het schooljaar.
Uiteraard zal ook na de uitvaart aandacht gegeven worden aan de reacties, emoties, gevoelens van de kinderen in individuele contacten, klasgesprekken, schrijfmomenten...
3.3.5 Doorverwijzingsmogelijkheden aanreiken
Het draaiboek noemt enkele mensen en instanties op.
De pastoraal verantwoordelijke, de schoolpastor, de parochiepriester, de parochiale werkgroep 'rouwen' ... kunnen hierbij ook vermeld worden.
3.3.6 Lijst uitleenadressen rouwkoffers
Uitleenadressen Jeugddienst provincie Antwerpen
De Jeugddienst van het bisdom Antwerpen heeft een rouwkoffer ontworpen die je - mits betaling van een waarborg (20 euro) - kan ontlenen.
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | leen.vandermarliere@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | leene.leyssen@khleuven.be |
Uitleenadressen Jeugddienst provincie West-Vlaanderen
Deze educatieve koffer kan telefonisch gereserveerd worden bij de Provinciale Jeugddienst. op 050 40 74 74 of op 0800 20 021 (Informatiecentrum Tolhuis) of per fax 050 40 74 75. Na reservatie kan de rouwkoffer opgehaald worden in een van de acht ontleenpunten. Bij ontlening wordt 100 euro geïnd, die teruggegeven wordt wanneer het ontleende tijdig en in goede staat wordt teruggebracht.
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | leen.vancraesbeek@khbo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lien.plasschaert@pandora.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lies.wijnants@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | liesbet.dufour@khbo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | liesbet.moeyaert@hubrussel.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | liesbeth.baeten@khbo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieve.boussauw@khbo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieve.dehasque@kunst.sintlucas.wenk.be |
Lijst met organisaties voor opvang van slachtoffers bij rouw.
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieve.luyten@hik.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieve.van.loock@mechelen.lessius.eu |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieve.verschueren@kunst.sintlucas.wenk.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieven.faes@khlim.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieven.jacobs@khlim.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lieven.vercauteren@kunst.sintlucas.wenk.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lijne.vloeberghs@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lijne.vloeberghs@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | liliane.verlinden@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lisette.vanhelmont@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | luc.blomme@khbo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | luc.depreeuw@telenet.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | luc.vandeput@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lucia.marien@mechelen.lessius.eu |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | ludwig.jossa@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lut.asselberg@lethas.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lut.theunis@lessius.eu |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lutgarde.provoost@mechelen.lessius.eu |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | lutgart.de.bie@khk.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | luut.leroy@cvovivo.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | maai.huyse@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | machteld.pensaert@khleuven.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | manuella.borghs@hik.be |
| Adres: | Koerspleindreef 54 2950 Kapellen |
| Telefoon: | |
| Email: | marc.gorremans@mechelen.lessius.eu |
| Adres: | Guido Gezellestraat 45 2300 Turnhout |
| Telefoon: | |
| Email: | marc.keersmaekers@khk.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | marco.fleerakkers@cvo-aalst.be |
| Adres: | |
| Telefoon: | |
| Email: | maria.coessens@kahosl.be |
3.4. Uitwerking van de pastorale stappen
3.4.1. Brief aan de ouders
Bij de modelbrieven in de brochure:
.../...
We zijn verbijsterd en vol vragen. We richten ons ook tot God: waarom toch?
In deze dagen willen we, nog meer dan anders, aandacht hebben voor de gevoelens van de kinderen. We willen er zijn voor elkaar. We proberen houvast te vinden bij God die ons beloofde juist nu heel dicht bij ons te zijn. Als een goede Vader, een goede Moeder begrijpt God wellicht onze twijfel en onze kwaadheid....
.../...
Verdriet en pijn overmeesteren ons. De juiste woorden vinden is niet gemakkelijk. We stellen ons vele vragen en hebben weinig antwoorden. Op school willen we aandacht geven aan de gevoelens van de kinderen. Ook willen we samen stil worden en bidden dat God er voor ons mag zijn, om ons te helpen en te troosten.
.../...
Na het lange ziek zijn, geloven we dat X nu mag thuis komen bij God waar geen verdriet en geen pijn meer zal zijn. Maar wij zullen haar missen. Wij hadden haar nog graag lang bij ons gehad. In momenten van stilte en gebed zullen we bidden om een nieuwe verbondenheid...
3.4.2. Gedachten om bij een 1ste brief te voegen
Gedachte 1
Gedachte 2
Gedachte 3
3.4.3. Teksten om bij een 1ste brief te voegen
Dag lieve dode kind,
we vergeten je nooit
je was veel te lief
om zo maar te vergeten
en dat we je missen
dat zul je wel weten
misschien dat we ooit
elkaar weer ontmoeten
jij gaat nu op reis
en wij moeten je groeten
het doet ons verdriet
dat jij nu moet gaan
wij wensen je dat je
opnieuw zult bestaan
in een droomland waar wij
ooit weer samenkomen
en waar mensen nooit meer
dood hoeven gaan.
Ik weet niet waar Je woont,
misschien boven de wolken,
vast heel dicht bij de zon.
God, ... komt eraan,
heel plotseling gestorven,
voorgoed bij ons vandaan.
Doe voor haar open, God,
want wij blijven hier achter,
wij kunnen niets meer doen.
God, ... komt eraan.
Wil Jij haar goed ontvangen,
Je armen om haar slaan?
Ze houdt veel van de zon,
wou altijd buiten spelen.
Nu werd ze zwaar gewond.
God, ... komt eraan,
wil Jij goed voor haar zorgen?
Kan ik daar van op aan?
Alle grote mensen huilen,
heel de wereld heeft verdriet
want er is een kind gestorven.
Nog zo jong, dat kan toch niet?
Het was nog maar pas begonnen,
alles lag nog in 't verschiet:
plannen, dromen, luchtkastelen,
neergehaald, dat mag toch niet?
En wie kan mij nu verklaren
wie jou zo vroeg sterven liet?
Zeg me niet dat God dat wilde
Levengevers doden niet.
Isa Winthorst
3.4.4. Gebeden bij een eerste klasgesprek na het melden van een overlijden
Over het brengen van het slechte nieuws in de klasgroep schrijft Riet Fiddelaers-Jaspers in 'jong verlies', hoofdstuk 9.
Het is goed de kinderen de kans te geven te reageren, vragen te stellen, emoties uit te drukken. Naargelang de leeftijd van de kinderen zal dit gesprek korter of langer duren. De leerkracht kan dit moment biddend afsluiten door eerst stilte te creëren, eventueel wat zachte muziek op te zetten. De kinderen worden gevraagd aan de overledene te denken. Er wordt een kaars aangestoken, een foto wordt in het gebedshoekje geplaatst. De leerkracht bidt voor...
Dit gebedsmoment kan de volgende dagen herhaald worden. Er kunnen telkens enkele kinderen uitgenodigd worden een herinnering aan de overledene te vertellen. Na het vertellen van de ervaring mag deze leerling - of iemand anders, een kaarsje aansteken. De kinderen kunnen ook bloemen meebrengen om bij de foto te plaatsen of tekeningen meebrengen die ze thuis hebben gemaakt.
Bij het kleutergebed kozen we voor de aanspreektitel 'goede God', omdat we het belangrijk vinden dat het basisvertrouwen van de kleuters in deze periode van verdriet blijvend wordt uitgedrukt. Dit belet echter niet dat de leerkracht eigen verdriet niet kan en mag uiten.
Bij de andere gebeden houden we het bij 'God'. De basis voor godsbeelden bij kinderen wordt gelegd door ervaringen van solidariteit, nabij zijn, verzoening, elkaar liefhebben. Zo schrijft het leerplan katholieke godsdienst. Via het gebed van de volwassenen en de verhalen over de ontmoeting tussen God en mens, vormen kinderen hun eigen godsbeelden. Wanneer de dood ons overvalt, soms wreed en genadeloos, hebben ook volwassenen het moeilijk om te bidden 'goede God'... dan moeten we dat ook niet doen met kinderen. We mogen eerlijk bekennen dat we 'stamelend bidden', 'dat we zelf onze woorden zoeken'.
Vanuit het leerplan, enkele aandachtspunten omtrent in het godsbeeld: in de eerste cyclus staan het basisvertrouwen en de veiligheid centraal. Hierbij wordt God als Vader ter sprake gebracht. Daarnaast is er ruimte voor God als Schepper.
In de tweede cyclus staat de Zoon centraal: Jezus als beeld van God. Daarnaast zijn er ook Oud Testamentische beelden van godsontmoeting, waaronder God als Schepper. De derde cyclus staat in het teken van engagement en wereldwijde verbondenheid. De Geest staat centraal. Ook hier: God als Schepper en de God van het Verbond.
3.4.4.1. Gebed voor kleuters
Goede God,
nu... dood is, is zij dicht bij jou.
Geef je haar twee dikke zoenen,
één van mij en één van jou.
Myrjam De Keyser
3.4.4.2. Gebed voor de 1ste graad
God,
... is verdrietig.
Haar oma is gestorven.
... vertelde dat haar oma (iets persoonlijks invullen).
Wat is het jammer dat mensen moeten sterven.
We zullen ... troosten door vandaag extra lief te zijn.
Help Jij ook om haar te troosten?
3.4.4.3. Gebed voor de 2de graad
God,
Iemand van de klas heeft droevig nieuws meegebracht:
(naam noemen) is gestorven.
Onze klasvriend(in) is verdrietig
omdat ze/hij (haar oma, zijn nonkel) nu nooit meer zal kunnen zien.
Wij weten nog niet goed wat er met dode mensen gebeurt,
maar Jezus zei dat Jij nu goed voor hen zorgt;
dat voor hen alle verdriet en pijn voorbij is.
God, wil Jij onze vriend(in) en zijn/haar familie helpen
om de mooie dingen uit het leven van .... te onthouden.
Zo zal .... verder blijven leven in hun hart.
En zullen ze zich altijd nog een beetje 'samen' voelen.
Wil je hen daarbij helpen, goede God?
3.4.4.4. Gebed voor de 3de graad
God,
Jij die gezegd hebt: "Ik zal er altijd zijn voor jou",
vandaag voelen we ons helemaal anders.
Er is iemand gestorven:
(de opa van...; de nonkel van...; de zus van...)
Samen met .... en hun familie voelen we ons verdrietig.
Ze zullen (naam) missen.
3.4.5. Gebed en ritueel voor kleuters in de dagen tussen de melding van het sterven en de uitvaart
3.4.5.1. Kort klasmoment voor kleuters
De foto van de mama staat in het gebedshoekje.
Lied: 'bij dit lichtje'
Bij dit lichtje denk ik aan jou.
Bij dit vlammetje heb je geen kou!
uit: een straaltje van de maan, zingeving bij kleuters, 53 liedjes
een boek met CD
Dit lied kan enkele malen na elkaar beluisterd of gezongen worden,
ondertussen kunnen enkele kinderen een lichtje aansteken bij de foto.
3.4.5.2. Met alle kleuters samen denken aan een mama die goed gekend is in de gehele kleuterschool
In de zaal wordt een mooi hoekje gemaakt met de foto van de mama,
een bloem, een kaars, een kruisbeeld.
De papa en de familie zijn uitgenodigd en aanwezig...
(dit laatste is niet altijd evident, de uitnodiging is wel altijd belangrijk!)
Kruisteken
Reden van het samen-zijn:
De mama van ... is gestorven. We zullen haar nooit meer zien.
Ze zal ons niet meer naar het bos brengen en ook geen soep meer helpen koken. ... is erg verdrietig, en ... is verdrietig. We zijn allemaal verdrietig.
Daarom zijn we hier samen in de zaal.
Als we samen verdrietig zijn, doet het minder pijn dan als we alleen zijn....
We steken het kaarsje bij de foto aan, we zetten er een bloempje bij.
ook Jezus weet dat mensen verdrietig zijn als iemand gestorven is.
Jezusverhaal:
"Maria huilt om Jezus", blz. 114-115 in Averbodes kinderbijbel
Verwerking:
Na het verhaal vertelt de voorganger dat de mama van...
net als Jezus nu naar de Vader in de hemel gaat.
Daarom bidden wij:
Goede God,
nu... dood is, is zij dicht bij jou.
Geef je haar twee dikke zoenen,
één van mij en één van jou.
Myrjam De Keyser
Ritueel:
We laten de mama niet alleen naar de Vader in de hemel gaan,
we geven haar allemaal een zoen mee,
en ook wat licht en warmte...
we werpen allemaal een kushandje naar de foto
de juffen, enkele kinderen, papa... steken een kaarsje aan.
Lied: 'bij dit lichtje'
Bij dit lichtje denk ik aan jou.
Bij dit vlammetje heb je geen kou!
uit: een straaltje van de maan, zingeving bij kleuters, 53 liedjes,
een boek met CD
Slot:
Terwijl de klassen de zaal verlaten, zwaaien ze naar de foto.
Ze zeggen er ook bij: dag mama van... , dààg ....
3.4.6. Gebedsmoment met de school bij het afscheid van een kleuter
Situatie:
De kleuter werd door haar mama gedood, waarna de mama ook zichzelf doodde. De grootouders die heel vaak voor Lien zorgden, wonen vlakbij de school. De pastor die de gehele week de school heeft begeleid, gaat de viering voor.
Kruisteken en duiding
Het is niet gewoon dat wij hier samen zijn. Er is iets ergs gebeurd op onze school. Lien is samen met haar mama gestorven.
We hebben allemaal veel verdriet.
We hebben allemaal veel verdriet om wat er is gebeurd. We begrijpen het niet. Niemand kan het begrijpen. Gisteren is hier een mevrouw geweest die dit ook zei: als een mama zo iets doet, kan niemand dat begrijpen... binnenin moet mama Hilde heel veel pijn hebben gehad. Zo veel pijn dat ze dacht dat niemand haar nog kon helpen....
We willen hier nu samen zijn als vrienden van Jezus.
Ook Jezus had verdriet wanneer zijn vriend Lazarus dood ging.
Jezus begrijpt ons en wil nu dicht bij ons zijn.
Laten we eerst tonen dat we zijn vrienden zijn door het kruisteken te maken.
Vertellen over Lien
We willen allemaal samen aan Lien denken.
Laurens ging vaak spelen bij Lien thuis.
Laurens zal ons vertellen wat hij van Lien zeker wil onthouden.
Ook directeur Geert zal iets vertellen over Lien.
...
We maken het nu heel stil,
en denken aan Lien en haar mama,
we mogen verdrietig zijn... met of zonder traantjes ...
Weten jullie - lang geleden was er de gewoonte om - als iemand dood ging en je weende, om je tranen op te vangen in een heel klein kruikje.
Dat kruikje werd dan in het graf gelegd. Het was een tranenkruikje.
Bij de foto van Lien zetten we een kruikje dat doet denken aan alle traantjes die we deze week samen hebben gehuild.
In de Bijbel staat geschreven dat God al onze tranen opvangt in zijn kruik. (psalm 56). God zegt niet: je moet niet wenen.
God zegt: ween maar, ik zal je tranen opvangen en ik zal je troosten.
Willen we het nu stil maken. Iedereen kan aan God vertellen waarom wij nu zo verdrietig zijn...
Lied van Elly En Rikkert:
Waarom huil je nou, doet het ergens pijn
wees nu maar stil, want Ik wil bij je zijn.
Ik heb jouw tranen
al hier in mijn kruik gedaan
die Ik bewaren zal tot op die mooie dag
dat Ik ze drogen zal.
ELLY EN RIKKERT, Bewaar het in je hart, EMI Music Holland BV, 1995
Verhaal van de wolkenzaal van Riet Fiddelaers-Jaspers
De verbijstering en het onbegrip bij dit sterven was groot. Hoe kan een mama haar dochtertje en dan zichzelf doden? De schoolpastor heeft dit verhaal (toen nog zonder verwerkingssuggesties) aangereikt om de situatie bij de kinderen ter sprake te brengen. Ik heb geen reflectie van de mate waarop dit is gebeurd of hoe met dit verhaal toen is gewerkt. De enige reactie die ik kreeg was een dankbare om toch 'iets' te hebben...
Deze was gevuld met gelukkige kinderen. Ze speelden en lachten en maakten plannetjes voor de reis die hen te wachten stond. Ze zochten ieder hun rugzak op en vulden die met allerlei dingen, want het was fijn om goed voorbereid op reis te gaan. En de kinderen klapten en juichten als een van de engelen het gouden klokje ging luiden, want dat was het teken dat er weer iemand aan de reis kon beginnen. De reis naar de aarde !
Nu was er in de wolkenzaal een kindje dat telkens met spanning keek, wie er aan de beurt was. En elke keer zuchtte ze van verlichting als ze nog niet hoefde te gaan: 'Och, gelukkig, ik nog niet.' Zij vond het fijn in de wolkenzaal. Het was er licht en warm, veilig en vrolijk. Op de aarde, zo wist zij, was het niet altijd zo licht en warm, vrolijk en veilig. Je kon je daar zo stoten aan scherpe doorns en schaven aan ruwe stenen en harde punten. En hier in de wolkenzaal was alles zacht en rond. Toch wist ze dat ook zij een keer aan haar reis moest beginnen. Maar eigenlijk wist ze niet zo goed wat ze allemaal in haar rugzak moest stoppen. Hulpeloos keek zij haar engel aan, die haar er vriendelijk op wees waaruit zij zoal kon kiezen.
Op een keer, het gouden klokje werd weer geluid, keek zij verschrikt op... het was voor haar! Met knikkende knieën pakte ze haar rugzak op. Haar engel nam haar bij de hand, maar bij de poort van de wolkenzaal zei het kindje: 'Ik durf niet. Het is zo anders daar. Ik ben bang, ik wil hier blijven.' De engel nam haar op en sprak: 'Wees maar niet bang, ik zal héél lang bij je zijn, totdat je groot bent, en dan nog zal ik over je waken.' En gesteund door de engel begon zij aan de reis. Ze kwam als baby'tje op aarde en, zoals elk baby'tje, at en dronk en sliep zij veel. En als zij sliep, dan droomde ze dat ze weer in de wolkenzaal was met haar engel trouw aan haar zijde. Ze werd groter, sliep minder en ging naar de kleuterschool. Ze begon de wolkenzaal te missen. Ze speelde met vriendjes en had plezier. Maar soms viel ze, schaafde zich en dat deed pijn. Dan keek ze in haar rugzak om te zien of daar iets in zat om haar te helpen, maar zij kon niets vinden. De jaren gingen voorbij.
Ze werd een meisje, een jonge vrouw. Het verlangen naar de wolkenzaal was soms zo hevig dat het leek alsof zij geen adem kon halen, alsof er een ijzeren band om haar hart klemde. Toen verscheen de engel en sprak: 'Houd vol, er is nog zoveel wat je moet meemaken en wat je vreugde zal bezorgen. Houd moed, ik ben bij je.'
De jonge vrouw wilde graag andere mensen helpen die zich aan de doorns geprikt hadden en zich geschaafd hadden aan stenen en scherpe punten. Dus koos ze een beroep waarbij ze voor anderen kon zorgen. Op een dag kwam zij iemand tegen en onmiddellijk wist ze diep van binnen: deze jongen ken ik nog vanuit de wolkenzaal! Ze gingen van elkaar houden en trouwden. Wat een vreugde. Ze voelde die ijzeren band om haar hart niet meer en zij dacht gewoon niet meer aan de wolkenzaal, nou ja, misschien soms, heel even. Ze kregen samen kinderen, eerst een meisje en toen een jongen en ze genoot ervan. Wat hield ze veel van deze kinderen.
Sommige mensen geven veel en zij gaf aan iedereen om haar heen ondanks het feit dat haar rugzak niet rijkelijk gevuld was. En zo kwam het dat ze na verloop van tijd de ijzeren band weer om haar hart voelde. Het was alsof het steeds pijnlijker werd. En ze wist: 'dit houd ik niet vol.' Ze grabbelde in haar rugzak om iets te zoeken waarmee de pijn minder zou worden. Ze schrok, want haar rugzak was bijna leeg. Ze keek naar de rugzakken van de andere mensen en zag dat die goed gevuld waren en dat terwijl die anderen al zo vaak iets aan haar gegeven hadden uit die rugzakken.
Op een keer kreeg ze het koud, zo koud... Plotseling kwam weer dat hevige verlangen naar de wolkenzaal. Daar waar het licht, warm, vrolijk en veilig was, daar waar ze haar rugzak weer kon vullen. Zij besloot terug te gaan.
Voor de poort kwam de engel haar al tegemoet en sprak: 'Ach, je bent zelf terug gekomen. Wat zullen ze je missen daar.' Maar toen zag de engel de dunne rugzak en begreep dat die helemaal leeg was.
Samen keken ze terug op de goede en minder goede momenten. Toen ze dat gedaan hadden, zei de engel: 'De mensen die je missen, zullen begrijpen dat je rugzak leeg is en omdat ze van je houden zullen ze warm en liefdevol aan je blijven denken. Ze zullen je nooit vergeten, want je betekent zoveel voor hen.'
En samen liepen ze naar de wolkenzaal.
De klas van Lien, de 2de kleuterklas hangt wolkjes aan de troostboom.
De troostboom (een krulwilgtak) stond de voorbije dagen in het rouwhoekje in de inkom van de school. De kinderen en ouders konden er vrij iets in hangen. Achteraf werd met al deze boodschappen een troostboekje gemaakt voor de grootouders van Lien.
Samen bidden
God,
we zijn verdrietig omdat Lien en haar mama gestorven zijn.
Wij kunnen het niet begrijpen.
We willen een mooie herinnering bewaren
en terug blije kinderen worden zonder Lien te vergeten.
Samen met Jou, dromen we van een wereld
waar mensen mekaar graag zien en goed zorgen voor elkaar,
een wereld met lieve mensen en
met dokters die vele soorten pijn kunnen helpen oplossen.
God,
wees er speciaal voor de grootouders van Lien,
geef hen vriendelijke mensen die bij hen willen zijn, hen kunnen troosten
en hen helpen om de mooie herinneringen te bewaren.
En God, help ook ons om goed te zijn voor elkaar
en goed voor mekaar te zorgen...
Wij vragen dit alles met de woorden die Jezus ons leerde:
Onze Vader...
Een herinnering voor oma en opa
De juf van de klas geeft de laatste tekening van Lien aan oma en opa.
De directeur geeft een steen met haar naam er op...
We werpen allemaal een zoen naar oma en opa...
Afscheid
We moeten afscheid nemen... loslaten... we kunnen niet anders....
Maar de herinneringen mogen we, moeten we vasthouden.
We mogen ook verbonden blijven.
Wij geloven dat God nu voor Lien en haar mama zorgt.
Hoe we ons dat moeten voorstellen, dat weet ik niet, ik denk dat het een beetje zal zijn zoals bij een vlinder...
Je hebt eerst een rups... dan een cocon... en daar komt dan een hele mooie vlinder uit !
Voor de oudsten: jullie kennen nog zo'n voorbeelden...
(tarwe - brood / druiven - wijn / hout - vuur / ...)
Lied van Elly en Rikkert
'Hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en uit z'n gaatje kwam een draadje
'hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en hij spon en hij spon
en hij spon een cocon.
'Hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
wel hier en ginder
ik ben een vlinder
'hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en hij vloog en hij vloog
wat-ie kon omhoog naar de zon.
De ballon
Omdat we geloven dat Lien en haar mama er nog zijn, op een heel andere manier dan we kunnen vermoeden zullen we een ballon naar de hemel sturen...
We zullen de ballon nakijken tot we hem niet meer zien, de ballon zal er nog zijn, maar wij zullen hem niet meer zien.
Zo zijn Lien en haar mama er nog, maar we zien ze niet meer.
De directeur komt binnen met de grote ballon,
Elke juf en meester heeft deze middag een wens naar Lien opgeschreven (kan vooraf voorbereid zijn in de klas).
De pastor leest er enkele voor...
Loslaten...
We gaan naar buiten, vormen een heel grote kring op de speelplaats.
We roepen nog allemaal eens heel luid, drie maal na elkaar,
de naam van Lien en dan laten we de ballon los.
We zwaaien de ballon na, tot we hem niet meer zien!
3.4.7. Gebedsmoment met de school bij de dood van de directeur
Vooraf
In elke klas wordt een puzzelstuk gemaakt met herinneringen aan meester Marc.
Per klas wordt afgesproken wie dit puzzelstuk zal voorstellen aan de grote groep. Dit kan door te vertellen hoe er begonnen werd aan de puzzel, door een ervaring of anekdote te vertellen, door mee te delen waarom juist dit werd getekend...
Het is goed om de tekst vooraf uit te schrijven en zeker ook te timen, per klas mag dit niet meer dan één minuut in beslag nemen!
Er wordt één houten kader in de vorm van een puzzel (in de fotohandel te verkrijgen) gemaakt met een collage van de klasfoto's en het embleem van de school.
Er wordt een mooie doos aangekocht om er dan alle puzzelstukken in te leggen. Deze doos kan versierd worden (misschien door de kleuters).
Tijdens deze dagen wordt het schoolteam ondersteund door de schoolpastor. Zij gaat voor in de afscheidsviering, samen met de (hoog bejaarde) rector van de zusters die normaal voorgaat in de (zeer traditionele) schoolvieringen.
In de gebedsviering staan we ook stil bij de gevoelens van boosheid die de kinderen kunnen voelen tegenover meester Marc. Een gevoel dat zeer normaal is bij de dood, zeker bij een zelfdoding. Er is een uitdrukkelijk moment van vergeving vragen en vergeven proberen te geven.
Vrijdag voor de klas
De grote zaal wordt klaargezet.
Het rouwhoekje uit de inkom wordt naar de zaal gebracht.
De klankinstallatie wordt geplaatst en gecontroleerd.
Vrijdagmorgen
Alle klassen komen rustig naar de zaal. Ook alle kleuters zijn aanwezig.
Er speelt rustige sfeermuziek.
Meester Jan verwelkomt en verwoordt enkele gedachten:
'We zijn allemaal geschrokken dinsdagmorgen, het doet pijn dat meester Marc gestorven is, we hebben verdriet,...'
Daarom zijn we hier deze morgen samen, om ook aan God te vragen om nu heel dicht bij ons te zijn, om bij meester Marc en bij juffrouw Trees (leerkracht 1ste leerjaar en echtgenote) en hun kinderen te zijn...
De gebedsviering
Kruisteken en duiding
Het is niet gewoon dat wij hier samen zijn. Er is iets ergs gebeurd op onze school. De directeur, meester Marc is gestorven.
We begrijpen het niet. Maandag was meester Marc er nog en dinsdag was hij dood. We hebben allemaal veel verdriet
We willen hier nu samen zijn als vrienden van Jezus. Ook Jezus had verdriet wanneer zijn vriend Lazarus dood ging.
Jezus begrijpt ons en wil nu dicht bij ons zijn.
Laten we eerst tonen dat we zijn vrienden zijn door het kruisteken te maken.
Het leven is één grote puzzel
Kijk wat we hebben meegebracht: reuze grote puzzelstukken. Het leven van ieder van ons gelijkt op een puzzel met vele stukjes. Stukjes van ons leven gebeuren hier op school, andere dan weer thuis, in de familie, in de jeugdbeweging. Alle stukjes samen vormen de puzzel van ons leven.
Ook het leven van meester Marc is een reuze grote puzzel.
Kijk, er is een puzzelstuk van toen hij klein was en zelf nog moest leren fietsen en schrijven en lezen en rekenen. Er is een puzzelstuk van toen meester Marc verliefd was op juffrouw Trees en met haar ging trouwen. En dan is er het puzzelstuk van meester Marc als papa van Siebe, Leen en Lien.
Zo zit deze zak vol met puzzelstukken die allen samen het leven van meester Marc uitbeelden. 17 van deze puzzelstukken hebben we gisteren uitgedeeld - aan elke klas één. Jullie mochten er op schrijven of tekenen wat jullie van meester Marc willen onthouden, wat je nog wilde zeggen, wat je zeker niet zal vergeten...
Eén voor één brengen de klassen de puzzelstukken aan en zullen er kort iets bij vertellen. We beginnen bij de kleuters.
Hier vooraan plaatsen we een mooie doos waarin we jullie puzzelstukken zullen leggen.
De levensdoos van meester Marc
Wanneer alle puzzelstukken in de doos liggen, bidden we:
God,
dank U wel om alle fijne dingen met meester Marc,
zoveel herinneringen, zoveel goeds,
zoveel mooie dagen die we samen mochten beleven.
Zegen al het goede uit het leven van meester Marc,
dat wij het onthouden
en er allen iets van meedragen in ons hart.
Amen.
Enkele donkere puzzelstukken
De meeste puzzelstukken hebben blije kleuren... Maar enkele zijn ook wat donkerder gekleurd. Ook voor meester Marc was niet elke dag hetzelfde.
Misschien moest meester Marc ook eens kwaad zijn op jou.
Misschien was jij eens kwaad op meester Marc.
Misschien, op een dag dat meester Marc het lastig had, was hij niet zo vriendelijk en was jij in je binnenste wel een beetje boos op meester Marc. Misschien zei je - nog niet zo lang geleden - iets dat niet fijn was over meester Marc en heb je daar nu spijt van...
Maken we het even stil.
Proberen we het minder goede van meester Marc
in ons hart te verwoorden.
Misschien voelen we ons ook wat kwaad omdat hij nu dood is.
Misschien willen we ons nog verontschuldigen tegenover meester Marc,
of zeggen dat we spijt hebben van iets.
Vragen we aan elkaar om wat minder goed was te vergeven...
De pastor bidt voor:
God,
Jij weet wat in ons omgaat,
Jij ziet in ons hart.
Help ons elkaar te vergeven.
Laat meester Marc voelen
dat we ondanks alles wat minder goed zou zijn geweest
hem graag blijven zien.
Meester Marc had vele mooie talenten en een grote inzet voor de school.
Moge het minder goede dat wij hebben gedaan
ook ons vergeven worden
en geen pijn meer doen in ons hart...
Dit donkere puzzelstuk steken we helemaal onderaan de doos.
We weten dat het er is,
maar we hebben geprobeerd het goed te maken met elkaar.
Telkens opnieuw proberen we elkaar te vergeven...
Er zijn ook puzzelstukken die we niet kennen...
Er zijn ook puzzelstukken die we niet kennen.
Puzzelstukken waar we niets over weten, waar we niets kunnen over vertellen. Dat zijn de geheime kantjes van meester Marc.
Meester Marc had natuurlijk veel blije geheimpjes, maar soms ook wat zorgen.
De laatste tijd zag je bij meester Marc een zwart puzzelstuk - dat normaal heel diep weg zit - meer naar boven komen.
En dan voelde hij zich zo triestig en zo moe dat er niemand meer was die hem kon helpen, ook niet de mensen die hem het liefste waren. Alles werd zwart voor de ogen van meester Marc en is hij doodgegaan...
Bij de doos met de levenspuzzels van meester Marc zet ik nu een kruikje.
Dat is een tranenkruikje.
Want in de bijbel staat er: God vangt al onze tranen op in zijn kruik...
God luistert naar ons verdriet,
Daarom bidden we samen:
Jezus,
ik heb verdriet.
Iemand van wie ik heel veel hou,
is er niet meer.
Dood.
Ik schrei veel.
Nooit zal ik meester Marc nog zien.
Wat moet ik doen, Jezus?
Ik zou graag hebben dat wie dood is,
een beetje verder kan leven in mijn hart.
Ik vraag het je, Jezus.
Stef Desodt
Dit gebed werd de voorbije dagen ook in de klas gebeden
Eens komt die nieuwe hemel
Meester Marc geloofde dat hij nu zal thuis komen bij God, die alle mensen graag ziet. Daar zal geen verdriet meer zijn, geen pijn...
Als wij aan de goede dingen van meester Marc blijven denken,
zal hij daar gelukkig zijn
en ons blijven helpen om van deze school een fijne school te maken!
Lied: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
Eens komt die nieuwe hemel, eens komt die nieuwe aarde,
eens komt die nieuwe zon, die nieuwe maan.
Eens komt die nieuwe morgen, eens komt die nieuwe dag
en zal de duisternis niet meer bestaan.
Refrein: een hele nieuwe wereld, zonder zorgen, zonder pijn,
voor alle mensen elke dag, gelukkig zullen zijn.
Waar niet meer wordt gevochten,
waar niet meer wordt geroofd,
dat is het wat de bijbel ons belooft.
Eens komt die nieuwe hemel, eens komt die nieuwe aarde,
dan delen alle mensen brood en wijn.
Dan drogen alle tranen, is alle angst voorbij,
dan zal God echt voor altijd bij ons zijn.
Dan delen alle mensen brood en wijn,
dan zal God echt voor altijd bij ons zijn.
tekst: Marianne Busser & Ron Schröder
muziek: Christan Grotenberg
3.4.8. Teksten van kinderen voor kinderen
De kinderen kunnen in de klas - zonder hulp - zelf schrijven.
De leerkracht kan hen ook behulpzaam zijn met enkele tips:
bv. je kunt een tekst schrijven door steeds te beginnen met de woorden
'als ik aan je denk' of... 'nooit meer'... of 'waar ben je nu?' of 'ik zou zo graag'...
Deze tips staan in 'waar ben je nu, zie jij me nog?' van Riet Fiddelaers-Jaspers.
Een voorbeeld zonder hulp:
Lieve meneer,
ik vind het heel jammer dat u dood bent.
Ik zou heel graag bij u in de klas zitten,
maar dat kan niet meer, zonde.
Maar dat is nou eenmaal zo.
Veel geluk in de hemel,
liefs Jara
Een voorbeeld met de vraag: 'waar ben je nu?':
Waar ben je nu, vraag ik me af.
Ik kan je nog niet missen.
Waar ben je nu, vertel me dat.
Ik wil je nog niet kwijt.
Waar ben je nu, ik heb je nodig.
Ik zal je nog vaak zoeken.
Waar ben je nu, zie jij me nog?
Jij blijft bij mij, altijd.
Een elf
= een gedicht van vijf regels met elf woorden. Op de eerste regel één woord. Op de tweede regel twee. Op de derde drie. Op de vierde vier. En op de vijfde regel weer één woord. En je geeft op elke regel antwoord op een vraag: over wie gaat het? Wat weet je van hem/haar? Waar is hij of zij nu? Schrijf een wens voor hem/haar of voor jezelf op of wat je voelt.
Een afscheidswoord:
Oma
thee zetten
in de hemel?
thee drinken met engeltjes
Daaag
3.4.9. Teksten van volwassenen voor kinderen
'Vergeet de kinderen niet' is een algemene regel ook bij het schrijven van rouwkaartjes.
Een rouwkaartje naar de jongere broer van wie het zusje is gestorven,
naar het zoontje van de kleuterjuf die nu dood is, ....
Enkele voorbeelden:
Jan, iemand schreef: 'Als er iemand doodgaat van wie je heel veel houdt,
dan lijkt je verdriet wel een emmer vol tranen
die allemaal gehuild moeten worden.'
Jan, jij moet nu ook veel huilen om je zus die gestorven is.
Wij willen heel dicht bij jou zijn en proberen je te troosten.
Ook God ziet jouw tranen en wil dicht bij jou zijn...
Rik, je papa is gestorven en dat maakt ons allemaal zeer verdrietig.
Voor ons is je papa 'meester Pol'. Hij maakte graag grapjes.
Maar hij vertelde ook veel over jou. Hij was fier op jou en zag je heel graag!
Rik, wij geloven dat je papa nu verder voor jou zal zorgen
van bij de Vader in de hemel...
Leen, je lieve mama is nu dood. Ze zorgde zo graag voor jou.
Ook wij zagen je mama graag. Je mag van je mama zeker onthouden dat ze zo mooi verhaaltjes kon vertellen en liedjes zingen met de kinderen van de klas.
Je mag ons altijd komen vragen om over je mama te vertellen. We zullen het graag doen. Zo willen we je proberen te troosten als je je mama heel erg mist. Dan willen we jou ook iedere keer vertellen dat je mama jou heel graag blijft zien en vanuit de hemel voor jou wil blijven zorgen...
3.5. Symbolen met ritueel voor een uitvaart waarbij kinderen betrokken zijn of worden
Een uitvaart is een heel specifiek ritueel.
De dood confronteert ons onvermijdelijk en onomkeerbaar met de kwetsbaarheid van ons bestaan. Ook kinderen kunnen niet om de dood heen en beleven de eindigheid van het leven op een eigen manier die onder andere sterk bepaald wordt door hun leeftijd.
Voor deze verschillende belevingswijzen verwijs ik naar het boek van Riet Fiddelaers-Jaspers: jong verlies.
Het meemaken van een uitvaart is voor kinderen een sterke confrontatie en een opeenstapeling van vreemde gebeurtenissen. Ze worden geconfronteerd met vaak totaal nieuwe impressies: de kerkruimte, de liturgie, symbolen en rituelen, het verdriet van volwassenen.
De volwassenen waarbij ze steun en troost vinden, lijken nu onbereikbaar, ontroostbaar, hebben geen antwoorden. Kinderen worden dan zeker zoals Nel Jongsma-Tieleman omschrijft 'op zich zelf teruggeworpen'.
Mijn ervaring leert dat men kinderen in een uitvaart nogal vlug 'een bloem op de kist doet leggen'. Wat betekent dit voor kinderen? Is een witte roos op dat moment een goed symbool? Wat vertelt dit symbool, en is het leggen van de bloem op de kist aan de kinderen over het symbolisch hapje hoop dat we in een uitvaart willen bieden?
Vertrekkend vanuit de inzichten die ik mocht lezen bij Nel Jongsma-Tieleman, zocht ik naar symbolen waarmee een ritueel kan opgebouwd en ingebed worden in het leven van kinderen.
Belangrijk hierbij vind ik dat het symbool gekoppeld kan worden aan een Bijbels verhaal, waarbij het symbool iets vertelt over het grote verhaal van God met de mensen. Ook belangrijk zijn de kansen die het symbool geeft om met de klas tijdens de dagen voor de uitvaart iets te doen. De belangrijkste aandacht in deze opdracht gaat echter wel naar het symbool en ritueel in de uitvaart zelf.
De namen in de voorbeelden zijn fictief gekozen.
3.5.1. Sterren
3.5.1.1 Bijbelse vindplaats
Psalm 8, vers 4 - 5:
Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?
Psalm 33, vers 6:
Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt,
door de adem van zijn mond het leger der sterren.
Psalm 147, vers 4:
Hij bepaalt het getal van de sterren, hij roept ze alle bij hun naam.
Jezus Sirach, hoofdstuk 43, 9:
De schoonheid van de hemel is de pracht van de sterren,
lichtende sieraden aan de hemel van de Heer.
Matteüs, hoofdstuk 2, vers 1-2.9:
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes,
kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.
Ze vroegen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden?
Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.'
Brief aan de Filippenzen, hoofdstuk 2, vers 15:
Opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.
3.5.1.2. Waarom is dit een goed symbool?
Arne is een peuter met een handicap die door alle kinderen van de school gekend is. Bij het (verwachte) sterven van Arne wordt in de school een troosthoek gemaakt. Het is de adventstijd, dicht bij Kerstmis. Als troostboom wordt een kerstboom gekozen waarin enkele zeer mooie sterren worden opgehangen. Bij de troostboom staat een mand met papieren sterren.
De kinderen van de school kunnen (vrijblijvend) in de troosthoek een ster halen om deze te versieren, om er een tekening op te maken, om er een herinnering aan Arne op te schrijven.
Deze ster kunnen ze ofwel in de troostboom hangen, ofwel meebrengen naar de uitvaart.
De peuters uit de klas van Arne kleven op een grote ster een foto en het symbooltje van Arne. Elke peuter komt bij de juf en mag iets vertellen over Arne.
Juf stelt daartoe individueel vraagjes:
- Speelde je graag met Arne?
- Jij was zijn vriendinnetje hé?
- Weet je nog wat Arne graag deed?
Daarna kleeft de peuter met hulp van juf een klein sterretje rond de foto en het symbooltje.
De peuterklas gaat samen naar de troostboom en hangt de ster helemaal bovenaan in de boom: 'Arne was van onze klas!'
3.5.1.3. Vooraf in de school
Arne is een peuter met een handicap die door alle kinderen van de school gekend is. Bij het (verwachte) sterven van Arne wordt in de school een troosthoek gemaakt. Het is de adventstijd, dicht bij Kerstmis. Als troostboom wordt een kerstboom gekozen waarin enkele zeer mooie sterren worden opgehangen. Bij de troostboom staat een mand met papieren sterren.
De kinderen van de school kunnen (vrijblijvend) in de troosthoek een ster halen om deze te versieren, om er een tekening op te maken, om er een herinnering aan Arne op te schrijven.
Deze ster kunnen ze ofwel in de troostboom hangen, ofwel meebrengen naar de uitvaart.
De peuters uit de klas van Arne kleven op een grote ster een foto en het symbooltje van Arne. Elke peuter komt bij de juf en mag iets vertellen over Arne.
Juf stelt daartoe individueel vraagjes:
- Speelde je graag met Arne?
- Jij was zijn vriendinnetje hé?
- Weet je nog wat Arne graag deed?
Daarna kleeft de peuter met hulp van juf een klein sterretje rond de foto en het symbooltje.
De peuterklas gaat samen naar de troostboom en hangt de ster helemaal bovenaan in de boom: 'Arne was van onze klas!'
3.5.1.4. Ritueel met sterretjes tijdens de uitvaart
De troostboom staat in de kerk. Tijdens de uitvaart vertelt de voorganger - of iemand van de school - over de troostboom en over de sterren. De kinderen die hun ster nog bij zich hebben, mogen deze nu ofwel bij de troostboom ofwel dicht bij Arne leggen.
Tijdens de uitvaart worden de kinderen en de volwassenen uitgenodigd om als teken van afscheid, maar ook als teken van ons geloof - hoe sterk of hoe zwak dit op dit ogenblik ook is - een gebaar stellen...
Wij willen 'opstaan' - niet bij de pakken blijven zitten.
Wij willen 'dragen' - niet laten vallen of in de steek laten.
Een ster toonde indertijd waar het Kerstkind geboren werd.
Dat kind betekende licht in het bestaan van heel velen - tot op vandaag.
Met sterretjes willen we Arne omringen,
Hijzelf is wegwijzer naar het tedere, naar de Liefde.
Hijzelf is een lichtje van liefde geweest en zal dit ook voor velen blijven
Arne is nu zelf als een sterretje dat voor ons zal blijven fonkelen....
Iedereen wordt uitgenodigd om naar voor te komen, wat sterretjes te nemen uit de schaal en over het kistje van Arne te strooien.
Als sterretjes worden kleine goudkleurige sterretjes gebruikt die in de kerstperiode in de handel te krijgen zijn. Afsluitend strooit de voorganger met weidse gebaren de overige sterretjes over het witte kistje.
Op het eind van de uitvaart wordt een bewerking verteld van het boek:
'een ster voor Amber' van Claude K. Dubois en Bart Demyttenaere.
Dit verhaal sluit aan bij de drie verhalen die de opa van Arne reeds maakte. In de verhalen speelt kleinzoon Arne de hoofdrol als 'kabouter Arno Cocorico'.
De voorganger heeft gevraagd om er tijdens de uitvaart dit vierde verhaal aan toe te mogen voegen.
De kinderopvang waar Arne tot voor kort één dag per week mocht verblijven, heet: 'Beertje Bing'.
De kinderen van 'Beertje Bing', samen met de aanwezige peuters uit de klas van Arne, verzamelen op het eind van de uitvaart buiten op het kerkplein. Allen hebben ze een witte ballon. Aan elke ballon hangt een ster waarop de naam van Arne staat.
Op het eind van de uitvaart komen de ouders met Arne in de armen naar buiten en staan te midden van de kinderen. De voorganger is meegekomen, staat bij Arne en zijn ouders en spreekt de kinderen aan:
Arne kan niet bij ons blijven. Jullie weten dat Arne heel erg ziek was en dat de dokters hem niet konden genezen. Nu wordt Arne als een sterretje in de hemel. Daar zal God heel goed voor hem zorgen. Omdat Arne niet alleen moet gaan, sturen wij de ballonnen met hem mee. We zullen zolang kijken tot we de ballonnen niet meer zien. We zullen zwaaien naar de hemel. En als we de ballonnen niet meer zien, dan weten we dat ze niet weg zijn, ze zijn alleen maar te ver weg om ze nog met onze oogjes te zien. Dat is ook zo met Arne. We kunnen hem niet meer zien....
Laten we onze ballonnen los... zwaaien we... roepen we: dag Arne, dàààg....
Daarna brengt de begrafenisbegeleider Arne naar de wagen, terwijl de ouders en familie rouwbetuigingen ontvangen...
Arne's vierde verhaal: een ster voor kabouter Arno Cocorico
Het is een vakantiedag.
Kabouter Arno Cocorico zal de ganse dag spelen met Beertje Bing.
Zo is het afgesproken.
Beertje Bing zit bij de rode paddestoel met witte stipjes te wachten, te wachten... Kabouter Arno Cocorico komt niet buiten...
Het is toch mooi weer... Waar blijft kabouter Arno Cocorico toch?
Na lange tijd klopt Beertje Bing aan het kabouterhuisje aan...
Kaboutermama komt opendoen.
"Waar is kabouter Arno Cocorico", vraagt Beertje Bing,
"we zouden vandaag samen spelen."
Kaboutermama kijkt wat droevig.
"Kom maar eens binnen," zegt kaboutermama, "kabouter Arno Cocorico is nog wat aan het rusten, hij voelt zich niet zo lekker vandaag."
Beertje Bing gaat naar de kamer van kabouter Arno Cocorico.
Kabouter Arno Cocorico ligt op zijn bedje...
Hij ziet er maar bleekjes uit, hij glimlacht zachtjes naar Beertje Bing.
Kabouter Arno Cocorico vraagt aan Beertje Bing om naast hem op bed te komen zitten.
"Beertje Bing", zegt kabouter Arno Cocorico, "ik voel me niet zo lekker, mijn beentjes doen pijn en ook mijn armpjes doen zo'n pijn. Ik voel me zo moe, Beertje Bing, ik kan echt niet met jou spelen."
"Willen we dan samen in een boek kijken ?", vraagt Beertje Bing,
"Ik wil wel voor je voorlezen.".
Beertje Bing gaat op het bed zitten en neemt kabouter Arno Cocorico's lievelingsboek.
Het verhaal gaat over een kleine prins die van sterren houdt.
Elke avond kijkt hij naar boven.
De kleine prins kent de namen van alle sterren.
Kabouter Arno Cocorico kent het verhaal al helemaal uit het hoofd.
Toch is hij blij dat Beertje Bing er wil uit voorlezen.
Ook de volgende dag, blijft kabouter Arno Cocorico in zijn bedje. Zo moe is hij.
Elke avond komt Beertje Bing op bezoek. Dan vertellen ze aan elkaar en elke avond leest Beertje Bing iets voor uit het boekje over de kleine prins.
Op een avond zegt kabouter Arno Cocorico: 'Kijk, Beertje Bing": de lucht staat vol sterren.
Even blijft het stil.
"Daar is Orion,", wijst kabouter Arno Cocorico. "Twee rijen sterren met een kleintje in het midden. En daar staat Grote Beer.
"Zie je die kleine blinkende ster naast de Grote Beer?"
Beertje Bing doet zijn best. Hij ziet het niet.
"Ik heb je gefopt", lacht kabouter Arno Cocorico.
"Er staat geen sterretje naast Grote Beer. Nog niet;"
Beertje Bing begrijpt niet waar kabouter Arno Cocorico het over heeft.
Kabouter Arno Cocorico geeft zijn beste vriend een knuffel.
"Binnenkort wel", fluistert hij, "binnenkort ga ik hier weg. En dan zie je een nieuwe ster".
"Een nieuwe ster", mompelt Beertje Bing.
"Ja," zegt kabouter Arno Cocorico "Net zoals in het verhaal van de kleine prins."
Beertje Bing kan die avond niet slapen. Hij zit op de vensterbank. Buiten is het donker. Er zijn geen wolken. De maan staat hoog aan de hemel.
Beneden rinkelt de telefoon. Beertje Bing hoort voetstappen op de trap.
Mama Beer komt de kamer binnen. Ze heeft dikke tranen in haar ogen.
Mama Beer neemt Beertje Bing in haar zachte berepootjes.
Beertje Bing wijst naar de lucht. "Daar is Orion;" zegt hij. "Daar staat grote Beer".
Dan wijst hij naar een kleine, blinkende ster.
"Zie je die heldere ster naast Grote Beer?" vraagt hij.
"Dat is kabouter Arno Cocorico. De mooiste ster van allemaal."
Mama beer drukt Beertje Bing stevig tegen zich aan.
Samen voelen ze zich droevig en toch ook een beetje blij...
3.5.2. Het zaad / de graankorrel
3.5.2.1. Bijbelse vindplaats:
Genesis, hoofdstuk 1, vers 11-13
God zei: 'Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.' En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
Psalm 126, vers 5-6
Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.
Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.
Marcus, hoofdstuk 4, vers 26 - 29
En hij zei: 'Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde. Hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort. Eerst is er de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.'
Johannes, hoofdstuk 12, vers 24
Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.
Eerste brief aan de Korintiërs 15, vers 35-43:
Nu zou iemand kunnen vragen: 'Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?' Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook en ook dat van een vis. Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren en de sterren onderling verschillen ook in schittering. Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.
Eerste brief aan Petrus, hoofdstuk 1, vers 23-25:
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord. 'De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.' Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
3.5.2.2. Waarom dit een goed symbool is
Het graan, de zaadkorrel lijkt me heel evident een goed symbool te zijn.
Het draagt alle criteria in zich: geen apart ding boven de gewone werkelijkheid en ontstaan uit de ervaring met die gewone werkelijkheid.
Het zaad verwijst naar wat men hoopt en ontstaat in de context van verlangen: groeien, kiemen, tot bloei komen, vrucht dragen.
Het zaad draagt nog een ander element van symboolwaarde in zich dan de lauwerkrans en de ster. Het zaad moet immers zelf sterven om tot nieuw leven te komen.
Het symbool sluit aan bij de ervaringen van de mens: de eindigheid van het leven. Maar draagt het perspectief op wat we hopen - onvergankelijkheid en eeuwig leven - in zich. De graankorrel gaat de weg van de mens, de mens gaat de weg van de graankorrel.
Ook hier verwijzen we naar de praktische theoloog Henning Luther in een artikel van Ruard Ganzevoort. Luther wijst op het belang van een fragmentarische identiteit tegenover het ideaal van volledigheid en duurzaamheid. Elk stadium van onze ontwikkeling, onze levensloop toont niet alleen groei en winst, maar altijd breuk en verlies. Wij hebben weet van het 'nog niet'.
Het zaad, het graan gaat door elk stadium van het menselijk bestaan om telkens doorheen het breukmoment heen te komen en honderdvoudig vrucht te dragen!
Omdat het sterk Bijbels geworteld is en ook op het sterven van Jezus van toepassing is, is het een symbool dat zeker op zijn plaats is in een christelijke uitvaart. De graankorrel verwijst naar Jezus' sterven en verrijzen!
Johannes 12,24: "Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht."
Het ritueel van het zaaien beantwoordt dan ook aan het perspectief dat we de overledene willen geven: opnieuw geboren worden... sterven om te leven!
3.5.2.3. Vooraf in de klas
Juf Leen van de eerste klas is gestorven in een verkeersongeluk.
Het is de maand juni, de eerste communie is reeds voorbij.
Tijdens de voorbereiding op de eerste communie hebben de kinderen boontjes geplant: 'ik heb een boontje voor jou'.
De 1ste klas leerde over de weg die het zaad in de aarde moet gaan...
In de verschillende klassen worden herinneringen aan juf Leen neergeschreven.
Per klas wordt er één uitgekozen om te brengen in de avondwake.
De andere herinneringen worden in een mooie herinneringsdoos verzameld.
Deze doos wordt achteraf aan de familie gegeven.
3.5.2.4. Ritueel met zaad tijdens de avondwake
In samenspraak met de familie neemt de school de avondwake op zich.
Alle kinderen van de school worden uitgenodigd aanwezig te zijn in de avondwake.
De uitvaart wordt door de familie voorbereid.
Tijdens de uitvaart gaat alle aandacht naar Leen als echtgenote, moeder, dochter, zus.
Enkel de 6de klas is in de uitvaart aanwezig.
Op de kaftbladzijde van het boekje staat:
De doden, vergaan in de aarde,
als tranen versteend in de grond?
Zij liggen in de aarde,
zij zullen opstaan,
wuivende schoven
een nieuwe morgen.
Voorganger:
Op de plaats waar morgen het verstilde lichaam van juf Leen zal staan,
ligt nu een vlakte aarde...
(= enkele zakken bloemaarde, uitgespreid op een groot plastiek)
Aarde:
In het begin nam God wat aarde
en boetseerde de mens.
God blies er levensadem in, zijn Levensadem.
God zei tegen de mens:
'Leef! Bevolk de aarde en wordt vruchtbaar'...
De vruchtbaarheid van de aarde,
draagt de mens in zich mee...
Vruchtbaar, om te doen: 'het goede'
vruchtbaar, om te zijn: 'mens voor de mensen'
vruchtbaar, om te geven: 'leven aan een ander'
vruchtbaar, om te delen: 'wat goed is voor de ander'..
Juf Leen deed, was, gaf, deelde met zovelen,
in het bijzonder met de kinderen van de 1ste klas.
Zoveel kinderen heeft juf Leen leren lezen en rekenen...
Zoveel kinderen heeft ze over Jezus als hun grote vriend verteld.
Ze heeft vele kinderen voorbereid op die bijzondere ontmoeting met Jezus
in de Eerste Communie.
De kinderen vertellen de herinneringen aan juf Leen.
Daarna zingt het koor :
Wie als een god wil leven hier op aarde,
hij moet de weg
van alle zaad
en zo vindt hij genade
Hij gaat de weg van alle aardse dingen,
hij heeft het lot
met hart en ziel
van alle stervelingen.
Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven,
het kleinste zaad
in weer en wind
moet sterven om te leven.
De mensen moeten sterven voor elkander,
het kleinste zaad
wordt levend brood,
zo voedt de een de ander.
En zo heeft onze God zich ook gedragen
en zo is Hij
het leven zelf
voor iedereen op aarde.
Voorganger:
Juf Leen gaat nu de weg van het zaad...
Juf Leen zaaide goede woorden...
Juf Leen zaaide goede raad...
Juf Leen strooide vreugde rond...
Juf Leen strooide dankbaarheid rond...
Bij elke zin strooit een kind wat zaad op de aarde .
(bij voorbeeld: zonnebloemzaadjes of vergeet-mij-nietjes)
De 1ste klas heeft bijzondere zaadjes: boontjes.
De voorganger, de catechiste of de directeur van de school vertelt over de Eerste Communie, over de boontjes die ze toen hebben geplant.
God zegt aan ieder van ons: 'ik heb een boontje voor jou'...
De kinderen van de 1ste klas willen nu opnieuw een boontje planten.
Een heel speciaal boontje voor juf Leen...
Ze zijn er zeker van dat God nu ook aan juf Leen zegt: 'ik heb een boontje voor jou'...
De eerste klas plant hun boontje in twee bloembakken.
Eén bloembak wordt na de avondwake gegeven aan de echtgenoot van juf Leen.
De andere bloembak gaat mee naar school om na het ontkiemen uit te planten in de schooltuin.
De voorganger vertelt over de weg van het graan
of iemand leest: 1 Korintiërs 15, vers 35-43
Daarna worden alle mensen uitgenodigd om wat zaad, om goede herinneringen
uit te strooien op de aarde waar morgen de kist zal staan...
"Zaai een handvol van uw vreugden
tussen wat voorbijgaand is.
Laat ons als wij moeten sterven
licht zien dat oneindig is."
Terwijl iedereen dit gebaar kan stellen, speelt er rustige muziek...
Daarna bidden we samen met de kinderen:
Jezus,
Wij hebben verdriet.
Iemand van wie we veel houden,
is er niet meer.
Dood.
We schreien veel.
Nooit zullen we juf Leen nog zien.
Wat moet wij doen, Jezus ?
We zouden graag hebben dat wie dood is,
een beetje verder kan leven in ons hart.
We vragen het je, Jezus.
Stef Desodt
Dit gebed werd de voorbije dagen ook in de klas gebeden
Het koor zingt een stukje uit het klein kerstoratorium van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen:
Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
Zij zullen lachen en juichen
als op de dag van de oogst.
Het volk dat in duisternis gaat,
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
Daarna bidden we samen het Onzevader.
We ontvangen de vredeswens en geven deze door aan elkaar.
De voorganger bidt het slotgebed:
Geef uw vriendschap en uw trouw
aan deze dode mens,
Gij die genoemd wordt
'God - Ik zal er zijn'
die wij mochten roepen
in uren van vertwijfeling -
zie haar, zie ons allen,
deze mensen hier
Gij die weet wat in mensen omgaat
ontferm U, wees genadig, kom bevrijden.
Sterk ons,
dat wij niet verdwalen
in verdriet.
Van U is de toekomst
kome wat komt
licht dat niet dooft
liefde die blijft.
Na de wake kan iedereen een potje vullen met aarde die bezaaid is met zaadjes.
Iedereen wordt uitgenodigd om de zaadjes een bijzonder plaatsje te geven in de tuin.
Volgende teksten worden meegegeven in het boekje:
Laat ons dan bevend groeten de graankorrel
ooit zelf gegroeid
in de moederschoot van de aar
en die nu geruisloos ontwaakt
in de slapende aarde.
auteur ons onbekend
zoals het graan dat overrijp
zich neerbuigt naar de aarde
waaruit het is ontsproten.
Zo is het sterven van een mens
een terugkeer naar de Andere
die zijn oorsprong is...
Manu Verhulst
3.5.3 De tas
De betrokken leerkrachten en kinderen komen naar voor nadat ze worden aangekondigd.
Juf S. heeft een mooie tas bij en leest het volgende gedicht:
"Ik heb hier in mijn hand
een heel speciale tas,
daarin zitten geen leesboeken
of sommen van de klas.
Er zitten lieve briefjes in
van elk kind apart,
daarop staan kleine,
maar heel warme woorden uit hun hart.
Woorden als "ik vind het erg"
en woorden zoals "pijn",
woorden zoals "helpen"
en "graag je vriendje zijn".
Briefjes om te lezen
voor als je huilen moet,
misschien voelt elk woordje dan
een heel klein beetje goed.
De kinderen lezen om beurt hun briefje en stoppen de briefjes in de tas.
- "Mijn hoofd zit vol met raadsels. Ik vind het heel erg. Het is precies dat ik jou ben."
- "Ik vind het heel erg dat jullie voke gestorven is. We zullen er altijd voor je zijn."
- "Als je terug op school bent en als je dan heel veel verdriet hebt, dan zullen wij wel met je spelen en veel leuke spelletjes doen."
- "Iedereen probeert je te troosten. Soms helpt het maar soms ook niet."
- "Jullie voke heeft heel veel samen met jullie gedaan maar nu zien jullie hem niet meer. Ik vind dat heel spijtig."
- "Ik wou dat we een trap van tranen konden maken naar de hemel om jullie voke terug te halen. Zou dat maar kunnen."
- "We zullen heel goed voor jullie zorgen."
- "We vinden het heel erg dat jullie voke dood is gegaan. Houd hem altijd in je hart."
- "We worden er stil van ." (juf E.)
Een kind geeft de tas aan de familie.
3.5.3.1 Uitgewerkt voorbeeld: De papa van Jasper uit de 6de klas doodt zichzelf...
3.5.3.1.1 De situatie
Jasper zit in de 6de klas. Meester Lieven weet reeds een tijd dat de papa van Jasper opgenomen is in het ziekenhuis wegens depressie. Het gaat blijkbaar niet goed. De klas weet dat Jaspers papa ziek is. De gelegenheid deed zich nog niet voor om hierover klassikaal te spreken. Meester Lieven weet niet wat 'depressie' voor de andere leerlingen betekent.
Op een dag komt de melding dat Jaspers papa dood is, zelfdoding.
De school neemt het draaiboek van de provincie ter hand,
samen met het pastorale stappenplan - zie 3. Pastorale aandacht bij een sterfgeval.
De directie, de pastorale werkgroep en de zorgcoördinator komen samen.
Er wordt afgesproken wat er de volgende dagen op school en in de klassen zal gebeuren naar aanleiding van dit sterven die in de buurt van de school nogal besproken wordt.
Voor de 6de klas, de klas van Jasper, wordt een eigen project uitgewerkt.
Hierna volgt de omschrijving van dit project.
Als ondersteuning bij dit gebeuren verwijzen we in het bijzonder naar twee uitgaven van Riet Fiddelaers-Jaspers: in de reeks: afscheid nemen: 'Waarom doet iemand dat?' en 'Weg van mij', werkboek voor kinderen die achterblijven na zelfdoding.
Dit werkboek wordt door de school aangekocht om aan Jasper te geven.
3.5.3.1.2. Dag 1: de melding
Meester Lieven vertelt dat er slecht nieuws is: de papa van Jasper is dood.
Meester vraagt wat de kinderen al weten en laat de kinderen reageren, vertellen, vragen stellen...
Meester vertelt dat het hem ook overvalt, dat zelfdoding een heel eigen gebeuren is,
dat ze er de volgende dagen aandacht zullen aan besteden...
Meester Lieven maakt een verzameling van de vragen waarover de leerlingen graag zouden nadenken, leren, spreken. Hij wijst er ook op dat mensen in dergelijke situaties vaak zaken vertellen die niet juist zijn, die leugen of roddel zijn. We moeten echt niet alles geloven van wat verteld wordt. Wij moeten zeker ook niet oordelen of veroordelen. We dienen vooral respect te hebben voor de privacy van de overledene en de familie.
Meester Lieven wijst ook op alle gevoelens die dit gebeuren bij ons kunnen oproepen: droefheid omdat een vriend van ons zijn papa verliest, angst omdat het ook met één van onze ouders kan gebeuren, boosheid omdat de papa van Jasper dat gedaan heeft, opluchting kan ook omdat Jasper nu niet meer mee moet naar het ziekenhuis en meer tijd zal hebben om te spelen. Ook bij Jasper kunnen al deze gevoelens naar boven komen. Daar zullen we de komende dagen aandacht voor hebben!
Meester Lieven neemt ruim de tijd om de gevoelens, gedachten, vragen naar boven te laten komen.
Om het gesprek te besluiten - omdat het straks speeltijd is - vraagt meester om het stil te maken. In het godsdiensthoekje kan er de volgende dag een foto, een bloem, een bijzondere kaars,... aangebracht worden.
Er speelt wat rustige muziek...
Meester schrijft op één van de vleugels van het bord (keerzijde):
papa van Jasper
dood
Wie dat wil kan er iets bijschrijven.
Wanneer iedereen daartoe de kans heeft gekregen bidt meester Lieven voor:
God,
vandaag voelen we ons helemaal anders.
De papa van Jasper is dood.
Dat vinden we zeer erg voor onze vriend.
Hij zal zijn papa missen.
Waarom heeft zijn papa dat toch gedaan?
Is er iemand die dit weet? Weet jij het, God?
God,
geef ons genoeg geduld om naar hem te luisteren.
geef ons de goede woorden om Jasper te troosten
Van Jezus weten wij dat Jij nu samen met ons verdrietig bent
omdat Jij niet wilt dat mensen sterven.
Help ons te geloven
dat Jij er nu bent voor de papa van Jasper.
Zorg goed voor hem aan de overkant van het leven....
Wees Jasper en zijn mama en...
nabij in deze donkere dagen. Amen.
Na de speeltijd stelt meester Lieven voor om nu samen te werken, zoals we altijd doen. De vleugel van het bord met de woorden wordt gedraaid. Het verdriet is niet weg, maar we proberen nu even ook wat te werken.
3.5.3.1.3. Dag 2: "Waarom doet iemand dat?"
In samenspraak met de moeder van Jasper en Jasper zelf is hij vandaag niet op school.
Meester Lieven heeft het werkboek 'Weg van mij' aangeschaft.
Hij laat er de kinderen kennis meemaken door het te tonen en in vogelvlucht de inhoud te laten zien. Dit boekje zal de school aan Jasper geven.
De cadeaupagina wordt samen ingevuld.
Op de witte bladzijde ernaast kunnen alle kinderen van de klas hun naam zetten.
Meester Lieven maakte voor de leerlingen van de klas kopieën van de artikels
Waarom? p. 24 - 25
Wat is depressief? p. 26 - 27
Wie maken er een einde aan hun leven? p. 28-29
Hield mama niet meer van mij? p. 30-31
Deze bladzijden worden klassikaal gelezen.
De leerlingen krijgen de kans er over te praten, vragen bij te stellen.
Als persoonlijke voorbereiding heeft meester Lieven het boekje 'Waarom doet iemand dat?' van Riet Fiddelaers-Jaspers gelezen.
Meester Lieven vertelt dat Jasper morgen in de klas zal zijn
en dat ze samen met Jasper een hoekje zullen maken voor zijn papa.
Jasper zal een foto meebrengen. Meester zorgt voor een kaars.
Brengt iemand een bloem mee? We proberen iets te schrijven: een gedicht, een eigen ervaring, een gebed... We kunnen wat we voelen in kleuren uitdrukken.
Dit alles geven we dan ook een plaats in het hoekje.
Ook nu proberen we het stil te maken. Bij de rustige muziek denken we aan Jasper,
aan alle mensen die verdriet hebben. Samen bidden we het Onzevader.
Meester Lieven draagt het boek naar Jasper en vertelt wat ze er mee hebben gedaan. Afspraken voor de volgende dag worden gemaakt.
3.5.3.1.4. Dag 3: Het verhaal van Jasper en het verhaal van de wolkenzaal
Een rouwhoekje in de klas
Vandaag is Jasper op school. Een halve of een volle dag, dat zal hij zelf deze middag beslissen. Meester Lieven was bij Jasper thuis en heeft samen met hem en zijn mama afgesproken wat er vandaag in de klas zal gebeuren. Jasper brengt een foto, de rouwbrief, een voorwerp mee... voor het rouwhoekje.
In de klas heet meester Lieven Jasper bijzonder welkom.
Samen met de kinderen van de klas wordt het rouwhoekje gemaakt.
Wanneer iemand reeds een gedicht, een gebed, een tekst schreef, een tekening maakte,
kan dit ook een plaats krijgen.
Om het luidop te lezen of te bidden zal meester Lieven wachten tot hij alles eerst zelf heeft kunnen lezen.
Het verhaal van de wolkenzaal
Meester Lieven omschrijft de situatie van het verhaal.
Een verhaal wil ons helpen om te begrijpen wat er gebeurd is met de papa van Jasper.
Het verhaal wil ook Jasper helpen - als hij dat wil - iets te laten vertellen over zijn papa.
Meester vertelt dat het ook normaal is dat Jasper gevoelens van kwaadheid kan hebben als hij nu aan zijn papa denkt. Kwaad zijn op iemand is deel van het verdriet.
Na het verhaal hangt meester een groot blad op het bord,
waarop een rugzak getekend is.
Meester Lieven noemt als eerste iets waarvan hij weet dat Jaspers papa dit in zijn rugzak had. Bijvoorbeeld: werkijver
Daarna mag Jasper benoemen: liefde voor zijn kinderen, plaaggeest, ...
De kinderen die de papa van Jasper kennen, mogen aanvullen.
Meester Lieven zoekt met de kinderen naar het verband tussen het verhaal van de wolkenzaal en het artikel dat ze gisteren lazen over depressie.
Klassikaal wordt het verhaal van de wolkenzaal opnieuw geschreven, toegepast op de papa van Jasper...
Meester Lieven zorgt voor een mooie lay-out van dit verhaal, op een formaat dat Jasper het in het werkboek kan stoppen.
Gebedsmoment
We worden stil. Er speelt rustige muziek. De kaars in het rouwhoekje wordt aangestoken.
We denken aan de papa van Jasper.
Wie dat wil kan luidop iets zeggen, iets bidden...
Samen bidden we het Onzevader.
3.5.3.1.5. Dag 4: Voorbereiding van de uitvaart
Meester Lieven vertelt dat de ganse klas morgen naar de uitvaart gaat. Samen met de pastor die de uitvaart zal voorgaan, met de mama van Jasper en Jasper zelf, heeft meester Lieven afgesproken wat de klas zal doen.
Samen zullen ze dit nu voorbereiden.
Na het binnendragen van de kist, de begroeting en verwelkoming,
na het gebed om ontferming en het openingsgebed...
zal meester Lieven aan de mensen in de kerk het verhaal van de wolkenzaal vertellen,
in de versie die de klas samen met Jasper heeft geschreven.
Daarna zal een leerling van de klas een (nieuw gekocht) rugzakje geven aan Jasper.
Deze rugzak zullen ze vandaag vullen met mooie herinneringen aan de papa van Jasper
en met briefjes die zij nu zelf zullen schrijven. We kunnen ook beslissen om wat we reeds geschreven en getekend hebben - en dat nu in de rouwhoek ligt - in de rugzak te stoppen.
Voor de methodiek van het schrijven, verwijzen we naar het boekje 'Waar ben je nu, zie jij me nog?' van Riet Fiddelaers-Jaspers. De kinderen kunnen uitgenodigd worden om vrij, zonder hulp een brief te schrijven aan Jasper.
Soms kan het helpen een bepaalde structuur aan te reiken. Enkele voorbeelden:
- Een tekst kan beginnen met: als ik aan je denk...
- Iedere regel van een gedicht kan beginnen met: nooit meer...
- De brief kan beginnen met: Jasper, ik zou zo graag...
Wie klaar is, toont de tekst, brief, het gedicht aan meester Lieven. Daarna kunnen ze het overschrijven op een mooi tekenblad en dit blad ook nog versieren.
Kinderen die liever iets tekenen of met kleuren hun gevoelens uitdrukken, kunnen ook op deze manier iets maken voor de rugzak.
Alle bladen worden in de rugzak verzameld.
3.5.3.1.6. Dag 5: De uitvaart
De klas gaat samen naar de uitvaart. De ouders die meegekomen zijn, nemen plaats tussen de kinderen. Op deze wijze hebben ze oog voor het verdriet van de kinderen. Letterlijk en figuurlijk kunnen ze de kinderen tot steun zijn. Meester Lieven zit tussen zijn klas. Oogcontact tussen Jasper en meester Lieven is mogelijk.
Meester Lieven brengt het verhaal van de wolkenzaal.
De twee goede vrienden van Jasper brengen de rugzak, terwijl meester zegt:
'Jasper, we geven aan jou een rugzak gevuld met brieven en tekeningen die jou willen steunen en troosten. We hopen dat het mag helpen om deze moeilijke tijd door te komen. Je hoeft je verdriet zeker niet alleen te dragen. We willen je nabij zijn!'
De rugzak blijft gedurende de uitvaart bij Jasper.
Terug in de klas vraagt meester Lieven naar de indrukken, ervaringen, reacties.
Een lange vrije speeltijd waarbij wie dat wil nog even bij meester of bij de zorgcoördinator kan komen, is het enige dat deze voormiddag nog gepland kan worden. Hierbij hebben de twee leerkrachten aandacht voor wie aan de kant staat, voor wie niet aan het spel deelneemt of juist zeer agressief deelneemt.
3.5.3.1.7. De dag na de uitvaart
Jasper is terug in de klas. Meester vraagt of Jasper nog iets wil vertellen aan de klas over gisteren. Ook de leerlingen krijgen de kans om nog iets te vertellen of te verwoorden.
Het gedachtenisprentje staat in het rouwhoekje.
De kaars wordt aangestoken...
Eén of enkele gebeden uit het rouwhoekje kunnen voorgelezen worden.
Meester zegt dat het verdriet nu niet weg is, maar dat we allen samen willen proberen om wat te werken zoals we dat gewoon zijn te doen.
3.5.3.1.8. Nazorg...
Een week later stelt meester Lieven voor om met de teksten en gedichten uit het rouwhoekje een troostboek te maken voor Jasper.
Het voorwerp dat Jasper meebracht neemt hij terug mee naar huis.
Het rouwbericht en het gedachtenisprentje blijven in het rouwhoekje staan.
Wanneer de vormselvoorbereiding in de klas ter sprake komt,
wanneer vaderdag nadert,
wanneer de verjaardag van Jaspers papa op een schooldag valt..
probeert meester Lieven een signaal te geven naar de klas en naar Jasper toe zodat de dood van Jaspers papa nog eens ter sprake komt.
3.5.3.1.9.Terzijde
Wellicht kan er in een taalles of wereldoriëntatie aandacht gegeven worden aan woordenschat/taalbeschouwing in verband met: dood, zelfmoord, zelfdoding, suïcide...:
- uitdrukkingen en zegswijzen i.v.m. de dood
- woordenschat: innige of christelijke deelneming? zijn medeleven uitdrukken of uiten / rouwbrief, rouwbericht, overlijdensbericht / crematorium, crematie, cremeren / strooiweide, columbarium, urnenveld, asverstrooiing, urne / funerarium, condoleren /...
Deze pagina werd inhoudelijk grotendeels uitgewerkt door Mieke Corneillie.
4. Interessante gegevens uit een leerkrachtenbevraging
een woord
te veel
maar toch
te weinig
een gebaar
overbodig
maar toch
zo welkom
zonder jou
alleen
maar toch
te samen
al is het dan
niet met jou....
Doel van de leerkrachtenbevraging
In dit empirisch onderzoek wordt nagegaan in welke mate leerkrachten zich bekwaam voelen rouwende leerlingen te begeleiden. Zijn godsdienstleerkrachten volgens de enquête beter geplaatst of opgeleid voor de opvang van deze leerlingen? Heeft navorming, anciënniteit en geslacht invloed op de deskundigheid? Zien leerkrachten het als hun taak om deze jongeren te ondersteunen? Voelen leerkrachten zich voldoende geïnformeerd over de werkvormen en materialen om met rouwende leerlingen te werken?
Werkwijze
Om een antwoord te vinden op bovenstaande vragen, werd gebruik gemaakt van een kwantitatief onderzoek.
Het onderzoek richt zich op de Limburgse context. De doelgroepen van het onderzoek zijn enerzijds de leerkrachten van profane vakken en anderzijds godsdienstleerkrachten die in het katholiek middelbaar onderwijs les geven. In het totaal werden tien scholen aangeschreven waar telkens tien leerkrachten een enquête invulden. Vijf scholen situeerden zich in Midden-Limburg (het multi-culturele Limburg), drie scholen in Noord-Limburg, waarvan twee gesitueerd zijn in kleinere provinciestadjes en één in een landelijke gemeente en twee scholen in Hasselt.
Nadat de scholen waren geselecteerd, werd bepaald welke leerkrachten werden bevraagd. Naast twee godsdienstleerkrachten, werden ook twee praktijkleerkrachten en zes leerkrachten van algemene vakken per school bevraagd. Voor de leerkrachten van algemene vakken werd gekozen voor een leerkracht wiskunde, geschiedenis, Nederlands, Frans, wetenschappen en lichamelijke opvoeding. Deze selectie maakte het mogelijk te onderzoeken in welke mate de opleiding en navorming een invloed hebben op het bekwaamheidsgevoel van leerkrachten bij rouwbegeleiding.
Door een selectie te maken van de scholen en de leerkrachten, kan men stellen dat het beeld dat uit het empirisch onderzoek naar voor komt waarschijnlijk een vrij betrouwbaar beeld geeft voor Limburg. In het totaal ontvingen 100 leerkrachten een vragenlijst, 90 van de 100 leerkrachten hebben deze lijst beantwoord.
Enkele opvallende resultaten
Navorming bij leerkrachten
Tabel 1: navorming 'omgaan met verlies'
Als het gaat over de navorming rond verlieservaringen met leerlingen heeft 72% geen navorming gevolgd, 19% één bijscholing en 9% meerdere bijscholingen gevolgd. De leerkrachten werd ook gevraagd naar hun ervaring met andersgelovige rouwende leerlingen. 74% heeft geen ervaring met deze leerlingen, 24% heeft weinig ervaring en 2% heeft veel ervaring.
Invloed van het vak op de visie rond begeleiding
Tabel 2: invloed van het vak op begeleiding
De begeleiding van rouwende leerlingen ziet men niet alleen als de taak van de godsdienstleerkrachten. De godsdienstleerkrachten zelf vinden het vooral de opdracht van de klasleraars. Opvallend is dat de praktijkleerkrachten de begeleiding van rouwende leerlingen zien als een taak van de pdg (pastoraal dragende groep) terwijl zij meestal geen lid zijn van de pdg. Ze vinden de rol van de klasleraars belangrijk bij de begeleiding maar minder belangrijk dan de godsdienstleerkrachten. Uit dit onderzoek kan men met enige voorzichtigheid besluiten dat de godsdienstleerkrachten zich bewust zijn dat de begeleiding niet alleen de taak is van hen. Ook de leerkrachten van de algemene vakken en de praktijkleerkrachten vinden dat de klasleraars en de pdg een belangrijke bijdrage horen te leveren in deze begeleiding.
Onvoldoende kennis over afscheidsrituelen in andere religies
De meeste leerkrachten beschikken niet over voldoende achtergrondinformatie om rouwende leerlingen met een andere geloofsovertuiging te begeleiden.
Tabel 3: achtergrondinformatie over andere geloofsovertuigingen
De ondervraagde leerkrachten hebben vaak onvoldoende kennis over afscheidsrituelen in andere religies. Dit vertaalt zich dan naar hun bekwaamheidsgevoel. Ze voelen zich niet echt bekwaam om deze leerlingen te begeleiden of collega's te ondersteunen als zij geconfronteerd worden met een verlieservaring bij een andersgelovige leerling. Uit de analyse komt naar voren dat leerkrachten, die beschikken over voldoende achtergrondinformatie, zich bekwaam voelen om andersgelovigen te begeleiden in hun rouwproces.
De leerkrachten zien het als een taak van de school om ook deze jongeren op te vangen en te ondersteunen. De leerkrachten maken hier geen onderscheid tussen rouwende en andersgelovige rouwende leerlingen. De begeleiding van deze leerlingen is niet alleen voorbehouden voor de godsdienstleerkracht, maar is de taak van elke leerkracht. De leerkrachtengroep verwacht wel van de godsdienstleerkrachten dat ze voldoende kennis hebben over afscheidsrituelen bij andere religies en dus ook voldoende bekwaam zijn om andersgelovige leerlingen te begeleiden in hun rouwproces.
Invloed van het onderwezen vak op begeleiding andersgelovige rouwende leerlingen
Tabel 4: invloed van het onderwezen vak op begeleiding andersgelovige rouwende leerlingen
Elk 'type' leerkracht veronderstelt dat de godsdienstleerkrachten voldoende kennis bezitten over de afscheidsrituelen in andere religies. Ze worden verondersteld deskundig genoeg te zijn om deze leerlingen te begeleiden. De godsdienstleerkrachten vinden het zelf belangrijk kennis te hebben over deze rituelen en ze beschikken er vaak over. Toch vinden ze het meer de taak van de klasleraars dan wel van de godsdienstleerkrachten om deze leerlingen te begeleiden. Ze zien het eerder als hun opdracht om de klasleraars of de collega's die zo'n begeleiding moeten doen, te coachen vanuit hun verworven kennis. Daartegenover staan de praktijkleerkrachten die menen over onvoldoende kennis te beschikken. Vanuit dit tekort zien ze het dan ook als de taak van de godsdienstleerkrachten om deze leerlingen op te vangen. Naarmate de kennis over andere religies groter is, vinden leerkrachten het minder de taak van de godsdienstleerkrachten om deze jongeren te ondersteunen.
Aandacht van de navorming voor verliesverwerking in andere culturen
Tabel 5: aandacht voor andere culturen in de navorming
De meeste leerkrachten vinden het nodig dat men in de navorming rond verlieservaring, aandacht besteedt aan rouwverwerking in andere culturen. Dit is niet verwonderlijk, de meeste leerkrachten voelen zich niet bekwaam om andersgelovige rouwende leerlingen te begeleiden.
Vooral de taak van de lerarenopleiding
Tabel 6: module 'afscheid nemen' in de lerarenopleiding
De grote meerderheid van de leerkrachten vindt dat leren omgaan met verlies een plaats moet krijgen in de lerarenopleiding. Het hoort volgens hen op de eerste plaats thuis in deze opleiding, eerder dan in de navorming. Toch vinden de leerkrachten een navorming heel zinvol als men hierover in de lerarenopleiding geen module gevolgd heeft. Momenteel leert maar een kleine groep leerkrachten deze leerlingen begeleiden door een navorming of een module in de lerarenopleiding. De leerkrachten merken op dat niet iedereen de signalen en behoeften van rouwende leerlingen opmerkt. Nochtans is de ondervraagde groep ervan overtuigd dat navorming of een module in de lerarenopleiding leerkrachten ontvankelijker kan maken voor de signalen en behoeften van rouwende leerlingen. Bovendien vinden de ondervraagde leerkrachten dat leerkrachten na het volgen van een opleiding bekwamer zijn om deze leerlingen te begeleiden.
De leerkrachten die een leerling verloren hebben op het moment dat ze er les aan gaven, hebben meer navorming gevolgd dan de leerkrachten die nog geen leerlingen verloren hebben. Het zou natuurlijk beter zijn dat men reeds opgeleid is vooraleer men met verlieservaringen van leerlingen geconfronteerd wordt. Op deze manier worden leerlingen onmiddellijk deskundig opgevangen.
Invloed van de navorming op de vakoverschrijdende
Invloed van de navorming op de vakoverschrijdende eindtermen
Tabel 7: invloed van navorming op de vakoverschrijdende eindtermen
Uit tabel tien kan men afleiden dat leerkrachten die navorming volgden, een opname in de vakoverschrijdende eindtermen veel belangrijker vinden dan leerkrachten zonder deze vorming. Bovendien vinden zij dat leerkrachten onvoldoende aandacht besteden aan leerlingen leren omgaan met verlieservaringen. Navorming maakt leerkrachten blijkbaar bewust van het belang om leerlingen in deze materie te vormen. Ze willen dit concreet gestalte geven door het op te nemen in de vakoverschrijdende eindtermen.
Onvoldoende kennis over materialen en werkvormen
Tabel 8: kennis van werkvormen door navorming
De ondervraagde leerkrachten vinden dat men in de navorming of in de lerarenopleiding onvoldoende kennis maakt met materialen die men kan gebruiken om rond verlieservaringen te werken. Ze worden ook onvoldoende vertrouwd gemaakt met werkvormen rond 'afscheid nemen'. Doordat leerkrachten deze vaardigheden en kennis niet aanleren in de navorming of lerarenopleiding, denkt het merendeel van hen dat het moeilijk is om geschikte materialen en werkvormen te vinden.
Invloed van het vak en navorming op kennis van materialen en werkvormen
Tabel 9: invloed van navorming op kennis van werkvormen en materialen
Uit bovenstaande tabel kan men afleiden dat praktijkleerkrachten en leerkrachten algemene vakken in de navorming of lerarenopleiding onvoldoende materialen en werkvormen leerden kennen. In tegenstelling tot de godsdienstleerkrachten vinden zij het ook het moeilijkst om geschikte werkvormen en materialen te vinden. De godsdienstleerkrachten vinden de Thomassite een handig medium voor de bundeling van deze werkvormen, terwijl de andere leerkrachten weinig vertrouwd zijn met deze site.
Tabel 10: verband aantal navormingen en kennis van materialen en werkvormen
Uit deze tabel komt naar voren dat de navorming onvoldoende aandacht besteedt aan materialen om in klasverband te werken rond verlieservaringen. Opvallend is dat leerkrachten die een navorming gevolgd hebben, meer de Thomassite kennen dan leerkrachten zonder navorming.. In deze groep met navorming zitten opvallend meer godsdienstleerkrachten dan in de groep die geen navorming volgde. De godsdienstleerkrachten hebben vanuit hun vak al een grotere vertrouwdheid met deze site.
Besluit
Dit empirisch onderzoek is een verkennend onderzoek. De besluiten, die geformuleerd worden, moeten met de nodige voorzichtigheid benaderd worden omdat het om een kleinschalig onderzoek gaat. Men mag hieruit zeker niet concluderen dat deze gegevens voor heel Vlaanderen gelden. Wel komen er een aantal tendensen naar voor.
Godsdienstleerkrachten voelen zich bekwamer dan andere leerkrachten om rouwende leerlingen te begeleiden. Ze hebben meestal meer bijscholingen gevolgd dat hun collega's van andere vakken. Ze beschikken vaak over voldoende achtergrondinformatie en vaardigheden om deze leerlingen te begeleiden. Bovendien voelen de meesten zich voldoende onderlegd om andersgelovige leerlingen te begeleiden of hun collega's te coachen. Ze zijn het best op de hoogte van de werkvormen en de bestaande materialen. Toch zien de godsdienstleerkrachten het niet expliciet als hun taak om leerlingen te ondersteunen.
De praktijkleerkrachten en leerkrachten van de algemene vakken zien het als hun taak en de taak van het hele team om een rouwende leerling te begeleiden. Maar deze groep mist vaak hiervoor de achtergrondkennis, de vaardigheden en de materialen. Vooral de praktijkleerkrachten scoren heel laag en verwachten dan ook veel van de godsdienstleerkrachten. Toch bevinden praktijkleerkrachten zich vaak in een gunstige positie wat betrokkenheid met de leerlingen betreft. De ondervraagde leerkrachten geven aan dat de betrokkenheid met leerlingen het meest doorslaggevend is om een goede begeleider/begeleidster te zijn. Uit dit onderzoek moet duidelijk worden dat directies niet alleen godsdienstleerkrachten op bijscholing sturen, maar zeker de praktijkleerkrachten deze kans moeten geven.
De ondervraagde leerkrachten vinden dat omgaan met verlies een plaats moet krijgen in de lerarenopleiding. Maar tegelijkertijd vinden ze het nodig dat leerkrachten die geen vorming genoten, best een navorming volgen over 'omgaan met verlies'.
Bovendien wordt duidelijk dat de navorming niet alleen de leerkracht theoretisch moet vormen, maar hen ook in contact moet brengen met werkvormen en materialen. Naast deze werkvormen wil men dat de navorming aandacht besteedt aan rouwen in andere culturen.
Draaiboek
Soms wordt het bericht al een tijdje verwacht, soms komt het als een donderslag bij heldere hemel: er is een leerling gestorven. De schok is altijd groot. Ondanks het verdriet moet er plotseling veel gebeuren. Daarom is het belangrijk om vast te leggen wat er stap voor stap moet geregeld worden rond deze boodschap.
De informatie uit een draaiboek wordt altijd bij crisismomenten gebruikt en moet snel opgenomen kunnen worden. Om deze reden is een draaiboek best niet te gedetailleerd. Een overzichtelijke checklist is handig.
Een school die nog geen draaiboek heeft opgesteld, kan gebruik maken van onderstaande voorbeelden. Scholen kunnen deze voorbeelden gebruiken om hun eigen draaiboek op te stellen. Uiteraard blijft het voortdurend noodzakelijk om het draaiboek te evalueren, aan te passen en te verbeteren.
Afhankelijk van het gebeuren kunnen er verschillende scenario’s uitgeschreven worden in een draaiboek.
- overlijden van een leerling
- overlijden van een gezinslid van een leerling
- overlijden van een grootouder, oom, tante, neef of nicht,… van een leerling
- overlijden van een leerkracht
- overlijden van de partner of kind van een collega
Draaiboek bij het overlijden van een leerling
Melding
Het bericht komt binnen
- opvang van degene die het bericht meldt
- overdracht van de melding naar de schoolleiding
De schoolleiding hoort het bericht
de school is niet betrokken
- de melding controleren wanneer het bericht niet afkomstig is van de familie of andere bevoegden
- informeren naar het wie, wat, waar en hoe het gebeurd is
- geheimhouding tot nader orde
- sleutelteam samenstellen: directie- klasleraar- leerkracht met een goede band klas en leerkracht met draaiboekervaring (iemand die niet te nauw betrokken is), 1 persoon als eindverantwoordelijke aanduiden
de school is betrokken (tijdens schooluren of in schoolverband)
- de omstandigheden waaronder de gebeurtenis plaatsvond controleren
- hulpverlening op gang brengen
- ervoor zorgen dat de leerlingen die zich op de plaats van het ongeval bevinden naar school worden gebracht
- geheimhouding tot nader orde
- contact zoeken met nabestaanden (eventueel in samenwerking met politie, huisarts, slachtofferhulp)
- sleutelteam samenstellen: directie- klasleraar- leerkracht met een goede band klas en leerkracht met draaiboekervaring (iemand die niet te nauw betrokken is), 1 persoon als eindverantwoordelijke aanduiden
Het sleutelteam
- teamsamenstelling aan andere leerkrachten meedelen
- team is verantwoordelijk voor:
- informeren van de betrokkenen
- organisatorische aanpassingen
- opvang van leerlingen en leerkrachten
- contacten met ouders
- regelingen in verband met rouwbezoek en uitvaart
- administratieve afhandeling
- nazorg van de betrokkenen
- het team gaat na wie geïnformeerd moet worden over het overlijden:
- het personeel
- de klas van de leerling
- familieleden zoals broers, zussen, neven en nichten die op school zitten
- ex-klasgenoten
- vrienden en vriendinnen in andere klassen
- overige leerlingen (denk aan de leerlingen in de turnzaal,…)
- ouders
Het vertellen van het nieuws
- Geef extra aandacht aan familie (broer, zus, neef, nicht) van de overleden leerling. Het kan zinvol zijn om ook hun klas te informeren over het gebeuren.
Aandachtspunten: De klasleraar bereidt zich voor op het gesprek met de klas
- Creëer een sfeer waarin het mogelijk is om te zeggen dat je er moeite mee hebt
- Zorg dat een van de leerkrachten van het team ambulant is (leerkrachten vrij roosteren) en kan bijspringen voor leerlingen die extra opvang nodig hebben
- Probeer de opvang zoveel mogelijk in de klas te houden, maar zorg dat er een ruimte is waar leerlingen naartoe kunnen die alleen willen zijn of erg overstuur zijn
- Wees erop voorbereid dat deze situatie andere verlieservaringen kan reactiveren, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten
- Zorg dat je werkvormen bij de hand hebt die verwerking stimuleren
- Bereid je goed voor: wat ga je zeggen en hoe, elke effecten kun je verwachten
De mededeling
- Vertel het hoe, waar en wanneer van de gebeurtenis
- Breng het bericht over zonder eromheen te draaien
- Geef in eerste instantie alleen de hoogst noodzakelijke informatie
- Neem voldoende tijd voor emoties
- Wanneer de emoties wat geluwd zijn en de jongeren beginnen vragen te stellen, kun je overstappen naar de volgende informatie:
- Vertel hoe het contact met de familie verloopt
- Geef uitleg over gevoelens van verdriet die naar boven komen (iedereen verwerkt het verdriet op zijn manier)
- Vertel bij wie de leerlingen terecht kunnen voor een persoonlijk gesprek
- Laat de leerlingen weten hoe het programma van deze dag en de komende dagen er uit ziet
- Geef, als er naar gevraagd wordt, heel summier uitleg over het rouwbezoek en de uitvaart (vaak kan dat beter in een later stadium)
Organisatorische aanpassingen
- Kijk naar de activiteiten die de school de komende dagen organiseert, zoals sportdagen, multiculturele dagen en dergelijke. Wellicht is annulatie of uitstel voor deze klas nodig.
- Herdenkingstafeltje maken in de hal met herdenkingsschrift
Contacten met de ouders van de overleden leerling
Het eerste bezoek
- Neem nog dezelfde dag contact op
- Maak voor dezelfde dag een afspraak voor een huisbezoek
- Ga bij voorkeur samen met iemand van de directie
- Houd er rekening mee dat het eerste bezoek vaak alleen een uitwisseling van gevoelens is
- Vraag naar een tweede bezoek om wat verdere afspraken te maken
Het tweede bezoek
- Vraag wat de school kan betekenen voor de ouders
- Overleg over alle te nemen stappen:
- Bezoekmogelijkheden van leerlingen
- Het plaatsen van een rouwadvertentie
- Het afscheid nemen van de overleden leerling
- Bijdragen aan de uitvaart
- Afscheidsdienst op school
Contacten met de ouders van de overige leerlingen
- Informeer de ouders via een brief over:
- De gebeurtenis
- Organisatorische aanpassingen
- De zorg voor de leerlingen op school
- Contactpersonen op school
- Regels over aanwezigheid
- Rouwbezoek en aanwezigheid bij de uitvaart
- Eventuele afscheidsdienst op school
- Nazorg voor de leerlingen
Begeleiding tussen overlijden en uitvaart
- Creëer een herinneringsplek. Haal de lege stoel niet onmiddellijk weg. Bedenk met de klas hoe je de overledene het best kunt gedenken: foto, kaars, bloemen en dergelijke
- Creëer veel ruimte voor de vragen die leerlingen hebben. Sommige leerlingen die niet zo verbaal zijn, uiten zich creatief, bijvoorbeeld door te tekenen
- Maak zonodig gebruik van speciale lessen om met leerlingen te praten over hun gevoelens en te werken aan het afscheid nemen
- Spreek af wie het contact met de ouders onderhoudt. Stimuleer de leerlingen op bezoek te gaan als ouders dit op prijs stellen
- Ga, na overleg met de ouders van de overleden leerling, met de leerlingen aan het werk om een bijdrage te leveren voor de dienst: teksten, tekstboekje maken, muziek maken of kiezen,enz.
- Spreek af wat de leerlingen nog meer kunnen doen bij de verschillende diensten
- Bezoek de overleden leerling en vertel de leerlingen hoe de overleden leerling eruit ziet alvorens samen met de leerlingen een laatste groet te brengen. Verplicht niemand om een laatste groet te brengen. Ga met alle leerlingen na de begroeting terug naar school en zorg voor een drank en koekjes. Laat leerlingen hun gevoelens uiten.
- Bereid het bijwonen van de uitvaart goed voor. Vertel aan de leerlingen wat ze kunnen verwachten. Ga samen met de leerlingen naar de uitvaart en vervolgens terug naar de school waar de leerlingen terug opgevangen worden. Zorg voor broodjes en drank.
- Houd rekening met cultuurverschillen
- Organiseer in overleg met de ouders, een afscheidsdienst op school om zoveel mogelijk leerlingen de kans te geven afscheid te nemen.
Nazorg
- In de klassen van dat jaar en in de hal een foto van de overleden leerling ophangen
- De bank in de klas laten staan
- Naam van de leerling opnemen in de herdenkingskalender
- Leerlingen van de klas een artikel laten schrijven voor de schoolkrant
- Regelmatig tijd maken voor een gesprek met de klas
- Ouders nog eens gaan bezoeken met enkele leerlingen als ze dat wensen
- Met de verjaardag van de leerling een kaartje sturen naar de ouders, samen nog eens naar het kerkhof gaan
- Vertrouwensleerkracht zorgt voor de opvang van de meest betrokken leerlingen
- Jaarlijks een herdenkingsplechtigheid organiseren, waarop ook de ouders uitgenodigd worden. Deze plechtigheid wordt gemaakt en verzorgd door de klas. Dit doen we tot die klas het middelbaar beëindigd heeft.
Administratieve zaken
- Handel de administratieve zaken zorgvuldig af.
- Blokkeer alle uitgaande post betreffende het overleden kind
- Ga zorgvuldig om met alles wat er van het overleden kind nog op school is; voor ouders zijn dit heel waardevolle zaken. Geef geen bezittingen mee aan broer of zus. Tijdens latere contacten kunnen deze bezittingen overhandigd worden.
- Blokkeer de schoolrekening en stuur ook geen rekeningen meer op.
Draaiboek bij het overlijden van een gezinslid van een leerling
Melding
Het bericht komt binnen: buiten of tijdens de schooluren
- opvang van degene die het bericht meldt
- overdracht van de melding naar de schoolleiding
De schoolleiding hoort het bericht: tijdens de schooluren
- de melding controleren wanneer het bericht niet afkomstig is van de familie of andere bevoegden
- informeren naar het wie, wat, waar en hoe het gebeurd is
- de schoolleiding informeert onmiddellijk de leerling (indien mogelijk kan het beter zijn dat de klasleraar dit doet)
- de klasleraar laat de leerling contact opnemen met thuis
- de klasleraar brengt de leerling naar huis of naar familie
- geheimhouding tot nader orde
- sleutelteam samenstellen: directie- klasleraar- leerkracht met een goede band klas en leerkracht met draaiboekervaring (iemand die niet te nauw betrokken is), 1 persoon als eindverantwoordelijke aanduiden
De schoolleiding hoort het bericht na de schooluren
- de melding controleren wanneer het bericht niet afkomstig is van de familie of andere bevoegden
- informeren naar het wie, wat, waar en hoe het gebeurd is
- geheimhouding tot nader orde
- sleutelteam samenstellen: directie- klasleraar- leerkracht met een goede band klas en leerkracht met draaiboekervaring (iemand die niet te nauw betrokken is), 1 persoon als eindverantwoordelijke aanduiden
Het sleutelteam:
- teamsamenstelling aan andere leerkrachten meedelen
- team is verantwoordelijk voor:
- informeren van de betrokkenen
- organisatorische aanpassingen
- opvang van leerlingen en leerkrachten
- contacten met ouders
- regelingen in verband met rouwbezoek en uitvaart
- administratieve afhandeling
- nazorg van de betrokkenen
- het team gaat na wie geïnformeerd moet worden over het overlijden:
- het personeel
- de klas van de leerling
- familieleden zoals neven en nichten die op school zitten
- ex-klasgenoten
- het team spreekt af wie wie informeert
- het team spreekt af wie de betrokken leerling verder opvolgt en begeleidt
Contact met de leerling
- Iemand van het sleuteltam gaat een gesprek aan met de betrokken leerling
- Laat de leerling een vertrouwenspersoon uitkiezen op school. Vraag wat de leerling zelf wil en verwacht rond verdere ondersteuning
- Informeer de leerling bij wie hij of zij terecht kan voor verdere opvang bij afwezigheid van de aangeduide vertrouwenspersoon
- Maak afspraken rond het hernemen van de lessen
Contacten met het gezin
Het eerste bezoek
- Neem nog dezelfde dag contact op
- Maak voor dezelfde dag een afspraak voor een huisbezoek
- Ga bij voorkeur samen met iemand van de directie en met klasgenoten, ook bij het tweede bezoek. Je kan voor de leerling een herdenkingsboekje meenemen.
- Houd er rekening mee dat het eerste bezoek vaak alleen een uitwisseling van gevoelens is
- Vraag naar een tweede bezoek om wat verdere afspraken te maken, zeker indien de leerling niet onmiddellijk de lessen herneemt
Het tweede bezoek
- Vraag wat de school kan betekenen voor het gezin
- Overleg over alle te nemen stappen:
- Aanwezigheid en opvang van de leerling op school
- Bijwonen van de uitvaart door leerkrachten en leerlingen van de klas
- Eventuele bijdragen aan de uitvaart
- Het plaatsen van een rouwadvertentie in de schoolkrant
De melding
- Meld het bericht aan het secretariaat en het personeel. Een kort bericht kan in de leraarskamer opgehangen worden, met vermelding van de naam van de leerling en de klas.
- Geef aan wanneer de betrokken leerling afwezig zal zijn
- Meld het bericht aan de klas van de leerling
- Wees erop voorbereid dat deze situatie andere verlieservaringen kan reactiveren, zowel bij leerlingen als leerkrachten
- Bereid je goed voor: wat ga je zeggen en hoe, welke effecten kan je verwachten
- Vertel hoe het contact verloopt met de leerling en de familie
- Geef uitleg over gevoelens van verdriet die naar boven kunnen komen
- Vertel bij wie de leerlingen terecht kunnen voor een persoonlijk gesprek
- Klas een persoonlijk briefje laten schrijven naar de leerlingen (link algemene werkvormen: rouwkaartje schrijven)
- Geef, als er naar gevraagd wordt, heel summier uitleg over het rouwbezoek en de uitvaart (vaak kan dat beter in een later stadium)
- Taakverdeling organiseren voor het bijhouden van de cursussen gedurende de eventuele afwezigheid van de betrokken leerling
- Meld het bericht ook aan eventueel afwezige leerkrachten en leerlingen
- Informeer de ouders van de klasgroep via een brief over:
- De gebeurtenis
- Eventuele aanwezigheid bij de uitvaart
- Nazorg van de leerlingen
- Herdenkingstafel maken in de hal
- In afspraak met de klas voor bloemen zorgen
- Volgende dag beginnen met een aangepaste bezinningstekst, die we ook aan de leerlingen bezorgen (link naar meditatief materiaal)
De uitvaart
- Bereid het bijwonen van de uitvaart goed voor. Vertel aan de leerlingen wat ze kunnen verwachten.
- Houd rekening met cultuurverschillen (link rouw bij migranten: suggesties voor school)
- Vang de leerlingen na de uitvaart op in school met broodjes en drank, zodat ze nog kunnen napraten
- Maak afspraken onder de leerkrachten in overleg met de directie wie naar de uitvaart kan gaan
- Denk aan het verzamelen van rouwkaartjes van de andere leerkrachten en leerlingen
Nazorg
- Het is wenselijk om na de uitvaart of op een later moment nogmaals contact op te nemen met de leerling en zijn of haar gezin
- De klasleraar vangt de leerling op als deze terug naar school komt.
- Verlieservaring opnemen in het leerlingendossier
- Af en toe eens informeren hoe het met de leerling gaat (link : rouw bij jongeren: suggesties voor school)
- In de eerstvolgende gebedsviering voor de school de overledene herdenken (met de leerling bespreken)
Administratieve zaken
- Vermeld het overlijden in het volgende schoolkrantje
- Regeling treffen voor vervoer en vervangingen tijdens de afscheidsviering en opvang klas
Draaiboek bij het overlijden van een grootouder, oom, tante, neef of nicht,… van een leerling
Melding
- Gebeurt meestal door een rouwbrief of telefonisch
- Klasleraar op de hoogte brengen
- Geef aan wanneer de betrokken leerling afwezig zal zijn
- Rouwbrief ophangen in het leraarslokaal en op een centrale plaats in de school
- Klasleraar deelt het overlijden mee aan de klasgenoten
Opvang
- Klasgenoten een kaart laten schrijven voor de leerling
- Als de leerling terug op school komt, maakt de klasleraar tijd voor een gesprek met de leerling
Afscheid
- Kaartje sturen vanuit de school voor de ouders. De klasleraar schrijft een persoonlijk kaartje naar de leerling
- Denk aan het verzamelen van rouwkaartjes van de andere leerkrachten en leerlingen
Administratieve zaken
- Vermeld het overlijden in het volgend schoolkrantje
Draaiboek bij het overlijden van een leerkracht
Melding
- Door directie
- Directie spreekt personeel toe
- Afwezig personeel wordt telefonisch verwittigd, evenals de gepensioneerde leerkrachten
- In alle klassen waar deze leerkracht komt: persoonlijk gaan meedelen
- Tijdens de vakantie: overlijdensbericht sturen naar alle leerkrachten , leerlingen van de klas waar hij/zij klasleraar van was, verwittigen
Organisatie
- Sleutelteam samenstellen: directie, leerkracht, leerling van de klas en een leerkracht met draaiboekervaring (minder nauwe band)
- Opvang leerlingen organiseren
- Aandacht besteden aan vrienden en vriendinnen van de overledene in de school. Ervoor zorgen dat ze de volgende uren geen les moeten geven
- Ruimte tijdens de speeltijd en middagpauze ter beschikking stellen voor leerlingen
Informatie
- Volgorde van informeren:
- leraarslokaal
- eigen klas van de overleden leerkracht
- alle andere klassen waar hij/zij komt
- overige klassen
- Bij de eerste drie groepen gebeurt de melding door de directie
- De laatste groep wordt door de leerkracht van het volgende lesuur meegedeeld
- Op een centrale plaats in de school: foto, overlijdensbericht, bloemen, kaars, herinneringsboek,…
Opvang
Partner
- Dezelfde dag nog een afspraak maken voor een huisbezoek, steeds in aanwezigheid van de directie
- Huisbezoek van collega’s die een goede band hadden met de leerkracht
- Rouwbezoek: partner zijn verhaal laten doen
- Rouwadvertentie bespreken met de partner, vragen naar een actieve deelname van leerlingen en leerkrachten aan de uitvaartplechtigheid en gebedswake
School
- In de hal een foto plaatsen van de overleden leerkracht samen met een brandende kaars
- De eigen klas opvangen door de hulptitularis en oog hebben voor de leerlingen die en bijzondere band hadden met die leerkracht (iemand van het sleutelteam vangt deze leerlingen op in een apart lokaal)
- De klassen de kans geven om een kaartje of briefje te schrijven
- De klassen ruimte geven om hun verhaal te doen
- Volgende dag in alle klassen beginnen met een bezinningstekst, gekozen door de eigen klas
Leraarslokaal
- Beste vrienden en vriendinnen opvangen en klasvrij maken. Andere leerkrachten hebben bijzondere aandacht voor hen.
Afscheid
- Rouwadvertentie plaatsen
- Directie nodigt collega’s uit om samen een laatste groet te brengen, daarna bij de directie iets gaan drinken, kans voor napraten
- Sleutelteam zorgt voor de gebedswake en uitvaartplechtigheid samen met de leerlingen van de klas
- Bloemen van de school
- Na de afscheidsviering nodigt de directie het personeel uit op een broodjesmaaltijd
- De hulptitularis gaat met de leerlingen van de klas een laatste groet brengen als ze dat willen. Hij/zij vangt deze leerlingen daarna op.
- De hulptitularis gaat met de klas naar de uitvaartdienst en zorgt voor een kaartje van de klas.
- De directie doet een dankwoordje op het einde van de viering
Nazorg
- Een foto van de overleden leerkracht ophangen in het leraarslokaal
- Alle persoonlijke bezittingen teruggeven aan partner
- Naam van de leerkracht opnemen in de herdenkingskalender
- Een artikel plaatsen in de schoolkrant, geschreven door de directie
- Herdenkingdienst op school voor alle leerlingen en personeel. Het gezin van de overleden leerkracht wordt uitgenodigd.
- Directie gaat partner bezoeken als hij/zij dat wenst
- Directie zorgt voor de opvang van de nauwst betrokken collega’s
- Met de verjaardag van de overleden leerkracht een kaartje sturen, evenalsop de overlijdensdag
Draaiboek bij het overlijden van een partner of kind van een leerkracht
Melding
- Door directie
- In eigen klas; door de directie
- In andere klassen: door klasleraar
Organisatie
- sleutelteam samenstellen: directie, leerkracht en leerkracht met draaiboekervaring
Informatie
- Overlijdensbericht ophangen in het leraarslokaal en op een centrale plaats in de school
- Rouwtafeltje maken op een centrale plaats
Opvang
- De directie neemt contact op met de collega om zijn deelneming te betuien en een afspraak te maken voor een huisbezoek
- Vrienden en vriendinnen van school doen dit ook.
- Hulptitularis vangt de klas op en laat de klas op verhaal komen
- Directie vangt de leerkracht op als hij/zij terug op school komt
- Directie vangt de nauwst verbonden collega’s op ’s morgens
Afscheid
- Afspraak maken om met de klas de begrafenis bij te wonen
- Directie, hulptitularis en klas gaan naar de uitvaartdienst. De nauwst verbonden collega’s ook de kans geven om te gaan.
- Regeling treffen voor vervoer en vervangingen
- Eigen klas, maar ook de andere klassen de kans geven om een briefje te schrijven.
Nazorg
- In de schoolkrant het overlijden vermelden
- In de eerstvolgende gebedsviering voor de school de overledenen herdenken (met de collega bespreken)
Onverwachte zaken en valkuilen
Ondanks een goed in elkaar stekend draaiboek kan een school allerlei onverwachte zaken en valkuilen tegenkomen.
- De leerkracht die het bericht net ontvangen heeft, vertelt op weg naar de directie, het nieuws aan iedereen die het wil horen
- De school vergeet het bericht te controleren
- Het draaiboek in onvindbaar
- De leerlingen in de turnzaal worden vergeten
- De school heeft allerlei ideeën voor de dienst, de ouders willen er niet van weten
- De klas waarin het zusje van het overleden kind zit, besteedt nauwelijks aandacht aan het gebeuren
- De klasleraar heeft zichzelf emotioneel niet meer in de hand, waardoor een aantal kinderen hysterisch worden
- Op de eerste dag dat er les gegeven wordt, zijn de tafel en de stoel van de leerling al weggehaald
- De leerlingen willen de eerste dag na de uitvaart nog even napraten. De leerkracht besteedt er geen aandacht aan en begint gewoon met de les
- De gekozen vertrouwenspersoon kan het niet aan om ondersteuning te bieden
- Er zijn geen afspraken gemaakt rond het bijhouden van de cursussen van de afwezige leerlingen
Rouwhoeken - herinneringshoeken
Bij het overlijden van een leerkracht, leerling, ouder, broer of zus is het wenselijk dat men op een centrale plaats op school een rouwhoekje maakt.
Op een rouwtafeltje kunnen kaarsen, een foto, een bezinningstekst, het overlijdensbericht en rouwkaartjes of een herinneringsboekje met balpennen liggen. Het rouwhoekje geeft aan de leerlingen de ruimte om een kaartje of een briefje te schrijven. Dit boek of de kaartjes worden door de verantwoordelijke leerkracht meegenomen naar de afscheidsviering.
Na het overlijden is het zinvol dat er op school ook een herinneringshoekje of ruimte is. In deze ruimte kunnen onder andere de activiteiten van de rouwgroep doorgaan.
Hieronder staan een aantal voorbeelden van rouwhoeken en herinneringshoeken.
Herinneringsmuur in het bezinningscentrum te Groot-Bijgaarden
Herdenkingsruimte met herdenkingsstenen in het bezinningscentrum te Groot-Bijgaarden
Rouwhoekjes op een technische school in Bree, na een plots overlijden van een leerkracht. Er was een rouwhoek in het leraarslokaal, in de kapel en in de hal.
Rouwhoek op een middelbare school in Peer, na het overlijden van een collega. Deze rouwhoek stond in de hal.
Nazorg-wijzers
Deze site heeft de bedoeling je mogelijkheden aan te reiken om voorbij de eerste tijd na een overlijden, ook doorheen het verdere schooljaar en zelfs de schoolloopbaan, samen met je leerlingen te focussen op hun rouwen en momenten te creëren om stil te staan bij de overledene.
Deze nazorg-wijzers kunnen enerzijds "wegwijzers" alsook "vingerwijzers" zijn, die je kunnen begeleiden in de aandacht voor je rouwende leerling. Je zal merken dat een aantal van deze "wijzers" zich niet altijd lenen voor elke verlieservaring (ieder verlies is anders) en de daardoor ontstane rouw (iedere rouw is anders). Elk van jullie bezit de nodige creativiteit om met deze wijzers zijn/haar eigen parcours af te leggen. Het zijn als het ware bakens die je in de klas of daarbuiten in de interactie met je leerlingen vrij mag verplaatsen.
Nazorgwijzers
Geef in een eerste tijd voldoende ruimte aan de beleving inzake wat je leerlingen bij zichzelf bemerken (wat doet het met mij, wat zie ik dat het doet met anderen?…) Uitgangspunt kan zijn hoe ze de afscheidsviering beleefd hebben.
- Laat ten allen tijde (er is geen limiet) toe dat leerlingen hun emoties kunnen uiten betreffende het verlies (individueel of in kleinere groep, klassikaal)
- Laat de leerlingen vrij in de wijze waarop zij een klasgenoot wensen te herdenken (afscheidsbrief, tekenen,….)
- Sta stil bij speciale dagen zoals verjaardag en sterfdag van de overleden leerling. Denk ook aan de ouders via een gebaar, een kaart,….
- Denk ook aan zussen en broers op deze speciale dagen, alsook heb extra oog voor hen binnen hun verdere schoolloopbaan
- Maak bespreekbaar of een herdenkingsmoment jaarlijks kan terugkeren (klassikaal of voor de gehele school)
- Aan het einde van het schooljaar kun je ook iets afronden (via een ritueel) met de klas van de overleden leerling.
- Bij de overgang naar een andere klas, informeer je je collega-leerkracht over je zorgen met betrekking tot je leerlingen (continuïteit in zorg)
- Tracht eventueel de (rouw-)reacties van je leerlingen over een langere periode op te volgen.
- Let op "risico"leerlingen, zoals kinderen die al eerder een verlies hebben geleden, leerlingen met een zwakkere relationele context, leerlingen met een psychische problematiek,…
- Schakel indien nodig over op individuele begeleiding (hanteer verwijzing naar rouwconsulenten of andere professionele begeleiders)
- Creëer eventueel een plaatsje in de klas ter herinnering aan de overleden leerling (zijn of haar lege plaats mag ruimte krijgen)
- Je kunt ook zijn/haar plaats in de klas een tijdje openlaten
- Eventueel een tijdje de leerling zijn plaats gedenken met enkele persoonlijke zaken van het kind
- De aanwezigheid van een foto met eventueel een kaarsje en/of wat bloemen
- Overweeg het maken van een herinneringsboek of fotoboek
- Overweeg om klassikaal een grafbezoek te brengen
- Bespreek of het kan de ouder(s) eens te inviteren in de klas (deel je beeld van de overledene)
- Laat leerlingen merken dat naast de dood ook het leven weer doorgaat
- Ga zorgvuldig om met alles wat er van het overleden kind nog op school is, voor de ouders zijn dit heel waardevolle zaken. Geef deze dan ook niet zomaar mee aan broer of zus. Vaak hebben deze een bijzondere waarde voor hen.
- Creëer voor jezelf als leerkracht ook mogelijkheden om je beleving te uiten (via team, collegae…)
Het staat je natuurlijk ten allen tijde vrij hier nog persoonlijke aanvullingen te doen en vertrouw zeker ook op je eigen aanvoelen van wat kan in de groep, klas die je begeleidt.
Bekijk zeker ook de link eens van curatieve werkvormen.
Rouwkoffer "Een wereld vol troost"
'Een wereld vol troost' is een materialenset die kinderen en jongeren helpt om over verlieservaringen te communiceren en zo, onder begeleiding van leerkrachten of andere volwassenen, op een psychisch gezonde manier met verlieservaringen te leren omgaan. Wie in de klas, op school of elders met een concrete verliessituatie geconfronteerd wordt, vindt zeker bruikbaar materiaal in deze koffer, samen met een leidraad om met dit materiaal aan de slag te gaan.
Deze koffer werd samengesteld door rouwzorgverantwoordelijke Erik Verliefde. De leeftijd van de doelgroep bepaalt de inhoud van de koffer. In deze koffer zitten enkele boeken voor volwassenen, een aantal boeken voor kinderen en jongeren, een aantal brochures, tips voor het omgaan met rouwende kinderen, herinnerings- en herdenkingsboekjes voor kinderen.
U kunt deze koffer ontlenen en gebruiken thuis of in de klas. Het ontlenen van de koffer is gratis. Er wordt een waarborg gevraagd van 100 euro. U krijgt deze waarborg terug als er geen materiaal uit de koffer verdwenen is.
"Een wereld vol troost" is verkrijgbaar bij CEGO, zie http://www.cego.be
In Limburg kan deze koffer geleend worden bij:
Ielde Van der Sypt
Coördinator preventieprojecten 'welbevinden van kinderen en jongeren'
Provincie Limburg
2de directie - dienst Welzijn en Gezondheid
Sectie geestelijke gezondheidszorg
Stadsomvaart 9 3500 Hasselt
Tel. 011 23 08 67
Fax 011 23 08 59
E-mail: ivandersypt@limburg.be
http://www.limburg.be/welbevinden
Samenstellers: Erik Verliefde e.a.
Een wereld vol troost (volledige set), € 129,00, ISBN (978-)90-77343-66-0
Verliessituaties
De koffer biedt materiaal aan rond 15 uiteenlopende verliessituaties, die elk nog eens vanuit verschillende hoeken benaderd kunnen worden:
1. Verandering in leefomgeving
2. Inbraak en diefstal
3. Confrontatie met (natuur)rampen en oorlog
4. Ziekte, opname in een ziekenhuis, functieverlies
5. Veranderingen n.a.v. de ontwikkeling van het kind (ouder worden)
6. Dementie
7. Overlijden
8. Scheiding van iemand, een dier dat wegloopt, (echt)scheiding
9. Iemand wordt vermist, loopt verloren
10. Afwijzing door anderen
11. Belangrijke veranderingen bij ouders
12. Verlies van een betekenisvol object
13. Verlies in het spel
14. Een familielid met een handicap, met een ziekte
15. Natuur
Samenstelling
15 grote thematekeningen van Suana Verelst
15 gedichten van Geert De Kockere
20 verhalen van Rien Broere en Joris Denoo
5 poppenkastscenario’s van Annemie Dechamps
5 reproducties van kunstwerken geselecteerd door Marianne Van den Boom
Kortfilm "Victor" van Senne Dehandschutter, getuigenissen van kinderen en de film "Ouders met kanker" (DVD)
"Je verlies mee-delen" (CD-ROM)
"Een wereld vol muziek" van Jan Goovaerts (CD)
Een gevoelswaaier en een zakboekje
Een handleiding met activiteiten geschreven door Nele Quirynen
Boek: "Ruimte voor verdriet" van Erik Verliefde en Riet Fiddelaers
Prentenboek: "Opa duurt ontelbaar lang" van Rien Broere en Ann De Bode
Kinderboek: "Mama heeft kanker" van Sine Van Mol
Wegwijs in deze rouwkoffer
"Een wereld van troost" is vooral geschikt voor het basisonderwijs en de eerste graad middelbaar onderwijs
Rouwkoffer IJD
De rouwkoffer die hieronder wordt voorgesteld is ontwikkeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar en hun begeleiders. Hij bevat een schat aan verhalen, teksten, poëzie, liturgie, muziek, symbolen, …om zelf een afscheidsviering of herdenkingsmoment in elkaar te steken.
Onderstaande rouwkoffer werd ontworpen door Jongerenpastoraal IJD Antwerpen en wordt uitgeleend in:
- IJD Antwerpen: ijdantwerpen@ijd.be
- IJD Brussel: ijdbrussel@ijd.be
- IJD Brugge: info@ijdbrugge.be
- IJD Gent: ijdgent@ijd.be
- IJD Hasselt: infohasselt@ijd.be
- IJD Vlaam-Brabant/Mechelen: info.vbm@ijd.be
Naast een waarborg van 20 € wordt ook een bijdrage van 5 € voor 1-3 dagen of 10 € voor 1 week gevraagd (verlenging mogelijk).
Verder worden ook kinderrouwkoffers (3-12 jaar) ontleend aan dezelfde voorwaarden (enkel in bisdom Antwerpen en Mechelen/Vlaams Brabant).
Meer informatie vind je op de website: http://www.ijd.be/
Inhoud van de rouwkoffer
Boeken
Een boekenlijst maakt je wegwijs in de boeken en bundels in deze koffer, waarover ze gaan en voor welke doelgroep je ze kan gebruiken. Deze lijst vind je in de infokaft.
Poëzie
Een selectie van bezinningsteksten rond afscheid, verdriet, troost, verder gaan. Ze kunnen opgehangen worden met papiertape.
Muziek
Een selectie van Nederlandstalige en Engelstalige muziek op CD, met bijhorende teksten en vertaling. En een CD-tje met rustige achtergrondmuziek.
Troostprenten
Foto’s, woorden en uitspraken van bekende en minder bekende Vlamingen vertellen wat troost kan zijn.
Verhalenmap
Een bundel met verhalen, bijbelverhalen, verhalen van jongeren zelf. Ook tips rond jeugdliteratuur, films, websites en artikels uit tijdschriften.
Rouwkalender
Een voorbeeld van een rouwkalender. Een idee om met je klas of groep zelf een kalender te maken.
Om te zingen
Een bundel van liederen op partituur over leven, dood, hoop en liefde. En een CD waarop je telkens een strofe en het refrein van deze liederen kan beluisteren.
Tranendoosje
Een doosje met 34 tranen die iets kunnen vertellen over hoe je je voelt.
Symbolenzakje
Een zakje met symbolen.
Rouwkoffer- infokaftje
met
- je uitleenovereenkomst van deze koffer
- een overzichtslijst van de boeken in deze koffer
- folders van initiatieven voor jongeren: om uit te delen
- ...
Getuigenissen
Aan een directie, leerkracht van een profaan vak, godsdienstleerkracht en medeleerling werd gevraagd om een getuigenis te schrijven. Deze getuigenis laten de sterktes en de zwaktes van een draaiboek zien. Als je weet waar je alert voor moet zijn, kan je al een aantal gevoeligheden vermijden. Hierdoor kan het afscheid nemen en rouwen serener verlopen op een school.
Directie bij overlijden leerling
Het ergste wat je je kan voorstellen als directeur van een school, is het verliezen van een leerling of een collega in actieve dienst. Het is al erg genoeg wanneer je naar begrafenissen van oud-collega's moet gaan, maar dan kan je – eventueel – jezelf nog troosten met het cliché 'Ze hebben toch een gevuld leven gehad'. Dat argument gaat niet meer op wanneer Sofie, een jong meisje van zestien jaar door een stom verkeersongeval uit het leven wordt weggerukt.
Je eerste reactie wanneer je het nieuws te horen krijgt, is ongeloof. Dat kan toch niet, dat is niet mogelijk! Dan komen de vragen: hoe is het gebeurd, is er een verantwoordelijkheid van de school bij het gebeurde? Dat klinkt hard, ik weet het, maar daar denk je echt aan: hadden wij iets kunnen doen om het te voorkomen? Vervolgens ga je terugvallen op je collega's. Gelukkig hadden wij hier op school binnen het team leerlingenbegeleiding enkele mensen die een nascholing rond rouwverwerking hadden gevolgd en die ons bestaande, summiere draaiboek rond overlijden, hadden uitgewerkt tot een efficiënt en werkzaam document. Daarin vind je dan veel steun: er is een structuur, je weg is uitgestippeld. De bekendmaking in de school aan collega's en medeleerlingen, de opvang van de getroffen klas, de confrontatie met de ouders, het rouwhoekje in de school met de foto van Sofie, de voorbereiding van de begrafenis. In het geval dat wij hebben meegemaakt, waren de ouders heel tevreden met de aangereikte hulp, zij hebben het uitwerken van de viering helemaal samen met ons team en met de klasgenoten gevolgd en gesteund. Op zo'n momenten merk je dat elke leerling, elk vriendje of vriendinnetje, maar ook elke leerkracht een eigen verwerkingsproces heeft. Ons draaiboek vertoont gelukkig genoeg soepelheid om daarmee om te gaan. We zagen binnen de leerlingengroep mogelijke conflicten ontstaan omdat niet iedereen het gevoel had genoeg erkenning van zijn/haar verdriet te krijgen. We hebben met ons team leerlingenbegeleiding daarop kunnen inspelen en iedere leerling de tijd en de mogelijkheid gegeven om te praten, om te wenen, om stil te zijn of net niet. De grote valkuil hier is dat je de structuur (het draaiboek) voorrang gaat geven op het individuele verdriet. Rouw en rouwverwerking is een zeer individueel gegeven. Wat ons in het geval van de verongelukte leerlinge ook heeft geholpen, is het contact met de ouders in de maanden en jaren na het ongeval. Herdenkings-missen met alle leerlingen van haar klas, de uitnodiging en het bezinningsmoment op de proclamatie van haar medeleerlingen, allemaal aspecten die gemaakt hebben dat Sofie voor ons en haar ouders niet 'echt weg' was, maar mee haar school heeft afgemaakt.
Guy Vermaelen
Directeur Instituut Agnetendal Peer
Getuigenis directie: overlijden leerkracht
Onlangs hebben wij een collega van 53 jaar ten grave gedragen, die na een hevige strijd tegen een alles verwoestende kanker, onze school moest achterlaten. Het draaiboek is hier, op vraag van de betrokken collega, op voorhand in gang gezet! Zij heeft zelf mensen aangesproken om haar viering te helpen maken, collega's gevraagd om de liederen voor de mis in te oefenen, de boekjes helpen klaarmaken, zelfs de homilie mee uitgestippeld. Dat was voor mij als directeur een bijna kafkaiaanse ervaring: iemand in alle sereniteit bezig zien de dood voor te bereiden. Maar, hierdoor wordt de verwerking natuurlijk een stuk makkelijker: we hebben er echt alles aan gedaan om de 'laatste wensen' van de collega te helpen waarmaken. Zo heb ik een collega, vriendin van de overledene, toestemming gegeven om enkele weken voor het overlijden, met de doodzieke vrouw een autotochtje door de Ardennen te maken, gewoon omdat dat haar wens was. Schooluren en lessen waren voor mij op dat moment minder belangrijk dan het vervullen van die wens.
De rouwverwerking loopt nog en dan merken we toch dat er foutjes in de communicatie gebeurd zijn. Een groepje collega's werd boos omdat er geen leerlingen op de begrafenis waren. Wat was onze fout? Niet gecommuniceerd dat dit de wens van de overledene was! En op dat moment stelde ik ook bij mezelf vast dat de organisatie van rouwverwerking moeilijker wordt van zodra je er persoonlijk, emotioneel bij betrokken bent. De overleden collega was van mijn leeftijd, had mij over bepaalde dingen in vertrouwen genomen, er was een band die het zakelijke oversteeg, en dan neem je kritiek op je aanpak veel moeilijker aan. Je hebt zo iets van ' Waar moeien ze zich mee?' Maar tegelijkertijd besef je dat ook anderen zo'n band hebben en het recht hebben op hun eigen verwerking. Moeilijke evenwichtsoefening, zoals in de job van directeur zo vaak het geval is. Je kan namelijk nooit voor iedereen goed doen, iedereen tevreden stellen, zelfs niet bij het overlijden van een collega. Iedereen is op dat moment een beetje directeur en zou het zus of zo, maar altijd veel beter, hebben gedaan. Zo hebben we op een bepaald moment in het verleden tegelijkertijd twee oud-collega's begraven en kwam er (boze? geschokte? ..) reactie dat de ene 'In memoriam' in ons tijdschrift een paar zinnetjes langer was dan de andere….!!
Wat heb ik geleerd uit de gevallen die we op school meemaakten?
- Een structuur, een draaiboek, helpt enorm, maar is niet zaligmakend: er moet ruimte blijven voor improvisatie, voor ad hoc oplossingen
- Communicatie is ook bij rouwverwerking een cruciale factor voor succes, al is dat een ongelukkige term voor het organiseren van een begrafenis.
- Aandacht voor het individu en je aanpak daaraan aanpassen, is heel belangrijk
- Opvolging, in herinnering houden, blijven praten over… helpt het rouwproces
- Er zijn geen toverformules, de dood blijft een moeilijke materie die in de school een plaats moet krijgen, al zou iedereen liever willen van niet!
Guy Vermaelen
Directeur Instituut Agnetendal Peer
Getuigenis godsdienstleerkracht: overlijden leerling
Bij het horen van het nieuws over het tragische ongeval van Sofie was ik in eerste instantie zelf verbouwereerd en aangeslagen daar ik tot dan nooit een overlijden van zo dichtbij en zo'n jong iemand had meegemaakt (zelfs mijn grootouders leefden op dat moment nog). Dan heb ik geprobeerd om de juiste informatie te krijgen omtrent het ongeval, zodat de klas objectieve info kon krijgen.
Ik heb de leerlingen proberen rustig te krijgen en hun eerste reacties en gevoelens laten ventileren, waarbij ik vooral luisterde. Vervolgens hebben we een fikse wandeling gemaakt.
Gelukkig heeft een andere godsdienstleerkracht mij toen geholpen, samen hebben we de leerlingen brieven laten schrijven, deze werden in een boekje gebundeld en aan de ouders afgegeven. De viering werd samen met de klasgenoten en haar vrienden van andere scholen op onze school voorbereid.
Wat ervaarde ik als moeilijk?
Soms vond ik het moeilijk om de reacties en vragen van de leerlingen op te vangen. Ze reageerden heel heftig en vroegen naar de 'zin' van het overlijden van Sofie die veel te jong was om te overlijden. Daar sta je dan als godsdienstleerkracht hé! Je probeert je ook altijd sterk te houden voor de leerlingen, maar soms heb je het er zelf ook wel moeilijk mee.
Waar vond je hulp, steun?
Gelukkig vond ik steun bij meer ervaren collega's die mij mogelijkheden aanreikten om met de klas op weg te gaan naar verwerking.
Het rouwbezoek aan de ouders werd door de directie gedaan. Ikzelf kon dat op dat moment niet aan. Wat moet ik tegen mensen zeggen die zoiets te verwerken hebben? Bij het samenstellen van de viering heb ik de ouders dan toch ontmoet en viel dat eigenlijk heel goed mee.
De laatste groet werd op vrijwillige basis gedaan, maar de hele klas wilde meegaan. Ik had wel schrik, eerst en vooral voor de reacties van de leerlingen, maar ook voor mijn eigen reactie. Het was een zwaar ongeval, hoe zou ze er uit zoen? Kunnen de leerlingen dit beeld van hun klasgenoot wel aan? Hoe kan ik hen opvangen? De leerlingen vonden vooral steun bij mekaar. Achteraf hebben we in de klas nog gepraat over de gevoelens die ze hadden bij het bezoek aan het funerarium en het beeld van Sofie dat ze daar hadden gekregen. Ook in de andere klassen van het vierde jaar werd er tijd gemaakt om erover te praten.
Het opstellen van de mis was redelijk moeilijk. Ten eerste omdat ik zoiets nog nooit had moeten doen en omdat er vriendinnen van Sofie van de dansschool waren die ook wilden meewerken en een heel ander idee hadden over de viering. Een 10 tal leerlingen van de klas van Sofie en goede vrienden uit andere klassen meldden zich vrijwillig aan om te helpen. Een andere godsdienstleerkracht bezorgde ons teksten voor de viering. Dat maakte het mij al heel wat gemakkelijker. Na heel wat gediscussieer over de zelfgemaakte teksten van de leerlingen van onze school en de vriendinnen van de dansschool is het dan toch in orde gekomen.
De foto die van Sofie op school werd geplaatst werd achteraf in de klas gezet op een apart tafeltje. Na een tijdje mocht de foto weg, niet omdat Sofie niet meer meetelde, maar omdat de leerlingen zelf vonden dat het daarvoor tijd was. Er werd wel nog plaats gemaakt voor een gesprek, wanneer dit nodig was.
De herdenkingsviering op school vond ik zeer ontroerend. Ook hieraan hebben leerlingen vrijwillig meegewerkt. Er werd muziek gekozen die Sofie mooi vond, er waren heel veel leerlingen gekomen. De ouders en de zus waren er ook. Na afloop waren de ouders de school erg dankbaar.
In het schoolgebouw waar de zus van Sofie zat, stond ook een foto van Sofie en de leerlingen uit de klas van de zus waren ook aanwezig in de mis. Ook daar was er opvang voorzien.
Voor mij als godsdienstleerkracht was, zoals ik al eerder heb vermeld, de onmacht. Hoe kan je 'zin' geven aan dit lijden? Als mens: dit was mijn eerste ervaring met de dood van zo dichtbij. Ik hoop dat ik dit niet meer moet meemaken, maar ik voel me al iets beter uitgerust om ermee om te gaan.
De samenwerking met de directie en de collega's godsdienst heeft mij enorm gesteund. De school heeft gelukkig een draaiboek voor zulke omstandigheden. Ik vrees dat ik anders misschien dingen over het hoofd zou gezien hebben die toch wel belangrijk zijn in een rouw(verwerkings)proces.
Getuigenis leerlingenbegeleidster en verantwoordelijke PDG: overlijden leraar
's Morgens kwam een leerkracht niet opdagen nadat men hem per telefoon en gsm had proberen te contacteren. De adjunct-directeur besloot om samen met een collega naar deze leerkracht thuis te gaan, daar hij niet de gewoonte had te laat te komen. Zijn deur stond open , de TV stond aan en in de keuken lag de collega dood op de grond. Onmiddellijk hebben deze twee mensen de ambulance verwittigd. Van hieruit heeft de adjunct-directeur contact opgenomen met de directeur, vervolgens heeft hij contact opgenomen met de familie.
De directeur belegde onmiddellijk een vergadering met de leidinggevende personen van school. Op deze vergadering werd beslist dat de kienavond die op het einde van de week stond gepland werd afgelast, uit respect voor de overleden collega. Er werd nagegaan hoe men de leerkrachten ging informeren, wie de leerlingen ging informeren, wie zijn klas ging opvangen, wie het eerste en tweede rouwbezoek ging brengen. Onmiddellijk na deze vergadering werd al het personeel toegesproken door de directeur in het leraarslokaal tijdens de koffiepauze. Elke leerkracht die het volgende uur les had in een klas , kreeg de opdracht deze slechte nieuwsboodschap aan hun respectievelijke klas te vertellen en ruimte te laten voor gesprek en emotie. De klas waar deze man klasleraar was, werd geïnformeerd door de directie, de leerlingbegeleiding en een lerares die veel uren les gaf in deze klas. De directie heeft de klas verlaten na de boodschap omdat ze voelden dat de leerlingen hun gevoelens moeilijk konden uiten in aanwezigheid van de directie. De begeleidende leerkrachten hebben dan de leerlingen hun gevoelens en hun herinneringen over hun klasleraar laten vertellen. Hij was klasleraar in een eerste jaar, de leerlingen hadden nog maar 1 maand van hem les gehad waardoor hevige emotionele reacties uitbleven. Dit was trouwens ook bij het personeel, er waren geen leerkrachten die een heel nauwe band met hem hadden. Wat maakte dat extra opvang personeel niet nodig was. Na de speeltijd werd een tweede vergadering belegd, maar nu met de verantwoordelijke van de PDG. Op deze vergadering werd beslist wie het tweede rouwbezoek zou brengen. Welke leerkrachten het rouwhoekje zouden maken, wie de kapel zou inrichten als stille ruimte, wie voor muziek, bezinningsteksten en een rouwregister zou zorgen in de kapel. Dezelfde dag vond het eerste rouwbezoek plaats door de directie en de leraar die de overleden leerkracht gevonden had. Tijdens dit bezoek werd nog niet gesproken over praktische zaken, maar het was vooral een uiten van gevoelens.
Op school bleven de lessen gewoon verder lopen, de stille ruimte stond wel ter beschikking voor de leerlingen en leerkrachten tijdens de pauzes. De klas waar hij klasleraar was en de klassen waar hij PAV gaf, gingen naar de uitvaartplechtigheid. De leerkrachten die op dat moment geen les hadden, konden ook gaan. Van de andere leerkrachten werd verwacht dat zij naar de avondwake gingen. De uitvaartplechtigheid evenals de avondwake werd voorbereid door de mensen van de PDG, twee mensen van dit team waren onmiddellijk twee dagen vrijgeroosterd om deze diensten te maken. Tijdens het tweede rouwbezoek had de familie de wens geuit dat de school de viering mocht verzorgen. Deze viering werd met de familie via mail overlopen.
Alle leerlingen kregen kregen tijdens de godsdienstles de kans om het rouwregister in te vullen. De godsdienstleerkracht ging tijdens de godsdienstles naar de stille ruimte met de klas, waar bezinningsteksten werden voorgelezen en muziek werd gespeeld. Als een klas aangaf dat ze terug naar de klas wilde gaan, deed men dat ook. Elke klas kreeg die tijd die zij vonden dat ze nodig hadden. De uiteindelijke coördinatie gebeurde door de directie in samenwerking met het kernteam. Men heeft niet men een draaiboek gewerkt, al was er wel een draaiboek op school aanwezig. Maar leerkrachten die in dit team zaten, hadden wel de bijscholing 'leven en dood op school' gevolgd. Deze bijscholing gaf het kernteam de nodige ondersteuning en deskundigheid bij het overlijden van een collega.
Terugblikkend op het hele gebeuren, was de opvang zowel van leerkrachten als van leerlingen goed. Belangrijk is dat men voldoende aandacht besteed aan de interne communicatie. Er komt op zo'n ogenblik heel veel werk op sommige leerkrachten af, waardoor men soms vergeet met alle mensen van de PDG goed te communiceren wat er allemaal moet geregeld worden en wie wat gaat doen. Een goede communicatie kan misverstanden vermijden.
Getuigenis schoolpastor, overlijden leerling en haar moeder
Op zondag 13 maart 2005 gebeurt het drama.
Hilde maakt een eind aan het leven van haar dochter Romy-Lien en van haar zelf.
Hilde is 36 jaar, Romy-Lien 5 jaar. De echtscheiding van Hilde en de papa van Romy-Lien verloopt zeer moeizaam. De ouders van Hilde wonen even voorbij de vrije basisschool De Ark te Oekene.
Romy-Lien zit er in de 2 de kleuterklas.
Op maandagmorgen belt de directeur mij op. Ik rijd onmiddellijk naar de school. Ook de CLB-verantwoordelijke wordt opgebeld en wordt zo gauw mogelijk verwacht. Het draaiboek 'afscheid nemen' dat de provincie aan de scholen bezorgde, ligt niet ver weg.
We zitten samen met de directeur, de zorgcoördinator, de kleuterleidster, de CLB-verantwoordelijke en ikzelf, de schoolpastor.
De directeur vertelt over Hilde, over Romy-Lien, over de reacties deze morgen aan de schoolpoort...
Het is meteen duidelijk dat dit gebeuren vele volwassenen en kinderen bang maakt en dat één vraag telkens terugkomt: "Hoe kan een mama dat doen?"
We programmeren voor deze week:
- een brief van de directeur naar alle ouders
- een rouwhoek in de inkom van de school met een troostboom
- een info-avond over zelfdoding voor alle geïnteresseerden
- een gebedsmoment met de gehele school in de turnzaal
- een afscheidsmoment in de kerk met de kleuters van Romy-Liens klas
De directeur is de contactpersoon met de ouders van Hilde.
Ook de parochiepriester komt regelmatig langs en kiest om samen met de schoolpastor de uitvaart voor te bereiden.
Mijn opdracht als schoolpastor is
- Steunend en luisterend aanwezig zijn.
De dood van de kleuter en haar mama brengt een grote ontreddering bij de directeur, het korps, de kinderen, het oudercomité… - Inhoudelijk meedenken.
Omdat de situatie zo uniek is, maken we samen – elk vanuit de eigen invalshoek - een werkschema op om de aanpak zo optimaal mogelijk te verwezenlijken. - Pastorale ondersteuning en gebedsmomenten aanreiken
Het schoolteam krijgt het verhaal van Riet Fiddelaers-Jaspers ‘de wolkenzaal’. Dit verhaal wordt in alle klassen gebruikt om het gebeuren ter sprake te brengen.
De info-avond eindigt met een gebedsmoment, geleid door de schoolpastor.
Het gebedsmoment met de gehele school wordt samen met de directeur voorbereid en wordt voorgegaan door de schoolpastor.
Het afscheidsmoment met de kleuters, een half uur voor de uitvaart, wordt samen met de juf voorbereid en door de schoolpastor geleid. Tijdens de uitvaart gaan de parochiepriester en de schoolpastor samen voor.
Nabeschouwing…
- Het project 'schoolpastoraal' staat op het moment van dit gebeuren nog helemaal in de kinderschoenen. Twee mensen worden – op dit ogenblik - samen 9 lestijden vrijgesteld om dit project gestalte te geven. Hun opdracht overkoepelt een scholengemeenschap met 13 scholen.
Ondertussen is deze scholengemeenschap, ARKORUM, uitgebreid tot 18 scholen en zijn er 17 lestijden voor pastoraal. - Het schooljaar daarvoor was er in de school – zoals in de andere scholen van de scholengemeenschap - een kennismakingsgesprek met de schoolpastores en de plaatselijke pastorale werkgroep. Deze pastorale werkgroep bestaat uit de directeur en enkele leerkrachten uit de kleuter- en lagere afdeling. Andere contacten waren er toen nog niet geweest.
- Het gehele gebeuren gaf de ervaring dat het voor iedereen goed deed om bij de schoolpastor steun en ondersteuning te vinden, dit zowel inhoudelijk als emotioneel. De schoolpastor werkt niet 'in de plaats van', maar probeert iedereen in hun eigen taak te ondersteunen: de directeur naar zijn korps, de ouders, naar het oudercomité toe, de leerkrachten naar hun leerlingen toe.
- Na het gebedsmoment in de school was er het eerste contact tussen de schoolpastor en de ouders van Hilde, de grootouders van Romy-Lien. Na de uitvaart ging ik nog twee maal langs. De tweede keer op Goede Vrijdag met het troostboekje dat we hebben gemaakt met alle briefjes uit de troostboom.
- Er was geen specifieke nazorg door de schoolpastor op de school. Het gebeuren heeft wel een heel eigen band geschapen tussen de schoolpastor en het korps. Sindsdien kwamen we ook voor andere opdrachten in de school.
- Een tekort in dit gebeuren was de betrokkenheid van de pastorale werkgroep. Vanaf het eerste ogenblik werd er samen gezeten met de kleuterleidster, de zorgcoördinator, de directeur, de schoolpastor, de CLB-verantwoordelijke, de parochiepriester. De pastorale werkroep voelde zich wat '‘uitgeschakeld' en was graag meer betrokken geweest in het gebeuren.
Mieke Corneillie, Roeselare
Getuigenis opvoedster: overlijden moeder
Sanne en Ellen zijn 2 meisjes uit onze leefgroep. In februari is hun moeder gestorven door een verkeersongeval. De avond waarop dit gebeurd is, waren de meisjes hier in huis. De begeleidster die toen nacht had, heeft eerst het oudste meisje verteld wat er was gebeurd en daarna het jongere meisje. Hun tante en nonkel zijn dan naar hier gekomen en ze hebben dan samen aan tafel gezeten.
De meisjes hadden geen contact meer met hun vader (Gerard). De meisjes hebben nog een jonger broertje dat op een internaat zit. Gerard is de vader van Sanne en Ruud, maar niet de biologische vader van Ellen.
Voor de kinderen kwam het verlies van hun moeder erg hard aan.
Ik probeer in het kort de stappen weer te geven die werden gezet in onze leefgroep.
- Aan de andere jongeren in de leefgroep werd er verteld wat er was gebeurd.
- Mogelijkheid geboden aan de meisjes uit de leefgroep om naar de gebedswake te gaan.
- Naar de begrafenis gegaan met diegenen die dit wilden.
- Ellen en Sanne hebben ieder een andere individuele begeleidster en door de IB werd dit proces opgevolgd.
Rouwverwerking Sanne
- Vanuit de Oever werd 45 euro per jongere geschonken die een ouder verloren hebben.
- Sanne heeft gekozen om materiaal aan te kopen om een dromenvanger te maken voor op haar kamer. Ze heeft kaarsen gekocht om bij de foto van mama te zetten (op batterijen).
- Ze heeft gekozen om therapie te gaan doen bij Rapunzel.
- Gesprekken met haar individuele begeleidster.
- Sanne weet dat ze haar netwerk kan aanspreken, dit zijn voornamelijk tante en nonkel.
- In de toekomst: therapie en gesprekken blijven doorlopen.
Rouwverwerking Ellen
- Ellen gaf in de leefgroep aan dat ze nog niet kon rouwen.
- Mama was precies op een lange reis.
- Ellen gaf aan wanneer ze alleen zou wonen, de verwerking (rouwen) op gang zou komen.
- Ellen heeft nog geen gebruik gemaakt van de 45 euro.
- Ellen is op 1 oktober alleen gaan wonen.
- Ze heeft op een legger foto’s van mama geplaatst (ze geeft aan dat mama haar zo kan zien, dat mama kan zien hoever ze geraakt is). Ellen vindt het heel erg dat mama niet heeft kunnen meemaken dat ze alleen gaan wonen is.
- Binnen de individuele gesprekken kwam mama aan bod.
- Op haar kamer in de leefgroep had Ellen allemaal foto’s opgehangen van mama en ze had een paternoster van mama die heel belangrijk voor haar was.
- Ik heb een vorming gevolgd rond rouwverwerking. Dit ook opgenomen met Ellen.
- In individuele gesprekken komt het thema aan bod.
- Ellen heeft ervoor gekozen om geen therapie te volgen.
- In de leefgroep kon ze ook bij de andere jongeren terecht.
Het team heeft zeker aandacht gehad voor de meisjes. Ook gevraagd welke dingen hen konden helpen. Bijvoorbeeld bij het slapengaan, licht aanlaten, eventjes mee op de kamer gaan, muziek opzetten,….
De rest van de jongeren zijn er ook respectvol mee omgegaan.
De jongeren hebben een kaartje geschreven.
Het resultaat: iedereen heeft respect en aandacht voor dit thema gehad. Het bood ook de kans om met andere jongeren rond dit thema te werken. Wat dit met hen deed,….
Verder blijven we het thema in ons achterhoofd houden. We bevragen regelmatig, vooral in individuele gesprekken hoe het gaat met de meisjes en of er dingen zijn die we voor hen kunnen doen. Vooral aandacht hebben we tijdens Allerheiligen, sterfdatum en verjaardag van mama.
- Nadat ze het nieuws hebben gehoord zijn ze 2 weken naar hun tante en nonkel gegaan. Ze bleven daar dan slapen. Ze zijn toen ook niet naar school gegaan. De begeleiding heeft dan telefonisch contact gehouden.
- De groep werd het nieuws gezegd. En iedere begeleiding nam dan met zijn jongere op wat het met hen deed. Er werd tijd voor gemaakt.
- Voor de laatste groet en begrafenis werd aangeboden dat iedereen van de leefgroep mee kon gaan. Sommige meisjes zijn meegegaan voor de laatste groet en de begrafenis, sommigen enkel voor de groet of begrafenis. Bij de laatste groet ging begeleiding van dienst mee en voor de begrafenis de individuele begeleidsters van Sanne en Ellen.
- Ellen en Sanne bleven gedurende die tijd bij tante en nonkel. Zij hebben dit opgevangen en voorbereid. Na de begrafenis zijn de individuele begeleidsters even bij Ellen en Sanne geweest. Er werd niet veel gezegd, was vooral om steun te betuigen en om te laten merken dat we er voor hen waren.
- De meisjes zijn betrokken geweest bij de viering, maar op dat moment was er wrevel met de vader. De meisjes hebben ieder in de kerk een tekst voor mama gelezen, maar de vader bepaalde wel wat er wel en niet mocht gelezen worden. Is wel moeilijk geweest voor de meisjes. De meisjes hebben ook geen kledij en spullen van mama.
- Dit is niet gemakkelijk en een moeilijk en gevoelig thema, maar de hele groep was medelevend voor de meisjes. Nadat de meisjes terugkwamen van hun tante en nonkel werden ze goed opgevangen door iedereen.
- Moeilijk vond ikzelf het feit dat Ellen nog niet kon rouwen. Ik vreesde ervoor dat ze hier het moeilijk ging krijgen maar Ellen gaf aan dat ze dit op haar eigen tempo wilde doen en dat het pas zou komen als ze alleen zou wonen. Ik heb er respect voor gehad en aangegeven dat ik er was voor haar als ze wilde praten hierover.
Wat eruit geleerd: zeker tempo van ieder respecteren. Ook aandacht hebben voor de andere jongeren in de leefgroep. Eens bevragen en opvolgen wat het met hen doet.
Sterktes: aandacht voor iedereen hebben. De meisjes gehoord en bevraagd wat zij graag wilden. Voor Sanne was therapie een oplossing. Ellen wilde graag nog wat tijd.
Zwaktes: geen echte zwaktes ondervonden. Ook geen dingen die we over het hoofd hadden gezien of dingen die moeilijk liepen. De periode na het overlijden, zijn de meisjes ook naar hun tante en nonkel gegaan. Die hebben eigenlijk de eerste dagen opgevangen. Hebben ook gezorgd dat de meisjes kledij hadden voor de begrafenis,… ze hebben veel opgevangen. Ze zijn een echte steun geweest voor Ellen en Sanne en hun broertje.
Getuigenis van een leerlingbegeleidster: hoe een draaiboek in het water kan vallen!
Op een maandagmorgen vernam ik in de leraarskamer dat de papa van An in het weekend verongelukt was. Net toen alle leerlingen binnen waren kwam de mama van An samen met An hier aan op school. Wij, mijn collega en ik, hebben ze dan proberen op te vangen op ons bureel. De mama vertelde niet veel over het ongeval, wel dat papa invalide was en dat hij het huishouden deed terwijl zij ging werken. Dit zou dus in de toekomst niet maar gaan. (het gezin telde 5 kinderen). Zij vond het beter dat An de dagen voor de begrafenis, gewoon naar school kwam. Wij vonden dit een vreemde beslissing , maar aanvaardden hun beslissing. Op de vraag of ze een tas koffie wilde, zei de mama:'nee'. Ik heb dan An naar de klas gebracht en gevraagd of zij het zelf aan de leerlingen wilde vertellen of dat ik het moest doen. Ze verkoos om het zelf te doen. Ik had haar dan wel uitgelegd dat ze niet op alle vragen moest antwoorden als ze dat niet wou.
Dan ben ik het draaiboek gaan opzoeken om te kijken welke stappen we als school moesten ondernemen. En dan liep er bijna niets zoals gepland. Ik zal even uitleggen hoe het allemaal verlopen is.
Normaal brengt de directie, de titularis en de leerlingenbegeleidng een huisbezoek, na telefonisch contact. Wel, dit vond de mama niet nodig.
Wij hebben hier op school de gewoonte om een rouwtafeltje te maken in de hal. Dit is een tafeltje waarop we een foto plaatsen van de overledene, een bloempje en wat kaarsjes. Dit doen we na toestemming van de familie. Ook hier weer kregen we te horen dat het eigenlijk niet echt moest, zeker geen foto. We hebben dan, na overleg met An, toch een tafeltje gezet.
Ook gaan we met de klas naar de begrafenis, maar An wist nog niet of ze zelf zou gaan. Afspraak was dan: als An gaat, gaan de medeleerlingen ook. De dag voor de begrafenis komt An, samen met haar oudere broer, zeggen dat leerling X en Y niet mee mogen komen naar de begrafenis omdat ze daar problemen mee hebben (het zijn ook allochtone meisjes). Dit kunnen we als katholieke school niet maken. Ik probeer dat dan ook duidelijk te maken aan haar. Ze gaan dan toch akkoord dat ze meekomen en ze geeft ook aan dat ze zelf naar de mis zal gaan. Op de dag van de begrafenis bleek An dan toch niet in de mis te zijn. Dat vonden de medeleerlingen wel vreemd. Ik heb daar met de leerlingen over gesproken. De boodschap was: respecteer de mening van je medeleerling.
De dag na de begrafenis kwam An weer gewoon naar school. We hebben haar opgevangen en gezegd dat ze altijd bij ons terecht kon als ze het moeilijk had. Ze is nooit op gesprek geweest. Ik heb haar wel regelmatig eens aangesproken en ze zei altijd dat alles goed was.
Zo zie je maar, hoe alles anders kan verlopen.
Vieringen
Afscheidsviering leerkracht
Heer, als ze bij U aankomt,
verander haar dan in een ster.
Ze zal de hemel veel mooier maken
Het lichaam van ... wordt binnengebracht
Het kruisteken en openingswoord
Intredelied: koor – Geef rust
Lk.: Er was eens een ster. Ze was blij, want ze had een schitterend uitzicht over de wijdheid en grootsheid van het heelal, gevuld met miljoenen sterren. De ster was niet zomaar een ster. Ze had een speciale gave. Kleinere sterretjes die haar pad kruisten, werden op de één of andere manier betoverd. Ze werden lichter, grootser en rijper. Ze koesterden zich voortdurend in haar aanstekelijk warme licht en enthousiasme. Het gebeurde dat kleine sterren daardoor hun stoutste verwachtingen overtroffen en onvermoede gaven ontwikkelden. De grote ster was zich echter niet steeds bewust van de impact van haar gloed. Ook de duizenden kleine sterretjes beseften vaak pas vele lichtjaren later wat de grote ster voor hen betekend had. Ze namen zich voor te schitteren als de grote ster en net als haar op onbevangen en bescheiden wijze het licht in de wereld te vermenigvuldigen
Schuldbede
Pr.: God onze Vader…
Lk.: Dat het niet kan en niet mag
en toch telkens weer gebeurt
dat een mens sterft midden in het leven.
Dat begrijpen wij zo moeilijk, God. Opstandig zeggen wij; ‘Gij hebt de mens toch geschapen, niet voor de dood maar om te leven?’
Allen: God, wees ons toch nabij.
Lk.: Dat we geen afscheid konden nemen,
dat de dood kwam als een dief in de nacht,
dat doet ons pijn. Berouwvol vragen wij; ‘Schenk ons vergeving voor wat we tekort kwamen tegenover ...’
Allen: God, wees ons altijd nabij
Kaarsen aansteken
Lk.: Op die lange weg van het zeker naar het onbestemde naar wat niemand van ons ooit zag, staan wij mensen met ons kwetsbaar kaarsje en willen we jou verlichten en allen die het donker in moeten van de pijn en de onmacht, van hete onbenoembare.
Onze handen zijn onzeker,onze woorden schaars, onze stem trillend.
Als kaarsen die warmte geven, echte kaarsen die tot het einde branden, willen we naast jou staan en met jou meetrekken totdat jij in de tunnel gaat en onze wegen uiteen moeten gaan.
Dan nog zal je bij ons zijn in ons verdriet en in de mooie dagen als die eindelijk weer doorbreken na die lang nacht.(Marinus van den Berg)
Daarom steken we voor jou nu zeven kaarsen aan in de zevenarmige kandelaar. Deze kandelaar geven we straksmee aan je zus en je pa zodat ze de kaarsen kunnen aansteken op moeilijke momenten.
Eén kaars steken we aan voor je WARMTE:
Je was "aanwezig" bij ons, wij voelden je warmte.
Je had er geen grote woorden voor nodig, je tastte voorzichtig af wat je wel of beter niet zou zeggen.
Eén kaars steken we aan voor je LIEFDE;
Je hield van je familie, je vrienden, je school, je leerlingen, je collega’s.
Je werd in die liefde soms gekwetst, maar je bleef gedreven geloven in je idealen
Eén kaars steken we aan voor je WENSEN.
Eén kaars steken we aan voor je DROMEN;
Je wenste en droomde een degelijke school, die leerlingen begeleidde in leerstof en leven. Daarom was je zelf zo perfectionistisch in je schoolwerk.
Daarom speelde je met de leerlingen toneel, om, wat dieper in ieder mens verborgen zit, aan de oppervlakte te brengen.
Eén kaars steken we aan voor je LACHEN.
Je speelde met hen, je vond iets terug in hun jeugdige overmoed, je lachte met hen mee; het waren mooie triomfantelijke momenten.
Eén kaars steken we aan voor je "ECHTHEID".
Je was "echt".... Je gaf degelijk les, zonder franjes, je ging met mensen om zonder kapsones, wij wisten als je boos was, wij wisten als je blij was. Je echtheid maakt je onvervangbaar.
Eén kaars steken we aan voor je ….. zijn.
Instrumentale muziek: harp en dwarsfluit
Openingsgebed
Pr.: Wij bidden vaak om nieuw leven, God
om kracht en jeugdigheid,
om bruisende vitaliteit.
Maar leven is ook loslaten,
afscheid kunnen nemen
van wat voorbij is,
vaak met pijn in ons hart.
Dat vragen wij zo zelden, God,
de kunst om het leven helemaal te aanvaarden
met zijn vreugde en verdriet,
met zijn hoop en wanhoop.
Leer ons uit de mooie en sterke momenten
de kracht putten
om met vertrouwen
de toekomst tegemoet te gaan.
Eerste lezing
LI.: Er was eens een prins, die leefde op een ster. Hij voelde zich er vreselijk alleen, en daarom ging hij naar de aarde om vrienden te zoeken. Toen hij op aarde gekomen was, ontmoette hij een vos.
"Hallo", zei de kleine prins, "Wil je mijn vriendje zijn?"
"Ja, dat wil ik wel", zei de vos, "maar dat gaat zo maar niet; dan moeten we eerst heel lang samen spelen, en eten, en samen ruzie maken…"
En ze kwamen heel vaak bij elkaar en werden echte vrienden.
Toen kwam de dag dat de kleine prins weer terug moest naar zijn ster.
"O", zei de vos, "ik moet huilen dat je weggaat."
"Het is je eigen schuld", zei de kleine prins; "Jij wou dat we vriendjes zouden worden;"
"Jazeker", zei de vos.
"En nu moet je huilen!"
"Jazeker", zei de vos.
"Dus dan heb je er niets aan."
"Toch wel", zei de vos, "als ik voortaan naar zand kijk, zal ik nu aan jouw mooie blonde haren denken en dat geeft een fijn gevoel. Bij alles zal ik steeds aan jou denken, en dan zal ik me beter voelen en als ik je erg mis, en erom moet huilen, dan kijk ik naar de sterren, en dan zie ik je toch: met mijn hart.
Want weet je, eigenlijk kun je nog het beste zien met je hart."
Tussenzang: "Zeilen zonder wind", Juliaan Wilmots
Wie kan zeilen zonder wind,
Zonder riemen roeien?
Wie kan scheiden van een vriend,
Zonder dat tranen vloeien?
Ik kan zeilen zonder wind,
Zonder riemen roeien.
Maar niet scheiden van een vriend,
Zonder dat tranen vloeien!
Voert de zee mij ver van huis,
Ver van al mijn vrienden,
Eens brengt zij mij toch weer thuis,
Om hen weer te vinden!
Uit het Evangelie volgens Johannes 10, 11-15.
"Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Een gehuurde knecht is geen echte herder, de schapen zijn niet van hemzelf. Wanneer hij een wolf ziet komen, laat hij ze in de steek en rent weg; en de wolf rooft de schapen en jaagt ze uiteen. De knecht rent weg omdat hij is gehuurd en omdat hij geen hart heeft voor de schapen. Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen."
Homilie
Voorbeden
Pr.: Laten wij nu bidden voor allen die geconfronteerd worden met de dood.
Voor kleine en onmachtige mensen,
voor hen die zonder naam door het leven gaan,
voor hen die sterven door honger en zinloos geweld.
Wij bidden voor allen die moeten leven met het verlies van een
dierbare…
Lk.: God, wij denken aan onze doden.
Wij denken aan allen van wie we afscheid moesten nemen en die wij nog altijd missen.
Laat dan de vlammetjes van de kaarsen een symbool zijn van ons geloof.
Dat wij over de dood heen in liefde met elkaar verbonden blijven.
Laat ze een teken zijn van de warme liefde die wij van … mochten ontvangen en voor de warme herinnering aan haar die nog altijd in ons leeft.
Laat ze ook onze hoop uitdrukken dat wij in momenten van duisternis – als wij het niet meer zien zitten – anderen mogen vinden om ons bij te lichten en ons terug op weg te helpen.
Laat ons bidden.
Allen: Wij bidden U, verhoor ons Heer.
Offergang – zangkoor
Gebed over de gaven
Allen: Goede God,
deze tafel is voor ons het symbool van onze onderlinge verbondenheid, het teken dat wij elkaar nodig hebben.
Zo zouden wij willen leven: als mensen die voor elkaar iets kunnen betekenen, zoals Annie voor zovelen van ons.
Moge wij zo, goede God, de toekomst vertrouwvol tegemoet zien.
Help ons gastvrijheid te verlenen aan allen die hulp nodig hebben,
opdat wij met onze medemens op tocht kunnen gaan. Amen.
Groot dankgebed
Onze Vader
Gebed om vrede
Communie
Instrumentale muziek: harp en dwarsfluit
"Waarheen leidt de weg", Amazing Grace - Traditional
Waarheen leidt de weg die we moeten gaan?
Waarvoor zijn wij op aard?
Wie weet wat er is achter ster en maan?
Hoelang duurt nog de nacht?
Waar ligt het land waar wij mogen zijn
En wat is de taak die ons wacht?
Waar is de Geest die met ons leeft,
Die ons de vrede geeft?
Waar staat de poort die ons binnen laat
En die ons ook beschermt?
Hoeveel offers werden er gebracht
En toch blijft het nog nacht…
Waar dan is het licht op ons duist’re pad,
De hand die ons geleidt?
Hoelang, ja hoelang nog duurt de tijd
Eer dat wij zijn bevrijd?
Bezinningstekst
LI.: Als het sneeuwt moet ik aan je denken,
hoe stil je was, stiller dan sneeuw
Als ik de wolken hier boven zie drijven
en de vleugelslag hoor van een meeuw,
dan zou ik wel mee willen vliegen,
jou zoeken gaan, verder dan ver
en ’s avonds droom ik dat jij aan
de hemel staat, licht als een ster.
Als de zon schijnt en ik voel de stralen,
dan droom ik dat jij naar mij kijkt
en met lichtende warme armen
vol liefde en zorg naar me reikt.
Als de maan schijnt dan hoop ik dat jij ook
dat zilveren maanlicht ziet,
dan voel ik me met jou verbonden
en voel ik het missen niet.
Als het regent huil ik een traantje
maar ik weet dat de zon ooit weer schijnt
en dat jij, net als het zonlicht
toch nooit uit mijn leven verdwijnt.
Slotgebed
Afscheidswoorden door de directie
Absoute – zangkoor
Uitgeleide
Wanneer gij blijde zijt, schouw dan diep in uw hart
en gij zult zien dat enkel wat u smart gegeven heeft,
ook vreugde brengt.
Wanneer gij verdrietig zijt, blik dan opnieuw in uw hart,
en gij zult zien dat ge weent
om wat u vreugde schonk
Kahlil Gibran
en steeds vaker
gaat ze onder
ook de maan
schijnt soms
maar half
maar altijd
staat dat sterretje
aan de hemel
het schittert daar
zoveel het kan
Naar Werner Storms
Bedankt voor het meevieren
Je mag dit boekje meenemen
als blijvende herinnering aan …
Afscheidsviering leerling
Life isn’t easy
And it will never be
but remember you’ve got friends
and one of them is me
Meditatiemuziek
Begroeting en welkom
Openingsritueel
Bij het begin van deze afscheidsviering
willen wij stil worden bij het leven van …
wij willen het leven tussen ons in herinnering roepen,
telkens willen wij een kaars ontsteken ter ere van haar.
Wij willen recht doen aan haar leven
en wat zij voor mensen heeft betekend.
Want God gaf … de kracht
en het vermogen om onvergetelijk
en enig mens te zijn.
Daarvan willen wij getuigen.
L1: … een droom van vrede
ben je onder ons geworden
de vrede die je zocht
heb je niet altijd gevonden.
Maar de droom van vrede
kwam uit je hart en ziel.
Vrede brengen,
jouw dienst aan mensen.
Deze droom van jou willen wij
in stand houden,
met mildheid en verdraagzaamhied.
(eerste kaars wordt ontstoken)
Wij steken het licht voor jou aan, …
omwille van de vrede
L2: …, je hebt in liefde
het leven gekregen.
En je hebt het leven liefgehad.
Liefde heeft je gedragen en bezield.
Je hebt omhelst en gestreeld.
Je hebt je prijsgegeven
en je aan mensen toevertrouwd.
De liefde heeft in jouw iets aangestoken
dat eeuwig en onuitwisbaar is.
(tweede kaars wordt ontstoken)
Wij steken het licht voor jou aan, …
omwille van de liefde.
L3: … wie je gekend heeft
kan getuigen van je trouw.
Je hield je woord
dat je gegeven had.
Je bleef ons nabij.
Jouw kracht gaf moed.
Jouw woorden hadden waarde.
En het geloof dat je geleerd had,
heb je als een lichtbaken uitgezet.
In eerbied erkennen we dat.
(derde kaars wordt ontstoken)
Wij ontsteken het licht voor jou,…
omwille van de trouw
L4: Vriendelijkheid heeft je getooid
en eenvoud van hart je gesierd, …
Je had geen grote woorden nodig.
En toch heb je ontwapend en veroverd.
Velen herkenden in jou een zus
En in die eenvoud ben je groot geweest.
Wij kijken naar je op.
(vierde kaars wordt ontstoken)
Wij ontsteken het licht voor jou, …
omwille van de eenvoud
L5: … wij hebben veel vreugde beleefd
samen met jou
Je hebt blije dagen gekend.
Je hebt gelachen.
Je was gelukkig.
En de vreugde die wij deelden
was helend voor de pijn
die bij het leven hoort.
Vreugde heeft je mooi gemaakt.
Dat beeld van jou,
de zalige herinneringen
willen wij voor altijd
in ons hart bewaren.
(vijfde kaars wordt ontstoken)
Wij ontsteken het licht voor jou,…
omwille van de vreugde.
L6: Voor gerechtigheid heb jij je ingezet.
Je zou niet rusten
als je niet alles had gedaan
wat voor jou mogelijk was.
Je werd een geweten voor sommigen,
voor anderen een stem.
Je zult ons blijven oproepen
vandaag en alle dagen.
(zesde kaars wordt ontstoken)
Wij ontsteken het licht voor jou, …
om je streven naar gerechtigheid.
L7: …, al was je nog jong
de stilte was voor jou een rijkdom.
Zo heb je rust verleend
aan anderen die rusteloos
en zoekend waren.
Wij zijn u dank verschuldigd.
Je woorden en je wijsheid
zullen wij gedenken.
(zevende kaars wordt ontstoken)
Wij steken het licht aan voor jou, …
om de stilte die je ons leerde.
Saxofoonsolo
Schuldbelijdenis
L1: Dat het niet kan en niet mag
en toch telkens weer gebeurt:
dat een sterk mens sterft midden in het leven.
Dat begrijpen wij zo moeilijk.
Opstandig zeggen wij:
"Gij hebt de mens toch geschapen
niet voor de dood maar om te leven."
L2: Dat wij vandaag geen antwoord weten
op de vraag waarom er handen waren, voeten,
ogen en een lach die niet ten einde mochten leven.
Verdrietig vragen wij:
"Waarom mocht …, die ons zo lief was, niet langer leven?"
L3: Dat wij geen afscheid konden nemen,
dat de dood kwam als een dief in de nacht,
dat doet ons pijn.
Berouwvol vragen wij:
"Schenk ons vergeving voor wat we
tekort kwamen tegenover…"
Openingsgebed
P.: Wij bidden vaak om nieuw leven,
om kracht en jeugdigheid
om bruisende vitaliteit.
Maar leven is loslaten, ook …loslaten,
afscheid kunnen nemen
van wat voorbij is,
vaak met pijn in ons hart.
A.: Dat vragen wij zo zelden,
de kunst om het leven helemaal te aanvaarden
met zijn vreugde en verdriet,
met zijn hoop en wanhoop.
Leer ons uit de mooie en sterke momenten
die we samen met ….mochten beleven
kracht te putten
om met vertrouwen
de toekomst tegemoet proberen te gaan.
Lied: "Promise to try" – Madonna
Little girl don’t you forget her face
Laughing away your tears
When she was the one who felt all the pain
Little girl don’t you forget her eyes
Keep them alive inside
Promise to try – but it’s not the same
Keep your head held high – ride like the wind
Never look behind, life isn’t fair
That’s what you said, so I try not to care
Little girl don’t run away so fast
I think you forgot to kiss – kiss her goodbye
Will she see me cry when I stumble an fall
Does she hear my voice in the night when I call
Wipe away all your tears, it’s gonna be all right
I fought to be so strong, I guess you knew
I was afraid you’d go away, too
Little girl you’ve got to forget the past
And learn to forgive me
I promise to try – but it feels like a lie
Don’t let memory play games with your mind
She’s faded smile frozen in time
I’m still hanging on – but I’m doing it wrong
Can’t kiss her goodbye – but I promise to try
Eerste lezing
De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed…
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuivere tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
Als je van me houdt.
Augustinus
Lied: Testament (Bram Vermeulen)
Dit nummer beluisteren in de jukebox
En als ik doodga, huil maar niet
ik ben niet echt dood, moet je weten
het is een heimwee dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij die bent vergeten….
Als ik doodga, treur maar niet
ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij dat bent vergeten…
En als ik doodga, huil maar niet
ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij me bent vergeten….
Evangelie –Mt. 6, 31-34
Uit de Blijde Boodschap volgens Matteüs
In die tijd zei Jezus:
"Maakt u geen zorgen over de vraag: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of wat zullen we aantrekken? Want dat alles jagen de heidenen na.
Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed."
Homilie
Voorbeden
Als wij even stil worden deze dagen,
dan spreekt ons hart van …
het vertelt van wat wij nog hadden willen doen en zeggen en horen,
van veel gemiste kansen en erg mooie dagen.
Laat alle liefde die tussen haar en ons gegroeid is,
veilig zijn in Uw behoedende hand.
Laat ons bidden.
Als wij even stil worden, deze dagen,
dan huilt ons hart om ….;
het vraagt naar haar en verlangt een weerzien ooit.
Veranker in ons hart het vertrouwen, dat Gij ons allen
eens tot voltooiing brengt.
Laat ons bidden.
Als er deze dagen een stilte valt, dan gaat ons hart uit naar
de ouders van …, haar zus, haar vriend,
en naar allen die en sterke band met haar hebben.
Houd hun overeind, schenk hun hoop in overvloed.
Laat ons bidden.
Uitreiking gedachtenisprentjes: Instrumentaal harp en hobo, Fly van Celine Dion
Offerande
Offerandegebed
Groot dankgebed
Onze Vader
Communie: Instrumentaal: harp en hobo
Bezinning:
Nog zoveel wegen
Nog zoveel wegen
lagen voor je open
Die je niet mee
in kunt slaan.
Nog zoveel
toekomstdromen
lijken onvervuld.
Of hoop je nu
dat wij misschien…?
Hoop je nu misschien
dat wij je ooit gedroomde
wegen verder gaan en doen
wat jij had willen doen?
Hoop je misschien
dat je in ons zult voort leven
als de wereld
om mensen vraagt
die haar leefbaar
en bewoonbaar maken?
Jouw naam,;…..,
zal met ons meegaan.
En je hart voor mensen
zullen we ons leven lang
met je delen.
En je dromen
hopen wij waar te maken
door met jouw aandacht
en jouw stille kracht
te werken aan een wereld
‘die zucht en kreunt
om meer liefde en
genegenheid.’
Wil je voor altijd
in ons midden voortleven
in woorden, handen
en ogen van mensen
die met jou verbonden
willen zijn
En als je nu ergens leeft
waar altijd vrede is,
weet dan
dat ons hart voor altijd bij je is
en we je niet zullen vergeten.
Slotlied:
Voor altijd – Marco Borsato
Ik heb je al eens eerder moeten missen
Ik was je al eens vaker kwijt
Toch heb ik er nooit aan hoeven wennen
Jou niet meer om me heen te hebben
Je vond altijd je weg naar mij
Het voelt heel anders nu je weggaat
Voor altijd
Zoveel herinneringen samen
Zoveel wat jou met mij verbindt
Zoveel meer dingen die ik nergens anders vind
Het leven gaat voorbij
Maar je leeft door in mij
In alles wat je hebt gegeven
Wat je me leerde in dit leven
De mooie dingen die je zei
Lieve schat
Hier in mijn hart
Hou ik een kamer voor je vrijdag
Voor altijd
Slotgebed
Brieven voor…..
Afscheidsviering leerkracht (na langdurige ziekte)
Heer, maak mij een instrument van Uw vrede.
Laat mij liefde brengen.
Franciscus van Assisi
Het lichaam van Diane wordt binnengebracht
Il Cantico delle Creature: Branduardi
Dit nummer beluisteren in de jukebox
Nederlandse vertaling
Enkel U komt toe, O Heer,
alle glorie, alle eer.
Goede Vader, wees gezegend en geloofd,
enkel U wordt het allerhoogste toegedicht
En wij buigen voor U nederig het hoofd.
Wees geprezen, Goede Heer
en Uw schepping evenzeer.
Zuster Zon, haar licht, haar hele warme straal
Het is een wonder wis en waar
dat U ons verlicht door haar.
Moge zij Uw goedheid naar ons toe vertalen.
Wees geloofd voor Zuster Maan,
in de sterren die er staan,
In de nachten klaar en helder schijnt ze hevig.
Wees geloofd voor Broeder Wind
die in wolken regen vindt
en verspreidt opdat Uw schepping moge leven.
Wees geprezen,Goede Vader,
voor het koele, reine water
dat ons laaft en wast en droogte doet verdwijnen.
Wees geloofd ook voor het vuur
dat ons warmt in het late uur
en zijn vreugde en zijn kracht op ons laat schijnen.
Wees geprezen om mijn moeder,
voor de aarde, onze moeder,
die ons koestert en ons dierbaar leven geeft.
Vruchten vol van smaak en geuren,
bloemen weelderig van kleuren
in de bomen, in het gras en al wat leeft.
Wees geloofd voor hen die leven in Uw liefde
en vergeven ook als onrecht en ellende hen dan honen
En gezegend ook diegenen die door vrede te verlenen
zich door U, O Vader, moge laten kronen.
Wees geprezen, O mijn Heer,
voor ons kleinen,
dat de dood van’t leven zo maar kan bestelen
want gezegend zijn ook dezen
die de dood niet moeten vrezen
omdat zij voor eeuwig in Uw liefde delen.
Kruisteken en openingswoord
Intredelied: Zonnelied van Franciscus
Lk. Verwelkoming : Gegroet
Gegroet
met licht
nu je levenskaars
raakt opgebrand.
Gegroet
met licht
van ons
die om je gaven
Gegroet
met licht
nu we jouw licht
herinneren
Gegroet
met licht
nu we je danken
voor het licht
dat je bracht
Gegroet
met licht
nu je dit levenslicht
gaat verlaten
Gegroet
met licht
dat er licht
voor JOU IS
ten einde toe.
Marinus van den Berg, Voor de laatste tijd, 2003.
Pr.: Gebed om vrede van de H. Franciscus
Heer, maak mij een instrument van uw vrede.
Laat mij liefde brengen, daar waar haat is;
vergeving, waar mensen elkaar pijn doen;
geloof, daar waar twijfel is;
hoop, waar wanhoop is;
licht, waar duisternis is;
vreugde, waar droefheid is.
Goddelijke Meester, geef dat ik meer zoek:
te troosten dan om zelf getroost te worden; begrip te tonen dan om zelf begrepen te worden; liefde te schenken dan om zelf liefde te ontvangen.
Want als we geven ontvangen we;
als we vergeving schenken
ontvangen we vergeving;
als we sterven
worden we geboren tot eeuwig leven.
Lk.: De Mensen van Voorbij
De mensen van voorbij,
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemen, geuren, in een lied,
dat opklinkt uit verdriet.
De mensen van voorbij,
zij worden niet vergeten
De mensen van voorbij,
zijn in een ander weten
Bij God mogen ze wonen,
daar waar géén pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij!
Hanna Lam
Lied: "Calm me Lord"
Calm me, Lord,
Maak mij rustig Heer
As you calmed the storm
zoals U de storm tot rust hebt gebracht
Still me, Lord,
koester me Heer,
Keep me from harm
behoed mij voor het kwade
Let all the tumult within me cease
laat alle lawaai in mij verstommen
Enfold me, Lord
neem mij op, Heer
In your peace
in uw vrede.
Pr.: Openingsgebed
Er is een goed mens gestorven. Waarom?
Vanuit ons aanvoelen zouden wij goede mensen altijd bij ons
willen hebben, want in de nabijheid van goede mensen worden wijzelf goed en mild. Goede mensen zijn een weldaad, een zegen, zomaar gekregen van God. Maar het onvermijdelijke wat zover leek is nu plotseling heel dichtbij...
Goede God, doe ons geloven dat het leven van Diane zinvol is,
dat de dood niet het einde is maar een nieuw begin, zo bidden wij door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Lk.: Eerste lezing
Het Zonnelied
Franciscus van Assisi (1182-1228)
Wees geloofd, mijn Heer
door al Uw schepselen
vooral door broeder zon,
die de dag brengt en ons beschijnt;
schoon is hij
en stralend in grote luister:
van U, Allerhoogste, ons een gelijkenis.
Wees geloofd, mijn Heer,
door zuster maan en de sterren,
aan de hemel heeft U ze gezet,
klaar, kostbaar en mooi.
Wees geloofd, mijn Heer,
door broeder wind en de luchten
en wolken en heldere hemel
en ook door weer,
dat gij Uw schepselen geeft.
Wees geloofd, mijn Heer door zuster water,
zo nuttig en nederig
zo kostelijk en kuis.
Wees geloofd, mijn Heer,
door broeder vuur,
door wie U de nacht laat verlichten.
Schoon is hij en vrolijk
en krachtig en sterk.
Wees geloofd, mijn Heer,
door onze zuster, moeder aarde,
die ons draagt en voedt en ons
velerlei vruchten schenkt
en kleurige bloemen en gras.
Wees geloofd, mijn Heer,
door hen die om Uw liefdes wil vergeven,
die onzekerheid en verdriet verdragen.
Zalig zij die in vrede volharden.
Zij worden door U gekroond.
Wees geloofd, mijn Heer,
door onze zuster, de lijfelijke dood.
Zalig degenen die zij verzoend vindt
met Uw heiligste wil.
Hen kan de tweede dood niet deren.
Looft en prijst mijn Heer!
Tussenzang: "Teach Me Thy Way, O Lord"
|
Teach me thy Way, O Lord; Help me to walk a-right, When I am sad at heart, In hours of loneliness, Long as my life shall last; Until the race is run, |
Onderwijs mij Uw Weg, O Heer; Help mij het rechte pad te volgen, Als mijn hart bedrukt is, In uren van eenzaamheid, Zolang als ik leef; Tot de wedren is gelopen, |
Pr.: Evangelielezing: een bewerking van Mt. 25, 34-46
Een Stem zal zeggen:
Ik zat in het duister, toen kwam jij en het werd licht.
Ik was gewond en jij hebt me genezen.
Ik had de moed niet om te schreeuwen en jij werd mijn stem.
Ik was al opgegeven en jij hebt me opnieuw tot leven gewekt.
Ik vroeg je om een stok en jij leende me je schouder.
Ik had geen mens en jij werd mijn broeder.
Ik ging gebukt onder de schuld en jij hebt me weer opgericht.
Ik was nietig en ongezien en jij hebt me een naam gegeven.
Ik was verbannen en jij hebt me teruggebracht in mijn land.
Ik ging door de hel, tot je me optrok naar de hemel.
En de Stem zal besluiten:
Kom binnen in het huis van je Vader,
want alles wat je deed voor de minsten van de Mijnen, heb je voor Mij gedaan.
Pr.: Homilie
Diane, vandaag willen we je bloemen geven, waarmee we je willen danken en eren.
L1: Je krijgt van ons zonnebloemen, met een groot hart,
want jij had een ongelofelijk groot hart.
Een hart vol met zoveel goedheid: je deed meer dan werd verwacht, je gaf je helemaal als mensen je nodig hadden.
Je hart was blij om het geluk en de vreugde van anderen en je kon even intens meeleven met mensen die verdriet hadden.
Bedankt voor jouw groot hart.
L2: Je krijgt van ons witte rozen, een teken van hoop.
Nooit gaf jij de hoop op, altijd gaf jij ons hoop.
Hoe vaak nam je ons eens niet vast en zei dan: "Komaan, kop op".
Uit de moed en de levensvreugde die je zo helemaal typeerden, konden we met velen kracht putten.
Witte rozen zullen voor ons altijd jouw hoop uitstralen.
L3: Je krijgt van ons witte lelies, voor je groot geloof.
Je geloofde in mensen, grenzeloos.
Je liet dit ontelbare keren voelen met de schouderklopjes, de knipoogjes en de complimentjes die je aan anderen gaf.
Jij geloofde in God, niet alleen met woorden, maar ook met heel veel daden.
Je putte kracht uit je geloof.
Laat deze witte lelies voor ons een teken zijn van die kracht.
L4: Je krijgt van ons witte fresia's.
Bloemetjes die zoveel vriendelijkheid in zich hebben.
De vriendschap en vriendelijkheid voor al wie je ontmoette hebben je gesierd.
Je lieve lach deed zoveel wonderen.
Van jongsaf deelde je wat je was en wat je had met anderen. Je stond open voor elk gesprek, voor elk initiatief.
Met deze witte fresia's willen we jouw vriendschap voor altijd levend houden en bewaren.
L5: Je krijgt van ons ook rode rozen, symbool van liefde.
Rode rozen, omdat je een teken van liefde was. Je hebt in liefde het leven van je ouders gekregen en je hebt het leven echt liefgehad.
De liefde die je kreeg en die je gaf heeft je gedragen en gelukkig gemaakt.
Jouw liefde voor ons en onze liefde voor jou is eeuwig en onuitwisbaar.
Pr.: Voorbeden: Kleine Litanie van Franciscus
Jij, wonderlijke man,
bid voor ons, als dat kan:
1 dat wij de armen mogen eren
en met geen machten samenzweren,
2 dat wij de wolf in ons herkennen
en hem met mededogen temmen,
1 dat wij in vrede zullen groeten
al wie wij onderweg ontmoeten,
2 dat wij het vuur niet laten doven
en in de nacht de zon nog loven,
1 dat wij zelfs stervend zullen zingen
van alle goeds dat wij ontvingen.
2 Jij, wonderlijke man,
bid voor ons, als dat kan.
Uit: Hein Stufkens, In liefde herken ik nieuwe verzen, Dabar-Luijten, 1942
Pr.: Offergang:"Be still my soul" + blokfluit + mantra
|
Be still, my soul, the Lord is at your side; Be still, my soul: your God will undertake; Be still, my soul: the tempests will obey |
Blijf rustig, mijn ziel, de Heer staat aan je zijde; Blijf rustig, mijn ziel:je God zal het op zich nemen; Blijf rustig, mijn ziel: de stormen luister nog altijd |
Gebed over de gaven
Allen: Goede God,
deze tafel is voor ons het symbool van onze onderlinge verbondenheid, het teken dat wij elkaar nodig hebben.
Zo zouden wij willen leven:
als mensen die voor elkaar iets kunnen betekenen,
zoals Diane voor zovelen van ons.
Moge wij zo, goede God, de toekomst vertrouwvol tegemoet zien.
Help ons gastvrijheid te verlenen aan allen die hulp nodig hebben,
opdat wij met onze medemens op tocht kunnen gaan. Amen.
Pr.: Groot dankgebed
Onze Vader (P. Schollaert)
Pr.: Gebed om vrede
Vrede,
neem mijn hand,
laat in iedere cel rondgaan,
iedere,
het brood dat jou voedt.
Laat je verder reiken
van hand tot hand. Amen.
Vrede,
neem mijn mond,
laat in ieder woord ontkiemen,
ieder,
het woord dat jou schiep.
Laat je verder zeggen
van mond tot mond. Amen.
Vrede,
neem mijn voet,
laat in iedere stap wegen,
iedere,
het doel dat jou roept.
Laat je verder dragen van weg tot weg. Amen.
Vrede,
neem ook mijn hart,
laat in iedere slag ademen,
iedere,
de Geest die ons liefheeft.
Laat je verder beminnen van mens tot mens. Amen.
Christa Peikert – Flaspöhler
Lied: Dona Nobis Pacem
Communie: Collage van liederen van Enya
Lk.: Bezinningstekst: HANDEN
Gelukkig is de mens die tot het einde
handen mag voelen die goed doen.
De hand die met aandacht wast.
De hand die met zorg aankleedt.
De hand die met liefde kamt.
De hand die met tact aanraakt.
De hand die met het hart troost.
Geen mens kan leven
Zonder die hand,
die teder is,
die behoedt,
die beschermt
en bemoediging uitstraalt.
Tot het einde toe
verlangt de mens naar die hand. Totdat er die andere Hand is, die alle wonden geneest
die alle pijn heelt
die alle tranen wist
Tot die tijd
kunnen onze handen
een voorproef zijn van die ene Hand.
En handen en voeten geven
aan de liefde
die onmisbaar is.
Marinus van den Berg, Een nieuw begin, 2000
Pr.: Slotgebed
Afscheid
Het is tijd voor mij te gaan
nu geen tranen meer
kijk naar de hemel en geloof
eens zien we elkaar weer.
Tijd voor mij jou te verlaten
geen verdriet meer en geen pijn
kijk naar de regenboog en weet
ik zal er altijd zijn.
Het zal niet eeuwig duren
eens komt er een moment
dat ik je weer zal vasthouden
dat je weer bij me bent.
Tijd voor ons om afscheid te nemen.
Droog je tranen nu
kijk 's avonds naar de sterren
weet dat ik van je hou.
Denk aan mij en wens mij
altijd heel dicht bij
praat met mij, verdring de pijn
ik zal er altijd voor je zijn.
Francis van't Klooster
Afscheidswoorden door de directies
Absoute – gezongen mantra "Om mani padme hum"
Uitgeleide
Il Cantico delle Creature
Gele zonnen
paarse zeeën
elke dag een schilderij
rode bloemen
blauwe bomen
tekende jij voor mij.
Nu kleur je
hemelhoog
voor iedereen
een regenboog.
Mieke van Hooft
Herdenkingsviering
Instrumentale muziek
Welkomstwoord
P.: Elke mens draagt in zich een diep geheim : zijn beste ogenblik, zijn pijnlijkste ervaring waarin niemand inzage krijgt. Wanneer een mens sterft, dan sterft met hem de eerste sneeuw, de eerste kus, de eerste ruzie.
Alles neemt hij met zich mee in de verborgenheid van de dood, maar de liefde blijft; over de dood heen houdt zij onze geliefden levend.
Mensen komen en gaan.
Terugkeren is onmogelijk.
De geheimen van elke mens worden met de dood gesloten en deze onomkeerbaarheid vervult mij met pijn in het hart.
Maar toch …. Ik weet : de dood is slechts de horizon waarachter de mens verdwijnt, net als een boot is hij niet weg, we zien hem alleen niet meer.
Lezing: Achter de horizon
L.: Vanaf het strand turen ze samen in de verte.
Hun ogen volgen een witte stip: de zeilen van een boot, die langzaam vooruit gaat.
De golven beuken het schip, maar ze krijgen het er niet onder, want aan het roer staat de kapitein, die richting weet en koers bepaalt.
De wind stuwt het verder en verder en plotseling verdwijnt het schip achter de horizon.
"Is papa nu weg, mama ?" vraagt haar zoontje, "Ik zie zijn boot niet meer."
Met ingehouden tranen vertelt zij haar zoontje dat een boot die achter de horizon verdwijnt niet zomaar "weg" is, maar dat wij het alleen niet meer kunnen zien.
Uit: LeDos, van Patrick Somers en Robert Depauw
Poëzie
L.: Voorbij
voorbij
niets meer
te zeggen
voorbij
is niet
het juiste
woord
voorbij
gaat een leven
echter nooit
voorbij
gaat geen
verdriet
en geen herinnering
voorbij
onze grenzeloze
gedachten
is het wonder
dat wij niet
verwachten
voorbij de einder
van de horizon
gaat leven verder
dat hier begon
Instrumentale muziek
Wat lig je
doodstil
met je armen
naast je lichaam
Blauwe aders
kronkelen
op de rug
van je hand.
Als een bleke sluier
spant je huid
over je kaken.
Je hoofd
ligt achterover
in je kussens.
Wanneer
word je
wakker?
Wanneer?
Uit: Honderd volle manen, van Nele Warson
Instrumentale muziek
Weggaan
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet
terugkeren. Je blijft
iemand op wie wordt gewacht.
Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven. Niemand
wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.
Rutger Kopland
Instrumentale muziek
L.: Lezing: Aan de overkant
De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn ?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben ?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed …
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuiverste tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
als je van me houdt.
Augustinus
Lied: Testament (Bram Vermeulen)
Dit nummer beluisteren in de jukebox
En als ik doodga, huil maar niet
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
Het is het heimwee die ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij die bent vergeten.
En als ik doodga, treur maar niet.
Ik ben niet echt weg, moet je weten.
’t Is het verlangen dat ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.
En als ik doodga, huil maar niet.
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
’t Is maar een lichaam dat ik achterliet.
Dood ben ik pas als jij me bent vergeten.
Stil herinneren
P.: Wij denken aan allen van wie wij zelf afscheid moesten nemen. Wij hopen dat zij mogen thuis komen in het Licht.
Daarom steken wij een kaarsje voor hen aan.
L.: mensen
als nooit tevoren
mensen
om niet te vergeten
noem aarzelend
van ontroering
hun naam
hun onherroepelijke
naam
Kaarsjes aansteken en namen noemen…achtergrondmuziek, gedicht om in stilte persoonlijk te lezen.
Stil word ik in mijzelf.
Jou wil ik voelen in mij.
Ik hoor nauwelijks het geschuifel
van de voeten.
Mensen zijn gekomen
van alle kanten.
Verbonden met jou waren ze.
Stiller word ik in mijzelf.
Verdoofd ben ik nog.
Niet te zeggen hoe ik mij voel.
alles zo vreemd.
Ben ik dit zelf wel?
Zal het morgen niet gewoon
een andere dag zijn?
Alsof er niets gebeurde?
Zo anders stil wordt het in mij
Jou herinner ik mij.
Jouw gezicht voor mij.
Je zou nog zo een woord kunnen spreken.
Zo anders stil word ik nu.
Jouw naam klinkt.
Een kaars wordt ontstoken.
Jij licht in mij.
Jij licht voor mij.
Jouw wil ik mij te binnen brengen.
Zo stil wordt het nu …
Marinus van den Berg
Woordje van de priester
Gebed
P.: God,
wij denken aan onze doden.
wij denken aan allen van wie we afscheid moesten nemen en die we nog altijd missen.
A.: Laat dan de vlammetjes van onze kaarsen
een symbool zijn van ons GELOOF
dat we over de dood heen in liefde met elkaar verbonden blijven.
Laat ze een teken zijn van de warme LIEFDE
die wij van onze doden mochten ontvangen
en voor de warme herinnering aan hen die nog altijd in ons leven.
Laat ze ook onze HOOP uitdrukken
dat wij in momenten van duisternis
- en als wij het niet meer zien zitten –
anderen mogen vinden om ons bij te lichten
en ons terug op weg te helpen
We bidden voor
P.: We bidden voor onze lieve doden,
sommigen afgeknakt voor ze bloeiden,
sommigen rustig en vol overgave,
sommigen met de dood lang en pijnlijk voor ogen …
Ze hoorden bij ons.
Bewaar ze in ons hart, Vader, zoals Gij ze in Uw hart draagt voor eeuwig.
We bidden voor onszelf
die door de dood van zoveel mensen worden aangevochten en beproefd, dat wij het verdriet niet koesteren,
dat het ons niet verstikt en eenzaam maakt.
Geef dat wij ons opnieuw
durven toevertrouwen aan dit leven.
Lied: One sweet day (Mariah Carey & Boyz II Men)
Dit nummer beluisteren in de jukebox
|
Sorry I never told you Never had I imagined And I know you’re shining down on Darling I never showed you And I know you’re shining down on Although the sun will shine the same And I know you’re shining down on Sorry I never told you |
Het spijt me dat ik je nooit gezegd heb Ik kon het me nooit voorstellen Ik weet dat je blijft schijnen op mij vanuit de Liefste, ik heb je nooit laten voelen Ik weet dat je blijft schijnen op mij vanuit de Hoewel de zon zal blijven schijnen Ik weet dat je blijft schijnen op mij vanuit de Het spijt me dat ik je nooit gezegd heb |
Slot: Horizon van hoop
L.: Vergeet de mooie dagen niet!
Als de horizon, zover je kunt kijken, donker blijft zonder een teken van licht.
Als je hart vol verdriet is en misschien vol bitterheid, als schijnbaar alle hoop op nieuwe vreugde en geluk verdwenen is, zoek dan toch zorgvuldig in je herinnering, ik vraag ’t je, de mooie dagen.
De dagen dat alles goed was, geen wolkje aan de hemel, toen er iemand was, bij wie je je thuis voelde, vergeet de mooie dagen niet!
Zie er is een nieuwe horizon van hoop.
Bron ons niet bekend
Zegening
P.: Ik wil u zegenen beste mensen
om tot zegen te zijn voor elkaar
Ik zegen je ogen,
opdat jullie met hartelijke ogen
elkaar zouden benaderen en
blijven dragen.
Ik zegen je oren,
opdat jullie horen en
helend luisteren
naar tekens van pijn en woorden
van verdriet.
Ik zegen je handen,
dat ze steeds
teken van troost en toenadering
mogen zijn
op momenten van pijn
en vervreemding.
Ik zegen je voeten,
om nooit de ander te ontlopen,
om te durven zorgzaam nabij te zijn.
Ik zegen de lichamen van
jullie allemaal,
dat ze een positief
teken mogen zijn
van onze kwaliteit van
aanwezig – zijn.
Vrij naar Luc Versteylen
Instrumentale muziek.
De dood is een horizon
en een horizon is alleen maar
de begrenzing van
ons gezichtsveld.
J. De Hartog, De bruiloft van het lam
Ter informatie
Op Thomas kan je verschillende herdenkingsvieringen vinden onder 4ingen.
Volgende vieringen zijn goed bruikbaar in het middelbaar onderwijs:
- Beelden blijven: herdenkingsviering 1 jaar na het overlijden van een leerling
- Loslaten is danken: algemene herdenkingsviering
Gebedswake overlijden leerkracht
Kruisteken en begroeting
Waarom mensen moeten sterven,
gaat ons begrip te boven.
Het goede met elkaar voor hebben,
voor elkaar zorgen, met elkaar gelukkig zijn:
daar zou geen einde aan mogen komen.
Het sterven van ... komt voor iedereen die hem
dierbaar was veel te vroeg en onverwacht.
Veel hadden we nog samen kunnen doen en opbouwen.
Nu lijkt alles onherroepelijk voorbij.
Verdriet en gevoelens van ontgoocheling
en zelfs opstandigheid overheersen ons hart.
Mensen kunnen onnoembaar veel voor elkaar betekenen
als ze vooral in moeilijke uren elkaar nabij blijven
en veel luisteren en meegaan…
Laten we samen vanuit die geest in gebed verder gaan…
Ontsteken van de kaars
Donkere dagen vol droefheid en lijden
vullen in deze periode ons leven.
Terneergeslagen en eenzaam voelen wij ons vanavond
nu wij hier zijn samengekomen om te bidden voor ...
Toch is ook in deze momenten het leven niet zinloos.
Door het ontsteken van een kaars willen wij licht brengen
en onze droefheid aan God toevertrouwen.
Lezing
En als ik doodga, huil maar niet.
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
’t Is maar een lichaamdat ik achterliet.
Dood ben je pas, als jij me bent vergeten.
En als ik doodga, treur maar niet.
Ik ben niet echt weg, moet je weten.
Het is het heimwee dat ik achterliet.
Dood ben je pas, als jij bent vergeten.
En als ik doodga, huil maar niet.
Ik ben niet echt dood, moet je weten.
’t Is het verlangen dat ik achterliet.
Dood ben je pas, als jij mij bent vergeten.
Bram Vermeulen
Muziek
Bede
Dit is een dag anders dan alle andere,
Een dag die ons zachter stemt en zwijgzamer.
Want staande in het licht van het leven,
herkennen wij de schaduw van de dood.
Wat zo veraf leek, is nu plotseling heel dichtbij.
Onze Vader
Wees gegroet
Iemand in ons midden is gestorven: een mens, geliefd, vertrouwd,
iemand die met ons heeft geleefd, die heeft gelachen en geweend…
Wij kunnen zijn warmte haast nog voelen.
Zijn stem klinkt ons nog in de oren.
Zijn beeld staat nog gebeiteld in ons geheugen…
Onze Vader
Wees gegroet
We zullen ... niet vergeten.
We zullen zijn naam blijven gedenken.
Daarom zijn we hier samen in deze wake.
Ons hart kent stilte en leegte.
Maar wij willen ons niet alleen buigen over het verdriet.
Vandaag willen wij waken. Waken is wakker blijven.
Het is onze blik open houden voor wie ... voor ons is geweest.
Evangelie (Joh. 12, 24-25.27-28a)
In die tijd nam Jezus het woord en zei: 'Een graankorrel blijft maar een graankorrel,
als hij niet in de aarde valt en sterft. Maar als hij sterft, brengt hij rijke vruchten voort.
Wie zijn leven veilig wil stellen, zal het verliezen. Maar wie zijn leven prijsgeeft, zal
het behouden en eeuwig leven. Nu ben ik bedroefd, want mijn uur van sterven is aange-
broken. Wat zal ik zeggen: Vader, red Mij in dit uur? Maar daarom ben ik juist in dit
uur gekomen. Vader toon Mij uw heerlijkheid.'
Muziek
Voorbeden
Voor ... , die ons zo nabij was en ons leven heeft verblijd:
dat God hem bij de hand neemt en binnenvoert in zijn rijk van vrede.
Laten wij bidden.
Voor familie en vrienden die door dit sterven pijnlijk zijn getroffen:
dat zij sterkte vinden in het geloof en troost bij minzame mensen.
Laten wij bidden.
Voor iedereen hier aanwezig, dat wij de naam van ...
hoog houden in ons midden, dat wij het goede dat hij deed
voortzetten, dat zijn dood ons niet voor altijd verlamt, maar juist
inspireert om verder te gaan op onze weg.
Laten wij bidden.
Slotbezinning
Afscheid nemen is met zachte vingers wat voorbij is dicht doen
en verpakken in goede gedachten der herinnering,
is verwijlen bij een brok leven
en stilstaan bij de pieken van pijn en vreugde.
Afscheid nemen is met dankbare handen weemoedig meedragen
al wat waard is om niet te vergeten,
is moeizaam de draden losmaken
en uit het spinrag der belevenissen loskomen
en achterlaten en niet kunnen vergeten.
Leven is vanaf zijn geboorte voortdurend afscheid nemen,
loshaken om voort te gaan, zichzelf verliezen om zichzelf te vinden,
het risico van de graankorrel om vruchten voort te brengen.
Afscheid nemen is het moeilijkste in het leven:
men leert het nooit…
Ward Bruyninckx
Zegen en zending
Uitdelen gedachtenisprentje
Meditatief materiaal
1. Gebeden
Bid voor hen die rouwen
Bid voor hen die treuren om de dood van een geliefde
Bid voor hen die zich verlaten voelen
Bid voor hen die geen troostwoorden mogen horen
Bid voor hen die niet omarmd worden in hun verdriet
Bid voor hen aan wiens pijn geen einde komt
Bid voor hen die wegkwijnen van verdriet
Bid voor hen die zich wentelen in hun verdriet
Bid voor hen die niet durven loslaten
Bid voor hen die niet kunnen geloven in de verrijzenis
Bid voor allen die het nodig hebben…
Verwarring
Doodstil in het donker staan.
Kleine sterren, grote maan.
Duizend vogels wiegen zacht
in de armen van de nacht.
Langzaam door de avond gaan.
Tussen zwarte bomen staan.
Alle dieren komen kijken.
Ogen die op lichtjes lijken.
In mijn hoofd zijn duizend vragen.
Stille stemmen komen klagen.
Over wat ik niet wil weten.
Over wat ik wil vergeten.
Wie kan deze daad verstaan?
Wat laat me weer verder gaan?
Johanna Kruit
Tranenpotje
Ik huil ’n potje,
ik huil ’n potje,
ik huil ’n potje bij elkaar.
Het komt zo uit mijn ogen.
Je mag ze nu weer drogen,want ik ben met huilen klaar.
Ik heb ’n traan voor de dag
en ’n traan voor de nacht.
’n Traan voor als ik verdrietig ben
en één waardoorheen je lacht.
’n Traan voor m’n au,
en voor ‘waar blijf je nou’.
’n Traan voor ‘ik wil dat niet’
en ook ’n traan die niemand ziet.
Connie Vollenhoven
Activiteit 'het tranenpotje'.
De leerkracht heeft een potje met verschillende tranen in. De leerlingen mogen een traantje kiezen wat bij hun verdrietgevoelens past. Elke leerling vertelt in een kringgesprek met traantje zij gekozen hebben en wat dit traantje voor hen betekent.
- ik-vind-het-niet-eerlijk-traan
- ik-weet-niet-hoe-ik-me-voel-traan
- ik-maak-me-zorgen-traan
- ik-ben-bang-traan
- ik-kan-niet-slapen-traan
- ik-wil-e-niet-aan-denken-traan
- waarom-traan
- ik-wil-je-nooit-vergeten-traan
- wil-je-me-even-vasthouden-traan
- rot-op-traan
- ik-gebrijp-het-niet-traan
- waarom-nou-jij-traan
- een nare-droom-traan
- ik-wil-wel-praten-maar-weet-niet-hoe-traan
- ik-snap-het-niet-traan
- gruwel-traan
- troosttraan
- een knuffel-traan
- …
Activiteit 'Het vuurritueel'
Doelstelling: Leerlingen verwoorden en delen hun gevoelens met elkaar. Gevoelens proberen te verwoorden, helpt hen om om te gaan met het onbegrijpbare.
Materiaal: gekleurde vlindertjes van stralend geel tot pikzwart papier en alle tinten daar tussenin. Potloden en stiften in alle kleuren, muziek en kaarsjes. Nodig de leerlingen uit om in een kring te gaan zitten, zet rustgevende muziek op. Nodig hen uit om op te schrijven of uit te tekenen met welke gevoelens en vragen ze zitten bij de overlijdens van de kindjes en de kinderverozrgster in Dendermonde. In een ritueel worden de vlindertjes aan een tak gehangen. De leerlingen lezen om de buurt hun briefje voor en hangen het vlindertje op. Sluit deze activiteit af met een mooi gedicht of lied bv Fly van Céline Dion.
Sterven
Sterven
is kilte ervaren
waar gisteren nog
dromen rond je geweven werden
sterven
is de plannen opbergen
die gisteren nog hoop
en toekomst boden
sterven
is woordenloos luisteren
waar gisteren nog stemmen klonken
sterven
is deemoedig knielen voor God
waar gisteren eigen kracht volstond
sterven
is aanvaarden
dat God het laatste woord heeft
en stamelend ja knikken en aanvaarden-
met tranen in de ogen en angst voor de toekomst-
dat het goed is wat gebeurt
omdat God nabij blijft,
ook dan.
Onbekend
Ik ben er
Je voelt een hand
op je schouders
en je hoort een stem
die zegt:
ik ben er.
Ik ga met je mee.
Je ziet om:
een mens die je toelacht
ogen die je moed geven,
en je voelt
een hand die vast is en warm.
God, zeg je dan, fijn dat je meegaat
want alleen, ben ik te klein
en te bang…
God gaat altijd
in mensen
met je mee…
Ward Bruyninckx
Je bent niet dood,
de Heer heeft je geroepen
bij Hem te wonen
in Zijn glanzend huis.
Je hoeft geen rust en vrede
meer te zoeken,
je hebt ze nu want je bent veilig thuis.
Je bent niet dood,
je mag eeuwig leven,
je bent verlost
van onvolkomenheid
van pijn en verdriet.
God zal je geven
een onbegrensd geluk in
een onbegrensde tijd.
Heer God,
Als mensen sterven staan wij sprakeloos voor U.
Ons verstand kan er niet bij.
We hebben verdriet.
Help ons te geloven dat de dood het einde niet is,
maar het begin van een geluk,
groter dan onze mooiste droom.
Help ons in mensen die verdriet hebben
een broer of zus te zien
om hen zo doorheen onze kleine attenties
een stukje van Uw liefde te laten voelen.
Bidden we nu samen…
Hij zal weer gaan leven
Onbekend
Ik zie een mens,
steen geworden
van verdriet.
Hij krimp ineen.
Hij rolt zich op.
Hij heeft geen ogen om te schreien,
geen mond om te huilen,
geen oren om het troosten te verstaan.
Hij is verstild tot steen.
En ik vroeg U, God:
Is zijn leven dan gedaan?
Toen hoorde ik uw stem, die zei:
wees gij zijn ogen en zijn oren,
de voeten waar hij op kan staan.
Leg uw handen op zijn versteende hoofd
En noem heel zacht zijn naam.
Dan zal hij weer leven gaan.
G.E. Braehler
De mensen van voorbij
De mensen van voorbij,
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij,
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemen, geuren, in een lied,
dat opklinkt uit verdriet.
De mensen van voorbij,
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij,
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen;
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij!
Hanna Lam
Als je 't moeilijk hebt
Als je het moeilijk hebt
wil ik er voor je zijn
als je iets kwijt wilt
wil ik je helpen
als je een goed verhaal hoort
wil ik naar je luisteren
als je ziek bent
wil ik je komen opzoeken
als je verdriet hebt
wil ik je komen troosten
als je eenzaam bent
kom ik naar je toe
om naar je te luisteren
of om gewoon samen te zijn
zonder woorden
Bidden wij samen om moed en kracht om te zien waar wij nodig zijn zodat we elkaar op het juiste moment overeind kunnen helpen. We bidden samen het Onze Vader…
A Dieu
Je bent niet dood - de Heer heeft je geroepen
bij Hem te wonen in Zijn glanzend huis;
Je hoeft geen rust en vrede meer te zoeken,
Je hebt ze nu – want je bent veilig thuis.
Je bent niet dood - je mag voor eeuwig leven,
Je bent verlost van onvolkomenheid,
van pijn en van verdriet. God zal je geven
een onbegrensd geluk in een onbegrensde tijd –
Je bent niet dood, - Maar ach, ik zal je missen
zoals een mens de meest-geliefde mist.
De jaren van geluk zijn nooit meer uit te wissen,
En ik geloof: God heeft zich niet vergist…
Nel Benschop
Gebed rond leven en dood
God,
ik zag vallende bladeren van een boom
veelkleurig in de najaarswind.
En ik hoorde een late zomervogel
met een lied vol heimwee naar wat verdwenen is.
Ik dacht: dit is toch het einde niet?
God,
ik zag een dode liggen, eenzaam,
tussen de blikschade van wat eens een auto was.
Er waren scherven, er was verslagenheid
en diepe pijn in een wenend mensenhart.
Ik dacht: dit is toch het einde niet?
Voor wie wenen
Heer God,
wij bidden U
voor hen die nog altijd lijden
omwille van het heengaan van een mens
die hen dierbaar was.
Blijf hen die wenen
troostend en sterkend nabij.
Laat ze uw zorg ervaren
in de trouw van hun vrienden,
wanneer straks het gewone leven
weer verder gaat.
Help ons te geloven
dat de dood geen einde is,
maar het begin van een geluk,
groter dan onze mooiste dromen op aarde.
Iemand verliezen
Elk ogenblik sterft ergens een mens. Dat raakt me niet.
Als radio of krant berichten brengen van ongevallen en rampen, zeg ik wel eens "hoe wreed" en "ocharme" maar ik lig er niet van wakker.
Als echter een jonge man uit mijn straat door een ongeval om het leven komt, ben ik als aan de grond genageld en sta ik er met de hele buurt verslagen bij: "Gisteren stapte hij hier nog voorbij!"
We kennen die jongen, we hebben met hem gepraat, we voelen mee met zijn ouders en familie. Door dit heengaan - omdat het ons zo nabij is - zijn we 'geraakt'.
Maar tenslotte spreekt men slechts van 'iemand verliezen'
als persoonlijke banden losgerukt worden,
als diegene die heengaat ons nauw aan het hart lag,
als ons eigen leven een deel van zijn zin verloren heeft zonder dié mens.
Vroeg of laat staan we allen voor die werkelijkheid.
God, laat ons op dat moment uw steunende werkelijkheid ervaren.
Heer God,
Heer God
nu Allerzielen nadert,
willen wij ons de namen herinneren
van mensen die ons dierbaar waren:
een peter, een meter, een vader of moeder, een broer of zus, een vriend of vriendin.
Wij willen dit doen
zonder verbittering in ons hart, Heer,
omdat we geloven
dat de dood niet het einde is.
Uw liefde tot de mens
laat niet toe
dat zij in het niets zijn verdwenen.
Gij geeft toekomst aan hen die Gij opneemt in uw goedheid.
Voor die verhoopte toekomst
hebben we geen precieze woorden
alleen het vertrouwen
in uw Zoon,
die door zijn dood
het Leven bracht.
Help ons geloven
dat onze overledenen
voortaan in uw nabijheid leven.
Amen.
Kerkhoven vol chrysanten: de dood in 't wit.
Ogenblikken van ontmoeting tussen levenden en doden.
Eén vraag leeft: "Is de dood het einde?"
Je moet alles loslaten.
Mensen met wie je verbonden was, dingen waaraan je gehecht bent.
De dood hoort niet thuis in het leven van een jong mens.
De dood overkomt alleen anderen, nooit ons.
De buurman die een hartinfarct kreeg, de kennis die met zijn wagen tegen een boom beukte.
Denken over de dood is denken over het heengaan van anderen.
We leven maar eens, en als je jong bent spring je roekeloos om met het leven.
En plotseling staat hij daar toch, als een jong mens sterft, een vriend of een vriendin.
We worden er stil van, we staan machteloos, verdriet, tranen, opstandigheid, "Waarom?"
De dood is altijd een spelbreker en toch is het een zekerheid voor iedereen.
De dood is rechtvaardig !
Niet om te kopen met geld of macht of wetenschappelijke kennis.
Een teken van hoop is er alleen voor gelovige mensen.
Hoe ik mij het leven na de dood voorstel ?
Ik weet het niet, maar ik geloof dat ik bij God geborgen ben.
Heer, ik begrijp de dood niet, ook niet als ik een dode zie.
Ik weet dat ik ook zal sterven, ooit, wie weet wanneer... maar die gedachte heeft nog geen inhoud voor mij.
En ik ben ook bang om ze te begrijpen...
Uw woord belooft eeuwig leven...
Ik wil graag hopen,
ik wil graag vertrouwen,
ik wil graag geloven,
ik wil graag leven!
Ze waren er zeker ook dit weekend: weekend-doden noemt men ze. Wat een naam... of liever: wat een naamloosheid om zoveel menselijk verdriet toe te dekken. Jonge mensen die de grenzen van hun verlangens nog niet kennen, die zich nog van geen gevaar bewust zijn, die even de roes van het leven willen proeven en dan plots de dood smaken.
Waarom is de mens zo broos, zo kwetsbaar? Waarom is de mens zo'n teer ding en hangt ons geluk en ons leven aan die fijne draden van bloedbanen, hersencellen en zenuwen? Waarom is de mens zo menselijk?
Er kan maar één reden zijn...
Omdat een mens gemaakt is om bemind te worden en om te beminnen. Daarom is hij zo teer als een bloem, zo kwetsbaar als een vogel, zo hulpeloos als een kind. Alleen op die manier kan zijn leven een verhaal van liefde worden.
Als de mens gebeiteld zou zijn uit het hardste graniet of aaneengesmeed uit zuiver staal, zou hij eeuwen en eeuwen trotseren, maar liefde zou hem vreemd zijn. Hij zou alleen oxydatie en erosie kennen, maar geen ontroering.
Liefde gaat altijd gepaard met iets dat heel teer is, transparant en bijna heilig. Daarom is liefde zo kostbaar.
God heeft haar in de mens gelegd als een kleinood in zijde. Hij is benieuwd wat wij ermee gaan doen.
Als wij zoeken naar begrip en troost, God
wees dan de Ander die wij zoeken.
Als we wachten op antwoord
wees dan de stem die antwoord geeft.
Als we zoeken naar vaste grond
wees dan de weg waarop we mogen gaan.
Gij komt ons tegemoet in mensen
wees er dan in de mensen die wij ontmoeten.
Wees er bij alles wat we zoeken
en wees er - in ons voor anderen.
Zegen met uw licht onze ogen
opdat zij opengaan
en het goede zien in elke mens.
Zegen met uw licht onze monden
opdat zij woorden spreken
die goed doen en vrede brengen.
Zegen met uw licht onze handen
opdat zij zich uitstrekken
naar de mens die naar ons toekomt.
Zegen met uw licht onze voeten
opdat zij wegen gaan van gerechtigheid
en van zorg voor mensen.
Zegen met uw licht
heel ons menselijk bestaan
opdat er troost is voor de verdrietige,
hoop voor de wanhopige,
opdat bitterheid ka wijken voor mildheid,
wantrouwen vlucht voor vertrouwen.
Zegen met uw licht allen die kwetsbaar zijn
en gewond tot in hun ziel
opdat zij bescherming vinden en heel worden.
Zo bidden wij u God.
Mijn Heer en mijn God,
wil me gebruiken om uw vrede te brengen aan de mensen.
Waar haat is, laat me liefde brengen
waar schuld is, laat me vergiffenis brengen
waar onenigheid is, laat me eendracht brengen
waar dwaling is, laat me de waarheid brengen
waar twijfel is, laat me het geloof brengen
waar wanhoop is, laat me hoop brengen
waar droefheid is, laat me vreugde brengen.
Goede Meester, geef me de genade
liever te troosten, dan getroost te worden
liever te begrijpen, dan begrepen te worden
liever te beminnen, dan bemind te worden.
Want:
wie geeft, zal ontvangen
wie zichzelf vergeet, zal vinden
wie vergeeft, zal vergiffenis bekomen
wie sterft, zal verrijzen om eeuwig te leven.
Het gebed van Sint Franciscus
Heer,
Maak mij een werktuig van Uw Vrede.
Laat mij, waar haat is, liefde brengen.
Waar onrecht is, tot vergeving stemmen.
Waar verdeeldheid is, eendracht stichten.
Waar dwaling is, waarheid doen gelden.
Waar twijfel is, geloof vestigen.
Waar wanhoop is, hoop wekken.
Waar duisternis is, licht ontsteken.
Waar droefheid is, vreugde brengen.
Laat me
Er meer op uit zijn om te troosten,
Dan om getroost te worden.
Te begrijpen, dan om begrepen te worden.
Te beminnen, dan om bemind te worden.
Want als men geeft…..
Ontvangt men,
Als men vergeeft,
Krijgt men vergiffenis.
En door te sterven,
Krijgt men eeuwig leven
2. Bezinningsteksten
Afscheid nemen
is met zachte vingers
wat voorbij is dichtdoen
en verpakken
in goede gedachten
der herinnering
is verwijlen
bij een brok leven
en stilstaan op de pieken
van vreugd en pijn.
Afscheid nemen
is met dankbare handen
weemoedig meedragen
al wat waard is
om niet te vergeten
is moeizaam
de draden losmaken
en uit de spinrag
der belevenissen loskomen
en achterlaten
en niet kunnen vergeten
Leven is
-vanaf de geboorte-
voortdurend afscheid
nemen.
Loshaken om voort te gaan.
zichzelf verliezen
om zich te vinden.
het risico nemen
van de graankorrel
om vruchten voort te brengen.
Afscheid nemen
is het moeilijkste
in het leven.
Men leert het nooit.
Gelovigen nemen nooit
Afscheid van het leven
Ward Bruyninckx
Ik zal er zijn
ook na de kaarsen
de gebeden van pijn
in schaduw van tranen.
Ik zal er zijn
op ademwind heilig
eeuwig gedragen
voor elk verdriet veilig.
Geloof me, liefste
ik zal er zijn.
Lees me
ik zal uit woorden komen.
Denk me
ik zal in gedachten wonen.
Noem me
ik zal aan lippen dromen
want ik zal er zijn
voor altijd…
Rita Gallis
Zinnig
Indien ik je dragen kon
over diepe grachten
van je pijn en angsten heen,
dan droeg ik je,
uren en dagen lang.
Indien ik de woorden kende
om antwoord te geven op je duizend vragen
dan praatte ik met je,
uren en dagen lang.
Indien ik genezen kon wat omgaat in je hart
aan onmacht en verdriet
dan bleef ik naast je staan
uren en dagen lang.
Maar ik ben niet groter
niet sterker dan jij
en ik weet niet alles
en ik kan niet zoveel,
ik ben maar een vriend op je weg,
al uren en dagen lang.
Bron: onbekend
Naam van overleden persoon, wij gaan u begraven en de grond erkennen
zacht om te slapen, zacht om te vergeten:
zand dat vervloeit en water, ongeweten,
herinnering en droefheid voormaals onbekend.
Gij zult niet eenzaam zijn, maar slapen slapen
met sterren 's avonds en onblusbaar vuur
en, rond uw eiland, het traagstromend water.
De bomen wuiven tijdloos en ieder uur.
Gij zult niet eenzaam zijn. De bloemen en de kruiden
werden maar even in hun bloei gestuit
en elke lente loopt de wingerd uit
wanneer de jonge wind keert van het zuiden.
Gij zult niet eenzaam zijn: de nachtegaal zal fluiten.
Als (naam van de overledene) ons nu kon toespreken zou hij/zij waarschijnlijk iets zeggen in de aard van volgend lied van Bram vermeulen:
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde…
Ik heb jouw naam in het zand geschreven
maar de golven hebben die uitgeveegd.
Ik heb jouw naam in een boom gegrift
maar de schors is afgevallen.
Ik heb jouw naam in het marmer gegrift
maar de steen is gebroken.
Ik heb jouw naam in mijn hart geborgen
En de tijd heeft die bewaard.
Valeer Deschacht
Herinner mij.
Verberg mijn naam niet
tussen de plooien van verdriet.
Bewaar hem als een houvast
of een lied
dat door je hoofd blijft spelen.
Zolang ik voort besta
in tekens en verhalen,
zolang nog hoor ik bij dit leven.
Kris Gelaude
Ik ben van de aarde.
Zij is mijn moeder
zij baarde mij vol trots
zij voedde mij op met liefde
zij wiegde mij bij zonsondergang
zij bracht de wind naar mij toe
en liet hem zingen
zij bouwde voor mij een huis
van harmonieuze kleuren
zij voedde mij met vruchten van haar velden
zij beloonde mij met de herinnering
aan haar glimlach
zij bestrafte mij met het verglijden van de tijd.
En op het einde
als ik ernaar verlang
weg te gaan
zal zij mij omarmen
in alle eeuwigheid.
Anna L. Walters
sterven
is kilte ervaren
waar gisteren nog dromen
rond je geweven werden
sterven
is de plannen opbergen
die gisteren nog hoop
en toekomst boden
sterven
is woordeloos luisteren
waar gisteren nog
woorden werden gesproken
Bron: onbekend
Weet je wat de hemel is?
Weet je wat de hemel is?
De hemel, dat is alle plaatsen waar wij ooit gelukkig geweest zijn,
dat zijn alle dingen die wij graag gedaan hebben,
dat zijn alle woorden die wij graag gehoord of zelf gesproken hebben,
dat zijn vooral alle mensen die wij graag gezien hebben.
Ons lichaam zal weer stralend en gaaf en levend en jubelend zijn:
geen pijn meer, geen beklemming, geen onrust,
Alleen maar blijdschap en vrede. En wachten op de achtergeblevenen
Tot zij ook tot de vreugde en het blije samenzijn herboren worden.
Luc Versteylen
De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed…
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuivere tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
Als je van me houdt.
Augustinus
Zo weinigen beseffen echt
dat wie afscheid neemt,
verder droomt
en pijn heeft,
omdat hij nog even achter zich kijkt.
Iemand de kans geven
de weg van de toekomst op te gaan
is pas ten volle van hem houden.
Het is hem aan anderen toevertrouwen
met dankbaarheid in het hart,
om dat wat voorbij is,
plaats wil maken voor wat komen zal.
Groeien is losscheuren
em met mild heimwee
dank je,
fluisteren.
Karel Staes
Waarom?
het gebeurt dagelijks en toch…
plots wordt je leven dan doorkruist
en afscheid nemen weegt zo zwaar
maar waarom?
jij was veel meer dan zomaar mens
niet zomaar doodgewoon goddank
ik ben een stuk van mezelf kwijt
Doodstil is het
En zoveel vragen blijven vraag
Nu lijkt de tijd wel stil te staan
In tranen pijn verdriet wanhoop
En toch niet alleen…
ik geloof
dat pijn kan wijken voor wat vreugd
herinnering wordt dankbaarheid
zo zijn wij antwoord voor mekaar
en daarom
probeer ik te delen van mezelf
draag ik je kostbaar geschenk mee
en blijf jij leven in mijn hart
Doodstil is het
En zoveel vragen blijven vraag
Nu lijkt de tijd wel stil te staan
In tranen pijn verdriet wanhoop
En toch niet alleen
Patrik Somers
Voorbij
Voorbij
niets meer
te zeggenvoorbij
is niet
het juiste
woordvoorbij
gaat een leven
echter nooitvoorbij
gaat geen
verdriet
en geen herinneringvoorbij
onze grenzeloze
gedachten
is het wonder
dat wij niet verwachtenvoorbij de einder
van de horizon
gaat leven verder
dat hier begonBron: onbekend
Als je van iemand houdt
Als je van iemand houdt en je bent van hem gescheiden,
kan niets de leegte van zijn afwezigheid vullen;
je moet dat niet proberen, je moet eenvoudigweg aanvaarden en volharden.
Dat klinkt erg hard, maar het is ook een grote troost;
want zolang de leegte werkelijk leeg blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden.
Het is fout te zeggen: God vult die leegte.
Hij vult haar helemaal niet, integendeel, hij houdt die leegte leeg
en helpt ons zo de vroegere gemeenschap met elkaar bewaren, zij het ook in pijn.
Verder: hoe mooier en rijker de herinneringen des te moeilijker de scheiding.
Maar dankbaarheid verandert de pijn der herinnering in stille vreugde.
De mooie dingen van vroeger zijn geen doorn in het vlees, maar een kostbaar geschenk dat je meedraagt. Je moet zorgen dat je niet in je herinneringen blijft graven en je erin verliest.
Een kostbaar geschenk bekijk je niet aldoor, maar alleen op bijzondere ogenblikken;
buiten die ogenblikken is het een verborgen schat, een veilig bezit;
dan wordt het verleden een blijvende bron van vreugde en kracht.
Dietrich Bonhoeffer, uit: Verzet en overgave
Wanneer je een woordeloos verdriet hebt
en iemand zegt je: 'trek het je niet aan,
je komt het wel te boven!'
dan slaat hij de deur voor je dicht.
Hij heeft geen eerbied voor je verdriet.
Soms vraagt een vriend
gewoon
dat je luistert,
dat je even tijd voor hem maakt.
Laat hem uitspreken
en zeg niet teveel.
Jouw luisteren is voor hem een klankbord,
en hij zal zich niet meer alleen voelen.
Erik Stijnen
Wat kan troosten?
De ander in de arm nemen
hem de hand reiken
hem aan het hart drukken
hem over de haar strijken
zacht zijn wang strelen
hem stevig omarmen
hem heen en weer wiegen
hem warm houden
hem de hand opleggen
de hand op de knie leggen
het hoofd over hem buigen
met het gezicht hem heel nabij komen
hem bij de hand nemen
hem begeleiden
zijn tranen afdrogen
wang tegen wang leggen
liefdevol de hand van de andere kussen
in de hand de naam schrijven
met hem zwijgen
met hem luisteren naar muziek
met hem bidden
met hem stil en weinig spreken
met hem wenen
naar hem luisteren
hem laten vertellen
zachte, behoedzame vragen stellen
naar hem vragen
gelukkige uren in herinnering oproepen
met hem foto's bekijken
vriendelijk met hem spreken
contact met hem houden
hen zeker doen zijn van de ervaren liefde
doen geloven in trouw en liefde
hulp voor hem zoeken
antwoorden op het onuitgesprokene roepen
ingaan op het wenen
met hem de verschrikking delen
eenvoudig nast hem zitten
er zijn
naar hem toe gaan
hem liefdevol aankijken
op hem wachten
hen schrijven
voor hem zorgen
er zijn voor hem
geen troost opdringen
met hem naar de zin vragen
geen pasklare antwoorden hebben
goede dingen zeggen over de dode
goede dingen zeggen over het verlorene
het verlies uitspreken
Uit: Lied und trost, Marielene Leist
Troost
Als de tijd van verdriet in mijn leven komt
Als het leven zijn tegenslagen aan mij toont.
Wil je me dan helpen,
door er voor me te zijn?
Laat me huilen als ik dat wil.
Laat me lachen als ik dat kan.
Laat me boos zijn als ik dat nodig heb.
Laat me schreeuwen als ik dat moet.
Help me dan om door deze tijd te komen.
Laat me mijn emoties tonen.
Voel je niet aangesproken door mijn verdriet.
Voel je niet aangevallen door mijn woede.
Voel je niet beangstigd door mijn schreeuw.
Laat me er gewoon maar zijn,
met alles wat ik voel,
met alle tranen die er vloeien,
met alle angsten die me verstikken
Geef me de tijd om er doorheen te gaan.
Sla gewoon je arm om me heen,
En laat me niet alleen.
Auteur onbekend
3. Verhalen en boekfragmenten
Verhalen
Het verhaal van de drie levens
Ik dacht: ik zal toch maar van de drie levens vertellen. Het is een antwoord op zoveel vragen die de laatste tijd door je hoofd gaan. Misschien, neen, zeker zal het je blij maken en vrede geven.
Eigenlijk, als we goed nadenken, zijn wij mensen al twee keer geboren en al één keer gestorven, maar dat weten we niet meer. Toen je moeder eergisteren vertelde van je blije geboorte (ze had je hand vast toen ze dat vertelde, weet je nog?), toen zei je: dat weet ik niet meer, hoor. En dat is waar, we weten dat allemaal niet meer. En toch was die geboorte al de tweede geboorte.
De eerste, daar weten we nog veel minder van en toch hebben we die al beleefd. dat was toen we in de schoot van onze moeder ontvangen werden. Hoe klein we toen ook waren, toch waren we er al.
Het was het begin van ons eerste leven, binnen in de schoot van onze moeder. Binnen in die veilige geborgenheid beleefden wij onze eerste kindertijd, toen we nog heel kleine mormeltjes waren, helemaal ineengevouwen en hulpeloos en vormeloos. We beleefden onze eerste jeugd, toen onze kleine ledemaatjes zich begonnen te ontwikkelen; onze eerste volwassenheid, toen we helemaal gevormd en volgroeid waren, en onze eerste ouderdom toen we uit de schoot van onze moeder wilden omdat we voelden dat onze tijd gekomen was. En zo beleefden we dan op een goede dag onze eerste dood. Wie bij een geboorte binnen in de moederschoot zou zijn, zou niets anders zien dan pijn en verdriet en verscheurdheid en rouw, hij zou niets anders horen dan de klacht: waarom gaat ze nu van ons weg, had ze het bij ons dan niet goed?
Maar na de geboorte denkt niemand nog aan die pijn, zelfs de moeder niet.
Iedereen is blij om het nieuwe leven dat nu zichtbaar is, zoals de Heer Jezus zelf in zijn Blijde Boodschap gezegd heeft: "Wanneer een moeder haar kind ter wereld brengt, dan lijdt zij veel pijn, maar als het kind eenmaal geboren is, vergeet zij haar pijn van vreugde omdat haar kind geboren is."
En zo begon dan voor ons het tweede leven. En weer komt een kindertijd, en weer een jeugd en weer een volwassenheid en weer een ouderdom. Niet altijd de ouderdom van jaren, maar het voelen dat de tijd gekomen is om nog blijer en nog wijder en nog gelukkiger te gaan leven.
Dat is de roeping naar het derde leven, dat zijn de voortekenen van de derde geboorte, die ons allemaal te wachten staat. Maar van deze geboorte zien en voelen wij alleen maar de pijn en de angst binnen in de grotere moeder van deze zichtbare wereld. Wat deze derde wereld zo zwaar maakt, is dat we alleen maar deze binnenkant blijven zien. Maar hoe blij en vredig kan het ons niet maken wanneer we geloven dat we, door al die angst heen, herboren zullen worden naar de hemel, waar geen rouw meer zal zijn, geen geween, geen pijn, geen verdriet en ook geen dood meer.
Weet je wat de hemel is? De hemel, dat zijn alle plaatsen waar wij ooit gelukkig zijn geweest, dat zijn alle dingen die wij graag gedaan hebben, dat zijn alle woorden die wij graag gehoord hebben of zelfs gesproken hebben, dat zijn vooral alle mensen van wie wij gehouden hebben. Ons lichaam zal weer stralend en gaaf en levend en jubelend zijn: geen pijn meer, geen beklemming,geen onrust. Alleen maar blijdschap en vrede. En wachten op de achtergeblevenen tot zij ook tot de vreugde en het blije samenzijn herboren worden. Het enige ongeluk van de gelukzaligen is dat zij ons, achtergeblevenen, niet kunnen laten weten hoe gelukkig zij zijn. Niemand die blij geboren is, kan binnen in de moeder nog gaan zeggen hoeveel zaliger het baarbuiten is.
Dat is het verhaal van de drie levens. Maar het is nog lang niet af. Maar ik zal het je graag verder vertellen als je voelt dat het waar is. En je kunt weten dat het waar is, als het je vrede geeft. Weet je nu waarom ik je elke keer dat kruisje gaf? Omdat ik wist dat jij daardoor wist dat ik je daardoor dit allemaal wou vertellen.
Vanuit het diepst van mijn hart.
Luc Versteylen, brief aan de 14-jarig meisje in haar laatste levensdagen
De drie bomen
Gisteren was ik in het bos.
Op zoek naar drie bomen, drie bomen die ik gekend had.
Drie bomen die alle drie een tak hadden verloren.
Drie bomen die daar alle drie op een andere manier mee omgegaan waren.
Vandaag heb ik ze gevonden.
De eerste boom was gaan treuren om zijn verlies, en zei ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde om te groeien: "Dat kan ik niet want ik mis een tak."
De tweede boom was geschrokken van de pijn en had maar snel besloten om het verlies te vergeten. En ieder voorjaar als de zon hem uitnodigde te groeien, groeide hij.
De derde boom was geschrokken van de pijn. Maar hij had gerouwd om het verlies. En het eerste voorjaar dat de zon hem uitnodigde te groeien had hij gezegd:'Dit jaar nog niet." Maar de zon kwam het jaar daarop terug. Nu zei de boom: 'Ja zon, verwarm mij opdat ik mijn wond kan verwarmen, ziet u, mijn wond heeft warmte nodig, opdat hij weet dat hij erbij hoort." En het derde jaar dat de zon terug kwam sprak de boom:" Ja zon, laat mij groeien want er is nog zoveel te groeien."
Na wat zoeken, vond ik de drie bomen, of eigenlijk twee.
De eerste boom was klein gebleven. De plaats van de wond was duidelijk te zien, het was het hoogste punt van de boom.
De tweede boom was geen boom meer. Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien. De plek van de wond moest ik gaan zoeken. Achter een heleboel bladeren vond ik hem.
De derde boom was het moeilijkst te vinden, want ik had niet verwacht dat hij zo groot en sterk was geworden.
Maar gelukkig kon ik hem herkennen aan de dichtgegroeide wond die vol trots in het zonlicht stond.
Evert Landwaard
Zie ook de in de kijker voor het basisonderwijs "Bomen zijn kwetsbaar. Mensen ook. Allerheiligen en Allerzielen."
De kleine prins
Er was eens een man, die leefde op een ster. Hij voelde zich er vreselijk alleen, en daarom ging hij naar de aarde, om vrienden te zoeken. Toen hij op de aarde gekomen was, ontmoette hij de vos. "Hallo", zei de kleine prins, "wil je mijn vriendje zijn?".
"Ja, dat wil ik wel", zei de vos, "maar dat gaat zo maar niet: dan moeten we eerst heel lang samen spelen, en eten, en samen ruzie maken…".
En ze kwamen heel vaak bij elkaar en werden echte vriendjes. Toen kwam de dag dat de kleine prins weer terug moest naar zijn ster.
"O", zie de vos, "ik moet huilen dat je weggaat".
"Het is je eigen schuld", zei de kleine prins, "je wou dat we vriendjes zouden worden".
"Jazeker", zei de vos.
"Dus dan heb je er niets aan".
"Jazeker", zei de vos, "als ik voortaan naar zand kijk, zal ik nu aan jouw mooie blonde haren denken en dat geeft een fijn gevoel. Bij alles zal ik steeds aan jou denken, en dan zal ik me beter voelen. En als ik je erg mis, en erom moet huilen, dan kijk ik naar de sterren, en dan zie ik je toch: met mijn hart. Want weet je, eigenlijk kun je nog het beste zien met je hart".
Een fragment van 'De Kleine Prins', Antoine de Saint-Exupery
Het sprookje van het zand
Er was eens een rivier. Hoog in de bergen was ze ontsprongen. Dartel en lenig slierde ze door de valleien. Ze werd steeds sterker, steeds breder. Toen bereikte ze de woestijn.
De rivier wilde ook dwars door de woestijn vloeien. Maar ze bemerkte dat haar water verdween, hoe snel ze ook door het zand trachtte te stormen.
Ze was er echter van overtuigd dat het haar bestemming was om deze woestijn te doorkruisen. Maar er was geen weg.
Nu fluisterde de verborgen stem van de woestijn haar toe: "De wind kan de woestijn oversteken en jij kan dat ook!" Nog nooit had de rivier de stem gehoord. "Ik zal met zand vermengd en door de woestijn opgeslorpt worden", zei de rivier, "de wind kan vliegen, maar ik niet!"
"Zoals je bent, kom je er niet doorheen, "fluisterde de woestijn." Je zou verdwijnen of een moeras worden. Je moet willen dat de wind je over de woestijn draagt, naar je bestemming." "Dat kan de wind niet", spotte de rivier. "Jawel", zei de woestijn, "je moet willen dat de wind je opneemt."
Zo'n gek idee kon de rivier niet aannemen. Een rivier in de lucht! Ze zou haar persoonlijkheid verliezen en wie kon haar waarborgen dat ze ooit opnieuw zichzelf zou worden.
De woestijn zei: "Ik beloof het je. De wind neemt je op, draagt je over de woestijn en laat je dan weer los. Je valt als regen naar beneden en dan wordt je water weer een rivier."
"Hoe kan ik weten dat je niet liegt?" vroeg de rivier. "Het is zo!" zei de woestijn, "en als je het niet gelooft, staan er je erge dingen te wachten."
"Waarom mag ik niet blijven zoals ik nu ben?" sputterde de rivier.
"Het kan niet", zei de woestijn, "maar wie je echt bent, gaat niet verloren. Aan de andere kant van de woestijn krijg je dezelfde naam, want wat je bent, blijft!"
Toen gaf de rivier zich over aan de verwelkomende armen van de wind. Teder en gemakkelijk droeg hij haar omhoog. Toen ze de toppen van de bergen, aan de andere kant van de woestijn, bereikten, liet de wind haar zachtjes vallen. En al haar druppels vloeiden samen, zochten elkaar en werden weer beekje…riviertje…
Toen vroeg de rivier aan de woestijn: "Hoe wist jij dat het zo zou zijn?" En het zand van de woestijn fluisterde: "Wij wisten het, omdat wij het dag na dag zien gebeuren en omdat wij, het zand, ons helemaal uitstrekken van de woestijn tot aan de bergen."
Daarom zeggen de mensen dat de manier waarop de levensstroom zijn reis voortzet, in het Zand staat geschreven.
Soefi-verhaal uit Tunesië
We hebben allemaal evenveel
Op een warme zomerdag danste en zweefde de eendagsvlieg rond de kruin van een oude boom. Ze voelde zich gelukkig. Toen ze even zat uit te rusten op de grote, frisse bladeren, zei de boom: "Arm klein ding! Je hele leven duurt maar één enkele dag! Wat kort! Wat triest!"
"Triest?", antwoordde de eendagsvlieg. "Wat bedoel je daarmee? Alles is zo heerlijk licht, zo warm en mooi, en ik ben zo gelukkig!"
"Maar slecht één dag en dan is alles voorbij!"
"Voorbij!", zei de eendagsvlieg. "Wat is dat voorbij? Ben jij ook voorbij?"
"Nee, ik leef wel duizenden van jouw dagen en mijn dagen vormen telkens seizoenen. Dat is zo lang dat jij het jou zelfs niet kunt voorstellen!"
"Nee, want ik begrijp je niet! Jij bent duizenden van mijn dagen, maar ik heb duizenden ogenblikken waarop ik blij en gelukkig kan zijn! Houdt dan al het mooie van deze wereld op als je sterft?"
"Nee", zei de boom, "dat duurt zeker veel langer dan ik kan denken."
"Dan hebben we toch evenveel! We rekenen alleen anders."
Hans Christian Andersen
Ik denk aan jou
Er wordt geklopt. Ja, roep ik. de deur gaat open.
Een klein manneke komt binnen,
twee en een halve bloempot hoog.
He, zeg ik, kom binnen, wie ben je?
Ik ben de kleine dood, zegt hij,
en ineens barst hij in tranen uit
Nu had ik kunnen zeggen:
hou op met die flauwe kul, wees flink.
Maar huilen is bij mij niet verboden
en wanneer hij tot bedaren komt, vraag ik:
Je bent de kleine dood?
Ja, zegt hij mij, mij sturen ze overal weg
waar er leven is en blijheid.
Daar hebben ze mij niet meer nodig.
Maar ik moet toch ook leven, snikt hij.
Natuurlijk, kleine dood, blijf maar wat bij mij.
Ik ben op dit ogenblik ook niet zo gelukkig.
Hou me gezelschap, dan kunnen we samen praten,
dan kunnen we allebei eens iets kwijt.
Zo zitten we daar bij elkaar
tot opeens de kleine dood me aankijkt en vlug vraagt:
Aan wie denk je nu? Toe zeg het gauw!
Ik denk aan jou, zeg ik.
En op datzelfde moment krijgt het dode manneke echte ogen.
Ze dansen als lichte sterretjes.
Ja, ik denk aan jou, roep ik bewuster, en weer verandert hij.
En hij krijgt een echte huid, echte handen en een echt hart.
Ja, ik denk aan jou, roep ik nog harder
en hij krijgt echte haren om te kunnen kammen
en een echte neus, waarmee hij kan niezen.
Ik zie een klein manneke zitten,
als opnieuw geboren door dat ene zinnetje
Ja, ik denk aan jou, schreeuw ik zo hard ik kan en plotseling springt hij recht en valt me om de hals
en fluistert: en ik aan jou!
De dood is over. Op mijn stoel zit een klein manneke.
Zijn ogen zien er fris uit en zijn gezicht is opgetogen.
Hoe heet jij, vraag ik.
Het kleine leven, zegt hij.
Zo, zeg ik, en wat ga jij met dat kleine leven doen?
Kleine doden opwekken, zegt hij.
Hoe ga je dat doen, vraag ik.
door te zeggen: ik denk aan jou, zegt hij stil.
Nu tot ziens dan, klein leven, veel geluk en goede reis!
Ad Goos, Met nieuwe ogen.
Op een kier
Er zaten eens zeven motten in een pikdonkere kast.
Nacht was hun leven.
Tot op een dag de deur op een kier sprong.
De eerste mot kroop naar buiten.
Er is nog iets anders, riep ze, het is helemaal wit!
Nieuwsgierig schoot de tweede mot de kast uit en riep ontzet,
het is niet alleen wit, ook geel.
Stom verbaasd ontdekte de derde, er zit ook blauw in.
De vierde gilde, 't is ook zwart! en de vijfde riep, het danst en af en toe staat het stil!
De zesde mot schreeuwde, en het is nog warm ook!
Toen is de zevende de kast uitgeschoten en er middenin gevlogen.
Zij werd nooit meer teruggezien.
In de kamer zat een jongen van zestien.
Ik geloof niet dat er nog iets komt na dit leven, zei hij.
Ik zag hem zitten in het kaarslicht.
Hoe denk jij erover, vroeg hij.
Toen vertelde ik het verhaal van de motten.
Daarna keken we naar de kaars in de kamer.
Haar vlam was wit en geel met blauwe rand en zwarte kern,
soms danste ze en dan stond ze weer stil.
Ze was warm.
We zitten nog in de kast, zei ik,
maar de deur staat al op een kier.
En ze leefden nog lang en gelukkig
Heel, heel lang geleden was er eens een man die zich afvroeg waarom de mensen doodgingen. Niemand kon hem een goed antwoord geven.
Tenslotte schreef hij een brief aan de koning. De koning dacht zeven dagen en zeven nachten achter elkaar na, maar kwam er niet uit. Hij liet de man van de brief op zijn kasteel komen.
"Beste man", sprak de koning, "ik heb erg lang over je vraag nagedacht, maar ik kom er echt niet uit. Het spijt me."
De man was erg teleurgesteld. Nu wist hij nog niet waarom de mensen doodgingen.
"Majesteit", zei hij zo beleefd mogelijk, "misschien weten de geleerden wel een antwoord op mijn vraag."
De koning plukte aan zijn baard.
"Een uitstekend idee", zei hij, "een prima plan."
De koning liet dezelfde dag nog alle geleerden uit het hele land naar zijn kasteel komen.
"Geachte geleerden", sprak de koning, "deze man wil graag weten waarom de mensen doodgaan. Tot nu toe heeft niemand een antwoord op de vraag gevonden. En nu dacht ik, jullie zijn zo knap, jullie zullen wel een antwoord op deze uiterst moeilijke vraag weten.
Maar denk erom: geen smoesjes, anders laat ik jullie hoofd eraf hakken."
De geleerden dachten na. Ze maakten moeilijke berekeningen en bedachten ingewikkelde formules. Na drie dagen nam de oudste geleerde het woord.
"Koninklijke hoogheid en beste man", zei de geleerde. "Wij hebben het uitgerekend. De mensen gaan dood omdat ze oud zijn en weer anderen omdat ze een ongeluk krijgen. In dat laatste geval zijn de mensen vaak nog jong."
De koning plukte peinzend aan zijn baard.
"Er zit wat in. Het klinkt in ieder geval geleerd."
Maar de man die de vraag had gesteld, dacht er anders over. Het is wel mooi bedacht, maar dan wil ook wel eens weten wat dat is, doodgaan."
De man keek de kring geleerden rond, die allemaal naar de oudste geleerde keken. Hij was de knapste. Hij had een hoofd zo groot als een watermeloen, anders konden zijn hersenen er niet in.
"Je gaat dood", zei de geleerde, "wanneer de Dood je komt halen en je aanraakt."
De man krabde zich op zijn voorhoofd.
"Bijzonder knap", zei de koning, "daar neem ik mijn kroon voor af." De geleerden keken trots voor zich uit.
Toen zei de man: "Als wij de Dood eens gevangen nemen, dan gaat er niemand meer dood."
De geleerden barstten in lachen uit. Ze sloegen zich op de knieën van pret en rolden over de tafel.
Nadat ze waren uitgelachen, zei een van de geleerden: "Zo simpel is dat niet, beste man. Je kunt de Dood niet vangen. Zodra je hem beetpakt, ben je er geweest." Maar de man liet zich niet zo gemakkelijk uit het veld slaan.
"We kunnen de Dood toch ook vangen zonder hem aan te raken?"
"Hoe dan?", vroeg de koning, die de Dood graag opgesloten zag. Hij zou dan voor eeuwig en altijd koning blijven.
"Wat we moeten doen", zei de man, "is een grote glazen kooi bouwen rond het bed van iemand die bijna dood gaat. In de kooi maken we een deur die we op het moment dat de Dood zijn prooi komt halen met een klap dichtsmijten.
Het werd muisstil in de zaal van het kasteel. Je kon een speld horen vallen. Ineens begon iedereen door elkaar te praten. Het leek wel of het stormde, zoveel lawaai maakten ze. Iedereen vond het een prachtig plan.
De koning gaf de beste glasblazer van zijn rijk de opdracht een kooi te maken waaruit de Dood onmogelijk kon ontsnappen.
Drie dagen later was de kooi klaar en nog eens drie dagen later was de Dood gevangen. De man werd wereldberoemd en het hele land vierde feest, want er ging geen mens meer dood.
De eerste zeven jaar ging alles goed, maar langzamerhand rezen er ernstige problemen. De mensen werden zo oud, dat ze zich bijna niet meer konden bewegen; veel mensen begonnen zich ook te vervelen.
"We vinden aan het leven niets meer aan. Waarom zouden we nog iets doen, we gaan toch niet dood. Alles is zo saai tegenwoordig."
Maar dat was nog niet alles. Er ging dan wel niemand meer dood, maar er kwamen wel steeds nieuwe mensen bij. Op het laatste was er geen plek meer voor zoveel mensen. Op sommige plaatsen in de wereld duwden de mensen elkaar de zee in. Verdrinken konden ze niet, dus ze moesten voor eeuwig rond blijven zwemmen. Dit kon niet langer doorgaan zo, dacht de wereldberoemde man. Hij schreef de koning weer een brief, die meteen zijn geleerden weer bijeen riep.
"Beste geleerden", sprak de man, "eigenlijk is het heel dom van ons geweest om de Dood gevangen te nemen. Het wordt te vol op de wereld en bijna iedereen verveelt zich dood. Bij wijze van spreken dan."
De geleerden zagen wel in dat de man gelijk had.
Ze besloten om de Dood weer vrij te laten. Maar toen er een vrijwilliger werd gevraagd om de deur van de kooi open te maken, viel er een stilte.
"Ik doe het wel", zei de man, "want nu pas begrijp ik waarom de mensen doodgaan."
De man nam afscheid van de koning en zijn geleerden en ging op weg naar de glazen kooi.
"Leve de Dood!, riep hij en zwaaide de deur open. Nog geen seconde later stierf de man in de armen van de Dood.
Het hele land vierde weer feest. En de mensen leefden nog lang en stierven gelukkig.
Uit Mooi meegenomen, 1990, Koos Meinderts
Op een donkere dag aan het eind van het jaar
"Op een donkere dag aan het einde van het jaar vergaderden de dieren op de open plek midden in het bos. Toen iedereen wat had gezegd, schraapte de tor zijn keel en vroeg: 'Wie van ons is er wel eens dood gegaan?'
De wind waaide door de bomen, de zon was dof en iedereen zweeg.
'Niemand?' vroeg de tor.
De salamander stond op en vroeg: 'Echt dood? Niet alleen je staart of zo…?'
'Nee, echt dood', zei de tor.
Het bleef stil. Niemand durfde om zich heen te kijken.
Ten slotte zei de tor: 'Dank jullie wel. Dat wilde ik alleen maar even weten.'
Er ontstond geroezemoes. En iedereen stootte iedereen aan.
'Waarom wilde je dat weten?' vroeg de ekster.
'Voor alle zekerheid', zei de tor. Toen draaide hij zich om en verdween in een struik.
Dieren die nog nooit hun voorhoofd hadden gefronst, fronsten het nu, en de wind wakkerde aan en er was niets meer te vergaderen.
De mier en de eekhoorn liepen naar huis. De mier rilde, maar het waren geen gewone rillingen.
'Wat zijn dat voor rillingen?' vroeg de eekhoorn.
'Dat zijn huiveringen', zei de mier.
'Huiveringen??' zei de eekhoorn. 'Daar heb ik nog nooit van gehoord.'
'Nee', zei de mier. 'Die heb ik voor het eerst.'
De eekhoorn begon diep na te denken. Maar plotseling werd hij bang dat hij te diep zou nadenken en misschien wel niet meer terug zou kunnen denken. En zo hevig als hij kon, begon hij aan beukennoten te denken en aan dennenappels en aan de rivier en de zon en de zomer. Hij stootte de mier aan en zei: 'Daar moet je ook aan denken, mier, aan de zomer!"
Tellegen T. , Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.Denk je dat wij ooit afgelopen zijn, eekhoorn?
Denk je dat wij ooit afgelopen zijn, eekhoorn? vroeg de mier op een keer.
De eekhoorn keek hem verbaasd aan.
"Nou, zoals een feest afgelopen is", zei de mier, "of een reis."
De eekhoorn kon zich dat niet voorstellen.
Maar de mier keek uit het raam naar de verte tussen de bomen en zei:"Ik weet het niet, ik weet het niet…"Er verschenen rimpels in zijn voorhoofd.
"Maar hoe zouden we dan moeten aflopen?", vroeg de eekhoorn. "En als een reis is afgelopen wrijf je in je handen en kijk je of er nog een potje honig in de kast staat. Maar als wij zijn afgelopen…"
De mier zweeg. Hij maakte een raar geluid met zijn voelsprieten.
"Wat is dat voor een geluid?", vroeg de eekhoorn.
"Knakken", zei de mier.
Daarna bleef het lange tijd stil.
De mier stond op en begon, met zijn handen op zijn rug, door de kamer heen en weer te lopen.
"Denk je erover na?", vroeg de eekhoorn.
"Ja", zei de mier.
"Weet je het al?"
"Nee".
De mier ging te slotte weet zitten.
"Ik weet het niet", zei hij. "Ik weet vrijwel alles, dat weet je, hé eekhoorn…"
De eekhoorn knikte.
"Wat ik niet weet", ging de mier verder, "mag geen naam hebben. Maar of wij ooit aflopen…"
Hij schudde zijn hoofd.
De eekhoorn schonk nog een kopje thee in. De mier nam een onzeker slokje.
Op een ochtend klopte de mier al vroeg aan
Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
"Gezellig", zei de eekhoorn.
"Maar daar kom ik niet voor", zei de mier.
"Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?"
"Nou ja…een klein beetje dan."
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
"We moeten elkaar een tijdje niet meer zien", zei hij.
"Waarom niet?", vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
"Om erachter te komen of we elkaar zullen missen", zei de mier.
"Missen? Je weet toch wel wat dat is?"
"Nee", zei de eekhoorn.
"Missen is iets wat je voelt als iets er niet is."
"Wat voel je dan?"
"Ja, daar gaat het nou om."
"Dan zullen we elkaar missen", zei de eekhoorn verdrietig.
"Nee", zei de mier, want we kunnen elkaar ook vergeten."
"Vergeten! Jou?", riep de eekhoorn.
"Nou", zei de mier. "Schreeuw maar niet zo hard."
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
"Ik zal jou nooit vergeten", zei hij zacht.
"Nou ja", zei de mier. "Dat moeten we nog maar afwachten. Dag!"
En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken.
De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.
"Mier", riep hij, "ik mis je!" Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
"Dat kan nu nog niet!" zei de mier. "Ik ben nog niet eens weg!"
"Maar het is toch zo!", riep de eekhoorn.
"Wacht nou toch even", klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste de mier steeds heviger. Soms dacht hij even aan de beukennotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond, maar dan miste hij de mier weer.
's Middags hield hij het niet langer uit en ging naar buiten.
Maar hij had nog geen drie stappen gedaan of hij kwam de mier tegen, moe, bezweet, maar tevreden.
"Het klopt", zei de mier. "Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten."
"Zie je wel", zei de eekhoorn.
"Ja", zei de mier. En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.
Tellegen T. , Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.
Verhaal over niets
Op een ochtend liepen de eekhoorn en de mier door het bos.
"Waar gaan we eigenlijk heen?" vroeg de eekhoorn.
"Naar de verte", zei de mier. "O", zei de eekhoorn.
Het was een mooie dag en ze liepen het bos uit, de verte in.
"De wereld is groot, eekhoorn…", zei de mier.
"Ja", zei de eekhoorn. "En hoe verder je loopt, hoe groter hij wordt", zei de mier. De eekhoorn zweeg.
"Dus eigenlijk", ging de mier verder, "als je altijd maar doorloopt, is hij oneindig groot."
De eekhoorn knikte, maar hij wist niet wat oneindig was en hij geloofde niet dat iemand altijd kon doorlopen. Hij dacht zo diep mogelijk na. Als ik ga zitten, dacht hij, zou de wereld dan weer kleiner worden? En als ik dan altijd blijf zitten? Hij vond dat een ingewikkelde gedachte en besloot alleen nog maar om zich heen te kijken.
Zij liepen door een onafzienbare vlakte. Zo nu en dan passeerden ze een rotsblok, en boven hun hoofden zeilde soms een klein wit wolkje door de reusachtige blauwe lucht. Urenlang liepen ze door. Toen stonden ze plotseling voor een muur. Het was een grote, hoge muur. Er groeide klimop tegen en de stenen waren brokkelig en verweerd.
Ze liepen een eind langs de muur. Er was nergens een gat of een poort, en er kwam ook geen eind aan de muur.
"We kunnen niet verder", zei de eekhoorn.
"Maar we kunnen er wel overheen", zei de mier. "Kijk uit."
Hij stapte op de schouders en het hoofd van de eekhoorn en klom op de muur.
"Wat is er aan de andere kant?" vroeg de eekhoorn.
Het was lange tijd stil. Toen zei de mier: "Niets."
"Maar wat zie je dan?", vroeg de eekhoorn,. "Niets."
"Maar als je naar beneden kijkt, zie je dan geen grond?"
"Nee." "En lucht? Je ziet toch wel lucht?" "Nee. Ook geen lucht."
"Is het er dan donker?" "Nee", riep de mier. "Het is er niets."
Het was even stil. De eekhoorn dacht na.
"Is het er soms heel oud?", vroeg hij toen. "Of grijs?"
"Nee", zei de mier. "Ook niet."
"Kan je er iets horen?" "Nee", zei de mier. "Niets"
"Is het er dan helemaal stil?" "Nee."
"Maar als je niets hoort dan is het toch stil?"
"Ja", zei de mier. "Dat dacht ik ook. En toch is het niet stil. Het is niets."
"Maar dat kan niet", zei de eekhoorn. "Nee", zei de mier.
De eekhoorn dacht een tijd na.
"Waar ruikt het naar?" vroeg hij toen. "Het ruikt niet", zei de mier.
De eekhoorn zweeg en dacht weer een tijd na.
"Als je kon vliegen, kon je er dan overheen vliegen?" vroeg hij toen.
"Waaroverheen?" Daaroverheen." "Er is geen daar. Dat zeg ik je toch. Er is niets."
"Kan je je dan niet aan de andere kant naar beneden laten zakken?"
"Er is geen andere kant. er is maar één kant. En nu moet je niets meer vragen!"
De mier stapte weer op het hoofd van de eekhoorn en sprong op de grond.
Ze gingen met hun rug tegen de muur in het gras zitten.
Een hele tijd zwegen ze. Toen zei de eekhoorn: "Wat hebben we ver gelopen."
Hij keek over de enorme vlakte die zich uitstrekte tot het bos dat niet groter was dan een klein zwart puntje op de horizon.
De mier zei niets. De eekhoorn kon zien dat hij nadacht. Het was alsof hij ergens niet op kon komen. Er stonden dikke rimpels op zijn voorhoofd.
Even later begon de mier een gat te graven onder de muur door. Driftig vloog de grond omhoog. Maar toen hij midden onder de muur was, kon hij niet meer verder graven.
"Ik kan niet verder", hoorde de eekhoorn hem roepen.
"Waarom niet?", riep de eekhoorn terug.
"Er is niets meer te graven." "Is er geen grond meer?"
"Nee." "Wat is er dan?"
Even was het stil. Toen klonk er een zacht en aarzelend "Niets".
De mier kroop terug en ging naast de eekhoorn staan. Hij sloeg de aarde van zich af.
"En toch moet er een andere kant zijn", zei hij. "Dat moet!"
"Waarom moet dat?" vroeg de eekhoorn.
"Dat moet!", schreeuwde de mier. "Dat moet!" Hij stampte op de grond en liep woedend heen en weer. "Er moet iets zijn!"
"Wat dan?", vroeg de eekhoorn. "Iets!!" De stem van de mier sloeg over en leek wel omhoog te vliegen. Zijn gezicht zag er rood en verwilderd uit en zijn voelsprieten zaten in de war.
"Niets is verschrikkelijk", schreeuwde hij. Toen kneep hij zijn ogen dicht en zei: "Nee. Niets is niet verschrikkelijk. Niets is niets."
"Dat is dus nog erger", zei de eekhoorn voorzichtig.
"Nee!", gilde de mier. Hij ging op zijn hoofd staan en zwaaide met zijn poten in het rond. 'Dat is niets!"
De eekhoorn zweeg en keek naar de grond. Hij drukte het puntje van zijn staart tegen zijn neus.
Als daar niets is, dacht hij, dan is hier dus alles. Hij keek naar de lucht en de vlakte en het bos in de verte en de mier naast hem. Dat is dus alles, dacht hij. Meer is er niet.
Hij knikte en was tevreden over wat er was. Meer hoeft er ook niet te zijn, dacht hij.
Maar de mier liep rood en voorovergebogen heen en weer. Zijn gezicht zat vol rimpels en hij zei voortdurend, maar wel steeds zachter:
"Er moet iets zijn. Dat moet. dat moet."
De eekhoorn kreeg honger en zei: "Laten we maar teruggaan."
De mier zuchtte heel diep, keek nog één keer vertwijfeld naar de muur, zei nog één keer "er moet iets zijn" en liep toen voor de eekhoorn uit de vlakte in.
Zwijgend liepen ze in de richting van het bos.
Na een tijd keek de eekhoorn even om. De muur was al niet meer dan een dunne zwarte streep.
Toen het donker was, kwamen ze in het bos aan.
"De wereld valt tegen", zei de mier. De eekhoorn zei niets.
"Weer iets dat tegenvalt", ging de mier verder en hij schudde zijn hoofd.
De eekhoorn dacht aan dingen die hem soms tegenvielen, zoals bedorven honing, staartpijn en onleesbare brieven.
Laat in de avond zaten ze in het huis van de eekhoorn, boven in de beuk, en aten rode stroop, en hadden het over verjaardagen, over taarten, over de zon, over de geur van dennehars, over de kraanvogel en over de zomer. Over alles hadden ze het, behalve over de wereld en over niets.
Tellegen T. , Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.
Het magische mosterdzaadje
Er was eens een vrouw wier enige zoon stierf. In haar verdriet ging ze naar een heilige man en zei: 'Over welke gebeden, welke magische bezweringen beschikt u om mijn zoon weer levend te maken?'In plaats van haar weg te sturen of met haar te gaan praten zei hij tegen haar: 'Breng me een mosterdzaadje uit een huis dat nooit verdriet heeft gekend. Dat zullen we gebruiken om het verdriet uit uw leven te verdrijven.'De vrouw ging meteen op pad, op zoek naar het magische mosterdzaadje. Eerst kwam ze bij een prachtig herenhuis. Ze klopte op de deur en zei: 'Ik zoek een huis dat nooit verdriet heeft gekend. Ben ik hier aan het goede adres?'Ze zeiden tegen haar: 'U bent beslist aan het verkeerde adres hier', en begonnen alle tragische gebeurtenissen op te sommen die hun de laatste tijd waren overkomen.De vrouw zei bij zichzelf: 'Wie is beter in staat om deze arme ongelukkige mensen te helpen dan ik, die zelf ongelukkig ben'.Ze bleef een poosje om hen te troosten en ging toen verder op haar speurtocht naar een huis dat nooit verdriet had gekend. Maar waar ze ook kwam, in krotten of paleizen, ze kreeg het ene verhaal na het andere te horen over droefheid en ongeluk. Uiteindelijk ging ze zo op in het steun bieden aan anderen die verdriet hadden geleden, dat ze haar speurtocht naar het magische mosterdzaadje vergat, zonder ooit te beseffen dat het inderdaad het verdriet uit haar leven had verdreven.
De parabel van de viool
Dit is het verhaal van de viool het zijn haar eigen woorden:
'Toen ik nog in de bossen leefde, heb ik gezwegen.
Nu ik gestorven ben zing ik.'
Want hoe gaat het?
In een bos staat een boom.
Praten en goeiedag zeggen of zingen kan hij niet.
Totdat zo'n boom wordt gekapt, de takken gaan eraf, de schors wordt afgestroopt, de stam wordt stuk gezaagd tot planken, mijn God, welke martelingen ondergaat zo'n boom nog meer.
Eindelijk komt het hout terecht bij de vioolbouwer.
En daar is het wonder gebeurd: het hout van de boom, is die licht gebogen viool geworden, ze rust in de hand van de speler en verkondigt telkens:
'Nu ik gestorven ben, zing ik!'
Als je dood bent, word je dan nooit meer beter?
De broertjes Fred en Joep Konijn wonen aan de rand van het bos. Fred gaat naar de school, maar Joep is daar nog te klein voor. Als Fred terug is van school spelen ze samen tot ze gaan eten. Op een morgen is Joep ziek. Dokter Uil komt direct en stelt een flinke koorts vast, maar Moeder Konijn is er niet gerust in en ze blijft binnen bij Joep. Als Fred die middag thuiskomt van de school, staan alle dieren bij zijn thuis. Iedereen is ervan geschrokken dat Joep zo ziek is. In het bos is nog nooit een jong dier zo ziek geweest. Fred denkt dat dokter Uil Joep wel zal genezen. Maar die avond gaat Joep dood en Fred begrijpt er niets van.
Waarom huilt iedereen zo? Hij denkt dat Dokter Uil morgen zijn broertje nog wel kan genezen. Hij wil weg uit de kamer, en gaat met Varkentje in het bos spelen. Op vraag van Vader Konijn beginnen de Mollen de volgende dag een put te graven op het grasveldje in het bos. En Bever doet flink zijn best om een mooie kist te maken. Buurman Egel vertelt aan Fred wat er nu met Joep gaat gebeuren. De nacht voor de begrafenis droomt Fred dat het kistje van Joep door een tunnel naar het graf glijdt. Joep en Fred en alle vriendjes glijden mee en het gaat lekker hard, wat een plezier! Maar 's morgens wordt Fred heel vroeg wakker. De tunnel is weg en hij voelt zich droevig en alleen. Hij probeert op een papiertje te schrijven wat hij bij het graf zal gaan vertellen over Joep. Hij weet wel wat hij wil zeggen, maar hij vindt het zo moeilijk om het op te schrijven. Alle dieren gaan mee naar het grasveld midden in het bos, waar het kistje in de kuil wordt gezet. Vader en moeder Konijn vertellen hoe lief Joep was en hoe erg ze hem missen. Fred leest zijn brief voor, maar van verdriet kan hij bijna niet praten. Na de begrafenis blijven vader en moeder Konijn thuis. Ze zijn te verdrietig om iets te doen. En Fred wil met niemand spelen. Hij denkt steeds aan Joep, hij wil niet huilen en wordt dan heel boos op iedereen. Alle dieren willen de Konijnen graag helpen en op den duur vinden ze het fijn dat ze zoveel vrienden hebben. En op de eerste dag dat de zon schijnt, gaat Fred met zijn vriendjes toch weer spelen op het grasveldje waar Joep begraven ligt. Buurman Egel kijkt naar de spelende kinderen. Fred en zijn vriendjes kunnen eindelijk weer lachen. Wat had hij dat lang niet meer gehoord in het bos.
Breebaart Piet en Joeri, Als je dood bent, word je dan nooit meer beter?… Lemniscaat, Rotterdam, 1993.
Over pijn
En een vrouw sprak, zeggende: Vertel ons iets over pijn.
En hij zeide:
Je pijn is het breken van de schaal die je inzicht omsluit. Zoals de steen van de vrucht breken moet, opdat haar hart in de zon moge staan, zo moet jij pijn kennen. En zo je in je hart de verwondering levendig kon houden om de wonderen in je dagelijks leven, zou je pijn je niet minder wonderlijk voorkomen dan je vreugde; en je zou de seizoenen van je hart aanvaarden, zoals je steeds de seizoenen hebt aanvaard die over je velden gaan. En je zou met gelijkmoedigheid de winter van je verdriet gadeslaan. Veel van je pijn heb je zelf gekozen. Zij is de bittere drank, waarmee de heelmeester je zieke zelf geneest. Heb dus vertrouwen in de heelmeester en drink zijn geneesmiddel in stilte en rust: Want zijn hand, al is zij zwaar en hard, wordt geleid door de tere hand van de Ongeziene. En de beker die hij brengt, ook al brandt zij je lippen, is gevormd uit de klei die de pottenbakker bevochtigd heeft met zijn eigen heilige tranen.
Kahlil Gibran, uit : De ProfeetOver vreugde en smart
Toen zei een vrouw: Spreek tot ons over vreugde en smart.
En hij antwoordde:
Je vreugde is onthulde smart. En de bron waaruit je lach ontspringt, werd vaak gevuld met je tranen.
Hoe kan het anders zijn? Hoe dieper de smart in je wezen kerft, hoe meer vreugde je kunt bevatten.
Is niet de beker die je wijn bevat dezelfde beker die in de oven van de pottenbakker werd gebakken?
En is niet de luit die je geest kalmeert hetzelfde hout dat door mensen werd uitgehold?
Wanneer je blij bent, schouw dan diep in je hart, en je zult zien dat enkel wat je smart gegeven heeft, ook vreugde brengt. Wanneer je verdrietig bent, blik dan opnieuw in je hart en je zult zien dat je weent om wat je vreugde schonk.
Sommigen zeggen: "Vreugde is groter dan smart", en anderen: "Neen, de smart is groter."
Maar ik zeg je: ze zijn onafscheidelijk. Zij komen tezamen, en wanneer de een met je aanzit aan je tafel, moet je bedenken dat de ander slaapt in je bed.
Voorwaar, als een weegschaal hang je tussen je smart en je vreugde. Alleen wanneer je ledig bent, sta je stil en ben je in evenwicht. Wanneer de schatbewaarder je opneemt om zijn goud en zilver te wegen, moet je vreugde of smart rijzen of dalen.
Over de dood
Toen sprak Almitra, zeggende: Wij wilden je nu iets vragen over de dood.
En hij zeide:
Je zou iets willen weten over het doodsgeheim. Maar hoe zul je het vinden, tenzij je het zoekt en 't hart des levens? De uil, wiens aan de nacht gebonden ogen blind zijn voor de dag, kan de verborgenheid van het licht niet ontsluieren. Indien je de geest van de dood aanschouwen wilt, open dan wijd je hart voor het lichaam des levens. Want leven en dood zijn één, zoals de rivier en de zee één zijn.
In de diepte van je verwachtingen en je verlangens ligt je zwijgende kennis van het hiernamaals; en als zaden, dromend onder de sneeuw, droomt je hart van de lente. Verlaat je op deze dromen, want daarin gaat de poort naar de eeuwigheid schuil. Je angst voor de dood is als het beven van de herder, wanneer hij staat voor zijn koning, wiens hand in eerbetoon op hem zal neerdalen.
Is de herder, ondanks het beven, niet blij dat hij het kenteken des konings dragen mag?
Toch, is hij zich niet meer bewust van zijn beven? Want wat is sterven anders dan naakt staan in de wind en smelten in de zon? En wat is ophouden met ademen anders dan de adem bevrijden van haar rusteloze getijden, opdat zij moge opstijgen en verruimen en God ongehinderd zoeken?
Alleen wanneer je drinkt uit de rivier der stilte zul je waarlijk zingen. En wanneer je de bergtop hebt bereikt, zul je beginnen klimmen. En wanneer de aarde je ledematen zal opeisen, zul je waarlijk dansen.
Kahlil Gibran, uit: De Profeet
Fragment uit 'een wolk als afscheid'
"Ik wil geen zon!", schreeuwde Bram.
"Ik wil veel wind en regen!"
"Straks zal het wel regenen"suste zijn zus Kim.
"Niet waar", snikte Bram, "als de zon schijnt, regent het nooit."
"En als er geen wolken zijn, wat zal er dan met Fran gebeuren?"
Juf Jenny knikte. Opeens werd het haar allemaal duidelijk.
Bram had haar vorige week in de klas honderduit gevraagd over wat er met zijn zus zou gebeuren als ze dood was.
"Oma heeft gezegd dat ze ons zal zien van boven in de hemel. Is dat waar, juf?"
"Waar moet zij dan zitten, juf? Er zijn daar geen gemakkelijke stoelen en Fran heeft veel rugpijn als ze lange tijd rechtop zit."
Ze had hem zijn vragen laten stellen en af en toe had hijzelf een oplossing gevonden voor zijn problemen, zoals die keer dat hij opgewonden gezegd had: "Juf, ik weet het! Er hangen veel zachte wolkjes in de lucht! Zij kan daar op gaan zitten!"
De onderwijzeres staarde naar de wolkenloze hemel, sprakeloos bij zoveel kinderlijke logica.
…toen gaf de juf hem tekengerief en Bram tekende een wolk als laatste geschenk voor zijn zus…. Katrien Seynaeve, Een wolk als afscheid, Altoria Averbode, p 82-84.
Fragment uit 'Gwinnie'
"Ik heb gehuild, maandenlang heb ik gehuild, iedere nacht in bed. Maar jij niet."
"Ik heb je wel gehoord", zei Gwinnie zacht.
"Al mijn verdriet is eruit gespoeld", zei Art. "En ik kan weer gewoon leven, maar bij jou zit het nog van binnen. Je wordt steeds braver en steeds liever en steeds voorzichtiger…"
"Mis jij mama dan niet meer", fluisterde Gwinnie.
Haar handen klemde zich om de beker.
"Natuurlijk wel", zei Art. "Verdomme, ik mis haar iedere dag." Zijn ogen schoten vol tranen. "Ik zou haar ook graag terug willen hebben. Maar dat kan niet. En ik weet dat Vera zou willen dat we leven!"
"Jaa?"
"Ja! Ik ken mama goed hoor! Ik weet wat ze zou willen. Ik heb haar binnen in mij. En jij hebt hebt haar ook binnen in je. Soms zie ik haar naar buiten komen…"
Art lachte, met tranen in zijn ogen. "Op de begraafplaats zag ik haar naar buiten komen, toen jij lachte. Zo lachte Vera ook."
"Jij hebt mama binnen in je", lachte Art. "Ik weet het zeker."
Plotseling werd hij heel ernstig.
"Maar jij sluit het verdriet in jezelf op! Je laat het niet naar buiten komen. En daarmee sluit je alles in jezelf op. Alle leuke dingen. Alle wilde dingen."
"Dan sluit ik mama in mezelf op…", fluisterde Gwinnie. Er drupte weer een traan op de deken.
"Eigenlijk wel", zei Art en hij pakte haar hand.
"Ik kan het niet", zei Gwinnie, 'Ik kan er niet aan denken. Het is veel te moeilijk."
Klaas Van Assen, Gwinnie, Querido Amsterdam, p. 43-44.
Rouw bij jongeren: psychische, sociale,…pijn
Fragment Uit 'Afscheidsbrief' van Bobje Goudsmit
Vooraf: Anicke was de beste vriendin van Marit. Beide zaten in de vijfde klas. Anicke kreeg een hersentumor en werd in de kliniek behandeld. Ze kwam wel nog even naar school, maar niet voor lang. De hersentumor kregen ze niet weg. Integendeel, hij was opnieuw gaan groeien. Elke dag bracht Marit een bezoekje aan haar vriendin. Toch nog een beetje onverwacht kreeg ze op een avond een telefoon van Hanna, de zus van Anicke, dat Anicke gestorven was. Anicke had ook nog een broer Jorn.
"Je overleed na vijf dagen, Anicke. Ik mocht je van Hanna niet meer zien, toen je in coma lag. Ze was bang dat je er misschien wel onrustig van zou worden.
Elke dag zocht ik op school naar Jorn. Als hij er was, vroeg ik hem hoe het met je ging. Hij vertelde me dat er een verpleegster bij je was ingetrokken om je ook 's nachts te verzorgen. Je zakte steeds dieper weg, zei hij. Er werd nu continue bij je gewaakt.
Op een dinsdag kon ik Jorn nergens vinden. Toen wist ik het.
Samen met mijn moeder ging ik 's avonds afscheid van je nemen. Ik zag er tegenop. Ik had nog nooit een dode gezien, weet je. Toen mijn vader overleed, was ik er nog te klein voor. Ik was blij dat moeder mee was.
Je lag in je kamer opgebaard, in een met riet beklede kist die op een standaard naast je bed stond. Hanna had een kleurige sjaal om je hoofd gewikkeld. Daardoor herkende ik je niet direct, ik was gewend geraakt aan je blauwe mutsje. Je gezicht was verstild. Het was net of je heel, heel diep sliep.
'Je mag haar gerust aanraken', zei Hanna. Ik durfde het niet goed. Maar ze drong aan en ik aaide je vluchtig over je voorhoofd. Mijn vingertoppen schrokken. O, je voelde zo koud aan.
Ik had niet eens in de gaten dat de tranen vanzelf over mijn wangen rolden. Het zou me trouwens ook niet geïnteresseerd hebben. Mijn moeder duwde me ongemerkt een zakdoek in mijn handen en fluisterde: 'alsjeblieft'. Toen nam Hanna haar mee naar beneden en liet me bij jou alleen. Ik bleef lang naar je kijken, met de zakdoek tot een vod verfrommeld tussen mijn vingers. Maar ik wist niets tegen je te zeggen, je was zo ver van me vandaan gevlogen.
In de gang botste ik bijna tegen Jorn op. We zagen de blik in elkaars ogen en begonnen beiden tegelijk te huilen."
Bobje Goudsmit, Afscheidsbrief, Holland, 1999.
Fragment uit 'Alles is voor altijd anders'
Mijn brief voor mama is klaar. Dit heb ik allemaal aan haar geschreven:
Lieve mama,
Ik mis je zo, al denk je dat misschien niet omdat ik nooit bij je graf kom. Ik vind het stom om hier te staan. Praten tegen de bloemen is belachelijk, stel je voor dat iemand het ziet. Als ik in de buurt van het kerkhof kom, moet ik altijd denken aan de dag van jouw begrafenis. En dan word ik erg verdrietig. Daarom fiets ik liever een straatje om. Thuis is het lang niet meer zo leuk als toen jij er was. Ellen is best lief, hoor, en ze doet haar best om het gezellig te maken. Maar ze is zo vreselijk pietluttig. Nu wil ze ook dat wij netjes worden!
Van jou hoefde het niet, jij vond rommel geen rommel maar gewoon gezellig en dat vind ik ook, maar Ellen denkt er anders over. Ze wil ook altijd precies weten wat er is als ik een keertje een beetje stiller ben dan anders. Maar het is lastig om dat onder woorden te brengen. Soms weet ik gewoon niet waarom ik stiller ben! En ik kan toch moeilijk zeggen dat ik alleen met jou wil praten. Zij kan er ook niks aan doen dat jij dood bent gegaan.
Op school gaat het best goed. Ik denk dat ik wel over ga naar de tweede. Carlijn en ik zijn nog steeds vriendinnen en ook nog fan van No Doubt. We hebben oude hemden korter geknipt en er zilveren randen op geverfd. Ze lijken nu precies op het shirtje van Gwen Stefani, je weet wel, dat is die zangeres. En we maken net als zij elke dag een stip boven onze neus, precies tussen de wenkbrauwen in. Je kunt van die zilveren ruitjes kopen om erop te plakken, maar die waaien soms gauw weg. Daarom doen we het liever met zilveren nagellak en eyeliner. Het staat heel mooi, al zeg ik het zelf. Ik wou dat je het kon zien.
Ik ben niet meer op Rogier, hij is zo ontzettend kinderachtig. Aan de overkant wonen nieuwe mensen. Hun ene zoon heet Jeroen en hij is echt een spetter. Jammer genoeg zit hij niet bij ons op school en hij is ook al zeventien.
Weet je, af en toe lijkt het net alsof ik ben vergeten hoe je eruit zag. Dat vind ik afschuwelijk! Vorige week wist ik ineens niet meer welke kleur ogen je had. Dan ben je bang dat jouw beeld op een dag helemaal uit mijn hoofd zal verdwijnen. Dat wil ik niet!
Gelukkig hebben we veel foto's van jou. Als ik daarnaar kijk, dan herinner ik het me wel weer.
Ik wou dat ik wist waar je bent en dat je me even vast zou houden. Soms kijk ik in de lucht, maar ik zie je nooit. Misschien is dood wel echt dood en schrijf ik nu aan iemand die niet meer bestaat.
Nou ja, ik ga deze brief toch verbranden. Dat doen Indianen ook. Zij kunnen in de rook letters lezen, dat is dan het antwoord. Ik wou dat ik dat ook kon, dan was het net alsof jij echt iets tegen me zei.
Ook al ben je dood, ik hou nog steeds heel erg veel van jou!!!!
Van Nina.
Odiel Reef, fragment uit 'Alles is voor atijd anders'
Rouwmodel van Worden, rouwtaak 3 +
curatieve werkvormen: rouwtaak 3Fragment uit 'Al wat we weten van de hemel'
'Zeg maar wat ik moet doen', zei Adams vader.
De dokter zei iets, waarna de verpleegster bij de muur achter de deur vandaan ging.
Maar de kleinere dokter, de dokter die naar Adam had geknipoogd, hief een hand op, waardoor de verpleegster bleef staan. 'Weet u het zeker, meneer Best?' vroeg hij. 'Weet u heel zeker dat u dit wilt doen?'
Adams vader antwoordde: 'Is er ook maar een sprankeltje hoop dat ze beter wordt?'
Beide artsen schudden hun hoofd.
'In dat geval: ja', zie Adams vader. 'Ik weet het zeker.'
Adam keek op naar zijn vader en zag daar iemand anders staan. Het was nog steeds zijn vader, een kant die hij misschien niet vaak hoefde te laten zien, maar die er toch altijd was.
'Hier', zei de dokter, wijzend naar een schakelaar die met een metalen staaf was vergrendeld. Hij trok de staaf naar benden. 'Dat is alles.'
Adams vader haalde diep adem en liep toen naar de machine. Hij strekte zijn arm uit en legde zijn vinger op de schakelaar.
Vervolgens keek hij naar de gedaante in bed.
'Vrolijk kerstfeest, schat', zei hij.
En toen zette hij de schakelaar om.
Op dat moment zag Adam niet een man die de schakelaar omzette…
Hij zag een man
Maar niet alle kracht is fysieke kracht
die een zwaard trok
Als je doel rechtvaardig is, zul je zegevieren
uit de steen…
Hou
Van jou
zei de machine.
De stem klonk ver weg en dromerig.
En toen was het stil. de borst van Adams moeder bewoog niet meer. Nu lag ze echt helemaal stil.
Adams vader liep naar haar toe en ging op de rand van het bed zitten. Hij pakte mama's hand vast en wreef er heel zachtjes met zijn hand over. Daarna legde hij haar hand neer.
Terwijl Adam naar het gezicht van zijn moeder keek, meende hij een heel lichte beweging te zien…Een schaduw die over haar gezicht gleed en wegdreef.
Hoewel ze er niet anders uitzag dan een paar minuten geleden, zag de gedaante in het bed er vredig uit. Toen hij met zijn vader de kamer verliet, zag Adam dat datgene wat op het ziekenhuisbed lag en waarnaar hij keek, weinig meer was dan een foto. Een beeld van iets dat ooit was geweest, maar er nu niet meer was, het verleden dat was vastgelegd.
Maar herinneringen –echte herinneringen – vervagen niet zoals oude foto's. Die draag je voor altijd in je hoofd met je mee.
Peter Crowther, fragment uit 'Al wat we weten van de hemel'.
Curatieve werkvorm: rouwtaak 1 +
rouwmodel van Worden: rouwtaak 1Fragment uit 'Spijt!'
Vandaag wordt Jochem in stilte gecremeerd, dat is de wens van zijn ouders.
De leerlingen van klas 2B vinden het moeilijk dat ze er niet bij mogen zijn, daarom heeft meneer Zwart bedacht hoe ze toch afscheid van hun klasgenoot kunnen nemen.
Twee aan twee fietsen ze naar het meer. hoewel het niet is afgesproken, wordt het een stille tocht. Je hoort alleen het gekletter van de regen en af en toe een passerende auto die door een plas rijdt. Een vrachtwagen raast zo dicht langs hen dat ze nat worden, maar niemand vloekt of wordt kwaad. Het is best een eind fietsen, vooral omdat ze wind tegen hebben en de regen in hun gezicht slaat, maar ze klagen niet. Deze ongemakken zijn niets vergeleken bij de pijn van het afscheid.
Behalve David is niemand meer bij het meer geweest. Je kunt merken dat ze het eng vinden de plek terug te zien. Hoe dichter ze het meer naderen, hoe langzamer ze gaan rijden, alsof ze de confrontatie zolang mogelijk willen uitstellen.
Davids gedachten zijn bij de plechtigheid die in het crematorium plaatsvindt. Hij denkt aan Jochems ouders en Nienke en aan Simbad die al twee dagen in zijn mand ligt, zijn kop verstopt tussen zijn voorpootjes. De moeder van Jochem vertelde dat Simbad de avond van het klassenfeest ineens begon te janken. Het was tegen twaalven en ze wist niet wat er met hem aan de hand was. Later hoorde ze van de dokter dat Jochem om die tijd moet zijn verdronken.
Als ze bij het zandpad aankomen, is het gelukkig droog. Er vallen alleen nog een paar druppels van de bomen. Geruisloos leggen ze hun fiets neer, bang om de beklemmende stilte te doorbreken. Dan krijgen ze van meneer Zwart allemaal een witte lelie. In een lange rij, heel langzaam, lopen ze naar het meer. Daar gaan ze naast elkaar staan met hun gezicht naar het water. Ze houden twee minuten stilte. Als die voorbij zijn, draagt meneer Zwart een gedicht voor. Daarna komt David naar voren en leest een bladzij voor uit het dagboek van Jochem.
David slaat het dagboek dicht en gaat weer tussen zijn vrienden staan. Tino van Dijk is de eerste die naar voren stapt en zijn bloem neerlaat.. 'Dag Jochem,' zegt hij. 'Ik hoop dat je me ooit kunt vergeven. Zelf vind ik dat ik zo'n grote fout heb gemaakt dat ik het niet langer verdien met jonge mensen te mogen werken. Maar meneer Pruiksma zegt dat ik het kan leren en dat onze school, die jouw verdriet met zich meedraagt, daar de beste plek voor is. Ik zal alles doen om te bewijzen dat ik een goeie gymleraar kan zijn, ook voor leerlingen die een hekel aan mijn vak hebben of er niet goed in zijn, dat beloof ik je.'
Daarna stapt Niels naar voren. 'Hoi Jochem' zegt hij. 'Ik ben geen prater, daarom wou ik iets voor je spelen. Mijn gitaar heb ik niet bij me, maar ik denk dat je dit ook wel mooi vindt.' Hij haalt zijn mondharmonica uit zijn zak en begint te spelen. 'Dag jochem, het spijt me,' zegt Manon.
En Youssef zingt een lied dat ze in Marokko zingen als er iemand gestorven is. Iedereen die de bloem neerlaat, probeert iets tegen Jochem te zeggen, ook al is het nog zo moeilijk omdat ze moeten huilen. Als de laatste bloem op het water drijft, geeft meneer Zwart het teken om te vertrekken. Terwijl ze 'We are the world' zingen, lopen ze een rondje om het meer. Het water draagt hun stemmen ver weg. Bij het zandpad kijken ze nog één keer om naar het meer, doodstil en bezaaid met lelies.
Carry Slee, een fragment uit 'Spijt!'
Een fragmenet uit 'Voor Kaya'
Kaya trekt haar nachthemd aan, het oude van mamma. Vlak nadat mamma ziek was geworden, had ze besloten om een heleboel oude kleren weg te doen. Ze had ze in een zwarte vuilniszak gestopt. Daarna was alles heel snel gegaan en niemand had eraan gedacht de berg kleren in te leveren. Kaya had ze helemaal achter in haar kast gevonden, een paar weken voor ze stierf. Mamma had gevraagd om de mooie zijden sjaal, ze wilde die weer tussen haar vingers laten glijden, zoals ze dat vroeger deed. Kaya had niets over de zak gezegd. Had een paar dingen voor zichzelf uitgezocht: het nachthemd, de groene bloes en het wollen jasje met de stukken op de elleboog. Ze was niet in staat geweest om de rest van de kleren aan onbekende handen en lichamen over te leveren. Daarom had ze ze, zonder dat haar vader het had gezien, in de vuilnisbak buiten voor het huis gegooid. Sommige dingen kun je niet hergebruiken.
Een maand na de begrafenis had Kaya besloten om het nachthemd te gaan dragen. Toen pappa haar er voor de eerste keer in zag, was hij geschrokken. Nu ze erover nadenkt, was dat de laatste keer dat hij heftig op iets had gereageerd.
Kaya borstelt haar haren, poetst haar tanden en staart naar zichzelf in de spiegel. Een aardappelneus, een veel te grote mond in verhouding tot de ogen. Klein, onrustige, grijsblauwe ogen. Kaya loopt naar haar kamer. Krult zich op tot een balletje onder het dekbed.
Net voordat ze wegzakt in een rusteloze slaap, hoort ze de voordeur. Hij gaat open en weer dicht. Vermoeide stappen op de vloer. In het donker fluistert Kaya:'Dag, pappa.'
Charlotte Glaser Munch, een fragment uit 'Voor Kaya'Fragmenten uit 'Zie ik je nog eens terug?'
Ze bukte zich en begon nauwelijks zichtbare sprietjes onkruid uit het heuveltje grond te trekken, terwijl ze bleef praten. 'Ik ben mee naar de begrafenis geweest. Ik mocht niet van papa en mama, maar toen gilde ik het hele huis bij elkaar en toen mocht ik wel. De lijkwagen had een deuk. Mama droeg een donkere bril, maar van opzij zag ik toch haar oog. Ik zag een traan, hier.' Ze wees op haar onderste ooglid. 'De traan wilde niet vallen, gek, hé? Papa hield mama de hele tijd vast, hij was bang dat ze zou omvallen.'
Ze legde het onkruid op een hoopje.
'In de kerk was er veel te harde muziek, ik kon niet met Kareltje praten door het lawaai. En toen moest ik nodig plassen, maar er was daar geen wc. En de priester verstond ik niet en de wierook stonk. Elke keer als ik aan Kareltje wilde denken begon er iemand te hoesten.'
Ed Franck, een fragment uit 'Zie ik je nog eens terug?'
Rouwmodel van Worden: rouwtaak 1 +
curatieve werkvormen rouwtaak 1Fragment uit 'Het uur nul'
"Toch zou ik willen dat je gaat. Ze zullen 'Diane' spelen, weet je."
Ze aarzelde even en keek hem in de ogen.
"Goed," zei ze toen.
Hij kreunde terwijl hij zich een beetje verlegde.
"Heb je pijn?" vroeg ze overbodig. "Zal ik een verpleegster bellen?"
"Het hoeft niet. Het doet altijd pijn. Eigenlijk heeft die pijn geen belang meer."
Ze merkte dat het hem moeite kostte om zich nog verstaanbaar te maken.
"Ik zal maar weggaan," zei ze. "Dan kun je nog wat rusten."
Hij keek haar met zijn koortsige ogen lang aan, alsof hij haar beeld in zijn geheugen wou scannen.
"Wil je me mijn kamerjas geven voor je weggaat?" vroeg hij moeilijk.
Ze trok vragend een paar rimpels in haar voorhoofd.
"Je kunt toch niet opstaan? Zal ik je even helpen?"
Hij schudde het hoofd.
"Ik wil straks gewoon even rechtop zitten. Dan kan ik de kamerjas over mijn schouders leggen. Dan heb ik het niet zo koud."
"Koud?" reageerde ze verwonderd.
"Toe nou…" smeekte hij.
Ze pikte de groene, badstoffen kamerjas van het haakje.
"Leg hem hier maar op het bed," wees hij aan.
Ze nam zijn hoofd tussen haar handen en kuste hem op de mond.
"Ik ga nu maar."
"Dag ,Diana," mompelde hij en hij slikte.
Ze liet hem los. Toen ze de deurklink in haar hand had, draaide ze zich nog een som en wierp hem een bemoedigend kushandje toe.
Hij wuifde met zijn vingers.
Zijn hand schoof over het laken naar de kamerjas en trok het kledingstuk dichterbij.
Toen trokken zijn vingers de gordel uit de lusjes.
Ben twijfelde.
It's better to burn out than to fade away.
Nu kon hij het nog, morgen misschien niet meer.
Hij rukte met beide handen aan de badstoffen gordel.
"Het is een betere pijnstiller dan opium," mompelde hij.
"Nooit meer pijn, dat moet een geweldig gevoel zijn. Zoals Filip: hij lag zo rustig in het park."
Hij schoof een beetje naar het hoofdeinde van het bed. Moeizaam wikkelde hij het ene uiteinde van de gordel om de buis van de radiator en legde het vast met een knoop.
"Diana…moeder… een korte pijn is ook ver hen beter."
Langzaam draaide hij het andere uiteinde van de gordel om zijn hals en frunnikte er een knoop in.
Hij keek twijfelend door het raam. Een hemelsblauwe lucht. Twee mussen fladderden verliefd tegen elkaar op en verdwenen toen pijlsnel uit het beeld.
It's better to burn out than to fade away… it's better to burn out than to fade away…it's better to burn out than …
Hij sloot de ogen. Vergeten beelden warden uit het archief van zijn geheugen opgedoken. Hij zag weer Diana's borsten toen ze zich vooroverboog op de hoek van de Hillestraat, het vuur in haar ogen toen ze Thomas aftuigden, het wankele tentje, de autoscooter, maar ook de verschrikte blik op haar gezicht toen hij de luier tussen zijn magere benen toonde…
Hij klemde zijn vingers om de gegalvaniseerde buis van het bed en trok zich centimeter voor centimeter naar de rand.
Het infuus viel met een zachte plof op het bed toen Ben op de vloertegels bonsde.
De gordel stond strak gespannen. Dirk Bracke, fragment uit 'Het uur nul'
Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar…
Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak van de beuk. Het was warm en stil en zij keken naar de toppen van de bomen en naar de sterren. Zij hadden honing gegeten en gepraat over de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens.
"Ik ga deze avond bewaren", zei de Mier. "Vind je dat goed?"
De eekhoorn keek hem verbaasd aan.
De mier haalde een klein zwart doosje te voorschijn.
"Hier zit ook al de verjaardag van de lijster in", zei hij.
"De verjaardag van de lijster?", vroeg de eekhoorn.
"Ja", zei de mier en hij pakte die verjaardag uit het doosje. En zij aten weer zoete kastanjetaart met vlierbessenroom, en ze dansten weer terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan- en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren.
De mier stopte hem weer in het doosje.
"Daar stop ik deze avond bij", zei hij. "Er zit al hel veel in." Hij deed het doosje dicht, groette de eekhoorn en ging naar huis.
De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor zijn deur zitten en dacht aan dat doosje. Hoe zou die avond daar nu in zitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde? Zou hij niet kunnen vallen en breken, of wegrollen? Wat zou er trouwens nog meer in dat doosje zitten? Avonturen die de mier alleen had beleefd? Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden? Brieven van verre dieren? En zou het ooit vol zijn, zodat er niets meer bij kon? En zouden er ook andere doosjes bestaan, voor treurige dagen?
Zijn hoofd duizelde. Hij ging zijn huis in en stapte in bed.
De mier lag toen al lang te slapen, in zijn huis onder de struik. Het doosje lag boven zijn hoofd, op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dichtgedaan. Midden in de nacht schoot het plotseling open en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling danste de mier met de olifant in het maanlicht, onder de linde.
"Maar ik slaap!", riep de mier.
"O dat geeft niets", zei de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. Hij zwaaide met zijn oren en zijn slurf en zei: "Wat dansen wij goed, hè?" en "O pardon" als hij op de tenen van de mier trapte. En hij zei dat de mier ook best op zijn tenen mocht trappen.
De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier.
Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker.
Hij wreef zijn ogen uit en keek om zich heen. De maan scheen naar binnen en viel op het doosje op de plank. De mier stond op en duwde het deksel stevig dicht. Maar hij hield zijn oor nog wel even tegen het doosje en hoorde muziek en geritsel en gekabbel van golven. En hij dat zelfs even dat hij de smaak van honing hoorde, maar hij wist niet zeker of dat wel kon.
Hij fronste zijn voorhoofde en stapte weer in bed.
Tellegen T. ,
Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren,Querido, 1999.
'De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu voelde'.
De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu eigenlijk voelde, ergens binnen in zich, dat hij zich binnenstebuiten keerde om daar achter te komen.
Het was aan de rand van het bos, vroeg in de ochtend. De lijster werd juist wakker en wist niet goed of hij nog droomde, en de leeuwerik viel bijna uit de lucht van verbazing, want daar, in het natte gras, in de milde ochtendzon, onder veel gehijg en getsjirp, duwde de krekel zijn binnenste naar buiten, terwijl zijn buitenste naar binnen verdween.
De lijster vloog naar beneden en even later kwam ook de mier uit het struikgewas tevoorschijn, waar hij naar zoethout had gezocht.
"Hoe bestaat het?", zei de mier.
"Hallo!" Plotseling hoorden zij heel zacht van binnen uit de binnenstebuiten gekeerde krekel een stem.
"Ben jij dat, krekel?", vroeg de mier.
"Ja", zei de stem.
"Wat doe je daar?"
"Kunnen jullie mijn gevoel zien?"
"Je gevoel?"
"Ja. Jullie weten toch wel wat gevoel is…? Het moet daar ergens zitten."
"Zie jij wat?", vroeg de mier aan de lijster.
"Nee",zei de lijster. "Waar moet ik op letten?"
"En mijn gedachten?"; vroeg de gesmoorde stem.
Weer bekeken de mier en de lijster de binnenstebuiten gekeerde krekel, haalden hun schouders op en zeiden: "Nee."
"O", zei de stem. "Wat zien jullie dan wel?"
"Ja", zei de mier. "Hoe moet ik dat zeggen. Het lijkt nergens op."
"Maar misschien is dat mijn gevoel wel!", zei de stem.
"Het ziet er eigenaardig uit", zei de lijster.
"Zo kun je ook niet eten, krekel", zei de mier." Ik zie je mond nergens."
"Dat klopt", zei de stem. "Mijn mond is hier."
Even was het stil. Toen zei de stem:"Dat weet ik niet. Kijk eens"
De mier en de lijster bekeken de binnenkant van de krekel nog eens nauwkeurig en de mier meende dat hij kon zien dat de krekel honger had.
"Ja, je hebt honger", zei hij.
"O", zei de stem. "Wat nu?"
"Ik denk", zei de mier, "dat je buitenstebinnen moet keren, krekel. Er zit niet anders op."
"Dat denk ik ook", zei de lijster.
De krekel vroeg nog een keer of ze heel goed wilden kijken of ze zijn gevoel zagen en ook bepaalde gedachten die hij soms zo maar tegen zijn zin had. Maar zij zagen niet. Toen keerde de krekel zich met veel gekraak en rumoer weer buitenstebinnen. De mier en de lijster hielpen hem met trekken en duwen.
"En toch", zei de krekel toen hij weer in het gras stond, zijn binnenste binnen en zijn buitenste buiten, "toch hadden jullie mijn gevoel moeten zien. Want nu zit het weer hier." Hij tikte op zijn borst. "Hier."
De lijster groette de beide andere en vloog weg, terwijl de mier de krekel meenam naar een geheimzinnige plek onder de eik waar een potje zachte harshoning stond, dat de mier daar verborgen had voor een zeer speciale gelegenheid.
"Vreemd, hè, mier," zei de krekel, terwijl hij een grote hap nam.
De mier knikte.
"Ik denk altijd dat mijn gevoel rood is", zei de krekel," lichtrood. Dat denk ik. Maar ik zou dat zo graag eens zeker willen weten. Jammer dat jullie het niet konden vinden."
De mier knikte en nam nog wat honing.
Tellegen T. ,
Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren,Querido, 1999.
De parabel van de boom
Er was eens een boom, een grote boom, die met zijn takken langs de waterkant stond. Op zekere dag kwam een man, gewapend met een mes. De boom hield van schrik het ruisen in, maar er was geen ontkomen aan. De man sneed de mooiste tak van de boom en nam hem mee naar huis. Drie dagen later kwam de man opnieuw en de boom werd weer angstig en bezorgd. De boom dacht: Welke tak zou er nu aan de beurt zijn? Maar de man ging onder aan de voet van de boom zitten en blies op een fluit, die hij van de tak had gemaakt. De boom luisterde en verstond het lied.
Hoor je mij?
Ken je me nog?
Ik ben van jou.
Uit jouw hout gesneden.
Ik zing voortaan mijn eigen lied.
Maar jou vergeten doe ik niet.
Ik leef, ik zing.
Ik dank het aan jou.
Fragment uit 'De zin stond stil' van Diane Les Becquets
Mama zei altijd dat er mensen zijn die alleen in hun binnenste huilen. Ik dacht dat ze het over zichzelf had, maar dat wist ik toen nog niet. Na haar dood heb ik vaak in mijn binnenste gehuild. Mama is in april gestorven. Twee maanden later had ik nog steeds het gevoel dat er een stuk van mijn hart was verdwenen en dat er alleen nog maar een paar spierbundels in mijn borstkas zaten, die in de war waren geraakt en vreemde, draaiende bewegingen maakten om weer uit de knoop te komen. Ik vond dat ik sterk moest blijven en niet moest toegeven aan mijn verdriet. Ik moest sterk zijn om voor papa te kunnen zorgen. En dus probeerde ik, telkens als die knoop zich een weg naar mijn keel begon te banen, hem met alle kracht die ik in me had weer naar beneden te duwen. Soms deed ik de afwas of verschoonde het beddengoed, of ging ik net zo lang wandelen tot ik bij de oever van Mouring Creek terechtkwam……
De zon was inmiddels achter de bomen verdwenen en wierp nu dansende schaduwen op het wateroppervlak. Ik moest weer aan de slang denken maar, zo bedacht ik, zolang ik op de oever bleef kon me niets gebeuren. Ik ging achterover in het gras zitten en legde mijn hand op de warme aarde naast me. Dit was de plek waar mama altijd zat. Ik keek omhoog naar de open hemel.
'Mama, waarom ben je bij ons weggegaan?' Ik voelde een brandende pijn achter mijn ogen. Het duurde niet lang voor de tranen kwamen. Ik ging met mijn gezicht tegen mijn knieën zitten en voelde hoe al het verdriet dat ik in me had zich een weg naar buiten begon te banen. Er stak een briesje op. Ik zag dat het gras zachtjes bewoog en voelde de koele wind in mijn haren. Ik haalde diep adem en rook weer de zoete geur van mama's huid en het prikkelende aroma van de aarde. 'Ben jij dat, mama?' vroeg ik aan de bomen en de open hemel boven me. 'Als jij het bent, waarom zeg je dan niets?' Ik ging overeind staan en draaide me een paar keer snel om. Ik wilde de wind in mijn gezicht voelen en haar geur weer ruiken. 'Waarom vertel je me niet wat ik met papa moet doen? Waarom zeg je niet waar je de zeef voor het meel hebt gelaten? Of hoe ik de koelkast moet ontdooien zonder de hele vloer drijfnat wordt?'
De wind ging weer liggen. Het was nu doodstil. 'Laat me niet in de steek,' riep ik.
Fragment uit 'Zonder Marianne' van Hanne Brandt
-Denk je niet dat we de dokter moeten bellen? Ze heeft zich in vier uur tijd nog niet bewogen en geen woord gezegd.
-Tja,… dat is misschien veiliger
Papa klonk onzeker. Nina hoorde niet dat ze stilletjes de kamer verlieten en dat mama even later beneden in de gang telefoneerde.
Ze keek ook niet opzij toen dokter Skov binnenstapte.
-Hallo, Nina. Wat is er met je aan de hand?
Hij ging zitten en nam haar arm. Hij voelde haar polsslag en praatte ondertussen over alles en nog wat. Nina lag maar te staren, alsof hij er helemaal niet was.
Dokter Skov stond weer op.
-Ze heeft een schok gehad. Ik geef haar een inspuiting, zodat ze slaapt. Morgen kom ik nog eens kijken.
Houd haar maar thuis, op school kan ze toch niks uitrichten.
Nina bewoog even bij de prik in haar arm en hoorde de stemmen van de volwassenen langzaam wegebben.
- We zullen al het mogelijke doen om haar aan iets anders te laten denken, fluisterde papa.
…
Ze keek opnieuw naar de straat, beeldde zich de auto in en Marianne die op de fiets reed en dan… dan …
Ze begon te lopen, rende als een wilde van de plek weg. De straat door, het tuinhek langs, naar de voordeur toe. Ze zwaaide de deur open, liep met twee treden tegelijk de trappen op en gooide zich op haar bed. Daar bleef ze liggen. Ze wilde huilen, huilen… Al haar verdriet om Marianne voelde ze diep binnenin zitten, maar huilen kon ze niet. Ze lag er nog altijd, toen mama thuiskwam.
…
Zij wilde helemaal niet stoppen. Elke auto op straat was een vijand, waarop ze zich kon wreken. Ze reden door alsof er niets gebeurd was, en toch had één ervan haar beste vriendin overreden. Gedood, vermoord! Dat hadden ze gedaan.
Die afschuwelijke woorden bleven in haar hoofd hameren, zodat het bijna leek te ontploffen. Ze kon aan niets anders meer denken, en een geweldige woede laaide in haar op. Ze greep een handvol stenen en slingerde ze op goed geluk naar een auto.
….
Zo wachtten ze. Natuurlijk kwamen er net geen auto's. Het duurde een eeuwigheid, en Nina trappelde van ongeduld. Ze woog de steen in haar hand. Wraak was alles wat ze wilde.
….
Ze wilde niet langer met zichzelf vechten. Ze had al zo dikwijls die akelige dag opnieuw beleefd. Nu vertelde ze het voor de eerste keer aan iemand anders. Over de blauwe fiets op de weg. De ziekenwagen. De politieagent. En daarna de begrafenis, waar ze niets over wist. De witte kist of…? Ze bedacht plots dat Marianne gecremeerd kon zijn.
-Denk je dat…?
Nina keek op. Nee maar, Bodil huilde. Haar wangen waren kletsnat, en ze deed niets om het te verbergen. Ze nam Nina nog steviger vast en fluisterde dat ze verder moest vertellen. Nina merkte tot haar verbazing dat de knoop in haar hoofd kleiner werd. Toen ze ophield met praten, was de knoop bijna helemaal weg. En eindelijk kon ze huilen. Ze boorde haar gezicht in Bodils buik en huilde en huilde, tot op Bodils overall een grote, natte vlek zat.
….
Het was heerlijk weer thuis te zijn, maar er waren nog een massa problemen die ze moest oplossen. Net voor ze in slaap viel, dacht ze aan Bodil. Die was lief, bijna een vriendin. Maar niet zoals Marianne. Niemand kon zijn zoals Marianne. Daarom zou ze nooit meer een echte vriendin hebben.
Fragment uit 'Dansen op dun ijs' van Pernilla Glaser
Drie maanden na jouw dood
Ik zit in de forensentrein op weg naar de filmstudio. Ik regisseer acteurs die stukjes spelen voor een televisieserie over allergie. Ik denk aan het werk.
Pang, ineens lijkt het of mijn voet dwars door het ijs is geschoten.
Plotseling voel ik me minder dan niets.
Ik mis hem meer dan wat ook ter wereld.
Nu wil ik naar huis.
Nu wil ik dat je terugkomt met alles wat vroeger van ons was.
Ik ben alleen geweest en ik heb het gerooid.
Ik heb zoveel gewerkt als ik kan, ik heb mijn rekeningen betaald en ik heb gewerkt. Ik heb de test doorstaan.
Nu kun je terugkomen en mijn beloning zijn.
In mijn hoofd flitsen scheermesjes, tabletten verbrokkelen tussen mijn tanden. Ik ben bang. Ik weet niet wat het leven van mij verwacht. Ik weet niet wat ik van het leven verwacht.
Als ik probeer te slapen komen er tranen.
Nee, nee, nee. Ik ril. Ik wil weg uit deze huid. Ik sta voor mijn raam en in mijn fantasie val ik neer op het asfalt.
Ik droom dat ik met twee vriendinnen naar zee ga. We dagen de golven uit. Plotseling zwemmen ze terug naar het strand. "Pas op," roepen ze naar mij. Ik draai me om en een enorme golf slaat over me heen. Ik verdrink. Ik word wakker doordat ik wanhopig naar adem snak.
Drie en een halve maand na jouw dood
Ik zit in de bioscoop. De filmheld staat bij het graf van zijn vrouw en vertelt hoe erg hij haar mist. Ik huil in mijn bioscoopstoel. Als ik de zaal uitloop, voel ik me mooi.
Ik ben stomverbaasd.
Op weg naar huis denk ik – natuurlijk! De schoonheid die ik draag berust niet op afstand houden. Ik ben mooi vanwege mijn ervaring. Ze is niet groot voor me. Ik ben groter nu. Groot genoeg voor wie ik ben. En klein.
Ik ben groot en klein.
Als en deken die zich om mij wikkelt, voor de eerste keer sinds jij ziek werd, rust.
Vier maanden na jouw dood
Ik droom dat ik met een groep mensen bij de zee sta. Een man zegt tegen me: "Dit lukt je nooit." Ik draai me om. Er komt een golf op me af, hoog als een huis en onbeschrijfelijk mooi, groen met een witte schuimkop. Ik ben bang, maar ik weet wat ik moet doen. Ik lach en duik erdoor.
Fragment uit 'De laatste regel' van Else Breen
Papa ging naast haar staan en pakte haar bij haar armen. 'Je mag het niet', zei hij. 'Begrijp je niet dat ik wil dat je het zolang mogelijk volhoudt?'
Ze stonden nu zo, dat ik alleen papa's gezicht kon zien – dat van mama niet.
'Je bent dus toch bij de professor geweest?' zei mama. Haar stem was nauwelijks hoorbaar. Ik keek naar haar rug. Ze had een blauwe lange broek en een coltrui aan. Ze leek klein en tenger.
'Ik kon niet anders', zei papa.
'Terwijl ik heb gezegd, dat je dat niet mocht doen!' Mama's stem klonk gekwetst. Het was dus niet het moment om iemand aan het schrikken te maken of om uit mijn schuilplaats te komen.
'Ik kon die onzekerheid niet langer verdragen', zei papa. 'Dat moet je toch begrijpen.' Hier werd zijn stem zachter, en het was alsof iemand een pijl door mijn hart schoot, toen ik papa hoorde zeggen 'Anne-Catrine, waarom moest ons dit overkomen?'
Hij sloeg zijn armen om mama heen en zo stonden ze dicht tegen elkaar aan. Mama tilde haar hoofd op en zei hardop: 'Waarom zou ons dit niet overkomen? Er gaan zoveel mensen dood aan die ziekte?'
Oh God! Ik had het gevoel dat ik aan de keldervloer vastgevroren was, terwijl mijn hart zo klopte, dat ik dacht dat zij het moesten horen…
'Waarom wilde je niet dat ik het wist?' mompelde papa in mama's haar.
Mama ging rechtop staan. 'Ik heb geen behoefte aan medelijden', zei ze. 'Ik wilde dat alles tussen ons zou blijven zoals het was. In ieder geval nog een tijdje. Daarna…'
'Denk je dat dit iets zal veranderen?' vroeg papa.
'Ja', zei mama met dezelfde heftige stem. 'Ik had nog een tijdje kunnen doen alsof ik gezond was. Begrijp je dat niet?' En ze drukte haar hoofd tegen papa's schouder. 'Ik wil dat je op dezelfde manier van me blijft houden, ik wil niet dat je medelijden met me hebt. En de kinderen…ik kan niet verdragen dat ze lopen te denken…Karsten, ik wil niet wegkwijnen, niet op die manier…Ik wil leven tot ik dood ga, snap je dat?'
Fragment uit 'Toen ik ouder was' van Garret Freymann-Weyr
De grafsteen met We zijn wie we liefhebben is van ene Juliet Kemp Tyron en die met Niet veranderd, maar verheerlijkt van George Kemp. Je ziet aan de data dat George lang voor Juliet is gestorven en dat Tyron dus waarschijnlijk de naam van haar tweede man is. Ik zou me kunnen afvragen waarom ze niet samen met haar tweede echtgenoot is begraven, maar een kleine grafsteen voor die van haar en van George verklaart alles.
Douglas, geliefde zoon van George en Juliet Kemp. Geboren op 17 november 1880, gestorven op 5 december 1884.
Vier jaar! Erhart heeft bijna twee keer zolang geleefd als die geliefde Douglas. Ik ga naast het kleine grafzerkje zitten. Ik vraag me af of ik moet huilen of opnieuw overgeven, maar vreemd genoeg voel ik me gelukkig hier, bij Douglas en zijn ouders. Ik had er tot nu toe nog nooit bij stilgestaan dat het niet zo slecht is dat Erhart altijd dezelfde zal blijven, hoe lang ik ook leef. George en Juliet zijn niet samen gestorven, maar door hier altijd te zijn, heeft hun geliefde vierjarige zoon Douglas hen altijd met elkaar verbonden.
Mijn vader brengt misschien honderd vrouwen mee naar het graf van Erhart. Ik zal misschien nooit begrijpen waarom hij op de ziekte van Erhart reageerde met een baan waarvoor hij altijd weg moest. Ik zal misschien dokter worden. Of niet. Nick en mama trouwen misschien. Misschien blijf ik de rest van mijn leven bij Francis of misschien groeien we uit elkaar als hij naar de universiteit gaat. Ik zal de mysteries van de tijd nooit kunnen ontsluieren, behalve één: mijn broer is dood en zal voor eeuwig zo blijven.
Liggen
Ze zijn met onnoemijk veel meer dan wij. En we kunnen ze niet allemaal een plaats geven, we zitten zelf al zo krap.
Ik heb er enkele die liggen en één die - hoe zal ik het zeggen, hangt, steekt, zweeft. In ieder geval één die niet ligt. En ik zag hem liever liggen.
Elk jaar opnieuw maken we het mee. De nabestaanden. Om zo'n grafsteen kunnen we verzamelen - en omhelzen, hoe denkbeeldig ook. Even samen de enig mogelijke richting uitkijken, naar de grond. Het is een moment van waarheid. Het speelt zich af in een landschap, of ten minste in een uitgestrektheid. En liggen is daarin de natuurlijke houding.
Dat is redelijk troostend.
Maar elk jaar opnieuw staan we ook samen naar een betonnen archiefkast te kijken. Een klein flatgebouw van doden. En elk jaar opnieuw weten we niet hoe te verzamelen. Ergens in zo'n ongemeubeld hok vertoeft onze dode, geprangd tussen andere, in belendende hokken. Ik zou daar mijn adem kwijtraken.
En we kunnen niet eens om hem heen gaan staan, hier is geen enkele omhelzing mogelijk. En waar kijken we naar? We staan maar wat rond te draaien. Elk jaar weer op zoek naar een houding, telkens dat bedremmelde niet-weten-wat-we-moeten. Hopeloos tastend in onze jassen. tegenover die blinde muur. Die postume ophokplicht.
En elk jaar opnieuw die polyfonie van bloemen over al die liggende doden. Dat dekbed geurende, zichtbare muziek. Maar over onze doden kunnen we helemaal niets leggen. Hij brengt zijn eeuwigheid dakloos door in een betonnen holte.
Nee, laat ze maar liggen. Liggen lijkt me de logische houding voor de doden. Liggen, in de grond, maakt de doden ook minder onbegrijpelijk. In zo'n archiefkast begrijp ik er niets van. Bovendien lijkt me het ook moeilijk rusten daar, maar dat zijn romantische gissingen van de onwetende levende.
Bernard Dewulf, uit de Loerhoek, 2006.
Instemming
Nog een groeischeut of twee en hij kijkt naar mij neer. Fietst mij fluitend op achterstand, ieder zijn eigen toekomst in. Kleine beer wordt zienderogen grote beer. Hij gelooft in zijn spierkracht. Maar ook in Sinterklaas. Nog even voor het slapengaan gaat hij voor de spiegel staan. Links de biceps, rechts de knuffel. Twee zielen in zijn jongensborst. Zonder tegenslag wordt hij onoverwinnelijk.
Hij gelooft ook in de hemel.
Hij zit zo boordevol geloof.
Soms zie ik hem zitten, in gesprek met de poes, en denk ik: mijn fabeldiertje. Hij kan fabelachtige dingen denken. Zoals de hemel. In zijn hemeldenken zijn fases geweest. Eerst was opa tussen de sterren, dan werden de sterren levende hemellichamen, daar kon opa niet zijn. Nu twijfelt hij, twee fases verder, aan de gouden lepels en de rijstpap.
Hij gelooft ook in het leven.
Hij heeft nog niet gevraagd, waarom leef ik. Wel, waarom gaan we dood. Het fabelachtige van het leven is nog niet tot hem doorgedrongen. Het ongevraagde ervan evenmin. voorlopig volstaan spieren en feestjes als beweegreden.
Als hij morgen ernstig ziek is en ondraaglijk lijdt, vinden de meeste Vlamingen in een enquête dat hij voor zijn dood mag kiezen. Net als volwassenen. Als Vlaming en volwassene vind ik dat ook. Maar misschien moet ik dan wel als ouder mijn instemming geven (sommige kranten schrijven 'toestemming', dat is iets heel anders). En dan ben ik al lang geen ondervraagde Vlaming meer, dan ben ik een wrak. Instemmen met zijn dood? Ga maar, jongen?
Ik ga duizend keer liever zelf.
Ik heb nooit op voorhand ingestemd met mijn bestaan. Hij ook niet met de zijne. Ik stem ook niet op voorhand in met mijn dood. Hoe zou ik dan kunnen instemmen met de zijne? En waarin stem ik dan toe, in het onvermijdelijke?
Als we zo beginnen.
Bernard Dewulf, uit de Loerhoek, 2006
4. Bijbelteksten
Alles heeft zijn tijd
Weet je,
alles heeft zijn tijd
niets gebeurt zomaar
alles gebeurt op zijn eigen tijd.
Als mens word je geboren
en ga je eens weer dood
en daartussenin leef je, groei je,
ben je steeds aan het worden:
in zonlicht en schaduw, bij dag en bij nacht,
word je steeds meer mens.
En daarbij heeft alles zijn eigen tijd:
Er is een tijd van krijgen en een tijd van geven.
Er is een tijd dat je zaadjes in de grond stopt
en een tijd dat je bloemen kunt plukken.
Er is een tijd dat je luchtkastelen bouwt
en een tijd dat je ze afbreekt voor iets nieuws.
Er is een tijd dat je lacht
maar soms moet je ook huilen.
Er is een tijd dat je danst
en een tijd dat je stampvoet.
Soms voel je je ziek
en dan voel je je beter.
Soms wil je niets zeggen
dan praat je honderduit.
Soms zet je je schrap
dan laat je je gaan.
Nu eens barst je van woede
en dan maak je het weer goed.
Er is een tijd van knuffelen
en een tijd van met rust laten.
Er is een tijd van zoeken
en een tijd van vinden.
Soms ben je boos op iemand
dan houd je er weer zielsveel van.
Zo is er ook oorlog en
Dan weer de vrede.
Er zijn tijden dat je iets kapot maakt
en er zijn tijden dat je kunt heelmaken.
Er zijn tijden van begroeten
en tijden van afscheid nemen.
En alles heeft zin in een mensenleven,
het is altijd weer nemen en dan weer geven,
zoals de zee met zijn eb en vloed als zomer en winter,
warmte en kou, leven en dood en toch weer leven!
Het geheim van de schepping gebeurt ook in jou,
als een adem, - adem in – adem uit – met heel de schepping.
Het is de Schepper zelf die in jou ademt
en alles draagt en behoedt.
Niets gaat verloren.
Wees maar gerust nu,
Alles komt goed.
Vrij naar Prediker, Yvonne van Emmerik, uit: Als vlinders konden spreken, Dabar-Luyten, 1997
Het Oude Testament
- Genesis 49, 29-33; 50, 1-14 Dood en begrafenis van Job
- Numeri 21, 4-9 De bronzen slang
- Job 7, 1-7 Mijn leven is niet meer dan een zucht
- Job 14, 1-4.7-15 Een mens leeft maar een korte tijd
- Job 19, 1.23-27a Ik ben er zeker van: mijn verdediger leeft
- Prediker 12, 1.3-7.13-14 Het stof keert terug naar de aarde en de levensgeest naar God die hem schonk
- Wijsheid 3, 1-9 of 3, 1-6.9 God heeft hem aanvaard als een brandoffer
- Wijsheid 4, 7-15 Een vlekkeloos leven is de ware ouderdom
- Wijsheid 5, 14-16 De rechtvaardige leeft tot in de eeuwigheid
- Wijsheid 9, 13-18 De aardse tent is een last voor de veeldenkende geest
- Jesaja 25, 6a.7-9 Het gastmaal op de berg
- Jesaja 35, 1-10 Verlost uit de ballingschap
- Jesaja 55, 1-11 Mijn gedachten zijn niet uw gedachten
- Klaagliederen 3, 17-26 Goed is het in stilte op redding van de Heer te wachten.
- Ezechiël 37, 1-14 De dorre beenderen
- Ezechiël 47, 1-12 De waterstroom uit de tempel
- Daniël 12, 1-3 Die slapen in het stof, zullen ontwaken
- Habakuk 1, 2-3; 2, 1-4 De rechtvaardige blijft leven door zijn trouw
- 2 Makkabeeën 12, 43-46 De gedachte aan de verrijzenis
Handelingen en apokalyps
- Handelingen 10, 34-43 Jezus is de aangestelde Rechter over levenden en doden
- Apokalyps 1, 5b-8 Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem aanschouwen
- Apokalyps 3, 8.10-13 Ik zal u bewaren in het uur van de beproeving
- Apokalyps7, 9-17 De menigte die niemand tellen kan
- Apokalyps 14, 1-3.4b-5 Staande voor de troon zingen wij een nieuw lied
- Apokalyps 14, 6-7.13 Zalig de doden die in de Heer sterven
- Apokalyps 20, 11-21,1 De doden worden veroordeeld naar hun daden
- Apokalyps 21, 1-5a.6b-7 De dood zal niet meer zijn
- Apokalyps 21, 10-11.22-27 Hij toonde mij de heilige stad die uit de hemel neerdaalde
Apostellezingen
- Romeinen 5, 5-11 De hoop wordt niet teleurgesteld, wij worden verzoend
- Romeinen 5, 17-21 door Jezus' dood en gered door zijn leven
- Romeinen 8, 14-23 Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos
- Romeinen 8, 31b-35.37-39 Dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus
- Romeinen 14, 7-9.10b-12 Wij wachten nog op de verlossing van ons eigen lichaam
- 1 Korintiërs 15, 12-20 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
- 1 Korintiërs 15n 20-24a.25-28 Of wij leven of sterven, de Heer behoren wij toe
- 1 Korintiërs 15, 35-50 Christus is opgestaan uit de doden
- 1 Korintiërs 15, 51-57 Allen zullen in Christus herleven
- 2 Korintiërs 4, 7-5, 1 Hoe verrijzen de doden?
- 2 Korintiërs 5, 1.6-10
- Efeziërs 1, 3-7 De dood is verslonden, de zege is behaald!
- Efeziërs 4, 15b-16 Altijd dragen we het sterven van Jezus in ons lichaam
- Efeziërs 5, 8-11.13-14 God heeft voor ons een gebouw gereed in de hemel
- Filippenzen 2, 6-11 In Christus hebben wij de vergeving van de zonden
- Filippenzen 3, 20-21; 4,1.7-9 Laten wij geheel naar Christus toegroeien
- 1 Tessalonicenzen 4, 13-14.17b-18 Sta op uit de dood en Christus licht zal over u stralen
- 2 Timoteüs 2, 8-13 Jezus, aan de mensen gelijk geworden
- Hebreeën 11,8-10.13-16 Ons vaderland is in de hemel
- 1 Petrus 2, 20b-25 Wij zullen voor altijd samen zijn met de Heer
- 1 Petrus 3, 15-18 Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven
- 1 Petrus 4, 13-16 Uitzien naar de stad waarvan God de ontwerper en de bouwer is.
Christus heeft voor ons geleden - 1 Johannes 3, 1-2 Gedood naar het vlees werd Jezus ten leven gewekt naar de Geest
- 1 Johannes 3, 14-16 Wie als christen lijdt, moet zich niet schamen, maar God eren met die naam
- 1 Johannes 3, 18-24 Wij zullen Hem zien zoals Hij is
- 1 Johannes 4, 7-10 Wij zullen overgaan van de dood naar het leven, omdat wij onze broeders liefhebben
- 1 Johannes 4, 11-16 God is groter dan ons hart en Hij weet alles
Antwoordpsalm
- Psalm 23 (22), 1-3a,4,5,6
- Psalm 25 (24), 6-7, 17-18, 20-21
- Psalm 27 (26), 1,4,7 en 8b en 9a, 13-14
- Psalm 34 (33), 4-5, 6-7, 16-17, 18-19
- Psalm 42 (41), 2-3,5; Psalm 43 (42), 3-4
- Psalm 43 (42), 1,2,3,4
- Psalm 63 (62), 2, 3-4, 5-6,8-9
- Psalm 102 (101), 2-3, 16-18, 19-21
- Psalm 103 (102),8 en 10, 13-14, 15-16, 17-18
- Psalm 116A (114), 5-6; Psalm 116B (115), 10-11, 15-16ac
- Psalm 121 (120), 2-3, 5-6, 7-8
- Psalm 122 (121), 1-2, 3-4b, 4c-5, 6-7, 8-9
- Psalm 130 (129), 1-2, 5-6b, 7-8
- Psalm 143 (142), 1-2, 5-6, 7-8a, 10-11a
Evangelielezingen
- Matteüs 5, 1-12a Verheugt u en juicht, groot is uw loon in de hemel
- Matteüs 10, 32; 39-42 Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden
- Matteüs 11, 25-30 Gij hebt deze dingen verborgen gehouden voor verstandigen maar ze geopenbaard aan kinderen
- Matteüs 14, 22-33 Storm op het meer
- Matteüs 16, 21.24-27 Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden
- Matteüs 18, 1-5.10 Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten
- Matteüs 24, 42-47 Weest waakzaam
- Matteüs 25, 1-13 Daar is de bruidegom, trekt hem tegemoet
- Matteüs 25, 14-23 De talenten
- Matteüs 25, 31-46 Komt, gezegenden van mijn Vader
- Marcus 4, 35-41 Waarom zijt gij zo bang
- Marcus 5, 21b-24.35-42 Meisje, ik zeg u: sta op
- Marcus 10, 13-16 Laat de kinderen tot mij komen
- Marcus 13, 33-37 Weest waakzaam want Gij weet niet wanneer de Heer komt
- Marcus 15, 33-39; 16, 1-6 Passie en dood van Christus
- Lucas 7, 11-17 Jongeling, Ik zeg je: sta op!
- Lucas 12, 35-40 Weest ook gij bereid
- Lucas 14, 25-33 Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn
- Lucas 22, 39-44 Laat deze beker aan Mij voorbijgaan
- Lucas 23, 33.39-43 Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs
- Lucas 23, 44-46.50.52-53; 24,1-6a Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest
- Lucas 24, 13-35 Moest de Messias dit alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?
- Johannes 3, 13-17 God heeft zijn eniggeboren Zoon gegeven, opdat al wie in Hem gelooft , niet verloren zal gaan.
- Johannes 5, 19-29 of 24-29 Zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil
- Johannes 6, 37-40 Ieder die in de Zoon gelooft, bezit eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag
- Johannes 6, 51-58 Wie dit brood eet, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag
- Johannes 10, 11-18 De goede herder
- Johannes 10, 27-30 Mijn schapen geef ik eeuwig leven
- Johannes 11, 17-27 Ik ben de verrijzenis en het leven
- Johannes 11, 17.32-45 Lazarus, kom naar buiten
- Johannes 12, 23-28 Als de graankorrel sterft, brengt hij veel vruchten voor
- Johannes 13, 31-35 Het nieuwe gebod
- Johannes 14, 1-6 In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen
- Johannes 14, 7-12 Wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe
- Johannes 14, 15-21 Ik zal u niet verweest achterlaten
- Johannes 14, 23-29 Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden
- Johannes 15, 1-8 Wie in Mij blijft, draagt veel vruchten
- Johannes 15, 9-17 Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden
- Johannes 17, 1-11a Gij hebt Mij macht gegeven om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij gegeven hebt
- Johannes 19, 17-18.25-30 Kruisiging en kruisdood van Jezus
- Johannes 21, 1-14 Jezus trad dichterbij, nam het brood en gaf het hun en zo ook de vis
5. Poëzie
Laatste gedicht
Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,
nu het met mijn leven bijna is gedaan,
de scheppingsdrift me ook wat is vergaan
met letterlijk de kanker in mijn lijf,
en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,
ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,
maar ik praat liever tegen iemand aan dan
in de ruimte en zo is dit wel
de gemakkelijkste manier om wat te zeggen), -
hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht
van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in
het onverhoeds onnoemelijke begint?
Of is het dat jij me er een onverdicht
woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt.
Hans Andreus
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind
die in de bomen klimt
Of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe ik je liefhad.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens liefhad
Als ik jou.
Hans Andreus
Twee
Destijds in kinderspelletjes kon je,
bv. als je veter was losgeraakt,
gewoon 'twee' zeggen, en dan stond je
even buitenspel, niemand mocht je dan nog aantikken.
Voor jou had dat moeten blijven gelden.
Dat je 'twee'' zei, ''ik ben even
mijn man kwijt', en dat die laatste tien jaar
Dan niet hoefden mee te tellen.
Of dat je, in plaats van te sterven,
gewoon verstoppertje speelde
en dat we je nog steeds
niet hadden gevonden.
Herman De Coninck
Wie gaat, wie blijft
Als ik verdwijn bestaat de wereld voort
de jonge bomen waaiend en volwassen
boven het glijdend groen van zoveel grassen,
de vogels gaan gewoon met zingen door
de sterren draaien met dezelfde naam
voor mensen met veranderende namen
in haar voor altijd uitgezette banen
zolang de zon duurt en de zomermaan,
Er zal een menigte van rozen zijn
En ronde sneeuw des winters op de wegen
En speelse pirouettes van de regen
En dag en nachten dag, als ik verdwijn.
Anton van Wilderode, uit: Verzamelde gedichten, Lannoo, 1987
Weggaan
Weggaan is iets anders
dan het huis uitsluipen,
zacht de deur dichttrekken
achter je bestaan en niet terugkeren
je blijft iemand op wie gewacht wordt.
Weggaan kun je beschrijven als
een soort van blijven
niemand wacht want je bent er nog.
Niemand neemt afscheid
want je gaat niet weg.
Rutger Kopland
Op de vlucht voor een landkaartje
Wij fietsten altijd samen.
Jij keek wel uit
voor twee; voor mij en jou.
'Want jij moet twee fietsen sturen,'
lachte je, 'met die fiets op je neus!'
Toen opende een portier
de poort naar de dood voor jou.
Je voorwiel draaide nog rondjes
terwijl jij al de bocht naar het einde
had genomen, je bloed nog
een rood landkaartje tekende
tussen de straatstenen.
Op dat landkaartje in mij
fiets ik stom alle paadjes af,
maar kan je niet, nooit vinden.
Nu fietsen wij altijd samen
jij en ik, en kijk ik wel uit voor twee,
want het is moeilijk sturen
met jou op mijn schouders.
Daniël Billiet, uit: Op de vlucht voor een landkaartje, Infodok, 1990
Ik dacht dat hoog in de lucht
mijn dood werd bewaard
in een zwarte ketel op een vuur
dat af en toe werd opgepord.
Op een keer zou mijn dood overkoken,
naar beneden stromen.
Ik had die gedachte op de hoek
van een bepaalde straat
op weg naar school.
Ik keek daar vaak omhoog
met een eigenaardig gevoel in mijn keel.
Ik zag nooit iets anders dan wolken, kraaien
of een meeuw.
Maar ik wist dat dat vuur daar brandde,
ik kon het sissen en pruttelen horen
en dacht: nu, nu misschien…
telde tot drie
en liep weer door.
Ik was bijna morsdood,
maar ik leefde nog.
Toon Tellegen, uit: Een langzame val, Querido, 1991
Ginds wordt mijn broer
begraven. Hij en ik, wij
zijn daar niet.
Een vogel fluit oneerlijk
mooi. Ik pluk een bloem
niet voor zijn graf
maar voor zijn kamer
voorgoed onaf.
Mijn handen zijn me vreemd.
Jammer dat een bloem
niet praat. Dood gaat ze ook.
'Verslensen'
zegt een woordenboek.
Alsof ik nieuwe woorden zoek
vol minder pijn.
Ed Franck, uit Onder jouw handen krijg ik een huid, Altiora, 1996.
Ze kijkt nog
één keer om
samen met haar
roodgestifte
mond
en op hoge hakken
neemt ze
alle kleuren
met haar mee
alleen
papa en ik
zwart
Marieke Bollen, uit 'Het donkerblauw gesnurk', jeugd en poëzie
Rogbiv
een straal
loopt langs je
wang
bedding
van kleuren
schilderij
van verdriet
grijze vegen
door je lach
gebroken penseel
Ellen Michiels, uit 'Het donkerblauw gesnurk', jeugd en poëzie
Een avond
vol bloesemgeur:
mijn oma
in de deur
zacht fluister ik
haar naam
maar niemand antwoordt
de sterren noch de maan
enkel steen
ben ik nu heel oud
en hard
en koud
wie weet of hier
een droom ophoudt
voor een oma
en haar kleinkind
of pas nu begint
Nele Warson, Te weinig handen om te wuiven, Davidsfonds, 1996
waterogen
ze gingen allebei
een andere kant uit
mijn moeder rechts
mijn vader links
ik
bleef in het midden
Louis Verdussen, uit 'Het donkerblauw gesnurk', jeugd en poëzie
een scherpe bocht
goed voor een vlakke dood
een drempel
die uit argeloosheid steekt
door het rillend hart
van te jong leven
en te vroeg
alle strijdlustigheden
staakt
en bevend kijken
hoe bloed
door het rioolijzer
druppelt
als een kapotte kraan…
Stefaan Vantyghem, uit 'Zo zonder muts en sjaal', jeugd en poëzie
een korrel zand
wij zijn nietiger dan een korrel zand,
het leven waaraan wij sterven, is echt
een lachtertje. jij, hij, zij en ik, wij zijn geen
geestigheden, stomheid gaat met ons hand
in hand, wij verloochenen onze stand,
stijgen boven eender welk wezen. alleen
wij zijn god. mijn god, wat zijn wij toch gemeen
tegen de metafysica. De mand
met appels doet man en vrouw nog altijd
watertanden, al is de grap er allang
af. van ons oorlogsverleden leren
wij geen sikkepit. Onze haat en nijd
is niet het anti-gif voor de oude slang.
ach, konden wij maar relativeren.
David Troch, uit 'Zo zonder muts en sjaal', jeugd en poëzie
broer
wat moeten wij straks
met ons zwijgen
als het mes door wat rest
van zijn vlees als door boter
zijn ziel niet ontziet
wat moeten wij straks
met ons lied
als zijn blik niet bedaart
en grimmig en
rusteloos staart
het kraakt daarbinnen
groeit uitzinnig
geen doet onder
hij lijdt de strijd
zijn tere buik
zijn weke benen
zijn stukgeslagen schouders
wat moeten wij straks
met ons
Mien de Graeve, uit 'Zo zonder muts en sjaal', jeugd en poëzie
vermoeid lossen bladeren greep
vallen op de grond, glijden
uit de bocht van het leven
in kronkelende lijnen
van ons samen zwijgen samen gezucht
woorden zijn nerven zonder
zin en bestaan. Alleen beelden
herinneringen kruipen nog
waar ze niet kunnen gaan
stilte korrelt je lippen toe als ijs
over alle grenzen heen zit je
schrijlings op de maan
strooit fluwelen sterretjes
in de oogjes van je zoon
en blaast adem in zijn hart
hij lacht in zijn slaap
aan Wouter
Hélène Claeys, uit 'niets rest dan stof en stilte', jeugd en poëzie
hing het in de lucht
of hing het reeds in ons hoofd
of gaven we misschien gewoon
onze teugels uit handen
vermoeid van het lange wachten
het was herfst. ik dronk
geluk uit je ogen en mond
terwijl je armen me als lianen
omsloten stroomde ik vol
van een nooit gekend gevoel
als elke gedachte was
tijd van ons afgevallen
je boog over mij. ik zag zon.
niet denken, dacht ik. niet denken
hoe het was zonder jou
niet denken hoe het zou zijn zonder
jou met enkel herfst rondom mij
Hélène Claeys, uit 'niets rest dan stof en stilte', jeugd en poëzie
En toen het vuur de aarde raakte
sprongen de kiezels op
tot aan het venster van de hemel
en stootte je de laatste lucht de kamer in
je vervloog tot een stille schim waarin
de dood maar al te graag
zijn sporen sloeg
Vandaag, nu alles vager en later en voorbij is
kom ik even voor je staan
de grond is koud, de bloemen hard
en je stem stokt onder de houten eenzaamheid
waarin dagen voorbijvaren
met de snelheid van een nooit aangekomen brief
heb je honger, niet te koud?
als ik kon bracht ik je thuis
waar gemis samen met de soep
op tafel wordt geschoven
en de uren dagen worden
dit weet ik nu:
de dood trekt lijnen dieper dan ik dacht.
Katrien Van der Borght, uit 'niets rest dan stof en stilte', jeugd en poëzie
smekend
leg ik je in 't
fluisterend gras
neer
sluit strelend je
verbaasde
ogen
en begraaf
je in de troostende
aarde
wankel
hobbel ik in
tranen
verder val neer huil
als een zoon die bidt
voor zijn vader
tot zijn Vader
verdrink in een
eeuwigheid van
tranen
tot de hemel zich verduistert
en de aarde in vlammen
uiteen barst
Gilles De Troyer, uit 'niets rest dan stof en stilte',jeugd en poëzie
Je vergist je
als je denkt: het gaat weer goed met haar.
Ik ben een schim van wie ik was
een bedrieger, een leugenaar.
Je ziet me schijnbaar
leven, lachen.
Ik loop rechtop
ik speel een rol
ik heb een rugzak
waarin ik al mijn pijn verberg.
Je vergist je
ik omhul de diepte van mijn verdriet
de tranen komen straks
als jij weg bent
in de warmte van je gezin
dan zoek ik de liefste die ik bemin.
Claire vanden Abbeele
Wij volgen één voor één hetzelfde pad,
en worden met dezelfde maat gemeten;
ik zie mijzelf nu bij zijn bed gezeten
zoals hij bij zijn eigen vader zat:
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos
ik hem heb liefgehad.
Jean-Pierre Rawie
Alsof ze nog op me wacht
en ik haar niet kan vinden
niet hier, niet daar,
niet ergens waar.
De lege plek
ze grijnst me toe
terwijl ik met betraande ogen
schreeuw:
ooit zie ik je weer.
Claire Vanden Abbeele
De datum dat je jarig bent,
de avond van Oudjaar;
dat zijn van die extra moeilijke
en zo zijn er nog een paar.
Maar toch is dat het ergste niet;
je bereidt je erop voor
Je wapent je, je zet je schrap
en zo kom je er wel door.
Nee, 't moeilijkst is als onverwacht
't verleden binnendringt.
Als iemand iets over je vraagt,
of muziek van toen, plots klinkt.
Een geur, een woord of een gebaar
waarin ik jou herken,
laten me pijnlijk voelen
hoe kwetsbaar ik nog ben.
Ina van Beek
Getekend
ooit kleurde ik voor moederdag
mijn papa geel en paars en kaal.
'O, maar die heb ik al,' lachte ze
en legde mijn werk bij het fruit.
Papa redde haar eruit en hing
zich op aan de koelkast.
twee dagen later vroeg ik mama
naar mijn tekening. 'Ik heb opgeruimd,
een mens moet niet alles bewaren.'
Dat mijn dagen moeder kleuren
in grijs en kou en zwart en gemis,
in gedichten waarin het tocht
omdat we altijd alle deuren naar elkaar
almaar dichter sloten, vergeef me
ons met opeengeklemde lippen.
Zo goed geluisterd, zo hard
opgelet, dat mijn moeder mij al lang
kwijt was vooraleer de dood haar wou
bewaren.
Daniel Billiet
Nooit voorbij
Onwillig moet ik dit bekennen:
tussen een handvol zussen en broers baarde je
mij. Maar waarom
kwam je nooit tot leven
in mij?
Ook ging je dood. Kan iets
verdwijnen dat nooit is geweest?
Toch ging je dood. Het hoefde niet
echt je was al zo lang voorbij.
Waarom dan nu, nu nog
mij kwellen met je onbestaan?
Toen je stierf, kwam de eerste dag
tot leven dat ik je echt mocht
aanraken.
Het maakte me koud.
Daniel Billiet
De gestorvene
Zeven maal om de aarde te gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zeven maal, om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren-
Zeven maal over de zeeën te gaan-
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.
Ida Gerhardt
Sotto Voce
Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.
Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.
M. Vasalius
Grensgeval
Doodgaan is niet te beschrijven,
ook al heb ik aan den lijve
die krimpende kou gevoeld
onder de zwetende huid
en de verwarring in het hoofd
van niet meer blijven
en dat je tenslotte gelooft
wel te moeten verstijven
om smeltend vlees te worden
en roestende beenderen, een geraamte
waar niemand meer omheen woont.
Doodgaan is zelfs niet meer kunnen
denken aan
het simpelste dat er was:
bomen, een straat,
brieven van vrienden,
kamers vol praten,
het klaarkomen van een vrouw,
het zwijgen van bomen en bloemen en gras.
Zo doodgaan gaat niet gauw,
duurt eindeloos,
en alles en iedereen
en God of mens
is ver
heen.
En O die belachelijke laatste
poging om dood alleen
de boel nog bij elkaar te houden
tijdens het eindelijk vervluchtigen-
niette beschrijven, niet werkelijk
na te vertellen, en zeker niet
door deze nog bleek bevende
maar herlevende ikzuchtige
die toch weer overbleef.
Hans Andreus
Niets
Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse
reis
en er met vrienden en vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen
en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen
En ook verder kunnen ze niets.
Cees Nooteboom
'O, als ik dood zal, dood zal zijn…'
'O, als ik dood zal, dood zal zijn
kom dan en fluister, fluister iets liefs,
mijn bleke ogen zal ik opslaan
en ik zal niet verwonderd zijn.
En ik zal niet verwonderd zijn;
in deze liefde zal de dood
alleen een slapen, slapen gerust
een wachten op u, een wachten zijn.'
Jan Hendrik Leopold
Album III
dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos.
arm ding, dat alle glorie verloor.
zij komt: een juf gestikt in een mevrouw.
haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.
dit liefelijk karkas met pruikebol,
ik kan het domweg niet vergeten.
hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest.
Luuk Gruwez
Dood, ik zal sterven, maar da's alles wat ik doe voor jou.
Ik zal niet bang zijn, veel plezier ga je er niet aan beleven.
Ik zal niet zuchten en niet huilen en niet beven.
dood, ik zal sterven, maar da's alles wat ik doe voor jou.
Ik heb gearbeid in de wijngaard van het leven.
En van die wijn komen de vlekken op mijn huid.
drie vrouwen zijn me komen wassen, hier zo even,
en kregen er die vlekken niet meer uit.
Laat mij dus zo maar wachten, als een bruid.
Want ik zal sterven, maar da's alles wat ik doe voor jou.
Ik laat je niet veel over. Mijn gezicht is grauw.
Ik zal je aankijken met twee ogen van glas.
En als je ligt te pompen op mijn arm karkas
zul je wel merken dat je niet de eerste was.
Herman de Coninck.
een avond
vol bloesemgeur:
mijn oma
in de deur
zacht fluister ik
haar naam
maar niemand antwoordt
de sterren noch de maandag
enkel steen
ben ik nu heel oud
en hard
en koud
wie weet of hier
een droom ophoudt
voor een oma
en haar kleinkind
of pas nu begint.
Nele Warson, 12 jaar
6. Muziek
Nederlandstalige luisterliederen
- Zeg me dat het niet zo is, Frank Boeijen
- Alles kwijt, Marco Borsato
- Nooit meer een morgen, Marco Borsato
- Papa, Stef Bos
- De tederheid, Stef Bos
- Tijd om te gaan, Stef Bos
- We komen en we gaan, Stef Bos
- De roos, Ann Christy
- Afscheid van een vriend, Clouseau
- Oker, Cloudeau
- Onderweg, Boudewijn de Groot
- Mag ik komen in je dromen, Bart Herman
- Slaap mijn kind, Bart Herman
- Afscheid, Paul de Leeuw
- Regenboog, Spring
- Als ik doodga, Urbanus
- Praat dan wat, Herman van Veen
- De steen, Bram Vermeulen
- Leeg, Bram Vermeulen
- Het is niet waar, Bram Vermeulen
- Testament, Bram Vermeulen
- Runeke’s litanie, Willem Vermandere
- Die laatste dag, Willem Vermandere
Anderstalige luisterliederen
- In my life, The Beatles
- Sanctuary, Luka Bloom
- Il Cantico delle Creature, Branduardi
- Ne me quitte pas, Jacques Brel
- Time to say goodbye, Sarah Brightman & Andrea Bocelli
- C'était l'hiver, Francis Cabrel
- Into my arms, Nick Cave
- Tears in heaven, Eric Clapton
- Paris-Texas, Ry Cooder
- I'll be missing you, Puff Daddy
- See the sun, Dido
- My heart will go on, Céline Dion
- Vole, Céline Dion
- Blowing in the wind, Bob Dylan
- Forever young, Bob Dylan
- The Stars Shine in the Sky Tonight, Eels
- Evening falls, Enya
- Circle of live, Elton John (uit de Lion King)
- Candle in the wind, Elton John
- My immortal, Evanescence
- Since I lost you, Genesis
- Walking higher, Heather Nova
- Friend of mine, John Hiatt
- Oh Carolina, Byron Lee & The Dragonaires
- Imagine, John Lennon
- One sweet day, Mariah Carey & Boyz II Men
- In the hour, Melanie
- Beloved wife, Natalie Merchant
- Always on my mind, Willie Nelson
- This is tho mother you, Sinead 0'Connor
- Black, Pearl Jam
- Last kiss, Pearl Jam
- My Way, Frank Sinatra
- You're missing, Bruce Springsteen
- Fragile, Sting
- Lead me Lord, Wesley (psalmbewerking)
- Angels, Robbie Williams
- Everybody hurts, R.E.M.
- Stairway to heaven, Led Zeppelin
Klassieke muziek
- Cello-suiten, J.S. Bach, solist Mstislav Rostropovich
- Pie Jesus, Gabriel Fauré
- Lascia ch'io pianga, Handel
- Ave Verum, W.A. Mozart
- Laudate Dominum, W.A. Mozart
- Lacrimosa, W.A. Mozart
- Carmina Burana, Carl Orff
- Adagio, F. Schubert
- Requiem für Mignon, R. Schumann
- Vier letzte Lieder, Im Abendrot, R. Strauss
- Vier letzte Lieder, Beim Schlafengehn, R. Strauss
- De vier jaargetijden, zomer, Vivaldi
7. Novemberbezinning
Bezinning met foto's, achtergrondmuziek en voorgelezen gedichten.
Met dank aan fotograaf André Bertels.
Novemberviering
![]() |
Novemberviering, bij het thema Rouwen |
| *Klik op de afbeelding om de video af te spelen | |
Leerplannen
Inleiding
Op school doceert men vakken als talen, wetenschappen, informatica, wiskunde en geschiedenis omdat die nuttig zijn voor het verdere leven. Omgaan met verlies en verdriet wordt echter niet systematisch geleerd, ook al is dat misschien nog nuttiger. Het is belangrijk dat men niet voor de school, maar voor het leven leert.
Leren omgaan met afscheid nemen, is fundamenteel in ieder mensenleven. Net omdat het ieder mens vroeg of laat raakt, is het de taak van de school om kinderen en jongeren hierop voor te bereiden. Deze voorbereiding gebeurt niet éénmalig, maar men streeft naar een verticale opbouw waar men rekening houdt met de psychische, socio-emotionele en spirituele ontwikkeling van het kind. Deze voorbereiding start best al in de kleuterklassen en loopt via het basisonderwijs verder naar het middelbaar onderwijs.
In dit deel wordt er aandacht besteed aan de opbouw rond 'lijden en dood' binnen het vak godsdienst en tegelijkertijd kijkt men of er een verticale opbouw terug te vinden is over de verschillende jaren.
Eerste graad
De pedagogisch-didactische grondopties en hun implicaties
In het leerplan van het secundair onderwijs vindt men bij 2.1. 'Eerbied voor depersoon van de leerling', 2.1.1. 'Aandacht voor de beginsituatie', de volgende zin: Bepaalde emotionele gebeurtenissen zoals het verlies van een familielid, het 'afpakken' van een vriendof vriendin kunnen het emotioneel welbevinden van de leerling gedurende kortere of langere tijd sterk beïnvloeden.
Deze zin maakt onmiddellijk duidelijk dat de godsdienstleerkrachten bij aanvang van het schooljaar op de hoogte moeten zijn over de belangrijkste verlieservaringen van hun leerlingen. Ze kunnen de leerling maar nabij zijn als ze op de hoogte zijn gebracht van deze gegevens. Deze informatie kan door de leerlingenbegeleiding doorgegeven worden.
Het beroepsvoorbereidend leerjaar en 1B
In de raamleerplannen van 1B heeft men aandacht voor rouw in het terrein 'Leven metgrenzen'. In de terreinomschrijving vindt men het volgende: "Mensen ervaren op een heel concrete wijze begrenzing in hun leven. Mensen zeggen en doen iets met deze begrenzing. Mensen zeggen en doen ook iets of niets met de pijn die ze zien bij anderen."
De doelen die dienen nagestreefd te worden:
- uitdrukken op welke wijze mensen pijn ervaren.
- aantonen hoe mensen/christenen omgaan met pijn in hun leven.
- vluchten en verwerken als mogelijke houdingen tegenover lijden verkennen.
- meevoelen met de pijn van anderen.
- Jezus' omgaan met lijdenden beluisteren.
- Jezus' omgaan met eigen lijden beluisteren (Algemene werkvormen eerste graad) .
Eerste jaar A-stroom
Tijd
In het terrein 'tijd' zijn zeker openingen te vinden om pijn binnen te brengen. In de terreinomschrijving 'Hoe interpreteer ik de tijd?' staan de volgende omschrijvingen:
- lijn, cirkel, stijgende of dalende lijn
- rituelen, feesten, scharniermomenten
- samenspel verleden – heden – toekomst
Eén van de doelen binnen het terrein 'tijd' van het eerste jaar is "de kijk op de levensloop van een mens vanuit enkele levensbeschouwingen uit de eigen omgeving omschrijven en illustreren. Aangereikte ingrediënten zijn:
- verschillende interpretaties van de levensloop van een mens
- vieren van biografische momenten in verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen "
Deze omschrijvingen maken het mogelijk om pijn, rouw en verlies binnen te brengen in de lessen godsdienst. De klemtonen ligt op de hoogtepunten van het leven. De scharniermomenten in een leven zijn geboorte, puberteit, huwelijk en dood. Tijdens deze momenten komen het transcendente, het biologische en het psychische bij elkaar. Riten ontwikkelen zich op deze scharniermomenten. Het spreekt voor zich dat men in de puberteit aandacht besteedt aan het scharniermoment 'puberteit' met de daarbij horende rituelen. Men heeft op dat ogenblik als godsdienstleerkracht de kans om de andere scharniermomenten in de lessen binnen te brengen, met een bijzondere aandacht voor het scharniermoment 'dood', gecombineerd met de rituelen die men in andere godsdiensten aantreft.
Verhalen
De hoofdvraag in het terrein 'verhalen' is:
- hebben verhalen invloed op mijn/ons leven?
- is ook mijn leven een verhaal?
- een verhaal is een kijk, een interpretatie van leven, tezelfdertijd helpt het de eigen identiteit te vinden en te wortelen
"Een verhaal is leven: verhaal duiden als omgaan met vragen en ervaringen, verhaal als boodschap. Ervaringen en vragen in verhaal brengen".
Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, juist omdat de dood onvermijdelijk bij het leven hoort. Leerlingen gaan op zoek naar mogelijke betekenissen en waarden van de dood. Verhalen zijn ideale aanknopingspunten om de dood binnen te brengen in de klas. Vanuit een verhaal kan men samen met de klas zoeken naar de betekenis en waarde van de dood. 'Op een ochtend klopte de mier al vroeg' (een verhaal van Toon Tellegen) geeft de mogelijkheid aan leerlingen om vragen en ervaringen naar boven te laten komen. 'Misschien wisten zij alles' van Toon Tellegen bevat nog veel andere bruikbare vertelsels voor het secundair onderwijs om te werken rond verlies en afscheid nemen (Algemene werkvormen eerste graad werken met verhalen).
'Is mijn leven een verhaal?', deze vraag kan leerlingen uitnodigen om bij hun eigen leven stil te staan. Een gebeuren dat niet alleen bestaat uit hoogtepunten maar ook uit dieptepunten. Leerkrachten nodigen leerlingen niet alleen uit om naar vertelsels te luisteren, maar laten hen zelf ook vertellen over hun pijn, verdriet en onmacht. Het raamleerplan in het eerste jaar van de eerste graad geeft mogelijkheden om rond verlieservaringen met leerlingen te werken, al staat het niet echt expliciet geschreven. Als we onze leerlingen willen voorbereiden op het leven, horen we van deze mogelijkheden gebruik te maken. De verticale opbouw gebeurt niet voldoende in het secundair onderwijs.
Tweede jaar A-stroom
Pijn
In het terrein 'pijn' vertrekt men van de beginsituatie dat heel wat leerlingen ervaringen met pijn hebben. Ze hebben ervaringen van angst, ziekte, ongeval, gepest worden, de dood van…, mislukken, onmacht. De ervaring van pijn versterkt soms het gevoel van eenzaamheid. De meeste leerlingen staan open wanneer anderen met hen op weg willen gaan om de pijn te helpen dragen.
De terreinomschrijving 'Leven met pijn' is opgebouwd uit drie luiken:
- Welke pijn ervaren mensen?
- Hoe reageren mensen en gaan ze om met pijn?
- Hoe pijn verwerken en duiden?
Als doelen vindt men binnen dit terrein:
- Het omgaan met pijn als een belangrijke levensopdracht herkennen en uitleggen.
- In het omgaan met lijden een kijk op leven en God aanduiden.
- In verschillende godsdiensten elementen van uitzicht en hoop aangeven en met voorbeelden illustreren.
- Jezus' houding tegenover het menselijk lijden typeren en bespreken.
Het terrein 'pijn' geeft heel wat mogelijkheden om met leerlingen stil te staan bij verlieservaringen. In de terreinomschrijving 'hoe pijn verwerken en duiden' kan men op een eenvoudige manier het takenmodel van J.W. Worden bespreken. Dit takenmodel kan men vertalen naar kinderen en jongeren. Men kan leerlingen handvatten aanreiken hoe ze klasgenoten kunnen helpen bij deze rouwtaak. (Rouw bij jongeren: rouwmodel van Worden)
De terreinomschrijving 'hoe reageren mensen en gaan ze om met pijn?' geeft de ruimte om met jongeren na te gaan, wat dood en sterven voor hen betekent. Deze omschrijving geeft leerkrachten de mogelijkheid om leerlingen duidelijk te maken hoe ze klasgenoten cognitief en emotioneel kunnen helpen bij pijnervaringen.
Binnen de omschrijving 'welke pijn ervaren mensen?' kan men de verschillende pijnen duiden. Men kan aandacht besteden aan de psychische, de sociologische, fysische en spirituele pijn. Als leerkracht focust men best op wat deze pijnen voor pubers concreet betekenen. (Rouw bij jongeren: psychische, sociale, fysische en spirituele pijn)
De doelen hebben een interreligieus karakter. Naast Jezus' houding tegenover de lijdende mens, is er ruimte voor het omgaan met lijden in andere religies.
Innerlijkheid
De terreinomschrijving 'Wat leeft in mij/ons?' is gerelateerd aan drie vragen:
- Wie of wat raakt mijn binnenkant?
- Waaraan hecht ik mij?
- Hoe en waarin uit ik dit?
In dit terrein heeft men aandacht voor de gevoelens. Wat brengt mij tot die gevoelens? Men nodigt leerlingen uit om te oefenen in het verwoorden van hun binnenkant, in luisteren, bezinning en gebed. (link meditatief materiaal en link curatieve werkvormen: rouwtaak 2)
Een doel in dit terrein is 'luisteren en openstaan voor wat mensen beroert'. Het raamleerplan reikt volgende ingrediënten aan:
- het brede spectrum van gevoelens: blij, bang, boos en verdrietig
- verschillende gevoelens en hun beweegredenen
- non-verbale communicatie
'Waaraan hecht ik mij?', verwijst naar houden van mensen en dingen. Enkel mensen die in staat zijn tot liefde, om te houden van mensen, ervaren ook verdriet. Verdriet is de andere zijde van liefde. Zoals Gibran schrijft "Men weent om wat vreugde schonk". Het rouwen is dan een manier van omgaan met verdriet, het is door verdriet heen groeien, om geleidelijk te worden hersteld tot heelheid. Men krijgt als leerkracht de kans om leerlingen duidelijk te maken dat liefde en pijn nauw met elkaar verbonden zijn. Rouw is verbonden met een spectrum van emoties. Vaak kunnen leerlingen deze gevoelens zelf niet allemaal plaatsen. Op een creatieve manier kan men leerlingen deze emoties leren herkennen en erkennen. Deze uiten zich vaak non-verbaal. Als leerkracht kan je leerlingen gevoelig maken voor de non-verbale taal die vaak aanwezig is bij rouwende adolescenten. (Curatieve werkvorm: rouwtaak 2: mijn gevoel, mijn kleur, mijn symbool)
Besluit
Het raamleerplan schept in de eerste graad heel wat mogelijkheden om aandacht te besteden aan verlieservaringen bij jongeren. Toch zien we dat de klemtoon vooral ligt in het tweede jaar van de eerste graad. Opvoeden is een proces van geleidelijkheid en herhaling, rekening houdend met de psychische ontwikkeling van de jongere. Vanuit dit standpunt bekeken, is het beter dat men elk jaar aandacht besteedt aan deze thematiek in plaats van één terrein 'pijn' in het tweede jaar ermee te overladen.
Tweede graad
Beginsituatie
Het leerplan omschrijft de beginsituatie van leerlingen van drie ASO als volgt: "leerlingen hebben ervaringen van verdriet omwille van eenzaamheid, verliefdheid, afbreken van vriendschappen, echtscheiding en nieuw-samengestelde gezinsvormen kunnen een grote rol spelen in hun leven'. Negatieve ervaringen (bijvoorbeeld: liefdesverdriet, een sterfgeval in de nabije omgeving) kunnen leiden tot problemen (onder andere depressiviteit en zelfmoordgedachten) en verlangens (naar geborgenheid en begrip)."
De godsdienstleerkracht wordt wel heel dikwijls gezien als een vrouw of een man die naast de lessen tijd en aandacht heeft voor de leerlingen en in het bijzonder voor leerlingen met moeilijkheden. Vanuit hun nood aan vertrouwen, raad, luisterbereidheid en gesprek met een volwassene, wordt de leerkracht soms in vertrouwen genomen over zeer persoonlijke problemen.
De godsdienstlessen dragen kansen in zich. Als de godsdienstleerkracht laat blijken dat het geen theorie is die hij/zij verkondigt maar een levenswijze, dan kan een open dialoog in de godsdienstlessen een waardevolle bijdrage betekenen in de groei als jong-volwassenen.
Leerlingen ervaren het vak godsdienst als één van de enige vakken waar zaken aan bod kunnen komen als het verwoorden van hun relationele, sociale en existentiële ervaringen; waar tijd is om stil te staan bij verdriet en mislukkingen.
Terreinen
In de tweede graad besteedt het leerplan geen aandacht aan rouw en pijn.
Besluit
Als men de beginsituatie leest, is het leerplan zich bewust van de psychische ontwikkeling van de jongeren. Het leerplan spreekt over negatieve ervaringen en ervaringen van verdriet bij de jongeren. De les godsdienst is de les bij uitstek om stil te staan bij hun verdriet.
Opvallend is dat het leerplan aandacht besteedt aan de relationele, lichamelijke en psychische ontwikkeling van de jongere. Een ontwikkeling die gepaard gaat met verdriet en ontgoochelingen. Maar het leerplan heeft in de tweede graad op geen enkel moment oog voor rouw en afscheid nemen, niettegenstaande jongeren op deze leeftijd zeer kwetsbaar zijn. De jongeren willen bij de groep horen en gaan hun gevoelens van pijn verbergen terwijl ze vaak innerlijk verward zijn. Tegelijkertijd hebben ze een grote behoefte aan geborgenheid en veiligheid. Deze geborgenheid, veiligheid en vertrouwen vinden ze vaak bij hun godsdienstleerkracht. Wanneer de godsdienstleerkracht les geeft over verlieservaringen, schept hij/zij een sfeer van vertrouwen. Hij/zij zal dan ook vaak deze signalen opmerken. Een goede leerkracht zal buiten de les ruimte creëren voor een gesprek waar de jongeren met hun verdriet terecht kunnen.
Waar er in de eerste graad ruimte is voor pijn en verdriet, ontbreekt dit terrein in de tweede graad volledig. Dit maakt een continue en verticale opbouw moeilijk. De beginsituatie is goed omschreven, maar men verwerkt deze beginsituatie niet in terreinen of doelen. Men suggereert dat jongeren soms met zelfmoordgedachten of zelfmoordplannen zitten, maar men verwerkt deze insteek niet in het leerplan. Niettegenstaande de zelfdoding bij jongeren de tweede belangrijkste doodsoorzaak in Vlaanderen is. (
Algemene werkvormen tweede graad)
Derde graad
Omgaan met grenzen (ASO)
De beginsituatie bij 'omgaan met grenzen' omschrijft dat "de confrontatie met lijden, ziekte, kwaad, dood en onmacht ook jonge mensen opvordert om er mee om te gaan en hen aanzet deze ervaringen te plaatsen in het geheel van hun leven. Midden in die ervaring van of denken rond lijden, kwaad en dood, groeit zicht op zin en onzin"
De terreinomschrijving bevat drie luiken:
- Er zijn grenzen in het leven die ons vragen doen stellen
- Deze vele grenzen (het lijden, het kwaad en de dood) zien en niet zien
- Christenen en niet-christenen worden opgevorderd door grenservaringen: verschillende ervaringen/rituelen van gedragen en omringd zijn
Doelen:
- De vraagstelling bespreken die groeit in en uit grenservaringen
- Aangeven hoe christenen omgaan met lijden en kwaad
- Weergeven wat christenen verstaan onder 'hoop' en 'opstanding'
- Concrete vormen van opvang en zorgzaam omgaan met grenservaringen
Ingrediënten:
- Het spreken over God in ervaringen van lijden en dood
- Grens als vindplaats voor transcendentie
- Openheid en taboe
- Teksten uit de uitvaartliturgie, getuigenisverhalen
- Enkele bijbelse en andere gebedsteksten
- Verschillende pastorale benaderingen van grenservaringen
Levensbeschouwing en ethiek (ASO)
Beginsituatie: "De leerlingen beginnen te ervaren dat levenssituaties hen voor ethische vragen stellen. Ze beginnen ook in te zien dat hun ethische oordelen niet meer louter gebaseerd zijn op wat werd aangeleerd of wat normen voorschrijven."
Terreinomschrijving:
"Heel wat levenssituaties vragen om een ethische benadering. Het christelijk-kerkelijk ethisch denken en spreken daagt - in het spoor van Jezus van Nazareth - uit tot een radicale en kritische keuze voor menswaardigheid en voor solidariteit met de zwakste."
Doelen:
"Met concrete voorbeelden aantonen dat een christelijke houding van personen of groepen een originele en krachtdadige invloed kan uitoefenen op maatschappelijk denken en handelen."
Wat ervaar ik aan grenzen in het samen-leven? (BSO)
De terreinomschrijving:
Ook tegenover lijden en dood reageert men verschillend (confrontatie, vlucht, taboe, kick, worstelen, overgave)
- In de samenleving vertolken allerlei rituelen, gebaren en woorden op een gevarieerde wijze het omgaan met deze grenservaringen
- Christenen gaan op een eigen manier om met lijden en met de ervaring van grenzen en menselijke beperktheid
Doelen:
- Onderscheiden hoe men in de maatschappij omgaat met grenservaringen
- Het omgaan van christenen met lijden en dood typeren
- De kracht van het verrijzenisgeloof en hoop bij christenen illustreren
Ingrediënten:
- De plaats van lijden en dood in het eigen leven
- Lijden en dood: de angst en onmacht van mensen onderkennen
- Lijden en dood: de kracht ter verwerking onderkennen
- Lijden en dood: vertellen hoe christenen erop ingaan
- De kwaliteit van leven in grenssituaties
- Rituelen/symbolen rond lijden en sterven
- Sacrament van de ziekenzalving
Lijden en hoop (TSO)
Beginsituatie:
"Jongeren worden in hun leven en samen leven geconfronteerd met grenzen: beperkingen, eindigheid, lijden en dood. Ermee omgaan en erover spreken is moeilijk".
Terreinomschrijving:
- Welk lijden ervaar je? Hoe beleef je een lijdenssituatie?
- Hoe gaan we ermee om? Wie of wat draagt je in het lijden?
- Wat is het belang van communicatie in een lijdenssituatie?
- Welke duiding en praxis hebben levensbeschouwingen in grenssituaties?
- Is er nog perspectief voorbij de eindigheid?
Doelen:
- Aangeven wat het lijden aan vragen doet stellen
- Jezus' aandacht voor de lijdende mens illustreren met bijbelfragmenten en terugvinden in de levenshouding en engagementen van hedendaagse christenen
- In levensverhalen ontdekken hoe menselijke eindigheid en beperktheid een uitnodiging kan inhouden om nieuwe levenskeuzes te maken
- Sterven en rouw bespreekbaar maken als een wezenlijk deel van elk leven
- De benadering van grensvragen in lijden en mislukken vanuit verschillende levensbeschouwingen formuleren
- Geloofstaal bij lijden en hoop op verrijzenis herkennen en situeren
Ingrediënten:
- Grenzen in mijn leven: wat je overkomt
- Pastorale brieven, begeleiding, therapie, communicatie en zelfhulpgroepen
- Communicatie in lijdenssituaties (luisteren, troosten, zwijgen en verwoorden)
- Medelijden, bewogen worden, nabijheid, barmhartigheid
- Fases in het omgaan met lijden
- Mensen breken of mensen groeien door lijden
- Job en de godsvraag in het lijden
- Atheïstisch humanisme
- Boeddhisme
- Gestalte van de dood (zelfdoding, euthanasie, aids, weekenddoden, overdosis,…)
- Rouwen als proces
- Gebed in het lijden en de ziekenzalving
- De uitvaart en begrafenis: bekendmaking, deelneming en liturgie
Vergelijking van de raamleerplannen in het eerste jaar van de derde graad
Het grensmoment 'het afscheid' staat centraal in het ASO
In het eerste jaar van de derde graad ASO heeft men in het terrein 'omgaan met grenzen' ook oog voor verlieservaringen. Deze terreinomschrijving maakt het mogelijk om stil te staan bij palliatieve zorgverlening, dementie en de euthanasieproblematiek. Men bevindt zich bij deze drie problematieken telkens in een grenssituatie. De palliatieve settings kunnen voorbeelden zijn hoe christenen zorgzaam omgaan met deze grenservaringen. De pastor op een palliatieve setting gebruikt vaak een aantal rituelen die het gedragen worden en omringd zijn uitdrukken op deze grensmomenten. Dit terrein besteedt vooral aandacht aan de momenten voor het afscheid nemen. Het rouwproces vindt hier al vaak zijn vertrekpunt. Men rouwt om datgene wat niet meer is of kan. Wanneer men de directe nabestaanden goed voorbereidt en begeleidt in deze fase, zal het rouwproces na het overlijden meestal beter verlopen. (algemene werkvormen: ethiek en sterven)
Weinig aandacht voor de nabestaanden in het ASO
Het positieve van het raamleerplan is de aandacht die men besteedt aan de grensmomenten en de pastorale benaderingen op deze momenten. Toch is er een gemis aan aandacht voor de nabestaanden. Door in de klas te werken met teksten uit de uitvaartliturgie, leert men leerlingen dat meehelpen aan een uitvaartliturgie helend kan zijn voor de nabestaanden. Men blijft alleen bij de eerste rouwtaak stilstaan, terwijl men de andere rouwtaken verwaarloost. (vieringen)
Het leerplan TSO is het best uitgewerkt: lijden, pijn, rouw en pastoraal
Het leerplan van de derde graad tso heeft het best uitgewerkte terrein 'lijden en hoop' om rond lijden, verlieservaringen en rouwen te werken. Het leerplan laat toe om de verschillende pijnen (de spirituele, de fysische en psychische pijn) van de lijdende mens te bespreken. Men heeft oog voor de therapie en de pastoraal. In de therapie creëert men ruimte voor de levensbalans. In het pastorale luik kan men de rol en de functie-omschrijving van de pastor belichten bij de lijdende mens. Naast de lijdende mens focust men ook op de rouwende mens. Men maakt sterven en rouwen bespreekbaar. In onze moderne maatschappij wordt de dood verzwegen. Het leerplan maakt de dood voor leerlingen bespreekbaar. Het leerplan onderstreept tevens dat rouwen een proces is dat uit verschillende fases bestaat. Een andere sterkte van dit leerplan is de klemtoon die men legt op de palliatieve zorg. Ook zelfdoding wordt hier expliciet bespreekbaar gemaakt. In het tso brengt men het ethische en het lijden onder in één terrein. In het ASO heeft men twee aparte terreinen waardoor deze insteken misschien minder vlug aan elkaar gelinkt worden. In dit leerplan wordt, in tegenstelling tot het ASO en BSO het boeddhisme uitdrukkelijk vermeld.
Vooral de helderheid van het leerplan tso zowel in zijn doelen, zijn terreinomschrijving als in zijn ingrediënten, dragen er toe bij dat men voldoende tijd vrijmaakt voor de thematiek 'lijden, pijn en rouw'. (Rouw bij jongeren: rouwmodel van Worden en Didactische materialen: films)
BSO benadrukt de kwaliteit van leven, verwerking van lijden
Als men het leerplan van het eerste jaar van de derde graad BSO vergelijkt met het leerplan van het ASO stelt men vast dat beide leerplannen aandacht besteden aan de grenservaringen, de rituelen die met deze grenservaring verbonden zijn en de christelijke omgang met lijden. Het BSO heeft oog voor de verwerking van het lijden. In dit leerplan spreekt men over de kwaliteit van leven in grenservaringen en de ziekenzalving terwijl deze punten in het ASO niet zo duidelijk aan bod komen. De kwaliteit van leven in grenservaringen kan men in het ASO wel behandelen in het terrein 'levensbeschouwing en ethiek' wat dan weer in het BSO ontbreekt. Dit terrein laat, net als 'omgaan met grenzen', toe om palliatieve zorg en dementie ethisch te benaderen.
Onvoldoende aandacht voor rituelen in andere godsdiensten
Opvallend is dat men in de derde graad van het ASO en BSO heel summier aandacht besteedt aan afscheidsrituelen in andere godsdiensten. Niettegenstaande het leerplan de interreligieuze dialoog wil bevorderen. In de eerste graad treedt de interreligieuze dialoog veel duidelijker op de voorgrond.
Onvoldoende ethiek in het BSO
In het eerste jaar van de derde graad legt men de nadruk op de grenservaringen gecombineerd met de ethische benadering, vooral in het ASO en tso. In het BSO ontbreekt het ethische aspect. Toch is het voor BSO- leerlingen meer nodig dan voor andere leerlingen dat men hen begeleidt in het leren ethisch nadenken over het leven. Zij leven vaak oppervlakkiger en zijn sneller beïnvloedbaar door de media.
Besluit
Wanneer men de leerplannen van de rooms-katholieke godsdienst bestudeert, valt het op dat men binnen dit vak veel aandacht schenkt aan verlieservaringen, pijn en rouw, vooral in het tweede en vijfde jaar zowel in het ASO, TSO als BSO.
Positief is dat men dit terrein in elke afdeling behandelt. Toch is er in de verschillende afdelingen geen evenwichtige verdeling over de verschillende leerjaren. Voor de relationele opvoeding van jongeren heeft men een evenwichtig pakket uitgewerkt over de verschillende jaren van het middelbaar onderwijs. Voor 'omgaan met verlies' ontbreekt een evenwichtige spreiding en opbouw. Het is goed naar een verticale opbouw te streven over de verschillende jaren waarbij men telkens een beperkt aantal lessen besteedt aan deze insteek, rekening houdend met de psychische ontwikkeling.
Opvallend is ook dat suïcidaal gedrag geen plaats krijgt (uitzondering eerste jaar van de derde graad in het tso) terwijl het doodsoorzaak nummer twee is bij jongeren. Als we onze verantwoordelijkheid nemen als godsdienstleerkrachten dan mogen we suïcidaal gedrag en zelfmoord niet doodzwijgen, maar moeten we het net bespreekbaar maken. Ook zelfmoord is verbonden met grenzen en ethiek, met de zwakke mens die geen andere uitkomst ziet dan de dood. (algemene werkvormen)
Didactische materialen
Inleiding
Je was
zowaar
zomaar
weg
waartoe?
waarheen?
waarom?
Kaat Bollen
In dit deel worden boeken over verlieservaringen per leeftijdsgroep voorgesteld. Deze lijst kan gebruikt worden bij de aankoop van boeken voor de schoolbibliotheek. Men kan deze lijst ook aan rouwende leerlingen geven. Vaak vinden leerlingen troost in een boek. Deze lijst kan opgenomen worden bij de boekenlijst waaruit leerlingen een boek kiezen voor Nederlands.
Daarnaast worden nog een aantal poëzieboeken vermeld, boeken voor volwassen rouwbegeleiders en boeken waarin werkvormen over rouw staan, zie ook meditatief materiaal, verhalen en boekfragmenten.
In deze link vind men tevens ook interessante websites voor rouwende leerlingen. De voorgestelde films, muziek en kunstwerken zijn bruikbaar in een rouwgroep of in klasverband. Kunst, muziek en films openen mogelijkheden om over rouw, pijn en verdriet te spreken.
1. Literatuur
Boeken voor jongeren van 12 tot 15 jaar
Boeken bij overlijden ouders
- Bohlmeyer A., Rotzooi in mijn hoofd, Amsterdam, Leopold, 1999.
- Breen E., De laatste regels, Rotterdam, Lemniscaat, 1998.
- Crowther P., Al wat we weten van de hemel, Facet, 2002. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Fox P., De arendsvlieger, Amsterdam, Jenny de Jonge, 1995. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Gommeren M., GSM, Moby's ontdekking van de hemel, Baarn, De Fontein, 1999.
- Grabau E., Loslaten, een dochter over het sterven van haar moeder, Baarn, 1996.
- Janssen A., Vijf letters, meer niet, Afijn, 2002.
- Kaufman B. & Samahria L., Morgen kan te laat zijn, Utrecht, 2000.
- Levy A., Ik had je nog zoveel willen vragen, Utrecht, 2000.
- Les Becquets D., De zon stond stil, Facet, 2002.
- Lindell Unni, De zuigzoen, Rotterdam, Lemniscaat, 1996.
- Munch, C. G., Voor Kaya, Lemniscaat, 2003. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Manders Hans, Bestemming onbekend, Amsterdam, Ploegsma, 1997.
- Reef Odiel, Alles is voor altijd anders, Amsterdam, Sjaloom, 1998. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Slee Carry, Pijnstillers, Prometheus Kinderboeken, 2002 250.
- Van Essen Ineke, Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk, De Bonte Bever, 1999.
Boeken bij overlijden broer of zus
- Bakker G., Perenbomen groeien wit, Amsterdam, 1999.
- Boendermaker C., Het verhaal van Anna, Twello, 2000.
- Couloumbus A., Zusjes, Clavis, 2001.
- Franck Ed, Zie ik je nog eens terug?, Antwerpen – Amsterdam, Querido, 2003. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Freymann-Weyr G., Toen ik ouder was, Hasselt, Clavis, 2002.
- Hermans R., Boemerang, Standaard, 2003.
- Wilson N., Dansen in de keuken, Clavis, 1999.
Boeken bij overlijden vriend, klasgenoot, bekende
- Brandt H., Zonder Marianne, Herdr. - Altiora, 1998.
- Descamps L., Angeldust: een lied voor de sterren, Facet, 2003.
- Glaser P., Dansen op dun ijs, Hasselt, Clavis, 2000.
- Mazetti K., Het is uit tussen God en mij, Haarlem, Gottmer, 1999.
- Rauprich N., Het jaar met Anne, Hasselt, Clavis, 1998.
- Scholtens A., Hij was mijn vriend, Leopold, 2002.
- Slee C., Spijt, Houten, Van Holkema & Warendorf, 2001. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Slingenberg B., Een e-mail van Lumie, Callenbach, 2001.
Boeken over ziekte en lijden van de hoofdpersoon
- Bracke D., Het uur nul, Leuven, Davidsfonds, 1996. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Peneder H., Het dagboek van Floortje Peneder, Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1994.
- Seynaeve K., Een wolk als afscheid, Apeldoorn, Altiora, 1996. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten.
- Schmitt, E., Oscar en oma Rozerood, Atlas, Amsterdam.
- Stolp H., De gouden vogel, dagboek van een stervende jongen, Rotterdam, Lemniscaat, 1987.
Herinneringsboeken
- Comello M., Herinneringboek, Best, Mercurius, 2000.
- Fiddelaers-Jaspers R., Klijn-Naessens J. & Coenen van G., Naar een nieuwe horizon. Een werk- en herinneringsboek voor jongeren, Heeze, In de wolken, 2002.
- Vanden Abbeele Claire, Mijn herinneringsboek, Tielt, Lannoo, 2002.
Boeken over dood in het algemeen
- Fiddelaers-Jaspers R., Waar ben je nu, zie je me nog?, Heeze, In de wolken, 2000.
- Fiddelaers-Jaspers R., Jong zijn en verder leven na een verlies, Heeze, In de wolken, 2000.
- Fiddelaers-Jaspers R., Een klein verhaal van rouw: betekenisvolle verliezen van jongeren, Heeze, In de wolken, 2003.
- Fiddelaers-Jaspers R., Wie ben ik zonder jou?: jong zijn en verder leven na een verlies, Heeze, In de wolken, 2000.
- Huisman-Perrin E., De dood uitgelegd aan mijn dochter, Atlas, 2003.
Boeken voor jongeren vanaf 15 jaar
Boeken bij overlijden ouders
- Franck E., De hemel bestaat uit vijf letters, Clavis, 2000.
- Mori K., De dochter van Shizuko, Gottmer, 1998.
- Offermans C., Rosa, Querido, 2000.
- Van Erkel G., De hemel is geen huis, Davidsfonds/infodok, 2002.
- Vergeer A., Vijftien, Baarn, De Prom, 1997.
- Vermot M., Gesloten luiken, Clavis, 2001.
- Verstegen D., Koppain, Davidsfonds/infodok, 2001.
- Willey M., De sterren aan de hemel, Haarlem, Gottmer, 1996.
- Yumoto K., Brieven aan mijn vader, Querido, 2000.
Boeken bij overlijden broer of zus
- Brantôme M., Na alles wat we voor je gedaan hebben, Antwerpen/Baarn, Houtekiet/Fontein, 1996.
- Cazemier C., Te snel, Houten, Van Holkema & Warendorf/Unieboek, 1997.
- Feth M., We blijven altijd zussen, Lannoo, 2000.
- Van Gestel P., Die dag aan zee, Querido, 2003.
- Mazer H., Cleo's eiland, Tilburg, Elzenga, 1989.
- Pohl P. & Gieth K., Ik mis je, ik mis je!, Amsterdam, Querido, 1994.
- Van Erkel G., Rimpels en geruis, Davidsfonds/infodok, 1998.
- Van Lieshout T., Gebr., Van Goor, 2002.
Boeken bij overlijden vriend, klasgenoot, bekende
- Brodin Elin , Lieve Timo, Clavis, 2001.
- Chambers Aidin, Je moet dansen op mijn graf, Querido, 2001.
- Glaser Pernilla, Dansen op dun ijs, Hasselt, Clavis, 2000.
- Goudsmit Bobje, Afscheidsbrief, Haarlem, Holland, 1999. Meditatief materiaal: verhalen en boekfragmenten
- Küchen Maria, Lied van een vlinder, Clavis, 2001.
- Lanagan Margo, Zweeflessen, Houtekiet, 2000.
- Pohl Peter, We noemen hem Anna, Querido, 1993.
- Verleyen Karel, De keuze, Davidsfonds/infodok, 2001.
- Voigt C., David en Jonathan, Amsterdam, Querido, 1992.
Boeken over ziekte en lijden van de hoofdpersoon
- Gaarder J., Door een spiegel, in raadselen, Baarn, Houtekiet/Fontein, 1996.
- Het onkruid en de bloem: dagboek van een verslaafd meisje, Bloemendaal, Gottmer, 1994.
- Maegdenbergh-Van Look, Nele, voor ons sterf je nooit, Clavis, 2001.
- Nilsson P., De geur van melisse, Lemniscaat, 2001.
Poëzie voor jongeren
- Honderd volle manen, jongeren over afscheid, Kapellen, Pelckmans, 1999.
- Van Emmerik Y., Als vlinders spreken konden, Aalsmeer, Dabar-Luyten, 1997.
- Billiet D., De hemel heb je al, Amsterdam, DIVers, 1999.
- Van Coillie J., Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn, Averbode, Altiora, 1996.
- Deleu J., Groot verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood, Tielt, Lannoo, 1993.
- Serie 'Leeg zonder jou' van Vasalius en 'Je bent gewoon gaanhemelen' van Stichting Plint.
- Storms W. & Westerduin A., Weg van jou, Clavis, 2003.
- Storms W. & Pottie M., Sterke schouders, Clavis, 1998.
- Storms W. & Gestel van B., Zand, Clavis, 2000.
Boeken voor volwassen rouwbegeleiders en jongeren
- Delfos M. & Fiddelaers-Jaspers R., Dood is niet gewoon: over de dood van een ouder, Van waarden Producties, 2002.
- Fiddelaers-Jaspers R. & Fiddelaers J., De meest gestelde vragen over kinderen en de dood, Heeze, In de wolken, 2002.
- Keirse M., Kinderen helpen bij verlies: een boek voor al wie van kinderen houdt, Lannoo, 2002.
- vanden Abbeele C. , Nu jij er niet meer bent. Rouwen met kinderen en tieners, Tielt, Lannoo, 2003.
Boeken met werkvormen
- Diekstra R. & Gravesteijn C. (ed.), Lieve hemel. Over hulp bij rouwverwerking vankinderen en jongeren door opvoeders, Uithoorn, Karakter, 2005, p. 123-136.
- Feys, M., Kinderen Rouwen Ook - Handreiking voor opvoeders, ouders en leerkrachten om rouwende kinderen te helpen, die Keure, 1996
- Feys, M., Kinderen Rouwen Ook - Informatiemap, die Keure, 1996
- Feys, M., Mag ik nog dicht bij jou zijn? - Rouwboekje, Averbode educatief, 2003
- Fiddelaers-Jaspers R. , Afscheid voor altijd. Omgaan met verdriet en rouw in het primaironderwijs, Houten, Educatieve Partners Nederland, 1999, p 25-32.
- Fiddelaers-Jaspers R., Doodnormaal? Verdriet en rouw bij leerlingen, Houten, Educatieve Partners Nederland, 1996, p. 65-70.
- Fiddelaers-Jaspers R., Mijn troostende ik. Kwetsbaarhied en kracht van rouwendekinderen, Kampen, Kok ten Have, 2005, p. 230-236 en p. 240-245.
- Fiddelaers-Jaspers R., Rouw op je dak. Handleiding voor het begeleiden van rouwgroepenop school, 's-Hertogenbosch, KPC Groep, 2003, p. 48-160.
- Fiddelaers-Jaspers & Klijn-Naessens, Naar een nieuwe horizon. Een werk- enherinneringsboek voor jongeren, Heeze, In de Wolken, 2002, p. 6-42.
- Fiddelaers-Jaspers R., Ruimte voor verdriet. Omgaan met kinderen in verliessituaties, Leuven – Voorburg, Acco, 2005, p. 125-128.
- Fiddelaers-Jaspers R., Jong verlies. Handreiking voor het omgaan met rouwende kinderen, Kampen, Kok, 1998, p. 112-124.
- Fiddelaers-Jaspers R., Jong verlies. Rouwende kinderen serieus nemen, Kampen, Ten Have, 2005, p. 226-236.
- Leefsleutels vzw, Als de dood voor de dood op school? Verlies en verdriet in theorie enpraktijk op de basisschool, Mechelen, Leefsleutels, 2002, p. 35-37 en 51-52.
- Netwerk voor pastoraal met jongeren, Door het zure heen. Met kinderen en jongeren werken rond verlies en rouw, Tielt, Lannoo, 2004, p. 131-165 .
- Snoeck J., Dit doe je kinderen niet aan. Het begeleiden van kinderen op bezoek bij eenstervende, Tielt, Lannoo, 2004, p. 32 en 34.
- Somers P. & Depauw R., Ledos. Leven en dood op school, Antwerpen, NDC Horizon vzw, 2000, p. 85-178. Dit boek bevat talrijke verhalen, symbolen en muziek die zeer bruikbaar zijn in de klas.
- Team Kinderwerking Slachtofferhulp, Kinderen helpen na een schokkende gebeurtenis. Praktische gids na een misdrijf of een plotseling overlijden, Tielt, Lannoo, 2003, p. 81-162.
In dit boek staan werkvormen voor kleuters en basisschoolkinderen uitgewerkt. Tal van werkvormen kunnen vertaald worden naar pubers.
- vanden Abbeele C., De kunst van het afscheid nemen. Beelden van innerlijkheid, Tielt, Lannoo, 2002. Dit boek kan gebruikt worden om vanuit kunstwerken zowel preventief als curatief te werken rond lijden en pijn. Men opteert bij deze werkvorm eerder voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.
- vanden Abbeele C., Mijn herinneringsboek, Tielt, Lannoo, 2002. Het volledige boek reikt zowel preventieve als curatieve werkvormen aan.
- vanden Abbeele C., Nu jij er niet meer bent. Rouwen met kinderen en tieners, Tielt, Lannoo, 2003, p. 235-271.
2. Interessante websites
-
http://www.eigentijdsejeugd.be
Website met materiaal om om te gaan met rouwprocessen in een groep van jongeren (ook na suïcide). Dit heet 'That's I love you' en 'Wie is wie?'. Men kan het aanvragen via info@eigentijdsejeugd.be
-
Website met chatforum voor nabestaanden van zelfdoding.
-
Website gericht op jongeren die te maken krijgen met verlies. Informatie en en literatuurlijsten.
-
Website van de gelijknamige stichting die zich bekommert om kinderen in rouw door het overlijden van een dierbare.
-
http://www.achterderegenboog.nl
Website van de gelijknamige stichting met informatie en contactmogelijkheden voor kinderen geconfronteerd met overlijden van ouders, broer of zus.
-
Website speciaal gericht naar mensen die op jonge leeftijd een ouder verloren hebben.
-
http://www.allesterrenvandehemel.nl
Alle sterren van de hemel is een spel dat speciaal werd ontwikkeld om te werken met rouwende kinderen. Er zijn kaartjes met vragen en opdrachten voor jongeren en oudere kinderen. Informatie: stichting achter de regenboog.
-
De website van Buro Nazorg, begeleiding bij rouwverwerking met o.m. gedichten over rouwverwerking.
-
Website met informatie voor en over kinderen die een vader of moeder met kanker hebben.
-
http://www.klasse.be/archieven
In een archiefnummer van het tijdschrift 'klasse' werd het thema rouw en verlies bij kinderen op school uitgebreid besproken.
-
Leesweb – keuzelijsten boeken over afscheid.
-
Website van 'Missing You', een initiatief voor jongeren en jongvolwassenen die iemand verloren hebben.
-
Website waarop kinderen overledenen kunnen herdenken. Het is een mozaïek van bijna duizend foto's met herinneringen van kinderen aan een overledene. Achter elke foto zit het verhaal van een kind.
-
Website van het netwerk palliatieve zorg Limburg
-
Website van de vereniging OVK, ouders, broers en zussen van verongelukte kinderen.
-
Website van de vereniging OVOK, ouders van een overleden kind
-
Website van PALLION – Palliatieve ondersteuningsequipe Limburg.
-
Website van het Palliovik, het steunfonds voor palliatieve thuiszorg voor ieder kind.
-
Website van de palliatieve hulpverlening Antwerpen.
-
Website van het palliatief netwerk arrondissement Turnhout.
-
Website van het nederlands expertisecentrum 'Omgaan met verlies'.
-
Website van Steunpunt stervensbegeleiding en rouw in de multiculturele samenleving.
-
http://www.rouwverwerking.pagina.nl
Startpagina met een overzicht van links naar websites over rouwverwerking.
-
http://www.rouwzorgvlaanderen.be
Website van Rouwzorg Vlaanderen vzw, een organisatie rond 'zorg om mensen in rouw'.
-
Website speciaal gericht naar mensen die op jonge leeftijd een ouder verloren hebben.
-
http://www.verliesverwerken.nl
De website van de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding (LSR)dat informatie, publicaties en voorlichting over rouw geeft.
-
Website met als doel het geven van een leidraad voor hen die met het proces van verliesverwerking te maken hebben.
-
Website van het project Zebra dat o.m. ondersteuning biedt aan jonge verkeersslachtoffers.
-
Website van de werkgroep Verder voor Nabestaanden na Zelfdoding.
-
http://www.zelfmoordpreventie.be
Website van het Centrum ter Preventie van Zelfmoord met o.m. de mogelijkheid tot chatten en telefoneren over jezelf of anderen over het thema zelfmoord.
-
http://www.zelfmoordpreventievlaanderen.be
Website van het Project Zelfmoordprecentie van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg.
-
Website voor mensen die hun ouders verloren met o.m. de verhalen van lotgenoten en informatie over boeken, adressen en links.
3. Films
Eerste graad middelbaar onderwijs
- Ali Zaoua, 2000 (verwerking in map 'Door het zure heen')
- The Mighty, 1998 (verwerking in map 'Door het zure heen')
- My life as a dog, 1985 (bespreking: Boesten J., Mitt liv som hund. Overlevingskunst van een mensenkind, in Mediafilm 175, p. 78-79)
- The secret garden, 1992 (bespreking: Levantaci A. & Verbetsel W., The secret garden. Een filmparabel, in Mediafilm 214, p. 81-88 en bespreking: De Bleekere S., The secret garden, in Leren leven metbeelden 2, p. 28-30 en leren leven met beelden 3, p. 23-24)
- Ponette, 1996 (bespreking: Michiels D., Ponette, in Cinemagie 222, p. 46 en bespreking: Verstraeten M. & Reynders B., Ponette, in Cinemagie 222, p. 47-55)
- Fly away home, 1996 (bespreking: De Bleekere S., Fly away home, in Leren leven met beelden 4.)
- Blazen tot honderd, 1998 (bespreking: De Bleekere S., Blazen tothonderd, in Cinemagie 224, p. 7-13)
- My Girl, 1991
Tweede graad middelbaar onderwijs
- Manneken Pis, 1995 (bespreking: Dereymaeker J., Manneken Pis: een kwestie van zijn en niet van hebben, in Mediafilm 211, p. 48-55 en bespreking: De Bleeckere S., Manneken Pis, in Leren leven met beelden 3, p. 43-44)
- Marius et Jeannette, 1997 (bespreking: De Bleeckere S., Marius et Jeannette, in Cinemagie 223, p. 7-12)
- My life without me, 2004
- La Stanza del figlio, 2001
- Buitenspel, 2005
- In Ameria, 2002
Derde graad middelbaar onderwijs
- Shadowlands, 1993 (zie bespreking: De Bleekere S., Shadowlands. Decinematografie van de menswording, in Mediafilm 209, p. 2-26 en bespreking: De Bleeckere S., Shadowlands, in Leren leven met beelden 2, p 60-61.
- My life, 1993 (bespreking: Seeger Z., My life. Ingetogen en sereenverhaal van liefde en afscheid, in Mediafilm 218, p. 96-98 en bespreking: De Bleeckere S., My life, in Leren leven met beelden 2, p 47-49.
- Trois couleurs: Bleu, 1992 (bespreking: Dereymaeker J., Trois couleurs – bleu: Puur film en ingetogen bewogenheid en innerlijkheid, in mediafilm 204-205, p 16-25.
Zie ook Verhaal als ontmoeting. Kieslowski en de bijbel. - Mar adentro, 2004.
- The Shipping News, 2001,regie Lasse Hallström.
- My life as a house, 2001, regie Irwin Winkler: het verhaal van een terminaal ziek man die voor zijn dood zijn langvergeten droom wil waarmaken en zijn zoon beter wil leren kennen.
- Le temps qui reste, 2005, regie François Ozon.
- Sous le sable, 2000, regie François Ozon.
- In this world, 2002, regie Michael Winterbottom.
Eerste, tweede en derde graad
- Father and daughter, 2000, Michael Dudok De Wit, kortfilm.
4. Muziek
Al deze liedjes zijn te beluisteren op de godsdienst-didactische juke-box.
Nederlandstalige luisterliederen
- Zeg me dat het niet zo is, Frank Boeijen
- Alles kwijt, Marco Borsato
- Nooit meer een morgen, Marco Borsato
- Papa, Stef Bos
- De tederheid, Stef Bos
- Tijd om te gaan, Stef Bos
- We komen en we gaan, Stef Bos
- De roos, Ann Christy
- Afscheid van een vriend, Clouseau
- Oker, Cloudeau
- Onderweg, Boudewijn de Groot
- Mag ik komen in je dromen, Bart Herman
- Slaap mijn kind, Bart Herman
- Afscheid, Paul de Leeuw
- Regenboog, Spring
- Als ik doodga, Urbanus
- Praat dan wat, Herman van Veen
- De steen, Bram Vermeulen
- Leeg, Bram Vermeulen
- Het is niet waar, Bram Vermeulen
- Testament, Bram Vermeulen
- Runeke’s litanie, Willem Vermandere
- Die laatste dag, Willem Vermandere
Anderstalige luisterliederen
- In my life, The Beatles
- Sanctuary, Luka Bloom
- Il Cantico delle Creature, Branduardi
- Ne me quitte pas, Jacques Brel
- Time to say goodbye, Sarah Brightman & Andrea Bocelli
- C'était l'hiver, Francis Cabrel
- Into my arms, Nick Cave
- Tears in heaven, Eric Clapton
- Paris-Texas, Ry Cooder
- I'll be missing you, Puff Daddy
- See the sun, Dido
- My heart will go on, Céline Dion
- Vole, Céline Dion
- Blowing in the wind, Bob Dylan
- Forever young, Bob Dylan
- The Stars Shine in the Sky Tonight, Eels
- Evening falls, Enya
- Circle of live, Elton John (uit de Lion King)
- Candle in the wind, Elton John
- My immortal, Evanescence
- Since I lost you, Genesis
- Walking higher, Heather Nova
- Friend of mine, John Hiatt
- Oh Carolina, Byron Lee & The Dragonaires
- Imagine, John Lennon
- One sweet day, Mariah Carey & Boyz II Men
- In the hour, Melanie
- Beloved wife, Natalie Merchant
- Always on my mind, Willie Nelson
- This is tho mother you, Sinead 0'Connor
- Black, Pearl Jam
- Last kiss, Pearl Jam
- My Way, Frank Sinatra
- You're missing, Bruce Springsteen
- Fragile, Sting
- Lead me Lord, Wesley (psalmbewerking)
- Angels, Robbie Williams
- Everybody hurts, R.E.M.
- Stairway to heaven, Led Zeppelin
Klassieke muziek
- Cello-suiten, J.S. Bach, solist Mstislav Rostropovich
- Pie Jesus, Gabriel Fauré
- Lascia ch'io pianga, Handel
- Ave Verum, W.A. Mozart
- Laudate Dominum, W.A. Mozart
- Lacrimosa, W.A. Mozart
- Carmina Burana, Carl Orff
- Adagio, F. Schubert
- Requiem für Mignon, R. Schumann
- Vier letzte Lieder, Im Abendrot, R. Strauss
- Vier letzte Lieder, Beim Schlafengehn, R. Strauss
- De vier jaargetijden, zomer, Vivaldi
5. Rouw in de kunst
De kunst van het afscheid nemen
Werkvormen
1. Algemene werkvormen
Eerste graad
Alfabet
De klas wordt verdeeld in groepjes van vier leerlingen. Voor elke letter van het alfabet wordt een trefwoord gezocht in verband met het thema dood. De woorden worden op een poster geschreven met een aangepaste illustratie erbij.
Collage
Met afbeeldingen en titels uit tijdschriften en kranten maken leerlingen per vier een collage over de dood in onze samenleving.
Fotospel
Leerlingen kiezen uit een reeks foto's in verband met de dood, deze die hen het meest aanspreekt. Leerlingen vertellen aan elkaar waarom ze die foto gekozen hebben. Materiaal voor fotospel is te bestellen bij www.kpcgroep.nl. Deze werkvorm kan in de drie graden gebruikt worden. Leerlingen leren met deze activiteit gevoelens verwoorden die bij rouw horen. De leerkracht vertaalt deze gevoelens naar de verschillende rouwtaken.
Werken met verhalen
Bruikbare verhalen voor de eerste graad:
- Kleine dood
- Afrikaans verhaal: De vrouw die God zocht. ( Donders J., Gered uit detempel. Oostafrikaanse Jezus-evaring, in Bijeenpublicaties 7.)
- Denk jij dat wij ooit afgelopen zijn, eekhoorn? ( Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de anderedieren, Querido, 1999.)
- Op een donkere dag op het einde van het jaar……( Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de anderedieren, Querido, 1999.)
- Op een ochtend klopte de mier al vroeg…( Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.)
- Op een dag nam de mier afscheid van de eekhoorn……( Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de anderedieren, Querido, 1999, p.122-123.)
- En ze leefden nog lang en gelukkig ( Meindert K., Mooi meegenomen, 1990)
- De drie vogels, van den Berg M., 1990. link meditatief materiaal : verhalen en boekfragmenten
Didactische suggestie bij werken met verhalen
"Op een donkere dag aan het einde van het jaar vergaderden de dieren op de open plek midden in het bos. Toen iedereen wat had gezegd, schraapte de tor zijn keel en vroeg: 'Wie van ons is er wel eens dood gegaan?'
De wind waaide door de bomen, de zon was dof en iedereen zweeg.
'Niemand?' vroeg de tor.
De salamander stond op en vroeg: 'Echt dood? Niet alleen je staart of zo…?'
'Nee, echt dood', zei de tor.
Het bleef stil. Niemand durfde om zich heen te kijken.
Ten slotte zei de tor: 'Dank jullie wel. Dat wilde ik alleen maar even weten.'
Er ontstond geroezemoes. En iedereen stootte iedereen aan.
'Waarom wilde je dat weten?' vroeg de ekster.
'Voor alle zekerheid', zei de tor. Toen draaide hij zich om en verdween in een struik.
Dieren die nog nooit hun voorhoofd hadden gefronst, fronsten het nu, en de wind wakkerde aan en er was niets meer te vergaderen.
De mier en de eekhoorn liepen naar huis. De mier rilde, maar het waren geen gewone rillingen.
'Wat zijn dat voor rillingen?' vroeg de eekhoorn.
'Dat zijn huiveringen', zei de mier.
'Huiveringen??' zei de eekhoorn. 'Daar heb ik nog nooit van gehoord.'
'Nee', zei de mier. 'Die heb ik voor het eerst.'
De eekhoorn begon diep na te denken. Maar plotseling werd hij bang dat hij te diep zou nadenken en misschien wel niet meer terug zou kunnen denken. En zo hevig als hij kon, begon hij aan beukennoten te denken en aan dennenappels en aan de rivier en de zon en de zomer. Hij stootte de mier aan en zei: 'Daar moet je ook aan denken, mier, aan de zomer!"
Tellegen T., Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren, Querido, 1999.
Dit verhaal van Toon Tellegen is in de eerste graad bruikbaar in de periode rond Allerheiligen. Men brengt in een klas best de dood al ter sprake vooraleer men met de dood op school geconfronteerd wordt.
Er kan een klasgesprek volgen op dit verhaal aan de hand van volgende vragen:
- Hoe komt het dat het stil blijft bij de dieren als de tor naar de dood vraagt?
- Hoe reageren wij als er over de dood gepraat wordt?
- Hoe verklaar je dat er niets meer te vergaderen was na de vraag van de tor?
- Waarom kreeg de eekhoorn huiveringen?
- Krijg jij ook huiveringen/rillingen als men over de dood praat?
- Denk je dat er na de dood niets meer is of geloof je in verrijzenis of reïncarnatie?
- Hoe stel jij je het leven na de dood voor?
- Waarom geeft de eekhoorn de mier de raad om aan de zomer te denken?
Na het klasgesprek kan men de leerlingen het verhaal laten verder schrijven vanaf de zin 'De eekhoorn begon diep na te denken'. De leerlingen lezen hun stukje verhaal aan elkaar voor.
Rouwadvertentie
De leerlingen brengen een zelfgekozen rouwadvertentie mee naar de klas. Tijdens een klasgesprek tracht men inhoudelijke gegevens en informatie op het spoor te komen.
- Wat zegt deze advertentie over de gestorvene?
- Wat zegt deze advertentie over de nabestaande?
- Wanneer komt God ter sprake?
- Hoe komt God ter sprake?
- Welke symbolen worden gebruikt?
Na het klasgesprek kan men de leerlingen uitnodigen om zelf een rouwadvertentie te laten schrijven over zichzelf. In deze opdracht besteden ze vooral aandacht aan:
- Wat wil jij graag hebben dat ze over jou zeggen?
- Welke tekst zou jij op je advertentie plaatsen?
- Welke foto zou jij willen gebruiken?
- Wat wil je dat ze meedragen als herinnering aan jou?
- Wat wil je dat ze van jou onthouden?
De gemaakte advertenties worden klassikaal besproken.
De grafzerk
Deze suggestie kan in elke graad gebruikt worden en gecombineerd worden met de rouwadvertentie. Een goede verticale samenwerking is nodig om herhaling te voorkomen.
Op een graf wordt een herdenkingssteen geplaatst waarop men de naam schrijft van de overleden persoon. Soms staat er een mooie tekst bij. De familie geeft de opdracht wat er op het grafschrift moet staan. Meestal is het de naam van de overledene, de naam van de partner en twee data.
Als jij de inhoud van jouw grafschrift mocht kiezen, wat zouden wij dan lezen op je grafzerk?
Iemand wil op zijn grafzerk volgende tekst 'zijn leven was mooi'.
- Wat vind je van deze zin?
- Welke zin zou jij op je gedenksteen zetten?
- Wat zou jij willen dat op je gedenksteen staat? Een foto, een gedicht of iets wat je leuk vindt van jezelf?
Zou je een originele grafzerk willen? Waarom wel/waarom niet?"
Didactische suggesties bij films
Een film die samen bekeken en besproken wordt, kan een hulpmiddel zijn in het leren omgaan met verdriet en rouw. Onderstaande vragen kunnen op alle films toegepast worden uit de filmlijst van de eerste graad.
Enkele mogelijke opdrachten bij het bekijken van films:
- Welk fragment uit de film heeft je het meest geraakt?
- Verwoord in een paar zinnen wat je zag en wat het met je deed.
- Is het een situatie die je in je eigen leven herkent?
- Kan of wil je er iets meer over vertellen?
- Wat vond je het verdrietigst? Het ergst?
- Welke gevoelens werden opgeroepen bij jou?
- Waar herken ik mij in de film?
- Hoe zou jij omgaan met gevoelens van verdriet, pijn, liefde?
- Waren er fragmenten waarvan je dacht: zo zou ik ook willen omgaan met mijn verdriet, zo zou ik ook willen troosten of getroost worden?
- Wat betekent troosten voor jou?
- Hoe zou jij willen omgaan met verdriet in je relatie, in je gezin?
Een levenslijn uitwerken
Doel: Met deze activiteit verwerft de leerling inzicht in de gebeurtenissen van zijn/haar eigen leven. De leerkracht creëert een openheid om het eigen leven bespreekbaar te maken.
Materiaal: papier, touw, lint, tekenmateriaal, lijm, schaar.
Werkwijze: De leerlingen maken een collage waarop de meest belangrijke gebeurtenissen uit hun leven een plaats krijgen. Deze gebeurtenissen worden chronologisch geordend en aan een touw gehangen.
In kleine groepjes vertellen de leerlingen hun eigen levensverhaal met zijn hoogte- en dieptepunten.
Op het einde van de les worden de verschillende levenslijnen aan een touw opgehangen in de klas of in de godsdienstklas.
Praten over gevoelens
Doel: Deze activiteit heeft als doel leerlingen te leren hun gevoelens te verwoorden.
Materiaal: kaarten met daarop de gevoelens
Werkwijze: De leerkracht schrijft met grote letters de gevoelens op kaarten. De leerlingen zitten in een kring, de kaarten liggen in het midden zodat ze goed leesbaar zijn. Om de beurten kiezen de kinderen twee kaarten die te maken hebben met hun gevoelens. Zij vertellen waarom zij juist deze kaarten gekozen hebben.
Voorbeelden van gevoelens:
agressief, zacht, open, ontvankelijk, wraakzuchtig, vertrouwvol, niet opgenomen, opstandig, machteloos, bemind, begrepen, tekortgekomen, warm gekoesterd, geborgen, alleen , gebroken, beschaamd, kwetsbaar, boos, opgejaagd, tekortgeschoten, gedragen, verwacht, vooruitkijkend, humoristisch, minderwaardig, een vreemde, veilig, knuffelend, plagend, aanvaard, gevend, ontvangend, concurrerend, nijdig, afgunstig, kwaad, razend, dynamisch, ondernemend, assertief, krachtig, vernederend, onbegrepen, voor-schut-gezet, verbitterd, troosteloos, kwetsbaar, verbijsterd, in-de-hoek-geduwd, verlaten, futloos, niet au-serieus genomen, opgejaagd, uitgesloten, verloren, machtig, gekwetst, leeg, onzeker, alert, schuldig, verdrietig, eenzaam, hulpeloos, armzalig, mild, jaloers, beter-dan, melancholisch, blij, verward, optimistisch
Tweede graad
Communicatiespel: 'Je dood is je leven'
'Je dood is je leven' is een communicatiespel dat geschikt is voor de tweede en derde graad. In dit spel maakt men gebruik van twee principes namelijk het recht op vertrouwen en het recht op passen. Het spel zelf bestaat uit een aantal vraagkaarten en is gebaseerd op het Kimbaspel van Johan Corthouts.
Spelverloop: Iemand kiest voor wie uit de groep de volgende vraag is bedoeld. Dan neemt hij het kaartje en leest de vraag voor die gekozen andere. Deze beantwoordt de vraag en mag na inbreng van de groep een nieuwe persoon kiezen die nu zijn kaartje mag beantwoorden.
Hieronder vindt men een aantal vragen die in het spel aanbod komen.
- Wat maakt je bang voor de dood?
- Hoe zou jij iemand troosten wiens beste vriend is gestorven?
- Hoe wordt er bij jou thuis over de dood gesproken?
- Hoe kijk jij aan tegen 'zelfgekozen' dood?
- Wat is voor jou de ergste manier om te sterven?
- Wat betekent voor jou de hemel?
- Als je aan je eigen dood denkt, wat voel je dan?
- Wat betekent voor jou verrijzenis?
- Wat gebeurt er met je ziel na de dood?
- Is voor jou de laatste wens van de overledene heilig?
- Geloof jij in een leven na de dood? Hoe stel jij je dat voor?
- Wat zou jij doen als je nog één maand te leven had?
- Wat maakt je boos rond de dood?
- Hoe kijk je aan tegen “zelfgekozen" dood?
- Hoe stel je een crematieplaats voor?
- Zou je meegaan voor een laatste groet aan een gestorvene? Waarom wel en waarom niet?
- Voor welke muziek zou je kiezen op je eigen uitvaartplechtigheid?
- Hoe vind je het om over de dood te praten?
- Geloof je dat je de mensen van wie je houdt en die al gestorven zijn in het hiernamaals zult terugzien?
- Moet een dokter aan een terminale patiënt altijd de waarheid zeggen?
- Wat gebeurt er met je lichaam na de dood?
- Wat is voor jou de ergste manier om te sterven?
- Hoe wil je sterven? Waar, wanneer en met wie?
- Wil je begraven worden of gecremeerd? Waarom?
- Welke was de eerste uitvaartplechtigheid die je ooit meemaakte? Wat herinner je je er nog van?
- Wie is voor jou een specialist in de dood?
- Welke laatste boodschap wil je op je sterfbed aan je omgeving meegeven?
- Wat zou je tegen iemand zeggen die een poging tot zelfdoding heeft ondernomen?
- Wat zou jij doen met de persoonlijke bezittingen van een dierbare gestorvene?
- Wat betekent voor jou rouwen? Hoe lang duurt dat?
- Komt de dood altijd te vroeg?
- In welke zin kun je al dood zijn voor je gestorven bent?
- Aanvaarden mensen die in God geloven gemakkelijker de dood dan mensen die niet in God geloven?
- Is zelfdoding een ziekte? Moet je daar echt gek voor zijn?
- Is zelfdoding volgens jou erfelijk? Komt het in sommige families meer voor?
- Is zelfdoding volgens jou een recht van elk individu? Mag iedereen dat zelf kiezen?
- Denk jij dat mensen die praten over zelfdoding dat serieus menen?
- Als iemand echt dood wil, kun je dat dan toch nog uit zijn hoofd praten?
- Wil je donor van organen zijn na je dood?
- Welke zijn je speciale wensen voor jouw uitvaartplechtigheid?
Realisatie spel: NDC Horizon – Natuurlijk Dood Centrum
Rouwkaartje schrijven
De leerkracht kan de leerlingen voorstellen om in de les te werken rond rouwkaartjes. Bijvoorbeeld voor een goede vriendin wiens moeder overleden is, de zus van een klasgenoot, een leerkracht, een leerling uit de klas,… Er wordt aan de leerlingen duidelijk gemaakt dat het gaat om een fictieve situatie die ze zich inbeelden. Deze activiteit heeft als doel leerlingen gevoelig te maken om rouwkaartjes of rouwbrieven te schrijven. Tegelijkertijd wil men de leerlingen aanleren om iets persoonlijks te maken van een rouwkaartje en hen de etiquetteregels van een brief of kaart bij te brengen.
Eerst leert men de leerlingen aan hoe men een kaartje of brief schrijft, vervolgens schrijven ze er zelf één.
Etiquetteregels:
- Men schrijft een brief naar de rouwende met wie men de nauwste band heeft.
- Elke vorm van standaardpapier of kaartje is geschikt. Opvallende kleuren worden vermeden.
- Een handgeschreven brief is persoonlijker en komt warmer over.
- De lengte is niet belangrijk.
De zeven componenten van de rouwbeklagbrief:
- Erkennen van het verlies: men deelt mee hoe men het nieuws heeft vernomen en drukt zijn verslagenheid uit. Het is steeds belangrijk de naam van de overledene te vermelden in de brief.
- Uitdrukken van medeleven: door oprecht zijn medeleven uit te drukken, laat men de rouwende weten dat men bezorgd is en zich betrokken voelt bij zijn verdriet.
Werken met verhalen
Bruikbare verhalen voor de tweede graad:
- Het verhaal van de drie levens, Versteylen L.
- De drie bomen, Landwaard E.
- De dood, de moeder en het kind
- De wereld in mijn hart
- Verhaal van niets, Toon Tellegen link meditatief materiaal verhalen en boekfragmenten
Werken met een boekfragment
Uit 'Afscheidsbrief' van Bobje Goudsmit
Vooraf: Anicke was de beste vriendin van Marit. Beide zaten in de vijfde klas. Anicke kreeg een hersentumor en werd in de kliniek behandeld. Ze kwam wel nog even naar school, maar niet voor lang. De hersentumor kregen ze niet weg. Integendeel, hij was opnieuw gaan groeien. Elke dag bracht Marit een bezoekje aan haar vriendin. Toch nog een beetje onverwacht kreeg ze op een avond een telefoon van Hanna, de zus van Anicke, dat Anicke gestorven was. Anicke had ook nog een broer Jorn.
“Je overleed na vijf dagen, Anicke. Ik mocht je van Hanna niet meer zien, toen je in coma lag. Ze was bang dat je er misschien wel onrustig van zou worden.
Elke dag zocht ik op school naar Jorn. Als hij er was, vroeg ik hem hoe het met je ging. Hij vertelde me dat er een verpleegster bij je was ingetrokken om je ook 's nachts te verzorgen. Je zakte steeds dieper weg, zei hij. Er werd nu continue bij je gewaakt.
Op een dinsdag kon ik Jorn nergens vinden. Toen wist ik het.
Samen met mijn moeder ging ik 's avonds afscheid van je nemen. Ik zag er tegenop. Ik had nog nooit een dode gezien, weet je. Toen mijn vader overleed, was ik er nog te klein voor. Ik was blij dat moeder mee was.
Je lag in je kamer opgebaard, in een met riet beklede kist die op een standaard naast je bed stond. Hanna had een kleurige sjaal om je hoofd gewikkeld. Daardoor herkende ik je niet direct, ik was gewend geraakt aan je blauwe mutsje. Je gezicht was verstild. Het was net of je heel, heel diep sliep.
'Je mag haar gerust aanraken', zei Hanna. Ik durfde het niet goed. Maar ze drong aan en ik aaide je vluchtig over je voorhoofd. Mijn vingertoppen schrokken. O, je voelde zo koud aan.
Ik had niet eens in de gaten dat de tranen vanzelf over mijn wangen rolden. Het zou me trouwens ook niet geïnteresseerd hebben. Mijn moeder duwde me ongemerkt een zakdoek in mijn handen en fluisterde: 'alsjeblieft'. Toen nam Hanna haar mee naar beneden en liet me bij jou alleen. Ik bleef lang naar je kijken, met de zakdoek tot een vod verfrommeld tussen mijn vingers. Maar ik wist niets tegen je te zeggen, je was zo ver van me vandaan gevlogen.
In de gang botste ik bijna tegen Jorn op. We zagen de blik in elkaars ogen en begonnen beiden tegelijk te huilen."
Vanuit dit fragment kan een klasgesprek volgen, de volgende vragen dienen als leidraad voor het gesprek:
- Hoe voelt Marit zich? Vind je dit een normale reactie? Waarom wel/niet?
- Heb je al een overledene gegroet? Wie?
- Wat voelde je toen?
- Welke vragen kwamen in je op?
- Waarom is het zinvol om een overledene te groeten?
- Marit en Anicke hadden elkaar zo dikwijls aangeraakt. Nu durfde Marit dit niet. Hoe komt dat? Vind je dat een normale houding?
- Anicke ligt thuis opgebaard. Waarom is het goed om thuis opgebaard te worden?
- De moeder van Marit ging mee met Marit een laatste groet brengen. Na een tijdje laat ze Marit alleen met Anicke. Vind je dat de mama van Marite goed handelt? Waarom wel/niet?
Vanuit dit fragment kan men de vier rouwtaken aan leerlingen geven. Het is zeker zinvol deze rouwtaken toe te passen op de jongeren.
Schrijfgesprek
Schrijfgesprek vertrekkend vanuit beeld, boekfragment, filmmontage en liedjescollage
Verloop van de activiteit:
- powerpoint bezinning
- Boekfragment “ Een wolk als afscheid" van Katrien Seynaeve
- Montage van filmfragmenten
- Liedjescollage
Schrijfgesprek: aan een schrijfbord (of blad papier) staan twee mensen. De eerste schrijft een reactie op verdriet, de andere reageert hierop…zo volgen de reacties elkaar op.
Voorbeeld:
Later zie je elkaar in de hemel terug…
daar ben ik nu niets mee, weg is weg en dood is dood
't gaat wel over
maar het doet zo'n pijn
nu moet je sterk zijn
maar ik zal nooit meer sterk kunnen zijn
Liedjescarrousel
Er is niet zoiets als één manier om het verdriet en de onmacht bij sterven te verwerken. Getuige hiervan zijn tal van liederen, gedichten, schilderijen,…Kortom er zijn zoveel vormen van verwerken als er mensen zijn. Vaak is het via de muziek dat jongeren de dood symbolisch onder woorden leren brengen. Popsterren schrijven op een sublieme manier over verdriet en al wat daarbij komt kijken.
Daarom opteren we voor een liedjescarrousel. Wij selecteerden er al voor jou. Je kan zelf voor liederen zorgen of je kan vooraf vragen dat de jongeren zelf liederen rond dood en sterven meebrengen. Dan is het wel raadzaam dat ze de tekst en eventuele vertaling zouden meebrengen. De aandacht is veel scherper als je tegelijk luistert en de tekst kan meevolgen. Je zorgt voor een sfeervol lokaal. Eventuuel wwat karslicht.
Hieronder stellen we een tiental liedjes voor. De anderstalige teksten zijn vertaald. De originle tekst vind je in de tekstboekjes ingesloten in de cd-doosjes of op internet.
1. Testament, Bram Vermeulen
2. Afscheid van een vriend, Clouseau
3. Tears in Heaven, Eric Clapton
4. Vole, Céline Dion
5. Tell me thers's a heaven, Chris Rea
6. Walking Higher, Heather Nova
7. Sanctuary, Luka Bloom
8. Little Willow, Paul Mc Cartney
9. Con te partiro, Andreas Bocelli
10. Oker, Clouseau
Verloop van de liedjescarrousel
- Je beluistert met de hele groep jongeren de 10 liederen na elkaar.
- Nadien vertellen de jongeren door welke liederen ze het meest aangesproken werden. Samen beslis je welke vijf liederen verder besproken zullen worden.
- Lied per lied wordt opnieuw beluisterd. Telkens worden de onderstaande opdrachten opgelost.
- Schrijf voor jezelf de grote lijnen van het lied op.
- Haal uit het lied de sleutelwoorden en probeer er de betekenis van te achterhalen.
- Zoek welke beelden gebruikt worden.
- Wat raakt jou speciaal in dit lied?
- Welke elementen komen bij elk lied terug? (vragen, gevoelens, beelden rond hoop, dood, verrijzenis)
- Vorm nu kleine groepjes en zet de rode draad doorheen deze vijf liedjes om in een heuse graffittimuur of poster of….
- Stel, je wil nu een troostend kaartje schrijven naar iemand die treurt om het sterven van een geliefde. Met behulp van de gedachten uit de liederen stel je een mooi tekstje op. Wissel hierover uit met elkaar.
Testament, Bram Vermeulen
Beluister dit nummer in de jukebox
En als ik doodga, huil maar niet
ik ben niet echt dood, moet je weten
het is een heimwee dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij die bent vergeten….
Als ik doodga, treur maar niet
ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij dat bent vergeten…
En als ik doodga, huil maar niet
ik ben niet echt weg, moet je weten
’t is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas, als jij me bent vergeten….
Afscheid van een vriend, Clouseau
beluister dit nummer in de jukebox
Alles is voorgoed gedaan, als jij er klaar voor bent
'k heb aan je zijde gestaan, oh God, ik heb je graag gekend.
Ik blijf hier, jij gaat naar daar
en daar is niet zo ver van hier
We spreken af, ik weet niet waar
en daar ontmoeten we elkaar
Zonder jou tikt de klok even snel,
maar de tijden veranderen wel
dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan
weet dat je in mijn hart altijd blijft voortbestaan
Slaap zacht, je hebt het verdiend
je vocht tot aan je laatste zucht
en ga, ga nu mijn vriend
en droom voor eeuwig opgelucht
net zoals vroeger kom je wel terecht
ik weet, je vindt een thuis heel gauw
en ik herhaal wat jij me ooit hebt gezegd
in mijn hart blijf ik je trouw
en ik weet, ik zou dankbaar moeten zijn,
maar precies daarom doet het zo'n pijn.
Tears in Heaven, Eric Clapton
Geschreven door Clapton zelf als verwerking van het verdriet na het zien neerstorten van zijn driejarig zoontje uit de flat van de vijfde verdieping.
beluister dit nummer in de jukebox
Zou je mijn naam kennen als ik je in de hemel zag
zou het hetzelfde zijn, als ik je in de hemel zag
Ik moet sterk zijn en verder gaan
want ik weet dat ik niet thuishoor hier in de hemel
Zou je mijn hand vasthouden, als ik je in de hemel zag
zou je me helpen volhouden als ik je in de hemel zag
Ik zal mijn weg vinden doorheen dag en nacht
want ik weet dat ik niet kan blijven hier in de hemel
De tijd kan je klein krijgen
de tijd kan je door de knieën doen gaan
de tijd kan je hart breken
en van jou een bedelaar maken
Aan de andere kant van de deur
is er vrede, heel zeker
en ik weet dat er geen tranen meer zullen vloeien in de hemel
Zou je mijn naam kennen als ik je in de hemel zag
Zou het hetzelfde zijn, als ik je in de hemel zag
Ik moet sterk zijn en verder gaan
want ik weet dat ik niet thuishoor hier in de hemel
Vole, Céline Dion
beluister dit nummer in de jukebox
Vlieg kleine vogel,
verder dan wij ons kunnen voorstellen
De zachtste wolk, de witste duif,
op de wind, de hemelse liefde
langs de sterren en de planeten.
Verlaat die eenzame wereld van ons,
ontsnap aan de zorgen en de pijn
en vlieg weer.
Vlieg mijn schat,
je eindeloze reis is begonnen.
neem je heerlijke geluk,
veel te mooi voor dit hier,
Steek over naar die andere oever
daar is vreugde voor eeuwig.
Maar bewaar deze bitterzoete herinnering
tot we elkaar weer ontmoeten.
Vlieg en vrees niet
Verspil geen adem, laat geen traan
Je hart is zuiver, je ziel bevrijd.
Ga op weg, wacht niet op mij.
Je zal klimmen boven het heelal
verder dan de tijd.
de zon en maan wisselen elkaar af,
maar ik zal je niet vergeten.
Vlieg kleine vleugel,
vlieg waar de engelen zingen.
Vlieg weg, de tijd is rijp,
ga en vind het licht.
Tell me there's a heaven, Chris Rea
Het kleine meisje zei tegen mij
wat zijn die dingen die ik kan zien
iedere nacht als ik van school kom
en mama me binnenroept voor thee
oh, iedere nacht als er een baby sterft
en iedere nacht als er een moeder huilt
hoe komt dat mannen zomaar iedere nacht
een vrouw bont en blauw slaan?
Grootvader zegt: ze zijn gelukkig nu
ze zitten bij God in het paradijs
met engelenvleugels,
en toch voel ik dit aan als ijs.
Zeg me dat er een hemel is, zeg me dat het waar is
zeg me dat er een reden is, waarom ik zie wat ik doe
zeg me dat er een hemel is, waar al die mensen naartoe gaan, zeg me dat ze nu gelukkig zijn, papa, vertel me dat het zo is.
Dus vertel ik haar dat het waar is
dat er een plaats is voor jou en mij
waar hongerige kinderen lachen en zeggen:
we zouden het niet anders willen
dat iedere pijnlijke klap een stapje op weg is
en alles wat verkeerd gedaan werd
waren maar wilde plannen
in vergelijking met die grote, prachtige dag
en ik kijk naar de vader en de zoon
en ik kijk naar de moeder en de dochter
en ik ben naar hen aan het kijken met tranen van pijn
en ik kijk hoe ze lijden
vertel dit niet aan het meisje
vertel het aan mij….
Walking Higher, Heather Nova
De zangeres wil in dit lied zingen over de dood van iemand van wie ze heel veel hield. Juist de dieptepunten in haar leven, zorgen dat je ziel groeit. Uit alle slechte, zelfs heel slechte dingen, komt iets goeds voort. Zelfs al duurt het een tijd voor je het kunt zien. In het begin was ze verdrietig en boos. Maar stilaan heeft ze haar eigen houding ertegenover aangepast. Als we de dood en verlies als een onderdeel van de liefde zagen, dan zouden we het veel beter kunnen accepteren. Dan zouden we gemakkelijker verder kunnen gaan met dezelfde onbevangenheid ten opzichte van een nieuwe geliefde.
Ik draag je met me mee
een geest van binnen
en in deze verbrijzelde armen
ben je nog steeds in leven
Ik draag je met me mee,
een heilig schrijn
en honden en engelen volgen
op de voet
Zou ik hogere wegen kunnen bewandelen?
Zou ik aan haar zijde kunnen staan?
De beenderen die ze begraven hebben
zullen de bomen voeden
maar elk woord dat je gesproken hebt
leeft nog in mij
En zou ik nog hogere wegen kunnen bewandelen
zou ik aan haar zijde kunnen staan?
En ik zal je in muziek voelen
en ik zal de rivier naar huis sturen
en soms zal ik om je huilen
als de nacht gevallen is
en ik zal mijn hoofd opheffen naar de bergen
tot de vogels spreken en vliegen
want de geest leeft verder,
als het lichaam sterft
En zou ik hoger wegen….
Sanctuary, Luka Bloom
Het is hier zo rustig op de velden van Kildare
schokkend te beseffen hoe snel de tijd steelt
Ik droomde dat ik die dag de zonsondergang tegenhield,
de wind die je wegvoerde, stil hield.
Dit verlies is overal aanwezig
ik kan er je licht voelen en aanraken
wees gewarmd en beveiligd
door de kracht van mijn verlangen
wees gewarmd en beveiligd
heiligdom
Dagen en weken gaan hoe dan ook voorbij
en waar je nu ligt zal ik narcissen achterlaten
in woorden die echoën in de nacht
heiligdom
een gemakkelijke stem die alles ten goede keert
heiligdom
Little Willow Paul Mc Cartney
Dit lied werd geschreven nadat Paul Mc Cartney vernomen had dat een goede vriend gestorven was. Hij maakte het lied als een directe reactie op het verdriet, maar, zo hoopt hij, als een balsem voor de kinderen van wijlen zijn vriend. Kleine Willow zou eventueel de naam kunnen zijn van één van de kinderen. Het lied duwt het verdriet niet weg. de wind zal hard en koud door je heen blazen. Tegen bepaalde gebeurtenissen in het leven zelf is geen kruid gewassen. Het leven gebeurt. Soms sta je er ongewapend bij. De band van de liefde blijft over de dood heen. Bij een sterfgeval kan het er soms op lijken dat de gestorvenen zonder afscheid van je weg gaat en zo de indruk geeft, niet veel van je te houden. Dit is echter een valse interpretatie. Maar ook de gestorvenen wil je hart niet breken. Niets zal de liefde verhinderen te blijven overleven.
Kleine wilg
Buig, kleine wilg
De wind zal hard en koud
door je heen blazen vannacht.
Het leven is zoals het gebeurt.
Niemand waarschuwt je.
Geeft het niet op, wilgje.
Niets zal de liefde door elkaar schudden.
Je liefde wegnemen.
Niemand is erop uit om je hart te breken.
Het lijkt er alleen maar op …hé
Slaap, kleine wilg.
De vrede komt.
De tijd zal de wonden helen.
Kleine wilg
Niets zal je liefde door elkaar schudden.
Je liefde wegnemen.
Niemand is er op uit om je hart te breken.
Het lijkt er alleen maar op …hé
Buig, kleine wilg.
De wind zal hard en koud
door je heen blazen vannacht
Het leven is zoals het gebeurt
Niemand waarschuwt je
Klamp je goed vast, wilgje
Ah, kleine wilg
Kleine wilg
dit verlies is overal aanwezig
Con te partiro, Andrea Bocelli
Wanneer ik alleen maar een droom
ben aan de horizon
en de woorden ontbreken
ja, ik weet dat er geen licht is
in een kamer
wanneer de zon ontbreekt
als jij niet bij mij bent
toon aan allen mijn hart
dat je in vuur en vlam hebt gezet
sluit in mij
het licht dat
je op straat hebt ontmoet
Met jou zal ik vertrekken
landen die ik nooit
gezien en beleefd heb met jou
ja, nu zal ik ze beleven
met jou zal ik vertrekken
op schepen, over zeeën
dat ik het weet,
neen, ze bestaan niet meer
met jou zal ik ze beleven
Wanneer je ver weg bent
droom aan de horizon
en de woorden ontbreken
en ja, ik weet het
dat je bij mij bent, bij mij
jij mij maan, jij bent hier bij mij
mijn zon, jij bent hier bij mij
bij mij, bij mij, bij mij
Met jou zal ik vertrekken
landen die ik nooit
gezien en beleefd heb met jou
ja, nu zal ik ze beleven
met jou zal ik vertrekken
met schepen, over zeeën
dat ik het weet
neen, ze bestaan niet meer
met jou zal ik ze opnieuw beleven
met jou zal ik vertrekken
ik met jou.
Oker, Clouseau
Alles staat stil onder een hemel van Delfts blauw
en de zon verft de graven oker.
En als ik bidden kon, vroeg ik om herfst hier,
waar jij slaapt, heel het jaar,
want daar hield jij van.
Sluimer zacht. Ik blijf nog even,
want het is hier zo mooi, en ik wil wat praten.
En ik hoor nog jouw stem,
lang voor wij afscheid namen,
en hoe jij zei: alles gaat voorbij.
Laat de zondvloed maar komen.
Laat het regenen in stromen,
voor altijd, voor altijd.
Laat de regen maar komen.
Ik heb jou in mijn dromen,
voor altijd, voor altijd.
Laat de regen maar komen,
laat het gieten in stromen,
voor altijd, voor altijd.
Alles staat stil. Iets is gebroken,
en ik moet nu naar huis,
want de poorten sluiten.
En jij lijkt zo dichtbij.
Thuis wacht er niemand meer op mij,
en de zon verft de graven rood.
Laat de regen maar komen,
laat het gieten in stromen,
voor altijd, voor altijd.
Laat de zondvloed maar komen.
Ik heb jou in mijn dromen voor altijd,
voor altijd.
ICT-opdracht: interreligieuze dialoog
De leerlingen krijgen een aantal opdrachten die ze door te zoeken op internet proberen op te lossen. Later wordt deze opdracht klassikaal besproken.
1. Vul telkens de passende godsdienst in:
- Wordt begraven met het hoofd naar Mekka:...
- Er wordt bij de overledene gewaakt en er blijft een kaars branden ...
- Hun lichaam wordt altijd gecremeerd ...
- De aanwezigen werpen een handvol aarde in het graf ...
- De overledene mag niet gecremeerd worden ...
- De bezoekers leggen een steentje op het graf ...
- De as van de overledene wordt in de rivier uitgestrooid ...
- De brandstapel moet gemaakt worden volgens bepaalde rituelen ...
- De overledene wordt begraven met het gezicht naar Jeruzalem ...
- Er wordt voorgelezen uit de heilige boeken ...
- De aanwezigen bidden voor de overledene ...
- Ze hebben een rouwperiode van 12 dagen ...
2. Bij welke godsdienstige begrafenis past volgend gebed of volgende woorden.
'Net zoals een man versleten kleren wegdoet en nieuwe aantrekt, zo treedt ook de ziel uit versleten lichamen en treedt in andere die nieuw zijn.'
Deze woorden passen bij de begrafenis van ... omdat ze verwijzen naar ...
3. 'Van aarde bent u gemaakt, in aarde wordt u gelegd en uit de aarde wordt u gehaald op de Dag van het Oordeel.'
Deze woorden passen bij de begrafenis van ... omdat ze verwijzen naar ...
3. Zoek in de eerste opdracht gelijkenissen met een christelijke begrafenis.
4. Wat is de bedoeling van de rouwperiode? Vind je zo'n rouwtijd goed? Waarom? Bestaat er ook zo'n rouwtijd bij christenen?
Bron: zelfgemaakte godsdienstcursus van een collega in Don Bosco Hechtel
Werken met de film La Stanza del figlio
Didactische suggestie bij La Stanza del figlio
Filmfragment 1: vanaf 28 min 12 sec tot 41 min 22 sec.
In dit fragment zijn we getuigen van de momenten net voor en net na het ongeluk van Andrea. We zien de verschillende reacties van de vader, moeder en de zus.
Vragen ter bespreking:
- Beschrijf de gevoelens die bij de personages naar boven komen.
- Wat ervaart Giovanni volgens jou als hij op de kermis loopt? Wat wilde de regisseur hiermee verwoorden?
Filmfragment 2: vanaf 47 min tot 50 min 45 sec.
In dit fragment zien we hoe de vader van Andrea zichzelf verwijten maakt. Hij denkt na over hoe het ongeluk had kunnen vermeden worden.
Vragen ter bespreking:
- We zien Giovanni in het begin van het fragment de muziek steeds terugspoelen. Wat willen de filmmakers hiermee zeggen, denk je?
- Waarom gaat Giovanni naar de duikerswinkel? Vind je dit logisch? Zou je dat in zijn plaats ook doen?
- Wat gebeurt er als de patiënt op consultatie komt? Is dit een normale reactie?
Filmfragment 3: vanaf 54 min 24 sec tot 58 min 32 sec.
In dit fragment zien we het gezin tijdens een herdenkingsviering voor Andrea. De priester spreekt over het onbegrijpelijke van de dood en hoe we alleen lijken te staan met ons geloof.
Vragen ter bespreking:
- Welke gevoelens komen in dit fragment naar voor?
- Bij welke rouwtaak hoort dit fragment?
- Wat zou jij doen om iemand die je lief had te herdenken?
- Wat wordt volgens jou bedoeld met de zin: 'als de meester wist wanneer de dief komt, zou hij niet bestolen worden'?
- Wat vind je van de reactie van Giovanni ten opzichte van zijn patiënt?"
Didactische suggesties bij andere films
Zie onderdeel 'Didactisch materiaal'
Een film die samen bekeken en besproken wordt, kan een hulpmiddel zijn in het leren omgaan met verdriet en rouw. Onderstaande vragen kunnen op alle films toegepast worden uit de filmlijst van de tweede graad.
In plaats van één film te bekijken, kan je filmfragmenten van verschillende films bekijken. Onderstaande vragen kunnen mits kleine aanpassingen opnieuw gebruikt worden. link didactisch materiaal film (of vermelding hoe ze die DVD kunnen bestellen)
- Welk fragment uit de film heeft je het meest geraakt?
- Verwoord in een paar zinnen wat je zag en wat het met je deed.
- Is het een situatie die je in je eigen leven herkent?
- Kan of wil je er iets meer over vertellen?
- Welke gevoelens werden opgeroepen bij jou?
- Hoe zou jij omgaan met gevoelens van verdriet, pijn, liefde?
- Waren er fragmenten waarvan je dacht: zo zou ik ook willen omgaan met mijn verdriet, zo zou ik ook willen troosten of getroost worden?
- Wat betekent troosten voor jou?
- Hoe gaat men in de film om met verdriet, afscheid nemen?
- Hoe zou jij willen omgaan met verdriet in je relatie, in je gezin?
- Welk personage in de film bewonder je? Wat doet hij dat zo bijzonder voor je is?
- Zijn er mensen die mijlpalen zijn in je leven, waar je naar opkijkt?
- Zijn er waarden die je belangrijk vindt?
- Welke vragen rond je eigen leven heeft deze film opgeroepen?
- Kan je met deze vragen ergens terecht?
- Hoe belangrijk is communicatie, het uiten van gevoelens, vrijheid, verbondenheid, vriendschap, dromen en verlangens, een thuisgevoel voor jou?
- Wat doe jezelf om je dromen naar vriendschap en communicatie vorm te geven?
- Stel dat je een film zou schrijven rond omgaan met verdriet. Welke titel zou je eraan geven? Waar zou de film zich afspelen? Zou het gaan over één persoon of zou je werken met een gezin waar elke mens, jong en oud, rouwt op zijn manier?
- Schrijf een gedicht rond de film die je zag.
- Hoe heb je de muziek van de film ervaren? Welke sfeer, emoties, gevoelens riep die in je op?
Werken met filmfragmenten
Zie onderdeel 'Didactisch materiaal', La Stanza del figlio.
Leerlingen bekijken elk fragment afzonderlijk en beantwoorden per fragment onderstaande vragen. Na de filmfragmenten krijgen de leerlingen de kortfilm 'Father and daughter' te zien. Ze lossen de opdracht op die betrekking heeft op de kortfilm. Vervolgens worden de antwoorden in kleine groepjes besproken.
- Welke reacties vertonen mensen hier op het verdriet bij de dood?
- Wat roept dit filmfragment op?
- Hoe zou jij reageren? Wat zou jij zeggen?
- Welk beeld heeft je het meest geraakt?
- Vergelijk de filmfragmenten met de kortfilm 'vader en dochter'.
- Hoe gaat de dochter in deze kortfilm met de dood om?
- Hoe denk jij over dood?
Werken met een verhaal?
Er was eens een heel bijzondere boom. Anders dan de andere. Juist daarom was hij zo aantrekkelijk, zo mooi. Het liefst wilde ik altijd in zijn nabijheid zijn. Ik voelde me veilig bij hem. Er was iets vertrouwds tussen ons. Alsof we samen een geheim deelden. Elke dag wandelde ik naar de plek waar mijn vriend stond. Het leek wel of hij steeds mooier werd. Steeds meer bijzonder. Ik vergeet nooit die dag in september. Iedereen was naar het kerkhof. Ik zat in stilte bij mijn boom. Er was iets heels bijzonders die dag. Ik voelde hoe de grond waarop ik zat heilige grond werd. Ik omarmde mijn vriend. Ik weet niet hoelang ik daar zat, maar ineens hoorde ik een zachte, trillende stem. Het was de stem van mijn vriend die zijn verhaal vertelde.
'Het was op een mooie dag. De zon had me overvloedig overgoten met zijn warmte en zijn kracht. Ik voelde me meer dan ooit verwend door het leven. Ik was een en al geluk en toen gebeurde er iets wat mijn leven totaal veranderde. Nooit meer zou de zon mij op dezelfde manier verwarmen. Nooit meer zou de wind op dezelfde manier mijn bladeren beroeren. Plotseling werd het donker om me heen en koud. Ik weet niet of het de duisternis en de ijzige kou van mijn eigen hart waren of dat het buiten echt zo akelig was. Ik voelde alleen dat iets me ten diepste trof. Iets scherp, iets snijdends boorde zich door mij heen. Heel mijn wereld stortte in. Ik werd door de bliksem getroffen. Op dat moment ging het verdriet van heel de wereld door me heen. Een deel van mezelf werd afgescheurd. Ik hield mijn ogen stijf dicht. De weinige bladeren die ik nog had, hield ik angstvallig dicht tegen me aan. Ik weet niet hoelang ik daar stond. Maar toen ik mijn ogen opendeed en eindelijk om me heen durfde te kijken, zag ik hoe zij die mij het dierbaarst was levenloos naast me lag. Toen heb ik mijn takken over haar heen gebogen. Ik heb haar voortdurend zachtjes gestreeld. Met mijn tranen heb ik haar gewassen en met de weinige bladeren die ik nog had, heb ik haar voor altijd toegedekt. Ik voelde vreugde door mijn verdriet. Ik kon haar nog verzorgen. Ik wist dat ze voor altijd zo dicht bij mij zou blijven en ik bij haar.
Groot was mijn verdriet toen ze op een dag haar gebroken maar zo mooie lichaam als een stuk waardeloze materie kwamen ophalen en wegvoerden. Voor altijd weg van mij. Mijn jonge maar dikke schors barstte als teken van eeuwig vaarwel. Langzaam heb ik me in mezelf gekeerd en mijn eigen wonden bekeken. Ik was ten diepste geraakt in mijn kruin. Er was een knoest op de plaats waar de bliksem was ingeslagen. Ik was verminkt. Voor altijd. Mijn takken gingen een andere weg dan ik had gepland. Ik zou nooit de boom worden die ik voor mezelf gedroomd had: gaaf, af, bijna perfect. Ik huilde om het verlies van mijn eigen ik. Toen schaamde ik me weer. Ik wilde niet huilen om mezelf maar om mijngeliefde.
Wat moest er van mij worden? Ik wist heel zeker dat ik nooit meer zo gelukkig zou zijn. Wanhopig begon ik mij te richten op het positieve. Maar alles verbleekte door dit tragische verlies. Toen begreep ik dat ik moest stoppen met me in bochten te wringen, dat ik alleen maar moest toelaten wat er was: pijn, gemis, niet te stillen verdriet. Zo leerde ik langzaamaan ervaren dat ik altijd anders zou zijn dan de anderen. Anders ook dan dat ik ooit gedacht had te worden.'
Mijn vriend keek me ontroerd aan en zei:'Vandaag vertel ik voor het eerst mijn verhaal. Het was mij verborgen geschiedenis die zich op een geheim plekje in mezelf schuilhield. Ik had alles zo diep in mezelf verstopt dat ik het nauwelijks nog kende. De langzame kennismaking met jou en je schroomvolle en oprechte nabijheid hebben me opengebroken. Daarom voel ik nu een diepe tevredenheid en dankbaarheid. zelfs om het leven dat voorbij is. Door jou mocht mijn geschiedenis van verlies en pijn een verhaal worden van ontdekking en overwinning op die pijn. Ik heb mogen ervaren hoe mijn zijn en mijn pijn jou hebben geraakt. Al vertellend kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn dwaze verlangen naar perfect en volledig en af zijn al lang achter me heb gelaten. Het werd me duidelijk dat ik met mijn verwonde kruin en mijn eigenzinnig gevormde takken steeds een eigen taak hebt vervuld in dit bos. Ja, ik bloei anders dan de anderen. Ik ben ook anders. Ik ben degene die onderdak biedt aan de verdwaalde vogels. Ik ben het die een knoest heeft waar eekhoorns in wonen. Ik ben het die schaduw biedt aan treurende geliefden. Ik ben het helemaal alleen. Vandaag raken wij elkaar. Sinds het eerste moment dat ik jou in de kern van je wezen mocht ontmoeten, wist ik dat ook jouw vorm veranderd is. Dat ook jouw ziel verwond werd. Dat ook jij in de volheid van je leven werd losgerukt van een grote geliefde.'
De boom en ik keken elkaar aan. Ik kende geen woorden die konden weergeven wat er in me leefde aan warmte, liefde, herkenning en verbondenheid. Ik kwam dichter bij hem staan en streelde zijn mooie knoest. Eventjes voelde ik hoe een tak heel voorzichtig mijn wang aanraakte en een traan van mijn wangen opzoog.
Die dag was voor mij een wonderlijke dag. Op een heilige plek in het woud van onze ziel hebben de boom en ik elkaars pijn aangeraakt. Nooit zal mijn pijn nog dezelfde zijn want ze werd gedeeld en door mij beluisterd. Nooit zal mijn gemis nog zoveel gebrokenheid meedragen want ik heb iemand ten diepste ontmoet en daardoor werd ik geheeld.
Gesprek in kleine groepjes (max. 4) aan de hand van volgende vragen
- Wat voel je bij het horen van dit verhaal?
- Waar klopt jouw hart voor?
- Herken je jezelf in dit verhaal?
- Wat heeft je het meest geraakt in dit verhaal?
- Wat boeit je in dit verhaal?
- Wat vond je mooi?
- Wat vond je droevig
- Wat zou je willen meemaken of juist niet wat in dit verhaal beschreven staat?
- De boom heeft een knoest als litteken, wat zijn jouw littekens in je leven?
- Met wie kan je over deze pijn, deze littekens praten?
- Schrijf een verhaal over jouw kwetsuren, je littekens. Lees elkaars verhaal en schrijf bij elk verhaal een vraag je je wil stellen? In de kleine groepjes worden elkaars vragen beantwoord.
- Wat is er anders gegroeid of misgroeid in je leven?
- Waar ervaar jij troost?
- Wie is er bijzonder voor jou?
- Wat maakt dat jij iets of iemand bijzonder vindt?
- Welke boom zou je willen zijn?
- Wat is jouw heilige of veilige plek?
Lied van Willem Vermandere
D'r staat in mijn hof nen lelijken boom
al veel te lange zo nen aap van nen boom
hij moest uit mijn ogen met al zijn venijn
en 't moeste maar zulk gene lelijkaard zijn
D' happ' in mijn handen en 'k had goed gemikt
God laat het groeien maar 't is de mens die 't schikt
ne zwaai in de lucht direct is 't voorbij
krijg ik daar zelf gene slag in mijn zij
Lijk Isaac gered in 't oud testament
Deur 'n engel van God juist op 't laatste moment
den hemelse macht smeet mijn happ' in de grond
en 't boompje bleef staan daar waar dat 't stond
Vanaf dien dag heb ik het goed gesoigneerd
haast blaadje per blaadje gevisenteerd
bij 't minste windje, sneeuwtje of vorst
klopte mijn herte van vrees in mijn borst
en iedere lente heb ik diep gezucht
als ik 't boomt je zag groeien scheefweg in de lucht
en 'k leefde gelukkig en ie was content
'k en heb mijn eigen kinders nooit zo verwend
en als ik ga dood gaan plant nevens mijn kruis
twee takken van 't boompje van achter mijn huis
dat 'k d' eeuwigheid lang kan slapen en dromen
diep aan de wortels van mijn bloedeigen bomen
Klasgesprek
- Moeten bomen met een eigenaardige vorm blijven leven?
- Hoe dacht de persoon aan het begin van het lied over de boom?
- Veranderen zijn gevoelens ten opzichte van de boom?
- Blijft hij het tot het einde toe een lelijke boom vinden?
- Hoe zou jij omgaan met een 'lelijke' boom?
- Verdienen ze een plaats bij de bomen? Hebben ze recht van bestaan?
- Moeten ze gekapt, uitgeroeid verdreven worden?
- Welke groeiwijzen hebben wel recht van bestaan? Welke niet?
- Waarom wordt die boom waardevol voor de persoon in het lied?
- Heeft die lelijke boom iets te maken met zijn eigen leven?
- Zou hij zichzelf in de boom herkennen? Waaraan merk je dat?
- Waarom wil hij begraven worden in de buurt van die boom?
- Kan je dat begrijpen?
- Zegt het lied iets over hoe je kan omgaan met moeilijke gevoelens?
- De zanger spreekt van een 'hemelse macht' en een 'engel van god'
- Wat bedoelt hij daarmee? Wat brengt dit teweeg? Wat zegt dit over God?
- Wat zegt dit over zorgzaam omgaan met elkaar?
Vuurritueel
Doel: Met dit ritueel proberen we leerlingen gevoelig te maken voor symbolische handelingen die het samenzijn versterken.
Materiaal: gekleurde kaartjes, schrijfgerief, muziek en kaarsjes, een aarden pot
Werkwijze: Nodig de leerlingen na het verhaal en de bespreking van de boom uit om in stilte te zitten. Zet rustgevende muziek op.
Bereid hen voor om in gedachten terug te gaan naar mooie momenten, naar de liefde die gedeeld werd. Nodig de leerlingen uit om alles wat moeilijk is op een kaartje te schrijven. Voor elk pijnlijk gevoel wordt een andere kleur gekozen.
In een ritueel worden de briefjes buiten verbrand. Er kan bijgezegd worden: 'ik gooi dit stukje pijn in het vuur zodat het grote Vuur in mij nog heviger kan branden. Of de leerlingen kiezen ervoor om het in stilte te doen. De as wordt aan de aarde teruggeven onder een boom.
In de klas wordt deze activiteit afgerond met de bezinning in powerpoint: eerste gedeelte.
Werken met poëzie: eerste methode
Elke leerling krijgt de opdracht tegen de volgende les om een gedicht te zoeken dat hem/haar treft vanuit zijn/haar verdrietervaringen. Er zijn heel wat gedichten te vinden over 'afscheid nemen' bij link: meditatief materiaal, poëzie. Je kan deze link aan de leerlingen doorgeven.
Iedereen brengt het gekozen gedicht naar voor met een korte toelichting. Tussen elk gedicht wordt even klassieke muziek gespeeld.
De gekozen gedichten worden op het prikbord gehangen of kan door de leerkracht gebundeld worden voor elke leerling.
Werken met poëzie: tweede methode
Voor deze activiteit gaan de leerlingen naar een sfeervolle stille plaats waar de gedichten ophangen. Ze gaan maximaal per twee bij een gedicht staan. De gedichten hangen ver uit elkaar om de ander niet te storen. Ze schuiven uurwerksgewijze op.
Alle leerlingen lezen alle teksten twee keer: de eerste maal lezen ze de gedichten 'met hun verstand' waarna ze nog eens rustig rondgaan om de teksten 'met hun gevoel, hun hart' te lezen.
Dan gaan de leerlingen rustig bij het gedicht van hun voorkeur staan. Soms staat er een vrije grote groep bij eenzelfde gedicht, maar dit is geen belemmering.
Tijdens het lezen speelt op de achtergrond klassieke muziek.
Daarna gaan de leerlingen naar de klas. Hier krijgen ze de teksten van de gedichten op 3 à 4 bladzijden samengebracht met de opdrachten. De leerlingen lossen eerst apart de verschillende opdrachten op. Daarna zoeken ze de leerlingen op met hetzelfde gedicht en bespreken de opdrachten. Het lesuur wordt afgesloten met het voorlezen van de verschillende gedichten. Tussen elk gedicht speelt men rustige muziek zodat elk gedicht kan bezinken.
Individuele opdracht:
- Schrijf voor jezelf neer wat je beleeft, wat je voelt, waaraan je denkt, wat je treft als je dit gedicht leest.
- Wat zou de dichter bedoeld hebben?
- Zijn er volgens jou belangrijke elementen of ideeën die ontbreken?
- Als het gedicht waar is, wat zijn dan de gevolgen?
Opdracht groepswerk:
- Overloop de individuele opdracht.
- Waar zijn jullie het eens met elkaar?
- Waar verschillen jullie in interpretatie?
Voor de gedichten kan de leerkracht een selectie maken van gedichten die te vinden zijn in het onderdeel meditatief materiaal: poëzie. Selecteer minstens 15 gedichten,vergroot deze gedichten om ze in de stille ruimte op te hangen. Tevens bundel je ze ook om aan de leerlingen te geven in de klas.
Men kan dezelfde werkwijze gebruiken, maar in plaats van gedichten worden kunstwerken gebruikt.
Derde graad
Stellingenspel
"Aan de hand van stellingen nodigt men leerlingen uit om na te denken en te praten over de dood. Hieronder vindt men een lijst van bruikbare stellingen."
- Als ik toch moet sterven, wil ik in stilte gaan.
- Wanneer je verdrietig bent, blik dan opnieuw in je hart en je zult zien dat je weent om wat je vreugde schonk. (Kahil Gibran, uit de Profeet)
- Ik ben niet bang om dood te gaan. Ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt. (Woody Allen)
- Voor niets krijg je zoveel voorbereidingstijd als voor de dood. Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand er op voorbereid is? (F. Hellers)
- Bang voor de dood? Hoe kan je nu bang zijn voor iets waarvan je geen voorstelling kan maken? (Jules Deelder)
- Indien gij de geest van de dood aanschouwen wilt, open dan wijd uw hart voor het lichaam des levens. Want leven en dood zijn één, zoals de rivier en de zee één zijn. (Kahil Gibran, uit de Profeet)
- De mens verbeeldt zich dat het de dood is die hij vreest, maar wat hij vreest is het onvoorziene, de explosie. De mens is bang voor zichzelf, niet voor de dood. (Antoine de Saint-Exupéry, uit de Oorlogsvlieger)
- Verdriet zie je niet, je bent het. Soms went het, soms niet. (J.C. van Schagen)
- Als mijn tijd gekomen is, wil ik van niemand rouw…(Chairil Anwar)
Interreligieuze dialoog
Aan de hand van het artikel 'Als je huilt, kraken de botten in het graf. Rouw bij Turkse en Marokkaanse meisjes en vrouwen in Nederland' (MGv 1999-6, p. 616 - p.629) bestuderen de leerlingen de rouwverschillen tussen moslims en christenen.
De leerlingen lezen dit artikel thuis. Tijdens een groepswerk lossen ze volgende vragen op:
- In welke boeken staat geschreven wat moslims geloven over de dood?
- Hoe kan een moslim voorspraak krijgen in het hiernamaals?
- Hoe kunnen moslims na de dood het paradijs bereiken?
- Beschrijf de rituele wassing na het overlijden.
- Waarom worden vrouwen uitgesloten van het dodengebed en de begrafenis?
- Hoe lang rouwen moslims? Wat doet men tijdens de rouwperiode?
- Hoe verandert de sociale positie van de vrouw en de kinderen als de vader overlijdt?
- Hoe staat de islam in conflict met de volksgebruiken? Illustreer met een voorbeeld.
- Met welke tegenstrijdigheden worden moslimmeisjes in het Westen geconfronteerd?
Als de school moslimleerlingen heeft, is dit een kans om deze leerlingen te interviewen over afscheid nemen in de islam.
Rouwmodellen
Aan de hand van een opgegeven bibliografie bestuderen de leerlingen het faseringsmodel van dr. E. Kübler-Ross, het doolhof van Ter Horst en het takenmodel van J.W. Worden. De leerlingen stellen deze modellen schematisch voor. Bovendien vermelden ze van elk model de sterkte en de zwakte.
De leerlingen passen het model van J.W. Worden toe op de film 'Buitenspel'. Ze gaan de verschillende rouwtaken die in de film aan bod komen met filmfragmenten illustreren.
Variant voor de film 'buitenspel' is de tekst van Augustinus.
De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed…
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuivere tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
Als je van me houdt.
Augustinus
Klasgesprek:
- Wat raakt je in deze tekst?
- Kun je dat onderschrijven: de dood is niets?
- Kun je de ervaring delen dat je een geliefde overledene heel dichtbij kunt voelen? Hoe?
- Hoort sterven bij het leven of is het iets dat buiten jezelf staat?
- Neem je de tijd om bezig te zijn met het eigen sterven?
- In welke fase of taak van het rouwproces zou deze tekst geschreven kunnen zijn?
E. Kübler-Ross onderscheidt fasen in het rouwen. Na de schok spreekt ze over: de ontkenning en isolering, ergernis en woede, het marchanderen, de depressie en de aanvaarding.
Volgens de Amerikaanse psychiater J.W. Worden staan je na het verlies van een dierbare vier dingen te doen:
- het aanvaarden van het verlies
- het verwerken van de pijn, het voelen van de pijn die het gevolg is van het verlies
- je aanpassen aan een leven waarin de overledene ontbreekt
- de overledene emotioneel een plaats geven en het oppakken van de draad van het leven
Ethiek en sterven
De film 'Mar adentro' is een ideale film om grensmomenten binnen te brengen in de klas. De euthanasieproblematiek wordt vanuit verschillende standpunten belicht.
De film is een waar gebeurd verhaal. Ramon Sampedro, een Spaanse man die als twintiger een duik neemt in een te ondiep deel van de zee, breekt z'n nek. De volgende drie decennia brengt hij door in bed, volledig afhankelijk van zijn familie. Hij kan enkel zijn hoofd bewegen. Met behulp van een (eveneens terminaal zieke) advocate begint Ramon een lijdensweg langs de rechtbanken opdat hij legaal euthanasie zou kunnen plegen. Maar de overheid blijft doof voor hem. Na 28 jaar gevangenschap in zijn lichaam, ziet hij uiteindelijk geen andere oplossing meer dan cyaankali in te nemen.
Deze film gaat over een persoon, die voor zichzelf de keuze heeft gemaakt en deze gerespecteerd wil zien.
Klasgesprek aan de hand van volgende vragen:
Vragen gebaseerd op Mar adentro
- Mag Ramon, die bij zijn volle verstand is, een persoonlijke beslissing nemen om uit het leven te stappen als hijzelf dat leven als onwaardig beschouwt?
- Is verlamd zijn een reden om euthanasie te plegen?
- Hoe sta je tegenover het standpunt van de broer van Ramon? Wat denk je van de priester?
- Moet de beslissing van iemand om niet verder te leven gerespecteerd worden?
- Beoordeel: 'Het leven is een recht, geen plicht'.
- Welke argumenten hanteren de broer en de priester als pleidooi voor het leven?
- Wat vind je van de stelling van Ramon: 'Alleen zij die werkelijk van mij houdt, kan mij helpen met het verwezenlijken van mijn ultiem doel'.
- Hoe sta jij tegenover het standpunt van Ramon Sampedro?
De leerlingen krijgen als thuisopdracht om in de kijker 'Eerbied voor het leven. Toch vragen over euthanasie' te lezen. Ze kunnen kiezen tussen achtergrondinformatie, theologische basisliteratuur of de lesimpulsen. Op deze manier kan men diepgang krijgen tijdens het gesprek dat betrekking heeft op de ethische aspecten van de grensmomenten.
Vragen verwijzend naar de ethische aspecten van grensmomenten
- Hoe kan je eerbied voor het leven verbinden met de vraag naar euthanasie?
- Kan euthanasie als een gewone keuzemogelijkheid voor de patiënt?
- Heeft een mens in bepaalde gevallen het recht om te beslissen over het beëindigen van het leven van zichzelf en/of van een ander?
- Welke rol mag het christelijk geloof spelen in het debat over en de tot standkoming van de wetgeving inzake euthanasie? Welke rol mag ze niet spelen?
- Op welke wijze moeten de standpunten van andere levensbeschouwingen zoals de vrijzinnigen, moslims en joden een rol spelen in het debat over de wetgeving rond euthanasie?
- Wat is er nodig: een wet die euthanasie mogelijk maakt; of een wet die waarborgt dat je niet tegen je wil in sterft?
- Kan euthanasie een behandeling worden zoals een andere, waarbij de patiënt het recht heeft op een 'zachte dood'? Is dit menswaardig sterven?
Werken met de film 'Sous le sable'
Didactische suggestie bij 'Sous le sable'
Filmfragment vanaf het begin van de film tot 22 min 45 sec.
In dit fragment zien we hoe Jean en Marie aankomen op hun vakantiebestemming en hoe hun relatie is. De volgende dag gaan ze naar het strand en Jean verdwijnt als hij gaat zwemmen. We zien hoe Marie reageert op zijn verdwijning.
Vragen ter bespreking:
- Welke indruk maakt het koppel op je? Hoe zou je hun relatie omschrijven?
- Welke indruk maakt de man? Welke indruk maakt de vrouw?
- Hoe reageert Marie de eerste momenten en dagen na de verdwijning van haar man? Wat doet ze concreet? Welke gevoelens roept het bij haar op?
- Beschrijf het gedrag van Marie als we haar later, in de winter, terugzien.
- Hoe reageren haar vrienden als Marie over Jean spreekt alsof hij nog leeft?
- Waarom denk je dat het voor haar moeilijk is zijn overlijden te accepteren?
- Vind je in het fragment fasen terug van het rouwproces? Welke?"
Werken met een kortfilm: eerste, tweede en derde graad
Father and daughter, 2000, kortfilm.
In deze film wordt niet gesproken. Het zijn de beelden die spreken. Het meisje komt voortdurend terug naar dezelfde plaats waar ze afscheid heeft genomen van haar vader. Dit doet ze een leven lang. Ze zoekt steeds opnieuw de plek op waar haar levensverdriet mee verbonden is. Het verdriet waait niet weg. Het overleeft alle seizoenen van haar leven. De plek is een deel van haar leven geworden.
Didactische suggestie bij 'Father and daughter'
Vragen ter bespreking:
- Welke gevoelens roept deze film bij jou op?
- Wat vertelt deze tekenfilm ons over verdriet?
- Wat is de rol van seizoenen in deze film?
- Welke rouwtaken herken je in 'father en daughter'?
- Hoe begrijp jij het einde van de film?
- De wegen van verdriet zijn moeilijke wegen. Hoe brengt de regisseur deze gedachte in beeld?
Aan de hand van film en filmfragmenten krijgen leerlingen inzicht op de manier hoe mensen omgaan met verlieservaringen. Kies filmfragmenten zo, dat ze op korte tijd de essentie tonen om van daaruit te komen tot verwerking via een kringgesprek of een andere werkvorm. Je geeft de leerlingen van tevoren gerichte vragen mee, zodat het geen vrijblijvend TV-kijken wordt.
Film
Een film die samen bekeken en besproken wordt, kan een hulpmiddel zijn in het leren omgaan met verdriet en rouw. Onderstaande vragen kunnen op alle films toegepast worden uit de filmlijst van de derde graad.
In plaats van één film te bekijken, kan je filmfragmenten van verschillende films bekijken. Onderstaande vragen kunnen mits kleine aanpassingen opnieuw gebruikt worden.
- Welk fragment uit de film heeft je het meest geraakt?
- Verwoord in een paar zinnen wat je zag en wat het met je deed.
- Is het een situatie die je in je eigen leven herkent?
- Welke gevoelens werden opgeroepen bij jou?
- Hoe zou jij omgaan met gevoelens van verdriet, pijn, liefde?
- Waren er fragmenten waarvan je dacht: zo zou ik ook willen omgaan met mijn verdriet, zo zou ik ook willen troosten of getroost worden?
- Hoe zou jij willen omgaan met verdriet in je relatie, in je gezin?
- Welke vragen rond je eigen leven heeft deze film opgeroepen?
- Kan je met deze vragen ergens terecht?
- Welke zinvragen roept de film bij je op?
- Wat is voor jou de zin van het leven? Wat geeft je leven zin?
- Hoe heb je de muziek van de film ervaren? Welke sfeer, emoties, gevoelens riep die in je op?
- Wat doet deze film met me?
2. Curatieve werkvormen
De rouwgroep
De rouwgroep
Rouwende leerlingen kunnen terecht in een rouwgroep op school. Deze rouwgroep kan begeleid worden door de pastoraal dragende groep. Rouwgroepen zijn nog niet in alle katholieke scholen aanwezig, maar men stelt momenteel een duidelijke toename van deze groepen vast in Vlaanderen.
Op schoolniveau blijkt dat twee tot drie procent van de leerlingen de afgelopen vijf jaar een verlieservaring heeft meegemaakt. Bovendien hebben we leerlingen die op jonge leeftijd een verlieservaring hebben meegemaakt. Tijdens de puberteit roept dit verlies weer vragen op. Daarnaast zijn er nog leerlingen die een vriend of klasgenoot verloren hebben. Dat maakt dat het percentage rouwende leerlingen veel hoger is dan de hogervermelde drie procent.
Waarom opteren voor een rouwgroep op school?
De school is een vertrouwde omgeving waar de leerling wat afstand kan nemen van zijn emoties. Thuis over verlies praten is voor jongeren moeilijk omdat ze angst hebben andere gezinsleden te kwetsen of verdrietig te maken. Een externe hulpverleningsinstelling heeft te veel afstand en geeft de indruk dat rouw abnormaal is. Terwijl het gaat om gezonde jongeren die het door een verlieservaring extra moeilijk hebben.
De school is een goede invalshoek; de omgeving is bekend, de mensen zijn vertrouwd, de jongeren zijn rechtstreeks aan te spreken. De rouwgroepen kunnen goed in een schoolsetting ingepast worden omdat scholen nog andere trainingen aanbieden zoals een sociale vaardigheidstraining, een faalangstreductietraining,…
Een ander argument om met een rouwgroep te starten op school is efficiëntie. Als meerdere leerlingen aandacht vragen om hun verlies is het efficiënter om deze hulpvraag in een groep op te pakken. Het belangrijkste argument is dat leerlingen met normale rouw veel meer aan elkaar hebben dan aan goedbedoelde adviezen van volwassenen.
Doel van de rouwgroep
Eén van de belangrijkste functies van de rouwgroep is het bevestigen en normaliseren van de ervaring van de rouwenden. Een rouwgroep is niet de oplossing voor alle rouwende leerlingen. Er zijn leerlingen die op school niets willen horen over hun verlies. Dit is de enige plaats waar alles hetzelfde is gebleven en dat willen ze zo houden. Toch betekent één keer 'nee', niet voor altijd 'nee'. Het is zinvol om deze leerlingen bij een volgende samenkomst opnieuw uit te nodigen.
Doelen van de rouwgroep:
- ervaringen, gedachten en gevoelens delen
- creëren van gevoelens van verbondenheid
- werken aan opnieuw een overzicht krijgen van de eigen situatie
- vergroten van zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde
- uitbreiden en verbeteren van strategieën om om te gaan met verlies
- werken aan het krachtiger maken van de rouwende leerling 313
Begeleiden van een rouwgroep
De meeste leerkrachten zijn niet opgeleid om rouwende leerlingen bij te staan, zeker niet in een rouwgroep. Het is dan ook raadzaam om eerst een degelijke training te volgen. Deze training bestaat uit theoretische informatie over rouwende adolescenten, gekoppeld aan de eigen rouwervaringen. Zij moeten zelf een aantal oefeningen leiden, een toegepast programma voor de eigen school uitwerken en een invoeringsplan maken. Best begeleiden twee leerkrachten met opleiding een rouwgroep. Men kan als katholieke school vragen aan leerkrachten die deel uitmaken van de pastoraal dragende groep om deze opleiding te volgen. De pastoraal dragende groep wordt dan ook een groep die leerlingen draagt die het extra moeilijk hebben.
Zorg voor de begeleiders
Collega's kijken soms met argusogen naar de rouwbegeleiding omdat zij vinden dat leerkrachten geen psychologen zijn en het begeleiden van een rouwgroep niet bij hun opdracht hoort. Ook ouders verwachten veel. Dit verhoogt de druk van de begeleiding.
Rouw gaat ook bij de begeleiding gepaard met hevige emoties. De begeleiding moet kunnen omgaan met sterke emoties, zowel van de deelnemers als van zichzelf. De gemotiveerde begeleiders investeren veel energie in de groep. Het gevaar bestaat dat ze te weinig aandacht hebben voor eigen welzijn. Een belangrijke bijdrage voor de begeleidende leerkrachten is een goede inbedding van hun werk in de schoolorganisatie en een morele ondersteuning van de schoolleiding.
Doe-activiteiten tussen overlijden en begrafenis of kort erna
Ballonnen met kaartjes maken, stenen beschrijven, vlinders tekenen
De leerlingen verwoorden op deze manier een wens voor de overledene of datgene wat ze nog willen zeggen.
Materiaal: witte ballonnen gevuld met helium, kleine gekleurde kaartjes, lintjes, witte stenen, dikke waterbestendige stiften, papier, schaar, verf, kleurpotloden
Werkwijze: De leerlingen krijgen een gekleurd kaartje waarop ze een boodschap kunnen schrijven voor de overledene. ze schrijven hun naam eronder. Het kaartje wordt aan de ballon geknoopt. Deze ballonnen kunnen opgelaten worden bij de begrafenis van een medeleerling.
De leerlingen schrijven op een steen een boodschap en hun naam. Deze steen krijgt een plaats bij het graf of je kan als leerkracht in de klas in een hoekje een plekje maken voor deze stenen.
De leerlingen tekenen vlinders en kleuren en beschilderen ze. In de vleugels schrijven ze woorden over de overledene. Je kan in de klas een vlinderboom maken en de vlinders hierin een plaats geven. Of de leerlingen kunnen de vlinders meegeven in de kist.
Een troostboom
Een troostboom is een grote tak in de groepsruimte waaraan de leerlingen tekeningen, brieven voor de ouders of teksten hangen. Ze dienen als troost voor de familie van de overleden leerling. Ze kunnen verzameld worden om aan de familie te geven tijdens het rouwbezoek.
Herinneringsboek of troostboek
Dit boek is een variatie op de troostboom. In dit boek worden tekeningen, brieven en andere teksten geplakt. Het boek wordt aan de familie gegeven als troost maar ook als herinnering. Het is een onbetaalbare kostbaarheid voor de ouders, broers en zussen. Leerlingen kunnen aan dit boek werken de eerste paar dagen na het overlijden.
OH-spel (associatiespel) tweede en derde graad
Dit spel (te verkrijgen bij centrum informatieve spelen) bestaat uit 100 kaarten met geschilderde tekeningen en 100 kaarten met woorden.
De tekeningkaarten worden op de tafel gelegd met de tekeningen naar boven…Ieder haalt er voor zich een tekening uit die voor hen, nu, het meest past bij hun manier van verdrietverwerking…
Iedereen wordt uitgenodigd zijn kaarten voor zich uit te leggen en z'n associatie te verwoorden… een stukje verhaal voor zichzelf te vertellen.
Dit spel is bruikbaar voor bijna alle thema's
Vier basisgevoelens (na uitvaartplechtigheid)
Als klasleraar heb je bij het overlijden van een leerling ook de taak van nazorg. Hoe verwerken de leerlingen de gebeurtenis? Hoe gaan zijn om met de rouwtaken? Komt niemand in het doolhof van verdriet te zitten? Daarom besteed je best als mentor in de eerste weken na het overlijden nog enkele lessen aan het rouwproces van de leerlingen.
Geschikte activiteit voor de eerste drie jaren van het secundair onderwijs.
Materiaal: vier grote vellen papier, stiften en schrijfgerief
Werkwijze: Deze methode heeft als doel dat leerlingen hun gevoelens uiten.
Vier leerlingen gaan met hun rug op een groot stuk papier liggen met de benen lichtjes gespreid. Andere leerlingen tekenen hun omtrek af met een stift. Elk figuur krijgt in het hoofd een ander gevoel: blij, bang, boos, bedroefd. Je hangt deze papieren tegen de muur en laat de leerlingen ervoor gaan staan. Aan de hand van een aantal vragen gaan de leerlingen bij de figuur staan die overeenkomt met hun gevoel bij die vraag. Nodig hen uit te vertellen waarom ze daar staan en noteer in het kort hun antwoorden in de getekende figuur.
Let er als leerkracht wel op dat geen discussie ontstaat bij de verschillende meningen. Iedereen heeft recht om zich te voelen zoals hij dat wil. Alle antwoorden zijn goed.
- Wat voel je als je aan … denkt toen hij nog in onze klas was?
- Wat voel je als je denkt aan het moment dat ik jullie vertelde dat hij dood was?
- Wat voel je als je terugdenkt aan het brengen van de laatste groet?
- Wat voel je als je terugdenkt aan de uitvaartplechtigheid?
- Wat voel je als je terugdenkt aan de opvang van de klas?
- Wat voel je als je aan de dood denkt?
- Wat voel je als je als je aan je eigen dood denkt?
- Wat voel je nu na deze activiteit?
Laat de papieren nog een tijdje hangen in de klas en nodig de leerlingen uit om hun gevoelens en gedachten te noteren op momenten dat zij dat wensen.
Doodeerlijk
De leerkracht heeft vooraf een aantal aanvulzinnen met grote letters op kaarten geschreven. De leerlingen zitten in een kring en nemen om beurten een kaart van de stapel. Ze lezen de zin voor en vullen die vanuit hun eigen beleving aan. Ook de andere kunnen de kans krijgen deze zin aan te vullen
Voorbeelden van aanvulzinnen:
- Er is me nooit verteld dat…………….
- Ik wou dat ik kon……………………..
- Toen ik hoorde dat …………………..
- Vaak vraag ik me af ………………….
- Ik zou willen dat ik nooit……………..
- Ik zou nu tegen ………………willen zeggen…………….
- Sinds het overlijden van ………………voel ik me………….
Werkvormen die aansluiten bij de vier rouwtaken
Rouwtaak 1: De realiteit van het verlies erkennen
Hoop en angst
Alle leerlingen van de rouwgroep krijgen een blad dat ze in twee plooien. Aan de rechterzijde schrijven ze in drukletters HOOP, aan de linkerzijde BANG. De leerlingen noteren drie dingen waarop ze hopen in de groep en drie dingen waarvoor ze bang zijn in de groep. Deze blaadjes worden verzameld in een doos. Vervolgens neemt om de beurt een leerling een blad en leest dit voor. Na elk blad is er een moment van stilte.
Doel van deze activiteit is leerlingen laten realiseren dat de andere leerlingen met dezelfde gevoelens en gedachten zitten. Deze activiteit is een goede ijsbreker.
Mijn verhaal
Alle leerlingen zitten in de cirkel. De begeleider heeft de praatstok en vertelt over zijn/haar verlieservaring. Hij/zij vertelt wie de overledene was, hoe hij/zij dood ging, waar hij/zij was toen hij/zij het vernam. Als de begeleider zijn/haar verhaal verteld heeft, kan hij/zij de praatstok doorgeven aan een lid van de groep. Bij het gebruik van de praatstok betekent dit dat zolang iemand de praatstok in de hand heeft, de aandacht bij hem/haar is, ook al wordt er niets gezegd.
Na deze ronde krijgen de leerlingen een gekleurd werkblad met de contouren van een vogel. Ze schrijven hierin de naam en de geboorte- en sterfdatum van hun persoon. De vogel wordt uitgeknipt en op een prikbord gehangen.
Iedereen heeft het recht om te passen als hij/zij nog niets kan of wil vertellen.
Zoveel vragen zonder antwoord
Omgaan met de eerste rouwtaak veronderstelt de realiteit van het verlies onder ogen zien. ook al zijn er veel vragen waar geen antwoord op is, belangrijk is dat deze vragen gesteld worden.
Materiaal: rustige muziek, papier, schrijfgerief, kaarsen
Activiteit: De leerlingen schrijven op een blad papier al de vragen die ze nog hebben rond verlies, pijn, verzet, woede, dood, afscheid…Op de achtergrond is rustige muziek aanwezig.
De briefjes worden opgevouwen en opgehaald in een doos. De begeleider husselt ze door elkaar en om beurten mag iedere deelnemer er een papiertje uithalen. De leerling leest de vraag voor. Hij/zij mag zelf een antwoord geven. Als de leerling geen antwoord weet, vraagt de begeleider wie in de groep kan helpen. Het kan zijn dat niemand een antwoord heeft. Dan wordt er bijvoorbeeld afgesproken dat twee deelnemers samen een huisarts opbellen of een begrafenisondernemer, of dat iemand internet raadpleegt. In de volgende sessie worden deze vragen dan terug opgenomen.
Men sluit de activiteit af met een bezinningstekst, suggesties van teksten.
Suggestie: bezinningstekst
Indien ik de woorden kende
om antwoord te geven op je duizend vragen
dan praatte ik met je,
uren en dagen lang.
Indien ik genezen kon wat omgaat in je hart
aan onmacht en verdriet
dan bleef ik naast je staan
uren en dagen lang.
Maar ik ben niet groter
niet sterker dan jij
en ik weet niet alles
en ik kan niet zoveel,
ik ben maar een vriend op je weg,
al uren en dagen lang.
Bron: onbekend
Rouwtaak 2: Ervaren het verlies. Het voelen van de pijn
Mijn gevoel, mijn kleur, mijn symbool
De leerlingen krijgen een werkblad waarop acht gevoelens staan (gelukkig, verdrietig, boos, liefde, angst, pijn, alleen voelen en schuld)

Aan de leerlingen wordt gevraagd om de kleuren en symbolen die ze associëren met deze gevoelens te benoemen en deze te koppelen aan mensen, plaatsen en gebeurtenissen die verbonden zijn met elk van deze acht gevoelens. Bijvoorbeeld: Gelukkig wordt geassocieerd met de kleur geel, het symbool zon en de gebeurtenis is de zonnige vakantie in Frankrijk van vorige zomer.
De leerlingen bespreken deze werkbladen per twee of in kleine groepjes.
Speciale aandachtspunten bij de nabespreking:
- Houden van en zich verbonden voelen, heeft als keerzijde loslaten en rouwen.
- Tegenstrijdige gevoelens hebben is niet vreemd.
- Onrechtvaardigheid: Het leven is niet logisch en niet rechtvaardig en de natuurlijke orde wordt niet altijd gerespecteerd .
Je binnenste buiten
De leerkracht tekent de omtrek van de leerling op een groot vel papier. Hij/zij bevestigt het getekende vel papier op een nieuw vel papier en knipt het bovenste deel open. De leerlingen noteren hun gevoelens. Het gevoel dat ze het meest ervaren, schrijven de leerlingen in de grootste letters, het gevoel dat ze het minst ervaren in de kleinste letters. Ze schrijven het gevoel op de plaats waar ze het in hun lichaam voelen en geven dit gevoel een kleur. De verschillende tekeningen worden in plenum besproken.
Fotospel
Het vertellen over je gevoelens bij het verlies met behulp van foto's is een oefening uit deze tweede rouwtaak. De foto geeft houvast bij het vertellen en brengt onbewust dingen naar boven die anders niet aan bod komen.
In het midden van de groep worden de foto's van 'Het fotospel van de PPC Groep (bestelnummer 2.520.33)' uitgespreid.
De leerlingen kiezen een foto die het best weergeeft hoe de leerling zich voelde de eerste tijd nadat papa/mama/zus/… overleden was.
of
De leerlingen kiezen een foto die het best weergeeft hoe de leerling zich nu voelt . Ze vertellen aan elkaar waarom ze die foto gekozen hebben en welk gevoel die foto bij hen oproept.
Een variatie bestaat uit werken met muziek. Deze activiteit komt elke bijeenkomst terug. De jongeren brengen om beurten muziek mee die te maken heeft met hun gevoelens rondom het verlies. Het kan muziek zijn uit de afscheidsdienst, muziek waar de overledene van hield of muziek waar ze naar luisteren om weer uit de put te raken.
De gevoelsdoos (bangdoos, boosdoos, blijdoos en de verdrietige doos)
Jongeren hebben behoefte aan erkenning van hun gevoel. De gevoelsdoos is eigendom van de jongeren. Ze bepalen zelf wat met de doos gebeurt en wie de doos mag openen. Jongeren leren op deze manier grenzen trekken ten behoeve van zichzelf en hun gevoel. Tegelijkertijd leren ze hun gevoel te delen met anderen.
De doos kan gebruikt worden om er briefjes, foto's, voorwerpen, tekeningen…die verband houden met dat gevoel, in te bewaren.
Tijdens de samenkomst versieren de jongeren de doos rond een bepaald gevoel. De begeleiding benadrukt dat via de versiering van de doos het gevoel een vorm krijgt. Een boosdoos zal er heel anders uitzien dan een verdrietige doos.
Materialen die men kan gebruiken voor de doos: een schoendoos, pluimpjes, foto's, verf, touw, sterretjes,…
Huilen en lachen
In deze tweede rouwtaak drukken jongeren hun gevoelens uit.
Materiaal: papier, kleurpotloden en schrijfgerief
Werkwijze: Op de ene helft van het papier wordt een grote traan getekend die symbool staat voor het verdriet, daarin komen alle pijnlijke en moeilijke gevoelens. op de andere helft wordt de zon getekend met daarin alles wat vreugde of geluk schenkt of schonk. Met behulp van de praatstok worden deze tekeningen bekeken. Deze activiteit wordt afgesloten met een bezinningstekst van Kahil Gibran.
Over vreugde en smart
Toen zei een vrouw: Spreek tot ons over vreugde en smart.
En hij antwoordde:
Je vreugde is onthulde smart. En de bron waaruit je lach ontspringt, werd vaak gevuld met je tranen.
Hoe kan het anders zijn? Hoe dieper de smart in je wezen kerft, hoe meer vreugde je kunt bevatten.
Is niet de beker die je wijn bevat dezelfde beker die in de oven van de pottenbakker werd gebakken?
En is niet de luit die je geest kalmeert hetzelfde hout dat door mensen werd uitgehold?
Wanneer je blij bent, schouw dan diep in je hart, en je zult zien dat enkel wat je smart gegeven heeft, ook vreugde brengt. Wanneer je verdrietig bent, blik dan opnieuw in je hart en je zult zien dat je weent om wat je vreugde schonk.
Sommigen zeggen: "Vreugde is groter dan smart", en anderen: "Neen, de smart is groter."
Maar ik zeg je: ze zijn onafscheidelijk. Zij komen tezamen, en wanneer de een met je aanzit aan je tafel, moet je bedenken dat de ander slaapt in je bed.
Voorwaar, als een weegschaal hang je tussen je smart en je vreugde. Alleen wanneer je ledig bent, sta je stil en ben je in evenwicht. Wanneer de schatbewaarder je opneemt om zijn goud en zilver te wegen, moet je vreugde of smart rijzen of dalen.
Kahlil Gibran
De herinneringsdoos
De herinneringsdoos is een variatie op de gevoelsdoos.
Materiaal: lege doos, gekleurd papier, lijm, nietmachine, versiermateriaal: kralen, slingers, schelpjes,… Foto's, voorwerpen, herinneringen die de jongere zelf meebrengt.
Werkwijze: Elk maakt een doos met al die materialen. Op een gekleurd papier worden de foto's geplakt. Bij elke foto wordt een verhaal of gedicht geschreven.
Deze symbolische dingen vol herinneringen krijgen een plekje in de versierde doos. Welke plaats krijgt elk ding in de doos? Nodig de leerlingen uit om hierover te vertellen. Deze activiteit kan afgerond worden met het lied van Bram Vermeulen Testament of het verhaal van Toon Tellegen Bewaren of een bezinningstekst
Bewaren
Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak van de beuk. Het was warm en stil en zij keken naar de toppen van de bomen en naar de sterren. Zij hadden honing gegeten en gepraat over de zon, de oever van de rivier, brieven en vermoedens.
"Ik ga deze avond bewaren", zei de Mier. "Vind je dat goed?"
De eekhoorn keek hem verbaasd aan.
De mier haalde een klein zwart doosje te voorschijn.
"Hier zit ook al de verjaardag van de lijster in", zei hij.
"De verjaardag van de lijster?", vroeg de eekhoorn.
"Ja", zei de mier en hij pakte die verjaardag uit het doosje. En zij aten weer zoete kastanjetaart met vlierbessenroom, en ze dansten weer terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan- en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren.
De mier stopte hem weer in het doosje.
"Daar stop ik deze avond bij", zei hij. "Er zit al hel veel in." Hij deed het doosje dicht, groette de eekhoorn en ging naar huis.
De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor zijn deur zitten en dacht aan dat doosje. Hoe zou die avond daar nu in zitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde? Zou hij niet kunnen vallen en breken, of wegrollen? Wat zou er trouwens nog meer in dat doosje zitten? Avonturen die de mier alleen had beleefd? Ochtenden in het gras aan de oever van de rivier, als de golven glinsterden? Brieven van verre dieren? En zou het ooit vol zijn, zodat er niets meer bij kon? En zouden er ook andere doosjes bestaan, voor treurige dagen?
Zijn hoofd duizelde. Hij ging zijn huis in en stapte in bed.
De mier lag toen al lang te slapen, in zijn huis onder de struik. Het doosje lag boven zijn hoofd, op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dichtgedaan. Midden in de nacht schoot het plotseling open en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling danste de mier met de olifant in het maanlicht, onder de linde.
"Maar ik slaap!", riep de mier.
"O dat geeft niets", zei de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. Hij zwaaide met zijn oren en zijn slurf en zei: "Wat dansen wij goed, hè?" en "O pardon" als hij op de tenen van de mier trapte. En hij zei dat de mier ook best op zijn tenen mocht trappen.
De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier.
Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker.
Hij wreef zijn ogen uit en keek om zich heen. De maan scheen naar binnen en viel op het doosje op de plank. De mier stond op en duwde het deksel stevig dicht. Maar hij hield zijn oor nog wel even tegen het doosje en hoorde muziek en geritsel en gekabbel van golven. En hij dat zelfs even dat hij de smaak van honing hoorde, maar hij wist niet zeker of dat wel kon.
Hij fronste zijn voorhoofde en stapte weer in bed.
Toon Tellegen
Als je van iemand houdt
Als je van iemand houdt en je bent van hem gescheiden,
kan niets de leegte van zijn afwezigheid vullen;
je moet dat niet proberen, je moet eenvoudigweg aanvaarden en volharden.
Dat klinkt erg hard, maar het is ook een grote troost;
want zolang de leegte werkelijk leeg blijft, blijf je daardoor met elkaar verbonden.
Het is fout te zeggen: God vult die leegte.
Hij vult haar helemaal niet, integendeel, hij houdt die leegte leeg
en helpt ons zo de vroegere gemeenschap met elkaar bewaren, zij het ook in pijn.
Verder: hoe mooier en rijker de herinneringen des te moeilijker de scheiding.
Maar dankbaarheid verandert de pijn der herinnering in stille vreugde.
De mooie dingen van vroeger zijn geen doorn in het vlees, maar een kostbaar geschenk dat je meedraagt. Je moet zorgen dat je niet in je herinneringen blijft graven en je erin verliest.
Een kostbaar geschenk bekijk je niet aldoor, maar alleen op bijzondere ogenblikken;
buiten die ogenblikken is het een verborgen schat, een veilig bezit;
dan wordt het verleden een blijvende bron van vreugde en kracht.
Verliesmandala
Deze werkvorm is aan te raden wanneer er veel jongeren van de eerste graad in de groep aanwezig zijn of voor een klas van de eerste graad.
Bij een verliesmandala wordt de cirkel in parten verdeeld. Soms in vieren, soms in zessen. Bij iedere taartpunt wordt gevraagd om een tekening te maken. Meestal zet ik in het midden een rondje, een hartje of een vlinder waarin leerlingen de naam van de overledene zetten. Soms wordt het een heelmandala genoemd, omdat hij helend werkt, maar ook omdat het een geheel beeld geeft. De opdracht kan over meerdere lesuren of sessies verdeeld worden of kan deels als huiswerk meegegeven worden. Het is vaak prettig om met de leerlingen te praten terwijl ze aan het tekenen zijn.
Vak 1: Teken een belangrijke herinnering
Vak 2: Wat is er gebeurd?
Vak 3: Wat gebeurde er nadat die persoon overleden was?
Vak 4: Waar is hij nu?
Vak 5: Wie wachtte op hem? Wie is er bij hem?
Vak 6: Waar kun je nog naartoe om bij hem te zijn? Of op welke manier kun je nog contact maken?
Variatia: mandala met gevoelens
Dit is een oefening waarbij kleuren gebruikt worden om je gevoelens uit te drukken. Gebruik zoveel kleuren als je wilt om je mandala te kleuren en denk terug aan hoe je je voelde toen je papa/mama/broer of zus dood ging. Onder de mandala kun je je gevoelens opschrijven naast de kleuren die je gebruikt hebt.
Tekentaal werkt met tegenpolen zoals dik-dun, licht-donker, gemengde -ongemengde kleuren.
De materialen om kleur te geven aan de mandala liggen ergens centraal zodat de leerlingen de vrije beschikking hierover hebben. Als de mandala's klaar zijn, komt iedereen weer in de kring en laten de leerlingen om beurten hun mandala zien en leggen uit welke gevoelens ze via de mandala geuit hebben. Soms zullen ze daarbij enige steun of aanmoediging nodig hebben;
Opmerking: Een mandala is een oud woord uit het Sanskriet, dat niet alleen cirkel maar ook bewustzijn betekent. Je kunt de cirkel zien als het grootste symbool dat er is. Het oersymbool van de cirkel kan oneindig veel andere symbolen dragen.
Eventueel kan het kleuren van de mandala in de laatste sessie herhaald worden om na te gaan of er iets veranderd is in de gevoelens sinds het overlijden.
Binnenstebuiten
Met deze activiteit wil de begeleider de leerlingen laten ervaren dat uiterlijk gedrag niet altijd overeenstemt met het innerlijke gevoel en dat daarmee de omgeving vaak op het verkeerde spoor wordt gezet en de jongeren zelf niet krijgen waar ze behoefte aan hebben.
Materiaal: tekenpapier, stiften, kleurkrijt, werkbladen maskers
Binnenste buiten
Binnen…, dat is van mij.
Binnen, kan jij niet bij.
Ik zie daar wat jij niet ziet,
en wat ik droom, weet jij niet.
Maar als je echt wilt zien,
komt binnen buiten, misschien.
De leerlingen krijgen de opdracht zichzelf te tekenen zoals ze er aan de buitenkant uitzien. Welk gezicht, welke gevoelens laten ze aan de buitenwereld zien? Hoe denken ze dat anderen hen zien? Op een tweede vel tekenen ze hoe de binnenkant eruitziet en wat ze in werkelijkheid voelen maar niet kunnen of willen laten zien. Als de tekeningen klaar zijn, wisselen ze die uit met een andere leerling. Plenair bespreken de begeleiders de oefening. Ze stellen vragen als:
- Wat is het grootste verschil tussen de twee tekeningen?
- Wat vind je moeilijk om aan anderen te laten zien?
- Hoeveel procent van je buitenkant komt overeen met je binnenkant?
- Wat maakt het lastig om je binnenkant te laten zien? Welk risico loop je daarmee?
- Wat maakt het makkelijker om je binnenkant te laten zien?
Als afsluiting wordt het verhaal gelezen van Toon Tellegen
De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu voelde.
De krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij nu eigenlijk voelde, ergens binnen in zich, dat hij zich binnenstebuiten keerde om daar achter te komen.
Het was aan de rand van het bos, vroeg in de ochtend. De lijster werd juist wakker en wist niet goed of hij nog droomde, en de leeuwerik viel bijna uit de lucht van verbazing, want daar, in het natte gras, in de milde ochtendzon, onder veel gehijg en getsjirp, duwde de krekel zijn binnenste naar buiten, terwijl zijn buitenste naar binnen verdween.
De lijster vloog naar beneden en even later kwam ook de mier uit het struikgewas tevoorschijn, waar hij naar zoethout had gezocht.
"Hoe bestaat het?", zei de mier.
"Hallo!" Plotseling hoorden zij heel zacht van binnen uit de binnenstebuiten gekeerde krekel een stem.
"Ben jij dat, krekel?" , vroeg de mier.
"Ja", zei de stem.
"Wat doe je daar?"
"Kunnen jullie mijn gevoel zien?"
"Je gevoel?"
"Ja. Jullie weten toch wel wat gevoel is…? Het moet daar ergens zitten."
"Zie jij wat?", vroeg de mier aan de lijster.
"Nee", zei de lijster. "Waar moet ik op letten?"
"En mijn gedachten?"; vroeg de gesmoorde stem.
Weer bekeken de mier en de lijster de binnenstebuiten gekeerde krekel, haalden hun schouders op en zeiden: "Nee."
"O", zei de stem. "Wat zien jullie dan wel?"
"Ja", zei de mier. "Hoe moet ik dat zeggen. Het lijkt nergens op."
"Maar misschien is dat mijn gevoel wel!", zei de stem
"Het ziet er eigenaardig uit", zei de lijster.
"Zo kun je ook niet eten, krekel", zei de mier. "Ik zie je mond nergens."
"Dat klopt", zei de stem. "Mijn mond is hier."
Even was het stil. Toen zei de stem:"Dat weet ik niet. Kijk eens"
De mier en de lijster bekeken de binnenkant van de krekel nog eens nauwkeurig en de mier meende dat hij kon zien dat de krekel honger had.
"Ja, je hebt honger", zei hij.
"O", zei de stem. "Wat nu?"
"Ik denk", zei de mier,"dat je buitenstebinnen moet keren, krekel. Er zit niet anders op."
"Dat denk ik ook", zei de lijster.
De krekel vroeg nog een keer of ze heel goed wilden kijken of ze zijn gevoel zagen en ook bepaalde gedachten die hij soms zo maar tegen zijn zin had. Maar zij zagen niet. Toen keerde de krekel zich met veel gekraak en rumoer weer buitenstebinnen. De mier en de lijster hielpen hem met trekken en duwen.
"En toch", zei de krekel toen hij weer in het gras stond, zijn binnenste binnen en zijn buitenste buiten, "toch hadden jullie mijn gevoel moeten zien. Want nu zit het weer hier." Hij tikte op zijn borst. "Hier."
De lijster groette de beide andere en vloog weg, terwijl de mier de krekel meenam naar een geheimzinnige plek onder de eik waar een potje zachte harshoning stond, dat de mier daar verborgen had voor een zeer speciale gelegenheid.
"Vreemd, hè, mier," zei de krekel, terwijl hij een grote hap nam.
De mier knikte.
"Ik denk altijd dat mijn gevoel rood is", zei de krekel," lichtrood. Dat denk ik. Maar ik zou dat zo graag eens zeker willen weten. Jammer dat jullie het niet konden vinden."
De mier knikte en nam nog wat honing.
Een kast met gevoelens
Door deze activiteit krijgen de leerlingen inzicht in wat ze met hun eigen gevoelens doen.
Materiaal: werkblad Mijn kast met gevoelens
Werkblad: Mijn kast met gevoelens
Werkwijze: Een van de begeleiders leest de fragmenten uit het boek van Joske voor. Vervolgens krijgen de leerlingen een werkblad waarop een kast met laden getekend staat. Ze worden gevraagd om op de laden hun gevoelens te schrijven.
De vragen die erbij gesteld worden zijn:
- Hoe ziet jouw kast eruit? Welke gevoelens zitten verstopt en welke niet?
- Schrijf op de laden welke gevoelens bij jou in welke la zitten?
- Weet je ook welke sleutel nodig is om zo'n dicht laatje open te krijgen?
- Moet iemand er dan met jou over praten? Of helpt muziek daarbij? Of misschien iemand die tijd voor je neemt zonder veel te zeggen?
Deze oefening wordt in groep besproken.
Fragment: Uit het boek 'Josjes droom' van Sjoerd Kuipers)
Ze stond voor de kast in de kelder. In haar ene hand hield ze de brief met het nieuws over de dood van de soldaat, in de andere de gouden sleutel. Ze stak de sleutel in het slot en opende de deur. De kast was vol geheime laden en deurtjes en dubbele bodems(…) Josje legde de brief in de la. Ze schoof de la dicht en sloot de deur van de kast. En op het moment dat ze de sleutel omdraaide, was het of een vlam door haar schoot. Haar bloed begon te stromen(…)Al het verdriet was van haar afgevallen, ze was haar soldaat niet vergeten, maar wel het verdriet om zijn dood. Voorzichtig deed ze de kast weer open en nam de brief uit de la. Ze werd zwaar van binnen en tranen duwden tegen haar oogleden. Zo werkt het dus, dacht ze. Snel legde ze de brief weer terug. La dicht. deur dicht. Kast op slot. Weg is weg. Het verdriet bleef achter in de kast. Niet voor altijd, dacht Josje. Later mag het er weer uit, later, als ik goed tegen verdriet kan.
Speciale aandachtspunten bij de nabespreking.
Josje probeert haar verdriet niet te voelen door het in de kast te stoppen. Dat kan helpen, voor een tijdje. Eens komt het verdriet er weer uit.
Je lichaam kan je zien als een kast met allerlei laden. Sommige laden zitten potdicht, andere staan een stukje open en weer andere staan wagenwijd open. In die laden zitten gevoelens. Sommige gevoelens zitten dus goed verstopt en mogen er niet uit. Andere gevoelens laat je heel goed merken.
Tranen in soorten en maten
Door deze oefening krijgen de leerlingen meer inzicht in hun eigen verdriet en hun verdrietreacties en in de uiterlijke reacties van anderen.
Materiaal: werkblad 'tranen in soorten en maten'
potloden, kleurpotloden, stiften.
Werkwijze: Bij verdriet horen tranen. Wanneer je zelf verdrietig bent, dan merk je dat die tranen hun eigen weg gaan. Ze willen niet komen, er komen er te veel, ze komen op momenten dat je het niet wilt, kortom het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Je merkt ook dat er verschillende soorten tranen zijn; tranen van verdriet, tranen van machteloosheid, tranen van woede, tranen van teleurstelling, tranen van ontroering, tranen van blijdschap, tranen van eenzaamheid. Soms zie je de tranen niet aan de buitenkant, maar stromen ze vooral van binnen. Op het werkblad staan verschillende tranen getekend. Ga voor jezelf eens na welke soort traan jij kent voor jezelf. Geef die eens aan op het werkblad en schrijf er voor jezelf de naam van die traan bij.
Deze oefening kan per twee of met de volledige groep besproken worden. In de nabespreking kun je ingaan op de tranen van anderen in het eigen gezin. Hebben de andere gezinsleden andere soorten tranen of een andere wijze om hun tranen te laten zien?
Je kan deze activiteit afronden met een gedicht van Connie Vollenhoven
Tranenpotje
Ik huil 'n potje,
ik huil 'n potje,
ik huil 'n potje bij elkaar.
Het komt zo uit m'n ogen.
Je mag ze nu weer drogen,
want ik ben met huilen klaar.
Ik heb 'n traan voor de dag
en 'n traan voor de nacht.
'n Traan voor als ik verdrietig ben
en één waardoorheen je lacht.
'n Traan voor m'n au,
en voor 'waar blijf je nou'.
'n traan voor 'ik wil dat niet'
en ook 'n traan die niemand ziet.
Werkblad: tranen in soorten en maten
Bij verdriet horen tranen, hoewel je die niet altijd aan de buitenkant ziet.
Je kunt verschillende soorten tranen hebben:
- ik-laat-me-alleen-achter-gesloten-deur-zien traan
- ik-ben-zo-woest taan
- ik-voel-me-depri traan
- ik-voel-me-zo-machteloos traan
- ik-wil-niet-huilen traan
- ik-wil-niet-naar-school traan
- laat-me-toch-met-rust traan
- ik-doe-even-niet-mee traan
- mijn-vrienden-snappen-me-niet traan
Welk soort tranen heb jij? Schrijf ze in de onderstaande tranen. Is het een grote of een kleine traan? Welke kleur past bij de traan? Misschien heb jij wel andere tranen, schrijf deze tranen dan op.
Werken met muziek: Op de tonen van mijn gevoel
De activiteit heeft als doel met de leerlingen een van de copingstrategieën (muziek die ervoor zorgt dat je je beter gaat voelen) door te nemen om om te gaan met gevoelens.
Materiaal: cd-speler en cd's
Werkwijze: De leerlingen brengen zelf de cd mee met muziek die voor hen een van de volgende functies heeft.
- oproepen van emoties
- oproepen van herinneringen
- helpen met coping
- favoriete muziek van de overledene
- om de aanwezigheid van de overledene te kunnen voelen
- om nog een boodschap te geven aan de overledene (iets dat je nog had willen zeggen, toen hij nog leefde).
Om beurten wordt naar de muziek geluisterd die de deelnemers hebben meegebracht. Deze vertellen naar keuze vooraf of achteraf, waarom zij deze muziek gekozen hebben en welke functies de muziek heeft voor hen.
Speciale aandachtspunten: Deze activiteit roept veel emoties op, las daarom regelmatig een pauze in. Ga niette snel van de ene muziek over naar de andere, las telkens een korte adempauze in door bijvoorbeeld wat klassieke muziek of muziek van enya te spelen. Let op of ze muziek meebrengen waar suïcidegedachten of -wensen in voorkomen. Dat kan een signaal zijn.
Er is ook muziek die jongeren kan helpen die het niet meer zien zitten, zoals 'Everybody hurts' van REM of 'Er is altijd een weg' van Volumia.
Loslaten
Leerlingen verwoorden hun pijn, verdriet, boosheid en andere gevoelens en frustraties.
Materiaal: werkblad luchtballon, kleurpotloden, stiften
Werkblad: luchtballon
Werkwijze: De leerlingen krijgen hun werkblad. Ze noteren drie gevoelens in de luchtballon die ze graag zouden loslaten. Ze kleuren de ballon. Er volgt een groepsgesprek, waarbij volgende vragen aanbod komen:
- Waarom is het zo moeilijk om die gevoelens los te laten?
- Zou jij je beter voelen als die gevoelens er niet meer waren?
- Wie kan een voorbeeld geven dat hij werkelijk een gevoel los heeft kunnen laten? Hoe heeft hij/zij dat voor elkaar gekregen?
- Wat helpt om los te komen van onaangename gevoelens?
Na het gesprek worden de luchtballonnen opgehangen op een prikbord in het rouwlokaal.
Rouwtaak 3: Herinneringen - leren leven zonder de overledene
De band is niet verbroken
De leerlingen wisselen aan elkaar uit wat hen bindt aan degene die er niet meer is. De begeleiding vertrekt vanuit het verhaal 'Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak' van Toon Tellegen 325. Het verhaal gaat over bewaren van herinneringen. De leerlingen hebben allemaal een voorwerp meegebracht dat hen bindt met diegene die dood is. Het kan een juweel, een handwerkje, een foto, …zijn. De leerlingen krijgen om de beurt de gelegenheid te laten zien wat ze meegebracht hebben en vertellen er kort iets over. Wat is de verbinding tussen hen, het voorwerp en diegene die dood is?
Ik schrijf een brief aan mezelf
Deze activiteit heeft als doel een stap te zetten in het leren leven zonder de lijfelijke aanwezigheid van papa/mama,…De opdracht voor de deelnemers is een brief te schrijven aan zichzelf en zichzelf te adviseren hoe verder te gaan zonder die ander er is. Deze brief schrijven kan als huistaak gegeven worden. Tijdens de sessie kan de ervaring en mogelijk de inhoud van de brief gedeeld worden.
Als ik je nog iets mag zeggen
De bedoeling van deze activiteit is te werken aan 'unfinished business' door een brief te schrijven naar de overledene.
De leerlingen schrijven een brief aan de overledene waarin ze onder andere vertellen hoe ze zich voelen, wat ze nog hadden willen zeggen en hoe het nu met hen gaat. Vaak praten
de jongeren met de overledene hierin bij en stellen ze een heleboel vragen 328. De leerlingen krijgen deze brief als huiswerk mee.
In de groep vertellen ze aan elkaar hoe het was om de brief te schrijven. Ze krijgen de mogelijkheid om een stukje van de brief voor te lezen. Daarna komt aan de orde wat ze met de brief zullen doen. Hoe krijg je de brief bij de overledene? Voorbeelden zijn: verbranden, in het water laten wegstromen, aan een ballon oplaten. Belangrijk is dat dit onderdeel van de activiteit een ritueel karakter krijgt. Het 'verzenden' van de brief kan ook in kleine groepjes besproken worden, waarna ze mekaar vertellen wat ze precies gaan doen.
Variatie: Wat ik nog zou willen vragen? Als je achterblijft, blijf je met veel vragen zitten. Op welke vragen wil je antwoord hebben? Wie kan je een antwoord geven? Wanneer ga je die vraag stellen? Schrijf deze dingen eens op een briefje.
Wat heb ik nodig?
De deelnemers krijgen door deze oefening zicht op verschillende copingstrategieën om om te gaan met rouw en andere gevoelens.
Materiaal: werkblad 'Top tien hits bij rotgevoelens'
werkblad 'Mijn top drie bij rotgevoelens'
Werkwijze: De begeleiders vragen aan de leerlingen wie een voorbeeld heeft hoe om te gaan met rotgevoelens. "Wat doe je dan om je minder rot te voelen?" Daarna bespreken ze in de grote groep 'de top tien bij rotgevoelens'. "Er zijn gezonde en minder gezonde manieren om met rotgevoelens om te gaan. Welke kies jij?"
De deelnemers gaan per twee aan het werk met het werkblad 'Mijn top drie bij rotgevoelens'. Ze bedragen elkaar hierop, geven voorbeelden en vragen aan de ander wat die dan zou doen. Ook bespreken ze of het gezonde manieren zijn. Wat zou je kunnen doen om het gezonder te maken?
Werkblad 1: Top Tien Hits bij Rotgevoelens
- Gaan hardlopen
- Keihard muziek aanzetten
- Aan de alcohol gaan
- Op een bank gaan liggen of onder de dekens kruipen
- Met iemand gaan praten, iemand opbellen
- Naar een mooie film kijken
- Sporten
- Een mooi boek lezen
- De natuur ingaan
- Met de hond gaan lopen, paardrijden of iets dergelijks.
Werkblad 2: Mijn Top Drie bij Rotgevoelens
Als ik me rot voel dan ga ik:
Mijn levensvlag
Materiaal: papier, kleurpotloden, verf, penselen, potten voor water
Werkwijze: De leerlingen maken een vlag waarin verleden, heden en toekomst vorm krijgen. De activiteit is aan te raden wanneer leerlingen moeilijker praten. Men kan met de leerlingen een gesprek aangaan, vertrekkend vanuit de tekeningen. De tekeningen worden in het rouwlokaal opgehangen. Dze activiteit wordt afgerond met een verhaal. Zie link meditatie materiaal : verhalen en boekfragmenten
Het magische mosterdzaadje
Er was eens een vrouw wier enige zoon stierf. In haar verdriet ging ze naar een heilige man en zei: 'Over welke gebeden, welke magische bezweringen beschikt u om mijn zoon weer levend te maken?' In plaats van haar weg te sturen of met haar te gaan praten zei hij tegen haar: 'Breng me een mosterdzaadje uit een huis dat nooit verdriet heeft gekend. Dat zullen we gebruiken om het verdriet uit uw leven te verdrijven.' De vrouw ging meteen op pad, op zoek naar het magische mosterdzaadje. Eerst kwam ze bij een prachtig herenhuis. Ze klopte op de deur en zei: 'Ik zoek een huis dat nooit verdriet heeft gekend. Ben ik hier aan het goede adres?' Ze zeiden tegen haar: 'U bent beslist aan het verkeerde adres hier', en begonnen alle tragische gebeurtenissen op te sommen die hun de laatste tijd waren overkomen. De vrouw zei bij zichzelf: 'Wie is beter in staat om deze arme ongelukkige mensen te helpen dan ik, die zelf ongelukkig ben'. Ze bleef een poosje om hen te troosten en ging toen verder op haar speurtocht naar een huis dat nooit verdriet had gekend. Maar waar ze ook kwam, in krotten of paleizen, ze kreeg het ene verhaal na het andere te horen over droefheid en ongeluk. Uiteindelijk ging ze zo op in het steun bieden aan anderen die verdriet hadden geleden, dat ze haar speurtocht naar het magische mosterdzaadje vergat, zonder ooit te beseffen dat het inderdaad het verdriet uit haar leven had verdreven.
Wie troost mij?
Door deze oefening krijgen de leerlingen inzicht in hun eigen net werk van mensen om hen heen. Leerlingen leren initiatief nemen in het zoeken van steun en troost.
Materiaal: werkblad troostcirkels, potloden kleurpotloden en stiften
Werkblad: Troostcirkels
Werkwijze: Begin met een korte inleiding op het thema.
"Om na een verlies je leven weer goed op te kunnen pakken, heb je mensen nodig die om je geven en je steunen in moeilijke tijden. Hoe weet je nu bij wie je terecht kunt? Daarbij kun je vooral naar je eigen gevoel luisteren. Bij sommige mensen kom je altijd beroerd vandaan. Wie heeft er zo'n voorbeeld? Wat doet die persoon dat jij je na dit contact zo beroerd voelt? (bijvoorbeeld advies geven, niet luisteren, over zichzelf praten, doen alsof er niks aan de hand is.) Zijn er dan ook mensen bij wie je je veilig voelt, waar je jezelf kan zijn, waar je goed vandaan komt? Soms zijn dat mensen met wie je voor het verlies helemaal niet zoveel contact had. Wie heeft een voorbeeld? Wat doet die persoon?
Op het werkblad staan troostcirkels. Vaak staan in cirkel 1 mensen uit je gezin. In de cirkel daaromheen, cirkel 2, mensen uit je naaste familie en je vrienden. Iets verder weg, in cirkel 3, staan andere belangrijke mensen zoals bijvoorbeeld een leraar, je mentor, de leerlingenbegeleider op school, een buurman of buurvrouw, iemand die je kent van de sportclub. In cirkel 4 staan bijvoorbeeld mensen uit je kennissenkring die iets verder weg staan. In cirkel 5 mensen die je regelmatig ontmoet maar die niet zo belangrijk zijn.
Zet jij in deze cirkels eens de namen van de personen bij wie jij je goed voelt en die je vertrouwt. In de nabespreking kunnen de dingen besproken worden die de leerlingen zijn opgevallen bij het invullen van de troostcirkels.
Vaak is het opvallend dat bij een verlies in het eigen gezin de leerlingen hun steun meer gaan zoeken in cirkels die verder naar buiten liggen. De binnenste cirkel is te kwetsbaar, ze zijn bang om andere gezinsleden nog verdrietiger te maken. Dat is een normale reactie en het is ook prima om mensen te zoeken die voor het verlies minder in beeld waren, maar die minder kwetsbaar zijn. Een ander belangrijk punt in de nabespreking is dat door het verlies de relatiehuishouding van de rouwende jongere behoorlijk kan veranderen. Vrienden blijken soms minder troost te kunnen bieden dan waarop men gehoopt had, terwijl anderen dat juist wel kunnen. Dat levert gevoelens van teleurstelling op, van eenzaamheid en soms boosheid.
De band is nooit verbroken
De leerlingen vertellen aan elkaar wat hen bindt aan degen die er niet meer is.
Materiaal: Leerlingen brengen een voorwerp mee dat hen bindt met degene die dood is. Het kan een geschenk zijn , een foto, iets dat typisch is voor die persoon, een kledingstuk, een sieraard,…
Werkwijze: De begeleiders starten met het verhaal 'Op een avond zaten de eekhoorn en de mier naast elkaar op de bovenste tak van de beuk' van Toon Tellegen. Het verhaal gaat over het bewaren van herinneringen. Na het verhaal krijgen de leerlingen om de beurt de gelegenheid om te laten zien wat ze meegebracht hebben en er kort iets over te vertellen. Wat is de verbinding tussen hen, het voorwerp en degene die dood is? Wellicht een korte verbinding tussen hen, het voorwerp en degene die dood is? Wellicht een korte anekdote die samenhangt met het voorwerp.
Zo was het, zo is het en zo zal het zijn
De leerlingen richten zich met behulp van fotomateriaal via verleden en heden op de toekomst.
Materiaal: De leerlingen brengen een kopie van een foto mee van het gezin uit het verleden en één uit het heden. Daarnaast zijn er een digitaal fototoestellen nodig voor de foto's van de toekomst.
Werkwijze: De opdracht voor de toekomst is een foto te maken van hoe je zou willen dat je gezin er in de toekomst uit zal zien. Dit mag ook een geconstrueerde foto zijn. Wanneer enkele leerlingen met elkaar het fototoestel delen, kunnen ze elkaar ook helpen om de foto te construeren. Ze mogen daar zeer creatief mee omgaan. Tijdens deze sessie plakken ze de foto's op papier en schrijven er teksten, commentaar en tekstwolkjes bij. In de grote groep worden de resultaten en de ervaringen gedeeld waarbij de begeleiders hun aandacht moeten richten op de gewenste toekomst. Wanneer het met foto's niet lukt, kunnen tekeningen aanvullend zijn.
Vallende ster
Tijdens deze activiteit onder zoeken de leerlingen hun gevoelens met betrekking tot wensen.
Materiaal: werkblad 'vallende ster', kleurpotloden en stiften.
Werkblad: Vallende ster
Werkwijze: De deelnemers krijgen het werkblad met daarop de vallende ster waarop ze drie wensen invullen die ze zouden doen als ze een vallende ster zouden zien. De begeleider vraagt eerst of iemand wil vertellen wat hij/zij als kind wel eens wenste. Na de opdracht kunnen de wensen gedeeld worden. Wat is het verschil tussen de wensen van vroeger en nu? Wat doe je met wensen? Mag je wensen hebben, ook al weet je dat ze niet meer kunnen uitkomen? Hoe ga je ermee om?Rouwtaak 4: Zingeving – de overledene emotioneel een plaats geven. Investeren in nieuwe relaties.
Rouwtaak 4: Zingeving - de overledene emotioneel een plaats geven. Investeren in nieuwe relaties.
Wat het leven waard is.
De leerlingen delen aan elkaar mee hoe belangrijke dingen in het leven kunnen verschuiven door de verlieservaring. Welke invloed heeft verlies voor de waarden van je leven? Voor deze activiteit heeft men verschillende sets waardenkaarten nodig. Deze sets zijn te bestellen onder bestelnummer 2.510.32 bij KPC Groep.
De leerkracht legt uit dat elke mens zijn eigen visie heeft op wat belangrijk is in het leven. Elke leerling krijgt een set met waardenkaarten waarop belangrijke waarden in het leven verbeeld worden. De leerlingen krijgen als opdracht een top vijf te maken. De leerlingen wisselen deze top vijf met elkaar uit. Daarna krijgen ze de opdracht om dezelfde top vijf te maken zoals ze er tegenaan keken voor het verlies. De leerkracht bespreekt met de leerlingen welke waarden belangrijk zijn en welke verschuivingen mogelijk door het verlies zijn opgetreden.
Ik ben…
Met deze activiteit beoogt men een meer positieve houding en aanpak in het leven van alledag te ontwikkelen. De emotionele energie wordt geïnvesteerd in bestaande en nieuwe relaties.
Elke leerling krijgt een A3-papier. In het midden van het blad staat 'IK BEN' geschreven. Elke leerling schrijft rechtsboven zijn naam. Vervolgens schrijft elke leerling één positief ding van zichzelf op. Ze geven het blad naar rechts door. De buurman of buurvrouw zet er een positieve eigenschap bij. Het blad wordt doorgegeven totdat het weer bij de eigenaar terug is. Daarna volgt een groepsgesprek.
- Wat valt op bij de positieve dingen die opgeschreven zijn over jou?
- Wat doet het je als je het leest?
- Wat had je zeker niet verwacht?
- Lukt het je om deze positieve opmerkingen binnen te laten komen?
Het kaarsenritueel
In deze activiteit wordt gewerkt rond het afscheid nemen van de groep; het rond maken van de bijeenkomsten: healing. Men helpt om de overledene een plek te geven.
Voor deze bijeenkomst heeft men één grote kaars en kleine kaarjes nodig, passende achtergrondsmuziek en een ruimte met gedimd licht.
Iedereen krijgt bij het binnenkomen een klein kaarsje. Alle leerlingen gaan in een kring zitten. De begeleider vertelt met zachte stem over papa/mama/broer/…die we zo liefhebben en die niet meer bij ons is op deze aarde. Toch zijn ze altijd bij ons. Daarom eren we deze mensen die ons zo dierbaar zijn door een kaars aan te steken, zijn/haar naam uit te spreken. In één zin zeggen we waarom we deze kaars voor hem/haar ontsteken. Met mooie muziek op de achtergrond (bijvoorbeeld 'Circle of life' uit de Lion King) ontsteekt een van de begeleiders de eerste kaars, zegt voor wie hij/zij de kaars ontsteekt en vertelt er kort iets bij. Vervolgens wordt één van de deelnemers uitgenodigd hetzelfde te doen. Belangrijk is dat er enkele momenten van stilte zijn tussen de opeenvolgende leerlingen. Eén van de begeleiders zit bij de grote kaars en kan de leerlingen zo nodig opvangen. Als iedereen geweest is, sluit de tweede begeleider aan met zijn/haar kaars. De leerlingen brengen even in stilte door. Daarna wordt de muziek zacht weggedraaid.
Vervolgens worden aan de leerlingen drie stenen (een ruwe, een gladde en een 'edelsteen' in een zakje overhandigd. Vooraleer de leerlingen de zakjes ontvangen, zegt de leerkracht het volgende: 'Jullie hebben zoveel geleerd, zoveel gegeven en zoveel gekregen. Het verlies, de rouw is er nog steeds, die kunnen we niet wegnemen. Want rouw is als een steen, die net gevonden, ruw en weerbarstig is, hij doet pijn aan je handen, trekt er kloofjes in. Pas als die ruwe, pijnlijke steen door veel handen is gegaan, wordt hij gladder, mooier ook en uiteindelijk kan die steen een prachtig kleinood zijn, een schat die je leven verrijkt. Daarom krijgen jullie van ons drie stenen: een ruwe steen met scherpe kanten zoals de rouw waarmee je geconfronteerd werd. Een gladde steen, want door mee te doen aan deze bijeenkomsten is je rouw door vele handen gegaan en is de steen gladder geworden. Misschien wordt de steen nog wel eens een kleinood, een edelsteen en kun je zien dat je leven rijker geworden is. Als je deze stenen ziet, denk dan nog eens aan de leerlingen die je hier ontmoet hebt en met wie je zoveel gedeeld hebt.'
De leerkracht deelt de stenen plechtig uit aan de leerlingen en schudt hen de hand. Bij het uitdelen van de steen kan het lied 'De steen' van Bram Vermeulen gespeeld worden."
Communities
Inleiding
1. Community: leerkrachten en schoolpastores
Beschrijving van de community
Bedoeling van deze community is ervaringen uit te wisselen over het gebruik van het draaiboek. Men kan suggesties geven bij de opvang van een klas of leerkrachtengroep bij het overlijden van een leerling of leerkracht. Daarnaast kunnen werkvormen en meditatief materiaal beoordeeld worden. Men kan nieuwe werkvormen, liedjes, films, gedichten en TV-reportages die rond deze thematiek bruikbaar zijn voorstellen.
Op deze community kan men ervaringen van rouwgroepen en werkvormen voor rouwgroepen uitwisselen. Men kan elkaar suggesties geven bij het opstarten van een rouwgroep op school of als men reeds een rouwgroep heeft op school deze ervaringen met elkaar delen.
Uit een recent empirisch onderzoek blijkt dat bij een overlijden op school vooral de godsdienstleerkrachten een cruciale rol hebben in de opvang van leerlingen en leerkrachten. Vaak wordt men door het nieuws overrompeld, waardoor men dingen over het hoofd ziet. Een goed draaiboek, betrokkenheid en mensen die van op afstand meedenken onder andere collega's op deze community kunnen zo pijnlijke situaties (valkuilen) voorkomen.
Ik wens jullie veel sterkte en steun aan elkaar als jullie geconfronteerd worden met rouw op school
Discussieforum: inhoudstafel
- rouwgroep
- werkvormen: algemeen
- werkvormen: curatief
- meditatief materiaal
- draaiboek
Bestandsuitwisseling
In de categorie:
- draaiboeken op school
- rouwgroep op school: opstart en werkvormen
- algemene werkvormen
- meditatief materiaal
2. Community: rouwende leerlingen (open community)
Beschrijving van de community
De bedoeling van deze community is vooral ervaringen uit te wisselen over verdriet en pijn en afscheid nemen. Op deze community kan je een luisterend oor vinden of een luisterend oor zijn voor de andere.
Toen jij geconfronteerd werd met 'afscheid nemen' zal je wel gemerkt hebben dat praten over je verdriet met vrienden of je ouders niet altijd even makkelijk is. Je vrienden vinden het moeilijk om daarover te praten met jou en jij wil zelf ook niet anders zijn dan de vrienden. Papa en mama spaar je vaak omdat je ziet dat ze al zoveel pijn hebben, zodat je ze niet wil belasten met jouw pijn. Maar tegelijkertijd heb je vaak wel nood aan iemand die je begrijpt, je troost en naar je luistert.
Mensen die je het best kunnen begrijpen, zijn lotgenoten. Jongeren die ook hun papa of mama, broer, zusje, vriend of klasgenoot verloren hebben. Hopelijk vinden jullie op deze community steun en moed bij elkaar om verder te gaan. IK WENS JE VEEL STERKTE
Discussieforum: inhoudstafel
In de categorie:
- papa of mama overleden
- broer of zus overleden
- vriend overleden
- klasgenoot overleden
- mama , papa, broer of zus zwaar ziek
Geloof en lijden
Inleiding
Je was
zowaar
zomaar
weg
waartoe?
waarheen?
waarom?
Kaat Bollen
Vele mensen die met lijden en pijn geconfronteerd worden, stellen zich de vraag waarom hen dit overkomt en waarom de almachtige God hen men dit lijden treft. H. Kushner formuleert een antwoord op deze vraag. Het eerste artikel is goed bruikbaar voor de leerlingen van de derde graad ASO en TSO.
In het tweede artikel geeft Kolet Janssen een antwoord op deze vraag. Met dit artikel kan je in de eerste graad van het middelbaar onderwijs en de derde graad van de basisschool aan de slag gaan.
Als het kwaad goede mensen treft. God is liefde - Wat met zijn almacht?
Harold S. Kushner (°1935) is rabbijn van Temple Israël in Natick, Massachusetts. Als theologiestudent werkte hij op het Boek Job. Als rabbijn is hij de pastorale verantwoordelijke voor een joodse gemeenschap in een kleine stad in de V.S. Echt persoonlijk, zo schrijft hij, werd hij slechts geconfronteerd met het lijden, toen hij de diagnose vernam over zijn driejarige zoon Aäron: progeria, een snelle en dodelijke veroudering. Aäron stierf toen hij net veertien was. Uit die beleving schreef Harold Kushner in 1981 When Bad Things Happen to Good People (Schocken Books, New York). In 1983 bracht Ten Have, Baarn de Nederlandse vertaling: Als 't kwaad goede mensen treft. Het boek kende tientallen herdrukken.
Harold Kushner en Job
H. Kushner vertrekt van het Boek Job. Hij formuleert aan de hand van Job kernachtig in welke impasse de lijdensgeschiedenis van Aäron hem gebracht heeft:
- Stelling A: God is almachtig en de oorzaak van alles wat er in de wereld gebeurt. Er gebeurt niets buiten zijn wil om.
- Stelling B: God is rechtvaardig en goed en staat ervoor in dat de mensen krijgen wat ze verdienen, zodat het de goeden wél gaat en de slechten gestraft worden.
- Stelling C: Job is een goed man.
Weinig problemen met die redenering, zolang alles goed gaat. Maar van zodra je op het lijden botst, komt de innerlijke samenhang van de drie stellingen in het gedrang. Alleen door één ervan te ontkennen, kun je de overige twee stellingen dan nog onderschrijven. En dat gebeurt reeds in het Boek Job.
De drie vrienden werpen stelling C overboord: Job is in de grond geen goed mens. Hij houdt de schijn hoog of is zich zijn schuld niet bewust. Heel hun betoog is een poging om Job schuldbewust te maken.
Job zelf is geneigd stelling B overboord te gooien: uit zijn zelfverdediging en uit de zuiveringseed blijkt dat hij vasthoudt aan eigen onschuld. Job haalt een paar keer heel scherp uit naar God: "Bewaker of cipier van mensen", noemt hij Hem of zelfs uitdrukkelijk: "God is niet eerlijk". Kushner meent dat God in het boek Job voorkomt als een oosterse potentaat, die boven alle menselijke rechtvaardigheid en goedheid verheven is. Of beter: misschien is Hij wél rechtvaardig en goed, maar dan niet in de zin waarin wij die begrippen bepalen. Waarom anders zou Hij zo brutaal toelaten dat Job door de satan op de proef wordt gesteld? En dat "antwoord" van God op het einde van het boek: zonder meer pretentieus en volkomen naast de gestelde vragen. En is de zaak opgelost, als Job tenslotte al zijn goederen dubbel terugkrijgt? En de geleden pijn? Neen, de God die Job ontmoet "is zo machtig dat Hij niet rechtvaardig hoeft te zijn".
H. Kushner zoekt een derde weg
"Ik heb een andere suggestie, namelijk dat de schrijver van het boek Job voor het standpunt kiest dat Job noch zijn vrienden innemen. Hij gelooft in Gods goedheid (B) en in de goedheid van Job (C), en hij is bereid zijn geloof in stelling (A) op te geven: dat God almachtig is. Kwade dingen treffen goede mensen in deze wereld, maar dat is niet Gods wil. God zou graag zien dat de mensen in het leven krijgen wat ze verdienen, maar Hij kan het niet altijd zo regelen. Gedwongen te kiezen tussen een goede God die geen absolute macht bezit, en een machtige God die niet absoluut goed is, verkiest de schrijver van het boek Job te geloven in Gods goedheid."
Als Kushner die thesis echter exegetisch tracht te bewijzen (wat geen uitsluitsel geeft over de existentiële waarde ervan), jaagt hij het in de gort met een unieke interpretatie van de theofanie in het Boek Job. Waar God – volgens een quasi algemene lezing – juist aan Job wil tonen dat Hij heel de schepping in handen heeft (zelfs het nijlpaard en Leviathan, de krokodil, beeld van de oerchaos in de oosterse mythologie), keert Kushner die verzen om. Ze willen volgens hem zeggen dat God het al heel erg moeilijk heeft om de wereld in het rechte spoor te houden. En dat het bijgevolg ook niet makkelijk is te zorgen dat de mensen loon naar werken krijgen. En God vraagt dan aan Job of hij misschien een sterkere arm heeft, zodat hij het beter zou doen.
En van hieruit formuleert Kushner zijn hoofdstelling.
God zendt het kwaad niet over
"In deze wereld krijgen onschuldige mensen ongelukken. Als dat gebeurt, betekent het niet dat God hen straft voor iets wat ze verkeerd gedaan hebben. Tegenspoed is helemaal niet van God afkomstig.
Misschien roept deze conclusie een gevoel van leegte op. In zekere zin was het een troost om te geloven in een alwijze, almachtige God die garant stond voor een eerlijke behandeling en een goede afloop. Maar het was alleen maar geruststellend op de manier waarop de godsdienst van Jobs vrienden geruststellend was; het werkte alleen maar zolang we de kwestie van de onschuldige slachtoffers niet serieus namen.
Vanuit de nieuwe invalshoek bekeken zouden we ons echter opgelucht moeten voelen dat het uiteindelijk God niet is die ons dit aandoet. Als God een God van gerechtigheid is, en niet van macht, dan kan Hij nog steeds aan onze kant staan als ons iets kwaads overkomt. Hij kan weten dat wij goede, eerlijke mensen zijn die beter verdienen. Ons ongeluk is niet Zijn werk, en dus kunnen we ons tot Hem wenden om hulp. Onze vraag zal niet die van Job zijn: 'God, waarom doet Gij mij dit aan?', maar veeleer: 'God, kijk eens wat er met mij gebeurd is! Kunt U mij helpen?' We zullen ons naar God toe keren, niet om geoordeeld of vergeven te worden, niet om beloond of gestraft te worden, maar om gesterkt en getroost te worden."
En verder, zegt de auteur, zijn er nog existentiële voordelen verbonden aan het opgeven van de idee van Gods almacht. We gaan ons bijvoorbeeld niet langer vastklampen aan allerlei irreële verwachtingen over wat Hij voor ons zou moeten kunnen doen. Als we die irreële verwachtingen opgeven, worden we niet ontgoocheld over God, als ze niet uitkomen. En dat is goed, want als we boos zijn op God, verliezen we het gevoel van zijn nabijheid. We zullen ons verder niet gewogen en te licht bevonden weten, als Hij niet doet wat wij verlangen, want het vervullen van onze wensen hangt niet af van zijn oordeel "of we het wel verdienen". Zo zullen we ook ophouden onszelf met allerlei schuldgevoelens nog dieper in de put te steken, als er iets tegenslaat. We kunnen voortaan boos zijn op het ongeluk, zonder boos te zijn op God. Meer nog: we weten dat God aan onze kant staat en ook boos is om het onrecht, dat ons te beurt valt:
"In plaats van het idee te hebben dat we tegen God zijn, kunnen we het gevoel hebben dat onze verontwaardiging Gods boosheid over onrechtvaardigheid is, die doorwerkt in ons, en dat wanneer we het uitschreeuwen, we nog steeds aan Gods kant staan, en Hij nog steeds aan de onze."
Een onvoltooide schepping
Van zodra we zeggen "ongeluk komt niet van God", staat de volgende vraag overeind: waar komt het ongeluk dan wel vandaan?
Hierop antwoordt H. Kushner met de tegenvraag: "Waarom kunt u niet aanvaarden dat sommige dingen helemaal geen reden hebben, dat ze ons door niemand worden overgezonden, dat ze gewoon een stuk toeval in de wereldgeschiedenis zijn?"
Van veel ongelukken kunnen we wel voor een groot stuk verklaren "hoe" ze ontstaan zijn (bv. een bosbrand), maar welk is het antwoord op de vraag "waarom die en die mensen verbrand zijn en die anderen niet"? En waarom is het net die éne zaadcel die bij die éne eicel trisomie 21 geeft? God heeft niets te zien met die auto die op de autoweg door de vangrail gaat en nét naast mijn wagen neerploft, maar op die van mijn buurman. Hoe zou je zo iets uitleggen aan de vrouw van je buurman? Daarom is Th. Wilders Bridge of San Luis Rey een belediging voor God en voor de slachtoffers. We moeten gewoon durven besluiten, aldus H. Kushner, dat een reeks ongelukken evenzeer Gods plannen als de onze doorkruisen en dat we daar géén verklaring voor hebben.
En zoals het een rabbi past, gaat hij opnieuw argumenteren vanuit de Schrift. Bekijk het Scheppingsverhaal (Genesis 1,1-2,4a). God oefent er zijn creatieve krachten uit op de chaos. Hij scheidt licht van duisternis en land van water:
"Dat is de betekenis van scheppen: niet iets uit het niets maken, maar orde scheppen in de chaos. Een creatieve wetenschapper of historicus produceert geen feiten, maar ordent ze. [...] Zo was het ook bij God, die de wereld vorm gaf waarvan het allesomvattende principe orde was, voorspelbaarheid, in plaats van de chaos waarmee hij begon: regelmatig terugkerende zonsopgangen en zonsondergangen, regelmatig terugkerende getijden, enz."
En plaats die visie nu in een dynamiek, zegt de auteur. Veronderstel dat God de vrijdagna middag tegen sluitingstijd niet helemaal klaar was. Veronderstel dat de schepping, het proces van het ordenen van de chaos, nog steeds doorgaat. Sluit men hierbij de evolutietheorie aan, dan is de mens een heel recent gewrocht van God (vrijdag, ergens kort na de middag?). De wereld is al een goed geordende kosmos, maar er zijn nog steeds chaotische hoekjes. En daar zit het "toeval". Achter het toeval moet je geen boodschap zoeken. Het toeval weerspiegelt geen keuze van God. Het zijn die plaatsen, waar Gods scheppende, ordenende geest nog niet doorgedrongen is. "Het zal misschien nog eens gebeuren dat naarmate de 'vrijdag middag' van de wereldrevolutie langzaam maar zeker voortschrijdt in de richting van de Grote Sabbat, de invloed van het willekeurige kwaad steeds minder zal worden." Het vervelende is ondertussen echter dat de willekeur – precies omdat ze willekeur is – geen onderscheid maakt tussen goede en kwade mensen. Een kogel heeft ook geen geweten.
De vrijheid van de mens
Er is minstens nog een tweede reden waarom we God niet de schuld van het lijden moeten geven. Dat is de vrijheid van de mens.
H. Kushner haalt het Boek van de Schepping aan, waar God na de schepping van de dieren zegt: "Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend" (1,26). Mensen zijn beeld van God in hun mogelijkheid tot het maken van vrije keuzen. Daarin overstijgen zij het instinctmatige dierlijke leven. Daarom bestaat er voor de mensen "een boom van de kennis van goed en kwaad" (Genesis 3,5) en voor de dieren niet. Mensen leven in een wereld waarin goed en kwaad bestaan en dat maakt het leven gecompliceerd. Vrijheid, goed en kwaad zijn drie van elkaar niet los te maken werkelijkheden:
"Het leven en de dood stel Ik u voor, de zegen en de vloek. Kies dan het leven.' (Deuteronomium 30,19). Dat zou niet gezegd kunnen worden tegen enig ander wezen dan de mens, want geen enkel ander schepsel is vrij om te kiezen. Maar als de mens werkelijk vrij is om te kiezen, als hij zich deugdzaam kan betonen door het goede te kiezen wanneer het kwade net zo goed mogelijk is, dan moet hij ook vrij zijn om het kwade te kiezen. Als het hem alleen vrij stond om het goede te kiezen, zou hij niet echt een keuze maken. Wanneer we er niet omheen kunnen om goed te doen, dan zijn we niet vrij om ervoor te kiezen."
De vrijheid van de mens sluit dus de mogelijkheid in te kiezen voor zichzelf en tegen de anderen, zonder dat God ons tegenhoudt. Het tweede scheppingsverhaal van de bijbel illustreert dit. God heeft de keuzen van de mensen niet in handen. Zelfs niet als ze een Holocaust beramen en uitvoeren:
"Waar was God terwijl dit alles gebeurde? Waarom kwam Hij niet tussenbeide om er een eind aan te maken? Waarom trof Zijn slaande hand Hitler niet in 1939, zodat er miljoenen levens zouden zijn gespaard en onuitsprekelijk lijden zou zijn voorkomen? Waarom zond Hij geen aarbeving om de gaskamers te vernietigen? Waar was God? Samen met Dorothee Sölle moet ik geloven dat Hij bij de slachtoffers was, en niet bij de moordenaars, maar dat Hij de keuze van de mens tussen goed en kwaad niet in de hand heeft. Ik moet geloven dat de tranen en de gebeden van de slachtoffers Gods medelijden opwekten, maar dat Hij, omdat Hij de mens de vrijheid heeft gegeven om te kiezen, de vrijheid om zijn naasten te schaden incluis, niets kon doen om het te voorkomen."
Een onvoltooide vrijheid
Als we op die manier God vrijspreken van schuld aan het lijden, dreigt er een ander gevaar: namelijk dat mensen onophoudelijk zichzelf gaan beschuldigen. Soms is dat reëel en noodzakelijk: er zijn een aantal dingen die wij duidelijk veroorzaken en waarvoor wij tol betalen. Dat zijn reële schuldgevoelens. Maar er zijn een heleboel imaginaire schuldgevoelens, in de zin van: "Had ik maar nog dit of dat geprobeerd voor mijn man, dan was hij misschien niet gestorven", enz.
Hier herhaalt Kushner dezelfde principes: vooreerst, die verdraaide neiging van mensen om voor alle onheil steeds een oorzaak te zoeken. Er is een franje chaos aan deze wereld en daar geldt geen oorzaak-gevolg-relatie, anders was ze geen chaos. En ten tweede, zelfs al zou er een oorzaak zijn aan een bepaald ongeluk, dan is daarmee nog niet gezegd dat precies ik daar iets aan kon doen. God heeft niet alles in handen en ik ook niet. Er is nog chaos in het universum én er is ook nog chaos in mijn vrijheid. Dat is niet zo makkelijk te aanvaarden, omdat het onze megalomanie frustreert.
Wat kan bidden nog betekenen?
Maar heeft het in die context dan nog zin iets aan God te vragen? Kan Hij überhaupt iets?
We kunnen bidden, zegt H. Kushner, en hij lijkt het met overtuiging te zeggen. Maar we moeten God in het gebed niet vragen wat Hij ons niet kan geven. Anders worden we boos op God en verliezen we zijn nabijheid. We moeten dus niet bidden tijdens de zwangerschap om een jongen of een meisje. Als we de 100 horen, moeten we niet bidden dat hij het huis van onze familie zou voorbijrijden (want dan rijdt hij ergens anders heen!). We moeten evenmin vragen dat God de natuurwetten zou veranderen om een specifiek mirakel te doen. Soms gebeuren wonderen, en dan moeten we dankbaar zijn, zegt de auteur. Maar we moeten er ons wel voor hoeden die wonderen aan God toe te schrijven. Want de volgende keer gebeurt géén wonder en dan word je boos op God, of er gebeurt een wonder bij de ander en je wordt jaloers. We moeten nog minder bidden dat God anderen zou treffen. En tenslotte moeten we God geen dingen vragen die we zelf kunnen doen.
Geen vragen om onmogelijke of onnatuurlijke dingen, niet bidden op een wraakzuchtige of onverantwoordelijke manier... Wat dan wel? Hoe helpt het gebed de lijdende mens dan wel?
Het gebed, zegt H. Kushner, doet twee dingen: het brengt ons in contact met elkaar en het brengt ons in contact met God.
Bidden: contact met medemensen
Bij het bidden treden mensen met elkaar in verbinding. We delen samen de mysteries van geboorte, groei, trouwen, lijden en sterven. Gebed is: elkaar niet alleen laten. Dat is een eerste belangrijke functie van de godsdienst: ze bindt mensen aan elkaar tot een gemeenschap en vooral bij lijden, dat steeds de neiging tot isolement versterkt, is dit belangrijk. Iemand zeggen: ""Ik bid voor je genezing", betekent minstens: "Ik zeg je mijn meelevende solidariteit toe" En je weet niet wat dat uithaalt.
Bidden: contact met God
Naast het feit dat gebed ons in aanraking brengt met elkaar, brengt het ons ook in contact met God, behalve wanneer we Hem enkel vragen een aantal dingen te veranderen. Dan heeft het gebed een omgekeerd effect, tenminste als de dingen niet in ons voordeel evolueren.
Maar echt leren bidden is een lange weg van geleidelijke groei. Aanvankelijk is ons bidden vaak commercie: gunst voor gunst. Zoals bij de jonge Jakob, die op de vlucht is en God van alles belooft, als Hij zijn vragenlijstje honoreert:
Jakob legde de volgende gelofte af:
'Als God met mij is en mij beschermt op de reis die ik nu onderneem,
als Hij mij voedsel geeft om te eten en kleding om mij te bedekken,
en als ik behouden naar mijn ouderlijk huis terugkeer,
dan zal de Heer mijn God zijn.
En deze steen, die ik als heilige steen opricht, zal het huis van God zijn;
en van alles wat U mij schenkt, zal ik U tienden geven. (Genesis 28,20-22)'
Lezen we twintig jaar (en 4 hoofdstukken) verder, dan is Jakob gerijpt. Hij staat weer bij dezelfde rivier, weer voor een zware opdracht. En hij bidt opnieuw. Hij gooit het niet meer op een akkoordje met God. Hij marchandeert niet meer. Hij vraagt enkel klaar en duidelijk om de hoofdzaak: Gods nabijheid en hulp.
'O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaak, de Heer die tegen mij zei: 'Ga terug naar uw land en uw verwanten, en Ik zal u met weldaden overladen': uw dienaar is al uw gunstbewijzen en al uw blijken van trouw niet waardig. Ik had alleen maar een stok toen ik de Jordaan hier overtrok, en nu ben ik tot twee groepen uitgegroeid. Maar red mij nu ook uit de greep van mijn broer Esau, want ik ben bang, dat hij mij verslaat, met moeder en kinderen. U hebt mij toch beloofd: 'Ik zal u met weldaden overladen, en uw nageslacht zal ik zo talrijk maken als het zand aan de zee, zo talrijk dat het niet te tellen is'. (Genesis 32,10-13).
Zo'n gebed, zegt H. Kushner, wordt altijd verhoord, want het is geen vraag aan God om alle moeilijkheden weg te toveren. Het is enkel een vraag om kracht om de moeilijkheden aan te kunnen. En die kracht bestaat er vooral in niet alleen te staan in het lijden. Een gewone vraag volstaat daarvoor:
"We hoeven God niet om te kopen om ons kracht, hoop of geduld te geven. We hoeven ons alleen tot Hem te wenden, toe te geven dat we het niet alleen aan kunnen en te beseffen dat het moedig verdragen van een langdurige ziekte één van de meest menselijke én één van de meest godvruchtige dingen is die we ooit kunnen doen. Eén van de dingen die me steeds weer de zekerheid geven dat God echt bestaat, en niet alleen maar een idee is dat door religieuze leiders is bedacht, is het feit dat mensen die om kracht, hoop en moed bidden zo vaak bronnen van kracht, hoop en moed vinden die ze niet hadden voordat ze gingen bidden."
Hij illustreert dat nog met het voorbeeld van een weduwe die gebeden had dat haar man niet van kanker zou sterven. Het is toch gebeurd. "Mijn bidden heeft niets uitgehaald." "Toch wel", zegt Kushner:
"Er gebeurde geen wonder om de tragedie af te wenden. Maar u ontdekte mensen om u heen en God naast u, en binnen in u de kracht om deze tragedie te overleven. Een beter voorbeeld van gebedsverhoring kan ik u niet geven."
Een bescheiden zin voor het lijden
Zo formuleert H. Kushner op het einde van zijn boek iets als een nieuwe, bescheiden zin voor het lijden.
Want hij wil een zin voor het lijden vinden. Immers, wat volkomen zinloos is, is niet te dragen. God niet langer verantwoordelijk stellen voor het lijden staat niet gelijk met het lijden zinloos noemen. Maar niet God, doch wij moeten het lijden een zin geven:
"Ik zou willen beweren dat het kwaad dat ons in ons leven overkomt zinloos is op het moment dat het ons overkomt. Maar wijzelf kunnen er een zin aan geven. We kunnen deze tragedies boven hun zinloosheid uittillen door er een zin aan te geven. De vraag die we zouden moeten stellen luidt niet: 'Waarom is mij dit overkomen? Wat heb ik gedaan, dat ik dit heb verdiend?' Die vraag is niet te beantwoorden, die is er volkomen naast. Een betere vraag zou zijn: 'Nu mij dit is overkomen, wat ga ik eraan doen?"
En zo vat hij zijn zoeken naar zin dan samen:
Ik geloof in een God die de wereld goed geschapen heeft, ook al zijn er nog randverschijnselen.
Ik geloof in een God die mensen inspireert om elkaar te helpen in nood.
En ik geloof in een God die sommige rampen niet kan voorkomen, maar wél de kracht geeft om ze te doorstaan.
We moeten dus God niet liefhebben omdat Hij volmaakt is. We moeten God niet liefhebben, omdat Hij ons tegen alle kwaad beschermt. We moeten Hem niet liefhebben, omdat we bang zijn voor hem.
"Wij hebben God lief omdat Hij God is, omdat Hij degene is die alle schoonheid en alle orde om ons heen gemaakt heeft, en de bron is van onze kracht en de hoop en de moed die in ons leven is, en van de kracht, de hoop en de moed van anderen die ons helpen in het uur van de nood.
Wij hebben Hem lief omdat Hij het beste deel van onszelf en onze wereld is.
Dat is wat het wil zeggen, lief te hebben. Liefde is niet het bewonderen van volmaaktheid, maar het aanvaarden van iemand die niet volmaakt is, mét al zijn onvolmaaktheden.
In laatste instantie blijkt de vraag waarom het kwaad goede mensen treft, vertaald te moeten worden in een aantal andere vragen. Het is niet langer: waarom is dat en dat gebeurd, maar: hoe zullen we reageren, wat gaan we doen, nu het gebeurd is?
Bent u dus in staat om in liefde een wereld te vergeven die u heeft teleurgesteld door haar onvolmaaktheid, een wereld waarin onrechtvaardigheid en wreedheid bestaan, ziekten en misdaden, aardbevingen en ongelukken? Kunt u die onvolmaaktheden vergeven en de wereld liefhebben omdat die zo mooi is en goed kan zijn, en omdat het de enige is die we hebben?
Bent u in staat om de mensen om u heen te vergeven en lief te hebben, ook al hebben ze u gekwetst en in de steek gelaten door niet volmaakt te zijn? Kunt u hen vergeven en liefhebben, omdat er geen volmaakte mensen bestaan?
Ben u in staat om God te vergeven en lief te hebben, ook als u hebt ontdekt dat Hij niet volmaakt is, ook als Hij u in de steek heeft gelaten en u heeft teleurgesteld in ongelukken, tegenspoed, ziekte en wreedheid?
En als u tot deze dingen in staat bent, bent u dan ook in staat om te erkennen dat het vermogen om te vergeven en het vermogen om lief te hebben de wapens zijn die God ons heeft gegeven om een compleet, moedig en zinvol leven te kunnen leiden in een minder dan volmaakte wereld?"
Goed en kwaad (Kolet Janssen)
De eeuwige tegenstelling
Geen mens kan een leven doorbrengen zonder ooit te maken te krijgen met lijden en kwaad. Ziekte, tegenslag, een ongeluk, brand, geweld, ruzie, pesterijen, noem maar op. Er is lijden in soorten. Voor een aantal dingen ben je zelf verantwoordelijk. Als je veel te hard rijdt, loop je meer risico op een auto-ongeval. Als je je hele leven rookt als een schoorsteen, is het dik je eigen schuld als je longkanker krijgt.
Andere gevallen van lijden zijn de schuld van andere mensen. Als jij omver wordt gereden door iemand die teveel gedronken heeft bijvoorbeeld. Of als dieven je neerslaan en je huis leegroven.
Nog andere vormen van lijden zijn moeilijk te verklaren. Waarom barstte die vulkaan precies daar uit? Waarom zat die man precies in dat neergestorte vliegtuig? Waarom wordt een kind geboren met een handicap?
Hoe verklaren mensen dat lijden, dat hen zomaar kan overvallen? En wie fluistert mensen die boze gedachten in het oor, waardoor ze slechte dingen gaan doen?
Duivels en demonen
In de oude godsdiensten, die haast allemaal meer dan één God vereerden, werd de ellende en het kwaad in de wereld toegeschreven aan de god van het kwaad. Zo ontstonden veel verhalen over de strijd tussen de goede goden en de slechte geesten of demonen. De Ramajana bijvoorbeeld is een Indisch heldendicht dat vertelt over Rama's strijd tegen de demonenkoning Ravana. Ravana heeft Sita, de vrouw van Rama, gestolen. Rama wordt geholpen door Hanuman, de aanvoerder van de apen.
Maar ook in godsdiensten die in één God geloven, werd het kwaad vroeger vaak voorgesteld als een persoon. In de christelijke traditie is het verhaal bekend van de opstandige engel Lucifer, die het gevecht tegen God met de goede engelen verliest en naar de hel wordt verbannen. Daar blijft hij als duivel een bron van gevaar en verleiding voor de mensen. In de middeleeuwen zat de angst voor de duivel en zijn invloed er goed in. Daaruit zijn bijvoorbeeld de heksenprocessen voortgekomen. De mensen dachten dat heksen onder één hoedje speelden met de duivel en het hele dorp in het ongeluk konden storten. Zo zijn heel wat onschuldige vrouwen op de brandstapel terechtgekomen. Nu zijn de verhalen van de duivel meer naar de achtergrond gedrongen. Beelden van duivels en engelen vind je bijna uitsluitend in reclameboodschappen, waar ze dienen om producten als 'hemels' of 'pikant' voor te stellen. Denk maar aan de gevleugelde vrouwen op een wolk in de reclame voor Philadelphiakaas.
Straf van God
In een godsdienst die in één God gelooft is het niet zo gemakkelijk om het kwaad en het lijden te verklaren als in een godsdienst met veel goden. Hoe kan één God nu tegelijk goed zijn en toch kwaad en lijden toelaten of zelfs veroorzaken? Daar kan een mens met zijn verstand niet bij.
In het verleden zijn er binnen de joods-christelijke traditie een aantal pogingen gedaan om die twee tegenstrijdige dingen toch aan elkaar te lijmen. De verklaring was dan dat God het kwaad naar de mensen zond om hen te straffen voor iets wat ze verkeerd gedaan hadden. Of om hen een lesje te leren en zo van hen betere mensen te maken. Wie zijn hele vermogen verloor in de brand, kreeg te horen dat dat de straf van God was voor het feit dat hij in zijn leven nog nooit iets aan de armen had gegeven. Of wie in een rolstoel terechtkwam, kon op die manier eindelijk leren aandacht te hebben voor de kleine dingen van het leven. Behalve dat je door die pech al heel wat te verduren had, kreeg je er ook nog eens een schuldgevoel bovenop. Je geloof was dus niet echt een steun als je een tegenslag meemaakte!
Langzaamaan groeiden het joodse en het christelijke geloof weg van deze verklaring van lijden. De meeste vormen van lijden gebeuren gewoon. Niemand kan er iets aan doen: de mens niet en God al evenmin. Het hoort gewoon bij het leven. We moeten ertegen vechten, maar als we het niet kunnen veranderen, moeten we ermee leren leven.
De oosterse godsdiensten zien het lijden al veel langer als iets dan gewoon bij het leven hoort. Alle leven is lijden, zegt de eerste waarheid van Boeddha. De enige manier om je ertegen te beschermen is je zoveel mogelijk van alles en iedereen los te maken. Zo word je minder diep geraakt als het fout gaat.

.jpg)






































.jpg)





.gif)
.gif)





































.jpg)


















