email

Tussen onrechtvaardige oorlog en rechtvaardige vrede?

node-header

Levensbeschouwelijke perspectieven op het conflict rond Irak 15 februari 2003

Beginsituatie

Einde en begin

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/doden.jpg

Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf.

Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
over de weg kunnen rijden.

Iemand moet waden
door het slijk en de as,
de veren van canapés,
de splinters van glas
en de bloederige vodden.

Iemand moet een balk aanslepen
om die muur te stutten,
iemand het glas in het raam zetten,
de deur in de hengsels tillen.

Fotogeniek is het niet
en het kost jaren.
Alle camera's zijn al
naar een andere oorlog.

De bruggen moeten terug
en de stations opnieuw.
Van het afstropen
gaan mouwen aan flarden.

Met een bezem in de hand
vertelt iemand nog hoe het was.
Iemand luistert en knikt
met een hoofd dat nog niet is afgekletst.
Maar bij hen in de buurt
duiken algauw lieden op
die het begint te vervelen.

Soms zal iemand nog
onder een struik
doorgeroeste argumenten opgraven
en ze naar de vuilnishoop brengen.

Zij die wisten
waarom het hier ging,
moeten wijken voor hen
die weinig weten.
En minder dan weinig.
En tenslotte zo goed als niets.

In het gras, overwoekerd
door oorzaak en gevolg,
moet iemand liggen die
met een aar tussen zijn tanden
naar de wolken staart.

Wislawa Szymborska
Gelezen in MONDIAAL MAGAZINE
Vlasfabriekstraat 11, 1060 Brussel

Situatieschets

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/al_qaeda.jpg

De eerste confrontatie tussen Amerika en Irak vond plaats nadat de Irakezen de grens met Koeweit waren overgestoken op 2 augustus 1990. Aanleiding was het feit dat Koeweit toen meer olie produceerde dan toegelaten door de quota's. Dit leidde tot een daling van de petroleumprijzen en een verlies van 1 miljard dollar per jaar voor Irak. Vanuit het Westen werd, na de inval van Irak in Koeweit, vanaf 6 augustus, een totaal embargo ingesteld, en reeds de dag daarop werden militaire troepen naar de Golf gestuurd. Het duurde uiteindelijk tot 17 januari 1991 alvorens het tot een militair treffen kwam. Dit leidde tot de capitulatie van Irak op 26 februari. Er werd mee gedreigd Saddam Hoessein van de macht te ontzetten, maar uiteindelijk kon de Irakese leider ongestoord verder regeren. De VN-Veiligheidsraad besliste echter wel om het reeds lopende embargo aan te houden tot alle niet-conventionele wapens (chemische, biologische en kernwapens) vernietigd zouden zijn.

Het kwam later nog tot kleine en grotere conflicten, maar de crisis die nu plaatsheeft, vindt haar wortels grotendeels in de beschuldiging van Amerika aan Irak banden te onderhouden met Al-Qaeda. Dit is de islamfundamentalistische terreurorganisatie waarvan Osama Bin Laden aan het hoofd staat en die verantwoordelijk is voor de aanslagen op 11 september 2001 op de WTC-Torens in New York. Bovendien is Irak nog steeds een doorn in het oog van vele landen omdat betwijfeld wordt of Irak wel degelijk werkt aan een ontwapeningsprogramma. Meer nog, het land wordt ervan beschuldigd opnieuw massavernietigingswapens aan te maken en op te slaan. Precies daarom werden wapeninspecteurs aangesteld die moeten nagaan of deze beschuldiging grond van waarheid bevat. Tot op vandaag vonden zij echter enkel lege raketkoppen. In ieder geval te weinig, volgens vele waarnemers, om Irak de oorlog te verklaren.

Toch bereidde de Amerikaanse president in zijn State of the Union de bevolking van zijn land voor op een oorlog met Irak. Nochtans werd de bewering van banden tussen Irak en Al-Qaeda ontkend door zowel Saddam Hoessein als door een geheim rapport van de Britse geheime dienst dat uitlekte. Meer nog, Bin Laden en diens bedoelingen staan lijnrecht tegenover die van de regerende Baath partij in Irak. Het land wordt zelfs als een "afvallige staat" beschouwd, al wordt het wel gesteund in zijn strijd tegen Amerika. Niettemin houden ook zowel de Britse premier Tony Blair als de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw vol dat er wel degelijk banden tussen Irak en Al-Qaeda bestaan, alleen is het niet duidelijk hoe sterk die zijn, zo menen ze.

Amerika wordt in zijn politiek naar Irak toe echter verdacht van een dubbele agenda. Veel gehoorde beschuldigingen aan hun adres luiden dat Saddam Hoessein hen een doorn in het oog is en moét vertrekken. Daarmee zou de opdracht afgewerkt worden waarvoor George Bush, voormalig president van Amerika en vader van de huidige president George W. Bush, had geweigerd het bevel te geven, namelijk een einde te maken aan de regering van de Irakese dictator. Of, met andere woorden, zoals hij ook reeds zelf liet verstaan aan het begin van zijn regering, het afmaken van het onvoltooide karwei van zijn vader. Ten tweede rust de verdenking op het Amerikaanse handelen dat zij in de eerste plaats hun economische belangen -in de eerste plaats oliebelangen dus- willen veilig stellen. Daarvoor zou alles moeten wijken wat de economische groei kan tegengaan. Aangezien Saddam Hoessein niet zorgt voor een evenwichtige economische constante zou het beter zijn dat hij plaats ruimt. Geen van beide beschuldigingen kunnen echter hard gemaakt, laat staan precies ingeschat worden voor wat hun kracht en draagwijdte betreft in deze problematiek. In ieder geval zijn het ten hoogste enkele elementen méér in de spanning die er vandaag tussen Amerika en Irak bestaat.

Weinigen hebben ondertussen nog de hoop dat er nog steeds een diplomatieke oplossing voor het conflict mogelijk is. Zeker gezien de druk die de Amerikaanse regering legt op de andere landen en de Verenigde Naties in de eerste plaats. Toch is op dit moment niets met zekerheid te stellen. Hoewel landen als Rusland, Duitsland en Frankrijk absoluut tegen een aanval op Irak zijn, lijkt het er sterk op alsof er op politiek niveau openingen worden gecreëerd om met een VN-goedkeuring alsnog Irak binnen te vallen. De opinie en bevindingen van de wapeninspecteurs lijken hierin doorslaggevend te zullen zijn.

De leerlingen worden via de media dagelijks geconfronteerd met de dreiging van een nieuwe oorlog tussen de VS (of de VN) en Irak. Het is ook één van de onderwerpen waar ze zelf intens mee bezig zijn en die worden opgepikt in de (onderlinge) gesprekken. Vele jongeren hebben een uitgesproken mening over dit actuele onderwerp, het spreekt hen ook ten zeerste aan.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures/_medium/kaart_gr1.jpg

Hermeneutische knooppunten

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/knooppunten(5).jpg
  1. Waarop steunt de morele verontwaardiging over de oorlogsplannen die we over de hele wereld kunnen merken? Is een aanval op Irak onder de huidige omstandigheden totaal niet te rechtvaardigen of zijn er goede argumenten om dit wel te doen? Waarom (niet)?
  2. Wat is de precieze functie die de VN heeft, welke politieke macht heeft zij? En welke rol kunnen zij spelen in het verhinderen of ondersteunen van een aanval? Hoe kan je dit plaatsen binnen de oorspronkelijke bedoeling van de oprichting van beide organisaties?
     
  3. Hebben de kerken hier volgens jou een rol te spelen, moeten zij stelling innemen? Waarom (niet)? Welke zijn de redenen voor een mogelijke optie voor weerstand tegen militaire inzet?
     
  4. Hebben kerken enige invloed en horen zij die dan ook uit te oefenen, of moeten de godsdiensten zich afzijdig houden van de politieke besluitvorming?
     
  5. Welke slagkracht hebben de (christelijke) vredesorganisaties? Hebben zij impact op de politieke besluitvorming of is hun verzet principieel maar onmachtig?
     
  6. Is in dit conflict sprake van een slachtoffer-dader perspectief of is de realiteit complexer dan dat?
     
  7. Is, gezien de specificiteit van de aanpak van het terrorisme, een preventieve oorlog een gerechtvaardigd middel? Is het een oorlog die mensen redt of juist één die nóg meer mensen doodt?
     
  8. Kan een oorlog vanuit christelijk oogpunt ooit gerechtvaardigd zijn? Welke argumenten kunnen hiervoor of hiertegen worden aangebracht?

Leerplan

Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel

Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan

Achtergrondinformatie

Centraal in het hele debat rond een mogelijke oorlog tegen Irak staat de vraag of zo'n 'preventief ingrijpen' (cf. de 'pre-emptive strikes') gerechtvaardigd is. Zelfs vooropgesteld dat Irak chemische, biologische en atoomwapens bezit, zo vragen velen zich af, is het dan rechtvaardig om het land militair aan te vallen vóór het deze heeft ingezet? De meeste wetenschappers schijnen dit tot op vandaag in vraag te stellen.
Deze discussie brengt ons bij de vraag waar de grenzen van een 'rechtvaardige oorlog' liggen. Hierrond is al heel wat gepubliceerd. Onderstaande toelichting bij wat een 'rechtvaardige oorlog' precies betekent, vullen we aan met een korte basisbibliografie rond dit thema.

1. Toelichting bij het begrip 'rechtvaardige oorlog'. Uit: 'De radicaliteit van de christelijk geïnspireerde vredesethiek in een wereld van kwaad en onrecht' (Roger Burggraeve & Didier Pollefeyt)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/binladen_krant.jpg

"De rechtvaardige oorlog is een theorie die juist gericht is op het invoeren van een bepaalde behoedzaamheid die de fatale ingreep van het geweld zoveel mogelijk voor zich uit probeert te schuiven. Het is dus een theorie die enerzijds zo lang mogelijk de oorlog wil uitstellen, maar anderzijds toch in een werkelijkheid blijft staan waar mensen reëel het slachtoffer worden van het niet te tolereren kwaad. Zij ontvlucht dit spanningsveld niet door gemakkelijke en eenzijdige stellingnamen, maar ziet het conflict regelrecht in de ogen en poogt bedachtzaam, omzichtig en met kennis van zaken de lijn te trekken waar de plicht tot naastenliefde beperkt wordt door het recht op integriteit van de eigen gemeenschap. De rechtvaardige oorlog wordt dus weldegelijk bewogen door de evangelische eis tot naastenliefde en kan niet zomaar afgedaan worden als een afkalving van deze radicaliteit. Het is immers beduchtzaam en met 'angst en beven' dat zij haar ethische roeping binnen de complexiteit van de werkelijkheid poogt waar te maken. De rechtvaardige oorlogstheorie is dus een soort radicale hefboom die in concrete omstandigheden een reflexief toetsingsschema aanreikt om vandaaruit uit 'te zien, te oordelen en te handelen'. Wij schetsen de belangrijkste elementen van dit schema.

Rechtvaardige zaak

Men kan nooit de oorlog als middel tot rechtsherstel hanteren, tenzij daarvoor een buitengewoon zwaarwegende reden aanwezig is, namelijk een 'rechtvaardige zaak'. Het herstel van de soevereiniteit en territoriale integriteit van een staat, die door een andere staat of een dictatoriaal regime onrechtmatig wordt aangevallen, is een dergelijke 'billijke zaak'. Hoewel het principe van de rechtvaardige zaak niet altijd even ondubbelzinnig te hanteren valt (bijvoorbeeld: op welk territorium maakt men rechtmatig aanspraak?) is deze idee zeker van toepassing op een genocide of de uitroeiing van een volk door de eigen of andere staat.

Eerlijke bedoeling

Om zeker te zijn dat het in werkelijkheid een rechtvaardige zaak betreft, dient men de intentie te onderzoeken. Is de rechtvaardige zaak, waarvoor men zegt ten strijde te moeten trekken, wel het reële doel? Gaat het m.a.w. om een juiste of eerlijke bedoeling? Camoufleert men met de rechtvaardige zaak van het herstel van de soevereiniteit van een staat niet de werkelijke bedoeling van het nagestreefd militair ingrijpen, b.v. het veilig stellen van de eigen economische belangen en dominerende positie op geopolitiek vlak?

Volstrekt laatste middel

Maar zelfs indien het een rechtvaardige zaak betreft, gedragen door een eerlijke intentie, dan nog is een rechtvaardige zaak op zich geen voldoende reden om een oorlog te beginnen. Er moeten nog heel wat andere voorwaarden vervuld zijn om tot een oorlog te kunnen overgaan. Deze criteria werden in de traditie ontwikkeld om de oorlog in feite zoveel mogelijk uit te sluiten, en dus niet zozeer om hem goed te praten en gemakkelijk te legitimeren. In dit opzicht is er geen rechtvaardige, maar enkel een 'te rechtvaardigen oorlog'. En men ontwerpt criteria om deze rechtvaardiging zo weinig mogelijk kans te geven. Uit grote weerzin en scrupule ontwikkelt men enorm veel voorwaarden, die het, zoniet onmogelijk dan toch uiterst moeilijk moeten maken om de oorlog met een gerust geweten voor te bereiden en te starten.

Vooreerst moet een eventuele oorlog het volstrekt laatste middel zijn om gerechtigheid te herstellen. Vooraleer men z'n toevlucht neemt tot militair geweld en oorlog, moet men eerst alle niet-militaire middelen uitgeprobeerd hebben (b.v. diplomatiek overleg, politieke druk, economische sancties, enz.). Daarbij mag men echter niet uit het oog verliezen dat heel wat van deze methodes ook machtsmiddelen zijn, die min of meer geweldarm en niet geweldloos zijn. Zo is bijvoorbeeld een langdurend economisch embargo tegenover een staat of een regime steeds ook een vorm van geweld ten opzichte van de onschuldige bevolking, die soms evenzeer het slachtoffer is van het regime als een andere staat die onder de agressie van dit regime te lijden heeft. Het kan in ieder geval niet duidelijk genoeg gezegd worden: een oorlog dient steeds kost wat kost vermeden te worden, en kan slechts een volstrekt uitzonderlijk redmiddel zijn.

Redelijke kans op slagen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/annan.jpg

Vervolgens moet de kans op slagen redelijk zijn, dit wil zeggen reëel. Steeds weer gelooft men -of wil men de publieke opinie doen geloven, daarin vandaag handig gebruik makend van de media, in het bijzonder de TV- dit in een soort 'Blitzkrieg', in een kort, krachtig en beperkt militair ingrijpen te kunnen doen, die regelrecht naar de zege voert. In ieder geval is in onze tijd het risico reëel dat een gewapend conflict escaleert, niet alleen wat de betrokkenen, maar ook wat de middelen betreft. Niettegenstaande de huidige lovenswaardige ontwapeningsprogramma's blijven de arsenalen aan hoog-technologische, nucleaire, chemische en biologische vernietigingswapens voldoende groot, zodat de uitbreiding naar een 'vuile' en 'totale' oorlog nooit ver weg is.

Men kan zich trouwens afvragen of de ontwikkeling van en de beschikking over een dergelijk militair potentieel een oorlog nog wel ooit verantwoord kan maken. Misschien zullen sommigen, verwijzend naar het 'succes' van de Golfoorlog, die niet escaleerde en relatief kort duurde, beweren dat hoog-technologische oorlogsvoering opnieuw kán. Maar een christen bekijkt oorlog echter steeds vanuit een ander gezichtspunt, namelijk vanuit de slachtoffers, het lijden en de vernieling. De christen laat zich niet fascineren door technologische hoogstandjes en zgn. 'chirurgische bombardementen'.

Evenredigheid

Verder is er het criterium van de 'evenredigheid': de kwalijke gevolgen van een oorlog mogen niet groter zijn dan het kwaad dat men wil bestrijden. En let wel, de gevolgen die een oorlog meebrengt betreffen niet enkel het verlies aan mensenlevens, de materiële verwoesting en de financiële kosten, maar ook de 'niet-materiële' nadelen, zowel op korte als op middellange en lange termijn. Een eventuele militaire overwinning betekent nog geen overwinning op alle fronten. Ook de economische en ecologische gevolgen van een oorlog mag men niet onderschatten, noch voor onszelf, noch voor de anderen, in het bijzonder de Derde Wereld, die van élke huidige oorlog het grootste slachtoffer is.

Bevoegd gezag

Tenslotte dient een gewettigde militaire actie van een bevoegd gezag uit te gaan, namelijk het politieke gezag dat in de samenleving instaat voor het algemeen welzijn. Hoewel de discussie openblijft hoe dit bevoegd gezag de meest adequate gestalte kan krijgen, heeft het Golfconflict reeds ondubbelzinnig het belang van de VN-Veiligheidsraad aangetoond. Tegelijk is de zwakheid van de Verenigde Naties (VN) gebleken, vermits de VN als overkoepelende wereldorganisatie zelf niet de macht had om in het conflict op te treden en daarom aan bepaalde legers de toestemming moest geven tot de oorlog. Dit houdt echter geen pleidooi in voor een groots en sterk uitgebouwd volkenrechterlijk militair apparaat. Want het risico is niet denkbeeldig dat een dergelijke militaire wereldmacht, die onvoldoende zou gecontroleerd worden, tot een werelddictatuur zou uitgroeien, beheerst en gemanipuleerd door de grootmachten en hun belangen. Nochtans is de VN of een soortgelijke internationale organisatie levensnoodzakelijk om het internationale recht te doen respecteren. Daarom moet dringend werk gemaakt worden van een meer adequate structurering en functionering van de huidige VN en zijn Veiligheidsraad.

2. Bibliografie

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/peace.jpg
  • B.T. ADENEY, Just War, Political Realism and Faith, Scarecrow Metuchen, 1988, 219 blz.

  • S. CHESTERMAN, Just War or just Peace? Humanitarian Intervention and international Law, Oxford, Oxford University Press, 2001, 295 blz.

  • De terugkeer van de rechtvaardige oorlog?, in Concilium. Internationaal Tijdschrift voor Theologie 37 (2001) 2, 126 blz.

  • J.B. ELSHTAIN, Just War Theory, Oxford, Blackwell, 1991, 336 blz.

  • J.T. JOHNSON, Can Modern War Be Just?, Yale, Yale University Press, 1984, 215 blz.

  • J.T. JOHNSON, Just War and the Gulf War, Ethics & Public Policy Center, 1992, 144 blz.

  • J.T. JOHNSON, Just War Tradition and the Restraint of War. A Moral and Historical Inquiry, Princeton, Princeton University Press, 1981, 380 blz.

  • B.M. KANE, Just War and the Common Good. Jus ad Bellum Principles in Twentieth Century Papal Thought, International Scholars Publ. Bethesda, 1997, 224 blz.

  • J. KELSAY & J.T. JOHNSON, Just War and Jihad. Historical and Theoretical Perspectives on War and Peace in Western and Islamic Tradition, Londen, Greenwood, 1991, 254 blz.

  • Y. MELZER, Concepts of Just War, Aspen Publishers, 1975, 175 blz.

  • W.V. O'BRIEN, J.P. LAGAN & W.V. O'BRIAN, The Nucleair Dilemma and the Just War Tradition, Lexington Books, 1986.

  • P. RAMSEY, The Just War. Force and Political Responsibility, Littlefield Adams Savage, 1983, 554 blz.

  • R.J. REGAN, Just War. Principles and Cases, Washington, Catholic University of America Press, 1996, 247 blz.

  • R.W. TUCKER & G.G. HIGGINS, Just war and Vatican Council II. A Critique, New York, Council on Religion and International Affairs,1966, 101 blz.

  • M. WALZER, Just and Unjust Wars. A Moral Argument with Historical Illustrations, New York, Basic Books, 2000, 361 blz.

  • A.F.C. WEBSTER, Just War and Holy War. Two Case Studies in Comparative Christian Ethics, 1986. Zie ook: Christian Scholar's Review 15 (4) (1986) 343-371.

3. Irak en omgeving: een steekkaart

Geografie

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kaart_irak1.jpg

Zie ook de gedetailleerde kaart van Irak (bij de beginsituatie)

Irak ligt op het Arabisch schiereiland en deelt grenzen met Iran (1458 km), Jordanië (181 km), Koeweit (240 km), Saudi-Arabië (814 km), Syrië (605 km) en Turkije (352 km). De kustlijn, aan de Perzische Golf, is slechts 58 kilometer lang. Landschappelijk bestaat Irak voornamelijk uit laagland, het tweestromenland langs de twee grote rivieren de Tigris en de Eufraat. In het noordoosten is het bergachtig en in het droge westen ligt de woestijn.
Het woestijnklimaat brengt droge, zeer hete zomers en aangenaam milde winters met zich mee. In oppervlakte is Irak met 437.072 km2 tien keer zo groot als Nederland, net groter dan Duitsland en net kleiner dan Frankrijk. Door de barre klimatologische omstandigheden is maar 13 procent van het land in cultuur gebracht. De belangrijkste steden zijn de hoofdstad Bagdad (vijf miljoen inwoners), Basra in het zuiden en Mosul en Kirkuk in het noorden.

Bevolking

Irak telt ruim 24 miljoen inwoners. De gemiddelde Irakees heeft een levensverwachting van 66,3 jaar, de vrouwen worden ruim twee jaar ouder. Het geboortecijfer is 34,2. Bijna 80 procent van de bevolking is Arabier. De Koerden, die in het noorden wonen, maken 15 procent van de bevolking uit. Verder zijn er nog kleine Armeense, Perzische en Turkse minderheden.

Bijna de hele bevolking (97 procent) is moslim. Daarvan hangt tweederde de shi'itische geloofsrichting aan en eenderde de soennitische. Drie procent is christen, vice-premier Tareq Aziz is één van hen. In Bagdad is nog een kleine joodse gemeenschap. De officiële taal is Arabisch. Verder wordt in Irak Koerdisch, Assyrisch en Armeens gesproken. Van de volwassen bevolking kan 58 procent lezen en schrijven. Het analfabetisme komt bij vrouwen veel vaker voor dan bij mannen.

Bestuur

Saddam Hoessein is zowel president als premier en opperbevelhebber van de republiek Irak (officieel: Joemhoeria Al Irak). Alle Irakezen van achttien jaar en ouder kiezen eens in de vier jaar een parlement dat louter bestaat uit leden van de Baath-partij of mensen die 'de beginselen van de Baath-partij zijn toegedaan'. De werkelijke macht is in handen van de achtkoppige Revolutionaire Commando Raad, waarvan Saddam de allesbepalende voorzitter is.
Irak is administratief verdeeld in 18 provincies, met aan het hoofd een gouverneur. De hoofdstad Bagdad heeft een aparte status.

Korte geschiedenis van Irak onder Saddam Hoessein, met nadruk op de spanningen met de VN

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/irak1.jpg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten de Britten het grootste deel van het huidige Irakese grondgebied, en na de wapenstilstand breiden ze hun bezettingsgebied nog uit. In 1920 krijgt Groot-Brittannië een mandaat over Irak van de Volkerenbond. Een jaar later wordt een constitutionele monarchie gesticht terwijl de Britten de touwtjes stevig in handen houden.

Maar in 1958 wordt de monarchie omver geworpen door een bloedige staatsgreep van het leger en wanneer nog eens precies tien jaar later de Baath-partij een coup pleegt, wordt Saddam Hoessein vice-president. In 1979 wordt hij president en voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad.
Op 17 september 1980 valt Irak Iran aan. De oorlog zou aanhouden tot 20 augustus 1988 en talloze levens eisen. Nauwelijks twee jaar na deze wapenstilstand valt het Irakese leger buurland Koeweit binnen. Het is dan 2 augustus 1990. Vier dagen later stelt de VN economische sancties in tegen Irak en eist het de onvoorwaardelijke terugtrekking. Op 29 november van datzelfde jaar geeft de Veiligheidsraad van de VN Irak een ultimatum voor z'n terugtrekking: 15 januari 1991. Wanneer de Irakezen zich echter die dag nog steeds niet hebben teruggetrokken, start een coalitie onder leiding van de Verenigde Staten de eerste bombardementen. Op 24 januari wordt het grondoffensief gestart. Uiteindelijk zou een officieel staakt-het-vuren worden uitgeroepen op 28 februari.

Wanneer blijkt dat Irak weigert de wapeninspecteurs van de VN (Unscom) nog op haar grondgebied toe te laten, bombarderen de VS en Groot-Brittannië het land van 17 tot 19 december 1998. Een jaar later - op 12 oktober 1999 - weigert Irak opnieuw alle medewerking voor de wapeninspecties, nu van de nieuwe inspecties van de Unmovic, waarvan Hans Blix het hoofd is.

Tijdens zijn eerste State of the Union na de aanslagen van 11 september 2001 (29 januari 2002) rekent de Amerikaanse president Bush Irak tot de "as van het kwaad". Hij beschuldigt het land er ook van steun te verlenen aan terroristische acties en van het bezit van massavernietigingswapens. Het zijn de eerste tekenen van de groeiende spanning tussen beide landen. Uiteindelijk, na een nieuwe VN-resolutie, aanvaardt het Irakese regime dan toch op 13 november 2002 de toelating van nieuwe wapeninspecteurs.
Het eerste rapport van de wapeninspecteurs, onder de leiding van Hans Blix, laat scherpe kritiek horen aan het adres van Irak. Het land toont opnieuw een gebrek aan wil tot samenwerking. Na de beschuldigingen van de Verenigde Staten en de argumenten die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell tijdens zijn toespraak op de Veiligheidsraad van de VN (5 februari) op tafel gooide, is het nu gespannen uitkijken naar het nieuwe rapport van de wapeninspecteurs (14 februari). Dit zou immers wel eens een beslissend rapport kunnen zijn voor de VN om alsnog de toestemming te geven Irak binnen te vallen.

Gebaseerd op de chronologie bij het artikel van M. Tassier, "Kunstmatige staat met vele troeven", in De Standaard 04/02/03, p. 5.

Zie verder ook volgende websites

4. De golfoorlog van 1990

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/vaderbush3.jpg

Toen in 1979 Ayatollah Khomeini in Iran de pro-Amerikaanse sjah uit het land verdreef en een anti-westerse moslimstaat vestigde, leidde dit tot vriendschap tussen buurland Irak en de VS. Waar bij Jimmy Carter het Irak van Saddam Hoessein nog op de lijst met terroristische landen stond, werd het land er bij Ronald Reagan weer afgehaald omdat Irak werd gezien als een machtsblok tegen de radicale islam. De toegang tot de oliebronnen speelde hierbij reeds een grote rol. Toen Irak een oorlog voerde tegen Iran, nam de VS een neutrale houding aan. Tot Irak in het nauw werd gedreven. Meteen stonden Reagan en Bush sr. klaar om Saddam direct en indirect te steunen. Twee van de militaire ondersteuningen betroffen wapentransacties en het toespelen van satellietfoto's waarop de troepenbewegingen van Iran te volgen waren.

Onder beide presidenten werden aan Saddam helikopters, trucks, raketten, radarinstallaties, vliegtuigen, landmijnen en clusterbommen verkocht. Maar erger nog was dat de Irakese dictator via de VS ook aan verboden toxines, gassen en bacteriën geraakte. Toch was niet alleen Amerika verantwoordelijk voor de bewapening van Irak. De belangrijkste wapenleveranciers van het land waren Groot-Brittannië, Rusland en Frankrijk.

De vriendschap tussen beide landen is over wanneer Saddam op 2 augustus 1990 Koeweit binnenvalt. Maar hier heeft de Irakese leider zich misrekend, want waar hij dacht dat de VS en de VN zich afzijdig zouden houden, besluiten zij net om de Irakese agressie af te straffen. George Bush sr. brengt een enorme troepenmacht op de been en leidt een coalitie in de Golf. Bijna één miljoen militairen worden ingezet, ondersteund door raketten, tanks en luchtaanvallen nadat de Veiligheidsraad het licht op groen zet om Irak aan te vallen en Koeweit te ontzetten wanneer de Irakezen zich niet hebben teruggetrokken vóór 15 januari 1991. Omdat hier niet wordt op ingegaan, start op 16 en 17 januari operatie Desert Storm. Militaire installaties, fabrieken en wapenopslagplaatsen in Irak en Koeweit worden daarbij in een eerste fase gebombardeerd. Op 24 februari begint het grondoffensief, nauwelijks enkele dagen later, op 27 februari, is Koeweit bevrijd.
Resolutie 687 en 688 worden nu door de VN uitgevaardigd. Deze resoluties eisen enerzijds de erkenning van Koeweit door Irak en de vernietiging van alle nucleaire, biologische en chemische wapens, en anderzijds de stopzetting van de onderdrukking van de eigen bevolking. Voor de Koerden en de sji'iten worden zelfs beschermde zones ('no fly zones') in het leven geroepen. Deze zones, die zich bevinden ten noorden van de 36e breedtegraad en ten zuiden van de 32e breedtegraad, bestaan tot op vandaag. Hierbinnen is er een totaal vliegverbod voor de Irakese luchtmacht. Uiteindelijk volgen in mei '91 de eerste wapeninspecties die er moeten op toezien dat Irak de resoluties nakomt.

Gebaseerd op De VS grijpt in: Operation Desert Storm.

Zie ook volgende website en artikelen:

6. Verenigde Naties

Resolutie 1441

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/logo_vn.jpg

De beschuldigingen aan het adres van Irak draaien voornamelijk rond het niet naleven van het land van VN-resolutie 1441, goedgekeurd op 8 november 2002. Deze houdt in dat:

  • Irak op uiterlijk 15 november [2002] moet bevestigen dat het volledig gehoor geeft aan de bepalingen uit de resolutie.
  • Irak op uiterlijk 8 december alle programma's, materialen en plaatsen bekend moet maken voor de vervaardiging en ontwikkeling van chemische, biologische en nucleaire wapens.
  • Op uiterlijk 23 december de wapeninspecteurs hun werk dienen te beginnen. Zestig dagen later dienen zij een verslag voor te leggen aan de Veiligheidsraad.
  • De inspecteurs overal toegang moeten krijgen, ook in de presidentiële paleizen.
  • De inspecteurs iedereen moeten kunnen interviewen zonder dat daarbij vertegenwoordigers van de regering aanwezig zijn.
  • Elke verstoring van de inspecties door Irak onmiddellijk door de wapeninspecteurs dient gerapporteerd te worden. Dit is ook het geval wanneer Irak niet meewerkt aan de verplichting om te ontwapenen.

Het niet naleven van deze resolutie kan met militaire middelen bestraft worden. Dit kan omdat deze resolutie is aangenomen onder Hoofdstuk VII van het handvest van de Verenigde Naties. Als zowel Bush als Blair het verkieslijk achten om alsnog een tweede resolutie te laten goedkeuren, heeft dit te maken met het feit dat zij zoveel mogelijk internationale steun willen voor een mogelijke aanval op Irak.

De integrale tekst van deze resolutie (in het Engels).

Websites in verband met de verschillende VN-resoluties betreffende Irak (ook van vóór 1990).

Documenten van de Unscom (die toeziet op de vernietiging van de Irakese massavernietigingswapens).

Het 'Oil-for-Food' programma

Omdat in augustus 1990 sancties werden uitgesproken tegen Irak, werd beslist om, uit bezorgdheid voor de gezondheid van de bevolking ten gevolge van dit embargo, humanitair in te grijpen. Resolutie 986 (1995) werd in april 1995 aangenomen. Dit olie-voor-voedsel programma werd gezien als "een tijdelijke maatregel om tegemoet te komen aan de humanitaire noden van de Irakese bevolking". In praktijk en na lange onderhandelingen met het Irakese beleid, werden de eerste stappen in het programma pas in december 1996 gezet.
Momenteel zit dit programma in fase XIII. Dit houdt in dat voor 4,93 miljard dollar aan olie mag uitgevoerd worden. Met de opbrengst hiervan worden de waterbevoorrading en elektriciteitscentrales onderhouden en vernieuwd en worden medische zorgen toegediend. Een ander deel wordt ter beschikking gesteld voor de meest kwetsbare groepen binnen de samenleving in Irak.

Voor toelichting rond dit programma (in het Engels, Frans of Arabisch):

Het programma van Unicef in Irak

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/unicef.jpg

Sinds 1983 heeft Unicef een permanente vertegenwoordiging in Irak, maar het is reeds sinds de malariabestrijding in 1952 dat de organisatie er actief is. Tot 1990 was het samenwerkingsprogramma tussen Unicef en de Irakese regering gericht op de overlevingskansen en omgeving van het kind en de uitbouw van een netwerk voor de gezondheidszorg.
Maar toen Irak Koeweit binnenviel en daarmee de Tweede Golfoorlog ontketende en de daarop volgende economische sancties tegen het land, heeft Unicef nieuwe prioriteiten. Reeds tijdens de Eerste Golfoorlog (Irak-Iran oorlog tijdens de jaren '80) was de toestand voor de bevolking tot een dieptepunt gebracht. Na het einde van de Tweede Golfoorlog was de levenskwaliteit in het land zo mogelijk nog lager. Sindsdien richt Unicef de aandacht op het rehabiliteren van de sociale diensten, het hulp bieden aan ondervoede kinderen, het ter hulp springen bij kinderen die zich in allerhande moeilijke situaties bevinden en het verbeteren van de algemene levensvoorwaarden (onderwijs, gezondheidszorg, voedsel, water…).
In 1995 werd een poging gedaan om deze programma's te ondersteunen door Irak met het 'Oil-for-Food' programma de kans te geven olie uit te voeren en het geld daarvan te investeren in projecten die tegemoet komen aan de humanitaire noden van de bevolking. Unicef heeft zich daarbij gericht op de behoeften van de mensen in het zuiden en het centrum van het land en heeft de fondsen waaruit ze via het olieprogramma kan putten aangevuld met eigen werkingsmiddelen.

Website over het programma van UNICEF in Irak.

7. Updates 2003

Hieronder werd dagelijks (indien nodig) of om de paar dagen een chronologische update gegeven van de ontwikkelingen rond de Irak-crisis in 2003.

Update 1 (14-16 februari)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/eibaradei_blix.jpg

Terwijl de minister van Buitenlandse zaken van Irak Tariq Azziz, in Rome op bezoek is bij de paus en de pauselijke afgezant kardinaal Etchegaray door Saddam Hoessein wordt ontvangen, laten zowel de VS als Groot-Brittannië weten dat Irak VN-resolutie 1441 overtreden heeft en de VN moet overgaan tot een militair ingrijpen. Hun troepen zijn ondertussen zo goed als ter plaatse in de Perzische Golf en klaar om binnen de twee à drie weken in te grijpen.

  Op vrijdag 14 februari om 16u. geven de wapeninspecteurs Hans Blix en Mohammed ElBaradei een verslag van hun bevindingen na de wapeninspecties voor de VN-Veiligheidsraad. Het is een langverwacht verslag dat kan beslissen tussen verdere diplomatieke zetten of oorlog. De grote lijnen zijn op voorhand duidelijk en worden bevestigd door de wapeninspecteurs zelf: er zijn te weinig aanwijzingen voor het bezit van massavernietigingswapens door Irak en de inspecteurs hebben meer tijd nodig om hun inspecties verder te zetten. Zes maanden, zo menen ze zelf, om hun werk definitief te kunnen afmaken.

Maar de toespraken van Blix en ElBaradei maken weinig indruk op de VS en Groot-Brittannië; zij houden vast aan hun overtuiging dat de VN genoeg geduld getoond hebben met Saddam Hoessein en dat -wil de Veiligheidsraad zichzelf niet buitenspel zetten- nu met militaire middelen moet worden ingegrepen. Frankrijk, Rusland en China blijven echter ook bij hun stellingname en zien die zelfs ondersteund door de houding van de wapeninspecteurs. Die inspecteurs, zo menen zij, moeten meer tijd en ruimte krijgen om hun werk te doen, de Veiligheidsraad mag niet overhaast tewerk gaan. De rapporten van Blix en ElBaradei lijken dus een maat voor niets te zijn geweest. Het wordt uitkijken naar een nieuw verslag dat er komt op 28 februari, het lijkt er sterk op dat dit werkelijk het rapport van de laatste kans is voor Irak. Een negatief advies zou wel eens het echte startsein voor een nieuwe oorlog kunnen zijn, al dan niet met de ondersteuning van de Veiligheidsraad.

Op zondag 16 februari, twee dagen na de toespraken in de Veiligheidsraad, komen over de hele wereld miljoenen mensen op straat en betogen voor de vrede. Ook in Londen en Washington laat de publieke opinie zich uitgesproken uit tégen de plannen van hun premier en president. Het is duidelijk dat de overgrote meerderheid van de burgers zich nog steeds keert tegen een mogelijk militair ingrijpen tegen Irak. De diplomatie, zo vinden zij, moet meer kansen krijgen (zie ook de impuls 'Verzet tegen een mogelijke oorlog in Irak').

Update 2 (17-21 februari)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/rumsfeld.jpg

Terwijl de spanningen binnen de NAVO rond de bescherming van Turkije worden weggewerkt, is op VN-niveau nog steeds een dubbele beweging aan de gang. Enerzijds werken de VS aan een tweede VN-resolutie die de kans moet geven om militair in te grijpen tegen Irak en laat de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld weten dat Amerika klaar is met z'n voorbereidingen om Irak binnen te vallen. Anderzijds zijn de wapeninspecteurs nog steeds aan het werk (een laatste rapport, gepland voor 28 februari, werd doorgeschoven naar 7 maart) en verhoogt VN-secretaris-generaal Kofi Annan zijn diplomatieke inspanningen.

Ook het Vaticaan neemt z'n vredesopdracht steeds uitdrukkelijker ter harte. Nu kardinaal Etchegaray is teruggekeerd uit Bagdad en ook de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken Tariq Azziz een hoopvolle boodschap heeft achtergelaten in Rome, wordt volop de diplomatieke kaart getrokken. Dinsdag was Kofi Annan reeds op bezoek bij de paus voor overleg rond de crisis, en zaterdag 22 februari wordt ook de Britse eerste minister Blair daar verwacht. Ondertussen wordt kardinaal Etchegaray nu met een vredesboodschap naar Amerika gestuurd.

Zo lijkt de directe oorlogsdreiging voor het moment even weggenomen. Maar militaire analisten waarschuwen ervoor dat een oorlog nog steeds te verwachten is en de eerste dagen van maart daarvoor -omwille van de weersomstandigheden- uiterst geschikt zijn. Vermoed wordt dan ook dat de kans groot is dat de militaire druk in de komende dagen opnieuw zal verhoogd worden en uiteindelijk het rapport van de wapeninspecteurs van 14 maart niet zal worden afgewacht om Irak binnen te vallen.

Update 3 (22-25 februari)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/hoessein2.jpg

Op vrijdag 21 februari laat de leider van de VN-wapeninspecteurs Hans Blix de Irakese overheid weten dat de ontdekte al-Samoud 2-raketten, met een reikwijdte van méér dan 150 kilometer, volgens VN-resolutie 1441 vernietigd dienen te worden. Indien niet, zo waarschuwt Blix, dan schendt Irak de resolutie.

Ondertussen werkten de VS en Groot-Brittannië aan een ontwerpresolutie die hen de mogelijkheid moet bieden onder VN-bescherming alsnog Irak binnen te vallen en Saddam Hoessein van de macht te ontzetten. Zowel Frankrijk, Duitsland als China blijven zich echter verzetten tegen zo'n nieuwe resolutie en zien het nut ervan niet in. Het lijkt er dan ook sterk op dat een mogelijke goedkeuring ervan niet voor de hand ligt. Niettemin dienden de VS en Groot-Brittannië de aangekondigde resolutie in bij de VN-Veiligheidsraad op de avond van 24 februari. Men verwacht dat het debat daarover tot midden maart zal duren en dat een snelle stemming dus uitgesloten is.

Op diezelfde maandag 24 februari liet de Irakese president Saddam Hoessein zich in een uniek want zeldzaam televisie-interview met CBS News (dat op 26 februari zal worden uitgezonden) ontvallen dat Irak de haar opgelegde regels niet overtreedt met het bezit van al-Samoudraketten en dat men dan ook niet van plan is die raketten te vernietigen. Het land heeft tijd tot 1 maart -een week vóór het nieuwe wapenrapport van Blix (7 maart)- om te beginnen met de vernietiging van de raketten. Ondertussen ontstaat met Saddams nieuwe uitspraken opnieuw een gespannen situatie tussen de wil van de VN-inspecteurs en de Irakese gezagshebbers. Het lijkt er dan ook sterk op dat het de volgende dagen tot een machtsstrijd tussen beide komt.

Update 4 (26 februari - 2 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/raketten.jpg

Woensdagavond 26 februari kreeg de Britse premier Tony Blair te maken met een 'open revolte' binnen zijn eigen partij. Inzet was het gebruik van militaire kracht in de Irak-crisis. Blair is sinds hij zich aan de zijde van Bush heeft geschaard, nauwelijks opgeschoven naar een iets mildere en minder (be)dreigende instelling. Daarvoor werd hij nu door zijn eigen partij afgestraft. Maar liefst 122 van de 199 parlementsleden stemden vóór een amendement dat stelde dat "de noodzaak voor een oorlog niet bewezen is". Blair won wel een regeringsmotie die vroeg om steun voor het Irak-beleid en het amendement werd dankzij steun vanuit de oppositie goedgekeurd, maar hij komt gehavend uit de strijd. Nog nooit sinds hij in 1997 premier werd, heeft Blair immers moeten afrekenen met zoveel onbegrip en weerstand binnen zijn eigen partij.

De Amerikaanse president Bush liet volgens analisten dan weer blijken dat een oorlog tegen Irak voor de deur staat. In een toespraak zette hij immers uiteen wat de visie van de Amerikaanse regering is op de toekomst in het Midden-Oosten na de val van Saddam Hoessein. Hij zei ook niet te geloven in een destabilisering van de Golfregio na een nieuwe oorlog tegen Irak.

Ondertussen gaan ook de diplomatieke inspanningen van het Vaticaan gewoon door. Zo ontving de paus donderdag 27 februari de Spaanse eerste minister José María Aznar voor een privé-audiëntie. Daarin riep de paus op tot vredevolle initiatieven met betrekking tot de Irak-crisis. Aznar heeft immers uitdrukkelijk de zijde gekozen van de VS en Groot-Brittannië en heeft ook hun tweede resolutie mee ondersteund die het moet mogelijk maken geweld tegen Irak te gebruiken.

Zaterdag 1 maart bracht Hans Blix een tussentijds rapport uit in verband met nieuwe bevindingen. Zoals gewoonlijk was een deel van het rapport reeds twee dagen op voorhand uitgelekt. Blix stelde in zijn rapport dat de inspecties "zeer beperkte" resultaten hebben opgeleverd. Maar toen Irak plots tóch besliste om de gewraakte al-Samoud 2 raketten te vernietigen, stelde Blix zijn opinie bij en liet hij weten dat de brief van Irak "een zeer betekenisvol feit van echte ontwapening is". Maar niet iedereen is het daar mee eens. Zowel Frankrijk, Duitsland als Rusland lieten zich nog optimistisch uit over deze ontwikkeling en zien er het bewijs in dat de wapeninspecties vrucht afwerpen, maar de VS en Groot-Brittannië waarschuwden Saddam niet langer nog "spelletjes" te spelen. Zij zijn de mening toegedaan dat Irak enkel maar probeert om de wapeninspecties op de lange baan te schuiven. In ieder geval is het duidelijk dat Irak zichzelf militair heel veel pijn zal hebben gedaan wanneer de 120 raketten zullen vernietigd zijn. Daarmee komen ze ongetwijfeld verzwakt uit de aan de gang zijnde strijd tussen het land zelf en de VN-wapeninspecteurs.

Update 5 (3-5 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/laghi.jpg

De Amerikaanse troepenopbouw in de Golf gaat -ondanks de blijvende diplomatieke inspanningen van verschillende zijden- gewoon door. Meer dan 300.000 manschappen zijn nu reeds klaar voor een nieuwe oorlog. Genoeg om een oorlog aan te vatten en te winnen, zo stelden de Amerikaanse leiders reeds uitdrukkelijk. Naast deze 300.000 militairen zijn ook 4.000 Amerikaanse, Britse en Australische elitetroepen aanwezig. Dat is meer dan ooit te voren nog vóór er werkelijk een oorlog aan de gang is. Deze elitetroepen moeten vermijden dat de olievelden in brand worden gestoken bij een invasie.

Ondertussen heeft het Turkse parlement roet in het eten van de Amerikaans-Britse plannen gestrooid. Ondanks de beloofde 30 miljard dollar aan steun, besliste het immers dat Amerikaanse troepen het land niet mogen gebruiken als uitvalsbasis voor een oorlog. Daardoor wordt een oorlog in ieder geval vertraagd naar eind maart, maar vrezen militaire analisten eveneens dat dit gepaard zal gaan met meer slachtoffers omdat de invasie niet zo snel en effectief zal kunnen gebeuren. Verder dreigen Duitsland, Frankrijk en Rusland met een veto in de VN-Veiligheidsraad wanneer de Amerikanen alsnog een meerderheid achter zich zouden krijgen voor een nieuwe aanvalsresolutie. De VS, Groot-Brittannië en Spanje blijven er daarentegen bij dat Saddam Hoessein enkel vertragingsmanoeuvres toepast en niet echt overgaat tot ontwapening en vernietiging van zijn chemisch en biologisch wapenarsenaal. Kort na het nieuwe rapport van Hans Blix zal over de resolutie gestemd worden.

Ook de Irakese propagandamachine draait ondertussen op volle toeren. Zo beloofde Saddam Hoessein zijn volk te zullen zegevieren bij een nieuwe oorlog. "Dankzij het geloof zullen jullie zegevieren", zo zei hij in een boodschap die op de staatszender werd voorgelezen. "Jullie zijn rechtvaardig tegenover het valse, deugdzaam tegenover de ondeugd, eerlijk tegenover de verraderlijken".

Maar ook het Vaticaan zet z'n vredesinspanningen verder. Zo stuurde de paus op maandag 3 maart kardinaal Pio Laghi naar Washington om daar een pauselijke vredesboodschap aan de Amerikaanse president Bush te overhandigen. Mocht dit niet voldoende invloed hebben, dan bestaat de kans dat de paus zelf zich persoonlijk tot de VN-Veiligheidsraad zal richten.

Update 6 (6-17 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/bush_blair.jpg

Ondanks de aanhoudende en zelfs nog groeiende kritiek van zowel de publieke opinie, de politieke leiders die de diplomatie nog een kans willen geven, als van het Vaticaan, is de oorlogsdreiging nu op een hoogtepunt gekomen. Nadat Bush, Blair en Aznar zich dit weekend hebben teruggetrokken op de Azoren om daar te onderhandelen over de ontwikkelingen en te nemen stappen met betrekking tot de Irak-crisis, heeft de Amerikaanse president Bush harde taal gesproken. Niet langer legt hij enkel de Irakese leider Saddam Hoessein een ultimatum op, deze keer zet hij zelfs de VN-Veiligheidsraad zwaar onder druk. Bush dreigt ermee om alleen of samen met Groot-Brittannië militair in te grijpen in Irak, wanneer de VN-landen opnieuw weigeren met hen in de boot te stappen.
Een beslissing hierover valt vandaag (17/3). Het is nu al duidelijk dat een oorlog niet meer te vermijden is en dat de VS hun slag zullen thuishalen. De vraag is wat de kost van deze oorlog zal zijn: qua verlies van mensenlevens, qua stabiliteit in het Midden-Oosten, qua sociaal-economische impact over de hele wereld en qua geloofwaardigheid voor de VN - of die nu al dan niet tóch het licht op groen zetten voor een militaire actie tegen Irak. Dit laatste blijft trouwens in ieder geval zeer twijfelachtig. Zowel Duitsland als de permanente leden in de Veiligheidsraad Frankrijk en Rusland blijven zich verzetten tegen militaire acties. Frankrijk dreigt zelfs vandaag z'n veto te gebruiken indien nodig.
Een mogelijke laatste diplomatieke zet van de paus om alsnog naar Irak af te reizen, lijkt dus te laat te komen. De kans dat in de komende dagen de oorlog uitbreekt, is immers enorm groot. En eens het startsein is gegeven, is meteen elk diplomatiek overleg monddood gemaakt. Op dit keerpunt bevinden we ons nu, en de komende uren zullen hierin cruciaal zijn.

Een blik op de machtsontplooiing in de Golf (kaart)

Troepenopbouw in de Golf (aantallen per periode)

Update 7 (18 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/bush_saddam.jpg

Nadat gisteren en ook vandaag de wapeninspecteurs zich hebben teruggetrokken uit Irak, lijkt het er sterk op dat een militaire confrontatie in het land niet meer te vermijden is. Vannacht (2u. onze tijd) hield George W. Bush een laatste toespraak vóór een zeer waarschijnlijke oorlogsverklaring.

De volledige tekst van de toespraak (Engels)

In zijn toespraak legde Bush er de nadruk op te willen voorkomen dat Irak steun zou leveren aan terroristen door de aanmaak en levering van chemische, biologische en/of zelfs nucleaire wapens. Bovendien is nu, na twaalf jaar van overtredingen van de VN-resoluties waarbij vredesinspanningen keer op keer hebben gefaald, de maat vol en is het tijd voor een regimewissel. "De tiran", zo zei Bush aan het einde van zijn toespraak, "zal snel weg zijn - de dag van jullie bevrijding is nabij."
Hij riep de Irakese leider nog een allerlaatste keer op om samen met z'n zonen (zie het portret van Saddam Hoessein) binnen de 48 uur het land te verlaten. Anders, zo stelde hij, komt het tot een militair treffen. Maar nog vóór de speech van Bush had de Irakese leiding al bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken Naji Sabri laten weten dat Saddam niet zal wijken.
In een mogelijke oorlog worden de VS alvast bijgestaan door hun trouwe bondgenoten Groot-Brittannië, Australië en Spanje. Maar ook Turkije zet de stationering van Amerikaanse troepen op haar grondgebied opnieuw op de politieke agenda. De kans is groot dat het land in de komende uren alsnog haar eerdere beslissing zal terugdraaien en Amerika zo de kans zal geven om de oorlog ook via dat front te openen. Ondanks de nog weinig realistische kans op vrede blijven zowel de zwaar ontgoochelde VN secretaris-generaal Kofi Annan als de paus, ondersteund door verschillende landen, oproepen tot diplomatie. Donderdag zal duidelijk zijn of die diplomatie écht heeft gefaald.

Update 8 (19-21 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/foto_oorlog1.jpg

De eerste militaire aanval op Irak is er in de nacht van woensdag op donderdag gekomen. Zoals verwacht heel snel na het aflopen van het ultimatum dat de Amerikaanse president Bush Saddam aan Hoessein had gesteld. Nog geen twee uur na het aflopen van dit ultimatum hebben Amerikaanse troepen Bagdad gebombardeerd vanuit de lucht met Tomahawk-raketten (die worden afgevuurd vanaf schepen) en door F-117 Stealth bommenwerpers die onzichtbaar zijn voor de radar. Doelwit was de Irakese leider zelf, iets wat door de Amerikanen ook meteen wordt toegegeven.

ar niet veel na het einde van de bombardementen houdt Saddam een televisietoespraak waarin hij de "kleine, misdadige president Bush" beschuldigt van misdaden tegen de mensheid en zijn landgenoten nogmaals oproept om de wapens op te nemen. Enkele uren later (9u. onze tijd) antwoordt hij ook militair en laat hij enkele Scud-raketten afvuren op Koeweit. Eén ervan wordt vernietigd door Amerikaanse afweerinstallaties, twee andere komen achter de linies terecht. De materiële schade daarbij is zeer beperkt. Daarmee is de oorlog echt begonnen, al laten de intensieve aanvallen waarschijnlijk op zich wachten tot de volgende nacht.

Ondertussen wordt scherp gereageerd op deze aanval. Heel wat landen die tegen deze oorlog zijn, laten hun stem horen en veroordelen de bombardementen. Opnieuw zijn het landen als Frankrijk, Duitsland, Rusland en China die hierin het voortouw nemen. Rusland eist zelfs de directe stopzetting van de aanvallen. Kardinaal Danneels spreekt, in de lijn van de paus, over een nederlaag voor de mensheid en veroordeelt, samen met de andere Belgische bisschoppen, deze niet-gerechtvaardigde oorlog. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat deze veroordelingen ook maar enige invloed zullen hebben op de Amerikaanse plannen.

Dat bleek ook in de loop van donderdag toen rond halfzes onze tijd grondtroepen Zuid-Irak binnentrokken en in de loop van de avond en nacht Amerikaanse en Britse troepen luchtaanvallen uitvoerden op Bagdad. Daarbij werden voornamelijk de ministeries geviseerd. Ondertussen gaf het Irakese regime ook opnieuw beelden vrij van z'n leider die moeten tonen dat Saddam de touwtjes nog stevig in handen heeft. Steeds meer wordt echter in twijfel getrokken of het op die beelden wel gaat om de échte Saddam Hoessein, of veel meer om één van z'n dubbelgangers. Het is bekend dat de Irakese leider al lang werkt met zulke stand-ins, maar ze zijn fysiek moeilijk te onderscheiden van de dictator. In de loop van de volgende dagen of weken zal ook daarover veel duidelijk worden.

Update 9 (22-23 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/kaart_oorlog.jpg

In het weekend van 22 maart is de opmars van Amerikaanse en Britse troepen in Irak gewoon voortgezet. Aan het einde van het weekend waren ze nog amper 150 km van Bagdad verwijderd. Nochtans worden de troepen steeds vaker geconfronteerd met hardnekkig verzet van Irakese militairen. Daarbij gebruiken die vaak een onverwachte tactiek. Wanneer een stad wordt veroverd, ontdoen ze zich van hun militair tenue en doen zich voor als burgers. Wanneer het grootste deel van de troepen z'n opmars verder zet, vallen ze de achtergeblevenen alsnog aan. Dit brengt Amerikanen en Britten vaak in problemen. Vooral zondag was dit het geval, bijvoorbeeld in steden als Umm Qasr en Basra. Toch worden de troepen niet altijd op verzet onthaald, niet zelden is de weerstand zeer gering en een enkele keer worden ze als helden binnengehaald door wuivende en juichende Irakezen.

Maar de Amerikaanse en Britse troepen krijgen met meer moeilijkheden af te rekenen. Zo stortten al verschillende helikopters neer waarbij zowel Britse als Amerikaanse militairen om het leven kwamen. Bovendien sneuvelden er ook reeds in de strijd en werden er zondag gevangen genomen en waarschijnlijk afgemaakt. De beelden van deze militairen werden verspreid en de schotwonden wijzen sterk op standrechterlijke executies, waaruit blijkt dat de Irakezen niet aarzelen om inbreuk te plegen op de resoluties van de Conventie van Genève (1949) in verband met de behandeling van krijgsgevangenen. Vijf anderen werden eveneens krijgsgevangen genomen, maar verkeren nog steeds in redelijke gezondheid. Ook van hen werden beelden gemaakt en verspreid over de verschillende nieuwszenders. En nog een twaalftal anderen worden nog steeds vermist.
Het lijkt er dus sterk op dat hoe dichter de geallieerden komen bij Bagdad, hoe groter het verzet en het gevaar voor hen wordt. Dat moeten ook de oorlogscorrespondenten ondervinden. Zo kwamen journalisten (waaronder één Belgische cameraman) in Zuid-Irak onder vuur te liggen omdat Amerikaanse troepen dachten dat ze Irakezen waren. Hun Jeep werd doorzeefd en daarbij kwam Terry Lloyd, een bekende 50-jarige journalist, om het leven. Niettemin blijven zowat alle andere journalisten de strijd volgen, daarbij worden ze ingelijfd ('embedded') bij Britse of Amerikaanse troepen en maken ze van heel nabij de opmars mee. Het is een nieuwe journalistieke techniek die steeds meer bekritiseerd wordt omwille van het feit dat deze journalisten dan hun onpartijdigheid en vrijheid van spreken dreigen op te offeren voor spectaculaire en zeer actuele beelden.

Ondertussen gaan de bombardementen op Bagdad voort en wordt de weg geruimd voor de inname van de stad. Verwacht wordt dat de belegering ook door de grondtroepen kan beginnen in de nacht van maandag op dinsdag. Ongetwijfeld wordt dat de lastigste opdracht voor de geallieerde troepen en zal de weerstand daar erg groot zijn. Er wordt rekening gehouden met een guerrillaoorlog die wel eens langer zou kunnen aanslepen en meer slachtoffers zou kunnen eisen dan de meeste mensen verwachten. De volgende dagen zal ongetwijfeld blijken hoe sterk de gebundelde krachten van de Irakezen zijn met betrekking tot de verdediging van hun

Update 10 (24-31 maart)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/oorlog3.jpg

In de voorbije dagen zijn 120.000 Amerikaanse manschappen ter versterking naar Irak overgevlogen. Dat wijst er op, tegen alle ontkenningen van militaire en politieke vertegenwoordigers in, dat de weerstand in Irak bij de strategische planning sterk is onderschat. Verwacht werd immers dat, eens de geallieerden hun veroveringstocht zouden inzetten, de bevolking eveneens in opstand zou komen tegen het regime. Maar blijkbaar hebben de Irakezen die misschien wel weerstand zouden willen bieden tegen de eigen regering, hun lessen getrokken uit wat ze het Amerikaanse 'verraad' noemden na de Tweede Golfoorlog (1991). Toen hadden de Amerikanen namelijk steun beloofd bij hun verzet, maar toen die steun er niet kwam, werd het verzet neergeslagen en eindigde het met een bloedbad. Duizenden mensen verloren daarbij het leven. Om dit een tweede keer te vermijden, wordt nu allicht gewacht met het verzet tot het zeker is dat het regime werkelijk ten onder gaat.
En die ondergang lijkt voor vele Irakezen tot op vandaag lang niet zeker. Het verzet wordt immers nog opgevoerd. En terwijl verwacht werd dat de raid op Bagdad een week geleden reeds zou zijn ingezet, is dit nog steeds niet het geval. Sinds enige dagen zijn de Irakezen ook overgegaan op tactieken die de Conventie van Genève schenden (zie ook bijlage 1). Eerst was er de waarschijnlijke standrechterlijke executie en verspreiding van beelden van krijgsgevangenen, daarna de vermomming van militairen als burgers, en nu komt daar de inzet van zelfmoordcommando's bij. Deze laatste twee schendingen dreigen het onderscheid tussen militairen en burgers te vervagen met alle gevolgen van dien voor de burgerbevolking (zie opnieuw bijlage 1). Maar ze bemoeilijken ook de eigenlijke oorlog.
Ondertussen zijn zware gevechten gestart tussen de Republikeinse Wacht en het Engelse en Amerikaanse leger. Het lijkt erop dat de Irakezen daarmee het eerste échte offensief hebben ingezet om hun 'bezetters' te verdrijven. Daarmee zal het beleg van Bagdad allicht nog langer op zich laten wachten dan algemeen gedacht. Niettemin gaan de bombardementen op de Irakese hoofdstad in alle hevigheid door. Dag en nacht vallen bommen op Bagdad; daarbij worden vooral communicatiegebouwen en militaire en politieke instellingen geviseerd. Toch lijkt het er, ondanks de verhoogde militaire inzet en de blijvende positieve geluiden van geallieerde zijde, sterk op dat de oorlog heel wat langer gaat duren dan oorspronkelijk ingeschat. Zeker ook omdat verwacht wordt dat de huidige weerstand slechts het voorspel is van het verzet bij de belegering van Bagdad.

De laatste week hebben zowel de Irakese als de Amerikaanse president opmerkelijk veel religieuze uitspraken verwerkt in hun toespraken. In een tweede bijlage zijn een paar uitspraken van beiden bij elkaar gezet. De samengebrachte citaten geven te denken over de wijze waarop de godsdienst in deze oorlog wordt betrokken.

Update 11 (1-8 april)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/sahhaf.jpg

In de voorbije week zijn de Amerikaanse troepen, nadat ze de luchthaven van Bagdad hadden veroverd, een paar keer met tanks binnengetrokken in de Irakese hoofdstad. Niet zozeer met als direct doel het beleg van Bagdad, wel om de weerstand te testen. En die weerstand, zo is tot grote verwondering van vele waarnemers gebleken, is bijzonder zwak. Dat Amerikaanse troepen aan de poorten van Bagdad staan en de stad reeds zijn binnengedrongen, heeft heel wat inwoners van de hoofdstad -die constant werden geconfronteerd met tegenstrijdige berichten over de opmars van de geallieerden- doen opschrikken en besluiten om voor de eigen veiligheid te kiezen. Met een vluchtelingenstroom van duizenden Irakezen tot gevolg.

Hoewel de Irakese overheid, in de persoon van de Irakese Minister van Informatie Mohammed Saeed al-Sahhaf, de vooruitgang van de geallieerden ten stelligste blijft ontkennen en er nog steeds mee dreigt de vijandige troepen te zullen vernietigen, wordt het steeds duidelijker dat het einde van het regime van Saddam Hoessein op z'n einde loopt. Zeker mocht in de komende dagen bevestigd worden dat zowel Saddam zelf als zijn beide zonen Udai en Qusai bij een gericht bombardement op een restaurant op 7 april zouden zijn omgekomen. Verwacht wordt dat de nog steeds bestaande weerstand dan helemaal zal versplinteren en er voor het Irakese volk nieuwe tijden aanbreken.

Wat die nieuwe tijd met zich zal meebrengen, is reeds enkele dagen onderwerp van grote politieke discussies op hoog niveau. Het gaat hier meerbepaald om de inbreng van de VN in de wederopbouw van Irak. Amerika liet oorspronkelijk duidelijk verstaan dat de VN welkom was om een helpende hand te reiken bij de humanitaire ondersteuning van het Irakese volk. Maar het was van het begin af aan duidelijk dat deze visie op veel weerstand stuitte, niet alleen bij de VN zelf, maar ook bij de Britse Eerste Minister Tony Blair. Als een gevolg van die weerstand lijkt het er sterk op dat Amerika nu toch een grotere rol ziet weggelegd voor de VN. Twistappel blijft echter nog of het aanvaardbaar is dat Bush blijft eisen dat Irak de eerste maanden onder de militaire controle van Amerika en Groot-Brittannië blijft staan. Daarover zullen in de volgende dagen en misschien zelfs weken waarschijnlijk nog harde woorden vallen.

Mensen schreeuwen hun machteloosheid, weerstand tegen of steun aan de gebeurtenissen niet alleen uit in betogingen. Zoals steeds leidt dit ook tot een vorm van humor die kan variëren van ironie tot bijtend cynisme. Al van vóór de eigenlijke aanval van Amerika op Irak, hebben cartoonisten in de dreigende oorlog -en later uiteraard ook in de oorlog zelf-; een onderwerp van humor en spot gevonden. In een extra bijlage bij deze update willen we een aantal cartoons op een rij zetten in een vijftal categorieën: George W. Bush, Saddam Hoessein, de wapeninspecteurs, de pers(on)vrijheid en meer algemeen beschouwende spotprenten. Bij de didactische suggesties zijn wenken opgenomen om met de cartoons in de klas te werken.

Update 12 (9-22 april)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/jgarner.jpg

De wilde plunderingen die zijn ontstaan door het machtsvacuüm dat werd gecreëerd nadat het Irakese regime in Bagdad ten val was gebracht, zijn nu stilaan opgehouden. Omdat de Amerikaanse troepen verzaakt hadden aan hun verantwoordelijkheid om de orde te bewaren in de stuurloze hoofdstad, hadden vele Irakezen de kans gezien om hun woede en frustraties te botvieren op winkels, overheidsgebouwen en zelfs musea. De schade die hieruit is voortgevloeid, is dramatisch. Bovendien werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om voormalige aanhangers van de dictatuur aan te pakken door hen te lynchen of fysiek te mishandelen. Het waren voorspelde en voorspelbare misbruiken van de nieuwe vrijheid.

Ondertussen wordt enkel hier en daar nog sporadisch gevochten en kan nu alle aandacht uitgaan naar de aan de Irakese bevolking beloofde humanitaire hulp. Langzaam bereikt die immers die plaatsen waar de nood het hoogst is. Water, voedsel en medicijnen worden aangeleverd; daardoor kunnen ook de ziekenhuizen stilaan weer hun hoogdringende werk doen.

Maar ook de politieke discussies gaan verder en stevenen af op een machtsspel tussen de Amerikaanse regering en de VN. De Amerikanen willen immers dat de VN enkel een humanitaire rol speelt in het bevrijde Irak, terwijl de VN zelf, sterk gesteund door de omliggende landen van Irak, dat de VN nu de touwtjes in handen nemen en Amerikanen en Britten het land verlaten. Maar voorlopig gebeurt dat niet. Wel trekken ze hun gevechtstroepen stilaan terug, maar ze blijven aanwezig met hernieuwde troepen die erop gericht zijn de humanitaire hulp vlot te laten verlopen. Tegelijkertijd is nu ook de Amerikaanse oud-generaal Jay Garner gearriveerd in Bagdad; hij heeft de opdracht gekregen om een voorlopig bestuur op poten te zetten ter voorbereiding van een democratisch verkozen Irakees regime. Zijn aankomst is echter niet met gejuich onthaald, noch door de politieke wereld noch door de Irakezen zelf. Bovendien gonst het van de geruchten dat Amerika plannen heeft om, mét de goedkeuring van een nieuw Irakees regime, troepen blijvend te stationeren op vier Irakese luchtmachtbases - al wordt dit door de Amerikanen zelf ontkend. Op die manier krijgen de Amerikanen een uitgelezen kans om buurlanden als Syrië en Iran blijvend politiek en militair onder druk te zetten. Het spreekt voor zich dat ook deze plannen op een storm van wereldwijd protest zullen onthaald worden.

Wat de toekomst zal brengen, is nog onduidelijk. Waarschijnlijk is dat het bestuur binnen enkele jaren via democratische verkiezingen zal doorgegeven worden aan de Irakese bevolking. Tegen die tijd moeten de VN reeds aanwezig zijn en de aanzet hebben gegeven voor de wederopbouw van het land. In die structuur zullen ook Amerikanen en Britten en rol spelen, maar welke rol dit precies is en in hoeverre die los kan en mag staan van een VN-opdracht, zullen de nakende onderhandelingen uitwijzen. In ieder geval lijkt het weinig waarschijnlijk dat de VN zich zullen laten lenen voor een louter humanitaire opdracht. Wat volgt in de komenden maanden en jaren van heropbouw, is in ieder geval een werk van lange adem. Een heropgebouwd Irak met een eigen bestuur dat op eigen benen staat, los van welke hulp ook, is zeker niet voor morgen.

Lesimpulsen

1. Portretten van Georges W. Bush en Saddam Hoessein

Georges W. Bush

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/bush.jpg

George Walker Bush werd in New Haven (Connecticut) geboren op 6 juli 1946 als zoon van de latere 41ste president van de Verenigde Staten, George Bush (1988-1992). Hij was het eerste kind in een rij van vijf. Bush jr. groeit op in Odessa, in het westen van texas. Hoewel hij een middelmatige student is, behaalt hij zijn graad als historicus aan de universiteit van Yale in 1968. Van dat jaar af tot 1973 was hij tijdens zijn militaire dienst piloot in het leger, al is het weinig waarschijnlijk dat hij, met de privileges die hij genoot, veel op de basis is geweest. Na zijn legerdienst keerde hij terug naar de universiteit en behaalde in '78 zijn Masters of Bussiness Administration aan de Harvard University. Tijdens deze studies huwde Bush met Laura Welsch. Na het afronden van deze studies ging hij handel drijven in claims voor olie- en mineraalgronden in West-Texas. Hij had ondertussen ook reeds geprobeerd om in het House of Congress te geraken, maar in zijn eerste confrontatie met de Democraten moest de Conservatief Bush zich gewonnen geven. Hij keert dan maar terug naar de olie-industrie en bouwt een groot concern uit.

In 1989 ontfermt Bush zich, samen met een aantal zakenvrienden, over een Texaans baseballteam, de Texas Rangers. Het is de periode waarin hij het zware uitgaansleven achter zich laat en zich bekeert tot het christendom. Uit een diepgelovige motivatie raakt hij geen alcohol meer aan. Hij keert nu terug naar de politiek en wordt in '94 de 46ste gouverneur van Texas, een mandaat dat hij weet te verlengen na nieuwe verkiezingen in '98. In die hoedanigheid is hij een voorstander van de doodstraf. Die laat hij dan ook veelvuldig uitvoeren, waardoor hij van Texas de staat maakt met het hoogste aantal terdoodveroordeelden.

In 2000 wordt hij, na de spannendste Amerikaanse presidentsverkiezingen uit de geschiedenis en na 5 weken van hertellingen, op 7 november verkozen tot de 46ste president van de VS. Hij haalt het daarbij van zijn democratische tegenkandidaat Al Gore. Zijn inzwering vindt plaats op 20 januari 2001, nauwelijks acht maand vóór de aanslagen van 11 september. Die lijken voor hem het tij te doen keren en hem plots te maken tot de meest populaire president uit de Amerikaanse geschiedenis, een status die hij echter niet lang weet vast te houden. Vanaf dat moment heeft Bush zijn missie gevonden: de strijd tegen het terrorisme. Hij verdeelt de wereld in goed en kwaad en maakt de omverwerping van het regime van Saddam Hoessein tot één van de prioriteiten. Daarvoor lanceert hij het politieke principe van de 'pre-emptive strikes', militaire aanvallen uit voorzorg. Het zijn deze aanvallen waarvoor Bush nu bij de VN Veiligheidsraad een nieuwe resolutie vraagt en die de wereld in de ban houdt. Heel wat mensen van over de hele wereld protesteerden reeds tegen deze mogelijkheid.

Gebaseerd op:

  • Bio George W. Bush (Tros)
  • Biografie George W. Bush (Nederlands Dagblad)

Saddam Hoessein

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/hoessein.jpg

Saddam Hoessein al-Tikriti werd geboren op 28 april 1937 als kind van landbouwers in het dorpje al-Awja, vlakbij Tikrit. Toen hij nauwelijks enkele maanden was, verliet zijn vader het gezin en even later trouwde zijn moeder met Ibrahim Hassan. Een man die Saddam sloeg en beledigde en die hem heel hard liet werken op het veld. De mogelijkheid om naar school te gaan kreeg hij niet. Toen hij nauwelijks tien was, trok Saddam in bij zijn nonkel Khairallah Tulfah in Bagdad. Daar probeerde hij de militaire academie, maar faalde. Hij richtte zich dan maar op een revolutionaire politiek.

Op z'n 20ste pleegde hij z'n eerste politieke moord op een communist die in z'n geboorteplaats woonde. In '59 was hij zelfs betrokken bij een poging om Qassim -de leider van de Irakese Republiek- te vermoorden. Dat mislukt en hij vlucht naar Egypte waar hij vier jaar blijft. Hij keert echter terug naar zijn land na een geslaagde militaire coup op het Irakese regime. Het nieuwe regime onder de Baath-partij hield het echter slechts zes maanden vol, en Saddam verdween voor twee jaar achter de tralies. In '66, toen hij reeds een prominent lid was van de Baath-partij, lukte het hem te ontsnappen. Twee jaar later was zijn partij opnieuw aan de macht onder de leiding van generaal Ahmed Hassan al-Bakr, een neef van Hoessein (de broer van zijn moeder). In '73 werd Saddam zelf vice-president van Irak. Toen op 16 juli 1979 Bakr zich terugtrekt uit het publieke leven, wordt Saddam Hoessein Iraks nieuwe president.

Sinds die dag regeert hij met harde hand. Meedogenloos en paranoïde, maar ook berekenend en intelligent. Hij slaapt nooit twee keer na elkaar op dezelfde plaats en stuurt dubbelgangers naar manifestaties die moeilijk te beveiligen zijn. Moordpartijen en oorlogen zijn legio in zijn bewind, van het begin af aan. Nauwelijks acht jaar na zijn bewindsovername stort hij Irak in een oorlog met Iran die uiteindelijk acht jaar zou aanhouden. En twee jaar na de wapenstilstand stuurt hij zijn leger over de grenzen van Koeweit; het begin van de Tweede Golfoorlog en een verpletterende nederlaag voor het Irakese leger, met vele menselijke drama's tot gevolg.

De propaganda draait in Irak op volle toeren. Zowel op straat als op radio en televisie is Saddam alomtegenwoordig. Zo begint elke nieuwsuitzending met een lof- en eerbetoon aan de leider van Irak. Zijn grote voorbeeld is Stalin, van hem heeft hij de permanente terreur overgenomen. Een CIA-rapport noemt hem een 'stabiele persoon' die rationeel denkt, niet roekeloos is, maar wel z'n nek durft uit te steken wanneer z'n macht in het gedrang komt.

Saddam Hoessein is omringd met trouwe medewerkers. Vooral de bewoners van Hoesseins geboortestreek, de Takriti, vormen een belangrijke clan die een bloedig schrikbewind uitvoert. Hun daden blijven ongestraft onder dit regime. Ook de twee zonen van Saddam, Uday en Qusay staan gekend om hun gewetenloosheid. Vooral de oudste zoon, Uday, staat bekend als een pathologische moordenaar. Lang werd hij geacht de opvolger te zullen zijn van zijn vader. Tot hij in 1996 gewond raakte aan zijn been bij een moordaanslag waarbij zijn wagen werd doorzeefd met kogels. Achter deze aanslag zat vermoedelijk Saddam zelf, die hem zou willen straffen hebben voor het feit dat Uday hem niet had gehoorzaamd. Daarom vermoedt men nu dat de jongste zoon, Quqay, de beoogde opvolger is.

Ondanks de oorlogen, de constante dreigingen en de economische sancties tegen Irak, zit Saddam Hoessein tot op vandaag nog steeds stevig op zijn troon. Vraag blijft of dit na dit nieuwe conflict nog lang zo zal zijn.

Latere update:

  • Saddam Hoesseins twee zonen zijn 22 juli 2003 omgekomen bij een vuurgevecht met Amerikaanse troepen in hun schuilplaats.
  • Op 13 december 2003 wordt Saddam Hoessein gearresteerd in Ad-Dawr, op 15 kilometer van Tikrit.
  • Dossier 'Het proces tegen Saddam Hoessein', De Standaard.
     

Gebaseerd op:

  • Bio: Saddam Hussein (Nederlands Dagblad)
  • The personal history of Saddam Hussein (Emergency)

2. De 'State of the Union' van George W. Bush

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/state_union.jpg

Lees, bekijk of beluister de State of the Union van George W. Bush (28/01/'03) waarin hij Saddam Hoessein waarschuwt om de VN resoluties na te leven.

Enkele citaten hieruit (vertaald in het Nederlands):

"De Amerikaanse vlag staat voor meer dan voor onze macht en onze belangen. Onze stichters wijdden dit land aan de zaak van menselijke waardigheid, de rechten en de kansen van elk individu. Die overtuiging leidt ons naar de wereld, om de getroffenen te helpen, vrede te verdedigen en de plannen van kwaadaardige lui te dwarsbomen."

"Alle vrije naties hebben er belang bij plotse en catastrofale aanvallen te voorkomen. Wij vragen hen zich bij ons aan te sluiten, velen doen dat ook. Maar de koers van dit land hangt niet af van de beslissing van anderen. Welke actie ook nodig is, ik zal de vrijheid en de veiligheid van de Amerikaanse bevolking verdedigen."

"Een brutale dictator, met een geschiedenis van roekeloze agressie, met banden met het terrorisme, met grote potentiële rijkdom, zal niet toegelaten worden een vitale regio te domineren en de VS te bedreigen."

"De dictator van Irak ontwapent niet. Integendeel, hij misleidt. Wij weten bijvoorbeeld dat duizenden leden van de Irakese veiligheid bezig zijn met het verbergen van documenten en materialen voor de VN-inspecteurs."

"Ik heb een boodschap voor het dappere en verdrukte volk van Irak: uw vijand omsingelt uw land niet - uw vijand bestuurt uw land. En de dag dat hij en zijn regime van de macht verdreven worden, zal de dag van jullie bevrijding zijn."

"We zullen overleg plegen. Maar laat er geen misverstand over bestaan: als Saddam Hoessein niet volledig ontwapent, voor de veiligheid van onze bevolking en voor de vrede van de wereld, zullen we een coalitie leiden om hem te ontwapenen."

3. De beschuldigingen en bewijzen (05/02/03) van Amerika tegen Irak

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/dossier.jpg

De beschuldigingen en enige commentaar erbij:

Uit: De Standaard 05/02/03: B. Beirlant, "Zware beschuldigingen, geen bewijzen. Bush beschuldigt Saddam van banden met terreurnetwerk Al-Qaeda."

  1. "Onze [de Amerikaanse] inlichtingenbronnen vertellen ons dat Saddam gepoogd heeft om supersterke aluminiumpijpen te kopen voor de ontwikkeling van nucleaire wapens."

    Maar volgens Mohamed ElBaradei, het hoofd van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, waren die pijpen bedoeld voor de bouw van raketten die Irak van de VN wel mag bezitten.

  2. "De VN besloten in 1999 dat Saddam genoeg biologische wapens heeft om ruim 25.000 liter miltvuur te produceren - genoeg om miljoenen mensen te doden. De VN besloten ook dat Saddam genoeg materiaal heeft om meer dan 38.000 liter botuline te produceren, genoeg om miljoenen mensen aan ademhalingsproblemen te laten sterven."

    Hans Blix, het hoofd van de VN-wapeninspecteurs, verklaarde maandag nog voor de VN-Veiligheidsraad dat Irak mogelijk nog beschikt over 8.500 liter miltvuur. Over botuline sprak Blix niet.

  3. "Inlichtingen van de VS wijzen erop dat Saddam Hoessein meer dan 30.000 stukken munitie had om chemische middelen af te schieten. De VN-inspecteurs vonden er recentelijk 16. Saddam geeft geen verklaring voor de resterende 29.984."

    Irak beweert dat de 16 raketkoppen afkomstig zijn van een lading van 2.000 uit de Golfoorlog. Blix stelde maandag: "Dit kan het geval zijn. Maar het kan ook gaan om het topje van een ijsberg." De Zweed klonk een stuk voorwaardelijker.

  4. "Van drie Irakese overlopers weten we dat Irak eind jaren negentig verschillende mobiele laboratoria voor biologische wapens had... Saddam Hoessein heeft niet bewezen dat hij ze vernield heeft."

    Blix kondigde maandag aan dat de VS hem hierover inlichtten en beloofde zijn inspecteurs ernaar te laten zoeken. Bush verwees naar Powell voor meer bewijzen over de illegale Irakese wapenprogramma's en de Irakese pogingen om wapens te verbergen voor de inspecteurs. Want die zijn cruciaal om de publieke opinie en de internationale gemeenschap mee te krijgen.
    Maar bronnen binnen de Amerikaanse regering gaven maandag al tegenover de Washington Post toe dat ook de Amerikaanse inlichtingendiensten nog geen opslagplaats hebben ontdekt van verboden wapens of producten voor de aanmaak van chemische en biologische wapens.

  5. "Bewijslast op basis van inlichtingenbronnen, geheime communicatie en verklaringen van gevangenen onthult dat Saddam Hoessein terroristen helpt en beschermt, onder wie leden van Al-Qaeda."

    Bush heeft de band tussen Irak en terreurbewegingen -en vooral Al-Qaeda- nodig om de Amerikaanse bevolking én de internationale gemeenschap te overtuigen van de dreiging die Saddam vormt voor de VS. Want: "Saddam zou heimelijk en zonder vingerafdrukken, een van zijn verborgen wapens kunnen doorgeven aan terroristen, of hen helpen er zelf te ontwikkelen."

Updates omtrent het conflict vindt u bij de achtergrondinformatie.

De bewijzen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/cartoon1(1).jpg

Op 5 februari gaf Colin Powell, de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, een belangrijke toespraak voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Daarin probeerde hij aan te tonen dat Irak niet volledig meewerkt met de wapeninspecties en bovendien chemische wapens bezit. Hij ondersteunde zijn betoog onder andere met geluidsbandjes, satellietfoto's en getuigenissen van informanten.
In een anderhalf uur lang betoog trachtte Powell aan te tonen dat Irak wel degelijk een bedreiging vormt voor de wereldvrede. Omdat hij niet enkel de sceptische leden van de VN-Veiligheidsraad, maar ook de kritische publieke opinies wilde overtuigen met de aangekondigde bewijzen, vond de zitting niet plaats achter gesloten deuren. De pers kreeg de vrije toegang. Powell sprak in zijn speech over de vastbeslotenheid van Saddam Hoessein om een atoombom aan te maken, de verspreiding van biologische wapens in Irak, het bezit van chemische en verboden wapens, de banden tussen Al Qaeda en het Irakese regime en de spionage van de wapeninspecteurs.

Enkele citaten uit de toespraak (in het Nederlands vertaald):

  • "Wat we zullen zien is een opeenstapeling van feiten en storende gedragspatronen. De feitelijke gedragingen van Irak tonen aan dat Saddam Hoessein en zijn regime geen inspanningen -geen inspanningen- hebben gedaan om te ontwapenen zoals vereist door de internationale gemeenschap."

  • "Alles wat we gehoord en gezien hebben, toont aan dat, in plaats van actief mee te werken met de inspecteurs om het succes van de missie te verzekeren, Saddam Hoessein en zijn regime bezig zijn om al het mogelijke te doen om te verzekeren dat de inspecteurs slagen in het vinden van absoluut niets."

  • "We weten dat Saddams zoon, Qusay, de verwijdering van alle verboden wapens uit de vele paleiscomplexen van Saddam heeft bevolen. We weten dat de Irakese regeringsverantwoordelijken, leden van de regerende Baath-partij en wetenschappers, de verboden zaken in hun huizen hebben verstopt. Andere sleutelfiles van de militaire en wetenschappelijke instellingen zijn in wagens geplaatst die rondgereden worden in het land door Irakese veiligheidsagenten om ontdekking ervan te vermijden."

  • "Irak loopt het gevaar tegen de ernstige gevolgen aan te lopen waartoe VN-resolutie 1441 oproept. En de Veiligheidsraad loopt het gevaar irrelevant te worden wanneer het Irak toelaat haar wil te trotseren zonder effectief en direct te reageren."

  • "Er kan geen twijfel over bestaan dat Saddam Hoessein biologische wapens heeft en de mogelijkheid om meer te produceren, veel meer. En hij heeft de mogelijkheid om deze dodelijke gifstoffen en ziekten te gebruiken op manieren die massale dood en vernietiging kunnen veroorzaken."

  • "Saddam Hoessein heeft chemische wapens. Saddam Hoessein heeft zulke wapens reeds gebruikt. En Saddam Hoessein zal niet aarzelen ze weer te gebruiken tegen de buurlanden en de eigen bevolking."

  • "Saddam Hoessein is vastbesloten om de hand te leggen op een nucleaire bom."

  • "De intenties van Saddam Hoessein zijn nooit veranderd. Hij ontwikkelt de raketten niet voor zelfverdediging. Het zijn raketten die Irak wil om macht uit te oefenen, te bedreigen, en om chemische, biologische en -indien we hem laten doen- nucleaire raketkoppen in te zetten."

  • "De Verenigde staten willen en kunnen niet dat risico nemen ten opzichte van het Amerikaanse volk. Saddam Hoessein nog maanden of jaren langer in het bezit laten van massavernietigingswapens is geen optie, niet in een post-11 september wereld."

De volledige (Engelse) speech van Colin Powell.

De reactie van Irak en andere landen op Powells toespraak

Het lijkt er echter sterk op dat deze toespraak geen nieuwe landen heeft overtuigd. Groot-Brittannië blijft achter Amerika staan, maar landen als China, Duitsland, Frankrijk en Rusland, blijven uiterst voorzichtig in hun uitspraken. Irak dan weer lacht de beschuldigingen van Amerika weg en verwijt het land uit te zijn op de controle over de oliebronnen.

Journalistieke analyses van Powells toespraak

4. De houding van Europa en de Europese publieke opinie

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/tabel.gif

Van in het begin is er vanuit Europa oppositie geweest tegen een mogelijke aanval op Irak, zeker bij de publieke opinie. Enkel Groot-Brittannië was uitgesproken vóór de plannen van Amerika, al lag en ligt ook daar de publieke opinie dwars. In België liet de regering aanvankelijk een sterk 'neen' weerklinken. Die 'neen' blijft tot op vandaag aangehouden, al is de stelling wel dat als er een VN-resolutie komt, België solidariteit verplicht is. Dit kan leiden tot grote spanningen, want Agalev en Ecolo hebben reeds blijk gegeven van hun afkeer voor een oorlog, ook wanneer die onder VN-vlag plaatsheeft.
De Belgische publieke opinie is duidelijk. Elf procent, zo bleek uit een enquête van de VRT, meent dat een oorlog gerechtvaardigd is en maar liefst 82% geeft een krachtig negatief antwoord. Bovendien antwoordt slechts 28% van de Belgen positief op de vraag of België moet deelnemen aan een oorlog waarvoor de VN een mandaat heeft gegeven. 67% blijft ook dan uitgesproken negatief. Blijkbaar zijn het vooral mannen en hoger opgeleiden die bij een VN-mandaat toch bereid zijn om Belgische troepen te sturen.

Het Europees Parlement besliste in ieder geval wel op 29 januari dat het eerste rapport van de wapeninspecteurs geen oorlog waard is. De resolutie hieromtrent werd aangenomen met 287 tegen 209 stemmen. Het sprak zich meteen ook uit tegen een unilaterale militaire actie en een preventieve aanval, aangezien die een schending van het internationale recht zou betekenen. In een peiling, bij 15.000 mensen uit 30 verschillende landen, blijkt ook acht op de tien Europeanen gekant te zijn tegen een interventie van de VS in Irak zonder de uitdrukkelijke steun van de VN. Europa mag volgens de meerderheid van de ondervraagden echter wel deelnemen aan een oorlog wanneer in Irak massavernietigingswapens worden ontdekt, als de buurlanden worden bedreigd of als er een nieuw VN-mandaat komt.

Toch is de opinie van de Europese landen helemaal niet zo eensgezind als blijkt uit de reactie op het rapport van Blix. Dat bleek duidelijk toen acht Europese leiders (van Groot-Brittannië, Portugal, Italië, Tsjechië, Hongarije, Denemarken, Spanje en Polen) in een gezamenlijk artikel op de opiniepagina van de Britse krant The Times de andere landen van het continent opriepen om de VS bij te springen in haar pogingen om Irak te ontwapenen. "Indien we dat niet doen en de dictator de resoluties steeds opnieuw laten schenden", zo stelden de ondertekenaars, "zal dit ten koste gaan van de geloofwaardigheid van de Veiligheidsraad en niet in het minst van de vrede". Ondertussen blijven landen als Frankrijk, Duitsland, België en Nederland zich verzetten tegen een militair ingrijpen. Of dit echter nog lang zo zal blijven, is nog maar de vraag. Op diplomatiek niveau wordt er veel gepraat en het lijkt er sterk op dat het 'neen' van deze landen ondertussen steeds minder hard wordt uitgesproken. Zo was Nederland na de toespraak van Powell op 5 februari onder de indruk van de aangedragen bewijzen. Het lijkt er sterk op dat de Europese frontvorming sterk aan het eroderen is. Hetzelfde kan trouwens ook gezegd worden van de weerstand binnen de VN-Veiligheidsraad.

Toch vormden Frankrijk, Duitsland en België nog een front door op 10 februari protest aan te tekenen tegen de plannen van de NAVO om Turkije te beschermen tegen eventuele aanvallen. Daarbij ging het niet zozeer om oppositie tegen de verdediging van het land zelf, dan wel om een principiële ingreep die aan het denken moest zetten rond nieuwe diplomatieke acties die een oorlog alsnog zouden kunnen vermijden. Niettemin leidde deze verdeeldheid binnen de NAVO tot de diepste crisis binnen de alliantie sinds haar oprichting.

Europese opiniepeiling rond oorlog tegen Irak.

Updates omtrent het conflict en de reacties vindt u bij de achtergrondinformatie.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/grafiekjes2.jpg

Opiniepeiling en overzichtskaart uit De Standaard van 17 februari 2003

5. De reacties van de kerken tegen een dreigende oorlog

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/etchegaray_hoessein.jpg

De katholieke kerk heeft zich ondertussen al meermaals uitgesproken tégen een inval in Irak. De paus liet tijdens de nieuwjaarsreceptie voor het diplomatieke corps van de Heilige Stoel nog verstaan dat een nieuwe oorlog tegen Irak een nederlaag voor de mensheid zou zijn. Hij wees erop dat oorlog nooit onvermijdelijk is. Er zijn nog ander middelen om conflicten op te lossen, zo stelde hij. Het internationaal recht, een loyale dialoog, solidariteit tussen landen en diplomatiek overleg, kunnen nog een rol spelen. Hij riep ten slotte op om na te denken over de gevolgen die een aanval voor de bevolking zal hebben. Oorlog is een ultiem middel dat aan strikte voorwaarden dient gebonden te zijn.

Ondertussen wordt er ook gesproken over de mogelijkheid dat de paus naar Irak zou afreizen om te gaan bemiddelen rond de crisis. Op 11 februari stuurde hij alleszins al kardinaal Roger Etchegary naar Bagdad om een oproep tot vrede over te brengen en met de boodschap dat hij diplomatiek tot het uiterste wil gaan om een oorlog te vermijden. Er zijn ook contacten aangeknoopt met de Chinese autoriteiten rond deze crisis en er wordt zelfs gefluisterd dat het Vaticaan zou werken aan een encycliek over Irak waarin ze haar positie zou uiteenzetten.

Toch doen er geruchten de ronde dat heel wat medewerkers van paus Johannes Paulus II in zijn afwijzing van een oorlog niet zouden volgen. Tenminste, dat zegt de Amerikaanse ambassadeur bij de Heilige Stoel. Zo zou bijvoorbeeld Jean-Marie Tauran (zowat de minister van Buitenlandse Zaken van het Vaticaan) begrip tonen voor het Amerikaanse standpunt. En ook de katholieke theoloog Michael Novak kiest, zeer tegen de zin van Rome in, de zijde van de Amerikanen. (Zie verder voor de visie en argumenten van Novak)
Anderzijds hebben, naast een aantal hooggeplaatste medewerkers van het Vaticaan zoals kardinaal Walter Kasper, ook heel wat bisschoppen zich, in de lijn van de paus, al duidelijk uitgesproken tégen de oorlog. In België verklaarde kardinaal Godfried Danneels dat hij zich scherp verzet tegen een Amerikaanse oorlog in Irak. "Een preventieve oorlog in Irak is in geen enkel opzicht te rechtvaardigen." Hij protesteert ook tegen het feit dat de Amerikaanse president Bush na iedere toespraak -ook wanneer die vol stond met oorlogsretoriek- 'God bless America' uitsprak. Danneels noemt dit onaanvaardbaar. Naast Danneels verzetten ook o.a. de Nederlandse, Franse en Australische bisschoppen zich reeds tegen een naderende oorlog, terwijl de Zwitserse bisschoppen zich zorgen maken om het gebrek aan een ethisch debat rond een mogelijke oorlog in Irak.
In een gesprek met de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder op 5 januari liet de Wereldraad der Kerken in overleg met de Conferentie van Europese Kerken, de Nationale Raad van Christus in de VS, Raad der Kerken van het Midden-Oosten en de Duitse Evangelische Kerk, verstaan dat oorlog niet kan gezien worden als een "normale manier om conflicten op te lossen".

Voor hun eisen, zie: Church leaders united against war in Iraq.

Het Indiase episcopaat vulde dit aan door haar vrees uit te spreken over een dreigende humanitaire ramp wanneer Irak zou worden binnengevallen.

Het lijkt er dus sterk op dat de kerk -op enkele uitzonderingen na- als een sterk eensgezind blok naar buiten komt met hun protest tegen de dreigende oorlog. In ieder geval draaien de diplomatieke kanalen op volle toeren en worden gesprekken gevoerd, zowel met Amerikaanse als Irakese partijen.

Positie van andere godsdiensten: Tapping into Religion as a Fuel for Mideast Peace

Vatican isn't the only One wary of War.

De rechtvaardiging van Michael Novak van de mogelijkheid op een nieuwe oorlog

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/novak.jpg

Op 10 februari werd de Amerikaanse theoloog Michael Novak uitgenodigd door de ambassadeur van de Verenigde Staten bij de Heilige Stoel Jim Nicholson. Aan Novak werd gevraagd zijn visie op de doctrine van de rechtvaardige oorlog met betrekking tot Irak weer te geven. Zijn controversiële stellingname, waarin hij de zijde van de Amerikanen in deze discussie koos, werd ook afgedrukt in 'The National Review' en opgenomen op de website van dit tijdschrift (zie de link hierboven). Hieronder geven we in een aantal van zijn stellingen een beeld van zijn visie.

  • "De reden waarom de Verenigde Staten ten oorlog trekken tegen Saddam Hoessein -tenzij hij de dringende verplichtingen vervult ten opzichte van de internationale orde of de macht overlaat- heeft niets te maken met een nieuwe theorie over de 'preventieve oorlog'. Integendeel, zo'n oorlog valt onder de traditionele doctrine van de rechtvaardige oorlog, want deze oorlog is een wettelijke conclusie bij de rechtvaardige oorlog die werd uitgevochten en snel gewonnen in februari 1991."

  • "Ondertussen werd op 11 september 2001, op een plotse en gewelddadige manier, een andere oorlog tegen de Verenigde Staten -en, inderdaad, tegen de internationale beschaafde orde- gelanceerd. Deze niet gezochte en plotse [unsought and sudden] oorlog vloeide voort uit een nieuw strategisch concept, 'asymmetrische oorlogsvoering', en het wierp een totaal nieuw licht op en versterkte honderdvoudig het gevaar dat Saddam Hoessein stelt voor de beschaafde wereld."

  • "Wat nieuw is binnen de theorie rond de rechtvaardige oorlog in de 20ste eeuw is het concept van de 'asymmetrische oorlogsvoering'. Dit concept werd ontwikkeld door internationale terroristische groeperingen die, hoewel afhankelijk van clandestiene bijstand door staten die hen in het geheim helpen, niet afhankelijk zijn van enige publieke autoriteit. Om de onmogelijkheid van verkozen regeringen om de eigen bevolking te beschermen aan te tonen, voeren deze terroristische cellen dramatische aanvallen uit op onschuldige burgers. Hoe dramatischer en moorddadiger deze aanvallen zijn, hoe waarschijnlijker het is dat ze de legitieme regeringen op hun grondvesten zullen doen daveren."

  • "Niettemin, in het geval van Irak vandaag, stelde Civilita Cattolica recent dat oorlog onrechtvaardig zou zijn, en poneerde de theorie dat, in het bijzonder de Amerikaanse motieven, gedreven zijn door de Irakese olie. (...) Maar Amerika heeft redenen om ten oorlog te trekken die veel belangrijker zijn dan de Irakese olie."

  • "Saddam Hoessein heeft de middelen om verschrikkelijke vernietigingen aan te richten in Parijs, Londen of Chicago, of enige andere steden van zijn keuze; hij moet enkel clandestiene onopspoorbare 'voetsoldaten' vinden die het saringas, de botulines, anthrax of andere dodelijke elementen naar de voorbestemde doelen kan brengen.
    Ten tweede zijn onafhankelijke terroristische aanvalscellen precies voor dit soort opdrachten reeds zeer goed getraind en hebben ze hun intenties om zo'n vernietigingen graag en met vreugde uit te voeren rondgestrooid."

  • "Maar dit is duidelijk: Zij die oordelen dat het risico [dat Saddams dodelijke wapens in de gewillige handen van Al Qaeda zullen vallen] laag is, en daarom Saddam toelaten om aan de macht te blijven, zullen een afschuwelijke verantwoordelijkheid dragen indien ze fout gegokt hebben en er weldegelijk vernietigende aanslagen gebeuren."

  • "In het kort, enkelen (waaronder ikzelf) beweren dat, onder de originele katholieke doctrine van het justum bellum, een begrensde en zorgvuldig uitgevoerde oorlog om het regime in Irak te veranderen -als een laatste toevlucht- een morele verplichting is."

  • "Het doel van een rechtvaardige oorlog is het afblokken van een groot kwaad, het herstel van vrede, en de verdediging van een minimum aan voorwaarden voor de rechtvaardigheid en de wereldorde. Zowel St. Augustinus als St. Thomas van Aquino menen dat oorlog valt onder de principes van zorg en rechtvaardigheid. In hun visie gaat de rechtvaardige oorlog niet uit van de onmogelijkheid van geweld, maar eerder van de bezorgdheid om tegemoet te komen aan de verplichtingen die politieke instellingen hebben ten aanzien van zorg en rechtvaardigheid."

De volledige tekst van dit artikel (Engels).

6. Verzet tegen een mogelijke oorlog in Irak

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/betoging1.jpg

In heel wat landen, verspreid over de hele wereld, zijn mensen reeds op straat gekomen tegen de plannen om Irak aan te vallen. In Amerika riep de acteur en cineast Robert Redford bijvoorbeeld zijn collega's op om hun stem te verheffen tegen een oorlog.

Hollywood preekt vrede in Berlijn. Sterren keren zich tegen Bush: artikel over het verzet van Hollywoodsterren tegen de oorlog

Maar ook minder bekende mensen bleven niet bij de pakken zitten. Zowel in Brussel, Tokyo, Damascus, Moskou, Rawalpindi (Pakistan), Wenen, Parijs als in Washington werd reeds betoogd. In vele andere steden eveneens. Verwacht wordt dat er nog veel protestmarsen zullen volgen.

Zie bv. 'Platform against War on Iraq'.

Opmerkelijk is in ieder geval het initiatief van Kenneth Nichols O'Keefe. Hij richtte het project 'Truth, Justice, Peace, Human Shields Action Iraq' op. Dit heeft als opzet het vormen van een menselijk schild in Irak om zo de dreigende bombardementen te verijdelen. Ook vanuit België vertrekken mensen naar Irak om dit schild te helpen vormen.

Persmededeling Pax Christi rond de mogelijkheid van een preventieve oorlog in Irak: Vlaamse christelijke organisaties veroordelen een preventieve oorlog met Irak en verkiezen een alternatieve oplossing, zaterdag 8 februari 2003.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/war_is_no_good.jpg

Na het rapport van de wapeninspecteurs op 27 januari jl. en het neerleggen op woensdag 5 februari jl. van de informatie tegen Irak door minister Powell aan de VN-Veiligheidsraad, pleiten een grote groep Vlaamse christelijke organisaties om de inspanningen voor een vredelievende en diplomatieke oplossing wat betreft de Irak-kwestie krachtig verder te zetten. Er is nog weinig tijd over om de lang aangekondigde militaire interventie van de VSA alsnog af te wenden. Die organisaties zijn de ledenorganisaties van het Netwerk Caritas Solidariteit (Broederlijk Delen, Caritas Gemeenschapsdienst, Caritas Internationaal Hulpbetoon, Caritas Vlaanderen, Kerkwerk Multicultureel Samenleven, Missio, Pax Christi Vlaanderen, Welzijnszorg), het Centrum voor Vredesethiek van de KULeuven, ACAT-Vlaanderen, de koepel van christelijke werknemersorganisaties ACW met ACV, LCM, KWB, KAV, KBG, KAJ, ARCO en Familiehulp en het Interdiocesaan Pastoraal Beraad. Zij sluiten zich volledig aan bij de inspanningen die Pax Christi Internationaal in die zin recent opnieuw heeft ondernomen naar alle leden van de VN-Veiligheidsraad.
Samen met Pax Christi verzetten de Vlaamse christelijke organisaties zich met klem tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de noodzaak van een militaire interventie in Irak in bepaalde kringen wordt aanvaard en als onafwendbaar wordt voorgesteld. De inspectieprocedure die de Veiligheidsraad op punt heeft gesteld moet verder worden gevolgd, zélfs uitgebreid totdat het objectief van wapenbeheersing en ontwapening is bereikt. Oorlog en oorlogsdreiging zijn geen aanvaardbare methodes voor internationale politiek. De oorlog zoals die momenteel door de VSA en het Verenigd Koninkrijk tegen Irak wordt voorbereid, beantwoordt op geen enkele manier aan de criteria van het internationale recht en het VN-charter. Resolutie 1441 biedt volgens de internationale overeenkomsten evenmin een juridische basis voor het gebruik van geweld en zeker niet voor een eenzijdige actie los van de VN. Nu de VN-wapeninspecteurs actief zijn, kan er niet gesteld worden dat oorlog het 'laatste redmiddel' zou zijn. Geen enkel land dat lid is van de VN heeft het recht het kader van de VN te negeren en eenzijdig een militaire actie of een oorlog te beginnen om zelf orde op zaken te stellen. Wij zijn uiterst bezorgd over de uitholling van het internationaal recht en van de internationale instellingen die verantwoordelijk zijn voor de oplossing van conflicten tussen landen, als gevolg van het feit dat een sterkere macht stilzwijgend toestemming zou krijgen om eenzijdig op te treden of een coalitie met gelijkgezinde landen zou uitbouwen buiten de structuren van de Verenigde Naties.
  Een nieuwe oorlog tegen Irak zou catastrofale gevolgen hebben. Zo'n militaire interventie zou duizenden onschuldige burgers en militairen de dood injagen en een verregaande destabilisering in en buiten het Midden-Oosten veroorzaken. We vrezen ook dat in het concept van de bestorming van Irak belangrijke economische en geo-strategische belangen meespelen. We veroordelen de unilaterale machtspolitiek van de VSA. De politieke leiders van Irak gaan in het creëren van dit conflict niet vrijuit. Het regime van Saddam Hussein is verantwoordelijk voor de langdurige onderdrukking van het Iraakse volk. Dit betekent inderdaad een reëel gevaar voor de stabiliteit van het explosieve Midden-Oosten wanneer Irak de beschikking heeft over massavernietigingswapens en lange-afstandsraketten. De diplomatieke middelen om Irak ertoe te brengen de VN-resoluties toe te passen, zijn nog niet uitgeput. De wapeninspecteurs zijn nog steeds aan het werk en wij zijn van mening dat ze alle tijd en steun moeten krijgen die ze nodig hebben, om hun onderzoek te voltooien en erop toe te zien dat alle massavernietigingswapens die ze zouden vinden, worden ontmanteld. Ondertussen kan de druk op Irak om samen te werken met het onderzoek worden opgevoerd.
Een goedkeuring door de Verenigde Naties is voor onze organisaties een noodzakelijke maar zeker nog geen voldoende voorwaarde. Zelfs indien de VN-Veiligheidsraad groen licht zou geven aan de VSA en bondgenoten om Irak met geweld tot de orde te roepen, betekent dit nog niet dat wij hiermee kunnen instemmen. Een militaire aanval biedt geen enkele garantie op enige veiligheid en welvaart in deze regio en in de wereld. We blijven er dan ook alles aan doen om een aanval tegen Irak te vermijden.
Op dit ogenblik is er geen enkele morele grondslag die een oorlog zou kunnen rechtvaardigen. Er is nog een uitweg en een vredelievende oplossing mogelijk. De politieke leiders kunnen deze oorlog nog tegenhouden. Als christelijke organisaties worden wij in onze overtuiging vooral gesterkt door de vrede die Jezus van Nazareth ons heeft toegezegd. We voelen ons in onze actie gesteund door de standpunten van het Vaticaan, van talloze bisschoppenconferenties en christelijke organisaties in de hele wereld."

Zie ook de website van Pax Christi.

Didactische suggesties

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/oorlog.jpg

1. Een opiniepeiling in Europa (zie impuls 4) heeft uitgewezen dat de Europeanen uitgesproken tegen een oorlog in Irak zijn. Zo'n 80% van de Belgen verzet zich tegen een inval in Irak zónder VN-steun, en nog steeds 40% van onze landgenoten vinden zelfs dat er geen oorlog mag komen mét VN-steun.

  • Vergelijk deze peiling met de mening van de leerlingen. Hou een kleine peiling in de klas en leg de resultaten naast de Europese opiniepeiling. In hoeverre zijn beide peilingen het eens? Neem de resultaten als uitgangspunt voor een klasdiscussie.
  • Wat is het verschil tussen een oorlog mét of zonder VN-steun? Hoe kan je verklaren dat heel wat minder mensen tegen een oorlog onder VN-vlag zijn dan wanneer dit unilateraal gebeurt? Wat maakt hier het verschil? Spreken we dan niet meer over dezelfde oorlog?


2. Vergelijk in grote lijnen deze dreigende oorlog en de argumenten daarvoor met de Tweede Golfoorlog. Wat zijn de gelijkenissen en de verschillen tussen beide conflicten? Zijn beide oorlogen rechtvaardig of onrechtvaardig, of was de vorige oorlog te rechtvaardigen, maar de huidige niet? Welke argumenten kan je daarvoor geven?


3. Lees de tekst van Roger Burggraeve en Didier Pollefeyt over de 'rechtvaardige oorlog' en de voorwaarden die zij analyseren om over een 'rechtvaardige oorlog' te kunnen spreken. Bespreek welke argumenten pleiten vóór of tegen het benoemen van een nieuwe oorlog met Irak als een 'rechtvaardige oorlog'. Kan deze nieuwe oorlog 'gerechtvaardigd' genoemd worden en uit welke argumenten, aansluitend bij de tekst, putten de leerlingen hun overtuiging?


4. Maak een analyse van de standpunten van de kerk(en) en vergelijk die met de standpunten en argumentatie van de leerlingen. Ga ook na waaruit de specifieke gelovige inkleuring van het standpunt van de kerk(en) blijkt en of er een aanwijsbaar onderscheid in de argumenten is tussen hun standpunt en dat van andere verzetsorganisaties.


5. Vergelijk het officiële standpunt van de kerk met dat van de Amerikaanse theoloog Michael Novak. Staan beide stellingen diametraal tegenover elkaar? Welke positie neemt Novak in ten opzichte van zowel de kerkelijke als de Amerikaanse stelling?


6. Neem VN-resolutie 1441 als uitgangspunt om de crisis in Irak te bespreken:

  • Aan welke eisen heeft Irak voldaan en aan welke niet?
  • Zijn er redenen om Irak te sanctioneren voor de manier waarop het land ingaat (of net niet) op de VN-eisen?
  • Rechtvaardigt deze resolutie (op dit moment) een nieuwe militaire ingreep?

En verder:

  1. Vergelijk dit met de Amerikaanse visie zoals die weergegeven is in de speeches van president Bush ('State of the Union') en zijn minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell (interview en toespraak voor de VN-Veiligheidsraad).
  2. Vergelijk nu ook de eigen positie van de leerlingen met de verdediging van Saddam Hoessein in het interview.
  3. Toets deze eigen visies tenslotte ook aan die van de journalistieke commentatoren.

Besluit: Waarin verschillen de leerlingen van mening of gaan akkoord met de Amerikaanse, Irakese of journalistieke stellingname? Zijn er leerlingen die na de confrontatie met de VN-resolutie en de verschillende standpunten zelf van mening zijn veranderd? Waarom? En zo niet, hadden zij dezelfde argumenten en visie als degene met wiens stelling ze het eens zijn?


7. Vergelijk het verzet van de kerk(en) met die van de (christelijke) vredesbewegingen. Waarin vertonen ze gelijkenissen en waarin verschillen ze? En dit zowel qua beweegredenen, argumenten als initiatieven.


8. Bekijk de steekkaart van Irak en beargumenteer je opinie over de 'gevaarlijkheid' van Irak voor de stabiliteit in het land en voor de regio. Maak zelf korte steekkaarten van de omringende landen en vergelijk daar die van Irak mee.

  • Waarin verschillen de steekkaarten en waar vertonen ze gelijkenissen?
  • Kan je hieruit afleiden dat Irak een grotere bedreiging vormt voor de stabiliteit binnen de eigen grenzen en voor de regio als de andere landen? Waarom (niet)? En wat met landen waar ook mensenrechten geschonden worden en die een vergelijkbaar bestuur hebben; is het gerechtvaardigd hen ook aan te vallen om elke dreiging weg te nemen?
  • Wat moet er volgens jou veranderd worden in Irak om blijvende vrede mogelijk te maken? Hoe kan je dit bewerkstelligen?


9. Leg de korte geschiedenis van Irak naast de gebeurtenissen van de laatste maanden. Is er volgens jou hoop dat er onder dit bestuur werkelijk kans op vrede bestaat?
Beargumenteer in een klasgesprek en geef zelf (niet-militaire) alternatieven voor de verbetering van de levenssituatie van de Irakese bevolking.


1O. Bespreek het 'Oil-for-Food' programma van de Verenigde Naties en het programma van Unicef in Irak.
Is een nieuwe oorlog een bedreiging voor deze programma's of zal die nadien, wanneer er een nieuw bestuur gevestigd wordt, de slaagkansen van deze programma's verhogen omdat dan allicht het embargo zal zijn opgeheven?


11. Mensen gaan in hun machteloosheid en verzet vaak op een humoristische manier om met wat ze ervaren. Dat uit zich bijvoorbeeld in cartoons die variëren van 'een glimlach opwekkend' tot 'bijtend cynisch'.
Bij update 11 vind je een bijlage terug waarin een aantal cartoons zijn opgenomen. Dit is een element dat kan opgenomen worden in de les. Men kan daarbij bijvoorbeeld werken rond volgende vragen:

  • Waarom gebruiken mensen humor om een diepere boodschap mee te geven?
  • Wat is het verschil tussen ironie, sarcasme en cynisme en waarom denk je dat een cartoonist kan opteren voor een vorm van bijtende spot?
  • Bestaat niet het gevaar dat je als cartoonist de harde oorlogswerkelijkheid relativeert en het maakt tot een banaal dagdagelijks gebeuren?
  • Waar liggen volgens jou de grenzen van cartoons? Kan alles of zijn er ook voor cartoonisten taboe-onderwerpen? Waaraan denk je dan specifiek?

Bij het bekijken van de cartoons kan men de leerlingen vragen:

  • Welke cartoons vind je mild en welke vind je zeer scherp? Waaraan leid je dit af?
  • Is er een cartoon die volgens jou de grenzen van het toelaatbare overtreedt? Waarom?
  • Welke cartoon vind je raak? Sluit die aan bij je eigen denken rond deze oorlog of biedt hij jou een nieuw inzicht, een nieuw perspectief?
  • Met welke cartoon(s) ben je het eens en met welke niet? Verklaar ook waarom.
  • Welke cartoon(s) doen de waarheid volgens jou onrecht aan of geven een vertekend beeld van de werkelijkheid? Leg uit waarom je dat denkt.
^ bovenkant pagina

Reacties op deze pagina

Op onderstaande webpagina staan een aantal interessante links naar Dossiers rond Irak. Ook deze in de kijker is daarbij als link opgenomen.
http://www.solcon.nl/pmlubbers/govo/irakopschool.htm

En op de site van het rode kruis staat onder andere een lessenpakket in verband met Irak, voor het 3e-4e-5e studiejaar: http://www.redcross.be/fr_irak.htm.

Graag ook wat duidingsmateriaal over de oorlog in Irak voor BSOleerlingen aub.
Alvast bedankt.

Waarom is de oorlog niet veel eerder begonnen? iedereen weet toch hoe slecht Saddam is. Nu verraadt Bush zijn plannen. Dat had hij gewoon als verrassing moeten doen. Trouwens, overleg met de VN is niet zo van belang, Amerika kan net zo goed zelf vechten.
19/03/2003
Anoniem

Misschien kan dit artikel van G.M. Marquéz van dienst zijn?
session