
Het erkennen van het verlies is geen evidente taak. Er is een groot verschil tussen het "weten" en het "voelen". Een duidelijk voorbeeld hiervan is een kind dat zegt: "Ik weet wel dat mama dood is, maar...". Er is enerzijds de werkelijkheid en anderzijds de hoop, de fantasie, kortom de eigen belevingswereld.
Kinderen en jongeren zijn pas in staat het verlies te erkennen als ze de pijn hiervan kunnen doorvoelen.
Een kind of jongere uit zijn ontspoorde emoties vaak in signaalgedrag (woede, hyperventilatie,...). Signaalgedrag is gedrag dat niet 'gewoon' is, het zijn ontaarde gevoelens.
Rouwreacties manifesteren zich op verschillende vlakken. Op lichamelijk vlak krijgen de jongeren allerlei klachten zoals buikpijn, vermoeidheid,... Op gevoelsvlak ervaren kinderen en jongeren zéér veel gemis, eenzaamheid, woede,... Op mentaal vlak kan het gebeuren dat kinderen en jongeren zich moeilijker kunnen concentreren, dat ze lijden aan geheugenverlies,...
In deze fase groeit het besef van de gevolgen van het verlies. Men moet zich aanpassen aan een omgeving zonder de overledene. Veel is afhankelijk van de relatie die het kind of de jongere had met de overledene en de betekenis die de overledene in zijn leven vervulde.
Kinderen en jongeren stellen dan ook heel wat concrete vragen om zich aan een nieuwe situatie aan te passen of om zich weer veilig te voelen. Ze zoeken vervanging voor allerlei functies.
Dit betekent niet dat het verlies vergeten is, maar dat men de draad van het leven weer kan opnemen zonder overspoeld te worden door emoties. Als het kind of de jongere de kans heeft gekregen zijn verdriet te doorwerken, zal het in staat zijn om, ondanks het gemis, met een goed gevoel verder te gaan. Als het verdriet doorwerkt is, betekent dit niet dat het verdwenen of vergeten is. Toch denken kinderen en jongeren soms dat ze degene die dood is onrecht aandoen door bijvoorbeeld nieuwe banden aan te gaan.
Als alles zijn plaats heeft gekregen, kan het kind een nieuwe situatie en nieuwe relaties aan en kan het emotioneel evenwichtig verder.
Bron: Verlies en rouw bij kinderen en jongeren met een mentale beperking, Perspectieven, jaargang 68 nr 3, mei 2007. Martine Van Dun & Lut Celie
De provincie West-Vlaanderen heeft een educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar: 'afscheid nemen'. Dit pakket bevat o.a. een draaiboek dat de verschillende stappen aangeeft wanneer een basisschool met de dood geconfronteerd wordt.
Ook het netwerk Palliatieve Zorg van Oost-Vlaanderen heeft een dergelijk werkpakket samengesteld 'groeien na verlies' waarin (onder andere) een aantal draaiboeken bij verliessituaties zijn opgenomen.
Wanneer een katholieke basisschool in West-Vlaanderen met de dood wordt geconfronteerd, wordt dankbaar gebruik gemaakt van de provinciebrochure. Het draaiboek is een goede hulp bij de praktische aanpak van het gebeuren. Naast het draaiboek bevat het pakket: een visietekst op rouwen, tips en suggesties, een literatuurlijst, werkvormen, de verwijzing naar de rouwkoffer... Allemaal zeer bruikbaar materiaal in deze moeilijke dagen en weken.
Vanuit onze christelijke inspiratie zoeken we echter ook naar woorden om het gebeuren te duiden, om te bidden, om ons gelovig uit te drukken.
Bron: Afscheid nemen, educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar, 2de editie, Provincie West-Vlaanderen.
Een gelijkaardig pakket werd gemaakt door het netwerk voor Pastoraal met jongeren:
'Door het zure heen. Met kinderen en jongeren werken rond verlies en rouw', Netwerk voor Pastoraal met jongeren, Lannoo, 2004
Onderstaande informatie verwijst naar de brochure 'Afscheid nemen, educatief pakket voor kinderen van 4 tot 12 jaar'.
Elk van de stappen uitgewerkt in deel 4 van de brochure: 'draaiboek'
vullen we aan met een pastoraal accent.
Daarna bieden we bij elk accent enkele voorbeelden van uitwerking
In het draaiboek is sprake van een crisisteam. Hierbij denkt men aan: iemand van de directie, de interne zorgbegeleider, iemand van het CLB.
Als lid van dit crisisteam denken wij ook aan de persoon die de school, het korps, de kinderen... de volgende dagen pastoraal zal begeleiden: de verantwoordelijke van de pastorale werkgroep, de schoolpastor, de parochiepriester...
De brief die aan de ouders wordt bezorgd, vertelt van onze onmacht, maar ook van ons geloof in Gods zorg voor wie gestorven is.
Uitwerking:
teksten en gedachten voor de brief aan de ouders - zie 4.1., 4.2. en 4.3.
In het draaiboek is sprake van de kinderen in groeps- en klasverband.
Nadat de melding is gebeurd en de kinderen de nodige tijd kregen om er over te spreken, vragen te stellen, op verhaal te komen... wordt bij de overgang naar de normale activiteiten van de dag, een moment van gebed gehouden.
Bij de verwijzing naar verschillende hulpverleners wordt naast het CLB en anderen, ook de pastoraal verantwoordelijke(n) vermeld.
Uitwerking:
gebeden bij een 1ste klasgesprek na het melden van een overlijden - zie 4.4.
gebed en ritueel in de dagen tussen melding van het sterven en de uitvaart - zie 4.5.
In het draaiboek is sprake van 'afspraken voor de begrafenis'.
Hierbij is de eerste afspraak wie van het crisisteam daartoe de contacten legt met de familie en de parochie.
Het crisisteam zal overwegen of de aanwezigheid als klasgroep en/of als school wel of niet zinvol of haalbaar is, al dan niet georganiseerd wordt.
Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn: de leeftijd van de kinderen, de wens van de familie, het tijdstip (schooldag, zaterdag, vakantie...), de omstandigheid van het sterven, de aard van de uitvaart (in intimiteit, mogelijkheid tot kindvriendelijke elementen), de band met de overledene, ...
Het draaiboek spreekt van 'een herdenkingsdienst op een meer vertrouwde plaats'. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om niet met de gehele school naar de uitvaart te gaan, - bijvoorbeeld wanneer de directeur sterft -, maar om een gebedsmoment binnen de eigen school te organiseren. Het is aangewezen dat de pastorale werkgroep wordt aangesproken om deze dienst voor te bereiden.
Wanneer de gehele school bij deze gebedsdienst wordt betrokken, kunnen er kansen worden geboden om met de kinderen vooraf in de klas iets voor te bereiden. Terecht spreekt het draaiboek bij dergelijke herdenkingsdienst over 'napraten'.
Het draaiboek spreekt van 'schriftelijke contacten (wat schrijf je op een deelnemingskaartje?)'
Kinderen hebben het soms gemakkelijker dan volwassenen om in situaties van rouw over 'God' en ' de hemel' te spreken en te tekenen. De pastoraal verantwoordelijke kan het korps behulpzaam zijn met enkele voorbeelden - zie hiervoor naar de uitwerking.
Uitwerking:
gebedsmoment met de school bij het afscheid van een kleuter - zie 4.6.
gebedsmoment met de school bij het afscheid van de directeur - zie 4.7.
teksten van kinderen voor kinderen - zie 4.8.
teksten van volwassenen voor kinderen - zie 4.9.
Het draaiboek spreekt van 'bij belangrijke gebeurtenissen in de klas'.
Naast de genoemde momenten, denken we ook aan de Eerste Communie en het Vormsel. Naast de vermelding in het schoolkrantje is de vermelding in de eerste schoolviering na de uitvaart even belangrijk, alsook in de viering op het eind van het schooljaar.
Uiteraard zal ook na de uitvaart aandacht gegeven worden aan de reacties, emoties, gevoelens van de kinderen in individuele contacten, klasgesprekken, schrijfmomenten...
Het draaiboek noemt enkele mensen en instanties op.
De pastoraal verantwoordelijke, de schoolpastor, de parochiepriester, de parochiale werkgroep 'rouwen' ... kunnen hierbij ook vermeld worden.
Uitleenadressen Jeugddienst provincie Antwerpen
De Jeugddienst van het bisdom Antwerpen heeft een rouwkoffer ontworpen die je - mits betaling van een waarborg (20 euro) - kan ontlenen.
IJD Antwerpen |
IJD Vl.Brab/Mechelen |
Uitleenadressen Jeugddienst provincie West-Vlaanderen
Deze educatieve koffer kan telefonisch gereserveerd worden bij de Provinciale Jeugddienst. op 050 40 74 74 of op 0800 20 021 (Informatiecentrum Tolhuis) of per fax 050 40 74 75. Na reservatie kan de rouwkoffer opgehaald worden in een van de acht ontleenpunten. Bij ontlening wordt 100 euro geïnd, die teruggegeven wordt wanneer het ontleende tijdig en in goede staat wordt teruggebracht.
Afhaalpunt |
Netwerk Palliatieve Zorg Noord-West-Vlaanderen |
Afhaalpunt |
vrij CLB |
Afhaalpunt Ieper |
Vrij CLB |
Afhaalpunt Oostende |
CLB23 |
Afhaalpunt Diksmuide |
Netwerk Palliatieve Zorg Westhoek-Oostende |
Afhaalpunt Roeselare |
Netwerk Palliatieve Zorg De Mantel |
Afhaalpunt Kortrijk |
Netwerk Palliatieve Zorg Zuid-West-Vlaanderen |
Afhaalpunt Tielt |
Katho PHO Tielt |
Lijst met organisaties voor opvang van slachtoffers bij rouw.
Caw De Kempen - Slachtofferhulp |
||||||
Sint Jansstraat 17, 2200 Herentals |
Tel |
014/ 23.02.42 |
||||
Caw De Mare - Slachtofferhulp |
||||||
Lodewijk De Raetstraat 13, 2020 Antwerpen |
Tel |
03/ 247.88.30 |
||||
Caw Het Welzijnshuis - Slachtofferhulp |
||||||
Guido Gezellestraat 54, 2830 Willebroek |
Tel |
03/886.28.10 |
||||
Caw Archipel - Groot eiland - slachtofferhulp |
||||||
Groot Eiland 84, 1000 Brussel |
Tel |
02/ 514.40.25 |
||||
Caw Sonar - Slachtofferhulp |
||||||
Kerkdijck 4, 3900 Overpelt |
Tel |
011/64 13 50 |
||||
Caw Sonar - Slachtofferhulp |
||||||
Maastrichter Steenweg 47, 3700 Tongeren |
Tel |
012/23.07.82 |
||||
Caw Sonar - Slachtofferhulp |
||||||
Ursulinen 7, 3800 Sint-truiden |
Tel |
011/68 86 00 |
||||
Caw Sonar - Slachtofferhulp |
||||||
Weg naar As 62 A, 3600 Genk |
Tel |
089/36 35 00 |
||||
Caw Sonar - Team Slachtofferhulp |
||||||
Plantenstraat 127, 3500 Hasselt |
Tel |
011/ 23 23 40 |
||||
Caw 't Dak-teledienst vzw - Slachtofferhulp contactpunt Aalst |
||||||
Botermelkstraat 177, 9300 Aalst |
Tel |
053/ 77.61.16 |
||||
Caw 't Dak-teledienst vzw - Slachtofferhulp contactpunt Lokeren |
||||||
Haarsnijderslaan 14, 9160 Lokeren |
Tel |
09/ 339.06.00 |
||||
Caw 't Dak-teledienst vzw - Slachtofferhulp contactpunt Ninove |
||||||
Abdijstraat 81 (2), 9400 Ninove |
Tel |
054/ 31.89.30 |
||||
Caw 't Dak-teledienst vzw - Slachtofferhulp contactpunt ST. Niklaas |
||||||
Prins Albertstraat 35, 9100 St.Niklaas |
Tel |
03/ 776.82.71 |
||||
Caw 't Dak-teledienst vzw - Slachtofferhulp Dendermonde |
||||||
OLV-Kerkplein 30, 9200 Dendermonde |
Tel |
052/ 25.99.55 |
||||
Caw Visserij - Slachtofferhulp |
||||||
Visserij 153a, 9000 Gent |
Tel |
09/225.42.29 |
||||
Caw Visserij - 't Eilandje Gent |
||||||
Koopvaardijlaan 1, 9000 Gent |
Tel |
09/ 223.40.81 |
||||
Caw Zuid Oost-Vlaanderen - Afdeling Kompas Ronse |
||||||
Oswald Ponettestraat 87, 9600 Ronse |
Tel |
055/ 20.83.32 |
||||
Caw Zuid Oost-Vlaanderen - Afdeling Sociaal Huis Pandora |
||||||
Grotenbergestraat 26, 9620 Zottegem |
Tel |
09/ 360 33 66 |
||||
Caw Archipel - Groot Eiland Slachtofferhulp contactpunt Dilbeek |
||||||
Roelandsveldstraat 22, 1700 Dilbeek |
Tel |
02/514 40 25 |
||||
Caw Archipel - Groot Eiland Slachtofferhulp contactpunt Halle |
||||||
Deken Michielsstraat 48, 1500 Halle |
Tel |
02/514 40 25 |
||||
Caw Archipel - Groot Eiland Slachtofferhulp contactpunt Vilvoorde |
||||||
J.B. Nowélei 33, 1800 Vilvoorde |
Tel |
02/514 40 25 |
||||
Caw Regio Leuven - Slachtofferhulp |
||||||
Redingenstraat 6, 3000 Leuven |
Tel |
016/21 01 03 |
||||
Caw De Papaver - Slachtofferhulp |
||||||
H.Cartonstraat 10, 8900 Ieper |
Tel |
057/ 20.51.86 |
||||
Caw De Papaver - Slachtofferhulp |
||||||
P. Benoitstraat 58a, 8630 Veurne |
Tel |
058/28.00.28 |
||||
Caw De Viersprong - Antennepost Slachtofferhulp Oostende |
||||||
Nieuwpoortsesteenweg 85, 8400 Oostende |
Tel |
059/50.28.82 |
||||
Caw De Viersprong - Antennepost Slachtofferhulp Tielt |
||||||
Stationstraat 44 bus 1, 8700 Tielt |
Tel |
050/ 40.09.99 |
||||
Caw De Viersprong - Antennepost Slachtofferhulp Torhout |
||||||
's Gravenwinkelstraat 20, 8820 Torhout |
Tel |
050/ 21.25.22 |
||||
Caw De Viersprong - Slachtofferhulp |
||||||
Garenmarkt 3, 8000 Brugge |
Tel |
050/ 47.10.47 |
||||
Caw Stimulans - Slachtofferhulp |
||||||
Groeningestraat 28, 8500 Kortrijk |
Tel |
056/ 21.06.10 |
||||
Bij de modelbrieven in de brochure:
.../...
We zijn verbijsterd en vol vragen. We richten ons ook tot God: waarom toch?
In deze dagen willen we, nog meer dan anders, aandacht hebben voor de gevoelens van de kinderen. We willen er zijn voor elkaar. We proberen houvast te vinden bij God die ons beloofde juist nu heel dicht bij ons te zijn. Als een goede Vader, een goede Moeder begrijpt God wellicht onze twijfel en onze kwaadheid....
.../...
Verdriet en pijn overmeesteren ons. De juiste woorden vinden is niet gemakkelijk. We stellen ons vele vragen en hebben weinig antwoorden. Op school willen we aandacht geven aan de gevoelens van de kinderen. Ook willen we samen stil worden en bidden dat God er voor ons mag zijn, om ons te helpen en te troosten.
.../...
Na het lange ziek zijn, geloven we dat X nu mag thuis komen bij God waar geen verdriet en geen pijn meer zal zijn. Maar wij zullen haar missen. Wij hadden haar nog graag lang bij ons gehad. In momenten van stilte en gebed zullen we bidden om een nieuwe verbondenheid...
![]() |
Hoe is het in Godsnaam mogelijk, Had jij niet willen leven |
![]() |
Waar God door geademd heeft, tekst: Y. VAN EMMERIK, Als vlinders spreken konden, Dabar-Luyten, 1997. |
![]() |
In broze gebrokenheid hopen we dat je in de schoot van ontferming tekst: uit handen geven, sacramenten en rituelen bij crisissituaties rond geboorte, CARITAS WEST-VLAANDEREN |
Uit Y. VAN EMMERIK, Als vlinders spreken konden, Dabar-Luyten, 1997.
|
Dag lieve dode kind, we vergeten je nooit je was veel te lief om zo maar te vergeten en dat we je missen dat zul je wel weten misschien dat we ooit elkaar weer ontmoeten jij gaat nu op reis en wij moeten je groeten het doet ons verdriet dat jij nu moet gaan wij wensen je dat je opnieuw zult bestaan in een droomland waar wij ooit weer samenkomen en waar mensen nooit meer dood hoeven gaan. |
![]() |
Ik weet niet waar Je woont, Doe voor haar open, God, Ze houdt veel van de zon, |
![]() |
Alle grote mensen huilen, Het was nog maar pas begonnen, En wie kan mij nu verklaren Isa Winthorst |
Over het brengen van het slechte nieuws in de klasgroep schrijft Riet Fiddelaers-Jaspers in 'jong verlies', hoofdstuk 9.
Het is goed de kinderen de kans te geven te reageren, vragen te stellen, emoties uit te drukken. Naargelang de leeftijd van de kinderen zal dit gesprek korter of langer duren. De leerkracht kan dit moment biddend afsluiten door eerst stilte te creëren, eventueel wat zachte muziek op te zetten. De kinderen worden gevraagd aan de overledene te denken. Er wordt een kaars aangestoken, een foto wordt in het gebedshoekje geplaatst. De leerkracht bidt voor...
Dit gebedsmoment kan de volgende dagen herhaald worden. Er kunnen telkens enkele kinderen uitgenodigd worden een herinnering aan de overledene te vertellen. Na het vertellen van de ervaring mag deze leerling - of iemand anders, een kaarsje aansteken. De kinderen kunnen ook bloemen meebrengen om bij de foto te plaatsen of tekeningen meebrengen die ze thuis hebben gemaakt.
Bij het kleutergebed kozen we voor de aanspreektitel 'goede God', omdat we het belangrijk vinden dat het basisvertrouwen van de kleuters in deze periode van verdriet blijvend wordt uitgedrukt. Dit belet echter niet dat de leerkracht eigen verdriet niet kan en mag uiten.
Bij de andere gebeden houden we het bij 'God'. De basis voor godsbeelden bij kinderen wordt gelegd door ervaringen van solidariteit, nabij zijn, verzoening, elkaar liefhebben. Zo schrijft het leerplan katholieke godsdienst. Via het gebed van de volwassenen en de verhalen over de ontmoeting tussen God en mens, vormen kinderen hun eigen godsbeelden. Wanneer de dood ons overvalt, soms wreed en genadeloos, hebben ook volwassenen het moeilijk om te bidden 'goede God'... dan moeten we dat ook niet doen met kinderen. We mogen eerlijk bekennen dat we 'stamelend bidden', 'dat we zelf onze woorden zoeken'.
Vanuit het leerplan, enkele aandachtspunten omtrent in het godsbeeld: in de eerste cyclus staan het basisvertrouwen en de veiligheid centraal. Hierbij wordt God als Vader ter sprake gebracht. Daarnaast is er ruimte voor God als Schepper.
In de tweede cyclus staat de Zoon centraal: Jezus als beeld van God. Daarnaast zijn er ook Oud Testamentische beelden van godsontmoeting, waaronder God als Schepper. De derde cyclus staat in het teken van engagement en wereldwijde verbondenheid. De Geest staat centraal. Ook hier: God als Schepper en de God van het Verbond.
4.4.1. Gebed voor kleuters
Goede God,
nu... dood is, is zij dicht bij jou.
Geef je haar twee dikke zoenen,
één van mij en één van jou.
Myrjam De Keyser
4.4.2. Gebed voor de 1ste graad
God,
... is verdrietig.
Haar oma is gestorven.
... vertelde dat haar oma (iets persoonlijks invullen).
Wat is het jammer dat mensen moeten sterven.
We zullen ... troosten door vandaag extra lief te zijn.
Help Jij ook om haar te troosten?
4.4.3. Gebed voor de 2de graad
God,
Iemand van de klas heeft droevig nieuws meegebracht:
(naam noemen) is gestorven.
Onze klasvriend(in) is verdrietig
omdat ze/hij (haar oma, zijn nonkel) nu nooit meer zal kunnen zien.
Wij weten nog niet goed wat er met dode mensen gebeurt,
maar Jezus zei dat Jij nu goed voor hen zorgt;
dat voor hen alle verdriet en pijn voorbij is.
God, wil Jij onze vriend(in) en zijn/haar familie helpen
om de mooie dingen uit het leven van .... te onthouden.
Zo zal .... verder blijven leven in hun hart.
En zullen ze zich altijd nog een beetje 'samen' voelen.
Wil je hen daarbij helpen, goede God?
4.4.4. Gebed voor de 3de graad
God,
Jij die gezegd hebt: "Ik zal er altijd zijn voor jou",
vandaag voelen we ons helemaal anders.
Er is iemand gestorven:
(de opa van...; de nonkel van...; de zus van...)
Samen met .... en hun familie voelen we ons verdrietig.
Ze zullen (naam) missen.
Indien je de persoon kent, of wanneer het kind iets over de overledene verteld heeft, kan je hier iets persoonlijks invullen: ze zullen vooral haar blijheid missen / in het bijzonder denken we aan de vele uitstapjes die ... met haar opa mocht maken.
Wij vragen U:
geef ons de goede woorden om te troosten wie verdrietig is
en genoeg geduld voor wie zich kwaad voelt.
God,
Jezus leerde ons dat Jij nu samen met ons verdrietig bent
omdat Jij niet wilt dat mensen sterven.
Help ons te geloven
dat Jij er bent voor iedereen die gestorven is
en voor hen blijft zorgen aan de overkant van het leven.
4.5. Gebed en ritueel voor kleuters in de dagen tussen de melding van het sterven en de uitvaart
4.5.1. Kort klasmoment voor kleuters
De foto van de mama staat in het gebedshoekje.
Lied: 'bij dit lichtje'
Bij dit lichtje denk ik aan jou.
Bij dit vlammetje heb je geen kou!
uit: een straaltje van de maan, zingeving bij kleuters, 53 liedjes
een boek met CD
Dit lied kan enkele malen na elkaar beluisterd of gezongen worden,
ondertussen kunnen enkele kinderen een lichtje aansteken bij de foto.
4.5.2. Met alle kleuters samen denken aan een mama die goed gekend is in de gehele kleuterschool
In de zaal wordt een mooi hoekje gemaakt met de foto van de mama,
een bloem, een kaars, een kruisbeeld.
De papa en de familie zijn uitgenodigd en aanwezig...
(dit laatste is niet altijd evident, de uitnodiging is wel altijd belangrijk!)
Kruisteken
Reden van het samen-zijn:
De mama van ... is gestorven. We zullen haar nooit meer zien.
Ze zal ons niet meer naar het bos brengen en ook geen soep meer helpen koken. ... is erg verdrietig, en ... is verdrietig. We zijn allemaal verdrietig.
Daarom zijn we hier samen in de zaal.
Als we samen verdrietig zijn, doet het minder pijn dan als we alleen zijn....
We steken het kaarsje bij de foto aan, we zetten er een bloempje bij.
ook Jezus weet dat mensen verdrietig zijn als iemand gestorven is.
Jezusverhaal:
"Maria huilt om Jezus", blz. 114-115 in Averbodes kinderbijbel
Verwerking:
Na het verhaal vertelt de voorganger dat de mama van...
net als Jezus nu naar de Vader in de hemel gaat.
Daarom bidden wij:
Goede God,
nu... dood is, is zij dicht bij jou.
Geef je haar twee dikke zoenen,
één van mij en één van jou.
Myrjam De Keyser
Ritueel:
We laten de mama niet alleen naar de Vader in de hemel gaan,
we geven haar allemaal een zoen mee,
en ook wat licht en warmte...
we werpen allemaal een kushandje naar de foto
de juffen, enkele kinderen, papa... steken een kaarsje aan.
Lied: 'bij dit lichtje'
Bij dit lichtje denk ik aan jou.
Bij dit vlammetje heb je geen kou!
uit: een straaltje van de maan, zingeving bij kleuters, 53 liedjes,
een boek met CD
Slot:
Terwijl de klassen de zaal verlaten, zwaaien ze naar de foto.
Ze zeggen er ook bij: dag mama van... , dààg ....
4.6. Gebedsmoment met de school bij het afscheid van een kleuter
Situatie:
De kleuter werd door haar mama gedood, waarna de mama ook zichzelf doodde. De grootouders die heel vaak voor Lien zorgden, wonen vlakbij de school. De pastor die de gehele week de school heeft begeleid, gaat de viering voor.
Kruisteken en duiding
Het is niet gewoon dat wij hier samen zijn. Er is iets ergs gebeurd op onze school. Lien is samen met haar mama gestorven.
We hebben allemaal veel verdriet.
We hebben allemaal veel verdriet om wat er is gebeurd. We begrijpen het niet. Niemand kan het begrijpen. Gisteren is hier een mevrouw geweest die dit ook zei: als een mama zo iets doet, kan niemand dat begrijpen... binnenin moet mama Hilde heel veel pijn hebben gehad. Zo veel pijn dat ze dacht dat niemand haar nog kon helpen....
We willen hier nu samen zijn als vrienden van Jezus.
Ook Jezus had verdriet wanneer zijn vriend Lazarus dood ging.
Jezus begrijpt ons en wil nu dicht bij ons zijn.
Laten we eerst tonen dat we zijn vrienden zijn door het kruisteken te maken.
Vertellen over Lien
We willen allemaal samen aan Lien denken.
Laurens ging vaak spelen bij Lien thuis.
Laurens zal ons vertellen wat hij van Lien zeker wil onthouden.
Ook directeur Geert zal iets vertellen over Lien.
...
We maken het nu heel stil,
en denken aan Lien en haar mama,
we mogen verdrietig zijn... met of zonder traantjes ...
Weten jullie - lang geleden was er de gewoonte om - als iemand dood ging en je weende, om je tranen op te vangen in een heel klein kruikje.
Dat kruikje werd dan in het graf gelegd. Het was een tranenkruikje.
Bij de foto van Lien zetten we een kruikje dat doet denken aan alle traantjes die we deze week samen hebben gehuild.
In de Bijbel staat geschreven dat God al onze tranen opvangt in zijn kruik. (psalm 56). God zegt niet: je moet niet wenen.
God zegt: ween maar, ik zal je tranen opvangen en ik zal je troosten.
Willen we het nu stil maken. Iedereen kan aan God vertellen waarom wij nu zo verdrietig zijn...
Lied van Elly En Rikkert:
Waarom huil je nou, doet het ergens pijn
wees nu maar stil, want Ik wil bij je zijn.
Ik heb jouw tranen
al hier in mijn kruik gedaan
die Ik bewaren zal tot op die mooie dag
dat Ik ze drogen zal.
ELLY EN RIKKERT, Bewaar het in je hart, EMI Music Holland BV, 1995
Verhaal van de wolkenzaal van Riet Fiddelaers-Jaspers
De verbijstering en het onbegrip bij dit sterven was groot. Hoe kan een mama haar dochtertje en dan zichzelf doden? De schoolpastor heeft dit verhaal (toen nog zonder verwerkingssuggesties) aangereikt om de situatie bij de kinderen ter sprake te brengen. Ik heb geen reflectie van de mate waarop dit is gebeurd of hoe met dit verhaal toen is gewerkt. De enige reactie die ik kreeg was een dankbare om toch 'iets' te hebben...
De klas van Lien, de 2de kleuterklas hangt wolkjes aan de troostboom.
De troostboom (een krulwilgtak) stond de voorbije dagen in het rouwhoekje in de inkom van de school. De kinderen en ouders konden er vrij iets in hangen. Achteraf werd met al deze boodschappen een troostboekje gemaakt voor de grootouders van Lien.
Samen bidden
God,
we zijn verdrietig omdat Lien en haar mama gestorven zijn.
Wij kunnen het niet begrijpen.
We willen een mooie herinnering bewaren
en terug blije kinderen worden zonder Lien te vergeten.
Samen met Jou, dromen we van een wereld
waar mensen mekaar graag zien en goed zorgen voor elkaar,
een wereld met lieve mensen en
met dokters die vele soorten pijn kunnen helpen oplossen.
God,
wees er speciaal voor de grootouders van Lien,
geef hen vriendelijke mensen die bij hen willen zijn, hen kunnen troosten
en hen helpen om de mooie herinneringen te bewaren.
En God, help ook ons om goed te zijn voor elkaar
en goed voor mekaar te zorgen...
Wij vragen dit alles met de woorden die Jezus ons leerde:
Onze Vader...
Een herinnering voor oma en opa
De juf van de klas geeft de laatste tekening van Lien aan oma en opa.
De directeur geeft een steen met haar naam er op...
We werpen allemaal een zoen naar oma en opa...
Afscheid
We moeten afscheid nemen... loslaten... we kunnen niet anders....
Maar de herinneringen mogen we, moeten we vasthouden.
We mogen ook verbonden blijven.
Wij geloven dat God nu voor Lien en haar mama zorgt.
Hoe we ons dat moeten voorstellen, dat weet ik niet,
ik denk dat het een beetje zal zijn zoals bij een vlinder...
Je hebt eerst een rups... dan een cocon... en daar komt dan een hele mooie vlinder uit !
Voor de oudsten: jullie kennen nog zo'n voorbeelden...
(tarwe - brood / druiven - wijn / hout - vuur / ...)
Lied van Elly en Rikkert
'Hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en uit z'n gaatje kwam een draadje
'hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en hij spon en hij spon
en hij spon een cocon.
'Hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
wel hier en ginder
ik ben een vlinder
'hups', zei de rups, 'hups', zei de rups
en hij vloog en hij vloog
wat-ie kon omhoog naar de zon.
De ballon
Omdat we geloven dat Lien en haar mama er nog zijn, op een heel andere manier dan we kunnen vermoeden zullen we een ballon naar de hemel sturen...
We zullen de ballon nakijken tot we hem niet meer zien, de ballon zal er nog zijn, maar wij zullen hem niet meer zien.
Zo zijn Lien en haar mama er nog, maar we zien ze niet meer.
De directeur komt binnen met de grote ballon,
Elke juf en meester heeft deze middag een wens naar Lien opgeschreven (kan vooraf voorbereid zijn in de klas).
De pastor leest er enkele voor...
Loslaten...
We gaan naar buiten, vormen een heel grote kring op de speelplaats.
We roepen nog allemaal eens heel luid, drie maal na elkaar,
de naam van Lien en dan laten we de ballon los.
We zwaaien de ballon na, tot we hem niet meer zien!
4.7. Gebedsmoment met de school bij de dood van de directeur
Vooraf
In elke klas wordt een puzzelstuk gemaakt met herinneringen aan meester Marc.
Per klas wordt afgesproken wie dit puzzelstuk zal voorstellen aan de grote groep. Dit kan door te vertellen hoe er begonnen werd aan de puzzel, door een ervaring of anekdote te vertellen, door mee te delen waarom juist dit werd getekend...
Het is goed om de tekst vooraf uit te schrijven en zeker ook te timen, per klas mag dit niet meer dan één minuut in beslag nemen!
Er wordt één houten kader in de vorm van een puzzel (in de fotohandel te verkrijgen) gemaakt met een collage van de klasfoto's en het embleem van de school.
Er wordt een mooie doos aangekocht om er dan alle puzzelstukken in te leggen. Deze doos kan versierd worden (misschien door de kleuters).
Tijdens deze dagen wordt het schoolteam ondersteund door de schoolpastor. Zij gaat voor in de afscheidsviering, samen met de (hoog bejaarde) rector van de zusters die normaal voorgaat in de (zeer traditionele) schoolvieringen.
In de gebedsviering staan we ook stil bij de gevoelens van boosheid die de kinderen kunnen voelen tegenover meester Marc. Een gevoel dat zeer normaal is bij de dood, zeker bij een zelfdoding. Er is een uitdrukkelijk moment van vergeving vragen en vergeven proberen te geven.
Vrijdag voor de klas
De grote zaal wordt klaargezet.
Het rouwhoekje uit de inkom wordt naar de zaal gebracht.
De klankinstallatie wordt geplaatst en gecontroleerd.
Vrijdagmorgen
Alle klassen komen rustig naar de zaal. Ook alle kleuters zijn aanwezig.
Er speelt rustige sfeermuziek.
Meester Jan verwelkomt en verwoordt enkele gedachten:
'We zijn allemaal geschrokken dinsdagmorgen, het doet pijn dat meester Marc gestorven is, we hebben verdriet,...'
Daarom zijn we hier deze morgen samen, om ook aan God te vragen om nu heel dicht bij ons te zijn, om bij meester Marc en bij juffrouw Trees (leerkracht 1ste leerjaar en echtgenote) en hun kinderen te zijn...
De gebedsviering
Kruisteken en duiding
Het is niet gewoon dat wij hier samen zijn. Er is iets ergs gebeurd op onze school. De directeur, meester Marc is gestorven.
We begrijpen het niet. Maandag was meester Marc er nog en dinsdag was hij dood. We hebben allemaal veel verdriet
We willen hier nu samen zijn als vrienden van Jezus. Ook Jezus had verdriet wanneer zijn vriend Lazarus dood ging.
Jezus begrijpt ons en wil nu dicht bij ons zijn.
Laten we eerst tonen dat we zijn vrienden zijn door het kruisteken te maken.
Het leven is één grote puzzel
Kijk wat we hebben meegebracht: reuze grote puzzelstukken. Het leven van ieder van ons gelijkt op een puzzel met vele stukjes. Stukjes van ons leven gebeuren hier op school, andere dan weer thuis, in de familie, in de jeugdbeweging. Alle stukjes samen vormen de puzzel van ons leven.
Ook het leven van meester Marc is een reuze grote puzzel.
Kijk, er is een puzzelstuk van toen hij klein was en zelf nog moest leren fietsen en schrijven en lezen en rekenen. Er is een puzzelstuk van toen meester Marc verliefd was op juffrouw Trees en met haar ging trouwen. En dan is er het puzzelstuk van meester Marc als papa van Siebe, Leen en Lien.
Zo zit deze zak vol met puzzelstukken die allen samen het leven van meester Marc uitbeelden. 17 van deze puzzelstukken hebben we gisteren uitgedeeld - aan elke klas één. Jullie mochten er op schrijven of tekenen wat jullie van meester Marc willen onthouden, wat je nog wilde zeggen, wat je zeker niet zal vergeten...
Eén voor één brengen de klassen de puzzelstukken aan en zullen er kort iets bij vertellen. We beginnen bij de kleuters.
Hier vooraan plaatsen we een mooie doos waarin we jullie puzzelstukken zullen leggen.
De levensdoos van meester Marc
Wanneer alle puzzelstukken in de doos liggen, bidden we:
God,
dank U wel om alle fijne dingen met meester Marc,
zoveel herinneringen, zoveel goeds,
zoveel mooie dagen die we samen mochten beleven.
Zegen al het goede uit het leven van meester Marc,
dat wij het onthouden
en er allen iets van meedragen in ons hart.
Amen.
Enkele donkere puzzelstukken
De meeste puzzelstukken hebben blije kleuren... Maar enkele zijn ook wat donkerder gekleurd. Ook voor meester Marc was niet elke dag hetzelfde.
Misschien moest meester Marc ook eens kwaad zijn op jou.
Misschien was jij eens kwaad op meester Marc.
Misschien, op een dag dat meester Marc het lastig had, was hij niet zo vriendelijk en was jij in je binnenste wel een beetje boos op meester Marc. Misschien zei je - nog niet zo lang geleden - iets dat niet fijn was over meester Marc en heb je daar nu spijt van...
Maken we het even stil.
Proberen we het minder goede van meester Marc
in ons hart te verwoorden.
Misschien voelen we ons ook wat kwaad omdat hij nu dood is.
Misschien willen we ons nog verontschuldigen tegenover meester Marc,
of zeggen dat we spijt hebben van iets.
Vragen we aan elkaar om wat minder goed was te vergeven...
De pastor bidt voor:
God,
Jij weet wat in ons omgaat,
Jij ziet in ons hart.
Help ons elkaar te vergeven.
Laat meester Marc voelen
dat we ondanks alles wat minder goed zou zijn geweest
hem graag blijven zien.
Meester Marc had vele mooie talenten en een grote inzet voor de school.
Moge het minder goede dat wij hebben gedaan
ook ons vergeven worden
en geen pijn meer doen in ons hart...
Dit donkere puzzelstuk steken we helemaal onderaan de doos.
We weten dat het er is,
maar we hebben geprobeerd het goed te maken met elkaar.
Telkens opnieuw proberen we elkaar te vergeven...
Er zijn ook puzzelstukken die we niet kennen...
Er zijn ook puzzelstukken die we niet kennen.
Puzzelstukken waar we niets over weten, waar we niets kunnen over vertellen. Dat zijn de geheime kantjes van meester Marc.
Meester Marc had natuurlijk veel blije geheimpjes, maar soms ook wat zorgen.
De laatste tijd zag je bij meester Marc een zwart puzzelstuk - dat normaal heel diep weg zit - meer naar boven komen.
En dan voelde hij zich zo triestig en zo moe dat er niemand meer was die hem kon helpen, ook niet de mensen die hem het liefste waren. Alles werd zwart voor de ogen van meester Marc en is hij doodgegaan...
Bij de doos met de levenspuzzels van meester Marc zet ik nu een kruikje.
Dat is een tranenkruikje.
Want in de bijbel staat er: God vangt al onze tranen op in zijn kruik...
God luistert naar ons verdriet,
Daarom bidden we samen:
Jezus,
ik heb verdriet.
Iemand van wie ik heel veel hou,
is er niet meer.
Dood.
Ik schrei veel.
Nooit zal ik meester Marc nog zien.
Wat moet ik doen, Jezus?
Ik zou graag hebben dat wie dood is,
een beetje verder kan leven in mijn hart.
Ik vraag het je, Jezus.
Stef Desodt
Dit gebed werd de voorbije dagen ook in de klas gebeden
Eens komt die nieuwe hemel
Meester Marc geloofde dat hij nu zal thuis komen bij God, die alle mensen graag ziet. Daar zal geen verdriet meer zijn, geen pijn...
Als wij aan de goede dingen van meester Marc blijven denken,
zal hij daar gelukkig zijn
en ons blijven helpen om van deze school een fijne school te maken!
Lied: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
Eens komt die nieuwe hemel, eens komt die nieuwe aarde,
eens komt die nieuwe zon, die nieuwe maan.
Eens komt die nieuwe morgen, eens komt die nieuwe dag
en zal de duisternis niet meer bestaan.
Refrein: een hele nieuwe wereld, zonder zorgen, zonder pijn,
voor alle mensen elke dag, gelukkig zullen zijn.
Waar niet meer wordt gevochten,
waar niet meer wordt geroofd,
dat is het wat de bijbel ons belooft.
Eens komt die nieuwe hemel, eens komt die nieuwe aarde,
dan delen alle mensen brood en wijn.
Dan drogen alle tranen, is alle angst voorbij,
dan zal God echt voor altijd bij ons zijn.
Dan delen alle mensen brood en wijn,
dan zal God echt voor altijd bij ons zijn.
tekst: Marianne Busser & Ron Schröder
muziek: Christan Grotenberg
4.8. Teksten van kinderen voor kinderen
De kinderen kunnen in de klas - zonder hulp - zelf schrijven.
De leerkracht kan hen ook behulpzaam zijn met enkele tips:
bv. je kunt een tekst schrijven door steeds te beginnen met de woorden
'als ik aan je denk' of... 'nooit meer'... of 'waar ben je nu?' of 'ik zou zo graag'...
Deze tips staan in 'waar ben je nu, zie jij me nog?' van Riet Fiddelaers-Jaspers.
Een voorbeeld zonder hulp:
Lieve meneer,
ik vind het heel jammer dat u dood bent.
Ik zou heel graag bij u in de klas zitten,
maar dat kan niet meer, zonde.
Maar dat is nou eenmaal zo.
Veel geluk in de hemel,
liefs Jara
Een voorbeeld met de vraag: 'waar ben je nu?':
Waar ben je nu, vraag ik me af.
Ik kan je nog niet missen.
Waar ben je nu, vertel me dat.
Ik wil je nog niet kwijt.
Waar ben je nu, ik heb je nodig.
Ik zal je nog vaak zoeken.
Waar ben je nu, zie jij me nog?
Jij blijft bij mij, altijd.
Een elf
= een gedicht van vijf regels met elf woorden. Op de eerste regel één woord. Op de tweede regel twee. Op de derde drie. Op de vierde vier. En op de vijfde regel weer één woord. En je geeft op elke regel antwoord op een vraag: over wie gaat het? Wat weet je van hem/haar? Waar is hij of zij nu? Schrijf een wens voor hem/haar of voor jezelf op of wat je voelt.
Een afscheidswoord:
Oma
thee zetten
in de hemel?
thee drinken met engeltjes
Daaag
4.9. Teksten van volwassenen voor kinderen
'Vergeet de kinderen niet' is een algemene regel ook bij het schrijven van rouwkaartjes.
Een rouwkaartje naar de jongere broer van wie het zusje is gestorven,
naar het zoontje van de kleuterjuf die nu dood is, ....
Enkele voorbeelden:
Jan, iemand schreef: 'Als er iemand doodgaat van wie je heel veel houdt,
dan lijkt je verdriet wel een emmer vol tranen
die allemaal gehuild moeten worden.'
Jan, jij moet nu ook veel huilen om je zus die gestorven is.
Wij willen heel dicht bij jou zijn en proberen je te troosten.
Ook God ziet jouw tranen en wil dicht bij jou zijn...
Rik, je papa is gestorven en dat maakt ons allemaal zeer verdrietig.
Voor ons is je papa 'meester Pol'. Hij maakte graag grapjes.
Maar hij vertelde ook veel over jou. Hij was fier op jou en zag je heel graag!
Rik, wij geloven dat je papa nu verder voor jou zal zorgen
van bij de Vader in de hemel...
Leen, je lieve mama is nu dood. Ze zorgde zo graag voor jou.
Ook wij zagen je mama graag. Je mag van je mama zeker onthouden dat ze zo mooi verhaaltjes kon vertellen en liedjes zingen met de kinderen van de klas.
Je mag ons altijd komen vragen om over je mama te vertellen. We zullen het graag doen. Zo willen we je proberen te troosten als je je mama heel erg mist. Dan willen we jou ook iedere keer vertellen dat je mama jou heel graag blijft zien en vanuit de hemel voor jou wil blijven zorgen...
Een uitvaart is een heel specifiek ritueel.
De dood confronteert ons onvermijdelijk en onomkeerbaar met de kwetsbaarheid van ons bestaan. Ook kinderen kunnen niet om de dood heen en beleven de eindigheid van het leven op een eigen manier die onder andere sterk bepaald wordt door hun leeftijd.
Voor deze verschillende belevingswijzen verwijs ik naar het boek van Riet Fiddelaers-Jaspers: jong verlies.
Het meemaken van een uitvaart is voor kinderen een sterke confrontatie en een opeenstapeling van vreemde gebeurtenissen. Ze worden geconfronteerd met vaak totaal nieuwe impressies: de kerkruimte, de liturgie, symbolen en rituelen, het verdriet van volwassenen.
De volwassenen waarbij ze steun en troost vinden, lijken nu onbereikbaar, ontroostbaar, hebben geen antwoorden. Kinderen worden dan zeker zoals Nel Jongsma-Tieleman omschrijft 'op zich zelf teruggeworpen'.
Mijn ervaring leert dat men kinderen in een uitvaart nogal vlug 'een bloem op de kist doet leggen'. Wat betekent dit voor kinderen? Is een witte roos op dat moment een goed symbool? Wat vertelt dit symbool, en is het leggen van de bloem op de kist aan de kinderen over het symbolisch hapje hoop dat we in een uitvaart willen bieden?
Vertrekkend vanuit de inzichten die ik mocht lezen bij Nel Jongsma-Tieleman, zocht ik naar symbolen waarmee een ritueel kan opgebouwd en ingebed worden in het leven van kinderen.
Belangrijk hierbij vind ik dat het symbool gekoppeld kan worden aan een Bijbels verhaal, waarbij het symbool iets vertelt over het grote verhaal van God met de mensen. Ook belangrijk zijn de kansen die het symbool geeft om met de klas tijdens de dagen voor de uitvaart iets te doen. De belangrijkste aandacht in deze opdracht gaat echter wel naar het symbool en ritueel in de uitvaart zelf.
De namen in de voorbeelden zijn fictief gekozen.

5.1.1 Bijbelse vindplaats
Psalm 8, vers 4 - 5:
Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?
Psalm 33, vers 6:
Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt,
door de adem van zijn mond het leger der sterren.
Psalm 147, vers 4:
Hij bepaalt het getal van de sterren, hij roept ze alle bij hun naam.
Jezus Sirach, hoofdstuk 43, 9:
De schoonheid van de hemel is de pracht van de sterren,
lichtende sieraden aan de hemel van de Heer.
Matteüs, hoofdstuk 2, vers 1-2.9:
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes,
kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.
Ze vroegen: 'Waar is de pasgeboren koning van de Joden?
Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.'
Brief aan de Filippenzen, hoofdstuk 2, vers 15:
Opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel.
5.1.2. Waarom is dit een goed symbool?
Als hemellichaam en gekoppeld aan de sfeer van de kerstperiode, brengt de ster zeker ook een andere werkelijkheid aanwezig. Hiermee beantwoordt de ster aan de omschrijving van een symbool.
Het is geen apart ding dat naast of boven de gewone werkelijkheid staat. Sterren fascineren.
Sterren verwijzen naar het oneindige, naar het tijdloze, het ongrijp- en onbereikbare. Ook hier kunnen we denken aan de theorie van H. Luther zoals R. Ganzevoort het neerschrijft: In dat visioen - voor ons in het symbool - ligt het toelaten van de hoop dat de werkelijkheid van het moment niet bepalend, niet het einde is.
Op zeer vele plaatsen in de Bijbel, vooral in het Eerste Testament, worden sterren genoemd, ook in minder hoopvol perspectief. Ik kies hier voor deze plaatsen waar vermeld staat dat God oorsprong is van de schepping, dus ook van de sterren.
"God kent de sterren bij name, door 'zijn adem' zijn ze gemaakt" lezen we in de psalmen 8 en 33. De schoonheid en de glinstering van de sterren worden verwoord, de zorg van God voor de sterren.
Daarnaast is er ook het verhaal van de ster boven de stal in Betlehem.
Dit verhaal laat de ster verwijzen naar het Goddelijke, naar Gods aanwezig zijn bij en bezig zijn met de mensen.
'Het symbolisch hapje hoop' is hiermee zeker aanwezig.
'Wie gestorven is, wordt als een sterretje aan de hemel.' is een gedachte die vaak voorkomt in de kinder- en jeugdliteratuur:
Kinderen kennen ook de symbolische betekenis van een ster: sterdanser, sterartiest, steraankoop, 'een ster zijn' ...
5.1.3. Vooraf in de school
Arne is een peuter met een handicap die door alle kinderen van de school gekend is. Bij het (verwachte) sterven van Arne wordt in de school een troosthoek gemaakt. Het is de adventstijd, dicht bij Kerstmis. Als troostboom wordt een kerstboom gekozen waarin enkele zeer mooie sterren worden opgehangen. Bij de troostboom staat een mand met papieren sterren.
De kinderen van de school kunnen (vrijblijvend) in de troosthoek een ster halen om deze te versieren, om er een tekening op te maken, om er een herinnering aan Arne op te schrijven.
Deze ster kunnen ze ofwel in de troostboom hangen, ofwel meebrengen naar de uitvaart.
De peuters uit de klas van Arne kleven op een grote ster een foto en het symbooltje van Arne. Elke peuter komt bij de juf en mag iets vertellen over Arne.
Juf stelt daartoe individueel vraagjes:
Daarna kleeft de peuter met hulp van juf een klein sterretje rond de foto en het symbooltje.
De peuterklas gaat samen naar de troostboom en hangt de ster helemaal bovenaan in de boom: 'Arne was van onze klas!'
5.1.4. Ritueel met sterretjes tijdens de uitvaart
De troostboom staat in de kerk. Tijdens de uitvaart vertelt de voorganger - of iemand van de school - over de troostboom en over de sterren. De kinderen die hun ster nog bij zich hebben, mogen deze nu ofwel bij de troostboom ofwel dicht bij Arne leggen.
Tijdens de uitvaart worden de kinderen en de volwassenen uitgenodigd om als teken van afscheid, maar ook als teken van ons geloof - hoe sterk of hoe zwak dit op dit ogenblik ook is - een gebaar stellen...
Wij willen 'opstaan' - niet bij de pakken blijven zitten.
Wij willen 'dragen' - niet laten vallen of in de steek laten.
Een ster toonde indertijd waar het Kerstkind geboren werd.
Dat kind betekende licht in het bestaan van heel velen - tot op vandaag.
Met sterretjes willen we Arne omringen,
Hijzelf is wegwijzer naar het tedere, naar de Liefde.
Hijzelf is een lichtje van liefde geweest en zal dit ook voor velen blijven
Arne is nu zelf als een sterretje dat voor ons zal blijven fonkelen....
Iedereen wordt uitgenodigd om naar voor te komen, wat sterretjes te nemen uit de schaal en over het kistje van Arne te strooien.
Als sterretjes worden kleine goudkleurige sterretjes gebruikt die in de kerstperiode in de handel te krijgen zijn. Afsluitend strooit de voorganger met weidse gebaren de overige sterretjes over het witte kistje.
Op het eind van de uitvaart wordt een bewerking verteld van het boek:
'een ster voor Amber' van Claude K. Dubois en Bart Demyttenaere.
Dit verhaal sluit aan bij de drie verhalen die de opa van Arne reeds maakte. In de verhalen speelt kleinzoon Arne de hoofdrol als 'kabouter Arno Cocorico'.
De voorganger heeft gevraagd om er tijdens de uitvaart dit vierde verhaal aan toe te mogen voegen.
De kinderopvang waar Arne tot voor kort één dag per week mocht verblijven, heet: 'Beertje Bing'.
De kinderen van 'Beertje Bing', samen met de aanwezige peuters uit de klas van Arne, verzamelen op het eind van de uitvaart buiten op het kerkplein. Allen hebben ze een witte ballon. Aan elke ballon hangt een ster waarop de naam van Arne staat.
Op het eind van de uitvaart komen de ouders met Arne in de armen naar buiten en staan te midden van de kinderen. De voorganger is meegekomen, staat bij Arne en zijn ouders en spreekt de kinderen aan:
Arne kan niet bij ons blijven. Jullie weten dat Arne heel erg ziek was en dat de dokters hem niet konden genezen. Nu wordt Arne als een sterretje in de hemel. Daar zal God heel goed voor hem zorgen. Omdat Arne niet alleen moet gaan, sturen wij de ballonnen met hem mee. We zullen zolang kijken tot we de ballonnen niet meer zien. We zullen zwaaien naar de hemel. En als we de ballonnen niet meer zien, dan weten we dat ze niet weg zijn, ze zijn alleen maar te ver weg om ze nog met onze oogjes te zien. Dat is ook zo met Arne. We kunnen hem niet meer zien....
Laten we onze ballonnen los... zwaaien we... roepen we: dag Arne, dàààg....
Daarna brengt de begrafenisbegeleider Arne naar de wagen, terwijl de ouders en familie rouwbetuigingen ontvangen...
Arne's vierde verhaal: een ster voor kabouter Arno Cocorico
Het is een vakantiedag.
Kabouter Arno Cocorico zal de ganse dag spelen met Beertje Bing.
Zo is het afgesproken.
Beertje Bing zit bij de rode paddestoel met witte stipjes te wachten, te wachten... Kabouter Arno Cocorico komt niet buiten...
Het is toch mooi weer... Waar blijft kabouter Arno Cocorico toch?
Na lange tijd klopt Beertje Bing aan het kabouterhuisje aan...
Kaboutermama komt opendoen.
"Waar is kabouter Arno Cocorico", vraagt Beertje Bing,
"we zouden vandaag samen spelen."
Kaboutermama kijkt wat droevig.
"Kom maar eens binnen," zegt kaboutermama, "kabouter Arno Cocorico is nog wat aan het rusten, hij voelt zich niet zo lekker vandaag."
Beertje Bing gaat naar de kamer van kabouter Arno Cocorico.
Kabouter Arno Cocorico ligt op zijn bedje...
Hij ziet er maar bleekjes uit, hij glimlacht zachtjes naar Beertje Bing.
Kabouter Arno Cocorico vraagt aan Beertje Bing om naast hem op bed te komen zitten.
"Beertje Bing", zegt kabouter Arno Cocorico, "ik voel me niet zo lekker, mijn beentjes doen pijn en ook mijn armpjes doen zo'n pijn. Ik voel me zo moe, Beertje Bing, ik kan echt niet met jou spelen."
"Willen we dan samen in een boek kijken ?", vraagt Beertje Bing,
"Ik wil wel voor je voorlezen.".
Beertje Bing gaat op het bed zitten en neemt kabouter Arno Cocorico's lievelingsboek.
Het verhaal gaat over een kleine prins die van sterren houdt.
Elke avond kijkt hij naar boven.
De kleine prins kent de namen van alle sterren.
Kabouter Arno Cocorico kent het verhaal al helemaal uit het hoofd.
Toch is hij blij dat Beertje Bing er wil uit voorlezen.
Ook de volgende dag, blijft kabouter Arno Cocorico in zijn bedje. Zo moe is hij.
Elke avond komt Beertje Bing op bezoek. Dan vertellen ze aan elkaar en elke avond leest Beertje Bing iets voor uit het boekje over de kleine prins.
Op een avond zegt kabouter Arno Cocorico: 'Kijk, Beertje Bing": de lucht staat vol sterren.
Even blijft het stil.
"Daar is Orion,", wijst kabouter Arno Cocorico. "Twee rijen sterren met een kleintje in het midden. En daar staat Grote Beer.
"Zie je die kleine blinkende ster naast de Grote Beer?"
Beertje Bing doet zijn best. Hij ziet het niet.
"Ik heb je gefopt", lacht kabouter Arno Cocorico.
"Er staat geen sterretje naast Grote Beer. Nog niet;"
Beertje Bing begrijpt niet waar kabouter Arno Cocorico het over heeft.
Kabouter Arno Cocorico geeft zijn beste vriend een knuffel.
"Binnenkort wel", fluistert hij, "binnenkort ga ik hier weg. En dan zie je een nieuwe ster".
"Een nieuwe ster", mompelt Beertje Bing.
"Ja," zegt kabouter Arno Cocorico "Net zoals in het verhaal van de kleine prins."
Beertje Bing kan die avond niet slapen. Hij zit op de vensterbank. Buiten is het donker. Er zijn geen wolken. De maan staat hoog aan de hemel.
Beneden rinkelt de telefoon. Beertje Bing hoort voetstappen op de trap.
Mama Beer komt de kamer binnen. Ze heeft dikke tranen in haar ogen.
Mama Beer neemt Beertje Bing in haar zachte berepootjes.
Beertje Bing wijst naar de lucht. "Daar is Orion;" zegt hij. "Daar staat grote Beer".
Dan wijst hij naar een kleine, blinkende ster.
"Zie je die heldere ster naast Grote Beer?" vraagt hij.
"Dat is kabouter Arno Cocorico. De mooiste ster van allemaal."
Mama beer drukt Beertje Bing stevig tegen zich aan.
Samen voelen ze zich droevig en toch ook een beetje blij...

5.2.1. Bijbelse vindplaats:
Genesis, hoofdstuk 1, vers 11-13
God zei: 'Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.' En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
Psalm 126, vers 5-6
Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.
Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.
Marcus, hoofdstuk 4, vers 26 - 29
En hij zei: 'Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde. Hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort. Eerst is er de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.'
Johannes, hoofdstuk 12, vers 24
Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.
Eerste brief aan de Korintiërs 15, vers 35-43:
Nu zou iemand kunnen vragen: 'Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?' Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook en ook dat van een vis. Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren en de sterren onderling verschillen ook in schittering. Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.
Eerste brief aan Petrus, hoofdstuk 1, vers 23-25:
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord. 'De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.' Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
5.2.2. Waarom dit een goed symbool is
Het graan, de zaadkorrel lijkt me heel evident een goed symbool te zijn.
Het draagt alle criteria in zich: geen apart ding boven de gewone werkelijkheid en ontstaan uit de ervaring met die gewone werkelijkheid.
Het zaad verwijst naar wat men hoopt en ontstaat in de context van verlangen: groeien, kiemen, tot bloei komen, vrucht dragen.
Het zaad draagt nog een ander element van symboolwaarde in zich dan de lauwerkrans en de ster. Het zaad moet immers zelf sterven om tot nieuw leven te komen.
Het symbool sluit aan bij de ervaringen van de mens: de eindigheid van het leven. Maar draagt het perspectief op wat we hopen - onvergankelijkheid en eeuwig leven - in zich. De graankorrel gaat de weg van de mens, de mens gaat de weg van de graankorrel.
Ook hier verwijzen we naar de praktische theoloog Henning Luther in een artikel van Ruard Ganzevoort. Luther wijst op het belang van een fragmentarische identiteit tegenover het ideaal van volledigheid en duurzaamheid. Elk stadium van onze ontwikkeling, onze levensloop toont niet alleen groei en winst, maar altijd breuk en verlies. Wij hebben weet van het 'nog niet'.
Het zaad, het graan gaat door elk stadium van het menselijk bestaan om telkens doorheen het breukmoment heen te komen en honderdvoudig vrucht te dragen!
Omdat het sterk Bijbels geworteld is en ook op het sterven van Jezus van toepassing is, is het een symbool dat zeker op zijn plaats is in een christelijke uitvaart. De graankorrel verwijst naar Jezus' sterven en verrijzen!
Johannes 12,24: "Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht."
Het ritueel van het zaaien beantwoordt dan ook aan het perspectief dat we de overledene willen geven: opnieuw geboren worden... sterven om te leven!
5.2.3. Vooraf in de klas
Juf Leen van de eerste klas is gestorven in een verkeersongeluk.
Het is de maand juni, de eerste communie is reeds voorbij.
Tijdens de voorbereiding op de eerste communie hebben de kinderen boontjes geplant: 'ik heb een boontje voor jou'.
De 1ste klas leerde over de weg die het zaad in de aarde moet gaan...
In de verschillende klassen worden herinneringen aan juf Leen neergeschreven.
Per klas wordt er één uitgekozen om te brengen in de avondwake.
De andere herinneringen worden in een mooie herinneringsdoos verzameld.
Deze doos wordt achteraf aan de familie gegeven.
5.2.4. Ritueel met zaad tijdens de avondwake
In samenspraak met de familie neemt de school de avondwake op zich.
Alle kinderen van de school worden uitgenodigd aanwezig te zijn in de avondwake.
De uitvaart wordt door de familie voorbereid.
Tijdens de uitvaart gaat alle aandacht naar Leen als echtgenote, moeder, dochter, zus.
Enkel de 6de klas is in de uitvaart aanwezig.
Op de kaftbladzijde van het boekje staat:
![]() |
De doden, vergaan in de aarde, Zij liggen in de aarde, een nieuwe morgen. |
Voorganger:
Op de plaats waar morgen het verstilde lichaam van juf Leen zal staan,
ligt nu een vlakte aarde...
(= enkele zakken bloemaarde, uitgespreid op een groot plastiek)
Aarde:
In het begin nam God wat aarde
en boetseerde de mens.
God blies er levensadem in, zijn Levensadem.
God zei tegen de mens:
'Leef! Bevolk de aarde en wordt vruchtbaar'...
De vruchtbaarheid van de aarde,
draagt de mens in zich mee...
Vruchtbaar, om te doen: 'het goede'
vruchtbaar, om te zijn: 'mens voor de mensen'
vruchtbaar, om te geven: 'leven aan een ander'
vruchtbaar, om te delen: 'wat goed is voor de ander'..
Juf Leen deed, was, gaf, deelde met zovelen,
in het bijzonder met de kinderen van de 1ste klas.
Zoveel kinderen heeft juf Leen leren lezen en rekenen...
Zoveel kinderen heeft ze over Jezus als hun grote vriend verteld.
Ze heeft vele kinderen voorbereid op die bijzondere ontmoeting met Jezus
in de Eerste Communie.
De kinderen vertellen de herinneringen aan juf Leen.
Daarna zingt het koor :
Wie als een god wil leven hier op aarde,
hij moet de weg
van alle zaad
en zo vindt hij genade
Hij gaat de weg van alle aardse dingen,
hij heeft het lot
met hart en ziel
van alle stervelingen.
Hij wordt aan zon en regen prijsgegeven,
het kleinste zaad
in weer en wind
moet sterven om te leven.
De mensen moeten sterven voor elkander,
het kleinste zaad
wordt levend brood,
zo voedt de een de ander.
En zo heeft onze God zich ook gedragen
en zo is Hij
het leven zelf
voor iedereen op aarde.
Voorganger:
Juf Leen gaat nu de weg van het zaad...
Juf Leen zaaide goede woorden...
Juf Leen zaaide goede raad...
Juf Leen strooide vreugde rond...
Juf Leen strooide dankbaarheid rond...
Bij elke zin strooit een kind wat zaad op de aarde .
(bij voorbeeld: zonnebloemzaadjes of vergeet-mij-nietjes)
De 1ste klas heeft bijzondere zaadjes: boontjes.
De voorganger, de catechiste of de directeur van de school vertelt over de Eerste Communie, over de boontjes die ze toen hebben geplant.
God zegt aan ieder van ons: 'ik heb een boontje voor jou'...
De kinderen van de 1ste klas willen nu opnieuw een boontje planten.
Een heel speciaal boontje voor juf Leen...
Ze zijn er zeker van dat God nu ook aan juf Leen zegt: 'ik heb een boontje voor jou'...
De eerste klas plant hun boontje in twee bloembakken.
Eén bloembak wordt na de avondwake gegeven aan de echtgenoot van juf Leen.
De andere bloembak gaat mee naar school om na het ontkiemen uit te planten in de schooltuin.
De voorganger vertelt over de weg van het graan
of iemand leest: 1 Korintiërs 15, vers 35-43
Daarna worden alle mensen uitgenodigd om wat zaad, om goede herinneringen
uit te strooien op de aarde waar morgen de kist zal staan...
"Zaai een handvol van uw vreugden
tussen wat voorbijgaand is.
Laat ons als wij moeten sterven
licht zien dat oneindig is."
Terwijl iedereen dit gebaar kan stellen, speelt er rustige muziek...
Daarna bidden we samen met de kinderen:
Jezus,
Wij hebben verdriet.
Iemand van wie we veel houden,
is er niet meer.
Dood.
We schreien veel.
Nooit zullen we juf Leen nog zien.
Wat moet wij doen, Jezus ?
We zouden graag hebben dat wie dood is,
een beetje verder kan leven in ons hart.
We vragen het je, Jezus.
Stef Desodt
Dit gebed werd de voorbije dagen ook in de klas gebeden
Het koor zingt een stukje uit het klein kerstoratorium van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen:
Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
Zij zullen lachen en juichen
als op de dag van de oogst.
Het volk dat in duisternis gaat,
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen op gaat het licht.
Daarna bidden we samen het Onzevader.
We ontvangen de vredeswens en geven deze door aan elkaar.
De voorganger bidt het slotgebed:
Geef uw vriendschap en uw trouw
aan deze dode mens,
Gij die genoemd wordt
'God - Ik zal er zijn'
die wij mochten roepen
in uren van vertwijfeling -
zie haar, zie ons allen,
deze mensen hier
Gij die weet wat in mensen omgaat
ontferm U, wees genadig, kom bevrijden.
Sterk ons,
dat wij niet verdwalen
in verdriet.
Van U is de toekomst
kome wat komt
licht dat niet dooft
liefde die blijft.
Na de wake kan iedereen een potje vullen met aarde die bezaaid is met zaadjes.
Iedereen wordt uitgenodigd om de zaadjes een bijzonder plaatsje te geven in de tuin.
Volgende teksten worden meegegeven in het boekje:
![]() |
Laat ons dan bevend groeten de graankorrel auteur ons onbekend |
zoals het graan dat overrijp Zo is het sterven van een mens Manu Verhulst |
|
De betrokken leerkrachten en kinderen komen naar voor nadat ze worden aangekondigd.
Juf S. heeft een mooie tas bij en leest het volgende gedicht:
"Ik heb hier in mijn hand
een heel speciale tas,
daarin zitten geen leesboeken
of sommen van de klas.
Er zitten lieve briefjes in
van elk kind apart,
daarop staan kleine,
maar heel warme woorden uit hun hart.
Woorden als "ik vind het erg"
en woorden zoals "pijn",
woorden zoals "helpen"
en "graag je vriendje zijn".
Briefjes om te lezen
voor als je huilen moet,
misschien voelt elk woordje dan
een heel klein beetje goed.
De kinderen lezen om beurt hun briefje en stoppen de briefjes in de tas.
Een kind geeft de tas aan de familie.
5.3.1 Uitgewerkt voorbeeld: De papa van Jasper uit de 6de klas doodt zichzelf...
5.3.1.1 De situatie
Jasper zit in de 6de klas. Meester Lieven weet reeds een tijd dat de papa van Jasper opgenomen is in het ziekenhuis wegens depressie. Het gaat blijkbaar niet goed. De klas weet dat Jaspers papa ziek is. De gelegenheid deed zich nog niet voor om hierover klassikaal te spreken. Meester Lieven weet niet wat 'depressie' voor de andere leerlingen betekent.
Op een dag komt de melding dat Jaspers papa dood is, zelfdoding.
De school neemt het draaiboek van de provincie ter hand,
samen met het pastorale stappenplan - zie 3. Pastorale aandacht bij een sterfgeval.
De directie, de pastorale werkgroep en de zorgcoördinator komen samen.
Er wordt afgesproken wat er de volgende dagen op school en in de klassen zal gebeuren naar aanleiding van dit sterven die in de buurt van de school nogal besproken wordt.
Voor de 6de klas, de klas van Jasper, wordt een eigen project uitgewerkt.
Hierna volgt de omschrijving van dit project.
Als ondersteuning bij dit gebeuren verwijzen we in het bijzonder naar twee uitgaven van
Riet Fiddelaers-Jaspers: in de reeks: afscheid nemen: 'Waarom doet iemand dat?' en 'Weg van mij', werkboek voor kinderen die achterblijven na zelfdoding.
Dit werkboek wordt door de school aangekocht om aan Jasper te geven.
5.3.1.2. Dag 1: de melding
Meester Lieven vertelt dat er slecht nieuws is: de papa van Jasper is dood.
Meester vraagt wat de kinderen al weten
en laat de kinderen reageren, vertellen, vragen stellen...
Meester vertelt dat het hem ook overvalt, dat zelfdoding een heel eigen gebeuren is,
dat ze er de volgende dagen aandacht zullen aan besteden...
Meester Lieven maakt een verzameling van de vragen waarover de leerlingen graag zouden nadenken, leren, spreken. Hij wijst er ook op dat mensen in dergelijke situaties vaak zaken vertellen die niet juist zijn, die leugen of roddel zijn. We moeten echt niet alles geloven van wat verteld wordt. Wij moeten zeker ook niet oordelen of veroordelen. We dienen vooral respect te hebben voor de privacy van de overledene en de familie.
Meester Lieven wijst ook op alle gevoelens die dit gebeuren bij ons kunnen oproepen: droefheid omdat een vriend van ons zijn papa verliest, angst omdat het ook met één van onze ouders kan gebeuren, boosheid omdat de papa van Jasper dat gedaan heeft, opluchting kan ook omdat Jasper nu niet meer mee moet naar het ziekenhuis en meer tijd zal hebben om te spelen. Ook bij Jasper kunnen al deze gevoelens naar boven komen. Daar zullen we de komende dagen aandacht voor hebben!
Meester Lieven neemt ruim de tijd om de gevoelens, gedachten, vragen naar boven te laten komen.
Om het gesprek te besluiten - omdat het straks speeltijd is - vraagt meester om het stil te maken. In het godsdiensthoekje kan er de volgende dag een foto, een bloem, een bijzondere kaars,... aangebracht worden.
Er speelt wat rustige muziek...
Meester schrijft op één van de vleugels van het bord (keerzijde):
papa van Jasper
dood
Wie dat wil kan er iets bijschrijven.
Wanneer iedereen daartoe de kans heeft gekregen bidt meester Lieven voor:
God,
vandaag voelen we ons helemaal anders.
De papa van Jasper is dood.
Dat vinden we zeer erg voor onze vriend.
Hij zal zijn papa missen.
Waarom heeft zijn papa dat toch gedaan?
Is er iemand die dit weet? Weet jij het, God?
God,
geef ons genoeg geduld om naar hem te luisteren.
geef ons de goede woorden om Jasper te troosten
Van Jezus weten wij dat Jij nu samen met ons verdrietig bent
omdat Jij niet wilt dat mensen sterven.
Help ons te geloven
dat Jij er nu bent voor de papa van Jasper.
Zorg goed voor hem aan de overkant van het leven....
Wees Jasper en zijn mama en...
nabij in deze donkere dagen. Amen.
Na de speeltijd stelt meester Lieven voor om nu samen te werken, zoals we altijd doen. De vleugel van het bord met de woorden wordt gedraaid. Het verdriet is niet weg, maar we proberen nu even ook wat te werken.
5.3.1.3. Dag 2: "Waarom doet iemand dat?"
In samenspraak met de moeder van Jasper en Jasper zelf is hij vandaag niet op school.
Meester Lieven heeft het werkboek 'Weg van mij' aangeschaft.
Hij laat er de kinderen kennis meemaken door het te tonen en in vogelvlucht de inhoud te laten zien. Dit boekje zal de school aan Jasper geven.
De cadeaupagina wordt samen ingevuld.
Op de witte bladzijde ernaast kunnen alle kinderen van de klas hun naam zetten.
Meester Lieven maakte voor de leerlingen van de klas kopieën van de artikels
Waarom? p. 24 - 25
Wat is depressief? p. 26 - 27
Wie maken er een einde aan hun leven? p. 28-29
Hield mama niet meer van mij? p. 30-31
Deze bladzijden worden klassikaal gelezen.
De leerlingen krijgen de kans er over te praten, vragen bij te stellen.
Als persoonlijke voorbereiding heeft meester Lieven het boekje 'Waarom doet iemand dat?' van Riet Fiddelaers-Jaspers gelezen.
Meester Lieven vertelt dat Jasper morgen in de klas zal zijn
en dat ze samen met Jasper een hoekje zullen maken voor zijn papa.
Jasper zal een foto meebrengen. Meester zorgt voor een kaars.
Brengt iemand een bloem mee? We proberen iets te schrijven: een gedicht, een eigen ervaring, een gebed... We kunnen wat we voelen in kleuren uitdrukken.
Dit alles geven we dan ook een plaats in het hoekje.
Ook nu proberen we het stil te maken. Bij de rustige muziek denken we aan Jasper,
aan alle mensen die verdriet hebben. Samen bidden we het Onzevader.
Meester Lieven draagt het boek naar Jasper en vertelt wat ze er mee hebben gedaan. Afspraken voor de volgende dag worden gemaakt.
5.3.1.4. Dag 3: Het verhaal van Jasper en het verhaal van de wolkenzaal
Een rouwhoekje in de klas
Vandaag is Jasper op school. Een halve of een volle dag, dat zal hij zelf deze middag beslissen. Meester Lieven was bij Jasper thuis en heeft samen met hem en zijn mama afgesproken wat er vandaag in de klas zal gebeuren. Jasper brengt een foto, de rouwbrief, een voorwerp mee... voor het rouwhoekje.
In de klas heet meester Lieven Jasper bijzonder welkom.
Samen met de kinderen van de klas wordt het rouwhoekje gemaakt.
Wanneer iemand reeds een gedicht, een gebed, een tekst schreef, een tekening maakte,
kan dit ook een plaats krijgen.
Om het luidop te lezen of te bidden zal meester Lieven wachten tot hij alles eerst zelf heeft kunnen lezen.
Het verhaal van de wolkenzaal
Meester Lieven omschrijft de situatie van het verhaal.
Een verhaal wil ons helpen om te begrijpen wat er gebeurd is met de papa van Jasper.
Het verhaal wil ook Jasper helpen - als hij dat wil - iets te laten vertellen over zijn papa.
Meester vertelt dat het ook normaal is dat Jasper gevoelens van kwaadheid kan hebben als hij nu aan zijn papa denkt. Kwaad zijn op iemand is deel van het verdriet.
Na het verhaal hangt meester een groot blad op het bord,
waarop een rugzak getekend is.
Meester Lieven noemt als eerste iets waarvan hij weet dat Jaspers papa dit in zijn rugzak had. Bijvoorbeeld: werkijver
Daarna mag Jasper benoemen: liefde voor zijn kinderen, plaaggeest, ...
De kinderen die de papa van Jasper kennen, mogen aanvullen.
Meester Lieven zoekt met de kinderen naar het verband tussen het verhaal van de wolkenzaal en het artikel dat ze gisteren lazen over depressie.
Klassikaal wordt het verhaal van de wolkenzaal opnieuw geschreven, toegepast op de papa van Jasper...
Meester Lieven zorgt voor een mooie lay-out van dit verhaal, op een formaat dat Jasper het in het werkboek kan stoppen.
Gebedsmoment
We worden stil. Er speelt rustige muziek. De kaars in het rouwhoekje wordt aangestoken.
We denken aan de papa van Jasper.
Wie dat wil kan luidop iets zeggen, iets bidden...
Samen bidden we het Onzevader.
5.3.1.5. Dag 4: Voorbereiding van de uitvaart
Meester Lieven vertelt dat de ganse klas morgen naar de uitvaart gaat. Samen met de pastor die de uitvaart zal voorgaan, met de mama van Jasper en Jasper zelf, heeft meester Lieven afgesproken wat de klas zal doen.
Samen zullen ze dit nu voorbereiden.
Na het binnendragen van de kist, de begroeting en verwelkoming,
na het gebed om ontferming en het openingsgebed...
zal meester Lieven aan de mensen in de kerk het verhaal van de wolkenzaal vertellen,
in de versie die de klas samen met Jasper heeft geschreven.
Daarna zal een leerling van de klas een (nieuw gekocht) rugzakje geven aan Jasper.
Deze rugzak zullen ze vandaag vullen met mooie herinneringen aan de papa van Jasper
en met briefjes die zij nu zelf zullen schrijven. We kunnen ook beslissen om wat we reeds geschreven en getekend hebben - en dat nu in de rouwhoek ligt - in de rugzak te stoppen.
Voor de methodiek van het schrijven, verwijzen we naar het boekje 'Waar ben je nu, zie jij me nog?' van Riet Fiddelaers-Jaspers. De kinderen kunnen uitgenodigd worden om vrij, zonder hulp een brief te schrijven aan Jasper.
Soms kan het helpen een bepaalde structuur aan te reiken. Enkele voorbeelden:
Wie klaar is, toont de tekst, brief, het gedicht aan meester Lieven. Daarna kunnen ze het overschrijven op een mooi tekenblad en dit blad ook nog versieren.
Kinderen die liever iets tekenen of met kleuren hun gevoelens uitdrukken, kunnen ook op deze manier iets maken voor de rugzak.
Alle bladen worden in de rugzak verzameld.
5.3.1.6. Dag 5: De uitvaart
De klas gaat samen naar de uitvaart. De ouders die meegekomen zijn, nemen plaats tussen de kinderen. Op deze wijze hebben ze oog voor het verdriet van de kinderen. Letterlijk en figuurlijk kunnen ze de kinderen tot steun zijn. Meester Lieven zit tussen zijn klas. Oogcontact tussen Jasper en meester Lieven is mogelijk.
Meester Lieven brengt het verhaal van de wolkenzaal.
De twee goede vrienden van Jasper brengen de rugzak, terwijl meester zegt:
'Jasper, we geven aan jou een rugzak gevuld met brieven en tekeningen die jou willen steunen en troosten. We hopen dat het mag helpen om deze moeilijke tijd door te komen. Je hoeft je verdriet zeker niet alleen te dragen. We willen je nabij zijn!'
De rugzak blijft gedurende de uitvaart bij Jasper.
Terug in de klas vraagt meester Lieven naar de indrukken, ervaringen, reacties.
Een lange vrije speeltijd waarbij wie dat wil nog even bij meester of bij de zorgcoördinator kan komen, is het enige dat deze voormiddag nog gepland kan worden. Hierbij hebben de twee leerkrachten aandacht voor wie aan de kant staat, voor wie niet aan het spel deelneemt of juist zeer agressief deelneemt.
5.3.1.7. De dag na de uitvaart
Jasper is terug in de klas. Meester vraagt of Jasper nog iets wil vertellen aan de klas over gisteren. Ook de leerlingen krijgen de kans om nog iets te vertellen of te verwoorden.
Het gedachtenisprentje staat in het rouwhoekje.
De kaars wordt aangestoken...
Eén of enkele gebeden uit het rouwhoekje kunnen voorgelezen worden.
Meester zegt dat het verdriet nu niet weg is, maar dat we allen samen willen proberen om wat te werken zoals we dat gewoon zijn te doen.
5.3.1.8. Nazorg...
Een week later stelt meester Lieven voor om met de teksten en gedichten uit het rouwhoekje een troostboek te maken voor Jasper.
Het voorwerp dat Jasper meebracht neemt hij terug mee naar huis.
Het rouwbericht en het gedachtenisprentje blijven in het rouwhoekje staan.
Wanneer de vormselvoorbereiding in de klas ter sprake komt,
wanneer vaderdag nadert,
wanneer de verjaardag van Jaspers papa op een schooldag valt..
probeert meester Lieven een signaal te geven naar de klas en naar Jasper toe zodat de dood van Jaspers papa nog eens ter sprake komt.
5.3.1.9.Terzijde
Wellicht kan er in een taalles of wereldoriëntatie aandacht gegeven worden aan woordenschat/taalbeschouwing in verband met: dood, zelfmoord, zelfdoding, suïcide...:
Deze pagina werd inhoudelijk grotendeels uitgewerkt door Mieke Corneillie.