print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

Van monoloog naar dialoog

Interreligieuze dialoog als weg naar een harmonieuze samenleving

"Zij raakten allen vol van de Heilige Geest
en begonnen te spreken in vreemde talen" (Hand 2:4)

Inhoud

 


Beginsituatie

"Het onderlinge gesprek tussen de wereldgodsdiensten vindt plaats in ons dagblad, op TV en uiteindelijk in ieders hart. Het gesprek is bij ons aan de gang, lang voor de specialisten zich hebben uitgesproken over wat kan en niet kan. We kunnen niet terug: het zal er op aankomen onze identiteit te beleven, niet als het verdedigen van een gesloten burcht of van een bedreigde stad, maar als het creatieve vermogen om in relatie te treden met anderen: dat betekent ook onszelf te verliezen."

B. STANDAERT, De Jezusruimte. Verkenning, beleving en ontmoeting, Ten Have, 2000, p. 222.

Onze hedendaagse samenleving kenmerkt zich door multiculturalisme en religieus pluralisme. Andersgelovigen die vroeger behoorden tot een volstrekt vreemde cultuur, onbereikbaar voor het merendeel van de mensen, maken nu, als gevolg van het globaliseringsproces, deel uit van onze existentiële context. Zo exotisch als de ontmoeting met vreemde culturen en andersgelovigen vroeger vaak werd voorgesteld, zo moeilijk blijkt het echte samenleven met andersgelovige mensen vandaag de dag te zijn. Vreemdheid en andersheid worden immers doorgaans als bedreigend ervaren voor de eigen identiteit. Pluraliteit en multiculturalisme creëren een situatie waarin de eigenheid -de eigen waarden en overtuigingen- lang niet meer zo vanzelfsprekend blijken te zijn. Geweld tussen gelovigen van verschillende religieuze tradities vormen een trieste realiteit. De vraag die ons vandaag uitdaagt luidt als volgt:

'Hoe kunnen we temidden van deze religieuze veelheid mensen worden met een eigen identiteit en betrokkenheid, zonder ons af te sluiten voor de rijkdom van de ander?
Hoe kunnen we jonge mensen, die opgroeien in deze zee van pluraliteit en diversiteit laten opgroeien tot zelfbewuste volwassen, zonder angst voor het andere?
Hoe kunnen we hen leren de wereld met een zoekende en nieuwsgierige houding tegemoet te treden, en hen zo te vrijwaren voor de valkuilen van relativisme enerzijds en fundamentalisme anderzijds?'

In antwoord op deze vraag gaan er meer en meer stemmen op om mensen te initiëren in de dialoog, als enig leefbaar en vruchtbaar alternatief voor angst en conflict. "Iedereen die betrokken is bij het onderwijs aan de jeugd, zal zich zeker bewust zijn van de noodzaak om mensen toe te rusten tot de dialoog." (KARDINAAL FRANCIS ARINZE, Boodschap bij het einde van de Ramadan, Îd al-Fitr, (Vertaling: P. de Die), Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog, 2000, p. 1.)

De ontmoeting en confrontatie met diversiteit en alteriteit stelt de religies en haar gelovigen voor de volgende levensbelangrijke keuze: 'dood of dialoog'. Kiezen voor een politiek van isolatie, is kiezen voor de dood. Kiezen voor de dialoog, is kiezen voor het leven. De hoop om een harmonieus samenlevingsverbond tussen alle mensen te bereiken, ongeacht hun religieuze overtuiging, is gevestigd op de interreligieuze dialoog. De enige mogelijke weg naar het leven, is de dialoog die de andersgelovigen niet automatisch als vijanden en als bedreigingen voor de eigen identiteit benadert, maar als vreemden die we gastvrij moeten (leren) ontvangen en leren kennen.

"De dialoog tussen de beschavingen, de dialoog tussen de culturen, de dialoog tussen de godsdiensten - het zijn niets minder dan ontmoetingen tussen mensen die ernaar streven een beschaving van liefde en vrede op te bouwen. Wij zijn allen geroepen om die dialoog in al zijn verschillende vormen te bevorderen, om zo uiting te geven aan onze waardering voor andere culturen en godsdiensten."
KARDINAAL FRANCIS ARINZE, Boodschap bij het einde van de Ramadan, Îd al-Fitr, (Vertaling: P. de Die), Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog, 2000, p. 1.

De vraag naar een interreligieuze dialoog is, in het licht van de gebeurtenissen van 11 september en haar gevolgen, des te dringender. Zo schrijft De Volder :

"De 11-september-aanslagen en de daaropvolgende criminalisering van de islam, het geweld in het Midden-Oosten en de wereldwijde opstoot van anti-joodse gevoelens, het toenemende aantal conflicten waarin cultuur en godsdienst een rol spelen, alsook de Amerikaanse voorbereidingen voor een nieuwe westerse aanval op een moslimland (Irak) maken de dialoog tussen godsdienstige leiders tot een dringende noodzaak. In Palermo maakte in de toespraken en debatten het diplomatieke taalgebruik alvast plaats voor meer directheid en oprechtheid. Dat komt de dialoog ten goede."
Voor het volledige artikel zie J. DE VOLDER, Dialoog toont weg naar de vrede. Interreligieuze dialoog in Palermo, in , 18 september 2002, 6.

Uit het pleidooi voor de dialoog spreekt het vertrouwen en de hoop dat de bestaande en reële verschillen tussen de diverse godsdiensten en hun respectievelijke gelovigen niet moeten uitmonden in onbegrip, conflict en geweld, maar veeleer bouwstenen kunnen vormen voor een creatieve samenleving en samenwerking.

Ook binnen het leerplan wordt een sterk pleidooi gehouden voor het behandelen van het thema religieus pluralisme vanuit het perspectief van de interreligieuze dialoog:

4 godsdienstonderricht op de wijze van de school
4.3 Communicatief proces in de 5e paragraaf, die begint op p. 13 (bijlage visietekst):
"Daarom leert en bekwaamt het communicatief proces de leerlingen in het hanteren van de christelijke geloofstaal en het zich eigen maken van een woordenschat om de dialoog met andere godsdiensten of levensbeschouwingen aan te gaan."

In de pedagogisch-didactische grondopties en hun implicaties
2.2 Gerichtheid op een (plurale) context in de 1e paragraaf, die begint op p. 29:
"Met het oog op de multiculturele en -religieuze setting van onze samenleving, onze scholen en klasgroepen dienen leerlingen zich gaandeweg te oefenen in de dialoog."

2.2 Gerichtheid op een (plurale) context in de 11e paragraaf, die begint op p. 30:
"In de ontmoeting met andere godsdiensten, worden de eigen belijdenis en haar draagwijdte verrijkt en kan de oproep tot bekering en verzoening nog scherper klinken. De leraar zal zich dus regelmatig dienen te bezinnen over de doelstellingen en de betekenis van de interreligieuze dialoog. Niet alleen zal dit een gedegen kennismaking met andere godsdiensten inhouden, niet alleen zal het het bewustzijn van religieuze en godsdienstige vragen doen groeien en meer aanvaardbaar maken, het zal niet alleen aansporen tot ondermeer dialoog en verdraagzaamheid, het zal ook de identiteit van het christendom beter doen uitkomen of christengelovigen meer doen verankeren in de eigen traditie en gemeenschap."

Beginsituatie voor de leerlingen

Het multireligieuze en multiculturele karakter van onze samenleving kan ook jonge mensen niet ontgaan. Pluralisme doordringt immers alle lagen van de samenleving: de buurtwerking, de jeugdbeweging, de school, enzovoort. De confrontatie roept bij hen wellicht eveneens sterk verschillende reacties op, net zoals bij volwassenen het geval is. Sommigen zullen uitgedaagd en nieuwsgierig zijn naar de gebruiken en (geloofs-) overtuigingen van andersgelovigen. Verschil en verscheidenheid wordt dan ervaren als een verrijking en een bron van rijkdom en niet als een bedreiging. 'Misschien leren we door de ander wel iets over onszelf?' Er zullen ook leerlingen zijn die een louter onverschillige houding aannemen ten opzichte van de hedendaagse situatie van religieuze diversiteit. Anderen zullen het moeilijk hebben om die diversiteit te duiden en een plaats te geven. Velen zullen een houding aannemen die zo typerend is voor de westerse visie op religie: tolerant, zolang het beperkt blijft tot de privé sfeer ('doe wat je wilt, maar laat me gerust'). Anderen zullen trachten een sterke (christelijke of niet-christelijke) identiteit op te bouwen. Soms draait dit uit in een zich afzetten tegen de plurale wereld, in een afzonderings- en oppositiestrategie en in een weren van verdere kritische vragen aan de eigen identiteitHet merendeel van de leerlingen zal wellicht erg relativistische houding aannemen en zeggen dat alle godsdiensten uiteindelijk relatief zijn, want slechts menselijke interpretaties. De grote uitdaging voor elke dialoogpartner is een balans zoeken tussen recht op identiteit en openheid voor andersheid.
Het pluralisme dat zich toont in de samenleving zet zich duidelijk verder in de klas: gelovigen (katholiek, christelijk moslim,…), twijfelende, en ongelovige leerlingen vormen de klasgroep. Binnen de interreligieuze dialoog vind je dezelfde diversiteit terug, met dat verschil dat de deelnemers zich expliciet bekennen tot een bepaalde geloofstraditie. Dit betekent echter niet dat ook zij geen twijfels of vragen hebben. De participanten van de interreligieuze dialoog zijn gelovigen, soms kritisch, soms instemmend, maar altijd zoekend. De dialoog lijkt vandaag de dag het uitgelezen instrument om mensen samen op zoek te laten gaan naar wat hen bezielt en drijft. Identiteit en eigenheid vind je niet opgesloten en afgezonderd van de wereld, maar door en via anderen.

Kardinaal Danneels en jongeren over interreligieuze dialoog 2002-10-18
Kerknet Vlaanderen

BRUSSEL (KerkNet) - Kardinaal Danneels ontmoet aanstaande zondag jongeren met uiteenlopende geloofs- en levensovertuigingen om met hen van gedachten te wisselen over de interreligieuze dialoog. De ontmoeting vindt plaats in het raam van een Focolare-weekend, waarin jongeren van verschillende godsdiensten met elkaar in dialoog gaan. Na de ontmoeting geeft de Belgische kardinaal een persconferentie.

Het initiatief jongeren sluit perfect aan bij de actualiteit. 11 september 2001 en recent nog de bloedige aanslagen op Bali en de Filippijnen stellen telkens opnieuw ook de rol van de godsdiensten in vraag. Zetten godsdiensten aan tot geweld en zijn ze bron van het kwaad? Komt er een botsing van beschavingen? Hoe moet het verder met de dialoog tussen christenen en moslims? En het is duidelijk dat het begrip en het vertrouwen ten opzichte van de islam hoe dan ook een flinke knauw gekregen hebben.
De bijeenkomst wordt gedragen door de jongerentak van de Focolarebeweging, "Jongeren voor een Verenigde Wereld". De beweging werd in 1943 door de Italiaanse Chiara Lubich opgericht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon ze met enkele vriendinnen het evangelie te leven en beleven. Zo ontstond stilaan de Focolarebeweging, die de eenheid centraal stelt. De beweging staat open voor mensen, van alle leeftijden en geloofsovertuigingen – al blijft ze verworteld in de katholieke Kerk, die de beweging in 1962 pauselijke erkenning gaf en in 1999 de statuten goedkeurde. Vandaag is de beweging in 182 landen actief en telt ze 100.000 geëngageerde leden en circa 4,5 miljoen sympathisanten. In België is de beweging sinds 1958 aanwezig en telt er 3500 geëngageerde leden en ongeveer 80.000 sympathisanten. De Jongeren van de Focolarebeweging of 'Jongeren voor een Verenigde Wereld' werken aan een verenigde wereld via verschillende activiteiten en projecten. Zo houden ze, sinds de Golfcrisis, dagelijks een 'time out', die hen wereldwijd verenigt: één minuut van stilte of gebed voor de vrede om klokslag 12 uur 's middags. Via het Verenigde Wereldfonds steunt Focolare ook sociale en ontwikkelingsprojecten in crisisgebieden.
Vooral na de toekenning van de Templetonprijs aan Chiara Lubich in 1977, werden de contacten met moslims, joden, boeddhisten, hindoes, sikhs en animisten verdiept en ging de beweging zich actief inzetten in de interreligieuze dialoog. Sinds 1994 is Chiara Lubich ook erevoorzitster van de Wereldconferentie van de Godsdiensten voor de Vrede (WCRP). In 2001 kreeg ze van hindoevolgelingen van Mahatma Ghandi de prijs 'Verdedigster van de Vrede'. Doorheen de jaren groeiden ook de contacten tussen moslims en christenen en werden er verschillende gemeenschappelijke initiatieven ontwikkeld. Ook in ons land onderhoudt de Focolarebeweging diepe en frequente contacten met de andere hier aanwezige godsdiensten. Uitgangspunt daarbij is het inzicht, dat in vele godsdiensten terug te vinden is, dat je de ander moet behandelen zoals je zelf zou willen behandeld worden. In het Nieuwe Testament werd dit door Jezus vertaald als 'bemin je naaste als jezelf'. Die regel wordt door Focolare de "Gulden Regel" genoemd en is ook het centrale uitgangspunt van de bijeenkomst van dit weekend.
Dit weekend nodigen de jongeren van de Focolarebeweging kardinaal Danneels uit om hem hun vrienden van andere godsdiensten voor te stellen, met hem hun ervaring te delen en van gedachten te wisselen over de universele broederlijkheid. De kardinaal nam de uitnodiging graag aan. Hij zal spreken over de visie van de Kerk op de universele broederlijkheid en ingaan op vragen van jonge christenen én van jongeren van andere godsdiensten en andersdenkenden.

VU-islamoloog pleit voor interreligieuze 'trialoog'

AMSTERDAM (ANP) - Van een echte interreligieuze dialoog is pas sprake als joden en christenen hun gesprekken samen met moslims voeren. De drie groepen hebben elkaar nodig bij de uitleg en toepassing van hun heilige boeken.

Ook kunnen ze elkaar helpen zich te hoeden voor ideologisch misbruik van die geschriften. Dat betoogde de islamkenner dr. A. Wessels, hoogleraar fenomenologie en geschiedenis van de niet-christelijke religies, vrijdag in zijn diesrede ter gelegenheid van het 122-jarig bestaan van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Geen werkelijke dialoog in de stad van vandaag is mogelijk zonder een trialoog", zei hij in zijn voordracht met de titel Moslim in Mokum, tranen van Hagar.

Volgens Wessels zijn de heilige boeken te belangrijk om aan joden, christenen en moslims alléén en los van elkaar overgelaten te worden. Ze moeten elkaars boeken lezen en bij voorkeur met elkaar, aldus de hoogleraar. "Te denken of te beweren dat de ene mens zonder de ander kan, is ten ene male (ook theologisch) onaanvaardbaar", zei hij.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Hermeneutische knooppunten

  1. Een dialogale spanning tussen recht op identiteit en openheid voor alteriteit
    De dialoog kenmerkt zich door een spanningsverhouding tussen recht op identiteit enerzijds en openheid voor andersheid anderzijds. Deze twee schijnbaar contrasterende instellingen onder spanning bij elkaar houden, vormt in zekere zin de grootste uitdaging voor het slagen van de dialoog.

    "Op persoonlijk en psychologisch niveau wordt vaak gezegd dat interreligieuze dialoog enerzijds een houding van volledige openheid naar de ander veronderstelt en anderzijds een totale betrokkenheid bij de eigen traditie. (…) daar waar en houding van volledige betrokkenheid het gevaar loopt de alteriteit van de ander te verwaarlozen, is een volledige openheid dan weer in tegenspraak met de eigen religieuze identiteit en ontneemt het de mogelijkheid zelf ook maar iets zinnigs te zeggen. Een vruchtbare interreligieuze dialoog moet dan ook het midden houden tussen complete openheid en volledige betrokkenheid."
    C. CORNILLE, Mogelijkheidsvoorwaarden voor een interreligieuze dialoog, in B. ROEBBEN (red.), Religieus opvoeden in een multiculturele samenleving, Leuven, 2000, 68.

    De spanningsverhouding tussen openheid voor de ander en recht op identiteit roept heel wat vragen op en zal hoe dan ook erg tegenstrijdige posities oproepen binnen de klasgroep.
    Hoe kan ik open zijn voor de ander zonder mijn eigen identiteit te verliezen? Hoe vormen mensen hun identiteit? In afzondering van anderen? Ervaar ik de aanwezigheid van andersgelovigen als een bedreiging? Of eerder als een verrijking? Hoe ga ik met andersheid en vreemdheid om? Kan de dialoog enkel wanneer je je eigen identiteit al volledig hebt ontwikkeld? Of word je wie je bent in dialoog met anderen?

  2. De bedreigende confrontatie met andersheid en verschil
    De confrontatie met andersheid en vreemdheid is shockerend en wordt vaak ervaren als bedreigend. Vaak ziet men als enige uitweg uit die bedreigende situatie het verminderen van het verschil, het reduceren van het andere tot hetzelfde. Deze reactie kan erg verschillende vormen aannemen. Men kan de ander gewoon proberen te negeren. Of het verschil bijvoorbeeld proberen weg te werken uit de publieke sfeer. De vraag is evenwel wat de weg is naar een harmonieuze samenleving? Volgens sommigen kan vrede en de afwezigheid van conflicten in een pluralistische samenleving enkel gegarandeerd worden vanuit het liberale beginsel van een neutrale publieke sfeer. Particuliere geloofsovertuigingen worden dan getolereerd inzoverre ze tot de privé-sfeer behoren. Anderen -en hier vinden we de pleiters van de interreligieuze dialoog terug- geloven net in de kracht van de diversiteit als bron voor een creatief omgaan met verschil en eventuele conflicten. Door de krachten te bundelen, door af en toe openlijk en in gesprek te botsen, kunnen nieuwe en verrijkende ervaringen opgedaan worden om de moeilijkheden van een multiculturele en multireligieuze samenleving het hoofd te bieden.

     
  3. Het probleem van machtsstructuren binnen de dialoog
    Elke dialoog vertrekt vanuit het ideaal van de gelijkheid van alle participanten. Echter, de facto, blijkt elke dialoog getekend te zijn door machtsstructuren. De agenda van wat zal bediscussieerd worden, wordt dan bepaald en gestuurd door diegene met 'politieke of economische macht'. Wat er gezegd wordt, welke richting het gesprek uitgaat, wat er gehoord en niet gehoord wordt, ligt al te vaak in lijn met de bedoelingen van de machthebbers. De stem van de kleine, de arme en de echte andere wordt genegeerd of ontkend. Deze situatie wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door het feit dat interreligieuze bijeenkomsten erg vaak worden georganiseerd in rijke landen en door rijke landen. Het gevolg is dat religieuze afgevaardigden uit derde wereldlanden vaak niet bij de dialoog aanwezig kunnen zijn wegens financieel niet haalbaar. Hun vragen en bekommernissen, hun visie en aspiraties worden dan letterlijk niet gehoord.
    Een andere vorm van machtsonevenwicht ontstaat door de feitelijke situatie dat de meeste religieuze leiders mannen zijn. Interreligieuze dialoog verwordt dan vaak tot een sterk door mannen gedomineerd discours. Thema's zoals de onderdrukking of achterstelling van vrouwen in en door veel godsdiensten worden vaak niet besproken. Maar ook het feit dat de interreligieuze dialoog vaak gewoon meestapt in de sterk hiërarchische structuur van de godsdiensten en dus vaak een louter gebeuren tussen de religieuze leiders is, wijst op een machtsonevenwicht. De gewone gelovige, de leken en hun geloofsovertuigingen en idealen worden genegeerd. Dergelijke gesprekken kunnen we niet benoemen als een waarachtige en open dialoog. Hier bevinden we ons nog steeds in het tijdperk van de monoloog.

    Eén van de auteurs die sterk de aandacht trekt op de problematiek van de machtsverschillen binnen de dialoog is Paul F. Knitter:
    'Telkens de taal van een burgerlijk discours en van de religieuze dialoog teruggaat op een initiatief van de politieke en economische machtshebbers, dreigt al snel het gevaar dat zulke taal [slechts] een list is om de machtsstructuren in stand te houden. Het discours wordt managerieel- het beheert [zowel] wat bediscussieerd zal worden, als de discussiemethode, en de doelstellingen van de discussie. Wat dus niet past in deze bepalingen wordt beoordeeld als een ontwrichtende belangengroep; in de religieuze dialoog wordt het misschien een gesloten of primitieve of fundamentalistische of polytheïstisch of feministische perspectief genoemd.'
    P.F. KNITTER, Pitfalls and Promises for a Global Ethics, in Buddhist-Christian Studies 15 (1995) 222-229, p. 222.

    Wie bepaalt vandaag de politieke agenda op wereldvlak? Wie wordt er niet gehoord?
    Hoe is dat in de school? Hebben leerlingen een stem in het beleid van de school? Worden ze gehoord door de leerkrachten, of zijn zij slechts de 'leken' voor wie alles beslist wordt? Is jullie school een dialogale school? En de leerkrachten, worden zij gehoord?
    Ook in de klas, in de jeugdbeweging en andere activiteiten ontpoppen zich 'machtspotentaten' die er steeds weer in slagen het gesprek naar zich toe te trekken. Hoe gedraag ik me zelf tijdens een klasgesprek? Hoor ik de andere wel echt?
     

  4. Het probleem van de conflictueuze waarheidsaanspraken
    Hoe ga ik om met religieuze diversiteit? Hoe interpreteer ik het religieus pluralisme? Hoe denk ik over religieuze waarheid en de duidelijke conflictueuze waarheidsaanspraken tussen de verschillende godsdiensten? Zijn alle godsdiensten even waar en werkelijkheidsgetrouw? Of zijn alle religies onwaar, omdat het slechts menselijke interpretaties zijn? Bestaat er slechts één waarheid en één norm of zijn er meerdere wegen naar de waarheid?
    Aansluitend bij de vraag naar de waarheid is er de problematiek van relativisme enerzijds en fundamentalisme anderzijds. Deze zijn als het ware twee zeer extreme vormen om met het gegeven van religieuze diversiteit en pluraliteit om te gaan (of net niet mee om te gaan). In zekere zin zijn zowel het relativisme als het fundamentalisme uitdrukkingen van hoe moeilijk het wel niet is om te leven met mensen die andere overtuigingen hebben. Dialoog vraagt aan de deelnemers het midden te houden in de spanning tussen relativisme en fundamentalisme.

    "Echt pluralisme bevindt zich in het spanningsveld tussen relativisme en fundamentalisme. Het relativisme veegt alle opvattingen op een hoopje: "Het is allemaal eender." Het fundamentalisme beleeft de eigen overtuiging dan weer als de enige ware en ontkent de mogelijkheid van het standpunt van de ander. Beide uitersten zijn elkaars tegengestelde, maar ze hebben ook iets gemeenschappelijks. Er is in beide gevallen geen sprake van echte communicatie met de andere. In het 'echte pluralisme' leiden identiteit en openheid voor de andere tot een machtsvrije dialoog. De openheid voor de andere voorkomt dat de eigen bronnen dichtslibben of dat een traditie verstart. Het gesprek met de andere brengt ons terug tot onze wortels."
    P. MALFLIET, Interreligieus leren in opvoeding en onderwijs. Tussen goeroe en gids in , 9 mei 2001, p.14.
     

  5. Naar een globale ethiek via interreligieuze dialoog?
    Binnen het discours over de interreligieuze dialoog, gaan er steeds meer stemmen op om de interreligieuze ontmoetingen een ethische invulling te geven. Meerdere auteurs houden een pleidooi om uitgaande van de interreligieuze dialoog een verklaring te formuleren betreffende een soort globale ethiek: een ethische verklaring die door alle leiders en gelovigen van de verschillende godsdiensten kan onderschreven worden.
    Moeten alle mensen en religies proberen te streven naar één globale ethiek? Of moet het westen haar ethische normen opleggen? Of is wat juist en onjuist is louter afhankelijk van de cultuur waarin je leeft?
     
  6. Religie een weg naar vrede of conflict?
    De vele religieus georiënteerde of gekleurde conflicten in onze hedendaagse wereld (het conflict in het Midden-Oosten, Noord-Ierland, …) en specifiek denken we aan de gebeurtenissen rond 11 september, maken dat religie vandaag eerder geassocieerd wordt met onvrede dan met vrede, eerder met haat dan met liefde, eerder met geweld dan met pacifisme. Denk jij dat religieuze mensen eerder geneigd zijn tot onverdraagzaamheid, dan niet gelovige mensen. Associeer je religie en geloof met intolerantie en een ongelovige levensvisie met tolerantie. Is de enige weg naar een harmonieuze samenleving de weg van de neutrale publieke sfeer?
     
  7. Spanning tussen dialoog en missie
    Paus Johannes-Pualus was één van de grootste pleitbezorgers van de interreligieuze dialoog. Toch is hij ook iemand die het belang van de missie en evangelisering benadrukt.

    'De interreligieuze dialoog maakt deel uit van de evangelisatiemissie van de kerk. (...) De kerk ziet geen conflict tussen de verkondiging van Christus en het engagement in de interreligieuze dialoog'.
    JOHANNES PAULUS II, Redemptoris Missio, p. 55.

    Volgens de Rooms-katholieke kerk is de belijdenis van Christus uiteindelijk het hoogste doel, alsook de norm voor alle mensen. Vind jij dat deze houding te verzoenen is met de waarde van openheid? Wat betekent openheid dan precies? Mag je binnen de dialoog getuigenis afleggen van je eigen geloof en overtuiging? Mag je anderen proberen te overtuigen van de waarheid waar je achter staat? Is de kritiek op paus Johannes-Paulus II dat hij nooit aan echte dialoog kan doen, omdat hij zo overtuigd is van de waarheid van Christus terecht?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Aanknopingspunten bij het leerplan secundair onderwijs

In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad

3 groepen/gemeenschappen - Ingrediënten
in de 4e paragraaf, die begint op p. 90:
"eenheid en verscheidenheid."


In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO

2 een cultuur van ontmoeten - Terreinomschrijving
in de 1e paragraaf, die begint op p. 110:
"Doorheen een verscheidenheid van ontmoetingen kunnen mensen aan elkaar mens worden."

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO

2 Communicatie van zinvragen - Ingrediënten
"Godsdienstvrede en wereldvrede"
"Theologische perspectieven op oecumene en interreligieuze dialoog"
"De vruchten van de interreligieuze dialoog, wederzijdse bevraging en verrijking"
"Bij enkele levensvragen een veelheid van godsdienstige/levensbeschouwelijke antwoorden, symbolen en rituelen"

In inleiding TSO/KSO (2e en 3e graad)

3 jongeren en geloven - 3.3 Godsdienstles in open dialoog
in de 3e paragraaf, die begint op p. 153:
"Wél kunnen godsdienstleerkrachten streven naar een klimaat waarin zijzelf en leerlingen over en vanuit het christelijk geloof kunnen spreken, en waarin de leerlingen ervaren dat ze vrij zijn om hun eigen levensweg te zoeken, in dialoog met anderen".

Doorzoek het leerplanDoorzoek zelf het leerplan op trefwoorden.

Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan

Door op een trefwoord te klikken, komt u op het resultatenvenster van de zoekopdracht in het leerplan met de bijhorende zoekterm.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Achtergrondinformatie en levensbeschouwelijke basisliteratuur

Interreligieuze dialoog is een complex en veelzijdig fenomeen. Inzicht in de draagwijdte, de doelstellingen alsook de moeilijkheden van de interreligieuze dialoog, vraagt in eerste instantie

  1. een inleiding in de ontstaansgeschiedenis van de interreligieuze dialoog
  2. een uiteenlegging van de drie belangrijkste theologische modellen om de religieuze diversiteit te duiden, met name exlusivisme, inclusivisme en pluralisme
  3. het vestigen van de aandacht op de drie strekkingen van de interreligieuze dialoog: ethische praxis, spirituele ontmoetingen en een dialoog gericht op het ontdekken van religieuze waarheid.

1. De ontstaansgeschiedenis van de interreligieuze dialoog

Een synthese van de wetenschappelijke literatuur voor de leerkracht

'Dialoog is een 'hot topic', een populair thema. Iedereen is voor dialoog, en alles wordt onder de noemer dialoog gebracht.

'Als er één woord is, dat tijdens de laatste twintig jaren een buitengewone ontwikkeling heeft doorgemaakt, dan is het wel "dialoog". Het gebruik [van dit woord] dringt zich op aan alle domeinen van het menselijk bestaan. (...) Wie heeft er tegenwoordig nog niet gehoord van de dialoog tussen de generaties, de dialoog tussen de culturen, de dialoog tussen Noord en Zuid, de dialoog in de onderneming, in de universiteit of in de Kerk, de politieke, economische, wetenschappelijke, therapeutische, oecumenische dialoog, ja zelfs van de dialoog met de computer?
J.C. BASSET, Le dialogue interreligieux. Chance ou déchéance de la foi, Parijs, 1996.

Algemeen worden er drie factoren aangegeven die de recente opgang van de dialoog in het algemene en de interreligieuze dialoog in het bijzonder kunnen verklaren. Deze drie factoren zijn:

  1. De maatschappelijke evoluties: modernisering en globalisering
  2. Inzicht in de beperktheid van alle menselijke kennis
  3. Inzicht in het gegeven dat menswording wezenlijk een relationeel gebeuren is

a) Maatschappelijke evoluties

Modernisering

De erkenning van het waardevolle karakter van de dialoog is historisch gezien een recent fenomeen. Deze recente ontwikkeling vindt vooreerst haar wortels in de moderniteit. De centrale plaats die de dialoog heden ten dage inneemt in ons denken en bestaan, kon slechts werkelijkheid worden door de realisering van de moderne democratische idealen van vrijheid, gelijkheid, tolerantie en autonomie. Slechts dankzij de verwerkelijking van deze ideeën in een moderne democratie, werd het mogelijk de ander te ontmoeten, als iemand die recht heeft op een overtuiging die anders is dan de eigen overtuiging.
De term dialoog, zoals die gehanteerd wordt door de pleiters van de interreligieuze ontmoeting, bestaat derhalve niet in een soort cultureel vacuüm, maar draagt een hele lading van historische vooronderstellingen met zich mee, die haar betekenis en doelstellingen op fundamentele wijze kleuren. In alle definities van de dialoog weerklinken zo, hetzij expliciet, hetzij impliciet de idealen van de moderniteit, met name het recht op eigenheid, respect voor alteriteit, vrijheid van mening, fundamentele gelijkheid van mensen, en tolerantie. In dit perspectief profileert de 'deugd van de dialoog' zich dan ook primair als een reactiewoord. Dialoog verzet zich tegen het monologisch tijdperk, waarin de andersdenkende, of andersgelovige voornamelijk werd benaderd in negatieve termen, als diegene die dwaalde, en moest bekeerd worden.
Eén van de belangrijkste verklaringen voor het uitblijven van de interreligieuze dialoog, lijkt ons, de eeuwenlange onbevraagbare superioriteit van de christelijke religie. Aan deze positie werd een eerste slag toegebracht door het moderniseringsproces. De moderniteit bracht een radicaal secularisatieproces op gang, waardoor de christelijke religie haar prominente rol in de samenleving definitief verloor. In het verleden bood de religie door haar vooraanstaande plaats in de maatschappij vaak een eenheidsperspectief, van waaruit betekenis geven mogelijk werd. In de moderniteit brokkelt deze overkoepelende functie af. De verschillende levensdomeinen, zoals wetenschap, politiek en onderwijs onttrekken zich aan de religieuze sfeer en verwerven zo een grotere vorm van zelfstandigheid.
Niet enkel verliest religie haar functie als overkoepelend zingevingsysteem, sinds de secularisatiebeweging bevindt ze zich eveneens in een positie van principiële bevraagbaarheid. De modernisering gaat immers hand in hand met een fundamentele traditiekritiek. De traditie verliest niet enkel haar vroegere vanzelfsprekende gezag, ze wordt daarenboven ook begrepen als een beperking voor het moderne vooruitgangsdenken. Van het ene perspectief van waaruit de wereld, andere culturen en godsdiensten bevraagd werden, is het christendom geëvolueerd naar een object van bevraging. Deze desabsolutering van het christelijke verhaal, is essentieel gebleken voor het organiseren van de interreligieuze dialoog, waar de gelovigen van verschillende godsdiensten elkaar willen ontmoeten als dialoogpartners, als gelijken. Een dergelijke ontmoeting kon slechts plaatsvinden, wanneer de christelijke religie verplicht werd tot 'troonsafstand', en ook zij bevraagd kon worden.
Het moderniseringsproces leidt uiteindelijk ook tot een verregaande individualisering. 'In dit proces raakt de sociale bedding waarin het individu wortelt, in toenemende mate gedetraditionaliseerd. (...) Traditioneel overgeleverde zekerheden, waarheden en normen worden gerelativeerd'1. De traditie vormt niet langer het vanzelfsprekende identificatiepatroon voor het individu of een groep. Elk individu wordt uitgedaagd de eigen identiteit te vormen. De grondslag voor deze identiteitsconstructie is de persoonlijke individuele keuze en niet de autoriteit van de traditie. Detraditionalisering impliceert een relativering van elke aanspraak op normativiteit. Geen enkele traditie of waarde kan zich nog beroepen op een absoluut karakter. Dit gegeven draagt bij tot de alomtegenwoordigheid van de dialoog. Basset verklaart dit als volgt: "Alles is dialoog omdat alles onderworpen is aan discussie: wat de ouders vroeger beslisten, de leraars onderwezen, de bazen oplegden, de traditie doorgaf, dat alles is nu onderwerp van discussie en tegenspraak. Er is geen enkel woord op zich beschouwd, noch een autoriteit die unaniem erkend wordt". (BASSET, Le dialogue interreligieux, p. 11).

De detraditionalisering en de daarop volgende individualisering hebben eveneens verregaande gevolgen voor de wijze waarop een gelovige zich verhoudt ten opzichte van andersgelovigen. Gelovigen, ongeacht hun overtuiging zijn zoekende mensen op weg naar waarheid, zingeving en hoop. In de interreligieuze dialoog staan gelovigen van de verschillende tradities niet tegenover elkaar, maar vinden zij elkaar in een zelfde moeizame zoektocht naar identiteit en zingeving. De dialoog benadrukt dan ook niet de tegenstelling tussen bijvoorbeeld "christen" en "niet-christen", "boeddhist" en "niet-boeddhist", maar wijst veeleer op de menselijke spirituele zoektocht.

"Als de persoonlijk keuze, en niet langer de autoriteit van de traditie, aan de grondslag ligt van het religieuze engagement, dan volgt daaruit dat de grens tussen "binnen" en "buiten" de neiging heeft wazig te worden in het voordeel van de gemeenschappelijke menselijkheid; er zijn niet aan de ene kant de uitverkorenen en aan de andere kant de massa perditionis van Sint Augustinus, maar [slechts] een gemeenschap van individuen die allen een keuze hebben gemaakt, zelfs al is het niet dezelfde keuze".
BASSET, Le dialogue interreligieux, 247.

 
Globalisering

Bovenstaande omschrijving laat ons toe de modernisering te omschrijven als vruchtbare voedingsbodem enerzijds en noodzakelijke voorwaarde anderzijds voor het ontstaan van de interreligieuze dialoog. Echter, de waarden van de moderniteit, de secularisering en de individualisering kunnen geen afdoende verklaring bieden voor het ontstaan van de interreligieuze dialoog. Het moderniseringsproces en haar waarden vormen ten dele het culturele kader van de dialoog, maar deze omkadering dient aangevuld te worden door een andere culturele beweging, met name de globalisering. Hoewel de moderniteit weerklinkt in alle pleidooien voor de dialoog tussen de gelovigen van de verschillende godsdiensten, is het veeleer de steeds verderschrijdende globalisering, en de daarmee gepaard gaande pluralisering die de vraag naar de interreligieuze dialoog steeds luider en dringender doet weerklinken. De ontmoeting met diversiteit en alteriteit stelt de religies en haar gelovigen, volgens Leonard Swidler voor de volgende keuze: 'dood of dialoog'. Kiezen voor een politiek van isolatie, is kiezen voor de dood. Kiezen voor dialoog, is kiezen voor het leven.
Doorgaans kenmerkt het isolationisme zich door het ontbreken van zowel positieve als negatieve ontmoetingen tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten. Vroeger was het mogelijk, ja zelfs onvermijdelijk voor de meeste mensen om hun leven door te brengen zonder ooit in contact te komen met de overgrote meerderheid van hun medemensen en zonder ook maar het minste besef, laat staan interesse, te hebben voor hun bestaan. Aan deze eilandpolitiek is echter definitief een einde gekomen door de steeds verderschrijdende globalisering.
Sommige landen, culturen en religieuze tradities proberen zich vooralsnog af te zonderen van de rest van de wereld, in de hoop zo hun eigenheid en particulariteit te beschermen tegen de vervaging van de grenzen. Het sluiten van de ogen voor de realiteit van de andere, is hier eerder een angstreactie, een soort wanhoopspoging om temidden van het proces van secularisering, pluralisering en relativering toch nog stand te houden. Hoewel in zekere opzichten begrijpbaar, is zo een attitude tegenover de onmiskenbare andere echter niet zonder gevaar, aangezien angst vaak omslaat in of verwordt tot haat.
"We kunnen de ander niet langer negeren, maar we kunnen wel onze geest sluiten voor hen en hen aankijken met angst en onbegrip. Er kan een afkeer groeien voor de andere en uiteindelijk loopt dit misschien zelfs uit op haat. Dit soort ontmoeting leidt naar vijandschap en uiteindelijk naar oorlog en dood".
SWIDLER, Introduction, in SWIDLER, L. & COBB, J. & KNITTER, P.F. & HELLWIG, M.K. (ed.), Death or Dialogue. From the Age of Monologue to the Age of Dialogue, Londen, 1990, vii-viii, vii.

Het isolationistisch model laat geen ruimte voor interreligieuze dialoog, aangezien er eenvoudigweg geen openheid is voor ontmoeting. Het isolationisme gaat doorgaans samen met een houding van strijdbaarheid en verzet gericht tegen de rest van de wereld evenals tegen de meer gematigden onder hen. Dit model vertaalt zich op religieus vlak vaak in fundamentalisme. Isolationisten vechten tegen de relativering en verbrokkeling van hun eigen identiteit, door terug te grijpen naar die fundamenten uit hun traditie die hun wereldbeeld bevestigen en versterken. Zij strijden voor en onder God tegen al diegenen die hun visie op de wereld niet delen. Deze manier van ontmoeten mondt uit in vijandschap en uiteindelijk dood en oorlog. Wanneer we dergelijke rampzalige afloop van het globaliseringproces en het pluralisme willen vermijden moeten we de weg van de dialoog inslaan.
De hoop om een harmonieus samenlevingsverbond tussen alle mensen te bereiken, ongeacht hun geloofsovertuiging, is gevestigd op de interreligieuze dialoog. De enige mogelijke weg naar het leven, is de dialoog die de andersgelovigen niet benadert als vijanden en als bedreigingen voor de eigen identiteit, maar als vreemden die we gastvrij moeten ontvangen en leren kennen.
Het feit dat de wereld, als gevolg van het globaliseringproces meer en meer als een 'globaal dorp' wordt ervaren, leidt tot het bewustzijn van een gedeelde verantwoordelijkheid voor deze wereld en de mensen die er op leven. Globalisering veroorzaakt globale problemen, die slechts dankzij een globale verantwoordelijkheid op een constructieve wijze kunnen aangekaart en opgelost worden. Alle mensen leven op dezelfde planeet en delen een zelfde verantwoordelijkheid en bezorgdheid om van deze wereld een leefbare wereld te maken. Globalisering en de daarmee gepaard gaande globale problemen, doen meer en meer het besef doordringen dat niet rivaliteit het juiste antwoord is, maar dat mensen moeten leren samenwerken. De aanhangers van de verschillende geloofstradities kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Interreligieuze dialoog kan een hulp zijn in deze opdracht door mensen van verschillende geloofstradities uit te dagen om het perspectief van hun religie aan te wenden om de gemeenschappelijke problemen op te lossen.

b) De beperktheid van alle menselijke kennis

Eén van de belangrijkste structuurmomenten in de ontwikkeling van de interreligieuze dialoog, is echter de zogenaamde 'desabsolutisering van de waarheid'. Mensen maken altijd deel uit van een bepaalde historisch-culturele context, ze behoren altijd tot een bepaalde traditie, waardoor ze fundamenteel gevormd zijn. Het is onmogelijk om zich los te koppelen van deze gesitueerdheid en een soort toeschouwerperspectief in te nemen. Daar het innemen van een neutraal, dit is een alle historische en culturele gegevens overstijgend gezichtspunt niet tot de menselijke mogelijkheden behoort, kan de absolute waarheid nooit bereikt worden. Onze historisch-cultureel bepaalde bril opent enerzijds een wereld van betekenissen, maar tegelijkertijd maakt deze bril ons ook blind voor wat niet binnen ons blikveld valt. De taal is beperkt, ze onthult en verhult tegelijkertijd. Kennen is daarom steeds een spel van aan- en afwezigheid.
Het besef en inzicht in de beperktheid en eindigheid van elk particulier perspectief op de realiteit is een eerste stap in de richting van de openheid op de ander. Zolang mensen, gelovigen, religies vol zijn van de eigen waarheid, en zelfgenoegzaam in zichzelf gekeerd zijn, blijft de dialoog niets anders dan een verre droom. De brug van het monologische tijdperk naar het dialogische tijdperk kan slechts geslagen worden wanneer zich een desabsolutering van de waarheid voltrekt. Het besef van deze beperktheid en eindigheid ligt mede aan de grondslag van het hedendaagse geloof in de interreligieuze dialoog. De dialoog is de mogelijkheid bij uitstek om de grenzen van het eigen verhaal open te breken.

c) De mens als relationeel wezen

Dialoog is altijd in eerste instantie een gebeuren tussen personen, tussen mensen van vlees en bloed. De dialoog tussen de godsdiensten bestaat niet.
Het inzicht dat de mens essentieel een relationeel wezen is, vormt een andere bouwsteen voor de interreligieuze dialoog.2 Niet door opgesloten te blijven in zichzelf, maar door zelftranscendentie naar de wereld en de ander toe wordt de mens mens. De mens ontwikkelt zich pas door uit te staan naar en in relatie te treden met anderen. Niehbuhr formuleert het als volgt:

"Een zelf zijn in de aanwezigheid van andere zelven is geen afgeleide ervaring, maar is oorspronkelijk. Kunnen zeggen dat ik ben, volgt niet uit de stelling dat ik gedachten heb, evenmin uit de stelling dat ik een geweten heb dat de wet erkent. Het is veeleer de aanvaarding van mijn bestaan als tegenhanger van een ander zelf."
R.H. NIEBUHR, The Responsible Self, New York, 1963, 65.

Mensen worden als het ware aan elkaar. Een dergelijke visie op het wezen van de menselijke persoon, leidt doorgaans niet tot een Socratische dialoog, maar veeleer tot een Buberiaanse dialoog.

"Er bestaat geen ik op zich. (...) Ik vervolledig me doorheen het contact met Jij; in het worden van een Ik, zeg ik jij. Elk waarachtig leven is ontmoeting".
M. BUBER, Ich und Du (Werke I) Heidelberg, 1983, 78.

Waar relationaliteit en wederkerigheid in het verleden voornamelijk in negatieve termen werd begrepen, met name als afhankelijkheid en zwakte, wordt de dialogale dimensie van het menselijk bestaan nu erkend als zijnde positief. Het is dit recente inzicht in de relationaliteit van de menselijke persoon dat mede aan de grondslag ligt van de centraliteit van het dialooggebeuren in onze hedendaagse samenleving. De ander is geen bedreiging voor de eigen identiteit. Integendeel, andersheid en vreemdheid zijn de vindplaats van de eigenheid. De ander ontvangen, is altijd een beetje jezelf ontvangen.

2. Verschillende theologische modellen

Is Jezus beter dan Mohammed?

Lieven Boeve en Didier Pollefeyt
Verschenen in De Standaard van 23/08/1999

Naar aanleiding van het wereldcongres van katholieke theologische instituten in Leuven onderzoeken Lieven Boeve en Didier Pollefeyt welke houding christenen moeten aannemen tegenover andere godsdiensten

"Inderdaad, de confrontatie met de religieuze veelheid stelt fundamentele vragen aan de christelijke geloofsreflectie. Wat met de waarheid van de christelijke boodschap in vergelijking met andere religies? Is Jezus Christus kwalitatief anders dan Mozes, Boeddha of Mohammed? Mag missie nog? Zijn verrijzenis en reïncarnatie inwisselbare alternatieven? In de regel onderscheidt men drie posities in deze discussie: exclusivisme, inclusivisme en pluralisme. De realiteit van andere (wereld)religies maakt alvast een exclusivistische opstelling zeer problematisch.

  1. Exclusivisme beweert: alleen wie christen is (en dus bijvoorbeeld niet de boeddhist), wordt gered. Men kan echter vandaag andere religies enkel ten volle waarderen wanneer men ze erkent als principieel volwaardige en onherleidbare religieuze bestaanswijzen. Dit betekent onder meer dat ook de inclusivistische positie onhoudbaar is.
  2. Inclusivisme zegt: als andere religies waar zijn, dan enkel in relatie tot het christendom. Het christendom bezit de volle waarheid, de anderen kunnen erin delen. De goede boeddhist is een (anonieme) christen. Maar niet-christelijke deelnemers aan een interreligieuze dialoog aanvaarden zo'n claim niet. Evenmin zouden christenen aanvaarden anonieme boeddhisten genoemd te worden.Dit betekent zeker niet dat de pluralistische positie zonder meer gelijk heeft.
  3. Pluralisme stelt dat alle religies, hoe divers ook, gelijk zijn: alle religies redden, dat wil zeggen het nettoresultaat is hetzelfde: "heil''. Echter, omwille van de persoonlijke betrokkenheid zijn voor een gelovige de eigen traditie en geloofsgemeenschap nooit zomaar gelijk te stellen aan andere. Een christen is geen boeddhist. Pluralisme slaat gemakkelijk om in relativisme (alles is even waar, dus is niets meer waar). Bij nader toezien neemt het pluralisme de eigen geloofsact onvoldoende ernstig. In deze act bekennen gelovigen zich juist tot iets dat niet te relativeren valt. Dit vormt de grond van hun religieuze waarheidsclaims.

Een van de lessen van de interreligieuze dialoog is precies dat de eigen identiteit niet inwisselbaar is. De pluralistische positie daarentegen meent vanuit een onafhankelijk, neutraal standpunt de waarheid over de religies te kunnen uitzeggen. Ze plaatst zich op het geprivilegieerd toeschouwersperspectief. Maar in de interreligieuze dialoog bestaan alleen deelnemers. Dit vergeten ook de inclusivisten en de exclusivisten. Zij identificeren het christendom met het toeschouwersperspectief. Wat betekent het echter als christenen zichzelf zien als deelnemers aan een interreligieuze ontmoeting en zich niet langer op een bevoorrecht standpunt geplaatst weten? Dit vergt alvast een attitude van bescheidenheid en openheid, omdat het vraagt de particulariteit van de eigen godsdienst in te zien. Dit kan bedreigend lijken. Maar op de keper beschouwd vormt dit de grote kans van de interreligieuze dialoog. Precies door het contact met andere religies leert men het eigene beter kennen, en kan men door het andere zelf verrijkt worden. De interreligieuze dialoog confronteert christenen ook met de schaduwzijden van het eigen verhaal en vraagt soms zelfs om bekering en verzoening. Anderzijds leert men de ander ook maar kennen en begrijpen in relatie tot de eigen traditie. Het doel van de interreligieuze dialoog is immers niet het bekeren van de ander tot het eigen grote gelijk, evenmin als het gezamenlijk ontwerpen van een religieus Esperanto (eenheidsgodsdienst boven alle religies) of het erkennen van een grootste gemene deler. De bedoeling is veeleer dat joden betere joden, boeddhisten betere boeddhisten, en christenen betere christenen worden.

Dit omvat twee samenhangende dimensies:

  1. interreligieuze dialoog kan leiden tot een sterkere verankering in de eigen traditie en gemeenschap;
  2. zonder dat ze totalitair en gesloten worden.

Vrucht van de dialoog is immers ook de ontwikkeling van een gemeenschappelijk religieus-kritisch bewustzijn. Dit wordt enerzijds door vele tradities in dialoog gevoed, maar is anderzijds niet los verkrijgbaar van een eigen traditie. Dit kan de basis vormen voor een samen gedragen verantwoordelijkheid van de religies voor mens en wereld. De ware scheidingslijn binnen de interreligieuze dialoog loopt dan niet langer tussen de verschillende religies onderling, maar tussen totalitaire toeschouwers en bescheiden deelnemers.

De positie van de Rooms-katholieke kerk: een kort overzicht:
Van exclusivisme naar inclusivisme

a) Exclusivisme

Sinds het tweede Vaticaans concilie heeft de Rooms-katholieke kerk haar houding ten opzichte van andere godsdiensten grondig herzien. In het verleden nam de kerk een 'exclusivistische' houding aan ten opzichte van andersgelovigen, welke zijn sterkste uitdrukking vindt in de stelling 'buiten de kerk geen heil'.

'Niemand die zich buiten de katholieke kerk bevindt, niet enkel heidenen, maar ook joden, ketters en schismatici niet, kunnen deelnemen aan het eeuwige leven, zij zullen veeleer naar het 'eeuwigbrandende vuur gaan, dat voor hen werd klaargemaakt door de duivel en zijn engelen', tenzij zij zich voor het einde van hun leven vooralsnog verenigen met de Kerk.'
Concilie van Firenze, 1438-1445.

b) Inclusivisme

Deze overtuiging is echter onverzoenbaar met het theologisch axioma van Gods oneindige liefde voor de mens. Tegenwoordig neemt de kerk een meer gematigde houding aan ten opzichte van de 'niet-christelijke' godsdiensten, welke omschreven wordt als inclusivisme. Daar waar het exclusivisme als bij voorbaat elke waarde van de 'niet-christelijke' godsdiensten ontkent, legt het inclusivisme voornamelijk de nadruk op Gods universele heilswil, en de daaruit volgende overtuiging dat ook niet-christenen kunnen gered worden.

'De katholieke kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en levensregels, die - hoewel in veel opzichten verschillend van wat zij zelf houdt en leert - toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid, welke alle mensen verlicht. Zij echter verkondigt en moet zonder ophouden verkondigen de Christus die is 'de weg , de waarheid en het leven' in wie God alles met zich verzoend heeft.'
Nostra Aetate, Declaratie over de houding van de kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten, in Constituties en decreten van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie (vi), p. 9-10.

c) Veroordeling van het pluralisme

De stelling dat ook niet-christenen 'gered' kunnen worden, betekent, volgens de kerk, echter niet dat alle godsdiensten gelijkwaardig zijn. Het meest recente document van de congregatie van de geloofsleer aangaande de verhouding tussen de verschillende godsdiensten 'Dominus Jesus' is een strenge veroordeling van het pluralisme, dat wel de gelijkwaardigheid van alle godsdiensten verdedigt.

Klik hier voor een vertaling van het volledige document.

3. Verschillende strekkingen

a) De interreligieuze ethische samenwerking

De interreligieuze dialoog is een veelzijdig fenomeen dat zich afspeelt op verschillende domeinen van het gelovige leven. Sommige auteurs pleiten voor een dialoog tussen de godsdiensten die zich in de eerste plaats toespitst op de globale ethische problemen, zoals hongersnood, armoede, maar ook ecologische bedreigingen.

"Als de wereldreligies, met andere woorden, armoede en verdrukking kunnen erkennen als een gemeenschappelijk probleem, als ze kunnen delen in een gezamenlijk engagement (uitgedrukt op verschillende wijzen) om dergelijke kwaad te verwijderen, dan hebben ze een basis gevonden om de [kloof van de] onvergelijkbaarheid en de verschillen te overbruggen."
KNITTER, Toward a Liberation Theology of Religions in KNITTER & HICK, The Myth of Christian Uniqueness, New York, 1987, 178-200, p. 185-186.

 
b) De interreligieuze dialoog: op zoek naar de Waarheid

Andere auteurs leggen eerder de nadruk op het waarheidsstreven dat aanwezig is in alle godsdiensten, en pleiten voor de interreligieuze dialoog als het uitgelezen om de Waarheid op het spoor te komen.

"Uiteindelijk is elke dialoog gericht op de waarheid. Alle deelnemers delen dezelfde passie voor de Ultieme Realiteit, die de bron vormt van hun geloofsleven. Zij zijn er allen op gericht zoveel mogelijk inzicht te verwerven in de Ultieme Realiteit, die ze allen anders percipiëren. Echte engagement voor de dialoog ontstaat wanneer de deelnemers enerzijds waarachtig geloven in de waarheid van de eigen religie, en anderzijds verlangend uitkijken naar wat zij nog kunnen keren van de andersgelovigen."
J.C. BASSET, Le dialogue interreligieux. Chance ou déchéance de la foi (Editions du Cerf 197), Parijs, 1996.

c) De interreligieuze gebedsvieringen

Nog andere pleitbezorgers van de interreligieuze dialoog begeven zich eerder op het spirituele domein van het religieuze leven. We denken hierbij bijvoorbeeld aan interreligieuze gebedsvieringen.

"We hebben hetzelfde doel en dezelfde intentie, maar we bidden op verschillende manieren en respecteren elkaars religieuze traditie", zei de paus. Hij voegde eraan toe dat het gebed leidt tot constructieve dialoog. "Een dialoog waarin iedereen, zonder enige vorm van relativisme of syncretisme, zich meer bewust wordt van de taak om getuigenis te dragen."
(Assisi, 24 januari 2002)

Klik hier voor het volledige artikel.

De gebedsdag voor vrede.

4. Websites

Enkele interessante websites met betrekking tot interreligieuze dialoog:

5. Theologische literatuur

  • K. ALEXANDER, De interreligieuze dialoog, een weg om als christen te groeien, in Catechetische Informatie, sept/okt 1999.

  • C. CORNILLE, Mogelijkheidsvoorwaarden voor een interreligieuze dialoog over God, in B. ROEBBEN (red.), Religieuze opvoeden in een multiculturele samenleving, Leuven, 2000, 59-85.

  • K. JACOBS, De gouden regel. Kunnen religies samenwerken?, in De Morgen, 1999.

  • T. MERRIGAN, Gods heilshandelen in de geschiedenis en de hedendaagse theologie van de godsdiensten, in J. HAERS & P. DE MEY (red.), Volk van God en gemeenschap van gelovigen. Pleidooien voor een zorgzame kerkopbouw, Averbode, 199, 570-584.

  • M. MOYAERT, De interreligieuze dialoog en het pluralisme: droompartners?, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Leuven, 2002.

  • B. ROEBBEN, Interreligieus leren op school. Een tussentijdse godsdienstpedagogische balans, ID., (red.), Religieuze opvoeden in een multiculturele samenleving, Leuven, 2000, 85-103.

  • B. STANDAERT, De Jezusruimte. Verkenning, beleving en ontmoeting, Ten Have, 2000.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Lesimpulsen

1. Werken met teksten

a) Parabel van de olifant en de blindgeborenen

'Toen monniken omwille van deze theologische twisten bij de Verhevene om raad kwamen vragen, vertelde deze het volgende verhaal. Op zekere dag liet de koning van Savatthi alle blindgeborenen uit zijn stad op één plek samenbrengen. Daarna liet hij hen een olifant tonen, waarvan ze elk één lichaamsdeel konden betasten, terwijl hij zei 'dit is nu een olifant'. Enkele blinden betastten de kop, anderen een oor, nog anderen een slagtand, de slurf, de romp, een poot, het achterwerk, de staart, het behaarde uiteinde van de staart. Daarna vroeg de koning aan de blindgeborenen hoe men zich een olifant moest voorstellen. Wie de kop betast had, zei dat een olifant eruit zag als een grote ketel. Wie het oor had, leek de olifant op een mand om het koren te zeven; wie de slagtand had, op een ploegschaar; wie de slurf had, op een stang aan de ploegschaar; wie de romp had, op een graansilo; wie een poot had, op een peiler; wie het achterwerk had, op een stuk geschut; wie de staart had, op een knuppel; wie het uiteinde van de staart had, op een bezem. Omdat de blinden het onder elkaar hoegenaamd niet eens konden worden over hoe een olifant werkelijk eruit zag, raakten ze tot ontsteltenis van de koning slaags. En de Verhevene voegde aan dit verhaal toe dat het in de theologische scholenstrijd er op dezelfde manier aan toe gaat: omdat ze blind zijn, begrijpen de brahmanen en asceten niet waar het op aankomt en kunnen ze waarheid niet van onwaarheid onderscheiden. Ze bestrijden elkaar omdat ze enkel één deel zien en geen oog hebben voor het geheel.'

Interpretaties

Theologen die deze parabel gebruiken om de verscheidenheid, verdeeldheid en strijd onder de godsdiensten te verbeelden, identificeren deze godsdiensten met de blindgeborenen die elkaar te lijf gaan omdat hun religieuze visies elkaar uitsluiten. Een ketel is nu eenmaal geen ploegschaar, en een ploegschaar geen zuil. In zoverre illustreert de parabel de religieuze strijd. Maar ze doet meer dan dat.
Niet alleen evoceert de parabel de onverzoenlijke verscheidenheid, maar ze biedt ook een uitweg.
Meer nog: ze levert inzicht in het ware wezen van de godsdiensten; wie tot dit inzicht komt, doorziet de zogenaamde strijdige religieuze veelheid.

Drie interpretaties

  1. Het spreekt inderdaad vanzelf dat het verhaal van wie de slurf beet heeft, volstrekt anders klinkt dan het verhaal van wie een poot, een slagtand, de romp of de staart betast. Maar alle verhalen zijn uiteindelijk even waar en werkelijkheidsgetrouw; en, wat meer is, wie alle verhalen beluistert en ze naast elkaar legt - of beter nog: wie de blindheid overwint of, zoals de koning, niet blind is -, zal uiteindelijk toch weten dat het eigenlijke verhaal over een olifant gaat.
    Alle godsdiensten zijn waar, zij het slechts voor een deel. Zij zijn deelwaarheden, delen van het echte verhaal dat enkel voor zienden duidelijk is. Godsdiensten verhouden zich aldus tot elkaar als delen van een universele religie - zoals de lichaamsdelen zich verhouden tot de olifant.
  2. Een andere interpretatie van de parabel houdt het erop dat de vele godsdiensten, naar analogie met de verscheidenheid binnen het christendom, uiteindelijk slechts confessies zijn van dezelfde eenheidsgodsdienst.
  3. Een laatste uitleg, in de lijn van de vorige verklaring, zou erin bestaan dat alle godsdiensten dogmatiseringen zijn van een zelfde religieuze ervaring: de universele godsdienst die achter alle andere godsdiensten steekt, heeft dan ook geen leerstellig, maar een louter mystiek karakter.

Belangrijke vraag:

Is het echter wel zo dat een optelsom van de religieuze verhalen een religieus metaverhaal oplevert? Een verhaal dat dan de taal van God zou spreken? Het tegendeel lijkt het geval te zijn. De vele religieuze verhalen vertonen onverzoenbare verschillen en verhouden zich niet als aanvulling op elkaar, als fragmenten van een reconstrueerbaar origineel, of als verschillende versies van hetzelfde. Bovendien: wie biedt de criteria om de godsdiensten zo om te smeden dat deze ene godsdienst gestalte kan krijgen?

 
De positie van het christendom volgens de parabel

Deze parabel biedt de christelijke theoloog twee wijzen om het eigen christelijk verhaal te positioneren. In de eerste plaats kan hij of zij zich herkennen als één van de blindgeborenen. Dit zou betekenen dat hij poogt zich van zijn blindheid te ontdoen en zich bewust wordt van het slechts partiële waarheidsgehalte van de christelijke godsdienst. Op zoek naar de volle waarheid kan de theoloog daarna twee zaken doen: of hij of zij gaat het eigen christelike verhaal grondig relativeren in functie van de eenheidsreligie die van een kwalitatief hoger gehalte is; of hij of zij poogt elementen uit het eigen verhaal aan te vullen met elementen uit andere religieuze vehalen. Beide posities nemen het christelijke verhaal niet au sérieux. Bovendoen zijn geen aanwijzingen gegeven over de aard van de te ontdekken of construeren eenheidsreligie, zeker niet in onze door radicale pluraliteit getekende postmoderne tijd. Wat blijft er voor de religieuze mens na de radicale relativering van de godsdiensten dan nog over?
Maar ten tweede kan de theoloog zich ook geroepen weten zich te identificeren met de figuur van de koning uit de parabel en dus niet met de blindgeborenen. De koning is inderdaad onthutst over de vechtpartij onder de blinden, maar wellicht ligt dat aan het feit dat hij reeds vanaf het begin heel goed weet en ziet dat hun twist over de olifant gaat. De verwarring van de koning is de verwarring van diegene die op de positie van de waarheid staat, op de positie van de universele eenheidsgodsdienst, en die toekijkt hoe de volle waarheid verbrokkeld en vertrapt wordt door de andere godsdiensten. Ook deze koning heeft twee opties: of hij keert zich minachtend van het gebakkelei af en veroordeelt de andere godsdiensten als onwaar met als criterium de eigen uinverseel-geachte christelijke godsdienst (exlusivisme); of poogt de (waarheid van de) godsdiensten te gaan duiden als delen van de (waarheid van de) eigen alomvattende christelijke godsdienst (inclusivisme). In tegenstelling tot daarstraks neemt het christelijk verhaal zich hier duidelijk heel ernstig, wellicht te ernstig, en laat zo goed als geen ruimte voor de andere godsdiensten. Het christendom werpt zich op als universele metagodsdienst.
L. BOEVE, Onderbroken traditie. Heeft het christelijk verhaal nog toekomst, Kapellen, 1999.

Zie ook didactische suggestie 2

b) Parabel van de ring

In het grijze verleden leefde eens een man met een prachtige ring. Van die ring ging een bijzondere kracht uit. De drager van die ring was geliefd bij God en mensen. Geen wonder dat die ring nooit werd afgedaan. Hij werd van vader op zoon doorgegeven; telkens aan de zoon die de vader het liefste was. Zo kwam de ring tenslotte in het bezit van een vader van drie zonen. Hij hield van alle drie zijn zonen evenveel. Daarom beloofde hij aan elke zoon de ring, zonder dat zij het van elkaar wisten. Omdat hij zijn woord niet wilde breken, gaf hij in het geheim een kunstenaar de opdracht de ring na te maken. Zo kreeg hij drie dezelfde ringen die zo op elkaar leken, dat de vader de originele ring niet meer kon onderscheiden. Bij zijn sterven overhandigde hij zijn zonen afzonderlijk een ring. Na zijn dood kregen de broers de grootste ruzie. Geen van hen kon aantonen, dat hij de bezitter was van de echte ring met de bijzondere kracht. Daarom gingen ze naar de rechter en beschuldigden elkaar van vals spel. De rechter verbaasde zich over hen. Als ieder meende de ring met de bijzondere kracht te bezitten, hoe konden ze elkaar dan voor bedriegers uitmaken? De rechter vermoedde dat de originele ring kwijtgeraakt moest zijn. Om het verlies goed te maken had hun vader drie nieuwe ringen laten maken. Of misschien was de vader de tirannie van die ene ring wel zat. In elk geval moest hij zijn drie zoons allemaal even lief gehad hebben. Hij had de een niet willen voortrekken voor de ander. De zoons zouden er derhalve goed aan doen vanuit diezelfde, zachtmoedige, verdraagzame en weldadige liefde te leven. Vertrouwend op Gods hulp moesten zij de kracht van de ring waarmaken. En als de kracht van de ring zich bij hun kindskinderen mocht openbaren, dan waren zij over duizend-duizend jaren opnieuw welkom voor zijn rechterstoel. Alleen zou er dan een andere rechter op zitten...

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

2. De decaloog van de dialoog

Eén van de grote voorvechters van de interreligieuze dialoog is Leonard Swidler. Hij ontwikkelde een decaloog van de interreligieuze dialoog, welke 10 grondregels voor het welslagen van de interreligieuze ontmoeting bevat. We geven hieronder een compilatie en vertaling weer van Swidler's decaloog.

Klik hier voor de Engelstalige, oorspronkelijke tekst.

Als essentiële vooronderstelling, nog voorafgaandelijk aan zijn decaloog, refereert Swidler aan Eric J. Sharpe, die 'de bereidheid om te luisteren naar de ander in diens alteriteit, als voorwaarde voor de dialoog vooropstelt'3 Deze stelling verbiedt de dialoogpartners naar elkaar te luisteren met als enige bedoeling een tegenantwoord te formuleren. De luisterbereidheid die gevraagd wordt door de houding van openheid, eist van de luisteraar een stilte in zichzelf, zodat de woorden van de gesprekspartner echt kunnen doordringen. Hier proberen de gesprekspartners de woorden van de andersgelovige niet te weerleggen of tegen te spreken. Evenmin trachten de deelnemers de overtuigingen van de ander te recupereren als gelijk aan de eigen positie. Hier kan de enige doelstelling inzicht zijn.

  1. De eerste regel verwijst naar het primaire doel van de interreligieuze dialoog, met name 'leren en groeien in de perceptie van de werkelijkheid en overeenkomstig deze nieuwe inzichten handelen'.
    De verschillende deelnemers komen naar het dialoogforum met als eerste bedoeling te leren van de ander, zodat het inzicht in de complexe werkelijkheid groter wordt. Eenmaal deze nieuwe inzichten als het ware geïnterioriseerd zijn, moeten de deelnemers overeenkomstig ook hun handelen aanpassen.
     
  2. De tweede regel stelt dat interreligieuze dialoog noodzakelijkerwijs een wederzijds gebeuren moet zijn.
    Deze wederzijdsheid heeft niet enkel betrekking op het dialooggebeuren tussen verschillende geloofsgemeenschappen, maar moet ook intern verdergezet worden. Slechts op die manier kan iedereen delen in de vruchten van het dialoogproces.
     
  3. De derde regel stelt dat iedere deelnemer naar de dialoog moet komen met totale eerlijkheid en ernst.
    Dit betekent voor Swidler dat men naar het dialogale forum komt vanuit het verlangen van de ander te leren, en niet vanuit de drang de andere te bekeren of te overtuigen van de normativiteit van het eigen perspectief. Een dergelijke houding zou immers een einde maken aan het vertrouwen tussen de gesprekspartners. Uiteindelijk steunt de dialoog op een vertrouwensrelatie. Wanneer het vertrouwen geschonden wordt, zal verder dialogeren zinloos zijn.
     
  4. Ook de vierde regel heeft betrekking op het eerlijk verloop van de dialoog. In de interreligieuze dialoog moeten we onze idealen met de idealen van onze partner vergelijken en onze praktijken met de praktijken van onze partner.
     
  5. De vijfde regel geeft aan iedere deelnemer van de interreligieuze dialoog het recht zich zelf te definiëren.
    Het forum van de dialoog moet tijd en ruimte bieden aan alle participanten om zichzelf en datgene waarin zij geloven uiteen te leggen in hun eigen woorden en categorieën. Dit proces van zelfdefiniëring is geen statisch gebeuren, maar zal evolueren doorheen de dialoog, aangezien, de confrontatie met anderen de eigen identiteit uitdaagt, verandert en verdiept. De andere deelnemers kunnen slechts interpreteren wat de persoon in kwestie bedoelt.
     
  6. De zesde regel verbiedt de participanten naar het dialoogforum te komen met al te sterke overtuigingen over meningsverschillen.
    De dialoogpartners moeten trachten zoveel mogelijk overeenkomsten en overeenstemming te vinden, zonder evenwel de integriteit van hun eigen traditie en geloofsovertuigingen aan te tasten.
     
  7. De zevende regel stelt dat de dialoog enkel plaats kan vinden tussen gelijken. Echte dialoog vraagt een relatie van symmetrie tussen de deelnemers.
    Dit betekent in concreto dat een asymmetrische leraar-leerling relatie geen grond voor dialoog kan zijn.
     
  8. De achtste regel eist wederzijds vertrouwen tussen de partners als basis van de dialoog.
    Om het vertouwen niet te veel onder druk te plaatsen, is het belangrijk de moeilijkste problemen en meningsverschillen in eerste instantie uit de weg te gaan. Men doet er beter aan te zoeken naar kwesties die wijzen op een gemeenschappelijke grond, en dit met het oog op het bevorderen van het vertrouwen tussen de dialoogpartners.
     
  9. De negende regel veronderstelt van iedere deelnemer een zelfkritische houding met betrekking tot de eigen geloofstraditie en overtuigingen.
    Met een dergelijke zelfkritische houding geeft men te kennen dat de eigen traditie niet volkomen is, en dat men nog veel kan leren van anderen.
     
  10. De tiende regel stelt als ideaal voorop dat men de geloofsovertuigingen van de dialoogpartner van binnenuit leert kennen.
    Dit vraagt om een perspectiefwisseling.

Zie ook didactische suggestie 3.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

3. Werken met beeldmateriaal

a) Video Braambos

Raimon Panikkar. Interview door Lucette Verboven. 45 minuten, Ktro-Kro, Braambos, 1998:

"Ik ben als christen op zoek gegaan, heb mezelf als hindoe gevonden en keer terug als boeddhist, zonder te zijn opgehouden met christen-zijn", aldus R. Panikkar in gesprek met Lucette Verboven. Deze nu bijna 80-jarige zoon van een Indische vader en een Catalaanse moeder, doctor in de scheikunde, filosofie en theologie, pendelde heel zijn leven tussen Amerika, Europa en Indië, waar hij zijn wortels vond. Als hoogleraar in de V.S. en India schreef hij meer dan 40 boeken en werd bekend als autoriteit op het gebied van de dialoog tussen oost en west, tussen hindoeïsme, boeddhisme en christendom, tussen wetenschap, filosofie en theologie. (coproductie KTRO-KRO)"

 
b) Video Via Mystica

De nieuwe onschuld. Portret van theoloog R. Panikar over interreligieuze dialoog, 54 min., Ikon, Hilversum, 1997.

Leen deze video uit via Obed

 
c) Perspectiefwisseling: het zich inleven in de andere
    Film Left Luggage

Een belangrijk aspect binnen de interreligieuze dialoog, is de mogelijkheid om van perspectief te wisselen. De dialoogpartners moeten zich als het ware kunnen inleven in het perspectief, de geloofsovertuigingen en de levenswijze van de andersgelovigen. Dit betekent niet dat men het helemaal eens moet zijn met de andersgelovige, wel dat men zich tracht in te leven in diens waarheid. Een dergelijk inlevingsvermogen leren jongeren niet in de eerste plaats door informatieve lessen over een andere godsdienst, maar door een introductie in levende verhalen die de verbeeldingskracht stimuleren en het mogelijk maken zich te identificeren met een volstrekt vreemd en ander perspectief.

"In die zin presenteert het godsdienstvak zich tegelijk als een algemeen en als een praktijkvak. Algemeen vak om het levensbeschouwelijke benadering van de werkelijkheid fundamenteel deel moet uitmaken van de algemene vorming van alle leerlingen. Praktijkvak omdat veel meer dan leren, de eigen vaardigheid tot dialoog beoogd wordt: dialoog met eigen levensbeschouwing, met die van anderen en van eerdere generaties. Die vaardigheid leren leerlingen niet door hen allereerst te laten verdrinken in de eigen (vermeende godsdienst), en evenmin door hen allereerst inleidende en sterk gestructureerde cursussen over andere godsdiensten of levensbeschouwingen te geven. Een belangrijke stap dient eerst te gebeuren: hun eigen narratief en biografisch perspectief in voeling brengen met het narratieve en biografische perspectief van anderen. Films waarin mensen ingebed liggen in hun godsdienstige context, en die context als bevorderlijk of remmend voor hun eigen artikel ervaren, vormen een uitstekend middel om beide perspectieven bij elkaar te brengen. (…) Het gaat niet om leren met beelden, maar om leren door beelden. Beter gezegd: de beelden zijn door mij heen gegaan. In een eerste faze hebben ze mijn gevoel geraakt. In een tweede faze begrijp ik dat zij zelf reeds een visie bevatten, die ik misschien verder moet bestuderen en die in dialoog wil komen met mijn visie en met de visie van medekijkers.
(…) Het voordeel van een goedgemaakte religieuze film (bv. Left Luggage) is dat de personages de levensbeschouwing waarmee ze door omstandigheden in contact komen, zelf als een probleem of knooppunt ervaren. De kijker maakt van nabij het conflict mee dat het personage beleeft in zijn noodzakelijke ontmoeting met de vreemde wereld van de godsdienst van het andere personage, dat op zijn beurt in conflict komt met zijn eigen referentiekader. De personages zelf leren interreligieus en brengen de interreligieuze dialoog opgang. Vaak heen en weer geslingerd tussen hun gevoelens van afstand en nabijheid, leren ze gaandeweg het vreemde minder vreemd vinden en respect opbrengen voor de ander.
"
R. SLEDSENS, Interreligieus leren door Film, in B. ROEBBEN (red.), Religieus opvoeden in een multiculturele samenleving, Leuven, 2000, p. 135-144.

      Een korte filmbespreking

      Zie ook didactische suggestie 4.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

4. Kerkelijke visie in de spanning tussen missie en dialoog

Citaat uit 'Dominus Jesus': een sterk pleidooi voor de missie en evangelisering en een sterke veroordeling van het pluralistisch paradigma

'De Heer Jezus gaf, voordat Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen de opdracht het Evangelie te verkondigen aan de hele wereld en alle volken te dopen: "Ga uit over de hele aarde en verkondig het Evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal gered worden, wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Mc. 16,15-16). "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, onderwijst alle volken en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert hun te onderhouden alles wat Ik u geboden heb. Zie, Ik zal met u zijn alle dagen tot aan het einde van de wereld" (Mt. 28,18-20; vgl. Lc. 24,46-48; Joh. 17,18; 20,21; Hand. 1,8).'

Een vertaling van het volledige document

Paus Johannes-Paulus II en de interreligieuze dialoog

Het document 'Dialogue and Proclamation. Reflections and Orientations on Interreligious Dialogue and the Proclamation of the Gospel of Jesus Christ' van THE PONTIFICAL COUNCIL FOR INTERRELIGIOUS DIALOQUE handelt over de plaats van de interreligieuze dialoog in de missioneringopdracht van de kerk. Dit document definieert de dialoog tussen de godsdiensten als volgt:

"In de context van religieuze pluraliteit, betekent dialoog "alle positieve en constructieve relaties met individuen en gemeenschappen van andere geloofsovertuigingen die gericht zijn op wederzijds begrip en verrijking, en dit in gehoorzaamheid aan de waarheid en met respect voor vrijheid".
PONTIFICAL COUNCIL FOR INTERRELIGIOUS DIALOGUE AND THE CONGREGATION FOR THE EVANGELIZATION OF PEOPLES, Dialogue and Proclamation. Reflections and Orientations on Interreligious Dialogue and the Proclamation of the Gospel of Jesus Christ, in W. R. BURROWS (ed.), Redemption and Dialogue. Reading Redemptoris Missio and Dialogue and Proclamation, Maryknoll, 1991, 96.

Verder onderscheidt dit document vier mogelijke vormen van interreligieuze dialoog.4
Ten eerste onderscheidt dit document de dialoog van het leven, waar mensen leven in een open en broederlijke geest, en hun plezier en verdriet, hun menselijke problemen en zorgen delen.
Ten tweede, is er de dialoog van de actie, wanneer christenen en andersgelovigen samenwerken voor integrale ontwikkeling en bevrijding van mensen.
Ten derde, wijst Dialogue and Proclamation op de dialoog van de theologische uitwisseling.
En tot slot is er de dialoog van de religieuze ervaring, waar mensen van verschillende tradities hun spirituele rijkdommen delen, door bijvoorbeeld gebed of meditatie.

Paus Johannes-Paulus II begrijpt de dialoog tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten niet enkel ter bevordering van de vrede. De dialoog wordt eveneens geïnterpreteerd als een middel om de andersgelovige beter te leren kennen. Daarbij houdt de Rooms-Katholieke kerk aan de volgende 'richtlijnen':

'Respect voor het persoonlijke geweten, het afwijzen van alle vormen van dwang of discriminatie betreffende geloofszaken, vrijheid om de eigen religie te praktiseren en er getuigenis over af te leggen, evenals de appreciatie en waardering van alle waarachtige religieuze tradities'.5

M. MOYAERT, De interreligieuze dialoog en het pluralisme: droompartners?, Leuven, 2002.

Zie ook didactische suggestie 7

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

5. Interreligieuze kalender: een frisse kijk op religieuze diversiteit

Multifaith Calendar: een visueel overzichtelijke kalender, met per godsdienst aanklikbare aanduidingen van feestdagen.
(Klik op 'Launch the calendar' om die te starten).

Interfaith Calendar: een overzicht per maand van alle feestdagen in de belangrijke godsdiensten.

  • Hier kunt u werken met een multireligieuze kalender, die de diversiteit van de godsdiensten visueel verduidelijkt aan de hand van hun verschillende feestdagen.

  • Deze kalender laat letterlijk zien dat de religies niet zomaar 'op elkaar passen'.

  • Deze kalender laat de religies in hun particulariteit zien.

  • Verder wordt hierdoor ook duidelijk dat het proberen vormen of poneren van een allesomvattende éénheidsreligie niet strookt met de religieuze werkelijkheid.

  • De religies worden op deze kalender letterlijk naast elkaar geplaatst en dus op verregaande wijze gerelativeerd.

 
Ook Kerkwerk Multicultureel Samenleven heeft een interreligieuze jaarkalender 'Feesten met de buren' die in gedrukte vorm besteld kan worden voor 7,5 euro.

Het bestelformulier

Meer informatie over de kalender vindt u hier. U kan ook contact opnemen met Kerkwerk Multicultureel Samenleven:
   Huidevettersstraat 165 - 1000 BRUSSEL
   kms@broederlijkdelen.be
   tel: 02/502.11.28 fax: 02/502.81.01

Naast deze interreligieuze jaarkalender heeft Kerkwerk Multicultureel Samenleven ook kleurige wenskaarten voor gelukwensen bij het einde van de ramadan of bij andere gelegenheden. Het overhandigen van deze kaart aan de moslims die u kent, is een klein maar erg betekenisvol gebaar. Door de gelukwensen die u aanbiedt aan het einde van de ramadan, levert u een concrete bijdrage aan het opbouwen van goede relaties tussen christenen en moslims.

Meer informatie hierover en mogelijkheid tot bestellen

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

6. Impulsen bij de drie vormen van interreligieuze dialoog

a) Ethische praxis - Naar een globale ethische verklaring

De volledige Engelstalige tekst

Deze tekst is spijtig genoeg enkel in het Engels beschikbaar. We geven hieronder enkele van de belangrijkste principes weer.

"De religies hebben diepgaande antwoorden op fundamentele menselijke ethische vragen. Maar ze kunnen niet langer in een veelheid aan verwarrende tongen hierover spreken. Er moet gestart worden met een wereldwijde dialoog, een globale dialoog, die zal leiden tot het ontwikkelen van een minimale consensus over een globale ethiek."
SWIDLER & MOZJES, The Study of Religion in an Age of Global Dialogue, p. 179.

Uiteindelijk moeten we, volgens Swidler, komen tot één ethiek, die de leidraad zal zijn voor het ethisch handelen van alle mensen. Een belangrijke aandachtspunt in de ontwikkeling van een soort consensus model, vormt de keuze van de taal. De verklaring van de globale ethiek moet opgesteld worden in een taal die herkenbaar en aanvaardbaar is voor alle mensen. Derhalve dient ze, volgens Swidler, uit te gaan van een antropocentrisch fundament.
Het fundament van de globale ethiek is de 'gulden regel': 'behandel mensen zoals ge zelf behandeld wilt worden'. Een ethisch ideaal dat, volgens Swidler, in alle godsdiensten terug te vinden is.
Swidler concretiseert deze gulden regel in acht basisprincipes en acht middenprincipes. We geven hieronder zijn acht basisprincipes weer.

  1. Het eerste principe van de globale ethiek is het recht op vrijheid dat de essentie uitmaakt van elke mens. De rechten van andere personen en het vereiste respect voor levende en niet-levende zaken vormt de grens van de menselijke vrijheid.
  2. Het tweede principe poneert de gelijkheid van alle mensen, en besluit daaruit dat mensen steeds als een doel, en nooit als een middel mogen behandeld worden.
  3. In derde instantie besteedt de verklaring aandacht aan de niet-menselijke wezens en de niet-levende zaken. Hoewel deze minder intrinsieke waarde hebben dan mensen, bezitten ze desondanks intrinsieke waarden, en hebben ze recht op respect.
  4. Het vierde principe wijst op het feit dat mensen zich zelf verbinden met wat zij ervaren als goed. Meestal trachten zij het goede niet enkel na te streven voor zichzelf, maar ook voor familie en vrienden. 'Dit beminnende en beminde zelf moet zijn natuurlijke expansie en transcendentie verder uitbreiden naar de gemeenschap, de natie, de wereld en de kosmos'.6
  5. Het vijfde principe stelt dat echte menselijke liefde eigenliefde en naastenliefde op zodanige manier combineert dat deze allesomvattend wordt. Dit inclusieve karakter van de liefde moet erkend worden als een actief principe in de persoonlijke en globale interactie.
  6. Het zesde principe wijst er op dat we diegenen waarvoor we verantwoordelijk zijn, moeten helpen. Ook diegenen waarvoor we geen verantwoordelijkheid hebben, moeten we helpen, indien ze zich in een situatie bevinden waarin ze zichzelf niet kunnen redden.
  7. Het zevende principe stelt dat alle mensen het recht hebben om hun religie of geloofsovertuigingen voor waar te houden, en elke religie of overtuiging heeft recht op vrijheid en respect.
  8. Tot slot, stelt de verklaring dat de dialoog een uitstekend medium is om enerzijds de eigen geloofsovertuigingen te verdiepen en anderzijds te werken naar een steeds verderschrijdende consensus.

Een kritiek op Swidlers globale ethische verklaring:

"Volgens mijn lezing is Swidler's verklaring Westers gekleurd."
S. KING, A Global Ethic in the Light of Comparative Religious Ethics, in S.B. TWISS & B. GRELLE (ed.), Explorations in Global Ethics. Comparative Religious Ethics and interreligious Dialogue, Westview, 1998, 118-140, 123.

Zie ook didactische suggestie 6

b) Interreligieuze spirituele bijeenkomsten

Een ketting van gebed en licht uit liefde voor Israël en Palestina
beter een kaars van hoop aansteken dan de duisternis te vervloeken

Van 8 tot en met 15 april 2002 heeft een internationale vredespelgrimage plaats naar Israël-Palestina. Dit initiatief wordt gedragen door Pax Christi Internationaal, de Internationale Beweging voor Verzoening (MIR-IFOR) en diverse geweldloze christelijke gemeenschappen. Diep geraakt door de tragische situatie, het geweld en het lijden van beide volkeren wil deze pelgrimage een teken van solidariteit en hoop zijn.

De Latijnse patriarch van Jeruzalem Michel Sabbah die tevens voorzitter is van Pax Christi Internationaal deed eind vorig jaar een oproep:

"Honderdduizenden pelgrims kwamen in het verleden naar de heilige plaatsen om hun geloof te verdiepen. Moeten we vandaag deze kracht niet inzetten voor een moedig getuigenis voor vrede, nu in het heilig land zo verschrikkelijk wordt geleden? Waarom komen hier geen duizenden vredespelgrims, uit liefde voor Israël en Palestina, om de barrières te overstijgen en zo de hoop op vrede te versterken. Kunnen wij, als wij geen offers aanvaarden, getuigen zijn van de vrede van Jezus? Een nieuwe vorm van pelgrimages moet mogelijk zijn…"

De deelnemers aan de pelgrimage willen aan deze oproep beantwoorden. Zij zijn overtuigd dat de actieve geweldloosheid de enige kracht is die een waarachtige en duurzame vrede tot stand kan brengen. Dit houdt in:

  • rechtvaardigheid voor het Palestijnse volk in een eigen staat, vrij van iedere bezetting;
  • veiligheid voor het Israëlische volk zonder bedreiging en vrees;
  • eerbied voor de mensenrechten voor alle burgers;
  • een toekomst die openstaat voor de mogelijkheid van vergeving.

Hildegard Goss-Mayr, die deelnam aan de internationale vredespelgrima in Israël-Palestina dit jaar en ere-voorzitster is van IFOR, zal op 26 februari 2003 in Leuven een toespraak houden tijdens een (internationaal) colloquium, georganiseerd door Centrum voor Vredesethiek en Pax Christi Vlaanderen.

Zie ook deze pagina

c) Interreligieuze dialoog en de waarheid

"een werkelijke dialoog is slechts mogelijk, wanneer de gesprekspartners waarachtig open staan voor elkaar en beseffen niet zelf de waarheid in pacht te hebben. 'Elke waarheid heeft immers drie kanten: de mijne, de jouwe en de juiste. En zolang we blijven inzien, dat onze beide inzichten - hoe rotsvast we ook overtuigd zijn van de juistheid ervan nog lang niet de waarheid zijn, maar in het beste geval een stuk van de waarheid, een benadering daarvan, zolang is mogelijkheid tot dialoog.'"
P. LAPIDE, Het bezit van de waarheid: het einde van de dialoog. Gedachten over wet en liefde in de hebreeuwse bijbel 'de vreemdeling in uw poorten'. Messiasverwachtingen bij joden en christenen, Baarn, 1988.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

7. Bijbelcitaten ter illustratie van exclusivisme, inclusivisme en pluralisme

Exclusivisme

  • Joh 14,6: 'Ik ben de weg de waarheid en het leven.'

  • Joh. 10,9: 'Ik ben de deur, wie door mij binnenkomt zal gered worden.'

  • Joh.11,25: 'Ik ben de verrijzenis en het leven, hij die in mij gelooft zal niet sterven, maar leven.'

Inclusivisme

  • Rom 18,20-21: 'Want wat een mens van God kan weten, is hen bekend; god heeft hen geopenbaard. Vanaf de schepping van de wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid.'

  • Hand 10, 36: 'U kent het woord dat Hij de Israëlieten heeft gezonden, de goede boodschap van vrede door Jezus Christus - deze is de Heer voor Allen.'

  • Hand 10, 35: 'Maar nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent, maar dat iedereen ongeacht het volk waartoe hij behoort, Hem welgevallig is, als hij godvrezend is en gerechtigheid doet.'

  • Hand 17, 26-27: 'Uit één mens heeft Hij heel het mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen. Hij heeft bepaalde tijden vastgesteld en hun woongebieden afgegrensd, met de bedoeling dat ze God zouden zoeken en Hem wellicht tastenderwijs zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons.'

  • Mt. 15, 21-31: gesprek van Jezus met de Syrofenicische vrouw:
    Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. 22 En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: 'Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.' 23 Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: 'Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.' 24 Hij antwoordde: 'Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.' 25 Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: 'Heer, help me.' 26 Hij gaf haar ten antwoord: 'Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.' 27 Maar zij zei: 'Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.' 28 Toen gaf Jezus haar ten antwoord: 'Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.' En haar dochter was vanaf dat moment genezen. 29 Jezus ging daar weg en kwam bij het meer van Galilea, en Hij ging de berg op en nam daar plaats. 30 Er kwamen veel mensen naar Hem toe met kreupelen, blinden, verminkten, stommen, en nog veel anderen bij zich; ze legden die aan zijn voeten neer, en Hij genas hen. 31 Het volk stond verbaasd, toen ze zagen dat stommen spraken, verminkten beter waren, kreupelen liepen en blinden zagen. En ze verheerlijkten de God van Israël.

Pluralisme

  • Gen. 11, 1-9: De toren van Babel:
    Alle mensen op aarde spraken één taal en gebruikten dezelfde woorden. 2 Nadat ze uit het oosten weggetrokken waren, vonden ze een vlakte in Sinear en vestigden zich daar. 3 Zij zeiden tegen elkaar: 'Kom, laten wij tegels maken en ze harden in het vuur.' De tegels gebruikten zij als bouwstenen, met asfalt als specie. 4 Nu zeiden ze: 'Laten wij een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden wij niet over de aardbodem verspreid.' 5 Toen de HEER neerdaalde om de stad en de toren die de mensen bouwden, te zien, 6 zei Hij: 'Nu zijn ze één volk en spreken zij allen dezelfde taal. Wat zij nu doen is nog maar een begin; later zal geen enkel plan van hen meer te stuiten zijn. 7 Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.' 8 En de HEER dreef hen vandaar naar alle kanten de hele aardbodem over, en er kwam een einde aan de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men die stad Babel, want de HEER heeft daar verwarring gebracht in de taal van alle mensen, en hen vandaar over de hele aardbodem verspreid.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Didactische suggesties

1. Werken met stellingen

  • Alle godsdiensten zijn uiteindelijk even waar en werkelijkheidsgetrouw
  • Alleen het christendom is waar
  • De christelijke naastenliefde is de norm om andere godsdiensten te beoordelen
  • Alle godsdiensten zijn menselijke interpretaties en daarom relatief
  • Alle religies zijn slechts hersenspinsels van de mensen en daarom onwaar
  • Alle religies zijn complementair, ze vullen elkaar aan en vertellen stuk voor stuk iets over het goddelijke
  • Of je nu christen, jood of boeddhist bent, het maakt allemaal niet veel uit. Als je maar goed leeft.
  • Het maakt wel een verschil wat je gelooft. Je hele visie op de werkelijkheid is anders.

2. Lezen

Lees de vrije tribune van Didier Pollefeyt en Lieven Boeve. Laat de leerlingen vervolgens de parabel van de olifant en de blindgeborenen lezen en vanuit deze drie theologische modellen (exclusivisme, inclusivisme en pluralisme) interpreteren.

3. Groepswerk

Laat de leerlingen zich opdelen in twee of drie groepen: vb: christelijk gelovige, het atheïstische en eventueel een moslimperspectief. Elke groep probeert de eigen visie rond een bepaald thema (vb. euthanasie, leven na de dood,…) uit te werken. Zorg dat dit thema helder en duidelijk is afgebakend. Wanneer de leerlingen zich voldoende verdiept hebben in deze thematiek breng je hen samen om vanuit de verschillende perspectieven te dialogeren.
Het kan daarbij interessant zijn om de klas op te delen in twee groepen: één groep doet aan de interreligieuze dialoog, de andere groep zet zich in een cirkel rond hen (visbokaal) en observeert het dialogale proces.
Aan de hand van de decaloog van Swidler kan deze dialoog geëvalueerd worden.
Denk hierbij ook aan de problematiek van bestaande machtsstructuren (zie hermeneutisch knooppunt 3): Wie trekt de macht naar zich toe? Wordt er echt geluisterd? Hoe wordt er gereageerd op alteriteit? Hoe wordt er omgegaan met verschillende meningen en opinies?

4. Film

Een goede oefening om leerlingen perspectiefwissels te leren kan het bekijken van de film 'Left Luggage' zijn. Een dergelijk ervaring zal aantonen hoe moeilijk het vaak is om je werkelijk in te leven in de situatie van een ander.

  • Welke dimensies van de interreligieuze dialoog komen in deze film aan bod?
  • Hoe gaan de personages (Chaja) aanvankelijk om met vreemdheid?
  • Hoe evolueren ze?
  • Kan je je zelf inleven in de wereld van de chassidim?
  • Hoe interpreteer je het secularisme van de ene familie en de orthodoxie van de andere in het licht de holocaust?

Zie ook het artikel 'Left Luggage'. Je in een andere godsdienst inleven, in Catechetische service, okt 2000.

5. Bezoek aan synagoge of moskee

In het kader van de interreligieuze dialoog kan het interessant zijn een bezoek te brengen aan een synagoge of bijvoorbeeld een moskee. Probeer een dergelijk bezoek te koppelen aan een gesprek met bijvoorbeeld een jood. Zo kan een echte ontmoeting met een andersgelovige plaatsvinden. 

6. De globale ethische verklaring van Swidler

Lees in de klas (kleine groepen) de globale ethische verklaring van Swidler en laat de leerlingen zelf hun bedenkingen formuleren.
Denken zij dat het haalbaar is om een globale ethiek te formuleren? Is het zinvol? Welke rol moeten religies spelen inzake het bestrijden en voorkomen van interreligieuze conflicten? Moeten religieuze leiders een actievere rol gaan spelen? Of is het aan politieke leiders om te bemiddelen in gewapende conflicten, mensonterende situaties als hongersnood, als ook de ecologische drama's van de eenentwintigste eeuw?

7. Evalueren

Evalueer in het licht van de decaloog van de dialoog (Swidler) de visie van paus Johannes-Paulus II op de interreligieuze dialoog en de missie van de kerk.
Zijn dialoog en missie compatibel? Of sluiten ze elkaar uit? 

8. Multireligieuze kalender

U kunt werken met een multireligieuze kalender, die de diversiteit van de godsdiensten visueel verduidelijkt aan de hand van hun verschillende feestdagen. (zie ook de werkvragen geformuleerd bij de impuls zelf).

9. Dialoog als Brug naar de Toekomst?

Organisatie: Provinciaal Centrum Morele Dienstverlening Antwerpen en Werkgroep Interlevensbeschouwelijke Dialoog Antwerpen
Interfaithbezoeken: een Synagoge, een Boeddhistische Tempel, een Moskee, een Grieks-orthodoxe Kerk, een Protestantse Kerk, een Katholieke Kerk, het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum openen hun deuren
Tijdstip: 19/10; 20/10; 22/10 en 24/10 (wellicht kunnen dergelijke bezoeken ook op andere momenten aangevraagd worden)
Inlichtingen:

PCMD Antwerpen
Van Putlei 52 - Antwerpen
Tel: 03/259.10.80
cmd.antwerpen@uvv.be

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Reacties op deze in de kijker

De ingezonden reacties tot nu toe:

  • 04-07-2005
    Door Jelsma
    Geïnteresseerde

    Mooie verzameling materiaal en goed bruikbaar voor het onderwijs.
    Ik heb een link opgenomen op mijn website www.eennieuwekerk.nl op de pagina "Verder zoeken".
    Vriendelijke groet van Door Jelsma, Hilversum Nederland.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 05-09-2004
    Walter van Nispen
    Geïnteresseerde

    Graag breng ik de bezoekers van uw website op de hoogte dat er "Interreligieuze Stille Meditaties" plaatsvinden in de stad Antwerpen. Wie hiervoor interesse heeft kan de website raadplegen www.clik.to/irelimed of mailen naar irelimed1hart@hotmail. com
    Een hartelijke groet aan allen die dit lezen.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 06-03-2003
    Hafsa
    Geïnteresseerde

    Dit is zeer bruikbaar materiaal!!!
    Dank je!!!

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 02-01-2003
    Anne Bakker
    Leerkrachte secundair onderwijs

    Wie kan me helpen aan een wereldkaart met de actuele verspreiding van de wereldreligies. Een grafische voorstelling van het aantal gelovigen per religie vond ik in de Knack van 31/05/1995 (zie bijgevoegd bestand). Wellicht zijn die cijfers ondertussen ook gewijzigd...

    Download bijgevoegd bestand

    Noot van het Thomas-team:
     
    Beste,
    We hebben een aantal links opgezocht waar u iets meer vindt over de spreiding van de wereldgodsdiensten. We hebben wel niet overal gecontroleerd hoe up to date deze cijfers zijn, op vele pagina's was dit trouwens niet mogelijk. De kaarten zijn ook niet overal even duidelijk:

    Hopelijk kan u iets doen met deze informatie.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 19-10-2002
    Bart Deprez
    Leerkracht secundair onderwijs

    Kunt u indien mogelijk ook een lijst afdrukken met items die nog verschijnen in 'in de kijker' Dat kan interessant zijn om het maken van een eigen lesgeheel nog even uit te stellen.
    Voor mij is in de kijker in ieder geval een openbaring aan BRUIKBARE info.
    Alvast bedankt
    Bart

    Noot van het Thomas-team:
     
    Beste,
    Blij te horen dat u in de in de kijkers bruikbaar materiaal vindt, dat is ook de bedoeling natuurlijk!
    Wat uw vraag betreft over een lijst van nog te verschijnen in de kijkers: die kunnen we helaas niet geven, er worden wel degelijk een aantal onderwerpen uitgewerkt, maar niet alle onderwerpen liggen op voorhand vast, zeker niet de datum waarop die zullen verschijnen. Dat laten we onder andere wat afhangen van wat er in de actualiteit gebeurt.
    Enkele onderwerpen die zeker nog aan bod komen: Wicca, roeping, geloof en bekende Vlamingen, diaconie, verkeersaggressie, roken, vluchtelingen, kinderrechten, moderne religieuze kunst,... Alleen kunnen we nu nog niet precies zeggen wanneer welke in de kijker online zal komen.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 18-10-2002
    Werner Schuermans
    Leerkracht secundair onderwijs

    Hoi,

    Hetgeen ik wil zeggen of vragen heeft wellicht niet zoveel met het thema te maken, hoewel, misschien juist toch heel veel...
    Ik heb deze vraag al in heel wat religieuze chatruimtes gevraagd, maar blijkbaar kan niemand me een zuiver antwoord geven.
    Vermits ik merk dat jullie "wetend" zijn, wil ik het ook hier nog eens proberen:
    De uitdrukking: Water bij de wijn doen is dit een bijbelse uitdrukking of niet?
    Ik hoop dat jullie dit kunnen achterhalen, voor mij is dit immers een tamelijk diepe zaak...
    Jullie zijn alvast bedankt

    Groetjes,
    Werner S

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 14-10-2002
    Hilde Savoye
    Leerkrachte secundair onderwijs

    Vraagje: Weet er iemand waar ik een duidelijke -en liefst nogal korte- tekst kan vinden over de uitverkiezing van de Dalai Lama? De tekst is bedoeld voor de leerlingen van het 3e KSO.
    Bedankt!

    Noot van het Thomas-team:


    Beste, bijgevoegd (zie hierboven) vindt u een korte tekst over de Dalai Lama (in het Nederlands).
    Indien u meer informatie wenst, kunt u dat vinden (engelse tekst) in de in de kijker 'Surfen naar de hemel': onder lesimpuls 2 'eigenwaarde en verbondenheid' vindt u een website over de Dalai Lama, met uitgebreide informatie over zijn verkiezing.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 08-09-2009
    Chris Nollet
    Geïnteresseerde

    Bij KMS Antwerpen kan men ook wenskaarten verkrijgen die kunnen gebruikt worden als vriendengroet bij Rosj Hasjana, het joodse nieuwjaar. Te bestellen via antwerpen@kms.be.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

  • 13-09-2011
    Joke Maex
    Leerkracht(e) hoger onderwijs

    Een mooie film over interreligieuze dialoog bij kinderen is 'stolen summer' waarin een katholiek jongetje beslist om als zomertaak een joods jongetje te bekeren tot het christendom. Eenvoudig en ontroerend.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Kritiek op folteren