13 februari 2003

Speciaal voor Valentijnsdag, biedt Rorate een aantal katholieke Valentijnskaarten aan, die via internet verstuurd kunnen worden.
Fel protest tegen Valentijnsdag: NEW DELHI - Nationalistische hindoes hebben donderdag in India hand in hand lopende stelletjes lastiggevallen, valentijnskaarten in brand gestoken en de toegang tot cadeauwinkels en restaurants geblokkeerd.
Valentijn te commercieel: Artikel van Katholiek Nederland.
Al spreek ik de taal van mensen en engelen
- als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave van de profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap,
al heb ik het volmaakte geloof dat bergen zou kunnen verzetten
- als ik de liefde niet heb, ben ik niets
Al deel ik al mijn bezit uit, al geef ik mijzelf prijs om mij daarop te kunnen beroemen
- als ik de liefde niet heb, helpt het mij niets.
De liefde is geduldig en vriendelijk;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet,
zij verbeeldt zich niets.
Zij gedraagt zich niet onfatsoenlijk,
zij zoekt zichzelf niet,
zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan.
Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt zij,
alles gelooft zij,
alles hoopt zij,
alles verduurt zij.
De liefde vergaat nooit
(1 Kor 13, 1-13)
De maand februari is de liefdesmaand. Etalages worden overstelpt met rode en roze objecten, met hartvormen in alle maten en gewichten en rozen. Romantiek troef.
Onze huidige consumptiemaatschappij lijkt erin te slagen een heleboel dingen te commercialiseren. Zo ook de liefde. Wie dan geen extra aandacht aan vrouw/man of vriend/-in besteedt, lijkt weinig tactvol. Liefde wordt vertaald in gadgets en allerhande voorwerpen die balanceren tussen kitch en kunst. Commercieel ingestelde winkels halen hun zeer gevarieerde voorraad gadgets boven. Dichtbundels in de aanbieding vliegen de deur uit, allerhande kunstboeken worden speciaal voor februari gelanceerd en te koop aangeboden. De chocolade kerstfiguurtjes worden snel in hartvorm met een romige vulling gegoten. Ook bloemenwinkels, sauna- en verwencentra lijken deze maand niet te ontzien. Iedereen en alles heeft plots wel iets met liefde te maken.
En niet alleen België lijkt aan dit fenomeen te lijden. Zie bijvoorbeeld de websites rond Valentijn in volgende landen:
Het lijkt onmogelijk om de val van deze commercialisering te ontwijken. Want wie zich bewust afzet tegen prul en gadgets, valt voor de romantische kunst. En als ook dat niet het geval is, dan is het nu wel het uitgelezen moment voor een boeketje. Wat kan het ook voor kwaad?
De weinig kritische manier waarop ieder van ons aan commercialisering meedoet, kan naar aanleiding van Valentijn in vraag gesteld worden. Kan liefde zomaar gecommercialiseerd worden? En wat heeft het feest eigenlijk met liefde te maken? Hebben we commerciële instanties nodig die ons moeten bewust maken van het feit dat iemand in ons leven af en toe eens een bloempje of een attentie verdient?
Kunnen we er dan zomaar tegen ingaan? En wat is onze bedoeling dan? We kunnen ingaan tegen de stroom van het consumptiegedrag, maar het lijkt erop dat we dan met een schuldgevoel moeten zitten of onze geliefde voor een grote ontgoocheling stellen. Wie kan zich op Valentijn zelfs geen bloempje permitteren? Wie durft zo'n makkelijk excuus te formuleren om zelfs op deze dag geen attentie aan zijn vrouw/man, vriend/-in aan te bieden? Wie durft de blikken aan van vrienden en buren als hij openlijk zegt: "ik doe daar niet aan mee"? Welk argument heeft men?
Zeker niet alleen volwassenen, maar des te meer de verliefde pubers zijn een makkelijke prooi voor deze mooie en vaak dure gadgets (tenminste zij die ze kunnen betalen). Overal waar ze kijken en komen, worden ze met het feit geconfronteerd. Welke verliefde jongere zou daar dan nog tegen op kunnen?
En hier kan alweer dezelfde vraag gesteld worden: wat is er eigenlijk op tegen? Is het niet mooi dat er in onze drukke maatschappij waar onthaasting een modewoord is, plaats gemaakt wordt voor de liefde? Moeten we geen waardering uitspreken voor datgene wat jongeren willen uitdrukken wanneer ze meedoen met het Valentijnfeest: bijvoorbeeld hun verlangen naar verbondenheid, hun intentie tot duurzaamheid in de relatie, hun trouw aan een bepaalde persoon, etc.? Is het niet goed dat we jongeren leren dat liefde een broos en waardevol gegeven is? De vraag dient naar jongeren zeker herformuleerd, is het commerciële feest, dat ieder jaar meer en meer uit de hand lijkt te lopen een gebeuren waar zij kritische afstand kunnen van nemen? En is het dan niet aan de opvoeders om hen deze kritische blik bij te brengen en hen juist naar aanleiding van Valentijn op een goede manier te leren omgaan met het commercieel gebeuren? Is het geen mooie gelegenheid om naar aanleiding van dit romantisch feest eens met hen in gesprek te gaan over verliefdheid, liefde, relatie en seksualiteit? Is het niet dankbaar om de romantische sfeer, die ook in de klaslokalen een zweem van verliefdheid zal achterlaten, als opener te gebruiken om dieper in te gaan op liefde, relatie en seksualiteit?
Zie bv. deze website rond Valentijn voor en door leerlingen
Deze website staat vermeld bij de beginsituatie en niet bij lesimpulsen omdat een ernstige waarschuwing hierbij op zijn plaats is. Leerlingen stellen vragen die mogelijks op een ondeskundige wijze beantwoord kunnen worden en dus foutieve informatie kunnen bevatten. Als leerkracht kan het wel interessant zijn deze website te bezoeken om de reële beginsituatie van jongeren rond de thematiek van verliefdheid en erotiek te verkennen.
Het leerplan verwijst bij beginsituaties regelmatig naar de trefwoorden, verliefdheid, liefde, relatie en seksualiteit:
"Ook ervaringen van verdriet omwille van eenzaamheid, verliefdheid, afbreken van vriendschappen, echtscheiding en nieuw-samengestelde gezinsvormen kunnen een grote rol spelen in hun leven."
"Negatieve ervaringen (bv. liefdesverdriet, misbruik, een sterfgeval in de nabije omgeving, echtscheiding van ouders, mislukking, ...) kunnen leiden tot problemen (o.a. depressiviteit en zelfmoordgedachten) en verlangens (naar geborgenheid en begrip)."
"Vooral bij existentiële ervaringen (liefde, overlijden van een vriend, zelfdoding in de omgeving, angst voor de directe toekomst, ...) stellen zich religieuze vragen gepaard gaande met magisch-religieuze denkbeelden en gedragingen."
Men kan er niet omheen: jongeren worden verliefd, zijn met liefde, relaties en seksualiteit bezig. Het onderwijs heeft ook hier een duidelijk opvoedkundige taak.
Naar aanleiding van 14 februari kunnen we ons de vraag stellen: Wat leert Valentijn ons over de liefde? Wie was Sint Valentijn eigenlijk? En kunnen we van hem iets leren over de liefde?
De begrippen verliefdheid, liefde en relaties kunnen naar aanleiding van Valentijn verder uitgespit worden.
1. Valentijn: een liefdesfeest of commercie?
Een zweem van romantiek zal in deze periode van het jaar zeker ook in klas- en schoolgebouwen hangen. Moeten we in de schoolcontext het gebeuren van St. Valentijn versterken? Of onder kritiek plaatsen? Moet een onderscheid gemaakt worden tussen verliefdheid en liefde? Niet iedereen heeft op dit moment een liefje. Moet in deze periode ook niet aan deze jongeren gedacht worden? Welke sociale waarden en normen worden hier opgelegd aan jongeren? Misschien probeert men voor de gelegenheid nog snel aan een vriendje te raken? Moet hiertegenover ook niet de waarde van relationele onthaasting en vriendschap in de kijker geplaatst worden? Heeft liefde een dergelijke commerciële ondersteuning en inkadering nodig om te kunnen groeien?
2. Valentijn: tussen kunst en kitch?
De meeste jongeren zullen wel vatbaar zijn voor de commerciële industrie die rond Valentijn ontstaat. Zij zijn ook de doelgroep voor veel van deze gadgets. Zo kan er in de klas een discussie ontstaan, tussen leerlingen met onkritisch koopgedrag en kritische buitenstaanders. Wie geeft zijn zakgeld uit aan deze prul? Moet je op Valentijn iets kopen voor je liefje? En waarom doen we dat dan? Omdat het van ons verwacht wordt? Omdat onze vriendin of vriend het verdient en Valentijn een gelegenheid is? En hoe zou gereageerd worden op deze stelling: "Valentijn is een asociaal feest, want ik heb geen liefje, ik voel me uitgesloten." Of "ik heb niet zoveel zakgeld, ik kan daar niet aan meedoen."
Zie bv. deze webpagina met cadeautips rond Valentijn
3. Verliefd, verloofd en getrouwd
Deze uitspraak uit de volksmond geeft weer wat tot voor kort zonder meer evidentie was. Vandaag lijken verliefdheid, verloving en huwelijk elkaar niet meer automatisch en chronologisch op te volgen. Hoe verhouden deze drie stappen zich in de huidige cultuur tot elkaar? Moeten ze elkaar opvolgen? En is bij de volgende stap de vorige stap weg? Zijn er andere, extra stappen mogelijk? Zijn die aanvaardbaar of niet? Welke kansen houden ze in? En welke risico's? En wat met het sociologische feit dat er dikwijls nog een stap achter komt: gescheiden?
4. Vaste relatie of losse relaties / Huwen of samenwonen
Zeker in de hogere jaren zullen wel al wat leerlingen een relatie hebben. Hoe zien zij hun relatie? Is dit een losse flodder? Of menen ze het echt met elkaar? En wat houdt dat dan in voor hen?
Hoe staan hun ouders daar dan tegenover? Kunnen ze hun ouders bijtreden of zorgt dit al wel eens voor meningsverschillen?
Treden de leerlingen deze stelling bij:
Volgens mij is het onbelangrijk of een samenwonend koppel wel of niet is getrouwd. Men geeft een relatie geen leven door te huwen of een belofte uit te spreken. Een relatie krijgt pas kracht wanneer beide partners zich volledig engageren. Het gaat hier niet om een eenmalige belofte, maar om een dagelijkse in- en ontspanning om telkens opnieuw na elke euforie of ruzie/tegenslag steeds voor elkaar te kiezen. Het is dit engagement dat volgens mij als een waarde moet worden gezien. Het is dit engagement dat noodzakelijk is om een relatie in stand te houden, onafgezien of men nu wel of niet is getrouwd.
Ik ben het er dus helemaal niet mee eens dat samenwonen steeds een voorlopig karakter heeft en dus aan engagement tekortschiet of dat huwen steeds wordt gekenmerkt door een definitief engagement (het huwelijk is trouwens nooit definitief aangezien scheiding altijd mogelijk blijft). Misschien is het wel dit 'definitieve' dat ervoor zorgt dat men in zijn situatie berust en het engagement opzij zet?
Bovendien is het naar mijn mening niet zo dat de schade bij een breuk groter is bij gehuwden dan bij niet-gehuwden. Na een lange relatie is elke breuk een drama, men heeft zich immers al die jaren voor elkaar ingezet.
Maaike, 18 jaar
5. Seks voor het huwelijk: kan, moet kunnen of streng verbod?
Hoe gaan jongeren om met seksualiteit? Hoe denken zij over seks voor het huwelijk?
Moet men seks altijd in een vaste relatie plaatsen? En wanneer is deze relatie dan ver genoeg om elkaar ook seksueel te ontdekken? Gaat seksualiteit gepaard met liefde? Zap seks? En zap liefde? ...
Hoe reageren leerlingen op deze stellingen:
Persoonlijk vind ik ook dat seks gepaard gaat met liefde. Zo wil ik het toch in mijn relatie. Het is iets dat ik enkel wil delen met de persoon waar ik echt van hou.
Xenia, 16 jaar
Seks hoeft niet altijd gebonden te zijn aan het concept 'liefde'. Men kan toch ook gewoon genieten van de seks om de seks zelf. Ik zou het raar vinden wanneer mensen alleen nog maar met elkaar naar bed zouden gaan 'uit pure liefde'. Dit lijkt mij een geromantiseerd beeld. Er bestaat toch ook zoiets als 'zin hebben in seks'. Waarom zou je dan moeten wachten totdat je verliefd bent? Wanneer 2 mensen weten dat ze niet verliefd zijn op elkaar (want als dit wel het geval is bij een van de twee, zouden er teveel complicaties zijn waarschijnlijk), maar toch allebei zin hebben in seks, waarom zouden ze het dan niet doen?
Reinout, 17 jaar
In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad TSO/KSO
2 BRONNEN VAN LEVEN - Wenken
in de 1e paragraaf, die begint op p. 15 (Bijlage wenken):
"Mensen van invloed: familie, vrienden, leeftijdgenoten, gemeenschap, idolen, modellen, identificatiefiguren, spilfiguren, sleutelfiguren, (historisch), heiligen (Christoffel,'heiligen van ons volk'), farao's en bevrijders, afgoden en goden."
In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad ASO
2 BRONNEN VAN LEVEN - Wenken
in de 1e paragraaf, die begint op p. 7 (Bijlage wenken):
"Het belang van rituelen en symbolen aan de hand van rituelen in een liefdesrelatie, muziekgenres, sport ... verduidelijken."
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO
2 WAARVOOR LEEF JE? (Waarden) - Ingrediënten
in de 1e paragraaf, die begint op p. 138:
"vrijheid: op zoek naar een illusie of zich in liefde binden aan?;"2 WAARVOOR LEEF JE? (Waarden) - Wenken
in de 1e paragraaf, die begint op p. 11 (Bijlage wenken):
"Aan de hand van filmfragmenten of teksten de leerlingen laten ontdekken dat heiligen of grote kerkfiguren vanuit hun evangelische inspiratie op een heel eigen manier buitengewone mensen werden (Johannes Berchmans, Franciscus van Asissi, Damiaan, bisschop Romero ...)."
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO
1 KIEZEN - Ingrediënten
in de 2e paragraaf, die begint op p. 108:
"echte vrijheid: zich binden in liefde."
in de 7e paragraaf, die begint op p. 109:
"liefdegebod als criterium van christelijke authenticiteit."2 EEN CULTUUR VAN ONTMOETEN - Doelen
in de 5e paragraaf, die begint op p. 111:
"5. de plaats van seksualiteit en lichamelijkheid in een cultuur van de liefde en ontmoeting aangeven;"2 EEN CULTUUR VAN ONTMOETEN - Ingrediënten
in de 4e paragraaf, die begint op p. 111:
"omgaan met kwetsuren in liefde, met verdriet, met mislukkingen;"
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO
1 WAT IS MENS-WAARDIG SAMENLEVEN? (Ethiek) - Ingrediënten
in de 1e paragraaf, die begint op p. 142:
"bijbelse grondwaarden (dienstbaarheid, gerechtigheid, beeld zijn van God., liefde als leidraad en als leefsleutel);"
2 WAT IS SAMEN-LEVEN IN LIEFDE?
de meeste trefwoorden zijn hier liefde, relatie, relatievorming
juist deze zijn ook de trefwoorden van deze in de kijker3 WAT ERVAAR IK AAN GRENZEN IN HET SAMEN-LEVEN? (Grens en eindigheid)
in de 1e paragraaf, die begint op p. 145:
"In grenssituaties is het een hele uitdaging voor christenen te blijven geloven in het nabij zijn en de levengevende liefde van God."3 WAT ERVAAR IK AAN GRENZEN IN HET SAMEN-LEVEN? (Grens en eindigheid) - beginsituatie
in de 1e paragraaf, die begint op p. 145:
"Verbondenheid in liefde blijft de droom; eenzaamheid en ontgoocheling in mensen is dikwijls hun ervaring."
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO
2 BEMIND WORDEN EN LIEFHEBBEN -
de meeste trefwoorden zijn hier liefde, relatie, relatievorming
juist deze zijn ook de trefwoorden van deze in de kijker
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad TSO/KSO
2 LIEFDE EN VRIENDSCHAP
de meeste trefwoorden zijn hier liefde, relatie, relatievorming
juist deze zijn ook de trefwoorden van deze in de kijker1 GRONDERVARINGEN EN GELOOF - Ingrediënten
in de 4e paragraaf, die begint op p. 173:
"een heiligenleven;"
In toelichting voor de opleiding vierde graad verpleegkunde
INLEIDING
in de 1e paragraaf, die begint op p. 197:
"2. In liefde verantwoordelijk - zorg, respect, liefhebben in leven en werk"2 TWEEDE JAAR VIERDE GRAAD VERPLEEGKUNDE
in de 1e paragraaf, die begint op p. 199:
"verantwoordelijkheid, liefde en zorg - meerdere kernvragen"
in de 2e paragraaf, die begint op p. 199:
"wat is liefde?"
in de 2e paragraaf, die begint op p. 199:
"De kracht in de onmacht van de liefde."
in de 2e paragraaf, die begint op p. 199:
"Bemind worden (= diepste kern van het geloof): tot leven gewekt, in leven gedragen, tot Leven geroepen: een liefde die sterker is dan de dood."
Doorzoek zelf het leerplan op trefwoorden
Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan
Door op een trefwoord te klikken, komt u op het resultatenvenster van de zoekopdracht in het leerplan met de bijhorende zoekterm.
bemind worden en liefhebben
Er hoeft niet ver gesurft te worden om alles te weten te komen van Sint-Valentijn. Hoewel de meeste bronnen daar wat onvolledig zijn en enkele hiaten vertonen.
Enkele links:
Een korte speurtocht in heiligenkalenders en heiligenverhalen en mythen leert ons iets meer.
Bronnen:
14 februari behoort niet alleen aan Sint-Valentijn. De heilige Valentijn zal niet op alle scheurkalenders vermeld staan. Onder het rubriekje heiligen zullen Sint Cyrillius en Sint Methodius misschien wel te vinden zijn.
Meer over deze heiligen: Catholic online - Calendar February
De scheurkalender geeft daarmee juistere informatie dan de etalages. Want de heilige Valentijn is geen hedendaagse heilige meer. Na het Tweede Vaticaans Concilie werd hij officieel van de heiligenkalender geschrapt. Dit wil niet zeggen dat Valentijn zijn functie als heilige niet meer kan uitoefenen.
Er kunnen ook heiligen worden geschrapt uit de canon. 'Enkele jaren na het Tweede Vaticaans Concilie, toen weer meer accent gelegd werd op de gezamelijke heiligheid van de gelovigen, werden maar liefst 188 feesten van heiligen wier 'papieren' als te legendarisch en te weinig historisch werden beoordeeld, uit de officiële liturgische kalender van de rooms-katholieke kerk verwijderd.' Dit lot trof bijvoorbeeld Christophorus (Christoffel, beschermheilige van de reizigers, vooral automobilisten) en Nicolaas van Myra, de grote kindervriend. En vermoedelijk ook Valentijn, omdat deze legende niet eenduidig was en te veel uiteenlopende varianten zou hebben.
'Toch mogen we ons deze 'heiligendevaluatie' niet te absoluut voorstellen: het schrappen van hun feesten uit de kalender impliceert geenszins dat de verering van deze heiligen ook is afgeschaft. Hun namen blijven vermeld in andere (liturgische) boeken, zoals de martyrologie, en hun verering, zo die er vanouds geweest is, blijft toegestaan.' ... 'Bovendien heeft de kerk van Rome aan de afzonderlijke bisdommen de vrijheid gelaten om naar keuze 'oude' heiligen te handhaven in de eigen diocesane feestkalender.'
Een voorbeeld hiervan is zeker het dorpje Saint-Valentin, in het hart van 'la Champagne Berrichonne' gesitueerd, in de streek 'l'Indre' in Frankrijk. Het is een uniek dorpje in Frankrijk dat de naam draagt van de patroonheilige van de verliefden en waar vanzelfsprekend 14 februari een hoogdag is.
Elk jaar, wordt in het weekend dat dichts aansluit bij 14 februari een waar volksfeest gehouden. Zo is er 'de tuin der verliefden' (le Jardin des Amoureux), een postkantoor waar speciale zegels worden gemaakt en de kerk, die die dag zijn patroon viert. Ook de 'Câlins de Saint-Valentin' (la délicieuse gourmandise des Amoureux) gaan er op deze dagen vlotjes de deur uit.
In de meeste encyclopedieën worden er twee legendes verteld van heilige Valentijn waarvan de jaardag op 14 februari gevierd wordt.
De eerste is Valentinus van Rome ST, gestorven op 14 februari 269. Hij was een priester die veel deed voor de martelaren, de blinde dochter van de stadhouder Asterius van Rome genas en Asterius zelf bekeerde. Daarop liet Asterius zijn hele familie dopen en liet alle gevangen christenen vrij. Hierover was kiezer Claudius II ten zeerste ontstemd en liet Goticus Valentinus martelen en door het zwaard onthoofden.
Paus St.-Julius liet een basiliek bouwen op de plaats waar Valentijn begraven was.
Waarschijnlijk is echter dat er slechts één martelaar op 14 februari is met de naam Valentinus, namelijk de bisschop van Terni. Wellicht werd hij vanaf de 4de eeuw ook in Rome vereerd, kreeg een eigen kerk en ging hierna een eigen leven leiden.
De tweede meest genoemde is dus Valentinus van Terni ST, waar een gelijke sterfdag en feestdag wordt opgeplakt. Hij zou vooral naam gemaakt hebben door een huwelijk in te wijden van een christen en een heiden, Serapia en Sabinus. Dat huwelijk was zo voorspoedig dat familieleden van de bruidegom en vele anderen Valentinus' zegening wensten. Hij stierf om een onbekende reden in Rome de marteldood en werd drieënzestig mijl verderop bij Terni begraven. Het Rooms-katholieke martyrologium onderscheidt deze Valentinus van Terni van de Valentinus van Rome, maar andere bronnen beschouwen hen als een en dezelfde.
Zijn feestdag (Valentijnsdag) is gekoppeld aan voorchristelijke lentegebruiken*.
Sommigen denken aan fakkelomgangen: een verchristelijking van de bruidstocht van de Germaanse liefdesgod Freyr naar Gerda. Anderen leggen een verband met de Lupercalia, een feest ter ere van de godheid Lupercal dat op 15 februari in Rome plaatsvond. In 1465 stemde de kerk ermee in dat een aartsbroederschap jonge meisjes op 14 februari voorzag van een bruidsschat. Het in 1986 uit de Basilica di San Valentino (bij Terni) gestolen hoofd werd drie jaar later, in kranten gewikkeld, in een park teruggevonden. De heilige wordt nog steeds vereerd in Westerhoven. Hier hangt in de kapel aan het riviertje het gedicht:
Naar de bron van Valentijn,
trekken steevast vrome schapen,
mensen die in zorg en pijn,
roepen smekend om genade
Voor meer informatie: zie volgende websites:
Voorchristelijke lentegebruiken
De Griekse god Pan, afgebeeld met horens, baard en bokkenpoten, werd door de Romeinen overgenomen als Faunus en ook wel Lupercus genoemd. Zijn vrouw was Luperca, de wolvin die ook Romulus en Remus zou hebben gevoed.
De Luperci, de priesters die deze goden vereerden, gingen midden februari in bokkenhuiden gekleed rond en sloegen vrouwen met gesels van bokkenleer. Dit moest de levenskracht en daarmee de vruchtbaarheid bevorderen. Vrouwen gingen schaars gekleed de straat op om de gesel zo direct mogelijk op de huid te voelen.
Vruchtbaarheidsfeest ter ere van Juno
Februari was ook de maand van de liefdesgodin Juno. Een aan haar gewijd gebruik van het voorjaarsfeest was een soort loterij waarbij jonge vrouwen onder mannen werden verloot. De bedoeling was dat deze twee samen Lupercalia vierden, soms werden ze zelfs voor een jaar gekoppeld. Een enkele keer vloeide hier een huwelijk uit voort.
Met de uitbreiding van het Romeinse Rijk verspreidden ook deze vruchtbaarheidsfeesten zich over Europa. De katholieke kerk was niet blij met deze uitbundige feesten die soms aardig uit de hand konden lopen. De feestdag werd daarom ingelijfd als feestdag van de heilige Valentinus, zodat de kerk er meer controle over had. De loterij is inmiddels dan ook in de vergetelheid geraakt, tegenwoordig kiest iedereen zijn eigen Valentijn.
Valentijn is ook patroonheilige. Wat is een patroonheilige?
Patroonheiligen worden gekozen als speciale beschermers of bewakers voor bepaalde levensdomeinen. Dit kan van alles zijn: bezigheden, ziektes, kerken, landen,... alles wat belangrijk kan zijn.
Patroonheiligen worden niet enkel door de paus gekozen, ook groepen en individuen kunnen deze kiezen. Patroonheiligen worden vandaag gekozen uit interesse, voor hun talent of de gebeurtenis die hun leven heeft gekleurd. Zo bijvoorbeeld wordt Franciscus van Assisi gekozen tot patroon van de ecologie omdat zijn hele leven getuigt van een enorme liefde voor de natuur. Ook engelen kunnen gekozen worden als patroonheilige. Een patroonheilige kan ons helpen wanneer wij zijn levenswandel als voorbeeld nemen.
Zo is Sint-Valentijn patroonheilige van de verliefden en verloofden. Bij liefdesverdriet moet men zich tot heilige Wilgefortis de Baard keren. Sint-Anna is de patroonheilige voor de liefde en Antonius van Padue wordt aanroepen voor steun in de liefde.
Zie ook Catholic online - Saints

De goden van de liefde hebben altijd bestaan. Bij de Romeinen was er de god van de liefde, Amor of Cupido en ook de Griekse beschaving kent een god van de liefde, Eros.
Amor of Cupido: bij de oude Romeinen de god en personificatie van de liefde, zoon van Venus; bij de Grieken de god Eros. Amor is een speels knaapje dat met pijl en boog de harten in liefde ontsteekt. Hij wordt ook afgebeeld als een jongeman, soms samen met zijn geliefde Psyche, met Venus of Dionysos of met een groep kleine gevleugelde kinderen (de zogenaamde Amoretti of Amorini).
Uit: encyclopedie van de wereldreligies, Tirion/Baarn.
Het is juist die afbeelding die in de maand februari op vele etalages verschijnt. De hedendaagse mens maakt een mengeling van een heilige uit lang vervlogen tijden, Sint Valentijn en de Romeinse god van de liefde.
Ook in andere culturen en godsdiensten verschijnen liefdesgoden op het toneel. Zo is er Kama of Kamadeva in de Indische mythologie. De god van de liefde en de seksuele begeerte, zou uit Brahma's hart zijn geboren. Volgens andere mythen is hij de zoon van Vishnu of van Dharma. De schone Rati (de wellust) is zijn gemalin. Wanneer Kama probeert de grote god Shiva met zijn pijl te treffen, wordt hij door diens boze blik in as veranderd (vandaar zijn bijnaam Ananga = lichaamloos). Daarna wordt hij als zoon van Krishna herboren.
Zie verder The Emblem Project Utrecht
Uit: VAN DER LINDEN, STIJN, De Heiligen, uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.
Heiligen zijn van overal en van alle tijden, zo begint Stijn van der Linden zijn recente publicatie van zijn heiligenencyclopedie.
In de geschiedenis van de mensheid nemen zij echter steeds een andere plaats in. En het is deze evolutie die in de inleiding van het boek wordt geschetst, van de eerste christenen tot nu.
De rooms-katholieke kerk heeft het meeste heiligen op zijn lijst staan. Ook niet-christelijke godsdiensten kennen hun heiligen, die echter wel degelijk andere karakteristieken vertonen dan christelijke heiligen.
In het christendom is een heilige iemand die er op uitmuntende én voorbeeldige wijze is in geslaagd om Christus na te volgen.
Een heilige 'heilig verklaren' is een pauselijke activiteit met een lange geschiedenis. De procedure op zich is niet zo oud als de heiligen en de zaligen zelf, al is het maar omdat er voor heilig- en zaligverklaringen vandaag een hele organisatie vereist is, een organisatie waarover de eerste christenen nog niet beschikten en die slechts geleidelijk aan werd opgebouwd.
Een heilige moet aan enkele vaardigheden voldoen. De navolging kan, al naar gelang plaats, tijd en omstandigheden, op veel verschillende wijzen gebeuren. De belangrijkste karakteristiek is dat de heilige zich, net als Christus, liet vernederen voor het heil van zijn of haar medemensen. Naast degenen uit de directe omgeving van Jezus, zoals Maria en de apostelen, golden in de eerste eeuwen van de kerk vooral zij als heilig die bereid waren om voor hun geloof de marteldood te sterven. Zij verdienden zo voor zichzelf het eeuwig leven, maar sterkten ook anderen in hun geloof dat leidde tot dat eeuwig leven. Zij waren als graankorrels die, door te sterven, leven gaven aan vele anderen.
Later, toen het christendom algemeen verbreid was in de laat-antieke wereld, werd de schare der heiligen steeds meer versterkt door niet-martelaren zoals bisschoppen, monniken, nonnen en kerkelijke auteurs. Oudtestamentische personen konden als heiligen worden beschouwd in zoverre zij als voorloper van Christus konden worden beschouwd. Nadat de kerk vanuit de oudheid in de Middeleeuwen was beland, werd de schare verder versterkt met uitsluitend heiligen van adellijke afkomst.
Welke instantie beslist dan uiteindelijk wie als heilig wordt verklaard?
In de meeste gevallen zal dat geleidelijk aan zijn gegaan: er stierf iemand die binnen de eigen kring al een zekere faam genoot; na diens dood verbreidde deze faam zich verder tot een bisschop de persoon in kwestie op de een of andere wijze als heilige kenmerkte. De heilige werd bijgeschreven in de (feest)kalender en in andere (liturgische) boeken, opdat zijn of haar naam niet in de vergetelheid zou raken. Omdat aan de bisschop van Rome al snel -in ieder geval binnen de westerse christenheid- een bijzonder gezag werd toegekend, werd de paus meer en meer de instantie die bepaalde welke van die talloze diocesane heiligen in aanmerking kwamen als universele heiligen. Stap voor stap ontwikkelde zich een Romeins procedure. De eerste persoon die, voor zover wij weten, door een paus werd heiligverklaard of 'gecanoniseerd', was in het jaar 993 Udalricus van Augsburg.
De hedendaagse procedure die leidt tot een zaligverklaring, en eventueel een heiligverklaring, kan als volgt worden samengevat.
Wanneer bekend is geworden dat iemand, jaren na zijn of haar dood, aandacht blijft trekken en voorwerp van verering is geworden, wordt in het bisdom waar deze persoon is overleden, een onderzoek ingesteld; voorwaarde is wel dat er een persoon of instantie is die optreedt als eiser om de zaligverklaring te bepleiten én om de te verwachten proceskosten op zich te nemen. De bisschop stelt enkele medewerkers aan voor het verdere onderzoek; de belangrijkste onder hen is de 'postulator', degene die dient na te gaan of 'de faam van heiligheid' waarachtig van toepassing is op de kandidaat-zalige. De postulator wordt ook wel 'advocaat van de duivel' genoemd. Indien de faam van heiligheid inderdaad wordt vastgesteld, kan het onderzoek -nog steeds binnen het bisdom- worden voortgezet; de kandidaat-zalige wordt inmiddels 'dienaar Gods' genoemd. In dit vervolgonderzoek worden alle relevante bronnen verzameld en worden eventuele getuigen gehoord; ook worden de wonderen (of het wonder) die aan de voorspraak van de 'dienaar Gods' worden toegeschreven, geanalyseerd.
Na afronding van de diocesane werkzaamheden zet te Rome de Heilige Congregatie voor de Heiligverklaringen het proces voort. De Congregatie dient eerst vast te stellen of de kanididaat-zalige heeft uitgeblonken in de goddelijk en de zedelijke deugden. Als de uitslag van dit onderzoek positief is, doet de Congregatie hiervan verslag aan de paus. Indien de paus zich hierover goedkeurend uitlaat, vaardigt de Congregatie een officieel decreet uit over de deugden. Vanaf dat moment wordt de dienaar Gods ook wel 'eerbiedwaardige' genoemd. Vervolgens houdt de Congregatie zich bezig met de verificatie van de vermeende wonderen. Het bewijsmateriaal met betrekking tot deze materie wordt voorgelegd aan vijf deskundigen: gewoonlijk geneesheren, want in bijna alle gevallen betreft het miraculeuze genezingen. Indien ten minste drie van hen een positief oordeel uitbrengen, dan wordt andermaal een verslag vervaardigd dat eerst wordt voorgelegd aan een vergadering van bisschoppen en kardinalen. Nadat hun besluiten aan de paus zijn meegedeeld, is het aan hem het besluit om de zaligverklaring ('beatificatie') uit te spreken. De vrijheid van de paus in deze zaken is groot; zo kan hij dispensatie verlenen voor het vereiste wonder, vooral indien de kandidaat-zalige een martelaar is.
De heiligverklaring is een vervolg op de zaligverklaring. Een van de vereisten is wel dat er na de zaligverklaring nog ten minste één (bewezen) wonder is gebeurd op voorspraak van de kandidaat-heilige.
Tussen een zalige en een heilige bestaat een duidelijk verschil in rang; een zalige mag alleen in de liturgie vereerd worden ('verheven tot de eer der altaren') binnen een of enkele bisdommen (eventueel kerkprovincies of religieuze orden en congregaties), terwijl aan een heilige deze eer toekomt binnen de hele katholieke wereldkerk.
Zie verder Papal Liturgical Celebrations: Saints
Tot slot dient te worden opgemerkt dat het ook voorkomt dat zalig- en heiligverklaringen worden uitgesproken met betrekking tot hele groepen tegelijk. Zo werden 22 martelaren die in 1886 in Oeganda waren vermoord, in 1964 gezamenlijk heiligverklaard.
Zie ook Http://www.heiligen.net
Een zeer werkbare brochure rond liefde, seks en relaties werd recent uitgegeven door CRZ (Centrum voor Relatievorming en Zwangerschapsproblemen).
In deze brochure vind je een heleboel citaten, bedenkingen en wetenswaardigheden i.v.m. de liefde, de zoektocht naar 'ware liefde', 'de eerste keer', seksualiteit, teleurstellingen die mensen oplopen.
Deze brochure is eigenlijk gemaakt voor en door eerste jaarsstudenten aan de hogeschool, maar is ook voor leerkrachten en sommige groepen leerlingen een goeie bron van informatie.
De brochure kan (in grote hoeveelheid) besteld worden bij:
Studentenvoorzieningen
Van Dalecollege
3000 Leuven
Tel. 016/32.44.28
Meer informatie over de brochure kan men ook altijd bekomen bij:
CRZ
Kapucijnenvoer 33
3000 Leuven
Tel. 016/33.69.54
BURGGRAEVE Roger, Over relatievorming, samenwonen, huwen en het stichten van een gezin,
in POLLEFEYT Didier (red.), Leren aan de werkelijkheid. Geloofscommunicatie in een wereld van verschil,
Leuven, Acco, 2003, p. 151-188.
Als we ons nu de vraag stellen welke het waarde-ethos is dat achter dit soort relaties schuilgaat, dan is het duidelijk dat het om een eng of smal relatie-ethos gaat, zonder dat met eng of smal reeds een waardeoordeel wordt uitgesproken. De klemtoon ligt zonder meer op de relatiebeleving zelf in het hier en nu. We kunnen dit een subjectiverende relatie-ervaring noemen, met de klemtoon op de actuele subjectieve doorleefde ervaring zelf. Intentioneel beleeft men de relatie niet als een leerproces voor de toekomst, namelijk met de bewuste bedoeling om naar morgen toe te leren een toekomstgerichte relatie op te bouwen, maar als een gebeuren dat in het heden heel zijn waarde en kracht moet realiseren. De intensiteit komt in de plaats van de duurzaamheid. Dit betekent met andere woorden dat het begrip kwaliteit anders ingevuld wordt. Niet het groeiend vooruit-zien en vooruit-gaan staat centraal, maar de hevigheid van de affectieve wederkerigheid zelf. In een dergelijke voorkeur voor relatiebeleving die zich precies doorheen de relatiebeleving zelf koestert, worden geen externe normen of regels meer aanvaard, tenzij enkele volstrekt minimale, alleen maar afbakenende en voorwaardelijke normen: gij zult niet doden en gij zult geen schade berokkenen, of anders geformuleerd: gij zult niemand verkrachten, dwingen, misbruiken of forceren en gij zult alle mogelijke schadelijke en ongewenste gevolgen (zoals hiv-besmetting en zwangerschap) voorkomen. In de relatiebeleving zelf geldt er maar één, meestal impliciete norm of vuistregel meer: zich goed voelen. Het moet tof (cool, keileuk) zijn; alleen de momentaan doorleefde en doorvoelde genoegdoening telt, en dat mag door niets of niemand verhinderd en verstoord worden. Dit intensiteitsethos wordt nog versterkt door de reeds genoemde, snelle en vanzelfsprekende verbinding van de affectieve beleving met de erotiek. Het huid-aan-huid-contact versterkt het gevoel van helemaal bij elkaar horen, er met en voor elkaar te zijn, in een intense wederkerigheid in elkaar opgaand en met elkaar versmeltend.
We willen in onze analyse van dit ethos nog een stap verder gaan door de stelling te opperen dat er in dit soort prille jongerenrelaties twee waardepatronen op een verrassende manier samengaan. Het ene ethos kunnen we het verliefdheidsethos noemen, dat wil zeggen het waardeconcept dat de sentimentele liefde beschouwt als dé liefde. De gevoelsliefde krijgt de bovenhand op de wilsliefde. Het koppel of paar berust op het gevoelsmatig beleefde ik hou van jou, dat wil zeggen op de wederkerige klik tussen twee harten die naar elkaar uitstromen en elkaar ook helemaal omvatten, wat de liefde zelfs een kosmische en sacrale dimensie geeft. Vanuit psychoanalytisch perspectief kunnen we dit een osmotische opvatting over liefde noemen, in die zin dat de liefde hier berust op de wederkerige klik van het verlangen om door de ander bemind te worden. Vandaar dat het in liefde samenzijn helemaal centraal staat en dat juist in dit samenzijn het eeuwigheidmoment gelegen is. Let wel, het betreft hier geen eeuwigheid van iets dat blijft duren, maar de eeuwigheid in de totaliteit van het als volledig beleefde nu-moment: 'I love you, you love me: thats perfect!'
Anderzijds steekt er in dit 'I love you, you love me' ook een contractuele opvatting over de liefde. Het gaat immers om een liefde die geen asymmetrie duldt, maar volledig berust -of liever moet berusten- op symmetrie en wederkerigheid. De liefde die ik van de ander ontvang én mijn liefde die naar de ander uitstroomt moet mij genoegdoening geven. Dat mag ook de ander van mij verwachten, op voorwaarde dat ik dezelfde genoegdoening verkrijg. De affectie, waarop de liefde berust en waaruit ze ook ontstaat, is niet alleen haar voedingsbron maar ook haar voorwaarde en doel. Als ik van de ontvangen en gegeven liefde geen bevrediging meer ontvang, dan heeft de relatie ook geen zin meer. De voorwaarde van de liefde is immers niet de inzet voor een toekomstig gemeenschappelijk project, maar dat ze mij hier en nu gelukkig maakt. Het gaat erom dat ik mij door de liefde en mijn relatie goed voel. En als dit goed gevoel verdwijnt dan is er ook geen reden meer om de relatie nog verder aan te houden, dan is men ook overtuigd dat de liefde dood is. Ik wil jou wel gelukkig maken, is het motto van deze contractuele liefde, maar alleen op voorwaarde dat ik er ook zelf door gelukkig word en blijf. En als dit geluksgevoel verdwijnt, dan is het contract ook niet meer geldig. Waarom zou je dan nog pogingen wagen om de relatie te redden en nieuw vuur in te blazen? Het impliciet romantisch liefdescontract sluit alle toekomststipulaties uit omdat het alleen zweert bij wat in het heden als satisfactie gegeven is. Dat is trouwens ook het enige dat men in de hand heeft. En als er van toekomst sprake is, dan kan het alleen om een bestendiging gaan van het huidige bevredigingsmoment. Alleen als men erin slaagt het huidig goed gevoel het volgende moment vast te houden, te herhalen of te intensifiëren, kan er van enige toekomst sprake zijn.
Deze beide opvattingen over liefde die soms convergeren en soms divergeren, hebben een duidelijk gemeenschappelijk kenmerk, namelijk dat ze geen conflicten verdragen. Elk van beide waardepatronen gaat impliciet of expliciet van de overtuiging uit dat spanningen en ruzies ten allen prijs moeten vermeden worden. Ofwel gaan ze gewoon niet samen met het wederkerig knus klikgevoel, waarin de essentie van de verliefdheid bestaat. Ofwel maken zij de (on)uitgesproken afspraak van wederkerige bevrediging ongedaan. Conflicten lijken alleen maar ongeluk en slecht gevoel voort te brengen, en dat is precies wat volgens de aangegane overeenkomst uitgesloten is. Conflicten worden gezien als te mijden probleemhaarden, en niet als bronnen en mogelijkheden van groei. Daarom gaan beide waardepatronen er ook van uit dat een bewuste, vaste binding voor de toekomst zonder meer voorbarig is, want te geriskeerd (je weet toch niet welke problemen dit allemaal meebrengt...). De enige toekomst die men aanvaardt, is die van de rimpelloze gelukzaligheid die eigenlijk meer vanzelf moet komen dan dat men er inspanningen voor doet. Hiermee is het romantisch liefdesconcept rond. Het berust immers op de vooronderstelling, of liever op het geloof dat liefde geen werkwoord is maar een miraculeus gebeuren dat ons overvalt en overkomt, zoals de zon die 's morgens opstaat en ons schitterend weer geeft om van te genieten. Hoe meer inspanningen men ervoor moet leveren, des te meer lijden zo'n relatie meebrengt. Dus kan je er beter niet aan beginnen. Liefde mag alleen vreugde en geluk meebrengen, geen pijn en tekort. Ware liefde kan alleen genade en hemel zijn!
Zie ook de in de kijker 'Gelijke liefde' voor informatie en links rond holebirelaties en de in de kijker 'Temptation Island' voor onder andere interessante links rond seksualiteit in het jodendom en de islam.
Het is duidelijk dat de rode roos en het peperkoeken hartje de liefde symboliseren. Maar van waar deze symbolen juist komen, is onduidelijk.
Zie ook Le Language des Fleurs
'Heart: a personal Yourney through its Myths and Meanings', een boekje van Gail Godwin, vertaald in het Nederlands, leert iets meer over de symboliek van het hart.
Zie de website van Gail Godwin
Gail Godwin neemt haar lezer mee doorheen de tijd en aan de hand van mythen probeert ze iets meer te vertellen over de symboliek van het hart.
Hoewel het boekje heel leuk om lezen is, draagt het een duidelijke Amerikaanse stempel en kunnen er vragen gesteld worden bij de mythen en de waarheidsgetrouwheid ervan.
Hart symbool. Het hart symbool word tegenwoordig voor liefde in de seksuele vorm gebruikt. In Zweden word het ook gebruikt als een symbool voor billen omdat het ook een oud symbool is voor een toilet voor zowel mannen als vrouwen.
Hart symbool met tekens. Dit is een bijzonder vorm van het hart symbool. Op het hart staan heilige woorden uit de Koran geschreven,
dit geeft het symbool -naast het symbool van de liefde- ook een beschermende werking.
Liefde symbool. Dit symbool staat voor lichamelijke liefde en verliefd zijn in het algemeen. De pijl is een teken dat het hart geraakt is door de pijl van Amor, de god van de liefde.
Zie ook deze pagina vol symbolen
Veel van de symbolen die liefde uitdrukken zoals de hartvorm, de kleur rood (in alle tinten van roze tot dieprood), de roos,... verliezen door het commercialiseren ervan aan waarde. De mooie symbolen worden vaak kitch.
Als tegengewicht zou de aandacht kunnen gevestigd worden op een ander gebruik van deze symbolen.
De woordkunst maakt gebruik van deze symboliek en de onderliggende betekenis (zie lesimpuls 2: hedendaagse poëzie en 1 Kor 13); maar zeker ook de beeldende kunst maakt gebruik van deze symbolen.
Valentijn kan een uitgelezen moment zijn om via schilderkunst de leerlingen een andere kijk te geven op kunst of kitch (zie ook impuls 1: hedendaagse kunstwerken).
Wat kan je doen met kunst in de klas en waarom zou je hedendaagse kunst gebruiken?
Een pleidooi
Een kunstwerk kan maar leven als het bekeken wordt. De manier waarop het bekeken wordt, is hierbij bepalend. De betekenis van schilderijen hangt vaak mee af van de interpretatie bij het kijken. Kijken herleiden tot passieve registratie van zintuiglijke gegevens zou een simplistische waarnemingstheorie zijn. Het leggen van verbanden en het maken van onderscheidingen speelt zich niet af op het niveau van de waarneming, maar moet worden toegeschreven aan door de taal geconstitueerde cognitieve vermogens. Kijken kan een ingewikkelde activiteit zijn. Ook in het kijken worden verbanden gelegd en keuzes gemaakt die bepalend zijn voor de totaalindruk en daarom constitutief voor de betekenis van het schilderij.
'... wat een schilderij betekent, berust op de ervaring die wordt opgeroepen bij een toeschouwer die voldoende gevoelig en voldoende geïnformeerd is, zodat hij naar het doek kijkt zoals dit volgens de bedoelingen van de kunstenaar is gemarkeerd.'
De hermeneutische kunsthistoricus Boehm spreekt over het 'ziende zien' in onderscheid met het herkennende zien. In de theorie van Boehm is pure zichtbaarheid geen gegeven, maar een constructie die ontstaat in het proces dat zich afspeelt tussen kijker en werk. Dit is een individueel proces. Iedere toeschouwer ziet zijn schilderij al ziende. Er blijft in het interpreterend kijken altijd iets subjectiefs. Hermeneutiek is een subjectief gebeuren, interpreteren gebeurt vanuit de persoonlijke denk- en ervaringswereld. Hetgeen de toeschouwer ziet, kan soms meer zeggen over de persoon dan over het abstracte kunstwerk. Hoewel niet uit het oog mag worden verloren dat de concrete (klas)situatie en de ruimere context het gebeuren nadrukkelijk zal kleuren.
Kandinsky stelt dat abstracte kunst ons de kans geeft om het werk zelf te ontdekken. De kunst dwingt ons om onze verbeelding aan te spreken, om te zoeken naar wat de kunstenaar in dit werk gelegd heeft, om met een kritisch oog naar dit werk te kijken. Het is de verbeeldende vraag die het onzegbare vorm geeft: "Wat is dit? Wat zie ik? Waarheen, waarop wijst het werk me?" Kunst slaagt erin om het onzegbare bespreekbaar te maken. In Kunst kan zo ook de levensbeschouwelijke en religieuze dynamiek van de werkelijkheid, van ons kijken naar de werkelijkheid doorschemeren.
Kunst heeft een kracht om uit te dagen, 'a power to challenge, to be a resting place and to raise new questions'. Het is aan de kijker om op die uitdaging in te gaan, om te zoeken naar antwoorden op die vragen. De toeschouwer antwoordt op kunst: wie hij/zij is en wat hij/zij inbrengt in de ontmoeting is de betekenissleutel voor het kunstwerk. De kijker interpreteert, de kijker is hermeneut.
Waarom zouden we nu abstracte hedendaagse kunst in de godsdienstles kunnen gebruiken?
Omdat kunst vragen stelt en omdat kunst het recht op twijfel toelaat. Misschien juist die vragen en die twijfel waar leerlingen nood aan hebben? Dit kan aanleiding geven tot gesprek. Kunst als opening voor communicatie.
De leerling wordt geconfronteerd met de vraag naar betekenis en wordt uitgedaagd hierop een antwoord te formuleren, vanuit zijn/haar eigen levensbeschouwelijke biografie. De leerling wordt de hermeneut van het hedendaagse kunstwerk en zal vanuit zijn hedendaagse belevingswereld daar een betekenis aan geven.
Kunst toont de leerlingen dat religie en levensbeschouwing een hedendaags gebeuren is. Hedendaagse kunst maakt religie en levensbeschouwing actueel. Hedendaagse kunst slaagt erin hedendaagse vragen te stellen over religie. Hedendaagse kunst omdat deze aantoont dat religie iets is waar hedendaagse kunstenaars zich vragen bij stellen en waarop zij op hun manier misschien een antwoord proberen te zoeken. De kunstenaar heeft de mogelijkheid om in zijn kunstwerk beelden te scheppen die bijzonder actualiserend zijn. Door deze actualisering krijgen oude componenten een nieuwe, hedendaagse betekenis. Door het tonen van hedendaagse religieuze kunst in de les, zullen leerlingen beseffen dat kunst ook nu een plaats krijgt in de maatschappij en niet iets is van honderden jaren geleden.
Het gebruik van hedendaagse kunst laat toe leerlingen te socialiseren, hun geloof te vormen, elk volgens hun religieuze gevoeligheid. Kunst roept op en kunst biedt aan. Leerlingen confronteren met hedendaagse kunst zal interesse opwekken voor religie, voor het spirituele. Elke leerling zal dit ervaren vanuit zijn/haar twijfel, vragen en levensbeschouwelijkheid. De leerling krijgt de taak op te treden als hermeneut. Als de kijker dus enigszins een religieuze gevoeligheid heeft, zal hij in een kunstwerk het spirituele, religieuze ontdekken.
Misschien is het zelfs niet te gewaagd om zich af te vragen of hedendaagse kunst ook niet het socialisatieproces op gang kan brengen? Kunnen leerlingen door het interpreteren van het kunstwerk niet ontdekken dat kunst religieus geïnterpreteerd wordt? En kan deze religieuze, spirituele ervaring die ze zelf ontdekken in hedendaagse kunst niet bijdragen tot hun religieuze socialisatie?
Godsdienstdidactisch gezien steekt er een heel speciale waarde in het werken met beeldende kunst. Als kunst door haar waarachtigheid getuigenis aflegt van Gods heerlijkheid, doet ze dat altijd op 'indirecte wijze'. Kunst preekt niet. Zodra een kunstenaar opzettelijk zijn boodschap gaat poneren, houdt hij op kunstenaar te zijn... Als kunst verkondigt, dan doet ze dat niet met opzet. In echte kunstwerken worstelt de kunstenaar met de oersituaties en grondvragen van de eigentijdse mens, vanuit een indringend en zeer persoonlijk aanvoelen en wil de kunstenaar zoekend uitdrukken wat hem als mens onvoorwaardelijk aangaat en wat levensnoodzakelijk lijkt.
En tenslotte: waarom hedendaagse kunst in het hedendaagse onderricht? Omdat kunst-kijken een hermeneutisch proces is. Hedendaagse kunst heeft een hermeneutische waarde. De kijker interpreteert en legt de waarde in het werk. Leerlingen confronteren met kunst laat toe leerlingen centraal te stellen. Dit gegeven lijkt bijzonder wel aan te sluiten bij het nieuwe godsdienstdidactische concept. Het centraal stellen van het kunstwerk als een vraag, leerlingen die vraag voorleggen en kritisch laten reflecteren hierbij, brengt communicatieprocessen op gang. In deze processen zullen verschillende levensbeschouwelijke visies te onderkennen zijn. Deze dienen als hermeneutische knooppunten onderkend door de leerkracht en samen met de leerlingen uitgeklaard. Sluit hedendaagse kunst niet zeer goed aan bij de nieuwe visie op het godsdienstonderricht?
Het gebruik van kunst mag niet worden tot een 'verklarend plaatje bij een onvolledig praatje'.
Hedendaagse kunst kan niet herleid worden tot een didactisch middel.
Kunst brengt meer dan alleen informatie over. L'art pour l'art maar evenzo staat kunst open om een inhoud over te brengen en te bemiddelen. Kunst werkt in de diepte.
Wat moeten we tonen? Toon hedendaagse en abstracte kunst. Hedendaags om de leerlingen er met zeer concrete voorbeelden op te wijzen dat religie en het bezig zijn met levens- en zinvragen iets is van onze tijd. Religieuze kunst is meer dan heiligenbeelden, iconen, figuratieve kruiswegen,... en daarmee is niet gezegd dat deze geen waarde hebben, zowel religieus als esthetisch, maar hedendaagse religieuze kunst kan een extra boodschap meegeven aan leerlingen vandaag.
Waarom abstract? Omdat ze de kijker meer invulling laten. 'Hoe realistischer een beeld des te moeilijker heeft de maker het om het ook symbolisch te laten spreken.' Abstracte kunst laat de kijker toe meer invulling te geven dan figuratieve. Het laat de leerling toe zich meer geconfronteerd te weten met de eigen religieuze gevoeligheid.
Wat moet je dan tonen? Toon iets wat je zelf mooi vindt, of waar je je zelf door aangesproken voelt, intuïtief. Toon een werk dat bij jou vragen oproept, dat jou choqueert, beweegt, bevraagt, uitdaagt, ontroert...
DE VISSCHER Jacques, Het verhaal van de kunst, een wijsgerige hermeneutiek van het kunstwerk, Boom, Meppel, 1990.
DE VISSCHER Jacques, Kunst en Religie, van manifeste verbondenheid naar verborgen verwantschap, in SPEYBROEK Daan (red.), Kunst en religie, Ambo, Baarn, 1991.
SCHMIDT Peter, Geloof en Kunst, een paradoxaal huwelijk, in Collationes, Vlaams tijdschrift voor theologie en pastoraal, 29 (1999) 3, p. 225-253.
APOSTOLOS-CAPPADONA, Diana, Art, Creativity and the Sacred: an Antrology in Religion and Art, Crossroad New York, N.Y., 1984.
APOSTOLOS-CAPPADONA, Diana, Eliade, Mircea, Symbolism, the Sacred and the Arts, Crossroad/Continuum, N.Y., 1990.
The Spiritual in Art: Abstract Painting 1980-1985, Los Angeles County Museum of Art, Abbeville Press Publishers, 1986.
LOMBAERTS Herman, ROEBBEN, Bert, Godsdienst op school in de branding, een tussentijdse balans, Cahiers voor Didactiek, Wolters Plantyn, Leuven, 2000.
LOMBAERTS Herman, ROEBBEN, Bert, Gods website: mediacultuur en godsdienstige vorming, Niké-reeks, Acco, Leuven, 1998.
DE CHAPEAUROUGE Donat, Paul Klee und der Christliche Himmel, Franz Steiner Verlag, Stuttgart, 1990.
STÄNDER Christina, u.a., Unterrichtsideeen, Ich möchte wissen, was dahinter ist ... Moderne Kunst im Religionsunterricht, Ernst Klett Grundschulverlag, Leipzig, Stuttgart, Düsseldorf, 1999.
VON SCHEMM Jürgen, KLEE Paul, Bilder Träumen, Abenteuer Kunst, Pretsel, 1996.
KUTSCHBACH Doris, Der Blaue Reiter im Lenbachhaus München, Abenteuer Kunst, Pretsel, 1996.
1. Enkele hedendaagse kunstwerken
2. Hedendaagse liefdespoëzie - hooglied van de liefde
3. De film Bleu en het hooglied van de liefde
4. Spelmateriaal
5. Televisie
Zie ook de achtergrondinformatie 'Kunst en liefde', in het bijzonder het stukje 'Wat kan je doen met kunst in de klas en waarom zou je hedendaagse kunst gebruiken?'
Zie ook didactische suggestie 1
Zie ook Webmuseum - The Kiss



Hedendaagse poëzie - enkele voorbeelden
Uit: TELLEGEN Toon, Alleen Liefde, gedichten, Querido, Amsterdam, 2002.
Een versje
Zij keek naar mij.
Waar heb je dat uit, vroeg ik.
Uit zee, zei zij.
En streelde mij.Zij streelde mij.
Hoe wist je dit, vroeg ik.
Ineens, zei zij.
En kuste mij.Zij kuste mij.
Hoe kom je dààr aan, vroeg ik.
Vanzelf, zei zij.
En lachte om mij.Zij lachte om mij.
Mijn god, zei ik.
Niet waar, zei zij.
En keek naar mij.
Een kus
'Zal ik je eens een levensgevaarlijke kus geven?'
Ze ging op haar tenen staan, legde haar hand in mijn nek
en gaf mij een levensgevaarlijke kus,
zo'n kus die aan een zijden draadje hangt
en heen en weer zwiept, om zijn as tolt en wegschiet -ik kon hem niet tegenhouden, ik riep, zwaaide met mijn armen,
holde hem achterna -zo'n kus die zich omdraait
en aanlegt, iets hoger, iets lager
zo'n dodelijk kus.
Uit: VAN VLIET Eddy, Geen dag zonder liefde, honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit Noord en Zuid, De Bezige Bij, Amsterdam, 1999.
Verliefd
Zo gaat dat, zo ging het en zo zal het altijd gaan.
Afspreken in cafés op sluitingsdag.
Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.
Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,
Het fout begrepen telefoonnummer.
Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.
Liefde als een veelvoud van vergissingen.Onbeholpen woorden als zoëven op zak en
Zoveel zin om, los van de wetten
Van goede smaak en intellect, te schrijven
Dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,
Een plattegrond bestaat, waarop een kus,
Die het nauwelijks was, geregistreerd werd.
Menu
Onder het aperitief
Hadden we elkaar lief.
Bij het sneetje champignons
was het heel goed tussen ons.
't Was geen najaar. Het was mei
bij de paling in gelei.
Vogels zongen aan 't plafond
En we spraken van Yvon
Met haar idiote nukken
en we scheurden haar in stukken
en we veegden haar opzij.
Dat was dat en het was mei.Later, bij de omelet
kregen we het over Jet
en natuurlijk over centen...
't Was gedaan met onze lente.
Bij de tong à la meunière
werd het openlijk misère.
En ten slotte, bij de gember
was 't al weer november.
En het kostte ons waarachtig
vierenvijftig gulden tachtig.
Het hooglied van de liefde (1 Kor 13, 1-13)
Al spreek ik de taal van mensen en engelen
- als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave van de profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap,
al heb ik het volmaakte geloof dat bergen zou kunnen verzetten
- als ik de liefde niet heb, ben ik niets
Al deel ik al mijn bezit uit, al geef ik mijzelf prijs om mij daarop te kunnen beroemen
- als ik de liefde niet heb, helpt het mij niets.
De liefde is geduldig en vriendelijk;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet,
zij verbeeldt zich niets.
Zij gedraagt zich niet onfatsoenlijk,
zij zoekt zichzelf niet,
zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan.
Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt zij,
alles gelooft zij,
alles hoopt zij,
alles verduurt zij.
De liefde vergaat nooit
Zie ook didactische suggestie 3
Filmdrieluik Trois Couleurs
Krzysztof Kieslowski (1941 - 1996)
Zie ook deze filmreview
Drie films geïnspireerd door de drie idealen van de Franse revolutie; vrijheid, gelijkheid, broederschap, geactualiseerd naar onze huidige tijd.
In de film "Bleu" wordt het hooglied van de liefde (1 Kor 13, 1-13) gebruikt als lied onder de titel 'Song for the Unification of Europe'. Het lied wordt in het Grieks gezongen in een originele uitvoering.
Beluister dit nummer:
Met een trage internetverbinding
Met een snelle internetverbinding
Zie deze webpagina voor de originele Griekse tekst van het nummer, transliteraties en vertaling.
In Trois Couleurs - Blue verliest een 33-jarige vrouw, Julie, bij een auto-ongeval haar man en kind. Beroofd van haar gezin heeft zij plotseling niets meer. Zij neemt het drastische besluit tabula rasa te maken, in absolute vrijheid nieuwe levensrichtingen te kiezen en een nieuw leven op te bouwen. Zij komt tot de vaststelling en het inzicht dat zij niet zomaar met het verleden kan breken. Zo laat de muziek van het Concerto voor Europa, waaraan zij samen met haar man werkte, haar niet los. Zij krijgt die muziek niet uit haar hoofd. Ook andere dingen zoals de halsketting met een kruisje maken haar duidelijk dat het verleden niet uit de herinnering kan worden weggeveegd. Julies existentiële omwenteling gaat gepaard met een bewustwordingsproces, waarbij de vrouw gaat aanvoelen hoe leeg een naar zichzelf gekeerd en in zichzelf opgesloten, naar eenzaamheid voerende absolute vrijheid is. Zij komt ook tot inzicht dat een nieuw leven opbouwen slechts zinvol is waar liefde de vrijheid doordesemt. Een leven zonder barmhartigheid en liefde is niet mogelijk. Dit wordt op een lyrische wijze opgeroepen in de sequenties aan het einde van de film waarin de muziek van het Concerto voor Europa opklinkt met als hoogtepunt de samenzang met de woorden gehaald uit het paulinisch Hooglied van de liefde (Brief van Paulus aan de Korinthiërs, 1 Kor 13, 1-13). De film eindigt met een close-up van Julie. Voor het eerst weent ze en er tekent zich ook een vage glimlach af op haar gelaat. Even te voren zag men het beeld van een jonge vrouw die door middel van een echografie naar haar kind in haar schoot kijkt. Beelden van hoop, beelden van leven. Echte kunst is steeds ergens een vorm van hoop.
Uit: SEGERS, Jules, REYNDERS, Ben, Trois couleurs - bleu, blanc, rouge: filmisch drieluik over liefde, hoop en geloof, in Zin in film, Kok Kampen, 1996.
Het Centrum voor Informatieve Spelen heeft een hele reeks didactische en lerende spelen rond relaties en relatievorming.
Vele van die spelen kunnen in de klas gebruikt worden. Het kunnen prima hulpmiddelen zijn voor een goed klasgesprek, het kunnen instekers zijn voor het thema. Zo'n spel is zeer goed didactische materiaal. Het geeft aan de spelers het gevoel dat ze op een veilige manier iets kunnen vertellen, zonder daarom heel hun eigen verhaal te moeten blootleggen.
Het C.I.S. is ook makkelijk te contacteren en steeds bereid tot uitleg en zoeken naar een geschikt spel:
Centrum Informatieve Spelen
Naamsesteenweg 164 en 130
3001 Leuven
016/22.25.17
cis@spelinfo.be
http://www.spelinfo.be
Een kleine selectie uit het ruimer aanbod:
Kimba
Thema: communicatie over interesses, relaties,...
Leeftijd: vanaf 12 jaar
Aantal spelers: 2 tot 12
Duur: 1 tot 1,5 uur
Aantal Begeleiders: 1
Verkoopprijs: Bestaat niet meer
'Kimba' is, samen met zijn variant 'Venster' een communicatiespel met 3 vragenreeksen: 1 over wensen en dromen, 1 over relaties en 1 over seksualiteit en gezondheid. Een vierde vragenreeks over 'geloven vandaag', kan afzonderlijk worden verkregen.
Wanneer raakt je geduld op? Het luisteren en praten verloopt volgens vaste communicatieregels. 'Kimba' leert de spelers zichzelf en hun omgeving te ontdekken en te waarderen. 'Kimba' is ook te verkrijgen in een Franse, Engelse en Spaanse versie.
Het Kimba spel is een communicatiespel. Het heeft als bedoeling dat de spelers in dialoog gaan over de voorgelegde vragen. De vragenreeks relaties, seksualiteit en gezondheid lenen zich uitstekend in de thema's. De leerkracht kan ook op voorhand het ruime aanbod vragen (en kaartjes) selecteren zodat het gesprek meer gestuurd is en meer bij het onderwerp van de les aansluit.
Het Kimba spel heeft als voordeel dat alle spelers in het spel worden betrokken en dat de duur van het spel niet strikt vastligt en dus op enkele minuten kan onderbroken worden.
Het begeleiden van dit spel vraagt geen specifieke kennis en kunde. De taak bestaat erin het gesprek af en toe een zetje te geven, bepaalde opmerkingen en discussie samen te vatten en gaande te houden.
Dit spel vraagt ook heel weinig voorbereiding. Alles wat nodig is, zit mooi verpakt in de speldoos.
Het is een originele verpakking voor een klasgesprek.
Bovendien geeft het aan de spelers een veilig gevoel om openlijk over een soms moeilijker onderwerp in gesprek te gaan.
Aidsbekerspel
Thema: aids
Leeftijd: vanaf 14 jaar
Aantal spelers: 10 tot 30
Duur: 1 tot 1,5 uur
Aantal Begeleiders: 1
Verkoopprijs: 24 Euro.
Samengesteld door: Vincent Sélenne, ingenieur, MBA, ontwerper van educatieve spelen en business games, in samenwerking met Artsen Zonder Grenzen.
Elke speler krijgt een rolbeschrijving met een veilig of onveilig vrijgedrag. De spelers imiteren wisselende seksuele contacten door het mengen van bekers met vloeistof. Een van de bekers bevat bij het begin een product dat zich tijdens het spel over de bekers verspreidt. Op het einde van het spel wordt dat product zichtbaar gemaakt en blijkt wie onveilig vrijde. Een visueel aantrekkelijke manier om de verspreiding van het HIV-virus te verduidelijken. Met het 'Aidsbekerspel' krijgen de spelers zicht op de gevolgen van veilig en onveilig vrijen.
Het aidsbekerspel heeft als eigenlijke bedoeling de jongeren bewust te maken van de gevaren voor aids, als gevolg van losse vluchtige seksuele relaties.
Maar ruimer gezien leert dit spel heel veel over relaties en brengt het de jongeren een bewustzijn bij over hun eigen visie op relaties.
Het eigenlijke doel van het spel is de ziekte aids uit te roeien. De spelers kunnen dit doen d.m.v. vragen. Deze vragen hebben betrekking op preventie, uitroeiing of onderzoek omtrent de ziekte. Terwijl de spelers aan de hand van het spelbord 'de wereld redden van aids', doen ze heel wat informatie op omtrent de ziekte.
De vragen zijn ingedeeld in twee reeksen (moeilijke en eenvoudigere vragen) en alle antwoorden zijn terug te vinden op de achterkant. (Bemerk wel: er steken al een paar vragen bij die achterhaald zijn. De wetenschap evolueert sneller dan de uitgave van spelen. Misschien is het beter om die vragen dan aan de kant te leggen of om die kans te grijpen en iets te vertellen over de nieuwe mogelijkheden.)
Het spel kan gespeeld worden vanaf 12 jaar. Het spel is bedoeld voor 2 tot 6 spelers, maar indien men met een klas wil spelen, kan men de groep makkelijk in teams verdelen.
Het begeleiden van dit spel vereist geen specifieke kennis van het onderwerp, de leerkracht kan het spel gemakkelijk leiden. Alle antwoorden staan op de vraagkaartjes. Het is wel leerrijk voor de leerlingen als de begeleider nog iets meer weet te vertellen.
Informatief, verhelderend en luchtig praatprogramma over de verhouding tussen tieners en ouders. Presentatie: Chris Dusauchoit.
M.m.v. kinderpsychiater Peter Adriaenssens
Elke dinsdag omstreeks 21.15u (2003)
Zie ook de website van Huisje Weltevree
5de aflevering: Uitzending dinsdag 4 februari 2003 (21.15u.): Huisje Welgevreeën
Zie ook didactische suggestie 4
Klaar om te komen
Linda werd ontmaagd op haar dertiende. 'Ik was jong', zegt ze zelf, 'maar ik was er klaar voor. Ik heb er geen spijt van.' Toen Linda's mama het nieuws vernam, nam ze haar dochter gewoon mee naar de gynaecoloog om haar de pil te laten voorschrijven. Seks is geen taboe bij Linda thuis.
Vinden anderen je een seut als je nog maagd bent op je 16? Mag het lief van je dochter bij haar op de kamer slapen? En vertel jij je ouders over die fantastische one-nightstand van vorig weekend?
De ideale schoonzoon
Maagd zijn is nu net één van de voorwaarden die Mustafa stelt aan zijn toekomstige schoonkinderen. Ze hoeven niet Turks of moslim te zijn, maar ze moeten wel uit een degelijke familie komen waar dezelfde waarden gelden als in zijn gezin. Als vader wil hij een vinger in de pap als het gaat over de partnerkeuze van zijn kinderen. Hij zal zich dan ook grondig informeren over eventuele verloofdes. 'Ik wil hen gewoon veel ellende besparen', redeneert een bezorgde Mustafa.
Droom jij van een ideale schoonzoon? Mogen pa en ma zich moeien met de keuze van je lief? En wat als het lief van je dochter een meisje blijkt te zijn? En hoe vertel je thuis dat dat je vriendin 15 jaar ouder is dan jij?
KRO
Op Valentijnsdag zelf zendt KRO-televisie een speciaal programma uit, van 16.30 tot 18.30 uur(2003). Twee uur lang liefde op Nederland 1...
Anita Witzier ontvangt in het programma 'Memories' verliefde mensen die openhartig praten over hun relatie en over hun gevoelens. Ook spontane ontboezemingen en liefdesverklaringen van door de camera verraste passanten komen aan bod in de Valentijnsspecial. Deze verhalen en liefdesverklaringen worden afgewisseld door ontroerende fragmenten uit het KRO-archief.
Verder is er tussen 17.35 uur en 18.00 uur een speciale aflevering te zien van het programma De Liefde met Hansje Bunschoten met een compilatie van de meest aangrijpende fragmenten.
Zie ook achtergrondinformatie rond kunst in het godsdienstonderwijs
Symboliek en kunst
Er zijn heel wat gekende en minder gekende kunstwerken die in de les kunnen gebruikt worden.
Naast kunstwerken kan fotomateriaal (soms heel mooie reclame foto's) hier zeker bruikbaar zijn.
Leerlingen laten kijken en zelf de symboliek in een werk laten ontdekken en laten interpreteren, kan op zich al een hele leerrijke les worden.
Hun bedenkingen kritische confronteren met enkele minder kunstvolle en gecommercialiseerde producten, zou een goede manier kunnen zijn om hen aan te sporen tot een iets doordachter koopgedrag.
Wat meer info bij de werken van Paul Klee
Klee is de belichaming van iemand met een hart. Dat hij een eersteklas kunstenaar was, maakt hem nog zeldzamer. Klee heeft de hartvorm vaak gebruikt in zijn kunstwerken. Deze vorm verschijnt op een betekenisvolle manier: het hart als middelpunt en onderwerp, als een ironisch of satirische commentaar in een tekening, als enige veelzeggende kleur in een eentonig schilderij, als aanduiding van de ware creatieve bron van het leven.
Zo heeft in het kleurige 'poppentheater' de grote centrale figuur een hartvormig gezicht en een gestreept hart voor haar bovenlichaam.
Bij de 'drinkende engel' lijkt het er op dat hij via zijn hartvormige mond, inspiratie put uit wat boven hem lijkt te zijn. Of is het datgene wat boven hem is, dat hem een hartvormige mond geeft?
In het werk 'heeft hoofd, hand, voet en hart' staat het hart centraal. Daarom verdient het misschien wat extra uitleg.
De toeschouwer zou kunnen denken dat de genoemde lichaamsdelen enkel vermeld zijn, om de twijfelende toeschouwer het begrijpen te vergemakkelijken. Want inderdaad ziet men linksboven een hoofd, in de twee opgevulde kringen bedoeld als ogen, voorhoofd en mond en neus zijn aangeduid door lijnrechte strepen. De handen en de voeten tonen zich op staken, toch opvallend dat beide handen en beide voeten dezelfde vorm hebben. Deze staan ook niet in proportie met een normaal mensenlichaam. Uiteindelijk bevindt zich in het middelpunt het hart, zo dat de titel als bestand wel correct lijkt.
Ondanks het feit dat alle elementen in de titel ook afgebeeld staan, lijkt de titel iets meer te verbergen. Het eerste woordje 'heeft' doet denken aan een zin. Het zou een zin kunnen zijn uit een sprookje, een versje uit Klee zijn kindertijd, een bijbelcitaat, een gedicht. De zoektocht naar de oorsprong van de titel is echter niet zo succesvol. Daarmee verdwijnt natuurlijk ook de mogelijkheid naar een associatieve interpretatie. Er zijn twee aanknopingspunten, om aan te nemen dat de titel niet zomaar uit de lucht gegrepen is. Ten eerste zou het verwijzen naar een feest gekend in het milieu van het Bauhaus in 1928, 'bart-nasen-herzens-fest', ofwel zou de titel gekozen zijn naar analogie van een werk van Hans Arp, een vriend van Klee, 'Augen, Nase, Schnurrbart'. Allerlei verklaringen zijn voor het werk en deze titel in verschillende catalogi verschenen.
Bij nadere bestudering van het werk, valt op dat achter het donker rode hart, een zwakker rood, in lichte tint geschilderd kruis staat. Het zou kunnen dat Klee dit idee heeft overgenomen uit een andere kunsttraditie. Het donker rode hart op de bleke, doch duidelijke kruisvorm laat toe om te concluderen dat Klee zich heeft laten inspireren door de iconografie.
Het zou kunnen gaan om de afbeelding van het hart van Jezus uit de late middeleeuwen. 'Es sind die Bilder mit dem Herzen Jesu aus dem späten Mittelalter, die Karel Richstätter in einem Buch, das damals weit verbreitet war, umfassens vorgestellt und mit dem religiösen Umkreis ihrer Zeit verbunden hatte.' Of Klee daadwerkelijk dat boek van Richstäter gebruikt heeft, of op een andere manier in contact gekomen is met beelden uit die kunst, speelt geen rol.
Alleen het gezicht linksboven is niet terug te vinden in de beelden die Richstäter aanhaalt. Omdat het hoofd uitdrukkelijk vermeld wordt in de titel, en uitdrukkelijk linksboven, opvallend geschilderd is, lijkt het alsof Klee zich niet helemaal bij de traditie neerlegt. Alsook door de expliciete toevoeging van 'Hand, Fuss' wekt Klee de indruk niet een fictieve figuur op het oog te hebben.
Nog een klein detail is het vermelden waard. Onderaan het schilderij heeft Klee een lijn geschilderd. Deze lijn duidt precies een maatstaf aan. Linksonder, net boven de lijn staat een teken. Als men goed kijkt lijkt dit op een romeinse vier. Het lijkt erop alsof het de bedoeling is het werk met deze lijn in proportie te brengen.
Ook hier kan samen met de leerlingen een speurtocht georganiseerd worden naar de symboliek die de dichter beschrijft.
Leerlingen kunnen aangespoord worden om op zoek te gaan naar een liefdesgedicht. Deze kunnen als opener gebruikt worden in de les, door naar een motivatie te vragen van hun keuze.
Er kan ook gezocht worden naar stijlverschillen tussen de hedendaagse poëzie en die van 1 Kor 13. Op die manier zullen de leerlingen wel achterhalen dat 1 Kor 13 met een andere doel geschreven is en kan er verder op ingegaan worden.
Hier zijn heel wat bronnen voorhanden. Een zeer eenvoudig, makkelijk leesbaar en goed boekje is: LAMBRECHTS Jan, s.j., Zonder liefde ben ik niets, Averbode, 2002. Er staat een goed analyse in van 1 Kor 13 die naar een klasgebeuren zeker bruikbaar kan zijn en die ook veel achtergrondinformatie geeft over het hooglied van de liefde.
Een andere mogelijks te gebruiken bron is: HOLLANDER W., 1 Korintiërs II: een praktische bijbelverklaring, Kok/Kampen, 2002.
Als geen tijd kan gevonden worden om de gehele film te bekijken en een grondige nabespreking te organiseren dan is het muziekfragment zeker een aanrader.
Het muziekfragment, 1 Kor 13, 1-13, is een heel imposant stuk, het is geen geromantiseerde gezongen versie. Er gaat nogal wat kracht van uit en maakt nogal wat gevoelens los. Een zeer eigenzinnige interpretatie van het hooglied van de liefde.
Met zijn filmverhalen raakt Kieslowski kernthema's van onze tijd. Hij weet de tijdgeest op een treffende wijze filmisch tot uitdrukking te brengen en te bevragen. Hij opent de ogen voor wezenlijke levensfacetten, die in ons (media)technologisch tijdvlak dreigen te verkommeren of onder te sneeuwen. Kieslowski vestigt de aandacht van de filmkijker op het belang en de betekenis van de spirituele dimensie van ons menselijk bestaan. Met zijn vaak verrassende filmische symboliek opent hij de weg naar de transcendente, de religieuze kanten van het menselijk bestaan en stemt hij de kijker tot nadenken daarover. Kieslowski doet dat niet op een ponerende of moraliserende toon, maar biedt zijn waarnemingen omtrent het leven en de wereld op zo'n open en dialogische wijze aan, dat de kijker er gevoelig voor wordt en vanuit zijn eigen beleving het verhaal wil en moet gaan afmaken. Kieslowski geeft dan ook geen antwoorden op zijn opgeroepen vragen, maar nodigt de kijker uit er zelf op in te gaan en er met zijn naasten over door te praten. Zo maakt Kieslowski met zijn levensverhalen belangrijke levenswaarden 'bespreekbaar'. Kieslowski maakte films om te registreren en om een dialoog met mensen aan te gaan. De camera was voor hem een middel om vragen los te weken en om verhalen te vertellen over dingen die mensen -hoe verdeeld en verschillend zij onderling ook mogen zijn- met elkaar gemeen lijken te hebben, zoals daar zijn: liefde, haat, angst, pijn, jaloezie.
Op de hem typerende werkwijze weet Kieslowski spirituele en morele overwegingen filmisch over te brengen. Hij is een meester in het gebruik van veelbelovende kleine details. Alle opnamen zijn betekenisvol en vloeien harmonisch samen in het geheel van de betekenisvorming van de film. Met een veelheid aan veelal korte en krachtig gecomponeerde close-ups en close shots structureert de cineast zijn verhaal. Met een meesterschap in de beeldende uitdrukking van menselijke gemoedsbewegingen en in de subtiele exploratie van zieleroerselen van de personages, waarbij de close-ups van een gelaat en het gebruik van het blauw in verschillende variaties als dominante symbolische en sfeerscheppende kleur opvallen, geeft Kieslowski een sterke geladenheid aan zijn verhaal.
Bovendien gaat de plastische beeldcompositie gepaard met de indringende muziek van Kieslwoski's vaste componist Zbigniew Preisner. Die muziek doordrenkt de hele film en stuwt de betekenisvorming vooruit.
Deze uitzending kan een aanleiding vormen voor een klasgesprek over relaties en de verschillen in mening bij jongeren en ouders.
Het zou leuk kunnen zijn om een soort 'open stoel' gesprek te organiseren na het bekijken van de video. 'Open stoel' is ook gekend als een vorm van bibliodrama, maar kan naar aanleiding van een andere tekst of beeld ook gebruikt worden.
Het doel is om op de 'open stoel' (of meedere stoelen) personages te plaatsen. Eenmaal plaats genomen op een van de stoelen, leeft men zich helemaal in in de rol en functie van de imaginaire persoon die op de stoel zit. Hier zou stoel 1 kunnen ingenomen worden door een ouderfiguur en stoel 2 door een jongere. Beide treden in gesprek. De klas wordt observator en krijgt als taak argumenten pro en contra te achterhalen.
De taak van de leerkracht bestaat erin om via gerichte vragen het gesprek op gang te houden en beide sprekers in extremen te dringen. Indien het gesprek uit de hand loopt kunnen andere leerlingen op de stoel worden geplaatst.
Deze 'spelvorm' heeft als voordeel dat de leerlingen een rol krijgen toebedeeld. Door zich in deze rol in te leven zullen ze makkelijker en extremere argumenten formuleren. Deze argumenten kwetsen hen niet, maar komen voort uit de rol die ze spelen.
Een ander voordeel is zeker ook dat de rest van klas geboeid zal luisteren naar de argumenten, zeker als zij als taak krijgen die te achterhalen en samen te vatten.
Veel voorbereidingswerk van de leerkracht is hier niet vereist. Men heeft alleen twee lege stoelen nodig, een uitdagend gesprekonderwerp en enkele vragen die men achter de hand kan houden.
Door het spelen, komt wat stil ligt letterlijk in actie, er gebeurt daadwerkelijk iets mee. Tegelijk beweegt er iets mee in de persoon zelf die speelt en met de groep die erop inspeelt. Zo verkent of oefent men in het spel wat nadien in het concrete leven mogelijk in praktijk kan worden gebracht. Allen al door het spelen zelf heeft men onmiskenbaar een aanloop daartoe genomen of eerste stappen gezet.
De spelregels zijn eenvoudig. De spelers moeten in staat zijn zich in te leven in een bepaalde rol.
Werkt(e) u met dit thema in uw les? Heeft u bij deze impuls bijkomende opmerkingen of suggesties?
Geef dan feedback (ervaringen en aanvullende suggesties) voor andere godsdienstleerkrachten. De reacties van alle bezoekers worden hieronder gebundeld.
Alle reacties, geschreven in een constructieve en collegiale geest zijn welkom! Reacties waarin leerkrachten elkaar aanvallen, worden niet opgenomen.
De ingezonden reacties tot nu toe:
10-02-2005
Kurt Hansen
Leerkracht secundair onderwijs
De suggestie om iets te doen met de film Bleu van K. Kieslowski lijkt me wel iets voor het 6de jaar. De volledige film vertonen lijkt me niet zo'n goed idee.
Op de DVD vind je een 'Extra' met als titel 'Filmstudie met Kieslowski'. Daarin gaat de betreurde cineast heel gedetailleerd in op een scène met een suikerklontje. Dat klontje, dat Julie in de koffie doopt, symboliseert voor Kieslowski haar pogingen om zich op te sluiten in haar eigen persoontje, zich dus af te sluiten voor anderen, enz... Dat die pogingen mislukken, wordt in de tekst ook al gesteld.
Dit stukje op de DVD lijkt mij heel geschikt om in de klas te gebruiken, samen met het fragment waar het over gaat. Misschien is er dan nog tijd voor een fragment uit het einde van de film.
Samen vormen die fragmenten, elementen uit de tekst en het commentaar van de regisseur een sterke impuls.
10-05-2003
Evi
Geïnteresseerde
Waarom wordt er in dit stuk over de liefde, geen stuk gebruikt uit het hooglied, een heel boek, dat over niets anders spreekt dan de liefde?
Wat je daar heel mooi kan bij doen, is het boek van Iny Driessen "Wat ben je mooi mijn lief" erbij halen. Daarin worden telkens de verzen uitgelegd, gericht naar de liefde tussen man en vrouw, en de liefde tot God.
Een aanrader!!!
Noot van het Thomas-team:
Beste Evi,
Bedankt voor deze reactie.
De reden waarom we het Hooglied niet hebben opgenomen bij deze in de kijker is eigenlijk heel eenvoudig: we kunnen onmogelijk alles opnemen en we wilden dit onderwerp even van een andere invalshoek bekijken.
Uw suggestie is zeker wel een goeie aanvulling!
13-02-2009
Annick Vanden Berghe
Leerkracht(e) secundair onderwijs
Didactische suggesties bij 1 Kor 13 : Wat me een heel bruikbaar boekje lijkt, is van Paolo Coelho "De hoogste gave" (klein paars-blauw boekje voor slechts 10,-). Coelho 'vertaalt' als het ware elk kenmerk van de liefde, zoals opgesomd in 1 Kor 13, in duidelijke, concrete, praktische en aanstekelijke taal. Ik heb zelf nog geen lessen gemaakt adhv dit boekje. Ik dacht er eventueel enkele "kenmerken" uit te halen als impuls.
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.