11 maart 2002

Er
lijkt maar geen einde te komen aan het religieuze geweld in de wereld. De laatste
weken kent het her en der opflakkeringen, waarbij het aantal doden steeds toeneemt.
Het is een onrustbarend gegeven vast te stellen dat mensen elkaar uitmoorden
voor de ogen van miljoenen mensen. We denken hier recent aan het geweld tussen
Israëli's en Palestijnen in Israël en tussen Hindoes en Moslims in
India.
Verzoening, vrede, gerechtigheid, toekomst, solidariteit blijken 'lege dozen'
te zijn. Religieus geweld is niet nieuw; het is van alle tijden. En zeker in
een tijd van pluralisme is 'religieus geweld' een doemscenario. Laten we daarom
de vraag stellen: 'hoe bevordert religie/geloof het samenleven tussen mensen
van verschillende religieuze denominatie, gezindheid of overtuiging. Religie
als belofte of utopie?'
De paradox:
Christelijke vredesonderzoekers zijn zich scherp bewust van de biporaliteit
van religies in deze nieuwe wereldconstellatie. Enerzijds bevatten religies
een gewelddadig potentieel. En dit geldt niet alleen voor de islam, maar voor
elke religie. Dit geweld komt niet alleen voort uit de externe binding van God
en religie aan één klasse, natie of ras, maar lijkt inherent verbonden
aan de waarheidsaanspraken van de religies zelf. Meer in het bijzonder hun exclusiviteitspretenties.
Anderzijds brengen religies steeds ook een sterke ethische en spirituele boodschap
die de liefde voor de naaste opentrekt tot liefde voor de vreemdeling, ja zelfs
voor de vijand, en die vraagt om vrede door vergeving en verzoening, tot zevenmaal
zeventig maal toe.
Het geweld in Gujarat, India: een beknopt nieuwsoverzicht in 5 afleveringen
Meer artikels, beeld- en geluidsmateriaal vindt u via de zoekfunctie op de website van NOS (gebruik de zoekterm Gujarat)
27/02/2002 - Doden na brandstichting in Indiase trein
In de Indiase deelstaat Gujarat zijn zeker 50 mensen omgekomen bij een aanslag op een trein. Terroristen dwongen de trein tot stoppen en staken vervolgens een paar wagons in brand. De Indiase autoriteiten zijn er vrijwel zeker van dat het om een uit de hand gelopen religieus conflict gaat.
In de trein zaten veel fanatieke hindoes, die een tempel willen bouwen op een plaats waar vroeger een moskee heeft gestaan. Een beroemde 16e-eeuwse Moskee in Ayodhya werd in 1992 verwoest door hindoes. Dat leidde ertoe dat moslims en hindoes elkaar in heel India te lijf gingen. In totaal vielen er bij die gevechten 3000 doden.
Daarop besloten de Indiase autoriteiten dat er op de plaats van de verwoeste moskee nooit meer gebouwd mocht worden, maar de laatste maanden zijn fundamentalistishe hindoes weer bezig met acties om er toch een tempel te bouwen. En dat leidt weer tot woedende reacties van de islamitische bevolkingsgroep.

28/02/2002 - Indiaas leger moet rust brengen
De regering van de Indiase deelstaat Gujarat wil het leger vragen in te grijpen om een einde te maken aan de bloedige onlusten. Woedende hindoes zijn moordend en plunderend door enkele steden gegaan. Zeker elf en mogelijk twintig moslims kwamen bij de wraakacties om.
De hindoes wreekten een moslimaanslag op een trein met radicale hindoes. De moslims staken de trein in brand uit de stad Ayodhya, waar de hindoes een tempel willen bouwen op de plek waar in 1992 een moskee was vernield. Ten minste 58 hindoes kwamen bij de brand om.
In delen van de Indiase stad Ahmedabad is een avondklok ingesteld. Ook in andere plaatsen in de westelijke deelstaat Gujarat gelden uitgaansverboden. De autoriteiten hopen zo verdere escalatie van de gewelddadigheden te voorkomen.
De Indiase premier Vajpayee heeft een reis naar het buitenland afgezegd en opgeroepen tot kalmte.
Moskee
De beroemde 16e-eeuwse moskee in Ayodhya werd in 1992 verwoest door hindoes.
Dat leidde ertoe dat moslims en hindoes elkaar in heel India te lijf gingen.
In totaal vielen er bij die gevechten drieduizend doden.
Daarop besloten de Indiase autoriteiten dat er op de plaats van de verwoeste
moskee nooit meer gebouwd mocht worden, maar de laatste maanden zijn fundamentalistishe
hindoes weer bezig met acties om er toch een tempel te bouwen. En dat leidt
weer tot woedende reacties van de islamitische bevolkingsgroep.
01/03/2002 - Dodental onlusten India stijgt
Bij geweld tussen verschillende religieuze groepen in India zijn sinds afgelopen woensdag bijna driehonderd mensen om het leven gekomen. De Indiase regering heeft het leger naar de getroffen deelstaat Gujarat gestuurd, maar de militairen zijn er nog niet ingeslaagd om het geweld in te dammen.
Hindoes en moslims bekogelen elkaar met stenen. Een aantal fabrieken is in brand gestoken. In een vuurzee kwamen vandaag zeker dertig moslims om. Het lichaam van een gelynchte politieman werd verbrand.
De hindoes wreken de moslimaanslag op een trein met radicale hindoes. Daarbij vielen woensdag 58 doden, onder wie veel vrouwen en kinderen. De hindoe-pelgrims kwamen terug uit de stad Ayodhya, waar zij een tempel willen bouwen op de plek waar in 1992 een moskee was vernield.
Uitgangsverbod
De onlusten in India zijn de ergste van de afgelopen tien jaar. In 26
steden was de afgelopen dagen sprake van ongeregeldheden en in dertig steden
is een uitgaansverbod afgekondigd. In de Pakistaanse stad Karachi heeft de politie
uit voorzorg extra beveiligingsmaatregelen genomen rond hindoetempels.
02/03/2002 - Weer doden bij rellen India
In de Indiase deelstaat Gujarat zijn bij nieuwe religieuze onlusten zeker 35
doden gevallen. Volgens de politie zijn ze levend verbrand bij een aanval op
een afgelegen moslimdorp in de deelstaat in het westen van India. De politie
kon voorkomen dat nog veertig anderen om het leven kwamen. De aanvallers probeerden
politie tegen te houden.
De krant The Hindu heeft vandaag gemeld dat de vermoedelijke dader van de brandstichting in de trein in het oosten van India is gearresteerd. Het zou een leidinggevende van een militante moslimgroepering zijn. Volgens de krant was de aanslag gepland.
Sinds de onlusten woensdag begonnen zijn al een kleine driehonderd mensen om het leven gekomen. Aanleiding is een aanslag op een trein met Hindoe-pelgrims waarbij 58 mensen om het leven kwamen. De trein werd door moslim-extremisten in brand gestoken. De Indiase regering heeft het leger naar Gujarat gestuurd om de rust te herstellen.
03/03/2002 - Rust keert terug in India
In de Indiase deelstaat Gujarat lijkt het geweld tussen hindoes en moslims iets minder te worden. Vandaag kwamen 13 mensen om en daarmee is het dodental over de laatste vijf dagen tot bijna vijfhonderd gestegen.
Vooral moslims zijn het slachtoffer van de gevechten. Hindoes nemen wraak op moslims, nadat woensdag een trein met hindoe-passagiers in brand was gestoken. Moslims waren verbolgen over de bouw van een tempel op de plaats van de verwoeste moskee in Ayodhya. Bij de treinbrand kwamen 59 hindoes om het leven.
Die brandstichting was de aanleiding tot het religieuze geweld die dagenlang aanhield. Hoewel de rust nu terugkeert komen er vanuit Gujarat nog wel wanhopige telefoontjes van moslims die hun huis niet uit durven. Ze vragen om vooral voedsel.
Ondertussen is het ook onrustig in de dichtbevolkte deelstaat Uttar Pradesh. Twee mensen kwamen om toen moslims en hindoes met stenen naar elkaar gooien. Een moslim-verkoper werd doodgestoken.
De jongste gevechten zijn de hevigste sinds 1992 toen hindoes de moskee in Ayodhya vernielden. In de onlusten die daarop volgenden lieten 3000 mensen het leven.
20/03/2002 - In Face of Violence in India, Church Opts for Dialogue
Interview with President of Episcopal Conference
JALANDHAR, India, MARCH 20, 2002 (Zenit.org)
Amid escalating violence and tensions in India, the Catholic Church has become
the spokesman for a return to dialogue, through an appeal of the bishops gathered
in Jalandhar, Punjab, for their General Assembly.
Here, Archbishop Cyril Mar Baselios, president of the Indian episcopal conference,
explains the challenges the Church now faces.
Q: The assembly of the Indian bishops debated the topic "A Dialoguing Church," an especially strong message at a time of serious acts of fundamentalist violence, which also strike Christians.
Archbishop Mar Baselios: The life of our Christian communities in India has changed profoundly in recent times. We have had to face a new political and social situation. Given these difficulties, the Church must act as bearer of hope, being responsible as well for social questions.
Q: The bishops' assembly has committed itself to an informal dialogue with those Hindu groups that had been accused of fueling the campaign of hatred against Christians. However, some have criticized this step.
Archbishop Mar Baselios: There are no differences or divisions on this
point, which sees us all working together. No one has the right to say that
the Church must give up its ends.
The problem is not whether or not someone wants to dialogue with these groups.
The real question is: Does God want the Church to undertake this task or not?
Because what is at stake is the choice to take seriously the vocation and mission
of the Church and to try to realize it.
Q: Those opposed to dialogue wonder what kind of dialogue could be undertaken with those who have such a closed mentality.
Archbishop Mar Baselios: It is a logic I do not accept. I wish to respond
that they do not know the real meaning of dialogue, because from this point
of view, the object of dialogue is to change others.
I cannot say: I will talk only to those I like or who think the way I do. What
would be the purpose of this? Dialogue, at least in the first instance, is not
even the way to reach an agreement or resolve a problem. Dialogue means to understand
one another and to leave one's own prejudices behind.
Q: You mean there is no dialogue when prejudices remain?
Archbishop Mar Baselios: It is the first condition. We cannot allow ourselves to be led by the idea that anything that comes from the other is evil. To dialogue with Hindu groups means to try to understand their real position. And, at the same time, to make them understand who we are, and what our vision of reality is. Precisely because of this we insist on the need to be absolutely clear.
Q: How can the Christian community educate for dialogue?
Archbishop Mar Baselios: I think that we Christians must also grow in
this respect. It is a question of mentality. Perhaps some of us have found Christianity
in a partial way. We have still not understood all together what it means to
accept the logic of the redemption.
I am well aware that some of us have had a bad experience with those with whom
we are called upon to dialogue. But even in a situation of adversity, we cannot
go backward; it would be against the spirit of the Gospel. Precisely in these
difficult times we are called to witness the authenticity of our positions.
Q: Is it a challenge for the Indian Church?
Archbishop Mar Baselios: I don't know if it will be a difficult task. It is certainly a decisive step for our Church today.
De hermeneutische knooppunten van een klasgroep kunnen opengelegd en bespreekbaar gemaakt worden met vragen zoals:
Deze vragen kunnen de basis vormen om breder te gaan zoeken, duidelijker en omvattender levensbeschouwelijke vragen te stellen en samen te werken om ze te beantwoorden.
1. De strijd tussen Israëli's en Palestijnen neemt ongekende proporties
aan. Terreuraanslagen volgen elkaar in een duizelingwekkend tempo op.
Israëlische militairen verhogen de druk op de bezette gebieden en
deinzen er niet voor terug om het zware geschut te gebruiken. Frappant
was een interview met een Vlaamse vrouw die met haar gezin in Ramallah
woont. Terwijl zij over de radio het relaas van de dag deed, kon je als
aandachtige luisteraar het afvuren van raketsalvo's op de achtergrond
mee beluisteren.
Het Nabije Oosten is echter niet de enige broeihaard van religieus geweld.
Ook in India steekt het religieus geweld weer de kop op. Hier zijn het
hindoes en moslims die elkaar het leven onmogelijk maken en elkaar uitmoorden.
De brand op een trein met nationalistische Hindoes (zie de artikels bij
de beginsituatie) is het hoogtepunt van een
geweldspiraal die niet te stoppen blijkt. Een krantenkop in de 'The
New York Times' van 06 maart ll. liegt er niet om: "Hindu
warns Muslims about 'end to toleration'" (Hindoes waarschuwen
moslims over het einde van verdraagzaamheid).
"Gij weet dat zij die als heersers der volkeren
gelden, hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken
van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder
u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste
wil zijn moet aller slaaf wezen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen
om gediend te worde, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld
voor velen." (Mc 10, 42-45)
2. Momenteel kijkt Europa in de richting van het Verre en het Nabije Oosten. Europa mag echter niet vergeten dat ook binnen de eigen grenzen religieus geweld geen onbekend gegeven is. Naast deze twee voorbeelden zijn er immers andere voorbeelden van religieus geïnspireerd geweld te noemen. Dichtbij is er de woelige strijd tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland; er was Kosovo...
"Jezus sprak: Gij heb gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan ove slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt 5, 43-45)
3. De realiteit van het religieuze geweld belemmert de zoektocht naar de
betekenis van religie voor de hedendaagse samenleving. Oorlog en geweld
op basis van religieus fanatisme bezorgen religie en geloof een kwalijke
reputatie (zie het citaat uit het artikel van R. Dawkins bij achtergrondinformatie).
In tegenstelling tot het heilskarakter van een gelovige (religieuze) traditie
die mensen in hun menswaardigheid en menselijkheid bevordert, beknot het
religieuze fundamentalisme de ontwikkeling van een samenleving in respect
voor de eigenheid van de mens en zijn cultuur. Dat jongeren zich emanciperen
ten overstaan van het instituut 'religie' omdat het gelinkt wordt aan macht
of zich niet langer willen engageren in structuren die het eigen gelijk
slechts willen bevestigen, hoeft geen commentaar.
Is religie dan gedoemd om geheel uit de samenleving te verdwijnen? Kunnen we over religie nog zinvol spreken zonder meteen aan een 'instituut' of een 'machtsstructuur' te worden gelinkt?
"Heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zeggen wie je vervloeken en bid voor wie je smaden. Slaat niemand je op de wang, bied hem ook de andere, en pakt iemand je jas af, weiger hem ook je hemd niet (..) Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid?" (Lc 6, 27-33)
4. De samenleving zit in de greep van een nieuwe 'Zivilreligion', namelijk de consumptieve marktlogica overheerst het dagelijkse leven. Alles is louter gericht op winst. Religie en geloof worden zogezegd 'nutteloos'. Is het dan niet opmerkelijk dat net in deze context de vraag naar religie, geloof en zingeving actueel is? Is het dagelijkse leven zelf niet een kritische instantie die het eenzijdig marktdenken voortdurend onder spanning brengt en in de niet ophoudende stroom van productiviteit, efficiëntie, rendement altijd maar weer de vraag naar de mens stelt?
5. De samenleving is pluralistisch, verschillende religies, overtuigingen en meningen maken haar tot een rijk kleurenpalet, tot een 'ongeordende veelheid'. Tegelijk zien we dat de samenleving een als maar smallere ethiek hanteert. Namelijk een brede tolerantiegrens waarbij het individu terugplooit op zichzelf en het sociale netwerk van mensen ondergeschikt wordt. Creëren we aldus niet een broeihaard van spanningen omdat het evenwicht tussen individuele en sociale ethiek op de helling komt te staan? Maken solidariteit, gerechtigheid en bevrijding nog een kans? En hoe kan religie hier vanuit het denken 'dat alles van waarde weerloos is' een zinvol alternatief aanreiken?
6. Symbolen herinneren niet alleen aan wat voorbij is. Ze blikken ook vooruit.
Voor christenen is Jezus' kruis het symbool bij uitstek waarin de solidariteit
met de anonieme pijn van zovelen scherp aan het licht komt. Het schreeuwt
mensen toe: 'nooit meer'. Het kruis confronteert de wereld als het
ware met zijn eigen kwetsbaarheid. Tegelijk geeft het kruis uitdrukking
aan het menselijk verlangen naar een plaats waar het goed is om leven. Maar
het kruis is niet het enige symbool waarin verleden en toekomst present
worden gesteld. Elkeen heeft wel zijn symbolen waaraan bepaalde herinneringen
vastgeknoopt zitten: een lied, een gedicht, een voorwerp, een laatste sigarettenpeuk
(L. Boff).
Kan een samenleving wel zonder symbolen. En wat als de mens elke gevoeligheid
voor symboliek verliest? Is er dan nog een alternatief om de eigen kwetsbaarheid
uit te drukken?
7. Het verlangen naar goedheid, naar geluk, naar vrede en gerechtigheid verbindengelovigen in religieus perspectief met God die in Jezus mens is geworden
en waarin de eerste sporen naar het rijk Gods worden vrijgemaakt. Dat is
een beloftevol gegeven - niet enkel uitkijken naar een 'nieuw Jeruzalem'.
Maar er nu-reeds effectief aan werken. Vandaar ook: 'Zie hier Gods woning
onder de mensen'.
Waar in de hedendaagse samenleving zien we sporen naar een nieuw Jeruzalem
ontstaan? Waar in de samenleving ervaren mensen fragmenten van hoop en vreugde?
8. Geweld is een vorm van structureel kwaad. Tot op heden is de mensengeschiedenis er niet vrij van. Geweld, uitbuiting,
zijn er in zekere zin altijd
al geweest. Structureel kwaad, de naam zegt het zelf, zit op één
of andere manier ingebakken in het menselijk bestaan. Wat niet wil zeggen
dat de mens slecht is. Daarvoor is Gen 1 te overduidelijk: 'En God zag
dat het goed was'.
En toch stellen we vast dat velen slachtoffer zijn. Bestaat er met andere
woorden een manier om structureel kwaad te doorbreken? Of is dit een zinloze
opgave? En wat dan te denken van de volgende generaties, als elke poging
om structureel kwaad te doorbreken toch gedoemd is om te mislukken?
Aanknopingspunten bij het leerplan (secundair onderwijs)2e jaar van de 1e graad
1 PIJN - Terreinomschrijving
in de 2e paragraaf, die begint op p. 91:
"Welke pijn ervaren mensen? Er is pijn van: kwetsuren (uit)zicht, kwaad, lijden en dood, beperktheid, falen, geweld, meeleven"
2e jaar van de 2e graad ASO
3 OMGAAN MET VERSCHIL - Ingrediënten
in de 2e paragraaf, die begint op p. 114:
"vormen van afwijzing, discriminatie, geweld;"
2e jaar van de 2e graad TSO/KSO
2 OMGAAN MET VERSCHIL - Ingrediënten
in de 2e paragraaf, die begint op p. 163:
"geweldloze weerbaarheid;"
1e jaar 3e graad TSO/KSO
1 GOED MENS ZIJN - Wenken
in de 1e paragraaf, die begint op p. 16 (Bijlage wenken):
"Nobelprijswinnaars voor de vrede: hun keuzes, grondhoudingen en krachtbronnen"
3e jaar van de 3e graad en de 4e graad
2 GROEIEND PERSOONLIJK ENGAGEMENT: waar sta ik? (inkeer), wat doe ik? (inzet) - Ingrediënten - Spoor 1: de persoonlijke weerbaarheid
in de 1e paragraaf, die begint op p. 189:
"weerbaarheid en geweldloosheid;"
Doorzoek
zelf het leerplan op trefwoorden
Aansluitende sleutelwoorden uit het leerplan
Door
op een trefwoord te klikken, komt u op het resultatenvenster van de zoekopdracht
in het leerplan met de bijhorende zoekterm.
D. Hutsebaut & B. Duriez, Leidt
godsdienst tot onverdraagzaamheid?, in Tertio nr. 87, 10
oktober 2001.
Tertio: http://www.tertio.be,
tertio@tertio.be
Lees
dit artikel
A. LASCARIS, Het soevereine slachtoffer. Een theologisch essay over geweld en onderdrukking, Baarn, 1993.
R. BURGGRAEVE & J. DE TAVERNIER (red.), Terugkeer van de wraak? Een tijd verscheurd tussen revanche, vergelding en verzoening, Averbode, 1996.
R. BURGGRAEVE & J. DE TAVERNIER (red.), Is God een Turk? Nationalisme en religie, Leuven, 1995.
R. Dwakins, Religion's misguided missiles, in The Guardian,
Saturday September 15, 2001.
Na de aanval op de twin towers in New York, op 11 september 2001 schreef de
Oxfordse wetenschapper Richard Dawkins dat het drama de onverdraagzaamheid
en de gewelddadigheid van religie bewijst:
"If death is final, a rational agent can be expected to value his life highly and be reluctant to risk it. This makes the world a safer place, just as a plane is safer if its hijacker wants to survive. At the other extreme, if a significant number of people convince themselves, or are convinced by their priests, that a martyr's death is equivalent to pressing the hyperspace button and zooming ( ) to another universe, it can make the world a very dangerous place".
J. DE TAVERNIER (red), Hoe (in)tolerant zijn levensbeschouwingen?, Leuven, 1992.
R. BURGGRAEVE, D. POLLEFEYT & J. DE TAVERNIER (red.), Zand erover?, Vereffenen, vergeven, verzoenen, Leuven, 2000.
R. BURGGRAEVE, Ethiek en passie. Over de radicaliteit van christelijk engagement, Tielt, 2000.
D. TUTU, Geen toekomst zonder verzoening (No Future without Forgiveness),
Amsterdam, 1999.
Zie ook de tekst van Tutu, opgenomen bij de lesimpulsen.
E. BORGMAN, Sprakeloos zien. Catharina van Siëna en 11 september,
in Tijdschrift voor Geestelijk Leven 57 (2001) 5, 495-502.
Zie ook de website
van TGL.
M.S. AYDIN, Islam en de uitdagingen van het pluralisme, in Tijdschrift
voor Geestelijk Leven 57 (2001) 5, 479-494.
Zie ook de website
van TGL.
A. JODOROWSKY, De woede van Teresa, Amsterdam, 1997.
Zwart-wit voorstellingen doorbreken
Conflicten zijn in vele gevallen het gevolg van dualistische levensbeschouwingen
die radicaal goed van kwaad scheiden, hier 'de geredden', daar 'de verdoemden'
plaatsen en vervolgens de wereld inrichten naar deze zwart-wit categorieën.
Van meet af aan heeft het christendom zich tegen dit (historisch) dualisme (manicheïsme)
verzet. Het uitgangspunt dat - in tegenstelling tot het dualisme - in de christelijke
traditie telkens weer verdedigd werd, is dat de scheidingslijn tussen goed en
kwaad niet loopt tussen de kinderen van het licht en van de duisternis, maar
het hart van elke mens doorkruist en van èlke religie en samenleving
in haar geheel.
Het kwaad, evenals het goede, is als mogelijkheid en als werkelijkheid met een
ieders bestaan en iedere religie verbonden. Dit maakt dat iedereen verlossing
nodig heeft. In de katholieke traditie staat nadrukkelijk de idee voorop dat
iedere mens ook de weg tot deze verlossing kan vinden. Dit is een positieve
visie, met conflictoplossend potentieel, die wortelt in een gelovige kijk op
de schepping. De mens is geschapen als beeld van God en het kwaad is daar secundair
aan. Het kwaad is reëel, maar heeft de menselijke natuur en gemeenschap
niet dermate overrompelend of gecorrumpeerd dat verandering, bekering en verzoening
voor altijd onmogelijk zouden zijn.
Dit anti-dualistisch principe laat christenen en christelijke kerken toe om
zich in conflicten 'meerzijdig partijdig' (Nagy) op te stellen, en om conflicterende
partijen een andere, niet-demoniserende perceptie van elkaar aan te reiken.
Een individu of een gemeenschap is immers altijd anders en méér
dan zijn slechtste daden of zijn meest gruwelijke verleden.
Zelfkritiek als radicale omgang met kwaad
In die context stelt zich de dringende opdracht van religies om echt te pogen te begrijpen waarom en hoe de andere godsdienst(en) tot zon negatieve perceptie van de eigen religie komt. Naar de eigen godsdienst leren kijken met de ogen van een andersgelovige, hoe moeilijk, hoe pijnlijk ook is een belangrijke stap in de richting van vrede en verzoening. Het kan niet zijn dat de andersgelovigen (voor zover die al bestaan) zich helemaal vergissen in hun interpretatie van mijn eigen religie en dat hun oordeel helemaal uit vooroordelen zou bestaan. Deze houding van zelfkritiek geldt zeker voor de gelovige mens. Een goed begrepen religiositeit vraagt naar de meest radicale omgang met het kwaad, namelijk door het kwaad in zichzelf onder ogen te zien. Dit is helemaal geen gemakkelijke opdracht, maar wel de beste garantie tegen elke toekomstige, gewelddadige ontaarding van mens en gemeenschap. Hier valt een merkwaardige paradox op. Zij die zich het minst herkennen in het aangerichte geweld, lopen het grootste risico om het te imiteren. Ze vergeten dat het bloed van alle mensen even rood is. Zij die zich ten volle durven confronteren met het kwaad in het eigen verhaal, leggen een betere basis om de logica van het geweld niet te herhalen. Durven gelovigen het aan ook voor de eigen spiegel te gaan staan, en naast de terechte en noodzakelijke morele verontwaardiging voor zoveel onschuldige slachtoffers in de eigen geloofskring, ook even de hand in eigen boezem te steken? Zoniet, dan dreigt de oneindige rechtvaardigheid (endless justice) uiteindelijk uit te draaien in een vorm van eindeloze wraak en een neerwaartse spiraal van geweld en tegengeweld waarin beide partijen blind worden voor het gewelddadig potentieel in hun eigen verhaal.
Centrale plaats van de Persoon, niet van een Idee of een systeem
In de joodse en christelijke traditie staat niet zozeer een systeem of een
ethiek centraal, maar de menselijke persoon. Aan elke persoon wordt een intrinsieke
en unieke waarde toegekend, die nooit helemaal kan afgeleid of vastgelegd worden
aan de hand van bepaalde biologische, psychologische of sociologische karakteristieken
(zoals ras, intelligentie of afkomst), maar die deze kenmerken radicaal transcendeert.
De mens is het beeld van een God die zelf zonder beeld is, of nog: in het diepste
van zijn wezen ligt een ongrijpbare 'andersheid'.
De boodschap van Jezus verlegt daarbij nog de grens: die mens is onvoorwaardelijk
aanvaard en bemind, zoals hij is. Dit leidt echter niet tot een permissieve
opstelling. Wel tot vrijere mensen, die voor hun identiteit niet langer afhankelijk
zijn van de waardering door het systeem of de macht. Hierdoor durven gelovige
mensen vrijmoediger spreken tegen het geweld van het systeem. Hen wordt de kracht
gegeven om te weerstaan aan corrupte regimes, en om in conflicten de moed op
te brengen om van bystanders rescuers te worden. Terwijl het geweld meestal
gedragen wordt door het abstracte concept 'Idee', zal een authentieke religie
steeds de concrete 'relatie' op het voorplan plaatsen: relaties veraf en dichtbij,
met bekenden en onbekenden, met vriend en vijand, met verleden en toekomst,
met zichzelf, de ander, de gemeenschap, de natuur en de ongrijpbare God. In
die zin zijn lokale initiatieven ter bevordering van de dialoog tussen religies
bijzonder te waarderen.
Op dit punt kunnen we de betekenis toelichten van de zogenaamde 'field diplomats',
diplomaten die in conflicten op het terrein optreden, en die niet zozeer ageren
vanuit abstracte principes of universele bedoelingen, maar heel concreet in
het veld gaan staan, bij individuele daders en slachtoffers van conflicten,
oorlogen en genocides, om daar in de concrete realiteit van elke dag de kleine
goedheid te beoefenen. Net zoals de figuur van Jezus, die niet opriep tot heroïsche
deugden in dienst van een abstracte idee van dé Mens.
Jezus was bescheiden en realistisch in zijn streven naar het goede. Jezus heeft
niet eens alle zieken genezen, alle zonden vergeven, alle
doden opgewekt. Hij wendde zich met geduld in de dagelijkse deugdelijkheid
tot geesteszieken, tot tollenaars en zondaars, tot kinderen, weduwen en wezen
die hij op zijn weg ontmoette. Hij richtte zich tot diegene die volgens de ethische
zeloten, de 'witgekalkte graven' van zijn tijd, uit de boot gevallen waren.
Voor sommige religieuze systemen zijn mensen ondergeschikt aan ideeën en
ideologieën. Voor authentieke religiositeit is het systeem en de wet steeds
ondergeschikt aan concrete mensen.
Ook dit lijkt de inzet te zijn van de field diplomats. Zij leggen zich
praktisch en professioneel toe op concrete mensen in gebroken situaties en ontwikkelen
een grote aandacht voor de diepere lagen van conflicten: de psychologische en
intergenerationele wonden, de mentale muren en de spirituele kwetsuren, met
name het gekwetst-zijn van mensen in hun geloof in de medemens, in de gemeenschap
of God. Ze pogen wanhoop om te zetten in hoop, wantrouwen in vertrouwen, haat
in liefde.
Het vergt vaak een bovenmenselijke energie om temidden van de gebrokenheid te
blijven zoeken naar het goede. Daarom hebben field diplomats nood aan
spiritualiteit, dit wil zeggen een leven vanuit en een aangeraakt zijn door
een diepere bron. Spiritualiteit impliceert de bereidheid om zijn bestaan telkens
opnieuw in haar complexiteit te toetsen aan de dieptedimensie die men op één
of andere manier in zijn bestaan heeft ervaren en ontmoet.
"Het ondescheid tussen goed en kwaad loopt dus niet tussen de religies bijvoorbeeld tussen hindoeïsme en islam, of tussen jodendom en christendom. Elke religie heeft goede en kwade potentialiteiten, afhankelijk van de interpretaties die erin heersen."
Vergeving als radicaalste omgang met het kwaad
'Vergeving in de politiek' (Shriver) is een thema dat in de nationale en internationale politiek sterk aan belang aan het winnen is. Men mag niet te snel spreken over vergeving en verzoening. Er is een tijd voor alles. Er is een tijd om te rouwen, om te herinneren en om de daders voor de rechtbank te brengen. Vergeving en verzoening hebben tijd nodig, soms veel tijd. Kerken, synagogen, moskeeën en tempels kunnen daarbij een belangrijke rol spelen (tenminste wanneer ze zichzelf niet exclusief definiëren vanuit de verbondenheid met de eigen natie of een andere particulariteit). Ze kunnen door hun omgang met elkaar vertrouwwekkende voorbeelden stellen binnen plaatselijke gemeenschappen die er zelf vaak niet in slagen om een dergelijke stap naar de andere partner te zetten. Religies beschikken hiervoor bovendien over een eeuwenoude expertise en een rijke traditie van verhalen, liederen, gebeden, symbolen en rituelen. Ze kunnen zowel ageren op het publieke forum, als discreet achter de schermen.
Zolang individuen of gemeenschappen geen vergeving kunnen schenken, staan
ze toe dat boosdoeners op een of andere manier macht blijven uitoefenen. Vergeven
is zich bevrijden van de macht van de boosdoeners. Dit veronderstelt echter
dat mensen en systemen niet alleen getekend zijn door het kwaad, maar steeds
ook, ondanks de geslotenheid, getekend blijven door een gevoeligheid voor het
goede, waarop ze aanspreekbaar zijn. Deze visie op mens en cultuur contrasteert
met de visie van politieke realisten die niet geloven in radicale bekering of
stapsgewijze verandering. Religies kunnen dat nieuwe perspectief binnen een
gemeenschap binnenbrengen of versterken. Vergeving is vanuit religieus perspectief
echter ook geen automatisme. Het kan pas werken na bekering, wanneer de boosdoener(s)
de geslotenheid heeft opgegeven en via bekering, schuldbekentenis, straf en
schadeloosstelling opnieuw heeft aangeknoopt bij het goede.
Wanneer er kwaad gesticht is, en de geweldenaar geen afstand neemt van het aangerichte
kwaad, doch zich blijft wikkelen in zelfrechtvaardiging en allerhande pseudo-religieuze
legitimaties, dan kan er nooit geen sprake zijn van vergeving. Vergeving veronderstelt
eerst en vooral erkenning van kwaad en schuld. Daarom behoort rechtspraak intrinsiek
tot het proces van de vergeving. Het opsporen en voor de rechtbank brengen van
misdadigers is daarom vanuit christelijk perspectief volstrekt legitiem en zelfs
noodzakelijk (zie verder).
Als beide conflicterende partijen in het kwaad betrokken zijn, geldt de noodzaak
tot bekering voor beide partijen. De veelvuldig gestelde vraag wie zich 'eerst'
moet bekeren is daarbij echter vaak een vraag die de vergeving blokkeert omdat
conflicten een systemische, eerder dan een monocausale structuur hebben.
Religies kunnen vertrouwenwekkende voorbeelden stellen om conflicterende partijen
aan te moedigen om als eerste de stap te zetten. Al moeten ze daarbij op hun
hoede zijn geen 'goedkope genade' te verkondigen. Bekering moet steeds gepaard
gaan met een correctie naar de toekomst toe, en dat geldt niet in het minst
voor de kerken zelf.
Geweldbeoefenaars denken dat met het uitroeien van het kwaad automatisch het
goede bewerkt wordt. Het bestrijden van terrorisme zou vrede bewerkstellingen,
bijvoorbeeld. Vele mensen hopen impliciet dat als Bin Laden nog zou kunnen gevat
worden, death or alive, de wereld opnieuw bevrijd is van het kwaad.
Dat is echter helemaal niet het geval. En zelfs wanneer het kwaad zou vernietigd
kunnen worden, is bovendien alles nog te doen, want het goede vraagt mede-schepping,
creativiteit, openheid. Vrede is meer dan afwezigheid van oorlog. Dat is de
asymmetrie van het goede tegenover het kwade. Religies zullen voortdurend wijzen
op de niet-proportionaliteit van de belofte tegenover de vervulling en elke
binnenwereldse utopie onder kritiek plaatsen.
Men mag nooit een feitelijke toestand bevriezen en zeggen: 'Dit is nu het Rijk
Gods op aarde!' Dit principe van het eschatologisch voorbehoud werd historisch
echter vaak gebruikt als alibi voor ethische lauwheid, die door haar passieve
berusting op haar beurt een vorm van medeplichtigheid aan het kwaad meebracht.
Toch is het belangrijk dat religies de belofte voor ogen houden en niet zozeer
op de onmiddellijke vervulling uit zijn. Religies representeren steeds ook een
utopie en leveren een kritiek op elk systeem dat zich deze utopie wil toe-eigenen.
Ze doen een levendig beroep op de morele imaginatie en kunnen onvermoede krachten
vrijmaken om de samenleving vanuit een toekomstbeeld te herscheppen. De christelijke
boodschap leert dat het kwaad reëel is, maar het uiteindelijk toch niet
zal halen.
De centrale plaats van de vreemdeling
Enkel een religie die open blijft, die gericht blijft op het andere, die raakbaar
blijft voor het vreemde in de ander en in zichzelf, zal aan de gewelddadigheid
kunnen ontsnappen. In alle religieuze tradities is aandacht voor de vreemdeling.
In die openheid voor datgene wat het particuliere standpunt telkens opnieuw
in vraag komt stellen, kan zelfs een criterium gevonden worden om religies vandaag
op hun vredeskwaliteit te toetsen. Het christelijk verhaal is daarbij niet ethisch
omdat het christelijk is, maar omdat en voor zoverre het ook de raakbaarheid
voor het vreemde centraal plaatst, en daardoor in staat stelt de menselijkheid
te erkennen, ook en in de eerste plaats van hen die niet aan het eigen
verhaal participeren. Anders geformuleerd: een verhaal, hoe mooi het ook is,
wordt maar ethisch voor zover het toelaat stem te geven aan de slachtoffers,
aan hen die gemarginaliseerd, misprezen of vervolgd worden, ook door het eigen
verhaal zelf.
De grote geweldplegingen en genocides uit de recente geschiedenis waren juist
het gevolg van politieke systemen die elk transcendent referentiepunt verwierpen,
en zichzelf opwierpen tot enig criterium bij de beoordeling van hun politiek.
Een authentieke religie draait niet rond zichzelf, ook niet rond de eigen traditie
of gemeenschap, maar oriënteert zich juist naar een punt dat buiten zichzelf
gelegen is, en dat door die religie nooit kan gecaptiveerd of gemanipuleerd
worden, maar zich als volstrekt anders aandient.
Het mysterie van het christocentrisme verlangt deze openheid van christenen.
Christenen worden aangezet om zichzelf te decentreren, te ontsluiten uit hun
eigen identiteit en verhaal, om Christus in de vreemdeling te herkennen en ontmoeten.
Interreligieuze dialoog is de kans bij uitstek om de vreemde in andere religieuze
tradities te ontmoeten. De bedoeling van de interreligieuze dialoog is niet
om de andere tot mijn eigen waarheid te overhalen, maar om op een authentiekere
wijze in mijn eigen religieuze traditie geworteld te worden en om een trans-
of beter internarratief perspectief op de werkelijkheid te ontwikkelen. Want
ook in andere religieuze tradities bestaat dit principe van de decentrering.
Deze visie daagt elk gebruik van de religie vanuit een God
met ons-opvatting uit.
Christelijke vredesethiek is niet iets voor 'brave schaapjes'. Vaak wordt religie
te sterk met 'zachte waarden' geassocieerd. Religie heeft ook een harde, ethische
kant. Soms zal immers de conclusie zijn dat mensen of systemen door hun gewelddadigheid
een gevaar betekenen voor het ethisch gehalte van een samenleving. Soms zal
zelfs geweld noodzakelijk zijn om zich tegen het geweld van anderen te beveiligen.
Dit geweld is echter iets anders dan niet-proportionele, blinde geweld. Het
gaat hier om een 'met angst en beven' gebruiken van zo weinig mogelijk geweld
om groter kwaad te voorkomen, in combinatie met een nooit loslaten van gesloten
en dus gekwetste mensen en systemen. Dan komt de meer praktische vraag hoe men
fanatici moet aanpakken. In ieder geval niet door ons op onze beurt fanatiek
op te stellen en terreur te zaaien. Hoeveel mensenlevens is de Amerikanen de
kans om Bin Laden te vangen wel waard. Eén? Tien? Honderd? Duizend? Zesduizend?
Of zelfs nog meer? Gewelduitoefening kan legitiem zijn, zolang er een proportionaliteit
is tussen het nagestreefde doel en de gebruikte middelen en het kwaad dat die
op hun beurt teweeg brengen. Deze oefening van wikken en wegen moet telkens
opnieuw gemaakt worden. En steeds in combinatie met een vorm van kritische empathie
met de vijanden, door tegelijk voortdurend ook te speuren naar ruimtes of vrijplaatsen
('espaces de liberté') waar zij ondanks hun geslotenheid nog aanspreekbaar
zijn voor niet- of minder gewelddadige oplossingen. In die zin betekent bijvoorbeeld
het respecteren van de ramadan en het tijdelijk opschorten van de oorlog een
kans om opnieuw de dialoog aan te gaan met de moslimwereld.
Alleen vanuit een dergelijke houding zal de religieuze passie niet afkoelen
tot morele lauwheid, en ook niet oververhit raken in nieuwe vormen van religieus
gemotiveerd terrorisme, maar zich ontwikkelen in de richting van een gezonde
en volgehouden vurigheid voor gerechtigheid, vrede en verzoening.
D. Pollefeyt
Herderlijk schrijven van de rooms-katholieke bisschoppen van Nederland over gerechtigheid, veiligheid en vrede in de geest van het evangelie
Voor de volledige versie van dit schrijven, zie deze website.
Leent godsdienst zich voor vrede of voor oorlog?
Wij willen in dit deel van onze brief laten zien hoe wij door onze geloofsovertuiging
gesteund en gericht worden in ons streven naar gerechtigheid, veiligheid en
vrede. Dat het geloof bij ons vredesstreven een rol speelt, maakt van ons
daarom nog geen grotere vredebrengers. We moeten ons zelfs realiseren dat
mensen op grond van de geschiedenis gerede twijfel hebben over godsdienstige
overtuigingen als vredesfactor. We hoeven daarbij maar te kijken naar de actualiteit
in ex-Joegoslavië, Noord-Ierland, Soedan, Algerije, het Midden-Oosten
alsmede India en Pakistan.
Wij kunnen er niet vanzelfsprekend van uitgaan dat godsdienstige overtuiging
- ook die van onszelf - zich wel leent voor vrede, maar niet voor oorlog.
De bijbelse geschiedenis illustreert dat al. We kennen ook uit de latere geschiedenis
'godsdienstoorlogen', ook binnen het christendom, waarbij de verschillen in
religieuze overtuiging oorzaak of aanleiding waren de wapens op te nemen.
Ook al kunnen we achteraf zeggen, dat de 'godsdienstige' drijfveer daarin
niet los gezien kan worden van de economische en de politieke, dan blijft
toch staan dat de religie daarin eerder een aanjager dan een rem in de vijandelijkheden
is geweest.
Er zit veel gewelddadigheid, niet in het wezen, maar wel in het feitelijk
functioneren van de godsdienst. Bij vijandelijkheden tussen etnische groeperingen
en staten is godsdienst vaak een deel van het probleem. Dat geldt zelfs als
de etnische groeperingen of staten die tegen elkaar vechten, dezelfde godsdienst
aanhangen, zoals in de Europese middeleeuwen en in Rwanda het geval is geweest.
Het geldt des temeer als de strijdende partijen verschillende godsdiensten
of varianten binnen eenzelfde godsdienst vertegenwoordigen.
Bron van conflict
Hoe komt het dat godsdienst niet alleen bij vrede maar ook bij conflict
en oorlog betrokken raakt of daar zelfs bron van is? We stellen ons in Nederland
die vraag met enige verbazing omdat we ons in het geseculariseerde klimaat
van onze eigen samenleving, waarin godsdienst veelal privé-zaak is
geworden, geen gewelddadig conflict over godsdienstverschillen meer kunnen
voorstellen.
We komen misschien al iets van een antwoord op het spoor als we ons realiseren,
dat de reductie van de godsdienst tot privé-zaak in belangrijke mate
is ingegeven door angst voor religieuze conflicten. Men wil het openbare leven
vrijwaren van de conflicten en gewelddadigheden waartoe het verschil van godsdienst
en levensbeschouwing in het verleden, ook in West-Europa, aanleiding heeft
gegeven. Daar is zelfs iets van koudwatervrees voor het conflictueuze van
godsdienst en levensbeschouwing bij burgers en overheid van overgebleven.
En dientengevolge een neiging zich van het religieus levensbeschouwelijke
volledig te onthouden.
Religieuze visies op mens en maatschappij raken in diskrediet als ze verbonden
worden met maatschappelijk-politieke machtsaanspraken die, als ze op weerstand
stuiten, zelfs met geweld worden doorgezet.
Een dergelijke verbinding van religie met geweld zien we in onze tijd in de
beide gedaanten van nationalisme en fundamentalisme. In beide gevallen wordt
de religie gebruikt om de eigen identiteit te legitimeren en te handhaven
en om anderen en andersdenkenden uit te sluiten. Het nationalisme zet zich
af tegen mensen van andere nationaliteiten. Het fundamentalisme reageert tegen
'vreemde overheersing' van moderne opvattingen en culturele veranderingen,
met een beroep op de absolute geldigheid en onveranderlijkheid van de eigen
godsdienstige traditie. Fundamentalisme kan onderdeel zijn van een dekolonisatie-proces.
Nationalisme en fundamentalisme gaan soms hand in hand.
Godsdienstige waarheid en belijdenis mogen niet worden opgelegd, en zeker
niet met dwang en gewelddadigheid. Godsdienstige waarheid kan alleen in vrijheid
worden aanvaard en beleden. Niemand mag ertoe gedwongen of in gehinderd worden,
zoals het Tweede Vaticaans Concilie in zijn verklaring over de godsdienstvrijheid
Dignitatis humanae met klem heeft onderstreept. De hoogste instantie
in onze kerk was zich ervan bewust dat ze hiermee niet alleen voor anderen,
maar ook voor zichzelf een getuigenis aflegde van het wezenlijk geweldloze
karakter van de godsdienstige waarheid.
Rechtvaardiging voor geweld
Dat de godsdienst zelf niet te vuur en te zwaard verdedigd en verbreid mag
worden betekent niet dat vanuit godsdienstig standpunt nooit een rechtvaardiging
te geven zou zijn voor het gebruik van geweld om mensen en hun rechten te
verdedigen. De kerkelijke traditie erkent het recht op zelfverdediging en
urgeert de plicht tot verdediging van de weerlozen en de kwetsbaren. Geweld
moet daarbij zoveel mogelijk worden vermeden en beperkt maar wordt als uiterste
middel, als onderhandeling en overreding hebben gefaald, niet uitgesloten.
We hebben dan te maken met conflicten om niet-religieuze redenen.
Wanneer dergelijke conflicten uitbreken tussen religieus verschillende groepen,
krijgen ze toch al gauw een religieuze lading omdat godsdienst nu eenmaal
een duidelijk symbool is van de verschillen tussen de strijdende partijen.
Het godsdienstige verschil wordt onderdeel van het geschil. De religie kan
dan ook mede tot inzet van de oorlog worden. Strijdende partijen richten hun
geweld op religieuze symbolen van de tegenpartij. Wie religieuze symbolen
van de tegenstander vernietigt, treft hem in zijn hart. Religieuze symbolen
zijn heilig. Aantasting ervan is zeer vernederend. In ex-Joegoslavië
zien we dat moskeeën en kerken werden vernield. Dat is een krachtige
symbolische daad van overwinning, vernedering en verachting. Op die manier
gaat religieuze haat in de oorlog steeds meer domineren. De oorlog wordt steeds
meer een religieus conflict. En religie lijkt dan zelf wel oorlog.
Religie kan in geweld en oorlog verstrikt raken, wanneer etnische, economische
en politieke conflicten gepaard gaan met religieuze verschillen. Door het
religieuze worden alle beweegredenen, krachten en gedragingen - positieve
zowel als negatieve - geïntensiveerd. Misschien moeten we zelfs zeggen
dat het positieve en het negatieve pas binnen het religieuze hun toppunt bereiken.
De vrede wordt erdoor verdiept, zoals de oorlog erdoor verhevigd wordt.
Dialoog tussen de godsdiensten
Om de kracht tot vrede van de religies te ontplooien en te voorkomen dat ze
ontsporen als aanjagers van geweld, is een dialoog tussen de religies, in
het bijzonder de religies die in conflicten betrokken zijn, dringend noodzakelijk.
"Geen wereldvrede zonder godsdienstvrede; geen godsdienstvrede zonder
godsdienstdialoog."
Meer dan ooit in de geschiedenis van de mensheid hebben religies een morele
verplichting tot dialoog. Door inzicht in elkaars opvattingen en motieven
worden misverstanden en vertekeningen over en weer voorkomen. De verplichting
tot dialoog geldt vooral de geestelijke leiders van de religies. Zij moeten
voor de ogen van hun gelovigen contact leggen met elkaar, vooroordelen en
vijandbeelden bestrijden en taboes in de omgang met anders-gelovigen bestrijden,
en samen bidden. De massamedia kunnen daar brede bekendheid aan geven.
De verplichting tot dialoog geldt ook voor opiniemakers zoals politici, journalisten
en onderwijsmensen. Zij geldt tenslotte voor alle gelovigen. In de westerse
wereld wonen miljoenen migranten met een islamitische, hindoeïstische
of boeddhistische religie. Zij kampen met integratie- en acceptatieproblemen.
De godsdienstige onverschilligheid die zij als allochtonen ondervinden bij
veel autochtonen ervaren zij als een miskenning van een voor hen wezenlijke
levensdimensie. Godsdienstdialoog kan een belangrijke bijdrage leveren aan
het bewaren van de burgervrede in een Europa waar het racisme toeneemt.
Drie doelstellingen
De inter-religieuze dialoog kan drie doelstellingen dienen:
1. In de eerste
plaats moet zij erop gericht zijn, reeds uitgebroken etnische oorlogen te
ontdoen van hun religieuze geladenheid. Christenen in voormalig Joegoslavië
moeten zich keren tegen elke poging om religieuze gevoelens in dienst te stellen
van agressief nationalisme. Religies moeten de etnische oorlogen waarin ze
zijn meegesleept ondubbelzinnig afwijzen. Zij moeten duidelijk maken dat oorlogen
niet 'heilig' zijn en niet in naam van de religie mogen worden gevoerd.
2. In de tweede
plaats zou een vrucht van de dialoog kunnen zijn, dat de geloofsgemeenschappen
met elkaar openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun betrokkenheid bij
oorlogen door een schuldbelijdenis. Een dergelijke schuldbelijdenis hebben
wij afgelegd in de verklaring Levend uit één en dezelfde
wortel bij gelegenheid van 50 jaar bevrijding, voor het katholieke aandeel
in anti-judaïsme en jodenvervolging.
"Zeker is dat ook kerkelijke instanties fouten
hebben gemaakt. Een traditie van theologisch en kerkelijk anti-judaïsme
heeft bijgedragen tot het ontstaan van een klimaat waarin de sjoa kon plaatsvinden.
Een zogenaamde 'katechese van de verguizing' leerde dat het jodendom na de
dood van Christus als volk verworpen zou zijn. Mede door zulke tradities stonden
ook in ons land katholieken soms gereserveerd tegenover joden, soms zelfs
onverschillig of afkerig. Direct na de oorlog was dit nog merkbaar bij de
terugkeer van onderduikers en overlevenden uit de vernietigingskampen. Wij
wijzen deze traditie van kerkelijk anti-judaïme af en betreuren de afschuwelijke
gevolgen ervan. Met onze paus en met andere bisschoppenconferenties veroordelen
wij elke vorm van antisemitisme als een zonde tegenover God en mens."
3. In de derde plaats
kunnen de religies in onderling overleg het vredesstreven, dat in hun tradities
diep verankerd is, uitwerken tot praktische vredesdoelstellingen in confrontatie
met eigentijdse conflicten en tegenstellingen. De voorbeelden en verhalen
van gastvrijheid voor vreemdelingen en vluchtelingen, die in deze tradities
worden doorgegeven, krijgen bijzonder reliëf door het zware beroep dat
tegenwoordig wordt gedaan om die verhalen een eigentijds vervolg te geven.
"Wij kunnen niet genoeg de plicht van gastvrijheid benadrukken
- een plicht van menselijke solidariteit en christelijke liefde -, die rust
zowel op de gezinnen als op de culturele instellingen van de landen, die vreemdelingen
ontvangen."
De overheid heeft in deze een eigen taak. Zij kan deze echter niet vervullen
zonder een maatschappelijk draagvlak van gastvrijheid.
1. Teksten over religieus geweld
2. Bijbelteksten omtrent geweld
3. The Cranberries: Zombie
4. Teksten van wereldleiders
We confronteren de realiteit van het religieuze geweld (2 bijdragen, uit De Standaard) met een visie op religie van de Vlaamse dichter, essayist, columnist en romancier Geert Van Istendael (verschenen in De Morgen 01/03)
LONDEN -- Mahatma Gandhi, de apostel van de geweldloosheid en de leider van India's overwegend vreedzame onafhankelijkheidsstrijd, werd geboren in de westelijke staat Gujarat. Uitgerekend die staat werd, sinds India in 1947 onafhankelijk werd, berucht als de plaats waar het meeste geweld tussen hindoes en moslims plaatsvindt.
De afgelopen dagen zijn in Gujarat bijna vijfhonderd moslims vermoord. Dat gebeurde na de afslachting, vorige woensdag, van 58 militante hindoes. Hun trein werd in brand gestoken door een bende die uit moslims bestond.
De meeste moorden vonden plaats in Ahmadabad, de hoofdstad van Gujarat en de plaats van Gandhi's beroemde Sabarmati Ashram, zijn retraitehuis voor bezinning en gebed. Het was vandaaruit dat Gandhi in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn doctrine proclameerde van vreedzame niet-samenwerking met de Britse koloniale heersers.
Gandhi's filosofie van vreedzaam verzet had een wereldwijde impact. Een van de mensen die er diep door beïnvloed werden, was Martin Luther King, wiens beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid in de jaren 1960 het einde van de rassenscheiding in de Verenigde Staten teweegbracht.
Maar in Gujarat, dat geregeerd wordt door de nationalistische Bharatiya Janata Partij (BJP) en dat het ,,laboratorium'' werd van conservatief hindoe-activisme, wordt Gandhi's leer nu vaker met voeten getreden dan geëerd.
,,Als u kijkt naar de onlusten tussen hindoes en moslims in India sinds 1950 dan ziet u dat er in Gujarat meer doden vielen dan in elke andere staat'', zegt Ashutosh Varshney, historicus van het geweld tussen bevolkingsgroepen in India. ,,Ahmadabad heeft de slechtste staat van dienst van elke stad in India.''
Is
Gujarat een aberratie in een overwegend tolerante maatschappij, of is het een
voorsmaak van wat India te wachten staat? Met een bevolking van 1 miljard mensen,
onder wie 130 miljoen moslims en 800 miljoen hindoes, leeft bij veel mensen
een vage schrik voor een godsdienst-burgeroorlog.
Toen Groot-Brittannië in 1947 tot de deling van Brits India besloot, verliep de opdeling in India en Pakistan (,,thuisland van de moslims'') bijzonder bloedig. De godsdienstrellen eisten bijna een miljoen doden. Maar sinds 1950 zijn er, volgens Varshney, in heel India slechts achtduizend doden gevallen in botsingen tussen hindoes en moslims.
Ook verscheidene duizenden sikhs zijn vermoord, de meeste in de hevige rellen die volgden op de moord op eerste minister Indira Gandhi. Zij werd in 1984 vermoord door haar sikh-lijfwachten.
Ondanks die gewelddadige episodes is India's staat van dienst erg mild vergeleken met de aantallen doden in religieuze conflicten in veel kleinere landen zoals Sri Lanka, Nigeria of Indonesië. ,,Als u de balans van India vergelijkt met die van andere postkoloniale maatschappijen dan is ze redelijk indrukwekkend'', zegt Varshney. ,,En als je ze vergelijkt met wat men vreesde na het geweld van 1947, dan is ze nog opmerkelijker.''
Men kan zeggen dat India's interne spanningen na de onafhankelijkheid naar buiten geprojecteerd werden, in de rivaliteit met Pakistan waarmee het drie oorlogen uitgevochten heeft.
Maar dat belet niet dat in India moslims zich comfortabel integreerden in de seculiere democratie, dat ze hoge ambtenaren, Bollywood-regisseurs -- Bollywood is een bijnaam voor Bombay, dat de grootste filmindustrie ter wereld heeft -- en ministers werden.
,,Het grootste deel van de hindoebevolking van India gelooft diep in de seculiere grondwet van het land en ziet de diversiteit als een rijkdom'', zegt Fernando Franco, in het Indiaas Sociaal Instituut in New Delhi. ,,Het is slechts in de jongste twee decennia dat er een ernstige bedreiging van die consensus is ontstaan.''
India's reputatie voor tolerantie kreeg een zware klap toen hindoemilitanten die banden hadden met de nu regerende BJP, in 1992 in de noordelijke stad Ayodhya een moskee uit de zestiende eeuw vernielden. Meer dan drieduizend mensen werden gedood in de rellen die daarop volgden. Ook de recente dodelijke rellen draaien weer om die plaats waar militante hindoes een historische hindoetempel willen heropbouwen.
Duistere groepen als de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), ,,de nationale organisatie van vrijwilligers'', hebben heel wat terrein veroverd in noordelijk India met hun filosofie van hindoesuprematie. De neofascistische RSS speelt in op een in de geschiedenis gewortelde wrok tegen de lange opeenvolging van moslimdynastieën die er de schuld van zouden zijn dat de hindoeïsme nu in een staat van ,,verwijfdheid'' verkeert.
De politieke belichaming van de RSS, de Bharatiya Janata Partij, volgde in het voetspoor en behaalde landelijk zowat een kwart van de stemmen, vooral in het noorden en het westen van India. De religieuze vleugel van de RSS, de Vishwa Hindu Parishad (Wereldraad van Hindoes) spitst zijn campagnes toe op specifieke zaken, zoals de vernielde moskee in Ayodhya waar hij binnenkort de illegale bouw van een tempel wil beginnen.
Wie pessimistisch is over de toekomst van India, vindt daarvoor heel wat voedsel in de bloedige rellen van de afgelopen dagen in Gujarat. De anderen daarentegen zien tekenen dat het tij van hindoenationalisme stilaan aan het terugvloeien is.
Sinds de BJP in 1998 nationale regeringsmacht verwierf, is ze verplicht geweest de radicaal-communautaire retoriek overboord te gooien om de heterogene coalitie met seculiere bondgenoten in stand te houden.
De invloed van die bondgenoten schijnt trouwens hier en daar de BJP te kleuren. Minister van Binnenlandse Zaken L.K. Avani bijvoorbeeld, die tot de hardste vleugel van de BJP behoort, schildert de jongste tijd vaak en graag het contrast tussen het seculiere, pluralistische India en Pakistan, dat hij als een theocratie voorstelt.
Momenteel is de staat Gujarat het deel van India dat het dichtst in de buurt komt van een provinciale theocratie. Afgaand op de jongste dagen is dat niet echt een model om na te volgen.
Dodental religieus geweld in India stijgt tot 544
04/03/2002
ht - ap
AHMADABAD
-- Nieuwe aanvallen van hindoes op moslims hebben het dodental in de Indiase
staat Gujarat vannacht 544 gebracht. Dat heeft de politie bekendgemaakt.
De scholen in de westelijke deelstaat bleven vandaag dicht en moslims waren nog te bang om hun huizen te verlaten of er, als zij gevlucht zijn, terug te keren.
Een politiewoordvoerder zei dat hindoebendes vannacht moslimdorpen in de noordelijke districten Sabarkantha en Banaskantha hebben aangevallen. Ook in de steden Halad en Dantha zijn weer doden gevallen.
Trein
Hindoes in Gujarat hebben het voorzien op moslims sinds woensdag een trein
met nationalistische hindoes door moslims in brand werd gestoken en 58 van de
passagiers om het leven kwamen. De slachtoffers die daarna zijn gevallen waren
vrijwel allemaal moslims. Gujarat wordt geregeerd door de hindoe-nationalistische
Bharatiya Janata partij en de regering is ervan beschuldigd partij te kiezen
voor de gewelddadige hindoes en te lang te hebben gewacht met het inschakelen
van politie en leger.
Minister van Binnenlandse Zaken L.K. Advani bracht gisteren een bezoek aan Gujarat en noemde het bloedvergieten een ,,zwarte vlek'' op India.
Geweld buiten Gujarat
Gisteren sloeg het geweld voor het eerst over op gebieden buiten Gujarat.
In Aligarh in de aangrenzende deelstaat Uttar Pradesh werd een moslimverkoper
op straat doodgestoken en bekogelden hindoe- en moslimgroepen elkaar met stenen.
De regering stuurde 2.000 paramilitairen en kondigde een uitgaansverbod af in
de stad, die een geschiedenis van religieus geweld kent.
Terwijl hier en daar in Gujarat nog aanvallen op moslims plaatvonden werd in sommige wijken van de grootste stad Ahmadabad, waar het geweld zich aanvankelijk concentreerde, een uitgaansverbod opgeheven. Veel moslims durfden hun huizen echter nog niet uit te komen.
De politie van Gujarat zei 2.852 arrestaties te hebben verricht, waarvan 27 in verband met de aanslag op de trein.
Tempel
De aanleiding tot het nieuwe geweld tussen hindoes en moslims -- het
ergste sinds 1993, toen in Bombay 800 doden vielen -- zijn de plannen van nationalistische
hindoes om in Ayodhya in Uttar Pradesh een tempel te bouwen op de plaats waar
sinds de zestiende eeuw een moskee stond. Toen hindoes de moskee in 1992 vernietigden,
omdat er volgens hen lang geleden een tempel had gestaan, braken in het hele
land rellen uit waarbij meer dan 2.000 mensen het leven lieten.
Elke vrijdag interviewt 'De Morgen' een bekende figuur uit de wereld van de media, de politiek, het sociaal-culturele leven, de economie of de sport. Op vrijdag 01/03 was de dichter en essayist, romancier en columnist Geert Van Istendael aan de beurt om vragen uit het filosofisch woordenboek te beantwoorden.
Werkt
de maatschappij beter of slechter als er een algemeen geloof in God is?
"Beter. Op één voorwaarde: dat niet alle gelovigen lid zijn van één en dezelfde kerk. Onze samenleving wordt te veel beheerst door de ideologie van de koopmansgeest. Kopen en verkopen voeren de boventoon. Ik vind het zeer goed dat bepaalde onderdelen van de maatschappij niet beantwoorden aan de 'wetten van de markt'. Een vaag geloof in God kan een tegengewicht bieden tegen het mercantiele. Maar het religieuze wordt het best niet georganiseerd binnen één kerk, want dan krijg je sowieso misbruiken. Macht mag nooit aan godsdienst gelinkt worden. Dat zorgt voor afschuwelijke excessen. Het christendom werd in zijn beginperiode vervolgd. Vanaf de vierde eeuw na Christus werd het de staatsgodsdienst. (..) Macht verwerven op grond van angst is walgelijk. (..) Ik voel wet wat voor het model van veel Nederlandse dorpen waar zeven veschillende kerken naast elkaar bestaan. Natuurlijk moet je dat goed organiseren, al was het maar om te vermijden dat de gelovigen elkaar de keel doorsnijden.
"In samenlevingen waar de ideologie van de godsdienst overheerst, moet je natuurlijk pleiten voor de vrijzinnigheid, voor de vrije geest, de anti-godsdienstigheid, het anti-klerikalisme. Maar bij ons is alles louter op winst gericht. Het lijkt alsof elke daad afgewogen wordt tegen het geld dat ze oplevert. Daarom kan ik enkel toejuichen dat er vluchtheuvels bestaan waar niet gekocht of verkocht wordt en waar geld waardeloos is. Ooit vroeg een reporter me: "Waarom schrijf je gedichten? Ze leveren je toch niets op?" Alsof het moreel verwerpelijk is iets te doen waarvan je niet rijker wordt. Daarom vind ik het goed dat mensen zich wekelijks in een moskee, synagoge, gereformeerde of katholieke kerk bezighouden met volstrekt nutteloze, onverkoopbare dingen. Als je het leven reduceert tot wat verkoopbaar is, ga je eraan. Want het leven is per definitie onrendabel."
Uit het boek van de Openbaring 21, 1-6
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: 'Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij'.
Uit Genesis 4
Na verloop van tijd droeg Kaïn uit de opbrengst van het land een offer
op aan de Heer. Ook Abel bracht een offer: hij slachtte de eerstgeboren schapen
en offerde er de beste stukken van. Aan het offer van Abel besteedde de Heer
aandacht, maar aan dat van Kaïn niet. Toen werd Kaïn woedend, heel
zijn gezicht vertrok.
'Waarom ben je kwaad?' vroeg de Heer.
'Waarom is je gezicht vertrokken? Als je goed handelt, kun je mij recht in de
ogen kijken. Maar als je dat niet doet, ligt de zonde als een roofdier voor
de deur. Het kwaad zal je voortdurend bedreigen, maar jij moet het de baas zien
te worden.'
Naar psalm 82
Niet zo maar een god
het hart van de hemel is Hij!
Wie waagt het dan nog
de aarde te tarten, zeggend:
Hier gaat het om God noch gebod.
Geef ruimte, doe recht,
bemoedig en draag
de laatsten, de minsten,
wier ziel wordt ontkend,
wier lichaam gefolterd.
Lachende beulen
hun smerige oorlog
komt eens aan het licht.
Zij weten wél wat zij doen,
zij weten maar al te goed.
Maar vrouwen, mannen, kinderen,
eens spoorloos verdwenen,
duiken op uit de zee,
staan op uit hun graf.
Hun stemmen vullen de hemel:
'Wij zullen leven,
niets kan ons stuiten,
zelfs niet de dood.
Want God heeft in ons
zijn toekomst geprent.'
God, red de aarde,
ontferm U over de wereld.
Mc 10, 42-45
Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden, hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet aller slaaf wezen, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worde, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.
Mt 5, 43-45
Jezus sprak: Gij heb gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen
Lc 6, 27-33
Heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zeggen wie je vervloeken en bid voor wie je smaden. Slaat niemand je op de wang, bied hem ook de andere, en pakt iemand je jas af, weiger hem ook je hemd niet (..) Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid?
Uit
de CD 'No need to argue', 1994.
Verwijzend naar een opstand in Noord-Ierland van 1916, die razend actueel blijft aangezien de Ierse kwestie blijft aanslepen, en vooral wat de pijn om het verleden met een mens kan aanrichten.
ORiordan schreef 'Zombie' als een klaaglied aan een kind dat gedood
werd door een Iers Republikeinse bom in Londen.
Haar meelevende tekst is een schreeuw om een einde te maken aan het geweld dat
eeuwen voortduurde tot op het staakt het vuren van vandaag en de fragiele onderhandelingen
voor een lang verwachte vrede.
Beluister dit nummer:
Met een trage internetverbinding
Met een snelle internetverbinding
Another head hangs slowly
Child is slowly taken
And the violence caused such silence
Who are we mistaken
Alweer iemand die het hoofd laat hangen
Een kind wordt langzaam gegrepen
En het geweld dat deze stilte heeft bewerkstelligd
Onderschatten we dit niet?
But you see it's not me,
it's not my family
In your head, in your
head they are fighting
With their tanks and their bombs
And their bombs and their guns
In your head,
in your head they are cryin'
In your head
Zombie
What's in your head, in your head
Zombie
Zelfs al redeneer je: "ik ben het niet",
"het is mijn gezin niet":
In jouw hoofd, jouw
gedachten, wordt de strijd geleverd
Met tanks en bommen,
en bommen en geweren
In jouw hoofd,
jouw gedachten wordt er geweend
In jouw hoofd, jouw gedachten
Zombie (je leeft, maar leeft niet echt)
Wat gaat door je hoofd, door je gedachten?
Zombie,
Another mother's breakin'
heart is taking over
when the violence causes silence
We must be mistaken
Alweer een moeder die kapot gaat
Een hart dat wordt ingenomen
Wanneer stilte wordt bewerkstelligd met geweld
Liegen we onszelf dan niets voor?
It's the same old theme since 1916
In your head
in your head they're still fightin'
With their tanks and their bombs
And their bombs and their guns
Het is steeds het oude liedje, al sinds 1916
In jouw hoofd,
jouw gedachten vechten ze nog steeds
Met tanks en bommen,
en bommen en geweren
In your head they are dyin'
In your head, in your head
Zombie
What's in your head, in your head
Zombie
In jouw hoofd, jouw gedachten sterven ze - nog steeds
In jouw hoofd, jouw gedachten
Zombie
Wat gaat door je hoofd, door je gedachten?
Zombie
De officiële website van The Cranberries.
Een tekst van M.L. King
Vroeg of laat
zullen alle volkeren
een manier van leven
moeten ontdekken
om samen te leven in vrede!
Daarbij zal men haat
moeten veranderen
in creatieve naastenliefde
Ik weiger het standpunt
te aanvaarden
dat de mensheid
zo gebonden is
aan de duisternis
van racisme en oorlog
dat de brede dageraad
van vrede en naastenliefde
nooit werkelijkheid
zou kunnen worden!
"Gelovigen zeggen dat we beter het grootste deel van de menselijke geschiedenis zouden kunnen omschrijven als een zoektocht naar de harmonie, vriendschap en vrede waarvoor we geschapen lijken te zijn. De bijbel beschrijft het allemaal als een door God geregisseerde campagne om de oorspronkelijke harmonieuze toestand te hervinden opdat de leeuw zich weer naast het lam neervlijt en de mens niet langer oorlogen zal kennen omdat zwaarden zijn omgesmeed tot ploegscharen en speren tot snoeimessen. Ergens in ons diepste innerlijk lijken we te weten dat we voor iets beters zijn voorbestemd. Af en toe vangen we een glimp op van het betere waarvoor we zijn geschapen - bijvoorbeeld wanneer we samenwerken om de gevolgen van natuurrampen te bestrijden en de wereld geprikkeld raakt door een geest van medeleven en edelmoedigheid (..)"
Desmond Tutu
1. Laat leerlingen conflicten opsommen waarin religie een bepaalde rol speelt.
Laat leerlingen zelf aan het woord omtrent hun positieve en negatieve ervaringen
met het gegeven multi-religiositeit in hun eigen leefomgeving.
Aan jongeren de vraag voorleggen: hoe zien jullie jullie persoonlijke toekomst
en deze van de wereld, terwijl de geweldspiraal verspreid over de wereld toeneemt?
Of is het 'religieuze geweld' verspreid over de wereld een 'ver-van-m'n-bed-show'?
2. Jongeren de kans geven om gedurende één week de buitenlandse actualiteit te volgen rond de problematiek van het 'religieus geweld'. Dat kan onder de vorm van een videomontage zijn, een collage, een verslag, een zelf gemaakt journaal, een powerpointpresentatie Volgende vragen kunnen hierbij richtinggevend zijn:
3. Verdeel de klas
in drie groepen en leg hen de nieuwsberichten van het conflict
in India voor. Laat elk van de drie groepen een korte nieuwsflash voorbereiden
waarin de gebeurtenissen worden gereconstrueerd vanuit westers, hindoe en
moslimperspectief.
Laat elke nieuwsflash afronden met een morele en/of religieuze beschouwing.
4. Bordgesprek rond twee woorden: 'oorlog' en 'religies' waarin de leerlingen zoeken naar de oorzaken van conflicten en de manier waarop religies daarbij (positief of negatief) een rol kunnen spelen.
5. Interessant om na te gaan is of de hermeneutische knooppunten compatibel zijn met de ervaringen van jongeren. De knooppunten zijn geformuleerd vanuit een volwassenenperspectief. Vanuit een jeugdige kijk op de werkelijkheid kunnen interpretatieverschillen opduiken, waardoor de hermeneutische knooppunten ver van de wereld van jongeren staan.
6. Een interessante oefening is het alternatief van G. Van Istendael. Een samenleving zo organiseren dat er verschillende godsdiensten en kerken naast elkaar leven. Jongeren voorbeelden laten zoeken waar dit gegeven reeds een feit is.
7. Bespreek de eigenschappen die religie tot een kracht maken die geweld onder kritiek plaatst en een nieuwe toekomst kan scheppen, aan de hand van de fragmenten uit het artikel religie en conflict.
Werkt(e) u met dit thema in uw les? Heeft u bij deze impuls bijkomende
opmerkingen of suggesties?
Geef dan feedback (ervaringen en aanvullende suggesties)
voor andere godsdienstleerkrachten. De reacties van alle bezoekers worden hieronder
gebundeld.
Alle reacties, geschreven in een constructieve en collegiale geest zijn welkom! Reacties waarin leerkrachten elkaar aanvallen, worden niet opgenomen.
De ingezonden reacties tot nu toe:
31-01-2003
Anoniem
Leerkracht(e) secundair onderwijs
Ik kon de lesimpulsen (uitgezonderd die rond religieus geweld) goed gebruiken in een lessenreeks rond geweld op zich.
Hartelijk bedankt!
22-10-2002
Claudine Tytgat
Leerkrachte secundair onderwijs
Geachte,
Eerder toevallig ben ik op deze deelmap terechtgekomen. Het ziet er ongelooflijk knap uit. Ik probeer om deze informatie te integreren in Link 5. Als er nu nog een groot multimedialokaal beschikbaar is in onze school, dan kan ik aan de slag met mijn leerlingen van de beroepsafdeling.
Hartelijk dank!
09-04-2002
Kurt Hansen
Leerkracht secundair onderwijs
Op Goede Vrijdag ontvingen we op school bezoek van Boban Vettikkattil, een Indiase student theologie aan de K.U. Leuven. De leerlingen van de hoogste klas waren op zijn bezoek voorbereid: zij hadden in een tweetal lessen godsdienst kennis kunnen nemen van de informatie op deze webstek over de gespannen verhoudingen in India. Daarbij hadden ze ondermeer de opdracht gekregen om een paar vragen te bedenken die ze aan de gast zouden stellen. Nu bleek het zo te zijn, dat mijn leerlingen vooral interesse hadden voor de menselijke kant: de meeste vragen gingen over de persoonlijke ervaringen van onze gast. De ruimere vraag naar de relatie tussen onverdraagzaamheid en religie kwam minder aan bod, wat mij toch enigszins ontgoochelde.
Boban begon zijn verhaal met een relaas over de recente gebeurtenissen in zijn land. Hij focuste op de gruwelijke moord op tientallen extremistische hindoes in een trein. Die schijnbaar zinloze daad van aggressie bleek een verre historische aanloop te hebben, die tot in de 15de eeuw terugging. De moslims, die de brand in de trein hadden aangestoken, wilden daarmee verhinderen dat de hindoes zich zouden aansluiten bij een grote groep geloofsgenoten die van plan waren om tegen de wil van de overheid in, een hindoe-tempel te bouwen in Ayodhya, op een terrein waar nu een moskee staat. Daarmee stond de problematiek van de relatie tussen religie en geweld scherp in het brandpunt van de belangstelling. Ondanks het Engels -overigens uitstekend gesproken- waren de leerlingen heel aandachtig en ik vond het bezoek al na het eerste deeltje heel geslaagd.
In een tweede beweging ging Boban dan op zoek naar de eigen aard van religie. Hij stelde de leerlingen de vraag wat religie eigenlijk was en of ze dachten dat mensen religie nodig hebben om goed te kunnen leven. Die directe vraagstelling ging wel als een schokje door het publiek, dat op dit niveau doorgaans een afwachtende en afstandelijke houding aanneemt, maar ze konden er niet onderuit. De spreker wilde interactie. Waar gaat het om in religie? Leidt religie noodzakelijk tot geweld? Voor de spreker was dat niet het geval: religie is het zich rekenschap geven van de eindigheid van dit leven en een zoeken naar het absolute. En alle religies noemen liefde en verdraagzaamheid een weg daartoe, niet in het minst het christendom. Wie omwille van zijn religie onverdraagzaam is, vergist zich dus.
Boban vertelde dat zijn provincie voor 37% christenen telt. Ik wilde daarom weten, of dat nu op het maatschappelijke vlak te merken was. En dat is zo. De inwoners van Kerala hebben een graad van analfabetisme van 0%, terwijl dat in de rest van India veel hoger ligt. Bovendien zijn een groot aantal scholen en ziekenhuizen in India in handen van christelijke organisaties. Want dat is het sterke punt van het christendom, aldus de spreker: christenen hebben een sterke structurering. De Kerk is sterk uitgebouwd in structuren en kan daardoor maatschappelijk iets (veel) doen. Dat was opmerkelijk. Hindoes zijn bijzonder verdraagzaam -ook tegenover christenen- maar zij zijn slecht gestructureerd.
Na afloop bedacht ik dat onze situatie van een minderheidskerk met een sterke structuur in veel opzichten lijkt op de situatie van de christenen in India. Ik kan alleen niet beoordelen hoeveel engagement er van die christenen uitgaat, opdat zij het gist in de wereld zouden zijn.
Zelf heb ik heel wat geleerd en nog veel meer stof tot nadenken gekregen van onze oudere zusterkerk in India (er waren naar verluidt al christenen in India in de 1e eeuw!) en ik hoop dat ook van mijn leerlingen. Ik heb me voorgenomen toch nog eens op het bezoek terug te komen, al hebben mijn studentjes volgens mij graag elke week weer wat nieuws.
Ik houd er aan Boban nog eens heel hartelijk te danken, en ook de Thomas(!)-equipe voor de regelingen bij dit bezoek.
Noot van het Thomas-team:
Nog even vermelden dat het nog steeds mogelijk is om ook op uw school een Indische student uit te nodigen om te komen spreken over de situatie in India en meer in het algemeen over religie en geweld. Stuur ons gewoon een mailtje en wij regelen het bezoek.
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.