
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel Mgr. André-Mutien Léonard (Dossier op Thomas)
Paus accepteert ontslag van Kardinaal Danneels (Kerknet)
Het leven als kardinaal Danneels (VRT - De Redactie)
Kardinaal Danneels neemt afscheid (Kerknet)
Bedankt, kardinaal (Kerk & leven)
Maandblad pastoralia brengt hulde aan kardinaal Danneels (Kerknet.be)
Kardinaal Danneels & Urbanus in 'Voor eens & voor altijd'
Nieuw boek Kardinaal Danneels en Iny Driessen: Richt ons weer op
Tertio: Danneels opvolgen loodzwaar
Artikel kardinaal Danneels in 'The Tablet'
Afscheidshomilie Kardinaal Danneels
Toespraak Kardinaal Danneels
Wat verwachten de bisschoppen van leerkrachten r.-k. godsdienst?
Inhoud
Op 4 juni 2008 wordt Kardinaal Godfried Danneels 75. Van die gelegenheid willen wij gebruik maken om de kerkleider in het godsdienstonderwijs uitvoerig onder de aandacht te plaatsen. Bij de gemiddelde Belg is kardinaal Danneels zeker geen onbekende en bij de leerlingen evenmin. Geregeld verschijnen de kardinaal en/of zijn uitspraken in de media. De kennis van de leerlingen over de kardinaal beperkt zich evenwel meestal tot enkele one-liners en veel besproken uitspraken van de kardinaal. Deze in de kijker heeft tot doel om de levensloop en het gedachtegoed van kardinaal Danneels met het oog op het godsdienstonderwijs in de verf te zetten en biedt eveneens een aantal aanknopingspunten om met de leerlingen dieper in te gaan op kerkelijke en maatschappelijke vraagstukken.
Kardinaal Danneels dient ontslag in
Kardinaal Godfried Danneels heeft officieel zijn ontslag ingediend als aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Hij doet dat met een brief aan paus Benedictus XVI, zoals de traditie dat vraagt. Het ontslag is gebruikelijk voor bisschoppen en kardinaals op de leeftijd van 75 jaar.
Benedictus moet nu beslissen of hij het ontslag aanvaardt. Doet hij dat niet, dan zal Danneels nog een tijdje aanblijven. Als hij het ontslag wel aanvaardt, dan zal Danneels nog aartsbisschop blijven totdat er een opvolger is gevonden.
De nuntius, de vertegenwoordiger van het Vaticaan in ons land, zal een lijstje opstellen van mogelijke kandidaten.
Uit De Standaard, 23 mei 2008


In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad ASO
4. evangelische sleutels als inspiratie voor het jezelf worden bespreken;
figuren uit de kerkgeschiedenis
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO
inspirerende figuren uit de kerkgeschiedenis en hun kiezen tegen alle tijdgebonden vanzelfsprekendheid in;
kerkelijke documenten en pastorale brieven;
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO
4. in ethische kwesties benaderingen opsporen vanuit de bijbelse en kerkelijke traditie;
kerkelijke documenten;
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO
kerkelijk documenten over de sociale leer van de kerk, bv. encycliek Rerum Novarum, ...;
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO
5. omschrijven dat een christelijke inspiratie leidt tot een heel eigen waardepatroon in vergelijking met het eigen waardepatroon van andere levensbeschouwingen.
Aan de hand van filmfragmenten of teksten de leerlingen laten ontdekken dat heiligen of grote kerkfiguren vanuit hun evangelische inspiratie op een heel eigen manier buitengewone mensen werden (Johannes Berchmans, Franciscus van Asissi, Damiaan, bisschop Romero ...).
verscheidenheid van mensen binnen eenzelfde cultuur, godsdienst, kerk kleurt de gemeenschap of de kerk;
kerk ontvang en maak je met mensen die verschillend zijn;
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO
Waardepatronen bij kerkmensen opsporen (bv. via 'kerk en Leven').
kerk als een dragende gemeenschap;
kerkgemeenschappen en samenleving: een wederzijds appèl;
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad TSO/KSO
8. kerkelijke en maatschappelijke normen bevragen en bespreken op hun gegrond zijn en gerichtheid op waardigheid;
kerkelijke documenten en pastorale brieven;
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad TSO/KSO
Referentiefiguren kunnen gezocht in de kerkgeschiedenis of de actualiteit: Gandhi, Martin Gray, Martin Luther King, Maarten Luther,...
Korte biografie van kardinaal Danneels
Kardinaal Godfried Danneels werd op 4 juni 1933 geboren in Kanegem als oudste van zes kinderen. Zijn vader was onderwijzer en stond naar verluidt niet altijd op even goede voet met de dorpspriester. Dit hield de jonge Godfried niet tegen om zich, na zijn studies aan het Diocesaan College van Tielt, in het Grootseminarie van Brugge voor te bereiden op het priesterschap. Van 1951 tot 1954 studeerde hij in Leuven filosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. In 1961 haalde hij aan de Gregoriaanse Universiteit van Rome een doctoraat in de theologie.
Ondertussen combineerde Godfried het priesterschap – hij was op 17 augustus 1957 in zijn geboortedorp tot priester gewijd – met een aantal andere belangrijke functies. Amper 26 jaar oud was hij zowel professor in de liturgie en de sacramentenleer als geestelijk directeur van het Grootseminarie van Brugge. In 1969 werd hij bovendien theologieprofessor aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Pas nadat kardinaal Suenens hem op 18 december 1977 tot bisschop van Antwerpen gewijd had, nam hij ontslag uit deze functies. In januari 1980 volgde hij Suenens op als aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Drie jaar later werd Danneels tot kardinaal benoemd. Sindsdien is hij het gezicht van de Belgische rooms-katholieke kerk.
In Nederland en Vlaanderen was kardinaal Danneels de drijvende kracht achter de vernieuwing van de liturgie die het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) had ingevoerd. In 1985 verwierf Danneels internationale bekendheid als schrijver van het eindverslag van de buitengewone synode die bijeengekomen was naar aanleiding van de 20ste verjaardag van dit concilie.

Het aartsbisschoppelijk paleis te Mechelen
Als bemiddelaar is de kardinaal zeer gevraagd. Zo vroeg Johannes-Paulus II hem om een synodie voor te zitten die gewijd was aan de spanningen binnen de Nederlandse kerk tussen de conservatieve en progressieve vleugel. Zowel Rome als Nederland waren nadien vol lof voor de rol die de kardinaal gespeeld had.
Bij zijn aantreden als bisschop koos Kardinaal Danneels voor de leuze “Apparuit humanitas Dei nostri”: “Verschenen is de menslievendheid van God”. De kardinaal ziet de menswording van God als een aansporing om door cultuur, wetenschap en uiteraard ook de religieuze ervaring de levenskwaliteit van de mens te verhogen.
Door parochies te bezoeken en gespreksavonden te organiseren wil de kardinaal uit eerste hand te weten komen wat er onder de mensen leeft. Daarnaast heeft hij veel aandacht voor de begeleiding van gelovigen -zowel geestelijken als leken - die in de kerk actief zijn. Door zijn belangstelling voor de verstandhouding tussen de verschillende kerken zet kardinaal Danneels een oecumenische traditie verder die teruggaat tot de jaren twintig toen kardinaal Mercier voor het eerst de dialoog zocht met anglicaanse gelovigen (de ‘Mechelse gesprekken’).
Daarnaast bekommert de kardinaal zich ook om vrede, armoede en gerechtigheid. Als voorzitter van Pax Christi bezocht hij tussen 1990 en 1999 veel landen in Afrika, een continent dat hem nauw aan het hart ligt. Tegenwoordig is hij nog steeds actief als covoorzitter van de World Conference on Religion and Peace (WCRP).
Kardinaal Danneels zoekt voortdurend naar manieren om zijn boodschap bij een zo groot mogelijk publiek bekend te maken. Op Pasen en Kerstmis publiceert hij pastorale brieven die op tienduizenden exemplaren in binnen- en buitenland verspreid worden. De kardinaal is bovendien een begaafd schrijver wiens boeken (o.a. “Johannes aan het woord”, “Ken je ze alle zeven?” en “Vertrouwen”) heuse bestsellers werden. Zijn paasboodschap “Afscheid nemen. Leven met onmacht” (1995) werd, net als de brochure over “Vergeten en vergeven” (1998), verfilmd. De kardinaal heeft bovendien geen schroom om zijn visie voor de televisiecamera’s te verdedigen. In 2003 won hij de Castar, de trofee waarmee De Standaard, Radio 1 en Canvas de persoonlijkheid bekronen die op cultureel, maatschappelijk, politiek of economisch gebied positief opgevallen is.
Door te zetelen in vele commissies is kardinaal Danneels vertrouwd met de werking van het Vaticaan. Zo is hij op dit moment lid van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren, de Congregatie voor de Riten en de Sacramenten, de Congregatie voor de Oosterse Kerken en de Congregatie voor het Katholiek Onderwijs.
De vele onderscheidingen die de kardinaal in het buitenland heeft ontvangen, bewijzen het grote respect dat hij ook buiten onze landsgrenzen geniet. Zo ontving hij van de Theologische Faculteit Tilburg (Nederland) een eredoctoraat voor zijn “vermogen om op vele wijzen, in woord en geschrift, tal van mensen binnen en buiten de rooms-katholieke Kerk te inspireren” in een zich snel veranderende samenleving. De Georgetown University van Washington DC (VSA) eerde hem dan weer voor zijn inspanningen “om zowel individuen als instellingen op te roepen de ethische dimensie niet uit het oog te verliezen in het wetenschappelijk onderzoek en in het handelen in de complexe samenleving.”
Het is vrij moeilijk om op een omvattende manier de hele structuur van de kerk bloot te leggen. Binnen de kerk bestaat er immers een heel scala aan functies en instituties. Allereerst kan men een onderscheid maken tussen het reguliere en het seculiere leven, waarbij regulier verwijst naar het leven volgens een bepaalde regel, met name in een bepaalde (klooster)orde. Seculier verwijst dan weer naar het leven in de wereld, in de ‘gewone’ maatschappij.
De belangrijkste van de seculiere kerkelijke functies zijn:
De definitie van 'kardinaal' volgens van Dale
kardinaal1
kar·di·naal
de (m.); kardinalen
(1265-1270) <Fr. cardinal (voornaamste)
eerste editie 1864
- hoogste waardigheidsbekleder in de r.-k. kerk, lid van de raad van de paus; zij vormen tevens het conclaaf waarin een nieuwe paus gekozen wordt; dit kiesrecht eindigt thans op tachtigjarige leeftijd; onderscheiden in kardinaal-bisschop, kardinaal-priester en kardinaal-diaken, hetgeen herinnert aan de wijze waarop dit college is ontstaan, nl. uit de drie groepen van de Romeinse clerus, t.w. diakens, priesters en bisschoppen
- (dierkunde) soort vink met een puntige, rode kuif in Noord-Amerika (Cardinalis virginianus)
- drank, bereid uit witte wijn, bisschopessence, kersenstroop, rum en suiker
kardinaal2
kar·di·naal
bijv. naamw.
(1201-1250 ‘voornaam, hoofd-’) <Fr. cardinal (voornaamste)
eerste editie 1864
- voornaamste (meestal in vaste verb.)
- de vier kardinale deugden
de hoofddeugden- de kardinale getallen
de hoofdtelwoorden- het kardinale punt
het voornaamste in zekere aangelegenheid- een kardinale fout
een fout die het geheel bederft
Een overzicht van alle kardinalen in de geschiedenis van België, zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kardinaal_(geestelijke)
Op bestuursniveau ziet de organisatie van de Kerk er als volgt uit:
http://www.hist.student.kuleuven.be/werkjes/KerkenreligieNieuwsteTijd1.doc
De Belgische bisschoppen
In België zijn er acht bisdommen, met name Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen-Brussel, Hasselt, Luik, Doornik en Namen. Elk bisdom wordt geleid door een bisschop. In Mechelen-Brussel en Namen zijn er ook hulpbisschoppen.
Mgr. Paul Van den Berghe: bisschop van Antwerpen
Mgr. Roger Vangheluwe: bisschop van Brugge
Mgr. André-Mutien Léonard: bisschop van Namen
Mgr. Aloys Jousten: bisschop van Luik
Mgr. Guy Harpigny: bisschop van Doornik
Mgr. Luc Van Looy: bisschop van Gent
Mgr. Patrick Hoogmartens: bisschop van Hasselt
Mgr. Rémy Vancottem: hulpbisschop van Mechelen-Brussel
Mgr. Jan De Bie: hulpbisschop van Mechelen-Brussel
Mgr. Jozef De Kesel: hulpbisschop van Mechelen-Brussel
Mgr. Pierre Warin: hulpbisschop van Namen
De Bisschoppenconferentie van België
De Bisschoppenconferentie van België is een permanent orgaan binnen de rooms-katholieke Kerk van België waarin de bisschoppen, de hulpbisschoppen en titulaire bisschoppen van de Belgische kerkprovincie het gezamenlijke beleid van de kerkprovincie bepalen.
De Bisschoppenconferentie van België wordt voorgezeten door de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, Godfried kardinaal Danneels.

De Bisschoppenconferentie van België met van links naar rechts:
zittend: Mgr. André-Mutien Léonard, Mgr. Paul Van den Berghe, kardinaal Godfried Danneels, Mgr. Roger Vangheluwe en Mgr. Aloys Jousten;
staand: Mgr. Jan De Bie, Mgr. Rémy Vancottem, Mgr. Luc Van Looy, Mgr. Guy Harpigny, Mgr. Patrick Hoogmartens, Mgr. Jozef De Kesel en Mgr. Pierre Warin.
http://www.kerknet.be/kerkinvlaanderen/
De verkiezing van een nieuwe paus en de rol van de kardinalen daarin
Het conclaaf is de bijeenkomst van kiesgerechtigde kardinalen voor de verkiezing van een nieuwe paus, die traditiegetrouw achter gesloten deuren plaatsvindt.
Feitelijk is het de naam voor de vertrekken waarin de besloten bijeenkomst wordt gehouden. Het Latijnse cum clave betekent letterlijk ‘met sleutel’ en duidt op een afgesloten ruimte. In modern Nederlands zouden we cum clave met de uitdrukkingen ‘achter gesloten deuren’ of ‘achter slot en grendel’ kunnen vertalen. Sinds 1878 vindt het conclaaf steevast plaats in de Sixtijnse kapel.
De deelnemers aan een conclaaf mogen geen enkel contact met de buitenwereld hebben, dat is het principe van het cum clave. Iedere vorm van beïnvloeding van buitenaf moet worden vermeden.
Het conclaaf moet, volgens de nu geldende regels, minimaal 15 dagen en maximaal 20 dagen na de dood van de paus beginnen. De officiële reden hiervoor is dat de kardinalen genoeg tijd moeten hebben om Rome te bereiken. Maar in een tijdperk waarin vliegtuigen in de plaats van schepen en koetsen zijn gekomen, wordt dit intermezzo met name gebruikt voor de logistieke en politieke organisatie van het conclaaf.
Alle praktische zaken rondom overlijden en conclaaf worden geleid en geregeld door de Camerlengo. Dat is de kardinaal-schatbewaarder, die de tijdelijke goederen en rechten van de Heilige Stoel beheert in de periode tussen het overlijden van de paus en de keuze van een nieuwe paus. Hij zorgt bijvoorbeeld voor het bijeenroepen van de kardinalen, het voorbereiden van de huisvesting voor de kardinaal-kiezers en het vaststellen van een begintijdstip voor het conclaaf.
Kiesgerechtigd in het conclaaf zijn alle kardinalen die op de dag van het vacant worden van de Heilige Stoel nog niet de leeftijd van 80 jaar hebben bereikt. Naast de kiesgerechtigde kardinalen mogen maar weinigen aan het conclaaf deelnemen. De secretaris van het kardinalencollege is aanwezig als secretaris van het conclaaf, en de vicaris-generaal van de paus voor Vaticaanstad is met enkele helpers aanwezig voor de liturgische diensten. Ook de pauselijke ceremoniemeester met zijn dienaren is aanwezig, net als enkele priester-religieuzen die in verschillende talen biecht moeten horen, twee artsen en enkele personen voor de dagelijkse verzorging. Ieder kardinaal mag daarnaast, indien zijn gezondheidstoestand het vereist, nog één persoon voor privé-diensten naar het conclaaf meenemen. Tijdens de feitelijke stemrondes in de vergaderzaal mogen overigens uitsluitend de kiesgerechtigde kardinalen aanwezig zijn.
Zolang er geen paus is gekozen, zijn er de dagen daarna steeds vier stemmingen per dag: twee in de ochtend en twee in de middag. Als na de eerste stemronde van een dagdeel nog geen paus verkozen is, dan volgt direct daarna de tweede ronde. Ongeveer om de drie dagen wordt er niet gestemd, maar is er ruimte voor rust, bezinning en – onvermijdelijk – onderhandeling. Voor een geldige verkiezing van een nieuwe paus is normaliter een tweederde meerderheid van de stemmen der aanwezige kardinalen vereist.
Als verkiezing na een groot aantal stemrondes uitblijft, kan de camerlengo, in overleg met de andere kardinaal-kiezers, besluiten om de minimumnorm voor een geldige verkiezing te verlagen naar een absolute meerderheid van stemmen. Als dat eenmaal is vastgesteld hebben de kardinalen twee opties: er kan een nieuwe algemene stemronde gehouden worden, of er wordt enkel gekozen tussen de twee kardinalen die in de voorafgaande stemming de meeste stemmen hebben behaald.
Zodra blijkt dat één kardinaal de vereiste meerderheid heeft, barsten de aanwezigen in applaus uit. De deken van het kardinalencollege (of de eerste onder de kardinalen naar rang en anciënniteit) vraagt de gekozene namens het gehele college of hij aanvaardt. Zodra deze antwoordt met "Accepto" is hij formeel paus. Vervolgens wordt hem gevraagd welke naam hij wil aannemen.
Witte rook bij de verkiezing van Benedictus XVI op 19 april 2005
Het signaal waaraan de buitenwereld traditiegetrouw kan aflezen of er een paus is gekozen, is de rook die tijdens het conclaaf twee maal per dag opstijgt uit de smalle schoorsteen van de Sixtijnse kapel. De rook ontstaat door het verbranden van de stembrieven van twee stemrondes. Men doet dit éénmaal in de voormiddag en éénmaal in de namiddag. Zolang er geen nieuwe paus is, worden alleen de briefjes verbrandt, zonder verdere toevoegingen: er stijgt dan normale, zwarte rook uit de schoorsteen op. Als een paus gekozen is, wordt aan de stembriefjes nat stro of een chemische stof toegevoegd, waardoor de rook wit wordt, voor de buitenwereld het teken dat er een nieuwe paus gekozen is.
Bij de bekendmaking van de nieuwe paus laat het Vaticaan niet alleen witte rook uit de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel kringelen maar ook de klokken luiden. De eeuwenoude traditie is aangepast om verwarring over de kleur van de rook te voorkomen.
De nieuwe paus verschijnt kort nadat de witte rook is opgestegen op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek, gekleed in één van de drie witte togen die - in verschillende maten - al klaarlagen in de Sacristie. Zijn begeleider spreekt traditiegetrouw de woorden Habemus Papam, oftewel: ‘We hebben een paus’. De paus geeft daarna voor het eerst de apostolische zegen Urbi et Orbi.
http://www.katholieknederland.nl/abc/conclaaf.html
Literatuur
Kerst- en paasbrochures van kardinaal Danneels
In de reeks “Een woord bij...”, waarvan telkens bij Pasen en Kerstmis een exemplaar verschijnt, zijn nog te verkrijgen:

Exclusief te verkrijgen via Thomas (niet meer verkrijgbaar in de handel):
Thomas schenkt enkele brochures van de kardinaal weg. Een aanklikbaar nummer kan gratis besteld worden (één exemplaar per bezoeker, mits opgave via email van naam en adres).
De nummers kunnen ook besteld worden via
http://kerknet.lamp01.cegeka.be/aartsbisdom/formulier.php?ID=762
Brieven van de kardinaal
Op http://www.kerknet.be/aartsbisdom/content.php?ID=283 (pastorale werkjaar 2007-2008) en http://www.kerknet.be/aartsbisdom/content.php?ID=339 (pastorale werkjaar 2006-2007) zijn een aantal brieven van kardinaal Danneels te vinden, die hij maandelijks publiceert in Pastoralia, het maandblad van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
Boeken
1. Kardinaal Danneels: een BV?
Castar voor kardinaal Danneels

Kardinaal Godfried Danneels ontving de Castar-trofee 2003. Daarmee huldigen Canvas, De Standaard en Radio 1 de meest markante persoonlijkheid van het jaar.
Er waren vijf genomineerden: de acteur Jan Decleir, de Gentse burgemeester Frank Beke, de politierechter Peter D'Hondt, de werknemers van Ford Genk en kardinaal Danneels. Ruim vijftienduizend kijkers, lezers en luisteraars brachten via sms hun stem uit. Op het einde van de uitzending overhandigde de kunstenaar Roger Raveel een gekleurde ets als Castar-trofee aan kardinaal Danneels.
ANALYSE. Waarom Kardinaal Danneels de Castar 2003 won
Het gaat niet goed met de katholieke kerk in Vlaanderen: alleen op feestdagen en bij speciale gelegenheden lopen de kerken vol, priesters worden stilaan een bedreigde soort, kloosters staan leeg. Waarom wordt dan de baas van die kerk almaar populairder?
Kardinaal Godfried Danneels is met lengten voorsprong uitverkozen tot markantste persoonlijkheid van 2003. Was de concurrentie te zwak? Of hebben alle overgebleven Vlaamse gelovigen hun stem uitgebracht op de kardinaal? Grapje.
Toch blijft het merkwaardig dat een instituut in crisis geleid wordt door een man die blijft stijgen in de populariteitspolls. De waardering en het respect voor kardinaal Danneels overstijgen duidelijk de kring van katholieken en gelovigen. Waaraan heeft hij dat te danken?
In 1998 deed het onderzoeksbureau Marketresponse een enquête onder de Vlamingen naar de persoon van Danneels. Liefst 95 procent van de ondervraagden noemde de kardinaal 'verstandig'. 88 procent vond hem evenwichtig, 87 procent betrouwbaar en 89 procent zelfverzekerd. Indrukwekkende cijfers, die in grote mate een verklaring geven voor zijn populariteit. Ter vergelijking: voor het instituut kerk schommelden de cijfers tussen 50 en 70 procent.
Maar hoe kent de Vlaming de kardinaal? In de eerste plaats via zijn optredens op televisie. En hier ligt de kern van de verklaring voor zijn prestige: de kardinaal 'pakt' op het scherm en hij weet dat. Net zoals de tv-makers dat weten. Daarom is hij, zeker in de dagen rond Kerstmis, een veelgevraagde gast. Je kan bij wijze van spreken de tv niet aanzetten, of je hoort zijn zalvende stem.
De kardinaal bereidt die interviews wel degelijk voor. Als verstandig man weet hij op voorhand wat de journalisten zullen vragen en dus heeft hij daarover enkele leuke oneliners bedacht: die komen dan geheid terug, en ze hebben telkens succes. Geleerd van Mark Uytterhoeven, zei hij in het Castar- interview (DS 5 december). "Vijf minuten op tv kunnen je maken of breken", voegde hij eraan toe. Inderdaad, de kardinaal is een man van de moderne tijd. Ook hij is bezig met perceptie. En de perceptie is: de kardinaal is een innemend en grappig man. Hij is bovendien de enige Vlaamse kerkleider die het talent heeft. De Brugse bisschop Roger Vangheluwe doet af en toe zijn best, maar staat een trapje lager. De andere bisschoppen verschijnen zogoed als nooit op tv.
Maar er is natuurlijk meer dan perceptie. Bijkomende reden voor Danneels' succes is dat hij meestal verstandige dingen zegt. Critici verwijten hem wolligheid en zeggen dat hij nooit het achterste van zijn tong laat zien. Natuurlijk blijft hij een diplomaat, maar toch zegt hij geregeld duidelijk waar het op staat: tegen euthanasie, tegen de oorlog in Irak. En belangrijker nog: hij zal zich nooit laten betrappen op 'domme' uitspraken. 'Dat condooms geen middel zijn om aids-besmetting te voorkomen omdat ze zaadcellen zouden doorlaten' -- de beruchte uitspraak van kardinaal Trujillo van enkele maanden geleden -- zal je Danneels nooit horen zeggen. Integendeel, op zulke momenten laat hij zich niet pramen om die uitspraak fors te verwerpen. Waarop iedereen weer zegt: die Danneels is toch een verstandig man en voor een kerkleider best wel progressief.
Maar die progressiviteit heeft ook duidelijke grenzen. Op binnenkerkelijke standpunten blijft hij trouw op de Vaticaanse lijn: vrouwelijke priesters, gehuwde pastoors. Danneels zal er geen lans voor breken. Maar opnieuw is hij dan zo verstandig om te pleiten voor meer vrouwen in bestuursfuncties in de kerk. Opnieuw een standpunt dat hem bij het brede publiek geliefd maakt.
Nog een factor die meespeelt in zijn populariteit is het feit dat hij al 25 jaar meespeelt op het hoogste niveau. In een maatschappij die steeds sneller vooruitholt, waarin vedetten komen en gaan, is hij een blijver. Een man die wars van de waan van de dag, standpunten poneert over waarden en zingeving waarvan velen zeggen: dat heeft hij niet slecht gezien.
Waarop de meesten opnieuw overgaan tot de orde van de dag. Want de tijd dat de kerkleiders nog echt macht hadden, is natuurlijk al lang voorbij. Maar misschien draagt ook dat weer bij tot Danneels' populariteit: zijn uitspraken zijn niet langer dwingende eisen, maar wijze raad voor wie het wenst op te pikken. De kardinaal als vaderfiguur van een samenleving. Want daaraan heeft een samenleving nood, schreef wijlen Knack-directeur Sus Verleyen.
En de kritische stem over de kardinaal? Vreemd genoeg hoor je die soms in zijn eigen kerk. Daar wordt wel eens geklaagd dat de kardinaal te afstandelijk is. De afstandelijkheid van de intellectueel. Want ook dat is hij, waarschijnlijk zelfs in de eerste plaats.
Uit De Standaard, 22 december 2003
Godfried Danneels heeft zich ontpopt tot dé publieke spreekbuis van de katholieke gemeenschap in Vlaanderen, die binnen en buiten het katholieke milieu als volwaardige gesprekspartner serieus wordt genomen. Dat hij dit al jaren met groeiend gezag blijft doen, mag sommigen verrassen (zoals bleek toen hij in 2003 de Castar-prijs ontving als markantste persoonlijkheid van het jaar). Het toont aan dat hij als geen ander het vermogen bezit om datgene waar christenen voor staan in de huidige, pluralistische samenleving klaar te verwoorden en aannemelijk te maken – ook in zogenoemde intellectuele kringen.
Uit L. Kenis, M. Lamberigts (ed.), Mens van God, God van mensen. Leuvense theologen in gesprek met kardinaal Godfried Danneels, Halewijn, 2005.
2. Opmerkelijke quotes van de kardinaal
“Ik meen dat de wetenschap hoofdzakelijk de hoe-vragen beantwoordt, terwijl de religie en filosofie zich eerder inlaten met de waarom-vragen.” (Danneels’ kijk op het verschil tussen wetenschap en religie in het boek Vrijuit, Averbode, 2000.)
bolide, maar zijn we wel goede chauffeurs?” (Danneels houdt een pleidooi voor onthaasting en verdieping, Gazet van Antwerpen, 1999.)Citaten uit: Kardinaal Godfried Danneels.
Van Kanegem tot Rome. Een biografie van A tot Z in 36 hoofdstukken,
aangevuld met andere quotes
3. Brieven van jongeren aan de kardinaal
Thomas nodigde een aantal jongeren uit 4 ASO en 6 TSO uit om een brief te schrijven naar kardinaal Danneels. Hieruit spreekt hun waardering, hun vragen, hun twijfels.
Beste Kardinaal Danneels,
Ik heb vernomen dat u zou willen stoppen. Maar waarom wilt u stoppen? U heeft veel positieve invloeden op jongeren, u zet ze aan tot nadenken. Dat is een zéér mooi ding maar hoe overtuigt u die jongeren? Hoe zou u een groep ongelovigen kunnen overtuigen om gelovig te worden? Zouden uw straffe uitspraken daarbij helpen? Of vindt u dat uw uitspraken helemaal niet straf zijn? Vaak neemt u dezelfde mening over dan die van de kerk. Vindt u dat de kerk dan gelijk heeft of vindt u dat dat moet gezien uw positie? Graag zou ik op deze vragen antwoord krijgen.
Jeroen
Lees hier meer brieven van jongeren aan de kardinaal
Stuur zelf een brief aan de kardinaal (enkel voor leerlingen Secundair Onderwijs)
4. De kardinaal in gesprek met tieners over leven en geloof
Negen jonge mensen trokken met een rugzak vol vragen naar kardinaal Danneels. Urenlang deelden ze met elkaar twijfels en geloof, angst en hoop. Het werden boeiende gesprekken....
Onderstaande fragmenten zijn een selectie uit het boek “Is God een alleskunner? Kardinaal Godfried Danneels in gesprek met tieners over leven en geloof”. De selectie van fragmenten is gemaakt in functie van de vragen die naar voren komen in de brieven van jongeren aan de kardinaal in de voorgaande impuls.
Bruno: Was het toen al zo moeilijk om katholiek opgevoed te worden? Het is toch vreselijk om elke week naar de mis te gaan, altijd maar moeten...
Kardinaal: Er wàs geen andere opvoeding. Ik had het niet zo moeilijk als jullie tegenwoordig. Ik kon me destijds niet indenken dat er op de wereld niet-katholieken rondliepen of mensen die niet naar de mis gingen, behalve die ene wat rare man in het dorp! Je hebt wel gelijk als je vindt dat ouders niet te veel druk mogen uitoefenen. Dat deden ze thuis helemaal niet, ook niet toen ze wisten dat ik priester ging worden. Ze namen me gewoon mee naar de kerk. Er moet een tijd zijn dat je als ouders je kinderen màg meenemen. In het begin hebben we voor alles toch een beetje druk nodig. (...) Maar als je vijftien bent, ligt dat anders. Dan zou je die manieren zelf moeten overnemen, dus ook zelf beslissen om naar de eucharistie te gaan.
Sam: Katholiek opgevoed worden is meer dan naar de mis gaan en het hoeft nog niet te betekenen dat je priester wordt. Hoe ben je daartoe gekomen?
Kardinaal: Mijn priesterroeping begon al heel vroeg in me te broeien – wat overigens in die tijd normaal was. Onze horizon was heel christelijk, liturgie speelde een grote rol. Ik was misdienaar. Mijn vader gaf het hele jaar door uitleg bij wat er in de kerk zou gebeuren. Dat deed hij ook tijdens de Goede Week. De paasnacht werd toen nog ’s morgens heel vroeg gevierd in plaats van zaterdagavond. Vuur en water wijden, veel kaarsen aansteken, profetieën zingen… Mijn vader vertelde het met zoveel vuur. Negen jaar was ik toen. En ik vroeg aan mijn moeder of ik ernaartoe mocht. Mijn pa zei: “Geen sprake van om vier uur ’s morgens! Er is geen hond die daar naartoe gaat.” Ik begon zo vervelend te doen dat mijn moeder zei: “Je zult hem moeten laten gaan, anders had je er niet over moeten vertellen.” Dus mocht ik gaan, maar helemaal alleen. Ik zette de wekker. ’s Morgens sprong ik mijn bed uit en ging naar de kerk. Daar waren alleen de pastoor, de onderpastoor en de koster. De pastoor dacht eerst dat ik weggelopen was. Maar hij nam me bij zich en liet me van dichtbij zien wat er gebeurde. Misschien was het wel een heel slechte liturgie, met mensen die niet konden zingen, met een vuile doopvont en zo. Maar die drie mensen gingen er zo ernstig mee om dat ik verkocht was! Ik voelde door hen dat het over iets serieus ging, en ik ben er nooit meer van afgekomen…
Het tweede dat me erg raakte was een heel arme familie in mijn buurt. De kinderen van dat gezin waren mijn speelkameraden. Tijdens de oorlog hadden ze echt helemaal niks. Ik mocht van mijn moeder nooit langer dan tot vier uur blijven, want dan zouden ze me te eten vragen en ze hadden al zo weinig. Ik heb er armoede gezien. Meer dan eens pakte ik thuis boterhammen weg en nam ze mee. Ik voelde toen al een grote liefde voor de armen. Dat was in ieder geval het begin van mijn roeping. Later kwamen daar nog andere dingen bij…
Bert: Maar je mist als priester zoveel... Heb je geen spijt omdat er zoveel kansen aan je voorbijgaan, kansen die normale mensen wel hebben? Je kunt niet meer trouwen en zo...
Kardinaal: Ja, dat is een enorme kans waar ik naast heb gegrepen! Het is waar, ik lach er niet om, ik weet wat ik heb laten staan. Er is gemis, maar mijn leven als priester geeft me zo veel andere dingen. Ik geloof niet dat ik een vrouw en kinderen gelukkig zou kunnen maken zoals ik nu leef. Ik ben bijna nooit thuis! Van de andere kant heb ik tijd voor de dingen van God, voor het bestuderen en uitdragen van het evangelie, voor het ontvangen van mensen in nood. Het maakt me heel gelukkig. Ik mis natuurlijk wel wat... Vrouw en kinderen, en zomaar naar het café gaan – niet dat ik dat zo vaak zou doen als ik geen priester was.
Sam: Heb je als kardinaal al voor veel verrassingen gestaan? Als je alles van tevoren had geweten, was je er dan aan begonnen?
Kardinaal: Aartsbisschop en kardinaal worden is op zich al een verrassing. Je kunt niet voor bisschop leren zoals je voor priester leert op een seminarie. Veel hangt af van wat je collega-bisschoppen in je hebben gezien – de paus bevestigt dat al dan niet. Je móet geen ja zeggen, maar nee zeggen zonder reden maakt niet gelukkig... Een kardinaal is eerst en vooral een bisschop zoals de andere bisschoppen. Er is alleen dat extra rode kostuumpje – heb je me zo nog niet gezien? Een kardinaal mag de paus kiezen in een conclaaf en nu en dan naar Rome gaan om de paus bij te staan in een of ander probleem. Maar men overdrijft het wel, dat kardinaal zijn...
Hanne: Hoe ziet de dag er voor jou uit?
Kardinaal: Elke dag is anders. Ik sta om zes uur op. Ik doe de mis met de zusters en blijf nog een halfuur bidden. Ik ontbijt in drie minuten en neem dan vier kranten door. Mijn secretaris komt met de brieven – een heel pak. We zoeken samen naar antwoorden. Dat duurt een uurtje. Vanaf negen uur komen er mensen die graag willen praten over problemen, de toekomst, over pastoraal. Of ik schrijf artikelen, bereid conferenties voor,... ’s Avonds staat er altijd wel iets op het programma, hier thuis of elders. Om elf uur ben ik meestal wel thuis en beluister ik nog wat muziek voordat ik ga slapen.
Jolien: Enne... wie betaalt jou?
Kardinaal: De staat. Tijdens de Franse Revolutie werden veel kerkelijke eigendommen ‘genaast’, genationaliseerd. Ze kwamen in het bezit van de staat. Er is een overeenkomst met de staat dat men als rente daarop de priesters een bedrag zou betalen van 42.000 BEF er maand. (noot: gegevens van 2001)
Sam: Meneer de kardinaal, wie is God voor jou?
Kardinaal: Alles. Ik heb mijn leven op hem verwed! Het heeft geen enkele zin en is bovendien onbegrijpelijk als God er niet zou zijn. Hij is er altijd, ik ben voortdurend met hem bezig, als ik eet en slaap, wandel en werk, bid en vier. Hij is er, in de natuur, in mensen, in mijn werk, in lectuur, in liturgie. Hij is heel nabij, en toch ook heel ver en hoog. Hij is de twee tegelijk. Nu en dan moet ik mijn godsbeeld corrigeren. Want soms zou ik hem onder de arm nemen, hem al te kameraadschappelijk behandelen alsof hij een mens was, zoals jij en ik. Dan wordt het tijd dat ik weer voor hem kniel, hem aanbid, zijn grootheid uitzeg: “U bent geen speeltuig, geen pion op mijn schaakbord.” Als hij ver weg lijkt, lees ik het evangelie, want als ik naar Jezus kijk, is God weer dichtbij. Ik kan er niets aan doen, het is geen prestatie van mezelf om hem zo te mogen ervaren. Ik heb het gekregen, ik weet ook niet waar het vandaan komt en voel me niet beter dan de mensen die het niet zo ervaren. Genade noemen we dat.
Bert: Ik heb toch een probleem met die lieve God. Als hij een God van liefde is, waarom is er dan zoveel onrecht?

Valéry: Hoe kan zo’n God waarin jij gelooft het lijden overal in de wereld toelaten?
Kardinaal: Waarom is er kwaad, lijden, dood,... als God van zijn mensen houdt? Met je verstand kan je dat niet oplossen. De enige oplossing die God zelf geeft, is: zijn eigen Zoon Jezus is door het lijden gegaan en hij is er niet in blijven steken... Wilde hij ons overtuigen van zijn grote liefde? Ik weet het niet. Er gebeurt veel kwaad op de wereld dat door mensen zelf werd veroorzaakt. Als je te veel drinkt, krijg je problemen met je lever. Dat doet God niet. Natuurrampen? Ook God niet. Maar waarom houdt hij ze niet tegen? Hij heeft zijn mensen kracht en verstand gegeven om zélf op zoek te gaan naar oplossingen. We kregen de opdracht om de schepping te vervolmaken, en we staan daarbij nog maar aan het begin. Hij vraagt ons samen met hem tegen het lijden te vechten. Er is ook kwaad van mensen die moorden, brandstichten... Waarom houdt hij dat niet tegen? God eerbiedigt onze vrijheid zo diep dat hij niets onderneemt tegen onze drang om kwaad te doen. Hij wil vrij door ons bemind worden. God wil geen betaalde liefde. Liefde kun je niet verplichten. Als hij die vrijheid eerbiedigt, wil hij ook niet verhinderen dat zijn mensen hun vrijheid misbruiken. Marionetten kunnen geen kwaad doen, maar ze kunnen ook niet beminnen.
Thomas: Waarom geloven er zo veel minder mensen in deze tijd?
Kardinaal: Is dat zo? Als je ‘geloven’ gelijkstelt met naar de kerk gaan, ja, dan zijn er veel minder. Of als geloven betekent dat je vaak uitdrukkelijk over Jezus spreekt, dan zie ik er ook minder. Aan de andere kant zie ik toch veel mensen die wél geloven, die zoeken, ook al gaan ze niet naar de kerk of spreken ze niet over hem. Het is geen mode over je geloof te spreken. Alleen in de privé-sfeer, in je slaap- en badkamer wil je er iets over kwijt. Het ís er nog wel... Je kunt heel moeilijk de temperatuur van het geloof meten. Er zijn veel mensen die geloven maar niets van de kerk willen weten. Als je dan zegt dat ze niet geloven, voelen ze zich beledigd.
Mathilde: Twijfel jij dan nooit?
Kardinaal: Niet ten diepste. Twijfelen in de zin van vragen stellen zoals ‘is het echt waar?’, dat wel. Anders kun je niet meer spreken over geloof, maar over zekerheid! Als je kijkt naar wat er gebeurt in de wereld, lijkt het alsof we geen reden hebben om in hem te geloven. God zorgt er wel voor dat ons geloof nu en dan wordt beproefd – daar wordt het zuiverder en echter door.
Heleen: Hoe kun je jonge mensen motiveren om priester te worden? Kan dat?
Kardinaal: Je kunt hen motiveren door hun ‘zin’ te geven om te leven zoals Jezus geleefd heeft. Je kunt die ‘zin’ voor het priesterschap niet ‘maken’. Wel kunnen we jonge mensen gevoelig maken voor het idealisme dingen te doen die niets opbrengen, zoals Jezus deed: liefhebben, vergeven, sober leven, eerlijk zijn, je leven geven. Dat moet er al in zitten, je kunt niemand ertoe brengen om priester te worden. Het ligt niet in de handen van mensen. Je kunt alleen maar paden effenen. Je kunt iemand meenemen naar een concert om hem muziek te laten proeven, maar dat wil niet zeggen dat hij daardoor een muzikaal gevoel krijgt. Toen ik nog een klein jongetje was, nam mijn vader me mee naar een opvoering van de Matteüspassie van Bach. Het overweldigde me, omdat de liefde voor muziek al in me zat. Priester worden moet er ook in zitten.
Jolien: Wat gebeurt er na de dood met ons?
Kardinaal: Hoe stel ik me het leven na de dood voor? Niet dat ik braaf op een stoel op de tweede rij van de hemel zit tot het allemaal klaar is. Ik geloof dat mijn ziel, mijn diepste ik, dat wat ik mooi en goed en liefdevol vind, blijft bestaan. Heb je nooit zo’n intensieve ervaring gehad, een moment waarop je heel diep ontroerd was of iets echt hebt begrepen of ingezien? Ik denk dat de eeuwigheid voortdurend zo zal zijn... Eeuwige verwondering. Nooit verveling of versletenheid.
François: Wat zijn hemel, hel en vagevuur?
Kardinaal: Je kunt je er beter niets bij voorstellen, want dan loopt het fout. De ‘hemel’ is God zien, die mij geschapen heeft. Nu is er ook al iets van de hemel, nu kunnen we hem ook al zien. Dan zullen we hem echter heel helder en voortdurend kunnen zien. De hemel is dus bij hem zijn. Daarnaast gelooft de kerk in demogelijkheid dat iemand helemaal nee zegt tegen God – dat is ‘hel’. Maar ze hoopt dat de hel leeg is! Zelfs van Judas zegt de kerk niet dat hij in de hel is. Het vagevuur is het voorportaal van de hemel, de wachtzaal. Als je ijzerdraad buigt, heb je een haak. Je kunt die weer recht vouwen, maar er blijft altijd een zichtbaar teken van het vouwen. Als je vergeving vraagt, trekt God je ‘draad’ weer recht. Je blijft er wel iets van zien. Op ijzerdraad moet je een tijdje slaan met een hamer om hem weer glad te krijgen. Dat doet het vagevuur.
Sam: Kun je niet geloven zonder naar de kerk te gaan? Of hangt het met elkaar samen?
Kardinaal: Jawel, je kunt geloven zonder naar de kerk te gaan. Ik weet niet of je het lang zou volhouden. Het lijkt alsof je zegt: ik wil wel altijd naar het menu kijken, maar nooit eten. Dan blijf je na verloop van tijd ook niet meer naar het menu kijken. Bij de kerk horen is er niet alleen in geïnteresseerd zijn, maar er ook in binnengaan. Thuis in mijn stoel kan ik het evangelie lezen, maar dat is niet hetzelfde. Door de context en de sfeer waarin het gebeurt, door de woorden te horen in een gemeenschap. Je kunt poëzie in je stoel lezen of dezelfde tekst beluisteren in een stemmige zaal door een woordkunstenaar voorgedragen; Er is ook een groot verschil tussen het beluisteren van een concert op cd of in een concertzaal, dat begrijpen jullie wel... Je bent er met velen. Dat schept een eigen sfeer. In je eentje iets doen is niet zo diepgaand. En daarbij: je krijgt de communie niet thuis in je stoel gebracht, tenzij je ziek bent natuurlijk.
Sam: Wordt het niet hoog tijd dat je de menukaart verandert zodat meer mensen in je restaurant komen eten?
Kardinaal: Ik begrijp door dit gesprek nog beter dan tevoren hoe belangrijk het is dat je samen met leeftijdsgenoten kunt vieren. Er moeten aanpassingen gebeuren naargelang we met kinderen, jongeren, gezinnen of zieken vieren. Want je blijft natuurlijk niet eeuwig jong. Op een bepaald moment ga je andere dingen leren appreciëren. Het is niet gemakkelijk om voor al die mensen een speciale menukaart te serveren! Er is op dat vlak al heel veel gebeurd, maar er is nog werk aan de winkel. We vieren de mis te veel volgens één patroon. Daarin schieten we tekort. Er is zo weinig sfeer als je niet onder leeftijdsgenoten bent. Misschien moeten we niet direct iets aan het menu veranderen – het eten blijft hetzelfde. Ik ben ervan overtuigd dat het goed is. Wel aan de kaarsen op tafel, het meubilair. We moeten het bestek van plaats veranderen. Niet alleen voor de verschillende leeftijdsgroepen: alle culturen leggen eigen accenten...
Mathilde: Het verhaal van Adam en Eva is niet echt gebeurd. Wat bedoelen bijbel en kerk met erfzonde, de slang, de boom en zo?
Kardinaal: Er waren inderdaad nooit een meneer Adam en een mevrouw Eva. Adam is het woord voor mens, Eva voor moeder van alle levenden. Laten we bij onszelf kijken om het verhaal te begrijpen. Als we naar ons hart kijken, zien we dat we éigenlijk allemaal het goede willen doen. Onze intenties zijn goed. Soms hebben we echter gewoon geen zin om het goede te doen. Er is een innerlijke verscheurdheid, een dubbelheid in onszelf. Hoe moeten we die dubbelheid uitleggen? Is het wéér een fout in onze carrosserie? Zijn er in ons een goddelijke en een kwade kracht die met elkaar vechten? Nee, zegt de bijbel. Het is geen gevecht tussen twee goden, want er is maar één God en die is goed. Hij schiep de mens en die is ook goed; Maar ergens in de mens zit iets rebels. Het verhaal over Adam en Eva wil ons zeggen dat het kwade niet van God komt maar diep in ons zit – als een stem (de slang) die ons influistert ‘nee’ te zeggen tegen het goede. Men vertelde het verhaal om een innerlijke ervaring te verklaren – die van de verscheurdheid in ons tussen het goede en het kwade.
Joke: Waarom wordt er zo weinig veranderd aan de kerk terwijl je toch ziet dat het vijf voor twaalf is?
Kardinaal: De kerk verandert voortdurend, maar mensen zien het maar half. Of ze fixeren zich op bepaalde punten, zoals: priesters moeten kunnen trouwen en vrouwen moeten priester kunnen worden... Dan zien ze de rest niet meer. Je hebt er geen idee van hoeveel er al is veranderd in dertig jaar... Het gaat zo vlug dat je het niet eens weet. De kerk verandert niet door harde beslissingen, maar zoals ons lichaam verandert, organisch. Je merkt het alleen als je na een tijd weer achterom kijkt... Daarom pinnen mensen zich vast op punten die volgens mij nog niet de belangrijkste veranderingen zijn die de kerk moet ondergaan. Er móet wel hier en daar wat veranderen, maar dan dingen die dieper gaan dan de kwestie van het ambt. Zo zou de kerk bijvoorbeeld veel meer bezig moeten zijn met de bestrijding van geweld, van onrechtvaardigheid. Daar wordt weinig over gepraat. Of ze zou veel dichter bij Jezus moeten staan. Deze dingen worden door de media niet besproken. Ze kloppen het eiwit maar aan de dooier komen ze niet. Ze noemen de kerk een oud, vermolmd stuk, maar ze zien alleen het schuim, de buitenkant. Het beeld dat je hebt van de kerk wordt bepaald door de media.
Wim: Wat denkt de kerk over homo’s en lesbiennes – en wat vind jij ervan? Ken je homo’s?
Kardinaal: Ja hoor, ik ken ze. Je kunt er niets over ‘denken’, het is gewoon zo dat er mensen zijn die homo of lesbisch zijn. Homo zijn is een geaardheid, net als hetero zijn. Je kiest er niet zelf voor. De vraag is: “Wat doe ik ermee?” Er zijn homopriesters die perfect priester kunnen zijn, zoals er ook hetero’s zijn. Celibatairen zijn niet ‘niks’ of neutraal, we zijn altijd wel één van beiden! We kunnen echter niet ontkennen dat sommige dingen niet aanwezig zijn in een homorelatie: het verschil tussen man en vrouw, en het verschil tussen ouders en kinderen. Het is dus niet hetzelfde als een heterorelatie. Dat is natuurlijk geen reden om hen te discrimineren.
Sam: Is er een band tussen (christelijke) politieke partijen en de kerk?
Kardinaal: Nee, er is geen enkele band met een politieke partij. De kerk doet niet aan partijpolitiek. Bepaalde evangelische standpunten kun je soms wel beter herkennen in de ene dan in de andere partij. De kerk wil politiek doen met een grote P: ze wil grote waarden en principes verdedigen, ze wil opkomen voor het welzijn, vechten tegen corruptie en geweld, strijden voor rechtvaardigheid, zorgen voor armen. Op dat vlak móet de kerk meepraten. Maar ze is er voor iedereen, terwijl een politieke partij dat niet is. Daarom kan ik iemand die een ambt in de kerk bekleedt, zoals een priester, niet toelaten een politiek ambt uit te oefenen. Als hij zich bindt aan één partij, zondert hij zich af van de mensen die niet tot die partij behoren. Dat kun je niet doen in een kerk die er voor iedereen wil zijn.
5. Tien tips van Kardinaal Danneels
6. De kardinaal en kunst
Kardinaal Danneels is een groot kunstliefhebber. Zowel klassieke als hedendaagse kunstwerken kunnen hem bekoren. In het aartsbisschoppelijk paleis hangen talrijke kunstwerken. Kardinaal Danneels betreurt het dat hij, door zijn drukke agenda, niet nog meer kan bezig zijn met allerlei vormen van kunst. Volgens Danneels zou de Kerk de kunst veel hoger in het vaandel moeten dragen.
Bezinning van kardinaal Danneels bij het kunstwerk “Viens à moi, je t’aime” van de Franse schilder Manel

WIE BEN JIJ?
Sorry. ik kom wat onaangekondigd, ongevraagd,
ik heb niet aangebeld, niet vooraf gewaarschuwd dat ik kwam.
Hier ben ik dan. Zo maar.
Mag ik bij u binnenkomen?
Je ziet het: ik kom uit de nacht en uit het duister,
een nachtelijke gast dus.
Ik heb dan maar een wit kleed aangetrokken.
Neen, ik wil je niet aan het schrikken brengen.
En ja, ik kom zo maar ongevraagd tot op de drempel van je huis.
Wil je me binnenlaten?
Wie ik wel ben?
Dat wordt wel duidelijk. Straks. Nog even geduld.
Ik ben een vreemdeling in wit gewaad.
Maar is het een gewaad? Het kan ook een plunje zijn
van een gevangene
of kom ik uit een ziekenhuis en ben ik een arts
of een nachtelijk verpleger bij je bed die komt uit de donkere gang
in het zachte schijnsel van de waaklamp boven je bed?
Wie ben ik?
Het wordt wel duidelijk. Straks.
In elk geval een ongewone gast, dat heb je al gemerkt.
Kijk toch maar goed toe.
Ik kijk je recht in de ogen.
Niet uitdagend en ik ben ook niet provocerend.
Ik heb je trouwens niets te verwijten, je eigenlijk ook niets te zeggen.
Ik wil alleen dat je weet dat ik er ben: beschikbaar,
hier op de drempel van je huis, komend van uit de nacht,
bescheiden, want ik blijf voor de drempel staan;
ik kom niet eens bij je binnen,
ik zet de voet niet tussen de deur.
Ik heb alleen maar één vraag aan jou: kijk me eens aan,
ben ik iemand om van te schrikken?
Kijk maar eens goed. Je moet echt niet bang zijn.
Ken je me niet?
Mensen zeggen: ‘Onbekend maakt onbemind’,
maar dat is niet zo. Bij mij niet.
Vrees niet, ik ben het.
Misschien heb je dat nog gehoord van iemand
die plots, onaangekondigd, op de drempel stond
van een bovenzaal en die binnenkwam heel onverwacht.
Maar goed, dat is hier niet ter zake.
Nee, je moet niet bang zijn.
En zo zie ik er trouwens ook niet uit.
Ik ben geen spook, geen hersenspinsel.
Alleen, raak me niet aan. Kijken alleen maar kijken.
Geef toe, ik ben heel zacht om naar te kijken, heel teder.
Men zegt me vaak: je bent te goed voor deze wereld,
lang zal je het niet harden tussen de mensen.
Maar men zegt ook: van jou is niemand bang.
Het vleit me wel.
Hoewel, ik heb wel een en ander meegemaakt met de mensen.
Ze hebben me wel bang gemaakt,
in doodsangst zelfs gebracht, mijn bloed geperst uit al mijn poriën.
Ja, ik weet wel iets af van geweld.
Maar dat is nu voorbij.
En uitgerekend door dat geweld mij aangedaan
ben ik zo zacht geworden, zo deemoedig.
Ik ben een lam geworden. En lammeren zijn zacht.
Ze protesteren niet eens als men ze pijn doet,
ze zeggen niets als men ze vermoordt.
Men kan ze leiden waar men wil.
Ze gaan altijd mee. Zelfs met hun beulen.
O, je mag me wegsturen hoor. Ik zou het goed begrijpen.
Zo ’s nachts en ongevraagd op de drempel van je deur.
Dat doen indringers en dieven
of een buur in last.
Misschien lag je al in bed,
je vrouw en je kinderen ook en zei je terecht: nee, ik doe niet open.
Maar ja, je hebt dan toch maar opengedaan. En hier sta ik dan.
Ik zou me moeten schamen je te storen op dit ontiegelijke uur.
Maar ik dacht: ik loop even langs, al is het laat.
Want je moet weten: ik kan de mensen niet missen.
En ik hoop, zij mij ook niet.
Ik ben er bijna zeker van.
Men zegt me soms: als men je ziet dan krijgt men zin om met je te praten.
Je boezemt zo’n vertrouwen in.
Men weet niet goed waarom.
Dat is ook zo. Ik heb zoveel gezien, gehoord en meegemaakt,
dat Ik op een dag zei: ik ga er maar voor:
ik geef de tederheid haar kans.
Ik heb zoveel gezien aan haat en afgunst,
mensen wier ‘ja’ eigenlijk een ‘neen’ was en hun ‘neen’ een ‘ja’,
trouweloze lui
en harde mensen
voor wie staal nog niet hard genoeg was om er iemand mee te slaan,
lui van de bijl, de zweep en alle wapentuig.
Ik zei: ik ga maar tussen de scherven door en het gefluit van kogels,
ik sticht het Rijk van de tederheid;
je kan het me zo aanzien, als je goed kijkt.
Ik zie er echt niet uit als een strijder of een veldheer,
ik draag geen muts van een of andere rebel of revolutionair:
kijk maar, ik heb zo’n zacht gelaat
en zo bescheiden trekken. Mijn Moeder had dat ook.
Kijk naar mijn handen: ze grijpen niet, ik steek geen poot naar iemand uit,
geen vinger van mij die verroert.
Veeleer hou ik mijn arm voor mijn hart
als wou ik het beschermen tegen de stoot van een of andere dolk of zwaard
of tegen harde woorden.
Zeg nu eens zelf: zie ik er uit als een veroveraar,
een assertieve ronselaar van medestanders voor zijn zaak,
een salesman die je zijn product komt slijten?
Kijk dan: dat ben ik niet.
Ik spreek ook niet, ik hou mijn lippen op elkaar.
Al mijn kracht zit in mijn blik:
ik ben alleen om naar te kijken.
Ik zeg niets, maar als je goed en lang genoeg naar mij kijkt,
- je zal het merken -
zal je zin krijgen om met mij te spreken.
Dat zeggen de mensen ook die mij al wat beter kennen.
Ze zeggen: met jou zou ik het over vele dingen wel eens willen hebben.
Ik weet niet eens waarom ze dat zo verlangen
want ik ben geen man van vele woorden
- althans niet luidop –
want diep in mijn hart spreek ik veel, voortdurend.
Er is immers iemand die altijd naar me luistert.
We spreken over alles. Wat, kan ik je nu allemaal niet zeggen,
Je zou het toch niet begrijpen. Later zal alles duidelijk worden.
Ik kan ook niet manipuleren.
Ik ben veel te onhandig om iets of iemand naar mijn hand te zetten.
Ik grijp niets of niemand vast.
Ik heb ook niets om in mijn greep te klemmen:
mijn handen kan Ik niet ballen tot een vuist, ze blijven altijd open.
Dat is zo sinds men ze heeft doorstoken. Ik krijg ze niet meer dicht.
De pees om te grijpen is geraakt, ongeneeslijk.
Ik wil ook niet dat het geneest: ze moeten open blijven.
Geen arts die het begrijpt.
Neen, ik respecteer ieder mens: ook jou,
jouw ritme en jouw hartslag. En ik wil je tot niets verplichten,
zelfs niet om met mij te spreken.
Doe je er liever het zwijgen toe en hou je de deur van je huis voor me dicht, ook goed.
Maar ik denk wel dat de dag komt waarop je het niet meer kan tegenhouden
en je mond openbreekt
en de woorden over je lippen komen om met mij te spreken.
Misschien heb je het intussen al gemerkt?
Ik hang vast aan een wolk, of is het de moederkoek?
Ben ik een kind dat nog niet los is, geboren maar niet los,
nog even liggend op de zacht welvende buik van zijn moeder?
Maar ik ben geen kind meer: dat zie je wel. Ik ben volgroeid!
De trekken van mijn gezicht zijn rijp en al door de tijd getekend.
Of is het juist omgekeerd:
ik ben het niet die vasthang aan die wolk, zij hangt aan Mij.
Die witte wolk met haar felle licht die komt uit mij,
ze vloeit als een rivier uit mijn borst, recht uit mijn hart
verspillend-overvloedig.
Het is de stroom des levens die uit mijn binnenste vloeit
de wereld in
niet meer in te dijken.
Verspillend overvloedig, als was mijn hart een bodemloze vijver
een niet te stuiten bron.
En wat een overvloed van licht, die wolk. Zie je het?
Een wolk.
En iemand van jullie zegt:
‘Het is goed van hier te zijn in de schaduw van de wolk.
Misschien moeten we hier wel iets bouwen?’
Ik moet je echter iets verduidelijken: die opening in mijn borst,
die altijd vloeiende bron, die was er niet, de mensen hebben die gemaakt
en het deed pijn: een wonde is het.
Een wonde en een wonder, want het is een wonde die geneest.
En als je lang en geduldig naar mij kijkt, zal je iets gaan voelen:
je zal bij mij willen komen, hier op mijn wolk,
om veilig bij mij uit te rusten.
Want als je goed kijkt:de wolk lijkt wel een hangmat
voor een vermoeide reiziger in de woestijn,
een ankerplaats en een oase
voor jou.
En mag ik alles zeggen?
Ik hoop het wel een beetje.
Ja, toen ik binnenkwam, wist ik het al:
jij kan niet anders dan mij graag zien en van me houden
want je bent van mijn soort, rib van mijn rib,
van mijn familie, mijn evenbeeld en mijn gelijkenis.
We zijn beiden van die soort die het altijd zoekt langs de kant van de liefde,
de vrede, de vreugde, de zachtheid, de goedertierenheid,
het geduld, de vriendelijkheid en de rustige zelfbeheersing.
Geestes-genoten.
Je ademt zoals ik, ‘de heilige Adem des levens’.
Jij, kom maar hier bij Mij,
je mag bij Me komen zitten hier op de wolk.
Hier zal je Ieren hoe het moet:
niet zoveel spreken, niet voortdurend grijpen maar, altijd geven.
Hou je hand beschermend voor je hart,
want de punten van de pijlen doen pijn:
ze zijn giftig, gedoopt in het gif van de macht, het geld, het genot en het geweld.
Maar als je lang hier bij mij blijft zitten:
dan zul je je laten verwonden zoals ik,
je zijde laten openen.
Want ze wil er uit - ook uit jou - die wolk van licht,
schitterend als een planeet, meer zelfs dan duizend galaxis.
Mijn Licht wordt dat van jou.
We zijn immers door Hem die niemand ooit gezien heeft
met dezelfde lont ontstoken
en het is dezelfde Wind die blaast in onze vlammen.
En als de mensen naar jou komen
zoals jij gekomen bent naar mij,
zal je hun niet eens veel hoeven te zeggen.
Zeg hun alleen maar dit: ‘Kom en zie’.
Kijk!
Want kijken is nog meer dan luisteren.
Luisteren staat in de voorlopigheid: woorden vervliegen.
Maar schouwen zullen we eeuwig kunnen doen.
Ik moet je nog iets zeggen.
Misschien maakt het je wat verdrietig. Maar goed, verdriet duurt niet.
Vrouwen hebben ook bevallingspijn,
maar de vreugde komt, ze is niet meer ver
en niemand kan ze tegenhouden.
Die pijn is voorsmaak van de vreugde. De mijne ook.
Geloof me: ik heb het meegemaakt:
de pijn duurt maar drie dagen.
Ik zal het je dan maar zeggen: ik kan niet bij je blijven. Helaas.
Maar het is beter dat ik ga.
Maar eerst moest ik je tot hier krijgen,
boven op mijn wolk, eerder mag ik niet weg.
Ik moest immers iemand vinden die mijn plaats kon innemen hier op mijn wolk.
Helemaal mij vervangen? Dat lukt niet: want wie immers zou mij helemaal kunnen vervangen?
‘Ik ben wie ik ben’
Als jij hier naast mij op mijn wolk komt zitten, kan ik gaan.
Want je hebt mij goed bekeken, nu kan jij het ook: worden zoals ik.
Want wie lang genoeg kijkt, die wordt wie hij bekijkt.
Dat wist die kleine jongen al, die jaren lang keek naar de berg
waarin alle mensen het profiel zagen van hun redder:
een heilige berg.
‘Waarom zit je daar zo lang te kijken’, vroegen de mensen.
Hij antwoordde: ‘Hoe langer ik kijk hoe meer ik voel dat ik die redder ben.’
Jou zal het ook zo vergaan.
Als ik weg ben zal je doen zoals Ik: stappend uit het duister van de nacht
onaangekondigd tot op de drempel van de huizen.
Licht laten vloeien uit je zijde, een stroom van levend water uit je verwonde hart.
Want wonden zal je dragen.
Tot op de dag dat iemand zoals jij, zal komen en vragen
om bij je op de wolk te komen zitten.
Dan mag je heen gaan zoals ik:
een ander is gekomen om je plaats in te nemen
en om mee te bouwen aan het Rijk der tederheid.
En zo zal het altijd zijn: wolk op, wolk af, kijken, klimmen, gaan
met altijd nieuwe mensen.
Maar, beste vreemdeling daar op de drempel van mijn huis,
bij nacht gekomen: wie ben jij dan wel?
Heb je Mij nog niet herkend?
Weet je het nog niet, je hebt me al zolang bekeken?
Ja, ik weet het: Jij bent Jezus.
Ja, Ik ben het
Maar, als je goed kijkt,
ben jij dat ook.

+ Godfried Kardinaal DANNEELS
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel
Enkele kunstwerken en kunstenaars die door kardinaal Danneels geapprecieerd worden
“Hoewel alle kunstvormen – ook de actuele kunst – mij boeien, heb ik helaas niet de tijd om daar intens mee bezig te zijn. Op vakantie word ik naar aanleiding van het bezoek aan een museum of een tentoonstelling telkens weer overmand door een gevoel van droefenis omdat ik daar niet meer tijd kan voor vrijmaken. Ik moet dat aanvaarden, omdat ik nu eenmaal tot mijn 75ste moet werken.”
“Echte religieuze kunst moet het narratieve in zich dragen, zonder die verhalen letterlijk in beeld te brengen. We behoeven geen fotografisch beeld van de Christusfiguur, wel een narratieve voorstelling daarvan. Daarnaast kan religieuze kunst ook zuiver abstract zijn, wanneer het mysterieuze als mysterie wordt voorgesteld. Zo hangt hier een werk van Etiënne Van Doorslaer – pater Maur – in een uitgepuurde abstract-geometrische stijl. Maur stelt de geest als ordenend principe voorop en schept een meditatief spanningsveld dat de mens opnieuw gevoelig maakt voor het mysterie. Ook dat is zuivere religieuze kunst. (…) De Fransman Arcabas bijvoorbeeld heeft een goed besef van zowel dat narratieve, als van wat in de kerk leeft. Ik vind dat ook terug bij Michel Ciry, wiens werk sterk melancholisch is geladen. Eerder dit jaar drukte ik op de kaft van een van mijn brochures een schilderij af van Antwerpenaar Jan Vanriet, met daarop alleen drie nagels. Ik ervaar dat niet als een conceptueel, maar als een narratief kunstwerk. Het is de sterkste voorstelling van het kruis die ik tot dusver zag. Veel bescheidener en veel krachtiger dan de kruisiging van Pieter Paul Rubens. Mij valt op hoe weinig kunstenaars zich laten inspireren door de fantasierijke wereld van de Apocalyps. Pieter Bruegel de oude en Jeroen Bosch deden dat schitterend. Op de Parabel van de blinden van Bruegel bijvoorbeeld zitten die sjofele blinden niet te treuren in een hoekje, maar ze blijven marcheren. Daarin alleen al zit een transcendente dimensie. Hier ligt nog een volledig braakliggend terrein.’’
“Wanneer je voor een kunstwerk staat dat je ontroert, zwijg je. Als kerk moeten we daar nog sterker op inspelen.’’
Fragmenten uit: Kardinaal Godfried Danneels over moeizame relatie tussen hedendaagse kunst en kerk, in Tertio 350, 25 oktober 2006.
Het volledige artikel, waarin de kardinaal ondermeer ook ingaat op religieuze kitsch, is te raadplegen op http://www.tertio.be/archief/2006/T350/T350-k1.htm

Arcabas - Le massacre des innocents (dit kunstwerk hangt in het bisschoppelijk paleis)
Arcabas - Naissance (dit kunstwerk hangt in het bisschoppelijk paleis)

Pieter Bruegel de Oude – Parabel van de blinden




Etienne Van Doorslaer/ pater Maur (kunst van deze artiest hangt in het bisschoppelijk paleis)

Jan Vanriet – Drie nagels

Michel Ciry – Le sommeil des apôtres

Michel Ciry – La solitude de Jésus

Jo Cleymans – Getuigenis van uw vermogen (van deze kunstenaar is een kunstwerk te vinden in het bisschoppelijk paleis)
7. De wapenspreuk van kardinaal Danneels
De Bijbeltekst die Godfried Danneels bij zijn bisschopswijding als wapenspreuk heeft genomen is een citaat uit (de Latijnse vertaling van de) brief aan Titus: “apparuit humanitas Dei nostri”: Gods menslievendheid is aan ons verschenen. In deze zin wordt de kern van het christelijk geloof uitgesproken: de definitieve openbaring van God vinden christenen in Gods mensenliefde, zoals die verschenen is in Jezus van Nazaret. Hoe deze centrale zin aan Danneels’ denken en handelen uitzicht biedt, is treffend uitgedrukt door Prof. M.P.J. van Knippenberg, in zijn laudatio bij de toekenning van het eredoctoraat aan kardinaal Danneels door de Theologische Faculteit van Tilburg in 2002. Dit perspectief, stelt Van Knippenberg, maakt Danneels’ werk “in al zijn facetten gericht op het humanum, op de ontwikkeling van het mens zijn, geijkt op de mens in wie Gods menslievendheid is verschenen”, en zo biedt het “de solide basis van een christelijk humanisme”.

Uit L. Kenis, M. Lamberigts (ed.), Mens van God, God van mensen. Leuvense theologen in gesprek met kardinaal Godfried Danneels, Halewijn, 2005.

1. Bij kardinaal Danneels: een BV?
vonden. Men kan aan de leerling de vraag voorleggen wat het betekent voor een mens, en een gelovige in het bijzonder, om deze eigenschappen te hebben.
Ter aanvulling kan men de leerlingen ook een aantal extra opties voorleggen (bijvoorbeeld vredelievend, gelovig, standvastig, ...).
2. Bij de quotes
3. Bij de brieven van jongeren aan de kardinaal
4. Bij de kardinaal in gesprek met tieners over leven en geloof
5. Bij de tien tips van de kardinaal
6. Bij de kardinaal en kunst
Vanuit het kunstwerk kan men ook de vraag stellen naar het belang van kunst en naar de plaats van ‘het zien’ in het geloof.
7. Bij de wapenspreuk
Extra:
Momenteel zijn er nog geen reacties op deze in de kijker
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.