print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour kleine tekst gewone tekst
Share/Bookmark

Groeipijnen?!

Over jeugddelinquentie

Inhoudstafel

  1. Beginsituatie
  2. Hermeneutische knooppunten
  3. Aanknopingspunten bij het leerplan
  4. Achtergrondinformatie
  5. Impulsen
  6. Didactische werkvormen

1. Beginsituatie

Het thema van jeugddelinquentie is vandaag de dag meer dan ooit aan de orde. Recente tragische voorvallen van ‘zinloos geweld’ (de term op zich is al niet onproblematisch) door en tegenover jonge personen, tonen eens te meer aan dat dit een serieuze zaak is. Jeugdcriminaliteit kan vele vormen aannemen, van kleine diefstallen op school tot drugshandel en seksuele misdrijven of zelfs moord. Terwijl de meer extreme vormen van jeugddelinquentie uitvoerig in de media behandeld worden, zijn de meeste vormen van jeugdige criminaliteit van minder buitenissige proportie. Zowel op school als in de gemeenschap is de kans groot dat jongeren vroeger of later met jeugddelinquentie geconfronteerd zullen worden. De vraag is dan hoe zij met die confrontatie zullen omgaan. Wat is hun visie op zulke gebeurtenissen? Hoe staan zij ten opzichte van daders en slachtoffers? Is er sprake van een groeiend onveiligheidsgevoel onder jongeren? Als leerkracht kan men ook geconfronteerd worden met jongerencriminaliteit. Hoe gaat men in zo’n gevallen om met dader en slachtoffer? Welke factoren spelen een rol in de daden van de jeugdige delinquent? Andere vragen die zich aandienen (ook vanuit de media) hebben bijvoorbeeld te maken met de rol van de cultuur en van de sociale druk in deze problematiek. En dan is er nog de vraag naar goed en kwaad, naar schuld en onschuld.. Op deze kwesties zijn geen eenvoudige of eenduidige antwoorden te geven. De reflectie binnen de klas over dergelijke thematieken wordt vaak doorkruist door emotionele reacties van leerlingen op gebeurtenissen in de samenleving. Die heftige reacties zijn zeer begrijpelijk en vormen vaak het startpunt van de klassikale discussie rond jeugddelinquentie, maar ze mogen er niet het eindpunt van zijn. Met behulp van deze In de Kijker kan men in de klas het gesprek verruimen en andere perspectieven binnenbrengen. 

Jeugd en delinquentie

Kinderen en jongeren worden vroeg of laat geconfronteerd met verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag of delinquentie. Niet alleen kan men daar als jongere slachtoffer van worden, maar jeugdigen zijn soms ook pleger van kleine of grotere delinquentie. Kinderen en jongeren kunnen ook met onveiligheidsgevoelens kampen en zijn vaak voorwerp van preventiemaatregelen. De afbakening van het thema jeugd en delinquentie is niet evident. Men kan eindeloos discussiëren over bepaalde gedragingen die men al dan niet als ‘crimineel’, ‘delinquent’ of ‘grensoverschrijdend gedrag’ bestempelt. Ideeën daarover wijzigen trouwens doorheen de tijd en verschillen naargelang de plaats. Vijftig jaar geleden stond het slaan van kinderen tijdens de opvoeding veel minder ter discussie dan vandaag. Het gebruik van cannabis lijkt gedecriminaliseerd te worden. Daartegenover wordt gsm-gebruik in de wagen verboden. Wapendracht wordt in West-Europa strikt gereglementeerd en ontmoedigd, maar is aan de overkant van de Atlantische Oceaan een grondwettelijk recht. Of zoals Walgrave (1996; 2002) het stelt: Criminalisering van bepaald gedrag heeft weinig van doen met ‘natuurlijke’ waarden en normen, noch met socio-psychologische criteria. Criminaliteit betreft een socio-legale constructie. Delinquentie of criminaliteit is met andere woorden geen objectief vast te stellen gedrag en kan niet begrepen worden los van evoluties in de bredere mens- en maatschappijvisies. Hoewel er vele gelijkenissen zijn met delinquentie door of ten aanzien van volwassenen, zijn bij het thema jeugd en delinquentie toch ook specifieke verschillen op te merken. De maatschappelijke reactie ten aanzien van minderjarige delinquenten toont zich heel anders dan bij volwassenen. De sociale context waarin jongeren zich begeven is ook heel verschillend, waardoor zij met andere soorten delinquentie en/of slachtofferschap in aanraking komen. Eigen aan de jeugddelinquentie is bovendien het bestaan van zogenaamde ‘statusdelinquentie’. Het betreft gedragingen die op zich geen delicten zijn, maar ze kunnen wel reden tot gerechtelijke interventie worden, indien ze verbonden zijn aan de status van de persoon, hier de minderjarige. Bijvoorbeeld spijbelen, weglopen, het drinken van alcohol op café, dancingbezoek, enzovoort.

http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/delinquentie.PDF

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

2. Hermeneutische knooppunten

  • Een misdrijf houdt altijd het overtreden van een wet in. Die wetten zijn er voor een reden, ze zijn een bepaling van wat kan en niet kan zoals dat aangevoeld wordt in de samenleving. Maar wordt er niet soms gezegd “nood breekt wet”? Zijn er situaties waarin het overtreden van een wet noodzakelijk is? Of is er altijd een andere oplossing binnen de grenzen van de wet?
  • Veel misdrijven zijn het gevolg van een impulsieve reactie, een ondoordachte daad. Vaak zijn het gebeurtenissen waarbij de dader de gevolgen niet kon inschatten. Hoe moeten we daar mee omgaan? Moet iemand zwaar gestraft worden omwille van een fout of verdient iedereen een tweede kans? Kiezen we voor de zogenoemde harde aanpak of niet? Dit is vooral belangrijk in het geval van jeugddelinquentie, waarin de daders hun hele leven nog voor zich hebben liggen en door die ene gebeurtenis misschien alle kansen ontnomen worden.
  • Wanneer een jongere iets verkeerd doet, worden vaak de ouders verantwoordelijk geacht. Ook in het rechtssysteem ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders, zij draaien op voor de schade en de gevolgen van de daden van hun kinderen. Maar waarom is dit het geval? Zijn jongeren zich niet voldoende bewust van hun daden? Kunnen ze de gevolgen ervan niet inschatten en ligt de oorzaak van hun twijfelachtig moreel besef bij de opvoeding? Kijken we niet te eenzijdig naar de opvoeding door de verantwoordelijkheid enkel bij de ouders te leggen. Andere omstandigheden spelen allicht ook een rol in de opvoeding van een kind. En mogen we niet verwachten van jongeren dat zij op een bepaalde leeftijd al de volle verantwoordelijkheid van hun daden kunnen dragen?
  • Hoort delinquent gedrag onlosmakelijk bij het opgroeien van jongeren? Maakt jeugddelinquentie deel uit van het volwassen worden van jongeren, waarbij zij zich moeten afzetten tegen de gevestigde orde? Is jeugddelinquentie een fenomeen dat verdwijnt naarmate men ouder wordt, of geldt de regel: eens een crimineel, altijd een crimineel?
  • Volgens verschillende studies daalt de criminaliteit (of is er op zijn minst geen stijging van de criminaliteit), ook onder jongeren, maar toch lijkt het alsof er steeds meer te lezen valt over jeugddelinquentie. Krijgen we door de media een verkeerd beeld voorgeschoteld en hoe beïnvloedt dit de manier waarop volwassenen naar jongeren kijken en waarop jongeren naar elkaar kijken? Ook binnen de hedendaagse cultuur is er een vernieuwde aandacht voor criminaliteit, waarin die criminaliteit vaak als iets positiefs wordt afgebeeld, onder meer in rapmuziek en videogames. Hoe beïnvloedt deze aandacht voor criminaliteit jongeren? Krijgen zij een verbloemd en idealistisch beeld van het leven als crimineel of helpt de grote aandacht voor het thema hen om een beter beeld te krijgen van de thematiek? Kan men zeggen dat jongeren gewelddadiger worden door het zien van geweld (op tv, in spelletjes,…) of zijn er andere factoren die aan de grond liggen van jeugdcriminaliteit?
  • Een groot probleem bij het behandelen van jonge criminelen is de strafmaat. Hoe straffen we een jongere? Een echte gevangenis voor jongeren is er niet, wel instellingen waar ze opgevangen worden en leren om zich terug aan te passen aan de samenleving. Maar niet iedereen gaat akkoord met deze aanpak. Sommigen ijveren voor een gelijkberechting van jongeren en volwassenen en eisen dat jongeren zwaardere straffen moeten krijgen. Aan de andere kant zijn er dan weer voorstanders van alternatieve straffen, herstelgericht werken, confrontaties tussen slachtoffer en dader, gemeenschapswerk, enzovoort. Moeten straffen voornamelijk repressief zijn, of eerder preventief of eerder reconstructief? Hoe vinden we de beste verhouding tussen deze drie vormen van straffen?
  • Heel wat van ons gedrag heeft te maken met de manier waarop we de wereld bekijken. Hoe situeren we onszelf ten opzicht van onze omgeving. Voelen we ons echt verbonden met die omgeving of beschouwen we de omgeving als een object dat losstaat van onszelf? Dit is belangrijk omdat de invulling hiervan bepalend is voor de manier waarop we ons gedragen ten opzicht van die omgeving. Zal men wanneer men beseft deel uit te maken van een groter geheel, waar daden ook gevolgen hebben voor dat geheel en zichzelf, minder delinquent gedrag stellen en brengt aan de andere kant een houding van individualiteit waarin er geen rekening gehouden wordt met de gevolgen van daden voor het grotere geheel vaker delinquent gedrag met zich mee?
  • Op welke manier bepalen we wat goed of kwaad is? Is de mens als individu in staat om dit onderscheid te maken? Kan een individu zelfstandig normen en waarden ontwerpen? Met andere woorden, is het aan het individu zelf om te bepalen wat goed en kwaad is? Of is er steeds een externe factor aanwezig, want bouwen mensen niet altijd voort op wat ze reeds weten? Worden normen en waarden niet altijd overgenomen, is er niet steeds een bron waaraan het invullen van goed en kwaad ontspringt? En welke zijn deze bronnen voor ons vandaag de dag?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

3. Aanknopingspunten bij het leerplan

In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad

  • 3 GROEPEN / GEMEENSCHAPPEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 90:

1. verwoorden en beluisteren wat het betekent bij een groep te behoren;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 1e graad

  • 1 PIJN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 92:

1. het omgaan met pijn als een belangrijke levensopdracht herkennen en uitleggen;

  • 1 PIJN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 92:

3. in concrete situaties zichzelf als aanleiding of oorzaak voor pijn durven bevragen;

  • 3 INNERLIJKHEID - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 96:

2. luisteren en openstaan voor wat mensen beroert;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad ASO

  • 1 JEZELF WORDEN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 104:

3. in de eigen identiteit een participeren aan groep(en) en gemeenschap(pen) ontdekken;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO

  • 1 KIEZEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 108:

1. aantonen dat het leven ons onophoudelijk voor keuzes stelt en vragen oproept die bepalend zijn voor identiteitsvorming;

  • 1 KIEZEN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 108:

3. aantonen hoe de ander het eigen keuzeproces kan beïnvloeden;

  • 2 EEN CULTUUR VAN ONTMOETEN - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 112:

6. de ontmoetingscultuur in de jeugdculturen bespreken;

  • 3 OMGAAN MET VERSCHIL - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 114:

1. bespreken welke vragen mensen zich stellen bij de ervaring van verschil

  • 3 OMGAAN MET VERSCHIL - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 114:

4. verschillende modellen van conflicthantering bij zichzelf en bij anderen aangeven/evalueren;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO

  • 1 OMGAAN MET GRENZEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 116:

1. de vraagstelling bespreken die groeit in en uit grenservaring;

  • 1 OMGAAN MET GRENZEN - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 116:

4. aangeven hoe christenen omgaan met lijden en kwaad;

  • 1 OMGAAN MET GRENZEN - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 116:

6. aangeven hoe God en jezus omgaan met zondaars, zonde en kwaad;

  • 3 LEVENSBESCHOUWING EN ETHIEK - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 120:

1. aantonen dat een levensbeschouwing het ethisch denken en handelen beïnvloedt;

  • 3 LEVENSBESCHOUWING EN ETHIEK - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 120:

3. de oriënterende en evaluerende functie van het geweten verwoorden;

  • 3 LEVENSBESCHOUWING EN ETHIEK - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 120:

6. verschillende uitdrukkingsvormen van berouw en verwerking onderkennen.

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO

  • 1 LEVEN ALS CHRISTEN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 122:

3. bespreken van waaruit mensen grijpend of gevend in het leven kunnen staan;

  • 2 COMMUNICATIE VAN ZIN(VRAGEN) - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 125:

4. bespreken hoe mens-, wereld- en godsbeelden bevrijdend of verlammend kunnen werken;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad BSO

  • 1 WAAR STA JE NU IN JE LEVEN? (Identiteit) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 132:

2. werken aan jezelf omschrijven als een blijvende opdracht;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO

  • 1 WAT VALT ER TE KIEZEN IN HET LEVEN (Keuzes) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 136:

2. vaststellen hoe mensen omgaan met levensvragen: vluchten of durven onder ogen zien;

  • 2 WAARVOOR LEEF JE? (Waarden) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 138:

4. levenskeuzes (ook de eigen jeugdcultuur) kritisch evalueren vanuit bijbelse inspiratie (o.a. verzoening, inzet, trouw);

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO

  • 1 WAT IS MENS-WAARDIG SAMENLEVEN? (Ethiek) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 142:

4. de wisselwerking tussen normen en waarden illustreren;

  • 1 WAT IS MENS-WAARDIG SAMENLEVEN? (Ethiek) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 142:

5. het ethisch gesprek op samenlevingsniveau aanwijzen en kritisch bevragen.

  • 3 WAT ERVAAR IK AAN GRENZEN IN HET SAMEN-LEVEN? (Grens en eindigheid) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 146:

1. onderscheiden hoe men in de maatschappij omgaat met grenservaringen;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad BSO

  • 2 WAT BOEIT MIJ IN HET SAMENLEVEN? (Kijk op leven, vraag naar zin.) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 150:

5. de wisselwerking tussen levensbeschouwing en levensstijl concreet illustreren.

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad TSO/KSO

  • 1 IDENTITEIT (persoon of groep) - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 157:

2. identiteit ontdekken als een groeiproces;

  • 2 BRONNEN VAN LEVEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 159:

1. aangeven en illustreren hoe een groep, groot of klein, bron van leven of rem op leven kan zijn voor een persoon;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad TSO/KSO

  • 1 KIEZEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 161:

1. in de eigen levensstijl keuzes herkennen en aangeven;

  • 1 KIEZEN - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 162:

6. aantonen dat kiezen een voortdurend zoeken naar evenwicht tussen vrijheid en gebondenheid inhoudt;

  • 2 OMGAAN MET VERSCHIL - Terreinomschrijving - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 163:

2. aangeven hoe omgaan met een conflict een kans of een grens wordt in de eigen groei en de opbouw van relaties;

  • 3 OP WEG - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 165:

4. aangeven en illustreren hoe falen, gebrokenheid en kwetsuren kunnen verwerkt worden;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad TSO/KSO

  • 1 GOED MENS ZIJN - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 167:

2. de eigen grondhoudingen bevragen op deugdzaamheid, menswaardigheid en mensvervullende kwaliteit;

  • 1 GOED MENS ZIJN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 167:

3. in een concrete probleemsituatie de ethische vraag herkennen en verwoorden;

  • 1 GOED MENS ZIJN - Doelen
    in de 7e paragraaf, die begint op p. 167:

7. publieke standpunten t.a.v. kwaad en schuld confronteren met een evangelische benadering van 'deze mens in deze situatie';

  • 3 LIJDEN EN HOOP - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 171:

1. aangeven wat het lijden aan vragen doet stellen;

  • 3 LIJDEN EN HOOP - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 171:

6. sterven en rouwen bespreekbaar maken als een wezenlijk deel van elk leven;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad TSO/KSO

  • 1 GRONDERVARINGEN EN GELOOF - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 173:

1. in levensgetuigenissen alleen-zijn en verbondenheid als grondervaringen aanduiden en bespreken;

In de terreinen voor het 3e jaar van de 3e graad en de 4e graad

  • 2 GROEIEND PERSOONLIJK ENGAGEMENT: waar sta ik? (inkeer), wat doe ik? (inzet) - Doelen - Spoor 1: de persoonlijke weerbaarheid
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 189:

2. via concrete verhalen het belang van het omgaan met lukken en mislukken in de persoonswording illustreren en verduidelijken;

  • 2 GROEIEND PERSOONLIJK ENGAGEMENT: waar sta ik? (inkeer), wat doe ik? (inzet) - Doelen - Spoor 2 : Beginnend engagement (inzet)
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 190:

2. experimenteergedrag bevragen en evalueren op zijn rol in de groei naar persoonlijk leven;

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

4. Achtergrondinformatie

1. Begripsomschrijving

Wat is jeugdcriminaliteit precies?

Jeugdcriminaliteit is een verzamelbegrip voor tal van strafbare gedragingen door jongeren van 0-24 jaar. Hierbinnen staat de groep van 12 tot 18 jaar centraal. Het kan daarbij gaan om opgroeigedrag van jongeren, waarbij een enkele keer de normen en waarden worden overschreden. Een - zeg maar - doorgeschoten uiting van het normale (gezonde) experimenteergedrag van kinderen, pubers en adolescenten. Maar het kan ook gaan om racistisch geweld. Of om het stelselmatig plegen van delicten om er een dure leefstijl op na te kunnen houden of om deel te kunnen uitmaken van een groep waarbinnen delinquent gedrag de groepsnorm is. Al deze strafbare gedragingen van jongeren worden samengevat onder de noemer jeugdcriminaliteit.

Rondhanggedrag

Voor tieners en jongeren staat bij rondhangen in de openbare ruimte de ontmoeting met leeftijdsgenoten voorop. Lichamelijke beweging is daarnaast ook belangrijk, maar krijgt voor een deel een ander karakter dan in de kindertijd. Het is de leeftijd van opkomend assertief gedrag, van tonen wat je lichamelijk kunt. Indruk maken op de andere sekse is daarvan een onderdeel. Hoewel dit uitdagende gedrag van alle tijden is en hoort bij de ontwikkelingsfase van onder andere beginnend partnerzoekgedrag, kan het soms als overlast ervaren worden. Jongeren zijn vaak laat op, nemen radio’s en ghettoblasters mee en kunnen zo nu en dan gillen en schreeuwen. Brommers en scooters kunnen een extra bijdrage leveren.
 Het rondhangen van jongeren is misschien nog het beste te omschrijven door aan te geven wat het niet is. Het heeft in de meeste gevallen weinig met echte criminaliteit te maken.
Wel kan er sprake zijn van één of enkele jongeren in een groep, die het criminele pad op dreigen te gaan en die andere jongeren mee kunnen slepen, maar een meerderheid vormen die zelden of nooit. Echte ‘jeugdbendes’ bestaan uit wat oudere jongeren, die wel wat anders te doen hebben dan rond te hangen bij een lantaarnpaal.
Een ander thema, dat tegenwoordig veel in de media opduikt en vaak met rondhangen wordt geassocieerd, vormt de toename van geweld in de maatschappij. De indruk bestaat dat uitbarstingen van geweld op straat onder groepen van jongeren die op straat rondhangen slechts in beperkte mate voorkomen. Vaak gaat het bij dit soort incidenten om uit de hand gelopen, heftige uitingen van lichamelijke agressie van één of enkele jongemannen, die al eerder met de politie in aanraking zijn geweest, in de anonieme context van uitgaansleven, winkelcentra en openbaar vervoer. Met name in het weekeinde als er sprake is van overmatig gebruik van alcohol en soms ook andere stimulerende middelen, is er tegenwoordig kans op dit soort explosief geweld. Met rondhangen heeft dit type geweld zo goed als niets te maken.
Rondhangen kan wel leiden tot hinder en overlast voor omwonenden en passanten. Het heeft dan veelal betrekking op zaken als geluidsoverlast, vervuiling, vernielingen en zo nu en dan een heftige woordenwisseling tussen jongeren en omwonenden. Verderop gaan we hier gedetailleerder op in.
Jongeren zelf vinden de klachten vaak overdreven. Ze ervaren dat volwassenen hen niet of nauwelijks durven aanspreken en zouden dat laatste graag willen, ‘maar dan op een normale manier.’ Een veel gehoorde klacht van hun kant is verder dat er niets voor ze te doen is en dat ze overal worden weggestuurd. Waar ze ook gaan zitten, binnen no-time beginnen de omwonenden weer moeilijk te doen. In sommige gevallen is dat terecht, zoals ze zelf ook wel eens toegeven. De zelfregulerende kracht van een groep blijkt vaak niet sterk genoeg om overlast te voorkomen. Maar jongeren hebben vaak het gevoel niet serieus genomen te worden.
Volwassenen voelen zich bedreigd en in hun privacy aangetast. De televisie is af en toe onverstaanbaar en er valt naar hun idee nauwelijks meer een gesprek te voeren. Soms komt een geïrriteerde omwonende naar buiten en vraagt al dan niet schreeuwend om rust. Maar meestal wordt er naar de politie gebeld met het dringende verzoek een einde te maken aan de overlast van die ‘rotjongens’. Het lijkt erop dat jong en oud elkaar nog niet zo heel lang geleden in evenwicht hield in een netwerk van sociale controle. Nu is het vaak: ieder voor zich en God voor ons allen. Jongeren treffen niet meer een hele gemeenschap tegenover zich - inclusief hun eigen ouders - maar toevallige en in zekere zin ook anonieme volwassenen, die op een betrekkelijk onverwacht moment door het lint gaan. Volwassenen hebben na een lange dag werken behoefte aan rust in een omgeving met alle moderne comfort. Dat laten ze zich niet ontnemen. De tolerantie van volwassenen ten opzichte van jongeren is afgenomen.

Straatcriminaliteit

Afpersing

Afpersing is een vorm van diefstal met geweld  en kan worden omschreven als het met geweld of bedreigen met geweld, wegnemen of afpersen van enig goed, gepleegd tegen personen die zich op de openbare weg bevinden.

Happy Slapping

Happy slapping is een term die wordt gebruikt om de recente hype aan te duiden waarbij een willekeurige persoon door een groepje, meestal jongeren, in elkaar wordt geslagen en waarbij dat op een videocamera, meestal een mobiele telefooncamera, wordt vastgelegd. De beelden worden door de jongeren vervolgens op het internet geplaatst waarbij ze pronken met wie het beste iemand heeft gemolesteerd. Happy slapping kan vaak veel gevaarlijker worden dan alleen een pak rammel. Soms kunnen er andere criminele activiteiten erin voorkomen zoals verkrachtingen en berovingen.

(naar www.WODC.nl)

Steaming

We vinden je wel

"Soms begint het met iets te lenen en niet terug te geven. Of met het pesterig stelen van een boterham. Bij Brecht (13) is het met Paninivoetbalstickers begonnen. Hij moest ze na schooltijd aan zijn afpersers afgeven. Een maand later kwamen ze wekelijks bij hem thuis aanbellen en moest er geld klaarliggen of 'ze zouden hem wel vinden'. Het begon met vijf euro, later werden dat er tien. Maandenlang heeft dat spelletje geduurd. Brecht zat in het eerste jaar secundair onderwijs. Hij heeft nooit wat gezegd. We zijn erop uit gekomen omdat zijn ouders merkten dat er geld uit hun portemonnee verdween en ze op school kwamen vragen of er iets scheelde met hun zoon. Intussen hadden de steamers al vijftig euro aan hem verdiend. Twee ervan zaten in het derde jaar op onze school. We hadden toen naar de politie kunnen gaan, maar hebben dat uiteindelijk met de leerlingenbegeleider opgelost."

Steaming is een strafbare vorm van geweld die vooral door een groepje jongeren (twee of meer daders) over een individuele persoon wordt uitgeoefend. Het is een vorm van afpersen: een individu afdreigen, vernederen en intimideren totdat hij geld of goed afgeeft: cd, mp3-speler, sigaretten, sieraden, gsm, rugzak, bromfiets... Steaming is een nieuwe naam voor een oud crimineel verschijnsel: afpersen met geweld. De term wordt vooral gebruikt in de context van jongeren.
In de meest enge zin van het woord gaat steaming om een groepje jongeren dat rond een persoon gaat staan en hem zo bang maakt dat hij doet wat zij willen: snoep afgeven, huiswerk laten overschrijven, een andere straat in wandelen, winkeldiefstal plegen, iemand pesten...

Steaming gebeurt vaak op openbare plaatsen: straten, de bushalte, pleinen, parken, stationsbuurten, maar ook op de speelplaats en in sportzalen. Een kwart van de steamings gebeurt na de schooluren (tussen vier en acht), een kwart tussen acht uur 's avonds en middernacht. Slechts één op tien daders wordt gevat. Steamers gebruiken zelden of nooit een wapen. Hun wapen is hun overmacht, hun meerderheid, hun verbale agressie...

Daders zijn vaak jongens. Hun gewelddadig gedrag is niet altijd bedoeld om iets buit te maken. Soms stellen ze dat gedrag om hun woede te uiten of als kick, uit verveling. Steamings gebeuren vaak impulsief («Als we nu eens zouden proberen...»), vaak ook om stoer over te komen bij de klasgenoten. Volgens politiepsychologen speelt er bv. bij het stelen van een dure mp3-speler ook statusnaijver mee. Of willen de daders de slachtoffers, op wie ze jaloers zijn, vernederen en hun eigen macht demonstreren. Vaak minimaliseren de daders wat ze deden: «Het was maar een grapje».
De slachtoffers zijn doorgaans brave leerlingen die makkelijk te isoleren zijn. Ze durven vaak geen aangifte doen en beweren dat ze de daders niet kennen. In zeven procent van de gevallen kennen dader en slachtoffer elkaar wel.

Daders van steaming maken zich schuldig aan 'afpersen' of aan 'diefstal met geweld'. Dat is een crimineel feit. Soms wordt het slachtoffer medeschuldig: gaat hij zover dat hij bv. winkeldiefstallen pleegt om te kunnen geven wat de steamers vragen. Na het opstellen van een proces-verbaal door de politie, lopen minderjarige daders het risico om gestraft te worden door de (jeugd)rechter.
Daders nestelen zich vaak in een rol en geraken daar nog moeilijk uit. Ze krijgen een imago waar ze aan moeten beantwoorden.
Slachtoffers zwijgen vaak en zijn getraumatiseerd. Sommigen worden depressief («Ik ben een zwakkeling, zie je wel»), anderen gaan vijandig en aanvallend reageren.

Profiel van de daders:

  • Geven over het algemeen een stoere indruk en spelen graag de baas. Dit laatste kenmerk zorgt er ook voor dat daders elkaar vinden: spelen met 'macht' is wat hen boeit en verbindt. Een dader van steaming opereert praktisch nooit alleen. Ze zijn steeds met twee of meer.
  • Staan vaak positief tegenover geweld en vinden dat een doeltreffende manier om hun zin te krijgen.
  • Ze luisteren niet of amper naar de wetten die volwassenen stellen.
  • Meestal zijn de daders jongens tussen tien en twintig jaar oud.
  • Vaak imiteren ze wat ze in hun (thuis)omgeving zien: je kan alles doen om te bereiken wat je wil. Ze zijn soms zelf slachtoffer van geweld thuis.
  • Proberen aanzien te verwerven in de groep. Dat gedrag maskeert vaak de eigen onzekerheid en zwakheid.
  • Kunnen zich amper inleven in de situatie van anderen, hebben weinig sociale vaardigheden.
  • Omringen zich met gelijkgezinden die hen een status geven: ik ben iemand.
  • Soms steamen ze om een ander probleem te verlichten (instrumenteel): ze krijgen geen zakgeld en persen dan anderen af om te kunnen consumeren zoals iedereen.

Profiel slachtoffer:

  • Zijn vaak voorzichtige, verlegen en gevoelige personen.
  • Zijn vaak lichamelijk zwakker.
  • Hebben over het algemeen weinig zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld.

Profiel meeloper-daders:

  • Sommigen voelen zich veilig in de groep, zijn liever dader dan slachtoffer.

Profiel toeschouwers:

  • Soms zijn andere leerlingen op de hoogte van steaming. Zij zwijgen veelal uit angst om zelf slachtoffer te worden.

Uit Klasse voor Leerkrachten 169, november 2006, p. 57-60.

Hoe werkt de jeugdrechtbank?

De jeugdrechtbank is een speciale kamer van de rechtbank van eerste aanleg. Het jeugdparket vertegenwoordigt de maatschappij, verdedigt de belangen van het kind en vordert de jeugdrechter overeenkomstig de wet op de jeugdbescherming. De jeugdrechtbank is bevoegd voor jongeren (meestal tot 18 jaar) en hun ouders.

Ze kan optreden wanneer jongeren zich in een problematische opvoedingssituatie (POS) bevinden, er sprake is van mishandeling of verwaarlozing, of wanneer zij een strafbaar feit hebben gepleegd (MOF). Ook wanneer ouders zich niet aan hun onderhoudsplicht houden, kan de jeugdrechter tussenbeide komen. Welke jeugdrechtbank bevoegd is, wordt meestal bepaald door de woonplaats van de jongere.

Het is de procureur des Konings of het parket dat oordeelt over de ernst van de situatie en beslist of een zaak naar de jeugdrechter gaat of niet. Als de politie of de rijkswacht vaststelt dat een jongere strafbare feiten gepleegd heeft, wordt de procureur daarvan op de hoogte gebracht. Hij wordt ook gewaarschuwd wanneer kinderen of jongeren zich in een moeilijke of onveilige situatie bevinden. Dat gebeurt door de bemiddelingscommissie of door diensten of personen die op de hoogte zijn van de situatie.

De jeugdrechter opent een dossier van de jongere en geeft aan de sociale dienst de opdracht om diens situatie verder te onderzoeken en een advies te geven over de nabije toekomst. Elke jongere heeft recht op bijstand van een advocaat telkens als hij voor de jeugdrechter moet verschijnen en nog vóór de jeugdrechter een maatregel neemt. Jongeren hebben het recht om gehoord te worden voor de rechter een beslissing neemt over hun situatie.

De jeugdrechter neemt de beslissing die naar zijn oordeel voor de jongere en het gezin de beste oplossing biedt. Hij of zij geeft aan de consulent de opdracht om de jongere en het gezin verder te volgen. Ook al zijn de jongere of de ouders het niet met de jeugdrechter eens, de beslissing van de jeugdrechter moet uitgevoerd worden. De jeugdrechter kan hiervoor een beroep doen op de politie of de rijkswacht. Als de jongere en/of ouders niet akkoord gaan met de genomen beslissing, kunnen ze in beroep gaan.

Als de jeugdrechter een vonnis velt over jongeren die een als misdrijf omschreven feit pleegden, wordt dat vonnis bijgehouden in het centrale strafregister. De feiten komen niet in het gemeentelijke strafregister en ook niet op het getuigschrift van goed zedelijk gedrag. De informatie uit het centrale strafregister is niet toegankelijk voor particulieren, ook niet voor toekomstige werkgevers, tenzij de jongere later solliciteert voor een job bij het leger of de politie. De informatie is alleen toegankelijk als ze onontbeerlijk is, bijvoorbeeld als de jongere na zijn 18 jaar nog ernstige feiten pleegt.

Uit Knack, 27 februari 2008

2. Literatuur

Boeken

Jeugdcriminaliteit in groepsverband ontrafeld, Tussen rondhangen en bendevorming
B. Beke, A. van Wijk en H. Ferwerda  

Jeugdcriminaliteit in groepsverband ontrafeld, Tussen rondhangen en bendevorming - SWPVan rondhangen tot bendevorming. Van groepen jongeren die de wijk of - in het weekend - het uitgaanscentrum onveilig maken tot groepen jongeren die elkaar opzoeken voor het zetten van een kraak, een overval of handel in drugs.
In vijf middelgrote gemeenten in Nederland zijn ruim 110 van dergelijke jeugdgroepen in beeld gebracht. Wat zijn hun kenmerken? Voor welke overlast zorgen ze? Zijn het hechte groepen met duidelijke leiders? Worden criminele acties gepland of zijn ze juist willekeurig en 'voor de lol'? Wat zijn straatbendes en jeugdbendes? In dit boek worden deze en tal van andere vragen beantwoord.
Acht jeugdgroepen zijn enkele maanden intensief gevolgd. De criminele handel en wandel wordt uitgebreid beschreven, ruim voorzien van hun eigen commentaar.
Ook is gekeken hoe de criminele netwerken binnen deze jeugdgroepen in elkaar steken. Dat levert een fraai beeld. De meeste jeugdgroepen bestaan uit verschillende subgroepjes, waarvan sommige met sterk afwijkend crimineel gedrag. In het criminele netwerk zijn ook jongeren aan te wijzen die een sleutelrol ('kruispuntverdachten') spelen en daarmee interessant zijn in termen van opsporing. Tenslotte wordt door deze netwerkanalyse ook zichtbaar dat er voorheen onbekende criminele relaties tussen jeugdgroepen bestaan.
Op basis van deze inzichten worden voorstellen gedaan op welke wijze in de grotere gemeenten in Nederland op gezette tijden strategische informatie over jeugdgroepen kan worden verzameld. Voor dat doel is een soort checklist 'jeugdgroepen' toegevoegd waarmee men zelf op eenvoudige wijze het type jeugdgroep kan vaststellen. Lokale overheden, jongerenwerk en justitiële organisaties kunnen dan sneller en beter signaleren, vervolgens hun inzet beter bepalen en achteraf het effect beoordelen.
Dit boek is aanbevolen leesstof voor politie, jeugd - en jongerenwerkers, jeugdreclassering, vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, bestuurders en ambtenaren betrokken bij handhaving van de openbare orde en veiligheid, alsmede hieraan verbonden opleidingen en instellingen. Het is ook toegankelijk voor de geïnteresseerde leek die zich een beeld wil vormen van de rondhangende jeugd in zijn wijk of meer wil weten over de achtergronden van criminele jeugdgroepen.
Prijs: € 20.70 en te bestellen via www.swpbook.com

Het vergeten geweten van jongeren

Gebrekkige gewetensontwikkeling blijkt onder delinquente jongeren veel voor te komen en uit zich vaak in gewelddadig en amoreel gedrag. Desondanks krijgt gewetensontwikkeling nauwelijks aandacht op scholen en in jeugdinrichtingen. Over dit onderwerp verscheen recent een bundel.

Dat moet en kan ook veranderen, stellen onderzoekers van het Amsterdamse Centrum voor Kinderstudies aan de VU (ACK-VU), in hun boek Jeugddelinquentie en gewetensontwikkeling. Conceptualisering, diagnostiek en behandeling. De bundel geeft een overzicht van de mogelijkheden om stoornissen in de gewetensontwikkeling op te sporen en te behandelen – en zo recidive van delinquente jongeren te verminderen.

Happy slapping, groepsaanrandingen door jongeren, pesterijen en bedreiging via e-mail zijn hedendaagse voorbeelden van gebrek aan moreel besef. Instellingen die de jongeren kunnen bijsturen, zoals scholen en behandelinrichtingen, reageren overwegend met repressieve en controlerende maatregelen als geweld of andere onacceptabel gedrag optreedt. De algemene conclusie van de onderzoekers is echter dat daardoor nauwelijks aandacht is voor de ontwikkeling van moreel besef bij jongeren: het geweten lijkt te worden vergeten. Jeugdinrichtingen zouden bestaande programma’s voor sociale vaardigheden dan ook moeten aanvullen met onderdelen die zich richten op het vergroten van inzicht in de gevolgen van het criminele gedrag, en in de situatie van het slachtoffer.

Uit verschillende invalshoeken geeft het boek inzicht in de conceptualisering, de diagnostiek en de behandeling van stoornissen in de morele ontwikkeling. Zowel psychologen, pedagogen en forensische psychiaters, als ook experts op gebied van de Justitiële Jeugdinrichting en ontwikkelingspsychopathologie, geven hun visie op de complexe kwestie. De bundel is een verzameling en verdieping van onderzoeksresultaten die eerder zijn gepresenteerd op het symposium Jeugddelinquentie en gewetensontwikkeling van het ACK-VU.

http://www.refvo.nl/nieuws.php?ID=92

Constructief sanctioneren van jeugddelinquenten
Christian Eliaerts

De wijze van reageren op jeugddelinquentie staat de laatste jaren volop ter discussie. De  traditionele maatregelen van de wet op de jeugdbescherming van 1965 voldoen niet meer. Sinds het midden van de jaren tachtig experimenteert men met "alternatieve sancties", waarbij de verantwoordelijkheid en de betrokkenheid van de jongere centraal staan. Gemeenschapsdiensten, leerprojecten en sociale vaardigheidstrainingen worden beschouwd als "constructieve sancties" omdat zij, naast het sanctionerend karakter, ook een positieve pedagogische invloed kunnen uitoefenen op de jeugdige delinquent. De laatste jaren wordt constructief sanctioneren ook ingevuld als een actieve bijdrage van de dader tot het herstel van de schade ten aanzien van de maatschappij, al dan niet gekoppeld aan een herstelinspanning ten bate van het slachtoffer. In 1995 werd te Brussel de dienst BAS! opgericht (Begeleidingsdienst Alternatieve Sancties voor minderjarigen). Na vijf jaar werking wordt in dit boek verslag uitgebracht over de praktijk van de experimenten, maar ook over de inhoudelijke discussies die rond meerdere knelpunten gevoerd werden. De vakgroep criminologie van de VUB was van meet af aan betrokken bij dit initiatief en heeft ook onderzoek verricht naar de toepassing van de alternatieve sancties. De experimenten worden daarbij in het breder kader van de rechtspositie van kinderen en het debat over de hervorming van de wet op de jeugdbescherming geplaatst.
Deze studie richt zich tot begeleidingsdiensten voor jongeren, sociale diensten van de jeugdrechtbank, parketmagistraten, jeugdrechters, onderzoekers, studenten aan de hogescholen en universiteiten en tot beleidsverantwoordelijken.

De geboorte van de jeugddelinquent
Jenneke Christiaens

Jonge delinquenten halen met de regelmaat van de klok de voorpagina's van onze kranten. Telkens opnieuw laait de politieke en academische discussie over het waarom, van de toename van jeugddelinquentie hoog op. Maar veel prangender is de vraag hoe het probleem  moet aangepakt worden. Een delicate vraag, want sedert het begin van deze eeuw worden minderjarigen en volwassenen niet meer over de zelfde kam geschoren. Minderjarigen worden heropgevoed. Er gaan stemmen op voor de invoering van jeugdgevangenissen. Anderen pleiten voor een verlaging van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van minderjarigen. De wet op de jeugdbescherming ligt ter discussie. Het ziet ernaar uit dat de jeugddelinquent van de 21ste eeuw die, ondanks alle zorg, hulp en heropvoeding, toch nog misdrijven pleegt, opnieuw zal kunnen gestraft worden. Maar voor het zover is, past het om achterom te kijken. Dit boek schetst de evolutie van de gestrafte minderjarige dader uit de 19de eeuw tot de problematische minderjarige van de kinderbescherming van de 20ste eeuw.

Ernstige jeugddelinquentie : mythe of realiteit ?
Christian Eliaerts

Een beperkte groep jongeren is verantwoordelijk voor een groot deel van de (geregistreerde) jeugdcriminaliteit, en bijgevolg ook sterk vertegenwoordigd in het jeugdbeschermingssysteem. Zij worden omschreven als 'ernstige jeugddelinquenten, harde kern, risicojongeren'. Krijgen zij terecht zoveel aandacht van het beleid en de media?
Het op een pedagogische aanpak gerichte jeugdbeschermingssysteem heeft alleszins problemen met de 'antwoorden' die op deze vormen van jeugddelinquentie moeten gegeven worden.
In dit boek komen een aantal thema's aan bod met betrekking tot deze doelgroep.
Laat criminologisch onderzoek toe verschillende vormen van ernstige jeugddelinquentie en/of verschillende profielen van jeugddelinquenten te onderscheiden?
Hoe staat het met de wetenschappelijke kennis over het ontstaan en verloop van deze vormen van jeugddelinquentie (risicofactoren, levensloop en criminele carrières)?
Biedt de wetgeving op de jeugdbescherming voldoende mogelijkheden om ernstige jeugddelinquentie af te handelen en welke maatregelen worden in de praktijk genomen?
Welke visies en concrete projecten inzake preventie en hulpverlening bestaan er t.a.v. deze jongeren en hoe worden ze geëvalueerd ?
Een interdisciplinaire benadering staat voorop in deze bundel. De auteurs behoren tot verschillende universitaire vakgroepen: criminologie, sociologie, sociale agogiek, ontwikkelingspsychologie? Daarnaast presenteren actoren uit de praktijk enkele concrete initiatieven voor ernstige jeugddelinquenten.
Deze studie richt zich tot jeugdmagistraten en -advocaten, sociale diensten en begeleidingsdiensten voor jongeren, onderzoekers, beleidsverantwoordelijken en studenten van hogescholen en universiteiten.

Cijfers en informatie

http://www.gva.be/dossiers/-j/jeugdgevangenis/dossier.asp
http://statbel.fgov.be/studies/thesis_nl.asp?q=06
http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/ned/index.htm
http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/delinquentie.PDF
http://www.interactiestatus.nl/statusgedrag/preventie_jeugdcriminaliteit.php
http://statbel.fgov.be/studies/ac126_nl.pdf

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

5. Impulsen

  1. Cartoons
  2. Zijn jongeren gewelddadiger dan vroeger?
  3. Straffen of strelen?
  4. Verbondenheid als antwoord op delinquentie?
  5. Natural Born Criminals?
  6. Getuigenissen en lotgevallen van daders en slachtoffers van jeugddelinquentie
  7. Leefregels voor onze maatschappij
  8. Film en televisie
  9. Literatuur
  10. Muziek
  11. Games als oorzaak van geweld
  12. Bijbelteksten

1. Cartoons


(vlnr) Brigitte Hänsch, Anke Gieselink en Fabienne Nackaerts.wdk

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.Cartoon - Eerste schooldag

juvenile crime cartoons, juvenile crime cartoon, juvenile crime picture, juvenile crime pictures, juvenile crime image, juvenile crime images, juvenile crime illustration, juvenile crime illustrationsjuvenile crime cartoons, juvenile crime cartoon, juvenile crime picture, juvenile crime pictures, juvenile crime image, juvenile crime images, juvenile crime illustration, juvenile crime illustrations
juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.
juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.
juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.
juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.
juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

juvenile crime - Cartoon image for proofing use only, unauthorised reproduction prohibited.

delinquents gifts, delinquents gift, delinquents merchandise, gifts for delinquents, gift for delinquents

delinquents gifts, delinquents gift, delinquents merchandise, gifts for delinquents, gift for delinquents

2. Zijn jongeren gewelddadiger dan vroeger?

Jongeren voelen zich onveilig op straat

"Als ik 's avonds een verdacht groepje zie, voel ik ook even waar mijn mes zit. Maar gebruiken doe ik het niet." Jongeren zijn bang en gaan zelfs zover wapens te dragen.

Steeds meer jongeren kampen met een onveiligheidsgevoel.. "Logisch", zegt Guy Deboutte, wetenschappelijk medewerker van de K.U. Leuven. Hij is gespecialiseerd in de preventie van moeilijk schoolgedrag. "Jongeren voelen zich onveilig tussen hun leeftijdsgenoten, ook al daalt de jeugdcriminaliteit. Ze zien hun leeftijdsgenoten als personen bij wie ze zich niet op hun gemak voelen. De angst om slachtoffer te worden is het grootst in hun puberteit."

Pieter (17) uit Aspelare kan het beamen. Hij heeft zijn zakmes altijd bij zich. "Het zit in het achterste zakje van mijn rugzak, zodat ik er snel bij kan. Ik heb het nog nooit moeten gebruiken. Maar als ik me bedreigd voel, tast ik toch even of het er nog zit."

Ook Bram (15) uit Oordegem heeft een zakmes. "Als ik 's avonds helemaal alleen naar het station ga en ik kom een verdacht groepje tegen, dan voel ik, net als Pieter, even in mijn achterzak of mijn mes klaar zit. Ik zal het daarom niet gebruiken, maar het geeft me een veilig gevoel. Je weet maar nooit hé."

Deboutte: "Het onveiligheidsgevoel bij jongeren neemt toe naarmate ze zelf ouder worden. Angst voor diefstal is het grootst bij leerlingen van het algemeen secundair Onderwijs. Meisjes en leerlingen van het beroepsonderwijs zijn dan weer meer bang voor seksueel geweld. In het beroepsonderwijs en het technisch onderwijs zijn jongeren sneller geneigd om iets te doen tegen die angst." En dat is het gevaarlijke.

Maakt het onveiligheidsgevoel bij jongeren dan dat ze zelf 'onveiliger' worden? "Dat is te ver gedacht", zegt de Leuvense jeugdcriminoloog Lode Walgrave. "Er is minder delinquentie dan vroeger, zowel bij jongeren als volwassen. Maar je hebt het gevoel dat het er meer zijn. Dat komt deels door de media, die meer aandacht aan jeugdige misdaad besteden. Ook het onveiligheidsthema staat heel erg in the picture ."

Maar exacte cijfers over jongeren en criminaliteit zijn er dus niet. In het onderzoek 'Jongeren in Vlaanderen: gemeten en geteld' uit 2000 werden 4.897 jongeren tussen 12 en 18 jaar ondervraagd over hun delinquent gedrag. De helft van hen liet weten dat zij ooit al te maken hadden met vandalisme, van een schooletui vernietigen tot een schooltas vol grafitti spuiten. Grove slagen en verwondingen kwamen veel minder voor.

Maar volgens Oswald (17), voorzitter van de leerlingenraad in een school in Aalst, is het jongerengeweld moeilijk te meten. "Door de strenge controle op school gaan jongeren ergens anders ruzie maken. En je weet niet waar dat gebeurt."

Ook Oswald heeft een zakmes bij zich. "Maar het hangt vast aan mijn broek. Met opzet. Ik heb dus drie seconden nodig om het mes eruit te peuteren. Die drie seconden geven me de tijd om na te denken. Om te beseffen dat ik niets met dat mes mag uitspoken."

Snapt hij dat jongeren impulsief iemand kunnen verwonden? "Nee. Kijk, ik weet van mezelf dat ik ferm uit mijn krammen kan schieten. Ik durf wel eens iemand bij zijn kraag pakken en heel dicht tegen zijn gezicht zeggen wat ik denk. Als ik dat heb gedaan, weet ik dat ik te ver ben geweest. Het is een menselijk automatisme. Verder ga ik niet."

Waarover jongeren ruzie maken? "Heel simpel. Over meisjes", zegt de 17-jarige Nicky. "Als een meisje er uitdagend uitziet, ga je rond haar hangen. Maar dan komt haar vriend en die dreigt dan om op jou te slaan. Gelukkig doen ze dat meestal niet omdat ik altijd samen met een bende vrienden rondloop. Ik voel me gewoon veiliger in groep. Je weet maar nooit hé. Als je een drankje op iemand morst, kan die zomaar uithalen."

Hebben zij dan ook echt al daadwerkelijk gevochten? Pieter knikt. "Ik heb al iemand geslagen, ja. Hij maakte me verwijten en schold mijn moeder uit. Dan wil je die gewoon op de grond slaan. Tot hij geen verwijten maakt. Maar echt doorslaan doe ik nooit."

Vooral op fuiven en feestjes vallen rake klappen. Dat zegt ook Philip Van den Brande van MVK Events Security. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van feestende jongeren. "Ik werk al meer dan vijftien jaar als veiligheidsagent op fuiven en zie steeds meer grof geweld en wapens opduiken. Vroeger werd er ook geduwd en getrokken, maar het bleef binnen de perken. Nu zijn vooral drugs de grote boosdoener. Een junkie is veel agressiever dan een dronkenlap. Jammer genoeg mogen we de feestvierders alleen controleren op wapens en niet op drugs."

Wat kan het onveiligheidsgevoel wegwerken? "Geef hen nestwarme", zegt Jan Van Reusel, medewerker van de Vlaamse Scouts. "Jongeren leven in een tijd van surfen en zappen, ze worden alsmaar anoniemer en gaan ook veel vrijblijvender met elkaar om. Ze leven in een wegwerpmaatschappij. Als jeugdbeweging creëren we een sfeer waarin jongeren bij elkaar terechtkunnen. Waar ze zich warm en veilig voelen."

Ook Guy Deboutte pleit voor warmte, maar dan op de scholen. Want dat is waar jongeren het meest vertoeven. "Hoe meer vrienden iemand heeft, hoe veiliger hij zich voelt. Zorg dat de klas een hechte groep wordt en dat iedereen erbij hoort."

Uit Het Nieuwsblad, 7 februari 2007

Ik-hier-nu

“Men is inderdaad opgegroeid in een tijd van zeer grote versnelling in sociaal-economische,  culturele en religieuze veranderingen. Haast automatisch brengt dit een sterk relativeren van alle oriëntatiepunten mee. Uit zelfverdediging beklemtonen velen daarom het ‘ik-hier-nu’,in plaats van het zo onoverzichtelijke ‘jij-ginder- morgen’. En deze houding delen jongeren met de meerderheid van de volwassenen en met het mensbeeld van de media.”

http://www.ethische-perspectieven.be/viewpic.php?LAN=N&TABLE=EP&ID=771

Een socio-legale constructie

“Criminalisering van bepaald gedrag heeft weinig van doen met ‘natuurlijke’ waarden en normen, noch met socio-psychologische criteria. Criminaliteit betreft een socio-legale constructie. Delinquentie of criminaliteit is met andere woorden geen objectief vast te stellen gedrag en kan niet begrepen worden los van evoluties in de bredere mens- en maatschappijvisies.”

http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/delinquentie.PDF

Jeugdcriminaliteit niet gestegen

Plegen meer jongeren misdaden dan vroeger? Zijn ze gewelddadiger?
Volgens de ervaringen van heel wat parketmagistraten bij de jeugdrechtbanken is de jeugddelinquentie de voorbije jaren wel toegenomen, maar wetenschappelijke studies bevestigen die stijgende trend niet.

De criminologe Stefanie Van der Burcht (Universiteit Gent) onderzoekt de evolutie, sinds begin de jaren tachtig, van criminaliteit bij jongeren. 'Het is triest om te zeggen, maar de cijfers hierover zijn zo fragmentair dat er geen sluitend bewijs bestaat dat de jeugddelinquentie is gestegen. Ons aanvoelen is veeleer dat die niet gestegen is. Ook de wetenschappelijke literatuur bevestigt dat. Wel is de beschikbaarheid van wapens gestegen. De agressie is niet gestegen, maar de samenleving is veranderd.'

Ook Heleen Martens, voorzitter van de Vlaamse jeugdmagistraten, heeft niet de indruk dat de criminaliteit of de agressiviteit onder jongeren is gestegen. 'Delinquentie bij jongeren is altijd gepaard gegaan met een zekere agressie. Ik praat het niet goed, maar het is klaarblijkelijk eigen aan die leeftijd.' (fvg)

Uit De Standaard, 4 april 2008

Criminele kinderen: misdadigers van morgen?

Meer dan 130.000 kinderen van onder de 12 jaar vertonen crimineel gedrag. Verontrustend, want de kans bestaat dat deze kinderen op latere leeftijd echt ontsporen en in de criminaliteit belanden. Preventiemaatregelen zijn daarom onontbeerlijk, zegt Peter van der Laan, hoogleraar Sociaal-pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam.

Waarom hebt u gekozen voor een onderzoek onder kinderen jonger dan twaalf jaar?
‘Over deze groep was nog weinig bekend, aangezien kinderen onder de twaalf jaar niet onder het strafrecht vallen. De strafbare feiten die ze plegen zijn daardoor niet goed geregistreerd.'

Crimineel gedrag bij kinderen jonger dan 12 jaar, waar hebben we het dan over?
‘Bij het onderzoek hebben we gebruikgemaakt van zogeheten zelfrapportage; kinderen gaven zelf aan of ze dingen hadden gedaan "die niet mogen". 33 procent antwoordde daar bevestigend op, zij staken bijvoorbeeld vuurwerk af op momenten dat dat niet was toegestaan. Ook fikkie stoken komt vaak voor. Een klein percentage gaf aan soms dingen te stelen van medeleerlingen op school. Een nog weer kleiner deel gaf toe wel eens te stelen uit winkels.'

Vuurwerk afsteken, fikkie stoken... dat zou je ook kunnen scharen onder ondeugend gedrag.
‘Helemaal waar. We accepteren ook aantoonbaar minder dan vroeger. Vroeger knepen we een oogje toe bij Pietje Bell- en Dik Trom-kattekwaad. Nu hebben we de neiging om dat gedrag te criminaliseren. Met de meeste kinderen komt het ook zonder ingrijpen echt wel goed. Maar er blijven er zeker een paar duizend over bij wie tijdig ingrijpen wel degelijk van belang is.'

Wat zijn de kenmerken van die groep?
‘Deze kinderen maken zich bij herhaling schuldig criminele activiteiten. Ze vertonen vaak ander probleemgedrag, zijn agressief, ze pesten en liegen. Als er dan ook nog een combinatie is met problematische leefomstandigheden zoals inconsequente of verwaarlozende ouders, kwalitatief slechte huisvesting, weinig toezicht op school et cetera dan is de kans groot dat kinderen op latere leeftijd crimineel gedrag blijven vertonen.'

Hoe groot is de kans dat de rotjochies van nu de misdadigers van morgen worden?
‘In Nederland is daar nog nooit onderzoek naar gedaan. Uit onderzoek in de Verenigde Staten echter, blijkt dat kinderen die op jonge leeftijd gedrag vertonen dat niet door de beugel kan, een twee tot drie keer hogere kans hebben om in de criminaliteit te belanden.'

Wat moeten overheden en hulpverleningsinstanties met uw conclusies?
‘Uiteraard heeft de overheid een morele plicht om te voorkomen dat jongeren ontsporen, en daarnaast verdienen investeringen in preventie zich heel snel terug. Het belangrijkste is dat de diverse instanties goed met elkaar communiceren: scholen, centra voor Jeugd en Gezin, gemeentes, leerplichtambtenaren, de Kinderbescherming. Stel dat je dan ziet dat het met een kind de verkeerde kant opgaat, dan heb je ook een compleet beeld van de problemen. Dan zou de Kinderbescherming beter en eerder kunnen ingrijpen. Nu hebben instanties, veelal door een gebrek aan informatie, de neiging om te terughoudend te zijn.'

communicatie-fmg@uva.nl

Uiteenlopende meningen op het forum van Humo

Ik, een 45-jarige vader van een tiener vind van niet. Toen ik 16 was werd er op elke t-dansant ( nu fuif) gevochten. Ook in het Gentse waren er veel jeugdbendes, ik denk dat het nu vooral wordt uitvergroot door de media die elk voorval melden. Misschien een minpunt: in onze tijd was het wel meer met de blote vuist en eenmaal geveld op de grond was het gevecht over. Ook het hooliganisme is toch heel sterk ingeperkt (t.o.v. 10 jaar geleden). Volgens mij zijn onze jongeren (de meeste toch) heel goed bezig. (tsjok)

Ik denk dat kinderen uit bepaalde milieus de waarde van het leven niet meekrijgen. Ze worden veel te vroeg aan hun lot overgelaten en kunnen niet meer relativeren, vandaar dat zij daden verrichten die zij goedpraten om één of ander reden. Vroeger had je dit ook, maar het viel niet zo op, omdat de media nog niet alert was voor dit thema. Ik ben er zeker van dat de bron van al dit geweld aan de opvoeding van de kinderen ligt. Als een kind een goede opvoeding krijgt, en de waarde van het leven meekrijgt en kan opgroeien in een liefdevol nest, dan zal dat kind kunnen relativeren en niet tot zo'n daden overgaan, zeker weten!!
We beseffen onze rol als ouder niet wanneer we kinderen op de wereld zetten. We ondervinden het pas als we geconfronteerd worden met nieuws uit de media. En dan is het onze taak om onze kinderen de juiste proporties zelfvertrouwen en waarden van het leven mee te geven, dag na dag.... (metie)

De eerste levensjaren van een kind zijn de belangrijkste van het leven. Daar wordt een groot deel van het gedrag later bepaald. Er zijn bepaalde jongeren die in hun beginjaren pech hebben gehad:

  • Vernederd, meestal (misschien goed bedoeld) door de ouder
  • Aan hun lot overgelaten
  • Over het algemeen een slechte pedagogische opvoeding gekregen
  • Zich hierdoor aan de drugs hebben begeven

Jongeren die zich wegens hun situatie geen gadgets kunnen veroorloven uit geldgebrek en gefrustreerd geraken komen soms ongewild in opstand en doen domme dingen. (rovandy)

Hoewel ik tegen geweld ben, moet ik toch zeggen dat iedereen het eens van de positieve kant moet bekijken. In dat geval kunnen we misschien zelfs van zinvol geweld spreken (ik weet het, vrij contradictorisch, maar er zit iets in). Nu deze gewelddaden hebben plaatsgevonden, gaat er misschien nóg meer tegen gebeuren. Ik gebruik het woord "nog" omdat ik ook van mening ben dat het al veel verminderd is tegenover vroeger. Ik herinner mij dan vooral de verhalen van de straatbendes waar mijn ouders mee in aanraking kwamen toen zij jong waren ("in aanraking komen" is niet gelijk aan "deelnemen aan"). Zij leefden in hetzelfde dorp waarin ik nu leef en dat komt toch niet meer voor...
Ik word dit jaar 26 en ben in mijn hele leven nog maar één keer openlijk bedreigd geweest en dat was zelfs nog niet in mijn eigen dorp, maar in Antwerpen, waar ik op dat moment schoolging. (TriangleJuice)

Het feit dat jongeren vandaag de dag geweldadiger zijn dan vroeger klopt volgens mij al niet, en als het dan toch zo zou zijn is de tv al helemaal niet de oorzaak.
De tv voedt kinderen niet op, dat doet de omgeving. Als je als kind leert dat mensen in elkaar slaan slecht is, dan mag je nog zoveel geweld zien op tv en in videospelletjes, je gaat niet iemand in elkaar slaan. Het is je omgeving die zorgt voor een referentiekader. Daardoor heb je wel door wat echt is en wat niet, wat echt is en wat niet. Voor de meeste jongeren is tv kijken onschuldige ontspanning.
Als een jongere een voorbeeld neemt aan geweld op tv, dan kan dit volgens mij maar twee oorzaken hebben: Ofwel is hij compleet gestoord, ofwel is er iets misgelopen in zijn opvoeding. (Beforce)

De jongeren zijn inderdaad niet gewelddadiger geworden, maar de volwassenen hun kijk op jongeren wel. Zij vormen nu een vergrijzende meerderheid die minder tolerant staat en niet meer zoals vroeger repressief optreedt. Of zijn we de tijden vergeten dat jongeren nog regelmatig slaag kregen van thuis (blijkbaar wel, want jullie volwassenen lijden wel erg aan geheugenverlies!). Onze jongeren zijn inderdaad niet slechter dan vroeger. En de jongerengroep die de volwassenen nu vooral viseren op hun gewelddadigheid zijn meestal jongeren uit de minder geslaagde milieus of uit de burgerlijke milieus waar men weinig empathie en oog heeft voor jongeren. Met andere woorden jongeren die nu meemaken wat jullie vroeger frequent hebben meegemaakt! Maar hun tijd komt nog, als de babyboomers hun laatste loodjes leggen over 10 à 20 jaar. De bevolking zal dan opnieuw verjongen en dan zullen ze plots vaststellen dat ze toch niet gewelddadig zijn, maar broodnodig!
Wordt het niet tijd beste volwassene en senioren, om jullie paardenkleppen te verwijderen en je niet te laten misleiden door media, politici en zogenaamde eigen indruk. De jeugd is niet veranderd, integendeel de volwassene is veranderd! Leer praten met jongeren in plaats van ze te viseren. Vroeger kregen jullie slaag en moesten jullie luisteren, maar nu luisteren jullie meestal zelf niet naar de jongeren en beschouw je ze als een vervelende last. (stop)

Als lid van de interventieploeg van de Brusselse politie moet ik zeggen, naar mijn mening, dat er wel meer en meer slachtoffers zijn van messteken. Men slaat niet zomaar meer iemand in elkaar, meestal heeft men een mes op zak en dan is het gemakkelijk om ook daar naar te grijpen. En hebben we veel te maken met minderjarigen...
Spijtig genoeg kan ik geen vergelijking maken met 10 jaar geleden of zo maar ik kan wel zeggen dat het de laatste 3 jaar het geweld alsmaar toeneemt.
De waarden en normen worden niet meer goed meegegeven...
Ik vraag me dikwijls af waar het RESPECT voor iets of iemand is gebleven!
Maar als je naar vrij veel muziekclips kijkt en ziet hoe er dure wagens, juwelen enz... in voorkomen alsook het stoere gangsta-gehalte, dan verschiet ik er niet in dat jongeren gefrustreerd geraken. (theRoniN)

Ik woon als jonge vrouw in Sint-Joost-ten-Noode (Brusselse deelgemeente met hoogste percentage aan nationaliteiten). Bovendien werk ik dagelijks met kansarme jongeren. Ik heb nog nooit iets voorgehad. En ik denk juist dat de groep die zegt: "Onze maatschappij is om zeep" de gevaarlijkste is, omdat die juist diegene is die onverdraagzaam geworden is, en zich willen laten gelden.
Dossier Geweld tegen leraren (1): slachtoffers getuigenLaatst was ik naar een vredig optreden in den AB geweest. Terwijl ik daar stond te genieten, vond de 50-jarige dame achter me dat ik genoeg had staan bewegen. Ze nam me stevig vast en verplaatste me met de woorden: "Allez, nu is het genoeg geweest. Een beetje respect, he!" Ik voelde me heel onrustig vanbinnen en moest de woede opzij schuiven om weer verder te kunnen genieten van het concert. Maar ik kan volledig begrijpen dat iemand anders er gewoon op geslagen had. Wie was het die hier geen respect had? En aangezien ik mijn frustratie heb opgekropt, komt ze er via dit forum uit. Op die manier gebeurt het ook met jongeren. Ze worden ergens niet begrepen, er wordt niet of weinig naar ze geluisterd en de frustratie komt eruit. Harder aanpakken? Volgens mij, gewoon luisteren en leren begrijpen. Dat lost ook op.... (LotLot)

Ja de jeugd is geweldadiger! Ik lees elke dag de krant en dan voel ik mij een opa als ik zeg "waar gaat dat naartoe met de jeugd". Maar ja, ik denk dat bepaalde tv-programma's, muziekclips, computerspelen e.d. daar onbewust wel een aanleiding voor kunnen zijn. Het is toch al bewezen dat die zaken een negatieve invloed hebben op de jeugd. Maar we leven in een maatschappij waar ALLES kan, in zeer brede zin. Tegenwoordig is het al doodnormaal als een 15-jarige jointjes smoort, ik kan me inbeelden dat dat 10 jaar geleden niet zo was. Want alles is bijna getolereerd en wordt normaal bevonden. Men mag de jeugd wat strenger aanpakken en zeker het Belgisch onderwijs moet streng blijven, tenslotte zitten ze meer dan de helft van hun dagen op school. (Pierre)

Humo - Dossier geweld tegen leraren

3. Straffen of strelen?

Het spektakel van de harde aanpak. Een enge en reactionaire visie op jeugddelinquentie

'Het probleem van jeugddelinquentie is niet op te lossen door snel een gevangenis bij te maken.'Hollandse Hoogte'Het probleem van jeugddelinquentie is niet op te lossen door snel een gevangenis bij te maken.’

De afgelopen dagen was er weer veel heisa over jongeren verdacht en/of betrokken bij misdrijven. 'In Brussel heeft men veertien jongeren moeten laten gaan', luidt het in alle media. Magistraten en andere actoren getuigen van het dramatisch tekort aan plaatsen en dus van hun onmogelijkheid om het probleem echt aan te pakken. De minister van Justitie moet het probleem dringend oplossen. En wat is de oplossing? Welja, een nieuwe gevangenis, dus bijkomende gesloten plaatsen, voor, zoals de minister het stelt, de 'echte gevaarlijke jeugddelinquenten'.

Iets meer dan zes jaar geleden schreven we het ook al in de aanloop naar Everberg. Elke nieuwe instelling of gevangenis raakt vol… En 'de mensen' zullen zich niet veiliger voelen. Ondertussen zit De Grubbe vol en voelen 'de mensen' zich eens te meer bedreigd in hun veiligheid. En opnieuw is er blijkbaar een logische en simpele oplossing: een jeugdgevangenis erbij. Het lijkt de logica zelf, maar dan wel een infernale logica. Want de nieuwe instellingen zullen opnieuw vol geraken en het plaatsgebrek zal terugkeren. Daarom net mogen we niet in deze valstrik trappen en moeten we op zoek gaan naar andere oplossingen, want die zijn er.

We moeten ons daarom drie vragen durven blijven stellen bij de opsluiting van minderjarigen.

1. Moeten alle (verdachte) delinquente jongeren wel onmiddellijk naar de jeugdinstelling? Het principe van een rechtstaat is en blijft dat mensen pas na hun proces en niet ervoor naar de gevangenis moeten. De voorlopige plaatsing (of hechtenis) moet de uitzondering blijven. Indien noodzakelijk voor het onderzoek kan in de plaats aan een vrijheid onder voorwaarden gedacht worden.

2. Zitten alle opgesloten jongeren wel op hun plaats in de gesloten afdelingen of zitten zij daar omdat er elders geen plaats is? Uit onderzoek (zowel in Wallonië als in Vlaanderen) naar de plaatsing in de gemeenschapsinstellingen blijkt dat het afgelegde 'traject' van jongeren binnen de jeugdbescherming allesbehalve coherent en systematisch verloopt. Integendeel, het individuele traject volgt de grillen van het systeem. De ene keer mag een jongere op een ambulante maatregel rekenen, dan weer wordt hij overgeplaatst naar een andere begeleiding, om vervolgens een residentiële plaatsing in een open setting te krijgen, die dan echter bij plaatsgebrek uitmondt in een plaatsing in een gesloten instelling. Als een 'echt gevaarlijke' jeugddelinquent daar dan een plaats nodig heeft, moet de minder gevaarlijke jeugddelinquent weer naar de open setting terug, maar als daar nog altijd geen plaats is, dan moet hij terug naar huis en in begeleiding, enzovoort. Deze grillige trajecten wijzen op een structurele desorganisatie van de maatschappelijke reactie op jeugddelinquenten en problematische jongeren. En dat probleem is niet op te lossen door 'snelsnel' een gevangenis bij te maken.

3. Is een opsluiting altijd efficiënt? Uit alle (internationaal) onderzoek blijkt tot slot dat niet elke opsluiting van jongeren efficiënt is. Dat hangt af van hoe men de opsluiting invult én wat er na de plaatsing/opsluiting gebeurt, de zogenaamde nazorg. In België bestaan er daarom verschillende projecten die een efficiënte en menswaardige aanpak van jeugddelinquenten nastreven, zoals de contextprojecten en het Oranjehuis. De gemeenschapsinstellingen besteden ook langzamerhand meer aandacht aan wat men tijdens en na een verblijf met de jongeren doet. Tot slot bestaat er nog de piste van intensieve trajectbegeleiding in het kader van een interessant project zoals Youth at Risk. Het was misschien opportuun geweest om eens na te denken over de uitbreiding van die aanpak.

Laten we duidelijk wezen: minderjarigen die misdrijven plegen mogen niet zomaar vrijuit gaan. Wij zijn van mening dat er niets mis is met 'straffen' op zich. Maar de bestraffing van jongeren vernauwen tot enkel de (harde) opsluiting getuigt van een enge en reactionaire visie op de aanpak van jeugddelinquentie. De 'oplossing' van de minister van Justitie om de oude negentiende-eeuwse gevangenis van Tongeren (waar nu een interessant museum is over precies de opsluiting) om te bouwen tot nieuwe jeugdgevangenis, is daar een sterk staaltje van. Mocht de situatie niet zo ernstig zijn, dan zouden we ze als hilarisch afdoen.

Het dramatische probleem van de oude gevangenissen voor volwassenen was enkele weken geleden nog in het nieuws. De toestand werd toen ernstig en mensonwaardig genoemd. Toen werd een langetermijnplan voor de renovatie van de gevangenissen aangekondigd. Vandaag stelt de minister zonder verpinken voor om een oude, afgedankte gevangenis te gebruiken om jongeren in op te sluiten. Het vraagt blijkbaar politieke moed om dit debat te temporiseren en de andere politici niet achterna te hollen. Politici die met een vleugje nostalgie voorstellen om 'bootcamps' of heropvoedingskampen te introduceren. Gelovend in de heilzame werking van de militaire discipline en dril, denken zij dat het 'inpeperen' van de normen en waarden een harde maar bewezen leerschool is. Maar het positieve effect van de 'bootcamps' is alles behalve bewezen. Bovendien, het gedrag van sommige militairen in de wereld bewijst dat een militaire training geen garantie is op conform gedrag.

Het debat over de aanpak van jeugddelinquenten is als een spiegel waarin we naast de jeugd van tegenwoordig, ook en vooral onszelf, onze geschiedenis en onze samenleving zien. In dit debat ziet het spiegelbeeld er verouderd en verkrampt uit.

Jenneke Christiaens en Els Dumortier zijn verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Uit De Standaard, 30 april 2008

Heropvoedingskampen voor criminele jongeren omstreden idee

Stuur criminele jongeren naar 'heropvoedingskampen', zegt Peter Vanvelthoven, 'waar ze leren zich te gedragen.'

Criminele jongeren alleen maar opsluiten, lost niets op. En ze vrijlaten omdat er geen plaats is in de instellingen is helemaal uit den boze. Maar wat moeten we dan wel aanvangen met minderjarigen die keer op keer zwaar in de fout gaan? Ze naar heropvoedingskampen sturen, zoals fractieleider Peter Vanvelthoven (SP.A) vraagt?

Jean-Marie Dedecker (voorzitter LDD): 'Ik ben blij te zien dat men over de bootcamps debatteert, maar ik denk niet dat het er door komt. Ik denk dat de welzijnsknuffelaars weerstand bieden. Terwijl het een goede aanvulling zou zijn op de bestaande maatregelen, die geen resultaat bieden. We gaan die jongeren niet zoals in Amerika eerst tot op de grond afbreken om er daarna paracommando's van te maken. Het gaat om resocialisatie binnen een verantwoord pedagogisch project. De jongeren leren orde en tucht, door te leven en te werken in een groep. Ze staan vroeg op en als het nodig is, groeten ze de vlag, zodat ze tenminste weten uit welk land ze komen.'

Heleen Martens (Voorzitter Unie Nederlandstalige jeugdmagistraten): 'Ik ben niet heel gelukkig met al die ideeën. Ik hoop dat ze mensen aan de basis zullen raadplegen, die hebben ervaring. Nu speelt men paniekvoetbal, waarbij ze om pure repressie vragen. Wij pleiten voor een uitbreiding van het aantal plaatsen in gemeenschapsinstellingen, liever dan een tweede Everberg. Mensen vergeten vaak dat je daar maar voor beperkte duur terecht kunt. In de gemeenschapsinstellingen is ook veel aandacht voor opleiding en begeleiding.'

Johan Put (Criminoloog KU Leuven): 'Het kan noodzakelijk zijn om criminele jongeren een tijdje uit de maatschappij halen, maar verder niets doen, is gevaarlijk. Je moet intensief verder werken aan een individueel project. Er is geen pasklare oplossing . Opleiding is heel belangrijk, vaak moet je de ouders helpen om de thuissituatie te veranderen. Soms is er psychologische hulp nodig. De proefballonnetjes van politici zijn voorbarig. Momenteel legt iedereen zijn eigen accenten. Maar je kunt je moeilijk uitspreken als je niet weet waarover je het hebt. We beschikken over veel te weinig gegevens over jeugddelinquentie.'

Jo Vandeurzen (minister van Justitie, CD&V), bij monde van woordvoerder Leo De Bock: 'Bootcamps op Amerikaanse leest geschoeid vinden wij geen goed idee. Als niemand zo'n strafkamp wil, dan zijn we het allemaal eens. Langere straffen waarbij intensief aan heropvoeding gewerkt wordt, vinden wij daarentegen wel bespreekbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenschappen om voor meer plaatsen in open instellingen te zorgen. In Tongeren en Saint-Hubert maken we zestig extra plaatsen beschikbaar. Daarbij komen er nog plaatsen in Vlaanderen en Wallonië.' (est)

Uit De Standaard, 3 mei 2008

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Voorbeelden uit het buitenland

Enkele buitenlandse voorbeelden van manieren waarop jonge criminelen worden aangepakt

In Boxcamp Lothar Kannenberg in de landelijke Duitse deelstaat Hessen krijgen criminele jongeren via streng gereglementeerde bokswedstrijden de kans om hun agressie te kanaliseren. Agressief waren die jongeren al, tijdens zo'n bokskamp van zes maanden leren ze zich aan de regels te houden en respect op te brengen voor hun tegenstander.

Dezelfde deelstaat Hessen stuurt nu en dan ook zwaar criminele jongeren naar een houthakkerskamp in Siberië. Er is geen comfort, maar er zijn ook geen 'prikkelingen' zoals televisie en internet. Om zich te verwarmen en om te kunnen koken, moeten de jongeren houthakken. Tijdens hun verblijf in Siberië, dat tot een jaar kan duren, leren ze hun agressie te beheersen.

Niet alle zogenaamde heropvoedingskampen voor jongeren zijn legaal. In 2006 ontdekte de politie in het noordoosten van Spanje een heropvoedingskamp waar Zwitserse jongeren door hun ouders voor drie maanden naartoe waren gestuurd. De jongeren werden er bij wijze van straf soms wekenlang acht uur per dag in een varkenshok opgesloten. De ouders betaalden voor zo'n kamp tot 4.000 euro.

Glen Mills (Bron: ANP) In het Russische Sverdlovsk hebben ze een echt strafkamp voor jongeren. De jongeren leven er als in een gevangenis en moeten overdag zware arbeid verrichten. Vorig jaar brak in het kamp een opstand uit. De jongeren staken de gebouwen in brand. Twee gevangenen stierven en ook één bewaker werd gedood.

In het Nederlandse Wezep staat een school voor delinquente jongeren die werkt volgens het principe van de Glen Mills Schools in de Verenigde Staten. Glenn Mills is een stadje in Pennsylvania waar jongeren worden heropgevoed volgens de 'groepsprocessen in een jeugdbende'. Jongeren krijgen er de kans op te klimmen op de ladder als ze zich schikken naar de regels.

In bijvoorbeeld Brazilië worden minderjarige delinquenten gewoon in de gevangenis gegooid, waar ze vaak worden gemarteld. Mensenrechtenactivisten noemen sommige Braziliaanse gevangenissen 'concentratiekampen voor kinderen'. (dim)

Uit De Standaard, 3 mei 2008

Jonge boefjes: op bezoek in een heropvoedingskamp in Nederland

'We dresseren ze, maar in positieve zin'

De Glen Mills School nabij Zwolle is een voormalige kazerne waar nu jonge criminelen worden gedrild in de hoop dat ze ooit voorbeeldige burgers worden. Lange haren, piercings, oorbellen en opvallende kledij zijn verboden, net als vriendschap sluiten met andere jongens:

Jonge boefjes: op bezoek in een heropvoedingskamp in NederlandHumo nam een kijkje in de Glen Mills School in Zwolle, een omstreden bootcamp met een onorthodoxe aanpak van jonge straatboefjes. Ooit hielpen ze elkaar inbreken in auto's en oude vrouwtjes beroven, vandaag verklikken ze mekaar als iemand zijn veters niet heeft gestrikt, of zonder toestemming heeft gelachen.
Glen Mills lijkt in niets op wat we ons bij een heropvoedingskamp voorstellen. Geen tralies, metaaldetectoren of bewakingscamera's, geen met prikkeldraad omwikkelde omheiningen. Wel een groene campus met rode bakstenen schoolgebouwen, omringd door grasvelden, Amerikaanse eiken en keurig aangelegde sportpleinen. Bij de ingang bakent alleen een witte streep het terrein af. Aan een vlaggenmast wappert vredig een wimpel met de tekst 'Glen Mills School, school voor winnaars'. Onder een stralend blauwe hemel lijkt dit nog het meest op een Amerikaanse highschool - je zou haast een moord plegen om hier te mogen zijn, en sommige jongens hebben dat ook bijna gedaan.
'We krijgen hier de zwaarste groep delinquente jongeren binnen,' zegt Herman Geerdink, directeur van de Hoenderloogroep, de overkoepelende zorginstelling waar de Glen Mills School een onderdeel van is.

 

Uit Humo, 13 mei 2008


Bekijk de Nederlandse reportage waarin oud-leerlingen spreken over geweld, dwang en psychische schade:

http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/id/NCRV/serie/NCRV_1277191/NCRV_1283108/bb.20080418.asf?start=00:05:01&end=00:20:46

'Pak jongeren met probleemgedrag kordaat aan'

Bootcamps en extra jeugdgevangenissen zullen niet volstaan als niet aan het gedrag van jongeren wordt gewerkt. Een team van bekwame begeleiders moet hen helpen om stoer machogedrag af te leren. Dat zegt Arafat Bouachiba. 'Een strenge aanpak is oké, maar we moeten investeren in jongeren nog voor ze op het slechte pad zijn.' Arafat Bouachiba: 'In mijn dealersperiode voelde ik me even stoer als Al Pacino in 'Scarface'.'Wouter Van Vooren

Arafat Bouachiba (33) heeft het hele parcours van open en gesloten instelling tot gevangenis zelf afgelegd. Vandaag is hij na het behalen van een diploma als begeleider werkzaam in de vzw De Eenmaking waar hij drugsgebruikers naar de hulpverlening begeleidt. Hij is ondertussen ook getrouwd en heeft een dochtertje van drie. (…)

'De relatie tussen school en ouders moet hechter', stelt hij nu vast. 'Als de school de ouders sneller zou interpelleren, kan er misschien eerder een halt aan worden toegeroepen.'

Behalve de waarde van een kordate aanpak van jeugddelinquentie onderstreept Arafat Bouachiba ook het belang van preventie. 'De school, buurtwerkers, ouders én jeugdwerkers moeten samenwerken om dat soort ogenschijnlijk banale dingen au sérieux te nemen en tijdig te signaleren. Zelfs al gaat het om spijbelen. Ook dan moet consequent worden opgetreden. De ouders en de jongere moeten kordaat aangesproken worden om te vermijden dat het escaleert.'

Bouachiba pleit dan ook voor een aanpak waarbij de jongeren in groep benaderd worden, waarbij ze allemaal hetzelfde proces doorgaan van introspectie, schulderkenning en verandering van gedrag. 'Pas als je ziet dat anderen, met een soortgelijke of zwaarder verleden, ook stappen doen om tot inkeer te komen, durf je zelf ook.' 'Vooral rolmodellen waren belangrijk', voegt Arafat Bouachiba eraan toe. 'Het motiveerde je als je zag dat jongens die het nog moeilijker hadden of van verder kwamen, veranderden.' (…)

'Ik denk dat alle jongeren gebaat zijn bij een residentiële therapeutische aanpak (waarbij je dag en nacht in het centrum verblijft, red.). Het gaat het erom dat je inziet dat de manier waarop je in het leven staat, naar de dingen kijkt en problemen en moeilijkheden die op je afkomen oplost, de verkeerde is. De fouten moeten benoemd worden en afgewezen. Maar er moeten ook alternatieven getoond worden. Dat kan enkel door te reflecteren, je open te stellen en te leren spreken over dingen waarmee je het moeilijk hebt. Pas dan is een gedragsverandering mogelijk'.

Bouachiba besluit met te zeggen dat we de jongeren ernstig moeten nemen. 'In de jeugdhulpverlening, zoals de Comités voor Bijzondere Jeugdzorg, staat voor een groep van 15 jongeren een team van 12 professionelen klaar. Dat is ook nodig. Maar een jeugdhuis in een achtergestelde of probleembuurt moet het doen met één of maximum twee begeleiders voor een groep van minstens dertig jongeren. Nochtans hebben minstens tien ervan dezelfde problemen als degenen die in de hulpverlening zitten. Die verhouding is niet ernstig.'

Uit De Standaard, 3 mei 2008

Criminele jongeren nemen hun verantwoordelijkheid. Herstelbemiddeling: daders en slachtoffers worden met elkaar geconfronteerd

Hoe krijg je criminele jongeren opnieuw op het rechte pad? Onder meer door hen te confronteren met hun slachtoffer en de aangerichte schade. "De tevredenheid bij slachtoffers én daders is erg groot."

De vrouw die je beroofd hebt in de ogen moeten kijken. Dat alleen al vraagt van de minderjarige delinquent veel moed", zegt Luk Hertogen, maatschappelijk werker in de vzw jongerenwerking Pieter Simenon.

Eind 1998 startte de instelling Pieter Simenon het project: alternatieve maatregelen voor criminele jongeren. Een van die maatregelen is herstelbemiddeling: daders en slachtoffers worden, als ze daarmee akkoord gaan, met elkaar in contact gebracht via een neutrale bemiddelaar. De bedoeling is dat de jongere de geleden schade aan het slachtoffer vergoedt. Hertogen volgt het project op de voet.

"Belangrijk is dat het vrijwillig gebeurt", zegt hij. "Slachtoffers en daders moeten allebei akkoord zijn om deel te nemen. Een slachtoffer mag geen tweede keer het slachtoffer worden omdat hij gedwongen wordt of omdat hij geconfronteerd wordt met een dader die het eigenlijk niet ziet zitten."

Slachtoffer(s), dader(s) en bemiddelaar bepalen samen wat de jongere kan doen om de geleden schade -- in theorie financieel en geestelijk maar in de praktijk bijna alleen financieel -- te herstellen. Het komt zelden voor dat de jongere ook echt bij het slachtoffer thuis gaat werken. Meestal gaat hij elders aan de slag en verzamelt hij op die manier het geld om de betrokkene te vergoeden. Vindt hij geen werk dan kan hij een beroep doen op het Vereffeningsfonds. Dat fonds betaalt aan het slachtoffer de schade en in ruil levert de jongen prestaties van openbaar nut tegen 200 frank per uur waarmee het Provinciaal Vereffeningsfonds zogezegd wordt terugbetaald.

"Het beste is om jongeren werk te kunnen geven dat nauw aansluit bij het delict", zegt Hertogen. "Eén keer hadden we jongeren die vandalisme hadden gepleegd in de stad. Het stadsbestuur heeft hen laten werken op een speelplein: ze hebben de grond omgeploegd, gras gezaaid, speeltuigen geschilderd."

In dossiers waarbij één dader betrokken was, werd gemiddeld 8.000 frank aan het slachtoffer betaald, in het geval van twee daders 10.000 frank, bij meer dan twee daders 34.000 frank.

"De bemiddelaar moet zorgen dat slachtoffers niet van de situatie profiteren om extra geld te vragen", zegt Hertogen. "Herstelbemiddeling mag geen middel zijn om wraak te nemen. Daarom worden vanaf het begin de advocaten van de slachtoffers bij de zaak betrokken. We willen vermijden dat advocaten hun cliënt proberen te overtuigen de zaak toch maar voor de rechter te brengen omdat er financieel meer uit te halen is. In de praktijk komen dergelijke praktijken weinig voor. We maken meer mee dat het slachtoffer zegt: Het gaat me niet om dat geld, maar om de morele schade. Ik ben zo bang geweest." (…)

"Ik krijg vaak de reactie: als ik slachtoffer zou zijn, dan zou ik de dader niet willen ontmoeten", zegt Ivo Aertsen van de KU Leuven, afdeling penologie en victimologie. Hij deed onderzoek naar hoe slachtoffers en daders de herstelbemiddeling ervaren. "Cruciaal is de manier waarop je die slachtoffers benadert. Als je abrupt, zonder enige inleiding, vraagt of hij of zij de dader wil zien, zegt de meerderheid neen. Maar als je eerst ingaat op hun ervaring, blijkt dat een hoog percentage van slachtoffers er toch wel wil op ingaan. Vooral omdat het om minderjarigen gaat. Volwassenen denken dat het pedagogisch zinvol kan zijn en vinden het hun plicht om de minderjarige iets bij te brengen." (…)

"In het buitenland zijn kleinschalige onderzoeken geweest en daaruit blijkt dat recidivisme lager ligt bij herstelbemiddeling dan bij een traditionele afhandeling, maar het verschil is niet spectaculair." Volgens Aertsen is dat ook niet het belangrijkste. Wel het gevoel bij daders dat ze de kans krijgen hun verantwoordelijkheid te nemen en bij slachtoffers dat ze ook gehoord worden. "De tevredenheid is bij beiden erg groot. Ze ervaren het als een veel constructievere manier dan de onpersoonlijke klassieke afhandeling." Hertogen bevestigt: "Jongeren zeggen me soms toch: ik ben blij dat ik die kans heb gekregen." (…)

"We zijn vragende partij om ook in zwaardere dossiers, die dan via de jeugdrechter zouden komen, te bemiddelen", zegt Vincent Van Humbeeck, directeur van Pieter Simenon. Maar die voelen zich meer aangetrokken tot het nieuwe project waar Pieter Simenon anderhalf jaar geleden mee startte: Slachtoffer in Beeld. "Slachtoffer in Beeld" is een leerproject voor jongeren die zware misdrijven hebben gepleegd en al vaker met justitie in aanraking kwamen. Tijdens acht sessies van in totaal 20 uur worden de delinquenten intensief geconfronteerd met slachtofferschap en de aangebrachte schade.

"Via video's, getuigenissen van slachtoffers en rollenspel proberen we te bereiken dat de jongeren meer inzicht krijgen in wat ze bij slachtoffers veroorzaken", zegt Van Humbeeck. "Om het inlevingsvermogen te vergroten staan we ook stil bij de eigen slachtofferervaringen van de jongere. Het is heel confronterend. Er komen dikwijls tranen aan te pas." Op het einde wordt aan de jongeren gevraagd een brief te schrijven naar haar of zijn slachtoffer en hun ervaringen op papier te zetten. Van Humbeeck: "Daaruit blijkt dat ze dikwijls een softe bedoening hadden verwacht, maar dat ze het uiteindelijk erg zwaar vonden."

De zesde cursus van zes á acht jongeren per cursus is net achter de rug. Volgens Van Humbeeck maakt het toch wel diepe indruk op de delinquente jongeren. "Maar of de resultaten ook duurzaam zijn, is een open vraag. Eén van de cursisten zit opnieuw in de gesloten in stelling in Mol voor nieuwe feiten. Voor de zwaarste delinquente jongeren hebben we blijkbaar nog altijd geen antwoord. Dat blijft een uitdaging voor de toekomst."

Uit De Standaard, vrijdag 24 augustus 2001

Omgaan met onmacht. De frustratie van de advocaat

Wat denkt de advocaat van de minderjarige crimineel over het nieuwe jeugdrecht? Dat ieder geval nog altijd apart bekeken moet worden.

Een jeugdgevangenis. Meer plaatsen in de jeugdbescherming. De dossiers van advocaat Pieter De Loof leren dat er geen toveroplossing is voor jeugdcriminaliteit. Daarvoor is de achtergrond van veel jonge daders te problematisch, binnen een zeer complex geworden maatschappij.

Een voorbeeld. Een jongen van dertien jaar wordt op school betrapt op gebruik en handel in drugs. De school haalt de politie erbij, de jongen word aangehouden en komt voor de jeugdrechter. De thuissituatie blijkt problematisch te zijn. De vader is afwezig, de moeder kan de opvoeding niet aan. De jongen spijbelt, is negatief in de groep, zet de klas op stelten. De rechter plaatst hem in De Overstap, zodat de jongen kan breken met zijn drugsgebruik. Bedoeling is dat hij doorstroomt naar een afkickcentrum. Daar is geen plaats, dus wordt thuisbegeleiding opgestart om de moeder te helpen bij de opvoeding.

Ondertussen wordt de minderjarige beschuldigd van diefstal van een gsm. Een jaar na zijn eerste aanhouding steelt hij geld. De jongen komt weer voor, de thuisbegeleiding wordt verlengd, maar in december wordt hij in een auto betrapt op drugs. Hij aanvaardt vrijwillige begeleiding in een afkickcentrum. De thuisbegeleiding blijft gehandhaafd. Tot de jongen betrapt wordt op inbraak. De rechter stuurt hem tien dagen naar een gesloten instelling en legt herstelbemiddeling op. Het is een verhaal van kwaad naar erger en het is maar de vraag of het anders had kunnen lopen. Pieter De Loof vermoedt van wel. 'De thuisbegeleiding was de constante in de hulpverlening, maar niet voldoende. De kern van zijn probleem, het drugsgebruik, glipte door de mazen van het net.'

Toch gelooft De Loof niet dat louter met een verdubbeling van de capaciteit in de jeugdbescherming het probleem kan worden opgelost. 'Er is ook een mentaliteitsverandering nodig. Wie met het gerecht in aanraking komt, wordt vastgepind op de feiten. Er is nog te weinig oog voor het geven van kansen, het openen van perspectief, werken op lange termijn. Begeleiding evolueert nog te veel van incident naar incident. Hulp wordt opgestart, verwatert, tot er een nieuwe crisis is.' Maar jeugdbescherming botst ook op menselijk falen, ervaart De Loof: de persoonlijkheid van de jeugdrechter, slordigheid in de hulpverlening, het niet onder ogen willen zien dat het fout loopt, angst voor de echte confrontatie met feiten, slachtoffer, familie. Of met zichzelf, in het geval van de dader.

Hij geeft een tweede voorbeeld. Een Roemeense jongen, zeventien jaar, pleegt een gewapende overval op een krantenwinkel. De uitbater wordt in elkaar geslagen. De rechtbank reageert onmiddellijk en stuurt de dader voor vier maanden naar een gesloten instelling. Daar blijkt hij goed te functioneren binnen het strikt gereglementeerde milieu. Na vier maanden is het verslag positief. De jongen mag naar huis, maar krijgt nog huisarrest opgelegd. Dat belet hem niet om kort na zijn vrijlating opnieuw een zware overval te plegen. De jeugdrechter stuurt hem naar Everberg, daarna drie maanden naar Mol. En daarna, naar huis. 'Het signaal van het gerecht was duidelijk: dit wordt niet getolereerd. Maar na het verblijf in Mol kan de jongen meteen naar huis, zonder tussenstappen. Hij heeft immers zijn straf uitgezeten, lijkt de redenering. Die overgang is te bruusk. Vraag moet zijn; heeft hij enig ander perspectief thuis?'

Derde voorbeeld, ook uit de dossiers van De Loof. Een Afrikaanse jongen, afkomstig uit Togo. Zestien jaar oud, leeft sinds zijn twaalfde met zijn moeder in België. De vader is in Togo gebleven. De jongen vertoont zwaar afwijkend seksueel gedrag. Uiteindelijk wordt hij opgepakt voor aanranding van de eerbaarheid. De rechter stuurt hem zes maanden naar Mol, waar hij wegloopt. De jongen kan amper lezen en schrijven. Hij kan niet abstract denken en heeft duidelijk psychische problemen. Na een tijd te hebben rondgedoold, zoekt de jongen contact op met zijn advocaat. Hij kan terug naar Mol. Ondertussen zoekt men zes maanden vruchteloos naar psychiatrische hulp. Uiteindelijk krijgt de jongen een psychotherapeutische behandeling. Maar hij blijft stelen. Net voor zijn meerderjarigheid wordt hij opgepakt voor slagen en verwondingen aan een meisje. De zaak wordt afgesloten met een berisping. Bij een volgend misdrijf komt de jongen voor de strafrechter.

'Een vogel voor de kat', vreest Pieter De Loof 'En ook iemand om bang voor te zijn. Die jongen had een gedwongen psychiatrische opname nodig, maar dat bestaat niet. Ik vrees dat hier nog erge dingen mee zullen gebeuren. Ook dat is de realiteit.' Een realiteit die veel collega's frustreert, zegt De Loof. 'Ze haken af omdat ze niet het gevoel hebben iets te kunnen bereiken.' Zelf vond hij de middenweg tussen idealisme en realiteitszin. 'Minderjarigen verdedigen is leren omgaan met onmacht.'

Uit De Standaard, 20 oktober 2007

Antwerpse jeugdrechters willen vooral kordaat kunnen optreden

Met meer dan de helft van alle plaatsingen is Antwerpen de hoofdleverancier van Everberg. Toch zijn leidend jeugdrechter Brigitte Hänsch en haar collega-jeugdrechters geen vragende partij voor een jeugdgevangenis.

Bij de hervorming van het jeugdrecht pleitten de Vlaamse magistraten voor een jeugdsanctierecht. Komt een jeugdgevangenis niet aan die wens tegemoet?

Fabienne Nackaerts: 'Wij pleiten er vooral voor dat we op een kordate manier kunnen reageren op jongeren die misdrijven plegen. Dat we een aantal van hen bijvoorbeeld meteen aan een Vlaamse gemeenschapsinstelling kunnen toevertrouwen, waar ze op een intensieve manier worden begeleid met het oog op hun reïntegratie in de maatschappij. Maar er is een groot verschil tussen een jeugdsanctierecht en de oprichting van federale jeugdgevangenissen. In Everberg worden jongeren tijdelijk geparkeerd. Er wordt een diagnose gesteld, maar verder gebeurt er niets naar reïntegratie toe. De gesloten en halfopen gemeenschapsinstellingen daarentegen passen binnen een hele gamma aan jeugdbeschermingsmaatregelen.'

Brigitte Hänsch: 'Het oude jeugdbeschermingsrecht was de facto al geëvolueerd naar meer sanctionerende maatregelen. Als je minderjarigen plaats in een gesloten instelling, kun je honderd keer zeggen dat het een opvoedkundige maatregel is, de minderjarige ervaart het als een sanctie. Onder het mom van “what's in a name, zou je de beschermingsmaatregel dus een sanctie kunnen noemen. Toch blijft het onderscheid belangrijk. Een jeugdgevangenis of een centrum voor heropvoeding van minderjarigen heeft een compleet ander uitgangspunt.' (…)

Nackaerts: 'Elke uithandengeving is eigenlijk een falen van de jeugdbescherming. We beschikken over een brede waaier aan hulpverlening. We proberen daarmee de jongere weer op het rechte pad te krijgen. Pas als alle maatregelen falen, moeten we noodgedwongen de jongere uit handen geven.'

Misschien zijn zestienjarige en oudere delinquenten inderdaad onverbeterbaar?

Gieselink: 'We krijgen heel wat jongeren tussen de zestien en de achttien jaar voor ons die zeer zware feiten pleegden. Als we naar hun geschiedenis kijken, zien we dat ze enkele jaren eerder ook al voor de jeugdrechter zijn verschenen. Toen is hen een alternatieve straf opgelegd. Maar door de lange wachtlijsten duurde het maanden voor die maatregel kon worden uitgevoerd. Ondertussen pleegden die minderjarigen in een gevoel van straffeloosheid nieuwe feiten en stuurde de jeugdrechter hen naar Mol. Zes maanden later komen ze weer buiten, maar van de voorziene thuisbegeleiding komt wegens de lange wachtlijsten niets in huis. Als die jongeren dan op hun zestiende een overval plegen, is het niet correct te besluiten dat heropvoedingsmaatregelen niet helpen. Ze zijn simpelweg nooit op het juiste moment uitgevoerd. De wet-Onkelinx voorziet in een hele waaier van alternatieve maatregelen om kort op de bal te spelen en de jongere zo snel mogelijk te responsabiliseren. In de praktijk is dat niet mogelijk door het plaats- en personeelsgebrek. Al wat we vragen, zijn de middelen om de wet te kunnen uitvoeren. Dan zou een strengere jeugdwet misschien niet nodig zijn.'

Nackaerts: 'Als je alle maatregelen, van de minst ingrijpende tot de strengste, hebt ingezet en op het einde stel je vast niets heeft geholpen, is in het huidige systeem uithandengeving het laatste alternatief. Dat is een heel andere logica dan van tevoren zeggen dat bij bepaalde feiten zelfs geen hulpverlening wordt opgestart. Trouwens, er zijn zeker succesverhalen in de jeugdbescherming. Succes dat er niet zou zijn als die jongeren, die soms heel zware feiten pleegden, simpelweg waren opgesloten.' (…)

U bent al 35 jaar jeugdrechter, mevrouw Hänsch. Hebt u het gevoel dat minderjarigen steeds jonger steeds zwaardere feiten plegen?

Hänsch: 'De brutaliteit is toegenomen. Vroeger hadden we te maken met diefstallen, caféruzies of vechtpartijen tussen jeugdbenden, waarvan de welvoeglijkheid me weerhoudt de namen te noemen. Moord is van alle tijden. Maar het is duidelijk dat de maatschappij agressiever is geworden. En dat merk je ook aan de aard van de jeugdcriminaliteit.'

Minderjarigen zijn sneller volwassener dan vroeger. Is het dan niet logisch dat ze al vanaf hun veertien jaar voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst?

Hänsch: 'Ze weten beter wat er in de wereld gebeurt, maar daarom zijn ze nog niet sneller volwassen.'

Gieselink: 'Ook voor die veertienjarigen kunnen wij al heel wat strenge, sanctionerende maatregelen treffen binnen het bestaande jeugdrecht. Opnieuw op voorwaarde dat we snel en op de juiste manier kunnen ingrijpen.'

Nackaerts: 'We zijn het er absoluut mee eens dat de openbare veiligheid beschermd moet worden. Maar men vergeet dat de federale instelling van Everberg er is gekomen als tijdelijke noodoplossing omdat er geen plaats meer was in de bestaande gesloten instellingen voor jonge delinquenten die een gevaar vormen. We mogen hopen dat de uitzondering nu niet de regel wordt.'

Laten we het debat eens scherpstellen: een minderjarige pleegt vanaf zijn veertiende gewelddelicten. Zelfs met de nodige middelen helpen de voorziene maatregelen niet. Een half jaar voor hij achttien wordt, pleegt hij een moord. Wat moet er met hem gebeuren?

Hänsch: 'Soms werken beschermingsmaatregelen echt niet en is uithandengeving het laatste antwoord.'

Gieselink: 'Maar het zijn volgens de filosofie van de wet op de jeugdbescherming niet de feiten die een uithandengeving motiveren, wel de persoonlijkheid van de dader. Om het een beetje karikaturaal voor te stellen: een onverbeterlijke dief kan uit handen gegeven worden terwijl voor een moordenaar, door zijn persoonlijkheid, heropvoeding wel nog zinvol kan zijn.'

Is het jeugdrecht streng genoeg?

Hänsch: 'We krijgen soms te horen dat we te soft zijn. Ik stel vast dat bij volwassenen een gevangenisstraf er zeker niet beter in slaagt om recidive te voorkomen. Ik denk dat wij net heel streng optreden. Maar op sommige jongeren bijten wij of de gemeenschapsinstellingen de tanden stuk. Alleen kun je van die restgroep niet de regel maken.'

Gieselink: 'Het is niet aan de rechter om te oordelen of het jeugdrecht streng genoeg is. De politici, die het volk vertegenwoordigen, maken de wetten. Wij passen ze toe. Al wat wij vragen, zijn de middelen om die wet naar behoren toe te passen. Op zich kunnen we de aandacht en de extra middelen voor justitie alleen maar toejuichen. Maar wat in het hele debat ondergesneeuwd raakt, zijn de minderjarigen die geen dader, maar slachtoffer zijn.'

Nackaerts: 'Eigenlijk is daar de nood aan geschikte hulp nog veel groter. Wij maken schrijnende situaties mee, met kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling, verwaarlozing, misbruik of incest. Die kinderen komen hier zwaar gekwetst toe in de wachtzaal. En dan moeten we er maanden mee leuren, wegens plaatsgebrek: een nacht in een ziekenhuis, veertien dagen in een crisisplaats, een maand in een pleeggezin, tijdelijk terug naar de onveilige thuis. Tot het kind, soms na jaren, in een min of meer stabiele opvang terechtkomt. Of eventueel terug naar huis kan. Het gebeurt dat we die jongeren in problematische opvoedingssituaties enkele jaren later terugzien als dader. Als men aan preventie wil doen, mag men vooral de minderjarige slachtoffers niet uit het oog verliezen.'

Uit De Standaard, 20 oktober 2007

Meer jeugdgevangenissen of heropvoedingskampen!

In Brussel zijn dit weekend al elf jonge boeven meteen na hun arrestatie weer vrijgelaten omdat er geen plaats was in de gesloten instellingen (het zijn er ondertussen al veertien). Gisteren werden negen minderjarige handtasdieven opgepakt. De politie moest acht van hen meteen weer laten gaan bij gebrek aan plaats in een instelling. Vandaag werden opnieuw drie boefjes opgepakt na enkele handtasdiefstallen gisteravond in Sint-Genesius-Rode. Zij werden alledrie weer vrijgelaten.

Volgens het Brusselse parket is er bijna elk weekend plaatsgebrek in de gesloten instellingen. De jonge criminelen die daardoor weer vrijkomen, zijn meestal jongeren van 15 of 16 jaar die handtassen stelen. Ze kiezen vaak vrouwen die alleen over straat lopen of in de auto zitten.
De titel van deze column is er misschien wat over, maar het komt er wel op neer! Denkt u nu echt dat de slachtoffers en de politieagenten die deze boefjes oppakken niet gefrustreerd zijn al zij dezelfde kleine gangsters een paar uur later terug op straat al lachende zien rondlopen?
Noem mij maar een fascist als ik pleit voor meer jeugdgevangenissen of heropvoedingskampen. Als de ouders het vertikken om hun kinderen op te voeden zijn er andere maatregelen nodig. Of zijn de slachtoffers misschien de schuldigen in dit verhaal?
Ik wil mensen gerust kansen geven, maar geen veertig! Er zijn jongeren die voor hun 18 al veertig keer zijn opgepakt voor handtasdiefstallen, ik weiger om dit normaal te vinden.
En hier gaat het niet op om ze werk te geven, want ze horen nog op de schoolbanken te zitten en niet op straat mensen te beroven. Misschien zit daar de fout en moeten we ook de 'brossers' eens gaan aanpakken. Want op school zou men toch ondermeer moeten leren dat je met je poten van andermans spullen moet blijven?
En wat die opvoedingskampen betreft, het is er mij gewoon om te doen om jongeren in te peperen dat ze van andermans bezittingen moeten afblijven en ik zou ze daar ook wel laten voelen hoe het is om bestolen te worden. Verder zou ik hen ook wat laten werken zodat zij zelf de schade die ze hebben toegebracht kunnen terugbetalen.
Ik wil dus zeker geen Chinese kampen waar men wordt gebrainwasht om alleen te doen wat hun leiders voordragen. En natuurlijk dient zo'n kamp maar maximum drie maand te duren en is het niet de bedoeling om er daders van geweldsdelicten in onder te brengen. Die horen ergens anders thuis!

http://columns.skynetblogs.be/tag/1/jeugdcriminaliteit

Oikoten

Oikoten organiseert haar onthemende tochten voor jongeren tussen 16 en 18 jaar. Om in aanmerking te komen voor een Oikoten-tocht moet je gevolgd worden door het Comité Bijzondere Jeugdzorg of door de Jeugdrechter. Oikoten richt zich vooral tot jongeren die vastgelopen zijn in de hulpverlening. Meestal verblijf je in de gemeenschapsinstellingen van Mol, Beernem of Ruiselede of in De Grubbe in Everberg. De kans is groot dat je daar nog wel even moet blijven.
Je zit in een uitzichtloze situatie. Het loopt op veel terreinen in je leven fout. Dan kan een onthemende tocht een nieuw begin zijn. Je krijgt de kans om een tijdje te breken met je vertrouwde omgeving en met je verleden en om weer  te krijgen op je leven.
Een onthemende tocht vraagt een zware inspanning, maar je kan aan je ouders en jeugdrechter laten zien dat je je leven weer in handen wil pakken. 
Na de tocht kan je zelf beslissen waar je achteraf wil wonen (bv. terug naar huis als je ouders akkoord zijn, of zelfstandig wonen onder begeleiding van een BZW-dienst).

Oikoten organiseert tochten voor jongeren in een uitzichtloze situatie. Volledig op eigen kracht stap je een vooraf gepland traject.
Een tocht duurt meestal drie maanden en wordt steeds begeleid door een volwassene. Wat bijzonder is aan een Oikotenbegeleider is dat het hier niet altijd gaat over een opvoeder of een opgeleide hulpverlener. Oikoten zoekt in de eerste plaats naar mensen die zelf graag op ontdekking gaan en het avontuur niet schuwen.
Het einddoel van een Oikoten-tocht is meestal Santiago de Compostela in Noord-Spanje. Soms leidt de weg ook naar andere bestemmingen. Zo fietsten of stapten we ondermeer in Turkije, Griekenland, Portugal, Italië, Scandinavië, Polen, Roemenië en zelfs in West-Afrika.
Als je met Oikoten op tocht gaat, ben je volledig zelfstandig. Dit wil zeggen dat elke stapper al het materiaal dat hij/zij nodig heeft (+/- 20 kg) zelf draagt. Ieder heeft een eigen tentje, slaapmat, slaapzak en persoonlijke uitrusting. Verder wordt het groepsmateriaal (kookgerief, EHBO, stafkaarten, enz..) verdeeld onder de verschillende stappers.
Dagelijks stap je ongeveer 25 km. Om de tien dagen heb je een rustdag. In principe slaap je in je eigen tent. Bij extreme weersomstandigheden kan hiervan afgeweken worden.
Wanneer je deelneemt aan een Oikotentocht gelden er slechts vier basisregels: 

  • je stapt elke kilometer te voet, 
  • je houdt je aan de wet van het land waarin je je bevindt, 
  • je neemt geen GSM of ‘muziekdrager’ mee, 
  • je stelt geen gedrag dat het verloop van de tocht in gevaar brengt. 

Daarnaast worden er tijdens de voorbereiding of in het begin van de tochtafspraken gemaakt door de jongere en de begeleider: Wie kookt er? Wie doet de afwas? Wanneer loopt de wekker af? Wat eten we? Wie zoekt de kampeerplaats en waar zetten we de tentjes vanavond?
Ook handig om te weten is dat je op een Oikoten-tocht regelmatig de kans hebt om post te ontvangen (en zelf te schrijven), je dagelijks zakgeld krijgt, de begeleid(st)er onder identiek dezelfde omstandigheden onderweg is als de jongere, er ook toekomstige begeleiders, stagiairs of andere vrijwilligers kunnen komen meestappen, we tijdens de tocht ook eens op bezoek komen vanuit België, je tijdens een tocht van 3 maanden ongeveer 1800 km aflegt, wij voor elke jongere die met Oikoten op tocht vertrekt een overeenkomst maken waarin ook de visie van de ouders, jeugdrechter en consulent aan bod komt, de route die je volgt zoveel mogelijk over paden in de natuur loopt, een pintje in Spanje cerveza heet, je wel weet in welk dorp je ‘s avonds slaapt maar je niet weet of er in dat dorp een winkel, een camping of een café is, een Oikoten-tocht enorm afzien is en tegelijk ook gigantisch genieten, maar dat het vast en zeker een periode in je leven wordt die je nooit meer zal vergeten!

Karel over zijn tocht naar Santiago

"Terwijl ik hier naar mijn Nintendo zit te gapen om inspiratie op te doen, denk ik geregeld terug aan de tijd dat ik elke dag mijn kilometers moest doen.
Klote, elke morgen zo vroeg opstaan terwijl onze begeleider ons probeert wakker te roepen of al zingend onze zenuwen test. Gelukkig was er daarna koffie !
De eerste weken waren zeer hard en ik moest geregeld op mijn tanden bijten om door te gaan. Wat wil je. Dit was volledig anders. Geen opvoeder die gelijk zot je kamer komt binnengevlogen om je wakker te maken om daarna de dag te beginnen met het kuisen van één of andere plaats.
Elke dag je zenuwen bedwingen om je verdriet of agressie niet op anderen af te reageren. Een gewoonte die jaren aangesleept heeft verander je niet zomaar. Toch niet op een paar weken. Na die paar weken weekte ik rap los. Voelde me beter en deed graag wat van me verwacht werd. De mooiste momenten waren voor mij toch het wandelen door de natuur.
Terug in het echte leven geworpen was ik fier dat ik de tocht gedaan had."

4. Verbondenheid als antwoord op delinquentie?

Project verbondenheid

Het ontwikkelen van een grondhouding van verbondenheid

De aanpak vertrekt vanuit de eenvoudige, bijna vanzelfsprekende, en wellicht net hierom bijzondere kijk op criminaliteitspreventie dat wie een inhoudelijke band heeft met de omgeving deze ook niet zal schaden. En omgekeerd, dat delinquenten op het ogenblik dat ze hun misdrijf plegen met hun slachtoffer of benadeelde omgeving geen inhoudelijke band hebben, maar deze tot object maken van hun eigen behoeften of gevoelens.
Het bijzondere van dit initiatief bestaat erin dat kinderen niet gedwongen worden tot het zich verbinden met de omgeving door een externe controle of dreiging met sanctionering. Wel wordt in de scholen een basisklimaat gecreëerd waarbij kinderen en jongeren zich goed voelen en vanuit dit welbevinden zich met hun omgeving verbinden: geen externe controle, maar interne attitudevorming.
'Verbondenheid' wordt hier dus op een andere manier ingevuld dan dit traditioneel gebeurt: vertrekkend vanuit het bijbrengen van het besef zich deel te weten, de kracht te voelen deel te mogen zijn van het gigantisch gebeuren dat leven is. Dit basisgevoel, deze ervaring verandert de houding van de mens tegenover zijn dagelijkse omgeving: iemand met wie je je verbonden en voor wie je je verantwoordelijk voelt, zal je immers geen kwaad berokkenen. Jegens een omgeving waar je je thuis voelt, zal je geen vandalisme plegen. Een voorwerp dat je dierbaar is zul je niet schenden. Een groep waarmee je verwantschap voelt, zal je niet vijandig benaderen. Daarom wordt gewerkt aan het van kleins af aan herstellen of ontwikkelen van inhoudelijke verbondenheid met de verschillende dimensies van de omgeving, i.c. de band met 1. zichzelf, 2. de ander(en), 3. de materiële, 4. de sociale en 5. de ecologische omgeving.
Het reflecteren over het persoonlijke (groei-)proces en de zingeving van de teamwerking is dan nooit ver weg. Vandaar dat wij spreken van Existentieel Procesmatig Werken (E.P.W.).

De achterliggende visie van het project is de fundamentele preventieve eigenschap van het ontwikkelen van een grondhouding van verbondenheid met de omgeving.
Deze kijk op preventie bouwt verder op de gelijknamige licentiaatsthesis in de criminologie van Anouk Depuydt: '"re-ligie" als antwoord op "de-linquentie"'. Hierin werd op zoek gegaan naar de inhoudelijke betekenis van het begrip criminaliteit of delinquentie. Uit de studie van slachtoffergetuigenissen en dagboeken van daders van zware criminaliteit kwam ze hierbij tot de vaststelling dat, op het ogenblik dat een dader een slachtoffer of de omgeving kwaad berokkent, er steeds sprake is van het ontbreken of verbreken van een band van die dader tegenover het slachtoffer of die omgeving.
Deze betekenis is ook in de letterlijke oorsprong van het woord 'delinquentie' terug te vinden: 'delinquentie': het ontbreken van een link of band. Wanneer de potentiële dader een band of verbondenheid jegens een persoon of omgeving ervaart, zal dit hem ervan weerhouden om het kwaad te berokkenen. 'Re-ligie' betekent letterlijk 'opnieuw verbinden', en wordt binnen deze visie dan ook in deze fundamentele, niet specifiek godsdienstgebonden betekenis gebruikt.

DE BAND MET:

http://www.law.kuleuven.be/PCW/visie.html#grondhouding

Het beeld van de appelboom

Het achterliggende beeld dat we hanteren bij het preventieproject 'verbondenheid', is dat van de appelboom. De vrucht die we wensen is het respectvol gedrag van de kinderen, jongeren.  Deze vrucht wordt echter vaak aangetast. Er is vandalisme, agressief gedrag, pesten, diefstal, druggebruik ... De problemen beginnen vaak reeds in het basisonderwijs en verschillende gedragsvormen vragen om een preventieve campagne.
Voor de rechtstreekse bestrijding van respectloos gedrag, de verschillende "plagen als bladluizen, wormen in de appels" enz., bestaan volgens ons reeds heel wat adequate middelen. We denken hierbij aan tal van bestaande projecten op maat van het basis- en secundair onderwijs rond de preventie van bijvoorbeeld pesten, vandalisme, druggebruik. Ze hebben gemeen dat ze zich op een welbepaalde, afgebakende thematiek focussen, waarrond dan een korte periode intensief wordt gewerkt. Ze werken als de spuitbus die het ongedierte doodt op de appels van de boom.
De boom kan echter ook in een ongezonde bodem staan, verzwakt zijn en daardoor vatbaar voor ziektes en ongedierte. Op die manier komt na de ene ziekte misschien de andere, na een bladluizenplaag misschien een andere parasiet... Bijvoorbeeld na een preventieve campagne rond vandalisme, ook al was die succesvol, verlegt het probleem zich misschien naar andere vormen van respectloos gedrag (agressie, spijbelen,...). Hier zien wij dan het Project Verbondenheid een aanvullende rol spelen op de 'spuitbus-preventie'.
We richten ons dan niet op de eerste plaats op de vruchten, maar op de wortels van de boom. De vijf wortels op de tekening staan voor de vijf dimensies van 'verbondenheid' waar in de scholen rond gewerkt wordt bij de leerlingen: de band met zichzelf,de ander, de groep, materialen, de natuur/het levensgeheel. (We kunnen spreken van 'radicale' preventie, ontleend aan Frits De Cauter: 'radix' is de Latijnse benaming voor wortel.)
Deze vijf omgevingsdimensies zijn in de praktijk nauw met elkaar verweven en niet los van elkaar te zien. Het gaat om de ontwikkeling van een basisklimaat van verbondenheid in de totale klas- en schoolcultuur, en van een grondhouding van verbondenheid bij de leerlingen, en de overige betrokkenen bij het schoolgebeuren (leerkrachten, directie, administratief en technisch personeel, onderwijsbegeleiders, ouders,...).
Een dergelijke vorm van preventie grijpt dieper in en kunnen we beschouwen als een vorm van fundamentele preventie. We zien het als een aanvulling op de meer symptoombestrijdende preventieprojecten: het 'saneren van de bodem' als aanvulling op 'de spuitbus'.

http://www.law.kuleuven.be/PCW/visie.html#appelboom

Als respectloos gedrag voorvloeit uit een gebrek aan verbondenheid, komt het er op aan die verbondenheid zoveel mogelijk (opnieuw) tot stand te laten komen, ze te voeden en te laten groeien. Ervaringen van verbondenheid dragen er immers toe bij dat kinderen en jongeren dieper én respectvoller in het leven gaan staan. Dan worden er sporen getrokken en wissels geopend die ook het eigen moreel aanvoelen fundamenteel (her)oriënteren. Daar is er sprake van attitudevorming. Sterke ervaringen zijn bijzonder existentieel: het blijven knoop- of steunpunten in persoonlijk ontwikkelingsproces.
Een levensecht voorbeeld verduidelijkt het belang dat we hieraan hechten. In het dagboek van een jonge misdadiger zien we hoe hij zonder schuld, schaamte of spijt terugblikt op de gepleegde inbraken. Het gedwongen verblijf in een bijzondere jeugdinstelling (Mol ) brengt hem blijkvaar niet tot andere - laat staan - betere inzichten. Daarom verbaast het dat hij elders in datzelfde dagboek blijk geeft van inlevingsvermogen (in slachtoffers) en van een spontaan en oprecht moreel gevoel. Zo beschrijft hij een situatie waarin hij tijdens een inbraak tracht te ontkomen. Terwijl hij een uitweg zoekt, opent hij een (slaap)kamerdeur. Hij ziet de slapende kinderen liggen en realiseert zich meteen dat hij deze (ongeschonden) plek niet mag betreden: ‘Als ik hen nu wakker maak, zullen ze zich dat hun hele leven herinneren. Dat mag ik hen niet aandoen.’ Deze ingeving ‘van binnenuit’ is zo fundamenteel dat hij er niet omheen kan. De band of ‘verbondenheid’ met de slapende kinderen is zo reëel dat hij hen niet wil ‘kwetsen’.  Hun ongeschondenheid en deze veilige plek moeten intact blijven. Niet omdat regels dit voorschrijven, niet omdat er sancties zouden volgen. Maar wel omdat hij meteen doorvoelt en weet dat er iets is dan hij niet kan maken. Aan de integriteit van deze kinderen mag niet getornd worden. Punt uit.

Als we ons de vraag stellen waarom deze jonge crimineel zich hier respectvol opstelt, dan kunnen we er niet omheen dat hij zich spontaan verbonden weet met deze kinderen. In zijn eigen ervaringswereld liggen ervaringen, emoties en belevingen opgeslagen die hem heel dicht bij de slapende kinderen brengen. Was die binding er niet geweest, dan kon niets hem beletten om de kamer wel te betreden.
De ontleding van deze en andere gevalstudies van criminaliteit (kapingen, gezinsdrama’s, milieudelicten, witteboordencriminaliteit,…) bevestigen het inzicht dat respectvol gedrag enkel kan groeien vanuit ervaringen van verbondenheid.

kinderrechtencoalitie.be - Open forum werken aan verbondenheid

De cyclus van verbondenheid

5. Natural Born Criminals?

trent_deviltrent_angel

Ik denk dat iedereen normaal wordt geboren, tenzij diegene een één of andere afwijking heeft waardoor hij/zij niet normaal met andere mensen kan omgaan en kan functioneren in de maatschappij. Maar men wordt meestal slecht/evil door een slechte jeugd.
Gezonde kinderen, met een leuk en stabiel gezinsleven komen niet op zulke dingen en zitten niet met frustraties en ellende waardoor ze zulke dingen gaan doen.
Maar voor de meeste geldt dus goed geboren, maar slecht geëindigd door omstandigheden helaas.... en zulke mensen/kinderen zijn heel eenzaam en zitten in een sociaal isolement.
En eenmaal slecht....... je krijgt ze zelden weer op het rechte pad!!!!

Ja en nee. Om aan jezelf te werken moet je de kans krijgen. Sommigen zijn gewoon kansloos.
Er zijn mensen die door hun aanleg en opvoeding, omgeving het verschil niet weten tussen goed en fout. Ze weten alleen wat wel en niet mag maar snappen nog voelen waarom het niet mag. Zo'n persoon is beyond help.

“Jeugddelinquent, ik haat het woord”, zegt jeugdrechter Heleen Martens. Wanneer is iemand een jeugddelinquent? Als hij of zij de eerste boterkoek steelt bij de bakker? En hoe gaat het dan verder? Ik blijf geloven: achter elke MOF zit een POS”. Die laatste zin klinkt cryptisch. Een POS is vakjargon voor een jongere met een problematische opvoedingssituatie, een MOF is een jongere die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd. “Je wordt niet als MOF geboren!”

Neem nou een vechthond. Ik heb het dan over een vechthond, niet een asociale slecht opgevoede hond die wilt vechten om stoer te doen. Neem een pup van twee vechthonden, voed hem goed op, sociaal met andere honden en dieren en die hond zal nooit gaan vechten. Maar mocht ie ooit aangevallen worden door een andere hond vecht ie tot de dood, of het nou zijn dood is of van zijn tegenstander maakt hem niets uit.
Doe dezelfde met een willekeurige andere hond, zelfde omgeving, zelfde opvoeding, als die word aangevallen vecht ie terug uit zelf verdediging. Overlevingsdrang, eerste kans dat ie krijgt vlucht ie of laat ie zijn tegenstander vluchten. Zit gewoon niet in hem. Zou je hem trainen om te vechten krijg je dezelfde resultaat, op een moment geeft ie het op of vlucht ie. Simpelweg ondanks zijn opvoeding en training zit het vechten gewoon niet in zijn genen.
Bij mensen is het hetzelfde. Ambitie, drive, wil om te leren zijn een aantal dingen die je genetisch van je ouders, bloedlijn mee krijgt. Mis je ambitie en wil om te leren de beste scholen en leraren kunnen het jou niet bij brengen. Je blijft altijd op zijn best een middel matige student of je eindigt met een middel matige opleiding. Ondanks dat je omgeving je de beste kansen bied. Dit zien we zo vaak in rijkelui kinderen bv. Andersom een kind uit de sloppenwijken met ambitie, wil om te leren, geeft die 1 kans en die studeert af bij de beste universiteit dat ie kan komen. Succes verzekerd. Zelfde kind krijgt geen kans wordt ie waarschijnlijk de "maffia" baas in zijn directe omgeving. Simpelweg omdat zijn leervermogen en drive blijft maar wat ie leert is afhankelijk van zijn omgeving.
Neem een mordenaar, iedereen kan iemand doden, maar weinigen kunnen doden zonder daar spijt van te krijgen. Iemand kan jou hele gezin voor je ogen verkrachten, je vermoordt hem en voelt als nog wroeging en je krijgt last van je geweten. Iemand anders vermoordt je omdat je te lang naar hem keek en denkt er voor de rest er niet meer bij na of geniet er zelfs van. Dat zijn aangeboren eigenschappen die iemand "slecht" of "goed" maken.

Ik kan me niet voorstellen dat een kind slecht geboren kan worden. Evenals een kind ook niet goed geboren wordt. Een baby is een leeg vat. En in een leeg vat kun je goeie wijn stoppen, maar ook bagger. Of een mengsel van van alles. Daarom is het zo belangrijk om media als tv, radio, spelletjes ed gedoseerd aan kinderen aan te bieden.

Ik denk dat ieder mens als hij/zij geboren wordt wat goeds in zichzelf heeft. Ook al gebruikt niet ieder persoon dit goed. Je hebt bijvoorbeeld mensen die erge dingen doen zoals: terroristen en moordenaars. Maar omdat zij slecht zijn wil dit nog niet zeggen dat deze mensen niets goeds in hun hebben. Je kunt aan heel veel mensen zien ook al zijn ze slecht dat ze ook goede dingen kunnen verrichten. Voorbeelden hiervan zijn: sociaal zijn, mensen helpen enzovoort. Er zijn ook veel mensen die eerst slechte dingen hebben gedaan, bijvoorbeeld in de gevangenis gezeten om verkrachting/diefstal, die nu hun leven hebben gebeterd en goede dingen doen. Kijk dit laat al zien dat iedereen wel wat goeds in zich heeft. Want als deze mensen geen goeds in hen hadden, hadden zij deze dingen ook niet gedaan.

Voor je dreumes is de wereld nog helemaal nieuw. In hoeverre hij kan inschatten wat het verschil is tussen goed en kwaad, is niet helemaal duidelijk. Al eeuwenlang wordt er door allerlei filosofen over deze vraag gediscussieerd.
Sommige filosofen gaan ervan uit dat een kind wordt geboren als een ‘tabula rasa’, een onbeschreven blad. Zijn ouders en de andere mensen in zijn omgeving moeten hem alles nog leren, ook het verschil tussen goed en kwaad. Andere filosofen zijn van mening dat een mens direct vanaf zijn geboorte onderscheid kan maken tussen deze twee uitersten.
Waarschijnlijk kun je erop rekenen dat je kindje altijd van het goede uit zal gaan. Maar wat precies het goede is, dat begrijpt je kindje misschien nog niet zo goed. Het onderscheid tussen goed en kwaad kan hij nog niet altijd maken. Tot zijn peuterjaren zal jij dit voor een groot deel voor hem moeten doen.
Zo zul jij degene moeten zijn die hem vertelt dat hij zijn speelgoed ook met anderen moet delen, dat hij zijn vriendjes niet mag slaan en dat hij niet met zand mag gooien. Voor al deze dingen geldt, dat hij zelf nog niet beseft wat goed of slecht is. Hij zal dit vanzelf leren als jij hem steeds duidelijk uitlegt waarom iets goed of fout is.

http://www.kinderinfo.nl/artikelen/artikel_print.asp?ArticleID=85
http://www.mamjo.com/forum/index.php?topic=174658.0
http://www.scholieren.com/werkstukken/33898
Knack, 30 januari 2008

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

6. Getuigenissen en lotgevallen van daders en slachtoffers van jeugddelinquentie

Sylvie

JEUGDRECHTER: Sylvie, wat hadden we afgesproken, drie weken geleden?
SYLVIE: (stilte)
RECHTER: Ik heb niet veel gezegd. Gij hebt niet veel gezegd. Maar ge ging u gedragen thuis. Ge ging naar school gaan. En hebt ge u daaraan gehouden?
SYLVIE: (stilte)
RECHTER: Neen, ge hebt u daar niet aan gehouden! Sylvie is 's nachts weer uitgegaan. Ze is niet naar school gegaan. Ze is niet meer komen opdagen op haar stage. Ze houdt zich niet aan de regels thuis. Ze kan het niet uitleggen waarom. Dat lees ik in de verslagen. Ik heb niet gereageerd na het eerste verslag, niet na het tweede, niet na het derde, niet na het vierde. Maar het kan niet blijven duren! Het wordt tijd dat ge zegt wat er aan de hand is, of zijt ge met mijn voeten aan het spelen? Zo kan het niet verder. Ge zit ergens vast, Sylvie, dat is duidelijk. Maar waar?
SYLVIE: (stilte)
RECHTER: Wat voor zin heeft het dat ik iets vraag? Ge maakt het uzelf onmogelijk. Ge zijt uw kansen aan het verbrodden. Of hebt ge geen kansen gekregen, misschien? Ge weet dat ik op den duur niet anders kan dan u bij uw mama wegsturen. Dat zwaard dat boven u hangt, dat wil ik vermijden. Dat weet ge. Ziet ge dat zwaard niet dat boven u hangt? Ge ziet het toch? Maar dat is niet voldoende. Waarom gaat ge niet naar uw stage? Waarom gaat ge niet naar huis 's nachts. Is het nog mogelijk dat ge op een normale manier functioneert thuis, in het gezin bij mama?
SYLVIE: (knikt)
RECHTER: Ja? Overtuig mij dan! Met daden! Al zijn er bij u niet eens woorden.
SYLVIE: (wrijft over haar gsm)
RECHTER: Moet ik elke dag bellen naar Beernem of daar nog plaats is?
SYLVIE: (roept) Ik ga niet naar Beernem! Ik ga niet naar Beernem!
RECHTER: Er is geen andere oplossing...
SYLVIE: (roept huilend) IK GA NIET NAAR BEERNEM!
RECHTER: Wat is er dan wel nodig? Als ge mij geen andere opening laat? Moet ik mij echt bezighouden met wachten tot daar plaats is?
SYLVIE: (tiert) IK GA NIET NAAR BEERNEM!
RECHTER: Moet ik het zover drijven dat we naar de psychiater gaan?
(…)
MOEDER: In de week is alles oké. In de week is Sylvie constant bezig met het huishouden. 's Maandags maakt ze een lijstje op van wat we de hele week gaan eten. Maandag bloemkool, dinsdag spaghetti, woensdag frieten, donderdag... En ze kookt. En we eten iedere dag wat ze voor die dag op haar lijst voorzien had. En ze poetst. Maar het zijn de weekends...
RECHTER: Het enige wat ge moet doen, Sylvie, is naar school gaan en naar uw stage. Ge zijt door die gasten van de stad beïnvloed, Sylvie. Ge hebt uw lievelingsstage mogen doen, bij bejaarden... Ge zijt er drie dagen geweest, op een hele maand! Als ge dat goed doet... Als, als... Dat hebben we vorige keer al gezegd. Komt er iets van? Of is het weer die muur? Die muur die zegt: 'Jeugdrechter, beslis maar alleen.'

Ben

‘Het gebeurde in een fractie van een seconde. Met een klap sloeg een colaglas in mijn gezicht. Vervolgens werd alles wazig. De bas van de muziek bonkte keihard in mijn kop. Vanuit mijn ooghoeken zag ik nog mensen in paniek van de dansvloer rennen. Toen ik met mijn hand mijn gezicht betastte, zag ik tot mijn schrik dat die helemaal onder het bloed zat. Tot dat moment leek het een doodgewone zaterdagvond te worden. Ik was met vrienden aan het stappen in een discotheek. Een beetje drinken, wat kletsen, samen dansen. Het was inmiddels een uur of half vijf. Ik was even op een andere verdieping, toen m’n vrienden een woordenwisseling met een paar andere jongens kregen. Dat werd in de kiem gesmoord; er leek niets meer aan de hand. Maar op de dansvloer botste een vreemde man, die daar met zijn vriendin aan het dansen was, steeds tegen mij en mijn vrienden aan. Niemand reageerde in eerste instantie. Maar bij de vierde keer draaide ik me toch om. Toen kreeg ik die klap. Mijn vrienden brachten me direct naar de uitgang. De portiers wisten niet wat ze met mij aan moesten en zijn binnen de dader gaan zoeken. Eenmaal in de ambulance werd alles zwart. Ik was even helemaal van de wereld. Ruim twintig hechtingen hadden ze in het ziekenhuis nodig om de wond in mijn gezicht dicht te maken. Nadat ik aangifte had gedaan bij de politie, hebben ze de dader direct in zijn kraag gevat. Het bleek een oude bekende van ze te zijn. Die had al meer van dit soort zaken achter zijn naam staan. Via de politie kwam ik in contact met Slachtofferhulp. Ik stemde toe met hulp, al zag ik daar het nut niet zo van in. Ik had niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk een enorme klap gekregen. Eigenlijk wilde ik alleen nog maar bij m’n vrienden zijn. Met hen had ik alles meegemaakt, zij boden me steun. De rest interesseerde me helemaal niets meer. Aan school besteedde ik nog maar weinig tijd. De eerste keer alleen in de stad was ik doodsbang. Ik schrok overal van. Als een deur open en dicht sloeg. Of als er iemand recht op me af kwam lopen. Aan de medewerkster van Slachtofferhulp kon ik mijn verhaal kwijt. Dat luchtte op. Ze vertelde me hoe de rechtszaak zou verlopen en wat ik daarvan allemaal kon verwachten. Daarnaast onderzocht ze hoeveel schadevergoeding ik kon eisen. Ze had voorbeelden van verschillende vergelijkbare zaken en liet zien wat die mensen uiteindelijk van de rechter toegewezen hadden gekregen. Tijdens de rechtszaak bleek de dader een bekende van één van de mensen met wie mijn vrienden in de discotheek een woordenwisseling kregen. De rechter veroordeelde hem tot een gevangenisstraf, die in hoger beroep is omgezet in een aantal uren dienstverlening. Daarnaast moest hij mij de geëiste 2.200 euro schadevergoeding betalen. Wat rest zijn drie flinke littekens in mijn gezicht. Verder heb ik minder last van de gebeurtenis. Waar ik nog wel bang voor ben, is dat ik de dader tegen kom. Die kans is best groot. Ik hoorde laatst bijvoorbeeld dat hij alweer in de discotheek is gesignaleerd. De bijstand van Slachtofferhulp heb ik achteraf als erg nuttig ervaren. Ik kreeg een goed beeld van wat me tijdens de rechtszaak allemaal te wachten stond, en wat er mogelijk is op het gebied van schadevergoeding. Bovendien heeft het me erg geholpen om gewoon met iemand te praten over de gebeurtenis.’

Johan

Neem nu Johan, van wie de jeugdrechter blij een uitnodiging ontvangt. In april wordt hij achttien. Ze begeleidt hem al sinds hij twaalf is. 'Hij was als kind van negen jaar verkrampt naast het drie dagen oude lijk van zijn moeder gevonden. Een drugsdode. Johan heeft zijn moeder dood gevonden. Hij is niet van haar zijde geweken.'

De ouders uit elkaar. De vader zag het niet zitten om zijn zoon op te voeden. Het ging een tijd goed bij de oma. Tot hij door haar buiten de deur werd gezet. Hij werd opgevangen door een leerkracht. Zijn dossier kwam bij een vrijwilliger terecht. Toen Johan twaalf was, werd hij onder de hoede van de jeugdrechter geplaatst. Nadat hij feiten begon te plegen - inbreken in au-to's, gsm's stelen, drugs - kwam hij in Ruiselede terecht. Johan drong er zelf op aan om in Ruiselede te blijven.

De jeugdrechter probeerde hem op kamertraining te plaatsen, of begeleid zelfstandig wonen. 'Maar om de een of andere reden heeft hij nooit die stap kunnen zetten. Hij heeft een verschrikkelijk laag zelfbeeld.'

Johan wordt over enkele maanden achttien jaar. Hij moet dan noodgedwongen onder de vleugels van de instellingen en de jeugdrechter vandaan. 'Ik vertrouw hem dan aan de straatstenen toe', zegt de jeugdrechter. Ze heeft de jongen kunnen overhalen mee te doen met Oikoten, een kleinschalige vereniging die verschillende opdrachten invult binnen de Bijzondere Jeugdbijstand. Een team organiseert in het buitenland onthemende projecten voor jongeren.

Ontheming, het klinkt wat triest. Maar Johan is blij. Hij gaat in Frankrijk op een boerderij werken bij een koppel dat vijftig kippen en twee ezels heeft. 'Als alles goed verloopt, kan hij op de dag dat hij terugkomt onmiddellijk op kamers.'
(…)

Voor zijn vertrek stuurt hij een brief naar zijn jeugdrechter Heleen Martens.

Beste jeugdrechter,

Het gaat zeer goed met mij, alleen ben ik het hier in Ruiselede kotsbeu. Ik word zot. Ik ben blij dat ik bijna weg ben. Ik zie het volledig zitten. Ik vertrek naar Frankrijk. Ik heb gehoord dat het daar zeer mooi is. Maar er is een probleem. Ik kan geen Frans en dat gezin kan geen Nederlands. Maar dat is geen groot probleem hoor...

Ik wil je ook nog iets vragen. Er is mij beloofd dat ik eerst bij u langs mag komen. Kan ik dan nog wat geld krijgen? Niet voor in Frankrijk, want ik mag geen geld meenemen. Maar ik heb nog een scheermes nodig en mesjes en wat douche-gel en verzorgingsproducten, en een paar schoenen zou ik ook nodig hebben voor daar in Frankrijk en wat dingen om mij daar bezig te houden zoals kruiswoordraadsels enz... Ik heb ook nog een groot aantal postzegels nodig en enveloppen want ik ga veel schrijven (ook naar jou).

Groetjes,

XXX

De jeugdrechter: 'Johan is een van de vele voorbeelden van jongeren die geen enkele familiale context meer hebben.' Zijn moeder is dood. Zijn vader wilde van zijn bestaan niet meer weten. Zijn familie ook niet. De kinderbijslag waar hij recht op heeft werd voor twee derde gestort aan de instellingen waar hij verbleef. Een derde werd geplaatst op een rekening die door de rechter wordt beheerd. De jeugdrechter zucht: 'Deze minderjarigen zonder context worden dan meerderjarig zonder context. Door in zovele instellingen gezeten te hebben, hebben ze geen diploma. Ze hebben een beetje spaargeld en daarmee is de kous af. Het gebeurt meer dan eens dat een jongere vraagt om tot zijn twintigste onder onze hoede te blijven.'

Stephen

«Ik happyslap al anderhalf jaar. Eerst was ik slachtoffer. Ik werd zelf geslapt en vond dat niet zo leuk. Een vriend laat me een aantal sites zien met happy slappingfilmpjes. We willen dat zelf ook gaan doen. Vaak weten we niet hoe ons slachtoffer gaat reageren. Soms komt hij achter je aan. Soms pakt hij je vast en slaat je terug, soms belt hij de politie.
Laatst heeft iemand mij herkend. Hij dreigde mij aan te klagen als ik mijn site niet van het internet zou halen. Straks bouw ik gewoon weer een nieuwe.»

Een gedicht van een meisje dat in De Zande zit

Beernem is rot
En soms denk je help ik word zot
De eerste vier dagen zijn moordend
Je hebt het gevoel
Dat iedereen je in de steek laat en je haat
Maar je moet deze periode
Als rust gebruiken
Nadenken over het leven,
Alles een plaatsje geven
Neem goede voornemens,
Maar maak ze ook waar
Laat niets of niemand
Op jouw levensweg komen
Die jou wil dwarsbomen
Maak jouw toekomstdromen waar
Het gevoel achteraf is echt 'zwaar'
Als je zo een ingesteldheid hebt,
Kom je er wel
Door deze kommer en kwel
En geloof in jezelf zo kom je er snel
Als je Beernem verlaat,
Bekijk het dan niet met haat
Bewaar hem goed in je hoofd en hart
De tijd is hier iets heel apart.
Gebruik hem later goed,
Het helpt je vooruit
In de dingen die je besluit.

Anoniem

In mijn klas zit een jongen die altijd verschrikkelijk boos wordt om niks. Hij begint te schoppen en te slaan. Iedereen heeft schrik. Vorige week ontplofte hij omdat iemand zijn naam verkeerd uitsprak. Twee kinderen hebben blauwe plekken en schrammen op hun benen. Een meisje uit de andere klas kreeg een krab in het aangezicht. De juf heeft al veel met hem gepraat. Maar hij is soms ook woest op de juf. Hij heeft haar ook al eens geschopt! Ik wil niet meer naast hem zitten in de klas. We zijn heel voorzichtig wanneer we iets tegen hem zeggen. Soms krijg ik zin om hem een ferme klap terug te geven.

Jan

Public Enemy, dat was de groep waar het in mijn tijd, voor mij, om draaide. Nu is mijn naam Jan de Haan. In die tijd stond ik bekend als Callavaro MC of Poison. Ik was leadrapper en tekstschrijver. Ik werd danser en danste demonstraties en battles. Zou je nu ook niet meer zeggen!

Weet je hoe dat gekomen is? Ik hoorde er altijd wel bij als jonge kerel. Op school en in mijn vriendenkring was ik graag gezien en ik was ook altijd wel een sfeermaker. Ik wilde alleen heel graag anders zijn dan anderen, en in die tijd was hiphop nog niet zo heel erg populair. Ik vond het alleen wel hele goede muziek en het had ook echt een soort van andere stijl. Je kon je eigen loopje verzinnen (voordoen) en je moest op een bepaalde manier praten, weet je?

Hiphop was een stijl muziek dat inging tegen alles dat gewoon was. De teksten waren ook kritisch op alles wat maar gevestigd was. Het was tegen racisme, tegen onderdrukking en tegen ongelijkheid. Als je hiphopper was, was je een public enemy, een vijand van de staat en en de gevestigde orde. Ik wilde hier ook aan meedoen en kocht van mijn zuurverdiende centjes, ik werkte bij een boer en had een krantenwijk, een levi’s en LA-Gear firecrackers.

Nu was dit op de school waar ik zat erg raar en men keek ook vreemd op van de kleding die ik aanhad, ik was een trendsetter. Eerst lachten veel mensen mij uit en daarna ging men zelf ook deze kleding dragen. Ik raakte met mensen in contact die ook deze stijl tof vonden en we hingen veel met elkaar. We gingen met een gettoblaster (een grote radio met cassettedeck) bij de cafetaria verschillende dansstijlen ontwikkelen en maakten teksten en beats. Ik was “cool” en mensen keken tegen me op. Ik was de MC, die battles won en die veel vrienden had.

Ik werd een echte public enemy, kritisch op alles wat de staat en autoriteit vertegenwoordigde. De politieagenten waren per definitie niet te vertrouwen en hadden altijd de pik op je en iedereen moest je hebben en wantrouwde je vanwege je stijl. Ouders waren zeikerds en wilden controle over je hebben, omdat ze niet normaal met je konden omgaan. Weet je? De politie had ook best wel de pik op me. Mijn moeder wilde me ook controleren en weet je waarom? Ik raakte steeds meer en meer de controle over mijn leven kwijt.

Bij het feit dat ik cool was, kwam ook het feit dat ik cool moest blijven. Ik moest laten zien dat ik een echte public enemy was en het was ook logisch dat de politie ons niet zo aardig vond als we de zoon van een rechercheur bedreigden met een mes, of iemand in het water gooiden. Ze vonden het ook niet leuk als ik met 300 man door ons stadje liepen en gewoon inbraken in een winkel en met CD’s over gingen gooien. Ze vonden het een beetje beangstigend dat ik als meest gevaarlijke jongen gezien werd in mijn woonplaats. Mijn moeder wilde controle over mij houden. Dit lukte niet helemaal. Ik ging soms vijf keer per week op stap, ik blowde en dronk veel. Ook had ik om de zoveel tijd een nieuwe vriendin.

Het is misschien een stoer verhaal, een verhaal vol avonturen, maar ik kan je de negatieve dingen vertellen. Ik ging heel stoer tegen de politie in, maar ik ben wel een jaar gezocht geweest. Dit betekende dat ik altijd weg moest duiken als er een agent voorbij kwam. Ik werd gezien als de gevaarlijkste en een van de coolste, maar dit is een plek in de rangorde die verdedigt moet worden. Ook vanuit mijn omgeving ben ik wel eens bedreigd met de dood en heb ik wel eens een hele middag op de WC gezeten van angst.

Ik had dus geen vrienden bij de politie en ik werd af en toe bedreigd door de mensen om mij heen. Het leven begon er erg somber uit te zien, want de vrienden die je had waren vrienden die je vrienden waren omdat je Public Enemy was. Twijfel mocht niet, falen was geen optie en zwakte betekende je einde.

Weet je, mijn moeder kreeg op een gegeven moment weer controle over me. Weet je hoe? Ze vertelde mij over Public Enemy nr.1. Jezus Christus was in Zijn tijd ook een rebel. Hij ging in tegen alles dat ook maar enigszins verkeerd was, Hij vertelde mensen hoe ze beter konden leven. Hij ging tegen de staat in (de Farizeeërs) en Hij ging tegen ongelijkheid in (tollenaars) en tegen racisme (Samaritanen). Hij ging ver en leefde ook een cool leven. Een leven dat heel anders was dan dat van anderen. Hij was goed voor Zijn leerlingen en waste hun de voeten, hij genas iemand op de sabbat en hij vergaf een vrouw die hoereerde.

Hij kwam op een gegeven moment ook vast te zitten in Zijn leven, omdat ook de politie in Zijn tijd niet zoveel met Hem kon en ook Zijn vrienden zagen het niet meer zo in Hem zitten omdat Hij anders was als dat ze hadden verwacht. Zijn vriend verraadde Hem en de Romeinen veroordeelden Hem en Hij stierf aan het kruis, vanwege het feit dat Hij de Zoon van God was en hierdoor een Public Enemy. Hij stond echter weer op en maakte Zijn eigen stijl. Een stijl, waarbij je je eigen taal hebt. Een taal die anders is dan de taal om ons heen. Een taal die we gebruiken om aardig voor mensen te zijn, mensen te zegenen en mensen op te bouwen. Een taal waarmee we tot God kunnen bidden. We hebben ook onze eigen levensstijl, een stijl waarmee we laten zien dat we anders zijn. Waarmee we goed willen doen. We zijn anders omdat we dingen anders doen. We gebruiken geen drugs, we maken mensen niet belachelijk die iets minder goed kunnen dan wij. We helpen elkaar door moeilijke tijden heen en vertellen anderen van Jezus. Ben ik hierdoor beter? Nee, dat denk ik niet! Ben ik hierdoor anders? Ja, dat weet ik wel zeker!

Jezus heeft niet zijn eigen loopje verzonnen, Hij is de weg waarop je je eigen loopje mag verzinnen. Hij is namelijk de Weg, de Waarheid en het Leven. Probeer het maar, het werkt echt! Is Jezus een Public Enemy? Nee, dat denk ik niet. Hij is niet zomaar een vijand. Hij is alleen wel een enemy of the Darkness en dat betekent dat alles wat Gods schepping verkeerd maakt een vijand van Hem is. Ik heb maar een ding te roepen en dat is: Become one of the Gang! Of wordt het opnieuw!

Edith

'Overal waar ik kom, word ik geslagen.' Vuisten die tranen bedwingen. Ze is bijna zestien. Ze mag nu van de begeleidster niet bellen met haar drie jongere zusjes die in een instelling verblijven. 'Je gaat hen ook in de war brengen.'

'Thuis werden ik en mijn jongere zusjes voortdurend geslagen. We werden afgeblaft als honden. En hoe ouder we werden, hoe erger het werd. Vooral voor mij. Ik ben de oudste, ik kreeg zelfs slaag als ontbijt. We moesten alle dagen kuisen, eten maken, goede punten op school halen, alles. En mijn ouders deden niets. Behalve slaan als we een fout maakten. De ouders van mijn moeder wisten dat. Toen bomma nog leefde, konden we af en toe naar daar. Ik en mijn zussen, en ik denk ook mijn moeder, hebben altijd in schrik geleefd voor mijn vader. Maar in 2002 overleed bomma, aan kanker. Sindsdien mochten we geen contact meer hebben met de kant van moeder, ook niet met bompa.'

'Toen ik naar de middelbare school ging, kreeg ik op een dag een gsm van bompa. Om af en toe eens iets van mij te laten horen. Ik sms'te veel naar mijn bompa. Op 28 november 2006, een dinsdag, had ik per ongeluk mijn gsm vergeten. Mijn vader vond hem en heeft alle berichten gelezen. Hij vroeg mijn moeder of zij ervan wist. Ze zei dat ze er niets van wist, maar ze wist het natuurlijk wel. Hij heeft haar toen gezegd dat hij ons zou vermoorden. Toen heb ik op school alles verteld over thuis. De school wilde meteen een klacht indienen, maar ik en mijn zus waren bang dat onze zusjes iets zou overkomen. We zijn samen naar huis gegaan. Mijn vader stuurde onze zusjes direct naar de bovenste verdieping. Wij moesten naar de living. Daar begon hij ons te slaan. Met zijn riem, met een matrak, met zijn blote handen. Hij schopte ons. Ik stribbelde tegen van de pijn. Ik smeekte. Ik was zo bang. Niet om dood te gaan, maar voor mijn zusjes. Hij bond me met tape aan handen en voeten vast. Van de pijn deed ik het in mijn broek. Ik merkte het pas later. Het heeft anderhalf uur geduurd. Af en toe moest hij even uithijgen op een stoel. Toen kwam onze moeder binnen en ging hij naar bed. Toen ik de kans kreeg, heb ik bompa gebeld. Twee minuten later ging de bel. Mijn vader kwam naar beneden en stuurde ons naar boven. De politie stond voor de deur. Mijn vader vertelde dat er niets aan de hand was. Net toen de politie weer wilde vertrekken, begon ik te snikken. Ze hoorden me en kwamen binnen om te kijken of er misschien toch wat scheelde. Ze zagen ons op bed naar lucht snakken. Toen hebben ze mijn vader opgepakt en zijn wij naar het ziekenhuis gebracht. Ook namen ze alle bewijsmateriaal mee. Na een maand in het ziekenhuis moesten mijn zus en ik naar een instelling. Daar hebben ze ons goed opgevangen. Alles was zo raar in het begin. Het was in ieder geval beter dan thuis. Het was wel moeilijk, want iedereen heeft daar zijn probleem. En verwerkt alles anders. Thuis droomde ik altijd van zo'n leven. Ik had het boek Blauwe plekken gelezen. Het leven in een instelling leek in dat boek zo mooi. Maar niets is wat het lijkt.'

De vader kreeg 8 jaar. 'Maar hij moet er maar een kwart van uitzitten. Binnen zes weken komt hij vrij. Het enige wat ik wil is een gewoon leven voor mij en mijn zussen, maar we leven nog altijd in schrik voor onze vader als hij vrijkomt. Is dat dan gerechtigheid?'

Yolande

'Ik heb geen moed of hoop meer', zegt Yolande. 'Ik ben altijd een meisje geweest met mooie vooruitzichten', zegt ze. Ze spreekt in de voltooide tijd.

Ze keek uit naar een verkeerde liefde. Een liefde die ze had leren kennen in de gesloten instelling in Beernem. 'Toen ik er voor het eerst zat', zegt ze.

Yolande was toen bijna zestien. 'Ik had nog nooit een relatie gehad met een meisje. Zij zei dat de gevoelens wederzijds waren. Mijn liefde voor haar in Beernem was na een tijdje geen liefde meer maar een obsessie. Het raakte uit toen zij iemand anders leerde kennen. Ook iemand van de instelling. Even later kwam zij vrij.'

Toen Yolande vrijkwam, nam haar ex-lief uit Beernem weer contact met haar op. 'We werden opnieuw een koppel. Maar ze bedroog mij en het werd een ziekelijke relatie. We sloegen elkaar tot bloedens toe om dan weer zoenend in elkaars armen te vallen. Ze prentte me in dat ik niet zonder haar kon leven. Ik geloofde haar.'

Ze pleegde gewapende overvallen, inbraken, om haar lief te imponeren. 'Mijn moeder vroeg hulp aan de jeugdrechter en de consulent, maar deze deden gewoon niets. Ik besloot om pillen te nemen. Genoeg pillen om er een eind aan te maken.'

De zelfmoordpoging mislukte. Yolande verscheen voor de jeugdrechter. 'Ze plaatsten mij in Beernem. Na twee jaar was ik terug bij het begin. Ik was gebroken.' Ze zag er ook haar ex-lief terug.

Vier dagen later werd Yolande opgenomen in de psychiatrie. 'Voor een time-out.' Haar 'time-out' werd dertig dagen lang. 'Het verleden maakte mij kapot. Ik was mezelf niet meer. En de mensen die mij echt graag zagen, ze zagen me mijn leven kapotmaken.' Yolande wilde het liefst in de psychiatrische instelling blijven. 'Ik dacht: nu gaan ze me echt helpen. Maar na die dertig dagen stuurden ze me terug naar Beernem.'

'Ik zou zo graag verder gaan met mijn leven. Ik zat in mijn laatste jaar leercontract. Ik zou zo graag een diploma hebben. Maar als ik hier zit, kan dat niet. Het is zo uitzichtloos. Geen werk, geen school of diploma. Wat moet ik dan beginnen? OCMW?' Ze volgt in de instelling een les schoonheidszorgen. Ze is goed in nagelverzorging.

Justine

Ik ben Justine en ik ben 13 jaar. Ik zit hier nu een half jaar in De Zande en heb iedereen hier zien komen en gaan. Ik ben hier de jongste, maar daar trek ik me niets van aan.
Ik was twaalf en ik ging naar school, Rosa was toen mijn beste vriendin. Ze vroeg me of ik met haar meeging naar haar vriend. 'Justine, nu! Wil je nu mee naar mijn vriend?' vroeg ze. 'Maar Rosa, we moeten naar de les', zei ik. 'Justine, sla de les één keer over, voor mij.'

We gingen op een vrijdag naar haar vriend. Zijn naam is X. Hij is 16 jaar, en dus meerderjarig. Hij keek in mijn ogen en ik vond hem een knap ding. Hij gaf een joint aan mij, ik trok een paar keer en ik was weg van de baan. Rosa zat op een stoel en ik lag in zijn bed. Rosa is weggegaan en ik ben bij X. gebleven, maar we hebben geen seks gehad. Twee uur later stond de politie aan de deur. Rosa was naar de flikken gegaan. Ze stelden een paar vragen, maar ik zweeg over die joint die we hadden gesmoord. De volgende dag ben ik weer naar X. gegaan, toen hadden we wel seks. Ik was echt verliefd op hem. Na een week werd ik opgepakt door de flikken. Ik vertelde alles zoals het was. Dat we seks hadden, maar dat ik dat ook wilde. Maar het mag niet, dus moest X. het gevang in. Hij kreeg 2 jaar en ik was er kapot van.'

Ik vloog van het internaat en moest naar een instituut voor observatie. Toen ik hoorde dat X. was vrijgekomen, wilde ik hem meteen zien. Dat mocht natuurlijk niet. Toen kwam Bianca. Ze was een ex van X. en wilde ervandoor gaan. Samen zijn we gevlucht. We gingen naar een vriend van X. en wachtten daar op hem. Hij wist niet dat ik daar was toen hij aanbelde. Hij gooide zijn fiets op de gang en keek boos, maar toen nam hij me vast en begon me te kussen. Ik was zo blij, maar na drie dagen miste ik de oude X. Hij zei nooit meer: 'Ik hou van je.' Of: 'Je bent mijn schatje.' Op een keer werd ik wakker en ik zag dat Bianca niet meer bij mij in bed lag. Ik ging naar beneden. Daar zag ik X. En ik zag dat Bianca bovenop hem lag en ze hadden seks. Ik was er kapot van. Ik was drie maanden niet weggelopen, voor mijn ouders, voor X..., en daar lag die hoer die me had meegetrokken.'

De volgende dag werd ik opgepakt, ik heb de flikken niets verteld, maar ik werd wel buiten gesmeten op het instituut en mijn consulent heeft een andere instelling gevonden. Ik had inmiddels een nieuwe vriend, Youssef. We hadden seks en ik kreeg geld en drugs en hij kreeg geld van de jongens die seks met mij hadden. Op een dag gingen Youssef en ik wat tv kijken. Hij legde wat cocaïne op tafel en vroeg of ik er wat van wilde. Ik zei: 'ja'.

Ik beloofde hem dat ik het nooit iemand zou vertellen. De volgende dag sprak ik Vera, en zij begon over drugs te praten en vroeg wat ik zo allemaal al eens genomen had. 'Weed en cocaïne'. zei ik. 'Van wie krijg je dat?' vroeg ze. 'Van Youssef, maar niet verder vertellen, hè!' zei ik. 'Nee, natuurlijk niet', zei ze. De volgende dag kreeg ik een sms van Youssef, dat ik langs moest komen. Toen ik daar was, kwam hij op me af en begon me te slaan en te schoppen. Daarna ben ik naar de flikken gegaan. Uit pure woede. De politie zei dat ik naar huis mocht, maar mijn jeugdrechter stuurde me naar hier. Ik was zo blij dat ik naar huis mocht, het was te mooi om waar te zijn. '

Dave

"Ik wandel op een vrijdagavond rond zes uur naar huis met mijn iPod op. Plots staat er een gast naast mij. ‘Mag ik een sigaret?’, vraagt hij. Zijn twee vrienden kijken toe. Meteen daarop vraagt hij of hij mijn iPod mag zien. Voor ik het weet, ritst hij ‘m uit mijn handen. Ik krijg een klap en raak bijna bewusteloos. De daders springen op hun fiets en rijden weg. Het duurt even voor ik weer op mijn benen kan staan. Drie getuigen hebben alles gezien: één is bereid meteen te getuigen, een andere herkent één van de daders. Die iPod heb ik dus snel terug, maar ik blijf achter met veel vragen. Wat als ik een andere weg had gekozen? Wat als ik had teruggevochten? Het beeld van de buurt waarin ik woon, is veranderd. Voor dit voorval dacht ik in een rustige wijk te wonen. Nu voel ik me helemaal niet meer veilig…"

Rebecca

Rebecca herinnert zich de blik niet meer van de mensen bij wie ze als vijftienjarige een knipmes tegen de keel hield, zodat haar vrienden er met de portefeuille of de handtas vandoor konden gaan. 'Ik was totaal onder de invloed van drugs. Ik wou een soort Robin Hood zijn. Voor wie of wat moest ik me zo nodig gedragen? Wist ik veel. Gescheiden ouders, machtsspelletjes thuis, en dan van de ene instelling naar de andere. Ook daar had ik het gevoel dat ik overgeleverd was aan de macht van anderen. In twee instellingen had ik een goed contact met een begeleidster, maar telkens als ik me aan zo iemand bond, vertrok ze. (…) Ik paste nergens. Ik paste in geen groep, ik paste in geen instelling, ik paste in geen huis, ik paste in geen school. Alleen wist ik na al die jaren maar al te goed wat de psychologen van mij verwachtten.' Ze beschouwde zich als een schandvlek.

Het was misschien een gelukkig toeval, zegt ze. Toen de bende waar ze deel van uitmaakte werd opgerold en haar vriend haar betrokkenheid ontkende, besefte ze dat dit haar laatste kans was. In diezelfde periode kon ze terecht in een pleeggezin als aanloop naar zelfstandig wonen. 'In dat pleeggezin leefde ik tussen normale mensen. Geen begeleiders met een strak werkschema, geen teamvergaderingen waarin mijn gedrag besproken werd, maar een man en een vrouw die rechtstreeks met mij praatten als ik me niet gedroeg. Ik zag hoe zij zich gedroegen tegenover hun kinderen - ze hadden er vier. Verwend werden we niet. We kregen genoeg aandacht maar niet te veel. Ze waren een soort vader en moeder. Normale mensen, die ook hun fouten hadden en die dat toegaven. De moeder van het gastgezin kon een goed contact opbouwen met mijn moeder. Op haar aanraden is mijn moeder hulp gaan zoeken voor haar drank- en drugsprobleem in plaats van mij altijd in haar problemen te betrekken. Ze hebben me helpen afkicken. Ik had het niet makkelijk. Ik heb de grootste ellende doorgemaakt omdat ik met mijn vriend moest breken.'

Na een tijd kon Rebecca onder begeleiding zelfstandig op kamers gaan wonen. (…) Toen ik zelfstandig ging wonen, schreef ik me in voor een handelsopleiding. Er waren veel studenten in de stad waar ik woonde. Hoewel ik geen ouders had die voor me zorgden, voelde ik me gewoon een student tussen de studenten. Ik páste ergens. Ik kreeg een studentenbaantje en tussen de jobstudenten hoorde ik dat ik niet de enige was met problemen thuis. Misschien heb ik nog het meeste geleerd van mijn leeftijdgenoten. Ik kreeg te maken met mensen die voor mij een voorbeeld waren. Ze hadden het ook niet makkelijk, maar ze hadden wel een doel in hun leven. Ze klampten zich niet vast aan wat er allemaal fout was gegaan, maar wel aan wat ze nog van hun leven konden maken. Op school had ik een gedreven lerares die mij stimuleerde. Niets doet meer deugd dan een stimulerende normale omgeving. Ik wou geen kind van de welzijnszorg meer zijn, ik wou voor mezelf kunnen zorgen. Het is niet aangenaam om met de professionaliteit van welzijnswerkers op te groeien. Het is wat clean, wat betuttelend. Ik zou bijna zeggen: vernederend.' (…)

'Het is wáár wat de minister zegt', zegt ze. 'Men zou sneller moeten ingrijpen. Er is nog heel wat te verbeteren aan de welzijnssector. Soms wist ik niet naar welke instelling ze me nu weer zouden sturen. "Volgende week" hebben we een oplossing, hoorde je in die tijd al. Maar zeven dagen voor een puber zijn niet hetzelfde als zeven dagen voor een volwassene. Ik had het gevoel dat iedereen talmde, alsof ik voor elke oplossing voor een probleem een lange wachttijd moest doorstaan. Maak maar eens een afspraak met een sociaal assistent. Het neemt soms dagen in beslag voor je iemand aan de lijn krijgt. In de privésector is zoiets toch ondenkbaar?'

Een paar jaar geleden behaalde ze haar diploma handel. 'Ik ben die dag met de auto naar de instelling gereden waar ik als kind voor het eerst werd weggestopt en waar ze me goed ontvangen hadden. Intussen is die instelling verbouwd tot een bejaardentehuis. Ik heb mijn auto geparkeerd voor de grote poort. Ik heb een uur naar het raam gekeken waardoor ik als peuter altijd naar buiten keek, in de hoop dat mijn moeder en vader zouden komen.'

Ze is nu secretaresse in een bedrijf. Ze is 25. 'Ik hoop nog te kunnen genieten van mijn jeugd. Maar de kracht zal uit mezelf moeten komen.' Ze hoopt ooit zelf 'eigen' kinderen te kunnen opvoeden. 'Maar eerst moet ik mezelf weer vertrouwen geven.'

Dorien (15) getuigt over de oudermishandeling door haar broer Gert (17)

 “Als mama met Gert over uitgaan of over roken discussieert, eindigt dat altijd in felle ruzies. Mama schreeuwt dan tegen Gert. Hij neemt haar vast, schudt haar door elkaar. Als ze blijft schreeuwen, geeft hij haar enkele klappen. Het is alsof hij niet wil horen wat mama zegt. Ik vlucht meestal naar mijn kamer. Mama loopt rond met blauwe plekken op armen en benen, maar die kan ze bedekken met kleding. Gert slaat haar niet in het gezicht, alsof hij niet wil dat zijn gedrag naar buiten zou komen. Ik heb er nog nooit met mama of Gert over gepraat. Toen we nog naar de lagere school gingen, vond ik mijn oudere broer tof. Hij was een held voor me. Nu hij zo agressief is, probeer ik hem zoveel mogelijk te mijden. We leven in hetzelfde huis, maar ik voel me geen zus meer van hem.”

“Op school blijven ze positief praten over Gert. Toch doet hij het niet zo goed. Hij is al twee keer blijven zitten en dit jaar is hij naar een kunstschool overgeschakeld. ‘Hoe gaat het nog met je leuke broer’, vragen sommige leraren. Ze moesten eens weten. Ook in de nieuwe school zal hij wel populair zijn, toch is grafische vormgeving zijn ding niet. Hij doet ’s avonds nooit zijn boekentas open. Mama spreekt hem daarover aan, maar zoals zo vaak eindigt zo’n gesprek in ruzie. Ruzie met méér dan woorden.”

 “Met papa heeft Gert bijna nooit ruzie, maar pa is niet vaak thuis. Hij werkt tot ’s avonds laat. In de weekends is hij bijna altijd weg. Hij schuimt rommelmarkten af, op zoek naar oude speelgoedautootjes. Die zet hij in grote vitrinekasten. Vroeger ging Gert altijd mee naar de rommelmarkten, maar daar is hij al enkele jaren mee gestopt. Papa denkt dat Gert een kind is gebleven. Ze hebben geen goede band.”

“Papa vindt dat mama niet streng genoeg is voor Gert. Van papa zou Gert niet in huis mogen roken, zou Gert wél op een bepaald uur thuis moeten zijn van een fuif. Maar mama geeft altijd toe. ‘Hij is zo’n gevoelige jongen’, zegt ze dan. Ik ben er zeker van dat Gert ook met drugs bezig is: joints, speed of cocaïne. Maar zelfs al doet hij het onder haar neus, dan nog gelooft ze het niet. Mama is een beetje blind voor het gedrag van Gert.”

“Een paar maanden geleden kregen ook Gert en papa ruzie. Gert heeft toen één van de vitrinekasten van papa in elkaar geslagen. Papa diende klacht in bij de politie. Straf, vind ik dat. Hij weet dat zijn zoon zijn vrouw slaat, maar hij doet niks. Nu zijn kast kapot is, reageert hij wel. De politie is geweest. Ik denk dat mama ook over de keren dat ze slaag kreeg heeft verteld, want enkele weken later is hier een psychologe van de politie geweest. Die heeft met elk van ons apart gepraat. Ik heb bijna niks verteld, gezegd dat ik veel ruzie hoor tussen Gert en mama, maar nooit iets gezien heb. Dat is natuurlijk niet waar.”

“Mama gaat nu naar een psychiater en Gert krijgt gedragstherapie. Dat weet ik van mijn tante, de zus van mijn papa. Zij komt meer dan vroeger eens langs om te vragen hoe het met ons gaat. Als papa of mama er zijn, praat ik niet met haar, maar toen ik eens alleen thuis was, heb ik wel wat verteld. Volgens mijn tante komt het allemaal nog wel goed.”

Uit Knack, 27 februari 2008, Knack, 5 maart 2008, Knack, 12 maart 2008, Knack, 19 maart 2008, www.klasse.be en http://www.citychurch-rotterdam.nl/Getuigenis/Getuigenis.htm

7. Leefregels voor onze maatschappij

Van netheid tot zinloos geweld. Regels voor de samenleving

Waar gaat het naartoe met onze medemensen? Ze groeten elkaar niet meer op straat, ze dringen voor aan de kassa, ze gaan op de vuist voor een verstrooidheid in het verkeer… Weten de mensen niet meer hoe ze zich goed moeten gedragen? Of wordt dat beeld ons door de pers opgedrongen en wordt het debat misbruikt door de politici?

Eind jaren negentig dook in een aantal Nederlandse steden ineens een nieuw woord op: stadsetiquette. Plaatselijke politici riepen de burgers op om mee na te denken over leefregels voor meer hoffelijkheid en netheid in de stad. Iedereen was het erover eens dat het met die regels de verkeerde kant opging: vooral in de grote steden leken mensen almaar minder beleefd en vriendelijk. Men groet elkaar niet meer bij het voorbijgaan, jongeren staan hun plaats op de tram of de bus niet meer af aan oudere mensen of zwangere vrouwen, steeds meer mensen gooien lege blikjes en andere rommel op straat enzovoort.

Ondertussen heeft dat debat steeds grotere proporties aangenomen. De laatste jaren hebben zowel Nederlandse als Vlaamse politici – en niet te vergeten: de media – het schijnbaar voortdurend over normen en waarden. We hebben, zo luidt het dan, opnieuw meer normen en waarden nodig. En het is weer vooral in de grotere steden dat die  noodzaak het sterkst wordt aangevoeld. Het gaat dan trouwens bijlange niet meer alleen over beleefdheid en netheid.
We waren met z’n allen de voorbije karen al enkele keren zwaar geschokt door wat men zinloos geweld noemt: geweld dat ieder van ons op elk ogenblik zou kunnen treffen; puur toevallig, zonder dat er enige bedoeling of zin achter zit, vandaar de term zinloos. Denk maar aan de mp3-moord op Joe Van Holsbeeck in het Brusselse Centraal Station. De kans dat ons zoiets ooit overkomt, is oneindig klein. Maar omdat de gevolgen zo vreselijk groot zijn, is het normaal dat we na zulke gebeurtenissen banger worden. Ook het minder levensbedreigende geweld, de zogenaamde kleinere criminaliteit (handtassendiefstal of steaming) heeft een erg onaangename invloed op de sfeer in een wijk of een buurt. Sommige probleemjongeren zorgen voor overlast. Ook dat lijkt almaar erger te worden. Als we dat allemaal bij elkaar optellen, is het misschien helemaal niet zo verwonderlijk dat sommige mensen verlangen naar normen en waarden. Maar wat zijn dat nu precies?

Waarden zijn een soort idealen, abstracte doelstellingen waaraan we veel belang hechten: vrede, gelijkheid, vrijheid, beleefdheid, respect, veiligheid, netheid, enzovoort. Normen zijn de concrete gedragsregels die van die waarden zijn afgeleid. Omdat we bijvoorbeeld respect voor het leven belangrijk vinden (waarde) mogen we een andere mens niet doden (norm). Omdat we vrijheid belangrijk vinden, mogen we iemand niet opsluiten of tot onze slaaf maken. Omdat we beleefdheid belangrijk vinden, vinden we het ongepast om aan tafel een boer te laten. Omdat we veiligheid belangrijk vinden, mag niemand geweld gebruiken tegen een andere persoon. Omdat we respect voor ieders bezittingen belangrijk vinden, mag niemand stelen. Dat zijn negatief geformuleerde normen, regels die bepalen wat niet mag.

Er bestaan uiteraard ook positieve normen, die zeggen wat we in bepaalde omstandigheden net wel zouden moeten doen. Dank u zeggen tegen de kassierster die ons helpt in de supermarkt, mensen die we voor het eerst ontmoeten een hand geven, onze plaats in tram of bus afstaan aan oudere mensen…

Van de normen die niemand ooit zou mogen overtreden, hebben we wetten gemaakt. Iemand bestelen of vermoorden of opsluiten is strafbaar. Maar dat geldt natuurlijk niet voor alle normen: een boer laten aan tafel is niet strafbaar – het is niet erg beleefd, maar er staat geen boete of gevangenisstraf op. Hetzelfde geldt voor je plaats aftaan op de tram. Als je dat niet doet, word je niet gestraft, maar als je je echt wilt schikken naar de gangbare normen in onze samenleving, wordt het wel van kwieke jongeren verwacht dat ze hun plaats afstaan aan mensen die minder goed te been zijn.

In alle belangrijke religies zijn die normen trouwen vertaald in bepaalde geboden en verboden. Niet stelen, niet doden, vriendelijk zijn voor andere mensen: al die leefregels vinden we bijvoorbeeld zowel terug in de Koran als in de Bijbel. Een van de functies van religies is immers om het sociale verkeer tussen mensen, het samenleven, mee in goede banen te leiden. Het is dan ook niet vreemd dat de roep om meer normen en waarden soms gepaard gaat met de roep om godsdienst opnieuw belangrijker te maken in onze samenleving. (…)

Eén ding is duidelijk: het debat over normen en waarden is soms heel delicaat en kan gemakkelijk politiek misbruikt worden. Denk maar aan het feit dat de criminele jongeren in onze steden nogal vaak van allochtone afkomst zijn. Volgens de meer rechtse politici is dat vooral het gevolg van het feit dat zij in hun opvoeding onvoldoende normen en waarden hebben meegekregen. Volgens de meer linkse politici is dat vooral het gevolg van het feit dat ze in sociaaleconomisch opzicht deel uitmaken van de zwakste groep in onze samenleving – dat is immers de groep die altijd en overal voor de meeste overlast en criminaliteit zorgt. Was het vroeger allemaal zoveel beter? Het was vroeger zeker eenvoudiger, dat staat vast. Net zoals in alle andere landen worden ook bij ons de steden groter en diverser en anoniemer. Veel complexer, kortom. En dat zal er de komende eeuw niet op verbeteren. In sommige culturen is géén boer laten aan tafel heel ónbeleefd.

Joël De Ceulaer, in Blikopener, jaargang 8/7

De tien geboden

[6] ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
[7] Vereer naast mij geen andere goden.
[8] Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. [9] Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; [10] maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
[11] Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
[12] Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. [13] Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, [14] maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. [15] Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft hij u opgedragen de sabbat te houden.
[16] Toon eerbied voor uw vader en uw moeder, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden. Dan wordt u gezegend met een lang leven en met voorspoed in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
[17] Pleeg geen moord.
[18] Pleeg geen overspel.
[19] Steel niet.
[20] Leg over een ander geen vals getuigenis af.
[21] Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’

(Dt 5, 6-21)

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

8. Film en televisie

Verschillende films en televisieprogramma’s behandelen de thematiek van jeugddelinquentie op al dan niet expliciete manier. Hieronder wordt een, weliswaar niet exhaustief, overzicht gegeven van enkele bekende audiovisuele uitwerkingen van het thema jeugdcriminaliteit.

Cidade de Deus

“Cidade de Deus is een ironische titel voor de film die het leven van de Braziliaanse mensen uit de arme sloppenwijken van Rio de Janeiro schetst. Cidade de Deus is een somber dorpje zonder licht, muziek of reclame waar de wetten bepaald worden door de lokale gangsters en criminelen. Deze plaats is aan de ene kant een vorm van opvang voor hopeloze mensen en aan de andere kant een echte hel. Armoede is het thema waarrond het dagelijkse leven van de mensen draait. Hebzucht, druggebruik en geweld overheerst het straatbeeld. Wat het ergste is aan deze door God vergeten mensen, is dat de criminelen kinderen zijn van zeer jonge leeftijd. Tijdens de strijd tussen de bendes richten de kinderen zonder terugdeinzen de wapens op elkaar. (…)

Het geweld in de film is choquerend en brutaal, zelf terwijl er geen bloed getoond wordt. Choquerend omdat de criminelen en slachtoffers kinderen zijn, en brutaal omdat het geweld tot in het kleinste detail getoond wordt. Soms is dit moeilijk te verdragen. De kinderen moorden of worden vermoord met dezelfde hardvochtigheid als de volwassenen. De dood respecteert geen leeftijd. De scenarist heeft het verhaal met een paar licht humoristische scènes verrijkt, hetgeen nodig was om de film draaglijker te maken. De film wil beklemtonen dat in een gemeenschap waar geweld beantwoord wordt met geweld, de criminelen het voor het zeggen hebben. De plaats van een gedode gangster word onmiddellijk ingenomen door een andere. Maar wat de film Cidade de Deus betreft, die zal nog lang in jullie geheugen blijven.” (Jarka Wernerova)

http://www.filmsalon.be/cityofgod.html

Bowling for Columbine

Aan de hand van het Columbine-Highschool-drama, waarbij twee scholieren het vuur openden op hun schoolgenoten en vervolgens zichzelf doodschoten, presenteert Michael Moore zijn ironische kijk op het gebruik van geweld en wapens in Amerika, waar banken een geweer kado geven bij het openen van een rekening. Hij bezoekt de wapenfabriek waar ouders van de kinderen uit Columbine werken en interviewt shockrocker Marilyn Manson en NRA-voorzitter Charlton Heston. Hij gaat op de koffie bij de broer van Terry Nichols, die samen met Timothy McVeigh terechtstond voor het opblazen van het overheidsgebouw in Oklahoma, onderzoekt het educatieve belang van bowlen en probeert het verschil in vuurwapenslachtoffers te verklaren tussen Canada en de Verenigde Staten. "Bowling for Columbine" maakt voor Amerikanen het proces op van een cultuur die gebaseerd is op angst, die zich tot aan de tanden gewapend heeft en volledig dol aan het draaien is.

http://www.bevrijdingsfilms.be/a-f/bowling_for_columbine.htm

La Haine

 La Haine situeert zich in een buitenwijk van Parijs, waar tijdens rellen tussen jongeren en politie een zwaar gewonde (Abdel) is gevallen. De film volgt gedurende 24 uur de reactie op die gebeurtenissen van een trio jongeren dat zich op een of andere manier wil wreken: Vincent, een jood, Hubert, een zwarte en Saïd, van Arabische afkomst. Ze willen 'iets' veranderen, eindelijk de samenleving laten voelen wie ze zijn. Als Vincent bij toeval een politiepistool in handen krijgt, dreigt hij ermee de eerste beste agent neer te leggen als Abdel het niet zou overleven. Als symbolen van multicultureel Frankrijk gidsen Vincent, Hubert en Saïd ons door het troosteloze leven van de randsteden. Niets is veilig voor hun verbale agressiviteit en ze reageren tegen zowat alles even driest. Maar toch spreekt uit hun houding ook solidariteit en relativeren ze hun eigen gedrag met een flinke portie humor. De haat die ze tegenover de samenleving en de sociale uitsluiting tot in hun botten voelen, blijft verbaal. Ook tijdens hun confrontatie met een rechtse skinhead, die ze in koelen bloede hadden kunnen ombrengen.
Regisseur Kassovitz trekt duidelijk partij voor de bijna naïef en ondoordacht rebellerende jeugd. Hij veroordeelt een gewelddadig optreden, maar een echte oplossing biedt hij niet. Toch laat hij ons aanvoelen dat communicatie de enige manier is om de haat naar de achtergrond te dringen. De grote verdienste van deze film is dat hij de malaise die de jongeren doormaken erg authentiek verfilmt en dit onderstreept met portretten van jongeren die hij noch als heiligen noch als duivels afschildert.
La haine is een verfilming van een tijdsbeeld, waarin de samenleving niet meer weet met welke middelen te vechten tegen wat men zo mooi als 'uitsluiting' omschrijft.

http://www.bevrijdingsfilms.be/g-l/la_haine.htm

Elephant

Adembenemende maar zeer beheerste reconstructie van het drama op Columbine Highschool in Colorado op 20 april 1999, waar twee tieners met automatische wapens twaalf medeleerlingen en een leraar afslachtten en daarna zelfmoord pleegden. Voordat de twee jonge schutters een bloedbad aanrichten, laat Van Sant een aantal leerlingen in lange sequenties eindeloos door de verlaten gangen van de school dolen. Op de geluidsband wisselen Beethoven, een kakafonie van schoolgeluiden en een onheilspellende stilte elkaar af. ELEPHANT ontplooit zich als een doodgewone schooldag, gevuld met schoolwerk, voetbal, roddel en ‘socializing’. Een doodgewone schooldag, maar dit lijkt alleen maar zo.

De schietpartij is climax en anticlimax tegelijk. Geen spektakel, geen bloedfonteinen. Van Sant laat de paniek zien, het ongeloof en de ontreddering. Hij geeft wel hints en aanwijzingen, maar die zijn op verschillende manieren te interpreteren.

Elephant heet de film, naar een boeddhistische parabel over blinde mannen, die allemaal tot verschillende conclusies komen als ze een olifant proberen te beschrijven. De blinde die aan de slurf heeft gevoeld, omschrijft de olifant als een slang. Degene die aan een poot voelt, denkt dat het een boom is. Een derde die aan zijn staart trekt, zegt dat het een touw is. Geen van allen is in staat het geheel te overzien. Ook Elephant biedt geen totaalbeeld van de tragische gebeurtenissen. De verwijzingen naar "Bowling for Columbine" van Michael Moore (eveneens een aanklacht tegen de vrije wapenverkoop) zijn niet veraf.

http://www.bevrijdingsfilms.be/a-f/elephant.htm

Battle Royale

Japan, de nabije toekomst.
Het land wordt geteisterd door een toename van jeugdcriminaliteit. Geweld op straat en op school neemt steeds extremere vormen aan. De overheid besluit een daad te stellen. Een klas van 42 scholieren wordt gedumpt op een afgelegen eiland voor de Battle Royale. De regels zijn simpel: iedere leerling krijgt een wapen en na drie dagen mag er slechts één het eiland levend verlaten.

Terwijl de tijd voortsnelt, nemen de kinderen onder het toeziend oog van hun leraar deel aan een bloedige strijd om te overleven...

www.bevrijdingsfilms.be

The Edukators
The Edukators is een origineel en brutaal vertelde film over drie jonge wereldverbeteraars. De twee jongens Jan en Peter maken naam als mysterieuze daders van geweldloze en creatieve acties. Onder de naam de ‘Edukators’‚ breken ze in villa’s en herschikken ze het meubilair, waarbij ze niks stelen maar de boodschappen ‘de vette jaren zijn voorbij’‚ of ‘u heeft te veel geld’‚ achterlaten. Peters vriendinnetje Jule maakt de zaken gecompliceerd door verliefd te worden op Jan. En Jan zet zijn vriendschap met Peter nog meer op het spel door met Jule een villa volgens de Edukators stijl onder handen te nemen. Waarbij ze op heterdaad betrapt worden door de eigenaar. Roekeloze keuzes resulteren uiteindelijk in een ongewilde kidnapping die de drie idealisten confronteren met de normen en waarden van hun machtige tegenstanders. Politiek activisme is ineens moeilijker dan gedacht.

www.bevrijdingsfilms.be

Les Amants Criminels

Er leefde eens in Frankrijk, in een kleine provinciestad, een mooi, jong meisje, met de naam Alice. Alice hield van spelletjes. Verleidingsspelletjes. Gewelddadige spelletjes. Op een dag beslist ze een moord te plegen. Haar keuze valt op een verleidelijke klasgenoot, Saïd. Omdat ze het alleen niet aankan, manipuleert Alice de naïeve Luc om het vuile werk op te knappen. Eens de misdaad voltrokken, vluchten de twee geliefden het bos in om er het lijk te begraven. Al snel verdwalen ze in het uitgestrekte woud. Ze krijgen het koud en hebben honger. En dan ontdekken ze een blokhut...

 

 

 


http://www.cinebel.be/nl/film/3665-Les-amants-criminels.htm


Sweet Sixteen

Liam is vastberaden om zijn moeder Jean te beletten dat zij opnieuw in haar vroegere leven terechtkomt: een leven gedomineerd door haar vriend Stan, een drugsdealer, en door zijn verdorven grootvader. De kans dat Jeans heroïneverslaving weer de kop opsteekt is groot. Liam’s vurigste wens is om zijn familie weer samen te brengen: zijn moeder Jean, zijn halfzus Chantelle en haar zoon Charlie. Om zijn moeder buiten de invloedssfeer van het milieu te houden besluit Liam een ‘chalet’ te kopen op het platteland. Doch het geld dat Liam samen met zijn beste maat Pinball heeft gespaard met de verkoop van sigaretten op de zwarte markt, is ruim niet vol-doende. Al gauw raken ze op hun beurt verzeild in drugsdealing.

Wat aanvankelijk als een vrij onschuldig spel van adolescenten begon, neemt snel gevaarlijke proporties aan. Liam vindt gemakkelijk zijn plaats in het milieu en wordt één van de leiders van het netwerk, wat hem echter hoe langer hoe meer isoleert van zijn vrienden. De dag waarop de droom van het nieuwe huis werkelijkheid schijnt te worden, is eindelijk in het zicht. Zullen Liam’s initiatieven uiteindelijk het doel dienen dat hij zich vooropgesteld had?

www.bevrijdingsfilms.be

Christiane F.

De 13-jarige Christiane ontmoet in de hippe discotheek Sound de verslaafde Detlef.. Ze worden verliefd op elkaar en Christiane gaat steeds vaker stiekem naar de Sound. Zonder dat haar ouders of haar school het weten, raakt Christiane verslaafd aan heroine. ‘s Ochtends gaat ze gewoon naar school. ‘s Middags tippelt ze net als andere jonge verslaafden op het metrostation Zoo en op straat om aan geld te komen voor haar verslaving.

 

 

 


http://www.a-film.be/dvd.php?id=00007431


Alpha Dog

Johnny Truelove is een jonge drugsdealer in de San Gabriel Valley (Los Angeles). Zijn bende  ontvoert de jongere broer van iemand die hen nog geld verschuldigd is, maar het plan mislukt. De vader van Johnny tracht om zijn zoon uit de gevangenis gehouden, maar in drie dagen tijd kan er veel gebeuren...

 

 

 

 


http://www.cinebel.be/nl/film/1001207-Alpha-Dog.htm


Trainspotting

'Do I really want to choose life ?'

Met die vraag stelt het hoofdpersonage Mark zichzelf en ons de vraag wat we van het leven willen : is het een doorsnee gezapig leventje of zoeken we grote kicks in het leven. Mark is een werkloze jongere en zijn zogenaamde vrienden (dieven, leugenaars, psychoís, junks en eeuwige verliezers) proberen met behulp van bier, drugs en uitgaan de jaren '90 door te komen. Door verschillende hilarische gebeurtenissen, op een onnavolgbare, vaak surrealistisch en doordrenkt met zwarte humor, besluit Mark te kiezen voor een nieuw leven dat hij los van zijn verleden wil gaan opbouwen in Londen. Toch wordt hij steeds opnieuw geconfronteerd met zijn trawanten, zijn nooit verdrongen verlangen naar de kick van de drug. Hij lijkt zichzelf voortdurend voor de aap te houden, zich wijs te maken dat hij een 'fatsoenlijk' leven wil lijden. Hoewel het zwalpende, vaak uitzichtloze leven van deze jongeren doordrongen is van cynische humor, zet de film ons telkens weer, door de dramatische aard van de harde werkelijkheid, op het verkeerde been. Voor we bekomen zijn van het lachen met deze vaak onwaarschijnlijke losbollen, worden we als kijker de mond gesnoerd door de tragische wendingen.
Trainspotting laat niemand onberoerd, juist omdat hij geen paternalistische visie geeft op drugs en jongeren en niet wegzinkt in een gemakkelijke miserabele visie op de jongerencultuur.

www.bevrijdingsfilms.be

Dangerous Minds

Criminele jongeren veranderen in gemotiveerde studenten. Dat is kort samengevat de rode draad van de film ‘Dangerous Minds’. Deze feelgoodmovie is gebaseerd op het boek ‘My possy don’t do homework’ van schrijfster Louanne Johnson. De verfilming was in de zomer van 1995, tegen de verwachtingen van vele critici in, een enorme hit in de Verenigde Staten.

Michelle Pfeiffer kruipt in de huid van lerares Louanne Johnson, ook wel Miss Johnson. Louanne wordt aangenomen als lerares op een ‘highschool’ in een Amerikaanse achterbuurt. De jongeren in haar klas zijn crimineel, asociaal en proberen het de nieuwe docente zo moeilijk mogelijk te maken. Louanne laat zich niet uit het veld slaan en doet er alles aan om respect te krijgen. Wanneer ze vertelt dat ze een tijd bij de marine heeft gezeten worden sommigen nieuwsgierig. Door middel van het leren van karate probeert ze de studenten te motiveren en te bereiken. Het duurt niet lang of ze boekt resultaat: de studenten mogen haar, leren, maken huiswerk en laten haar binnen in hun leven. Ze krijgt te maken met allerlei problemen zoals leerlingen met schulden, gewelddadige vrienden en drugsgebruik.

http://www.movie2movie.nl/r3777-Recensie-Dangerous-Minds.html

Kids

Toen 'Kids' in 1995 uitkwam ging er een schokgolf van verontwaardiging en afschuw door (volwassen) Amerika heen. Zijn dit onze kinderen die zulke erge dingen doen? Zijn onze kinderen zo amoreel en gedragen ze zich zo afschuwelijk? Het antwoord is ja, dit soort dingen doen kinderen, jonge tieners in dit geval en dit gebeurt heus niet alleen in New York, waar de film zich afspeelt, maar overal in de grote steden in Amerika. Nu zal gelukkig niet elk tiener zich herkennen in de personages in deze film, maar het blijft onbetwist dat Kids een scherp en verontrustend beeld weergeeft van de werkelijkheid.

 'Kids' laat een dag uit het leven zien van een groep tieners en deze tieners houden zich voornamelijk bezig met seks, drank, drugs en nog meer seks. Centraal staan twee personen: een jongen, Telly, die er een sport van maakt om zoveel mogelijk argeloze tienermeisjes te ontmaagden en Jenny, een meisje dat ook ontmaagd is door Telly en er achter gekomen is dat ze besmet is met het HIV-virus. Gedurende deze dag gaat zij op zoek naar Telly om hem en toekomstige slachtoffertjes te waarschuwen.

 'Kids' laat tieners zien die geen enkele moraal hebben, ze neuken, drinken, vechten en gebruiken drugs en dit gebeurt allemaal op zo'n grove, brutale manier dat deze veel schrik aanjaagt. Juist het feit dat het op zo'n eerlijke manier gebeurt is het meest verontrustende. Deze kinderen bevinden zich in een wereld met meer mogelijkheden en afleidingen dan welke generatie dan ook daarvoor. Ze experimenteren zonder enige vorm van onderwijs en beseffen al helemaal niet welke gevolgen hun daden kunnen hebben. Nu hebben kinderen dat sowieso al minder, maar er is een verschil tussen iemands bal afpakken en iemand bijna vermoorden of totaal respectloos met elkaar omgaan op het gebied van seks. 

 'Kids' is niet een film die een goed gevoel oproept, maar dat is ook niet de bedoeling: deze film is beter en eerlijker dan welke voorlichtingscampagne dan ook en zal je dan ook goed doen schrikken. De documentaire-achtige manier van filmen, het amorele gedrag van de tieners en een verontrustende weerspiegeling van de realiteit maken van 'Kids' een indrukwekkende film die nog lang nagalmt.

http://www.movie2movie.nl/r4590-Recensie-Kids.html

Thirteen

Thirteen vertelt het verhaal van Tracy. Ze begint de film als een veelbelovende studente die nog met knuffels en Barbie-poppen speelt. Wanneer ze voet zet in de middelbare school, waar de seksuele spanning te snijden is, raakt ze onder de indruk van zelfzekere en hippe Evie Zamora, die bekend staat als 'de coolste meid van de school'. Evie is enorm populair, superknap en snobistisch. Ze is alles wat Tracy plotseling wil en moet zijn. Eerst is er geen hoop dat Tracy ooit zou aanvaard worden in Evie's selecte clubje. Ze heeft niet de juiste houding, niet de juiste vrienden en zeker niet de juiste look. Maar Tracy verandert stap voor stap in de ideale tiener. Ze leert alles over make-up, kleding, kapsels, hoe haar te gedragen... Zo ontcijfert ze de code van populariteit, wint ze Evie als haar levenslustige beste vriendin en begint ze zelfs de aandacht van jongens te trekken. Maar Tracy's wens om vroegtijdig volwassen te worden, heeft ook zijn gevolgen. De goede band die ze heeft met haar hardwerkende moeder gaat verloren, ze begint te spijbelen en ondanks haar diepgaande haatgevoelens voor de ex-junkie waarmee haar moeder momenteel omgaat, begint ze zelf drugs te gebruiken. Een aangrijpend verhaal over een meisje, gevangen in een wervelwind van gevoelens. En ze is nog steeds slechts 13 jaar...

http://www.cinebel.be/nl/film/10990-Thirteen.htm

Knallhart

Samen met zijn moeder verhuist de vijftienjarige Michael Polischka naar de volksbuurt Neukölnn, die eerder een criminele wijk blijkt te zijn. De harde mentaliteit die er heerst, verschilt sterk van die van de chique buitenwijk waar hij voorheen woonde. Agressie en afpersing door een gewelddadige bende maken naar school gaan een hel voor hem. Zijn thuissituatie is al niet veel beter aangezien hij moet leren omgaan met de nieuwe liefjes van zijn moeder die wanhopig op zoek is naar een nieuwe man. Zijn leven neemt echter een nieuwe wending wanneer de crimineel Hamal hem onder zijn hoede neemt. Michael's onschuldige voorkomen maakt van hem de geknipte persoon om drugs te leveren aan de plaatselijke dealers. De tiener gaat zeer bekwaam om met de druk die deze opdrachten met zich meebrengen. Michael bewijst dat hij taai genoeg is maar uiteindelijk beseft hij dat hij zich in een uiterst gevaarlijke positie bevindt.

 

 

 

www.bevrijdingsfilms.be

Freedom Writers


Pas afgestudeerd en vol idealisme zet lerares Erin Gruwell (Hilary Swank) haar eerste stapjes in de gangen van de middelbare school Wilson High School. Haar klas is echter haar tegenovergestelde : teenagers met verschillende nationaliteiten waaronder Afrikaanse Amerikanen, Latino's, Aziaten en komende uit verschillende levenshoeken waaronder jeugddelinquenten, bendeleden en onbevoorrechte studenten uit arme wijken, hopen allemaal enkel het eind van de dag te halen, want het enige wat hen bindt is de dragende haat tegenover elkaar. Ze voelen zich onbegrepen en zien het nut van het onderwijssysteem ook niet in.
Ondanks de koppigheid van de leerlingen die steeds weigeren deel te nemen aan de les, probeert Erin hen via verschillende wegen te bereiken. Totdat een ongelukkige voorval de gettosfeer in de klaslokalen brengt. Een latinobendelid en tevens ook een leerlinge van Erin was getuigen van een schietpartij, waarbij de moordenaar bewust uit rashaat handelde. Erin grijpt haar kans en valt al vlug in de rol van luisterend oor. Ze probeert een dialoog te openen over rassenhaat en de gevolgen. Ze slaagt erin haar leerlingen te overtuigen om een dagboek bij te houden, want zo heeft iedere leerling zijn of haar eigen verhaal te vertellen... Langzaam maar zeer leren de leerlingen meer van én over elkaar en lijkt het leven meer te bieden dan alleen maar het halen van die 18de verjaardag. Freedom Writers is gebaseerd op een inspirerend waargebeurd verhaal over moed, hoop en de overwinning van onverdraagzaamheid.

http://www.cinenews.be/Movies.Detail.cfm?MoviesID=4703&lang=nl

Schizo

Kazakstan in het begin van de jaren negentig. Clandestiene gevechten om een oude Mercedes. Een jongen met de bijnaam “Schizo” en een drankverslaafde ex-bokser wagen hun kans. In een uithoek van de wereld waar het gemakkelijker is je te laten doden dan te overleven.

Schizo leeft in de steppe. Het is een dromerige tiener met een onzekere toekomst. Via de vriend van zijn moeder komt hij in de plaatselijke maffiakringen terecht, waar hij boksers moet ronselen voor illegale gevechten. Zijn leven komt in een stroomversnelling wanneer een van de dodelijk gekwetste boksers hem vraagt het prijzengeld dat hij voor de kamp kreeg, aan zijn vrouw en aan zijn zoontje te bezorgen. Schizo komt zijn belofte na, maar wordt verliefd op de jonge weduwe. Vanaf dat ogenblik maakt hij er een erezaak van om in de behoeften van zijn nieuwe gezin te voorzien en wraak te nemen op de maatschappij.

www.bevrijdingsfilms.be

The Basketball Diaries

Jim, Herbie, Pedro, Neutron en Bobby zijn de 'stoute jongens' uit de klas van Father McNulty. Keurige schooluniformen zijn niet aan hem besteed. Bij één of andere uit de hand gelopen grap wordt altijd wel één van hen met de vinger gewezen. Hun ondeugende jongensstreken leiden echter van kwaad naar erger. Ze snuiven vloeibaar poetsmiddel, giechelen boven vuile prentjes, plegen kruimeldiefstalletjes en gebruiken een totaal gebrek aan respect als schild tegen hun angsten. In Jim's dagboek krijgen de aantekeningen een nieuwe, dwingende ondertoon, als een stem uit een deel van hem dat wijzer is dan zijn jaren. Maar de straten van New York, de amper verholen verleidingen van drugs en sex, leraars met nauwelijks verholpen neigingen tot pedofilie, maken het de jongens moeilijk zuiver te zijn. Jims moeder doet haar best hem onder controle te houden maar kan haar zoon niet helpen enige voeling te houden met een wereld die zijn centrum van zwaartekracht lijkt verloren te hebben.

 

 

http://www.cinebel.be/nl/film/787-The-basketball-diaries.htm

Bullet Boy

Britse film over criminaliteit en jongeren. Hoofdpersonage Ricky komt net terug uit de gevangenis en probeert een nieuw leven te beginnen. Maar hij vervalt terug in zijn oude gewoontes en betrekt ongewild ook zijn jongere broer in de gebeurtenissen.

 

 

 

 


http://www.dvd.nl/reviews.php?reviewid=2502

Boyz in the Hood

We zien enkele jongeren opgroeien in één van de armste wijken van L.A. Hoofdpersonage Trey slaagt erin om ondanks de moeilijke omstandigheden het hoofd boven water te houden. Maar dit gebeurt niet zonder slag of stoot, hij wordt geconfronteerd met de harde realiteit wanneer zijn vrienden ten onder gaan aan de loodzware omstandigheden.

 

 

 


http://www.hetkanwel.net/2005/05/30/top-5-inspirerende-films-5/

Het rechte pad

In Het rechte pad maken we kennis met zes jongeren van 18 (vier jongens en twee meisjes), die als minderjarige iets ernstigs mispeuterd hebben en daarom een groot deel van hun jeugd in instellingen doorbrachten. We volgen hen tien afleveringen op hun bezinningstocht te paard over de Andes, samen met vier begeleiders.

De verhalen van de jongeren, hun twijfels, hun eventuele spijt en berouw, hun bereidwilligheid en tegelijk angst of moeilijkheid om te veranderen zijn de basisthema's van de reeks. Daarnaast zijn er de onvermijdelijke emotionele en fysieke conflicten tussen de jongeren onderling en met hun begeleiders. De reis zelf vormt de chronologische rode draad van de reeks.

De jongeren werden geselecteerd kort na het verlaten van een instelling, bij de start van hun leven als ex-gedetineerde (al is het dan "maar" in een jeugdinstelling) in de maatschappij. Je zou de tocht over de Andes dan ook kunnen beschouwen als een eerste stap op Het rechte pad, wég van een mogelijke herval en dus wég van het pad dat naar de échte gevangenis leidt.

De precieze omstandigheden, feiten en details van een delict hoeven niet vermeld te worden. Waar het om gaat, is dat de aard, de ernst, de frequentie van een vergrijp aangegeven worden, al is het maar om voor de kijker een beter begrip of inzicht mogelijk te maken in het schuldgevoel, in de bereidheid tot en in de moeilijkheid van een reïntegratie.

Wie de tocht tot een goed einde brengt, wordt bij thuiskomst geholpen om via een job of een opleiding zo snel mogelijk verdere stappen op het (echte) rechte pad te zetten. Als de jongeren alle zes de tocht tot een goed einde brengen, kost de hele onderneming hen niets. Want dan wordt de voorgeschoten basisinvestering in de reis niet teruggevraagd.

Door het specifieke karakter van de deelnemers en door de fysieke omstandigheden van de tocht in het hooggebergte is Het rechte pad onvermijdelijk een soms harde, confronterende reeks. Maar door jonge delinquenten voor het eerst zelf uitgebreid aan het woord te laten - in dialoog met elkaar en met hun begeleiders - wil de reeks meer inzicht helpen krijgen in hun motieven en hun leefwereld. En misschien zelfs meer begrip voor hun achtergrond, maar daarom nog niet voor hun daden.

http://www.een.be/televisie1_master/programmas/e_rpad_programma/index.shtml

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

9. Literatuur

Black (Dirk Bracke)

Korte inhoud

Sinds ze met The Black Bronx optrekt, heeft Mavela een veel opwindender leven. Gedaan met school en braaf studeren. Bij de jeugdbende van X vindt ze een nieuw thuis. Ze staat er niet echt bij stil dat haar nieuwe vrienden een slechte reputatie hebben. Voor ze het goed en wel beseft, doet Mavela mee met hun 'spelletjes': vandalenstreken, diefstallen, vechtpartijen.... Elke dag opnieuw terroriseren ze samen de stad. 

Dirk Bracke over Black

Straatbendes in Brussel? Eigenlijk wist ik niet goed wat ik me daarbij moest voorstellen. Waren het gewoon grotere groepen hangjongeren zoals je die 's avonds ook wel in een dorp kunt aantreffen? Verveelde jongeren die voor wat overlast zorgen? Waren het jongeren die spijbelen, door de straten surfen of in een café zitten, maar 's avonds thuis naar tv kijken? Ik hoorde en las eens wat en in de loop van 2004 dacht ik dat die straatbendes misschien wel een boeiend thema voor een boek konden zijn. Alleen… hoe en waar kon ik meer te weten komen? Het leek me niet onlogisch dat er sommigen soms in gesloten instellingen zouden aanspoelen.

Sinds 'Het engelenhuis' heb ik nog steeds goede contacten met de mensen die in 'De Zande' werken. Tijdens de 'kick op sport'dagen in Ruiselede (2004) had ik hen dan ook gevraagd om me een seintje te geven als er jongeren uit straatbendes met me wilden praten. Later heb ik in Ruiselede (gesloten instelling voor jongens) met enkele jongeren gesproken. Wat ze me vertelden was best interessant om mijn kennis over drugs te updaten, maar ik had niet de indruk dat die jongens echt wel tot de straatbendes behoorden die ik in gedachten had. Ik denk eerder dat ze wilden praten om aandacht te krijgen of om de verveling te doorbreken.

Maar in januari 2005 kreeg ik van Martine De Visscher een e-mailbericht dat in Beernem (gesloten instelling voor meisjes) een meisje met me wilde praten. En dat het dringend was omdat ze een week later de instelling mocht verlaten. Enkele dagen later ontmoette ik een zwart meisje van zestien dat bij The Black Demolition behoorde. Ik denk soms dat niks me nog kan verbazen, maar tijdens de twee uur dat we bij elkaar zaten, heb ik dikwijls gedacht: dat meisje fantaseert, om de een of andere reden verzint ze allerlei dingen. Die middag ging ik met enkele mensen van 'De Zande' eten en ik vroeg: 'Zou het écht geen fantasie zijn wat ze me heeft verteld?'. Iemand antwoordde: 'Het staat toch in haar dossier.'
Als ik in Beernem met meisjes praat, hoef ik enkel hun voornaam te kennen. Geen familienaam, geen telefoonnummer, geen adres… Maar dit keer had ik achteraf spijt dat ik het nummer van haar mobieltje niet had gevraagd. Als ik meer over de straatbendes zou weten, dan had ik wellicht nieuwe vragen en zou het best interessant zijn om nog eens met haar te praten. Maar toen ik meer over The Black Demolition wist, voelde ik me opgelucht dat ik geen contact meer had gezocht met dat meisje en haar omgeving. De leden van The Black Demolition waren niet bepaald engeltjes. Groepsverkrachtingen, drugs, overvallen, vechtpartijen met messen, machetes… Toen enkele bendeleden werden veroordeeld, moest de politie tussenbeide komen omdat ze de rechter een pak slaag wilden geven.
Niet meteen jongeren om een gezellig praatje mee te maken.

http://users.telenet.be/dirkbracke/black1.html

Back (Dirk Bracke)

Korte inhoud

Na die ene vreselijke nacht keert Mavela met opgeheven hoofd terug naar de bendeleden van The Black Bronx. Of lijkt dat alleen maar zo? Meisjes gaan nu eenmaal niet om met jongens die tot een andere bende behoren... Verboden liefdes worden keihard afgestraft, dat heeft Mavela nu heel goed begrepen… The Black Bronx is én blijft haar ‘thuis’. Maar het gaat van kwaad naar erger. Een bendeoorlog met de rivaliserende The Black Panters lijkt onafwendbaar. Het geweld, de diefstallen en vergeldingen worden grimmiger. De politie zit hen op de hielen. Mavela beseft steeds meer dat ze in de straatbende van X niet op haar plaats zit. En ze blijft Marwan missen… Maar hun liefde is een afgesloten hoofdstuk: ondenkbaar en gevaarlijk! Dirk Bracke blijft na Black nog even rondhangen in de onveilige steegjes en donkere achterbuurten van Brussel. Hij baseerde dit Romeo en Julia-verhaal in de harde, duistere wereld van de jeugdbendes op heel wat research en gesprekken.

Dirk Bracke over Back

 Toen ik ‘Black’ had geschreven was er geen haar op mijn hoofd dat aan een vervolg dacht. ‘Black’ had een slot dat men niet vlug zou vergeten en dat was ook mijn bedoeling.
Ik kreeg echter ongelooflijk veel e-mails van lezers die me vroegen wat er verder met Marwan en Mavela gebeurt. ‘Black’ heeft een open einde en ik begreep dat zij op hun honger bleven zitten. Hoewel, dat zou nog geen reden zijn om een vervolg te schrijven.
Maar de bendes fascineerden me en een tweede deel zou een gelegenheid zijn om terug naar Brussel te gaan en dieper in het leven van de bendes te spitten.
Ik had nog heel wat ongebruikte notities van mijn gesprekken met Mavela (ik kon niet alles wat ze me vertelde in ‘Black’ gebruiken) en ik zocht Frédéric en Koen terug op. Ze vertelden meer actuele gebeurtenissen en via Frédéric kwam ik bij een bijzondere cel van de Brusselse politie terecht. Maurice, Joël en Patrick houden zich enkel met de zwarte stadsbendes bezig.
Maurice is afkomstig uit Congo. Hij kent heel wat jongeren en hun familie. Toch beschouwen velen hem als een verrader (een zwarte die andere zwarten arresteert). ‘Ik word bijna elke dag bedreigd”, zei Maurice.

Frédéric had me al over de Couloir de la Mort gesproken. Een straat die ideaal is om te dealen, een territorium waarvoor men vecht. Joël raadde me aan om de straat op een nacht te bezoeken. Ik ben in die straat geweest, maar het leek me toch beter om dat op een namiddag te doen.
We hebben heel wat uren gepraat en weer was ik verbaasd over het geweld dat de bendes gebruiken (de oorlogen met messen, baseballknuppels, schroevendraaiers…, iemands knieschijven doorboren met een boormachine…).
Omdat ik bijna nooit iets in de media over de bendes verneem, begonnen mijn gesprekken meestal met dezelfde vraag: bestaan de bendes nog steeds? En altijd kreeg ik hetzelfde antwoord: ze bestaan zeker nog, er komen trouwens steeds nieuwe bendes bij en de oorlogen die ze voeren worden agressiever.
In het bureau zag ik de foto’s van de jongeren die gezocht werden, zag ik de stapels dossiers, de dozen met de resultaten van huiszoekingen… Op een keer moest ik meteen vertrekken toen Maurice en Joël een telefoontje kregen. Een informant was in paniek omdat hij door een bende werd achtervolgd.

Ook in ‘Back’ wilde ik vooral over de bendes schrijven. Maar hoe kon ik Marwan en Mavela op een geloofwaardige manier naar hun bende laten terugkeren? Zowel Frédéric, Koen en de mensen van de politie heb ik hun mening gevraagd. Een eerste vereiste is natuurlijk dat de twee niet zouden klikken bij de politie. Voor Mavela was wraak een aanvaardbaar motief om terug te keren. Marwan hoopt terug respect van de 1080ers te krijgen door met een auto in het metrostation te rijden. Ver gezocht? Even googlen met ‘auto metrostation Zwarte Vijvers’ en kijk naar de foto’s.

Het was niet eenvoudig om een realistisch slot te bedenken. Alles moest in orde zijn. De samenwerking met de politie (ook bv het zich verbergen op de achterbank van de politieauto) moest kloppen. Maar ook gerechterlijk moest alles in orde zijn. Beschermde getuige, contacten jeugdrechter/procureur, de plaatsing van Marwan bij Mavela’s ouders… Maar voor al deze zaken kreeg ik de hulp van Frédéric.

Toevallig zat ik op een dag in de trein met twee zwarte jongeren die in Sint-Niklaas naar school gingen. Toen de trein bijna in Brussel was, vroeg ik waarom ze zestig kilometer van Brussel op internaat zaten. Hun antwoord was dat hun ouders wilden vermijden dat ze met de bendes in contact zouden komen.

Al de mensen die ik vernoemd heb lazen het manuscript na. Toen ik met Frédéric het verhaal had doorgenomen stelde hij voor om eens naar het Justititiepaleis te gaan. Daar vond op dat moment een assisenzaak plaats waarbij enkele leden van The Black Wolves terechtstonden wegens moord op iemand van The Black Style. Een van The Black Wolves was een ex-kindsoldaat. Toen we later het Justitiepaleis verlieten zei Frédéric: het is precies hetzelfde zoals in jouw manuscript.
En toen Frédéric vorig jaar een gastcollege gaf aan de Universiteit Leuven raadde hij de studenten aan om Black/Back te lezen. Een teken dat hij de boeken echt wel heel realistisch vindt.

http://users.telenet.be/dirkbracke/back.html

Ik haal je op, ik neem je mee (Niccoló Ammanati)

"Italiaanse roman over een jongetje dat ongewild jeugddelinquent wordt." 
 
Ik haal je op, ik neem je meeIn het kleine Ischiano Scalo, een weggestopt dorpje aan de Italiaanse Rivièra, valt niet veel te beleven. Toch komt op een mooie dag de 40 jarige Graziano Biglia terug naar zijn dorp met het plan om van zijn moeders fourniteurenwinkel een jeanswinkel te maken.
Na een leven van drugs, seks & rock-'n-roll heeft hij besloten om zich terug te trekken in de rust van het minder gehaaste platteland. Met aan zijn zijde de vrouw op wie hij holderdebolder verliefd is geraakt.

In datzelfde dorp woont de 12-jarige zoon van een herder, Pietro, die het liefst biologie wil gaan studeren. Maar het leven zit hem op die jeugdige leeftijd niet mee. Rotjongens van school maken hem het leven zuur, net als het hem thuis met een alcoholische vader en een ziekelijke moeder ook niet altijd meezit.

'Ik haal je op, ik neem je mee' is een meeslepend verhaal over een 12 jarig jongetje dat nog alles moet leren en over een playboy die denkt alles al geleerd te hebben. De karakters worden in een eigenzinnige stijl uitgewerkt. Met zowel de rake dialogen, gedachtengangen, commentaar van de schrijver en de gebeurtenissen rond Pietro en Graziano hecht je je al snel aan deze twee uiteenlopende hoofdpersonages.

hotel-boekenlust.nl- Ik haal je op, ik neem je mee

Een fragment

Niemand zegt iets.
Het groepje is uiteengeweken om hem door te laten naar het prikbord met de lijsten. Tussen twee vleugels van klasgenoten dragen zijn benen hem naar voren. Hij loopt naar het prikbord en blijft staan op een paar centimeter afstand ervan, terwijl er van achteren tegen hem aan wordt geduiwd.
Lees.
Hij zoekt zijn groep.
B! Waar is B? Groep B? 1 B, 2 B. Daar!
Het is de laatste rechts.
Abate. Altieri. Bart…
Hij laat zijn blik snel van boven naar beneden over de lijst glijden.
Een naam is rood geschreven.
Er is er één blijven zitten.
Ongeveer halverwege de kolom. Iets met een M, N, O, P.
Pierini is blijven zitten.
Moroni.
Hij knijpt zijn ogen dicht en als hij ze weer opendoet is alles om hem heen wazig en draaierig.
Hij leest de naam opnieuw.
MORONI PIETRO   NIET BEVORDERD
Hij leest nog een keer.
MORONI PIETRO   NIET BEVORDERD
Kun je soms niet lezen?
Hij leest nog een keer.
M-O-R-O-N-I. Moroni. Mor… M…
Er dreunt een stem door zijn hoofd. Hoe heet jij?
(Hè, wat?)
Hoe heet jij?
(Wie? Ik…? Ik heet… Pietro. Moroni. Pietro Moroni. Moroni Pietro.)
En daar staat Moroni Pietro. En vlak ernaast, in rood, in drukletters, in koeienletters: NIET BEVORDERD.
Dus het voorgevoel was terecht.
En toch had hij gehoopt dat het gewoon dat rotgevoel was dat hij altijd heeft als hij een toets moet doen en hij voor negenennegentig procent zeker weet dat het heel slecht is gegaan. Een gevoel dat altijd wel wordt teruggefloten, omdat hij weet dat dat microscopische ene procentje veel meer waard is dan de rest.
De anderen! Kijk naar de anderen.
PIERINI FEDERICO  BEVORDERD
BACCI ANDREA   BEVORDERD
RONCA STEFANO   BEVORDERD
Hij zoekt op alle andere papieren naar rood, maar alles is blauw.
Ik kan niet de enige van de hele school zijn die is blijven zitten. Juffrouw Palmieri had gezegd dat ik zou overgaan. Dat het wel goed zou komen. Dat had ze me bel—
(Nee.)
 Daar moet hij nu niet aan denken.
 Nu moet hij alleen maar weggaan.
 Waarom hebben ze Pierini, Ronca en Bacci wel over laten gaan en mij niet?
 Daar is hij.
 De brok.
 Een flits door zijn hoofd zegt hem: Beste Pietro, je kunt je nu maar beter snel uit de voeten maken, je staat op het punt te gaan huilen. En dat wil je toch niet waar iedereen bij is?
 ‘Pietro! Pietro! En?!’
 Hij draait zich om.
 Gloria.
 ‘Ben ik over?’
 Het gezicht van zijn vriendin duikt op vanachter het drommende groepje.
 Pietro zoekt Celani.
 Blauw.
 Net als alle anderen.
 Hij zou het haar graag willen zeggen, maar het lukt hem niet. Hij heeft een gekke smaak in zijn mond. Koper. Zuur. Hij haalt diep adem en slikt.
 Ik moet overgeven.
 ‘Nou? Ben ik over?’
 Pietro knikt.
 ‘O! Wat fijn! Ik ben over! Ik ben over!’ schreeuwt Gloria en ze begint iedereen om haar heen te omhelzen.
 Waarom doet ze zo overdreven?
 ‘Jij? En jij?’
 Geef antwoord, vooruit.
 Hij voelt zich niet goed. Het lijkt wel of horzels zijn oor proberen binnen te dringen. Zijn benen voelen als pap en zijn wangen als vuur.
 ‘Pietro? Wat is er? Pietro!’
 Niets. Ik ben blijven zitten, had hij willen antwoorden. Hij leunt tegen de muur en zakt langzaam op de grond.
 Gloria baant zich een weg door de drukte en rent naar hem toe.
 ‘Pietro, wat is er? Voel je je niet goed?’ vraagt ze en ze kijkt naar de lijsten.
 ‘Ben je blijven zit—’
 ‘Ja…’
 ‘En de anderen?’
 ‘N…’
 En Pietro Moroni realiseert zich dat iedereen naar hem staart en om hem heen staat, dat hij in die menigte de nar is, het zwarte schaap, en dat Gloria bij de andere partij hoort, bij al die anderen, en dat het hem niets, maar dan ook helemaal niets kan schelen dat ze met die bambi-ogen naar hem kijkt.

http://www.lebowskipublishers.nl/

Vuistrecht (Rudi Hermans)

Jasper heeft een vader die zijn vuisten gebruikt: om zijn zoon te straffen, om zijn vrouw te dresseren. Tot de dag dat ook Jasper zijn vuist opheft om zijn moeder in bescherming te nemen.
Jasper moet vluchten, krijgt een lift en duikt onder op een plek ver van huis waar hij zich veilig waant. Maar ver van huis kan hij thuis moeilijk vergeten: hij mist zijn vriendin en zijn moeder. Hij leert Malika en Bryce kennen, die bewijzen dat vuisten niet nodig zijn om respect af te dwingen of om liefde te krijgen.
Het leven van Jasper krijgt stilaan weer vorm, tot zijn vader, de bruut, het meedogenloos komt verstoren.

 

 

 

 

http://www.rudihermans.be/index.php?selectedMenu=jongeren&boekid=26

Gaten (Louis Sachar)

De familie van Stanley Yelnats wordt achtervolgd door pech. Stanley is dan ook niet verbaasd als hij door een misverstand naar Camp Green Lake wordt gestuurd, een heropvoedingskamp voor jongens. Elke dag moeten de gevangenen een groot gat graven in de harde woestijngrond. 'Om hun karakter te vormen', zegt de directeur, maar dat blijkt niet de werkelijke reden te zijn - er ligt namelijk iets begraven in de bodem van het opgedroogde meer. Gaandeweg ontrolt zich een verhaal waarin bizarre gebeurtenissen uit het verleden een cruciale rol spelen. Gasten is een vertelling vol zwarte humor over misdaad en straf en uiteindelijk gerechtigheid.

 

 

 

 

http://www.cosmox.nl/bestel/gaten-louis-sachar-9789056372422

Junkies (Melvin Burgess)

Junkies vertelt het harde maar realistische verhaal van een groep jongeren die in de ban raken van de heroïne. Zonder prekerig gedoe confronteert de auteur de lezer zowel met de aantrekkingskracht als met de gevaren van deze drug. Junkies is een belangrijk boek omdat het de verslavingsproblematiek op een toegankelijke manier laat zien. Deze jongerenroman werd bekroond met de belangrijkste Britse jeugdboekenprijs.

Een fragment

Soms kijk ik uit het raam en zie ik al die keurige figuren langsploeteren. Ze zijn op weg naar hun werk, wat dan ook. En dan wil ik schreeuwen: « hé luister eens even. Zo hoeft het niet. Zo hoeft het helemaal niet… » maar dan doe ik nooit. Heeft geen zin. Ze moesten wel zesduizend kilo wegen. Ik sta zo ‘n eind van zulke mensen af dat ze me niet eens kunnen zien.

Wil je meer weten? Luister, ik zal je alles vertellen. Je kunt doen wat je maar wil. Je gelooft me niet. Je denkt: ze kletst maar wat, ze is helemaal gek. Ja, dat ben ik ook… op mezelf! Ik ben ik! En jij? Ga jij uit je dak omdat je bij hen hoort? Je weet het niet eens. Ik wil wedden dat je zelfs nooit de kans hebt gekregen dat uit te zoeken.

Toen je klein was zeiden ze altijd: « stoute jongen, stout meisje », tegen je, omdat je bijvoorbeeld iets had laten vallen of omdat je een grote mond had gehad. Ze bedoelden: « je bent slecht »

Maar dat was niet zo. Jij was niet slecht, wat je dééd was hoogstens slecht. Je bent mooi. Je bent geweldig en alles wat je doet is te gek, omdat jij het doet. Zo sterk ben je. Je kunt iets slecht doen, en weten dat je iets slecht doet, of iets goed doen en je weet dat het goed is, maar dat verandert jou niet. Jij bent steeds jij.

Luister. Je kunt alles zijn wat je maar wilt. Voorzichtig, wat het is een soort toverkracht. Luister naar de woorden. Je kunt zijn wat je wilt, je kunt doen wat je wilt. Toverwoorden. Je kunt zijn wat je wilt, je kunt doen wat je wilt.

Je bent wie je maar wilt, je bent ze allemaal, je bent iedereen, wie dan ook…wat je ook maar wilt. Kik maar naar mij. Zo lang je vanbinnen jezelf blijft, kun je zelfs een hap stront eten en het zal je goed smaken want jij eet het. Je kunt zelfs hun kont likken als dat moet. Je luistert naar hen, leraren, ouders, politici. Ze zeggen altijd: « als je steelt ben je een dief. Als je met verschillende mensen naar bed gaat ben je een slet. Als je drugs gebruikt ben je een junk ». Ze willen binnendringen in je hoofd en jou in hun macht krijgen met hun angst. Je moet blijven zitten tot ze zeggen: « sta op », je moet blijven staan tot ze zeggen: « lopen maar ».

Misschien denk je dat je ouders van je houden, maar als je de verkeerde dingen doet, zullen ze je als oud vuil behandelen, zoals de mijne. Dat is de straf die je krijgt als je jezelf wilt zijn. Speel hun spelletje niet mee. Niets kan je raken, je blijft mooi.

Ik heb alles gedaan. Al de dingen die jij nooit gedurfd hebt, alle dingen waar jij over droomt, alles waarnaar jij nieuwsgierig was en dan weer vergat omdat je wist dat je ze toch nooit zou meemaken. Ik heb ze allemaal gedaan, gisteren nog, toen jij in je bedje lag.

Met mij gaat alles goed. En met jou?

http://huiswerk.leerlingen.com/bekijken.php?id=22205

Te cool (Duff Brenna)

Wanneer een 16-jarige criminele jongen ontsnapt uit de tuchtschool, begint hij zijn 'race naar de vrijheid'. Hij heeft zijn meisje en vriend meegenomen in een gestolen auto en probeert de staatsgrens van Utah te bereiken. Ze raken ingesneeuwd in een totaal verlaten gebied. Terwijl de hoofdpersoon door de sneeuwstorm worstelt om hulp te zoeken, beleeft hij in flashbacks zijn hele problematische en gewelddadige jeugd opnieuw. Deze vertelt over alle misdaden die een randgroepjongere kan begaan; van joy-riding en diefstal tot wapengebruik en groepsverkrachting. De beschreven thema's maken dit boek tot een zwaarbeladen probleemboek dat schokkend over kan komen door de vele realistische, gewelddadige details.  

http://www.cosmox.nl/

Doorgeschoten (Mirjam Mous)

Janna vertrekt een jaar naar de Verenigde Staten om bij haar tante te wonen en naar school te gaan. Ze sluit al gauw vriendschap met 3 vriendinnen die haar wegwijs maken op school en in de buurt. Ze maakt kennis met de buurjongens: Kenneth, de mooie, brave sportkerel, en Eloy, de teruggetrokken computerliefhebber. Eloy intrigeert haar en ze wil hem graag beter leren kennen. Eloy begrijpt haar interesse verkeerd en denkt dat ze verliefd is op hem. Tijdens een uitstapje in de bergen ontdekt hij zijn fout en is razend op zichzelf. Hij vindt steun bij de gefrustreerde Bud die al een poosje met wraakgevoelens rondloopt. Samen beramen ze een gewapende actie op school…

Deze superrealistische tienerroman laat niemand onberoerd. Verschillende personages komen om de beurt aan bod, verschillende levenswijzen en gevoelens worden blootgelegd. Als lezer voel je dan ook de spanning stijgen bij de twee jongens die zich verlaten en onbegrepen voelen, tot die gevoelens een gewelddadige uitbarsting krijgen. Dat ze daarmee de levens van die andere personages grondig door elkaar gooien, en zelfs verwoesten, is onafwendbaar. Dit verhaal grijpt je naar de keel, vooral omdat je weet dat zoiets al echt gebeurd is en er niet veel nodig is om het opnieuw te laten gebeuren. Die twee jongens leven in een alledaagse omgeving en er is niets spectaculairs gebeurd om hen al tot het uiterste te drijven. Je zou ze labiel kunnen noemen, maar het zijn eigenlijk gewoon twee eenzame tieners die ontgoocheld zijn in wat het leven tot dan toe voor hen in petto had.

http://www.archief.pluizuit.be/050103/Doorgeschoten.htm

Dief van de duivel (Mikael Engström)

Steppo woont in een grauwe voorstad van Stockholm. Zijn vader is onlangs overleden en zijn moeder is daardoor behoorlijk in de war. Steppo probeert haar zo goed en zo kwaad als dat gaat op te vangen. Hij zit echter ook met zichzelf in de knoop, presteert slecht op school en glijdt af in crimineel gedrag. Het zijn rotjochies, Steppo en zijn twee vrienden, maar in deze jeugdroman weet de auteur begrip te kweken voor hun gedrag, zonder dit goed te praten of te bagatelliseren. Hij tekent hun achtergronden, laat de lezer meegaan in Steppo's gedachte- en gevoelswereld en zet zo een dijk van een adolescentenroman neer.

 

 

 

http://www.noordseliteratuur.nl/auteur/engstrom/boek/5162

Loverboys (Helen Vreeswijk)

Haar blik dwaalde door het vertrek en daar zag ze de jongen voor het eerst. Hij stond aan de bar, met een sigaret in zijn hand. Ze staarde naar hem. Naar zijn hoekige gezicht, naar de donkere gloed in zijn haren, naar zijn gespierde armen. De jongen grijnsde en nam een trek van zijn sigaret. Plotseling knipoogde hij. Met een rood hoofd wendde Lisa haar ogen af en frunnikte aan haar nagels. Vanuit haar ooghoek zag ze de jongen naderen. "Fatiha?" zei hij, toen hij dichterbij kwam. "Wie zijn deze beeldschone dames?"

Twee doodgewone meisjes ontmoeten een ongewone jongen. Mo is knap, spannend en een beetje mysterieus. Mo is een loverboy, hij is doelbewust op zoek naar jonge meisjes, die zich niet goed in hun vel voelen en niet al te stevig in de schoenen staan. Hij overlaadt hen met cadeaus en doet alles om het de meisjes naar de zin te maken. Ze worden allebei smoorverliefd op hem en dat is precies wat hij wil. Hij speelt de twee vriendinnen tegen elkaar uit. Leugens en bedrog volgen elkaar op. De meiden willen hem niet teleurstellen en zeker niet verliezen. En om te bewijzen dat ze van hem houden, gaan ze ver. Veel te ver. Door toedoen van Mo komen ze in de prostitutie terecht. Dan volgt er een barre strijd om te ontsnappen aan zijn terreur.

http://www.helenvreeswijk.be/index.cfm?option=books&id=3

Zwart wit (Jon Ewo)

Jo en Ben worden al jarenlang gepest, getreiterd, beetgenomen, voor schut gezet. Zo erg dat hun weerstand op is en hun zenuwen niets meer kunnen verduren. Als ze op een vrijdagmiddag samen achter de computer zitten en een vreemd sms-bericht op de gsm van Ben binnenkomt, loopt niets zoals je denkt.

Wraak nemen...
Voor de zoveelste keer vernederd. Bij Jo slaan de stoppen door. Een geladen geweer. Hij zwerft door de stad en belandt in de klokkentoren op school. Zal hij schieten of springen?

Lot in eigen handen nemen...
Onverwacht bezoek van hun goede vriendin Tam geeft Jo en Ben moed. Zoveel moed dat ze het aandurven om de pestkoppen lik op stuk te geven.

Toeval speelt een cruciale rol in dit verhaal. Welk van beide scenario’s haalt het?

Jon Ewo werd zelf ook gepest tijdens zijn schooltijd. En dat zit hem nog steeds dwars. Vol hartstocht en ingehouden woede regisseert hij deze reality show. Over wat voor gevolgen ‘onschuldige’ pesterijen kunnen hebben. Over sterk genoeg zijn en het verschil maken als je het slachtoffer van pesters bent. Over de dunne lijn tussen werkelijkheid en fictie.

 

http://www.davidsfonds.be/publisher/edition/detail.phtml?id=95

Zes maal één is zeven

Korte inhoud

Drie meisjes en drie jongens, met elkaar verbonden door een touw, volgen in het donker een rivier. Zes jongeren op een vreemd terrein, vreemden voor elkaar. Eén ding hebben ze gemeen: ze werden alle zes door de jeugdrechter naar dit kamp in de Ardennen gestuurd. Een alternatieve straf, die ze verkozen boven plaatsing in een tehuis of pleeggezin. Hun verleden loopt als een schaduw met hen mee.
Behoedzaam tasten ze de grenzen af, van zichzelf en van de anderen. En soms verdwalen ze. Maar aan het eind van het kamp is zes maal één echt zeven en kijkt iedereen anders tegen zijn toekomst aan.

Fragmenten

“’Ik voel me weer op schoolreis’, zegt Reb.  ‘Ik bedoel: zie ons hier zitten… Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar ik heb er moeite mee om me te herinneren waarom ik hier ben.  Het lijkt zo weinig op… straf.  Ik voel me ook niet echt schuldig’.  Er valt een stilte.  Dat is het dan.  Het doek valt van het taboe.  ‘In normale omstandigheden…’ zegt Aicha na een poos.  ‘Ik wil maar zeggen: ik weet niet hoe het voor jullie was, maar wat mij betreft, wat had ik anders moeten doen? ’t Is toch maar normaal dat je wilt overleven zeker?!’  Dat is precies het punt op de i. Bestaansrecht.  Voor ieder van hen.” 

“Zijn lichaam is getraind.  Sport is zijn leven.  Hij is topscorer van zijn ploeg.  En dat kunnen die bleeksmoelen niet verteren.  Ze trapten hem er nog liever uit en volgend jaar degraderen dan… Marcel niet.  Dan moet je mij er ook uitschoppen, had hij gezegd.  Ach ja… Die smeerlappen hebben het voor elkaar gekregen ook.  De hele affaire was opgezet spel.  Eerst geven ze hem van de hele wedstrijd geen bal, zodat hij daar voor Piet Snot over het veld draaft.  Daarna zeggen ze dat hij een klooi is.  Ze willen hem eruit.  Ze hebben al een vervanger.  Een collegestudent met een brilletje en benen van pudding.  En een papa die gemeenteraadslid is.  En belangrijkste sponsor van de club.  Dus.  Het café zit die avond vol met zijn aanhang.  Eigen volk eerst.  De kreet wordt overgenomen. (…) Hij weet niet meer hoe het vechten begonnen is.  Alleen dat hij razend was.   Niets meer zag of hoorde.  Alles bloedrode drift zin zijn kop. (…) Uit zijn buik plotseling het bloed.  Pas later komt de pijn, als hij bijkomt in het ziekenhuis.  Geen tranen, ze zijn gestold in de vorm van een litteken.”

Gerda van Erkel geeft antwoord op enkele vragen bij het boek

Vanwaar die titel?
Eigenlijk komt hij uit de gestaltpsychologie. Die zegt: het geheel is meer dan de som van de delen. Zo is een klas meer dan een namenlijst, het is de samenhorigheid, alle keren dat je samen hebt gelachen, in de rats hebt gezeten, solidair bent geweest… Het groepsgevoel is de meerwaarde. Iedereen heeft het nodig om ergens bij te horen. Maar ook de ‘één’ uit de titel is belangrijk. Iedereen wil ook zichzelf mogen zijn en als individu gerespecteerd worden. Ik ben ik en jij bent jij, en het is fijn als we elkaar tegenkomen. Dan pas hebben we een toffe groep waar iedereen zich goed en veilig voelt. Of, met andere woorden: leven, laten leven, samen leven.
 
Wat is de boodschap van het boek?
Het is geschreven met de boodschap om in jezelf, met je eigen benen en voeten op de grond, de kracht te vinden die je nodig hebt om  het leven en de ander met open hart de hand te reiken. Mijn zes jongeren beschouwen het kamp als een authentieke beleving, een oprechte herkansing en niet als een periode waarin ze zich in schijn goed gedragen om vlugger van hun straf af te zijn.
 
Wat is de zin van alternatieve straffen?
Anders dan een passieve gevangenisstraf of afstompende klussen dwingen ze tot nadenken. Vaak gebeurt dat door een emotionele schok te veroorzaken, wanneer iemand geconfronteerd wordt met de zichtbare gevolgen van zijn gedrag voor het slachtoffer. Bv. als iemand die een verkeersongeval veroorzaakt heeft, een poos op de spoedafdeling van een ziekenhuis moet gaan werken.
Bij een alternatieve straf gaat het in de eerste plaats om een verandering van mentaliteit. Om dat te begrijpen, moeten we eerst weten hoe het komt dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen. Heel vaak betreft het jongeren van wie de ouders maar op deden: ze waren aan de drugs of de drank, ze sloegen of verwaarloosden hun kinderen, ze scholden hen verrot… zonder zich een keer af te vragen wat dat emotioneel voor zoon of dochter betekende. Wat leert zo’n kind dan? Blijkbaar gaat het er in de wereld aan toe volgens het principe: ieder voor zich, de wet van de sterkste. Omdat niemand zich in hun situatie inleeft, leren zij niet wat het is om betrokken en meelevend te zijn. Een eerste mentaliteitsverandering is er dus een van egoïsme naar solidariteit, van onverschilligheid naar medelijden en hulpvaardigheid.
De tweede klik die mensen moeten maken is die van slachtoffer naar eigen verantwoordelijkheid. Zelfs als je kindertijd een grote puinhoop was, kun je je ouders of wie ook niet  eeuwig verantwoordelijk blijven stellen voor de brokken die je later zelf van je leven maakt. Als kind kon je er niet veel tegen beginnen. Dan zijn de manieren om je eigen hachje te redden vaak beperkt tot vluchten of knokken, in de zin van stelen, liegen, bedriegen… Maar als je volwassen wordt, kun je op een andere, constructieve manier ‘je plan trekken’. Dan kun je zeggen: ik heb vroeger pech gehad, zij hebben mij niks van waarde meegegeven, maar nu zoek ik het waar ik het krijgen kan. Ik had het liever van mijn ouders gehad, maar ja, dat is pech. Maar ik verdien wel beter dan een leven in de goot. En zelfs als er niemand zou zijn die mij eruit wil helpen, dan ben ik er nog altijd zelf om me bij wijze van spreken bij mijn eigen haar uit de riool te halen. Ik ben dat waard.
Als deze dubbele mentaliteitsverandering eenmaal een feit is, begint het grote werk nog maar; dan moet je het gaan waar maken in een maatschappij die niet op je staat te wachten, want vaak vervuld blijft van vooroordelen – bv. eens dief altijd dief. Dan is het aan jou om het tegendeel te bewijzen.
 
Waar komen de personages vandaan?
Ze bestaan niet echt, maar hun feitelijke geschiedenis is opgebouwd uit allemaal fragmenten verhaal die ik ooit gehoord of gelezen heb. De stukjes zijn echt, dus de puzzel die het personage is, is levensecht.
Voor hun karakter heb ik mezelf opgesplitst in zes stukjes ‘ik’. Vroeger was ik vooral de onzekere, introverte Josi die over zichzelf en het leven nadacht. Dat laatste doet Thomas ook, maar hij is bovendien de fotograaf die oog heeft voor de ander, die kijkt – die kijkt met een open blik, en dat is de voorwaarde om echt graag te kunnen zien. In Kahlid en Aicha geef ik het oude gevoel een buitenbeentje te zijn vorm, het niet goed in mijn vel zitten van vroeger. Kahlid geeft dan vooral vorm aan de frustratie en de machteloze boosheid, terwijl Aicha staat voor het ingaan op de verwachtingen en manipulaties van anderen, maar ook voor de vastberadenheid voortaan haar eigen weg te gaan. Doris is mijn impulsieve trekje: in angstige situaties doe ik of ik niet bang ben maar vlieg ik er gewoon in. Pas halverwege, als ik niet meer terug kan, of als het voorbij is, krijg ik plankenkoorts. Als ik het zo niet deed, zou ik misschien vaak terugdeinzen om iets te doen of bij de pakken zijn blijven neerzitten, zoals de  ouders van Doris doen. Reb is mijn rebelse kant, tegen alles wat onrechtvaardig is. Hij zet een grote bek op als hij bang of verdrietig is.
 
Ik vind het slot nogal bruusk. Heeft dat een bedoeling?
Mijn personages waren hoopvol en van goede wil. Ze hadden voor het eerst vrienden bij wie ze, in geval van nood, terecht zouden kunnen en die ze recht in de ogen wilden blijven kijken. Vrienden, die hen de moeite waard vonden en die ze niet wilden teleurstellen. Dat alles zijn sterke stimulansen. Het zou hen helpen om te geloven in zichzelf en te geloven dat ze een beter leven verdienden. Maar ik wilde er als schrijfster ook zeker van zijn dat ze zouden volhouden, dat ze veerkracht zouden hebben om toch door te gaan als het even zou tegenzitten. Daarom bedacht ik een confrontatie die hen zou verbijsteren en misschien ontmoedigen. Ik wachtte af. Ze gingen door hun knieën maar stonden ook weer recht. Want ze hadden geleerd dat het leven niet altijd simpel is en dat er altijd wel iets zal gebeuren, maar dat niet dat het belangrijkste is, maar wel hoe je ermee omgaat.

http://users.skynet.be/gerda.van.erkel/

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

10. Muziek

Youth of Today (Amy Macdonald)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

Maybe, if you were some spear-headed guy,
I would listen to what you have to say,
But your just some incapable figure thinking your bigger than me,
But your not,
Yeah, you don't know a thing about the youth of today,
Stating your opinion making it ring in my head all day.

And you say,
My children weren't the same,
My children's children they're the ones to blame,
And you say,
In my day we were better behaved,
But it's not your day, no more.

And we are the youth of today,
Change your hair in every way,
And we are the youth of today,
We'll say what we want to say,
And we are the youth of today,
Don't care what you have to say at all.

And maybe if you had a true point of view I would listen to you,
But its just your one sided opinions getting in my way,
And you dont no a single thing about the youth of today.
Stating your opinion,
And making it ring in my head all day,

And you say,
My children weren't the same,
My children's children they're the ones to blame,
And you say,
In my day we were better behaved,
But it's not your day, no more.

We are the youth of today,
Change your hair in every way,
We are the youth of today,
We'll say what we want to say,
And we are the youth of today,
Don't care what you have to say at all.

And you say,
My children weren't the same,
My children's children they're the ones to blame,
And you say,
In my day we were better behaved,
But it's not your day, no more.

We are the youth of today,
Change your hair in every way,
We are the youth of today,
We'll say what we want to say,
And we are the youth of today,
Don't care what you have to say at all

Hostile Gospel (Talib Kweli)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

 

Deliver us, deliver us (Yeah)
Deliver us, deliver us (What? Yeah)

And what the people say? We wanna live it up
And what the people want? Please deliver us
And what the people need? Hey...
I got that, yeah

I call these rappers baby seals, cause they club you to death
I could call 'em Navy SEALs, cause they government feds
What become of the vets? They drugged up, they fucked up, they in debt
There ain't no love and no respect, it's like a gang it's like a club or a set
Hip-Hop's the new WWF
What do you rap or do you wrestle? Niggaz love to forget
We got til it's gone, you think you on, you still hustlin backwards
Your topical norm a tropical storm, it's a fuckin disaster
Back to the topic we on, it all started at Rawkus
They couldn't find the words to describe me so they resort to the shortcuts
Is he a backpacker? Is he a mad rapper?
An entertainer or the author of the last chapter
We living in these times of love and cholera
Synonymous with the apocalypse, look up the clouds is ominous
We got maybe ten years left say meteorologists, shit
We still waitin for the Congress to acknowledge this~!

What the people want? Please deliver us
We wanna live it up, please deliver us
Th-th-this is the, th-th-this is the, this is the hostile gospel
I'm reaching through the fire - please deliver us
I'm preaching to the choir - please deliver us
Just keep it real with us, you scared to spill your blood
Your words rung hollow, we need someone to follow

You ain't promised tomorrow, so get your paper up
You can't always just borrow and asks for favors bruh
Stand on your own two, never covet thy neighbor's stuff
Karma's a bitch so watch your mouth and what you sayin bruh
I start a conversation based on general observation
Hip-Hop is not a nation, take it to population
Niggaz got a lot to say when locked inside the belly of Satan
Awaitin trial debatin how the hell I got placed in this system
Am I a victim or just a product of indoctrination?
They exploit it and use me like a movie with product placement
You hear the congregation; this is the hostile gospel
The truth is hard to swallow it'll leave you scarred tomorrow
Keep it honest our motto, these niggaz keep it bottled
I'm the writer who reach the fighters like speeches by Cus D'Amato
DJs stickin to vinyl like "Fuck Serato"
Suppliers who ride around the block, in the custom models
Ballin like the struck the lotto you know who the cleanest is
A nigga keep it reeich with the stitch and greedy geniuses
I'm not a hipster, but I flip it like a sneaker pimp
Expose the game, treat it like a bitch
Smack fire out these hoes, cause they snitch and tap wires while I plead the fifth
You can't trust a soul in the biz, so be careful who you eatin with
and sleepin with and also who you chiefin with
You never know they might've added in secret ingredients

[Chorus]

Freedom's a road that's seldom traveled, watch hell unravel
Right before the eyes of the soldier who fell in battle
The single mother who raised her daughter to bear the sacred water
And not take the hand of every man who make a offer
To black kids wishin they white kids, when they close they eyelids
Like, "I bet they neighborhood ain't like this"
White kids wishin they black kids, and wanna talk like rappers
It's all backwards it's identity crisis
The industry inside us is vipers with fangs trying to bite us
Drug suppliers is the health care providers
We cakin, makin narcotics outta household products
We ain't workin out 'til we exorcise the demons that's inside us
Plus they seem to just provide us with enough rope to hang ourselves
Enough dope to slang ourselves, enough toast to bang ourselves
It's officially nigga season, these niggaz is bleedin
That's why I'm spittin freedom we had enough of trigger squeezin

[Chorus]

In these tryin days and times
All I need is to be free
I can't do it on my own
Lord can you deliver me?
There are trials still to come
It's salvation that I need
So I'm reachin to the sky
Lord can you deliver me?
Deliver us...
Deliver us, yeah
Deliver us, ohhhhhhhhhh
Oh, deliver us
Deliver us
Ohhhhh Deliver us yes
Deliver us, deliver us, deliver us
Yeah yeah yeah, ohhhhhhhhhh...

Street Gangs (Daz Dillinger)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

 

To the adult world the casual violence of gang life was horrifying
But in the distorted world of gangs risking death by getting shot was one sure way of winning a gangs respect

I was shot when I was 15 or 16
(shots fired in the area gang fight in the parking lot)
When my longs collapsed uhm.. the 22 is still lodge in my chest to this day

See getting shot and living was more for my ego it was more for my image
I could now I could walk around like superman. I’d been shot I'm you know I'm the great I am now in my chest at that?

They show off their scars the way war veterans display purple hearts.

I got shot in the heart and um...

These are other scars that I’ve had from other neighborhood fightings and doesn’t stop

Do you get used to death? Do you get used to the fact that you could die any day?( Do you get used to it?)

See I don’t worry about that till you get hit by that bullet, see like that’s just like when people steal cars they don’t worry about getting caught till they get caught right? Same when we shooting at a person I don’t think about getting caught till i get caught

The explosion of gangs in the last to decades of the 20th century grew under a much larger problem. The rise of a social under class and America’s failure to provide hope. The children bored into a world of desintegrating family life and grinding poverty. All though there small successes with programs designed to create a future for some of those children, no one came up with a large scale program that dealt effectively, with the forces of despair and alienation that prompted some many young Americans to look for their identity and their self esteem in the world of street gangs. (street gangs street gangs street gangs street gangs)

Kids with guns (Gorillaz)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

 

Kids with guns
Taking over
But it won't be long
They're mesmerized
Skeletons
Kids with guns
Kids with guns
Easy does it, easy does it, they've got something to say mental

Drinking out (Push it real)
Pacifier (Push it real, push it)
Demon soul (Push it, push it real)
Street desire (Push it real, push it)
Doesn't make sense to (Push it, push it real)
But it won't be long (Push it real, Push it)
Kids with guns
Kids with guns
Easy does it, easy does it, they've got something to say no to.

And they're turning us into monsters
Turning us into fire
Turning us into monsters
It's all desire
It's all desire
It's all desire

Drinking out
Pacifier
sinking soul
There you are
Doesn't make sense to
But it won't be long
Cause kids with guns
Kids with guns
Easy does it, easy does it, they've got something to say no to

And they're turning us into monsters
Turning us into fire
Turning us into monsters
It's all desire
It's all desire
It's all desire

Petit Frère (IAM)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

 

Petit frère n'a qu'un souhait devenir grand,
C'est pourquoi il s'obstine à jouer les sauvages dès l'âge de 10 ans.
Devenir adulte, avec les infos comme mentor,
C'est éclater les tronches de ceux qui ne sont pas d'accord.

A l'époque où grand frère était gamin,
On se tapait des délires sur Blanche-Neige et les 7 Nains.
Maintenant les nains ont giclé Blanche-Neige et tapent
Eclatent des types claquent dans Mortal Kombat.

A 13 ans, il aime déjà l'argent avide
Mais les poches sont arides, alors on fait le caïd.
Dans les boums, qui sont désormais des soirées, plus de sirop Teisseire.
Petit frère veut des bières.

Je ne crois pas que c'était volontaire, mais l'adulte c'est certain,
Indirectement a montré que faire le mal, c'est bien.
Demain ses cahiers seront pleins de ratures,
Petit frère fume des spliffs et casse des voitures.


Petit frère a déserté les terrains de jeux.
Il marche à peine et veut des bottes de sept lieues.
Petit frère veut grandir trop vite
Mais il a oublié que rien ne sert de courir, petit frère.

Petit frère rêve de bagnoles, de fringues, de tunes
De réputation de dur, pour tout ça il volerait la Lune.
Il collectionne les méfaits sans se soucier
Du mal qu'il fait, tout en demandant du respect.

Peu lui importe de quoi demain sera fait,
De donner à certains des raisons de mépriser son cadet.
Dans sa tête le rayonnement du tube cathodique
A étouffé les vibrations des tam-tam de l'Afrique.

Il n'a plus de cartable, il ne saurait quoi en faire.
Il ne joue plus aux billes, il veut jouer du revolver.
Petit frère a jeté ses soldats pour devenir un guerrier
Et penser au butin qu'il va amasser.



Les journalistes font des modes, la violence à l'école existait déjà
De mon temps, les rackets, les bastons, les dégâts,
Les coups de batte dans les pare-brises des tires des instituteurs,
Embrouillés à coups de cutter.

Mais en parler au journal tous les soirs ça devient banal.
Ça s'imprime dans la rétine comme situation normale
Et si petit frère veut faire parler de lui
Il réitère ce qu'il a vu avant 8 heures et demie.

Merde, en 80 c'était des états de faits, mais là
Ces journalistes ont faits des états
Et je ne crois pas que petit frère soit pire qu'avant,
Juste surexposé à la pub, aux actes violents.

Pour les grands, les gosses est le meilleur citron,
La cible numéro 1, le terrain des produits de consommation,
Et pour être sûr qu'il s'en procure
Petit frère s'assure, flingue à la ceinture.

On sait ce que tu es quand on voit ce que tu possèdes.
Petit frère le sait et garde ce fait en tête.
L'argent lui ouvrirait les portes sur un ciel azur aussi
Facilement que ses tournevis ouvrent celle des voitures.

Le grand standing, c'est tout ce dont il a envie.
Ça passe mieux quand tu portes Giorgio Armani.
Soucieux du regard des gens,
Malgré son jeune âge, petit frère fume pour paraître plus grand.

Il voudrait prendre l'autoroute de la fortune
Et ne se rend pas compte qu'il pourrait y laisser des plumes.
Il vient à peine de sortir de son œuf
Et déjà petit frère veut être plus gros que le bœuf.

Gangsta’s Paradise (Coolio)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

 

As I walk through the valley of the shadow of death
I take a look at my life
And realize there's nothing left.
'Cause I've been blasting and laughing so long
That even my momma thinks that my mind has gone.
But I ain't never crossed a man that didn't deserve it.
Me be treated like a punk, you know that's unheard of.
You betta watch how ya talking
And where ya walking
Or you and your homies might be lined in chalk.
I really hate to trip but I gotta lob,
As they croak, I see myself in the pistol smoke.
Fool, I'm the kinda g that little homie's wanna be like,
On my knees in the night
Saying prayers in the street light.
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
Look at the situation, they got me facing,
I can't live a normal life, I was raised by the state.
So I gotta be down with the 'hood team,
Too much television watching, got me chasing dreams.
I'm an educated fool with money on my mind
Got my ten in my hand and a gleam in my eye.
I'm a locked out gangsta, set tripping banger
And my homies are down so don't arouse my anger.
Fool, death ain't nothing but a heart beat away,
I'm living life do or die, what can I say?
I'm twenty-three now, will I ever live to see twenty-four,
The way things is going I don't know.
Tell me why are
We so blind to see.
That the ones we hurt
Are you and me?
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
Power in the money, money in the power,
Minute after minute, hour after hour,
Everybody's running, but half of them ain't looking
It's going on in the kitchen
But I don't know what's cooking.
They say I gotta learn
But nobody's here to teach me.
If they can't understand it, how can they reach me?
I guess they can't,
I guess they won't,
I guess they front,
That's why I know my life is out of luck, foo!
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We've been spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
We keep spending most our lives
Living in a gangsta's paradise.
Tell me why are
We so blind to see.
That the ones we hurt
Are you and me?
Tell me why are
We so blind to see.
That the ones we hurt
Are you and me?

Stress (Justice)

In de (in scène gezette!) clip bij de song Stress van de groep Justice wordt op vrij harde wijze bendevorming en jeugddelinquent gedrag getoond. Het controversiële filmpje bij de song Stress kan bekeken worden op: http://www.youtube.com/watch?v=GsmzNB_eXek

Gewelddadige clip veroorzaakt ophef

Meer dan een miljoen surfers bekeken al het controversiële filmpje bij 'Stress' van de Franse danceformatie Justice.

In de clip zien we een bende allochtone jongeren uit de Parijse banlieus door de stad razen en vernielingen aanrichten. Ze molesteren voorbijgangers, slaan een café kort en klein en gooien een molotovcocktail in een Renault die ze even voordien hebben gekaapt. Ten slotte gaan ze de cameraman van de clip te lijf.

Verheerlijkt Romain Gavras, de regisseur van de clip, het gratuite geweld, of wil hij het juist aan de kaak stellen? De reportageachtige handycamstijl doet denken aan films als C'est arrivé près de chez vous en aan La haine. Ook het thema heeft de clip met die films gemeenschappelijk: onrust en stress in de banlieus.

Een hoop tv-stations weigerden de clip te programmeren, bij de Vlaamse muziekzenders mag hij enkel in de late uurtjes op de buis. Justice noch de regisseur willen commentaar geven, ook al stonden de Franse media vorige week in rep en roer. Een geslaagde commerciële stunt, dus.

Uit De Standaard, 13 mei 2008.

Herinneren jullie je nog de muziekvideo Stress van Justice? De clip zorgde voor heel wat controverse en nu komt er een officiële reactie van Justice op:
“Het concept voor de video van ‘Stress’ was een clip te maken die ontoonbaar is op televisie. Net zoals het nummer onspeelbaar is op de radio. We hebben nooit de intentie gehad om het diepgaand te hebben over maatschappelijke problemen. De video was op geen enkel moment bedoeld om de banlieus aan te vallen, noch om geweld of racisme te prediken.
We hebben van bij het begin besloten om de clip aan slechts één website (die van Kanye West) toe te vertrouwen en niet op televisie te verspreiden. Op die manier hebben we altijd aan de kijker de keuze gelaten om het te bekijken of te negeren. We waren ons bewust van het feit dat de clip onderwerp van controverse zou zijn. Maar geen moment hebben we gedacht dat het zo ver zou komen dat we ons moesten verantwoorden. De clip is niet gewoon een poging om te choqueren. Het is een poging om een debat te beginnen en om vragen op te roepen. Net zoals cinema, literatuur en hedendaagse kunst dat doen.”

http://tblogske.be/2008/05/13/stress-justice/

Gangsta rap

Gangsta rap is een onderdeel van de muziekstroming rap, afkomstig uit de getto's van grote Amerikaanse steden. De teksten zijn vaak seksistisch en gewelddadig en gaan over de moeilijke leefomstandigheden in de getto's, het leven in bendes, geweld en drugs. Mede door het provocerende karakter van de teksten werd gangsta rap enorm populair bij jongeren, vaak tot grote zorg van ouders en politici.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gangsta_rap

Een lijst van bekende gangsta rappers:

  • 50 Cent
  • Bone Thugs-n-Harmony
  • Busta Rhymes
  • DMX
  • The Game
  • G-Unit
  • Ice T
  • Jay-Z
  • Kool G Rap
  • Lil' Wayne
  • Mobb Deep
  • Nas
  • Notorious B.I.G
  • N.W.A
  • Snoop Dogg
  • Tupac Shakur
  • Wu-Tang Clan

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

11. Games als oorzaak van geweld?

Twee standpunten

Computergames niet onschuldig

“In een spel als Postal scoor je punten met het martelen van mensen, door ze bijvoorbeeld in brand te steken. Iedereen is tegen zinloos geweld, maar wat er in spelletjes allemaal niet door de beugel kan? Laten we beseffen dat voor kinderen het verschil tussen fantasie en werkelijkheid niet zo groot is. Computergames zijn niet onschuldig. Daar zitten veel verkeerde elementen in.

Mijn ogen voor de gevaren gingen pas echt open toen ik het boekje ”Computergames - onschuldig of niet?” van Bijbel&Onderwijs las. Wat mij daarin raakte was hoezeer spelers in beslag worden genomen door games. Ze hebben geen tijd meer voor dagsluiting. Alles draait om de games. In het weekblad Elsevier stonden niet zo lang geleden de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van computergames. Het blijkt dat agressieve spellen wel degelijk een negatieve invloed hebben op jongeren. Als christenen hebben wij nog een reden extra om waakzaam te zijn. „Heb uw naaste lief”, zegt de Bijbel. Dan kun je die toch niet vermoorden in een spel?”

Uit Het Reformatorisch Dagblad, 8 november 2005

De gamewereld als zondebok

Het is al een tijdje een trend in de VS om allerlei games aan te duiden als oorzaak van geweld bij jongeren. Net als zoveel andere trends is ook deze overgewaaid naar onze contreien. Mijn indruk daarbij is dat de gamewereld gewoon als zondebok moet dienen.

Tegenstanders van geweldadige games zijn vaak van mening dat zulke spellen door het interactieve element de gebruikers trainen in het moorden. Gezien de wijde verspreiding van games en de populariteit van Grand Theft Auto die vaak als dé schuldige wordt aangewezen, zou ik volgens die redenering elke dag een aantal seriemoordenaars moeten tegenkomen, waaronder een aantal familieleden. Gelukkig heb ik nog geen aanslag meegemaakt en ook mijn neven en broers zijn nog altijd dezelfde onnozelaars.

Veel specialisten zijn het erover eens dat geweldadige games op zich niet van een normaal iemand een moordenaar maken. Labiele mensen daarentegen kunnen er wel ideeën uit opdoen. Een nuancering is hier wel op zijn plaats : dit geldt evengoed voor tv-programma's, films, boeken, enz. Eind 19de eeuw schoten vele jongeren met liefdesverdriet zichzelf een kogel door het hoofd in navolging van hun held uit een briefroman van Goethe (Duitse schrijver) (Die Leiden des Jungen Werthers - red.). De jongeman uit dit verhaal wordt verliefd op een vrouw die al verloofd is, en daardoor wordt zijn situatie zo uitzichtloos dat hij uiteindelijk zelfmoord pleegt. Heel tragisch, maar lossen we dit op als we het boek zouden verbieden? De zwarte lijst zou zo wel heel erg lang worden.

Het echte probleem zit volgens mij bij de psychische problemen die mensen tot waanzin aanzet. Voor ze hun plannen uitvoeren, lopen zulke mensen er reeds lang mee rond. Meestal geven ze hints, duidelijke of onduidelijke, maar hoeveel mensen kunnen deze signalen herkennen? Als die door iemand op tijd begrepen worden, kan er wat gedaan worden voor het probleem escaleert. Daar komt nog bij dat er een taboe rust op psychische problemen. Misschien moet daar maar eerst iets aan gedaan worden.

http://www.fragland.be/specials.php?page=1&id=591

Twee bekende voorbeelden

Bully

Nieuw computerspel zet aan tot treiteren van klasgenootjes

Je klasgenootjes met hun hoofd in de wc duwen, je leerkrachten in het gezicht spuwen of doodleuk iemand neermeppen op de speelplaats van de school. Dat is wat kinderen moeten doen in het nu al controversiële computerspel Bully dat begin volgend jaar op de markt komt.
Het nieuwe computerspel Bully - letterlijk vertaald bullebak - van het Amerikaanse bedrijf Rockstar Games lokt overal in de wereld hevige reacties uit. Het spel ligt pas begin volgend jaar in de rekken maar de beelden en de verhaallijn, die al zijn vrijgegeven, liegen er niet om.

Het computerspel draait rond Jimmy Hopkins, een 15-jarige leerling die school loopt aan Bullsworth Academy. Hij wordt gepest door oudere leerlingen en kan het niet vinden met enkele leerkrachten. De jongeman besluit wraak te nemen en ontziet daarbij niemand.

De bedoeling van het spel is om Jimmy Hopkins zoveel mogelijk pesterijen te laten uitvoeren. Goede punten scoor je door medeleerlingen in de maag te stompen, klasgenoten in de wc-pot te duwen, leerkrachten in het gezicht te spuwen, jongere kinderen geld af te troggelen of "schoolkameraadjes" voetje te lichten. Extra punten zijn er voor vechtpartijen in de klas, gooien met allerlei voorwerpen of andermans lief veroveren.

"Dat is er serieus over", reageren Filip Moens en Paul Goossens, leerkrachten aan de Sint-Paulusschool in de Gentse deelgemeente Drongen. "Wij worden op onze school dagelijks geconfronteerd met pesten. Voortdurend moeten wij kinderen leren dat zij elkaar moeten waarderen om wie zij zijn, en dan komt er zo'n spel op de markt dat pesten verheerlijkt."

Filip Moens is vader van een dochter die gepest werd. "Pesters gaan heel geraffineerd tewerk. Mijn dochter zat in het vijfde leerjaar bij mij in de klas. Ik had aanvankelijk niet eens door dat zij gepest werd. Ondertussen zit zij op een andere school en heeft zij geen last meer van pesterijen, maar zo'n spelletje vernietigt natuurlijk alle inspanningen van leerkrachten om te strijden tegen pesten."

Daarom starten de leerkrachten van de Sint-Paulusschool met een petitie tegen het gewelddadige Bully . Zij staan niet alleen met hun protest. Zowat overal ter wereld botst het computerspel op een storm van kritiek. Scholieren betoogden al voor de kantoren van Rockstar Games in New York. In Groot-Brittannië wil de organisatie Bullying Online een verkoopverbod voor het spel. Bully was zelfs al onderwerp van gesprek in het Britse parlement.

"Wij hopen dat minister van Consumentenzaken Freya Van den Bossche nog iets kan ondernemen. Wij zullen haar de petitie overhandigen", vertellen Filip Moens en Paul Goossens. "Met zo'n computergame heeft het geen zin meer dat wij als leerkrachten waarden als verdraagzaamheid proberen over te brengen. Dat is preken in de woestijn. Wij hebben niets tegen computerspelletjes. Dat is iets van deze tijd, maar waarom moet het allemaal zo gewelddadig en vernietigend zijn?" (DIH)

Uit Het Nieuwsblad, 3 november 2005

'Bully' is niet zomaar een pestspel. Jimmy Hopkins kan in "Bully" best een fijne jongen zijn, als hij dat wil

Het computerspel "Bully" is geen handleiding in het efficiënt pesten van kinderen. De gamer bepaalt zelf zijn gedrag op de kostschool.

Wie Bully speelt, kruipt in de huid van de vijftienjarige Jimmy Hopkins, een groentje op de kostschool Bullworth Academy. Het doel is om het schooljaar af te maken, maar daarvoor moet hij een plaats weten te veroveren in de pikorde op school en afrekenen met nerds, pestkoppen en autoritaire leraars. Zijn wapenarsenaal bestaat onder meer uit honkbalknuppels, stinkbommen en knikkers om tegenstanders te laten uitglijden. Geweren zijn taboe.

Rond het spel was vorig jaar al heel wat stennis. Verontruste ouders en leerkrachten, zowel in Amerika als hier, vreesden dat Bully de leerlingen zou aanzetten om andere kinderen te pesten. Hoewel ze de precieze inhoud van het game nog niet kenden, vroegen ze de overheid toch al om ertegen op te treden. Rockstar, de producent van het spel, ging er niettemin mee door en gaf woensdag in Amerika voor het eerst een demonstratie.

De verslagen in de Amerikaanse kranten gaven een veel genuanceerder beeld van het game dan door de tegenstanders tot nu toe opgehangen werd. Of Jimmy goede of slechte dingen doet, ligt vooral in handen van de gamer. Er zit geweld in en er worden kinderen gepest, maar er vloeit geen bloed en niemand lijkt er na de knokpartijen op de speelplaats erg aan toe te zijn. Seks, drugs en alcohol komen er niet aan te pas.

The New York Times geeft nog andere voorbeelden waaruit blijkt dat de schrik voor Bully overdreven was. Zo is het in het spel verboden een kleiner kind, een vrouw of een volwassene te slaan. In de clinch gaan met pestkoppen die de medeleerlingen het leven zuur maken, wordt aangemoedigd. Als Jimmy te weinig slaapt, is hij de volgende dag futloos. En als hij regels overtreedt, bijvoorbeeld brossen of een vechtpartij uitlokken, moet hij daarvoor boeten met saaie taken als het gras maaien of sneeuw ruimen.

Het kan zelfs leuk zijn op de kostschool, schreef USA Today . In de les chemie leert Jimmy voetzoekers maken en tijdens de Engelse les moet hij woordspelletjes spelen. Hoe beter Jimmy dat doet, des te meer geletterd hij wordt. Daardoor kan hij zichzelf uit de penarie praten of een meisje overtuigen hem een kus te geven.

"Bully kan nu eindelijk voor zichzelf spreken", zegt Rodney Walker, de woordvoerder van Rockstar."De mensen kunnen kijken naar het spel en zien wat het is en wat het niet is." Maar net zoals in veel andere games, zit er een meer dan aardige portie geweld in. Een weergave van de realiteit, zei Walker in USA Today . "School kan soms hard zijn, het gaat niet alleen om uitstekende cijfers halen."

De vraag is of de tegenstanders van geweld in games hun strijd tegen Bully zullen staken. Hoewel er nog steeds geen wetenschappelijk bewijs is van een oorzakelijk verband tussen gamen en geweld plegen, zijn zij erg verbeten in hun strijd.

Uit De Standaard, 11 augustus 2008

GTA: Grand Theft Auto

De verschillende spellen van GTA hebben criminaliteit en vooral vrijheid te doen wat je wilt als gemeenschappelijke factor. Het belangrijkste onderdeel om verder te geraken in het spel is het uitvoeren van opdrachten, gekregen van verschillende bazen. Zo kan men zich opwerken in de rangen van de plaatselijke misdaadscène. Deze bazen waren overigens niet altijd zo aanwezig, in GTA 1 en 2 kreeg je vooral telefonische opdrachten. De opdrachten volgen elkaar niet op, tussen de opdrachten heb je een vrije keuze om te doen wat je wilt. Je kan dan in het reeds vrijgespeelde stuk stad lopen, rijden (met een gestolen auto, brommer of motor) of fietsen (nieuw in San Andreas). De mogelijkheden zijn immens, je kan stunts uitvoeren, prostituees oppikken, chaos veroorzaken door op voetgangers of politiemannen te schieten, de metrosporen blokkeren, over de stad vliegen en nog zoveel meer.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Grand_Theft_Auto_(spellenreeks)

Controverse

Het computerspel Grand Theft Auto: San Andreas blijft controversieel. De uitgever wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan moord. Drie jaar geleden schoot een man twee agenten en een hulpverlener dood na een autodiefstal. De familie van een van de agenten zegt dat de dader de mosterd haalde bij het videospel. Eerder onthulde een Nederlandse gamefanaat al verborgen seksscènes in het spel. Het grapje kan spelontwikkelaar Rockstar 40 miljoen euro kosten.

Uit Het Nieuwsblad, 20 februari 2006

Reacties op internetfora

“Da's echt zever hoor, dat spelletjes als GTA geweld veroorzaken. Dat zijn gewoon jongeren die psychisch niet sterk in hun schoenen staan en na uren gamen (waar zijn de ouders?) het verschil niet meer zien tussen realiteit en fictie.”

“Het verbaast me (alweer) niet dat de traditionele media willen uitpakken met de factor “gewelddadige games”. Uiteindelijk weten die journalisten ook wel dat ze zo sneller een artikeltje verkocht krijgen, dan wanneer ze gewoon een objectieve recensie van het spel zouden pennen. Teleurstellend, maar niet meer verrassend. Het publiek verwacht nu eenmaal verontwaardiging van de media, en dat krijgen ze dan ook.”

“Als je in een krant over muziek, boeken, films en theater leest dan kan het, naast het mainstream gedoe, niet op van de extremen, experimentele zaken of alternatieve keuzes, verspreid over tal van pagina’s. Qua games lijkt men enkel de GTA’s, Sims of de WoW’s te “kennen” terwijl men dan nog vaak nauwelijks focust op hoe zo’n spel nu echt speelt in artikels die amper een halve pagina in beslag nemen.”

“Meer dan 700 GTA-fans spraken zeer openhartig over hun favoriete game en natuurlijk de geweld-issue. De uitslag is nu al spraakmakend en toont aan dat politici zich misschien wat minder druk moeten maken. Zo gaf ruim 80% van de ondervraagden aan dat geweld NIET de reden was waarom zij de game kochten. Datzelfde percentage ziet ook geen enkel verband tussen games en geweld. Een opvatting die door de ouders werd gedeeld, want bijna 70% van hen bleek geen probleem te hebben met het feit dat GTA IV gespeeld werd.”

“Dit bijzonder intelligente ( ) stukje artikel over de dubbele racistische moord van vorige week in Antwerpen valt sinds vanmorgen te lezen op de site van De Standaard:

Er zijn echter ook sterke aanwijzingen dat Hans Van Themsche zich tijdens zijn dodelijke tocht baseerde op het scenario van een gewelddadige computergame. Hij schoor 's ochtends zijn haar af en doste zich in quasi-militaire kledij voor hij met de trein naar Antwerpen trok. Daar kocht hij een geweer in een wapenwinkel. Net zoals de speler van Grand Theft Auto een geweer moet kopen voor hij aan zijn gewelddadige tocht begint. GTA is een van de populairste killergames van de jongste jaren bij ons. De spelers moeten daarin onder meer carjackings plegen, maar op een bepaald 'level' ook Spaanssprekende immigranten vermoorden. Het staat vast dat Van Themsche een fan was van gewelddadige computergames, waaronder GTA.

Terwijl dit gewoon een argument was van de advocaat van de dader, om iemand anders de schuld te geven dan zijn cliënt, wordt dit in deze zogenaamde "kwaliteitskrant" als feit geponeerd.
De argumenten zijn trouwens compleet ridicuul: precies of die jongen had zonder GTA niet geweten dat je een wapen kan kopen in een wapenhandel... En ja, in GTA moet je je haar afscheren en je in militaire kledij uitrusten zeker? Dit is duidelijk een artikel geschreven door iemand die niets van GTA kent, maar wel doordrongen is van een ongefundeerde angst ervoor.”

“Het was natuurlijk geen kwestie van "of" maar wel van "wanneer". En eigenlijk heeft het nog lang geduurd voor we de eerste berichten konden lezen over de gewelddadige games die Kim De Gelder, de moordenaar van de kindercrèche in Dendermonde, kocht. We citeren even uit Het Nieuwsblad: "De doder had geen voorkeur voor bepaalde spelletjes. 'Als ik naga wat hij bij ons heeft gekocht, is zijn interesse te vergelijken met die van de gemiddelde gamer . Hij kocht bij ons het erg gewelddadige Grand Theft Auto, maar ook gewone simulatiegames.' " De krant kan, ondanks het normale koopgedrag van die jongen, het echter niet laten om de kop "De Gelder kocht gewelddadige games" boven het artikel te plaatsen.

Laat ons even de feiten op een rijtje zetten: Kim De Gelder is een jongen van twintig jaar, die al wel eens een game koopt, en één van die games was GTA IV - één van de meest verkochte games van de afgelopen maand. Nu vraag ik mij af, hoeveel jongeren kennen jullie wel niet die twintig jaar zijn en af en toe een game kopen, waaronder GTA IV? En vooral: waarom moet de krant daar dan weer de kop "Moordenaar kocht gewelddadige games" van maken? Wat vinden jullie ervan?

UPDATE: de door Het Nieuwsblad geïnterviewde verkoper was niemand minder dan FuLcRuM, één van onze gewaardeerde forumleden. Hij nam contact met ons op om te zeggen dat zijn woorden verdraaid waren: hij had immers helemaal niet bevestigd dat Kim De Gelder GTA IV gekocht had. We citeren FuLcRuM even, maar dan met zijn eigen woorden: "Op de vraag of Kim De Gelder klant was bij ons heb ik 'Ja' geantwoord; aangezien dat ook effectief zo is. Op de vraag wat hij bij ons aankocht heb ik gezegd dat ik daar geen zicht op had en het waarschijnlijk niet echt speciaal zou geweest zijn, eerder zoals een gemiddelde gamer; en dat het bovendien al van in mei 2008 geleden was dat hij iets bij ons gekocht had. Toen vroeg de journalist in kwestie of daar een GTA IV tussenzat, waarop ik heb geantwoord dat dat wel zou kunnen maar dat ik daar geen zicht op had." De journalist van Het Nieuwsblad heeft de feiten dus gewoon naar zijn eigen hand gezet, om toch maar te kunnen zeggen dat "de moordenaar gewelddadige games kocht". Kijk eens aan...”

http://www.9lives.be/

The Coke Side of Life

Coca Cola draaide in een reclamecampagne van begin 2008 de boodschap van GTA om. In een duidelijk op GTA geïnspireerde reclameboodschap denk je als kijker in een gewelddadig universum zoals dat van GTA terecht gekomen te zijn. Niets is echter minder waar. Het hoofdpersonage in de clip doet immers alleen maar goede dingen voor anderen. De reclame kan bekeken worden op Youtube.




Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

12. Bijbelteksten

De verloren zoon

Een jongere die door de jeugdrechter naar de gemeenschapsinstelling van Mol wordt verwezen en na 6 maanden terug naar huis mag, loopt verloren. Het schooljaar is bezig en de school ziet een jongere met een verleden in een gesloten instelling niet graag komen. Ook in eigen familie is de thuiskomst niet altijd een feest. De vrienden daarentegen, de bende waartoe de jongere behoort, ontvangt hem met open armen. Wie in Mol zat kent immers de knepen van het vak.

(Mieke Vogels, persmededeling Groen!)

[11] Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. [12] De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. [13] Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. [14] Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. [15] Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. [16] Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. [17] Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. [18] Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, [19] ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” [20] Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.
[21] “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” [22] Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. [23] Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, [24] want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
[25] De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. [26] Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. [27] De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” [28] Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. [29] Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. [30] Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” [31] Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. [32] Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’

(Lc 15,11-32)

Heb je vijanden lief

[27] Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, [28] zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. [29] Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. [30] Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. [31] Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. [32] Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. [33] En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. [34] En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. [35] Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.
[36] Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. [37] Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. [38] Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

(Lc 6, 27-38)

Jezus zei “heb je vijand lief”. In de oertijd had je de onbeperkte bloedwraak. Families bleven elkaar toen uitroeien. Dit speelde ook in de tijd van Mozes, zo’n 2000 jaar voor Christus. Mozes riep toen op om het principe van oog om oog, tand om tand toe te passen. Dit was al een hele verbetering. Hier werd mee bedoeld om een bloedwraak eenmalige toe te passen en daarna te stoppen.
“Gij zult niet doden” in de Thora, betekende destijds “houdt op met onbeperkt wraak nemen”. Jezus draaide dit om. Hij zei dat je gewelddadigheid moet beantwoorden met het toekeren van de andere wang. Beantwoording van het kwaad met het goede.

http://www.spiritualiteit.com/?sid=artikel&aid=31&t=nl

Fragment uit een ervaringsverhaal van aalmoezenier Gaby Demeulenaere

Ik zie bij Jezus geen bekoring om mensen af te schepen of af te schrijven. Niemand krijgt van Jezus levenslang. Hij blijft in de mens geloven. Het is niet steeds gemakkelijk maar ik vind voor mezelf dat ik met die houding bij mensen moet gaan. Vooral voor recidivisten of geschandvlekten (denk maar aan pedofielen) is het belangrijk dat ze weten dat er toch nog mensen zijn die in hen geloven. De Samaritaanse had al vijf mannen gehad en toch werd ze door Jezus niet afgeschreven. In die zin moet ik voor hen een stuk Blijde Boodschap zijn. Dat kwartier, dat halfuur, dat uur misschien dat ik bij hen ben, moet hen het gevoel geven dat iemand om hen geeft, dat zij nog waardevol zijn, dat zij beter zijn dan wat men over hen schrijft in de krant, dat er in hun leven veel goed zit, dat ze met hun handen ook veel goed doen.

http://members.chello.be/sf15557/html/body_vorst_-_berkendael.html

Worden als een kind

[1] Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ [2] Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer [3] en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. [4] Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. [5] En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. [6] Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken. [7] Wee de wereld met haar valstrikken. Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, maar wee de mens die de valstrik zet! [8] En als je hand of je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg: je kunt beter verminkt of kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen of twee voeten in het eeuwigbrandend vuur geworpen worden. [9] Brengt je oog je op de verkeerde weg, ruk het dan uit en werp het weg: je kunt beter met één oog het leven binnengaan dan in het bezit van twee ogen in het vuur van de Gehenna geworpen worden.
[10] Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.

(Mt 18, 1-10)

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

6. Didactische werkvormen

  1. Cartoons
  2. Zijn jongeren gewelddadiger dan vroeger?
  3. Straffen of strelen?
  4. Verbondenheid als antwoord op delinquentie?
  5. Natural Born Criminals?
  6. Getuigenissen en lotgevallen van daders en slachtoffers van jeugddelinquentie
  7. Leefregels voor onze maatschappij
  8. Film en televisie
  9. Literatuur
  10. Muziek
  11. Games als oorzaak van geweld
  12. Bijbelteksten

  • Als inleidende opdracht kan men aan leerlingen de vraag stellen wat zij verstaan onder jeugddelinquentie. Verschillende voorbeelden kunnen aan bord gebracht worden, om zo tot een begripsomschrijving te komen, die voldoende ruim is.
  • In het nieuws komt dikwijls berichtgeving aan bod waarin jonge delinquenten betrokken zijn. In sommige gevallen gaat het om erg tragische gebeurtenissen (bijvoorbeeld de kindermoord in Dendermonde, de dood van Bart Bonroy, de mp3-moord op Joe van Holsbeek,…). Het kan soms nodig zijn om vooraf een klasgesprek te houden waarin de leerlingen hun gedachten kwijt kunnen over deze gebeurtenissen of ze kunnen ook zelf een tekst schrijven waarin ze uiting geven aan hun kijk op de gebeurtenissen.

1. Cartoons

  • De uitvoerige collectie cartoons rond jeugddelinquentie vormt een inleiding op de thematiek en toont aan dat dit een zeer dankbaar thema is voor cartoonisten. De cartoons brengen een aantal problematieken en thematieken in verband met jeugddelinquentie in beeld. De leerlingen kunnen proberen al een eerste categorisatie van thema’s te maken die te maken hebben met jeugddelinquentie.

  • Enkele bijhorende vragen:

    • Wat wordt in deze cartoon weergegeven?
    • Wat is precies de grap of het standpunt die de cartoonist wil vertolken met betrekking tot deze situatie?
    • Wat heeft deze cartoon met jeugddelinquentie te maken?
    • Kan je enkele van de cartoons linken aan gebeurtenissen uit de actualiteit?
    • Welke cartoon heeft de meeste maatschappelijke relevantie?
    • Welke cartoon zou je zelf kiezen als begincartoon voor een lessenreeks rond jeugddelinquentie?
    • Welke is de meest herkenbare cartoon?
    • Welke is de grappigste cartoon?

  • De leerlingen kiezen drie van de cartoons en formuleren op basis van elk van deze cartoons een interessante discussievraag.

  • Men kan aan de leerlingen ook vragen om zelf een cartoon te maken over jongeren en criminaliteit.

2. Zijn jongeren gewelddadiger dan vroeger?

  • Vooraleer men de teksten gaat lezen en bespreken, kan men aan de leerlingen vragen hoe zij tegenover de vraag staan of jongeren gewelddadiger zijn dan vroeger. Zo kan een korte klassikale verkenning van de standpunten hieromtrent op gang komen.
  • Daarna kan men samen met de leerlingen de teksten (of een selectie daaruit) gaan lezen en hen laten zoeken naar argumenten die de idee dat jongeren gewelddadiger zijn bevestigen en argumenten die deze idee ontkrachten. De argumenten kunnen in twee kolommen genoteerd worden. Leerlingen kunnen ook nog zoeken naar andere argumenten en redenen.
  • De vraag hoe het komt dat er zo’n tegengestelde visies bestaan over deze kwestie kan mee in de discussie betrokken worden. Deze vraagstelling kan eveneens een aanknopingspunt bieden om met de leerlingen te discussiëren over de rol van de media in de berichtgeving over en de beeldvorming omtrent jeugddelinquentie.
  • Voorts kan men aan de leerlingen een aantal vragen stellen bij de verschillende teksten. Deze vragen gaan ook in op de persoonlijke leefwereld van de leerlingen.
Jongeren voelen zich onveilig op straat
  • Voel jij je soms zelf bang op straat?
  • Zou je zelf uit een onveiligheidsgevoel zo ver gaan om een wapen te dragen?
  • Ken je jongeren die een mes dragen of een ander wapen?
  • Kan je begrijpen dat een mes een gevoel van veiligheid geeft?
  • Heb jij ooit al eens te maken gehad met vandalisme of een andere vorm van geweld door jongeren?
  • Heb je al eens met iemand gevochten?
  • Heb je op een fuif of een feestje al voorvallen van agressie gemerkt? Wat is jouw reactie in zo’n geval?
  • Denk je dat jeugddelinquentie te maken heeft met een gebrek aan nestwarmte en warmte op school?
  • Vind je de school een veilige, warme plaats om te vertoeven?
Ik-hier-nu
  • Wat wordt er bedoeld met het ik-hier-nu?
  • Wat betekent het jij-ginder-morgen?
  • Kan je van beide houdingen voorbeelden geven?
  • Denk je dat dit ik-hier-nu gevoel vandaag de dag overheerst?
  • Hoe zou de idee van het ik-hier-nu iets te maken kunnen hebben met jeugddelinquentie?
Een socio-legale constructie
  • Welke idee probeert de auteur van deze tekst over te brengen?
  • Zou je enkele evoluties in de maatschappij kunnen opnoemen waardoor crimineel gedrag bevorderd wordt of meer de vrije loop krijgt, of waardoor het juist ingeperkt wordt?
Jeugdcriminaliteit niet gestegen
  • Is naar jouw aanvoelen de criminaliteit onder jongeren de laatste jaren gestegen of gedaald?
  • Wat bedoelt men met de uitspraak: “De agressie is niet gestegen, maar de samenleving is veranderd”? Welke complicaties heeft deze uitspraak?
  • Is het zo dat agressief gedrag eigen is aan de jeugd?
Criminele kinderen: misdadigers van morgen?
  • Denk je dat ‘jonge boefjes’ later vaak uitgroeien tot echte criminelen?
  • Zou je een vuurtje stoken omschrijven als delinquent gedrag?
  • Vind je het belangrijk dat er tijdig en streng wordt gereageerd op wangedrag van jonge kinderen of is het beter als men daar niet te veel aandacht aan besteedt?
  • Denk je dat problematische leefomstandigheden een rol spelen in de mate waarin men delinquent gedrag pleegt?
  • Zijn de kinderen van vandaag tikkende tijdbommen?
Uiteenlopende meningen op het forum van Humo
  • Met welke van deze meningen ben je het zelf het meeste eens?
  • Welke mening komt bij jou over als nonsens?
  • Kan je zelf een opiniestukje schrijven in de stijl van deze meningen?
  • Is volgens jou de jeugd over het algemeen goed bezig?
  • Ligt de bron van veel geweld in de jeugd van kinderen?
  • Kan je soms spreken van zinvol geweld, zoals een van de schrijvers laat uitschijnen?
  • Zou je kunnen stellen dat het niet de jongeren zijn die gewelddadiger zijn geworden, maar de kijk van volwassenen op jongeren?
  • Heeft het geweld bij jongeren te maken met een gebrek aan respect?
  • Vind jij respect zelf een belangrijke waarde?
  • Hebben jongeren vandaag de dag genoeg plaatsen om hun frustraties en opgekropte woede te uiten?
  • Wat doe jij als je boos of gefrustreerd bent?
  • Vind je dat er vandaag de dag eigenlijk te veel getolereerd wordt in de maatschappij?
  • Vind je het belangrijk dat men op school streng genoeg is en regels en grenzen hanteert?
  • Kunnen jongeren beïnvloed worden tot delinquent gedrag? Zo ja, waardoor?

3. Straffen of strelen?

  • De leerlingen nemen de verschillende teksten door en halen er de verschillende pistes uit die genomen worden met betrekking tot de behandeling van jonge delinquenten. (Er kunnen met betrekking tot het straffen van jeugddelinquenten een aantal categorieën onderscheiden worden of pistes genomen worden, met name: gevangenisstraf – (gesloten) instelling – heropvoedingskampen – herstelbemiddeling – onthemende tochten,…)

  • Zij categoriseren deze pistes van (in hun ogen) minder zinvol naar zinvol en van minder streng naar streng. Daarbij kan men aan de leerlingen de vraag stellen of de beide categorisaties al dan niet overeenkomen, met andere woorden: zijn de meest strenge oplossingen ook de meest zinvolle oplossingen? Wat zijn de risico’s wanneer men te streng is qua aanpak en wat zijn de risico’s wanneer men niet streng genoeg is (de leerlingen halen hiervoor ook elementen uit de teksten)?
  • Men kan de leerlingen ook het onderscheid laten maken tussen preventieve, repressieve ( en reconstructieve (herstelgerichte) maatregelen. Wat is het verschil tussen deze en hebben ze alle drie zin? Bij elk van de drie maatregelen zoeken de leerlingen naar voorbeelden uit de actualiteit of schrijven ze een casus uit (bijvoorbeeld van een jonge hooligan, of een drugsgebruiker op het slechte pad), waarbij ze de drie maatregelen verwerken.
  • Uit de teksten halen de leerlingen ook een aantal problemen waarmee het jeugdrecht geconfronteerd wordt (bijvoorbeeld: gebrek aan plaatsen, recidivisme,…). Welke gevolgen hebben deze problemen voor de jongeren zelf en voor de maatschappij?
  • In één van de teksten worden een aantal ‘alternatieve’ straffen uit het buitenland beschreven, zoals bokswedstrijden, houthakkerskampen, varkenshokken,… Zijn dergelijke straffen zinvol? Analoog hiermee is de Glenn Mills School. De leerlingen kunnen naar de reportage over de Glen Mills School kijken en proberen achteraf op basis van deze reportage en de teksten bij de impulsen hun eigen mening te formuleren met betrekking tot dergelijke heropvoedingskampen.
  • Een heel ander voorbeeld zijn de wandeltochten van Oikoten. Zien de leerlingen hier het nut van in? Waarom hebben deze tochten een zogenaamd ‘onthemend’ effect en wat is hier precies zo heilzaam aan? Vanuit de idee van Oikoten kan ook de link gelegd worden naar het VRT-programma Het Rechte Pad (zie de impulsen rond Film en televisie) waar jongeren een soortgelijke tocht meemaken. Men kan eventueel met de leerlingen naar één van de afleveringen van deze reeks kijken. Vanuit Oikoten en het Rechte Pad kan men aan de leerlingen vragen of zij zelf een dergelijke (echter zeer zware) alternatieve straf zouden verkiezen. Zouden zij het zien zitten om later zelf begeleider te worden bij zo’n tocht? Zouden zij zo’n tocht liever alleen doen of samen met een groep van andere delinquenten? Vanuit Oikoten kan men ook de link leggen naar het jeugdboek Zes maal één is zeven (zie de impulsen rond Literatuur) waar zes jongeren als alternatieve straf naar een kamp in de Ardennen worden gestuurd. Men kan de leerlingen ook een kijkje laten nemen op de website van Oikoten.

    Een aantal vragen (op basis van de teksten) die kunnen dienen als voer voor verdere discussie:
    • Moet men elk delinquent gedrag onmiddellijk streng bestraffen?
    • Vind je dat ouders en school sneller zouden moeten ingrijpen?
    • Hebben delinquente jongeren meer nood aan therapie dan aan opsluiting?
    • Moeten alle criminele jongeren meteen naar een gesloten instelling?
    • Is een opsluiting voor jongeren wel efficiënt?
    • Heeft het zin om jongeren in een echte gevangenis te stoppen?
    • Moeten misdadige ‘elementen’ uit de maatschappij verwijderd worden?
    • Hebben strenge bootcamps voor jongeren hun nut?
    • Voelen mensen zich veiliger wanneer delinquente jongeren achter slot en grendel zitten? Is dit geen misplaatst veiligheidsgevoel?
    • Geloof je zelf in de heilzame werking van militaire discipline en dril bij delinquente jongeren?
    • Wat wordt er bedoeld met de uitspraak: “Het debat over de aanpak van jeugddelinquenten is als een spiegel waarin we naast de jeugd van tegenwoordig, ook en vooral onszelf, onze geschiedenis en onze samenleving zien”?
    • Kan je begrijpen dat criminele jongeren soms gewoon vrijgelaten worden omdat er geen plaats is in de instellingen? Begrijp je ook de verontwaardiging van sommige mensen hierover?
    • Hebben delinquente jongeren vooral nood aan een gezamenlijk of een individueel project?
    • Zou je als slachtoffer van een misdrijf herstelbemiddeling belangrijk vinden? Zou je het belangrijk vinden als je de dader was van dat misdrijf?
    • Hoe sta je tegenover het project “Slachtoffer in beeld”? Zal dit jonge misdadigers helpen om geen delinquent gedrag meer te vertonen?
    • Vind je dat het kan dat men in dit project ook gaat focussen op de eigen slachtofferervaringen van de jonge daders?
    • Denk je dat delinquenten van zestien jaar en ouder die al enkele keren voor het gerecht zijn verschenen onverbeterlijk zijn?

4. Verbondenheid als antwoord op delinquentie?

  • Aan de hand van de kringen met de verschillende dimensies en het beeld van de appelboom legt de leerkracht aan de leerlingen het project verbondenheid en de visie en doelstellingen ervan uit. Belangrijk hierbij is dat de betekenis van delinquentie en religie vanuit de oorsprong van deze woorden wordt uitgelegd.
  • Bij de dimensies krijgen de leerlingen de opdracht te geven om de cirkels over te nemen op een blad papier en in deze cirkels voorbeelden aan te geven van verbondenheid met respectievelijk zichzelf, de ander(en), voorwerpen/materialen, de groep/samenleving/cultuur en het levensgeheel/de natuurlijke kringloop.
  • Ook de metafoor van de appelboom wordt door de leerlingen toegepast. Zij omschrijven de aanpak van een probleem (bijvoorbeeld de behandeling van pesten op school, of van vandalisme) door middel van de verschillende symbolen van de appelboom (de vrucht, de plagen en de wormen, spuitbuspreventie, de wortels van de boom,…)
  • Een kleinschalig voorbeeld van het project verbondenheid is een lagere school waar de jonge leerlingen steeds gemeen waren tegenover de konijntjes op de school. Ze trokken aan de oren, gooiden er steentjes naar of porden ze met een stok. De school besliste toen dat de leerlingen (in beurtrol) de konijntjes zelf mochten verzorgen en er eten aan mochten geven. Daarna verminderde het gemene gedrag tegenover de konijntjes drastisch. Omdat de leerlingen een band voelden met de konijntjes, begingen ze geen delinquent gedrag meer tegenover deze diertjes.

  • Men kan samen met de leerlingen gaan nadenken over een eventuele realisatie van het project verbondenheid in de eigen school. In elke school is immers delinquent gedrag (al is het dan maar op kleine schaal) terug te vinden. Hoe zou men dat delinquent gedrag met behulp van het beeld van de appelboom kunnen aanpakken? Hoe kan men op school meer verbindend te werk gaan?

  • De leerlingen bekijken de cyclus van verbondenheid en brengen deze in verband met het project verbondenheid. Hoe toont deze cyclus aan dat verbondenheid heel belangrijk is bij het vermijden van delinquent gedrag? Naar analogie met de cyclus van verbondenheid kunnen de leerlingen de opdracht krijgen om een cyclus van delinquentie, waarbij men dezelfde driedeling hanteert (oorzaken-delinquentie-gevolgen). Vanuit dat schema van de cyclus van delinquentie geven de leerlingen aan hoe deze cyclus doorbroken zou kunnen worden (bijvoorbeeld door elementen vanuit de cyclus van verbondenheid binnen te brengen in deze cyclus).
  • De leerlingen gaan voor zichzelf na wanneer zij dingen gedaan hebben die niet door de beugel konden; zij denken na over de vraag of er op dat moment een band ontbrak met iets of iemand.
  • Een andere vraag waarover de leerlingen klassikaal kunnen debatteren, is hoe men op grootschalig niveau, in de samenleving, meer verbondenheid kan creëren. Een bijkomende vraag is of de verbondenheid tussen de mensen vandaag de dag minder is dan vroeger (bijvoorbeeld door de verstedelijking of de meer individualistische dagindeling, waar men vaak in z’n eentje of met het gezin voor de tv zit,…) en of dit crimineel gedrag in de hand zou werken. Heeft de terugval van het geloof (religie in de strikte zin) misschien ook te maken met een vermindering van de verbondenheid tussen mensen? Hoe kan men mensen weer meer verbonden maken met elkaar?

5. Natural Born Criminals?

  • In de film Natural Born Killers zegt hoofdpersonage Mallory Knox op gegeven moment “I was born, naturally born to be bad.” Deze uitspraak, en de vraag of (sommige mensen) slecht geboren worden, vormen het uitgangspunt van een klassikaal debat. In eerste instantie kan men aan de leerlingen een simpele ja-nee-vraag stellen: “Worden sommige mensen slecht geboren?”. De leerlingen mogen hierop alleen met ja of nee antwoorden. Daarna worden de leerlingen die ja geantwoord hebben samen geplaatst en worden de leerlingen die nee geantwoord hebben ook samen geplaatst (men kan ook de klas willekeurig in twee verdelen en de ene groep het ene standpunt laten verdedigen en de andere het andere standpunt). Beide groepen gaan op zoek naar zoveel mogelijk argumenten om hun gelijk te bewijzen. Daarna gaan beide groepen in discussie met elkaar en proberen zij een zo genuanceerd mogelijk standpunt naar boven te brengen, waarbij zij rekening houden met verschillende factoren.
  • Vanuit de klassikale discussie kan men de verschillende standpunten met betrekking tot deze discussie gaan uitzuiveren door ze onder te verdelen in nog meer deelstandpunten, bijvoorbeeld:
    • Alle mensen worden goed geboren, maar sommigen worden slecht door opvoeding.
    • Alle mensen zijn neutraal als ze geboren worden en sommigen ontwikkelen zich goed, anderen slecht.
    • Alle mensen zijn slecht geboren, het is de maatschappij die er ‘eerbare’ burgers van maakt.
    • In sommigen ligt de aanleg tot het slechte, in anderen de aanleg tot het goede. Men kan zich alleen maar ontwikkelen volgens de aanleg die men heeft.
    • De meeste mensen worden goed geboren, maar sommigen hebben een stoornis of afwijking in de hersenen of psychè waardoor zij het goede niet kunnen doen of niet weten wat het goede is.
  • Deze standpunten worden vervolgens geplaatst bij de verschillende visies die te vinden zijn in de impulsen. De leerlingen geven hierbij ook aan met welk standpunt zij persoonlijk het uiteindelijk zelf het meeste eens zijn en van welk standpunt zij menen dat het het meest naast de werkelijkheid is.
  • Het kan ook interessant zijn om de leerlingen een onderzoek te doen naar de berichtgeving rond jeugddelinquentie, bijvoorbeeld rond diefstallen, hooliganisme of vandalisme of bijvoorbeeld ook in extreme vormen als bij het Columbine-drama of de kindermoord door Kim De Gelder in Dendermonde (hierover bestaat ook meer en meer gepolariseerde berichtgeving dan bij kleinere vergrijpen). Welke krantenkoppen vinden zij terug? Hoe spreken de verschillende bronnen over dader en slachtoffer? Worden de daders als monsters gezien of is er een zekere mate van inleving? Zie je één van bovenstaande standpunten doorklinken in de berichtgeving?
  • Een andere opdracht is om de leerlingen zelf over een (fictieve) gebeurtenis die te maken heeft met jeugddelinquentie te laten berichtgeven. Zij zijn als het ware journalisten die een stukje schrijven in de krant over deze gebeurtenis. Later lezen de leerlingen de berichtgeving voor in de klas en geven de andere leerlingen aan in welke zin en door welke woorden er toch een bepaald standpunt ten opzichte van de dader verwoord wordt.

6. Getuigenissen en lotgevallen van daders en slachtoffers van jeugddelinquentie

  • De leerlingen lezen de getuigenissen en geven weer wat ze voelden toen ze deze getuigenissen lazen. Was dat medelijden, woede, onverschilligheid, spot, verdriet,….Ze geven ook weer welke ze de meest pijnlijke getuigenis vinden en waarom.
  • Om deze getuigenissen beter in perspectief te kunnen plaatsen, krijgen de leerlingen de opdracht om ze in verband te brengen met de cyclus van verbondenheid en de zelfgemaakte cyclus van delinquentie. Slagen sommige mensen in de getuigenissen erin om uit de cyclus van delinquentie te breken? Waardoor lukt dit dan?
  • Enkele bijkomende vragen:
    • Waar in de getuigenissen is sprake van slachtofferschap en waar van daderschap? Kan een dader soms ook een slachtoffer zijn (op een ander niveau)?
    • Vind je in de getuigenissen tekens van hoop terug?
    • Met welke problemen worden de jongeren in de getuigenissen geconfronteerd?
    • Wat zijn hun motieven of achtergronden om over te gaan tot delinquent gedrag?
    • Als je deze getuigenissen leest, denk je dan dat jou ook zoiets zou kunnen overkomen?
    • Ken je mensen bij wie iets dergelijks al is gebeurd?
  • Een alternatieve opdracht kan erin bestaan om de leerlingen naar één van de personen naar keuze uit de getuigenissen (Sylvie, Johan, Edith, Yolande, Justine, Rebecca, Dorien, Gert, Bram, Dave, Anoniem, Stephen of Jan) een persoonlijke brief te laten schrijven, waarin ze deze persoon een aantal vragen stellen, waarin ze weergeven wat ze niet begrijpen, waar ze mee meeleven, wat ze misschien al zelf ervaren hebben, waar ze bang voor zijn, waar ze absoluut geen begrip voor hebben,…

7. Leefregels voor onze maatschappij

  • De tekst “Van netheid tot zinloos geweld” schetst de kwestie van het waarden- en normendebat dat vandaag de dag ook met betrekking tot jeugddelinquentie wordt gevoerd. Het vormt het ideale aanknopingspunt om met jongeren over waarden en normen te praten.
  • Eerst wordt de tekst gelezen. De leerlingen onderlijnen in de tekst belangrijke elementen en vatten elke alinea samen in één mooi geformuleerde zin. Bijzondere aandacht besteden zij aan het omschrijven van het verschil tussen waarden, normen en wetten.
  • Vanuit de tekst kan men aan de leerlingen de opdracht geven om drie waarden te formuleren, deze telkens te koppelen aan één bijhorende positief geformuleerde norm en één negatief geformuleerde norm en eventueel (dit is niet altijd mogelijk) aan één wet (aan minstens één van de drie waarden zou men toch een wet moeten kunnen koppelen).
  • Op basis van de tekst geven de leerlingen ook aan in welke zin het debat rond waarden te maken heeft met (de beeldvorming rond) jeugddelinquentie.
  • De vertaling van waarden en normen in de vorm van geboden gebeurt in de bijbel in de tien geboden. De leerlingen proberen deze tien geboden in eigen woorden weer te geven en geven voorbeelden van (jeugd)delinquent gedrag bij de overtreding van elk van deze tien geboden. Men kan hier aan de leerlingen de vraag stellen of deze tien geboden vandaag de dag hun nut nog hebben en nog gebruikt kunnen worden bij de beoordeling van wat goed of slecht gedrag is. Aanvullend kan men de leerlingen een aangepaste versie van de tien geboden laten opstellen, waarin zij de tien belangrijkste normen aangeven waaraan jongeren zich volgens hen moeten houden om geen crimineel gedrag te stellen. Eventueel kan men deze tien geboden later in de klas ophangen.

8. Film en televisie

  • Rond het thema jongeren en criminaliteit zijn heel wat films gemaakt. De meeste van deze films hebben een gelijkaardig thema, namelijk het proberen overeind te blijven in moeilijke omstandigheden. Sommige personages slagen erin om aan de negatieve invloed van hun omgeving te ontsnappen, anderen doen niets liever dan zich er middenin te storten en nog anderen doen verwoede pogingen om een andere wending aan hun leven te geven, maar gaan uiteindelijk toch ten onder aan de omstandigheden. Sommige van deze films kunnen eerder omschreven worden als feel good-movies met een happy end, de meeste laten je echter achter met een wrang gevoel. Sommige van deze films zijn ook vrij hard om naar te kijken. Bijvoorbeeld Cidade de Deus, La Haine, Battle Royale en vooral Kids bevatten vrij expliciete scènes. De nodige omzichtigheid is dus geboden. Sowieso zijn de meeste van deze films meest geschikt voor de derde graad.
  • Uiteraard is het niet mogelijk om al deze films klassikaal te bekijken. Afhankelijk van de interesses van de leerlingen en de eigen interesses kan men één of enkele van de films uitkiezen waaruit men doelgericht een aantal fragmenten toont. De verwerkingsvragen die men achteraf aan de leerlingen stelt hangen uiteraard af van de film die men toont.
  • Een aantal algemene vragen:
    • Wie zijn de hoofdpersonages uit deze film?
    • Wat zijn hun beweegredenen?
    • Heb je sympathie voor hen?
    • In welke zin kan je hen delinquent noemen?
    • Waaruit blijkt een gebrek aan verbondenheid met de omgeving?
    • Zijn er elementen in de film die de grond leggen voor hun crimineel gedrag?
    • Hoe zou jij omgaan met de situatie van de hoofdpersonages?
    • Begrijp je waarom sommige personages toegeven aan hun omgeving?
    • Hoe ga jij om met de invloeden uit je omgeving?
  • Wanneer men ervoor kiest om zich klassikaal toe te spitsen op één film, kunnen de leerlingen in groepjes ingedeeld worden en krijgt ieder groepje een personage toegewezen. De opdracht bestaat er dan in om dit personage te interviewen: achterhalen wat zijn of haar beweegredenen zijn, waarom hij of zij bepaalde dingen doet en andere dingen niet. Welke zijn zijn of haar dromen of idealen en hoe probeert hij die te bereiken. Men kan zich strikt aan de film houden of vragen stellen puur op het karakter van het personage en daardoor de film overstijgen. De interviews kunnen door de leerkracht daarna gebundeld worden in een tijdschrift dat aan de hele klas wordt verdeeld.
  • Een alternatieve werkwijze is om de leerlingen in groepjes van twee één van de films te laten kiezen (elke film mag wel slechts eenmaal gekozen worden) waarbij zij deze film bekijken en er een fragment uit selecteren van maximum tien minuten, dat ook klassikaal afgespeeld kan worden. Elk groepje toont zijn fragment aan de klas en schetst hierbij ook de context van het fragment evenals een korte inhoud van de film. Elk groepje zoekt ook naar twee relevante vragen om aan de klas ter discussie voor te leggen naar aanleiding van de film en het fragment. De bovenstaande verwerkingsvragen bij de film (Wie zijn de hoofdpersonages uit deze film? etc.) lossen de leerlingen ook op bij de door hen gekozen film en de antwoorden geven zij schriftelijk af aan de leerkracht.
  • Als de tijd het toelaat kunnen fragmenten uit films ook vergeleken worden. Verschillende benaderingen zijn hier mogelijk. Men kan de vergelijkende optie nemen, bijvoorbeeld Boyz ’n the Hood en Cidade de Deus, met beiden een protagonist die het haalt en La Haine en Bullet Boy, waar de protagonisten uiteindelijk ten onder gaan aan hun omgeving. Dan kan men de personages en omstandigheden met elkaar vergelijken en kijken welke de elementen en keuzes zijn die ervoor zorgden dat het personage ofwel overleeft of ten onder ging.

Er is ook de contrast optie, waarin een film met een succesvolle protagonist in contrast staat met een film waarin de protagonist het niet haalt. Dan kan men op zoek gaan naar de verschillen in gedragingen tussen de twee personages. Dit kan in een klasgesprek of ook in een  reportagevorm, waarbij de leerlingen een reportage maken in de stijl van een duidingmagazine dat twee situaties met elkaar vergelijkt en die reportage wordt dan aan de klasgroep voorgesteld.

  • Twee van de films, Elephant en Bowling for Columbine, hebben eenzelfde bron van inspiratie, maar een totaal verschillende manier van uitwerking. De bron is het fenomeen van schietpartijen op Amerikaanse scholen (met name die op Columbine High School). Bowling for Columbine gaat van daaruit op zoek naar de achterliggende oorzaken en de maatschappelijke context (hoe is het zover kunnen komen?), terwijl Elephant een dag lang een leerling volgt op een gewone schooldag die abrupt onderbroken wordt door een schietpartij, zonder veel verklaringen of antwoorden te willen geven.
  • Fragmenten films kunnen als een aanvulling op elkaar bekeken worden, waarbij Elephant als de aanleiding tot Bowling for Columbine beschouwd kan worden. Of ze kunnen als een contrast gezien worden, de heel persoonlijke ervaring van Elephant tegenover de meer verslaggevende, ietwat moraliserende toon van Bowling for Columbine.
  • Bij Elephant kunnen de volgende vragen gesteld worden:
    • Wat was je reactie op de film?
    • Hoe zou je je voelen als jij het hoofdpersonage was? Hoe zou je reageren?
    • Wat zijn de redenen die hier worden gesuggereerd voor het geweld?
    • Kan je sympathie of begrip opbrengen voor de schutters?
  • Bij Bowling for Columbine zijn volgende vragen belangrijk:
    • Welke toon heeft deze documentaire?
    • Vind je de documentairemaker neutraal?
    • Welke redenen worden hier gegeven voor deze uitbarsting van geweld?
    • Ga je akkoord met de stellingen in de documentaire, zo ja waarom en indien neen, welke stellingen niet en waarom?
    • Welke kritiek geeft Michael Moore op de wapencultuur en angstcultuur in Amerika? Kan je je vinden in deze kritiek?

  • Het televisieprogramma Het Rechte Pad biedt ook stof voor discussie. Vanuit het programma kan men eerst en vooral de link leggen naar de idee van alternatieve straffen (een idee die al besproken werd bij de impulsen rond Straffen of strelen) en de zin of onzin daarvan.

  • Na het bekijken van een fragment uit een of meerdere van de afleveringen kan men onder andere de volgende vragen stellen:
    • Er is vaak sprake van principes bij de betrokkenen, welke rol spelen principes voor hen en voor jezelf?
    • Welke reactie van een betrokkene verbaasde je? En waarom? Zou je op een andere manier gereageerd hebben?
    • Wat vind je ervan dat deze kans gegeven wordt aan jongeren om terug op het rechte pad te komen? Geloof je in deze aanpak? Waarom wel/niet?

9. Literatuur

In de impulsen worden heel wat suggesties gegeven voor literatuur rond jongeren en criminaliteit. De leerlingen krijgen de opdracht om één van de romans uit te kiezen en te bespreken. Omdat er natuurlijk heel wat kant en klare boekbesprekingen te vinden zijn online, is het belangrijk dat men deze bespreking leidt door een aantal vragen waardoor de jongeren zelf gedwongen worden om na te denken.
De boekbespreking kan er als volgt uitzien:

  • In welke zin heeft deze roman te maken met jeugddelinquentie?
  • Welke personages zijn dader van jeugddelinquent gedrag en welke slachtoffer? Maak dit duidelijk met een aantal tekstfragmenten.
  • Welke gegevens krijg je mee over de thuissituatie van het hoofdpersonage?
  • Worden de delinquentie personages in het boek gestraft voor wat ze gedaan hebben?
  • Tonen ze op een gegeven moment berouw?
  • In welke zin zijn de personages ontlinkt ten opzichte van zichzelf of de omgeving?
  • Wat heeft de titel van het boek te maken met de thematiek van delinquentie?
  • Zoek naar een drietal artikels uit de actualiteit die te maken hebben met de delinquente thematiek van je boek (bendevorming in Back en Black, pesten en een slechte thuissituatie in Ik haal je op, ik neem je mee, kindermishandeling in Vuistrecht, heropvoedingskampen in Gaten, drugsgebruik in Junkies, diefstal, ontsnapping, joy-riding etc in Te Cool, moord in Doorgeschoten, slechte thuissituatie en crimineel gedrag in Dief van de duivel, loverboys en prostitutie in Loverboys, pesten in Zwart wit, alternatieve straffen in Zes maal één is zeven).

Wanneer men de leerlingen liever geen volledig boek laat bespreken, kan men aan de slag gaan met de fragmenten uit de boeken en op basis van deze fragmenten ingaan op zeer concrete problematieken van jeugddelinquentie (zoals hierboven beschreven). Het is ook interessant om vanuit deze optiek de visie van auteurs Dirk Bracke en Gerda van Erkel te lezen.

10. Muziek

  • Het eerste lied bij de impulsen is Youth of Today van Amy MacDonald. Zij zingt over “de jeugd van tegenwoordig” en de vooroordelen die daar tegenover bestaan, maar ook over de eigen weg die deze jeugd moet gaan. Het lied kan de aanleiding vormen voor een gesprek rond wat nu precies die jeugd van tegenwoordig is. Hoe zouden de leerlingen de jeugd van tegenwoordig omschrijven. Wat is zo typisch voor de jeugd van vandaag dat misschien anders is dan bijvoorbeeld tien jaar geleden? Welke vooroordelen koesteren oudere mensen tegenover de jeugd van tegenwoordig? Behoort delinquent gedrag ook tot een van de kenmerken van de jeugd van tegenwoordig of is dat eerder een vooroordeel?
  • In de impulsen zijn een aantal liederen opgenomen die te maken hebben met de thematiek van jonge delinquenten. De liederen Hostile Gospel, Street Gangs, Petit Frère en Gangsta’s Paradise zijn vrij narratief van aard. Welk verhaal vertellen deze liederen? Welke situaties worden hier beschreven en op welke manier wordt dit gedaan? Komt dit lied agressief over qua tekst en klank of niet? Welke betekenis hebben de titels van deze liederen volgens jou?
  • Het nummer dat het interessantst is om te bespreken, is allicht Petit Frère, omdat er een grote gevoeligheid van dit lied uitgaat. Het is belangrijk in het achterhoofd te houden dat dit een nummer is van eind jaren ’90 en dat heel wat van de “petit fréres” nu de jongeren zijn die in de klas zullen zitten.
    • Waarover gaat het nummer?
    • Wat is het levensverhaal van deze jongen?
    • Waarom droomt de jongen van geweld? Wat levert dit hem op?
    • Is het onze maatschappij die zorgt dat er veel petits frères zijn?
    • Is dit een realistische schets van de werkelijkheid?
    • Wat denk jij over de ‘petit fréres’ van nu? Met andere woorden hoe zien de jongeren van nu de volgende generatie jongeren?
    • Klopt het beeld dat in het nummer wordt weergegeven ook   nu nog?
  • Het nummer Petit Frère kan ook samen gebruikt worden met de impuls rond gangsta rap. Er is duidelijk een contrast tussen dit nummer dat wel degelijk een zekere boodschap en waarheid uitstraalt en de populaire hip-hop/rap die nu vaak heel ver van de werkelijkheid vertoeft.
  • Met betrekking tot de gangsta rap krijgen de leerlingen de opdracht om zelf te zoeken naar een voorbeeld van gangsta rap of een afbeelding of uitspraak van een gangsta rapper waarin geweld en delinquent gedrag verheerlijkt worden en zelfs voor status zorgen. Komt dit realistisch over of is dit maar deel van een attitude die gemakkelijk te doorprikken valt? Zouden jongeren zich hierdoor kunnen laten beïnvloeden om ook naar een dergelijke levensstijl te streven? Het is zo dat vele van de gangsta rappers ook echt betrokken geweest zijn bij geweld en schietpartijen. Vaak is dat voor hen ook iets om trots op te zijn (50 cent is bijvoorbeeld heel trots op de 9 kogels die hij heeft weten te trotseren). Spiegelen jongeren zich aan een dergelijke levenshouding waarbij men zichzelf onoverwinnelijk acht?
  • Men kan aan de leerlingen vragen of zij zelf een lied kennen dat zij belangrijk vinden en dat voor hen een belangrijke boodschap over jongeren uitdraagt. Welke boodschap wordt hier uitgedragen en op welke manier realiseren zij die boodschap in hun eigen leven?
  • In de clip van de song stress zien we een uiterst gewelddadige bende aan het werk. Dit is uiteraard een fictieve setting, maar het komt erg realistisch over. Vele zenders hebben besloten om deze clip niet uit te zenden. Men kan aan de leerlingen vragen of zij het een goede zaak vinden dat gewelddadige clips soms gecensureerd worden. Heeft dit eigenlijk wel zin wanneer heel wat andere clips waarin geweld op een veel slinksere wijze wordt gepromoot (bijvoorbeeld in de gangsta rap clips) toch afgespeeld worden. Zien de leerlingen deze clip als een promotie van geweld of juist een kritiek erop? Kan deze clip niet veel meer dan sommige andere clips een maatschappelijk debat starten, zoals ook de makers ervan stellen?

11. Games als oorzaak van geweld?

  • Rond de thematiek van de invloed van games op het gedrag van jongeren bestaan twee grote standpunten die in twee artikels in de impulsen worden verwoord. De leerlingen lezen de twee teksten en onderlijnen de belangrijkste elementen. Om deze twee standpunten extra in de verf te zetten kan men een fictief proces opzetten waarbij een spelontwikkelaar terecht staat omdat een jongen zich zogezegd door een spel zou hebben laten beïnvloeden om een klasgenoot af te ranselen. De aanklager verdedigt de stelling dat de games een invloed hebben op jongeren, de verdediger van de spelontwikkelaar beweert dat games geen slechte invloed hebben op jongeren. De ene helft van de klas speelt voor verdediger, de andere voor aanklager. Beide partijen proberen zo veel mogelijk valabele argumenten aan te brengen, die ook genoteerd worden door iedereen. Wanneer men het moeilijk heeft om zelf argumenten te vinden, kan men beroep doen op de teksten bij de impulsen (ook die bij Bully en GTA) Achteraf kan men tot enkele klassikale conclusies komen.
  • Men kan met de leerlingen de voorbeelden gaan bekijken, met name Bully en GTA. Hierbij kan men aan de leerlingen vragen of ze soms zelf gelijkaardige spellen spelen en of zij vinden dat die spellen een invloed hebben op hoe zij de realiteit of de anderen zien. Voelen zij zich agressief wanneer zij een dergelijk spel spelen of nadat ze het gespeeld hebben of komen ze er net van tot rust?
  • Enkele doordenkertjes:
    • Waarom is het dat de media zo graag het geweld dat gebeurt toeschrijven aan gewelddadige games. Is dit eigenlijk niet een soort van makkelijkheidsoplossing, waarbij de maatschappij niet in het eigen hart moet kijken, maar de schuld kan doorschuiven naar de game-industrie? Heeft dit ook niet te maken met een soort van sensatiezucht?
    • Coca Cola maakte een reclamefilmpje waarin de boodschap van GTA omgedraaid wordt naar een meer positieve boodschap. Zou zo’n spel, waarin de spelers scoren door goede dingen te doen voor anderen in plaats van slechte dingen ook zo hard aanslaan als het huidige concept van GTA?
    • Ligt de aantrekkelijkheid van zo’n spellen niet ook in de idee dat men dingen kan doen die in het dagelijkse leven niet mogen? Zou je kunnen zeggen dat GTA en dergelijke mensen net behoeden voor delinquent gedrag omdat de agressie van de spelers gekanaliseerd kan worden door middel van geweld in het spel?
    • Opvallend in vele games is het omdraaien van vaste rollen. Namelijk het verdraaien of vervagen van goed en kwaad. De gangsters worden de helden van het verhaal en de agenten zijn de vijanden. Heeft dit tot gevolg dat men in de werkelijkheid deze rollen ook gaat omdraaien?
  • Aan de leerlingen kan gevraagd worden in groepjes een eigen concept voor een game te ontwikkelen. Dit concept kan dan voorgesteld worden en besproken worden in de klas. Welke elementen vinden we terug in de verschillende concepten? Hoe staan ze tegenover het geweld in games? Is het onschuldig of zit er een donker kantje aan?

12. Bijbelteksten

  • De leerlingen lezen de tekst van de verloren zoon en brengen die in verband met de persmededeling van Mieke Vogels. In welke zin gaat het in die persmededeling ook over een verloren zoon. Zou je kunnen stellen dat jeugdige delinquenten allemaal verloren zonen en dochters zijn?
  • Men kan het verhaal van de verloren zoon actualiseren door de leerlingen een situatie te laten uitbeelden van een jonge delinquent die na enkele maanden in een instelling weer thuiskomt. Wordt hij hartelijk ontvangen of eerder koeltjes? Kan hij welk thuiskomen? Op wie kan hij nog rekenen? Heeft hij nog vrienden? Welke vragen worden aan hem gesteld?...
  • Het verhaal over het liefhebben van je vijand is eigenlijk een moeilijk verhaal. Niet veel mensen zijn hiertoe immers in staat. Vaak is dit ook een broedhaard van conflicten. Het verhaal kan echter de aanloop vormen voor een gesprek rond hoe jeugddelinquenten door de maatschappij worden gezien. Zijn zij de vijand van de maatschappij? Kunnen wij hen liefhebben, hen terug in de maatschappij opnemen of schrijven wij hen af? In deze context lezen de leerlingen het verhaal van Gaby Demeulenaere. Dit proberen zij te verbinden met het verhaal van het liefhebben van de vijand, maar ook met dat van de Samaritaanse vrouw.
  • Het verhaal van de Samaritaanse vrouw is een bijzonder verhaal. De leerlingen krijgen de opdracht om dit verhaal te herschrijven naar een situatie van vandaag (en dit ook in verband te brengen met jeugddelinquentie en recidivisme). Wie zijn de Samaritaanse vrouwen van vandaag? Geven wij hen een tweede, derde, vierde,… kans?

  • Uit het verhaal van het worden zoals een kind, komt het conflict naar voren tussen de idee van onschuldige kinderen tegenover de jonge delinquenten. Van hieruit kan men de link leggen naar de impulsen rond Natural Born Criminals. Wat bedoelt Jezus eigenlijk met worden zoals een kind? Welk mensbeeld gaat hierachter schuil? Eveneens kan men de link leggen met het kunstwerk dat bij de tekst staat. Worden de kinderen hier onschuldig afgebeeld? Welke titel zou je aan dit kunstwerk geven?

Reacties op deze in de kijker

Momenteel zijn er nog geen reacties op deze in de kijker

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Dossier & filmfiche Gebroeders Dardenne