De campagne van Broederlijk Delen staat dit jaar in het teken van de inheemse volkeren en de dalits uit India. Samen maken deze groepen, die slachtoffer zijn van discriminatie en uitbuiting, ongeveer 20 procent uit van de bevolking. Hoewel deze groepen tot de armste inwoners van India behoren, blijven ze niet bij de pakken zitten. Kijk maar naar Tilak, een krachtige vrouw met waardigheid uit een inheemse gemeenschap. Ondanks haar economische en sociale status komt zij op voor haar rechten. Samen met haar dorpsgenoten werkt ze aan een succesvolle toekomst in de plaatselijke dorpen, wouden en velden. Doorheen het verhaal van Tilak en het andere materiaal van de campagne van Broederlijk Delen wordt een stukje India ontdekt dat totnogtoe onbekend of alleszins onderbelicht is gebleven. Broederlijk Delen kiest er expliciet voor om India van een andere kant te laten zien en niet te focussen op het verblindende India dat we kennen uit de Bollywoodfilms, maar de meest uitgesloten groepen in beeld te brengen.

Net zoals vorige campagnes is deze van Broederlijk Delen ontstaan vanuit de gedachte dat duurzame verandering groeit vanuit de keuzes en mogelijkheden van mensen ter plaatse. In deze in de kijker wordt vanuit levensbeschouwelijk oogpunt stilgestaan bij wat het betekent om vanuit de talenten te erkennen van mensen die een minder gunstige context hebben. De vastenperiode is de periode bij uitstek om zich te bezinnen op het eigen leven en om niet alleen los te komen van het materiële maar eveneens van de eigen pretentie en vooroordelen, ook tegenover het Zuiden.
In de terreinen voor 1b
In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad
In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad BSO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad TSO/KSO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad TSO/KSO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad BSO
In de terreinen voor het 3e jaar van de 3e graad en de 4e graad
| Hoofdstad | New Delhi |
| Oppervlakte | 3.287.590 km2 (België: 30.528 km2) |
| Bevolking | 1,15 miljard. Zo’n 30% daarvan leeft in de steden. |
| Jaarlijkse Bevolkingsgroei | 1,578% |
| Religie | 80,5% hindoe; 13,4% moslim; 2,3% christen; 1,9% sikh; 0,8% boeddhist; 1,1% andere |
| Taal | 22 talen zijn officieel erkend. Daarnaast zijn er nog vele andere. De meest gesproken zijn Hindi, Bengali, Telugu, Marathi en Tamil. Engels is de belangrijkste taal voor nationale, politieke en handelscommunicatie. |
| India werd onafhankelijk van Groot-Brittannië op 15 augustus 1947. |
| Alfabetiseringsgraad | 61% van de bevolking |
| Levensverwachting | 69,25 jaar |
| Kindersterfte | 32/1.000 geboorten (kinderen jonger dan 1 jaar) |
| Drinkbaar water | 14% heeft geen toegang tot drinkbaar water |
| Hiv/aids | 0,9% van de volwassenen tussen 15 en 49 jaar |
| Absolute armoede | 80,4% van de bevolking (2 US$ per dag), 34,3% in extreme armoede (1 US$ per dag) |
| Ontwikkelingsindex | 128e plaats op ranglijst van 177 (België op 17e plaats) |
India heeft één van de snelst groeiende economieën ter wereld. Toch moet meer dan 80% van de bevolking het stellen met minder dan 2 dollar per dag. De kloof tussen arm en rijk is enorm groot. Hoewel er wetten zijn om de meest achtergestelde bevolkingsgroepen vooruit te helpen, worden die in de praktijk maar zelden toegepast. De partnerorganisaties die Broederlijk Delen steunt in India werken met dalits (kastelozen) en inheemse volkeren (adivasis), twee bevolkingsgroepen die helemaal onderaan de maatschappelijke ladder staan en dagelijks te kampen hebben met discriminatie en ongelijke kansen.
Het kastenstelsel is een wezenlijk onderdeel van de Indiase identiteit. Het is nauw verbonden met het geloof van de hindoes in de wedergeboorte: het geheel van daden in je vorige leven bepaalt de kaste waarin je geboren wordt. De oorsprong van het kastenstelsel is mythisch. De Veda’s, de heilige boeken van het hindoeïsme, vertellen over de oermens Purusha. Uit zijn mond ontstonden de brahmanen of priesterkaste. Uit zijn armen, de kshatrya’s of krijgslieden. Uit zijn buik, de vaishya’s of boeren en kooplieden. Uit zijn voeten, de shudra’s of dienaars. Buiten dit kastensysteem vallen de dalits, ook wel kastelozen of onaanraakbaren genoemd. Ze vertegenwoordigen ruim 15% van de bevolking.
Sinds de grondwet van 1950 is discriminatie op basis van kaste verboden. Toch wordt het kastensysteem nog dagelijks toegepast in de samenleving. De kaste bepaalt bijvoorbeeld de job die iemand mag uitoefenen. Traditioneel gezien zijn de dalits degenen die het vuile werk opknappen, zoals koeienmest verzamelen of de overledenen verwijderen. Daardoor worden ze bestempeld als onrein en zijn ze ‘onaanraakbaar’. Wie toch met hen in aanraking komt, moet zich ritueel wassen. Vandaar dat de dalits in vele dorpen nog steeds aan de buitenrand wonen en geen toegang krijgen tot tempels of waterbronnen. Maar er is verandering: sinds de theoretische afschaffing van het kastenstelsel groeit geleidelijk aan het bewustzijn van de dalits. Ze komen op voor hun rechten, bijvoorbeeld door zich te verenigen in dalitbewegingen. De kastendiscriminatie is vooral nog voelbaar in de dorpen. De stad biedt mogelijkheden om de sociale controle van het platteland te ontlopen en op te klimmen op de maatschappelijke ladder.
De inheemse volkeren zijn de oorspronkelijke bewoners van India. Ze worden ook wel adivasis (Sanskriet voor ‘eerste bewoners’) of tribals genoemd. Ze maken ongeveer 8% uit van de bevolking en hebben hun eigen leefgewoonten en godsdiensten. Er bestaan honderden verschillende groepen, waarvan sommige een eigen taal spreken. De inheemse volkeren leven in kleine gemeenschappen in vaak heuvelachtige gebieden, die vroeger zowat volledig bedekt waren met vruchtbare wouden. Daarin vonden ze alles wat ze nodig hadden om te overleven. Hoewel hun levensstijl niet te vergelijken is met die van de dalits die hierboven beschreven staan, zijn de adivasis kastelozen. Ze zijn immers niet geboren binnen een bepaalde kaste. Daardoor, en doordat hun levensstijl als primitief wordt gezien in de Indiase samenleving, staan ze onderaan de maatschappelijke ladder. Al verschillende decennia hebben de inheemse volkeren te kampen met onteigening en ontbossing. Een groot deel van hun territoria is opgeëist door de staat. De adivasis moeten plaatsmaken voor dammen, mijnbouw, wegen, enzovoort. Daardoor zijn ze verplicht om hun traditionele levensstijl aan te passen, met armoede en uitbuiting tot gevolg. Sinds 2006 zijn er vier wetten die de inheemse volkeren positieve kansen bieden. Ze hebben onder andere de mogelijkheid tot lokaal zelfbestuur en kunnen het woud behouden en beheren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Doordat de adivasis slecht op de hoogte zijn van hun rechten, door ongeletterdheid en corruptie van ambtenaren, blijft deze wetgeving echter nog vaak dode letter.
Ondanks de huidige economische groeispurt in India zijn uitsluiting, werkloosheid, uitbuiting en plattelandsvlucht er nog alomtegenwoordig. Broederlijk Delen steunt de meest kwetsbare groepen in de samenleving, diegenen die sociaal, cultureel en economisch het meest achtergesteld zijn. In India zijn dat de inheemse volkeren en de dalits of kastelozen Wij steunen hen voornamelijk op het platteland, in twee regio’s op het Indiase subcontintent: Zuid-West Orissa en Zuid-Oost Chhattisgarh. In beide gebieden leven veel inheemse volkeren. Beide gebieden bevatten ook veel natuurlijke rijkdommen, waardoor ze erg gegeerd zijn bij de overheid en (inter)nationale bedrijven. Daarnaast bieden we ook steun aan de NDWM, de beweging van huispersoneel in India.
De ondersteuning van de eigen plannen van lokale groepen in India is gebaseerd op twee pijlers. De meeste partnerorganisaties werken rond beide pijlers, al kan de nadruk soms op één ervan liggen. De eerste pijler is werken aan duurzame plattelandsontwikkeling, de specialiteit van PARDS, en van organisaties als Living Farms, WORD of SEARCH. De landbouw staat voorop, net zoals het oogsten, verwerken en verkopen van de talrijke woudproducten. Via vorming en microkredieten bieden deze organisaties daarnaast ondersteuning bij het opstarten van kleine handeltjes. Zo ontstaat een plattelandseconomie die in handen is van de plaatselijke bevolking. De tweede pijler is het versterken van goed bestuur. De inheemsen en dalits hebben wettelijk recht op vertegenwoordiging in de gemeenteraden. Maar om gehoord te kunnen worden, moeten ze sterk in hun schoenen staan. Dus is het belangrijk om te werken aan sterke basisorganisaties, met een duidelijke visie. Ook dit is een werkterrein van PARDS, evenals van organisaties als XIDAS en Cenderet-SORC. (Uit de campagnekrant van Broederlijk Delen 2009)
Van de impulsen uit de idk van Broederlijk Delen 2008 worden de impulsen rond vliegeren en het levensverhaal van Joachim niet overgenomen. De impulsen rond “De tijd loopt”, “Moet men het Zuiden leren vissen?”, “Talenten”, “Noord-Zuidrelaties en het recht om te geven” en “Vasten als vorm van inkeer” blijven en komen achter de volgende impulsen (de nieuwe impulsen komen dus eerst en graag impulsen nummeren zoals wordt gedaan in dit document).


Tilak heeft zware tijden doorstaan: haar man overleed twaalf jaar geleden en ze verloor vier van haar zeven kinderen op erg jonge leeftijd. Daarbovenop claimden haar schoonouders het land waar zij en haar man destijds op leefden en werkten. Ondanks alles bleef Tilak vechten: ‘Het was heel hard in het begin. Mijn kinderen waren nog te jong om me te helpen. Gelukkig doen ze dat nu elke dag, bij alle huishoudelijke taken. Zo heb ik meer tijd om voor inkomsten te zorgen. In het bos verzamel ik bladeren en laat die drogen. Ze zijn bestemd voor de sigarettenindustrie. Ik pluk bamboe, waarvan ik mandjes maak om te verkopen. Samen met andere vrouwen verzamel ik tamarinde en spendeer ik veel tijd aan het verwerken ervan: ontdraden, ontzaden en verpakken, eveneens om te verkopen.’(…)
Onder impuls van PARDS werken de dorpelingen sinds enkele jaren samen in groepen van maximum tien mensen. In de regio rond Maulipadar is de organisatie actief in twaalf dorpen, en daar zijn nu in totaal 27 dergelijke groepen. Er zijn mannengroepen en vrouwengroepen, elk met specifieke taken. De vrouwen verzamelen de vruchten en verwerken die, de mannen zorgen voor de verkoop en de prijsonderhandeling op de markt. Woudproducten verkopen is voor de inheemse volkeren een manier om een inkomen te verwerven, maar ze krijgen er ook hun eigenwaarde door terug. Het laat hen toe opnieuw te fungeren als de traditionele deskundigen en schatbewaarders van hun bedreigde maar dierbare wouden. (…)
Ik ben in India tijdens het tamarindeseizoen. Van februari tot mei verwerken Tilak en haar dorpsgenoten kilo’s tamarinde: ze verzamelen de vruchten in grote manden, laten ze drogen in de Indische hitte, ontdraden, ontzaden en verpakken ze en verkopen ze ten slotte op de markt. (…)
De vrouwengroepen zorgen nu zelf voor de verwerking van de tamarinde, want verwerkte vruchten brengen meer op. Vervolgens organiseren de dorpelingen gezamenlijk vervoer naar de districtsmarkt, waar ze de tamarinde verkopen. Op die grote markt brengt hij immers tot een derde meer op dan op de kleine dorpsmarkt. Aanvankelijk huurde PARDS voor hen een wagen. Sinds kort hebben de gemeenschappen een eigen voertuig gekocht met de steun van Broederlijk Delen. Ze bouwen ook een eigen opslagplaats. Zo komt het hele economische proces stilaan in hun eigen handen, met een verhoogde werkgelegenheid tot gevolg. Chetri, een lid van de groep van Tilak, drukt het uit als volgt: ‘Onze kracht is dat we samenwerken en mekaar helpen. Zo brengen we verandering in onze families en ons dorp.’
(Uit de campagnekrant van Broederlijk Delen 2009)
[10] Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Zij is meer waard dan edelstenen.
[11] Haar man vertrouwt op haar
en zal daar rijkelijk bij winnen.
[12] Ze brengt hem voorspoed, geen ellende,
alle dagen van haar leven.
[13] Ze zoekt wol en linnen uit,
en spint en weeft met vreugde.
[14] Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart,
zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft.
[15] Ze staat al op als het nog donker is,
regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op.
[16] Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem,
van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard.
[17] Zij is vol daadkracht,
onvermoeibaar is ze in de weer.
[18] Handeldrijven gaat haar heel goed af,
’s nachts gaat haar lamp niet uit.
[19] Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok,
ze houdt altijd de weefspoel vast.
[20] Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen,
ze geeft de armen hulp.
[21] Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen,
zij heeft hen allen warm gekleed.
[22] Ze maakt de mooiste dekens,
ze gaat gekleed in linnen en purperen wol.
[23] Haar man geniet bekendheid in de stad,
hij vergadert met de oudsten in de poort.
[24] Zij vervaardigt kleding en gordels,
en levert die aan kooplui.
[25] Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid,
de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet.
[26] Ze spreekt wijze woorden,
wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen.
[27] Ze waakt over haar huishouding,
nietsdoen is haar onbekend.
[28] Haar kinderen prijzen haar,
haar man bejubelt haar:
[29] ‘Er zijn veel sterke vrouwen,
maar jij overtreft ze allemaal.’
[30] Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat,
maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen.
[31] Moge zij de vruchten plukken van haar werk,
(Spreuken 31,10-31)
Deze vrouwen maken zich sterk voor de vrouwen in hun land. Zij worden hierin gesteund door VN resolutie 1325. Die is er voor alle beschermvrouwen, lansbreeksters, voorvechtsters en vredebewaaksters van deze wereld.
Deze handgemaakte bedel van Fair Trade Original komt uit Nepal. Ze verbeeldt de wereldwijde solidariteit tussen vrouwen. De oneindige knoop is het symbool voor het eeuwige leven; de vierkante vorm staat voor vrouwelijkheid. http://www.vrouwenstaansterker.nl
De advertentie van de publicatie job@ ter gelegenheid van moederdag op 14 mei 2000, toont een op pad zijnde vrouw met aktentas. Over de volledige lengte van haar openwaaiende mantel is een tekst afgedrukt met als kop "Chief Executive Mama." De tekst luidt:
Je bent polyvalent.
Thuis van alle supermarkten.
Liefst op tijd. Want de kinderen moeten
worden afgehaald,
de dossiers van de volgende dag voorbereid,
het avondmaal klaargemaakt,
het verhaaltje voorgelezen,
de zorgen van de man aanhoord
en die wasmachine nog even opgestart.
Er bestaat geen diploma voor
en eigenlijk nauwelijks woorden,
maar twee jobs van je leven combineren,
je moet het maar doen.
www.zorra.be
Het oogsten en verwerken van de peulen van de Tamarinde verschaft de inheemse volkeren in India werkgelegenheid en voedselzekerheid. Veel inheemsen zijn afhankelijk van de landbouw, maar in de zomer is het te droog om op het land te werken. Ze overbruggen die periode met het tamarindeseizoen, dat loopt van februari tot mei. De verwerking van de vruchten kan doorlopen tot in juni. Bij de start van het regenseizoen in Julie verschuift de aandacht terug naar de landbouw. De tamarinde wordt over het hele continent verdeeld.
Het campagnelied van Broederlijk Delen kreeg dit jaar de toepasselijke titel “Geworteld als de Tamarindeboom”.
Beluister dit nummer
Geworteld als de Tamarindeboom,
De adivasis in India hebben geen stenen tempel. Het woud, de natuur zelf, is hun tempel. In bepaalde stukken van het woud wordt nooit gekapt, gejaagd of geplukt. Het zijn plekken met een enorme biodiversiteit. Hier vinden we ook de plaatsen waar de rituelen plaatsvinden. Een van die rituelen vindt plaats tijdens het jaarlijkse feest van de terugkeer van de lente. In dit feest verwelkomen ze de natuur die zich nieuw tooit. Centraal staat de Sal-boom die op dat moment in bloei staat. De Sal-boom wordt beschouwd als een heilige boom, omdat hij zo lang leeft, maar ook omdat zowat alles aan deze boom bruikbaar is, van de wortels tot de bloesems. De bloeiende takken staan symbool voor alle bloemen en al het nieuw leven dat in de lente groei. De bloemen worden verwelkomd met rituelen, lofzang en dans. Bij die gelegenheid vernieuwen de mensen ook zichzelf, en al wat hen omringt. Ze repareren het huis, brengen een nieuwe plaaster van koeienmest aan, kopen nieuwe kleren, hernieuwen hun relaties door verwanten te bezoeken, enzovoort. En uiteraard wordt ook het verhaal van Moeder Aarde en de Lente verteld.
Op een dag keerde Bindi, de enige dochter van Moeder Aarde niet terug van het meer waarin ze was gaan baden. Om haar te zoeken zond Moeder Aarde boodschappers uit naar alle windstreken, maar ze konden haar nergens vinden. Vol angst en verdriet begon Moeder Aarde te wenen. Ze was zo diep bedroefd dat de bomen uit medelijden hun bladeren lieten vallen. Na een lange zoektocht, kwam het nieuws dat Bindi in de onderwereld was, bij de god van de dood. De boodschappers vertelden hem dat Bindi de enige dochter van Moeder Aarde was, en ze drongen er bij hem op aan haar te laten terugkeren. Maar de god van de dood was daar niet toe bereid. Hij zei dat niemand die deze plek betreedt, ooit terugkeert.
Maar de boodschappers drongen aan. Ze jammerden dat Moeder Aarde in dat geval zeker zou sterven, en dat samen met haar de hele schepping ten onder zou gaan. De god van de dood begreep dat hij in een moeilijke situatie verzeild was geraakt.Hij stemde in met een compromis. Om Moeder Aarde te redden, zou Bindi de helft van de tijd op Aarde verblijven, en de andere helft in de onderwereld. Sinds die tijd is Moeder Aarde vol van blijdschap, telkens Bindi terugkomt. Dan is er overal fris groen en bloemen. En wanneer ze weer vertrokken is naar de onderwereld, vervalt Moeder Aarde weer in droefheid, en vallen de bladeren.
(Uit de liturgie- en spiritualiteitmap van Broederlijk Delen 2009)
Johar is een woord uit de cultuur van de adivasis, de inheemse volkeren in India. Het is het woord waarmee mensen elkaar begroeten en verwelkomen. Maar volgens hen betekent het veel meer dan alleen ‘hallo’ of ‘goedendag’: “het woord is gevuld met het beste wat we te bieden hebben: een geest, een houding, een uitdrukking van welkom, van dankbaarheid, van lofprijzing, van gemeenschapsgevoel. Johar is een zegening en een uiting van eerbied.”
Wie zijn die mensen die elkaar met zulke mooie woorden tegemoet treden? De adivasis zijn de oorspronkelijke bevolkingsgroepen van India. Ze leefden in de rijke Indische wouden, lang voor de Hindoe’s zich door volksverhuizingen in India begonnen te verspreiden. Hun levenswijze was afgestemd op harmonie met de natuur en met de medemensen. Ze beschouwen zichzelf als deel van de levende, door God geschapen natuur. Volgens hen kan je de natuur - het woud - niet uitbuiten of vernietigen zonder schade toe te brengen aan jezelf en je nageslacht. Hun leven is diep doordrongen van een bewuste nederigheid, eenvoud en verbondenheid met al wat leeft. Het woord ‘johar’ is daareen uitdrukking van.
De voorbije decennia werden de adivasis op een bijzonder harde manier geconfronteerd met de logica van het vooruitgangsdenken en met een economische ontwikkeling naar westers model. Hun voorouderlijke wouden werden ingepikt voor houtkap, plantages, stuwdammen, industrieën en mijnbouw. Als ze al niet verplicht werden te verhuizen naar andere streken, werd hun levenswijze toch grondig overhoop gehaald. Het woud leverde niet langer alles wat ze nodig hadden om van te leven. Noodgedwongen moesten ze overschakelen op weinig rendabele landbouw buiten het bos. De schatbewaarders van het woud werden veroordeeld tot de bedelstaf.
Of, zoals ze het zelf op een bittere manier verwoorden:
‘Johar was ook het eerste woord dat we spraken tot de vreemdelingen. Maar ze hebben het woord vertrapt en vernederd. Ze beledigden het land, de lucht en het water, die we gekregen hebben om te beschermen en in stand te houden, zodat ze ons kunnen beschermen en in leven houden. Eeuwen lang leefden we in het dichte woud en elke dag leerden we zo veel van de natuur. Ze voedde ons als een moeder, en wij respecteerden haar. Zoals mensen niet kunnen leven zonder zuurstof, kunnen wij niet leven zonder het woud. Maar vandaag wordt het woud ongenadig vernietigd, zoals men veren plukt van een geslachte kip.
We zegden johar, maar ze namen ons land af.
We zegden johar en boden hen een kop rijstbier aan, maar ze grepen onze hand en verkrachtten ons.
We zegden johar, maar ze brachten grote machines mee, bouwden fabrieken, dammen en steden en duizenden van ons werden dakloos.
We zegden johar, maar ze maakten onze levenswijze en gebruiken belachelijk.
We zegden johar, maar onze liederen, dansen, talen en folklore zijn enkel studiestof voor antropologen.
We zegden johar, maar ze vernietigden ons traditioneel en betrouwbaar gezondheidssysteem. De kruiden groeien niet meer tussen de vreemde bomen die men aanplantte.
We zegden johar, maar ons volk is verplicht om weg te trekken naar vreemde streken om er zoals slaven te werken…
(Uit de liturgie- en spiritualiteitmap van Broederlijk Delen 2009)
Moeder aarde
de dierentuin in je boezem
is verzwakt, bedreigd
Het lange kleed dat je eeuwen
draaide en drappeerde rond je dijen,
is nu opgeslokt
in een donkere afgrond
Eens vlogen kleine vogels,
als wachters van de hemel
in vrijheid heen en weer naar jou.
Vandaag is de lege hemel
gevuld met zwermen
ijzeren monsters met satellieten,
afgeleverd zonder controle.
Ze ruziën ondereen
jutten mekaar op om te vechten
en mekaar aan te vallen.
Omwille van het recht op een baan rond de aarde,
om het luchtruim te bezitten.
De zwerm vogels
die ooit de onafhankelijkheid van de luchten
bewaakte,
is naar jou teruggevlogen
met stukjes ijzer in hun snavels
voor de hongerige jongen in hun nest,
in plaats van met vruchten,
vers en fris.
(www.mijnbroederlijkdelen.be)
De mensen hier in India,
die leven van het woud:
ze zoeken er honing en paddenstoelen,
bladeren voor eetbordjes,
takken voor bezems,
bamboe om hekken te vlechten
of om papier van te maken,
kokosnoten,
bananen,
bessen.
De huizen hier in India,
hebben een gemeenschappelijk terras,
het lijkt een beetje op één grote woning,
alles lijkt hier verbonden
met elkaar,
met het woud.
(impressie van een inleefreiziger)
(Uit Niet te schatten, bezinningsboekje Spoor Zes)
Als je tussen takken leeft
In de Boom die je bescherming geeft
Koele schaduw omhult je bestaan
Lichtsplinters die over je huid gaan.
Het leven is hier stil en traag
Leven in verborgen nissen en hoeken
Waar ze wijsheid en geluk zoeken.
Klim eens in een hoge sterke Boom,
Zoek de elfendroom…
Knuffel met een stoere tak
En vind jezelf onder het bladerdak.
Herinnering van de Aarde
In het bos op een verborgen plaats
Komen energieën samen
Zij houden daar de beelden vast
Van mensen die eens kwamen.
Gevoelens zweven er nog rond
Een ieder die er plaats neemt op de grond
Kan vervlogen dromen voelen.
De aarde kan vertellen aan
Een ieder die wil horen
Een bijzondere les geschiedenis
Puur vernomen uit aardesporen.
(http://www.robmir.nl/natuursite)
Beluister dit nummer
There is unrest in the forest,
There is trouble with the trees,
For the maples want more sunlight
And the oaks ignore their pleas.
The trouble with the maples,
(And they're quite convinced they're right)
They say the oaks are just too lofty
And they grab up all the light.
But the oaks can't help their feeling.
If they like the way they're made.
And they wonder why the maples
Can't be happy in their shade.
There is trouble in the forest,
And the creatures all have fled,
As the maples scream "Oppression!"
And the oaks just shake their heads
So the maples formed a union
And demanded equal rights.
"The oaks are just too greedy;
We will make them give us light."
Now there's no more oak oppression,
For they passed a noble law,
And the trees are all kept equal
By hatchet, axe, and saw.
Beluister dit nummer
Mother of us all
Place of our birth
How can we stand aside
And watch the rape of the wold
This the beginning of the end
This the most heinous of crimes
This the deadliest of sins
The greatest violation of all time
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
Youve seen her stripped mined
Youve heard of bombs exploded underground
You know the sun shines
Hotter than ever before
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
Some claim to have crowned her
A queen
With cities of concrete and steel
But there is no glory no honor
In what results
From the rape of the world
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
She has been clear-cut
She has been dumped on
She has been poisoned and beaten up
And we have been witness
To the rape of the world
Mother of us all
Place of our birth
How can we stand aside
And watch the rape of the world
If you look you’ll see it with your own eyes
If you listen you will hear her cries
If you care you will stand and testify
And stop the rape of the world
Stop the rape of the world
Mother of us all
Mother of us all
Mother of us all
Mother of us all
Beluister dit nummer
They paved paradise
And put up a parking lot
With a pink hotel, a boutique
And a swinging hot spot
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
They took all the trees
Put ‘em in a tree museum
And they charged the people
A dollar and a half just to see ‘em
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
Hey farmer farmer
Put away that d.d.t. now
Give me spots on my apples
But leave me the birds and the bees
Please!
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
Late last night
I heard the screen door slam
And a big yellow taxi
Took away my old man
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
De band met Moeder Natuur is hechter geworden de afgelopen jaren, zo vindt tweederde van de vrouwen in Nederland. Eén op de vijf vrouwen typeert zichzelf als natuurfreak, bijna de helft als natuurliefhebber. Eenderde houdt wel van de natuur, maar ziet zichzelf uiteindelijk meer als stadsmens. Slechts 1% van de vrouwen is natuurbarbaar. Opvallend is dat de helft van de stedelingen zichzelf als natuurfreak of liefhebber omschrijft. Dit blijkt uit onderzoek van Libresse onder 430 vrouwen.
Vrouwen omarmen de natuur. Bijna de helft van de vrouwen wil meer natuur in haar leven. Dit geldt zowel voor de natuurfreaks en -liefhebbers als de stadsvrouwen. Moeders ervaren over het algemeen een minder groot tekort aan de natuur dan vrouwen zonder kinderen. Dit enthousiasme vertaalt zich in het groeiende geloof in Moeder Natuur. Tachtig procent van de vrouwen is van mening dat de werking en kracht van de natuur niet zijn na te bootsen. Vrouwen geven daarom aan meer te willen weten over de werking van natuurlijke ingrediënten.
Het wordt steeds belangrijker dat producten gemaakt zijn op natuurlijke basis. De helft van de vrouwen koopt dan ook regelmatig dergelijke producten. De reden hiervoor is dat zij niet van chemisch of kunstmatig houden, zo beargumenteert de helft. Eenderde gelooft in de kracht van de natuur en bijna de helft gebruikt natuurlijke producten omdat ze zich er simpelweg lekker bij voelt. Opmerkelijk is dat 43 procent van de vrouwen aangeeft, dat natuurlijke ingrediënten bij hun partners nog niet zo populair zijn.
De rol van Moeder natuur is het grootst bij de persoonlijke verzorging. Niet heel vreemd dat vrouwen kiezen voor crèmes en douchegel op natuurlijke basis: de helft van de vrouwen vindt natural beauty het mooist. Daarnaast spelen natuurlijke ingrediënten een grote rol bij de keuze van geneesmiddelen. Een deel van de vrouwen kiest vervolgens liever voor een natuurlijk alternatief bij huishoudelijke producten. De verrassende hekkensluiter is biologische voeding; vier op de tien vrouwen eet en drinkt wel eens biologisch.
Natuurtypen
De Nederlandse vrouw kan worden onderverdeeld in vier natuurtypen. De natuurfreak heeft een eigen tuin die ze goed verzorgt (bij voorkeur een moes- of kruidentuin) en is lid van een natuur- of dierenwelzijnvereniging, zoals Greenpeace. Natuurfreaks laten niets aan het toeval over en maken zelf jam, honing of appelmoes. In een stad kom je de natuurfreak niet snel tegen, want bijna tachtig procent van de natuurfreaks komt uit een gemeente of dorp.
Natuurliefhebbers zijn evenredig vertegenwoordigd in stad, gemeenten en platteland en lijken in veel opzichten op de freaks. Hoewel de percentages nog steeds hoog scoren, drinken zij significant minder kruidenthee, gebruiken minder dierproefvrije make-up, kopen minder bij de natuurwinkel en zijn minder vaak lid van een natuur- of dierenwelzijnvereniging. Verder zijn zij zelden in het bezit van een moes- of kruidentuin. Natuurliefhebbers zijn wel het vaakst van alle natuurtypen actief buiten in de natuur.
Eén op de vijf stadmensen koopt - hoewel minder vaak dan de freaks en liefhebbers ook bij de natuurwinkel (bijna de helft), gelooft in de werking van de kruiden, maar heeft geen groene vingers en heeft in veel minder gevallen een huisdier. Zij steunt ook veel minder vaak een natuur- en dierenwelzijnvereniging.
De liefde voor de natuur uit zich ook in het milieubewustzijn. Bijna de helft van alle vrouwen gebruikt groene energie, gaat voor een kleine boodschap op de fiets en laat zelden de televisie op stand-by. Hierbij scoren de freaks op alle fronten hoger dan de stadsvrouwen.
Natuurbarbaren kent Nederland nauwelijks. Slechts één procent van de vrouwen zegt niets met de natuur te hebben.
http://www.your-out.nl/site/content/view/1205/542/
Hoewel Google Earth voornamelijk wordt gebruikt om van bovenaf de mooiste en interessantste plekken op aarde te bekijken, is het door en pas uitgebrachte functionaliteit nu ook mogelijk om te zien hoe de mens de aarde aan het vernietigen is. Google heeft samen met de milieuactiegroep Appalachian Voices een interactieve laag aan Google Earth toegevoegd. De nieuwe laag toont informatie over 470 bergen die door de mens zijn vernietigd om steenkool te kunnen delven. Gebruikers kunnen onder andere zien wat de impact is van de vernietiging op de omringende ecosystemen. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft aan Google Earth de mogelijkheid toegevoegd om een virtueel bezoekje te brengen aan 150 van zijn projecten.
In Kortenaken noemen ze haar nog altijd Jeanneke van Vossens. In Bombay, aan de andere kant van de wereld, noemen ze haar al meer dan veertig jaar met veel eerbied 'sister Jeanne'. Mensenrechtenactiviste zuster Jeanne Devos, genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede, heeft er een grote beweging tegen de slavernij en mensenhandel uitgebouwd. (…)
In 1985 richtte Jeanne Devos in Bombay de National Domestic Workers Movement op. Zij trekt zich al meer dan twintig jaar het lot aan van de jonge dienstmeisjes die volledig overgeleverd zijn aan de willekeur van hun werkgevers, een situatie van moderne slavernij. In twintig jaar tijd heeft ze een immense mensenrechtenbeweging opgebouwd die in 21 staten in India actief is en die vecht tegen mensenhandel en misbruik van kinderen en vrouwen in huisarbeid. In Bombay alleen al werken 45.000 kinderen jonger dan veertien jaar als inwonende huisslaaf. En 140.000 kinderen tussen 14 en 18 jaar. 'Dat zijn de moeilijkst te bereiken en de zwaarste gevallen', zegt Jeanne Devos. 'Je kunt je niet voorstellen welke ellende er achter gesloten deuren huist.' Ongeveer 500.000 kinderen vertrekken iedere ochtend vanuit hun stoepenkrot, slum of kartonnen hol in de straat naar een huis waar ze in dienst zijn. Over heel India werken 60 miljoen mensen in het onbeschermde statuut van huisarbeid. The National Domestic Worker's Movement van Jeanne Devos telt 2 miljoen ingeschreven leden. 'Maar drie vierde van alle opvang en redding gebeurt voor niet-leden.' Jeanne Devos kent de ellende van anderen, ze kent de onmacht, ze kent de wereld. Ze weet maar al te goed tot welke gruwel een mens in staat is. Ze is al met de dood bedreigd.
U trad op uw 26 jaar in de Orde van de Zusters Missionarissen van het Onbevlekt Hart van Maria. Met welke dromen bent u in 1963 afgereisd naar India?
JEANNE DEVOS: Het was een vertrek voor het leven. We zaten met drie zusters op de trein van Brussel naar Marseille. Op die treinreis werd niet veel gezegd. India had me altijd aangetrokken vanwege de mystiek. Ik ben nooit iemand geweest die veel in kapelletjes zat. Maar het pijnlijke afscheid zat in ieder van ons. In Marseille hebben we de boot genomen richting India. Pas na drie weken op die boot haalde een van de zusters haar accordeon boven. Ze speelde God Bless the Queen . Dan met de trein naar Madras. Op die treinrit van 18 uur zat voor ons een vrouw in kleermakerszit haar baby tussen haar benen te wiegen. Wij maar foto's nemen. We dachten dat we zoiets nooit meer zouden zien. Toen ik aankwam in Madras werd ik verwelkomd door alle kinderen van de doven- en blindenschool waar ik les ging geven. Ik had direct het gevoel: hier in India zit ik goed, hier wil ik blijven. (…)
Hoe bent u een voorvechtster geworden voor de rechten van dienstmeisjes, in Azië toch wel een taboe?
DEVOS: Op een dag zag ik op straat Sangita, een meisje van 13 jaar oud. Ze kwam melk halen op de markt. Ik zag haar brakend de straat oversteken. Ik dacht: dat kind heeft wormen of ze is mishandeld door de man waarvoor ze als dienstmeisje werkt. Ik ging naar haar toe en vroeg: 'Heeft nonkel iets gedaan?' Want zo noemen ze hier hun meester: nonkel. ' Nonkel doet al lang iets', zei ze. 'Ik ga met u naar het ziekenhuis', zei ik. Ik heb dat kind meegenomen. Tegen de verpleegster zei ik: 'Zeg toch niet dat ze in verwachting is, hè.' Zwangerschapstest gedaan. 'Ze is zwanger', zei de verpleegster. Ik ben naar de vrouw des huizes gegaan waar Sangita werkte, heb met die vrouw gepraat om Sangita na vier dagen uit dat huis te halen. Na die vier dagen zei Sangita: 'Madame is met mij naar het ziekenhuis gegaan en de dokter deed iets en nu ben ik genezen.' Vanaf dat moment kon ik niet meer wachten om een beweging voor deze dienstmeisjes op te starten. Twee van de bisschoppen in India vroegen me of ik een beweging wilde opstarten voor dorpsvrouwen die naar de stad trokken. Maar ik wilde niet met de bisschoppen werken, niet opgenomen worden in heel dat patriarchaal systeem. Ik heb hen gezegd: 'Ik wil alleen met en voor de vrouwen werken, ongeacht hun godsdienst. Ik wil vanuit Bombay werken en niet gedicteerd worden wat ik moet doen en laten. Ik zal zelf wel verslag uitbrengen.' De bisschoppen hebben het mij toegestaan. Door die steun was ik ook beschermd. Hoewel er ook bisschoppen waren die zeiden: 'Dat probleem bestaat hier niet.' (…)
Waar doet u het eigenlijk voor?
DEVOS: Voor de mensen. Voor ieder concreet geval. Voor een meisje als A. die op haar negen jaar uit haar dorp, 2300 kilometer van Bombay, door een agent met een naamkaartje dat er christelijk uitziet, wordt weggehaald bij haar ouders met de belofte dat ze een nieuwe thuis zal krijgen ver weg in de grote stad. Een meisje dat drie dagen en drie nachten op de trein zit om hier aan te komen en tot huisslaaf gedegradeerd te worden. A. die in haar nieuwe thuis bij mensen terechtkomt die in een of andere sekte zitten en geloven dat ze haar bloed moeten drinken. A. die dan na vier jaar angst en terreur achter de gesloten deuren van dat huis, hier op haar dertiende door verontruste buren binnen wordt gebracht. A. die over haar hele lichaam menselijke beten vertoont: haar rug, haar gezicht, haar billen, haar borsten. A. die niet meer kan praten omdat ze zo getraumatiseerd is. Voor zo'n kind waar niemand blijf mee weet. We hebben een rechtszaak voor haar opgestart. We hadden duidelijke bewijzen van mishandeling. Maar zulke rechtszaken winnen we lang niet altijd. We hebben haar hier te slapen gelegd tot ze wat rustiger kon worden. We hebben intussen centra waar we zwaar getraumatiseerde kinderen kunnen behandelen, we zoeken contact met de ouders, we zorgen voor scholing. We leren de kinderen in de slums lezen en schrijven. We proberen hen een basis te bieden voor een menswaardig bestaan. We proberen de ouders bewust te maken van het feit dat ze moeten oppassen met de ronselaars voor hun kinderen. En we proberen het probleem ook structureel aan te pakken. Deze beweging richt zich in de eerste plaats tot de dienstmeisjes zelf aan wie we een gevoel van waardigheid willen teruggeven. Van hen werd altijd afhankelijkheid geëist. Sommigen zijn jaren uitgestoten van het maatschappelijk leven omdat ze altijd in een huis hebben gewerkt en vaak opgesloten werden. Maar we gaan verder dan het behandelen van concrete dossiers. Op politiek vlak bepleiten we een wettelijke en economische basis voor dienstmeisjes, om ze te erkennen als arbeider. Daarvoor hebben we nationaal en internationaal netwerken opgericht met organisaties zoals de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, Internationale Arbeidsorganisaties en bewegingen die opkomen tegen slavernij.
Wat maakt u sterk?
DEVOS: Niemand kan uw leraar zijn in innerlijke sterkte. Niemand kan u in die levenskunst onderwijzen. Het is iets aangeboren. Ik volg mijn intuïtie. En vanuit die intuïtie zie ik mensen graag. Niets is mooier dan mensen die elkaar steunen vanuit een elkaar graag zien. Want vriendschap en liefde is niet alleen naar elkaar kijken, maar is ook samen kijken naar iets. Zoals in dat verhaal van De kleine prins .
Ik werk in India met alle godsdiensten samen: moslims, hindoes, boeddhisten. Ik heb hier de kracht van yoga en de Vipasana-meditatie ontdekt. Het is voor mij belangrijker dan een paternoster te bidden, hoewel dat ook een mantragevoel geeft. Een mantra telt zeven woordjes: ik dank u voor de blijde dag . Als je dat vijf keer na elkaar herhaalt, dan wordt het ook een blije dag. Met de boeddhistische meditatie wordt een mens zich heel bewust van het onderbewuste. Bij zo'n meditatie voel je de moleculen op uw lichaam tintelen, het geeft een vredig gevoel, een eenheid. Het boeddhisme en het hindoeïsme geven kracht aan het diepmenselijke. Je kunt niets meer wegredeneren. Dat heb ik als een bevrijding ervaren. Een zoeken naar een waar leven, begint met een diepe ervaring, nooit met een redenering. En het eindigt met een zich één voelen met u zelf, vredigheid.
Voluntariaat is iets typisch christelijk, hè. De moslims doen dit werk vanuit de Koran: een wereld maken die leefbaar is voor iedereen. Voor de hindoes is het trouw zijn aan het diepste van uzelf. Bij hen overheerst de gedachte: ik kan mezelf niet zijn als ik dit niet doe. Bij mij is dat ook zo: ik ben geschapen voor de anderen. Ik heb ooit met een rood en blauw potlood het hele evangelie herlezen. Met rood onderstreepte ik de passages die gingen over de waardigheid van iedere persoon, met blauw onderstreepte ik het sociale. Heel mijn evangelie was rood en blauw. In dit werk kom ik een God op het spoor die met mensen begaan is.
(Uit Knack, 21 december 2005)
Ze draagt witheet zand
in haar krappe schort
en stapelt het op de cementen vloer
Op een mei-middag,
de zandstorm trotserend
plukt ze bloedrode rozen
om ze aan de meester te geven.
Ze probeert het huishouden
tot een hemel te maken door toewijding
en in ruil daarvoor
kookt ze in een ketel stroop
Wanneer de brutale dames
terugkeren van de film
scheurt ze de stempels
uit de gebruikte ticketten
en plakt ze op haar voorhoofd
als versiering.
Blozende kwajongens eten snoepjes
en werpen de papiertjes weg
Zij ziet er de kleuren door
van een andere wereld.
Als niemand in de buurt is
glipt ze stiekem en haastig in en uit
de zijden slippers van haar meesteres
als om de blaren op haar voeten te genezen.
De ongeziene hand van de hoge hemel
strooit heilige as over een paar uitverkorenen,
maar giet stromen stof en vuil over haar
Het vuil koekt samen, en zweert samen
zoals de demon Jarasandha,
haar kleine handen wroeten voortdurend
om vuil van vuil te scheiden.
Achter de geketende hond
ligt haar kleine wereld
haar schatkamer:
een ingelijste Sita, een tinnen kan
een flesje haarolie, een gebroken spiegel
en een tandenloze kam.
Ze kan zichzelf (haar naam) maar niet
bijeenrapen, overal verspreid.
In toegewijde slavernij
deelt ze haar handen en voeten,
hart en hoofd, al haar ledematen.
Wellust overspoelt het tere knopje
zoals een zwerm vuurspuwende bijen
Ze probeert te ontsnappen
maar ze laten haar niet gaan.
Afgerukte bloemblaadjes vallen
in deze doodstrijd
Honger komt weer op
ze rapen samen, wekken en grijpen opnieuw.
(http://mijn.broederlijkdelen.be/)
"De kinderen van de familie waarvoor ik werk, kennen mijn naam niet."
Hallo, ik ben 31 jaar oud. 5 jaar geleden ben ik beginnen werken voor Metanin. Ik zocht toen extra werk naast de tamarindproductie. Iemand van PARDS had mij benaderd en gevraagd of ik als Metaninwerkster wou werken. Ik heb toegezegd. Ik heb altijd al sociaal werk, goed werk gevonden! Na een 10-daagse training over de rechten van de mens en heel specifiek gezondsheidstraining van zwangere vrouwen en kinderen, kon ik beginnen. Ik woon en werk in Thanagucli Para. Para betekent Hamlet en omvat ongeveer 40 families. 3 Hamlets maken 1 dorp. Bij Metanin werken er 7 mensen. Metanin betekent vriend. En dat zijn we ook! We ondersteunen alle zwangere vrouwen, de pas bevallen moeders en de kinderen jonger dan 5 jaar op vlak van gezondheid.
1 keer in de maand wordt er het NHD, Nutrition Health Department, georganiseerd vanuit de overheid in de Angewadicentra’s. Dit zijn overheidsgebouwen, speciaal bedoeld voor moeders en kinderen om ondervoeding tegen te gaan en informatie over gezondheid over te brengen. Er komen zwangere vrouwen, de pas bevallen moeders en de kinderen jonger dan 5 jaar naartoe. Met behulp van een verpleegster en iemand van US Aid Care, krijgen de kinderen hun vaccinaties, krijgen de moeders extra voedingsstoffen (rijst), krijgen de kinderen een maaltijd toebedeeld. Wij helpen dan niet alleen de moeders en de kinderen, maar ook de verpleegster, tewerkgesteld door de overheid om die dag vlotter te laten verlopen. Elke dinsdag doen we een ronde in onze dorpen. We bereiden onze ronden maandagavond voor. We gaan ook vaker op bezoek, zo vaak als nodig. We onderzoeken de moeder en het kind. We vragen hun welke vaccinaties ze al gekregen hebben. Of ze al beterschap ondervonden hebben, nu hun kind een bepaald medicijn of vaccinatie heeft gekregen. Als het kind alarmerende signalen heeft, dan raden wij de moeder aan om naar het Angewadicentrum of naar het gezondheidscentrum te gaan. We doen bij elk bezoek een routine check-up van de moeder en van het kind. We wegen het kind en de moeder en kijken naar tekenen dat op bloedarmoede zou wijzen: we kijken naar de ogen, de spieren, wangen, tong en tanden. Wij observeren vooral de families. Wij helpen zwangere moeders thuis te bevallen als zij dat verlangen en proberen er steeds ook de verpleegster erbij te betrekken. We helpen het huis klaarmaken. We raden de moeders ook aan, als er implicaties zijn bij het bevallen om meteen naar het ziekenhuis of healthcentra te gaan. Wij helpen vooral op grassrootlevel, in de huizen van de tribalfamilies zelf! Wij willen tegemoetkomen aan de diensten die de overheid schenkt. Elk Healthcentrum heeft 1 verpleegster. Deze is niet altijd aanwezig in het Healthcentrum. Het healthcentrum ligt voor sommige families ook erg ver, dus dat betekent dat ze er het grotendeels van hun dag mee bezig zijn en dat betekent dan ook minder inkomsten. De verpleegster van het Healthcentrum heeft ook geen tijd om alle families af te gaan (minstens zo’n 120). En op deze manier kunnen wij de overheid daarin tegemoet komen en de nood van de gezinnen tegemoetkomen. Wij doen ook enorm belangrijk werk op gebied van awareness in de dorpen rond het thema gezondheid. Wij ondersteunen zwangere vrouwen. Wij vertellen wat de man zou moeten doen tijdens de zwangerschap. Wij moedigen een veilige bevalling aan in het Angewadicentrum of in het Healthcentrum. Wij volgen de vaccinaties op van babies en kinderen. Wij promoten 3 jaar tussen 2 opeenvolgende zwangerschappen en ook alle contraceptieven die de vrouwen en mannen kunnen gebruiken om niet zwanger te worden. Wij promoten het condoom ter bescherming tegen SOA en HIV/AIDS. Dit is werk dat de verpleegster van het Healthcentrum onmogelijk op haar eentje kan doen. Onder het jaar door werken wij ook samen met de overheid door mee te participeren aan de Gram Sahba. Op dit samenkomen kunnen wij de problemen duiden, diensten vragen aan de overheid. Het beste voorbeeld van samenwerken met de overheid was de “Drunk - Rally". Het begon dat vrouwen in families kloegen dat hun mannen 60% van hun inkomen aan alcohol opdoet. Het probleem werd eerst en vooral gedeeld met de andere metaninwerkster en daarna ook met het Angewadicentra. Vervolgens werden de SHG’s (Self Help Groups) erbij betrokken. Het probleem bleek zeer voorkomed te zijn. Tesamen zijn we dan naar de Surpanch (hoofd van een Panchayat) gestapt met ons probleem. Uiteindelijk is het op de Gram Sabha verschenen. We hebben ons probleem aan de overheid voorgelegd en de steun gekregen. We zouden een rally houden, waar iedereen van de Metaninwerksters, Healthcentra’s, overheidsofficiers, SHG’s en vrouwen die ertegen wouden opkomen aan mee kon doen. We hebben onze rally gehouden in meer ongeveer 98% van het DharbaBlock op de marktdag. We hebben de alcoholverkopers lik op stuk gegeven, zelfs met steun van de politieofficieren. Alcohol drinken is sociaal niet aanvaard, het is taboe, maar spijtig genoeg wordt het nog steeds stiekem gedaan. We zijn in ieder geval blij dat er nu minder geld naar alcohol gaat en dat de overheid ons steunt in onze strijd tegen alcohol. Het is een voorbeeld van een succesverhaal. We krijgen nu nog steeds maandelijks trainingen. We krijgen die vanuit US Aid CARE en PARDS. We volgen deze trainingen samen met de verpleegster van het Healthcentrum en met de verpleegster van het Angewadicentrum. Zo kunnen we echt gezondheidswerk doen in de dorpen.
Chetri is al jaren lid van de SHG (Self Help Group) Chepatora. Deze SHG bestaat al 3 jaar. Ze is ontstaan doordat een andere SHG in 3 is gesplitst. Een SHG bestaat uit minimum 10 leden en maximum 20 leden. In de SHG wordt er 1 keer de maand samengekomen. Ze bespreken al de problemen, de opbrengsten van de tamarind,… Alles wordt tesamen beslist. De sterke stem van Chetri en haar goed voorbeeld, maken dat zij toch een informele leidster is geworden. Chetri beschouwt het als haar individuele verantwoordelijkheid om de vrouwen te leiden en te motiveren.
Zolang de vrouwen een activiteit samen kunnen doen, steunt ze alle beslissingen. Ze vind het een grote kracht dat de SHG geld kunnen sparen en dat dat geld ten goede van de hamlet komt. Ze vind het nog een grote kracht, dat als 1 van de vrouwen in de problemen is, dat ze elkaar kunnen helpen. De SHG is een sociaal vangnet. De grootste kracht van de SHG is dat als alle stemmen en krachten van de vrouwen samenkomen, dat ze dan veel kunnen bereiken.
In de SHG hebben ze al vele trainingen gekregen, vertelt Chetri. Het verwerken van tamarind, weegsysteem voor tamarind, geld tellen en het rekenmachientje gebruiken, voedselzekerheid, gevogelte en gezondheid, is maar een greep uit de trainingen die ze al gekregen hebben.
Zij ontmoeten vaak andere SHG’s waarmee zij regelmatig uitwisselen.
De SHG deelt jaarlijks mee aan de Gram Sabha. Zo kunnen zij hun stem laten horen samen met andere SHG’s, aan de mensen van de overheid op Panchayatniveau. De panch en surpanch (zoals bij ons: de burgemeester en de verkozen leden) zijn dan ook aanwezig op de Gram Sabha. Naast de Grab Sabha, nemen zij ook deel aan vergaderingen op blockniveau. Zij nodigen de Panch en surpanch van hun dorp uit wanneer de gelegenheid het toelaat.
Ik ben 36 jaar oud. Sinds 1 jaar ben ik lid van de SHG. Ik woon in het dorp Maulipadar, in de hamlet Thatopara. Chetri heeft me uitgenodigd om de SHG te vervoegen. Ik heb een man en 4 kinderen. We leefden in erg slecht omstandigheden. We hadden geen eten, geen kledij, geen goede gezondheid en mijn kinderen hadden geen goede educatie. Via de SHG heb ik een microkrediet gekregen van 500 roepies. Hierdoor heb ik een kleine kippenwinkel kunnen openen. Nu heb ik ook een kleine theewinkel. Ik verwerk mee met de vrouwen tamarind en andere bosproducten. Ik heb op 9 maanden tijd mijn hele lening kunnen terugbetalen. Ik heb nu een loon van ongeveer 1000 roepies de maand. Ik kan nu eten kopen, kledij kopen, mijn huis in orde krijgen en voor de winkel zorgen. Door de SHG heb ik geld leren tellen, krijg ik trainingen over kopen en verkopen en over gezondheid. Mijn leven is op korte tijd enorm verbeterd en dat met 500 roepies. (minder dan 10 euro!)
Buiten de uren
Tot nu toe ben ik bezig met een klein onderzoek gedaan naar gezondheidszorg van moeder en kind. Het is alvast leuk om met de mensen te gaan praten en hun huizen vanbinnen te zien en hun kindjes te zien…. Ik heb ervoor gekozen omdat het mij zo raakt. De tweede week waren we naar een centrum geweest waar er juist de nutritionday was. Dat wordt 1 keer de maand gehouden. Moeders en kinderen krijgen dan verzorging en een maaltijd en extra voeding (rijst). Ik heb veel moeders en kinderen gezien en ik heb echt moeten wenen toen! Het is zo erg! 1 KEER DE MAAND!!!!! Dat is niet genoeg! Er zijn echt veel kinderen ondervoed en moeders die er ook echt aan toe zijn… Dof haar, slechte ogen, dikke buiken, magere armpjes…. Ik kon mij nooit voorstellen hoe dun die armpjes wel niet zijn. (Ooit was er zo een armbandje bij de kranten, humo,… en die toonde hoe dun ondervoede kinderarmpjes zijn) Maar nu dus wel! Pfjoe! Als Vicky’s mama hier hun voeding zou zien, zou ze er ook van kapot zijn! Het erge is dat het echt werk van lange adem is! Enerzijds werkt de overheid eraan, of course niet genoeg, en anderzijds moet er een serieuze attitudeverandering plaatsvinden bij de mensen: een “gap” van 3 jaar tussen 2 kinderen, contraceptieve promoten, backyard - gardening promoten,… Het is echt geen gemakkelijk proces. Mijn onderzoek is erop gericht op resultaat: of het werk van PARDS effectief positieve effecten oplevert zoals: vrouwen die weten welke gezondheidszorg er bestaat, gezondere vrouwen,… Ik bevraag de mensen naar hun awareness level (wat ze allemaal weten over gezondheid) en naar de service level (welke diensten ze al dan niet van de overheid beloofd hebben gekregen en welke al dan niet hun dorp bereiken)….
Wat gebeurt er in mijn vrije tijd?
Dat is dus ’s avonds en de zondag… David en zijn vrouw en kind zijn heel gastvrij voor mij. Ik mag daar eten ’s morgens en ’s avonds. Ik speel wat met Shristy (zijn dochter) en lees wat… Na het avondeten brengen Shristy en David mij op de bike naar huis! Daar typ ik nog wat emails. Soms kijk ik tv, Ik probeer elke dag wat te schrijven en te lezen. Ik droom ervan om ooit een boek te schrijven dus oefen ik maar he, anders zal ik nooit schrijver zijn ooit… Op sommige dagen doe ik de was. Het gaat er hier erg aan toe met mijn kledij. Mijn broek is zelfs gescheurd bij een van de filmopnames, vorige week, als ik op mijn hurken ging zitten. De vrouwen van het dorp hebben wat afgelachen. Ik ga die broek niet meer mee naar huis nemen. Sommige kledij krijg ik ook echt niet meer proper. Op mijn hemdjes staan de bruine rand onder mijn oksels en aan mijn nek erin gebrand precies. Jawel het warme India doet me zweten! Iets wat ik in België bijna nooit doe! (ale wel doe, maar nooit zo erg!) Mijn beige broek vertoont vieze plekken. Thomas vertelde dat het met een gewoon wasmachine wel weg zou gaan, maar ik betwijfel of ik die vieze kledij wel mee durf te nemen naar België…
“Hoeveel paar schoenen heb je echt nodig?”
Broederlijk Delen stelt jullie voor aan Debjeet Sarangi. In 2005 richtte hij Living Farms op, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Orissa. Hij is een gedreven en charismatisch man. Debjeet vertelt ons enthousiast over zijn werk en zijn drijfveer.
Een interview door Ellen Lens, vrijwilligster bij Living Farms.
Kan je ons kort uitleggen wat Living Farms doet?
We zetten ons in voor arme en landloze boeren in Orissa. We willen dat ze elke dag van het jaar voldoende voedzaam eten hebben voor hun hele familie. En dat ze daar zelf voor kunnen instaan! We valoriseren hun rijke inheemse kennis over voedsel en landbouwtechnieken en onze veldwerkers geven training over duurzame landbouwtechnieken.
Maar Living Farms' werk stopt niet bij deze directe acties op het veld. We organiseren ook campagnes, workshops en infosessies de bevolking te informeren over thema's zoals het gebruik van chemische pesticide, de introductie van genetisch gemanipuleerde gewassen in Orissa, de dalende biodiversiteit...
Waarom deze focus op landbouw?
Toen ik in Noord-Orissa tribals tegenkwam die honger hadden en zag hoe ze leden, besefte ik dat gezond voedsel een basisbehoefte is. Zonder eten zijn mensen heel kwetsbaar. Hoe kan je van een kind dat niet genoeg eten heeft, verwachten dat het zal ontwikkelen tot een kritische en zelfstandige volwassene? Maar dat is volgens mij niet alles. Ze moeten zelf in hun voedselbehoeften kunnen voorzien zodat hun gevoel van eigenwaarde gesterkt wordt. Ik vind het belangrijk dat ze niet afhankelijk zijn van grote bedrijven of overheidsinstanties voor deze basisnood.
Waar heb je 'je vak' geleerd?
Toen ik op zoek ging naar manieren om voedselschaarste en daaraan gerelateerde problemen aan te pakken ontmoette ik een ecologische landbouwer uit West-Bengal. Ik bleef gedurende een jaar op zijn organische boerderij en hij leerde me duurzame landbouwtechnieken met respect voor traditionele en inheemse kennis.
Waarom werk je in de non-profit sector? Ergens anders zou je meer geld verdienen…
Dat heeft vooral met mijn opvoeding te maken. Ik ben opgegroeid in een industriële stad (Jamshedpur, in het zuiden van de deelstaat Jharkhand) met een grote staalfabriek die de omgeving vervuilde. Ik kon met mijn eigen ogen zien hoe alle vormen van protest de kop werden ingedrukt. Mensen mochten geen kritische vragen stellen en vakbonden waren niet toegestaan. Deze onmacht maakte iets in mij wakker.
Mijn familie stimuleerde me ook altijd om goed na te denken over wat ik later in mijn leven wou bereiken. Er werd bij ons thuis nooit veel belang gehecht aan materiële dingen en uiterlijke schijn. Deze instelling waardeer ik nu nog. In deze tijd van overconsumptie zou ieder voor zichzelf de volgende vraag moeten stellen “hoeveel paar schoenen heb ik echt nodig?”
Wat heeft een diepe indruk op je nagelaten?
Enkele jaren geleden vervuilde de staalindustrie het land, de rivieren en het woud van een tribal gemeenschap. De tribals wilden hun rechten op een gezond leefmilieu en voedsel beschermen, maar hun inspanningen werden onderdrukt door de plaatselijke autoriteiten. Ik zag hoe de overheid die mensen zou moeten beschermen het tegenovergestelde deed. Ondanks deze tegenkantingen blijft de moed en vastberadenheid van die tribal gemeenschap een van de meest inspirerende ervaringen voor mij.
Wat heb jij van de tribals geleerd?
Het respect voor hun omgeving, voor de bomen, de rivieren, het land en de bergen een intrinsiek deel van hun leven. Als ik met hen in contact kom, dan voel ik hun warmte voor de natuur.
Een sterk volk dus!
Zeker! Toch wil ik hen stimuleren om nog beter voor zichzelf op te komen. Wanneer ze met anderen in contact komen, is hun gevoel van eigenwaarde vaak laag. Doordat de meesten niet gestudeerd hebben, durven ze zich weleens minder te voelen. Dit is ongegrond, want ze hebben een heel rijke cultuur en veel traditionele kennis. Ik wil hun eigenwaarde sterken en hun kennis valoriseren.
www.broederlijkdelen.be
http://blogs.kabaal.be/
http://www.living-farms.org/site/
“Er zijn twee zaken waarvan we dachten dat ze overbodig waren, maar waarvan we nu moeten toegeven dat ze van levensbelang zijn. Allereerst moeten we opnieuw het heilige erkennen, wat fundamenteel neerkomt op het erkennen van grenzen. Heilig betekent: overschrijd deze grenzen niet. Het heilige woud is het woud dat zegt: ‘Kap mijn bomen niet’. De heilige vijver die zegt: ‘Vervuil mijn water niet’. Het heilige zaad dat zegt: ‘Zet geen prijs op mij, ik ben een geschenk.’ Grenzen stellen aan de menselijke gulzigheid is zonder twijfel een deel van de spiritualiteit die we nodig hebben. We moeten opnieuw leren neen te zeggen. De tweede behoefte aan herbronning betreft het verwerpen van de scheiding tussen lichaam en geest. Die scheiding heeft immers geleid tot het splitsen van geest en verstand, waarna de geest verdween. Zonder deze geest is menselijk overleven onmogelijk. Zonder spiritualiteit worden we destructief, voor onszelf en voor anderen. Positief komt het neer op een houding van: wil je meer, neem dan minder. Voor zo’n houding heb je geest nodig. En die komt alleen voort uit een dieper begrip van wie je bent en wat het leven voor jou betekent. Dat betekent dus ook het vieren van de overvloed die aanwezig is. Begrenzing en feestelijke beleving, dat zou een goede formulering zijn van wat ik bedoel met spiritualiteit.”
(Uit de liturgie- en spiritualiteitsmap van Broederlijk Delen 2009)
Het heilige woud zegt: “Kap mijn bomen niet.”
De heilige vijver zegt: “Vervuil mijn water niet.”
Het heilige zaad zegt: “Zet geen prijs op mij, ik ben een geschenk.”
Heilig betekent: overschrijd deze grenzen niet.
Het kind: “Geef me ruimte en grenzen.”
De jongere: “Laat me zoeken en ontdekken.”
De volwassene: “Gun me inzicht en vrede.”
Heilig betekent: hou mij in ere, hou mij heel.
De heilige grond zegt: “Put me niet uit.”
De heilige lucht zegt: “Laat me adem geven aan alles.”
Heilig betekent: respecteer me, beschadig me niet.
(Uit Niet te schatten, bezinningsboekje Spoor Zes)
Het heilige in onszelf.
Het heilige dat in ieder van ons zit.
De heilige intuïtie.
De heilige gedrevenheid.
Gedreven tot meer dan eerst mogelijk was,
beseffen waar grenzen gerespecteerd moeten worden,
beseffen waar grenzen doorbroken kunnen worden,
zien wat de ander uniek maakt
de ander als hele mens zien.
Gedrevenheid, schoonheid, uithouding,
kracht, vertrouwen, doorzettingsvermogen.
Gedreven tot verder
(naar Exodus 20)
(Uit Niet te schatten, bezinningsboekje Spoor Zes)
Doe je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.
Veeg je voeten, ik vraag respect voor mijn gepoetste vloer.
Schoenen uit, voor je de gebedsruimte betreedt.
Shoecovers aan, voor je de steriele afdeling binnengaat.
Niet eten of drinken.
Niet fotograferen of filmen.
Gsm uitschakelen.
Schouders en benen bedekken.
Voorschriften, geboden en verboden.
Staatsgebouwen, kerken en gebedshuizen, ziekenhuizen,musea, monumenten: je mag ze meestal niet zomaar betreden. Er zijn regels, je hoort je op een bepaalde manier te gedragen. Zo toon je je respect voor de betekenis van de plaats.
Sommige plekken hebben geen bordjes nodig. Je voelt er vanzelf respect, zelfs ontzag.
Het verlaten strand bij zonsondergang, een open plek die je onverwacht tegenkomt in een bos,
een groot podium in een lege zaal, een stil kerkgebouw, een vol stadion waar iedereen de adem inhoudt.
(Uit Niet te schatten, bezinningsboekje Spoor Zes)
Wat is mij heilig? Deze vraag zie ik als een van de meest centrale gelovige vragen in deze tijd, die hoort bij de verzuchting: ‘Is er dan niets meer heilig?’ of: ‘Is soms alles heilig?’. (…)
De vraag ‘Wat is mij heilig?’ versta ik liever als waar is het heilige te vinden? Met het woordje ‘waar’ wordt deze vraag namelijk wezenlijk anders. Met het ‘waar’ als blikrichting gaat er een hele-boel aan het schuiven. De nadruk ligt niet op wat je ziet of wat je vindt, maar hoe je kijkt en waar je je blik op richt. Met andere woorden: hoe versta je jezelf, de wereld om je heen? Het nodigt ook uit om ‘het’ heilige niet te verstaan als iets zelfstandigs, maar als ‘heiligheid’. ‘Het’ heilige roept het beeld op van een ding, van iets dat afgebakend is, te (be)grijpen. Heiligheid verwijst eerder naar een hoedanigheid dan naar een object. Mijn zoektocht naar uitingen en vormen van religieus leven wordt door deze interpretatie van de vraag ‘wat is mij heilig?’ gericht. Een vraag die eerder nieuwe vragen oproept dan antwoorden geeft. Vragen die echter wel beweging en verandering kunnen bewerken. (…)
Het heilige zou toch in het alledaagse te vinden moeten zijn. Waar anders? Niet-alledaags in de zin van banaal, onbeduidend, maar alledaags als de dagelijkse werkelijkheid waarin we leven; het leven van alledag, waarin we werken, eten, slapen, ons vervelen of ons druk maken, vriendschap ervaren of juist eenzaam zijn. ‘Religie zit niet in de symbolen of in de overtuigingen, maar in de omgang met de werkelijkheid en de eigen ervaring die de symbolen en overtuigingen belichamen. Het gaat niet om God of niet-God, maar om de manier waarop de werkelijkheid doorschijnend wordt naar haar fundamentele, uiteindelijke belang.
(Uit M. Merckx, Over het heilige in het alledaagse, in Speling, september 200, p. 33-42)
Beluister dit nummer
Ich halt mich wach - für dich Ik hou me wakker - voor jou
Wir schaffens nicht beide Wij redden het niet beiden
- Du weisst es nicht - Jij weet het niet
Ich geb mich jetzt für Dich auf Ik geef me nu voor je op
Mein letzter Wille hilft Dir raus Mijn laatste wil helpt je eruit
bevor das Meer unter mir voordat de zee onder mij
– zerbricht - uiteenbreekt
Ich glaub an Dich Ik geloof in je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij - altijd heilig zijn
Ich sterb - für unsere Unsterblichkeit Ik sterf - voor onze onsterfelijkheid
Meine Hand - von Anfang an Mijn hand - vanaf het begin
über Dir - Ich glaub an Dich boven jou - Ik geloof in je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij altijd heilig zijn
Du brichst die Kälte - wenn Du sprichst Jij verbreekt de kou - als je spreekt
Mit jedem Hauch von Dir Met elke ademhaling van jou –
- erlöst Du mich verlos jij mij
Wir sehen uns wieder – irgendwann Wij zien elkaar weer - ooit
Atme weiter - wenn Du kannst Adem verder - als je kan
Auch wennn das Meer Ook als de zee -
- unter Dir zerbricht onder je uiteenbreekt
Ich glaub an Dich Ik geloof in je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij - altijd heilig zijn
Ich sterb - für unsere Unsterblichkeit Ik sterf - voor onze onsterfelijkheid
Meine Hand - von Anfang an Mijn hand - vanaf het begin
über Dir - Ich glaub an Dich boven jou - Ik geloof in je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij altijd heilig zijn
Ich schau durchs Meer - und seh Dein Ik kijk door de zee - en zie jouw
Licht - über mir licht - over mij
Ich sinke - Ich sinke - weg von Dir Ik zink - Ik zink - weg van je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij - altijd heilig zijn
Ich sterb - für unsere Unsterblichkeit Ik sterf - voor onze onsterfelijkheid
Meine Hand - von Anfang an Mijn hand - vanaf het begin
über Dir - Ich glaub an Dich boven jou - Ik geloof in je
Du wirst für mich - immer heilig sein Jij zal voor mij altijd heilig zijn
Schau - mir nicht mehr - hinterher zoek - mij niet meer - naderhand
Glaub an Dich Geloof in je
ich glaub an Dich ik geloof in je
Met de cirkel kiezen we voor een eenvoudig en gekend symbool. Het sluit bovendien nauw aan bij de holistische denkwereld van de inheemse volkeren, in India maar ook daarbuiten. Ze gebruiken de cirkelvorm ook bewust als uitdrukking van ‘heelheid’ en ‘gemeenschap’, bijvoorbeeld in tekeningen, in rituelen of bij de kringdansen tijdens feesten.
Trouwens, ook hindoes en boeddhisten kennen dit symbool. Denk bijvoorbeeld aan de mandala’s, de complexe tekeningen met een cirkelvormig grondmotief. Het maken van een mandala is een vorm van beweeglijke meditatie met als doel je aandacht naar je innerlijke centrum te leiden. ‘Mandala’ is het Sanskriet woord voor cirkel of polygoon (veelhoek). Het kan ook ‘gemeenschap’ betekenen en ‘het aangesloten zijn’. De mandala is dan ook een oud symbool van heelheid.
Ook dichter bij ons, vinden we de cirkel als symbool van heelheid. Denk bijvoorbeeld aan de trouwring, het ‘zitten in de kring’, de ‘ronde tafel’ waar geen ereplaatsen zijn, of de rozetvormige glasramen in onze kathedralen. Ook onze liturgie zelf is een cyclisch gebeuren, waarbij we ons in grote jaarkringen richten op Christus, het middelpunt van ons bestaan.
De cirkel is ook een symbool van de vastentijd. De cirkel is als de Bijbelse woestijn waarin je je terugtrekt om te vasten en te bidden. Hij stelt de mentale ruimte voor die we in ons leven en in onze gemeenschap creëren om ons te herbronnen, te vernieuwen, levenskeuzen te laten rijpen en te groeien tot heelheid.
(Uit de liturgie- en spiritualiteitsmap van Broederlijk Delen 2009)

Paddy Field Chaff cirkel in India

Een cirkel gemaakt door te wandelen en te rennen in India

Sahara cirkel

Cirkel in wrakhout in Alaska

Eén van de aandachtspunten binnen de campagne van Broederlijk Delen is dat de tijd loopt en dit in het kader van de Milleniumdoelstellingen die in 2015 gerealiseerd zouden moeten worden. In het logo van de Millenniumdoelstellingen wordt visueel duidelijk gemaakt dat de tijd wel degelijk loopt, meer nog dat het bijna te laat is, want de nul wordt voorgesteld als een klokje dat op vijf voor twaalf staat.
In september 2000 ondertekenden 187 staatshoofden op de Millenniumtop van de Verenigde Naties een Millenniumverklaring. Ze engageerden zich om tegen 2015 acht millenniumdoelstellingen te bereiken. Deze doelstellingen moeten de armoede wereldwijd met de helft verminderen. Ook België ondertekende deze verklaring.
Hieronder vind je het overzicht van de doelstellingen die men tegen 2015 wil realiseren.
1. Extreme armoede en honger uitroeien
2. Basisonderwijs verzekeren
3. Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen promoten
4. De kindersterfte verminderen
5. De gezondheid van moeders verbeteren
6. HIV/AIDS, malaria en andere ziektes bestrijden
7. Een duurzaam leefmilieu verzekeren
8. Een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling opzetten






Verschillende campagnes tegen armoede en AIDS wijzen ons erop dat de tijd levens kost. Met slogans als "de tijd tikt", "elke seconde telt" of "het is vijf voor twaalf" wil men ons erop wijzen dat niets doen tegen armoede zijn tol eist en mensenlevens kost.
Een voorbeeld:
In het kader van de bestrijding van armoede werkten verschillende wereldbekende artiesten zoals Brad Pitt, Bono, George Clooney, en Kylie Minogue mee aan een campagnevideo, waarin om de drie seconden één van hen in de vingers knipt om aan te geven dat er in de wereld elke drie seconden een kind sterft door AIDS en extreme armoede.
De website van de campagne
Bekijk de video
Ook Vlaamse artiesten zoals o.a. Guy Mortier, Stijn Coninckx, Rob Vanoudenhoven, Arno Hintjens, Roos Van Acker, Kristien Hemmerechts, Nic Balthazar werkten mee aan een gelijkaardige campagnevideo.
De website van de Belgische campagne
Bekijk de clip
Wanneer binnen het christendom over het verlopen van de tijd gesproken wordt, kan men ook de verwijzing maken naar de eindtijd. De eindtijd wordt in de bijbel verschillende keren vermeld. In de eindtijd zullen de levenden en de doden geoordeeld worden. Vooral de verwijzing naar de 'dag des oordeels' klinkt vele mensen allicht vertrouwd in de oren, omdat verschillende science-fiction films deze thematiek van 'judgment day' opnemen. In het boek Openbaringen (ook wel de Apocalyps genoemd) vindt deze dag plaats na het duizendjarige rijk en zullen op deze dag alle doden opstaan uit het graf en samen met de levenden berecht worden door Christus en hun verdiende loon ontvangen voor wat ze met de tijd gedaan hebben die hen ter beschikking werd gesteld (met andere woorden voor hun levenswandel).
[11] Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. [12] Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.
[13] De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. [14] Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. [15] Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.
[1] Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. [2] Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. [3] Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: 'Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. [4] Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.'
[5] Hij die op de troon zat zei: 'Alles maak ik nieuw!' – Ik hoorde zeggen: 'Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.' – [6] Toen zei hij tegen mij: 'Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. [7] Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. [8] Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.'
Wat zegt ons eindoordeel vandaag?
Het christendom heeft dus een linaire visie op de geschiedenis. De geschiedenis is geen cirkel van telkens opnieuw het zelfde dat zich herhaalt, maar de geschiedenis staat in een tijdslijn met een begin en een einde. Dat maakt dat de mens en de geschiedenis eindig zijn. Dat betekent ook dat elke dag, elke minuut, elke seconde uniek zijn, onomkeerbaar, nooit meer opnieuw te doen, en dat elke seconde ons dichter brengt bij het einde. Hierdoor krijgt alles zin en wordt on-zin, pijn en lijden onaanvaardbaar, niet morgen op te lossen, maar vandaag. In het christelijk perspectief telt ook wat we vandaag doen met het oog op morgen. Daarvoor staat de gedachte van het eindoordeel, waar alles afgewogen zal worden, en waarin het goede het kwade zal overwinnen. Dat eindperspectief geldt niet als een gemakkelijke eindoplossing maar is een vraag om er vandaag reeds werk van te maken.
"Een hardnekkig idee is dat wij de mensen in het Zuiden nog heel wat kunnen leren. De uitspraak 'geef de armen geen vis, maar leer hen vissen' is nog steeds erg populair. Weinig mensen beseffen hoe betuttelend deze uitspraak is. We gaan er immers van uit dat de mensen in het Zuiden niet weten hoe ze moeten vissen. Anderen beseffen dat ontwikkeling enkel kan groeien vanuit de plaatselijke noden en dat ze enkel duurzaam is als ze door de bevolking zelf in gang wordt gezet. Of met andere woorden: de mensen ter plaatse weten het beste hoe ze moeten vissen. Broederlijk Delen gaat hiervan uit en vat dit samen in de slogan 'omdat het Zuiden plannen heeft'."
Broederlijk Delen, Lessenmap 2007 secundair onderwijs
"In enkele landen worden verbruiksgoederen, vooral de vruchten der aarde, overvloedig geproduceerd. In andere landen vechten brede lagen der bevolking tegen ellende en honger. Rechtvaardigheid en menselijkheid eisen dat de eerste de tweede te hulp komen. Goederen vernietigen of verspillen die broodnodig zijn om menselijke wezens in leven te houden, is een uitdaging van de rechtvaardigheid en de menselijkheid." Mater et Magistra, 161
"Nochtans, die hulpverlening zal niet onmiddellijk in vele landen de blijvende oorzaken van ellende en honger wegnemen, die meestal liggen in een primitief economisch systeem. Om daaraan te verhelpen moeten alle middelen aangewend om de bevolking beroepskennis en vaardigheid bij te brengen en de kapitalen te verschaffen, nodig om de economische ontwikkeling volgens de moderne regels en methoden op gang te brengen." Mater et Magistra, 163
"Laten dan ook de burgers in gedachten houden dat het hun recht en hun plicht is, die ook door de staat moeten erkend worden, naar vermogen bij te dragen tot de waarachtige vooruitgang van hun eigen gemeenschap. Vooral in economisch minder ontwikkelde gebieden, waar alle middelen dringend aangewend moeten worden, vormen degenen een ernstig gevaar voor het algemeen welzijn, die hun middelen vruchteloos laten blijven of die (met behoud van het persoonlijk emigratierecht) hun gemeenschap beroven van de materiële of geestelijke hulp die zij nodig hebben." Gaudium et Spes, 65
"God heeft de aarde met alles wat daarin is, bestemd voor het gebruik van alle mensen en volkeren, zodat de geschapen goederen in een billijke verdeling aan allen moeten toekomen, onder de schutse van de rechtvaardigheid, vergezeld van de liefde." Gaudium et Spes, 69
"Daar zovelen in de wereld in hongersnood verkeren, dringt het Heilig Concilie er bij allen, bij ieder afzonderlijk en bij de staatsregeringen, op aan om, indachtig deze uitspraak van de vaders: "Geef iemand die van honger dreigt te sterven te eten want als je dit niet doet, dood je hem", hen in hun goederen metterdaad te laten delen en ze ter beschikking te stellen, ieder naar zijn mogelijkheden, vooral door hen (afzonderlijke personen of volkeren) van die middelen te voorzien, waardoor zij zichzelf verder kunnen helpen en ontwikkelen." Gaudium et Spes, 69
"De landen die economisch het zwakst zijn of die aan de grens van de overleving zijn blijven staan, moeten met de hulp van de andere volken en van de internationale gemeenschap in staat gesteld worden ook een bijdrage te leveren aan het algemene welzijn, met hun schat van menselijkheid en cultuur, die anders voor altijd verloren zou gaan." Sollicitudo Rei Socialis, 39
De eeuwwisseling wordt wel eens het begin van de 'moderne caritas' genoemd. Dit begin valt min of meer samen met het ontstaan van de sociale wetgeving en de uitbouw van een algemene sociale zekerheid in de meeste West-Europese landen. Het is precies door deze maatregelen dat gaandeweg de hulpverlening uit de sfeer van de 'liefdadigheid' wordt gehaald.
Liefdadigheid krijgt dan veeleer een negatieve connotatie. Ze roept het beeld op van een hulpverlening waarin de hulpvragende om hulp te krijgen, voortdurend ondergeschikt en afhankelijk is van de goodwill van de hulpgever. Liefdadigheid is ook het begrip waarmee de traditionele caritas, met haar idealen van de werken van barmhartigheid, geassocieerd werd en wordt. Het zijn deze idealen die in de loop van de twintigste eeuw steeds verder bekritiseerd worden, mee met de evolutie van de opvattingen over een maatschappelijk verzekerde hulp, die is gebaseerd op het recht van de persoon op welzijns- en gezondheidszorg.
B. Houdart, Caritas, in Ethische perspectieven 6 (1996), p105
Fragmenten uit: Toespraak van minister Armand De Decker ter gelegenheid van het officiële startschot voor het Internationaal Jaar van het Microkrediet
De Verenigde naties hebben 2005 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van het Microkrediet. VN-secretaris-generaal Kofi Annan bij de start: "Het Internationaal Jaar van het Microkrediet 2005 onderstreept het belang van microkrediet als een integraal onderdeel van onze gezamenlijke poging de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen te behalen. Onze uitdaging is om de beperkingen aan te pakken die mensen weerhouden van toegang tot de financiële sector. Het Internationaal Jaar van het Microkrediet biedt de internationale gemeenschap de mogelijkheid om samen deze uitdaging aan te gaan. Samen kunnen en moeten we een financiële sector opbouwen die mensen helpt hun levensomstandigheden te verbeteren."
Geven is een manier. Door te geven kunnen zeker en vast de minstbedeelden in de wereld ontsnappen aan de armoede, miserie en onwetendheid. Maar het is natuurlijk niet de enige manier! Het is beter te leren vissen, luidt een Chinees spreekwoord, dan een vis te krijgen.
Leren leren, leren produceren, leren kopen, leren verkopen, dat zijn de middelen die we werkelijk ter beschikking moeten stellen van wie niets heeft. Op die manier kunnen ze meer bereiken, kunnen ze elke dag een nieuwe stap zetten om hun leven te verbeteren, om meer te doen en, indien mogelijk, te ondernemen.
Het idee om microfinanciering te ontwikkelen, is twintig jaar geleden gelanceerd en heeft intussen al een hele weg afgelegd. Microkredieten, micro-sparen en microverzekeringen, die samen microfinanciering worden genoemd, zijn instrumenten geworden die hun waarde hebben bewezen als middel om bij te dragen aan het realiseren van de Millenniumontwikkelingsdoe-stellingen.
Sinds deze middelen bestaan, kunnen vele miljoenen armen over de hele wereld beschikken over (bescheiden) financiële middelen, op hun maat gesneden, tegen eerlijke en aanvaardbare voorwaarden. Dit laat hen toe te ondernemen en aldus deel te nemen aan het economische leven van hun land en op die manier hun lot in eigen handen te nemen.
Armand De Decker, Minister van Ontwikkelingssamenwerking, 16 november 2004
De parabel van de talenten (Mt 25,14-30)
[14] Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. [15] Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen [16] ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. [17] Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. [18] Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. [19] Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. [20] Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: "Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend." [21] Zijn heer zei tegen hem: "Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer." [22] Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: "Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend." [23] Zijn heer zei tegen hem:
"Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Weeswelkom bij het feestmaal van je heer." [24] Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: "Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, [25] en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug." [26] Zijn heer antwoordde hem: "Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? [27] Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. [28] Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. [29] Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. [30] En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt."
De gelijkenis van de koning en de drachmen (Lc 19,11-28)
[11] Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. [12] Hij zei: 'Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. [13] Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: "Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben." [14] Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: "We willen niet dat die man koning over ons wordt!" [15] Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het geld had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend. [16] De eerste kwam en zei: "Heer, uw geld heeft het tienvoudige opgeleverd." [17] Zijn meester zei: "Voortreffelijk, je bent een goede dienaar. Omdat je betrouwbaar bent geweest in iets zeer gerings verleen ik je het bestuur over tien steden." [18] De tweede kwam zeggen: "Uw geld, heer, heeft het vijfvoudige opgebracht." [19] Tegen hem zei hij: "Jij krijgt het bestuur over vijf steden." [20] Toen kwam de derde dienaar, die zei: "Heer, hier is uw geld, ik heb het in een doek voor u bewaard. [21] Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid." [22] Zijn meester zei tegen hem: "Je bent een slechte dienaar, met je eigen woorden zal ik je veroordelen! Je wist dat ik een streng man ben en terugvorder wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid? [23] Waarom heb je mijn geld dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan had ik het bij mijn terugkeer met rente kunnen opvorderen." [24] En tegen degenen die erbij stonden zei hij: "Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan de knecht die het tienvoudige verworven heeft." [25] Ze zeiden tegen hem: "Heer, hij heeft al het tienvoudige!" [26] "Ik zeg jullie: wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen. [27] En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen."' [28] Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem.
Stel je voor dat Jezus nu leefde: dan was de campagne van Broederlijk Delen misschien wel het aanknopingspunt geweest om de parabel van de talenten te vertellen. Je weet wel. Een landheer geeft aan drie knechten talenten, respectievelijk vijf, twee en een. De eerste twee weten die te verdubbelen. Maar de laatste is zo bang om het te verliezen dat hij zijn ene talent in de grond steekt.
Hippe moderne Jezus vertelt ons over de VN die een bedrag over drie boeren moeten verdelen: een Duitser, een Amerikaan en een Afrikaan. Ze moeten alle drie hun gezin door het regenseizoen helpen. De Duitser krijgt vijf talenten, de Amerikaan twee en de Afrikaan één. Logisch toch?
Of toch niet zo logisch. Trapte je mee in de val? Ons denkpatroon verbindt heel snel de wereldverhoudingen zoals ze zijn tot een evidentie. Jammer genoeg vinden veel mensen in het Noorden dat zuiderlingen niet veel talent hebben om armoede aan te pakken. Ze zouden hen nooit vijf talenten in bewaring geven. Misschien zelfs niet één. Dat is het gevolg van een jarenlange foute beeldvorming. Ook nu nog zien we in stripverhalen, nieuwsberichten en tv-programma's voorstellingen van volkeren en culturen in het Zuiden als primitief, onmondig, onwetend, onkundig en zelfs onbetrouwbaar. Waarschijnlijk heb je het zelf al mogen ervaren dat het enorm positief werkt als anderen in jouw plannen geloven en ervoor gaan. Dat kan ook op wereldschaal.
Mensen uit het Zuiden geven óns vijf talenten in bewaring. Ze rekenen erop dat we er ook mee aan de slag gaan. En op papier zijn we goed bezig. Onze Millenniumdoelstellingen bereiken meer en meer mensen. Maar weten en handelen zijn nog twee dingen. De druk is er alvast, en de tijd loopt, en we moeten de wereld nog verdraaien.
Uit het bezinningsboekje 'Talent aan het werk'
"Maar was arbeid in de Middeleeuwen nog een manier om niet gek te worden (men zal toen lessen getrokken hebben uit de kluizenaars die de gekste visioenen kregen), bij Maarten Luther is het onomwonden een manier om een voetje voor te krijgen bij God. Men zal niet werken omwille van het levensonderhoud, maar omwille van de arbeid zélf. Van een doel-middelverdraaiing gesproken! Vanaf nu zal ook de rijke zwoegen, want zijn zweet geldt als een plengoffer die hem ook in het hiernamaals van Gods glorie laat genieten… En ook Calvijn herwaardeert de parabel van de talenten, die de mens moet gebruiken ter meerdere eer en glorie van God. Max Weber toonde reeds in Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1905) aan hoezeer deze protestantse visie op arbeid bepalend zou zijn voor de verdere ontwikkeling van het kapitalisme.
Hadden de oude Grieken dus nog een immense afkeer van arbeid, die zij dan ook liever uitbesteedden aan slaven, dan kunnen we doorheen de geschiedenis zien hoe arbeid steeds positiever ingevuld wordt. Ook al omdat de slavernij zoals de Grieken die kenden steeds beperkter werd, en het systeem van horigen uit de vroege Middeleeuwen stilaan verdrongen werd door de opkomst van de burgerij. In de psychologie spreekt men over cognitieve dissonantie: iemand stelt een bepaald gedrag, maar dat stemt niet overeen met zijn opvattingen. In plaats van zijn gedrag aan te passen, omdat dat hem om de één of andere reden onmogelijk lijkt, gaat hij zijn opvattingen aanpassen. Ook op het gebied van de visie op arbeid zou je dit kunnen toepassen: naarmate men zelf meer moest werken, en ook wel in staat was rijkdom te verwerven, ging men geloven dat dit gedrag helemaal nog zo slecht niet was. De eerdere visie, dat arbeid een kwelling was, werd dus vervangen door de idee dat men zijn talenten moest inzetten ten dienste van God."
Fragment uit 'De geboorte van de leegte', een essay van Pieter Vanholme.
De volledige tekst
"Ondernemerschap, ondernemen, is iets anders dan bedrijfsvoering of management. Het gaat om creativiteit, om kansen zien en pakken, om vasthoudendheid ook bij tegenslagen, om het durven nemen van risico's. Misschien is de parabel van de talenten wel een goede illustratie: ondernemerschap is niet talenten opbergen, is ook niet vermogen op een bank deponeren voor rente, maar is investeren in nieuwe kansen en daarmee groei realiseren.
Ondernemerschap is leuk en uitdagend. Je bent bovendien eigen baas. Als het goed lukt, kun je veel meer verdienen dan in loondienst. De keerzijden zijn dat je risico op je neemt en je keihard moet werken, zeker in de startfase van een onderneming, maar eigenlijk in iedere fase. Want een echte ondernemer ziet altijd weer meer en nieuwe uitdagingen."
Mensen van over heel de wereld zijn met elkaar verbonden. Het contextuele begrippenkader, ontworpen voor analyse en therapie binnen intergenerationele relaties in een familie, biedt interessante invalshoeken om over Noord-Zuidrelaties na te denken en om de wereld als één grote familie te zien.
De relaties tussen het Noorden en het Zuiden worden reeds eeuwenlang gekenmerkt door een groot onevenwicht. Met de kolonisatie heeft het Noorden een toestand gecreëerd waarbij het Zuiden van grondstoffen en dergelijke beroofd werd. In ruil voor deze 'uitbuiting' kreeg het Zuiden 'lessen in de Westerse cultuur' waarbij het model van de economie, de godsdienst, de staatsvorm, enzovoort van het Noorden als het ware in Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen werd geïmporteerd. Hierbij werd echter weinig rekening gehouden met de verlangens en de reële belangen van de plaatselijke bevolking. Nagy wijst erop dat het geven van zorg ook een ongepast middel kan zijn om het gevoel van eigenwaarde te vergroten (bijvoorbeeld: "Ik kan mijn partner bieden wat ik denk dat hij nodig heeft, in plaats van wat hij denkt dat hij nodig heeft"). Op het niveau van internationale relaties gebeurt dit laatste spijtig genoeg al te vaak. Van een echte dialoog en van 'gepast geven' was geen sprake in de context van de kolonialisering en de nasleep ervan.
Vandaag worden mensen zich bewust van de vele wantoestanden die er ontstaan zijn tijdens en na de kolonisatie. Vele landen uit het Zuiden zijn zeer arm en blijven in grote mate afhankelijk van het Noorden. Toch heeft het Zuiden vandaag veel te bieden. dat wordt echter niet altijd gezien. Het Noorden heeft zich vaak superieur opgesteld. Vanuit het paradigma van de contextuele therapie zou het Noorden kunnen vergeleken worden met een ouder die zijn kind steeds maar geeft en geen ruimte laat voor het kind om ook te geven. Nagy vestigt de aandacht op het recht van kinderen om te geven. Wanneer dit geven niet gezien wordt of wanneer de ouders als het ware weigeren te ontvangen, dan ontstaat er een sterk onevenwicht in de balans tussen geven en nemen. Dit evenwicht is echter de voorwaarde om van betrouwbare relaties te kunnen spreken. Die betrouwbaarheid in de verhouding tussen armere en rijkere landen vraagt nog zeer veel inspanningen.
Zuiderse landen en mensen kunnen een grote verrijking zijn voor het Noorden. Ook wij kunnen leren van andere culturen. Maar deze landen en mensen krijgen vaak te weinig erkenning voor wat ze ons geven. Het lijkt alsof enkel het Noorden het recht tot geven heeft en zich als grote weldoener wil voorstellen, onder andere door het geven van ontwikkelingshulp. Daarbij wordt echter vergeten dat de bedragen die van landen uit de twee-derde wereld naar het Noorden stromen om de interesten van de schulden af te betalen groter zijn dan wat in het Noorden aan ontwikkelingshulp wordt uitgegeven. Ook op cultureel vlak kan het Zuiden veel geven, als het Noorden het maar wil ontvangen. Een belangrijk punt is hierbij de beeldvorming: maar al te vaak wordt het Zuiden en zeker Afrika voorgesteld als een opeenstapeling van ellende. De kracht en energie van volkeren uit het Zuiden komen vooral in onze nieuwsberichten te weinig aan bod.
Door de andere, in casu het Zuiden, niet ernstig te nemen in zijn geven, wordt als het ware het bestaansrecht ontkend. Ook de mogelijkheid om verdienste, constructief recht, te verwerven, wordt op die manier ontnomen. De wegen tot zelfvalidatie en zelfafbakening worden eveneens op die manier versperd. Het Zuiden verwerft zo 'destructief recht'. Destructief recht kan zeer negatieve gevolgen hebben wanneer mensen en landen op dit recht gaan steunen. Moreels verwoordt dit op een eenvoudige wijze: "Voor de onterechte uitbuiting en uitsluiting van mensen, voor allen menselijke en materiële roofbouw, hebben onze ex-kolonies en partners nog een tegoed van ons. Dit tegoed geeft hen ethisch gezien het recht op wantrouwen, wat kan leiden tot wraak en vergelding.
Daarom kan gezegd worden dat het Noorden de ethische plicht tot ontvangen heeft, terwijl het Zuiden het recht tot geven heeft. 'Geven' is niet alleen mogelijk door rechtstreeks 'zorg' te dragen voor diegene van wie men ontvangen heeft, maar ook door zorg te dragen voor de toekomst. Zelfs als het Noorden niet onmiddellijk van het Zuiden zou willen ontvangen, dan nog heeft het Zuiden de mogelijkheid om te 'geven' door te bouwen aan een rechtvaardige, menswaardige samenleving. Al te vaak blijkt echter dat het Noorden dit in zekere mate structureel belet. Bovendien worden mensen en leiders in het Zuiden soms zo gedreven door het destructief recht dat ze verworven hebben, dat ze niet in staat zijn om zorg te dragen voor een betere toekomst. Belangrijk is dan dat deze mensen op zoek gaan naar overgebleven resten van vertrouwen, en dat het Noorden zelfs nieuwe, positieve tekens van betrouwbaarheid stelt, zodat de haat, de wraak, het destructieve kan worden omgebogen in een passende verantwoordelijkheid voor het nageslacht. Westerse mogendheden, maar ook individuen, kunnen zich op verschillende manieren betrouwbaar maken. Zeer belangrijk is het toegeven van schuld en het opnemen van verantwoordelijkheid. Wanneer landen en vertegenwoordigers van allerlei groepen, bijvoorbeeld ook religieuze leiders, zouden erkennen dat ze (mede)schuldig zijn aan allerlei misdaden, dan zouden ze zich reeds enigszins betrouwbaar tonen.
Erkenning geven kan op verschillende manieren gebeuren, sterk afhankelijk van wel aspect van de zeer complexe Noord-Zuidrelaties er bestudeerd wordt. Eerder werd reeds opgemerkt hoe belangrijk een positieve voorstelling van het Zuiden is, waarbij niet enkel onheilsberichten 'nieuws' zijn. Significant is ook hoe het spreken over 'onderontwikkelde' landen geëvolueerd is naar 'ontwikkelingslanden' en naar 'derde wereld'. Recent worden ook deze termen vermeden en wordt over de 'twee-derde wereld gesproken', omdat het grootste aantal mensen daar leeft. Ook het woord 'partners' als term voor de mensen in het Zuiden met wie we in relatie staan, getuigt van deze nieuwe voorstelling. Dit laatste kadert binnen een vorm van ontwikkelingssamenwerking waarbij vooral steun gegeven wordt aan projecten die door de bevolking ter plaatse zijn opgezet. Belangrijk is daarbij ook dat de reële belangen van de mensen ginder worden behartigd, wat in de vormen van 'ontwikkelingshulp' uit het verleden vaak niet is gebeurd.
Fragmenten uit Annemie Dillen, Ongehoord vertrouwen, Antwerpen, 2004, p. 196-204.
[18] De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die hem vroegen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?'
[19] Jezus antwoordde: 'Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. [20] Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. (Mc 2,18-20)
Deze tekst is bepalend geweest voor de Veertigdagentijd zoals die voor ons ligt als een tijd van vasten, inkeer, onthechting, zuivering, dat je jezelf beperkingen kunt opleggen.
Want de Veertigdagentijd, dat is de tijd dat de bruidegom bij ons wordt weggehaald, of misschien ook de tijd dat wíj de bruidegom verlaten en hij zijn weg alleen moet gaan, Jezus Christus, onze Heer, die in de eenzaamheid bidt en strijdt. Je komt in de schaduw van zijn kruis te staan.
Ja, in de vasten - door de week - heb je jezelf afgevraagd: Waar kan ik zonder? Wat zou goed zijn voor mij, dat ik het liet? Ontgifting. Woorden als soberheid en onthechting, zetten je zomaar op het verkeerde been alsof vasten een negatieve ervaring is, dat is het niet. Want aan alles in het leven ligt vreugde ten grondslag, ook aan de vasten: vreugde om de eenvoud en de simpelheid van het leven, dat je met zo weinig toe kunt, dat je de ballast overboord gooit, dat je je verheugt in een smakelijke volkoren boterham met tevredenheid, dat je geraakt aan wat puur is. Nee, met de vasten komt er geen grauwsluier over je leven, zeker niet. Vasten is een goed in zichzelf.
Vaak wordt er een draai aangegeven. Dat vasten iets is dat je doet voor een ander en het geld dat je uitspaart door deze weken geen vlees te eten gaat in een potje, bestemd voor acute hulp aan mensen die sterven van de honger. Of vasten is een vorm van solidariteit met al die hongerlijders overal ter wereld. Alsof jij in deze paar dagen, en wetend dat het straks weer over is, kunt invoelen wat dat betekent. Ik zal er geen kwaad woord van zeggen. Maar vasten is niet pas goed omdat het geld oplevert voor de diaconie. De vasten is niet een instrument dat voor goede doelen bruikbaar is. Vasten is niet een middel. De vasten is bedoeld als in zichzelf goed, ongeacht wat er van komt. Net als bidden, dat is niet pas wat als je gebeden verhoord worden. Nee, laat het bidden zèlf je een vreugde zijn.
Zo ook de vasten. Vasten is het wegdoen van de rommel in je leven. Wat je overhoudt is de moeite waard.
Klaas Touwen
|
|
Eveneens geven zij bij elke boodschap weer wat volgens hen de bedoeling is
van de reclamemakers. De leerlingen geven ook aan welke reclameboodschap zij zelf het meest geslaagd vinden en
welke het minst.
Vragen bij de afbeeldingen:
Een goede manier om het verhaal tot leven te brengen en om de weerstand ten opzichte van bepaalde elementen uit het verhaal duidelijk naar boven te brengen, is een bibliodramatische aanpak, waarbij men ofwel enkele leerlingen, ofwel alle leerlingen in groepjes, in het Bijbelverhaal laat stappen. Ze kunnen daarbij verschillende rollen opnemen, bijvoorbeeld: de meester, één van de dienaren, het talent dat in de grond werd gestopt, de echtgenote of vriendin van één van de dienaren,… Men kan bijvoorbeeld de situatie naspelen waarbij de meester de dienaren ontmoet en aan hen rekenschap vraagt, of het moment waarop de dienaren de talenten net in beheer gekregen hebben en wat hun gedachtegang op dat moment is. Men kan bijvoorbeeld ook een denkbeeldige situatie naspelen waarbij de twee dienaren geen winst maar verlies hadden gemaakt: zou dat iets uitgemaakt hebben?Momenteel zijn er nog geen reacties op deze in de kijker
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.