print deze pagina af voeg deze pagina toe aan je favorieten e-mail deze pagina Klik hier om in te loggen Guided Tour

(Geen) kinderspel?!

Speelgoed bekeken vanuit levensbeschouwelijk oogpunt

Inhoud

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Beginsituatie

 Nu de periode van Sinterklaas, Kerstmis en Nieuwjaar achter de rug is, zijn de meeste leerlingen allicht een aantal cadeautjes rijker. Computerspellen, bouwspeelgoed, poppen en gezelschapsspellen prijkten dit jaar bovenaan de verlanglijstjes van kinderen en jongeren. Talrijke folders vol reclame voor speelgoed en andere geschenken vonden hun weg tot in de brievenbus. En in de zak van Sinterklaas of onder de kerstboom was het pakjestijd troef.
Waar de laatste jaren er een steeds groter aanbod is aan speelgoed voor jong en oud, is speelgoed en spelen echter iets van alle tijden en culturen. Het is een fundamentele menselijke behoefte om te spelen en speelgoed is daar een uiting van. Speelgoed op zich is een spiegel van onze maatschappij in al haar aspecten. Werken rond speelgoed in de godsdienstles kan dan ook onder meer de volgende thematieken inhouden: de waarde van speelgoed en de waarden die in speelgoed worden meegegeven, speelgoed en gender, speelgoed en de diversiteit in de samenleving, het recht op spelen, speelgoed en kinderarbeid, de verhouding tussen speelgoed en realiteit, de symboliek van het geschenk, ‘religieus’ speelgoed,...

De mens is een ‘spelende mens’ en de hele menselijke cultuur wordt bepaald door het spelelement. Volgens de beroemde Nederlandse historicus Johan Huizinga kunnen alle facetten van onze samenleving, oorlog en vrede, rechtspraak en kunst, taal en wijsbegeerte, verklaard worden uit het oogpunt van het spelelement.
In zijn meesterwerk “Homo Ludens” (1938) heeft Huizinga aangetoond dat het spelelement, zo niet het enige, dan toch een wezenlijk kenmerk is van onze maatschappij. Spel is een manier om dingen te leren, om zich af te reageren, om zich te ontspannen. Daarmee is de mens slechts de gelijke van de dieren. Mensen echter, jong en oud, kunnen bewust plezier beleven aan het spel. Dieren kunnen dit niet. Zo wordt spel een vorm van vrijheid. Je kan zelf kiezen of je wil meespelen of niet.

Speelgoed is een hulpmiddel bij het spel. Niet noodzakelijk, wel erg handig.  Kenmerkend voor de mens is het gebruik van ‘artefacten’, voorwerpen die hij zelf heeft vervaardigd om iets mee te kunnen doen. Zuiver technisch gezien, kan speelgoed dan worden beschouwd als ‘artefacten’, voorwerpen, vervaardigd om er mee te spelen. Dit betekent echter niet dat speelgoed absoluut noodzakelijk is om te kunnen spelen. Om met de hond te stoeien, om tikkertje en verstoppertje te spelen of om een mooi zandkasteel te bouwen, daarvoor hoef je echt geen speelgoed te kopen.

M. Wellens (ed.), Speelgoedmuseum Vlaanderen

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Hermeneutische knooppunten

  • Bestaat er zoiets als het onvervreemdbare recht op spelen van alle mensen? Is spelen met reden een kinderrecht te noemen? Of is dit slechts een secundaire behoefte van mensen, die enkel vervuld kan worden wanneer aan andere behoeften is voldoen? IS spelen noodzakelijk om te overleven?

 

  • Zijn spelen en speelgoed alleen belangrijk voor kinderen of hebben ook volwassenen er baat bij? Is het kinderachtig om te spelen als volwassene?

 

  • Is speelgoed een manier om te vluchten uit de realiteit of juist een weergave van de realiteit? Wanneer men speelgoed gebruikt om te vluchten uit de realiteit, heeft dit dan voornamelijk positieve gevolgen (bijvoorbeeld niet herinnerd worden aan de erbarmelijke omstandigheden waarin men zich bevindt) of vooral negatieve (leven in een droomwereld en geen besef meer hebben van de realiteit)
  • Bestaat er zoiets als ‘speel-goed’ en ‘speel-slecht’? Is bepaald speelgoed slecht voor kinderen en jongeren en is ander speelgoed beter? Aan welke voorwaarden moet speelgoed voldoen om goed speelgoed genoemd te worden. Heeft dit dan vooral te maken met merkbekendheid, het economisch aspect, de educatieve waarde, de ecologische voetafdruk van het speelgoed, het feit dat het niet door kinderhanden is gemaakt, de waarden die in het speelgoed worden meegegeven? Wanneer spreken we over ‘speel-slecht’? Bestaat er zoiets als slecht speelgoed in se, of maakt het gebruik ervan speelgoed goed of slecht?

 

  • Hebben gezelschapsspelen nog een kans in onze hedendaagse maatschappij waarin er er een grote mate aan individualisering is? Of zijn zij net een manier om die individualisering en eenzaamheid te doorbreken? Zijn de meeste spellen niet sowieso te sterk op het individu gericht (‘ik moet winnen’) en te weinig op het groepsgebeuren (‘samen winnen’)? Hoe zit het met de gemeenschapsbeleving in computerspelletjes: zorgen deze spelletjes, die steeds meer verkocht worden, ervoor dat spelen nog een meer eenzame beleving wordt of stichten zij juist nieuwe manieren van gemeenschapsbeleving?

 

  • Zijn spelen een vehikel om bepaalde waarden mee te geven aan de jeugd? Hebben makers van spelen vanuit die optiek de plicht om de diversiteit in de samenleving te tonen (bijvoorbeeld poppen met het Downsyndroom, gekleurde poppen,…) of enkel een bepaald ideaalbeeld dat men nastrevenswaardig vindt? Moét speelgoed een getrouwe spiegel zijn van de maatschappij of dient speelgoed daar niet voor.

 

  • Hoe verhouden speelgoed en gender zich? Bestaat er zoiets als jongensspeelgoed, meisjesspeelgoed en neutraal speelgoed of is alle speelgoed in principe geschikt voor beide geslachten. Zorgt genderstereotiep speelgoed (of de genderstereotiepe) marketing ervan voor bepaalde stereotiepe rolverhoudingen tussen man en vrouw in onze samenleving?

 

  • In welke mate heeft speelgoed een invloed op het lichaamsbeeld, en meerbepaald dat van meisjes en vrouwen? Zorgen poppen zoals Barbie, die onwaarschijnlijk mager zijn, er mede voor dat jonge meisjes met problemen en onzekerheden kampen met betrekking tot hun lichaam of beseffen kinderen en jongeren maar al te goed dat een pop ‘maar’ een pop is en moeten we elders zoeken naar oorzaken van die onzekerheden?

 

  • Is het geoorloofd om religie en speelgoed met elkaar te verbinden? Kan en mag men religie trachten te ‘verkopen’ aan jonge kinderen door middel van religieus getint speelgoed? Is dit een rechtmatig middel in de geloofsopvoeding van kinderen of een vorm van indoctrinatie?

 

  • Leidt speelgoed (en de uitgebreide advertering daarvan in magazines en op televisie) tot een consumptiementaliteit bij jonge  kinderen? Kan men zijn kinderen ook te veel geven? Is speelgoed niet sowieso ingebed in het consumerisme, doordat speelgoed steeds meer aan merken wordt verbonden en als het ware een vorm van advertising is ten opzichte van ‘de consumenten van morgen’?

  • Kunnen in onze cultuur, waar de gsm en het internet heel belangrijk zijn bij kinderen jongeren, deze kinderen en jongeren nog spelen? Hoe kan men de vrijetijdsbesteding bij de jeugd karakteriseren? Is die vrijetijdsbesteding fundamenteel anders dan die van jongeren enkele decennia geleden?

 

  • Speelgoed heeft ook te maken met het geven van geschenken. Wat maakt iets tot een echt geschenk? Hangt dit af van de inhoud van dit geschenk of de intentie waarmee het gegeven wordt? Roept het krijgen van een geschenk de symbolische plicht op om iets weer te geven ? Bestaat er zoiets als een kunst van het geven en een kunst van het ontvangen? Zijn er mensen die niet in staat zijn om te geven of te ontvangen?

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Aanknopingspunten bij het leerplan

 

In de terreinen voor 1b

  • 1 TIJD - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 67:

1. in het eigen leven belangrijke momenten kunnen aangeven;

  • 3 SAMEN-LEVEN - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 71:

het thuis, het gezin als een oefenruimte voor wederkerigheid;

In de terreinen voor het beroepsvoorbereidend leerjaar

  • 1 IEMAND ZIJN, IEMAND WORDEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 73:

1. verschillende gevoelens bij gebeurtenissen uit het eigen leven durven uitdrukken en bespreken;

  • 1 IEMAND ZIJN, IEMAND WORDEN - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 73:

gevoelens als blij, boos, verdrietig, angstig;

  • 1 IEMAND ZIJN, IEMAND WORDEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 73:

9. rituelen, tekens en symbolen bespreken als uitdrukking en versterking van wat aan de binnenkant leeft;

  • 3 LEVEN MET GRENZEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 77:

3. vluchten en verwerken als mogelijke houdingen tegenover lijden verkennen;

  • 3 LEVEN MET GRENZEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 77:

4. meevoelen met de pijn van anderen;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad

  • 1 TIJD - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 85:

1. de kijk op het levensverloop van een mens vanuit enkele levensbeschouwingen uit de eigen omgeving omschrijven en illustreren;

  • 1 TIJD - Doelen
    in de 5e paragraaf, die begint op p. 85:

5. het 'in handen nemen' en het 'uit handen geven van de eigen tijdsbeleving verwoorden

  • 2 VERHALEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 88:

1. het eigen leven omschrijven als een uniek levensverhaal;

  • 3 GROEPEN / GEMEENSCHAPPEN - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 90:

begrippen als: eenzaamheid, sekte, groep, klas, gezin, familie, thuis, kliek, bende, gemeenschap, ras, natie, belangengroep, beweging, vereniging;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 1e graad

  • 1 PIJN - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 92:

concrete verhalen van (omgaan met) lijden bij personen en groepen;

  • 2 AARDE EN LICHAAM - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 94:

3. in concrete voorbeelden het taal- en tekenkarakter van lichamelijkheid aanduiden;

  • 2 AARDE EN LICHAAM - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 94:

4. lichamelijkheid als element van gesitueerd zijn omschrijven;

  • 3 INNERLIJKHEID - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 96:

2. luisteren en openstaan voor wat mensen beroert;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad ASO

  • 1 JEZELF WORDEN - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 104:

2. ontdekken welke dimensies bepalend zijn voor de identiteitsvorming;

  • 2 BRONNEN VAN LEVEN - Doelen
    in de 6e paragraaf, die begint op p. 106:

6. openheid vertonen voor het gebruik van symbolen, rituelen en tweede taal;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO

  • 1 KIEZEN - Ingrediënten
    in de 7e paragraaf, die begint op p. 109:

dragen van maskers en spelen van rollen;

  • 2 EEN CULTUUR VAN ONTMOETEN - Ingrediënten
    in de 5e paragraaf, die begint op p. 111:

lichaamstaal en seksualiteit: voorstelling in de media, eigen beleving.

  • 3 OMGAAN MET VERSCHIL - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 114:

1. bespreken welke vragen mensen zich stellen bij de ervaring van verschil;

  • 3 OMGAAN MET VERSCHIL - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 114:

2. de houding t.o.v. het anders zijn van zichzelf en van anderen ontdekken en kritisch analyseren;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO

  • 1 OMGAAN MET GRENZEN - Doelen
    in de 7e paragraaf, die begint op p. 116:

7. omschrijven hoe opkomen voor waarheid eigen vormen van lijden kan meebrengen.

  • 2 BEMIND WORDEN EN LIEFHEBBEN - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 118:

1. De eigen beeldvorming omtrent relaties expliciteren en bevragen;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO

  • 1 LEVEN ALS CHRISTEN - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 122:

3. bespreken van waaruit mensen grijpend of gevend in het leven kunnen staan;

  • 2 COMMUNICATIE VAN ZIN(VRAGEN) - Doelen
    in de 4e paragraaf, die begint op p. 125:

4. bespreken hoe mens-, wereld- en godsbeelden bevrijdend of verlammend kunnen werken;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad BSO

  • 1 WAAR STA JE NU IN JE LEVEN? (Identiteit) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 132:

1. belangrijke groeifasen uit het eigen levensverhaal onderscheiden en omschrijven;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO

  • 1 WAT VALT ER TE KIEZEN IN HET LEVEN (Keuzes) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 136:

1. ontdekken en onderscheiden welke kleine en grote vragen het leven mij stelt;

  • 2 WAARVOOR LEEF JE? (Waarden) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 138:

1. de waarden rond volgende polen verzamelen: ik en mijn persoon; anderen; het andere (omgeving, wereld); God.

  • 3 HOE LEEF JE MET VERSCHILLEN? (Ontmoetingen) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 140:

2. bespreken hoe verscheidenheid een verrijking (gave) en/of een moeilijkheid (opgave) kan zijn voor het eigen geloven;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO

  • 1 WAT IS MENS-WAARDIG SAMENLEVEN? (Ethiek) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 142:

2. verschillende waardepatronen bevragen op hun mensbevorderend of mensverdrukkend karakter;

  • 2 WAT IS SAMEN-LEVEN IN LIEFDE? (verbondenheid als levensproject) - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 144:

6. kritisch benaderen van de omgangsvormen in de jeugdcultuur;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad BSO

  • 1 WAAR STA IK IN HET SAMENLEVEN? Over arbeid en dienstbaarheid. - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 148:

begrippen als 'economisch systeem', 'wereldeconomie', 'sociale rechtvaardigheid';

In de terreinen voor het 1e jaar van de 2e graad TSO/KSO

  • 1 IDENTITEIT (persoon of groep) - Doelen
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 157:

2. identiteit ontdekken als een groeiproces;

  • 2 BRONNEN VAN LEVEN - Doelen
    in de 5e paragraaf, die begint op p. 159:

5. dragende levenservaringen aangeven en verwoorden;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad TSO/KSO

  • 1 KIEZEN - Ingrediënten
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 161:

identificatiefiguren;

  • 1 KIEZEN - Ingrediënten
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 161:

rechten van de mens;

  • 2 OMGAAN MET VERSCHIL - Terreinomschrijving - Doelen
    in de 3e paragraaf, die begint op p. 163:

3. vaardigheden in het omgaan met verschil oefenen en bespreken;

In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad TSO/KSO

  • 2 SAMENLEVINGSOPBOUW TUSSEN INSPIRATIE EN APPÈL - Terreinomschrijving - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 169:

1. verschillende domeinen in het maatschappelijk leven bekijken en bevragen vanuit de vraag naar invloed en aanspraak op mijn persoon;

  • 3 LIJDEN EN HOOP - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 171:

1. aangeven wat het lijden aan vragen doet stellen;

In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad TSO/KSO

  • 1 GRONDERVARINGEN EN GELOOF - Doelen
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 173:

1. in levensgetuigenissen alleen-zijn en verbondenheid als grondervaringen aanduiden en bespreken;

  • 2 LIEFDE EN VRIENDSCHAP - Ingrediënten
    in de 2e paragraaf, die begint op p. 176:

nieuwe communicatietechnologie als 'virtuele ontmoetingsplaats';

In de terreinen voor het 3e jaar van de 3e graad en de 4e graad

  • 1 BEGINNEND PROFESSIONEEL ENGAGEMENT: vragen en problematieken vanuit het werkveld. - Doelen - Spoor 2: Conflicten en ethische keuzen in werksituaties
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 187:

1. in arbeidssituaties (in het bedrijfsleven, de zakenwereld en het beroepsveld) de ethische problematiek opsporen en omschrijven;

  • 3 BEGINNEND MAATSCHAPPELIJK ENGAGEMENT: vragen en problematieken vanuit het maatschappelijk functioneren - Doelen - Spoor 2: De impact van maatschappelijke groepen en organisaties: welke invloed hebben ze op mensen, op mij?
    in de 1e paragraaf, die begint op p. 193:

1. enkele maatschappelijke systemen die ons bepalen bevragen op hun mensbevorderende of mensverdrukkende impact in het bijzonder voor de kansarmen;

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Achtergrondinformatie

Homo ludens. Enkele wezenlijke kenmerken van spel

Spel is een typisch menselijke activiteit. Waarom spelen mensen zo graag? Dit kan verklaard worden aan de hand van enkele fundamentele kenmerken van spel.

1) Spel als oerfenomeen

Spel is een oerfenomeen. Spel is van alle tijden. Men vindt het terug in alle culturen en bij alle leeftijdsgroepen. De betekenis die aan spel gegeven wordt, kan van cultuur tot cultuur verschillen. Er bestaat dus geen ‘absolute’ vorm van spel. Spel krijgt vorm onder impuls van de spelers die aan het spel deelnemen en dit binnen de gegeven (socioculturele/tijdruimtelijke) context.

2) Spel als niet-noodzakelijkheid

De mens moet niet spelen om te overleven. Toch geeft spel een meerwaarde aan het leven: spel kan ‘quality time’ geven.

3) Spel als quasi-realiteit

Spel wordt anders beleefd dan de dagelijkse realiteit. Spel speelt zich af in een ‘schijnrealiteit’ waarin de werkelijkheid nagebootst, mooier of lelijker gemaakt wordt. “Het is maar een spel” geeft aan dat het spel op zich niet ernstig is.

4) Spel op zich is doelloos – nutteloos

Spel is in dat opzicht doelloos dat het doel van het spel het spel zelf is. Het spel wordt niet gespeeld om – zoals bij arbeid – doelen te realiseren die buiten het spel zelf gelegen zijn. Het spelen zelf schenkt plezier, is bevredigend. Spel is intrinsiek gemotiveerd bezig zijn. Onder nutteloosheid verstaan we dat het spel niets materieels produceert.

5) Spel is hier en nu

Spel heeft als kenmerk: ‘de vervulling van het ogenblik’. Tijdens het spel ‘verliest’ de speler de tijd. Hij speelt in het hier en nu en de tijd is na het beëindigen van het spel schijnbaar ‘vervlogen’. ‘Opgaan in het spel’, tijdvergeten bezig zijn, verwijst naar een zeer hoge graad van betrokkenheid van de speler.

6) Spel impliceert vrijwillige deelname

Spelen is vrijwillig handelen. Een spel waarbij men gedwongen wordt om deel te nemen, is geen spel meer. Toch is deze vrijheid niet onbegrensd. Spelvormen hebben een bepaalde ruimtelijke en tijdgebonden structuur die vastgelegd wordt door de spelregels. De spelers zijn gebonden aan deze spelregels , ze moeten zich aan de regels houden. Sommige spelen zijn meer geregeld dan andere. Zo maken kinderen wanneer ze spelen vaak eigen regels en hebben sportspelen internationale spelregels.

7) Spel is spannend – verschaft vreugde en plezier

Spel is voor velen een uitlaatklep. Het is een mogelijkheid om te ontsnappen aan de stresserende gevolgen van de verhoging van het arbeidsritme. Het zijn de verrassingen, het toeval, de onverwachte afloop die het spel plezierig maken. Risico’s nemen, beslissen, de onzekerheid over… maken het spel spannend. De voortdurende spanning tussen ‘winst’ en ‘verlies’ houdt het spel gaande.
Spelen met anderen, zich competent voelen (kunnen deelnemen en weten dat men dit kan leren), de mogelijkheid om creatief te zijn, enzovoort, schenken vreugde en voldoening.

Uit H. Leysen, What’s in a game. Speldidactische verkenningen

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

De spelletjesrevival

De laatste paar jaar spelen niet alleen kinderen veel spelletjes, maar ook steeds meer jongeren en vijftigplussers. Er is zelfs sprake van een ware  ‘spelletjesrevival’!  De veranderende maatschappij en een hang naar vroegere tijden zijn mogelijke oorzaken.

Ieder voor zich

Individualisering is een van de maatschappelijke trends van de laatste helft van de vorige eeuw. Door de groeiende welvaart in het Westen na de Tweede Wereldoorlog en het ontstaan van de geletterde samenleving met een groot en vrij aanbod van media, is het individualisme een massaproduct geworden. Vooral met de komst van het  internet natuurlijk. We zijn in geen enkel tijdperk zo snel vooruit gehold met technologische veranderingen.
Dit  is voor de maatschappij een groot voordeel gebleken; we zoeken binnen no-time iets op met Google, we weten welke files waar staan, en de economische voordelen zijn natuurlijk legio. Maar deze individualisering van onze samenleving komt, zoals elke medaille, niet zonder keerzijde.

Eenzaamheid

Vooral in de grote stad wordt de individualisering van de samenleving vaak als belangrijkste oorzaak van eenzaamheid gezien: mensen streven steeds meer hun eigen doelen na en bekommeren zich niet meer om elkaar, de samenleving verhardt, ouderen kunnen (en willen) minder vaak rekenen op zorg van hun kinderen op hun oude dag enzovoort. En het gezellige koffiedrinken, waar Nederlanders zo bekend om staan, maakt plaats voor het even checken van de mail in de koffiepauzes.
Maar niet iedereen is hiervoor geschikt; de vrijheid en zelfstandigheid van het individualisme gaan dan ook vaak samen met gevoelens van eenzaamheid. Vooral oudere en lager opgeleide mensen zijn hier de dupe van. Presteren, presteren, en vooral niet je tijd verspillen aan ‘nutteloze sociale contacten’. Het leek tot voor kort alsof gezelligheid niet meer mocht. Men praat niet echt meer met vreemden en we zijn zó druk! Tijd voor een goed gesprek zit er bijna niet meer in. Ook thuis gaat het hele gezin zijn eigen gang. Omdat men zich buiten steeds minder geborgen voelt, verlangt men naar warmte en gezelligheid. Dat vindt men natuurlijk…thuis! En omdat iedereen de ganse dag zijn eigen gang gaat, proberen veel ouders het gezin af en toe om de tafel te krijgen, om zogenaamde ‘kwali-tijd’ met hun kinderen door te brengen. Hoe kan dit nu beter dan met een leuk en spannend gezelschapsspel? De televisie- en internethonger is een beetje verzadigd, en in een spel kan men interactief meedoen, er is een competitie ingebouwd waarbij men tactieken kan bedenken en uitvoeren, en dat dit steeds meer de wens van de mens is, merken de spellenleveranciers in de verkoopcijfers!

Gezelligheid weer in de mode

De laatste jaren mensen beginnen mensen zich dus te realiseren dat het gezellig samenzijn ontbreekt. Het delen van de dag, het helpen en in geval van nood ook geholpen worden, en vooral het kunnen delen van gedachten en gevoelens. Men begint de kilheid en onpersoonlijkheid van individualisering in te zien; langzaam, maar gestaag. Zo komen er dan ook maatschappelijk gezien de laatste paar jaar een aantal trends op, zoals het zoeken naar spiritualiteit en zingeving, de affectie van het gezin die steeds meer voorop lijkt te staan, er is geen toenemende individualisering van jongeren, en jongeren ondersteunen elkaar in kleine en grote kopzorgen. Het samen zoeken naar oplossingen en leren van elkaars vragen en problemen wordt weer steeds meer een gewoonte.

Samen zijn is ‘in’

Met al deze ontwikkelingen is het niet helemaal verwonderlijk dat een tegenbeweging ontstaat; met zijn allen rond de tafel is weer ‘hip’, ‘hot’ en ‘in’! Samen eten, (samen lekker lang tafelen met veelal aparte gerechten verdrijft de snelle hap voor de buis) het delen van lasten met betrekking tot de opvoeding, en de interesse voor het gezamenlijk spelen van een spelletje is in opwaartse beweging. Opvallend aan deze avondjes is het feit dat mensen met het tijdgebrek van vandaag de dag een spelletjesavondje plannen, in plaats van het feit dat het spontaan gebeurt. Er ontstaan zelf spelletjesclubs, waar men steeds bij een ander kookt en spellen speelt. We kunnen zelfs spreken over ware ‘revival’ als het om gezelschapsspellen gaat!

Gezelschapsspellen; niet iets van nu

Het spelen van gezelschapsspellen is niet iets van de laatste jaren; men speelt al eeuwen in op de menselijke behoeften van het willen concurreren met de medemens, en het genieten van het leed van een ander. In de beste zin des woords natuurlijk…
3000 jaar voor Christus werd in het oude Soemerië (huidige Midden Oosten) al een spel gespeeld dat bekend staat als de voorloper van het huidige backgammonspel. Rond het jaar 800 raakten hele volksstammen in China gokverslaafd door het spel Mah Jong. 200 jaar later werd elders in Azië het kaartspel uitgevonden. In de 15e eeuw volgde het ontstaan van het schaakspel. In 1936 brachten de Parker Brothers het welbefaamde Monopoly op de markt. Zij sloegen  daarmee een weg in voor de bekende moderne spelletjes.

Moderne tijd

Vanaf 1986 begonnen de zogenaamde ‘party- games’ furore te krijgen, zoals Pictionary, Trivial Pursuit, en Risk. Naast partyspellen kun je tegenwoordig uit verschillende spelgenres kiezen: 

  • strategiespellen/denkspellen
  • kennis/weetjesspellen (quiz)
  • spellen waarbij de sekse centraal staat
  • dobbelspellen
  • geluksspellen
  • doe-spellen
  • bord- en kaart spellen
  • spellen naar aanleiding van een boek, film of televisieserie
  • en educatieve spellen

Niet alleen de nieuwere spellen zijn populair, ook Ganzenbord, Halma, en Mensch-erger-je-niet wordt weer uit de kast gehaald. Fabrikanten doen bij deze ‘gezelligheidsrevival’ goede zaken. Ook spellen met allerlei technische snufjes zijn ‘in’, maar deze zijn, vooral als men op de computer speelt, gericht op het individu. Het is immers moeilijk op zaterdagavond met zijn allen rond een beeldscherm te zitten.

Daartegenover staan de ‘traditionele’ spellen, die men in het café, of thuis om de tafel speelt. Deze berusten meestal op een bord van karton, een paar dobbelstenen en eventueel speelstukken. De verkoopcijfers van bordspelen zijn de laatste jaren explosief gestegen, niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten. Sommige sociologen zien dit als een direct gevolg van economische recessie en de dreiging van terreur en oorlog. Gezien de interesse voor computerspellen, met parallel daaraan de grote vraag naar traditionele spellen, zou men een groeiende interesse voor mengvormen verwachten. In de praktijk blijft het echter vooral bij digitale uitgaven van bordspelen. Maar wie weet wat er allemaal nog uit de spreekwoordelijke mouw wordt getoverd. Maar voorlopig vliegen de traditionele spellen nog het hardst over de toonbank…

Simpelheid en traditie troef

Veel spellen blijken naarmate ze ouder worden weinig aan populariteit te verliezen. Dit komt onder andere door het feit dat er steeds nieuwe edities worden uitgegeven. Een goed voorbeeld hiervan is Monopoly in de Euro-editie. Ook worden spellen vaak in luxe cadeau uitvoeringen op de markt gebracht. Deze spellen blijven verkopen, omdat men eraan gehecht is. Kinderen gaan uit huis, en kopen vaak als eerste de spelletjes die ze gewend zijn te spelen. Scheidingen of relatie-einden zijn vaak reden tot het opnieuw kopen van een spel. En natuurlijk worden er steeds nieuwe kinderen geboren die het spelen van traditionele spellen als Mensch-erger-je-niet en Monopoly van hun ouders leren.

Één groot voordeel: …. pesten mag!

Tegenwoordig lees je er steeds meer over; de negatieve gevolgen van pesten onder kinderen. Niet alleen zoals vroeger op de schoolpleinen en op weg van en naar school, maar ook op het internet. Er is een verschil tussen pesten en plagen. Plagen doen we allemaal wel eens, een grap uithalen met een goede vriend of vriendin… Men noemt het plagen als de kinderen aan elkaar gewaagd zijn, soms plaagt de één, dan weer de ander. Jongeren leren daarmee met conflicten om te gaan. Natuurlijk is niet altijd leuk, maar wél leerzaam. Het hoort bij volwassen worden. Pesten wordt pas pesten als het als bedreigend wordt ervaren. Dan maakt de pester misbruik van zijn macht.
Voor pestkoppen is er goed nieuws: bij het spelen van een (gezelschaps-) spel mag er gewoon worden gepest! Op die manier kunnen kinderen op een veilige manier elkaar pesten. En het leuke ervan is... dat er steeds een ander aan de beurt komt! Zo verschuift steeds de macht en kan iedereen leren hoe het voelt om ‘de baas’ te zijn, of het onderspit te delven. Zo leer je met teleurstellingen omgaan en met het gevoel van ‘slagen’.

Spellen voor volwassenen

Opvallend is dat er erg veel spellen op de markt zijn voor volwassenen, of de categorie 12+. Nog een tiental jaren terug werden spellen voornamelijk in het gezin gespeeld. Nu merken we vooral dat volwassenen zich ermee vermaken, bijvoorbeeld met vrienden, op feestjes en dineeravondjes.

Gezelschapsspellen zijn momenteel onder twaalfplussers erg populair. Dit zou kunnen komen omdat de computerhype, (nu iedereen er bijna wel een heeft staan, en de nieuwigheid er een beetje af is) vermindert. Men zoekt weer nieuwe vrijetijdsbestedingen, en voor de computergeneratie zijn dit soort spellen geheel nieuw. Het is natuurlijk ook moeilijker en minder leuk om met een groep een computerspelletje te spelen.

Bij jongeren zijn vooral de ‘party- of feestspellen’ in trek als Battle of the Sexes, Twister en Trivial Pursuit. Voor feestjes zijn deze uitermate geschikt. En het is natuurlijk ook een leuk tijdverdrijf. Samen zijn, communiceren met elkaar en lol hebben tegelijk.

50+: ambassadeurs van de gezelschapsspellen

Dat de spelletjes gretig aftrek vinden bij de vijftigplussers is eigenlijk ook best logisch, de 50+ generatie van nu speelde als kind al om de tafel. Gezelschapsspellen geven hen dan ook een gevoel van geborgenheid, omdat zij tenslotte in hun jeugd deze spellen ook al speelden, aldus een grote spellenfabrikant. Zo heeft de vergrijzing een belangrijk aandeel in de groei van de spelletjesmarkt. Ook  hebben ‘Oudere mensen’ vaak meer tijd, omdat zij nu eenmaal minder gaan werken of omdat de kinderen uit huis zijn, en dan pakken zij de draad weer op. Ze zijn buiten gehecht aan de traditionelere spellen ook erg benieuwd naar nieuwe spellen. 50-plussers spelen graag met elkaar, of met hun (klein-) kinderen. Zij zijn als het ware de ‘ambassadeurs van de gezelschapspellen’.

Kleinere gezinnen

Je zou een probleem verwachten als het gaat om moderne gezinssamenstellingen, maar het blijkt niet echt veel lastiger geworden spellen te spelen nu de gezinnen steeds kleiner worden. Er zijn van oudsher al een heleboel spellen die je met zijn tweeën kunt spelen. Bovendien spelen mensen in een groter gezinsverband; met meerdere bevriende gezinnen. Ook allochtonen, met vaak grotere gezinnen, spelen veel spellen. De cultuur van het met de hele familie samenzijn, is in deze gezinnen duidelijker aanwezig. Allochtonen spelen vaak gewoon de Nederlandse uitgaven, zoals Ganzebord, Rummikub en Mensch-erger-je-niet. Taalspellen worden gretig verkocht, omdat het leerelement daarin op een leuke manier is verwerkt. Allochtonen spelen buiten de westerse versies vaak spellen die zij hebben meegebracht uit het land van herkomst. Spellen als Domino, Oké (een versie van Rummikub) Backgammon en kaartspellen zijn onder deze bevolkingsgroep gigantisch populair. Niet alleen speelt men gretig thuis met het hele gezin, maar ook in theehuizen en cafés is het een niet weg te denken tijdverdrijf. Spelletjes waarin knikkers een hoofdrol spelen komen vaak voor, met daarin weer allemaal verschillende strategische en motorieke variaties.
Fabrikanten van spellen voorzien dan ook geen moeilijkheden in de toekomst door het kleiner worden van de gezinnen.

Het recept voor een perfect spel

Het perfecte gezelschapsspel bezit een aantal ingrediënten;
Het houdt je scherp. Dit betekent dat er strijd geleverd moet worden, zodat je niet weg kan zakken en op kan houden met opletten.
Een goed spel heeft een duidelijk begin en een eind, zodat het niet eindeloos voortduurt. Ook heeft een spel de voorkeur (behalve de party- en volwassenen spellen) als het door jong en oud gespeeld kan worden. Er moet een geluksfactor in zitten, zodat niet elke keer de meest intelligente speler het spel wint. Dan is het immers niet leuk voor de minder slimme mensen. Anderzijds mag er weer niet te veel geluksfactor inzitten, anders is het geen uitdaging. De regels moeten goed, en duidelijk zijn.
In het spel kan het beste een duidelijk win- element verwerkt zijn. Strategiespellen blijven het meest interessant als er steeds veranderbare strategische of tactische mogelijkheden zijn. Kortom; er zijn verschillende elementen belangrijk voor verschillende spellen.

Een nieuw spel

Niet alle ideeën zijn al eens  bedacht, terwijl je dat onderhand wel eens zou kunnen denken. Er zijn net als bij muziek verschillende akkoorden. Alle akkoorden zijn op zich al eens benut, maar de combinatie ervan blijft nieuw klinken. Zo is dat ook met spellen. Combineren van verschillende ingrediënten blijft vernieuwend werken.
Er worden bij de makers van gezelschapsspellen steeds nieuwe, zelfbedachte spellen aangeboden. Echter slechts eens in de 3 á 4 jaar zit er een blijver bij. Een hoop spellen zijn extreem hypegebonden. Dit heeft vooral betrekking op de televisieserie- gebonden spellen. Deze zijn ‘hot’ zolang de serie ‘hot’ is, en verliezen daarna al snel aan populariteit. Dat de spellenmarkt nog niet verzadigd is, blijkt uit het feit dat de spellenmakers er nog steeds van kunnen leven. Zolang er geboorten en scheidingen zijn, zullen er naar alle waarschijnlijkheid spellen worden verkocht.

Technologie

De spellenindustrie houdt in de gaten wat er gebeurt op technologisch gebied. Niet omdat simpelheid niet blijft boeien, maar omdat een trend op komst is waarin de van traditionele spellen met technologie worden gecombineerd. Zo kunnen we een klein tipje van de sluier oplichten; let op de spellen die traditionele waarden met het afspelen van een dvd verbindt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het moeten uitvoeren van interactieve opdrachten. Ook kan de technologie de spellen verbeteren. Het is dan echter wel van groot belang dat de gebruikte elektronica als verántwoorde toegevoegde waarde kan bijdragen aan het spel, en niet ‘erbij wordt gezocht’ puur en alleen om het toe willen voegen van techniek voor hogere verkoopcijfers.
Welk spel de grootste groeipotentie bezit is moeilijk te voorspellen vandaag de dag. Dat heeft de maken met de winkeliers. Tegenwoordig heeft een spel ongeveer een jaar de tijd om aan populariteit te winnen, ander wordt het uit de schappen gehaald. Er is immers genoeg op de markt om de schappen opnieuw te vullen. Vroeger, daarentegen, had een spel meer tijd om ‘in te burgeren’ in deze maatschappij. Als een spel nu niet snel aan populariteit wint, is het verloren.

Al met al zullen er nog vele spellen komen en gaan, niet alleen tot groot genoegen van de fervente spelletjesmaniak, maar ook voor jong en oud.

(Kiki Wegener, Stichting SpeelGoed Nederland, http://www.speelgoedinfo.nl/?id=124)

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Tip: ‘Over spel’ (Herman Beck)

Spelen is misschien wel de religieuze categorie bij uitstek. Meer dan welke activiteit ook wordt het spel gekenmerkt door het illusionaire, door het ambivalente karakter van de realiteit. Spelend immers geeft men zich over aan de verbeelding, terwijl men zich houdt aan de regels van het spel die de werkelijkheid bepalen bij afspraak. Het spel spelen kan men slechts als men gelooft, terwijl geloven alleen maar mogelijk is als men speelt, doet alsof.

http://www.hermanbeck.nl/publicaties-boeken.html

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Impulsen

De waarde(n) van spelen

Speelgoed als spiegel van het leven

Speelgoed is een spiegel van het dagelijks leven. Poppen, maar ook soldaatjes en miniaturen weerspiegelen alledaagse bezigheden van de mens door de eeuwen heen.
Speelgoed is een spiegel van de mobiliteit. Speelgoedauto’s, -treinen, -vliegtuigen en -schepen weerspiegelen de ontwikkelingen op gebied van mobiliteit.
Speelgoed is een spiegel van fauna en flora. Knuffeldieren, miniatuurboerderijen en -dierentuinen weerspiegelen de steeds veranderende relatie tussen mens en natuur.
Spiegel van de creativiteit. Puzzels, hersenbrekers en creatief speelgoed weerspiegelen de creativiteit van de mens.
Spiegel van wetenschap en technologie. Constructiespeelgoed, robots, optisch speelgoed en computerspelletjes weerspiegelen de vooruitgang op gebied van wetenschap en technologie.
Spiegel van het samen zijn. Gezelschapsspelen en buitenspelen, maar ook poppenkasten, kermis- en circusspeelgoed weerspiegelen de menselijke eigenschap om dingen samen te doen.
Spiegel van een interculturele wereld. Spelen is universeel! Speelgoed uit Afrika, Azië, Oceanië, Amerika en het Midden Oosten weerspiegelt de verscheidenheid en het universele karakter van de mens.

(teksten uit het Speelgoedmuseum in Mechelen)
 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en de ontwikkeling

Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind

Spelen is voor een kind niet van levensbelang, maar het doet het wel voor het plezier. Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Het leert namelijk van alles door te spelen: omgaan met andere mensen, verschillende rollen aannemen, bewegen, enz.

Spelen heeft voor een kind geen enkel “doel”: het wil er niets speciaals mee bereiken. Daarom zal een kind ook geen moment langer spelen dan dat het er zin in heeft. In zijn spel is een kind voortdurend actief bezig. Om die reden zijn televisiekijken, dagdromen, voorgelezen worden, enz. geen spelen. Je kan alleen spreken van “spel” wanneer een kind vrijwillig actief bezig is. Een kind dwingen te spelen is onmogelijk.

Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind, op verschillende vlakken:

  • de verstandelijke ontwikkeling
  • de taalontwikkeling
  • de lichaamshouding en -beweging
  • de zintuigen
  • de sociale omgang. 

Door te spelen leert het kind zichzelf en de wereld rondom hem kennen. Spelen en samen spelen hebben een positieve invloed op de algemene ontwikkeling van het kind. Omdat het kind het ook gewoon heerlijk vindt om spelletjes te spelen ouders waarschijnlijk ook, komt dit de band tussen kinderen en ouders alleen maar ten goede.

Kinderen moeten veel, maar als zij spelen kunnen zij dat doen, als het goed is, naar eigen inzicht. Er zijn geen consequenties verbonden aan het spelen. Zo kunnen ze goed experimenteren. Kinderen die vrij kunnen spelen kunnen "hun hoofd leegmaken" en daardoor het leven van alle dag beter aan. Dat geldt trouwens ook voor volwassenen. Die moeten zich ook regelmatig ontspannen.
Als je speelt, kan je veel plezier hebben. Het leuke van speelgoed is dat je, als je speelt, ook veel leert. Bij een spel leer je op je beurt wachten. Je merkt ook dat winnen een ander gevoel geeft dan verliezen. Verder ontdek je bij het spelen van sommige spellen dat andere kinderen slimmer zijn of dat jij juist handiger bent.
Het juiste speelgoed op het goede moment kan betekenen dat een kind zich vaardigheden aanleert waar het in zijn ontwikkeling aan toe is.

Met speelgoed (zoals Playmobil) kunnen kinderen dagdagelijkse ervaringen naspelen en hun dromen en wensen uitbeelden. Ook psychologen maken vaak gebruik van speelgoed (Playmobil) om kinderen bepaalde situaties te laten verwerken in een geweldloze context. Het rollenspel ondersteunt motorische, sociale en cognitieve vaardigheden. “Wanneer kinderen dagelijks rollenspellen spelen, beschikken ze over merkelijk betere leervaardigheden”, zegt Dorothy Singer, onderzoekster aan de universiteit van Yale en speelgoedadviseur.

www.kindengezin.be
http://nl.wikipedia.org/wiki/Speelgoed#Spelen_is_belangrijk_voor_een_goede_ontwikkeling
Speelgoedmuseum Mechelen

Te veel speelgoed is schadelijk voor ontwikkeling kind

  • Een kind dat te veel heeft, kan zich niet goed concentreren op één stuk speelgoed en wordt constant afgeleid door andere dingen. Een box die overvol met allerlei spul ligt is trouwens ook niet echt een plek waar je graag ingezet wordt.
  • Aangezien oom, tante, buurvrouw, vriendjes, oma en opa op een gegeven moment niet meer weten wat nog te geven aan de kleine, omdat alles al gegeven is, worden er cadeaus gekocht die ver vooruitlopen op de leeftijd, en waar het kind dus nog lang niet aan toe is. Een peuter van 3 heeft echt niets aan een elektrische gitaar of erger. Als hij er een paar jaar later wel aan toe is, is de lol er vaak al af.
  • We maken van onze kinderen leners in plaats van spaarders. Hoe kun je als klein kind leren dat er in het leven eerder schaarste dan overvloed is, als je wordt overvoerd met speelgoed, kleren, eten en drinken, en dergelijke. Als ouders bereiden we op die manier onze kinderen heel slecht voor op de latere zelfstandigheid, waarin je in het begin vaak wel elk dubbeltje moet omdraaien.

http://mens-en-samenleving.infonu.nl/ouder-en-gezin/42643-te-veel-speelgoed-is-schadelijk-voor-ontwikkeling-kind.html

Geen brug te hoog in kinderfantasie

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed is universeel

Speelgoed is universeel. Het bewijs hiervan wordt geleverd bij de vergelijking van traditionele spelletjes hier en elders in de wereld.
Terwijl kinderen hier spelen met hun Barbie of Sindy, wiegen kinderen in Zuid-Amerika hun zelfgemaakte lappenpop in slaap. In beide gevallen gaat het om een pop.
Terwijl kinderen hier garages vol bezitten met miniatuurvoertuigen, afgewerkt tot in de kleinste details, spelen kinderen in Zaïre met zelfgemaakte voertuigen uit ijzerdraad. In beide gevallen gaat het om een speelgoedvoertuig.
Terwijl kinderen hier aan zee achter prachtige en kleurrijke vliegers aanhollen, spelen kinderen in de sloppen van Manila met zelfgemaakte vliegers, ineengeknutseld uit krantenpapier en stokjes. Een blikken bus wordt het spoel van de aan elkaar geknoopte restjes draad om de vlieger op te laten. In beide gevallen gaat het om een vlieger.

Tollen, jojo’s, knikkers, balvangertjes, speelgoedvoertuigen en poppen treft men overal aan. Uit bepaalde details, onder meer de beschildering en de gebruikte materialen, blijkt de eigenheid van een volk, een streek of een stam.
Soms is speelgoed heel typisch voor een bepaalde streek. Het betreft hier in de eerste plaats muziekinstrumenten zoals de rieten ‘angklung’ uit Indonesië of gezelschapsspellen, zoals de lokale variante van ‘wari’ of ‘mancala’ uit Kameroen. In centraal en zuidelijk Afrika heeft men speelgoedmaskers en specifieke popjes die niet altijd zuiver speelgoed zijn, maar ook dienen ter initiatie van het kind naar de volwassenheid. In Indië worden poppen uit Maïskolven vervaardigd. Op de Filippijnen spelen kinderen ‘koken eten’ met een mini-kooktoestel uit aardewerk. In Zuid- en Midden- Amerika vindt men kleurrijke marionetten in aardewerk, naast loopkarretjes bestaande uit blik en ijzerdraad, alsook vlechtwerk in palmbladeren. In de Sahara maken kinderen een karavaan of een schaapskudde met zijn herder met behulp van hard geworden uitwerpselen, steentjes en beenderen.

M. Wellens (ed.), Speelgoedmuseum Vlaanderen

Het is geen gewaagde stelling er vanuit te gaan dat er altijd en overal wel iets van speelgoed heeft bestaan. De omstandigheden van conservering bepalen in sterke mate of het is overgeleverd, maar als die omstandigheden gunstig genoeg zijn, is het er ook altijd. Ook de functie van speelgoed als ‘kinderindicator’ blijft aanwijsbaar. In vrijwel alle samenlevingen is speelgoed gekoppeld aan de kindertijd en de vaste karakteristiek van het kind.
Dat uit alle eeuwen wel iets (al is het nog zo fragmentarisch) van speelgoed bewaard is gebleven en er dus in ieder geval speelgoed is geweest, betekent ook dat in al die verschillende samenlevingen volwassenen hebben gezorgd dat er speelgoed was. Ze hebben het gemaakt, verkocht, gekocht en aan kinderen ter beschikking gesteld. Op die manier hebben ze ingespeeld op een geconstateerde behoefte van hun kinderen aan zaken die zij zelf niet meer begeerden of nodig hadden, en die ook niet strikt noodzakelijk waren om te overleven. Het uiterlijk van bewaard gebleven speelgoed uit de Indusvallei, faraonisch Egypte, de Griekse en Romeinse Oudheid, de vroege en late Middeleeuwen en ook uit pre-Columbiaans Amerika, bewijst dat volwassenen van allerlei pluimage niet alleen basaal in die behoefte hebben voorzien, maar daar ook echt werk van hebben gemaakt. Ze hebben in zoiets vergankelijks als speelgoed tijd, energie, fantasie en ongetwijfeld ouderliefde geïnvesteerd.

Ze konden, denk ik, ook niet anders. De aanwezigheid van een heleboel kinderen was in een samenleving van het verleden een gegeven, net als het natuurlijke gegeven dat die kinderen te klein, te zwak en te ongecoördineerd waren voor bijna alle taken die volwassen mannen en vrouwen hadden. Bovendien waren kinderen kwetsbaar en moesten de jaren van de kindertijd, met de bijhorende ziektes en andere gevaren, voorbijgaan voordat de persoon een daadwerkelijke betekenis -als denker en/of doener- kon krijgen voor de gemeenschap.
Het was min of meer een kwestie van volhouden.
Het zorgen dat er speelgoed is, was een van de manieren waarop het volwassenen deel van de bevolking is omgegaan met de onontkoombare aanwezigheid in hun samenleving, hun stad en hun huis van een grote groep personen, die eenvoudigweg te klein waren voor de zaken van de volwassenen. Die lieten ze spelen.

Uit A. Willemsen, Romeins speelgoed. Kindertijd in een wereldrijk

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en speelslecht?

Verantwoord speelgoed

De hieronder vermelde eisen, gesteld aan goed speelgoed, werden opgesomd aan de hand van een lijst opgesteld door het International Council for Children's Play, een internationals vereniging samengesteld uit een team van psychologen, pedagogen, artsen, vaklui voor vormgeving en ouders.
Speelgoed kiezen dat goed en zinvol is, betekent:

  • De leeftijd van het kind en zijn verstandelijke ontwikkeling is bij de keuze van speelgoed van fundamenteel belang. De ondervinding toont aan dat de meeste ouders hun kinderen overschatten en daardoor te veel van hen verwachten en vragen.
  • Het is bijzonder belangrijk dat aan de fantasie van het kind vrije speelruimte wordt geboden. Het kleine kind schept met eenvoudige bouwsteentjes een eigen kinderwereld, die voor de volwassenen dikwijls ontoegankelijk is.
  • Hoe groter de speelgoedmogelijkheden van een stuk speelgoed zijn, des te interessanter is het voor het kind.
  • Het kind moet de inhoud van het spel kunnen begrijpen. De constructie en de mechanische uitvoering van het speelgoed dienen niet te ingewikkeld te zijn. In elk geval moeten zij aangepast zijn aan de leeftijd en de mogelijkheden van het kind.
  • De grootte van het speelgoed moet in overeenstemming met de leeftijd van het kind zijn. Kleine(re) kinderen hebben b.v. grotere blokken, bouwstenen en automodelletjes nodig dan de oudere.
  • De hoeveelheid en verscheidenheid zijn bepalend voor de speelmogelijkheden. Voor het bouwen zijn veel onderdelen nodig, voor het moeder-kind-spel alleen maar een pop, echter met zeer veel toebehoren.
  • Het materiaal, waarvan het speelgoed is vervaardigd, moet in overeenstemming zijn met de leeftijd van het kind en bovendien voor het speelgoed geëigend zijn. Warmte en gemakkelijk kunnen vastgrijpen spelen in de eerste kinderjaren een grote rol.
  • De kleur verhoogt de prikkel die van het speelgoed uitgaat, maar al te bonte kleurschakering kan, b.v. bij boetseren en bouwen storend werken.
  • De vorm van het speelgoed moet eenvoudig zijn en vrij van nodeloze tierlantijnen. Grappige en groteske vormen wekken wel het enthousiasme van volwassenen op, maar het kind beleeft zijn omgeving ernstig en ziet haar niet als een karikatuur.
  • De duurzaamheid van het blijvend speelgoed moet opgewassen zijn tegen het dagelijks gebruik.
  • De veiligheid van het speelgoed moet zijn aangepast, zowel aan de leeftijd van het kind, als aan het doel, waarvoor het materiaal is bestemd. Wanneer kinderen van verschillende leeftijden in een ruimte samen spelen, zijn dus wel bijzondere maatregelen noodzakelijk. Bij het babyspeelgoed zijn de voorzorgsmaatregelen vanzelfsprekend totaal anders dan b.v. bij het gereedschap voor grote kinderen.
  • De prijs moet in verhouding tot de speelwaarde en de levensduur van het speelgoed beoordeeld worden. Overigens geldt ook hier dat een duur stuk, dat lange tijd in gebruik blijft, dikwijls voordeliger en zijn prijs meer waard is dan goedkoop materiaal.

http://www.verantwoordspeelgoed.be/lg_speelgoedtips.htm

Speelgoedzwaarden & waterpistolen

Men signaleert een nieuwe trend in het speelgoed dat deze zomer meegaat naar de campings. Militarisering. Als de kids geen oorlogje spelen op hun spelcomputers, wanen ze zich wel Rambo met allerlei water spuitende en pijltjes afschietende apparaten. Onschuldig vermaak of een zorgwekkende ontwikkeling?
Niemand hoeft natuurlijk tegenover zijn of haar kind te ontkennen dat onze wereld geweld kent. Mensen die in het bovenstaande een zorgwekkende ontwikkeling zien zullen betogen dat doormiddel van ‘gewelddadig speelgoed’ geweld ‘leuk wordt gemaakt.’ Daar tegenover staat dat als je ze dit soort speelgoed onthoudt, ze het misschien juist interessanter zullen gaan vinden. Vooral voor ouderen en kinderen die geweld aan het lijf hebben ondervonden of er getuige van zijn geweest kan het beeld van kinderen met speelgoedzwaarden en pistolen erg moeilijk zijn. Ook is het een interessant vraagstuk waarom we onze kinderen aanmoedigen ook maar iets te doen wat lijkt op de gruwelen die bij oorlog horen. Ook interessant is het waarom de meeste kinderen zich (overigens al eeuwen lang) zo aangetrokken voelen tot ‘gewelddadig speelgoed’ en gewelddadige spelletjes.
Wat je er ook van mag vinden, waarschijnlijk is het een goed idee om je kind met zulk speelgoed te begeleiden. Zo kun je je kind leren dat stoeien in een spelletje iets heel anders is dan echt vechten. Hoewel je er heel goed voor kunt zorgen dat je kind niet met gewelddadig speelgoed speelt, zul je zien dat ze genoeg fantasie hebben om van duplo of takjes alsnog zwaarden en geweren te maken. Uiteindelijk is het belangrijkste dat je ze goed het verschil tussen fantasie en echt bijbrengt.

http://www.margriet.nl/maatschappij/_artikelen/RedactioneelArtikel_01.htm?Artikelen=%7bC9F8272B-1B70-49F0-A885-F2D5DCD38321%7d

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Barbie: Life in plastic, it’s fantastic…

Barbie Girl (Aqua)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

Hi Barbie
Hi Ken!
Do you wanna go for a ride?
Sure Ken!
Jump In...

I'm a barbie girl, in the barbie world
Life in plastic, it's fantastic!
you can brush my hair, undress me everywhere
Imagination, life is your creation
Come on Barbie, let's go party!

I'm a barbie girl, in the barbie world
Life in plastic, it's fantastic!
you can brush my hair, undress me everywhere
Imagination, life is your creation

I'm a blond bimbo girl, in the fantasy world
Dress me up, make it tight, I'm your dolly
You're my doll, rock'n'roll, feel the glamour in pink,
kiss me here, touch me there, hanky panky...
You can touch, you can play, if you say: "I'm always yours"

(uu-oooh-u)

I'm a barbie girl, in the barbie world
Life in plastic, it's fantastic!
you can brush my hair, undress me everywhere
Imagination, life is your creation

Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)
Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)

Make me walk, make me talk, do whatever you please
I can act like a star, I can beg on my knees
Come jump in, bimbo friend, let us do it again,
hit the town, fool around, let's go party
You can touch, you can play, if you say: "I'm always yours"
You can touch, you can play, if you say: "I'm always yours"

Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)
Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)

I'm a barbie girl, in the barbie world
Life in plastic, it's fantastic!
you can brush my hair, undress me everywhere
Imagination, life is your creation

I'm a barbie girl, in the barbie world
Life in plastic, it's fantastic!
you can brush my hair, undress me everywhere
Imagination, life is your creation

Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)
Come on Barbie, let's go party!
(Ah-ah-ah-yeah)
Come on Barbie, let's go party!
(uu-oooh-u)

Oh, I'm having so much fun!
Well Barbie, we're just getting started
Oh, I love you Ken!

Emancipatie van de Barbie-pop

Filmpje 50 jaar Barbie in beelden:
http://www.youtube.com/watch?v=HD3xWuCibCM&feature=player_embedded

Poppen en toebehoren zijn een weerspiegeling van de dagelijkse bezigheden van de vrouw (en eventueel ook de man). De poppen zijn ook mee geëvolueerd met de emancipatie. Het rolbevestigende patroon van huisvrouw en moeder is geleidelijk doorbroken. Het duidelijkst zien we die evolutie bij de Barbiepop. Op de Barbiepop komt echter, vanuit verschillende hoeken, heel wat kritiek. Barbie zou immers nog steeds stereotiepen in de hand werken, op verschillende vlakken.

Barbie en het lichaamsbeeld

Een studie heeft aangetoond dat Barbiepoppen, die heel wat magerder zijn dan gewone mensen, met name ter hoogte van de taille, ervoor zorgen dat meisjes onrealistisch mager willen zijn wanneer ze opgroeien. Onderzoekers van twee Britse universiteiten claimen dat Barbies ervoor kunnen zorgen dat kinderen onzeker worden over hun imago en daardoor eventueel eetstoornissen kunnen ontwikkelen. “De studie toont aan dat het niet de lichaamsgerelateerde informatie is die door poppen in het algemeen wordt overgebracht die zo’n impact heeft op het lichaamsbeeld van jonge meisjes, maar wel die van de Barbiepoppen in het bijzonder, die een verstoord ideaal vertegenwoordigen”, aldus Helga Dittmar, docente psychologie aan de Universiteit van Sussex.  Dr. Margarat Ashwell, voormalig directeur van de British Nutrition Foundation zei: “Deze resultaten zijn uiterst belangrijk en tonen aan dat kinderen reeds op zeer jonge leeftijd beïnvloed kunnen worden. We moeten ons daarvan bewust zijn en de gepaste maatregelen nemen.” De onderzoekers stellen dat hun bevindingen suggereren dat scholen hun jongste leerlingen en adolescenten moeten onderwijzen over de risico’s van het bezorgd zijn om een ‘ideale’ magere lichaamsvorm. “Een dergelijk onderwijsprogramma zou meisjes ervan bewust moeten maken dat het magere lichaamsideaal onbereikbaar en zelfs ongezond is”, voegt de studie eraan toe.
In de studie werd gepeild naar de effecten van afbeeldingen van twee poppen op bijna 200 lagere schoolkinderen van vijf tot acht jaar oud. De kinderen kregen verschillende afbeeldingen te zien, waaronder die van Barbie en Emme, een nieuwe Amerikaanse pop wiens lichaamsverhoudingen een iets vollere lichaamsvorm voorstellen. Nadat ze de afbeeldingen te zien hadden gekregen, werden de meisjes verzocht om afbeeldingen te kiezen die hun actuele lichaamsvorm voorstelden, afbeeldingen die hun ideale lichaamsvorm voorstelden en afbeeldingen die hun ideale lichaamsvorm als volwassen vrouw voorstelden. Het verschil tussen de lichaamsvorm die de meisjes dachten dat ze hadden en de lichaamsvorm die ze verlangden, werd daarna geanalyseerd. De resultaten toonden aan dat meisjes tussen zes en zeven jaar oud ongelukkiger waren met hun lichaamsvorm en meer extreme magerheid verlangden na het zien van afbeeldingen van Barbie dan na het zien van andere afbeeldingen. Bij de meisjes van zes tot zeven waren de effecten nog groter.
Een woordvoerder van Mattel, het bedrijf dat Barbiepoppen maakt, zei: “Barbie zorgt ervoor dat kinderen kunnen dromen dat ze alles kunnen worden wat ze maar willen wanneer ze volwassen worden. Barbie is niet gemodelleerd naar menselijke proporties en we zullen blijven praten met meisjes en moeders en hun meningen in acht nemen.”

Naar: http://s195716.wordpress.com/2009/10/24/skinny-barbie-blamed-over-eating-disorders/


In de VS is de strijd tegen te dikke kinderen nog in volle gang. De ACTIVE Life Movement is één van de vele partijen die een gezonde leefstijl aanmoedigt. De beweging schakelde reclamebureau LatinWorks in voor een serie speelse advertenties. Met een laptop-Barbie met forse onderkin en Playmobil-piraten die nòg rondere vormen hebben dan normaal.

Knap gemaakt, en een leuke twist aan de boodschap, maar niet echt serieus te nemen. Of denk jij dat dit een effectieve waarschuwing is?

http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing

Multiculturele Barbie?

Niet alleen in Amerika of het Westen, maar over de hele wereld is Barbie razend populair. Dit is niet altijd naar de zin van de overheid ter plaatse…

In Maleisië heeft een consumentenorganisatie gevraagd om Barbiepoppen te bannen. Het blonde, grote en niet-Aziatische uiterlijk van de pop promoot de verkeerde esthetiek, aldus de organisatie. Bovendien zet de Barbiepop niet aan tot creativiteit en verbeeldingen bij kinderen omdat de poppen ‘vast’ zijn en kant-en-klaar. Dit voorstel heeft meteen tot boze reacties bij de pers en het publiek geleid. Dit kan zowel te maken hebben met de nood van het publiek aan Barbie als met de publieke afkeer voor bureaucratische interventie in de consumptiegewoonten van mensen.

 

In Iran heeft de overheid de eeuwig jonge Barbie, die kinderloos door keuze is en geen plannen heeft om te trouwen met haar vriend Ken, veroordeeld als een bedreiging voor de traditionele cultuur. Barbie definieert zichzelf niet in verhouding tot kinderen of familie zoals geacht wordt van Iranese vrouwen. Pogingen om Barbie en Ken te bannen zijn mislukt, vandaar dat de regering een nieuw paar poppen heeft bedacht die meer aangepast zijn aan de Amerikaanse cultuur, met name Sara en Dara, broer en zus. Ondertussen blijft Barbie toch verkocht worden voor $ 700 in winkels in Teheran en hoewel dit bedrag zeven keer het gemiddelde maandloon in Iran bedraagt, blijven de Barbiepoppen toch als zoete broodjes verkopen.

 

In een tijdperk waarin de wereld steeds multicultureler wordt, heeft Mattel zijn bijdrage geleverd tot het uitmelken van multiculturele poppen om de kritiek tegen te gaan dat Barbie te eendimensionaal is in haar blondheid. Uiteindelijk zijn maar 15 procent van de Amerikaanse vrouwen natuurlijk blond, dus hoeveel zouden het er maar zijn over de hele wereld. Het is echter niet zo dat Mattel deze bruine, zwarte en gele Barbiepoppen gericht heeft op een internationaal publiek om aan te sluiten bij de huidskleur van kinderen over de wereld; Mattel heeft deze poppen gemaakt voor jonge blanke meisjes die nu met Japanse, Mexicaanse en Indische Barbies kunnen spelen om zo “meer te leren over de geschiedenis en verschillende culturen”. Bovendien is het zo dat de gekleurde Barbiepoppen het geïdealiseerde lichaamsbeeld blijven behouden. Men  kan dan nu wel donkere Barbies kopen, maar dan zonder de etnische kenmerken die donkere vrouwen onderscheiden. Daarenboven hebben de Afrikaans-Amerikaanse Barbies een lichtere huidskleur dan het grootste deel van de zwarte populatie…

En Barbie, ongeacht welke huidskleur ze heeft, blijft maar gekleed worden in kledij die haar trendy, swingende, onafhankelijke en rijke levensstijl onderstreept. Kijk maar naar de recente lijn van Filipina Barbies. De donkerharige pop met donkere huidskleur is gekleed in dure gewaden terwijl in de Filippijnen het jaarlijks inkomen per kapita 580 Amerikaanse dollar is.

Ongeacht welke cultuur of kleur, hoe dik of dun, vrouwen over de hele wereld zullen in het korset van de schoonheidsmythe geregen worden wanneer Barbie hun symbool van vrijheid wordt. Als Barbie vrij lijkt, dan is dat omdat deuren zich openen voor die vrouw die onmogelijk lang en onmogelijk blond is, die altijd de juiste outfit draagt en haar mond dicht houdt.

Naar: http://www.ru.org/society/barbie-around-the-world.html


De effecten van Barbie op de cultuur

Barbie portretteert de pop die alles kan. De wereld ligt open voor haar. De vele accessoires van Barbie symboliseren haar lifestyle van consumptie (en die van de Amerikaanse middenklasse). Hoewel Barbie een “ik kan alles aan”-attitude propageert, ligt er ook een grote klemtoon op haar schoonheid en kleren. Ze vertegenwoordigt een ideaalbeeld voor vrouwen die er mooi en perfect willen uitzien voor hun man en voor kinderen die er als volwassen vrouw zo uit zouden willen zien. De perfectie waar Barbie voor staat heeft vele vrouwen ertoe aangezet om door middel van operaties zoveel mogelijk op Barbie trachten te lijken. Cindy Jackson, de oprichtster van het Cosmetic Surgery Network, is een bekende menselijke Barbiepop. Ze heeft meer dan twintig operaties en $55,000 veil gehad voor haar pogingen om op Barbie te lijken. Het perfecte imago van Barbie heeft misschien wel een grote druk op heel wat vrouwen gelegd. Perfecte Barbie idealiseert immers de vrouw die schijnbaar moeiteloos werk, relaties, geld, kinderen en uiterlijk verenigt.

Binnen onze cultuur representeert Barbie een ideaal. Ze probeert de perfecte vrouw te zijn. Barbie vertegenwoordigt ook bepaalde negatieve aspecten van onze samenleving door haar materialisme en haar betrachtingen om steeds meer en meer te bezitten. Ook vertegenwoordigt ze het probleem dat onze samenleving heeft met het erkennen van verschillen. Mattel heeft geprobeerd om etnische Barbies te introduceren, maar mensen kopen deze nu eenmaal minder dan de ‘originele’ Barbie die ingeprent is in de geest van consumenten.

Naar http://otal.umd.edu/~vg/mssp96/ms07/cult.htm


 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Poppen die anders zijn

Poppen met een handicap

In Amerika zal een serie poppen, voorzien van handicaps, op de markt gebracht worden: een skileraar zonder linkerbeen, een ballerina met een gehoorapparaat en een pop met een blindenstok en een geleidehond. Ook zijn er accessoires verkrijgbaar, zoals rolstoelen en krukken. Dit alles om gehandicapte kinderen te helpen een positief beeld van zichzelf te vormen. Zou het helpen? Gehandicapte kinderen hebben het moeilijker in het leven dan normale kinderen, maar de beste houding lijkt me toch om, als het even kan, niet al te veel aandacht aan die verschillen te besteden. Een positief zelfbeeld krijg je als je gewaardeerd wordt door je omgeving voor de prestaties die je geleverd hebt. Voor kinderen kan dat zijn: een mooie tekening maken of zichzelf aankleden. Gehandicapte kinderen kunnen sommige dingen niet, bijvoorbeeld lopen, als ze geen benen hebben. Maar andere dingen kunnen ze weer wel leren en daar moeten zij dan waardering voor krijgen als ze hun best doen, net als gewone kinderen. Ik zie niet meteen voor me wat het spelen met een eenbenige pop op krukken voor gunstige invloed op het zelfbeeld zou hebben. In de hele menagerie van speelgoedbeesten en normale poppen blijft die pop met ingebouwd gebrek toch een uitzondering, en waarom zou een kind dat zelf gebrekkig is daar geestelijk van opknappen? De uitzonderingspositie die gehandicapten toegewezen krijgen is vaak onvermijdelijk en dat is al erg genoeg, zoals ze zelf ook altijd zeggen. Hoe minder onderscheid (zowel ten positieve als ten negatieve) er gemaakt wordt tussen hen als minderheidsgroep en de rest van de gezonden, hoe beter. (krantenbericht)

Downsyndroompoppen

Een pop om mee te spelen, troost bij te vinden en jezelf in te herkennen. Voor thuis of in de klas. Ook geschikt als educatief middel bij de studie. De poppen zijn ontworpen door de kunstenares Tina Tombrock-Otto. Zij heeft met zorg een aantal karakteristieke uiterlijke kenmerken van het syndroom van Down vormgegeven. De poppen zijn 42 cm. Het hoofd, de armen en benen van de pop zijn gemaakt van zacht vinyl. Het lijfje is van katoen en met zacht synthetisch materiaal gevuld. Pop en kleding kunt u op 30 graden op de hand wassen.

http://www.downsyndroompoppen.nl/

 Kritiek op webwinkel met Downsyndroom-poppen

De Amerikaanse webwinkel Downicreations.com wordt steeds populairder, maar krijgt ook steeds meer kritiek te verduren. De reden daarvoor is dat zij poppen verkopen met de uiterlijke kenmerken van het Downsyndroom.
Veel ouders van kinderen met het syndroom van Down zien de pop als een zieke grap, die hun kinderen tot mikpunt van spot zullen maken. De fabrikanten van hun kant zeggen dat ze kinderen met het Downsyndroom speelgoed willen geven waarin ze zichzelf herkennen. Voor 'gewone' kinderen zou het een manier zijn om gehandicapte mensen te accepteren.
De bezielende kracht achter de poppen is Donna Moore. Donna werd in 1995 blind. In de maanden erna bad ze tot God en die gaf haar de boodschap om 'een pop te maken met het Down syndroom'. Zo ontstond Downi Creations. Het assortiment van de winkel bestaat niet alleen uit poppen met Down, maar ook poppen met bril, blindengeleidehond, rolstoel, krukken en beenprothese. Of poppen die een chemokuur hebben ondergaan.
Critici van de poppen vinden dat een boycot op zijn plaats is, omdat de poppen alleen gemaakt zouden worden uit winstbejag. Toch is het merendeel van de feedback positief. Actrice Demi Moore is een klant; haar dochters hebben een pop in huis. Ook universiteiten zijn grootafnemers.

http://www.online.nl/tips-tricks/webnieuws/article/kritiek-op-webwinkel-met-downsyndroom-poppen/

 

Pop met Down is 'leuk hebbedingetje'

Niet elke pop heeft een blank huidje. Dat is zo sinds ook een scherpzinnige poppenfabrikant in de gaten kreeg dat de wereld uit verschillende mensen bestaat. Blonde Barbies worden in de etalages van speelgoedgiganten thans net zo makkelijk vergezeld door Aziatische types als door plastic versies van Naomi Campbell. Maar daarmee is de emancipatie van de knuffel niet ten einde.
De Stichting Down Syndroom (SDS) verkoopt poppen met de uiterlijke kenmerken van een mongooltje, of, in betere termen, iemand met het Down-syndroom. Er bestaan drie varianten van de pop: een meisje met lang haar, een met kort blond haar en een met donker haar die haar tongetje half uit de mond laat hangen.
Via een zusterorganisatie in Duitsland kwam SDS op de hoogte van het bestaan van de poppen. 'In eerste instantie dachten wij ook: moet dat nou?', zegt M. de Graaf van SDS. 'We vonden dat ouders dat geld beter konden besteden aan literatuur over het Down-syndroom. Dan kwamen ze tenminste iets over hun kind te weten.'
Maar gaandeweg zagen De Graaf en haar collega's dat de poppen eigenlijk ook wel 'een leuk hebbedingetje' konden zijn, en nog ludiek en emancipatoir bovendien. 'Kinderen met het Down-syndroom doen meer mee in de reguliere samenleving', zegt De Graaf. 'Ze gaan naar de normale peuterspeelzalen en basisscholen, en worden niet meer apart gehouden. Waarom zou je dan niet zo'n pop maken? Ze horen erbij.'

Tot in detail komen de Down-poppen overeen met de werkelijkheid: de ogen staan wat scheef, de oren zijn relatief klein en laag ingeplant, het gezicht is platter en in de poppenhandjes loopt zelfs de voor deze groep zo kenmerkende 'viervingerplooi', de bovenste lijn in de handpalmen die bij Down-patiënten over de gehele breedte van de hand doorloopt.
Volgens De Graaf kunnen de poppen goed van pas komen op basisscholen. 'Leraren kunnen hun leerlingen met zo'n pop voorbereiden op de komst van een klasgenootje met het syndroom van Down. En ouders kunnen aan hun kinderen beter dan met een boek uitleggen in hoeverre ze verschillen van anderen.'

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article703356.ece/Pop_met_Down_is_leuk_hebbedingetje

Een pop voor alle soorten mensen

De DS-pop is een pop met alle uiterlijke kenmerken van een kind met Downsyndroom. (…) Deze poppen zouden meehelpen aan de emancipatie en integratie van kinderen met Downsyndroom. Vanuit het geïntegreerd onderwijs zou men met dergelijke pop de gewone kinderen beter kunnen voorbereiden op een kind dat anders is. (…)

Dus voor zeer binnenkort: de Rettsyndroompop met de handjes in de mond, de choreo-athetotische pop die op batterijen allerlei gekke bewegingen maakt, de pop met het Happy-Puppetsyndroom en eeuwige glimlach op het gelaat, de softenonpop met stompjes van ledematen, de magerzuchtpop, de obesitaspop, de kale pop, de stotterende pop en tenslotte, want dat is de logische conclusie, de menspop.

Om alle mensen, de grote, de kleine, de dikke, de dunne, de slimme, de domme, die van hier, die van elders, beter te integreren in onze maatschappij, moet van elke mens een pop worden gemaakt, zodat elke mens er beter op voorbereid zal zijn dat alle andere mensen anders zijn. En zo bepalen vanaf nu, het uitzicht en de verschillen van en tussen mensen, het speelgoed waarmee je speelt.

J. Kindt

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en gender

Speelgoed en gender in beeld

Vroeger

Vroeger, een hele tijd geleden,
Toen mocht je altijd spelen, spelen, spelen!

Ik was niet een gewoon klein meisje,
Dat probeer ik duidelijk te maken in dit wijsje.

Ik speelde niet met poppen,
Dus op mijn verjaardag kwamen ze daarmee niet op de proppen!

Nee, ik hield meer van Lego,
Ook speelde ik veel met auto’s en zo!

Die tijd van alleen maar spelen was mij dierbaar,
Maar helaas is die tijd nu klaar.

Nu denk je aan andere dingen,
Niet alleen maar aan vrolijk in het rond springen.

Maar deze tijd is ook fijn,
Want ik heb vrienden die er altijd voor mij zijn!

www.gedichten.nl

Is het erg als je zoon met een pop speelt?

Mijn vriendin Laura is echt een feministe. Wanneer ze 30 werd, besloten zij en haar man om een kindje te krijgen. Ze werd zwanger en kreeg een mooie dochter, Maddie. Laura zwoer altijd dat ze er alles aan zou doen om ervoor te zorgen dat haar dochter niet zo’n heel meisjesachtig meisje zou worden (en daarop afgerekend zou worden). Om dit tegen te gaan, besloot ze om alleen speelgoedvrachtwagens en auto’s te kopen voor Maddie om  mee te spelen. Dat leek voor een tijdje te werken maar toen op een nacht Laura binnenkwam op de kamer van Maddie, zag ze dat Maddie haar vrachtwagentje naast haar ingestopt  had, en ervoor had gezorgd dat het dekentje goed om de vrachtwagen heen zat, zodat hij zeker geen kou zou krijgen. De volgende dag ging Laura om een pop voor Maddie. Maddie blijf spelen met haar autootjes maar een nieuwe wereld opende zich voor haar, een wereld waarin ze kon zorgen voor haar babypop.

Dus wanneer ik met Ethan naar de kleuterklas ging, werd ik met een gelijkaardige situatie geconfronteerd. We hebben nooit echt veel speelgoed voor hem gekocht dus alles waarmee hij speelt is gekregen van anderen. Hij speelt graag met autootjes en blokken. Maar wanneer we aankwamen in het klasje, stoof Ethan meteen op de popjes af. Hij tilde er teder eentje op en gaf het een knuffel. Ik vond het zo schattig om te zien. En bovendien een goede voorbereiding op het broertje of zusje voor Ethan dat op komst is. Dan kwam er een ander jongetje aan die net hetzelfde deed.  Zijn moeder echter kon er niet mee lachen.

“Oh nee Junior, da’s voor meisjes.” Ze keek naar de leerkracht en zei verontschuldigend: “Ik kan hem niet uit het speelgoedkeukentje van z’n zus houden. Ik probeer hem te vertellen dat de keuken voor meisjes is.” De leerkracht maakte een grapje over hoe ze zou willen dat de keuken voor meisjes was omdat haar drie volwassen zoons erg goed kunnen koken maar haar dochter niet eens water kan koken.

Ik begon bijna te hyperventileren bij de idee dat een keuken alleen voor meisjes zou moeten zijn. Ik dacht meteen aan een vriendin van me die vertelde dat haar zestienjarige zoon nog steeds verwacht dat ze hem een snack klaarmaakt wanneer hij van school komt elke dag. Ik kan me zelfs niet voorstellen dat mijn kind me dat vraagt op zestienjarige leeftijd. Ik vertelde niet aan die vrouw dat vele van de meest bekende chefs van de wereld mannen zijn en dat zij, als ze het wat slim aanpakte, elke avond eten op de tafel zou kunnen hebben zonder zelf iets te moeten doen. Ik vroeg me af of haar dochter opgezadeld zou zijn met het schoonmaken van de toiletten en de afwas terwijl haar zoon eventueel als enige taak het buitenzetten van het vuilnis zou hebben.

Door zoveel aandacht te schenken aan wat gepast is voor een jongen en gepast is voor een meisje, zou het wel eens kunnen dat we de bereidheid van onze kinderen om te ontdekken en te leren door nieuwe dingen te proberen in de kiem smoren.

http://www.minti.com/parenting-advice/2188/Gender-appropriate-toys-Is-it-a-big-deal-for-your-son-to-play-with-a-baby-doll/


Studie over gender stereotypes in speelgoed

  • Doel: de studie onderzocht de graad waarin speelgoed gestereotypeerd wordt op gender en onderzocht ook of hierin een verschil is tussen ouders en niet-ouders.
  • Het experiment: Ouders en niet-ouders werden gevraagd om een vragenlijst in te vullen en dan 206 speelgoeditems te quoteren als gericht op meisjes (=1), gender neutraal (=5), gericht op jongens (=9) of eender welk getal daartussen dat ze gepast vonden. Eén onderzoek richtte zich op kinderen van alle leeftijden en een ander op kinderen onder de twee jaar.
  • De bevindingen:
  • Het speelgoed dat men het meest geschikt vond (zowel ouders als niet-ouders) voor meisjes bevatte items die verband hielden met huishoudelijke taken, schoonheid en het zorgen voor kinderen.
  • Voor jongens werden sportgerelateerd speelgoed, action figures, voertuigen, bouwspeelgoed, speelgoedinsecten en speelgoed dat gerelateerd is aan traditioneel als typisch mannelijke bezigheden als het meest geschikt beschouwd.
  • Alleen informatieve boeken en fietsen werden als genderneutraal beschouwd door ouders en niet-ouders. Ouders beschouwden ook 31 andere items als genderneutraal, waaronder schaken, camera’s, ballonnen, vingerverf, puzzels en rolschaatsen.
  • Op alle vlakken dachten niet-ouders meer in genderstereotypen dan ouders. Dit suggereert dat interactie tussen kinderen en volwassenen niet beïnvloedt welk speelgoed men aangepast vindt aan gender, maar wel dat interacties tussen ouders en kinderen een zekere flexibiliteit in de perceptie aanbrengt.
  • Moeders en vaders verschilden niet in hun quotering van neutraal speelgoed, onafhankelijk van het geslacht van hun zoon of dochter. Toch toonde de quotering van vrouwelijk en mannelijk speelgoed aan dat er verschillen waren tussen ouders op basis van hun geslacht en het geslacht van hun kinderen.
  • Vrouwelijk speelgoed werd meer op een genderstereotiepe manier gequoteerd dan mannelijk speelgoed. Dit is in overeenstemming met ander onderzoek dat aantoont dat jongens ontmoedigd worden om met ‘meisjesspeelgoed’ te spelen terwijl meisjes niet diezelfde boodschap krijgen over ‘jongensspeelgoed’.
  • Over speelgoed voor jonge kinderen (tot twee jaar) werd minder genderstereotiep gedacht.

 

Naar: http://english.ttu.edu/Kairos/6.1/response/wost/syork3.htm

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Gemeenschapsbevorderend?

Ondanks de evidentie van de ontwikkeling van een nieuwsoortige gemeenschap blijft niettemin het hardnekkige vooroordeel dat internet en videogamen asociaal zijn. Ze leiden er zogezegd toe dat jongeren zich in hun kamer gaan opsluiten voor de pc/gameconsole, zich van de wereld gaan afsluiten, geïsoleerd worden. De terugkeer uit de virtuele wereld en het irreële spel naar de realiteit zou pijnlijk zijn. Videogames zouden het toppunt zijn van individualisme; Ze worden individueel gespeeld, zo heet het. Alleen echter voor wie niet goed kijkt (en zijn eigen tv-gedrag nog niet goed heeft geanalyseerd: zouden de ouders niet langer voor hun tv liggen dan dat jongeren games spelen?). Games worden gespeeld in een gemeenschappelijk gedeelde ruimte, nu eens meer reëel, dan weer meer symbolisch. In de arcades is een hechte reële gemeenschap aan het werk. De helden worden bewonderd, maar de beginnelingen worden er niet met de neus bekeken. Ieder speelt zijn spel op zijn manier. Zelfs thuisspelers, als ze al niet met anderen samen spelen, spelen in feite in een virtuele gemeenschap van spelers. Daarbuiten wisselen zij informatie uit via het internet, ontmoeten zij elkaar op de verkooppunten, lezen zij de gespecialiseerde magazines…. Wat het laatste betreft, stimuleren videogames het lazen, al was het maar van de instructiemanuals of de magazines. Onder vrienden of in clubs van hackers wisselen spelers hints en trucjes uit als cheats of patches. Een levendige subcultuur dus. En is een algemeen aanvaard sociaal bordspel als monopoly dan werkelijk een toonvoorbeeld van een ‘gemeenschapsbevorderend’ spel en niet eerder een kapitalistische brainwashing? Daar is het pas ieder voor zichzelf. En is de moord ook niet impliciet aanwezig in het nobele schaakspel. Al lijkt het erop dat het videospel, in tegenstelling tot het ‘gezellige’ ouderwetse bordspel, een asociale bedoening is, in werkelijkheid vormen de spelers, en niet alleen de internetgamers of clangamers, een hechte gemeenschap. Zelfs als spelen ze reëel niet in dezelfde ruimte, symbolisch zijn de spelers geïntegreerd in een gedeelde sociale leefwereld.

 

(Uit G. De Meyer, De beste smaak is de slechte smaak. Populaire cultuur en complexiteit, p.46)


Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Wat zegt jouw speelgoed over je competenties

Danielle Krekels ontwikkelde een methode om je kerntalenten te ontdekken en zo de ideale job te vinden. Dat doet ze op basis van het speelgoed waar je als kind het liefst mee speelde (en de manier waarop je ermee speelde).

Bekijk het filmpje op: http://www.youtube.com/watch?v=ceZCFiohE-4

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Gaat speelgoed(reclame) soms te ver?

Safe, no matter what you make

Opvallende serie advertenties voor Play-Doh in het tijdschrift Navigator, Singapore. Afgebeeld zijn allerlei producten die kinderen niet mogen gebruiken en waar volwassenen voorzichtig mee moeten doen. Tenzij ze gemaakt zijn van de kinderklei van het Hasbro-merk.
De uitingen zijn op volwassenen gericht, maar zelfs dan blijft de boodschap dubieus. Want waarom zou de doelgroep (3-5 jaar) scheermesjes willen kleien?

http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2009/09/pillen-en-lucif.html#more

Ku Klux Klan

Reclamebureau Scholz & Friends Hamburg wil jonge, moderne ouders laten weten dat de Duitse boetseerklei de creativiteit van kinderen stimuleert. De Ku Klux Klan in reclame voor kinderspeelgoed, mag dat?

Oorlogje spelen

Tuurlijk, jongetjes houden van oorlogje spelen. Toch komt het vreemd over als geweldssituaties in speelgoedreclame te zien zijn. Een serie advertenties die Ogilvy & Mather Singapore maakte voor Matchbox verbeeldt wat er in die kleine mannetjes omgaat als ze spelen met een miniatuurversie van een tank, helicopter of straaljager.

Eerder koos LEGO ook al voor fantasievolle-verhalen-methode en de door-de-ogen-van-het-kind-insteek. Ook toen was er een tank te zien, maar behoorlijk subtieler dan in een nieuwe campagne door Jung von Matt/Alster.

Ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van LEGO is een aantal historische ogenblikken nagebouwd, waaronder de 'tank man' tijdens protesten in het China van 1989. Toen de kids van nu nog niet geboren waren dus.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Het recht op spelen (ook in moeilijke omstandigheden)

Spel als kinderrecht

Right to Play

Wat is spel?

Spel is alle lichamelijke activiteit waaraan je vreugde beleeft en waaraan je kunt deelnemen. Spel biedt kinderen allerlei voordelen en is essentieel voor hun fysieke gezondheid en emotionele ontwikkeling. De VN en haar leden toonden dat ze het belang van het recht op spelen onderschrijven in de in 1989 opgestelde Verklaring van de Rechten van het Kind.
De mogelijkheid om te spelen is niet voor ieder kind weggelegd. Voor kinderen die leven in door conflict, armoede of ziektes getroffen gebieden is spelen geen vanzelfsprekendheid. Ook zijn er kinderen die door andere oorzaken niet kunnen deelnemen aan spelactiviteiten. Denk aan genderkwesties, etniciteit, minder validen, religie of sociale achtergrond.
Door te spelen gebruikt het kind lichaam en geest. Hierdoor heeft het de mogelijkheid de problemen uit het verleden te verwerken. Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om plezier te hebben en vaardigheden op te bouwen voor de toekomst. Spel laat kinderen weer kinderen zijn.

Door onze ervaring in het veld hebben we gezien dat het van groot belang is dat een kind kan spelen. In spelletjes en de rollen die ze hierin spelen worden kinderen geconfronteerd met belangrijke zaken als het nemen van een besluit, tolerantie, het sluiten van compromissen en het zoeken naar oplossingen voor problemen.

Begrip van democratie

Sport is een krachtig instrument dat kinderen leert wat democratie betekent. Kinderen leren het belang van samenwerking, teamwork en het feit dat ze van anderen afhankelijk zijn bij het bereiken van een gemeenschappelijk doel. Ze leren beslissingen nemen na een proces dat uitgaat van teambuilding en met elkaar delen, waarbij aandacht is voor de mening van anderen en waarbij alle meningen worden gewogen. Dit lijkt simpel als het gaat om spelen, maar het kind leert hierdoor belangrijke lessen op de weg naar volwassenheid.

Fair Play

Sport biedt nieuwe mogelijkheden om de regels van het leven en fair play te leren begrijpen. Sport zorgt er ook voor dat er meer begrip en acceptatie is voor de verschillen die er tussen mensen bestaan. Dit is des te belangrijker als de sport wordt uitgeoefend door verschillende etnische groepen. Silken Laumann, een van onze atletenambassadeurs reisde in 2000 naar de vluchtelingenkampen in Sudan en Eritrea. Terwijl ze een partijtje voetbal speelde met enkele van de meisjes uit het kamp, merkte ze dat sommige van hen zelfs nog nooit met elkaar hadden gesproken. Ondanks het feit dat ze in het kamp waren geboren. Het begrip van regels en het tonen van respect voor de tegenstander gelden niet alleen op het sportveld. Ze gelden ook in het dagelijks leven.

Deelname van vrouwen en leiderschap

In onze programma’s promoten wij de deelname van vrouwen aan sport en spel, zowel als atleten en als coaches. Dit leiderschap van vrouwen in sport heeft zijn weerklank in de maatschappij: ook hier wordt deelname van vrouwen gestimuleerd. Sport wordt door ons gebruikt om leiderschap te promoten tussen kinderen en jongvolwassenen. Kinderen die zich gedragen als leiders zullen deze kwaliteiten ook gebruiken als ze volwassen worden.

Conflicthantering

Het oplossen van conflicten is een andere les die je leert door deelname aan sportactiviteiten. Zowel teamwork als het competitie-element zijn belangrijk bij het begrijpen van de tegenstander en bij het samen werken naar een gemeenschappelijk doel. Om resultaten te behalen, zijn compromissen en samenwerking onontbeerlijk.

Sport is universeel

Doordat sport iets is van iedereen en overal, biedt het de mogelijkheid mensen te verenigen en een dialoog te starten. We hoeven maar te kijken naar de Olympische Spelen en we zien het belang van sport voor nationale en individuele trots. Om nog maar te zwijgen van het promoten van vrede, het meedoen en fair play. Right To Play wil sport nog vaker inzetten als middel bij ontwikkeling.

Wij willen overheden en organisaties in staat stellen om door middel van sport hun capaciteiten uit te bouwen. Een blijvend resultaat kan worden bereikt door lokale gemeenschappen aan te moedigen onze programma’s over te nemen, door ze te managen en verder te ontwikkelen. Management training en een continue opleiding zorgen voor een blijvend resultaat. Kinderen die deelnemen aan onze programma’s worden gestimuleerd blijvend betrokken te zijn als onderdeel van het leiderschapprogramma. Right To Play en haar ambassadeurs blijven ook druk uitoefenen op staten om de VN Verklaring van de Rechten van het Kind te ratificeren. Sport is tevens een manier om een gemeenschap te betrekken in initiatieven die zich richten op een gezonde levensstijl en welzijn. Campagnes gericht op vaccinaties, de zorg voor de gezondheid en HIV/AIDS zijn meer succesvol als ze zijn gekoppeld aan een lichamelijke activiteit.

http://www.righttoplay.nl/smartsite.dws?id=1749

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Sporten en spelen om de oorlog te vergeten

Furdos is een meisje van 14 jaar uit Sudan, een groot land in Afrika. Furdos en haar familie komen uit de regio ‘Darfur’. Zolang Furdos zich kan herinneren is het oorlog in haar land. Door de oorlog moesten Furdos, haar zus en haar moeder vluchten. Alles moesten ze achterlaten, en nu wonen ze in een vluchtelingenkamp. Furdos’ vader is tijdens de oorlog overleden, toen rebellen hun dorp binnenvielen. Furdos heeft dus al heel wat vervelende dingen meegemaakt.

 ‘Deze week gaat het al een stukje beter’, zegt Furdos. In het kamp is een school geopend, zodat de kinderen ook hier gewoon naar school kunnen. ‘Op school hoef ik even niet aan de oorlog te denken. Ik wil graag leren, om later zelf juf te worden. Vooral Arabisch leren vind ik leuk’.

En er is in het vluchtelingenkamp sinds kort een speciale ‘kindvriendelijke speelplaats’. Hier kunnen kinderen voor of na schooltijd met elkaar sporten en spelen. Voor kinderen in vluchtelingenkampen is sporten en spelen niet alleen belangrijk om de oorlog even te vergeten. Het is ook belangrijk om lekker veel te bewegen, zodat ze gezond blijven. Er zijn zelfs al vier voetbalteams: drie jongensteams en één meisjesteam.

Furdos houdt niet zo van voetbal, maar ze speelt wel graag op de draaimolen. ‘Als ik rondzwier op de draaimolen kan ik alles even vergeten. Het is dan net alsof de nare herinneringen uit mijn hoofd waaien’, vertelt Furdos. ‘Ik denk vaak terug aan onze tuin met de grote fruitboom. En aan mijn vader, want die mis ik. Hopelijk komt er snel een einde aan de gevechten in Sudan. Want ik wil graag weer naar huis.’
Er verschijnt vandaag gelukkig weer een glimlach op het gezicht van Furdos. Ze is naar school geweest, en ’s middags heeft ze samen met haar zus en andere meisjes gespeeld.

Drie keer per week zijn er speciale ‘kunstlessen’ waar alle kinderen naar toe mogen. De kinderen maken tekeningen, schilderijen of toneelstukken over wat ze hebben meegemaakt. Ook kunnen ze erover praten met elkaar, of met een onderwijzer. Dit helpt de kinderen om beter om te gaan met hun nare herinneringen aan de oorlog. Furdos is blij met deze kunstlessen. Ze vindt het fijn om te tekenen, en om over alles wat ze heeft meegemaakt te praten. Het helpt ook om de verhalen van andere kinderen te horen. Dan weet Furdos dat ze niet ‘alleen is’. En volgens de lerares is ze een echt tekentalent!

http://www.unicef.nl/media/3619/SWBSP_Sport&spel.pdf

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Allemaal cijfers

Alle kinderen ter wereld moeten kunnen sporten en spelen. Omdat het leuk en gezellig is én goed voor je gezondheid. En omdat je kunt ontspannen. Hieronder staan allemaal cijfers over kinderen die niet (genoeg) kunnen sporten, of over kinderen die juist wel weer kunnen spelen.
• Kinderen die moeten werken, hebben soms niet genoeg tijd over om te sporten of te spelen. In de hele wereld werken er ongeveer 246 miljoen kinderen. Vaak werken kinderen wel negen uur per dag.
• In België krijgen alle leerlingen op school minstens lichamelijke opvoeding. En veel kinderen zijn lid van een sportclub.
• Voor sommige kinderen die in een oorlogsgebied wonen, is het soms te gevaarlijk om buiten te spelen. In oorlogsgebieden liggen gevaarlijke landmijnen die kunnen ontploffen. Elk jaar worden er 3.000 tot 4.000 kinderen slachtoffer van ongelukken met landmijnen. En 85% van die kinderen gaat zelfs dood. In de hele wereld liggen ongeveer 115 miljoen landmijnen.
• Ongeveer 20 miljoen kinderen zijn door een oorlog gevlucht en wonen in een vluchtelingenkamp of in een ander land. Unicef probeert om in de vluchtelingenkampen veilige speelplaatsen te maken voor kinderen.
• In Sudan is al een halve eeuw geen vrede meer. Unicef en de organisatie Right To Play werken samen in Zuid-Sudan, waar ze ruim 26.000 jongens en meisjes tussen de 5 en 18 jaar de kans willen geven om samen te sporten. Kinderen kunnen dan even hun nare herinneringen aan de oorlog vergeten.
• Brazilië is een groot land in Zuid-Amerika waar veel kinderen wonen, wel 39 miljoen. Maar lang niet alle kinderen hebben genoeg tijd of geld om te sporten en te spelen. In vijf jaar tijd wil Unicef er samen met de Braziliaanse regering, scholen en andere internationale organisaties voor zorgen dat alle kinderen in Brazilië kunnen sporten en spelen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Kinderspel over de hele wereld

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geen kinderspel: over speelgoed tijdens WOII

Een ondergedoken vliegtuig

De verhalen bij deze stukken speelgoed illustreren de moed en de wil om te overleven van kinderen in de oorlog. Het speelgoed is gemaakt in de kampen of tijdens de onderduik. De gebeurtenissen waren geen kinderspel. Toch haalden kinderen kracht en troost uit hun creativiteit en fantasie.

Joop Levy was met zijn ouders ondergedoken op een boerderij. Daar had hij geen vrienden om mee te spelen. Op zijn 8ste verjaardag kreeg Joop een grote verrassing: een koerier van het verzet bracht dit vliegtuig. Het was gemaakt door zijn neef Jonny en een Russische piloot. Die waren ergens anders ondergedoken. Een jaar na de bevrijding was er in het dorp een optocht. Joop liep mee verkleed als piloot... met het vliegtuig trots onder zijn arm.

Poëziealbum

Rosalie Italiaander was 8 jaar toen ze in juni 1942 - zonder haar ouders - onderdook bij de familie Dinkhuijsen. Rosalie kreeg valse papieren en een nieuwe naam: 'Jopie Goedhart'. Ze was nu voor de buitenwereld - en voor de Duitsers! - geen joods meisje. Met de dochter van de familie groeide ze op alsof ze zusjes waren.
Af en toe kon Jopie naar school. Alle meisjes op school hadden een poesiealbum. Toen vroegen ze Jopie of zij ook een poesiealbum had. Haar onderduikouders hebben toen een album gekocht. Alle vriendinnetjes hebben daarin een gedichtje geschreven voor ... Jopie. Want niemand mocht weten dat ze eigenlijk Rosalie heette.
Het was voor haar heel moeilijk om haar echte naam te 'vergeten'.

Mijn vriend de beer

Michael Floersheim was 4 jaar toen hij met zijn familie in kamp Westerbork gevangen werd gezet. Hij mocht één ding meenemen en dat was een beer.

Vanuit Westerbork ging hij naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. De beer was zijn enige vriend.
Na de bevrijding raakte Michael zijn beer kwijt.

In 1970 op een vakantie in Arosa (Zwitserland) zag hij toevallig precies zo'n beertje. Hij kocht het en noemde het beertje 'Arosall'. De berenbontjas liet hij maken in Israël. Tot zijn dood in 1992 hield hij Arosall bij zich.

Het hert en de tijger

De nazi's bouwden kampen om 'ongewenste figuren' op te sluiten. Dat waren vooral joden, maar ook bijvoorbeeld zigeuners, verzetsmensen en homo's.

Er waren verschillende soorten concentratiekampen:
- werkkampen
- doorgangskampen
- vernietigingskampen.

Vanaf 1942 werden de Nederlandse joden naar doorgangskamp Westerbork in Drenthe gestuurd. Daarna werden ze met goederentreinen naar vernietigingskampen gebracht, zoals Auschwitz en Sobibor in Polen. Veel mensen in de kampen moesten werken zolang ze niet werden doorgestuurd. In Westerbork werd bijvoorbeeld houten speelgoed gemaakt.

Een trein voor Tom

Tijdens de onderduikperiode in Lemelerveld maakte vader Van den Bergh deze trein voor zijn zoon Tom. De ouders, broertjes en zusjes Van den Bergh waren allemaal op een andere plek in Nederland ondergebracht. Tom zat in Doorn ondergedoken. Waarschijnlijk heeft een koerier uit het verzet de trein van Lemelerveld naar Doorn gebracht. De hele familie heeft de oorlog overleefd.

Joodse poppen

In de landen die door Duitsland waren bezet werden eerst alle joodse ambtenaren ontslagen. Snel daarna werden steeds meer beroepen 'voor joden verboden'. Ook joodse zakenmensen en directeuren verloren hun baan.

De joodse directeur van een Belgische poppenfabriek mocht zijn baan een tijdlang houden. Maar alleen als de poppen een jodenster kregen en alleen maar aan joodse mensen werden verkocht.

Gettopoly

De joden moesten apart wonen in afgesloten buurten. We noemen dat getto's. De joden mochten er niet meer uit. Het leven was er heel slecht.

Toen de Duitsers de baas waren in Nederland, moesten ook veel Nederlandse joden in een aparte buurt gaan wonen. Maar er waren hier geen echte afgesloten getto's.

Ook de Nederlandse joden kregen steeds minder vrijheid. Bij zwembaden, parken, plantsoenen kwamen bordjes 'Voor joden verboden'. Joden mochten niet meer met de tram of op de fiets. Joodse kinderen moesten naar aparte scholen.

Dit 'monopolyspel' is gemaakt in het getto Theresienstadt (Tsjechië) in 1943. De velden in het spel zijn genoemd naar de straten en gebouwen in het getto. In het midden van het bord is Theresienstadt afgebeeld.

Pop Suzie

Ik ben Suzie en 'mijn ouders' zijn Inge en Peter. In 1935 was Peter net één jaar. Twee jaar later vluchtte Peter met zijn ouders en zusje Inge naar Rotterdam. In 1940 maakten ze het bombardement op Rotterdam mee.

De vader van Peter vluchtte, maar werd door de Duitsers opgepakt en op transport gezet. Peter zag zijn vader nooit meer terug.

Zijn moeder vond een onderduikadres in Amsterdam. Peter en Inge kwamen in een kindertehuis in Zeist terecht. Daarna volgden nog verschillende onderduikadressen. De bevrijding maakten ze mee in Amsterdam.

Ik, Suzie, reisde overal mee. Ik was niet meer alleen een pop om mee te spelen, ik werd kameraad, mascotte, steun en toeverlaat. Ik heb alles gezien en meebeleefd, de angsten, de onzekerheid, de hoop, de geheime radio Oranje, de noodkacheltjes waarop suikerbieten en bloembollen werden gekookt, de koffiemolen om graan te malen, de razzia's op mensen, het eten uit de gaarkeuken waaraan Peter haast stierf, de voedseldroppings, de intocht van de Engelsen en Canadezen, de bevrijders van Amsterdam.

Peter, Inge, hun moeder en ik hebben de oorlog op wonderbaarlijke wijze overleefd. Tot de dag van vandaag ben ik nog steeds onafscheidelijk met Peter verbonden. Ik ben nooit van zijn zijde geweken en pronk op zijn nachtkastje naast de foto van zijn vader.

Peter Leers schreef na de oorlog dit verhaal van de pop Suzie

De vogel in het Pas-op-kamp

Deze vogel is door een Rus gemaakt in het 'Pas-op-kamp' in de Veluwse bossen. De Rus maakte houtsnijwerk met een plankje en een aardappelschilmesje. In het 'Pas-op-kamp' zaten in 1943 en 1944 zo'n 80 mensen ondergedoken:

- joodse mannen, vrouwen en kinderen
- mensen uit het verzet
- Engelse, Russische en Amerikaanse soldaten

Deze onderduikers werden geholpen door 'opa Bakker' en zijn vrouw 'tante Cor'. Ze woonden in kleine houten hutjes, tenten en barakken. Boeren uit de omgeving gaven voedsel.

De kinderen moesten altijd zachtjes praten en rustig lopen. Ze mochten niet buiten het terrein komen. Ze kregen les van studenten, deden rekstokoefeningen, ze zochten paddestoelen, en speelden met de houten vogel.

Kwartetspel en lucifersmerken

Julie Stein was 7 toen ze onderdook op een boerderij in Friesland. Ze kon niet naar school en mocht bijna nooit naar buiten. Want ... als iemand haar zag, kon ze worden verraden.

Op de boerderij waren geen andere kinderen. Er was ook geen speelgoed. Julie speelde met de dieren. 's Winters mocht ze helpen met koeien melken. Die stonden dan in de stal. Af en toe speelden de boer en boerin met haar dit kwartetspel in het Fries.

Julie verzamelde ook lucifersmerken: van de Koninklijke Lucht-macht, the British Army and Navy, de V van Victory uit Canada, en ook van ... de Duitse Adelaar!

Een kostbare pop

De familie Rudel vluchtte weg om aan het concentratiekamp te ontsnappen. Zij reisden van de ene naar de andere schuilplaats.

Claudine nam haar pop altijd mee. Claudine moest van haar ouders onderweg goed passen op haar haar pop Colette. Ze vond haar ouders maar zeuren als ze weer vroegen of ze wel goed op haar pop paste. Dat was toch logisch! Een moeder moet toch ook goed op haar kind passen. Ze wist niet dat haar ouders geld voor de illegale (=in het geheim gemaakte) reis in de pop hadden verstopt.

Later kreeg Claudine een kinderserviesje van haar vader. Alleen het gelijmde kommetje bleef over. Het kleedje heeft ze in februari 1944 stiekem geborduurd. Het was een verrassing voor de verjaardag van haar moeder. Claudine wilde haar pop niet uitlenen voor de tentoonstelling, want ze wil de pop elke dag even zien. Daarom lig alleen de jurk van Colette in de tentoonstelling.

Kat en muis en vrachtauto

Joachim Max de Jonge dook met zijn vader, moeder en broer onder toen ze een oproep kregen voor kamp Westerbork. Eind juni 1943 vertrokken ze naar hun laatste onderduikadres, bij mevrouw Nooitgedagt. Zij was de weduwe van de directeur van een fabriek waar schaatsen en houten speelgoed werden gemaakt.

Joachim maakte met zijn vader en broertje allerlei houten voorwerpen zoals vrachtauto's en een leuke kat-en-muis-tuimelaar. Ze gebruikten daarvoor restjes beukenhout uit de fabriek. Die spullen werden vaak weggegeven aan verzetsmensen en ondergedoken kinderen. De hele familie heeft de oorlog overleefd.

http://www.verzetsmuseum.org/kinderen/nl/film/Film,geen-kinderspel:
Op de website zijn filmpjes te vinden
waarin mensen getuigen over het speelgoed dat ze hadden tijdens WOII

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed, een industrie

Speelgoed en kinderarbeid

'Kinderarbeid bij McDonald's'

Hamburgerketen McDonald's maakt gebruik van kinderarbeid. In het zuiden van China vervaardigen kinderen van soms nog geen veertien jaar oud het speelgoed dat de restaurants cadeau geven bij sommige maaltijden. Dat heeft de Hongkongse krant South China Morningpost gisteren gemeld.  Het speelgoed worden gemaakt door het bedrijf City Toys Ltd. in de 'speciale economische zone' Shenzhed, vlakbij Hongkong.
Kinderen moeten daar volgens de South China Momingpost zeven dagen in de week zestien uur per dag werken voor een bedrag van nog geen vijftig cent per uur. Zij
maken daar miniatuurtjes van de stripfiguren Snoopy, Winnie the Pooh en dergelijke.
De kinderen moeten met zijn vijftienen slapen in ruimtes van vijftien tot dertig vierkante meter. Op de houten bedden liggen volgens de krant geen matrassen. De huur van een slaapplaats bedraagt net zoveel als het loon voor veertig uur werken. Een dag in de maand zijn de kinderen vrij.
De leverancier van McDonald's, Simon Marketing uit Hongkong, ontkent dat sprake is van kinderarbeid bij de fabrikant van de speeltjes. Maar een Hongkongse vakbond trof vorige maand bij City Toys meer dan 160 kinderen van12 tot 15 jaar aan. In totaal
zouden 400 minderjarigen bij de fabriek werken. Dat is een vijfde deel van het aantal werknemers. In China mogen kinderen onder de 16 niet werken. Ondanks alle re- gels werken er in China volgens de Internationale Arbeidsorganisatie ILO meer dan 13 miljoen kinderen van 10 tot 14 jaar.(AFP)

http://www.hellighart.nl/docenten/project21/mcdonalds.html

IKEA & UNICEF

De IKEA Groep en UNICEF werken samen op internationaal én lokaal niveau. Op internationaal niveau steunt IKEA structureel UNICEF-projecten op het gebied van onderwijs. IKEA Nederland steunt UNICEF door onder andere de verkoop van UNICEF-kaarten en knuffelbeesten, maar ook met de opbrengsten van de fooienpotten die in alle IKEA-vestigingen staan.

In de periode voor Kerstmis doneert IKEA 1 euro van elke verkochte knuffel aan UNICEF en Save the Children voor het financieren van projecten voor een beter leven van kinderen. Sinds de start in 2003 heeft de IKEA Groep met de verkoop van de IKEA PS BRUM beer en ander pluchen speelgoed, 6,9 miljoen euro ingezameld voor kinderen in nood.
IKEA steunde tot nu toe projecten in Azië, Afrika en in Centraal- en Oost-Europa

IKEA Social Initiative steunt een UNICEF project tegen kinderarbeid in Uttar Pradesh, India. Een regio waar veel tapijten van IKEA. gemaakt worden. Het doel is om kinderarbeid in de carpet belt te voorkomen en uit te roeien door belangrijke oorzaken zoals schulden, armoede, gebrekkig onderwijs, invaliditeit en slechte gezondheid aan te pakken.

In de katoenzaadplantages in de Indiase staat Andhra Pradesh steunt IKEA  een onderwijsproject voor meisjes met als doel een alternatief te bieden voor kinderarbeid. In 104 dorpen bereikt UNICEF 63.000 kinderen met dit project en krijgen 70 scholen beter onderwijs.

In noodsituaties of bij tekorten helpt IKEA Social Initiative UNICEF met goederenhulp of andere hulpmiddelen en doneert bijvoorbeeld IKEA producten. Na de tsunami in 2004 kregen slachtoffers in Indonesië, Sri Lanka en India lakens, dekens, matrassen en speelgoed. Na de aardbeving in Pakistan in 2006 doneerde
Jan Bouke Wijbrandi, algemeen directeur UNICEF Nederland, over de samenwerking met IKEA: Een voorbeeld van een relatie met inhoud is volgens Wijbrandi die met IKEA. Met de Zweedse meubelretailer heeft UNICEF een groot internationaal partnership gesloten. Volgens Wijbrandi begrijpt IKEA dat de hete hangijzers die NGO's en journalisten ter sprake brengen, signalen van klanten zijn die je niet mag negeren. Wijbrandi: "Want klanten willen liever geen kussentjes kopen waarbij zij zich moeten afvragen; is dit door kinderhanden gemaakt?  Om dat te voorkomen heeft IKEA samen met ons een vergaand beleid tegen kinderarbeid geformuleerd. En dat is geen sinecure als je bekijkt hoe groot de keten van toeleveranciers is. UNICEF volgt de verrichtingen van IKEA op de voet, vaak ook op verzoek van het bedrijf zelf."

http://www.unicef.nl/partners/ikea--unicef.aspx

Dreamland en verantwoord speelgoed

In aanvulling op ons 'Charter omtrent kinderarbeid en werkomstandigheden' werkt DreamLand, net als de andere leden van de Groep Colruyt, als eerste en tot nu toe enige Belgische distributeur samen met de ICTI-federatie (International Council of Toy Industries). Zo ligt er nóg meer gecontroleerd speelgoed in de rekken.

 DreamLand lanceerde al in 2002 samen met Colruyt het 'Charter omtrent kinderarbeid en werkomstandigheden'. Al onze rechtstreekse speelgoedfabrikanten hebben dit charter ondertekend. Zo engageren ze zich om geen kinderen tewerk te stellen en de werkomstandigheden te verbeteren. Erkende onafhankelijke controleorganismes controleren of iedereen zich aan de gemaakte afspraken houdt.

Vooraleer niet-Europese speelgoedproducenten aan Dream & Colruyt mogen leveren, moeten zij onze gedragscode ondertekenen. Zo verklaren ze zich akkoord met de richtlijnen van ons charter. Deze code omvat een aantal specifieke maatregelen om kinderarbeid te voorkomen en de werkomstandigheden van jongeren, en van de werknemers in het algemeen, te verbeteren.
Zo moeten alle producenten de nationale wetgeving respecteren in de landen waar ze hun producten laten fabriceren. Het bedrijf moet ook voldoen aan de lokale wettelijke milieu-, veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.
Inzake kinderarbeid mag het bedrijf geen kinderen onder de wettelijke minimumleeftijd tewerkstellen. Volgens het ILO-verdrag (International Labour Organisation), is de minimumleeftijd om te mogen werken 15 jaar, behalve in landen waar een minimumleeftijd van 14 jaar aanvaard wordt. Voor jongeren (tussen 15 en 18 jaar) baseren we ons op het VN-verdrag van de Rechten van het Kind en vragen we aan onze leveranciers speciale aandacht voor deze werkende jongeren (tijd om naar school te gaan, niet meer dan de wettelijk toegestane arbeidsduur per dag werken, veilige en aangepaste werkplaats enz.).

Sinds 2007 werken DreamLand en Colruyt, als eerste Belgische distributeur, samen met ICTI en hun ICTI Care Process. ICTI is de internationale speelgoedfederatie, en hun Care Process is een gedragscode of charter rond arbeidsomstandigheden in speelgoedfabrieken. De ICTI-gedragscode stelt nagenoeg identieke voorwaarden als ons eigen Charter.

Leden van ICTI (zoals Lego, Mattel, Hasbro, enz.) laten enkel nog speelgoed produceren bij fabrikanten die zich aan het ICTI Care Process houden en waar de werkomstandigheden regelmatig en strikt gecontroleerd zijn. Die fabrikanten krijgen een ICTI-certificaat dat elk jaar vernieuwd wordt. Om zeker te zijn dat ze dit certificaat verdienen, worden ze minstens eenmaal per jaar geauditeerd door neutrale, onafhankelijke auditbureaus.

Dankzij de samenwerking met ICTI worden fabrikanten die de ICTI-gedragscode naleven door DreamLand als ICTI-gecertificeerde leveranciers aanvaard. We kunnen de volledige ICTI-auditverslagen raadplegen van de fabrikanten waar we aankopen en extra informatie opvragen. Met het geld dat vrijkomt doordat we die fabrikanten niet meer zelf moeten auditeren, kan DreamLand meer controles organiseren bij zijn andere leveranciers zonder ICTI-certificaat.  Zo bieden wij nog sterkere garanties voor verantwoord speelgoed in de winkelrekken.

http://www.dreamland.be/dreamland/static/info_speelgoed_n.shtml
http://www.toy-icti.org/

David & Luna

Eerlijk speelgoed op www.davidandluna.com
David & Luna: de eerste webwinkel in Nederland met 100% duurzame kindermeubels en –accessoires
Hoe kan het dat zo veel speelgoed giftige stoffen bevat? Dat voor het maken van meubels hele oerwouden worden gekapt? Accepteer je het dat kinderen spelen met spullen die gemaakt zijn door hun leeftijdsgenoten? David & Luna niet!
David & Luna is de eerste webwinkel in Nederland met 100% duurzame kindermeubels en –accessoires, gegarandeerd kinderarbeidvrij. De oprichtster van het bedrijf, Marijn Laagewaard, heeft over de hele wereld producten gezocht die exact passen bij de filosofie: het beste voor je kind, het beste voor de wereld.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Gevaarlijk speelgoed

Bart Staes: “We blijven ook bij onze eis dat het testen en uitvoeren van veiligheidsonderzoeken van speelgoed, niet door de producenten zelf gedaan moet worden, zoals de richtlijn bepaalt, maar door onafhankelijke controle-instanties.”
Volgens Staes zal dan blijken dat de praktijk onvoldoende rekening houdt met de gezondheid van kinderen: “De richtlijn schrijft voor dat lidstaten steekproeven moeten uitvoeren, maar dat is te vrijblijvend. Toenmalig minister voor Consumentenbescherming Paul Magnette gaf begin november 2008, op een vraag van kamerlid Meyrem Almaci (Groen!), toe dat België “géén punctuele controles op veiligheid van speelgoed uitvoert”. Bovendien hebben consumenten helemaal geen zekerheid, want er bestaat ook geen echt Europees kwaliteitslabel dat ouders toelaat goed gedocumenteerde beslissingen te nemen en dus speelgoed te vermijden dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid van hun kinderen.”

http://groen.be/actualiteit/Telex-eu-wetgeving-voor-veilig-speelgoed-moet-strenger_1307.aspx

Een filmpje over loodtesten in speelgoed: http://www.youtube.com/watch?v=P3mgRobBedM

Een filmpje over gevaarlijk speelgoed: http://www.youtube.com/watch?v=hS-tBhw8MbE&feature=channel

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en commerce

Speelgoed en branding

Speelgoed is een handel

Speelgoed is niet zomaar 'bezit', zoals een bankstel of een eierwekker. Het is het visitekaartje van onze opvoeding, waarmee we de ontwikkeling van onze kinderen stimuleren, beperken, of de verkeerde kant op sturen. Maar het is ook gewoon handel.
De speelgoedhandel weet hoe belangrijk ouders speelgoed vinden voor de ontwikkeling van hun kinderen. De branche speelt daar op in met alle suggesties die tot verkoop kunnen verleiden.
Ze suggereren ontwikkelingskansen, pedagogisch verantwoord aanbod, en betrokkenheid bij het kinderwelzijn. Ze appelleren aan onze onzekerheid, onze wens om het goed te doen, om lief te zijn, en verantwoordelijk te handelen. Ze verwoorden kinderwensen als legitieme rechten en behoeften. Al met al zou je bijna vergeten dat het gewoon handel is.

De belangen van de speelgoedhandel zijn groot, deze laatste vier maanden van het jaar. Vanaf nu tot het eind van het jaar moet ongeveer 70% van de totale jaaromzet gehaald worden. Juist nu is er dus behoefte aan nieuw speelgoed.
Dat is niet alleen de schuld van Sinterklaas en de Kerstman. Want ieder jaar begint in het najaar een andere manier van spelen, die voortduurt tot de volgende zomer.
De eerste schooldag verandert de speelwensen. Voorbij zijn dan de lange, lege vakantiedagen waarin kinderen zelf bepaalden wat ze wilden doen. Nu ziet het dagprogramma er heel anders uit, met school, sport, clubjes, naschoolse opvang, etc. Dat alles leidt tot andere speelwensen.
Zelfs thuis spelen ze nu anders. Ze gaan nu minder vaak, en korter naar buiten. Binnen komt het speelgoed van vóór de vakantie te voorschijn. En dan blijkt veel speelgoed ineens oud, fout, of uit te zijn. Het kind is immers al weer drie maanden (of meer) ouder.

Door al deze veranderingen is nu het wensenseizoen aangebroken, en de speelgoedhandel speelt daarop in. Die is helemaal klaar om te laten zien waar kinderen tegenwoordig mee kunnen – nee, móeten – spelen, om goed bezig te zijn. Waarbij feilloos wordt ingespeeld op de diepgewortelde wens van ouders om de ontwikkeling van hun kinderen zo goed mogelijk te stimuleren.
De blijde boodschap is elk jaar dat de nieuwste artikelen nóg beter zijn dan vorig jaar, omdat gebruik gemaakt kon worden van nóg recentere inzichten en nóg betere technieken, waardoor de nieuwste artikelen een nóg waardevollere bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van uw kind dan vorig jaar. Terwijl er in werkelijkheid natuurlijk weinig veranderd is in één jaar, noch pedagogisch, noch technologisch.
Het enige wat er veranderd is ten opzichte van vorig jaar, is de tijdgeest. Of de mode, zo u wilt.

redactie@ouders.nl

De auteurs voorzien dat binnen vijf jaar het merendeel van de kinderen een smartphone of psp heeft, waarmee ze 24 uur per dag online kunnen zijn.  Uit het boek sinds december 2009 beschikbaar: ‘de WIFI-generatie’

http://youngmarketing.web-log.nl/youngmarketing/2009/12/boek-de-wifi-ge.html

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed wordt echt

Het fluwelen konijn

Er was eens een fluwelen konijn, en in het begin was het echt heel mooi. Het was dik en mollig, zoals een konijn hoort te zijn; zijn pels was bruin met wit gevlekt, het had echte snorharen, en zijn oren waren gevoerd met roze satijn. Op Kerstmorgen, toen het bovenin de kous van het jongetje zat geklemd, met een takje hulst tussen zijn pootjes, zag het er snoezig uit.
Er zaten nog andere dingen in de kous, noten en sinaasappelen en een speelgoedlocomotief, en amandelen met chocolade eromheen, en een opwindmuis, maar het Konijn was wel het mooiste van alles. Het Jongetje was minstens twee uur lang dolgelukkig met hem, en toen kwamen er Ooms en Tantes voor het Kerstdiner, en er was een boel geritsel van zijdepapier en pakjes openmaken, en in de opwinding bij het zien van al die nieuwe geschenken werd het Fluwelen Konijn vergeten.
Lange tijd bracht hij in de speelgoedkast door of op de vloer van de kinderkamer, en er was niemand die naar hem omkeek. Hij was van nature nogal schuw, en omdat hij alleen maar van fluweel gemaakt was, deed het duurdere speelgoed erg lelijk tegen hem. Het mechanische speelgoed was erg hoogmoedig, en keek op de anderen neer; zij waren uitgerust met de nieuwste snufjes en beweerden dat ze echt waren. De modelboot, die al zijn verf kwijt was doordat er twee zomers achtereen met hem gespeeld was, had het hoogste woord van allemaal en liet geen gelegenheid voorbij gaan om eraan te herinneren hoe goed hij in technisch opzicht wel in elkaar zat. Het Konijntje kon er geen aanspraak op maken dat hij een model van iets was, want hij wist niet dat er echte konijnen bestonden; hij dacht dat ze, net als hijzelf, allemaal met zaagsel waren gevuld, en hij snapte wel dat zaagsel nogal ouderwets was en in moderne kringen had afgedaan. Zelfs Timotheus, de beweegbare houten leeuw, die gemaakt was door de zieke en gewonde soldaten en ruimere opvattingen zou moeten hebben, stak zijn neus in de wind en beweerde dat hij op goede voet stond met de Regering.
Tussen al dit speelgoed moest het arme Konijntje zich wel erg gewoon en onbeduidend voelen, en de enige die toch aardig voor hem was, was het Leren Paard. Het Leren Paard woonde het langste van allemaal in de kinderkamer. Hij was zo oud dat zijn bruine vacht kale plekken had, en de stiknaden schenen erdoorheen, en de meeste haren van zijn staart waren er uitgetrokken om kralenkettingen van te rijgen. Hij was heel wijs, want hij had een lange stoet van mechanisch speelgoed zien komen, dat niets anders deed dan bluften en snoeven, tot al gauw hun opwindveren gebroken waren en ze voorgoed verdwenen, en hij wist dat dit alleen maar speelgoed was en dat het nooit in iets anders zou kunnen veranderen. Want de toverkracht van een kinderkamer is heel wonderlijk en mooi, en alleen speelgoed dat net zo oud en wijs en ervaren is als het Leren Paard begrijpt het allemaal.
`Wat is ECHT' vroeg het Konijntje op een dag toen ze naast elkaar lagen, vlak bij de haard in de kinderkamer, voordat Nana op zou komen ruimen. `Betekent het dat je van binnen iets hebt dat zoemt en van buiten een palletje?' `Echt is niet hoe je gemaakt bent,' zei het Leren Paard. `Het is iets dat met je gebeurt. Als een kind lang, heel lang van je houdt, niet alleen om met je te spelen, maar ECHT van je houdt, dan word je ECHT.'
`Doet dat pijn?' vroeg het Konijntje. `Soms wel,' zei het Leren Paard, want hij sprak altijd de waarheid. `Als je Echt bent, dan geef je er niets om dat het pijn heeft gedaan.' `Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden?' vroeg hij, `of stukje voor stukje?' `Het gebeurt niet allemaal ineens,' zei het Leren Paard. 'je wordt het gewoon. Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het niet vaak met dingen die gemakkelijk breken, of scherpe randen hebben, of heel voorzichtig behandeld moeten worden. In het algemeen ben je tegen de tijd dat je Echt wordt, meestal kaalgeknuffeld, en je ogen zijn eruit gevallen en je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit. Maar dat geeft allemaal niets, want als je eenmaal Echt bent, ben je niet lelijk meer, behalve voor mensen die het niet begrijpen.'
`Dan ben jij zeker Echt?' zei het Konijntje. En toen wilde hij maar dat hij dit niet gezegd had, want het Leren Paard was misschien erg gevoelig. Maar het Leren Paard glimlachte alleen maar. `De Oom van het jongetje heeft mij Echt gemaakt,' zei hij. `Dat is jaren en jaren geleden gebeurd; maar als je eenmaal Echt bent, kun je nooit meer onecht worden. Er komt nooit een eind aan.'
Het Konijntje zuchtte. Hij dacht dat het heel lang zou duren voordat die toverkracht die ze `Echt' noemden, over hem zou komen. Hij verlangde ernaar om Echt te worden en te weten te komen hoe je je dan voelde; en toch was het een nogal verdrietige gedachte dat hij eerst kaal zou worden en zijn ogen en zijn snorharen zou kwijtraken. Hij wilde maar dat hij Echt kon worden zonder dat al die vervelende dingen met hem zouden gebeuren.
Er was iemand die Nana heette en die alles in de kinderkamer regelde. Soms schonk ze helemaal geen aandacht aan het speelgoed dat overal door de kamer slingerde, en soms, zonder duidelijke reden, stoof ze er als een wervelwind op af en smeet het haastig in de kasten. Ze noemde het `opruimen' en al het speelgoed had er een hekel aan, vooral het blikken speelgoed. Het Konijntje vond het niet zó erg, want hoe ze ook met hem gooide, hij kwam altijd zacht terecht.
Op een avond toen het jongetje naar bed ging, kon hij zijn Chinese hond die altijd bij hem sliep, nergens vinden. Nana had erg veel haast en het was veel te lastig om tegen bedtijd naar Chinese honden te gaan zoeken, daarom keek ze even rond en toen ze zag dat de deur van de speelgoedkast openstond, pakte ze maar iets. `Hier,' zei ze, `neem je ouwe konijn maar! Hij zal wel bij je slapen!' En aan één oor sleepte ze het Konijntje de kast uit en stopte hem het Jongetje in zijn armen.
Die nacht, en nog vele nachten daarna, sliep het Fluwelen Konijn in het bed van het jongetje. In het begin vond hij het niet zó prettig, want het jongetje knuffelde hem stevig, en soms lag hij bovenop hem, en soms stopte hij hem zover onder het kussen dat het Konijntje bijna stikte. En hij miste ook de gesprekken met het Leren Paard en de lange uren dat het doodstil was in huis en alleen de maan de kinderkamer verlichtte. Maar hij begon het algauw leuker te vinden, want het jongetje praatte altijd met hem, en maakte mooie gangen voor hem onder de dekens, en zei dan dat het de holletjes waren waarin de echte konijntjes woonden. En ze deden fijne spelletjes samen, al fluisterend, als Nana naar beneden was om te gaan eten en het nachtlampje op de schoorsteenmantel had laten branden. En als het jongetje eindelijk in slaap viel, kroop het Konijntje knus onder zijn warme kin, met de armpjes van het jongetje stevig om hem heen, en droomde de lieve lange nacht.
En zo verstreek de tijd, en het Konijntje was erg gelukkig - zo gelukkig dat hij niet merkte dat zijn mooie fluwelen pels kaler en kaler werd, dat zijn staart begon te rafelen en al het roze van zijn neus verdwenen was op de plaats waar het jongetje hem altijd zoende.
Het werd Lente, en ze speelden lange dagen in de tuin, want waar het Jongetje ook heen ging, het Konijntje ging altijd met hem mee. Hij maakte ritjes in de kruiwagen, en ze picknickten op het grasveld, en er werden prachtige toverhutjes voor hem gebouwd onder de frambozenstruiken achter het bloemperk. En op een keer, toen het jongetje plotseling mee moest op theevisite, werd het Konijntje achtergelaten op het gazon, en hij lag daar nog toen de schemering al gevallen was, en Nana moest hem niet de kaars gaan zoeken, want het jongetje kon alleen in slaap komen als hij hem bij zich had. Hij was doornat van de dauw en hij zat vol aarde omdat hij in de holletjes gekropen was die het Jongetje voor hem in het bloemperk gegraven had, en Nana mopperde toen ze heen met een punt van haar schort schoonpoetste. 'Jij moet en jij zal je ouwe konijn hebben,' zei ze. `Wat een kouwe drukte om een stuk speelgoed!'
Het jongetje zat rechtop in bed en strekte zijn handen naar hem uit.
`Geef hier mijn Konijntje!' zei hij. `Zulke dingen mag je niet zeggen. Het is geen speelgoed. Hij is ECHT!' Toen het Konijntje dat hoorde, was hij dolgelukkig, want hij wist dat wat het Leren Paard had gezegd, toch echt waar was. De toverkracht van de kinderkamer was over hem gekomen, en hij was niet langer zomaar een stuk speelgoed. Hij was Echt. Het Jongetje had het zelf gezegd.

(Fragment uit M. Williams, The Velveteen Rabbit; http://www.asmi-ikben.nl/files/Het%20fluwelen%20konijn.pdf)

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Toy Story

Toy Story is een Amerikaanse animatiefilm uit 1995. Het is de eerste volledig computergeanimeerde film.

In de film blijkt dat speelgoed als er geen mensen in de buurt zijn tot leven komt. Het verhaal draait om het speelgoed van een jongen genaamd Andy, en dan met name Andy’s lievelingspop, een cowboy genaamd Woody.

Op een dag krijgt Andy op zijn verjaardag een nieuwe pop, een ruimteactiefiguur genaamd Buzz Lightyear. Al snel ontwikkelt zich een rivaliteit tussen Woody en Buzz, daar Buzz langzaam Woody’s nummer 1 positie bij Andy inneemt. Buzz is er bovendien van overtuigd dat hij een echte spaceranger is, en het universum moet beschermen tegen een keizer genaamd Zurg.

Op een dag escaleert de situatie wanneer Andy besluit om Buzz, en niet Woody, mee te nemen wanneer hij en zijn moeder uit eten gaan. Woody wil Buzz tijdelijk uitschakelen zodat Andy hem niet kan vinden, maar gooit hem hierbij per ongeluk uit het raam. Woody ontsnapt maar net aan de toorn van het andere speelgoed wanneer Andy hem meeneemt. Buzz, die zijn val uit het raam heeft overleefd, ziet de auto met Woody erin vertrekken, en springt achterop. Wanneer de auto stopt bij een tankstation, komt het tot een gevecht tussen Woody en Buzz. Ze vallen uit de auto, en blijven zo achter wanneer deze wegrijdt.

Uiteindelijk weten Buzz en Woody met een bestelwagen mee te reizen naar de pizzeria waar Andy is, maar door toedoen van Buzz belanden ze niet in handen van Andy maar diens buurjongen Sid. Sid is een sadist die niets liever doet dat speelgoed vernielen. De twee moeten nu wel samen werken om te ontsnappen en terug te keren naar Andy. Haast is geboden, daar Andy spoedig zal gaan verhuizen.

Terwijl ze bij Sid verblijven, komt Buzz er eindelijk achter dat hij gewoon een stuk speelgoed is. Dit doet hem in een diepe depressie belanden, totdat Woody hem er weer bovenop helpt. Wanneer Sid plannen maakt om Buzz op te blazen met een zwaar stuk vuurwerk, maakt Woody samen met Sid’s speelgoed een plan. Tegen de regels in laten ze Sid zien dat ze leven, en dwingen hem zo zijn sadistische praktijken te staken.

Woody en Buzz haasten zich naar Andy’s huis, maar zien enkel hoe net de verhuiswagen wegrijdt. Woody kan op de wagen springen, maar Buzz blijft achter. Woody haalt snel Andy’s radiografisch bestuurde auto uit de truck om Buzz terug te halen. Het andere speelgoed, dat ook in de truck zit, is nog altijd kwaad op Woody en ze gooien hem ook uit de wagen. Pas wanneer Woody en Buzz samen de achtervolging inzetten in de speelgoedauto zien ze hun fout in.

De batterijen van de wagen raken leeg voordat ze de verhuiswagen in kunnen halen. In een wanhoopspoging ontsteekt Woody de vuurpijl, die nog altijd op Buzz’ rug zit. De vuurpijl is echter te sterk en de twee vliegen de lucht in. Dan gebruikt Buzz zijn vleugels om los te breken van de vuurpijl, waarna hij en Woody naar beneden vliegen (of “sierlijk neerstorten” zoals Buzz het omschrijft). Ze landen via het open dak in de auto van Andy’s moeder. Andy vindt de twee, en concludeert dat ze gewoon al die tijd in de auto lagen.

De film eindigt met kerst. Woody maakt zich geen zorgen daar Andy nooit een cadeau kan krijgen dat erger is dan Buzz, totdat hij hoort dat Andy een puppy heeft gekregen.

Eerste 10 minuten: http://www.youtube.com/watch?v=pr-2_WmOEIs

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Calvin en Hobbes

Calvin and Hobbes is de oorspronkelijke titel van een humoristische stripreeks van Bill Watterson. In Nederlandse vertaling wordt de strip uitgebracht onder de titel Casper en Hobbes. Watterson schetst de belevenissen van een zes jaar oud, fantasierijk jongetje Calvin (genoemd naar de theoloog Johannes Calvijn) en zijn opgevuld knuffeldier, de tijger Hobbes (genoemd naar de filosoof Thomas Hobbes).
De strip verscheen van 18 november 1985 tot 31 december 1995 als krantenstrip in de VS, onder het Amerikaanse systeem van syndicering. Op het hoogtepunt van hun populariteit waren de avonturen van Calvin en Hobbes te lezen in meer dan 2400 kranten verspreid over de hele wereld. Van de zeventien verzamelalbums van Calvin and Hobbes zijn tot nu toe meer dan 23 miljoen exemplaren verkocht.

De strip speelt zich af in het hedendaagse Amerika, in een uithoek van een niet nader genoemde voorstad. In de meeste gags spelen Calvin en Hobbes de hoofdrol, hoewel sommige uitzonderlijk ook zijn familie als onderwerp hebben. De belangrijkste thema's zijn Calvins dagdromen, zijn vriendschap met Hobbes, zijn kleine tegenslagen, zijn opvattingen over een waaier van politieke en culturele vraagstukken en zijn omgang en relaties met zijn ouders, schoolkameraadjes, leerkrachten en andere leden van de maatschappij. Herkenbare figuren uit het echte leven komen niet voor, maar thema's zoals ecologie of de (on-)betrouwbaarheid van opiniepeilingen komen vaak aan bod.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Casper_en_Hobbes

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Butterflies Instead (K’s Choice)

I lock the door and lock my head
And dream of butterflies instead
The beauty of their colored wings
The trees, the grass and pretty things
Imagination fills the void of my existence

Daddy says "I love you girl, it's not your fault
Your mom and me don't get along"
I know he's lying, I know there's no such thing as
Inexplicable I hear, forget, this world in bed
And suddenly the sun comes up
That's when my pets all come alive
They cheer me up and tell me

Everything's alright
Stuffed animals are always right

My favorite song, my favorite show
I wonder if they even know
Or if they care or if they even notice
I am standing there
I want my pets to come alive
And cheer me up and tell me

Everything's alright
Stuffed animals are always right
Everything's alright
Stuffed animals are always right
Alright...

My eyes all red, the baby's wet
And someone has to get that phone
I want my pets to come alive and
Cheer me up and tell me

Alright...

I lock the door and lock my head
And dream of butterflies instead

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Toys in the Attic (Aerosmith)

Beluister dit nummer

beluister snelle / trage verbinding

In the attic lights
Voices scream
Nothing's seen
Real's a dream

Leaving the things that are real behind
Leaving the things that you love from mind
All of the things that you learned from fears
Nothing is left for the years

Voices scream
Nothing's seen
Real's a dream

(Chorus)
Toys, toys, Toys In The Attic
Toys, toys, Toys In The Attic
Toys, toys, Toys In The Attic
Toys, toys, Toys In The Attic

Lights
Voices scream
Nothing's seen
Real's a dream

Leaving the things that are real behind
Leaving the things that you love from mind
All of the things that you learned from fears
Nothing is left for the years

Voices scream
Nothing's seen
Real's a dream

 

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spel, speelgoed en religie

Bible Toys

Het bedrijf Bible Toys maakt bijbels geïnspireerd speelgoed vanuit het volgende motto:

Spirit Warrior David

Spirit Warrior Goliath

Messengers of Faith Mary Doll (kan praten)

Tales of Glory Nativity Set

Jesus Feeds the Five Thousand - Tales of Glory

http://www.bibletoys.com/

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Moslima-Barbie populair in Turkije

In Turkije is een zogenaamde moslima-Barbie zeer populair geworden: een Barbie zonder minirokjes, zonder decolleté en zonder make-up. Wel heeft deze Barbie een hoofddoek en is deze geheel bedekt met stof. De nieuwe Barbie is een rage onder Turkse schoolmeisjes die deze poppen aan hun tassen dragen.

Het is in alle scholen in Turkije verboden om hoofddoeken te dragen, zelfs op theologiefaculteiten aan universiteiten. Veel studentes die toch hun hoofddoek op willen houden, zijn genoodzaakt hun studie te staken. Veel religieuze moslims zijn kwaad over deze maatregel en gebruiken de moslima-Barbie om de maatregelen van de staat te provoceren.

Alaaddin Dincer, voorzitter van een onderwijsvakbond, stelt dat ouders hun kinderen misbruiken voor het voeren van een soort heilige oorlog tegen de staat. "Dit soort dingen zijn pedagogisch gezien onverantwoord. Ze gebruiken de kinderen voor hun eigen ideologische oorlog. We maken ons zorgen over de toekomst van Turkije", aldus Dincer.

De moeder van de 6-jarige Merve stelt dat haar dochter zelf de moslima-Barbie uitgekozen heeft. Merve legt uit waarom ze kiest voor een bedekte Barbie. "Ik vind die andere Barbies stom. Deze is veel leuker. De andere Barbies zijn bloot". De directeur van Merve's school legt uit nog geen maatregelen te zullen treffen tegen de poppen, totdat het ministerie hen daartoe opdracht geeft.

Economisch gezien is er sprake van een gat in de markt. De 'oorlog' tussen seculieren en islamisten wordt uitgebuit voor het grote geld. "De ouders uit bepaalde kringen willen dat hun dochters deze Barbies als model nemen. Ze hebben hier toch alle recht op? Daarnaast is het ook goed zaken doen. Het is een gat in de markt", aldus Kubilay Altun, een winkelier die speelgoed en schoolspullen verkoopt in Istanboel.

http://frontpage.fok.nl/nieuws/68668

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

De speelgoed-ark van Noach

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed voor de kleine moslim

Voor de kleine moslim is er sinds kort islamitisch speelgoed op de markt gebracht. Zo is de zogenaamde ‘woedoe-emmer’ te koop. Kinderen kunnen hierdoor spelenderwijs leren op welke manier de rituele wassing verricht moet worden. De emmer laat namelijk door middel van een strip duidelijk zien welke stappen je dient te nemen om de woedoe (reiniging voor het gebed) uit te voeren.
Moslims dienen vijf keer per dag te bidden. Een vereiste hiervoor is dat men rein is, waarvoor men dus de rituele wassing moet doen.
Najim Ambari is het brein achter de emmer en ander speelgoed voor moslimkinderen. Onder de naam ‘Littlemuslim’ brengt hij zijn producten op de markt. “Het idee van de emmer is ontstaan uit de wassing die moslims doen voordat zij beginnen met het gebed. Ik heb opgemerkt dat hiervoor geen uniform emmertje bestaat. Vanuit die gedachte heb ik dit ontwikkeld voor de jeugd. Het speelgoed heeft als doel kinderen kennis te laten maken met de basiselementen van de islam”, aldus Ambari.
Nioweb ging op pad en ging in gesprek met de bedenker van de woedoe-emmer en ander speelgoed voor kleine moslims.

http://www.nioweb.nl/2008/03/13/speelgoed-voor-de-kleine-moslim/

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Priestertje spelen

Misje spelen werd in katholieke kringen als spel aangemoedigd. Men hoopte zo kinderen enthousiast te maken voor het ambt van priester. Uit grote katholieke gezinnen kwam vaak een priester voort: dit betekende veel aanzien. Er werden door katholieke firma’s hele dozen met priesterkleding van linnen en zijde op de markt gebracht, compleet met kleine altaartjes voorzien van speelgoed-monstransen, kelken en dergelijke. Menig kind heeft als klein priestertje het brood gezegend en uitgedeeld aan andere kinderen of een pop gedoopt, of een broertje en zusje kerkelijk in de echt verbonden.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Dreidel

De dreidel, trendel of sevivon is een vier-kantig tolletje waarmee door kinderen gespeeld wordt tijdens het Joodse Chanoeka-feest. Het spelletje werkt met een pot en een tolletje waar vier Hebreeuwse letters opstaan. De bedoeling is zoveel mogelijk uit de pot te winnen.

De geschiedenis

De traditionele Chanoeka Dreidel gaat terug naar de tijden dat de Griekse legers van Koning Antiochus het Heilige Land bezet hielden, voor de Maccabeeën hen versloegen. Het regime vaardigde een aantal maatregelen uit die het bestuderen van de Tora en het naleven van de mitswot bemoeilijkte. De Joden werden gedwongen hun Tora 'ondergronds' te bestuderen omdat ze wisten dat een Jood zonder Tora is als een vis op het droge.
Joodse kinderen begaven zich naar buiten gelegen gebieden en bossen om de Tora te bestuderen. Zelfs dit plan was niet waterdicht, want de vijand had vele patrouilles. De kinderen brachten daarom kleine tolletjes mee die snel te voorschijn werden gehaald en waarmee gespeeld werd terwijl hun studiemateriaal werd verborgen. Zo werd de schijn gewekt dat ze een onschuldig spelletje zaten te spelen.

De Dreidel

De klassieke dreidel is een vier-kantig tolletje gemaakt van hout, plastic of klei. Op de vier zijden van de dreidel staan vier letters van het Hebreeuwse alfabet -nun (נ), gimmel (ג), he (ה), and shin (ש). Deze vier letter zijn een acroniem voor "Nes Gadol Hajah Sjam" (een groot wonder gebeurde daar). In Israël wordt de letter shin vervangen door pé (פ), wat staat voor "po" (hier)

Spelcomponenten

Leeftijd: vanaf 3 jaar
1 Dreidel (of iedere speler zijn eigen Dreidel)
2 of meer spelers
de pot: noten, chocolade munten, klein geld of iets anders
een vlakke ondergrond (vloer of tafel) om de Dreidel te draaien
Zet ook een bord met wat lekkers naast het spel, bijvoorbeeld latkes of soefganiot.

Het spel

1.Alle spelers zitten rond de speeltafel.
2.De pot wordt gelijkelijk verdeeld onder alle spelers.
3.Iedereen draait een keer de Dreidel rond; degene met de hoogste draai mag beginnen ('nun' is het hoogste, daarna 'gimmel', 'he' en 'sjin'). Wanneer er twee even hoog draaien, moet er nogmaals worden gedraaid.
4.Iedereen stopt 1 onderdeel van je eigen pot in de grote pot.
5.Er wordt met wijzers van de klok mee gespeeld.
6.Speler A draait de tol terwijl iedereen wacht (om het spel sneller te doen verlopen mag de draai geblokkeerd worden).

Als de Dreidel valt op…
Nun - נ
Je hebt je tijd verspilt. Er gebeurt absoluut niets. Je mag naar de wc gaan in plaats van nutteloos draaien. Volgende keer meer succes. Nun staat voor het Jiddische woord nul.

Als echter de Dreidel valt op een...
Gimmel - ג
Wow! Fantastisch! Je hebt de hele pot gewonnen! Pak het snel en maak een vreugdedans door de kamer. Schenk geen aandacht aan de jaloerse blikken van anderen. Gimmel staat voor het Jiddische woord gantz en betekent geheel. Maar soms valt de Dreidel op een...
Hey - ה
Je hebt het goed en slecht gedaan. Je krijgt de halve pot. Het staat voor het Jiddische woord halb en betekent half.

Maar klaag niet want soms valt de Dreidel op een.....
Sjin - ש
Het slechtste scenario. Je moet iets uit je eigen pot in de grote pot stoppen. Sjin staat voor het Jiddische woord shenk, betekent geven.

Het eindspel

Het spel eindigt als het volgende gebeurt:

  • Het bord met latkes en soefganiot op is.
  • Eén van de kinderen is blut.
  • Vader of moeder hebben geen tijd meer.
  • Het is bedtijd.

En het echte eindspel is de les die we geleerd hebben. Namelijk dat God onze voorouders heeft geholpen met wonderen. Door Chanoeka te vieren blijven we hier aan denken, zelfs tijdens een spelletje.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Kunnen kinderen en jongeren nog spelen?

Bestaat de kindertijd nog?

In de tweede helft van de twintigste eeuw is het beeld van de eeuw van het kind vervaagd. Niet dat men geen betekenis meer hecht aan de kindertijd -niets is minder waar; maar men is er eerder aan gaan twijfelen of het gebied dat als kindertijd in kaart is gebracht, onaangetast kan blijven. Uit alle hoeken dreigt er inbreuk op te worden gemaakt en, zo wordt beweerd, dat overleeft de kindertijd niet. Als gevolg hiervan worden kinderen zelf buitenaardse wezens, eerder een bedreiging voor de beschaving dan de hoop en mogelijke redding ervan.  Een goed voorbeeld hiervan is The Disappearance of Childhood van Neil Postman (1982). Vanuit Californië schreef Postman dat er geen speciale spelletjes, etenswaren of kleren voor kinderen meer bestonden.  Kinderen toonden weinig respect voor ouderen, namen een vooraanstaande plaats in de misdaadcijfers in en schaamden zich bovendien nergens voor, met name met betrekking tot seks, wat in Postmans opvatting over de kindertijd essentieel was.

Er kunnen twee interessante zaken aan Postman worden ontleend. De eerste is dat in zijn opvatting een goede kindertijd er niet een is van vrijheid en geluk, maar van goed gedrag, gehoorzaamheid aan ouderen en de bereidheid om vaardigheden aan te leren die in de wereld der volwassenen noodzakelijk zijn.  In de tweede plaats is televisie niet alleen een communicatiemiddel; het medium werkt vercommercialiserend en maakt het kind tot consument. De vrees dat kinderen door bepaalde communicatievormen gecorrumpeerd worden, bestaat reeds langer; in het Victoriaanse tijdperk werd lezen van penny dreadfuls ook schadelijk geacht. Maar de visuele cultuur is waarschijnlijk altijd al als erger beschouwd en de hele twintigste eeuw door heeft men zich zeer veel zorgen gemaakt om de slechte invloed van films op de jeugd. Maar films konden tenminste nog gecensureerd worden, wat ook gebeurde, en er bestond een zekere mate van toezicht op de leeftijd waarop men bepaalde categorieën film kon zien. De televisie, en in sterkere mate de video, kunnen op geen enkele manier aan een dergelijke controle worden ontworpen. Deels is men bang dat kinderen seksuele en gewelddadige beelden te zien krijgen die slecht voor hen zijn. Maar veel verraderlijker is dat een visuele cultuur via reclame en spellenshows met grote geldprijzen bepaalde waarden kan overbrengen, die kinderen een beeld van het goede leven geven dat nauwelijks overeenstemt met de uitgestelde bevrediging die Postman, en voor hem een lange traditie binnen het christendom voorstaat. Kinderen worden consumenten; zij willen geen aankopen doen voor de gezinseconomie, maar voor zichzelf.

Critici, zowel links als rechts in het politieke spectrum, beweren dat de kindertijd door de commercie bezoedeld is. Die kritiek bevestigt zelf natuurlijk het ideaalbeeld van de kindertijd dat zich in de eerste helft van de twintigste eeuw sterk verankerd en waarin kinderen worden afgezonderd van de wereld der volwassenen. Ze bevestigt zelfs de eigen visie van volwassenen op de volwassenheid -als de verdrijving uit het paradijs. Dus moest de kindertijd zo lang mogelijk worden gerekt. De klaagzang van Postman krijgt een heel nieuwe betekenis wanneer hij uitlegt dat kinderen voor hem tussen de zeven en zeventien jaar oud zijn, de kindertijd begint laat en eindigt laat.

Uit H. Cunningham, Het kind in het Westen, Vijf eeuwen geschiedenis

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Vrijetijdsbeleving bij de jeugd

Meest gedane activiteiten in de vrije tijd

Percentage (Jongeren in Vlaanderen:
gemeten en geteld)

Percentage (Kliksons 2001)

tv of video kijken

38,6

35,1

muziek beluisteren

38,2

33,2

langs gaan bij vrienden of vrienden op bezoek/met vrienden omgaan

31,9

36,2

sporten in club

31,0

29,2

computeren

21,4

31,4

videogame spelen

 

14,8

afspreken met je lief

 

13,9

winkelen

13,6

 

jeugdbeweging / jeugdclub

13,2

11,7

een boek lezen

12,6

 

op café gaan

12,5

 

je huisdier verzorgen

 

11,8

schoolwerk maken

 

11,1

naar een dancing gaan

10,8

 

http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/vrijetijd.PDF

Spelletjesverslaving

Belgische jongeren massaal aan het gokken

"Te veel jongeren spelen vandaag geldspelletjes die door de wet voor hen verboden zijn, maar die door een openbare instelling te koop worden aangeboden."
Het OIVO ondervroeg 2.600 leerlingen uit het lager en secundair onderwijs in België. Meer dan één op de vijf jongeren zegt al voor geld te hebben gespeeld, terwijl dit verboden is voor niet-volwassenen. Gemiddeld begint een jongere al op 13-jarige leeftijd voor geld te spelen. Per maand besteden ze gemiddeld 38 euro. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Jongeren en kansspelen’.

Er gokken meer jongens (27 %) dan meisjes (18 %) voor geld. Jongeren die in de eerste jaren van het middelbaar onderwijs zitten, hebben al het meest voor geld gespeeld. Bij de 10-jarigen speelde al 20%, bij de 14-16-jarigen stijgt dit tot 27%. Spelen voor geld hangt samen met ander risicogedrag van de jongeren; 38% van de jongeren die stevig roken hebben al voor geld gespeeld, evenals 57 % van de gebruikers van stimulerende of verslavende producten.
Meer dan drie van de vijf van de spelende jongeren kochten al krasloten en meer dan twee op de vijf spelende jongeren deden al mee aan loterijen. Hetzelfde aantal jongeren kaartte of pokerde voor geld. Een kwart gokt vandaag de dag online. Voorlopig doen ze dit nog zonder inzet van geld, maar de stap naar betaald gokken is snel gezet, aldus het OIVO.
Enkele andere resultaten:

  • 63% van de jonge spelers kopen krasbiljetten. Bij de 11-jarigen loopt dit op tot 94 %.
  • 37% van de jonge spelers pokert voor geld. Pokeren voor geld gebeurt meer door de laatstejaarsstudenten van het secundair onderwijs (72%).
  • 37% van de jonge spelers kaart voor geld. Bij 14-jarigen is het al populair (60%).
  • 24% van de jonge spelers gokt op het internet. Meestal is er geen geld mee gemoeid.
  • Bowling, biljart en andere vaardigheidsspelen voor geld worden gespeeld door22 % van de jonge spelers.
  • 21% van de jonge spelers speelt bingo in cafés voor geld.
  • 14% van de jonge spelers neemt via telefoon of sms deel aan wedstrijden op televisie.

De jongeren verklaren dat ze gemiddeld 38 euro per maand uitgeven. Er zijn echter jongeren, vooral meisjes, die veel meer uitgeven. Gemiddeld is het hoogste bedrag dat ze al op één dag inzetten 57 euro, bij de jongens is het 36 euro. Maar er zijn jongeren uit het 5de en 6de secundair die per maand 133 euro durven inzetten. Poker wordt gemiddeld vijfmaal per week gespeeld, gevolgd door kaarten voor geld en online gokken zonder geld, dat 2,5 keer per week gespeeld wordt. Van een grootschalig probleem is voorlopig nog geen sprake, maar sommige jongeren geven toe zenuwachtig en prikkelbaar te worden als ze niet kunnen spelen.
Organisatoren en leveranciers van kansspelen moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden om te garanderen dat jongeren onder de 18 jaar niet aan de kansspelen deelnemen, volgens het OIVO. Daarnaast moeten ouders zich beseffen dat het kopen van gokspelen als speelgoed geen goed idee is.

http://youngmarketing.web-log.nl

Een uitgebreide neerslag van het onderzoek is te vinden op:
http://www.oivo-crioc.org/files/nl/4556nl.pdf

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

De gave om te geven

De betekenis van geschenken geven

 

De symboliek van geven

De uitwisseling van geschenken is een ritueel van alle tijden. Ten tijde van Homerus gaven de Grieken elkaar geschenken bij talloze gelegenheden, waaronder aankomst en vertrek van hoog geplaatste gasten. Vreemdelingen konden rekenen op een gastvrij onthaal, maar boden zelf ook gastvrijheid als dat nodig was. Wederkerige geschenkenuitwisseling lag aan de basis van de toenmalige Griekse cultuur. Ook uit ons eigen leven is geven niet weg te denken. We brengen iets mee wanneer we te eten uitgenodigd worden of op ziekenbezoek gaan, mensen zijn jarig, ze gaan trouwen, er worden kinderen geboren, er wordt verhuisd, gepromoveerd: er wordt gegeven. En dan zijn er ook nog bedelaars, liefdadige doelen, de kerk, dus wie wil geven, kan vooruit. Geven is een van de vele dagelijkse activiteiten waar we nauwelijks bij stilstaan. De meeste mensen realiseren zich dan ook niet dat het onderlinge geven belangrijke symbolische functies vervult. Het is een ‘totaal verschijnsel’, zoals Marcel Mauss het in zijn Essai sur le don (1923) noemde: het heeft tegelijkertijd morele, sociale, juridische, religieuze, economische en esthetische betekenissen. 
Geschenken drukken gevoelens uit: geven is een vorm van bloot-geven. Het gaat hierbij om allerlei soorten emoties: niet alleen vriendschap, liefde of dankbaarheid, maar ook bijvoorbeeld macht, status, prestige.  Het over en weer geven van geschenken is het symbolische voedsel dat sociale relaties in stand houdt. Wanneer één partij altijd geeft en nooit ontvangt, is die relatie geen lang leven beschoren. De symbolische bindkracht van geschenken komt heel duidelijk naar voren in de vroegere gewoonte om verloving -en huwelijksgeschenken terug te geven bij een onverhoopt verbreken van de verbintenis: door dit gebaar worden de symbolen van een vroegere band verwijderd. Geschenken en relaties zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden.
Wat maakt nu iets tot een ‘echt’ geschenk? In hoeverre speelt de verwachting om iets terug te krijgen mee, wanneer we iets aan een ander geven?
Zijn we allemaal zoals de Noord-Amerikaanse Indianen of de bewoners van de Tribriand-eilanden, die voor elke gift een tegengift van gelijke waarde terugverwachten? Kortom: hoe belangrijk is wederkerigheid bij het geven? Welke verschillende soorten giften bestaan er zoals en bij welke gelegenheden wordt gegeven? Door wat voor motieven worden gevers gedreven? Bestaat er zoiets als de kunst van het geven en de kunst van het ontvangen?

De geest van het geschenk

Een geschenk is niet louter een materieel of immaterieel iets wat men van een ander ontvangt. Het gaat bovenal om de geest achter het geschenk.
 ‘Het is niet veel, maar het komt uit een goed hard.’ ‘Een gegeven paard moet je niet in de bek zien.’ Ook onze eigen volkswijsheden verwijzen naar de ‘geest’ van de gift: het gaat om de achterliggende motieven en gevoelens van de gever. Zelfgemaakte cadeaus waarin de maker veel tijd en aandacht heeft gestoken, zijn de meest waardevolle geschenken. Men hecht aan het sieraad dat aan een dierbaar familielid heeft toebehoord, niet zozeer om zijn materiële waarde maar om het aandenken. We meten de waarde van een figt vooral af aan de liefde, tijd, aandacht, inspanning of opoffering die erin zit, en niet zozeer aan hoeveel geld ervoor is neergeteld. Geliefden geven elkaar soms geschenken met een minimale economische, maar een maximale symbolische waarde: een steentje, schelpje of vers geplukte bloem. Het is tegelijkertijd niets, en alles waard.
Een mooie illustratie van de geest van een geschenk is het verhaal van Winnie de Poeh die aan zijn vriend, de zwaarmoedige ezel Iejoor, op zijn verjaardag een leeg honigpotje gaf. De honing had Poeh per ongeluk zelf opgesnoept, toen hij onderweg overvallen werd door een hevige trek in een kleinigheidje. Van Knorretje kreeg Iejoor een kapotte ballon. Toch was hij zielsblij met beide cadeautjes: hij kon de ballon immers in het potje opbergen en het er nog weer uithalen ook! Maar belangrijker was dat zijn vrienden aan hem gedacht hadden. Dat wilden ze Iejoor vooral meedelen, en daardoor waren hun geschenken niet ècht mislukt.

Motieven om te geven

Wat zijn zoal onze drijfveren om te geven? Het meest vertrouwd zijn we met giften waarin een bepaald positief gevoel wordt uitgedrukt, zonder andere bedoeling dan dat gevoel aan een ander mee te delen. Men geeft uit vriendschap, liefde, dankbaarheid, respect, loyaliteit, solidariteit, et cetera. Zeer vaak echter hebben dergelijke giften -bewust of onbewust- wel degelijk ook een bepaalde strategische inzet. Zo kan men geven om iets goed te maken, om het eigen geweten te sussen, om een ander gunstig te stemmen, om bij een ander in de smaak te vallen, om iemands aandacht te trekken of om te voorkomen dat een ander ons vergeet.
Geven komt lang niet altijd uit louter altruïstische motieven voort. Veelvoorkomende motieven om te geven zijn onzekerheid en angst, bijvoorbeeld over dreigend verlies van een relatie. Machteloosheid, de behoefte om door iedereen aardig gevonden te worden, of extreme onzekerheid kunnen motieven zijn om veel te geven. Je kunt geven uit angst: om een bepaald gevaar af te weren of bezweren, om aan een vijand te laten zien dat je van goede wil bent en geen kwaad in de zin hebt.
Aan giften kan ook de (bewuste of onbewuste) behoefte aan macht en prestige ten grondslag liggen. Lévi-Strauss zag in onze gewoonte om Kerst- en Nieuwjaarskaarten op de schoorsteenmantel uit te stallen, een manifestatie van status en prestige: hoe meer kaarten, hoe geliefder en belangrijker we hopen te zijn in andermans ogen.


De kunst van het geven, de kunst van het ontvangen

Marcel Mauss meende dat de essentie van het geven weerspiegeld wordt in drie soorten verplichtingen: de plicht te geven, de plicht te ontvangen en de plicht om terug te geven. Zich onttrekken aan deze verplichtingen betekende zoveel als een oorlogsverklaring jegens de gemeenschap waarvan men deel uitmaakte. Deze drie basisregels benadrukken slechts dat men moet geven en ontvangen, maar niet hoe dat moet gebeuren. Wederzijds geven kent echter behalve het verplichtende karakter ook een esthetische dimensie. In Japan is het esthetische element van het geven tot kunst verheven in de vorm van uiterst verfijnde” manieren om een geschenk te verpakken. Voor bepaalde giftgelegenheden bestaan bepaalde soorten verpakkingen: feestelijke giften krijgen een andere verpakking dan giften ter nagedachtenis van de doden wordt gegeven. Verschillende kleurencombinaties in de verpakking worden gebruikt voor formele en minder formele geefgelegenheden. Een niet los te maken knoop siert een geschenk dat bij een eenmalige gebeurtenis als een huwelijk of een begrafenis hoort. Een verpakking heeft vaak meerdere lagen, waarbij de hoeveelheid lagen de formaliteit van de gelegenheid symboliseert. Terwijl in onze westerse perceptie de verpakking vooral het verrassingseffect van een geschenk lijkt te verhogen, dient de Japanse inpaktraditie tot verdere verfijning van het object door betekenislagen toe te voegen die het in onverpakte vorm zou missen.

Sommige mensen zijn niet in staat tot geven: ze zijn gierig, onattent of vinden zichzelf zo weinig de moeite waard dat ze zich schamen om iets van zichzelf te onthullen in een geschenk. Iets ‘verkeerds’ geven of niet geven in een situatie waarin dat wel passend zou zijn, kan duiden op een gebrek aan talent om te geven. Geven moet je doen op het juist moment, aan de juiste persoon, in de juiste hoeveelheid, en vanuit het juiste gevoel. Dat vergt een goede smaakt die niet bij iedereen in dezelfde mate is ontwikkeld. Goed geven is iets anders dan veel geven. Bij goed geven gaat het om de manier waarop en de gedachte van waaruit gegeven wordt. Geven is een kunst.

Ook het talent om te ontvangen is niet gelijk bij mensen ontwikkeld. Sommige mensen zijn om wat voor reden ook niet in staat iets te ontvangen: ze kunnen of willen zich niet openen voor de geest van de gift of kunnen er niet tegen om in de positie van dankbare terecht te komen. De afhankelijkheid van en tijdelijke schuld jegens de gever worden als beklemend en onvrij ervaren: dan maar liever geen giften aanvaarden (wat iets anders is dan een gift weigeren). In het Japans is er een woord  ‘dankbaar’, dat tevens ‘sorry’ en ²‘onvergefelijk’ betekent. Dankbaarheid en schuld zijn diepgaand met elkaar verweven in het Japanse denken.

Toch is het, zeker tegenover de gever, belangrijk dankbaarheid te kunnen verdragen en liefst ook op gepaste wijze te tonen. Achteloos een met veel zorg en aandacht uitgekozen geschenk in ontvangst nemen en terzijde leggen, is zeer kwetsend voor de gever. Te weinig dankbaarheid laten zien is niet prettig, maar ook overdreven dankbaarheid is hinderlijk. De snelheid waarmee het ontvangen geschenk met een tegengift wordt beantwoord, zegt iets over iemands vermogen tot dankbaarheid. Seneca verwoordde het zo: ‘Iemand die te snel wil teruggeven, is een onwillige schuldenaar en een ondankbaar persoon.’

Ook de manier waarop de ontvanger het geschenk in ontvangst neemt, hoort bij de kunst van het ontvangen. In Japan duidt het onmiddellijk openmaken van het pakje op een teveel aan belangstelling voor de materiële inhoud, en op te weinig oog voor de geest van de gift. Ook bij de Trobianders was het tegen de etiquette om als ontvanger te veel belangstelling te tonen voor de gift. Soms werd het geschenk zelfs door een tussenpersoon in ontvangst genomen, die het dan later aan de bedoelde ontvanger gaf. Wij kennen een soortgelijke schroom bij geld- of andere ‘token’-giften: de cd- of boekenbon, de enveloppe met inhoud worden niet in aanwezigheid van de gever geopend.

Nog één maal terugkerend naar Winnie-de-Poeh: als gevers konden Winnie en Knorretje er net mee door: het object van hun gift stelde niet zoveel voor, maar de geest was in orde. Maar uiteindelijk lijkt Iejoor de kunst van het geven het beste te beheersen: door zijn blijheid en dankbaarheid -met niets dan de goede geest- bevestigt hij de persoonlijke identiteit van zijn vriendjes en de waarde die zij voor hem hebben. De kunst van het ontvangen valt hier samen met de kunst van het geven.

Fragmenten uit A. Komter (ed.),
Het geschenk. Over de verschillende betekenissen van geven

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Didactische suggesties

De waarde(n) van spelen

Speelgoed als spiegel van het leven

De leerlingen lezen de tekst over speelgoed als spiegel van het leven en zoeken zelf naar voorbeelden van de verschillende domeinen waarop speelgoed een spiegel is van het leven. Dit kan gebeuren in de vorm van een bordgesprek waarbij de leerlingen voorbeelden aan bord brengen, of in de vorm van bijvoorbeeld een collage. Ook de afbeeldingen bij de impulsen kunnen hier gebruikt worden.

De domeinen:
- dagelijks leven
- mobiliteit
- fauna en flora
- creativiteit
- wetenschap en technologie
- samen zijn
- interculturele wereld

Eventueel formuleren de leerlingen nog een aantal andere domeinen waarop speelgoed een spiegel is van het leven.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en de ontwikkeling

  • De leerlingen lezen de teksten en bekijken de afbeeldingen rond de fantasie van kinderen en proberen in puntjes het belang van speelgoed voor de ontwikkeling van kinderen op te lijsten. Zij zoeken ook naar minstens nog één ander punt dat niet vermeld is in de artikels.
  • Op basis hiervan stellen zij zelf een soort van perstekst samen waarin ze aan het grote publiek het belang van spelen en speelgoed willen aantonen. In die perstekst mag er echter ook ruimte zijn voor kritiek (zoals in het artikel over te veel speelgoed).
  • Met betrekking tot de afbeeldingen zoeken de leerlingen bij elke afbeelding in welke mate die afbeelding precies inspeelt op de fantasie en ontwikkeling van kinderen en aantoont dat spelen een gelegenheid is die veel met verbeelding te maken heeft. Vanuit die optiek verklaren ze ook de titels van de reclame: “Wir bringen Fantasie ins Spiel” en “Small toys, big stories”.
  • Een alternatief kan erin bestaan om de leerlingen zelf een dergelijke campagne te laten bedenken bij speelgoed als Lego, Playmobil, waarbij ze vertrekken van een (zelfsamengesteld) beeld van het speelgoed en een sprekende campagnetitel, waaruit blijkt dat spelen belangrijk is voor de ontwikkeling.
  • Men kan de leerlingen aan het werk zetten rond één van de volgende citaten:
    • “We zijn niet gestopt met spelen omdat we ouder zijn geworden, we zijn ouder geworden omdat we gestopt zijn met spelen.”
    • “Speelgoed wordt pas speel – goed als je er iets goed mee doet”
    • “Fantasie is belangrijker dan kennis” (Albert Einstein)
    • “Spel is leuk. Spel is ontspannend, is een beetje vrij zijn, is nadenken en je eigen keuze kunnen maken, is samenzijn met anderen, is iemand of een hele ploeg de loef afsteken, is genieten van winnen en dit ook kunnen relativeren, is kunnen verliezen en anderen iets gunnen, is laten zien wat je al kan, is creatief zijn en mogen fantaseren, is rekening houden met anderen, is samen denken en handelen, is eerlijk kunnen zijn ook al ziet men niet wat je doet of denkt of zegt. Spel is nog zoveel meer!” (H.Leysen)
    • “Speelgoed moet uit de kado-sfeer, je moet het samen met kinderen gaan bekijken en uitkiezen. Desnoods eerst naar de speelotheek om het uit te proberen.”
    • “In een droom een kind zien dat speelt met dobbelstenen, bikkels of speelschijven is niet slecht, want het is gewoon voor kinderen om altijd aan het spelen te zijn.” (Artemidorus van Daldis)

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed is universeel

  • Bij de teksten rond de universaliteit van speelgoed kan het interessant zijn om de leerlingen afbeeldingen te laten verzamelen van speelgoed over de hele wereld en doorheen alle tijden. Vandaaruit kan men hen laten zoeken naar de grootste gemene deler van al dit speelgoed: wat typeert speelgoed overal en altijd? En betekent de aanwezigheid van speelgoed in alle culturen ook dat speelgoed iets essentieels is? Kunnen kinderen zonder speelgoed?
  • Hier kan men ook dieper ingaan op de opmerking: ‘Het zorgen dat er speelgoed is, was een van de manieren waarop het volwassen deel van de bevolking is omgegaan met de onontkoombare aanwezigheid in hun samenleving, hun stad en hun huis van een grote groep personen, die eenvoudigweg te klein waren voor de zaken van volwassenen.” Is dit volgens de leerlingen een terechte opmerking of is dat niet de kern van het ontstaan van speelgoed?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en speelslecht?

  • Bij de lijst van verantwoord speelgoed, krijgen de leerlingen de opdracht om de eisen die gesteld worden aan goed speelgoed te ordenen volgens wat zij zelf heel belangrijk vinden. Aan de hand van de rest van de In de Kijker kunnen de leerlingen hierbij zelf nog aanvullingen doen.
  • De lijst van eisen kan het uitgangspunt vormen van het klassikaal opstellen en vormgeven van een soort van keurmerk waaraan speelgoed moet voldoen.
  • In de tekst rond speelgoedzwaarden en waterpistolen wordt er gesproken ov er een militarisering van speelgoed. Men kan aan de leerlingen de vraag stellen of zij dit zelf merken. Mochten en mogen zij van hun ouders gewelddadige spellen spelen, zijn er veel van die gewelddadige spellen beschikbaar?
  • Men kan de klas in twee groepen verdelen, waarbij de ene groep de visie moet verdedigen dat spelen met ‘gewelddadig speelgoed’ geen probleem is en waarbij de andere groep de visie voorstaat dat er wel degelijk problemen verbonden zijn aan ‘gewelddadig speelgoed’. Beide groepen zorgen naar gefundeerde argumenten voor hun visie.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Barbie: Life in plastic, it’s fantastic…

  • De leerlingen beluisteren het lied ‘Barbie Girl’ en/of bekijken de videoclip van het lied. Uit het lied proberen zij de kritieken op het concept ‘Barbie’ te destilleren. Met welk soort meisje of vrouw vereenzelvigen de makers van het lied Barbie? Is dit ook het beeld dat de leerlingen hebben van Barbie of van een meisje dat bestempeld wordt als Barbie?
  • Het filmpje van 50 jaar Barbie in beelden en het tekstje en de afbeeldingen rond de emancipatie van Barbie kunnen de aanleiding vormen voor een gesprek over de positie van de vrouw in de samenleving (en de evolutie daarvan). De vraag die zich hierbij stelt, is of Barbie werkelijk een geëmancipeerde vrouw is.
  • Bij de afbeeldingen en teksten rond Barbie en het lichaamsbeeld en de multiculturele Barbie krijgen de leerlingen de opdracht om aan Mattel (de makers van Barbie) een fictieve brief te schrijven waarin ze, op basis van de artikels, een kritiek formuleren op de looks en het imago van Barbie. De leerlingen verwerken hierin ook hun persoonlijke visie op het gegeven.
  • Vanuit de kritiek op Barbie en hoe ze eruit ziet, kan men de leerlingen vragen om Barbie te ‘restylen’ zodat ze meer aansluit bij een realistische opvatting van lichaam en imago.
  • Er is een zekere paradox merkbaar tussen het gegeven dat kinderen enerzijds een ideaalbeeld hebben om er zoals Barbie uit te zien en anderzijds het gegeven dat er steeds meer obesitas is. Hoe zou volgens de leerlingen deze paradox te verklaren zijn? Is het dan toch niet goed dat kinderen een slanke Barbie voorgeschoteld krijgen om zich aan te spiegelen, in de strijd tegen overgewicht?
  • Enkele vragen bij de teksten:
    • Is Barbie een voorbeeld van de culturele suprematie van het Westen?
    • Kunnen Barbiepoppen echt leiden tot eetstoornissen of is dit een overdreven stelling?
    • Zouden Barbiepoppen gebannen moeten worden?
    • Is het een goeie zaak dat er multiculturele Barbiepoppen gemaakt worden?
    • Staat Barbie voor een onrealistisch ideaal?
    • Heeft Barbie een negatief effect op het beeld van vrouwen?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Poppen die anders zijn

  • Met betrekking tot het maken van poppen die anders zijn (die bijvoorbeeld een handicap hebben of het Downsyndroom) zijn er voor- en tegenstanders. De leerlingen verzamelen de argumenten van de voor- en tegenstanders uit de verschillende teksten en lijsten ze op. Vanhieruit nemen ze zelf stelling in in het debat en schrijven ze een kort opinie-artikel over waarom poppen met Down-syndroom of een handicap al dan niet een verrijking zijn voor de maatschappij.
  • Ook kan men een stellingengesprek organiseren aan de hand van een aantal uitspraken in de teksten:
  • Hoe minder onderscheid (zowel ten positieve als ten negatieve) er gemaakt wordt tussen hen [mensen met een handicap] als minderheidsgroep en de rest van de gezonden, hoe beter.
  • Voor ‘gewone’ kinderen zou het [een pop met een handicap] een manier zijn om gehandicapte mensen te accepteren.
  • Om alle mensen, de grote, de kleine, de dikke, de dunne, de slimme, de domme, die van hier, die van elders, beter te integreren in onze maatschappij, moet van elke mens een pop worden gemaakt, zodat elke mens er beter op voorbereid zal zijn dat alle andere mensen anders zijn.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed en gender

  • De leerlingen bekijken de afbeeldingen en cartoons bij ‘speelgoed en gender in beeld’ en geven aan in welke mate deze afbeeldingen met de thematiek van speelgoed en gender te maken hebben. In welke zin spelen deze afbeeldingen al dan niet in op stereotiepen.
  • Vanuit het gedicht ‘vroeger’ kan men peilen naar het speelgoed waar de leerlingen zelf vroeger mee speelden. Speelden zij met typisch meisjesspeelgoed of typisch jongensspeelgoed of allebei? Kregen zij hier dan kritiek op van anderen of voelden ze zich zelf onwennig bij het spelen met speelgoed dat typisch was voor het andere geslacht?
  • De eigen ervaringen van leerlingen kunnen verbonden worden met de resultaten van de studie over gender stereotypes in speelgoed.
  • In verband met de studie kan men de leerlingen de volgende, al dan niet correcte, uitspraken voorleggen en moeten de leerlingen aangeven of zij denken dat dit waar is (zonder uiteraard de resultaten van de studie eerst gelezen te hebben).
    • Ouders vonden het eender met welk speelgoed hun dochters speelden.
    • Typisch meisjesspeelgoed werd door ouders niet gepast geacht voor jongens.
    • Ouders reageerden over het algemeen meer genderstereotiep dan niet- ouders.
    • Voor jongens beschouwde men vooral genderneutraal speelgoed als geschikt.
    • Bij kleine kinderen (van 0 tot 2) hechtte men nog meer belang aan ‘gendergepast’ speelgoed.
  • Bij het verhaal ‘Is het erg als je zoon met een pop speelt?’ kan men eerst en vooral de leerlingen de vraag stellen of dit inderdaad erg is. Daarna kan men het verhaal gaan lezen en aan de leerlingen vragen hoe zij zouden reageren op alle situaties die in het verhaal beschreven staan. Daarnaast zoeken zij ook naar voorbeelden van hoe enerzijds genderstereotiep denken en anderzijds genderdoorbrekend denken toch voor problemen kunnen zorgen. Eventueel kunnen zij aanvullen met eigen voorbeelden.
  • Om nog verder in te gaan op de thematiek van gender kan men met de leerlingen stilstaan bij de vraag of er zoiets bestaat als typisch mannelijke en typisch vrouwelijke beroepen. Ook kan men de leerlingen verschillende definities van het concept gender laten vergelijken om daarna tot een eigen omschrijving daarvan te komen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Gemeenschapsbevorderend?

  • Men kan een klasgesprek opbouwen rond de vraag of spelletjes (in het algemeen) bevorderlijk zijn voor het vormen van gemeenschap en tegen de eenzaamheid. Daarna kan men zich specifiek gaan toespitsen op de vraag of gezelschapsspelletjes dan wel games (op een console of het internet) meer gemeenschapsbevorderend zijn. Hierbij tracht men te zoeken naar voldoende elementen waarom het ene ofwel het andere meer gemeenschapsbevorderend is. Achteraf kan men dan de conclusies van de klas gaan vergelijken met de tekst van Gust De Meyer.
  • Ook kan men dieper ingaan op de vraag naar hoe speelgoed verschillende generaties dichter bij elkaar kan brengen, bijvoorbeeld ouders en hun kinderen. Samen spelen is naar het schijnt bevorderlijk voor de band tussen ouders en kinderen, maar ook het doorgeven van speelgoed, als een soort van erfenis, kan door ouders en kinderen erg gewaardeerd worden. Om het gesprek hierover op gang te trekken, kan men het volgende citaat lezen:

 “Na 32 jaar de tand des tijds doorstaan te hebben kreeg Gijs afgelopen weekend mijn doosje autootjes van vroeger, mijn kleine schoenendoosje wat in mijn herinnering een gigantisch wagenpark was staat nu in schril contrast tot de massa auto's die manlief in zijn bezit had en heeft. Er zijn weinig dingen zo leuk als je kind zien spelen met jouw favoriete dingen van vroeger, het is net alsof je het dan allemaal nog een keer beleeft.” (http://gijswouter.web-log.nl/gijswouter/)

  • Het kan leuk zijn om de leerlingen hun ouder(s) te laten interviewen over diens favoriete speelgoed van vroeger. Welke herinneringen koesteren hun ouders aan hun speelgoed? Welk speelgoed hadden ze aan hun kinderen willen meegeven als dat kon? Welke herinneringen hebben de ouders aan hun kindertijd?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Wat zegt jouw speelgoed over je competenties?

  • De leerlingen bekijken het filmpje over de link tussen speelgoed, competenties en onmogelijkheden en buigen zich eerst en vooral over de vraag of de link die Danielle Krekels tussen speelgoed en competenties legt terecht is.
  • Daarna kan men eventueel het eigen profiel gaan bepalen aan de hand van de vier patronen die in het filmpje worden beschreven. Is het niet zo dat Krekels heel wat speelgoed vergeet en zich alleen focust op speelgoed dat verbonden kan worden met ‘hogere functies’. Kunnen de leerlingen zelf de link leggen tussen het speelgoed waar ze vroeger mee speelden en de dingen die ze nu (bijvoorbeeld op school, maar ook op andere vlakken) goed kunnen?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Gaat speelgoed(reclame) soms te ver?

  • De leerlingen bekijken de advertenties voor speelgoed en formuleren zelf een aantal ethische bedenkingen bij deze reclamecampagnes. Hoe komt het dat je als kijker/lezer van deze beelden een beetje een wrang gevoel krijgt wanneer je weet dat het om speelgoed voor kinderen gaat? Wat is specifiek het probleem bij de campagne van Play-Doh?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Het recht op spelen (ook in moeilijke omstandigheden)

Spel als kinderrecht

  • De leerlingen bekijken de afbeelding met de kinderrechten en trachten ze zelf te ordenen volgens welke rechten zij het belangrijkste vinden en welke volgens hen minder belangrijk zijn. De vraag die men hierbij kan stellen, is of men wel een rangorde kan aanbrengen in deze kinderrechten. Eventueel kan men de leerlingen zelf nog laten aangeven wat zij andere rechten vinden waarvan zij vinden dat ze vergeten zijn.
  • Men kan de (jongere) leerlingen (eventueel in samenwerking met de lessen plastische opvoeding) allerlei afvalmateriaal laten meebrengen om mee te knutselen (wc-rolletjes, plastic zakjes, lege plastic flesjes, kroonkurkjes, touwtjes,…) en waarmee ze zelf hun eigen speelgoed kunnen maken. Hierbij is het belangrijk om daaraan te koppelen dat er kinderen in de wereld zijn die heel weinig speelgoed hebben en dat die kinderen dan moeten spelen met de dingen die ze vinden of die ze zelf maken en dat deze kinderen toch oplossingen vinden om hun recht op spel en hun behoefte aan spel te kunnen beleven.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Right to Play

  • De leerlingen lezen de tekst van Right to Play en vatten elke paragraaf samen in één zin. Van daaruit halen zij argumenten waarom het recht op (sporten en) spelen zo belangrijk is voor alle kinderen in alle omstandigheden. Wat brengt spelen en sporten kinderen en mensen bij over het leven, volgens de organisatie Right to Play?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Sporten en spelen om de oorlog te vergeten + allemaal cijfers

  • Enkele vragen bij de teksten:
  • Waarom is het zo dat spel in situaties van oorlog en slechte omstandigheden heel belangrijk kan zijn?
  • Zou lichamelijke opvoeding verplicht moeten zijn over de hele wereld?
  • Is het zinvol dat Unicef en andere organisaties investeren in het spelen van kinderen en jongeren? Zouden ze zich niet beter bezig houden met andere behoeften zoals eten, kledij, onderwijs,…?
  • Kan je door iets banaals als spelen en speelgoed de oorlog en de miserie wel echt vergeten?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geen kinderspel: over speelgoed tijdens WOII

  • De leerlingen lezen de getuigenissen over speelgoed tijdens WOII. Ook vanuit deze getuigenissen kan men de leerlingen de vraag stellen waarom spel en speelgoed in situaties van oorlog en slechte omstandigheden heel belangrijk kan zijn en of je door iets banaals als spelen en speelgoed de oorlog en de miserie wel echt kan vergeten.
  • Als alternatief of als extra kan men met de leerlingen naar de filmpjes van de getuigenissen kijken op het internet.
  • De getuigenissen vertellen niet alleen iets over de persoonlijke ervaringen van enkele mensen maar ook over WOII en de vervolging van de joden. De leerlingen proberen zo veel mogelijk informatie hierover uit de getuigenissen te destilleren en op basis hiervan nog verder informatie te verzamelen over WOII.
  • De leerlingen krijgen de opdracht om zelf een stuk speelgoed mee te brengen (of een afbeelding of foto daarvan) dat in hun kindertijd heel erg belangrijk voor hen geweest is en waaraan een bijzonder verhaal verbonden is. Deze ervaringen kunnen gedeeld worden in de groep of kunnen beschreven worden in een korte tekst.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed, een industrie

  • Uit de drie aspecten die in dit onderdeel worden behandeld, met name ‘Speelgoed en kinderarbeid’, ‘gevaarlijk speelgoed‘, en ‘speelgoed en commerce’ kiezen de leerlingen één aspect dat ze verder gaan onderzoeken. Hierbij lezen ze de bijpassende artikels en schrijven ze zelf een opinie-artikel waarin ze de gelezen informatie verwerken en bijpassend onderzoek uitvoeren.
  • Extra vragen bij de teksten:
    • Wist je dat speelgoed soms wordt gemaakt door kinderhanden?
    • Zou je zelf laten om bepaald speelgoed te kopen wanneer je zou weten dat het door kinderen is gemaakt?
    • Heeft het zin dat een concern als IKEA 1 euro per knuffel doneert aan UNICEF? Is dit niet ook een soort van promotionele stunt om het eigen imago op te vrolijken?
    • Zou het verplicht moeten zijn voor bedrijven om een gedragscode op te stellen en producenten te laten ondertekenen?
    • Moeten er verplichte controles uitgevoerd worden op de veiligheid van speelgoed?
    • Is het immoreel of juist een goeie vorm van marketing wanneer er bijvoorbeeld legpuzzels verschijnen met merken op, of speelgoed van kledingmerken etc.?
    • Wordt er overdreven veel speelgoed verkocht en aan de man gebracht? Is het in het belang van het kind of van de ouders of van de fabrikanten om zoveel mogelijk speelgoed te hebben?
    • Wat is het speelgoed bij uitstek van de jeugd?
  • Naar aanleiding van het citaat rond de WIFI-generatie kan dieper ingegaan worden op het speelgoed van de jeugd, het speelgoed van adolescenten. Zijn gsm, laptop, psp het speelgoed van de tieners? Heeft dit speelgoed dezelfde functie en voordelen als het speelgoed voor kinderen?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Speelgoed wordt echt

  • De tekst van het fluwelen konijn behoort tot een bekend kinderboek. Een moderne tegenhanger van dit verhaal is Toy Story, waar Buzz Lightyear eerst niet weet dat hij niet ‘echt’ is en ‘maar’ speelgoed (en waar Woody wordt vervangen door een ander speelgoedje), maar waar de échte ‘echtheid’ van Buzz ook maar doorheen de film naar voren komt. Op basis van de impulsen in dit onderdeel kan men met de leerlingen een filosofisch gesprek beginnen over wat echt is en wat niet echt is. Wat bepaalt of iets of iemand echt is? Is het zo dat (zoals in het lied van Aerosmith) ‘echt’ een droom is? Klopt het dat ‘echt’ iets is dat met je gebeurt?
  • In de tekst van het fluwelen konijn gaan de leerlingen op zoek naar wat zij nu de essentie vinden van deze tekst. Ze zoeken ook in de tekst één zin waarvan ze vinden dat deze de essentie weergeeft.
  • Eveneens trachten de leerlingen de boodschap van het verhaal toe te passen op menselijke relaties. Wat maakt menselijke relaties ‘echt’? Wanneer ben je ‘echt’ in de ogen van anderen? Eenzelfde vraagstelling kan ook toegepast worden op het verhaal van Toy Story, waarvan de eerste 10 minuten via de impulsen bekeken kunnen worden.
  • De strip Calvin en Hobbes draait ook rond de vraag echt-niet echt. Voor Calvin is Hobbes immers echt en zijn grootste toeverlaat, voor de anderen is Hobbes ‘maar’ een knuffelbeer. Over religie wordt door sommigen gezegd dat het ook maar een imaginaire vriend is, die weliswaar voor diegenen die erin geloven troost kan bieden, maar toch niet echt is en voor de anderen niet bestaat. Dit kan de aanleiding vormen van een debat over de ‘echtheid’ van het geloof. Is het geloof als een imaginaire vriend of is het meer dan dat, of iets  helemaal anders?
  • In het lied Butterflies Instead merken we duidelijk de troostende functie die speelgoed soms kan hebben. De leerlingen beluisteren het lied en beantwoorden hierbij de volgende vragen:
    • Over wie gaat het lied?
    • Waarover gaat het lied?
    • Wat is er gebeurd waardoor de vertelster verdriet heeft?
    • Waarom sluit zij de deur en haar hoofd af?
    • Wat betekent de uitspraak “stuffed animals are always right” in de context van het lied en van dit thema?
    • Waarom wil ze dat haar knuffels tot leven komen?
    • Kan je begrijpen dat de vertelster hierin troost vindt?
    • Hoe reageer je zelf wanneer je ouders bijvoorbeeld ruzie hebben of wanneer je ongelukkig bent? Waarin vind je dan zelf troost?

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spel, speelgoed en religie

  • De leerlingen bekijken de verschillende voorbeelden van spelen in religies en geven aan in welke mate zij vinden dat het geoorloofd is om speelgoed te ontwerpen en aan kinderen aan te bieden vanuit religieuze overwegingen.
    • Is het bijvoorbeeld belangrijk dat christelijke ouders Bible Toys aanbieden aan hun kinderen om hen op te voeden in geloof of is dit eerder een vorm van opdringen van geloof en manipuleren van kinderen?
    • Als er bijvoorbeeld actiefiguren gemaakt worden op basis van films en boeken, waarom zou dit dan ook niet mogen met figuren uit de bijbel?
    • Is het gepast dat ook producenten als Playmobil bijbels geïnspireerd speelgoed uitbrengen, met name de ark van Noach, maar dan niet ingebed in de religieuze context?
    • Is het respectloos om figuren uit de bijbel vorm te geven als poppen, die door kindjes in de mond gestopt zullen worden, vuil gemaakt zullen worden, weggegooid zullen worden, in ‘vadertje-en-moedertje’ gebruikt worden,...?
    • Is het te begrijpen dat men in Turkije speciale Moslima-poppen maakt? Wat is de beweegreden hiervoor? Kan je ook de tegenstanders begrijpen die dit pedagogisch onverantwoord vinden?
    • Wat zijn de gelijkenissen tussen de Bible Toys, de Moslima-poppe, de woedoe-emmer en priestertje spelen? Probeer dit uit te leggen aan de hand van de slogan van de Bible Toys (een citaat uit Spreuken): “Train up a child in the way he should go; and when he is old, he will not depart from it”.
  • Concreet met betrekking tot priestertje spelen kan men aan de leerlingen vragen om dit een geschikte manier is om jongens tot het priesterschap aan te zetten. Wat zouden wel goeie manieren kunnen zijn om jongens te bewegen tot het priesterschap?
  • De dreidel is een spel dat gespeeld wordt in het jodendom, met Chanoeka. De leerlingen gaan zelf op zoek naar andere spelen of specifieke rituelen voor kinderen in de context van feesten in de verschillende wereldreligies.
  • Men kan aan de leerlingen de uitvoerige opdracht geven om in groepjes zelf een spel te bedenken dat verband houdt met religie. Dit kan aan de ene kant een spel zijn over de wereldreligies (misschien een vorm van trivial pursuit met vragen over de verschillende religies) of over het christendom in het bijzonder (bijvoorbeeld een soort van memory met belangrijke christelijke beelden en begrippen). Het spel moet uitvoerbaar zijn in de klas en kan nadien ook gespeeld worden. Indien dit niet mogelijk is, kan men de leerlingen ook een lijst laten opstellen van voorwaarden waaraan een goed spel over religie moet voldoen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Kunnen kinderen en jongeren nog spelen?

Bestaat de kindertijd nog?

  • De leerlingen lezen de tekst over de kindertijd en onderlijnen daarin elementen waarmee ze het eens zijn en elementen waarmee ze het niet eens zijn. Hier kunnen de leerlingen per twee discussiëren over de kindertijd, waarbij de ene leerling de idee moet verdedigen dat er wel nog zoiets bestaat als een aparte kindertijd en de andere de idee dat de kindertijd niet meer bestaat. Hierbij dienen de leerlingen niet alleen uit de tekst te putten maar ook uit de eigen ervaring.
    • Een aantal uitspraken en gedachten uit de tekst lenen zich uitstekend tot een stellingenspel:
    • Kinderen worden zelf buitenaardse wezens, eerder een bedreiging voor de beschaving dan de hoop en mogelijke redding ervan. 
    • Er bestaan geen speciale spelletjes, etenswaren of kleren voor kinderen.
    • Kinderen tonen weinig respect voor ouderen.
    • Kinderen schamen zich nergens voor.
    • Kinderen krijgen seksuele en gewelddadige beelden te zien die slecht voor hen zijn.
    • Kinderen zijn consumenten geworden.
    • Het kinderbeeld is door de commercie bezoedeld.
    • Volwassenheid is als de verdrijving uit een paradijs.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Vrijetijdsbeleving bij de jeugd

  • Men kan het onderzoek, waarvan de resultaten in de impulsen in een tabel worden weergegeven en waarover men via de bijhorende link nog meer info kan bekomen, kleinschalig overdoen in de klas door de leerlingen de lijst van activiteiten te geven en hen te laten aankruisen welke activiteiten zij doen in hun vrije tijd. Door de lijst van alle leerlingen samen te leggen en op te tellen (en dan in een percentage om te zetten), kan men nagaan of de vrijetijdsbesteding in de klas in overeenstemming is met die van de jeugd in het algemeen. Wanneer men verschillende klassen heeft, kan men de resultaten van de verschillende klassen bij elkaar gaan optellen.
  • Ook kan men de leerlingen in de lijst van activiteiten niet alleen laten aanduiden welke activiteiten ze doen, maar ook welke activiteiten ze zouden willen doen (maar misschien niet mogen) en welke activiteiten ze het liefste doen. Op die manier komt er een nog meer genuanceerd beeld te voorschijn.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Spelletjesverslaving

  • Ook hier kan men bij de leerlingen peilen naar hoe zij zich verhouden tot kansspelen. Men kan hen de vragen stellen die bij de verschillende resultaten horen (met name: koop jij soms krasbiljetten, poker je soms voor geld, speel je soms kaart voor geld, gok je soms op het internet, speel je vaardigheidsspelen voor geld, speel je bingo in cafés voor geld, neem je via gsm of telefoon deel aan wedstrijden op tv). Ook hieruit kan men dan een klassikaal beeld destilleren en verder ingaan op de kwestie van de gevaren van dergelijke spelen.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

De gave om te geven

  • De leerlingen lezen de lange tekst over de betekenis van geschenken geven. Het beste leest men deze tekst per onderdeel (de symboliek van geven, de geest van het geschenk, motieven om te geven en de kunst van het geven, de kunst van het ontvangen). Per onderdeel maken zij een korte samenvatting van de tekst (in max. 2 zinnen). Achteraf geven de leerlingen weer wat men nu precies kan verstaan onder de symboliek van het geven, wat men bedoelt met de geest van het geschenk, welke motieven men zoal kan hebben om te geven en wat wordt verstaan onder de kunst van het geven en de kunst van het ontvangen.
  • De leerlingen geven aan wat het verhaal van Winnie de Poeh nu precies te maken heeft met de hele thematiek van geven en ontvangen.
  • Ook de strip van Calvin en Hobbes gaat over de gave van het geven en het ontvangen. In welke zin tonen Calvin en Hobbes zich beide als een goeie gever en een goeie ontvanger? Wat geven ze elkaar en wat ontvangen ze van elkaar? In welke zin is de cartoon over de Ipod video juist het tegendeel van wat in Calvin en Hobbes gebeurt?
  • Men kan de leerlingen zelf een aantal situaties laten uitbeelden. In één situatie geven ze een goeie gever en een slechte ontvanger weer, in een andere situatie geven ze een slechte gever en een goeie ontvanger weer, in een andere beelden ze een goeie gever en een goeie ontvanger uit en in nog een andere een slechte gever en een slechte ontvanger. Het hoeft hier niet per se om het geven van materiële geschenken te gaan.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Reacties op deze in de kijker

De ingezonden reacties tot nu toe:

  • 01-02-2010
    Marc van Kerkhoven

    In deze "In de Kijker" wordt uitsluitend verwezen naar de doelen uit het leerplan. Ook lijken me  zo goed als alle impulsen niet uitgewerkt voor het basisonderwijs.

    Nochtans wordt De link naar deze "In de Kijker" ook geplaatst bij het aanbod voor het "Basisonderwijs". Zo bedoeld?

    Marc van Kerkhoven

    Noot van het Thomas-team:

    Een aantal onderdelen van deze 'in de kijker' zijn ook geschikt voor leerkrachten basisonderwijs. Daarom hebben we deze 'in de kijker' mee opgenomen in de lijst van het basisonderwijs.

    Keer terug naar de bovenkant van deze pagina

Geef uw eigen aanvullingen, suggesties, ervaringen, reacties,... door

Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.

Naam:
E-mailadres:

U bent:

Uw reactie/vraag/opmerking/suggestie:

Indien gewenst, stuur hierbij een bestand mee:

Visual CAPTCHA

Vul bovenstaande code in:


Als u een bestand meestuurt, kan het even duren vooraleer u
op de volgende pagina terechtkomt
.
Gelieve toch maar één keer op 'Verzenden' te klikken.

Keer terug naar de bovenkant van deze pagina


Kritiek op folteren