
Inhoudstafel
Broederlijk Delen focust in de campagne van 2010 op Bolivië, met name op de hoogvlakte van de Boliviaanse Andes. Dit hooggebergte kan gezien worden als de koortsthermometer van onze wereld. Al tientallen jaren lang is de opwarming van de aarde zichtbaar en voelbaar in de Andes. De extreme droogte dreigt ervoor te zorgen dat het hele voedselsysteem van de inheemse bevolking instort.
Ook in deze extreme situatie proberen mensen met talenten hun eigen plannen te realiseren om voor hen en hun kinderen een duurzame toekomst te voorzien. Eén van die mensen is Samuel, een eenvoudige boer, die met de steun van Equipo Kallpa, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, een irrigatiesysteem kon installeren om op die manier het hoofd te bieden aan de extreme droogte. Broederlijk Delen wil bij wijze van symbolische actie Samuel nomineren voor de Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling. Samuel vertegenwoordigt immers al die mensen die aan de slag blijven vanuit een onverwoestbaar geloof in een haalbare toekomst voor al wat leeft.
Net zoals vorige campagnes is deze campagne van Broederlijk Delen ontstaan vanuit de gedachte dat duurzame verandering groeit vanuit de keuzes en mogelijkheden van mensen ter plaatse. In deze in de kijker wordt vanuit levensbeschouwelijk oogpunt ondermeer stilgestaan bij de relatie tussen mens en aarde, bij de idee van duurzame ontwikkeling en bij wat het betekent om vanuit de talenten te erkennen van mensen die een minder gunstige context hebben. De vastenperiode is de periode bij uitstek om zich te bezinnen op het eigen leven en om niet alleen los te komen van het materiële maar eveneens van de eigen pretentie en vooroordelen, ook tegenover het Zuiden.
Zoals in een gezinsrelatie is er ook tussen Noord en Zuid een onzichtbare balans tussen geven en nemen. Is deze balans vandaag de dag in evenwicht of helt de balans over naar een van beide kanten? Hoe zouden we de balans van vandaag terug in evenwicht kunnen krijgen? Wat kan het Noorden aan het Zuiden geven en waaruit zou het geven van het Zuiden kunnen bestaan? In welke zin heeft het erkennen van het feit dat het Zuiden ook talent heeft te maken met de balans van geven en nemen?

In de terreinen voor 1b
In de terreinen voor het 1e jaar van de 1e graad
In de terreinen voor het 2e jaar van de 1e graad
In de terreinen voor het beroepsvoorbereidend leerjaar
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad ASO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad TSO/KSO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 2e graad BSO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad ASO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad TSO/KSO
In de terreinen voor het 1e jaar van de 3e graad BSO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad ASO
In de terreinen voor het 2e jaar van de 3e graad BSO
In de terreinen voor het 3e jaar van de 3e graad en de 4e graad
Afgezien van een kleine groep klimaatsceptici, is iedereen er nu wel van overtuigd dat de mensheid kampt met een nooit eerder gezien probleem dat heel de planeet in zijn greep houdt: de globale klimaatopwarming. Sinds de publicatie van het IPCC-rapport van 2007 (Intergo-vernmental Panel on Climate Change) is ook algemeen aanvaard dat dit probleem veroorzaakt wordt door menselijke activiteiten. Uit het rapport blijkt dat vooral de arme landen in het Zuiden, de kleine eilandstaten en de regio’s rond rivierdelta’s vandaag de gevolgen ondervinden van die opwarming. Om ernstige en onbeheersbare opwarming te vermijden, zou de wereldgemeenschap erin moeten slagen de temperatuurstijging onder de 2°C te houden.

De witbedekte bergtoppen van de Andes zijn betoverend. Maar de jongste jaren ondergaat dit landschap een opmerkelijke gedaanteverandering. Net als in de poolgebieden slaat de opwarming in het hooggebergte sterker toe dan in meer gematigde klimaatzones. De gletsjers smelten in een ijltempo weg, het landschap wordt voorgoed onttoverd. De Chacaltaya, de legendarische hoogst gelegen skipiste ter wereld, op 5.300 m hoogte in de buurt van La Paz (een gletsjer van 18.000 jaar oud) is zo goed als verdwenen. Tussen de vroege jaren ‘70 en 2006 is het totale oppervlak van de gletsjers in Peru en Bolivia met 30 procent gekrompen. Niet alleen het toerisme voelt die impact. Miljoenen mensen in de Andes hangen voor hun landbouw en drinkwater af van het smeltwater van deze ijsmassa’s.

Door de toenemende onvoorspelbaarheid van het klimaat, verliest de inheemse bevolking het houvast dat de natuur hen vroeger bood. Sinds het rampjaar 1983 is het aantal droogtejaren in Bolivia toegenomen en leven de inheemse indiaanse gemeenschappen met de voortdurende dreiging van een voedselcrisis. In 1997-1998 sloeg El Niño opnieuw hard toe met overstromingen en droogtes. De hoogvlakte werd geteisterd door ongekende droogtes, terwijl het noorden en het oosten kampten met zware overstromingen. ‘Vroeger waren de seizoenen duidelijker. Hagel viel in juni of juli, maar nu kan het evengoed in januari of februari hagelen. En de hagelbollen zijn veel groter dan vroeger’, vertellen de boeren van Potosí.
Equipo Kallpa, één van de partnerorganisaties van Broederlijk Delen, ondersteunt de inheemse gemeenschappen in Noord-Potosí in hun watermanagement. De organisatie ondersteunt de gemeenschappen bij het uitbouwen van irrigatiesystemen om het kostbare blauwe goud optimaal te benutten. Met dit waterbeheer kan er vroeger gezaaid worden en kan er zelfs tweemaal per jaar geoogst worden en is er terug een grotere variëteit aan gewassen.
Deze aanpak kadert in het project ’irrigatie voor allen’. van Equipo Kallpa. De organisatie levert het materiaal en de technische kennis, en de gezinnen leggen zelf de irrigatiesystemen aan.
Het gaat daarbij om een integrale en duurzame aanpak. Zo worden er ook groenbarrières aangeplant op de hoogtelijnen van de hellingen. Planten met stevige wortels houden de bodem vast en verhinderen dat de dunne bovenlaag wegspoelt. Door de veel intensere regenval van de laatste jaren spoelt immers de vruchtbare laag weg. Herbebossing en bodemherstel verhogen ook terug de grondwaterspiegel, wat een dringende noodzaak is, gezien de dalende watertafels. Om het platteland voor de gezinnen terug leefbaar te maken, begeleidt de ngo hen ook in de verwerking en commercialisering van hun producten, onder andere door microkredieten te verstrekken.
Door zo’n integrale benadering verbetert de levenskwaliteit van de gezinnen en worden ze weerbaarder tegen extreme weersomstandigheden. Equipo Kallpa heeft daarbij ook aandacht voor de sociale netwerken en de culturele en politieke verankering van deze gemeenschappen op de Altiplano. De traditionele kennis en een traditie van flexibel inspelen op de veranderingen in de natuur, gekoppeld aan de inzet van nieuwe technologische middelen zijn hier essentieel om de problemen van vandaag het hoofd te bieden. Ze voorkomen ook dat mensen massaal naar de steden of naar het buitenland migreren.
Samuel is één van de boeren die met zijn familie zo’n aanpak uitbouwt. Door Samuel symbolisch te nomineren voor de Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling, benadrukt Broederlijk Delen dat de wereld de inspanningen van hem en zijn collega’s hard nodig heeft.
Broederlijk Delen wil in deze campagne de stem van het Zuiden laten weerklinken en richt de focus op Bolivia. Het land is verantwoordelijk voor slechts 0,27 procent van de broeikasgassen in de atmosfeer, maar de klimaatverandering is er al jarenlang voelbaar. Wat zij vragen is solidariteit en betrokkenheid, maar ook financiële en technologische steun. De stem uit het Zuiden klinkt luider dan ooit: geen klimaatapartheid, wel klimaatgerechtigheid. Met de nominatie van Samuel kan jij deze stem versterken.
De klimaatwijziging confronteert ons, in het rijke Noorden, ook met de grenzen van ons ontwikkelingsmodel. We zijn dringend toe aan het herstel van onze relatie met de aarde en haar bewoners, aan een ander ontwikkelingspad dat in overeenstemming is met de draagkracht van de aarde en dat kan gedeeld worden door alle aardbewoners. Bolivia en het wereldbeeld van de Andesbewoners die met Pachamama (Moeder Aarde) een relatie hebben van dankbaarheid, respect en wederkerigheid houden ons in de komende vastenperiode een uitdagende spiegel voor.
Uitgebreide info over de partnerorganisaties van Broederlijk Delen in Bolivia en de politieke eisen voor een nieuw klimaatakkoord vind je in de campagnekrant en in de politieke brochure. Bestellen of downloaden kan op www.broederlijkdelen.be.



Bezinningsboekje Spoor Zes: ‘Op onbekend terrein’: De aarde heeft koorts: het klimaat warmt op, de bezorgdheid groeit. Welke toekomst is er voor het water, voor Bolivia, voor ons? We zijn op onbekend terrein aanbeland. Veel vragen dringen zich op. Wat is het goede leven? Wat is mijn antwoord? En wat is jouw antwoord? Heb je een opener nodig voor een vergadering, bezinning, les of activiteit? Of een slottekst? In dit boekje vind je getuigenissen, poëzie, gebeden en doordenkers. Kortom, veel inspiratie. En meer nog, vragen en opdrachten om aan de slag te gaan met de inhoud. Te gebruiken in de klas of schoolviering maar evenzeer in de leraarskamer of teamvergadering.

Samuel en Erasmo brengen ons naar hun gecementeerd waterbassin. ‘Dit is het hart van ons familiale irrigatiesysteem,’ legt Samuel uit. ‘Onze familie van 24 personen is hiermee beter verzekerd van voldoende voedsel. We zijn met drie broers en we hebben elk ons gezin met kinderen. Onze ouders hebben het systeem opgestart, en ze werken ook nog mee. Met de oudste kinderen erbij hebben we momenteel twaalf arbeidskrachten. Maar ook de allerkleinsten leveren een bijdrage. Al dragen ze maar enkele stenen weg, dan nog helpen ze ons.’
‘Water uit een hoger gelegen bronnetje vult het bassin,’ vertellen de broers. ‘Eerst leidden we het water ernaartoe via een kanaaltje dat we groeven in de losse aarde. Maar dat systeem was te kwetsbaar. Het werd vernield door hevige regenval. Nadien besloten we om een kanaaltje uit te hakken in de rots. En dat werkt goed.’ Pvc-buizen leiden het water verder naar de velden. ‘Maar we laten het niet zomaar over de akkers lopen. We maken sproeiers om het te verdelen. Zo vermijden we dat het stromend water erosie veroorzaakt.’
Volgens de broers heeft het irrigatiesysteem de overlevingskansen van de families aanzienlijk verbeterd. ‘Het geeft vooral meer zekerheid. Vroeger waren we helemaal afhankelijk van de regenval. We kenden steeds meer slechte jaren, met droogte en tegenvallende oogsten. We oogstten ook maar één keer per jaar. Nu kunnen we vroeger zaaien, in augustus, en een eerste keer oogsten in december. Op dit moment is een tweede oogst op komst. Bovendien kunnen we nu een grotere variëteit aan gewassen produceren, waaronder groentenen fruit. We hebben nu zelfs wat overschot om te verkopen op de markt. We telen ook luzerne (een soort klaver) die we gebruiken als veevoer. Dat laat ons toe een melkkoe te houden en onze voeding aan te vullen met melk en kaas.’
‘Ik denk erover na om meer luzerne te zaaien,’ zegt Samuel, ‘zodat ik vier koeien kan houden. Met het geld dat ik dan verdien, kan ik mijn kinderen laten studeren. Zij zullen niet elders werk moeten gaan zoeken, en ook ik zal hier kunnen blijven werken.’ Hij droomt niet van een leven in luxe, maar van het buen vivir (goede leven) van een hechte gemeenschap die kan leven van wat Pachamama schenkt, en die haar in ruil eerbied bewijst en met de beste zorgen omringt.
Zoals zoveel mensen en groepen in het Zuiden realiseren Samuel en de inheemse gemeenschappen hun eigen plannen voor de redding van hun milieu, hun voedselproductie en
hun woongebieden. Daarom nomineren we Samuel, en via hem al onze partnerorganisaties, voor een prijs die in de wereld nog ontbreekt: de Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling. Uit respect voor hun titanenwerk. En als steun voor hun en onze eis voor een rechtvaardig nieuw klimaatakkoord.
Uit de campagnekrant 2010 van Broederlijk Delen
Op 10 december [2002] worden in Stockholm en Oslo de jaarlijkse Nobelprijzen uitgereikt. Tweede Kamerlid Van der Ham, Brits Europarlementariër Davis, Amerikaans Congresman Greenwood en Ingrid Aaldijk pleiten voor een nieuwe Nobelprijs: De Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling.
De Nobelprize werd ruim honderd jaar in het leven geroepen door Alfred Nobel, een wapen- en springstoffenfabrikant, die wroeging kreeg over de rijkdom die hij vergaarde door de verkoop van dynamiet en wapens. Hij stelde een fonds in dat na zijn dood jaarlijks prijzen moest gaan uitreiken aan personen of instellingen die zich verdienstelijk maakten voor de samenleving. Na de dood van Nobel werden in 1901 voor het eerste de Nobelprijzen uitgereikt. Het waren de eerste echte internationale prijzen voor verdiensten in natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en vrede. In 1968 voegde de Sveriges Riksbank (Bank of Sweden) er de `Prize in Economic Sciences in memory of Alfred Nobel' aan toe. Sindsdien zijn er geen toevoegingen meer geweest. Naar onze visie is het tijd voor een nieuwe visionaire stap: de instelling van een prijs voor duurzame ontwikkeling.
Sinds de jaren zestig is er veel veranderd in de Wereld. Na het rapport van de Club van Rome, begin jaren zeventig, over de mondiale milieuvervuiling zijn we anders gaan kijken naar, bijvoorbeeld, de schaduwzijden van massaconsumptie en gebruik van fossiele brandstoffen. Economische ontwikkelingen hebben gevolgen voor het milieu en voor de verschillen in welvaart. Het is van belang dat de balans tussen economie, milieu en sociale ontwikkeling voortdurend de gaten gehouden wordt.
De voormalige premier van Noorwegen, mevrouw Bruntlandt, schreef in 1987 het beroemde rapport: `Onze gezamenlijke toekomst'. Dit rapport lanceerde de term duurzame ontwikkeling (Sustainable Development) en legde de samenhang uit tussen ontwikkeling en milieu.

Bruntlandt omschreef het als volgt: `Het gaat hierbij om een ontwikkeling, die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarbij de mogelijkheden te verminderen voor toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien.' Eenvoudig gezegd is duurzaamheid het rekening houden met mens en milieu, nu en later, hier en elders. Het rapport Bruntlandt werd vervolgd door twee wereldconferenties in Rio de Janeiro (1992) en in Johannesburg (2002), waarbij vraagstukken besproken werden die te maken hadden met milieu, armoede en economische ontwikkeling. Op het hoogste niveau werd het belang van mens- en milieuvriendelijk handelen erkend. Klimaatverandering, verwoestijning, gebrek aan schoon water en verlies van biodiversiteit zijn nu al een bedreiging voor de aarde; niet alleen door oorlog en ziekten, maar ook door de uitputting van onze natuurlijke bronnen, de opwarming van de aarde en het uitsterven van diersoorten.
De term duurzame ontwikkeling werd na de conferentie van Rio de Janeiro in 1992 weliswaar steeds bekender. Maar bekender wil niet altijd zeggen dat er ook voldoende invulling aan werd gegeven. De hoeveelheid papier dat over dit onderwerp is besteed is nog altijd groter dan de hoeveelheid succesvolle voorbeelden van landen, bedrijven of projecten die een praktische invulling aan duurzame ontwikkeling geven. Het instellen van een Nobelprijs voor duurzame ontwikkeling is een steun in de rug van diegenen die niet alleen mooie woorden spreken maar die ook daadwerkelijk aan de slag zijn gegaan: Burgers, wetenschappers, politici en maatschappelijke organisaties. Niet het doemdenken, maar de innovatie, de technologische verbeteringen, het leiderschap en het verantwoordelijkheidsgevoel moeten bekroond worden.
Ook het bedrijfsleven moet kunnen meedingen naar de prijs. Technologische doorbraken en het ombuigen van ongezonde consumptiepatronen zijn essentieel voor de toekomst van de aarde, en zonder het moreel leiderschap bedrijfsleven is dat onbegonnen werk. Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet een wezenskenmerk zijn van corporate business.

Een Nobelprijs voor duurzame ontwikkeling kan een noodzakelijke en voortdurende stimulans geven aan mens- en milieuvriendelijke ontwikkeling. Winnaars voor Nobelprijzen krijgen grote bekendheid en wordt een platform geboden voor hun ideeën. Soms levert een Nobelprijs ook een veiligheidsgarantie op. Onderdrukkende regimes zijn in het verleden opzettelijk in verlegenheid gebracht door de aandacht voor prijswinnaars als de Dalai Lama (Tibet) en Aung San Suu Kyi (Birma). Een prijs voor Duurzame Ontwikkeling is tevens een blijvende oproep aan wereldleiders om actieve steun te geven aan vernieuwende initiatieven en internationale verdragen.
Op 27 november, 1895, schreef Afred Nobel zijn testament in de Zweeds-Noorse Club in Parijs. Hij schreef: "Ik richt een fonds op, waarvan de rente jaarlijks zal worden uitgekeerd in de vorm van prijzen aan hen die, gedurende het afgelopen jaar, de grootste bijdrage heeft geleverd ten dienste van de mensheid". Nu de wereld de afgelopen decennia sterk afhankelijk is geworden van hen die leiderschap durven tonen op het gebied van duurzame ontwikkeling, is een nieuwe prijs zeker op zijn plaats. Het testament van Afred Nobel is immers geen dode letter, het is een levende aansporing voor een betere wereld.
Begin maart 2003 sturen wij daarom een brief naar de Nobel-stichting in Stockholm met het verzoek de nieuwe Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling in overweging te nemen. Burgers, bedrijven, organisaties, en politici uit de hele wereld zijn uitgenodigd deze brief te ondersteunen via www.Sustainable-prize.net
http://www.d66.nl/d66nl/nieuws/20021210/tijd_voor_de_nobelprijs_voor

Nog voor Colombus in Amerika arriveerde, vatten de inheemse volkeren van de Andes hun visie op de mens en de kosmos samen in een krachtig beeld: de wipala, een vlag met 49 vierkante kleurvlakken die in schaakbordformaat geordend zijn. Dat Aymara-woord betekent: ‘in de lucht wapperen’. Tegenwoordig is die vlag ook het symbool van de strijd voor politieke en sociale rechten van de inheemsen. Van zeven kleuren zijn er telkens zeven vlakken in de vlag aanwezig. De witte kleur – symbool van het oneindige en het licht – vormt de diagonaal die de vlag verdeelt in twee helften. De kleuren boven en onder de witte diagonaal symboliseren de harmonie, het evenwicht dat moet bestaan tussen tegengestelde elementen. Zo is het bovenste deel de dag, het onderste de nacht. Elke kleur heeft ook een eigen betekenis: natuur, maatschappij, enz.
Uit ‘Op onbekend terrein’, tekstenboekje van SpoorZes
1. rood: staat voor de planeet aarde (aka-pacha) en is de weergave van de Andesbewoner, van zijn intellectuele ontwikkeling, alsook van de kosmische opvatting in denken en kennis van de amawtas.
2. oranje: stelt de samenleving en de cultuur voor, maar drukt ook de creativiteit en vruchtbaarheid van de menselijke soort uit, meer opgevat als een patrimoniale (lees: huiselijke, familiale) rijkdom dan als een natie.
3. geel: staat voor energie en kracht (ch' loves-pacha), en is de uitdrukking van de morele principes van de Andesbewoner.
4. wit/indigo: staat voor de tijd en dialoog (jaya-pacha), de ontwikkeling van wetenschap en techniek, kunst, de geestelijke- en de handenarbeid die wederkerigheid en harmonie beogen in het gemeenschapsleven.
5. groen: staat voor de economie en de Andesproductie, symbool van de natuurlijke rijkdom.
6. blauw: staat voor de kosmische ruimte (araxa-pacha), is de uitdrukking van de sterrensystemen van het universum en de natuurlijke weerslag daarvan op de aarde.
7. paars/violet: staat voor de Andesideologie en politiek, en is de uitdrukking van de gemeenschapskracht van de Andes.
http://ond.vsko.be/pls/portal/docs


De zeven kleurbanen van de wipalasjaal, die je krijgt door de rangschikking van de verschillende kleuren op breedte van de sjaal symboliseren de gelijkmatigheid, de harmonie, het evenwicht tussen tegengestelde elementen. De wipala is het symbool van de socio-culturele, culturele en politieke relaties die gebaseerd zijn op gelijkheid binnen het gemeenschapsleven in de Andes. Relaties waarin broederlijkheid en wederkerigheid een grote rol spelen.
Om geleerd te doen laten we het P. Xavier Albo, antropoloog ook eens zeggen: "De gedachte van eenheid tussen de tegengestelden lijkt een centraal referentiepunt te zijn in de wijsheid van de Andes, zowel in de natuurlijke wereld als op sociaal vlak en ook binnen de familie. Nooit kiest men partij voor een element, maar men erkent en respecteert het bestaan van alle elementen zonder dat men één ervan wil uitschakelen. Elk tegengestelde erkent en respecteert zijn tegengestelde; ze worden samengebracht in een geheel dat gekenmerkt wordt door een zekere dwangmatigheid."
Overleven in de Andes is niet eenvoudig, het is een kunst, zoals een Aymara-gezegde stelt: "niet teveel lachen om nadien niet te veel te wenen". Ook dit komt dus neer op het zoeken van een evenwicht door het bestaan van tegengestelde krachten te erkennen.
De riten zijn de manier waarop het evenwicht tussen de elementen van boven en die van beneden wordt hersteld. De Ayni is de praktijk van wederkerigheid tussen de mensen. In het werk, in hulp, in geschenken en ook op het gebied van vergiffenis schenken. Zij is de noodzakelijke voorwaarde voor het herstellen van het evenwicht op alle vlakken.
Omwille van al deze redenen wordt de wipala beschouwd als het symbool van wereldvisie en de filosofie van de volkeren van de Andes. Wie de wipala zwaait verlangt dus naar de vrijheid zoals Jezus uitdrukt in de verhalen van de Bijbel, de vrijheid om als kind van God overal zichzelf te mogen zijn.
De wipalavlag wordt ook bovengehaald op grote feesten bij de Indianen van Zuid-Amerika. Feesten en vieringen brengen mensen bij elkaar in grote solidariteit. Ook in de Bijbel komen we deze verbondenheid tegen ("een teken van God's barmhartigheid").
http://www.kuleuven.be/up/student/patipati/geschiedenis/wipala.html



Gij,
schilderend met vele kleuren
Gij spreekt in vele talen,
woont in vele landen.
Gij kijkt met vele gezichten,
schildert met vele kleuren.
Ja, Gij zijt een veelkleurige God.
Gij zijt de God van de regenboog.
Klop dan aan het gehoorbeen van mensen,
klop op de poort van volkeren en culturen,
klop op de deur van synagoge, kerk en moskee
en open uw gelovigen en geloofsgemeenschappen.
Open de wereld
voor het wonder van vereniging in verscheidenheid,
voor de zaligheid van vrede in verschil,
voor de vervulling van heel de aarde
met gerechtigheid en verbondenheid.
Gij,
God van de kleurenboog,
schilderend met vele kleuren,
stort over de wereld
uw Geest van verzoening uit
vandaag
en alle dagen die komen.
Amen.
Jean-Paul Vermassen

Het campagnelied van 2010 van Broederlijk Delen is getiteld “Een goed leven”.
De tekst van het lied:
We gaan nieuwe wegen,
verbonden met heel onze aarde,
we gaan nieuwe wegen,
verbonden met heel onze aarde,
om samen te bouwen, vandaag nog,
aan een goed leven.
Het gaat niet om geven of krijgen,
het gaat om delen.
Tijd om de maïs te planten
en tijd om te hopen,
tijd om te oogsten
en tijd om te leren geloven
dat het kan, dat het kan, dat het kan.
Wortels tot diep in de grond
om te reiken naar water,
om ons te laven, te leven
voor nu en voor later,
want het kan, want het kan, want het kan.
Dromen van regen die alles
doet groeien en leven,
hoog in de Andes
zijn honger en droogte vergeten,
ja het kan, ja het kan, ja het kan.
De partituur kan gedownload worden via:
http://www.werelddelen.be/formulieren/files/campagnelied2010.pdf
De indiaanse van de Andes streven ‘het goede leven’ na, ‘sumak kawsai’ in het Quechua, ‘el buen vivir’ in het Spaans. Ze bedoelen daarmee niet alleen het welzijn van het individu, maar het individu in relatie tot de omgeving: de medemens en de lucht, het water, de grond, de bergen, de bomen en de bodemrijkdommen. Kortom, de relatie met Moeder Aarde.
Het streefdoel is niet een opeenstapelen van goederen, maar wel een ethiek van het genoeg, van niet meer te nemen van Pachamama dan wat je nodig hebt. Dat concept van ‘het goede leven’ werd in Bolivia en in Ecuador opgenomen in de nieuwe grondwet.
Je mag van de Pachamama niet meer nemen dan wat je nodig hebt. Je kunt niet alleen maar krijgen, je moet ook iets teruggeven. Telkens opnieuw moeten de relaties hersteld worden: met de aarde, met de mensen, met God.
Uit ‘Op onbekend terrein’, tekstenboekje van SpoorZes
‘Santhuthi’ is de kunst om tevreden te zijn met wat je hebt. Ongeveer dertig jaar geleden verbood de Thaise regering de boeddhistische monniken om die ‘santhuthi’ nog langer te prediken. De overheid dacht immers volgens een westerse logica dat het gewraakte boeddhistische principe de economische groei belemmerde en dus ook de ontwikkeling in de weg stond. Buddhadasa Bhikku – een gerespecteerde Thaise monnik – verzette zich tegen die maatregel. Hij was er van overtuigd dat ‘santhuthi’ juist bijdraagt tot echte menselijke ontwikkeling, wat hij veel belangrijker vond dan materiële vooruitgang.
“Boeddhisten werken graag naar een middenweg,” vertelt Miun Pipob, een geëngageerde boeddhist. “De Boeddha leert ons om niet vast te houden aan oude ideologieën. Het is dus verkeerd om zomaar elke verandering te verwerpen. Maar als een evolutie het evenwicht in de
natuur verstoort, moet ze bijgestuurd worden.”
Uit ‘Op onbekend terrein’, tekstenboekje van SpoorZes















Als het volk van Israël op weg naar het beloofde land door de woestijn doolt en van honger dreigt om te komen, laat Jahwe een witte substantie uit de hemel vallen. Het lijkt een droom, maar als de Israëlieten het goedje proeven, blijkt het heerlijk voedsel te zijn. Manna heet het en het ligt iedere morgen opnieuw in het woestijnzand te wachten. Eén aanwijzing had Mozes, de door Jahwe geroepen leider, aan zijn hongerige lotgenoten gegeven: ieder mag enkel verzamelen wat nodig is om de honger van één dag te stillen. Maar mensen willen meer dan genoeg en bewaren graag een appeltje voor de dorst. En waarom vandaag niet wat extra manna verzamelen, zodat je morgen niet vroeg op hoeft? Maar wat gebeurt? Wie meer manna verzamelt dan nodig is, komt bedrogen uit; wie het ‘genoeg’ niet vertrouwt, treft enkel bederf aan. Om de diepe betekenis van ‘de maat van het manna’ niet te vergeten, laat Mozes vervolgens een urn vervaardigen waarin precies één dagrantsoen past. De urn wordt tussen Jahwe en de Israëlieten geplaatst als tastbaar teken van een ‘spiritualiteit van het genoeg’. Manna in de woestijn, een ‘funderend verhaal’ om in wisselende tijden de begeerte te leiden langs wegen van maat-gevoelige handel en wandel. Een spiritualiteit van het vertrouwen dat met Gods gratie elke morgen nieuwe mogelijkheden biedt en dat zelfzuchtige berekening in wezen misrekening is.
http://www.sympatheia.nl/index.php/spiritualiteit/64-spiritualiteit-onmisbaar-voor-eerlijke-handel

[1] Vanuit Elim trok het hele volk van Israël weer verder. Op de vijftiende dag van de tweede maand na hun vertrek uit Egypte bereikten ze de woestijn van Sin, die tussen Elim en de Sinai ligt. [2] Daar in de woestijn begon het volk zich opnieuw te beklagen. ‘Had de HEER ons maar laten sterven in Egypte,’ zeiden ze tegen Mozes en Aäron. ‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten. U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om ons hier allemaal van honger te laten omkomen.’
[4] De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uitgaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef: ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden. [5] Op de zesde dag moeten ze tweemaal zo veel verzamelen en klaarmaken als op de andere dagen.’ [6] Hierop zeiden Mozes en Aäron tegen de Israëlieten: ‘Vanavond nog zult u inzien dat de HEER zelf u uit Egypte heeft geleid, [7] en morgen, in de ochtend, zult u de majesteit van de HEER zien. Hij heeft gehoord hoe u zich beklaagt. Dat is tegen hem gericht, want wie zijn wij dat u zich bij ons zou beklagen?’ [8] Mozes vervolgde: ‘Vanavond zal de HEER u vlees te eten geven, en morgenochtend zult u volop brood hebben, want de HEER heeft uw geklaag gehoord. Dat is immers tegen hem gericht en niet tegen ons – want wie zijn wij?’
[9] Mozes zei tegen Aäron: ‘Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Wend u tot de HEER, want hij heeft uw geklaag gehoord.”’ [10] Zodra Aäron dit aan het volk had opgedragen en allen zich met het gezicht naar de woestijn hadden opgesteld, verscheen in een wolk de majesteit van de HEER. [11] De HEER zei tegen Mozes: [12] ‘Ik heb gehoord hoe de Israëlieten zich beklagen. Zeg tegen hen: “Wanneer de avond valt zullen jullie vlees eten, en morgenochtend brood in overvloed. Dan zullen jullie inzien dat ik, de HEER, jullie God ben.”’
[13] Diezelfde avond kwamen er grote zwermen kwartels aangevlogen, die in het kamp neerstreken, en de volgende morgen lag er overal rond het kamp dauw. [14] Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag. [15] ‘Wat is dat?’ vroegen de Israëlieten elkaar toen ze het zagen; ze begrepen niet wat het was. Mozes zei tegen hen: ‘Dat is het brood dat de HEER u te eten geeft. [16] De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.’ [17] De Israëlieten deden dat. De een verzamelde veel, de ander weinig. [18] Toen ze het namaten, hadden zij die veel verzameld hadden niet meer dan een omer, en zij die weinig verzameld hadden niet minder, terwijl toch iedereen zo veel had genomen als hij nodig had. [19] Mozes verbood om ook maar iets ervan tot de volgende dag te bewaren. [20] Sommigen luisterden niet naar hem en bewaarden toch iets; de volgende morgen zat het vol wormen en stonk het. Mozes wees hen scherp terecht.
[21] Elke morgen verzamelde ieder zo veel als hij nodig had; zodra de zon begon te branden, smolt het weg. [22] Maar op de zesde dag verzamelden ze een dubbele hoeveelheid: twee omer per persoon. De leiders van het volk kwamen dit bij Mozes melden. [23] Mozes zei tegen hen: ‘De HEER heeft dit zo bepaald. Morgen is het een dag van rust, een heilige sabbat ter ere van de HEER. Bak of kook daarom wat u wilt klaarmaken, en bewaar wat er overblijft tot morgen.’ [24] Ze lieten dus iets over voor de volgende dag, zoals Mozes had opgedragen; nu stonk het niet en zaten er geen wormen in. [25] ‘Dit moet u vandaag eten,’ zei Mozes, ‘want vandaag is het sabbat, een rustdag ter ere van de HEER, en zult u buiten het kamp niets vinden. [26] Zes dagen kunt u voedsel verzamelen, maar de zevende dag is het sabbat, dan is het er niet.’ [27] Toch gingen sommigen ook op de zevende dag op zoek, maar ze vonden niets. [28] Toen zei de HEER tegen Mozes: ‘Hoe lang blijven jullie nog weigeren mijn geboden en voorschriften in acht te nemen? [29] De HEER heeft jullie de sabbat gegeven en daarom geeft hij jullie op de zesde dag voedsel voor twee dagen. Laat ieder dus op de zevende dag blijven waar hij is, niemand mag dan het kamp verlaten.’ [30] Toen hield iedereen op de zevende dag rust.
[31] Het volk van Israël noemde het voedsel manna. Het leek op korianderzaad, maar dan wit, en het smaakte als honingkoek. [32] Mozes zei: ‘De HEER heeft het volgende bevolen: “Er moet één volle omer bewaard blijven voor de generaties die na jullie komen, want zij moeten het brood kunnen zien dat ik jullie in de woestijn te eten heb gegeven toen ik jullie uit Egypte leidde.”’ [33] Daarom zei Mozes tegen Aäron: ‘Doe een volle omer manna in een kruik en leg die op de plaats waar de HEER wordt vereerd, om het manna daar voor de komende generaties te bewaren.’ [34] Zoals de HEER Mozes had opgedragen, legde Aäron de kruik neer voor de verbondstekst, om het manna daar te bewaren. [35] Veertig jaar lang aten de Israëlieten manna, tot ze in bewoond gebied kwamen; ze aten manna tot ze de grens van Kanaän bereikten. [36] (Een omer is een tiende efa.)
(Ex 16,1-36)

Met het ‘goede leven’ hangen ‘de rechten van de natuur’ samen, die ook in de grondwet erkend worden. Niet alleen de mens, ook de natuur heeft rechten.
De Boliviaanse grondwet onderscheidt vier rechten voor de natuur:
Het recht op leven
Het recht op de mogelijkheden om haar biocapaciteit te regenereren
Het recht op een propere omgeving, vrij van milieuvervuiling
Het recht op harmonie en evenwicht in de relatie tussen mens en natuur
Uit ‘Op onbekend terrein’, tekstenboekje van SpoorZes

Op 20 oktober [2008] trad de nieuwe grondwet in voege. De nieuwe grondwet brengt een heleboel hervormingen met zich mee die na een overgangsperiode zullen uitmonden in verkiezingen in april 2009. De nieuwe grondwet is op sommige vlakken zeer innoverend en progressief. Met betrekking tot de specifieke sector van het VFTB is het het vermelden waard dat Ecuador het eerste land ter wereld is waar de natuur onvervreemdbare rechten toegekend worden en van deze laatste dus een rechtspersoon maken. ‘El buen vivir’ (welzijn) en ‘La convivencia’ (het samenleven) in harmonie met de natuur vormt de algemene filosofie van de grondwet. Hoofdstuk 7: Rechten van de natuur is nog explicieter, bevat 4 artikels en verwijst rechtsreeks naar de rechten van de natuur of Moeder Aarde (Pacha Mama):
• Artikel 71: “De natuur of Moeder Aarde, waar men zich voortplant en leeft, heeft het recht op integraal respect op haar bestaan, haar behoud en de regeneratie van haar vitale cycli, functies en evolutieve processen.
Elke persoon, gemeenschap, volk of nationaliteit zal het naleven van de rechten van de natuur bij de openbare autoriteit kunnen eisen. Voor de toepassing en de interpretatie van deze rechten wordt gewezen op de principes bepaald in de Grondwet, van waaruit zij voortkomen.
De Staat zal natuurlijke personen, rechtspersonen en collectieven stimuleren om de natuur te beschermen en zal het respect voor alle elementen die een ecosysteem vormen, bevorderen.”
• Artikel 72: “De natuur heeft het recht op herstel. Dit herstel zal onafhankelijk zijn van de verplichting die de Staat of natuurlijke en rechtspersonen hebben met betrekking tot de schadeloosstelling van individuen of personen die afhankelijk zijn van aangetaste ecosystemen.
In het geval van ernstige of permanente milieu impact, inbegrepen dewelke die veroorzaakt worden door de exploitatie van niet hernieuwbare grondstoffen, zal de Staat de meest efficiënte mechanismen instellen om het herstel mogelijk te maken en adequate maatregelen aannemen om schadelijke milieugevolgen teniet te doen of te verminderen.”
• Artikel 73:”De Staat zal voorzorgs- en beperkende maatregelen aanwenden bij activiteiten die kunnen leiden tot het uitsterven van soorten, de vernietiging van ecosystemen en de permanente verandering van natuurlijke cycli. De introductie van organismen, organisch en anorganisch materiaal die het nationaal genetisch patrimonium op definitieve wijze kunnen veranderen, is verboden.”
• Artikel 74:”Personen, gemeenschappen, volkeren en nationaliteiten hebben het recht om baat te hebben bij het milieu en de natuurlijke rijkdommen die hen het welzijn toelaten. Ecosysteemdiensten kunnen niet verworven worden; hun productie, rendement, gebruik en exploitatie zullen gereguleerd worden door de Staat.
De zeer progressieve wetgeving mbt natuur komt onder meer voort uit de visionaire ideeën van Alberto Acosta, ex-voorzitter van de grondwetgevende vergadering, omtrent justitie en ecologische rechtvaardigheid in de 21ste eeuw.
http://www.groenhart.be/documenten/VFTB_Missieverslag_Ecuador_oktober_2008.pdf
In het bos op een verborgen plaats
Komen energieën samen
Zij houden daar de beelden vast
Van mensen die eens kwamen.
Gevoelens zweven er nog rond
Een ieder die er plaats neemt op de grond
Kan vervlogen dromen voelen.
De aarde kan vertellen aan
Een ieder die wil horen
Een bijzondere les geschiedenis
Puur vernomen uit aardesporen.
(http://www.robmir.nl/natuursite)
Moeder aarde
de dierentuin in je boezem
is verzwakt, bedreigd
Het lange kleed dat je eeuwen
draaide en drappeerde rond je dijen,
is nu opgeslokt
in een donkere afgrond
Eens vlogen kleine vogels,
als wachters van de hemel
in vrijheid heen en weer naar jou.
Vandaag is de lege hemel
gevuld met zwermen
ijzeren monsters met satellieten,
afgeleverd zonder controle.
Ze ruziën ondereen
jutten mekaar op om te vechten
en mekaar aan te vallen.
Omwille van het recht op een baan rond de aarde,
om het luchtruim te bezitten.
De zwerm vogels
die ooit de onafhankelijkheid van de luchten
bewaakte,
is naar jou teruggevlogen
met stukjes ijzer in hun snavels
voor de hongerige jongen in hun nest,
in plaats van met vruchten,
vers en fris.

Beluister dit nummer
Mother of us all
Place of our birth
How can we stand aside
And watch the rape of the world
This the beginning of the end
This the most heinous of crimes
This the deadliest of sins
The greatest violation of all time
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
You’ve seen her stripped mined
You’ve heard of bombs exploded underground
You know the sun shines
Hotter than ever before
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
Some claim to have crowned her
A queen
With cities of concrete and steel
But there is no glory no honor
In what results
From the rape of the world
Mother of us all
Place of our birth
We all are witness
To the rape of the world
She has been clear-cut
She has been dumped on
She has been poisoned and beaten up
And we have been witness
To the rape of the world
Mother of us all
Place of our birth
How can we stand aside
And watch the rape of the world
If you look you’ll see it with your own eyes
If you listen you will hear her cries
If you care you will stand and testify
And stop the rape of the world
Stop the rape of the world
Mother of us all
Mother of us all
Mother of us all
Mother of us all
Beluister dit nummer
They paved paradise
And put up a parking lot
With a pink hotel, a boutique
And a swinging hot spot
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
They took all the trees
Put ‘em in a tree museum
And they charged the people
A dollar and a half just to see ‘em
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
Hey farmer farmer
Put away that d.d.t. now
Give me spots on my apples
But leave me the birds and the bees
Please!
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot
Late last night
I heard the screen door slam
And a big yellow taxi
Took away my old man
Don’t it always seem to go
That you don’t know what you’ve got
Till it’s gone
They paved paradise
And put up a parking lot

Beluister dit nummer
What about sunrise
What about rain
What about all the things
That you said we were to gain...
What about killing fields
Is there a time
What about all the things
That you said was yours and mine...
Did you ever stop to notice
All the blood we've shed before
Did you ever stop to notice
The crying Earth the weeping shores?
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
What have we done to the world
Look what we've done
What about all the peace
That you pledge your only son...
What about flowering fields
Is there a time
What about all the dreams
That you said was yours and mine...
Did you ever stop to notice
All the children dead from war
Did you ever stop to notice
The crying Earth the weeping shores
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
I used to dream
I used to glance beyond the stars
Now I don't know where we are
Although I know we've drifted far
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
Hey, what about yesterday
(What about us)
What about the seas
(What about us)
The heavens are falling down
(What about us)
I can't even breathe
(What about us)
What about apathy
(What about us)
I need you
(What about us)
What about nature's worth
(ooo, ooo)
It's our planet's womb
(What about us)
What about animals
(What about it)
We've turned kingdoms to dust
(What about us)
What about elephants
(What about us)
Have we lost their trust
(What about us)
What about crying whales
(What about us)
We're ravaging the seas
(What about us)
What about forest trails
(ooo, ooo)
Burnt despite our pleas
(What about us)
What about the holy land
(What about it)
Torn apart by creed
(What about us)
What about the common man
(What about us)
Can't we set him free
(What about us)
What about children dying
(What about us)
Can't you hear them cry
(What about us)
Where did we go wrong
(ooo, ooo)
Someone tell me why
(What about us)
What about babies
(What about it)
What about the days
(What about us)
What about all their joy
(What about us)
What about the man
(What about us)
What about the crying man
(What about us)
What about Abraham
(What was us)
What about death again
(ooo, ooo)
Do we give a damn
Aaaaaaaaah Aaaaaaaaah
De videoclip van de song toont ons de vernietigende omgang van de mens met de aarde:
http://www.youtube.com/watch?v=KOnL5c8LMqM&feature=related

Hoewel Google Earth voornamelijk wordt gebruikt om van bovenaf de mooiste en interessantste plekken op aarde te bekijken, is het door en pas uitgebrachte functionaliteit nu ook mogelijk om te zien hoe de mens de aarde aan het vernietigen is.
Google heeft samen met de milieuactiegroep Appalachian Voices een interactieve laag aan Google Earth toegevoegd. De nieuwe laag toont informatie over 470 bergen die door de mens zijn vernietigd om steenkool te kunnen delven. Gebruikers kunnen onder andere zien wat de impact is van de vernietiging op de omringende ecosystemen. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft aan Google Earth de mogelijkheid toegevoegd om een virtueel bezoekje te brengen aan 150 van zijn projecten.













Dit is onze grootheid;
Dat wij alle dingen als met elkaar verbonden beschouwen:
de mens, de aarde, de dieren en heel de natuur.
Alles heeft met alles te maken en niets en niemand staat geïsoleerd binnen het geheel.
Alles in deze wereld is één enkele werkelijkheid.
Het is de plicht van de mens om de harmonie van de aarde veilig te stellen.
Zonde is: het natuurlijk evenwicht van de aarde verstoren.
De aarde brengt vruchten voort naargelang de wijze waarop de mens met haar omgaat.
Als het gedrag van de mens goed is, ontvangt hij goede oogsten
en wordt het leven beschermd.
Als het gedrag slecht is, komen er natuurrampen
en brengt de aarde niets voort.
Men heeft ons gezegd dat de aarde er is om uitgebuit te worden,
om ons te verrijken, om machtig te worden
en over andere mensen te kunnen heersen.
Maar volgens onze opvatting moet de aarde beschermd
en gerespecteerd worden.
Zij moet vereerd worden met geschenken en offers
omdat zij ons het leven geeft.
De aarde is voor ons Aymara's de maat van de liefde.
De aarde is voor ons niet zo maar aarde.
Zij is het centrum van ons bestaan,
de bron van gemeenschapsleven en de oorsprong van onze tradities en gewoonten.
We mogen zeggen dat de aarde het leven zelf is van ons volk.
Zij is ook onze gemeenschappelijke en persoonlijke geschiedenis.
De aarde is er niet om uitgebuit te worden maar om erop te leven in vrede, van generatie op generatie.
Uit de map Liturgie en Spiritualiteit 2010 van Broederlijk Delen,
Overgenomen uit Hans Van den Berg, De Aymara-indianen, Haarlem, 1989

[1] In het begin schiep God de hemel en de aarde. [2] De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
[3] God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. [4] God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; [5] het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
[6] God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ [7] En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. [8] Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
[9] God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. [10] Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.
[11] God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. [12] De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. [13] Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
[14] God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, [15] en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. [16] God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. [17] Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, [18] om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. [19] Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.
[20] God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ [21] En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. [22] God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ [23] Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.
[24] God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. [25] God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.
[26] God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ [27] God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. [28] Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ [29] Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. [30] Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. [31] God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
[1] Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. [2] Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. [3] God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.
[4] Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.
(Gn 1,1-31 en Gn 2,1-4)

Sedert de ‘ecologische wending’ in de tweede helft van de twintigste eeuw staat het eerste scheppingsverhaal bloot aan zware beschuldigen. Volgens Lynn White, Peter Singer, Amery en in hun spoor vele anderen zou het eerste scheppingsverhaal ‘de moeder van alle milieuverloedering’ zijn, dit wil zeggen: de verre en oorspronkelijke legitimatie inhouden van een louter gebruikende, functionalistische en instrumentalistische omgang met de natuur. (…) Dit instrumentalistisch antropocentrisme zou reeds aanknopingspunten vinden in het eerste scheppingsverhaal, waar de mens als toppunt van de schepping de macht over de aarde en de dieren krijgt toebedeeld. Let wel, de mens geeft zichzelf deze macht niet, maar ontvangt ze van God. Precies door deze religieuze duiding, dat wil zeggen: door deze goddelijke verankering van de menselijke heerschappij, wordt door de genoemde auteurs de machtswellustige en verwoestende dominantie van de mens over de natuur gesacraliseerd en dus versterkt en zelfs verabsoluteerd en onaantastbaar gemaakt, precies omdat ze door God zelf ingesteld wordt.
Het is duidelijk dat een dergelijke interpretatie de verzen over ‘onderwerpen en heersten’ uit de hele context van Genesis 1 isoleert, terwijl ze eigenlijk verbonden moeten worden met het beeld-van-God-zijn waardoor de mens de taak krijgt scheppend met de wereld om te gaan zoals God. In deze zin staat niet de mens in het centrum van de kosmos, maar God, alhoewel de mens vanuit God wel een bijzondere plaats toebedeeld krijgt, te begrijpen als verantwoordelijkheid en niet als willekeurig gebruik en uitbuiting. Indien er al van antropocentrisme sprake is, dan gaat het zieker niet om een instrumentalistisch en functionalistisch antropocentrisme, maar om een ethisch gekwalificeerd antropocentrisme, precies voorzover aan de mens een bijzonder zware taak toevertrouwd wordt, namelijk zoals God zelf op een scheppende manier zorg te dragen voor mens en wereld.
Uit Roger Burggraeve, Eigen-wijze liefde, Leuven, 2000
Ecospiritualiteit is, om te beginnen, een levensvisie, dit is een overtuiging en een persoonlijke
grondhouding die voortvloeien uit het klare besef dat onze aarde, wijzelf, alle leven en al het
geschapene daarop deel zijn van één groter geheel. Een kwestie van lotsverbondenheid dus, de overtuiging dat ons levenslot verbonden is met dit groter geheel.
Vervolgens verdiept zich dit besef en aanvoelen vanuit ons geloof. Dat Groter Geheel beleven wij christenen - in ons innerlijke zelf, in de stilte van ons hart, in liturgische vieringen en vooral in ons dagelijks leven - als een openbaring van een liefhebbende God die Zijn schepping draagt en tot voltooiing wil brengen, samen met ons en met de gehele schepping.
Aandacht en zorg voor al het geschapene, ook van wat daarin fout loopt, roept in de bezinnende mens het verlangen op om God te ontmoeten. Christelijke ecospiritualiteit is een spiritualiteit van “leven in overvloed” (Johannes 10,10), waarin verbondenheid en liefdevolle omgang met de aarde en de natuur centraal staat, in Gods naam en samen met God. Inherent is een oproep tot medeverantwoordelijkheid, op de wijze van Jezus’ geëngageerde en prioritaire aandacht en zorg voor al wat klein, kwetsbaar, verdrukt wordt in de natuur (o.m. de wegkwijnende diversiteit) en de samenleving (denk aan de extreme armoede) en het welzijn van mensen in gemeenschappen te dienen, binnen de grenzen van de duurzaamheid van de schepping”
Hetzelfde geldt ook voor de problematiek van de vrede. In zijn nieuwjaarsbrief “De menselijke persoon, hart van de vrede” voor de Wereldvrededag 2007 schrijft Paus Benedictus XVI: ”De ervaring leert dat elke onrespectvolle houding tegenover het milieu schade berokkent aan de menselijke samenleving, en omgekeerd. Het verband wordt duidelijker tussen vrede met de schepping en vrede tussen de mensen. Zowel het een als het ander vooronderstelt een vrede met God. Het poëtische gebed van Sint Franciscus, bekend als het Zonnelied, is een even bewonderenswaardig als actueel voorbeeld van die veelvormige ecologie van de vrede.”
Ecospiritualiteit die naam waardig resulteert ten slotte onafwendbaar in het streven naar en het concreet uitwerken van rechtvaardige en vredevolle relaties, in al hun complexiteit, met onze planeet aarde en met onze medemensen waar ook ter wereld. Onze manier van leven moet gericht zijn op duurzaamheid, dit is op het in stand houden van de natuurlijke hulpbronnen en zorg voor de diversiteit van levensvormen. Ook door wereldwijde politieke afspraken om de structurele oorzaken van de milieucrisis weg te nemen, kunnen we als wereldgemeenschap meer scheppingwaardig en duurzaam samenleven met alle levende wezens op aarde.
Dan zullen we in eerbied en respect voor alle leven de planeet aarde bewaren voor de volgende generaties. Een ‘heilige’ plicht. Heilig, dit is “van God” en “vanuit God”. Want op het spel staat ook de relatie met God en onze relatie met God in aarde- / wereld- verbondenheid. Ecospiritualiteit is dus gewoonweg: Zorg voor de Schepping! Er is zoveel te doen.
http://www.rechtvaardigheidenvrede.be/projecten/Eco-spiritualiteit%20Memo.pdf
“Als je een dichter bent, dan zie je duidelijk dat er een wolk drijft in dit papier. Zonder wolk is er geen regen; zonder regen kunnen de bomen niet groeien; en zonder bomen kunnen we geen papier maken …Als we nog dieper in dit papier kijken, kunnen we er zonneschijn in zien. Als de zon er niet zou zijn, kan het bos niet groeien. En zo weten we dat er ook zonneschijn in dit vel papier is. Als we nog langer kijken, kunnen we zeggen dat alles hier is, in en met dit vel papier. Er is niets aan te wijzen dat niet hier is – tijd, ruimte, de aarde, de regen, de mineralen in de bodem, de zon, de wolk, de rivier, de warmte. Dit vel papier bestaat omdat al het andere bestaat.” Thich Nhat Nanh, zen-boeddhistische monnik

Zoals een vel papier, bestaat een mens dankzij de wereld om hem heen. Wij zijn hoe dan ook verbonden met de natuur, het milieu, de aarde, de schepping of hoe je de wereld buiten ons ook wilt noemen. Ook als we het ons niet realiseren, is het toch zo, of we dat nu leuk vinden of niet. Bij elke inademing nemen we iets van buiten helemaal in ons op, bij elke uitademing laten we iets van onszelf los in de buitenwereld, duizenden keren per dag en nacht, vele miljoenen keren in een mensenleven. (…) Je lichaam is stof dat uiteindelijk en onverbiddelijk via toiletpot en begrafenis of crematie weer aarde wordt, ashes to ashes, dust to dust.
Stel dat we ons dat ecologische, wetenschappelijke feit van die onlosmakelijke verbondenheid tussen onszelf en de buitenwereld goed zouden realiseren en daar naar zouden handelen. Dan zou de aarde er vast een stuk aantrekkelijker en groener uitzien. Maar we realiseren ons die verbondenheid niet, of niet voldoende en zeker niet ten diepste.
Waarom niet? Misschien omdat we onszelf veel groter hebben gemaakt dan wij in werkelijkheid zijn. Wij doen alsof we de maat der dingen zijn. Maar stel dat we de vijf miljard jaar die de aarde bestaat in één kalenderjaar passen. Dan is het plantaardige leven in de eerste helft van juli verschenen, het dierlijke leven rond 10 november en Jezus 12 seconden voor het einde van het jaar geboren. Onze aarde draait rond de zon, één van de 150 miljard sterren in ons melkwegstelsel, één van de miljarden melkwegstelsels in het universum. Kijk eens op een heldere nacht hoog naar de hemel, dan zie je misschien de Andromeda-nevel. Dat wil zeggen: je ziet hoe die sterrennevel er tweeënhalf tot drie miljoen jaar geleden bij hing, want zolang doet het licht dat het uitstraalt erover om de aarde te bereiken. Als we het universum inkijken, zien we alleen hoe het daar was, niet hoe het is. Een mensenleven is tegen deze immense ondoorgrondelijke kosmische achtergrond een minuscuul vonkje. Wonderlijk en nederig stemmend.
http://www.michielbussink.nl/artikelen.php?id=1&aid=75
Broederlijk Delen stelt dat de mensheid zich door de opwarming van de aarde op onbekend terrein begeeft. De toekomst is immers onzeker.
Door de eeuwen heen zijn
Egypte, de woestijn en het Beloofde Land
metaforen geworden,
begrippen die je kunt gebruiken voor wat mensen en
volkeren overkomt.
Elke mens kan ze herkennen in hun eigen leven.
Ieder van ons is wel eens in Egypte, het slavenland,
hopend op bevrijding.
Soms trekken we door de Rietzee,
ontsnappen we aan de greep van een farao
die denkt dat hij God is.
Af en toe zien we het beloofde land,
ervaren we dat onze dromen geen bedrog hoeven te
zijn.
Meestal zijn we in de woestijn,
op onbekend terrein.
Zwervende gelukszoekers,
trekkend naar beter dan vandaag,
naar toekomst voor allen,
met als enige zekerheid een belofte:
Ik zal er zijn.
Uit ‘Op onbekend terrein’, tekstenboekje van SpoorZes
Alles begint bij een gesprek tussen God en Abraham, een gesprek, of liever een ‘aanspraak’ die een gebod inhoudt om op weg te gaan naar het land waar hij gezegend zal worden (Gen 12,1-5). Op het Woord van Jahwe vertrekt Abraham uit Haran, want hij weet zich uitverkoren. En die uitverkiezing stelt hij boven zijn eigen verlangen. Hij doet afstand van wat het ‘eigen’ is: zijn geboorteplaats, zijn land, zijn goed, zijn veiligheid. Hij ziet ervan af te vragen voor zichzelf.
Om de radicale heteronomie van Abrahams vertrek en reis te duiden, kunnen we zijn op tocht gaan vergelijken met dat van Odysseus. In zijn omzwervingen en nomadische tochten is de Griekse Odysseus het beeld van onze ‘natuurlijk’, spontane en vanzelfsprekende dagelijkse existentie. Elke mens gaat op reis om zichzelf te vinden en te worden: het leven is een Odyssee. Het vertrekpunt van de levensreis is de mens zelf, met al zijn dromen en wensen. Concreet vertrekt Odysseus uit Ithaka, zijn vaderland. Op eigen initiatief verlaat hij de veiligheid van zijn thuishaven waar hij zich goed voelt en ‘bij zichzelf’ is. Het is echter niet de bedoeling voorgoed afscheid te nemen van zijn ‘thuis’ en er nooit meer terug te keren, maar wel om uiteindelijk toch weer naar huis te komen. Dit blijkt uit het feit dat hij tijdens zijn zwerftocht leeft vanuit het heimwee naar zijn geboorteland, zijn familie, dit wil zeggen: zijn eigenlijke bestaan. Hij is daarenboven niet zomaar op reis, hij reist letterlijk om te leren. Doorheen al zijn omzwervingen, waarop hij van alles meemaakt, ook allerlei verleidingen en problemen kent, houdt hij steeds zijn ‘thuishaven’ in het oog. Tijdens zijn ‘verlorenheid in den vreemde’ houdt hij zijn herkomst voor ogen. De herinnering aan waar hij vandaan komt, is de bron van zijn hoop voor de toekomst, namelijk de overwinning van zijn gescheidenheid van én de hereniging met ‘het zijne’ en ‘de zijnen’. Odysseus laat zich uiteindelijk niet afleiden, want het doel van de reis is niet ‘elders’ terecht te komen en zich daar voorgoed te settelen, maar terug thuis uit te komen. Het is wel de bedoeling allerlei ‘nieuwe dingen’ mee te maken en ‘nieuwe werelden ‘ te verkennen, maar het echte, onderliggende finale doel bestaat erin zichzelf te ‘verrijken’ en dus tot zichzelf terug te keren, wat uitgedrukt ligt in het beeld van de terugkeer naar zijn geboorteplaats, Ithaka, waar hij letterlijk bij ‘zich-zelf’ is, of liever tot zichzelf komt en kan bekomen van wat hij meemaakte en de opgedane ervaringen kan verwerken.

Op stap gaan betekent hier niet het eigen verlaten om ‘naar God weet waar’ – naar een onbekend land – te trekken en nooit meer naar zijn ‘geboorteland’ terug te keren, zoals bij Abraham het geval was, maar wel terug bij zichzelf uitkomen, belanden met allerlei wederwaardigheden en verworvenheden. Abraham beslist niet zelf om zijn land te verlaten, maar hij wordt integendeel door God weggeroepen uit zijn eigenheid, om op weg te gaan naar een land dat hem zal aangewezen worden. Deze roeping is getekend door een dubbele heteronomie. Vooreerst vindt ze haar vertrekpunt bij de gans Andere, die door zijn letterlijk ‘ont-stellend’ Woord het zelf en de intimiteit van Abraham binnenbreekt en ontregelt. Deze crisis van het zelf is er echter niet op en omwille van zichzelf, maar omwille van een welbepaald doel, dat op zijn beurt heteronoom is. Vanuit een onvoorziene en onvoorzienbare heteronomie wordt Abraham tot een onbeheersbare heteronomie geroepen. Hij moet zijn land, stam en ouderlijk huis verlaten om zich als een nomade of letterlijk ‘thuis-loze’ op weg te begeven naar een land dat God hem zal wijzen (Gen 12,1). Dit betekent dat hij zelfniet een land of Heimat moet uitkiezen om er na alle peripetieën thuis te komen, maar wel dat hem een onbekend land toegezegd wordt. Het land dat hem als zegen geschonken zal worden, is letterlijk het ‘beloofde’ land. Het is geen land dat uit zijn wensen of voorstellingen voortspruit maar dat hem door een ander – de gans Andere – aangekondigd wordt. Abraham kan zich alleen in vertrouwen aan deze belofte overgeven en ‘ondanks zichzelf’ op stap gaan, zonder echt te weten waarheen de tocht hem zal leiden. Hij kan op zichzelf niet vertrouwen, want het project is niet zijn levensproject, noch zijn droom of wens, maar een ‘vreemd’ avontuur dat hem door die onberekenbare, gans Vreemde God wordt aangedaan. Enkel op grond van een vreemd Woord moet hij een ‘zwervende’ mens worden, die zich onderweg enkel kan toevertrouwen aan dat Woord, in het besef dat hij nooit meer naar huis, zijn eigenste plek van ‘goed gevoel’ zal terugkeren. Hij is voorgoed vertrokken, ‘God weet waar naartoe’.

Uit Roger Burggraeve, Eigen-wijze liefde, Leuven, 2000
Zoals alle bergketens heeft ook de Andes een boomgrens. Boven deze hoogte zijn de omstandigheden van temperatuur en droogte zo streng dat er geen bomen meer voorkomen. Helemaal géén bomen? Toch wel, de (Polylepis) overleeft er. Deze inheemse boom van de rozenfamilie is altijd groen, kan strenge weersomstandigheden aan en neemt een grotere ruimte in onder de grond dan boven de grond.
De aanwezigheid van de boom geeft aan dat er een ondergrondse watertafel is omdat hij die bereikt met zijn wortels. De boom is dus zeer belangrijk voor de inheemse boerenbevolking in de Andes. De keñua is de boom die ‘het water roept’. Aan zijn voet worden rituelen uitgevoerd die te maken hebben met water.
Uit de werkmap Liturgie en Spiritualiteit 2010 van Broederlijk Delen

Beluister dit nummer
Roots bloody roots
Roots bloody roots
Roots bloody roots
Roots bloody roooaaaaaahh
I
Believe in our fate
We don't need to fake
It's all we wanna be
Watch me freeeaaak !!
I say
We're growing every day
Getting stronger in every way
I'll take you to a place
Where we shall find our
Roots bloody roots
Roots bloody roots
Roots bloody roots
Roots bloody roots
Rain
Bring me the strength
To get to another day
And all I want to see
Set us free
Why
Can't you see
Can't you feel
This is real
Ahhh
I pray
We don't need to change
Our ways to be saved
That all we wanna be
Watch us freak
Beluister dit nummer
I’m talking’ bout roots
I can’t hate where I’m from
Cause where I’m from made me (Cause where I’m from made me)
I came from the bottom of the slums
But now I got me...me
That’s because of my roots (Yeah, Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking’ bout roots (Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking bout roots
Hey I can’t be mad at what ya’ll meet ahead
I don’t regret my ghetto struggle due to my success
It ain’t that beautiful to write on overcoming stress
Top Ramen noodles thank pappy for the fact I was fed
Look at me now but all before hey Mr. Skid Row
The dirty south ain’t just a name the way I’ve been poor
The projects burnin’ white, I call it gizmo
Went from a gun to them cars in a Jigga video
Can’t find a meal to a mil, only God know it
No record deal to a deal, I work hard for it
Can I live to I’m livin’ like my Momma told it
Before you rip it, gotta sew it
Yeah
I’m talking’ bout roots
I can’t hate where I’m from
Cause where I’m from made me (Cause where I’m from made me)
I came from the bottom of the slums
But now I got me...me
That’s because of my roots (Yeah, Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking’ bout roots (Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking bout roots
Hey, still on my coupe but can’t take
Somebody had to be just to get away
My sister had to leave, I respect her stayin safe
Oh yea I had to grieve but I’m stronger to this day
Pain, I can’t ignore it, you might say I’m ignorant
Flo Rida Roots lyrics found on http://www.directlyrics.com.com/flo-rida-roots-lyrics.html
I’m mistakin’ for courage, which victory so gorgeous
Make it through two Bush, I can make it through any forest
Hunger gave me the wish, but the bottom is so important
37 ave and 187 street, Miami (Karat city), now I’m part of a legacy
I’m thankful for the hood, what is love without jealousy
There’s only five letters really help me
I’m talking’ bout roots
I can’t hate where I’m from
Cause where I’m from made me (Cause where I’m from made me)
I came from the bottom of the slums
But now I got me...me
That’s because of my roots (Yeah, Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking’ bout roots (Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking bout roots
Hey I know the seeds been planted
It’s damaging my soul but my dreams been granted
That triple life towards, much deeper than nurse planet
What could I want more than redoing I never planned it
Gets no lower than a grabbin’ on your feet
A man will stand for nothin’if he fall off with the feet
A baller and a hitter all in the street
If you look beneath the sand then we all need a crease
Roots before the branches, roots before mansions
Roots before your paper crazier than Marilyn Manson
Roots with your grandparents, roots under your canvas
Roots whether you black, white, or Spanish
I’m talking’ bout roots
I can’t hate where I’m from
Cause where I’m from made me (Cause where I’m from made me)
I came from the bottom of the slums
But now I got me...me
That’s because of my roots (Yeah, Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking’ bout roots (Yeah, Yeah, Yeeeaaahh)
I’m talking bout roots






“De mensen? Ze hebben geen wortels en daar hebben ze veel last van.”
Uit Antoine de Saint-Exupéry, De kleine prins

Eigenlijk was een boom zijn mijn echte droom. Het waren de massieve wortels waar ik zo vurig naar verlangde. Wortels tegen wankelheid en waanzin. Wortels die stevig waren, die me sterk en stabiel maakten. Als boom zou ik statig staan. Onbewogen zou ik de hopeloos ronddolenden der aarde kunnen aanschouwen. Lachen zou ik. En schuddend schateren. Op gepaste afstand zou ik de mensen wanhopig zien zoeken naar hun verloren verleden en verlangend zien lonken naar hun onzekere toekomst. Vergeefs zouden hun zoektochten zijn.
Aan die verspilling zou ik niet mee hoeven doen Ik zou namelijk wortels hebben waar zij die ontbeerden. Ik zou horen, waar ik wortelschoot. Daar zou mijn rustplek zijn. Ik zou er een gezegende vrede kennen. Ik noemde het mijn heden.
Dat was jarenlang mijn droom, en jarenlang wachtte die droom op verwezenlijking. Totdat op een dag, een moddertrage zomerdag in augustus, op mijn tiende verjaardag, het moment van de waarheid aanbrak. Het begon met mijn voetzolen. Ze jeukten. Ze prikten. Mijn tenen kronkelden. Het werd me duidelijk wat me te doen stond. Geruisloos gleed ik uit bed en trippelde op blote voeten uit mijn slaapkamer, door de gang van ons huis in de Groene Boomgaardstraat. En hoe attent, terstond schoot het poederige schijnsel van de bijna volle maan met te hulp, die de gang voor me oplichtte, die de goedgeverfde witte trap een likje licht gaf, die de plinten beneden deed glimmen, evenals de achterkamerdeur waarachter helrood knipperde. Uit dat kamertje kwamen ter begroeting roezemoezerige geluiden, fluisterende en vlijmscherpe Punjabizinnen die streden om de eerste plaats. Het waren vader en moeder. Ze haalden oude koeien uit de sloot. Ze haalden ze uit de rivieren uit hun thuisland, uit de Indus en de Ravi, de Sutlej, Jhelum en de Chenab.
Ik wrong me door de van ruzie vervuilde lucht heen, opende de keukendeur en begaf me in de tuin. Een huiveringwekkende nevel drong mijn groene tuniek binnen. De Londense dageraad omhelsde me en ik zoog haar dauwfris op, mijn eerste kus van ochtenddrank. Het was in de tuin erg koud en erg donker. Onze tuin was ook erg vierkant. Een kalend grasveld met aan de rand een bijna dode perenboom. Terwijl ik over het veld liep, bevochtigde de natte klei mijn blote tenen en kootjes. Het voelde smerig en smeuïg, maar ook zalig, zacht. Ik drukte mijn voeten steeds dieper in het zompige zwartbrons. Ik stevende af op de kaalste plek van ons grasveld. Daar knielde ik in ootmoed neer. Zonder erbij na te denken, graaide ik naar een klont aarde. Ik keek ernaar zoals je naar de lippen van je geliefde kijkt. Voorzichtig wreef ik die natte klonten langs mijn onderlip, tongpunt, mijn hele mond. ‘Ik wil aarden’, zuchtte ik en ik smeerde die aarde over mijn wangen, kin, mijn voorhoofd.
Ik wilde aarden en ik wist dat het me zou lukken. Ik was anders dan mijn ouders. Zij wilden niet aarden, terwijl ze het wel kónden. In wezen konden we allemaal aarden; wij die onszelf graag de wereld toe-eigenden. Wij die vertrokken en deden alsof we nooit aankwamen. Wij, Migranten met een hoofdletter. Besloten we maar onze longen te vullen met diezelfde kostelijke zuurstof die in ons gedroomde paradijs werd ingeademd. Schoten we maar wortel. En lieten we die maar diep doordringen in de aarde, die ons reeds aanvaardde terwijl wij haar niets terugschonken.
Wij Migranten aarzelden, waren afstandelijk en trots. Wij, eeuwige reizigers, voelden ons belemmerd door de kwellingen van ons schuldgevoel, die ons ervan weerhielden zich bij haar te nestelen, haar tot ons thuis te bestempelen, haar lief te hebben. Schuldgevoel en schaamte waren onze pesticide, ons gif dat de groei van onze wortels afremde, zelfs deed verschroeien, totdat we pijn kregen om ons huidig bestaan, want alleen door die pijn overtroffen we onze schaamte en schuld. Dus kwamen we nooit aan. We aardden niet. We leden. We huilden tranen van heimwee. We herinnerden onze verloren verledens, totdat ze onze hedens verdrongen, totdat ze ons de lust tot wortelen in dit nieuwe land ontnamen, bang als we waren ontworteld te raken van ons oude land. Maar ik had geen oud land. Ik had alleen dit land in het heden.
‘Ik wil aarden,’ zuchtte ik nogmaals, bukkend op het bed van klein in de donkere eenzame tuin. Ik graaide naar modder en meer modder. Klodderige klonten Londense modder. Ik smeerde die op mijn donzen wangen, op mijn gladde palmen, op mijn door schamele voeding harig geworden armen, en ik zeepte me in alsof ik een reinigend ritueel onderging. En de modder waarin ik wortelen wilde trilde kil op mijn kin, werd lauw op mijn armen en benen, en versierde soepel mijn armen. ‘Reine aarde,’ fluisterde ik. ‘Heilige Londense aarde. Ik hou van je. Ik wil bij je horen. Aanvaard me, aarde.’ Languit ging ik op haar liggen. Ik trok mijn tuniek bij mijn buik omhoog. ‘Laat me wortel schieten. Witte wortels!’
Uit Naema Tahir, Eenzaam heden, Amsterdam, 2008
Eén van de aandachtspunten binnen de campagne van Broederlijk Delen is dat de tijd loopt en dit in het kader van de Milleniumdoelstellingen die in 2015 gerealiseerd zouden moeten worden. In het logo van de Millenniumdoelstellingen wordt visueel duidelijk gemaakt dat de tijd wel degelijk loopt, meer nog dat het bijna te laat is, want de nul wordt voorgesteld als een klokje dat op vijf voor twaalf staat.
In september 2000 ondertekenden 187 staatshoofden op de Millenniumtop van de Verenigde Naties een Millenniumverklaring. Ze engageerden zich om tegen 2015 acht millenniumdoelstellingen te bereiken. Deze doelstellingen moeten de armoede wereldwijd met de helft verminderen. Ook België ondertekende deze verklaring.
Hieronder vind je het overzicht van de doelstellingen die men tegen 2015 wil realiseren.
1. Extreme armoede en honger uitroeien
2. Basisonderwijs verzekeren
3. Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen promoten
4. De kindersterfte verminderen
5. De gezondheid van moeders verbeteren
6. HIV/AIDS, malaria en andere ziektes bestrijden
7. Een duurzaam leefmilieu verzekeren
8. Een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling opzetten






Verschillende campagnes tegen armoede en AIDS wijzen ons erop dat de tijd levens kost. Met slogans als "de tijd tikt", "elke seconde telt" of "het is vijf voor twaalf" wil men ons erop wijzen dat niets doen tegen armoede zijn tol eist en mensenlevens kost.
Een voorbeeld:
In het kader van de bestrijding van armoede werkten verschillende wereldbekende artiesten zoals Brad Pitt, Bono, George Clooney, en Kylie Minogue mee aan een campagnevideo, waarin om de drie seconden één van hen in de vingers knipt om aan te geven dat er in de wereld elke drie seconden een kind sterft door AIDS en extreme armoede.
De website van de campagne
Bekijk de video
Ook Vlaamse artiesten zoals o.a. Guy Mortier, Stijn Coninckx, Rob Vanoudenhoven, Arno Hintjens, Roos Van Acker, Kristien Hemmerechts, Nic Balthazar werkten mee aan een gelijkaardige campagnevideo.
De website van de Belgische campagne
Bekijk de clip
Wanneer binnen het christendom over het verlopen van de tijd gesproken wordt, kan men ook de verwijzing maken naar de eindtijd. De eindtijd wordt in de bijbel verschillende keren vermeld. In de eindtijd zullen de levenden en de doden geoordeeld worden. Vooral de verwijzing naar de 'dag des oordeels' klinkt vele mensen allicht vertrouwd in de oren, omdat verschillende science-fiction films deze thematiek van 'judgment day' opnemen. In het boek Openbaringen (ook wel de Apocalyps genoemd) vindt deze dag plaats na het duizendjarige rijk en zullen op deze dag alle doden opstaan uit het graf en samen met de levenden berecht worden door Christus en hun verdiende loon ontvangen voor wat ze met de tijd gedaan hebben die hen ter beschikking werd gesteld (met andere woorden voor hun levenswandel).
[11] Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. [12] Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.
[13] De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. [14] Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. [15] Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.
[1] Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. [2] Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. [3] Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: 'Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. [4] Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.'
[5] Hij die op de troon zat zei: 'Alles maak ik nieuw!' – Ik hoorde zeggen: 'Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.' – [6] Toen zei hij tegen mij: 'Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. [7] Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. [8] Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.'
Wat zegt ons eindoordeel vandaag?
Het christendom heeft dus een linaire visie op de geschiedenis. De geschiedenis is geen cirkel van telkens opnieuw het zelfde dat zich herhaalt, maar de geschiedenis staat in een tijdslijn met een begin en een einde. Dat maakt dat de mens en de geschiedenis eindig zijn. Dat betekent ook dat elke dag, elke minuut, elke seconde uniek zijn, onomkeerbaar, nooit meer opnieuw te doen, en dat elke seconde ons dichter brengt bij het einde. Hierdoor krijgt alles zin en wordt on-zin, pijn en lijden onaanvaardbaar, niet morgen op te lossen, maar vandaag. In het christelijk perspectief telt ook wat we vandaag doen met het oog op morgen. Daarvoor staat de gedachte van het eindoordeel, waar alles afgewogen zal worden, en waarin het goede het kwade zal overwinnen. Dat eindperspectief geldt niet als een gemakkelijke eindoplossing maar is een vraag om er vandaag reeds werk van te maken.
"Een hardnekkig idee is dat wij de mensen in het Zuiden nog heel wat kunnen leren. De uitspraak 'geef de armen geen vis, maar leer hen vissen' is nog steeds erg populair. Weinig mensen beseffen hoe betuttelend deze uitspraak is. We gaan er immers van uit dat de mensen in het Zuiden niet weten hoe ze moeten vissen. Anderen beseffen dat ontwikkeling enkel kan groeien vanuit de plaatselijke noden en dat ze enkel duurzaam is als ze door de bevolking zelf in gang wordt gezet. Of met andere woorden: de mensen ter plaatse weten het beste hoe ze moeten vissen. Broederlijk Delen gaat hiervan uit en vat dit samen in de slogan 'omdat het Zuiden plannen heeft'."
Broederlijk Delen, Lessenmap 2007 secundair onderwijs
"In enkele landen worden verbruiksgoederen, vooral de vruchten der aarde, overvloedig geproduceerd. In andere landen vechten brede lagen der bevolking tegen ellende en honger. Rechtvaardigheid en menselijkheid eisen dat de eerste de tweede te hulp komen. Goederen vernietigen of verspillen die broodnodig zijn om menselijke wezens in leven te houden, is een uitdaging van de rechtvaardigheid en de menselijkheid." Mater et Magistra, 161
"Nochtans, die hulpverlening zal niet onmiddellijk in vele landen de blijvende oorzaken van ellende en honger wegnemen, die meestal liggen in een primitief economisch systeem. Om daaraan te verhelpen moeten alle middelen aangewend om de bevolking beroepskennis en vaardigheid bij te brengen en de kapitalen te verschaffen, nodig om de economische ontwikkeling volgens de moderne regels en methoden op gang te brengen." Mater et Magistra, 163
"Laten dan ook de burgers in gedachten houden dat het hun recht en hun plicht is, die ook door de staat moeten erkend worden, naar vermogen bij te dragen tot de waarachtige vooruitgang van hun eigen gemeenschap. Vooral in economisch minder ontwikkelde gebieden, waar alle middelen dringend aangewend moeten worden, vormen degenen een ernstig gevaar voor het algemeen welzijn, die hun middelen vruchteloos laten blijven of die (met behoud van het persoonlijk emigratierecht) hun gemeenschap beroven van de materiële of geestelijke hulp die zij nodig hebben." Gaudium et Spes, 65
"God heeft de aarde met alles wat daarin is, bestemd voor het gebruik van alle mensen en volkeren, zodat de geschapen goederen in een billijke verdeling aan allen moeten toekomen, onder de schutse van de rechtvaardigheid, vergezeld van de liefde." Gaudium et Spes, 69
"Daar zovelen in de wereld in hongersnood verkeren, dringt het Heilig Concilie er bij allen, bij ieder afzonderlijk en bij de staatsregeringen, op aan om, indachtig deze uitspraak van de vaders: "Geef iemand die van honger dreigt te sterven te eten want als je dit niet doet, dood je hem", hen in hun goederen metterdaad te laten delen en ze ter beschikking te stellen, ieder naar zijn mogelijkheden, vooral door hen (afzonderlijke personen of volkeren) van die middelen te voorzien, waardoor zij zichzelf verder kunnen helpen en ontwikkelen." Gaudium et Spes, 69
"De landen die economisch het zwakst zijn of die aan de grens van de overleving zijn blijven staan, moeten met de hulp van de andere volken en van de internationale gemeenschap in staat gesteld worden ook een bijdrage te leveren aan het algemene welzijn, met hun schat van menselijkheid en cultuur, die anders voor altijd verloren zou gaan." Sollicitudo Rei Socialis, 39
De eeuwwisseling wordt wel eens het begin van de 'moderne caritas' genoemd. Dit begin valt min of meer samen met het ontstaan van de sociale wetgeving en de uitbouw van een algemene sociale zekerheid in de meeste West-Europese landen. Het is precies door deze maatregelen dat gaandeweg de hulpverlening uit de sfeer van de 'liefdadigheid' wordt gehaald.
Liefdadigheid krijgt dan veeleer een negatieve connotatie. Ze roept het beeld op van een hulpverlening waarin de hulpvragende om hulp te krijgen, voortdurend ondergeschikt en afhankelijk is van de goodwill van de hulpgever. Liefdadigheid is ook het begrip waarmee de traditionele caritas, met haar idealen van de werken van barmhartigheid, geassocieerd werd en wordt. Het zijn deze idealen die in de loop van de twintigste eeuw steeds verder bekritiseerd worden, mee met de evolutie van de opvattingen over een maatschappelijk verzekerde hulp, die is gebaseerd op het recht van de persoon op welzijns- en gezondheidszorg.
B. Houdart, Caritas, in Ethische perspectieven 6 (1996), p105
Fragmenten uit: Toespraak van minister Armand De Decker ter gelegenheid van het officiële startschot voor het Internationaal Jaar van het Microkrediet
De Verenigde naties hebben 2005 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van het Microkrediet. VN-secretaris-generaal Kofi Annan bij de start: "Het Internationaal Jaar van het Microkrediet 2005 onderstreept het belang van microkrediet als een integraal onderdeel van onze gezamenlijke poging de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen te behalen. Onze uitdaging is om de beperkingen aan te pakken die mensen weerhouden van toegang tot de financiële sector. Het Internationaal Jaar van het Microkrediet biedt de internationale gemeenschap de mogelijkheid om samen deze uitdaging aan te gaan. Samen kunnen en moeten we een financiële sector opbouwen die mensen helpt hun levensomstandigheden te verbeteren."
Geven is een manier. Door te geven kunnen zeker en vast de minstbedeelden in de wereld ontsnappen aan de armoede, miserie en onwetendheid. Maar het is natuurlijk niet de enige manier! Het is beter te leren vissen, luidt een Chinees spreekwoord, dan een vis te krijgen.
Leren leren, leren produceren, leren kopen, leren verkopen, dat zijn de middelen die we werkelijk ter beschikking moeten stellen van wie niets heeft. Op die manier kunnen ze meer bereiken, kunnen ze elke dag een nieuwe stap zetten om hun leven te verbeteren, om meer te doen en, indien mogelijk, te ondernemen.
Het idee om microfinanciering te ontwikkelen, is twintig jaar geleden gelanceerd en heeft intussen al een hele weg afgelegd. Microkredieten, micro-sparen en microverzekeringen, die samen microfinanciering worden genoemd, zijn instrumenten geworden die hun waarde hebben bewezen als middel om bij te dragen aan het realiseren van de Millenniumontwikkelingsdoe-stellingen.
Sinds deze middelen bestaan, kunnen vele miljoenen armen over de hele wereld beschikken over (bescheiden) financiële middelen, op hun maat gesneden, tegen eerlijke en aanvaardbare voorwaarden. Dit laat hen toe te ondernemen en aldus deel te nemen aan het economische leven van hun land en op die manier hun lot in eigen handen te nemen.
Armand De Decker, Minister van Ontwikkelingssamenwerking, 16 november 2004
De parabel van de talenten (Mt 25,14-30)
[14] Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. [15] Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen [16] ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. [17] Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. [18] Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. [19] Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. [20] Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: "Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend." [21] Zijn heer zei tegen hem: "Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer." [22] Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: "Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend." [23] Zijn heer zei tegen hem:
"Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Weeswelkom bij het feestmaal van je heer." [24] Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: "Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, [25] en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug." [26] Zijn heer antwoordde hem: "Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? [27] Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. [28] Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. [29] Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. [30] En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt."
De gelijkenis van de koning en de drachmen (Lc 19,11-28)
[11] Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. [12] Hij zei: 'Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. [13] Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: "Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben." [14] Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: "We willen niet dat die man koning over ons wordt!" [15] Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het geld had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend. [16] De eerste kwam en zei: "Heer, uw geld heeft het tienvoudige opgeleverd." [17] Zijn meester zei: "Voortreffelijk, je bent een goede dienaar. Omdat je betrouwbaar bent geweest in iets zeer gerings verleen ik je het bestuur over tien steden." [18] De tweede kwam zeggen: "Uw geld, heer, heeft het vijfvoudige opgebracht." [19] Tegen hem zei hij: "Jij krijgt het bestuur over vijf steden." [20] Toen kwam de derde dienaar, die zei: "Heer, hier is uw geld, ik heb het in een doek voor u bewaard. [21] Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid." [22] Zijn meester zei tegen hem: "Je bent een slechte dienaar, met je eigen woorden zal ik je veroordelen! Je wist dat ik een streng man ben en terugvorder wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid? [23] Waarom heb je mijn geld dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan had ik het bij mijn terugkeer met rente kunnen opvorderen." [24] En tegen degenen die erbij stonden zei hij: "Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan de knecht die het tienvoudige verworven heeft." [25] Ze zeiden tegen hem: "Heer, hij heeft al het tienvoudige!" [26] "Ik zeg jullie: wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen. [27] En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen."' [28] Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem.
Stel je voor dat Jezus nu leefde: dan was de campagne van Broederlijk Delen misschien wel het aanknopingspunt geweest om de parabel van de talenten te vertellen. Je weet wel. Een landheer geeft aan drie knechten talenten, respectievelijk vijf, twee en een. De eerste twee weten die te verdubbelen. Maar de laatste is zo bang om het te verliezen dat hij zijn ene talent in de grond steekt.
Hippe moderne Jezus vertelt ons over de VN die een bedrag over drie boeren moeten verdelen: een Duitser, een Amerikaan en een Afrikaan. Ze moeten alle drie hun gezin door het regenseizoen helpen. De Duitser krijgt vijf talenten, de Amerikaan twee en de Afrikaan één. Logisch toch?
Of toch niet zo logisch. Trapte je mee in de val? Ons denkpatroon verbindt heel snel de wereldverhoudingen zoals ze zijn tot een evidentie. Jammer genoeg vinden veel mensen in het Noorden dat zuiderlingen niet veel talent hebben om armoede aan te pakken. Ze zouden hen nooit vijf talenten in bewaring geven. Misschien zelfs niet één. Dat is het gevolg van een jarenlange foute beeldvorming. Ook nu nog zien we in stripverhalen, nieuwsberichten en tv-programma's voorstellingen van volkeren en culturen in het Zuiden als primitief, onmondig, onwetend, onkundig en zelfs onbetrouwbaar. Waarschijnlijk heb je het zelf al mogen ervaren dat het enorm positief werkt als anderen in jouw plannen geloven en ervoor gaan. Dat kan ook op wereldschaal.
Mensen uit het Zuiden geven óns vijf talenten in bewaring. Ze rekenen erop dat we er ook mee aan de slag gaan. En op papier zijn we goed bezig. Onze Millenniumdoelstellingen bereiken meer en meer mensen. Maar weten en handelen zijn nog twee dingen. De druk is er alvast, en de tijd loopt, en we moeten de wereld nog verdraaien.
Uit het bezinningsboekje 'Talent aan het werk'
"Maar was arbeid in de Middeleeuwen nog een manier om niet gek te worden (men zal toen lessen getrokken hebben uit de kluizenaars die de gekste visioenen kregen), bij Maarten Luther is het onomwonden een manier om een voetje voor te krijgen bij God. Men zal niet werken omwille van het levensonderhoud, maar omwille van de arbeid zélf. Van een doel-middelverdraaiing gesproken! Vanaf nu zal ook de rijke zwoegen, want zijn zweet geldt als een plengoffer die hem ook in het hiernamaals van Gods glorie laat genieten… En ook Calvijn herwaardeert de parabel van de talenten, die de mens moet gebruiken ter meerdere eer en glorie van God. Max Weber toonde reeds in Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1905) aan hoezeer deze protestantse visie op arbeid bepalend zou zijn voor de verdere ontwikkeling van het kapitalisme.
Hadden de oude Grieken dus nog een immense afkeer van arbeid, die zij dan ook liever uitbesteedden aan slaven, dan kunnen we doorheen de geschiedenis zien hoe arbeid steeds positiever ingevuld wordt. Ook al omdat de slavernij zoals de Grieken die kenden steeds beperkter werd, en het systeem van horigen uit de vroege Middeleeuwen stilaan verdrongen werd door de opkomst van de burgerij. In de psychologie spreekt men over cognitieve dissonantie: iemand stelt een bepaald gedrag, maar dat stemt niet overeen met zijn opvattingen. In plaats van zijn gedrag aan te passen, omdat dat hem om de één of andere reden onmogelijk lijkt, gaat hij zijn opvattingen aanpassen. Ook op het gebied van de visie op arbeid zou je dit kunnen toepassen: naarmate men zelf meer moest werken, en ook wel in staat was rijkdom te verwerven, ging men geloven dat dit gedrag helemaal nog zo slecht niet was. De eerdere visie, dat arbeid een kwelling was, werd dus vervangen door de idee dat men zijn talenten moest inzetten ten dienste van God."
Fragment uit 'De geboorte van de leegte', een essay van Pieter Vanholme.
De volledige tekst
"Ondernemerschap, ondernemen, is iets anders dan bedrijfsvoering of management. Het gaat om creativiteit, om kansen zien en pakken, om vasthoudendheid ook bij tegenslagen, om het durven nemen van risico's. Misschien is de parabel van de talenten wel een goede illustratie: ondernemerschap is niet talenten opbergen, is ook niet vermogen op een bank deponeren voor rente, maar is investeren in nieuwe kansen en daarmee groei realiseren.
Ondernemerschap is leuk en uitdagend. Je bent bovendien eigen baas. Als het goed lukt, kun je veel meer verdienen dan in loondienst. De keerzijden zijn dat je risico op je neemt en je keihard moet werken, zeker in de startfase van een onderneming, maar eigenlijk in iedere fase. Want een echte ondernemer ziet altijd weer meer en nieuwe uitdagingen."
Mensen van over heel de wereld zijn met elkaar verbonden. Het contextuele begrippenkader, ontworpen voor analyse en therapie binnen intergenerationele relaties in een familie, biedt interessante invalshoeken om over Noord-Zuidrelaties na te denken en om de wereld als één grote familie te zien.
De relaties tussen het Noorden en het Zuiden worden reeds eeuwenlang gekenmerkt door een groot onevenwicht. Met de kolonisatie heeft het Noorden een toestand gecreëerd waarbij het Zuiden van grondstoffen en dergelijke beroofd werd. In ruil voor deze 'uitbuiting' kreeg het Zuiden 'lessen in de Westerse cultuur' waarbij het model van de economie, de godsdienst, de staatsvorm, enzovoort van het Noorden als het ware in Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen werd geïmporteerd. Hierbij werd echter weinig rekening gehouden met de verlangens en de reële belangen van de plaatselijke bevolking. Nagy wijst erop dat het geven van zorg ook een ongepast middel kan zijn om het gevoel van eigenwaarde te vergroten (bijvoorbeeld: "Ik kan mijn partner bieden wat ik denk dat hij nodig heeft, in plaats van wat hij denkt dat hij nodig heeft"). Op het niveau van internationale relaties gebeurt dit laatste spijtig genoeg al te vaak. Van een echte dialoog en van 'gepast geven' was geen sprake in de context van de kolonialisering en de nasleep ervan.
Vandaag worden mensen zich bewust van de vele wantoestanden die er ontstaan zijn tijdens en na de kolonisatie. Vele landen uit het Zuiden zijn zeer arm en blijven in grote mate afhankelijk van het Noorden. Toch heeft het Zuiden vandaag veel te bieden. dat wordt echter niet altijd gezien. Het Noorden heeft zich vaak superieur opgesteld. Vanuit het paradigma van de contextuele therapie zou het Noorden kunnen vergeleken worden met een ouder die zijn kind steeds maar geeft en geen ruimte laat voor het kind om ook te geven. Nagy vestigt de aandacht op het recht van kinderen om te geven. Wanneer dit geven niet gezien wordt of wanneer de ouders als het ware weigeren te ontvangen, dan ontstaat er een sterk onevenwicht in de balans tussen geven en nemen. Dit evenwicht is echter de voorwaarde om van betrouwbare relaties te kunnen spreken. Die betrouwbaarheid in de verhouding tussen armere en rijkere landen vraagt nog zeer veel inspanningen.
Zuiderse landen en mensen kunnen een grote verrijking zijn voor het Noorden. Ook wij kunnen leren van andere culturen. Maar deze landen en mensen krijgen vaak te weinig erkenning voor wat ze ons geven. Het lijkt alsof enkel het Noorden het recht tot geven heeft en zich als grote weldoener wil voorstellen, onder andere door het geven van ontwikkelingshulp. Daarbij wordt echter vergeten dat de bedragen die van landen uit de twee-derde wereld naar het Noorden stromen om de interesten van de schulden af te betalen groter zijn dan wat in het Noorden aan ontwikkelingshulp wordt uitgegeven. Ook op cultureel vlak kan het Zuiden veel geven, als het Noorden het maar wil ontvangen. Een belangrijk punt is hierbij de beeldvorming: maar al te vaak wordt het Zuiden en zeker Afrika voorgesteld als een opeenstapeling van ellende. De kracht en energie van volkeren uit het Zuiden komen vooral in onze nieuwsberichten te weinig aan bod.
Door de andere, in casu het Zuiden, niet ernstig te nemen in zijn geven, wordt als het ware het bestaansrecht ontkend. Ook de mogelijkheid om verdienste, constructief recht, te verwerven, wordt op die manier ontnomen. De wegen tot zelfvalidatie en zelfafbakening worden eveneens op die manier versperd. Het Zuiden verwerft zo 'destructief recht'. Destructief recht kan zeer negatieve gevolgen hebben wanneer mensen en landen op dit recht gaan steunen. Moreels verwoordt dit op een eenvoudige wijze: "Voor de onterechte uitbuiting en uitsluiting van mensen, voor allen menselijke en materiële roofbouw, hebben onze ex-kolonies en partners nog een tegoed van ons. Dit tegoed geeft hen ethisch gezien het recht op wantrouwen, wat kan leiden tot wraak en vergelding.
Daarom kan gezegd worden dat het Noorden de ethische plicht tot ontvangen heeft, terwijl het Zuiden het recht tot geven heeft. 'Geven' is niet alleen mogelijk door rechtstreeks 'zorg' te dragen voor diegene van wie men ontvangen heeft, maar ook door zorg te dragen voor de toekomst. Zelfs als het Noorden niet onmiddellijk van het Zuiden zou willen ontvangen, dan nog heeft het Zuiden de mogelijkheid om te 'geven' door te bouwen aan een rechtvaardige, menswaardige samenleving. Al te vaak blijkt echter dat het Noorden dit in zekere mate structureel belet. Bovendien worden mensen en leiders in het Zuiden soms zo gedreven door het destructief recht dat ze verworven hebben, dat ze niet in staat zijn om zorg te dragen voor een betere toekomst. Belangrijk is dan dat deze mensen op zoek gaan naar overgebleven resten van vertrouwen, en dat het Noorden zelfs nieuwe, positieve tekens van betrouwbaarheid stelt, zodat de haat, de wraak, het destructieve kan worden omgebogen in een passende verantwoordelijkheid voor het nageslacht. Westerse mogendheden, maar ook individuen, kunnen zich op verschillende manieren betrouwbaar maken. Zeer belangrijk is het toegeven van schuld en het opnemen van verantwoordelijkheid. Wanneer landen en vertegenwoordigers van allerlei groepen, bijvoorbeeld ook religieuze leiders, zouden erkennen dat ze (mede)schuldig zijn aan allerlei misdaden, dan zouden ze zich reeds enigszins betrouwbaar tonen.
Erkenning geven kan op verschillende manieren gebeuren, sterk afhankelijk van wel aspect van de zeer complexe Noord-Zuidrelaties er bestudeerd wordt. Eerder werd reeds opgemerkt hoe belangrijk een positieve voorstelling van het Zuiden is, waarbij niet enkel onheilsberichten 'nieuws' zijn. Significant is ook hoe het spreken over 'onderontwikkelde' landen geëvolueerd is naar 'ontwikkelingslanden' en naar 'derde wereld'. Recent worden ook deze termen vermeden en wordt over de 'twee-derde wereld gesproken', omdat het grootste aantal mensen daar leeft. Ook het woord 'partners' als term voor de mensen in het Zuiden met wie we in relatie staan, getuigt van deze nieuwe voorstelling. Dit laatste kadert binnen een vorm van ontwikkelingssamenwerking waarbij vooral steun gegeven wordt aan projecten die door de bevolking ter plaatse zijn opgezet. Belangrijk is daarbij ook dat de reële belangen van de mensen ginder worden behartigd, wat in de vormen van 'ontwikkelingshulp' uit het verleden vaak niet is gebeurd.
Fragmenten uit Annemie Dillen, Ongehoord vertrouwen, Antwerpen, 2004, p. 196-204.
[18] De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die hem vroegen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?'
[19] Jezus antwoordde: 'Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. [20] Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. (Mc 2,18-20)
Deze tekst is bepalend geweest voor de Veertigdagentijd zoals die voor ons ligt als een tijd van vasten, inkeer, onthechting, zuivering, dat je jezelf beperkingen kunt opleggen.
Want de Veertigdagentijd, dat is de tijd dat de bruidegom bij ons wordt weggehaald, of misschien ook de tijd dat wíj de bruidegom verlaten en hij zijn weg alleen moet gaan, Jezus Christus, onze Heer, die in de eenzaamheid bidt en strijdt. Je komt in de schaduw van zijn kruis te staan.
Ja, in de vasten - door de week - heb je jezelf afgevraagd: Waar kan ik zonder? Wat zou goed zijn voor mij, dat ik het liet? Ontgifting. Woorden als soberheid en onthechting, zetten je zomaar op het verkeerde been alsof vasten een negatieve ervaring is, dat is het niet. Want aan alles in het leven ligt vreugde ten grondslag, ook aan de vasten: vreugde om de eenvoud en de simpelheid van het leven, dat je met zo weinig toe kunt, dat je de ballast overboord gooit, dat je je verheugt in een smakelijke volkoren boterham met tevredenheid, dat je geraakt aan wat puur is. Nee, met de vasten komt er geen grauwsluier over je leven, zeker niet. Vasten is een goed in zichzelf.
Vaak wordt er een draai aangegeven. Dat vasten iets is dat je doet voor een ander en het geld dat je uitspaart door deze weken geen vlees te eten gaat in een potje, bestemd voor acute hulp aan mensen die sterven van de honger. Of vasten is een vorm van solidariteit met al die hongerlijders overal ter wereld. Alsof jij in deze paar dagen, en wetend dat het straks weer over is, kunt invoelen wat dat betekent. Ik zal er geen kwaad woord van zeggen. Maar vasten is niet pas goed omdat het geld oplevert voor de diaconie. De vasten is niet een instrument dat voor goede doelen bruikbaar is. Vasten is niet een middel. De vasten is bedoeld als in zichzelf goed, ongeacht wat er van komt. Net als bidden, dat is niet pas wat als je gebeden verhoord worden. Nee, laat het bidden zèlf je een vreugde zijn.
Zo ook de vasten. Vasten is het wegdoen van de rommel in je leven. Wat je overhoudt is de moeite waard.
Klaas Touwen
|
|
<




Extra uitleg: Op de pot staat een omgekeerde wereldkaart getekend, met het Noorden onderaan en het Zuiden bovenaan. Doorheen de barsten loopt het water van de kenua weg. Aan zijn voet voeren twee mensen een ritueel uit. De tekening maakt duidelijk dat er twee levensvisies bestaan. De bewoners van de Andes leven vanuit een kosmische harmonie, waarbij de natuur bezield is en Pachamama het geheim is van de hele schepping, van alles wat leeft en bestaat. In tegenstelling hiermee bestaat er ook een samenleving waarin de natuur niet wordt beschouwd als een waardig onderdeel van het bestaan. Het vergaren van rijkdom is het hoogste goed, en dit gaat ten koste van de natuur. De beschikbaarheid van water wordt hierdoor problematisch, de vervuiling van de atmosfeer neemt toe en de toekomst van de mensheid en van de volkeren in het Zuiden in het bijzonder wordt op het spel gezet. Deze gevolgen zijn zichtbaar in de kenua in de gebarsten pot.

Op basis van de foto’s maken de leerlingen zelf een kunstwerk (dit mag ook een gedicht of collage of iets dergelijks zijn) waarin zij duidelijk maken dat de mens als dan niet wortels nodig heeft om te kunnen overleven. In dit kunstwerk verwerken zij indien mogelijk ook de band tussen de mens en de natuur.
Vragen bij de afbeeldingen:
Een goede manier om het verhaal tot leven te brengen en om de weerstand ten opzichte van bepaalde elementen uit het verhaal duidelijk naar boven te brengen, is een bibliodramatische aanpak, waarbij men ofwel enkele leerlingen, ofwel alle leerlingen in groepjes, in het Bijbelverhaal laat stappen. Ze kunnen daarbij verschillende rollen opnemen, bijvoorbeeld: de meester, één van de dienaren, het talent dat in de grond werd gestopt, de echtgenote of vriendin van één van de dienaren,… Men kan bijvoorbeeld de situatie naspelen waarbij de meester de dienaren ontmoet en aan hen rekenschap vraagt, of het moment waarop de dienaren de talenten net in beheer gekregen hebben en wat hun gedachtegang op dat moment is. Men kan bijvoorbeeld ook een denkbeeldige situatie naspelen waarbij de twee dienaren geen winst maar verlies hadden gemaakt: zou dat iets uitgemaakt hebben?Momenteel zijn er nog geen reacties op deze in de kijker
Vul onderstaande velden in (de identificatievelden zijn niet verplicht in te vullen) en klik op verzenden. Uw feedback wordt dan op deze pagina opgenomen.