Zomerschool - Opzet

Kan religie de wereld redden?
Over verruwing en verbondenheid

Mensen zijn van oudsher op zoek naar geluk. Zowat iedereen verlangt naar een leven waarin de liefde, het vertrouwen, de hoop en de vrede het halen op wantrouwen, troosteloosheid, ruzies en geweld. Zonder aan doemdenken te willen doen, moeten we echter vaststellen dat het in dit tijdsgewricht met het realiseren van dat verlangen niet altijd even goed gesteld is. Op wereldschaal, in diverse landen en gebieden, in ons eigen land: overal botsen we op feiten en fenomenen die een verregaande verruwing van het menselijk denken en handelen illustreren. Het geweld in Oost-Congo, om maar één buitenlands voorbeeld te noemen, blijkt geen morele grenzen meer te kennen; in eigen land werden we geconfronteerd met extreme vormen van pestgedrag, met misbruik (in en buiten de kerk), met zinloos geweld, … Het verlangen van velen naar een waardevol leven laat zich kennen in de sterke, ook publieke, afkeuring van dit gedrag. Maar tegelijk behoedt dit mensen er niet voor om zich in hun eigen omgeving – denk aan: Facebook-groepen, … - soms zelf aan onschuldig lijkend verruwd gedrag over te geven.
            De Zomerschool van 2011 wil deze gegevenheid vanuit een cultuurtheologische invalshoek tegemoet treden. Met diverse sprekers willen we verkennen welke religieuze en spirituele vragen in deze actualiteit oplichten. Heeft, bijvoorbeeld, deze verruwing geen spirituele wortels? Wat zegt deze gegevenheid ons over het verlangen naar, maar evengoed over het gebrek aan verbinding in het leven van mensen? Blijkt uit de verruwing niet dat mensen de verbondenheid met zichzelf, anderen, de kosmos, de Grond van het leven, … zijn kwijtgeraakt – terwijl ze er wellicht zelf tegelijk erg naar verlangen? En verder: welke bijdragen hebben diverse religieuze tradities ons op dit vlak te bieden? Kunnen zij mensen inspireren tot en/of initiëren in (vormen van) verbondenheid, en dringt dit de verruwing van onze samenleving terug? Hebben godsdiensten en religies op dit vlak überhaupt iets te bieden, of worden zij misschien zelf eerder met verruwing, met geweld in allerhande vormen in verband gebracht? De Zomerschool wil een forum zijn waar, samen met enkele sprekers, nagedacht en van gedachten gewisseld kan worden over een “religieuze visie op deze actualiteit in dialoog met de tradities die een dergelijke visie cultiveren” (1).
            In een eerste luik willen we de vraagstelling van de Zomerschool grondig verkennen. We willen de actuele gegevenheid van maatschappelijke en (inter)persoonlijke verruwing exploreren “als een religieuze situatie, als een situatie waarin niet slechts de religie zich al dan niet opnieuw manifesteert maar als een situatie die religieuze reacties uitlokt, er in zekere zin om vraagt”.(2) Vragen die aan bod kunnen komen zijn o.a.: hoe duikt in de maatschappelijke gegevenheid van de verruwing een religieuze en spirituele vraag op? Welke religieuze vragen dienen zich in deze situatie aan? Waarom zouden we de actuele situatie als een religieuze situatie zien? Welke theologische argumenten zijn hiervoor te geven? Welke rol heeft godsdienst en religie in deze visie te spelen op het maatschappelijke vlak? Heeft deze visie kans op slagen in een cultuur waarin religie alsmaar meer naar het private terrein wordt verwezen? Welke kansen biedt een dergelijke visie voor het overleven van de godsdienst in een tijd waarin geloof en religie alsmaar meer onder druk komen te staan? Welke kansen voor een goed en gelukkig leven (zowel op maatschappelijk als op (inter)persoonlijk vlak) biedt het ontwikkelen van een religieuze visie op de actualiteit?
            In een tweede en derde luik willen we in dialoog gaan met twee religieuze tradities die ons kunnen inspireren tot een antwoord in verband met de religieuze vragen die in de actualiteit oplichten. De insteek die we daarbij centraal willen stellen is: kunnen deze religieuze tradities ons iets leren over een leven waarin ‘verbondenheid’ centraal staat? – een verbondenheid die meteen de bron en basis vormt voor een heilvoller leven ten aanzien van zichzelf, de anderen en de wereld. De twee tradities waarmee we hiertoe achtereenvolgens in gesprek willen gaan zijn het christendom en het boeddhisme. In beide tradities zijn vormen van introspectie in zwang die erop gericht zijn mensen te trainen in het bewust worden van levengevende en levenbedreigende dynamieken. Deze bewustwording vormt de basis voor het anders, heilzamer, geweldlozer vormgeven van het leven.
Het vierde luik van de Zomerschool gaat nog meer de ‘praktische’ kant uit, en zet een stap in de concrete wereld van mensen. We willen focussen op het heikele maatschappelijke thema van het toenemende probleemgedrag bij jongeren. We willen inzoomen op de opvoeding van jongeren en nagaan hoe verruwing en problematisch gedrag van jongeren te maken kunnen hebben met een gebrek aan verbondenheid – begrepen op diverse manieren (gebrek aan begrenzing in de opvoedingssituatie en/of verwenning en verwaarlozing; gebrek aan maatschappelijke verbondenheid met bepaalde groepen jongeren, …). We willen in het licht stellen hoe een opvoedingsstijl en een (maatschappelijk gedragen) opvoedingsklimaat waarin verbondenheid centraal staat kan bijdragen tot het verwerven door jongeren van (voor ieder heilzame) vaardigheden als gekozen luisterbereidheid, verantwoordelijkheid en solidariteit met anderen (3).

 

 

(1) E. Borgman, Metamorfosen. Over religie en moderne cultuur, Kampen, 2008, p. 11.

(2) Ibid.

(3) P. Adriaenssens, Laat ze niet schieten. Geef de grens een plaats in het leven van jongeren, Tielt, Lannoo, 2010.