Het managen van het eigen leren

Het managen van het eigen leren wordt ook wel metacognitie genoemd. In de figuur hieronder wordt hier meer uitleg bij gegeven en worden de twee sleutelelementen omschreven (Stanton et al., 2015):

Metacognitieve kennis en acties zijn dus essentieel om het eigen leren te kunnen managen. Wat betekent dit concreet voor studenten?

In de literatuur wordt dit verder verfijnd in vijf stappen of vaardigheden die studenten moeten kunnen om hun leren te kunnen sturen. Ze worden beschreven in de cycle of self-directed learning, een model waarin de idee centraal staat dat je als lerende in verschillende processen investeert om het eigen leren te monitoren en controleren. De cirkel stelt dus voor wat we concreet van studenten verwachten om hun eigen leren te managen. (Ambrose et al., 2010)

  1. Oriënteer je op de taak om een goed zicht te hebben op wat er precies verwacht wordt.
  2. Evalueer je eigen kennis en vaardigheden. Vooral beginnende studenten zijn zich vaak minder bewust van hun eigen kennen en kunnen.
  3. Maak een plan van aanpak op. Uit onderzoek blijkt dat studenten te weinig tijd besteden aan het plannen van hun aanpak voor een opdracht of een opleidingsonderdeel, vooral vergeleken met experten in het domein. Ze zien er vaak de noodzaak niet van in. Wanneer studenten dan toch plannen, komt dit vaak niet overeen met de opdracht.
  4. Gebruik verschillende strategieën om het plan te realiseren, bewaak de vooruitgang en stuur bij waar nodig. Onderzoek toont aan dat  stimuleren van studenten om hun leren te monitoren echt effect heeft op hun leren.
  5. Reflecteer over hoe het proces verlopen is en wat er eventueel beter kan. Studenten zullen hun aanpak niet snel bijstellen als de gepercipieerde kost (tijd en inspanning) te hoog is. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen vaak een bekende strategie die middelmatig werkt zullen blijven gebruiken, eerder dan over te gaan naar een nieuwe strategie die beter zou werken. Studenten zullen dus geen nieuwe leerstrategieën gebruiken als de voordelen ervan niet heel duidelijk opwegen tegen de nadelen.

We kunnen drie types studenten onderscheiden op vlak van het gebruik van metacognitieve vaardigheden (Vermunt, 1992):

  • De zelfgestuurde student neemt het leerproces in eigen handen. Hij is in staat om zelf te bepalen op welke manier hij bepaalde leerdoelen zal bereiken en bewaakt zijn voortgang.
  • De extern gestuurde student laat zich in sterke mate sturen door de docent. Hij zal op basis van jouw instructie de gepaste leeractiviteiten selecteren en uitvoeren.
  • De stuurloze student is niet in staat om het leerproces in eigen handen te nemen.

Deze drie types van studenten prefereren een verschillende soort sturing van de docent. Zie voor meer informatie de pagina leeractiviteiten.
 

Bachelor of master? 

Het managen van het eigen leren is iets dat studenten kunnen leren, lees meer over hoe je hierop kan inspelen in het tweede hoofdstuk van deze module.

De evolutie die studenten hierin doormaken, impliceert ook dat er een verschil zal zijn tussen bachelor en masterstudenten in het kunnen aansturen van hun eigen leren. 

In de eerste jaren zijn taken of opdrachten moeilijker voor studenten omdat ze zelf nog niet goed weten hoe ze de taak moeten aanpakken, welke activiteiten ze moeten uitvoeren, hoe ze hun leerproces kunnen sturen. Er bestaan natuurlijk verschillen tussen studenten, maar over het algemeen hebben studenten in de eerste fases van hun studieloopbaan meer begeleiding nodig. Naarmate studenten verder geraken in de opleiding, neemt de mate van begeleiding best af, zodat studenten gestimuleerd worden om zelfstandig te werken en hun leerproces zelf in handen te nemen. 

Zelfstandig leren denken kan men volgens Vermunt & Verloop (1999, zie tabel hieronder) zien als een evolutie van een sterke naar een lossere sturing door docenten (‘degree of teacher regulation of learning’), die samengaat met een evolutie van minder naar meer zelfsturing door de studenten ('student regulation of learning'). Door een complementaire vorm van sturing door de docent en zelfsturing door de student kan congruentie of constructieve frictie nagestreefd worden, wat bevorderlijk is voor het leerproces.

Degree of student-
regulation of learning
Degree of teacher-regulation of learning
Strong Shared Loose
High Destructive friction Destructive friction Congruence
Intermediate Destructive friction Congruence Constructive friction
Low Congruence Constructive friction Destructive friction

(Uit Vermunt & Verloop, 1999, p. 270)
 

Hoe kan je hier als docent op inspelen?


 

Referenties

  1. Ambrose, S.A., Bridges, M.W., DiPietro, M., Lovett, M.C. and Norman, M.K. (2010). How Do Students Become Self-DirectedLearners? In Ambrose et al. (Eds.), How Learning Works: Seven Research-Based Principles for Smart Teaching (pp. 188-216). Jossey-Bass: San Francisco.
  2. Clement, M., & Laga, E. (2005). Steekkaarten doceerpraktijk. Antwerpen: Garant.
  3. Stanton, J.D., Neider, X.N., Gallegos, I.J. & Clark, N.C. (2015). Differences in metacognitive regulation in introductory biology students: when prompts are not enough. CBE, Life Sciences Education, 14 (1), 1-12.
  4. Vermunt, J.D.H.M. (1992). Leerstijlen en sturen van leerprocessen in het hoger onderwijs. Naar procesgerichte instructie in zelfstandig denken. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.
  5. Zimmerman (2010). Becoming a Self-Regulated Learner: An Overview. Theory into Practice, 41(2), pp. 64-70.