U bent hier: Dienst Internationalisering Studenten In het kader van ontwikkelingssamenwerking Toelatingsvoorwaarden reisbeurzen

Toelatingsvoorwaarden reisbeurzen

Formele voorwaarden

Om als KU Leuven-student in aanmerking te komen voor een reisbeurs, moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Je volgt één van de volgende opleidingen:
    • een bachelor;
    • een master;
    • een master-na-master.
  • Je hebt de Belgische nationaliteit of bent onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland).
  • De opdracht voer je uit in het kader van een studieonderdeel waarvoor je studiepunten krijgt, zoals een eindwerk, een stage of seminariewerk. Enkel les volgen in een ontwikkelingsland is niet voldoende.
  • Je verblijft in één van de 54 landen die in aanmerking komen voor een reisbeurs.
  • Je verblijft minstens zes weken ter plaatse (tijdens het academiejaar of in de vakantieperiode).
  • Minstens één maand van je verblijf in het Zuiden valt in 2015. Je kunt dus al in 2014 vertrekken of pas terugkeren in 2016. Wie na 1 december 2015 vertrekt, maakt gebruik van de volgende editie van het reisbeurzenprogramma.
  • De reisbeursaanvraag moet ingediend worden vóór je naar het Zuiden vertrekt en ten laatste voor de ultieme deadline. Na die datum worden geen reisbeursaanvragen meer aanvaard.
  • Je volgt de aanvraagprocedure voor reisbeurzen 2014-2015.
  • Je ontvangt geen andere beurs waarmee je je studiereis kunt financieren.
  • Kreeg je al eens eerder een VLIR-UOS/IRO-reisbeurs, dan kom je niet meer in aanmerking voor een reisbeurs, ook niet in het kader van een andere opleiding.
  • Je neemt deel aan een interculturele voorbereiding en aan een sessie over paperassen, veiligheid en gezondheid.

Dat zijn de formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor een reisbeurs. Daarnaast zijn er een aantal selectiecriteria waarmee je rekening houdt (zie verderop).

Naar welk land in het Zuiden?

In 2014-2015 komen 54 landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië in aanmerking als reisbeursland.  Je kunt enkel een reisbeurs aanvragen voor bestemmingen die voorkomen op deze landenlijst.

VLIR-UOS-landenlijst - Reisbeurzen 2014-2015
1 Bangladesh 15 Gambia 29 Madagaskar 43 Sri Lanka
2 Benin 16 Ghana 30 Malawi 44 Suriname
3 Bolivia 17 Guatemala 31 Mali 45 Tanzania
4 Brazilië 18 Guinee 32 Mexico 46 Thailand
5 Burkina Faso 19 Guyana 33 Morokko 47 Togo
6 Burundi 20 Haïti 34 Mozambique 48 Tunesië
7 Cambodja 21 Honduras 35 Nepal 49 Uganda
8 Colomiba 22 India 36 Nicaragua 50 Uruguay
9 Congo DR 23 Indonesië 37 Nigeria 51 Vietnam
10 Cuba 24 Ivoorkust 38 Palestina 52 Zambia
11 Dominicaanse Republiek 25 Jordanië 39 Paraguay 53 Zimbabwe
12 Ecuador 26 Kameroen 40 Peru 54 Zuid-Afrika
13 Ethiopië 27 Kenia 41 Rwanda    
14 Filipijnen 28 Laos 42 Senegal    

Risicolanden

Om het veiligheidsrisico van een land of een regio in een land te kennen, consulteer je de officiële reisadviezen van de verschillende overheden:

Bij een negatief reisadvies zul je als KU Leuven-student geen toestemming krijgen om je reis te ondernemen. De Adviescommissie Risicobestemmingen beoordeelt de risico’s verbonden aan de buitenlandse bestemming. De beslissing van de commissie is bindend, ongeacht het feit of je een reisbeurs werd toegekend of niet.

Studenten die een reis naar een mogelijk risicoland plannen, krijgen de raad om, in overleg met hun promotor, een alternatieve bestemming te voorzien, zodat op het ogenblik van de reisbeursselectie meteen ook een alternatieve bestemming kan beoordeeld worden.

Leuvense promotor

Je plannen moeten goedgekeurd worden door een promotor die je ondersteunt bij de voorbereiding, opvolging en evaluatie van je verblijf in een ontwikkelingsland. Een promotor is een professor die beschikt over de nodige kennis en ervaring om je te begeleiden in het betreffende studiedomein. Meestal is dat de academische stageverantwoordelijke of de promotor van je thesis.

Bij je aanvraagdossier voeg je een aanbevelingsbrief van je Vlaamse promotor waarin hij bevestigt in te zullen staan voor je begeleiding.

Wie is de partner in het Zuiden?

Voor je een reisbeursaanvraag indient, heb je reeds contact met een lokaal project, een organisatie of instelling in het Zuiden.

De lokale promotor kan een professor of docent zijn, maar dat hoeft niet. Hij moet wel beschikken over de nodige kennis en ervaring om je te begeleiden in jouw studiedomein. De lokale promotor is een medewerker van de organisatie waar je stage loopt of onderzoek uitvoert, of hij is erbij betrokken. Een Belgische vertegenwoordiger van een Belgische organisatie kan niet optreden als lokale promotor, tenzij uit het reisbeursdossier blijkt dat er afspraken werden gemaakt met lokale personen die mee instaan voor de ondersteuning van de student.

Bij je aanvraagdossier voeg je een uitnodigingsbrief van de lokale promotor. In de brief bevestigt de promotor dat hij zal instaan voor de omkadering ter plaatse.

Met de instelling in het Zuiden, en eventueel ook met haar partner in Vlaanderen, moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de omkadering en de uitvoering van de opdracht van korte duur.

Selectiecriteria

Bij de beoordeling van de geldige reisbeursaanvragen primeert de kwaliteit van de aanvraag. Er wordt rekening gehouden met verschillende aspecten op het niveau van de student, het voorstel en de begeleiding in Noord en Zuid.

1. De student
  • De kandidaten moeten beschikken over de nodige academische en persoonlijke capaciteiten. Een positieve motivatie van de student is gewenst (met aandacht voor de specifieke ontwikkelingscontext, geen slordige of summier ingevulde reisbeursaanvraag).
  • Een goede talenkennis is noodzakelijk (Engels/Frans/Spaans/lokale taal, in functie van de bestemming).
  • De deelname aan een interculturele voorbereiding en een infosessie over gezondheid, veiligheid en paperassen is verplicht.
  • De voorkeur gaat naar studenten die reeds een extra inspanning leveren of  hebben geleverd om zich voor te bereiden op het onderzoek of de stage in het land van bestemming (bv. door een cursus over de ontwikkelingsproblematiek te volgen, relevante debatten bij te wonen, de taal van het land te leren, reeds contacten te leggen met betrokken personen en/of  instellingen etc.).
  • Bij gelijkwaardige dossiers  gaat de voorkeur naar een student die in het vorige academiejaar een studiebeurs ontving.
2. Het voorstel
  • Het voorstel kadert in de opleiding van de student.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage is duidelijk omschreven.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage is haalbaar.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage sluit aan bij de prioriteiten van de lokale partner en/of bij de lokale cultuur, realiteit of behoeften.
  • Het voorgestelde onderzoek of de stage biedt kansen voor contacten met de lokale bevolking.
  • De voorkeur gaat naar individuele aanvragen of interdisciplinaire duo’s, eerder dan naar gelijkaardige aanvragen van meerdere studenten in dezelfde opleiding die naar dezelfde bestemming reizen. Indien meerdere studenten samen reizen, moeten de aanvragen een duidelijk individueel werkschema en een persoonlijke motivering bevatten.
     
3. De omkadering in het Noorden en het Zuiden
  • Het voorstel wordt gesteund door promotor in Leuven en in het Zuiden
  • Een degelijke begeleiding van de student voor, tijdens en na z'n verblijf in het Zuiden door de Leuvense promotor/stagebegeleider (en medewerkers) is gegarandeerd.
  • Een wetenschappelijke en/of professionele ondersteuning van de student ter plaatse is gegarandeerd.
  • De praktische begeleiding van de student ter plaatse is gegarandeerd.