U bent hier: Dienst Internationalisering Studenten In het kader van ontwikkelingssamenwerking Reisbeurzen Toelatingsvoorwaarden

Reisbeurzen Toelatingsvoorwaarden

Formele voorwaarden

Om als KU Leuven-student in aanmerking te komen voor een reisbeurs, moet je voldoen aan de volgende voorwaarden: 

  • Je volgt één van de volgende opleidingen:
    • een bachelor
    • een master
    • een master na master
  • Je hebt de Belgische nationaliteit of bent onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie (Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland).
  • De opdracht voer je uit in het kader van een studieonderdeel waarvoor je studiepunten krijgt, zoals een eindwerk, een stage, seminariewerk. Enkel les volgen in een ontwikkelingsland is niet voldoende.
  • Je verblijft in één van de 54 landen die in aanmerking komen voor een reisbeurs.
  • Je verblijft minstens 6 weken ter plaatse (tijdens het academiejaar of tijdens de vakantieperiode).
  • Minstens één maand van je verblijf in het Zuiden valt in 2014. Je kan dus al in 2013 vertrekken of pas terugkeren in 2015. Wie na 1 december 2014 vertrekt, maakt gebruik van de volgende editie van het reisbeurzenprogramma.
  • De reisbeursaanvraag moet ingediend worden vóór je naar het Zuiden vertrekt en ten laatste op 17 maart 2014. Na deze datum worden geen reisbeursaanvragen meer aanvaard.
  • De aanvraagprocedure voor reisbeurzen 2013-2014 wordt nageleefd.
  • Je ontvangt geen andere beurs waarmee je studiereizen kan financieren.
  • Kreeg je al eens eerder een VLIR-UOS/IRO-reisbeurs, dan kom je niet meer in aanmerking voor een reisbeurs, ook niet in het kader van een andere opleiding.
  • Verplichte deelname aan de interculturele voorbereidingsdag en aan de sessie over paperassen, veiligheid en gezondheid.

Dit zijn de formele voorwaarden om in aanmerking te komen voor een reisbeurs. Daarnaast zijn er een aantal selectiecriteria waarmee je rekening houdt (zie verderop).

Naar welk land in het Zuiden?

In 2013-2014 komen 54 landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië in aanmerking voor een reisbeurs.  Je kan enkel een reisbeurs aanvragen voor bestemmingen die voorkomen op de landenlijst hieronder.

VLIR-UOS-landenlijst - Reisbeurzen 2013-2014
1 Bangladesh 15 Ethiopia 29 Malawi 43 South-Africa
2 Benin 16 Gambia 30 Mali 44 Sri Lanka
3 Bolivia 17 Ghana 31 Mexico 45 Suriname
4 Brazil 18 Guatemala 32 Morocco 46 Tanzania
5 Burkina Faso 19 Guinea 33 Mozambique 47 Thailand
6 Burundi 20 Guyana 34 Nepal 48 Togo
7 Cambodia 21 Haiti 35 Nicaragua 49 Tunisia
8 Cameroon 22 Honduras 36 Nigaria 50 Uganda
9 Colombia 23 India 37 Palestine 51 Uruguay
10 Congo DR 24 Indonesia 38 Paraquay 52 Viet Nam
11 Côte d'Ivoire 25 Jordan 39 Peru 53 Zambia
12 Cuba 26 Kenya 40 Philippines 54 Zimbabwe
13 Dominican Rep 27 Laos 41 Rwanda    
14 Ecuador 28 Madagascar 42 Senegal    

Risicolanden

Om het veiligheidsrisico van een land of een regio in een land te kennen, consulteer je de officiële reisadviezen van verschillende overheden:

Bij een negatief reisadvies zal je als KU Leuven-student geen toestemming krijgen om je reis te ondernemen. De Adviescommissie Risicobestemmingen beoordeelt de risico’s verbonden aan de buitenlandse bestemming. De beslissing van deze commissie is bindend, ongeacht het feit of je een reisbeurs werd toegekend of niet.

Studenten die een reis naar een mogelijk risicoland plannen, raden we daarom aan om, in overleg met hun promotor, een alternatieve bestemming te voorzien, zodat op het ogenblik van de reisbeursselectie meteen ook een alternatieve bestemming beoordeeld kan worden.

Leuvense promotor

Jouw plannen moeten goedgekeurd worden door een promotor die je ondersteunt bij de voorbereiding, opvolging en evaluatie van je verblijf in een ontwikkelingsland. Een promotor is een professor die beschikt over de nodige kennis en ervaring om je te begeleiden in het betreffende studiedomein. Meestal is dat de academische stageverantwoordelijke of de promotor van een thesis.

Bij je aanvraagdossier voeg je een aanbevelingsbrief van je Vlaamse promotor waarin hij bevestigt in te zullen staan voor jouw begeleiding.

Wie is de partner in het Zuiden?

Alvorens je een reisbeursaanvraag indient, heb je reeds contact met een lokaal project, een organisatie of instelling in het Zuiden.

De lokale promotor kan een professor of docent zijn, maar dat hoeft niet. Hij moet wel beschikken over de nodige kennis en ervaring om je te begeleiden in jouw studiedomein. De lokale promotor is medewerker van of betrokken bij de organisatie waar je stage loopt of onderzoek uitvoert. Een Belgische vertegenwoordiger van een Belgische organisatie kan niet optreden als lokale promotor, tenzij uit het reisbeursdossier blijkt dat afspraken gemaakt werden met lokale personen die mee instaan voor de ondersteuning van de student.

Bij je aanvraagdossier voeg je een uitnodigingsbrief van de lokale promotor waarin hij of zij bevestigt in te zullen staan voor de omkadering ter plaatse.

Met de instelling in het Zuiden, en eventueel ook met haar partner in Vlaanderen, moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de omkadering en de uitvoering van de opdracht van korte duur.

Selectiecriteria

Bij de beoordeling van de geldige reisbeursaanvragen primeert de kwaliteit van de aanvraag. Er wordt rekening gehouden met verschillende aspecten op het niveau van de student, het voorstel en de begeleiding in Noord en Zuid:

1. De student
  • Een positieve motivatie van de student is gewenst (met aandacht voor de specifieke ontwikkelingscontext, geen slordige of summier ingevulde reisbeursaanvraag)
  • Een goede talenkennis is noodzakelijk (Engels/Frans/Spaans/lokale taal, in functie van de bestemming).
  • Deelnemen aan de interculturele voorbereidingsdag van de Associatie KU Leuven is verplicht, evenals aan de infosessie over "gezondheid, veiligheid en paperassen", tenzij de student een alternatieve voorbereiding kan aantonen.
  • De voorkeur gaat naar studenten die reeds een extra inspanning leveren of  hebben geleverd om zich voor te bereiden op het onderzoek of de stage in het land van bestemming (bv. door een cursus over ontwikkelingsproblematiek te volgen, relevante debatten bij te wonen, de taal van het land te leren, reeds contacten te leggen met betrokken personen en/of  instellingen etc.).
  • Bij gelijkwaardige dossiers gaat de voorkeur naar studenten met goede studieresultaten.
  • Bij gelijkwaardige dossiers  gaat de voorkeur naar een student die vorig jaar een studiebeurs ontving.
  • Bij gelijkwaardige dossiers gaat de voorkeur naar studenten van faculteiten waarvan er weinig aanvragen zijn.
     
2. Het voorstel
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage moet duidelijk omschreven worden.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage moet haalbaar zijn.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage moet aansluiten bij de prioriteiten van de lokale partner en/of bij de lokale cultuur, realiteit of behoeften.
  • Het onderwerp van het onderzoek of van de stage moet duidelijk gesteund worden door de Leuvense promotor en door de lokale partner.
  • Het voorgestelde onderzoek of de stage moet kansen bieden voor contacten met de lokale bevolking.
  • De voorkeur gaat naar individuele aanvragen of interdisciplinaire duo’s, eerder dan naar gelijkaardige aanvragen van meerdere studenten in dezelfde opleiding die naar dezelfde bestemming reizen. Indien meerdere studenten samen reizen, moeten de aanvragen een duidelijk individueel werkschema en een persoonlijke motivatie bevatten.
     
3. De omkadering in het Noorden en het Zuiden
  • Een degelijke begeleiding van de student vóór, tijdens en na het verblijf in het Zuiden door de Leuvense promotor/stagebegeleider (en medewerkers) moet gegarandeerd zijn. 
  • Een wetenschappelijke en/of professionele ondersteuning van de student ter plaatse moet gegarandeerd zijn.
  • Een praktische begeleiding van de student ter plaatse moet gegarandeerd zijn.
  • Medefinanciering door de eigen faculteit of door de partnerinstelling is een pluspunt. Dit kan ook via aangeboden materiaal, een tolk, helpers, transport …
  • De voorkeur gaat naar zendingen die deel uitmaken van
    • bestaande VLIR-UOS-projecten;
    • interuniversitaire samenwerkingsinitiatieven;
    • projectwerking of programma’s van ngo’s of bilaterale/multilaterale samenwerkingsinitiatieven.