Alles van waarde is weerloos

node-header

Over het kleine, het alledaagse, het kwetsbare en het vergankelijke

1. Beginsituatie

“Alles van waarde is weerloos”, schreef Lucebert in het gedicht ‘De zeer oude zingt’. Het is een dichtregel die vele betekenissen oproept, maar misschien vooral verwijst naar wat klein en kwetsbaar is, en hoe dat het meest waardevolle is wat er bestaat. “Wordt van aanraakbaarheid rijk”, lezen we in hetzelfde gedicht. We zouden deze woorden kunnen interpreteren als een pleidooi voor de rijkdom van die kwetsbaarheid, van het vermogen je te laten raken door mensen en je ontvankelijk op te stellen. Hoewel dat paradoxaal klinkt, vereist een dergelijke houding van kwetsbaarheid en onvolmaaktheid eigenlijk in zekere zin veel meer moed dan een streven naar perfectie.

In een maatschappij waarin perfectie vaak het ideaal vormt, is het niet altijd evident om aandacht te schenken aan wat onooglijk en alledaags is. Nochtans zingt Leonard Cohen “There’s a crack in everything, that’s where the light gets in”: niet iedereen is of kan zijn wie hij of zij ideaal gezien zou willen zijn. Het zijn juist de kleine onvolmaaktheden die mensen uniek en toegankelijk maken.

Voor leerlingen is het belangrijk om te beseffen dat zij geen supermensen moeten zijn, zonder zwakke plekken, maar misschien wel soms ‘kleine helden’ die wat weerloos is beschermen en net als iedereen fouten maken. Dat is ook wat liefde is, anderen graag zien met hun tekortkomingen en tegelijkertijd jezelf kwetsbaar durven opstellen, laten zien dat je niet perfect bent, dat je barstjes hebt en soms weerloos bent.

Ook Jezus richtte zijn blik op de weerlozen van zijn samenleving. Hij ging  aan de zijde staan van mensen die door anderen als minderwaardig werden beschouwd, die aan de kant werden geschoven omdat ze te veel barstjes vertoonden, of die bij het vuilnis werden gegooid zoals een kapotte vaas. Tegelijkertijd stelde hij zichzelf uiterst kwetsbaar op, tot de dood toe.

In deze In de kijker wordt het kleine even onder een vergrootglas gelegd, of zoals Depeche Mode het omschreef: “See the microcosm in macro vision”. Het gaat hier om de gewone dingen, het alledaagse; om wat simpel en eenvoudig is. Uiteindelijk zijn het vaak de kleine dingen die het verschil maken en die tot grootse verwezenlijkingen of veranderingen leiden. Het is ook in die dagdagelijksheid dat mensen sporen vinden van God en van religiositeit. ‘Het kleine eren’ betekent aandacht hebben voor deze kleine dingen, die al te vaak lijken te verdwijnen in een verlangen naar ‘bigger and better’, en tegelijk – net als Jezus ook deed – het kwetsbare beschermen, of dat nu de natuur is of bijvoorbeeld de fragiele relaties tussen mensen.

Wat fragiel en weerloos is, is ook breekbaar. Vanuit deze gedachte wordt in deze In de kijker ook stilgestaan bij vergankelijkheid en sterfelijkheid, bij de gedachte dat alles stroomt en verandert, maar dat mensen toch hun sporen kunnen nalaten.

2. Hermeneutische knooppunten

  • Komt het in het leven aan op ‘de grote dingen’ of juist op wat klein is? Wat zijn dan die grote dingen en wat zijn die kleine dingen? En kan het zijn dat juist de kleine dingen het meest belangrijk zijn? Op welke manier kan het kleine een verschil maken?
  • Hoe gaan we om met wat weerloos is? Koesteren en beschermen we dit of gaan we het juist vertrappelen? Hebben wij de (ethische) plicht om het kleine te beschermen?
  • Is het noodzakelijk dat kinderen aparte rechten hebben? Waarom wel of niet? Moeten kinderen beschermd worden, en meer dan volwassenen? Zijn kinderen anders dan volwassenen, of zijn het gewoon mini versies van volwassenen en moeten ze ook gelijk behandeld worden?
  • Wat betekent de uitspraak ‘alles van waarde’? Gaat het hier om materiële of emotionele waarde? Welke van de twee primeert, in onze samenleving, in het leven van mensen, in de Bijbel,…?
  • In welke zin is eenvoud juist een grote vorm van rijkdom? Waarom vinden mensen vandaag heil in minimalisme? Wat heeft eenvoud met geluk te maken? Valt het te begrijpen dat mensen kiezen voor een leven in volkomen eenvoud, zoals bijvoorbeeld een kloosterleven?
  • Hoe kunnen we omgaan met kwetsbaarheid en tegenslagen? Is het een kwestie van deze te proberen vermijden of juist te aanvaarden? Is er ook een mogelijkheid om hierin een middenweg te vinden? Wat leert de filosofie ons hier over? Kunnen we ook op een andere manier leren kijken naar tegenslagen waarbij we ons enerzijds niet laten afschrikken door tegenslagen en er anderzijds ook niet door verzwelgd worden?
  • Is het nodig dat wij allemaal perfecte wezens zijn, afgeborsteld, gepolijst, zonder enig gebrek? Zijn het niet juist de kleine onvolmaaktheden die mensen zo uniek maken? Is het niet net dat wat mensen ook echt ‘mens’ maakt: die kleine barstjes of imperfecties die anderen bereikbaar en raakbaar maken? Kan je liefhebben zonder je kwetsbaar op te stellen? Wat betekent het om ons ‘menselijk tekort’ te aanvaarden? Is dit een uiting van lafheid en zwakheid of juist van moed en sterkte?
  • Wat is heilig? Is het heilige datgene wat afgescheiden is van het alledaagse en er als het ware boven of buiten geplaatst kan worden, of vinden we het heilige ook in het alledaagse? Is het heilige enkel voelbaar in kerken en kathedralen of ook in huiskamers? Wat betekent het wanneer iets ‘heilig’ is voor iemand?
  • Hoe kunnen we het alledaagse, dat soms te vertrouwd is geworden en aan onze blik ontsnapt, meer zichtbaar maken, zodat er ook meer waardering voor ontstaat?
  • Wat maakt een mens tot een held? Zijn helden grootse personen die grootse daden doen of eerder doodgewone personen die grootse daden doen? Klopt het dat ieder van ons voor een ander een held kan zijn, zoals Zimbardo beweert, wanneer hij spreekt over ‘de banaliteit van het goede’ (als tegenhanger van ‘de banaliteit van het kwade’ van Hannah Arendt)?
  • Hoe gaan we als mens om met de vergankelijkheid? Maakt dit besef het leven zinloos of juist heel erg zinvol? Zorgt het voor een obsessie met de dood of juist voor een focus op het leven? Hoe gaan mensen om met ouder worden? Dient dit gezien te worden in termen van ‘verval’ of juist van ‘vervulling’? En wat is die vervulling juist?
  • Klopt het dat alles altijd verandert, of zijn bepaalde dingen ook onveranderlijk? Is alles gedoemd om te verdwijnen of laten dingen en mensen ook hun sporen na? Wat blijft?
  • Kijken we als mensen vooral naar beneden, naar boven, naar binnen of om ons heen? In welke zin zijn deze blikken allemaal nodig? Wat zie je als je echt om je heen kijkt?

3. Aanknopingspunten bij het leerplan

Leerplandoelen uit het leerplan rooms-katholieke godsdienst

Uitdrukken op welke wijzen mensen pijn ervaren

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < Beroepsvoorbereidend jaar < Terrein < Leven met grenzen

Meevoelen met de pijn van anderen

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < Beroepsvoorbereidend jaar < Terrein < Leven met grenzen

Het omgaan met pijn als belangrijke levensopdracht herkennen en uitleggen

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < Pijn

Aangeven hoe mensen leven van innerlijkheid en hoe ze bronnen van leven zoeken

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < innerlijkheid

Luisteren en openstaan voor wat mensen beroert

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < innerlijkheid

Het omgaan met kwetsuren en gebrokenheid in een liefdesrelatie bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < bemind worden en liefhebben

Dragende levenservaringen aangeven en verwoorden

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

De uitdagingen voor de eigen leeftijd opsporen en situeren te midden verleden en toekomst

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Christenen als 'mensen van de weg' typeren

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Aangeven en illustreren hoe falen, gebrokenheid en kwetsuren kunnen verwerkt worden

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Het belang omschrijven van plaatsen en momenten voor rust, inspiratie, ontmoeting,...

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

In levensverhalen ontdekken hoe menselijke eindigheid en beperktheid een uitnodiging kan inhouden om nieuwe levenskeuzes te maken

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Lijden en hoop

De benadering van grensvragen in lijden en mislukken vanuit verschillende levensbeschouwingen formuleren

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Lijden en hoop

4. Interlevensbeschouwelijke competenties

Er werden nog geen labels toegevoegd voor dit onderdeel

5. Achtergrondinformatie

5.1. Het heilige in het alledaagse

Een interessant artikel van Marianne Merckx over het heilige in het alledaagse (uit Speling):

“De vraag die hier centraal staat is de vraag naar religieus leven in deze tijd. Of anders gezegd: hoe is het geheim van God te benaderen in de wereldse werkelijkheid van alledag? Wat is mij heilig?”

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags01.jpg
unruly-things.com

“Door de scheiding tussen het heilige en het alledaagse wordt beweging en verandering geblokkeerd; wordt het leven belemmerd. Het leven van alledag, de wereld om ons heen, dichtbij en veraf is een voortdurende stroom van hollen en stilstaan, van verdriet en van blijdschap, van gewoon en bijzonder, van groei en van krimp, van angst en vertrouwen, van hart en van hoofd, van ik en van wij, van buiten en binnen, van traditie en vernieuwing, van actie en bezinning, van persoonlijk en politiek, van dood en van leven, van loslaten en vasthouden... Niet als concurrenten, maar als partners, die de stroom in beweging houden, die ons levend houden en heel maken.

In deze stroom is het heilige te vinden. God kan zich enkel met ons verbinden als wij kiezen voor verbinden. Een stroom die niet anders kan dan in beweging, in verandering blijven om leven gevend te kurmen blijven. Deze vorm van religieus leven noem ik sacra-mentaliteit, een manier van leven, denken en voelen die niet alleen het heilige in het alledaagse vindt maar vervolgens eenzijdigheden en dualiteiten voorkomt.

Op allerlei plaatsen en op allerlei manieren krijgt sacra-mentaliteit dag in dag uit vorm. Bij voorbeeld in parochies waar ze het lef hebben om de dingen anders te gaan doen, vanuit creativiteit en openheid. Waar ze kiezen voor inspiratie, voor voeding en niet voor vergadering na vergadering over de financiële tekorten en de problemen om het vrijwilligersbestand op peil te houden. Waar ze religieus leven door naar buiten én naar binnen te kijken. Of door vrouwen van de unie NKV die zich buigen over de vraag waar ze de spirit voor het dagelijks leven vandaan kunnen halen. Die hun stem willen laten horen over misstanden in kerk en maatschappij, maar niet zonder na te gaan waar hun wortels liggen.

En bij het afscheid van een doodgeboren kindje: de vader nam het mandje met het dochtertje op schoot en maakte ons deelgenoot van hun verhaal, gevuld met verdriet en dankbaarheid. We vierden met elkaar dit godsdienstgeschenk. En vanuit de grond van zijn hart zei hij: 'Ook dit is leven.' Ook deze reis, van dit kleine meisje, maakte op ons veel indruk. Ze kwam in ons leven, in onze werkelijkheid, omdat we de kans kregen te ervaren dat in de dood het leven is te vinden. Deze ervaring ging verder dan betrokkenheid; het heilige in het alledaagse vinden, vraagt meer dan inzoomen op het leven van alledag.

Alle drie de voorbeelden doorbreken eenzijdigheid en houden zo religieus leven vanuit christelijke spiritualiteit levend en in beweging. Deze (en vele andere) inspiratiebronnen van sacra-mentaliteit getuigen niet van een andere werkelijkheid maar laten onze werkelijkheid anders zien, zodat het ook anders wordt.”

Bron

5.3. Worden we beter van tegenslag? Over het voordeel van kwetsbaarheid

“In een interview werd aan de Amerikaanse filmregisseur Steven Spielberg gevraagd wat het grootste horrorscenario was dat hij zou kunnen bedenken. Hij antwoordde: "Een leven waarin alles goed gaat." Een leven zonder problemen, zonder tegenslagen of mislukkingen, zonder hindernissen of obstakels. Zo'n leven zou niet alleen buitengewoon saai en vervelend zijn, maar ronduit gruwelijk en onleefbaar - "pure horror". Ons leven, zo lijkt hij te suggereren, krijgt pas reliëf, waarde, schoonheid en betekenis door de problemen waarmee we geconfronteerd worden en die we in het beste geval overwinnen. We groeien pas als mens, ons karakter krijgt pas vorm, ons leven wordt pas een interessant en rijk levensverhaal doordat niet alles probleemloos gaat. "Le bonheur se raconte mal", schreef Stendhal. Gelukkige mensen hebben niets te vertellen. Al een geluk dus dat we af en toe eens ongeluk hebben. (…)

Zowel grote drama's als kleine, banale zaken vormen een dagelijkse bron van ergernis en acute stress. Denk aan een lekke band, de dagelijkse file, een huilbaby, conflicten met een ex- partner, een muizenplaag in huis, aambeien, een ontslag, onbeantwoorde liefde, bedrog, een verkeersongeval, een verkoudheid, een echtscheiding, vrienden die hun afspraken niet nakomen... Stuk voor stuk zaken waar we zelf geen greep op hebben of niet ten volle verantwoordelijk voor zijn.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags02.jpg
infobarrel.com

Waar wetenschap, geneeskunde en techniek uit alle macht proberen ongemak en ongeluk in ons leven te verminderen, proberen kunst, religie en filosofie ons via ideeën, symbolen en verhalen te verzoenen met onze fundamentele onmacht ten aanzien van het lot. De condition humaine is nu eenmaal allesbehalve een permanente bron van vreugde, vrede en harmonie. Leven is hoe dan ook af en toe lijden, stelde Boeddha. We zijn hier immers niet voor ons plezier, schreef Gerard Reve. We hangen haast aaneen van pijn, verdriet en teleurstelling. (…)

Nu, welke strategieën en houdingen reikt de filosofie ons aan… om met de kwetsbaarheid, de onzekerheid en de veranderlijkheid van ons bestaan om te gaan? Welk perspectief kunnen sommige denkers ons aanreiken om zo elegant mogelijk om. te gaan met de grilligheid van het lot? Kunnen we leren om anders te kijken naar tegenslag, vanuit inzichten die troost, blijmoedigheid, zelfs levenslust bieden? Is er een filosofische weg die tegenslag aanvaardt en omarmt als constitutief voor: het menselijke bestaan, maar die ons er tegelijkertijd voor kan behoeden dat we worden "opgevreten door verdriet"? Is het kortom mogelijk om beter en wijzer te lijden?

 In wat volgt schets ik drie traditionele filosofische denkwegen om om te gaan met tegenslag: de ene weg voorkomt en vermijdt lijden, de andere aanvaardt en omarmt het, De derde weg ten slotte integreert het beste van de andere twee denkwegen.

5.3.1. De eerste weg: lijden vermijden

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags03.jpg
guidodevalk.nl

De eerste en historisch meest invloedrijke weg om met tegenslag om te gaan is de praktische filosofie van de Stoa. De stoïcijnse school is omstreeks 300 voor Christus door Zeno gesticht in Athene. Bekende Griekse en later Romeinse stoïcijnen waren onder meer Epictetus, Seneca en keizer Marcus Aurelius. (…)

De Stoa cultiveerden een streng rationele houding om potentiële tegenslagen te voorkomen en te vermijden. Door rationeel na te denken en onthecht en onverstoord in het leven te staan kun je je wapenen tegen de grilligheid van het lot en voorkomen dat je slachtoffer wordt van je irrationele emoties. In alle omstandigheden streefden de stoïcijnen ataraxia (gelijkmoedigheid) na, zowel bij meevallers als tegenslagen.

De Stoa stelden dat lijden wordt veroorzaakt door onjuiste opvattingen en dat we de denkbeelden die schuilgaan achter onze emoties moeten onderzoeken om er op die manier niet langer slaaf maar meester van te worden. Onze denkbeelden bepalen immers hoe we reageren op gebeurtenissen. Met rationele argumenten moeten we onze foutieve denkbeelden weerleggen, om op die manier apathisch te staan tegenover wat ons overkomt.

Epictetus, een vrijgekochte Griekse slaaf, vatte in zijn stoïcijnse Zakboekje de stoïcijnse grondslag als volgt kernachtig samen: "Niet de werkelijkheid verontrust ons, maar onze denkbeelden over de werkelijkheid. Als wij dus tegenwerking ondervinden, in de war zijn of gekwetst worden, moeten wij nooit een ander beschuldigen, maar onszelf. Dit wil zeggen: onze eigen denkbeelden." (…)

5.3.2. De tweede weg: tegenslag aanvaarden en omarmen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags04.jpg
static-secure.guim.co.uk

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum beschrijft in haar werk ‘De Breekbaarheid van het Goede’ hoe de Griekse tragedieschrijvers en de Griekse filosoof Aristoteles de tragische toestand van het menselijke bestaan erkennen en voluit omarmen. Waar de stoïcijnen zich oefenen in onkwetsbaarheid, beschouwen de tragici en Aristoteles de kwetsbaarheid van het leven juist als het wezenskenmerk van een rijk en waardevol menselijk bestaan.

Net omdat we ons hechten aan zaken en mensen die we niet onder controle hebben, heeft ons leven waarde en betekenis. Een stoïcijns, zelfgenoegzaam en ascetisch leven is zo gevoelloos en schraal dat het nauwelijks nog menselijk is. Net het onzekere, fragiele karakter van veel menselijke ervaringen maakt hun waarde uit. Net omdat bijvoorbeeld liefde eindig, onzeker en niet te controleren is en het risico op pijn en teleurstelling inhoudt, heeft ze zo'n diepe betekenis. Als je alle emoties en onzekerheden uitbant, krijg je een verarmd en onmenselijk leven, aldus Nussbaum.

In de Amerikaanse film Troy zegt het hoofdpersonage Achilles tijdens een bedscène tegen zijn geliefde Briseis: “Het zijn niet wij die de goden benijden, maar de goden die ons benijden, net omdat wij sterfelijk zijn. Als ik hier met jou lig, dan weten we dat dit maar één keer zal gebeuren. Voor de goden maakt het allemaal niet zo veel uit en daardoor zijn hun emoties minder sterk, en is hun leven minder rijk.’

Dit citaat vat goed de essentie van de tweede weg: net de onvolkomenheid en de eindigheid verlenen ons bestaan zin en betekenis. In de eeuwigheid en in de almacht verliest alles immers zijn waarde. Dat is wat de goden, in al hun almacht en eeuwigheid, ons benijden: ons unieke vermogen om te kunnen lijden. We lijden omdat het leven betekenis voor ons heeft. En het beeft betekenis doordat het eindig is.

 De eigen kwetsbaarheid accepteren, ermee leren omgaan en ze zelfs koesteren maakt de kern uit van een vol en rijk leven, dat steeds complex en fragiel is, vol pijnlijke dilemma's waar geen eenduidige oplossingen voor bestaan. (…)

5.3.3. De derde weg: best of both worlds

De twee hierboven geschetste wegen zoeken naar de beste houding om om te gaan met tegenslag. Beide vertrekken vanuit een bepaalde kijk op tegenslag: de stoïcijnen willen onze negatieve ervaring van tegenslag voorkomen door de oorzaken (verkeerde denkbeelden) weg te nemen, de tweede weg accepteert en omarmt tegenslag, omdat niet alleen kwetsbaarheid het leven rijker maakt, maar bovenal omdat het overwinnen van tegenslagen ons sterker maakt.

De laatste visie op tegenslag die ik wil behandelen integreert de beste ideeën uit beide wegen: de boeddhistische weg van het midden, waarin toelaten en loslaten allebei een noodzakelijke plaats innemen. Het toelaten van het feit dat je feilbaar, kwetsbaar en onmachtig bent enerzijds, en het loslaten van bepaalde verkeerde denkbeelden die het lijden nodeloos vergroten anderzijds.

De eerste edele waarheid in het boeddhisme is het inzicht dat lijden bij het leven hoort. Het besef dat je niet alles in de hand hebt en dat het leven niet volledig maakbaar is, is een bevrijdend inzicht. Want het is de illusie van controle die extra druk op onze schouders legt en ons schuldgevoelens bezorgt wanneer zaken niet lopen wals we willen. We zijn vaak niet zelf de oorzaak van wat ons overkomt, en het heeft niet altijd zin om de reden van tegenslag te achterhalen. Dat zou alleen maar de illusie van macht versterken. Terwijl het net veel zinvoller is om te leren leven met het besef van machteloosheid. 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags05.png

In de filosofie en in het boeddhisme is het onderscheid tussen problemen waar je zelf niet voor kiest en waar je geen invloed op hebt en problemen die door het denken worden veroorzaakt cruciaal. Net zoals de Stoa vinden boeddhisten dat mensen meer lijden onder hun kijk op gebeurtenissen dan onder de gebeurtenissen zelf. Vaak veroorzaakt je verwachting van hoe de wereld in elkaar moet zitten veel frustratie en verdriet, omdat de wereld zich meestal niets van jouw verwachtingen aantrekt. Ziekte, overlijden, ontslag, autopech - het overkomt je en je kunt er niets aan doen. Het beste is om te accepteren wat je niet kunt veranderen, hoe moeilijk dat soms ook is.

Vaak zijn het de gedachten die je bij dergelijke problemen hebt die nog meer lijden veroorzaken. Bovenop het praktische probleem komen dan ook nog eens de emotionele problemen. Die veroorzaak je zelf en daar kan filosofie wel bij helpen, door te wijzen op de irrationele overtuigingen die vaak ten grondslag liggen aan bepaalde negatieve emoties.

Die negatieve emoties worden volgens het boeddhisme veroorzaakt door egocentrische begeerte. We leven in de illusie dat we een op zichzelf staand, afgescheiden 'zelf' zijn dat voortdurend van alles wil om zichzelf te bevestigen. Maar net de illusie van het ego en het eeuwigdurende begeren veroorzaken nodeloos leed bovenop al de tegenslagen waar we geen invloed op hebben. Het is datzelfde ego dat van elke tegenslag een enorm drama maakt: we nemen de dingen die ons overkomen persoonlijk, we identificeren ons met de maalstroom van negatieve gedachten, vooroordelen en verhalen die we rond pijn weven en die het alleen maar erger maken.

Via boeddhistische meditatieoefeningen, die ook de kern van mindfulness uitmaken, leer je om je gedachten en emoties te observeren. Door als een neutrale toeschouwer te kijken naar je gedachten, ontstaat er vrijheid om je niet langer volledig in beslag te laten nemen door die gedachten. Je leert met open, milde, vriendelijke blik te kijken naar jezelf en je leven, en je geeft ruimte aan gedachten en gevoelens in plaats van ertegen te vechten of ervoor te vluchten. Door ermee vertrouwd te raken, door ze open te observeren zonder weerstand, laat je ze eenvoudig toe en leer je dat je gedachten opkomen en vanzelf verdwijnen als je ze met open, niet-oordelende blik bekijkt.

In zen- of mindfulnessmeditatie oefen je om met aandacht aanwezig te zijn in het nu, om mildheid en mededogen te cultiveren (ten aanzien van jezelf en je omgeving), om even uit de maalstroom van je leven te stappen, te breken met je vastgeroeste gedachtepatronen. Door je ademhaling te volgen zorg je voor een stabiel anker te midden van de onrust van je emoties en gedachten. En als je merkt dat je afgeleid bent (wat voortdurend gebeurt), dan stel je dat eenvoudigweg vast. Veroordeel of beschuldig jezelf niet, maar keer terug naar het volgen van je adem.

Je leert even afstand te nemen van voortdurend opgejaagd van alles na te streven. te hebben en te doen, en eenvoudigweg te zijn en zonder oordelen op te merken wat zich voordoet. Je leert vast te stellen hoe alles in voortdurende verandering en beweging is en leert daar rust in te vinden. Je oefent jezelf om een onpersoonlijke toeschouwer, een stille getuige, een oordeelloze waarnemer van jezelf en je leven te worden. ''Laat je ziel koel en beheerst tegenover duizend zonnen staan", schreef Walt Whitman.

Je bent je gevoelens niet, je hébt ze, In plaats van te zeggen: "lk ben bedrogen, ben gekwetst, ben vernederd" zeg je: "Ik heb het gevoel gekwetst te zijn, ik heb het gevoel van verlies en verlatenheid, ik heb het gevoel van liefdesverdriet." Alleen al door het zo te benoemen schep je afstand en ruimte. Je ontkent bet gevoel niet, je identificeert je er alleen niet meer zo hard mee.

Je stelt na een tijd vast dat hoe meer ruimte je een gevoel of gedachte geeft, hoe minder last je ervan hebt. Zo ook helpt het om bij tegenslag de pijn te erkennen, de situatie niet mooier of erger te maken, maar de pijn toe te laten en met je mee te dragen. Hierdoor wordt de pijn lichter om te dragen. Als je iets overkomt, hoef je niet meteen te reageren, maar kun je beter even afstand nemen, het stil maken, de situatie observeren en dan pas een respons geven.

Boeddhisme leert ons dat pijn nu eenmaal bij het leven hoort, hoe we ook leven en wat we ook doen. Ook die pijn, net als alles in het leven, is veranderlijk, voorbijgaand en onbeheersbaar. Dat besef kan rust en vrede en verzoening schenken. In die zin kan tegenslag heel waardevol en een bron van wijsheid zijn: je leert anders te kijken naar jezelf en de ander, je ontwikkelt een grotere gevoeligheid en empathie voor het leed van je medemens, je leven verdiept zich door het besef van de onderlinge verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid van alle levende wezens. Vandaar de boeddhistische slogan: "No mud, no lotus", die opvallend lijkt op het christelijke devies: "Door pijn tot God." Of hoe tegenslag een beter mens van ons kan maken. (…)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags06.jpg
Pamela Helberg

In onze tijd hangt dit maakbaarheids- en beheersbaarheidsgeloof samen met een obsessie met succes, prestatie en geluk en lijken we te vergeten dat we niet alles in de hand hebben. En wat we niet in de hand hebben - het negatieve - wordt angstvallig aan het oog onttrokken (de dood, ziektes, ouder worden). In zo'n wereld waarin je wordt voorgespiegeld dat alles voor iedereen mogelijk, maakbaar en bereikbaar is, worden de wezenskenmerken van de tragische levensopvatting (de menselijke onmacht en het menselijke tekort) krampachtig onderdrukt en ontkend. Die te grote verwachtingen van het leven en de ons aangeprate opdracht om altijd gelukkig en succesvol te zijn (en daar ook nog eens zelf verantwoordelijk voor te zijn) vormen het ideale recept voor nog meer angst, teleurstelling en verdriet. (…)

Accepteren dat het leven van de mens onzeker, fragiel, grillig, oncontroleerbaar en onvoorspelbaar is, dat alles voortdurend verandert, dat we altijd kleine en grote problemen en conflicten zullen hebben, en dat er geen eenduidige antwoorden of oplossingen zijn, is een wijs vertrekpunt. Vanuit die fundamentele aanvaarding van ons menselijk tekort kunnen we voluit leven, handelen en zaken proberen te veranderen. In het volle besef dat we feilbaar, onvolmaakt en in vele gevallen machteloos zijn.”

 Uit Stefaan Van Brabandt, Het voordeel van de twijfel. Hoe filosofie je leven kan veranderen

5.4. Betekenis vinden

“'Het leven moet voorwaarts worden geleefd, maar achterwaarts worden begrepen.' Aldus Kierkegaard, de negentiende-eeuwse Deense existentialist. Met de blik vooruit gericht moeten we keuzes maken, en die keuzes kunnen een nieuw licht werpen op ons leven tot op dat moment. Hoe we het verleden zien, is deels afhankelijk van de toekomst. Wat nu misschien als een slechte keuze wordt beschouwd, zou achteraf wel eens bijzonder succesvol kunnen blijken te zijn. Voor de dood behouden we het overzicht. We kiezen nieuwe richtingen in ons leven, bieden genoegdoening voor het verleden en geven onze weergave van wat we hebben gedaan. Het venijn zit hem echter in de staart, want wanneer we eenmaal dood zijn, zijn we, zoals Sartre het pessimistisch uitdrukte, 'weerloos  tegenover de oordelen van de anderen' - we zijn overgeleverd aan de ander. We zijn machteloos terwijl anderen ons leven samenvatten. Maar zelfs nu zouden we kunnen proberen onszelf te zien zoals anderen ons zien.

“'Als mijn hele leven een vergissing is geweest, wat dan?' Het kwam in hem op dat wat hem voorheen volmaakt onmogelijk had geleken, namelijk dat hij zijn leven niet had doorgebracht zoals hij had moeten doen, uiteindelijk best waar zou kunnen zijn.”

Met die woorden, weergegeven door Leo Tolstoy, neemt Iwan Iljitsj wellicht veel te veel afstand, maar dat we over onze levens kunnen nadenken en naar beter kunnen streven, is iets uniek menselijks. Naarmate de dood nadert, wanneer de schemering inzet, zullen sommige het gevoel hebben dat ze het eindelijk allemaal begrijpen. Ondanks filosofische bespiegelingen zullen velen van ons echter bewust blijven van het mysterie en de melancholie van het leven: we wanhopen bij de gedachte aan lijden en dood - maar ook bij dagelijkse inbreuken, energierekeningen, klusjes en mobiele telefoons die de hele tijd afgaan. Laten we dus, om de zaken weer in perspectief te plaatsen, te rade gaan bij David Hume, die het volgende schreef toen hij werd overweldigd door verbijsterende filosofische problemen:

“Gelukkig kan de natuur zelf wat de rede niet kan, door de wolken te verdrijven en mij te genezen van deze filosofische melancholie en dit delirium. Ontspanning van de geest, werk of een levendige zintuiglijke indruk kunnen deze hersenschimmen tenietdoen.” 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags07.jpg
4.bp.blogspot.com

Wanneer we wanhopen, doen we er goed aan te herinneren hoe we weer opgebeurd kunnen worden door de vervoering van goede muziek. Mysterie, ontzag en piëteit kunnen evengoed gevoeld worden door atheïstische humanisten als door religieuze mensen. We kunnen betekenis vinden in het bloeien van de narcissen, in een klein, goed gekozen cadeautje, in de gecompliceerdheid van zaken, de humor en de schoonheid van een gesprek met vrienden en een goed glas wijn bij de ondergaande zon. En wanneer dat allemaal is gezegd, kunnen we nog troost vinden in de woorden van Ludwig Wittgenstein: 'Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.'”

Uit Peter Cave, Hoe denk je als een vleermuis? 35 echt interessante toepassingen van filosofie

5.5. De blik op ‘zo weinig mogelijk’ in de kunst

“Sinds Malevitsj in 1915 het suprematisme tot zijn uiterste consequentie doortrok en op de 0,10-tentoonstelling zijn zwarte vierkant introduceerde, zijn er heel wat kunstenaars gevolgd die vanuit telkens weer andere invalshoeken onze blik zo intens mogelijk op zo weinig mogelijk hebben gericht. In hetzelfde jaar lanceerde Marcel Duchamp bet begrip 'readymade' en ontwikkelde hij de notie van non-retinale kunst, een oproep om de solide schoonheid van de kunst te laten verdampen. In de loop van de 20ste eeuw wisselden stijlbewegingen als Zero, minimalisme en conceptkunst elkaar voortdurend af. Het maximum halen uit het absolute minimum werd de hoogste ambitie in diverse vormen van de moderne kunst. Of zoals John Cage het uitdrukte: 'I have nothing to say and J'm saying it.'

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags08.jpg
visualia.nl

Densité + Zéro, A Brief History of Invisible Art, Dark Matter, This is not a Void, The Big Nothing, Nichts/Nothing: aan het begin van de 21ste eeuw duikt het ‘amor vacui’ eerder op als een gecultiveerde tendens onder tentoonstellingsmakers en individuele kunstenaars, dan dat er van een consequente stijlbeweging sprake is. In de catalogus van Nichts/Nothing schuift de kunsthistorica Mieke Bal volgende deelverklaringen naar voren; een tentoonstelling als deze problematiseert de dominantie van een enkel zintuig, doorgaans de blik. Er steekt mogelijk ook een visueel vermoeidheidssyndroom op: we hebben onderhand alles al wel een keer eerder gezien. Door het publiek geen visuele beelden te gunnen kan een kunstenaar of curator tenslotte ook ideologisch verzet plegen tegen het fetisjiseren van verkoopbare kunstobjecten. En daar kunnen we nog aan toevoegen: misschien anticipeerde de kunstwereld wel op dat gevoel voor imminente dreiging, het vermoeden dat een zeepbel gaat barsten, dat een implosie wel imminent moet zijn, of het nu de dot.com-crash, het Ground Zerotrauma van 09/11 of de recente financiële crisis betreft.”

Edwin Carels, Mine de rien in All that is solid melts into air. Vijf reflecties over materialistische spiritualiteit in de hedendaagse kunst

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags09.jpg
1.bp.blogspot.com

6. Impulsen

6.1. Wie het kleine niet eert…

6.1.1. De kleine dingen doen ertoe

“Het zijn de kleine dingen die vitaal zijn.
Kleine dingen laten grote dingen gebeuren.”

(John Wooden)

49.media.tumblr.com

“It has long been an axiom of mine
that the little things are infinitely the most important.”

(Arthur Conan Doyle)


pbs.twimg.com

“Vergeet nooit dat er maar zeer weinig nodig is voor een gelukkig leven.”

(Marcus Aurelius)


emilysquotes.com

“Gek, dat je van zulke kleine dingen, intens kan genieten.”

(Janet Frame)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags13.jpg
cdn.shopify.com

Didactische suggestie:

  • Vanuit de afbeeldingen en uitspraken kan men het met de leerlingen hebben over wat nu precies de kleine dingen in het leven zijn. In welke mate zijn die dingen in hun leven ook van belang? Welke van de afbeeldingen en quotes geeft iets weer van hoe zij zelf in het leven staan?

6.1.2. The little things in life

Tiener Marie Obrowski praat in een Ted-talk over de kleine dingen in het leven, die er écht toe doen:

...

Didactische suggestie:

  • De Ted Talk gaat ook over hoe belangrijk de kleine dingen in het leven zijn. Zij spreekt ook over de dingen die ze al allemaal heeft ondernomen en hoe ze daar eigenlijk geen geluk in vond. In welke zin kunnen de leerlingen relateren aan het gevoel dat Marie Obrowski weergeeft. Waarvoor staat de Rubik kubus symbool in de toespraak? Wie of wat is de zogezegde Rubik kubus van de leerlingen?

6.1.3. Just little things

Nancy maakte een blog waarop de kleine geneugten van het leven verzamelt. Ze wil zo de mensen een dagelijkse dosis geluk bezorgen.

Nancy maakte een blog waarop de kleine geneugten van het leven verzamelt. Ze wil zo de mensen een dagelijkse dosis geluk bezorgen.

» Bekijk ze allemaal

Didactische suggestie:

  • Vanuit het voorbeeld de blog van Nancy kan men de leerlingen klassikaal een boekje, bundeltje, kalender, blog,… laten maken waarin zij zelf voorbeelden verzamelen van de kleine geneugten van het leven, van de kleine dingen waar zij plezier en geluk uit halen. Dit klassikaal project kan verbindend werken.

6.1.4. De impact van een boek

Een werk van Jorge Mendez Blake:

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags17.jpg
laurasalesa.com

Didactische suggestie:

  • Het kunstwerk van Jorge Mendez Blake toont dat iets kleins als een boek een heel grote impact kan hebben. Vanuit dit werk kan men het hebben over kleine dingen, kleine daden, die toch heel grote en grootse gevolgen hebben. Men kan de leerlingen zelf voorbeelden laten zoeken. Evenzeer kan men de leerlingen laten vertellen over het boek dat hùn leven heeft veranderd.

6.1.5. In muziek

6.1.5.1. Groot zijn in iets kleins (Bart Peeters)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags18.jpeg

cafe de toekomst is gesloten
mijn tropenjaren zijn voorbij
maar opgebrand staat netjes
hoor ik hier en daar soms zeggen
dus ben ik opgebrand maar blij
 
ik wil groot zijn
ik wil groot zijn
ik wil groot zijn in iets kleins
een eigen soort van grijns
een eigen soort van grijns
een eigen soort van glimlach
ik wil groot zijn in iets kleins
 
roetch
 
'k ben niet geschikt voor grote poespas
van grote poespas word ik moe
de duivel zit in de grootsheidwaan
en nooit in de details
dus de details
daar wil ik naar toe wah
 
ik wil groot zijn
ik wil groot zijn
ik wil groot zijn in iets kleins
een eigen soort van grijns
een eigen soort van grijns
een eigen soort van glimlach
ik wil groot zijn in iets kleins
 
roetch
 
ik zoek iets waar een vonk uit spat
ik weet alleen nog niet goed wat
een eigen terreurgroep
lijkt me ook iets fijns
maar die maagden in de hemel
willen dan eerst nog gauw in bad
ik ken dat
ik wil groot zijn in iets kleins
 
ik wil groot zijn
ik wil groot zijn
groot zijn in iets kleins
een eigen soort van grijns
een eigen soort van grijns
een eigen soort van glimlach
ik wil groot zijn in iets kleins
 
de muur terug zetten in berlijn
of zeemeerminnnen op de rijn
een eigen tandenstokerlijn
een eigen tanderstokerlijn
 
ik wil groot zijn
oh groot zijn
groot zijn in iets kleins
 
roetch

6.1.5.2. "What A Wonderful World" (Louis Armstrong)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags19.jpg

I see trees of green,
red roses too.
I see them bloom,
for me and you.
And I think to myself,
what a wonderful world.
 
I see skies of blue,
And clouds of white.
The bright blessed day,
The dark sacred night.
And I think to myself,
What a wonderful world.
 
The colors of the rainbow,
So pretty in the sky.
Are also on the faces,
Of people going by,
I see friends shaking hands.
Saying, "How do you do?"
They're really saying,
"I love you".
 
I hear babies cry,
I watch them grow,
They'll learn much more,
Than I'll ever know.
And I think to myself,
What a wonderful world.
 
Yes, I think to myself,
What a wonderful world.
 
Oh yeah.

6.1.5.3. Howlin’ at the moon (Sam Bush)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags20.jpg

Take a little time for sunshine, take a whole lotta time for love
Take time to praise and thank heaven up above
Take your life as it may come, cuz boy it'll be gone soon
Take a little time for howlin' at the moon
 
Somebody said, keep your eyes open, gotta keep your feet on solid ground
Gotta take time to take a real good look at everything you've found
Take your life as it may come, cuz boy it'll be gone soon
Take a little time for howlin' at the moon
 
Take a little time for sunshine, take a whole lotta time for love
Take time to praise and thank heaven up above
You gotta make music, raise your voice with joy every day
You got a lot to live for, you got a lot of time to stay
 
And so I try to keep my eyes open, try to live my life from day to day
But it seems that life's unhappiness has lead me astray
'Til I saw a friend go down hard, and made me sing a different tune
Take a little time for howlin' at the moon
 
Take a little time for sunshine, take a whole lotta time for love
Take time to praise and thank heaven up above
Take your life as it may come, cuz boy it'll be gone soon
Take a little time for howlin' at the moon
 
Take a little time for sunshine, take a whole lotta time for love
Take time to praise and thank heaven up above
You gotta make music, raise your voice - it'll be gone soon
Take a little time for howlin' at the moon
 
Take a little time for sunshine, take a whole lotta time for love
Take time to praise and thank heaven up above
Take your life as it may come, cuz boy it'll be gone soon
Take a little time for howlin' at the moon

6.1.5.4. Hymn Of The Big Wheel (Massive Attack)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags21.jpg

The big wheel keeps on turning
On a simple line day by day
The earth spins on its axis
One man struggle while another relaxes
 
There's a hole in my soul like a cavity
Seems the world is out to gather just by gravity
The wheel keeps turning the sky's rearranging
Look my son the weather is changing
 
I'd like to feel that you could be free
Look up at the blue skies beneath a new tree
Sometime again
You'll turn green and the sea turns red
My son I said the power of reflections over my head
The big wheel keeps on turning
On a simple line day by day
The earth spins on its axis
One man struggle while another relaxes
 
We sang about the sun and danced among the trees
And we listened to the whisper of the city on the breeze
Will you cry in the most in a lead-free zone
Down within the shadows where the factories drone
On the surface of the wheel they build another town
And so the green come tumbling down
Yes close your eyes and hold me tight
And I'll show you sunset sometime again
 
The big wheel keeps on turning
On a simple line day by day
The earth spins on its axis
One man struggle while another relaxes
 
As a child solemn pray my hope hides in disguise
While satellites and cameras watch from the skies
An acid drop of rain recycled from the sea
It washed away my shadow burnt a hole in me
And all the king's men cannot put it back again
But the ghetto sun will nurture life
And mend my soul sometime again
 
The big wheel keeps on turning
On a simple line day by day
The earth spins on its axis
One man struggle while another relaxes

» Bekijk de clip bij de song.

6.1.5.5. "Mr. E's Beautiful Blues" (Eels)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags22.jpg

The smokestack spitting black soot into the sooty sky
The load on the road brings a tear to the indian's eye
The elephant won't forget what it's like inside his cage
The ringmaster's telecaster sings on an empty stage
 
Goddamn right it's a beautiful day
Goddamn right it's a beautiful day
 
The girl with the curls and the sweet pink ribbon in her hair
She's crawling out her window 'cause her daddy
He just don't care
Come on
 
Goddamn right it's a beautiful day
Goddamn right it's a beautiful day
 
The clown with the frown driving down to the sidewalk fair
Finger on the trigger let me tell you gave us quite a scare
 
Goddamn right it's a beautiful day
Goddamn right it's a beautiful day
 
The kids flip their lids when their ids hear that crazy sound
My neighbor digs the flavor still he's moving to another town
And I don't believe he'll come back
 
Goddamn right it's a beautiful day
Goddamn right it's a beautiful day
 
Well i don't know how you take in all the shit you see
No don't believe anyone and most of all
Don't believe me
Believe you
 
Goddamn right it's a beautiful day
Goddamn right it's a beautiful day

6.1.5.6. Ain't Got No/I Got Life (Nina Simone)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags23.jpg

Ain't got no home, ain't got no shoes
Ain't got no money, ain't got no class
Ain't got no skirts, ain't got no sweater
Ain't got no perfume, ain't got no beer
Ain't got no man
 
Ain't got no mother, ain't got no culture
Ain't got no friends, ain't got no schooling
Ain't got no love, ain't got no name
Ain't got no ticket, ain't got no token
Ain't got no God
 
Well what have I got?
Why am I alive anyway?
Yeah, what have I Got?
Nobody can take away
 
Got my hair, Got my head
Got my brains, Got my ears
Got my eyes, Got my nose
Got my mouth, I got my smile
I got my tongue, Got my chin
Got my neck, Got my boobs
 
Got my heart, Got my soul
Got my back, I got my sex
I got my arms, Got my hands
Got my fingers, Got my legs
Got my feet, Got my toes
Got my liver, Got my blood
 
I've got life, I've got my freedom
I've got life, I've got my life
 
And I'm gonna keep it
I've got my life
And nobody's gonna take it away
I've got my life

» Patrice nam een cover op van dit lied, waar een mooie clip bij gemaakt werd.

6.1.5.7. Cell Song (Fanfarlo)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags24.jpg

We've got minds behind our eyes
Looking out at ourselves
Things that grow
Out of the ground
Must one need
Believe in me
 
each little cog
sticks to the next
how can it be
that they're alive
this clever twist
this pyramid scheme
has got you in
a double life
 
out of nothing making something like a cell
making patterns like the galaxy of cells
this interaction the consequences gone
i'm glad you made it
got to make some kind of soul
 
we have a contract, yeah we have each other's backs
we made a promise but one day we'll fall apart
 
until the world gets tired of looking at itself
 
we have a place
a fighting chance
while the chemicals
keep up their dance
while the roots
are digging deep
trying to suck
the whole place dry
 
out of nothing making something like a cell
making patterns like a galaxy of cells
this interaction the consequences gone
i'm glad you made it
got to make some kind of soul
 
we have a contract, yeah we have each other's backs
we made a promise but one day we'll fall apart
 
we have a contract, yeah we have each other's backs
we made a promise but one day we'll fall apart
 
we have a contract, yeah we have each other's backs
we made a promise but one day we'll fall apart

» Bekijk de clip bij de song

6.1.5.8. These Are the Things (Black Box Recorder)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags25.jpg

A pint of milk and a loaf of bread, a magazine-on special offer
Check the weather forecast and buy a new umbrella
Send a text message and take a shower
Meet me in the park in half an hour
 
These are the things that keep us together
These are the things that keep us together
I love you, I want you, must have you, I still love you
These are the things that keep us together
 
Make the bed and wash the sheets, iron a shirt try to eat
Check for e-mail and send replies, set the video
Catch the headlines and write a get well card and have a cup of tea
Think of you again and think of you
 
These are the things that keep us together
These are the things that keep us together
I love you, I want you, must have you, I still love you
These are the things that keep us together
These are the things that keep us together
 
Another night with some old friends, I pray that it will soon be over
I'm not listening to them, their laughter floats out of the window
I wish that they would leave and so I can go to sleep
And dream of you again until tomorrow
 
These are the things that keep us together
These are the things that keep us together
I love you, I want you, must have you, I still love you
These are the things that keep us together
These are the things that keep us together

6.1.5.9. The Little Things (Toto)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/toto.jpg

Times like these shake up the world
When you can't find the pearls
You once held in your hand
 
How can all these things keep changing so fast?
You can't count on anything to last
I just don't understand
How it can keep evolving?
 
I'm in a trace in a smile in a photograph
When I'm down and we talk and you make me laugh
That reminds me it's the little things in life
Ooh That matter
 
Through the window I can see
Sky's stretched to eternity
It's so easy to feel so lost
 
All around there are people full of fear
Inside things they've seen it clear
But the noise comes at a cost
And you're lost in a bad dream
 
Then a trace of a smile in a photograph
When I'm down and we talk and you make me laugh
That reminds me it's the little things in life
Ooh That matter
 
If you were standing here you'd take me in your arms
And hold me
And nobody can hold me closer
What I've been looking for all my life
Is right in front of me
 
It's how the sun bounces off a blade of grass
It's the memories that are in your past
Matchbox car with the wheel gone
Tub of ice cream with your favorite song
 
I'm in a trace in a smile in a photograph
When I'm down and we talk and you make me laugh
That reminds me it's the little things in life
That matter
 
Matchbox car with the wheel gone
Tub of ice cream with your favorite song
 
I'm in a trace in a smile in a photograph
When I'm down and we talk and you make me laugh
That reminds me it's the little things in life
That matter
That reminds me it's the little things
I'm gonna try
That reminds me it's the little things
That matter
That reminds me it's the little things
That matter
 
Now I know everything that I'm looking for
It's the sound of your key turning in the door
 
Now I know that it's the little things in life
Ooh that matter
Yes I know it's the little things in life

6.1.5.10. Little Things (One Direction)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags26.png

Your hand fits in mine like it's made just for me
But bear this mind it was meant to be
And I'm joining up the dots with the freckles on your cheeks
And it all makes sense to me
 
I know you've never loved the crinkles by your eyes when you smile
You've never loved your stomach or your thighs
The dimples in your back at the bottom of your spine
But I'll love them endlessly
 
I won't let these little things slip out of my mouth
But if I do, it's you, oh it's you, they add up to
I'm in love with you and all these little things
 
You can't go to bed without a cup of tea
Maybe that's the reason that you talk in your sleep
And all those conversations are the secrets that I keep
Though it makes no sense to me
 
I know you've never loved the sound of your voice on tape
You never want to know how much you weigh
You still have to squeeze into your jeans
But you're perfect to me
 
I won't let these little things slip out of my mouth
But if it's true, it's you, it's you, they add up to
I'm in love with you and all these little things
 
You never love yourself half as much as I love you
You'll never treat yourself right darling but I want you to
If I let you know, I'm here for you
Maybe you'll love yourself like I love you oh
 
I've just let these little things slip out of my mouth
Because it's you, oh it's you, it's you they add up to
And I'm in love with you (all these little things)
I won't let these little things slip out of my mouth
But if it's true, it's you, it's you they add up to
I'm in love with you, and all your little things

6.1.5.11. Macro (Depeche Mode)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags27.jpg

Overflowing senses
Heightened awareness
I hear my blood flow
I feel its caress
Whispering cosmos
Talking right to me
Unlimited endless
God breathing through me
 
See the microcosm
In macro vision
Our bodies moving
With pure precision
One universal celebration
One evolution
One creation
 
Thundering rhythm
Pounding within me
Driving me onwards
Forcing me to see
Clear and enlightening
Right there before me
Brilliantly shining
Intricate beauty
 
See the microcosm
In macro vision
Our bodies moving
With pure precision
One universal celebration
One evolution
One creation

Didactische suggesties:

Al deze songs gaan op een of andere manier over het kleine, over het eren van wat klein is. De leerlingen kiezen een song en schrijven er zelf een reflectie bij. Men kan bij de songs ook extra vragen stellen, zoals:

  • Wat betekent het volgens Bart Peeters om groot te zijn in iets kleins? In welk ‘klein’ ding wil jij groot zijn?
  • (Wanneer) denk jij dat de wereld wonderbaarlijk is? Hoe zou jij het lied van Louis Armstrong zelf aanvulen?
  • Waarom vindt Sam Bush dat we moeten huilen naar de maan?
  • Welk levensgevoel spreekt er uit het lied van Massive Attack (en de clip hierbij)? Ben je het hier mee eens? Welke gedachten roept de clip bij dit lied op?
  • Kan je iets vertellen over een dag die jij mooi vond? Was dit een dag met ‘kleine dingen’?
  • Wat heeft Nina Simone wel en niet? Zijn de dingen die ze niet heeft belangrijker dan de dingen die ze wel heeft of omgekeerd? Wat is de boodschap die uit de clip spreekt?
  • Denk jij soms eens na over de bouwstenen waaruit je bent opgebouwd, zoals in de song en de clip van Fanfarlo aan bod wordt gebracht?
  • Wat zijn de dingen die geliefden samen houden volgens het lied van Black Box Recorder? Wat zijn volgens jou de dingen die geliefden samen houden?
  • Waar zoekt Toto naar in het lied ‘The Little Things’? Wat is hetgene waar jij in jouw leven naar zoekt?
  • Hoe omschrijven de jongens van One Direction hun visie op hun geliefde? Zijn het in de liefde echt de kleine dingen die ervoor zorgen dat je een ander zo graag ziet, of zorgen ze soms juist voor ergernis?
  • Wat betekent het om de microkosmos in macro visie te zien? Hoe zou jij dit zelf visueel voorstellen? Heb je soms ook het gevoel dat God doorheen jou ademt?

6.1.6. In miniatuur

6.1.6.1. Miniature Calendar (Tanaka Tatsuya)
6.1.6.2. ‘God of small things’ (Slinkachu)
6.1.6.3. Het oog van de naald
6.1.6.4. Potloodkunst

Dalton Ghetti is een timmerman die in zijn vrije tijd, als manier om te ontspannen en te mediteren, kunst maakt uit potloden. Hij heeft altijd al een fascinatie gehad voor het kleine en heeft zich erop toegelegd om bijna microscopisch kleine kunstwerkjes te creëren. De meeste van de potloden waar hij mee werkt, vindt hij gewoon op straat. Elk kunstwerkje duurt maanden om te maken. Hij maakt zijn kunst omdat het hem tot rust brengt en zeker niet met het doel om zijn creaties te verkopen.

De tragedie van 9/11 raakte Ghetti zo hard dat hij besliste om 3000 tranen te maken uit potloodgrafiet. Elke dag opnieuw, tien jaar lang, maakte hij een potloodtraan, van telkens een uur werk.

6.1.6.5. Middeleeuwse miniatuurkunst
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags39.jpg

Beeld uit de Bijbel van Anjou

» http://www.bijbelvananjou.be

Didactische suggesties:

  • Bij deze kunstwerken, die heel letterlijk gaan rond ‘het kleine’, kan men in eerste instantie de vraag stellen wat mensen ertoe zou drijven om dergelijke vormen van kunst te maken? Waarom zou Slinkachu zijn werk ‘God of small things’ noemen?
  • Eventueel kan men, bijvoorbeeld in samenwerking met Plastische Opvoeding, aan de leerlingen vragen om zelf een miniatuur kunstwerk in het leven te roepen, dat ook uitdrukking geeft aan welke kleine dingen in het leven zij belangrijk vinden.
  • Het kunstwerk rond het oog van de naald kan de aanleiding zijn om het te hebben over de bijhorende Bijbeltekst in zijn context (Mc 10,13-31). Hier wordt een oproep tot eenvoud gedaan, met het oog op het betreden van het Rijk Gods. Meer informatie over de passage en uitleg over ‘het oog van de naald’ via deze link.
  • De kunst van Dalton Ghetti is op zijn minst bijzonder te noemen. Op welke manier zou werken aan deze kunstwerkjes een vorm van meditatie genoemd kunnen worden. En wat te denken van de tranen die Ghetti uitsleep ter nagedachtenis van de slachtoffers van 9/11? Wat brengt een mens ertoe om zoiets te doen?
  • Ook kan men hier even ingaan op de Middeleeuwse miniatuurkunst, en hier meer specifiek op de bijzondere Bijbel van Anjou.

6.1.7. Klein als een zaadje

6.1.7.1. Bloemen of onkruid?
6.1.7.2. Het mosterdzaadje

[31] Nog een gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide. [32] Dat is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan de struiken en wordt het een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.’ (Mt 13,31-32)

6.1.7.3. Sunflower seeds (Ai Weiwei)

“In 2010 werd Ai Weiwei in het westen bekend met zijn installatie Sunflower Seeds in Tate Modern. Hij bedekte de vloer van de grote Turbinehal met miljoenen handgemaakte zonnebloempitten van porselein. Net als porselein, zijn ook zonnebloempitten belangrijk in China. De pitten worden veel gegeten, maar ze hebben ook een traditionele, symbolische betekenis. En tijdens de hongersnood onder Mao waren kool en zonnebloempitten vrijwel de enige voedselbronnen.

Mao Zedong, partijleider tijdens de culturele revolutie, werd in de propagandistische beeldcultuur voorgesteld als zonnekoning. Zijn volk zou als zonnebloemen, die als tournesols meedraaien met de zon, moeten opkijken naar hun stralende, grote leider. Tijdens de Culturele Revolutie waren overal afbeeldingen van zonnebloemen te zien.

Voor zijn installatie liet Ai Weiwei in een jaar tijd door 1600 arbeiders in Jingdezhen, de porseleinhoofdstad van China, 100.000.000 zonnebloempitten van roomwit porselein maken. Deze werden stuk voor stuk met de hand beschilderd en gebakken in traditionele ovens.”

Een filmpje over dit kunstwerk:

Ai Weiwei: Sunflower Seeds

Didactische suggesties:

  • De leerlingen beantwoorden de vraag: “Wat als jouw geest een tuin was en jouw gedachten de zaadjes?” Welke bloemen en welk onkruid zouden er dan groeien? De leerlingen kunnen dit ook visueel weergeven in de vorm van een tekening.
  • De parabel van het mosterdzaadje wordt gelezen. Wat zegt dit over Jezus’ voorkeur voor het kleine? Wat zegt dit over Jezus’ visie op het Rijk Gods? Kunnen de leerlingen nog voorbeelden geven van hoe uit iets kleins iets heel groots ontstaat?
  • Het kunstwerk van Ai Weiwei is wereldberoemd. De zonnebloempitten in het kunstwerk hebben een diepe symbolische betekenis. Vanuit dit kunstwerk en het filmpje erbij kan men praten over onderwerpen als identiteit, gehoorzaamheid, verzet, de kracht van het kleine.

6.2. In alle eenvoud

6.2.1. In de natuur

Uit Julie Delporte, Everywhere antennas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags45.jpg
stocktonamlitfall13.files.wordpress.com

Didactische suggesties:

  • Bij dit onderdeeltje kan men stilstaan bij de vraag waarom mensen soms de eenvoud in de natuur gaan opzoeken.Wat vinden ze daar dat ze in het dagelijkse leven niet altijd vinden? Wat leert de natuur mensen?
  • De leerlingen beschrijven zelf een ervaring van wanneer zij zelf die eenvoud in de natuur ervaren hebben. Het kan natuurlijk ook zijn dat zij deze ervaring nog niet hebben gehad… Zou het kunnen dat mensen vroeger meer in touch waren met de natuur dan nu, of waarderen mensen vandaag de natuur meer dan vroeger, omdat er minder van is?

6.2.2. 100-dingen-project

Dave Bruno was eigenlijk een doorsnee-Amerikaan. Gelukkig getrouwd, drie lieve dochters, een prachtig huis in San Diego en ook nog eens een succesvolle carrière. Toch knaagde er iets. Dat prachtige huis stond vol met spullen. Spullen kosten geld, tijd en energie. Je moet er altijd wel iets mee: gebruiken, opruimen, schoonmaken, aantrekken, opladen, noem maar op. Doe je dat niet, dan is dat zonde of wordt het een chaos en voel je je schuldig. Eerder een last dan een lust dus, al die spullen. Dave Bruno zat letterlijk en figuurlijk stuck in his stuff.

Wat wil je echt houden?

Bruno hield al een tijdje een blog bij over bewust consumeren. Want waarom kopen we telkens nieuwe dingen, terwijl we alles al hebben? En waarom geven we zo veel aandacht aan materiële zaken, terwijl mensen zo veel boeiender en interessanter zijn? Toen Dave op een mooie dag naar zijn uitpuilende kledingkast en overvolle bureau keek, realiseerde hij zich dat hij zelf net zo vrolijk meedeed aan de consumptiemaatschappij als ieder ander. En dat voelde helemaal niet goed, dus gooide hij het roer om. Hij besloot een jaar lang te leven met slechts 100 persoonlijke bezittingen.

Prima, vonden zijn vrouwen kinderen, zolang ze zei maar niet mee hoefden te doen aan The 100 Thing Challenge. Het werd dus echt Bruno's persoonlijke missie. Om zijn familieleven niet te belasten, moest hij eerst bepalen wat zijn persoonlijke bezittingen waren en wat niet. Reken je jouw helft van het tweepersoonsbed mee als één ding? Of je plekje op de bank? Bruno besloot alleen de dingen te tellen die echt van hemzelf waren. Dus bijvoorbeeld niet de piano, de eettafel en stoelen of de televisie, want die gebruikten zijn vrouwen kinderen ook. Maar wel zijn laptop en zijn eigen auto. Daarna deed hij er bijna een jaar over om te bepalen wat hij op zijn 100-dingen-lijst zou zetten. Dat is een lange tijd, maar het kiezen van honderd spullen die je mag houden, is niet makkelijk. Als je ondoordacht iets wegdoet en het een week later weer moet kopen omdat het onmisbaar blijkt, schiet je je doel voorbij. Bruno stelde regels op voor het samenstellen van zijn lijst en maakte ook een paar uitzonderingen. Zo telde hij spullen met emotionele waarde mee als één ding. Denk aan foto's en tekeningen van de kinderen of familiesieraden. En als boekenliefhebber vond hij het idee om al zijn boeken weg te doen onverdraaglijk. Daarom telde hij één netjes gevulde boekenkast mee als één ding.

Tevredenheid is niet te koop

AI tijdens het opstellen van zijn lijst merkte Bruno dat het besluit om spullen weg te doen, heel bevrijdend werkt. Hoe moeilijk het ook is. Zo had hij er altijd van gedroomd een virtuoos gitarist te worden. Alleen, met de aangeschafte gitaar deed hij niks. En daar voelde hij zich vervolgens schuldig over. Hoe heerlijk is het dan om je gitaar aan iemand te geven die daar echt iets mee doet, en jezelf te verlossen van het gevoel dat je iets wilt zijn wat je eigenlijk niet bent? Toen hij aan zijn challenge begon, dacht Bruno dat zijn leven drastisch zou veranderen. Maar dat viel reuze mee. Met honderd persoonlijke bezittingen bleef zijn leven even leuk als daarvoor. Sterker nog, het leven werd er alleen maar leuker van. Bruno hield veel meer tijd over voor de mensen en dingen om hem heen die er werkelijk toe doen. Want als je geen spullen wilt kopen, hoef je op je vrije zaterdag niet meer winkel in winkel uit in een overvolle straat. Of eindeloos surfen op internet, op zoek naar die leuke aanbieding. In plaats daarvan kun je lekker wandelen in het bos met je gezin, met een boek op de bank of naar de kroeg met vrienden. En dan kun je makkelijk een rondje geven, want minder spullen aanschaffen voel je op een positieve manier in je portemonnee. Tevredenheid is niet te koop, realiseerde Bruno zich.

Het is inmiddels alweer vijf jaar geleden dat Bruno zijn 100-dingen-uitdaging begon. Zijn blog werd een hype, het boek over het project een bestseller. Toen hij in 2008 aan The 100 Thing Challenge begon, kon hij niet vermoeden dat zijn project wereldwijd navolging zou krijgen. Wat begon als een persoonlijke uitdaging, is nu bijna een mondiale beweging. En het leuke is, nog steeds heeft Bruno niet veel meer spullen dan tijdens het jaar van zijn challenge. Zijn koopgedrag - en zelfs dat van zijn vrouw en kinderen - is een stuk bewuster geworden. Bruno heeft laten zien dat het beperken van je bezit je leven fijner kan maken. Maar dat het ook zorgt voor een verandering van je koopgedrag, is misschien wel de grootste winst van zijn project.

Meer over dit project lees je in het boek The 100 Thing Challenge van Dave Bruno (Harper Collins, 2010), of kijk op 100thingchallenge.com.

Uit Flow Simplify Your Life, editie 2

Didactische suggesties:

  • De tekst wordt klassikaal gelezen en de leerlingen geven aan hoe zij staan tegenover de beslissing van Dave Bruno. Vanuit welke ervaring nam Dave Bruno deze beslissing? Wat heeft de ervaring Dave bijgebracht? Hoe is zijn leven erdoor veranderd?
  • Men kan de leerlingen zelf een lijstje laten maken van 10 dingen waar ze niet zonder zouden kunnen. Ze geven ook aan waarom ze specifiek voor deze dingen kiezen.
  • Vanuit deze tekst kan men ook de link leggen naar minimalisme, een concept dat reeds werd uitgewerkt in de In de kijker ‘Denken over geschenken. Beschouwingen bij de cadeautjescultuur’.

6.2.3. Albert Heijn


ahold.com

Albert Heijn (1927-2011) was een Nederlandse ondernemer, en grootaandeelhouder en voorzitter van de raad van bestuur van ahold. Hij was de kleinzoon van zijn naamgenoot Albert Heijn, die in 1887 met één kruidenierswinkel in Oostzaan was begonnen. Albert is de broer van Gerrit Jan Heijn, die bij een ontvoering in september 1987 het leven liet.

Albert Heijn was een man die weinig had met rituelen. Sterker, hij was in alles normáál, een man die op het standpunt stond: je bént niet bijzonder, je kunt hooguit iets bijzonders presteren en daar hoorden dagelijkse rituelen, maniertjes, niet bij, dat was een vorm van aanstellerij. Biograaf Jef de Jager: ‘Rituelen waren voor hem het geven van een soort vorm aan je leven die meestal nogal bedacht was, een soort pronkgedrag: kijk mij eens bijzonder zijn.’ En hoewel hij wel degelijk bijzonder was, streefde hij naar een klasseloos ideaal en was zijn signatuur ‘Gewoon Albert Heijn’.

Die totale afwezigheid van kapsones kwam ook tot uitdrukking in zijn dagelijkse doen en laten: hij zat in witte hemdsmouwen achter zijn bureau, liet zich makkelijk storen, lunchte ’s middags met een boterham met kaas en een glas melk, rookte drie pakjes per dag (hij stopte toen hij in de gaten kreeg dat hij de ene sigaret met de andere aanstak, terwijl een derde nog in de asbak lag te smeulen), at ’s avonds graag kapucijners en draaide lichte muziek in een tijd dat Frank Sinatra al te oppervlakkig was en je op zijn minst van Bach moest houden. Ab niet, die hield van Liza Minelli.

Albert Heijn stond erom bekend de meeste vergaderingen door te brengen met fanatiek droedelen, arceren en ander gedachteloos schetsen. Als hij daarop werd aangesproken zei hij dat dat zijn manier van zich concentreren was. In werkelijkheid tekende hij hiermee zijn verveling weg, want ook vergaderen behoorde dankzij het hiërarchische karakter niet tot zijn favoriete bezigheden.

Omdat Albert als kind polio had gehad, liep hij moeilijk en belandde hij op het eind van zijn leven in een rolstoel. Ook hier probeerde hij zo normaal mogelijk mee om te gaan. Als hij moest opstaan fixeerde hij zijn blik zodanig op de ander, dat het bezoek werd afgeleid van zijn wankele tred.

Gewoon, makkelijk en benaderbaar dus – maar bijzonder was hij wel degelijk. Biograaf Jef de Jager: ‘Als Albert Heijn binnenkwam gebeurde er wat. Hij was een geplaagd man – een lichaam met gebreken, vier huwelijken, de ontvoering van en de moord op zijn broer Gerrit Jan – en toch bleef hij vrolijk en kon hij mensen betoveren. Op feestavonden keek men reikhalzend naar hem uit, werden mensen stante pede blij als ze hem zagen.’

Omdat bijzondere mensen geen poespas nodig hebben.

Uit Mason Currey, Dagelijkse rituelen. Hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken, met bijdragen van Eva Hoeke

Didactische suggesties:

  • De leerlingen beantwoorden volgende vraag: “Welke levenshouding straalt Albert Heijn uit wanneer je het stuk over zijn leven leest?” Kan je je vinden in deze visie op het leven?
  • In de tekst wordt over rituelen gesproken. Hoe kijkt Albert Heijn hier naar? Is er ook een andere manier om naar rituelen te kijken? En in welke zin had Albert Heijn toch ook ergens zijn eigen ritueeltjes?

6.2.4. De eenvoud van je hart

“De vreugde woont in je hart, niet in de dingen of in de gebeurtenissen, want die zijn neutraal. Vreugde en verwondering liggen dicht bij elkaar... Als je gewend bent aan veel geld, ben je er niet meer veel mee. Als je heel je leven als vanzelfsprekend beschouwt, is de dankbaarheid ver te zoeken. Vreugde hangt dus samen met de eenvoud van je hart. Er zijn in de tuin bloemen die ik nu pas voor de eerste keer zie, ook al wandel ik al meer dan vijftien jaar door die tuin!”

Uit Is God een alleskunner? Kardinaal Godfried Danneels in gesprek met tieners over leven en geloof

Didactische suggestie:

Vanuit dit korte citaat van kardinaal Danneels kan men de leerlingen de opdracht geven om uit te leggen waar bij hen de vreugde ‘woont’. Ze leggen ook uit wat vreugde, dankbaarheid en eenvoud met ekaar te maken hebben.

6.2.5. Een kijkje in de kloosterstraat

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags47.jpg

“Je kan er niet omheen: waar je ook in Europa komt is er wel een straat die de naam draagt van  patersstraat of kloosterstraat, kerkstraat, zwarte zustersstraat, etc… Van Antwerpen tot Praag; van Wenen tot Lissabon en ver daarbuiten zal je het tegenkomen.

Jullie weten dan meteen dat dit verwijst naar een gebouw dat in die straat te vinden is of er vroeger stond. Als je door zo’n straat wandelt en het kloostergebouw staat er, begin je dan ook niet na te denken? Of loop je er gewoon doorheen zonder er even bij stil te staan?        

In zo’n klooster leven ofwel mannen, ofwel vrouwen, in gemeenschap samen. In de loop der eeuwen zijn er steeds mannen en vrouwen geweest die gehoor hebben gegeven aan de roepstem van God. Kloosterlingen zetten als het ware de levenswijze van Jezus verder in het concrete dagelijkse leven. (…) Vele kloosters hebben scholen opgericht, ziekenhuizen, zorg voor armen en hulpbehoevenden. Zonder kloosters hadden we het wellicht zo goed niet in het huidige België.

Religieuzen hebben zo bijgedragen en dragen nog altijd zo hun steentje bij aan de samenleving. Deze religieuzen hebben zich steeds vol toewijding ingezet voor ‘hun’ school, ‘hun' ziekenhuis, ‘hun’ mensen...en dat allemaal om Jezus Christus te dienen. Vroeger meer dan nu, waren de kloosters zeer verscheiden wat betreft hun werk; maar ondanks die verscheidenheid leven ze volgens de éne roepstem van God om de arme, zuivere en gehoorzame Jezus te volgen. (…)

Kloosterlingen trachten door hun levenswandel het leven van Jezus na te volgen. De meeste mensen begrijpen de keuze voor het kloosterleven maar heel moeilijk. Het zou helpen als zij het verband met Jezus zouden leggen. Als je een kloosterling ontmoet zou je meteen aan Jezus kunnen denken! In de zin van: Kijk, die probeert met heel zijn leven in de voetstappen van Jezus te treden!

“Terwijl Petrus zo sprak kwam er een wolk die hen overschaduwde. Uit de wolk klonk een stem die sprak: ‘Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.’ Terwijl de stem weerklonk, bevonden zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen er over en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.” (Lc.9,34-36) 

De leerlingen worden uitgenodigd op te zien naar Jezus, net zoals wij allemaal. Kijken naar Jezus brengt zwijgen met zich mee. Begrijp je nu waarom het stil is in een klooster?  De religieuzen kijken verwonderd naar Jezus! Met zwijgen kan het innerlijk verlangen naar Jezus dat op onze Taborberg ontstond groeien. Met je hart naar Jezus kijken brengt genietende verstilling in ons leven, het brengt ook uiterlijk zwijgen met zich mee en dat is dus geen vorm van ongeluk, maar van puur geluk! Geen zwevende verliefdheid, maar een gelukkige “mainstream” van goddelijk geluk. Echte liefde heeft niet veel woorden nodig…

Waarom dan die speciale klederen?

Het habijt, of ordeskleed, is een teken van toewijding, van armoede en van lidmaatschap van een bepaalde religieuze familie. We moeten ’s morgens geen half uur vroeger opstaan om te kijken welke broek bij ons hemd past… In onze orde bestaat het al sinds 1121 dat behoort tot onze armoede, onze eenvoud van leven.

Kloosterlingen zijn over het algemeen eenvoudige mensen, die samen luisteren naar Gods Woord, Samen gehoor geven (gehoorzaamheid) en luisteren naar de overste die het beste met zijn kloosterlingen voor heeft!

Met heel hun leven staan kloosterlingen ten dienste van de Kerk, van hun omgeving, van de mens die erom vraagt…als je er meer over wilt weten bel gerust eens aan de kloosterbel…heb dan geduld…en je zal geholpen worden.”

Bron

Didactische suggesties:

  • Men kan aan de leerlingen vragen wat het bordje met de ‘kloosterstraat’ bij hen oproept. Kennen zij zelf een kloosterstraat, of misschien zelfs een klooster? Hoe denken de leerlingen dat het eraan toe gaat in zo’n klooster?
  • De leerlingen destilleren uit de tekst wat er wordt gezegd over kloosterleven en kloosterlingen. Waarop wordt de nadruk gelegd? En wat heeft kloosterleven met eenvoud te maken?
  • De leerlingen verwoorden hoe zij zouden reageren als iemand uit hun omgeving zou intreden in een kloosterorde. Zouden ze hier respectvol op reageren? Zouden ze dit de persoon in kwestie afraden? Hoe zouden ze dan denken over de betreffende persoon?

6.2.6. Man holding his nose (Michaël Borremans)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags48.jpg

“En alweer die concentratie. Michaël Borremans doet dat wel vaker. Iemand is intens bezig, maar - je hebt er het raden naar - met wat? Man Holding His Nose (cat. 56). En dat is precies wat hij doet, maar waarom? Aan de zachte, bijna voorzichtige kromming van zijn vingers kun je zien dat alle aandacht van de man zich daar verzameld heeft, in de aanraking van de punt van zijn neus, net voor de neusvleugels, terwijl zijn voorhoofd denkt. Alles lijkt ontkoppeld. Niet een man die voelt en nadenkt, nee, de vingers voelen en het hoofd denkt. En enkel dat. Dit is niet het beeld van een man die zopas tegen de openstaande deur van een eiken kast is aangelopen, waarbij de pijn hem naar zijn neus laat tasten. Deze man is evenmin bezorgd op zoek naar een of ander verontrustend knobbeltje. Nergens in zijn houding valt zelfs maar een schijntje pijn of onrust te bespeuren. Er is geen anekdote. De verontrusting schuilt in je eigen onwetendheid over waar deze man mee bezig is.

Hier staat iemand die beslist heeft zijn neus te voelen. Niet meer, maar minder. En straks voelt hij misschien zijn oor. Man Holding His Nose. Maar nooit achteloos, niet snel even tussendoor, wel integendeel, met een grote aandacht. Ik heb het, naar zijn voorbeeld, zélf gedaan. Heel precies de vingers gekromd, zoals hij. Het is verrassend prettig. Vanwege de nutteloosheid van de handeling, denk ik. Maar kan een handeling nutteloos zijn, als ze met een dergelijke concentratie wordt uitgevoerd? Ik denk het niet. Of toch: even nutteloos als er een schilderij over maken. Ik wil graag een liefhebber van de nutteloosheid zijn, als die gepaard gaat met een 'borremansiaanse' aandacht.” (Josse De Pauw)

  Uit Michaël Borremans, As sweet as it gets

Didactische suggesties:

  • Bij het kunstwerk kan men de leerlingen zelf een overweging laten schrijven, vanuit het kernwoord ‘eenvoud’. De begeleidende tekst kan hierbij helpen.
  • Eventueel kan men de leerlingen de opdracht geven om zelf de houding die te zien is op het kunstwerk aan te nemen. Hoe voelt dit? Welke houding zouden zij zelf aannemen om aandachtig te zijn?
  • Men kan hier ook even stilstaan bij de gedachte van een ‘nutteloze handeling’. Wanneer is een handeling nutteloos? Kan je zelfs spreken over een nutteloze handeling tout court

6.3. Het heilige in het alledaagse

6.3.1. Wat is heilig voor jou?


assets.rbl.ms

Didactische suggesties:

  • Bij dit eerste onderdeeltje wordt aan de leerlingen gevraagd om neer te schrijven wie of wat voor hen heilig is. Wie of wat is voor hen van het grootste belang? Waar mag men niet aan raken? Wat gebeurt er wanneer mensen dat toch doen?
  • De vraag wat het ‘heilige’ precies is, kan hier ook gesteld worden: heeft het heilige altijd met geloof te maken, of gaat het hier ook om dingen die gewoon ontzettend belangrijk zijn?
  • Specifiek bij de afbeelding kan men de vraag stellen wat hiermee bedoeld zou worden. Hoe kan iets ‘banaals’ als een paardenbloem toch als zo belangrijk worden beschouwd?

6.3.2. Maaike de Haardt over het heilige in het alledaagse

“Het alledaagse beschouw ik hier als het geheel van de concrete, sensibele, waargenomen wereld. Het bestaat grotendeels uit routines en conventies, in werk, in huis, in handelingen, woorden, rituelen, gebaren, die met meer of minder aandacht en zorg worden uitgevoerd, die het leven structureren en op die manier mogelijkheden scheppen om het vaak onoverzichtelijke geheel van mogelijkheden en onmogelijkheden, van verdriet, pijn, geluk en vreugde, van existentiële vragen, een plaats te geven en te verwerken. Het alledaagse is rommelig en toevallig, het vraagt om improviseren, om behendigheid en creativiteit. Routines en conventies voorzien immers niet in alles.

Het alledaagse, met andere woorden, is ambivalent en ambigue. Zoals dat in feit voor het leven zelf geldt. Bij de grote Duitse theoloog Karl Rahner kwam ik in een meditatie over „Alledaagse dingen‟, een omschrijving van het alledaagse tegen waarin dit mooi tot uitdrukking komt. “Voor Christenen is het alledaagse” - zo stelt hij - “de ruimte van het geloven, de school van nuchterheid, oefenplaats van geduld, de heilzame ontmaskering van grote woorden en onechte idealen, stille gelegenheid om waarlijk lief te hebben en trouw te blijven, de standvastigheid van het realisme die de kiem van de laatste wijsheid is.” Het gaat dus niet om een romantisering van het alledaagse.

De creativiteit, scheppingskracht en intelligentie van het alledaagse krijgt vorm in en door volharding, praktische, soms ook noeste en in ieder geval nooit voltooide arbeid, in de concrete aandacht en zorg die nodig zijn om het leven te leven: de tuin tot levensvatbaarheid en bloei te brengen, te voorzien in het dagelijks eten, de schone was, de zorg en aandacht voor de mensen in je omgeving. Maar ook geboorte en dood en alle speciale momenten van verjaardagen, ziekten, trouwerijen en andere feestelijke of droevige bijeenkomsten die daartussen liggen. Ik doel hier op de momenten waarin het gewone leven zich verdicht, waarin de vanzelfsprekende zorg en aandacht die het leven vraagt, ineens intensiever wordt, het leven zijn vanzelfsprekendheid verliest.

En ook dat hoort tot de gewone gang der dingen. In die nooit aflatende arbeid, zorg, aandacht voor de voortgang van het leven ligt zowel een belangrijke kennis als een belangrijke attitude opgeslagen. Kennis van de grenzen, de tegenslag, de paradoxen, de kwetsbaarheid, de ambivalentie en de onderlinge afhankelijkheid van ieder leven. En de attitude daarmee om te kunnen gaan. Tender competence heb ik dat wel genoemd, tedere deskundigheid, te kunnen leven vanuit de „mixed blessing‟ die het leven doorgaans is. Weten dat openheid en verantwoordelijkheid daarin belangrijk zijn en weten dat God op dit leven betrokken is, erbij aanwezig is.

Vanuit een christelijk perspectief is deze attitude geworteld in de schepping en in het principe van sacramentaliteit. Dit principe drukt uit dat in principe alles, de hele kosmos, in staat is om het goddelijke te belichamen en tot uitdrukking te brengen. Het omvat de diepe overtuiging dat sporen van God ín deze wereld gevonden moeten worden en dat ze niet gevonden worden door deze wereld te ontkennen of te ontvluchten. Het is volgens sommigen juist dit diepe, onuitroeibare besef van sacramentaliteit, van deze aanwezigheid van God, in de schepping, - en ook hier gaat het om vele vormen en gestalten - die voor vele mensen de kracht van hun geloof uitmaakt; die in onze cultuur mensen ervan weerhoudt hun traditie of hun geloof te verlaten; die mensen de kracht geeft hun leven te leven, te overleven.”

Bron

Didactische suggesties:

  • De leerlingen lezen de tekst en verwoorden vanuit deze tekst wat Maaike de Haardt bedoelt met het heilige in het alledaagse, vanuit christelijk perspectief. Hierbij verwoorden de leerlingen in eerste instantie ook wat de Haardt bedoelt met het alledaagse op zich.
  • Een discussievraag hierbij kan zijn: “Kan enkel een gelovig persoon het heilige in het alledaagse zien” of leven vanuit een ‘tedere deskundigheid’?”
  • Meer info over het heilige in het alledaagse is te vinden in de tekst bij de achtergrondinformatie, die eventueel ook klassikaal gelezen en besproken kan worden.

6.3.3. De strijkplank

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags50.jpg
selexion.be

“Ik heb altijd al wat moeite gehad met sommige opdelingen vb. van geestelijken en leken, vooral als die onconstructief gebruikt worden.

Bovendien is mijn vierkante meter, de heilige grond waarop ik sta, door niks buitengewoons getekend.

Daarom mijn strijkplank en een kaarsje want achter die strijkplank beleef ik momenten die ik gebed durf noemen.

Spiritualiteit ingebed in het leven (…)

Ik lig niet wakker van grote projecten.

Ik lig wel soms wakker van het feit dat ik er niet van wakker lig.

“Alles heeft zijn tijd” zegt prediker. Zou het dat zijn?

Ik verlang aanwezig te zijn bij de dingen, de mensen, bij het Leven, bij God. Dat op zich is al een zware taak.

Spiritualiteit van het gezin of het heilige in het dagelijkse leven. Ik geniet van de kat die spint, de hond die kwispelt, de bloem in de vaas, lekkere geur in de keuken, een kraaiend kind. Genieten maakt dankbaar en dankbaarheid is lofzang.

Ik wil doen wat mensen doen: werken om den brode, poetsen, koken, boodschappen doen, wassen en dus ook strijken.

Ik wil mij inzetten voor het geluk van mijn huisgenoten, en dat betekent zorg dragen.

Zo weet ik mijn verbonden, en zo beleef ik het ook, met vele heilige vaders en moeders die dragen en zorgen, elke dag opnieuw en voor altijd.”

Bron

Didactische suggesties:

  • De leerlingen leggen uit wat een strijkplank te maken kan hebben met het heilige in het alledaagse. Kunnen zij verstaan dat mensen momenten van gebed beleven achter hun strijkplank?
  • Hoe zouden de leerlingen hun eigen vierkante meter, hun heilige grond, omschrijven? Bij welke dagelijkse activiteiten ervaren zij zelf iets van dat heilige in het alledaagse of van spiritualiteit?

6.3.4. Door vertrouwdheid kortgesloten

“Het aspect van de samenleving dat Jackie Nickerson interesseert, is meestal zo goed als onzichtbaar. Wat ons het meest vertrouwd is, verwerft een soort van onzichtbaarheid. Ons gezichtsvermogen wordt door vertrouwdheid kortgesloten; herkenning heeft genoeg aan enkele tot gewoonte geworden aanwijzingen en behoeft geen aandachtige blik; onze dagelijkse leefwereld, met zijn relaties, rituelen en routines, zijn alledaags geworden omgevingen, wordt tweede natuur. Het alledaagse is de ruimte, zowel de fysieke als de psychische ruimte, waarin we leven, waarin we liefhebben en haten, werken en denken, waarin we in wisselende mate onszelf zijn; en dat is wat Nickerson meer dan wat ook fascineert.”

Uit Sense of place. Europese landschapsfotografie

6.3.4.1. Kijk eens om je heen

Uit Flow Mindfulness

Didactische suggesties:

  • Jackie Nickerson stelt dat ons gezichtheidsvermogen door vertrouwdheid kortgesloten is. Wat zou ze hiermee bedoelen? Waarom is het dagdagelijkse of het alledaagse in zekere zin ‘onzichtbaar’ geworden?
  • Men kan de leerlingen de opdracht geven om zelf een fotoreeks te maken van die ‘onzichtbare’ dagelijkse leefwereld, waarbij ze die dus als het ware uit de onzichtbaarheid halen.
  • De oefening uit Flow, die hier werd overgenomen, kan door de leerlingen uitgevoerd worden als huiswerk. Ze krijgen bijvoorbeeld een week de tijd om écht aandachtig om zich heen te kijken en de dingen te zien die op het lijstje staan.
  • Na een week wordt dit klassikaal besproken. Vonden de leerlingen het moeilijk om echt aandachtig om zich heen te kijken? Hebben ze alles gevonden wat op de checklist stond? Hebben ze hier echt naar gezocht of gewoon hun blik verruimd? In welke zin verschilde deze blik van hun gewone blik? Waar letten zij normaal gezien op wanneer ze rondwandelen? Dragen ze altijd oortjes of luisteren ze ook echt naar de omgeving? Zijn ze vaak met hun blik op hun gsm gericht of kijken ze om zich heen?

6.3.5. Alledaagse liefde

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

Didactische suggesties:

  • Deze afbeeldingen tonen de alledaagse liefde tussen mensen. Waar liefde in de media vaak geromantiseerd en vooral ook geërotiseerd wordt, toont de liefde die mensen voor elkaar voelen zich in de eerste plaats in de kleine dingen die ze op dagelijkse basis voor elkaar doen. Hoe wordt dit duidelijk aan de hand van de afbeeldingen?
  • De leerlingen kunnen zelf ook nadenken hoe zij hun liefde voor anderen (niet per se ten opzichte van een partner) tonen in het dagelijkse leven.

6.3.6. Koffieritueel

"Koffie verbindt mensen, waar ook ter wereld. Designer Johanneke Procee, die een jaar lang in Tel Aviv woonde, ontdekte een mooi koffieritueel bij een traditioneel bedoeïenenkamp in de Negev woestijn in het zuiden van Israël.

Johanneke vertelt…“Als je als gast wordt gerespecteerd en ze waarderen je aanwezigheid, dan wordt dat beantwoord met een heel belangrijk ritueel: de bereiding van verse Arabische koffie. De bonen worden geroosterd en fijngestampt met een vijzel, vaak in combinatie met het kruid ‘kardemom’. Deze kruid heeft niet een bepaalde functie, maar de bedoeïenen vinden het gewoon een lekkere smaak.”

 “De grote houten koffievijzel, mihbaj genoemd, wordt niet alleen gebruikt, maar ook ‘bespeeld’ door de bedoeïenen. Terwijl ze de koffiebonen fijnmalen in de vijzel komt er een mooie klank vrij. De manier waarop ze het ritme aangeven kunnen de bedoeïen herkennen als een soort taal. Je kunt het vergelijken met morsetaal.”

“Een koffiepot met een lange schenktuit wordt met water gevuld en de gestampte koffie en kardemom worden erbij gedaan. Het mengsel wordt drie keer tot het kookpunt gebracht en daarna laat men het even rusten. Vervolgens wordt het geserveerd in kleine, porseleinen kopjes, ‘finghel’, die half worden gevuld.”

“‘Al Heif’: Het eerste kopje koffie wordt door de gastheer ingeschonken en geproefd zodat de gast zich veilig kan voelen.

‘Al Keif’: Het tweede kopje koffie wordt door de gast ingeschonken en geproefd.
‘Al Dheif’: (Het kopje van de gast) is het derde kopje koffie dat wordt ingeschonken. Dit wordt door de gast gedronken.”

Bron

Didactische suggesties:

  • Rituelen zijn ook een manier om het heilige in het alledaagse te ervaren. Waar een kopje koffie voor sommige mensen enkel een gewoonte is, is er in de tekst sprake van een heus koffieritueel. Op welke manier kan hier gesproken worden over een ritueel? Welke betekenis heeft het ritueel?
  • De leerlingen beantwoorden de vraag of zij zelf kleine rituelen hebben die eigenlijk een uitdrukking zijn van het heilige in het alledaagse? Waarom is er hier sprake van een ritueel en niet zomaar van een gewoonte?

6.3.7. Feestboek

“Mama, zit je op feestboek?”, vraagt Jade van vijf.
Ik schiet in de lach.
“Het is Facebook, Jade”, zeg ik.

Toch blijft haar verspreking bij mij hangen. Ergens heeft ze gelijk. Als ik Facebook bekijk, zie ik vaak beelden van lachende gezichten, nieuwe kapsels, leuke uitstapjes, exotische vakanties of bijzondere momenten. Mijn doodgewone dagen met hun kleine akkefietjes verbleken bij een dergelijk charmeoffensief.  Het lijkt wel alsof die niet meer bestaan: dagen vol strijk, dagen met vuile voeten op de pas gepoetste vloer, platte fietsbanden, vervelende facturen en nog meer van dat.

Op Facebook is het elke dag feest. Of toch niet helemaal. Ook dramatische gebeurtenissen krijgen er hun plek. Mensen willen hun gevoelens delen naar aanleiding van feiten die hen raken.

En toch…het leven is vaak iets ‘tussenin’. Niet dramatisch en niet uitbundig. Meestal is het ‘gewoon’. Eigenlijk vind ik dat zelfs niet erg. Mag het leven af en toe ook niet gewoon een beetje saai zijn?

Wat kan ik mijn kleine meid dan antwoorden op haar vraag? Misschien zoiets:
Meisje, ik wens jou dat het leven elke dag een feest mag zijn. Maar dan eentje waarin je het feest kan zien in de kleine, gewone dingen. Feest omdat je de zon op je huid mag voelen. Feest bij het terugzien van een vriendinnetje. Feest omdat papa verse ijsjes heeft gemaakt.

En ook al is feestboek geen doorslag van het echte leven, er is wel het feest van elke doodgewone dag.

Sylvie

Bron: I Wonder, blog IDGP

6.4. Eer het kind (in jezelf)

6.4.1. De rechten van het kind

 
...

Didactische suggesties:

  • Op de afbeelding zijn de rechten van het kind weergegeven. De volledige verklaring is te raadplegen via de link bij de achtergrondinfo. Men kan een klassikaal debat houden rond de vraag of kinderen aparte rechten nodig hebben. Ook de uitspraken van Loesje kunnen in het debat betrokken worden.
  • In groepjes zoeken de leerlingen (eventueel zonder hen eerst de afbeelding) te tonen naar welke rechten zij aan kinderen willen geven. Zij verwoorden ook hun motivatie.
  • Het filmpje van Ketnet is een mooie illustratie bij de rechten van het kind en toont hoe deze beleefd worden in een Vlaams gezin met twee moeders.
  • Enkele extra discussievragen: Hebben kinderen naast die rechten ook plichten? En hoe corresponderen die rechten van kinderen met plichten van volwassenen? Op welke manier zijn de rechten van het kind een uiting van ‘het kleine eren’?
  • Men kan de leerlingen naar voorbeelden wereldwijd laten zoeken van waar de rechten van het kind met de voeten getreden worden.

6.4.2. Jezus en de kinderen


media.ldscdn.org

“Rond 1900 begon ‘de eeuw van het kind’, dat wil zeggen kwam er belangstelling voor de eigen wereld en de psyche van het kind. Dit groeide geleidelijk uit tot de aandacht die het kind in alle opzichten recht wil doen. De kinderpsychologie en kindergeneeskunde werden geboren. Er kwamen kinderboeken en later aparte kinderprogramma’s op radio en TV. Er ontstond een bloeiende industrie van kinderkleding en kindermode.Voordien deelden kinderen grotendeels in de wereld van de volwassenen. Zij werden gekleed als kleine volwassenen zoals te zien is op oude schilderijen. Ook deden zij mee in de arbeid van de volwassenen voorzover dat mogelijk was. In onze jaren wordt er wereldwijd actie gevoerd tegen de nog bestaande laatste vormen van kinderarbeid.

In de tijd waarin de bijbel zich afspeelt, hadden kinderen geen eigen wereld. “De gemeenschap rond Jezus bestond niet slechts uit volwassen vrouwen en mannen, die zich bij de man uit Nazaret hadden aangesloten. Kinderen behoren in alle pre-industriële culturen van de armoede tot de vanzelfsprekende realiteit. Ze waren erbij toen Jezus blinden en lammen genas, ze gingen mee het huis binnen als hij met anderen was uitgenodigd, ze lazen aren als ze door honger gekweld werden, als er gediscussieerd werd, praatten zij er doorheen, ze jengelden en huilden als ze zich verwaarloosd voelden en dachten dat niemand naar hen omkeek. Ze waren zo vanzelfsprekend dat ze in de uitvoerige en dicht bij het leven staande verhalen over de oorspronkelijke gemeenschap rond Jezus niet worden vermeld.” (D. Sölle/L. Schottroff).

Wanneer we ons een beeld willen vormen van de kinderen rond Jezus, dan moeten we niet kijken naar de schilderijen die in vorige eeuwen zijn gemaakt: lieve (soms ook nog blonde) kinderen in nette kleren, die rond Jezus samendrommen. We kunnen onze voorstellingen beter ontlenen aan foto’s of televisiebeelden van kinderen uit ontwikkelingslanden of uit het Midden Oosten, haveloos gekleed en spelend in het stof van de wegen, vuil en armoedig. Kinderen waren in die dagen geen netjes gewassen en gekamde lieverdjes.

Wanneer ze niet betrokken werden bij de wereld van de volwassenen en moesten meewerken in de taken van het dagelijkse leven: passen op kleinere broertjes of zusjes of helpen bij de dagelijkse bezigheden van moeder, hebben ze buiten gespeeld. Ze zullen - net als kinderen van nu - de wereld van de volwassenen hebben geïmiteerd. Dit blijkt uit het beeld dat Jezus gebruikt: “Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebben niet gedanst. We hebben een treurlied gezongen en jullie hebben niet gejammerd” (Mt.11,16-17). Het ene groepje kinderen wordt kwaad omdat anderen niet voldoende of niet levensecht meedoen bij het naspelen van een bruiloft of begrafenis.

Laat de kinderen tot mij komen

In de evangelies komt een scène voor, waarin mensen proberen met hun kinderen bij Jezus te komen (Mc.10,13-16). De mensen dat zijn hier vrouwen met baby’s en kleine kinderen en waarschijnlijk lopen ook wat grotere kinderen mee. Zij volgen een mooi joods gebruik: men brengt kinderen naar een beroemde rabbi om zijn zegen te vragen voor het verdere leven van de kleinen.De leerlingen van Jezus beletten dit. Waarom? Misschien omdat de moeders niet behoren bij de groep van mensen die voor hem partij hadden gekozen? Of vonden zij dat Jezus het al druk genoeg had met volwassenen? Het ‘tot hem komen’ was niets voor kinderen, maar alleen voor volwassenen die zelfstandig konden besluiten zich bij Jezus aan te sluiten.

Jezus is verontwaardigd. Hij denkt anders en heeft andere voorwaarden om mensen tot zich toe te laten. Jezus toont zich een kindervriend. Niet omdat kinderen een gevoel van vertedering in hem oproepen of omdat hij door hun onschuld geraakt is, maar omdat de kinderen hem doen denken aan het koninkrijk van God, “Laat de kinderen tot mij komen, want aan hen die zijn zoals zij behoort het koninkrijk van God” (Mc.10,14).Waarom is het koninkrijk van God voor hen? Jezus zelf verklaart dit niet. Zijn uitspraak is, zoals vaker, niet meer dan een kernachtig woord, dat zijn hoorders aan het denken wil zetten, maar dat geen uitleg geeft.

Waarschijnlijk moeten we de verklaring zoeken in de manier van denken in het jodendom ten tijde van Jezus. Zijn omgeving beschouwde de kinderjaren als het stadium van onafheid en onvolkomenheid, dat men zo spoedig mogelijk achter zich moest laten. Iets hiervan klinkt door in Paulus’ woorden: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man geworden ben, heb ik afgelegd wat kinderlijk was” (1 Kor.13,11). Het joodse kind begon pas mee te tellen als het ‘de leeftijd der geboden’ bereikt had. Zonder kennis van de Wet kon een kind geen echt religieus of vroom mens zijn. Vooral in farizeese kringen probeerde men dit manco te verhelpen door het kind zo vroeg mogelijk bekend te maken met de joodse wet. Kinderen ontvingen het eerste onderricht van hun moeder, daarna kwam bij jongens de vader in beeld. Hij leerde hen de nationale overleveringen, die tegelijkertijd ook de godsdienstige waren en de geboden van Mozes, kortom alles wat hij op zijn beurt van zijn eigen vader gehoord had. In het ideale geval begon voor de jongen daarna de tijd van het onderricht in de tora en de uitgebreidere kennis van het jodendom bij de plaatselijke rabbi.

Voor Jezus is er geen reden om de kinderen tegen te houden. Hij wordt kwaad op degenen die dit proberen. Hij neemt de kinderen in zijn armen en zegent hen door ze de handen op te leggen. Achter dit gebaar steekt het diep religieus besef dat wij niet zelf de makers van ons leven zijn. Zegenen wil zeggen: kracht en bescherming overdragen op hen die zichzelf niet kunnen beschermen.  

Waarom behoort Gods koninkrijk aan kinderen?

Wat is het dat een kind anders maakt dan de volwassenen, wat geeft het kind een voorsprong op de volwassenen? Men heeft in het verleden het antwoord vaak gezocht in de onschuld van de kinderen, hun onbevangenheid of hun vermogen tot verwondering dat zij nog volop bezitten. Toch zijn deze psychologische verklaringen niet het afdoende antwoord.

Het juiste antwoord hangt samen met hun objectieve, maatschappelijke positie. Kinderen horen net als sommige andere groepen tot de machtelozen, tot degenen die niets te zeggen hebben, maar totaal afhankelijk zijn van anderen. Zij horen in de rij van armen, hongerigen, treurenden en vervolgden, mensen die alles van anderen moeten verwachten en die door Jezus worden zalig gesproken. Voor hen is het rijk van God. (…)”

Uit Herman Thijssen, Jezus en de kinderen, in Het Teken 81, nr. 5, 2008: Link

Didactische suggesties:

  • Bij deze tekst kan men de leerlingen in eerste instantie de vergelijking laten maken tussen het leven van kinderen vroeger en het leven van kinderen nu. Wat zijn de grote verschillen? Wat zouden ook gelijkenissen kunnen zijn?
  • De leerlingen leggen uit welk beeld zij zelf hebben van hoe Jezus met kinderen omging? Waarop is dit beeld gebaseerd? En in welke mate komt het overeen met wat in de tekst wordt gezegd?
  • Ook beantwoorden de leerlingen de vraag hoe het zou komen dat Jezus het zo opneemt voor de kinderen? Wat zegt dit over hoe hij in het leven staat en de manier waarop hij zijn boodschap verkondigt en de inhoud ervan?

6.4.3. Kinderen wijzen de weg

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags69.png
treadsoftly.nl

“'De enige tijd in mijn leven dat ik echt gelukkig was, was toen ik kind was en nog niet wist wat geluk was of niet was.' Misschien denk jij er net zo over. Maar er is geen weg terug. Wat is het belangrijkste kenmerk van geluk voor kinderen? Teresa Freire weet het. De vraag is niet wat wij hen kunnen leren, maar wat zij ons kunnen leren.

Bruggen bouwen

Drie belangrijke domeinen van de wetenschap zijn cruciaal als we vandaag over geluk willen spreken: psychologie, onderzoek en onderwijs. Hoewel deze drie domeinen met elkaar verband houden, was elk ervan dankzij zijn specifieke benaderingswijze relevant voor mij om meer te leren over wat geluk nu precies is. Het belangrijkste wat ik heb geleerd? Dat openstaan voor kennis, vernieuwing, verschillen, betrokkenheid en anderen een van onze belangrijkste bronnen van geluk is.

Ik kan deze zienswijze op geluk niet loskoppelen van mijn eigen werk met jongeren. Kinderen, adolescenten en jongeren waren mijn belangrijkste proeftuin om te begrijpen wat geluk is en welke rol geluk speelt terwijl we ons leven opbouwen en leren. Dankzij hen worden we ons bewust van de eenvoudige wijsheid die nodig is als welbevinden een belangrijk levensdoel is. Dankzij hen begrijpen we hoe groei- en ontwikkelingsprocessen deel uitmaken van de zoektocht naar geluk en hoe geluk een opbouwend proces is. Jonge mensen zoeken steeds naar vernieuwing, nieuwe uitdagingen, nieuwe kansen om te denken, voelen of tot handelen over te gaan. Dankzij kinderen begrijpen we waarom anderen zo belangrijk zijn om maatschappelijke en affectieve bruggen te bouwen naar de rest van de wereld.

Geluk betekent kunnen kiezen, beslissen, samenzijn met anderen en er voor hen zijn. Geluk betekent dat we ons bewust zijn van onszelf omdat we anderen kennen, met hen samenleven en ons met hen kunnen vergelijken. 'We hebben anderen nodig om onszelf te kennen. Geluk is leren zijn, leren omgaan en leren betrokken zijn. Geluk is bovenal, zeker voor jongeren, complexer worden, je bewust worden van je beperkingen en de mate waarin we maatschappelijk bepaald zijn. Het is groeien. Het is onszelf en onze relaties verbeteren. Het is onze plek in het leven vinden. Onze eigen groei zien dankzij de groei en ontwikkeling van anderen. Het is de behoefte aan anderen en de behoefte om te delen met anderen. Het is verbondenheid en toewijding door bruggen te slaan naar anderen en andere omstandigheden.

Een belangrijke vraag die steeds opduikt is of geluk een toestand is dan wel een proces om een toestand te bereiken. Als toestand is geluk subjectief, als proces kan het verschillende richtingen uitgaan naargelang de manier waarop individuen reageren op hun binnen- en buitenwereld en levensomstandigheden. Als we dit bekijken door de bril van ontwikkeling en complexiteit van de mens, begrijpen we dat geluk wordt opgebouwd uit individuele én sociale processen. Vanuit ontwikkelingsstandpunt zijn maatschappelijk of individueel engagement twee zijden van dezelfde medaille. Vraag een kind: 'Waarom ben je gelukkig?' Vraag een adolescent: 'Waarom ben je gelukkig?' En vraag het ten slotte aan een volwassene. Geluk is een onvoltooid proces zolang de ontwikkeling onvoltooid is. Ontwikkeling stimuleren is geluk vergemakkelijken. Wat is dan geluk? Geluk is gevoelens, emoties, ondernemingen, acties, krachten, waarden, gedrag, mensen, samenlevingen overbruggen ... Maar geen enkele brug bouwt zichzelf. Elke brug moet worden gebouwd.”

Teresa Freire, in Leo Bormans (ed.), Geluk. The World Book of Happiness

Didactische suggesties:

  • De quote van Spinvis is een doordenkertje. Waarom zou het belangrijk zijn om de ogen van je kind te erven? Op welke manier kan je überhaupt iets erven van je kind? Men kan hier ook even stilstaan bij hoe de leerlingen zelf ervaren dat zij nu anders naar de wereld kijken dan toen ze een kind waren. Wat is er precies veranderd? Wat missen zij aan de ‘kindse blik’? Wat vinden ze beter aan de ‘tienerblik’? En wat verwachten ze van de ‘volwassen blik’?
  • In de tekst wordt gesproken over hoe kinderen mensen kunnen leren gelukkig te zijn. Wat is de conclusie die de auteur trekt? Hoe vult zij het concept ‘geluk’ in? En hoe zouden de leerlingen dit zelf invullen? Eventueel kan men hier dieper ingaan op het verschil tusen geluk als toestand en geluk als proces. En wat zou ze bedoelen met de uitspraak ‘Geen enkele brug bouwt zichzelf. Elke brug moet worden gebouwd’?

6.4.4. Birth Day

“Het idee voor Birth Day begon te sluimeren in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Daar zag ik voor het eerst hoe vrouwen in gruwelijke omstandigheden moeder werden. Later zag ik het opnieuw in Burundi en Congo.

Waar en hoe een kind wordt geboren, is als een spiegel van de maatschappij. Je verdere leven lijkt helemaal uitgestippeld door die paar vierkante meter waar je moeder je op de wereld zet. In de baarmoeder is er geen ruimte voor uiterlijk vertoon. Arm. rijk, zwart, blank, gelovig of ongelovig... ieder kind begint met dezelfde eerste schreeuw. Dat moment duurt niet langer dan een fractie van een seconde. Nadien zijn we allemaal anders. De eerste aanraking, de eerste wikkelband die je om je heen krijgt, is tekenend voor de rest van je bestaan.

Dat raakte me zo dat ik het plan opvatte om de hele wereld rond te reizen en met mijn eigen ogen te zien hoe de wereld zijn kinderen verwelkomt. Ik ontmoette ouders, grootouders, vroedvrouwen, medisch personeel en tal van andere mensen die zich inzetten voor moeders en hun kinderen. "Vat ik vertel en laat zien, is gebaseerd op mijn persoonlijke ontroerende en onthutsende ervaringen. Ik heb daarbij vooral geprobeerd om niet te oordelen, maar om te begrijpen.” (Lieve Blanquaert)


ninaetmilo.files.wordpress.com

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags72.png

“Stel je voor dat we per gezin twee of drie of zelfs vier kinderen zouden krijgen? Wat zou dat niet geven Shanghai barst nu al bijna uit zijn voegen. Wij denken daar niet verder over na. We volgen allemaal het bevel.” (Sunny Jue Lu, Shanghai/China)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags73.png

“Kinderen betekenen alles voor ons, Inuit. Het is van het allergrootste belang dat we onze cultuur en tradities doorgeven. Ze moeten leren om verder te kunnen leven in deze wereld, in dit klimaat.” (Karoline, Sissimut/Groenland)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags74.png

“Gisteren belde mijn zoon van vier me op. Hij huilde aan de telefoon, want hij miste zijn mama die nog in het ziekenhuis lag omdat ze bevallen was van ons derde kind. ‘Ik wil een iPad’, zei hij. Ik ben onmiddellijk twee iPads gaan kopen. Zolang hij maar gelukkig is.” (Ahmad Abdulraheem, Koeweit-Stad/Koeweit)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags75.png

“Voor Berbers komt tederheid met de moedermelk. Ook al leven we in een wereld die razendsnel verandert, het respect en de liefde die groeien uit de intieme momenten tussen moeder en kind, zijn onverwoestbaar. Ze vormen de basis van het gezin.” (Rabha Zitouni, Kelaat M’Gouna/Marokko)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags76.png

“Het kind in de buik is alwetend. Het weet waar het vandaan komt en waar het naartoe gaat, waarom het hier is en wat het zal worden, wie zijn ouders zijn en geweest zijn. Het bezit alle mogelijk kennis. Op het moment van de geboorte krijgt het kind echter bezoek van een engel. Die legt zijn wijsvinger op de lipjes van het kind. Op slag is alles vergeten en moet het van nul af aan beginnen. Dat is de reden waarom we dat kleine geultje tussen onze neus en lippen hebben.” (Esther, Tiberias/Israël)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags77.png

“Op mijn veertiende was ik zwanger. Ik verloor het kind na drie maanden omdat ik te veel drugs nam. (…) Maar ik zag het als een teken van God: hij nam het kind van me af omdat hij wist dat ik er niet voor kon zorgen. Ik ben nu, op mijn vijftiende, twee maanden zwanger en ben van plan om mijn kind te houden. Ik ben rijper nu: de omstandigheden zijn veel beter om een kind op te voeden.” (Gisele, Rio de Janeiro/Brazilië)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags78.png

“Ik heb gebeden dat het een jongen zou zijn. Na drie dochters moest er een jongen komen. Ik voelde wel dat er meer beweging was dan anders, maar dat kon aan van alles liggen. Pas tijdens de bevalling ontdekten we dat het er twee waren. Twee meisjes. Hoe gaan we dat in godsnaam overleven?” (Champa Thikadar, West-Bengalen/India)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags79.png

“De wereld stopt wanneer de winter zijn intrede doet. Alles valt stil. (…) Als de winter voorbij is, lijkt dat op een geboorte. Tijdens een bevalling denk je ook dat je dat nooit meer wilt meemaken, maar twee weken later ben je zo goed als alles vergeten en kun je opnieuw beginnen.” (Gry, Hammerfest/Noorwegen)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags80.png

“Ik heb misschien maar één levend kind uit vijf zwangerschappen, maar ik koester nog altijd de hoop dat het me nog eens zal lukken. Ik heb geen andere keuze. Ik moet veel kinderen krijgen, want dan heb je meer kans dat er misschien een paar goede tussen zitten die voor je zullen zorgen als je oud bent.” (Neza, Kasongo-Lunda/Kongo)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags81.png

“Vrijdagochtend om negen uur zal ik mijn kind weggeven. Tot dan wil ik hem aan mijn borst voelen. Ik heb geen geld, geen papieren, geen huis. Ik kan nergens heen.” (Sabrina, Brussel/België)

Uit Lieve Blancquaert, Birth Day. Hoe de wereld zijn kinderen verwelkomt

Didactische suggesties:

  • Het project Birth Day van Lieve Blanquaert, dat bestaat uit een boek, een serie op Canvas en een website, gaat na waar en hoe kinderen overal ter wereld geboren en verwelkomd worden. Binnen dit project wordt duidelijk dat deze omstandigheden helemaal niet overal hetzelfde zijn. De beelden (meer te vinden via het internet of in het boek ‘Birth Day’), de citaten en de cijfers maken dit duidelijk.
  • Op basis van de cijfers kan men de leerlingen een aantal conclusies laten trekken. Waar zouden zij het liefst geboren worden/kinderen krijgen en waar helemaal niet? Komt dit ook overeen met de begeleidende quote? Wat komen ze te weten over geboren worden op de verschillende locaties aan de hand van de cijfers en de quotes? Men kan de leerlingen nog meer informatie verstrekken aan de hand van het boek, waarin ook heel veel foto’s te vinden zijn.

6.4.5. Terug naar het dorp


prepareforcanada.com

We hebben de gemeenschap geïnstitutionaliseerd, zegt Bieke Purnelle in haar column. Maar die gemeenschap vertoont grote scheuren. We zijn ver afgedreven van een samenleving waarin de gemeenschap de druk van individuele ouders weg neemt en iedereen gezamenlijk zorgt voor de opvoeding van kinderen. Een pleidooi voor de herinvoering van de “Village”.

De dag voor moederdag. De koelkast en de proviandkast zijn leeg en ik overwin mijn weerzin tegen winkelen. Ik struin met een lege kar door eindeloze rijen volle rekken, boodschappenlijstje vastberaden in mijn linkerhand gekneld, treuzelende en twijfelende karrenduwers behendig ontwijkend.

Mijn onwillige oog valt onvermijdelijk op de “moederdagactiestand”. Strijkijzers en epileerapparaten liggen keurig gestapeld tussen geschenkdozen met badzout en bodylotion. Ik ben een moeder. Ik wil geen strijkijzer. Ik verlang al evenmin naar een pot bedwelmend badzout. Ik wil een “village”. Voor u denkt dat ik mijn geliefde Gent beu ben en een stadsvlucht overweeg: ik bedoel allerminst dat ik wens te verhuizen naar pakweg Stekene of Oosterzele.

Gisteren las ik een blogpost met als ronkende titel In the absence of the village, mothers struggle most, een bevlogen aanklacht van een moeder die de eenzaamheid van het opvoeden en het gebrek aan collectieve ondersteuning als voornaamste oorzaak ziet van heel wat collectief onbehagen.

U bent vast bekend met de klassiek geworden uitdrukking “It takes a village to raise a child”. Het gezegde zou Afrikaans van oorsprong zijn, maar wordt hier en nu vooral gebezigd om uit te drukken dat opvoeden een groepsgebeuren moet zijn, waarin iedereen zich verantwoordelijk voelt voor elkaar en voor elkaars kinderen. Het roept beelden op van “primitieve” rurale gemeenschappen, waar vrouwen samen de was doen in de rivier terwijl de kinderen rondscharrelen alsof ze van iedereen zijn.

Natuurlijk willen we onze kleren niet wassen in een zanderige rivier of dagelijks vijf kilometer wandelen om water te halen. Maar dat gedeelde opvoeden, die vanzelfsprekende zorg voor opgroeiend grut en kwetsbare ouderen, voor elkaar, familie of niet, daar zou ik wel voor tekenen.

Als dat soort gemeenschap al ooit heeft bestaan in onze contreien, dan zijn we er verder van weggedreven dan ooit. Sociale verbanden, in de vorm van kleine, solidaire leefgemeenschappen, zijn uitgestorven.

De verzuilde samenleving, waarin iedereen willens nillens deel uitmaakte van een levensbeschouwelijk of sociaal geheel, werd in de tweede helft van de twintigste eeuw afgeworpen als een juk dat individuele vrijheid en persoonlijke emancipatie belemmerde. Wat we in ruil kregen, voldoet helaas niet. De pedagogische kwaliteit en de zorgreflex van de civiele samenleving laat te wensen over.

Die gemeenschap vertoont flinke barsten, groter dan een kwak superlijm verhelpen kan. Als er iets is wat deze tijden pijnlijk en glashelder aantonen, dan wel dat we elkaar te veel hebben losgelaten. ‘Vrijheid, blijheid’. Alles lijkt maakbaar. Wie het niet maakt, heeft dat aan zichzelf te danken.

Opvoeden en zorgen is de individuele taak en verantwoordelijkheid geworden van ouders en professionele zorgverleners, die moeten compenseren wat de gemeenschap niet langer voorziet. Ouders en andere opvoeders moeten zoveel rollen spelen dat ze het overzicht en de moed verliezen. Wie een partner heeft, verwacht dat die op zijn of haar eentje kan bieden waar eigenlijk een hele gemeenschap voor nodig is. We rennen manisch heen en weer tussen werk, kinderen, familie en vrienden en schieten overal tekort.

“Afwezige ouders”, in het bijzonder “afwezige moeders”, worden wel eens vermeld in krantenartikels over belangwekkende criminele feiten. Je zal je kind maar zien afglijden in de duistere afgrond van het geweld, zonder enig verweer, en daar vervolgens alle blaam voor torsen. Hoe kunnen we denken dat het mogelijk is om opgroeiende kinderen in je eentje klaar te stomen voor een leven als evenwichtig, zelfredzaam en verantwoordelijk individu, terwijl je pakweg 10 tot 12 uur per dag van huis bent om den brode en daarnaast nog een huishouden te bestieren hebt?

Een keer per jaar creëer ik mijn eigen “village” en breng ik een week door in de Ardense bossen met 4 andere moeders en onze 13 kinderen tussen 2 en 16. Die ene week maakt duidelijk waaraan het ons ontbreekt tijdens de rest van het jaar, wanneer we alleen ploeteren, rennen, kafferen, wassen, plassen, koken, troosten en verzoenen. De vanzelfsprekendheid waarmee we voor elkaar en alle nageslacht zorgen, doet altijd verlangen naar meer.

Elke last weegt lichter, wanneer er extra schouders beschikbaar zijn. De ongecompliceerde zorgzaamheid inspireert onze kinderen, die het evident vinden dat hun moeder de baby van een ander in slaap wiegt, splinters uit de voet van andermans tiener pulkt of ‘s avonds voor 18 mensen kookt. Wie zich wil terugtrekken doet dat in de geruststellende zekerheid dat haar kroost zich veilig onder zorgzame vleugels bevindt. Kindergeschillen worden beslecht door wie daar animo voor heeft. Veelal beslechten ze zichzelf.

Die ene week sterkt mij in het geloof dat veel ellende ons bespaard zou blijven in een “village”, waar zorg en steun geen dienstverlening zijn, maar evident, en gratis bovendien. Daarvoor hoeven we niet terug naar de verstikkende dorpscontext van de jaren vijftig, waar ieders identiteit bepaald werd bij geboorte, waar sociale controle meer weg had van bemoeienis. Wel hebben we nood aan een multigenerationele omgeving die opvoeden, zorgen en delen centraal zet; aan meer gemeenschap, niet per se van goederen, maar van bekommernis.

Bron

Didactische suggesties:

  • Bieke Purnelle voert een pleidooi voor de herinvoering van de ‘village’. Wat zouden hiervan de voordelen kunnen zijn? Wat zegt dit pleidooi over hoe mensen vandaag hun kinderen opvoeden.
  • De leerlingen geven aan wat zij hier zelf over denken. Zouden zij zo’n terugkeer naar het dorp overwegen? Zien ze hier eventueel ook nadelen aan?
  • Enkele stellingen uit de tekst voor verdere discussie:
    • We zijn ver afgedreven van een samenleving waarin de gemeenschap de druk van individuele ouders weg neemt en iedereen gezamenlijk zorgt voor de opvoeding van kinderen.
    • “It takes a village to raise a child”
    • Sociale verbanden, in de vorm van kleine, solidaire leefgemeenschappen, zijn uitgestorven.
    • Als er iets is wat deze tijden pijnlijk en glashelder aantonen, dan wel dat we elkaar te veel hebben losgelaten.
    • Wie het niet maakt, heeft dat aan zichzelf te danken.
    • Ouders en andere opvoeders moeten zoveel rollen spelen dat ze het overzicht en de moed verliezen.
    • Elke last weegt lichter, wanneer er extra schouders beschikbaar zijn.
    • Wel hebben we nood aan een multigenerationele omgeving die opvoeden, zorgen en delen centraal zet; aan meer gemeenschap, niet per se van goederen, maar van bekommernis.

6.5. Kleine helden…

6.5.1. Het verschil maken

Didactische suggesties:

  • In de stijl van de uitspraak van de Dalai Lama zoeken leerlingen zelf naar een uitspraak die aangeeft dat één mens wel degelijk het verschil kan maken en/of naar voorbeelden hiervan. De Dalai Lama zelf kan hier zeker al een belangrijk persoon zijn om te vermelden.
  • De leerlingen geven ook aan of en wanneer zij zelf het gevoel al hebben gehad dat ze het verschil maakten.

6.5.2. (Random) acts of kindness

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags85.jpg
leoplaw.com

In dit filmpje zien we een aaneenschakeling van mensen die allemaal kleine goede dingen doen voor een ander, en op hun beurt ook goede dingen terug krijgen in hun leven:

...

Didactische suggesties:

  • De site Random acts of kindness draait rond de gedachte dat één goede daad weer meerdere andere veroorzaakt. Via de site wil men de mensen aanzetten om het goede te doen. Op de website worden ook heel wat good practices weergegeven en tips en suggesties om concreet goede daden te realiseren.
  • Men kan de leerlingen de opdracht geven om uit de ‘kindness ideas’ er zelf eentje uit te kiezen dat ze in de praktijk gaan omzetten. Achteraf kunnen deze ervaringsverhalen klassikaal gedeeld worden.
  • Ook het filmpje dat bij dit onderdeel werd geplaatst, toont dat ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Misschien kan er klassikaal nagedacht worden over een project om dit ook op school in de praktijk om te zetten?

6.5.3. David en Goliath

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags86.png

[1] De Filistijnen verzamelden hun troepen voor de strijd; zij verzamelden zich in Soko dat bij Juda hoort en sloegen hun kamp op tussen Soko en Azeka, in Efes-Dammim. [2] Ook Saul en de Israëlieten verzamelden zich; zij sloegen hun kamp op in het Dal van de terebint en stelden zich in slagorde op tegenover de Filistijnen. [3] De Filistijnen stonden op de berghelling aan de ene kant, de Israëlieten op de berghelling aan de andere kant; tussen hen in lag het dal. [4] Toen trad er uit de gelederen van de Filistijnen een kampvechter naar voren. Hij heette Goliat en kwam uit Gat. Hij was zes el en een span lang, [5] had een bronzen helm op het hoofd en droeg een schubbenpantser, gemaakt van vijfduizend sikkel brons. [6] Aan zijn benen had hij bronzen scheenplaten en tussen zijn schouders droeg hij een bronzen kromzwaard. [7] De schacht van zijn lans leek wel een weversboom en de ijzeren spits woog zeshonderd sikkel. Zijn schilddrager liep voor hem uit.

[8] Hij stelde zich op en riep de gelederen van de Israëlieten toe: ‘Waarom zijn jullie eigenlijk uitgetrokken? Om oorlog te voeren? Welnu dan, ik ben een Filistijn en jullie zijn de dienaren van Saul. Wijs maar iemand aan en laat die naar mij toe komen. [9] Als hij de strijd met mij aankan en mij verslaat, dan zullen wij jullie dienaren zijn, maar als ik sterker ben en hem versla, dan zullen jullie onze slaven zijn en ons dienen. [10] Ik daag vandaag de gelederen van Israël uit’, zei de Filistijn, ‘om iemand te sturen die met mij kan vechten.’ [11] Saul en de Israëlieten hoorden die woorden van de Filistijn met verbijstering aan en waren zeer bang.

[12] David was een zoon van een Efratiet uit Betlehem in Juda, die Isaï heette en acht zonen had. In de tijd van Saul was Isaï al oud en hoogbejaard. [13] De oudste drie zonen van Isaï waren met Saul ten strijde getrokken. Het waren Eliab de eerstgeborene, Abinadab de tweede en Samma de derde zoon. [14] David was de jongste; de oudsten drie waren meegegaan met Saul. [15] David ging van Saul geregeld naar Betlehem terug om de schapen van zijn vader te hoeden.

[16] Veertig dagen achterelkaar trad de Filistijn iedere ochtend en avond naar voren en stelde hij zich op.

[17] Eens zei Isaï tegen zijn zoon David: ‘Breng met spoed een efa geroosterd graan en deze tien broden naar je broers in het legerkamp; [18] deze tien kazen moet je bij de hoofdman van duizend bezorgen. Kijk eens hoe het gaat met je broers en breng een levensteken van hen mee. [19] Ze zijn met Saul en alle manschappen van Israël in het Dal van de terebint en vechten daar tegen de Filistijnen.’

[20] De volgende ochtend vertrouwde David de schapen aan een veehoeder toe en ging met de proviand op weg, zoals Isaï hem had opgedragen. Hij kwam bij het wagenkamp op het ogenblik dat de legermacht naar het front trok en de strijdkreet werd aangeheven. [21] De Israëlieten en de Filistijnen stelden zich tegenover elkaar in slagorde op. [22] David vertrouwde zijn vracht toe aan de bewaker van de legertros en haastte zich naar het front; daar aangekomen, vroeg hij aan zijn broers hoe het met ze ging. [23] Hij stond nog met hen te praten toen de kampvechter van de Filistijnen uit hun gelederen naar voren trad. Hij heette Goliat en was een Filistijn uit Gat. Hij sprak weer dezelfde woorden en David hoorde die. [24] Bij het zien van de man gingen alle Israëlieten op de vlucht en ze waren zeer bang.

[25] Een Israëliet zei: ‘Zien jullie die man daar? Hij komt naar voren om de Israëlieten uit te dagen. Degene die hem verslaat, krijgt een geschenk van de koning; de koning zal hem zijn eigen dochter geven en zijn familie vrijstellen van lasten in Israël.’ [26] Toen vroeg David de mannen die bij hem stonden: ‘Wat zal er gebeuren met de man die deze Filistijn verslaat en de schande van Israël wegneemt? Wie is die onbesneden Filistijn wel dat hij de gelederen van de levende God durft uit te dagen?’ [27] En de soldaten gaven hem hetzelfde antwoord: ‘Dat en dat zal er gebeuren met de man die hem verslaat.’

[28] Toen Eliab, de oudste broer van David, hem zo tegen de mannen hoorde spreken, werd hij kwaad en zei: ‘Waarom ben je eigenlijk hier gekomen en bij wie heb je die paar schapen in de woestijn achtergelaten? Ik weet hoe brutaal je bent en wat je van plan bent: je bent hier gekomen om naar het vechten te kijken!’ [29] David antwoordde: ‘Ik doe toch niets verkeerds! Ik vraag het toch maar?’ [30] Daarop wendde David zich van hem af en stelde aan een ander dezelfde vraag, en de soldaten gaven hem hetzelfde antwoord als de eerste keer.

[31] Toen men hoorde wat David zei, werd het aan Saul verteld en deze liet hem halen. [32] David zei tegen Saul: ‘Laat vanwege die Filistijn niemand de moed verliezen; uw dienaar zal met hem gaan vechten.’ [33] Saul zei tegen David: ‘Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten! Je bent nog maar een knaap en hij is een vechtersbaas vanaf zijn jonge jaren.’ [34] Maar David zei tegen Saul: ‘Toen uw dienaar de schapen van zijn vader hoedde, kwam er soms een leeuw of een beer die een schaap uit de kudde roofde; [35] dan ging ik achter dat dier aan, sloeg het neer en redde het schaap uit zijn muil. En viel het dier mij aan, dan greep ik het bij zijn baard en sloeg ik het dood. [36] Leeuwen en beren heeft uw dienaar neergeslagen. Die onbesneden Filistijn zal hetzelfde lot ondergaan omdat hij de gelederen van de levende God durft uit te dagen. [37] De HEER, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren’, zei David, ‘zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn.’ Daarop zei Saul tegen David: ‘Ga dan en moge de HEER met je zijn.’

[38] Saul bekleedde David met zijn eigen gewaad, zette hem een bronzen helm op het hoofd, deed hem een pantser aan [39] en omgordde hem met zijn zwaard, over zijn gewaad heen. David was echter niet in staat om zich in die ongewone uitrusting te bewegen. David zei daarom tegen Saul: ‘In die ongewone uitrusting kan ik me niet bewegen.’ Hij werd er dus weer uit geholpen. [40] Hij nam zijn stok in de hand, zocht in de beek vijf gladde stenen uit, deed ze in zijn herderstas, de tas voor de slingerstenen, en ging met zijn slinger in de hand op de Filistijn af. [41] De Filistijn, voorafgegaan door zijn schildknaap, naderde David steeds meer. [42] Maar toen hij David in het oog had gekregen en hem goed had bekeken, begon hij hem te bespotten omdat hij nog maar een jongen was, rossig en met een knap uiterlijk. [43] Hij riep David toe: ‘Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me afkomt?’ En hij begon David bij zijn goden te vervloeken. [44] ‘Kom maar eens hier’, riep hij hem toe, ‘dan zal ik je vlees te vreten geven aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld.’

[45] Maar David zei tegen de Filistijn: ‘Jij komt op mij af met zwaard, werpspies en sabel, maar ik kom op jou af met de naam van de HEER van de machten, de God van Israëls gelederen, die jij getart hebt. [46] Vandaag zal de HEER jou aan mij overleveren; ik zal jou neerslaan, je hoofd van je romp scheiden en ik zal vandaag nog de lijken van de Filistijnen te vreten geven aan de vogels in de lucht en de dieren op het veld. De hele aarde zal weten dat Israël een God heeft. [47] Deze hele menigte zal weten dat de HEER geen redding brengt door het zwaard of de lans. Want de HEER beslist over de strijd en Hij zal jou aan ons uitleveren.’

[48] Toen de Filistijn tot de aanval overging en David naderde, rende David op de gelederen af, de Filistijn tegemoet. [49] Hij deed een greep in zijn tas, nam er een steen uit, slingerde die naar de Filistijn en trof hem tegen het voorhoofd. De steen drong in het hoofd en de man viel voorover op de grond. [50] Zo was David met zijn slinger en steen sterker dan de Filistijn; hij trof hem dodelijk zonder een zwaard te gebruiken. [51] En David rende op de Filistijn toe; hij ging bij hem staan, trok het zwaard van de Filistijn uit de schede en sloeg hem het hoofd van de romp. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, sloegen ze op de vlucht. [52] Maar de mannen van Israël en Juda sprongen op, hieven de strijdkreet aan en achtervolgden de Filistijnen in de richting van Gat en tot de poorten van Ekron; van Saäraïm tot Gat en tot Ekron lagen de gesneuvelde Filistijnen langs de weg. [53] Toen keerden de Israëlieten van de vervolging van de Filistijnen terug en plunderden hun legerplaats. [54] David nam het hoofd van de Filistijn mee en bracht het naar Jeruzalem, maar de wapens legde hij in zijn tent.

[55] Toen Saul zag hoe David de Filistijn tegemoet trad, had hij aan Abner, de legeroverste, gevraagd: ‘Van wie is die jongen een zoon, Abner?’ Abner had geantwoord: ‘Zowaar u leeft, koning, ik weet het niet.’ [56] Daarop had de koning gezegd: ‘Informeer dan van wie die jongen een zoon is.’ [57] Toen David dus van zijn overwinning op de Filistijn terugkeerde, nam Abner hem mee en bracht hem, met het hoofd van de Filistijn in de hand, bij Saul. [58] Saul vroeg hem: ‘Van wie ben jij de zoon, mijn jongen?’ David antwoordde: ‘Ik ben een zoon van uw dienaar Isaï uit Betlehem.’ (1 Sam 16)

» Via Netflix kan men naar de film ‘David en Goliath’ uit 2015 kijken.

Didactische suggesties:

  • De leerlingen lezen het verhaal van David en Goliath en verklaren waarin zich de heldenmoed van David situeert. Wat hebben de auteurs van dit verhaal willen uitdrukken over de mens en over de relatie tussen mens en God? Wat voor iemand is David? Waar haalt hij zijn inspiratie en levenskracht?
  • Men kan de leerlingen ook laten zoeken naar actuele voorbeelden van David-en-Goliath-situaties. De uitspraak wordt immers vaak toegepast op situaties waarin de underdog het haalt, waarin de drang naar verandering het haalt van de gevestigde waarden.

6.5.4. Kleine helden

“Mensen die hun lot niet zomaar ondergaan maar moedig tegen de stroom in roeien, op zoek naar een uitweg uit neerwaartse spiralen en vicieuze cirkels: Rudi (Vranckx) ontmoet hen al 25 jaar lang tijdens z'n reizen. Moeders, vaders, dorpsoversten, eenvoudige burgers, activisten…: die lichtjes in het duister krijgen in Kleine helden eindelijk de aandacht die ze verdienen én ruimschoots de tijd om hun verhaal te doen. Want in een wereld die chaotischer en onzekerder is dan ooit, brengen ze verhalen die niet deprimeren, maar inspireren.”

Bron

“Terwijl de kranten bol staan over stromen vluchtelingen die ons overspoelen, vreemdelingenhaat ons tegen elkaar opzet en extreemrechts weer terug lijkt van weggeweest, tonen onze kleine helden dat het ook anders kan. Dat je je niet hoeft te laten leiden door haat, agressie of populisme. In nog veel moeilijkere omstandigheden weigeren zij hun deuren te barricaderen en zich te laten verteren door angst. De kleine helden zijn er het levende bewijs van dat je altijd een keuze hebt.” (Rudi Vranckx)

Op https://kleinehelden.canvas.be kan je zelf je kleine held nomineren!

Didactische suggesties:

  • In het programma ‘Kleine helden’ laat Rudi Vranckx personen aan het woord die de voorpagina’s niet halen, maar die op hun eigen kleine manier verandering veroorzaken binnen hun gemeenschap en anderen inspireren. Zij vechten voor een mooie zaak en geven zo het goede voorbeeld.
  • Op de website kunnen verschillende voorbeelden bekeken worden. Wat maakt van deze mensen ‘kleine helden’? Op welke manier gaan zij tegen de stroom in en kiezen zij voor hoop in plaats van angst?
  • Via de link bij de impulsen kunnen mensen zelf hun eigen kleine held nomineren. De leerlingen geven aan waarom ze deze persoon zouden willen nomineren en vertellen wat meer over wat deze persoon al heeft gedaan waardoor ze aan hem of haar denken als ‘kleine held’. Men hoeft deze opdracht niet per se via de website te doen; men kan de leerlingen dit ook op een cursusblad laten maken…

6.5.5. 'Iedereen is een held in opleiding'

Zelf een held worden? U denkt misschien: dat is te hoog gegrepen. Want helden zijn buitengewone mensen die hun leven wagen voor anderen of een nobele zaak. Mahatma Gandhi, Moeder Theresa, Nelson Mandela, dát zijn toonbeelden van moed en zelfopoffering. Uw eigen naam hoort in dit rijtje niet thuis.

Maar er zijn ook helden die op minder hoge sokkels staan, betoogt de Amerikaanse sociaal psycholoog Philip Zimbardo (83). Sterker nog: er zit een held in iederéén. Het kost wel moeite om die te bevrijden; heldhaftigheid vergt inzet en training. Maar het kán: zelf ook moedig en onbaatzuchtig worden. Met die optimistische boodschap reist Zimbardo van Polen naar China, van Bali naar Australië. (…)

Dat uitgerekend Zimbardo de wereld rondtrekt om de held te promoten, is best opmerkelijk. De emeritus hoogleraar psychologie is dé man achter het beroemde Stanford Prison Experiment (1971), waarvoor hij 24 gewone jonge mannen in een nagebootste gevangenis zette. De helft werd tot gevangene gebombardeerd, de andere helft mocht voor bewaker spelen. Al gauw ontpopten de meeste bewakers zich tot nare sadisten en werden de gevangenen passieve slachtoffers die met een zak over hun hoofd liepen en halfnaakt parende konijnen nadeden. Het handjevol bewakers dat zich wel fatsoenlijk gedroeg, deed niets tegen het wangedrag van de anderen. Na zes dagen was het experiment zo uit de hand gelopen, dat het moest worden stopgezet.

Het kwaad huist in bijna iedereen, moest Zimbardo na afloop concluderen. Anders gezegd: goede mensen kunnen in sadisten en zelfs moordenaars veranderen als ze onder druk staan van kwaadaardige omstandigheden of een ziekmakend systeem. Zimbardo noemt dit het Lucifer Effect, naar de engel die transformeerde tot satan.

In de lobby van een Amsterdams hotel geeft Zimbardo - gekleed als een Supermanpersiflage met zijn 'Hero in training' T-shirt - een voorbeeld van dit effect. "Stel ik heb hier een berg zoete komkommers en een vat vol azijn. Voordat ik 'm in het vat gooi, zeg ik tegen elke komkommer: 'Ik wil dat je zoet blijft'. Wat denk je dat er gebeurt? Juist, er komen zure augurken uit. Het azijnvat is sterker dan de individuele komkommer."

Is het ook mogelijk om omstandigheden te creëren die juist de held in mensen bovenbrengen? Heeft u een positieve variant op het Stanford Prison Experiment bedacht?"

Je bedoelt een heldenfabriek? Helaas, nee. We kunnen in korte tijd geen helden maken. Maar mensen kunnen wel leren om weerstand te bieden aan een ziek systeem of slechte omstandigheden. Ze kunnen hun eigen vat vullen met dingen die hen beter maken, ze kunnen de mindset ontwikkelen van een alledaagse held. Door inzicht te krijgen in zichzelf, in de menselijke natuur, in de druk die groepen en situaties op hen uitoefenen. Dat is een langdurig proces, ja, maar het kan wel. Het begint met de overtuiging dat je kunt groeien. Heldendom begint in de geest. En daarna moet je oefenen, zoals de topzwemster en de briljante wiskundige meer dan tienduizend uur oefenden. Iedereen moet zichzelf beschouwen als een held in opleiding."

Hoe train je voor held?

"Bijvoorbeeld met dagelijkse kleine goede daden. Vraag je elke dag af: hoe kan ik maken dat iemand zich speciaal voelt? Door oogcontact te maken, een compliment te geven, te vragen of de ander hulp nodig heeft. Je hoeft niet te wachten op de grote, heroïsche daad, je kunt dagelijks heldendaadjes verrichten. Iemand laten lachen, een goed gevoel geven: waarom zou je dat nalaten?"

Maar dat zijn toch kleinigheden, niet heldhaftig te noemen?

"Daarmee begint wel het pad naar heldendom. Helden zijn niet egocentrisch, ze denken aan anderen. Dat kun je zo trainen." (…)

U verdiepte zich jarenlang in het kwaad. Hoe kwam u ineens bij helden uit?

"Het kwaad is dramatisch en ook daarom zo goed onderzocht; er zijn vele duizenden studies naar kwaadaardigheid. Naar heldhaftigheid kijken psychologen niet, daar is nauwelijks literatuur over, waarschijnlijk omdat we altijd hebben gedacht dat helden een speciaal soort mensen zijn.

"Tijdens het schrijven van dit boek merkte ik: er is altijd een minderheid die wél iets doet, die zich wel verzet tegen het kwaad. Het is een minderheid van tien tot twintig, soms dertig procent; dat is zo in het experimentele onderzoek én in het echte leven. Toen vroeg ik me af: wat maakt dat deze mensen de groepsdruk wel weerstaan?

"Zimbardo verwijst hier naar het omstanderseffect, een bekend begrip uit de sociale psychologie. De meeste mensen blijven passief in een groep, ze kijken zwijgend toe tijdens een misdrijf of ongeluk. Wat maakt dat dit effect op sommigen géén vat heeft? Wat maakt dat een enkeling wel de gracht inspringt om iemand die niet zwemmen kan te redden? Die vraag drong zich aan het eind van zijn Lucifer-boek pas echt aan hem op.

Tegelijkertijd rees er een tweede vraag, geïnspireerd door het beroemde boek 'Eichmann in Jerusalem. De banaliteit van het kwaad' (1969) van de Duitse filosofe Hannah Ahrendt. Daarin beschrijft zij dat de grote oorlogsmisdadiger, één van de hoofdverantwoordelijken voor de moord op zes miljoen Joden, 'verschrikkelijk en afschrikwekkend normaal' was. "Ik vroeg me ineens af: zou er ook zoiets bestaan als de banaliteit van het goede?", zegt Zimbardo.

Dus ging hij heldenlevens bestuderen: de daden en verhalen van mensen die door het collectief als held worden beschouwd. Daaruit leidde hij een definitie af: helden zijn mensen die niet alleen met anderen meevoelen maar ook in actie komen. "Helden zijn doeners." Ze doen dat uit vrije wil, voor het algemeen belang of om mensen in nood te helpen. Daarbij riskeren ze zelf iets, ze lopen gevaar, kunnen hun status, positie in de groep, geld, gezondheid en soms zelfs hun leven verliezen. Persoonlijk winstbejag is nooit de drijfveer van helden.

Uiteraard voldoen superhelden als Mandela en Gandhi aan Zimbardo's definitie; zij vormen een zeer kleine en selecte categorie van 'levenslange helden', die hun hele bestaan hebben georganiseerd rond de zaak waarvoor zij strijden. Maar daarnaast ontdekte Zimbardo nog vele andere, gewone mensen die 'helden van het ogenblik' zijn: zij doen op een zeker moment in hun leven het goede, daartoe geroepen door de situatie.

Het omstanderseffect verhindert veel mensen om een held te zijn. Hoe kun je leren om groepsdruk wel te weerstaan?

"Daar zijn oefeningen voor. Teken met een viltstift een vierkant op je voorhoofd. Mensen om je heen gaan meteen vragen: 'Wat is dat? Haal het eraf.' Jij doet iets kleins en afwijkends en zult merken hoe groot de druk is die iedereen op je uitoefent: je familie, je vrienden. Zij willen dat je bent zoals zij, ze willen dat vierkant niet zien. Jouw job is: voor één dag deze groepsdruk trotseren. Als dat lukt, dan heb je een nieuwe kracht verworven. Als de groep in een penibele situatie dan zegt: 'Doe niks', dan kun jij zeggen: 'Jawel, ik doe het wél, ik help mensen in nood. Ik ben de uitzondering.' Helden zijn altijd afwijkend.

Een andere oefening is: het moedige gesprek. Hoe vertel jij aan je baas dat hij iets verkeerd doet? Dat is moedig omdat het moeilijk is; niemand houdt van kritiek. Hoe geef je die toch zó dat de ander zegt: dankjewel? Stel je baas begint altijd met zijn ogen te rollen zodra je collega Jennie aan het woord is; een gebaar waarmee hij haar in feite wegzet, vernedert. Is hij zich daarvan bewust? Wie spreekt hem daarop aan, eerlijk en opbouwend? Ben jij dat?"

Scholieren krijgen les in heldendom

Het stadje Flint in de staat Michigan is een van de meest deprimerende plaatsen van de Verenigde Staten, zegt psycholoog Philip Zimbardo. Nadat de autoindustrie er op de fles ging, raakten velen er werkloos, arm en somber. Dus was Flint de ideale plek voor de start van Zimbardo’s Heroïc Imagination Project (zie heroicimagination.org). Scholieren en studenten krijgen les in de psychologie van het alledaagse heldendom. Het project is inmiddels over de wereld uitgewaaierd, met projecten in Hongarije, Polen, Sicilië, Ierland, Indonesië en Australië. In Nederland wil psychologe Nathalie van Gerrevink Zimbardo’s gedachtengoed te verspreiden. Zie www.heroroundtable.com.

Bron

Didactische suggesties:

  • Philip Zimbardo houdt een pleidooi voor heldendom. Hij stelt dat er in potentie een held in iedereen zit. Bij het lezen van dit artikel is het belangrijk even stil te staan bij Zimbardo’s wereldberoemde Stanford Prison Experiment. Welke conclusie trok Zimbardo hieruit? Wat heeft het woord ‘omstandigheden’ hiermee te maken?
  • Ook de gedachte van ‘de banaliteit van het kwaad’ versus ‘de banaliteit van het goede’ kan hier uitgewerkt worden. Wat wordt met beide bedoelt?
  • Zimbardo wil mensen leren om de held in zich naar boven te halen. Wat is hier volgens hem voor nodig? Wat is de link met bijvoorbeeld Random acts of kindness?
  • De leerlingen geven aan of en in welke mate zij zouden openstaan voor lessen in heldendom en of zij denken dat dit zou werken? Waarom wel of niet?

6.5.6. Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken

Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonika spelen
Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkenloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou
Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten

Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooïgheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
I love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN
Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR

(Toon Hermans)

Didactische suggesties:

  • Wat is de toon die uit dit gedicht spreekt? Welke soort mensen wil Toon Hermans zien? Waarvoor en voor wie vormen zij een soort van tegengif?
  • De leerlingen maken de zin “Er moeten mensen zijn die…” af met drie verschillende voorbeelden die iets weergeven van het kleine heldendom, op een poëtische manier.
  • Het gedicht op zich kan bij wijze van bezinning gebruikt worden.

6.5.7. Le fabuleux destin d’Amélie Poulain


thetravelcrew.files.wordpress.com

“De film beschrijft het sprookjesachtige en romantische verhaal van de jonge vrouw Amélie Poulain. Amélie groeit afgezonderd van andere kinderen op omdat ze aan een hartziekte zou lijden. Haar vader, die arts is, raakt haar nooit aan, zodat haar hartslag stijgt van enthousiasme als hij dat wel doet bij het onderzoek. De moeder van Amélie, die neurotisch is, overlijdt als Amélie nog een kind is, doordat een Canadese vrouw die van de Notre Dame springt boven op haar terechtkomt. Amélies vader sluit zich hierdoor nog verder van de wereld af en begint aan de bouw van een mausoleum voor zijn overleden vrouw. Doordat ze altijd op zichzelf is, ontwikkelt Amélie een zeer rijke verbeeldingskracht.

Als Amélie ouder is, wordt ze serveerster in Les Deux Moulins, een klein café in het  Montmartre van Parijs. De uitbaatster is een voormalig circusartieste en de gasten zijn kleurrijk. Amélie, die op dat moment 23 jaar oud is, leidt een eenvoudig leven. Ze heeft plezier in simpele dingen als het breken van het suikerlaagje van de crème brûlée, het gooien van steentjes over het Canal Saint-Martin en het fantaseren over het aantal stelletjes in Parijs die op dat moment een orgasme beleven.

Haar leven verandert op de dag van het overlijden van prinses Diana. Door een reeks van gebeurtenissen die volgen na haar schok over het nieuws, ontdekt ze een klein metalen doosje achter een plint in haar badkamer. In dit doosje zitten herinneringen van een jongen die decennia voor Amélie in het appartement heeft gewoond. Hierdoor gefascineerd gaat ze op zoek naar deze inmiddels volwassen geworden persoon om hem het doosje terug te geven. Ze maakt met zichzelf de afspraak dat als het haar lukt en de persoon er gelukkig van wordt, ze haar leven gaat wijden aan de goede zaken in het leven en het helpen van anderen.

In het begin raakt Amélie op het verkeerde spoor, maar uiteindelijk komt ze met de hulp van de schilder en het schilderij van Pierre-Auguste Renoir, waar hij mee bezig is, achter de ware identiteit van de jongen. Ze plaatst het doosje in een telefooncel en belt naar deze telefoon als de man langsloopt, zodat zijn aandacht getrokken wordt. Nadat hij het doosje geopend heeft komen de herinneringen aan zijn jeugd weer terug. Amélie achtervolgt hem om te kijken of het terugvinden van het doosje een positief effect op hem heeft.

De missie slaagt en Amélie probeert goede dingen te doen voor anderen. Ze wordt een geheime koppelaarster en een beschermengel. Ze overtuigt haar vader om een wereldreis te maken (met de hulp van een tuinkabouter en een bevriende stewardess), koppelt een collega aan een cafégast en komt op voor Lucien, het hulpje van de groenteboer op de hoek. Ofschoon zij anderen helpt, bekommert niemand zich om haar. Doordat zij alleen maar opkomt voor andere mensen, wordt zij op haar eigen eenzaamheid gewezen. Ondertussen heeft ze een fotoboek gevonden met daarin verscheurde en weggegooide pasfoto’s die weer aan elkaar zijn geplakt. Ze gaat op zoek naar de eigenaar en komt uit bij Nino Quincampoix die een verwoed verzamelaar van weggegooide pasfoto’s van het station is. Nino heeft ook geen gelukkige jeugd gehad, hij werd gepest op school. Nu werkt hij in het spookhuis op de kermis en helpt hij een vriendin in een erotische boetiek. Amélie voert allerlei omslachtige pogingen uit om met hem in contact te komen, omdat ze een oogje op hem heeft. Om dit te bereiken zet ze een soort speurtocht voor hem uit, waarbij hij in de buurt van de Sacré-Cœur op zoek moet gaan naar het boek. Amélie gaat hierbij zeer voorzichtig te werk, omdat ze erg verlegen is. Uiteindelijk lukt het en vormen Amélie en Nino een stel. In de slotscène neemt Nino haar mee op zijn bromfiets.

Het is een film die ik om de zoveel tijd nog eens opnieuw wil zien en die me telkens een injectie geeft van ‘feel good’-hormonen. Het is een ode aan het leven en doet beseffen dat geluk in kleine dingen zit en vooral door hoe je naar het leven en de wereld kijkt.”

Bron

Didactische suggesties:

  • Amélie Poulain is in zekere zin de verpersoonlijking van de mensen die Toon Hermans zo graag wil. Wat maakt van haar een ‘kleine held’? De term ‘altruïsme’ (versus egoïsme) kan in deze context ook geduid worden.
  • Men kan hier ook wat dieper ingaan op de gedachte dat altruïsme soms te ver kan gaan en een soort van martelaarschap wordt, waarbij je je eigen noden volledig opzij schuift en je jezelf enkel ten dienste stelt van een ander.

6.5.8. We can be heroes, just for one moment…


media.tumblr.com

In de film ‘The Perks of Being a Wallflower’, die gaat over hoe moeilijk het soms is om als tiener op te groeien, zitten twee cruciale scènes in een tunnel. Telkens weerklinkt de song ‘Heroes’ van David Bowie op de achtergrond, die door de personages als heel betekenisvol wordt beschouwd. Ook zij zien zichzelf in zekere zin als helden.

Scène 1: Tunnel Scene - To be a Hero

Scène 2: Charlies Last Letter

Didactische suggesties:

  • De scènes uit de film ‘The perks of being a wallflower’ tonen een heel andere kant van wat het kan betekenen om een kleine held te zijn. Hier wordt het ‘held’ zijn eerder beschouwd vanuit de gedachte van opgaan in het moment, je echt levend voelen, en op die manier een besef van oneindigheid hebben.
  • De tekst van de song van David Bowie kan naast de scènes geplaatst worden. Welk gevoel spreekt uit de scènes en de tekst? Is dit een gevoel dat de leerlingen zelf al gehad hebben? Is de term ‘held’ hier op zijn plaats?

6.6. …of waardeloze ratten?

6.6.1. Het verhaal van een slechte rat

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags92.jpg

“Al zolang ik me kan herinneren, zijn er ratten in Bryan Talbots keuken. Ik bedoel niet het soort dat rondscharrelt onder de vloer, vallen ontwijkt en vergif negeert en uiteindelijk wordt verwijderd door een stel gemeentearbeiders met een snelle blik en een cricketbat. Bryans ratten waren pienter ogende kleine charmeurs met hun eigen onberispelijke onderkomen en een voorkeur voor gekookte rijst en chapati.

Hun eigenaar is inmiddels ook goed op de hoogte van hun gedrag. Weinig bezoekers hebben het huis verlaten zonder te concluderen dat ratten mettertijd een erg eenzijdige pers hebben gekregen. Ongedierte, pestverspreiders. griezelbeesten; net als wolven gingen ratten altijd gebukt onder de last van de menselijke verbeelding. Wanneer een rat onverwachts het pad van een nietsvermoedende wandelaar kruist, is het nooit een rat van normale afmetingen. Naderhand heeft hij minstens de omvang van een kat. Een eekhoorn op een grasveld wekt een glimlach. Maar als je hem op vier poten zet en zijn staart kaalscheert, bezorgt hij je prompt de rillingen.

 Al sinds de tijd dat we in grotten leefden, hadden we het nodig om iets daarbuiten te demoniseren; en na een tijd is het alsof de demonen de enige waarheid zijn die we kennen. We worden geboren in een wereld die wemelt van zulke pasklare ideeën en vooringenomen standpunten, en ze omringen ons wanneer we opgroeien. Het is moeilijk om ze in twijfel te trekken; de wereld is geneigd zich te verzetten tegen uitdagende opvattingen, en in de loop van de geschiedenis heeft ze non-conformistische denkers het leven zuur gemaakt Het is zoveel gemakkelijker om je bij gangbare meningen aan te sluiten. Wijk daarvan af en je bent een rebel, een mafkees... en het afwijkende en opstandige zijn steevast verdacht.

Hoe ga je er dus mee om als je bent opgegroeid met het sterke vermoeden dat de demon in jou huist? Dat is wat je als kind kunt ervaren als je de volwassenen in je omgeving niet kunt vertrouwen en ze er schijnbaar troost uit putten om hun tekortkomingen op jou te projecteren. Ik weet niet waarom het kennelijk een menselijke hebbelijkheid is om je ongenoegen af te reageren op iemand die zwakker is, maar het is wel zo. ln elke generatie is er bij sommigen een drang om de volgende te beschadigen. Soms omdat ze daar een goed gevoel aan overhouden. Soms alleen omdat ze het kunnen. En kinderen geloven natuurlijk wat hun wordt verteld. Ze zijn op een openhartige manier argeloos, omdat ze simpelweg niet over genoeg informatie beschikken om beter te weten. Maak ze wijs dat ze schuldig zijn, en ze zullen zich afvragen wat ze misdaan hebben. Praat ze aan dat ze waardeloos zijn, en ze zullen aannemen dat ze het er zelf naar gemaakt hebben.

Slechte ratten, stuk voor stuk.

Wanneer een geest op die manier is uitgehongerd en in het donker opgesloten, kan hij alleen hopen op eigen kracht daar uit te breken. En wanneer de duisternis je hele wereld vult, vergt zelfs de eerste stap daartoe een geloof in jezelf dat je maar moeilijk kunt opbrengen. (…)”

Stephen Gallaghert over het boek Het verhaal van een slechte rat van Bryan Talbot

Uit Stephen Talbot, Het verhaal van een slechte rat

Didactische suggesties:

  • De graphic novel van Bryan Talbot gaat over een meisje dat misbruikt is geweest als kind en dat nu moeilijk haar weg vindt in het leven. Haar steun en toeverlaat is haar ratje, dat het kind in haar symboliseert en tegelijk de gedachte dat ze waardeloos is.
  • Welke verschillende betekenissen worden in de afbeeldingen aan ratten gegeven (men kan hier eventueel dieper ingaan op de goden van het hindoeïsme)? Hoe kijken de leerlingen hier zelf naar? Vervullen deze dieren hen met afschuw of net niet? En hoe zou dit komen?
  • De begeleidende tekst biedt een interessant perspectief op hoe mensen naar ratten kijken, en tegelijk hoe ze naar het kwaad kijken. Meestal worden ratten beschouwd als kleine en waardeloze wezens, die gedemoniseerd worden. Op basis hiervan kan men met de leerlingen stilstaan bij waarom mensen nood hebben aan het projecteren van ‘het kwaad’ op iets dat buiten hen ligt. Wat gebeurt er wanneer het kwaad op jou geprojecteerd wordt? Hoe komt het dat het hoofdpersonage zich voelt als een waardeloze rat? Is dat een gevoel dat de leerlingen ook al hebben gehad?

6.6.2. De rattenvanger van Hamelen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags96.jpg

“Hamelen gaat gebukt onder een rattenplaag. Op zekere dag meldt zich een vreemdeling bij het stadsbestuur, die beweert de stad van alle ratten te ontdoen, mits hij hiervoor rijkelijk beloond wordt. Het stadsbestuur beloofde hem goed te betalen voor zijn diensten.

De rattenvanger haalt een fluit tevoorschijn en begint te spelen. Alsof ze gehypnotiseerd zijn door de muziek volgen ratten uit alle holen en gaten de musicerende vreemdeling. Hij loopt met de ratten achter zich aan de stad uit, naar de rivier de Wezer waarin alle ratten verdrinken.

Het stadsbestuur is enthousiast over het succes. Echter, het heeft ook spijt van de hoge afgesproken beloning. De ratten zijn weg, dus het bestuur ziet geen noodzaak om de rattenvanger nu nog te betalen voor zijn diensten. De rattenvanger is niet te spreken over deze gebroken belofte. Hij haalt nogmaals zijn fluit tevoorschijn en begint te spelen. Alle kinderen van de stad volgen de rattenvanger, al dansend, precies zoals de ratten dat eerder deden. Hij leidt ze naar een nabije berg, alwaar ze verdwijnen. Het stadsbestuur zal zich nu wel tweemaal bedenken voordat het een belofte breekt.”

Bron

Didactische suggesties:

  • Vanuit dit verhaal kan men thema’s als het kwaad, wraak, vergelding, beloftes nakomen,… bespreken. Wat doen de leerlingen wanneer een ander zijn belofte niet nakomt? Hebben zij dan de neiging om te straffen of laten ze het voor wat het is?
  • De ratten kunnen in een bepaalde lezing van de tekst het kwade symboliseren. Is het zomaar mogelijk om het kwade uit te roeien? Staat het kwade buiten de mens of maakt het deel uit van elke mens? En in welke zin staan het kwade en het goede (in dit geval gesymboliseerd door de kinderen) met elkaar in verband?

6.6.3. De ratten van Banksy

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

afbeelding-

» Een pagina die verschillende mogelijke betekenissen beschrijft van het gebruik van ratjes door Banksy vind je via deze link.

Didactische suggesties:

  • De vermaarde graffiti-kunstenaar Banksy maakt in zijn kunstwerken heel vaak gebruik van ratten. Zij stellen de gewone, kleine mens voor, die kritiek uit tegen ‘het systeem’. Welke kritiek zien de leerlingen in de gekozen afbeeldingen? En kan je graffiti-kunst beschouwen als een vorm van klein verzet of is het louter vandalisme?  Welke andere mogelijke betekenissen zouden de ratjes nog kunnen hebben?

6.6.4. Kleine rat in de cel

voor mijn Xia

Een kleine rat komt door de tralies
rent op en neer langs het kozijn
de afbladderende muren kijken naar hem
de van bloed verzadigde muggen kijken naar hem
hij trekt zelfs de maan uit de hemel, zilveren
schaduw gooit schoonheid neer
als in volle vlucht

Een echte heer deze rat, vannacht:
eet niet drinkt niet knarst zijn tanden niet
gluurt alleen maar met z'n sluwe klare oogjes
op z'n ommetje in het maanlicht

26 mei 1999

Uit Liu Xiaobo, Ik heb geen vijanden, ik ken geen haat

Didactische suggesties:

  • Liu Xiaobo is een vredesactivist die zich jarenlang heeft ingezet voor de democratisering in China, en daarvoor ook de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Hij belandde al meermaals in de cel maar heeft zich daar nooit door laten stoppen. Hij kan zeker besproken worden in de context van ‘kleine helden’.
  • Ook voor Liu Xiaobo heeft de rat een symbolische betekenis. Wat zou de rat voor hem – terwijl hij in gevangenschap was – betekend hebben? Wat maakt dat hij er een gedicht over geschreven heeft?

6.7. Kwetsbaarheid

6.7.1. De zeer oude zingt

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

(Lucebert)

Didactische suggesties:

  • De leerlingen gaan in groepjes zitten en proberen het gedicht, dat vrij cryptisch is, in stapjes te analyseren. De meest bekende  regel uit het gedicht is tevens de titel van deze In de kijker. Aan de hand hiervan wordt besproken wat het woord ‘weerloos’ precies zou kunnen betekenen en wat hier voorbeelden van zouden kunnen zijn. Dit kan men bijvoorbeeld doen met behulp van een bordassociatie en/of door te verwijzen naar andere elementen uit deze In de kijker.
  • Waarom zou deze uitspraak zo resoneren bij mensen? Wat zegt dit over het leven? En hoe moet men dan omgaan met wat weerloos is? Een parodie hierop is de uitspraak ‘Van alles is weer waardeloos’. Op welke manier staan beide uitspraken tegenover elkaar en in welk van beide  kunnen de leerlingen zich zelf het meeste vinden?

6.7.2. De kwetsbaarheid van de liefde

6.7.2.1. Liefhebben is altijd kwetsbaar zijn

“Als Jezus zijn lichaam aan zijn discipelen geeft, is hij kwetsbaar. Ze kunnen nu met hem doen wat ze willen. De een heeft hem al verkocht, de ander zal hem verloochenen, en de meesten van hen zullen wegvluchten. De gave van zijn lichaam ontsluit dat je seksualiteit niet kunt scheiden van kwetsbaarheid. Het belichaamt een teerheid die betekent dat je gewond kunt raken. Het is een zelf-gave die ontvangen zou kunnen worden met afwijzing en spot, en waarin je je gebruikt zou kunnen voelen. Het laatste avondmaal laat ons uiterst realistisch zien hoe gevaarlijk het is om jezelf aan iemand te geven. Het is geen afspraakje bij kaarslicht in een romantisch restaurant. Een christelijke seksuele ethiek nodigt ons uit om die kwetsbaarheid te omarmen, om het risico te nemen jezelf te ontbloten en intiem contact te maken.

Het laatste avondmaal is het verhaal over het risico van jezelf aan anderen geven. Jezus deed dat, omdat hij liefhad. Maar het risico niet nemen is nog gevaarlijker. Het is dodelijk. Luister naar C.S. Lewis:

Liefhebben is altijd kwetsbaar zijn. Heb iets lief, en je hart zal zeker schade oplopen en mogelijk gebroken worden. Als je er zeker van wilt zijn dat het intact blijft, geef het dan aan niemand, zelfs niet aan een dier. Wikkel het zorgvuldig om je hobby's en je kleine luxeartikelen; vermijd alle verstrengelingen; berg het veilig op in je doodkist of je sarcofaag of je egoïsme. Maar in die doodkist - veilig, donker, bewegingsloos, zonder lucht - zal het veranderen. Het zal niet gebroken worden; het zal onbreekbaar worden, ondoordringbaar, onontbindbaar. Het alternatief voor tragedie, of tenminste het risico op een tragedie, is verdoemenis. De enige plek buiten de hemel waar je volkomen veilig bent voor alle gevaar en onrust van de liefde, is de hel.”

Uit Timothy Radcliffe, Waarom ik een christen ben

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags104.jpg
dougaitkenworkshop.com
6.7.2.2. Behoed de liefde (Huub Oosterhuis)

Behoed de liefde van de geliefden.
Gij, die weet hoe broos en bijna niets
twee mensen zijn,
en dat hun hart onrustig is
en onbestendig als het weer.
Gij, die hen toegekeerd hebt naar elkaar;
opdat zij niet meer half zijn,
onbestemd en onvervuld,
leer hen verstaan het dodelijk geheim
dat liefde lijden is,
dat geven leven doet.
 
Geef hun de tijd
elkaar te kennen en te troosten,
blaas hun hartstocht aan,
maak hen geduldig
en oneindig lief,
dat zij de nacht doorkomen
met elkaar.

6.7.2.3. "Little Earthquakes" (Tori Amos)

Yellow birk flying
Get shot in the wing
good year for hunter
And Christmas parties
And I hate and I hate
And I hate and I hate
Elevator music
The way we fight
The way I'm left here silent
 
Oh these little earthquakes
Here we go again
These little earthquakes
Doesn't take much to rip us into pieces
 
We danced in graveyards
With vampire till dawn
We laughed in the faces of kings
Never afraid to burn
And I hate and I hate
And I hate and i hate
Disintegration
Watching us wither
Black winged roses that safely changed their color
 
Oh these little earthquakes
Here we go again
These little earthquakes
Doesn't take much to rip us into pieces
 
I can't reach you
I can't reach you
Give me life Give me pain
Give me myself again
 
Oh these little earthquakes
Here we go again
These little earthquakes
Doesn't take much to rip us into pieces

6.7.2.4. "Small Blue Thing" (Suzanne Vega)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags105.jpg

Today I am
A small blue thing
Like a marble
Or an eye
 
With my knees against my mouth
I am perfectly round
I am watching you
 
I am cold against your skin
You are perfectly reflected
I am lost inside your pocket
I am lost against
Your fingers
 
I am falling down the stairs
I am skipping on the sidewalk
I am thrown against the sky
 
I am raining down in pieces
I am scattering like light
Scattering like light
Scattering like light
 
Today I am
A small blue thing
Made of china
Made of glass
 
I am cool and smooth and curious
I never blink
I am turning in your hand
Turning in your hand
Small blue thing

» Bekijk een fanvideo bij de song

Didactische suggesties:

  • De leerlingen beschrijven zelf een aantal voorbeelden uit hun eigen leven die duidelijk maken dat liefde kwetsbaar is, dat je je kwetsbaar opstelt wanneer je graag ziet. Misschien zijn er ook leerlingen die deze kwetsbaarheid niet (meer) willen ervaren en daardoor een muur om zich heen bouwen.
  • Timothy Radcliffe past de kwetsbaarheid van de liefde toe op het laatste avondmaal van Jezus. Wat gebeurt er tijdens deze avond? Hoe maakt Jezus zich hier kwetsbaar? Wat is het gevolg?
  • Het citaat van C.S. Lewis visualiseert deze kwetsbaarheid van de liefde met woorden. Hoe zouden de leerlingen een hart tekenen dat kwetsbaar is en hoe tekenen ze aan hart dat onbreekbaar, ondoordringbaar is geworden? Wat verkiezen ze zelf? Wat zijn de voor- en nadelen van beide?
  • In het gedicht van Oosterhuis staat ‘Behoed de liefde van de geliefden’. Wie of wat is diegene of datgene die of dat behoedt? Is God volgens de leerlingen ook echt een behoeder of hoe zouden ze God dan wél omschrijven? Waarom zou de liefde van mensen een behoeder nodig hebben? En kunnen mensen die liefde zelf ook behoeden? Hoe moeten ze dat dan doen?
  • In het lied van Tori Amos is sprake van ‘little earthquakes’. Waarop doelt zij? Hoe komt het dat elke relatie daar wel eens last van heeft? Wat kunnen mensen doen om hiermee om te gaan?
  • Suzanne Vega zegt dan weer dat ze een ‘small blue thing’ is. Op welke manier bezingt zij de kwetsbaarheid van de liefde, van de geliefde? En hoe toont de bijhorende fanvideo deze kwetsbaarheid?

6.7.3. Brené Brown over kwetsbaarheid

Beluister de Ted Talk van Brené Brown (met ondertitels):

...


wpengine.netdna-cdn.com


hetonderwijs.org

Didactische suggesties:

  • Brené Brown is een onderzoekster die de laatste jaren heel veel is bezig geweest met kwetsbaarheid. In haar TedTalk vertelt zij dat ze haar onderzoek nochtans startte met een aantal vooroordelen rond kwetsbaarheid. Wat waren die vooroordelen en hoe denkt ze er nu over?
  • Enkele andere vragen: Wat hebben kwetsbaarheid en moed met elkaar te maken? Zijn deze niet eerder tegengesteld aan elkaar? En hoe kan het dat vanuit kwetsbaarheid zoveel andere dingen kunnen groeien? Wat is het gevaar dat met de drang naar perfectie verbonden is?

6.7.4. ‘Het voordeel van de twijfel’ over tegenslag en kwetsbaarheid

“We krijgen in ons leven allemaal te maken met de kwetsbaarheid van het bestaan, de grilligheid van het lot en grote en kleine drama's waar we machteloos tegenover staan. Hoe kan filosofie onze blik op tegenslag veranderen? Welke houding of strategie is aangewezen? Moeten we tegenslag vermijden of net omarmen? Wat dachten filosofen als Epictetus, Seneca, Nietzsche en de Boeddha daarover? Stefaan Van Brabandt zoekt het uit en praat erover met Alain De Botton, Tom Hannes, Erik Oger en Griet op de Beeck.”

» Bekijk de video

Didactische suggesties:

  • Bij deze aflevering van de filosofische reeks ‘Het voordeel van de twijfel’ kan men, mede gesteund door de tekst bij de achtergrondinfo, verschillende filosofische paden bewandelen met betrekking tot het omgaan met tegenslag en kwetsbaarheid. Stefaan Van Brabandt spreekt over drie paden (cf. achtergrond).
  • Welke van deze paden lijkt de leerlingen het meest zinvol? En hoe getuigen de verhalen van de mensen die aan het woord gelaten worden van een omgaan met die kwetsbaarheid en tegenslag? 

6.7.5. De kwetsbaarheid van de natuur

6.7.5.1. Toeristen vernielen bloemenpracht in Hallerbos


thousandwonders.net

De bloemenpracht in het Hallerbos lokt een massa toeristen, maar die populariteit heeft ook een keerzijde. Heel wat bezoekers verlaten immers letterlijk de platgetreden paden om het bloementapijt van zo dicht mogelijk te bewonderen. De broze hyacinten zijn daar niet tegen opgewassen.

Rond deze tijd van het jaar kleurt een deel van het Hallerbos steevast blauwpaars door de bloei van tienduizenden hyacinten. Dat lokt veel wandelaars en natuurliefhebbers naar Halle, met alle gevolgen van dien.

"Hoewel ons bos rijk is aan officiële wandelpaden, voelen veel bezoekers de noodzaak om de paden te verlaten, of zelf nieuwe paadjes te maken, dwars door de bloemen heen. Sommige bezoekers gaan zelfs op de bloemen staan om foto's te nemen, maar de hyacinten zijn hier niet tegen opgewassen ", aldus de officiële website van het Hallerbos.

"Hun bladeren vormen nu al een nieuwe bloembol voor volgend jaar. Door ze nu te vertrappelen, kan er zich geen nieuwe bol vormen. Op die plaats zal er volgend jaar enkel een kale plek te zien zijn. Mensen die tussen de bloemen zigzaggen op dorre bladeren, maken bovendien kleine worteltjes uit het hyacintenzaadje meteen kapot, waardoor ook op die plaatsen geen nieuwe plantjes gevormd worden. We zien jaar na jaar meer van dit soort kale plekken en sluippaden."

Het Hallerbos vraagt bezoekers op zijn websites om de wandelpaden niet te verlaten, om niet op het dorre bladerentapijt te wandelen en geen hyacintenbladeren te vertrappelen. "Zo kan je nog lang genieten van het prachtige Hallerbos en het mee beschermen", klinkt het.

Bron

6.7.5.2. In beeld

mindworks.eu

jainpedia.org

Jaïns lopen, vanuit het principe van ahimsa, met kapjes voor hun mond om niet per ongeluk insecten in te slikken, en met een borstel in hun hand, om insecten voor hun voeten weg te vegen, zodat ze er niet op trappen.

» Een overzicht van reclamecampagnes rond het lot van dieren


casimages.com

Didactische suggesties:

  • Bij deze impulsen geven de leerlingen aan in welke zin de natuur kwetsbaar is en in welke zin de mens een grote invloed heeft op die kwetsbaarheid. Wanneer we spreken over ‘het kleine eren’ en ‘alles van waarde is weerloos’, hoe kunnen die gedachten dan een weerslag hebben op hoe we met de natuur omgaan?
  • Hier kan verwezen worden naar de jaïns of naar dierenrechtenorganisaties, maar evenzeer naar mensen die dieren mishandelen, die op olifanten jagen voor ivoor, die de aarde uitputten in hun zoektocht naar winst,…
  • Men kan de leerlingen zelf een campagnebeeld in elkaar laten steken waaruit een zorg voor de natuur blijkt en een oproep om de kwetsbaarheid ervan te beschermen.

6.7.6. Ishi the rock

Didactische suggesties:

  • Het boekje ‘Ishi the rock’ toont voorbeelden van hoe men kan omgaan met de kwetsbare momenten van het leven. De steen bevindt zich in moeilijke situaties maar vindt altijd wel iets om hiermee om te gaan. Naar het voorbeeld van het boekje, gaan de leerlingen zelf met stenen aan de slag: een verdrietige steen en een blije steen. Ze brengen situaties in beeld (met een fototoestel of smartphone) waar de steen (en met andere woorden mensen) het moeilijk mee heeft en fotograferen ook de mogelijke oplossing.
  • De verschillende voorbeelden kunnen eventueel gebundeld worden en/of op de website geplaatst worden van Ishi the rock.

6.8. Vergankelijkheid

6.8.1. “Alles is ijdel”

6.8.1.1. Prediker
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags119.png
asterix-obelix.nl

[1] DE woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem.
 
[2] IJl en ijdel, zegt Prediker,
ijl en ijdel, alles is ijdel.
[3] Wat heeft de mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon?
 
[4] Generaties gaan en generaties komen,
en de aarde blijft almaar bestaan.
[5] De zon komt op en de zon gaat onder
en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint.
[6] De wind waait naar het zuiden
en draait naar het noorden.
Hij draait en draait en waait,
en telkens keert hij op zijn draaien terug.
[7] Alle rivieren stromen naar zee
en de zee raakt niet vol.
Naar de plaats waar ze begonnen zijn keren de rivieren terug
om opnieuw te gaan stromen.
[8] Het wordt een vermoeiend verhaal
en geen mens kan er iets over zeggen.
Hij kijkt wel, maar ziet niets,
hij luistert zonder iets te verstaan.
[9] Wat geweest is zal weer zijn.
Wat gebeurd is zal weer gebeuren:
nieuw is niets onder de zon.
[10]    Er is weleens iets waarvan men zegt: ‘Kijk, dit is iets nieuws!’
Maar dat is niet zo: vroeger was het er ook al.
[11]    Aan de mensen van vroeger wordt niet meer gedacht,
evenmin als aan die van later
zal worden gedacht door degenen die na hen komen.

(Pr 1,1-11)

6.8.1.2. Het Vanitas-motief in de kunst


wikimedia.org


sketchesandscratches.files.wordpress.com
 

gstatic.com

tumblr.com

eyespired.nl

eyespired.nl




Luciana Rondolini, Tiffany
 
 
Luciana Rondolini, Calamidad Cósmica

Didactische suggesties:

  • De tekst uit Prediker stelt dat alles ijdel is. Wat wordt hiermee bedoeld? Het kan interessant zijn om de leerlingen wat meer informatie te geven over de Prediker (zie de inleiding bij dit Bijbelboek op www.bijbel.net). Welke overtuiging spreekt vanuit deze tekst? En is dit een overtuiging die de leerlingen kunnen delen?
  • De tekst uit Prediker wordt te pas en te onpas gebruikt, zoals ook in de Asterix-strip. Wat zou er in deze context bedoeld worden met die uitspraak? 
  • Hierbij aansluitend is er het vanitas-motief in de kunst. Op welke manier wordt de gedachte dat alles vergankelijk is uitgedrukt in de verschillende, zowel oudere als recente, kunstwerken.
  • Er is de optie om de leerlingen in groepjes zelf een kunstwerk te laten maken dat de vanitas-gedachte (of een kritiek daarop) uitbeeldt.

6.8.2. Fotografie en vergankelijkheid

“Ik documenteer het feit dat alles voor eeuwig verdwijnt.”

(fotografe Vesselina Nikolaeva)

Didactische suggestie:

  • Fotografie is een medium dat de vergankelijkheid in beeld probeert te brengen en er een soort van blijvend karakter aan probeert te geven. Maar tegelijkertijd drukken foto’s ons op de gedachte dat alles verandert en niets hetzelfde blijft. In deze context proberen de leerlingen een interpretatie te geven aan het citaat van Vesselina Nikolaeva.
6.8.2.1. Klikk

Als je maar één foto kon maken, welke zou je nemen? Dit was het opzet van een campagne van IKEA waarbij je een app op je smartphone kon installeren waarmee je welgeteld één foto kon maken. Het winnende beeld werd op 1000 exemplaren vergroot voor de IKEA Art Collection.

De winnaar werd Laura Baeyens. Zij fotografeerde ‘Midnight Blue’. “Een donkere, melancholische foto die je doet wegdromen over de ruimte. Het is een reflectie van wat wij allemaal voelen. Een verlangen naar iets, iemand in een bepaalde ruimte en tijd. Zo is de titel 'Midnight Blue' gebaseerd op een lievelingsnummer van haar vader en een verlangen naar haar thuis.”

Bron

Didactische suggestie:

  • “Als je maar één foto kon maken, welke zou je nemen?” In een wereld waarin jongeren voortdurend foto’s maken van zichzelf en wat hen omringt, kan het een heel boeiende opdracht zijn om de leerlingen te confronteren met deze vraag. Men kan deze vraag in de praktijk omzetten door hen één weloverwogen beeld te laten nemen, al heeft men daar, zonder de app van IKEA uiteraard weinig controle. Maar men kan hen ook reeds in de klas laten neerschrijven welk beeld zij zouden maken en waarom, waarna ze proberen om dat beeld ook effectief op foto te krijgen. Van deze beelden kan dan een klassikale powerpoint gemaakt worden, waarbij tijdens de projectie van de beelden de leerlingen aan elkaar vragen kunnen stellen over de betekenis van de genomen foto.
6.8.2.2. De foto’s die ik niet nam

Uit Benoît Grimalt, 16 photos que je n’ai pas prises

Didactische suggestie:

  • Benoît Grimalt maakte een boekje met tekeningen van foto’s die hij niet nam. Aan de hand van deze gedachte kan men praten over ervaringen en herinneringen waarvan de leerlingen spijt hebben dat ze er geen foto’s van hebben, of waarvan ze spijt hebben dat ze gepasseerd zijn tout court, of dat ze er op het moment zelf te weinig aandacht voor hadden.
6.8.2.3. De contouren van wat had kunnen zijn

Grafisch kunstenaar Oğuzhan Cin heeft een reeks afbeeldingen rond het conflict in Syrië bewerkt onder de noemer ‘Een leven zonder oorlog’.

Bron

Didactische suggestie:

  • De reeks van Oğuzhan Cin toont op tragische wijze wat de effecten van oorlog kunnen zijn en hoe die oorlog het leven van mensen drastisch tekent en verandert, buiten hun eigen wil om. De leerlingen vertellen welke gevoelens en gedachten deze beelden bij hen oproepen en wat de tragiek van deze beelden is.
6.8.2.4. The course of history
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags141.jpg

“Bart Michiels’ hedendaagse foto’s van historische slagvelden staan stil bij locaties van de meest dodelijke conflicten die het Europese continent heeft gekend. De titel van de reeks, The Course of History, kan op verschillende manieren worden gelezen: als de geschiedenis die zich ontvouwt of herhaalt, maar ook als een ‘cursus’ geschiedenis of het ‘speelveld’ van de geschiedenis. De kunstenaar kiest niet voor één uitleg, maar laat ruimte voor interpretatie. Hoewel de meest zichtbare littekens al lang zijn uitgewist, roepen subtiele letsels en toevallige sporen in het lieflijke landschap het traumatische verleden op. Michiels groeide op in een land dat door twee wereldoorlogen werd getekend. Toch gaat zijn werk over meer dan oorlog alleen: hij onderzoekt hoe plaatsen, sites en landschappen worden geïnterpreteerd wanneer ze met geschiedenis en herinneringen zijn beladen. Voor Michiels is de natuur een wereld van schoonheid, maar ook van geweld en wreedheid; beide zijn altijd aanwezig, in elkaars schaduw. In de woorden van de Amerikaanse landart-kunstenaar Robert Smithson: “Ieder landschap, hoe vredig en lieflijk ook, verbergt een onderlaag van rampspoed.” Michiels confronteert ons met een leegte die tezelfdertijd een open uitnodiging is aan de kijker om een eigen interpretatie te ontwikkelen.”

Uit Sense of place. Europese landschapsfotografie

Didactische suggestie:

  • Oorlog is niet alleen iets van veraf. Ook in België heeft nog niet zo lang geleden oorlog gewoed. Bart Michiels maakte foto’s van hedendaagse Belgische (en Europese) landschappen die nog steeds de littekens van het verleden dragen, zij het dan niet altijd op zichtbare wijze. Vanuit de gedachte van vergankelijkheid kan men hier stilstaan bij hoe landschappen herinneringen kunnen dragen, en hoe één landschap, één locatie, zoveel lagen kan bevatten. Kunnen de leerlingen ook voorbeelden geven van hoe een bepaalde plek niet alleen naar het heden verwijst maar ook naar wat in een verleden is gebeurd?
6.8.2.5. Zichtbaar alleen
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags142.jpg

In Zichtbaar alleen kunnen we van de samenwerking tussen een fotograaf en een dichter genieten. Wouter van Heiningen heeft voor de gedichten in deze bundel de foto’s van Ruben Philipsen als uitgangspunt genomen. En dat werkt.

Kijk maar naar het voorbeeld dat we hier laten zien. In het boek staat de foto mooi uitgekaderd op de rechterpagina en het gedicht links, hier zetten we ze voor het gemak onder elkaar, maar je kunt toch goed voelen hoe de foto en het gedicht elkaar versterken, hoe ze elkaar nog mooier maken. En dat is tamelijk uitzonderlijk.

 

De vergankelijkheid van het moment

In probleemloze tijden
ben ik alleen
in mijn element
en sluit de lucht
zich als een
vacuüm om mij heen

Dat moment
- kortstondig beleefd -
Staat vast in de tijd
en - freeze framed -
op vergankelijk papier

Steeds opnieuw
zweef ik gewichtsloos
door de beelden
van dat moment 
en dan soms
waan ik mij in een 
probleemloze tijd

Bron

Didactische suggestie:

  • Bij het gedicht en de foto zien we een link tussen beide; ze verwijzen allebei naar vergankelijkheid. In groepjes maken de leerlingen ook zo’n combinatie: een gedicht en een foto die de gedachte van vergankelijkheid weergeven en die inspelen op elkaar.
6.8.2.6. Urbex

Slechts vijf jaar is de 35-jarige Picksz (pseudoniem, red.) uit het Nederlandse Tholen bezig met fotografie. Met haar favoriet wapen bij de hand, een Canon 1100D, maakt ze straten en gebouwen onveilig om er de mooiste foto’s te maken. “Ik legde me meteen toe op urban exploring toen ik op een hondenforum over het onderwerp had gelezen.” Bij urban exploring, kortweg urbex, gaan avonturiers – als we deze fotografen moeten labelen – op zoek naar vervallen woningen waar de tijd sinds lang stilstaat.

Op de tochten die Picksz onderneemt, zijn haar zoomlenzen 50MM, 18-70mm en statief trouwe metgezellen. “Ik fotografeer niet alleen leegstaande gebouwen. Ook mensen op straat, dieren en steden zoals Berlijn en Antwerpen heb ik al in beeld gebracht. Ik vind bijna alles leuk om op de gevoelige plaat vast te leggen. Ik gebruik bijna elke locatie, buiten de industrie. Die interesseert me niet zo.” (…)

Ondanks dat ze er publiekelijk niet voor uitkomt dat ze een urbex’er is, weten haar vrienden dat wel. “Zij vinden het erg leuk dat ik zoiets doe. Ik ga altijd samen met andere urbex’ers naar een locatie.” En vooral op dat laatste hamert ze. “Ik ga nooit alleen, dat is te gevaarlijk. Er moet minstens één persoon mee.”

Voor sommige urbex’ers geeft het een kick om binnen te breken in verwaarloosde gebouwen. Voor Picksz daarentegen, stopt het uitje dan. “Ik heb meermaals meegemaakt dat ik niet binnen kon en dat moet je respecteren. Je mag geen vandaal zijn en zomaar ergens inbreken. Jammer dat je niet binnen kunt, volgende keer beter. Ik ben nooit gepakt geweest door de politie, maar in Duitsland kwam het twee keer voor dat de beveiliging me heeft betrapt. In België ben ik eens gesnapt door de zoon van een eigenaar van het gebouw.” Voor haar telt niet de kick. Vooral het verval van panden fascineert haar. “Ik vraag me altijd af wat er zich op die locatie heeft afgespeeld.”

Een eng moment herinnert ze zich nog goed. “Het was mijn meest akelige ervaring. We hoorden stemmen en voetstappen die niet van mijn mede-urbex’ers kwamen. Uiteindelijk bleken het andere urbex’ers te zijn, maar het was toch even spannend.” (lacht)”

Bron

Didactische suggesties:

  • Urbex is een bijzondere tak van de fotografie, waarbij leegstaande gebouwen worden gefotografeerd. Hoe komt het dat mensen hiervoor zo’n fascinatie hebben? Wat trekt Picksz aan in deze hobby? Wat is de link tussen urbex en vergankelijkheid? Eventueel kan men de leerlingen een aantal urbex foto’s tonen (er zijn er trouwens ook van kerken en andere religieuze plaatsen) en hen er een geschiedenis bij laten bedenken op basis van wat ze zien.

6.8.3. De drie zegels van de Boeddha

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags144.jpg

“Wat had de Boeddha ontdekt? Wat was er zo specifiek aan zijn ervaring die tegelijk niets speciaals had en die toch een compleet ander leven opleverde? Hijzelf heeft zich daar op heel wat verschillende manieren over uitgedrukt. Gaande van behoorlijk ingewikkelede uiteenzettingen, over eerder pragmatische lijstjes met do’s en dont’s, tot uitspraken die zo eenvoudig zijn dat ze weer moeilijk worden.

Hier zou ik willen werken met wat de Boeddha ‘de drie zegels van de realiteit’ noemde, drie observaties van ons bestaan, die de basis vormen van de boeddhistische insteek. Het leuke voor ons is dat het om drie observaties gaat die naadloos aansluiten bij het wetenschappelijke wereldbeeld dat de meeste hedendaagse Europeanen koesteren. Een mythische praktijk wordt veel sneller zinnig en inspirerend als de grondslag ervan niet al te ver verwijderd is van de dagelijkse ervaring.

Het eerste zegel is vergankelijkheid. Alles gaat voorbij. Dat is, zodra je werkelijk aan het observeren gaat, eigenschap nummer één van alles wat je tegenkomt. Het is ook wat we allemaal op de schoolbanken aangeleerd krijgen. Bijvoorbeeld in het vak aardrijkskunde. Waar vandaag de Mont Blanc staat, is er niet altijd een berg geweest. 34 miljoen jaar geleden begonnen daar aardplaten tegen elkaar aan te schuiven en werd de landmassa naar boven gestuwd. Ooit zal het hele zaakje daar weer vlak zijn of zelfs onder de zeespiegel verwijnen. Wat verschijnt, zal weer verdwijnen.

Het eerste zegel gaat echter ook dieper. Er is zoiets als dieptevergankelijkheid, zeg maar. De Mont Blanc zal niet alleen ooit eens verdwenen zijn, hij verdwijnt op elk moment: elke eeuw, ieder jaar, elk seizoen, elke dag, elke milliseconde verandert er wat aan die berg. ‘Bestaan’ betekent eigenlijk niet ‘iets vaststaand zijn’, maar ‘een continu geflikker zijn van hyperkorte verschijningen en verdwijningen waarin geen moment van stilstand of stabiliteit te vinden is’.

Om tot het besef te komen van dieptevergankelijkheid hoef je geen geologie te studeren. Je kunt het veel sneller zelf ondervinden. Aan den lijve. Bijvoorbeeld in meditatie. Door stil te zitten, aandacht te geven aan het het nu is en even op te houden met je er voortdurend mee te moeien. Net zoals de Boeddha onder zijn boom deed. Het zal echt niet lang duren voor je kunt ervaren dat er nergens in je hele lichaam, in alles wat je waarneemt, in alles wat je denkt, wilt of beseft, ook maar enige vastheid te merken is. Geen twee halve seconden in meditatie zijn ooit hetzelfde. In meditatie zitten is ophouden te denken dat je iets moet zijn.

Dat brengt ons meteen tot het tweede zegel van de realiteit: onderlinge afhankelijkheid. Klassiek boeddhistisch wordt dit zegel ‘leegte’ genoemd. Dat heeft al tot veel misverstanden geleid. Het gaat immers niet om nietsheid. Leegte betekent dat we van geen enkel ding, gebeurtenis of wezen kunnen zeggen dat het op zichzelf bestaat. Elk ding is leeg van een eigen, geïsoleerd wezen. Dat is geen mystieke openbaring, het is een simpele observatie die iedereen zelf kan maken. De Mont Blanc bestaat niet op zichzelf. Er is daar ergens een stukje bergketen dat wij met onze taal afschermen van de rest van die bergketen en alles wat tussen die denkbeeldige tussenschotten staat, noemen we de ‘Mont Blanc’. Misschien omdat we hoge toppen graag als iets bijzonders zien en er daarom namen aan geven. De tussenschotten die we met onze logische geest in de realiteit invoeren zijn (soms) best handig om in te grijpen in de wereld en ons hachje beter in veiligheid te brengen. Maar in werkelijkheid is er niets anders dan één grote onderlinge verwevenheid.

Dat vertelt ons ook de kwantumfysica, de wetenschap van de allerkleinste verschijnselen. Maar ook, dit zegel kennen we allemaal veel beter uit eerste hand. We vinden het zelfs grappig wanneer iemand dat niet lijkt door te hebben. Zoals toen een kleuternichtje van me haar moeder tobbend vroeg: ‘Waar gaan de plooien van het hemd naartoe als je erover strijkt?’ De Mont Blanc is ook zo’n plooi. Het wordt echter plots een stuk minder grappig als we bedenken dat wij ook zo’n plooi zijn. Dat leidt ons tot het derde zegel.

Het derde zegel beschrijft wat er gebeurt met ons als we onhandig omgaan met de twee vorige zegels. Want dat is helaas wat we doorgaans doen. We willen immers helemaal niet vergankelijk en leeg zijn. We voelen daar een zekere wrong bij. Dat is het derde zegel.

Zeker onze logische geest heeft het moeilijk met de vergankelijheid en de onderlinge afhankelijkheid. Dat kan ook moeilijk anders. De functie van onze logische geest is immers net om ons in de wirwar van onze ervaringen een veilige grond onder de voeten te geven. Een van de indrukwekkendste tactieken van de menselijke geest om dat te doen is een werkhypothese bieden over onszelf: onszelf benoemen tot een ‘ik’, iets wat afgescheiden is van al de rest. Een goede tactiek is dat overigens. Zonder min of meer stabiel zelfbeeld, gestut door een stabiele sociale omgeving, loopt het voor ons mensen heel snel verkeerd af. Gaande van psychoses tot het vandaag wijd verspreide knagende gevoel dat ons recht op bestaan niet vanzelfsprekend is en dat we dat voortdurend moeten afdwingen. Er bestaan een aantal pistes om dat ‘ik’ een grond van bestaan te geven: door hard te werken of door ons te bewijzen als levensgenieter, door te schitteren of te lopen rondbazuinen dat we dat allemaal niet nodig hebben, door lief te zijn of net compulsief alle fijne relaties af te breken. Alles liever dan te moeten leven met het idee van niet-iets te zijn. Op de een of andere manier zijn we doordrongen van het idee dat we niet naar behoren kunnen bestaan als we ‘maar’ poreuze knooppunten van talloze omstandigheden zijn.

Toch leeft ergens in een uithoek van ons gewaarzijn het besef: er klopt iets niet met dat beeld van een vast ‘ik’. Er zit als het ware een gat in de bodem van ons zelf. We kunnen doen alsof we dat gat niet zien. Dat doen we meestal ook. We hebben immers zoveel andere dingen te doen: kinderen opvoeden, brood op de planken brengen, targets halen, carrière maken, onszelf ontplooien en onszelf welzijnstechnieken aanleren om het allemaal leefbaar te maken. Maar als, zoals bij Gautama, al die elementen plotseling wegvallen, en er echt niets anders overblijft dan onbeweeglijk te zitten en te kijken naar wat zich aandient, staart ook dit derde zegel ons snel pal in het gezicht.

In zekere zin denken we allemaal als Descartes: ‘Ik denk gedachten, ik doe dingen, ik spreek woorden, ik struikel over mijn voeten en ik val lelijk tegen de grond, dus zal ik er toch wel zijn zeker?’ Tegelijkertijd ervaren we allemaal wat de Boeddha ervoer: ‘Dit bestaan is niets anders dan een onophoudelijk veranderlijke stroom van verschijnselen die uit allerhande deelaspecten bestaan en die we nooit helemaal gevat krijgen. Geen vast ik te vinden daar.’ De kloof tussen wat we ervaren als onze bestaansgrond en wat we denken te moeten zijn om er te mogen zijn, schept zo’n spanning in ons dat we van de weeromstuit uiterst onhandig door het leven trekken. Dat, zag de Boeddha onder zijn boom, was eigenlijk helemaal niet nodig. Meer zelfs: door te zitten zoals hij zat, merkte hij dat hij op de een of andere manier het verzet tegen de zegels van het bestaan gestaakt had. Zijn leven was veranderd.


latimes.com

Dit, zouden we kunnen zeggen, was het hart van de revolutie van de Boeddha: een meditatie waarbij je genoeg durft te hebben aan deze drie zegels. Waarbij je zit in niets anders dan fragiliteit en onvatbaarheid, je bewust van de last die het verzet daartegen berokkent. Niet in theorie, maar concreet, hier en nu, in dit zittende lichaam. Niet om logische welzijnstechnieken te vinden om het gat in ons ik-gevoel weg te moffelen onder een beeld van veiligheid, comfort of extase. Ook niet om spirituele dogma’s uit te denken die tegenover al die fragiliteit een vast, eeuwig en aangenaam bestaan zouden kunnen poneren. Zelfs niet om spirituele technieken te beoefenen die je op een hoger bestaansniveau doen belanden. Het was zo eenvoudig dat er een genie voor nodig was om een hele mythische weg op zo weinig te baseren.

Later zouden de verschillende boeddhistische scholen in diverse tijden en culturen aangepaste pedagogieën ontwerpen en extra mythische uitdrukkingen ontwikkelen. Maar in de kern zou het allemaal blijven gaan om de radicale eenvoud van deze drie observeerbare zegels van ons bestaan. Als je je mythische vermogens hier werkelijk aan wijdt, had de Boeddha gemerkt, verandert het derde zegel van de wrong in iets anders. Het gewrongen leven wordt een vrij leven. Het is een paradox en geen kleintje ook; om tot een volmaakt leven, een Boeddhaleven, te komen, moeten we genoegen durven te nemen met de onvolmaaktheid van ons bestaan.”

Uit Tom Hannes, Let’s get mythical. Zen in wankele tijden

Didactische suggesties:

  • Binnen het boeddhisme is vergankelijkheid een bepalend principe. De tekst van Tom Hannes vormt een vrij toegankelijke kennismaking met de drie zegels van de realiteit, waarvan vergankelijkheid de eerste is. Hij illustreert de drie zegels onde andere aan de hand van de Mont Blanc. De leerlingen onderlijnen de kerngedachten van de tekst en schematiseren deze tekst.
  • De leerlingen proberen weer te geven in welke zin een leven dat gefundeerd is op deze drie zegels anders is dan een ander leven. Ze verklaren ook wat de drie zegels te maken hebben met het omarmen van de onvolmaaktheid van het bestaan en zoeken naar redenen waarom het boeddhisme vandaag zo populair is bij Westerse mensen.
  • Eventueel kan men klassikaal een meditatie doen. Hier is bijvoorbeeld een uitwerking te vinden van zitmeditaties (praktijkoefening 4).

6.8.4. Regenboogvuurwerk: de esthetiek van vergankelijkheid

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags147.jpg
caiguoqiang.com

“Tegen een donkere hemel vindt een reeks korte maar heftige explosies plaats van kleuren, vormen en patronen. Een dikke rookwolk blijft hangen en de lucht is zwaar van kruitdamp. Er ontvouwt zich hier een project, een evenement, een kunstwerk geschreven in de taal van het vuurwerk. De hele orkestratie leidt tot auditieve, visuele en olfactorische gewaarwordingen, waar je lichaam als geheel dynamisch op reageert. De directe en nagalmende gevolgen zijn zowel vluchtig als subtiel fysiek: een lichamelijke schok, optische nabeelden, misschien ook een piep in de orden, gradaties van cognitieve en ruimtelijke overbelasting en verwarring. Het bestaat maar een paar tellen in alle hevigheid en lost dan op in de lucht, waar het een rijke, rokerige afwezigheid creëert: dat is, in zekere zin, de intrinsieke esthetiek van vergankelijkheid die aan Cai Guo-Qiangs projecten met kruit en vuurwerk ten grondslag ligt.

Vuurwerk is een paradoxaal ritueel: het is tegelijk gewelddadig en prachtig, populistisch en mysterieus, werelds en magisch, en het kan vanuit historisch oogpunt worden beschouwd als een van de eerste echt publieke spektakelachtige vormen van culturele expressie en sociale symboliek. Vuurwerk is traditioneel, maar wordt telkens opnieuw uitgevonden en gebruikt voor allerlei doeleinden – van militaire symboliek en nationalistische evenementen tot doodgewoon consumentisme, of in zijn allersimpelste vorm door een kind dat in de achtertuin een vuurpijl in een fles afsteekt. (…)

Dat brengt ons bij de avond van 29 juni 2002, toen in de stad New York een spectaculair vuurwerk in één snelle, flitsende aaneenschakeliing uiteenspatte en East River overspande. Transient Rainbow verscheen en verdween, conform de naam, in nog geen vijftien seconden. Het project bestond uit duizend vuurwerkhulzen die achter elkaar werden afgevuurd vanaf Roosevelt Island. Beginnend aan de kant van Manhattan strekte het vuurwerk zich uit naar de overkant in Queens. Het oogverblindende visuele effect leek op een voortsnellende regenboog, die tijdelijk de twee oevers van East River overspande en symbolisch met elkaar verbond.

Cai gebruikte zeven kleuren (rood, oranje, geel, groen, blauw, lichtblauw en paars) en besloot dat de regenboog uiteindelijk in zijn geheel zichtbaar moest zijn, zodat de hulzen achter elkaar moesten blijven detoneren tot de hele regenboog oplichtte. Elke vuurwerkhuls bevatte een computerchip met de instructie om drie seconden na afvuren uiteen te spatten in de lucht, zodat niet alleen de explosie op een bepaalde hoogte, maar ook de opbouw van het beeld van de regenboog als geheel exact kon worden georkestreerd. Voor de kunstenaar staat de regenboog voor hoop en belofte, als iets wat na een storm komt, en dus was de keuze voor dit beeld bedoeld als symbolisch gebaar dat heel goed paste bij de stad New York na 11 september.”

Lilian Tone, Transient Rainbow. Explosies en implosies van tijd, in Jan Brand & Anne van der Zwaag, Kleur in beeld

Didactische suggesties:

  • De leerlingen bekijken de beelden en lezen de tekst en geven aan wat de mogelijke betekenissen van dit kunstwerk zijn. Wat heeft het te maken met vergankelijkheid?
  • Waarvoor staat een regenboog in het algemeen symbool? Wie of wat is voor de leerlingen hun persoonlijke regenbood, het element van hoop en belofte?
  • Men kan hier ook verwijzen naar het Bijbelverhaal van de ark van Noach, waarbij God de regenboog geeft als teken van het verbond tussen hem en de aarde.

6.8.5. ‘Dans laat geen sporen na’


franceinter.fr

“’Ik ben zelf vooral gedreven door en naar nieuwe dingen’, roept ze boven de vliegtuigherrie uit. Ze bouwt een toren met de theeattributen op het neergeklapte tafeltje. ‘Nieuwe vragen, nieuwe experimenten. Maar ik begin, merk ik, ook gevoeliger te worden voor die finale vraag: wat blijft? Er bestaat alleen “nu” in dans. It has to be embodied to exist. Wil je het bewaren, dan moet je het elke keer opnieuw tot leven brengen. Een schilderij, een beeldhouwwerk, een boek, een gebouw: dat is er, dat blijft. Dans is niets, als het er niet is. Het laat geen sporen na. Het is niet te bewaren, het is niet te verhandelen. Dat maakt het zo mooi, dat maakt het ook zo kwetsbaar.’ (…)

“De vertwijfeling is er ook over haar eigen parcours. Dertig jaar geleden aarzelde ze niet om in interviews haar ambitie nog hemelhoog te verwoorden: ‘Het enige wat een kunstwerk van vandaag kan, is een verlangen naar een andere stand van zaken in de wereld formuleren. Dat soort verlangen is revolutionair.’ Nu stelt ze zich hardop de meest genadeloze vraag over haar werk: ‘Dóét het er wel iets toe?’ De vraag gaat hand in hand met een andere genadeloze vraag van de haar zo genegen filosofe Patricia De Martelaere: wat blijft?”

“Het is terug op de luchthaven, zondagmiddag, dat de zere achilleshiel weer opspeelt. De maanden van veel dansen laten zich voelen. Al zeker de intensieve voorstelling Die Weise von Liebe und Tod des Cornets Christoph Rilke laat sporen na, waarin ze het gelijknamige verhaal van Rainer Maria Rilke gelijktijdig danst en vertelt. Hardop doet ze dat, en uit het hoofd – al klopt de Franse uitdrukking hier beter: par coeur. Het is een hartroerende, kwetsbare voorstelling. Al doe je De Keersmaeker geen plezier met dat adjectief. ‘Kwetsbaarheid vind ik geen verdienste.’ Toch lijkt ze net die kwetsbaarheid op te zoeken, nu ze met ouder worden steeds intensiever gaat dansen. ‘Het grootste verschil met vroeger is dat mijn vermogen tot recuperatie slinkt. Ik zal anders moeten bewegen.’ Het is een puur technisch antwoord. Want met die voelbare eindigheid heeft ze existentieel weinig moeite. ‘Dat is nu toch net het enige waar we zeker van zijn? Dat er een begin was, en dat er ook een einde zal zijn? Ik vind die zekerheid geruststellend. Het helpt me het “nu” te ervaren op de enige juiste manier: als een spanningsveld tussen verleden en toekomst. Tussen herinnering en verlangen. Dat is de enige interessante invulling van verlangen, vind ik: een verlangen om te leven. Omdat je weet dat je gaat sterven.’ Die condition humaine omschreef ze ooit grandioos als: ‘een vruchtbaar onvermogen’. Het tekent haar. Hoopvol droefgeestig.”

“Bij het afscheid in Parijs hebben we het nog over dat verdere jaar, dat er niet leger op zal worden. Over deze expo die later naar Tate in Londen en het Moma in New York verhuist. ‘En beter leren loslaten’, zegt ze. ‘Ook dat staat op het programma. Ik denk dat ik het begin te begrijpen: dat loslaten niet altijd hetzelfde is als in de steek laten. Dat loslaten zelfs een zeer genereus gebaar kan zijn. Het heeft wat tijd gekost voor ik dat doorhad.’ Ze kraakt de vingers.”

Fragmenten uit een interview met Anne Teresa De Keersmaeker in dS Weekblad, zaterdag 9 april 2016

Didactische suggesties:

  • Anne Teresa De Keersmaeker is danseres. Zij houdt zich steeds meer bezig met de vraag “wat blijft?”. Deze gedachte staat tegenover het dansen, waarin enkel het nu bestaat, en dat geen sporen nalaat, niet te verhandelen is en daardoor heel kwetsbaar is. Men kan de leerlingen deze vraag ook stellen: Wat blijft?
  • Enkele gedachten uit de tekst om over te filosoferen:
    • “It has to be embodied to exist.”
    • “Wil je het bewaren, dan moet je het elke keer opnieuw tot leven brengen.”
    • “Het enige wat een kunstwerk vandaag kan, is een verlangen naar een andere stand van zaken in de wereld formuleren.”
    • “Kwetsbaarheid vind ik geen verdienste.”
    • “Dat er een begin was, en dat er ook een einde zal zijn? Ik vind die zekerheid geruststellend.”
    • “Dat is de enige interessante invulling van verlangen, vind ik: een verlangen om te leven.”
    • “Ik denk dat ik het begin te begrijpen: dat loslaten niet altijd hetzelfde is als in de steek laten. Dat loslaten zelfs een zeer genereus gebaar kan zijn.”

6.8.6. Een miljoen jaar – vandaag


blogspot.com

Het kunstwerk ‘One Million Years’ is een kunstwerk van dat uit twee delen bestaat (past en future), verzameld in 20 boeken. Het eerste deel beslaat de jaren 998,031 voor Christus tot 1969 na Christus. Het tweede deel gaat van 1981 tot 1,001,995 na Christus. Samen beslaan de twee delen twee miljoen jaren. Dit werk is ook (deels) voorgelezen. Iemand getuigt hierover in deze video en noemt dit voorlezen een ‘meditatieve ervaring’.


phaidon.com

Daarnaast maakte de artiest ook de Today-serie. Dit zijn kleine schilderijen, waarop de datum van de dag dat het kunstwerk gemaakt is geschilderd werd. Enkele regels die de artiest hierbij hanteerde: een kunstwerk dat om 12u ’s nachts niet klaar was, moest vernietigd worden; bij ieder schilderij hoorde een krantenknipsel van de bewuste dag; de artiest gebruikte voor elk kunstwerk de taal en het datumformaat van de locatie waar hij zich toen bevond. Uiteindelijk zagen zo meer dan tweeduizend schilderijen het licht.

Didactische suggesties:

  • De kunstwerken van On Kawara zijn op zijn minst bijzonder te noemen. Wat zou de kunstenaar hiermee bedoeld hebben en is dit zelfs kunst te noemen? Op welke manier is deze kunst een soort van ode aan de vergankelijkheid of misschien juist een poging om de vergankelijkheid te temmen? Hoe zou het komen dat mensen het voorlezen van al deze data als een meditatieve ervaring beschrijven?
  • De leerlingen kunnen zelf een kleinschalige Today-serie maken, waarbij ze visueel/kunstzinnig de datum weergeven (bijvoorbeeld een week lang) en dit stofferen met een krantenknipsel van de bewuste dag. 

6.8.7. Is tijd de vijand?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags152.jpg
deviantart.net

“’Tijd is de vijand' en ‘tijd is je vriend'. Beide gezegdes zijn even populair in songteksten. In de zakenwereld is time management een van de drukst bijgewoonde cursussen. Maar de tijd laat zich niet managen. Het enige wat we kunnen managen, is onze eigen activiteit. 'Time is a mustang that you cannot tame,' (Tijd is een mustang die je niet kunt temmen). Dr. Jlona BoniweIl ontdekte tijdens haar geluksonderzoek hoe essentieel de factor tijd is. Op de achtergrond gaat het liedje verder: 'Time is a wish, you can throw coins at a fish but you're still gonna have to feed it.' (De tijd is als een wens, je kunt een muntje naar de vis gooien, maar dat is nog geen voer.)

Ik houd ervan de relatie tussen mensen en tijd te bestuderen, samen met de impact die tijd heeft op ons geluk en welbevinden. Tegenwoordig is tijd een huizenhoog probleem.  Weinigen van ons beschikken over de gave om alles in evenwicht te houden. Onderzoek wijst uit dat tevredenheid over ons tijdsgebruik een van de belangrijkste indicatoren is voor ons algemeen welbevinden. Dat betekent echter niet dat je het maximum uit elke seconde moet persen om zo efficiënt mogelijk te worden. Wel dat je moet leren gelukkig te zijn met de tijd waarover je beschikt. En soms houdt dat in dat je beter wat minder kunt werken.

De belangrijkste conclusie uit mijn onderzoek is dat het cruciaal is dat je elke dag wat tijd hebt voor jezelf Mensen die tijd voor zichzelf opeisen, zijn in het algemeen tevredener over hun tijdsgebruik. Ze vinden gemakkelijker een evenwicht tussen tijd voor henzelf en tijd voor anderen, tijd voor dingen die moeten worden gedaan en tijd voor dingen die ze willen doen. Een andere vaststelling is dat het heel belangrijk is om elke dag iets af te werken. We zijn tevreden over de tijd als we iets hebben bereikt. Dat hoeft niets gigantisch te zijn, het volstaat alom een stukje van een groter project af te werken. Tot slot zijn alleen zij die verantwoordelijkheid opnemen voor hun tijdsgebruik er ook gelukkig mee. Het is al te gemakkelijk de schuld op anderen te schuiven - je werkgever, de e-mails, de werkdruk ... Zolang je niet zelf verantwoordelijkheid opneemt voor je tijdsgebruik, zal er niets veranderen.

Besteed je tijd aan wat voor jou belangrijk is of heb je het gevoel dat de tijd je door de vingers glipt en geen spoor achterlaat? Jouw tijdsgebruik weerspiegelt jouw levenskeuzes en vormt zo een sleutel tot geluk.” (Ilona Boniwell)

Uit Leo Bormans (ed.), Geluk. The World Book of Happiness

Didactische suggesties:

  • Men kan de klas in twee kampen verdelen. De ene groep verdedigt de stelling dat de tijd je vijand is. De andere de stelling dat de tijd je vriend is. De tekst bij de impulsen kan hierbij helpen, evenals de andere elementen in dit onderdeel rond vergankelijkheid.
  • Klassikaal worden tips gezocht voor hoe mensen van de tijd meer hun vriend kunnen maken en voor hoe mensen meer de verantwoordelikjheid kunnen opnemen voor hun eigen tijdsgebruik.

6.8.8. Verval en vervulling

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags153.jpg

“Veel glorie is op haar best als ze aan het vergaan is. Maar dan moet ze daar wel de kans voor krijgen. Oude gebouwen worden meestal afgebroken voor ze aftakelen, of gerestaureerd tot slechts een modern gebouw rest. Oude mensen doen zich jong voor. Want iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. Nieuw is mooi en jong is lekker. Toch lonkt het verval. Afwaarts is een berg ook mooi. Schilders schilderen ruïnes, toeristen fotograferen tandeloze vissers. Restaureren we om het oude te behouden of proberen we de tijdelijkheid te ontduiken?” (de achterflap van het boek)

6.8.8.1. Interview met Midas Dekkers

"Als er één reden voor mijn bestaan zou moeten worden aangewezen, dan is het wel 'De vergankelijkheid'." Dit boek, over de weg naar het levenseinde en de betekenis - verval of vervulling - die de ouderdomsfase voor een mens kan hebben, schreef Dekkers 'niet geheel toevallig', toen hij vijftig werd. "Op je vijftigste sta je, zoals ik het zie, qua mogelijkheden op het hoogtepunt van je leven. Vergelijk het met het bordes van een herenhuis, met aan weerskanten een trap. Langs de ene trap kijk je terug naar waar je vandaan komt en langs de andere zie je voor je uit de contouren al van wat je nog te wachten staat.

"Ik vroeg mij af hoe het zou zijn om de keuze te hebben tussen vooruit dat trappetje af te gaan tot je in het graf kiepert of weer terug te gaan naar die door veel mensen zo felbegeerde jeugd en weer net zo gelukkig te mogen worden als vroeger. Als je even doordenkt, dan begrijp je dat je één ding niet moet doen en dat is teruggaan. Want die jeugd was helemaal zo leuk niet. Denk aan al die jaren dat je opgesloten hebt gezeten op school zonder dat je iets had misdaan. Aan je babytijd, toen je met je eigen poep in een theedoek tegen je billen aan gebonden in volslagen machteloosheid in een wieg lag te krijsen. En aan al die verkeerde mensen met wie je in zee bent gegaan. Nee, wie naar zijn jeugd terugverlangt, heeft een slecht geheugen. De toekomst loopt heus wel slecht af maar kan onmogelijk zo slecht zijn als de weg die ik gekomen ben."

'De vergankelijkheid' is, zegt Dekkers, vooral ook een lofzang op de tweede helft van de weg. "De meeste mensen willen alleen maar alles wat nieuw is, wat opgaat en wat begint en willen van die tweede helft liever niets weten. Maar dat is natuurlijk net zo zot als wanneer je van een toneelstuk alleen de eerste helft wilt zien, omdat je bang bent dat na de tweede helft het toneelstuk afgelopen is." (…)

"Tot nu toe ben ik heel tevreden met het ouder worden. De meeste mensen willen steeds veranderen: ze gaan op cursus, op yoga, naar een ver land, trekken andere kleren aan, kopen een nieuw huis of nemen een nieuwe vent. Terwijl je elk jaar gratis en voor niks al een ander iemand wordt. Ik word nu iemand van 65. Spannend, dat ben ik nog nooit geweest. Het gekke is dat de meeste mensen daar niet dankbaar voor zijn, maar steeds terugverlangen naar een vorig stadium. Mensen van 65 verlangen terug naar de tijd dat ze 55 waren. Maar toen hadden ze het ook niet naar hun zin, want toen wilden ze 45 zijn. Dan ben je dus altijd uit de pas en nooit tevreden. En zie ik mensen op straat lopen van wie ik denk: hé daar gaat weer iemand van 55 die zich net zolang heeft ondergesmeerd tot ie eruit zag als 45. Vergeefse aangelegenheid. Als je nou gewoon geniet van 55 zijn, als je het bent, dan hoef je daar op je 65ste niet meer naar terug te verlangen."

Maar ook zonder jonger te willen zijn, kan het bij verouderen horende lichamelijke verval toch confronterend zijn?

"Rimpels, slap vel en kwaaltjes horen er nu eenmaal bij. De filosofische vraag is of datgene wat de meeste mensen verval noemen niet eigenlijk vervulling is. Nu, in de lente, komen er overal bloemetjes, worden er lammetjes geboren. Maar dat is kinderspel. Alles moet dan nog beginnen. De overwaardering van de lente en jong zijn is een omkering van waarden. Ook het christelijk geloof doet daaraan mee: met Kerstmis wordt er uitbundig feestgevierd, voor een baby in een kribbe, als er nog niks gebeurd is. Maar wat doen we nu, met Pasen, als het eindelijk is volbracht? We eten een eitje en gaan naar de meubelboulevard.

"Bloemetjes in de lente komen er niet voor niks, die komen er juist voor de herfst, voor de vervulling van het vrucht dragen, laten vallen en opgelucht ademhalen. Die zo bejubelde lente is voor de natuur een verschrikking. Weer al die blaadjes moeten openvouwen en vogels die eieren komen leggen op je takken, al dat gesodemieter. Dat geldt ook voor mensen. Als je zo'n wurm in een wieg ziet liggen en bedenkt wat hem allemaal nog te wachten staat aan ellende: amandelen pellen, verstandskiezen trekken, ongelukkige huwelijken. Waarom gebeurt dat? Het enige doel daarvan is dat er dertig jaar later weer zo'n wurm in een wieg ligt."

Dat is de biologische kant, maar wat noemt u in een mensenleven dan vervulling?

"Vervulling kan zijn, hoe jij je leven ervaren hebt. Als je op je doodsbedje ligt en je denkt dat alles kapot is en een waardeloze zooi, dan lig je daar niet lekker. Maar als je het gevoel hebt dat je alles wat een mens zoal in zijn leven kan doen, wel zo ongeveer gedaan hebt, daar plezier aan hebt beleefd en andere mensen niet al te veel nadeel hebt berokkend, dan kun je dat als een vervulling ervaren. Mijn romantische gedachte over gelukkig doodgaan is dat je op een gegeven moment denkt: ik heb alles wel gedaan en bovendien, ik ben een beetje moe, ik denk dat ik maar eens ga zitten. En dat je, als je dan zit, denkt: ik ben toch meer moe dan ik dacht, ik ga maar eens even liggen, even de ogen toe." (…)

Bron

Didactische suggesties:

  • Midas Dekkers schreef een boek over de vergankelijkheid, waarin hij het vooral heeft over ouders worden. De vraag op de achterflap van het boek kan ook aan de leerlingen gesteld worden: “Restaureren we om het oude te behouden of proberen we de tijdelijkheid te ontduiken?”
  • Aan de hand van deze tekst verwoorden de leerlingen wanneer zij het gevoel hebben dat ze terug willen gaan in de tijd. Op welke momenten denken ze dit? Wat zou het advies van Midas Dekkers hierbij zijn?
  • Midas Dekkers is naast auteur als bioloog. De leerlingen onderlijnen waar in de tekst de bioloog aan het woord is en waar de auteur/levensfilosoof.
  • De leerlingen schrijven zelf een kort stuk over de relatie tussen verval en vervulling.

6.8.9. Voor ik sterf…


thecultureist.com

6.8.9.1. "Live Like You Were Dyin'" (Tim McGraw)

He said I was in my early 40's,
With a lot of life before me,
And a moment came that stopped me on a dime.
I spent most of the next days, lookin' at the x-rays,
Talkin' 'bout the options and talkin' 'bout sweet time.
Asked him when it sank in, that this might really be the real end.
How's it hit ya, when you get that kind of news.
Man what ya do.
And he says,
 
[Chorus]
 
I went sky divin',
I went rocky mountain climbin',
I went 2.7 seconds on a bull name Fumanchu.
And I loved deeper,
And I spoke sweeter,
And I gave forgiveness I've been denying,
And he said someday I hope you get the chance,
To live like you were dyin'.
 
He said I was finally the husband,
That most the time I wasn't.
And I became a friend a friend would like to have.
And all the sudden goin' fishing,
Wasn't such an imposition.
And I went three times that year I lost my dad.
Well I finally read the good book,
And I took a good long hard look at what I'd do
If I could do it all again.
And then.
 
[Chorus]
 
Like tomorrow was a gift and you've got eternity
To think about what you do with it,
What could you do with it, what can
I do with with it, what would I do with it.
 
[Chorus]
Sky divin',
I went rocky mountain climbin',
I went 2.7 seconds on a bull name Fumanchu.
And I loved deeper,
And I spoke sweeter,
And I watched an eagle as it was flyin'.
And he said someday I hope you get the chance,
To live like you were dyin'.
 
To live like you were dyin'.
To live like you were dyin'.
To live like you were dyin'.
To live like you were dyin'.

Didactische suggesties:

  • De afbeelding en het lied vormen de insteek voor een reflectie rond wat de leerlingen ideaal gezien en realistisch gezien zouden willen doen en verwezenlijken voor ze sterven.
  • Hoe zou het komen dat mensen, wanneer ze weten dat ze gaan sterven, ineens nog vanalles willen doen en volgens het lied ook een beter mens worden of op zijn minst met een grotere intensiteit leven? In welke zin is dat ergens ook een absurde gedachte, aangezien iedereen eigenlijk op elk moment kan sterven?  

6.9. Water en zand

6.9.1. Bouwen met zand

6.9.1.1. Zandloper
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/alledaags155.jpg
gstatic.com

Didactische suggestie:

  • De leerlingen leggen de link tussen een zandloper en zand in het algemeen en de gedachte van vergankelijkheid. Wat roept de zandloper bij hen op (tijdsnood, druk, keuzes maken, ontspannen, dingen die tot een einde komen, competitie,…)?
6.9.1.2. Een zandkorrel uit de woestijn
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/alledaags156.jpg

“’Als je zoekt, vind je ook altijd,’ zei de jongen tegen zijn hart. ‘Toen ik zocht naar mijn schat waren alle dagen schitterend, omdat ik wist dat ieder ogenblik deel uitmaakte van de droom die te vinden. Terwijl ik mijn schat zocht, ontdekte ik dingen die ik nooit zou hebben gevonden als ik niet de moed had gehad dingen te doen die onmogelijk zijn voor herders.’ Zijn hart bleef de hele avond stil. ’s Nachts sliep hij rustig, en toen hij wakker werd begon zijn hart hem de dingen van de ziel van de wereld te vertellen. Het zei dat ieder gelukkig mens een mens was die God in zich droeg. En dat het geluk gevonden kon worden in een doodgewone zandkorrel uit de woestijn, zoals de alchemist had gezegd. Want een zandkorrel is een moment van de schepping, en het universum heeft er miljarden jaren over gedaan hem te scheppen. ‘Ieder mens op aarde heeft een schat die op hem wacht,’ zei zijn hart. ‘Wij harten praten niet veel over die schatten, want de mensen willen ze niet meer vinden. We praten er alleen over tegen kinderen. Daarna laten we het leven elk kind naar zijn bestemming leiden.’”

Uit Paulo Coelho, De alchemist

Didactische suggestie:

  • De tekst uit ‘De alchemist’ legt de link naar het geluk vinden in de kleine dingen en ook hier wordt gesuggereerd dat kinderen ergens beter weten dan volwassenen wat ‘de schat’ is die op hen wacht. Er wordt ook verwezen naar het geloof. Wat hebben geluk, een zandkorrel en geloof volgens de auteur met elkaar te maken? En zijn de leerlingen het hier mee eens? Kan je ook opracht gelukkig zijn zonder geloof?
6.9.1.3. Een huis bouwen op zand

[24] Ieder die Mij hoort en doet wat Ik zeg, zal het vergaan als een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. [25] De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze stortten zich op dat huis, en het stortte niet in, want het was op de rots gegrondvest. [26] Ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal het vergaan als een domme man die zijn huis bouwde op zand. [27] De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de wind stak op en ze sloegen tegen dat huis, en het stortte in: het werd één grote ruïne.’

(Mt 7,24-27)

Didactische suggestie:

  • In deze parabel zeg Jezus wat er gebeurt wanneer je je huis op zand bouwdt en wanneer je je huis op de rots bouwt. Uiteraard is dit symbolische taal. Wat zou Jezus hiermee bedoelen? En wat zouden de symbolen van het bouwen van een huis, een huis op de rots, een huis in zand, de regen en de bergstromen,… in het leven van elke mens kunnen betekenen?
6.9.1.4. Jezus schrijft in het zand

[3] Nu kwamen de schriftgeleerden en de farizeeën aanzetten met een vrouw die betrapt was op echtbreuk. Ze brachten haar voor Hem [4] en zeiden: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt op echtbreuk. [5] Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover?’ [6] Met deze vraag wilden ze Hem op de proef stellen, om te zien of ze een aanklacht tegen Hem konden indienen. Maar Jezus bukte zich om met zijn vinger op de grond te schrijven. [7] Toen ze op een antwoord bleven aandringen, keek Hij op en zei: ‘Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen.’ [8] En weer bukte Hij zich om op de grond te schrijven. [9] Zij echter trokken na die woorden weg, de een na de ander, te beginnen met de oudsten, zodat Hij alleen achterbleef met de vrouw daar vóór Hem. [10] Jezus keek op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze gebleven, vrouw? Heeft niemand u veroordeeld?’ [11] ‘Nee Heer, niemand’, antwoordde ze. Waarop Jezus zei: ‘Ik veroordeel u ook niet. Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer.’

(Joh 8,3-11)

Didactische suggestie:

  • In het verhaal van de overspelige vrouw schrijft Jezus in het zand. Deze daad komt voor de omstaanders allicht heel vreemd over. Men kan zich de vraag stellen wat Jezus precies in het zand schreef? Gaat het trouwens wel over wàt hij schreef of eerder over zijn houding? Wat betekent het om in zand te schrijven (versus op papier of op stenen)? De bekende uitspraak ‘wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’ vinden we in deze tekst terug. De leerlingen verwoorden of deze uitspraak ook vandaag nog levensvatbaar is.
6.9.1.5. De zandkunst van Jim Denevan

Jim Denevan maakt monumentale tekeningen in het zand, overal ter wereld, en dit met enkel een hark of een stuk wrakhout. Hij besteedt uren en uren aan de gigantische en vaak zeer complexe geometrische patronen die dan uiteindelijk weggespoeld worden wanneer het tij keert. Ook al zijn de tekeningen van Denevan heel accuraat, toch ontstaan ze op het moment zelf en komen er geen plannen of afmetingen aan te pas.  

Denevan begon met zijn zandkunst in de jaren ’90, toen zijn moeder – die haar negen kinderen alleen had opgevoed sinds de dood van haar man – de ziekte van Alzheimer kreeg. De kunst werd voor hem een manier om met haar achteruitgang om te gaan. Het hielp hem bij het verwerkingsproces. Elke dag naar buiten gaan en zo’n gigantische tekening verliezen, zag hij als een soort van ‘gevecht’.

 

Bron

Didactische suggesties:

  • De leerlingen bekijken de kunstwerken van Jim Denevan en geven hun indruk weer. Hoe kan het dat iemand zoveel tijd en energie besteedt aan het maken van een complex kunstwerk dat daarna weer vernietigd wordt door de golven? Op welke manier kan deze ervaring juist heel bevrijdend zijn (hiervoor lezen de leerlingen ook de begeleidende tekst)?
  • Men kan de leerlingen ook naar andere voorbeelden van Land Art laten zoeken, waarbij ze focussen op de genese van het kunstwerk, de link met vergankelijkheid en de bedoeling van de kunstenaar. Men hoeft het trouwens ook niet altijd heel ver te gaan zoeken. Denk maar aan de gezinnen die een hele namiddag besteden aan het bouwen van een zandkasteel dat daarna onherroepelijk verzwolgen wordt door het water.
6.9.1.6. Zandmandala’s

alanpeto.com


pinimg.com

Het maken en vernietigen van een zandmandala (met de Dalai Lama):

...

» Extra afbeeldingen van het hele proces

Didactische suggestie:

  • De boeddhistische zandmandala’s tonen de gedachte van vergankelijkheid (zie ook ‘De drie zegels van het boeddhisme’) in actie. De leerlingen bekijken de foto’s en het filmpje en brengen onder woorden wat de visie op het leven is die achter deze vorm van kunst zit. Zou men deze bezigheid zinloos kunnen noemen of net heel zinvol en waarom? Men kan hier ook het onderscheid tussen ‘nut’ en ‘zin’ aanhalen.

6.9.2. Alles stroomt

Didactische suggestie:

  • Vanuit deze impulsen kan men dieper ingaan op de gedachte dat alles verandert, maar dat die verandering niet zinloos is of hoeft te zijn.

“Men kan geen twee keer in dezelfde rivier stappen.”

(Heraclitus)

“Panta rhei”

(Heraclitus)

Didactische suggestie:

  • Heraclitus meende dat men geen twee keer in dezelfde rivier kan stappen. Wat zou hij hiermee bedoeld hebben? Ook deze uitspraak kan gekoppeld worden aan de tekst van ‘De drie zegels van vergankelijkheid’. En is dit een hoopgevende of juist deprimerende gedachte?
6.9.2.1. Een stroom

“Is het voor levende wezens niet zo dat ze van nature de gave hebben meegekregen om zelf hun kleine rivier te creëren door een bepaalde beweging te maken, zoals op straat een hoek omslaan of door een deur die op een kier staat naar binnen gaan? Dagelijkse bewegingen worden herhaald, en zo wordt een stroom in het leven geroepen. En uit de auteur van Machiavelli, die dus niet alleen de auteur van politieke discoursen, maar ook van gedichten, theaterstukken en allegorieën is, blijkt dat hij grondig heeft nagedacht over het feit dat ook dit piepkleine stroompje, precies doordat het stroomt, ergens uitmondt in een grote rivier.”

Uit Takashi Hiraide, De Kat

Didactische suggestie:

  • In het citaat uit het boek ‘De kat’ stelt de auteur dat mensen hun kleine rivier creëren en dat elk stroompje ergens uitmondt in een grote rivier. De leerlingen verduidelijken wat die rivier volgens hen is. Is dit ook hoe zij zelf naar het leven kijken? En stopt de stroom met stromen bij de dood?
6.9.2.2. De Steen (Bram Vermeulen)
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/alledaags166.png
staticflickr.com

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier, hou je niet tegen
het water vindt er altijd een weg omheen.
Misschien eens gevuld, door sneeuw en regen,
neemt de rivier m'n kiezel met zich mee.
Om hem, dan glad, en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.
 
Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.
 
Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

Didactische suggestie:

  • Enerzijds verandert en stroomt alles inderdaad, maar anderzijds kan elke persoon wel zijn of haar sporen nalaten, zoals Bram Vermeulen die ‘zijn steen verlegde’. Op welke manier worden mensen onsterfelijk door zo’n steen te verleggen? En welke steen, hoe klein dan ook, willen de leerlingen verleggen tijdens hun leven?

Deze pagina werd gepubliceerd op 01/09/2016

Reageer op deze pagina:

Mijn reactie:

Reacties

#1 |

gepost op 21/12/2016

Mooi!

Wat een prachtig materiaal is hier bij elkaar gezocht. Mooi! Ik ga zelfs moeite hebben met kiezen omdat er bijna teveel bruikbaars tussen zit. Ik heb wel gemerkt dat de TED talk van Brené Brown niet ondertiteld is. Kan ik het op een of andere manier toch vertaald krijgen?

A. Daems

Volg Thomas op

Download de Thomas-app