Evangelii Gaudium: Analyse van de Pauselijke exhortatie (2014)

node-header

Broeder Benoît Standaert geeft een analyse van de Pauselijke exhortatie bij Evangelii Gaudium.

Broeder Benoît Standaert geeft een analyse van de Pauselijke exhortatie bij Evangelii Gaudium over de verkondiging van het evangelie in de wereld van vandaag als conclusie van de Synode over de Nieuwe evangelisatie.

I. Vreugde en Evangelie.

Twee woorden, samen gebald tot één uitdrukking: ‘de vreugde van het evangelie’, begin van de eerste zin van een behoorlijk lange tekst, ondertekend door paus Franciscus een goed jaar na de bisschoppensynode over Evangelisatie.

Die twee woorden worden nergens in het NT op deze wijze op elkaar betrokken… Nergens. Ook niet in het Eerste Testament. We staan dus voor een vondst. De uitdrukking die het dichtst in de buurt komt, vinden we bij Lucas, op het moment van de geboorte van Jezus. De engelen spreken tot de herders in het veld: ‘Ik verkondig jullie een vreugdevolle boodschap: letterlijk: ‘Ik evangeliseer jullie een grote vreugde’. Hier hebben we het werkwoord (bij Lucas vinden we nooit het zelfstandig naamwoord evangelie, ook niet bij Johannes). ‘Grote vreugde’ herinnert aan Jesaja 9, bij de aankondiging eveneens van een geboorte: die van de messiaanse telg, met prachtige namen: ‘wonderbaar raadsman, sterke God, vader voor eeuwig, koning van vrede!’, de tekst die in elke kerstnacht overal ter wereld weerklinkt, sinds generaties.

Vreugde en verkondiging. ‘Vreugde heeft zijn oorzaak buiten ons’, zo schrijft Spinoza in zijn Ethica! Is dus niet iets spontaan, uit eigen bodem met of zonder wilskracht of inspanning te verkrijgen. ‘Vreugde is vrucht van de Geest’, zegt Paulus. En de Geest komt van elders, ook in ons. ‘Ontvang de Geest’, aanschouw de verrezene, en je zult vreugde kennen. ‘De leerlingen waren vol vreugde bij het zien van de Heer’, zo Joh 20,20, die hun dan zegt: ‘Ontvang de heilige Geest’, het volgende vers. Zien wat tegenover ons is; ontvangen wat van de overkant komt. Geen vreugde tenzij oorspronkelijk veroorzaakt door wat op ons afkomt, van buiten af, ook binnen in ons!

Het evangelie is dan de bron, de ware oorzaak van die vreugde. Wat houdt dat woordje ‘evangelie’ dan in? Een oud woord, misschien versleten, gebruikt en verbruikt, gewisseld en vervaagd: het evangelie is voor de meesten op de eerste plaats een tekst geworden, één van de vier, of zelfs een van de 12 of 18 aangezien we nu vertrouwd zijn met de vele apocriefe evangelies van Thomas, van Judas, van Jakobus, van Filippus, laat staan ‘Het evangelie van de waarheid’ uit de school van een zekere Valentinus, enz.

Neen, die betekenis van een boek of van een tekst of een literair genre zit juist niet in het woord, aan de oorsprong. Pas midden de tweede eeuw zien we het woord euaggelion een tekst aanwijzen, een verhaal over Jezus, zijn leven, dood en opstanding. Ireneüs op het einde van de tweede eeuw schrijft: ‘Wees op uw hoede, er is altijd maar één evangelie! De vertrouwde vier evangelies vormen het ene tetramorfe of viervormige evangelie!’ Heel interessant. Hij voelt nog aan dat evangelie oorspronkelijk verkondiging betekent, en ook al hebben we vier teksten die elk als een evangelie worden voorgesteld, we kunnen slechts één evangelie hebben, één verkondiging, zoals er maar één Christus is en één God. ‘Het ene viervormige evangelie’.

De eerste betekenis is de verkondiging,  goed nieuws, goede tijding, de goede mare, de blijde boodschap. (En hier hebben we tot in onze vertaling reeds het begrip vreugde, blijdschap, binnen het woord euaggelion). De verkondiging van wat? van een optreden, een overwinning, een geboorte, een binnenkomen van de grote Koning, het bezoek van de keizer. Bij Marcus: de overwinning, een zegelied, een Sterke komt binnen in de geschiedenis, de hemel scheurt open. Hij is sterker dan de machten van het Kwaad. Belang van de duivel-uitdrijvingen die de directe illustratie zijn van die oer-overwinning, voltrokken in de woestijn. Doorbraak. Scheur. Zegevierende tussenkomst, van Godswege.  Die betekenis vinden we bij Jezus, Paulus, Marcus. Jezus ontleent het begrip vanuit Jesaja: Jes 40 en vooral 61.

Toch nog een onontbeerlijk element in dit alles: geloven, dit is: zich gewonnen geven aan een nieuws dat inderdaad sterker is dan de machten van het Kwaad, sterker dan de dood. Heeft met Geest en Rijk Gods en met de Vader te maken. ‘Als ik door de Geest van God de duivels uitdrijf, dan is dit het teken dat het Rijk Gods tot bij u gekomen is!’ Herinneren we ons het eerste woord van Jezus bij Marcus, zelf de allereerste evangelist: ‘Het Rijk Gods is nabij. Bekeert en gelooft in het Evangelie, in de blijde tijding, de doorbraak van het Goede, de overwinning’. Niets meer en vooral niets minder. Het woord ‘evangelie’ heeft dus altijd de bijklank van doorbraak en overwinning.

Het gebeuren kreeg vorm in een nieuw bestaan, in de kring van Jezus, met de ervaring van de inwonende Geest. Ervaring van macht, van omvorming (‘de duivels zijn ons onderworpen’!). Ook bij Paulus is dit nog heel sterk aanwezig. Aan de Galaten schrijft (3, 1-4): ‘Herinneren jullie u niet wat jullie ervaren hebben: die Geest die in u werkzaam was vanaf de eerste dag!’ Een ervaring. Met vreugde uiteraard!  En die blijde boodschap raakt de armen het eerst, Jezus stelt het vast niet zonder een aanvankelijke verbazing (Mt 11, 25v.).

Vreugde en Evangelie verhouden zich als het gevolg van een oorzaak. De oorzaak en bron is de verkondiging zelf, en de toegang tot de doorbraak en de zegevierende volheid die in het evangelie wordt meegedeeld, is het geloof. De binnenkant van het geloof is vreugde. Paulus zegt het letterlijk aan zijn dierbare Filippenzen: ‘de vreugde van het geloof’!

Tot zover de verheldering van die twee termen zoals Paus Franciscus ze bij elkaar bracht in de aanhef van zijn tekst, en wel op een originele wijze[1].

[1] Bij het lezen van het boek van Christiane Rancé over paus Franciscus (Françoisun pape parmi les hommes, Albin Michel 2014), werd het me duidelijk dat we de associatie van de twee woorden ‘vreugde’ en ‘evangelie’ reeds vinden bij de zalige Paulus VI. Immers paus Franciscus herneemt vaker die geliefde uitdrukking van zijn voorganger: “la dolce e confortante gioia di evangelizzare”, (‘De zoete et bemoedigende vreugde van te evangeliseren’) (zie Evangelii nuntiandi, 1975, § 80, p. 75). In onze tekst, zie §10, p.9 en in de titel p. 8.

II. De Exhortatie van 23 november 2013

Deze tekst is geen encycliek, is niet op de eerste plaats een zelfstandige, persoonlijke tekst. Maar het werk dat Franciscus plichtsgetrouw overneemt van een ander! In de eerste maanden na een synode komt een slottekst, geredigeerd door de paus, die rekening houdt met de verschillende propositiones, ‘aanbevelingen’ die de synodevaders hem hebben voorgelegd, op het einde van de synode. Hier schrijft een paus de conclusie van een synode waar hij zelf niet aanwezig was, als paus niet en evenmin als aartsbisschop.

Het betreft de 13de gewone synode van de bisschoppen over ‘de nieuwe evangelisatie voor de overdracht van het christelijke geloof’, gehouden te Rome in 2012. Een lang verhaal: duurde drie weken, van 7 tot 28 oktober 2012! Sommige synodes namen vier weken in beslag. De recente synode over de Familie, een bijzondere synode, kreeg amper twee weken tijd, maar wordt vervolgd, een jaar later, in 2015! We staan voor een andere werkwijze!

  • Drie weken lang met 400 mensen. Eén opmerkelijke afwezige: kardinaal Bergoglio! (wel drie andere bisschoppen uit Argentinië aanwezig).
  • Nieuwe evangelisatie. In de visie van Benedictus XVI betekende dit op de eerste plaats: aan het oude continent nieuw leven inblazen. Diegenen bereiken die afhaakten, ooit gedoopt werden maar niet meer echt betrokken zijn bij het levende kerkgebeuren.
  • Het gebeuren van de synode zelf werd wat overspoeld door andere vieringen die samenvielen met de synode: inzet van het jaar van het geloof, dat precies in deze dagen van start ging; bovendien aangekondigd als de 50ste verjaardag van het begin van de concilie (1962, 11 oktober). Daarbij werden nog eens 2 nieuwe doctoren van de Kerk uitgeroepen bij de opening van de Synode: H. Hildegarde van Bingen en H. Johannes van Avila. Daar komt nog bij dat ook de  20ste verjaardag werd gevierd van de nieuwe grote Catechismus (KKK). Ook een nieuwe Raad werd zo pas opgericht, precies met als opdracht: de nieuwe evangelisatie (met Mgr Fisichella als voorzitter).
  • Op het einde kwamen er 58 propositiones, aanbevelingen uit de bus. De paus Franciscus laat er 31 in zijn tekst meeklinken. Gaat in feite vaak zijn eigen gang.
  • Slotdocument (‘boodschap aan het volk Gods’), werd door kardinaal Bettori, aartsbisschop van Firenze opgesteld, met een mooie herinterpretatie van Jezus bij de put met de Samaritaanse. Laat de Kerk bij de put zitten van de dorstige mens vandaag, met zijn wel en wee. Aan die tekst is er amper één keer allusie gemaakt. Ook Mgr Fisichella, voorzitter van  de Raad voor de nieuwe evangelisatie, wordt niet één keer vermeld (nochtans aanbevolen in één van de propositiones!).
  • Omgekeerd wie wel meer aandacht kreeg dan onder Benedictus XVI, is paus Paulus VI, trouwens zalig verklaard op het einde van de laatste Synode in okt ‘14. De eerste citaten in het document zijn van deze paus die zelf een encycliek schreef over de Vreugde. En die in 1975 een opmerkelijke Exhortatie van een ander synode over hetzelfde thema, de evangelisatie, had geschreven, de nog steeds lezenswaardige Evangelii nuntiandi

De tekst zelf is lijvig! 288§§. 186 blz. 217 voetnoten! Een eerder lange inleiding en daarna vijf hoofdstukken, waarbij het vijfde ook als epiloog of conclusie van het geheel kan worden beschouwd. Er zijn dus strikt genomen slechts vier hoofdstukken. Deze moeten de zeven aandachtspunten behandelen die de paus voor zichzelf geselecteerd heeft in zijn inleiding. Van zeven dus naar vier…, door in één hoofdstuk meerdere van die zeven punten te behandelen.

 Ziehier de zeven punten:

  1. De hervorming van de Kerk in een missionair ‘naar buiten treden’  (zie hoofdstuk 1)
  2. De verleidingen van wie in de pastoraal werkzaam zijn (zie hoofdstuk 2, II)
  3. De Kerk begrepen als het geheel van het volk Gods dat evangeliseert (zie 3,I)
  4. De homilie en haar voorbereiding (zie 3,II-III-IV)
  5. De sociale inbedding van de armen (zie 4, I-II)
  6. De vrede en het sociale overleg (zie 4,III-IV)
  7. De spirituele drijfveren voor de missionaire opdracht (zie 5,I)
  • Uit de citaten leren we: het herstel van de figuur van Paus Paulus VI. Niet alleen bij het begin maar eveneens in deel 3 over de sociale leer van de Kerk worden de encyclieken   Populorum progressio en Octogesima adveniens, aangehaald. De laatste is opgesteld bij de 80ste verjaardag van Rerum Novarum van paus Leo XIII. Het slotwoord met ‘Maria als ster van de nieuwe evangelisatie’ is een overname van een beeld dat Paulus VI reeds gebruikte (zonder het woord ‘nieuwe’).  
  • Een ander kenmerk: Sint-Thomas van Aquino is de auteur die de paus het vaakst aanhaalt. Zijn denktrant is opmerkelijk klassiek. Moderne schrijvers ontbreken niet (Newman, Guardini en Bernanos, de Lubac, Thérèse Martin; ook vertrouwde auteurs als Thomas a Kempis, Imitatio! En kerkvaders zoals Ireneüs, Augustinus, Ambrosius, Cyrillus van Alex. n. 51 §47; zie nog Johannes van het Kruis, en zelfs Plato, Gorgias; ook een of twee Argentijnse auteurs, enz.)
  • We zien ook hoe de verschillende continenten in de uiteenzetting aan bod komen: we horen er de stem van de acht kardinalen (de G 8!) die hij regelmatig naar Rome roept om met hen zijn beleid te bepalen.
  • Eén handboek prijst hij sterk aan: het Compendium van de sociale leer van de Kerk, in het derde hoofdstuk[2]. Het werd samengesteld door de pauselijke Raad Justitia et Pax, Gerechtigheid en Vrede. In zijn ogen geen evangelisatie zonder de sociale context grondig te kennen en ter harte te nemen.

Enkele hoofdkenmerken van zijn gedachtegang.

1.Naar buiten treden’! Allemaal! Excentrisch leven. “Louter administratie kan niet langer voldoende zijn. Laat ons alle streken van de wereld in een permanente staat van missie brengen” (Aparecida 2007)[3].

2.Belang van de voorbereiding, niet preken zonder studie. Onverantwoord[4! Niet naar buiten gaan zonder eerst innig geraakt te zijn door een persoonlijke ontmoeting met Christus, met het Woord en de Geest. Een raadgeving van een van zijn meesters: ‘Iedere preek moet een idee, een gevoel en een beeld bevatten’! (§156).

3.De Kerk is leerling-en-missionaris. Een nieuw begrip: in één woord. Leerling (vgl. Matteüs). Dynamisch: we blijven leerlingen, we hebben de kennis niet in pacht, de paus niet en de Kerk evenmin.  En missionaris, niet in de koloniale (of post-koloniale betekenis) maar puur in de Bijbelse zin van Mt 28, 19: ‘Maakt van alle volkeren leerlingen’!

4.Eén begrip keert wel acht keren terug: ‘immanentisme’. Houdt verband met een zich terugplooien op zichzelf, een Kerk die knusjes ook geestelijk zich vermeit in introspectie en zelfgenoegzaamheid. Elke subtiele vorm van narcisme is verderfelijk in het geestelijke leven. Tot in de begeleiding treedt die bekoring op, en daar moet men tegenin gaan, vindt paus Franciscus[5]. Een andere bekoring is die van wat hij noemt ‘een wereldse spiritualiteit’, op zoek naar macht, weelde, persoonlijk welzijn, waarbij de schijn hoog gehouden worden en alles uiterlijk correct lijkt. Deze houding is ‘onnoemlijk schadelijker dan om het even welke andere gewone morele wereldlijke gezindheid’ (met de woorden van P. de Lubac). Hier is ‘geen evangelische ijver meer maar de valse vreugde van een egocentrische genoegdoening’ (zie §93-96).

5.De dialoog is wezenlijk en heeft de vrede als einddoel. Sociaal, cultureel en interreligieus. Delicaat. Verkondigen en toch geen proselitisme beoefenen. Hoe moet het dan?  ‘Wee mij als ik niet verkondig’? ‘Maakt leerlingen van alle volkeren’! Een school openen. Op basis van gewetensvrijheid. Ons die vrijheid niet laten ontnemen, zo schrijft hij. Anders dan bij Paulus VI in Evangelii nuntiandi, die de dialoog met de andere godsdiensten helemaal buiten beschouwing liet. De tijden zijn geëvolueerd. Anders nog dan Benedictus XVI. Deus caritas est (geen woord over de thematiek van liefde, compassie en barmhartigheid bij de andere geloven). Met paus Franciscus is er hoop op een andere mentaliteit en een andere openheid. De ergerlijke erfenis van Vaticanum II in de ogen van de integristen, is juist die openheid naar andere godsdiensten.

  1. De aandacht voor de armen staat daarbij centraal en neemt een brede plaats in, in zijn tekst. Zijn referenties zijn teksten uit Latijns-Amerika en teksten samengebundeld door de Raad voor Gerechtigheid en Vrede. Hij benadrukt hoe de armen niet alleen het voorwerp zijn van de evangelisatie maar dat ze zelf het subject van die verkondiging zijn: zij brengen het goede nieuws aan het licht in hun manier van alles met allen te delen en vreugde uit te stralen, zelfs in extreme situaties van niets hebben.
  2. De stad! Dit is zijn milieu. Wel en wee. Mogelijkheden en moeilijkheden. Geboeid door de stad! Iets nieuws.

[2] ‘We beschikken over een aangepast instrument, het Compendium van de sociale leer van de Kerk, waarvan ik de studie en het gebruik sterk aanbeveel’ (§184). ‘Trouwens  de paus noch de Kerk hebben een monopolie in de interpretatie van de sociale realiteit…’ en hij citeert daarbij opnieuw de encycliek van Paulus VI, Octogesima adveniens.

[3 Het zou de moeite lonen het slotdocument van Aparecida 2007 in Brazilië te bestuderen om na te gaan hoeveel Paus Franciscus uit dat document hier overneemt. Hij werd bij die IVde grote ontmoeting van de CELAM (Raad van het Latijns-Amerikaan episcopaat) tot voorzitter verkozen, en vele accenten in het slotdocument komen overeen met zijn diepste overtuigingen wat de evangelisatie betreft. Een andere interessante bron is heel zeker de stevige en felle toespraak die Bergoglio op 9 maart 2013 gehouden heeft over de Kerk en haar noodzakelijke hervorming. Dit was tijdens het pre-conclaaf, na het aftreden van paus Benedictus XVI. Hij richtte zich tot zijn collega’s kardinalen, en was – buiten zijn verwachtingen om – zeer  waarschijnlijk doorslaggevend voor zijn uitverkiezing. Amper vier dagen later (13/02) haalde zijn naam de vereiste meerderheid…

[4] ‘Een predikant die zich niet voorbereidt, is niet “spiritueel”, hij gaat oneerlijk en onverantwoordelijk om met de gaven die hij ontvangen heeft’ (§ 145). ‘De lezingen van de zondag zullen in het hart van het volk blijven nazinderen, wanneer ze in eerste instantie in het hart van de herder weerklank hebben gevonden’ (§149). ‘Spreek kort en krachtig. Zeg veel met weinige woorden’ (Sir 32,8)! (§156).

[5] ‘De begeleiding is contraproductief wanneer ze een soort therapie wordt die deze beslotenheid van mensen binnen hun immanentie versterkt, en niet langer een pelgrimage met Christus is, de Vader tegemoet’. Immanent/isme/ie: een zich afsluiten, opsluiten, afzonderen, isoleren in immanentisme (zonder transcendentie, zonder levende relatie met de ander, als gelaat van de Andere). Zie §§ 87; 89-90; 94 (2x) 97; 154; 170.

III. Vier sleutels om de paus enigszins te situeren als denker en voorganger.

Verandering in stijl. Heel zeker en zeer bewust. ‘Ik zou u willen vragen u deze stijl eigen te maken in alle activiteiten die u onderneemt’ (§18). De stijl of de vorm bepalen onmiddellijk ook de inhoud!

‘Naar buiten’, in uscita! Avanti! De geur van de schapen! Niet bang zijn daarin fouten of misstappen te begaan, zijn handen vuil te maken!

1    De paus, Franciscus, is een jezuïet, een gewezen provinciaal, die heel jong in functie

trad, kort na zijn priesterwijding. De jongste provinciaal ooit in de geschiedenis van de orde (zo C. Rancé). Een geestelijke vader, bekommerd om mensen te begeleiden, hen te helpen om te komen tot geestelijk onderscheid, niet bij de pakken te blijven zitten, krachtdadig op te treden, met discipline en methode in een veld te staan. Dagelijkse meditatie, onder het Woord gaan staan, leven en wandelen in het licht van het evangelie, vanuit een persoonlijke ontmoeting met Christus.  Hij getuigt daar zelf over, door heel zijn levensstijl. Tot nu toe heeft hij zich nooit gedragen als een prins die op vakantie gaat in een of ander zomerkasteel, aan de rand van een of ander meer!

Laten we dit nooit vergeten dat hij een getrainde jezuïet is. In de Exhortatie zelf: over mensen die steeds te veel hebben[6. Of die zich knusjes op zichzelf terugplooien. In zijn slotverklaring op het einde van de synode over de familie: sprak hij niet van ‘gevaren’, maar van ‘bekoringen’. Die moeten we leren onderscheiden, inzien en er niet aan toegeven, overeind blijven (zie een zelfde soort analyse in hoofdstuk 2 van Evangelii Gaudium). Hij bestempelde ook het belang van als een rots in de branding te staan als paus, en sereen in het veld te blijven tijdens die laatste synode. Met humor wijdt hij uit: ‘Laat ons eventjes over de paus spreken!’ Mensen waren verbaasd en sommigen verontwaardigd dat er zoveel deining was ontstaan tegen het einde van de synode. ‘Wat was het plan van de paus? Had hij wel een plan? Alles liep uit op chaos’, zei de Amerikaanse kardinaal Burke, en hij durfde te concluderen: ‘Chaos was het plan!’ Maar de paus zei: ‘Ik zou pas echt verontrust moeten zijn als alles vlot en probleemloos verlopen was, zonder standpuntbepalingen, iedereen over alles eens, want dat zou het teken geweest zijn dat men niet echt gesproken had, niet vrij en niet vrijmoedig’. We hebben een paus die een doorwinterde geestelijke vader is, rots in de branding, meester in het geven van begeleiding. Laten we dat waarderen. Preek na preek, tekst op tekst!  (vergelijkbaar met die andere jezuïet, kardinaal Martini: zijn eerste teksten voor zijn groot bisdom in Milaan gingen over het belang van de contemplatie en van de lectio divina).

Hij hecht enorm veel belang aan het kunnen onderscheiden: let op de vier sleutels die hij zelf aanreikt in het vierde deel op het einde (onderaan p. 185): - tijd gaat boven ruimte  - eenheid gaat boven conflict  - de werkelijkheid is belangrijker dan de idee – het geheel gaat boven het deel. Zijn eerste reactie over de vervolging van de christenen in Noord-Irak! Niet alleen christenen!

2   Het tweede is: hij is geen Europeaan, ondanks zijn Italiaanse afkomst, uit de Piemonte. Hij spreekt het Italiaans van zijn grootmoeder Nonna Rosa, wat de Italianen bekoort en vaak verrast! Maar hij is een denker uit het Zuidelijke halfrond, die de grote bijeenkomsten van Puebla en Medellin en Aparecida voor Latijns-Amerika in het hart draagt. Die wereld is voor de meesten onder ons onbekend, en vaak moeilijk exact te begrijpen. ‘De theologie van de bevrijding’ is niet zo maar een oefening geweest voor enkele theologen aan een of andere universiteit. Het volk Gods dat onderweg is – een kerngedachte en grondmetafoor voor de Kerk in het Concilie – is voor hen een ervaring, over twee, drie generaties reeds. Is het voor ons een ervaring? De jonge Kerken van Afrika verstaan zo’n paus makkelijker dan een Noord-Amerikaan of zelfs een West-Europeaan, laat staan een Oost-Europeaan.  De Latijns-Amerikaans Kerk evolueerde van een veroverende Kerk naar een koloniserende om in de laatste eeuw te kiezen voor een Kerk die bevrijding brengt en een voorkeursoptie heeft voor de armen. Zo’n ontwikkeling ligt ver van wat de Kerken in het Noordelijke halfrond de laatste eeuwen hebben gekend.

We hebben één Belgische theoloog, in 2011 overleden, die we misschien moeten herlezen om deze paus beter te begrijpen: José Comblin, priester van dit bisdom hier[7]! Hij kondigde aan dat de Kerk ‘naar buiten’ moet gaan, hij wees op het belang van een nieuw franciscanisme in de kerkelijke opstelling, en zie daar komt een paus die de naam Francesco kiest! En die uitroept: ‘Naar buiten’ aub! ‘de deuren open’ (spalancate, ‘opengesperd’)!

Zo herneemt hij maar zelden de uitdrukking van zijn voorganger:  ‘nieuwe evangelisatie’, namelijk van het oude continent! (Benenedictus XVI). Er moet een totale evangelisatie komen, ‘in alle streken’.

‘De Kerk is Leerling en Missionair’. ‘Missionair’ heeft onder zijn pen weinig of niets gemeen  met de inhoud die wij in het Westen aan dat woord koppelen vanuit ons koloniaal verleden! Hij gebruikt het woord ‘missionair’ in de meest oorspronkelijke Bijbelse zin van het woord. Heel zijn denken is trouwens opvallend matteaans.

3   In de lijn van het voorgaande, mogen we nog stellen: hij is met zijn tijd meegegaan en is zodoende een bekeerling geworden: de armen hebben hem geraakt, en hij kent niet alleen die ‘voorkeursoptie voor de armen’, een grondgedachte van de grote conferenties van Puebla en Medellin, hij is overtuigd: de armen zijn de eerste evangelisten, de eerste dragers van het evangelie. Naar hen toe gaan om van hen het evangelie te horen! Een betekenisvolle inversie. (Cf. Jean Vanier, dichter bij ons maar met een analoge perceptie: ‘De gehandicapte is zelf de trooster van zijn helper; en de armste in een communiteit is vaak de meest profetische van allen’. Maar horen wij hem wel?).  Bergoglio heeft leren luisteren naar de armen, heeft het leven met hen gedeeld en niet slechts voor hen dingen gedaan[8]. Dat is voor Noord-Amerikanen een uiterst moeilijk te volgen visie. En niet slechts voor dat continent…

4    Een vierde kenmerk: deze paus is  onder de militaire dictatuur van Argentinië door zeer zware beproevingen heen gegaan, als provinciaal en als aartsbisschop. Maar hij kwam erdoor en het heeft hem vrij gemaakt. De grote paradoxen van het evangelie: winnen door te verliezen, de laatste zijn om de eerste te zijn, dienen om te regeren, ze vormen voor hem geen raadsels meer, geen impasses: hij staat reeds volop aan de overkant. En we zien iedere dag het resultaat: hij laat zich door niemand zo maar in een hoek duwen of bij de hand nemen om enigszins gemanipuleerd te worden: hij gaat vrijuit, iedere dag opnieuw. In Brazilië nam hij met de pausmobiel een andere straat dan aanvankelijk gepland was, dichter bij de favella’s en de armsten. Onlangs kreeg ik een fotoboek in handen van zijn bezoek in Assisi: in de grote basiliek wou hij geen geleid bezoek van het museum van Giotto over Franciscus uitgelegd krijgen. ‘Kunnen we niet naar het ziekenhuis gaan?’ was zijn vraag. Daar heeft hij de armsten, de gehandicapten, begroet, gezegend, omarmd. Onvergetelijke foto’s. Hij is vrij. Franciscus bij Franciscus, niet als het aanschouwen van een museumstuk maar als de levende Poverello bij de melaatsen van onze tijd.

Een jezuïet, een Latijns-Amerikaan, een bekeerling door de armen, een bevrijde binnen de smeltkroes van een dictatuur. Door elk van die vier kenmerken kan hij ons iets leren dat we aanvankelijk niet kennen, niet verstaan, niet spontaan kunnen opnemen en makkelijk verteren.

Zo kom ik bij mijn vierde en laatste punt:

[6] ‘Het probleem is niet altijd een teveel aan werk, maar eerder slecht beleefde activiteiten, zonder de juiste motivatie, zonder een spiritualiteit die de actie draagt en de moeite waard maakt’ (§ 82).

[7] Zie Joseph Comblinthéologien belgo-brésilien (1923-2011), prophète et ami des pauvres, (red. Philippe Dupriez), Lessius, Brussel 2014.

[8] Zie § 197 van EvangGaudium:  ‘De armen hebben een bijzondere plaats in het hart van God in die mate dat Hij zelf “arm is geworden” (2 Ko 8,9). Om die reden wens ik een arme kerk voor de armen. Ze hebben ons veel te leren. Bovenop hun deelname aan de sensus fidei, kennen ze de lijdende Christus door hun eigen lijden. Het is noodzakelijk dat wij ons allen door hen laten evangeliseren. De nieuwe evangelisatie is een uitnodiging om de verlossende kracht van hun bestaan te onderkennen en ze centraal te stellen op de weg van de Kerk. Wij zijn geroepen om in hen Christus te ontdekken, hun zaak te bepleiten, maar ook hun vrienden te zijn, hen te beluisteren, hen te begrijpen, en om de mysterievolle wijsheid te ontvangen die God ons door hen wil meedelen.  § 198. ‘Voor de Kerk is de optie voor de armen een theologische categorie, nog voor ze een culturele, sociologische, politieke of filosofische categorie is’. § 200: ‘De ergste discriminatie waaronder de armen lijden het gebrek aan geestelijke aandacht is’. § 58. “De paus ziet iedereen graag, rijk en arm, maar hij heeft de plicht in naam van Christus eraan te herinneren dat de rijken de armen moeten helpen, respecteren en aanmoedigen”.

IV. Enkele hoofdkenmerken:

  • Naar buiten gaan! Niet in de schaapstal blijven! En zeker niet als generaals in hun zetels blijven, ver van het slagveld!
  • Decentralisatie[9]. En dus de moed om op te komen voor een eigen cultuur, met eigen antwoorden op onze aparte problemen. Geen Italiaanse of Europeaanse oplossingen aan Indische problemen opleggen bvb. En omgekeerd.
  • Leren van anderen, ook buiten de Kerk. Niet alleen de paus heeft niet het antwoord op alle vragen maar de Kerk zelf evenmin. Blijvend in de leer gaan.
  • De Kerk is leerling-en-missionaris. En allemaal zijn we  tot die grondhoudingen geroepen. Leerling tegenover God, de Meester. Een God spreekt ook in de geschiedenis door mensen die niet tot onze kring behoren. (‘Zie! Ik sta aan de deur en ik klop!’ Om naar buiten te komen, zo leest Franciscus deze passage uit Apoc 3,20! Bewust averechts!). En ‘missionaris’ tegenover de wereld, de mensheid. In de twee fundamentele relaties, zo authentiek mogelijk staan. Zie Matteüs. Het omgekeerde: alles op voorhand weten en niet meer moeten leren. In zichzelf opgesloten blijven, auto-referentiaal, narcistisch. De anderen moeten maar naar ons toe komen!
  • De armen in het centrum plaatsen, de marginalen vanuit de marge in het midden brengen (zie Jezus’ gedrag, Mt 18, 1v.). Dat geeft een explosieve kracht aan elke communiteit!
  • Breken met een zelfgenoegzame kerk. Weg met de schijn, met een ‘wereldse spiritualiteit’. Hij is daarin bijzonder fel. ‘Generaals spelen van een verloren leger in plaats van als eenvoudige soldaat in het eskadron mee te strijden’.
  • Iedere dag openstaan voor een Christusontmoeting, iedere dag een moment van lectio divina, onder het Woord gaan staan, radicaal een leerling zijn.
  • Authentieke vreugde, doorbraak van een ander in mij meer mijzelf dan ik; en drager zijn van een goed nieuws als een parfum ten leven, onweerstaanbaar meegedeeld. Onmogelijk om het parfum weer in het flesje op te sluiten als de hals ervan opengebroken is. Met deze paus valt er te hopen, maar het volstaat niet hem te bewonderen of in koor  te applaudisseren[10]! Het komt erop aan even aanstekelijk in alle omstandigheden het goede nieuws te verspreiden, ‘een woord van vrede van mens tot mens’.

Kardinaal Martini (+2012) was ook een jezuïet zoals kardinaal Bergoglio en in 2005 eveneens een kandidaat paus (papabile). Geen van beiden werd verkozen. Enkele tijd later, terug in Jeruzalem, werd aan Carlo Maria Martini gevraagd wat hij dacht van zijn confrater uit Argentinië. Hij liet het bij deze vier luttele woorden: ‘Bergoglio è un santo!’ Voor sommigen, zo hoorde ik in Noord-Italië, is de keuze van de jezuïet Bergoglio tot paus een knipoogje van de overkant van de jezuïet Martini aan onze generatie.

[9] ‘Ik geloof niet dat men van het pauselijk Leergezag een definitief of volledig woord kan verwachten over alle kwesties die de Kerk en de wereld betreffen. Het past niet dat de Paus de lokale episcopaten vervangt in het onderscheiden van alle problemen die zich in hun gebied voordoen. In deze zin voel ik de noodzaak vooruit te gaan in een heilzame “decentralisatie”’ (§ 16).

[10] Met ironie formuleert hij zijn gedachten tegenover dergelijke valkuilen: hij wenst niet dat we ‘als passagiers van een laatste wagon, kijken naar het spektakel van de wereld met open mond en geprogrammeerd applaus, het vuurwerk van de wereld’. Of nog dat ‘de burgers worden omgevormd tot een folkloristisch museum van in zichzelf gekeerde kluizenaars, veroordeeld om steeds hetzelfde te herhalen, onbekwaam om zich te laten bevragen door het andere, en om de schoonheid te waarderen die God buiten hun grenzen tentoonspreidt’ (§ 234).

De tekst van de paus is in Nederlandse vertaling te vinden op: http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=4984

Zelf een reactie schrijven?

Volg Thomas op

Download de Thomas-app