Kamishibai

Geroepen om te vertellen.

Woord vooraf

Eerst en vooral wil ik alle personen bedanken die mee gezorgd hebben dat dit eindwerk tot stand is gekomen.

In het bijzonder wil ik mijn ouders bedanken voor morele steun tijdens mijn studies.
Ook wil ik graag mijn promotor, mevrouw De Decker, bedanken voor de sterke begeleiding, alle suggesties en de positieve bevestiging tussendoor.
Daarnaast verdient mevrouw Inge Van Royen een pluim voor het geven van tips in verband met het uitwerken van het creatieve gedeelte.
Tot slot wil ik de directrice van de Gemeentelijke Basisschool Iddergem, mevrouw Linda Praet en mijnheer Robrecht Verlinden, leerkracht godsdienst in het vierde leerjaar, bedanken voor de toestemming om het praktische gedeelte te mogen uittesten. Dank ook aan alle leerkrachten en docenten die tijdens mijn driejarige opleiding hun kennis hebben willen doorgeven.

Ik hou ervan om bestaande materialen een creatieve toets te geven en ze te integreren in andere vakgebieden dan waar ze oorspronkelijk voor bestemd zijn. Wat betreft mijn eindwerk heb ik dit gerealiseerd voor het verhaal van Mozes aan de hand van een Japanse vertelkast, de kamishibai. Ik heb voor dit onderwerp gekozen vanwege mijn interesse in beeldende en visuele materialen. Ik ga zelf ook enorm graag als artiest aan de slag. Dit eindwerk is de ultieme kans om mijn artistieke vaardigheden verder te ontplooien.

Tot slot ben ik erg benieuwd naar het effect bij gebruik van de kamishibai in de klaspraktijk, en in het bijzonder in de godsdienstles.

Inleiding

‘Kamishibai’. Er is geen mens die dit woord voor de eerste keer hoort en meteen een degelijk idee heeft van wie of wat het precies is.
Toch zijn kinderen laaiend enthousiast wanneer ze een kamishibaivoorstelling voorgeschoteld krijgen. Ikzelf was minstens even geboeid toen ik de eerste keer een kamishibaivoorstelling zag, al was het woord ‘kamishibai’ op dat moment nog Chinees of liever, Japans voor mij.
 
Enerzijds is het een uitdaging om zelf eens met zo’n Japanse vertelkast aan de slag te gaan. Daarnaast is het een nuttig onderzoek en een leerrijke ervaring om een totaal andere aanpak uit te proberen tijdens de godsdienstles.
                                                                                                      
Naast de vertelkast is er nog een belangrijk component in dit werkstuk : de godsdienstlessen. Een godsdienstig verhaal biedt de leerlingen oneindig veel kansen. Het verhaal kan ervoor zorgen dat we stil staan bij levensvragen van de Bijbelfiguren. "Voor sommige leerlingen kan het een verhaal zijn om op verhaal te komen." (Verhelst, M.)
 
De rol van het vertellen is bij geen enkel boek ooit zo belangrijk geweest als bij de Bijbel. Het vertellen kan aan de hand van een kamishibai op een vernieuwende manier geïntegreerd worden in de godsdienstlessen.
 
In dit eindwerk werd ervoor geopteerd om het verhaal van Mozes in beeld te brengen. Het verhaal spreekt kinderen aan omdat Mozes omwille van zijn menselijkheid een identificatiefiguur voor hen kan zijn. Het Mozesverhaal biedt de leerlingen de ruimte om na te denken over de ervaringen en levensbeschouwelijke vragen die het Hebreeuwse volk zich stelt. De platenset die bij het Mozesverhaal hoort, biedt een goede visuele ondersteuning.
 

In de godsdienstdidactiek worden er drie stappen in acht genomen : verkennen, verdiepen en verankeren. Naast het laten kennismaken met het verhaal, is het belangrijk om ook verdiepend te werken zodat de leerlingen de rijke symboliek in het verhaal ontdekken. Wanneer de leerlingen het verhaal integreren in hun persoonlijk levensverhaal krijgt dit voor hen pas echt betekenis. Ik heb in mijn lesvoorbereidingen aandacht voor deze drie stappen.  

1. Met de kamishibai aan de slag

1.1 De kamishibai, een lange geschiedenis

De kamishibai is een vertelkastje dat het voorlezen een volledig nieuwe dimensie bezorgt. Dit vertelkastje is gebaseerd op de traditionele Japanse vorm van verhalen vertellen. Aangezien ‘Kami’ Japans is voor 'papier' en ‘shibai’ voor 'drama', betekent ‘kamishibai’ letterlijk ‘papieren drama’.
 
Een kamishibai is een houten kast waar vertelplaten worden in geschoven [1]. Telkens wanneer het verhaal een nieuwe wending neemt, wordt de voorste prent naar achter geschoven en komt de volgende tevoorschijn. Op die manier kan het publiek het verhaal goed volgen.
 
Op de achterkant van de vertelplaten staat de tekst gedrukt. Zo kan de verteller, die achter het kastje staat, de tekst die hij voorleest goed zien. Voor het publiek blijft de tekst verborgen.
 
De verhalen bestaan uit zes tot twintig platen en zijn meestal in kleur gedrukt. De prenten passen achter elkaar in het houten kader. Vanaf de zijkant kan je de prenten in en uit de vertelkast schuiven.
 
De eerste plaat is de titelprent. Op de achterzijde van deze plaat staat de tekst van de tweede plaat. Zodra de kinderen de eerste plaat gezien hebben, haalt de verteller deze eruit en zet ze achteraan zodat de tekst van de tweede plaat voor de verteller zichtbaar wordt. Op die manier ziet de verteller de tekst die bij de plaat hoort die het publiek op dat moment ziet.
Deze speciale manier van vertellen en voorlezen werd tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw erg populair. In Tokio kon je op een gegeven moment zelfs kiezen uit meer dan 3000  kamishibai-vertellers.
 
De vertellers reden met hun fiets door de straten. De fiets had een bagagerek waarop een doos met snoep bevestigd was. Deze snoep verkochten de vertellers aan de kinderen. Bovenop de doos snoep bevond zich een klein theater. Pas wanneer alle snoep verkocht was, nam de verteller zijn theater tevoorschijn.
Wanneer de verteller met zijn voorstelling begon, maakte hij heel wat lawaai. Dat gebeurde vaak door het klapperen met de deurtjes van de vertelkast. De kinderen verzamelden rond de kamishibai om het verhaal perfect te kunnen volgen. Kamishibaivoorstelling[2]
Ook in die tijd kon men al spreken van cliffhangers. De verteller stopte het optreden vaak op een bijzonder of spannend moment en klapperde weer met de deuren van het houten frame. Hij kondigde aan dat hij de volgende dag terug zou komen om het verhaal verder te vertellen. Zo kon hij erop rekenen dat zijn klanten de volgende dag terug zouden komen.
 
De vertellers hadden het niet altijd even makkelijk. Er werd op hen neergekeken door het  Japanse volk. Vooral de opvoeders hadden een probleem met de voorleesmomenten van de kamishibaivertellers. Zij vonden dat de verhalen van slechte smaak getuigden. Daarnaast werd de snoep die de vertellers verkochten als onhygiënisch bevonden.
Opvoeders probeerden om de kamishibai te verbieden, maar die poging mislukte. De kinderen beleefden zo'n luisterplezier, dat het doen verdwijnen van dit vertelkastje veel kinderen zou hebben teleurgesteld.
 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog keken de kinderen nog meer uit naar de vertelmomenten. Aangezien zij maar weinig mogelijkheden hadden wanneer het op vrijetijdsbesteding aankwam, besloten de opvoeders om de kamishibai een nieuwe touch te geven. Ze lieten verhalen aan bod komen die zijzelf kindvriendelijker vonden.
 
In 1953 zorgt de komst van de televisie in Japan voor de verdwijning van rondtrekkende kamishibai-vertellers uit het vertrouwde straatbeeld.
 
[3]Gelukkig kwam er interesse vanuit een andere hoek. Tegen het einde van de jaren ’50 kreeg het onderwijs belangstelling voor de kamishibai. In heel wat Japanse scholen werd het gebruik van de kamishibai geïntroduceerd.[4]
Sinds de jaren negentig is de populariteit van de kamishibai de hoogte in gegaan. Zowel Japanse schrijvers als illustratoren volgden deze trend en maakten speciaal voor kamishibai vele nieuwe verhalen.
 
 
In Japan startte men met de oprichting van de zogenaamde ‘kamishibai-clubs’. De leden van deze clubs bedachten zelf verhalen. Deze brachten zij naar de buitenwereld in hun voorstellingen die bedoeld waren voor zowel kinderen als volwassenen.
In België werd het vertelkastje pas eind de jaren negentig ontdekt. De kamishibai wordt met succes ingezet bij taalontwikkeling, creativiteitstrainingen en het ontwikkelen van vertelvermogen.
 
Het vertelkastje maakt intussen vast onderdeel uit van de leesbevorderingsprojecten als 'Boekenpret', 'De Rode Draad' en van het materiaal voor de Nationale Voorleesdagen vanwege zijn aanzet tot leesplezier, hoge visuele waarde en de sterke interactie tussen verteller en publiek.
 
Intussen hebben heel wat scholen in België zich een kamishibai aangeschaft. De inburgering van de kamishibai verloopt geleidelijk aan in stijgende lijn. Dat komt omdat uitgeverijen hierop inspelen via hun aanbod van  kamishibaiplaten.

[1] WANROOIJ, K., Kamishibai de magie van het vertelkastje, Biblion, 2006.
[2] WANROOIJ, K., Kamishibai de magie van het vertelkastje, Biblion, 2006, p.12
[3] WANROOIJ, K., Kamishibai de magie van het vertelkastje, Biblion, 2006,  p.16
[4] WANROOIJ, K., Kamishibai de magie van het vertelkastje, Biblion, 2006, p.34

1.2 Met de kamishibai in de klas

1.2.1 Een aantal redenen om de kamishibai te gebruiken in de klas

 De kamishibai spreekt tot de verbeelding. Sommigen spreken zelfs over het magische karakter van de kamishibai. Bij de start van de voorstelling opent de leerkracht de deurtjes van de vertelkast en schuift hij de gordijnen opzij.

De nieuwsgierigheid van de kinderen wordt geprikkeld. Daardoor onthouden kinderen het verhaal nog beter. We kunnen dus stellen dat het gebruik van de kamishibai de concentratie van kinderen bevordert.
 
Ten tweede ontstaat door het vertellen aan de hand van de kamishibai een wij-gevoel. De verteller en het publiek zijn erg op elkaar betrokken, net zoals het publiek onderling. De kinderen worden gestimuleerd om aandacht te hebben voor elkaar. Ze denken samen na over het verhaal en eventuele oplossingen voor problemen die zich stellen. Er wordt m.a.w. ook gewerkt aan samenwerkingsvaardigheden, wat op zich een pluspunt is. Om het ‘wij-gevoel’ te optimaliseren, is het noodzakelijk dat de verteller voortdurend met zijn publiek in interactie gaat.
 
Aan de hand van de kamishibai kan de leerkracht de mondelinge taalvaardigheid en het improvisatievermogen van de kinderen op een speelse en creatieve manier bevorderen. De leerkracht kan de kinderen vragen om  het vertelde verhaal opnieuw te vertellen. Op die manier zorgt hij ervoor dat het verhaal beter wordt gememoriseerd bij de leerlingen. Wanneer een kind zelf iets verwoordt, onthoudt het de inhoud logischerwijze beter dan wanneer hij of zij dit hoort vertellen door iemand anders. 
 
De leerkracht kan kinderen laten raden wat er zal volgen op het vertelde fragment of hen zelf laten vertellen bij de prenten tijdens het verhaal. Op die manier worden fantasie en creativiteit gestimuleerd. Dit is overigens perfect te koppelen aan een creatieve schrijf- of spreekopdracht.
Verder kunnen de leerlingen een vervolgverhaal verzinnen op het verhaal dat de leerkracht heeft verteld. De kinderen kunnen ook uitgedaagd worden om zelf een verhaal met prentenset te maken. Op die manier ontwikkelen zij hun mondelinge taalvaardigheid op een speelse manier. De leerlingen kunnen in de rol van een kunstenaar kruipen door hen zelf de prenten te laten maken. In een latere fase mogen zij het verhaal over hun eigen werk  vertellen. Kortom, een kamishibai is een perfect didactisch middel om talige doelen te bereiken.
De gebruiksvriendelijkheid van de kamishibai is een reden te meer om er mee aan de slag te gaan in de klas. Het houten frame is handig op te plooien en makkelijk draagbaar. Je kan als juf of meester aan de slag met een gekochte of zelfgemaakte prentenset. [5]

[5] Ik opteer ervoor om de werking van de vertelkast in de tweede persoon uit te leggen omdat dit als handreiking voor leerkrachten is bedoeld en op die manier vertrouwelijker overkomt. 

1.2.2 Werking van de kamishibai

Om een goede kamishibaivoorstelling te geven, heb je in de eerste plaats een vertelkastje nodig. Vervolgens kies je een goed verhaal uit. De prenten van dit verhaal worden in het vertelkastje geplaatst. Daarnaast moet iemand het verhaal nog bij het publiek brengen, dit is de verteller. De verteller kan aan de hand van de prentenset het publiek meenemen in de wereld van een wondermooi verhaal. 

1.2.2.1 Het vertelkastje
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image007(6).jpg

 Het spreekt voor zich dat je een vertelkastje nodig hebt, wil je een boeiende kamishibaivoorstelling brengen. Het kastje zorgt ervoor dat de leerkracht de prenten niet zelf hoeft vast te houden, zodat hij zich nog meer kan concentreren op het leggen van expressieve klemtonen, het ondersteunen van bewegingen en het tot leven laten komen van de prenten.

 
Bij het begin van een voorstelling worden de deurtjes open gezet. Vervolgens worden de gordijnen opzij geschoven. Dan wordt de eerste plaat zichtbaar voor het publiek. Het spreekt voor zich dat je de prenten in de juiste volgorde in de kamishibai stopt alvorens je de deuren opent.
 
Terwijl de leerlingen de eerste prent kunnen bekijken, vertelt de leerkracht de tekst die op de achterzijde van de laatste prent staat. Wanneer dit gebeurd is, schuift de leerkracht de voorste plaat naar achteren. Op die manier verschijnt de tekst van de volgende prent op de achterzijde en zien de leerlingen de volgende prent. Zo ga je door met het hele verhaal.
 

De laatste tekening wordt niet meer naar achteren geschoven, want dan zou je terug bij de titelplaat uitkomen. Na het vertellen bij de laatste prent, sluit je dus best gewoon de deuren van het vertelkastje.

1.2.2.2 Het verhaal
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image008(5).jpg

[1] MATSUI, N., Kok is boos, z.p., z.n., z.j.

 Wanneer je een verhaal voor de kamishibai kiest of maakt, denk je best eerst na over de inhoud. Zoals eerder vermeld werd, is het wij-gevoel onmisbaar bij een kamishibaiverhaal. Daarom zorg je best voor een verhaal met als thema 'liefde', 'samenwerking' of 'vrede'.

Je stelt jezelf best ook de vraag of je een verhalend of interactief verhaal wil brengen. De voorkeur gaat meestal uit naar een interactief verhaal. Hier wordt het publiek meegezogen in het verhaal omdat zij constant betrokken zijn. Er is dan sprake van een eenvoudige dialoog tussen de verteller en het publiek. De verteller zorgt ervoor dat hij steeds kan anticiperen op wat het publiek zegt en dat er niet teveel wordt afgeweken van de rode draad doorheen het verhaal.

Naast die inhoud reflecteer je ook kort even over het aantal platen. Het spreekt voor zich dat jongere kinderen minder lang geconcentreerd kunnen zijn. Daarom kies je voor kleuters best voor een verhaal met 12 platen. Gedurende deze tijd kunnen zij de aandacht gerust nog vasthouden. Voor peuters is 8 platen een goede indicatie. Hier kan je ook al op een leuke manier een korte verhaallijn mee uitwerken. Voor oudere kinderen kies je voor 16 platen.
Deze aantallen zijn natuurlijk slechts een richtlijn. Naast de mogelijkheden van de leeftijd van je publiek spelen ook de voorwaarden en noden van je les een rol in het gekozen aantal.
 
Het is belangrijk om te streven naar een mooie samenloop van prenten en tekst. Deze moeten naadloos op elkaar aansluiten, en dit zowel op vlak van inhoud als qua stijl. Zelfs de manier waarop je de wegtrekbewegingen maakt, moeten perfect bij het plaatje passen.
 
Deze bewegingen kan je op verschillende manieren aanpakken, als je prenten daarvoor geschikt zijn.
Een eerste aspect dat een invloed kan hebben op de emotie die de prent uitdrukt, is de snelheid. Wanneer er op een volgende prent een plotselinge actie volgt, kan je de prent pijlsnel wegtrekken. Wil je de spanning erin houden naar de volgende prent toe, dan kan je de prent erg langzaam verschuiven of deze maar gedeeltelijk wegtrekken.
 
Ondanks het feit dat de meeste prenten recht worden weggetrokken, biedt de kamishibai ook nog andere mogelijkheden. Het houten frame is net groot genoeg om je prenten met een golf[6]- of zigzagbeweging weg te trekken. Ook je prenten laten ronddraaien is een optie.

Toch gebruiken goede vertellers deze speciale bewegingen enkel wanneer ze het verhaal optimale ondersteuning bieden.

1.2.2.3 De verteller

Als je een kamishibaiverhaal wil vertellen, bereid je je best goed voor op het verhaal. Nadenken over intonatie, mimiek, gebaren, timing en interactie met het publiek zijn van essentieel belang.

 
Wanneer je de rol als verteller echt serieus neemt, zorg je er ook voor dat je sobere kledij draagt. Felle kleuren en drukke patronen zijn uit den boze. Zij leiden de aandacht van de kijker-luisteraar af.
 
Wil je het voorlezen een extra dimensie bezorgen? Dat kan door het gebruik van enkele erg eenvoudige voorwerpen zoals gordijnen, een handbel, ...
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image009(1).jpg

Je kan het verteltheater een theatrale toets geven door er gordijntjes aan te bevestigen. Erg passend hiervoor is een rode fluwelen stof die je ronde plooien geeft in de verticale lijn. Deze bevestig je met secondelijm of een lijmpistool. Een goudgeel koordje in het midden maakt het geheel helemaal af. 

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image010(3).jpg

 Z.n, Kerstman kerstbel, Alkmaar, Eventury productions, 2008-2011, http://www.voor5december.nl/pictures/products/kerstman_handbel.jpg

Het zachte geklingel van een belletje, kan een duidelijke afbakening zijn van het vertelmoment. Je rinkelt met een handbel om aan te kondigen dat de deuren van de vertelkast open gaan en het verhaal van start zal gaan. Je kan een tweede keer rinkelen om aan te duiden dat het verhaal beëindigd is. Vervolgens plooi je de deurtjes dicht.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image011(3).jpg

DIELEMAN, E., Jip en Janneke muziekdoosje, z.p., z.n., 2011, http://www.fejodi.com/evi/?onderwerp=verlanglijstje

Bij jongere kinderen kan je ook een muziekdoosje gebruiken ter vervanging van de handbel.

Ook de afwerking kan voor een ander gevoel zorgen bij de ervaring van een vertelmoment met de kamishibai.
Oorspronkelijk werden de verteltheaters geschilderd. Als je dit zelf ook wil doen, zorg dan dat de beschildering passend is voor alle vertelplaten die je in je kamishibai wil plaatsen. Deze moet m.a.w. ook in heel andere thema’s bruikbaar zijn.
Kies eerst en vooral dus voor een neutrale print. Daarnaast selecteer je best een kleur die de aandacht niet wegneemt van de prenten maar je kamishibai toch een levendige toets geeft.

1.3 Met de kamishibai in de godsdienstles

1.3.1 Bijbelverhalen

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image013.jpg

"De Bijbel is een bibliotheek op zichzelf en bevat een bonte verzameling boeken, 66 in totaal, ontstaan in een periode van duizend jaar. [...] De teksten hebben een lange ontwikkeling doorgemaakt en zijn het resultaat van een eeuwenoud groeiproces."[10](Ter Linden, N., p.2, 2003)

 
Nico ter Linden is een protestantse predikant en auteur. Hij volgde een opleiding theologie in Utrecht, Nijmegen en de Verenigde Staten.
 
Nico ter Linden beschrijft de Bijbel als een eeuwenoud groeiproces. Mensen uit vele streken en tijden hebben hier een stuk van zichzelf in gelegd. Via generatie- en streekoverschrijdend teamwork en het verder bouwen op ervaringen van anderen werd een mooi resultaat bereikt, de Bijbel. Nico Ter Linden[11]
 
Aangezien de Bijbel een continu groeiproces is, kunnen ook wij nog steeds onszelf erin terugvinden wanneer we de verhalen actualiseren en de Bijbel op een hedendaagse manier interpreteren.               

[10] TERLINDEN, N., (2003). Het verhaal gaat..., Amsterdam: Balans.
[11] Z.n., (2010). Dominee Nico Ter Linden, z.p., Bijbels Museum, van http://www.bijbelsmuseum.nl/afb/_300/portret%20Nico%20ter%20Linden.jpg
1.3.1.1 Verhalen
De Bijbel bevat massa's verhalen. Geen verhalen zomaar uit de lucht gegrepen, maar verhalen met een blijde boodschap. Dat we deze blijde boodschap op een figuurlijke manier moeten lezen, vinden we mooi verwoord terug in een cursusonderdeel 'De Bijbel, een bron om van te leven...', geschreven door Katrien De Decker, docente godsdienst aan de hogeschool KaHo Sint-Lieven.
 
"De verhalen die je in de Bijbel vindt, werden door mensen geschreven voor mensen. Mensen lezen en interpreteren de verhalen. Elke tekst, elk woord moet geïnterpreteerd worden om verstaan te kunnen worden.
 
Als mensen over hun gevoelens en ervaringen willen schrijven, spreken of zingen, gebruiken ze beelden. Mensen gebruiken beeldtaal of de tweede taal, wanneer ze het gevoel hebben dat woorden tekort schieten.


Ook de Bijbel gaat over de ervaringen en gevoelens van mensen. Mensen vertellen in de Bijbel hoe ze God op het spoor zijn gekomen in hun leven en hoe God zijn droom met de mensen realiseert. De mensen die de Bijbelteksten schreven, hebben gebruik gemaakt van beelden om hun gevoelens en ervaringen te verwoorden. Er wordt hier gesproken over beeldtaal of de tweede taal. Gewoon lezen wat er staat, is dus niet mogelijk. Elk menselijk woord dient hier geïnterpreteerd en begrepen te worden. Dit wil zeggen dat we de Bijbel niet letterlijk, maar figuurlijk moeten lezen. Indien teksten die in de tweede taal of de beeldtaal geschreven zijn, gelezen worden in de eerste taal dan ontstaan er misverstanden. Als je bijvoorbeeld zegt aan je geliefde: “Ik zie jou zo graag dat ik jou zou willen opeten.” Dan zal jouw geliefde dit hoogstwaarschijnlijk figuurlijk interpreteren.
Als dit letterlijk geïnterpreteerd wordt, ontstaan er misverstanden. Je geliefde kan denken dat je je schuldig zal maken aan kannibalisme.[12]
De Bijbel is met andere woorden geschreven in de tweede taal of de beeldtaal. De Bijbel mag in geen geval in de eerste taal of de wetenschappelijke taal gelezen worden. De Bijbel is namelijk geen historische verslag. De Bijbel kan niet gelezen worden zoals een geschiedkundig boek. Een geschiedenisboek is in de eerste taal geschreven en vergt een letterlijke interpretatie, wat zeker niet het geval is bij Bijbelteksten." [13]
 
Het verhaal van Mozes toont mensen dat de decaloog (de tien geboden) de weg naar verantwoordelijkheid en vrijheid kan betekenen voor wie er echt in gelooft.

[12]  DE DECKER, K., (2006). De Bijbel, een bron van om van te leven.

[13]  DE DECKER, K., (2006). De Bijbel, een bron van om van te leven. 

1.3.1.2 Vertellen
De rol van vertellen is bij geen enkel boek ooit zo belangrijk geweest als bij de Bijbel. De Bijbel heeft een lange mondelinge traditie alvorens de boeken neergeschreven en gebundeld werden.  Mensen vertelden elkaar verhalen over de verbondsrelatie tussen God en de mens. Dit verbond kunnen we het best omschrijven als ‘Liefde’. God houdt van alle mensen en belooft hen om er altijd voor hen te zijn. De gelovige mens belooft om zijn medemens te behandelen als ware het zijn eigen broer of zus.
 

Vandaag de dag wordt deze traditie nog in stand gehouden. Leerkrachten godsdienst, priesters, en zoveel andere mensen vertellen elkaar nog steeds deze wondermooie verhalen. Mensen kunnen hoop en troost putten uit de verhalen.  

1.3.1.3 Contextualisering

"Het verhaalkarakter van de Bijbel ontgaat velen. Onbekendheid met de symbolenwereld van Oude en Nieuwe Testament maakt het boek dat onze cultuur zo diepgaand heeft beïnvloed tot een steeds ontoegankelijker document." (Ter Linden, N., p.2, 2003)

 
Deze theoloog vertelt de Bijbel op een hedendaagse manier. In de boeken 'Het verhaal gaat...' maakt hij ons bewust van het feit dat de Bijbel steeds ontoegankelijker wordt.
 
Nochtans kunnen wij vandaag onszelf nog steeds vinden in dezelfde blijde boodschap van toen. Velen maken de fout de verhalen uit de Bijbel letterlijk in zich op te nemen. Wanneer we het verhaal echter in zijn context plaatsen en ons toeleggen op de symbolen die tevoorschijn komen in deze verhalen, herkent elkeen zich wel ergens in de Bijbel.
 
Toch moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen wat ‘waar’ en wat ‘echt gebeurd’ is. Deze twee begrippen kunnen niet gelijk gesteld worden aan elkaar. Het is niet omdat iets niet echt gebeurd is, dat er geen waarheid in zit. Het begrip ‘waarheid’ is véél breder dan ‘juistheid’ alleen. We zullen dit trachten te verduidelijken aan de hand van enkele voorbeelden.
 
Om het verschil tussen juistheid en waarheid uit te leggen, citeren we uit het cursusonderdeel 'De Bijbel, een bron om van te leven...', geschreven door Katrien De Decker. Hier wordt het onderscheid tussen juistheid en waarheid uitgelegd aan de hand van enkele concrete voorbeelden.
 
"Stel je voor dat een dichter, een wetenschapper en een schilder naar een zonsondergang zouden gaan kijken. De dichter schrijft mooie poëtische zinnen neer over dit gebeuren. De wetenschapper geeft een juiste, wetenschappelijke verklaring en de schilder zet wat hij ervaart op doek. Deze drie mensen vertellen vanuit hun perspectief iets over de waarheid. Het is dus niet enkel het wetenschappelijke (= het juiste) dat waar is. Het begrip “waarheid” is véél breder dan “juistheid”. Ook de dichter en de schilder vertellen een stukje van de waarheid.
Stel je voor dat je het boek van “Als de olifanten vechten” van Dirk Bracke gelezen hebt. Dit boek handelt over het leven van kindsoldaten in Oeganda. Het boek vertelt het verhaal van Isaac en Richard. Dit zijn fictieve personages en het is dus niet juist (= niet wetenschappelijk correct). Maar in dit boek zit er veel waarheid over het leven van kindsoldaten. Dirk Bracke heeft zich verdiept in de verhalen van de kindsoldaten en kreeg hulp van de journaliste Els De Temmerman om een realistisch beeld te schetsen. Ook al zijn de personages in het boek fictief, het is wel waar. Voor vele kindsoldaten is het verhaal dat beschreven wordt, dagelijkse realiteit.
Stel dat je in een gedicht aan je geliefde schrijft dat hij of zij de mooiste ter wereld is. Letterlijk gezien zal dit niet juist zijn. Er loopt hier op de aardbol iemand rond die puur objectief gezien mooier zal zijn dan jouw geliefde.
Wil dit dan zeggen dat wat jij in jouw gedicht schrijft niet waar is? Neen, hoewel het niet letterlijk juist is, is het wél waar. Als jij zo verliefd bent en je vindt je liefste de mooiste ter wereld, dan is het waar. Het is jouw waarheid. Iemand anders zal de werkelijkheid anders ervaren en zijn of haar geliefde de mooiste vinden.
Zo is het ook met de Bijbel. Het is niet omdat de verhalen in de Bijbel niet echt gebeurd zijn, dat er geen waarheid in schuilt. Een Bijbelverhaal lezen en interpreteren vraagt tijd. Het zal niet onmiddellijk lukken. Een gedicht moet je ook soms ook drie keer lezen alvorens je het verstaat. Misschien valt er je nog iets anders op als je het de vierde keer leest. Het kan ook zijn dat je het gedicht in je opneemt en laat bezinken. En plots, terwijl je met iets heel anders bezig bent, begrijp je waar het over gaat.
Zo gaat het ook met de Bijbel. Het vraagt geduld. Bovendien betekent ‘de Bijbel lezen’ : ‘de Bijbel laten spreken’. Dit wil zeggen dat je jezelf afvraagt of die oude Bijbeltekst ook voor jou vandaag nog iets kan betekenen.
De mensen die de Bijbelse verhalen geschreven hebben, leefden in een heel andere tijd en context dan wij. Ze gebruikten ook andere beelden dan wij.
Daarom is het soms zo moeilijk om te begrijpen waar het over gaat. We hebben nood aan een gids die de beelden kan uitleggen en toelichten."[14]

[14] DE DECKER, K. (2006). De bijbel, een bron om van te leven.

1.4 In de klas

Bijbelverhalen voorlezen of vertellen, het maakt niet echt uit. Het belangrijkste is dat kinderen de kans krijgen om zichzelf in deze verhalen te herkennen. Een perfect middel daartoe is de kamishibai. Het is dus belangrijk om te onthouden dat de kamishibai hier niet als doel op zich, maar als middel wordt gebruikt om het Bijbelverhaal bij de kinderen te brengen. De kamishibai maakt de kinderen nieuwsgierig. Het kan ervoor zorgen dat de kinderen op een geboeide manier luisteren naar het Bijbelverhaal.

Door de Bijbelverhalen ontdekken gelovige mensen dat de Liefde van God voor de mensen altijd en overal aanwezig is. Het vertrouwen dat God er altijd voor hen zal zijn, zorgt voor een innerlijke rust die levenskracht opwekt. Ook de blijde boodschap is "Vrede op aarde, aan allen die Hij liefheeft" (Lucas, Bijbel, Het Nieuwe Testament; 2:1-21, z.j.), klinkt bij velen bekend in oren. 

1.4.1 Activiteiten in de klas

We bekijken enkele mogelijkheden die voor een meerwaarde kunnen zorgen bij het gebruik van Bijbelverhalen in de klas in combinatie met de Japanse vertelkast.
 
  • De leerlingen kunnen een vervolgverhaal maken op het verhaal of een deel ervan dat door de leerkracht werd verteld. Bij Bijbelverhalen is het essentieel dat ook het echte vervolg nadien aan bod komt;
     
  • Bij de overgang naar het volgende verhaal is het steeds handig dat je de kinderen laat bedenken of verwoorden wat er aan het komende fragment vooraf ging;
     
  • Wat in de lessen godsdienst een leerrijke toepassing kan zijn, is het laten naspelen van het verhaal. Bied de kinderen enige voorbereidingstijd aan en laat hen het verhaal scène per scène naspelen. Zorg ervoor dat alle kinderen betrokken zijn door hen elk een scène te laten vertolken;
  • De leerkracht kan ook vertrekken vanuit een beeld. Hierbij is het aangeraden om enkele richtvragen te stellen en van daaruit het verhaal te construeren. Deze werkvorm wordt beeldmeditatie genoemd.  

2 MOZES

2.1 Mozes gesitueerd in het leerplan

In het Mozesverhaal komen verschillende thematieken naar voor. Enkele voorbeelden hiervan zijn water, verbondenheid in verdriet, gewetensvol handelen en vuur.

Het leerplan schrijft voor dat het Mozesverhaal aan bod komt in de tweede graad van de lagere school.
 
In de eerste graad is er nog geen specifieke aandacht voor het Mozesverhaal, maar kan het begin van dit verhaal gebracht worden binnen het thema ‘water’ (5.2.1.9.).
 
“Kinderen ontdekken de betekenis van water in Bijbelverhalen. Dit houdt in dat ze in verhalen als Mozes in het mandje ontdekken dat mensen de bedreiging van water overleven.” [15]
 
In de tweede graad werkt met vooral in het tweede jaar met het Mozesverhaal binnen de  thema’s ‘verbondenheid in verdriet’ (5.2.2.2.) en ‘gewetensvol handelen’ (5.2.2.7.).
 
“Kinderen ontdekken in Bijbelverhalen hoe mensen bij God de kracht vinden om hun verdriet te dragen en te verwerken.
Dit houdt in dat ze herkennen hoe God bewogen wordt door het verdriet van Zijn volk.“
 
“Kinderen ontdekken in de Bijbel wegwijzers om gewetensvol te handelen.
Dit houdt in dat ze de tien geboden lezen als wegwijzers voor een zinvol leven.” [16]
 
Ook in de derde graad kan er nog met het Mozesverhaal worden gewerkt of er worden naar verwezen wanneer je dit situeert binnen het thema ‘vuur’. Je kan Mozes perfect linken aan mensen die vuur in zich dragen, zich geroepen voelen, een roeping hebben. Enkele hedendaagse voorbeelden hiervan zijn Moeder Theresa, Els de Temmerman, Martin Luther King, Mahatma Ghandi en zuster Jeanne Devos.
 
“Kinderen ontdekken de symboliek van vuur in de Bijbel
Dit houdt in dat ze in het verhaal van het brandend braambos lezen hoe God aanwezig is.” [17]

 


[15] Z.n., (2000) Leerplan rooms-katholieke godsdienst VOOR HET LAGER ONDERWIJS IN VLAANDEREN,
[16] Z.n., (2000) Leerplan rooms-katholieke godsdienst VOOR HET LAGER ONDERWIJS IN VLAANDEREN, Licap.
[17] Z.n., (2000) Leerplan rooms-katholieke godsdienst VOOR HET LAGER ONDERWIJS IN VLAANDEREN, Licap

2.2. Mozes gesitueerd in de Bijbel

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image014(5).jpg

We situeren het verhaal van Mozes kort zoals de kinderbijbel van Anne de Graef het vertelt. Hier wordt nog niet ingegaan op de dieperliggende betekenissen die er veelvuldig in voor komen. Later in dit werkstuk wordt er stilgestaan bij de betekenis van Mozes en de dieperliggende symboliek binnen het Mozesverhaal. 

2.2.1 Het Oude Testament

De verhalen over Mozes staan beschreven in het Oude Testament, meerbepaald in het boek 'Exodus'. Dat betekent letterlijk 'uittocht'.

Met de uittocht wordt verwezen naar het wegtrekken van het Israëlitische volk uit Egypte. God heeft met het volk een verbond gesloten. Hij zal hen nooit in de steek laten. Bovendien beloofde God aan Abraham een groot land en een groot volk. In het exodusverhaal begeleidt God Zijn Volk naar Kanaän, het beloofde land.

2.2.2 Het verhaal van Mozes

2.2.2.1 Een baby in een mandje

Mozes werd niet in ideale omstandigheden geboren. De toenmalige farao in Egypte legde het gebod op, om alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes te doden. Zo kon het Hebreeuwse volk zich niet verder uitbreiden.

Het Hebreeuwse volk leefde onder Egyptische onderdrukking.
Mozes was één van die pasgeboren Hebreeuwse jongetjes. Zijn moeder probeerde om zijn leven te redden. Ze legde haar drie maanden oude zoontje in een rieten mandje en zette hem op de Nijl. 
2.2.2.2 Gevonden door een Egyptische prinses
Mozes werd gevonden door een dochter van de farao die net op dat plekje ging baden. Zij zocht een gezin om Mozes te laten opgroeien. Zo kwam Mozes via een omweg toch weer bij zijn moeder terecht. Toen hij groot genoeg was om de basishandelingen zelfstandig uit te voeren, werd hij door de prinses geadopteerd.
Het was de prinses die hem de naam ‘Mozes’ gaf. Dat betekent zoveel als 'ik heb hem uit het water getrokken’. ‘Gered.’ ‘De Geredde.’'
Het wordt meteen duidelijk dat Mozes niet zomaar gered werd. Hij is gered om zelf te redden. Waar hij zelf ontkwam aan het water van de dood, zal hij anderen aan het water van de dood doen ontkomen. [18]
Mozes groeit op aan het Egyptische hof en komt pas op veertigjarige leeftijd tot het inzicht dat hij eigenlijk tot een ander volk behoort. Mozes  is van nature een Hebreeër.

[18] TER LINDEN, N. Het verhaal gaat..., Balans, 2003. 

2.2.2.3 Onderdrukking van het Israëlitische volk

Mozes brengt een bezoek aan zijn eigen volk en ziet er onderdrukking door de Egyptische slavendrijvers. Daardoor is hij  zo kwaad dat hij een van die slavendrijvers doodt. Tot nu toe is Mozes over het algemeen steeds een getergd, opvliegend man geweest maar hij verandert volledig wanneer hij beseft wat er hem te wachten staat als de farao achter zijn daden zou komen.  

2.2.2.4 Op de vlucht

Wanneer de farao er achter komt wat Mozes heeft gedaan, is Mozes niet meer veilig. Ontgoocheld, radeloos en bang vlucht hij weg uit Egypte, weg van zijn mislukking.  In Midian wordt Mozes herder en trouwt hij met de dochter van Jetro. Zijn vrouw Zippora houdt Mozes terug met zijn hoofd boven water. Zij geeft Mozes vertrouwen. Mozes verblijft veertig jaar op deze plek.

 
2.2.2.5 De brandende braamstruik

Tijdens het hoeden van de schapen beleeft Mozes iets bijzonders. Opeens merkt hij een brandende doornstruik op. De struik wordt niet verteerd door het vuur. Het is God die Mozes roept. Mozes krijgt van God de opdracht om zijn volk uit Egypte te bevrijden en naar het ‘beloofde land’ te leiden. God openbaart zich als JHWH en belooft dat Hij er steeds zal zijn voor Zijn Volk. Op het eerste zicht, ziet Mozes dat niet echt zitten. Hij voelt zich niet thuis in woordvoeren. Mozes heeft echter geen keuze. God stuurt de broer van Mozes, Aäron, mee en laat hem het woord voeren. 

2.2.2.6 De plagen van Egypte

Een tijdje later komen Aäron en Mozes aan bij het hof van de heerser van Egypte. Ze vragen de farao om het volk van Israël een paar dagen vrij te geven om in de woestijn offers aan hun God te brengen. De farao gaat niet akkoord, waarna het land door een ramp wordt getroffen. Dit is de eerste van de tien plagen die de farao uiteindelijk zullen doen toegeven.

Na negen plagen, stuurt God nog één plaag over de farao en Egypte. God beveelt Mozes en de Israëlieten om op de veertiende dag van de maand in de vooravond een lam te slachten en ongedesemd brood te nuttigen. Met het bloed van het geslachte lam moesten de Israëlieten hun deurpost insmeren. Het Joodse Pesach, beter bekend als het Joodse paasfeest, is aangebroken.
In diezelfde nacht zorgt God ervoor dat alle eerstgeborenen in de Egyptische gezinnen sterven. Noch de farao, noch de slaven worden gespaard. Enkel de mensen achter de deuren waarvan de deurpost met het bloed van een lam is besmeurd, laat God ongedeerd.
Egypte staat in rep en roer. Mozes krijgt nu de kans om te vertrekken met de Israëlieten, het Volk van God. 
2.2.2.7 De uittocht

De Israëlieten trokken de woestijn in en kwamen aan bij de Rietzee. Het water was te diep om te doorwaden, en tot overmaat van ramp kwamen de strijdwagens van het leger van de farao achter hen aan gereden.  Mozes slaat op Gods teken met zijn stok op het water, waarna een harde wind opsteekt die het water verdrijft. Het volk trekt over de bodem van de zee naar de overkant.

Het leger van de Farao wil net hetzelfde doen, maar plots gaat de wind liggen en het water stroomt terug. De farao en zijn leger komen daarbij om het leven.
Mozes wordt de leider van Israël, en blijft dat tijdens de volgende veertig jaar. Tijdens deze periode trekt het Volk van God door de Sinaï-woestijn.
2.2.2.8 De Tien Geboden

Bij de berg Horeb roept God Mozes naar boven. De tien geboden verschijnen op stenen tabletten. God geeft deze mee aan Mozes als richtlijnen voor een goed en gelukkig leven. Wanneer Mozes de berg Horeb afdaalt en naar zijn volk gaat, ziet hij een gouden kalf. Dit heeft het Volk gemaakt als offer voor hun God. Mozes wordt daardoor zo kwaad. Hun God is geen God die offers eist, geen materialistische God. Hun God wil enkel dat Zijn Volk het goede doet. Mozes bestijgt de berg opnieuw en vraagt God om vergiffenis. Mozes komt naar beneden met de tweede Tien geboden. De stenen tabletten waarop de Tien Woorden van God aan het Volk werden opgetekend worden bewaard en meegenomen in de Ark van het Verbond.  Deze heeft een draagstang aan elke zijkant.  Zo kan het Volk deze overal met zich meenemen. Zo denken ze hier onophoudelijk aan. Het Volk van God krijgt de Tien Woorden mee als bagage, zowel letterlijk als figuurlijk. 

2.2.2.9 Het beloofde land

De intocht in het land dat God aan Zijn Volk beloofde, maakt Mozes niet meer mee. Hij ziet het land vanaf de Neboberg, maar sterft nog voor de aankomst in het land van melk en honing. Jozua, Mozes' dienaar, nam zijn leiding over na zijn dood en bereikte samen met het Volk Kanaän, het beloofde land.

2.3 Het belang van Mozes in religies

De verhalen over Mozes vormen de fundamenten voor het Joodse geloof en het christendom.

 
We kunnen onszelf in Mozes terugvinden, hij is een soort van identificatiefiguur.
Enerzijds worstelt hij met onzekere gevoelens en twijfels. Anderzijds wil hij trouw blijven aan God en zijn medemensen van het Israëlitische Volk, het Volk van God.
 
Mozes zelf is een man die boordevol tegenstellingen zit. Iedereen kan er een of meerdere stukjes van zichzelf in terugvinden.
 
Hier volgen enkele voorbeelden :
 
  • Bij de geboorte werd Mozes ter dood veroordeeld, maar hij werd gered om later zelf te gaan redden;
     
  • Bij de prinses kreeg Mozes de kans om in luxe op te groeien, maar toch vluchtte hij en koos hij voor een zwerversbestaan;
     
  • Mozes groeide op in de typische Egyptische polytheïstische godencultuur, maar maakt een persoonlijke keuze om zich te wijden aan één God. Deze vertrouwt hij onvoorwaardelijk;
     
  • Mozes bestempelt het leven van mensen als zeer waardevol en gaat Zijn Volk aanmoedigen om te leven volgens een ethische code. Deze ethische code is de basis waar wij vandaag nog steeds naar teruggrijpen.[20]
 

[20] VERHELST, M. Cursus Godsdienst 2, KAHO Sint - Lieven, 2010

2.4 Thematiek

In het Mozesverhaal komen enkele symbolen en thematieken sterk naar voor. Als leerkracht godsdienst is het belangrijk dat je dit ook duidelijk maakt aan de leerlingen. Zo niet, gaan zij de verhalen over Mozes en het Israëlitische volk eerder als een magisch en volledig als een juist gebeurd verhaal beschouwen. Dit is echter niet de bedoeling.

Het is de taak van de leerkracht om de symboliek en thematiek te verduidelijken aan de hand van de volgende actuele voorbeelden.

2.4.1 Vurige roeping

Op een dag hoedde Mozes de kudde schapen van Jetro in de buurt van de berg Horeb. Daar zag hij opeens iets vreemds gebeuren. Een doornstruik stond in vuur en vlam, maar verbrandde wonderwel niet. Mozes kwam dichterbij en hoorde een stem. Mozes durfde niet op te kijken want hij wist dat God tegen hem sprak. God had hem geroepen door de braamstruik in vlammen te zetten.

 
God heeft Mozes geroepen, omdat hij een heel belangrijke opdracht heeft voor hem. God heeft beloofd om er altijd te zijn voor Zijn Volk. God wil dan ook de onderdrukking en uitbuiting van Zijn Volk stoppen en wil hen bevrijden uit de slavernij, de macht die Egypte op dat moment in handen heeft.
 
Het vuur staat hier symbool voor de figuur van God, terwijl het volk Israel wordt voorgesteld door een braamstruik. Het feit dat de braamstruik niet in de vlammen opgaat, wil ons zeggen dat God plannen heeft. Hij laat Zijn volk niet in de steek.
 
Ook bij Mozes merken we een innerlijk vuur op. Dit staat symbool voor zijn geweten. Wanneer Mozes een oude man probeert te redden van een Egyptenaar, voelt hij een enorm vuur in zich. Het uiten van zijn woede zorgt ervoor dat het vuur het leven verteerd heeft en de Egyptenaar zo om het leven kwam. Het geweten van Mozes spreekt na deze gebeurtenis, maar nadien is Mozes tot rust gekomen. De brandende braamstruik kunnen we ook linken aan dit innerlijk vuur. De struik wordt niet verteerd, omdat Mozes niet meer woedend is. De vernietigende kracht van zijn innerlijk vuur is gaan liggen.
 
Verder kan je het vuur hier opvatten als een vurig verlangen van God naar de mens toe, om ervoor te zorgen dat zij zich inzetten om het goede te doen.
God verwacht ook een vurig vertrouwen van de mens in Hem. Dat vurige vertrouwen heeft Mozes na enige tijd in God. 

2.4.2 Water

Ook het begrip 'water' speelt een belangrijke rol in het Mozesverhaal.

 
Het hele verhaal start met een moeder die vreest voor het leven van haar kind. De Egyptische farao heeft namelijk beslist dat alle pasgeboren jongetjes moeten worden vermoord. Op die manier wou de farao de groei van het Israëlitische volk tegengaan.
De Israëlitische moeder wil haar zoon redden en besluit een mandje te vlechten uit riet. Ze legt het drie maand oude kind in het mandje en zet het op de Nijl. Het mandje wordt gevonden door de Egyptische prinses en haar dienaressen. Zij neemt het mandje uit het water en noemt het kind Mozes. Dat betekent 'uit het water gered'.
Later zal blijken dat Mozes gered werd om zelf een volk te redden.
 
De betekenis van 'water' komt ook tussendoor naar boven wanneer Mozes nu en dan kopje onder dreigt te gaan. Meestal wordt Mozes gered door een vrouwelijke figuur. Zijn moeder, de Egyptische prinses, de dochters van Jehtro en zijn vrouw zijn hier een aantal mooie voorbeelden van.
Mozes leert de dochters van Jehtro kennen bij een bron, waar de link met het water terug kan worden gemaakt.
 
Ook tijdens het fragment 'de plagen van Egypte' speelt water een belangrijke rol. God stuurt de plagen over Egypte opdat de farao het Israëlitische volk zou vrijlaten. Bij een van de plagen is het zo dat het water in de rivier verandert in bloed. Een andere plaag zorgt ervoor dat Egypte geteisterd wordt door hagel, donder, vuur en regen. Ook in dit onweer komt de verwoestende kracht van water sterk naar voor.
 
Wanneer Mozes en het Israëlitische volk starten aan hun uittocht uit Egypte, moeten zij de Rietzee oversteken. Hier ervaart het volk de aanwezigheid van Jahwe, Hij die er altijd zal zijn voor ons. Doordat God zorgt voor een sterke wind, splijt de zee in twee waardoor het volk zijn tocht kan verderzetten over de bodem van de zee.
 
Wanneer de farao en zijn leger hetzelfde willen doen, gaat de wind liggen en stroomt het water terug. Dit betekent de dood van de Egyptische farao en zijn leger.
Voor de ene betekent water de redding en de aanwezigheid van één God waarin sterk wordt geloofd. Voor de andere betekent water verwoesting als straf van God.
Tot slot denkt het Volk van God water tegen te komen in de woestijn. Dat is voor hen een moment van licht in de duisternis. Alweer merk je de tegenstellingen die vaak in het verhaal naar voor komen. Het water wordt het volk pas ter beschikking gesteld na een tijdje volharden zonder. Als beloning voor het blijvende geloof en vertrouwen schenkt God, Hij die er altijd zal zijn, het Israëlitische volk, water.

2.4.3 Vluchten

Bij de aanvang van het verhaal, is Mozes nog een baby. Toch helpt zijn moeder hem hier reeds weg te vluchten van de dood die hem te wachten staat. Zij zet Mozes in een rieten mandje op de Nijl en zorgt er op die manier voor dat hij niet 'kopje onder' gaat. Dit kan je zowel letterlijk als figuurlijk interpreteren.

 
Mozes ziet een Hebreeër en een Egyptenaar vechten op straat. Hij voelt een vernietigend vuur in zich, wordt woedend. Mozes wil de twee uit elkaar halen, maar heeft zichzelf niet onder controle. Mozes schrikt  wanneer hij merkt dat hij de Egyptenaar heeft doodgeslagen.
Uit angst voor getuigen die aan de farao zouden vertellen wat zij hebben gezien, slaat Mozes op de vlucht. Mozes probeert zijn roeping te ontvluchten. Pas wanneer hij zijn verantwoordelijkheid opneemt, komt hij tot innerlijke rust.

2.4.4 Vrijheid en bevrijding

God heeft het Israëlitische volk bevrijd uit Egypte en begeleidt hen naar het beloofde land.
Tijdens de veertig jaar durende tocht naar het beloofde land, Kanaän, spreekt God tot Mozes op de berg Horeb. Daar geeft Hij de mensen een mooi geschenk, de tien geboden. Deze decaloog biedt het volk de vrijheden om gelukkig en veilig te leven. Het volk kan kiezen om antwoord te geven aan de oproep om verantwoordelijk en vrij te leven. Door het woord van God na te leven wordt het leven leefbaar voor alle mensen, ook voor de zwakkeren. De decaloog navolgen voorkomt een maatschappij waar het recht van de sterkste heerst.

3 Mozes dichter bij de kinderen dankzij de kamishibai

3.1 Handreiking voor de leerkracht

Hoe je[21] met de lesfiches en gebedsfiches aan de slag kan gaan, wordt duidelijk vermeld in de handreiking voor leerkrachten. We vertrekken vanuit de basisidee om enkele rijke suggesties aan te reiken. Ook het belang van actualiseren komt hier uitvoerig aan bod.


[21] Ik heb ervoor geopteerd de handreiking in de tweede persoon enkelvoud te schrijven opdat de leerkracht zich de situatie makkelijker zou kunnen eigen maken.

3.1.1 Aan de slag!

Beste leerkracht,
 
Eerst en vooral; fijn dat je je geroepen voelde om deze set te gebruiken bij het geven van godsdienstlessen over Mozes.
 
In het komende hoofdstuk vind je een leidraad. Aan de hand hiervan wordt het makkelijk om de lesfiches, gebedsfiches, kamishibai en prenten te hanteren.
 

Veel plezier! 

3.1.2 Rode draad doorheen de lessen

 De term ‘basisidee’ verwijst naar de rode draad die doorheen de lessen loopt.

 
Het basisidee in deze lessenreeks is het verhaal van Mozes. In de Bijbel leren we Mozes kennen als een figuur waarin iedereen zich kan herkennen. Hij is iemand die steeds boven water probeert te blijven. Onvermijdelijk gaat hij soms kopje onder. Wanneer hij ouder wordt, loopt hij soms met zijn hoofd tegen de lamp. Mozes  ontvlucht zijn roeping. Hij voelt een vuur in zich maar moet het vertrouwen in God laten groeien. God openbaart zich als JHWH, ‘Ik ben die Ik ben’,  ‘ Ik zal er altijd voor je zijn’.
God heeft de jammerklachten van zijn volk gehoord en roept Mozes om Zijn volk te bevrijden. De geredde wordt geroepen om te redden. Wanneer Mozes zijn roeping beantwoordt, vindt hij innerlijke rust. Samen met het volk van God trekt Mozes weg uit Egypte naar het beloofde land. 

3.1.3 Wegwijs in de lesfiches

Hoofding
Elke lesfiche start met een hoofding. Deze hoofding geeft via het cijfer aan over welke les het gaat.
Elke lesfiche bestaat uit twee versies. De a-versie en de b-versie.

Het is aangeraden om beide lesfiches door te nemen alvorens de les te geven en uit te maken welke van beide het meest aansluit bij jouw persoonlijke leerkrachtenstijl of de interesses van de leerlingen. 

Klasfiche

Elke lesfiche bevat een klasfiche. Hier wordt omschreven voor welk leerjaar de les is bestemd. De uitgewerkte lessenreeks is vooral bestemd voor het vierde leerjaar. Mits wat vereenvoudiging kan je de lessen ook in het derde leerjaar gebruiken.

Verder wordt in de fiche beschreven hoeveel kinderen er in de klas zitten, op welke dag de les zal worden gegeven en tot slot de aanvang en duur van de les. Dit kan je persoonlijk nog aanpassen naargelang de tijd die je nodig hebt.
Deze klasfiche is een handig werkinstrument en een makkelijke handleiding om na te denken over tijdstip, duur en groepsindeling.
De praktische kant

In dit kader wordt het onderwerp kort omschreven en gesitueerd binnen een thema en leergebied. Ook de aangeraden kinderbijbel wordt vermeld. Tot slot wordt hier ook het karakter van de les (verkennend, verdiepend, verankerend) en een omschrijving van het belangrijkste doel  aangehaald.

Op die manier is het handig voor de leerkracht om de les te plaatsen in de lessenreeks als geheel.
Aandachtspunten

Vervolgens worden kort enkele aandachtspunten toegelicht. Deze worden aangegeven door bovenstaande kader en worden extra in de verf gezet aan de hand van het uitroepteken. Het belang hiervan is dus niet te onderschatten.

De bedoeling van dit kader is dat je hier als leerkracht zelf even bij stilstaat en bedenkt hoe je met dit aandachtspunt in het achterhoofd, je doelen het best kan bereiken bij jouw eigen klas. 
De aandachtspunten hebben betrekking op didactische aanpak, speciale voorzieningen, belang van contextualiseren, e.a.
Situering in het leerplan
De doelen zijn een verwijzing naar het leerplan Rooms Katholieke Godsdienst. (..)
De doelen komen uit het deel dat bestemd is voor leerlingen uit de tweede graad. Er wordt vooral gewerkt rond jij – ik – jij.  In de tweede graad draait het vooral om Jezus als de ‘de Zoon van God’.
 
Voor elke les werden de doelen reeds opgezocht in het leerplan. Deze zijn dus kant-en–klaar in gebruik. Mocht het je te moeilijk lijken om tijdens de betrokken les actief te werken aan alle leerplandoelen, kan je bepaalde doelen weglaten.

De aanbeveling van het meest na te streven doel werd steeds grijs gemarkeerd. Op die manier is het duidelijk waar je als leerkracht best een accent op legt tijdens het geven van de betreffende les. 

Lesschema
In het lesschema worden steeds verschillende fasen van elkaar onderscheiden.
 
Elke fase wordt omschreven met:
  • Doelen
 De doelen werden steeds concreet omschreven. Het is aangeraden om de doelen zoveel mogelijk na te streven bij je leerlingen.
 
Het is dus nodig om deze vooraf grondig door te nemen en hier als leerkracht even bij stil te staan en je af te vragen : ‘Hoe kan ik dit best naar voor laten komen binnen mijn persoonlijke leerkrachtenstijl ?’
  • Inhoud
 De inhoud wordt steeds kort gesitueerd. Er wordt vooral verwezen naar het fragment in het verhaal van Mozes. Ook het soort vragen dat wordt gesteld, wordt kort aangehaald. Het gaat hier om ervaringsvragen, inhoudsvragen, ed. Er staan een aantal voorbeelden bij geschreven.
 
  • Didactische werkvorm
 Ook de didactische werkvorm wordt voor elke les toegelicht. Dit werd vrij beknopt uitgelegd. Het is de bedoeling dat deze werkvorm je een beeld biedt van de mogelijkheden die je kan aanreiken bij het geven van de les.
  • Media
 Bij elke fase worden de media opgesomd. Media zijn de voorwerpen of attributen die je nodig hebt om deze fase correct te kunnen uitvoeren, ook wel didactisch materiaal genoemd. Veel voorkomende voorbeelden hierbij zijn de vertelkast, de prentenset, kopieën van werkbladen,…
Het is dus wenselijk om tijdens het voorbereiden van elke les voldoende aandacht te schenken aan de materialen die je hiervoor moet voorzien.
  • Didactische principes
Didactische principes zijn de principes die van toepassing zijn op een fase. Ze komen dan ook per fase aan bod.
 
Hier volgen verschillende didactische principes:
  1. activiteitsprincipe: leerlingen actief laten meewerken, denken;
  2. associatieprincipe: inhouden kunnen linken aan eerder geziene inhoud;
  3. differentiatie- en individualisatieprincipe:  differentiëren naargelang de noden en wensen van de leerlingen;
  4. integratieprincipe: de geziene leerinhoud integreren;
  5. herhalingsprincipe: herhalen van eerder geziene leerinhoud;
  6. motivatieprincipe: motiveren van de leerlingen;
  7. socialisatieprincipe: coöperatieve vaardigheden ontwikkelen tijdens het leerproces.
  • Timing
Ook de timing die nodig is voor het uitwerken van deze fase in de klas, werd in de lesfiche aangegeven.

Het is wenselijk rekening te houden met het feit dat dit afhangt van persoon tot persoon. De ene hanteert een hoog lestempo terwijl de andere de lessen zeer rustig geeft. 

3.1.4 Inductief en deductief

Binnen dit lessenpakket wordt er zowel inductief als deductief gewerkt.

Inductief werken

In bepaalde lessen vertrekken we niet vanuit de theorie, maar vanuit de beschrijvingen en mogelijke gebeurtenissen. De leerlingen brengen aan de hand van concreet materiaal zelf de lesinhoud aan. Pas wanneer dit gebeurd is, wordt het volledige verhaal verteld.

Deductief werken

In de meerderheid van de lessen vertrekken we vanuit het verhaal dat bij de prenten wordt verteld. Dit is het vertrekpunt waar we uiteindelijk een boodschap uit filtreren. We zoeken  op basis hiervan naar voorbeelden uit het persoonlijke leven van de leerlingen. 

3.1.5 Actualiseren is de boodschap

Het  verhaal van Mozes bevat vele boodschappen. Voor kinderen van de tweede graad is het vaak nog erg moeilijk om deze zelfstandig te achterhalen. Daarom is het wenselijk om als leerkracht de boodschappen uit het Mozesverhaal niet enkel letterlijk over te brengen aan de kinderen. De leerkracht laat de leerlingen best ook kennismaken met de tweede taal.

Op het einde van dit hoofdstuk moeten de kinderen weten wat bv. ‘geroepen worden’, ‘kopje onder gaan’, ‘het Woord van God’, ‘het Volk van God’, e.d. betekenen. 

De brandende braamstruik
Het is de bedoeling dat 'het spreken van God' door de leerlingen niet letterlijk wordt opgevat.   
In het verhaal van de brandende braamstruik hebben Mozes en God hun eerste ontmoeting. Via de braamstruik probeert God Mozes te bereiken, op te roepen. Dat doet hij door iets merkwaardigs. God is heilig en laat de braamstruik in vuur en vlam staan, zonder dat die verschroeit van de hitte.
In dit fragment vertegenwoordigt het vuur de figuur van God en de struik het volk Israël.
Mozes op zijn beurt heeft een ‘godservaring’ en voelt zich geroepen. Het symbool hiervoor is de aantrekkingskracht die werkt op Mozes zintuigen, net zoals Mozes zich aangetrokken voelt tot God.
Opmerkelijk is dat het vuur de braamstruik niet verwoest. Dit zouden we kunnen interpreteren als Israël dat net zoals de braamstruik, niet verwoest zal worden.
God heeft Mozes geroepen om Israel te redden, te sparen want God wil steeds het beste voor Zijn Volk. God wil hier dus bereiken dat Mozes Hem vertrouwt.
Dat lukt niet meteen, Mozes moet tot vijf maal toe aangemaand worden door God om Hem te vertrouwen.
 

Daarnaast voelt Mozes dat God de ellende die Zijn Volk doorstaat niet langer kan uithouden. Mozes beseft dat God hem nodig heeft om deze moeilijke opdracht tot een goed einde te brengen. Gelukkig weet hij diep vanbinnen dat God hem steeds zal bijstaan. Jahwe, of ‘ik zal er altijd zijn voor jou’, is er ook steeds voor Mozes en het volk wanneer er nare gevoelens naar boven komen zoals ‘angst, verdriet, twijfel, spijt,…’. Gedurende heel het verhaal merken ze dat God er altijd voor hen is.  

De plagen van Egypte

Veel leerlingen zullen dit fragment op een natuurlijke manier proberen te verklaren. Toch is het niet de bedoeling dat de leerlingen zich afvragen: ‘Is dit zo echt gebeurd?’ maar dat ze stilstaan bij de vraag: ‘Waarom hebben de auteurs dit verhaal zo geschreven?” Het  Hebreeuwse volk werd onderdrukt. Wanneer mensen onderdrukt en uitgebuit worden, verlangen ze ernaar dat hun onderdrukker ten onder gaat. Ze dromen ervan dat God hen zal bevrijden. In het verhaal krijgt de farao de keuze om het volk te laten gaan. De farao gelooft echter niet in Jahwe. Hij waant zichzelf God. De auteurs willen met de plagen aantonen dat er slechts één God is: Jahwe. Het is dus belangrijk om dit fragment van het verhaal in de context te plaatsen. 

 
Hierbij kan je als een eerste stap opbouwen naar de volgende conclusie: door deze plaag is het moeilijk om in Egypte te blijven leven. Je kan hiervoor de prenten van de plagen allemaal ophangen aan bord en er een groen vinkje of een rood kruisje bij laten plaatsen.
Wanneer de leerlingen zien dat er overal een rood kruis geplaatst is, kan je tot de volgende conclusie komen.  ‘Alle plagen samen zorgen ervoor dat leven niet meer aangenaam en misschien zelfs niet mogelijk is.’ 
Het opengaan van de Rode Zee

Wanneer Mozes en Zijn Volk hun uittocht uit Egypte aanvangen, komen ze al gauw terecht aan de Rietzee. Er is haast bij de oversteek van de zee. Het Volk van God wordt namelijk achternagezeten door de Egyptenaren met hun snelle strijdwagens. God beloofde er altijd en overal te zijn voor Zijn Volk. Dat toont Hij hier door het splijten van de Rode Zee. De Israëlieten hebben zo’n vertrouwen in God dat ze door de zee trekken.

Ook in dit verhaal is het aan jou als leerkracht om samen met de leerlingen de vraag te stellen: ”Waarom is dit verhaal zo verteld?”
Benadruk daarbij dus dat God belooft er altijd te zijn voor de mensen die in Hem geloven. Ook dat bewijst hij hier opnieuw.
Honger en dorst

Het is belangrijk om ook het verhaal over de ervaringen in de woestijn in hun context te plaatsen. Vestig bij het actualiseren van dit verhaal, net zoals bij de andere verhalen, de nadruk op het feit dat Jahwe er altijd is voor iedereen. Hij zou Zijn Volk nooit in de steek laten.  Ook het benadrukken van het sterke geloof door het Volk van God in Jahwe, is hier zeker op zijn plaats. Daarnaast kan je vermelden dat God niet zomaar overal water kan laten verschijnen. Het Volk van God ontdekte na veel zoeken, bedelen en bidden ergens wel een bronnetje of hulp van andere bewoners van het betreffende gebied. Je schenkt ook best aandacht aan het uitleggen van het woord ‘Manna’. Dit was het voornaamste voedsel van het volk. De tamariskenstruik zorgde voor een korrelige afscheiding waarvan deze bereiding kon worden gemaakt. 

De 10 geboden
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image017(7).jpg
De tien geboden zijn het centrale punt in de bevrijding in de Bijbel. Wanneer je leeft volgens deze tien geboden, leef je als een vrij mens. Daarom is het belangrijk om 'de tien geboden' niet te zien als een verplichting of verbod, maar als vrijheden en kansen.
De tien woorden zijn een geschenk van God aan Mozes en zijn Volk. Wanneer het Volk deze afspraken volgde, konden zij alleen maar gelukkiger worden.
 
Ook vandaag is dat nog steeds zo. Een mooier geschenk dan dit bestaat er dus eigenlijk niet voor mensen die er echt in geloven. De tien geboden zorgen voor een paar ethische regels, waardoor mensen de kans krijgen om in alle vrijheid te leven.
Wanneer er geen geboden of afspraken zouden zijn, zouden we in een chaotische wereld leven. Dat dit vandaag ook nog het geval is, kunnen we merken aan 1001 dingen rondom ons.
 
Stel je voor dat er nergens verkeersborden zouden staan, ook niet naast de school van je kind. Voertuigen vlammen er voorbij aan 80 kilometer per uur. Kinderen moeten nog een eindje stappen om de school te bereiken. Met een bang hartje vertrekken ouders naar hun werk, vurig hopend dat hun kinderen veilig op school aankomen.
 
Met andere woorden, een verkeersbord waarop staat dat men minder dan 30 km per uur moet rijden, kan ouders de vrijheid geven, zonder angst of vrees te kunnen vertrekken naar hun werk. Een verkeersbord geeft de kinderen een gevoel van veiligheid. De kinderen krijgen de kans om op te groeien in een veilige omgeving. Achter het gebod zit de waarde van respect voor het leven verborgen.
 
In de klaspraktijk breng je de tien geboden best aan op een analyserende wijze. Bekijk samen met de leerlingen de tien geboden, lees er enkele luidop en vraag de leerlingen wat hen hieraan opvalt.                                                                                Veilig verkeer [22]
 
Zorg hierbij voor de gepaste richtvragen zodat je de volgende vaststellingen kan maken:
  • De 10 geboden zijn eerder negatief geformuleerd.
  • Als je de 10 geboden naleeft, zal je een vrij mens zijn.
  • de 10 geboden verbieden ons niets, maar geven ons net vrijheden.
 Bekijk samen met de leerlingen hoe je dit gebod anders zou kunnen omschrijven.  Laat hen dit gebod omzetten in een positieve formulering zodat ze dit kunnen leren opvatten als een vrijheid of een kans die we krijgen.
Zorg vooraf wel voor een duidelijke omschrijving van het begrip ‘gebod’.  Je kan hier zeker de woorden ‘wegwijzers’ en ’ leefregels’ bij betrekken. De tien geboden wijzen ons immers de weg naar een veilig bestaan, naar een vertrouwd gevoel zonder angst, vrees en chaos.
 
Bij het actualiseren maak je de leerlingen dan ook duidelijk dat de tien geboden wegwijzers zijn om een goed mens te worden. Elk van deze tien wegwijzers, maakt je tot een gelukkig mens.

[22] F.S, Centrum krijgt drie nieuwe zones 30, Geraadpleegd op 05/05/2012, van http://users.skynet.be/groenborsbeek/new/pers.html 

3.1.6 De koffer

Bij de prentenset hoort ook een koffer met materiaal om het verhaal nog levendiger te maken. Concreet materiaal verhoogt de aandacht voor symboliek in het verhaal.

Deze koffer bevat:

  • map met lesfiches,
  • map met gebedsfiches,
  • map met handreiking voor de leerkracht,
  • doosje themahoek,
    • kaarsen,
    • wierook,
    • themaprent,
    • kruisje,
    • Mariabeeld,
    • handbel,
    • kruisbeeld,
    • lakentje,
    • mand,
    • gebedkalender,
  • zakje met voorwerpen.
     

3.1.7 Godsdiensthoek

De godsdiensthoek kan ingericht worden met behulp van het doosje dat zich in de koffer bevindt. Zorg ervoor dat het geheel sober, maar stijlvol oogt.

 
Enkele elementen die zeker niet mogen ontbreken als basis in de godsdiensthoek zijn het Mariabeeld, het kruisbeeld, een laken, een theelichthouder en een kaarsje.
 
Je kan de godsdiensthoek ombouwen tot een Mozeshoek door er ook nog andere elementen zoals een staf, water, zand en dergelijke aan toe te voegen. Ook de werkjes van de leerlingen kunnen hier een functionele plaats krijgen.

 

3.2 Gebedsfiches

Bij elke les horen een of meerdere gebedsfiches[23]. Deze passen binnen het thema waaraan de les wordt gelinkt. Bijvoorbeeld: Bij de les ‘Mozes in een mandje’ is het centrale thema ‘kopje onder gaan of blijven drijven’. Het gebed ‘Baby’ past hier bijvoorbeeld goed bij.

 
In de nummering, kan je aan de hand van het eerste cijfer zien bij welke les het gebed of de bezinningstekst hoort. Soms is er keuze uit meerdere gebeden. De leerkracht kiest best voor het gebed waar hij het meeste persoonlijke voeling mee heeft of dat het beste past bij het niveau van de klasgroep.

[23] De gebedsfiches vind je terug in bijlage 1.

3.3 Lesfiches

 Het Mozesverhaal is een verhaal met meerdere boodschappen en dieperliggende betekenissen. Wanneer je de leerlingen echt iets wil bijbrengen, met name door aandacht te schenken aan de tweede taal, is het noodzakelijk om voldoende tijd uit te trekken voor deze lessen.

De lesfiches[24] in dit eindwerk bieden leerkrachten suggesties voor de aanpak van de godsdienstlessen waarbij met een kamishibai wordt gewerkt.

[24] De lesfiches vind je terug in bijlage 2.

 

3.4 Ervaringen in de praktijk

Enkele lessen uit deze reeks suggesties heb ik zelf voor de klas gebracht. Hier kan je lezen hoe dat is verlopen.

Je vindt er ook enkele extra aandachtspunten of suggesties om de les op een andere manier aan te pakken. 

Reflectie les 0 en 1: Inleidend moment en Mozes in een mandje

Ik kreeg van mevrouw Linda Praet, directrice van GBS Iddergem en meneer Robrecht Verlinden, leerkracht godsdienst in GBS Iddergem de kans om een stukje uit te testen van mijn onderzoek naar het gebruik van de kamishibai in de godsdienstles. Ik gaf deze les tegelijk aan de leerlingen van het vierde leerjaar en vijfde leerjaar. Dat kwam omdat zij samen godsdienstles volgen.
 
Ik startte de les met een gebedsmoment. De leerlingen deden allemaal actief mee met het gebed. Ik merkte dat leerlingen een soort van houvast kregen door de lay-out van het gebedsblad. Zij merkten doorheen de lessen dat deze terugkwam en herkenden dit bijgevolg ook goed.
 
Na het moment van stilte, volgde er een quiz om de voorkennis te testen over het Oude en het Nieuwe Testament. Dat gebeurde anders dan in de fiche staat omschreven, om de reden dat ik lesgaf aan een menggroep van leerlingen uit het vierde en het vijfde leerjaar. Dit schooljaar werd er bij de mentor gewerkt met de handleiding van het vijfde leerjaar. Dit had als gevolg dat pakweg de helft van de leerlingen al een uitgebreide voorkennis had over het verhaal van Mozes en de indeling van de Bijbel. De andere helft had daar nog geen kennis mee gemaakt. Deze les werd dus gegeven in een klasgroep met zeer verschillende voorkennis en beginsituatie.
Door de leerlingen van het vierde te mengen met de vijfdejaars, werden heterogene groepen gevormd. Dit zorgde ervoor dat de voorkennis bij leerlingen van het vijfde leerjaar werd opgefrist.
De leerlingen van het vierde leerjaar konden hier en daar ook al enkele antwoorden geven, maar leerden vooral bij van hun medeleerlingen uit het vijfde leerjaar.
 
Toen ik de kamishibai bovenhaalde, waren alle ogen meteen op het vertelkastje gericht en was het plots muisstil in de klas. De leerlingen waren erg nieuwsgierig en wilden meteen weten wat de juf had meegebracht.
Fijn was dat ik in deze klas een activbord ter beschikking had. Daarmee projecteerde ik verschillende foto’s van de kamishibai aan bord, waardoor de kinderen een duidelijk beeld kregen van het gebruik van de Japanse vertelkast.
Terwijl ik deze toonde, ondersteunde ik met mijn eigen vertelkast. Ik klapperde met de deuren toen mijn voorstelling zou beginnen, schoof het gordijntje opzij,..
Ik merkte dat dit de leerlingen erg boeide, vooral omdat zij de kans kregen om het met hun eigen ogen te zien, de actie zelf te beleven.
 
Toch zou ik dit minder uitgebreid aanpakken wanneer ik deze les nog eens zou geven. Voor leerlingen van het vijfde leerjaar was deze uitleg erg geschikt. Voor de leerlingen van het vierde leerjaar was het misschien toch net wat te geschiedkundig. Ook zagen zij niet meteen de link met godsdienst.
Ik veronderstel dat dit anders was geweest, als ik het Bijbelverhaal meteen had verteld aan de hand van het vertelkastje, zonder hier verder bij stil te staan. Zo kregen de kinderen de kans om zich voor de volle 100 procent te laten verwonderen.
 
Wanneer ik het verhaal over Mozes begon te vertellen met behulp van de kamishibai, waren de leerlingen meteen volledig mee. Gedurende de hele voorstelling keken en luisterden zij geboeid naar het verhaal.
 
Tijdens en na het verhaal werden er voldoende vragen gesteld. Er werd een vloeiende overgang gemaakt naar de integratie van het verhaal in het persoonlijk leven van de leerlingen.
Belangrijk hierbij was dat ik mijn vragen op de juiste manier stelde, opdat kinderen deze juist zouden interpreteren. Ik moet te kennen geven dat de leerlingen de tweede taal in het verhaal behoorlijk goed begrepen.
 
Niet alle leerlingen wilden hun persoonlijke ervaringen meedelen. Sommige leerlingen hebben meer voldoening om iets neer te schrijven, dan om iets te vertellen. Ik vermeldde duidelijk naar de leerlingen toe dat hier op een respectvolle manier moest mee worden omgegaan. Dat deden we dan ook. Het was fijn om te zien hoe leerlingen van elkaar reeds wisten wie er zou willen vertellen en wie het liever neerpende. Ook het respect dat zij betoonden naar hun medeleerlingen toe, was mooi om te zien.
 
Toen het belgerinkel de speeltijd aankondigde, kwamen enkele meisjes van het vijfde leerjaar naar me toe en vroegen ongeduldig wanneer ik de rest van het verhaal zou vertellen. Dit heeft me geëmotioneerd, vooral omdat de meisjes van het vijfde leerjaar het verhaal van Mozes reeds kenden. Ik denk dat het doel van deze bachelorproef op een erg spontane manier werd behaald.
 

De kinderen werden volledig meegezogen in het verhaal en zijn nieuwsgierig naar meer. De prenten, de kamishibai en de leerkracht hebben dus goed werk geleverd... 

Slotbeschouwingen

Ik kijk met positieve gevoelens terug naar mijn stageperiode. De kennis die de collega's mij hebben doorgegeven, zal ik in de toekomst zeker kunnen gebruiken.

 
De Katholieke Hogeschool Sint - Lieven heeft mij goed voorbereid. Ik heb bij het realiseren van dit eindwerk dikwijls beroep kunnen doen op de kennis die op school werd doorgegeven.
 
Tijdens het werken aan deze bachelorproef heb ik ontdekt hoe ik godsdienstlessen op een creatieve manier kan geven.
 
Het zou me voldoening geven mochten leerkrachten zich aangesproken voelen om met deze lessenreeks en prentenset aan de slag te gaan.
 
Ik kijk uit naar het moment waarop ik de hele lessenreeks zelf naar voor kan brengen in mijn eigen klas.

Literatuurlijst

Internet

CEUNEN, M. (2009). Geraadpleegd op 14 augustus 2011, van http://www.steunpuntgok.be/downloads/goktip_kamishibai.pdf

 
DE HAZE, A.E.E. (2005). Wat is een kamishibai?. Geraadpleegd op 24 augustus 2011, van http://www.leespret.com/kamishibai%20informatie.html
 
POLLEFEYT, D. (2002-2011). Geraadpleegd op 14 oktober 2011, van http://www.kuleuven.be/thomas/
 
VANDENBUSSCHE, W. (2007). Geraadpleegd op 24 augustus 2011, van http://www.pdcl.be/opleiding.php?code=951
 
VLAARDINGERBROEK, M. (2007). Geraadpleegd op 04 april 2012, van http://post-evangelisch.typepad.com/creatiefgebed/2007/11/down.html
 

Boeken

ALEXANDER, P., (1995). Mijn eigen boek met Bijbelverhalen, Tielt: Lannoo

BOUCQUET, L. (2003). Cursus Godsdienst, Gent: Academia Press, p.90 -103.
 
CERSTIAENS, P. e.a., (Z.j.).  Tuin van Heden 6, Wommelgem: Van in.
 
DE BRUYCKER, M. (2006). Handleiding Manna 6, Brugge: Die Keure Educatief.
 
DE DECKER, K., (2010). Cursusdeel Godsdienst 3 Mozes achtergrond.
 
DE GRAAF, A., (2006). Bijbel voor kinderen, Kampen: Callenbach.
 
DE KEYSER, M. (2008). Even stil, Averbode: Altiora Averbode NV.
 
DELVAL, M-H., (1996). Een ark vol verhalen, Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
 
DONEY, M. (2007). Mijn boekje met gebeden, Paragon books, p. 24.
 
DROS, I., (2003). Het hoogste woord, Baarn: De Fontein.
 
GAUDRAT, M.A., (2005). Zo kun je bidden tot God, Adventiat Geloofseducatie B.V., p.4, p. 26.
 
VAN DER BIEST, L., (2011) Eindwerk Kamishibai in de klas, KaHo Sint Lieven Aalst.
 
ROOSEN, R. (Z.j.). Kan ik je even spreken? Averbode: Averbode.
 
ROOSEN, R. (Z.j.). Dag God, Averbode: Averbode.
 
TER LINDEN, N., (2005). Het verhaal gaat…, Amsterdam: Balans, p. 1 -3, p. 212 - 218.
 
VAN MOLL, J., (1978). Bijbel voor kinderen, Schoten, Uitgeverij Westland.
 
VERHELST, M. (2009). Cursus Godsdienst 1, Aalst: KaHo Sint - Lieven.
 
VERHELST, M. (2009). Cursus Godsdienst 3, Aalst: KaHo Sint - Lieven.
 
VERHELST, M. e.a (2006). Handleiding TOV 6, Kalmthout: Pelckmans.
 
WANG, M., (2010). 365 verhalen Bijbel, Kampen: Callenbach.
 
WANROOIJ, K., (2006). Kamishibai de magie van het vertelkastje, Leidschendam: Biblion.
 
Z.n. (2000). Leerplan Rooms Katholieke Godsdienst, Licap.

Artikels

DE DECKER, K. (2006)  De Bijbel... Een bron om van te leven? p. 1-5.

 
DANIELS, D. 2011. Van ontluikende geletterdheid naar leesvaardigheid.
 
DE GRAEF, S. 2011 Beste boekenjuf/meester 2011 – 9 verhalen uit de praktijk.

Lezingen

DANIELS, D. (navormer Leesbevordering & Taalvaardigheid) (29/02/2011). Interactief voorlezen en de kamishibai, Lezing Conon Cultuurdag.

Bijlagen

Bijlage 1: gebedsfiches

Gebedsfiche 1.1 - Baby

God van kleine en grote mensen,
er is een kindje geboren.
Het is nog een piepklein baby’tje.
Het weet nog niet hoe de wereld in elkaar zit.
Iedereen is blij.
Zo’n kindje lijkt wel een geweldig cadeau.
Jij bent vast ook heel gelukkig, God,
als je zo’n nieuw mensje ziet.
Zijn ouders zullen het vertellen
over alles wat het weten moet om mens te zijn.
En ook over jou, God.
Wij proberen samen om voor hem zo lief als jij te zijn,
zodat het kindje jou echt leert kennen.
Wij horen allemaal bij elkaar en bij jou,
van piepklein tot stokoud,
allemaal zijn we jouw kinderen.

Gebedsfiche 1.2 - Zoals een kind

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image023.gif

 Uit: ‘Bidden met heel je lichaam’

 Heer, kijk naar mij.
mijn hart is niet trots.
Heer, kijk naar mij.
mijn hart is vol vrede.
Heer, kijk naar mij.
Ik ben bij jou zoals een kind
in de armen van zijn moeder.

Heer, bij jou voel ik me thuis
zoals een kind
in de armen van zijn moeder.

Gebedsfiche 1.3 - De duikelaar

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image025(2).jpg

Uit: ‘Bidden met heel je lichaam’ 

De duikelaar is een echte acrobaat
die altijd weer op zijn pootjes terechtkomt.
Als je hem een zetje geeft, hard of zacht,
komt hij altijd weer overeind.
Als je hem helemaal omverduwt,
schommelt hij, wipt hij heen en weer,
en hoepla, daar staat hij alweer rechtop!

Gebedsfiche 2.1 - De Herder

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image028(5).jpg

 Uit: ‘Zo kun je bidden tot God’

De Heer is mijn herder.
Ik kom niets tekort.
Hij zorgt dat ik kan uitrusten
in weiden met fris gras.
Hij brengt me naar alle stille watertjes
om daar weer kracht op te doen.

Gebedsfiche 3.1 - Als ik hier een kaars aansteek

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image031(1).gif

Lieve God,

Ik heb een vraag.
Wat kan het voor mij betekenen,
als ik hier een kaars aansteek?

Als ik hier een kaars aansteek,
koop ik niets.
Wel bid ik.
Die dansende vlam,
dat ben ik,
zoals ik voor jou zou willen staan.

Heer,
Laat mij zoals die simpele kaars,
licht en warmte zijn.
Dank u om de kracht die u bent,
voor mijn geloof en vertrouwen.
Dank U omdat U zo mijn bidden steunt.

Gebedsfiche 4.1 - Wonder

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image034.gif

Lieve God,
vandaag landde er een kevertje op mijn hand.
Het had stippen op zijn schildjes
en daaronder ragfijne vleugeltjes.
Piepklein en toch zo wonderlijk mooi!
En kijk eens naar mijn pink.
hij kan plooien zoals ik het wil
en er zit een nagel aan om de top te beschermen.
En als ik er op val, en hij gaat bloeden,
geneest hij helemaal vanzelf.
Het leven zit vol wonderen,
als je er goed op let.
Weet je hoe dat kevertje heet?
Een lieveheersbeestje!
Dat is dus een vriendje van jou!
Dankjewel, God, voor alle wondere dingen!

Gebedsfiche 4.2 - Fout

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image036.jpg

 Uit: ‘Even Stil..’

Lieve God,
ik heb iets fout gedaan
en nu voel ik me schuldig.
Ik zit maar te denken: had ik maar dit of dat,
maar het is te laat.
Ze zijn boos op mij en ze hebben nog gelijk ook.
Hier zit ik nu met mijn schuld
en ik weet niet wat ik moet doen.
Wil jij me helpen, God?
Misschien kan ik straks zeggen dat het me spijt
of kan ik het op een andere manier goedmaken,
door iets liefs te doen bijvoorbeeld.
Geef jij me een steuntje in de rug, God?
Dan lukt het vast.

Gebedsfiche 5.1 - Maak ons vrij

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image039.gif

 Uit: Anneke van Dijk - Stichting sela Music

Maak ons vrij van de wereld Heer,
van wat ons betoverd heeft.
Niet gebonden, zoals een slaaf,
in de ban van geld en tijd.
Laat ons zien wat waarde heeft;
een schat die niet vergaat.
Vrijheid waar Uw kind in leeft,
onvoorwaardelijk aanvaard!

Maak ons vrij van de wereld, Heer
van wat onrust geeft, verwart.
Voortgejaagd gaan wij onze weg,
zonder stilte in ons hart.
Leer ons in uw vrijheid staan,
door uw Geest geleid.
Vul ons leven,vuur ons aan
tot de wereld wordt bevrijd!

Gebedsfiche 6.1 - Honger

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image044(3).jpg

Uit: ‘Even Stil..’

Lieve God,
gisteren op tv zag ik de beelden van hongersnood.
Moedeloze mensen,
kinderen met gezwollen buikjes,
met armpjes zo dun als stokjes.
Het was erg om te zien
hoe hun ouders helemaal niets voor ze te eten hadden.
Hier in ons land heeft bijna iedereen genoeg.
Er zijn veel mensen die geld geven
om voedsel daarheen te sturen.
Er zijn ook mensen die helpen
om daar voedsel te kweken
of dingen te maken,
zodat er geen honger meer is.
Waarom is alles in onze wereld
toch zo ongelijk verdeeld?

Gebedsfiche 7.1 - Twijfel

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image047(2).jpg

Uit: ‘Even Stil..’  

Lieve God,
Soms denk ik wel eens: besta jij wel echt?
Ben je er wel als ik tot je spreek?
Het is zo jammer dat ik je nooit eens kan zien.
Maar even later weet ik weer dat jij er altijd bent.
Dat je naar me luistert en me helpt,
ook al weet ik niet altijd hoe.
Soms vergeet ik dagenlang dat jij er bent.
Dan ben ik zo druk bezig met school en met thuis,
dat ik geen tijd maak voor jou.
En dan opeens schiet je me weer te binnen.
Dan voel ik me wel eens een beetje schuldig,
omdat ik alleen aan je denk als ik je nodig heb.
Maar jij kent mij: je weet dat ik het goed bedoel,
ook al doe ik soms een beetje stom.
Hou je van mij, ook als ik soms twijfel of jij er bent?
Of als ik jou vergeet?
Ik ben er zeker van! En daarom hou ik ook van jou.

Gebedsfiche 7.2

Lieve God,
ik wil je wel eens iets zeggen!
ik vind het leuk dat ik met jou kan praten.
Jij luistert naar mij als ik droevig ben.
als ik boos ben of blij.
Dank je, lieve God,
omdat je naar me luistert
en altijd bij me bent.

 Uit: ‘Even Stil..’

Gebedsfiche 8.1 - De Dood

En als het moment komt
dat je voor altijd afscheid moet nemen
van iemand die je lief vindt,
dan voel je veel pijn.
en heb je het vaak koud.

Je mist haar of hem nu al,
degene die dood is,
en je zult hem of haar nog meer gaan missen.
God, waar is hun leven gebleven?
 

 Uit: ‘Als je verdrietig bent..’

Bijlage 2: lesfiches

Inleidende activiteit

Lesfiche 1a

Lesfiche 1b

Lesfiche 2a

Lesfiche 2b

Lesfiche 3a

Lesfiche 3b

Lesfiche 4a

Lesfiche 4b

Lesfiche 5a

Lesfiche 6a

Lesfiche 6b

Lesfiche 7a

Lesfiche 7b

Lesfiche 8a

Bijlage 3: Werkbladen

Bijlage 1: woordstroken (lesfiche 0)

Bijlage 2: kaart Egypte (lesfiche 0)

Bijlage 3: Het mandje van Mozes(les 1)

BIJLAGE 4: Lied (les 1)

Bijlage 5: gedachten – en gevoelsballonnen (les 2 )

Bijlage 5: werkblad bibliografie Mozes (les )

Bijlage 6: Opsporingsbericht Mozes (les vluchten)

Bijlage 7: gedicht Toon Hermans (les Vuur)

Bijlage 8:

Bijlage 9: Schilderij 'vuur' (les )

Bijlage 10: woordstroken plagen (les 6)

Bijlage 11: dominoset (lesfiche 6a)

Bijlage 12: leeg sjabloon dobbelsteen (les )

Bijlage 13: sjabloon dobbelsteen (les )

Bijlage 14: werkblad vluchten (les)

Bijlage 14: Getuigenis van een vluchteling (les )

Bijlage 15: Stappenplan Tent (les)

Bijlage 16: Papieren Zeil (les)

Bijlage 17: knipblad ‘Ark van het Verbond’ (les)

Bijlage 18: prent waarden

Bijlage 19: werkblad beloofde land (les )

Bijlage 4: prentenset Mozes

Prenten

afbeelding-Titelprent

Titelprent

afbeelding-Een mandje op de Nijl

Een mandje op de Nijl

afbeelding-Gered door de prinses

Gered door de prinses

afbeelding-Terug naar het gezin

Terug naar het gezin

afbeelding-Terug bij de prinses

Terug bij de prinses

afbeelding-Mozes doodt een egyptenaar

Mozes doodt een egyptenaar

afbeelding-Mozes wordt herder

Mozes wordt herder

afbeelding-De brandende braamstruik

De brandende braamstruik

afbeelding-De staf die verandert in een slang

De staf die verandert in een slang

afbeelding-De farao wijst het voorstel af

De farao wijst het voorstel af

afbeelding-De eerste plaag, een rivier vol bloed

De eerste plaag, een rivier vol bloed

afbeelding-De kikkerplaag

De kikkerplaag

afbeelding-De muggenplaag

De muggenplaag

afbeelding-De vijfde plaag, het zieke vee

De vijfde plaag, het zieke vee

afbeelding-De zwerenplaag

De zwerenplaag

afbeelding-Donder, bliksem en hagel

Donder, bliksem en hagel

afbeelding-De sprinkhanenplaag

De sprinkhanenplaag

afbeelding-Complete duisternis

Complete duisternis

afbeelding-Het Joodse pesach

Het Joodse pesach

afbeelding-De farao stuurt het volk van God weg

De farao stuurt het volk van God weg

afbeelding-De oversteek van de Rode Zee

De oversteek van de Rode Zee

afbeelding-Strijdwagens van de farao

Strijdwagens van de farao

afbeelding-Wolkolom vuurkolom

Wolkolom vuurkolom

afbeelding-Honger

Honger

afbeelding-Manna

Manna

afbeelding-Dorst

Dorst

afbeelding-Drinkbaar water

Drinkbaar water

afbeelding-Mozes op de berg

Mozes op de berg

afbeelding-De eerste tien geboden

De eerste tien geboden

afbeelding-Het gouden kalf

Het gouden kalf

afbeelding-Mozes

Mozes' woede

afbeelding-Vragen om vergiffenis

Vragen om vergiffenis

afbeelding-De tweede tien geboden

De tweede tien geboden

afbeelding-De ark van het verbond

De ark van het verbond

afbeelding-Een tocht van 40 jaar in de woestijn

Een tocht van 40 jaar in de woestijn

afbeelding-Kanaän, het beloofde land

Kanaän, het beloofde land

Over de auteur en specifieke richtlijnen aangaande copyright

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/kaho-jpg.jpg

Deze bachelorproef werd gemaakt door Evelien Hugo onder begeleiding van Mevr. Katrien De Decker (docent Godsdienst / RZL KAHO Sint-Lieven Aalst). 

Inhoud en afbeeldingen mogen door leerkrachten gebruikt worden in de klaspraktijk. Elke andere vorm van reproductie dient vooraf begesproken te worden met Evelien Hugo. Contactgegevens van Evelien Hugo zijn verkrijgbaar via Thomas.

 

Reacties

Geen reacties gevonden

Reageer op deze pagina:

Mijn reactie:

Volg Thomas op

Download de Thomas-app