Leerplan

Situering in het leerplan: paragraaf 1 blz. 78

SCHEMA 4
COMPONENTEN VAN LEVENS-
BESCHOUWELIJKE EN RELIGIEUZE GROEI

 

Groeiproces

 

Belevingen
van kleuters

Geloofsverhalen en -beelden die een
eigen bijdrage
vormen in het aanbod

Klasrituelen die
gelovige belevingen
uitdrukken

A.
Funda-
mentele
bestaans-
condities

A.1
Vertrouwen

Bevestigen en
uitbreiden van
basisvertrouwen

Vele ervaringen worden
ingekleurd door een
vraag om basisvertrouwen.
De band met de
kleuterleidster is
daarbij van
groot belang.
Kleuters hebben een
eigen plaats in deze relatie.
Ze hebben
ook behoefte om
deze beleving
spelend te verkennen.
Dat kan door
aanbod in hoeken
(o.m. een knuffelhoek)

Jezus houdt van mensen.
Hij brengt een goede,
bevrijdende boodschap.
Maria houdt van
kinderen.
God is een liefhebbende
Vader, die elke mens
nabij wil zijn.
In gebed kan je
die Vader
aanspreken:
Hij is er altijd,
Hij luistert.

Vele klasrituelen
bieden kleuters
vertrouwen en
veiligheid.
Belangrijk
hierbij is een
vertrouwvolle
sfeer en een ontmoetende
leerkrachtstijl. Rituelen
helpen de relatie
kleuter - kleuterleidster
opbouwen en uitdrukken:
onder meer in het onthaal,
elke morgen.
Rituelen
bevestigen het
basisvertrouwen
van kleuters.

A.2
Mogelijk-
heden en
beperkingen

Bevorderen van
ik-sterkte

De koppigheidsfase
duidt op beginnend
zelfbesef.
Kleuters worden zich
doorheen ervaringen
bewust van hun
mogelijkheden.
Ze hebben het
moeilijk met het
aanvaarden van
beperkingen.

God houdt van
ons, met onze
mogelijkheden
én met onze beperkingen.
God vergeeft
wie fout was.
Dat blijkt uit
verhalen
van het oude
testament en in
de persoon van
Jezus die
mensen vergeeft.

Binnen de
klasgroep leren
kleuters elkaar kennen
met wat ze
kunnen en wat ze
niet kunnen.
Contact tussen
kleuterleidster en
kleuters kan ingebouwd
worden in vaste
dagrituelen, zoals
het naamspel.
Kleine tekens
kunnen het
zelfvertrouwen vergroten.

B.
Verbon-
denheid

B.1
met zichzelf

Ondersteunen in
de ontdekking en
bewustwording
van zichzelf.
Ruimte daarvoor
geven in de klas-
activiteiten, met
aandacht voor
kleuters die het
moeilijk hebben
zichzelf te
accepteren.

Via ervaringen en
verhalen kunnen
kleuters bewuster
met zichzelf omgaan.
Dit is een langzaam
proces omdat
kleuters de werkelijkheid
en hun
relaties sterk
egocentrisch beleven
maar zich daar niet
bewust van zijn.

Elke mens is in
zijn uniciteit
'beeld van God',
'kind van God'.
In een
aantal psalmen
komt dit
'gedragen zijn
door God'
tot uitdrukking.

Stilte-ervaringen
en sfeervolle
momenten
van rust bieden kansen
aan kleuters om
te ervaren hoe
je dicht bij
jezelf kan komen.
Rituelen bieden kansen
om dit positief bewustzijn
lichamelijk
te beleven.
In vaste
dagrituelen kan
zelfexpressie
worden
ingebouwd.
Tijdens
verjaardags-
rituelen kan er speciale
aandacht zijn
voor de persoon
van elk kind.

B.2
met anderen

Op kleuterleeftijd
kan er een sterke
evolutie zijn van
sterk
egocentrisme
naar aandacht voor
en rekening houden
met anderen.
Het bevorderen en
uitbreiden van hun relatie-
bekwaamheid
doorheen de
belangstellings
-centra
die worden
uitgewerkt.

Peuters en jonge kleuters
zijn sterk ik-gericht.
Door spel en door
de begeleiding van
volwassenen leren
kleuters met elkaar
rekening te houden en
elkaar te respecteren.
Oudere kleuters gaan
meer belang hechten
aan de groep.
Op die leeftijd
kunnen specifieke vriendschappen
ontstaan.

In Jezus is God
mens geworden.
Daarom wordt
Hij 'Zoon van God'
genoemd.
Zijn leven
inspireert mensen
tot een
waardevolle
omgang met
elkaar. Aandacht
en respect voor
elke mens,
met speciale zorg
voor de
kleinsten en de zwaksten,
is één van
de klemtonen
van christenen.
Jezus leert dat
God te ervaren is
in de onderlinge
relaties tussen
mensen.
Waar mensen
elkaar liefhebben
kan men God
nabij weten.

Doorheen heel
wat klasrituelen
groeit onderlinge
verbondenheid.
Kringgesprekken
en klassikale
activiteiten
kunnen die
verbondenheid
bevorderen.
In gebed
en meditatie
kan die
verbondenheid
ook tot
uitdrukking
komen.

B.3
met gemeen-
schappen

Tijdens de
kleuterschool
gaan kleuters zich
bewuster
identificeren
met hun gezin, hun
familie, hun klas,
hun school.
Groepsverbon
-denheid en
solidariteits-
beleving
met deze groepen
en mogelijke
solidariteit
met concrete
anderen zijn iets
verder weg. Verbondenheid
met
grotere gemeen-
schappen is nog
moeilijk.

Kleuters beleven zichzelf
niet bewust als deel van
een gemeenschap.
Wel gaan ze zichzelf
steeds bewuster ervaren
als deel van
hun gezin, hun klas, ...
Ze kunnen het
specifieke ervan zelf
duidelijker omschrijven.
Tijdens feesten (thuis
en op school),
tijdens een aantal
specifieke
groepsactiviteiten kan
deze verbondenheid
met een grotere groep
groeien.

Contact met de
geloofs-
gemeenschap
kan de verbonden-
heid met God,
met elkaar,
met gelovigen
versterken.
Tijdens school-
vieringen kunnen
kleuters deze
verbondenheid
ervaren.
Ook buiten
de school
kunnen kleuters
dat ervaren.

Feesten zijn
verdichtings-
momenten van
gemeenschappen.
In klas en school
kan er aandacht
zijn voor
de wijze
waarop er wordt
gefeest.
Zo krijgen
kleuters kansen
tot het beleven
van onderlinge
verbondenheid.
Kerkelijke feesten
krijgen speciale
aandacht.
Zo wordt
(bij de oudste
kleuters)
verwezen naar de
gemeenschap
die zich
met Jezus
verbonden voelt.

 

B.4 met natuur
en cultuur

Groeien in
verwondering,
bewondering,
dankbaarheid
voor natuur en
cultuur.
Aandacht voor het
mysterievolle van
de natuur
en de cultuur.

Ontdekken, bevragen,
volop beleven,
genieten met alle zintuigen,
onzekerheid en soms vrees
voor het ongekende,
geboeid zijn,
overrompeld zijn,
onder de indruk zijn
van de grootsheid,
het specifieke van
natuur en cultuur,
oog hebben voor
het kleine, blij zijn om het ontdekken,
alles willen weten over,
informatie opzoeken,...

Het wondere,
het mysterievolle
van de natuur en
de mens kunnen
kleuters
aanvoelen
in de eigen
beleving van
natuur en
cultuur. God kan
als 'Schepper'
aangevoeld
worden in het
mooie van de
natuur en in
de menselijke
mogelijkheden.

In sommige
rituelen wordt
bewondering en
dankbaarheid
uitgedrukt
voor de
schepping en
voor de
menselijke
mogelijkheden.

C.
Groeien in
gevoeligheid
voor goed
en kwaad

Morele
ontwikkeling van kleuters mogelijk
maken en
stimuleren.

Peuters en jonge kleuters
stemmen zich hierbij
nagenoeg volledig af op volwassenen.
Bij de oudste kleuter
merken we een grote
gevoeligheid
voor goed en kwaad.
Hij oordeelt
vooral op uiterlijk gedrag
en heeft nog maar weinig
oog voor de intentie.
Dat verandert als kleuters
zich kunnen inleven in de
ander. Ze hebben wel al
een morele gevoeligheid
die ze sterk emotioneel
meebeleven met
volwassenen.

Een aantal
evangelieverhalen
bevatten een
ethisch appèl,
dat kleuters kan
aansporen om
goed te doen.
De gevoeligheid
voor het morele
appèl kan
zich ontwikkelen.
Dit kan gebeuren
in de context van
een milde
humoristische
sfeer,
zonder krampachtigheid.
Concreet ethisch
gedrag is
bij kleuters
vaak te hoog
gegrepen.

In klasrituelen
en in de
leerkrachtstijl
kan verzoening
mogelijk gemaakt en
uitgedrukt worden.
Het 'goede'
in concrete situaties
kan benoemd en
gevaloriseerd worden.
Men kan samen
deugd beleven aan
'het goede doen'.
Vooral voor
dit laatste zijn
kleuters erg gevoelig.

D.
Verkennen van
geloofstaal
en groeien
in symbool-
gevoeligheid

Aangepast aan
hun leeftijd
komen kleuters
open voor
geloofstaal,
geloofsrituelen en geloofsvieringen.

De eigen ervaringen en
belevingen van kleuters
moeten herkenbaar zijn
in de verhalen die
worden verteld.
Kleuters horen
- soms van dichtbij,
soms van veraf -
volwassenen over hun
geloof spreken.
Op een katholieke school
horen ze die geloofstaal
en vieren ze mee. Door
alles mee te maken
en door erover
te horen kan
vertrouwdheid groeien.

Het specifieke
van een
godsdienst wordt
via verhalen en
feesten binnen-
gebracht in de
klasgroep.
Deze aanbreng
moet wel
aangepast zijn
aan de
intellectuele en
psychologische
mogelijkheden
van de
kleuters.
In klasgroepen
met veel andersgelovige
kleuters zal er
ook aandacht
zijn voor hun
geloofstaal en
feesten.

Een aantal
specifiek godsdien-
stige rituelen kunnen
verkend worden.
Kleuters leren
wat bidden is door
mee te doen met
de leerkracht.
Hierbij zijn respect
en openheid
voor anders- en
niet-gelovige
kleuters nodig.
Door actief te participeren
aan korte
celebraties of
vieringen in de klas
of met de school
krijgen kleuters
kansen om eigen
ervaringen
(non-verbaal) uit
te drukken
en verbon-
denheid
te beleven.
Via symbolen
kunnen ze leren uitdrukking
te geven aan
belangrijke
waarden in het klasgebeuren.


Volg Thomas op

Download de Thomas-app