De (patroon)heilige uithangen!

node-header

"Dus volg mij, zoals ik Christus navolg" (1 Kor 1,11)

Beginsituatie

Rond de periode van Allerheiligen kan het absoluut de moeite lonen om samen met de leerlingen stil te staan bij het begrip ‘patroonheiligen’. Dit woord zegt leerlingen in eerste instantie misschien niet zo veel, maar een verwijzing naar de naam van de eigen school kan een geschikte insteek zijn om deze thematiek aan bod te brengen. Sint-Jozefscollege, Sint-Maartensinstituut en Sint-Pieterscollege zijn nog maar enkele namen van katholieke secundaire scholen in Vlaanderen. Vele jongeren spreken bijvoorbeeld makkelijker over SJC of SMI, maar weten zij nog waarvoor deze afkortingen staan? En weten ze ook nog waar de naam van hun school vandaan komt, wie de patroonheilige van de school is en wat deze persoon tijdens zijn of haar leven heeft gedaan? 

Daarnaast blijft het geloof in de kracht van patroonheiligen in de volksdevotie bestaan, zij het dan wel voornamelijk bij oudere mensen. In een recente aflevering van het programma ‘Komen Eten’ maakten we kennis met Frieda, een 62-jarige levenslustige dame die vertelde over de kracht die ze vindt bij de heilige Antonius. Om een voorspoedige Komen Eten-avond af te smeken, brandde ze een kaarsje voor hem. Allicht zijn er ook grootouders of ouders van leerlingen die belang hechten aan patroonheiligen. Zonder een notie van wat patroonheiligen nu precies zijn en wat ze voor mensen kunnen betekenen, is het voor leerlingen misschien moeilijk om hiervoor begrip te hebben.

Bij het spreken over patroonheiligen kan ook de link gelegd worden naar het eigen leven van de leerlingen. Misschien verwijst hun naam wel naar die van een heilige. Sowieso verjaren zij op een dag waarop een of meerdere heiligen gevierd worden. Belangrijker is echter de link naar de inhoudelijke betekenis van patroonheiligen. Wanneer hebben de leerlingen het gevoel dat ze nood hebben aan steun en bescherming? In wie zien zij een voorbeeld waarnaar ze willen leven?

Hermeneutische knooppunten

  • Wat is de betekenis van patroonheiligen? Dienen zij vooral als mediator van Christus of als voorbeeld en identificatiefiguur of zijn ze in eerste instantie een soort van talisman? Heeft het een diepere religieuze betekenis wanneer mensen bijvoorbeeld wanneer ze iets kwijt zijn de heilige Antonius aanroepen, of is dit eerder een element van bijgeloof of volksdevotie?
     
  • In welke zin kunnen patroonheiligen (en hun leven) een inspiratiebron vormen voor mensen en verenigingen/organisaties vandaag? Wat is het juist dat patroonheiligen zo inspirerend maakt?
     
  • Behoren patroonheiligen tot het verleden en tot de leefwereld van oudere mensen of is het spreken over patroonheiligen vandaag de dag toch nog relevant? Hebben deze patroonheiligen ons nog iets te zeggen? Waarin zoeken jongeren vandaag steun en bescherming?
     
  • De heiligen leefden en handelden in een andere context dan die waar we vandaag in leven. De historische en culturele kloof moet dan ook steeds in rekening gebracht worden. Daarbij kan men zich afvragen of de kloof tussen deze oude heiligen en de hedendaagse jongeren niet te groot geworden is. Kan een poging tot actualisering nog wel slagen?
     
  • Vele scholen dragen nog steeds de verwijzing naar een heilige in hun naam, al sinds hun stichting. De huidige context is echter sterk verschillend van die van de stichting van de school. We leven in een geseculariseerde en plurale context. Daarin is het christendom slechts één van de vele mogelijkheden geworden en de keuze voor een katholieke school wordt niet altijd genomen vanuit de eigen religieuze overtuiging. Welke moeilijkheden maar ook welke mogelijkheden brengt deze specifieke context met zich mee voor het omgaan met patroonheiligen?
     
  • In sommige scholen gaat het misschien enkel nog over een naam zonder verdere betekenis. Zijn er misschien scholen waar erover gedacht wordt de verwijzing naar de patroonheilige in de naam weg te laten? Zijn er verwijzingen naar de patroonheilige op school, in de lessen, in tijdschriftjes, in logo’s… of zijn alle verwijzingen ‘verstopt’?
     
  • Hoewel in sommige scholen de patroonheilige amper of niet aan bod komt, kan ook het totaal tegenovergestelde voorkomen. Soms is er (ook los van scholen) zodanig veel aandacht voor de patroonheilige dat deze in feite niet meer als mediator van Christus beschouwd wordt, maar veeleer als de nieuwe Jezus. Kunnen we hier dan nog spreken van een christelijk omgaan met de patroonheilige? Gaat het hier dan niet eerder over een personencultus of ‘afgoderij’? Moet elk omgaan met heiligen steeds verwijzen naar Jezus of God?
     

 

Aanknopingspunten bij het leerplan

Leerplandoelen uit het leerplan rooms-katholieke godsdienst

In het eigen leven belangrijke momenten kunnen aangeven

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < 1b < Terrein < Tijd

Feesten situeren in een levensbeschouwelijke kalender

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < 1b < Terrein < Tijd

Kennis maken met verhalen met een boodschap en met de sleutelfiguren in deze verhalen

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < 1b < Terrein < Sleutelfiguren in verhalen

Deze sleutelfiguren volgen (zich inleven) in hun beweging en/of bewogen worden van donker naar licht, van angst naar vertrouwen

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < 1b < Terrein < Sleutelfiguren in verhalen

In concrete levensverhalen aangeven hoe God mensen helpt in de beweging van donker naar licht, van angst naar vertrouwen

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < 1b < Terrein < Sleutelfiguren in verhalen

Beluisteren hoe mensen in verbondenheid met God en Jezus (o.a. in het bidden, het bijbellezen) zichzelf vinden, overstijgen en uitdrukken

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < Beroepsvoorbereidend jaar < Terrein < Iemand zijn iemand worden

Rituelen, tekens en symbolen bespreken als uitdrukking en versterking van wat aan de binnenkant leeft

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < Beroepsvoorbereidend jaar < Terrein < Iemand zijn iemand worden

Aantonen hoe mensen/christenen omgaan met pijn in het leven

Leerplan Secundair Onderwijs < 1b en Beroepsvoorbereidend jaar < Beroepsvoorbereidend jaar < Terrein < Leven met grenzen

De articulatie van de tijd door de christenen en anderen illustreren en duiden

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Eerste jaar < Terrein < Tijd

Het 'in handen nemen' en 'uit handen geven' van de eigen tijdsbeleving verwoorden

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Eerste jaar < Terrein < Tijd

Het eigen leven omschrijven als een uniek levensverhaal

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Eerste jaar < Terrein < Verhalen

Aangeven hoe zich inzetten voor anderen, pijn kan meebrengen

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < Pijn

In het omgaan met lijden een kijk op leven en God aanduiden

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < Pijn

Het omgaan met de natuur verduidelijken vanuit een christelijke kijk op leven en God

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < Aarde en lichaam

Aangeven hoe mensen leven van innerlijkheid en hoe ze bronnen van leven zoeken

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < innerlijkheid

Luisteren en openstaan voor wat mensen beroert

Leerplan Secundair Onderwijs < Eerste graad < Tweede jaar < Terrein < innerlijkheid

Evangelische sleutels als inspiratie voor het jezelf worden bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < jezelf worden

Verhalen bespreken van mensen die in Jezus' spoor vrij worden vanuit de ervaring van Gods liefde

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < jezelf worden

Opsporen en bespreken waar mensen vandaag zoal leven, visie en kracht uit putten

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

Omschrijven en bespreken welke vormen van religiositeit en godsdienstbeleving jongeren aanspreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

Aangeven hoe bijbel en traditie inspirerend werken voor de ontplooiing van gelovigen en geloofsgemeenschappen

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

Openheid vertonen voor het gebruik van symbolen, rituelen en tweede taal

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

Aangeven aan welke evangelische sleutels christenen bij het maken van keuzes, vormgeven

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Geloven als een ontmoetingsgebeuren omschrijven

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten

In concrete ontmoetingsverhalen verschillende vormen van transcendentie-ervaring opsporen

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Een cultuur van ontmoeten

Omschrijven hoe opkomen voor waarheid eigen vormen van lijden kan meebrengen

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Omgaan met grenzen

Het christelijk spreken over het zich door God bemind weten op het spoor komen en omschrijven

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < bemind worden en liefhebben

Met concrete voorbeelden aantonen dat een christelijke houding van personen of groepen een originele en krachtdadige invloed kan uitoefenen op maatschappelijk denken en handelen

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Levensbeschouwing en ethiek

Bespreken van waaruit mensen grijpend of gevend in het leven kunnen staan

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen

Door bespreking op het spoor komen hoe een christen het dagelijkse bestaan ervaart als gave en opgave

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen

Omschrijven wat 'het beeld van God-zijn' inhoudt aan visie op de plaats en de verantwoordelijkheid van de gelovige mens

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen

Via bijbelfiguren en actuele figuren het spanningsveld verwoorden tussen imago en roeping

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Waar sta je nu in je leven? (identiteit)

De werking van God in de levensgeschiedenis van mensen aangeven

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Waar sta je nu in je leven? (identiteit)

Verhalen beluisteren en bespreken van mensen die 'van God' leven

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven? (bronnen van leven)

Zien en aangeven hoe de inzet voor een ander in vele levensverhalen een bron van leven is

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven? (bronnen van leven)

Het verband kunnen leggen tussen levensverhalen van christenen en Jezus' levensstijl

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven? (bronnen van leven)

Aangeven hoe bidden voor mensen een bron van leven is

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < Wat geeft je leven? (bronnen van leven)

Het omgaan van christenen met lijden en dood typeren

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat ervaar ik aan grenzen in het samen-leven? (grens en eidigheid)

Verschillende concrete vormen van zinzoeken aanwijzen en kritisch beoordelen

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin)

Aangeven hoe gelovigen de geschiedenis en hun leven als de plaats van Gods aanwezigheid en openbaring ervaren

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin)

Accenten van hedendaagse geloofsbeleving aangeven

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin)

Dragende levenservaringen aangeven en verwoorden

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Eerste jaar < Terrein < bronnen van leven

In concrete levensverhalen aangeven hoe het anderszijn van de andere, het mysterie van (zijn/haar) bestaan raakt

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < omgaan met verschil

Christenen als 'mensen van de weg' typeren

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Het belang omschrijven van plaatsen en momenten voor rust, inspiratie, ontmoeting,...

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Hedendaagse 'goede-vrijdag'- ervaringen opsporen en toetsen aan het passieverhaal

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Lijden en hoop

Geloofstaal bij lijden en hoop op verrijzenis herkennen en situeren

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Lijden en hoop

In levensgetuigenissen de diepte-ervaring van Aanwezigheid of Afwezigheid aanduiden en bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Grondervaring en geloof

Opsporen en verwoorden waar christenen hun persoonlijke gelovige weerbaarheid vandaan halen

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Groeiend persoonlijk engagement: Waar sta ik? (inkeer) Wat doe ik? (inzet) < Spoor 1: De persoonlijke weerbaarheid

Het belang van rituelen voor gemeenschappen opsporen en verduidelijken

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd < Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd

Aanduiden hoe levensbeschouwingen en godsdiensten verschillend de tijd indelen en met tijd omgaan

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd < Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd

Enkele bijbelse metaforen rond tijd en ruimte ontsluiten

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Beginnend levensbeschouwelijk engagement: je leven een verhaal in de tijd < Spoor 2: Je leven, een verhaal in de tijd

Interlevensbeschouwelijke competenties

De leerling ontdekt en verwoordt de eigenheid van de levensbeschouwing waarin hij/zij les volgt.

Interlevensbeschouwelijke competenties < Ik en mijn levensbeschouwing < Kennis

De leerling gaat respectvol en open om met de eigenheid van de eigen levensbeschouwing.

Interlevensbeschouwelijke competenties < Ik en mijn levensbeschouwing < Vaardigheden en attitudes

De leerling verplaatst zich in het levensbeschouwelijk perspectief van anderen.

Interlevensbeschouwelijke competenties < Ik, mijn levensbeschouwing en deze van de ander < Vaardigheden en attitudes

Achtergrondinformatie

1. Wat is een heilige?

“De term ‘heilige’ is afgeleid van het Latijnse sanctus, wat oorspronkelijk betrekking had op iets dat onschendbaar was, in zoverre het de bescherming van een bekrachtiging genoot. Te vermelden zijn de gezanten, de volksredenaars, de stadsmuren en -poorten. Later verwees het ook naar een persoon, krachtens zijn heilig beroep, eerlijkheid en zuiverheid. Bij Latijnen en Grieken hoorde de bepaling ‘heilig’ eveneens bij datgene wat met God of godsdienst verband hield. Zo waren tempels en altaren heilig omdat ze aan de goden toegewijd waren. Tenslotte duidde de term tevens de zedelijke volmaaktheid van de vrome en reine mens aan.

Doch het profane woordgebruik was voor het christelijke gedachtegoed niet doorslaggevend. De christenen baseerden zich voor hun terminologie immers op totaal andere bronnen, ook al bezigden ze dezelfde woorden als de heidenen. Zo sloeg in de primitieve kerk de term ‘heilig’ op alle christenen in zoverre ze een aparte groep vormden, gericht op de Heer en afgescheiden van de heidenen. Stilaan werd het gegeven beperkt tot personen die de christelijke deugden op aarde beleefd hadden. Vanaf de vijfde eeuw werd ‘sanctus’ de morele kwalificatie van een heilige, waarvan het de naam voorafging.
Als we ons toespitsen op de dag van vandaag, kan men stellen dat wanneer wij in onze eucharistievieringen het ‘heilig, heilig, heilig de Heer’ zingen, wij verkondigen dat God alleen zuiver, doorzichtig, liefdevol en heilig is. Hetzelfde kan van Christus gezegd worden. “Gij alleen zijt de heilige, Gij alleen de heer”, zoals de apostel Petrus het ons aanbeveelt (1 Pe 3,15).
De mensen zijn bijgevolg slechts heilig, in de mate waarop God het hen verleent: “Wees heilig, want ik, de Heer uw God, ben heilig” (Lev 19,2). Dit in de lijn van het volk van Israël en de Kerk van Christus die heilig genoemd worden (1 Pe 2,9). Laatstgenoemde is heilig en onbesmet omdat Christus’ lichaam kan meegedeeld worden aan hen die zijn ledematen worden door het doopsel. Zodoende dat Paulus alle christengelovigen heiligen noemt (Rom 1,7 en 15,25).
Een heilige is dus een christengelovige die intenser geleefd heeft, de ogen gericht op Christus, om Hem van meer nabij te kunnen volgen, zoals bijvoorbeeld Stefanus. Of anders, het is een gedoopte die zich meer door Christus aangegrepen voelt, zodat hij met Paulus kan zeggen: “Ikzelf leef niet meer, Christus is het die in mij leeft” (Gal 2,20). Zulks ligt volledig in de lijn van het verleden toen de identificatie van de heilige met Christus, vooral met de gekruisigde, door de eerste generatie christenen levendig aangevoeld werd. De brief van de gelovigen van Vienne en Lyon aan de broeders van Azië, in 177, getuigt ervan: “Christus leed in Sanctus… Het lichaam van Pothinus was als ontbonden door ouderdom, maar de ziel bleef daarin bewaard opdat Christus door haar zou triomferen.”
De heiligheid is niets anders dan de hoogste ontluiking van de doopselgenade, en is bijgevolg een gemeenschap met het levende Woord zelf. Alzo gelden de heiligen voor ons als modellen en beschermers. Het prefatie van de heiligen luidt in die optiek: “In hun leven verschaft gij ons, Heer, een model, in gemeenschap met hen een familie en via hun tussenkomst een steun.” Iedere heilige heeft daarbij zijn manier om het evangelie te beleven, onder leiding van de Heilige Geest. Allen te samen presenteren ze ons een buitengewoon aanbod van opties, om ons ten dienste te stellen van God en onze medemensen. De heiligen zijn de krachten in ons leven, want het zijn levenden.”
 
B. Lauvrijs, Zalig- en heiligverklaringen. Damiaan en anderen. Historiek, spiritualiteit en procedure, Brugge, 1995

 

2. Geen personencultus

“Een personencultus veruitwendigt zich in een overtrokken en onredelijke dweepzucht en bewondering voor bepaalde invloedrijke personen en hun prestaties. Dit valt regelmatig filmsterren, topsporters of wereldlijke bewindvoerders te beurt. De afstand tussen deze personencultus en de heiligenverering is evenwel hemelsbreed. “Aan Cleopatra denkt men terug, tot Maria bidt men”, zo zegt met een boutade de nieuwe Katechismus.
De heiligen die na een langdurig en vaak slopend proces binnen de Kerk vereerd mogen worden, bekomen dit niet omwille van hun prestaties, maar wel om wat hun daarbij bezield heeft. Een authentiek geloof en leven heeft hun levenswandel van Gods heiligheid vervuld.
Versmalt en ontaardt de personencultus de mens, dan wordt van de verering van heiligen verwacht dat zij verheft en verruimt. Zo maakt geen enkel liturgisch gebed van het Romeins missaal gewag van de buitengewone prestaties van heiligen, zelfs wanneer deze als dusdanig erkend werden.
Wel biedt elke heilige de mogelijkheid om zich door Christus en de Geest in gebed tot God te richten. Heiligenverering doet dus bidden en vestigt de aandacht op God. Vandaar ook het onderscheid tussen ‘vereren’ en ‘aanbidden’ dat doorheen de geschiedenis ingevoerd werd. Het laatste richt zich binnen het rooms-katholicisme alleen op de Heilige Drieëenheid, terwijl de verering betrekking heeft op personen en voorwerpen waarin God en Christus indirect gestalte krijgen – wat het protestantisme afwijst. Dit betekent concreet dat zaligen en heiligen slechts middelen zijn om op een meer bevoorrechte wijze tot God te naderen. Het gebed van de gelovigen mag zich niet tot hen beperken, maar krijgt via hen wel een extra dimensie en doorstroming. Hetzelfde geldt voor de overledenen, zij het wel in beperkte mate.”
 
B. Lauvrijs, Zalig- en heiligverklaringen. Damiaan en anderen. Historiek, spiritualiteit en procedure, Brugge, 1995

 

3. Het proces van zalig- en heiligverklaring

Heiligverklaring sinds 993
 
Voordat een overledene officieel door de paus heilig verklaard wordt, vindt een opeenvolging van onderzoekingen plaats. Aan elk stadium van onderzoek beantwoordt een 'rang' van kerkelijke erkenning. Er zijn vier stadia.
1 Wanneer een overleden gelovige geruime tijd na zijn of haar dood nog steeds verering geniet, kan er een officieel verzoek tot kerkelijke erkenning uitgaan naar de plaatselijke bisschop. Na een eerste vluchtige beschouwing wordt de overledene op een lijst geplaatst en aangeduid met - Dienaar Gods -.
2 Na onderzoek van levenswijze, teksten en wonderen van de 'Dienaar Gods' gaat er bericht naar de Heilige Stoel in Rome. Wanneer daar de kwaliteit van het bisschoppelijk onderzoek wordt bevestigd is de vereerde opgeklommen tot- Eerbiedwaardige -.
3 Nu worden vooral de wonderen onderzocht die aan de voorspraak van de Eerbiedwaardige in de hemel worden toegeschreven. Wanneer de paus deze erkent wordt de vereerde persoon Zalig - verklaard. In feite houdt dit in dat de plaatselijke verering door de paus wordt goedgekeurd en erkend.
4 De zalige wordt - Heilig - wanneer de paus officieel de verering voor de hele wereldkerk goedkeurt en aanbeveelt.
 
Heiligverklaring vóór 993
 
In de eerste tien eeuwen van de kerkgeschiedenis was er eigenlijk geen sprake van een heiligverklaring (zie verderop). Het waren de gewone gelovigen die een overledene begonnen te vereren. Zij bezochten zijn of haar graf en namen er stof, stenen of hout van mee naar huis. Mocht dat niet lukken, dan probeerden ze tenminste heilige overblijfselen (relieken of relikwieën) aan te raken in de hoop dat de geestkracht waarvan de overledene bij diens leven had getuigd, daarin nog altijd aanwezig was. Ze zetten dit alles kracht bij door de heilige te vragen om diens voorspraak: of hij of zij bij God in de hemel het gebed van de gelovige op aarde wilde ondersteunen. Talloos zijn de berichten uit die eerste eeuwen over wonderbaarlijke genezingen en gebedsverhoringen.
Daardoor nam de toeloop van pelgrims en bedevaartgangers toe. Dat deed de plaatselijke bisschop besluiten de relieken van de heilige- zoals dat officieel heette - te verheffen tot de eer der altaren: ze werden ter verering op een altaar in de kerk geplaatst. Daarmee was de heiligverklaring een feit.
Het is begrijpelijk dat iedere stad of streek graag zo'n heilige in haar midden wilde hebben. Het bracht niet alleen een geestelijke, maar ook een economische impuls met zich mee. Kerken, kapellen of kloosters die zich niet konden beroemen op relieken van heiligen, gingen ze in het beste geval elders kopen, in het slechtste geval zelfs stelen! Dat bracht zoveel misbruik met zich mee dat de toenmalige paus, Johannes XV († 996), in 993 het alleenrecht naar zich toe trok om iemand - na zorgvuldig onderzoek - officieel heilig te verklaren. Zo is Sint Ulrich van Augsburg († 973; feest 4 juli) de eerste, die in 993 officieel door de paus werd heilig verklaard.
 

 

4. Hoe drukt de heiligenverering zich uit?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image006(10).jpg
  • Martyriologia en heiligenkalenders: Het opnemen van een heilige in het martyriologium of de heiligenkalender ligt aan de basis van diens liturgische verering. De oorsprong hiervan ligt rond 250 na Christus waar Cyprianus zich erom bekommerde dat de sterfatum van de belijders van het geloof werd opgetekend zodat men hun getuigenis bij die van de martelaren kon voegen. Reeds in de vierde eeuw verschenen de eerste kalenders. In een heiligenkalender moet het streven naar authenticiteit vervat zitten. Ook de universaliteit is een must, zowel qua tijd als qua ruimte. Iedere streek heeft zo zijn eigen heiligenkalender.
  • Gebeden en lectuur: Elke herinnering aan een heilige wordt in het missaal voorzien van een eigen gebed. Deze gebeden verwijzen naar de spiritualiteit waarin de heilige geleefd heeft of vatten zijn missie in de Kerk samen. Soms wordt ook in de Bijbel gelezen op de dag waarop de heilige gevierd wordt: het gaat hier dan om passages waarin de heiligen zelf het licht hebben gevonden dat hun leven geleid heeft.
     
  • De liturgische viering: De eucharistie wordt opgedragen aan God, maar wel tot nagedachtenis van de heiligen. Soms wordt in het openingsgebed gezegd wat die bepaalde heilige voor de Kerk heeft gerealiseerd en men doet dan dikwijls beroep op zijn voorspraak. Ook in de woorddienst is de herinnering aan de heilige soms aanwezig, door het bijvoorbeeld over het leven van die bepaalde heilige te hebben.
     
  • De verering van beelden en relikwieën: Men gaat het stoffelijk overschot en de beelden van heiligen soms vereren. Tot op de dag van vandaag maakt het overbrengen van de stoffelijke resten van heiligen deel uit van de liturgische kerkwijding. Heiligenbeelden zien we ook in kerken, in de vorm van schilderijen, beeldhouwwerken, mozaïeken,…
     
  • De volksdevotie: Deze volkse verering heeft haar wortels in de liturgie. Het betreft hier een immens domein. Verschillende heiligen trekken van over de hele wereld bedevaarders aan. In vele gevallen zijn de meest geprezen heiligen diegenen waarover de legendes grote romaneske avonturen verhalen. Eveneens geliefd zijn de plaatselijke patroonheiligen, van wie doorheen de geschiedenis soms alleen de naam bekend is gebleven. Binnen deze devotie ligt wel het gevaar op de loer dat de heilige niet wordt gezien als een aan God ondergeschikte voorspreker. De relieken en beelden krijgen dan een plaats toegekend die alle proporties te buiten gaat.
     
    Naar B. Lauvrijs, Zalig- en heiligverklaringen. Damiaan en anderen. Historiek, spiritualiteit en procedure, Brugge, 1995

"Ieder van ons heeft in zijn leven dierbare personen met wie wij ons bijzonder verbonden voelen.

Sommigen van hen zijn al geborgen in God, anderen maken nog deel uit van ons leven hier op aarde: bijvoorbeeld ouders, verwanten of opvoeders. Het zijn mensen voor wie wij iets goeds hebben gedaan, of van wie wij iets goeds hebben ontvangen. Mensen van wie je weet dat je op ze kunt rekenen.
Maar het is ook goed 'tochtgenoten' te hebben op je weg door het christelijk leven. Ik denk aan geestelijk begeleiders of biechtvaders: mensen met wie je je geloofservaringen kunt delen. En dan denk ik ook aan de Heilige Maagd en de heiligen. Ieder zou eigenlijk een heilige moeten hebben met wie je bijzonder vertrouwd bent, aan wie je vraagt voor je te bidden en ten beste te spreken. En natuurlijk als voorbeeld om hem of haar na te volgen.
Daarom zou ik je willen uitnodigen de heiligen beter te leren kennen, om te beginnen de heilige naar wie je heet. Door over zijn of haar leven te lezen, of de geschriften die ze nagelaten hebben. Je kunt er zeker van zijn dat zij een goede gids zullen blijken in de liefde voor de Heer en in je groei als christenmens."
Uit een toespraak van paus Benedictus XVI op 25 augustus 2010

5. Patroonheiligen

Verschillende vormen van patronaten

Kerkpatronen

De oudste vorm van patronaat is de benoeming van het kerkgebouw naar een bepaalde heilige. Dat lag met name voor de hand als de kerk werd gebouwd op het graf van de heilige, zoals de 'Sint Pieter' in Rome: gebouwd op het graf van Sint Petrus. Hetzelfde geldt te Rome voor de Sint Paulus buiten de Muren. Wijdde men elders een kerk aan Sint Petrus of Sint Paulus, dan probeerde men een reliek van de heilige te verwerven. Deze metselde men in in het altaar. Dan was het toch een beetje het graf van de heilige. In de eerste eeuwen waren de kerken vooral toegewijd aan de apostelen, Petrus, Paulus, Johannes, Stefanus enz. In de vroege middeleeuwen waren ook Sint Maarten (Martinus) en Sint Nicolaas veel gekozen kerkpatronen. Nadat in 431 Maria was uitgeroepen tot 'Moeder van God' verrezen er nagenoeg in alle steden van Europa Maria- of Onze-Lieve-Vrouwekerken.

Patroons van aardrijkskundige plaatsen

Daaruit ontstond het gebruik een stad of dorp toe te wijden aan de patroonheilige van de hoofdkerk. Zo is Sint Petrus de beschermheilige van Rome. Sint Nicolaas van Amsterdam en van vele andere handels- en havensteden, Sint Maarten van Utrecht en Groningen. Soms wijdde men een plaats toe aan een heilige die in die plaats had gewoond: Sint Geneviève in Parijs, Sint Goedele in Brussel enz. De aartsengel Sint Michaël is vaak beschermheilige van een berg of heuvel.

Naamspatronen

In de loop van de middeleeuwen groeide het gebruik kinderen te vernoemen naar heiligen. De heilige naar wie je heette, werd dan jouw patroonheilige. Dat ging zelfs zo ver dat men in zuidelijke landen niet je verjaardag vierde, maar je naamdag: de dag waarop je patroonheilige in de kerk werd herdacht.

Beroepspatronen

Toen in de middeleeuwen beroepsgroepen en gilden ontstonden, kozen zij een eigen patroonheilige. Indien enigszins mogelijk kozen zij een heilige die hun beroep had uitgeoefend. Sint Jozef werd patroonheilige voor timmerlieden, handwerkslieden enz. De apostel Andreas van vissers, schippers en vishandelaars; de evangelist Lukas van wie Paulus zegt dat hij dokter was: van artsen. Volgens de legende had Lukas ooit een portret geschilderd van Maria. Vandaar dat hij patroon werd van beeldend kunstenaars en met name van schilders.
Vaak koos men een patroonheilige als er op een of andere manier verband kon worden gelegd tussen het beroep en het levensverhaal (of de legende) van de heilige. Zo werd Sint Bartolomeus patroon van de slagers, omdat hij levend gevild zou zijn. Sint Thomas ('de ongelovige') werd de patroon van architecten en bouwlieden, omdat zijn legende vertelt dat hij een paleis bouwde voor een heidense koning. Sint Cecilia van de (kerk)muziek, omdat zij op het moment dat de bruidsmuziek klonk, haar man influisterde maagd te willen blijven omwille van Christus.

Patroonheiligen bij allerlei ziekten en kwalen

Het is niet moeilijk te bedenken hoe de voorspraak van patroonheiligen werd ingeroepen bij ziekte en onheil. Vooral waar de medische wetenschap meestal machteloos stond. Zo riep men de voorspraak van Sint Stefanus in tegen alle ziekten die met stenen te maken hadden: gal-, nier- en blaasstenen. Hij was immers gestenigd! Sint Rochus werd een van de belangrijke beschermheiligen tegen de pest, omdat hij van die ziekte genezen was. Sint Jozef werd patroon van een zalige dood, omdat hij volgens de legende was gestorven temidden van Jezus en Maria. Enz.

Patroonheiligen bij elke intentie of nood

 

Zo vond en vindt men bij elke intentie of nood wel een toepasselijke patroonheilige. Sommigen zijn door en voor de hele Kerkgemeenschap als zodanig erkend. Anderen genieten plaatselijke of zelfs persoonlijke verering. 
Sint Clara werd patroon van de televisie, omdat zij vanaf haar ziekbed in een visioen de kerstnachtmis bijwoonde die op enkele kilometers van haar plaats vond. Onlangs werd Sint Isidorus van Sevilla uitgeroepen tot patroon van het internet. Hij was de eerste die in de vroege middeleeuwen een Encyclopedie aanlegde, waarin nagenoeg alle toenmalige kennis bijeen was gebracht. Engelen zijn natuurlijk patronen van de ruimtevaart.

 

Verering in onbruik

“Niet enkel tegen ziekten werden heiligen aangeroepen, maar ook tegen allerlei plagen, ongelukken, natuurrampen, ongemakken of gevaren. Het inroepen van de hulp van de zogeheten beschermheiligen vormde naast de verering van de geneesheiligen dan ook een niet te onderschatten onderdeel van de volksdevotie. Die kende nog een andere belangrijke pijler, ontstaan uit het gebruik van middeleeuwse ambachtslieden om zich te verenigen in gilden, onder de bescherming van een heilige. Deze schutspatronen en -patronessen kunnen tot de derde grote groep heiligen worden gerekend wier verering eeuwenlang van belang was in onze streken.
In een tijd waarin de rechtspraak nog klassengebonden was, waarin geen sociaal vangnet bestond en geen wetenschappelijke hulpmiddelen of degelijke verzekeringsstelsels voorhanden waren, voelden de gewone mensen zich vaak aan hun lot overgelaten en bleef hen geen andere uitweg over dan hulp van bovenaf. Daarom wendden zij zich in geval van nood dikwijls tot heiligen op wier voorspraak zij rekenden om soelaas te brengen, problemen op te lossen of gevaren af te wenden. En net zoals dat bij geneesheiligen het geval was, ging de keuze van een bepaalde beschermheilige tegen een of andere ramp of ongeluk terug op een feit uit diens vita of legende, op de manier waarop hij werd afgebeeld, of zijn (martel)dood of op een mirakel dat hij had verricht.
 
Op diezelfde manier kozen handwerkers of kooplieden een schutspatroon voor hun beroepsvereniging. Heiligen maakten immers een essentieel deel uit van het dagelijkse leven en het lag voor de hand dat elke gilde zich wilde verzekeren van bescherming van bovenaf. De keuze had doorgaans te maken met het beroep van de heilige in kwestie, met de attributen waarmee hij of zij werd afgebeeld of met bepaalde gebeurtenissen uit hun leven.
 
In onze geseculariseerde maatschappij is – op enkele uitzonderingen na – de verering van beschermheiligen in onbruik geraakt, wat alles te maken heeft met de technische, wetenschappelijke en sociale vooruitgang die zo kenmerkend is geweest voor de tweede helft van de twintigste eeuw. De opbrengst van onze oogst wordt verbeterd met kunstmest, insecten worden met chemische middelen bestreden, tegen ongelukken of rampen zijn we verzekerd, bij psychische problemen wordt een therapeut geraadpleegd… Wie heeft, met andere woorden, nog de tussenkomst van een beschermheilige nodig?
 
Wat de verering van schutspatronen betreft, heeft de Franse Revolutie een belangrijke rol gespeeld. Onder druk van de overheid werden vele verenigingen afgeschaft, wat leidde tot het verdwijnen van gildealtaren en –kapellen in de kerken. Bovendien speelde een soortgelijk proces zich af als bij de verering van de andere beschermheiligen. Werknemers werden almaar beter beschermd door sociale wetten en verenigden zich in vakbonden die de belangen van hun leden verdedigden. Later kwam met de toenemende individualisering van onze maatschappij het verenigingsleven onder druk te staan, zodat het tegenwoordig nog maar zelden voorkomt dat beroepsverenigingen op de feestdag van hun schutspatroon een festiviteit organiseren, een mis laten opdragen of een processie houden zoals gilden dat vroeger deden.
 
Dit alles heeft tot gevolg dat men vandaag nog slechts een goedmoedig of meewarig glimlachje overheeft voor de gebruiken van enkele generaties geleden, die gemakshalve als naïef of zelfs bijgelovig worden afgedaan. Daarbij gaat men echter voorbij aan de vaak uitzichtloze problemen waarmee mensen vroeger werden geconfronteerd, aan het onwankelbare geloof van het volk in de beschermende kracht van heiligen of aan de belangen van handwerkers en kooplieden om zich te verenigen in zowel economisch als religieus gestructureerde groeperingen. Eeuwenlang boden beschermheiligen hulp en bijstand aan de gewone man, eeuwenlang vormden zij de religieuze ruggengraat van verenigingen en gilden.”
 
J. Claes, A. Claes., K. Vincke, Beschermheiligen in de Lage Landen, Leuven, 2006
 

 

6. Patroonheiligen in schoolnamen

Op basis van een lijst van de katholieke secundaire scholen werd nagegaan welke patroonheiligen het vaakst voorkomen in de schoolnamen. Hieronder volgt een overzicht met telkens een kort woordje uitleg.

 Samengesteld uit www.heiligen.net; J. Claes, A. Claes, K. Vincke, Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen, Leuven, 2002; Da mihi animas. Keuzes en bezieling in het leven van Don Bosco; Meyers C. ed.; Heiligen van de herfsttijd. Verhalen uit de Legenda aurea van Jacobus de Voraigne over Sint-Michaël, Sint-Joris, Sint-Maarten en Sint-Nicolaas, Zeist, 1985.

Jozef

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image002(2).jpg

De Heilige Jozef was de echtgenoot van de Maagd Maria en voedstervader van Jezus. Hij behoorde tot het huis van David en woonde in Nazareth waar hij werkte als timmerman. Daarom wordt hij vaak afgebeeld als ambachtsman of in een lang gewaad met sandalen. Vaak heeft hij ook het kind Jezus op de arm. Jozef was een rechtschapen man en zorgde goed voor zijn vrouw en haar kind. Hij werd op een speciale manier uitgekozen om de echtgenoot van Maria te worden. Alle ongetrouwde mannen van het huis van David kwamen samen en doordat Jozef zijn herdersstaf ging bloeien werd zijn uitverkiezing door God duidelijk. Doorheen de jaren ontstonden echter veel legenden over Jozef, zo zou hij bijvoorbeeld op zijn huwelijk reeds tachtig jaar geweest zijn. Waarschijnlijk stierf hij nog voor Jezus zijn publieke optreden begon ergens in het eerste kwart van de eerste eeuw. Jaarlijks wordt op 19 maart het feest van de Heilige Jozef gevierd. Hij is de patroonheilige van onder andere houthakkers en timmerlui maar ook van asielzoekers. Deze laatste zijn te verklaren door Jozefs vlucht met zijn familie naar Egypte toen Herodes alle kinderen liet vermoorden in Bethlehem. De naam ‘Jozef’ komt uit het Hebreeuws waar hij ‘Hij voegt toe’ betekent.

Maria

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image003(4).jpg
Maria, als de moeder van Christus, is een belangrijk figuur in het christendom. Het is dan ook opvallend dat er maar weinig over haar te vinden is in het Nieuwe Testament. Het is vooral Lucas die over Maria schrijft. Vele tradities over Maria, bv. over haar geboorte, dood, hemelvaart zijn van latere datum. In het eerste hoofdstuk van het Lucasevangelie wordt verteld hoe de engel Gabriël na zijn verschijning aan Zacharias, ook aan Maria verschijnt. Gabriël zegt haar dat ze zal bevallen van een zoon die ze Jezus moet noemen. Maria vraagt dan: ‘Maar hoe moet dat dan?’ ‘Ik heb geen omgang met een man.’ De engel antwoordde haar: ‘De Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God.” Uit het mooie Maria Magnificat kan je afleiden dat Maria instemt met de aankondiging en zich ten dienste stelt aan God. 

Vincentius

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image004(6).jpg

De Heilige Vincentius à Paolo werd geboren in het jaar 1581 in Pouy te Frankrijk. Hij was eenvoudig van afkomst en op zijn negentien werd hij tot priester gewijd. Zijn lange leven wijdde hij aan werken van naastenliefde en de armen. Hij wordt afgebeeld in een zwart habijt omringd door armen en is dan ook de patroonheilige van liefdadigheidsinstellingen. Een kruisbeeld en een vlammend hart zijn zeldzamere attributen. Men zei van hem dat hij goed kon luisteren, ernstig, goed en edel was. Tijdens een zeereis werd hij gevangen genomen door Turkse zeerovers en was twee jaar slaaf in Tunis waar hij uiteindelijk kon ontsnappen. De ‘Congregatie van de Missie’ werd door hem gesticht. Hij hielp ook de H. Louise de Marillac de ‘Zusters van Liefde’ op te richten. De leden van de Congregatie worden Lazaristen genoemd naar het moederhuis St.-Lazare te Parijs. Zij hebben drie doelstellingen: (1) werken aan hun eigen zielenheil door meditatie, gewetensonderzoek, conferenties bijwonen en een jaarlijkse retraite; (2) bekering van zondaars en (3) zorgen voor een goede priesteropleiding. In 1660 overleed hij te Parijs en in 1737 werd hij heilig verklaard. De naam ‘Vincentius’ is Latijn voor ‘zegevierend’ en zijn feestdag valt op 27 september.

Don Bosco

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image005(5).jpg

Giovanni Bosco werd geboren op 16 augustus 1815 in Noord-Italië in een arm boerengezin. Als kind al wou hij priester worden. In zijn jeugdjaren had hij een bijzondere droom: Hij ziet zichzelf temidden van een bende spelende kinderen. Wanneer hij deze hoort vloeken, probeert hij hen hardhandig het zwijgen op te leggen. Dan hoort hij een stem: ‘Niet met slagen, maar met zachtheid en liefde zal je jouw vrienden moeten winnen’. Deze droom is de basis van zijn roeping: hij wil de jongeren opvoeden, niet met geweld, maar met liefde en vertrouwen. In 1841 werd hij tot priester gewijd. Als priester laat hij zich heel erg in met het lot van jongeren. Hij was een groot verteller, door verhalen over historische personages en heldhaftige christenen reikte hij aan de jongeren een voorbeeld. Hij hield het niet alleen bij mondelinge verhalen, maar ging ook schrijven om zo nog meer jongeren ontvankelijk te kunnen maken voor de liefde voor God. Don Bosco start ook verschillende scholen, zo wou hij ook aan jongeren van arme afkomst de kans geven om te leren. In 1888 sterft hij.

Jan Berchmans

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image006(4).jpg

Johannes of Jan Berchmans kwam ter wereld in 1599 te Diest als oudste van vijf kinderen. Zijn ouders hadden gehoopt dat hij zou helpen in hun schoenmakerswinkel maar in 1616 ging hij naar het jezuïetennoviciaat in Mechelen. Daar leerde hij een levenswijsheid die hij nooit zou vergeten: ‘Heiligheid bestaat niet in het verrichten van buitengewone dingen, maar in het buitengewoon verrichten van gewone dingen!’ Twee jaar later legde hij de religieuze geloften af van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede. Later studeerde hij drie jaar filosofie in Rome. Op slechts 22-jarige leeftijd (1621) stierf hij op de exacte dag die hij voorspeld had en in de cel waar ook Aloysius van Gonzaga het leven gelaten had. Samen met deze Aloysius is hij patroonheilige van misdienaars, zangkoren en studerende jongeren. Er waren drie zaken die hij als zijn dierbaarste bezit zag: zijn soutane met rozenkrans, zijn kruisbeeld en zijn regelboek. Na zijn dood schreef zijn overste een karakteristiek van Jan op: ‘Wat wij allemaal zo in hem bewonderen, was dat hij zo deugdzaam was, zo… vanzelfsprekend deugdzaam. Met Gods genade wist hij van alles wat hij aanpakte iets bijzonders te maken; iets wat precies was zoals het moest zijn.’ In 1888 werd hij heilig verklaard en zijn feestdag is 26 november.

Lutgardis

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image007(3).jpg

Sint Lutgardis of Lutgart van Tongeren werd geboren in 1182. Er bestaat een legende waarin Christus aan haar verschijnt en haar zijn gewond hart laat zien. Lutgardis werd dan ook vereerster van het Heilig Hart van Jezus. Te Sint-Truiden trad ze in bij de Benedictessen maar verliet deze voor de strengere Cisterciënzerinnenorde. Van Maria zou ze de gave ontvangen hebben nooit Frans te leren zodat ze geen abdis zou moeten worden en gespaard bleef van zware verantwoordelijkheden. Doordat ze bij twee ordes is geweest wordt ze zowel in het zwarte Benedictinessenhabijt afgebeeld als in het witte habijt van de Cisterciënzerinnen. Zij had de gave van voorspellen waardoor ze mystieke visioenen had. In 1246 is ze overleden. Ze wordt vaak voorgesteld terwijl Jezus zijn arm om haar heen slaat omdat Jezus, nadat Lutgardis met hevige hoofdpijn naar de nachtgetijden was geweest, zijn arm losgemaakt zou hebben van het kruis en haar tegen zijn zijwonde drukte. Lutgardis wordt ook afgebeeld met het kind Jezus op haar schoot die haar Zijn hart aanreikt. Zij is de patrones van onder andere blinden en vrouwen die zwanger zijn. Haar feestdag valt op 16 juni.

Franciscus

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image008(4).jpg

Franciscus van Assisi is geboren in een rijke familie. Hij leidde aanvankelijk een vrij losbandig leven, maar kwam tot inkeer toen hij tijdens een veldtocht tegen Perugia ernstig ziek werd. Hij leefde twee jaar als kluizenaar en trok predikend rond. Hij verzamelde een groep volgelingen rond zich. Later ontstond hieruit de Franciscanerorde of de Minderbroeders. Hij hechtte heel veel belang aan armoede. Franciscus schreef het beroemde Zonnelied, waarin hij liefde predikte voor mensen, natuur en dieren, vandaar dat hij in de 20ste eeuw de patroonheilige werd van de milieubeweging en de dierenbescherming. Hij wordt blootvoets of met sandalen voorgesteld, gekleed in donkerbruin of grijs habijt, omgord met een wit koord met drie knopen (gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid), een kap op de rug, soms op het hoofd. Vaak wordt hij met stigmata afgebeeld maar ook regelmatig met dieren. Franciscus van Assisi is de patroonheilige van de armen, blinden (hij was zelf blind bij zijn overlijden in 1226), gevangenen, lakenhandelaars, wevers, kooplieden, kleermakers en werd aangeroepen tegen hoofdpijn en pest. Zijn feestdag is op 4 oktober.

Michiel

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image009(2).jpg

Michiel of Sint-Michaël is een aartsengel. Zowel het oude als het nieuwe testament bevatten verhalen over hem. Apokalyps 12 vertelt hoe de aartsengel een gevecht met de draak wint. In het tiende hoofdstuk van het boek Daniël wordt gezegd dat Michaël de enige vorst is die Daniël helpt. Volgens het twaalfde hoofdstuk zal Michaël in de eindtijd opstaan om ook dan het volk te beschermen. Verder bestaan er verschillende legenden over Sint-Michiel. Deze vertellen over zijn verschijningen. Zo wordt er verteld dat Michaël er voor zorgde dat een man die een vergiftigde pijl naar een weggelopen stier schoot, zelf geraakt werd door de pijl. Bij een andere verschijning zou hij aan een bisschop de opdracht gegeven hebben om een kerk te bouwen. Sint-Michaël zou voor een derde keer verschenen zijn in Rome, op wat men nu de Engelenburcht noemt. Nog een andere legende vertelt over hoe Michaël verscheen aan een doodzieke man en hem een drank liet drinken die hem weer gezond maakte. Sint-Michaël is ook bekend van de zogenaamde Sint-Michielszomer. Dit is de naam die gegeven wordt aan de periode van eind september tot half oktober waarin men soms nog kan genieten van mooie nazomerdagen. 29 september is zijn feestdag. Sint-Michiel is de patroonheilige van de wapendragers en allerhande beroepen die met de weegschaal te maken hebben, gaande van apothekers, over ambulanciers tot bakkers

Johannes de Evangelist

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image010(5).jpg

Johannes de evangelist werd vaak beschouwd als dezelfde als Johannes de apostel. Dat wordt nu echter betwijfeld door bijbelwetenschappers. Over Johannes de evangelist is weinig geweten. Het is moeilijk te zeggen wie de auteur van het vierde evangelie is. Het evangelie heeft in ieder geval een lange ontstaansgeschiedenis. Dat betekent niet onmiddellijk dat Johannes slechts een fictief persoon is. Wat opvalt aan het Johannesevangelie is dat het in vergelijking met de andere evangelies een veel meer samenhangend geheel vormt, met uitgebreide redes van Jezus. Ook is er minder aandacht voor de vertrouwde motieven. Het Johannesevangelie is bovenal een bezinning op de betekenis van Jezus. Voor deze bezinning deed ‘Johannes’ echter wel beroep op de andere evangelies. Daarom mogen we ook de gelijkenissen niet vergeten. Johannes de Evangelist staat bekend als een excellent schrijver. Hij is dan ook patroonheilige van  schrijvers, boekdrukkers en ambtenaren.

Johannes de Doper

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image011(5).jpg

Lc 1 vertelt over de aankondiging van Johannes de doper zijn geboorte, die ongeveer een half jaar voor de geboorte van Jezus plaatsvond; een engel verschijnt aan Zacharias en vertelt dat hij een zoon zal krijgen, die hij de naam Johannes moet geven en die door de volgende zaken gekenmerkt zal zijn: Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. (Lc 1, 14-17) Johannes wordt in het christendom beschouwd als profeet en als iemand die heel belangrijk is geweest om de komst en verkondiging van Jezus voor te bereiden. Johannes sprak net als Jezus de mensen toe en riep hen op om zich te bekeren en zich te laten dopen, want het einde der tijden dreigde. Ook Jezus werd door hem gedoopt. Zijn verkondiging was zo’n succes dat Herodes bang werd dat Johannes zijn gezag zou ondermijnen. Herodes liet hem daarom gevangen nemen en onthoofden.  Daarom is Johannes de patroonheilige van gevangenen en terdoodveroordeelden en werd hij aanroepen tegen hoofdpijn.

Aloysius

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image012(6).jpg

Aloysius (Luigi) Gonzaga werd in 1568 geboren als zoon van de markgraaf van Castiglione delle Stiviere. Samen met zijn broer Rudolf werd Aloysius op jonge leeftijd naar Milaan gestuurd voor zijn opleiding waar hij in contact kwam met Carolus Borromaeus, de kardinaal van Milaan. Van hem ontving hij zijn eerste communie. Reeds op zijn tien jaar legde hij de gelofte van kuisheid af en trad in bij de Jezuïeten waardoor hij afstand deed van zijn erfelijke rechten. Hij stierf in Rome in 1591 aan de gevolgen van de pest en in 1726 werd hij heilig verklaard. Hij is de patroonheilige van studenten, jongelingen en geleerden. Zijn naam, Aloysius, betekent ‘beroemde strijder’. Meestal wordt hij afgebeeld in een zwarte soutane. Als attributen heeft hij een kruisbeeld, een witte lelie, een doodshoofd, een boek en een gesel. Aloysius was zeer nederig, zo nederig dat hij altijd naar de grond keek. Zijn feestdag is op 21 juni.  

Maarten

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image013(5).jpg

Martinus van Tours of beter bekend Sint Maarten was de zoon van een Romeinse tribuun. In 316 werd hij geboren in Sabaria (Hongarije) maar kwam naar Gallië als ruiter in het leger. Hij bekeerde zich echter en ging in de leer bij Hilarius van Poitiers. Hij wou echter geen bisschop worden omdat hij zich niet waardig achtte en hij verborg zich in een stal met ganzen. Zij snaterden en men bracht Martinus naar Tours waar hij in 371 bisschop werd. Hij is herkenbaar op afbeeldingen aan zijn soldatenkledij en de bekende scène waar hij met zijn zwaard zijn mantel in twee snijdt en vervolgens de helft aan een bedelaar geeft. De nacht daarop zou Jezus aan hem verschenen zijn gekleed in dat stuk mantel. Martinus is dan ook het symbool van vrijgevigheid en naastenliefde. In bepaalde streken van ons land krijgen kinderen op zijn feestdag, 11 november, geschenken. Hij overleed rond 397 en werd de beschermheilige van vele beroepen zoals soldaten, ruiters en smeden.

Lucas

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image014(5).jpg

De Heilige Lucas is één van de evangelisten van het Nieuwe Testament. Hij schreef het derde evangelie en de ‘Handelingen der apostelen’. Hij was een arts in Antiochië voor hij zich bekeerde tot het christendom en vergezelde de Heilige Paulus op enkele reizen. Hij stierf rond 70 in Beotië als martelaar. Zijn evangelie is doordrongen van parabels over naastenliefde. Hij heeft ook veel geschreven over de kindertijd van Jezus. Hij is de patroonheilige van artsen, notarissen, schrijvers… De vier evangelisten hebben alle vier een eigen attribuut waarmee ze afgebeeld worden: Johannes met de adelaar, Marcus met de gevleugelde leeuw, Mattheus met de gevleugelde mens en Lucas met de gevleugelde stier of os. Deze vier dieren zijn de bewakers van de grondvesten van de wereld. Lucas wordt met de stier voorgesteld omdat zijn evangelie begint met een offer en de stier het dier is dat vaak geofferd wordt. Hij wordt vooral afgebeeld als apostel maar soms ook als een geleerde met naast hem een gevleugelde stier. Op 18 oktober wordt zijn feestdag gevierd.

Ursula

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image015(3).jpg

Ursula van Keulen is bekend van de legende waarin ze, ondanks haar gelofte van maagdelijkheid, ten huwelijk gevraagd werd door Aethereus. Ursula zou enkel met hem trouwen indien hij zich tot het christendom bekeerde en haar de toelating gaf een pelgrimstocht naar Rome te maken. Op de terugweg van Rome viel Ursula met elfduizend maagden in de buurt van Keulen in handen van de Hunnen. Ursula en haar gezellinnen werden met pijlen doorzeefd. Daarom wordt ze vaak afgebeeld met een pijl. Het getal elfduizend is echter een leesfout, haar gevolg zou slechts uit 11 maagden bestaan hebben. Ursula is de patrones van de leraressen en van de Ursulinen, de naar haar genoemde congregatie die door de H. Angela de’ Merici in 1535 werd gesticht. Ursula werd aangeroepen tegen brand, oorlog en kinderziekten. Haar feestdag viel op 21 oktober maar is sinds 1969 geschrapt.

Paulus

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image016(6).jpg

Paulus werd in Tarsus, het huidige Turkije, geboren rond 10 v. Chr. als Saulus. Hij was een erg fanatieke vervolger van christenen. Toen hij rond het jaar 40 van zijn paard gebliksemd werd, werd hij echter net een enthousiaste volgeling van Jezus. Paulus, zijn naam na zijn bekering, reisde daarna veel om zijn boodschap, die erg apocalyptisch geïnspireerd was, te verkondigen. Hij was een controversieel figuur, zo meende hij dat een besnijdenis niet nodig was om in een christelijke gemeente opgenomen te worden. Ook het feit dat hij zichzelf apostel noemde, werd niet door iedereen in dank afgenomen. In zijn brieven vinden we dan ook passages waarin hij zichzelf verdedigt. Men gaat ervan uit dat Paulus rond het jaar 62 na Chr. gedood is, aan het einde van zijn gevangenschap in Rome. Afbeeldingen van Paulus stellen hem voor als apostel in een lange tunica. Vaak wordt er ook in verwezen naar zijn bekering. Paulus is de patroonheilige van de theologen, wevers, doven, touwslagers, wapensmeden en mandenmakers. Zijn feestdag is op 29 juni.

www.heiligen.net; Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen. Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, Uitgeverij: KOK, Davidsfonds/Leuven, 2002; Da mihi animas. Keuzes en bezieling in het leven van Don Bosco; Mary 1, 116-117, named woman, women in scripture. A dictionary of named en unnamed women in the hebrew bible, the apocryphal/deuterocanonical books and the new testament. Meyers C. ed.; Heiligen van de herfsttijd. Verhalen uit de Legenda aurea van Jacobus de Voraigne over Sint-Michaël, Sint-Joris, Sint-Maarten en Sint-Nicolaas, p. 11-27 uitgeverij vrij geestesleven, zeist, jaar: 1985

Impulsen

1. Patroonheiligen op school

Als basis voor het opvoedingsproject

Vrije Basisschool Sint-Vincentius Gijzegem
 
Sint-Vincentiusinstituut Dendermonde
 
Ursulinen Mechelen
 
Broederschool Sint-Niklaas
 

In het logo

De scholengroep Sint-Maarten te Aalst  heeft voor haar 125 jarig bestaan een nieuw logo ontworpen. In de jaren 80 bestond er de trend de namen van scholen om te zetten in letterwoorden. Dit gebeurde ook voor het Sint-Maarteninstituut dat het SMI werd. In het schooljaar 2005-2006 bestond het Sint-Maarteninstituut 125 jaar en daar ging een feest aan gepaard. De directeur was op reis geweest naar Barcelona en kreeg inspiratie door het zien van een beeld van een ruiter. Deze ruiter staat op foto 1 afgebeeld. Vooral de strakke lijnen vielen de directeur op en hij stelde voor op de commissie voor 125 jaar een nieuw logo te ontwerpen dat een moderne en gestileerde Sint-Maarten moet weergeven. Op het vorige logo, dat op foto 2 te zien is, staat Sint-Maarten afgebeeld als Romeins soldaat. Maar er was een consensus dat het tijd werd voor iets nieuws en daarbij wou men terugkeren naar de roots, naar Sint-Maarten. De bedoeling was Sint-Maarten af te beelden in al zijn geledingen en uit het logo moest het opvoedingsproject naar voren komen. Onder de titel Scholengroep Sint-Maarten kwam een ondertitel: In de geest van Sint-Maarten. Het logo werd ontworpen door Geert Van Den Berghe. Hij maakte één ontwerp in drie kleuren. Het logo is te zien op foto 3. Het Sint-Maarteninstituut is fier op zijn katholiciteit en durft ervoor uit te komen. Wel wordt benadrukt dat het een katholieke school is anno 2011, dit wil zeggen de christelijke beleving op een moderne manier, realistischer. De afkorting SMI dekt de lading niet en de twee afkortingen samen: SMI-TIS vormen samen geen mooi woord. Er werd ook beslist het opvoedingsproject te herschrijven en daaruit kwamen elf kernwoorden voort die samen Sint-Maarten vormen: studiehouding, individuele aanpak, niveau, toekomstgericht denken, maatschappijgericht, attent zorgbeleid, algemeen vormend, respect, transparantie, evangelische boodschap en netwerk van overlegorganen. Bij het feest voor 125 jarig bestaan werd het logo onthuld. Sommigen zagen echter niet wat er op stond en er kwamen enkele vreemde reacties, maar overwegend waren de reacties positief. Het Sint-Maarteninstituut heeft deelgenomen aan Music For Life door 11111 kilometer te fietsen op spinningfietsen. Om reclame te maken werd het nieuwe logo omgevormd tot een Sint-Maarten op de fiets (te zien op foto 4). Deze school is een voorbeeld van creatief omgaan met je patroonheilige.

afbeelding-Foto 1

Foto 1

afbeelding-Foto 2

Foto 2

afbeelding-Foto 3

Foto 3

afbeelding-Foto 4

Foto 4

‘De koeherder van Becchi’

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image025(3).jpg
Sommige scholen brengen hun patroonheilige onder de aandacht door een deel van het leven van deze heilige uit te beelden. Een voorbeeld hiervan is de monoloog over Don Bosco die opgevoerd wordt in De Don Boscoschool te Halle. Deze monoloog wordt jaarlijks opgevoerd voor de eerste Salesiaanse vormingsdag voor eerstejaars personeelsleden van de Don Boscoscholen in Vlaanderen. De monoloog is getiteld ‘De koeherder van Becchi’ en bevat vijf scènes die geschreven werden door Walter Evenepoel, een leraar van de school. Hierin wordt het leven geschetst van Don Bosco. We komen te weten wie hij was, waar hij leefde, de sociale context, zijn familie en vrienden  komen aan bod. Bij bepaalde speciale gelegenheden is er een extra opvoering.

2. Patroonheiligen op de kalender

Scheurblaadjes

afbeelding-image028.jpg

image028.jpg

afbeelding-image026.jpg

image026.jpg

afbeelding-image027.jpg

image027.jpg

De bekende scheurkalender De Druivelaar van drukkerij Strobbe uit Izegem krijgt nu ook een digitale variant. Dat zegt het bedrijf in een persmededeling. De Digitale Druivelaar zal op iPhone en iPad gebruikt kunnen worden. De papieren scheurkalender ontstond in 1915 en is aan zijn 97ste editie toe. Jaarlijks rollen zo'n 950.000 exemplaren van de drukpersen.
De beleving van de scheurkalender blijft ook in de digitale versie behouden. Zo zie je het dagelijkse ritueel van het afscheuren van een blaadje op het scherm en hoor je zelfs het typische geluid ervan. Terwijl de voorkant van het blaadje verdwijnt, verschijnt de bijhorende tekst op de achterzijde. De gebruiker kan alle kalenderblaadjes van het jaar lezen tot op de dag van gebruik.
De digitale versie heeft ook enkele extra mogelijkheden. Zo kan je het blaadje dat je hebt bekeken meteen doorsturen naar anderen. Waarheen-tips zijn ook gelinkt aan websites van organisatoren. Daarnaast maakt de applicatie je ook attent op de naamfeestdagen van contacten die in het adresboek zijn opgeslagen. Er is ook een handige tool die alle namen op de scheurkalender oplijst.
 
De Standaard, 12 december 2011

 

3. Wist je dat…

 …beschermheiligen en beschermengelen tot op de dag van vandaag vereerd worden als 'role-model' en bemiddelaar en gebruikt als handvat voor het leven?

…Sint Clara patroonheilige is van de televisie, omdat zij vanaf haar  ziekbed in een visioen de kerstnachtmis bijwoonde die op enkele kilometers van haar plaats vond?

…Sint Isidorus van Sevilla uitgeroepen werd tot patroon van het internet? Hij was de eerste die in de vroege middeleeuwen een Encyclopedie aanlegde, waarin nagenoeg alle toenmalige kennis bijeen was gebracht.

… Job de patroonheilige tegen onder andere aambeien is?

… er minstens zes patroonheiligen voor bierbrouwers zijn?

… Johannes de Doper patroonheilige is voor bioscoophouders?

… de bescherming van Simon de Zeloot wordt ingeroepen tegen boze of bazige vrouwen? De nadruk lag vooral op het bazige karakter van de vrouwen in kwestie.

… vanaf de vijftiende eeuw het gebruik bestond om Sint-Agathabriefjes met Latijnse teksten aan te bieden op jaarmarkten, ter bescherming tegen brand.

… de Heilige Gangulphus door zijn vrouw bedrogen werd en zelfs op haar bevel door haar minnaar werd vermoord, waardoor hij beschermheilige is geworden tegen echtbreuk en huwelijkspatronen en de schutspatroon werd van bedrogen echtgenoten?

… de Heilige Leonardus van Noblac beschermheilige is tegen gevangenschap en geestelijke vormen van gevangenschap zoals het vastzitten aan geld of bezit en de verslaving aan alcohol, drugs en seks?

… in onze streken Sint-Hubertus de bekendste beschermheilige is tegen hondenbeten?

… Christina Mirabilis of Christina de Wonderbaarlijke, die zelf driemaal stierf, wordt aanroepen tegen een lange doodsstrijd en voor een kalme dood?

… er een beschermheilige is tegen lastige schoonmoeders?

… er heel wat patroonheiligen zijn die worden ingeroepen tegen insecten en ander ongedierte?

… er iets bestaat als de ‘veertien noodhelpers’ die vanaf de Middeleeuwen bij nood werden aangeroepen? Als groep beschermden zij tegen alle mogelijke kwalen en problemen, zodat men zich beschermd wist tegen zo goed als alle onheil.

… de verering van de Heilige Christophorus sinds de twintigste eeuw een nieuwe impuls kreeg door de opkomst van het moderne verkeer en het toenemende aantal verkeersongelukken? Op het dashboard van auto’s bevestigde men een afbeelding van de heilige voor een behouden reis. Daaruit groeide het gebruik om auto’s en andere vervoermiddelen te zegenen op een feestdag. Verschillende fiets-, motor- en autoclubs kozen hem als schutspatroon.

… vroeger het gebruik bestond van de zogeheten eet- of slikprentjes, ook wel hostieprentjes genoemd? Hierop stonden verschillende heiligen afgebeeld, telkens niet groter dan een halve postzegels. Deze prentjes werden onder het voedsel van dieren gemengd, of door mensen meegebakken in brood, met water ingeslikt of op zieke plekken gelegd, ter bescherming.

… er zelfs patroonheiligen tegen slangenbeten bestaan?

… Sint-Valentinus niet alleen patroonheilige is van verliefden, maar ook van imkers, molenaars en schippers?

… in vele gezinnen vroeger een prent hing of beeld stond van de Heilige Antonius?

… Jozef van Arimatea schutspatroon werd van begrafenisondernemers?

… Veronica, die Jezus bij zijn kruisgang een doek zou aangeboden hebben, waarop na gebruik zijn gelaatstrekken zouden blijven staan zijn, door de fotografen als hun schutspatrones werd gekozen?

… Paulus een beschermheilige is van paarden?

… de Heilige Johannes Chrysostomos die bekend werd omwille van zijn redenaarstalent (zijn naam betekent ‘gouden mond’) vanaf de 19de eeuw een schutspatroon van leerlingen uit de hoogste Latijnse klas werd? Nadien werd zijn patroonschap veralgemeend naar alle laatstejaars uit het middelbaar onderwijst. Eind januari wordt in vele scholen nog steeds ‘Chrysostomos’ gevierd bij de aanvang van de laatste honderd dagen van de schooltijd.

… de aartsengel Gabriël als boodschapper van God logischerwijze de schutspatroon werd van beroepen die op de een of andere manier te maken hebben met het overbrengen van boodschappen?

Naar J. Claes, A. Claes., K. Vincke, Beschermheiligen in de Lage Landen, Leuven, 2006

4. Heilige humor

afbeelding-image036.jpg

image036.jpg

afbeelding-image037.jpg

image037.jpg

afbeelding-image038.png

image038.png

afbeelding-image039.png

image039.png

afbeelding-image040.png

image040.png

De eerste twee heiligen die hier worden afgebeeld, liggen nogal voor de hand. Sint-Antonius is de patroonheilige van de verloren voorwerpen en Sint-Franciscus van de dieren. De derde, Sint-Laurentius, is minder bekend. Toen hij in de derde eeuw na Christus door de Romeinse autoriteiten werd gevraagd om hen de schatten van de Kerk te geven, verzamelde Laurentius een menigte blinde, kreupele en zieke Romeinen, en vertelde dat dit de ware schatten van de Kerk waren. Hij kreeg daarop de doodstraf en werd levend geroosterd. Na zijn dood werd hij, nogal ironisch, ondermeer patroonheilige van de koks.

Een bizarre collectie

afbeelding-image042.jpg

image042.jpg

afbeelding-image043.jpg

image043.jpg

afbeelding-image044.jpg

image044.jpg

afbeelding-image045.jpg

image045.jpg

afbeelding-image046.jpg

image046.jpg

5. Songs

Patron Saint (Regina Spector)

She's the kind of girl
Who'll smash herself down
In the night
She's the kind of girl
Who'll fracture her mind
Till it's light
She'll break her own
Heart
And you
Know
That she'll break your heart too
So darling, let go of her hand

She's been skipping days
Spilling her drinks in the sink
And you know
She never coming home
Never coming home
A-Again

But when, when, when
She open her eyes, eyes, eyes
Beyond the
Chipping paint through the windowpane
Lies, lies, lies
Her patron saint
Broken and lame
And absolutely insane
For learning
That true love
Exists

So darling, let go of her hand
Let go of her hand
Let go of her hand
Let go of her hand
Let go of her hand
Let go of her hand
Let go of her hand

You'll be to blame
For playing this game
And learning
That true love
Exists

She's the kind of girl
Who'll smash herself down
In the night
She the kind of girl
Who'll fracture her mind
Till it's light
She'll break her own heart
And you
Know
That she'll break your heart too
So darling, let go of her hand
Darling, let go of her hand

You'll
Be to blame
For
Playing this game
And learning
That true love
Exists
Broken and lame
And knowing
That true love
Exists
The pain, the pain, the pain
Of knowing
That true love
Exists

Doo, doo doo doo doo
Doo doo doo doo doo

Doo, doo-doo doo doo doo
Doo doo doo doo doo
Ah-da-da, ah-ah
Ah-da-da, ah-ah

Christina the Astonishing (Nick Cave)

 Christina the Astonishing

Lived a long time ago
She was stricken with a seizure
At the age of twenty-two
They took her body in a coffin
To a tiny church in Liege
Where she sprang up from the coffin
Just after the Agnus Dei
She soared up to the rafters
Perched on a beam up there
Cried "The stink of human sin
Is more that I can bear"
Christina the Astonishing
Was the most astonishing of all
She prayed balanced on a hurdle
Or curled up into a ball
She fled to remote places
Climbed towers and trees and walls
To escape the stench of human corruption
Into an oven she did crawl
O Christina the Astonishing
Behaved in a terrifying way
She would run wildly through the streets
Jump in the Meusse and swim away
O Christina the Astonishing
Behaved in terrifying manner
Died at the age of seventy-four
In the convent of St Anna

Sint-Franciscus (Bart Peeters)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image048(4).jpg

O Sint-Franciscus,

u bleef bij de bewering
dat ontbering de weg is naar het hemelrijk
Dus bleef u kiezen
voor ascese in Assise
en vond u glamour maar wat troosteloos gezeik
 
Maar is geluk dan niet
een soort van pleister
die niet eens zo bijster
lang kleeft
Zoals een voetbal
die als bij toeval
dan toch nog even
langs de doellijn zweeft
 
O Sint-Franciscus
U was een diva
zonder antidepressiva
mijn mystieke held
U converseerde voortdurend
met de mussen
Hebben die beestjes ondertussen
al iets wezenlijks verteld?
 
En is geluk niet gewoon een soort van pleister
die niet eens zo bijster lang kleeft
Behalve dan bij u, o doorgedraaide sint,
die vindt dat je in armoe pas echt leeft
 
Uw mediaprofiel
zal nooit ten onder gaan
Hebt u dat werkelijk, Sint-Franciscus
zonder manager gedaan
Zonder businessplan, zonder productioneel nv
zonder printcampagnes, zonder radio of teevee?
 
Maar is geluk niet gewoon een soort van pleister
die niet eens zo bijster lang plakt
Voor u de hemel in het klad
maar voor mij eerder een rat die diamanten kakt
 
O Sint-Franciscus
Ik wil niet stressen
Maar zo'n consultatie
is dat duur?
Red alsjeblief mijn ziel
en geef me duizend levenslessen
Of plukt u liever verder bessen
in de natuur?
Bart Peeters - Sint Franciscus
Nummer: Sint Franciscus
Artiest: Bart Peeters
Lengte: 3:7
Bart Peeters over dit lied

“Ik weet weinig over bidden, mijn katholieke roots zijn weggeknabbeld door de konijnen van de Ethicologische Pragmatiek, maar toch denk ik te begrijpen wat de grote les van Sint Franciscus (San Francisco!!!) was... Ik ben niet ascetisch maar heb geen materiële verlangens, geen, ik wil alleen nog triljoenen shots liefde geven en krijgen, en ik besef dat ik ook op dat vlak nog veel moet leren.”

Extra artikel: Geroepen tot roem? Over de verering van heiligen en idolen

Bart Peeters vergelijkt in het lied Sint-Franciscus de heilige Franciscus met hedendaagse idolen, en dit in het voordeel van de ‘mystieke held’, die geen schone schijn en geen businessplan nodig had om de tand des tijds te doorstaan en eeuwige roem te vergaren. In al zijn eenvoud biedt dit lied ons enkele kapstokken aan voor een reflectie rond de verschillen in onze omgang met ‘heiligen’ van vroeger en die van nu. Vooraleer we stilstaan bij die verschillen, gaan we even in op mogelijke gelijkenissen in de verering van katholieke heiligen en van hedendaagse helden.

Het artikel kan hier gedownload worden in pdf.

Eline De Bruyne, Geroepen tot roem? Over de verering van heiligen en idolen, in Mensen Onderweg 111/4 (2009) 9-16.

Saint of me (The Rolling Stones)

Saint Paul the persecutor

Was a cruel and sinful man
Jesus hit him with a blinding light
And then his life began
I said yeah
I said yeah

Augustin knew temptation
He loved women, wine and song
And all the special pleasures
Of doing something wrong
I said yeah
I said yeah

I said yeah, oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me

And could you stand the torture
And could you stand the pain
Could you put your faith in Jesus
When you're burning in the flames

And I do believe in miracles
And I want to save my soul
And I know that I'm a sinner
I'm gonna die here in the cold
I said yes, I said yeah

I said yeah, oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me

I thought I heard an angel cry
I thought I saw a teardrop falling from his eye

John the Baptist was a martyr
But he stirred up Herod's hate
And Salome got her wish
To have him served up on a plate
I said yes
I said yeah

I said yeah, oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me
Oh yeah, oh yeah
You'll never make a saint of me

I thought I heard an angel cry
I thought I saw a teardrop falling from his eye
I thought I saw an angel cry

You'll never make a saint of me
You'll never make a saint of me

Heilige Anthonius (Rowwen Heze)

Ierst miene jas doarnoa 'n paar handschoon.
Mien schoelbeuk, mien tas en mien verstand.
Die foto van ow en honderd andere dinge.
Die ik neet mier kost vinge, 't leep oet de hand.

Of 't verdween of 't bleef urges ligge.
Ik vong 't neet mier terug en dan doch ik mar dat.
Wat ik in die joare soms inens bin verloare.
Gewoen umdat ik teveul haj doarnoa haj ik wir zat.

Mar wat ik neet begreep dat 't oeit kos gebeure.
Wurrum gingde geej weg zonder afscheid zo vlug?
En toen mien douve inens ginge move.
Douve wiste de weg die kwaame altied terug.

D'n Heilige Anthonius deen mos 't wiete.
Heej schreef meej terug, beste vrind wette dat.
Soms is 't beater iets moeis te verleeze.
Beater verleeze dan dat ge 't noeit het gehad.

Vanaf vandaag niks mier te vreeze.
Vanaf vandaag, wet ik vort dat.
Soms is 't beater iets moeis te verleeze.
Beater verleeze dan dat ge 't noeit het gehad.

D'n Heilige Anthonius deen mos 't wiete.
Heej schreef terug, beste vrind wette dat.
Soms is 't beater iets moeis te verleeze .
Beater verleeze dan dat ge 't noeit het gehad

Vanaf vandaag niks mier te vreeze.
Vanaf vandaag, wet ik vort dat.
Soms is 't beater iets moeis te verleeze.
beater verleeze dan det ge 't noeit het gehad.

D'n Heilige Anthonius deej mos 't wiete
Heej schreef mich terug, beste vrind wette dat.
Soms is 't beater iets moeis te verleeze

Beater verleeze dan det ge 't noeit het gehad. 

6. Expecto patronum

 

Een Patronus is een beschermende kracht in de Harry Potter-boekenserie van J.K. Rowling. De Patronus beschermt tegen Dementors en een Stik-De-Moord en verschijnt als iemand aan iets gelukkigs denkt en de spreuk "Expecto Patronum" uitspreekt. De Patronus is zilverwit en neemt de vorm aan van een dier. Bijna elke tovenaar heeft een eigen, herkenbare Patronus. Een uitzondering hierop is Severus Sneep, hij heeft precies de zelfde Patronus als Lily Potter-Evers (Hinde) omdat hij verliefd op haar is geweest sinds hij haar voor het eerst zag.
 
Een Patronus is de enige methode om je te beschermen tegen Dementors en Stik-De-Moord. Het is gevorderde magie en zelfs veel afgestudeerde tovenaars hebben er moeite mee. Een Patronus is een soort anti-Dementor die als een schild tussen het slachtoffer en de Dementor fungeert; het is is een positieve kracht, een projectie van geluk en hoop, dus eigenlijk hetgene waarvan de Dementor leeft. In tegenstelling tot mensen kan een Patronus geen wanhoop voelen en kan de Dementor de Patronus ook niet deren.
Om een Patronus op te roepen is het de bedoeling om je uiterst te concentreren op een uiterst gelukkige herinnering waardoor de Dementor verdreven kan worden. Wanneer je jezelf op die uiterst gelukkige herinnering concentreert, vervolgens de spreuk 'Expecto Patronum' uitspreekt, zal er een (volmaakte) Patronus verschijnen.
(Expecto Patronum is afgeleid van het Latijn en betekent letterlijk: 'ik verwacht een beschermheer')
 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Patronus_(Harry_Potter)

 

 

Patronussen van enkele personages in de Harry Potter-boeken

Harry Potter: Hert
Hermelien Griffel: Otter
Ron Wemel: Jack Russel / Terriër
Albus Perkamentus: Feniks
Severus Sneep: Hinde

Patronus compilatie

Een compilatie van fragmenten waarin de Patronus-spreuk wordt gebruikt doorheen de Harry Potter films 

"I just wanted to show you my newest tattoo - I got it done a few weeks ago, and it's now all healed and presentable! I wanted something harry potter-based, and settled on this - the patronus in the books is something that drives away the dementors, which to me represent fear, so this tattoo is a sort of symbol against being afraid. Harry potter is something that I love, and I think this is a good representation of that too!” (http://www.apocketfulofrosie.co.uk/2012/03/expecto-patronum.html

7. Beelden van bescherming

afbeelding-image053.jpg

image053.jpg

afbeelding-image054.jpg

image054.jpg

afbeelding-image055.jpg

image055.jpg

afbeelding-image056.jpg

image056.jpg

afbeelding-image057.jpg

image057.jpg

afbeelding-image058.jpg

image058.jpg

afbeelding-image059.jpg

image059.jpg

afbeelding-image060.jpg

image060.jpg

afbeelding-image061.jpg

image061.jpg

afbeelding-image062.jpg

image062.jpg

afbeelding-image063.jpg

image063.jpg

8. Een kritisch gedicht

Dit gedicht wordt misschien best in het Engels gelezen, omdat daarin duidelijk het alfabet wordt afgegaan. Men kan wel de Nederlandse vertaling ernaast leggen.

There are no patron saints against accidents (Rita Mae Reese)

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image047(3).jpg

There are patron saints for archives and Arkansas and advertisers.
Against dying alone.
For backward children, boxers and boys’ choirs.
For birds and breastfeeding.
For cancer patients, pastry chefs and good confessions.
For country girls and criminals.
Against cold.
For dancers, the recently dead and dentists.
Against sudden death.
For engineers, exiles and evil spirits.
Against eating disorders and enemy plots.
Against earaches and earthquakes.
For fathers and fugitives and forgotten causes and Florida.
Against frenzy.
For gas station workers and guards and the Greek Air Force.
Against gout.
For hostages, hangovers and hardware stores.
Against sick horses and hair loss. Against hesitation.
For inquisitors, ice skating and the cooks of Italy.
Against invaders, bacterial infections and infertility.
For jailers and jurors and Jackson, Mississippi.
For kings, Kentucky and Kalamazoo.
Against losing keys.
Against lightning.
For librarians and lawyers.
For mechanics and musicians and mail.
Against mice and mad dogs.
Against fear of night.
For New Orleans and news dealers.
For obsessions and old maids and Ohio.
Against oversleeping.
For parents of large families and plumbers and pawnbrokers.
Against poverty.
For queens and quartermasters.
Against riots and rats.
For rain and against rain.
For silence.
For bomb technicians and medical technicians and television writers.
For reformed thieves and test takers.
Against twitching.
For ugly people and uncontrolled gambling.
For victims of apoplexy, abuse, betrayal, child abuse, drowning,
incest, jealousy, kidnapping, rape, spouse abuse, stroke, torture, and
unfaithfulness.
Against vertigo.
For working people and West Virginia.
Against bad weather.
For expectant mothers, expeditious solutions, and excluded people.
Against explosions.
For New York and young people in general.
Then there is Saint Zoe of Pamphylia, a slave who cared for the dogs
guarding her master’s gate and kept them from biting visitors.
She is the patron saint of nothing. There is no one at the gate.

Er zijn geen patroonheiligen tegen ongelukken (Rita Mae Reese)

Er zijn patroonheiligen voor archieven en Arkansas en adverteerders.
Tegen alleen sterven.
Voor achterlijke kinderen, boksers en jongenskoren.
Voor vogels en borstvoeding.
Voor kankerpatiënten, patissiers en goede biechten.
Voor plattelandsmeisjes en criminelen.
Tegen verkoudheid.
Voor dansers, pas overledenen en tandartsen.
Tegen plotse dood.
Voor ingenieurs, ballingen en kwade geesten.
Tegen eetstoornissen en vijandelijke samenzweringen.
Tegen oorpijn en aardbevingen.
Voor vaders en vluchtelingen en vergeten doelen en Florida.
Tegen woede.
Voor pompstationbediendes en bewakers en de Griekse luchtmacht.
Tegen jicht.
Voor gijzelaars, tegen katers en voor gereedschapswinkels.
Tegen zieke paarden en haarverlies. Tegen twijfel.
Voor inquisiteurs, ijsschaatsen en Italiaanse koks.
Tegen binnendringers, bacteriële infecties en onvruchtbaarheid.
Voor gevangenisbewakers en juristen en Jackson, Mississippi.
Voor koningen, Kentucky en Kalamazoo.
Tegen het verliezen van sleutels.
Tegen de bliksem.
Voor bibliothecarissen en advocaten.
Voor mechanici en musici en mail.
Tegen muizen en dolle honden.
Tegen angst voor de nacht.
Voor New Orleans en krantenjongens.
Voor obsessies en oude meiden en Ohio.
Tegen overslapen.
Voor ouders van grote families en loodgieters en pandjesbazen.
Tegen armoede.
Voor koninginnen en kwartiermeesters.
Tegen rellen en ratten.
Voor regen en tegen regen.
Voor stilte.
Voor bomtechniekers en medische techniekers en televisieschrijvers.
Voor bekeerde dieven en mensen die testen doen.
Tegen zenuwtrekjes.
Voor lelijke mensen en tegen ongecontroleerd gokken.
Voor slachtoffers van verlamming, van mishandeling, verraad, kindermisbruik, verdrinken,
Incest, jaloezie, kidnapping, verkrachting, partnermishandeling, een beroerte, foltering en ontrouw.
Tegen hoogtevrees.
Voor werkmensen en West Virginia.
Tegen slecht weer.
Voor zwangre vrouwen, snelle oplossingen en uitgesloten mensen.
Tegen explosies.
Voor New York en jonge mensen.
Dan heb je de Heilige Zoe van Pamphylia, een slavin die voor de honden zorgde
Die de poort van haar meester bewaakten, en die hen ervoor behoedde gasten te bijten.

Zij is de patroonheilige van niets. Er is niemand aan de poort. 

9. Bijgeloof?

Afbeeldingen

afbeelding-image030.jpg

image030.jpg

afbeelding-image031.jpg

image031.jpg

afbeelding-image032.jpg

image032.jpg

Gelovigen met spulletjes

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/image033(1).jpg

De kerken lopen leeg, maar christelijke hebbedingetjes blijven tot de verbeelding spreken, stelt HANS GEYBELS geamuseerd vast. De laatste katholiek geïnspireerde mode: polsbandjes met heiligenprentjes

 
Heeft u ze gisteren ook gezien in de krant, de ‘heiligenbandjes'? Blijkbaar zijn de armbandjes met heiligen het nieuwste hebbeding voor de jeugd. We zagen ze al rond de arm van Justin Bieber en zijn Vlaamse tegenhanger Ian Thomas, dé tienermeisjesidolen van vandaag. Na de iPod een streepje God. Het is eens iets anders. En ook weer niet. Herinnert u zich nog de hetze rond de grote (bisschops)kruisen die de boezem van popsterren als Madonna sierden? Of de paternosterrage? Het plots opduiken van christelijke parafernalia is trouwens meestal een rage, met het typische kenmerk ‘even snel vergeten als opgedoken'.

Toch blijft het een heel bijzonder fenomeen. In tijden van massale religieuze ontbossing blijven christelijke ‘hebbedingetjes' tot de verbeelding spreken. Kerstmis wordt stilaan het feest van het licht en Pasen het feest van het leven. Maar de gadgets blijven dus wél bestaan. Het zou me overigens niet verbazen mocht de meerderheid van de bandjesdragers niet eens weten welke heilige ze meetorsen. En het zou me nog minder verbazen mochten ze nog nooit gehoord hebben van de Verloren Zoon of de Barmhartige Samaritaan.
Uit De Standaard, 30 maart 2011

 
Devotionalia

Maar de parafernalia fascineren me niet alleen omwille van de vraag naar het hoe en waarom van de band met het religieuze. Ik ben zelf ook gewoon een overtuigde fan. Ik moet het bekennen: ik ben een verstokte verzamelaar van christelijke devotionalia. Bedevaartvaantjes, medailles, rozenkransen: mijn verzameling is haast niet meer te overzien. Er is dan ook een gigantisch arsenaal aan ‘hulpmiddelen' binnen de katholieke kerk. ‘Katholieken zijn gelovigen met spulletjes', zei een kenner ooit.

Waar schuilt dan het verschil tussen mezelf en de armbandjes-tieners? Ik ben gelovig. Dat zeker. Beweren dat alle andere dragers en bezitters van parafernalia louter bijgelovig zijn, zou cru zijn. Het verschil zit volgens mij in de intentie van de drager. Je geluk helemaal laten afhangen van de spullen die je rond je lijf hebt hangen, of in je huis hebt staan, zit duidelijk in de sfeer van het bijgeloof. Maar als je zulke objecten bekijkt als hulpmiddelen bij een gebed of een meditatie, gaat het om de sfeer van het geloof. Al zit je soms op het scherp van de snee. Het is wat eronder zit, de overtuiging, die het verschil maakt.

Tot slot nog deze tip: de kleine armbandjes worden gedragen tot bijna alle heiligenprentjes eraf vallen. De heilige die overblijft, zou je persoonlijke patroonheilige zijn, aldus de Biebers van deze wereld. Veel keuze heb je dan wel niet: elk bandje telt hooguit vijftien plaatjes. Het risico om uit te komen bij een beschermheilige waar je éigenlijk niets mee bent, is reëel. Daarom adviseer ik deze methode, voor wie een beschermheilige zoekt: kijk naar je naam. Die is meestal afgeleid van een heiligennaam, en brengt je automatisch bij de juiste patroonheilige. Een eeuwenoude traditie, en nog steeds waterdicht.

Ik heb toch nog steeds geen klachten over Johannes.

HANS GEYBELS Wie? Gastprofessor KU Leuven. Wat? Jongeren die heiligenprentjes rond hun pols dragen, hoeven het niet enkel voor de schone schijn of uit bijgeloof te doen. Waarom? Met de juiste intentie kunnen de prentjes helpen hun geloof te beleven.
 

‘Idolenbandjes’
 

10. Geïnspireerd door heiligen

Enkele voorbeelden

…Sint-Vincentius

De Sint-Vincentiusvereniging is een levendig voorbeeld van hoe Sint-Vincentius de mensen heeft geïnspireerd en nog steeds inspireert. Zoals gezegd is Vincentius de patroonheilige van de liefdadigheidsinstellingen, omdat hij zelf zijn leven wijdde aan de zorg voor de armen. Dit is dan ook het doel van de Sint-Vincentiusvereniging, die het als haar taak ziet de minderbedeelde tegemoet te komen met zowel morele als materiële hulp. Daarbij willen ze geen onderscheid maken op basis van ras of godsdienst. De vereniging zelf is katholiek, maar haar hulpverlening kent geen grenzen.

De vereniging werd gesticht door Frédéric Ozanam, die leefde van 1813 tot 1853. Hij werd geboren in Milaan maar groeide op in Lyon, Frankrijk. In de jaren ’30 van de negentiende eeuw studeerde hij in Parijs, waar de Romantiek hoogtij vierde, maar waar er ook een heleboel miserie was. Parijs werd geteisterd door armoede, cholera en arbeidersopstanden… Als katholieke jongeling had hij het moeilijk dat de gelovigen een onverschilligheid ten aanzien van de armen verweten werd. Hij ontwikkelde dan ook zelf een enorme gevoeligheid voor rechtvaardigheid. In 1833 sticht hij dan ook met enkele gelijkgezinden de Sint-Vincentiusvereniging. Zijn ambitie was groot, hij wou: “een netwerk van naastenliefde rond de wereld spannen”. Zijn vereniging blijft dan ook niet beperkt tot Parijs. Vandaag de dag zijn er meer dan 140 landen, verspreid over alle continenten afdelingen van de Sint-Vincentiusvereniging te vinden. In 1842 kwam er bijvoorbeeld een vereniging in België, gesticht door Edmond van Gansbergh. Vandaag de dag telt de vereniging in België 342 conferenties en 64 centra! Hun activiteiten gaan uit van vier aandachtspunten: bijstaan, van voedsel voorzien, klederen aanbieden en onderdak geven.

 
Franciscan Friars of the Renewal

De Franciscan Friars zijn een katholieke congregatie met een afdeling in de Bronx, New York. Deze werd in 1987 opgericht door 8 broeders. Heel wat jongelingen voelen zich tot de congregatie aangetrokken. In deze documentaire wordt een blik gegeven op de congregatie, haar broeders en hun geloften. Deze congregatie is erg jong en helemaal niet zo oubollig zoals men zich vaak een congregatie voorstelt. De broeders skateboarden, hebben een band en organiseren zomeractiviteiten voor jongeren uit de buurt.

 
Je kan de volledige documentaire in twee delen bekijken op Youtube via deze links:
 
Meer informatie over de congregatie vind je op http://franciscanfriars.com/
De Congregatie der Zwartzusters van de Heilige Philippus Neri
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image075(2).jpg

De Congregatie der Zwartzusters van de Heilige Philippus Neri werd gesticht door Francisca Vercauteren en nam van bij aanvang de zorg voor psychiatrische patiënten ter harte. Samen met enkele gelijkgezinden ging Francisca zieken aan huis verzorgen. Als beschermheilige voor dit werk kozen zij de H. Lucia . Langzamerhand ontwikkelde zich een gestructureerde religieuze gemeenschap.

Aan het eind van de negentiende eeuw nam de congregatie de H. Philippus Neri aan als patroonheilige. Sinds die tijd heet de orde zoals ze vandaag bekend is. Ze voelen zich sterk geïnspireerd door verschillende sleutelwoorden uit het leven van hun patroonheilige die samengevat kunnen worden in deze slagzin: "In liefde en nederigheid vreugdevol bidden en werken."
  • Zich openstellen voor de liefde van God, die opnemen in het eigen leven en ze doorgeven (liefde);
  • Zich bewust zijn van de eigen kleinheid en onze mogelijkheden in nederigheid beoefenen (nederigheid);
  • Blijvend luisterbereid zijn voor het Woord van de Heer en het beantwoorden met woord en leven (gebed);
  • Zich gelukkig weten om Gods plan en die vreugde beleven als een weg naar de volmaaktheid (vreugde).

In 1985 liet de congregatie een wapenschild ontwerpen dat later in keramiek werd aangebracht in de vloer voor de vroegere kloosteringang onder het beeld van de patroonheilige. Op die manier willen de zusters het gedachtengoed van hun congregatie laten verder leven binnen de muren waar zij zich er eeuwenlang door lieten inspireren.

Links staat een vlinder, symbool voor de psyche, de ziel, waarmee verwezen wordt naar hun eeuwenlange actief zijn in de psychiatrie. De zwarte middenbalk verwijst naar Philippus Neri die traditioneel afgebeeld wordt met een stok en een rozenkrans. Het zwart staat voor dienstbaarheid, de kleur van de kledij van de zusters. Rechts op het blauwe veld staat een gouden ster die verwijst naar Maria, patroonheilige van de kapel van de zusters. De zeven zilveren golven verwijzen naar de zeven sacramenten en de zeven werken van barmhartigheid. Dit alles is omgeven door vijftien rode rozen die verwijzen naar de vijftien mysteries van de rozenkrans. 

http://kerknet.be/microsite/dekenaat_sintniklaas/content.php?ID=19475

Leerlingen etmaal vast in kloostercel voor Martinus. Sint-Martinusinstituut leeft in geest van patroonheilige
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image076(4).jpg

KOEKELARE - Morgen laten 31 leerlingen van het Sint-Martinusinstituut in Koekelare zich 24uur opsluiten in een kloostercel van het leegstaande klooster in Ichtegem. Dit opmerkelijke initiatief maakt deel uit van het project Martinus dat dit schooljaar centraal staat. 


Sint-Martinus is de patroonheilige van de Koekelaarse parochie én het college draagt de naam van deze heilige. Het Sint-Martinusinstituut (SMIK) heeft een jaarproject samengesteld waarin Martinus de rode draad is voor het schooljaar 2007-2008.

'Het project Martinus omvat drie delen', licht Luc Vandesompele, directeur van het instituut, toe. 'Er is de folklore met Sint-Maarten de kindervriend, er is Martinus de kluizenaar en vooral is hij de man die hulp bood aan al wie zorg nodig had en heeft.'

De school plant heel wat activiteiten die passen in het project Martinus, van speelgoed maken over een Sint-Maartenshow en helpen bij het ziekenfeest tot bejaardenhulp, een concert en het in ere herstellen van het brandglasraam van de Heilige Martinus.

Ook gaan leerlingen leven als een kluizenaar, zoals Martinus deed. '31 leerlingen gaan in afzondering in het klooster in de Koekelarestraat in Ichtegem. Ze leven er 24 uur alleen, zonder muziek, zonder gsm, mogen met niemand praten en hebben alleen een boek, papier en een potlood bij. Het eten wordt in een pot aan de deur gezet. Bedoeling is tot innerlijke rust te komen', zegt directeur Vandesompele.

'Martinus mag geen hol begrip zijn. In de naam steekt een boodschap, ook in de 21ste eeuw. Het is een boodschap van geloof, onthechting, zorg. Martinus moet voor een wezenlijk stuk die identiteit van het SMIK bepalen', stelt Luc Vandesompele. 
 
Uit De Standaard, 7 november 2007

Didactische suggesties

In eerste instantie is het belangrijk dat de leerlingen in het algemeen wat informatie krijgen over wat patroonheiligen precies zijn. Ofwel kan men als aanknopingspunt hiervoor de patroonheilige van de school nemen, ofwel de naamheilige van de leerlingen zelf, of van de dag waarop men deze les geeft (meer werkvormen hieronder). Bij de achtergrondinfo is heel wat informatie te vinden op basis waarvan de leerlingen een beter zicht kunnen krijgen op wat patroonheiligen precies zijn. Best is het om daarbij de leerlingen zelf aan te laten brengen waarom zij denken dat patroonheiligen bestaan. 

 

1. Patroonheiligen op school

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image077(2).jpg
  • Lessen over (patroon)heiligen vormen een ideale gelegenheid om de eigen school beter te leren kennen. Men  kan starten met een rondtoer op school, waarbij er uitgekeken wordt naar verwijzingen naar de patroonheilige. Zijn er beelden, foto’s, tekeningen van de patroonheilige? Verwijst het schoollogo er naar? Men kan samen met de leerlingen door de school lopen, of hen in kleine groepjes laten zoeken naar verwijzingen. Zo kan er een fotowedstrijd van gemaakt worden: welk groepje kan in een half uur tijd de meeste foto’s nemen van zaken die op één of andere manier naar de patroonheilige verwijzen? Achteraf kunnen de foto’s besproken worden:
    • Wat heeft elk groepje gefotografeerd en valt dus het meeste op?
    • Wat valt het minste op?
    • Zijn de leerlingen misschien iets voorbij gelopen?
    • Vind je dat de heilige veel of weinig voorkomt in de school? Zou het meer mogen? Of liever minder?
    • Vielen die zaken je voordien ook al op, of heb je ze nu meer gezien omwille van de opdracht?

    •  
  • Heeft de school een archief? Dan kunnen de leerlingen daar op onderzoek gaan naar de geschiedenis van de school: wanneer is de school gesticht? Door wie? Waarom werd de naam gekozen/ veranderd…? Was de patroonheilige vroeger prominenter aanwezig dan nu? Welke documenten verwijzen naar de patroonheilige (vgl. bijvoorbeeld de schoolagenda’s van vroeger en nu)?
     
  • Als de school een kapel heeft, kan men ook hier een bezoek aan brengen. Wordt hier veel belang gehecht aan de patroonheilige?
     
  • Op deze manier komen de leerlingen te weten: (1) Waarom werd de school zo genoemd? (2) Waarom werd er specifiek voor die patroonheilige gekozen? (3) Zijn er nog sporen op school te vinden die verwijzen naar de patroonheilige?

Als basis voor het opvoedingsproject

  • Bij de impulsen werden enkele voorbeelden opgenomen van hoe patroonheiligen een inspiratie vormen voor het opvoedingsproject van een school. Bij de gegeven voorbeelden verwoorden de leerlingen in welke zin deze heiligen het opvoedingsproject van deze scholen inspireerden en fundeerden.
     
  • De leerlingen kunnen ook in de eigen school in het opvoedingsproject, of bijvoorbeeld op de website, op zoek naar verwijzingen naar de patroonheilige van de school. In welke zin worden het leven en de daden van deze heilige verbonden met de waarden die de school belangrijk vindt en uitdraagt.

In het logo

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image078.jpg
  • Het voorbeeld van het Sint Maarten Instituut te Aalst inspireert tot een creatieve groepsopdracht. Men kan beginnen met de tekst bij de impuls te lezen. Daarrond kunnen verschillende vragen gesteld worden:
    • Vind je het nieuwe logo geslaagd? Waarom wel/niet?
    • Waarom zou men een verwijzing naar de patroonheilige willen in het logo?
    • Vind jij dat belangrijk? Waarom wel/niet?
    • Wat denk je van de ondertitel die de scholengroep aannam: In de geest van Sint Maarten? Denk je dat je eigen school in de geest van onze patroonheilige staat? Waarom wel/ niet?
    • Is jouw school ook toe aan een nieuw logo? Waarom wel, waarom niet? En als jij het volledige beslissingsrecht had, zou je er dan een verwijzing naar de patroonheilige in betrekken?
  • Dan worden de leerlingen aan het werk gezet. Zij zoeken zelf meer informatie over de patroonheilige van de school en krijgen de opdracht om een nieuw logo te ontwerpen voor de eigen bestaande school. Misschien komt er wel een logo te voorschijn dat de moeite waard is om aan de directeur voor te leggen? Of misschien kunnen de logo’s een plekje in het klaslokaal, de gang, de refter… krijgen?

    Dit is een creatieve groepsopdracht die een geschikte afsluiter van de lessenreeks over heiligen kan zijn, waarin een historische benadering en poging tot actualisering samenkomen in één creatief proces. Het is de bedoeling om als resultaat een creatief en hedendaags logo mét verwijzing naar de patroonheilige te hebben. Het logo kan namelijk iets zeggen over de geschiedenis van de school, het opvoedingsproject, de richting die men uit wil in de toekomst… 

    Door aan het ontwerpen ook een voorstelling aan de rest van de klas te koppelen, moeten de leerlingen tijdens het ontwerp goed nadenken over de keuzes die ze maken. Waarom kiezen jullie dit logo? Wat betekent die keuze voor de school? Hoe zal de patroonheilige de leerkrachten en leerlingen kunnen inspireren? Ook ieder aspectje van het logo moet beargumenteerd kunnen worden. Waarom kozen we deze afbeelding, stijl, kleur, compositie…? Een logo moet namelijk eenvoudig maar krachtig zijn. Het nieuwe logo van het Sint-Maarten Instituut van Aalst kan hier een inspiratiebron zijn.
     
  • In het geval de school geen patroonheilige heeft, kan de volgende alternatieve werkvorm gebruikt worden.

    Met de achtergrondinfo over de verschillende patroonheiligen maken de leerlingen een soort van catalogus van patroonheiligen. Aan de leerlingen wordt gezegd: “Jullie nemen zelf het initiatief om een school te stichten. Fantastisch! Er moet echter heel wat beslist worden nu. Hoe gaan we onze school noemen? Wat voor logo gaan we dan kiezen? Jullie beslissen om een traditionele schoolnaam te nemen, maar willen hier wel een jonge en dynamische invulling aan geven. Jullie zoeken wat rond en bladeren in de ‘patroonheiligencatalogus’. Na serieuze discussies zijn jullie eruit: je hebt een schoolnaam en –logo! Welke patroonheilige hebben jullie gekozen en waarom? En welk logo hebben jullie ontworpen?” 

‘De koeherder van Becchi’

  • Een mogelijkheid om de patroonheilige van de school nog een in het daglicht te stellen is de leerlingen de opdracht geven een toneel op te voeren over het leven van de patroonheilige van de school. De monoloog van in de Don Boscoschool te Halle is maar een voorbeeld van hoe het zou kunnen zijn.
     
  • Er zijn natuurlijk verschillende manieren om dit aan te pakken in een klasgroep. Een mogelijkheid is de klas in groepjes te verdelen en ze elk een deel uit het leven van de heilige te geven. Het is belangrijk om eerst met de hele klas het leven van de heilige eens te overlopen zodat ze een globaal beeld krijgen over wie hun patroonheilige nu eigenlijk was.
  • Een andere mogelijkheid is heel de klas samen het volledige leven te laten uitbeelden, eventueel in samenwerking met de leerkracht Nederlands. Op deze manier komen de leerlingen in aanraking met het leven van de heilige en kunnen ze er zich een beter beeld van vormen. Alsook wordt de inleving van belang. Zoals reeds hierboven gesteld kan dit een vakoverschrijdende opdracht zijn waarbij bijvoorbeeld de leerkracht Nederlands alsook bijvoorbeeld de leerkracht Esthetica betrokken kunnen worden. Deze laatste kan samen met de leerlingen voor een decor zorgen. Als de klas in groepjes verdeeld zou worden bestaat de mogelijkheid om de leerlingen volledig vrij te laten. Ze zouden zo dicht mogelijk bij het origineel kunnen blijven of er een hedendaagse versie kunnen van maken. Bij de voordracht van de verschillende toneeltjes zou dit voor een interessant effect kunnen zorgen.
  • Een andere mogelijkheid is de leerlingen dit laten voorbereiden voor een opendeurdag, zodat nieuwe leerlingen en ouders kennen kunnen maken met de inspiratiebron van de school, of een schoolfeest, zodat ook andere leerlingen iets te weten komen over hun patroonheilige.

2. Patroonheiligen op de kalender

  • De kalender is één van de manieren waarop leerlingen nog in contact komen met patroonheiligen. De kalenderblaadjes van de ‘Druivelaar’ zijn bij de meeste leerlingen wel gekend. Deze ‘Druivelaar’ heeft nu ook een digitale editie. Hier kan de vraag gesteld worden of de leerlingen het nog relevant vinden dat heiligen vermeld worden op de kalender. Zouden deze heiligen op de digitale versie overboord gegooid mogen of moeten worden?
     
  • Vanuit de kalenderblaadjes kan aan de leerlingen gevraagd worden om op zoek te gaan naar de heilige (of één van de heiligen) die vereerd wordt op hun verjaardag. Dit kan bijvoorbeeld via www.mijnnaamdag.nl. Over deze heilige zoeken de leerlingen wat meer informatie op. De volgende items komen aan bod.
    • Geboorteplaats en datum?
    • Levensloop in 15 regels?
    • Waarvoor is hij bekend?
    • Is er een bepaalde reden, een bepaald kwaaltje of probleem waarvoor deze heilige aanroepen wordt? Bv tandpijn, koorts…
    • Is de heilige patroonheilige van een bepaalde groep mensen?
    • Hoe wordt hij afgebeeld?
    • Zie je enige gelijkenis tussen jou en je naamheilige?
Een alternatieve manier van werken is om de leerlingen via hun naam hun naamheilige op te laten zoeken (dit kan ook via www.mijnnaamdag.nl) en hen dezelfde opdracht te laten uitvoeren.

3. Wist je dat…

  • De wist-je-datjes geven een aantal feiten en weetjes weer over de verering van patroonheiligen. Sommige weetjes hadden de leerlingen allicht niet verwacht. Vanuit de weetjes kan gepraat worden over de zin en onzin van patroonheiligen.
     
  • De wist-je-datjes kunnen ook gebruikt worden om de leerlingen zelf aan de slag te laten gaan. Bij de heiligen waarover sprake is, zoeken de leerlingen naar de levensgeschiedenis en achtergrond. Op die manier proberen ze zelf de link te leggen naar datgene waarvoor de heilige in kwestie patroon of patrones is. Meestal is er immers een duidelijke link te vinden met het levensverhaal van de heilige.
     
  • Het feit dat er een patroonheilige is van het internet, wekt misschien verbazing op. Zijn er misschien nog dingen waarvan de leerlingen denken dat er een patroonheilige voor zou moeten zijn? Waarom?
     
  • Eventueel kan men de leerlingen zelf de levensloop van enkele heiligen laten lezen. Ze krijgen dan de opdracht om, vanuit die levensloop, zelf te beschrijven waarvoor zij vinden dat deze heiligen patroonheilige zouden moeten zijn.  

4. Heilige humor

  • De leerlingen bekijken de cartoons en beantwoorden de volgende vragen:
    • Waarop wordt hier kritiek gegeven?
    • Is dit een grappige cartoon?
    • Over welke heilige(n) gaat het hier?
    • Kan je iets over (deze) heiligen afleiden aan de hand van deze cartoon?
       
  • Het kan ook leuk zijn om de leerlingen zelf een cartoon te laten maken rond een patroonheilige, waarin ze enerzijds humor en anderzijds de visuele voorstelling van de heilige in kwestie verwerken, evenals een verwijzing naar het leven of het patronaat van deze heilige.
     
  • Bij de ‘bizarre collectie’ trachten de leerlingen ook aan te geven wat de kunstenaar met deze kunstwerken zou bedoelen. Is dit een spottend omgaan met het geloof in patroonheiligen?

5. Songs

  • In de songs zoeken de leerlingen naar het volgende:
    • Wat is de betekenis van dit lied?
    • Wat kom je vanuit het lied te weten over het leven van deze heiligen?
    • In welke songs gaat het echt over het leven van de heilige in kwestie en in welke songs wordt er eerder een vergelijking gemaakt?
    • Wat is de visie op patroonheiligen die in het lied naar boven komt?
  • Bij elk van de songs kan ook apart stilgestaan worden.

Patron Saint (Regina Spector)

  • Waarom zingt de zangeres “her patron saint broken and lame and absolutely insane”?
  • Welke problematiek bezingt Regina Spector?
  • Denk je dat iemand haar eigen hart kan breken? 

Christina the Astonishing (Nick Cave)

  • Wat in het lied roept je verwondering op en geeft weer waarom Christina ‘de Wonderbaarlijke’ genoemd werd?
  • Vind je het vreemd dat een hedendaagse artiest over haar leven zingt?
  • Kan je het leven van Christina Mirabilis samenvatten aan de hand van het lied?

Sint-Franciscus (Bart Peeters)

  • Wat is volgens Franciscus de weg naar het geluk (volgens dit lied)?
  • Wat zou Bart Peeters met volgende zin bedoelen: ‘Voor u de hemel in het klad, maar voor mij eerder een rat die diamanten kakt’?
  • Op welke manier is Franciscus een inspiratiebron voor Bart Peeters
  • Zie jij het geluk ook als een pleister die niet lang plakt?
  • Klopt het volgens jou dat het mediaprofiel van heiligen nooit ten onder zal gaan?

Bij dit lied kan nog verder ingegaan worden op het verschil tussen heiligen en idolen. Naar leerlingen toe kan dit wel interessant zijn omdat hun verering geen heiligen betreft, maar vaak hebben zij wel idolen die veel voor hen betekenen. Vanuit het artikel dat bij de impulsen gedownload kan worden, is het mogelijk om de gelijkenissen en verschillen tussen de verering van heiligen en idolen uit te klaren. In het artikel worden ook concrete voorbeelden gegeven.

 

Saint of me (The Rolling Stones)

  • Waarom wil de zanger absoluut geen heilige worden?
  • Zou jij later tot heilige verklaard willen worden? Waarom wel of niet?

Heilige Anthonius (Rowwen Heze)

  • Waarom maakt de zanger hier ‘gebruik’ van de Heilige Antonius?
  • Welke raad geeft Antonius aan de zanger in het lied?
  • Ben jij het eens met deze raad?

6. “Expecto patronum”

  • Leerlingen zijn vaak niet meer bekend met de betekenis van patroonheiligen. Eén van de belangrijkste betekenissen is die van ‘bescherming’. Waar leerlingen de patroonheiligen niet meer kennen, zijn ze echter vaak wel goed op de hoogte van Harry Potter. In de boeken en films van Harry Potter wordt op een gegeven moment de Patronus opgevoerd, een soort van beschermende kracht. Vanuit die Patronus kan de link gelegd worden naar de inhoudelijke betekenis van patroonheiligen. Natuurlijk is de link niet compleet. Waar patroonheiligen mediator zijn van Christus, is dit bij de Patronus niet het geval.
     
  • Een werkvorm kan erin bestaan om de leerlingen zelf hun Patronus uit te laten tekenen. Welk dier zou hen bescherming bieden en waarom (het moet hier gaan om een inhoudelijke verantwoording)? Men kan hier ook vragen wie of wat in hun leven hen nu reeds bescherming biedt. De Patronus kan opgeroepen worden door een uiterst gelukkige herinnering. Ook hier kunnen de leerlingen nadenken welke gelukkige herinnering voor hen heel belangrijk is en een grote kracht heeft.
     
  • De Dementors in de Harry Potter-saga staan voor het kwade en voor datgene wat het geluk van anderen opzuigt. Deze Dementors kunnen zich alleen nog heel slechte dingen herinneren. Hier krijgen de leerlingen de vraag om te verwoorden wat voor hen dat kwade inhoudt. Welke dingen zuigen soms hun geluk op? Wat zijn hun slechtste herinneringen?

7. Beelden van bescherming

  • Om verder te gaan op de betekenis van bescherming (die toch ook vervat zit in de naam patroonheilige of schutsheilige), krijgen de leerlingen een aantal afbeeldingen te zien die een aspect uitbeelden of een voorstelling geven van bescherming. De leerlingen kiezen die afbeelding die voor hen het beste bescherming weergeeft en leggen uit waarom. Men kan de leerlingen ook naar een ander beeld laten zoeken.
     
  • Daarnaast kan men aan de leerlingen ook vragen om weer te geven welk beeld volgens hen het beste past bij wat patroonheiligen betekenen voor mensen en waarom.

8. Een kritisch gedicht

  • Het gedicht van Rita Mae Reese volgt de letters van het alfabet. De auteur loopt het alfabet en vertelt waarvoor er allemaal patroonheiligen zijn. Soms komt dit nogal absurd over. Aan het einde van het alfabet vinden we de letter Z. Hier wordt verwezen naar de heilige Zoë van Pamfilië. Zij is de heilige van niets. Het is niet honderd procent duidelijk wat de schrijfster met het gedicht bedoelt, maar een mogelijke interpretatie zou kunnen zijn dat de schrijfster hier opkomt voor vergeten vrouwen, voor diegenen die maar een klein plaatsje krijgen in het boek der geschiedenis maar die toch een belangrijke rol speelden. Wanneer we naar het leven van Zoë kijken, dan kwam zij op voor mensen die het minder hadden dan zij. Ze spaarde het eten uit haar mond voor deze mensen. Ze zorgde ook voor de honden. Toch wordt zij nauwelijks vermeld en heeft ze geen enkel patronaat, al zijn er duizenden dingen en beroepen waarvoor er patroonheiligen zijn. Het kan ook zijn dat de schrijfster wil refereren naar het lot van slaven en dat zij de link legt tussen de slavernij in het Romeinse Rijk en de slavernij in het Amerika van nog niet zo lang geleden. Zij hebben een dienende taak, hebben geen inspraak, geen zeggenschap.
     
  • De leerlingen lezen het gedicht en proberen het zelf te analyseren. Hier kan men het hebben over de ‘vergeten heiligen’, enerzijds over de vele heiligen die vandaag de dag helemaal niet bekend zijn, maar toch veel goede dingen hebben gedaan en anderzijds over de mensen die heel veel goede dingen hebben gedaan maar niet tot heilige zijn benoemd. 

9. Bijgeloof?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/image081(1).jpg
  • De leerlingen krijgen de vraag of zij bijvoorbeeld bij hun grootouders soms heiligenbeeldjes zien staan, of kaarsen met heiligen, of devotieprentjes,… Wat zouden deze dingen kunnen betekenen voor mensen? Zou dit kunnen omschreven worden als een commerce of juist als een manier om het geloof te beleven?
     
  • Het artikel van Hans Geybels biedt hier een interessante insteek. Hij maakt duidelijk dat het vooral de intentie is die ervoor zorgt of zo’n dingen in de sfeer van het bijgeloof of van het geloof zit.
     
  • Specifiek wordt in het artikel ingegaan op de zogenaamde heiligenbandjes. Deze rage, gestart door enkele supersterren, is ook op school zichtbaar, waar meerdere leerlingen met deze bandjes rondlopen. Men kan aan de leerlingen vragen waarom zij deze bandjes al dan niet zouden dragen. Heeft het enige religieuze betekenis of is het gewoon hip? Zouden de leerlingen zich door deze bandjes laten adviseren bij de ‘keuze’ voor een beschermheilige of vinden zij de tip van Hans Geybels beter?
     
  • Het is opmerkelijk dat in navolging van de heiligenbandjes ook ‘idolenbandjes’ verschijnen, volgens hetzelfde principe van de heiligenbandjes, maar met afbeeldingen van idolen (bijvoorbeeld Justin Bieber) erop. Ook hier kan de link gelegd worden met het artikel over heiligen en idolen, dat bij de impulsen bij het lied van Bart Peeters te vinden is.

10. Geïnspireerd door heiligen

  • De leerlingen geven aan in welke mate de heiligen waarover sprake is een inspiratiebron vormden voor de verenigingen, congregaties en scholen waarover sprake is.
     
  • De Sint-Vincentiusvereniging werkt enkel met vrijwilligers, tot op de hoogste posten. Deze vereniging is dan ook blij met iedere vrijwilliger die de handen uit de mouwen wil steken. Misschien kunnen de leerlingen een bezoek brengen aan de vereniging (op plaatselijk niveau) en zelf de handen uit de mouwen steken? Via de volgende link, http://www.vincentdepaul.be/FR/conf-reg.lasso, kan men heel gemakkelijk de contactgegevens van een conferentie of centrum van de vereniging zoeken in de buurt. Men kan ook een lid van de vereniging uitnodigen om de vereniging te komen voorstellen in de klas, of zelf in de geest van de heilige Vincentius stappen en een kleine of grote goede daad voor de minderbedeelden doen. Concrete voorstellen zullen hier met de vereniging zelf afgesproken moeten worden.
     
  • Bij de Franciscan Friars is een documentaire te bekijken die in totaal zo’n twintig minuten duurt. Aan de hand van de volgende vragen kan men de beelden bespreken:
    • Broeder Pio, de skateboarder, vertelt hoe hij bij de congregatie terecht kwam. Welke rol had zijn moeder hierin?
    • The Bronx’  is een arme buurt. Toch zegt één van de paters dat dit voor hen een plaats voor rijkdom is. Wat bedoelt hij dan?
    • De broeders vertellen over de drie geloften die ze afleggen: armoede, gehoorzaamheid en kuisheid.
      • Armoede heeft er twee aspecten. Leg uit.
      • Gehoorzaamheid. Wat wordt hier over gezegd?
      • Kuisheid. De broeder spreekt over ‘redirecting the love’. Wat bedoelt hij hiermee?
    • De broeders verwachten niet dat iedereen een leven leidt zoals zij. Voor hen is het roeping. Hoe denk jij hierover? Is iedereen in staat een leven te leiden zoals de franciscan friars.
    • Wat denk je van hun pro-life­ acties? Wat doen ze juist?
       
  • Bij de voorbeelden is sprake van het project van het Sint-Martinusinstituut. Er kan voor gekozen worden om zich ook door de patroonheilige van de eigen school te laten inspireren en op school een groot project rond de patroonheilige te doen. Vooreerst is het belangrijk dat dit initiatief niet gedragen wordt door één leerkracht met een interesse voor de patroonheilige of door de godsdienstleerkrachten. Het gaat tenslotte om de hele school, haar inspiratie en geschiedenis. Zonder ruim draagvlak bij directie, personeel en ook leerlingen zou de patroonheilige weer snel uit het zicht verdwijnen. Als er voldoende draagvlak is, kunnen verschillende initiatieven genomen worden. Het overkoepelende doel is om enerzijds de identiteit van de school uit te dragen en anderzijds de boodschap en inhoud die gepaard gaan met de patroonheilige van de school in de verf te zetten.

    • Misschien bevat de schoolarchitectuur wel een heleboel verwijzingen naar de patroonheilige, maar zijn deze in de loop der jaren verborgen geraakt achter een kast of een hoop stof. Om de heilige (letterlijk) in de kijker te zetten, kunnen verstopte beelden, schilderijen… weer tevoorschijn gehaald worden. De heilige uithangen doe je best niet met afgetakelde beelden die hun glorie verloren hebben. Een beeld waarvan de verf afbladert en waarop een snorretje en een brilletje getekend zijn, kan beter flink opgeknapt of vervangen worden door een nieuw.
    • Verder kan de school ook investeren in nieuwe verwijzingen. Een nieuw beeld, een schilderij, of misschien wel een originele graffititekening op de schoolmuur of een typerende uitspraak van de heilige als spreuk in de gang. Een verwijzing hoeft helemaal niet oubollig te zijn, het gaat er tenslotte om hoe de heilige vandaag de dag nog kan inspireren!
       
    • Denk ook eens na over de zelfvoorstelling van de school: gebruiken de schoolbrochures en andere documenten de volledige naam van de school of een afkorting ervan? Hoe ziet het schoollogo eruit? Is er een verwijzing naar de patroonheilige? Is deze misschien aan vernieuwing toe? Wordt er in het pedagogisch project iets gezegd over de betekenis van de patroonheilige voor de school vandaag de dag? Ook deze zaken kunnen helpen om de patroonheilige uit te hangen.
       
    • Welke activiteiten kunnen passen bij het in de kijker zetten van de patroonheilige van de school? Welke goede daden kunnen gedaan worden? Hoe kan men zich inleven in het leven van deze patroonheilige of op eenzelfde manier in het leven staan?
       
    • Tijdens de godsdienstlessen kunnen de leerlingen leren over de patroonheilige. Laat dit niet stoppen met een kort levensverhaal over de heilige dat de leerlingen in het eerste jaar voorgeschoteld krijgen. Het is mogelijk om op heel diverse en ook creatieve manieren om te gaan met de patroonheilige van de school. De heilige kan doorheen de schoolcarrière op verschillende manieren en op verschillende tijdstippen aan bod kunnen komen. Belangrijk is dat hierbij niet in herhaling wordt gevallen. Een overleg tussen de godsdienstleerkrachten over wie wat wanneer doet, voorkomt het steeds wederkeren van hetzelfde, wat bij de leerlingen tot een ‘patroonheiligenmoeheid’ zou leiden.  

Reageer op deze pagina:

Mijn reactie:

Reacties

#1 |

gepost op 12/11/2012

Voorbeeld van hoe jongeren geïnspireerd kunnen worden vanuit een voorbeeldheilige.

Dag allemaal, beste vrienden en familie hier aanwezig in de kerk. Ik ben Sofie Hermans, textielontwerpster en er werd aan mij gevraagd om meer duiding te geven over het kazuifel, de stola en de stoffen ter decoratie van de kerk, die ik ontworpen en gerealiseerd heb - naar aanleiding van '100 JAAR SINT-MARTINUSKERK DILSEN'.

Voor het ontwerp van de digitale print voor de stof van het kazuifel, gebruikte ik een aantal iconografische en symbolische gegevens ter inspiratie:

  1. Allereerst de legendes rond Martinus (Maarten) van Tours. In 371 werd Martinus door de bevolking tot bisschop gekozen – hij vond zich echter niet waardig genoeg voor dit ambt en verstopte zich in een ganzenhok tussen de ganzen, om niet gevonden te worden – toen het volk hem ging zoeken gingen de ganzen tekeer en werd zijn schuilplaats ontdekt – en werd hij alsnog als bisschop gewijd    
    • uit deze legende nam ik de ganzen als inspiratie
    Er is ook nog een andere legende: Martinus zou de helft van zijn mantel aan een bedelaar geschonken hebben – hij kon enkel één helft geven, aangezien de andere helft eigendom was van de stad Rome
    • rond dit gegeven kwam ik op het idee een halve mantel te ontwerpen en deze binnen het ontwerp te gaan spiegelen – tevens werd de achtergrond van de stof ingevuld met een soort 'mini-kazuifelprintje', dat uit een compositie van 2 halve mantels bestaat
  2. Dan is er ook nog de Art Nouveau (waar ik veel inspiratie uit gehaald heb). Dit is een kunststroming die zich tussen 1890 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa manifesteerde  – dit is ook de periode waarbinnen deze kerk gebouwd werd. Belangrijke kenmerken van de Art Nouveau zijn o.a. een voorkeur voor ornamentiek, waarbij bloem- en vogelmotieven domineren, alsook het gebruik van gebogen lijnen om emoties uit te drukken    
    • Vandaar dat ik in het dessin veel lijnen en gestileerde flora verwerkt heb, die soms ook nog een symbolische betekenis hebben
      Zo gebruikte ik bijvoorbeeld:        
      • een levensboom (staat symbool voor onsterfelijkheid & vruchtbaarheid)
      • gipskruid (verwijst naar kinderlijke onschuld)
      • met een link naar het Sint-Maartensfeest op 11 november als kinderfeest
      • lelies (duiden op geestelijke reinheid & vrede )
      • verder stileerde ik nog kelkbloemen & irissen
      • je vindt ook tarwe terug in de print Sint-Maarten (11 nov.) was vroeger de dag waarop de oogst
        binnengehaald werd en het vee op stal moest
      • tarwe gebruikt als symbool voor de oogst
  3. Tot slot nog iets over de kleuren die ik gekozen heb en het gebruik van liturgische kleuren wit – gebruikt op alle feestdagen  zoals feesten van heiligen
    groen (kleur van de hoop) – mag alle dagen van het jaar gedragen worden, waar geen andere kleur is voorgeschreven goud – kan gekozen worden ter vervanging van wit (heb ik gecombineerd met geel) grijs – is eigenlijk een mengeling van wit en zwart (het goede en het kwade) –grijze kleding wordt vaak als
    hooggeplaatst beschouwd

Volg Thomas op

Download de Thomas-app