U bent hier: Thomas - Algemeen - TheoTalks

TheoTalks

Vrijdag 26 Augustus 2016 - 08:49:12

Vrijdag 26 Augustus 2016 - 09:23:45

Benieuwd welke vragen bij kinderen en jongeren leven rond godsdienstonderwijs?

In TheoTalks leggen we leerlingen en studenten enkele stellingen voor, kijken we naar hun vragen en reacties, en laten we tot slot enkele experts aan het woord om zo leerkrachten inspiratie te bieden om hier als leerkracht mee aan de slag te gaan.

Elke maand deelt Thomas 2 filmpjes: eentje voor leerkrachten basisonderwijs en eentje voor leerkrachten secundair onderwijs.

Vrijdag 26 Augustus 2016 - 10:03:44

Onze jonge experten

Vrijdag 26 Augustus 2016 - 10:08:57

Thema's

Donderdag 01 December 2016 - 09:04:10

December

Het vierde thema voor het basisonderwijs is ‘Bidden’. Wat is een pastoor? Zijn pastoors altijd mannen? Waarom? Mogen zij trouwen? Mogen vrouwen ook pastoor worden?

Onze expert van dienst is prof. dr. Marc Steen. Hij is professor pastoraaltheologie en empirische theologie aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven). 

Duiding door prof. Marc Steen 

Gesprek tussen mensen en God

Wat we hier kort vertellen over gebed gaat over hoe christenen bidden opvatten en beleven. Dit neemt niet weg dat ook in andere godsdiensten, zoals in de islam, het gebed heel belangrijk is. Bidden is een dialoog, een gesprek tussen God en mens. Onder mensen die elkaar graag zien is spreken met elkaar al belangrijk. Voor wie in relatie staat met God is het niet anders. Zonder gesprek wordt een relatie kil of gaat ze dood.
Maar wie of wat is God? Voor christenen is God geen persoon die ergens letterlijk woont in een verre hemel.  Hij is geen mens, Hij is  anders. Hij is onzichtbaar en oneindig groot. Je kan Hem nooit vatten, zoals je wolken niet kan grijpen of vatten. Die grote Andere, die onzichtbare God, die de Bron is van alles, is evenwel ook héél nabij en mensbetrokken. Hij is in alles diep verscholen, zoals in de schoonheid van dingen om ons heen, in goede mensen, in ons hart. Vooral in Jezus is God heel nabij gekomen. In Jezus heeft God een naam en een gezicht gekregen. Jezus is dé Icoon van de onzichtbare God. Als je wil op het spoor komen van wie God is, kijken en luisteren we dus best naar Jezus. Hij onthult God in woord en daad, in zijn handel en wandel, als een liefhebbende Vader, een Vader die tegelijk ook als een moeder is die ontzettend veel om mensen geeft. Elk mens is kostbaar voor God en is Gods geliefd kind. Het onzevader, hét belangrijkste gebed van de christen, begint met 'Onze Vader die in de hemel zijt'. Bij het woordje hemel kunnen we dan denken aan iets overkoepelends. God is degene die alles en allen omvat en overspant. Hij omgeeft ons en onze wereld,  als een onmetelijke regenboog van zorg.

Als je kind aan huis mag zijn bij God, dan mag je gewoon en eenvoudig ook bij God komen met je verhaal. Bidden is niet zozeer even nadenken over jezelf of over het leven – dat is ook boeiend – maar het is Iemand aanspreken. Je mag alles aan Hem vertellen en toevertrouwen, jouw vreugde en jouw zorgen, of heel gewone dingen, zoals je kan doen aan een goede papa en mama of  aan een trouwe vriend of vriendin. Maar een gesprek is altijd ook luisteren. En misschien is dat nog wel belangrijker. God heeft de mens veel te vertellen en ook veel te vragen. Luisteren naar iemand anders is al moeilijk. En luisteren naar God die je niet ziet, is dat heel zeker. Toch spreekt God, op zijn eigen manier natuurlijk. Wat God  te vertellen heeft, vinden christenen vooral terug in de Bijbel, met daarin zeker ook  de verhalen over Jezus, want Gods belangrijkste woord over wie Hij is en wat Hij van ons verlangt, horen christenen in en via Jezus. Als christenen bidden met de Bijbel vragen ze zich daarom best steeds ook af: wat wil God mij doorheen die tekst zeggen? Om te luisteren naar God is er ook een goede antenne nodig: de stilte. Zonder stilte om je heen maar vooral in jezelf, in je hart, kan je God niet horen.

Vragen, maar ook danken en loven

Er zijn veel soort van bidden. Waar velen misschien spontaan het eerst aan denken is het vraaggebed. Het woordje bidden is trouwens verwant met 'bedelen', met lege handen bij God komen. Als je als christen met lijden en verdriet geconfronteerd wordt, is het van vitaal belang je tot God te blijven richten, ook al lijkt Hij ver weg en zie je het niet meer zitten. Je mag zelfs tot God roepen. Dat doen in het Oude Testament bijvoorbeeld Job en ook  die vele bidders in het Boek van de Psalmen, die zich vanuit hun nood met hun smeekbeden wenden tot God. Zo klinkt het in Psalm 130: 'Uit de diepte roep ik, Heer, luister naar mijn stem, wil aandachtig horen naar mijn smeekgebed'. Jezus  bad vaak de psalmen. Volgens de evangelist Marcus heeft hij op het kruis zijn godverlatenheid en ellende uitgeschreeuwd met de woorden van Psalm 22: 'God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?' (Mc 15,34) Gelovigen mogen weten dat ze niet tegen een muur spreken als ze zich richten tot God. Hij hoort de noodkreten van zijn mensen (vgl. Ex 3,7). God is er en luistert en wil helpen. Verhoort God ons wel? Hij vervult niet altijd precies onze wensen, maar wel steeds zijn belofte van trouw en bijstand. Vaak helpt Hij anders dan we dachten, bijvoorbeeld via engelen van mensen die ons ongevraagd steunen of door nieuwe kracht en moed die Hij schenkt.

Wat mogen we vragen aan God? Alles wat ons bezighoudt mogen we aan God voorleggen. God neemt wel onze eigen verantwoordelijkheid niet weg. Hij zal niet in onze plaats doen wat we zelf kunnen en moeten doen. Goede punten vragen aan God? Jij moet daar zelf voor werken; Hij kan wel supporteren. Een nieuwe fiets vragen aan God? Neen, daar moeten mensen voor zorgen. God zal ook nooit ingaan op egoïstische vragen, vragen voor jezelf alleen ten koste van anderen. Jezus zegt dat God alles verhoort wat we vragen 'in zijn Naam' (vgl. Joh 14,13), alles met andere woorden wat in de lijn ligt van zijn boodschap. Wat we als christen best vragen staat verwoord in het onzevader, dat een soort samenvatting is van het hele evangelie (Tertullianus). Het onzevader is eigenlijk één groot vraaggebed. In de drie uw-beden waarmee dit gebed begint vragen we dat God zelf speelruimte zou mogen krijgen, dat zijn Rijk van vrede en goedheid mag doorbreken en dat zijn wil  werkelijkheid mag worden. Als christenen God aanspreken met 'onze Vader', dan betekent dit dat ze verbonden willen leven met alle mensen als hun broers en zussen. Het onzevader is geen privé-gebed, geen gebed voor mij alleen. Het tweede deel van het onzevader bevat daarom een aantal beden die op 'ons' zijn gericht. Ze vertolken onze menselijke nood aan brood, vergeving en redding uit beproeving en kwaad.
Bidden is vragen, maar ook danken en loven. In het leven zijn er ook veel dingen om God voor te danken. Er is niet alleen ebbe, maar ook vloed. Voor een christen is het leven een gave, een gratis geschenk van God. Voor de vele kansen die je ontvangt, goede mensen die om je geven, iets moois dat jou overkomt en  met vreugde vervult, en zoveel meer kan je danken. Danken is de Bron van dat alles, de Gever niet vergeten. God loven gaat nog en stapje verder: het is blij zijn om wie God zelf is en niet enkel omdat we  zoveel van Hem krijgen.

Bidden: kan  je dat leren?

Ziehier wat Lucas juist laat voorafgaan aan de woorden van het onzevader: 'Eens was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij opgehouden was, vroeg een van zijn leerlingen Hem "Heer, leer ons bidden…."' (Lc 11,1-22). Het verlangen om te bidden ontstaat gewoonlijk door het voorbeeld van anderen. Bidden kan je inderdaad leren. Hoe? Vooral door het te doen en het anderen te zien voordoen. Als je wilt leren zwemmen, dan leer je dat niet op je kamer uit een boekje, maar ga je het water in en probeer je het terwijl iemand het voordoet. Zo gaat het ook met bidden. Velen herkennen zich in de vraag van Jezus' leerlingen: leer ons bidden. Bidden lijkt niet zo gemakkelijk. Zo is er de drukte en het lawaai om ons heen dat de stille aanwezigheid van God vaak overschreeuwt. Bidden kan je overal, maar toch is het een  goede methode om een stille plek op te zoeken om God te ontmoeten, zo lezen we ook in de inleiding op het onzevader bij Matteüs (Mt 6,6). Het belangrijkste moment, dat vaak wordt overgeslagen,  is misschien wel het begin: stil worden en tot je laten doordringen dat God er is en liefdevol naar je kijkt. Bidden is op adem komen en leren Ademhalen met de Adem van God in ons. Die Adem is Gods goede Geest in ons: 'Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen' (Rom 8,26).

Het vierde thema voor het secundair onderwijs is ‘Verrijzenis’. Wat mogen vrouwen wel of niet doen in de kerk? Is het eerlijk dat vrouwen geen priester mogen worden? Worden vrouwen gediscrimineerd?

Onze expert van dienst is prof. dr. Marc Steen. Hij is professor pastoraaltheologie en empirische theologie aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven).

Duiding door prof. Marc Steen 

Is er nog iets na de dood?

Je ziet dat een mens bij zijn dood helemaal aftakelt. Het is dus niet vanzelfsprekend om te geloven in een leven na de dood. Volgens enquêtes is er in het westen een betekenisvolle afname van het geloof in een hiernamaals te merken. Velen zeggen: over leven na de dood weten we niets. Er zijn ook nogal wat christenen die een afwachtende houding aannemen: 'Als er iets is, zullen we ons aangenaam laten verrassen.' En toch blijven er bij mensen van alle tijden, ook nu, vermoedens rijzen dat de dood niet het einde kán en vooral niet mg zijn. Naar verluidt zou ongeveer een vijfde van onze Europese tijdgenoten beweren te geloven in reïncarnatie. In plaats van geloof in een 'hiernamaals' wordt het dan geloof in een 'hiernogmaals': na de dood komt de mens terug in dit aardse bestaan in een ander lichaam en dit herhaalt zich verschillende keren. In de loop van dit proces kan de mens zichzelf volop ontplooien, tot hij zijn voltooiing heeft bereikt. Die overtuiging komt bij veel westerlingen heel aantrekkelijk over. Eén leven is toch veel te kort en voor velen zelfs onrechtvaardig. Sterven is niet zo erg meer. Je volgt een algemene wet van de kosmos en ieder komt toch weer op aarde terecht.

De levensvisie waarin zo'n reïncarnatiegeloof zit ingebed, lijkt evenwel grondig te verschillen van de christelijke visie. Christenen spreken over verrijzenis: na de dood haalt God, zoals Hij met Jezus als eerste heeft gedaan, de héle, unieke persoon uit de dood vandaan en leidt hem voorgoed binnen in een nieuw leven bij Hem, onttrokken aan tijd, ruimte en vergankelijkheid. Zo gezien is het lichaam onlosmakelijk verbonden met een bepaalde persoon en wordt het mee omgevormd. Het leven op aarde is eenmalig en het leven na de dood is geen natuurlijk proces, maar een gave van God. Vooral dit laatste verschil verdient onze aandacht. In de reïncarnatie-opvatting moet de mens zelf opdraaien voor wat hij verkeerd heeft gedaan. In volgende levens kan hij het proberen goed te maken, maar plaats voor vergeving is er niet. Hij moet zijn eigen voltooiing bewerken. Die religieuze 'zelfhulp' gaat drastisch in tegen de christelijke optiek: God schenkt ons het leven na de dood, onverdiend. Geen mens verschijnt totaal zuiver voor Hem. Onze opname bij Hem is te danken aan zijn barmhartige, louterende liefde. Het is God die mensen thuisbrengt en voltooit.

In een interview op de tv kreeg een abt enige jaren geleden deze vraag voorgeschoteld: 'Gelooft u dat er na de dood iets zal zijn?', waarop hij prompt 'neen' antwoordde. Heel verrassend op het eerste gezicht. Maar de abt zei verder: 'Ik geloof niet dat er "iets" zal zijn na onze dood, maar Iemand.'

Motieven

Meteen raken we hier ook het grondigste motief van christenen om in leven na de dood te geloven: niet 'iets', maar 'Iemand'. Christelijke hoop is gegrond op wat je hier en nu van die God kunt meemaken en geloven. Wie zijn geloofsbelijdenis begint met 'Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde' hoeft eigenlijk niet zo erg op te schrikken bij het slot van dat credo: 'Ik geloof in de opstanding van de doden.' Een God die in staat is geweest om ons en de hele wondere kosmos te scheppen, tot leven te wekken, zou die dan geen mensen uit de dood kunnen opwekken? Trouwens: 'God neemt zijn vrij geschonken gave niet terug. Hij vernietigt niet wat Hij zelf heeft geschapen en wat Hij bestendig het leven, het bewegen en het zijn geeft. Hij dooft het licht niet uit dat Hij zelf heeft aangestoken' (A.R. Vande Walle).  Wie tot een vertrouwensband met God komt, weet zich hier en nu in goede handen. Van daaruit ontluikt de hoop dat God die liefde niet zomaar zal terugtrekken aan de overkant van dit leven. 'In het hoofd van het kind dat leeft onder de goede zorgen van zijn moeder, komt het niet op om te vragen of zijn moeder ook morgen nog wel voor hem zal zorgen." (H. Fortmann)

Overigens heeft God Jezus uit de dood weggeroepen. Op zijn opwekking uit de dood is het christelijk verrijzenisgeloof gefundeerd. Dat motief heeft Paulus heel sterk ontwikkeld (in 1 Kor 15 ). Zo schrijft hij: 'Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden is? (...) Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn' (v.12.20) Dat Jezus werkelijk verrezen is, dat Hij niet in de dood is gelaten, is niet strikt rationeel bewijsbaar, maar gaat wel terug op getuigen. We zien geen reden om hun betrouwbaarheid in twijfel te trekken. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de verrijzenis van Jezus een vorm van zelfsuggestie of uitvinding van zijn leerlingen is geweest. Hoe kun je anders de plotselinge, onverwachte overgang verklaren van hun enorme ontgoocheling bij het fiasco van Jezus' kruisdood naar hun enthousiaste en bezielde verkondiging dat Hij leefde? Dit wordt begrijpelijk als je aanneemt dat er echt iets gebeurd is, dat hen iets overkomen is. Zelf zeggen ze dat Jezus zich op een nieuwe wijze aan hen heeft laten zien. Ook al veronderstelt dit 'zien' een zeker geloof en gaat het dus om meer dan een louter zintuiglijk 'zien'.

Rationele 'bewijzen' voor de verrijzenis hebben we zeker niet, maar er zijn dus wel enige redenen om de sprong van het geloof in de verrijzenis te wagen. Het feit dat christenen hopen op verrijzenisleven na de dood is al een hele sprong, maar bij de vraag naar het 'hoe' wordt het nog riskanter. Alles wat we over onze nieuwe bestaanswijze na de dood zeggen schiet wezenlijk tekort, aangezien we niet anders kunnen dan erover spreken met beelden en voorstellingen uit onze aardse tijdruimtelijke ervaring. En toch hoeven we hierover niet geheel te zwijgen... Wat dan zeggen is  niet van de orde van het 'weten', maar wel van de orde van het hopen op voltooiing van wat we hier en nu reeds beleven.

Hemel

Paus Johannes XXIII heeft ooit gezegd: 'Ik vertrek naar een land waar men maar een enkele taal spreekt: die van de liefde.' De hemel is de uiteindelijke, gelukkigmakende voltooiing van de mens in de voile gemeenschap met God. Het is geen plaats of lokaal ergens boven ons, ook al kunnen we het ons misschien moeilijk anders voorstellen. Het gaat over een voorgoed thuiskomen bij God.

De Bijbel zet ons op weg om over de hemel te denken als een volheidservaring van geluk: je mag er aanzitten aan een gastmaal of bruiloftsfeest, er is sprake van licht, vrede en rust, van eeuwig en volop leven, zonder pijn en zonder tranen... Bij de uitdrukking 'eeuwig leven' mogen we de nadruk leggen op het woord leven. Het bestaan na de dood is geen fixatie of invriezing in een onveranderlijke situatie zonder leven en zonder dynamiek.  'Eeuwig... dat is toch heel lang!' hoor je mensen wel eens verzuchten. Maar ook hier kan onze verbeelding ons op het verkeerde been zetten. Eeuwig leven duidt op het overstijgen van de tijd, niet op het verlengen van de tijd tot in het oneindige. De eeuwigheid heeft dus niets te maken met een uitgerekt 'altijd'. Zoiets zou inderdaad heel saai en vervelend zijn. De hemel is een gebeuren van vol en intens geluk, waarbij je ontrukt bent aan de tijd. Mensen kunnen soms zodanig in iets opgaan en er intens van genieten, dat ze de tijd als het ware vergeten. Een pianist die met hart en ziel zijn instrument bespeelt, kan elk besef van tijd verliezen. Zo blijft hij maar naar hartenlust verder spelen... Dergelijke ervaringen onthullen iets van het 'tijdloze' van de hemelse vreugde.

Augustinus zegt ergens dat eeuwig leven bestaat in het 'genieten van God en van elkaar in God'. Een voorsmaakje hiervan kunnen we af en toe reeds op aarde hebben. De vreugde heeft inderdaad te maken met de beleving van een liefdesgemeenschap. De hemel is 'samenzijn in de Heer', zegt Paulus heel kernachtig (1 Tes 4,17). Als dezelfde, unieke personen die we nu zijn, zullen we na onze dood op onze bestemming worden gebracht en worden omgevormd, en zullen we op een andere manier in God mogen leven. God brengt niet zomaar 'zielen' thuis, maar personen. Persoon wordt men altijd mede dankzij anderen, in communicatie met anderen. De communicatie met anderen, onze relatienetwerken, worden door de dood niet vernietigd, maar juist tot voltooiing gebracht. 'Daarop doordenkend menen wij ons het eeuwige leven "in de hemel" te mogen voorstellen als een leven van subjecten, van personen die volledig zichzelf zijn en blijven, in een wederkerig gegeven zijn aan God.' (A.R. Vande Walle).  De hemel kan dan ook gezien worden als de voltooiing van wat we hier op aarde aan liefdescommunicatie tot stand hebben gebracht of hebben beleefd. God behoedt  wat mensen aan liefde hebben gerealiseerd en ervaren. Hij loutert en voltooit dit ook. Alleen de liefde blijft. De hemel is een interpersoonlijke liefdescommunicatie waarin verrezen mensen mogen delen in Gods eigen leven. De definitieve thuiskomst bij God is geen geïsoleerde gebeurtenis, maar gaat  veeleer om een diepe, familiale verbondenheid met Jezus Christus en met allen die in zijn spoor Gods liefde beleven.

Verrijzenis van het lichaam?

Het is trouwens ook in die richting dat we vandaag de 'verrijzenis van het lichaam' kunnen opvatten. We 'hebben' niet zomaar een lichaam, we 'zijn' het, in een onlosmakelijke eenheid met onze geest. Dankzij onze lichamelijkheid treden we in contact met anderen en de wereld en worden zo onszelf. Als déze concrete persoon, met onze relaties, komen we na onze dood bij God terecht, ook al gebeurt er een grondige transformatie en worden we ontdaan van vergankelijkheid. Paulus geeft over het verrijzenislichaam in 1 Kor 15 mooie beelden. Zo verwijst hij naar een naakte graankorrel die sterft in de aarde, maar daaruit laat God een mooie groen halm ontspruiten. Zo sterft een mens, maar daaruit kan God een nieuwe gestalte creëren.  Het is dus dezelfde mens die gestorven is die verrijst, zij het dan in  een heel andere, nieuwe, heerlijke gestalte.

Achtergrondliteratuur

M. STEEN, Abba Vader, Tielt, Lannoo, 1999, 3e dr., hfst. 13.
M. STEEN, Een theologische inleiding: ‘Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven’, in Tijdschrift voor Liturgie (2010) nr. 1, 9-18.

Maandag 03 Oktober 2016 - 08:47:11

November

Donderdag 03 November 2016 - 09:41:14

Oktober

Maandag 03 Oktober 2016 - 08:47:27

September

Over Thomas

Thomas is een interactief platform voor actieve samenwerking tussen alle leerkrachten (r.-k.) godsdienst van alle onderwijs- netten in Vlaanderen.

Partners

Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Faculteit Theologie en Religiewetenschappen logo
Belgische bisschoppenconferentie
Interdiocesane Dienst voor Katholiek Godsdienstonderwijs
sedes
KU Leuven - Faculteit Theologie & Religiewetenschappen
Thomas © 2002 - 2016
Thomas op Facebook
Thomas op Twitter
Thomas op Youtube

Op de hoogte blijven? ▲

Maandelijkse nieuwsbrief

Aan het begin van elke maand sturen we een nieuwsbrief naar meer dan 17 000 geïnteresseerden in het godsdienstonderwijs. Wil je ook op de hoogte gehouden worden van nieuwigheden op Thomas, interessante links, lesimpulsen... ? Schrijf je dan hier in.

captcha