Tijdschriften

Het Teken - 81e jaargang, nr. 3, September 2008

Artikel: Kruisverheffing. De legende van het ware kruis

- De oude legende over het ware kruis

- Waarheid en vrome verbeelding

- Het kruisopschrift

- Kruisverheffing

 

De auteur is exegeet en lid van de passionistengemeenschap Haastrecht (Nl)

KRUISVERHEFFING


De legende van het ware kruis.

In Rome vind je een eeuwenoud kerkgebouw met de vreemde naam: Kerk van het heilig Kruis in Jeruzalem, en met een verrassende geschiedenis. Aan de oorsprong van de huidige kerk staat een kapel die gebouwd werd in de 4-de eeuw door de heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn, en deel uitmaakte van het keizerlijk paleis. Helena was naar Jeruzalem gereisd om op zoek te gaan naar de overblijfselen van het kruis van Jezus. Toen zij rondtrok door de puinhopen van Jeruzalem moet zij gezegd hebben: Het kan niet zijn dat Jezus’ kruis, het teken van zijn victorie, in het stof ligt. Ik ben door goud omgeven en de triomf van Christus ligt onder het puin!


Volgens oude berichten die grotendeels uit legenden bestaan, zou zij het heilig kruis inderdaad gevonden hebben in een oude waterput in de buurt van Golgotha. Zij bracht resten hiervan naar Rome samen met andere relikwieën. Deze werden bewaard in de kapel die zij liet bouwen op aarde, hiervoor meegebracht uit Jeruzalem. Zo schiep zij een klein stukje Jeruzalem in Rome: de kerk van het heilig kruis in Jeruzalem.

In de aparte kapellen van de tegenwoordige kerk worden de relikwieën bewaard die Helena naar Rome zou hebben meegenomen: behalve resten van het heilig Kruis zijn dat het opschrift dat op Jezus’ kruis was bevestigd, de spijkers van de kruisiging en doornen uit de doornenkroon. De meeste relikwieën die daar zijn, worden tegenwoordig als onecht beschouwd, behalve het opschrift van het kruis, waarover hieronder meer.
 

De oude legende over het ware kruis
 

In de loop der jaren is er een uitgebreide legende ontstaan over het hout van Jezus’ kruis en het terugvinden hiervan. Deze legende die is opgenomen in het boek ‘De gouden legenden’ (Legenda Aurea) van Jacobus van Voragine uit de dertiende eeuw, werd vaak afgebeeld op oude schilderwerken. Hieronder volgt in beknopte vorm het verhaal.
 

Adam zond op zijn sterfbed zijn zoon Set naar de poort van het aards paradijs om te vragen naar een beetje olie uit het bos van Barmhartigheid. Wanneer hij een beetje van deze olie op zijn lichaam zou kunnen wrijven, zou hij genezen zijn. De aartsengel Michaël bij de poort van het paradijs weigerde de olie te geven en vertelde dat de olie pas over vijfduizend jaar (de tijd van Jezus’ kruisdood) verkrijgbaar zou zijn. In plaats hiervan gaf de aartsengel aan Set een tak van de boom van goed en kwaad, die geplant moest worden bij het graf van Adam. Op het moment dat de tak was uitgegroeid tot een boom en die boom vrucht had voortgebracht, zou Adam genezen zijn.

Toen Set was teruggekeerd, vond hij zijn vader al gestorven en zoals de aartsengel hem had geïnstrueerd, plantte hij de tak op het graf van zijn vader. De tak was een schitterende boom geworden tegen de tijd dat Salomo koning werd. De koning, onder de indruk van de boom, liet hem omhakken omdat hij hem graag wilde gebruiken voor de bouw van de tempel van Jeruzalem. Toen het bleek dat dit niet kon, legden de arbeiders hem over het water van de Siloë om hem als brug te gebruiken.

Daar lag hij toen de koningin van Seba bij Salomo op bezoek kwam. Zij zag de boom en hoorde een innerlijke stem die haar zei dat de boom eens de Redder van de wereld zou dragen. Zij knielde daarom neer om het hout te vereren.

Zij vertrouwde die informatie toe aan Salomo en hij gaf het bevel de boom te begraven. Echter in de dagen van het proces tegen Jezus, kwam de boom uit de aarde te voorschijn en de Joden gebruikten dit hout om het kruis te maken. Eeuwen gingen voorbij waarin Jeruzalem werd verwoest en de Joden verstrooid raakten en het kruis samen met de twee kruisen van de misdadigers vergeten werden.

Tenslotte kwam de vooravond van de slag bij de Milvius-brug, toen Constantijn en Maxentius aan de oever van de Tiber strijd leverden om uit te maken wie van hen beiden het imperium van Rome zou besturen. Toen Constantijn sliep verscheen hem een engel van de Heer en toonde hem een lichtend kruis en kondigde hem aan dat hij zou overwinnen uit kracht van dit teken. Op de dag van het gevecht hield Constantijn een kruis in de hand en joeg zijn tegenstander op de vlucht. Hij bekeerde zich tot het christendom ( al liet hij zich pas dopen op zijn sterfbed in 337) en beval met het edict van Milaan uit 313 vrijheid van religie en maakte een eind aan de godsdienstvervolgingen.

Verlangend het heilig kruis te vinden, zond de keizer zijn moeder Helena naar het oosten om een Jood Juda te zoeken, die het geheim wist waar het Kruis verborgen lag. Juda weigerde het geheim te vertellen. Hij werd neergelaten in een put en tot de hongerdood veroordeeld. Na zes dagen vroeg de Jood om vrij gelaten te worden in ruil voor het geven van informatie.

Gravend op Golgota, op de plek waar keizer Hadrianus in de tussenliggende jaren de Venus-tempel had laten bouwen, vond Helena drie kruisen. Men wist nog niet welk kruis het kruis van Jezus was. Door een wonder kwam men daarachter. Het kruis dat het dode lichaam van een jonge man tot leven deed komen, moest het ware kruis zijn.

Een deel van het kruis werd in Jeruzalem achtergelaten, een deel werd meegenomen naar Constantinopel, de nieuwe hoofdstad van de keizer.

Drie eeuwen later in 615 haalde Chosroës, de koning van Perzië, het hout van het kruis weg uit Jeruzalem en in een bui van godslasterlijke zelfverheerlijking plaatste hij het naast zijn eigen troon om Christus van de heilige Drievuldigheid te verbeelden. Aan de andere kant was een kleine haan geplaatst als symbool van de heilige Geest. Chosroës maakte zichzelf zo tot God.

Het was de Byzantijnse keizer Heraclius die na een hevige veldslag waarin Chosroës werd verslagen en onthoofd, de relikwieën terugwon en naar Jeruzalem bracht voor de Verheffing van het Kruis (629). Het ging wel tegen de prijs van zijn eigen vernedering: hij was verplicht binnen de muren van de stad blootsvoet te gaan en het kruis zelf te dragen.

Waarheid en vrome verbeelding
 

Dit is de beroemde legende die een eeuwen omspannende geschiedenis heeft geweven rond enkele historische gebeurtenissen en gelovige interpretaties die ten grondslag liggen aan deviering van kruisvinding en de kruisverheffing. Zij geeft een mooi beeld van de diepe verbanden die de vroomheid weet te creëren.

De legende met zijn niet te ontkennen anti-joodse ondertonen heeft verder een grote rol gespeeld in de religieuze schilderkunst. Je vindt ze geschilderd in de koepel boven het priesterkoor van genoemde kerk in Rome en het mooist, denk ik, in de beroemde fresco’s van de St. Franciscuskerk te Arezzo (Noord-Italië). In een tiental voorstellingen van Piero della Francesca wordt het verhaal op de wanden van het priesterkoor weergegeven. Ook in diverse andere afbeeldingen van het kruis komen elementen uit deze legende voor, bijvoorbeeld de schedel (d.i. van Adam) die soms aan de voet van Jezus’ kruis ligt.
 

De legende gaf aanleiding tot het ontstaan van twee kerkelijke feestdagen. Allereerst de Kruisvinding (gevierd op 3 mei) en het feest van de Kruisverheffing (14 september). Het eerste feest werd in 1960 opgeheven omdat de historische fundamenten van de vinding door Helena niet erg sterk zijn en omdat het min of meer als een verdubbeling van de Kruisverheffing werd gevoeld.
 

Door sommigen is de vinding van het kruis door Helena als een verzinsel beschouwd. Het zou ontstaan zijn om de verering van de kruisrelieken in de Middeleeuwen te funderen. Iedereen heeft wel eens het grapje gehoord dat men een heel bos overhoudt als men alle reliekstukken van het kruis bij elkaar zou voegen. Dat er grote vraag was naar relikwieën van het heilig Kruis , bewijst het feit dat de beroemde pelgrim Egeria uit Gallië verhaalt. Zij reisde naar Jeruzalem en nam deel aan de viering van Goede Vrijdag in 390. Zij vermeldt de grote toeloop van volk in de kerken waar de kruisverering plaatsvond. Veel diakens hielden daarbij toezicht om te voorkomen dat iemand onder de dekmantel van vroomheid een stukje hout van het kruis roofde, door bij het kussen van het kruis er een stukje af te bijten.
 

Het is een feit dat er van de vinding van het kruis door Helena geen controleerbare berichten van tijdgenoten zijn. Maar het is waar dat Helena naar Jeruzalem is gereisd en daar aanwezig was in het jaar 325 en door haar vrijgevigheid grote indruk maakte. Zeker is ook dat Constantijn op de plaats van de vondst vlak bij de heilige Grafkerk een kapel liet bouwen, waar de reliek van het kruis en het kruisopschrift werden bewaard en dat die plek op 14 september 335 werd ingewijd. Het kruis moet zijn teruggevonden in de jaren hiervoor. Dit is wat men met zekerheid kan zeggen. De rest is speculatie of vrome verbeelding.

Misschien is het kruis op aanwijzingen van Constantijn (en in aanwezigheid van Helena?) gevonden bij bouwwerkzaamheden in de buurt van de Heilig Grafkerk.
 

Het kruisopschrift

Onder de relikwieën die door toedoen van Helena naar de H. Kruiskerk in Rome zijn gekomen, hoort ook het opschrift of de titel van Jezus’ kruis. Daarmee is bedoeld het bordje dat op onze kruisbeelden en schilderijen meestal staat afgebeeld met de letters INRI, dat is de afkorting van de Latijnse woorden die zeggen: Jezus van Nazaret, koning van de Joden. Dit opschrift dat door de soldaten aan het kruis moest worden bevestigd, gaf de reden aan waarom de gekruisigde tot deze dood was veroordeeld.

Alle evangelies vertellen over dit opschrift, maar de evangelist Johannes is hierin het uitvoerigst. Hij vermeldt dat de tekst was geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Latijn, de drie hoofdtalen in Jeruzalem.

Het bord dat in de kerk van Rome wordt bewaard heeft die drie talen en zou volgens recente onderzoekingen best echt kunnen zijn. Als dit waar is, hebben we een belangrijk eigentijds document, geschreven door Romeinse soldatenhand, dat de reden van Jezus’ doodstraf aangeeft. Het zegt dat Jezus tot de kruisdood werd veroordeeld omdat hij zich had uitgegeven voor koning. De Romeinen beschouwden dit als een vorm van rebellie.


Jezus kan zich – zoals uit de evangelies duidelijk blijkt – alleen als een apart type koning gezien hebben, een Messiaanse koning in de lijn van David. Een koning die niet de gebruikelijke macht van gangbare koningen nastreeft, maar in dienst staat van Gods koninkrijk. Hij staat daarom dicht bij de mensen en is uit op het dienen van mensen en op recht doen vooral aan armen, uitgestotenen, zieken en vervolgden. Als de Romeinen Jezus veroordeeld hebben als troonpretendent in de gebruikelijk zin, hebben ze hem grondig misverstaan. Hij is in elk geval een koning zonder macht en leger. Hij wil geen nationale held zijn en is geweldloos. Zijn feestelijke binnenkomst in Jeruzalem op een ezel was een parodie op de gebruikelijke intochten van koningen en Romeinse bestuurders, zoals Pilatus. Een ‘koningschap niet van deze wereld’, zegt Jezus samenvattend in het evangelie van Johannes.
 

Kruisverheffing
 

Het feest van Kruisverheffing heeft een triomfantelijk karakter. Het kruis wordt hier gezien als overwinningsteken, als verrijzenissymbool. Het kruis blijft echter ook voor altijd een martelwerktuig, een folterpaal en het is terecht dat Constantijn de executie door middel van de kruisdood heeft afgeschaft. Het feit dat het kruis op zijn krijgsbanier terechtkwam en hij het liet schilderen op de schilden en helmen van zijn soldaten vormt echter een bewijs dat hij de boodschap van koning Christus niet verstaan heeft. Dit misverstand zal helaas vaker te zien zijn in de geschiedenis. Het keert terug bij de kruistochten en de verovering van de nieuwe wereld. Het kruis blijft zo een symbool van macht en onderdrukking, soms tot in onze tijd toe.
 

Het kruis kan echter alleen maar teken van redding zijn, omdat er iemand aan gehangen heeft, die het een nieuwe betekenis gaf: Jezus van Nazaret. Door hem werd het een symbool van uiterste trouw aan Gods koninkrijk, teken van een radicale overgave aan Gods droom met onze wereld. Kruisverheffing wil niet zeggen dat wij het kruis in de hoogte steken, maar die ene bijzondere man die daarop stierf, verheffen.

Gelukkig kon volgens het verhaal keizer Heraclius die het weergevonden kruis in Jeruzalem terugbracht, zover gebracht worden dat hij en zijn gevolg van hun paard afstegen en dat hij zelf barrevoets dit kruishout de stad binnendroeg.
 

Dat het kruis eindelijk de paradijsboom mag worden van de nieuwe schepping en dat wij rond die boom Gods koninkrijk mee opbouwen, het rijk van dienstbaarheid, troost en mededogen. Dat is wens van de man die als onbegrepen koning aan het kruis moest sterven.

 

Herman Thijssen c.p.

Reacties:

Nog geen reacties op dit artikel.

Volg Thomas op

Download de Thomas-app