Tijdschriften

Tertio - 13e jaargang, nr. 667, November 2012

Artikel: ‘God brengt altijd Zijn vrienden mee’

Bladzijde:

 Steven Fuite wordt op 1 januari synodevoorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB). Hij heeft dit te danken aan zijn pastorale kwaliteiten, klinkt het in de wandelgangen. En dat oordeel strookt met zijn voornaamste ‘beleidsprioriteit’: warmte brengen, in eigen rangen met overleg en buiten de koepel langs de diaconie.

“Theologen vallen bijzonder moeilijk te interviewen. Onderzoek wijst dat duidelijk uit”, vertelt Steven Fuite halfweg het vraaggesprek. “Hun neiging om onderwerpen van alle zijden te belichten, staat een helder discours in de weg.” De protestantse theoloog doet evenwel meer dan zijn best om een uitzondering te maken op die regel. Of misschien ligt de verklaring wel in een andere wijsheid die hij tijdens het nagesprek debiteert: “Dominees en hun kinderen hebben de gave van het woord. Een stoet cabaretiers stamt uit domineegezinnen en mijn dochters zijn ook goed van de tongriem gesneden.” Een gesprek met de aanstaande synodevoorzitter die volgens zijn logica meer dominee dan theoloog is. 


Welke accenten legt u straks als synodevoorzitter? Wat zijn uw beleidsprioriteiten?
“Ik ben niet de man van grootse plannen of strategieën. Mijn missie beschouw ik als geslaagd wanneer ik na afloop van het mandaat onze protestantse kerk met al haar bloedgroepen ‘warmer’ gemaakt heb. Daarnaast blijft het een permanente uitdaging om alle stromingen te verenigen. Overleg zit dan wel in het DNA van onze gemeenschap, maar sommigen voelen zich ‘overgeslagen’ tijdens de besluitvorming. Die onvrede bij enkelingen wens ik weg te nemen door iedereen in een bijzonder vroeg stadium inspraak te gunnen.”
Dat is herderlijk gesproken. Klopt het dat u de verkiezing tot synodevoorzitter dankt aan uw pastorale kwaliteiten?
“Het is lastig om in die termen over jezelf te oordelen. Toch meen ik in alle bescheidenheid dat collega’s mijn pastoraal werk zeker waarderen. Daarom ook hebben sommigen onder hen mij aangepord om mijn kandidatuur te stellen. Bovendien verbind, verenig en verzoen ik graag medemensen.”

De VPKB is ontstaan uit de vroegere protestantse kerk in België, de hervormde kerk en enkele gereformeerde kerken. Stromen deze bloedgroepen nog zichtbaar door de organisaties?
“Nee. Die verschillen zijn door de tijd vrijwel uitgevlakt. Wanneer ik een gezin bezoek, sta ik nooit in die zin stil bij hun wortels. Disputen over dergelijke verschilpunten binnen het protestantisme zijn bovendien zeldzaam onder de Moerdijk. Onze minderheidspositie drijft ons dichter naar elkaar toe. Daarin ligt voor mij ook de aantrekkingskracht van predikant zijn in België. Je werkt voor een kleine minderheid, waardoor de focus vanzelf verschuift naar de essentie.”

U gaf meteen na de verkiezing aan dat uw eerste pastorale wapenfeiten in de gemeente ‘Mechelen-Noord’ u indirect op uw volgende functie hebben voorbereid. In welke zin? 
“Als jonge predikant trof ik er een behoudsgezinde gemeente aan die wat in zichzelf gekeerd leek. De komst van vluchtelingen uit het zuidoosten van Turkije schudde de gemeente evenwel wakker. Aanvankelijk zorgden de nieuwkomers voor onzekerheid, maar stap voor stap kregen beide kampen oog voor elkaars mooie kanten. Toen ik na vijftien jaar andere oorden opzocht, telde de kudde liefst elf nationaliteiten. Zo goed als iedereen meent dat vreemde invloeden mogelijk verrijkend werken. Maar wie de weldaden van veelkleurige diversiteit aan den lijve ondervindt, draagt dat een leven lang mee.”

U verruilde die bloeiende gemeenschap acht jaar geleden voor de protestantse kerk in Brussel. In deze functie die u nog ruim een maand uitoefent, ligt de focus naar verluidt meer op ‘public relations’. Bent u hier dan minder predikant?
“Mijn rol in Mechelen was die van de herder, de pastor. In Brussel komt evenwel vooral personeel van grote bedrijven, Europese instellingen of ambassades over de vloer. Dergelijke profielen vragen wat minder pastorale aandacht. Hierdoor ontstaat de ruimte om meer interreligieuze en caritatieve activiteiten te organiseren. Wat die inspanningen opleveren? Warmte vooral. Het zegt veel dat een moslim mij onlangs op straat omhelsde. Wanneer een kerkgemeenschap naar buiten treedt, brengt die zo de wereld binnen.”

Welke concrete projecten staan centraal bij de diaconie in Brussel?  
“Wij liggen mee aan de basis van het Protestants Sociaal Centrum in Elsene. Dat lovenswaardige en relatief grootschalige initiatief behelst onder meer vluchtelingenopvang en schuldbemiddeling. Daarnaast ondersteunen we de vluchtelingen die het leegstaande Gesù-klooster aan de Kruidtuin bezetten. Voor zulke projecten is altijd geld te kort. En dat is goed, want we zijn geen spaarbank. (raakt op dreef) De kerk is evenmin een doel op zich, maar louter een instrument om een wondermooi visioen over de goddelijke werkelijkheid de wereld in te blazen.”

“Deze initiatieven smeden trouwens ook banden. Diaconie die naam waardig stopt niet bij iets materieels geven. De wederkerigheid is ook van tel. Zo wandelen de ‘krakers’ uit het Gesù soms onze kerk binnen. De bezoekers van het Sociaal Centrum beschikken over een ‘babbelkot’ waarin ze hun hart kunnen luchten. Onze inspiratiebron, Jezus van Nazareth, gaf zichzelf ook compleet weg en ging vaak met ‘schorriemorrie’ om. Wie Hem volgt, mag dus niet de neus ophalen voor zwakkeren in de samenleving. God brengt immers altijd Zijn vrienden mee, al had je die zelf niet meteen gekozen. Het overbekende dubbelgebod leert ons evenwel dat God schuilt in de ander en ‘vice versa’.” 

De VPKB schrijft voor dat predikanten over een masterdiploma dienen te beschikken. Valt die vereiste vol te houden door de krimpende protestantse kerk? 
“Deze aanpak biedt een kwaliteitsgarantie en daarom wijken we er niet van af. Voorlopig dienen zich ook genoeg kandidaat-predikanten aan. Wel sluit ik niet uit dat op middellange termijn een debat over de invulling van het ambt zich opdringt. Als in kleinere, rurale kerken het aantal gelovigen onder een kritische grens duikt, lijkt het aangewezen om samen te werken.

Het predikantschap noem ik trouwens een kwetsbaar beroep. De kudde krimpt, heeft een minder duidelijk omlijnd godsbeeld en wordt mondiger. Onze taak wordt er zo niet eenvoudiger op, terwijl ook wij de houvast van de grote verhalen kwijt zijn. Hierdoor bestaat voor ambtsdragers een risico om weg te kwijnen, zeker in een rurale gemeente. Daarom maak ik er als synodevoorzitter dra een erezaak van om mijn mensen een voor een te bezoeken.”

Verschillen de Nederlandstalige en Franstalige protestantse kerken?
“Nauwelijks. Wel valt het op dat de gemeenschappen uit beide taalgebieden niet altijd even nauwe banden hebben. Daarin komt gelukkig stilaan verandering. En wel onder impuls van onze integratiestage voor pakweg Franse of Nederlandse predikanten die naar België komen. De stage is bewust op landelijke schaal georganiseerd. En ondanks evidente taalproblemen, merken alle betrokkenen dat de contacten met anderstaligen verrijkend werken. Het bestaande predikantenkorps heeft dat ook begrepen en volgt steeds meer dit voorbeeld. Er komen binnenkort vrijwel zeker gezamenlijke pastorale of theologische studie- en ontmoetingsdagen.”

“Ook in de pastorale praktijk bestaan subtiele verschilpunten. Noordelijke kerken zien er meer nauwgezet op toe dat alleen predikanten het sacrament van het avondmaal verzorgen. Bezuiden de taalgrens neemt een ouderling het sneller over wanneer geen dominee aanwezig is. Zonder te vergeten dat het sacrament een heilige handeling blijft, heb ik daarvoor begrip.”

Het protestantisme in ons land ressorteert onder twee koepels. Uw organisatie staat daarbij tegenover de ‘Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken in België’. Wat onderscheidt jullie?
“Mijn kerk heeft een heldere beleidsstructuur, getrapte vertegenwoordiging, duidelijke regels voor predikanten en andere ambtsdragers. Onze tegenhanger vormt veeleer een federatie van een hele resem denominaties; noem ze maar een cluster van kerken.” 

Zitten de verschillen dan voornamelijk in structuren?
“O, theologisch zitten we zeker niet op dezelfde lijn. Maar op zich vormt dat geen bezwaar. We dienen elkaar niet te bekeren.” 

Hoe ervaart u de uitwassen van zogenaamde ‘wilde’ kerken in Brussel? Daarmee doel ik op ‘églises de réveil’ die volgens pastoor Jan Claes (zie Tertio nr. 656) iets te vaak munt slaan uit de wanhoop van kwetsbare volgelingen.
“Uiteraard vang ik berichten over dergelijke toestanden op. Toch ben ik beducht voor een overhaast oordeel, omdat ik geen ooggetuige of betrokken partij ben. Binnen de VPKB zijn die praktijken alvast onmogelijk. Bij het minste signaal over misbruik – ook seksueel – treedt een hele machinerie van beschermende of corrigerende maatregelen in werking.”

Blijft u nu niet iets te veel op de vlakte?
“Opnieuw, oordelen op een afstand doe ik liever niet. Maar laat het duidelijk zijn dat ik alle praktijken waarbij zwakkeren worden uitgebuit scherp veroordeel. Dergelijk ‘machtsmisbruik’ is ronduit affreus. Elke religieuze gezagsdrager dient omzichtig om te springen met het morele gezag waarover hij of zij beschikt. Godsdienst toont de mens op zijn best, maar blijkt in de verkeerde handen een gevaarlijk speeltje. Vanuit mijn rol sta ik evenwel machteloos. In de wetenschap dat dergelijke clubjes sektarisch zijn, is het aan burgerlijke instanties om in te grijpen.”

Breuklijnen lopen niet alleen binnen het protestantisme. Ook de christenwereld is verdeeld. Zijn de oecumenische contacten in Brussel diepgaand en frequent genoeg om bruggen te slaan?
“De protestantse kerk in Brussel onderhoudt nauwe banden met Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstand. In die parochie preek ik regelmatig. Naast deze en gelijkaardige oecumenische diensten maakt vooral het overleg tussen lokale priesters en predikanten het verschil. Geregeld treffen we elkaar voor een lunch. Gespreksthema’s worden daarbij steevast geleverd door de kerkelijke actualiteit, maar we grijpen ook boeken aan om te discussiëren over pakweg ecologische theologie.”

“De oecumene is intensief genoeg; het wederzijds respect blijkt aanwezig. Daarbij geven we de andere christelijke gemeenschappen alle ruimte om op hun hoogsteigen manier ‘kerk te zijn’. De uiteenlopende kerkvormen bieden gelovigen ook een keuze. Wie zich graag wentelt in de warme werkelijkheid van sacramenten en riten of deel wenst uit te maken van een eeuwenoude kerk met dito gebouwen, vindt wel zijn gading bij de rooms-katholieken. Anderen die liever discussiëren en het rationele debat verkiezen boven kaarsen en een wat sacralere sfeer, komen bij ons terecht. Ik vertel het even zo schematiserend dat het bijna karikaturaal lijkt.”

Is de relatieve verdeeldheid van het christendom alleen een zegen of ook een vloek? In het Midden-Oosten stuurt die verspreide slagorde misschien een ongelukkig signaal uit naar moslims. 
“De versnippering is theologisch in principe een schande. Zeker vanuit historisch oogpunt zijn de reformatie en contrareformatie schandalig verlopen. Ook huiver ik ervan als protestanten en katholieken elkaar nog verbaal afmaken. Maar los daarvan ervaar ik de diversiteit in de christelijke wereld vooral als een zegen. Eenheidsworst dienen we te vermijden. Uit een recent debat met Brussels hulpbisschop Jean Kockerols onthoud ik dat katholieken er net zo over denken. Al is de protestantse hunkering naar vrijheid uiteraard groter. Wij geloven niet in de absolute waarheid die ons van bovenaf wordt meegedeeld. Overtuigingen zijn ingegeven door de Bijbel, maar evenzeer door levenservaring en een persoonlijke kijk op de actualiteit. De waarheid duikt plots op tijdens debatten tussen mensen; laat zich even aanraken om snel opnieuw op te lossen. Daarom lopen binnen de uitgebreide protestantse familie de standpunten over euthanasie ook zo uiteen.” 

Protestanten hebben dan wel geen eenheidsstandpunt over euthanasie, maar elke predikant heeft er uiteraard een eigen visie over. Respecteert hij of zij dan doorgaans de veelheid aan overtuigingen of bestaat toch de neiging om kerkgangers te beïnvloeden?
“De predikant is ook maar een ‘zoeker’ die het voorrecht geniet om de dienst te leiden. In die logica van bescheidenheid lijkt het ongepast om eigen meningen rond ethische thema’s nadrukkelijk te propageren. Uiteraard geef ik onder meer tijdens wijkavonden wel mijn mening.”

En die is?
“Het levenseinde gaat soms gepaard met verwarring en wanhoop. In die context begrijp ik dat soms voor euthanasie wordt geopteerd. Uit menselijke onmacht. De machteloosheid tegenover het lijden erkennen en het leven daarop teruggeven aan God kan naar mijn aanvoelen heel mooi en vredig zijn.” 

De dood komt ook aan bod in uw Requiem van Twijfel en Troost. Dat muziekwerk werd onlangs uitgevoerd in een uitverkochte kerk. Acteur Hubert Damen zong solostukken. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen? 
“Elke predikant is als dienaar van het goddelijke woord met taal bezig. In die traditie schrijf ik soms poëtische en eigentijdse teksten. En die slaan blijkbaar aan. Samen met twee dames hebben we een heus requiem gerealiseerd dat eerder in Grimbergen werd uitgevoerd. Een managementbureau contacteerde ons na die voorstelling met het verzoek om ook in Hasselt een concert te geven. Eerder deze maand werd het werk er uitgevoerd voor een bomvolle kerk. Trots was ik zeker, maar tegelijk bleek het bevreemdend om je eigen liedteksten zo terug te horen. Die zinnen had ik neergepend om medemensen te steunen die iemand afgeven aan de dood. Maar zodra je je eigen woorden hebt toevertrouwd aan de uitvoerders komen ze van elders over je heen.” 

Reacties:

Nog geen reacties op dit artikel.

Volg Thomas op

Download de Thomas-app