Verdwaald in het Brein?

node-header

De hersenen bekeken vanuit levensbeschouwelijk oogpunt

Beginsituatie

Het valt niet te ontkennen dat het brein vandaag de dag ‘hot’ is. Boekenwinkels en bibliotheken hebben een zeer ruim aanbod aan boeken over de hersenen. De neurowetenschappen zijn een wetenschappelijke branche in opmars. Niet alleen wetenschappers, maar ook ‘gewone’ mensen zijn in toenemende mate geïnteresseerd in het ontdekken van de mogelijkheden en beperkingen van onze hersenen. Nu onze hersenen steeds meer in kaart gebracht kunnen worden, stellen wetenschappers zich ook de vraag of het geloof in God vanuit onze hersenen verklaard kan worden, of er zoiets bestaat als een ‘godsdeeltje’.

Terwijl de interesse voor de hersenen ontzettend groot is, blijft het brein in grote mate ook nog een mysterie. Wetenschappers omschrijven de hersenen wel eens als de meest complexe machine die er bestaat. Een eenduidige handleiding voor deze machine bestaat (voorlopig) niet. Wat wel duidelijk is, is dat onze hersenen in feite het belangrijkste deel zijn van ons lichaam. Alles wat we denken, doen en laten, gebeurt immers door middel van onze hersenen. Sommigen beweren zelfs dat de ziel van de mens in de hersenen huist.

Dick Swaab citeert in de inleiding van zijn boek ‘Wij zijn ons brein’ Hippocrates, die reeds in de vijfde eeuw voor Christus het volgende schreef: “Het dient algemeen bekend te zijn dat de bron van zowel ons plezier, onze vreugde, gelach en vermaak, als van onze smart, pijn, angst en tranen, geen andere is dan de hersenen. Het is in het bijzonder dit orgaan dat ons in staat stelt te denken, te zien en te horen en het lelijke van het schone, het kwade van het goede, het aangename van het onaangename te onderscheiden. Het zijn de hersenen ook waar zich de zetel bevindt van waanzin en krankzinnigheid, van angsten en verschrikkingen die ons bestormen, dikwijls ’s nachts, maar soms zelfs overdag; daar ligt de oorzaak van slapeloosheid en slaapwandelen, van gedachten die niet willen komen, van vergeten verplichtingen en van zonderlinge verschijnselen.”

Het belang van onze hersenen kan moeilijk overschat worden. Aan de andere kant kan men zich de vraag stellen of het eenzijdig beklemtonen van onze hersenen als ‘locatie’ van onze identiteit (denk maar aan de titel van het boek ‘Wij zijn ons brein’) geen onrecht doet aan wie wij als mens zijn. Is het enkel ons brein dat ons maakt tot wie wij zijn?

Naarmate het onderzoek naar de hersenen vordert, en de wetenschappelijke mogelijkheden in onze hedendaagse maatschappij steeds groter worden, wat uiteraard heel wat positieve gevolgen heeft (bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid en ziektebestrijding), komen hierbij ook meer en meer ethische vraagstukken aan de oppervlakte. Wat als we de hersenen van mensen kunnen programmeren? Wat als we crimineel gedrag of verslaving kunnen deleten uit de hersenen? Wat als we nare herinneringen uit de hersenen kunnen wegzappen? Kan de mens zich zoveel macht toe-eigenen? Wat zegt dit over de vrije wil?

Op deze en andere thematieken wordt in deze In de kijker ingegaan op een manier die ook voor leerlingen toegankelijk is.

 

Interview met Dick Swaab in Reyers Laat (23 april 2013)

Hermeneutische knooppunten

  • Waarmee kunnen we onze hersenen het beste vergelijken? Kunnen we onze hersenen zien als een soort van geavanceerde computer, of een ‘reality-browser’ of zijn onze hersenen nog veel complexer dan dat? Hangt de manier waarop we onze hersenen beschrijven ook samen met de manier waarop we naar onszelf en onze identiteit kijken?
  • Het populaire wetenschappelijk werk van Dick Swaab, dat het standaardwerk over het brein wordt genoemd, heet ‘Wij zijn ons brein’. Klopt deze titel? Valt de identiteit van mensen samen met hun hersenen? Of zijn mensen veel meer dan hun hersenimpulsen? Is een neurologische kijk op de hersenen en op het leven afdoende om het fenomeen ‘mens’ te verklaren, of worden hier bepaalde essentiële aspecten van menszijn over het hoofd gezien of te reductionistisch verklaard? Is de visie dat wij ons brein zijn een verderzetting van of juist een breuk met het Cartesiaanse dualisme van lichaam en geest?
  • Leidt het recente hersenonderzoek, waarbij steeds meer duidelijk wordt dat ons gedrag tenminste deels door onbewuste processen in onze hersenen gestuurd wordt, tot het verlaten van de idee van de vrije wil, ten voordele van een soort van biologisch of neurologisch determinisme, of blijven deze bevindingen compatibel met de gedachte dat mensen bij het maken van keuzes een zekere vrijheid hebben. Kunnen mensen onderworpen zijn aan neurologische beperkingen, zonder volledig gedetermineerd te zijn? Spreken we hier niet beter over predispositie dan over determinatie of predestinatie? Is er een verschil tussen een biologisch en een filosofisch concept van vrije wil en determinisme?
  • Aansluitend bij het vorige knooppunt: Wat zijn de gevolgen van het hersenonderzoek voor ons denken over goed en kwaad, over vrijheid en verantwoordelijkheid, over het maken van keuzes, over moraliteit? Pleiten onze hersenen ons vrij van het opnemen van verantwoordelijkheid? Als deugden als altruïsme eigenlijk aan processen in onze hersenen ontspruiten, of hun oorsprong vinden in de zogenaamde ‘spiegelneuronen’, kunnen we het dan wel nog deugden noemen?
  • De technologische en medische vooruitgang opent vele poorten. Men kan zich de vraag stellen of sommige van deze poorten niet beter gesloten gehouden worden. Mag alles wat kan? Mag men de mogelijkheden van de neurowetenschappen grenzeloos gebruiken? Aan welke grenzen en voorwaarden dient de toepassing van deze wetenschappen te voldoen? Mag men ingrijpen in de hersenen van mensen om bijvoorbeeld iemand een kunstarm te kunnen laten besturen? Maar mag dit ook om traumatische herinneringen weg te nemen? Mag men dit doen om iemand van een verslaving af te helpen of om ‘abnormaal’ of crimineel gedrag weg te nemen? Welke mensvisie gaat hierachter schuil en welke samenleving heeft men hierbij voor ogen? Welke plichten en rechten hebben breinwetenschappers? Welke ethische vraagstukken en bezwaren roepen deze ontwikkelingen op?
  • Kan een traumatische gebeurtenis zomaar uit je leven weggewist worden door de herinnering eraan weg te nemen? Heeft deze gebeurtenis niet veel te grote indrukken nagelaten die de pure herinnering eraan overstijgen? Wordt het trauma niet nog groter als je niet meer weet waarom je bijvoorbeeld wantrouwen voelt ten opzichte van mensen, als je de pijn die je voelt niet meer kan interpreteren? Gaat dit niet in tegen alle inzichten van de psychologie?
  • Kan God in onze hersenen gelokaliseerd worden? Is er een zogenaamde God-spot die het geloof van mensen vanuit neurologisch opzicht verklaart? Ontmantelt het bestaan van een dergelijke God-spot het bestaan van God of is het juist een bewijs van het bestaan van God? Maken wetenschappers die God door middel van het hersenonderzoek als hersenspinsel willen afdoen, zich eigenlijk niet schuldig aan een valse of zelfs omgekeerde redenering? Betekent het kunnen aantonen van de plaatsen in de hersenen die getriggerd worden bij het geloof ook automatisch dat het geloof een product van de hersenen is? Worden het wetenschappelijke discours en het zingevingsdiscours hier niet verward?
  • Wanneer de huidige maatschappij zo sterk de nadruk legt op de hersenen als bepalende factor van onze identiteit, wat betekent dit dan voor mensen bij wie de hersenen niet ‘meewillen’, hetzij door bijvoorbeeld Alzheimer of autisme of leerproblemen en leerstoornissen,...? Zijn dergelijke mensen vanuit de visie ‘dat wij onze hersenen zijn’ minder waard dan anderen?

Aanknopingspunten bij het leerplan

Leerplandoelen uit het leerplan rooms-katholieke godsdienst

Aantonen dat het leven ons onophoudelijk voor keuzes stelt en vragen oproept die bepalend zijn voor identiteitsvorming

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

(keuze-)vrijheid als gave en opgave uitdiepen

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Aantonen hoe de ander het eigen keuzeproces kan beïnvloeden

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Beoordelen wanneer een keuze authentiek en mensbevorderend kan genoemd worden

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Bespreken welke vragen mensen zich stellen bij de ervaring van verschil

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < omgaan met verschil

Verschillende modellen van conflicthantering bij zichzelf en bij anderen aangeven / evalueren

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < omgaan met verschil

De vraagstelling bespreken die groeit in en uit grenservaring

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Omgaan met grenzen

Het christelijk spreken over het zich door God bemind weten op het spoor komen en omschrijven

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < bemind worden en liefhebben

Aantonen dat een levensbeschouwing het ethisch denken en handelen beïnvloedt

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Levensbeschouwing en ethiek

De oriënterende en evaluerende functie van het geweten verwoorden

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Levensbeschouwing en ethiek

In ethische kwesties benaderingen opsporen vanuit de bijbelse en kerkelijke traditie

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Levensbeschouwing en ethiek

Bespreken van waaruit mensen grijpend of gevend in het leven kunnen staan

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen

Omschrijven wat 'het beeld van God-zijn' inhoudt aan visie op de plaats en de verantwoordelijkheid van de gelovige mens

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Leven als Christen

Het belang van communicatie over zin(vragen) omschrijven

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Communicatie van zin(vragen)

De ruimte en het ontbreken van ruimte voor communicatie rond levensvragen en zin in het eigen leven en de samenleving bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Communicatie van zin(vragen)

De problematiek van levensbeschouwing en zinstichting verduidelijken vanuit historisch perspectief

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Communicatie van zin(vragen)

Bespreken hoe mens-, wereld- en godsbeelden bevrijdend of verlammend kunnen werken

Leerplan Secundair Onderwijs < Algemeen secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Communicatie van zin(vragen)

Ontdekken en onderscheiden welke kleine en grote vragen het leven mij stelt

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Wat valt er te kiezen in het leven? (keuzes)

Vaststellen hoe mensen omgaan met levensvragen: vluchten of durven onder ogen zien

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Wat valt er te kiezen in het leven? (keuzes)

De eigen 'lifestyle' bespreken in de spanning kiezen en bepaald worden

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Wat valt er te kiezen in het leven? (keuzes)

De waarden rond volgende polen verzamelen: ik en mijn persoon - anderen - het andere (omgeving, wereld) - God

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Waarvoor leef je? (waarden)

Basiswaarden om menswaardig te kunnen samenleven aangeven en levensbeschouwelijk situeren

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat is mens-waardig samenleven? (ethiek)

Verschillende waardepatronen bevragen op hun mensbevorderend of mensverdrukkend karakter

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat is mens-waardig samenleven? (ethiek)

Het ethisch gesprek op samenlevingsniveau aanwijzen en kritisch bevragen

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat is mens-waardig samenleven? (ethiek)

Onderscheiden hoe men in de maatschappij omgaat met grenservaringen

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat ervaar ik aan grenzen in het samen-leven? (grens en eidigheid)

Het denken omtrent goed en kwaad, zonde in onze samenleving bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Wat ervaar ik aan grenzen in het samen-leven? (grens en eidigheid)

Verschillende concrete vormen van zinzoeken aanwijzen en kritisch beoordelen

Leerplan Secundair Onderwijs < Beroeps Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Wat boeit mij in het samenleven? (Kijk op leven, vraag naar zin)

De eigen (levens)keuzes situeren in het eigen leefklimaat, in de hedendaagse context van veelheid

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Aantonen dat kiezen een voortdurend zoeken naar evenwicht tussen vrijheid en gebondenheid inhoudt

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < Kiezen

Openstaan voor andere dan de eigen (levens)keuzes

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < omgaan met verschil

Utopieën, futurologieën en eschatologieën in de eigen samenlevingen opsporen

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

Aangeven en bespreken van levenshoudingen voor mensen onderweg en hun reisgenoten

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Tweede graad < Tweede jaar < Terrein < op weg

De begrippen deugd en ethiek omschrijven en onderscheiden

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Goed mens zijn

De eigen grondhoudingen bevragen op deugdzaamheid, menswaardigheid en mensvervullende kwaliteit

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Goed mens zijn

In een concrete probleemsituatie de ethische vraag herkennen en verwoorden

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Goed mens zijn

Publieke standpunten t.a.v. kwaad en schuld confronteren met een evangelische benadering van 'deze mens in deze situatie'

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Goed mens zijn

Verschillende domeinen in het maatschappelijk leven bekijken en bevragen vanuit de vraag naar invloed en aanspraak op mijn persoon

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Samenlevingsopbouw tussen inspiratie en appèl

De wisselwerking tussen het omgaan met de natuur en een mens-, wereld- en godsbeeld ontdekken en bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Samenlevingsopbouw tussen inspiratie en appèl

Aangeven wat het lijden aan vragen doet stellen

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Eerste jaar < Terrein < Lijden en hoop

In levensgetuigenissen de bestaanservaring als (nood)lot, geschiedenis, heilsgeschiedenis aanduiden en bespreken

Leerplan Secundair Onderwijs < Technisch Secundair onderwijs / Kunst Secundair onderwijs < Derde graad < Tweede jaar < Terrein < Grondervaring en geloof

In arbeidssituaties (in het bedrijfsleven, de zakenwereld en het beroepsveld) de ethische problematiek opsporen en omschrijven

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Beginnend professioneel engagement: vragen en problematiek vanuit het werkveld < Spoor 2: Conflicten en ethische keuzen in werksituaties

Vormgeven aan een eigen standpunt t.o.v. ethische vraagstukken uit de arbeidswereld, het zakenleven of de bedrijfswereld

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Beginnend professioneel engagement: vragen en problematiek vanuit het werkveld < Spoor 2: Conflicten en ethische keuzen in werksituaties

Via concrete verhalen het belang van het omgaan met lukken en mislukken in persoonswording illustreren en verduidelijken

Leerplan Secundair Onderwijs < Derde jaar en vierde graad < Terrein < Groeiend persoonlijk engagement: Waar sta ik? (inkeer) Wat doe ik? (inzet) < Spoor 1: De persoonlijke weerbaarheid

Interlevensbeschouwelijke competenties

De leerling verplaatst zich in het levensbeschouwelijk perspectief van anderen.

Interlevensbeschouwelijke competenties < Ik, mijn levensbeschouwing en deze van de ander < Vaardigheden en attitudes

Achtergrondinformatie

  • Via www.hersenstichting.nl kan heel wat informatie rond de hersenen gevonden worden.
  • Interessante en toegankelijke literatuur rond de hersenen (met levensbeschouwelijk relevante aanknopingspunten):
    • Mario Beauregard en Denise O’Leary, Het spirituele brein. Bewijzen voor het bestaan van de ziel, Kapellen, 2008.
    • Nathalie Carpentier, Het breinrapport, Antwerpen, 2006.
    • Jeroen Geurts, Kopstukken. Gesprekken met bekende wetenschappers over hersenen en bewustzijn, Schiedam, 2009.
    • Marco Iacoboni, Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiedrang en spiegelneuronen, Amsterdam, 2008.
    • Marianne Joëls, Een zeepaardje in je hoofd. Over de rol van de hersenen van de conceptie tot de dood, Amsterdam, 2009.
    • René Kahn. Onze hersenen. Over de smalle grens tussen normaal en abnormaal, Amsterdam, 2006.
    • Dick Swaab, Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot Alzheimer, Amsterdam-Antwerpen, 2010.
    • Tjeu van den Berk, Het mysterie van de hersenstam. Over basisfuncties, psychosomatiek en spiritualiteit, Zoetermeer, 2001.
    • Max van der Linden, Hersenen en gedrag. Evolutie, biologie en psychologie, Amsterdam, 2006.
  • Collationes wijdde een themanummer aan de verhouding tussen hersenen en geest en de groei van de neurowetenschappen. (Collationes, Nummer 4, December 2011). De volgende artikels zijn in dit nummer te vinden:
    • In de ban van de neurowetenschappen? — R. Burggraeve

      In dit openingsartikel schetst Roger Burggraeve de voornaamste aspecten van deze problematiek. Na een verkenning van de doeleinden en de methoden van de neurowetenschap-pen en aanverwante wetenschappen (evolutionaire biologie), spitst de auteur zijn aandacht toe op vier thema’s of vragen, die voortvloeien uit het empirisch-wetenschappelijke onderzoek én het tegelijk overstijgen, omdat deze vragen te maken hebben met de menselijke persoon en met het creëren van betekenis: (1) de verhouding tussen natuur én cultuur; (2) de spanning tussen predeterminatie of predispositie én vrijheid; (3) het neuro-lichaam én ethiek, met bijzondere aandacht voor het probleem van goed en kwaad; (4) de band tussen hersenen en religie, evenals religieuze en spirituele ervaring. Op die manier daagt dit artikel zowel de ethiek als de theologie uit om onze menselijke ‘incarnatie’ zeer ernstig te nemen en elke vorm van dualisme te vermijden.
    • 'Het is niet wat het is, het is wat je ermee doet'. Mogelijkheden en grenzen van neurowetenschappen voor het menselijke gedrag. — Bart Nuttin, geïnterviewd door Roger Burggraeve en Ilse Van Halst

      Het tweede artikel biedt de neerslag van een interview met prof. Bart Nuttin, neurochirurg en professor in de experimentele neurochirurgie en neuroanatomie aan de K.U. Leuven, over de ontwikkeling van de neurowetenschappen en hun toepassingen, met bijzondere aandacht voor de ethische vragen die eruit voortvloeien omtrent de beïnvloeding van menselijk gedrag.
    • Neurotheologie: terreinverkenning en theologische evaluatie — Kristien Justaert

      Kristien Justaert, postdoctoraal onderzoeker aan de K.U. Leuven, onderzoekt de betekenis van neuro-theologie voor de theologie in het algemeen en de christelijke theologie in het bijzonder. Neurotheologie is een wetenschap die probeert een gemeenschappelijke biologische basis voor de religieuze ervaring in de hersenen te vinden. Door experimenten met biddende christelijke nonnen en mediterende boeddhistische monniken ontdekten neurotheologen dat gedurende het piekmoment van de religieuze ervaring, hetzelfde gebied in de hersenen van alle deelnemers een verminderde activiteit vertoonde. Ze besloten hieruit dat alle religies gebaseerd zijn op hetzelfde domein in de menselijke hersenen. Vanuit theologisch standpunt rijzen echter meerdere problemen bij deze neurotheologische benadering. De belangrijkste vraag is het ontbreken aan ruimte voor openbaring en transcendentie. Alles lijkt te worden gereduceerd tot en gebaseerd op neurobiologie, zonder rekening te houden met het feit dat alle religies stoelen op de ervaring van een Ander, buiten onszelf.
    • Transparantie en transcendentie. Over zichtbaarheid en onzichtbaarheid in de biologische psychiatrie— Marc Calmeyn

      Psychiater-psychoanalyticus Marc Calmeyn confronteert de lezer eerst met het geest-lichaam dilemma. Twee vertegenwoordigers van de Philosophy of Mind worden voorgesteld, Antonio Damasio and Guus Labooy. Beide auteurs doorbreken het reductionisme dat (al te zeer) aanwezig is in de biologische psychiatrie. Ten tweede is het belangrijk te weten hoe de psychopathologie wordt opgevat en te begrijpen wat er gebeurt in het domein van de biologische psychiatrie. Is het een psychiatrische ziekte in de medische betekenis of is het een menselijke ‘affectie’? Ten slotte dienen we ons af te vragen of de mainstream (biologische) psychiatrie wegens haar immanente visie niet aan haar eigen symptoom lijdt. Het concept van ‘herhaling’, zoals dat wordt uitgelegd door Kierkegaard, is de ‘koninklijke weg’ om te verstaan dat transcendentie essentieel is in (biologische) psychiatrie en om zo te begrijpen wat mensen moeten lijden en doorstaan.
    • Natuur en/of cultuur? Evolutie, brein en vrije wil — Johan De Tavernier

      Johan De Tavernier, prof. K.U. Leuven, onderzoekt de relevantie van Darwins theorie over de evolutie voor de christelijke ethiek. In het verleden heeft de christelijke ethiek te weinig rekening gehouden met de wetenschappelijke literatuur over de ‘natuurlijke’ wortels van de moraliteit. Biologische perspectieven kunnen nochtans de christelijke ethici helpen om het verschil tussen ‘zijn’ en ‘moeten’ te begrijpen, een meer realistisch begrip van het menselijk gedrag te ontwikkelen en tegelijkertijd de mogelijkheid van de vrije wil niet uit te sluiten.

“Als je onze samenleving door de ogen van een hersenonderzoeker bekijkt, zie je pas hoeveel aspecten van het dagelijkse leven met hersenfuncties te maken hebben. Niet alleen als het gaat om ziektes, maar ook als je denkt aan de huis-tuin-en-keukenwerking van de hersenen. Waarom is de één ontevreden en ongelukkig, terwijl een ander – die ogenschijnlijk veel meer ellende meemaakt – in balans door het leven gaat?

Waarom herken je mensen zo slecht als je hen in een andere omgeving ziet? Is het wel zo goed om door je moeder vertroeteld te worden? Waarom wil de één met een parachute van het Empire State Building springen en zit de ander het liefst thuis naast de open haard met een glas wijn? En wat als je partner door een hersenziekte een heel ander karakter krijgt, kun je dan nog wel van hem of haar houden? Iedereen maakt zijn eigen reeks van hersenervaringen mee, stelt zijn eigen vragen.”

Uit Een zeepaardje in je hoofd. Over de rol van de hersenen van de conceptie tot de dood, van Marianne Joëls

1. Metaforen voor de hersenen

In woorden

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/6(4).jpg

Door de eeuwen heen heeft men, gefascineerd door de hersenen, geprobeerd hersenfuncties te vertalen in modellen die gebaseerd waren op de nieuwste technische ontwikkelingen uit die periode. Zo worden in de vijftiende eeuw, tijdens de Renaissance, als in Europa de boekdrukkunst ontwikkeld wordt, de hersenen beschreven als ‘een allesomvattend boek’ en onze taal als ‘een levend alfabet’. In de zestiende eeuw wordt ‘het theater in het hoofd’ als een metafoor voor de werking van de hersenen gebruikt. Tevens werd in die periode de parallel getrokken tussen de hersenen en een rariteitenkabinet, of een museum, waarin je van alles kon bewaren en bezichtigen.

De filosoof Descartes (1596-1650) beschouwde het lichaam en de hersenen als een machine: ‘Ik wil tenslotte dat u alle functies die ik aan deze machine toeken, zoals spijsvertering, voeding, ademhaling, waken en slapen, het opnemen van licht, geluiden, geuren, de indruk van denkbeelden in het orgaan voor de waarneming en verbeelding, het vasthouden van deze denkbeelden in het geheugen, de lagere bewegingen van de begeerten en hartstochten, en ten slotte de beweging van alle uitwendige ledematen, ik wil, zeg ik, dat u deze functies beschouwt als op natuurlijke wijze plaatsvindend in deze machine uitsluitend ten gevolge van de geaardheid van zijn organen, niet minder dan de bewegingen van een klok.’ Zijn beroemde metafoor voor de hersenen was die van een kerkorgel. De lucht die in het orgel werd geblazen kwam volgens men overeen met de fijnste en meest actieve deeltjes in het bloed, ‘de levensgeesten’ die door hypothetische openingen de hersenholten in werden geblazen via een vaatsysteem. Holle zenuwen zouden de levensgeesten vervolgens naar de spieren geleiden. Het toetsenbord was de epifyse die de levensgeesten een bepaalde richting de ventrikels in kon sturen zoals het toetsenbord de lucht in een orgel naar bepaalde pijpen kan sturen. (…)

Als men de hersenen beschouwt als een informatieverwerkende rationele biologische machine, dan is de ‘computermetafoor’ van onze tijd zo slecht nog niet. Ook als we indrukwekkende getallen betreffende de bouwstenen van onze hersenen bekijken en zien hoe ze geschakeld zijn, dringt deze metafoor zich op. Er zijn 1000 maal 1000 miljard plaatsen waar zenuwcellen contact met elkaar maken of, zoals Nobelprijswinnaar Ramon y Cajal het uitdrukte, elkaar bij de hand houden, middels synapsen. De zenuwcellen zijn verbonden door meer dan 100 000 kilometer zenuwvezels. De duizelingwekkende aantallen cellen en contacten werken zo efficiënt dat onze hersenen slechts een energieverbruik hebben van een 15 Watt-lampje. Dit betekent dat de totale energiekosten voor de hersenen van één persoon tijdens het gehele leven van 80 jaar niet meer dan 1200 euro bedragen bij het huidige prijspeil, zoals Michel Hofman heeft uitgerekend. Voor dat geld is er geen behoorlijke computer met zo’n levensduur te krijgen. Een fantastisch efficiënte machine met parallelle schakelingen, beter uitgerust voor beeldverwerking en associëren dan welke computer ook. Het blijft een indrukwekkend moment als je na iemands overlijden tijdens een obductie de hersenen van die persoon vasthoudt. Dan besef je dat je een heel leven in je handen hebt. Je merkt echter ook dat de ‘hardware’ van ons brein uitermate ‘soft’ is. In deze welhaast gelatineuze massa is alles wat deze persoon heeft gedacht en heeft meegemaakt gecodeerd vastgelegd in structurele en moleculaire veranderingen in de synapsen.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/7(4).jpg

Een betere metafoor komt bij je op als je het ondergrondse complex van kamers en apparatuur bezoekt in het hartje van Londen van waaruit Winston Churchill dag en nacht met zijn oorlogskabinet en een grote staf vanaf 1940 de oorlog tegen Hitler leidde. Stafkamers behangen met kaarten, waar alle informatie op verschillende wijze gecodeerd of ongecodeerd via een heel netwerk van lijnen van over de hele wereld binnenkwam. Er wordt gefocust op de belangrijkste informatie van dat moment, die wordt gecontroleerd, op waarde geschat, verwerkt en opgeslagen. Hiermee zijn talloze afdelingen goed gecoördineerd bezig. Er wordt op basis van deze geselecteerde informatie een conceptplan opgesteld, uitgewerkt en getoetst, waarbij alle beschikbare informatie wordt meegewogen. Voortdurend wordt er over het conceptplan overleg gevoerd met talrijke specialisten, intern, of zo nodig zelfs extern via een directe lijn met Amerika. Na het wegen van alle opinies en informatie leidt dat dan tot de uitvoering van een definitief plan of tot het afzien van iedere actie. Het plan kan worden uitgevoerd door de landmacht (de motoriek), door de zeemacht (de hormonen), door eenheden die in stilte achter de linies opereren (het autonome zenuwstelsel) of resulteren in een bombardement door de luchtmacht (van neurotransmitters, slim gericht op één bepaalde hersenstructuur). Het meest effectieve is natuurlijk een gecoördineerde actie van alle strijdkrachten. Ja, ons brein werkt als een ingewikkeld commandocentrum, voorzien van de modernste apparatuur, en niet als een telefooncentrale of een computer met simpele een-op-eenverbindingen. Het commandocentrum voert een levenslange strijd, eerst om geboren te worden, dan om onze examens te halen, om een plek te krijgen om in je levensonderhoud te voorzien, om in de competitie overeind te blijven, om in leven te blijven in een soms vijandelijke omgeving, en uiteindelijk om dood te gaan op de manier zoals je dat zelf verkiest. Het commandocentrum is beschermd, niet zoals de schuilplaats van Churchill die gebouwd was op de directe treffer van een bom, maar door een schedel die heel wat klappen op kan vangen. Churchill zelf haatte die beschermde ondergrondse schuilplaats overigens, en als er luchtaanvallen waren, ging hij op het dak staan om de gevechten te volgen. Hij hield van risico’s, een aangeboren eigenschap van sommige breinen.

We kunnen ons ook vreedzamer metaforen voorstellen, zoals de verkeersleiding van een groot vliegveld. Maar als je al die metaforen van de laatste eeuwen op een rijtje zet, doe je eigenlijk niets anders dan de meest recente ontwikkeling die ons brein tot stand heeft gebracht tot metafoor benoemen. Het laatste product van onze hersenen als metafoor voor de hersenen. Inderdaad, iets complexers dan die fantastische machine lijkt er niet te bestaan.

Uit Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot Alzheimer van Dick Swaab

In woord en beeld

afbeelding-8.jpg

8.jpg

afbeelding-9.jpg

9.jpg

afbeelding-10.jpg

10.jpg

afbeelding-11.jpg

11.jpg

2. Citaten

  • Geen nog zo geraffineerd uitgedacht elektronisch brein is in staat een antwoord te geven op de vraag naar de toekomst van de mens, en dan een antwoord waarmee we rustig kunnen gaan slapen en op de volgende dag hopen. (H.E. Nossack)
  • De wereld is klein, maar het brein is groot. (Friedrich von Schiller)
  • Niet wie grimmig, maar wie verstandig de wereld inkijkt maakt een geduchte en gevaarlijke indruk - zo zeker als het brein van de mens een geduchter wapen is dan de klauw van een leeuw. (A. Schopenhauer)
  • Ontroerende herinnering: plotselinge dooi in de hersenen, zodat het vocht met een zakdoek opgevangen moet worden. (Joop van Breemen)
  • Het hart heeft vrienden, de hersenen zijn alleen. (Brana Crncevic)
  • Wat is het onderscheid tussen de mens en het dier? Niet zijn rechtstaande houding. Dat was al aanwezig bij de apen lang voordat de hersenen zich begonnen te ontwikkelen. Ook niet het gebruik van gereedschap. Het is iets geheel nieuws, iets dat voorheen onbekend was: zelfbewustzijn. Dieren hebben ook een bewustzijn: ze zijn zich bewust van dingen. Ze weten dat dit hier één ding is en dat daar een ander ding. Maar toen de mens ter aarde kwam had hij een nieuw bewustzijn, een bewustzijn van zichzelf. Hij wist dat hij bestond en dat ook hij iets anders was, iets anders dan de natuur, iets anders dan andere mensen. Hij werd zichzelf gewaar. Hij was zich bewust dat hij dacht en voelde. Zover wij weten is er niets dergelijks in de dierenwereld. Dat is de kenmerkende eigenschap dat mensen mensen maakt. (Erich Fromm)
  • Het woord toeval bestaat slechts omdat onze hersenen te klein zijn om alle samenhangen te begrijpen. (Dick Hillenius)
  • Een uitstekend geheugen is nog geen stel hersenen, evenmin als een woordenboek een brok literatuur is. (John Henry Newman)
  • Hoe sneller het hart klopt, des te trager worden de hersenen. (T.G. Ruizendaal)
  • Het is door de scheuren in onze hersenen dat de extase naar binnen kruipt. Logan Pearsall Smith)
  • Het schrijven van een gedicht is in feite naakt lopen met je hersenen. (Leo Vroman)
  • Het verschil tussen de slaaf der gewoonte zijn en je leven onder controle hebben is niets meer dan de werking van een klein elektrisch circuit in je hersenen. (Paul Wilson)
  • Het verstand effent het gevoel de weg; het gevoel leidt het verstand vaak op een dwaalspoor. (Baer-Oberdorf)
  • Het verstand kan wel het hart nabootsen, maar het hart niet het verstand. (Comtesse Diane de Beausacq)
  • Om de realiteit te bevatten, heb je aan alleen verstand niet genoeg. (Henri Bergson)
  • Alles wat we niet begrijpen noemen we God; dit bespaart de hersenweefsels een heleboel slijtage (Edward Abbey)
  • Ik geloof niet dat de menselijke intelligentie iets unieks heeft. Alle neuronen in de hersenen die waarnemingen en emoties vormen zijn op een binaire manier werkzaam. (Bill Gates)
  • Mensen zijn computers van vlees (Mavin Minsky)
  • Wanneer we de hersenen onderzoeken, onderzoeken we onszelf, maar op een manier die ons zowel tot subject als tot object maakt. Het is alsof we proberen tegelijkertijd door het raam naar binnen en naar buiten te kijken. (Greg Peterson)
  • ‘Jij’, je vreugden en smarten, je herinneringen en ambities, je gevoel van een persoonlijke identiteit en vrije wil, zijn in feite niets meer dan het gedrag van een kolossale verzameling zenuwcellen en de moleculen die daarmee in verband staan. De Alice van Lewis Carroll had kunnen zeggen: ‘Je bent niets anders dan een stel neuronen’. (Francis Crick)
  • Ondanks het feit dat al onze instincten daartegenin gaan is het bewustzijn één ding niet; het is geen entiteit in het binnenste van de hersenen die correspondeert met het ‘zelf’, een kern van besef die de voorstelling laat draaien, zoals de ‘man achter het gordijn’ de kunsten van een grote tovenaar manipuleert in The Wizard of Oz. Na meer dan een eeuw van onderzoek zijn hersenonderzoekers al lang geleden tot de conclusie gekomen dat er geen plaats voor zo’n zelf in de hersenen kan worden aangewezen en dat het eenvoudigweg niet bestaat. (Lemonick)

3. De geest in de machine?

In de filosofie

 
afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictures_bottom_middle/_medium/12(4).jpg

Uit Filosofie in beeld van Margreet de Heer

Een discussie op een forum voor en door leerlingen

A-Man: Zijn je hersenen en je geest aan elkaar verbonden? Zijn ze één?
 
Eneri: Verbonden wel, zonder je hersenen was je geest er niet, maar t zijn 2 verschillende dingen. Hersenen zijn de dingen die je kunt aanraken, je geest is dat wat je niet kunt aanraken, zoals gedachtes, karakter etc.
 
Stapper: Effe kijken of ik hier een logisch antwoord op kan geven. Hersenen en geest zijn niet 1: het is aan getoond dat als je overlijdt er een gedeelte van je gewicht meteen weg gaat (de geest) en je hersenen blijven nog, dus kan het nooit 1 zijn. Wel zijn de hersenen en je geest die er voor zorgen dat je leeft, maar je hersenen doen alles en je geest bepaalt of er wat gaat gebeuren of niet.
 
Che5611: Nee lichaam en geest staan los van elkaar. Maar je hebt ze inderdaad wel allebei nodig, ze zijn dus wel verbonden met elkaar.
 
The GroovMaster: je geest zit niet alleen aan je hersenen gebonden, ook aan je hart!
Ik heb eens gelezen over hart transplantaties. dat degene van wie het hart kwam veel hamburgers at en graag naar klassieke muziek luisterde, degene waar het hart was geïmplanteerd kreeg deze eigenschappen ook. Het is vreemd maar je geest zit denk ik door je hele lichaam, niet alleen in je Hersenen en hart. Je hersenen creëren de geest dmv gedachten en die wordt door je hele lichaam verspreid door de elektronische signalen die de hersenen versturen.
 
Zolena: Ik heb altijd een beetje gedacht dat de gedachten in de hersenen zitten. Hoe je ze dan zou kunnen denken komt dan door de energie die er (door middel van bloed?) door stroomt. Dus eigenlijk als wind die een blaadje meeneemt. Wanneer de wind ophoudt valt het blaadje naar beneden. Het lijkt dan nog levendig maar krijgt geen ingeving naar boven meer (wat dan hersendood zou kunnen zijn). Maar ach, dat is eigenlijk meer een zweverig idee van iemand die hier nooit zoveel over nagedacht heeft 
 
Plankje: Mja je geest is in principe gewoon ‘t besturingsprogramma voor je hersenen. Zeg maar je geest is de verzameling alogritmes die je hersenen bevat. Mja eigenlijk heel moeilijk uit te leggen. Vergelijk t ook maar een beetje als dat je geest de volgorde is waarin de transistors in een computerprocessor staan en je hersenen als de processor zelf is.
 
A-Man: Volgens mij lijken de hersenen erg op computers op de manier dat ze werken want de basis van onze hersenen toch binair op zich. Ik snap niet waarom je gedachten of "ziel"/"geest" los zou moeten staan van je hersenen. Waar is dat op gebaseerd? Is dat gewoon prettig om aan te nemen? Zo bijzonder is onze geest/ziel niet naar mijn mening. En staat ook niet los van je hersenen. denk ik. Waarom wel
 
Fade of Light: binair binair binair.....binair houdt eigenlijk alleen mar in, dat er altijd maar twee opties zijn... 'hoog of laag', ' o of 1', ' aap of geen aap' etc... Dus jij denkt dat alle beslissingen die we nemen zouden bestaan uit kleinere beslissingen waar we steeds puur o of 1 tegen zeggen (geen middenweg) en daarop een totaalantwoord creëren (wat misschien wel resulteert in een gouden middenweg...

4. Vrije wil!?

“Alle theorie spreekt zich uit tegen de vrijheid van de wil en alle ervaring ervóór.” (Samuel Johnson)

Vrije wil bestaat niet echt

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/13(6).jpg

Voordat je bewust besluit om een knop in te drukken, is je brein al acht tot tien seconden bezig met die actie. Bewustwording komt pas vlak voordat je vinger daadwerkelijk naar de knop gaat. Onbewuste hersenactiviteit is onze vrije wil dus de baas, lijkt het.

Zo’n acht tot tien seconden voordat je je realiseert dat je het besluit neemt een knopje in te drukken, is je brein al bezig die actie te plannen. Geheel op eigen houtje regelen je hersenen de voorbereiding voor de beweging. Niks vrije wil dus: je bewustzijn krijgt alleen een memo achteraf, nét voordat je de knop raakt. Dat ontdekten hersenwetenschapper John-Dylan Haynes en zijn collega’s toen ze veertien vrijwilligers in een hersenscanner legden.

In die scanner konden de vrijwilligers zelf kiezen wanneer ze met hun linker- of rechterhand een knop indrukten. Ondertussen zagen ze een scherm waar elke halve seconde een andere letter op voorbij flitste. Dit gaf de onderzoekers de kans om vast te stellen op welk moment het bewuste besluit om een knop in te drukken was genomen: ze vroegen de vrijwilliger welke letter op dat beslissingsmoment in beeld was geweest.

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/14(4).jpg

De onderzoekers maakten het de vrijwilligers niet al te moeilijk: druk op de knop wanneer je daar maar zin in hebt. In 60% van de gevallen konden Haynes en zijn mede-hersenwetenschappers al geruime tijd (8-10 seconden) voor dat moment bepalen of de vrijwilliger de linker- of de rechterknop zou gaan indrukken. Dat is iets beter dan wanneer de onderzoekers gegokt zouden hebben voor welke knop iemand zou gaan. Een verschil van enkele seconden is uitzonderlijk groot, vergeleken met eerder gedaan onderzoek. Uit een beroemd – en berucht – experiment dat de Amerikaan Benjamin Libet zo’n 25 jaar geleden deed bleek dat er 300 milliseconden zitten tussen de daadwerkelijke neiging om een vinger op te tillen en de bijbehorende hersenactiviteit.

Net als toen is ook het experiment van Haynes en collega’s reden om te twijfelen aan de vrije wil van de mens. Klaarblijkelijk kan ons brein prima beslissingen nemen zonder dat ons bewustzijn eraan te pas komt. Uit het onderzoek van Libet bleek destijds dat dit bewustzijn nog wel een eerder genomen ‘breinbesluit’ kan tegenhouden: het heeft dus veto over ons onbewuste. Haynes denkt dat je bewuste wil en je onbewuste wil juist met elkaar overeenkomen. Het is hetzelfde proces, meent hij.

Of mensen een vrije wil hebben of ‘slaaf zijn van hun hersenactiviteit’ heeft vergaande gevolgen. Zo is het in de rechtspraak een voorwaarde dat de verdachte uit vrije wil een misdrijf heeft gepleegd. Ontbreekt die vrije wil – omdat iemand gedwongen werd tot een actie of geestelijk niet in orde was – dan is de verdachte niet schuldig en kan hij dus niet gestraft worden. Als geen enkel mens echt uit vrije wil handelt, zijn we dan nog wel verantwoordelijk voor onze daden?

http://www.kennislink.nl/publicaties/vrije-wil-bestaat-niet-echt

Twee soorten taal

Bestaat er een vrije wil, of beginnen de nieuwe inzichten van hersenonderzoek dat idee te ondergraven?

“Begrippen als ‘vrije wil’, ‘moraal’ en ‘verantwoordelijkheid’ zijn nuttige concepten: we kunnen feitelijk niet zonder. Maar in de hersens kun je de ‘vrije wil’ niet lokaliseren, net zo min als ‘liefde’ of ‘honger’. Zo zitten de hersenen niet in elkaar. Wetenschappelijk gezien heb je daarom niets aan een begrip als vrije wil. In het onderzoek wil ik laten zien dat er een onoverbrugbare kloof bestaat tussen de alledaagse en juridische taal enerzijds en de taal van de hersenwetenschappers anderzijds. Je moet uitkijken dat je de wereld van de hersenen niet gaat beschrijven in een taal die daar niet geschikt voor is.”

Kunnen beide talen elkaar niet aanvullen?

“Soms. Maar je moet die talen niet klakkeloos door elkaar heen gebruiken. Als een rechter de schuld van een verdachte probeert te bepalen, maakt hij al duizenden jaren gebruik van begrippen als vrije wil en verantwoordelijkheid. Als dan opeens een advocaat met het verhaal komt aanzetten dat een tumor in de hersenen van zijn van moord beschuldigde cliënt de ware ‘dader’ is, moet je op je tellen passen. Voor zover ik weet, is zo’n verdediging nog nooit door een rechter of jury gehonoreerd en dat lijkt me verstandig.

Je kunt bij de vraag of iemand toerekeningsvatbaar is, beter kijken naar zijn gedrag dan naar zijn hersenen. Misschien dat resultaten uit hersenonderzoek ooit opzienbarend en relevant genoeg zullen zijn om in een vonnis te laten meewegen, maar zover zijn we nu in elk geval nog niet.”

Kan iemand niet met recht zeggen: het ligt allemaal aan de ‘verkeerde bedrading’ in mijn hersenen? Zijn we altijd verantwoordelijk voor wat we doen?

“Dat is een fundamentele discussie die nu opeens heel concreet lijkt te worden. Bij het ministerie van justitie en het ministerie van binnenlandse zaken denken hoge ambtenaren nu al na over de mogelijke gevolgen van nieuwe inzichten in hersenonderzoek voor de wetgeving. Die ambtenaren zitten ook in het deskundigenpanel dat ten behoeve van ons onderzoek is opgericht.

Interview met filosoof en medicus dr. Gert-Jan Lokhorst, http://www.ethicsandtechnology.eu/images/uploads/DI-07-2-4InterviewLokhorst1.pdf

In de ban van de neurowetenschappen?

Hieronder worden passages uit een artikel van Roger Burggraeve weergegeven. Hoewel complex, zijn ze zeer interessant om te gebruiken in het kader van een gesprek rond hersenonderzoek en de vrije wil.

Het cruciale probleem van de menselijke vrijheid is een fundamentele kwestie, precies omdat heel ons sociale systeem en in het bijzonder ons juridische systeem berust op de vooronderstelling dat de mens voor zijn gedrag ter verantwoording kan worden geroepen omdat en voor zover het een vrij gedrag betreft. Zelfs als men ‘verzachtende omstandigheden' erkent, of als men de persoon achter het strafbare en criminele gedrag ontoerekeningsvatbaar acht, stelt men de presumptie van het vrije en verantwoordelijke handelen van de mens niet ter discussie. Neurowetenschappers (en alle empirische wetenschappers) hanteren deze vooronderstelling niet. Zij proberen het gedrag van mensen te begrijpen en te verklaren op basis van causale verbanden, namelijk de oorzakelijke invloed van het neurosysteem op het gedrag van individuen. Uitgaan van de vrije wil betekent voor de neurowetenschapper verzaken aan zijn ‘explicatief project'. Wetenschappelijk kunnen zij niet anders dan zich te laten leiden door een deterministisch a priori, anders kunnen ze geen onderzoek doen. Dat betekent daarom nog niet dat zij buiten hun wetenschappelijk onderzoek, als mens of als ouder, niet uitgaan van en geloven in de vrije en verantwoordelijke wil.
De vraag omtrent menselijke determinatie of vrijheid gaat echter verder dan een ‘methodologische kwestie' die empirische wetenschap mogelijk moet maken: het gaat om een principiële vraag, namelijk kunnen we überhaupt nog spreken over vrije wil als we de lichamelijke conditie van ons denken en handelen ernstig nemen. Nogal wat neurowetenschappers geven op die vraag een deterministisch antwoord, waarmee ze zich methodologisch ‘agnostisch' opstellen, dat wil zeggen geen uitspraak willen of kunnen doen over de vrije wil, omdat hun ‘wetenschap' strikt gezien niet toelaat daarover uitspraken te doen. Op basis van hun wetenschappelijk onderzoek menen bepaalde neurowetenschappers echter wel te kunnen stellen dat menselijk gedrag zodanig bepaald wordt door fysico-biochemische processen in het brein, dat het idee van vrije wil en zelfbepaling een illusie is, weliswaar een mooie illusie maar toch een illusie voor wie de wetenschappelijke feiten ernstig neemt. Volgens de gekende Amsterdamse neurobioloog Dick Swaab is er niet alleen sprake van somatische conditionering maar van determinatie. Naar zijn eigen zeggen is hij na jarenlang onderzoek tot de "deterministische en materialistische conclusie" gekomen dat we geen hersenen hebben maar onze hersenen zijn. Wie we zijn en hoe we handelen wordt bepaald door de natuurkundige en chemische processen in ons brein. Hij ziet weinig of geen plaats voor enige vorm van vrije wil, evenmin als voor een geest of ziel die onafhankelijk van de hersenen kan functioneren . 
Vroeger werd het bewustzijn (mind) gezien als primair en de oorsprong van gedachten en beslissingen, die dan onder impuls van het bewustzijn door het lichaam uitgevoerd worden. Aan de hand van neurologisch onderzoek tonen wetenschappers echter aan dat het brein geen secundair ‘uitvoerend orgaan' meer is, maar wel een primair ‘initiërend orgaan', waarvan dan het bewustzijn de ‘resonerende' instantie is. Een sterk argument vinden ze in de wetenschappelijke bevinding dat bijvoorbeeld de simpele beslissing om op een knop te drukken vier of zelfs zeven seconden door neurale reacties voorafgegaan wordt. Op die manier werd het mogelijk op basis van de observatie van specifieke hersensignalen na te gaan welke keuze de deelnemende proefpersonen zouden maken. Hersenscanners kunnen dus onze beslissingen zien, vooraleer we ons ervan bewust zijn, en dus vooraleer we ze - dankzij ons bewustzijn - denken te nemen. Met andere woorden, het bewustzijn dat ik heb van mijn intenties, beslissingen en handelingen, volgt op de hersenactiviteiten die er aan de oorsprong van liggen. Of zoals het geformuleerd wordt door experimenteel neurowetenschapper John-Dylan Haynes en zijn team (Max-Planck-Institut für Kognitions- und Neurowissenschaften, Leipzig): het beslissingsbewustzijn is enkel een biochemische ‘nagedachte', die geen invloed heeft op het gedrag van die bewuste persoon .
De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat onze gedragingen, en dus ook onze beslissingen, niet kunnen bestaan zonder een neurologische en/of andere somatische grondslag. We zijn als aardse wezens radicaal geïncarneerd. Dat betekent dat er geen zogenoemd geestelijk en vrij, moreel en zingevend gedrag mogelijk is zonder dat het lichamelijk geconditioneerd is. Of om Spinoza te citeren: "Niemand kent de kracht van het lichaam!" Dit heeft een cruciale implicatie voor het zogenoemde ‘body-mind'-probleem, in die zin dat de huidige (en toekomstig voorzienbare) neurologische en genetische kennis van het menselijke lichaam meebrengt dat de klassieke stelling over de onherleidbaarheid van ‘lichaam' en ‘geest' niet meer houdbaar is, althans zoals onder meer Lokhorst het stelt . Filosofen die hersenonderzoek en ander wetenschappelijk lichaamsonderzoek onbevooroordeeld beschouwen, affirmeren steeds duidelijker dat elk dualisme onhoudbaar is: er is niet zoiets als een geest apart van ons brein. Als de mens vrij kan handelen, dat is hij slechts vrij ‘dankzij zijn lichaam' en niet ‘ondanks zijn lichaam'. Dit hoeft echter niet per se te leiden tot een brutaal determinisme. In zijn bijdrage verheldert Bernard Feltz hoe de recente neurowetenschappelijke theorieën, bijvoorbeeld van Gerald Edelman , minder fundamentalistisch zijn dan de traditionele visies, namelijk hoe op basis van ‘neuronale selecties' in de complexe en veelzijdige functionele hersenverbindingen ruimte ontstaat voor de uniciteit van het individu en voor flexibiliteit en vrijheid, die weliswaar onderworpen is aan allerlei inperkingen zonder echter radicaal gedetermineerd te zijn: predispositie is geen predestinatie! Op die manier ziet men een mogelijkheid om de biologische en neurologische wetenschappen te verzoenen met de menswetenschappen, zonder in het oude dualisme van ‘lichaam' en ‘ziel', of van ‘ziel zonder lichaam' te vervallen .
Waarom verzetten we ons tegen de reductie van het mentale leven tot een hersenactiviteit? Eén van de belangrijke redenen is het probleem van goed en kwaad. Waarom zou ik mij nog moe maken om trouw te zijn aan mijn partner als trouw of overspel toch biologisch bepaald zou zijn en op een bepaalde plaats in de hersenen of in een bepaalde hersenfunctie reeds vooraf zou vastliggen? Sterker nog: als alles door neurale processen en genetische structuren bepaald is, kunnen we dan nog wel spreken over goed en kwaad? Als iemand als pedofiel pedoseksuele handelingen stelt, dan hangt dat niet af van zijn vrije keuze en verantwoordelijkheid, dan is hij gewoon ‘gedoemd' om te zijn wie hij is en om te doen wat hij doet. Het enige wat ons dan nog rest is hem zijn gedrag onmogelijk maken, zodat hij geen schade berokkent en slachtoffers maakt. Vandaar dat sommige neurowetenschappers de vrijheid bestempelen als een onvermijdelijke, of liever als een ‘noodzakelijke illusie'. (…)
Is er dan niets positiefs te zeggen over de neurowetenschappelijke en evolutiebiologische benadering van de ethiek? Voor het antwoord op deze vraag gaan we opnieuw te rade bij Jean-Pierre Changeux. Hij ontwikkelt de stelling dat de ethiek als waarde- en normensysteem voortvloeit uit ons neurolichaam. Het is het ‘vlees' van de ethiek dat de ‘geest' van de ethiek als denk- en zingevingssysteem mogelijk maakt. (…) Changeux, Verplaetse en vele anderen beroepen zich op het empirisch (evolutionair, genetisch, neurologisch) wetenschappelijk onderzoek om te stellen dat de ethiek een natuurlijk, biologisch gegeven is: primair geen ‘geestelijk' bouwwerk maar een uitdrukking van het ‘vlees', en pas in tweede instantie een theoretische, rationele reflectie en kritische evaluatie omtrent ons gedrag en de opvattingen daarover. Deze radicaal lichamelijke basis van de ethiek brengt Changeux ertoe te spreken over de hierboven reeds genoemde positief ethische, met name altruïstische kwaliteiten als ‘natuurlijke', in de hersenen gelokaliseerde gegevenheden . Daarop kan dan een universele natuurlijke ethiek van ‘morele sociabiliteit' gebouwd worden, vermits het gaat om neurale voorgegevenheden die gemeenschappelijk zijn aan de mensheid. (…)

Thomas Meeks en Dilip Jeste (Department of Psychiatry, University of California, San Diego) hebben een analyse gemaakt van de vele onderzoeken omtrent wijsheid. Ze komen tot de conclusie dat wijsheid een specifiek menselijk karakter heeft; ze is namelijk "a form of advanced cognitive and emotional development that is experience-driven". Ook al is wijsheid niet evident en algemeen verspreid, ze kan toch geleerd worden en toenemen met de jaren (alhoewel niet noodzakelijk). Ze kan daarenboven waarschijnlijk niet veroorzaakt of versterkt worden door medicatie. Zij komen ook tot het inzicht dat die wijsheid - als praktische kennis (te onderscheiden van spiritualiteit) - een neurobiologische basis heeft. Verschillende vaardigheden, zoals je verplaatsen in de ander, evenwichtige beslissingen nemen, emotie en rede verbinden, eerlijke zelfkennis, etc. - vaardigheden die nodig zijn als tegengewicht tegen de genoemde hoofdzonden en andere ‘afgeleide' zonden -, kunnen gerelateerd worden aan de samenwerking tussen de hersengebieden die deel uitmaken van het pijn- en genotssysteem en de prefrontale hersenschors vooraan in het brein. Door de interactie en coöperatie tussen de verschillende hersengebieden ontstaat er een netwerk dat Meeks en Jeste omschrijven als het ‘neurobiologische netwerk van de wijsheid'. Dit impliceert dat de wijsheid neurobiologisch gedefinieerd kan worden als "de optimale balans tussen de functies van de evolutionair oudere hersengebieden (het pijn- en genotssysteem) en de nieuwere gebieden (prefrontale hersenschors)".

Bij het begin van deze bijdrage hebben we reeds aangeduid hoe deze ‘nieuwere hersengebieden' de locus vormen van het ‘altruïsme' en aanverwante emoties zoals vreugde, compassie, sereniteit, moederliefde... . Hieruit blijkt opnieuw hoe het ernstig nemen van de neurologische conditie van ons gedrag niet automatisch leidt tot een brute ontkenning van de vrijheid, maar wel tot een andere, minder absolute en meer bescheiden opvatting, voor zover precies de flexibiliteit van en de interactie tussen de verschillende hersenfuncties, alsook de interactie met de sociale omgeving, de ruimte schept voor eigenheid en individualiteit in de ontwikkeling. Vrij zijn betekent ‘reguleren', waarbij niet alleen de frontale hersenschors een belangrijke rol speelt, maar ook de interactie met eerdere ervaringen, het sociale milieu, inclusief de cultureel ontwikkelde symbolische zingevingsystemen. Op die manier kan de mens letterlijk en werkelijk een ‘homo sapiens' - een ‘wijze mens' - worden.

Roger Burggraeve in Collationes 41 (2011), nr. 4.

5. Eternal sunshine of the spotless mind?

Antigeheugenpillen

Gelooft u in de zoektocht naar een echte geheugenpil?

‘Ja, ik geloof dat dat in principe mogelijk is. Het is in ieder geval een stuk aannemelijker dan een intelligentie- of een humorpil. We hebben trouwens al antigeheugenpillen: amnestische pillen. Als die actief zijn, leg je in feite geen enkele herinnering vast. Dat is ook de reden waarom ze zo veel gebruikt worden bij chirurgie, wist je dat? Het is een medisch geheimpje. Omdat anesthesie altijd een risico inhoudt, proberen artsen die dosis zo licht mogelijk te houden. De keerzijde is dat de dosis soms te gering is, wat voor patiënten heel wat ongemak kan opleveren, omdat ze zich dan soms wel bewust zijn tijdens de ingreep. In zulke gevallen geven dokters patiënten soms amnestische pillen, dan zijn patiënten wel tevreden dat de hele operatie voorbij is. Ze voelen dan geen angst over wat ze hebben doorstaan, omdat het lijkt alsof het niet gebeurd is, omdat ze er geen herinnering aan hebben kunnen vastleggen.

Sommigen beweren dat artsen dat doen om rechtszaken te vermijden door de herinneringen aan eventuele medische fouten uit te wissen, maar ik geloof dat ze een betere motivatie hebben: herbeleving vermijden. Want een slechte ervaring herbeleven, maakt het juist een slechte ervaring. De echo’s maken deel uit van het lijden. Met die pillen verminder je de pijn door al die echo’s te beëindigen. Als je dat kunt uitwissen, ben je als patiënt beter af. Sommige van die middelen bestaan al vrij lang, zoals scopolamine. Dat werd vroeger aan vrouwen gegeven bij hun bevalling.’

Is de geboorte van je kind geen herinnering die je wilt bewaren?

‘Dat is het hem net! Een van de argumenten om het te geven was: als je wilt dat vrouwen meer dan één kind krijgen, geef ze dan zo’n middel, zodat ze zich al die baringspijn niet herinneren.’

Ontneem je met zo’n geheugenwispil niet een wezenlijk deel van wat iemand is, namelijk zijn herinneringen?

‘Absoluut, dat is Orwelliaans. Je kunt je voorstellen dat zo’n pil verschrikkelijke gevolgen kan hebben. De regering die zo’n pil in de watervoorraad doet…’

Interview met Daniel C. Dennett in Het breinrapport

Eternal sunshine of the spotless mind

De schuchtere en schijnbaar beetje mensenschuwe Joel Barish (Jim Carrey, nog ingetogener dan in "The Truman Show") en de extraverte en schijnbaar beetje egoïstische Clementine (een alle remmen losgooiende Kate Winslet) worden raar maar waar verliefd op elkaar en gaan samenwonen. Op een dag ontwaakt Joel en ontdekt hij dat Clementine verdwenen is. Hij zoekt haar op en zij herkent hem helemaal niet. Joel achterhaalt de reden : Clementine was Joel zo beu geworden dat ze hem uit haar geheugen heeft laten verwijderen door Lacuna Inc., een softwarebedrijfje dat bepaalde hersenimpulsen kan uitwissen. Joel besluit dat hij zonder Clementine niet kan of wil leven en stemt toe om haar ook uit zijn geheugen te laten wissen. Tijdens de procedure (uitgevoerd door Mark Ruffalo, Elijah Wood en Kirsten Dunst) begint zijn onderbewustzijn hem echter parten te spelen. Hij beseft dat het uitwissen van zijn herinneringen gelijkstaat aan het verloochenen van een periode uit zijn leven. Maar telkens hij in zijn hyperslaap Clementine wil herinneren, grijpen de bollebozen van Lacuna in. Toch zal Joel zijn onderbewustzijn zover moeten krijgen om de high-tech programmeurs te slim af te zijn indien hij zich Clementine ooit nog wil herinneren. Of kan hij de procedure zelfs zo draaien dat hij en Clementine nog een tweede kans kunnen krijgen ? 

http://www.filmfreak.be/

Trailer

 

Herinneringen en identiteit

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/22(4).jpg

Neurowetenschappers buigen zich al over technieken om ongewenste traumatische of pijnlijke herinneringen uit te wissen. Willen we dat wel? ‘Want we zijn ook wat we verloren hebben’, zei Alejandro Gonzalez, de regisseur van Amores Perros ooit aan De Morgen. Hij verwees daarmee naar zijn zoontje dat was overleden. Zijn even opmerkelijk als beklemmend filmdebuut had hij nooit kunnen maken als hij zijn zoontje niet had verloren. Het klonk even eenvoudig als waar. Hoe bepalend is ons verleden, wat we gewonnen hebben, wat we verloren hebben, onze herinneringen, ons geheugen voor wie we zijn? (…)

Traumatische herinneringen uitwissen: de realiteit die de fictie van een film als Eternal sunshine of the spotless mind overtreft? De Amerikaanse geleerde Joseph LeDoux: ‘Of het bij mensen kan, weten we nog niet. Maar bij ratten is het zeker geen sciencefiction.’ Het wekte niet alleen binnen de wetenschappelijke wereld veel interesse op. In zijn boek The synaptic self beschrijft LeDoux hoe een man hem belde en vroeg of het mogelijk was de herinnering aan zijn ex-vrouw te wissen door de synthese van proteïnen te blokkeren terwijl hij aan haar dacht. (…)

Ethici plaatsen wel ernstige vraagtekens bij het uitgangspunt zelf. Onze ervaringen en herinneringen bepalen in grote lijnen wie we zijn, benadrukken ze. En herinneringen, hoe pijnlijk ook, kunnen je veel leren. Een weg die de kernessentie van onze identiteit zou kunnen veranderen moet dan ook met de grootste omzichtigheid betreden worden. (…)

Maar stel dat een getuige van een moord propanol zou nemen om de herinnering eraan ‘draaglijker’ te maken. Riskeert hij dan niet dat ook de moord op zich beter aanvaardbaar wordt? Of denk aan de Holocaust. Iemand die er het slachtoffer is van geweest, is er zeker bij gebaat, maar is de maatschappij – of de geschiedenis – gebaat bij het massaal uitdoven van die herinnering? Herinneringen zijn tenslotte ook essentiële draden in het weefsel van een maatschappij die de mensheid helpen om herhaling van fouten uit het verleden te vermijden, aldus het document nog.

Ook psychologen beklemtonen dat zwaar traumatische gebeurtenissen meer zijn dan een herinnering in je hersenen. ‘Het is naïef te denken dat je weet wat iemand is overkomen door enkel zijn hersenen te bestuderen’, zegt de Duitse professor en psychologe Marianne Leuzinger-Bohleber. Waar Ledoux expert is inzake de neurobiologie van de angst, is zij specialiste inzake de psychologie van de angst. Zelf heeft ze veel ervaring met Holocaustslachtoffers. ‘Voor iemands psychische gezondheid is een basisvertrouwen in andere mensen noodzakelijk. Het idee dat als je je in een pijnlijke situatie bevindt, als je wanhopig bent, er een goed persoon is bij wie je terechtkan. Maar mensen die zo’n zwaar trauma hebben opgelopen als de Holocaust, zijn dat basisvertrouwen verloren. Hun hele leven lang, zelfs na erg lange therapie, blijven ze in wezen wantrouwig. Ze bleven denken dat niemand hen zou helpen, ook niet in hoge nood. Ze weten dat ze zich niet meer in dat concentratiekamp bevinden, dat ze bij vrienden en familie zijn, maar meestal zijn ze toch niet in staat om dat basisvertrouwen terug te krijgen. (…)

Trauma’s oplossen vergt ook veel meer dan enkel een pil, vervolgt Leuzinger-Bohleber. ‘Praten om maar iets te noemen. Uit diezelfde studies weten we hoe belangrijk het is om hen de mogelijkheid te geven erover te praten. Zelfs zestig jaar later. Het opent niet alleen hun geest, het helpt hen ook om zin te geven aan het vervolg van hun leven.’

Uit Het Breinrapport van Nathalie Carpentier

Dollhouse

 

Dollhouse is een Amerikaanse science fiction-serie die uitgaat van de mogelijkheid om de hersenen te wissen en andere persoonlijkheden in te prenten bij mensen. "Echo" is een jonge vrouw die lid is van een groep mensen die "actives" of "dolls" genoemd worden, mensen waarvan de persoonlijkheid en de herinneringen zijn weggevaagd en waarvan de buitenwereld geen weet heeft. Ze worden ingehuurd om opdrachten uit te voeren die kunnen variëren van misdadige activiteiten, fantasie- of rollenspel en af en toe een eerbare opdracht. Om de opdracht uit te voeren worden ze ingeprent met nieuwe gegevens zodat ze een nieuwe persoonlijkheid worden met specifieke vaardigheden aangepast aan de opdracht. Tijdens de opdrachten worden ze in het oog gehouden door "Handlers". Tussen twee opdrachten door worden hun persoonlijkheid, vaardigheden en geheugen weer gewist en zijn ze in een infantiele staat en leven ze op een geheime locatie, de "Dollhouse" (het poppenhuis), een futuristische spa. De Dollhouse is gelegen in de omgeving van Los Angeles en is een dochteronderneming van een mysterieuze groep met de naam "Rossum Corporation".

De hoofdpersonages naast Echo zijn "Adelle DeWitt", de beheerder van de Dollhouse, Echo's Handler "Boyd Langton", programmeur "Topher Brink" en twee andere dolls, "Sierra" en "Victor". Doorheen de reeks wordt duidelijk dat het wel eens moeilijker zou kunnen zijn dan het lijkt om de volledige identiteit van mensen weg te nemen.

Trailer

 

6. Hersenethiek: enkele casussen

a. De mogelijkheden van neurochirurgie

Voor neurochirurgen zijn de richtlijnen heel duidelijk: het welzijn van de patiënt komt altijd op de eerste plaats. Een neurochirurg wil de patiënt beter maken. Wat niet wegneemt dat hij er zich zeer goed van bewust is dat dit nagenoeg altijd implicaties heeft voor de omgeving. “Als arts streef ik er steeds naar zo goed mogelijk te doen, maar veroorzaak ik niettemin soms ongewild kwaad, omdat er in de marge van de operatie heel wat andere aspecten bij komen kijken”, erkent neurochirurg Nuttin.

Een voorbeeld. Na positief advies van de Commissie werd een veertigjarige vrouw met een zware vorm van OCS geopereerd en kreeg ze een elektrode ingeplant. Na de operatie voelde de vrouw zich zo veel beter, dat ze plots niet meer zo afhankelijk was van haar ouders, die tot dan nog steeds de zorg voor haar op hen namen. Eensklaps besloot de vrouw zelf haar leven in te richten. Zo wilde ze bijvoorbeeld niet langer vóór 20 uur ’s avonds naar huis komen, zoals de regel tot dan toe was. Ze wilde gaan en komen zoals ze zelf wilde, maar dat creëerde spanningen tussen de vrouw en haar ouders, die nog niet klaar waren om hun dochter los te laten. Zo brengt een operatie soms ongewild spanningen teweeg. “Wat is dan goed en kwaad?” vraagt Bart Nuttin zich af. “De operatie was goed voor de patiënt en verbeterde haar situatie, maar veroorzaakte ook conflicten. Daar zullen we als arts ook rekening mee trachten te houden. Vooraleer te opereren, zullen we daarom niet alleen de patiënt doorlichten, maar ook zijn omgeving, al was het maar omdat die een rol speelt in het genezingsproces.”

Veronderstel nu dat een neurochirurg elektrische hersenstimulatie niet aanwendt om patiënten met OCS te behandelen, maar om mensen met een overdadig drank- of druggebruik van hun verslaving af te helpen. Vandaag bestaat er reeds een experimentele techniek waarbij bepaalde delen van de hersenen elektrisch gestimuleerd worden om abnormaal alcoholverbruik te beïnvloeden en het drinken onder controle te houden. Indien dit gebeurt door letsels te maken, rijst er geen probleem. Zodra het letsel gemaakt is, is de verslaving onder controle. Maar als een arts dat via elektrische stimulatie bewerkstelligt en de vrijheid van de patiënt respecteert door de verantwoordelijkheid over het gebruik van de stimulator te geven, creëert hij mogelijk wel een probleem. Want als de patiënt zich op een bepaald moment minder goed voelt en besluit de stimulator uit te schakelen, kan hij hervallen in zijn oude gewoonten.

“In feite berokken je een patiënt met een verslaving dus kwaad door hem de verantwoordelijkheid over de stimulator te geven, omdat je hem de sleutel in handen geeft om de deur naar zijn slechte gewoonten opnieuw op een kier te zetten”, concludeert professor Nuttin. “Betekent dat dan dat je deze patiënten de vrijheid moet ontnemen om zelf te beslissen over hun behandeling? Bij een patiënt met OCS rijst dat probleem nooit omdat deze patiënten zich sowieso slechter voelen zodra de stimulatie stopgezet wordt. Als de batterij van de programmator van een patiënt met OCS leeg is, zal deze onmiddellijk naar de telefoon grijpen om zijn arts te verwittigen, omdat hij zonder programmator niet normaal kan functioneren.” 

Of stel dat een patiënt die met elektrische hersenstimulatie behandeld werd voor zware OCS, na zijn operatie een misdaad begaat en in de gevangenis belandt. “Iedereen kan een misdaad begaan, maar in het geval van zo’n patiënt zal meteen de vraag rijzen: ‘Is zijn misdaad het gevolg van zijn hersenoperatie?’” beseft de neurochirurg. “Heb je dan als arts goed gedaan door die patiënt te behandelen?”

Andersom rijst de vraag of een arts in sommige gevallen de plicht heeft om patiënten met abnormaal gedrag te opereren, niet in de eerste plaats om de patiënt te helpen, maar om te voorkomen dat hij of zij de samenleving kwaad berokkent. Veronderstel dat iemand een psychiatrische aandoening heeft waardoor hij zeer agressief is. Het kan gaan om agressie die tegen hemzelf is gericht of auto-mutilatie. Zo zijn er personen die hun ogen uitsteken of aan auto-laparotomie doen (hun buik opensnijden en hun darmen eruit halen). Het staat buiten kijf dat deze mensen lijden. Neurochirurgen zien dan ook geen enkel bezwaar om hen te behandelen.

Maar soms richt de agressie zich op een ander. Denk maar aan iemand die een moord pleegt. Hier rijst wel een probleem. Stel dat het mogelijk is – en Nuttin is ervan overtuigd dat dit moet kunnen – om de agressie terug te schroeven door een elektrode in te planten en er elektrische stimuli door te jagen, wat is dan de plicht van een neurochirurg? “Mag je een patiënt die door destructief gedrag in de gevangenis belandt opereren om te voorkomen dat hij nog verder schade berokkent? Moet je hem opereren?” vraagt Nuttin zich af. “Wanneer een gevangene een appendicitis heeft, vindt de samenleving het vanzelfsprekend dat hij geopereerd wordt. Sterker, men vindt zelfs dat hij uit zijn lijden verlost moet worden.

Maar wat als het gaat om de behandeling van de agressie die net ook de reden is van de internering? Betekent dat dan dat ook de reden van de internering wegvalt en de gevangene nadien zal vrijkomen?” De Europese Academie is van oordeel dat er een ontkoppeling moet zijn tussen al dan niet genezen en al dan niet vrijlaten. Nuttin beaamt nadrukkelijk: “Het is niet omdat je een gevangene behandelt, dat hij zal mogen vrijkomen. Want dat zou impliceren dat je een gevangene moreel verplicht om een operatie te ondergaan die mogelijk ook negatieve bijwerkingen kan hebben. En laat ons wel wezen, het gaat hier niet om een operatie aan zijn grote teen, maar over een ingreep in zijn hersenweefsel.”

Interview met Bart Nuttin in Collationes 41 (2011), nr. 4.

b. Elektrode in de hersenen geneest alcoholverslaafde

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/26(1).jpg

BRUSSEL - Een Antwerpse arts heeft een elektrode geïmplanteerd in de hersenen van een alcoholverslaafde. Die voelt zich sindsdien genezen. ‘Eindelijk is de drang om te drinken verdwenen.'

‘Op vrijdagavond na het werk ging ik altijd naar de winkel om sterke bieren te kopen. Die dronk ik dan op, thuis, alleen in de zetel. Eens ik begonnen was, kon ik niet meer stoppen. Ik dronk één of twee dagen aan een stuk door. Soms nam ik ook een dag vakantie om te kunnen drinken. Maar van de alcohol ben ik nu, sinds ik de elektrode heb, eindelijk af.'

Hoe hij heet, wil de man niet zeggen. Rond de veertig jaar is hij. De helft van zijn leven, zo'n twintig jaar, was hij verslaafd aan alcohol. Verschillende therapieën moesten hem van die verslaving af helpen, maar telkens herviel hij. Een operatie in november gaf de man nieuwe hoop. Toen heeft professor neurochirurgie Dirk De Ridder, op dat moment nog werkzaam aan het UZ Antwerpen, in de hersenen van de man een elektrode ingeplant. De patiënt is daarmee een van de eersten wereldwijd die een hersenimplantaat kregen om van een alcoholverslaving af te geraken.

‘De elektrode zit in de hersenregio die bij verslaafden overdreven actief is', legt Sven Vanneste, wetenschappelijk medewerker van De Ridder, uit. ‘De stroompulsen van de elektrode remmen die activiteit af.' De elektroden die de artsen hebben gebruikt, worden normaal gezien ingezet om het trillen van parkinsonpatiënten tegen te gaan en om personen met oorsuizingen te helpen.

‘Nu hebben we de elektrode voor het eerst ingeplant bij een alcoholverslaafde. Het had overigens ook een gokverslaafde kunnen zijn. Hun hersenactiviteiten lijken op elkaar. Dat we verslaafden helpen door hun hersenen te stimuleren, komt niet uit de lucht vallen', zegt Vanneste. ‘Met magnetische stimulatie aan de buitenkant van de schedel kunnen we de dwang om te drinken voor een paar weken dempen. De operatie heeft hopelijk een blijvend effect.'

De resultaten zijn tot dusver veelbelovend, zegt Vanneste. Maar of de elektrode in de hersenen ooit alle verslaafden zou kunnen genezen, is onzeker. ‘De prijs van zo'n implantaat is heel hoog: tussen de 20.000 en 25.000 euro per stuk. Bij een experimentele operatie draagt de producent de kosten, maar later niet meer. Een hersenoperatie houdt ook altijd een groot risico in, zoals een bloeding. Maar hopelijk kunnen we ooit de patiënten bij wie geen andere therapie helpt, met het implantaat van hun verslaving verlossen.'

De Antwerpse onderzoekers plannen nu een grotere studie met meer patiënten. Daaruit gaat blijken of ze het beter aanpakken dan hun Duitse collega's. Die plantten ook elektrodes in bij alcoholverslaafden, maar dan in een ander deel van de hersenen. Enkele van die patiënten zijn intussen hervallen. Uit het onderzoek moet ook nog blijken of er bij de eerste patiënt niet sprake is van een placebo-effect en wat de effecten op lange termijn zijn.

De patiënt zelf is overtuigd van zijn genezing. ‘Door het implantaat is niet alleen de trek in alcohol weggevallen. Ik heb ook geen paniekaanvallen meer gehad. Die kreeg ik wanneer ik op drukke plaatsen was. Om de paniekaanval de baas te kunnen, dronk ik. Door de angst voor een aanval bleef ik ook steeds vaker thuis. Daar dronk ik nog meer. Uit die vicieuze cirkel ben ik ontsnapt.'

Uit De Standaard, 17 januari 2013

c. Verlamde vrouw bestuurt kunsthand met haar hersenen

Wetenschappers hebben een nieuw type ‘robotarm' ontwikkeld die door de hersenen kan worden bestuurd. De prothese werd met succes aangebracht bij een 52-jarige vrouw die vanaf de hals verlamd is. Dat melden de Amerikaanse wetenschappers in het Britse medisch tijdschrift ‘The Lancet'.

Het onderzoek vormt een vooruitgang in de ontwikkeling van protheses van ledematen die met hersenimpulsen kunnen worden gecontroleerd en die op een dag zouden kunnen worden gebruikt voor verlamde patiënten en patiënten met geamputeerde ledematen, aldus de wetenschappers.

Het onderzoeksteam van de universiteit van Pittsburgh (in de Amerikaanse staat Pennsylvania) plantte in het motorisch centrum van de hersenen van de vrouw twee netwerken van micro-elektroden in. Die werden verbonden met een kunstarm, waarvan de arm, de hand en de vingers kunnen bewegen. De elektroden zetten de hersenimpulsen om in code die de prothese doet bewegen.

Al na twee dagen kon de vrouw de kunstarm in beweging brengen. Na een training van meer dan drie maanden slaagde ze erin meer dan 90 procent van de opgelegde taken succesvol te volbrengen. Haar bewegingen worden steeds sneller en efficiënter. Er traden geen bijwerkingen op.

Volgens de wetenschappers onderscheidt hun ontwikkeling zich door een nieuwe techniek om de hersenimpulsen om te zetten. Die zou veel meer aansluiten bij de natuurlijke wijze waarop hersenen ledematen aansturen. De volgende stap is om ook sensorimpulsen van de prothese naar de mens te laten gaan, luidt het in ‘The Lancet'.

Uit De Standaard, 17 december 2012

d. Moordenaars binnenkort op vrije voeten op basis van hersenscan?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/27(2).jpg

Er is een duidelijk verschil waar te nemen tussen de hersenen van een psychopaat en die van een 'normaal' mens. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Californië. De resultaten kunnen een antwoord bieden op bepaald 'afwijkend' gedrag, maar roepen vooral meer - én belangrijke - vragen op. Bestaat er zoiets als 'agressieve genen'? Kunnen seriemoordenaars en verkrachters er niets aan doen? Kan pedofilie worden genezen? En wat moet een rechter met dit onderzoek?

De verschillen in de hersenstructuur kwamen aan het licht met behulp van dezelfde technologie die gebruikt wordt bij MRI- en PET-scans. Psychopaten zouden een zogenaamd 'beschadigd brein' hebben, waardoor ze anders gaan denken, reageren... Maar is zo'n 'beschadigd brein' dan een afdoend excuus voor zaken als moord, pedofilie, verkrachting...?

Er zijn zelfs al rechtszaken bekend waarin de verdediging zelfs na de schuldbekentenis pleit voor de vrijspraak of strafvermindering op basis van de 'beschadigd brein'-theorie. 'Mijn hersenen dwongen me om het te doen', luidt het dan.

Een bekend voorbeeld is de zaak rond de Amerikaanse seriemoordenaar Brian Dugan. Hij riskeerde de doodstraf voor onder meer de verkrachting en de moord op een 10-jarig meisje, maar kreeg na onderzoek van zijn hersenen 'slechts' levenslang. Vreemd genoeg werkt het ook in de andere richting. Zo was er geen concreet bewijs tegen een Indiase vrouw in een moordzaak, maar toch werd ze veroordeeld. Hier zou uit het onderzoek gebleken hebben dat zij de schuldige was.

'Het zorgwekkende is dat rechters - of toch sommige - zich in de toekomst niet meer zullen laten leiden door bewijzen, maar hun uitspraak baseren op basis van de neurologische tests', zegt Colin Blakemore, professor neurologie van de universiteit van Oxford. Een test waarbij een groep rechters een hypotethische zaak voorgelegd krijgt, geeft de professor al gelijk. De rechters die geen neurologisch bewijs voorgelegd kregen, spraken zwaardere straffen uit dan de rechters die dat wel kregen.

'De vraag is niet of neurologisch bewijs thuishoort in de rechtbank', reageert Teneille Brown, professor recht aan de universiteit van Utah. 'Dat is nu al voor verschillende doeleinden het geval. Maar is de technologie wel klaar voor het grote werk? Of kan er nog sprake zijn van misbruik?'

Het onderzoek kan ook buiten de rechtbank grote gevolgen hebben. Als zaken als pedofilie het gevolg zijn van 'iets' in je hersenen, kan het dan met een chirurgische ingreep genezen worden? Zo simpel is het waarschijnlijk allemaal niet, maar toch zijn ook hier al voorbeelden van.

Na meer dan dertig jaar kinderarts geweest te zijn, werd de Italiaan Domenico Mattiello vorig jaar opgepakt wegens kindermisbruik. Een hersenscan bracht echter aan het licht dat Mattiello een 4 centimeter grote tumor op zijn hersenen had. 'De tumor veranderde zijn gedrag', zegt Pietro Pietrini, een specialist in genetica en psychiater. 'In al die jaren zag hij tienduizenden kinderen en nooit was er een probleem. En na dertig jaar was hij dan plots een pedofiel?' Het opmerkelijke is dat de pedofiele neigingen van Mattiello weg waren zodra hij de tumor had laten verwijderen. Omdat de voormalige kinderarts nog behandeld wordt tegen kanker, is zijn zaak nog niet voor de rechter verschenen. 

Voorlopig roepen de resultaten van het onderzoek dan ook meer vragen op dan dat ze antwoorden bieden. Experts zeggen echter dat het 'onvermijdelijk is dat neurologie en wetgeving in de toekomst almaar op elkaar afgestemd zullen worden'. Hoe meer we weten over de hersenen, hoe beter we bepaald gedrag kunnen kaderen, straffen, verklaren...

Uit De Standaard, 29 augustus 2012

e. Klaar voor de neuro-oorlog. Vorderingen neurowetenschap krijgen militaire toepassingen

Soldaten die harder vechten door hersenstimulatie, of een 'pijnstraal' als wapen. Militaire toepassingen van de neurowetenschap zijn op komst, en ze roepen ethische vragen op.

Snelle vooruitgang in onze mogelijkheden om de hersenactiviteit te registreren en om het brein te beïnvloeden met stimulerende middelen, zou het aanzien van de oorlog kunnen veranderen, verklaarde een commissie van experts gisteren.

Hersenonderzoekers moeten zich ervan bewust zijn dat hun werk niet alleen medische maar ook meer gevaarlijke toepassingen kan krijgen, zeggen de experts. 'We weten dat de neurowetenschap het potentieel heeft om grote sociale voordelen op te leveren', zegt Rod Flower, hoogleraar in de biochemische farmacologie aan de Queen Mary University in Londen, die de commissie voorzat. 'Zo komen onderzoekers elke dag dichter bij het vinden van effectieve behandelingen voor ziekten zoals schizofrenie, epilepsie, verslaving en de ziekten van Alzheimer en Parkinson. Maar als we de hersenen en het menselijk gedrag beter begrijpen, wijst dat ook de weg naar nieuwe wapens', aldus Flower.

Het rapport, gepubliceerd door de Britse Royal Society, werd geschreven door experts in neurowetenschap, internationale veiligheid, psychologie en ethiek. Het rapport onderscheidt twee soorten militaire neuro-toepassingen: het opdrijven van de prestaties van soldaten en het neerhalen van de prestaties van de vijand.

Wat betreft het opdrijven van prestaties, wijst het rapport op 'neurale interfacetechologie'. Die laat toe om machines, zoals onbemande vliegtuigen, rechtstreeks aan te sluiten op de hersenen van een operator op de grond, en ze te besturen met gedachten. Er is ook vooruitgang voor wat betreft het 'scannen' van de hersenen, die kan toelaten om rekruten te zoeken met bepaalde hersenkenmerken. Zo is er voor één opdracht misschien iemand nodig die goed is in het nemen van beslissingen onder stress, en voor een andere iemand die goed kan speuren naar onopvallende doelwitten in een complexe omgeving. De scanner pikt er de juiste persoon uit.

'Er vindt ook veel onderzoek plaats naar geneesmiddelen die de alertheid, de aandacht en het geheugen van militair personeel te velde verbeteren', volgens het rapport. 'Sommige dingen zijn momenteel nog een kwestie van dromen, maar de snelheid waarmee technologieën zich ontwikkelen, is alarmerend', zegt Irene Tracey, een specialiste op het gebied van neuro-beeldvorming van de universiteit van Oxford, en een van de auteurs.

Flower geeft het voorbeeld van een toekomstig onbemand vliegtuig dat bestuurd wordt door een soldaat met een implantaat in zijn hoofd. 'Dit idee leidt tot een vervaging van de grens tussen geest en machine, waar we duidelijk heel zorgvuldig over moeten nadenken', zegt Flower. 'Als we op het punt zouden komen waar we een heel gesofisticeerde machine controleren, en de machine begaat een oorlogsmisdaad, wie zou daar dan verantwoordelijk voor zijn, de mens of de machine?'

Het rapport bekijkt ook de mogelijkheid van nieuwe op de neurowetenschap gebaseerde wapens, in het bijzonder vooruitgang in de neurofarmacologie en de toedieningswijze van medicijnen, die het gemakkelijker kan maken om nieuwe chemische wapens te ontwikkelen en om ze op een gerichte manier toe te dienen. Sommige nieuwsoortige wapens zijn al in ontwikkeling, zoals een straalwapen met 'millimetergolven' (een soort microgolven), dat hevige pijn opwekt als de straal de huid raakt.

Volgens mede-auteur Malcolm Dando van de universiteit van Bradford is er gelukkig nog wat tijd om de impact van de nieuwe ontwikkelingen te beoordelen. 'We staan nog maar pas aan het begin van een hele stroom van nieuwe neuro-toepassingen, en dat geeft ons nog een kans om eerst de voors en tegens af te wegen', zegt hij.

Uit De Standaard, 8 februari 2012

7. De tien geboden voor het brein

8. De God-spot

God zit in onze hersenen!

Michael Persinger, de hersenonderzoeker die Richard Dawkins ten minste één keer God wilde laten ervaren door Dawkins' hersenen met behulp van transcraniële magnetische stimulatie te beïnvloeden, faalde daarin. Toch is het bij hem bij ongeveer 80 % van de proefpersonen wel gelukt om ze een gevoel van een aanwezigheid, van de nabijheid van een 'hoger wezen' te geven. Dit wezen werd door de proefpersonen meestal geassocieerd met God. Het hersengebied dat Persinger stimuleerde was de temporaalkwab, het gedeelte van de hersenen achter onze slapen. Persinger zette de ideeën die de basis vormen van zijn huidige werk, uiteen in zijn boek Neuropsychological bases of beliefs (1987). Persoonlijk geloof kan volgens de neuropsycholoog bestaan uit de combinatie van ‘godservaringen' en 'godsconcept'. Godervaringen zijn korte, seconden- of minutenlange ervaringen, waarbij het individu het 'zelf' voelt opgaan in iets groters, in het ruimte-tijdcontinuüm. De ervaring wordt meestal vergezeld van positieve en gelukzalige gevoelens en een diepe betekenisvolheid. Er is geen angst voor de dood. Het godsconcept is een aangeleerd beeld met betrekking tot kerk en religie en de relatie tot God. Zeggen dat je 'christen' bent of 'moslim', is een voorbeeld van zo'n aangeleerd godsconcept. (…)

In zijn boek Did man create God? bespreekt Comings deze bevinding en hij speculeert over de betekenis van dopamine bij spiritualiteit. Dopamine is onderdeel van het zogeheten beloningssysteem van onze hersenen, hetgeen volgens Comings een verklaring zou kunnen zijn voor het feit dat spiritualiteit zo'n bevredigend gevoel geeft. Ook verhoogde aanwezigheid van serotonine, een andere signaalstof in de hersenen die plezierige en gelukkige gevoelens teweegbrengt, werd beschreven in mensen met een hogere mate van spiritualiteit. Comings waarschuwt echter in zijn boek terecht voor potentieel overenthousiasme naar aanleiding van deze genetische bevindingen: spiritueel gedrag wordt hoogstwaarschijnlijk door meerdere genen beïnvloed. Het VMAT2-gen van Hamer kon bijvoorbeeld slechts 1 procent van de spiritualiteit van zijn proefpersonen verklaren. Tegenwoordig is het mogelijk om het volledige menselijke genoom te screenen en het zou interessant zijn om te bekijken welke genen er allemaal betrokken zijn bij spiritualiteit en hoeverre deze combinatie van genen spiritualiteit als verschijnsel kan verklaren. De vraag in hoeverre spiritualiteit door onze genen of door de omgeving waarin we opgroeien wordt bepaald, kan worden onderzocht door het bestuderen van eeneiige tweelingen die apart van elkaar zijn opgegroeid. Comings bespreekt onderzoeksdata vanuit dergelijke tweelingstudies in zijn boek: de studies lieten zien dat spiritualiteit in belangrijke mate genetisch bepaald wordt en in mindere mate door de opvoeding en de sociale omgeving. 'Spirituality comes from within,' concludeert Comings dan ook.

Om precies te zijn: from within the brain. Naast Persinger hebben verschillende andere onderzoekers namelijk gesuggereerd dat de belangrijkste bron van spiritualiteit en godsbeleving in de temporaalkwab zit. (…)

In een veelbesproken studie door hersenonderzoeker Mario Beauregard uit Montréal werd met behulp van moderne beeldvormende technieken de hersenactiviteit van karmelieter nonnen gemeten, met als doel de neurale correlaten van mystieke ervaringen te lokaliseren. Op het moment dat de nonnen aangaven dat ze het gevoel hadden één te zijn met hun God, vertoonden specifieke gebieden in de hersenen een verhoogde of juist verlaagde activiteit. Een gedeelte in de temporaalkwab vertoonde toegenomen activiteit en een gebied in de pariëtaalkwab, achter en boven de temporaalkwab gelegen, was verminderd actief. Van beide hersengebieden is bekend dat hun activiteit gerelateerd is aan uittredingsverschijnselen en een verminderd besef van het eigen lichaam in plaats en tijd. De nonnen hadden tijdens het experiment inderdaad het gevoel gehad één te zijn met hun omgeving en met een entiteit buiten zichzelf. Een studie door Newberg en collega's vond in mediterende boeddhistische monniken eveneens afgenomen activiteit in de pariëtaalkwab en ook deze onderzoekers concludeerden dat hun bevindingen overeenkwam met de door de monniken gerapporteerde gevoelens van verlies van het 'zelf' en opgaan in het ruimte-tijdcontinuüm.

Beaugards werk is interessant en leert ons veel over de rol van de hersenen bij complexe processen als religieuze en mystieke ervaringen. Hij schreef later echter een tamelijk bevreemdend boek over zijn bevindingen, The neuroscientist's case for the existence of the soul (in 2008 verschenen als 'het spirituele brein') waarin hij zijn wetenschappelijke werk paradoxaal gebruikt om zijn persoonlijke, niet-wetenschappelijke overtuigingen te etaleren. Beauregard vindt namelijk dat zijn resultaten aangeven dat het niet ons brein, maar God is die onze spirituele ervaringen creëert. Hij stelt voor dat een doelgericht, in plaats van willekeurig, georiënteerde biologische evolutie mensen in staat heeft gesteld om het functioneren van hun hersenen bewust en wilsmatig vorm te geven.

Uit Kopstukken. Gesprekken met bekende wetenschappers over hersenen en bewustzijn van Jeroen Geurts

Zit God in onze hersenen?

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/32(1).jpg

Eindelijk weten we waar God woont! Onder die lokkende titel bracht deze zomer het Franse weekblad ‘Marianne’ een artikel over de recente bevindingen van de neurobiologie en van de commentaar daarop van de zogenaamde ‘neurotheologen’. Wetenschappers wisten via prikkels op een bepaalde hersenplek gevoelens van extase op te wekken. Mystiek noemden ze dat. Of ze daarmee God te pakken hebben gekregen? Net zo min als men de liefde (be)grijpt, wanneer men de hersenmechanismen ervan kent. Wat mensen ervaren en beleven loopt nu eenmaal door de kronkels van hun hersenen. Net zoals we zien met een bepaalde plek in onze hersenkwabben en spreken vanuit een bepaalde hersenplaats, ontstaat liefde in de chemie en de elektronica onder onze schedel.

Zou dat met onze religieuze gevoelens dan ook niet zo zijn? Uiteraard, want de mens heeft nu eenmaal geen ander instrumentarium dan zijn lichaam en geen ander kenniscentrum dan zijn hersenen. God en geloof mogen wel boven de natuur staan, ze staan er, wat ons ervaringsvermogen, betreft niet buiten. Bovennatuurlijk maar niet buitennatuurlijk, leert ons de christelijke incarnatieleer ten andere

De liefde is verankerd in de hersenen. Toch mogen we nog altijd niet zeggen
dat liefde niet bestaat. Ook God wordt niet overbodig, omdat we de sporen
kunnen volgen die religieuze ervaringen in onze hersenen trekken. Dat wisten we dus (in theorie), lang vóór de wetenschap ons het bewijs ervan had geleverd. Zo’n geweldige revelatie was het dan ook niet, toen de Canadese psycholoog Michael Persinger er was in geslaagd om door elektromagnetische schokken in de slaapstreek extatische ervaringen op te roepen.

Maar is opgewekte extase wel een mystieke ervaring? Natuurlijk niet, net zo min als een hersenprikkel die liefdesgevoelens opwekt, echte liefde zou teweegbrengen. De wetenschap maakt hier in de omgekeerde richting gebruik van hoe in het eerste geval God en in het tweede de beminde tot onze (lichamelijke) ervaringen doordringen. Daarom was het onderzoek van Andrew Newberg, neuroloog van de universiteit van Pennsylvania (Verenigde Staten) interessant.

Hij had ontdekt dat tijdens gebed en meditatie heel specifieke stofwisselingsprocessen plaatsvinden in de hersenen. Met een speciale SPECT-camera had hij de hersenen in het oog gehouden van katholieke nonnen tijdens hun gebed en boeddhistische monniken tijdens hun meditatie. Meer nog, Newberg had ontdekt dat op de hersenplek waarmee we ons ruimtelijk kunnen oriënteren – door hem dan ook het oriënteringveld genoemd – een ‘radiostilte’ heerst op het moment van bidden en mediteren. De doorbloeding stopt.

Conclusie van de wetenschapper: tijdens de religieuze extase verdwijnt niet alleen de ruimtelijke oriëntering, maar vervagen ook de grenzen tussen buiten- en binnenwereld. Natuurlijk, zouden we zeggen, want dat is net meditatie en mystiek: zich weten buiten de tijd. Beter nog: de beleving van het nu als een eeuwig nu.

Andrew Newberg beschreef zijn ontdekkingen en schreef zijn bespiegelingen hierover neer in een boek dat dit jaar in verschillende talen werd vertaald. Meteen sprong de populaire pers erop met uitdagende titels: God zit in de val van de hersenspecialisten, We hebben God gevonden, God zit in ons hoofd, Het geloof is een gedachte.

Die omkering van oorzaak en gevolg is een valse poging om lichaam en ziel toch weer van elkaar te scheiden, weet elk weldenkend mens. Dezelfde fout maakt degene die de hersenprocessen die bij liefde tot stand komen, verheft tot de enige verklaring van wat liefde is. Je hebt nu eenmaal lichamelijke chemie en elektronica nodig om wat buiten de materiële werkelijkheid staat, te kunnen ervaren en beleven. Maar wie door hersenprikkels liefdegevoelens opwekt, creëert geen liefde maar de ervaringsnabootsing van liefde. Ook God is niet in de hersenen te zoeken.

De Duitse theoloog Jürgen Moltmann antwoordde, in het Oostenrijkse weekblad Die Furche, op de pseudo-wetenschappelijke speculaties: „Een religieuze ervaring is ook heel wat anders dan een extase die men door middel van drugs bereikt. Ook neurobiologen kunnen niet beweren dat ze religieuze ervaringen door experimenten tot stand kunnen brengen."
„ Elke levenservaring heeft een transcendente dimensie en is niet alleen een buitengewone ervaring die men zelf zou kunnen maken", aldus Moltmann. „Wanneer proefpersonen zeggen dat ze hierdoor een religieuze ervaring hebben gehad, dan is dat niets meer dan een interpretatie."

Ook psychiater Manfred Spitzer haalde zijn schouders op bij de pretentie dat men God zou ontdekt hebben als een hersenspinsel: „Uiteraard interpreteert het menselijke brein ook de signalen van de zingeving, omdat het hét systeem is van de mens om de betekenis der dingen te duiden." Daaruit besluiten dat wat daaraan voorafgaat – God, geloof, transcendentie – dan maar een illusie, een gedachte is, is niet erg wetenschappelijk."

Ook psychiater Manfred Spitzer vergelijkt dit met het ‘verschijnsel’ liefde: „Ook de liefde is verankerd in de hersenen. Daardoor mogen we nog altijd niet zeggen dat liefde niet bestaat. Ook God wordt niet overbodig, omdat we er zijn in geslaagd om de sporen te volgen die religieuze en spirituele ervaringen in onze hersenen trekken."

Meer nog, het kennen van de hersenplekken voor God en voor de liefde vervangt het beleven van de godservaring en de ware liefde niet. In het Duitse weekblad Christ in der Gegenwart vergeleek Christian Hoppe, neuropsycholoog van de universiteit van Bonn, dit met het moderne sprookje van Mary.

Mary is wetenschapper, gespecialiseerd in de osculogie, dit is de wetenschap van het kussen. Mary weet dus alles over kussen: hoe mensen het doen, wat in het lichaam gebeurt als lippen elkaar raken, en nog veel meer. Kortom, niemand kent het fenomeen van de kus beter dan Mary. Mary heeft echter een probleem: haar kuskennis is louter theoretisch, want ze is nog nooit gekust geweest en heeft ook nog nooit iemand gekust. Op een dag wordt ze dan toch gekust. Eindelijk weet ze echt wat een kus krijgen en een kus geven betekent.

Het sprookje eindigt evenwel met de vraag: wat heeft de kuservaring Mary bijgebracht voor haar kennis van de osculogie? Het antwoord luidt: Niets, want ze ‘wist’ reeds alles wat te weten viel. Nu heeft ze kuservaring en die is helemaal anders dan haar kuskennis. De ervaring staat helemaal niet in tegenspraak tot de kennis, maar het een kan niet door het ander worden vervangen. Ze behoren tot een andere bestaansorde, maar allebei even werkelijk.

Zo is het ook met God. De feitelijkheid van God is geen feitelijkheid die wetenschappelijk, door empirisch onderzoek, is vast te stellen. De feitelijkheid van God is de persoonlijke overtuiging, door beleving, dat God er is.

Het interessante van de wetenschappelijke ‘ontdekkingen’ van het religieuze fenomeen is dat ze de discussie over de relatie tussen geloof en wetenschap weer op gang hebben gebracht. Het Franse weekblad La Vie had hierover een gesprek met de godsdiensthistoricus Jean Delumeau.

Hij zegt: „Hoe verder men vooruitgaat in de wetenschappelijke kennis, hoe meer men ontdekt dat er een mysterie op het einde staat. De wetenschappelijke kennis die toeneemt, is als een cirkel die steeds groter wordt: ook de raaklijn met het onzichtbare wordt groter. De wetenschap zal ons God niet leren kennen. Ze nodigt ons wel uit om over de grenzen van ons universum te kijken, op zoek naar een werkelijkheid die buiten de tijd, de ruimte en de materie staat. De wetenschap kan wel ons geloof uitzuiveren. Zo hebben de ontdekkingen van Galilei en van Darwin ons afgeholpen van het Middeleeuwse wereldbeeld dat eigenlijk komt uit het gedachtegoed van Aristoteles en niet uit de boodschap van de bijbel."

Mark Van de Voorde, http://www.themissinglink.be/krantenartikels/wetensch/God_in_onze_hersenen.doc

9. Als de hersenen niet meewillen

I hate my brain

Oh i hate my brain
Because the things i think sometimes
Are so judgmental and lame
I’ve got everything i want except
My set of expectations
Won’t stay the same
Then I really really hate my brain
I hate my brain
I hate my brain
I hate my brain

I used to be a spiderman
I used to be a cowboy from hell
But not anymore
Now I’m just a clam
And I live inside this shell
Inside this shell I am
Oh god damn I hate my brain
I hate my brain I hate my brain

And there’s a guy in a mask
Walking down the street screaming
Fourth time I've seen something like that
This week
And I just can't shake
I cannot shake that feeling

That one day that man in the mask will be me

I hate my brain
I hate my brain
I hate my brain
Oh damn I hate my brain

http://www.kovideo.net/hate-song-for-brains-lyrics-andrew-jackson-jihad-1318900.html

Tante Dora

Oom Maurice is al jaren dood. Toen hij overleed, was tante Dora even helemaal de draad kwijt. Soms sprak ze over hem alsof hij nog leefde, terwijl ze antuurlijk wel wist dat hij er niet meer was. Ze was dingen kwijt, sleutels of de verzekeringspapieren, waarvan ze dan dacht dat de hulp die misschien had meegenomen. Ze zei wel vijf keer dat ze aan het avondeten zou beginnen, maar als ze de pan in haar handen had keek ze er niet-begrijpend naar. Dat komt door het verdriet, wist iedereen. En gedeeltelijk was dat ook zo. Ze keerde terug naar haar familie in Nederland en kon het jarenlang nog rooien in het verzorgingstehuis. Maar geleidelijk aan raakte ze los van het normale bestaan. Ze somde op welke vaste activiteiten ze had op de dagen van de week: maandag koorzingen, dinsdag schilderen, maar bij woensdag aangekomen stokte het rijtje, waarna ze maar weer opnieuw van wal stak. Als je op bezoek kwam, zette ze het water op en vergat vervolgens het vuur uit te doen; en als ze die horde wel wist te nemen, hing ze een oud, gebruikt theezakje in de pot. Samen lachten we er dan een beetje om. Tot ze ging zwerven door de gangen, vaak midden in de nacht, andere bewoners uit bed bellend. Ze trok een jurk over haar rok aan en ging op sloffen de straat op. Dementie, zo wisten de artsen te vertellen, ze moest maar naar een verpleeghuis, want zo werd het te lastig voor het personeel.

En daar zit ze nu tegenover me. Als ik het over oom Maurice heb, reageert ze niet. Ik houd haar een foto van hem voor, ze kijkt even en staart dan weer voor zich uit. Die vijftig jaar zijn weg. Tot voor kort herkende ze nog wel de foto van haar grootvader, maar ook die is aan de galerij der vergetenen toegevoegd. Ze is haar vroegste herinneringen nu voorbij, ze is weer terug bij haar geboorte. Je kunt het je gewoon niet voorstellen: waarom werkt het niet meer in haar hoofd? Waarom is haar blik zo leeg, zonder enige herkenning, niet alleen van personen, maar ook van de ruimte om haar heen, de bomen buiten, het leven?

Waarschijnlijk heeft ze de ziekte van Alzheimer, maar misschien wel een andere vorm van dementie. Dementie kan immers veel oorzaken hebben. Ze kunnen er steeds kleine bloedinkjes optreden, waardoor iedere keer weer een groep hersencellen afsterft, net zolang totdat je door je reservecapaciteit heen bent en je functies worden aangetast. Je weet niet goed wat er in de hersenen gebeurt, dat moet je toch voornamelijk van de buitenkant afleiden, uit het gedrag. Zekerheid krijg je pas als je na de dood naar iemands hersenen kijkt onder een microscoop. Dan zie je de schade van die bloedinkjes of huist vetophopingen en verknoopte vezels in hersencellen, de twee ijkpunten bij Alzheimer.

Uit Een zeepaardje in je hoofd van Marianne Joëls

Teletubbies

De Teletubbies. Die maken deel uit van het ochtendritueel, al moet ik er wel op aandringen, want Alzheimer schijnt tegenwoordig iets tegen vaste gewoontes te hebben. Misschien omdat we intuïtief weten dat de geest daar gezond bij blijft. Net na tienen komen ze als onderdeel van een kinderprogramma op BBC2. Het is een van de weinige programma's die we samen met dezelfde geestdrift kunnen bekijken. 'Daar zijn de konijntjes,' roep ik opgewonden. Het virtual reality landschap dat ons wordt voorgezet is een van de charmes van dit zeer bijzondere programma: een zonbeschenen grasveld met hier en daar wat kunstbloemen waar echte konijnen tussendoor springen. De lucht ziet er ook authentiek uit, precies het goede blauw met de juiste schapenwolkjes. De Teletubbies hebben hun eigen ondergrondse huis, netjes afgedekt met gras. Er steekt een periscoop uit. Er verschijnt een echt babykopje in de lucht. Het lacht. Ik trek er altijd een gezicht tegen, Iris glimlacht stralend terug. 
De schepseltjes komen tevoorschijn, het zijn er vier, met verschillende kleuren speelpakjes aan. Hoe worden ze tot leven gewekt? Wat zit er in hun mollige lappen lichaampjes? De manier waarop ze rondhobbelen en lachen is bijna obsceen van natuurlijkheid, net zoals hun volwassen mannelijke stemmen. Twiggy of zoiets, en Winky en Poo... Ze trippelen maar wat rond en doen verder niet zoveel, maar als ze er zijn, kijkt Iris gelukkig, zelfs geconcentreerd. 
Deze vorm van kinderlijkheid is op zichzelf al virtual reality. Vroeger hadden we een echtere en spontanere variant. Vlak voor ons trouwen, stuurde Iris mij eens een ansichtkaart met een jong rood poesje dat haar neusje nieuwsgierig om de hoek stak. 'Ginger' stond er nogal toepasselijk op. Iris had er een ballon bijgetekend waarin 'Kom eraan' stond. Zo werd ze Ginger. Later Gunga.

'"Achtervolgd door Gunga" wordt de titel van het eerste deel van mijn autobiografie', zei ik een paar dagen geleden om haar te plagen. Ze lachte, ze vindt het fijn als er zo tegen haar gepraat wordt, maar ik denk niet dat ze de naam nog herkent. 

De Teletubbies doen me denken aan een tochtje naar Wytham Wood. Sinds we in Oxford wonen zijn we daar elk jaar naar de blauwe klokjes gaan kijken. Met de zin erop heeft de eerste aanblik iets van de dubieuze schoonheid van Teletubbie-land. (...) Elk jaar stonden we daar onze ogen uit te kijken. Vorig jaar mei was het voor het eerst alsof Iris ze niet zag. Op weg erheen staan een paar enorme bomen, twee gigantische esdoorns, indrukwekkend als een kathedraal. Maar Iris is al een tijd bang voor bomen. We liepen er snel langs en ik bedacht me dat we er maar beter niet meer heen konden gaan.

Toen we weer in de auto zaten, zei ik geruststellend: 'We zijn zo weer terug in Teletubbieland.' Maar ik geloof niet dat ze zich de Teletubbies herinnerde. Zelf zou ik ze ook liever vergeten. 

Het besef van andermans geest. Pas nu denk ik daar bewust over na; de geest van anderen is meestal een gegeven. Ik vraag me soms af of Iris toch nog ergens denkt: Hoe kom ik hieruit? Wat moet ik doen? Is er niets in de plaats gekomen voor al die hersenactiviteit die met schrijven en denken gepaard ging; voor dat hele geestelijke leven? Ik moet bekennen dat ik vurig hoop van niet.

Uit Elegie voor Iris van John Bailey

Autisme

 

De lezer moet zich letterlijk naar de advertentie toe bewegen om de kleine tekst te kunnen lezen. De tekst luidt: ‘Ooit zo close bij iemand met autisme geweest? Al vraagt het net iets meer, het loont de moeite! Mensen met autisme en hun omgeving doen het elke dag. Jij ook?’ We kiezen voor een portret omdat wanneer je close wil worden met iemand met autisme je dicht bij zijn denken tracht te komen. Het plaatsen van de tekst tussen de ogen refereert naar de moeilijkheden die mensen met autisme kunnen ondervinden met oogcontact. Bovendien tonen we met het portret dat autisme -op het eerste zicht- onzichtbaar is.

Het model is Floris Dox, 20 jaar en persoon met autisme. De opname van de foto in een professionele fotostudio was een bijzondere ervaring voor hem want zijn hobby is fotografie. Je kan mooi werk van hem bekijken op zijn website: www.florisdox.com.

Wat is autisme?

Autisme wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. De hersenen werken op een iets andere manier dan bij mensen zonder autisme. In de hersenen wordt informatie doorgegeven. Dit gebeurt via zenuwbanen. Het wordt steeds duidelijker dat de zenuwbanen in de hersenen van mensen met autisme anders zijn. Er zijn meer banen, meer aftakkingen. Deze zijn in de eerste levensjaren niet op tijd 'gesnoeid'.

Voorbeeld: Stel je een boom voor met heel veel takken; die hoofdtakken hebben zijtakken en deze zijtakken hebben weer hele kleine zijtakjes. Hoe vaker een baby informatie te verwerken krijgt (dus moet denken), hoe vaker de hersenen worden "getraind". Het is eigenlijk net zoiets als sporten. Hoe vaker je traint, hoe sneller je wordt.

Zo gaat dat ook met onze hersenen. Hoe vaker je denkt (traint), hoe sneller je de informatie kan omzetten in actie. Hierdoor kun je steeds sneller reageren. Omdat het dus steeds sneller kan, worden de hele kleine zijtakjes overbodig en worden ze "gesnoeid", ze verdwijnen dus.

Hoe werkt het nu bij mensen met autisme?

Om een of andere reden worden bij mensen met autisme die hele kleine zijtakjes niet "gesnoeid". Waarom dit niet gebeurt, weten we nog niet precies. Je kunt je dus voorstellen dat met zoveel kleine zijtakjes het verwerken van informatie langer duurt. En....daar hebben we het probleem, het denken duurt langer dan "normaal".

Maar mensen met autisme hebben vaak ook bijzondere talenten!

Ze zijn anders, maar niet minder dan mensen zonder autisme.

Ze zijn net als iedereen uniek.

www.wijenautisme.nl/Informatie Wat is autisme.html

Geestesziekten

Stemmen in mijn hoofd (Johan Verminnen)

Beluister dit nummer in de jukebox

Stemmen in mijn hoofd 
Schimmen op de gang
Lichten zijn gedoofd
En ik ben zo bang
Viel ik maar in slaap
Zonder boze droom
Werd als ik ontwaak
De wereld weer gewoon
Ik lig op mijn bed
Staar naar het plafond
Rook een sigaret
Wacht op wat steeds komt
Stemmen in mijn hoofd

Stemmen in mijn hoofd
Schimmen op de gang
Pil die mij verdooft
Maar nog voor hoelang
Dokter die me helpt
Ik weet het niet meer
En praat in mezelf
Ik voel me zo alleen
Ik kijk uit het raam
Het lijkt of ik val
Kan het niet meer aan
Ik hoor overal
Stemmen in mijn hoofd

Stemmen in mijn hoofd
Schimmen op de gang
Verdwijnen ze ooit?
Zeg me dat het kan
Buiten schijnt de zon
Binnen is het nacht
Bezoeker die nooit komt
Maar waarop ik wacht
Scherven die ik lijm
Oh wat gaat dat traag
En niet zonder pijn
Die ik in mij draag
Stemmen in mijn hoofd

Stemmen in mijn hoofd
Schimmen op de gang
Wie mij niet gelooft
Is wie niet helpen kan

Zijn geestesziekten ziekten van de hersenen?

De wetenschap heeft heel wat mechanismen ontdekt die de werking van onze hersenen beheersen. Zo heeft men afwijkingen in de hersenen ontdekt die wel eens verband zouden kunnen houden met bepaalde psychische problemen. Toch kan men niet zeggen dat deze 'afwijkingen' rechtstreeks de oorzaak zijn van de geestesziekte.

Bron: Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid

→ Voor meer over deze thematiek, zie de In de kijker ‘Te Gek!? Geestelijke gezondheid in de kijker’: http://www.kuleuven.be/thomas/page/te-gek/#14482

Leerstoornissen en leerproblemen

Hoewel leerstoornissen en leerproblemen vaak niet alleen vanuit de hersenen verklaard kunnen worden, hebben heel wat mensen, en vooral kinderen en jongeren, het gevoel dat er iets met hun ‘hoofd’ of ‘hersenen’ scheelt. Zij hebben het gevoel dat hun hersenen niet mee willen.

“Onze Leendert heeft het niet gemakkelijk. Hij moet hard en lang werken om te kunnen wat zijn klasgenoten kunnen.Hij loopt altijd op de tippen van zijn tenen. In de klas is hij meestal als laatste klaar. Soms mag hij wat langer doorwerken van de leerkracht. Maar veel lost dat niet op. 's Avonds doen we niets anders dan samen oefenen. Als ik dan zie welke fouten hij vandaag in de klas maakte, begrijp ik het niet meer. 'Ik ben de domste van de klas', zuchtte hij.” (Kurt, vader) 

http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=844

V. heeft dyslexie. Ze legt uit hoe dyslexie zich bij haar manifesteert, welke vakken ze moeilijk vindt en hoe ze er toch in slaagt om deze vakken te studeren. Haar getuigenis kan bekeken worden via http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=1GVv5rj8cnY

http://www.zoalsik.be/site/view/148

"Ik was de enige van de klas die zijn naam nog niet kon schrijven op het einde van het eerste leerjaar. Nu ben ik het soms nog vreselijk beu dat alles zo traag gaat." Louis (13) zit met een laptop in de klas. De computer leest de opdrachten voor want Louis heeft dyslexie. "Dat is geen ziekte maar een leerstoornis." Filmpje uit de reeks ‘Dit heb ik’ gemaakt door Klasse:

http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=Ye1Ipi5sGtM

http://www.zoalsik.be/site/view/131

“Ik ben nogal vergeetachtig. Ik onthoud titels van boeken of films amper. Hetzelfde met namen van bekenden. Hierdoor krijg ik soms een blik toegeworpen alsof ik dom ben. 
Het helpt ook niet mee dat ik regelmatig struikel over mijn woorden doordat ik snel van slag ben als ik me bekeken voel en dan letterlijk alles vergeet wat ik wil zeggen ''het wordt dan blanco'' in mijn hoofd. Als ik tegen een muur zou mogen praten zou het stukken beter gaan denk ik. Maar tegelijkertijd kan ik over bepaalde onderwerpen heel veel zeggen. Ik ratel dan aan een stuk door. Maar dit is best wel beperkt. Alleen de dingen die mij boeien; onthoud ik. Al het overige; hoe belangrijk ook (Nederlandse grammatica bv.   ), gaat er gewoon niet in.  Tenzij het moet voor studie ofzo.

Ik heb het gevoel dat ik redelijk autodidactisch aangelegd ben; als ik iets graag wil leren dan lukt het ook. Zo heb ik het mezelf als beginnend puber aangeleerd om te zingen (kreeg hier grote complimenten over buiten mijn familieomgeving) en ik kon er eerst echt niks van! Heb enkele keren aan tekenwedstrijden gedaan en elke keer gewonnen. Tijdens gym was ik altijd de eerste die stopte met de conditietest, tot ik mezelf in 2 maanden tijd trainde om lange periodes te hardlopen waardoor ik met de test het jaar daarop de beste van de groep (2 klassen) werd. Bakte niks van de Engelse taal uiteindelijk door goed op te letten met tv kijken, met mezelf te praten   door het huis en door af en toe Engelse boeken te lezen; de beste te worden in mijn klas. Dit waren een paar voorbeelden uit mijn kindertijd waar ik eerst niks van bakte (vanwege desinteresse) en later juist in excelleerde.Toch heb ik ieder dag het gevoel dat ik dommer ben dan leeftijdsgenoten. Ik vind mezelf traag van begrip (hier zit ik echt mee). Het lijkt alsof iedereen alles sneller begrijpt dan ik. Ik ben vaak meer gefocust op de omgeving (de mensen etc) dan de inhoud, wat er gezegd wordt. Tijdens de middelbare school heb ik amper opgelet. Ook ben ik snel afgeleid.

Na een dag veel sociale contact, ben ik DOODMOE en wil ik het liefst naar thuis; mezelf opsluiten in mijn kamer. Daar aangekomen BLIJF ik ook uren dezelfde activiteit doen. Lees ik een boek? Dan doe ik dat de hele dag door (gisteren van 16.00 tot 00.01 een boek gelezen). Zit ik achter de pc, the same   Of welk ander bezigheid dan ook.

Samengevat; ik voel me dom omdat ik regelmatig vergeetachtig ben, traag van begrip en niet altijd goed uit mijn woorden kom.”

http://forum.fok.nl/topic/1817570

10. Hersenen in de reclame

afbeelding-http://bit.ly/XXotlq

http://bit.ly/XXotlq

afbeelding-http://bit.ly/11cqxNV

http://bit.ly/11cqxNV

afbeelding-http://bit.ly/14CpWnw

http://bit.ly/14CpWnw

afbeelding-http://bit.ly/14CpUMu

http://bit.ly/14CpUMu

afbeelding-http://bit.ly/XIZO5L

http://bit.ly/XIZO5L

afbeelding-http://bit.ly/faAACr

http://bit.ly/faAACr

afbeelding-http://bit.ly/Tk1qEi

http://bit.ly/Tk1qEi

afbeelding-http://bit.ly/WGacMT

http://bit.ly/WGacMT

afbeelding-http://bit.ly/XbSnBA

http://bit.ly/XbSnBA

afbeelding-http://bit.ly/WCn9r4

http://bit.ly/WCn9r4

Didactische suggesties

Alvorens met de lessenreeks van start te gaan, kan het interessant zijn om de leerlingen even te vragen wat zij denken dat de hersenen met de lessen godsdienst te maken kunnen hebben. Welke vragen, kwesties, problematieken met betrekking tot de hersenen denken zij dat in de lessen godsdienst aan bod zouden kunnen komen. Hier kan al een eerste levensbeschouwelijk gesprek gestart worden, waarbij men ook kan verklaren (vanuit het leerplan) wat de relevantie is van deze thematiek binnen de godsdienstles. Hier kan men ook het eerste tekstje bij de impulsen lezen, waaruit het belang van hersenen voor de samenleving reeds duidelijk wordt.

Ook is het allicht nodig om even te schetsen dat het hersenonderzoek vandaag de dag erg populair is en dat hierdoor een aantal vanzelfsprekendheden in vraag gesteld worden en dat dit gevolgen heeft voor het denken over mens, wereld en God.

1. Metaforen voor de hersenen

  • De leerlingen lezen en bekijken de metaforen voor de hersenen die bij de impulsen worden weergegeven. Uit de verschillende opties die worden aangeboden kiezen zij diegene die het beste bij hun visie over de hersenen past en ze verklaren waarom.
  • Als alternatief kan men de leerlingen in groepjes zelf een metafoor voor de hersenen laten uitwerken. Dit is niet zo evident, vandaar dat men een dergelijke opdracht misschien kan houden voor het einde van de lessenreeks, als de leerlingen al wat meer informatie hebben gekregen en in gesprek zijn gegaan. Men kan de leerlingen dit eventueel in stripvorm laten doen, zoals ook Margreet de Heer deed.
  • Het kan nodig zijn om even met de leerlingen stil te staan bij wat de hersenen allemaal doen. Bij de achtergrondinformatie wordt verwezen naar een document met info over de functies van de hersenen. Eventueel kan dit gebeuren in samenwerking met het vak biologie.

2. Citaten

  • Via de citaten kan men de thematiek van deze In de kijker al een eerste keer verkennen. Verschillende visies op en problematieken met betrekking tot de hersenen worden hier al fragmentarisch aan bod gebracht. Aan de hand van de citaten kan men reeds het gesprek opstarten met de leerlingen, dat dan aan de hand van de overige impulsen uitgediept kan worden.
  • De citaten kunnen gebruikt worden in de vorm van een stellingenspel, waarbij de leerlingen aangeven met welke stelling ze het al dan niet eens zijn. Hiervoor kan men met groene en rode balpennen werken (en eventueel blauwe balpennen voor wanneer men niet weet of men pro of contra de stelling is), die de leerlingen moeten opsteken.
  • Ook kan men de leerlingen twee stellingen laten uitkiezen; één stelling die aansluit bij hun eigen levensvisie en één die er tegen in gaat. Ze verantwoorden bij beide stellingen waarom dit het geval is.

3. De geest in de machine?

  • Vooraleer iets gezegd kan worden over de verhouding tussen de hersenen en de vrije wil en andere ethische kwesties (zie impuls 4), kan het interessant zijn om even stil te staan bij de verhouding tussen lichaam en geest.
  • Over de verhouding tussen lichaam en geest en tussen hersenen en geest, is doorheen de eeuwen al heel wat inkt gevloeid. Aan de hand van de tekening van Margreet de Heer kan men de leerlingen wat meer informatie laten opzoeken over de visie van de genoemde filosofen met betrekking tot lichaam en geest. Deze informatie kunnen de leerlingen bijvoorbeeld in groepjes aan de klas voorstellen. Op die manier wordt een soort van overzicht gegeven van deze problematiek. Daarnaast kan men de leerlingen ook op zoek laten gaan naar het gedachtegoed van een hedendaags filosoof over deze materie. De leerlingen worden ook uitgenodigd een eigen visie te formuleren.
  • Als alternatief of aanvulling kan men werken met het discussieforum. Bij de impulsen werden enkele posts uit een forum overgenomen, rond de vraag naar de verbinding tussen hersenen en geest. De leerlingen halen de verschillende visies uit de posts en verbinden ze eventueel met de visies van de filosofen waarover ze opzoekwerk verrichtten. De leerlingen schrijven ook zelf een persoonlijke reply op de oorspronkelijke vraag.

5. Eternal sunshine of the spotless mind?

  • Vanuit de impulsen bij dit onderdeel, waarin zowel fictieve scenario’s als toch wel futuristisch aandoende werkelijke wetenschappelijke ontwikkelingen, worden beschreven, kan men met name ingaan op het belang van het geheugen, van herinneringen. De impulsen op zich roepen zeker al heel wat vragen en bedenkingen op bij de leerlingen en zullen zo het gesprek aan de gang krijgen.
  • Wanneer er weinig respons van de klas komt, of om het gesprek te verdiepen, kan men nog de volgende vragen stellen:
    • Stel dat er een geheugenwispil (of procedure) zou bestaan, zou jij dan overwegen om deze toe te passen en waarom wel of niet? Welke gebeurtenissen zou jij laten wissen? Welke zou je juist tot het einde van je dagen willen onthouden? (deze vraag kan men als logboekopdracht aan de leerlingen voorleggen)
    • Vind jij het een goed idee dat slachtoffers van de Holocaust zo’n pil zouden nemen?
    • Denk je dat het uitwissen van iemand uit je hersenen er voor zorgt dat die persoon ook echt volledig weg is?
    • Kan je pijnlijke herinneringen wel volledig wegwissen? Blijft het trauma, dat je ergens heeft gemaakt tot wie je bent, niet ergens zitten? Wordt het niet net nog moeilijker om met pijn om te gaan als je niet meer weet vanwaar bijvoorbeeld dat wantrouwen dat je voelt vandaan komt (zie ook de uitspraak over het basisvertrouwen in de context van de Holocaust)?
    • Vind jij dat onze herinneringen ons maken tot wie we zijn? Wie zouden we zijn als al onze negatieve herinneringen uitgewist zouden worden? Zou er dan nog zo’n mooie muziek, kunst, literatuur,… zijn (zie ook de uitspraak van de regisseur)?
    • Welke ethische bezwaren zijn er te formuleren bij een praktijk als the Dollhouse?
    • Denk jij dat mensen geherprogrammeerd kunnen worden?
    • Speelt de mens hier ‘voor God’?

6. Hersensethiek: enkele casussen

  • Deze casussen lenen zich goed tot een gesprek over de ethische implicaties van het hedendaagse hersenonderzoek, vanuit de vraag of alles wat kan ook zomaar mag. De casussen worden verdeeld over de klas. In groepjes werken leerlingen aan deze casussen. Men kan de leerlingen bijvoorbeeld de casussen laten bespreken vanuit verschillende ethische modellen (utilitaristisch, deontologisch, teleologisch, deugdenethiek,…). 
  • Ietwat eenvoudiger is het om de leerlingen zelf ethische vragen te laten bedenken bij de casus die ze hebben gekregen. Ze verwoorden ook zelf of ze vinden dat deze ontwikkeling een halt moet toegeroepen worden en waarom wel of niet. Aanvullend proberen ze enkele regels op te stellen waaraan dit onderzoek en de toepassingen ervan moeten voldoen om ethisch verantwoord te zijn.
  • De leerlingen stellen hun casus voor aan de klas en bereiden enkele vragen voor op basis waarvan klassikaal het debat aangegaan kan worden. De klemtoon ligt hier op de vraag of deze toepassing ethisch verantwoord is, maar ook wel op de positieve kant van bepaalde ontwikkelingen in het hersenonderzoek.

7. De tien geboden voor het brein

  • Naar analogie met de cover van het boek maken de leerlingen klassikaal een soort van ‘tien geboden’ op die volgens hen belangrijk zijn voor een gezond brein of voor een gezond (zowel mentaal als fysiek) leven in het algemeen. Hieruit wordt ook meteen duidelijk wat voor de leerlingen hun prioriteiten zijn, wat zij belangrijk vinden in het leven.

8. De God-spot

  • De verhitte discussie rond de zogenaamde God-spot in de hersenen, kan men ook in de klas binnenbrengen. De leerlingen lezen hierbij in eerste instantie het eerste artikel, waarin de klemtoon ligt op de idee dat God een soort van product van onze hersenen is, en dat religieuze ervaringen opgeroepen kunnen worden door bepaalde vormen van stimulatie van de hersenen. Ze bekijken ook de afbeeldingen bij dit onderdeel. Aan de hand hiervan verwoorden de leerlingen hoe ze hier zelf over denken. Is God een product van de hersenen? Zijn de ‘religieuze’ ervaringen die men kan oproepen door stimulatie van de hersenen dezelfde als de religieuze ervaringen die gelovigen in hun leven soms hebben, of is dit eerder een vorm van manipulatie? Wordt God hier ‘dood’ verklaard door de wetenschap?
  •  Men kan de leerlingen ook de vraag stellen of zij zelf al religieuze ervaringen gehad hebben en hier even verder op in gaan. Ook kan men het onderscheid wat verder uitleggen tussen godservaring en godsconcept.
  • Interessant is het nu om de leerlingen ook het tweede artikel te laten lezen, waarin de bevindingen van de wetenschap genuanceerd en gekaderd worden. De auteur maakt de vergelijking met de liefde en met de kus, in een taal die voor leerlingen wel toegankelijk is. Achteraf wordt aan de leerlingen gevraagd om de vergelijking in eigen woorden uit te leggen en om aan te geven of zij nog steeds op een zelfde manier over de thematiek denken. Wat vinden zij van de argumenten van de auteur? Zijn dit valabele argumenten of pogingen om het geloof te redden?

9. Als de hersenen niet meewillen

  • De verschillende impulsen die hier werden opgenomen, zijn allen voorbeelden van hoe mensen het soms moeilijk hebben met hun hersenen, van hoe bepaalde ontwikkelingen in de hersenen ook kunnen zorgen voor problemen of moeilijke situaties. Het is belangrijk om ook hier even bij stil te staan, omdat heel wat leerlingen hiermee geconfronteerd worden, hetzij bij iemand die ze kennen, hetzij bij zichzelf. Belangrijk is het om hierbij te beklemtonen dat iedereen uniek is en dat iedereen capaciteiten heeft.
  • Als inleiding kan men aan de leerlingen vragen of zij soms ook het gevoel hebben dat ze hun brein haten en waarom. Vandaaruit kan men een of enkele van de thematieken die in dit onderdeel werden aangebracht aan bod brengen. In heel wat klassen zitten bijvoorbeeld leerlingen met leerstoornissen. Zij hebben er misschien nood aan om even hun verhaal te kunnen doen, om te zeggen waarom ze het soms moeilijk hebben. Andere leerlingen worden dan weer geconfronteerd met Alzheimer in de familie,...

 

  • Hier kan men nog beklemtonen dat de vooruitgang in het hersenonderzoek er ook voor zorgt dat er vooruitgang komt (en steeds meer zal komen) in de behandeling bepaalde ziektes als Alzheimer!

10. Hersenen in de reclame

  • Als extraatje (of eventueel ook als inleiding in de thematiek) kan men met de leerlingen een aantal afbeeldingen van het gebruik van hersenen in de reclame bekijken. In deze reclameboodschappen worden bepaalde visies op, vooronderstellingen over, feiten over het brein weergegeven. De leerlingen destilleren deze uit de reclameboodschappen. Ze geven ook weer welke reclame ze het meest geslaagd vinden (mbt het gebruik van de hersenen) en waarom.
  • In veel van de reclameboodschappen wordt de link gelegd tussen het brein en creativiteit. De leerlingen geven weer wat zij onder creativiteit verstaan en op welk gebied zij zelf creatief zijn (of zouden willen zijn). Ook het verschil tussen de linkerhelft en de rechterhelft van het brein wordt in de reclameboodschappen uitgespeeld. Na het opzoeken van wat extra informatie hierover geven de leerlingen aan of zij volgens henzelf eerder een ‘rechterhelft-persoon’ of een ‘linkerhelft-persoon’ zijn en waarom.

Reacties

#1 |

gepost op 11/02/2013

Razend interessant onderwerp

Op deze IDK had ik gehoopt en hij is er nu. Bedankt hiervoor.

Met het raamplan kan je het hersenonderzoek en het mogelijke belang ervan voor de studie van godsdienstbeleving niet echt in verband brengen. De lange oplijsting van raakpunten met het leerplan komt heel geforceerd over. En je kan over dit onderwerp ook moeilijk vertrekken vanuit hermeneutische knooppunten, omdat die er aan het begin van de lessenreeks waarschijnlijk niet zullen zijn.

In De gelovige geest beschrijft Michiel van Elk religie vanuit een wetenschappelijk standpunt en hij doet dat op een verrassend toegankelijke manier. Interessant voor het secundair onderwijs is, dat van Elk een heel breed spectrum van fenomenen tegen het licht van de wetenschap houdt. Niet alleen het hersenonderzoek, maar ook onderwerpen als bijna-dood-ervaringen, wonderbaarlijke genezingen, glossolalie, stemmen horen, ... het zit er allemaal in. Zijn epiloog is een goed vertrekpunt om de twee kampen in het debat (het reductionisme en diegenen die het waarheidsgehalte van godsdienst willen verdedigen) naast elkaar te plaatsen, om dan aan de hand van enkele concrete onderwerpen in het boek de tegenstelling uit de doeken te doen. Wat mij betreft een absolute aanrader.

Volg Thomas op

Download de Thomas-app