Werkvorm van de maand: gezelschapsspelen

node-header

1. Inleiding

Zoals bij elk vak komt er ook bij het vak godsdienst theorie aan te pas. Deze werkvorm behandelt enkele gezelschapsspelen om deze theorie vlotter aan te leren. Zo kan het theoretisch stuk van de les toegankelijk gemaakt worden voor de leerlingen en leren ze spelenderwijs inhoud aan. Enkele gezelschapsspelen komen aan bod en worden toegepast op het godsdienstonderwijs. Uiteraard zijn er nog zoveel meer mogelijkheden… Deze werkvorm zet ook de leerkracht aan om creatief te werken. Deze werkvorm is voornamelijk relevant voor de eerste graad van het secundair onderwijs.

2. Soorten spelen

Pictionary

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gezelschapsspelen2.png

Pictionary is een zeer bekend gezelschapsspel. Iemand tekent iets en de teamgenoten moeten raden wat het is. Hoe kan je pictionary integreren in de les? Op het einde van de les kan de leerkracht de klas verdelen in verschillende teams van ongeveer telkens vier leerlingen.

De leerkracht voorziet kaarten met daarop steeds een begrip, een persoon, een plaats… Iets dat aan bod gekomen is in de les. Elk om beurt komt er een team aan bod. Ze krijgen elk bijvoorbeeld twee minuten, de leerkracht timet. Eén van de teamleden tekent en de andere leerlingen proberen te raden wat het is. Dit zoveel mogelijk binnen de voorziene tijd. Het team dat de meeste kaarten kan raden, wint. Een voorbeeld: na een les over heiligen kan pictionary gespeeld worden. De leerkracht voorziet kaartjes met daarop de heiligen die besproken zijn in de les, bijvoorbeeld: Jozef, Maria, Vincentius, Don Bosco, Jan Berchmans, Lutgardis, Franciscus, Michaël, Johannes, Maarten, Lucas, Ursula, Paulus… De leerlingen tekenen vervolgens de heiligen. Een voorbeeld:

Don Bosco kan bijvoorbeeld aan een school gelinkt worden.

Voor Franciscus kunnen de leerlingen bijvoorbeeld allerlei zaken uit de natuur tekenen of de dierenwereld.

Voor Jozef zou de leerlingen bijvoorbeeld een hamer of spijkers kunnen tekenen. Of gewoon een vader en een zoon.

Domino

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gezelschapsspelen8.png

Een tweede spel dat in de klas gespeeld kan worden is Domino. Maak eerst een set dominokaarten, een voorbeeld vind je hieronder. Op het voorbeeld zie je dat elke dominosteen bestaat uit een zwarte (godsdienst/levensbeschouwing) en een witte (symbool) helft. Dit spel kan klassikaal gespeeld worden. Per twee krijgen de leerlingen een dominokaart en zij moeten aangeven wanneer ze denken dat ze hun kaart kunnen gebruiken. Zwarte helften raken steeds witte helften en omgekeerd. Het is de bedoeling dat ze hiermee de religieuze symbolen instuderen. Dit spel kent veel varianten.

Kwartet

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/gezelschapsspelen10.png

Wie heeft het als kind niet gespeeld? Kwartetten is een makkelijke manier om leerstof op een aangename manier te presenteren en in te oefenen. Vooreerst maakt de leerkracht een kwartetspel van ongeveer 40 kaarten, dat zijn tien kwartetten. De leerkracht kiest zelf een onderwerp. De leerlingen proberen de juiste kwartetten te verzamelen, telkens vier kaarten over éénzelfde onderwerp. Dit kan in verschillende groepjes.

Zo kan je bijvoorbeeld een kwartet maken wanneer je met de leerlingen de inhoud van de Post-Kritische Geloofsschaal en Victoria Schaal wil inoefenen. Dit is een klein kwartet en wordt dan ook best gespeeld in kleine groepjes, bijvoorbeeld per 3 leerlingen. Ze proberen de foto’s samen te plaatsen over Letterlijk Geloof, Externe Kritiek, Relativisme, Post-Kritisch Geloof, Monoloogschool, Kleurloze School, Kleurrijke School en Dialoogschool. Ze verantwoorden ook steeds aan elkaar waarom ze welke kaartjes samen plaatsen.

Memory

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gezelschapsspelen15.png

Memory is het volgende gezelschapsspel dat zijn nut kan bewijzen in het onderwijs. Er liggen een hele boel kaartjes omgekeerd op tafel en de leerlingen moeten twee bijeen horende plaatjes vinden. Als voorbeeld hebben we gekozen voor een les over ‘Omgaan met verschil’. Op Thomas zijn hieromtrent in de citatendatabank heel wat citaten te vinden. Bij het begin van de les leest de leerkracht enkele citaten voor, in zijn geheel. Vervolgens moeten de leerlingen twee bijeen horende plaatjes zoeken die elk een deel van het citaat vormen. Wanneer een citaat gevonden wordt, kan er eerst gepraat worden over de betekenis van dit citaat. Wat denken de leerlingen? Vinden ze het een mooi citaat? Wat kan dit citaat te maken hebben met het lesonderwerp ‘Omgaan met verschil’?
 

Citaten: les over omgaan met verschil

  • De omgeving van de mens is de medemens. (J.A. Deelder)
  • De waarheid ontvouwt zich in de dialoog. (anoniem)
  • Maak elke spiegel naar jezelf tot een venster naar de anderen.
  • Men verschilt soms evenveel van zichzelf als van anderen. (La Rochefoucauld)
  • Oordelen is je afsluiten voor de  overige 99 procent van de mogelijkheden.
  • Denk eraan dat, wanneer je iemand met de vinger wijst er nog altijd drie vingers naar jezelf wijzen (Spaanse Wijsheid)
  • Men splitst eenvoudiger atomen dan vooroordelen. (Albert Einstein)
  • Als je bang bent voor het onbekende, leer het dan kennen. (Jan Jaap Van Willigenburg)
  • Eenheid doet verschillen beter uitkomen.
  • Wie barbaren bestrijdt loopt kans zelf een barbaar te worden. (Tzvetan Todorov)
  • Om vertrouwen te krijgen in je eigen weg, hoef je niet aan te tonen dat een ander de verkeerde volgt. (Paulo Coelho)
  • Vanuit de ruimte gezien zijn we allen even groot. (Multatuli)
  • Voor een ware dialoog moet je ervan uitgaan dat de ander wel eens gelijk zou kunnen hebben. (Hans-Georg, Gadamer)
  • Een gepantserde ridder kan niet gekwetst worden maar ook niet gestreeld. (Luc Versteylen)

Time's up!

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gezelschapsspelen19.png

Wanneer de leerlingen geleerd hebben over een heel aantal personen, bijvoorbeeld Bijbelfiguren of (Indische) goden dan is Time's Up! het ideale spel om de leerstof al spelenderwijs in te studeren. Als voorbeeld is hieronder een versie uitgewerkt met Bijbelfiguren. Time's Up werkt als volgt: de klas wordt verdeeld in twee of meer groepen. Het spel bestaat uit drie ronden:

  1. Tijdens de eerste ronde staat er telkens 1 persoon uit het eigen team voor het team en beschrijft de naam die op het kaartje staat. Iemand draait de zandloper om. Wanneer hij of zij niet weet wie op het kaartje staat, dan wordt het kaartje gewoon achteraan de stapel bijgevoegd. Probeer zoveel mogelijk punten te verzamelen.
  2. Tijdens de tweede ronde mag de persoon op het kaartje slechts met één woord beschreven worden.
  3. Tijdens de derde ronde mag er enkel uitgebeeld worden.

Taboe

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gezelschapsspelen22.png

Begin met de klas te verdelen in groepjes van ongeveer vier leerlingen. De teams spelen tegen elkaar. Elk teamlid krijgt een kaartje met een begrip en taboewoorden. De leerling beschrijft het begrip op zijn kaartje aan zijn team. De taboewoorden die op het kaartje staan, mag hij niet vernoemen. In een les over het gezin bijvoorbeeld, kunnen de verschillende gezinsvormen op de kaartjes staan.

3. Uit het veld

Veronique Malfrere, inspecteur-adviseur secundair onderwijs

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/malfrere.jpg

Gezelschapsspelen zijn beslist een bron van veel plezier.

In zekere zin kan je het effect van een goed gezelschapsspel vergelijken met de parabeldynamiek. Je wordt via het plezier van het spel (het boeiende van het verhaal) afgeleid van de initiële vraag/thema. Je komt in een andere wereld terecht die aanleunt bij intreden in een verhaal. Je verliest jezelf (je onwetendheid, je vooringenomenheid,…) in het spel en vanuit die onbevangen positie is er openheid om nieuwe perspectieven toe te laten. Een goed spel is in staat om nieuwe werelden zichtbaar te maken.

Vaak zien we dat godsdienstleerkrachten een bestaand gezelschapsspel herwerken naar een bepaalde levensbeschouwelijke inhoud. Pluspunt is dat leerlingen vertrouwd zijn met het opzet van het spel en de spelregels. Een onbekend gezelschapsspel heeft dan weer het voordeel dat leerlingen iets nieuws leren kennen dat niet uit het commerciële circuit komt.

Gezelschapsspelen zijn zeer gevarieerd en differentiëren op vlak van leerstijl en niveau. Ze kunnen ook gebruikt worden om leerinhouden aan te brengen en te oefenen. Als instap, kern, verwerking of afsluiter krijgen gezelschapsspelen vaak een plaats in het lesgebeuren. De reflectie na het spel is een niet onbelangrijk onderdeel.

Chantal Daelman, godsdienstleerkracht basisonderwijs

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/daelman.jpg

Gezelschapsspellen horen tot de leefwereld van de kinderen. Ze hebben er allemaal mee te maken. Jammer genoeg nemen de computer, de games en de televisie het van hen over in vele gezinnen. Als ik het in dit artikel heb over gezelschapspellen dan zet ik voor mezelf onmiddellijk de digitale varianten buitenspel. En allicht zitten er hier ook vele educatief verantwoorde spellen tussen maar daar ben ik onvoldoende in thuis.

Dit wil zeker niet zeggen dat ik uitsluitend wil terugvallen op de gekende spellen zoals Memory, kwartet, ganzenbord, pictionary,… Ze zijn te goed gekend en prikkelen daardoor misschien minder 'de goesting'. We moeten op zoek gaan naar goede en originele gezelschapsspellen eventueel door de leerkracht zelf gemaakt en/of met behulp van de kinderen. We kunnen ons hierbij wel baseren op bestaande gezelschapsspellen.

Ik zie het gebruik ervan vooral als een leuke manier om cognitieve inhouden te verwerken en dus uiterst geschikt als afronding van een lessenreeks.

Door de meeste kinderen worden gezelschapsspellen ervaren als een aangename activiteit en werkt het heel motiverend omdat het niet tot de dagdagelijkse onderwijspraktijk behoort, toch niet in mijn lessen. Als leerkracht vind ik het ontzettend belangrijk dat het niet uitsluitend bij dat leuke blijft en dat het geen beloningsactiviteit wordt waarbij de leerkracht zich ondertussen met iets anders kan bezighouden. Het is belangrijk dat de leerkracht mee-speelt.

En als ik dan nog even enkele positieve aspecten van het gebruik van een gezelschapsspel op een rijtje mag zetten:

Leuke activiteit, anders dan vele andere werkvormen.

Vorm van spel waardoor er meer kinderen 'goesting' krijgen.

De bijhorende regels geven structuur en duidelijkheid.

Interactieve bezigheid waarbij de kinderen zelf moeten denken en handelen.

De 'uitdagers' zorgen voor de nodige adrenaline.

Probleemoplossend denken wordt geactiveerd.

Sociale vaardigheden worden gestimuleerd.

Visueel aantrekkelijk.

….

Het vraagt als leerkracht extra werk omdat je niet zomaar aan de slag kan met de in de handel verkrijgbare spelen. Het is veel meer dan de klasgroep indelen en de doos in het midden plaatsen en speel maar. De spellen dienen aangepast te worden aan de leeftijd, de leerinhouden en de klasgroep. Maar wat je ermee kan bereiken is de extra inspanning meer dan waard!

Sebastian Baecke, leerkracht godsdienst secundair onderwijs

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/baecke.jpg

Gezelschapspelen zijn voor mezelf een didactisch blinde vlek. Maar dat maakt hen niet minder interessant om hen als eventuele werkvorm te gebruiken. Ikzelf speel wel eens pictionary of galgje. Deze werkvormen gebruik ik dan niet voor hun specifieke kenmerken als spel, maar wel om de aandacht terug te krijgen of om hopelijk een nieuwe enthousiaste dynamiek in de klas te instaleren. Deze werkvormen verhogen veelal de concentratie en de graad van betrokkenheid bij de leerlingen. Andere gezelschapsspelen zijn voor mij moeilijker omwille van de omvang en de beschikbare ruimte van de klassen. Toch wil dit niet betekenen dat je in grote klassengroepen niet met deze werkvorm kan werken. Integendeel, probeer het eens!

Sofie Raes, ervaren leerkrachte godsdienst secundair onderwijs

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureright/_medium/raes.jpg

Ik gebruik de spelvorm binnen de godsdienstles vooral in het kader van filosoferen, theologiseren of de discussie stimuleren.
In een kringgesprek kan de reflectie verdiept worden door te werken met kaartjes en vragen, waarbij de leerlingen een kaartje kunnen trekken op basis van de interesse in een thema of kan er gewerkt worden met een rad waaraan de leerlingen om de beurt draaien en vervolgens een vraag van een bepaald thema trekken. Zo verhoogt het ludieke en interactieve karakter van de les. Dit kan begeleid worden door impulsen (videofragmenten, liedjes, citaten, ...) om het denken een nieuwe wending te geven.

4. Voorbeeld op Thomas

Spel: Het is nooit te laat voor een aflaat

afbeelding-/thomas/cms2/uploads/image/pictureleft/_medium/gezelschapsspelen24.png

Hoe raak ik zo snel mogelijk in de hemel? Straft God of hoe vergevingsgezind is hij? Wat zijn dagelijkse zonden en doodzonden en hoe worden ze bestraft? Wat is een duivelse logica? Ontdek het met dit spel!

Samenvatting: bedoeling van het spel is om zoveel mogelijk mensen naar de hemel te laten gaan en niet naar het vagevuur of de hel. Het spel laat leerlingen kennis maken met oude theologische begrippen..

Aantal spelers: 5-7
Spelduur: 20 à 25 min

http://www.kuleuven.be/thomas/page/spelendatabank-het-is-nooit-te-laat-voor-een-aflaat/

Deze pagina werd gepubliceerd op 01/12/2015

Volg Thomas op

Download de Thomas-app