U bent hier: Home / vieringen / homilieën / 09/02/2019 - 10/02/2019 |door Marc Desmet

09/02/2019 - 10/02/2019 |door Marc Desmet

bijbel, homilie preek
10-02-2019

HOMILIE 5° ZONDAG VAN HET C-JAAR 2019

Een commentaar op Lc 5,1-11

Ontzag voor de Ander en besef van eigen kleinheid

 

In verbo autem tuo laxabo rete: ‘Op uw woord zal ik de netten uitgooien’. Dat staat op een steen uitgehouwen boven de ingang van een vroeger klooster op een mooie heuvel in de buurt van Moustiers Sainte Marie (Gorges du Verdon). Daar baat een nicht van mij met haar Indische hindoe-man een stijlvol conferentie- en cursuscentrum uit. In de kapel-met-vleugel hebben we enkele jaren geleden met een vijftigtal neven en nichten een paasviering gehad. Toen ze daar zoveel jaren geleden aankwamen, had de vorige uitbater een zwembad uitgegraven op die plaats. Die hebben ze terug dichtgegooid, uit respect, noem het ‘ontzag’ voor de plaats en zijn religieus verleden. Het paste niet.

Die ervaring van ontzag, dat heeft me deze week geïntrigeerd. Petrus ontmoet na een nacht van vruchteloos vissen een man die een soort natuurlijk gezag heeft, indruk maakt want Petrus laat toe dat Jezus in zijn boot stapt en op zijn vraag steekt Petrus van wal. Als die man vraagt naar het diepere te varen, spreekt Petrus hem aan als ‘Meester’ en werpt op: ‘wij hebben de hele nacht gezwoegd zonder iets te vangen’, maar toch: hij vaart naar het diepe, werpt op zijn woord de netten uit en doet dan een gigantische vangst, spontaan de Meester nu aanroepend als: ‘Heer – Kyrie’, zeg maar God. Respect slaat om in ontzag. En tegelijk: ‘Ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.’ De hele week heb ik mij afgevraagd: waarmee correspondeert deze ervaring van ontzag voor de Ander en van eigen kleinheid, in mijn, misschien ons leven? Ik probeer de ‘vangst’ van deze week weer te geven.

Maar eerst: ‘Vaar naar het diepe’: wat is dat? Misschien betekent dat: laat je leiden naar waar het donker en stil is, zoals in diep water, ook zoals in de nacht. Maar is de stilte van de nacht niet vaak de episode waarin de angst het meest verschijnt, bij zieken maar ook gezonden? Ik kon in de nacht van zondag naar maandag de slaap niet vatten, geplaagd door zorgen en angst. Vruchteloos en stuurloos zwoegen in de nacht. Ik heb een kaars aangestoken, heb zittend in mijn bed gekeken naar een gekruisigde Christus op mijn slaapkamer, en niet naar wat mij angst deed. Eigenlijk heb ik elke nacht, als ik ontwaakte, zonder wekker, gebeden in de stilte van de nacht. Heel gewoon en buitengewoon, met de smaak van ontzag. Ik herontdekte een kaart die er al zeven jaar in de buurt stond met een beeld van Toni Renz genaamd: ‘God houdt van de mens en omarmt hem’. Je ziet hoe een man achter een  vrouw staat en haar teder omarmt. Ik zag die kaart jarenlang elke dag, maar niet echt. Nu wel.

In de loop van de week sprak ik in de keuken met een huisgenoot. Ik had het gevoel hem wat verwaarloosd te hebben. Hij toonde zich niet verongelijkt maar bezorgd en toen ik over deze preek sprak, herinnerde hij er prompt aan dat hij een tekst had van de vorige generale overste die ons uitnodigde tot een geest van stilte, niet  door allerlei tuchtmaatregelen, vaste tijdstippen, of huizen als kloosters, maar in ons hart. Dadelijk mailde hij enkele bladzijden tekst. Ik voelde mij dankbaar maar ook wat klein. Ik las: ‘We hebben allen een plaats in onszelf waar er geen lawaai is, waar de Geest van God tot ons kan spreken, zacht en vriendelijk, en onze onderscheiding richt. We hebben het vermogen nodig om zelf stilte, leegte, te worden, open ruimte die het Woord van God kan vullen en in lichterlaaie zetten voor het goed van anderen en de Kerk. We zouden moeten leven als monniken te midden van het stadslawaai. Dat betekent dat onze harten kloosters zijn en dat op de bodem van iedere activiteit, reflectie, beslissing, er stilte moet zijn.’ Zoals op de bodem van de zee. Daarom is het goed dat we sinds enige tijd in onze vieringen wat meer stiltemomenten proberen te integreren.

Op dinsdag 5 februari werd de start van de zaligverklaring van de bask Pedro Arrupe, charismatische generale overste, gevierd. Onze Spanjaard in huis vertelde dat een journalist ooit aan Arrupe vroeg: wat betekent JC voor u? ‘Alles’ zei hij. En vervolgens baden wij samen een gebed waarin Arrupe dat ‘alles’ vertolkt in zovele beelden en woorden van Jezus. Daarna kon elk van ons een zin of woord herhalen. Ik nam: ‘de manier waarop Jezus keek naar Petrus toen hij zei dat hij Hem niet kende’. Wat ook betekent dat Petrus tot het einde een zondig mens bleef. En de grote jezuïet voor wie Jezus alles betekende, kende blijkbaar ook de blik van Jezus bij verraad die tot bittere tranen bewoog. Ontzagwekkend.

Ondertussen waren er tranen in de politiek deze week. Al weken zijn we getuigen van een geef toe onverwachte, gigantische vangst aan jonge maar ook andere mensen voor de zaak van het klimaat. Ontzagwekkend. Met een gigantische, misschien agressieve vangst aan mails en smsen die een minister allicht doet beseffen : ‘Ik ben ergens tekort geschoten’. Maar misschien zijn ook anderen tot zondebesef gekomen. Het was weliswaar niet allemaal mooi, maar de ontzagwekkende maatschappelijke reactie zal allicht meer mensen losgerukt hebben en tot het dieper besef gebracht dat de pragmatiek of het eigenbelang het algemeen belang in gevaar brengt.

Op woensdag geef ik een lezing voor schooldirecteurs. Nadien vertelt een van hen wat haar overkwam toen ze met haar eerste baby in haar armen in tranen uitbarstte bij het besef: Dit kind heb ik nu voor de rest van mijn dagen: die enorme verantwoordelijkheid in de microwereld van een moeder voor wie het enige kind dat echt bestaat dit kind is. Het besef van: wat kan er allemaal niet mislopen, in welke verkeerde handen kan het niet terechtkomen, en ik in dit alles? Ontzag voor dit kind, gevoel van kleinheid bij de moeder tegenover deze verantwoordelijkheid.

Op donderdag varen we naar het diepere op ons werk. Tijdens de briefing in de vroege namiddag heb ik de indruk dat een verpleegkundige niet echt geïnteresseerd is, vooral niet in wat ik te vertellen heb. Ik neem haar terzijde en leg mijn indruk voor. Dan vertelt ze dat de briefing voor haar inderdaad geen gemakkelijk moment is geweest die dag. Hoe ze al van 7u heel intens verzorgd heeft, familie opgevangen, en hoe ze de verpleegkundige van de late shift, die uit eigen beweging een halfuur vroeger is begonnen omdat het haar eerste dag is, uitvoerig geïnformeerd heeft, incluis de familiale achtergronden die bij ons vaak een grote rol spelen. Ze is een beetje op. Ik voel mij opgelucht, maar eigenlijk ook verlegen ten opzichte van zoveel inzet.

Die dag is er ook een euthanasie op de afdeling. Vaar naar het diepere… Sinds zondag herhaalt de zieke, recht voor zich uit starend in de oneindigheid, zonder echte dialoog, dat ze prima verzorgd wordt maar dat het allemaal geen zin meer heeft, dat de cirkel rond is, dat het liever gisteren dan vandaag gebeurt… Niet ieder familielid kan daarin mee, maar daar lijkt ze niet echt naar om te kijken. We proberen aan te voelen wat er gebeurd is, vanwaar de omslag komt, we proberen van de vraag en de klacht een proces, een verhaal te schrijven, dialogerend met familieleden, thuisverpleegkundige, huisarts, de zieke… Er verschijnt een verhaal van veel geestelijk lijden, onbegrip, ook vanwege de kerk als instituut. Haar laatste woord is er niettemin een van dank. Onverwacht. Over het ethisch probleem heen, voel je je ergens klein. Voor zo’n mensen is Hij gekomen en ben ik geroepen om hem te volgen.

Gisterenavond mag ik onverwacht eten bij een bevriend koppel. Hoewel de man momenteel ziek is, insisteert hij dat ik kom eten. Maar ik krijg meer: ze tonen ook een overvloed aan foto’s van hun huwelijk en familieleven, al bijna veertig jaar lang: vreugde maar tegelijk pijn omwille van overlijdens en scheiding in de familie. Ik word stil en heb ontzag voor zoveel liefde en zoveel urenlang delen in tijden van ziekte.

Misschien hebben we meer ervaringen van ontzag voor een geliefde mens dan voor een God van liefde. Waarom trekt Petrus, een gehuwd man want hij had een schoonmoeder, zomaar mee met Jezus? Wat is in staat elk van ons los te rukken van een vorige levenswijze om Jezus te volgen? Ook als wij ons in het religieuze laten ‘verleiden’ gebeurt dat dan niet quasi altijd langs mensen die ons aanspreken? Maar maken we die mens – mijn kind, vriend(in), geliefde, ouder – niet tot (af)god? Of is dat niet juist het geweldige van een godsdienst van de menswording? Toont God niet in de omarming van een mens dat Hij/Zij van je houdt?

Je moet dichter zijn om mens en god dichter bijeen te brengen. Zo ont-ving ik deze week van een ander huisgenoot, volgend gedicht van Gabriel Smit, tot slot:

Je bent me zo nodig

door Gabriel Smit (1910-1981)

Je bent mij zo nodig. Ik weet wel dat
de Heer mijn herder is en dat Hij mij
niets laat ontbreken, maar wanneer jij
mij dat niet bent, weet ik niet wat

mijn leven nog kan zijn. Wanneer Hij jou
niet geeft, geeft Hij mij niets, want
wat mij niet gereikt wordt door jouw hand
is dood voordat ik het ooit krijgen zou.

Dat kan niet, zeg je, want dan stel je mij
voor Hem, een verantwoordelijkheid die
ik niet dragen kan. Weet je dat zeker ?

Lees de psalm. Wie dorst schenkt Hij
in overvloed zijn wijn. Maar, liefste, wie
anders dan jij is mij zijn beker ?

Misschien mogen we daar straks aan denken bij het gebaar van de beker.

Marc Desmet sj