U bent hier: Home / vieringen / homilieën / 15/08/2018 | door Jacques Haers sj | Maria Tenhemelopname

15/08/2018 | door Jacques Haers sj | Maria Tenhemelopname

preek homilie universitaire parochie

De eerste lezing brengt ons fantastische beelden
zoals we die meer vinden in het boek Openbaring:
op die manier wil de auteur Johannes ons uitnodigen
om een uitdagende en diepe, maar niet gemakkelijk te omschrijven werkelijkheid,
te confronteren.

Heel concreet sprak het boek Openbaring tot de verbeelding
van een groep vervolgde Christenen in de prille jaren van de jonge Kerk.
De toenmalige Christenen leefden angstaanjagende tijden
en voelden zich bedreigd en vervolgd door het staatsgezag:
de wereld leek hen een verschrikkelijke, vervaarlijke, draak,
machtig en blijkbaar onoverwinbaar,
die zijn tentakels controlerend in alle richtingen uitwaaiert,
waaraan je niet kan ontsnappen,
en die bovendien rijk genoeg is om zijn macht te laten gelden,
een draak ook die niet aarzelt om geweld te gebruiken.

En toch waren die Christenen ook overtuigd dat zij iets bijzonder te bieden hebben:
tenminste, zo lijkt dat beeld van een zwangere vrouw ons te zeggen:
een mens die zwanger is van toekomst,
hier ontstaat iets nieuws, nieuw en fris leven voor onze wereld,
en voor de hele wereld – daar lijkt het getal 12 naar te verwijzen.
Dat nieuwe heeft ook een kracht … de kracht van een klein kind …
wat betekent dat het bescherming zal nodig hebben:
het kind staat niet alleen … hier is God aan het werk, in de kracht van het zwakke.
De boodschap en de levenswijze die de Christenen droegen
leek kwetsbaar, fragiel en bedreigd …
en hun geloof in de kracht van God stond op de proef:
is die God wel opgewassen tegen die vreselijke draak?
Van hen werd gevraagd een keuze te maken … een onderscheiding …

 

Misschien is dat een beeld dat ons ook vandaag kan helpen.
We leven inderdaad op een tijdsgewricht dat bedreigend is:
geweld en oorlog dreigen, er zijn ondraaglijke onevenwichten tussen arm en rijk,
onze wereld is verdeeld tussen elkaar onverbiddelijk concurrerende “rijken”,
en we beseffen dat ons spilzuchtig gedrag een bedreiging is voor de natuur,
die niet meer de veilige thuishaven blijkt te zijn
waaraan we gewoon geworden waren.
Die bedreigingen nemen de vorm aan van een machtige en gevaarlijke draak,
waaraan we niet meer lijken te kunnen ontsnappen …

En toch leeft in ons ook groot verlangen,
een onstopbare droom naar een vredevolle wereld,
waar mensen vreugdevol en dankbaar mogen leven met elkaar,
en genieten van de rijke, veelkleurige planeet die ons leven draagt.
Er zijn in ons ook vele initiatieven die proberen deze vreugde tot stand te brengen,
maar ze zijn soms heel zwak en kwetsbaar en vragen om bescherming.
Wij ervaren dit verlangen en deze initiatieven
als werkzaamheid van God in ons midden:
hier wordt de kern getroffen van wat levensvreugde betekent,
hier is God ons trouw temidden van onze wereld,
deze verlangens en initiatieven zijn een beetje teken
van Gods menswording, van Gods verlangen om bij ons te zijn.
Dat kind waar we zwanger van zijn, zoals die vrouw in het boek Openbaring,
dat is God aan het werk in ons midden … kwetsbaar, en toch heel krachtig en taai.

Kunnen wij dat geloven?
Kunnen wij trouw blijven aan die trouwe God?
Of is het de grote, vuurrode draak die het zal halen
en ons zal verleiden tot destructieve manieren van leven,
als concurrenten onder elkaar,
als uitbuiters van de natuur,
zonder respect voor de diepte van ons eigen hart?

 

De lezing uit Openbaring werd in deze liturgie gekozen
natuurlijk omwille van het beeld van de zwangere vrouw,
die we in het evangelie verbinden met de zwangere Maria,
op bezoek bij haar nicht Elisabet.
Het is mooi, denk ik, om aan Maria te denken,
niet onmiddellijk alleen als de zorgende moeder,
bij wie we ons thuis voelen en aan wier zorgen we ons overgeven,
maar ook als de creatieve zwangere jonge vrouw,
die in moeilijke omstandigheden toekomst in zich draagt,
en vreugde vindt bij die toekomst die in haar groeit,
die jonge dynamische dromende vrouw van wie we de dromen overnemen.
Maria lijkt me op de eerste plaats de hoedster
van de levensvreugde en van het levensverlangen,
een jeugdige mens, beeld van de jeugdige God.

Het evangelie geeft ons dan enkele van de grondtrekken van die vreugde aan,
daar waar Maria zich dicht bij God ervaart in haar eigen hart.
Ze drukt dit uit in haar Magnificat, haar lofzang op God.
De vreugde welt als het ware uit haar mond op:
God is met ons bezig, richt onze wereld ten goede,
en doet dat door keuzes te maken:
voor de barmhartigheid,
voor de kwetsbare, kleine en anonieme mensen
die het slachtoffer zijn van de machten van de draak,
voor wie honger hebben en aan de rand gesteld zijn in onze wereld,
voor een gemeenschap die de hele wereld omvat.
Kunnen wij Maria’s vreugde niet delen,
en een beetje, zoals Elisabet, voelen dat ook in ons binnenste,
de droom van God groeit en ons beweegt …
Elders in het evangelie heet dat “splangnitzomai”,
geraakt worden tot in het putteke van onze ziel,
en dit wordt verschillende keren gezegd van Jezus zelf …
Het spreekt alles van zorgzame en vreugdevolle energie en creativiteit.
Dit is het hoe God zich in de wereld engageert,
en hoe de wereld verandert in het werk van mensen,
en dit is de jeugdige kracht van een jonge, zwangere vrouw.

Daarom behoort, denk ik, dit mooie gebed, het Magnificat,
tot het dierbaarste erfgoed van de kerk.
In het brevier staat het op een apart kaartje, dat je als bladwijzer kan gebruiken,
een gebed om elke dag te bidden.
We zouden dat gebed misschien meer in onze liturgie moeten gebruiken.
Als een moment van dromende vreugde, gewoon om te zeggen:
God je hebt zulke mooie dromen in ons gelegd …
en die gaan in tegen alle draken die ons belagen,
ook tegen de dood waarvan we denken dat die het eindpunt neerschrijft.

Zo is dit feest ook een feest over de verrijzenis,
Maria Tenhemelopname.
Leven is de diepste levensdroom die we koesteren,
en die de draak van de dood ontmaskert en overwint;
dit is Gods verlangen naar vol leven voor ons en voor de schepping.
Jezus belichaamt dit alles: zijn leven, de praxis van Gods droom,
dat brengt ons bij het volle leven,
dat vernietigt alle draken, dat is “opstanding”, “verrijzenis”,
de God die ons toeroept: “sta op” … vandaag, morgen en altijd weer.

Vandaag is het feest van de vreugde van de droom …
Laten we dit dan ook samen vieren en de droom in elkaar bemoedigen.
Laat ons iets van Maria zijn, die jeugdige vrouw,
zwanger van een dromende en genietende God.